Toelichtingsdocument : Evaluatiecriteria kmo-programma Onderstaande criteria worden gebruikt bij de evaluatie van kmo-haalbaarheidsstudie en kmo-innovatieprojecten. Waar nodig is expliciet aangegeven wanneer een specifiek criterium wel of niet van toepassing is bij een bepaald projecttype. Opgelet: voor de evaluatie van een studie gericht op de voorbereiding van een internationaal samenwerkingsproject bestaat een beperktere specifieke set aan evaluatiecriteria, die achteraan dit document worden opgelijst. A. KWALITEIT A1. Originaliteit en kennisbijdrage A1.1. Innovatiedoel en originaliteit van het project inschatting van de originaliteit van de mogelijke resultaten op termijn voor het bedrijf Het innovatiedoel is duidelijk, to the point en verifieerbaar. Het project is duidelijk gericht op een volstrekt nieuw product, proces, dienst of concept van het bedrijf. Het innovatiedoel is duidelijk, to the point en verifieerbaar. Het project is gericht op een vernieuwing van een product, proces, dienst of concept van het bedrijf. Het innovatiedoel is niet geheel duidelijk en/of verifieerbaar, of het project brengt slechts weinig bij tot de mogelijke vernieuwing. Het innovatiedoel is compleet onduidelijk, of het project levert geen of slechts een zeer minimale bijdrage tot een mogelijke product-, proces-, dienst- of conceptvernieuwing of er is geen sprake van een dergelijke vernieuwing. A1.2. Kennisbijdrage en relevantie inschatting van de relevante waarde van het project op het vlak van interne bedrijfskennis Het project levert een duidelijke en substantiële relevante kenniswaarde op voor het bedrijf : originele, nieuwe en voor het innovatiedoel relevante kennis en inzichten worden nagestreefd. Het project levert een beperkte maar voor het innovatiedoel relevante bijdrage tot de beschikbare kennis in het bedrijf. Een eerder minimale of weinig relevante bijdrage tot het kennisniveau van het bedrijf is te verwachten. Het project levert geen of slechts een zeer minimale relevante bijdrage tot de interne kennis van het bedrijf, of er zijn andere betere alternatieven (bijv. bestaande oplossingen op de markt). A2. Kwaliteit van de uitvoering. Haalbaarheid binnen het vastgestelde tijdsbestek en ingezette middelen globaal oordeel over de inhoud en aanpak van het voorstel. De belangrijkste parameters hierbij zijn: de consistentie van de voorgestelde aanpak met het innovatiedoel, de praktische uitvoerbaarheid van het globale project (werkprogramma) en de voorgestelde inzet van middelen. De voorgestelde aanpak is duidelijk, zeer doelgericht, en de risico s worden beheerst. Het werkprogramma is realistisch. De ingezette middelen zijn gemotiveerd, adequaat en efficiënt. De voorgestelde aanpak is voldoende duidelijk en consistent met het innovatiedoel. Het werkprogramma is logisch opgezet met een haalbare timing en een adequate inzet van middelen. De voorgestelde aanpak is summier en weinig uitgewerkt en/of de haalbaarheid van belangrijke mijlpalen en doelstellingen binnen de vooropgestelde timing is onzeker en/of de ingezette middelen staan onvoldoende in verhouding tot de geplande activiteiten. De voorgestelde aanpak is onvoldoende uitgewerkt en/of niet geloofwaardig mbt vooropgestelde mijlpalen en doelstellingen en/of het tijdspad en/of de ingezette middelen staan duidelijk niet in verhouding tot de geplande activiteiten.
A3. Competentie van de uitvoerders (en samenwerking) globaal oordeel over de aanwezige competentie in de projectgroep (interne en externe personen betrokken bij de uitvoering) en de kwaliteit van de eventuele samenwerking. De aanvrager(s) lijkt zonder te beschikken over de noodzakelijke expertise om het project uit te voeren. Zo van toepassing: de voorgestelde samenwerking met derden wordt noodzakelijk geacht en is uitgewerkt. De aanvrager(s) lijkt te beschikken over voldoende expertise om het project met een accepteerbare kwaliteit te kunnen uitvoeren. Zo van toepassing: de voorgestelde samenwerking is relevant en de kwaliteit van deze samenwerking lijkt aanvaardbaar. De aanvrager(s) bezit qua expertise een aantal handicaps; het project zou op een aantal aspecten kwalitatief beter uitgevoerd kunnen worden door een ander bedrijf of in samenwerking met andere partners. Of zo van toepassing: de kwaliteit of de relevantie van de samenwerking is eerder laag. De aanvrager(s) bezit onvoldoende expertise om het project succesvol te kunnen uitvoeren. Het project zou in zijn totaliteit op een betere wijze door anderen uitgevoerd kunnen worden. Of zo van toepassing: er is een duidelijk risico op een falende samenwerking. In onderstaand criterium A4 wordt beoordeeld, onder in functie van wat hoger bevraagd werd, in hoeverre de voorgestelde activiteiten waarvoor steun gevraagd wordt, aansluiten bij het vooropgestelde projecttype. A4.Vernieuwend karakter in relatie tot de bedrijfsactiviteiten (enkel van toepassing voor kmo-innovatieprojecten) Klassificatie van de geplande projectactiviteiten. Ontwikkeling Implementatie Creatieve Engineering Engineering e.a. Slaagkans onbestaande De geplande projectactiviteiten kunnen grotendeels geklasseerd worden als zijnde een nieuwe of een verdere ontwikkeling van kennis, technologieën, methodes en werkwijzen. Er zijn reële uitdagingen. De geplande projectactiviteiten kunnen grotendeels geklasseerd worden als zijnde creatieve en intelligente implementatie (toepassing) van bestaande maar voor het bedrijf nieuwe kennis, technologieën, methodes en werkwijzen. Er zijn reële uitdagingen. De geplande projectactiviteiten kunnen grotendeels beschouwd worden als creatieve en intelligente toepassing van binnen het bedrijf aanwezige kennis, technologie(ën) en methodes, waarbij wel afgeweken wordt van de gebruikelijke werkwijzen in het bedrijf. Er zijn beperkte uitdagingen. De geplande projectactiviteiten omvatten weinig dan maatwerk op basis van in het bedrijf wel gekende technologieën, methodes en technieken, of betreffen weinig dan het aankopen van bestaande technologieën zonder verdere ontwikkeling of creatieve toepassing ervan investering. De uitdagingen zijn beperkt of onvoldoende geïdentificeerd (wat de slaagkans van het project negatief beïnvloedt). De kans op slagen is quasi onbestaande. Kritische uitdagingen zijn niet geïdentificeerd. A4. Mogelijkheden tot een vervolg-innovatietraject (enkel van toepassing voor kmo-haalbaarheidsstudies) De studie is duidelijk een eerste aanzet tot een verder innovatietraject, waarbij nog belangrijke onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen zullen geleverd moeten worden. De studie vormt de voorbereiding tot een innovatietraject waarin nog relevante bijkomende kennisverwervende activiteiten zullen nodig zijn. Of: mogelijk leidt de studie tot een innovatietraject waarin geen kennisverwervende activiteiten nodig zullen blijken (engineeringstraject), maar dit kan momenteel nog niet eenduidig uitgeklaard worden, en de studie heeft onder als doel hierover duidelijk uitsluitsel te geven. De studie is geen voorbereidingstraject maar eerder een uitvoeringstraject van de beoogde innovatie en is eerder te beoordelen als een kmo-innovatieproject. Of, de kans dat de studie leidt tot een vervolg innovatietraject waar geen kennisverwervende activiteiten nodig zullen blijken, is zeer reëel. De studie kan hoegenaamd geen aanzet geven tot een verder innovatietraject. Het vervolgtraject is onbestaande, eenduidig engineering of een investering.
B. ECONOMISCH VALORISATIEPOTENTIEEL B1. Relatief belang van het project voor het bedrijf : groeipad inschatting van het industrieel belang en het vernieuwend karakter (unieke competitieve voordelen) van de beoogde resultaten voor de bedrijfsactiviteiten van de aanvrager (en partners) in Vlaanderen Het project biedt uitzicht op relevante belangrijke competitieve voordelen en vormt de aanzet tot een significant groeipad en de basis voor nieuwe economische activiteit. Of het project houdt een belangrijke diversificatie in voor het bedrijf of creëert een nieuw technologieplatform binnen het bedrijf met heel wat toepassingsmogelijkheden. Het project heeft een aantoonbaar potentieel dat kan leiden tot een belangrijke economische activiteit. Het project biedt economische waarde, maar quasi geen uitzicht op een groeipad en/of verdere expansie, of het groeipad is te optimistisch ingeschat en er zijn veel vraagtekens bij de realisatiekansen, of het belang van het project voor het bedrijf is onduidelijk. De slaagkans van het project en/of het valorisatietraject wordt als onrealistisch ingeschat. Of het project heeft geen belang of slechts een zeer marginaal belang voor de bedrijfsactiviteiten en/of marktkansen. B2. Kansen/bedreigingen in de markt (extern voor het bedrijf bij succesvolle uitvoering van het project) inschatting van de mogelijkheden tot valorisatie van de beoogde innovatie op basis van parameters als marktvooruitzichten, aanwezige concurrentie, omgevingsfactoren. De markt is sterk expanderend en/of de markt is nieuw met beperkte concurrentie voor het aanvragend bedrijf. De omgevingsfactoren zijn tevens gunstig. De markt is groeiend en/of het betreft een normale markstructuur en concurrentie-omgeving. De omgevingsfactoren geven een reële kans op commercieel succes. De markt is krimpend of stabiel met weinig groeiperspectieven en/of de markt is moeilijk (wordt gedomineerd door andere grote spelers), en/of de marktvooruitzichten of concurrentie worden te optimistisch ingeschat, en/of er bestaan grote intrededrempels. Er zijn geen of zeer beperkte marktverwachtingen en/of de concurrentie met de andere spelers is niet realistisch haalbaar en/of er zijn teveel en niet realistisch haalbare omgevingsfactoren.
B3. Sterke/zwakke punten van het bedrijf (van toepassing bij kmo-innovatieprojecten en bij kmo-haalbaarheidsstudies die zich niet richten op de voorbereiding van een ondernemingsplan (startende ondernemingen)) inschatting van de markttoegankelijkheid voor de onderneming op basis van parameters als huidige marktpositie en andere specifieke troeven of handicaps (bijv. distributienet, concurrentie, octrooibescherming, management ) belangrijke troeven voldoende troeven handicaps onaanvaardbare handicaps Het bedrijf heeft duidelijke troeven (sterke positie in de markt, comparatieve voordelen, IPR, strategische allianties, ) in handen om een sterke positie (verder) uit te bouwen op een nieuwe of bestaande markt. Het bedrijf is actief in de beoogde markt en/of beschikt over de nodige capaciteiten om het valorisatietraject aan te kunnen. Het bedrijf is slechts beperkt actief in de beoogde markt en/of zal zich geconfronteerd weten met een aantal handicaps (concurrentie met beduidend comparatieve voordelen, nodige allianties onzeker, risicovolle IPR-aspecten ) die moeilijk te overkomen zijn. Het bedrijf zal zich geconfronteerd weten met belangrijke handicaps die niet of zeer moeilijk te overkomen zijn. B3. Sterke/zwakke punten van de startende onderneming (enkel van toepassing bij kmo-haalbaarheidsstudies die zich richten op de voorbereiding van een ondernemingsplan (startende ondernemingen)) inschatting van de levenskansen voor de onderneming op basis van troeven en handicaps op verschillende vlakken gewaardeerd gewaardeerd De aanvrager overtuigt met duidelijke referenties over de nodige managementscapaciteiten te beschikken om een succesvolle bedrijfsactiviteit rond de beoogde innovatie uit te bouwen. Hij heeft duidelijk inzicht in de diverse aspecten van bedrijfsvoering. Waar nodig heeft hij zich laten omringen door gepaste expertise. Hij heeft tevens ook duidelijke troeven met betrekking tot de beoogde markt (kennis van de markt, IPR,...) De aanvrager beschikt over de nodige capaciteiten om een bedrijfsactiviteit gepast uit te bouwen. Mogelijke lacunes in de vereiste kennis van bedrijfsvoering worden herkend en zijn nog in te vullen maar haalbaar. Hij is voldoende vertrouwd met de beoogde markt en gedreven. Er zijn geen of normale IPR-voorwaarden. De aanvrager beschikt nog niet over alle voor een succesvolle bedrijfsuitbouw vereiste competenties. Of hij is slechts weinig vertrouwd met de markt en/of met belangrijke IPR-aspecten. Deze tekortkomingen zijn risicovol en niet evident overbrugbaar. Ze vergen een belangrijke bijkomende inspanning en/of andere aanpak. De aanvrager overtuigt niet over de nodige capaciteiten te beschikken om een bedrijfsactiviteit uit te bouwen. Of : de IPRaspecten zijn en niet realistisch overbrugbaar. B4. Socio-economische impact van het project in Vlaanderen inschatting van het potentieel aan economisch toegevoegde waarde voor Vlaanderen op basis van parameters als tewerkstelling en investeringen, waardeketenlocatie en delocaliseringsrisico s. De waardeketen zal normaal voornamelijk in Vlaanderen uitgevoerd worden. De valorisatie zal duidelijk gepaard gaan met substantiële nieuwe tewerkstelling en investeringen in Vlaanderen. Belangrijke onderdelen van de waardeketen zullen in Vlaanderen uitgevoerd worden. Het project is van belang voor het behoud van tewerkstelling in de betrokken activiteiten en kan ook gepaard gaan met nieuwe investeringen. Beperkte onderdelen van de waardeketen zullen in Vlaanderen uitgevoerd worden, of er zijn aanwijzingen dat delocalisatie overwogen wordt, of de omvang van de valorisatie in Vlaanderen is sterk afhankelijk van nog te nemen strategische keuze, of valorisatie zal voornamelijk verlopen via arbeidsrationalisatie in Vlaanderen. In verhouding tot de steun is het potentieel aan tewerkstelling en nieuwe investeringen beperkt. De hele waardeketen zal quasi exclusief in het buitenland plaatsvinden of er zijn ernstige twijfels over de continuïteit van de betrokken activiteiten in Vlaanderen. Het project biedt onvoldoende potentieel aan tewerkstelling en investeringen in Vlaanderen in verhouding tot de steun.
Voor kmo-haalbaarheidsstudies gericht op de voorbereiding van een internationaal samenwerkingsproject wordt onderstaande lijst van evaluatiecriteria gebruikt. Innovatiegerichtheid Is het voldoende duidelijk wat voor de Vlaamse aanvragende onderneming de mogelijke innovatie (product, proces of dienst) is binnen het beoogde internationaal samenwerkingsproject? Relevantie van de beoogde samenwerking Is de beoogde samenwerking duidelijk en nodig om succesvol te kunnen zijn? Met andere woorden, is het duidelijk dat de beoogde grensoverschrijdende samenwerking zinvol en waardevol is voor de aanvrager? Relevantie van de voorgestelde activiteiten en ingezette middelen Sluiten de voorgestelde studie-activiteiten aan bij het voorbereidingstraject van een project van internationale samenwerking? Worden de middelen (menskracht) adequaat ingezet? Bij de beoordeling hiervan is rekening te houden met het feit of de aanvrager de rol van projectcoördinator opneemt of niet. Mogelijkheid tot aanwending van de resultaten op termijn Zijn er voldoende indicaties dat de aanvrager de resultaten uit het internationaal samenwerkingsproject op termijn zinvol zal kunnen aanwenden? Is het belang voor de aanvrager daarbij voldoende duidelijk? Potentieel economisch toegevoegde waarde Levert het vervolgtraject op termijn naar schatting voldoende mogelijkheid tot het genereren van economisch toegevoegde waarde bij de aanvrager in termen van tewerkstelling en investeringen?