Ontwikkeld door akkerbouwers voor akkerbouwers! Plough-ontrol Handleiding lijf altijd het op het rechte pad! www.track-control.com Versie ug 2018
Inhoudsopgave Inleiding...3 1 Instellingen Trimble FM1000...4 2 Kalibreren ploegbesturing....7 3 Het ploegen....11 3.1 Inleiding....11 3.2 Standaard programma...11 3.3 Programma uitgeren...14 3.4 Fijnregeling ploegbreedte...16 4 ontactgegevens...17 2.
Inleiding Track-ontrol gps ploegbesturing, waarom beter? Wordt bediend via het ISOUS scherm, geen extra bedieningskasten in de cabine RTK Nauwkeurigheid van 1 á 2 cm op elk moment van de dag Eenvoudig in te stellen en zelf automatisch te kalibreren GPS aangestuurde ploegbesturing om perfect recht te ploegen is al geruime tijd beschikbaar. Vanuit de markt kregen we echter vraag naar een ploegbesturingssysteem, zonder de nadelen van huidige systemen. Het werd tijd om kennis en ervaring over GPS, elektronische aansturing, bedieningsgemak en ploegen te bundelen. Een logisch gevolg werd de samenwerking tussen Risseeuw Techniek te Schoondijke en LM Vermeulen V te Oostburg. Pieter Risseeuw ontwikkelt al jaren specifieke elektronische toepassingen voor landbouwmechanisatie en is bovendien akkerbouwer. Patrick Uitdewilligen is de GPS specialist van LM Vermeulen V en eveneens akkerbouwer. In het najaar van 2012 hebben Pieter en Patrick op de natte Zeeuwse klei een nieuw ploegbesturingssysteem ontwikkeld en uitgebreid getest. In januari 2013 kon het systeem worden geïntroduceerd: Track-ontrol was geboren! Track-ontrol is speciaal ontwikkeld als toepassing voor Trimble/NH (New Holland, ase, Steyr) GPS-systemen. Voordelen van Track-ontrol: Ploegen van contouren is geen probleem. utomatische calibratie van de snijbreedte van de eerste voor. Uitgerust met wentelsensor, dus automatisch de juiste ploegrichting. Werkt via het bestaande Trimble/NH ISObus scherm, dus geen extra scherm/kast nodig in de trekker! ltijd recht ploegen, ongeacht grondsoort, voorvrucht of beperkt zicht. utomatisch uitgeren zonder gedoe. Toepasbaar op elke variabele ploeg. Upgrade naar Side-Shift mogelijk.(optioneel) Plug and play toepassing leverbaar voor electr. ventielen (optioneel) 3.
1 Instellingen Trimble FM1000/FM1000 pp Voordat het systeem werkt dient de Isobus van de FM1000 geactiveert te worden. Dit kan op de volgende manier: 1. Ga naar instellingen (pincode = 2009). 2. Druk op wijzig plugins. 3. Selecteer Virtual Terminal () en druk op toevoegen (). 4.
4. Virtual Terminal staat nu onder de actieve plugins. 5. Druk op OK tot u het instellingen scherm ziet. Enkel FM1000 5.
6. Selecteer an us instellingen () en druk op instellingen () 7. ctiveer an Terminatie 8. Druk steeds op OK tot u weer in het startscherm bent. 6.
2 Kalibreren ploegbesturing. De ploeg dient eenmalig ingemeten te worden, zodat de werkbreedte correct weergegeven wordt doormiddel van de potmeter. 1. ontroleer of de ploegstand overeenstemd met het plaatje op het scherm (). Zoniet dan kan dat later gewisseld worden. 2. Druk op de instelknop (). 3. Door op diagnose te drukken kunt u de status van de sensoren en dataverbindingen zien (). 4. Toets pincode in (=2009) 5. Indien de ploegstand bij stap 1 niet overeenstemde met het plaatje selecteer dan Inverteer wentelsensor () (zie volgende pagina) 6. Stel de polariteit van de hefschakelaar in. De waarde dient +12V te zijn indien geen hefschakelaar is aangesloten (). 7.
7. Druk op kalibreren potmeter () 8. Zet de ploeg op zijn smalst door op - te drukken (). (Door op + te drukken gaat hij weer breder). Indien de ploeg breder gaat indien u op - drukt dienen de slangen van de breedteverstelling omgewisseld te worden. 9. Meet de werkbreedte per schaar en vul die in () 10. Druk vervolgens op de groene knop (). 11. Zet de ploeg op zijn breedst door op + te drukken (). (Door op - te drukken gaat hij weer smaller). 12. Meet de werkbreedte per schaar en vul die in () 8.
13. Druk vervolgens op de groene knop (). De gegevens van de kalibratie staan nu allemaal in de volgende tabel () 14. Stel de oliestroom voor de breedteverstelling zo laag mogelijk in, voor zowel breder als smaller. Dit kan op de volgende manieren: a. Door de oliestroom op de trekker te regelen, indien u gebruik maakt van een elektronisch ventiel op de trekker. Zet de oliestroom van de ploegbesturing op 100% (), ook indien de ploegbesturing een relais of zwart/wit ventiel aanstuurt. b. Door de oliestroom met de ploegbesturing aan te passen (), indien er op de ploegbesturing een proportioneel ventiel is aangelsloten, (b.v. het Trimble ventiel i.c.m. een 6-2 ventiel) c. Test de snelheid door handmatig breder en smaller te stellen met de + (F) en - knop (G). Indien de oliestroom te hoog staat ingesteld zal de ploeg gaan slingeren! 15. Stel het aantal scharen in (). 16. Stel de hysteresis van de regeling in (D). ls deze b.v. 3 cm is, zal de ploegbesturing niet sturen voordat de GPS-Offline meer dan 3 cm is. Hierdoor wordt voorkomen dat de ploegbesturing onnodig veel stuurt. Neem als vuistregel ongeveer 3 cm. 17. Druk tot slot op Instellingen verlaten (E). D E G F 9.
3 Het ploegen. 3.1 Inleiding. De ploegbesturing kan volgens drie programma s werken, namelijk Standaard, Uitgeren en Waaier. Het standaard programma kan in de volgende gevallen gebruikt worden: 1. Indien de voor recht is en de GPS-offline niet meer is dan een halve ploegbreedte. Tijdens het ploegen mag de GPS dus niet van rij-nummer verspringen. 2. ij ploegen van kopakkers, waarbij de eerste voor met behulp van de GPS op één bepaalde rij-nummer is geploegd. In alle andere gevallen dient voor het programma uitgeren gekozen te worden: 1. ij een kromme voor, waarbij de GPS steeds van rijnummer verspringt. 2. ij een rechte voor, maar de GPS-offline is zodanig groot dat de kans bestaat dat de GPS van rijnummer verspringt. 3. KIES IJ TWIJFEL OOK HET PROGRMM UITGEREN!! 3.2 Standaard programma 1. Zet programma op standaard (). 2. Stel de werkbreedte van de ploeg in (). Let op, deze dient gelijk te zijn aan de werkbreedte welke is ingevoerd in het GPS systeem (GPS lijnbreedte). 3. Stel in hoeveel de ploeg breder mag ploegen dan de middenstand (=werkbreedte) (). 4. Stel in hoeveel de ploeg smaller mag ploegen dan de middenstand (D) 5. Druk op start (E) om de ploegbesturing in te schakelen. E D 10.
De volgende gegevens kunnen afgelezen worden: () Status ploegbesturing: 1. Trekker Rood, betekent ploegbesturing uitgeschakeld 2. Trekker Geel, ploegbesturing ingeschakeld maar hydraulic uitgeschakeld. Dit komt in de volgende gevallen voor: a. De gemeten snelheid is te laag (indien de trekker stil staat) b. De ploeg is omhoog (indien een hefsensor aanwezig is). 3. Trekker lauw (= goed) ploegbesturing volledig actief. () GPS-offline () GPS- rijnummer welke geploegd wordt. (D) Stand van de ploeg (huidige werkbreedte). (E) Gemiddelde GPS offline van de huidige werkgang. (F) Gemiddelde werkbreedte van de huidige werkgang. D E F 11.
() + knop voor manueel breder stellen van de ploegbreedte (ingedrukt houden). () - knop voor manueel smaller stellen van de ploegbreedte (ingedrukt houden) () Middenstand: De ploegbreedte gaat naar de middenstand (hiervoor dient men wel te rijden). (D) In en uitgeschakelen van de automatische ploegbesturing. (E) Naar het instellingen scherm. D E 12.
3.3 Programma uitgeren Indien de ploegvoor krom is en de kans bestaat dat de GPS van rijnummer verspringt, kan het programma uitgeren gebruikt worden. In het GPS systeem laadt je de lijn in waaraan je parallel wilt ploegen. Dat is vaak de lijn op de kant waar je wilt eindigen. 1. Selecteer het programma uitgeren () 2. Ga met de trekker in de voor staan en druk op en vervolgens op () om het systeem de juiste GPS lijn te laten zoeken. (ls je deze knop niet indrukt zal de ploegbesturing na een aantal werkgangen zichzelf automatisch corrigeren en het juiste lijnnummer kiezen). 3. ontroleer of de - lijn aan de goede kant van de trekker ligt in het plaatje (). Zoniet dan kan dit aangepast worden met de Rebusknop (). In het linkse plaatje ploeg je van de - lijn vandaan en wordt de rijnummer telkens met een verhoogd bij het wentelen. Dit is ook te zien aan de + in de Rebusknop (). Het omgekeerde is het geval voor het rechtse plaatje. Dit geldt enkel voor Trimble systemen de overige systemen detecteren de ploegrichting automatisch. 13.
4. De ploegvoor is nu vastgelegd door de ploegbesturing. Vervolgens kan de besturing in- en uitgeschakeld worden met knop () en manueel bediend worden met de + () en - knop (D) (zie hoofdstuk 3.2). D Vreemde gedragingen? ij het uitgeren reageert de ploegbesturing soms anders dan verwacht: Het kan bijvoorbeeld zijn dat het lijkt of de ploeg te smal of te breed werkt als de GPS in ogenschouw wordt genomen (ploeg loopt bijvoorbeeld in de middenstand, terwijl hij volgens de GPS breder zou moeten). Dit kan soms echter nodig zijn om sneller een rechte voor te hebben. Een rechte voor wordt geprevaleerd boven het ploegen op de lijn. De ploegvoor is in het midden het snelst parallel aan de gewenste lijn. Daardoor gaat het ploegbeeld van recht naar een S-vorm en dan weer recht (zie plaatje, begin links, eindig rechts) De ploegbesturing kiest na elke werkgang de meest optimale volgende werkgang. Hij blijft zichzelf dus constant corrigeren, zonder tussenkomst van de gebruiker, voor een optimaal resultaat. 14.
3.4 Programma Waaieren (enkel voor Trimble systemen) Dit programma is voornamelijk gedacht voor bijna rechthoekige percelen die voor of achter net iets smaller-breder zijn. Zo blijft het ploegwerk recht en wordt de geer er langzaam uitgeploegd. Het systeem werkt altijd naar de geselecteerde lijn toe. Kies het spoor waar u naartoe wilt ploegen en de juiste werkbreedte zoals bij standaard Selecteer programma op waaier en ga naar het beginpunt waar u wilt gaan ploegen. Geeft met en aan wat het beginpunt moet zijn van de waaierfunctie. Normaliter liggen toets hieronder en aan begin en einde van eerste ploegvoor. In geval er echter een knik of bocht in eerste spoor zit kunt u ook kiezen om en aan het begin en einde van het rechte gedeelte van de 1e voor in te stellen. 15.
3.5 Fijnregeling ploegbreedte Ondanks dat de de snijbreedte nauwkeurig is ingemeten bij het kallibreren van de potmeter (hoofdstuk 2) kan het gebeuren dat de werkelijke werkbreedte niet overeenstemt met de breedte die is ingegeven () (zie hoofdstuk 3.2 stap 2). De ploeg werkt bijvoorbeeld steeds 10 cm te breed. In dat geval kan dit eenvoudig bij gesteld worden. 1. Druk op de instelknop () 2. In geval de ploeg bijvoorbeeld steeds 10 cm te breed ploegt vul dan -10 in bij ijstellen middenstand (). Vul +10 in, indien de ploeg bijvoorbeeld steeds 10 cm te smal ploegt. 3. Het is ook mogelijk de ploegbesturing deze fijregeling automatisch te laten uitvoeren, door utomatisch kalibreren te activeren (). 4. Door Middenstand bij heffen zal de ploegbreedte naar de middenstand gaan op de kopakker tijdens het heffen. Dit kan een verbetering geven van de werkbreedte, van de eerste meters na het opnieuw inzetten (). 5. Druk tot slot op Instellingen verlaten (D). D 16.
4 ontactgegevens rand ontact: LM Vermeulen V Mosterdweg 1 4501 PP Oostburg Postbus 52 4500 Oostburg Telefoon: 0117 45 32 55 Fax: 0117 45 46 11 Website: E-mail: www.track-control.com informatie@track-control.com Deze handleiding (verder te noemen: Handleiding ) van Track-ontrol is met grote zorg en precisie samengesteld. Ondanks de inspanning en aandacht voor deze Handleiding van Track-ontrol is het mogelijk dat informatie in deze Handleiding onvolledig en/of onjuist is. Wij sluit hierbij alle aansprakelijkheid uit voor schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik van deze Handleiding van Track-ontrol. ehoudens de in of krachtens de uteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze Handleiding worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van LM Vermeulen. Maart 2013 LM Vermeulen V/Risseeuw Techniek Versie 1.2 (ugustus 2018) 17.