SPEL en WERKELIJKHEID Lesbrief bij de voorstelling Boring van theatergroep koeterwaals. We hopen dat jullie Boring een leuke voorstelling vonden. Wij hebben bij de voorstelling nog een lesbrief gemaakt met allerlei spelopdrachten om na de voorstelling met elkaar te gaan doen! Want als en kunnen acteren, dan kunnen jullie het zeker! De opdrachten in deze lesbrief kunt u allemaal doen of er een aantal uit kiezen. Het is wel handig om de volgorde van de opdrachten aan te houden. Groetjes van de Makers van Theatergroep Koeterwaals Simone, en www.koeterwaals.nl
OPDRACHT 1, dialoog en haalden op de theaterschool altijd een onvoldoende voor het vak spel en werkelijkheid. Ze konden het niet uit elkaar houden. Of hebben daar misschien niet zo n zin in! In de voorstelling Boring, schakelen en steeds tussen spelen van de personages en zichzelf. Of spelen ze dan eigenlijk ook? Wat vinden de leerlingen daarvan? Wat is acteren eigenlijk? Laat twee leerlingen onderstaande dialoog voorlezen terwijl ze aan hun tafel zitten. Goedenavond Goedenavond Dit is Oudshoorn En dit is Evers Wij hebben ons de afgelopen weken afgevraagd: Wat is nou eigenlijk acteren?. Want iedereen acteert wel eens in zijn leven. Maar is iedereen dan ook een acteur? Wanneer ben je een acteur? Is liegen acteren? Is acteren liegen? Wat zegt het woordenboek hier eigenlijk over? Het woordenboek zegt hierover: Acteren is doen alsof. Dus acteren is iets doen wat niet echt is. (derk loopt weg) Volgens mij zijn er een aantal basisvoorwaarden om überhaupt te kunnen acteren. Ten eerste heb je acteurs nodig ( ziet dat er niet is). En ten tweede het liefst een publiek, anders kun je net zo goed thuis op zolder gaan zitten acteren. Verder heb je een conflict nodig, want zonder conflict gebeurt er niks, en dat is saai. Gewoon ruzie dus. Nee, geen ruzie. Wanneer ik ruzie met iemand heb, dan heb ik toch een conflict. Ja, maar een conflict hoeft niet altijd ruzie te zijn! Weet je nog vroeger, dat meisje bij jou in de klas waar je verliefd op was? Die naar Amerika is verhuisd? * Vraag achteraf. Waren ze nu aan het acteren of niet? (elke antwoord is goed) Laat nu twee leerlingen de dialoog voorlezen terwijl ze voor de klas staan en het proberen te spelen. * Vraag achteraf. Waren ze nu aan het acteren of niet? (elk antwoord is goed) Wanneer acteer je niet? Of acteer je altijd zodra je op een podium staat?
OPDRACHT 2 Een scene maken Leerlingen maken een scene waarin ze een handeling naspelen uit het dagelijks leven. Bijvoorbeeld: opstaan tandenpoetsen, ontbijten, de deur uit Hier spelen ze dus de werkelijkheid zo goed mogelijk na. Als ze dit hebben gemaakt gaan ze aan deze scene theatrale elementen toevoegen. Hierdoor wordt de scene heel anders en hoeft het niets meer met de werkelijkheid te maken te hebben. Je hebt niet veel nodig om theater te maken. In de voorstelling gebruiken de acteurs ook af en toe een ander petje (van papier) o.i.d. om te wisselen van personage Voorbeelden theatrale elementen: - versnellen, vertragen, zoals bij een dvd speler - onzintaal praten - mime achtige bewegingen - spelen alsof het voor een televisie documentaire is - gebruik heel andere decor dan welke eigenlijk bij de scene hoort - herhalingen van de handelingen die bij de scene horen - volgorde compleet anders - Alles wordt op muziek gespeeld (kies muziek die volgens jou past) - Af en toe maken de spelers een freeze dan staan ze stil als bij een foto.
OPDRACHT 3 improviseren Improviseren is ook een manier om te acteren. Over improviseren kun je veel vertellen maar hier een zeer korte uitleg. Bij improvisaties in scènes of situaties kunnen spelers elkaar verrassen. Je doet ineens iets waar je niet over hebt nagedacht, maar wat op dat moment in de scène ontstaat. Overweldigend, verrassend, echt. Dat is het spannende van improviseren. techniek van het improviseren spelaanbieding: een nieuw element dat in het spel wordt ingebracht, bv: Dag meneer agent! blokkeren: er wordt niet op de spelaanbieding ingegaan. meneer agent? Ik ben de groenteman! accepteren: er wordt wel op de spelaanbieding ingegaan. 'Dag, u mag hier niet fietsen! handelingen: Zorg voor veel handelingen in improvisaties, dit voorkomt 'babbelen'. Volg je impulsen! Bij twijfel.gewoon doen! Goed articuleren. Constant concentratie, ook aan de kant bij het publiek Clichés werken! De eerst ingeving is vaak de beste, en leidt vanzelf tot iets nieuws. De opdracht: We zijn op een saai kantoor. Er gebeurt weinig, iedereen verveelt zich. Dan komt er iemand op kantoor binnen, die de situatie verandert. De scene begint met twee kantoormedewerkers. Degene die in de scene komt bepaalt hoe de scene gaat. De kaartjes met personages die binnenkomen. De leerlingen kunnen een kaartje pakken of zelf een personage verzinnen. De postbode met een heel spannend pakje De koffiejuf zonder koffie Een buitenaards wezen Presentator van de postcode loterij Een arrestatie team (meerdere personen) Een medium, (iemand die de toekomst kan voorspellen) De hoogste directeur overgekomen uit China Reparateur van het kopieerapparaat, (zonder diploma) Een overvaller met pistool Een spion Een goeroe met een nieuw idee voor geluk Een zwerver die nodig moet plassen Een binnenhuisarchitect die het interieur van het kantoor komt veranderen Een dansjuf die fit op kantoor lessen komt geven Een moeder die brood komt brengen
Opdracht 4 Net echt In deze scene proberen de leerlingen zo geloofwaardig te spelen dat het net echt lijkt. De leerlingen proberen zicht in te leven in de situatie en het zo echt mogelijk te spelen. vertellen, is de eerste zin van elke scene. 1 leerling trekt een kaartje. De medespeler weet niet wat er op staat en speelt zo goed mogelijk mee. De leerling die het kaartje heeft getrokken moet zijn medespeler wel helpen met informatie over de personages. Bv mama.ik ben mijn bril net verloren.. vertellen, ik heb ontslag gekregen wat vertellen ik ben zwanger vertellen, ik heb je vis door de wc gespoeld vertellen, ik ben aangenomen op de theaterschool. wat vertellen, ik ben vreemdgegaan. vertellen, ik heb je nieuwe broek in de was laten krimpen. vertellen, ik heb in je dagboek gelezen. wat vertellen, in heb je ontvriend op facebook vertellen, ik ben mijn oppaskindje buiten kwijtgeraakt. vertellen, ik ben net op je nieuwe bril gaan zitten wat vertellen, ik weet niet meer wie je bent vertellen, morgen moet je het huis uit zijn. vertellen, ik heb een schuld van 3 miljoen wat vertellen, we gaan emigreren naar Zambia vertellen, je gaat dit jaar niet over.