Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Gas 2008-2014 Essent Netwerk B.V.
2
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Gas 2008-2014 Essent Netwerk B.V. Vastgesteld d.d. 23 oktober 2007
4
Voorwoord Met gepaste trots presenteer ik u het Kwaliteits- en Capaciteitsplan 2008-2014 van Essent Netwerk B.V., de onafhankelijke netbeheerder van het Essent concern. Onderwerp van dit document zijn de maatregelen die Essent Netwerk in de komende jaren neemt om voor haar klanten energienetwerken te blijven realiseren met voldoende capaciteit en een optimale betrouwbaarheid. Daarbij is het voor ons vanzelfsprekend om de veiligheid van onze medewerkers en het publiek te waarborgen. Telkens blijkt bij een internationale vergelijking van de betrouwbaarheid van de energievoorziening dat het Nederlandse betrouwbaarheidsniveau hoog is. De betrouwbaarheid van de netten van Essent Netwerk ligt zelfs nog iets hoger dan de gemiddelde betrouwbaarheid van de energievoorziening in Nederland. Dit schept verplichtingen; daar zijn wij ons terdege van bewust. Wij bieden u met dit plan daarom graag inzicht in onze onderhouds-, vervangings- en uitbreidingsprogramma s. Wij zien ons als netbeheerder gesteld voor de uitdaging om de betrouwbaarheid en veiligheid van de voorziening in stand te houden terwijl de netwerken, die grotendeels in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw zijn aangelegd, langzaam maar zeker verouderen. Ondertussen blijft de vraag naar energie groeien, dienen zich nieuwe technologieën aan, zoals biogas en decentrale elektriciteitsopwekking, en is er sprake van een toenemende schaarste aan deskundig technisch personeel op alle niveaus. Wij nemen daarbij onze maatschappelijke verantwoordelijkheid met betrekking tot de milieuaspecten van onze activiteiten serieus. In het licht van dit alles hechten wij veel belang aan innovatie; zowel op het vlak van de techniek als van de werkprocessen en -methoden. Voor wat betreft het laatste onderwerp geldt dat wij er als eerste netbeheerder in Nederland in geslaagd zijn onze Asset Management aanpak te laten certificeren op basis van een internationale norm. U ziet, wij sluiten niet alleen aan op onze energienetten, maar ook bij de maatschappelijke en technologische ontwikkelingen! Wij bieden u dit plan dan ook aan in de overtuiging dat u als klant ook in de toekomst kunt rekenen op een betrouwbare en veilige energievoorziening. Wilt u reageren, neem dan gerust contact met ons op. Onze contactgegevens vindt u op onze website www.essentnetwerk.nl. Ir. Herman Levelink Directeur Essent Netwerk B.V. 5
Inhoudsopgave pagina 1 Inleiding 9 2 Kwaliteit 11 2.1 Introductie 11 2.2 Huidig kwaliteitsniveau Essent Netwerk B.V. 11 2.2.1 De betrouwbaarheid van de voorziening 11 2.2.2 De veiligheid van de voorziening 12 2.3 Nagestreefd kwaliteitsniveau 12 2.4 Kwaliteit van de componenten in de gasnetten 13 2.4.1 Actuele toestand van de componenten 13 2.4.2 Wijziging van de toestand t.o.v. voorgaande jaren 18 2.5 Risico s 19 2.6 Maatregelen ten aanzien van onderhoud en vervanging 20 2.6.1 Onderhouds- en vervangingsplan voor de komende vijf jaar 21 2.6.2 Vervangings- en onderhoudsplan de komende vijftien jaar 21 2.7 Normen, richtlijnen en voorschriften 24 2.8 Evaluatie 25 3 Capaciteit 27 3.1 Capaciteitsbeslag voor elk jaar van de planperiode van 7 jaar 27 3.1.1 Methode van ramen 27 3.1.2 Uitgangspunten raming 29 3.1.3 Analyse betrouwbaarheid raming 31 3.1.4 Onzekerheid in de ramingen 31 3.1.5 Uitwisseling prognose met andere netbeheerders 32 3.1.6 Raming capaciteitsbehoefte 32 3.2 Hoe worden de capaciteitsknelpunten opgelost? 32 3.3 Maatregelen ter voorkoming van knelpunten 32 3.4 Bestaande capaciteitsknelpunten en oplossingsrichtingen 32 3.4.1 Aanpassingen t.o.v. de capaciteitsplannen 2006-2012 32 3.5 Te verwachten capaciteitsknelpunten en oplossingsrichtingen 35 3.5.1 Algemeen 35 3.5.2 Specificatie knelpunten 35 4 Kwaliteitsbeheersingssysteem 38 4.1 Introductie 38 4.2 Organisatie en werkwijze Essent Netwerk B.V. 38 4.2.1 Organisatiemodel Essent Netwerk B.V. 38 4.2.2 Risk Based Asset Management proces 38 4.2.3 De praktijk: activiteiten 40 4.2.4 De praktijk: producten 42 4.2.5 Borging en optimalisatie 43 4.3 Kwaliteitsbeheersing over de levenscyclus 45 4.4 Veiligheid 47 4.5 Procedure onderbrekingen en storingen 49 4.6 Monitoren componenten 50 4.7 Procedure beheer bedrijfsmiddelen en werkuitvoering 51 6
pagina Bijlage 1 Leeswijzer 54 Bijlage 2 Begrippenlijst 56 Bijlage 3 Toelichting samenhang 58 Bijlage 4 Normen, richtlijnen en voorschriften 59 Bijlage 5 Risicoanalyse 60 Bijlage 6 Investeringsplan komende 5 jaren 69 Bijlage 7 Onderhoudsplan komende 5 jaren 71 Bijlage 8 Oplossen van storingen 72 Bijlage 9 Monitoringsprocedure 74 Bijlage 10 Procedure Klic-meldingen en informatieverzoeken 76 Bijlage 11 Waarderingsmodel aansluitconstructies gas (WAG) 80 Bijlage 12 Capaciteitsbehoefte komende 7 jaren 81 Bijlage 13 Overzicht hogedruk-deelnetten 85 Bijlage 14 Certificaten Asset Management 92 7
2
1 Inleiding In artikel 8 van de Gaswet en art. 13 van de Ministeriële Regeling nr. WJZ 4082582, Kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas van 20 december 2004 wordt voorgeschreven dat een netbeheerder elke twee jaar een Kwaliteits- en Capaciteitsdocument (KCD) moet indienen bij de raad van bestuur van de NMa. Met het voorliggende document beoogt Essent Netwerk B.V. voor wat betreft de door haar beheerde gasnetwerken te voldoen aan deze wettelijke verplichting. Essent Netwerk B.V. is een fusiebedrijf met als rechtsvoorgangers Essent Netwerk Noord, Essent Netwerk Brabant, Essent Netwerk Limburg, Essent Netwerk Friesland en InfraMosane. Volledige integratie van laatstgenoemde rechtsvoorganger vindt plaats per 1 januari 2008, vandaar dat de door InfraMosane beheerde netten integraal in dit KCD van Essent Netwerk verwerkt zijn. Dit KCD voor door Essent Netwerk BV beheerde gasnetten is het tweede integrale plan dat door Essent Netwerk B.V. is opgesteld. De reactie van de Dienst Uitvoering en Toezicht van de Nederlandse Mededingsautoriteit (DTe) op het eerste integrale KCD, dat op 1 december 2005 is opgeleverd, is in dit rapport verwerkt. Door middel van het KCD legt Essent Netwerk B.V. verantwoording af ten aanzien van de wijze waarop wordt gewaarborgd dat er nu en in de toekomst een transportdienst met een optimaal kwaliteitsniveau aan de aangeslotenen wordt geleverd, terwijl tevens wordt voldaan aan de vraag naar transportcapaciteit. Essent Netwerk hecht er daarbij aan om op te merken dat zij weliswaar gaarne inzicht verschaft in de wijze waarop zij het netbeheer vormgeeft, maar tegelijk van mening is dat de nadruk vooral op de resultaten van haar activiteiten zou moeten liggen ( outputsturing ) omdat die voor de aangeslotenen primair van belang zijn. Het KCD Gas is in 2 delen opgesplitst; een deel A voor transportleidingen met een druk > 200 mbar en <_ 8bar en een deel B voor de aansluitleiding gasopslag met een werkdruk van 40 bar (Epe-leiding) en de op de Zebraleiding aangesloten aansluitleiding naar General Electric Plastics (GEP) en Cargill. De opbouw van dit document is als volgt. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de diverse aspecten van de kwaliteit van de met de gasnettennetten geleverde transportdienst en de wijze waarop Essent Netwerk B.V. deze op de middellange en lange termijn voornemens is te handhaven en te optimaliseren. Daarna komt de capaciteitsplanning aan de orde. Allereerst wordt beschreven op welke wijze de toekomstige behoefte aan transportcapaciteit door Essent Netwerk B.V. is geraamd. Vervolgens wordt aangegeven op welke wijze aan deze behoefte zal worden voldaan. Ten slotte wordt inzicht gegeven in het kwaliteitsbeheersingssysteem van Essent Netwerk B.V. Het document wordt afgesloten met een aantal bijlagen, waarin voornamelijk informatie is opgenomen die Essent Netwerk B.V. op grond van de in het bovenstaande genoemde Ministeriële Regelingen dient aan te reiken. Van bijzonder belang is bijlage 1. Deze vormt een Leeswijzer waarin is aangegeven op welke wijze de artikelen uit de Ministeriële Regeling in de diverse onderdelen van dit document zijn verwerkt. 9
2 Kwaliteit 2.1 Introductie Naast het verzorgen van voldoende transportcapaciteit om de door de aangesloten gewenste gastransporten te kunnen faciliteren, vormt ook het waarborgen van de kwaliteit van de transportdienst een essentieel onderdeel van de taak van netbeheerders. Het begrip Kwaliteit in relatie met de netwerken voor de gasvoorziening staat voor: de veiligheid van het net; de kwaliteit van de voorziening, waarbij gedacht moet worden aan de betrouwbaarheid van de voorziening; de kwaliteit van de componenten waaruit de netten bestaan. In dit hoofdstuk wordt conform de eisen van de Ministeriële Regeling allereerst ingegaan op het huidige en nagestreefde kwaliteitsniveau van de voorziening en de veiligheid van het net (in paragraaf 2.2 en 2.3) en op de kwaliteit van de componenten (in paragraaf 2.4); het mag daarbij duidelijk zijn dat de kwaliteit van de componenten waaruit de netten zijn opgebouwd de betrouwbaarheid van de voorziening mede bepaalt. De risico-inventarisatie en analyse van Essent Netwerk zegt het meest over het intern kwaliteitsniveau en vormt de basis van de te nemen maatregelen. De relevante risico s van Essent Netwerk worden beschreven in paragraaf 2.5. Vervolgens wordt in de paragrafen 2.6 en 2.7 uiteengezet op welke wijze de kwaliteit van de transportdienst door Essent Netwerk B.V. op de middellange en langere termijn wordt gewaarborgd. Daartoe wordt allereerst ingegaan op de onderhouds- en vervangingsplannen voor de komende vijf jaar en vervolgens wordt de hoofdlijn van het onderhouds- en vervangingsbeleid van Essent Netwerk (vijf tot vijftien jaar) geschetst. Ten slotte wordt in paragraaf 2.8 aangegeven op welke wijze het onderhouds- en vervangingsbeleid wordt geëvalueerd. Doel daarvan is uiteraard om zowel de in de praktijk van de beleidsuitvoering opgedane ervaringen als mogelijk optredende nieuwe ontwikkelingen optimaal in het onderhouds- en vervangingsbeleid te verwerken. 2.2 Huidig kwaliteitsniveau Essent Netwerk B.V. 2.2.1 De betrouwbaarheid van de voorziening Indicatoren In overeenstemming met art. 10 van de Ministeriële Regeling Kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas worden de volgende kwaliteitsindicatoren gebruikt om de de betrouwbaarheid van de gasvoorziening te karakteriseren: a. de jaarlijkse uitvalsduur; b. de gemiddelde onderbrekingsduur; c. de onderbrekingsfrequentie. In dit document worden uitsluitend onvoorziene onderbrekingen van de gasvoorziening in beschouwing genomen. Prestaties Essent Netwerk B.V. In Tabel 1 staan de prestaties van zowel 2005 als 2006 op genoemde betrouwbaarheidsindicatoren vermeld. Zoals te lezen in deze tabel scoort Essent Netwerk in 2006 ruim binnen de nagestreefde norm. In 2005 echter ligt de gemiddelde onderbrekingsduur en dus ook de jaarlijkse uitvalsduur ver boven de gestelde streefwaarden. Dit is te verklaren door een uitzonderlijk grote storing in Deventer in september 2005. Er is toen door een bedieningsfout van een medewerker in een overslagstation een deel van het hoge-druk-gasnet (4 bar) in de wijk Colmschate bij Deventer drukloos geworden. Ca. 12 uur na aanvang van het incident was de druk en dus de gaslevering weer hersteld. Een dergelijke bedieningsfout op dit drukniveau is zeer uitzonderlijk. Ook uitzonderlijk is het grote aantal klanten dat hierdoor getroffen is, te weten 8.017. De storing bedroeg in totaal 5.770.000 verbruikersminuten, dit staat voor 3:06 van de 3:33 minuten jaarlijkse uitvalsduur. Er zijn intern de nodige acties uitgezet om herhaling van dit incident te voorkomen. 11
Tabel 1: Streefwaarden kwaliteitsindicatoren en realisatie 2005 en 2006 Streefwaarde Realisatie 2005 Realisatie 2006 Jaarlijkse uitvalsduur < 1 minuut 3:33 minuten 00:24 minuten Gemiddelde onderbrekingsduur < 1:40 uur 8:45:57 uur 1:07:59 uur Onderbrekingsfrequentie 0,01 0.0068 0.0058 2.2.2 De veiligheid van de voorziening Voor de veiligheid worden onderstaande indicatoren gehanteerd. a. Het aantal ongevallen dat aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) is gemeld; b. Het aantal incidenten dat aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid is gemeld; c. De gemiddelde duur voor het veiligstellen van een storing; d. Het aantal vastgestelde lekken in het gastransportnet; e. Het aantal vastgestelde lekken in de aansluitleiding. Tevens is als algemene indicator voor veiligheid voor de netbeheerders in Nederland de veiligheidsindicator opgesteld, deze is uitgebreider beschreven in paragraaf 4.4. Deze indicatoren zijn ten opzichte van het vorige KCD niet gewijzigd. In overeenstemming met artikel 35a van de Gaswet zal over indicatoren c, d en e over 2007 voor maart 2008, via CODATA aan de DTe gerapporteerd worden. Wat betreft meldingen aan de OvV: In 2006 waren er geen aan de OvV gedane meldingen van ongevallen. In 2006 zijn er 97 meldingen gedaan van incidenten. Binnen Essent Netwerk wordt ook veel waarde gehecht aan de meldingen omdat deze als input dienen voor eventuele risico s. 2.3 Nagestreefd kwaliteitsniveau In artikel 10 van de Ministeriele Regeling is voorgeschreven dat de netbeheerder dient aan te geven welke waarden hij nastreeft voor de voorgeschreven kwaliteitsindicatoren: jaarlijkse uitvalduur, gemiddelde onderbrekingsduur en onderbrekingsfrequentie. Achtergrond van dit voorschrift is, dat uiteindelijk de netbeheerder zelf de aangewezen instantie is om het optimale evenwicht tussen de kosten en de baten van voorzieningszekerheid te bepalen en daartoe dan ook door de wet is aangewezen. In het kader van de transparantie wordt vervolgens terecht van hem verlangd deze doelstellingen met belanghebbenden te communiceren via het KCD, terwijl de systematiek van Kwaliteitsregulering een prikkel biedt om dit optimum ook daadwerkelijk te realiseren. Essent Netwerk stelt per jaar formele kwaliteitsdoelstellingen vast waarin ook deze indicatoren opgenomen zullen worden. Dit leidt tot de volgende streefwaarden: De jaarlijkse uitvalsduur: < 1 minuut. De gemiddelde onderbrekingsduur in minuten: < 100 minuten. De onderbrekingsfrequentie: < 0,01. Voor het bepalen van streefwaarden voor de betrouwbaarheid van de gasdistributienetten is het niet mogelijk om, zoals bij elektriciteit, een beroep te doen op vele jaren ervaringscijfers omtrent storingsregistratie. De storingsregistratie t.a.v. gasdistributienetten volgens de Nestorsystematiek wordt pas enkele jaren toegepast. Tijdens de afgelopen jaren van implementatie hebben de netbeheerders nog voortdurend geworsteld met stroomlijning van begrippen en definities en het uniformeren van de gemaakte afspraken binnen de bedrijven. Mede naar aanleiding van de MR Kwaliteit hebben de netbeheerders op dat gebied een flinke stap voorwaarts kunnen zetten en er wordt met ingang van 1 januari 2006 volgens een geheel herziene Handleiding Nestor Gas gewerkt. Voor zover er al een beroep gedaan kan worden op historische (Nestor Gas) data, moet daarenboven worden geconstateerd dat de meest bekende kwaliteitsindicator, te weten de jaarlijkse uitvalduur, een dusdanig lage waarde heeft (enkele tientallen seconden) dat de variatie in de jaarlijkse uitvalduur door de tijd gezien waarschijnlijk in dezelfde ordegrootte zit als de indicator zelf. De toegevoegde waarde van nauwkeuriger specificeren dan één minuut is daarom klein. 12
2.4 Kwaliteit van de componenten in de gasnetten De kwaliteit van de netten wordt mede bepaald door de wijze waarop en de mate waarin de componenten van de netten worden onderhouden en door het al dan niet vervangen van componenten waarvan de kwaliteit is verminderd. De door Essent Netwerk B.V. beheerde gasnetwerken zijn aangelegd gedurende een periode van tientallen jaren. Gedurende deze periode zijn bovendien in bestaande netten uitbreidingen, vervangingen en reconstructies uitgevoerd. Daarnaast geldt dat Essent Netwerk B.V. een fusiebedrijf is met een groot aantal rechtsvoorgangers die in het verleden een eigen beleid voerden. Als gevolg van dit alles is er sprake van een grote variëteit aan bedrijfsmiddelen qua leeftijd, type en materiaal. Storingen en de resultaten van gaslekzoeken worden door middel van faalcodes vastgelegd en teruggekoppeld. Deze resultaten dienen enerzijds om de juiste reparatie- en onderhoudsactiviteiten te starten voor de specifieke component, en anderzijds om trends te kunnen analyseren. Op basis van dergelijke analyses wordt het nut van een conditiebepalingsmethodiek bepaald. Wanneer de observaties daartoe aanleiding geven wordt vervolgens een conditiebepalingsmethodiek ontwikkeld en toegepast. Bij het selecteren van te onderhouden of vervangen componenten en installaties wordt vervolgens geprioriteerd op basis van de Risk Based Asset Management methodiek. Daarbij worden zowel de toestand als de functie van de component betrokken. De toestand van de bovengrondse componenten wordt bepaald door inspecties. De toestandsbepaling van ondergrondse componenten geschiedt voor wat betreft aansluitleidingen door middel van de WAG (Waarderingsmodel Aansluitleidingen Gas, zie paragraaf 2.4.1). Dit model zal periodiek geëvalueerd worden aan de hand van de exitbeoordeling van aansluitleidingen. Voor hoofdleidingen wordt een soortgelijke methodiek ontwikkeld. 2.4.1 Actuele toestand van de componenten Algemeen kan worden gesteld dat de toestand van de door Essent Netwerk B.V. beheerde netwerken goed is. Dit blijkt allereerst uit de hoge veiligheid en betrouwbaarheid van de gasvoorziening in de concessiegebieden van Essent Netwerk B.V. die, zoals ook geldt voor de andere Nederlandse netbeheerders, in Europa ongeëvenaard is. Daarnaast blijkt dit uit het relatief geringe aantal componentstoringen, bezien op Exitbeoordelingen aansluitleidingen 13
het grote aantal geïnstalleerde bedrijfsmiddelen en het feit dat hierin geen stijgende trend waarneembaar is. Informatie over de kwaliteit van componenten wordt verkregen door inspecties, onderhouds en vervangingswerkzaamheden en het laten beproeven van uitgenomen leidinggedeelten. Tabel 2 geeft een overzicht van de soorten componenten waaruit het gasnet van Essent Netwerk bestaat. Het voorzieningsgebied van Essent kent weinig gebieden met zakkende of corrosieve grond; twee factoren die een nadelige invloed op de netwerkcomponenten kunnen hebben. Tabel 2: Overzicht soorten componenten gasnet Essent Netwerk Overzicht componenten GAS Benaming Eenheid Totaal Transportleiding (P > 200 mbar) km 8.574 Distributieleiding (P < 200 mbar) km 31.269 Aansluitleidingen aantal 1.508.300 Stations aantal 24.158 Afsluiters aantal 50.000 Aansluitleidingen De aansluitleidingen die in de afgelopen decennia zijn aangelegd, kennen een grote diversiteit in toegepast leidingmateriaal (staal, koper, wit en slagvast PVC, PE) en verbindingstype (draadverbinding, gelijmd, mechanische koppeling, gelast, gekneld etc). Dit impliceert een grote diversiteit in leidingkwaliteit. Door verschillende oorzaken is de conditie van de aansluitleidingen niet in alle gevallen optimaal. Daarom is een risico-inventarisatie en analyse gemaakt van de meest risicovolle aansluitconstructies. Deze risicoanalyse heeft geleid tot een omvangrijk vervangingsprogramma van aansluitleidingen. Om als basis voor dit programma tot een onderbouwd oordeel over de kwaliteit van aansluitleidingen te komen heeft Essent het Waarderingsmodel Aansluitconstructies Gas (WAG) ontwikkeld. Hierin worden verschillende criteria zoals leidingmateriaal, type verbindingen, grondzakking, grondsoort, ligging t.o.v. grondwater meegenomen en gewogen. Dit resulteert per (groep) aansluitleiding(-en) tot een indicatie resterende levensduur ofwel tijd tot herbezinning (TTH). Met behulp van exit-beoordelingen van de gesaneerde aansluitleidingen zal dit model verder worden aangescherpt. Om een indruk te krijgen van het waarderingsmodel, zie bijlage 11. Leidingen met de grootste kwaliteitsrisico s zijn de stalen leidingen zonder bekleding of met bekledingsproblemen, koperen leidingen (als gevolg van corrosie) en PVC-leidingen met lijmverbindingen. Verder zullen de geïnventariseerde risicovolle aansluitleidingen in zakkende grond met voorrang gesaneerd worden. Essent Netwerk heeft informatie zoals soort, hoeveelheid en materiaal over haar componenten in het bedrijfsmiddelenregister staan. Zie als voorbeeld Tabel 3, hierin staat een overzicht van leeftijd, materialen en aansluitconstructies van de aansluitleidingen bij Essent Netwerk. 14
Tabel 3: Aansluitleidingen bij Essent Netwerk (januari 2006) Indicatie tijdstip/ Kenmerken constructie Totaal aantal omstandigheid installatie 1900 / 1965 Binnendeel: Onbekleed staal. Staal onbekleed Buitendeel: Onbekleed staal. Aanboring HL: Draadaanboring. Verbinding: Draadverbinding. 37.600 1955-1965 Binnendeel: Staal/bekleed met asfaltbitumen/teer/vetband. Staal bekleed met asfalt, Buitendeel: Staal/bekleed met asfaltbitumen/teer/vetband. bitumen of teer. Aanboring HL: Draadaanboring. Verbinding: Draadverbinding. 166.800 1960-1970 Binnendeel: Staal asfaltbekleed. Hard PVC Buitendeel: Hard PVC. Verbinding: Flex + lijm. 153.000 Vanaf 1970 Binnendeel: Staal / X-tru-coat met draadverbinding. Buitendeel: Hostalit-Z met lijmverbinding (evt. torsiebocht). 187.900 Vanaf 1980 / 1985 Binnendeel: Staal PE bekleed. Buitendeel: PE. Verbinding: Mech. Koppeling. 313.000 Sterk zakkende grond Niet nader uitgewerkt 2.100 Vanaf begin jaren 90 Binnendeel: PE. Buitendeel: PE. 148.400 Vanaf 1980 Binnendeel: Staal PE bekleed. Buitendeel: Staal PE bekleed. 109.600 Vanaf 1960-1974 Binnendeel: Cu. Buitendeel: Wit PVC, gelijmd. 42.100 Vanaf 1970-1978 Binnendeel: Cu. Buitendeel: Hostalit Z gelijmd. 52.400 Vanaf 1965 Binnendeel: Wicu CU Buitendeel: Wit PVC, gelijmd. Verbinding: PVC overgangstuk. 33.400 Vanaf 1965 Binnendeel: Wicu CU. Buitendeel: Slagv. PVC, gelijmd. Verbinding: PVC overgangstuk. 44.100 Vanaf begin jaren 90-2001 Binnendeel: CU (standpijp vanaf vloer meterkast). Buitendeel: PE (tot vloer meterkast). Overgang: Hawle koppeling (in vloer). 95.000 Triaxkast tegen gevel 3.000 Niet nader omschreven constructies => niet nader uitgewerkt 119.900 Totaal 1.508.300 15
Hoofdleidingen (distributieleidingen). De soort- en materiaalverdeling van het hoofdleidingennet van Essent Netwerk is zoals weergegeven in Tabel 4. Voor de hoofdleidingen is een waarderingsmodel en bijbehorend vervangingsbeleid zoals voor de aansluitleidingen in ontwikkeling, dit zal afgerond worden in 2007. Alle gebruikte materialen voor hoofdleidingen zijn meegenomen in de risicoanalyses die ten grondslag liggen aan het op te stellen beleid. Transportleidingen > 200 mbar. Dit zogenaamde hogedruknet heeft een materiaalverdeling die conform het landelijk gemiddelde is; wel heeft het relatief weinig leidingen van gietijzer en relatief wat meer leidingen van de 1e generatie PE. Geconcludeerd wordt dat het hogedruknet van Essent Netwerk grotendeels als normaal en veilig kan worden gekarakteriseerd en Essent hierbij niet afwijkt van het landelijk gemiddelde. In het onderzoek Foto van het gasnet, uitgevoerd door Kiwa Gastec, staat verder aangegeven dat de veiligheid van de 1e generatie PE-leidingen overeenkomt met het landelijk gemiddelde. Dit leidingmateriaal heeft een beperktere levensduur dan de 2e en 3e generatie PE. Er zal dan ook met vroegtijdiger vervanging van dit materiaal rekening moeten worden gehouden. Tabel 4 met daarin informatie over de hoofdleidingen. Ook de ouderdom van deze componenten en soortgelijke informatie over de andere componenten is terug te vinden in het bedrijfsmiddelenregister. In verband met de grote diversiteit en het hoge detailniveau is ervoor gekozen om deze informatie niet op te nemen in dit document. Figuur 1 geeft wel een indicatie van de aanlegperiode van de verschillende materialen. Tabel 4: Overzicht netlengte Essent Netwerk B.V. Druk Asbest Koper Grijs PE Nodulair PVC Staal Slagvast cement gietijzer gietijzer PVC 8 bar 0 0 0 132 25 0 4.433 0 4 bar 0 0 0 3.078 1 0 220 0 1 bar 0 0 84 535 61 0 3 0 100 mbar 80 1 899 2.340 26 7.991 2.273 14.281 30 mbar 265 0 869 126 90 891 23 1.112 Totaal HD 0 0 84 3.745 88 0 4.656 1 Totaal LD 346 1 1.768 2.466 116 8.883 2.296 15.393 Totaal 346 1 1.852 6.211 204 8.883 6.952 15.394 0,9% 0,0% 4,6% 15,6% 0,5% 22,3% 17,4% 38,6% 16
Figuur 1: Periode aanleg hoofdleidingen bij diverse materialen asbest cement 1e gen. PE 2e gen. PE 3e gen. PE hard PVC slagvast PVC nodulair gietijzer grijs gietijzer staal LD (zonder KB) staal HD (met KB) 1900 1910 1920 1930 1940 1950 1960 1970 1980 1990 2000 2010 Gasdistributiestations De kwaliteit van de gasstations is goed. Wel zijn er regelinstallaties die onderdelen bevatten waarvoor geen passende onderdelen meer verkrijgbaar zijn. Deze worden successievelijk vervangen. Verder zijn of worden de gasdistributiestations aangepast voor een inspectiemethode met de zogenaamde meetkoffer. Daarnaast is er een beleid om stations die niet voldoen aan de NEN 1059 aan te passen. Zie Tabel 5 voor een overzicht van de verschillende soorten stations bij Essent Netwerk. Station buitenkant 17
Station binnenkant Tabel 5: Aantallen stations bij Essent Netwerk Benaming stations. Aantal GasOntvangStation (GOS) 235 DistrictStation (DS) 2.940 OverslagStation (OS) 173 AfleverStation (AS) 3.330 Combi 134 Hoge druk AfleverStation (HAS) 17.346 Totaal 24.158 2.4.2 Wijziging van de toestand t.o.v. voorgaande jaren De kwaliteit van de bedrijfsmiddelen wordt beïnvloed door veroudering. Deze veroudering verloopt deels autonoom en wordt tevens beïnvloed door de omgevingscondities (grondsoort, vocht chemische verontreiniging, bovengrondse belasting e.d.) van de component. Voor de processen die de oorzaak zijn van veroudering geldt dat de karakteristieke tijdconstanten relatief lang zijn, d.w.z. in de orde van enkele tot tientallen jaren. Schattingen over de levensduur lopen voor de meeste assets uiteen van 30 tot 100 jaar, met uitschieters naar boven en naar beneden. Essent Netwerk B.V. is zich er echter niettemin terdege van bewust dat componenten op enig moment het einde van hun levensduur bereiken en heeft daarom de te verwachten ontwikkelingen in de installed base op de langere termijn en in samenhang daarmee de optimalisatie van investeringen in menskracht en materieel onderzocht in de zogenaamde Lange Termijn Optimalisatie studie (LTO), zie paragraaf 2.6.2. Ter illustratie geeft Figuur 2 een beeld van de verwachte levensduur van hoofdleidingmaterialen. 18
Figuur 2: Verwachte levensduur hoofdleidingmaterialen gas asbest cement 1e gen. PE 2e gen. PE 3e gen. PE hard PVC lijm hard PVC rubber slagvast PVC nodulair gietijzer grijs gietijzer staal LD (zonder KB) staal HD (met KB) 0 20 40 60 80 100 120 140 160 180 200 220 240 260 280 Individuele bedrijfsmiddelen kunnen sneller verouderen, bijvoorbeeld t.g.v. specifieke omgevingsomstandigheden, fabricage- of montagefouten, etc. Dergelijke bedrijfsmiddelen worden echter tijdig gedetecteerd bij inspecties en onderhoud, waarna passende maatregelen worden genomen. Gezien het relatief beperkte aantal individuele gevallen, wordt het totaalbeeld niet beïnvloed en is het ook niet zinvol om hieraan generieke maatregelen te verbinden. 2.5 Risico s In hoofdstuk 4 wordt de Risk Based Asset Management methodiek beschreven. Deze paragraaf beoogt te beschrijven en te onderbouwen welke de relevante risico s zijn op het gebied van gasdistributie binnen Essent Netwerk. Vanaf 2004 houdt Essent een risicoregister bij. Tot en met 2006 werd jaarlijks een risicoregister opgeleverd. Sinds 2007 is dit een doorlopend document, waarvan jaarlijks eenmaal een snapshot wordt gemaakt. In Tabel 6 en in bijlage 5 staan voor wat betreft de gasnetten de meest relevante risico s evenals de stappen die worden doorlopen om te komen tot risicoanalyses en een actueel risicoregister. Het risiconiveau van deze risico s is volgens de risicotoelaatbaarheidsmatrix van Essent Netwerk het hoogst, deze risico s staan dus bovenaan in het risicoregister. Ook paragraaf 4.2.3 gaat verder in op de relatie tussen risico s en beleid. Tabel 6: De relevante gas-risico's Interne risico s Externe risico s Aansluitleidingen: Lekkage stalen huisaansluiting tgv corrosie. Hoofdleidingen: Lekkage grijs gietijzeren leidingen. Stations: Het niet voldoen aan ATEX-richtlijnen bij gasstations. Storingskans door montagefout gas. Incidenten door falen huisdrukregelaar. Gasbelemmering gevelconstructie. Lekkage tgv beschadiging gasleidingen bij graafwerkzaamheden. Het beleid van Essent Netwerk is erop gericht om de risico s die nu of in de toekomst een bedreiging vormen voor de bedrijfswaarden (veiligheid, kwaliteit / betrouwbaarheid van de levering, economie, wettelijkheid en reputatie) en hiermee ook voor de landelijk overeengekomen kwaliteitsindicatoren zoals genoemd in paragraaf 2.2, te beheersen en te minimaliseren. Meerdere factoren vormen een trigger of dienen als basis voor risicoanalyses. De relevante risico s zijn afgeleid uit de huidige en verwachte toestand van de componenten, uit de resultaten van de storingsregistratie, uit de bevindingen van integraal storingsoverleg en uit de prestaties op de kwaliteitsindicatoren, maar vooral de veiligheidsindicator en de overige bedrijfswaarden van Essent Netwerk. Deze bronnen worden zowel gebruikt voor risico-inventarisatie als voor risicoanalyse. 19
Schaarste van personeel bij de Service Provider om de risico s adequaat te kunnen beheersen vormt in zekere zin ook een risico. Deze factor is niet opgenomen tussen de relevante risico s, maar wordt gezien als randvoorwaarde voor volledige uitvoering van beleid, zie ook paragraaf 2.6 Naast de risico s, genoemd in Tabel 6, is de opkomst van biogas en waterstof een belangrijk aandachtspunt voor Essent Netwerk. De hoogte van dit risico is op dit moment moeilijk in te schatten omdat het onderwerp met nog te veel onzekerheiden is omgeven. Belangrijkste aspecten voor Essent Netwerk zijn: het lange termijn effect op de kwaliteit van de netcomponenten, de kwaliteit van het geleverde gas aan de aangeslotenen en het effect op de capaciteit en bedrijfsvoering van het gasnet. Essent Netwerk wil zich in het speelveld tussen potentiele invoeders, shippers en afnemers faciliterend opstellen. Op het moment van schrijven van dit document worden in aanvulling op de landelijk vastgestelde Aansluitvoorwaarden Gas door Essent Netwerk aanvullende voorwaarden voor invoeders van biogas opgesteld. Daarnaast heeft Essent Netwerk samen met Eneco en Continuon onderzoek naar de genoemde onzekere effecten in opdracht gegeven. 2.6 Maatregelen ten aanzien van onderhoud en vervanging In deze paragraaf wordt beschreven welke concrete maatregelen Essent Netwerk neemt ten aanzien van onderhoud en vervanging. Verder is in het vorige KCD met betrekking tot te verwachten veran-deringen een aantal prioritaire onderwerpen genoemd. Een korte update van de status hier van: Uniformering van de ontwerprichtlijnen voor gasnetten en het toepassen aan de nieuwste inzichten. Deze uniformering en aanpassing van bestaande richtlijnen is voltooid; Standaardisatie van diverse componenttypen naar componenten met een lange levensduur en weinig onderhoud. Het project standaardiseren stations is in 2007 afgerond en geïmplementeerd; Het verhogen van de datakwaliteit door het Essent-breed implementeren van een systeem waarin grafische informatie gekoppeld is aan de gegevens en kwaliteit van de componenten. Dit systeem wordt gekoppeld aan het onderhoudssysteem. De koppeling van grafische informatie aan de componenten heeft reeds plaats gevonden, op dit moment loopt een project om dit systeem te koppelen aan het onderhoudssysteem; Eenduidige inspectie van stations via een persoonsonafhankelijke methodiek met behulp van de zogenaamde meetkoffer. Deze methode is in samenwerking tussen Essent Netwerk B.V. en een leverancier ontwikkeld. Dit project is afgerond; Het verder doorvoeren van drukloos werken. Dit project heeft hoge prioriteit bij Essent Netwerk; Het toepassen van de nieuwste methodieken voor gaslekzoeken zoals GPS-registratie gekoppeld aan lekzoeken met gebruikmaking van digitale registratie tijdens het lekzoeken. Dit project is in de laatste fase van implementatie en nog in 2008 worden afgerond. Onderhoud en vervanging zal plaatsvinden volgens vastgestelde procedures, te weten: Onderhouden aansluitingen en infrastructuren, Projectmatige vervanging, Procesmatige vervanging en Reconstructies. 20 inspectie stations met meeetkoffer
2.6.1 Onderhouds- en vervangingsplan voor de komende vijf jaar Essent Netwerk werkt met een systeem van toestandsafhankelijk onderhoud. Daarnaast vindt uiteraard ook storingsafhankelijk onderhoud plaats. Voor wat betreft het onderhoudsbeleid voor 2008 en later is er sprake van een grote mate van continuïteit met voorgaande jaren. Dit onderhoud vindt plaats op basis van geaccordeerd beleid. In het onderhoudsplan, zie bijlage 7, zijn de werkzaamheden weergegeven zoals die voor 2008 gepland zijn en voor de daarop volgende jaren t/m 2012 verwacht worden. Het omvat de inspectie-werkzaamheden, preventief onderhoud en de correctieve werkzaamheden die uit de inspecties en storingen voortvloeien. De inspecties vinden plaats op basis van normen en interne kennisregels. Een uitgebreidere informatie over bovengenoemde activiteiten is te vinden in bijlage 9 Monitor procedure. Onderhouds- en vervangingsbeleid gebaseerd op Risk Based Asset Management Het door Essent Netwerk B.V. gehanteerde onderhouds- en vervangingsbeleid komt tot stand aan de hand van de in hoofdstuk 4 beschreven Risk Based Asset Management methodiek. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat (ook) het onderhouds- en vervangingsbeleid op effectieve wijze bijdraagt aan het realiseren van de bedrijfsdoelstellingen. Concreet betekent dit dat aan de basis van onderhouds- en vervangingsplannen een risicoanalyse ligt en dat deze verder zijn opgebouwd conform het stramien van een strategie en een tactiek. Een en ander is weergegeven Figuur 3. Gaslekzoeken, digitaal Figuur 3: Stramien strategie en tactiek Risicoanalyse(s) Risico (Instandhoudings-) strategie Strategie Onderhoudsrichtlijnen (incl. inspectie en afkeurcriteria) Werkinstructies Tactiek Asset Manager Service Provider 2.6.2 Vervangings- en onderhoudsplan de komende vijftien jaar De handhaving van de kwaliteit is geborgd in de RBAM (Risk Based Asset Management) methodiek. Hierin zijn de risico s in het net geïdentificeerd en worden afgedekt met beleid. De RBAM methodiek zorgt ervoor dat het net constant gemonitord wordt en dat adequaat kan worden ingesprongen op nieuwe problematiek. Zoals al aangegeven in paragraaf 2.5, vormt de veroudering van het gasnet een groot risico. Bij de totstandkoming van het vervangingsbeleid speelt conform de toegepaste Risk Based Asset Management methodiek het risicoregister een belangrijke rol, zie paragraaf 2.5. Dit risicoregister is gebruikt bij het stellen van prioriteiten voor het herzien van bestaande tactieken en het ontwikkelen van nieuwe tactieken voor 2007. 21
Zoals reeds in de vorige editie van het KCD aangegeven, heeft Essent Netwerk de te verwachten ontwikkelingen op het gebied van de kwaliteit van de netcomponenten op de langere termijn en in samenhang daarmee de integrale optimalisatie van investeringen in menskracht en materieel diepgaand onderzocht. Uit dit onderzoek, de zogenaamde Lange Termijn Optimalisatie (LTO), is geconcludeerd dat de frequentie van falen van componenten ten gevolge van het bereiken van het einde van de (technische) levensduur sterk zou kunnen stijgen. De analyses op basis van de beschikbare gegevens en inschattingen m.b.t. de technische levensduur van de toegepaste netcomponenten lijken op dit moment namelijk uit te wijzen dat wanneer het huidige (vervangings-)beleid ongewijzigd zou worden voortgezet, de betrouwbaarheid van de door Essent Netwerk beheerde gasnetten significant zou kunnen dalen. De hoofdoorzaak hiervan is het risico dat er een vicieuze cirkel zou kunnen ontstaan. Wanneer de frequentie van componentstoringen (sterk) zou toenemen ten gevolge van leeftijdsgerelateerd falen, is er meer personeel benodigd voor het repareren of vervangen van de defect geraakte componenten. Daardoor blijft er minder tijd over voor het preventief onderhouden of vervangen van verouderde componenten, die op hun beurt ook weer gestoord raken waarna de voorziening moet worden hersteld en de gestoorde component moet worden hersteld of vervangen, etc. Om deze vicieuze cirkel te voorkomen, heeft Essent Netwerk preventieve planmatige vervangingsprogramma s ontwikkeld. In Figuur 4 is het verwachte aantal onveilige situaties (een afgeleide van het aantal storingen) bij ongewijzigd beleid en bij het uitvoeren van preventieve vervangingen weergegeven. Figuur 4: Verwacht aantal onveilige situaties (direct verband met het aantal storingen) bij ongewijzigd beleid en met het uitvoeren van preventieve vervangingen Jaarlijks aantal onveilige situaties 1.000 800 600 aantal onveilige situaties bij voortzetten huidig beleid aantal onveilige situaties bij preventief vervangen 400 200 0 2004 2014 2024 2034 2044 2054 2064 2074 2084 2094 2104 jaar Vervangingsbeleid Op het gebied van gas richt het vervangingsprogramma zich in eerste instantie op aansluitleidingen (strategie en tactiek afgerond in 2006), vervolgens op hoofdleidingen (strategie en tactiek worden afgerond in 2007). In opvolging hierop staat vervangingsbeleid voor de overige componenten op de agenda. Vervangingsbeleid aansluitleidingen Gas (geaccordeerd beleid) Gedurende de eerste helft van 2006 is gewerkt aan het formuleren van een vervangingsbeleid voor aansluitleidingen gas. Dit heeft voor 2007 geresulteerd in een toename van het investeringsniveau met ca. 15 miljoen Euro. In 2008 zal de werkstroom Vervanging Gas met nog eens 11 miljoen Euro stijgen, waarmee het totale financiële volume dat gemoeid is met het vervangen van huisaansluitleidingen op zo n 26 miljoen Euro per jaar komt. Het vervangingsbeleid is intelligent. Dit betekent dat er niet zonder meer aansluitleidingen worden vervangen, maar dat wordt gedifferentieerd tussen diverse materialen en aansluitconstructies en dat recht wordt gedaan aan de resultaten van gaslekzoeken. Tevens maakt het uitvoeren van exit-beoordelingen deel uit van het beleid. 22
vervangen huisaansluitleidingen vervangen aansluiting 232
Vervangingsbeleid hoofdleidingen Gas Met ingang van 2008 zal jaarlijks een bepaald volume aan hoofdleidingen Gas worden vervangen. Gedurende 2007 wordt aan beleid hiervoor gewerkt. Op dit moment is de verwachting dat hiervoor op termijn structureel jaarlijks 22 miljoen Euro zal worden geïnvesteerd. Dit bedrag kan nog wijzigen bij de verdere uitwerking van het beleid terzake. Het beleid zal worden geënt op het vervangingsbeleid voor de aansluitleidingen en qua opzet vergelijkbaar zijn. Tevens zullen waar mogelijk en zinvol de vervanging van de aansluitleidingen enerzijds en de hoofdleiding anderzijds met elkaar en/of met extern gedreven reconstructies worden gecombineerd met als doel kosten te besparen. Onderhoudsbeleid Alle facetten van preventief en reactief onderhoud (zullen) worden toegepast om een optimale kwaliteit van de componenten te waarborgen. Waar mogelijk een verhoogd risico is worden de onderhouds- en/of inspectiefrequenties aangepast. Een voorbeeld daarvan kan genoemd worden het verhogen van de lekzoekfrequentie bij leidingen met een verhoogd risico (materiaal en/of leeftijd). Voor de frequenties in onderhoud en inspecties worden ten minste de vigerende Nederlandse en Europese normen gevolgd. M.b.v. faalcodes is een systeem ontwikkeld dat de resultaten van het onderhoud bruikbaar maakt voor analyses. Een belangrijke randvoorwaarde om de risico s adequaat te kunnen beheersen en om bovenstaand beleid volledig uit te kunnen voeren vormt de beschikbaarheid van personeel bij de Service Provider. Schaarste van personeel wordt in dit licht ook gezien als een risico en aanpak hiervan geniet hoge prioriteit bij de het management. 2.7 Normen, richtlijnen en voorschriften Normen De normen serie EN 12007 Gas supply systems is door Europa van toepassing verklaard voor het ontwerp aanleg en beheer van gasdistributie systemen. Voor de Nederlandse situatie is op basis van deze normen de NEN 7244-serie ontwikkeld. In de normen van de NEN 7244-serie wordt impliciet verwezen naar alle relevante normen welke in de NEN 7244 delen aan de orde komen. Hierdoor is het systeem consistent. Ook is het zo dat de tekst in deze delen verwijst naar nog in bewerking zijnde normen en ook voor zover van toepassing naar de KVGNrichtlijnen. Verwijzing naar Arbowet en VIAG vinden we in NEN 7244-1 (H4). Daarnaast zijn specifiek voor de Nederlandse situatie enkele normen ontwikkeld of in ontwikkeling. Voor gasstations wordt de norm NEN 1059 toegepast. Richtlijnen en overige relevante voorschriften Essent Netwerk B.V. beschikt voor het ontwerp, aanleg en beheer en onderhoud van haar infrastructuur over een groot aantal (bedrijfseigen) voorschriften, zoals werkprocedures en werkinstructies. Een element waar in de set werkinstructies die gaat over het uitvoeren van gastechnische werkzaamheden veel aandacht wordt geschonken, is het veilig werken. De basis hiervoor is de landelijke VIAG 2006, de Veiligheids Instructies Aardgas. In de werkinstructies zijn die specifiek uitgewerkt. Daarnaast zijn er aparte voorschriften en instructies m.b.t. de Arbo en milieuzorg. Alle normen, voorschriften en bedrijfsinstructies staan op het interne infranet, het interne netwerk van Essent Netwerk B.V., dat voor alle medewerkers toegankelijk is. Voor een nadere detaillering wordt verwezen naar bijlage 4. 24
2.8 Evaluatie In paragraaf 4.2.3 wordt verder ingegaan op de aanpak van evaluatie van de voortgang en kwaliteit van uitvoering van beleid, van de kwaliteit van het beleid zelf (efficiëntie) en naar de bijdrage van het beleid aan risicoreductie (effectiviteit). Terugblik op plannen en realisatie 2006 en 2007 De afgelopen jaren heeft Essent Netwerk zich zoals beschreven beziggehouden met het herformuleren van verschillende onderhoud- en vervangingsstrategieën. Deze nieuwe strategieën hebben tot een ander investeringsniveau geleid dan in het voorgaande capaciteits- en kwaliteitplan was voorzien. Het gewijzigde investeringsniveau is terug te vinden in bijlage 6. Tevens geeft Tabel 7 een samenvatting van de jaarplannen en realisatie van 2006 en 2007. Tabel 7: Planning en realisatie investering en onderhoud over 2006 en 2007 (in miljoenen) 2006 2007-1 Netuitbreidingen KCD 2006-2012 22,9 11,5 Jaarplan 14,7 13,0 Realisatie Jaarplan 77% 109% Vervangingen (incl. reconstructies) KCD 2006-2012 22,2 11,6 Jaarplan 30,6 23,0 Realisatie Jaarplan 118% 114% Onderhoud KCD 2006-2012 12,7 6,4 Jaarplan 12,4 7,8 Realisatie Jaarplan 89% 90% Uit Tabel 7 blijkt dat de feitelijke jaarplannen op sommige punten afwijken van de prognose die gegeven was in het KCD 2005: De jaarplannen voor uitbreidingsinvesteringen liggen lager dan aangegeven in het vorige KCD, zowel in 2006 als in 2007. Deze discrepanties tussen de ingeschatte netuitbreidingen worden gedreven door externe factoren en de daadwerkelijk noodzakelijke netuitbreidingen. Hetzelfde geldt voor reconstructies, die als onderdeel van de vervangingen worden beschouwd; De feitelijke jaarplannen voor vervangingsinvesteringen in 2006 en 2007 zijn hoger dan aangegeven in 2005. De oorzaak hiervan is het vervangingsprogramma voor aansluitleidingen wat sinds 2006 een stijgende lijn in de vervangingsinvesteringen tot gevolg heeft. Vanaf 2008 zal ook het vervangingsprogramma voor hoofdleidingen bij gaan dragen aan deze stijging; Het jaarplan voor uitgaven voor onderhoud hebben in 2007 een flinke stijging doorgemaakt. Dit is deels te verklaren doordat sinds begin 2007 alle investeringen onder de 5000,- worden geboekt onder exploitatie. Een andere oorzaak is een inhaalslag van inspecties, die reeds in 2006 uitgevoerd hadden moeten worden. Een laatste verklaring is de stijging van materiaal- en manuurkosten. Oorzaken van verschillen tussen planning en realisatie zijn onder andere: Vertraging ten gevolge van externe factoren (levertijden, planologische knelpunten, etc.). Met name deze factor is de oorzaak van de achterblijvende realisatie van de netuitbreidingen in 2006. Veranderingen in de kosten van materialen en ingehuurd personeel en productiviteitsverbetering bij de Service Provider, waardoor ondanks een adequate technische realisatie van de plannen discrepanties ontstaan tussen de financiële planning en de realisatie. De mate waarin elk van deze oorzaken bijdragen verschilt van geval tot geval en vormt een belangrijk aandachtspunt voor de Asset Manager. Dit vanwege het feit dat de precieze oorzaken bepalen in hoeverre bijsturing vereist is. In het bijzonder wanneer de technische realisatie van planbare activiteiten (zoals onderhoud en vervangingen) achterblijft, dient de Asset Manager actie te ondernemen. Bij andere oorzaken van discrepanties tussen plan en realisatie is dit niet aan de orde of minder urgent. 25
3 Capaciteit Volgens art. 14 van de Ministeriële Regeling moet de netbeheerder de capaciteitsbehoefte ramen voor netten met een druk van 200 mbar of meer. In dit hoofdstuk wordt daarom alleen aandacht besteed aan deze netten die door Essent Netwerk B.V. worden beheerd. 3.1 Capaciteitsbeslag voor elk jaar van de planperiode van 7 jaar 3.1.1 Methode van ramen De basis voor het ramen van de te verwachten capaciteit zijn de afgiften van de gasontvangstations zoals wij die van de Gasunie Transport Services ontvangen. Gasunie Transport Services heeft een automatisch systeem; het zogenaamde Capaciteit Registratie Systeem (CARS); waarin per uur de hoeveelheid gas die aan een gasontvangstation (GOS) wordt geleverd wordt vastgelegd. Met deze CARS-gegevens worden bij Essent Netwerk analyses uitgevoerd voor het bepalen van de belasting bij ontwerpcondities van het betreffende deelnet. Een deelnet is een distributienet dat door één of meerdere GOS-sen wordt gevoed. De toegepaste methodiek wordt aan de hand van de afgifte van Essent Netwerk B.V (totaal) toegelicht. Per deelnet wordt de uurwaarde over een periode van 1 jaar vastgesteld, zie Figuur 5. Als voorbeeld zijn voor het capaciteitsplan 2008-2014 de waarden van 1-1-2006 t/m 31-12-2006 gebruikt. Figuur 5: Totaal uurwaarden gasinkoop Essent Netwerk B.V. 2006 Uurwaarde gasinkoop (m 3 /h) 2.600.000 2.400.000 2.200.000 2.000.000 1.800.000 1.600.000 1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 0 Jan. Feb. Mrt. Apr. Mei Jun. Jul. Aug. Sep. Okt. Nov. Dec. Maand Totaal Op basis hiervan wordt de maximale en minimale gasinkoop op een bepaalde datum bepaald. Zie Figuur 6. 27
Figuur 6: Dagelijkse maximale en minimale uurwaarde 2006 Uurwaarde gasinkoop (m 3 /h) 2.600.000 2.400.000 2.200.000 2.000.000 1.800.000 1.600.000 1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 0 Jan. Max. Min. Feb. Mrt. Apr. Mei Jun. Jul. Aug. Sep. Okt. Nov. Dec. Maand Er bestaat een relatie tussen het gasverbruik en de buitentemperatuur. Door de gasinkoop van een bepaald deelnet te koppelen aan de buitentemperatuur, wordt de relatie voor het betreffende deelnet tussen de buitentemperatuur en de uurwaarde van de gasinkoop vastgesteld. Zie Figuur 7. Figuur 7: Uurwaarde gasinkoop (functie buitentemperatuur) Uurwaarde gasinkoop (m 3 /h) 2.600.000 2.400.000 2.200.000 2.000.000 1.800.000 1.600.000 1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 0-8 -6-4 -2 0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 29 22 24 26 28 30 32 34 Debiet (m 3 /h) Buitentemperatuur ( o C) 28
Vervolgens wordt het maximale debiet als functie van de buitentemperatuur voor het betreffende deelnet bepaald. Zie Figuur 8. Figuur 8: Maximaal debiet als functie van de buitentemperatuur Kubieke meter/uur 3.400.000 3.200.000 3.000.000 2.800.000 2.600.000 2.400.000 2.200.000 2.000.000 1.800.000 1.600.000 1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 0-15 -10-5 0 5 10 15 20 25 30 35 Regressie lijn m 3 /h Temperatuur landelijk Aan de hand van deze grafiek wordt het debiet vastgesteld dat bij de ontwerptemperatuur van -13 0 C (zie hiervoor paragraaf 3.1.2) in het betreffende deelnet nodig is en moet kunnen worden getransporteerd. Hiermee is de maximale capaciteit voor 2006 vastgesteld. Op bovengenoemde wijze is voor alle deelnetten het maximale debiet vastgesteld. Vervolgens wordt het accres per deelnet per jaar bepaald op basis van de uitbreidingsplannen voor de komende jaren. Voor de gevraagde capaciteiten wordt hierbij uitgegaan van kentallen uit de ontwerprichtlijnen, tenzij nauwkeurigere aansluitwaarden bekend zijn. Tot slot wordt nagegaan of de verwachte verbruiken tot capaciteitsknelpunten in het net leiden. Op plaatsen waar op basis van de voorgaande uitkomsten capaciteitsknelpunten zijn te verwachten, worden drukmetingen in het net verricht om na te gaan of de berekeningen kloppen met de werkelijkheid. 3.1.2 Uitgangspunten raming Toegepaste kentallen Voor het vaststellen van de toename van de gevraagde capaciteit is uitgegaan van de volgende kentallen uit de Ontwerprichtlijnen Gas : Huishoudelijk verbruik 1,2 m 3 /h of, indien het aantal woningen niet bekend is, 40 m 3 /ha Handelsterreinen 45 m 3 /ha Industrie 80 m 3 /ha Tuinbouw 150 m 3 /ha 29
Ontwerptemperatuur Essent Netwerk BV gebruikt voor het ontwerpen van gasnetten e.d. een etmaaltemperatuur van 13 C en een windsnelheid van 5 m/s. Dit wordt onderbouwd met de gemeten etmaaltemperatuur en transmissie-berekening. GOS Gemeten etmaaltemperatuur De te hanteren ontwerptemperatuur is vastgesteld aan de hand van de door het KNMI verstrekte gegevens. Als uitgangspunt zijn genomen de gemeten temperaturen van diverse binnen het verzorgingsgebied gelegen meteorologische opnamestations. Tabel 8: Samenvatting Klimaatgegevens Samenvatting klimaatgegevens. Periode 1906-2007 Groningen Twente Maastricht Aantal dagen etmaaltemperatuur < -13 C 17 20 11 Aantal dagen met gem. windsnelheid > 5 m/s en etmaaltemperatuur < -13 C 7 4 1 Aantal perioden van minstens 2 dagen met etmaaltemp. < -13 C 4 4 1 Aantal perioden van minstens 3 dagen met etmaaltemp. < -13 C 1 2 0 30
Uit bovenstaande Tabel 8 blijkt dat het zeer uitzonderlijk is dat de etmaal buitentemperatuur < -13 C, en gelijktijdig de windsnelheid > 5 m/s bedraagt (1 etmaal in de 15 á 20 jaar). Uit de tabel blijkt tevens dat het nóg uitzonderlijker is dat de etmaaltemperatuur over langere tijd (meerdere dagen) < -13 C bedraagt. Tevens is algemeen bekend dat een gebouw warmte accumuleert. Deze geaccumuleerde warmte wordt bij deze extreme temperatuur aangewend. Transmissieberekening Een tweede reden voor het gebruik van de minimale ontwerptemperatuur van -13 C is gelegen in het feit dat de transmissieberekeningen van gebouwen ontworpen worden met een minimale buitentemperatuur van -10 C. In het bouwbesluit worden de uitgangspunten voor het maken van transmissieberekeningen aangegeven. De transmissieberekeningen voor woningen en utiliteitsgebouwen zijn gebaseerd op het verschil tussen de gewenste binnentemperatuur en een buitentemperatuur van -10 C en een windsnelheid van 5 m/s. Door uit te gaan van een minimale buitentemperatuur van -13 C in plaats van -10 C zoals gebruikelijk in transmissieberekeningen is tevens de aanwarmtoeslag gecompenseerd. 3.1.3 Analyse betrouwbaarheid raming De uitgangspunten voor het opstellen van verschillende scenario s worden voor een belangrijk deel bepaald door externe factoren zoals politieke, economische en technologische. Binnen de zichtperiode van dit KCD zijn geen grote positieve en/of negatieve veranderingen te verwachten. Mochten veranderingen sneller gaan dan verwacht, dan zijn zullen deze een grotere invloed hebben op elektriciteits- dan op gasverbuik. Bij hogere economische groei zullen individuele verbruikers bijvoorbeeld niet meer gas gaan verbruiken. Om deze reden wordt in dit KCD voor de bepaling van de capaciteitsbehoefte uitgegaan van het scenario gemiddelde groei. Het scenario is gebaseerd op gerealiseerde afgiften en toenamen van het verbruik bij ontwerptemperatuur, op basis van kentallen en voor zover beschikbaar opgegeven waarden van grootverbruikers. Voor de komende jaren wordt geen autonome groei van de gasvraag verwacht; dit als gevolg van de stijgende gasprijs. Een stijgende gasprijs bevordert energie(gas)besparing bij de individuele verbruikers. Voor de verwachte capaciteitsvergroting als gevolg van nieuwbouwplannen wordt uitgegaan van de plannen die de gemeenten en provincies hebben. Deze worden voor 100% meegenomen. De praktijk heeft uitgewezen dat de realisatie van het aantal woningen jaarlijks achterblijft bij de prognoses. Ook het vullen van industrie- en kantoorparken verloopt niet altijd in het geplande tempo. Dit leidt er toe dat de uiteindelijke capaciteitsvraag doorgaans lager uitvalt dan de optimistische inschattingen van gemeenten en planontwikkelaars. Jaarlijks worden de gevraagde capaciteiten voor de komende jaren opnieuw vastgesteld en besproken met GTS. Per jaar kan dus bijstelling plaatsvinden. Mocht aanpassing van de stations- of leidingcapaciteit nodig zijn, dan is dit tijdig te verwezenlijken. 3.1.4 Onzekerheid in de ramingen Ramingen met betrekking tot de belastingsgroei en de daaruit voortvloeiende toekomstige vraag naar transportcapaciteit zijn met onzekerheden omgeven. Het effect van deze onzekerheden is echter zeer beperkt. De redenen hiervoor zijn de volgende. Voor wat betreft het normale accres, d.w.z. het accres ten gevolge van ontwikkelingen op beperkte schaal, zoals woningbouw, vestiging van MKBbedrijven en veranderingen in de toepassing van gas (bijv. warmtepompen, HR-ketels en DCO in woonhuizen) geldt dat deze ontwikkelingen relatief langzaam verlopen en bovendien niet of nauwelijks invloed hebben op de richting waarin en de locaties waartussen transporten plaatsvinden, 31
maar alleen op de volumes hiervan. Een foutieve inschatting van (het effect van) deze ontwikkelingen leidt daarom hoogstens tot het eerder of later uitvoeren van al geplande netuitbreidingen t.b.v. het vergroten van de transportcapaciteit maar zal geen principiële koerswijzigingen tot gevolg hebben. Het effect op de topologie van de netwerken van grote, sprongsgewijze veranderingen in de vraag naar transportcapaciteit, c.q. trendbreuken, is aanmerkelijk groter. Hiervoor geldt dat de plannen (vaak van één grote klant) die dergelijke sprongsgewijze veranderingen veroorzaken omvangrijk en kapitaalintensief zijn. De realisatietijd van dergelijke plannen is vergelijkbaar met of zelfs langer dan de realisatietijd van nieuwe infrastructuur. De praktijk heeft dan ook uitgewezen dat ook een foutieve inschatting van ontwikkelingen die leiden tot een sprongsgewijze verandering in de vraag naar transportcapaciteit geen of slechts een beperkte invloed zal hebben op de mogelijkheid om te voldoen aan de vraag naar transportcapaciteit. 3.1.5 Uitwisseling prognose met andere netbeheerders Jaarlijks worden met GTS de prognoses van de verwachte gevraagde capaciteit van de gasontvangstations besproken en wordt bekeken of dit tot problemen in de beschikbare capaciteit van de gasontvangstations zal leiden. In Friesland bestaat een tweetal overdrachtspunten tussen Essent Netwerk en Continuon Netwerk. Uit overleg blijkt dat er op dit vlak geen knelpunten te verwachten zijn. 3.1.6 Raming capaciteitsbehoefte De raming van de capaciteitsbehoefte heeft plaatsgevonden volgens de methodiek zoals weergegeven in paragrafen 3.1.1 t/m 3.1.3. De resultaten daarvan zijn per deelnet vermeld in bijlage 12. In bijlage 13 zijn grafische overzichten van de hogedruk deelnetten weergegeven. 3.2 Hoe worden de capaciteitsknelpunten opgelost? De capaciteitsknelpunten worden opgelost door de daartoe benodigde netuitbreidingen te realiseren. Dit gebeurt in de vorm van netuitbreidingsprojecten. De projecten worden ge-engineerd, de benodigde materialen worden besteld en vervolgens wordt het project uitgevoerd, opgeleverd en in bedrijf gesteld. De doorlooptijd van dergelijke projecten ligt veelal tussen de een en twee jaar. Uiteraard worden de geplande uitbreidingsprojecten ook in de begrotingscyclus betrokken. 3.3 Maatregelen ter voorkoming van knelpunten Knelpunten in het net, tekorten aan transportcapaciteit, kunnen op de volgende manieren opgelost worden: toepassen van netverzwaring, het vervangen van leidingen; leggen van een parallelleiding; leggen van een verbindingsleiding naar een net met overcapaciteit. In paragraaf 3.4 zijn de bestaande capaciteitsknelpunten aangegeven met hun oplossingsrichting. In paragraaf 3.5 zijn de te verwachten knelpunten met hun oplossingsrichting aangegeven. 3.4 Bestaande capaciteitsknelpunten en oplossingsrichtingen 3.4.1 Aanpassingen t.o.v. de capaciteitsplannen 2006-2012 Op de volgende pagina s wordt per provincie een overzicht gegeven van de in het KCD 2006-2012 genoemde knelpunten met hun huidige status. 32
In KCD 2006-2012 genoemde knelpunten met hun huidige status: Groningen Deelnet Jaar Knelpunt Oplossing Status & toelichting optreden Groningen Reitdiep; Sontweg; Stuurboordswal; Via Lab (7 bar) Na 2007 Uitbreidingsplan Groningen, Meerstad (8.700-10.000 woningen). Ligt buiten de huidige HD-structuur Verzwaring en uitbreiden 7 bar net Uitbreidingsplan Meerstad is nog niet geconcretiseerd. Hoogkerk Redingiusweg (8 bar) Na 2007 Plan industrieterrein Westpoort (100 150 ha). De bestaande HD infrastructuur is bij volledige uitvoering van de plannen ontoerijkend Verzwaring en uitbreiden 8 bar net Nog niet gestart, bouwrijp maken Warfhuizen; Bedum; Roodeschool (8 bar en 3 bar) Na 2006 Eemshaven en tuindersgebied, aanwezige 3 bar net is bij volledige uitvoering plannen ontoereikend. Verzwaring en uitbreiden 3 bar net of uitbreiden 8 bar net. Capaciteit is op dit moment toereikend. In KCD 2006-2012 genoemde knelpunten met hun huidige status: Friesland Deelnet Jaar Knelpunt Oplossing Status & toelichting optreden Leeuwarden Edisonstr.; Na 2006 Leeuwarden Esdoornstr.; Beetgummermolen (8 bar) Uitbreidingsplan Leeuwarden, De Zuidlanden, ca. 6.000 woningen. Ligt buiten de huidige HD-structuur Verzwaring en uitbreiden 8 bar net Wordt in 2007 en 2008 uitgevoerd. In KCD 2006-2012 genoemde knelpunten met hun huidige status: Drenthe Deelnet Jaar Knelpunt Oplossing Status & toelichting optreden Assen Marsdijk; Assen Witterstraat (8 bar) en Gasselternyveenschemond; Gieten; Vries; Zuidlaren (8 bar en 1 bar) Na 2009 Uitbreidingsplan Assen, Noordelijke stadsrandzone, 400 hectare wonen, 300 hectare bedrijven. Ligt grotendeels buiten het door GTS begrensde voorzieningsgebied van Assen. Voeding vanuit het 1 bar net Vries- Zijen is niet mogelijk. Voeding vanuit 8 bar net Assen, verzwaren en uitbreiden 8 bar net. Uitbreidingsplan Noordelijke stadsrandzone is nog niet geconcretiseerd. Emmen; Noord-Sleen (8 bar) Na 2006 Uitbreidingsplan Emmen, Delflanden, ca 3000 woningen Verzwaring en uitbreiden 8 bar net Wordt in 2007 uitgevoerd. In KCD 2006-2012 genoemde knelpunten met hun huidige status: Overijssel Deelnet Jaar Knelpunt Oplossing Status & toelichting optreden 8/4 bar Deventer 2006 Door verdere uitbreiding van woningbouw op VINEX-lokatie de Vijfhoek ontstaat er een capaciteitsprobleem in het 4 bar net. In een deel van het 4 bar net de druk verhogen naar 8 bar. Netdruk is verhoogd, knelpunt is opgelost. 8 bar/4 bar Kampen 2006 Door verdere uitbreiding van glastuinbouw in de Koekoekspolder ontstaan capaciteitsproblemen in zowel het 4 als het 8 bar net. Fasegewijs zowel verzwaren van het voedende 8 bar net als het vervangen van het 4 bar net door 8 bar. In 2006 is een gedeelte van het 4 bar net vervangen door 8 bar; in 2007 wordt een gedeelte van het voedende 8 bar net verzwaard. 8 bar Hasselt-Genemuiden 2006-2007 Door verdere uitbreiding van industrie en woningbouw in Genemuiden en Hasselt ontstaat een capaciteitstekort in het 8 bar net. Fasegewijs verzwaren van het voedende 8 bar net. Knelpunt is nog niet actueel gebleken, nog geen verzwaring uitgevoerd. 33
In KCD 2006-2012 genoemde knelpunten met hun huidige status: Noord-Brabant Deelnet Jaar Knelpunt Oplossing Status & toelichting optreden Steenbergen 2006/2007 Door verdere uitbreiding van klanten in tuindersgebied Stierenweg e.o. wordt de inlaatdruk voor het districtstation van dorpskern Nieuw Vossenmeer (Burg. Catshoeklaan) te laag. Roosendaal 2008 Door de ontwikkeling van het industrie terrein Borchwerf, 2e en 3e fase, ontstaat er een knelpunt in de aanvoerleiding vanaf het GOS richting het industrieterrein. Tilburg: Rauwbraken / t Laar Verzwaren HD-gasleiding uitloper naar Nieuw-Vossenmeer, traject Drie Lindekensdijk richting Nootendaalsedijk. Verzwaring van de uitgaande HD-leiding vanaf het GOS, ± 800 meter. 2007 Ontsluiting industrieterrein T58. Bestaande HD-leiding op het Industrieterrein Katsbogte verzwaren. Alternatief in onderzoek, uitvoering vertraagd. Ontwikkeling van het industrieterrein vertraagd. Is voltooid in 2006. Dongen 2006 Door de vestiging van tuinders (glas) in het noord/oostelijk deel van de gemeente Dongen ontstaat er een knelpunt aan de Fazantenweg in Dongen. Kaatsheuvel 2006 Ontsluiting van de nieuwbouwwijk Landgoed Driessen. Verzwaren van de HD gasleiding in de fazantenweg, over een lengte van ± 1000 meter. Netverzwaring van uit de Rembrandlaan Sprang-Capelle Lengte 1200 meter. Herstructurering van het tuinbouwgebied is vertraagd. Verwachting capaciteitsknelpunt niet voor 2009/2010. Wordt voltooid in 2007. Tilburg: Voldijk ( 8-bar) 2006 Ontsluiting van het industrieterrein Vossenberg west. Aanleg HD-net. Gedeeltelijk ontsloten in 2006/2007, afhankelijk van de invulling wordt het laatste deelgebied 2009/2010 ontsloten. Waalwijk 2007 Inrichting Industrieterrein Haven VII. HD-leiding verzwaren vanaf GOS in het centrum Wilhelminastraat en Janstraat ± 500 meter. Inrichting van het industrieterrein blijft achter op het plan. Verwachting capaciteitsknelpunt 2010. Vlijmen 2007 Plan ZLTO uitbreiding van de glastuinbouw in het deelgebied Haarsteeg. afhankelijk van de definitieve vestiging van de tuinders ontstaat er een knelpunt aan de Tuinbouwweg. Drunen 2007 Plan ZLTO uitbreiding van de glastuinbouw in het deelgebied Elshout. afhankelijk van de definitieve vestiging van de tuinders ontstaat er een knelpunt aan de Elshoutseweg. Den Bosch 2006 I.v.m. de verdere ontwikkeling van het BP de Grote Wielen ontstaat er een capaciteitsprobleem in het 8 bar net. Verzwaring HDgasleiding aan de Tuinbouwweg. Verzwaring HDgasleiding aan de Elshoutseweg. Uitbreiding van het 8 bar net. Herstructurering van het tuinbouwgebied is vertraagd. Verwachting capaciteitsknelpunt niet voor 2009/2010 Herstructurering van het tuinbouwgebied is vertraagd. Verwachting capaciteitsknelpunt niet voor 2009/2010. Bouwplan vertraagd. Netuitbreiding nu in uitvoering. In 2007 gereed. Limburg In het voorgaande KCD werd aangegeven dat er in de zichtperiode geen capaciteitsknelpunten waren te verwachten. 34
3.5 Te verwachten capaciteitsknelpunten en oplossingsrichtingen 3.5.1 Algemeen Binnen het Netdeel Groningen is in de afgelopen periode een drietal aanvragen gedaan voor de invoeding van biogas in ons net. Bij de behandeling van deze aanvragen blijkt dat invoeden van een constante hoeveelheid biogas op het gasnet niet zondermeer mogelijk is. 3.5.2 Specificatie knelpunten In de onderstaande tabellen is per provincie aangegeven welke knelpunten in het transportnet op basis van de geraamde capaciteit worden verwacht en in welk jaar het knelpunt naar verwachting zal optreden. Tevens is de oplossingsrichting aangegeven om het knelpunt te voorkomen. De eventuele ontwikkeling van de te verwachten knelpunten zullen nauwlettend worden gevolgd en zullen tijdig worden opgelost. Groningen Deelnet Verwacht Knelpunt Oplossing jaar van optreden Groningen Reitdiep; Sontweg; Stuurboordswal; Via Lab (7 bar) Na 2009 Uitbreidingsplan Groningen, Meerstad (8.700 10.000 woningen). Ligt buiten de huidige HD-structuur. Verzwaring en uitbreiden 7 bar net Hoogkerk Redingiusweg (8 bar) Na 2008 Plan industrieterrein Westpoort (100 150 ha). De bestaande HD infrastructuur is bij volledige uitvoering van de plannen ontoerijkend. Verzwaring en uitbreiden 8 bar net Warfhuizen; Bedum; Roodeschool (8 bar en 3 bar) Na 2008 Eemshaven en tuindersgebied, aanwezige 3 bar net is bij volledige uitvoering plannen ontoereikend. Verzwaring en uitbreiden 3 bar net of uitbreiden 8 bar net. Grijpskerk; Noordhorn; Grotegast, Leek (8 bar) Onbekend In dit deelnet is mogelijk sprake van invoeding van biogas. invoeden van een constante hoeveelheid biogas op dit deelnet is niet zondermeer mogelijk. De oplossing is sterk afhankelijk van de plaats van invoeding. Friesland Deelnet Verwacht Knelpunt Oplossing jaar van optreden Er worden geen knelpunten onderkend. Drenthe Deelnet Verwacht Knelpunt Oplossing jaar van optreden Assen Marsdijk; Assen Witterstraat (8 bar) en Gasselternyveenschemond; Gieten; Vries; Zuidlaren (8 bar en 1 bar) Na 2009 Uitbreidingsplan Assen, Noordelijke stadsrandzone, 400 hectare wonen, 300 hectare bedrijven. Ligt grotendeels buiten het door GTS begrensde voorzieningsgebied van Assen. Voeding vanuit het 1 bar net Vries-Zijen is niet mogelijk. Voeding vanuit 8 bar net Assen, verzwaren en uitbreiden 8 bar net. Hooghalen; Eursinge; Beilen; Rolde (4 bar) Onbekend In dit deelnet is mogelijk sprake van invoeding van biogas. invoeden van een constante hoeveelheid biogas op dit deelnet is niet zondermeer mogelijk. De oplossing is sterk afhankelijk van de plaats van invoeding. 35
Noord-Brabant Deelnet Verwacht Knelpunt Oplossing jaar van optreden Steenbergen 2008 Door verdere uitbreiding van klanten in tuindersgebied Stierenweg e.o. wordt de inlaatdruk voor het districtstation van dorpskern Nieuw Vossenmeer (Burg. Catshoeklaan) te laag. Roosendaal 2009 Door de ontwikkeling van het industrieterrein Borchwerf, 2e en 3e fase, ontstaat er een knelpunt in de aanvoerleiding vanaf het GOS richting het industrieterrein. Verzwaren HD-gasleiding uitloper naar Nieuw- Vossenmeer, traject Drie Lindekensdijk richting Nootendaalsedijk. Mogelijk alternatief de ontkoppeling van de GOS-en Stierenweg en Steenbergen-centrum. Verzwaring van de uitgaande HD-leiding vanaf het GOS, ± 800 meter Etten-Leur Afhankelijk van de tuinbouwactiviteiten Etten-Leur Zuid Door mogelijke herstructurering/uitbreiding van de tuinbouw in Etten-Leur Zuid onstaat mogelijk een te lage netdruk in het zuidelijk deel van het 8 bar net. Verzwaring van het bestaande HD-net danwel ringvorming in het bestaande zuidelijke netdeel. Waalwijk 2010 Inrichting Industrieterrein Haven VII. HD-leiding verzwaren vanaf GOS in het centrum Wilhelminastraat en Janstraat ± 500 meter. Vlijmen 2009 Plan ZLTO uitbreiding van de glastuinbouw in het deelgebied Haarsteeg. afhankelijk van de definitieve vestiging van de tuinders ontstaat er een knelpunt aan de Tuinbouwweg. Drunen 2009 Plan ZLTO uitbreiding van de glastuinbouw in het deelgebied Elshout. afhankelijk van de definitieve vestiging van de tuinders ontstaat er een knelpunt aan de Elshoutseweg. Verzwaring HD-gasleiding aan de Tuinbouwweg. Verzwaring HD-gasleiding aan de Elshoutseweg. Valkenswaard (1bar) 2009 Overschrijding toegestaan drukverlies Netverzwaring. Limburg Deelnet Verwacht Knelpunt Oplossing jaar van optreden PG Helden 8 en 4 bar 2007 Ontwikkeling tuinbouwgebied Californië Netverzwaring 2009 Ontwikkeling verschillende industrieterreinen/ verdere ontwikkeling tuinbouwgebied Siberië. 2012 Ontwikkeling verschillende industrieterreinen/ verdere ontwikkeling tuinbouwgebied Siberië. Netverzwaring Netverzwaring 36
4 Kwaliteitsbeheersingssysteem 4.1 Introductie In paragraaf 4.2 wordt eerst de organisatie van Essent Netwerk B.V. toegelicht. Vervolgens wordt in paragraaf 4.3 aangegeven hoe de kwaliteit beheerst wordt van het traject van ontwerp tot en met amoveren. Omdat ook, zoals in hoofdstuk 2 staat, veiligheid een element in het kwaliteitsproces is wordt hier in paragraaf 4.4 aandacht aan geschonken. 4.2 Organisatie en werkwijze Essent Netwerk B.V. 4.2.1 Organisatiemodel Essent Netwerk B.V. Om haar activiteiten optimaal uit te voeren, is de organisatie van Essent Netwerk ingericht conform het Asset Management organisatiemodel. Elk van de partijen in dit organisatiemodel heeft een specifieke verantwoordelijkheid: De Asset Owner is verantwoordelijk voor het bepalen van de met de assets te realiseren doelstellingen/ prestaties en het beschikbaar stellen van de daarvoor benodigde (financiële) middelen. De Asset Manager is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van beleid waarmee de doelstellingen van de Asset Owner optimaal kunnen worden verwezenlijkt. Daarnaast zorgt hij voor de adequate uitbesteding aan de Service Provider en de voortgangsbewaking over de in opdracht gegeven werkzaamheden. De Service Provider is verantwoordelijk voor het effectief en efficiënt uitvoeren van de door de Asset Manager ontwikkelde en door de Asset Owner geaccordeerde maatregelen. Binnen Essent Netwerk ligt de rol van Asset Owner bij de directie, de rol van Asset Manager bij de afdeling Asset Management en de rol van Service Provider bij de afdeling Infra Services. In Figuur 9 is het gekozen organisatiemodel grafisch weergegeven. De belangrijkste reden voor het onderscheiden van deze rollen is het realiseren van een optimale effectiviteit en efficiëntie. Door bij elke interface het formuleren van het beleid en het uitvoeren daarvan te scheiden, wordt voorkomen dat organisatie-onderdelen hun eigen werk gaan genereren en/of hun doelstellingen (te) gemakkelijk aanpassen aan de feitelijke ontwikkelingen. Daarnaast wordt door de specialisatie die het gevolg is van deze rolscheiding bewerkstelligd dat alle betrokken partijen in hun rol kunnen groeien. Figuur 9: Het Asset Management Organisatiemodel Asset Owner Bepaalt doelstellingen: Bedrijfswaarden KPI's en doelen Doelen Voortgangsrapportage Prestatierapportage Asset Manager Vertaalt doelstellingen in beleid: Effectiviteit Efficiëntie Voortgangsbewaking uitvoering Werkorders Service Provider Voert beleid uit: Operationele efficiëntie 4.2.2 Risk Based Asset Management proces Het nemen van complexe beslissingen over grote aantallen assets die bovendien een zeer grote diversiteit vertonen, vereist een geavanceerde besluitvormingsmethodiek om te waarborgen dat de beschikbare (financiële) middelen optimaal worden aangewend. Het aantal alternatieve bestedingsmogelijkheden is namelijk vrijwel onbeperkt en de mogelijke alternatieven dienen bovendien vanuit verschillende gezichtspunten te worden geëvalueerd. Met andere woorden: de bijdrage van de mogelijke alternatieven aan de bedrijfsdoelstellingen dient te worden bepaald om die alternatieven die de grootste bijdrage leveren aan de prestaties te kunnen selecteren. Essent Netwerk B.V. past voor het nemen van beslissingen m.b.t. de allocatie van het beschikbare budget de door haar zelf ontwikkelde en conform PAS-55 en ISO 9001:200 gecertificeerde Risk Based Asset Management methodiek toe (zie bijlage 14). Globaal omvat Risk Based Asset Management de volgende stappen: 1. Risico-inventarisatie en analyse: identificeren, inventariseren en analyseren van risico s die de bedrijfsdoelstellingen van de Asset Owner (kunnen) bedreigen, inclusief bepaling van het risico-niveau op basis van het daartoe door de Asset Owner opgestelde beoordelingskader. 2. Ontwikkeling van alternatieve oplossingen: bepalen van mogelijke maatregelen om het niveau van de gevonden risico s te reduceren. 38
3. Keuze en goedkeuring: het selecteren van een optimale combinatie van maatregelen op basis van hun effectiviteit, die aan de hand van de bedrijfsdoelstellingen wordt beoordeeld met gebruikmaking van portfolio-optimalisatie. 4. Implementatie en programmamanagement: het uitvoeren van de gekozen combinatie van maatregelen door middel van concrete uitwerking, opdrachtverlening aan de service provider en voortgangsbewaking. 5. Evaluatie: evalueren van de uitvoering van de verleende opdrachten op drie niveaus, namelijk de feitelijke voortgang, de kosten en de uitvoering van de maatregel en eventuele optimalisatiemogelijkheden daarbij en de bijdrage van het uitvoeren van de maatregel aan de reductie van de risico s. De opzet van de Risk Based Asset Management methodiek is grafisch weergegeven in de onderstaande figuur. Belangrijk kenmerk van de methodiek is dat bij het inventariseren van risico s niet uitsluitend gebruik wordt gemaakt van historische gegevens, maar tevens veel breder wordt gekeken. Dit is in het bijzonder van belang voor het identificeren en zo mogelijk op effectieve wijze reduceren van risico s met een relatief lage frequentie van optreden en tegelijk ingrijpende consequenties. Dergelijke risico s zullen bij het beschouwen van historische gegevens namelijk niet snel naar voren komen. Figuur 10: Samenvatting van Essent Netwerk's gecertificeerde Risk Based Asset Management methodiek Risicoinventarisatie en -analyse Ontwikkeling van alternatieve oplossingen Keuze en goedkeuring Implementatie en programma management Evaluatie Toepassing van de Risk Based Asset Management benadering waarborgt een optimale balans tussen de bedrijfsdoelstellingen en daarmee tussen de belangen van alle betrokken partijen (in het bijzonder de aangeslotenen, de medewerkers en de aandeelhouders) op korte en lange termijn. De Asset Manager van Essent Netwerk B.V. werkt op basis van een vijftal bedrijfsdoelstellingen, namelijk: Veiligheid: Het beleid van Asset Management heeft een grote mate van invloed op de aard van de door Infra Services uit te voeren werkzaamheden en op de omstandigheden waaronder deze (kunnen) worden uitgevoerd. Daarnaast kunnen de activiteiten van Essent Netwerk B.V. en de daarvoor benodigde componenten en materialen een potentieel gevaar vormen voor derden. Kwaliteit/Betrouwbaarheid van Levering: Het transporteren van gas en elektriciteit over haar netwerken vormt de primaire activiteit van Essent Netwerk B.V. Bij het nemen van besluiten wordt de invloed van de alternatieven op de kwaliteit van deze dienstverlening, waarvan de betrouwbaarheid deel uitmaakt, vanzelfsprekend in de overwegingen betrokken. Economie: In de door Asset Management beheerde netwerken is een groot bedrag geïnvesteerd. Deze investering dient uiteraard aan bepaalde rendementseisen te voldoen. Wettelijkheid: Asset Management blijft bij de besluitvorming uiteraard binnen de kaders van de relevante wet- en regelgeving. Reputatie: Essent Netwerk B.V. hecht eraan dat haar reputatie in overeenstemming is met haar feitelijke handelwijze als deskundig netbeheerder die de hem opgedragen taak op maatschappelijk verantwoorde wijze uitvoert. Indien nodig wordt de reputatie daartoe actief bewaakt. Benadrukt wordt, dat door toepassing van de Risk Based Asset Management methodiek niet alleen integraal wordt geoptimaliseerd over de bedrijfsdoelstellingen, maar ook over het volledige palet aan mogelijke maatregelen voor de instandhouding en uitbreiding van de netten. Deze maatregelen dienen immers alle dezelfde bedrijfsdoelstellingen. Van de bij energiebedrijven van ouds her gebruikelijke scheiding tussen instandhouding van de bestaande netten enerzijds en planning en uitbreiding anderzijds, waarbij het risico van suboptimalisatie op de loer ligt, is bij Essent Netwerk B.V. dan ook geen sprake. Risk Based Asset Management in dit document In de paragrafen 2.4 is een samenvatting gegeven van de algehele toestand van de door Essent Netwerk B.V. beheerde gasnetten. In paragraf 2.6 komt het onderhouds- en vervangingsbeleid van Essent Netwerk B.V. aan de orde. Feitelijk vormen deze paragrafen een samenvatting van de inzichten die Essent Netwerk B.V. door toepassing van de Risk Based Asset Management heeft vergaard. Aan de inhoud hiervan liggen dus risicoanalyses, strategieën en tactieken ten grondslag. In paragraaf 2.8 wordt beschreven op welke wijze Essent Netwerk B.V. het (onderhouds- en vervangings)beleid evalueert. De aldaar genoemde drie niveaus van evaluatie zijn in Figuur 11 binnen de Risk Based Asset Management methodiek geplaatst. 39
Risicoinventarisatie en -analyse Ontwikkeling van alternatieve oplossingen Keuze en goedkeuring Implementatie en programma management Evaluatie Voortgang en kwaliteit uitvoering Kwaliteit beleid Bijdrage beleid aan beheersing en risico's Figuur 11: Drie niveau's van evaluatie in de RBAM methodiek In hoofdstuk 3 wordt beschreven op welke wijze wordt voorzien in de in de toekomst verwachte behoefte aan transportcapaciteit. In het bijzonder voor de stroombelastbaarheid van de componenten die daarbij als uitgangspunt genomen wordt, zoals beschreven in paragraaf @, geldt dat deze ook bepaald is op basis van de Risk Based Asset Management methodiek, waarbij het risico van overbelasting en de gevolgen daarvan wordt afgewogen tegen het risico van een gebrekkige uitnutting. 4.2.3 De praktijk: activiteiten Inventariseren en analyseren risico s Het concept risico speelt in de Risk Based Asset Management methodiek een centrale rol. Een risico is een potentiële negatieve invloed op één of meerdere bedrijfsdoelstellingen. Op dit moment wordt gewerkt met de reeds in het bovenstaande genoemde vijf bedrijfsdoelstellingen. Een risico wordt gekarakteriseerd door de kans van optreden en het effect bij optreden. Een risico-niveau is de verzameling van alle combinaties van kans en effect die een gelijke ernst hebben. Een risico met een ernstig effect, maar een kleine kans van optreden kan van hetzelfde niveau zijn als een risico met een gering effect, maar een grote kans van optreden. Het is van belang in te zien dat het begrip risico in deze context op zichzelf neutraal is. Het niveau van het risico bepaalt het gewicht ervan. Knelpunten MeldSysteem (KMS) 40
Vanwege de centrale rol van risico s in de Risk Based Asset Management methodiek, besteedt Essent Netwerk buitengewoon veel aandacht aan het identificeren van risico s. Risico s kunnen via het infranet op laagdrempelige wijze door alle medewerkers gemeld worden op basis van hun persoonlijke ervaring en deskundigheid. Essent Netwerk werkt op dit moment aan het uitrollen van een zogenaamde Knelpunten Meld Systeem (KMS) dat tot doel heeft om dit te ondersteunen. Daarnaast worden risico s geïdentificeerd in en gedestilleerd uit: (Analyses van) de faalcodes die worden teruggerapporteerd na inspecties; Storingsrapportages en (analyses van) de gegevens in de Nestor database, waarin alle storingen worden vastgelegd; Analyse van de veiligheidsindicator; Analyses van (meldingen van) ongewenste gebeurtenissen en ongevallen, die door de afdeling HSE (Health Safety and Environment) worden gecoördineerd; Het storingsoverleg: een overleg dat eens per kwartaal plaatsvindt en waarbij de afhandeling van omvangrijke en/of bijzondere storingen wordt besproken door vertegenwoordigers van de Asset Manager en de Service Provider; (Internationale) vakliteratuur en bezoeken aan symposia en conferenties; Kennisuitwisseling met andere netbeheerders, o.a. in Energiened verband. Ontwikkelen strategieën en tactieken De geïdentificeerde risico s zijn de basis voor het ontwikkelen van strategieën. Een strategie is een keuze uit alternatieven om tot risico-reductie te komen. Dit is het geval wanneer er in het licht van het vastgestelde risico-niveau nog onvoldoende beleid bestaat om het niveau van het betreffende risico te reduceren. Strategieën worden vervolgens uitgewerkt tot tactieken, concrete handvatten om beleid uit te voeren. Uitvoeren strategieën en tactieken Jaarlijks wordt op basis van de geldende tactieken een zgn. Jaarplan opgesteld, dat tot stand komt door het toepassen van de strategieën en tactieken op de netwerken. Dit wordt vervolgens in uitvoering gegeven bij de Service Provider, Infra Services. Uitvoering van het Jaarplan leidt tot reductie van te hoge risico s en realisatie van de overige doelstellingen van de Asset Owner. Voor direct klantgedreven werkstromen (nieuwe aansluitingen en een deel van de netuitbreidingen) en het oplossen van storingen worden in het Jaarplan richtbedragen opgenomen die tot stand komen op basis van realisaties uit het verleden en een beschouwing van de relevante omgevingsfactoren zoals bouwplannen, etc. Opdrachtverlening, voortgangsbewaking en eventuele bijsturing wordt uitgevoerd door de geografisch gedecentraliseerde onderdelen van de afdeling Asset Management. Door Infra Services wordt maandelijks gerapporteerd. Elk kwartaal maakt Asset Management een diepgaande analyse van de financiële en technische realisatie; indien de resultaten daartoe aanleiding geven, wordt de Service Provider bijgestuurd of wordt het Jaarplan aangescherpt en/of gewijzigd. Evalueren van risico's, strategieën en tactieken De evaluatie van het gevoerde beleid, waaronder het onderhouds- en vervangingsbeleid, vormt een belangrijk onderdeel van de door Essent Netwerk ontwikkelde en toegepaste Risk Based Asset Management methodiek en is daarmee verankerd in de gecertificeerde processen. Toetsing voortgang en kwaliteit uitvoering Allereerst wordt bepaald of en hoe de uitvoering van het beleid plaatsvindt. Daarbij wordt zowel gekeken naar de voortgang als naar de kwaliteit van de uitvoering. Immers, wanneer het beleid niet of gebrekkig zou worden uitgevoerd, is het niet mogelijk en zinvol de bijdrage van dit beleid aan de instandhouding en verbetering van de kwaliteit van de netwerken en aan het oplossen van capaciteitsknelpunten te bepalen. De voortgang van het beleid wordt getoetst door de realisatie af te zetten tegen de planning. Daarbij wordt zowel gekeken naar de financiële realisatie als naar de feitelijk uitgevoerde (aantallen) activiteiten. Dit op basis van kwartaal- en jaarrapportages. De kwaliteit van de uitvoering wordt geborgd door voortdurende aandacht voor de competenties van het uitvoerend personeel van de service provider en getoetst door steekproefsgewijze controle van de uitgevoerde werkzaamheden. 41
Kwaliteit van het beleid (efficientie) De kwaliteit van het beleid wordt geëvalueerd door te bezien in hoeverre kostenbesparingen mogelijk zijn bij een gelijkblijvend of hoger kwaliteitsniveau van het beleid, c.q. in hoeverre het realiseren van sterke kwaliteitsverbetering tegen aan-vaardbare kosten mogelijk is. Daarbij speelt innovatie een essentiële rol. Bij deze evaluatie spelen de in paragraaf 2.3 geformuleerde doelstellingen en de veiligheidsindicator een belangrijke rol. Wanneer (uitvoering van) het beleid hieraan onvoldoende bijdraagt, c.q. er niet toe leidt dat deze worden gerealiseerd, leidt dit tot aanpassingen. Tegelijk geldt dat deze medaille ook een andere kant heeft: wanneer uitvoering van het beleid tot (veel) betere prestaties leidt dan gepland, moet worden bezien of er geen ineffectieve uitgaven worden gedaan. Bijdrage van het beleid (effectiviteit, behalen beoogde risicoreductie) De bijdrage van het beleid aan de instandhouding en de verbetering van de kwaliteit van de netwerken en het voldoen aan de vraag naar transportcapaciteit wordt geëvalueerd aan de hand van prestatiegegevens van de netwerken, zoals die worden vastgelegd in bijv. het bedrijfsvoeringsysteem, storingsregistraties en registraties van veiligheidsincidenten. Daarbij staat de vraag centraal of de risico s waarop het beleid beoogde aan te grijpen daadwerkelijk zijn gereduceerd. Op grond van de bevindingen kan het niveau van het corresponderende risico worden aangepast en/of wordt een aanzet gegeven tot her-/ doorontwikkeling van een strategie of tactiek. Frequentie van evalueren De voortgang, de kwaliteit van de uitvoering en de kwaliteit van het beleid zelf worden periodiek geëvalueerd. Indien nodig wordt de uitvoering bijgestuurd en/of wordt het beleid inhoudelijk geoptimaliseerd. De effectiviteit van het beleid wordt minder frequent geëvalueerd. Achterliggende reden hiervan vormen de lange tijdconstanten van ontwikkelingen in de installed base, zoals in het voorgaande reeds besproken. Deze maken het niet zinvol om per maand of zelfs per jaar de bijdrage van specifieke onderdelen van het beleid aan de kwaliteit van de netwerken te evalueren. Om aan deze observatie recht te doen, wordt bij het ontwikkelen van nieuw beleid in de vorm van een strategie en/of een tactiek het eerstvolgende evaluatie moment van geval tot geval vastgelegd. Daarbij wordt rekening gehouden met de karakteristieke tijdconstanten van het proces waarop het beleid aangrijpt, zodat wordt gewaarborgd dat er geen voorbarige conclusies worden getrokken uit de resultaten van een premature evaluatie. 4.2.4 De praktijk: producten Toepassing van de Risk Based Asset Management methodiek leidt tot een viertal primaire producten, namelijk: Risicoanalyse: document waarin aan de hand van een gestandaardiseerd format het niveau van een risico wordt bepaald op basis van het daartoe door de Asset Owner opgestelde beoordelingskader. Strategie: document waarin aan de hand van een gestandaardiseerd format verschillende oplossingsrichtingen om een risico te reduceren worden vergeleken, waarna op basis van effectiviteit en efficiëntie een keuze voor een (combinatie van) oplossingsrichting(en) wordt gemaakt. Tactiek: de uitwerking en concretisering van de gekozen strategie, zodat deze (uiteraard na adequate implementatie) daadwerkelijk door de betrokkenen wordt toegepast. Evaluatie: de voortgang van de uitvoering van de tactiek wordt bepaald, mogelijkheden voor optimalisatie worden onderzocht en zo mogelijk doorgevoerd en de effectiviteit wordt bepaald. Voor deze producten bestaan gestandaardiseerde formats. In bijlage 5 is een samenvatting gegeven van de analyse van de relevante risico s gerelateerd aan het beheer van gasnetten waaraan Essent Netwerk B.V. wordt blootgesteld, zie ook paragraaf 2.5. 42
Naast deze primaire producten zijn er ook overkoepelende, integratieve producten, namelijk: Risico-register met als doel het bieden van een totaaloverzicht over de risico-positie aan de Asset Owner inclusief de relaties tussen de individuele risico s, het in kaart brengen van deze relaties en het ondersteunen van het prioriteren van risico s voor nauwkeuriger analyse en voor het ontwikkelen van strategieën en tactieken. Strategisch Asset Management Plan met als doel het vooruitblikken op de toekomst en het verschaffen van een globaal inzicht in de financiële en organisatorische consequenties van de relevante in- en externe ontwikkelingen en van de mogelijke reacties daarop van (de afdeling Asset Management van) Essent Netwerk. Het reeds genoemde LTO-onderzoek vormt daarbij een belangrijke input. Uit het Strategisch Asset Management Plan worden risico s gedestilleerd, die als input dienen voor het Risk Based Asset Mangement proces. Tactiekenregister: het totaal van alle geldende tactieken met als doel een overzicht te bieden over het actuele beleid en de toepassing daarvan te faciliteren. Tot slot dienen voor de volledigheid nog de volgende opmerkingen te worden gemaakt: In een aantal gevallen leiden een risicoanalyse of een strategie direct tot concrete projecten en is er geen sprake van concretisering van de risicoanalyse in een strategie of van een strategie in een tactiek. Dit geldt vooral in gevallen waarin de populatie waarop een risicoanalyse en/of een strategie van toepassing zijn, relatief klein is (bijv. één of enkele stuks). In dat geval is het effectiever om te kiezen voor een projectmatige aanpak en op basis van een risicoanalyse en/of een strategie een Investeringsvoorstel op te stellen, dan om een generieke tactiek te ontwikkelen en te implementeren bij de service provider. Voor relatief eenvoudige situaties, waarin bijv. het aantal mogelijke oplossingen of de financiële belangen gering zijn, kunnen de ontwikkeling van risicoanalyse, strategie en tactiek worden gecombineerd in één document. Van deze aanpak kan eveneens gebruik worden gemaakt wanneer er spoed geboden is. Invoering van de Risk Based Asset Management methodiek vergt een behoorlijke inspanning met de bijbehorende doorlooptijd. Bij de beleidsherziening wordt daarom prioriteit gegeven aan de meest relevante onderwerpen. Het betreft dan thema s die de risicopositie sterk beïnvloeden. Ten aanzien van thema s die risicopositie minder sterk beïnvloeden, wordt tot nader order het bestaande beleid gehandhaafd. De effectiviteit daarvan blijkt uit de in het verleden geleverde prestaties. 4.2.5 Borging en optimalisatie Certificering In 2006 is het kwaliteitsbeheersingssysteem van Asset Management gecertificeerd op basis van zowel de ISO 9001:2000 als de PAS 55-1 norm. Sinds het verkrijgen van het certificaat is Asset Management tweemaal extern geaudit met een positief resultaat. Het behoud van deze certificaten is een speerpunt voor de komende jaren. De certificering betreft tot nu toe alleen de afdeling Asset Management van Essent Netwerk. Certificering van de Service Provider Infra Services wordt door Essent Netwerk overwogen. Dit zal waarschijnlijk plaatsvinden op basis van de ISO 9001:2000 norm; PAS 55-1 wordt hiervoor minder geschikt geacht gezien het specifieke en inhoudelijke karakter van deze norm. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat voortgangs- en kwaliteitsbewaking van de Service Provider een belangrijk onderdeel uitmaakt van de norm PAS 55-1. Door de certificering van de Asset Manager op basis van (o.a.) de PAS 55-1 is dus ook zonder certificering van de Service Provider de kwaliteit en voortgang van de realisatie van de plannen in belangrijke mate geborgd. Hiertoe worden onder andere door de Asset Manager technische audits uitgevoerd bij de Service Provider. De ervaringen van Essent Netwerk met certificering zijn echter dusdanig positief, dat dit geen argument vormt om af te zien van certificering van de Service Provider. Continue verbetering prestaties en processen Het Risk Based Asset Management van Essent Netwerk wordt jaarlijks door het management geëvalueerd in een management review. De bevindingen van de interne audits worden besproken, waarna indien daartoe aanleiding is acties worden geformuleerd die in een verbeterregister worden opgenomen. Aan de hand van dit verbeterregister, waarin ook voorstellen voor de optimalisatie van de processen van de kant van medewerkers worden opgenomen, worden de processen continu verbeterd en doorontwikkeld. Voorbeelden van dergelijke verbeteracties zijn het (verder) verbeteren van de aansluiting tussen de processen enerzijds en de sturing van de individuele medewerkers en afdelingen anderzijds en het verbeteren van de communicatie inzake de centraal beheerde risico-positie met de decentrale afdelingen. Kleinere punten betreffen de opzet en 43
onderlinge consistentie van de diverse templates voor documenten onderling en met de proces-beschrijvingen. De voortgang van de verbeteracties wordt intensief bewaakt. Naast interne audits vinden in het kader van de certificering ook externe audits plaats. Bij de laatste externe audit is door de certificeerder een door hem recentelijk ontwikkeld instrument toegepast op de processen van de Asset Manager van Essent Netwerk. Doel van dit instrument is het vergroten van de informatie die beschikbaar komt bij audits. Niet langer wordt er slechts, dan wel voornamelijk vastgesteld of er aan de toepasselijke norm voldaan is, maar tevens worden mogelijke verbeterpunten inzichtelijk gemaakt. Dit mede doordat het instrument een vergelijking met andere organisaties mogelijk maakt, zodat van hun sterkten kan worden geleerd. Op grond van de vergelijking kan tevens een oordeel worden uitgesproken over de mate van ontwikkeling van het kwaliteitsbeheeringssysteem van een organisatie. Daarbij is het kwaliteitsbeheersingssysteem van Essent Netwerk beoordeeld als goed tot zeer goed. Het management draagt naast zijn verantwoordelijkheid voor het verloop en de optimalisatie van de processen ook de verantwoordelijkheid voor de inhoudelijke besluiten waarin de procesdoorloop resulteert en de gerealiseerde prestaties van de netwerken in de zin van de bedrijfsdoelstellingen waarin deze besluiten resulteren. Alle procesdocumenten (nl. risico analyses, strategieën, tactieken en evaluaties) worden daarom door het betrokken management beoordeeld en goedgekeurd tijdens de reguliere managementvergaderingen. Daarnaast komt uit hoofde van de integrale proces- en resultaatsverantwoordelijkheid van het management bij management reviews van het Risk Based Asset Management proces ook de vraag aan de orde in hoeverre de gerealiseerde prestaties aanleiding geven tot procesverbeteringen. Het Asset Management Jaarverslag, waarin onder andere wordt teruggeblikt op de gerealiseerde prestaties in het licht van de bedrijfsdoelstellingen, waaronder, zoals reeds opgemerkt, de kwaliteit/betrouwbaarheid van levering en de veiligheid van eigen en ingehuurde medewerkers en derden, vormt hiervoor de basis. De bezinning vindt uit de aard der zaak plaats op geaggregeerd niveau; het Risk Based Asset Management proces dekt immers het volledige spectrum van activiteiten en besluiten van Essent Netwerk. Gedetailleerde en/of inhoudelijke aanpassingen en optimalisaties van specifieke strategieën en tactieken worden uitgevoerd in de processtap evaluatie en leiden niet tot aanpassingen aan de processen. Meerjarenplanning Zoals in het voorgaande aangegeven, resulteert de toepassingen van de strategieën en tactieken op de netwerken in een Jaarorderboek, dat de opdrachtstelling voor de Service Provider bevat. In het Jaarorder-boek worden, zeker voor intern gedreven activiteiten zoals onderhoud en preventieve vervangen, niet alleen aantallen activiteiten en budgetten opgenomen, maar wordt concreet benoemd op welke locatie/ welk bedrijfsmiddel de activiteiten betrekking hebben. Uitreiking PAS 55-1 44
Meerjarenplannen, zoals gepresenteerd in bijlage 6 en 7, stelt Essent Netwerk tot nu toe op door het extrapoleren van (aantallen en kosten in) bestaande Jaarplannen. Dit op basis van de beleidsvoornemens en rekening houdend met de verwachtingen ten aanzien van externe ontwikkelingen die bepalend zijn voor de extern gedreven activiteiten zoals het maken van nieuwe aansluitingen. Essent Netwerk is echter voornemens om, in het bijzonder voor intern gedreven activiteiten, concretere meerjarenplanningen op te stellen. Uitreiking PAS 55-1 Daarin zullen niet uitsluitend (extrapolaties van) aantallen activiteiten met bijbehorende budgetten zijn opgenomen, maar worden net als in het Jaarplan de activiteiten benoemd inclusief de locatie/het bedrijfsmiddel, waarop deze betrekking hebben. Op deze manier wordt het mogelijk om scherpere meerjaren-planningen te maken, terwijl daarnaast werkzaamheden op dezelfde locatie, die bij onverkorte toepassing van het beleid kort na elkaar zouden moeten plaatsvinden, worden gecombineerd en tegelijk worden uitgevoerd. De efficiëntie van de uitvoerende activiteiten wordt hierdoor vergroot, terwijl dit tevens de overlast voor derden (in de vorm van bijv. wegafzettingen) beperkt. 4.3 Kwaliteitsbeheersing over de levenscyclus In deze paragraaf wordt aangegeven hoe de kwaliteit van de transportdienst wordt beheerst over de levenscyclus van de componenten en de netwerken, van de specificatie van de componenten en het ontwerp van netten tot uitbedrijfname en eventueel amovering. Op de diverse onderdelen van dit proces is in dit kwaliteitsen capaciteitsplan al op verschillende plaatsen ingegaan. Waar van toepassing zal in dit hoofdstuk dan ook daar naar verwezen worden. Ontwerp Het leidingnet en gasstations worden zo ontworpen dat zij voorzien in een veilige en continue gasvoorziening. Hierbij wordt naast de technische aspecten en procedures ook rekening gehouden met milieu- en veiligheidsaspecten, Gebruikte Normen en richtlijnen Zie bijlage 4. Grote delen van het leidingnet zijn aangelegd voor het tot stand komen van de in bijlage 4 aangegeven normen en richtlijnen en zijn aangelegd volgens de toen vingerende richtlijnen en normen. Voor de gasleidingen zijn dit ondermeer de Richtlijnen Hoofd- en Dienstleidingen van de KVGN (Koninklijke vereniging van Gasfabrikanten in Nederland). De relatie tussen deze richtlijnen en de huidige normen is weergegeven in de Wegwijzer in de normen van de NEN 7244-serie. Processen Realiseren aansluitingen - intake aansluiting - plannen aansluiting Realiseren infrastructuren - Intake infrastructureel - Plannen project infrastructuur Realiseren Lagedruk netuitbreiding Realiseren Hogedruk netuitbreiding 45
Aanleg De aanleg vindt plaats zoals omschreven in de specificaties en tekeningen uit de ontwerpfase. Deze documenten zijn voor de aanleg beschikbaar. Tot deze documenten behoren ook de KLIC-gegevens, de tekeningen met de ligging van kabels, leidingen en overige ondergrondse infrastructuren. Gebruikte Normen en richtlijnen (Zie bijlage 4) Processen Realiseren aansluiting - uitvoeren aansluiting - verwerken aansluiting Realiseren infrastructuren - uitvoeren infrastructureel - verwerken project infrastructureel Realiseren Lagedruk netuitbreiding Realiseren Hogedruk netuitbreiding Proces Nazorgfase projecten KLIC-proces - Digitaal en grotendeels automatisch Gebruikte normen richtlijnen Zie bijlage 4 Checklist In bedrijfstellen en opleveren gasprojecten Checklist BMR Beheer, inspectie en onderhoud Door middel van het beheer, de inspectie en het onderhoud wordt er voor gezorgd dat het leidingnet blijft voldoen aan de uitgangspunten van het ontwerp, de bewaking van en registratie van de gasdruk in de verschillende deelsystemen en de odorisatiegraad van het gas. Processen Bedrijfsvoering netten Oplossen van storingen Onderhouden van aansluitingen en infrastucturen - onderhoud - realiseren TAO bijzonder ongepland -Realiseren van aanvullend werk Gebruikte normen en richtlijnen Zie bijlage 4 Overig Zie voor de onderlinge relaties ook: Bijlage 9 Monitoringsprocedure. Raming capaciteitsbehoefte; paragraaf 3.1.6 Procedure onderbrekingen en storingen; paragraaf 4.5. Asset Management bij Essent Netwerk; paragraaf 4.2 Procedure beheer bedrijfsmiddelenregister en werkuitvoering; paragraaf 4.7. De odorisatiegraad van het gas wordt periodiek onderzocht door KIWA-Gastec op de plaatsen in het net waar naar verwachting de minimale geurgraad heerst. 46
Vervanging en uit bedrijf nemen Leidinggedeelten en gasstations die door onderhoud of qua capaciteit niet meer kunnen blij-ven voldoen aan eis van een veilige en continue gasvoorziening worden vervangen en buiten bedrijf gesteld. Processen Realiseren infrastructuren - realiseren projectmatige vervanging - procesmatige vervanging - reconstructies KLIC-proces - registreren aanvragen en meldingen - verzamelen data, afdrukken, verpakken en verzenden beheerkaart - verzamelen huisaansluiting informatie en verzenden - onderhouden database Geoversum. Gebruikte normen en richtlijnen (Zie bijlage 4) Overig Zie voor onderlinge relaties ook: Raming capaciteitsbehoefte; paragraaf 3.1.6 Asset Management bij Essent Netwerk; paragraaf 4.2 4.4 Veiligheid De veiligheid van gasnetten staat landelijk volop in de belangstelling. Regelmatig wordt er in de media aandacht besteed aan gevallen van "falen" van het gasnet en aan gaslekkages waarbij publiek geëvacueerd moet worden. Mede als gevolg van de intensivering van de aandacht voor het thema veiligheid zijn er diverse ontwikkelingen zichtbaar. Zo heeft de Onderzoeksraad voor de Veiligheid sinds een paar jaar een commissie die zich bezighoudt met incidenten en ongevallen op het gebied van de gasdistributie; de zgn. commissie "Buisleidingen". Ook binnen Essent Netwerk staat veiligheid hoog op de agenda. Naast de meldingen aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid en de landelijke Nestorrapportage, komt het veiligheidsbeleid van Essent Netwerk tot uiting in de bedrijfswaarden, de Veiligheidsindicator gas en in het HSE-beleid. Veiligheid als één van de belangrijkste bedrijfswaarden De Raad van Bestuur van Essent heeft veiligheid als één van de belangrijkste bedrijfswaarden van Essent vastgesteld. Veiligheid wordt bij Essent Netwerk op gelijke hoogte gesteld met kwaliteit en economie. Veiligheidsindicator Zoals uitgelegd in paragraaf 2.1 is bij gasdistributie kwaliteit van levering als prestatie-indicator minder veelzeggend dan bij elektriciteitsdistributie. Dit omdat de jaarlijkse uitvalsduur bijzonder klein is. Een prestatieindicator die belangrijker is om goed te monitoren is de veiligheid. Om deze reden is de veiligheidsindicator als maat voor veiligheid van het gasdistributienet in het leven geroepen. Hoe lager de indicator, des te veiliger is het net. De indicator kan worden gebruikt om netten onderling te vergelijken en om relatieve vooruitgang of achteruitgang in de tijd te constateren. Verder kunnen investeringen (mede) op basis hiervan worden geprioriteerd. 47
De veiligheidsindicator is opgebouwd uit: Het aantal lekken (bron Nestor), gekoppeld met de asset en de oorzaak per lek, asset en oorzaak heten samen precursor; Het jaarrisico, het gewicht per precursor, jaarlijks achteraf vastgesteld op basis van alle OVV meldingen, ook van de andere netbeheerders; Correctiefactor, op basis van het aantal aansluitingen en het aantal km hoofdleiding. Figuur 12: Interne weergave VI, obv resultaten t/m augustus 2007 Jaartarget, omgerekend naar 8 maanden 140 120 100 80 60 40 20 0 Essent Brabant- Oost Brabant- West Friesland Groningen & Drenthe Limburg Overijssel Eigen werkzaamheden GMO Corrosie/veroudering hoofdleiding Grondwerking/ puntlast hoofdleidingen Graafwerkzaamheden hoofdleidingen Defecte component in hoofdleiding Corrosie/veroudering in aansluitleidingen Defecte component in aansluitleidingen Graafwerkzaamheden aansluitleidingen Ter illustratie van het gebruik van de veiligheidsindicator, zie Figuur 12. Hierin is te zien dat graafwerkzaamheden en corrosie/veroudering in de aansluitleiding de grootste veroorzakers van onveiligheid zijn. Deze factoren zijn dan ook opgenomen als relevante risico s bij Essent Netwerk, zie bijlage 5. Deze indicator is in beginsel ontwikkeld door Essent Netwerk, daarna heeft een ad-hoc werkgroep van de netbeheerders in opdracht van EnergieNed hieraan verder vormgegeven. 2006 is het eerste jaar waarover door alle netbeheerders samen over de Veiligheidsindicator (VI) is gerapporteerd. Essent Netwerk is gestart met interne targetstelling van de veiligheidsindicator, op de lange termijn speelt het onderhoudsen vervangingsbeleid hierbij een rol. Het is de bedoeling dat de Veiligheidsindicator op het gebied van gasdistributie uiteindelijk een zelfde status krijgt als de Jaarlijkse Uitvalsduur (kwaliteit van levering) op het gebied van elektriciteitsdistributie. Op dit moment speelt een aantal aandachtspunten: Omdat in 2006 de eerste jaarlijkse rapportage is verschenen, ontbreekt een referentiekader. Het is nog niet mogelijk om, op basis van de kale cijfers, vast te stellen of er sprake is van een slechte of goede veiligheidssituatie en of er sprake is van vooruitgang of achteruitgang; De werkgroep VI heeft moeten constateren dat het melden van incidenten nog niet op uniforme wijze is gebeurd door de verschillende netbeheerders. Er is sprake van verschil in opvatting over wanneer iets gemeld moet worden of niet, en in een beperkt aantal gevallen (10%) ontbreekt de detailinformatie die nodig is om een incident op ernst te schatten. In de komende tijd zal er nadere afstemming plaatsvinden tussen door de Werkgroep Nestor Gas en de Werkgroep VI om bijvoorbeeld een voor de VI volledig passende indeling van storingsoorzaken te komen; 48
De getalswaarde van de VI is nog in ontwikkeling. Uiteindelijk wordt gestreefd naar een 5 jaarlijks voortschrijdend gemiddelde, waarin de korte termijn effecten van onder andere lekzoeken worden afgevlakt; De Staatssecretaris van Economische Zaken heeft aangegeven dat de DTe gaat toezien op de kwaliteit van gasnetten. De Veiligheidsindicator Gas zou hiervoor een geschikt meetinstrument kunnen zijn. HSE-beleid (Health Safety end Environment) Binnen Essent Netwerk houdt de afdeling HSE zich bezig met het inventariseren en opvolgen van meldingen van bijna ongevallen. De belangrijkste targets op gebied van HSE voor de businessunit Netwerk hebben betrekking op het aantal dodelijke ongevallen, de DART-rate 1), het aantal werkplekinspecties, ontruimingen en trainingen op gebied veiligheidsbewustzijn. HSE draagt zorg voor een analyse van de meldingen en zet indien nodig acties uit om herhaling van het bijna ongeval of belangrijker nog, een mogelijk ongeval in de toekomst te voorkomen. De afdeling Assetmanagement is in het kader van hun Risk Based Asset Management -proces geïnteresseerd in alle risico s op de asset base. De lijst met meldingen over bijna ongevallen kunnen meldingen bevatten met een risico op de bedrijfsmiddelen. Vice versa kunnen er in de lijst met risicomeldingen meldingen zitten waarmee een mogelijk ongeval in de toekomst kan worden voorkomen. Beide afdelingen hebben daarom afspraken gemaakt over de uitwisseling van hun gegevens met elkaar. Om een beeld te geven van de activiteiten op HSE-gebied, volgt een opsomming van resultaten uit de management review van 2006: Ten opzichte van 2005 zijn er 41% meer OGB (ongewenste gebeurtenis)-meldingen, het veiligheidsbewustzijn neemt dus toe; De DART (exclusief derden) is ten opzichte van 2005 gedaald van 0,7 naar 0,4; Contractor safety is verder ontwikkeld en geïntegreerd in de Europese aanbesteding; Uitrol van HSE-thema s Focus op kantoorveiligheid en Waar is hier de nooduitgang ; Het OGB-kwaliteitssysteem via Infonet is ontwikkeld en is sinds januari 2007 operationeel. Op basis van rubricering in rubrieken kan hiermee over het jaar 2007 een betere analyse van de meldingen worden gemaakt; Eind 2006 is door een medewerker van Netwerk de HSE-award gewonnen. Het is vooral de open wijze waarop deze medewerker heeft gecommuniceerd over een door hem gemaakte fout, die tot voorbeeld strekt; De nieuwe HSE-structuur is neergezet, waarmee de organisatieondersteuning maximaal is geborgd. De onderlinge samenwerking en synergie nemen verder toe; Op basis van externe audits is de VCA certificering van Netwerk verlengd. Door het audit team is vastgesteld dat ten opzichte van de vorige audit een aantal goede ontwikkelingen te zien zijn. Bij de audit zijn enkele kleinere tekortkomingen vastgesteld. Voor de verbetering hiervan zijn inmiddels acties in een plan vastgelegd en in realisatie gebracht. Verder zijn in paragraaf 2.6 een aantal zaken aangegeven ter vergroting van de veiligheid en veilig werken. 4.5 Procedure onderbrekingen en storingen Storingsverhelping Met het adequaat oplossen van storingen en onderbrekingen wordt de gemiddelde onderbrekingsduur en dus de jaarlijkse uitvalsduur zoveel mogelijk beperkt. Het oplossen van gasstoringen wordt uitgevoerd door de afdelingen Onderhoud en Storingen. Elke regio van de Service Provider Infra Services heeft een dergelijke afdeling. Er wordt gewerkt in storingskringen. Om geografische redenen wordt bij het oplossen van storingen in zijn algemeenheid niet samengewerkt over storingskringen heen; calamiteiten vormen in dit opzicht echter een uitzondering. De organisatie en werkwijze komen echter voor alle regio s van Infra Services op hoofdlijnen overeen en worden waar zinvol bovendien verder geüniformeerd. Uitgangspunten van het geüniformeerde systeem voor storingsverhelping zijn: Alle op te lossen storingen worden gemeld aan het CMS (Centraal Meld Systeem): interne verrekening van vergoedingen voor afgehandelde storingen geschiedt via dit systeem. 1) DART-rate (DaysAway/Restricted or Job Transfer Rate) is een wereldwijde standaard waarmee de gevolgen van ongelukken en incidenten wordt gemeten. 49
Het CMS is via SAP rechtstreeks gekoppeld aan het nestor gegevensbestand: dit zorgt ervoor dat alle gemelde storingen ook daadwerkelijk worden geregistreerd. In bijlage 8 is de afhandeling van een storing grafisch weergegeven. Het in bijlage 8 afgebeelde proces vormt een onderdeel van het bedrijfsprocessenmodel van Essent Netwerk. Verder kan opgemerkt worden dat: voor het bemensen van de storingsdienst wordt nagenoeg uitsluitend gebruik gemaakt van eigen personeel. er regelmatig opleidingen m.b.t. storingsverhelping plaatsvinden. de storingsgroepen een juiste grootte hebben om snel te kunnen reageren op storingen en er voldoende kennis van het net bij de storingsmonteurs aanwezig is. de uitvoerende afdelingen, ook Onderhoud en Storingen VCA gecertificeerd zijn. er gebruik wordt gemaakt van storingscodes om de oorzaak van de storingen te categoriseren en zo bruikbaar te maken voor interne analyses. Centrale Meldkamer Indien een storing uitgroeit tot een calamiteit of wanneer door enige andere oorzaak een calamiteit m.b.t. de gasnetten optreedt, wordt een calamiteitenprocedure in werking gezet. Op dat moment ontstaat een aparte situatie met een daarop toegesneden organisatie. Deze organisatie is beschreven in het Calamiteiten Bestrijdingsplan van de afdeling Infra Services van Essent Netwerk. De criteria op basis waarvan de verschillende in dit plan onderscheiden gradaties in werking treden, maken hiervan onderdeel uit. Storingsregistratie Voor het registreren van (de oorzaken en gevolgen van) storingen wordt gewerkt volgens de voorschriften van het landelijke systeem NESTOR; vastgelegd in het Kwaliteitshandboek onderbrekingsregistratie (Nestor) Essent Netwerk. De storingsregistratie is gecertificeerd op basis van de Conceptcriteria voor storingsregistratie die in Energiened verband nog verder worden ontwikkeld. 4.6 Monitoren componenten Essent Netwerk B.V. heeft niet voor alle componenten dezelfde monitoringprocedures. Ook verschilt de frequentie waarmee de componenten worden onderzocht. De frequentie waarmee dit gebeurt, is afhankelijk van landelijk gestelde normen en richtlijnen en de interne richtlijnen. Hierbij spelen de storingskans en de gevolgen van een storing, waarbij niet alleen aan een onderbreking van de levering maar ook aan het veiligheidsaspect gedacht moet worden, een rol. Ook houdt Essent Netwerk B.V. de kosten/batenanalyse van monitoren in het oog. Een nadere detaillering van het monitoren is weergegeven in bijlage 9. Zie paragraaf 2.4 voor een verdere toelichting hiervan. 50
4.7 Procedure beheer bedrijfsmiddelen en werkuitvoering De bedrijfsmiddelenregistratiesystemen van Essent Netwerk B.V. zijn geconverteerd naar één gekoppeld systeem Smallworld/SAP PM, in 2008 wordt de implementatie hiervan afgerond. In deze systemen worden alle relevante gegevens van de bedrijfsmiddelen opgeslagen. Voor gas gaat het bijvoorbeeld om onderstaande algemene attributen. 1ste Veiligheid 2de Veiligheid Aansluitafsluiter Aansluitleiding Koppeling Afblaas intern Afsluiter Capaciteit meting Filter Isolatiestuk KB Anodebed KB Drainage KB Gelijkrichter KB Kabel KB Meetpaal Kruisstuk Kunstwerk Leiding Manometer Mantelbuis Materiaalovergang Meetpunt Monitor regelaar Ontluchting Regelaar Sifon Station T-stuk Veiligheids afslagklep Veiligheids afsluiter Verloop Per attribuut worden onder andere de volgende gegevens vastgelegd: jaar van aanleg, fabrikaat, afmeting, geografische ligging, enz. De maximale verwerkingstijd voor revisiewerk is twee maanden, dit is zo vastgelegd in de SLA tussen de Asset Manager (Asset Management) en de Service Provider (Infra Services). Gebruikte systemen binnen Asset Management voor de registratie van technische gegevens zijn: Smallworld (geografisch en topologisch systeem), SAP PM (bedrijfsmiddelensysteem) en SPIDER (bedrijfsvoeringssysteem). Bij de Service Provider zijn verschillende functionarissen bevoegd om verschillende gegevens in de systemen te muteren. In de tabel op de volgende pagina staat het overzicht welke functionarissen bevoegd zijn om welke gegevens te muteren. GEN systeem 51
Afdelings- Functienaam Bedrijfsmiddelen, O&S-orders code Massamutatie orders: afrekenen & status wijzigen AsM standaard taaklijsten onderhouden Beheren equipements, meetpunten en documenten Beheren Functieplaatsen Beheren klassen,kenmerken,taaklijsten Beheren PO-plannen Wisselen Equipment Onderhouden Historische PM-orders O&S orders & meldingen muteren Capaciteitsplanning uitvoeren O&S orders, meldingen, metingen Weergaverol A,E&I Medwerker Netontwerp A A S A,E&I Netontwerper A A S HS Detail Engineer A A A A A A S HS Maintenance Engineer A A S A S S S HS Medewerker Ondersteuning S S S S S A S S HS Medewerker TA S S S S S A S S HS Projectengineer S S A S A A S HS Teammanager A A A A A A A S HS Werkcoördinator A A S A S S S S IM Functioneel Beheerder S S S S A S S A S S S S O&S Medewerker Rapportage A S S S A S A A S O&S Medewerker TA S S S A S A A S O&S Technisch Specialist A A A A A A S O&S Werkvoorbereider A A A A A A S S Tabel 9: Authorisatietabel in SAP tav beheren bedrijfsmiddelen S= standaard toewijzing rol (o.b.v. functie), A= additioneel toewijzen rol (op verzoek), ' ' = niet toewijzen rol Het bedrijfsmiddelenregister wordt constant op volledigheid en actualiteit gecheckt. De door de Service Provider aangeleverde projecten worden gecontroleerd door Asset Management, bij kleinere projecten gebeurt dit steekproefsgewijs. Tevens wordt de bestaande database door de afdeling Asset Management geanalyseerd op volledigheid, juistheid en consistentie. Voorkomen van beschadiging kabels en leidingen Er is een risicoanalyse uitgevoerd en beleid (strategie) gemaakt voor beschadiging van kabels en leidingen door graafschades. De uitkomst hiervan is (continuering van) de volgende maatregelen: Om te bevorderen dat uitvoerders van werkzaamheden aan of nabij netten beschadigingen aan netten voorkomen neemt Essent Netwerk B.V. deel in het Kabel- en leidingen Informatiecentrum (KLIC). Een 52
graver (externe aannemer) vraagt informatie op over de ligging van leidingen en kabels in het betreffende gebied voordat hij gaat graven. Essent Netwerk B.V. is verplicht deze informatie te verstrekken. Het KLIC coördineert tussen de aanvragen van aannemers en de verschillende infrastructuurbeheerders (Netwerkbedrijven, KPN, Kabelbedrijven etc.). Op dit moment is het doen van een KLIC melding en het verstrekken van kabel en leidingen informatie niet wettelijk verplicht. Na invoering van de Wet Informatie Uitwisseling Ondergrondse Netten (WIUON) is deze wettelijke verplichting er wel. De WIOUN wordt naar verwachting in 2008 ingevoerd; door Essent Netwerk wordt beperkt toezicht uitgeoefend bij graafwerkzaamheden. In het afgelopen jaar is een risicogerichte aansturing van dit toezicht geïntroduceerd, bijvoorbeeld bij werkzaamheden nabij hogedrukleidingen en afsluiters. Bij vragen van de graver wordt eventueel in het veld de leiding uitgezet en/of aangewezen; Om het meldgedrag van grondroerders die schade veroorzaken positief te beïnvloeden is het volgende ingesteld. Onder voorwaarden niet factureren van graafschades aan grondroerders die kabel- en leidingschade direct en actief melden. Grondroerders die kabel- of leidingschade niet direct of helemaal niet hebben gemeld worden achterhaald en aansprakelijk gesteld voor de herstelkosten. Daar dit beleid (punt 2 en 3) pas dit jaar is ingevoerd is het nu nog te vroeg voor evaluatie. De komende jaren zal dit beleid worden geëvalueerd. Binnen het huidige KLIC systeem (en het toekomstige KLIC ON LINE) richt de informatievoorziening omtrent de ligging van kabels en leidingen zich op de aannemer van het graafwerk en niet op de feitelijke graver zelf. Veel graafschades ontstaan echter doordat de feitelijke graver niet over deze informatie beschikt, terwijl de aannemer wel een KLIC melding heeft gedaan. Met het oog hierop is door Essent Netwerk en anderen het initiatief genomen tot het project MOL (Monitoren Ondergrondse Leidinginfrastructuur). Het Kabel en Leidingen Overleg (KLO) fungeert als opdrachtgever en het project wordt uitgevoerd onder de vlag van het Centrum Ondergronds Bouwen (COB). Doel van het Project MOL is om de feitelijke graver op de graaflocatie zelf op een laagdrempelige manier te voorzien van kabels- en leidingeninformatie, zodat deze vlak voor het graven kan controleren of er kabels of leidingen op de graaflocatie liggen. graafwerkzaamheden 53
Bijlage 1 Leeswijzer Artikel Min. Beleidsregel In dit Regeling (MR) DTe document Hoofdstuk; Artikel Artikel Hoofdstuk/ Samenvatting en opmerkingen MR Bijlage 1 1 t/m 4 1, 2 en 4 n.v.t. Begripsbepalingen 2 1 2-6 5 2.2.1 Kwaliteitsindicatoren Essent Netwerk 2 2 7-8 4.5 en Bijlage 7 Beknopte beschrijving en procedure storingsregistratie 9 2.2.1 Evaluatie gerealiseerde betrouwbaarheid 3 1 10 5 2.3 Streefwaarden betrouwbaarheid 3 1 11a 6 3.1 Raming belastingsgroei 3 1 11b 7 3.4, 3.5 Overzicht capaciteitsknelpunten 3 1 11c 7 3.4, 3.5 Oplossingen (incl. tijdstip uitvoering) per knelpunt aangegeven 3 1 11d 3.2, 6 3.1 Procedures raming belastingsgroei 3 1 11e 3.2, 8 2.5, 4.2.3 en Aanpak voor risico-identificatie en analyse en bijlage 4 samenvatting analyse hoogste risico s 3 1 11f 10 2.6 Samenvatting onderhouds- en vervangingsbeleid 3 1 11g 3.2 Bijlagen 5 Bevat respectievelijk vervangingsinvesteringen en en 6 overzicht onderhoudsactiviteiten 3 1 11h 3.2 Bijlage 5 Bevat overzicht uitbreidingsinvesteringen, grotendeels ter oplossing van de capaciteitsknelpunten 3 1 11i 3.2 4.5 en Beschrijving storingsorganisatie en procedures Bijlage 7 3 1 11j 3.2, 11 Bijlage 8 Procedure voor monitoring/inspectie en periodiek onderhoud 3 1 11k 11 2.4 Kwalitatieve analyse kwaliteit componenten 3 1 11l 3.2 4.7 Geen separate procedure voor handen 3 1 12 n.v.t. 3 1 13 n.v.t. 3 2 14.1 n.v.t. 3 2 14.2.a 6 3.1.1 Methode van ramen. 3 2 14.2.b 6 3.1.2 Te hanteren uitgangspunten 3 2 14.2.c 6 3..1.3 Analyse betrouwbaarheid 3 2 14.2.d 6 3.1.1; 3.1.6; Raming capaciteitsbehoefte. 3.2 3 2 14.3.a 6 3.1.2 Ingediende capaciteitsvraag / onderbouwde schattingen 3 2 14.3.b 6 3.4.1 Aanpassingen t.o.v. KCD 2006-2012 3 2 14.4 6 3.1.5 Uitwisseling prognose met andere netbeheerders. 54
Artikel Min. Beleidsregel In dit Regeling (MR) DTe document Hoofdstuk; Artikel Artikel Hoofdstuk/ Samenvatting en opmerkingen MR Bijlage 3 3 15.1 n.v.t. 3 3 15.2 8 4.2.3 en Aanpak voor risico-identificatie en analyse Bijlage 4 hoogste risico s 3 3 15.3 10 2.6.2 Hoofdlijn beleid op een termijn van 5 tot 15 jaar incl. onderbouwing 3 3 16.1.a 10.1 2.6.1 en Onderbouwing vervangingsinvesteringen en (totaal) Bijlage 5 investeringsplan 3 3 16.1.b 10.2 2.6.1 en Onderbouwing onderhoudsbeleid en onderhoudsplan Bijlage 6 3 3 16.1.c 3.2 4.5 en Beschrijving storingsorganisatie en procedures Bijlage 7 3 3 16.2 10 Bijlagen Plannen 4 en 5 3 3 17.a 11 2.4 Kwalitatieve analyse kwaliteit componenten 3 3 17.b 11 2.4 Kwalitatieve analyse kwaliteit componenten 3 3 18.1 n.v.t. 3 3 18.2 12 4.7 Informatie over bedrijfsmiddelenregister en Bijlage 13 informatieverschaffing aan derden 3 3 19 13 4.2.2 en Samenhang tussen proces, beleid (risico s, strategieën Bijlagen 5/6 en tactieken) en feitelijke activiteiten 3 3 20 9, 14 2.8 en 4.2.5 Informatie over borging, evaluatie en optimalisatie 3 3 21 n.v.t. 3 3 22 n.v.t. 3 3 23 n.v.t. 55
Bijlage 2 Begrippenlijst Begrip Aantal incidenten dat aan de Raad is gemeld. Aantal ongevallen gemeld aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Definitie Het aantal incidenten dat aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid is gemeld op grond van de artikelen 1, eerste lid, onderdeel o, onder 4, en 28, tweede en derde lid, van de Wet Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV). Het aantal ongevallen dat aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid is gemeld op grond van de artikelen 1, eerste lid, onderdeel k, en 28, eerste en derde lid, van de Wet Onderzoeksraad voor Veiligheid, juncto artikel 6, onderdeel g, van het Besluit Onderzoeksraad voor Veiligheid. Capaciteit De maximale hoeveelheid gas die over een bepaald deel van het gastransport kan worden getransporteerd, gerekend in m 3 /h. Capaciteitsvraag Maximale vraag naar gastransport op een specifieke locatie gerekend in m 3 /h Componenten De onderdelen waaruit een installatie of een leidingsegment is opgebouwd. Correctief onderhoud Correctief onderhoud is zijn werkzaamheden naar aanleiding van storingen en geconstateerde gebreken bij inspecties. Deelnet Als afzonderlijk te beschouwen deel van het net dat geen verbinding heeft met andere delen van hetzelfde netvlak. Effect matrix = EM Een tabel waarmee de ernst van een incident beoordeeld kan worden. De ernst kent 6 categorieën: Verwaarloosbaar, Klein, Matig, Behoorlijk, Ernstig en Catastrofaal. Per ernstcategorie en per bedrijfswaarde (Betrouwbaarheid, Veiligheid, Wettelijkheid en Economie) zijn maatgevende gebeurtenissen opgenomen. Gasloos werken Werkmethode waarbij tijdens het werken aan een lagedruknet dat onder druk staat (nagenoeg) geen gas vrijkomt Gasontvangstation Gasstation waarin het gas gereduceerd wordt van de druk in het Regionaal transportnet van GTS naar de druk in het gastransportnet van het netwerkbedrijf. Gemiddelde onderbrekingsduur Gemiddelde tijdsduur voor het veiligstellen van een storing. GTS Inspectie Knelpunt De gemiddelde onderbrekingsduur wordt bepaald met toepassing van de volgende formule: Gemiddelde onderbrekingsduur = _ (GA x T) / _ GA, waarin: GA = het aantal getroffen afnemers, T = de tijdsduur in minuten die verstrijkt tussen het aanvangstijdstip onderbreking en het tijdstip van beëindiging onderbreking, TA = het totale aantal afnemers, _ = sommatie over alle onderbrekingen van het desbetreffende jaar van registratie. De gemiddelde tijdsduur voor het veiligstellen van een storing wordt bepaald met toepassing van de volgende formule: gemiddelde tijdsduur veiligstellen storing = _ TV / S, waarin: TV = de tijdsduur in minuten die verstrijkt tussen het aanvangstijdstip storing en het tijdstip van veiligstellen storing, S = het totale aantal storingen. Gas Transport Services. Inspecties is het inspecteren (bekijken, meten) zonder enige verdere onderhoudsactie. Netsituatie waarin de transportcapaciteit onder bepaalde aannamen ontoereikend is. 56
Begrip Jaarlijkse uitvalduur Kwaliteits- en Capaciteitsplan Kwaliteitsknelpunt Netvlak Onderbrekingsfrequentie Preventief onderhoud Definitie De jaarlijkse uitvalduur wordt bepaald met toepassing van de volgende formule: Jaarlijkse uitvalduur = _ (GA x T) / TA, waarin: GA = het aantal getroffen afnemers, T = de tijdsduur in minuten die verstrijkt tussen het aanvangstijdstip onderbreking en het tijdstip van beëindiging onderbreking, TA _ = het totale aantal afnemers, = sommatie over alle onderbrekingen van het desbetreffende jaar van registratie Document volgens art. 10 en 11 van de Ministeriële Regeling kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas van 30 december 2004. Situatie waarin een netcomponent in verband met ouderdom, slijtage, arbo- of milieu-eisen moet worden vervangen of gemodificeerd. Gasnet waarvoor een eenduidige netdruk geldt, netvlakken zijn 8 bar, 4 bar, 3 bar, 2 bar, 2 bar, 100 mbar, 30 mbar. De onderbrekingsfrequentie wordt bepaald met toepassing van de volgende formule: Onderbrekingsfrequentie = _ GA / TA, waarin: GA = het aantal getroffen afnemers, TA _ = het totale aantal afnemers, = sommatie over alle onderbrekingen van het desbetreffende jaar van registratie Preventief onderhoud is het verrichten van kleinere geplande onderhoudsactiviteiten, die op basis van vaste regels min of meer routinematig uitgevoerd worden. Preventief kan per component jaarlijks of meerjaarlijks zijn. 57
Bijlage 3 Toelichting samenhang In de beleidsregel Kwaliteitsbeheersing netbeheerders elektriciteit en gas wordt in artikel 13 (MR kwaliteit artikel 19) verduidelijkt wat wordt verstaan onder samenhang. In deze aanvullende leeswijzer is toegelicht op welke manier deze samenhang tot uiting komt in dit KCD. (Risico-)analyse Plannen Resultaat Resultaten risico analyse 1 Plan oplossen storingen en onderbrekingen 6 Streefwaarde versus gewenst prestatieniveau Raming capaciteitsbehoefte 2 7 5 Kwalitatieve toestand componenten 3 4 Uitbreidings-, vervangings- en onderhoudsplannen 7 Realisatie plannen 1. Tussen de resultaten van de risico analyse en het plan voor oplossen van storingen en onderbrekingen bestaat geen directe link. Op basis van de analyse van asset/infrastructuur-gerelateerde risico s en het daaruit volgende beleid worden storingen en onderbrekingen zoveel mogelijk voorkomen. Voor de storingen en onderbrekingen die desondanks optreden, bestaat een plan om deze zo adequaat mogelijk op te lossen, zie paragraaf 4.5 en bijlage 7; 2. Er bestaat een directe link tussen de resultaten van de risico analyse en de uitbreidings-, vervangings- en onderhoudsplannen, zie paragraaf 2.5, bijlage 4 en paragraaf 2.6; 3. Er bestaat een directe link tussen raming van de capaciteitsbehoefte en de uitbreidingsplannen. De capaciteitsknelpunten waarvan verwacht worden dat ze in 2008 zullen optreden zijn opgenomen in het jaarplan van 2008, deze investering is geextrapoleerd naar de daarop volgende jaren. Zie voor een verdere onderbouwing van deze aanpak paragraaf 3.1.3; 4. Er bestaat een directe link tussen de kwalitatieve toestand van de componenten en de vervangings en onderhoudsplannen, zie paragraaf 2.4 en 2.6; 5. Tussen de uitbreidings-, vervangings- en onderhoudsplannen en de streefwaarde/gewenst prestatieniveau bestaat logischerwijs een verband. Met de onderhouds- en vervangingsmaatregelen wordt de onderbrekingsfrequentie immers beinvloed: hoe beter de kwaliteit van het het net, hoe minder onderbrekingen. Echter dit is niet gekwantificeerd in dit KCD omdat deze kwaliteitsindicator door haar zeer lage waarde zeer weinig beinvloed zal worden. Een indicator die in dit licht meer van belang is, is de veiligheidsindicator. In 2007 is gestart met interne targetsetting van de veiligheidsindicator. Vooral voor de vervanginsprogramma s aansluitleidingen en hoofdleidingen wordt op den duur invloed op de veiligheidsindicator verwacht. Deze verwachte invloed is echter niet gekwantificeerd.zie paragraaf 4.7 voor een verdere toelichting van de veiligheidsindicator 6. Een adequaat plan voor het oplossen van storingen en onderbrekingen beperkt de gemiddelde onderbrekingsduur en dus de jaarlijkse uitvalsduur. Deze link is niet gekwantificeerd in dit document, maar wordt verduidelijkt in paragraaf 4.5. 7. De realisatie van de uitbreidings-, vervangings- en investeringsplannen is terug te vinden in 2.8 en 2.6. De realisatie van het plan voor het oplossen van storingen en onderbrekingen staat niet expliciet in dit document vermeld. 58
Bijlage 4 Normen, richtlijnen en voorschriften Normen m.b.t. Gastransportleidingen In het kader van de veiligheid bij de aanleg, het onderhoud en het beheer van het gastransportnet en bij het verrichten van transport van gas via het gastransportnet worden de normen uit de NEN 7244 reeks toegepast. Deze zijn: NEN 7244-1: 2003 Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12007-1 Gasvoorzieningsystemen - Leidingen voor maximale bedrijfsdruk tot en met 16 bar - Deel 1: Algemene functionele eisen NEN 7244-2: 2004 Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12007-2 Gasvoorzieningsystemen - Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar - Deel 2: Specifieke functionele eisen voor polyetheen (MOP tot en met 10 bar) NEN 7244-3: 2004 Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12007-3 Gasvoorzieningsystemen - Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar - Deel 3: Specifieke functionele eisen voor staal NEN 7244-4: 2004 Gasvoorzieningsystemen - Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar - Deel 4: Specifieke functionele eisen voor nodulair gietijzeren leidingen met een maximale bedrijfsdruk van 8 bar NEN 7244-6: 2005 Gasvoorzieningsystemen - Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar - Deel 6: Specifieke functionele eisen voor aansluitleidingen NEN 7244-7: 2005 Gasvoorzieningsystemen - Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar - Deel 7: Specifieke functionele eisen voor sterkte- en dichtheidsbeproeving en voor het in bedrijf- en buiten bedrijfstellen van gasdistributieleidingen De hieronder staande normen zullen naar verwachting in de loop van 2006 (NEN 7244-8 en -9) als norm worden gepubliceerd. Ontw. NEN 7244-8 Gasvoorzieningsystemen Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar - Deel 8: Specifieke functionele eisen voor het beheer van leidingen, materialen, hard PVC, grijs gietijzer en asbestcement. (in voorbereiding, concept stuk) Ontw. NEN 7244-9 Gasvoorzieningsystemen Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar - Deel 9: Specifieke functionele eisen voor de controle en behandeling van gaslekkage in gasdistributieleidingen. (in voorbereiding, concept stuk) De normen van de 7244-serie gelden voor het gehele gastransportnet van 30 mbar tot en met 16 bar. Normen m.b.t. Gasdrukregelstations Voor gasstations wordt de norm NEN 1059 toegepast. NEN 1059:2003 Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 - Gasvoorzieningsystemen - Gasdrukregelstations voor transport en distributie Richtlijnen en overige relevante voorschriften VGWM-voorschriften VIAG 2006. Veiligheids Instructie AardGas. Werkinstructies gastechnische werkzaamheden Procedures m.b.t. ontwerp, aanleg, beheer. Ontwerprichtlijnen Gas Documenten VCA Calamiteiten BestrijdingsPlan Handboek storingsverhelping Kwaliteitshandboek storingsregistratie 59
Bijlage 5 Risicoanalyse In het Risk Based Asset Management proces van Essent Netwerk is het beheersen van risico s de kerngedachte. De risico s die beheerst worden dienen gerelateerd te zijn aan het gereguleerde elektriciteit- en gasnetwerk en de geldende bedrijfswaarden te beinvloeden. Deze bedrijfswaarden zijn veiligheid, kwaliteit van levering, economie, wettelijkheid en reputatie. Het waarderen van risico s op basis van hun kans en effect op de bedrijfswaarden gebeurt met behulp van een risicotoelaatbaarheidsmatrix (RTM). De volgende risico-niveaus worden onderscheiden: Verwaarloosbaar, Laag, Medium, Hoog, Zeer Hoog, en Ontoelaatbaar. Vanaf 2004 houdt Essent een risico register bij. Tot en met 2006 werd jaarlijks een risico register opgeleverd. Sinds 2007 is dit een doorlopend document, waarvan jaarlijks eenmaal een snapshot wordt gemaakt. Van risicomelding tot afgeronde risico analyse worden de volgende stappen doorlopen: Open melding (status 1): Het inventariseren van risico s begint bij risicomeldingen. Deze kunnen door elke medewerker van Essent Netwerk gedaan worden. Risico-analisten verzamelen de risicomeldingen en administreren deze. Gestructureerde melding: Dit betreft het evalueren van binnengekomen risicomeldingen en het inpassen van de risicomelding in de risicohiërarchie. Een (aangepaste) melding wordt afgewezen, afgesloten of gaat naar de volgende processtap voor verdere analyse. Ten slotte wordt de geaccepteerde risicomelding in het risico register vastgelegd. De meldingen worden als volgt geëvalueerd: - of het potentiële risico op de gewenste wijze omschreven is. Zonodig worden meldingen herschreven. - of het potentiële risico reeds bekend is in het risicoregister. - of het een wijziging van een bestaand risico betreft. - of de risicomelding "asset"-gerelateerd is en invloed heeft op de bedrijfswaarden. - of het een adviesaanvraag i.p.v. risicomelding betreft. Ingeschat risico: Voor de geaccepteerde risico s wordt vervolgens een eerste risico-inschatting ten opzichte van de bedrijfswaarden in de risico toelaatbaarheids matrix van Essent Netwerk gemaakt. Tevens worden de ingeschatte risico s geprioriteerd voor de volgende processtap en vastgelegd in het risico register. Voorlopige inschatting (status 2) geschiedt door de risicoanalisten. Definitieve inschatting (status 3) door het werkoverleg van de afdeling Strategie Ontwikkeling. Geanalyseerd risico (status 4): Dit betreft een risico met bijbehorende gedetailleerde risicoanalyse inclusief knelpunten. Ten slotte wordt ook het geanalyseerde risico in het risico register vastgelegd. Het geanalyseerde risico dient als basis voor een eventuele strategie. In Tabel 1 is de status van het risicoregister in 2007 weergegeven ten opzichte van 2005. Het totaal aantal risico s is iets toegenomen. In 2006 en 2007 is een groot aantal risico s herzien, Een deel hiervan is afgesloten, bijvoorbeeld door overlap met andere risico s. Ook zijn risico s die achterhaald waren opnieuw ingeschat en/of geanalyseerd. En vanzalfsprekend is het reigster aangevuld met nieuwe risicomeldingen. Tabel 1: Status risicoregister 2007 t.o.v. 2005 Status Register 2005 Register 1 okt. 2007 Open (status 1) 26 3 Voorlopig ingeschat (Status 2) 40 4 Definitief ingeschat (Status 3) 5 44 In analyse 13 Gereed (Status 4) 0 13 Totaal 71 77 60
Bij het vaststellen van de risico s voor het aanleggen of in stand houden van de gastransportnetten en de daarmee verband houdende kwaliteit van de transportdienst zijn zowel interne als externe risico s van belang. Ter informatie worden in deze bijlage de belangrijkste gas-risico s kort beschreven. Interne risico s Aansluitleidingen 1. Lekkage stalen huisaansluiting tgv corrosie Hoofdleidingen 2. Lekkage grijs gietijzeren leidingen Stations 3. Het niet voldoen aan ATEX-richtlijnen bij gasstations Overige interne risico s 4. Storingskans door montagefout gas 5. Incidenten door falen huisdrukregelaar 6. Gasbelemmering gevelconstructie Externe risico s 7. Lekkage t.g.v. beschadiging gasleidingen bij graafwerkzaamheden 61
Risico analyse 1: Lekkage stalen huisaansluiting tgv corrosie Door verschillende oorzaken is de conditie van de aansluitleidingen niet in alle gevallen optimaal. Tevens blijkt uit de LTO-studie (zie paragraaf 2.6) dat preventief vervangen van leidingen noodzakelijk is om een onbeheersbare storingsgolf in de toekomst te voorkomen. Daarom is een risico-inventarisatie en analyse gemaakt van de meest risicovolle aansluitconstructies (zie ook paragraaf 2.4). Deze risicoanalyse heeft geleid tot een omvangrijk vervangingsprogramma van aansluitleidingen. Dit is terug te zien in de investeringsplannen in aansluitleidingen in bijlage 5 en in de realisatiecijfers (paragraaf 2.8). Het risico Lekkage van de stalen huisaansluiting t.g.v. corrosie heeft hierbij het hoogste risiconiveau. Omschrijving De gasaansluitleiding is opgebouwd uit een aantal elementen en leidingdelen. We kennen het leidingdeel buiten de gevel, het leidingdeel binnen de gevel en de gasmeteropstelling(inclusief de gasdrukregelaar, de hoofdkraan (etc.). Corrosie van de aansluitleiding leidt tot een verzwakking of breuk van de leidingdelen met als gevolg een gaslekkage. Veel van de stalen huisaansluitleidingen die gevoelig zijn voor corrosie zijn voor 1975 toegepast. Storingsrapportages, periodiek gaslekzoeken en veldinspecties en geven een trend weer van een structureel probleem tot een verhoogde kans van gaslekkages. Waarnemingen en bevindingen van mensen in het veld zoals monteurs en storingsoplossers bevestigen dit beeld. Dit risico heeft met name betrekking op de bedrijfswaarde veiligheid en economie Risiconiveau Hoog, zowel op de bedrijfswaarde economie als veiligheid. Strategie / tactiek Er is een strategie en een tactiek opgesteld voor het vervangen van aansluitleidingen. Hierin zijn niet alleen stalen leidingen maar alle andere materialen en constructies meegenomen. Op basis van een inventarisatie en analyse van de risicovolle aansluitconstructies is een vervangingsstrategie en -tactiek bepaald. Zie paragraaf 2.6. 62
Risico analyse 2: Lekkage grijs gietijzeren leidingen Zoals aangegeven in paragraaf 2.4, en op basis van de LTO-studie, beschreven in paragraaf 2.6, zijn ook van alle gebruikte leidingmaterialen voor hoofdleidingen risicoanalyses gemaakt. Het risico Lekkage grijs gietijzeren leidingen komt hierbij als hoog uit de bus. De materialen asbest cement, 1e generatie PE, staal hoge en lage druk en hard PVC vormen een medium risico. Op het moment van schrijven van dit KCD wordt een strategie opgesteld voor een vervangingsprogramma van alle hoofdleidingmaterialen. De financiële impact van deze strategie is terug te vinden in bijlage 5: in 2008 en de daarop volgende jaren is een stijging te zien in de vervangingsinvesteringen in hoofdleidingen. Omschrijving Problemen met Grijs Gietijzer zijn onder de aandacht van de media en overheden gekomen door gasexplosies in Amsterdam (Czaar Peterstraat, 2001) en Mulhouse, (Frankrijk, 2004). Binnen het werkgebied van Essent Netwerk is lekkage van een grijs gietijzeren 7 bar afsluiter op het Julianaplein in Groningen (2003) door de Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzocht. In dit geval ging het echter om een afsluiter, niet om de leiding en is daarmee niet relevant voor deze risicoanalyse. Lekkage heeft voornamelijk effect op de bedrijfswaarde Veiligheid. Daarnaast worden de bedrijfswaarden Economie en Reputatie beïnvloed, wetgeving en kwaliteit van levering niet. De totale lengte van grijs gietijzeren leidingen binnen Essent Netwerk gebied bedraagt 1.850 km, 4,6% van het totaal. Gietijzerleidingen van 80 jaar en ouder zijn nog steeds in gebruik. De technische levensduur van grijs gietijzer leidingmateriaal wordt echter beperkt door de faalmechanismen corrosie, spontane breuken of scheuren en het uitdrogen van verbindingen. Risiconiveau Medium op de bedrijfswaarde veiligheid, hoog op de bedrijfswaarde economie door de kosten van lekreparaties Strategie / tactiek Op dit moment wordt een strategie en tactiek opgesteld voor het vervangen van hoofdleidingen, dus ook van de andere materialen. Hierin worden ook risicoanalyses van de andere leidingmaterialen meegenomen (risiconiveau s medium en laag). Vooruitlopend op de uitkomst van deze tactiek zijn de vervangingsinvesteringen in 2008 al enigszins opgevoerd. Na 2008 zal deze stijging doorzetten. Dit is terug te zien in de investeringsplannen. 63
Risico analyse 3: Het niet voldoen aan ATEX-richtlijnen bij gasstations Zoals voor aansluitleidingen en hoofdleidingen zal ook voor stations de komende jaren het vervangingsbeleid (en de afweging versus onderhoud) worden herzien en verder worden uitgewerkt. Op dit moment echter vormt op het gebied van stations het risico niet voldoen aan ATEX richtlijnen de grootste bedreiging voor de bedrijfswaarden van Essent Netwerk. Benadrukt wordt dat de bedrijfswaarde wettelijkheid (risiconiveau hoog) hier eerder in het geding is dan de bedrijfswaarde veiligheid (laag). Omschrijving Indien in een gasstation een onbedoelde gasuitstroom plaatsvindt, ontstaat een gevaarlijke situatie, die kan escaleren in een explosie van het gas, met mogelijk dodelijke slachtoffers en vernietiging van het station tot gevolg. Om te voorkomen dat de apparatuur binnen het station zelf deze explosie kan veroorzaken (vonkvorming) zijn al geruime tijd geleden diverse NEN en IEC normen opgesteld. In 2001 is de nieuwe arbowet (inclusief arbobesluit en overige aanvullende regelgeving) van kracht geworden waarin deze normen zijn opgenomen. Dit had tot gevolg dat deze normen hun min of meer vrijblijvende karakter verloren en onderdeel van de wet werden. In 2003 is vervolgens de ATEX richtlijn geïmplementeerd 1) en ook opgenomen in het arbobesluit 2). De atex-richtlijn 3) eist dat elk station aan de geldende normen voldoet en dat dit middels documentatie aangetoond wordt. Niet alle gasstations van Essent Netwerk voldoen aan deze normen. Dit risico heeft effect op de bedrijfswaarden veiligheid, economie en wettelijkheid. Risiconiveau Laag op de bedrijfswaarde economie, laag op de bedrijfswaarde veiligheid en hoog op de bedrijfswaarde wettelijkheid. Strategie / tactiek De strategie voor dit risico houdt in het verwijderen van elektrische apparatuur en uitvoeren van een inspectie- en herstelprogramma voor de districts- en overslagstations. Dit om te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving, om de veiligheidsrisico s volledig uit te sluiten (geen ontstekingsbronnen) en om standaardisatie mogelijk te maken (alle betreedbare stations beschikken over een elektrische installatie, alle niet betreedbare stations hebben geen elektrische installatie) en om de kosten voor derden beperkt te houden. De tactiek is deels al ten uitvoer gebracht: in 2007 zijn alle gasontvangststations geinspecteerd en aangepast. In 2007 zijn tevens de overslag- en distributiestations geinspecteerd. Aanpassing van deze stations wordt over de komende 3 jaar uitgesmeerd. 1) Staatsblad nr. 268 d.d. 19 juni 2003. 2) Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.5, paragraaf 2a. 3) Europese richtlijn 1999/92/EG Bescherming van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar lopen (ATEX 137), d.d. 16 december 1999. 64
Risico analyse 4: Storingskans door montagefout gas Uit analyse van de resultaten van de storingsregistratie blijkt dat veel storingen een gevolg zijn van montagefouten. Gezien de steeds omvangrijkere vervangingsprogramma s is dit risico de komende jaren een punt van aandacht. Het ontwikkelen van verder beleid op dit risico staat dan ook hoog op de agenda. Omschrijving Bij het aanleggen van nieuwe gasnetten of bij werkzaamheden aan bestaande netten kunnen montagefouten gemaakt worden. Nestor gebruikt twee definities: Aanlegfout in het verleden: Hiervan is sprake als de leiding op andere kabels of leidingen rust, onrond is geworden door onvoldoende verdichting of indien bijvoorbeeld koppelingen in het verleden niet volgens de voorschriften zijn gemonteerd. Montagefout nu: Hieronder wordt verstaan een foutieve handeling tijdens het uitvoeren van regulier onderhoud of een foutieve handeling tijdens het verhelpen van een storing. Dit risico gaat over de eerste definitie, de aanlegfout in het verleden. Er is een scala aan redenen waarom deze fouten gemaakt zijn. De reden is echter niet belangrijk voor de risico analyse, slechts dat de fout gemaakt is en dat dit mogelijk leidt tot storingen in de (directe) toekomst. Sommige montagefouten komen op korte termijn naar boven, andere sluimeren jaren en komen dan pas naar boven. Beide soorten kunnen leiden tot schade (bedrijfswaarde Economie) en lekkage die bij correcte aanleg niet waren opgetreden. Risiconiveau Hoog voor de bedrijfswaarde economie en laag voor de bedrijfswaarde veiligheid. Strategie / tactiek Dit risico zal waarschijnlijk veranderen bij een afnemend toezicht op het uitbestede werk aan aannemers. Zeker gezien de stijgende vervangingsprogramma s is dit een punt van aandacht. Het ontwikkelen verder beleid op dit risico staat dan ook hoog op de agenda. Op dit moment is dit (nog) niet terug te zien in de financiële cijfers. 65
Risico analyse 5: Incidenten door falen huisdrukregelaar Uit analyse van de resultaten van de storingsregistratie blijkt dat falende huisdrukregelaars een oorzaak vormen voor een groot gedeelte van de storingen. Omschrijving De huisdrukregelaar, verantwoordelijk voor het reduceren van de druk in de 100 mbar netten naar nominaal 27 mbar, heeft een groot aandeel, ca 25%, in de storingen die bij de netbeheerder worden gemeld. De huisdrukregelaar wordt alleen toegepast in 100 mbar deelnetten en in gasmeteropstellingen met een maximum capaciteit van 10 m 3 /h. De maximum technische levensduur van een huisdrukregelaar is ongeveer 30 jaar. De huisdrukregelaar is aan slijtage onderhevig omdat er mechanisch bewegende onderdelen in zitten en rubbercomponenten die verouderen. In het verleden hebben zich een tweetal omvangrijke incidenten voorgedaan met bepaalde typen huisdrukregelaars die tot terugroepacties hebben geleid. Dit risico heeft effect op de bediijfswaarden kwaliteit van levering, economie, veiligheid en reputatie. Risiconiveau Hoog voor de bedrijfswaarden kwaliteit van levering en veiligheid, zeer hoog voor de bedrijfswaarde economie. Strategie / tactiek Om meer inzicht te kunnen krijgen in welk type huisdrukregelaars welk faalgedrag vertonen zal naast interne registratie-aanpassing vanuit Essent Netwerk getracht worden om landelijk afspraken te maken voor aanvullende registratie in de Nestor storingsregistratie. Op basis van de verdere analyse van deze gegevens zal vervolgens beleid worden gemaakt. Dit is (nog) niet terug te zien in het onderhouds- en investeringsniveau. 66
Risico analyse 6: Gasbelemmering gevelconstructie Een eerste risico inschatting wijst uit dat het risico van een niet-gasbelemmerende gevel hoog tot zeer hoog is. Dit is de reden dat dit risico op het moment van schrijven van dit document in analyse is. Ter informatie is een samenvatting van het eerste concept van deze analyse opgenomen in dit deze risicobijlage. Omschrijving In deze risicoanalyse wordt gekeken naar de effecten van een niet gasbelemmerende geveldoorvoer 4). Bij een gaslekkage buiten de woning kan het voorkomen worden dat er gas via de geveldoorvoer onder de woning in een kruipruimte komt en aldaar een explosief gasmengsel vormt. Uit de ongevallen registratie van de afgelopen 10 jaar blijkt dat veel gasexplosies zijn ontstaan door een niet gasbelemmerende gevel. Recent ongeval is Urk. Waar een gaslekkage van een uitgetrokken aansluitstuk op de hoofdleiding binnen 2 uur een explosief mengsel in een woning vormde en door de aanwezigheid van een ontstekingsbron, er een explosie volgde met veel schade. In twee recente rapporten van OvV wordt ingegaan op de ondoorlatendheid van de gevelconstructie, gasdetectie, herkenbaarheid van het aardgas en een adequate calamiteitenorganisatie. Deze analyse beperkt zich tot muurdoorvoeren en laat gasbelemmering van de constructie, muur zelf en de fundering buiten beschouwing. Naast de geveldoorvoer voor de gasleiding hebben ook andere nutsvoorzieningen zoals elektriciteit, water, kabel, telefoonlijn en riool een geveldoorvoer. Deze vallen binnen de scope van deze analyse. Dit risico heeft effect op de bedrijfswaarden veiligheid, economie en wettelijkheid. Risico niveau Het risiconiveau is hoog tot zeer hoog op de bedrijfswaarde veiligheid. Strategie / tactiek Verdere analyse van dit risico, en ontwikkelen van een strategie en tactiek(-en) moet uitwijzen welk nieuw beleid of welke beleidswijzigingen dit risico tot gevolg zal hebben. 4) Buis of andere voorziening voor geleiding en bescherming van leidingen door de gevel waar de aansluitleiding de woning binnen gaat. 67
Risico analyse 7: Lekkage tgv beschadiging gasleidingen bij graafwerkzaamheden Analyse van de prestaties van Essent Netwerk op de veiligheidsindicator wijst uit dat een substantieel deel van de storingen in aansluitleidingen en hoofdleidingen wordt veroorzaakt door graafwerkzaamheden. De op deze risicoanalyse gebaseerde strategie en daaruit volgende tactieken zijn reeds geïmplementeerd (zie ook paragraaf 4.7) maar hebben geen grote wijziging in investering- en onderhoudscijfers tot gevolg. Omschrijving Als gevolg van grondroeringen kunnen leidingen worden beschadigd. Onder grondroeringen vallen werkzaamheden als graven, frezen, boren, heien, slaan van damwanden, landbewerking etc. Circa 37% van het aantal storingen in hoofdleidingen wordt veroorzaakt door graafwerkaamheden. Voor aansluitleidingen ligt dit percentage 44% (Storingsregistratie gasdistributienetten 2005). Deze beschadigingen kunnen direct of op termijn leiden tot een gevaarlijke situatie als gevolg van het ongecontroleerd uitstromen van gas. In opdracht van KLIC en Bouwend Nederland is in 2005 onderzoek gedaan naar de oorzaken van het ontstaan van graafschades aan kabels en leidingen. Hieruit blijkt dat in 37% van de graafschades er geen KLIC-melding was gedaan en in 44% er sprake was van onzorgvuldig graven. Andere oorzaken van kabel- en leidingschade zijn onjuiste kabel- en leidinggegevens (3%), slechte communicatie tussen grondroerders en netbeheerders enerzijds en uitvoerders en machinisten anderzijds (7%), tijdsdruk bij grondroerders (8%) en overige oorzaken (1%). In deze risico analyse wordt de impact van de graafwerkzaamheden (grondroeringen) in het gasnet op de bedrijfswaarden van Essent Netwerk onderzocht. Deze analyse heeft betrekking op leidingen met een gasdruk tot en met 8 bar. Het risico heeft effect op de bedrijfswaarden veiligheid, reputatie en economie. Risico niveau Medium voor de bedrijfswaarden reputatie, laag voor de bedrijfswaarde veiligheid en hoog voor de bedrijfswaarde economie. Strategie / tactiek Zie paragraaf 4.7 68
Bijlage 6 Investeringsplan komende 5 jaar (2008-2012) Volgens art.16 van de ministeriele regeling moet de netbeheerder een investeringsplan voor de komende 5 jaar opgeven. Investeringen zijn te onderscheiden in uitbreidingsinvesteringen en vervangingsinvesteringen. De uitbreidingsinvesteringen vloeien voort uit de geconstateerde knelpunten in het transportnet en ontwikkeling van gasdistributienetten als gevolg van realisatie van nieuwbouwplannen voor woningen, tuinbouw, industrie e.d. De vervangingsinvesteringen vloeien voort uit de noodzaak om tot vervanging over te gaan in verband met de kwaliteit van de componenten. Bij vervangingsinvesteringen behoren ook reconstructies. In tabel 4.1 is een overzicht weergegeven van de uitbreidingen die Essent Netwerk de komende vijf jaar verwacht te gaan doen. Voor het vaststellen van de nieuwbouwinvesteringen is uitgegaan van de thans bekend zijnde plannen en het accres dat in de diverse gebieden in de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. Omdat vooral de nieuwbouwinvesteringen afhankelijk zijn van uitbreiding in de woningbouw, bedrijfspanden en ontwikkelingen van industrieterreinen wordt de betrouwbaarheid van de opgegeven waarden minder naarmate het jaar verder in de toekomst ligt. Tabel 4.1: Uitbreidingsinvesteringen in aantallen Uitbreidingsinvesteringen komende 5 jaar (2008-2012) Leiding. Eenheid Jaar Aard station 2008 2009 2010 2011 2012 Hoofdleidingen km 150 150 150 150 150 Aansluitleidingen aantal 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000 Stations Overslag aantal 0 0 0 0 0 Distributie aantal 24 24 24 24 24 Afleverstation aantal 110 110 110 110 110 In tabel 4.2 zijn de kosten van de geplande uitbreiding weergegeven. Tabel 4.2: Uitbreidingsinvesteringen in euro s Uitbreidingsinvesteringen komende 5 jaar (2008-2012) Eenheid Jaar 2008 2009 2010 2011 2012 Hoofdleidingen * 1.000 14.100 14.100 14.100 14.100 14.100 Aansluitleidingen * 1.000 13.800 13.800 13.800 13.800 13.800 Stations * 1.000 3.200 3.200 3.200 3.200 3.200 Totaal * 1.000 31.100 31.100 31.100 31.100 31.100 De afgelopen jaren heeft Essent Netwerk zich beziggehouden met het herformuleren van verschillende onderhoudsen vervangingsstrategieën. Deze nieuwe strategieën hebben tot een andere investeringsbehoefte geleid dan in het voorgaande capaciteits- en kwaliteitplan was voorzien. De investeringsbehoefte voor de komende vijf jaar met betrekking tot vervangingen zijn opgenomen in tabel 4.3 en tabel 4.4. 69
Tabel 4.3: Vervangingsinvesteringen in aantallen Vervangingsinvesteringen komende 5 jaar (2008-2012) Leiding. Eenheid Jaar Aard station. 2008 2009 2010 2011 2012 Hoofdleidingen km 157 200 250 300 300 Aansluitleidingen aantal 34.000 34.000 34.000 34.000 34.000 Stations Overslag aantal 2 2 2 2 2 Distributie aantal 45 45 45 45 45 Afleverst. aantal 30 30 30 30 30 Reconstructies en Overig * 1.000 8.400 8.400 8.400 8.400 8.400 Tabel 4.4: Vervangingsinvesteringen in euro s Vervangingsinvesteringen komende 5 jaar (2008-2012) Eenheid Jaar 2008 2009 2010 2011 2012 Hoofdleidingen * 1.000 11.500 14.600 18.300 22.000 22.000 Aansluitleidingen * 1.000 25.900 25.900 25.900 25.900 25.900 Stations * 1.000 3.700 3.700 3.700 3.700 3.700 Reconstructies en Overig * 1.000 9.200 9.200 9.200 9.200 9.200 Totaal * 1.000 50.300 53.400 57.100 60.800 60.800 Een verwachting van de totale investeringsbehoefte is weergegeven in tabel 4.5. Tabel 4.5: Totale verwachte investeringskosten in euro s Verwachte uitbreidings- en vervangingsinvesteringen per jaar [ xin 106 ] (2008-2012) Eenheid Jaar 2008 2009 2010 2011 2012 Uitbreidingsinvest. *1.000.000 31,1 31,1 31,1 31,1 31,1 Vervangingsinvest. *1.000.000 50,3 53,4 57,1 60,8 60,8 Totaal *1.000.000 81,4 84,5 88,2 91,9 91,9 70
Bijlage 7 Onderhoudsplan komende 5 jaar (2008-2012) In tabel 5.1 is op basis van de hoofdcomponenten een inschatting gegeven van de onderhoudsactiviteiten die in de komende vijf jaar verricht zullen gaan worden. Tabel 5.1: Onderhoudsactiviteiten 2008-2012 Onderhoudsplan 2008-2012 Component Werkzaamheden Eenheid Jaar 2008 2009 2010 2011 2012 Leidingen Gaslekzoeken km 7.500 7.500 7.500 7.500 7.500 Lekherstel aantal 3.925 3.925 3.925 3.925 3.925 KB-controle (meetpunten) aantal 5.950 5.950 5.950 5.950 5.950 Stations Inspecties aantal 13.500 13.500 13.500 13.500 13.500 Herstel uit inspecties aantal 975 975 975 975 975 Herstel HHHAS aantal 250 250 250 250 250 Appendages Inspecties afsluiters aantal 225 225 225 225 225 Herstel afsluiters aantal 1.800 1.800 1.800 1.800 1.800 Storingen en overige x 1.000 8.600 8.700 8.800 8.900 9.000 Het onderhoudswerk volgt grotendeels uit inspecties en kunnen daarom afwijken van de geprognosticeerde waarden. De bedragen die gemoeid zijn met het ingeschatte onderhoud zijn weergegeven in tabel 5.2. Tabel 5.2: Geschatte bedragen onderhoud Jaar met bedragen in x 10 6 2008 2009 2010 2011 2012 Kosten kosten volgens onderhoudsplan 15,3 15,3 15,3 15,3 15,3 Storingsverhelping 8,6 8,7 8,8 8,9 9,0 Totaal 23,9 24,0 24,1 24,2 24,3 De verwachting is dat de onderhoudskosten als gevolg van gaslekken in leidingen op middellange termijn sterk dalen in verband met het nieuw ingezette vervangingsbeleid. Hoe meer leidingen er vervangen zijn, hoe minder lekken er verwacht worden. Omdat de grootte van het effect niet bekend is, is het effect nog niet meegenomen in dit Capaciteits- en Kwaliteitsplan. 71
Bijlage 8 Oplossen van storingen, onderbrekingen en storingsregistratie Storingsverhelping In onderstaande figuur wordt het storingsregistratieproces voor gasnetten schematisch weergegeven. Klant Storingsmelding Ind. Verzoek Storingen Customer Relations Status Informatie Intake Storing Melding Calamiteit Calmiteitenplan Plannen Onderhoud Ind. Verzoek Storingen Storingsmap Storingsorder Status Informatie Bedrijfsvoering Inkoop & Logistiek Materiaal/ Diensten Uitvoering Storing Materiaal/ Diensten Inkoop & Logistiek Bedrijfsvoering VGN Plan/ Schakelplan Storingsmap Ind. Verzoek Storingen Plannen Onderhoud Verwerken MA Rev. Gegev. Storingen Afwerken Storing Verwerken PI Bijstelling PO Plan Asset Management Overzichtlijst Compensatie Afhandelen Klachten GV Financiële Rapportage Figuur 1: Schematische weergave van het proces oplossen storingen Storingsregistratie Voor het registreren van storingen wordt gewerkt volgens de voorschriften van het landelijk systeem Nestor, vastgelegd in het Kwaliteitshandboek onderbrekingsregistratie (NESTOR) Essent Netwerk. De netbeerders hebben, in samenwerking met KEMA een gezamenlijke norm opgesteld voor een certificaat voor de storingsregistratie. In 2005 is dit certificaat door Essent Netwerk behaald. Hieronder is een verkorte inhoud van het kwaliteitshandboek weergegeven. 72
1. Inspanningsverplichting netbeheerder 2. Besturing 2.1. Beleid 2.2. Directievertegenwoordiger / Proceseigenaar 2.3. Organisatie 2.4. Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden 2.5. Processen en systemen 3. Analyses en rapportages 3.1. Storingsanalyse 3.2. Storingsrapportages 3.3. Kwaliteitsrapportages (NPI) 4. Ondersteuning management systeem 4.1. Inrichting van het managementsysteem 4.2. Managementregistraties 4.3. Beheer van documenten 5. Ondersteunende processen 5.1. Interne audits 5.2. Structureel verbeteren 5.3. Opleiding en instructie 5.4. Beheer van systemen en gegevens 5.5. Beheer van de website 5.6. Herkenning en afhandeling klachten Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Overzicht taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden t.a.v. storingsregistratie Kwantitatieve normeisen Format rapportage t.b.v. afdeling Finance Werkinstructie WQM 034 Nestor Prestatie Indicatoren Werkinstructie WQM 000 Nestor Analyse PQM 101 Interne Audit Storingsregistratie PQM 105 Beheermanagement registraties en documenten storingsregistratie 73
Bijlage 9 Monitoringsprocedure Activiteit Onder- Freq./ Norm Kennis- Werkinstructies Rapportage houds- tijdstip regels politiek Gasontvang- Bouwkundige 1x per Geen Onderhouds- SAP stations inspectie 6 jaar zichtbare richtlijn gebreken District- Functionele TAO 1x per Normen/ Faal- en Onderhouds- SAP/STORNET en overslag- inspectie jaar criteria per actiecodes richtlijnen/ stations installatie component stations Werkinstructies B1 Faalkans < criterium inspecties. Vervangingsrichtlijn bovengrondse componenten. Drukcontrole TAO 1x per Faal- en jaar actiecodes stations Reparatie SAO/TAO Na Faal- en Onderhouds- SAP/NESTOR inspectie actiecodes richtlijnen/ Na stations Werkinstructies melding Verhelpen SAO Na Faal- en Regulier SAP/NESTOR melding actiecodes storingsproces stations Aflever- Functionele TAO 1x per Normen/ Faal- en Onderhouds- SAP stations inspectie jaar criteria per actiecodes richtlijnen/ component stations Werkinstructies B1 Faalkans < criterium inspecties. Vervangingsrichtlijn bovengrondse componenten. Reparatie SAO/TAO Na Faal- en Regulier SAP/NESTOR inspectie actiecodes storingsproces Na stations melding Verhelpen SAO Na Faal- en SAP/NESTOR storing melding actiecodes stations Hogedruk- Functionele TAO 1* per Normen/ Faal- en Onderhouds- SAP aansluitingen inspectie 5 jaar criteria per actiecodes richtlijnen/ component stations Werkinstructies Faalkans < criterium Hogedrukaansluiting inspecties Vervangingsrichtlijn Reparatie SAO/TAO Faal- en Onderhouds- SAP/NESTOR actiecodes richtlijnen/ stations Werkinstructies Verhelpen SAO Na Faal- en Regulier SAP/NESTOR storing melding actiecodes storingsproces stations 74
Activiteit Onder- Freq./ Norm Kennis- Werkinstructies Rapportage houds- tijdstip regels politiek Leidingnet Lekzoeken TAO 1 periodiek Klasse 1 Faal- en Onderhouds- SAP/NESTOR LD + HD 5-10 m jaar >10.000 ppm actiecodes richtlijnen/ (afh. van >100 ppm en leidingen Werkinstructies materiaal binnen 2m gaslekzoeken en ligging) van de gevel. Vervangingsrichtlijn >10 ppm en hoofdleiding binnen 0,5 m van de gevel. Klasse 2 Planmatig overige lekken repareren Kathodische TAO 1-6 per jaar Bbp < -850 mv Onderhouds- SAP bescherming (afh. van en > 1400 mv richtlijnen/ ligging en als afwijking Werkinstructies belangrijk- I > 10% Kathodische heid) bescherming Reparatie SAO n.a.v. Repareren of Faal- en Onderhouds- SAP/NESTOR lekzoek- vervangen actiecodes richtlijnen/ programma KB systeem leidingen Werkinstructies Na Kathodische inspectie bescherming Bij melding en Gaslekzoeken Aansluit- Lekzoeken TAO 1periodiek Klasse 1 Direct Onderhouds- SAP/NESTOR leidingen 5-10m jaar >10.000 ppm repareren richtlijnen/ (afh. van >100 ppm en Werkinstructies materiaal binnen 2 m gaslekzoeken en ligging) van de gevel. Vervangingsrichtlijn >10 ppm en aansluitleiding binnen 0,5 m van de gevel. Klasse 2 Planmatig overige lekken repareren Reparatie SAO n.a.v. Klasse 1 Direct Onderhouds- SAP/NESTOR lekzoek- >10.000 ppm repareren richtlijnen/ programma >100 ppm en Werkinstructies Na binnen 2 m gaslekzoeken inspectie van de gevel. Vervangingsrichtlijn Bij melding >10 ppm en binnen 0,5 m van de gevel. Klasse 2 Planmatig overige lekken repareren Appendages Visuele funct. TAO Gecom- Faal- en Onderhouds- SAP Inspectie bineerd met actiecodes richtlijnen/ andere componenten Werkinstructies inspecties Gaslekzoeken Functionele TAO HD Functionele Faal- en Onderhouds- SAP controle 1 per jaar controle en actiecodes richtlijnen/ LD gasdichtheid componenten Werkinstructies HD- 1 x 5 jaar en LD-afsluiters Specifieke vervangingsrichtlijnen 75
Bijlage 10 Procedure KLIC-meldingen en informatieverzoeken Onderstaande procedure laat zien hoe uitvoerders van werkzaamheden aan, in of nabij delen van het net tijdig kunnen beschikken over alle geregistreerde gegevens die zij nodig hebben om te voorkomen dat die werkzaamheden schade aan het net of onveilige situaties tot gevolg hebben. In paragraaf 4.7 wordt beschreven hoe Essent Netwerk zorg draagt dat het bedrijfsmiddelenregister compleet is en hoe uitvoerders van werkzaamheden gestimuleerd worden om eventuele door hen veroorzaakte schades te melden. Procedure KLIC / aanwijs De doelstelling van de afdeling KLIC / Aanwijs van Essent Netwerk is het voorkomen van schade aan Essent kabels en leidingen door: a) het sturen van tekeningen met daarop aangegeven de plaats waar zich kabels en leidingen bevinden; b) het geven van voorlichting en aanwijzing in het veld met betrekking tot de ligplaats van kabels en leidingen. Ad figuur 1 Grondroerders melden hun informatiebehoefte met betrekking tot de ligging van kabels en leidingen bij het KLIC (Kabels en Leidingen Informatie Centrum). Het KLIC filtert de meldingen en stuurt deze door aan o.a. Netbeheerders zoals Essent Netwerk. Daarnaast zijn er derden die zich bij Essent Netwerk melden met een informatiebehoefte met betrekking tot de ligging van kabels en leidingen in een bepaald gebied. Zij doen dit in verband met het mogelijk ontwikkelen van plannen, dit noemt men oriëntatie meldingen. KLIC meldingen en oriëntatie meldingen worden, al dan niet bewerkt, ingevoerd in een systeem dat automatisch de aanwezigheid van Essent kabels en leidingen onderzoekt. Bij een negatief resultaat wordt de aanvrager middels een brief geïnformeerd over het niet aanwezig zijn van Essent kabels en leidingen. Bij een positief resultaat wordt de aanvrager met behulp van een brief, tekeningen en informatie folders geïnformeerd over de liggingplaats van kabels en leidingen. Bij een KLIC melding gebeurt dat binnen 3 dagen en bij een oriëntatie melding gebeurt dat binnen 10 dagen na ontvangst van de aanvraag. Vastgelegd wordt welke gegevens verstrekt zijn, die informatie wordt over een periode van 5 jaar bewaard. Indien er Hoogspanning infrastructuur bij betrokken is wordt de afdeling Netbeheer Hoogspanning geïnformeerd over de informatieaanvraag en verstrekking. Netbeheer Hoogspanning verstrekt dan info over ligging, veiligheidsafstanden ed. 76
Figuur 1: KLIC / Aanwijs: Informatieverstrekking Net in rust Grondroerder Informatiebehoefte melden bij KLIC-Nederland Oriëntatie melding van derde Mail met KLIC-aanvraag KLIC-Nederland Gegevens invoeren in Geoversum KLIC-aanvraag van KLIC-Nederland binnen 3 dagen afronden, oriëntatie melding van derden binnen 10 dagen afwerken. Systeemtechnisch onderzoek naar de aanwezigheid van kabels en leidingen Aanwezigheid K&L Ja Nee Brief naar aanvrager: geen K&L Maken print(en) en vastlegging verstrekte info Brief, infofolders, tekeningen met K&L tbv aanvrager Betrokkenheid HS Nee Ja Kopie uitgaande brief naar Netbeheer HS Net in rust 77
Ad figuur 2 Op basis van informatie, die naar aanleiding van KLIC meldingen verstrekt is, kijkt KLIC / Aanwijs naar werken waarbij Hoogspanning, Middenspanning en/of Hoge druk Gas betrokken zijn. Deze disciplines in combinatie met werken zoals de aanleg van riolering, het slaan van damwanden, aanleg van drainage, etc. en in mindere mate aan persboringen en het heien van palen èn gegevens over de effecten van eventueel niet beschikbare infrastructuur leiden tot een lijst met meer of minder storinggevoelige werken. Over die werken wordt dan contact opgenomen met de betreffende aannemers, daarbij wordt ingegaan op verschillende aspecten met betrekking tot de kabels en leidingen. Indien tot aanwijzing besloten wordt, wordt op locatie de nodige informatie en aanwijzingen verstrekt. De informatie wordt verstrekt op basis van de gegevens van de beheerkaarten. De afdeling KLIC / Aanwijs wordt regelmatig door aannemers benaderd met het verzoek om kabels en leidingen aan te wijzen omdat ze voor hen onvindbaar zijn. In overleg wordt besloten of het inderdaad zinvol en/of noodzakelijk is om ter plaatse tot aanwijzing over te gaan. Uitgangspunt is dat de aannemer voordien voldoende inspanning heeft verricht om de kabels en leidingen zelf op te sporen. Als via de beheerkaarten en/of het graven van proefsleuven de kabels en leidingen niet gevonden worden kan met andere methoden, bijv. het zetten van een signaal op de kabel of buis, de ligging vastgesteld worden. Als er nog onduidelijkheden overblijven wordt de Netbeheerder van die Regio en de afdeling O&S van die Regio ingeschakeld bij bijv. Een (dreigend) gevaarlijke situatie en/of voor extra informatie. Als blijkt dat een kabel of leiding op een andere plaats ligt dan volgens de beheerkaart verwacht mag worden, dan wordt de kabel of leiding opnieuw ingemeten door de medewerker van de afdeling KLIC / Aanwijs. De gegevens worden naar de afdeling AE&I van de betreffende Regio verzonden voor het aanpassen van de beheerkaart. 78
Figuur 2: KLIC /Aanwijs: Aanwijzen van kabels en leidingen Net in rust Lijst KLIC meldingen Gegevens betrokken infrastructuur Risico afweging Overige gegevens Actielijst Info derden Telefonisch overleg met aannemer Bezoek werk Ja Kabellokatie cq kabel of leiding aanwijzen en verstrekken van info Nee Aannemer Info inwinnen NB Ja Overleg NB Nee Info inwinnen Regio Ja Overleg Regio Nee Nawerk Aanwijs Ja Herinmeten Nee Gegevens verwerken AE&I Activiteiten uitzetten bij Regio Net in rust 79
Bijlage 11 Waarderingsmodel Aansluitconstructies Gas Figuur 1: Voorblad Waarderingsmodel Aansluitconstructies Gas Figuur 2: Invulformulier voor de bepaling van de kwaliteit van de aansluitleiding 80
Bijlage 12 Capaciteitsbehoefte komende 7 jaar Provincie Groningen Deelnet 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 Warfhuizen; Bedum; Roodeschool (8 en 3 bar) 44.890 45.650 46.410 47.170 47.930 48.690 49.450 50.210 Saaksum (3 bar) 2.040 2.060 2.080 2.100 2.120 2.140 2.160 2.180 Appingedam; Godlinze; Thesinge (8 en 4 bar) 20.410 20.500 20.590 20.680 20.770 20.860 20.950 21.040 Delfzijl Bernhardlaan; Delfzijl Vennedijk 15.080 15.570 16.060 16.550 17.040 17.530 18.020 18.510 (8, 3, 2 en 1 bar) Wagenborgen; Nieuwolda (4 bar) 3.860 3.870 3.880 3.890 3.900 3.910 3.920 3.930 Grootegast; Leek; Noordhorn; Grijpskerk (8 bar) 39.770 39.980 40.190 40.400 40.610 40.820 41.030 41.240 Hoogkerk (8 bar) 5.210 5.240 5.270 5.300 5.330 5.360 5.390 5.420 Groningen Reitdiep; Sontweg; Stuurboordswal; 121.900 123.930 125.960 127.990 130.020 132.050 134.080 136.110 Via Lab (7 bar) Haren Esserweg; Haren Meerweg (8 bar) 17.730 17.810 17.890 17.970 18.050 18.130 18.210 18.290 Nieuweschans; Midwolda; Beerta; Blijham 12.770 12.900 13.030 13.160 13.290 13.420 13.550 13.680 (8 en 3 bar) Winschoten Hoorntjesweg; 15.810 15.820 15.830 15.840 15.850 15.860 15.870 15.880 Winschoten Koningstraat (8 bar) Scheemderzwaag; Scheemda; Oude Pekela 12.240 12.250 12.260 12.270 12.280 12.290 12.300 12.310 (8 en 1 bar) Harpel; Wedde (4 bar) 5.350 5.350 5.350 5.350 5.350 5.350 5.350 5.350 Bareveld; Veendam; Zuidbroek; 38.760 39.010 39.260 39.510 39.760 40.010 40.260 40.510 Nieuwe Pekela (8 bar) Stadskanaal; Tange (8 en 1 bar) 21.020 21.420 21.820 22.220 22.620 23.020 23.420 23.820 Ter Apel; Valthermond (8, 3 en 2 bar) 14.860 14.950 15.040 15.130 15.220 15.310 15.400 15.490 Sappemeer; Siddeburen; 42.220 42.620 43.020 43.420 43.820 44.220 44.620 45.020 Westerbroek (8, 3 en 1 bar) Provincie Friesland Deelnet 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 Terschelling; Vlieland (8 en 4 bar) 5.480 5.490 5.500 5.510 5.520 5.530 5.540 5.550 Sint Annaparochie; Stiens (8 bar) 11.770 11.880 11.990 12.100 12.210 12.320 12.430 12.540 Franeker; Harlingen; Tzumarrum (8 bar) 29.470 29.650 29.830 30.010 30.190 30.370 30.550 30.730 Leeuwarden Edisonstraat; Leeuwarden 87.250 87.790 88.330 88.870 89.410 89.950 90.490 91.030 Esdoornstraat; Beetgummermolen (8 bar) Bolsward; Witmarsum; Parrega; Kimswerd (8 bar) 17.900 18.050 18.200 18.350 18.500 18.650 18.800 18.950 Nijland; Sneek lmastraat; Sneek Zeemanstraat; 35.830 36.170 36.510 36.850 37.190 37.530 37.870 38.210 Wommels (8 bar) Akkrum; Grouw; Warga (4 bar) 13.610 13.800 13.990 14.180 14.370 14.560 14.750 14.940 Beetsterzwaag; Gorredijk; Klein Groningen; 24.440 24.580 24.720 24.860 25.000 25.140 25.280 25.420 Haulerwijk (8 en 4 bar) Oosterwolde (8 bar) 16.060 16.090 16.120 16.150 16.180 16.210 16.240 16.270 Hindelopen; Workum (8 bar) 3.870 3.920 3.970 4.020 4.070 4.120 4.170 4.220 Wyckel; Koudum; Ijlst; Lemmer (8 bar) 27.970 28.290 28.610 28.930 29.250 29.570 29.890 30.210 Joure; Oudehaske; Sint Nicolaasga (8 bar) 18.050 18.240 18.430 18.620 18.810 19.000 19.190 19.380 Peperga; Wolvega (8 bar) 19.040 19.180 19.320 19.460 19.600 19.740 19.880 20.020 Oosterbierum Vriezo (8 bar) 2.110 2.110 2.110 2.110 2.110 2.110 2.110 2.110 81
Provincie Drenthe Deelnet 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 Gasselternyveenschemond; Gieten; 30.220 30.410 30.600 30.790 30.980 31.170 31.360 31.550 Vries; Zuidlaren (8 en 1 bar) Paterswolde; Eelde; Peize (8 en 4 bar) 13.810 13.850 13.890 13.930 13.970 14.010 14.050 14.090 Veenhuizen; Roden; Norg (8 en 4 bar) 21.570 21.680 21.790 21.900 22.010 22.120 22.230 22.340 Assen Marsdijk; Assen Witterstraat (8 en 4 bar) 46.810 48.080 49.350 50.620 51.890 53.160 54.430 55.700 Hoogersmilde; Smilde (4 bar) 7.530 7.590 7.650 7.710 7.770 7.830 7.890 7.950 Beilen; Garminge; Hooghalen; Rolde (4 bar) 24.610 25.490 26.370 27.250 28.130 29.010 29.890 30.770 Valthe; Buinerveen (8 bar) 20.810 21.280 21.750 22.220 22.690 23.160 23.630 24.100 Emmer-Compascuum; Barger-Compascuum; 67.570 67.990 68.410 68.830 69.250 69.670 70.090 70.510 Schoonebeek (8 bar) Emmen; Noord-Sleen (8 en 3 bar) 52.670 53.790 54.910 56.030 57.150 58.270 59.390 60.510 Provincie Overijssel Deelnet 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 Wesepe, Schalkhaar,Bathmen, Olst, 23.560 23.830 24.100 24.370 24.640 24.910 25.180 25.450 Holten (8-4 bar) Beerzerveld (8bar) 860 870 880 890 900 910 920 930 Boekelo (2 bar) 2.370 2.390 2.420 2.440 2.470 2.490 2.520 2.540 Deventer Westfalenstr Borgele (8-4 bar) 53.430 54.180 54.930 55.680 56.430 57.180 57.930 58.680 Enschede Kanaalstraat, Kl. Boekelerveldweg, 88300 90000 91700 93400 95100 96800 98500 100200 Kotmanlaan (8-1 bar) Haaksbergen (8-3 bar) 18.470 18.840 19.210 19.580 19.950 20.320 20.690 21.060 Kampen, Hasselt (8-4 bar) 59.350 62.550 65.750 68.950 72.150 75.350 75.850 76.350 Heeten, Raalte (8-4 bar) 20.760 20.950 21.150 21.340 21.540 21.730 21.930 22.120 Beckum (3 bar) 770 800 820 850 870 900 920 950 Hengelo Kuipersdijk, Slachthuisweg (8 bar) 41.900 42.400 42.900 43.400 43.900 44.400 44.900 45.400 Zwolle Wilhelminapark, Marsweg (8-4 bar) 79.850 80.700 81.550 82.400 83.250 84.100 84.950 85.800 Zwolle Hessenpoort (8 bar) 1.225 1.375 1.525 1.675 1.825 1.975 2.125 2.275 Laag Zuthem (4 bar) 1.750 1.750 1.760 1.760 1.770 1.770 1.780 1.780 Lemelerveld (8 bar) 3.665 3.675 3.695 3.705 3.725 3.735 3.755 3.765 Lierderholthuis (8 bar) 6.040 6.050 6.060 6.070 6.080 6.090 6.100 6.110 Losser (8-4 bar) 16.100 16.380 16.650 16.930 17.200 17.480 17.750 18.030 Nieuwleusen 8 bar) 14.240 14.340 14.440 14.540 14.640 14.740 14.840 14.940 Nijverdal 8-4 bar) 23.300 23.500 23.700 23.900 24.100 24.300 24.500 24.700 Ommen (8 bar) 11.100 11.140 11.180 11.220 11.260 11.300 11.340 11.380 Rijssen (8-4 bar) 17.830 18.030 18.230 18.430 18.630 18.830 19.030 19.230 Vilsteren (4 bar) 720 730 740 750 760 770 780 790 Noord oost polder, Marknesse, Vollenhove, 47.520 48.370 49.220 50.070 50.920 51.770 52.620 53.470 Tollebeek, (8-4 bar) Emmeloord (8-4 bar) 16.600 16.850 17.100 17.350 17.600 17.850 18.100 18.350 Wijhe (8 bar) 3.940 3.980 4.020 4.060 4.100 4.140 4.180 4.220 82
Provincie Noord Brabant Deelnet 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 Breda: Het stenen hoofd / Rijsbergen / 110.700 112.500 114.300 116.200 118.100 120.000 122.000 124.000 Lovensdijkstr./ Leursebaan (8/4 bar) Bergen op zoom: Geertruidaplein / 43.400 43.900 44.400 44.900 45.400 45.900 46.400 46.900 Ravelstraat (8/3 bar) Halsteren (3 bar) Roosendaal (8 bar) 50.800 52.900 55.100 57.400 59.700 62.100 64.600 67.200 Steenbergen / Steenbergen stierenweg (8 bar) 24.900 29.400 29.800 30.200 30.600 31.000 31.500 32.000 Zundert (8 bar) 12.700 12.800 12.900 13.000 13.100 13.200 13.300 13.400 Etten-leur (8 bar) 38.700 40.000 41.300 42.700 44.100 45.600 47.100 48.700 Zevenbergen (8 bar) 14.200 14.700 15.300 15.900 16.500 17.100 17.700 18.400 Oud-Gastel (8 bar) 6.000 6.100 6.200 6.300 6.400 6.500 6.600 6.700 Tilburg: Rauwbraken / t Laar (8/1 bar) 94.800 95.800 96.800 97800 98.800 99.800 100.800 101.900 Dongen (8/4 bar) 20.800 21.300 21.800 22.300 22.800 23.300 23.800 24.300 Rijen (8 bar) 13.600 14.300 15.100 15.900 16.700 17.600 18.500 19.500 Kaatsheuvel (8 bar) Sprang-Capelle (8 bar) 22.400 23.000 23.600 24.200 24.800 25.400 26.100 26.800 Goirle (8 bar) 13.500 13.600 13.700 13.800 13.900 14.000 14.100 14.200 Oisterwijk (8 bar) 14.300 14.600 14.900 15.200 15.500 15.800 16.100 16.400 Gilze (8 bar) 5.800 5.900 6.000 6.100 6.200 6.300 6.400 6.500 Tilburg: Voldijk ( 8/4bar) 2.200 3.200 3.900 4.700 5.700 6.900 8.300 10.000 Waalwijk (8 bar) 27.100 27.800 28.500 29.200 30.000 30.800 31.600 32.400 Vlijmen (8 bar) 15.700 16.000 16.300 16.600 16.900 17.200 17.500 17.800 Drunen (8 bar) 14.400 14.700 15.000 15.300 15.600 15.900 16.200 16.500 Bergeijk (8 bar) 9.640 9.770 9.830 9.890 9.950 10.010 10.070 10.130 Geldrop (8 bar) 19.660 19.800 19.950 20.100 20.250 20.400 20.550 20.700 Valkenswaard (8-1 bar) 24.340 24.450 24.550 24.650 24.750 24.850 24.950 25.050 Boxtel (8 bar) 23.620 23.770 23.990 24.210 24.430 24.650 24.870 25.090 Den Bosch (8 bar) 183.230 185.480 186.880 188.280 189.580 190.880 192.180 193.480 83
Provincie Limburg Deelnet 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 PG Gennep 8 bar 20.375 20.770 20.812 20.853 20.895 20.937 20.979 21.021 PG Herkenbosch 8 bar 71.456 72.236 72.742 73.251 73.764 74.280 74.800 75.324 PG Swalmen 8 bar 39.806 40.045 40.285 40.527 40.770 41.015 41.261 41.508 PG Venlo - Blerick 1-4-8 bar 90.071 93.362 93.829 94.298 94.770 95.244 95.720 96.199 PG Helden 8 en 4 bar 108.461 121.161 129.861 137.161 141.761 146.361 150.961 155.561 Arcen 8 bar 17.742 17.813 17.884 17.955 18.027 18.099 18.172 18.244 Haelen 8 bar 22.925 23.079 23.194 23.310 23.427 23.544 23.662 23.780 Heel 8 bar 22.269 22.336 22.403 22.470 22.537 22.605 22.673 22.741 Nederweert 8 bar 11.042 11.692 11.868 12.046 12.226 12.410 12.596 12.785 Oostrum 8 bar 13.225 13.264 13.304 13.344 13.384 13.424 13.464 13.505 Roermond 8 bar 30.281 30.757 30.911 31.065 31.221 31.377 31.534 31.691 Venray 8 bar 26.991 28.111 28.280 28.449 28.620 28.792 28.965 29.138 Well 8 bar 12.523 12.573 12.623 12.674 12.724 12.775 12.826 12.878 PG Geleen 8 bar 97.361 97.946 98.533 99.124 99.719 100.318 100.919 101.525 PG Kerkrade 8 bar 46.029 46.377 46.470 46.563 46.656 46.749 46.843 46.936 PG Heerlen 1-8 bar 76.766 77.246 77.632 78.020 78.410 78.802 79.196 79.592 PG Gronsveld 8 bar 21.268 21.438 21.609 21.782 21.957 22.132 22.309 22.488 Echt Havenweg 8 bar 2.803 2.814 2.826 2.837 2.848 2.860 2.871 2.883 Brunssum 8 bar 19.366 19.521 19.677 19.834 19.993 20.153 20.314 20.477 Eygelshoven 8 bar 5.194 5.256 5.319 5.383 5.447 5.513 5.579 5.646 Nuth 8 bar 6.852 6.880 6.907 6.935 6.963 6.991 7.019 7.047 Sittard 8 bar 30.058 30.148 30.239 30.329 30.420 30.512 30.603 30.695 Spaubeek 8 bar 24.547 24.571 24.596 24.620 24.645 24.670 24.694 24.719 Stein 8 bar 11.151 11.217 11.239 11.262 11.284 11.307 11.330 11.352 Ubach over Worms 8 bar 7.595 7.671 7.748 7.825 7.904 7.983 8.062 8.143 Voerendaal 8 bar 5.978 5.996 6.014 6.032 6.050 6.068 6.086 6.105 Waubach Ytong 4 bar 1.079 1.081 1.083 1.086 1.088 1.090 1.092 1.094 PG Maastricht 4,5 bar 73.500 73.500 73.500 73.500 73.500 73.500 73.500 73.500 84
Bijlage 13 Overzicht hogedruk deelnetten Deelnetten provincie Friesland Verklaring Verklaring 1 Terschelling 2 Eneco GOS GOS + OS GOS/AS OS 8 bar 4 bar GOS GOS GOS OS 8 ba 4 ba Vlieland 14 3 4 5 6 7 Nuon 8 10 11 12 Nuon 13 9 Nr. GOS-en 1 Terschelling, Vlieland 2 Sint Annaparochie, Stiens 3 Franeker, Harlingen, Tzumarrum 4 Leeuwarden Edisonstraat, Esdoornstraat, Beetgummermo 5 Bolsward, Witmarsum, Parrega, Kimswerd 6 Nijland, Sneek Imastraat, Sneek Zeemanstraat, Womsel 7 Akkrum, Grouw, Warga 8 Beetsterzwaag, Gorredijk, Haulerwijk, Klein Groningen 9 Oosterwolde 10 Hindelopen, Workum 11 Wyckel, Koudum, IJlst, Lemmer 12 Joure, Oudehaske, Sint Nicolaasga 13 Peperga, Wolvega 14 Oosterbierum 85
Deelnetten provincie Groningen Verklaring GOS 1 GOS + OS OS 7/8 bar 3 4 4/5 bar 3/2 bar < 2 bar 2 5 6 7 8 17 10 12 9 11 14 Nr. GOS-en 1 Warfhuizen, Bedum, Rodeschool 2 Saaksum 3 Appingedam, Godlinze, Thesinge 4 Delfzijl Bernhardlaan, Delfzijl Vennedijk 5 Wagenborgen, Nieuwolda 6 Grootegast, Leek, Noordhorn, Grijpskerk 7 Hoogkerk 8 Groningen Reitdiep, Sontweg, Stuurbootswal, Via Lab 9 Haren Esserweg, Haren Meerweg 10 Nieuweschans, Midwolda, Beerta, Blijham 11 Winschoten Hoorntjesweg, Winschoten Koningstraat 12 Scheemderzwaag, Scheemda, Oude Pekela 13 Harpel,Wedde 14 Bareveld, Veendam, Zuidbroek, Nieuwe Pekela 15 Stadskanaal, Tange 16 Ter Apel, Valthermond 17 Sappemeer, Siddeburen, Westerbroek 15 16 13 86
Deelnetten provincie Drenthe Verklaring 2 Vries Verklaring GOS GOS GOS + O GOS + OS OS OS 8 bar 8 bar 4 bar 4 bar 3 bar 3 bar 1 bar 3 4 1 1 bar 5 6 7 VAM Rendo 9 8 Nr. GOS-en 1 Gasselternyveenschemond, Gieten, Vries, Zuidlaren 2 Paterswolde, Eelde, Peize 3 Veenhuizen, Roden, Norg 4 Assen Marsdijk, Assen Witterstraat 5 Hoogersmilde, Smilde 6 Beilen, Garminge, Hooghalen, Rolde 7 Valthe, Buinerveen 8 Emmer-Compascuum, Barger-Compascuum, Schoonebeek 9 Emmen, Noord Sleen 87
Deelnetten provincie Overijssel Rendo Verklaring Verklaring GOS GOS+ OS OS GOS + OS 8 OS bar 48 bar bar < 4 bar < 4 bar 1 3 2 4 5 6 7 8 9 11 10 12 Cogas 13 14 16 17 18 Nr. GOS-en 1 Kampen, Hasselt 2 Zwolle Hessenpoort 3 Zwolle WilhelminaPark, Zwolle Marsweg, Laag Zuthem 4 Nieuwleusen 5 Vilsteren 6 Ommen 7 Beerzerveld 8 Lierderholthuis 9 Lemelerveld 10 Raalte, Heeten 11 Wijhe 12 Nijverdal 13 Bathmen, Holten, Olst, Schalkhaar, Wesepe 14 Rijssen 15 Deventer Westfalenstraat, Deventer Borgele 16 Hengelo Kuipersdijk, Hengelo Slachthuisweg 17 Enschede Kanaalstraat, Kl. Boekelerweg, Kotmanlaan 18 Losser 19 Beckum 20 Boekelo 21 Haaksbergen 15 19 20 21 88
Deelnetten provincie Noordoostpolder 1 Verklaring GOS Verklaring GOS + OS GOS GOS 7/8 bar + OS OS 4/5 bar 7/8 bar 4/5 bar 2 1 1 Nr. GOS-en 1 Marknesse, Vollenhove, Tollebeek 2 Emmeloord 89
Deelnetten provincie Limburg Verklaring GOS GOS + OS OS Verklaring? bar GOS GOS + OS OS? bar 90
Deelnetten provincie Noord-Brabant Verklaring Verklaring GOS GOS GOS + OS GOS + OS OS 8 OS bar 4 8 bar bar? 4 bar 1? bar 1 bar 91
Bijlage 14 Cerficaten Asset Management Certificaat PAS 55-1 92
Certificaat ISO 9001: 2000 93
Overzicht van de gecertificeerde bedrijfsonderdelen binnen Essent Netwerk B.V. 94
Essent Netwerk B.V. Postbus 856 5201 AW s-hertogenbosch Telefoon 0900-1870 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08.00 uur tot 17.00 uur) www.essentnetwerk.nl