kwaliteits- en capaciteitsdocument gas
|
|
|
- Brigitta Michiels
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 kwaliteits- en capaciteitsdocument gas Deel A
2
3 Voorwoord Enexis een jaar onderweg De maatschappij wordt zich steeds sterker bewust van haar afhankelijkheid van energie en de consequenties van energieverbruik voor economie, leefbaarheid en klimaat. Stakeholders en klanten worden kritischer ten aanzien van prestaties en gedrag van netbeheerders en wensen slagvaardige reacties op technologische en economische ontwikkelingen. Een betrouwbare, betaalbare, en schone energievoorziening is essentieel. Enexis steunt en faciliteert deze energiedoelstellingen van harte en stelt daarom alles in het werk om de veiligheid en betrouwbaarheid van haar netten op niveau te houden en verder te verbeteren. Daarnaast wil Enexis een leidende rol spelen in het faciliteren van de toekomstige, duurzame energievoorziening. De ontwikkeling, aanleg, beheer, onderhoud, bedrijfsvoering en management van distributienetwerken voor gas en elektriciteit vormen Enexis kernactiviteiten. Enexis transporteert elektriciteit voor 2,5 miljoen en gas voor 1,8 miljoen klanten in (grote delen van) de provincies Overijssel, Friesland, Groningen, Drenthe, Noord-Brabant, Limburg en Flevoland (Noordoost Polder). Enexis kenmerkt zich door een sterke regionale verbondenheid met vestigingsplaatsen in Groningen, Leeuwarden, Kolham, Emmen, Zwolle, Hengelo, Landgraaf, Maasbree, Weert, Den Bosch, Rosmalen, Tilburg en Breda. Het werk wordt uitgevoerd door ruim 3500 goed opgeleide, deskundige, en vakbekwame medewerkers, die geleid door de kernwaarden samen, slagvaardig, toekomstgericht en verantwoord werken aan de genoemde kernactiviteiten. In 2009 is de klanttevredenheid toegenomen tot een 7,4. Kernactiviteiten zoals veiligheidstoezicht, onderhoud en het herstellen van onderbrekingen van de energievoorziening worden door eigen medewerkers uitgevoerd. Het aanleggen van nieuwe netten en aansluitingen worden uitbesteed binnen het wettelijke kader. Enexis maakt intensief werk van het optimaal en efficiënt benutten van de beschikbare netten. Op basis van Risk Based Asset Management worden meerjaren plannen en jaarplannen gemaakt voor onderhoud, netuitbreidingen en netvervangingen. Deze besluitvormende asset management processen zijn reeds een viertal jaren ISO en PAS 55 gecertificeerd. Enexis onderscheidt zich verder door slim en maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Dit blijkt ook uit innovatieve ontwikkelingen, zoals Mobile Smart Grid, de intensieve betrokkenheid bij de oprichting van de Stichting E-Laad.nl, en de lopende Groen Gas projecten. Aan de drie technische universiteiten zijn diverse baanbrekende promotie studies in opdracht gegeven. Een deeltijd hoogleraar Smart Grids is in de loop van 2009 vanuit Enexis gedetacheerd aan de Technische Universiteit Eindhoven om dit mooie vakgebied vorm te geven. Verder lopen er diverse innovatie- en productontwikkelingstrajecten samen met toeleveranciers. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 3
4 Ons doel is om het vertrouwen van klanten, toezichthouders en andere stakeholders te verdienen en te behouden. Het Kwaliteits- en Capaciteitsdocument draagt hier zeker aan bij. Toch mag voor Enexis het KCD uitgroeien tot een Integraal Lange Termijn Plan, waarmee Enexis aan klanten, toezichthouders en andere stakeholders laat zien op welke wijze Enexis de infrastructuur nu en in de toekomst in stand houdt en ontwikkelt op basis van de lange termijn wensen inzake betrouwbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Overeenkomstig de functie van het Infrastructuurplan Elektriciteit en Gas in het advies 1 van de Algemene Energieraad kan dit Integrale Lange Termijn Plan enerzijds gebruikt worden om de bedrijfsplannen op consistentie en toekomstvastheid te toetsen, anderzijds kan het een belangrijke rol vervullen bij de bepaling van de tarieven door onze toezichthouder. Verder kan in een dergelijk plan de aansluiting met de Provinciale Energieplannen geborgd worden. Aldus kan er een controleerbare incentive voor noodzakelijke investeringen en onderhoud aan infrastructuur ontstaan. Ir. Herman Levelink Voorzitter Directie Enexis 1 De ruggengraat van de energievoorziening, augustus voorwoord
5 kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 5
6 Inhoudsopgave 1 Inleiding Kwaliteit Introductie Huidig kwaliteitsniveau Enexis De betrouwbaarheid van de voorziening De veiligheid van de voorziening Nagestreefd kwaliteitsniveau Kwaliteit van de componenten in de gasnetten Actuele toestand van de componenten Wijziging van de toestand ten opzichte van voorgaande jaren Risico s Maatregelen ten aanzien van onderhoud en vervanging Onderhouds- en vervangingsplan voor de komende vijf jaar Vervangings- en onderhoudsplan de komende vijftien jaar Innovatie Normen, richtlijnen en voorschriften Evaluatie Capaciteit Capaciteitsbeslag voor elk jaar van de planperiode van 7 jaar Methode van ramen Uitgangspunten raming Analyse betrouwbaarheid raming Onzekerheid in de ramingen Uitwisseling prognose met andere netbeheerders Raming capaciteitsbehoefte Hoe worden de capaciteitsknelpunten opgelost? Maatregelen ter voorkoming van knelpunten Bestaande capaciteitsknelpunten en oplossingsrichtingen Aanpassingen ten opzichte van de capaciteitsplannen Te verwachten capaciteitsknelpunten en oplossingsrichtingen Specificatie knelpunten inhoudsopgave
7 4 Kwaliteitsbeheersingssysteem Introductie Visie, organisatie en werkwijze Enexis Visie Enexis Organisatiemodel Enexis Risk Based Asset Management proces De praktijk: activiteiten De praktijk: producten Borging en optimalisatie Kwaliteitsbeheersing over de levenscyclus Veiligheid Procedure onderbrekingen en storingen Oefening calamiteiten Monitoren componenten Procedure beheer bedrijfsmiddelen en werkuitvoering Dataprojecten Voorkomen van graafschades aan kabels en leidingen...65 Bijlage 1 Leeswijzer Bijlage 2 Begrippenlijst Bijlage 3 Toelichting samenhang Bijlage 4 Normen, richtlijnen en voorschriften Bijlage 5 Risicoanalyse Bijlage 6 Investeringsplan komende 5 jaren Bijlage 7 Onderhoudsplan komende 5 jaren Bijlage 8 Oplossen van storingen Bijlage 9 Monitoringsprocedure Bijlage 10 Procedure KLIC-meldingen en informatieverzoeken Bijlage 11 Waarderingsmodel aansluitconstructies Gas (WAG) Bijlage 12 Capaciteitsbehoefte komende 7 jaren Bijlage 13 Overzicht hogedruk-deelnetten Bijlage 14 Certificaten Asset Management Bijlage 15 Opleidingsmatrix monteur Gas kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 7
8 8 hoofdstuk 1 - inleiding
9 1. Inleiding In artikel 8 van de Gaswet en art. 13 van de Ministeriële Regeling nr. WJZ , Kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas van 20 december 2004 wordt voorgeschreven dat een netbeheerder elke twee jaar een Kwaliteits- en Capaciteitsdocument (KCD) moet indienen bij de raad van bestuur van de Mededingingsautoriteit. Met het voorliggende document beoogt Enexis voor wat betreft de door haar beheerde gasnetwerken te voldoen aan deze wettelijke verplichting. Enexis is sinds 1 januari 2009 de nieuwe naam van voorheen Essent Netwerk B.V. Per 1 juli 2009 is Enexis afgesplitst van het moederbedrijf Essent N.V. en is het verder gegaan als een zelfstandige onderneming. Deze splitsing is het gevolg van de Wet Onafhankelijk Netbeheer waarin wordt bepaald dat een netbeheerder uiterlijk met ingang van 1 januari 2011 niet tot een groep mag behoren waartoe ook ondernemingen behoren die ondermeer gas behandelen en leveren. De reacties van de Nederlandse Mededingsautoriteit (NMA) en de SodM op het tweede integrale KCD, dat op 1 december 2007 is opgeleverd en daaropvolgende audit, zijn in dit rapport verwerkt. Door middel van het KCD legt Enexis verantwoording af ten aanzien van de wijze waarop wordt gewaarborgd dat er nu en in de toekomst een transportdienst met een optimaal kwaliteitsniveau aan de aangeslotenen wordt geleverd, terwijl tevens wordt voldaan aan de vraag naar transportcapaciteit. Enexis hecht er daarbij aan om op te merken dat zij weliswaar gaarne inzicht verschaft in de wijze waarop zij het netbeheer vormgeeft, maar tegelijk van mening is dat de nadruk vooral op de resultaten van haar activiteiten zou moeten liggen ( outputsturing ) omdat die voor de aangeslotenen primair van belang zijn. Het KCD Gas is in 2 delen opgesplitst; een deel A voor transportleidingen met een druk tussen 200 mbar < p 8 bar en een deel B voor de aansluitleiding gasopslag (Epeleiding) en het op de Zebraleiding aangesloten net naar Sabic Innovative Plastics, Airliquide en Cargill. De opbouw van dit document is als volgt. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de diverse aspecten van de kwaliteit van de met de gasnetten geleverde transportdienst en de wijze waarop Enexis deze op de middellange en lange termijn voornemens is te handhaven en te optimaliseren. Daarna komt de capaciteitsplanning aan de orde. Allereerst wordt beschreven op welke wijze de toekomstige behoefte aan transportcapaciteit door Enexis is geraamd. Vervolgens wordt aangegeven op welke wijze aan deze behoefte zal worden voldaan. Ten slotte wordt inzicht gegeven in het kwaliteitsbeheersingssysteem van Enexis. Het document wordt afgesloten met een aantal bijlagen, waarin voornamelijk informatie is opgenomen die Enexis op grond van de in het bovenstaande genoemde Ministeriele Regelingen dient aan te reiken. Van bijzonder belang is bijlage 1. Deze vormt een Leeswijzer waarin is aangegeven op welke wijze de artikelen uit de Ministeriële Regeling in de diverse onderdelen van dit document zijn verwerkt. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 9
10 10 hoofdstuk 2 - kwaliteit
11 2. Kwaliteit 2.1 Introductie Naast het verzorgen van voldoende transportcapaciteit om de door de aangesloten gewenste gastransporten te kunnen faciliteren, vormt ook het waarborgen van de kwaliteit van de transportdienst een essentieel onderdeel van de taak van netbeheerders. Het begrip Kwaliteit in relatie met de netwerken voor de gasvoorziening staat voor: De veiligheid van het net; De kwaliteit van de voorziening, waarbij gedacht moet worden aan de betrouwbaarheid van de voorziening; De kwaliteit van de componenten waaruit de netten bestaan. In dit hoofdstuk wordt conform de eisen van de Ministeriële Regeling allereerst ingegaan op het huidige en nagestreefde kwaliteitsniveau van de voorziening (paragraaf 2.3) en de veiligheid van het net (paragraaf 2.2) en op de kwaliteit van de componenten (paragraaf 2.4); het mag daarbij duidelijk zijn dat de kwaliteit van de componenten waaruit de netten zijn opgebouwd de betrouwbaarheid van de voorziening mede bepaalt. De risicoinventarisatie en analyse van Enexis zegt het meest over het interne kwaliteitsniveau en vormt de basis van de te nemen maatregelen. De relevante risico s van Enexis worden beschreven in paragraaf 2.5. Vervolgens wordt in de paragrafen 2.6 en 2.7 uiteengezet op welke wijze de kwaliteit van de transportdienst door Enexis op de middellange en langere termijn wordt gewaarborgd. Daartoe wordt allereerst ingegaan op de onderhouds- en vervangingsplannen voor de komende vijf jaar en vervolgens wordt de hoofdlijn van het onderhouds- en vervangingsbeleid van Enexis (vijf tot vijftien jaar) geschetst. Ten slotte wordt in paragraaf 2.8 aangegeven op welke wijze het onderhouds- en vervangingsbeleid wordt geëvalueerd. Doel daarvan is uiteraard om zowel de in de praktijk van de beleidsuitvoering opgedane ervaringen als mogelijk optredende nieuwe ontwikkelingen optimaal in het onderhouds- en vervangingsbeleid te verwerken. 2.2 Huidig kwaliteitsniveau Enexis De betrouwbaarheid van de voorziening Indicatoren In overeenstemming met art. 10 van de Ministeriële Regeling Kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas worden de volgende kwaliteitsindicatoren gebruikt om de betrouwbaarheid van de gasvoorziening te karakteriseren: a. de jaarlijkse uitvalsduur; b. de gemiddelde onderbrekingsduur; c. de onderbrekingsfrequentie. In dit document worden uitsluitend onvoorziene onderbrekingen van de gasvoorziening in beschouwing genomen. Prestaties Enexis In Tabel 1 staan de prestaties vanaf 2005 op genoemde betrouwbaarheidsindicatoren vermeld. Zoals te lezen is in deze tabel scoort Enexis met uitzondering van 2005 ruim binnen de nagestreefde norm. In het vorige KCD is de reden van dit overschrijden al verklaard. Daarom wordt Jaarlijkse uitvalsduur [mm:ss] Gemiddelde onderbrekingsduur (hh:mm:ss) Onderbrekingsfrequentie (-/jaar) Streefwaarde Realisatie 2005 Realisatie 2006 Realisatie 2007 Realisatie 2008 < 01:00 3:33 00:24 00:50 00:22 < 1:40:00 8:45:57 1:08:13 1:49:27 1:09:27 0,01 0,0068 0,0058 0,0076 0,0054 Tabel 1: Streefwaarden kwaliteitsindicatoren en realisatie vanaf 2005 kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 11
12 er in dit KCD geen aandacht meer aan geschonken. Naast de in de Ministeriële Regeling genoemde kwaliteitsindicatoren is er nog een aandachtspunt in relatie met de veiligheid. Het aandachtpunt is ruikbaarheid van het gas. Periodiek wordt in periferie van het door Enexis beheerde gasnet door KIWA de ruikbaarheid en THT gehalte van het gedistribueerde gas gecontroleerd. Uit de test-resultaten blijkt dat de ruikbaarheid en het THT gehalte de afgelopen jaren goed was De veiligheid van de voorziening Voor de veiligheid worden onderstaande indicatoren gehanteerd. a Het aantal ongevallen dat aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) is gemeld; b Het aantal incidenten dat aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid is gemeld; c De gemiddelde duur voor het veiligstellen van een storing; d Het aantal vastgestelde lekken in het gastransportnet; e Het aantal vastgestelde lekken in de aansluitleidingen. Tevens is als algemene indicator voor veiligheid voor de netbeheerders in Nederland de veiligheidsindicator opgesteld, deze is uitgebreider beschreven in paragraaf 4.4. Deze indicatoren zijn ten opzichte van het vorige KCD niet gewijzigd. In overeenstemming met artikel 35a van de Gaswet zal over de indicatoren c, d en e via CODATA aan de Energiekamer gerapporteerd worden. Meldingen aan de OvV: Netbeheer Nederland heeft samen met de OvV afspraken gemaakt betreffende het melden van incidenten. Incidenten kunnen worden ingedeeld in twee categorieën. Categorie 1: Ernstige incidenten en/of ongevallen. Categorie 2: Incidenten zonder gewonden en/of slachtoffers. De meldingen aan de OvV worden tevens verstuurd aan Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en KIWA. In Tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de meldingen van ongevallen en incidenten in de afgelopen jaren Ongevallen (Categorie 1) Incidenten (Categorie 2) Totaal Tabel 2: Overzicht meldingen OvV Het aantal gemelde incidenten door Enexis is redelijk constant over de periode Het in- en extern melden van incidenten is belangrijk omdat veiligheid binnen Enexis de belangrijkste bedrijfswaarde is. Binnen Enexis wordt veel waarde gehecht aan de meldingen omdat deze ook als input dienen voor eventuele risico s en knelpunten en het dient tevens als input voor de veiligheidsindicator. Daarom is de drempel voor het melden van incidenten voor onze medewerkers laag en is er veel aandacht besteed om onze uitvoerende medewerkers bewust te maken van het nut om alle incidenten zo snel mogelijk te melden. In de ministeriele regeling wordt als indicator voor de veiligheid het aantal meldingen aan de OvV genomen. Naar onze mening is een betere indicator de veiligheidsindicator. Deze geeft een completer beeld van het veiligheidsniveau van het gasnet. Een beschrijving van de veiligheidsindicator is te vinden in paragraaf Nagestreefd kwaliteitsniveau In artikel 10 van de Ministeriele Regeling is voorgeschreven dat de netbeheerder dient aan te geven welke waarden hij nastreeft voor de voorgeschreven kwaliteitsindicatoren: jaarlijkse uitvalduur, gemiddelde onderbrekingsduur en onderbrekingsfrequentie. Achtergrond van dit voorschrift is, dat uiteindelijk de netbeheerder zelf de aangewezen instantie is om het optimale evenwicht tussen de kosten en de baten van voorzieningszekerheid te bepalen en daartoe dan ook door de wet is aangewezen. In het kader van de transparantie wordt vervolgens terecht van hem verlangd deze doelstellingen met belanghebbenden te communiceren via het KCD, terwijl de systematiek van Kwaliteitsregulering een prikkel biedt om dit optimum ook daadwerkelijk te realiseren. Enexis stelt per jaar formele kwaliteitsdoelstellingen vast waarin ook deze indicatoren opgenomen 12 hoofdstuk 2 - kwaliteit
13 zullen worden. Dit leidt tot de volgende streefwaarden: De jaarlijkse uitvalsduur: < 1 minuut. De gemiddelde onderbrekingsduur in minuten: < 100 minuten. De onderbrekingsfrequentie: 0,01. Voor het bepalen van streefwaarden voor de betrouwbaarheid van de gasdistributienetten is het niet mogelijk om, zoals bij elektriciteit, een beroep te doen op vele jaren ervaringscijfers omtrent storingsregistratie. De storingsregistratie ten aanzien van gasdistributienetten volgens de NESTORsystematiek wordt pas enkele jaren toegepast. Tijdens de afgelopen jaren van implementatie hebben de netbeheerders nog voortdurend geworsteld met stroomlijning van begrippen en definities en het uniformeren van de gemaakte afspraken binnen de bedrijven. Mede naar aanleiding van de MR Kwaliteit hebben de netbeheerders op dat gebied een flinke stap voorwaarts kunnen zetten en er wordt sinds 1 januari 2006 volgens een uniforme Handleiding NESTOR Gas gewerkt. Voor zover er al een beroep gedaan kan worden op historische (NESTOR Gas) data, moet daarenboven worden geconstateerd dat de meest bekende kwaliteitsindicator, te weten de jaarlijkse uitvalduur, een dusdanig lage waarde heeft (enkele tientallen seconden) dat de variatie in de jaarlijkse uitvalduur door de tijd gezien waarschijnlijk in dezelfde orde grootte zit als de indicator zelf. De toegevoegde waarde van nauwkeuriger specificeren dan één minuut is daarom klein. 2.4 Kwaliteit van de componenten in de gasnetten De kwaliteit van de netten wordt mede bepaald door de wijze waarop en de mate waarin de componenten van de netten worden onderhouden en door het al dan niet vervangen van componenten waarvan de kwaliteit is verminderd. De door Enexis beheerde gasnetwerken zijn aangelegd gedurende een periode van tientallen jaren. Gedurende deze periode zijn bovendien in bestaande netten uitbreidingen, vervangingen en reconstructies uitgevoerd. Daarnaast geldt dat Enexis een fusiebedrijf is met een groot aantal rechtsvoorgangers, die in het verleden een eigen beleid voerden. Als gevolg van dit alles is er sprake van een grote variëteit aan bedrijfsmiddelen qua leeftijd, type en materiaal. Storingen en de resultaten van gaslekzoeken worden door middel van NESTOR en faalcodes vastgelegd en teruggekoppeld. Deze resultaten dienen enerzijds om de juiste reparatie- en onderhoudsactiviteiten te starten voor de specifieke component, en anderzijds om trends te kunnen analyseren. Op basis van dergelijke analyses wordt het nut van een conditiebepalingsmethodiek bepaald. Wanneer de observaties daartoe aanleiding geven wordt vervolgens een conditiebepalingsmethodiek ontwikkeld en toegepast. Bij het selecteren van te onderhouden of te vervangen componenten en installaties wordt vervolgens geprioriteerd op basis van de Risk Based Asset Management methodiek. Daarbij worden zowel de toestand als de functie van de component betrokken. De toestand van de bovengrondse componenten wordt bepaald door inspecties. De toestandsbepaling van ondergrondse componenten geschiedt voor wat betreft aansluitleidingen door middel van de WAG (Waarderingsmodel Aansluitleidingen Gas, zie paragraaf 2.4.1). Dit model zal periodiek geëvalueerd worden aan de hand van de exitbeoordeling van aansluitleidingen. Voor hoofdleidingen is een soortgelijke methodiek ontwikkeld Actuele toestand van de componenten Algemeen kan worden gesteld dat de toestand van de door Enexis beheerde netwerken goed is. Dit blijkt allereerst uit de hoge veiligheid en betrouwbaarheid van de gasvoorziening in de concessiegebieden van Enexis die, zoals ook geldt voor de andere Nederlandse netbeheerders, in Europa ongeëvenaard is. Daarnaast blijkt dit uit het relatief geringe aantal componentstoringen, bezien op het grote aantal geïnstalleerde bedrijfsmiddelen en het feit dat hierin geen stijgende trend waarneembaar is. Informatie over de kwaliteit van componenten wordt verkregen door inspecties, onderhouds- en vervangingswerkzaamheden en het laten beproeven van uitgenomen leiding- kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 13
14 gedeelten. Het verzorgingsgebied van Enexis kent weinig gebieden met zakkende of corrosieve grond; twee factoren die een nadelige invloed op de netwerkcomponenten kunnen hebben. Tabel 3 geeft een overzicht van de soorten componenten waaruit het gasnet van Enexis bestaat. Overzicht componenten GAS Benaming Eenheid Totaal Transportleiding Km (P > 200 mbar) Distributieleiding Km (P < 200 mbar) Aansluitleidingen Aantal Stations Aantal Afsluiters Aantal Tabel 3: Overzicht soorten componenten gasnet Enexis Aansluitleidingen De aansluitleidingen die in de afgelopen decennia zijn aangelegd, kennen een grote diversiteit in toegepast leidingmateriaal (staal, koper, wit en slagvast PVC, PE) en verbindingstype (draadverbinding, gelijmd, mechanische koppeling, gelast, gekneld, etc.). Dit impliceert een grote diversiteit in leidingkwaliteit. Door verschillende oorzaken is de conditie van de aansluitleidingen niet in alle gevallen optimaal. Daarom is een risico-inventarisatie en analyse gemaakt van de meest risicovolle aansluitconstructies. Deze risicoanalyse heeft geleid tot een omvangrijk vervangingsprogramma van aansluitleidingen. Om als basis voor dit programma tot een onderbouwd oordeel over Te vervangen aansluitleidingen de kwaliteit van aansluitleidingen te komen heeft Enexis het Waarderingsmodel Aansluitconstructies Gas (WAG) ontwikkeld. Hierin worden verschillende criteria zoals leidingmateriaal, type verbindingen, grondzakking, grondsoort, ligging ten opzichte van grondwater meegenomen en gewogen. Dit resulteert per (groep) aansluitleiding(-en) tot een indicatie van de resterende levensduur ofwel tijd tot herbezinning (TTH). Met behulp van exitbeoordelingen van de gesaneerde aansluitleidingen wordt dit model verder aangescherpt. Bij het vervangen van de huisaansluitingen wordt steekproefsgewijs de kwaliteit van de vervangen huisaansluitleidingen beoordeeld. De verkregen data uit het veld is geanalyseerd en in een statistisch model gebracht die gekoppeld is aan het waarderingssyteem WAG. Enexis evalueert hiermee de prioriteringstool om als doel het waarderingsmodel verder aan te scherpen en zo nog beter de juiste keuzes ten aanzien van het vervangingsbeleid te maken. Uit de gemaakte analyse van de exitbeoordeling blijkt hoe corrosiegevoelige materialen en bepaalde type verbindingen buiten- en binnen de gevel geprioriteerd moeten worden. Om een indruk te krijgen van het waarderingsmodel, zie bijlage 11. Leidingen met de grootste kwaliteitsrisico s zijn de stalen leidingen zonder bekleding of met bekledingsproblemen, koperen leidingen (als gevolg van corrosie) en PVC-leidingen met lijmverbindingen. Verder zullen de geïnventariseerde risicovolle aansluitleidingen in zakkende grond met voorrang gesaneerd worden. Analyse Exit Beoordeling Sanering van huisaansluitingen is een kostbare en tijdrovende klus. Het is belangrijk om een goede inschatting te maken van de kwaliteit van de verschillende aansluitingen. Hieruit kunnen de slechtste huisaansluitingen gekozen om als eerste vervangen te worden. Enexis maakt gebruik van het WAG model om een inschatting te maken van de kwaliteit van de huisaansluitingen. In overleg volgt jaarlijks hieruit de keuzes voor de vervanging van huisaansluitingen. Ter evaluatie van de keuzes wordt, sinds maart 2008, de Exit Beoordeling uitgevoerd. Inspecteurs beoordelen vanuit het veld de kwaliteit van de gesaneerde huisaansluitingen. 14 hoofdstuk 2 - kwaliteit
15 Overzicht risicovollere aansluitleidingen Indicatie Kenmerken constructie tijdstip/omstandigheid installatie 1900/1965 Staal onbekleed Staal bekleed met asfalt, bitumen of teer Hard PVC Vanaf 1970 Vanaf 1980/85 Sterk zakkende grond Vanaf Vanaf Vanaf begin jaren Binnendeel: Onbekleed staal. Buiten-deel: Onbekleed staal Aanboring HL: Draadaanboring Verbinding: Draadverbinding Binnendeel: Staal/bekleed met asfaltbitumen/teer/vetband Buitendeel: Staal/bekleed met asfaltbitumen/teer/vetband Aanboring HL: Draadaanboring Verbinding: Draadverbinding Binnendeel: Staal asfaltbekleed Buitendeel: Hard PVC Verbinding: Flex + lijm Binnendeel: Staal/X-tru-coat met draadverbinding Buitendeel: Hostalit-Z met lijmverbinding (evt. torsiebocht) Binnendeel: Staal PE bekleed Buitendeel: PE Verbinding: Mech. Koppeling Totaal aantal stand januari 2007 Totaal aantal stand december 2009 Totaal vervangen 2007/ Binnendeel: Cu Buitendeel: Wit PVC, gelijmd Binnendeel: Cu Buitendeel: Hostalit Z gelijmd Binnendeel: CU (standpijp vanaf vloer meterkast) Buitendeel: PE (tot vloer meterkast) Overgang: Hawle koppeling (in vloer) Triaxkast tegen gevel Totaal Tabel 4: Aansluitleidingen bij Enexis Tijdens de beoordeling wordt een druktest uitgevoerd en gekeken naar corrosie. Wanneer de leidingen en verbindingen de druktest niet doorstaan of putcorrosie wordt geconstateerd wordt de kwaliteit als onacceptabel beschouwd. Bij alle beoordelingen wordt het buismateriaal en type verbindingen genoteerd. Vervolgens kan worden gekeken welke type verbinding of buismateriaal procentueel vaak als onacceptabel wordt beoordeeld. Aan de hand van de tot nu toe verzamelde gegevens blijkt dat voornamelijk lijmverbindingen, staal onbekleed/geasfalteerd buiten de gevel en staal onbekleed binnen de gevel vaak als onacceptabel worden beoordeeld (25% - 30%). Dit is in overeenkomst met de inschatting van het WAG model, waar de kwaliteit van dit verbindingstype en deze materialen als laag worden geschat. Enexis heeft informatie zoals soort, hoeveelheid en materiaal over haar componenten in het bedrijfsmiddelenregister staan. Zie als voorbeeld Tabel 4, hierin staat een overzicht de van leeftijd, materialen en aansluitconstructies van de risicovollere aansluitleidingen bij Enexis.In deze tabel wordt ook een overzicht gegeven van het ten gevolge van de tactiek vervangen aansluitleidingen. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 15
16 Regelstraat gasontvangstation Hoofdleidingen (distributieleidingen < 200 mbar) De soort- en materiaalverdeling van het hoofdleidingennet van Enexis is weergegeven in Tabel 5. Voor de hoofdleidingen is een waarderingsmodel en bijbehorend vervangingsbeleid met strategie en tactiek ontwikkeld. De tactiek wordt in 2010 voor het eerst toegepast. Ook in deze tactiek wordt uitgegaan van een waarderingsmodel waarbij dynamische en statische factoren de prioriteit van de vervanging bepalen. Alle gebruikte materialen voor hoofdleidingen zijn meegenomen in de risicoanalyses die ten grondslag liggen aan het op te stellen beleid. Het waarderingsmodel maakt gebruik van een optelsom van statische en dynamische factoren die de restlevensduur van hoofdleidingen bepalen. Samenvattend kan gesteld worden dat de hoogte van de statische factoren bepaald zijn bij het ontwerp van het netgedeelte. Dynamische factoren zijn bijvoorbeeld: Grondsoort. Verkeersbelasting. Kwaliteit van aanleg. Enz.. Samenvattend kan gesteld worden dat de hoogte van de dynamische factoren bepaald worden tijdens de levenscyclus van het netgedeelte. In Figuur 1 op pagina 17 is grafisch weergeven de door Enexis gekozen strategie voor het vervangen van de hoofdleidingen. Statische factoren zijn bijvoorbeeld: Materiaalkeuze. Verbinding van de leidingdelen. Diameter. Enz.. 16 hoofdstuk 2 - kwaliteit
17 Overzicht Optimaal Populatie 600,00 500,00 400,00 #/km 300,00 200,00 100,00 0,00 Asbestcement PE 1e generatie PE 2e generatie PE 3e generatie Jaar Wit PVC Lijm Wit PVC rubber Slagvast PVC Nodulair gietijzer Grijs gietijzer Staal LD zonder KB Staal HD met KB Som Gepland Figuur 1: Gekozen strategie vervangen hoofdleidingen. Transportleidingen >200mbar. Het hogedruknet van Enexis heeft een materiaalverdeling die conform het landelijk gemiddelde is; wel heeft het relatief weinig leidingen van gietijzer en relatief wat meer leidingen van de 1 e generatie PE. Geconcludeerd wordt dat het hogedruknet van Enexis grotendeels als normaal en veilig kan worden gekarakteriseerd en Enexis hierbij niet afwijkt van het landelijk gemiddelde. 30 mbar [km] Lage druk mbar mbar [km] [km] Totaal lage druk [km] 1 bar [km] 4 bar [km] Hoge druk 8 bar Totaal [km] hoge druk [km] Totaal overall [km] Totaal overall relatief Staal ,2% PE ,8% Nodulair ,7% Gietijzer Grijs gietijzer ,0% Wit PVC ,3% Slagvast PVC ,2% Asbest ,8% cement Totaal ,0% Tabel 5: Overzicht netlengte Enexis kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 17
18 Periode aanleg diverse hoofdleidingmaterialen Asbest cement 1e gen. PE 2e gen. PE 3 gen. PE hard PVC slagvast PVC modular gieteijzer grijs gietijzer staal LD (zonder KB) staal HD (met KB) Figuur 2: Periode van aanleg hoofdleidingen bij diverse materialen. In het onderzoek Foto van het gasnet, uitgevoerd door Kiwa Gastec, staat aangegeven dat de veiligheid van de 1 e generatie PE-leidingen overeenkomt met het landelijk gemiddelde. Dit leidingmateriaal heeft een beperktere levenduur dan de 2 e en 3 e generatie PE. Er zal dan ook met vroegtijdiger vervanging van dit materiaal rekening moeten worden gehouden. Informatie omtrent ouderdom en overige informatie omtrent deze en andere componenten is terug te vinden in het bedrijfsmiddelenregister. In verband met de grote diversiteit en het hoge detailniveau is ervoor gekozen om deze informatie niet op te nemen in dit document. Figuur 2 geeft een indicatie van de aanlegperiode van de verschillende materialen van de component hoofdleidingen. Reeds vervangen hoofdleidingen In Tabel 6 wordt een overzicht gegeven van de reeds als voorloper op de tactiek vervangen hoofdleidingen. In dit overzicht wordt een totaal beeld geschetst van alle hoofdleidingen die vervangen in de periode bij de werkstromen vervangingen en reconstructies. Voor de duidelijkheid is dit een totaaloverzicht inclusief de in de risicoanalyse genoemde risicovollere materialen. Materiaal Lengte vervangen leidingen [km] Staal 130 Grijs Gietijzer 100 Wit PVC 70 Asbest Cement 20 1e generatie PE 20 Nodulair Gietijzer 10 Totaal 340 Tabel 6: Hoeveelheid vervangen lengtes materiaal. Samenhang en prioritering vervangen aansluit- en hoofdleidingen Zoals in het voorgaande is beschreven heeft Enexis een vervangingsprogramma voor het vervangen van aansluit- en hoofdleidingen. Deze programma s zijn volgens het door Enexis gevolgde en gecertificeerde RBAM proces. Dit proces staat beschreven in paragraaf Uit de risicoanalyses die betrekking hebben op aansluitleidingen en hoofdleidingen blijkt dat aansluitleidingen een groter risico veroorzaken dan hoofdleidingen. Primair in het vervangingsprogramma zijn dus de aansluitleidingen. Zoals gezegd heeft Enexis ook een vervangingsprogramma voor hoofdleidingen. 18 hoofdstuk 2 - kwaliteit
19 Verwachte levensduur hoofdleidingmaterialen gas Asbest cement 1e gen. PE 2e gen. PE 3 gen. PE hard PVC lijm hard PVC slagvast PVC modular gieteijzer grijs gietijzer staal LD (zonder KB) staal HD (met KB) Figuur 3: Verwachte levensduur hoofdleidingmaterialen In de hierop betrekking hebbende tactiek is de prioritering weergeven. In het kort komt erop neer dat aandacht geschonken wordt aan onbekleed stalen leidingen (vooral lage druk), asbest cement (problemen met maken van aansluiting), Grijs Gietijzer (kleine diameter), 1e generatie PE (spontane scheuren) en Wit PVC (lijmverbindingen). Door (externe) incidenten is de aandacht op de brosse materialen (Grijs Gietijzer, Wit PVC en AC) verscherpt. Enexis is voornemens om brosse materialen, vooral Grijs Gietijzer, te gaan vervangen als er in de nabijheid van deze leidingen grondroeringen plaatsvinden. De nadruk ligt dan uiteraard in de centra van de gemeentes. Gasdistributiestations De kwaliteit van de gasstations is goed. Wel zijn er regelinstallaties die onderdelen bevatten waarvoor geen passende onderdelen meer verkrijgbaar zijn. Deze worden successievelijk vervangen. Verder zijn de gasdistributiestations aangepast voor een inspectiemethode met een meetkoffer. Daarnaast is er een beleid om stations die niet voldoen aan de NEN 1059 aan te passen. Zie Tabel 7 voor een overzicht van de verschillende soorten en aantallen stations bij Enexis. Benaming stations Aantal Gasontvangstation (GOS) 235 Districtstation (DS) Overslagstation (OS) 156 Afleverstation (AS) Combinatie 167 Hoge druk Afleverstation (HAS) Overig 69 Totaal Tabel 7: Aantallen stations bij Enexis Wijziging van de toestand ten opzichte van voorgaande jaren De kwaliteit van de bedrijfsmiddelen wordt beïnvloed door veroudering. Deze veroudering verloopt deels autonoom en wordt tevens beïnvloed, bijvoorbeeld bij hoofdleidingen, door de omgevingscondities (grondsoort, vocht chemische verontreiniging, bovengrondse belasting e.d.) van de component. Voor de processen die de oorzaak zijn van veroudering geldt dat de karakteristieke tijdconstanten relatief lang zijn, dat wil zeggen in de orde van enkele tot tientallen jaren. Schattingen over de levensduur lopen voor de meeste assets uiteen van 30 tot 100 jaar, met uitschieters naar boven en naar beneden. Enexis is zich er echter niettemin terdege van bewust dat componenten op enig moment het einde van hun kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 19
20 levensduur bereiken en heeft daarom de te verwachten ontwikkelingen in de installed base op de langere termijn en in samenhang daarmee de optimalisatie van investeringen in menskracht en materieel onderzocht in de zogenaamde Lange Termijn Optimalisatie studie (LTO), zie paragraaf Ter illustratie geeft Figuur 3 een beeld van de verwachte levensduur van hoofdleidingmaterialen. Individuele bedrijfsmiddelen kunnen sneller verouderen, bijvoorbeeld ten gevolge van specifieke omgevingsomstandigheden, fabricage- of montagefouten, etc. Dergelijke bedrijfsmiddelen worden echter tijdig gedetecteerd bij inspecties en onderhoud, waarna passende maatregelen worden genomen. 2.5 Risico s Deze paragraaf beoogt te beschrijven wat de meest relevante risico s zijn op het gebied van gasdistributie binnen Enexis. Om inzicht te krijgen in de relevante asset gerelateerde risico s gebruikt Enexis de Risk Based Asset Management methodiek. In hoofdstuk 4 wordt de door Enexis gebruikte Risk Based Asset Management methodiek uitgebreider beschreven. Vanaf 2004 houdt Enexis een asset risicoregister bij. Tot en met 2006 werd jaarlijks een risicoregister opgeleverd. Vanaf 2007 is dit een doorlopend en levend register geworden, waaruit continue op basis van relevantie en/of urgentie risico s worden geselecteerd voor verdere analyses en beleidsontwikkeling. Middels een snapshot van het risicoregister kan de actuele risicopositie worden bepaald. Potentiële gevolgen Risicomatrix Potentiële kans op incident met gevolgen Vrijwel onmogelijk onwaarschijnlijk Mogelijk Waarschijnlijk Geregeld Jaarlijks Dagelijks Maandelijks Permanent Categorie Kwaliteit van levering Veiligheid Wettelijkheid Economie Klanttevredenheid Duurzaamheid Nooit eerder van gehoord in industrie Wel eens van gehoord in industrie Meerdere malen binnen industrie Wel eens gebeurd binnen Enexis Meerdere malen gebeurd binnen Enexis Eén tot enkele malen per jaar binnen Enexis Eén tot enkele malen per maand binnen Enexis Eén tot enkele malen per dag binnen Enexis Eén tot enkele malen per dag binnen regio Enexis <0,0001/jr 0,0001/jr 0,001/jr 0,01/jr 0,1/jr 1jr 10/jr 100/jr 1000/jr Catastrofaal > vbm (HS deelnet 4 uur uitval) meerdere doden Verlies licentie; Strafzaak groter dan Schade tegen 10 M euro directielid met gevangenisstraf tot gevolg; boete NMa 10% omzet Internationale commotie, kv of GV klachten > 1000 km 2 V L M H ZH O O O O Ernstig tot vbm (HS station 4 uur uitval) Ongevallen met dodelijke afloop of zeer ernstig letsel Stille curator; Strafzaak tegen directielid (ongeacht veroordeling); Boete NMa <1% omzet Schade van 1M tot 10 M euro Nationale commotie, kv of GV klachten km 2 V V L M H ZH O O O Behoorlijk tot vbm (MS Verdeelstation 4 uur uitval) Ongevallen met letsel en verzuim Boete 6e categorie, dwangbevel rechter; Rechtszaak namens meer dan klanten Schade van 100k tot 1M euro Regionale commotie, kv of GV klachten km 2 V V V L M H ZH O O Matig tot vbm (MS-D streng 4 uur uitval) Ongevallen met letsel en verzuim Aanwijzing bevoegd gezag, geldboete 4e categorie; Rechtszaak namens meer dan 500 klanten Schade van 10k tot 100k euro Lokale commotie, kv of 1-10 GV klachten 1-10 km 2 V V V V L M H ZH O Klein tot vbm (Trafohuisje 4 uur uitval) Bijna ongevallen, ongevallen met gering letsel/ EHBO zonder verzuim Waarschuwing bevoegd gezag; onderzoek door bevoegd gezag; Rechtszaak namens meer dan 50 klanten Schade van tot euro Niet openbare commotie, 5-50 kv of 1 GV klachten 0,1-1 km 2 V V V V V L M H ZH Verwaarloosbaar 200 tot vbm (Huis >2 uur tot straat <4 uur uitval) Gevaren als gevolg van onveilige handelingen en/of situaties Geldboete 1e categorie; Rechtszaak door individuele klant Schade minder dan euro Interne commotie minder dan 5 kv klachten 0,01-0,1 km 2 V V V V V V L M H Figuur 4: Risico-toelaatbaarheids-matrix Enexis 20 hoofdstuk 2 - kwaliteit
21 Bron Omschrijving risico Asset Intern Methaanemissies bij gasnetten Hoofd- & Aansluitleiding Falen huisdrukregelaar Gasmeteropstelling Lekkage stalen huisaansluiting ten gevolge van corrosie Aansluitleiding Niet gasbelemmerende geveldoorvoer bij woningen Overig Falen van grijs gietijzeren afsluiters in netten met Afsluiters netdruk >1 bar Risico s bij het opnieuw op druk brengen van het gasnet Aansluitleiding Lekkage grijs gietijzeren leidingen Hoofdleiding Het niet voldoen aan ATEX-richtlijn Stations Verhoogde storingskans door montagefout Diverse Extern Lekkage ten gevolge van beschadiging gasleidingen bij graafwerkzaamheden Hoofd- & Aansluitleiding Tabel 8: De meest relevante gasrisico s Het huidige risicoregister omvat circa 180 risico s die gerelateerd zijn aan gasdistributie. Een overzicht van de meest relevante asset gerelateerde risico s is te vinden in Tabel 8. De mate van relevantie is bepaald door te kijken welke risico s, na toetsing aan de risicotoelaatbaarheids-matrix van Enexis (zie Figuur 4), het hoogste risiconiveau hebben en daarmee bovenaan in het risicoregister staan. Een samenvatting van deze risico s inclusief de ondernomen beheersmaatregelen is te vinden in bijlage 5. In deze bijlage zijn tevens de stappen aangegeven die worden doorlopen om van risicomeldingen tot risicoanalyses en uiteindelijk een actueel risicoregister te komen. In paragraaf wordt verder ingegaan op de relatie tussen risico s en beleid. Naast bovenstaande risico s die specifiek van toepassing zijn op het gasnetwerk, heeft Enexis ook te maken met een algemener risico met een risiconiveau van minimaal Zeer Hoog die van toepassing is op het gehele Enexis distributienetwerk, dus inclusief het elektriciteitsnetwerk. Dit is: Gedwongen moeten verplaatsen van assets. Ook van dit risico is een samenvatting inclusief de ondernomen beheersmaatregelen te vinden in bijlage 5. Personeel Schaarste van deskundig technisch personeel bij de Service Provider om de risico s adequaat te kunnen beheersen vormt ook een risico. In de lange termijn systeemstudie die Enexis heeft uitgevoerd (zie paragraaf 2.6.2) is dit punt expliciet als risico naar voren gekomen en benoemd. Het personeelsrisico is niet opgenomen bij de relevante risico s, aangezien dit een randvoorwaarde is voor volledige en adequate uitvoering van het beleid, zie ook paragraaf 2.6. Bovendien is dit issue breder dan alleen de gastransportnetten. In de State of Risk, een samenvatting van de belangrijkste risico s voor geheel Enexis dat periodiek besproken wordt met de directie, is het risico van een tekort aan personeel opgenomen. De acties die Enexis uitvoert om dit risico te beheersen zijn onder andere een arbeidsmarktcampagne waaronder het bekend maken van Enexis bij de doelgroepen en het aanknopen van goede betrekkingen met ROC s, hogescholen en universiteiten. Ook wordt geëxperimenteerd met een Meester-Gezel structuur om jonge, onervaren medewerkers- ( gezel ) te koppelen aan een oudere, zeer ervaren medewerker ( meester ) om kennisoverdracht te realiseren. Enexis is ook bezig met het opstellen van een opleidingsmatrix Gas. Het is de bedoeling een uitdagende vakgerichte monteuropleiding aan te bieden. De toekomstige monteur Onderhoud en Storingen (O&S) Gas is daarbij zelf aan het roer en bepaald in hoge mate het tempo kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 21
22 Biogasinstallatie voor wat betreft het ontwikkelen van competenties. De opleidingsmatrix is bedoeld als hulpmiddel om in de komende jaren, waarin vele nieuwe jonge monteurs instromen ter vervanging van de huidige monteurs, die vanwege hun leeftijd uitstromen, effectief en efficiënt op te leiden. In bijlage 15 wordt de opleidingsopmatrix weergegeven. Groen gas en ruw biogas Naast de risico s die zijn benoemd in Tabel 8, is de opkomst van ruw biogas en groen gas een belangrijk aandachtspunt voor Enexis. De exacte hoogte van dit risico is gezien de vele onzekerheden op dit moment nog moeilijk te bepalen. Groen gas is biogas dat, in tegenstelling tot ruw biogas, is opgewerkt tot aardgaskwaliteit en zodoende ingevoed kan worden in het bestaande transportnet van de regionale netbeheerders. Daarmee valt invoeding van groengas onder de gereguleerde activiteiten. De belangrijkste risico s die zijn onderscheiden ten aanzien van groengas zijn (in willekeurige volgorde): Lange termijn integriteit van componenten en het distributie- en transportnetwerk Capaciteit en bedrijfsvoering van het distributieen transportnetwerk. Gezondheid van mensen (aanwezige micro organismen in het groen gas) Verbrandingseigenschappen (kwaliteit) van het geleverde groen gas aan de aangeslotenen Kwaliteit en betrouwbaarheid van apparatuur van aangeslotenen In het kader van de duurzame energietransitie wil Enexis zich in het speelveld tussen potentiële invoeders, shippers en afnemers faciliterend opstellen, maar tegelijkertijd mag de veiligheid en betrouwbaarheid van het gasdistributienetwerk niet in het geding komen. Op het moment van schrijven van dit document zijn door Enexis in samenwerking met de projectgroep Groen Gas Netbeheer Nederland aanvullende voorwaarden voor invoeders van groengas opgesteld. Hiermee kunnen invoedingprojecten doorgang vinden en wordt de energietransitie niet gestremd, maar wordt tegelijkertijd de integriteit en veiligheid van het distributienetwerk op de langere termijn gegarandeerd. Verder lopen er in samenwerking met Stedin en Liander nog diverse onderzoeken naar eerder genoemde risico s bij groen gas en zijn pilots opgestart om ervaring en kennis op te doen die later gebruikt kunnen worden in risicoanalyses. 22 hoofdstuk 2 - kwaliteit
23 In een aantal situaties kan het voorkomen dat de business case voor het opwerken van biogas tot groen gas (van aardgaskwaliteit) niet loont. In deze situaties wordt vaak een gescheiden leiding aangelegd voor het ruwe biogas direct van invoeder naar afnemer, bijvoorbeeld een WKK. De aanleg en het beheer van uitsluitend voor ruw biogas bedoelde private leidingen is niet gereguleerd. Om bij te dragen aan het behoud van de balans tussen voorzieningszekerheid en de betaalbaarheid van de duurzame energietransitie heeft Enexis besloten hier een proactieve rol in te spelen en ruw biogasleidingen te gaan beheren. De belangrijkste risico s die zijn onderscheiden ten aanzien van ruw biogas zijn (in willekeurige volgorde): Lange termijn integriteit van componenten en het distributie- en transportnetwerk. Capaciteit en bedrijfsvoering van het distributie- en transportnetwerk. Gezondheid van mensen (aanwezige microorganismen in het gas). Herkenbaarheid van ruw biogas (odorisatie). Net als bij groen gas lopen er in samenwerking met Stedin en Liander diverse onderzoeken naar bovenstaande risico s bij ruw biogas en zijn pilots opgestart om ervaring en kennis op te doen die later gebruikt kunnen worden in risico analyses. 2.6 Maatregelen ten aanzien van onderhoud en vervanging In deze paragraaf wordt beschreven welke concrete maatregelen Enexis neemt ten aanzien van onderhoud en vervanging. Verder is in het vorige KCD met betrekking tot te verwachten veranderingen een aantal prioritaire onderwerpen genoemd. Een korte update van de status hiervan: Uniformering van de ontwerprichtlijnen voor gasnetten en het toepassen aan de nieuwste inzichten. Deze uniformering en aanpassing van bestaande richtlijnen is voltooid; Standaardisatie van diverse componenttypen naar componenten met een lange levensduur en weinig onderhoud. Het project- Inspectie gasstations m.b.v. meetkoffer standaardiseren stations is in 2007 afgerond en geïmplementeerd; Project Gerard Bakker. Het op een handheld computer beschikbaar hebben van de benodigde informatie voor het doen van onderhoudswerkzaamheden. Vanuit de systemen krijgt de monteur opdracht voor het doen van een onderhoudsactiviteit. Nadat de activiteit is afgewerkt wordt dit automatisch verwerkt. Eenduidige inspectie van stations via een persoonsonafhankelijke methodiek met behulp van de zogenaamde meetkoffer. Deze methode is in samenwerking tussen Enexis en een leverancier ontwikkeld. Dit project is afgerond; Het verder doorvoeren van drukloos werken. Dit project heeft hoge prioriteit bij Enexis en heeft geleid tot een aantal werkinstructies om drukloos te kunnen werken bij veel voorkomende werkzaamheden. Het toepassen van de nieuwste methodieken voor gaslekzoeken zoals GPS-registratie gekoppeld aan lekzoeken met gebruikmaking van digitale registratie tijdens het lekzoeken. Het gaslekzoeken met GPS is gerealiseerd en geïmplementeerd. Onderhoud en vervanging vinden plaats volgens vastgestelde procedures, te weten: Onderhouden aansluitingen en infrastructuren, Project matige vervanging, Procesmatige vervanging en Reconstructies. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 23
24 correctieve werkzaamheden die uit de inspecties en storingen voortvloeien. De inspecties vinden plaats op basis van normen en interne kennisregels. Een uitgebreidere informatie over bovengenoemde activiteiten is te vinden in bijlage 9 Monitor procedure. Onderhouds- en vervangingsbeleid gebaseerd op Risk Based Asset Management Het door Enexis gehanteerde onderhouds- en vervangingsbeleid komt tot stand aan de hand van de in hoofdstuk 4 beschreven Risk Based Asset Management methodiek. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat (ook) het onderhouds- en vervangingsbeleid op effectieve wijze bijdraagt aan het Digitaal gaslekzoeken Onderhouds- en vervangingsplan voor de komende vijf jaar Enexis werkt met een systeem van toestandsafhankelijk onderhoud. Daarnaast vindt uiteraard ook storingsafhankelijk onderhoud plaats. Voor wat betreft het onderhoudsbeleid voor 2010 en later is er sprake van een grote mate van continuïteit met voorgaande jaren. Dit onderhoud vindt plaats op basis van geaccordeerd beleid. In het onderhoudsplan, zie bijlage 7, zijn de werkzaamheden weergegeven zoals die voor 2010 gepland zijn en voor de daarop volgende jaren t/m 2014 verwacht worden. Het omvat de inspectiewerkzaamheden, preventief onderhoud en de Vervanging aansluitleiding Risicoanalyse(s) (instandhoudings-) strategie Onderhoudsrichtlijnen (incl. inspectie- en afkeurcriteria) Werkinstructies Risico Strategie Tactiek Asset Manager Service Provider Figuur 5: Stramien strategie en tactiek 24 hoofdstuk 2 - kwaliteit
25 realiseren van de bedrijfsdoelstellingen. Concreet betekent dit dat aan de basis van onderhoudsen vervangingsplannen een risicoanalyse ligt en dat deze verder zijn opgebouwd conform het stramien van een strategie en een tactiek. Een en ander is weergegeven in Figuur Vervangings- en onderhoudsplan de komende vijftien jaar De handhaving van de kwaliteit is geborgd in de RBAM (Risk Based Asset Management) methodiek. Hierin zijn de risico s in het net geïdentificeerd en worden afgedekt met beleid. De RBAM methodiek zorgt ervoor dat het net constant gemonitord wordt en dat adequaat kan worden ingesprongen op nieuwe problematiek. Zoals al aangegeven in paragraaf 2.5, vormt de veroudering van het gasnet een groot risico. Bij de totstandkoming van het vervangingsbeleid speelt conform de toegepaste Risk Based Asset Management methodiek het risicoregister een belangrijke rol, zie paragraaf 2.5. Dit risicoregister is gebruikt bij het stellen van prioriteiten voor het herzien van bestaande tactieken en het ontwikkelen van nieuwe tactieken voor Zoals reeds in de vorige editie van het KCD aangegeven, heeft Enexis de te verwachten ontwikkelingen op het gebied van de kwaliteit van de netcomponenten op de langere termijn en in samenhang daarmee de integrale optimalisatie van investerin- gen in menskracht en materieel diepgaand onderzocht. Uit dit onderzoek, de zogenaamde Lange Termijn Optimalisatie (LTO), is geconcludeerd dat de frequentie van falen van componenten ten gevolge van het bereiken van het einde van de (technische) levensduur sterk zou kunnen stijgen. De analyses op basis van de beschikbare gegevens en inschattingen met betrekking tot de technische levensduur van de toegepaste netcomponenten lijken op dit moment namelijk uit te wijzen dat wanneer het (vervangings)beleid van voor 2005 ongewijzigd zou worden voortgezet, de betrouwbaarheid van de door Enexis beheerde gasnetten significant zou kunnen dalen. De hoofdoorzaak hiervan is het risico dat er een vicieuze cirkel zou kunnen ontstaan. Wanneer de frequentie van componentstoringen (sterk) zou toenemen ten gevolge van leeftijdsgerelateerd falen, is er meer personeel benodigd voor het repareren of vervangen van de defect geraakte componenten. Daardoor blijft er minder tijd over voor het preventief onderhouden of vervangen van verouderde componenten, die op hun beurt ook weer gestoord raken waarna de voorziening moeten worden hersteld en de gestoorde component moet worden hersteld of vervangen, etc. Om deze vicieuze cirkel te voorkomen, heeft Enexis preventieve planmatige vervangingsprogramma s ontwikkeld. In Figuur 6 is het verwachte aantal onveilige situaties (een afgeleide van het Jaarlijks aantal onveilige situaties Aantal onveilige situaties bij bij voortzetten oud beleid "oud" beleid Aantal onveilige situaties bij bij preventief vervangen Jaar Figuur 6: Verwacht aantal onveilige situaties (direct verband met het aantal storingen) bij ongewijzigd beleid en met het uitvoeren van preventieve vervangingen kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 25
26 aantal storingen) bij ongewijzigd beleid en bij het uitvoeren van preventieve vervangingen weergegeven. De LTO studie heeft ervoor gezorgd dat Enexis haar beleid in 2005 sterk heeft aangepast. Met het huidige onderhouds- en vervangingsbeleid voor gascomponenten zoals beschreven in de relevante strategieën is het onze verwachting dat we de verwachte storingsgolf zeer sterk kunnen dempen. Het effect op de bedrijfswaardes blijft dan beperkt, zodat het nagestreefde kwaliteitsniveau niet hoeft te worden aangepast. Voorwaarde is wel het realiseren van de strategieën en het scheppen van de voorwaarden voor een stijgend vervangingsinvesteringsniveau. Vervangingsbeleid Op het gebied van gas richt het vervangingsprogramma zich vooral op aansluitleidingen (strategie en tactiek afgerond in 2006), en op hoofdleidingen (strategie en tactiek afgerond in 2008). In opvolging hierop staat vervolgens vervangingsbeleid voor de overige componenten, zoals gasstations, op de agenda. Vervangingsbeleid aansluitleidingen Gas Het vervangingsbeleid is intelligent. Dit betekent dat er niet zonder meer aansluitleidingen worden vervangen, maar dat wordt gedifferentieerd tussen diverse materialen en aansluitconstructies en dat recht wordt gedaan aan de resultaten van gaslekzoeken. Hierdoor worden de specifieke aansluitleidingen met de slechtste conditie als eerste vervangen. Tevens maakt het uitvoeren van exitbeoordelingen deel uit van het beleid. Vervangingsbeleid hoofdleidingen Gas Met ingang van 2009 wordt jaarlijks, conform de strategie, een bepaald volume aan hoofdleidingen Gas vervangen. Dit beleid is uitgewerkt in Het beleid is geënt op het vervangingsbeleid voor de aansluitleidingen en qua opzet vergelijkbaar. Tevens zullen waar mogelijk en zinvol de vervanging van de aansluitleidingen enerzijds en de hoofdleiding anderzijds met elkaar en/of met extern gedreven reconstructies worden gecombineerd met als doel kosten te besparen. Onderhoudsbeleid Alle facetten van preventief en reactief onderhoud (zullen) worden toegepast om een optimale kwaliteit van de componenten te waarborgen. Waar mogelijk een verhoogd risico is worden de onderhouds- en/of inspectiefrequenties aangepast. Een voorbeeld daarvan is een onderzoek naar het verhogen van de lekzoekfrequentie bij leidingen met een verhoogd risico (materiaal en/ of leeftijd). Voor de frequenties in onderhoud en inspecties worden ten minste de vigerende Nederlandse en Europese normen gevolgd. Met behulp van faalcodes is een systeem ontwikkeld dat de resultaten van het onderhoud bruikbaar maakt voor analyses. Binnen Enexis zijn er honderden verschillende assets die ieder hun eigen specifieke onderhouds- en herstelwerkzaamheden vergen. Deze werkzaamheden hangen af van de waardering van de ernst van de mogelijke problemen per asset. Het verzamelen en waarderen van de faalvormen per asset en het uitwerken tot werkinstructies is wat in het algemeen Maintenance Engineering wordt genoemd. In 2007 is een start gemaakt om maintenance engineering onder te brengen binnen het RBAM proces. Dit heeft geleid tot de combineren van de risicowaardering van RBAM met de onderhoudsmethodiek FMECA. FMECA is een kriticiteitsanalyse van alle relevante problemen en herstelmogelijkheden per asset om vervolgens in staat te zijn de beste instandhoudingstrategie vast te stellen. Instandhoudingstrategieën zijn, naast de standaardoptie niets doen, ondermeer periodieke inspectie, periodiek onderhoud, reviseren of een combinatie van deze strategieën. Voor het vervullen van de maintenance enginereeringsrol is een hulpmiddel, de RBAM/FMECA-tool, gemaakt waarin alle faalvormen per asset worden opgegeven per mogelijke instandhoudingstrategie inclusief de risicowaardering per bedrijfswaarde. De komende jaren worden in samenwerking tussen de regionale afdelingen van Asset Management en Infra Services de verschillende assets achtereenvolgens behandeld. Een belangrijke randvoorwaarde om de risico s adequaat te kunnen beheersen en om bovenstaand beleid volledig uit te kunnen voeren vormt de beschikbaarheid van personeel bij de Service 26 hoofdstuk 2 - kwaliteit
27 Provider. Schaarste van personeel wordt in dit licht ook gezien als een risico en aanpak hiervan geniet hoge prioriteit bij de het management zoals in paragraaf 2.5 is toegelicht Innovatie Zoals genoegzaam blijkt uit het voorgaande investeert Enexis sterk in het handhaven en zo mogelijk (verder) verbeteren van de betaalbaarheid en de veiligheid en betrouwbaarheid van haar netwerken. Daartoe wordt niet alleen optimaal gebruik gemaakt van bestaande methoden en technieken, maar wordt ook gezocht naar nieuwe wegen. Verder ziet Enexis zich geplaatst voor grote uitdagingen op het gebied van de derde pijler van de energievoorziening, naast betaalbaarheid en betrouwbaarheid/veiligheid, namelijk duurzaamheid. Het belang van dit thema zal in de toekomst sterk toenemen en de netwerken van Enexis vormen niet alleen het fundament onder de energievoorziening van vandaag, maar ook onder een toekomstige, duurzame energievoorziening. De inzet van Enexis is dat de netten de energietransitie mogelijk maken, en niet onmogelijk doordat ze hier onvoldoende op zijn voorbereid. Om de uitdagingen die dit alles met zich meebrengt op te pakken, is begin 2008 de afdeling Innovatie opgericht. De afdeling Innovatie maakt deel uit van de hoofdafdeling Asset Management en heeft een drietal speerpunten: Energietransitie en duurzaamheid (verduurzaming van de energievoorziening): Toestandsbepaling Assets (veroudering van de netwerken): Productiviteitsverbetering door techniek (schaarste aan deskundig technisch personeel). De scope van Enexis innovatie-inspanningen wordt bepaald door de taak en de rol van Enexis als regionale netbeheerder in het geheel van energiesector/-voorziening. Dit betekent dat de innovatie-inspanningen van Enexis uitsluitend gericht zijn op vragen die binnen de taken en de rol van Enexis liggen; vragen die buiten deze rol liggen, brengt Enexis onder bij de juiste partij. Overigens wordt ook bij thema s die tot de directe verantwoordelijkheid van Enexis behoren, intensief samengewerkt met andere partijen, in het bijzonder kennisinstituten en toeleveranciers Deze beschikken over specialistische kennis, waarvan Enexis graag gebruik maakt en zelf niet in wenst te investeren. Innovaties, gas, waaraan op dit moment wordt gewerkt, zijn: Onderzoek naar de haalbaarheid en de wenselijkheid van nieuwe methoden voor lekzoeken. Hierbij te denken aan lekzoeken per auto, met satellieten, met onbemande helikoptertjes, met robots in leidingen, etc. Promotieonderzoek gasvoorziening in de toekomst. Onderzoek samen met Liander en Stedin aan de universiteit Twente. Promotieonderzoek voor ontwikkelen van een model om te komen tot het bepalen van de restlevensduur van hard PVC leidingen. Onderzoek of biologisch afbreekbare kunststoffen geschikt zijn voor gasleidingen. Dit gezien vanuit MVO perspectief. Ontwikkelen van een robot die door distributieleidingen gas kan rijden om verschillende inspecties uit te kunnen voeren. Het projectvoorstel Pirate behelst het verder ontwikkelen en bouwen van een robotplatform waarmee korte missies uitgevoerd kunnen worden in gasleidingen. Sleufloos vervangen en relinen van gasleidingen om vervangingen kosteneffectiever te kunnen uitvoeren en minder overlast te veroorzaken. Ontwikkelen van een sensor die geplaatst kan worden op een raketboor die deze laat stoppen op het moment dat de raket een gasleiding raakt. Een oplossing zoeken voor de combinatie tussen groen en kabels en leidingen. In de praktijk zijn bestaande kabel- en leidingtrace s vaak niet vrij van bomen. Gemeentes willen vaak bomen op de trace s planten. Tilburg wil samen met de netbeheerders een acceptabele oplossing vinden. De volgende innovatieve projecten hebben betrekking op groen gas. De projecten schenken aandacht aan het kostenefficiënt mogelijk maken van de invoeding van Groen Gas op distributie- kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 27
28 netten, rekening houdend met betrouwbaarheid en veiligheid van de gasvoorziening. Dit zijn: Onderzoek naar de invloed van Groen Gas op leidingmaterialen. Onderzoek naar het op afstand af kunnen afsluiten van invoeders van Groen Gas. Onderzoeken van de buffermogelijkheden van Groen Gas (eventueel ruw biogas). Proef met het invoeden van Groen Gas naar GTS via een Enexis aansluitleidng. Dit project staat bekend onder naam Rova. Het uittesten van apparatuur voor de analyse van Groen Gas in het kader van kwaliteitsbewaking. Dynamisch netbeheer. Onderzoek naar de mogelijkheid van het dynamisch verlagen van de netdruk (zenddruk) in het GasOntvang- Station (GOS) om invoeding van Groen Gas op een deelnet maximaal mogelijk te maken. 2.7 Normen, richtlijnen en voorschriften Normen De normen serie EN Gas supply systems is door Europa van toepassing verklaard voor het ontwerp aanleg en beheer van gasdistributie systemen. Voor de Nederlandse situatie is op basis van deze normen de NEN 7244-serie ontwikkeld. In de normen van de NEN 7244-serie wordt impliciet verwezen naar alle relevante normen welke in de NEN 7244 delen aan de orde komen. Hierdoor is het systeem consistent. Ook is het zo dat de tekst in deze delen verwijst naar nog in bewerking zijnde normen en ook voor zover van toepassing naar de KVGN-richtlijnen. Verwijzing naar Arbowet en VIAG vinden we in NEN (H4). Daarnaast zijn specifiek voor de Nederlandse situatie enkele normen ontwikkeld of in ontwikkeling. Voor gasstations wordt de norm NEN 1059 toegepast. Richtlijnen en overige relevante voorschriften. Enexis beschikt voor het ontwerp, aanleg en beheer en onderhoud van haar infrastructuur over een groot aantal (bedrijfseigen) voorschriften, zoals procedures en werkinstructies. Een element waar in de set werkinstructies die gaat over het uitvoeren van gastechnische werkzaamheden veel aandacht wordt geschonken, is het veilig werken. De basis hiervoor is de landelijke VIAG 2006, de Veiligheids Instructies Aardgas. In de werkinstructies zijn die specifiek uitgewerkt. Daarnaast zijn er aparte voorschriften en instructies met betrekking tot de Arbo- en milieuzorg. Alle normen, voorschriften en bedrijfsinstructies staan op het interne infranet, het interne netwerk van ENEXIS, dat voor alle medewerkers toegankelijk is. Voor een nadere detaillering wordt verwezen naar bijlage Evaluatie In paragraaf wordt verder ingegaan op de aanpak van evaluatie van de voortgang en kwaliteit van uitvoering van beleid, van de kwaliteit van het beleid zelf (efficiëntie) en naar de bijdrage van het beleid aan risicoreductie (effectiviteit). Terugblik op plannen en realisatie 2008 en 2009 Het investeringsniveau van Enexis is in de periode 2005 tot nu ieder jaar sterk gestegen. Redenen hiervan zijn een toename van de klantgedreven investeringen zoals aansluitingen en hoofdnet voor tuinders en een stijging van de (pro actieve) vervangingsinvesteringen vanwege de lange termijn optimalisatie, zoals weergegeven in paragraaf Tabel 9 geeft een samenvatting van de investerings- en exploitatieprognose van de KCD , de Jaarplannen en de realisatie van 2008 en 2009 Uit Tabel 9 blijkt dat het feitelijke jaarplan en de realisatie op sommige punten afwijkt van de prognose die gegeven was in het KCD 2008: De jaarplannen voor uitbreidingsinvesteringen liggen gelijk of hoger dan aangegeven in het vorige KCD, zowel in 2008 als in Deze discrepanties worden veroorzaakt door externe factoren en de daadwerkelijk noodzakelijke netuitbreidingen. 28 hoofdstuk 2 - kwaliteit
29 Werkstroom Plan Netuitbreidingen KCD ,1 31,1 (in miljoen Euro) Jaarplan 31,1 40,4 Realisatie 37,6 40,5 Percentage realisatie ten opzichte van KCD 121% 130% Vervangingen inclusief KCD ,3 53,4 reconstructies (in miljoen Euro) Jaarplan 53,4 53,2 Realisatie 60,8 55,5 Percentage realisatie ten opzichte van KCD 121% 104% Onderhoud KCD ,3 15,3 (in miljoen Euro) Jaarplan 16,2 16,4 Realisatie 15,2 15,6 Percentage realisatie ten opzichte van KCD 99% 102% Storingen KCD ,6 8,7 (in miljoen Euro) Jaarplan 8,9 10,7 Realisatie 10,6 11,0 Percentage realisatie ten opzichte van KCD 123% 126% Tabel 9: Vergelijking tussen KCD , Jaarplan en realisatie. Als basis voor de in kolom 2009 genoemde bedragen is gebruik gemaakt van de gegevens uit de periode januari - augustus De cijfers zijn daarna geëxtrapoleerd voor het gehele jaar. De jaarplannen voor uitbreidingsinvesteringen liggen gelijk of hoger dan aangegeven in het vorige KCD, zowel in 2008 als in Deze discrepanties worden veroorzaakt door externe factoren en de daadwerkelijk noodzakelijke netuitbreidingen. De jaarplannen voor vervangingsinvesteringen in 2008 en 2009 zijn hoger dan of gelijk aan het KCD De oorzaak hiervan is de stijgende lijn in het vervangingsprogramma voor aansluit- en hoofdleidingen. Ook door reconstructies wordt veel gasinfrastructuur vervangen. Reconstructies worden geïnitieerd door overheidsinstanties en kunnen jaarlijks sterk fluctueren. De realisatie van het onderhoudsplan in 2008 en 2009 is conform het KCD 2008 en ligt lager dan het jaarplan voor beide jaren. De oorzaak van het verschil is de wijze waarop kosten voor werkvoorbereiding en administratie worden geboekt. Het onderhoudsplan zelf is beide jaren volledig uitgevoerd. De financiële realisatie van storingen is in 2008 en 2009 fors hoger dan zowel het jaarplan en KCD De oorzaak is het direct boeken van uren van werkvoorbereiding en administratie in het storingen proces. Voorheen werden deze kosten via een algemene opslag gedekt. Dit veroorzaakt een toename van de kosten met ruim 2 miljoen euro, volledig veroorzaakt door een andere wijze van boeken. Anti cyclisch investeren Verschillen tussen plannen en realisatie worden grotendeels veroorzaakt door de klantgedreven activiteiten zoals aansluitingen, reconstructies of netuitbreidingen vanwege nieuwe woongebieden of industrieterreinen. In het Strategisch Asset Management Plan (SAMP) is geconcludeerd dat er twee drivers bepalend zijn voor het volume van de klantgedreven activiteiten, namelijk de conjunctuur en de energietransitie, de wijziging van energieproductie met fossiele brandstoffen naar duurzame bronnen. Het schatten van het volume van klantgedreven activiteiten is met veel onzekerheid omgeven; de conjunctuur is redelijk slecht voorspelbaar, zie de kredietcrisis die een economische crisis tot gevolg heeft gehad, waar- kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 29
30 van niemand kan schatten of het dieptepunt al achter ons ligt of het ergste nog moet komen. De energietransitie is sterk afhankelijk van overheidssubsidies en het groene gevoel bij klanten, waarbij Enexis een faciliterende en initiërende rol speelt. Beide effecten zorgen ervoor dat er behoorlijke verschillen kunnen en ook in de toekomst zullen blijven ontstaan tussen jaarplannen en realisaties. afgeremd of versneld moeten worden, afhankelijk van het klantgedreven werkpakket. Dit kan ertoe leiden dat in het ene jaar meer vervangen wordt dan in het andere jaar en dat de jaarlijkse realisatie van aantallen aansluitleidingen of kilometers hoofdleiding zal afwijken van de jaarplannen. Het klantgedreven werkpakket is 5 tot 10 keer groter dan de activiteiten die Enexis op eigen initiatief start. Eigen initiatief activiteiten zijn onderhoud, vervangingen en gedeeltelijk het oplossen van capaciteitsknelpunten in het net. De uitvoerende organisatie is gebaat bij een zekere stabiliteit in de omvang van de werkzaamheden; de opleidingsinspanning om medewerkers op een veilige en efficiënte manier werkzaamheden aan het gasnet uit te laten voeren is aanzienlijk en heeft een lange doorlooptijd. Enige stabiliteit in uit te voeren werkzaamheden is te verkrijgen door het eigen initiatief werkpakket anticyclisch te laten verlopen met het klantgedreven werkpakket. Enexis kiest ervoor om het onderdeel vervangingsinvesteringen uit het eigen initiatief werkpakket anticyclisch te laten verlopen met het klantgedreven werkpakket. Onze vervangingsinvesteringen hebben een pro actief karakter; vanwege de lange termijn optimalisatie vervangen we aansluiten hoofdleidingen eerder dan risico gebaseerd optimaal. Ook is het risicoprofiel van aansluit- en hoofdleidingen vrij vlak, zodat de risico toename door vervangingsinvesteringen één of meerdere jaren uit te stellen erg gering is. Verder proberen we vervangingsinvesteringen zoveel mogelijk gelijktijdig uit te voeren met werkzaamheden van andere infrastructuurbeheerders zoals rioleringswerkzaamheden of het vervangen van waterleidingen in een wijk. Dit is alleen mogelijk als we deze vervangingsactiviteiten flexibel kunnen plannen over meerdere jaren. Welke gevolgen heeft het anticyclisch uitvoeren van vervangingsinvesteringen? Per kwartaal beoordeelt Enexis of de vervangingsinvesteringen 30 hoofdstuk 2 - kwaliteit
31 kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 31
32 32 hoofdstuk 3 - capaciteit
33 3. Capaciteit Volgens art. 14 van de Ministeriële Regeling moet de netbeheerder de capaciteitsbehoefte ramen voor netten met een nominale druk van minimaal 200 mbar. In dit hoofdstuk wordt daarom alleen aandacht besteed aan deze netten. 3.1 Capaciteitsbeslag voor elk jaar van de planperiode van 7 jaar Methode van ramen De basis voor het ramen van de te verwachten capaciteit zijn de afgiften van de gasontvangstations zoals wij die van de Gasunie Transport Services (GTS) ontvangen. GTS heeft een automatisch systeem; het zogenaamde CApaciteit Registratie Systeem (CARS); waarin per uur de hoeveelheid gas die aan een gasontvangstation (GOS) wordt geleverd wordt vastgelegd. Met deze CARS-gegevens worden bij Enexis analyses uitgevoerd voor het bepalen van de belasting bij ontwerpcondities van het betreffende deelnet. Een deelnet is een distributienet dat door één of meerdere GOSsen wordt gevoed. De toegepaste methodiek wordt aan de hand van de afgifte van Enexis (totaal) toegelicht. Per deelnet wordt de uurwaarde over een periode van 1 jaar vastgesteld, zie Figuur 7. Als voorbeeld zijn voor het capaciteitsplan de waarden van t/m gebruikt. Op basis hiervan wordt dagelijks de maximale en minimale gasinkoop bepaald. Zie Figuur 8 op pagina Uurwaarde gasinkoop (m 3 /h) Jan Feb Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sep Okt Nov Dec maand (2008) Figuur 7: Uurwaarden gasinkoop Enexis kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 33
34 Gasinkoop (m 3 /h) Jan Feb Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sep Okt Nov Dec maand (2008) Figuur 8: Dagelijkse maximale en minimale uurwaarde Er bestaat een relatie tussen het gasverbruik en de buitentemperatuur. Door de gasinkoop van een bepaald deelnet te koppelen aan de bijbehorende buitentemperatuur, wordt de relatie voor het betreffende deelnet tussen de buitentemperatuur en de uurwaarde van de gasinkoop vastgesteld. Zie Figuur 9. Vervolgens wordt het maximale debiet als functie van de buitentemperatuur voor het betreffende deelnet bepaald. Zie Figuur 10. Aan de hand van deze grafiek wordt het debiet vastgesteld dat bij de ontwerptemperatuur van -13ºC (zie hiervoor paragraaf 3.1.2) in het betreffende Uurwaarde gasinkoop (m 3 /h) Buitentemperatuur (ºC) Figuur 9: Uurwaarde gasinkoop Enexis 34 hoofdstuk 3 - capaciteit
35 Uurwaardes: gasinkoop 9m 3 /h) Buitentemperatuur (ºC) / KNMI: Landelijk Figuur 10: Maximaal debiet als functie van de buitentemperatuur deelnet nodig is en moet kunnen worden getransporteerd. Hiermee is de maximale capaciteit voor 2008 vastgesteld. Op bovengenoemde wijze is voor alle deelnetten het maximale debiet vastgesteld. Vervolgens wordt het accres per deelnet per jaar bepaald op basis van de te verwachten uitbreidingsplannen voor de komende jaren. Voor de gevraagde capaciteiten wordt hierbij uitgegaan van kentallen uit de ontwerpricht- lijnen, tenzij nauwkeurigere aansluitwaarden bekend zijn. Tot slot wordt nagegaan of de verwachte verbruiken tot capaciteitsknelpunten in het net leiden. Op plaatsen waar op basis van de voorgaande uitkomsten capaciteitsknelpunten zijn te verwachten, worden drukmetingen in het net verricht om na te gaan of de berekeningen kloppen met de werkelijkheid. Winter kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 35
36 3.1.2 Uitgangspunten raming Toegepaste kentallen Voor het vaststellen van de toename van de gevraagde capaciteit is uitgegaan van de volgende kentallen uit de Interne Ontwerprichtlijnen Gas : Huishoudelijk verbruik 1,2 m 3 /h of, indien het aantal woningen niet bekend is, 40 m 3 /ha Handelsterreinen 45 m 3 /ha Industrie 80 m 3 /ha Tuinbouw 150 m 3 /ha Ontwerptemperatuur Enexis gebruikt voor het ontwerpen van gasnetten e.d. een etmaaltemperatuur van -13 C en een windsnelheid van 5 m/s. Dit wordt onderbouwd met de gemeten etmaaltemperatuur en transmissieberekening. Gemeten etmaaltemperatuur De te hanteren ontwerptemperatuur is vastgesteld aan de hand van de door het KNMI verstrekte gegevens. Als uitgangspunt zijn genomen de gemeten temperaturen van diverse binnen het verzorgingsgebied gelegen meteorologische opnamestations. Uit onderstaande Tabel 10 blijkt dat het zeer uitzonderlijk is dat de etmaalbuitentemperatuur < -13 C, en gelijktijdig de windsnelheid > 5 m/s bedraagt (1 etmaal in de 15 á 20 jaar). Uit de tabel blijkt tevens dat het nog uitzonderlijker is dat de etmaaltemperatuur over langere tijd (meerdere dagen) < -13 C bedraagt. Tevens is algemeen bekend dat een gebouw warmte accumuleert. De geaccumuleerde warmte wordt bij deze extreme temperatuur aangewend. Transmissieberekening Een tweede reden voor het gebruik van de minimale ontwerptemperatuur van -13 C is gelegen in het feit dat de transmissieberekeningen van gebouwen ontworpen worden met een minimale buitentemperatuur van -10 C. In het bouwbesluit worden de uitgangspunten voor het maken van transmissieberekeningen aangegeven. De transmissieberekeningen voor woningen en utiliteitsgebouwen zijn gebaseerd op het verschil tussen de gewenste binnentemperatuur en een buitentemperatuur van -10 C en een windsnelheid van 5 m/s. Door uit te gaan van een minimale buitentemperatuur van -13 C in plaats van -10 C zoals gebruikelijk in transmissieberekeningen is tevens de aanwarmtoeslag gecompenseerd Analyse betrouwbaarheid raming De uitgangspunten voor het opstellen van verschillende scenario s worden voor een belangrijk deel bepaald door externe factoren zoals politiek, economie en technologie. Binnen de zichtperiode van dit KCD zijn geen grote positieve en/of negatieve veranderingen te verwachten. Mochten veranderingen sneller gaan dan verwacht, dan zullen deze een grotere invloed hebben op het elektriciteitsverbruik dan op het gasverbruik. Bij hogere economische groei zullen individuele verbruikers bijvoorbeeld niet meer gas gaan verbruiken. Om deze reden wordt in dit KCD voor de bepaling van de capaciteitsbehoefte uitgegaan van het scenario gemiddelde Samenvatting klimaatgegevens. Periode Groningen Twente Maastricht Aantal dagen etmaaltemperatuur <-13 C Aantal dagen met gem. windsnelheid > 5 m/s en etmaaltemperatuur <-13 C Aantal perioden van minstens 2 dagen met etmaaltemp. < 13 C Aantal perioden van minstens 3 dagen met etmaaltemp. < 13 C Tabel 10: Samenvatting klimaatgegevens 36 hoofdstuk 3 - capaciteit
37 groei. Het scenario is gebaseerd op gerealiseerde afgiften en toenamen van het verbruik bij ontwerptemperatuur, op basis van kentallen en voor zover beschikbaar opgegeven waarden van grootverbruikers. Voor de komende jaren wordt geen autonome groei van de gasvraag verwacht; dit als gevolg van de stijgende gasprijs. Een stijgende gasprijs bevordert energie(gas)besparing bij de individuele verbruikers. Voor de verwachte capaciteitsvergroting als gevolg van nieuwbouwplannen wordt uitgegaan van de plannen die de gemeenten en provincies hebben. Deze wordt voor 100% meegenomen. De praktijk heeft uitgewezen dat de realisatie van het aantal woningen jaarlijks achterblijft bij de prognoses. Ook het vullen van industrie- en kantoorparken verloopt niet altijd in het geplande tempo. Dit leidt er toe dat de uiteindelijke capaciteitsvraag doorgaans lager uitvalt dan de optimistische inschattingen van gemeenten en planontwikkelaars. Jaarlijks worden de gevraagde capaciteiten voor de komende jaren opnieuw vastgesteld en besproken met GTS. Per jaar kan dus bijstelling plaatsvinden. Mocht aanpassing van de stations- of leidingcapaciteit nodig zijn, dan is dit tijdig te verwezenlijken Onzekerheid in de ramingen Ramingen met betrekking tot de belastingsgroei en de daaruit voortvloeiende toekomstige vraag naar transportcapaciteit zijn met onzekerheden omgeven. Het effect van deze onzekerheden is echter zeer beperkt. De redenen hiervoor zijn de volgende. Tuinbouw Nieuwbouwwoningen Voor wat betreft het normale accres, dat wil zeggen het accres ten gevolge van ontwikkelingen zoals woningbouw, vestiging van MKB-bedrijven en veranderingen in de toepassing van gas (bijv. warmtepompen, HR-ketels en DCO in woonhuizen) geldt dat deze ontwikkelingen relatief langzaam verlopen en bovendien niet of nauwelijks invloed hebben op de richting waarin en de locaties waartussen transporten plaatsvinden, maar alleen op de volumes hiervan. Een foutieve inschatting van (het effect van) deze ontwikkelingen leidt daarom hoogstens tot het eerder of later uitvoeren van al geplande netuitbreidingen ten behoeve van het vergroten van de transportcapaciteit maar zal geen principiële koerswijzigingen tot gevolg hebben. Het effect op de topologie van de netwerken van grote, sprongsgewijze veranderingen in de vraag naar transportcapaciteit, c.q. trendbreuken, is aanmerkelijk groter. Hiervoor geldt dat de plannen (vaak van één grote klant) die dergelijke sprongsgewijze veranderingen veroorzaken omvangrijk en kapitaalintensief zijn. De realisatietijd van dergelijke plannen is vergelijkbaar met of zelfs langer dan de realisatietijd van nieuwe infrastructuur. De praktijk heeft dan ook uitgewezen dat ook een foutieve inschatting van ontwikkelingen die leiden tot een sprongsgewijze verandering in de vraag naar transportcapaciteit geen of slechts een beperkte invloed zal hebben op de mogelijkheid om te voldoen aan de vraag naar transportcapaciteit Uitwisseling prognose met andere netbeheerders Jaarlijks worden met GTS de prognoses van de verwachte gevraagde capaciteit van de gasont- kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 37
38 vangstations besproken en wordt bekeken of dit tot problemen in de beschikbare capaciteit van de gasontvangstations zal leiden. In Friesland bestaat een tweetal overdrachtspunten tussen Enexis en Liander. Uit overleg blijkt dat er op dit vlak geen knelpunten te verwachten zijn Raming capaciteitsbehoefte De raming van de capaciteitsbehoefte heeft plaatsgevonden volgens de methodiek zoals weergegeven in paragraven t/m De resultaten daarvan zijn per deelnet vermeld in bijlage 12. In bijlage 13 zijn grafische overzichten van de hogedruk deelnetten weergegeven. 3.2 Hoe worden de capaciteitsknelpunten opgelost? De capaciteitsknelpunten worden opgelost door de daartoe benodigde netuitbreidingen te realiseren. Dit gebeurt in de vorm van netuitbreidingsprojecten. De projecten worden uitgewerkt, de benodigde materialen worden besteld en vervolgens wordt het project uitgevoerd, opgeleverd en in bedrijf gesteld. De doorlooptijd van dergelijke projecten ligt veelal tussen de èèn en twee jaar. Uiteraard worden de geplande uitbreidingsprojecten ook in de begrotingscyclus betrokken. 3.3 Maatregelen ter voorkoming van knelpunten Knelpunten in het net, tekorten aan transportcapaciteit, kunnen op de volgende manieren opgelost worden: Toepassen van netverzwaring, het verzwaren van leidingen door het vervangen van de leiding door een exemplaar met grotere capaciteit; Leggen van een parallelleiding; Leggen van een verbindingsleiding naar een net met overcapaciteit. In paragraaf 3.4 zijn de bestaande capaciteitsknelpunten aangegeven met hun oplossingsrichting. In paragraaf 3.5 zijn de te verwachten knelpunten met hun oplossingsrichting aangegeven. 3.4 Bestaande capaciteitsknelpunten en oplossingsrichtingen Aanpassingen ten opzichte van de capaciteitsplannen Op de volgende pagina s wordt per provincie een overzicht gegeven van de in het KCD genoemde knelpunten met hun huidige status. Uitbreiding capaciteitsvraag door ontwikkeling nieuwe wijk 38 hoofdstuk 3 - capaciteit
39 Groningen In KCD genoemde knelpunten met hun huidige status Deelnet Jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing Status & toelichting Groningen Reitdiep; Sontweg; Stuurboordswal; Via Lab (7 bar) Hoogkerk Redingiusweg (8 bar) Na 2007 Na 2007 Uitbreidingsplan Groningen, Meerstad ( woningen). Ligt buiten de huidige HD-structuur Plan industrieterrein Westpoort ( ha). De bestaande HD infrastructuur is bij volledige uitvoering van de plannen ontoereikend Verzwaring en uitbreiden 7 bar net Verzwaring en uitbreiden 8 bar net Geen actie. Eerste fase (2009, 400 woningen) vraagt geen gas, andere fases zijn nog niet geconcretiseerd. Wordt in 2009 gerealiseerd. Warfhuizen; Bedum; Roodeschool (8 bar en 3 bar) Grijpskerk; Noordhorn; Grotegast, Leek (8 bar) Na 2007 Onbekend Eemshaven en tuindergebied, aanwezige 3 bar net is bij volledige uitvoering plannen ontoereikend. In dit deelnet is mogelijk sprake van invoeding van biogas. invoeden van een constante hoeveelheid biogas op dit deelnet is niet zondermeer mogelijk. Verzwaring en uitbreiden 3 bar net of uitbreiden 8 bar net. De oplossing is sterk afhankelijk van de plaats van invoeding. Beperkte netuitbreiding. Momenteel stagneert de vraag. Geen actie. Concrete vraag is uitgebleven. Friesland In KCD genoemde knelpunten met hun huidige status Deelnet Jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing Status & toelichting Er worden geen knelpunten onderkend. Geen actie. Drenthe In KCD genoemde knelpunten met hun huidige status Deelnet Jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing Status & toelichting Assen Marsdijk; Assen Witterstraat (8 bar) en Gasselternyveenschemond; Gieten; Vries; Zuidlaren (8 bar en 1 bar) Hooghalen; Eursinge; Beilen; Rolde (4 bar) Na 2009 Onbekend Uitbreidingsplan Assen, Noordelijke stadsrandzone, 400 hectare wonen, 300 hectare bedrijven. Ligt grotendeels buiten het door GTS begrensde voorzieningsgebied van Assen. Voeding vanuit het 1 bar net Vries-Zijen is niet mogelijk. In dit deelnet is mogelijk sprake van invoeding van biogas. invoeden van een constante hoeveelheid biogas op dit deelnet is niet zondermeer mogelijk. Voeding vanuit 8 bar net Assen, verzwaren en uitbreiden 8 bar net. De oplossing is sterk afhankelijk van de plaats van invoeding. Uitbreidingsplan Noordelijke stadsrandzone is nog niet geconcretiseerd. Vraag is nog niet concreet. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 39
40 Overijssel In KCD genoemde knelpunten met hun huidige status Deelnet Jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing Status & toelichting 8 bar/ 4 bar Kampen 8 bar Hasselt- Genemuiden Door verdere uitbreiding van glastuinbouw in de Koekoekspolder ontstaan capaciteitsproblemen in zowel het 4 als het 8 bar net Door verdere uitbreiding van industrie en woningbouw in Genemuiden en Hasselt ontstaat een capaciteitstekort in het 8 bar net Fasegewijs zowel verzwaren van het voedende 8 bar net als het vervangen van het 4 bar net door 8 bar. Fasegewijs verzwaren van het voedende 8 bar net Het 4 bar net in de koekoekspolder zal eind 2009 geheel vervangen zijn door 8 bar net. Het voedende 8 bar net zal fasegewijs worden verzwaard, eerste fase is reeds uitgevoerd in Eerste fase verzwaring is uitgevoerd in Hiermee is voldoende capaciteit gecreëerd voor de groeiverwachting van de komende jaren Flevoland In KCD genoemde knelpunten met hun huidige status Deelnet Jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing Status & toelichting Er worden geen knelpunten onderkend. Geen actie. Noord-Brabant In KCD genoemde knelpunten met hun huidige status Deelnet Jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing Status & toelichting Steenbergen 2008 Door verdere uitbreiding van klanten in tuindersgebied Stierenweg e.o. wordt de inlaatdruk voor het districtstation van dorpskern Nieuw- Vossenmeer (Burg. Catshoeklaan) te laag. Roosendaal 2009 Door de ontwikkeling van het industrieterreinen Borchwerf, 2 e en 3 e fase, ontstaat er een knelpunt in de aanvoerleiding vanaf het GOS richting het industrieterrein. Verzwaren HDgasleiding uitloper naar Nieuw-Vossenmeer, traject Drie Lindekensdijkrichting Nootendaalsedijk. Mogelijk alternatief de ontkoppeling van de GOS-en Stierenweg en Steenbergen- Centrum. Verzwaring van de uitgaande HDleiding vanaf het GOS ± 800 meter. In 2007 is het districtstation Burg. Cathoeklaan reeds vervangen en verzwaard. Onderzoek naar optreden van een mogelijk capaciteitsknelpunt en oplossingen zijn nog in onderzoek (actualisatie gasnetberekeningen). Voorlopig wordt geen capaciteitsknelpunt verwacht. Actuele gasnetberekeningen en scenario-analyse (2009) hebben uitgewezen dat er pas vanaf eind 2013 een eventueel capaciteitsknelpunt kan optreden, uitgaande van een hoogscenario met betrekking tot de ontwikkeling van het industrieterrein. 40 hoofdstuk 3 - capaciteit
41 Noord-Brabant In KCD genoemde knelpunten met hun huidige status Deelnet Jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing Status & toelichting Etten-Leur Afhankelijk van de tuinbouwactiviteiten Etten-Leur Zuid Door mogelijke herstructurering/uitbreiding van de tuinbouw in Etten-Leur Zuid ontstaat mogelijk een te lage netdruk in het zuidelijk deel van het 8 bar net. Waalwijk 2010 Inrichting industrieterrein Haven VII. Vlijmen 2009 Plan ZLTO uitbreiding van de glastuinbouw in het deelgebied Haarsteeg. Afhankelijk van de definitieve vestiging van de tuinders ontstaat er een knelpunt aan de Tuinbouwweg. Drunen 2009 Plan ZLTO uitbreiding van de glastuinbouw in het deelgebied Elshout. Afhankelijk van de definitieve vestiging van de tuinders ontstaat er een knelpunt aan de Elshoutseweg. Valkenswaard 2009 Overschrijding toegestaan drukverlies Verzwaring van het bestaande HD-net danwel ringvorming in het zuidelijke netdeel. HD-leiding verzwaren vanaf GOS in het centrum Wilhelminastraat en Janstraat ± 500 meter. Verzwaring HDgasleiding aan de Tuinbouwweg. Verzwaring HDgasleiding aan de Elshoutseweg. Netverzwaring In 2008 zijn de gasnetberekeningen van Etten-Leur geactualiseerd. In 2009 is het bestaande 8 bar HD-net verzwaard. Capaciteitsknelpunt is opgelost. T/m 2010 wordt geen capaciteitsknelpunt verwacht. Scenarioen variantenanalyse in onderzoek. Herstructurering/ groei tuinbouwgebied blijft achter. T/m 2010 wordt geen capaciteitsknelpunt verwacht. Scenarioen variantenanalyse in onderzoek. Herstructurering/ groei tuinbouwgebied blijft achter. T/m 2010 wordt geen capaciteitsknelpunt verwacht. Scenarioen variantenanalyse in onderzoek. Herstructurering/ groei tuinbouwgebied blijft achter. Knelpunt is nog actueel gebleken. Nieuwe netberekeningen onderschrijven dit. Geen verzwaring uitgevoerd. Limburg In KCD genoemde knelpunten met hun huidige status Deelnet Jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing Status & toelichting PG Helden 8 en 4 bar 2007 Ontwikkeling tuinbouwgebied Californie. Gemeente Grubbenvorst Ontwikkeling verschillende industrieterreinen/verdere ontwikkeling tuinbouwgebied Siberie 3,4. Gemeente Sevenum. Netverzwaring Netaanleg door derden 80 a 90% gereed Netaanleg inclusief GOS in opdracht van tuinbouwsamenwerking. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 41
42 3.5 Te verwachten capaciteitsknelpunten en oplossingsrichtingen Specificatie knelpunten In de onderstaande tabellen is per provincie aangegeven welke knelpunten in het transportnet op basis van de geraamde capaciteit worden ver- wacht en in welk jaar het knelpunt naar verwachting zal optreden. Tevens is de oplossingsrichting aangegeven om het knelpunt te voorkomen. De eventuele ontwikkeling van de te verwachten knelpunten zullen nauwlettend worden gevolgd en tijdig worden opgelost. Groningen Verwachte capaciteitsknelpunten Deelnet Verwacht jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing Groningen Reitdiep; Sontweg; Stuurboordswal; Via Lab (7 bar) Groningen Reitdiep; Sontweg; Stuurboordswal; Via Lab (7 bar) Warfhuizen; Bedum; Roodeschool (8 bar en 3 bar) Warfhuizen; Bedum; Roodeschool (8 bar en 3 bar) Na 2009 In 2009 Na 2009 Na 2009 Uitbreidingsplan Groningen, Meerstad ( woningen). Ligt buiten de huidige HD-structuur Invoeding constante hoeveelheid groen gas in de 7 bar ring van Groningen. Invoeding is van invloed op twee andere afwijkende invoedingspunten. Eemshaven en tuindersgebied, aanwezige 3 bar net is bij volledige uitvoering plannen ontoereikend. Weiwerd, uitbreiding industrieterrein, aanwezige 8 en 3 bar net is op termijn ontoereikend Verzwaring en uitbreiden 7 bar net Analyse en uitbreiden 7 bar net. Verzwaring en uitbreiden 3 bar net of uitbreiden 8 bar net. Verzwaren en uitbreiden 8 bar net. Hele provincie Invoeding groen gas Uitbreiden net Friesland Verwachte capaciteitsknelpunten Deelnet Verwacht Jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing Franeker; Harlingen; Tzumarrum, Oosterbierum Vriezo en Sint Annaparochie; Stiens na 2009 Uitbreiding tuindersgebied, onvoldoende capaciteit beschikbaar. Uitbreiden/verzwaren 8 bar net. Hele provincie Invoeding groen gas Uitbreiden net Overijssel Verwachte capaciteitsknelpunten Deelnet Verwacht jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing 8 bar Kampen Door verdere uitbreiding van glastuinbouw in de Koekoekspolder ontstaan capaciteitsproblemen in het 8 bar net 8 bar Enschede Door ontwikkeling van industriegebied Usseleres ontstaat vraag op een locatie waar geen gasinfrastructuur aanwezig is. Fasegewijs verzwaren van het voedende 8 bar net Nieuw voedend 8 bar net aanleggen 42 hoofdstuk 3 - capaciteit
43 Drenthe Verwachte capaciteitsknelpunten Deelnet Verwacht jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing Assen Marsdijk; Assen Witterstraat (8 bar) en Gasselternyveenschemond; Gieten; Vries; Zuidlaren (8 bar en 1 bar) Hooghalen; Eursinge; Beilen; Rolde (4 bar) Na 2009 Onbekend Uitbreidingsplan Assen, Noordelijke stadsrandzone, 400 hectare wonen, 300 hectare bedrijven. Ligt grotendeels buiten het door GTS begrensde voorzieningsgebied van Assen. Voeding vanuit het 1 bar net Vries-Zijen is niet mogelijk. In dit deelnet is mogelijk sprake van invoeding van biogas. invoeden van een constante hoeveelheid biogas op dit deelnet is niet zondermeer mogelijk. Ontwikkeling Mera-terrein, Wijster Voeding vanuit 8 bar net Assen, verzwaren en uitbreiden 8 bar net. De oplossing is sterk afhankelijk van de plaats van invoeding. Beilen; Garminge; Na 2009 Uitbreiden 8 bar Hooghalen; Rolde net. Hele provincie Invoeding groen gas. Uitbreiden net Flevoland Verwachte capaciteitsknelpunten Deelnet Verwacht jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing 8 bar Marknesse-Luttelgeest Door verdere uitbreiding van glastuinbouw in Luttelgeest ontstaan capaciteitsproblemen in het 8 bar net Fasegewijs verzwaren van het voedende 8 bar net Limburg Verwachte capaciteitsknelpunten Deelnet Verwacht Jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing PG Helden 8 en 4 bar 2010 ontwikkeling tuinbouw Netverzwaring gebied Platveld Gem. Helden 2011 ontwikkelingen tuinbouwgebied Netverzwaring Klavertje 4. Gem. Venlo 2013 ontwikkeling tuinbouwgebied Netverzwaring Kievit. Gem. Helden 2015 ontwikkelingen tuinbouwgebied Californie 2. Grubbenvorst. Netverzwaring kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 43
44 Noord-Brabant Verwachte capaciteitsknelpunten Deelnet Jaar optreden Omschrijving knelpunt Oplossing Steenbergen Roosendaal Waalwijk Vlijmen Drunen (afhankelijk van groeiscenario tuinbouw) eind 2013 bij hoogscenario (afhankelijk van groeiscenario) (afhankelijk van groeiscenario tuinbouw) (afhankelijk van groeiscenario tuinbouw) Door verdere uitbreiding van klanten in tuindersgebied Stierenweg e.o. kan de inlaatdruk voor het districtstation van dorpskern Nieuw-Vossenmeer (Burg. Catshoeklaan) te laag worden. Ontwikkeling van het industrieterreinen Borchwerf, 2 e en 3 e fase. Afhankelijk van het ontwikkelingscenario kan er een capaciteitsknelpunt ontstaan in de voeding naar het industrieterrein. Inrichting industrieterrein Haven VII. Plan ZLTO uitbreiding van de glastuinbouw in het deelgebied Haarsteeg. Afhankelijk van de definitieve vestiging van de tuinders ontstaat er een knelpunt aan de Tuinbouwweg. Plan ZLTO uitbreiding van de glastuinbouw in het deelgebied Elshout. Afhankelijk van de definitieve vestiging van de tuinders ontstaat er een knelpunt aan de Elshoutseweg. Verzwaren HDgasleiding uitloper naar Nieuw-Vossenmeer, traject Drie Lindekensdijkrichting Nootendaalsedijk. Mogelijk alternatief de ontkoppeling van de GOS-en Stierenweg en Steenbergen- Centrum. Verzwaring van het bestaande HD-net en/of netuitbreiding (ringvorming). HD-leiding verzwaren vanaf GOS in het centrum Wilhelminastraat en Janstraat ± 500 meter. Verzwaring HDgasleiding aan de Tuinbouwweg. Verzwaring HDgasleiding aan de Elshoutseweg. 44 hoofdstuk 3 - capaciteit
45 kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 45
46 46 hoofdstuk 4 - kwaliteitsbeheersingssysteem
47 4.1 Introductie Vanuit haar visie op de rol van de netbeheerder ten aanzien van verschillende belanghebbenden heeft Enexis een kwaliteitsbeheersingssysteem ingericht dat is gebaseerd op Risk Based Asset Management (RBAM). Met dit systeem kunnen de verschillende belangen, vertaald in bedrijfswaarden, optimaal worden gebalanceerd. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van hoe de belangrijkste risico s ten aanzien van deze bedrijfswaarden worden herkend, geanalyseerd en in acties vertaald. van prestaties en gedrag van energie(distributie) partners en op hun vermogen slagvaardig te reageren op technologische ontwikkelingen en veranderende marktomstandigheden. Als belangrijkste stakeholders ziet Enexis haar klanten, medewerkers, aandeelhouders en de maatschappij als geheel. Klanten In paragraaf 4.2 wordt eerst de visie en organisatie van Enexis toegelicht. Vervolgens wordt in paragraaf 4.3 aangegeven hoe de kwaliteit beheerst wordt van het traject van ontwerp tot en met amoveren van netcomponenten. In paragraaf 4.4 wordt weergegeven hoe veiligheid en in paragraaf 4.5 hoe onderbrekingen en storingen beheerst worden binnen de organisatie. Samen met andere belanghebbenden zoals gemeentes worden regelmatig calamiteitenoefeningen gehouden. In paragraaf 4.6 wordt aandacht geschonken aan het oefenen van calamiteiten. In paragraaf 4.7 wordt beschreven hoe de kwaliteit van de componenten wordt gevolgd. In paragraaf 4.8 wordt het beheren van de bedrijfsmiddelen beschreven. Graafschades zijn èèn van de meest voorkomende oorzaken van storingen in onze netten. In paragraaf 4.10 wordt beschreven hoe wordt getracht beschadiging van leidingen door graafschades te voorkomen. 4.2 Visie, organisatie en werkwijze Enexis Visie Enexis De maatschappij wordt zich steeds sterker bewust van haar afhankelijkheid van energie en de consequenties van energieverbruik voor economie, leefbaarheid en klimaat. Daardoor zullen stakeholders en klanten steeds kritischer worden ten aanzien Maatschappij Medewerkers Figuur 11: Visualisatie visie Enexis op stakeholders 4. Kwaliteitsbeheersingssysteem Aandeelhouders Enexis stelt alles in het werk om het vertrouwen van deze stakeholders te verdienen en benadrukt daarbij haar maatschappelijke rol bij met name het faciliteren van de verduurzaming van de energievoorziening. Deze strategische visie komt tot uiting in de bedrijfswaarden die Enexis heeft gedefinieerd en die in het navolgende nog aan de orde komen Organisatiemodel Enexis Om haar activiteiten optimaal uit te voeren, is de organisatie van Enexis ingericht conform het Asset Management organisatiemodel. Elk van de partijen in dit organisatiemodel heeft een specifieke verantwoordelijkheid: De Asset Owner is verantwoordelijk voor het bepalen van de met de assets te realiseren doelstellingen/prestaties en het beschikbaar stellen van de daarvoor benodigde (financiële) middelen. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 47
48 De Asset Manager is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van beleid waarmee de doelstellingen van de Asset Owner optimaal kunnen worden verwezenlijkt. Daarnaast zorgt hij voor de adequate uitbesteding aan de Service Provider en de voortgangsbewaking over de in opdracht gegeven werkzaamheden. De Service Provider is verantwoordelijk voor het effectief en efficiënt uitvoeren van de door de Asset Manager ontwikkelde en door de Asset Owner geaccordeerde maatregelen. Binnen Enexis ligt de rol van Asset Owner bij de directie, de rol van Asset Manager bij de afdeling Asset Management en de rol van Service Provider bij de afdeling Infra Services. In Figuur 12 is het gekozen organisatiemodel grafisch weergegeven. De belangrijkste reden voor het onderscheiden van deze rollen is het realiseren van een optimale effectiviteit en efficiëntie. Door bij elke interface het formuleren van het beleid en het uitvoeren daarvan te scheiden, wordt voorkomen dat organisatieonderdelen hun eigen werk gaan genereren en/of hun doelstellingen (te) gemakkelijk aanpassen aan de feitelijke ontwikkelingen. Daarnaast wordt door de specialisatie die het gevolg is van deze rolscheiding bewerkstelligd dat alle betrokken partijen in hun rol kunnen groeien Risk Based Asset Management proces Het nemen van complexe beslissingen over grote aantallen assets die bovendien een zeer grote diversiteit vertonen, vereist een geavanceerde besluitvormingsmethodiek om te waarborgen dat de beschikbare (financiële) middelen optimaal worden aangewend. Het aantal alternatieve bestedingsmogelijkheden is namelijk vrijwel onbeperkt en de mogelijke alternatieven dienen bovendien vanuit verschillende gezichtspunten te worden geëvalueerd. Met andere woorden: de bijdrage van de mogelijke alternatieven aan de bedrijfsdoelstellingen dient te worden bepaald om die alternatieven die de grootste bijdrage leveren aan de prestaties te kunnen selecteren. Enexis past voor het nemen van beslissingen met betrekking tot de allocatie van het beschikbare budget de door haar zelf ontwikkelde en conform PAS-55 en ISO 9001:200 gecertificeerde Risk Based Asset Management methodiek toe (zie bijlage 14). Globaal omvat Risk Based Asset Management de volgende stappen: 1. Risico inventarisatie en analyse: identificeren, inventariseren en analyseren van risico s die van invloed zijn op de bedrijfsdoelstellingen van de Asset Owner, inclusief bepaling van het risiconiveau op basis van het daartoe door de Asset Owner opgestelde beoordelingskader. Doelen Asset Owner Bepaalt doelstellingen: Bedrijfswaarden KPI s en doelen Asset Manager Service Procider Vertaalt doelstellingen in beleid Voert beleid uit: Effectiviteit Operationele efficiëntie Efficiëntie Werkorders Voortgangsbewaking uitvoering Voortgangsrapportage Prestatierapportage Figuur 12: Het Asset Management Organisatiemodel 48 hoofdstuk 4 - kwaliteitsbeheersingssysteem
49 2. Ontwikkeling van alternatieve oplossingen: bepalen van mogelijke maatregelen om het niveau van de gevonden risico s te reduceren. 3. Keuze en goedkeuring: het selecteren van een optimale combinatie van maatregelen op basis van hun effectiviteit, die aan de hand van de bedrijfsdoelstellingen wordt beoordeeld met gebruikmaking van portfolio-optimalisatie. 4. Implementatie en programmamanagement: het uitvoeren van de gekozen combinatie van maatregelen door middel van concrete uitwerking, opdrachtverlening aan de service provider en voortgangsbewaking. 5. Evaluatie: evalueren van de uitvoering van de verleende opdrachten op drie niveaus, namelijk de feitelijke voortgang, de kosten en de uitvoering van de maatregel en eventuele optimalisatiemogelijkheden daarbij en de bijdrage van het uitvoeren van de maatregel aan de reductie van de risico s. De opzet van de Risk Based Asset Management methodiek is grafisch weergegeven in Figuur 13. Belangrijk kenmerk van de methodiek is dat bij het inventariseren van risico s niet uitsluitend gebruik wordt gemaakt van historische gegevens, maar tevens veel breder wordt gekeken. Dit is in het bijzonder van belang voor het identificeren en zo mogelijk op effectieve wijze reduceren van risico s met een relatief lage frequentie van optreden en tegelijk ingrijpende consequenties. Dergelijke risico s zullen bij het beschouwen van historische gegevens namelijk niet snel naar voren komen. Toepassing van de Risk Based Asset Management benadering waarborgt een optimale balans tussen de doelstellingen op bedrijfswaarden en daarmee tussen de belangen van alle betrokken partijen (in het bijzonder de klanten, de maatschappij, de medewerkers en de aandeelhouders) op korte en lange termijn. De Asset Manager van Enexis Indienen van risicomelding werkt op basis van een zestal bedrijfswaarden, namelijk: Kwaliteit van levering: Het transporteren en distribueren van gas en elektriciteit over haar netwerken vormt de primaire activiteit van Enexis. Bij het nemen van besluiten wordt de invloed van de alternatieven op de kwaliteit van deze dienstverlening, namelijk de betrouwbaarheid, vanzelfsprekend in de overweging betrokken. Veiligheid: Het beleid van Asset Management heeft een grote mate van invloed op de aard van de door Infra Services uit te voeren werkzaamheden en op de omstandigheden waaronder deze (kunnen) worden uitgevoerd. Daarnaast kunnen de activiteiten van Enexis en de daarvoor benodigde componenten en materialen een potentieel gevaar vormen voor derden. Risicoinventarisatie en -analyse Ontwikkeling van alternatieve oplossingen Keuze en goedkeuring Implementatie en programma management Evaluatie Figuur 13: Samenvatting van Enexis gecertificeerde Risk Based Asset Management methodiek. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 49
50 Wettelijkheid: Asset Management blijft bij de besluitvorming binnen de kaders van de relevante wet- en regelgeving. Economie: In de door Asset Management beheerde netwerken is een groot bedrag geïnvesteerd. Deze investering dient aan bepaalde rendementseisen te voldoen. Klanttevredenheid: Enexis heeft als netbeheerder een aantal taken die uitsluitend door de toegewezen netbeheerder mogen worden verricht. Vanwege deze monopolie positie is het essentieel dat Enexis veel aandacht besteedt aan mogelijke klachten. Met het opnemen van Klanttevredenheid als bedrijfswaarde in de risicomatrix worden klachten expliciet gewaardeerd bij het bepalen van het risico niveau en worden structureel alternatieven onderzocht om de klanttevredenheid te verbeteren. Bij de bedrijfswaarde klanttevredenheid is ook reputatie ondergebracht. Enexis hecht eraan dat haar reputatie in overeenstemming is met haar feitelijke handelwijze als deskundig netbeheerder die de hem opgedragen taak op maatschappelijk verantwoorde wijze uitvoert. Indien nodig wordt de reputatie daartoe actief bewaakt. Duurzaamheid: Enexis heeft als strategische visie het faciliteren en promoten van de energietransitie. Om het belang van duurzame oplossingen te benadrukken is in 2008 duurzaamheid als bedrijfswaarde aan de risicomatrix toegevoegd. Bij ieder risico wordt het effect op duurzaamheid geanalyseerd en bij iedere oplossing worden de duurzame alternatieven meegewogen. Benadrukt wordt, dat door toepassing van de Risk Based Asset Management methodiek niet alleen integraal wordt geoptimaliseerd over de bedrijfswaarden, maar ook over het volledige palet aan mogelijke maatregelen voor de instandhouding en uitbreiding van de netten. Deze maatregelen dienen immers allen dezelfde bedrijfswaarden. Van de bij energiebedrijven van oudsher gebruikelijke scheiding tussen instandhouding van de bestaande netten enerzijds en planning en uitbreiding anderzijds, waarbij het risico van suboptimalisatie op de loer ligt, is bij Enexis dan ook geen sprake. Risk Based Asset Management in dit document In de paragrafen 2.4 is een samenvatting gegeven van de algehele toestand van de door Enexis beheerde gasnetten. In paragraf 2.6 komt het onderhouds- en vervangingsbeleid van Enexis aan de orde. Feitelijk vormen deze paragrafen een samenvatting van de inzichten die Enexis door toepassing van de Risk Based Asset Management heeft vergaard. Aan de inhoud hiervan liggen dus risico-analyses, strategieën en tactieken ten grondslag. In paragraaf 2.8 wordt beschreven op welke wijze Enexis het (onderhouds- en vervangings) beleid evalueert. De aldaar genoemde drie niveaus van evaluatie zijn in Figuur 14 binnen de Risk Based Asset Management methodiek geplaatst. Risicoinventarisatie en -analyse Ontwikkeling van alternatieve oplossingen Keuze en goedkeuring Implementatie en programma management Evaluatie Voortgang Bijdrage beleid aan instandhouding en kwaliteitsverbetering Kwaliteit van het beleid en de uitvoering Figuur 14: Drie niveaus van evaluatie in de RBAM methodiek 50 hoofdstuk 4 - kwaliteitsbeheersingssysteem
51 4.2.4 De praktijk: activiteiten Inventariseren en analyseren risico s Het concept risico speelt in de Risk Based Asset Management methodiek een centrale rol. Een risico is een potentiële negatieve invloed op één of meerdere bedrijfswaarden. Op dit moment wordt gewerkt met de eerder genoemde zes bedrijfswaarden. Een risico wordt gekarakteriseerd door de kans van optreden en het effect bij optreden. Een risiconiveau is de verzameling van alle combinaties van kans en effect die een gelijke ernst hebben. Een risico met een ernstig effect, maar een kleine kans van optreden kan van hetzelfde niveau zijn als een risico met een gering effect, maar een grote kans van optreden. Het is van belang in te zien dat het begrip risico in deze context op zichzelf neutraal is. Het niveau van het risico bepaalt het gewicht ervan. Vanwege de centrale rol van risico s in de Risk Based Asset Management methodiek, besteedt Enexis veel aandacht aan het identificeren van risico s. Risico s kunnen via intranet op laagdrempelige wijze door alle medewerkers gemeld worden op basis van hun persoonlijke ervaring en deskundigheid. Ook kunnen alle medewerkers knelpunten aandragen in het zogenaamde Knelpunten Meld Systeem (KMS). Een knelpunt is een lokaal, specifiek probleem dat door medewerkers van onze Service Provider wordt geconstateerd en in KMS wordt opgevoerd. Wanneer dit knelpunt zich beperkt tot één specifieke situatie geeft de regionale afdeling van Asset Management opdracht aan de Service Provider om dit op te lossen. Als het knelpunt een generiek karakter heeft wordt dit aangemeld via intranet als risicomelding en door centrale Asset Management afdelingen ingeschat en mogelijk geanalyseerd. Daarnaast worden risico s geïdentificeerd in en gedestilleerd uit: (Analyses van) de faalcodes die worden teruggerapporteerd na inspecties; Storingsrapportages en (analyses van) de gegevens in de Nestor database, waarin alle storingen worden vastgelegd; Analyse van de veiligheidsindicator; Analyses van (meldingen van) ongewenste gebeurtenissen en ongevallen, die door de afdeling HSE (Health Safety and Environment) worden gecoördineerd; Het storingsoverleg: een overleg dat eens per kwartaal per regio plaatsvindt en waarbij de afhandeling van omvangrijke en/of bijzondere storingen wordt besproken door vertegenwoordigers van de Asset Manager en de Service Provider; (Internationale) vakliteratuur en bezoeken aan symposia en conferenties; Kennisuitwisseling met andere netbeheerders, o.a. in Netbeheer Nederland verband. Meldingen aan de OvV, SodM en KIWA. Ontwikkelen strategieën en tactieken De geïdentificeerde en geanalyseerde risico s zijn de basis voor het ontwikkelen van strategiëen. Geanalyseerde risico s, waarvan het risiconiveau onacceptabel is of waarvan de inschatting bestaat dat er mogelijkheden zijn om het risiconiveau te reduceren worden uitgewerkt in een strategie. Een strategie is een keuze uit alternatieven om tot risicoreductie te komen. Via de risicomatrix kan het risiconiveau gemonetariseerd worden en de rentabiliteit van de alternatieven kan bepaald worden door de risicoreductie te vergelijken met de investerings- en exploitatiekosten van de strategie. Rendabele strategieën worden vervolgens uitgewerkt tot tactieken, concrete handvatten om beleid uit te voeren. Uitvoeren strategieën en tactieken Jaarlijks wordt op basis van de geldende tactieken een Jaarplan opgesteld, dat tot stand komt door het toepassen van de strategieën en tactieken op de netwerken. Dit wordt vervolgens in uitvoering gegeven bij de Service Provider, Infra Services. Uitvoering van het Jaarplan leidt tot reductie van te hoge risico s en realisatie van de doelstellingen van de Asset Owner. Voor direct klantgedreven werkstromen (nieuwe aansluitingen en een deel van de netuitbreidingen) en het oplossen van storingen worden in het Jaarplan richtbedragen opgenomen die tot stand komen op basis van realisaties uit het verleden en een beschouwing van de relevante omgevingsfactoren zoals bouwplannen, etc. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 51
52 Opdrachtverlening, voortgangsbewaking en eventuele bijsturing wordt uitgevoerd door de Netdelen, de geografisch gedecentraliseerde onderdelen van de afdeling Asset Management. Door Infra Services wordt maandelijks gerapporteerd. Elk kwartaal maakt Asset Management een diepgaande analyse van de financiële en technische realisatie; indien de resultaten daartoe aanleiding geven, wordt de Service Provider bijgestuurd of wordt het Jaarplan aangescherpt en/of gewijzigd. Evalueren van risico s, strategieën en tactieken De evaluatie van het gevoerde beleid, waaronder het onderhouds- en vervangingsbeleid, vormt een belangrijk onderdeel van de door Enexis ontwikkelde en toegepaste Risk Based Asset Management methodiek en is daarmee verankerd in de gecertificeerde processen. Toetsing voortgang en kwaliteit uitvoering Allereerst wordt bepaald of en hoe de uitvoering van het beleid plaatsvindt. Daarbij wordt zowel gekeken naar de voortgang als naar de kwaliteit van de uitvoering. Immers, wanneer het beleid niet of gebrekkig zou worden uitgevoerd, is het niet mogelijk en zinvol de bijdrage van dit beleid aan de instandhouding en verbetering van de kwaliteit van de netwerken en aan het oplossen van capaciteitsknelpunten te bepalen. De voortgang van het beleid wordt getoetst door de realisatie af te zetten tegen de planning. Daarbij wordt zowel gekeken naar de financiële realisatie als naar de feitelijk uitgevoerde (aantallen) activiteiten. Dit op basis van kwartaal- en jaarrapportages. De kwaliteit van de uitvoering wordt geborgd door voortdurende aandacht voor de competenties van het uitvoerend personeel van de service provider en getoetst door steekproefsgewijze controle van de uitgevoerde werkzaamheden. Kwaliteit van het beleid (efficiëntie) De kwaliteit van het beleid wordt geëvalueerd door te bezien in hoeverre kostenbesparingen mogelijk zijn bij een gelijkblijvend of hoger kwaliteitsniveau van het beleid, c.q. in hoeverre het realiseren van sterke kwaliteitsverbetering tegen aanvaardbare kosten mogelijk is. Daarbij speelt innovatie een belangrijke rol om de ontwikkeling van arbeidsextensieve componenten te stimuleren. Ook is in 2008 een start gemaakt met de implementatie van de LEAN filosofie. Een nieuwe afdeling bestaande uit Lean specialisten is gevormd. Lean verwijst naar de doelstelling om verspilling in een bedrijf tegen te gaan en tegelijkertijd de productiekwaliteit te verhogen. Lean werd ontwikkeld door de autofabrikant Toyota en is uitgegroeid tot een algemene procesmanagementmethode. Enexis introduceerde Lean in april 2008 met een pilot bij de afdeling Customer Relations. Inmiddels is besloten Lean op elke afdeling van Enexis uit te rollen. Bij de evaluatie van beleid spelen de in paragraaf 2.3 geformuleerde doelstellingen en de veiligheidsindicator een belangrijke rol. Wanneer (uitvoering van) het beleid hieraan onvoldoende bijdraagt, c.q. er niet toe leidt dat deze worden gerealiseerd, leidt dit tot aanpassingen. Tegelijk geldt dat deze medaille ook een andere kant heeft: wanneer uitvoering van het beleid tot (veel) betere prestaties leidt dan gepland, moet worden bezien of er geen ineffectieve uitgaven worden gedaan. Bijdrage van het beleid (effectiviteit, behalen beoogde risicoreductie) De bijdrage van het beleid aan de instandhouding en de verbetering van de kwaliteit van de netwerken en het voldoen aan de vraag naar transportcapaciteit wordt geëvalueerd aan de hand van prestatiegegevens van de netwerken, zoals die worden vastgelegd in bijvoorbeeld storingsregistraties en registraties van veiligheidsincidenten. Daarbij staat de vraag centraal of de risico s waarop het beleid beoogde aan te grijpen daadwerkelijk zijn gereduceerd. Op grond van de bevindingen kan het niveau van het corresponderende risico worden aangepast en/of wordt een aanzet gegeven tot her-/doorontwikkeling van een strategie of tactiek. Frequentie van evalueren De voortgang, de kwaliteit van de uitvoering en de kwaliteit van het beleid zelf worden periodiek geëvalueerd. Indien nodig wordt de uitvoering bijgestuurd en/of wordt het beleid inhoudelijk 52 hoofdstuk 4 - kwaliteitsbeheersingssysteem
53 geoptimaliseerd. De effectiviteit van het beleid wordt minder frequent geëvalueerd. Achterliggende reden hiervan vormen de lange tijdconstanten van ontwikkelingen in de installed base, zoals in het voorgaande reeds besproken. Deze maken het niet zinvol om per maand of zelfs per jaar de bijdrage van specifieke onderdelen van het beleid aan de kwaliteit van de netwerken te evalueren. Om aan deze observatie recht te doen, wordt bij het ontwikkelen van nieuw beleid in de vorm van een strategie en/of een tactiek het eerstvolgende evaluatiemoment van geval tot geval vastgelegd. Daarbij wordt rekening gehouden met de karakteristieke tijdconstanten van het proces waarop het beleid aangrijpt, zodat wordt gewaarborgd dat er geen voorbarige conclusies worden getrokken uit de resultaten van een premature evaluatie De praktijk: producten Toepassing van de Risk Based Asset Management methodiek leidt tot een viertal primaire producten, namelijk: Risicoanalyses: documenten waarin aan de hand van een gestandaardiseerd format het niveau van een risico wordt bepaald op basis van het daartoe door de Asset Owner opgestelde beoordelingskader. Strategie: documenten waarin aan de hand van een gestandaardiseerd format verschillende oplossingsrichtingen om een risico te reduceren worden vergeleken, waarna op basis van effectiviteit en efficiëntie een keuze voor een (combinatie van) oplossingsrichting(en) wordt gemaakt. Tactiek: de uitwerking en concretisering van de gekozen strategie, zodat deze (uiteraard na adequate implementatie) daadwerkelijk door de betrokkenen wordt toegepast. Evaluatie: de voortgang van de uitvoering van de tactiek wordt bepaald, mogelijkheden voor optimalisatie worden onderzocht en zo mogelijk doorgevoerd en de effectiviteit wordt bepaald. Voor deze producten bestaan gestandaardiseerde formats. In bijlage 5 is een samenvatting gegeven van de analyse van de relevante risico s gerelateerd aan het beheer van gasnetten waaraan Enexis wordt blootgesteld. Naast deze primaire producten zijn er ook overkoepelende producten, namelijk: Risicoregister met als doel het bieden van een totaaloverzicht over de risicopositie aan de Asset Owner inclusief de relaties tussen de individuele risico s, het in kaart brengen van deze relaties en het ondersteunen van het prioriteren van risico s voor nauwkeuriger analyse en voor het ontwikkelen van strategieën en tactieken. Strategisch Asset Management Plan met als doel het vooruitblikken op de toekomst en het verschaffen van een globaal inzicht in de financiële en organisatorische consequenties van de relevante in- en externe ontwikkelingen en van de mogelijke reacties daarop van (de afdeling Asset Management van) Enexis. Het reeds genoemde LTO-onderzoek vormt daarbij een belangrijke input. Het Strategisch Asset management Plan geeft belangrijke informatie voor de Jaarplannen. Tactiekenregister: het totaal van alle geldende tactieken met als doel een overzicht te bieden over het actuele beleid en de toepassing daarvan te faciliteren. Tot slot dienen voor de volledigheid nog de volgende opmerkingen te worden gemaakt: In een aantal gevallen leiden een risico-analyse of een strategie direct tot concrete projecten en is er geen sprake van concretisering van de risico-analyse in een strategie of van een strategie in een tactiek. Dit geldt vooral in gevallen waarin de populatie waarop een risicoanalyse en/of een strategie van toepassing zijn, relatief klein is (bijv. één of enkele stuks). In dat geval is het effectiever om te kiezen voor een projectmatige aanpak en op basis van een risico-analyse en/of een strategie een Investeringsvoorstel op te stellen, dan om een generieke tactiek te ontwikkelen en te implementeren bij de Service Provider. Voor relatief eenvoudige situaties, waarin bijv. het aantal mogelijke oplossingen of de financiële belangen gering zijn, kunnen de ontwikkeling van risico-analyse, strategie en tactiek worden gecombineerd in één document. Van deze aanpak kan eveneens gebruik worden gemaakt wanneer er spoed geboden is. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 53
54 Invoering van de Risk Based Asset Management methodiek vergt een behoorlijke inspanning met de bijbehorende doorlooptijd. Bij de beleidsherziening wordt daarom prioriteit gegeven aan de meest relevante onderwerpen. Het betreft dan thema s die de risicopositie sterk beïnvloeden. Ten aanzien van thema s die risicopositie minder sterk beïnvloeden, wordt tot nader order het bestaande beleid gehandhaafd. De effectiviteit daarvan blijkt uit de in het verleden geleverde prestaties Borging en optimalisatie Certificering In 2006 is het kwaliteitsbeheersingssysteem van Asset Management gecertificeerd op basis van zowel de NEN-EN-ISO 9001:2000 als de PAS 55-1:2004 norm. Sinds het verkrijgen van het certificaat in 2006 is Asset Management verscheidene malen extern geaudit met een positief resultaat. Het behoud van deze certificaten is en blijft een speerpunt voor de komende jaren. Eind 2008 waren bovenvermelde certificaten qua looptijd eindig en is er door de certificeerder bij Asset Management een hercertificeringsaudit gehouden van meerdere dagen voor verlenging van de certificering. Een bijkomstigheid was dat in 2008 er ook nieuwe versies van de PAS 55-1 en de NEN-EN-ISO 9001 zijn verschenen en voor ons was het een uitdaging om zowel de bestaande certificaten te verlengen alsmede te voldoen aan de nieuwe versies van beide normen. Naast de hercertificeringsaudit is door de certificeerder ook een uitgebreide documentatiereview uitgevoerd waarbij ook onderdelen van de Service Provider waren betrokken. Beide doelstellingen zijn gehaald en de certificaten zijn door de certificeerder in mei 2009 aan de directie van Asset Management uitgereikt. De certificering betreft tot nu toe alleen de afdeling Asset Management van Enexis. Certificering van de Service Provider Infra Services is in gang gezet. Dit zal waarschijnlijk plaatsvinden op basis van de ISO 9001:2008 norm; Uitreiking PAS 55-1 certificaat Mei 2009 PAS 55-1 wordt hiervoor minder geschikt geacht gezien het specifieke en inhoudelijke karakter van deze norm. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat voortgangs- en kwaliteitsbewaking van de Service Provider een belangrijk onderdeel uitmaakt van de norm PAS Door de certificering van de Asset Manager op basis van (o.a.) de PAS 55-1 is dus ook zonder certificering van de Service Provider de kwaliteit en voortgang van de realisatie van de plannen in belangrijke mate geborgd. Hiertoe worden onder andere door de Asset Manager technische audits uitgevoerd bij de Service Provider. Continue verbetering prestaties en processen Het Risk Based Asset Management van Enexis wordt jaarlijks door het management geëvalueerd in een management review. De bevindingen van de interne audits worden besproken en als daartoe aanleiding is worden acties geformuleerd die in een verbeterregister worden opgenomen. Aan de hand van dit verbeterregister, waarin ook voorstellen voor de optimalisatie van de processen van de kant van medewerkers worden opgenomen, worden de processen continu verbeterd en doorontwikkeld. Voorbeelden van dergelijke verbeteracties zijn het (verder) verbeteren van de aansluiting tussen de processen enerzijds en de sturing van de individuele medewerkers en afdelingen anderzijds en het verbeteren van de communicatie inzake de centraal beheerde risicopositie met de decentrale afdelingen. Kleinere punten betreffen 54 hoofdstuk 4 - kwaliteitsbeheersingssysteem
55 de opzet en onderlinge consistentie van de diverse templates voor documenten onderling en met de procesbeschrijvingen. De voortgang van de verbeteracties wordt intensief bewaakt. Naast interne audits vinden in het kader van de certificering ook door de certificeerder surveillance audits plaats. In 2007 heeft Asset Management samen met de certificeerder een pilot gehouden met een door de certificeerder ontwikkeld meetinstrument (Integrator). Doel van dit instrument is het inzichtelijk en het transparant maken van de informatie die beschikbaar komt bij de externe audits. Niet langer wordt er slechts, dan wel voornamelijk vastgesteld of er aan de toepasselijke norm voldaan is, maar tevens worden mogelijke verbeterpunten inzichtelijk gemaakt. Dit mede doordat het instrument een vergelijking met andere organisaties mogelijk maakt, zodat van hun sterkten kan worden geleerd. Op grond van de vergelijking kan tevens een oordeel worden uitgesproken over de mate van ontwikkeling en de volwassenheid van een kwaliteitsbeheeringssysteem van een organisatie. Drie hoofdaspecten vormen de basis van de IntegratorTM: Beheersen van Risico s. Beheer van Processen. Resultaten en meten van resultaten Van elk hoofdaspecten worden 6 elementen geanalyseerd (zie onderstaande tabel), gebaseerd op een management systeem evaluatie methodiek ontworpen door de certificeerder. De score van de surveillance audit in 2009 ziet er als volgt uit: Business Risk Management Business Risk Management Plan Learn Resource Analyse Risico management score 2009 Business Proces Mangement Indicator (Average Sub-element Scoring) Plan 5 4 Learn Resource Analyse Measure Measure Proces management score 2009 Implement Business Proces Management Indicator (Average Sub-element Scoring) Implement Performance Measurement Performance Measurement Plan Learn Resource Analyse Measure Implement Performance management score 2009 Element Plan Resource Implement Measure Analyse Learn Definition Deciding strategy, policy, stakeholder requirements, and objectives. Defining processes and determining methodology Determine and provide the resources needed including infrastructure, people (competence), equipment, funding and appropriate data sourcing and communication tools. Implement and control defined processes and methodologies. Define and apply measurement processes to verify conformance and effectiveness of the planned implementation Evaluate results against planned intents, determine root causes of failures and consolidate reasons for success. Effective use of analysed information to action and verify improvement to defined intents, processes, knowledge, skills and attitudes. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 55
56 Als de surveillance audit met bovenvermelde methodiek is uitgevoerd wordt er door de certificeerder aan het kwaliteitsbeheersingssysteem van Asset Management een kwalificatie in de vorm van cijfer op een schaal van 1 tot 5 toegekend (zie onderstaande figuur). System Development Generally equivalent to level expected for certification Increasing Maturity Voor 2009 is door de certificeerder de hieronder vermelde kwalificatie toegekend: Overall level of maturity: 3,6 De maturity van het Asset Management Systeem van ENEXIS wordt wederom als goed tot zeer goed ingeschat. Het management draagt naast zijn verantwoordelijkheid voor het verloop en de optimalisatie van de processen ook de verantwoordelijkheid voor de inhoudelijke besluiten waarin de procesdoorloop resulteert en de gerealiseerde prestaties van de netwerken in de zin van de bedrijfsdoelstellingen waarin deze besluiten resulteren. Alle procesdocumenten (nl. risicoanalyses, strategieën, tactieken en evaluaties) worden daarom door het betrokken management beoordeeld en goedgekeurd tijdens de reguliere managementvergaderingen. Daarnaast komt uit hoofde van de integrale procesen resultaatsverantwoordelijkheid van het management bij management reviews van het Risk Based Asset Management proces ook de vraag aan de orde in hoeverre de gerealiseerde prestaties aanleiding geven tot procesverbeteringen. Het Asset Management Jaarverslag, waarin onder andere wordt teruggeblikt op de gerealiseerde prestaties in het licht van de bedrijfsdoelstellingen, 5 Excellence waaronder, zoals reeds opgemerkt, de kwaliteit/ betrouwbaarheid van levering en de veiligheid van eigen en ingehuurde medewerkers en derden, vormt hiervoor de basis. De bezinning vindt uit de aard der zaak plaats op geaggregeerd niveau; het Risk Based Asset Management proces dekt immers het volledige spectrum van activiteiten en besluiten van Enexis. Gedetailleerde en/of inhoudelijke aanpassingen en optimalisaties van specifieke strategieën en tactieken worden uitgevoerd in de processtap evaluatie en leiden niet tot aanpassingen aan de processen. Ontwikkelingen. Asset Management oogst met haar Risk Based aanpak en de PAS 55-1 certificering nationaal en internationaal veel waardering gezien het grote aantal uitnodigingen voor het geven van lezingen omtrent bovengenoemde onderwerpen. Enexis is als netbeheerder voorstander voor gecertificeerd Asset Management voor de branche in Nederland, derhalve heeft Enexis in samenwerking met haar certificeerder nationaal een werkgroep van net-beheerders in het leven geroepen om PAS55-1 onderwerpen te bespreken en af te stemmen. Internationaal is het Institute of Asset Management (IAM) bezig om voor de PAS 55 de internationale status van ISO te verkrijgen, bij dit proces van overgang is Enexis nauw betrokken. Door certificering en de continuering van de certificering heeft Asset Management op het gebied van procesverbetering veel gepresteerd zoals: Het aanpassen van de procuratiegrenzen bij de processen Maatwerkaansluitingen, Netuitbreidingen en Reconstructies hierdoor wordt het mogelijk gemaakt dat service provider effectiever kan werken; Het door het Directieteam geïnitieerde onderzoek door ECG naar het standaardisatieproces voor materialen, die hebben geleid tot procesverbetering bij het proces managen van standaardisatie; De gehouden interne en externe audits hebben geleid tot grote en minder grote aanpassingen van de processen. 56 hoofdstuk 4 - kwaliteitsbeheersingssysteem
57 Verder is er in 2008 door Netheer Nederland een werkgroep geformeerd waar onder andere Asset Management van Enexis en de Energiekamer aan deelnemen. Deze werkgroep had de opdracht een Nederlandse Technische Afspraak (NTA) op te stellen voor een veiligheids- en kwaliteitsmanagementsysteem voor netbeheerders. Deze NTA 8120 is geënt op de PAS 55-1 en wordt in november 2009 geëffectueerd. Asset Management is in 2009 een onderzoek gestart om bezien of deze NTA toepasbaar is Asset Management en eventueel voor de Service Provider. Meerjarenplanning Zoals in het voorgaande aangegeven, resulteert de toepassingen van de strategieën en tactieken op de netwerken in een Jaarorderboek, dat de opdrachtstelling voor de Service Provider bevat. In het Jaarorderboek worden, zeker voor eigen initiatief activiteiten zoals onderhoud en preventieve vervangen, niet alleen aantallen activiteiten en budgetten opgenomen, maar wordt concreet benoemd op welke locatie/welk bedrijfsmiddel de activiteiten betrekking hebben. Het Strategisch Asset Management Plan (SAMP) vormt samen met het Lange termijn optimalisatie model de basis voor de meerjarenplannen. Het { fte s IS LRT visie (o.a. simulaties) Strategisch AsM Plan (SAMP) Meerjaren deelnetplannen (nu DNS s) SAMP geeft Enexis richting welke Asset gerelateerde ontwikkelingen de meeste invloed hebben op onze bedrijfswaarden en welke strategieën zinvol zijn om de risico s te kunnen beheersen. In het meest recente SAMP wordt vooruit gekeken over de periode Het SAMP beperkt zich tot ontwikkelingen die van invloed zijn op de assets, de harde infrastructuur voor het transporteren en distribueren van elektriciteit en gas. Het SAMP geeft een analyse van de externe en interne ontwikkelingen, de gevolgen van deze ontwikkelingen voor Enexis en de strategische keuzes die daaruit volgen. In Figuur 15 is de samenhang tussen het SAMP en het jaarplan weergegeven. 4.3 Kwaliteitsbeheersing over de levenscyclus In deze paragraaf wordt aangegeven hoe de kwaliteit van de transportdienst wordt beheerst over de levenscyclus van de componenten en de netwerken, van de specificatie van de componenten en het ontwerp van netten tot uitbedrijfname en eventuele amovering. Op de diverse onderdelen van dit proces is in dit kwaliteits- en capaciteitsplan al op verschillende plaatsen ingegaan. Waar van toepassing zal in dit hoofdstuk dan ook daar naar verwezen worden. Risicoregister { - Energiekamer - SodM - KCD s Verplichte investeringen Jaarlijkse knelpunten inventarisaties Jaarplan en jaarorderboek (JOB) Plancyclus Figuur 15: Samenhang SAMP en jaarorderboek kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 57
58 Ontwerp Het leidingnet en gasstations worden zo ontworpen dat zij voorzien in een veilige en continue gasvoorziening. Hierbij wordt naast de technische aspecten en procedures ook rekening gehouden met milieu- en veiligheidsaspecten. Gebruikte normen en richtlijnen Grote delen van het leidingnet zijn aangelegd volgens de toen vigerende richtlijnen en normen. Voor de gasleidingen zijn dit ondermeer de Richtlijnen Hoofd- en Dienstleidingen van de KVGN (Koninklijke vereniging van Gasfabrikanten in Nederland). De relatie tussen deze richtlijnen en de huidige normen is weergegeven in de Wegwijzer in de normen van de NEN 7244-serie. Een overzicht van de huidig toegepaste norm is weergegeven in bijlage 4. Processen Realiseren aansluitingen - intake aansluiting - plannen aansluiting Realiseren infrastructuren - Intake infrastructureel - Plannen project infrastructuur Realiseren Lagedruk netuitbreiding Realiseren Hogedruk netuitbreiding Aanleg De aanleg vindt plaats zoals omschreven in de specificaties en tekeningen uit de ontwerpfase. Deze documenten zijn voor de aanleg beschikbaar. Tot deze documenten behoren ook de Kadaster KLIC-gegevens, de tekeningen met de ligging van kabels, leidingen en overige ondergrondse infrastructuren. Gebruikte normen en richtlijnen Zie bijlage 4. Checklist In bedrijfstellen en opleveren gasprojecten. Checklist BMR. Processen Realiseren aansluiting. - uitvoeren aansluiting. - verwerken aansluiting. Realiseren infrastructuren. - uitvoeren infrastructureel. - verwerken project infrastructureel. Realiseren Lagedruk netuitbreiding. Realiseren Hogedruk netuitbreiding. Proces Nazorgfase projecten. Kadaster KLIC-proces. - Digitaal en grotendeels automatisch. Beheer, inspectie en onderhoud Door middel van het beheer, de inspectie en het onderhoud wordt er voor gezorgd dat het leidingnet blijft voldoen aan de uitgangspunten van het ontwerp, de bewaking van en registratie van de gasdruk in de verschillende deelsystemen en de odorisatiegraad van het gas. Gebruikte normen en richtlijnen Zie bijlage 4. Processen Bedrijfsvoering netten. Oplossen van storingen. Onderhouden van aansluitingen en infrastructuren. - onderhoud. - realiseren TAO bijzonder ongepland. - Realiseren van aanvullend werk. Overig Zie voor de onderlinge relaties ook: Bijlage 9 Monitoringsprocedure. Raming capaciteitsbehoefte; paragraaf Procedure onderbrekingen en storingen; paragraaf 4.5. Asset Management bij Enexis. Procedure beheer bedrijfsmiddelenregister en werkuitvoering; paragraaf 4.8. De odorisatiegraad van het gas wordt periodiek onderzocht door KIWA op de plaatsen in het net waar naar verwachting de minimale geurgraad heerst. Vervanging en uit bedrijf nemen Leidinggedeelten en gasstations die door onderhoud of qua capaciteit niet meer kunnen blijven voldoen aan eis van een veilige en continue gasvoorziening worden vervangen en buiten bedrijf gesteld. 58 hoofdstuk 4 - kwaliteitsbeheersingssysteem
59 Gebruikte normen en richtlijnen Zie bijlage 4. Processen Realiseren infrastructuren - realiseren projectmatige vervanging - procesmatige vervanging - reconstructies Kadaster KLIC-proces - registreren aanvragen en meldingen - verzamelen data, afdrukken, verpakken en verzenden beheerkaart - verzamelen huisaansluiting informatie en verzenden - onderhouden database Geoversum. Overig Zie voor onderlinge relaties ook: Raming capaciteitsbehoefte; paragraaf Asset Management bij Enexis 4.4 Veiligheid De veiligheid van gasnetten staat landelijk volop in de belangstelling. Regelmatig wordt er in de media aandacht besteed aan gevallen van falen van het gasnet en aan gaslekkages waarbij publiek geëvacueerd moet worden. Mede als gevolg van de intensivering van de aandacht voor het thema veiligheid zijn er diverse ontwikkelingen zichtbaar. Zo heeft de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OvV) een commissie die zich bezighoudt met incidenten en ongevallen op het gebied van de gasdistributie; de zgn. commissie Buisleidingen. In opdracht van de Energiekamer beoordeelt de Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) de veiligheid van o.a. de gasdistributie. Een netbeheerder is verplicht grote incidenten te melden aan de OvV. Dezelfde meldingen worden ook gedaan aan de SodM en KIWA. Ook binnen Enexis staat veiligheid hoog op de agenda. Naast de meldingen aan OvV, SodM, KIWA en de landelijke Nestorrapportage, komt het veiligheidsbeleid van Enexis tot uiting in de bedrijfswaarden, de Veiligheidsindicator gas en in het HSE-beleid. Veiligheid als één van de belangrijkste bedrijfswaarden De Directie van Enexis heeft veiligheid als één van de belangrijkste bedrijfswaarden vastgesteld. Veiligheidsindicator Zoals uitgelegd in paragraaf 2.1 is bij gasdistributie kwaliteit van levering als prestatie-indicator minder veelzeggend dan bij elektriciteitsdistributie. Dit omdat de jaarlijkse uitvalsduur bijzonder klein is. Een prestatie-indicator die belangrijker is om binnen de gasdistributie goed te monitoren is de veiligheid. Om deze reden is de veiligheidsindicator als maat voor veiligheid van het gasdistributienet in het leven geroepen. Hoe lager de indicator, des te veiliger is het net. De indicator kan worden gebruikt om netten onderling te vergelijken en om relatieve vooruitgang of achteruitgang in de tijd te constateren. Verder kunnen investeringen (mede) op basis hiervan worden geprioriteerd. De veiligheidsindicator is opgebouwd uit: Het aantal lekken (bron Nestor), gekoppeld met de asset en de oorzaak per lek, asset en oorzaak heten samen precursor; Het jaarrisico, het gewicht per precursor, jaarlijks achteraf vastgesteld op basis van alle OVV meldingen, ook van de andere netbeheerders; Correctiefactor, op basis van het aantal aansluitingen en het aantal km hoofdleiding. Ter illustratie van het gebruik van de veiligheidsindicator, zie. Figuur 16 op de volgende pagina. Hierin is te zien dat graafwerkzaamheden en corrosie/veroudering in de aansluitleiding de grootste veroorzakers van onveiligheid zijn. Deze factoren zijn dan ook opgenomen als relevante risico s bij Enexis, zie bijlage 5. Deze indicator is in beginsel ontwikkeld door Enexis, daarna heeft een ad-hoc werkgroep van de netbeheerders in opdracht van Netbeheer Nederland hieraan verder vormgegeven. Het jaar 2006 is het eerste jaar waarover door alle netbeheerders samen over de Veiligheidsindicator (VI) is gerapporteerd. Enexis is gestart met interne targetstelling van de veiligheidsindicator, op de lange termijn speelt het onderhouds- en vervangingsbeleid hierbij een rol. Het is de bedoeling dat de Veiligheidsindicator op het gebied van gasdistributie uiteindelijk een zelfde status krijgt als de Jaarlijkse Uitvalsduur (kwaliteit van levering) op het gebied van elektriciteitsdistributie. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 59
60 Enexis Brabant-Oost Brabant-West Friesland Groningen & Drenthe Figuur 16: Interne weergave VI 2008 Limburg Overijssel 31 stat eigen werkzaamheden 30 gmo molest 29 gmo aanlegfout verleden 28 al aanlegfout verleden 27 stat defecte component 26 stat molest 25 gmo eigen werkzaamheden 24 gmo defecte component 23 hdt aanlegfout verleden 22 hdt eigen werkzaamheden 21 hdt grondwerking / puntlast 20 hdt graafwerkzaamheden 19 hdt corrosie / veroudering 18 hdt Defecte component 17 hl aanlegfout verleden 16 hl corrosie / veroudering 15 hl molest 14 hl overig / gasluchtmelding/lekkage 13 hl overig / geen gasluchtmelding/lekkage 12 hl grondwerking / puntlast 11 hl graafwerkzaamheden 10 hl eigen werkzaamheden 9 hl defecte component 8 hl anders 7 al molest 6 al Overige gasluchtmelding / lekkage 5 al corrosie / veroudering 4 al Defecte component 3 al grondwerking / puntlast 2 al eigen werkzaamheden 1 al graafwerkzaamheden Op dit moment spelen een aantal aandachtspunten: Omdat in 2006 de eerste jaarlijkse rapportage is verschenen, ontbreekt een referentiekader. Het is nog niet mogelijk om, op basis van de kale cijfers, vast te stellen of er sprake is van een slechte of goede veiligheidssituatie en of er sprake is van vooruitgang of achteruitgang; De werkgroep VI heeft moeten constateren dat het melden van incidenten nog niet op uniforme wijze is gebeurd door de verschillende netbeheerders. Er is sprake van verschil in opvatting over wanneer iets gemeld moet worden of niet, en in een beperkt aantal gevallen (10%) ontbreekt de detailinformatie die nodig is om een incident op ernst te schatten. In de komende tijd zal er nadere afstemming plaatsvinden tussen door de Werkgroep Nestor Gas en de Werkgroep VI om bijvoorbeeld een voor de VI volledig passende indeling van storingsoorzaken te komen; De getalswaarde van de VI is nog in ontwikkeling. Uiteindelijk wordt gestreefd naar een 5 jaarlijks voortschrijdend gemiddelde, waarin de korte termijn effecten van onder andere lekzoeken worden afgevlakt; Na 5 jaar heeft namelijk het gaslekzoeken in het gehele gasnet plaatsgevonden. De Staatssecretaris van Economische Zaken heeft aangegeven dat de Energiekamer gaat toezien op de kwaliteit van gasnetten. De Veiligheidsindicator Gas zou hiervoor een geschikt meetinstrument kunnen zijn. HSE-beleid (Health Safety and Environment) Binnen Enexis houdt de afdeling HSE zich onder anderen bezig met het ontwikkelen en bewaken van een Arbo technisch veiligheidsbeleid. De belangrijkste targets op gebied van HSE voor Enexis hebben betrekking op het aantal dodelijke ongevallen, de dartrate, het aantal werkplekinspecties, ontruimingen en trainingen op gebied veiligheidsbewustzijn. HSE draagt ook zorg voor onderzoek bij incidenten, een analyse van de meldingen en zet indien nodig acties uit om herhaling van het bijna ongeval of belangrijker nog, een mogelijk ongeval in de toekomst te voorkomen. Dit doen we samen met onze aannemers om, kijkend naar de totale ketens, gezamenlijk de HSE performance te verbeteren. De afdeling Assetmanagement is in het kader van hun Risk Based Asset Management -proces geïnteresseerd in alle risico s op de asset base. De lijst met meldingen over bijna ongevallen kunnen 60 hoofdstuk 4 - kwaliteitsbeheersingssysteem
61 meldingen bevatten met een risico op de bedrijfsmiddelen. Vice versa kunnen er in de lijst met risicomeldingen meldingen zitten waarmee een mogelijk ongeval in de toekomst kan worden voorkomen. Beide afdelingen hebben daarom afspraken gemaakt over de uitwisseling van hun gegevens met elkaar. Om een beeld te geven van de activiteiten op HSEgebied, volgt een opsomming van enkele onderwerpen uit de management review van 2008: De DART 2 (exclusief derden) is ten opzichte van 2006 gestegen van 0,4 naar 0,68 in 2007, naar 0,55 in Dit is vooral veroorzaakt door een betere meetmethode vanaf In april 2008 werd voor Enexis en zijn aannemers de Viag 2006 van kracht. In 2008 werd voor het eerst de Essent Netwerk (Enexis) Contractor Safety Award uitgereikt. De nominatie vond plaats op basis van de veiligheidsperformance van de afgelopen jaren (DART, werkplekinspecties, ongewenste gebeurtenissen) en het positief anticiperen op verbetervoorstellen. Dit werd beoordeeld op basis van de rapportages, maar ook door een aantal mensen uit de operatie van Essent Netwerk (Enexis) en door NoNed en Synfra (samenwerkingsverbanden tussen diverse nutsbedrijven ). Via de Contractors Safety Board, de contractorsdagen en SQA overleggen gezamenlijk komen tot beoordelingen, knelpunten en analyses met verbeteracties. In 2009 wordt een nieuwe stijl van werkplek inspecties ingevoerd, naar verwachting zal er hierdoor een kwalitatieve verbeteringsslag gemaakt worden. In samenwerking tussen HSE, Transport en AsM, worden er één tot twee keer per jaar E en G dagen georganiseerd voor ontwerpers, werkvoorbereiders en uitvoerders. Deze dagen zijn bedoeld om de afspraken, nieuw beleid en werkinstructies op een geclusterde, pragmatische en interactieve manier te implementeren en te laten beklijven. Doordat dit door een groepje erkende deskundigen gebeurt, kan er tijdens deze dagen, binnen het vakgebied, ook over alles wat ter tafel komt gediscussieerd worden, Er wordt niet alleen kennis gebracht maar ook zeker ervaringen uitgewisseld. Dit maakt de dagen actief en herkenbaar als vakcq E/G-dagen. Samen met de collega-opdrachtgevers en de aannemers wordt er gewerkt aan persoonscertificering, om zo gezamenlijk te werken aan de verbetering van kwaliteit en veiligheid Verder zijn in paragraaf 2.6 een aantal zaken aangegeven ter vergroting van de veiligheid en veilig werken. 4.5 Procedure onderbrekingen en storingen Storingsverhelping Het oplossen van gasstoringen wordt uitgevoerd door de afdelingen Onderhoud en Storingen. Elke regio van de Service Provider Infra Services heeft een dergelijke afdeling. Er wordt gewerkt in storingskringen. Om geografische redenen wordt bij het oplossen van storingen in zijn algemeen- De centrale meldkamer 2 DART-rate (DaysAway/Restricted or Job Transfer Rate) is een wereldwijde standaard waarmee de gevolgen van ongelukken en incidenten wordt gemeten. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 61
62 heid niet samengewerkt over storingskringen heen; calamiteiten vormen in dit opzicht echter een uitzondering. De organisatie en werkwijze komen echter voor alle regio s van Infra Services op hoofdlijnen overeen en worden waar zinvol bovendien verder geüniformeerd. Uitgangspunten van het geüniformeerde systeem voor storingsverhelping zijn: Alle op te lossen storingen worden gemeld aan het CMS (Centraal Meldpunt Storingen) en vastgelegd in het STAP (STorings-Afhandelings- Proces) systeem: interne verrekening van vergoedingen voor afgehandelde storingen geschiedt via dit systeem. Het Stap systeem is via SAP rechtstreeks gekoppeld aan het nestor gegevensbestand: dit zorgt ervoor dat alle gemelde storingen ook daadwerkelijk worden geregistreerd. In bijlage 8 is de afhandeling van een storing grafisch weergegeven. Het in bijlage 8 afgebeelde proces vormt een onderdeel van het bedrijfsprocessenmodel van Enexis. organisatie is beschreven in het Calamiteiten Bestrijdingsplan van de afdeling Infra Services van Enexis. De criteria op basis waarvan de verschillende in dit plan onderscheiden gradaties in werking treden, maken hiervan onderdeel uit. Storingsregistratie Voor het registreren van (de oorzaken en gevolgen van) storingen wordt gewerkt volgens de voorschriften van het landelijke systeem NESTOR; vastgelegd in het Kwaliteitshandboek onderbrekingsregistratie (Nestor) Enexis. De storingsregistratie bij Enexis is door KEMA gecertificeerd. NESTOR dient tevens als input voor de in hoofdstuk 4.4 beschreven veiligheidsindicator. 4.6 Oefening calamiteiten Een belangrijk onderdeel in het calamiteitenplan is het oefenen van te verwachten calamiteiten. In het calamiteitenplan is een hoofdstuk opgenomen waarin het oefenen van calamiteiten is geregeld. Verder kan opgemerkt worden dat: voor het bemensen van de storingsdienst wordt nagenoeg uitsluitend gebruik gemaakt van eigen personeel. Voor het oplossen van meterkaststoringen wordt soms gebruik gemaakt van derden. er regelmatig opleidingen met betrekking tot storingsverhelping plaatsvinden. de storingsgroepen een juiste grootte hebben om snel te kunnen reageren op storingen en er voldoende kennis van het net bij de storingsmonteurs aanwezig is. de uitvoerende afdelingen, ook Onderhoud en Storingen VCA gecertificeerd zijn. er gebruik wordt gemaakt van storingscodes om de oorzaak van de storingen te categoriseren en zo bruikbaar te maken voor interne analyses. Indien een storing uitgroeit tot een calamiteit of wanneer door enige andere oorzaak een calamiteit met betrekking tot de gasnetten optreedt, wordt een calamiteitenprocedure in werking gezet. Op dat moment ontstaat een aparte situatie met een daarop toegesneden organisatie. Deze Voorbeeld calamiteit Hieronder volgt een weergave van de letterlijke tekst. Doel Gezien de lage frequentie van calamiteiten wordt op het strategische en tactische niveau geoefend in het alarmeren, communiceren en opbouwen van de calamiteitenorganisatie. 62 hoofdstuk 4 - kwaliteitsbeheersingssysteem
63 Inhoud oefening De oefeningen worden met lokale overheden uitgevoerd of deze worden gesimuleerd in het tegenspel opgenomen. Oefenfrequentie De oefenfrequentie is mede afhankelijk van de behoefte/vraag bij de overheid maar gestreefd wordt naar minimaal twee maal per jaar. Evaluatie De oefeningen worden per team geëvalueerd. De resultaten van de oefeningen worden in een evaluatieverslag vastgelegd en omgezet in conclusies en aanbevelingen. Deze worden vervolgens gerapporteerd aan het MT-IS en de beheerders van het calamiteitenplan. Resultaten worden gebruikt bij de invulling van volgende opleidings- en trainingssessies. 4.7 Monitoren componenten Enexis heeft niet voor alle componenten dezelfde monitoringprocedures. Ook verschilt de frequentie waarmee de componenten worden onderzocht. De frequentie waarmee dit gebeurt, is afhankelijk van landelijk gestelde normen en richtlijnen en de interne richtlijnen. Hierbij spelen de storingskans en de gevolgen van een storing, waarbij niet alleen aan een onderbreking van de levering maar ook aan het veiligheidsaspect gedacht moet worden, een rol. Ook houdt Enexis de kosten/batenanalyse van monitoren in het oog. Een nadere detaillering van het monitoren is weergegeven in bijlage 9. Zie paragraaf 2.4 voor een verdere toelichting hiervan. 4.8 Procedure beheer bedrijfsmiddelen en werkuitvoering Alle bedrijfsmiddelen van Enexis staan in twee gekoppelde bedrijfsmiddelensystemen namelijk de geografische gegevens in Smallworld GIS en de bovengrondse bedrijfsmiddelen in SAP PM. Het systeem functioneert als een geheel zodat de gegevens maar èèn keer hoeven te worden ingevoerd. De maximale verwerkingstijd voor revisiewerk is 6 weken. In deze systemen worden alle relevante gegevens van de bedrijfsmiddelen opgeslagen. Voor gas gaat het bijvoorbeeld om onderstaande algemene attributen. 1ste Veiligheid 2de Veiligheid Aansluitafsluiter Aansluitleiding Koppeling Afblaas intern Afsluiter Capaciteit meting Filter Isolatiestuk KB Anodebed KB Drainage KB Gelijkrichter KB Kabel KB Meetpaal Kruisstuk Kunstwerk Leiding Manometer Mantelbuis Materiaalovergang Meetpunt Monitor regelaar Ontluchting Regelaar Sifon Station T-stuk Veiligheidsafslagklep Veiligheidsafsluiter Verloop Per attribuut worden onder andere de volgende gegevens vastgelegd: jaar van aanleg, fabricaat, afmeting, geografische ligging, enz. Gebruikte systemen binnen Asset Management voor de registratie van technische gegevens zijn: Smallworld (geografisch en topologisch systeem), SAP PM (bedrijfsmiddelensysteem) en SPIDER (bedrijfsvoeringssysteem). Bij de Service Provider zijn verschillende functionarissen bevoegd om verschillende gegevens in de systemen te muteren. In onderstaande tabel staat het overzicht welke functionarissen bevoegd zijn om welke gegevens te muteren. Het bedrijfsmiddelenregister wordt constant op volledigheid en actualiteit gecheckt. De door de Service Provider aangeleverde projecten worden gecontroleerd door Asset Management, bij kleinere projecten gebeurt dit steekproefsgewijs. Tevens wordt de bestaande database door de afdeling Asset Management geanalyseerd op volledigheid, juistheid en consistentie. Omdat Enexis een netwerkbedrijf is dat van oorsprong is ontstaan door het samenvoegen van diverse netwerkbedrijven moesten vele databestanden worden geconverteerd. De genoemde databestanden waren analoog en/of digitaal. Na deze conversies bleek dat gegevens of verloren waren gegaan of niet aanwezig waren. Een belangrijk gegeven is bijvoorbeeld de leeftijd van de leidingen. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 63
64 Bedrijfsmiddelen, O&S-orders Massamutatie orders: afrekenen & statuswijz. Afdelingscode Functienaam A,E&I medewerker netontwerp A A S A,E&I netontweper A A S HS detail engineer A A A A A A S HS maintenance engineer A A S A S S S HS medewerker Ondersteuning S S S S S A S S HS medewerker TA S S S S S A S S HS projectengineer S S A S A A S HS teammanager A A A A A A A S HS werkcoördinator A A S A S S S S IM functioneel beheerder S S S S A S S A S S S S O&S medewerker rapportage A S S S A S A A S O&S medewerker TA S S S A S A A S O&S technisch specialist A A A A A A S O&S werkvoorbereider A A A A A A S S Tabel 11: Authorisatietabel in SAP tav beheren bedrijfsmiddelen (S = standaard toewijzing rol (o.b.v. functie), A = additioneel toewijzen rol (op verzoek), = niet toewijzen rol) AsM standaard taaklijsten onderhoudenwijz. Beheren equipements, meetpunten en documentenwijz. Beheren Functieplaatsenwijz. Beheren klassen,kenmerken,taaklijstenwijz. Beheren PO-plannenwijz. Wisselen Equipmentwijz. Onderhouden Historische PM-orderswijz. O&S orders & meldingen muterenwijz. Capaciteitsplanning uitvoerenwijz. O&S orders, meldingen, metingen,rwijz. Weergaverolwijz. 4.9 Dataprojecten Zoals verwoord in de vorige paragraaf maakt geheel Enexis gebruik van een Smallworld GIS voor de geografische gegevens en SAP PM voor de bovengrondse bedrijfsmiddelen. Dit systeem is gekoppeld, functioneert als één geheel en zorgt ervoor dat de data maar één keer hoeft worden ingevoerd. Echter, Enexis is een fusieproduct van vele bedrijven die elk voor zich vaak tientallen jaren zelfstandig geopereerd hebben. Bij al deze fusies zijn er besluiten genomen over het datamodel van het fusiebedrijf. Voor bedrijven die historisch een beperkt datamodel gehanteerd hebben, geeft een keuze voor een uitgebreider datamodel direct een data achterstand. Door al deze fusies is de vulling van de datavelden in zowel GIS als SAP PM niet optimaal. De afgelopen jaren heeft Enexis veel effort gestoken in het harmoniseren van de diverse GIS en SAP PM varianten tot één systeem dat voor geheel Enexis operationeel is. Ook zijn er enkele dataprojecten afgerond die geleid hebben tot een betere vulling van de data velden. Toch zal er de komende jaren een grote inspanning noodzakelijk zijn om een betere vulling van data te realiseren. Het SodM heeft hiertoe in het kader van de uitgevoerde audit ook een aanbeveling gedaan waaraan wij gehoor zullen geven. 64 hoofdstuk 4 - kwaliteitsbeheersingssysteem
65 Een van de door SodM genoemde aandachtspunten is het ontbreken van de aanlegdatum (leeftijd) van componten in het algemeen en leidingen in het bijzonder. Enexis gaat met behulp van kennisregels in het programma spatial eye relevante gegevens koppelen aan componenten. In de zichtperiode van dit KCD zijn ook de volgende dataprojecten gepland: Programma data-opwerking: Een programma bestaande uit vele deelprojecten, voor optimale data voor storingsoplossing en netberekeningen. Dit programma is een reeds lopend meerjaren programma. Voor 2010 is een planbudget van EUR 1 miljoen opgenomen. De totale kosten gedurende de looptijd van dit project bedragen ruim EUR 9 miljoen. Vectoriseren HAS: Een project met als doel de huisaansluitingen in GIS te vectoriseren wordt momenteel overwogen. Het vectoriseren houdt in dat de gegevens over huisaansluitingen in het systeem worden ontsloten en gekoppeld aan de topologie van het net. Hierdoor worden werkzaamheden vergemakkelijkt (er is bekend welke klanten op welke leiding zijn aangesloten), compensatievergoedingen geautomatiseerd kunnen worden uitgekeerd en netberekeningen met de correcte belastinggegevens kunnen worden uitgevoerd. De kosten voor dit project worden begroot op EUR 11 miljoen, met een geschatte doorlooptijd van 5 jaar. Definitieve besluitvorming over dit project dient nog plaats te vinden. DOLV: Het project Data Opwerking Lege Velden (DOLV) heeft tot doel de lege velden in SAP PM en GIS zo veel mogelijk geautomatiseerd met behulp van kennisregels te vullen. Dit project wordt in 2010 afgerond. NBDO en IV schap: Doel van dit dataproject (Netwerk Brede Data opschoning) is dat per station en component duidelijk wordt vastgelegd wie de eigenaar is en als Enexis geen installatieverantwoordelijke is, de gegevens van de externe installatieverantwoordelijke (IV). Dit project wordt in 2010 afgerond Voorkomen van graafschades aan kabels en leidingen In 2007 is een risicoanalyse uitgevoerd naar het beschadigen van leidingen door graafwerkzaamheden. Op basis van deze risicoanalyse is beleid ontwikkeld (strategieën en tactieken) om het beschadigen van leidingen door graafwerkzaamheden te voorkomen. Sinds 1 juli 2008 is de Wet Informatieuitwisseling Ondergrondse Netten (WION) van kracht. Deze wet verplicht de grondroerders om zorgvuldig te graven en het doen van graafmeldingen en de netbeheerders tot het registreren en verstrekken van ligginggegevens van kabels en leidingen en het periodiek rapporteren van graafschades aan het Agentschap Telecom. Enexis heeft de gevolgen van de wet voor de werkprocessen in kaart gebracht en daar waar nodig werkprocessen aangepast. De uitkomst van bovenstaande is de (continuering van) de volgende maatregelen: Enexis heeft zich als netbeheerder en als grondroerder geregistreerd bij het kadaster. Enexis heeft haar belang als netbeheerder bij het kadaster geregistreerd. Conform de wet Informatieuitwisseling Ondergrondse Netten (WION) verstrekt Enexis gegevens betreffende de ligging van leidingen op basis van graaf- en oriëntatiemeldingen die via het Kadaster binnenkomen. Er wordt toezicht uitgeoefend bij graafwerkzaamheden op basis van een risicobeoordeling van graafmeldingen, bijvoorbeeld bij werkzaamheden nabij hogedrukleidingen en afsluiters. Op verzoek van grondroerders wijst een Enexis medewerker de ligging van leidingen aan op de graaflocatie aan of wordt de ligging van de leidingen op de graaflocatie uitgezet. Indien Enexis medewerkers voor het oplossen van een storing in het gasnet mechanische graafwerkzaamheden moeten verrichten wordt conform de WION een calamiteitenmelding bij het kadaster gedaan. In bestekken en contracten met aannemers heeft Enexis de verplichting tot het zorgvuldig graven opgenomen. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 65
66 Om grondroerders te stimuleren het beschadigen van kabels en leidingen te melden, wordt onder bepaalde voorwaarden kabel- en leidingschade niet gefactureerd. Grondroerders die kabel- of leidingschade niet direct of helemaal niet hebben gemeld worden achterhaald en aansprakelijk gesteld voor de herstelkosten. Dit beleid is eind 2008 geëvalueerd en besloten is dit beleid te continueren. Op dit moment is Enexis bezig met het ontwikkelen van een nieuwe applicatie voor de elektronische uitwisseling van liggingsinformatie van kabels en leidingen met het Kadaster. Naar verwachting zal deze applicatie eind 2009 gereed zijn. Binnen het huidige KLIC systeem (en het toekomstige KLIC OnLine) richt de informatievoorziening betreffende de ligging van kabels en leidingen zich op de aannemer van het graafwerk en niet op de feitelijke graver zelf. Veel graafschades ontstaan echter doordat de feitelijke graver niet over deze informatie beschikt, terwijl de aannemer wel een KLIC melding heeft gedaan en over de kabel en leidingeninformatie beschikt. Met het oog hierop is door Enexis en anderen het initiatief genomen tot het project MOL (Monitoren Ondergrondse Leidinginfrastructuur). Het Kabel en Leidingen Overleg (KLO) fungeert als opdrachtgever en het project wordt uitgevoerd onder de vlag van het Centrum Ondergronds Bouwen (COB). Doel van het Project MOL is om de feitelijke graver op de graaflocatie zelf op een laagdrempelige manier te voorzien van kabels- en leidingeninformatie, zodat deze vlak voor het graven kan controleren of er kabels of leidingen op de graaflocatie liggen. Door het KLO is besloten dat het MOL-project een vervolg moet krijgen, dat in lijn is met het wettelijke proces voor informatieuitwisseling zoals door de WION wordt voorgeschreven. Onder verantwoordelijkheid van het KLO wordt in samenwerking met het Kadaster (het centrale loket in het kader van de WION voor uitwisseling van liggingsinformatie) door een projectgroep van netbeheerders en grondroerders gewerkt aan een showcase Kliconline-Mobile. Beoogd wordt in eerste instantie om na een WION-calamiteitenmelding direct online liggingsinformatie op de graaflocatie beschikbaar te stellen, zodanig dat die door mobiele apparatuur verwerkt kan worden. In 2009 wordt voor dit concept een Programma van Eisen geschreven en een werkend demonstratiemodel opgeleverd. Op basis daarvan kunnen marktpartijen producten en apparatuur ontwikkelen. Een ander initiatief om graafschades te verminderen betreft een pilot om samen met één van de contractaannemers van Enexis en de firma Cabletracks een systeem te testen dat vastlegt waar er met proefsleuven onderzoek is gedaan naar de werkelijke ligging van leidingen. Deze informatie wordt vervolgens via het internet ontsloten, zodat objectief kan worden vastgesteld of er zorgvuldig is gegraven. Deze pilot zal in 2010 in Groningen en Drenthe worden uitgevoerd. De doelstellingen van het pilot-project zijn: Het testen van de betrouwbaarheid en gebruikersvriendelijkheid van het systeem. Het onderzoeken of toepassing van het systeem daadwerkelijk leidt tot een vermindering van het aantal graafschades. Het verkrijgen van acceptatie bij aannemers. Het project MOL is eind 2008 beëindigd. Het onderzoek heeft aangetoond dat het snel online beschikbaar stellen op de graaflocatie van liggingsinformatie van de daar aanwezige kabels en leidingen mogelijk is met reeds beschikbare technieken en mobiele apparatuur, en aantoonbaar een bijdrage levert aan het voorkomen van graafschade. De toegevoegde waarde ligt voor de pilotdeelnemers met name in het snel verzamelen van leidinginformatie in geval van storingen en/of calamiteiten. 66 kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS
67 kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 67
68 68 bijlagen
69 Bijlagen Bijlage 1 Artikel Min. Regeling (MR) Hoofdstuk; MR Dit document Artikel Hoofdstuk / Bijlage Samenvatting en opmerkingen 1 1 t/m 4 n.v.t. Begripsbepalingen 2; Leeswijzer Kwaliteitsindicatoren Enexis. De veiligheid van de voorziening. 2; en bijlage 7 Beknopte beschrijving en procedure storingsregistratie Evaluatie gerealiseerde betrouwbaarheid 3; Streefwaarden betrouwbaarheid 11a 3.1 Raming belastingsgroei 11b 3.4, 3.5 Overzicht capaciteitsknelpunten 11c 3.4, 3.5 Oplossingen (inclusief tijdstip uitvoering) per knelpunt aangegeven 11d 3.1 Procedures raming belastingsgroei 11e 2.5, en bijlage 5 Aanpak voor risico-identificatie en analyse en samenvatting analyse hoogste risico s 11f 2.6 Samenvatting onderhouds- en vervangingsbeleid 11g Bijlagen 6 en 7 Bevat respectievelijk vervangingsinvesteringen en overzicht onderhoudsactiviteiten 11h Bijlage 9 Bevat monitoringsprocedure. Dit is onderhoudsplan. 11i 4.5 en bijlage 8 Beschrijving storingsorganisatie en procedures 11j Bijlage 9 Procedure voor monitoring/inspectie en periodiek onderhoud 11k 2.4 Kwalitatieve analyse kwaliteit componenten 11l 4.7 Procedure beheer bedrijfsmiddelen en werkuitvoering. 12 n.v.t. 13 n.v.t. 3; Bijlage 12 Capaciteitsbehoefte komende 7 jaar a Methode van ramen b Te hanteren uitgangspunten 14.2.c Analyse betrouwbaarheid 14.2.d 3.1.1; 3.1.6; 3.2 Raming capaciteitsbehoefte a Ingediende capaciteitsvraag / onderbouwde schattingen 14.3.b Aanpassingen ten opzichte van KCD Uitwisseling prognose met andere netbeheerders. 3; Kwaliteitsbeheersingssysteem en bijlage 5 Vaststelling belangrijkste risico s en analyse hoogste risico s Hoofdlijn beleid op een termijn van 5 tot 15 jaar inclusief onderbouwing kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 69
70 Artikel Min. Regeling (MR) Hoofdstuk; Artikel MR 16.1.a 16.1.b Dit document Hoofdstuk/ Bijlage 2.6.1,2.8 en bijlage ,2.8 en bijlage 7 Samenvatting en opmerkingen Onderbouwing vervangingsinvesteringen en (totaal) investeringsplan Onderbouwing onderhoudsbeleid en onderhoudsplan 16.1.c 4.5 en bijlage 8 Beschrijving storingsorganisatie en procedures 16.2 bijlagen 9 Plannen 17.a 2.4 Kwalitatieve analyse kwaliteit componenten 17.b 2.4 Kwalitatieve analyse kwaliteit componenten Bedrijfsmiddelenregister bijlage 13 Informatie over bedrijfsmiddelenregister en informatieverschaffing aan derden en bijlagen 3 Samenhang tussen proces, beleid (risico s, strategieën en tactieken) en feitelijke activiteiten en Informatie over borging, evaluatie en optimalisatie 21 n.v.t. 22 n.v.t. 23 n.v.t. 70 bijlagen
71 Bijlage 2 Begrippenlijst Begrip Aantal incidenten dat aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid is gemeld. Aantal ongevallen gemeld aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Bedrijfswaarde Capaciteit Capaciteitsvraag Componenten Correctief onderhoud Deelnet Drukloos werken Gasloos werken Gasontvangstation Gemiddelde onderbrekingsduur Gemiddelde tijdsduur voor het veiligstellen van een storing Definitie Het aantal incidenten dat aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid is gemeld op grond van de artikelen 1, eerste lid, onderdeel o, onder 4, en 28, tweede en derde lid, van de Wet Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV). Het aantal ongevallen dat aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid is gemeld op grond van de artikelen 1, eerste lid, onderdeel k, en 28, eerste en derde lid, van de Wet Onderzoeksraad voor Veiligheid, artikel 6, onderdeel g, van het Besluit Onderzoeksraad voor Veiligheid. Aandachtspunt waar bedrijf veel belang aan hecht. De maximale hoeveelheid gas die over een bepaald deel van het gastransport kan worden getransporteerd, gerekend in m 3 /h. Maximale vraag naar gastransport op een specifieke locatie gerekend in m 3 /h De onderdelen waaruit een installatie of een leidingsegment is opgebouwd. Correctief onderhoud is zijn werkzaamheden naar aanleiding van storingen en geconstateerde gebreken bij inspecties. Als afzonderlijk te beschouwen deel van het net dat geen verbinding heeft met andere delen van hetzelfde netvlak. Werkmethode waarbij tijdens het werken aan een gasnet geen gas vrijkomt Werkmethode waarbij tijdens het werken aan een gasnet het gas uit de leiding is verwijderd. Gasstation waarin het gas gereduceerd wordt van de druk in het Regionaal transportnet van GTS naar de druk in het gastransportnet van het netwerkbedrijf. De gemiddelde onderbrekingsduur wordt bepaald met toepassing van de volgende formule: Gemiddelde onderbrekingsduur = Σ (GA x T) / Σ GA, waarin: GA = het aantal getroffen afnemers, T = de tijdsduur in minuten die verstrijkt tussen het aanvangs tijdstip onderbreking en het tijdstip van beëindiging onderbreking, TA = het totale aantal afnemers, Σ = sommatie over alle onderbrekingen van het desbetreffende jaar van registratie. De gemiddelde tijdsduur voor het veiligstellen van een storing wordt bepaald met toepassing van de volgende formule: gemiddelde tijdsduur voor het veiligstellen van een storing = Σ TV / S, waarin: TV = de tijdsduur in minuten die verstrijkt tussen het aanvangstijdstip storing en het tijdstip van veiligstellen storing, S = het totale aantal storingen. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 71
72 Begrip GTS Inspectie Knelpunt Jaarlijkse uitvalduur Kwaliteits- en Capaciteitsplan Kwaliteitsknelpunt Netvlak Onderbrekingsfrequentie Preventief onderhoud Risicomatrix Veiligheidsindicator Definitie Gas Transport Services. Inspecties is het inspecteren (bekijken, meten) zonder enige verdere onderhoudsactie. Netsituatie waarin de transportcapaciteit onder bepaalde aannamen ontoereikend is. De jaarlijkse uitvalduur wordt bepaald met toepassing van de volgende formule: Jaarlijkse uitvalduur = Σ (GA x T) / TA, waarin: GA = het aantal getroffen afnemers, T = de tijdsduur in minuten die verstrijkt tussen het aanvangstijdstip onderbreking en het tijdstip van beëindiging onderbreking, TA = het totale aantal afnemers, Σ = sommatie over alle onderbrekingen van het desbetreffende jaar van registratie Document volgens art. 10 en 11 van de Ministeriële Regeling kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas van 30 december Situatie waarin een netcomponent in verband met ouderdom, slijtage, arbo- of milieueisen moet worden vervangen of gemodificeerd. Gasnet waarvoor een eenduidige netdruk geldt, netvlakken zijn 8 bar, 4 bar, 3 bar, 2 bar, 2 bar, 100 mbar, 30 mbar. De onderbrekingsfrequentie wordt bepaald met toepassing van de volgende formule: Onderbrekingsfrequentie = Σ GA / TA, waarin: GA = het aantal getroffen afnemers, TA = het totale aantal afnemers, Σ = sommatie over alle onderbrekingen van het desbetreffende jaar van registratie Preventief onderhoud is het verrichten van kleinere geplande onderhoudsactiviteiten, die op basis van vaste regels min of meer routinematig uitgevoerd worden. Preventief kan per component jaarlijks of meerjaarlijks zijn. Een tabel waarmee de ernst van een incident beoordeeld kan worden. De ernst kent 6 categorieën: Verwaarloosbaar, Klein, Matig, Behoorlijk, Ernstig en Catastrofaal. Per ernstcategorie en per bedrijfswaarde (Kwaliteit van Levering, Veiligheid, Wettelijkheid, Economie, Klanttevredenheid en Duurzaamheid) zijn maatgevende gebeurtenissen opgenomen. Prestatie-indicator waarbij veiligheid wordt gemonitord 72 bijlagen
73 Bijlage 3 Toelichting samenhang In de beleidsregel Kwaliteitsbeheersing netbeheerders elektriciteit en gas wordt in artikel 13 (MR kwaliteit artikel 19) verduidelijkt wat wordt verstaan onder samenhang. In deze aanvullende leeswijzer is toegelicht op welke manier deze samenhang tot uiting komt in dit KCD. (Risico-)analyse Plannen Resultaat Resultaten risic analyse Raming capaciteitsbehoefte Kwalitatieve toestand componenten Plan oplossen storingen en onderbrekingen Uitbreidings-, vervangingsen onderhoudsplannen Streefwaarde versus gewenst prestatieniveau Realisatieplannen Samenhang proces 1. Tussen de resultaten van de risicoanalyse en het plan voor oplossen van storingen en onderbrekingen bestaat geen directe link. Op basis van de analyse van asset/infrastructuur-gerelateerde risico s en het daaruit volgende beleid worden storingen en onderbrekingen zoveel mogelijk voorkomen. Voor de storingen en onderbrekingen die desondanks optreden, bestaat een plan om deze zo adequaat mogelijk op te lossen, zie paragraaf 4.5 en bijlage 7; 2. Er bestaat een directe link tussen de resultaten van de risicoanalyse en de uitbreidings-, vervangingsen onderhoudsplannen, zie paragraaf 2.5, bijlage 4 en paragraaf 2.6; 3. Er bestaat een directe link tussen raming van de capaciteitsbehoefte en de uitbreidingsplannen. De capaciteitsknelpunten waarvan verwacht worden dat ze in 2010 zullen optreden zijn opgenomen in het jaarplan van 2010, deze investering is geextrapoleerd naar de daarop volgende jaren. Zie voor een verdere onderbouwing van deze aanpak paragraaf 3.1.3; 4. Er bestaat een directe link tussen de kwalitatieve toestand van de componenten en de vervangingsen onderhoudsplannen, zie paragraaf 2.4 en 2.6; 5. Tussen de uitbreidings-, vervangings- en onderhoudsplannen en de streefwaarde / gewenst prestatieniveau bestaat logischerwijs een verband. Met de onderhouds- en vervangingsmaatregelen wordt de onderbrekingsfrequentie immers beinvloed: hoe beter de kwaliteit van het het net, hoe minder onderbrekingen. Echter dit is niet gekwantificeerd in dit KCD omdat deze kwaliteitsindicator door haar zeer lage waarde zeer weinig beinvloed zal worden. Een indicator die in dit licht meer van belang is, is de veiligheidsindicator. In 2007 is gestart met interne targetsetting van de veiligheidsindicator. Vooral voor de vervanginsprogramma s aansluitleidingen en hoofdleidingen wordt op den duur invloed op de veiligheidsindicator verwacht. Deze verwachte invloed is echter niet gekwantificeerd. Zie paragraaf 4.7 voor een verdere toelichting van de veiligheidsindicator. 6. Een adequaat plan voor het oplossen van storingen en onderbrekingen beperkt de gemiddelde onderbrekingsduur en dus de jaarlijkse uitvalsduur. Deze link is niet gekwantificeerd in dit document, maar wordt verduidelijkt in paragraaf De realisatie van de uitbreidings-, vervangings- en investeringsplannen is terug te vinden in 2.8 en 2.6. De realisatie van het plan voor het oplossen van storingen en onderbrekingen staat niet expliciet in dit document vermeld. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 73
74 Bijlage 4 Normen, richtlijnen en voorschriften Normen met betrekking tot Gastransportleidingen In het kader van de veiligheid bij de aanleg, het onderhoud en het beheer van het gastransportnet en bij het verrichten van transport van gas via het gastransportnet worden de normen uit de NEN 7244 reeks toegepast. Deze zijn: NEN :2003 Nederlandse editie op basis van NEN-EN Gasvoorzieningsystemen Leidingen voor maximale bedrijfsdruk tot en met 16 bar Deel 1: Algemene functionele eisen NEN :2004 Nederlandse editie op basis van NEN-EN Gasvoorzieningsystemen Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar Deel 2: Specifieke functionele eisen voor polyetheen (MOP tot en met 10 bar) NEN :2004 Nederlandse editie op basis van NEN-EN Gasvoorzieningsystemen Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar Deel 3: Specifieke functionele eisen voor staal NEN :2004 Gasvoorzieningsystemen Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar Deel 4: Specifieke functionele eisen voor nodulair gietijzeren leidingen met een maximale bedrijfsdruk van 8 bar NEN : 2004 Gasvoorzieningsystemen Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar - Deel 5: Specifieke functionele eisen voor slagvaste PVC-leidingen met een maximale bedrijfsdruk van 200 mbar NEN :2005 Gasvoorzieningsystemen Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar Deel 6: Specifieke functionele eisen voor aansluitleidingen NEN :2005 Nederlandse editie op basis van NEN-EN Gasvoorzieningsystemen Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar Deel 7: Specifieke functionele eisen voor sterkte- en dichtheidsbeproeving en voor het in bedrijfen buiten bedrijfstellen van gasdistributieleidingen. NEN : 2008 Gasvoorzieningsystemen Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar Deel 9: Specifieke functionele eisen voor de afhandeling van gasmeldingen en periodiek gaslek zoeken. De hieronder staande ontwerpnorm zal naar verwachting eind 2009 of begin 2010 als norm worden gepubliceerd: Ontw. NEN Gasvoorzieningsystemen Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar Deel 10: Specifieke functionele eisen voor opstellingsruimten en meteropstellingen met een maximale inlaatdruk van 100 mbar en een maximale ontwerpcapaciteit van 650 mn 3 /h. De normen van de 7244-serie gelden voor het gehele gastransportnet van 30 mbar tot en met 16 bar. Normen met betrekking tot Gasdrukregelstations Voor gasstations wordt de norm NEN 1059 toegepast. NEN 1059:2003 Nederlandse editie op basis van NEN-EN en NEN-EN Gasvoorzieningsystemen Gasdrukregelstations voor transport en distributie 74 bijlagen
75 Richtlijnen en overige relevante voorschriften. VGWM-voorschriften VIAG Veiligheids Instructie AardGas. Werkinstructies gastechnische werkzaamheden Procedures met betrekking tot ontwerp, aanleg, beheer. Ontwerprichtlijnen Gas Onderhoudsrichtlijnen Gas Documenten VCA Calamiteiten BestrijdingsPlan Handboek storingsverhelping Kwaliteitshandboek storingsregistratie kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 75
76 Bijlage 5 Risicoregister en samenvatting risicoanalyses De kerngedachte van het Risk Based Asset Management proces van Enexis is het beheersen van asset gerelateerde risico s. De risico s die beheerst worden dienen gerelateerd te zijn aan de door Enexis beheerde assets in het gereguleerde elektriciteit- en gasnetwerk en de geldende bedrijfswaarden negatief te beïnvloeden. Deze bedrijfswaarden zijn Veiligheid, Kwaliteit van levering, Klanttevredenheid, Economie, Wettelijkheid en Duurzaamheid. Beoordeling en waardering van risico s gebeurt op basis van een kans- en effectbepaling per bedrijfswaarde. Omzetting van de kansen en effecten per bedrijfswaarde naar een uniform risiconiveau gebeurt met behulp van een risicotoelaatbaarheidsmatrix (RTM). In figuur 17 is de risicomatrix weergegeven. De volgende risiconiveaus worden onderscheiden in de RTM: Verwaarloosbaar, Laag, Medium, Hoog, Zeer Hoog, en Ontoelaatbaar. Enexis houdt vanaf 2004 een risicoregister bij. Tot en met 2006 werd jaarlijks een risicoregister opgeleverd. Vanaf 2007 is dit een doorlopend en levend register geworden, waaruit op continue basis op basis van relevantie en/of urgentie risico s worden geselecteerd voor verdere analyse en beleidsontwikkeling. Middels een snapshot van het risicoregister kan de actuele risicopositie worden bepaald. Risico s in het risicoregister komen binnen als risicomelding. Van risicomelding tot afgeronde risicoanalyse worden de volgende stappen doorlopen: Open risicomelding (status 1): Het inventariseren van risico s begint bij risicomeldingen. Risicomeldingen kunnen door elke willekeurige medewerker van Enexis worden gedaan. De risicomeldingen worden verzameld en geadministreerd door risico-analisten. Geaccepteerd risico. Dit betreft het evalueren van binnengekomen risicomeldingen en het inpassen van de risicomelding in de risicohiërarchie. Een (aangepaste) melding wordt afgewezen, afgesloten of gaat naar de volgende processtap voor verdere analyse. Ten slotte wordt de geaccepteerde risicomelding in het risic register vastgelegd. Bij evaluatie van de meldingen wordt naar de volgende zaken gekeken: of het potentiële risico op de juiste wijze is omschreven. Zonodig worden meldingen herschreven. of het potentiële risico reeds bekend is in het risicoregister. of het een wijziging van een reeds bestaand risico betreft. of de risicomelding asset -gerelateerd is en invloed heeft op de bedrijfswaarden. of het een adviesaanvraag in plaats van risicomelding betreft. Ingeschat risico: van de geaccepteerde risico s worden vervolgens in twee stappen, een voorlopige inschatting en definitieve inschatting, een inschatting van het risiconiveau ten opzichte van de bedrijfswaarden in de risicotoelaatbaarheidsmatrix van Enexis gemaakt. Tevens worden op basis van het ingeschatte risiconiveau de risico s geprioriteerd voor de volgende processtap en wordt het nieuwe risiconiveau vastgelegd in het risicoregister. Voorlopige inschatting (status 2) geschiedt door de risicoanalisten. Definitieve inschatting (status 3) door het werkoverleg van de afdeling Strategie Ontwikkeling. 76 bijlagen
77 Risicomatrix Potentiële gevolgen Potentiële kans op incident met gevolgen Vrijwel onmogelijk onwaarschijnlijk Mogelijk Waarschijnlijk Geregeld Jaarlijks Maandelijks Dagelijks Permanent Categorie Kwaliteit van levering Veiligheid Wettelijkheid Economie Klanttevredenheid Duurzaamheid Nooit eerder van gehoord in industrie Wel eens van gehoord in industrie Meerdere malen binnen industrie Wel eens gebeurd binnen Enexis Meerdere malen gebeurd binnen Enexis Eén tot enkele malen per jaar binnen Enexis Eén tot enkele malen per maand binnen Enexis Eén tot enkele malen per dag binnen Enexis Eén tot enkele malen per dag binnen regio Enexis <0,0001/jr 0,0001/jr 0,001/jr 0,01/jr 0,1/jr 1jr 10/jr 100/jr 1000/jr Catastrofaal > vbm (HS deelnet 4 uur uitval) meerdere doden Verlies licentie; Strafzaak tegen directielid met gevangenisstraf tot gevolg; boete NMa 10% omzet Schade groter dan 10 M euro Internationale commotie, kv of GV klachten > 1000 km 2 V L M H ZH O O O O Ernstig tot vbm (HS station 4 uur uitval) Ongevallen met dodelijke afloop of zeer ernstig letsel Stille curator; Strafzaak tegen directielid (ongeacht veroordeling); Boete NMa <1% omzet Schade van 1M tot 10 M euro Nationale commotie, kv of GV klachten km 2 V V L M H ZH O O O Behoorlijk tot vbm (MS Verdeelstation 4 uur uitval) Ongevallen met letsel en verzuim Boete 6e categorie, dwangbevel rechter; Rechtszaak namens meer dan klanten Schade van 100k tot 1M euro Regionale commotie, kv of GV klachten km 2 V V V L M H ZH O O Matig tot vbm (MS-D streng 4 uur uitval) Ongevallen met letsel en verzuim Aanwijzing bevoegd gezag, geldboete 4e categorie; Rechtszaak namens meer dan 500 klanten Schade van 10k tot 100k euro Lokale commotie, kv of 1-10 GV klachten 1-10 km 2 V V V V L M H ZH O Klein tot vbm (Trafohuisje 4 uur uitval) Bijna ongevallen, ongevallen met gering letsel/ EHBO zonder verzuim Waarschuwing bevoegd gezag; onderzoek door bevoegd gezag; Rechtszaak namens meer dan 50 klanten Schade van tot euro Niet openbare commotie, 5-50 kv of 1 GV klachten 0,1-1 km 2 V V V V V L M H ZH Verwaarloosbaar 200 tot vbm (Huis >2 uur tot straat <4 uur uitval) Gevaren als gevolg van onveilige handelingen en/of situaties Geldboete 1e categorie; Rechtszaak door individuele klant Schade minder dan euro Interne commotie minder dan 5 kv klachten 0,01-0,1 km 2 V V V V V V L M H Figuur 17: Risicomatrix kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 77
78 Risico s in analyse (status 4): de risico s die na inschatting de hoogste prioriteit hebben qua relevantie en/of urgentie worden uitgezet voor verdere detailanalyse. Risicoanalyses worden door of onder coördinatie van risico analisten uitgevoerd. Geanalyseerd risico (status 5): Dit betreft een risico met bijbehorende gedetailleerde risicoanalyse inclusief knelpunten. Ten slotte wordt het geanalyseerde risico en eventuele aangepaste risiconiveau in het risico register vastgelegd. Het geanalyseerde risico dient als basis voor een eventuele strategie. In Tabel 12 is de status van het risicoregister medio 2009 weergegeven ten opzichte van In de periode tussen 1 oktober 2007 (het meetmoment van het vorige KCD) en 15 juli 2009 zijn er 44 nieuwe risicomeldingen binnengekomen die betrekking hebben op de gasdistributie. Een deel hiervan is afgesloten, bijvoorbeeld vanwege overlap met andere risico s, of afgewezen als risico, bijvoorbeeld omdat de melding niet asset gerelateerd was of omdat een adviesaanvraag betrof. Ook het bijwerken van en herzien van risico s in het risicoregister in 2008 en 2009 hebben tot afsluiten van risico s geleidt. Per saldo zijn er 23 gasrisico s in het risicoregister bijgekomen waar Enexis actief aandacht aan schenkt. Status Risicoregister 2007 Risicoregister per 15 juli 2009 Open melding (Status 1) 3 1 Voorlopig ingeschat (Status 2) 4 1 Definitief ingeschat (Status 3) In analyse (Status 4) Analyse gereed (Status 5) Totaal actieve risico s Totaal (inclusief afgesloten en afgewezen) Tabel 12: Status risicoregister 2009 ten opzichte van 2007 Voor het borgen van de kwaliteit van de transportdienst dienen de risico s die zich kunnen openbaren in gastransportnetten gedurende de fasen van de asset levenscyclus, van ontwerp, aanschaf, aanleg tot en met beheer/ onderhoud en uit bedrijfname/ontmanteling, beheerst te worden. In 2008 is een traject gestart om de relatie(s) tussen beleid (strategieën en tactieken) en risico s inzichtelijk te maken. Dit heeft geresulteerd in een koppeling tussen beleid en risico s in het risicoregister. Als innovatieve vervolgstap is gestart met het ontwikkelen van zogenaamde Bowtie-diagrammen om de relaties tussen risico s en beheersmaatregelen (barrières) grafisch weer te geven en effectiviteit van barrières kwantitatief te bepalen. Gastransportnetten kennen vele risico s, zoals ook uit Tabel 12 is te herleiden. In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de 10 meest relevante interne en externe asset gerelateerde risico s voor gastransportnetten, inclusief de beheersmaatregelen die genomen zijn voor deze risico s, zie tabel 13 op volgende pagina. De mate van relevantie van de risico s is bepaald door te kijken welke risico s, na toetsing aan de risicotoelaatbaarheidsmatrix van Enexis, het hoogste risiconiveau kennen en daarmee bovenaan het risicoregister staan. 78 bijlagen
79 Nr. Omschrijving Asset Risiconiveau Intern 1 Methaanemissies bij gasnettten Aansluitl./hoofdl. Zeer Hoog 2 Falen huisdrukregelaars Gasmeteropstelling Zeer Hoog 3 Lekkage stalen huisaansluiting ten gevolge van Aansluitleiding Hoog corrosie* 4 Niet gasbelemmerende geveldoorvoer Overig Hoog 5 Falen van grijs gietijzeren afsluiters in netten Afsluiters Hoog met netdruk >1 bar 6 Risico s bij opnieuw op druk brengen gasnet Aansluitleiding Hoog 7 Lekkage Grijs Gietijzer** Hoofdleiding Hoog 8 Niet voldoen aan ATEX-richtlijnen Stations Hoog 9 Verhoogde storingskans door montagefout Diverse Hoog Extern 10 Lekkage ten gevolge van beschadiging gasleidingen bij graafwerkzaamheden Aansluitl./Hoofdl. Hoog Tabel 13: Top 10 relevante interne en externe risico s * Voor aansluitleidingen is een overkoepelend vervangingsbeleid ontwikkeld, binnen dit vervangingsbeleid is het lekken van stalen huisaansluitingen ten gevolge van corrosie als een van de grootste risicocategorieën onderscheiden. ** Voor hoofdleidingen is een overkoepelend vervangingsbeleid ontwikkeld, binnen dit vervangingsbeleid is grijs gietijzer als een van de grootste risicocategorieën onderscheiden. Naast eerdergenoemde meest relevante risico s voor de kwaliteit van de transportdienst zijn er een tweetal risico s die buiten de top 10 van meest relevante risico s vallen, maar waarvoor enige aandacht zeker op zijn plaats is. Schaarste deskundig personeel Schaarste van deskundig technisch personeel bij de Service Provider om de risico s adequaat te kunnen beheersen is een risico voor de kwaliteit van de transportdienst. In de lange termijn systeemstudie die Enexis heeft uitgevoerd (zie paragraaf 2.6) is dit punt expliciet als risico naar voren gekomen en benoemd. Het personeelsrisico is niet opgenomen bij de relevante risico s, aangezien dit een randvoorwaarde is voor volledige en adequate uitvoering van het beleid. Bovendien speelt dit issue breder dan alleen de gastransportnetten. Ruw Biogas / Groengas De opkomst van ruw biogas en groengas zijn belangrijke aandachtspunten voor Enexis. De exacte hoogte van dit risico is gezien de vele onzekerheden op dit moment nog moeilijk te bepalen. Groengas is biogas dat, in tegenstelling tot ruw biogas, is opgewerkt tot aardgaskwaliteit en zodoende ingevoed kan worden in het bestaande transportnet van de regionale netbeheerders. Daarmee valt invoeding van groengas onder de gereguleerde activiteiten. De belangrijkste risico s die zijn onderscheiden ten aanzien van groengas zijn (in willekeurige volgorde): Lange termijn integriteit van componenten en het distributie- en transportnetwerk Capaciteit en bedrijfsvoering van het distributie- en transportnetwerk. Gezondheid van mensen (aanwezige micro organismen in het gas) Verbrandingseigenschappen (kwaliteit) van het geleverde gas aan de aangeslotenen Kwaliteit en betrouwbaarheid van apparatuur van aangeslotenen kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 79
80 Biogasinstallatie Het uitblijven van financiële dekking voor investeringen die Enexis doet in haar netwerk om invoeding mogelijk te maken (invoeders betalen geen transporttarief) In het kader van de duurzame energietransitie wil Enexis zich in het speelveld tussen potentiële invoeders, shippers en afnemers faciliterend opstellen, maar tegelijkertijd mag de veiligheid en betrouwbaarheid van het gasdistributienetwerk niet in het geding komen. Op het moment van schrijven van dit document zijn door Enexis in samenwerking met de projectgroep GroenGas Netbeheer Nederland aanvullende voorwaarden voor invoeders van groengas opgesteld. Hiermee kunnen invoedingprojecten doorgang vinden en wordt de energietransitie niet gestremd, maar wordt tegelijkertijd de integriteit en veiligheid van het distributienetwerk op de langere termijn gegarandeerd. Verder lopen er in samenwerking met Stedin en Lliander nog diverse onderzoeken naar eerder genoemde risico s bij groengas en zijn pilots opgestart om ervaring en kennis op te doen die later gebruikt kunnen worden in risicoanalyses. Bij ruw biogas wordt een separate leiding aangelegd waarmee het gas direct van invoeder naar afnemer, bijvoorbeeld een WKK, gaat. De aanleg en het beheer van deze leidingen is niet gereguleerd. Om bij te dragen aan het behoud van de balans tussen voorzieningszekerheid en de betaalbaarheid van de duurzame energietransitie heeft Enexis besloten hier een proactieve rol in te spelen en te investeren in ruw biogasleidingen. De belangrijkste risico s die zijn onderscheiden ten aanzien van ruw biogas zijn (in willekeurige volgorde): Lange termijn integriteit van componenten en het distributie- en transportnetwerk Capaciteit en bedrijfsvoering van het distributie- en transportnetwerk. Gezondheid van mensen (aanwezige micro organismen in het gas) Herkenbaarheid van ruw biogas (odorisatie) Het uitblijven van financiele dekking voor investeringen die Enexis doet in haar netwerk om invoeding mogelijk te maken (indien binnen het aflopen van de economische afschrijvingstermijn invoeding stopt) 80 bijlagen
81 Net als bij groengas lopen er in samenwerking met Stedin en Lliander diverse onderzoeken naar bovenstaande risico s bij ruw biogas en zijn pilots opgestart om ervaring en kennis op te doen die later gebruikt kunnen worden in risicoanalyses. Risicoanalyse 1: Methaanemissies bij gasnetten Omschrijving Net als andere gasdistributiebedrijven verliest Enexis jaarlijks ten gevolge van lekken aardgas. Aardgas bestaat voor circa 81 vol-% uit methaan en voor circa 14 vol-% uit stikstof. Methaan is na CO 2 het belangrijkste broeikasgas. In het kader van klimaatverandering is de emissie van methaan daarmee een behoorlijke factor. De landelijke netbeheerders geven jaarlijks via Energiened aan VROM een opgave van het aantal gaslekken. Vanuit VROM gaat de opgave naar de Europese Unie en het klimaatsecretariaat van de Verenigde Naties (vastgelegd in Kyoto protocol). Vanuit Duurzaamheids en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen oogpunt is methaanemissie dus een belangrijk onderwerp. Gaslekken worden geconstateerd via lekzoeken en (externe) meldingen. In de meetprocedure is vastgelegd dat het gehele gasnet minstens 1 keer in de 5 jaar op lekken moet worden onderzocht. Het totaal aantal lekken in het gasdistributienetwerk wordt bepaald door extrapolatie van de lekzoekgegevens. Dit risico heeft vooral betrekking op de bedrijfswaarden Duurzaamheid en Economie. Risiconiveau Zeer Hoog, bepalende bedrijfswaarde Duurzaamheid. Strategie/tactiek Op dit moment wordt een strategie en tactiek opgesteld. In deze strategie zal onder andere onderzocht worden wat de effectiviteit is van frequenter lekzoeken in gebieden waar historisch gezien relatief meer lekken voorkomen. Het effect hiervan is (nog) niet terug te zien in het onderhouds- en investeringsniveau. Risicoanalyse 2: Falen huisdrukregelaars Omschrijving De huisdrukregelaar, verantwoordelijk voor het reduceren van de druk in de 100 mbar netten naar nominaal 27 mbar, heeft een groot aandeel, ca 25%, in de storingen die bij de netbeheerder worden gemeld. De huisdrukregelaar wordt alleen toegepast in 100mbar deelnetten en in gasmeteropstellingen met een maximum capaciteit van 10 m3/h. De maximale technische levensduur van een huisdrukregelaar is ongeveer 30 jaar. De huisdrukregelaar is vanwege de aanwezigheid van mechanisch bewegende onderdelen aan slijtage onderhevig. Daarnaast bevatten huisdrukregelaars rubbercomponenten die verouderen. In het verleden hebben zich een tweetal omvangrijke incidenten voorgedaan met bepaalde typen huisdrukregelaars die tot terugroepacties hebben geleid. In de analyse is gekeken naar: het risico van (weer) een omvangrijk incident met een bepaald type type huisdrukregelaar. het algemene risico van storingen aan de huisdrukregelaar met als gevolg een afwijkende te hoge- of lagedruk De bedrijfswaarden die worden beïnvloed zijn Kwaliteit van Levering, Economie, Veiligheid en Klanttevredenheid. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 81
82 Risiconiveau Zeer Hoog, bepalende bedrijfswaarde is Economie. Risico is Hoog op de bedrijfswaarden Kwaliteit van Levering en Veiligheid. Strategi /tactiek In de afgelopen jaren is getracht om landelijke afspraken te maken voor aanvullende registratie van merk en type huisdrukregelaars in de Nestor storingsregistratie. Hier is echter geen overeenstemming over verkregen. Op dit moment wordt een strategie opgesteld hoe om te gaan met falende huisdrukregelaars. Het effect hiervan is (nog) niet terug te zien in het onderhouds- en investeringsniveau. Risicoanalyse 3: Lekkage stalen huisaansluiting ten gevolge van corrosie Omschrijving Door verschillende oorzaken is de conditie van de aansluitleidingen niet in alle gevallen optimaal. Tevens zijn aansluitleidingen, net als andere assets, onderhevig aan veroudering. Zodoende zijn er risicoanalyses gemaakt van de meest risicovolle aansluitconstructies (zie ook paragraaf 2.4). Van de risicoconstructies die in deze risicoanalyses zijn bekeken had lekkage van de stalen huisaansluiting ten gevolge van corrosie het hoogste risiconiveau. Een aansluitleiding is opgebouwd uit een aantal elementen en leidingdelen. Onderscheid wordt gemaakt tussen het leidingdeel buiten de gevel, het leidingdeel binnen de gevel en de gasmeteropstelling (inclusief de gasdrukregelaar, hoofdkraan). Corrosie van de aansluitleiding leidt tot een verzwakking of breuk van de leidingdelen met als gevolg een gaslekkage, die uiteindelijk tot een brand dan wel explosie kan leiden met grote materiële schade dan wel persoonlijk letsel. Veel van de stalen huisaansluitleidingen die gevoelig zijn voor corrosie zijn voor 1975 toegepast. Uit storingsrapportages, lekzoeken en veldinspecties komen regelmatig gaslekkages in stalen aansluitleidingen door corrosie naar voren. Waarnemingen en bevindingen van mensen in het veld zoals monteurs en storingsoplossers bevestigen dit beeld. Het aantal gaslekkages zal in de toekomst door veroudering mogelijk nog toenemen. Dit risico heeft met name betrekking op de bedrijfswaarden Veiligheid en Economie. Risiconiveau Hoog, bepalende bedrijfswaarden Veiligheid en Economie. Strategie/tactiek Er is een strategie en een tactiek opgesteld voor het vervangen van aansluitleidingen. Zie paragraaf 2.6. In deze strategie en tactiek zijn niet alleen stalen leidingen en corrosie als risicofactoren meegenomen voor aansluitleidingen. Er is een overkoepelend preventief vervangingsbeleid voor alle materialen en aansluitconstructies ontwikkeld. Binnen het vervangingsbeleid is de vervangingsprioriteit bepaald op basis van een aantal criteria, o.a. materiaal, type aansluitconstructie en leeftijd van de aansluitleidingen. De resultaten van het vervangingsprogramma van aansluitleidingen zijn terug te zien in de investeringsplannen in aansluitleidingen in bijlage 5 en in de realisatiecijfers (paragraaf 2.8). 82 bijlagen
83 Risicoanalyse 4: Niet gasbelemmerende geveldoorvoer bij woningen Omschrijving In deze risicoanalyse wordt gekeken naar de effecten van een niet gasbelemmerende geveldoorvoer 1. Bij een gaslekkage buiten de woning kan het voorkomen dat er gas via de geveldoorvoer onder de woning in een kruipruimte komt en aldaar een explosief gasmengsel vormt. De gasbelemmerende gevel doorvoer moet voorkomen dat gas onder de woning in een kruipruimte stroomt. In een aantal gevallen is de geveldoorvoer van Enexis (elektricteit en/of gas) niet gasbelemmerend. Het komt ook voor dat geveldoorvoeren van andere nutsvoorzieningen (water, riool, kabel ed.) niet gasbelemmerend zijn. Beide kunnen bij de uitstroming van gas gevaarlijke situaties en ongevallen opleveren. Uit de ongevallen registratie van de afgelopen 10 jaar blijkt dat veel gasexplosies zijn ontstaan door een niet gasbelemmerende gevel. Een voorbeeld is het ongeval in Urk in Hier zorgde een uitgetrokken aansluitstuk op de hoofdleiding voor een gaslekkage. Deze lekkage vormde zich binnen 2 uur tot een explosief mengsel in de woning. Door de aanwezigheid van een ontstekingsbron volgde er een explosie met veel materiële schade. In twee rapporten van de OvV wordt ingegaan op de ondoorlatendheid van de gevelconstructie, gasdetectie, herkenbaarheid van het aardgas en een adequate calamiteitenorganisatie. De risicoanalyse beperkt zich tot muurdoorvoeren en laat gasbelemmering van de constructie, muur zelf en de fundering buiten beschouwing. In de analyse zijn de geveldoorvoeren van alle nutsvoorzieningen (elektriciteit, gas, water, CAI etc) meegenomen. Dit risico heeft effect op de bedrijfswaarden Veiligheid, Economie en Wettelijkheid. Risico niveau Hoog, bepalende bedrijfswaarde is Veiligheid. Strategie/tactiek Voor dit risico is geen nieuwe, specifieke strategie en/of tactiek ontwikkelt. Bij nieuwe aanleg wordt steekproefsgewijs gecontroleerd op het gasdicht zijn van geveldoorvoeren. Voor bestaande situaties wordt op dit moment geprobeerd overeenstemming te krijgen met andere nutspartijen om bij werkzaamheden aan of in de buurt van de geveldoorvoer alle geveldoorvoeren op gasdichtheid te controleren en deze indien noodzakelijk (alsnog) gasdicht te maken. De insteek hierbij is dat controleren en het eventueel alsnog gasdicht maken van geveldoorvoeren uitgevoerd wordt door de nutspartij die bezig is met werkzaamheden in de buurt van de geveldoorvoer. Risicoanalyse 5: Falen van grijs gietijzeren afsluiters in netten met netdruk >1 bar Omschrijving In 2003 heeft zich nabij het Julianaplein te Groningen een incident voorgedaan met een grijs gietijzeren afsluiter. In de nabijheid van de grijs gietijzer afsluitersectie vonden graafwerkzaamheden plaats. Ten gevolgde van grondzetting is de afsluiter spontaan gescheurd. Het Julianaplein is een belangrijk verkeersknooppunt in Groningen. De toenmalige Raad van Transportveiligheid (tegenwoordig de Onderzoekraad voor Veiligheid, OvV) heeft onderzoek naar dit incident gedaan en hierover aan het toenmalige Essent Netwerk BV gerapporteerd. Op basis van deze rapportage heeft Enexis een lijst opgesteld met acties om problemen met grijs gietijzeren afsluiters te voorkomen. Een van de acties is het toezicht houden bij graafwerkzaamheden in de nabijheid van gietijzeren afsluiters. 1 Buis of andere voorziening voor geleiding en bescherming van leidingen door de gevel waar de aansluitleiding de woning binnen gaat kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 83
84 In 2005 heeft Enexis aan Kiwa Gastec opdracht gegeven om een z.g. Foto van het Gasnet te maken. Uit interviews met diverse mensen in de regio s zijn een groot aantal knelpunten naar voren gekomen. Een van de knelpunten die in het rapport van KIWA-Gastec genoemd worden is de aanwezigheid van grijs gietijzeren afsluiters in gasnetten met een netdruk > 1bar. In de huidige NEN 7244 Gasvoorzieningsystemen, leidingen voor maximale bedrijfsdruk tot en met 16 bar staat dat grijs gietijzeren componenten (afsluiters) alleen toegepast mogen worden tot en met een maximale druk van 1 bar. In het verleden werden de algemeen geldende KVGN richtlijnen voor de aanleg van hoofd- en dienstleidingen gebruikt. Enexis heeft km gasnet met een netdruk > 1bar netdruk in beheer. In gasnetten met een netdruk >1 bar zitten ruim afsluiters. Op basis van interviews en schattingen wordt hiervan ca. 20 % als verdacht aangemerkt. Dit komt neer op ca stuks grijs gietijzeren afsluiters in netten met een netdruk hoger dan 1 bar. De risico s van het falen van grijs gietijzeren afsluiters zijn in deze risicoanalyse in kaart gebracht. Dit risico heeft met name effect op de bedrijfswaarde Wettelijkheid. Risico niveau Hoog, bepalende bedrijfswaarde is Wettelijkheid. Strategie/tactiek Voor dit risico is een strategie en tactiek opgesteld. Aangezien er niet precies bekend is waar de grijs gietijzeren afsluiters zich bevinden is besloten voor een procesmatig vervangingsprogramma. Verdachte afsluiters worden op natuurlijke momenten vervangen. Onder vervangen op natuurlijke momenten wordt verstaan de grijs gietijzeren afsluiters te vervangen wanneer aan of in de nabijheid van een betreffend leidingnetdeel gewerkt moet worden. Als voorbeelden kunnen genoemd worden, reconstructies, vervanging van de verouderde gasleidingen, inspecties of overige werkzaamheden aan gasleidingen. Naar schatting zal jaarlijks circa 2% van de grijs gietijzeren afsluiters worden vervangen. Het effect hiervan is (nog) niet terug te zien in het investeringsniveau. Risicoanalyse 6: Risico s bij het opnieuw op druk brengen van het gasnet Omschrijving Bij nieuwe aansluitingen of na storingen waarbij de druk van het net is gehaald moet de druk weer op het gasnet worden gebracht. Vooral in het verleden kon dit tot gevaarlijke situaties leiden omdat de meeste toestellen niet beveiligd waren, waardoor t.g.v. het doven van de vlam door het wegvallen van de gasdruk en het vervolgens weer terugkomen van de gasdruk er ongehinderd onverbrand aardgas de woning in kon stromen. Om dit te voorkomen is vroeger op beperkte schaal de gasgebrekbeveiliging (ook wel B-klep genoemd) toegepast, dit is een beveiligingscomponent die het uitstromen van onverbrand aardgas na het wegvallen en het herstellen van de voordruk voorkomt. Tegenwoordig zijn de meeste (nieuwe) gastoestellen, zoals de CV-ketel beveiligt tegen ongecontroleerde uitstroom van gas bij het weer op druk brengen van het gasnet. Dit, alsmede dat toepassing van de B-klep niet in normen/regelgeving is voorgeschreven en een storingsgevoelige component is, is een van de redenen dat binnen Enexis een aantal jaren geleden is besloten om geen B-kleppen meer te installeren. Met de mogelijke grootschalige introductie van de slimme meter, die de mogelijkheid zou kunnen krijgen om op afstand in- en uit te schakelen en mogelijk een toenemend aantal werkzaamheden in het gasnet is het her-introduceren van de B-klep een mogelijkheid. In deze analyse is gekeken naar de risico s bij het weer op druk brengen van het gasnet en de daaraan gekoppelde risico s van het wel of niet toepassen van de B-klep. Dit risico heeft met name betrekking op de bedrijfswaarden Kwaliteit van Levering, Economie en Klanttevredenheid. 84 bijlagen
85 Risiconiveau Hoog, bepalende bedrijfswaarden zijn Kwaliteit van Levering en Economie Strategie/tactiek Voor dit risico is een strategie en tactiek opgesteld. Het weer toepassen van een externe B-klep is geen effectieve en rendabele optie. Een interne B-klep in de slimme meter, is alleen rendabel als de meerkosten van deze meter minder zijn dan 5 ten opzichte van een gewone slimme meter. Tot het moment dat dit het geval is zal het huidige beleid gehandhaafd blijven. Risicoanalyse 7: Lekkage grijs gietijzeren leidingen Omschrijving Van alle gebruikte leidingmaterialen voor hoofdleidingen zijn risicoanalyses gemaakt. Het risico Lekkage grijs gietijzeren leidingen kwam hierbij als hoogste naar voren. De materialen asbest cement, 1 e generatie PE, staal hoge en lage druk en hard PVC vormen een medium risico. De totale lengte van grijs gietijzeren leidingen binnen Enexis gebied bedraagt op het moment van schrijven km, circa 4% van het totaal. Gietijzerleidingen van 80 jaar en ouder zijn nog steeds in gebruik. Grijs gietijzer is een bros materiaal. De technische levensduur van grijs gietijzer leidingmateriaal wordt beperkt door de faalmechanismen corrosie, spontane breuken of scheuren en het uitdrogen van verbindingen. Problemen met grijs gietijzer zijn onder de aandacht van de media en overheden gekomen door gasexplosies in Amsterdam (Czaar Peterstraat, 2001) en Mulhouse, (Frankrijk, 2004). Lekkage van gas heeft voornamelijk effect op de bedrijfswaarde Veiligheid. Daarnaast worden de bedrijfswaarden Economie en Reputatie beïnvloed. Risiconiveau Hoog, bepalende bedrijfswaarde is Economie (lekreparaties). Medium op Veiligheid Strategie/tactiek: Er is een strategie en tactiek opgesteld voor het preventief vervangen van hoofdleidingen. Dit vervangingsbeleid is niet alleen gericht op grijs gietijzeren hoofdleidingen. Net als bij aansluitleidingen gaat het hier om een overkoepelend preventief vervangingsbeleid voor alle materiaalsoorten. Binnen het vervangingsbeleid wordt de vervangingsprioriteit bepaald op basis van een aantal criteria, dit zijn o.a. materiaal, bekleding, aantal lekken in verleden en leeftijd van de hoofdleiding. De resultaten van het vervangingsprogramma van hoofdleidingen zijn terug te zien in de investeringsplannen in hoofdleidingen in bijlage 5 en in de realisatiecijfers (paragraaf 2.8). In de komende jaren is een stijging te verwachten in de vervangingsinvesteringen in hoofdleidingen. Risicoanalyse 8: Het niet voldoen aan ATEX-richtlijnen bij gasstations Omschrijving Indien in een gasstation een onbedoelde gasuitstroom plaatsvindt, ontstaat een gevaarlijke situatie, die kan escaleren in een explosie van het gas, met mogelijk dodelijke slachtoffers en vernietiging van het station tot gevolg. Om te voorkomen dat de apparatuur binnen het station zelf deze explosie kan veroorzaken (vonkvorming) zijn al geruime tijd geleden diverse NEN en IEC normen opgesteld. In 2001 is de nieuwe arbowet (inclusief arbobesluit en overige aanvullende regelgeving) van kracht geworden waarin deze normen zijn opgenomen. Dit had tot gevolg dat deze normen hun min of meer vrijblijvende karakter kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 85
86 verloren en onderdeel van de wet werden. In 2003 is vervolgens de ATEX richtlijn geïmplementeerd 2 en ook opgenomen in het arbobesluit 3. De atex richtlijn 4 eist dat elk station aan de geldende normen voldoet en dat dit middels documentatie aangetoond wordt. Niet alle gasstations van Enexis voldoen aan deze normen. Dit risico heeft effect op de bedrijfswaarden Veiligheid, Economie en Wettelijkheid. Risiconiveau Hoog, bepalende bedrijfswaarde is Wettelijkheid. Strategie/tactiek Er is een strategie voor dit risico opgesteld. De strategie betreft het uitvoeren van een inspectie- en herstelprogramma voor de district- en overslagstations en het verwijderen van elektrische apparatuur. Dit om te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving, om veiligheidsrisico s door ontstekingsbronnen volledig uit te sluiten, om standaardisatie van gasstations mogelijk te maken en de kosten voor derden beperkt te houden. De strategie is grotendeels al ten uitvoer gebracht. In 2007 zijn alle gasontvangststations geïnspecteerd en aangepast. Tevens zijn in 2007 de overslag- en distributiestations geïnspecteerd. Aanpassing van deze stations is over de 3 jaren erna uitgesmeerd. Met de ondernomen acties zal het huidige risiconiveau lager zijn hierboven is weergegeven. Er is echter nog geen formele evaluatie om de risicoreductie te onderbouwen. Het ATEX-risico zal in 2009/ 2010 worden geëvalueerd. Naar aanleiding van de resultaten van de evaluatie zal het risiconiveau worden aangepast. Risicoanalyse 9: Verhoogde storingskans door montagefout Omschrijving Bij het aanleggen van nieuwe gasnetten of bij werkzaamheden aan bestaande netten kunnen montagefouten gemaakt worden. Uit analyse van de storingsregistratie blijkt dat veel storingen een gevolg zijn van montagefouten. Gezien de steeds omvangrijkere vervangingsprogramma s is dit risico de komende jaren een punt van aandacht. Nestor gebruikt twee definities voor montagefouten: Aanlegfout in het verleden: Hiervan is sprake als de leiding op andere kabels of leidingen rust, onrond is geworden door onvoldoende verdichting of indien bijvoorbeeld koppelingen in het verleden niet volgens de voorschriften zijn gemonteerd. Montagefout nu: Hieronder wordt verstaan een foutieve handeling tijdens het uitvoeren van regulier onderhoud of een foutieve handeling tijdens het verhelpen van een storing. Dit risico gaat over de eerste definitie, de aanlegfout in het verleden. Er is een scala aan redenen waarom deze montagefouten gemaakt zijn. Voor de risicoanalyse is de reden niet direct belangrijk, slechts dat de fout gemaakt is en dat dit mogelijk leidt tot storingen in de (directe) toekomst. Sommige montagefouten komen op korte termijn naar boven, andere sluimeren jaren en komen dan pas naar boven. Beide soorten kunnen leiden tot schade (bedrijfswaarde Economie) en lekkage risico s (Veiligheid) die bij correcte aanleg niet waren opgetreden Staatsblad nr. 268 d.d. 19 juni 2003 Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.5, paragraaf 2a Europese richtlijn 1999/92/EG Bescherming van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar lopen (ATEX 137), d.d. 16 december bijlagen
87 Risiconiveau Hoog, bepalende bedrijfswaarde is Economie Laag voor de bedrijfswaarde veiligheid Strategie/tactiek Voor dit risico is geen algemene strategie en/of tactiek ontwikkeld aangezien montagefouten door een diversiteit aan oorzaken veroorzaakt kunnen worden. Elke oorzaak vereist een eigen aanpak. Montagefouten zijn gezien de stijgende vervangingsprogramma s en een afnemend toezicht op het uitbestede werk aan aannemers een continue punt van aandacht. Meer algemeen kan gesteld worden dat bij de keuze voor nieuwe componenten er veel aandacht is voor montagevriendelijkheid/-gemak o.a. om montagefouten te voorkomen. Voorbeeld hiervan is de standaardisatie van gasstations waarin montagegemak van de regelaars een belangrijk criterium was in de selectie van het nieuwe, gestandaardiseerde gasstation. Een ander belangrijke actie was de implementatie van de VIAG. In dit kader zijn werkinstructies geëvalueerd en geharmoniseerd en is het volgen van werkinstructies wederom onder de aandacht gebracht. Overige acties die zijn ondernomen om montagefouten te voorkomen zijn: Verbeteren kwaliteit PE-lassen: de kwaliteit van Electrolas- en Stuiklasverbindingen is in de afgelopen jaren verbeterd. De afkeur bij Electrolasverbindingen is van 42% in 2005 naar 20% in 2008 gegaan, bij stuiklasverbindingen is dit van 15% in 2005 naar 2% in 2008 gegaan. Deze verbetering is gerealiseerd door o.a. certificering van lassers, cursus voor toezichthouders, implementatie van de werkinstructie, aandacht voor PE lassen in overleggen (technische dagen/ overleg met inkoop en aannemers). Er is echter nog ruimte voor verbetering. Vandaar dat voor 2009 is besloten een aanvullende opleiding PE lassen te organiseren voor toezichthouders bij eigen service provider om nog bestaande kennislacunes aan te pakken. Deze opleiding kent een verplicht karakter. Verder zal er aandacht blijven voor PE-lassen in overleggen (technische dagen/ overleg met inkoop en aannemers). Verbeteren kwaliteit lassen op staal: om de kwaliteit van lassen op staal te verbeteren is een traject in gang gezet om voldoende opgeleide en gecertificeerde lassers binnen Enexis te krijgen. Om de controle op met name hoeklassen te verbeteren zal in de toekomst als alternatief voor röntgenen een penetrante vloeistof worden gehanteerd. De bestaande werkinstructie wordt hierop aangepast. Verbeteren kwaliteit bij sanering aansluitleidingen: Enexis is een grootschalig vervangingsprogramma gestart van haar aansluitleidingen. Vrij snel na implementatie van het saneringsprogramma bleek er in de verschillende regio s in het Enexis voorzieningsgebied geen eenduidig en uniform beeld te zijn van de uit te voeren werkzaamheden bij het saneren van aansluitleidingen. Dit zou op termijn tot een verslechtering van de kwaliteit van de aansluitleidingen kunnen leiden. Om de montagekwaliteit van de gesaneerde aansluitleidingen nu en in de toekomst te kunnen garanderen is besloten de aandachtspunten waar geen eenduidig beeld over bestond op te pakken en te uniformeren over de regio s. Aandachtspunten die zijn opgepakt zijn o.a. het hergebruik van bestaande aanboring, het al dan niet toepassen van press-verbindingen en andere type verbindingen (knelfittingen, soldeerverbindingen), het al dan niet en waar toepassen van flexibele aansluitstukken (anaconda s), de werkmethode en registratie van de sterkte- en dichtheidsbeproeving, de werkmethode aannemers (bij verwijdering buitendeel) en lekzoeken na sanering. Risicoanalyse 10: Lekkage ten gevolge van beschadiging gasleidingen bij graafwerkzaamheden Omschrijving Als gevolg van grondroeringen kunnen leidingen worden beschadigd. Onder grondroeringen vallen werkzaamheden als graven, frezen, boren, heien, slaan van damwanden, landbewerking etc. Circa kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 87
88 35% van het aantal storingen in hoofdleidingen wordt veroorzaakt door graafwerkzaamheden. Voor aansluitleidingen ligt dit percentage rond de 40%. Deze beschadigingen kunnen direct of op termijn leiden tot een gevaarlijke situatie als gevolg van het ongecontroleerd uitstromen van gas. Analyse van de prestaties van Enexis op de veiligheidsindicator wijst uit dat een substantieel deel van het totale risico in de veiligheidsindicator veroorzaakt wordt door storingen veroorzaakt door graafwerkzaamheden in aansluitleidingen en hoofdleidingen. In opdracht van KLIC en Bouwend Nederland is in 2005 onderzoek gedaan naar de oorzaken van het ontstaan van graafschades aan kabels en leidingen. Hieruit blijkt dat in 37% van de graafschades er geen KLIC melding was gedaan en in 44% er sprake was van onzorgvuldig graven. Andere oorzaken van kabel- en leidingschade zijn onjuiste kabel- en leidinggegevens (3%), slechte communicatie tussen netbeheerders en grondroerers enerzijds en uitvoerders en machinisten anderzijds (7%), tijddruk bij grondroerders (8%) en overige oorzaken (1%). Landelijk zijn er veel initiatieven om schades aan kabels en leidingen te voorkomen. In deze risicoanalyse wordt de impact van graafwerkzaamheden (grondroeringen) in het gasnet op de bedrijfswaarden van Enexis onderzocht. Deze analyse heeft betrekking op leidingen met een gasdruk tot en met 8 bar. Het risico heeft effect op de bedrijfswaarden veiligheid, reputatie en economie. Risico niveau Hoog, bepalende bedrijfswaarde is Economie. Medium op klanttevredenheid Strategie/tactiek Voor het verder beperken van graafschades zijn een tweetal strategieën en tactieken ontwikkeld en geïmplementeerd. De eerste strategie houdt in dat een grondroerder die direct en actief schades aan kabels en leidingen meldt de kosten van deze schade niet krijgt doorberekend. Hierbij geldt wel een aantal beperkende voorwaarden: De graafwerkzaamheden zijn op zorgvuldige wijze uitgevoerd. Dit houdt in dat: de ligginggegevens van kabels en leidingen zijn opgevraagd bij het KLIC de opgevraagde ligginggegevens zijn aanwezig op de locatie van de graafwerkzaamheden en zijn daadwerkelijk gebruikt er is door de grondroerder aantoonbaar onderzoek gedaan naar de exacte ligging van de kabels en leidingen in de grond door b.v. het graven van proefsleuven of het toepassen van andere detectiemethodieken aanwijzingen van een medewerker van Enexis, indien op graaflocatie aanwezig, zijn opgevolgd De sleuf met de beschadigde kabel ligt nog open; Er is geen sprake van een onderbreking in de levering Er is geen sprake van een onveilige situatie Door het direct melden en daarmee kunnen repareren van (lichte) leidingschades worden toekomstige storingen die anders tegen hoge kosten gerepareerd zouden moeten worden en een groter risico vormen voorkomen. Daarnaast zal Enexis als stok achter de deur bijleidingschade die niet actief of helemaal niet is gemeld actief proberen de grondroerder te achterhalen, aansprakelijk te stellen en te factureren, inclusief de extra administratieve kosten. De tweede strategie en tactiek behelst het risico gebaseerd toezicht en op verzoek aanwijzen bij graafwerkzaamheden. Bij iedere KLIC-melding wordt aan de hand van een aantal eenvoudig te toetsen criteria, bijvoorbeeld netvlak, type graafwerk, een beoordeling gemaakt van het risico dat het graven op de aangegeven locatie meebrengt voor de bedrijfswaarden van Enexis. Bij risicovolle 88 bijlagen
89 situaties wordt pro-actief toezicht gehouden bij de graafwerkzaamheden. Daarnaast blijft het huidige preventiebeleid gehandhaafd. Dit beleid houdt in dat Enexis op verzoek van grondroerders op graaflocaties aan-wijzingen geeft omtrent de ligging van kabels en leidingen. De impact van deze twee strategieën op het investering- en exploitatieniveau zijn gering. Zie paragraaf 4.7. Op de volgende pagina s is een voorbeeld gegeven van de Bow-Tie analyse van aansluitleidingen. De beide pagina s moeten aaneengesloten gelezen worden. Risicoanalyse 11: Gedwongen moeten verplaatsen van assets Omschrijving Er komen jaarlijks nogal wat situaties voor waarbij de assets van Enexis gedwongen verplaatst moeten worden, bijvoorbeeld bij reconstructies. In een groot aantal van deze situaties is geen zakelijk recht gevestigd, waardoor de kosten van de verplaatsing geheel voor rekening van Enexis komen. Om deze (hoge) kosten te voorkomen, is in verschillende richtlijnen vastgesteld in welke situaties zakelijk recht gevestigd dient te worden, in het verleden is dit echter niet altijd volgens deze richtlijnen gebeurd of zijn de situaties ongemerkt veranderd. Er zijn drie situaties mogelijk waarin Enexis de assets gedwongen moet verplaatsen en de kosten hiervoor niet kan verhalen, omdat er geen zakelijk recht is gevestigd. 1. Assets die in openbare grond liggen of staan De overheid verleent geen zakelijk recht. Over het algemeen zijn met gemeentes goede afspraken gemaakt in de vorm van vergunningen. Op het moment dat Enexis gedwongen wordt om de assets te verplaatsen in verband met veranderde bouwplannen van een gemeente, is het mogelijk dat Enexis aanspraak kan maken op reconstructievergoedingen. 2. Assets die in openbare grond aangelegd zijn, maar waarvan de grond ongemerkt verkocht is aan een particulier Op het moment dat een gemeente grond verkoopt, kan met behulp van de vergunning alsnog zakelijk recht worden gevestigd op de grond waarin de assets van Enexis zich bevinden. In de praktijk is het vaak zo, dat de gemeente de grond ongemerkt verkoopt, zodat er voor Enexis geen aanleiding is om zakelijk recht te vestigen. 3. Assets die in particuliere grond zijn gelegd zonder dat daar zakelijk recht op is gevestigd Enexis is ontstaan vanuit fusies en overnames van energiebedrijven. Meerdere gemeentelijke energiebedrijven hadden het beleid om geen zakelijk recht te vestigen bij netstations of kabels en leidingen. Er bestaan daardoor veel situaties van assets in of op particuliere grond waarbij geen zakelijk recht is gevestigd. De huidige richtlijnen dienen echter te voorkomen dat er meer van dergelijke situaties bijkomen. In de analyse is gekeken welk risico Enexis loopt doordat er geen zakelijk recht gevestigd is op grond in situaties waar dit volgens de huidige richtlijnen wel had gemoeten. De focus van de analyse ligt op de tweede en derde genoemde situatie. Risico niveau Zeer Hoog, bepalende bedrijfswaarde is Economie. Strategie/tactiek Er is nog geen specifieke strategie dan wel tactiek voor dit risico ontwikkeld. Met veel gemeenten zijn afspraken gemaakt, die zeggen dat bij verkoop van grond de kabel- en leidingbeheerders moeten worden geïnformeerd. Een aantal gemeenten neemt standaard hierover iets op in de verkoopakte. Daar waar dit nog niet gebeurd is, wordt getracht dit onder de aandacht te brengen. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 89
90 Bow-Tie. Hieronder en op de volgende pagina is een voorbeeld gegeven van de Bow-Tie analyse van aansluitleidingen. De beide pagina s moeten aaneengesloten gelezen worden. Bow-tie is een analysemethodiek waarbij geanalyseerd wordt welke barrières zijn om een incident te voorkomen en indien een incident zich toch voordoet welke barrières er zijn om het risico te beperken. ST 1010 EV 1013 In rekening brengen graafschades High Effectiveness Medium Effectiveness Low Effectiveness 90 bijlagen
91 High Effectiveness Medium Effectiveness Low Effectiveness Uitdrogen Verbindingen Lekkage Threat kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 91
92 Bijlage 6 Investeringsplan komende 5 jaar Volgens art.16 van de ministeriele regeling moet de netbeheerder een investeringsplan voor de komende 5 jaar opgeven. Investeringen zijn te onderscheiden in uitbreidingsinvesteringen en vervangingsinvesteringen. De uit-breidingsinvesteringen vloeien voort uit de geconstateerde knelpunten in het transportnet en ontwikkeling van gasdistributienetten als gevolg van realisatie van nieuwbouwplannen voor woningen, tuinbouw, industrie e.d. De vervangingsinvesteringen vloeien voort uit de noodzaak om tot vervanging over te gaan in verband met de kwaliteit van de componenten. Bij vervangingsinvesteringen behoren ook reconstructies. In Tabel 14 is een overzicht weergegeven van de uitbreidingen die Enexis de komende vijf jaar verwacht te gaan doen. Voor het vaststellen van de nieuwbouwinvesteringen is uitgegaan van de thans bekend zijnde plannen en het accres dat in de diverse gebieden in de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. Omdat vooral de nieuwbouwinvesteringen afhankelijk zijn van uitbreiding in de woningbouw, bedrijfspanden en ontwikkelingen van industrieterreinen wordt de betrouwbaarheid van de opgegeven waarden minder naarmate het jaar verder in de toekomst ligt. In de overzichten is geen rekeningen gehouden met inflatie en het in paragraaf 2.8 omschreven mogelijk anticyclisch investeren. Verwachte uitbreidingen komende 5 jaar ( ) Leiding. Aard station. Eenheid Jaar Hoofdleidingen Km Aansluitleidingen aantal Stations Overslag aantal Distributie aantal Afleverst. aantal Tabel 14: Uitbreidingen in aantallen Uitbreidingsinvesteringen komende 5 jaar ( ) Jaar Eenheid Hoofdleidingen * Aansluitleidingen * Stations * Totaal * Tabel 15: Uitbreidingsinvesteringen in 92 bijlagen
93 De investeringsbehoefte voor de komende vijf jaar met betrekking tot vervangingen zijn opgenomen in Tabel 16 en Tabel 17. Vervangingen komende 5 jaar ( ) Leiding. Aard station. Eenheid Jaar Hoofdleidingen Km Aansluitleidingen Aantal Stations Overslag Aantal Distributie Aantal Afleverst. aantal Reconstructies * Tabel 16: Vervangingen in aantallen Vervangingsinvesteringen komende 5 jaar ( ) Jaar Eenheid Hoofdleidingen * Aansluitleidingen * Stations * Reconstructies en Overig * Totaal * Tabel 17: Vervangingsinvesteringen in Verwachte uitbreidings- en vervangingsinvesteringen per jaar Jaar Eenheid Uitbreidingsinvest. * ,8 32,8 32,8 32,8 32,8 Vervangingsinvest. * ,7 75,5 77,5 79,3 81,2 Totaal * ,5 108,3 110,3 112,1 114,0 Tabel 18: Totale verwachte investeringskosten. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 93
94 Bijlage 7 Onderhoudsplan komende 5 jaar In Tabel 19 is op basis van de hoofdcomponenten een inschatting gegeven van de onderhoudsactiviteiten die in de komende vijf jaar verricht zullen gaan worden. Onderhoudsplan Component Werkzaamheden eenheid Jaar Leidingen gaslekzoeken Km Lekherstel Aantal KB-controle (meetpunten) Aantal Stations Inspecties Aantal Herstel uit inspecties Aantal Herstel HHHAS Aantal Appendages Inspecties afsluiters Aantal Herstel afsluiters Aantal Storingen en overige x ,500 9,500 9,500 9,500 9,500 Tabel 19: Inschatting onderhoudsactiviteiten Het onderhoudswerk volgt grotendeels uit inspecties en kunnen daarom afwijken van de geprognosticeerde waarden. De bedragen die gemoeid zijn met het ingeschatte onderhoud zijn weergegeven in Tabel 20. Jaar met bedragen in x Kosten volgens onderhoudsplan 15,4 15,4 15,4 15,4 15,4 Storingsverhelping 9,5 9,5 9,5 9,5 9,5 Totaal 24,9 24,9 24,9 24,9 24,9 Tabel 20: Inschatting onderhoudskosten De verwachting is dat de onderhoudskosten als gevolg van gaslekken in leidingen op middellange termijn sterk dalen in verband met het nieuw ingezette vervangingsbeleid. Hoe meer leidingen er vervangen zijn, hoe minder lekken er verwacht worden. Omdat de grootte van het effect niet bekend is, is het effect nog niet meegenomen in dit Capaciteits- en Kwaliteitsplan. 94 bijlagen
95 Bijlage 8 Oplossen van Storingen Het oplossen van storingen en onderbrekingen en storingsregistratie Storingsverhelping In onderstaande figuur wordt het storingsregistratieproces voor gasnetten schematisch weergegeven. Bewaken Net Klant Beheren aansluitregister kv Terugkoppel geror. mut Lokale meldpunten Verhelpen storing Verwerken storing Storingskring indeling Beschikbare cap. regio Status meld. storing Planning oplossers Intake Storingsmelding Storing Specificatie Melding Netverstoring Onterechte Meld. storing Bewaken Net Klant Bewaken Net Situatie Net aanpassen Lokale meldpunten Planning Melding oplossers Netverstoring Toewijzen storingsmelding Storings opdracht Verhelpen storing Status meld. storing Intake storringsmelding Financiële Inf. storing Technische Inf. storing Status meld. storing Mutatiegegev. tgv. storing Schade rapport Beheren aansluitregister kv Afhandelen schade s Overzichtlijst compensatie Afhandelen klachten Verwerken storing Nestor rapportage DTE Revisie Geg. storing AE&I Straatbon Gemeente Factuur Afd. transactie verwerking Medl. storingsoverleg Storingsoverleg Figuur 18: Schematische weergave van het proces oplossen storingen In de tabel op de volgende pagina wordt de bovenstaande figuur toegelicht (bron: Proceshandboek Enexis). kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 95
96 Intake storingsmelding Doel Bereiken dat de melding is geregistreerd, de storingsinformatie d.m.v. uitvraag wordt vastgelegd en geanalyseerd om zo te komen tot een goede storing specificatie. Beschrijving Door uitvraag wordt bepaald of de melding een terechte melding is. Bij een terechte melding vindt een uitvraag plaats. De storingsurgentie en storingscategorie wordt bepaald. Wanneer het een planbare storing betreft wordt direct een afspraak gemaakt met de klant. Het resultaat is een storingsspecificatie. Procesmanager Pieter Elzinga Procescoördinator Otto von Ende KPI - Documenten - Opmerking De verantwoordelijkheid voor de intake ligt volledig bij het CMS. Onterechte meldingen worden wel geregistreerd Toewijzen storingsmelding Doel Bereiken dat de juiste oplosser wordt aangestuurd. Beschrijving De juiste storing oplosser wordt aangestuurd. Men kan er voor kiezen handmatig te plannen of geautomatiseerd (oplossers per storingskring en storingscategorie vooraf in systeem bekendmaken). Er wordt gekeken naar bevoegdheden en competenties. Procesmanager Pieter Elzinga Procescoördinator Otto von Ende KPI - Documenten - Opmerking Bij urgente storingen in MS of HD wordt het BVC gelijktijdig aangestuurd Verhelpen storing Doel Bereiken dat de storing wordt opgelost. Beschrijving Afhankelijk van de categorie van de storingsopdracht wordt de storingsopdracht direct- of gepland opgelost. Indien noodzakelijk vindt er opschaling plaats. Na het technisch oplossen van de storingsopdracht wordt alle betreffende informatie rond de storing vastgelegd door de oplosser. Procesmanager Pieter Elzinga Procescoördinator Otto von Ende KPI - Documenten Crisis Management Document, Veiligheidsvoorschriften, Arbo voorschriften en Richtlijnen. Opmerking - 96 bijlagen
97 Verwerken storing Doel Bereiken dat alle informatie wordt verwerkt in de betreffende systemen en wordt doorgeven aan de verantwoordelijke afdelingen c.q. processen. Beschrijving De door de oplosser aangegeven/ ingevoerde informatie wordt handmatig of geautomatiseerd geregistreerd, in de betreffende systemen. Overige geregistreerde informatie wordt doorgestuurd naar de verwerkende afdelingen/processen. Als de storing conform opdracht is opgelost, wordt deze gereed gemeld. Indien er nog opvolgend herstel noodzakelijk is worden de kosten voor dit herstel op de storing geboekt mits de kosten binnen de financiele randvoorwaarden blijven. Als de kosten buiten de randvoorwaarden vallen worden de vervolgwerkzaamheden opgelost door overige uitvoerende processen. Procesmanager Pieter Elzinga Procescoördinator Otto von Ende KPI Tijdig, juist en volledig verzenden van de lijsten t.b.v. de compensatie vergoeding Documenten - Opmerking Storingsregistratie Voor het registreren van (de oorzaken en gevolgen van) storingen wordt gewerkt volgens de voorschriften van het landelijke systeem NESTOR; vastgelegd in het Kwaliteitshandboek onderbrekingsregistratie (Nestor) Enexis. De storingsregistratie is gecertificeerd op basis van de Conceptcriteria voor storingsregistratie die in Netbeheer Nederland verband nog verder worden ontwikkeld. Hieronder is een verkorte inhoud van het kwaliteitshandboek weergegeven. 1. Inspanningsverplichting netbeheerder 2. Besturing 2.1. Beleid 2.2. Directievertegenwoordiger / Proceseigenaar 2.3. Organisatie 2.4. Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden 2.5. Processen en systemen 3. Analyses en rapportages 3.1. Storingsanalyse 3.2. Storingsrapportages 3.3. Kwaliteitsrapportages (NPI) 4. Ondersteuning management systeem 4.1. Inrichting van het managementsysteem 4.2. Managementregistraties 4.3. Beheer van documenten 5. Ondersteunende processen 5.1. Interne audits 5.2. Structureel verbeteren 5.3. Opleiding en instructie 5.4. Beheer van systemen en gegevens 5.5. Beheer van de website 5.6. Herkenning en afhandeling klachten kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 97
98 Bijlage 1 Overzicht taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden tav storingsregistratie Bijlage 2 Kwantitatieve normeisen Bijlage 3 Format rapportage tbv afdeling finance Bijlage 4 Werkinstructie WQM 034 Nestor Prestatie Indicatoren Bijlage 5 Werkinstructie WQM 000 Nestor Analyse Bijlage 6 PQM 101 Interne Audit Storingsregistratie Bijlage 7 PQM 105 Beheer management registraties en documenten storingsregistratie Hieronder wordt het certificaat weergegeven. 98 bijlagen
99 Bijlage 9 Monitoringsprocedure Onderhoudspolitiek Gasontvangstations District- en overslagstations Drukcontrole TAO 1x per jaar Instellingen en grenswaarden faal- en actiecodes stations Reparatie TAO Na inspectie faal- en actiecodes stations Storing/klacht SAO Na melding faal- en actiecodes Functionele TAO 1x per jaar Normen/criteria faal- en actiecodes inspectie per component stations installatie en Faalkans <criterium behuizing Afleverstations Hogedruk aansluitstations (categorie B) LD meteropstelling (>40 m 3 /hr) Activiteit Inspectie gebouw/ behuizing/ terrein Functionele inspectie installatie en behuizing Frequentie / tijdstip TAO 1x per 6 jaar Criteria Geen zichtbare gebreken TAO 1x per jaar Normen/criteria per component Faalkans <criterium Norm Kennisregels Werkinstructies Rapportage faal- en actiecodes gebouwen en terreinen faal- en actiecodes stations Drukcontrole TAO 1x per jaar Instellingen en grenswaarden faal- en actiecodes stations Reparatie TAO Na inspectie faal- en actiecodes stations Storing/klacht SAO Na melding faal- en actiecodes Functionele TAO 1* per 5 jaar Normen/criteria faal- en actiecodes inspectie per component stations installatie en Faalkans <criterium behuizing Reparatie TAO Na inspectie faal- en actiecodes stations Storing/klacht SAO Na melding faal- en actiecodes Visuele TAO 1* per 5-10 Normen/criteria faal- en inspectie jaar per component actiecodes LD installatie en meetopstelling ruimte Reparatie TAO Na inspectie Storing/ klacht faal- en actiecodes LD meetopstelling SAO Na melding faal- en actiecodes Onderhoudsrichtlijn Werkinstructie Onderhoudsrichtlijn Werkinstructie B1 inspecties Vervangingsrichtlijn bovengrondse componenten. Onderhoudsrichtlijn Werkinstructie Onderhoudsrichtlijn Werkinstructie Regulier storingsproces Onderhoudsrichtlijn Werkinstructie B1 inspecties Vervangingsrichtlijn bovengrondse componenten. Onderhoudsrichtlijn Werkinstructie Onderhoudsrichtlijn Werkinstructie Regulier storingsproces Onderhoudsrichtlijn Werkinstructie Hogedrukaansluiting inspecties Vervangingsrichtlijn Onderhoudsrichtlijn Werkinstructie Regulier storingsproces Onderhoudsrichtlijn Werkinstructie Regulier storingsproces SAP/ STORNET SAP/ STORNET SAP/ STORNET SAP SAP/ NESTOR SAP/ STORNET SAP/ STORNET SAP SAP/ NESTOR SAP/ STORNET SAP Onderhoudsrichtlijn Werkinstructie Inspectie LD meetopstelling SAP/ NESTOR SAP/STOR- NET SAP SAP/ NESTOR kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 99
100 Leidingnet LD+HD Reparatie KB TAO na inspectie faal- en actiecodes KB Storing/klacht SAO Na melding faal- en actiecodes KB lekzoeken TAO 1 * per 5 jaar Klasse 1 direct repareren Hoor-/voel-/zichtbaacodes faal- en actie- > ppm >100 ppm en binnen 2 m van de gevel. >10 ppm en binnen 0,5 m van de gevel. Klasse 2 overige lekken Aansluitleidingen Appendages Activiteit Onderhoudspolitiek Frequentie/ tijdstip lekzoeken TAO 1 * per 5 jaar Klasse 1 Hoor-/voel-/zichtbaar > ppm >100 ppm en binnen 2m van de gevel. >10 ppm en binnen 0,5 m van de gevel. Klasse 2 Overige lekken Reparatie uit lekzoekprogramma Kathodische bescherming SAO TAO na lekzoeken/ inspectie bij melding 1-2 per jaar (afh. van ligging en belangrijkheid) Norm Kennisregels Werkinstructies Rapportage Klasse 1 Klasse 2 Normen en criteria KB-meetpunt-soort Bbp < -850 mv. Bbp > 1200 mv als afwijking I > 10% direct repareren faal- en actiecodes direct repareren faal- en actiecodes faal- en actiecodes KB Reparatie SAO na lekzoeken/ inspectie bij melding Functionele controle TAO HD 1 per jaar LD 1 x 5 jaar Normen en criteria Afsluiters Klasse 1 Klasse 2 direct repareren faal- en actiecodes faal- en actiecodes componenten/afsl Reparatie TAO Na inspectie faal- en actiecodes Afsl Storing/klacht SAO Na melding faal- en actiecodes Visuele funct. TAO Inspectie Bovengrondse constructies en leidingtrace s Gecombineerd met gaslekzoeken Normen en criteria Kunstwerken en Tracé Onderhoudsrichtlijn Werkinstructie Gaslekzoeken Vervangingsrichtlijn hoofdleiding Onderhoudsrichtlijnen Werkinstructies Vervangingsrichtlijn Onderhoudsrichtlijnen Werkinstructies Kathodische bescherming Onderhoudsrichtlijnen Werkinstructies Regulier storingsproces Onderhoudsrichtlijn Werkinstructie Gaslekzoeken Vervangingsrichtlijn aansluitleiding Onderhoudsrichtlijnen Werkinstructies Vervangingsrichtlijn Onderhoudsrichtlijnen Werkinstructies HDen LD afsluiters Specifieke vervangingsrichtlijnen Onderhoudsrichtlijnen Werkinstructies Regulier storingsproces Onderhoudsrichtlijnen Werkinstructies Reparatie TAO Na inspectie Onderhoudsrichtlijnen Werkinstructies SAP/ NESTOR SAP/ NESTOR SAP/ STORNET SAP SAP/ NESTOR SAP/ NESTOR SAP/ NESTOR SAP/ STORNET SAP SAP/ NESTOR SAP/ NESTOR SAP 100 bijlagen
101 Bijlage 10 Procedure KLIC-meldingen en informatieverzoeken Onderstaande procedure laat zien hoe uitvoerders van werkzaamheden aan, in of nabij delen van het net tijdig kunnen beschikken over alle geregistreerde gegevens die zij nodig hebben om te voorkomen dat die werkzaamheden schade aan het net of onveilige situaties tot gevolg hebben. In paragraaf 4.9 wordt beschreven hoe Enexis zorg draagt dat het bedrijfsmiddelen-register compleet is en hoe uitvoerders van werkzaamheden gestimuleerd worden om eventuele door hen veroorzaakte schades te melden. De doelstelling van de afdeling KLIC / Aanwijs van Enexis is het voorkomen van schade aan kabels en leidingen van Enexis door: A het sturen van tekeningen met daarop aangegeven de plaats waar zich kabels en leidingen bevinden; B het geven van aanwijzingen in het veld met betrekking tot de ligplaats van kabels en leidingen. C het pro actief toezicht houden bij graafwerkzaamheden met een hoog risico D het geven van voorlichting aan grondroerders in de vorm van zogenaamde toolboxmeetings E het (laten) herinmeten van kabels en leidingen ingeval er sprake is van een afwijkende ligging Ad figuur 1 Grondroerders melden hun informatiebehoefte met betrekking tot de ligging van kabels en leidingen bij het Kadaster. Het Kadaster filtert deze zogenaamde graafmeldingen en stuurt deze door aan o.a. netbeheerders zoals Enexis. Daarnaast zijn er derden die zich via het Kadaster melden met een informatiebehoefte met betrekking tot de ligging van kabels en leidingen in een bepaald gebied in verband met het mogelijk ontwikkelen van plannen. Dergelijke meldingen noemt men oriëntatie meldingen. Graafmeldingen en oriëntatiemeldingen worden, al dan niet bewerkt, ingevoerd in een systeem dat automatisch de aanwezigheid van kabels en leidingen van Enexis in het aangegeven gebied onderzoekt. Bij een negatief resultaat wordt de aanvrager geïnformeerd over het niet aanwezig zijn van kabels en leidingen van Enexis in het aangegeven gebied. Bij een positief resultaat wordt de aanvrager op dit moment met behulp van een brief, tekeningen en informatie folders geïnformeerd over de liggingplaats van kabels en leidingen. Bij een graafmelding gebeurt dat binnen 2 werkdagen na ontvangst van de melding en bij een oriëntatiemelding gebeurt dat binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding. Na de invoering van de elektronische fase van de WION in 2010 zal deze informatieverstrekking geheel elektronisch/digitaal plaatsvinden. Tevens zal de responstijd voor het verstekken van de informatie zijn teruggebracht tot uiterlijk 1 respectievelijk 3 werkdag(en) na ontvangst van een melding. Vastgelegd wordt welke gegevens verstrekt zijn, die informatie wordt over een periode van 5 jaar bewaard. kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 101
102 KLIC Nederland KLIC aanvraag Beoordelen aanvraag KLIC Belanghebbende Oriëntatie melding Inkaderen aangevraagd gebied Brief geen K&L Genereren Geografische K&L Info KLIC info aanwezig Belanghebbende Informeren aanvrager KLIC Figuur 19: KLIC/Aanwijs Verwerken van graaf- en oriëntatiemeldingen Lijst KLIC meldingen KLIC info HS Aanwijzen Kabels en leidingen Netbeheer HS Ad figuur 2 Op basis van informatie, die naar aanleiding van graafmeldingen verstrekt is, kijkt KLIC/Aanwijs naar werken waarbij er sprake is van een hoog risico. Het risiconiveau van graafactiviteiten wordt hierbij toegekend aan de hand van een aantal kennisregels die gebruik maken van informatie uit de graafmelding en informatie betreffende leidingen die binnen de in de graafmelding aangegeven graafpolygoon liggen. Bij het toekennen van het risiconiveau spelen onder andere het drukniveau, de materiaalsoorten, de aanwezigheid van (GGY) afsluiters en het type graafwerkzaamheden een rol. Over die graafwerken wordt dan contact opgenomen met de betreffende aannemers. Daarbij wordt ingegaan op verschillende aspecten met betrekking tot de leidingen. Indien op basis van een risicoafweging tot aanwijzing besloten wordt, wordt op locatie de nodige informatie en aanwijzingen verstrekt. De informatie wordt verstrekt op basis van de gegevens van de beheerkaarten. De afdeling KLIC / Aanwijs wordt regelmatig door aannemers benaderd met het verzoek om kabels en leidingen aan te wijzen omdat ze voor hen onvindbaar zijn, terwijl deze volgens de aangeleverde liggingsinformatie wel aanwezig zouden moeten zijn. Op basis van een risicobeoordeling en na overleg met de aannemer wordt besloten of het inderdaad zinvol en/of noodzakelijk is om ter plaatse tot aanwijzing over te gaan. Uitgangspunt is dat de aannemer voordien voldoende inspanning heeft verricht om de kabels en leidingen zelf op te sporen. Als via de beheerkaarten en/of het graven van proefsleuven de kabels en leidingen niet gevonden worden kan met andere methoden, bijvoorbeeld het zetten van een signaal op de kabel of buis, de ligging vastgesteld worden. Als er nog onduidelijkheden overblijven wordt de Netbeheerder van die Regio en de afdeling O&S van die Regio ingeschakeld bij bijvoorbeeld een (dreigend) gevaarlijke situatie en/of voor extra informatie. Als blijkt dat een kabel of leiding op een andere plaats ligt dan volgens de beheerkaart verwacht mag worden, dan wordt de kabel of leiding opnieuw ingemeten door de medewerker van de afdeling KLIC/ Aanwijs. De gegevens worden naar de afdeling AE&I van de betreffende Regio verzonden voor het aanpassen van de beheerkaart. 102 bijlagen
103 Grondroeder Melding Grondroeders Registreren Aanwijsverzoek 1 Verwerken KLIC melding Lijst KLIC meldingen 2 Bepalen storingsgevoeligheid werken Actielijst Aanwijs Afhandelen Aanwijsverzoeken 3 Lijst overleg grondroeders Aanwijzen van K&L 4 Bevinding Aanwijzing Evalueren verstrekken KLIC Melden onregelmatigheid KLIC Figuur 20: KLIC /Aanwijs: Aanwijzen van kabels en leidingen 5 Melding onveilige situatie Signalering afwijking Netsituatie Netbeheer Evalueren verstrekken KLIC Verwerken Project IS kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 103
104 Bijlage 11 Waarderingsmodel Aansluitconstructies Gas Knelpunt Naam van het project WAG = Waarderingsmodel Aansluitconstructies Gas buiten/binnen staal, onbekleed/idem staal, bekleed met asfaltbitumen/teer/veetband/idem staal, PE bekleed/idem hard PVC/staal asfaltbekleed hard PVC met lijmverbinding/koper slv PVC met lijmverbinding/staal/x-tru coat met draad slv PVC met lijmverbinding.koper PE/staal, PE bekleed type 1 type 2 type 3 type 4 type 5 type 6 type 7 type 8 stap 1 vul op dit blad de naam van ht project in (geel gemarkeerd) stap 2 druk op de relevante aansluitconstructie (type 1 t/m 8) stap 3 vul het jaar van aanleg in (geel gemarkeerd stap 4 neem de antwoorden uit de vragenlijst over stap 5 bepaal de score (groen gemarkeerd) document: Gdd-0001.I datum versie 2.0 (wijziging logo) status definitief Figuur 1 Voorblad Waarderingsmodel Aansluitconstructie Gas Knelpunt: naam van het project: Voorbeeld score 51 Type constructie: PE/staal PE bekleed startscherm Buitendeel (van aftakking tot de gevel) Jaargang van aanleg 1980 Aftakking op hoofdleiding Zadel PVC/CPE 2 Verbindingen Rubber verbinding, trekvast 2 Soort PE 2e generatie 10 Kwaliteit verbindingen nu Goed 0 Grondzakking?????? 0 Bodemverontreiniging?????? 0 tth 53 Binnendeel (van gevel tot de gasmeteropstelling) Jaargang van aanleg 1980 Verbindingen Isolatiekoppeling aanwezig Afdichting geveldoorvoering Kwaliteit verbinding nu Huidige staat van bekleding Inwerking op buis tpv gevel/vloerdoorv. Rubber verbinding, trekvast Nee Goed gasbelemmerend Goed Matig Nee Grondzakking 0 tth 51 Solo of cobinatiewerk Solowerk 0 laagste waarde 51 Figuur 21 Invulformulier voor de bepaling van de kwaliteit van de aansluitleiding. 104 bijlagen
105 Bijlage 12: Capaciteitsbehoefte komende 7 jaar Provincie Groningen Deelnet Warfhuizen; Bedum; Roodeschool Saaksum Appingedam; Godlinze; Thesinge Delfzijl Bernhardlaan; Delfzijl Vennedijk Wagenborgen; Nieuwolda Grootegast; Leek; Noordhorn; Grijpskerk Hoogkerk Groningen Reitdiep; Sontweg; Stuurboordswal; Via Lab Haren Esserweg; Haren Meerweg Nieuweschans; Midwolda; Beerta; Blijham Winschoten Hoorntjesweg; Winschoten Koningstraat Scheemderzwaag; Scheemda; Oude Pekela kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 105
106 Provincie Friesland Deelnet Terschelling; Vlieland (8 en 4 bar) Sint Annaparochie; Stiens (8 bar) Franeker; Harlingen; Tzumarrum (8 bar) Leeuwarden Edisonstraat; Leeuwarden Esdoornstraat; Beetgummermolen (8 bar) Bolsward; Witmarsum; Parrega; Kimswerd (8 bar) Nijland; Sneek lmastraat; Sneek Zeemanstraat; Wommels (8 bar) Akkrum; Grouw; Warga (4 bar) Beetsterzwaag; Gorredijk; Haulerwijk; Klein Groningen (8 en 4 bar) Oosterwolde (8 bar) Hindelopen; Workum (8 bar) Wyckel; Koudum; IJlst; Lemmer (8 bar) Joure; Oudehaske; Sint Nicolaasga (8 bar) Peperga; Wolvega (8 bar) Oosterbierum Vriezo (8 bar) bijlagen
107 Provincie Drenthe Deelnet Harpel; Wedde Bareveld; Veendam; Zuidbroek; Nieuwe Pekela Stadskanaal; Tange Ter Apel; Valthermond Sappemeer; Siddeburen; Westerbroek Gasselternyveenschemond; Gieten; Vries; Zuidlaren Paterswolde; Eelde; Peize Veenhuizen; Roden; Norg Assen Marsdijk; Assen Witterstraat Hoogersmilde; Smilde Beilen; Garminge; Hooghalen; Rolde Valthe; Buinerveen Emmer-Compascuum; Barger-Compascuum; Schoonebeek Emmen; Noord-Sleen Provincie Flevoland Deelnet Noordoostpolder Marknesse Vollenhove Tollebeek (8-4 bar) Emmeloord (8-4 bar) Wijhe (8 bar) kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 107
108 Provincie Overijssel Deelnet Wesepe Schalkhaar Bathmen Olst Holten (8-4 bar) Beerzerveld (8 bar) Boekelo (2 bar) Deventer Westfalenstr Deventer Borgele (8-4 bar) Enschede Kanaalstraat Enschede Kl. Boekelerveldweg Enschede Kotmanlaan (8-1 bar) Haaksbergen (8-3 bar) Kampen Hasselt(8-4 bar) Heeten Raalte (8-4 bar) Beckum (3 bar) Hengelo Kuipersdijk Hengelo Slachthuisweg (8 bar) Zwolle Wilhelminapark Zwolle Marsweg (8-4 bar) Zwolle Hessenpoort (8 bar) Laag Zuthem (4 bar) Lemelerveld (8 bar) Lierderholthuis (8 bar) Losser (8-4 bar) Nieuwleusen (8 bar) Nijverdal (8-4 bar) Ommen (8 bar) Rijssen (8-4 bar) Vilsteren (4 bar) bijlagen
109 Provincie Noord-Brabant Deelnet Breda: Het Stenen Hoofd/ Lovensdijkstraat/Leursebaan/Rijsbergen (8/4 bar) Bergen op Zoom: Geertruidaplein/Ravelstraat (8/3 bar)/halsteren (3 bar) Roosendaal (8 bar) Steenbergen/Steenbergen Stierenweg (8 bar) Zundert (8 bar) Etten-Leur (8 bar) Zevenbergen (8 bar) Oud-Gastel (8 bar) Tilburg: Rauwbraken/ t Laar (8/1 bar) Dongen (8/4 bar) Rijen (8 bar) Kaatsheuvel/Sprang- Capelle (8 bar) Goirle (8 bar) Oisterwijk (8 bar) Gilze (8 bar) Tilburg: Voldijk (8/4 bar) Waalwijk (8 bar) Vlijmen (8 bar) Drunen (8 bar) Bergeijk Geldrop Valkenswaard Boxtel Den Bosch kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 109
110 110 bijlagen Provincie Limburg Deelnet PG Gennep 8 bar PG Herkenbosch 8 bar PG Swalmen 8 bar PG Venlo - Blerick bar PG Helden 8 en 4 bar Arcen 8 bar Haelen 8 bar Heel 8 bar Nederweert 8 bar Oostrum 8 bar Roermond 8 bar Venray 8 bar Well 8 bar PG Geleen 8 bar PG Kerkrade 8 bar PG Heerlen 1-8 bar PG Gronsveld 8 bar Echt Havenweg 8 bar Brunssum 8 bar Eygelshoven 8 bar Nuth 8 bar Sittard 8 bar Spaubeek 8 bar Stein 8 bar Ubach over Worms 8 bar Voerendaal 8 bar Waubach Ytong 4 bar PG Maastricht 4,5 bar
111 Bijlage 13 Gasnetten Groningen 1-2 bar G Leiding 2-4 bar G Leiding 4-6 bar G Leiding 6-8 bar G Leiding gemeentegrens provinciegrens G station: Combi GOS-OS G station: GOS G station: OS kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 111
112 Gasnetten Friesland 1-2 bar G Leiding 2-4 bar G Leiding 4-6 bar G Leiding 6-8 bar G Leiding gemeentegrens provinciegrens G station: Combi GOS-OS G station: GOS G station: OS 112 bijlagen
113 Gasnetten Drenthe 1-2 bar G Leiding 2-4 bar G Leiding 4-6 bar G Leiding 6-8 bar G Leiding gemeentegrens provinciegrens G station: Combi GOS-OS G station: GOS G station: OS kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 113
114 Gasnetten Flevoland 1-2 bar G Leiding 2-4 bar G Leiding 4-6 bar G Leiding 6-8 bar G Leiding gemeentegrens provinciegrens G station: Combi GOS-OS G station: GOS G station: OS 114 bijlagen
115 Gasnetten Overijssel 1-2 bar G Leiding 2-4 bar G Leiding 4-6 bar G Leiding 6-8 bar G Leiding gemeentegrens provinciegrens G station: Combi GOS-OS G station: GOS G station: OS kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 115
116 Gasnetten Brabant 1-2 bar G Leiding 2-4 bar G Leiding 4-6 bar G Leiding 6-8 bar G Leiding gemeentegrens provinciegrens G station: Combi GOS-OS G station: GOS G station: OS 116 bijlagen
117 Gasnetten Limburg 1-2 bar G Leiding 2-4 bar G Leiding 4-6 bar G Leiding 6-8 bar G Leiding gemeentegrens provinciegrens G station: Combi GOS-OS G station: GOS G station: OS kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 117
118 Bijlage 14: Certificaten Asset Management Certificaat PAS bijlagen
119 Certificaat ISO 9001 : 2000 kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 119
120 Overzicht van de gecertificeerde bedrijfsonderdelen binnen Enexis 120 bijlagen
121 Bijlage 15: Opleidingsmatrix monteur Gas kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS deel a 121
122 Enexis Postbus AW s-hertogenbosch Telefoon bereikbaar op werkdagen van uur tot uur
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Gas 2008-2014
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Gas 2008-2014 Essent Netwerk B.V. 2 Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Gas 2008-2014 Essent Netwerk B.V. Vastgesteld d.d. 23 oktober 2007 4 Voorwoord Met gepaste trots
kwaliteits- en capaciteitsdocument gas 2012-2021
kwaliteits- en capaciteitsdocument gas 2012-2021 Deel A Voorwoord Enexis is zich bewust van de grote maatschappelijke rol van een netbeheerder en heeft haar maatschappelijke taak tot een van de pijlers
Factsheet 2010 Kwaliteit Regionaal Netbeheer Elektriciteitsnetten & Gasnetten N.V. RENDO. Expert versie
Factsheet 2010 Kwaliteit Regionaal Netbeheer Elektriciteitsnetten & Gasnetten N.V. Expert versie De gegevens in de grafieken in dit document zijn gebaseerd op de gegevens die de regionale netbeheerders
Stedin Netbeheer B.V.
Factsheet 2010 Kwaliteit Regionaal Netbeheer Elektriciteitsnetten & Gasnetten Netbeheer B.V. Expert versie De gegevens in de grafieken in dit document zijn gebaseerd op de gegevens die de regionale netbeheerders
Cogas Infra & Beheer B.V.
Factsheet 2010 Kwaliteit Regionaal Netbeheer Elektriciteitsnetten & Gasnetten Energiekamer Infra & Beheer B.V. Expert versie De gegevens in de grafieken in dit document zijn gebaseerd op de gegevens die
Liander N.V. Factsheet Kwaliteit 2011 Regionaal Netbeheer Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten. Inleiding
Factsheet Kwaliteit 211: N.V. Factsheet Kwaliteit 211 Regionaal Netbeheer Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten N.V. De gegevens in de grafieken in dit document zijn gebaseerd op de gegevens die de
Delta Netwerkbedrijf B.V.
Factsheet Kwaliteit 212 Regionale Netbeheerders Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten Delta Netwerkbedrijf B.V. De gegevens in de grafieken in dit document zijn gebaseerd op de gegevens die de regionale
Gasveiligheid, wat gaat het kosten?
Gasveiligheid, wat gaat het kosten? 22 mei 2014 Marco Poorts AsM Strategie Ontwikkeling Enexis 2 Gas(on)veiligheid Gasveiligheid is een belangrijk strategisch thema Missie: Veilige, betrouwbare en betaalbare
kwaliteits- en capaciteitsdocument gas 2010-2016 Deel B2 Aftakleiding A-526/A-573 Bergen op Zoom
kwaliteits- en capaciteitsdocument gas 2010-2016 Deel B2 Aftakleiding A-526/A-573 Bergen op Zoom Voorwoord Enexis een jaar onderweg De maatschappij wordt zich steeds sterker bewust van haar afhankelijkheid
Factsheet Kwaliteit 2014
Factsheet Kwaliteit 214 Regionale netbeheerders Autoriteit Consument & Markt Factsheet Kwaliteit 214 Regionale Netbeheerders Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten De gegevens in de grafieken in dit
Factsheet Kwaliteit 2012
Factsheet Kwaliteit 212 Regionale Netbeheerders Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten De gegevens in de grafieken in dit document zijn gebaseerd op de gegevens die de regionale netbeheerders aan de
Factsheet Kwaliteit 2015
Factsheet Kwaliteit 215 Regionale netbeheerders Autoriteit Consument & Markt Factsheet Kwaliteit 215 Regionale Netbeheerders Elektriciteitsnetten & Gastransportnetten De gegevens in de grafieken in dit
Risicomodel Gasvervanging
Risicomodel Gasvervanging T.b.v. een risico gedreven uitvoering van het gasvervangingsprogramma door Sebastiaan Madlener Stedin Asset Management Agenda Risicomodel Gasvervanging Stedin, de randstedelijke
kwaliteits- en capaciteitsdocument Elektriciteit 2010-2016
kwaliteits- en capaciteitsdocument Elektriciteit 2010-2016 Voorwoord Enexis een jaar onderweg De maatschappij wordt zich steeds sterker bewust van haar afhankelijkheid van energie en de consequenties
kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS 2010-2016 Deel B1 Aansluitleiding K-583 Enschede-Epe
kwaliteits- en capaciteitsdocument GAS 2010-2016 Deel B1 Aansluitleiding K-583 Enschede-Epe Voorwoord Enexis een jaar onderweg De maatschappij wordt zich steeds sterker bewust van haar afhankelijkheid
Sleufloze technieken: Noodzakelijk, maar wanneer?
Sleufloze technieken: Noodzakelijk, maar wanneer? No-Dig Event 2 oktober 2014 Sybe bij de Leij Innovator Asset Management Agenda Enexis Afdeling Innovatie Ervaring met sleufloze technieken Vervanging hoofdleidingen
2. TECHNISCHE AFBAKENING
TOEPASSINGSGEBIED Blad : 1 van 5 Productie Zuid-West, Productie Zuid-Oost, Productie Noord 1. DOELSTELLING Gaslekbewaking en gaslekbestrijding. 2. TECHNISCHE AFBAKENING Gashoofdleidingen en buiten gebouwen
GT-130095 25 juni 2013. Overzicht graafschade gas in 2012
25 juni 2013 Overzicht graafschade gas in 2012 25 juni 2013 Overzicht graafschade gas in 2012 2013 Kiwa N.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een
Meldingsformulier incidenten en ongevallen voor regionale gasnetbeheerders (per )
UW GEGEVENS Type bedrijf/organisatie Bedrijfsnaam Standplaats Contactpersoon Telefoon Mobiel E-mail Datum van de melding Naam invuller Functie invuller Netbeheerder (dd-mm-jjjj) GEGEVENS EN AARD VAN HET
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Elektriciteit 2008-2014
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Elektriciteit 2008-2014 Essent Netwerk B.V. Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Elektriciteit 2008-2014 Essent Netwerk B.V. Vastgesteld d.d. 23 oktober 2007 Voorwoord
KIWA TECHNOLOGY, HÉT KENNISBEDRIJF VOOR DE GASDISTRIBUTIE
KIWA TECHNOLOGY, HÉT KENNISBEDRIJF VOOR DE GASDISTRIBUTIE Veiligheid voorop! Kiwa Technology is al sinds vele jaren dé technology provider bij uitstek voor de regionale gasnetbeheerders in Nederland. Of
Gasaansluitingen. Douwe Koops, adviseur Componenten AsM Enexis
Gasaansluitingen Douwe Koops, adviseur Componenten AsM Enexis Agenda: Inleiding Aansluitproces Normen en eisen Aansluitingen op lage druk net Aansluitingen op hoge druk net Vragen en discussie Definitie
KWALITEITS- EN CAPACITEITSDOCUMENT. Elektriciteit 2014-2023
KWALITEITS- EN CAPACITEITSDOCUMENT Elektriciteit 2014-2023 Voorwoord Enexis in de maatschappij Enexis heeft als netbeheerder van gas- en elektriciteitsnetten een belangrijke maatschappelijke rol. Het elektriciteits-
Openbaar. Brabant, Drenthe, Flevoland, Friesland, Groningen Limburg, Overijssel
Blad : 1 van 9 TOEPASSINGSGEBIED: Brabant, Drenthe, Flevoland, Friesland, Groningen Limburg, Overijssel 1 DOELSTELLING Het bepalen van toe te passen standaard verbindingstechnieken voor hoofd- en aansluitleidingen
KWALITEITS- EN CAPACITEITSDOCUMENT. Gas 2016 2025 DEEL A
KWALITEITS- EN CAPACITEITSDOCUMENT Gas 2016 2025 DEEL A Voorwoord Enexis in de maatschappij Energie is een dagelijks terugkerende bron van nieuws. Gaswinning in Groningen, windmolenparken op zee, zonnepanelen
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Gas 2008-2014. Deel B2
Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Gas 2008-2014 Deel B2 Aftakleiding A-526/A-573 Bergen op Zoom Vastgesteld d.d. 23 oktober 2007 Postbus 856 5201 AW s-hertogenbosch Telefoon 0900-1870 (bereikbaar van
kwaliteits- en capaciteitsdocument Elektriciteit 2012-2021
kwaliteits- en capaciteitsdocument Elektriciteit 2012-2021 Voorwoord Enexis is zich bewust van de grote maatschappelijke rol van een netbeheerder en heeft haar maatschappelijke taak tot een van de pijlers
2003-2010 Westland Energie Infrastructuur b.v. DEFINITIEF
CAPACITEITSPLAN ELEKTRICITEIT 2003-2010 Westland Energie Infrastructuur b.v. DEFINITIEF Inhoudsopgave: Inleiding 3 Toelichting op het Capaciteitsplan 4 1.1 Algemeen 4 1.2 Opbouw van het net 4 1.3 Invullen
Assetmanagement Rotterdam
NVRD Themadag BOR Assetmanagement Rotterdam 24 September 2015 Inhoud Assetmanagement algemeen Organisatie Rotterdam Assetmanagement methodiek Casus Risico-inventarisatie Risicoanalyse Beheermaatregel Prioritering
KWALITEITS- EN CAPACITEITSDOCUMENT. Elektriciteit 2016-2025
KWALITEITS- EN CAPACITEITSDOCUMENT Elektriciteit 2016-2025 Voorwoord Enexis in de maatschappij Energie is een dagelijks terugkerende bron van nieuws. Gaswinning in Groningen, windmolenparken op zee, zonnepanelen
Enexis Netbeheer investeert in 2017
Enexis Netbeheer in het kort Ook in 2017 investeren we weer volop in ons energienet. Enexis Netbeheer investeert niet alleen in onderhoud, vervanging en uitbreiding, maar ook in innovaties. Zodat onze
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2011 509 Besluit van 27 oktober 2011 tot vaststelling van veiligheidseisen voor het transport van gas door buisleidingen bij een druk lager dan 16
ARUP studie Groningen 2013
ARUP studie Groningen 2013 Strategie voor structurele versteviging van gebouwen Nederlandse samenvatting Issue 17 januari 2014 Nederlandse samenvatting 1 Inleiding Dit rapport omvat een samenvatting van
Kwaliteit dienstverlening en transport gas
Kwaliteit dienstverlening en transport gas Energiekamer - 1 / 5 - Inhoudsopgave 1 DOEL VAN HET INFORMATIEVERZOEK... 3 2 INVULINSTRUCTIE KWALITEIT DIENSTVERLENING EN TRANSPORT GAS... 4 2.1 Tabblad 1: Adresgegevens...
Aan de raad van de gemeente Lingewaard
6 Aan de raad van de gemeente Lingewaard *14RDS00194* 14RDS00194 Onderwerp Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2014-2017 1 Samenvatting In deze nieuwe Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen
Drukverhoging LD gasnet van 30 naar 100 mbar. TOEPASSINGSGEBIED: Enexis TECHNISCHE INSTRUCTIE / AANDACHTPUNTEN
TECHNISCHE INSTRUCTIE / AANDACHTPUNTEN Blad : 1 van 5 TOEPASSINGSGEBIED: Enexis 1 DOELSTELLING Aandachtspunten bij de voorbereiding en uitvoering van drukverhoging van een 30 mbar net naar een 100 mbar
4.2 Inzichten in de behoeften en verwachtingen van de belanghebbenden. 4.3 Het toepassingsgebied van het milieumanagementsystee m vaststellen
4 Context van de organisatie 4 Milieumanagementsysteemeisen 4.1 Inzicht in de organisatie en haar context 4.2 Inzichten in de behoeften en verwachtingen van de belanghebbenden 4.3 Het toepassingsgebied
Tabel 1 - Adresgegevens
Tabel 1 - Adresgegevens Bijlage bij module Kwaliteit Dienstverlening en Transport gas Gegevensuitvraag van de Energiekamer in het kader van CODATA Datum: 22 februari 2010 Naam bedrijf Adres Postcode Plaats
Seminar Risk Based Asset Management HS installaties
Seminar Risk Based Asset Management HS installaties Oscar Tessensohn Inhoudsopgave Profiel Asset management bij TenneT Onderhoudsbeleid en vervangingsinvesteringen Toekomstige ontwikkelingen Profiel 1998
Assetmanagement. Resultaten maturityscan. 14 januari 2015
Assetmanagement Resultaten maturityscan 14 januari 2015 De 7 bouwstenen van Assetmanagement 2 22.Afwijkingen en herstelacties 23. Preventieve acties 24. Verbetermanagement 5.Leiderschap en betrokkenheid
Is uw organisatie grootverbruiker van gas en/of elektriciteit? In deze brochure vindt u belangrijke informatie voor uw aansluiting. www.enduris.
Is uw organisatie grootverbruiker van gas en/of elektriciteit? In deze brochure vindt u belangrijke informatie voor uw aansluiting www.enduris.nl Wanneer wordt u aangemerkt als grootverbruiker? U valt
Dataopwerkingsprojecten 'zichtbaar' onder controle
Dataopwerkingsprojecten 'zichtbaar' onder controle Visualisatie ten behoeve van projectaanpak en datakwaliteit Maurice Willemsen en Joery Korobejnik Spatial Eye en Enexis Asset Management [email protected]
Uw specialist in technisch management
IP-Solutions Het technisch beheer van installaties staat onder druk. De toenemende concurrentie, kostendruk en veranderende wet- en regelgeving vraagt om grotere transparantie, flexibiliteit en efficiency.
No Risk No Glory? k(no)w risks, k(no)w FUN, k(no)w opportunities, k(no)w future!
No Risk No Glory? k(no)w risks, k(no)w FUN, k(no)w opportunities, k(no)w future! STEDIN Netbeheer 19 april 2018 Joep Weerts Directeur Klant & Markt Ravish Mehairjan Hoofd Corporate Risk Management SAMEN
Business Continuity Management conform ISO 22301
Business Continuity Management conform ISO 22301 Onderzoek naar effecten op de prestaties van organisaties Business continuity management gaat over systematische aandacht voor de continuïteit van de onderneming,
Efficiency in dienst van veiligheid. Met het Kamstrup inspectiesysteem voor gasstations
Efficiency in dienst van veiligheid Met het Kamstrup inspectiesysteem voor gasstations Gasdrukregel- en meetstation De Nederlandse gasindustrie kenmerkt zich door strenge eisen op het gebied van veiligheid.
Business Risk Management? Dan eerst data op orde!
Business risk management? Dan eerst data op orde! Kwaliteit, leveringsbetrouwbaarheid, klantgerichtheid, kostenbewustzijn en imago zijn kernwaarden in de bedrijfsvoering die door nutsbedrijven hartelijk
Waterstof in de gebouwde omgeving
Waterstof in de gebouwde omgeving Waterstof voor de industriële en gebouwde omgeving 24 september 2018 NEN Delft Erik Polman Kiwa Technology Kiwa Technology Trust Quality Progress Inhoud 1. Rapport Toekomstbestendige
Investeringen Elektriciteit/gas
Investeringen Elektriciteit/gas Extern gedreven investeringen 1.Uitbreidingen: Gekende dossiers verkavelingen, werken gemeentes, wegenis, Raming van nog niet gekende dossiers, rekening houdend met verkiezingsjaren
Handelwijze t.a.v. het melden van incidenten en ongevallen aan het Staatstoezicht op de Mijnen en de Onderzoeksraad Voor Veiligheid
Handelwijze t.a.v. het melden van incidenten en ongevallen aan het Staatstoezicht op de Mijnen en de Onderzoeksraad Voor Veiligheid I. Indien zich een incident of ongeval voordoet dat voldoet aan de criteria
Gelijkwaardigheid van niet-geaccrediteerde laboratoria (conform NEN-EN ISO/IEC 17025)
Gelijkwaardigheid van niet-geaccrediteerde laboratoria (conform NEN-EN ISO/IEC 17025) NEa, 20-07-2012, versie 1.0 INTRODUCTIE In artikel 34 van de Monitoring en Rapportage Verordening (MRV) is beschreven
Optimizer+ Modern onderhoudsmanagement in relatie tot doelstellingen
Optimizer+ Optimizer+ is hét revolutionaire hulpmiddel voor het opstellen, beheersen en optimaliseren van onderhoudsconcepten. Met Optimizer+ onderbouwt u concrete doelstellingen op het gebied van bedrijfszekerheid,
Programme Power. De weg van Portfoliomanagement naar Programmaregie
Programme Power De weg van Portfoliomanagement naar Programmaregie Agenda Introductie Stedin Historie van Project- en Portfoliomanagement Van Portfoliomanagement naar Programmaregie Waar staan we nu Oog
VMS veiligheidseisen voor het ZKN-Keurmerk Een vertaling van de NTA8009:2011 naar de situatie van de zelfstandige klinieken
VMS veiligheidseisen voor het ZKN-Keurmerk Een vertaling van de NTA8009:2011 naar de situatie van de zelfstandige klinieken Leiderschap 1. De directie heeft vastgelegd en is eindverantwoordelijk voor het
Klankbordgroep PwC-onderzoek:Visie op tariefregulering op korte en middellange termijn
Advisory Klankbordgroep -onderzoek:visie op tariefregulering op korte en middellange termijn Agenda Pagina 1 Introductie 1 2 Aanpak en proces 5 3 Ontwikkelingen in de energiesector 12 4 Onderzoeksvragen
KWALITEITS- EN CAPACITEITSDOCUMENT 2012-2013 INTERGAS ENERGIE B.V.
KWALITEITS- EN CAPACITEITSDOCUMENT 2012-2013 INTERGAS ENERGIE B.V. Voorwoord Voor u ligt het laatste Kwaliteits- en Capaciteitsdocument van Intergas Energie B.V. (hierna te noemen Intergas). Op 1 juni
Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten
Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten Eind 2013 is er een tweetal incidenten geweest in midden Limburg, waarbij door graafwerkzaamheden een ondergrondse leiding is geraakt. Hierdoor verontreinigde
Inleiding ADVIES. Nederlandse Mededingingsautoriteit
Nederlandse Mededingingsautoriteit ADVIES Advies van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, als bedoeld in artikel 20e, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998. Zaaknummer: 104152/15
Pigging - Leidinginspectie van binnenuit 1. Pigging. Leidinginspectie van binnenuit
Pigging - Leidinginspectie van binnenuit 1 Pigging Leidinginspectie van binnenuit 2 gasunie.nl Pigging - Leidinginspectie van binnenuit 3 Veilig en betrouwbaar gastransport Gasunie is een Europees gasinfrastructuurbedrijf.
Kwaliteitssysteem datamanagement. Meetbaar Beter
Kwaliteitssysteem datamanagement Meetbaar Beter Datum: 20 juli 2017 Versie : 0.10 Kwaliteitssysteem Meetbaar Beter versie 0.10.docx Pagina 1 van 8 Voorwoord Het aantal centra dat is aangesloten bij Meetbaar
NTA 8120 certificaat voor veilig netbeheer
NTA 8120 certificaat voor veilig netbeheer Veiligheidstoezicht bij gastransport 2006; SodM wordt aangewezen als veiligheidstoezichthouder op gastransport; De Gaswet legt de netbeheerders een zorgplicht
Kwaliteitssysteem datamanagement. Meetbaar Beter
Kwaliteitssysteem datamanagement Meetbaar Beter Datum: 22 maart 2016 Versie : 0.8 Kwaliteitssysteem Meetbaar Beter versie 0.8 Pagina 1 van 8 Voorwoord Het aantal centra dat is aangesloten bij Meetbaar
Marktconsultatie. Software Centraal Planningslandschap. N.V. Nederlandse Gasunie
Marktconsultatie Software Centraal Planningslandschap N.V. Nederlandse Gasunie Colofon Datum 4 oktober 2017 Versie 1.0 Contact N.V. Nederlandse Gasunie Sr. Inkoper ICT Sybolt Jaarsma, [email protected]
Generieke systeemeisen
Bijlage Generieke Systeem in kader van LAT-RB, versie 27 maart 2012 Generieke systeem NTA 8620 BRZO (VBS elementen) Arbowet Bevb / NTA 8000 OHSAS 18001 ISO 14001 Compliance competence checklist 1. Algemene
Line of sight proces vast onderhoud
Line of sight proces vast onderhoud In het kader van het certificeringsproces is in bijgaand document de line-of-sight uitgeschreven voor de activiteiten vallende onder het vast onderhoud. Vast (klein)
Topwind Asset Management
Same Conditions, Better Performance De missie van Topwind Uw turbines moeten beschikbaar zijn en optimaal presteren op het moment dat het waait. Specialisten in Asset en Project. Maximaal Rendement Topwind
ONTWIKKELING VAN ASSET MANAGEMENT INTRODUCTIE VOOR NEDERLANDSE PROVINCIES INTERPROVINCIAAL OVERLEG
John de Croon 6 oktober 2011 ONTWIKKELING VAN ASSET MANAGEMENT INTRODUCTIE VOOR NEDERLANDSE PROVINCIES INTERPROVINCIAAL OVERLEG Inhoud Waarom is asset management belangrijk Wat verstaan we onder asset
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen storing Diemen
OPDRACHTGEVER AUTEUR TenneT TenneT VERSIE 1.0 VERSIE STATUS Definitief PAGINA 1 van 7 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen storing Diemen 27 maart 2015 te Diemen 380 kv PAGINA 2 van 7 Voorwoord Op
Onderzoek elektratechnische installaties bij ondernemers
Onderzoek elektratechnische installaties bij ondernemers Inleiding Deze rapportage beschrijft de resultaten en conclusies van de uitgevoerde inspecties van de elektrotechnische installatie bij een groep
Kwaliteits- en capaciteitsdocument Elektriciteit 2010-2016
Kwaliteits- en capaciteitsdocument Elektriciteit 2010-2016 november 1 DELTA Netwerkbedrijf Het jaar van de verandering 2009 Foto voorpagina: nieuw hoogspanningsstation Oosterland Om de opkomst van decentrale
TECHNISCH BEHEER. Zorgeloze kwaliteit. vandorp.eu
TECHNISCH BEHEER Zorgeloze kwaliteit TECHNISCH BEHEER Onze samenleving verandert snel. Waar in het verleden volstaan kon worden met een eenvoudig inspanningscontract voldoet dit veelal niet meer aan de
CIOT-bevragingen Proces en rechtmatigheid
CIOT-bevragingen Proces en rechtmatigheid 2015 Veiligheid en Justitie Samenvatting resultaten Aanleiding Op basis van artikel 8 van het Besluit Verstrekking Gegevens Telecommunicatie is opdracht gegeven
Energie Management Actieplan
Energie Management Actieplan Rijssen, Juli 2013 Auteur: L.J. Hoff Geaccodeerd door: M. Nijkamp Directeur Inhoudsopgave 1. Inleiding Pagina 3 2. Beleid CO₂ reductie Pagina 4 3. Borging CO₂ prestatieladder
Nederlandse Mededingingsautoriteit
Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 102680 / 82 Betreft zaak: WON Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit gelet op de artikelen 5, 16, eerste en tweede lid,
Energiemanagementprogramma HEVO B.V.
Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Opdrachtgever HEVO B.V. Project CO2 prestatieladder Datum 7 december 2010 Referentie 1000110-0154.3.0 Auteur mevrouw ir. C.D. Koolen Niets uit deze uitgave mag zonder
Capaciteitsplan. ONS Netbeheer BV 30-11-2000
Capaciteitsplan ONS Netbeheer BV 2001 2007 30-11-2000 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Visie 3. Modellen 3.1. Model 1 Belasting, invoeden en uitwisselen in knooppunten bij verschillende transportscenario's
Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen BghU 2018
Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen BghU 2018 *** Onbekende risico s zijn een bedreiging, bekende risico s een management issue *** Samenvatting en besluit Risicomanagement is een groeiproces waarbij
CAPACITEITSPLAN ELEKTRICITEIT
CAPACITEITSPLAN 2003-2009 ELEKTRICITEIT Maastricht, 29 november 2002 Inhoudsopgave Pagina 1. Inleiding 1 2. Beschrijving van het huidige net 2 2.1 beschrijving van het primaire en secundaire net 2 2.2
