Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalsectorrekeningen 2018-IV

Vergelijkbare documenten
Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalsectorrekeningen 2017-IV

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalsectorrekeningen 2015-IV

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalsectorrekeningen 2019-I

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalsectorrekeningen 2016-IV

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalsectorrekeningen 2014-III

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalsectorrekeningen 2016-III

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalsectorrekeningen 2017-II

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalsectorrekeningen 2014-I

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalsectorrekeningen 2012-IV

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalrekeningen 2017-IV

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalrekeningen 2017-III

De economische groei bedroeg 0,2 % in het eerste kwartaal van Over het hele jaar 2018 nam het bbp met 1,4 % toe

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalrekeningen 2017-II

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalrekeningen 2016-I

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalrekeningen 2014-I

De economische groei bedraagt 0,4 % in het eerste kwartaal van Over het hele jaar 2017 neemt het bbp met 1,7 % toe

De economische groei bedraagt 0,5 % in het eerste kwartaal van 2017

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

NATIONALE REKENINGEN

NATIONALE REKENINGEN Derde kwartaal. Kwartaalaggregaten. Instituut voor de Nationale Rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

De economische groei bedraagt 0,3 % in het eerste kwartaal van De economische activiteit stijgt met 1,1 % over het hele jaar 2014

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

De economische groei bedraagt 0,2 % in het eerste kwartaal van 2016

NATIONALE REKENINGEN Eerste kwartaal. Kwartaalaggregaten. Instituut voor de Nationale Rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Rekeningen van de overheid 2004

NATIONALE REKENINGEN Eerste kwartaal. Kwartaalaggregaten. Instituut voor de Nationale Rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

De economische groei bedraagt 0,4 % in het eerste kwartaal van 2014

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

NATIONALE REKENINGEN Eerste kwartaal. Kwartaalaggregaten. Instituut voor de Nationale Rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Kwartaalaggregaten 2004-III

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

NATIONALE REKENINGEN Tweede kwartaal. Kwartaalaggregaten. Instituut voor de Nationale Rekeningen

NATIONALE REKENINGEN Derde kwartaal. Kwartaalaggregaten. Instituut voor de Nationale Rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

NATIONALE REKENINGEN

De nationale rekeningen en het ESR 2010

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Het ESR 2010 en de overheidsrekeningen

NATIONALE REKENINGEN. Historische reeksen Instituut voor de Nationale Rekeningen

Overzicht bijstellingen Sectorrekeningen 2012 Definitief, 2013 Nader voorlopig en 2014 Voorlopig

Consumptieve bestedingen van de particulieren Consumptieve bestedingen van de overheid Bruto vaste kapitaalvorming

NAM-multiplicatoren: handleiding

Instituut voor de nationale rekeningen. Regionale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen

Inkomsten en uitgaven van de landsoverheid Curaçao in 2014

NATIONALE REKENINGEN. Rekeningen van de overheid Instituut voor de Nationale Rekeningen

Hoeveel verdienen de Belgen? Hoeveel geven ze uit?

Persbericht. Herzien BBP 2001 ruim 18 miljard euro hoger. Centraal Bureau voor de Statistiek. Consumptie huishoudens ruim 11 miljard hoger

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Overzicht bijstellingen Sectorrekeningen 2011 Definitief, 2012 Nader voorlopig en 2013 Voorlopig

EUROPESE CENTRALE BANK

BIJLAGE A bij het. voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Statistisch Magazine Internationale economische ontwikkelingen in de periode 2010 tot en met 2012

Persbericht. Economie groeit 0,9 procent in eerste kwartaal Centraal Bureau voor de Statistiek. Kwartaal-op-kwartaalgroei aangetrokken

Persbericht. Economie verder gekrompen. Centraal Bureau voor de Statistiek. Uitvoer blijft groeien. Minder investeringen

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economische groei valt terug

Publicatieblad van de Europese Unie RICHTSNOEREN

EUROPESE CENTRALE BANK

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economie 0,7 procent gekrompen

documentatienota CRB van de particulieren

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Nationale rekeningen 2004 Revisie 2001

Regionale verdeling van de Belgische in- en uitvoer van goederen en diensten,

(ECB/2013/23) (2014/2/EU) (PB L 2 van , blz. 12)

NATIONALE REKENINGEN. Rekeningen van de overheid. Instituut voor de Nationale Rekeningen

Nationale rekeningen voldoen aan nieuwe internationale richtlijnen

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economie 1,1 procent gekrompen

Methodologische aspecten

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Persbericht. Huishoudens verliezen koopkracht in Centraal Bureau voor de Statistiek

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inkomen huishoudens gecorrigeerd voor inflatie licht gedaald. Meer inkomen uit vermogen en pensioen

CBS: economie krimpt door lager gasverbruik

Nationale Bank van België, Brussel in samenwerking met de drie gewesten

ECONOMISCHE INDICATOREN VOOR BELGIE

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Vooral opwaartse bijstelling overheidsconsumptie. Kwartaal-op-kwartaalgroei 0,6 procent

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen. Rekeningen van de overheid 2003

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economische groei derde kwartaal 2008 vertraagt tot 1,8 procent

Kerncijfers voor de Belgische economie Wijzigingspercentages in volume - tenzij anders vermeld

Overzicht bijstellingen Sectorrekeningen 2012

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economie krimpt 4,5 procent in eerste kwartaal 2009

Lichte achteruitgang van invoer en uitvoer in eerste jaarhelft van 2012

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economie groeit 2,9 procent in Economische groei vierde kwartaal 2,7 procent

Overheidsontvangsten en -uitgaven: analyse en aanbevelingen

Persbericht. Herzien BBP bijna 32 miljard gulden hoger

Persbericht. Economie groeit niet in eerste kwartaal Centraal Bureau voor de Statistiek. Net geen recessie.

Nieuwe versie van de satellietrekening van de IZW s

Economie groeit met 0,1 procent, 46 duizend banen minder

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid?

Transcriptie:

Instituut voor de nationale rekeningen Nationale rekeningen Kwartaalsectorrekeningen 2018-IV

Inhoud van de publicatie De niet-financiële kwartaalrekeningen van de institutionele sectoren worden opgesteld volgens de definities van het Europees Systeem van Rekeningen (ESR 2010). Ze zijn in overeenstemming met hun jaarlijkse equivalent dat elk jaar eind oktober wordt gepubliceerd. De elektronische versie van de kwartaalrekeningen van de sectoren is beschikbaar in de database van NBB.Stat. In deze database zijn de reeksen beschikbaar vanaf het eerste kwartaal van 1999. De statistieken met betrekking tot de niet-financiële kwartaalrekeningen van de institutionele sectoren beklemtonen vier sleutelindicatoren (spaarquote en investeringsquote van de gezinnen, margevoet en investeringsquote van de nietfinanciële vennootschappen), alsook van hun determinanten. Ze omvatten tevens de overzichtstabel van de transacties van de overheid, evenals de niet-financiële saldo s van de sectoren (gezinnen, vennootschappen, overheid) en van de Belgische economie in haar geheel. Deze publicatie bestaat uit twee delen: het eerste deel geeft een beknopte commentaar bij de resultaten, toegespitst op de sleutelindicatoren; het tweede deel bevat de gedetailleerde tabellen. De eerste sectie van de gedetailleerde tabellen is gewijd aan de rekeningen van de gezinnen, de tweede aan de rekeningen van de niet-financiële vennootschappen, de derde aan de rekeningen van de overheid, en de laatste aan de saldo s van de sectoren. Een toelichting is toegevoegd aan het einde van de publicatie. Deze editie van de rekeningen slaat op het vierde kwartaal van 2018 en werd afgesloten op 24 april 2019. Zij integreert de recentste cijfers van de overheidsrekeningen die op 18 april 2019 werden gepubliceerd. Om de algemene samenhang te vrijwaren, werden de rekeningen van de andere sectoren aangepast waar zij de tegenhanger vormen van de verschillende transacties van de overheid. Vandaar dat de rekeningen in deze editie kunnen afwijken van de jaarlijkse sectorrekeningen die in oktober 2018 werden uitgebracht. Instituut voor de nationale rekeningen Nationale Bank van België, Brussel Alle rechten voorbehouden. De volledige of gedeeltelijke verveelvoudiging van deze brochure voor educatieve en niet-commerciële doeleinden is toegestaan mits bronvermelding. ISSN 2033-530X(online)

Inhoudstafel Commentaar 5 Tabellen 1. Niet-financiële rekeningen van de huishoudens, voornaamste indicatoren, ramingen tegen lopende prijzen 13 1.1 Brutogegevens - Absolute cijfers 13 1.2 Voor seizoeninvloeden en kalendereffecten gezuiverde gegevens - Absolute cijfers 13 1.3 Voor seizoeninvloeden en kalendereffecten gezuiverde gegevens - Veranderingspercentages 14 2. Niet-financiële rekeningen van de niet-financiële vennootschappen, voornaamste indicatoren, ramingen tegen lopende prijzen 15 2.1 Brutogegevens - Absolute cijfers 15 2.2 Voor seizoeninvloeden en kalendereffecten gezuiverde gegevens - Absolute cijfers 15 2.3 Voor seizoeninvloeden en kalendereffecten gezuiverde gegevens - Veranderingspercentages 15 3. Niet-financiële rekeningen van de gezamenlijke overheid, voornaamste indicatoren, ramingen tegen lopende prijzen 16 3.1 Overzichtstabel van de ontvangsten, uitgaven en vorderingenoverschot of -tekort van de gezamenlijke overheid - Absolute cijfers 16 3.2 Ontvangsten en uitgaven: bijdrage van de componenten tot de totale evolutie t.o.v. het voorgaande jaar 17 3.3 Ontvangsten en uitgaven van de gezamenlijke overheid - Absolute cijfers 18 3.4 Ontvangsten en uitgaven van de gezamenlijke overheid - Veranderingspercentages 18 3

4. Niet-financieel financieringssaldo van de huishoudens, van de vennootschappen en van de overheid, ramingen tegen lopende prijzen 19 4.1 Voor seizoeninvloeden en kalendereffecten gezuiverde gegevens - Absolute cijfers 19 4.2 Voor seizoeninvloeden en kalendereffecten gezuiverde gegevens - Procenten bbp 19 Toelichting 21 Publicaties van het INR - Contactpersonen 25 Algemene opmerkingen 29 Conventionele tekens 31 Lijst van afkortingen 33 4

Commentaar Deze editie van de kwartaalrekeningen van de sectoren heeft betrekking op het vierde kwartaal van 2018. De rekeningen worden opgesteld tegen lopende prijzen en volgens het ESR 2010. De beschouwde ratio s vertonen sterke schommelingen van kwartaal tot kwartaal. De brutospaarquote wordt doorgaans beïnvloed door seizoengebonden elementen, zoals de inning van het vakantiegeld en van de dividenden (tweede kwartaal) of de eindejaarspremie (vierde kwartaal), alsook door seizoenbewegingen in de consumptieve bestedingen van de huishoudens. Teneinde de meer fundamentele ontwikkelingen af te leiden, worden alle reeksen weergegeven na correctie voor seizoen- en kalenderinvloeden. De spaarquote van de huishoudens is sterk gestegen De brutospaarquote van de huishoudens (met inbegrip van de IZW s ten behoeve van huishoudens) wordt gedefinieerd als de brutobesparingen gedeeld door het bruto beschikbaar inkomen. Dit inkomen wordt aangepast aan de wijzigingen in de rechten van de huishoudens op de pensioenfondsen. De brutobesparingen zijn het gedeelte van het bruto beschikbaar inkomen dat niet wordt uitgegeven in de vorm van consumptieve bestedingen. Zo stijgt de spaarquote wanneer het bruto beschikbaar inkomen sneller groeit dan de consumptieve bestedingen. In het vierde kwartaal van 2018 steeg het beschikbaar inkomen van de gezinnen aanzienlijk, met 1,7 % ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Alle componenten van het beschikbaar inkomen droegen bij aan die stijging. Zo droeg de beloning van de werknemers met 0,9 procentpunt bij, droegen de netto sociale overdrachten met 0,4 procentpunt bij en de inkomens van de zelfstandigen en de huurinkomsten met 0,2 procentpunt. Aangezien de huishoudens hun consumptieve bestedingen minder sterk hebben verhoogd (+0,7 %), steeg hun spaarquote ten opzichte van het voorgaande kwartaal, van 11,3 % tot 12,2 % van het beschikbaar inkomen. Volgens de eerste raming voor het volledige jaar 2018 bedraagt de spaarquote 11,7 %, tegen 11,4 % in 2017 De investeringsquote van de huishoudens is gestegen De bruto-investeringen in vaste activa omvatten de uitgaven van de huishoudens voor de bouw en renovatie van woningen, alsook de investeringen van zelfstandigen en IZW s ten behoeve van de huishoudens. De investeringsquote meet het aandeel van het bruto beschikbaar inkomen dat de huishoudens aan dat soort uitgaven besteden. In de loop van het vierde kwartaal van 2018 stegen de investeringsuitgaven van de gezinnen vrij sterk, met 3,5 % ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Uitgedrukt in procenten van het beschikbaar inkomen, stegen de investeringen van de huishoudens tot 10,4 %, tegen 10,2 % in het voorgaande kwartaal. De investeringsquote van de huishoudens bedroeg over heel 2018 gemiddeld 10,2 %, tegen 10,1 % in 2017. 5

Grafiek 1 INDICATOREN VOOR DE HUISHOUDENS (procenten) 4 Spaarquote van de huishoudens ¹ Investeringsquote van de huishoudens ¹ 14 4 12 3 3 2 13 2 11 1 1 0 12 0 10-1 -1-2 11-2 9-3 -3-4 2014 2015 2016 2017 2018 10-4 2014 2015 2016 2017 2018 8 Bruto beschikbaar inkomen, veranderingspercentages t.o.v. het voorgaande kwartaal (linkerschaal) Consumptieve bestedingen, veranderingspercentages t.o.v. het voorgaande kwartaal (linkerschaal) Spaarquote, in % (rechterschaal) Bruto beschikbaar inkomen, veranderingspercentages t.o.v. het voorgaande kwartaal (linkerschaal) Bruto-investeringen in vaste activa, veranderingspercentages t.o.v. het voorgaande kwartaal (linkerschaal) Investeringsquote, in % (rechterschaal) Bron: INR. 1 Met inbegrip van IZW s ten behoeve van huishoudens. De margevoet van de niet- financiële vennootschappen is gestegen Berekend op basis van de nationale rekeningen, wordt de margevoet van de vennootschappen gedefinieerd als het bruto-exploitatieoverschot gedeeld door de bruto toegevoegde waarde. Deze indicator meet het percentage van de toegevoegde waarde dat de niet-financiële vennootschappen overhouden na het betalen van de beloning van werknemers en van de nettobelastingen op productie (na aftrek van subsidies). Met andere woorden, de indicator meet het gedeelte van de tijdens het productieproces gecreëerde toegevoegde waarde die bestemd is voor de vergoeding van het kapitaal. Het concept van de margevoet mag nochtans niet gelijkgesteld worden met de notie van nettorentabiliteit van het vermogen. Immers, het bruto-exploitatieoverschot wordt berekend vooraleer het nettoinkomen uit vermogen in aanmerking wordt genomen en de directe belastingen ten laste van de vennootschappen worden betaald. In de loop van het verslagkwartaal steeg de bruto toegevoegde waarde van de niet- financiële vennootschappen met 1,2 % ten opzichte van het voorgaande kwartaal. De beloning van de werknemers en de belastingen op productie ongerekend productgebonden subsidies stegen met 0,8 %. Het bruto-exploitatieoverschot steeg met 1,7 %. Bijgevolg steeg de margevoet van de niet-financiële vennootschappen tot 42,6 %, tegen 42,4 % in de loop van het derde kwartaal. Over het hele jaar 2018 daalde de margevoet van de niet-financiële vennootschappen tot 42,5 % van de toegevoegde waarde, tegen 43,1 % in 2017. 6

De investeringsquote van de niet-financiële vennootschappen is sterk gestegen De investeringsquote van de vennootschappen wordt gedefinieerd als de bruto-investeringen in vaste activa gedeeld door de bruto toegevoegde waarde. De investeringsquote van de niet-financiële vennootschappen ging ten opzichte van het voorgaande kwartaal omhoog, van 26,3 % tot 27,1 % van de toegevoegde waarde. De investeringen van de niet-financiële vennootschappen namen in het vierde kwartaal met 4,3 % toe, dat is sneller dan hun bruto toegevoegde waarde (+1,2 %). Over het hele jaar 2018 bedroeg de investeringsquote van de niet- financiële vennootschappen gemiddeld 26,5 % van de toegevoegde waarde, tegen 26,1 % in 2017. Grafiek 2 INDICATOREN VOOR DE NIET-FINANCIËLE VENNOOTSCHAPPEN (procenten) 16 Margevoet van de niet-financiële vennootschappen 45 16 Investeringsquote van de niet-financiële vennootschappen 30 12 44 12 29 8 43 8 28 4 42 4 27 0 0-4 41-4 26-8 40-8 25-12 39-12 24-16 2014 2015 2016 2017 2018 38-16 2014 2015 2016 2017 2018 23 Bruto toegevoegde waarde, veranderingspercentages t.o.v. het voorgaande kwartaal (linkerschaal) Bruto-exploitatieoverschot, veranderingspercentages t.o.v. het voorgaande kwartaal (linkerschaal) Margevoet, in % (rechterschaal) Bruto toegevoegde waarde, veranderingspercentages t.o.v. het voorgaande kwartaal (linkerschaal) Bruto-investeringen in vaste activa, veranderingspercentages t.o.v. het voorgaande kwartaal (linkerschaal) Investeringsquote, in % (rechterschaal) Bron : INR. 7

Het financieringssaldo van de overheid is verslechterd In de loop van het vierde kwartaal van 2018 bedroeg het financieringssaldo van de overheid -1,5 % van het bbp, tegen -0,7 % tijdens het voorgaande kwartaal. De verslechtering van het saldo aan het einde van het jaar is toe te schrijven aan een daling van de ontvangsten in combinatie met een stijging van de uitgaven. Die stijging heeft voornamelijk betrekking op de bezoldigingen van de ambtenaren en de sociale uitkeringen. De daling van de ontvangsten is hoofdzakelijk het gevolg van de daling van de directe belastingen. Over het hele jaar 2018 is het saldo van de overheidsrekeningen nauwelijks verbeterd ten opzichte van het voorgaande jaar en vertoonde het een tekort van 0,7 % van het bbp. Grafiek 3 ONTVANGSTEN, UITGAVEN EN SALDO VAN DE GEZAMENLIJKE OVERHEID (procenten bbp, voor seizoen- en kalenderinvloeden gezuiverde gegevens) 62 1 59 0 56-1 53-2 50-3 47-4 44-5 41-6 38 2013 2014 2015 2016 2017 2018-7 Ontvangsten Uitgaven (linkerschaal) Vorderingenoverschot (+) of -tekort (-), (rechterschaal) Bron: INR. Het financieringssaldo van de Belgische economie is gestabiliseerd Net als het overheidssaldo, meten de sectorale saldi het financieringsvermogen of de financieringsbehoefte van elk van de grote institutionele sectoren van de economie. Een positief saldo betekent dat de beschouwde sector, nadat alle middelen en uitgaven in aanmerking zijn genomen, in staat is zijn financiële activa te verhogen en/ of zijn financiële verplichtingen te verminderen. Omgekeerd wijst een negatief saldo erop dat de sector sommige van zijn activa 62moet verkopen en/of zijn schuldenlast moet verhogen om zijn niet-financiële 1 transacties te kunnen financieren. In de loop van het verslagkwartaal is het financieringssaldo van de overheid, gemeten in procenten bbp, verslechterd, van -0,7 % tot -1,5 % van het bbp. Daartegenover staat dat het financieringssaldo van de huishoudens en dat van de vennootschappen, die in evenwicht waren in de loop van het derde kwartaal, allebei positief zijn geworden, en respectievelijk 0,6 % en 0,2 % van het bbp bedragen. In het totaal bleef het saldo van de Belgische economie alle sectoren samen nagenoeg onveranderd op 0,7 % van het bbp in de loop van het vierde kwartaal van 2018. 8

Over het hele jaar 2018 vertonen de sector van de huishoudens en die van de vennootschappen een licht positief saldo. Rekening houdend met het tekort in de sector van de overheid, laat de totale economie een negatief saldo van gemiddeld 0,3 % van het bbp optekenen in 2018. Grafiek 4 SECTORALE SALDI (procenten bbp, voor seizoen- en kalenderinvloeden gezuiverde gegevens) 10 10 8 8 6 6 4 4 2 2 0 0-2 -2-4 -6-8 2014 2015 2016 2017 2018-4 -6-8 p.m. Totale economie Huishoudens ¹ Vennootschappen ² Overheid Bron: INR. 1 Met inbegrip van de IZW s ten behoeve van de huishoudens. 2 Niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen. 9

Tabellen

1. NIET-FINANCIËLE REKENINGEN VAN DE HUISHOUDENS, VOORNAAMSTE INDICATOREN, RAMINGEN TEGEN LOPENDE PRIJZEN 1.1 BRUTOGEGEVENS - ABSOLUTE CIJFERS (in miljoen, tenzij anders vermeld) 2017 2018 2016 2017 2018 II III IV I II III IV I II III IV Bruto beschikbaar inkomen 252.727,9 260.522,1 66.755,1 58.845,3 61.362,1 59.739,1 69.029,1 60.345,8 63.613,9 61.417,6 71.130,6 61.566,3 66.407,6 Beloning van werknemers (ontvangen) 223.284,8 230.012,4 55.693,8 49.509,9 59.267,4 52.816,2 57.600,0 51.100,5 61.768,1 54.543,0 59.499,2 52.432,7 63.537,5 Bruto exploitatieoverschot en bruto gemengd inkomen 51.933,8 53.190,1 12.709,0 12.464,2 13.052,0 12.580,6 13.123,8 12.788,3 13.441,1 12.944,2 13.445,5 13.086,9 13.713,5 Netto inkomen uit vermogen en overige inkomensoverdrachten 28.898,8 29.328,8 13.015,2 5.538,3 4.975,5 4.541,7 14.100,5 5.317,4 4.939,2 4.462,7 14.147,7 5.461,7 5.256,7 Netto sociale overdrachten 1 3.449,1 4.361,0 1.914,6 2.354,1-1.412,2 1.017,1 1.908,3 2.266,6-1.742,9 1.374,2 2.055,8 2.309,4-1.378,4 Belastingen op inkomen en vermogen (-) 54.838,6 56.370,2 16.577,5 11.021,2 14.520,6 11.216,5 17.703,5 11.127,0 14.791,6 11.906,5 18.017,6 11.724,4 14.721,7 Consumptieve bestedingen 223.857,4 230.112,0 54.587,2 54.407,7 57.212,6 53.051,0 56.387,1 55.858,5 58.560,8 54.425,5 57.794,6 57.447,0 60.444,9 Brutobesparingen 28.870,5 30.410,1 12.167,9 4.437,6 4.149,5 6.688,1 12.642,0 4.487,3 5.053,1 6.992,1 13.336,0 4.119,3 5.962,7 Investeringen in vaste activa (bruto) 25.568,0 26.637,1 6.232,4 6.224,8 6.407,6 6.283,1 6.434,3 6.364,7 6.485,9 6.410,1 6.624,7 6.597,1 7.005,2 Sleutelindicatoren: Spaarquote (pct.) 11,4 11,7 18,2 7,5 6,8 11,2 18,3 7,4 7,9 11,4 18,7 6,7 9,0 Investeringsquote (pct.) 10,1 10,2 9,3 10,6 10,4 10,5 9,3 10,5 10,2 10,4 9,3 10,7 10,5 N.B.: Met inbegrip van de IZW s t.b.v. huishoudens. 1 De sociale uitkeringen en de sociale premies worden in aanmerking genomen, evenals de correctie voor mutaties in voorzieningen pensioenverzekeringen. 1.2 VOOR SEIZOENINVLOEDEN EN KALENDEREFFECTEN GEZUIVERDE GEGEVENS - ABSOLUTE CIJFERS (in miljoen, tenzij anders vermeld) 13 2017 2018 2016 2017 2018 II III IV I II III IV I II III IV Bruto beschikbaar inkomen 252.788,9 260.479,4 61.006,7 61.804,9 61.720,3 62.390,7 63.122,3 63.578,1 63.697,8 64.355,9 65.014,8 64.994,0 66.114,7 Beloning van werknemers (ontvangen) 223.353,6 229.978,5 53.754,5 54.241,8 54.390,2 54.951,0 55.660,1 56.092,3 56.650,2 56.846,6 57.395,1 57.577,2 58.159,6 Bruto exploitatieoverschot en bruto gemengd inkomen 51.933,8 53.177,9 12.548,7 12.654,6 12.722,6 12.852,9 12.952,7 12.995,8 13.132,4 13.192,4 13.270,5 13.296,2 13.418,8 Netto inkomen uit vermogen en overige inkomensoverdrachten 28.891,0 29.332,0 6.898,0 7.134,7 7.116,6 7.167,3 7.525,6 7.126,2 7.071,9 7.277,8 7.404,7 7.287,3 7.362,2 Netto sociale overdrachten 1 3.449,1 4.361,0 850,0 1.051,3 1.059,9 876,2 829,5 921,8 821,6 1.166,4 968,2 990,3 1.236,1 Belastingen op inkomen en vermogen (-) 54.838,6 56.370,0 13.044,5 13.277,5 13.569,0 13.456,7 13.845,6 13.558,0 13.978,3 14.127,3 14.023,7 14.157,0 14.062,0 Consumptieve bestedingen 223.857,5 230.112,0 54.290,5 54.580,7 54.914,0 55.546,3 56.040,6 56.031,7 56.238,9 57.011,2 57.428,5 57.645,6 58.026,7 Brutobesparingen 28.931,4 30.367,4 6.716,2 7.224,2 6.806,3 6.844,4 7.081,7 7.546,4 7.458,9 7.344,7 7.586,3 7.348,4 8.088,0 Investeringen in vaste activa (bruto) 25.567,9 26.637,1 6.196,6 6.269,5 6.293,5 6.393,8 6.396,8 6.410,8 6.366,5 6.523,7 6.588,5 6.647,2 6.877,7 Sleutelindicatoren: Spaarquote (pct.) 11,4 11,7 11,0 11,7 11,0 11,0 11,2 11,9 11,7 11,4 11,7 11,3 12,2 Investeringsquote (pct.) 10,1 10,2 10,2 10,1 10,2 10,2 10,1 10,1 10,0 10,1 10,1 10,2 10,4 N.B.: Met inbegrip van de IZW s t.b.v. huishoudens. 1 De sociale uitkeringen en de sociale premies worden in aanmerking genomen, evenals de correctie voor mutaties in voorzieningen pensioenverzekeringen.

1.3 VOOR SEIZOENINVLOEDEN EN KALENDEREFFECTEN GEZUIVERDE GEGEVENS - VERANDERINGSPERCENTAGES (veranderingspercentages t.o.v. het voorgaande kwartaal, tenzij anders vermeld) 2016 2017 2018 II III IV I II III IV I II III IV Bruto beschikbaar inkomen 0,8 1,3-0,1 1,1 1,2 0,7 0,2 1,0 1,0 0,0 1,7 Bijdrage tot de groei van het bruto beschikbaar inkomen: 1 Beloning van werknemers (ontvangen) -0,1 0,8 0,2 0,9 1,1 0,7 0,9 0,3 0,9 0,3 0,9 Bruto exploitatieoverschot en bruto gemengd inkomen 0,1 0,2 0,1 0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,1 0,0 0,2 Netto inkomen uit vermogen en overige inkomensoverdrachten -0,3 0,4 0,0 0,1 0,6-0,6-0,1 0,3 0,2-0,2 0,1 Netto sociale overdrachten 2 0,8 0,3 0,0-0,3-0,1 0,1-0,2 0,5-0,3 0,0 0,4 Belastingen op inkomen en vermogen (-) 0,2-0,4-0,5 0,2-0,6 0,5-0,7-0,2 0,2-0,2 0,1 Consumptieve bestedingen 1,3 0,5 0,6 1,2 0,9 0,0 0,4 1,4 0,7 0,4 0,7 Brutobesparingen -3,0 7,6-5,8 0,6 3,5 6,6-1,2-1,5 3,3-3,1 10,1 Investeringen in vaste activa (bruto) 2,3 1,2 0,4 1,6 0,0 0,2-0,7 2,5 1,0 0,9 3,5 N.B.: Met inbegrip van de IZW s t.b.v. huishoudens. 1 De bijdrage van een component tot de groei van het aggregaat waarvan hij deel uitmaakt, is gelijk aan het product van het groeipercentage van die component met zijn gewicht in het aggregaat in de vorige periode. 2 De sociale uitkeringen en de sociale premies worden in aanmerking genomen, evenals de correctie voor mutaties in voorzieningen pensioenverzekeringen. 14

2. NIET-FINANCIËLE REKENINGEN VAN DE NIET-FINANCIËLE VENNOOTSCHAPPEN, VOORNAAMSTE INDICATOREN, RAMINGEN TEGEN LOPENDE PRIJZEN 2.1 BRUTOGEGEVENS - ABSOLUTE CIJFERS (in miljoen, tenzij anders vermeld) 2017 2018 2016 2017 2018 II III IV I II III IV I II III IV Bruto toegevoegde waarde 243.608,5 250.231,9 59.370,9 57.153,9 61.567,9 58.920,7 61.641,5 59.181,1 63.865,2 60.432,9 63.176,1 60.840,3 65.782,6 Beloning van werknemers (betaald) 147.395,8 152.564,0 36.649,1 32.214,3 39.675,8 34.255,7 38.130,2 33.470,2 41.539,7 35.657,6 39.588,6 34.561,4 42.756,4 Niet-productgebonden belastingen minus subsidies op productie -8.917,1-8.664,9-2.055,6-2.120,6-2.115,0-2.233,9-2.211,5-2.262,0-2.209,7-2.234,8-2.142,9-2.179,5-2.107,7 Bruto exploitatieoverschot 105.129,8 106.332,9 24.777,5 27.060,3 24.007,0 26.898,9 25.722,8 27.972,9 24.535,2 27.010,2 25.730,4 28.458,4 25.133,9 Investeringen in vaste activa (bruto) 63.595,3 66.439,1 14.642,6 15.820,0 17.256,7 14.486,2 15.915,9 14.869,5 18.323,7 15.142,4 16.273,9 15.420,8 19.602,0 Sleutelindicatoren: Margevoet (pct.) 1 43,2 42,5 41,7 47,3 39,0 45,7 41,7 47,3 38,4 44,7 40,7 46,8 38,2 Investeringsquote (pct.) 26,1 26,6 24,7 27,7 28,0 24,6 25,8 25,1 28,7 25,1 25,8 25,3 29,8 1 De margevoet van de niet-financiële vennootschappen is de verhouding tussen het bruto exploitatieoverschot en de bruto toegevoegde waarde. Deze indicator meet het percentage van de toegevoegde waarde die de niet-financiële vennootschappen overhouden na de betaling van de beloning van werknemers en nettobelastingen op productie. Voor een meer gedetailleerde definitie wordt verwezen naar de toelichting aan het einde van deze publicatie. 2.2 VOOR SEIZOENINVLOEDEN EN KALENDEREFFECTEN GEZUIVERDE GEGEVENS - ABSOLUTE CIJFERS (in miljoen, tenzij anders vermeld) 15 2017 2018 2016 2017 2018 II III IV I II III IV I II III IV Bruto toegevoegde waarde 243.609,0 250.244,2 58.546,9 58.804,3 59.284,1 60.349,5 60.766,5 60.944,1 61.548,9 61.953,5 62.271,9 62.630,1 63.388,7 Beloning van werknemers (betaald) 147.464,6 152.530,2 35.289,1 35.588,7 35.773,8 36.151,1 36.763,7 37.064,2 37.485,6 37.690,4 38.058,0 38.265,2 38.516,6 Niet-productgebonden belastingen minus subsidies op productie -8.917,2-8.665,0-2.055,7-2.101,9-2.131,6-2.253,2-2.200,7-2.244,6-2.218,7-2.254,7-2.128,9-2.167,5-2.113,9 Bruto exploitatieoverschot 105.061,7 106.379,1 25.313,6 25.317,6 25.641,9 26.451,6 26.203,6 26.124,4 26.282,1 26.517,9 26.342,7 26.532,5 26.986,0 Investeringen in vaste activa (bruto) 63.595,2 66.439,0 14.699,3 16.764,3 15.156,8 15.672,7 15.974,2 15.885,9 16.062,4 16.392,8 16.353,3 16.490,3 17.202,6 Sleutelindicatoren: Margevoet (pct.) 1 43,1 42,5 43,2 43,1 43,3 43,8 43,1 42,9 42,7 42,8 42,3 42,4 42,6 Investeringsquote (pct.) 26,1 26,5 25,1 28,5 25,6 26,0 26,3 26,1 26,1 26,5 26,3 26,3 27,1 1 De margevoet van de niet-financiële vennootschappen is de verhouding tussen het bruto exploitatieoverschot en de bruto toegevoegde waarde. Deze indicator meet het percentage van de toegevoegde waarde die de niet-financiële vennootschappen overhouden na de betaling van de beloning van werknemers en nettobelastingen op productie. Voor een meer gedetailleerde definitie wordt verwezen naar de toelichting aan het einde van deze publicatie. 2.3 VOOR SEIZOENINVLOEDEN EN KALENDEREFFECTEN GEZUIVERDE GEGEVENS - VERANDERINGSPERCENTAGES (veranderingspercentages t.o.v. het voorgaande kwartaal) 2016 2017 2018 II III IV I II III IV I II III IV Bruto toegevoegde waarde 1,1 0,4 0,8 1,8 0,7 0,3 1,0 0,7 0,5 0,6 1,2 Beloning van werknemers en niet-productgebonden belastingen minus subsidies op productie -0,5 0,8 0,5 0,8 2,0 0,7 1,3 0,5 1,4 0,5 0,8 waarvan beloning van werknemers (betaald) -0,5 0,8 0,5 1,1 1,7 0,8 1,1 0,5 1,0 0,5 0,7 Bruto exploitatieoverschot 3,4 0,0 1,3 3,2-0,9-0,3 0,6 0,9-0,7 0,7 1,7 Investeringen in vaste activa (bruto) 1,1 14,0-9,6 3,4 1,9-0,6 1,1 2,1-0,2 0,8 4,3

3. NIET-FINANCIËLE REKENINGEN VAN DE GEZAMENLIJKE OVERHEID, VOORNAAMSTE INDICATOREN, RAMINGEN TEGEN LOPENDE PRIJZEN 3.1 OVERZICHTSTABEL VAN DE ONTVANGSTEN, UITGAVEN EN VORDERINGENOVERSCHOT OF -TEKORT VAN DE GEZAMENLIJKE OVERHEID - ABSOLUTE CIJFERS (brutogegevens, in miljoen) 16 2017 2018 2016 2017 2018 II III IV I II III IV I II III IV Ontvangsten Fiscale en parafiscale ontvangsten 194.376,3 201.057,8 49.350,0 40.545,9 56.486,9 40.816,4 52.918,9 42.366,9 58.275,0 42.619,7 56.206,1 43.966,2 58.266,5 Directe belastingen 73.826,2 77.071,0 20.268,1 13.102,4 23.387,5 12.608,7 22.875,6 14.066,5 24.276,5 13.774,2 25.036,1 15.069,9 23.191,0 Huishoudens 54.385,4 55.906,5 16.454,2 10.924,5 14.418,5 11.091,7 17.582,8 11.029,1 14.682,8 11.778,1 17.892,6 11.623,3 14.612,7 Vennootschappen 18.419,4 20.073,5 3.501,6 1.962,9 8.644,4 1.307,4 4.992,7 2.842,6 9.276,7 1.775,4 6.822,0 3.232,9 8.243,1 Andere sectoren 1.021,4 1.091,0 312,3 215,0 324,6 209,6 300,1 194,8 317,0 220,7 321,5 213,7 335,2 Indirecte belastingen 57.265,7 59.305,2 14.049,2 13.586,6 15.642,8 13.253,6 14.391,0 13.793,7 15.827,2 13.483,4 15.073,1 14.098,9 16.650,3 Werkelijke sociale premies 59.666,7 60.910,7 14.247,1 12.993,0 16.521,1 14.092,2 14.736,2 13.485,1 17.353,2 14.399,6 15.179,1 13.764,8 17.567,2 Kapitaalbelastingen 3.617,7 3.770,9 785,6 863,9 935,5 861,9 916,1 1.021,6 818,1 962,5 917,8 1.032,6 858,0 Toegerekende sociale premies 9.935,0 10.256,1 2.375,1 2.401,7 2.426,3 2.448,9 2.471,9 2.495,3 2.519,0 2.543,0 2.561,0 2.573,1 2.579,1 Ontvangen rente 1.335,5 1.404,6 352,9 346,4 349,4 340,0 334,3 331,3 330,1 347,3 348,2 355,0 354,1 Ander inkomen uit vermogen 2.669,8 2.819,3 1.521,9 200,6 323,2 405,8 1.755,4 193,1 315,6 401,9 1.874,5 217,9 325,0 Inkomensoverdrachten afkomstig van andere sectoren 3.332,0 3.482,0 808,5 790,6 820,7 809,8 828,6 831,7 861,9 829,7 887,1 849,0 916,2 Lopende verkopen van geproduceerde goederen en diensten 13.195,7 13.595,0 3.142,7 3.177,1 3.212,6 3.249,2 3.283,7 3.316,0 3.346,2 3.374,2 3.395,3 3.409,3 3.416,3 Kapitaaloverdrachten afkomstig van andere sectoren 456,5 265,6 58,6 58,3 452,1 274,7 62,2 56,2 63,5 59,5 63,9 75,1 67,1 Totaal Ontvangsten 225.300,8 232.880,4 57.609,6 47.520,5 64.071,2 48.344,8 61.655,0 49.590,4 65.711,2 50.175,3 65.336,1 51.445,5 65.924,3 Uitgaven Lopende uitgaven exclusief rentelasten 204.001,8 210.801,8 49.865,7 48.155,9 51.960,2 50.135,3 52.022,5 49.149,5 52.694,4 52.287,6 53.542,7 50.415,6 54.555,7 Beloning van werknemers 53.995,8 55.208,1 13.341,8 12.289,3 14.031,1 13.107,2 13.777,9 12.624,9 14.485,9 13.466,3 14.068,7 12.822,1 14.851,0 Intermediair verbruik en betaalde belastingen 17.439,2 18.422,2 4.115,7 3.994,4 4.810,1 3.981,3 4.338,9 4.193,8 4.925,1 4.241,7 4.633,2 4.487,9 5.059,5 Subsidies aan bedrijven 14.857,5 14.906,6 3.543,6 3.574,9 3.617,6 3.671,9 3.710,5 3.733,7 3.741,4 3.733,6 3.727,6 3.723,7 3.721,7 Sociale uitkeringen 109.910,9 113.528,5 27.372,4 26.324,1 26.736,0 27.069,6 28.235,0 27.054,4 27.552,0 28.102,7 29.195,4 27.698,3 28.532,2 In geld 75.090,6 77.720,2 19.058,1 18.237,1 18.037,3 18.021,2 19.651,1 18.756,9 18.661,5 18.788,4 20.382,0 19.180,6 19.369,1 In natura door marktproducenten 34.820,3 35.808,3 8.314,3 8.087,0 8.698,7 9.048,4 8.583,9 8.297,5 8.890,5 9.314,3 8.813,3 8.517,7 9.163,0 Inkomensoverdrachten aan huishoudens en IZW s 3.296,3 3.365,5 732,0 779,4 678,3 1.102,9 967,0 593,3 632,9 1.122,7 953,3 611,1 678,4 Inkomensoverdrachten aan vennootschappen 219,8 224,6 57,0 54,5 53,6 54,2 54,8 55,2 55,6 55,9 56,1 56,2 56,3 Inkomensoverdrachten aan het buitenland 4.282,3 5.146,3 703,2 1.139,3 2.033,5 1.148,2 938,4 894,2 1.301,5 1.564,7 908,5 1.016,3 1.656,7 Rentelasten 10.864,6 10.154,8 3.026,4 3.105,1 2.934,9 2.798,4 2.744,1 2.695,5 2.626,8 2.548,1 2.529,8 2.541,7 2.535,2 Kapitaaluitgaven 14.078,6 15.019,8 3.611,0 3.270,3 3.668,3 3.162,0 3.735,4 3.405,5 3.775,7 3.543,1 3.797,7 3.610,5 4.068,5 Bruto-investeringen in vaste activa 9.813,5 10.797,6 2.293,1 2.315,1 2.439,3 2.311,8 2.379,4 2.459,8 2.662,4 2.549,8 2.637,4 2.706,3 2.904,1 Andere netto-aankopen van niet-financiële activa 162,4 226,3 8,5 6,6 41,9 26,7 38,5 46,4 50,8 55,8 45,9 67,1 57,6 Kapitaaloverdrachten aan andere sectoren 4.102,7 3.995,9 1.309,4 948,6 1.187,1 823,5 1.317,5 899,3 1.062,5 937,5 1.114,4 837,1 1.106,8 Totaal Uitgaven 228.945,0 235.976,4 56.503,1 54.531,3 58.563,5 56.095,7 58.501,9 55.250,6 59.096,9 58.378,7 59.870,3 56.567,8 61.159,5 Brutobesparingen 6.360,3 7.887,4 3.873,3-4.662,7 7.788,5-5.725,5 5.910,1-3.332,4 9.508,4-5.682,4 8.281,9-2.619,5 7.908,3 Vorderingenoverschot (+) of -tekort (-) -3.644,2-3.096,0 1.106,5-7.010,7 5.507,7-7.751,0 3.153,1-5.660,1 6.614,3-8.203,5 5.465,8-5.122,4 4.764,8 Primair saldo 7.220,4 7.058,8 4.132,9-3.905,6 8.442,6-4.952,6 5.897,2-2.964,6 9.241,1-5.655,4 7.995,6-2.580,7 7.300,0

3.2 ONTVANGSTEN EN UITGAVEN: BIJDRAGE VAN DE COMPONENTEN TOT DE TOTALE EVOLUTIE T.O.V. HET VOORGAANDE JAAR ONTVANGSTEN (Procentpunten, brutogegevens) UITGAVEN (Procentpunten, brutogegevens) 10 12 8 10 6 4 2 0-2 8 6 4 2 0-2 17-4 -4-6 -6-8 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018-8 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Directe belastingen Indirecte belastingen Werkelijke sociale premies Beloning van werknemers Intermediair verbruik en betaalde belastingen Sociale uitkeringen Rentelasten Overige uitgaven Totaal uitgaven Overige ontvangsten Totaal ontvangsten Bron: INR. Bron: INR.

3.3 ONTVANGSTEN EN UITGAVEN VAN DE GEZAMENLIJKE OVERHEID - ABSOLUTE CIJFERS (voor seizoen- en kalenderinvloeden gezuiverde gegevens, in miljoen) 2017 2018 2016 2017 2018 II III IV I II III IV I II III IV Ontvangsten Directe belastingen 73.827,2 77.071,1 16.638,4 17.090,5 18.526,2 17.843,3 18.440,7 18.494,1 19.049,1 19.465,5 19.534,3 19.365,8 18.705,5 Indirecte belastingen 57.265,6 59.305,4 14.079,0 14.094,8 14.241,0 14.186,0 14.397,0 14.286,6 14.396,0 14.433,8 15.092,7 14.622,0 15.156,9 Werkelijke sociale premies 59.666,7 60.910,8 14.384,0 14.457,6 14.473,1 14.612,1 14.867,5 15.001,6 15.185,5 14.984,3 15.283,7 15.293,6 15.349,2 Overige ontvangsten 34.549,3 35.590,5 8.167,5 8.212,6 8.740,2 8.694,4 8.606,5 8.679,4 8.569,0 8.880,2 8.925,7 8.941,5 8.843,1 Totaal Ontvangsten 225.308,8 232.877,8 53.268,9 53.855,5 55.980,5 55.335,8 56.311,7 56.461,7 57.199,6 57.763,8 58.836,4 58.222,9 58.054,7 Uitgaven Beloning van werknemers 53.995,9 55.208,0 13.034,5 13.182,1 13.235,7 13.331,0 13.464,4 13.557,1 13.643,4 13.697,0 13.755,1 13.785,3 13.970,6 Intermediair verbruik en betaalde belastingen 17.439,1 18.422,4 4.202,1 4.183,1 4.308,1 4.269,7 4.345,1 4.375,7 4.448,6 4.531,8 4.595,0 4.648,3 4.647,3 Sociale uitkeringen 109.911,0 113.528,5 26.513,9 26.906,5 27.017,6 27.077,7 27.356,4 27.667,9 27.809,0 28.090,8 28.276,3 28.375,7 28.785,7 Rentelasten 10.864,8 10.154,7 3.040,8 3.068,3 2.923,6 2.829,3 2.756,7 2.662,9 2.615,9 2.576,1 2.541,9 2.512,0 2.524,7 Overige uitgaven 36.734,4 38.662,6 9.009,5 9.411,0 9.669,3 8.687,0 9.652,4 9.211,2 9.183,8 9.515,0 9.666,2 9.662,9 9.818,5 Totaal Uitgaven 228.945,2 235.976,2 55.800,8 56.751,0 57.154,3 56.194,7 57.575,0 57.474,8 57.700,7 58.410,7 58.834,5 58.984,2 59.746,8 Vorderingenoverschot (+) of -tekort (-) -3.636,4-3.098,4-2.531,9-2.895,5-1.173,8-858,9-1.263,3-1.013,1-501,1-646,9 1,9-761,3-1.692,1 3.4 ONTVANGSTEN EN UITGAVEN VAN DE GEZAMENLIJKE OVERHEID - VERANDERINGSPERCENTAGES (veranderingspercentages t.o.v. de voorgaande periode, voor seizoen- en kalenderinvloeden gezuiverde gegevens) 18 2017 2018 2016 2017 2018 II III IV I II III IV I II III IV Ontvangsten Directe belastingen 7,4 4,4 0,8 2,7 8,4-3,7 3,3 0,3 3,0 2,2 0,4-0,9-3,4 Indirecte belastingen 3,4 3,6 8,6 0,1 1,0-0,4 1,5-0,8 0,8 0,3 4,6-3,1 3,7 Werkelijke sociale premies 2,8 2,1-2,4 0,5 0,1 1,0 1,7 0,9 1,2-1,3 2,0 0,1 0,4 Overige ontvangsten 4,7 3,0 3,5 0,6 6,4-0,5-1,0 0,8-1,3 3,6 0,5 0,2-1,1 Totaal Ontvangsten 4,7 3,4 2,2 1,1 3,9-1,2 1,8 0,3 1,3 1,0 1,9-1,0-0,3 Uitgaven Beloning van werknemers 3,1 2,2 0,9 1,1 0,4 0,7 1,0 0,7 0,6 0,4 0,4 0,2 1,3 Intermediair verbruik en betaalde belastingen 3,2 5,6-0,1-0,5 3,0-0,9 1,8 0,7 1,7 1,9 1,4 1,2 0,0 Sociale uitkeringen 3,0 3,3 1,1 1,5 0,4 0,2 1,0 1,1 0,5 1,0 0,7 0,4 1,4 Rentelasten -10,0-6,5 0,0 0,9-4,7-3,2-2,6-3,4-1,8-1,5-1,3-1,2 0,5 Overige uitgaven -1,8 5,2-3,4 4,5 2,7-10,2 11,1-4,6-0,3 3,6 1,6 0,0 1,6 Totaal Uitgaven 1,6 3,1 0,1 1,7 0,7-1,7 2,5-0,2 0,4 1,2 0,7 0,3 1,3

4. NIET-FINANCIEEL FINANCIERINGSSALDO VAN DE HUISHOUDENS, VAN DE VENNOOTSCHAPPEN EN VAN DE OVERHEID, RAMINGEN TEGEN LOPENDE PRIJZEN 4.1 VOOR SEIZOENINVLOEDEN EN KALENDEREFFECTEN GEZUIVERDE GEGEVENS - ABSOLUTE CIJFERS (in miljoen) 2017 2018 2016 2017 2018 II III IV I II III IV I II III IV Vorderingenoverschot (+) of -tekort (-) van de huishoudens 1 912,2 1.195,3-99,1 362,6-91,2-216,1 1,6 479,2 647,5 96,6 345,2 45,5 708,0 Vorderingenoverschot (+) of -tekort (-) van de vennootschappen 2 6.987,3 478,3 3.653,6 511,0 792,9 1.238,3 2.032,6 2.394,5 1.321,9 454,1-221,6 49,7 196,1 Vorderingenoverschot (+) of -tekort (-) van de overheid -3.636,6-3.098,2-2.532,1-2.895,6-1.173,7-858,9-1.263,8-1.013,0-500,9-647,0 2,1-761,2-1.692,1 Vorderingenoverschot (+) of -tekort (-) van de totale economie 4.262,9-1.424,6 1.022,4-2.022,0-472,0 163,3 770,4 1.860,7 1.468,5-96,3 125,7-666,0-788,0 1 Met inbegrip van de IZW s t.b.v. huishoudens. 2 Niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen. 4.2 VOOR SEIZOENINVLOEDEN EN KALENDEREFFECTEN GEZUIVERDE GEGEVENS - PROCENTEN BBP 2017 2018 2016 2017 2018 II III IV I II III IV I II III IV Vorderingenoverschot (+) of -tekort (-) van de huishoudens 1 0,2 0,3-0,1 0,3-0,1-0,2 0,0 0,4 0,6 0,1 0,3 0,0 0,6 Vorderingenoverschot (+) of -tekort (-) van de vennootschappen 2 1,6 0,1 3,4 0,5 0,7 1,1 1,9 2,2 1,2 0,4-0,2 0,0 0,2 Vorderingenoverschot (+) of -tekort (-) van de overheid -0,8-0,7-2,4-2,7-1,1-0,8-1,2-0,9-0,5-0,6 0,0-0,7-1,5 Vorderingenoverschot (+) of -tekort (-) van de totale economie 1,0-0,3 1,0-1,9-0,4 0,2 0,7 1,7 1,3-0,1 0,1-0,6-0,7 1 Met inbegrip van de IZW s t.b.v. huishoudens. 2 Niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen. 19

Toelichting 1. Algemeen kader De niet-financiële rekeningen van de institutionele sectoren, geraamd tegen werkelijke prijzen, vormen een ruime, geïntegreerde en coherente databank, die het volledige rekeningensysteem voor elke sector (huishoudens, vennootschappen en overheid) omvat. Deze laatste beschrijft de productietransacties, de transacties inzake de vorming en herverdeling van inkomens, onder meer via overheidsinterventie, alsook de transacties inzake de besteding van het inkomen in de vorm van consumptie, besparingen of investeringen. Uiteindelijk sluit de rekening van elke institutionele sector met een saldo dat overeenstemt met het financieringsvermogen of de financieringsbehoefte van die sector. De kwartaalrekeningen van de institutionele sectoren worden opgesteld door de reeds beschikbare statistische informatie - onder meer de nationale kwartaalrekeningen en de overheidsrekeningen - aan te vullen met andere ramingen. De kwartaalrekeningen van de sectoren zijn bijzonder gedetailleerd en uitgebreid. Vanuit didactisch oogpunt heeft het INR ervoor geopteerd de aandacht te vestigen op een selectie van indicatoren, alsook hun belangrijkste componenten. Na het einde van het eerste en het derde kwartaal worden de rekeningen en deze indicatoren gepubliceerd na een termijn van 105 kalenderdagen gerekend vanaf het einde van het kwartaal waarop ze betrekking hebben. Na het einde van het tweede en het vierde kwartaal, om de coherentie met de rekeningen van de overheid te behouden, worden de kwartaalsectorrekeningen na 120 kalenderdagen gepubliceerd. 2. Sleutelindicatoren De vier belangrijkste indicatoren zijn: de brutospaarquote van de huishoudens, die gedefinieerd wordt als de brutobesparing in procenten van het bruto beschikbaar inkomen (gecorrigeerd voor mutaties van de pensioenrechten).de begrippen sparen en inkomen kunnen in netto- of brutotermen worden uitgedrukt, afhankelijk van het feit of bij hun meting de afschrijving van de kapitaalvoorraad al dan niet in mindering wordt gebracht; deze kapitaalvoorraad bestaat in hoofdzaak uit de door de huishoudens uitgevoerde nieuwbouw. In de Belgische nationale rekeningen wordt de voorkeur gegeven aan de begrippen in bruto termen. Het sparen komt overeen met het verschil tussen het bruto beschikbaar inkomen van de huishoudens (na directe belastingen) en hun consumptieve bestedingen. Het sparen wordt dus gemeten voordat rekening wordt gehouden met de investeringsuitgaven. Het ESR 2010 beschouwt het sparen immers als een financieringsmiddel voor de investeringen, ongeacht of die van financiële of onroerende aard zijn. Pas nadat de investeringsuitgaven van de huishoudens (alsook andere meer marginale kapitaaluitgaven) zijn afgetrokken, wordt het financieringsvermogen gemeten, met andere woorden het vermogen van de huishoudens om financiële activa te vormen en/of de door hen aangegane financiële verplichtingen te verminderen; 21

de bruto-investeringsquote van de huishoudens, die gedefinieerd wordt als de bruto-investeringen in vaste activa, in procenten van het bruto beschikbaar inkomen (gecorrigeerd voor mutaties in de voorzieningen voor de pensioenverzekering); de margevoet van de niet-financiële vennootschappen, die wordt gedefinieerd als het brutoexploitatieoverschot in procenten van de bruto toegevoegde waarde. Deze indicator meet het percentage van de toegevoegde waarde dat de niet-financiële vennootschappen overhouden na de betaling van de beloning van werknemers en van de belastingen op productie (na aftrek van de subsidies). Er moet op worden gewezen dat het bruto-exploitatieoverschot meer bepaald wordt berekend alvorens het netto-inkomen uit vermogen in aanmerking wordt genomen en alvorens de directe belastingen worden betaald. Met name de gerealiseerde kapitaalwinsten of -verliezen op de financiële activa worden evenmin in het overschot meegerekend; de bruto-investeringsquote van de niet-financiële vennootschappen, die gedefinieerd wordt als de brutoinvesteringen in vaste activa, in procenten van de bruto toegevoegde waarde. De vier bovenvermelde indicatoren zijn dezelfde als diegene die door Eurostat werden geselecteerd ter illustratie van de statistische informatie die vervat is in de kwartaalrekeningen voor de Europese Unie en voor het eurogebied 1. Er werden geen specifieke indicatoren voor de financiële vennootschappen geselecteerd, aangezien de nietfinanciële rekeningen van deze ondernemingen berusten op beperktere kwartaalinformatie en derhalve als minder pertinent worden beschouwd. De geselecteerde indicatoren vertonen sterke schommelingen van het ene kwartaal op het andere, zodat een correcte economische interpretatie enkel mogelijk is door de ontwikkeling van de bruto kwartaalreeksen te bekijken t.o.v. het overeenstemmende kwartaal van het voorgaande jaar of door de evolutie t.o.v. het voorgaande kwartaal van de voor seizoeninvloeden en, in voorkomende geval, kalendereffecten gezuiverde reeksen in aanmerking te nemen. Zowel de bruto-indicatoren als hun voor seizoeninvloeden en kalendereffecten gezuiverde equivalenten worden gepubliceerd. De commentaren in het begin van de publicatie hebben betrekking op de voor seizoeninvloeden gezuiverde indicatoren. De vier geselecteerde indicatoren worden aangevuld met de financieringsbehoefte of het financieringsvermogen van de sectoren van de Belgische economie (huishoudens, het geheel van vennootschappen - zowel de financiële als de niet-financiële - en de overheid). De sectorale saldi worden voorgesteld in voor seizoen- en kalenderinvloeden gezuiverde gegevens. Ze kunnen tevens worden weergegeven in procenten bbp, eveneens voor seizoeninvloeden gezuiverd. 3. Gedetailleerde samenstelling van de rubrieken van de rekeningen van de huishoudens en van de niet-financiële vennootschappen De volgende tabel beschrijft de precieze samenstelling, volgens de ESR 2010-nomenclatuur, van de rubrieken in de verschillende tabellen inzake de rekeningen van de huishoudens en die van de niet-financiële vennootschappen: in voorkomend geval verwijst " /R " 2 naar een als middelen (dat wil zeggen ontvangsten) opgenomen rubriek van de bedoelde rekening en " /U " 3 naar een als bestedingen (of een uitgave) opgenomen rubriek. In de tabellen verwijst de term "netto" overigens naar het verschil tussen de bedragen van de middelen en van de bestedingen voor eenzelfde rubriek. 1 Deze Europese rekeningen worden samengesteld op basis van de door elke lidstaat opgestelde rekeningen. De Europese rekeningen zijn beschikbaar op de website van http://ec.europa.eu/eurostat/web/sector-accounts/statistics-illustrated. 2 " R " staat voor het Engelse "Resources". 3 " U " staat voor het Engelse "Uses". 22

Tabel 1 NIET-FINANCIËLE REKENINGEN VAN DE HUISHOUDENS (met inbegrip van instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens) Codes ESR 2010 1 (sector S14 + sector S15) Bruto beschikbaar inkomen 2 Beloning van werknemers (ontvangen) Bruto-exploitatieoverschot en bruto gemengd inkomen Netto-inkomen uit vermogen en netto overige inkomensoverdrachten Netto sociale overdrachten 2 Belastingen op inkomen en vermogen B.6G+D.8/R met B.6G=B.6+P.51C D.1/R B.2+B.3+P.51c D.4/R-D.4/U+D.7/R-D.7/U D.62/R-D.61/U+D.8/R D.5/U Consumptieve bestedingen P.3 Brutobesparingen B.8G = B.6G+D.8/R-P.3 Bruto-investeringen in vaste activa P.51 Belangrijkste indicatoren Spaarquote Investeringsquote B.8G / (B.6G+D.8/R) P.51 / (B.6G+D.8/R) Bron: INR. 1 De extensies " /R " en " /U " (" Resources " en " Uses ") verwijzen respectievelijk naar middelen of bestedingen in het rekeningensysteem. 2 Met inbegrip van de correctie voor mutaties in de pensioenrechten. Tabel 2 NIET-FINANCIËLE REKENINGEN VAN DE NIET-FINANCIËLE VENNOOTSCHAPPEN Codes ESR 2010 1 (sector S11) Bruto toegevoegde waarde Beloning van werknemers (betaald) Saldo van niet-productgebonden belastingen en subsidies Bruto-exploitatieoverschot B.1G met B.1G=B.1n+P.51C D.1/U D.29-D.39 B.2G = B.2+P.51c; B.2G=B.1G-D.1/U-D.29+D.39 Bruto-investeringen in vaste activa P.51 Belangrijkste indicatoren Margevoet Investeringsquote B.2G / B.1G P.51 / B.1G Bron: INR. 1 De extensies " /R " en " /U " (" Resources " en " Uses ") verwijzen respectievelijk naar middelen of bestedingen in het rekeningensysteem. 23

4. Methodologische referenties REKENINGEN VAN BELGIË De in België gebruikte methodes voor het opstellen van de kwartaalrekeningen van de sectoren worden gedetailleerd beschreven in de volgende documenten, die beschikbaar zijn via de website van de NBB: "Methodologische verduidelijkingen m.b.t. de niet-financiële kwartaalrekeningen van de overheid", (April 2007) 1 ; "Quarterly Non-Financial Accounts by Institutional Sector (QSA) in Belgium ESA 2010: Sources and Methods" (Maart 2016) 2 ; "Quarterly Non-Financial Accounts by Institutional Sector (QSA) in Belgium: Ex-post Quality Assessment and Development of Seasonally Adjusted Data" (Juni 2010) 3. "ESR 2010: het nieuwe referentiekader voor de nationale rekeningen" (september 2014) 4 EUROPESE REKENINGEN De bronnen en methodes die de verschillende lidstaten gebruiken voor het opstellen van de kwartaalrekeningen van de sectoren zijn samengevat in een document dat te vinden is op de website van Eurostat. Dit document belicht eveneens de aggregatiemethodes om te komen tot Europese rekeningen: "Quarterly Non-financial Sector Accounts - European Inventory of Sources and Methods - " 5. 1 http://www.nbb.be/doc/dq/n_method/m_nna06iv.pdf 2 http://www.nbb.be/doc/dq/e_method/qsa_methodology_sec2010 3 http://www.nbb.be/doc/dq/e_method/m_b083-report.pdf 4 http://www.nbb.be/doc/dq/n_method/m_sec2010_nl.pdf 5 http://ec.europa.eu/eurostat/documents/499359/6294062/quarterly-non-financial-sector-accounts-european-inventory-sources-and-methods-%28esa95%29.pdf 24

Publicaties van het INR - Contactpersonen Het Instituut voor de nationale rekeningen publiceert naast de belangrijkste aggregaten nog andere cijfers uit de nationale en regionale rekeningen. De overgrote meerderheid van de gegevens zijn beschikbaar in pdf-formaat via de link: https://www.nbb.be/doc/dq/n/planningpappub.htm De cijfergegevens kunnen worden opgevraagd via de interactieve databank NBB.Stat. Hieronder volgt per publicatie een korte beschrijving. 1. Gedetailleerde nationale rekeningen De publicatie van de gedetailleerde nationale rekeningen verschijnt midden oktober. Zij bestaat uit gedetailleerde tabellen met de samenstelling en verdeling van het binnenlands product, de productie en inkomensvormingsrekening alsook de belangrijkste bestedingscomponenten, de sectorrekeningen, de kapitaalgoederenvoorraad en de werkgelegenheid. 2. Kwartaalrekeningen en eerste raming van de jaarrekeningen De kwartaalrekeningen bevatten de eerste ramingen van de voornaamste nationale aggregaten. Zij verschijnen vier maal per jaar, 120 dagen na het verloop van het kwartaal waarop de rekeningen betrekking hebben. Samen met de resultaten van het vierde kwartaal verschijnt de eerste schatting van de jaarrekeningen, die grotendeels gebaseerd is op de kwartaalrekeningen. In de kwartaalrekeningen, die consistent zijn met de nationale jaarrekeningen, worden de belangrijkste aggregaten uit zowel het bestedings-, inkomens- als productieoogpunt gepresenteerd. Ook de werkgelegenheid, het arbeidsvolume van de loontrekkenden en de beloning van werknemers per bedrijfstak wordt geschat. Teneinde zo snel mogelijk cijfers betreffende het meest recente kwartaal ter beschikking te stellen, verschijnt reeds na 30 dagen een flash-raming van de bbp-groei Deze wordt wel niet opgesplitst naar de verschillende deelcomponenten van het bbp. Een eerste raming van deze opsplitsing en van de andere aggregaten van de economie wordt 60 dagen na het einde van het kwartaal verspreid. 25

3. Rekeningen van de institutionele sectoren De jaarrekeningen van de institutionele sectoren zijn opgenomen in de publicatie van de gedetailleerde nationale rekeningen (cf. punt 1). Midden oktober worden ze uitgebracht via de database van de Nationale Bank van België, NBB.Stat. De complete rekeningenreeks voor de institutionele sector wordt gepubliceerd. De institutionele sectoren bestaan uit de niet-financiële vennootschappen, de financiële instellingen (en subsectoren), de overheid, de huishoudens, de IZW s t.b.v. huishoudens en het buitenland. De kwartaalrekeningen van de institutionele sectoren worden vier maal per jaar verspreid, ongeveer 105 dagen na het einde van het kwartaal waarop zij betrekking hebben. Deze kwartaalrekeningen zijn in overeenstemming met hun jaarlijks equivalent (zie hierboven), maar zijn minder gedetailleerd. De focus ligt op de meest relevante aggregaten, in het bijzonder door middel van sleutelindicatoren en componenten. Deze rekeningen bevatten eveneens de kwartaalrekeningen van de overheid. 4. Rekeningen van de overheid De kwartaalrekeningen van de overheid worden samen met de rekeningen van de institutionele sectoren verspreid (zie punt 3). Jaarlijks worden twee ramingen van de jaarrekeningen van de overheid opgesteld, waarvan de resultaten worden gepubliceerd op de website van de Nationale Bank van België. In de maand april volgend op het referentiejaar wordt een eerste raming gepubliceerd in de vorm van tabellen van ontvangsten en uitgaven van de overheid. De tweede raming, die midden oktober wordt verspreid, omvat de volledige rekeningen van de overheid en haar subsectoren. Die versie bevat de gegevens die nodig zijn voor de analyse van de overheidsfinanciën en hun verhouding tot de rest van de economie. Deze rekeningen worden overgenomen in de publicatie van de gedetailleerde nationale rekeningen. 5. Aanbod- en gebruikstabellen Op het einde van ieder jaar verschijnen de aanbod- en gebruikstabellen. Zij geven een beeld van de structuur van de productiekosten, van het inkomen dat wordt gegenereerd in het productieproces en van de goederen- en dienstenstromen die ofwel uit binnenlandse productie voortvloeien ofwel het resultaat zijn van in- en uitvoer. 6. Regionale rekeningen: aggregaten per bedrijfstak en rekening van de huishoudens Op het einde van ieder jaar verschijnen de jaarlijkse regionale rekeningen. Zij verdelen per gewest, provincie en arrondissement meerdere variabelen uit de nationale rekeningen, waarmee ze volledig consistent zijn. Naast de regionale bruto toegevoegde waarde en beloning van werknemers, bevat de publicatie ook de geregionaliseerde gegevens over het aantal werkzame personen, het aantal gewerkte uren en over de bruto investeringen in vaste activa. Ook de regionale cijfers met betrekking tot de rekening van de huishoudens maken deel uit van het geheel. Wat dit laatste betreft, gaat het 26

om de belangrijkste variabelen uit de rekening voor de bestemming van de primaire inkomens (beloning van werknemers en inkomen uit vermogen), de secundaire inkomensverdeling (belastingen, sociale bijdragen en uitkeringen en beschikbaar inkomen) en de tertiaire inkomensverdeling (netto- en brutobedragen t.e.m. de spaarquote). Naast de consumptieve bestedingen van de gezinnen worden ook de consumptieve bestedingen van de overheid en de instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens regionaal verdeeld. 7. Thematiek Kwartaal Bbp en "flash" quarterly.na@nbb.be Yannick Rombauts +32 2 221 26 93 Jaarrekeningen - bedrijfstakken production.na@nbb.be Tim Van Waeyenberg +32 2 221 49 88 - bestedingen expenditure.na@nbb.be Lotte Van Mechelen +32 2 221 47 31 Sectorrekeneningen sectors.na@nbb.be Odile Biernaux +32 2 221 30 44 Rekeningen van de overheid governmentfinance.na@nbb.be Claude Modart +32 2 221 30 26 Regionale rekeningen regional.na@nbb.be Monica Maeseele +32 2 221 30 28 Arbeidsmarkt labour.na@nbb.be Bernadette Boudry +32 2 221 47 54 Kapitaalgoederenvoorraad expenditure.na@nbb.be Lotte Van Mechelen +32 2 221 47 31 Aanbod- en gebruikstabellen (SUT) sut.na@nbb.be Hans De Dyn +32 2 221 30 38 Satellietrekening van de IZWs sectors.na@nbb.be Odile Biernaux +32 2 221 30 44 Verspreiding van de reeksen nationalaccounts.na@nbb.be Kristof Segers +32 2 221 38 70 Toezicht en coördinatie coordination.na@nbb.be Isabelle Brumagne +32 2 221 28 77

Algemene opmerkingen In een aantal tabellen zijn de totalen, ten gevolge van afrondingen, niet steeds gelijk aan de som van de rubrieken. De website van de Nationale Bank van België bevat de publicatiekalender van de belangrijkste economische statistieken opgesteld door de Bank en het INR. In uitvoering van de SDDS-verplichting (IMF s Special Data Dissemination Standard) zijn ook alle statistieken die deel uitmaken van de SDDS in de kalender opgenomen. Publicatiedata zijn overgenomen van de instelling die de statistiek opstelt; sommige onder hen publiceren via hun eigen verspreidingskanalen ruimere kalenders over hun statistieken dan die vermeld op de website van de Bank. 29

Conventionele tekens r raming v voorlopig - het gegeven bestaat niet of heeft geen zin n. niet beschikbaar p.m. pro memorie 0 of 0,0 nul of minder dan de helft van de laatst in aanmerking genomen eenheid 31

Lijst van afkortingen BBP Bruto binnenlands product ESR EU Europees systeem van nationale en regionale rekeningen Europese Unie INR Instituut voor de Nationale Rekeningen IZW Instelling zonder winstoogmerk SDDS Special Data Dissemination Standard (IMF) 33