Handleiding om uw vaarbewijs te halen. Ongeveer 80% van de kandidaten die opgaat voor het vaarbewijs probeert met behulp van de kennis uit een boek en/of via het internet kennis te vergaren om het vaarbewijs te behalen. Met deze handleiding willen wij u graag op weg helpen om uw vaarbewijs te halen. De complete stof van vaarbewijs deel 1 wordt verdeeld in 40 partjes. Over alle partjes wordt een vraag gesteld. Onder andere: Reglementen Manoeuvreren Betonning laterale stelsel Betonning Kardinale stelsel Brughoogtes Verlichting Toepassingsgebied reglementen Veiligheid Motor kennis Deze 40 partjes zijn onderverdeeld in 4 categorieën. A. De reglementen. B. B. De behandeling van de voortstuwingswerktuigen, de veiligheidsmaatregelen. C. De waterwegen, omstandigheden van het vaarwater, elementaire meteorologie. D. Het varen en manoeuvreren, de onder bijzondere omstandigheden te nemen maatregelen.
De meeste vragen (18 stuks) worden gesteld over de reglementen, categorie A. Daar zult u ook de meeste fouten in maken. Zorg ervoor dat u niet te eenzijdig gaat oefenen. Neem de navigatielichten, daar wordt namelijk 1, maar maximaal 2 vragen over gesteld. Vraag 4 van uw examen gaat altijd over de navigatie verlichting. En vraag 16 kan mogelijkerwijs over de verlichting gaan. Dat is een onderwerp waar u heel veel energie in kunt steken waar u nooit meer dan 4 punten voor kunt halen, of missen. U kunt beter uw aandacht besteden aan de vragen die niet al te moeilijk zijn, maar wel veel punten mee te behalen zijn. U kunt maximaal 80 punten halen en bij 56 punten bent u reeds geslaagd. U mag dus 24 punten missen. Er zijn een aantal belangrijke onderwerpen die veel punten opleveren. Voorrangsregels 4 vragen, 3 punten per vraag Brandpreventie en brandbestrijding 1 vraag, 3 punten Veiligheidsmiddelen (gas) 1 vraag, 3 punten Boegschroef 1 vraag, 3 punten Reddingsmiddelen 1 vraag 2 punten Maar ook de vraag over de berekening vaarwegdiepte en drughoogte, deze is 3 punten waard. Dit is vraag 28 van uw examen. Deze sommen zijn niet moeilijk, maar u moet even een tekeningetje maken. Kladpapier krijgt u tijdens het examen. Er staat altijd ergens in de som wat het kanaalpeil is. Stel u krijgt een som als volgt:
Een schip met een doorvaarthoogte (kruiphoogte) van 27dm nadert een brug. Op de waterkaart staat brughoogte tot KP is 30 dm. Het kanaalpeil is NAP + 8. De schipper wil bij het onder doorvaren minimaal 1dm speling overhouden. Bij welke waterstand(en) kan hij veilig onder de brug? Tip: maak een tekening. Teken eerst de peilschaal met het bijbehorende kanaalpeil. Een schip met een doorvaarthoogte (kruiphoogte) van 27dm nadert een brug. Op de waterkaart staat brughoogte tot KP is 30 dm. Het kanaalpeil is NAP + 8. De schipper wil bij het onder doorvaren minimaal 1dm speling overhouden. Bij welke waterstand(en) kan hij veilig onder de brug? Vervolgens tekent u de brughoogte.
Uw schip heeft een doorvaarthoogte (kruiphoogte) van 27dm De schipper wil bij het onder doorvaren minimaal 1dm speling overhouden. Bij welke waterstand(en) kan hij veilig onder de brug? Het juiste antwoord is NAP + 10 dm.
Tijdens het examen krijgt u kladpapier, maak daar gebruik van. Gaat u voor zelfstudie, zonder het volgen van een cursus. Prima, maar schaf wel de module met examenvragen aan. Daarmee kunt u examens oefenen zoals u die ook tijdens het echte examen tegenkomt. U kunt een keuze maken tussen de verschillende examens. Makkelijk, gemiddeld en moeilijk. Telkens wordt er een nieuw examen voor u gegenereerd. Na afloop van het examen krijgt u advies over welke onderwerpen u meer aandacht dient te besteden. Vaarschool Albatros heeft jaarlijks honderden cursisten. Wij vragen aan onze cursisten, komt u tijdens het examen een nieuwe vraag tegen, laat het ons weten. De cursist krijgt een bol.com bon ter waarde van 5 euro en u heeft profijt van de nieuwe vraag. Op deze manier wordt ons enorme bestand met vragen dagelijks up-todate gehouden. Veel succes. Coen Cromjongh Hoofd docent bij Vaarschool Albatros.