Opgesteld door: CCV Categorie: Vakbekwaamheid Chauffeur Verantwoord Pluimveetransport Categoriecode: VEEP(V) Toetsvorm: schriftelijk Totaal aantal vragen: 30 meerkeuze Dekkingsgraad toetstermen: 93% Cesuur: 73% ijzonderheden: Note: Deze toetsmatrijs is een algemene toetsmatrijs. Waar in dit document dieren of pluimvee gelezen wordt, worden zowel leghennen, moederdieren, vleeskuikens, eendagskuikens, opfokdieren, kalkoenen en vleeseenden bedoeld. Alleen als dit niet mogelijk is, worden bovengenoemde dieren apart genoemd. Toelichting op tabel met afbakening = onomiecode = eitelijke kennis = egripsmatige kennis R = Reproductieve vaardigheid P = Productieve vaardigheid V/ = Verplicht of facultatief Nr Eindtermen Toegekend gewicht/aantal vragen 1. Gedrag van en het omgaan met de diverse diersoorten 6 2. Dieren en gezondheid 5 3. Wet- en regelgeving, vervoersregels, transportdocumenten 12 4. Rijden met levend pluimvee 2 5. Reinigen en ontsmetten 4 6. Communicatie 1 Vastgesteld door: College van Deskundigen Chauffeur Verantwoord Veetransport d.d. 19-03-2013 eoordeeld door: Logistiek, Transport en Personenvervoer raad; kamer 1: over de weg d.d. 28-03-2013 Goedgekeurd door: Manager divisie CCV d.d. 28-03-2013 Ingangsdatum: 01-08-2013 Pagina 1 van 9
1. Gedrag van en het omgaan met de diverse diersoorten 1.1 Kan van pluimvee de eigenschappen die i.v.m. transport van belang kunnen zijn opnoemen. Schrikken van onverwachte geluiden en onverwachte veranderingen in lichtintensiteit; Gevoelig voor tocht; Sterke temperatuurswisselingen kunnen fataal zijn. 1.2 Kan het omgaan met pluimvee tijdens laden en lossen beschrijven. Ontsnapt pluimvee in een hoek drijven om te vangen; ij voorkeur vangen in het donker; Vangen door vangploegen (gecertificeerd personeel); Rustig in kratten/containers stoppen; Risico op verbroeiing zo klein mogelijk houden. 1.3 Kan het te verwachten gedrag van pluimvee bij transportincidenten beschrijven. 1.4 Kan de factoren voor en tijdens het transport die invloed hebben op het welzijn van de dieren en de (vlees)kwaliteit beschrijven. 1.5 Kan beschrijven dat voor de diverse soorten en categorieën pluimvee verschillende transportcondities van toepassing zijn. Pikorde; Vluchten; Vliegen. Voor transport: Wijze van vangen; Voeronthouding 4-10 uur voor vangen. ij/tijdens transport: Stress; Hanteren van kratten met dieren; Rijgedrag chauffeur; eladingsdichtheid; Soorten containers; Klimaat; Ventilatie; Conditie en staat van de containers. Klimaat; Ventilatie; eladingsdichtheid. Pagina 2 van 9
2. Dieren en gezondheid 2.1 Kan de belangrijkste risicofactoren m.b.t. ziekteverspreiding van bedrijf tot bedrijf opnoemen. Vervoer van levende dieren; Overdracht door mensen die veel met de dieren in aanraking komen; Materialen. 2.2 Kan benoemen hoe de risico s (zie 2.1.) te verkleinen zijn. Vragen naar bedrijfsprocedures en deze volgen (o.a. bedrijfskleding); Tussen de transporten door de wagens en materialen schoonmaken en desinfecteren; Rekening houden met gezondheidsstatus leverende bedrijf; voorkomen dier dier en (vreemde) mens - dier contacten. 2.3 Kan beschrijven hoe hij er achter kan komen of in een land een besmettelijke dierziekte heerst. 2.4 Kan beschrijven hoe te handelen als hij in een land is waar een besmettelijke dierziekte uitbreekt. 2.5 Kan de meest voorkomende pluimveeziekten opnoemen en benoemen of deze dierziekten zoönosen zijn. 2.6 Kan van de ziekten die onder 2.5 zijn genoemd, de speciale maatregelen die genomen moeten worden, noemen. Website van het Ministerie van Economische Zaken; edrijfsprocedure volgen (werkgever raadplegen). Geen dierlijke producten meenemen; Tijdens het verblijf contact met landbouwhuisdieren en landbouwbedrijven vermijden; edrijfsprocedure volgen (werkgever bellen). Salmonella; Newcastle disease (NCD); Gumboro; Luchtzakontsteking; Aviaire Influenza (AI)/ Vogelpest. In overleg met de werkgever de van toepassing zijnde maatregelen hanteren. Pagina 3 van 9
3. Wet- en regelgeving, vervoersregels, transportdocumenten 3.1 Kan aspecten opnoemen die in de Transportverordening (EG) nr. 1/2005 zijn vastgelegd t.a.v. het vervoer van gewervelde dieren en daarmee samenhangende activiteiten. 3.2 Kan wettelijke bepalingen voor de omgang met de dieren tijdens het transport opnoemen. Inladen/beladen/inrichtingseisen; Maximale reistijden; Aanvullende regels t.a.v. veevervoer gedurende lange transporten (langer dan 8 uur); Gem. vloeroppervlakte (beladingsnormen). Er moet voldoende ventilatie zijn; De dieren moeten beschermd zijn tegen weersinvloeden; Wanneer de buitentemperatuur boven de 20 o C stijgt, moet rekening gehouden worden met warmte: laden in de schaduw of gebruik maken van kunstmatige ventilatie; De dieren mogen niet blootgesteld worden aan schokken; Reisduur; eladingsdichtheid. 3.3 Kan beschrijven waarom de beladingsnormen van belang zijn. De beladingsnormen zijn conform de Transportverording (EG) nr. 1/2005 (ijlage I, Hoofdstuk VII). Overbelading is strafbaar en wordt zwaar beboet; Van belang uit welzijnsoverweging. 3.4 Kan de Nederlandse wetten noemen, die een rol spelen bij het transport over de weg van dieren. Wegenverkeerswet; Wet dieren. Pagina 4 van 9
3.5 kan de taken van de controlerende instanties in Nederland opnoemen m.b.t pluimveetransport. Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) heeft controle-, keurings-, opsporings- en handhavingstaken o.a. met zorg voor diergezondheid, volksgezondheid; voor uitvoering dierziektenbestrijding; voor preventieve controle, opsporing en handhaving bij dierenwelzijn; voor keuring van levend vee; import- en exportkeuring van levend vee en levend pluimvee; afgifte vervoersvergunning (type 1, type 2) en (EU/Export-) Gezondheids-en welzijnscertificaten; controle op erkende R&O-wasplaatsen evenhoevigen; bestuursrechtelijke handhaving (mn. bestuurlijke boetes). Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) heeft als basistaak de opsporings- en handhavingstaak bij dierenwelzijn assisteert de NVWA ten tijde van dierziektencrises binnen het kader van de LIDbevoegdheden. 3.6 kan beschrijven welke controlerende bevoegdheden zij hebben. Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) heeft dezelfde bevoegdheid als de gewone politie (mn. waarschuwing, inbeslagname, proces-verbaal opmaken). Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) heeft dezelfde bevoegdheid als de gewone politie (mn. waarschuwing, inbeslagname, proces-verbaal opmaken). 3.7 Kan diverse (transport)documenten interpreteren. Vervoersdocument pluimvee Voedselketeninformatieformulier (VKI-formulier) Logboek R&O (geen verplichting bij pluimvee) ewijs van R&O in geval van risicoland (EU/Export-) certificaat: Gezondheids- en welzijnscertificaat levend pluimvee. Vrachtbrief (laadbon/cmr) Pagina 5 van 9
4. Rijden met levend vee 4.1 Kan omschrijven wat een defensieve en anticiperende rijstijl inhoudt en waarom een dergelijke rijstijl gehanteerd moet worden bij vervoer van levend vee. Defensieve rijstijl: - Rekening houden met de weg- en weersomstandigheden; - Aandacht voor de fouten die anderen kunnen maken; Anticiperende rijstijl: - Concentratie, observatie, nadenken en alert zijn; - Anticiperen op bewegingen/reacties van medeweggebruikers. elang voor veevervoer: - eweging van voertuig brengt bewegingsreactie bij de dieren teweeg; - Voorkomen verwondingen en kneuzingen bij de dieren; - Voorkomen economische schade door schade aan dieren; - Voorkomen kantelgevaar door hoog zwaartepunt lading in combinatie met losse lading dieren. 4.2 Kan beschrijven hoe te handelen bij een ongeval tijdens transport. 1. el 112 of 144; 2. Meld dat bij het ongeval een veewagen met dieren is betrokken; 3. Schakel zonodig de NVWA, dierenarts of brandweer in; 4. el de werkgever; 5. Verleen medewerking bij het wegslepen van de veewagen. 4.3 Kan beschrijven dat de bevoegde autoriteit maatregelen treft om oponthoud tijdens vervoer, dan wel lijden van dieren te voorkomen of tot een minimum te beperken. Voorrang wordt door de bevoegde autoriteit verleend aan diertransporten bij plaatsen van uitgang en grensinspectieposten in geval van onvoorziene omstandigheden (van oponthoud); Vasthouden van partijen dieren tijdens vervoer vindt niet plaats, tenzij dierenwelzijn of openbare veiligheid dat noodzakelijk maakt. Pagina 6 van 9
5. Reinigen en ontsmetten 5.1 Kan uitleggen waarom het reinigen en ontsmetten van veewagens belangrijk is. 5.2 Kan de fasen van het reinigings- en ontsmettingsproces van de veewagen opnoemen. Tevens kan de kandidaat een korte toelichting op elke fase noemen. 5.3 Kan de nadelen van het gebruik van goedgekeurde ontsmettingsmiddelen opnoemen. 5.4 Kan opnoemen dat beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden volgens de geldende instructies. 5.5 Kent de regelgeving m.b.t. reiniging en ontsmetting voor binnenlands pluimveevervoer. Voorkomen van insleep en verspreiding van dierziekten (dierziektepreventie). Voorbehandeling; Reinigen; Spoelen; Ontsmetten; Naspoelen; emonstering; Drogen. Desinfecteermiddelen zijn in meer of mindere mate schadelijk voor het milieu; Een aantal middelen is bij onzorgvuldig gebruik schadelijk voor mens en dier; Een aantal middelen is schadelijk voor de veewagen. De voertuigen en verpakkingen worden na lossing op de slachterij gereinigd en ontsmet (dit geldt niet voor eenmalig te gebruiken verpakkingen); Reiniging en ontsmetting van voertuigen en kratten/containers wordt gecontroleerd door de NVWA in tijden van dierziekten. Pagina 7 van 9
5.6 Kent de regelgeving m.b.t. reiniging en ontsmetting voor pluimvee transportvoertuigen en verpakkingen vanuit een EU-lidstaat naar Nederland. 5.7 Kent de regelgeving m.b.t. reiniging en ontsmetting voor pluimvee transportvoertuigen en verpakkingen naar of vanuit derde landen. De voertuigen en verpakkingen worden direct na lossing in Nederland gereinigd en ontsmet (dit geldt niet voor eenmalig te gebruiken verpakkingen); Vervoermiddelen die gebruikt zijn voor het transport van levend pluimvee en/of broedeieren in risicolanden binnen de EU, moeten bij terugkeer in Nederland zo snel mogelijk worden gereinigd en ontsmet; De vervoerder moet binnen 24 uur na binnenkomst in Nederland een bewijs overleggen aan de NVWA; ewijsstuk moet in het vervoermiddel worden bewaard; Reiniging en ontsmetting moet plaatsvinden op een geregistreerde R&O-plaats; Alle losse voorwerpen dienen apart gereinigd en ontsmet te worden. Transportvoertuigen die gebruikt zijn voor het transport van levend pluimvee of broedeieren in landen buiten de EU moeten bij terugkeer direct worden gereinigd en ontsmet; De vervoerder moet binnen 24 uur na binnenkomst in Nederland een bewijs overleggen aan de NVWA; ewijsstuk moet in het vervoermiddel worden bewaard; Reiniging en ontsmetting moet plaatsvinden op een geregistreerde of aangewezen R&O-plaats; Alle losse voorwerpen dienen apart gereinigd en ontsmet te worden. 5.8 Weet wat risicolanden en derde landen zijn. Pagina 8 van 9
6. Communicatie 6.1 Kan het belang van effectieve communicatie omschrijven. 6.2 Kan communicatieregels interpreteren. Actief luisteren; Kritiek positief aanvaarden; Conflicten oplossen; Voldoende en op tijd informatie geven; Stress beheersen; Hoe met moeilijke mensen omgaan; Klantgerichtheid is meer dan klantvriendelijkheid. 6.3 Kan de basisregels van communicatie met de klant interpreteren. Vertel positief over je bedrijf in het bijzijn van klanten; Praat positief over collega s in bijzijn van klanten; Verplaats je in de klant; ehandel iedere klant als een belangrijke klant; Kom afspraken na; Houd de klant op de hoogte; eïnvloed het gedrag van de klant positief; Neem positief afscheid van de klant. Pagina 9 van 9