Goed gescheiden, verrassend verdeeld? Mr. Brigitte F.P. Lhoëst 1 Het komt steeds vaker voor dat koppels met vermogen in Nederland in het buitenland van echt scheiden. Het is dan de buitenlandse rechter die in het kader van de echtscheiding conform de regels van internationaal privaatrecht die in zijn land gelden, beslist welk recht op het huwelijksvermogensregime van toepassing is en vervolgens hoe het (huwelijkse) vermogen verdeeld wordt. Deze beslissing kan tot een heel andere verdeling van het vermogen leiden dan volgens de Nederlandse conflictregels het geval zou zijn. 2 De vraag die dan aan de orde komt is of deze buitenlandse echtscheidingsbeslissing met een nevenvoorziening ten aanzien van de verdeling van het huwelijkse vermogen in Nederland rechtskracht heeft. In dit artikel bespreek ik aan de hand van een willekeurige echtscheidingscasus welke regelingen van toepassing zijn en welke juridische hobbels genomen moeten worden om in Nederland te komen tot erkenning en eventuele tenuitvoerlegging van een buitenlandse echtscheidingsbeslissing met een nevenvoorziening ten aanzien van de verdeling van het huwelijkse vermogen. Casus Een Russische man en een Nederlandse vrouw zijn in 1998 in Nederland gehuwd. Ten tijde van het huwelijk woonden ze in Nederland. Zij hebben geen huwelijkse voorwaarden gemaakt, noch een rechtskeuze ten aanzien van het toepasselijke huwelijksvermogensrecht uitgebracht. Aangezien ze geen gemeenschappelijke nationaliteit hadden ten tijde van de huwelijkssluiting en hun eerste huwelijksdomicilie in Nederland was, is Nederlands recht van toepassing op hun huwelijksgoederenregime. 3 Zij zijn naar Nederlands recht dus in gemeenschap van goederen gehuwd. De man heeft in 1996 woning A in Nederland gekocht, waar het gezin in woont. In 2004 is het gezin naar Rusland verhuisd. De man heeft de woning in Nederland aangehouden en nog een vakantiewoning (B) in Nederland gekocht. In Rusland zijn ze in 2012 gescheiden. Ingevolge art. 161 Russisch Familiewetboek is naar Russisch internationaal privaatrecht het Russische recht van toepassing op de vermogensrechtelijke betrekkingen tussen de echtgenoten. Naar Russisch recht ontstaat er door het huwelijk een beperkte gemeenschap van aanwinsten, waarbij voorhuwelijks vermogen niet in enige gemeenschap valt. De Nederlandse woning (A) is dus naar Russisch recht niet in enige goederengemeenschap gevallen. Vakantiewoning B daarentegen is wel in de gemeenschap gevallen. De Russische rechter heeft in zijn echtscheidingsbeschikking, conform het Russische recht, als nevenvoorziening verklaard dat 1) woning A alleen eigendom is van de man en 2) vakantiewoning B moet worden toegedeeld aan de man. De vrouw is na de echtscheiding naar Nederland terugverhuisd. De man is in Rusland gebleven. De man wil de woningen verkopen maar stuit op problemen met betrekking tot de erkenning van de Russische beschikking in Nederland en inschrijving daarvan in de openbare registers van het kadaster. Om duidelijkheid te scheppen over de eigendom van de woningen verzoekt hij daarom om een verklaring voor recht dat woning A zijn eigendom is. Daarnaast vordert hij dat de vrouw wordt veroordeeld om mee te werken aan een verdelingsakte waarbij de vakantiewoning (B) conform de Russische uitspraak wordt toegedeeld aan de man. Juridisch kader Allereerst moet worden onderzocht of de Russische echtscheiding in Nederland erkend wordt. Vervolgens ga ik in op de vraag of, indien de Russische echtscheidingsbeschikking in Nederland wordt erkend, de nevenvoorzieningen van de Russische rechter met betrekking tot de woningen in Nederland worden erkend en ten uitvoer kunnen worden gelegd. 1 Adviseur bij Internationaal FamilieRecht Advies te s-gravenhage en raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof te Amsterdam. 2 Immers, de Nederlandse autoriteiten zullen indien zich een rechtsvraag voordoet ten aanzien van het huwelijksvermogensrecht Nederlands internationaal privaatrecht toepassen, terwijl buitenlandse autoriteiten het desbetreffende buitenlandse internationaal privaatrecht zullen toepassen. De uitkomst van de regels van het Nederlandse internationaal privaatrecht kan anders zijn dan de uitkomst van de regels van het buitenlandse internationaal privaatrecht, omdat de regels van elkaar kunnen verschillen. 1. Erkenning buitenlandse echtscheiding 3 Zie art. 4 lid 1 Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978. Zie ook Boek 10 BW geeft in art. 57 en 58 een regeling voor de art. 10:42 jo. 10:1 BW. Estate Planner Digitaal 2013/09 1
erkenning van huwelijksontbindingen in buitenlandse staten. 4 De erkenning van echtscheidingen binnen de Europese Unie wordt echter in de eerste plaats geregeld door de EU-verordening Brussel IIbis. Hoewel in art. 10:57 en 58 BW niet wordt verwezen naar Brussel IIbis, 5 heeft in de betrekkingen tussen de EU-lidstaten de verordening voorrang. 6 Onder Brussel IIbis wordt een in een lidstaat gegeven beslissing van rechtswege erkend in de andere lidstaten (dus zonder erkenningsprocedure), mits zij in kracht van gewijsde is gegaan (art. 21 Brussel IIbis). 7 Er is dan geen verdere procedure meer vereist om het register van de burgerlijke stand te laten aanpassen overeenkomstig de in een andere lidstaat gegeven echtscheidingsbeslissing. Als het gaat om echtscheidingen in niet-lidstaten van de Europese Unie kan ingevolge art. 10:54 BW het Verdrag inzake de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed 8 of het Verdrag inzake de erkenning van beslissingen betreffende de huwelijksband 9 van toepassing zijn. Het belang van deze verdragen is in voorkomende gevallen echter beperkt omdat deze verdragen toestaan dat verdragsstaten toepassing geven aan regels buiten het verdrag die gunstiger zijn voor de erkenning van echtscheidingen. De regels van art. 10:57 en 58 BW zijn veelal ruimer en worden daarom in de Nederlandse praktijk toegepast. 10 Rusland is bij geen van voornoemde verdragen partij, daarom wordt in deze casus uitgegaan van de bepalingen van Boek 10 BW. Krachtens art. 10:57 lid 1 BW wordt een buitenlandse echtscheiding in beginsel in Nederland erkend indien is voldaan aan drie processuele voorwaarden. De echtscheidingsbeschikking dient te zijn verkregen: 1. na behoorlijke rechtspleging, en 2. tot stand te zijn gekomen door een beslissing van een rechter of autoriteit die 3. daartoe rechtsmacht toekwam. 11 Ad 1. De eerste voorwaarde van behoorlijke rechtspleging dient met name ter bescherming van de belangen van een partij die niet aan de echtscheiding heeft meegewerkt; er is bijvoorbeeld geen sprake van een behoorlijke rechtsgang in het geval van niet tijdige of behoorlijke oproeping of bij schending van het beginsel van hoor- en wederhoor. Ad 2. Als tweede voorwaarde wordt gesteld dat de buitenlandse echtscheidingsbeslissing afkomstig is van een rechter of andere autoriteit. Naast beslissingen van rechterlijke autoriteiten kan hierbij gedacht worden aan beslissingen van een administratieve autoriteit (ambtenaar) of een kerkelijke autoriteit. Ad. 3 Ten slotte stelt art. 10:57 lid 1 BW als derde voorwaarde dat de desbetreffende buitenlandse autoriteit rechtsmacht toekwam. Het betreft hier een internationaal privaatrechtelijke maatstaf. Onderzocht moet worden of de bevoegdheid van de buitenlandse autoriteit gebaseerd was op een rechtsmachtregeling die, naar internationale maatstaven gemeten, aanvaardbaar is. Om dat te bepalen kan aansluiting gezocht worden bij de regels omtrent de rechtsmacht zoals opgenomen in art. 2-5 van het Verdrag inzake de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed en van art. 3 Brussel IIbis. De hiervoor besproken voorwaarden hebben geen absoluut karakter. 12 Indien de wederpartij tijdens de echtscheidingsprocedure uitdrukkelijk of stilzwijgend met de echtscheiding heeft ingestemd of na afloop van de procedure in de uitspraak heeft berust, wordt de buitenlandse echtscheiding toch erkend, ondanks het feit dat niet aan de processuele voorwaarden is voldaan. 13 Uit art. 10:59 BW volgt dat zelfs indien voldaan is aan de processuele vereisten tot erkenning, de erkenning van de echtscheiding niettemin geweigerd kan worden indien deze erkenning zou leiden tot strijd met de openbare orde. Deze bepaling moet nadrukkelijk niet gezien worden als een verkapte conflictenrechtelijke of materiële toets. De Nederlandse rechter mag dus niet meer onderzoeken of de buitenlandse rechter naar de regels van zijn eigen internationaal privaatrecht bevoegdheid kon aannemen en evenmin of de buitenlandse rechter zijn uitspraak heeft gestoeld op feiten die ook naar Nederlands recht de echtscheiding zouden rechtvaardigen. Meer algemeen gesteld: de toets blijft dus achterwege met betrekking tot álle in het buitenland uitgesproken echtscheidingen, ongeacht welk recht door de buitenlandse autoriteit is toegepast. Strijd met de openbare orde wordt niet snel aangenomen en kan slechts ingeroepen worden als de erkenning op onaanvaardbare wijze botst met de Nederlandse rechtsorde 4 Art. 10:57 en 58 BW komen in grote lijnen overeen met (de per 1 januari 2012 vervallen) art. 2 en 3 Wet conflictenrecht echtscheiding (WCE). 5 Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000, PbEG 2003, L 338/1. 6 Zo volgt ook uit art. 10:1 BW. 7 Art. 22 Brussel IIbis geeft een limitatieve opsomming van gronden waarop de erkenning van een beslissing inzake echtscheiding kan worden geweigerd. 8 s-gravenhage, 1 juni 1970. Nederland, Australië, Denemarken, Egypte, Hongkong, Noorwegen en Zwitserland zijn partij bij dit verdrag. 9 Luxemburg, 8 september 1967. Nederland en Turkije zijn partij bij dit verdrag. 10 Deze verdragen spelen in de Nederlandse rechtspraktijk vooral een rol als het gaat om de erkenning van Nederlandse echtscheidingsbeschikkingen in het buitenland. 11 In art. 10:58 BW komt de erkenning van een huwelijksontbinding die tot stand gekomen is door een eenzijdige verklaring van de man, de zogenaamde verstoting aan de orde. In het kader van dit artikel wordt hier niet verder op ingegaan. 12 Art. 10:57 lid 2 BW. 13 Zie bijvoorbeeld Gerechtshof s-gravenhage 1 februari 2006, LJN AV0795, De man heeft minst genomen stilzwijgend met die procedure in Nepal ingestemd, dan wel zich na die procedure neergelegd bij de uitgesproken echtscheiding. In dat geval is niet meer van belang of voldaan is aan de vereisten van het eerste lid van artikel 2 WCE. 2 Estate Planner Digitaal 2013/09
doordat inbreuk wordt gemaakt op een fundamenteel beginsel. 14 Terug naar de casus. Conform art. 404 lid 1 sub 3 Russische Rechtsvordering heeft de Russische rechter rechtsmacht indien beide partijen in Rusland hun gewone verblijfplaats hebben ten tijde van het aanhangig maken van de echtscheiding. Deze regel omtrent de aanvaarding van rechtsmacht komt overeen met internationaal aanvaarde normen. 15 Ook naar Russische intern recht is er bij echtscheiding sprake van dat partijen behoorlijk dienen te worden opgeroepen, dat er een behoorlijk proces is voor een rechterlijke autoriteit, waarbij sprake is van hoor en wederhoor etc. Indien de rechter in Rusland conform de bepalingen van het Russische internationale recht en de bepalingen van het Russische interne recht een echtscheiding heeft uitgesproken, wordt deze echtscheiding in Nederland erkend. 2. Erkenning en tenuitvoerlegging van de nevenvoorziening Erkenning van de echtscheidingsbeschikking van de Russische rechter brengt niet automatisch met zich dat de nevenvoorzieningen van de Russische rechter ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap in Nederland worden erkend en ten uitvoer kunnen worden gelegd. Vakantiewoning B Krachtens art. 431 lid 1 Rv kunnen vreemde vonnissen niet in Nederland ten uitvoer worden gelegd, tenzij een verdrag of verordening tussen Nederland en het land waar de beschikking is gewezen hierin voorziet. In dat laatste geval zal, voordat in Nederland tot tenuitvoerlegging kan worden overgegaan, eerst een exequatur moeten worden verkregen via de exequaturprocedure van art. 985-994 Rv of via de exequaturprocedure zoals voorzien in het desbetreffende verdrag of de uitvoeringswet zelf. Ten aanzien van de tenuitvoerlegging van buitenlandse beschikkingen inzake het huwelijksvermogensrecht speelt het communautaire respectievelijk het verdragsrecht tot op heden geen grote rol. 16 Brussel IIbis is tussen de lidstaten alleen van toepassing op de erkenning van de echtscheiding, niet op de tenuitvoerlegging van beschikkingen inzake het huwelijksvermogen. 17 Evenmin zijn EEX-Verordening 18 of de EVEX 19 van toepassing. Deze verordeningen gelden voor vermogensrechtelijke vonnissen maar niet voor buitenlandse beslissingen op het gebied van het huwelijksgoederenrecht. 20 In de praktijk kunnen wel nog de bilaterale executieverdragen die Nederland gesloten heeft met België, 21 Italië 22 en Duitsland 23 relevant zijn. Als uitgangspunt geldt bij beslissingen uit voornoemde landen dat de beslissing hier te lande wordt erkend en, na een exequaturprocedure, bij de Nederlandse rechter ten uitvoer kan worden gelegd. Tussen Rusland en Nederland is er geen verdrag inzake de executie van rechterlijke beschikkingen. Een exequaturprocedure is dan niet mogelijk; de algemene bepaling van art. 431 lid 2 Rv is van toepassing. Op grond van deze bepaling dient het geding opnieuw door de Nederlandse rechter behandeld en afgedaan te worden. Deze nieuwe behandeling voor de Nederlandse rechter brengt de vraag met zich naar het gezag dat aan de buitenlandse beschikking hier te lande kan worden toegekend. Allereerst zal bezien worden of de buitenlandse echtscheidingsbeschikking met een nevenvoorziening met betrekking tot de vermogensverdeling voldoet aan de door het commune recht gestelde vereisten voor erkenning. Deze vereisten vallen grotendeels samen met de hiervoor besproken voorwaarden voor erkenning van de echtscheiding. 24 De rechter zal kijken naar de bevoegdheid van de buitenlandse rechter, de gevoerde procesgang 25 en eventuele strijd met de Nederlandse openbare orde. Bij dit laatste gaat het erom of op het moment dat de zaak wordt voorgelegd aan de Nederlandse rechter de gevolgen van erkenning van de buitenlandse beslissing in strijd zijn met de in Nederland geldende fundamentele rechtsbeginselen. 26 Voorts dient de buitenlandse uitspraak onherroepelijk te zijn geworden. Indien de rechter de buitenlandse beschikking erkent heeft hij alsnog een discretionaire bevoegdheid ter zake van de betekenis die hij aan deze beschikking toekent. De rechter kan besluiten om een behandeling ten gronde achterwege te laten en volstaan met een veroordeling van de wederpartij tot datgene waartoe deze reeds bij de buitenlandse beschikking was veroordeeld. Zie bijvoorbeeld Hof s-gravenhage 28 augustus 2003, LJN AI1829, dat hierover het volgende overweegt: In het geval een buitenlandse uitspraak niet op grond van enige wettelijke of verdragsbepaling in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd en de zaak op grond van artikel 431 lid 2 Rv opnieuw bij de Nederlandse rechter wordt 14 Dit laatste wordt niet snel aangenomen, zie bijvoorbeeld Hof s-gravenhage 1 februari 2006, LJN AV0795, Voor zover de exceptie haar grond zou vinden in de door de man gestelde ontvoering door de vrouw van der partijen kind [kind], moet zij eveneens worden verworpen, nu deze gestelde ontvoering al aangenomen dat daarvan sprake is niet leidt tot een inbreuk op de openbare orde met betrekking tot een erkenning van de in Nepal uitgesproken echtscheiding in Nederland. 15 Zie bijvoorbeeld art. 3 lid 1a Brussel IIbis, dat eenzelfde bevoegdheidsgrond kent. 16 Dit kan veranderen in de toekomst indien de Verordening van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van huwelijksvermogensstelsels in de EU in werking treedt. 17 Zie Joppe, Huwelijksvermogensrecht, Praktijkreeks IPR, 3e herziene druk, p. 156 e.v. en GS Personen- en familierecht titel 7 IPR, onderdeel E, aant. 2 (EEX-Verordening en Verordening Brussel II-bis). 18 Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, PbEG 2001, L 12/1 (Brussel I). 19 Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Lugano, 16 september 1988. 20 Zie art. 1 lid 2a van de EEX en de EVEX waarin staat dat het huwelijksgoederenrecht niet tot de onderwerpen behoort die door deze regelingen bestreken wordt. 21 Verdrag tussen Nederland en België betreffende de territoriale rechterlijke bevoegdheid, betreffende het faillissement en betreffende gezag en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen, van scheidsrechterlijke uitspraken en authentieke akten, alsmede van het bij dat verdrag gevoegde protocol. 22 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Italiaanse Republiek betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken. 23 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken. 24 Zo volgt ook uit art. 10:1 BW. Estate Planner Digitaal 2013/09 3
aangebracht teneinde een executoriale titel te verkrijgen, zoals in casu het geval is, kan deze in het geval aan de commune vereisten voor erkenning is voldaan, een zodanige betekenis aan de buitenlandse uitspraak verbinden als hem juist voorkomt. De rechter hoeft dus niet de zaak zelf nogmaals inhoudelijk te beoordelen. Zo overweegt Rechtbank Middelburg in haar uitspraak van 28 januari 2009, LJN BJ3587, in een echtscheidingszaak waarin de Engelse rechter geoordeeld heeft dat één der partijen in het kader van de verdeling van het huwelijkse vermogen diende mee te werken aan het wijzigen van de tenaamstelling van de echtelijke woning in Nederland: Partijen zijn het erover eens dat voornoemd _ in Engeland tot stand gekomen _ vonnis voldoet aan de vereisten van een behoorlijke procesvoering, zodat dit vonnis gezag heeft en de onderhavige zaak niet opnieuw inhoudelijk beoordeeld behoeft te worden. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat de rechter gebruik maakt van zijn discretionaire bevoegdheid in deze en wel de zaak ten gronde behandelt. 27 Terug naar de casus. Indien de Russische rechterlijke nevenvoorziening wordt getoetst aan de minimumvereisten voor erkenning blijkt het navolgende. Ten aanzien van de bevoegdheid van de Russische rechter geldt dat, nu de Russische rechter in het kader van een bij hem lopende echtscheidingsprocedure accessoire bevoegdheid heeft aangenomen ten aanzien van de huwelijksvermogensrechtelijke kwestie, dit naar internationale maatstaven een aanvaardbare bevoegdheidsgrond is. Ook naar Nederlands internationaal privaatrecht is de rechter die bevoegd is ter zake van de echtscheiding, bevoegd inzake de nevenvoorzieningen, zoals de verdeling van het vermogen. 28 Daarnaast kent het Russische recht een behoorlijke procesgang en levert het feit dat de Russische rechter door de toepassing van het Russische recht inhoudelijk tot een ander resultaat komt dan de Nederlandse rechter op zich geen strijd met de Nederlandse openbare orde op. De erkenning van de Russische beschikking inzake het huwelijkse vermogen zal derhalve voor de Nederlandse rechter niet op problemen stuiten. De rechter heeft in het onderhavige geval dan ook de mogelijkheid om een behandeling ten gronde achterwege te laten en te volstaan met een marginale toetsing van de Russische uitspraak. Hij kan de vrouw conform de Russische beschikking veroordelen om mee te werken aan een akte van verdeling voor vakantiewoning B. Woning A Ten aanzien van woning A geldt dat art. 431 Rv strikt genomen niet van toepassing is omdat de Russische uitspraak niet een veroordelende beschikking is maar ten aanzien van woning A declaratoir is, zodat zij naar haar aard niet voor tenuitvoerlegging vatbaar is. 29 De commune regels inzake de erkenning van declaratoire vonnissen zoals die uit de jurisprudentie naar voren komen lopen echter parallel met die van art. 431 lid 2 Rv. De rechter zal eveneens kijken naar de bevoegdheid van de buitenlandse rechter, de gevoerde procesgang 30 en eventuele strijd met de Nederlandse openbare orde. Indien daar geen onregelmatigheden in zijn zal de rechter de Russische beschikking inzake de eigendom van woning A erkennen en conform deze beschikking een declaratoire uitspraak kunnen afgeven dat woning A eigendom van de man is. Een onverwachte uitkomst voor de vrouw die uitging van de gedachte dat naar Nederlands recht woning A in de huwelijksgemeenschap was gevallen en zij, in het geval woning A zou worden toegedeeld aan de man, in ieder geval bij echtscheiding aanspraak kon maken op de helft van de waarde van de woning. 31 3. Tot slot Uit het voorgaande blijkt dat een buitenlandse echtscheidingsbeschikking met als nevenvoorziening een verdeling van het vermogen in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd. Het is weliswaar noodzakelijk om de zaak opnieuw bij de Nederlandse rechter aan te brengen om een executoriale titel in Nederland te verwerven, maar zeer waarschijnlijk zal de Nederlandse rechter de buitenlandse beschikking slechts marginaal toetsen en conform de buitenlandse beschikking oordelen. Voor met name de vermogende echtgenoot kan het daarom, indien hij in verschillende landen een echtscheidingsprocedure aanhangig kan maken, onder omstandigheden voordelig zijn om aan forumshopping te doen. Het maakt ten aanzien van de verdeling van het (huwelijkse) vermogen een aanzienlijk verschil of de bevoegde echtscheidingsrechter conform zijn eigen regels van internationaal privaatrecht uitkomt bij een stelsel van bijvoorbeeld uitsluiting van iedere gemeenschap of bij een beperkte gemeenschap of bij gemeenschap van goederen. 25 Indien de rechter van oordeel is dat de beginselen van hoor en wederhoor zijn geschonden zal hij het vonnis niet erkennen en de zaak opnieuw ten gronde behandelen, zie bijvoorbeeld Rechtbank Rotterdam 30 juli 2008, LJN BD9716. 26 Zie bijvoorbeeld Rechtbank Arnhem 21 juni 2010, LJN BM8462, waarin geoordeeld is dat een Amerikaanse gezagsbeslissing niet wordt erkend nu deze in strijd met de openbare orde wordt geacht. 27 Een voorbeeld daarvan is de al eerdere genoemde uitspraak van Hof s-gravenhage 28 maart 2003, LJN AI1829, waarin het hof overwoog dat, ondanks het feit dat de buitenlandse uitspraak voldeed aan de commune vereisten voor erkenning, een nieuwe behandeling ten gronde noodzakelijk was, gelet op alle veranderde omstandigheden sindsdien. 28 Art. 4 lid 3 Rv. 29 Zie Strikwerda, Inleiding tot het Nederlandse internationaal privaatrecht, 10e druk, p. 274 e.v. 30 Zie voetnoot 25. 31 Indien de rechter de zaak wel ten gronde zou behandelen zou hij de regels van het Nederlandse internationaal privaatrecht dienen toe te passen om het toepasselijke huwelijksvermogensrecht vast te stellen. Dan zou de conclusie anders zijn dan bij de Russische rechter. Het huis zou dan immers in de huwelijksgemeenschap zijn gevallen en dus gemeenschappelijk eigendom zijn van de man en de vrouw. 4 Estate Planner Digitaal 2013/09
Om forumshopping te voorkomen is het aan te bevelen bij internationale huwelijken waarbij het vermogen in meerdere landen verspreid is, na te gaan welke echtscheidingsrechter bevoegdheid kan aannemen en welk huwelijksvermogensrecht geldt. In vele landen is het mogelijk om een rechtskeuze ten aanzien van het toepasselijke huwelijksvermogensrecht in huwelijkse voorwaarden op te nemen. Om onaangename verrassingen te voorkomen verdient het aanbeveling om van deze mogelijkheid gebruik te maken. Estate Planner Digitaal 2013/09 5