In deze toetsmatrijs staat wat u moet kunnen en kennen. De toetsmatrijs vormt daarom de basis van de opleiding en het examen. Opgesteld door: C divisie CCV Categoriecode: Toetsvorm: Totaal aantal vragen: IG Dekkingsgraad toetstermen: 90% Cesuur: Geldigheid examenresultaat: ijzonderheden: Online 30 meerkeuzevragen 65% (19 van de 30 vragen goed) 5 jaar Geen Nr Eindtermen 1. Organisaties 2. Wet- en regelgeving 3. uitenlandse machtigingen en vergunningen 4. Internationale regelingen 5. Infrastructuur, eurovignet en tolgelden Vastgesteld door: College van Deskundigen Goederen Ondernemersexamens 22 november 2013 eoordeeld door: Logistiek, Transport en Personenvervoer raad; kamer 1: over de weg 15 februari 2014 Goedgekeurd door: Divisiemanager CCV 15 februari 2014 Ingangsdatum: 1 september 2014 C Pagina 1 van 5
Toelichting Eindtermen: Dit zijn de hoofdonderwerpen die in het examen voorkomen. Hierin staat 'ruim' omschreven wat er in het examen terug kan komen. Toetstermen: Dit zijn onderdelen van een eindterm. Hierin staat meer uitgebreid omschreven wat er in het examen terug kan komen. : Dit zijn onderdelen van een toetsterm. Hier staat over welke onderwerpen vragen gesteld mogen worden in het examen. Als er geen afbakening is opgenomen, mag over die toetsterm in principe alles gevraagd worden. : Dit is de taxonomiecode van omiszowski. Deze code geeft aan op welk niveau de vragen over een toetsterm gesteld worden. F = Feitelijke kennis. De kandidaat kan feiten reproduceren (herkennen of herinneren). = egripsmatige kennis. De kandidaat kan begrippen of principes omschrijven. = eproductieve vaardigheden. De kandidaat kan acties uitvoeren die volgens een vastgelegde procedure verlopen. P = Productieve vaardigheden. De kandidaat kan acties uitvoeren waarbij hij zijn eigen creativiteit en inzicht nodig heeft. 1. Organisaties 1.1 De kandidaat kan organisaties opnoemen die van belang zijn voor het goederenvervoer en hun belang en doelstelling voor de goederenvervoerbranche beschrijven. 1.2 De kandidaat kan de taken benoemen van de Nederlandse Ambassades en consulaten. Werkgeversorganisaties. Werknemersorganisaties. NIWO. PANTEIA (NEA). Stichting Vervoeradres. CEMT. IU. Contacten. Aanspreekpunt. Geven van informatie. Geven van ondersteuning F/ C Pagina 2 van 5
2. Wet- en regelgeving 2.1 De kandidaat kan de begrippen omschrijven inzake goederenvervoer over de weg. 2.2 De kandidaat kan de Wet Wegvervoer Goederen (WWG) en de egeling Wegvervoer Goederen (WG) raadplegen en toepassen. 2.3 De kandidaat kan alle aspecten van de Communautaire vergunning (Eurovergunning) en van de gewaarmerkte tijdelijke afschriften (kopieën) ervan toepassen. 2.4 De kandidaat kan de controlerende instanties met betrekking tot de wet- en regelgeving en internationaal goederenvervoer over de weg opnoemen Eigen vervoer. eroepsvervoer. innenlands vervoer. Grensoverschrijdend vervoer. ilateraal vervoer. Transitovervoer. Derdelandenvervoer. Cabotagevervoer. Communautair vervoer. estuurdersattest Politie Douane ILT F 2.7 De kandidaat kan aan de hand van een situatieschets beoordelen wanneer cabotagevervoer verricht mag worden. 3. itmachtigingen en buitenlandsevergunningen 3.1 De kandidaat kan vaststellen voor welk vervoer ritmachtigingen en termijnmachtigingen gebruikt kunnen en/of moeten worden en kan de aanvraagprocedure en regels voor verkrijging beschrijven. 3.2 De kandidaat kan vaststellen voor welk vervoer CEMTvergunningen gebruikt kunnen en/of moeten worden en kan de aanvraagprocedure en regels voor verkrijging beschrijven. C Pagina 3 van 5
3.3 De kandidaat kan de voorwaarden inzake de CEMTvergunning toepassen. 4. Internationale regelingen EUO-3-safe. EUO-4-safe. EUO-5-safe. Landenbeperkingen. Certificaten. CEMT-verhuisvergunning. Verslagen en boeken. 4.1 De kandidaat kan ijlage 1071/2009 F.5 toepassen. 4.2 De kandidaat kan de CM raadplegen. 4.3 De kandidaat is op hoofdlijnen bekend met de AD met betrekking tot: egeling Voertuigen, Personeel en ladingdocumenten 4.4 De kandidaat is op hoofdlijnen bekend met de ATP met betrekking tot: Voertuigen, Personeel en ladingdocumenten 4.5 De kandidaat kan bepaalde aspecten bij vervoer van levende dieren toepassen. 4.6 De kandidaat kan de regels betreffende de internationale rijen rusttijden toepassen. 4.7 De kandidaat kan vaststellen welke documenten van toepassing zijn voor sierteeltvervoer. 4.8 De kandidaat kan vaststellen welke documenten van toepassing zijn voor vervoer van accijnsgoederen. Europese Transportverordening (EG) nr. 1/2005. eistijd volgens EU-regelgeving. eisschema en goedkeuring. Keuring, reiniging en ontsmetting van voertuigen. C Pagina 4 van 5
5. Transportplanning 5.1 De kandidaat kan aspecten opnoemen waar de afdeling planning rekening mee moet houden. 5.2 De kandidaat kan de noodzaak van een planningssysteem omschrijven. 5.3 De kandidaat kan planmatig de voordelen van een navigatiesysteem omschrijven. 5.4 De kandidaat heeft kennis van de voorschriften inzake de heffingen op bepaalde voertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van goederen over de weg alsmede de tolgelden en gebruiksrechten voor het gebruik van bepaalde infrastructuur. Verkeersproblematiek. Arbeidstijdenregelingen. Venstertijden en toelatingseisen van centra. Laad- en losinstructies. Voertuigkeuze. Personele aspecten. Grensdocumenten. ijverboden en feestdagen. C Pagina 5 van 5