Examen November 2003 Hieronder staan de vragen van het Stuurbrevet-examen van 22 november 2003. Het gedeelte Beperkt (20 vragen) staat op 60 punten, dit wil zeggen 3 punten per vraag. Het gedeelte Algemeen (10 vragen) geeft u maximaal 30 punten. In beide examens bent u geslaagd indien u 60 % gehaald hebt (resp. 36/60 en 18/30). Let op: met dit systeem van meerkeuzevragen geeft een correct antwoord op een vraag 3 punten, geen antwoord geeft 0 punten en een foutief antwoord levert -1 punt op. Gokken wordt dus gesanctioneerd! Omcirkel de letter met het juiste antwoord. De oplossing vindt u na de laatste vraag. BEPERKT STUURBREVET Opmerking: De vermelding "CEVNI" heeft betrekking op de Europese reglementering. De vermelding "SIGNI" heeft betrekking op de Europese voorschriften voor signalisatie op de scheepvaartwegen. 1. Beide schepen willen de nevenvaargeul invaren.welk schip heeft voorrang? A. schip Y heeft voorrang want het is een tegen stroom varend schip B.schip X heeft voorrang want het vaart met de stroom mee C.dit moet met goede zeemanschap worden opgelost 2. Kruisende koersen. Schip X is een groot schip, Schip Y is een klein schip. Geen van beide schepen volgt de vaargeul aan stuurboord. Welk schip heeft voorrang en waarom?
A. schip Y want het is aan stuurboordzijde van schip X B.schip X want het is een groot schip C.beide schepen moet uitwijken 3. Wie moet wijken voor de situatie geschetst in de tekening (CEVNI)? A. schip X omdat schip Y van stuurboord komt B.beide schepen (beide varen over stuurboord) C.schip X omdat loef wijkt voor lij 4. Een varend zeilschip dat tegelijkertijd zijn motor gebruikt moet overdag voeren (CEVNI): A. een zwarte kegel met de punt naar beneden B.een zwarte kegel met de punt naar boven C.een zwarte bol 5. Bij welke kardinale markering hoort het wit licht met karakter Q (3) 10 s? A. noord B.oost C.west
6. Van bijgaande cardinale markering (SIGNI-systeem) ontbreekt het topteken op de boei. Welk topteken stond oorspronkelijk bovenop de boei? 7. Op een navigatiekaart staat bij een licht de volgende aanduiding: Iso 8s. Dit betekent dat het licht (SIGNI): A. een schittering heeft van 8 seconden per minuut B.elke 8 seconden één schittering heeft C.4 seconden aan is en 4 seconden uit is 8. Het diepste gedeelte van de vaargeul bevindt zich langs de kant van de linkeroever. In het SIGNI-systeem gebruikt men hiervoor als markering? 9. Welke betekenis heeft dit bord (CEVNI)? A. verplichting stil te houden vóór dit bord B.verplichting bijzonder op te letten C.beperkingen aan de scheepvaart opgelegd
10. Welke betekenis heeft dit bord (CEVNI)? A. verplichting vaarsnelheid te beperken tot 12 km/u B.verplicht gebruik van marifoon op kanaal 12 C.breedte van de vaargeul bedraagt 12 m 11. Welke betekenis heeft dit bord (CEVNI)? A. aanbeveling te varen in de richting van de pijl B.verplichting te varen in de richting van de pijl C.verplichting zich aan stuurboordszijde van de vaargeul te begeven 12. Wat betekent het volgende verkeersteken (CEVNI)? A. kruisend verkeer B.verplichting de vaargeul over te steken naar stuurboord C.voorrang voor de schepen die zich aan stuurboordszijde bevinden 13. Met welk geluidssein moet deze boot aankondigendat hij de haven invaart (CEVNI)?
14. Met welke geluidssein moet deze boot zijn manoeuvre kenbaar maken (CEVNI)? 15. Een klein schip dat stilligt moet s nachts voeren (CEVNI): A. twee witte rondom schijnende lichten B.een rood licht aan bakboord en een groen aan stuurboord C.een wit rondom schijnend licht 16. Deze tekening toont de lichten van (CEVNI): A. een gesleepte boot (vooraanzicht) B.een niet-vrijvarende veerpont C.een schip in bedrijf voor de visvangst 17. s Nachts ziet u een schip dat de volgende lichten voert. Wat voor schip is dit (CEVNI)? A. politieschip (stuurboord-zijaanzicht) B.schip met gevaarlijke lading (bakboord-zijaanzicht) C.schip met gevaarlijke lading (stuurboord-zijaanzicht)
18. Uw schip heeft een rechtse schroef. Bij windstil weer wil u recht achteruit varen. U moet: A. stuurboord roer geven B.bakboord roer geven C.het roer midscheeps houden 19. U sleept een ander schip met behulp van een enkele lange tros. U spreekt met de schipper van het andere schip af dat hij, bij de bochten: A. recht achter u aan blijft sturen B.de binnenbochten instuurt C.de buitenbochten instuurt 20. Waarom mag men een oliebrand niet met water blussen: A. het vuur gaat dan feller branden B.het vuur zal zich verspreiden C.vanwege de zware, giftige rook die van vrij komt ALGEMEEN STUURBREVET Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee 21. Een schip vertoont als dagmerken drie ballen, loodrechtonder elkaar. Het gaat hier over: A. een onmanoeuvreerbaar schip B.een beperkt manoeuvreerbaar schip C.een schip dat aan de grond zit 22. Het driekleurenlicht (zijlichten of boordlichten en heklicht gecombineerd in één lantaarn) aan of nabij de top van de mast mag gevoerd worden door:
A. alleen zeilschepen korter dan 12 m B.zeilschepen korter dan 20 m C.alle zeilschepen 23. U ziet de volgende lichten. Dit is een: A. beperkt manoeuvreerbaar schip B.mijnopruimingsschip C.schip bezig met de uitoefening van een loodsdienst 24. Twee motorschepen naderen elkaar op tegengestelde koersen zodat gevaar voor aanvaring dreigt. Wat moeten ze doen? A. beide schepen moet vertragen B.beide schepen moeten naar stuurboord van koers veranderen (elkaar aan bakboord voorbijvaren) C.beide schepen moeten naar bakboord van koers veranderen (elkaar aan stuurboord voorbijvaren) 25. Een schip dat door zijn diepgang beperkt manoeuvreerbaar is mag, behalve de lichten die zijn voorgeschreven voor een werktuiglijk voortbewogen schip, voeren: A. drie rode rondom zichtbare lichten, loodrecht boven elkaar B.een groen licht, een wit licht en een rood licht C.een rood licht, een wit licht en een rood licht, rondom zichtbaar en loodrecht boven elkaar 26. U hoort tijdens beperkt zicht het geluidssein -.. (één lange stoot gevolgd door twee korte stoten). Dit kan zijn een: A. schip dat gesleept wordt B.schip dat loodsdienst verricht C.zeilschip
Scheepvaartreglement Beneden-Zeeschelde 27. Bij het verlaten van een vaargeul mag u de koerslijn van een schip dat buiten die vaargeul vaart kruisen en het verplichten van koers of vaart te wijzigen? A. nee B.ja C.ja, indien uw schip groter is 28. Wat betekent de uitdrukking kop vóór nemen? A. bij het uitvaren van een haven de koers veranderen in de richting van de vaargeul B.de vaarrichting van een schip veranderen van tegenstroom naar vóór stroom C.varen in de richting van de diepste plaats van de vaargeul Politiereglement Beneden-Zeeschelde 29. Drijvende leidingen die de scheepvaart kunnen hinderen moeten over de gehele lengte aangeduid worden door rondom zichtbare lichten met kleur: A. wit B.geel C.rood 30. De nationale vlag: A. moet verplicht overdag gevoerd worden door alle schepen B.moet verplicht gevoerd worden op verzoek van de met de politie te water belaste overheid van de federale politie C.moet slechts op wettige feestdagen gevoerd worden
ANTWOORDEN 1A - 2B - 3C - 4A - 5B - 6A - 7C - 8A - 9C - 10A - 11A - 12B - 13B - 14B - 15C - 16B - 17C - 18A - 19C - 20B - 21C - 22B - 23A - 24B - 25A - 26C - 27A - 28B - 29B - 30B