Begeleide interne stage



Vergelijkbare documenten
Ik en de maatschappij. Online

Voorbereidende interne stage

NEDERLANDS Spreken en gesprekken voor 1F Deel 4 van 5

Verhoudingen in verband

Ik, leren en werken. Aan het werk

Nederlands. Woordenschat Dienstverlening en zorg

Ik en de maatschappij. Kiezen en kopen

Economie en handel. Assistent logistiek. Deel 6 van 6 Inventariseert de voorraad/magazijninventaris

Ik en de maatschappij. Vrije tijd

Nederlands. Woordenschat Basis

REKENEN VERHOUDINGEN Verhoudingen voor1f

Ik en de maatschappij. Gezondheid

Begeleide externe stage

Assistent verkoop/retail

Seksuele vorming. Seksuele veiligheid

Ik en de maatschappij. Lichaam en geest

Ik en de maatschappij. Rondkomen

Nederlands Luisteren Voor 1F Deel 2 van 2

Ik en de maatschappij. Reizen

Rekenen verhoudingen. Procenten voor 1F

Ik en de maatschappij. Samen maar verschillend

NEDERLANDS. Schrijven. voor 1F Deel 3 van 5

Praktische sectororiëntatie. Techniek

Economie en handel. Assistent logistiek. Deel 1 van 6 Ontvangt Goederen/producten

PRAKTISCHE SECTORORIËNTATIE. Economie en Handel

Ik en de maatschappij. Meedoen en meepraten

Ik en de maatschappij. Regels en wetten

REKENEN. Meetkunde voor 1F Deel 2 van 2

Ik en de maatschappij. Planten en dieren thuis

Ik en de maatschappij. Ik en wij

Assistent installatie- en constructietechniek

Nederlands. Woord/zin. Voor 1F Deel 2 van 3

Assistent bouwen, wonen en onderhoud

ECONOMIE EN HANDEL Assistent Logistiek. Deel 3 van 6 Verzamelt goederen/producten/ emballage/verpakkingsmaterialen

Economie en handel. Assistent logistiek. Deel 5 van 6 Voert handelingen op goederen/producten uit

Loopbaanoriëntatie -begeleiding

Ik en de maatschappij. Geldzaken

REKENEN METEN EN MEETKUNDE. Meetkunde voor 1F Deel 1 van 2

Seksuele vorming. Anticonceptie en zwangerschap

Ik en de maatschappij. Uiterlijke verzorging

Ik en de maatschappij. Zorgen voor je leefomgeving

Grafieken en tabellen

Lengte, omtrek en oppervlakte

Ik en de maatschappij. Klussen in huis

Economie en handel. Assistent logistiek. Deel 4 van 6 Maakt goederen/producten verzendklaar

Nederlands. Luisteren. Voor 1F Deel 1 van 2

Assistent plant of (groene) leefomgeving

Nederlands. Woordenschat Techniek

REKENEN METEN EN MEETKUNDE Inhoud. voor 1F

Nederlands. Woord/zin. Voor 1F Deel 3 van 3

NEDERLANDS Taalverzorging 1F Woord/zin Deel 1 van 3

Certificaat B-VCA. Deel 2 van 3

Woordenschat Plant en groene leefomgeving

Assistent dienstverlening en zorg

Training. Zakelijk communiceren

Assistent installatie- en constructietechniek

Assistent verkoop en retail

Assistent installatie- en constructietechniek

Certificaat B-VCA. Deel 1 van 3

Praktische sectororiëntatie. Dienstverlening en zorg

Zelfstandige Externe Stage

Nederlands. Woordenschat Dienstverlening en economie

Assistent verkoop/retail

Spreken en gesprekken voor 1F

Colofon. Uitgeverij: Edu Actief b.v Auteur(s): Lily Benjamin - Merens

Activiteiten uitvoeren

Training. Methodisch verzamelen van informatie

Training. Interdisciplinair samenwerken

Training. Coachend begeleiden

Training. Werven, coördineren en begeleiden van vrijwilligers

Seksuele vorming Ik Sova. Ik.indd 1 29/09/14 07:58

TECHNIEK Assistent installatie- en constructietechniek. Deel 3 van 4 Ondersteunt bij installatie- of constructiewerkzaamheden

Training. Talentherkenning

Organisatie van werkzaamheden

4. Een vervolgopleiding kiezen

Voorbereiden op stage en bijbaan

Training. Groepsklimaat

Cursus. Sociale kaart

Training. Begeleiden

Loopbaanoriëntatie -begeleiding

Training. Observeren en rapporteren

Loopbaanoriëntatie -begeleiding

Training. Gesprekstechnieken

nederlands Schrijven voor 1F Deel 2 van 5

REKENEN Getallen en bewerkingen. voor 1F Deel 2 van 2

Keuzevak Milieu, hergebruik en duurzaamheid. Duurzaam consumeren en produceren

Cursus. Coördineren in de kinderopvang, ketenregie, sociale kaart en netwerk

Cursus. Begeleiding vrijwilligers en mantelzorgers

Werken aan communicatie 1

3. Een opleidingsdomein kiezen

Economie en handel. Assistent logistiek. Deel 2 van 6 Maakt goederen/producten gereed voor opslag en slaat deze op

Economie en handel. Plusdeel Assistent bediening

Training. Enquêteren

Cursus. Schuldhulpverlening (budgetteren)

Colofon. Uitgeverij: Edu Actief b.v Auteur(s): Lily Benjamin - Merens

Cursus. Leren kun je leren

Basisvaardigheden Nederlands Deel 1 van 2

Rekenen Meten en meetkunde. voor 1F

Transcriptie:

Ik, leren en werken Begeleide interne stage Deel 2

Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Marian van der Meijs Inhoudelijke redactie: Titel: Ik, leren en werken - Begeleide interne stage - Deel 2 ISBN: 978 90 3721 332 4 Edu Actief b.v. 2015 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in compilatiewerken op grond van artikel 16 Auteurswet kan men zich wenden tot de Stichting PRO (www.stichting-pro.nl). De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Door het gebruik van deze uitgave verklaart u kennis te hebben genomen van en akkoord te gaan met de specifieke productvoorwaarden en algemene voorwaarden van Edu Actief, te vinden op www.edu-actief.nl. 2

Inhoud Voorwoord 4 Hoofdstuk 1 Instructies begrijpen en opvolgen 6 Hoofdstuk 2 Werken volgens planning 20 Hoofdstuk 3 Je aan afspraken en regels houden 31 Hoofdstuk 4 Samenwerken op de stage 42 Hoofdstuk 5 Kwaliteit van je werk en werktempo 52 Hoofdstuk 6 Solliciteren op een externe stageplek 63 Hoofdstuk 7 Herhaling 73 Eindopdracht en reflectie 78 3

Voorwoord Dit leer-werkboek gaat over de interne stage. Je loopt stage in en rond het gebouw van je opleiding. Iemand van school begeleidt je bij de interne stage. Je leert instructies begrijpen en opvolgen. En je gaat werken volgens planning. Je laat zien dat jij je aan afspraken en regels kunt houden. Je leert goed samenwerken op de stage. En je leert de kwaliteit van je werk en je werktempo te verbeteren. Ook oefen je met solliciteren op een stageplaats. Picto In dit boek zie je bij sommige opdrachten een picto. Een pictogram geeft je informatie over de opdracht. Hierna lees je wat de picto s betekenen. Bij dit picto ga je nadenken over een opdracht. Je denkt na over wat je straks gaat doen. Je gaat de opdracht voorbereiden. Bij dit picto ga je de opdracht uitvoeren. Je gaat bijvoorbeeld iets maken. Of je gaat iets doen. Bij dit picto ga je evalueren. Je controleert of je de opdracht goed hebt gedaan. Wat ging er goed en wat ging er minder goed? Wat vond je van de opdracht? Wat kon je eerst niet, wat je nu wel kunt? Wat ga je de volgende keer anders doen? 4

Voorwoord Bij dit picto ga je reflecteren. Je denkt na over wat je hebt geleerd. En wat dat betekent voor je toekomst. Wat ga je nu doen? Hoe gaat het verder? Bij dit picto ga je in gesprek. Om een opdracht na te bespreken kun je de StruX-kaarten gebruiken. Bij dit picto ga je iets bekijken op de website van StruX. Dit kan bijvoorbeeld een foto, formulier of film zijn. Volg deze stappen. 1. Ga naar www.strux.nl 2. Klik op de knop deelnemer. 3. Klik op Ik, leren en werken. 4. Klik op de foto van dit leer-werkboek. 5. Klik op de link van de opdracht. Misschien werk je met een portfolio. In je portfolio stop je bewijsstukken. Als je dit picto ziet, kun je een bewijsstuk toevoegen. Bespreek dit met je begeleider. Beeldwoordenboek In dit boek staan gekleurde woorden. Gekleurde woorden moet je kennen. Het zijn belangrijke woorden. Deze woorden kun je opzoeken in het beeldwoordenboek. Ga naar beeldwoordenboek.strux.nl. 5

Hoofdstuk 1 Instructies begrijpen en opvolgen Dit hoofdstuk gaat over instructies die je krijgt in de stage. Je gaat oefenen met mondelinge instructies in je stage. En met instructies op papier. Je leert wat je kunt doen als je een instructie niet begrijpt. Je leert instructies op de juiste manier opvolgen. Als je instructies goed opvolgt, werk je veiliger, schoner en goedkoper. De apparaten en materialen gaan bijvoorbeeld minder snel stuk. Opdracht 1 Op je stage krijg je verschillende taken. Bijvoorbeeld kopiëren of koffie zetten. Je krijgt daarbij instructies over hoe je die taak moet uitvoeren. Wat weet je al over instructies op het werk? Vul het woordweb in. instructies op het werk Vertel de groep wat je hebt opgeschreven. Praat met elkaar over: Hoe krijg jij instructies op de stage? Wat voor soort instructies krijg je? Opdracht 2 Deze opdracht gaat over instructies die je op je stage krijgt. Let de komende stagedag goed op als je een instructie krijgt. Schrijf daarna het antwoord op de vragen op. 6

Hoofdstuk 1 Instructies begrijpen en opvolgen Krijg je een instructie op papier? Bewaar die dan voor opdracht 4. Wie gaf jou instructies? Wat moest je doen? Hoe kreeg je de instructies? mondeling/op papier/mondeling en op papier Waren de instructies duidelijk? ja/nee Kon je de informatie onthouden? ja/nee Deed iemand voor hoe je een taak moest doen? ja/nee Kreeg je tijd om vragen te stellen? ja/nee Heb je de instructie hardop herhaald in je eigen woorden? ja/nee Heb je opgeschreven wat je moest doen, of aantekeningen gemaakt? ja/nee Een mondelinge instructie begrijpen en onthouden Krijg je een instructie? Dan is het belangrijk dat je begrijpt wat je precies moet doen. Vertelt iemand de instructie aan je? Dat is handig! Je kunt meteen vragen stellen als je iets niet snapt. Mondelinge instructies zijn soms ook lastig. Je moet de instructie onthouden. Vind je een mondelinge instructie moeilijk? Hier zie je wat je kunt doen: Probleem bij mondelinge instructie De verteller gebruikt moeilijke woorden De uitleg is erg lang Je kunt het niet onthouden. De instructie is erg moeilijk of onduidelijk. Wat kun je doen? Vraag wat de woorden betekenen. Vraag of de verteller de instructie herhaalt in korte stappen. Herhaal na elke stap wat de verteller gezegd heeft. En vraag of je het zo goed hebt begrepen. Schrijf in steekwoorden op: wat je moet doen hoe je het moet doen waarmee je het moet doen hoe vaak je het moet doen hoelang je het moet doen Stel vragen over wat je niet snapt. Maak samen een stappenplan hoe je het precies moet doen. Vraag of het voorgedaan kan worden. 7

Hoofdstuk 1 Instructies begrijpen en opvolgen De instructie is helemaal nieuw voor jou. Je weet niet zeker of je de instructie zonder hulp kunt opvolgen. Vraag of het voorgedaan kan worden. En doe het de eerste keer samen. Let op! Altijd goed: Herhaal de instructie met je eigen woorden. En vraag of je de instructie goed hebt begrepen. Opdracht 3 Wat kun je doen als er moeilijke woorden worden gebruikt bij de instructie? Wat kun je doen als de instructie erg lang is? Wat kun je doen als je niet weet of je de instructie wel zelf kunt opvolgen? Bespreek in de groep: Heb je voorbeelden van instructies die moeilijk waren? Wat zou je dan kunnen doen? Opdracht 4 Je begeleider leest een instructie voor. Bijvoorbeeld een instructie die op je stage wordt gebruikt. Luister goed naar de instructie. Schrijf in steekwoorden op: 8

Hoofdstuk 1 Instructies begrijpen en opvolgen Wat je moet doen Hoe je het moet doen Waarmee je het moet doen Wanneer je het moet doen Hoe vaak je het moet doen. Was het lastig om alles bij te houden? Vraag of je begeleider de instructie nog een keer voorleest. Opdracht 5 Doe deze opdracht in tweetallen. Jullie krijgen allebei van je begeleider een kaartje met een instructie. Volg de stappen die hieronder staan. Deelnemer 1 Lees instructie 1 hardop voor. Deelnemer 2 Luister goed naar de instructie. Schrijf in steekwoorden op wat je moet doen. Stel vragen als je iets niet snapt. Geef antwoord op de vragen. Herhaal hardop wat je moet doen. Vraag of je het goed begrepen hebt. Voer de instructie uit. Controleer of deelnemer 2 de instructie goed uitvoert. Doe dat zonder iets te zeggen. Bespreek samen. Deelnemer 2 schrijft de antwoorden op. Heeft deelnemer 2 de instructie goed uitgevoerd? ja/nee Wat ging goed? 9

Hoofdstuk 1 Instructies begrijpen en opvolgen Wat ging niet goed? Wat ga je een volgende keer anders doen als je instructie krijgt? Als jullie klaar zijn, draaien jullie de rollen om. Je gebruikt nu instructie 2. Opdracht 6 Kijk nog eens naar jouw antwoorden bij opdracht 2. Wat ging goed bij de instructie op jouw stage? Wat ging niet goed bij de instructie op jouw stage? Wat kun jij daaraan verbeteren? Wat kan de persoon die de instructie geeft verbeteren? Een schriftelijke instructie begrijpen Een schriftelijke instructie staat op papier. Soms staan er plaatjes bij. In een schriftelijke instructie staat vaak precies wat je moet doen. En in welke volgorde. Dat is handig. Als je iets vergeten bent, kun je het nalezen. Wat moet je doen als je een schriftelijke instructie krijgt? Lees de instructie goed. Bekijk de plaatjes. Staan er woorden in die je niet snapt? Zoek ze op of vraag het aan je begeleider. Is de instructie niet duidelijk? Vraag aan je begeleider of collega wat er bedoeld wordt. Je kunt ook vragen om het voor te doen. 10