Stand van zaken MAP 6 Dominique Van Haecke 1
Oppervlaktewaterkwaliteit vandaag Tot en met winterjaar 2013-2014: daling Laatste 4 jaar: stagnatie Winterjaar 2017-2018: 28% 2
Doelstellingen MAP 6 Oppervlaktewater Gemiddelde per afstroomzone Een streefwaarde van 20 mg nitraat/l voor de gemiddelde nitraatconcentratie per afstroomzone voor oppervlaktewater Doel: op het einde van MAP 6 gemiddelde doelafstand 4 mg nitraat/liter gedaald voor de afstroomzones die nu een doelafstand hebben. Grondwater Afbakening en beoordeling gebeurt op niveau van de afstroomzones Toestands- en trendbeoordeling => eerste filter van de putten Actuele toestand gemiddelde nitraatconcentraties 2015-2016-2017 trend op basis van de data van 2014 tot 2017 op filterniveau 1 (8 meetcampagnes). Diverse gebiedstypen i.f.v. doelafstand => 4 i.f.v. toestand oppervlaktewater en grondwater 3
Doelstellingen MAP 6 Gebiedsindeling = afstroomzones Vlaanderen: - 11 bekkens - 265 afstroomzones - 557 intermediaire afstroomgebieden 486 subvha-zones (kunstmatige grenzen) Afstroomzone Zwalm omvat 3 intermediaire afstroomgebieden van: 1 Vlaams waterlichaam 2 waterlichamen 1 e orde 4
Maatregelen MAP 6 5
Verstrengde bestaande maatregelen Nutriëntenstromen in kaart brengen Correctere mestsamenstelling (mengmest) Aan- en afvoer mestverwerkingsinstallaties Kunstmestgebruik Versterkte controle op het gebruik van kunstmest Bijkomende indicator voor de opvolging van gebruik op Vlaams niveau o.b.v. gegevens van de kunstmestproducenten Verwacht kunstmestgebruik bepalen als basis voor risicoanalyse Doorlichting op basis van risicoanalyse, maatregelen en proportionele sancties Verbeteren van de stikstofgebruiksefficiëntie 6
Gebiedsgerichte maatregelen 7
Gebiedstype 0 Gebiedsgerichte maatregelen In de afstroomzones van gebiedstype 0, waar de waterkwaliteitsdoelstellingen nu reeds gerealiseerd worden, worden de volgende bepalingen versoepeld: Bemestingsvrije strook van 1 meter mits het toepassen van precisietechnieken Geen verplichte bemestingsadvisering voor groente- en sierteelt Mogelijkheid aanvraag verhoogde bemesting (cfr map 5; 10% werkz N + bedrijfsevaluatie) beperktere nitraatresiducontroles Gebiedstype 1 In de afstroomzones van gebiedstype 1, waar de waterkwaliteitsdoelstellingen naar verwachting zullen gerealiseerd worden binnen de termijn van het 6de actieprogramma, wordt het huidig beleid verdergezet. Aanvullend wordt het inzaaien van vanggewassen verplicht (behalve kleigronden) : na gewassen die voor 1 september worden geoogst (inzaai vanggewas voor 15/9) of nateelt ingezaaid hetzelfde jaar 8
Gebiedstype 0 Gebiedsgerichte maatregelen In de afstroomzones van gebiedstype 0, waar de waterkwaliteitsdoelstellingen nu reeds gerealiseerd worden, worden de volgende bepalingen versoepeld: Bemestingsvrije strook van 1 meter mits het toepassen van precisietechnieken Geen verplichte bemestingsadvisering voor groente- en sierteelt Mogelijkheid aanvraag verhoogde bemesting (cfr map 5; 10% werkz N + bedrijfsevaluatie) beperktere nitraatresiducontroles Gebiedstype 1 In de afstroomzones van gebiedstype 1, waar de waterkwaliteitsdoelstellingen naar verwachting zullen gerealiseerd worden binnen de termijn van het 6de actieprogramma, wordt het huidig beleid verdergezet. Aanvullend wordt het inzaaien van vanggewassen verplicht (behalve kleigronden) : na gewassen die voor 1 september worden geoogst (inzaai vanggewas voor 15/9) of nateelt ingezaaid hetzelfde jaar 9
Gebiedsgerichte maatregelen Gebiedstype 2 & 3 De standaardmaatregelen die gelden in gebiedstype 2 en 3, omvatten: een daling van de bemestingsnormen voor werkzame N een verhoging van het areaal ingezaaid met vanggewassen of grasland. Bijkomende voorwaarde bij de standaardmaatregelen zijn: De landbouwer die de hoofdteelt verbouwt op het perceel heeft ook de bemestingsrechten op het perceel. Transport van vloeibare dierlijke mest na 1/7 naar derden enkel via erkend vervoerder met AGR-GPS 10
Gebiedsgerichte maatregelen EQUIVALENTE MAATREGELEN In plaats van te voldoen aan één of beide standaardmaatregelen voor gebiedstype 2 en 3, kan een landbouwer kiezen voor het systeem van equivalente maatregelen. Positieve bedrijfsevaluatie nitraatresidu Na een positieve bedrijfsevaluatie nitraatresidu wordt een bedrijf vrijgesteld van de standaardmaatregelen. Wanneer de bedrijfsevaluatie niet voldoet, verkrijgt het bedrijf geen vrijstelling en moet het de standaardmaatregelen op zijn percelen in de respectievelijke gebiedstypes blijven toepassen. Andere equivalente maatregelen Andere niet-limitatieve mogelijkheden zijn (combinaties van) maatregelen rond perceelsranden, uitgebreide teeltvrije zones langs waterlopen, teeltrotaties, striktere invulling van de verbodsperiode voor het toedienen van meststoffen, toepassen van precisietechnieken, aanleggen van bufferbekkens, beoordeeld door een adviescomité 11
Gebiedsgerichte maatregelen EQUIVALENTE MAATREGELEN In plaats van te voldoen aan één of beide standaardmaatregelen voor gebiedstype 2 en 3, kan een landbouwer kiezen voor het systeem van equivalente maatregelen. Gebiedsgerichte maatregelen op supra-bedrijfsniveau Maatregelen die landbouwers in groep kunnen nemen. Gezien deze maatregelen een bedrijfsoverschrijdend karakter hebben, is er nood aan facilitatie van het proces, bijvoorbeeld in de schoot van de waterkwaliteitsgroepen. Bijkomende mestopslag Bufferbekkens Teeltrotatie: minder uitspoelingsgevoelige gewassen Robuustere catchments (bufferstroken en constructed wetlands) 12
Grondloze tuinbouw Substraatteelten Sectorgerichte maatregelen Versterkte controle op basis van risicoanalyse, doorlichting, maatregelen en proportionele sanctionering First flush op tray- en containervelden Trayvelden in de aardbeienteelt Containervelden in de sierteelt Bijkomend onderzoek nodig First flush introduceren voor het einde van MAP6 Sappen van natte biomassa Gericht op verliezen uit opslagen van natte biomassa Maïskuil, perssappen, groenteresten, Informeren, sensibiliseren, begeleiden Praktijkgids water, Infomercials, Artikels, Demoprojecten, Begeleiding 13
Sectorgerichte maatregelen Stimuleren van het gebruik van stalmest Werkingscoëfficiënt op percelen in fosfaatklasse I en II => P voor 50% Ook w.c. 50% op percelen klasse III en IV o o voor biologische landbouwbedrijven niet-biologische bedrijven die circulair werken met stalmest minstens 90% van hun dierlijke productie bestaat uit stalmest bestaat En minstens 90% van hun dierlijke productie wordt op eigen gronden gebruikt Faciliteren boerderijcompost Het produceren en gebruiken van boerderijcompost wordt verder gestimuleerd. In uitvoering van het klimaatengagement lokale organische stromen wordt nagegaan hoe dit kan gerealiseerd worden zodat niet enkel bedrijfseigen mestof biomassastromen worden toegelaten maar ook mest of biomassa van een beperkt aantal andere bedrijven waarmee een éénduidige relatie bestaat. 14
Sectorgerichte maatregelen Verhogen norm werkzame N voor gras-maaien De maximale norm werkzame stikstof voor uitsluitend gemaaid grasland + 75 eenheden. Verlengen opslagperiode vaste dierlijke mest op de akker De toegelaten periode voor de opslag van vaste dierlijke mest op de akker in de winterperiode wordt uitgebreid de toegelaten uitrijperiode wordt verkort met 0,5 maand (start verbodsperiode 1/11 i.p.v. 15/11 Uit voorzorgsprincipe is het wel noodzakelijk om een strolaag van 30 cm te voorzien onder de opslag of deze af te dekken zodat het regenwater niet kan infiltreren in de opslag. De ligging van een opslag op de akker wordt jaarlijks gemeld aan de Mestbank zodat een controle op de voorwaarden (afstanden, voorzorgsmaatregelen, ) ter plaatse kan uitgevoerd worden 15
Nitraatresiducontrole controlerend en sanctionerend instrument in gebiedstype 0, 1, 2 en 3. - steekproefsgewijs perceelsevaluaties op kosten van de Vlaamse Overheid. - Bij een overschrijding van de 1 ste drempelwaarde => bedrijfsevaluatie - Indien bij een eerste bedrijfsevaluatie een overschrijding van de 1 ste drempelwaarde - bemestingsplan opmaken en teeltfiches bijhouden voor het ganse bedrijf waarin bemestings- en teelttechnische gegevens worden bijgehouden. - Bij een overschrijding van de 2 de drempelwaarde vastgesteld, of bij 2 opeenvolgende bedrijfsevaluaties boven de 1 ste drempelwaarde, - verplicht laten begeleiden door een gecertificeerde adviesinstantie - derogatieverbod. - bedrijfsevaluatie blijven uitvoeren tot geen overschrijding meer 1 ste drempelwaarde. De nitraatresidu drempelwaarden zoals voorzien in het vijfde actieprogramma blijven van kracht. Waar mogelijk worden de drempelwaarden nog aangepast 16
Openbaar onderzoek MAP 6 17
18