Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. Quality, Health, Safety & Environment Amsterdamseweg 53 3812 RP Amersfoort Postbus 47 3800 AA Amersfoort Telefoon 033-467 15 11 Fax 033-467 17 88 qhse@wolterendros.nl www.wolterendros.nl Carbon Footprint Rapport 2011 Auteur(s) J.P.T. Janssen Datum opgesteld 1 van 35 0437
Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 1 Management summary 3 Quality, Health, Safety & Environment Amsterdamseweg 53 3812 RP Amersfoort Postbus 47 3800 AA Amersfoort Telefoon 033-467 15 11 Fax 033-467 17 88 qhse@wolterendros.nl www.wolterendros.nl 2 Verantwoording 6 2.1 Overeenstemming 6 2.2 Verwijzingsoverzicht rapportage en ISO 14064-1 6 3 Omschrijving van de organisatie 7 3.1 Inleiding 7 3.2 Missie 8 3.3 Bedrijfshistorie 8 4 Beleid 9 5 Boundary 2011 10 5.1 Centrale Bedrijfsonderdelen 10 5.2 Vestigingen 10 5.3 Deelnemingen 11 5.4 C-aanbieders/concernrelaties 11 6 Energiegebruik 15 6.1 Soorten en hoeveelheden 15 6.2 Alternatieve brandstoffen 16 6.3 Aardgas 16 6.4 Elektriciteit 17 Datum opgesteld 2 van 35 7 De carbon footprint 18 7.1 Carbon Footprint 2011 18 7.2 Verslagperiode en referentiejaar 19 7.3 Verantwoordelijke persoon 19 7.4 Contactpersoon 20 7.5 Uitsluitingen 20 7.6 Correcties en wijzigingen 20 7.6.1 Correcties 20 7.6.2 Wijzigingen 20 7.7 Onzekerheden 21 7.8 Kwantificeringsmethoden en conversiefactoren 22 7.9 Verificatie 23 8 Doelen en maatregelen 2011 24 8.1 Doelstellingen 24 8.2 Maatregelen 24 8.2.1 Scope 1 Directe emissie 24 8.2.2 Scope 2 Indirecte emissie 25 9 Voortgang en effect 26 9.1 Effect reductiemaatregelen 26 9.1.1 Vervangen van de VW Caddy door de Skoda Fabia 26 9.1.2 Elektrische scooter voor stadsverkeer i.p.v. de VW Caddy 26 9.1.3 Verwarming 1 C lager 27 9.1.4 Verlichting 1 uur per dag minder aan 28 9.1.5 Groene stroom 29 9.2 Evaluatie emissie verandering per scope 30 9.3 Voortgang doelstelling per scope en totale CO2 emissie 32 9.4 Vergelijking van de vestigingen onderling 34 10 Wijzigingen 35 0437
3 van 35 1 Management summary In het kader van de prestatieladder is de carbon footprint 2011 van Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. opgesteld. De bedrijfsactiviteiten van Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. zijn in 2011 toegenomen ten opzichte van 2010. Hierdoor is de emissie bij ongewijzigd beleid toegenomen. Zie ook tabel 1. Tabel 1 geeft de verandering in emissie weer ten opzichte van 2010 bij ongewijzigd beleid en bij toepassing van de reductiemaatregelen conform tabel 2. CF 2010 CF 2011 bij ongewijzigd beleid - reductie Doelstellingen 2011 CF 2011 Verandering t.o.v. 2010 Scope 1 6.614,48 6.712,66-40,00 6.677,30 62,82 0,95% Scope 2 2.396,45 2414,21-140,00 812,27-1.584,18-66,11% Totaal 9.010,93 9.126,87-180,00 7.489,57-1.521,36-16,88% Tabel 1: -emissie 2010 in vergelijking met 2011 De doelstelling van de reductiemaatregelen 2011 per scope zijn samen met het behaalde resultaat weergegeven in tabel 2. Scope Reductiemaatregel 2011 Doelstelling 2011 Resultaat 2011 1 Vervanging VW Caddy door Skoda Fabia -20,00 1 Elektrische scooter voor stadsverkeer in plaats van VW Caddy -3,93 Verwaarloosbaar -0,25 1 Verwarming 1 C lager -20,00 2 Verlichting 1 uur per dag minder aan -13,00 2 Gebruik van groene stroom -125,00 23,91-51,23-1.601,94 Tabel 2: Doelstelling en resultaat per reductiemaatregel 2011 Uit tabel 1 kan worden geconcludeerd dat in scope 1 een toename in emissie heeft plaats gevonden. Dit is te verklaren door:
4 van 35 Toename in emissie ten gevolge van wagenpark gebruik. Oorzaak hiervan is de toename van het aantal service & onderhoud medewerkers. Deze medewerkers hebben allen een lease auto. Tevens zijn over de periode 2011 de productie uren, t.o.v. 2010 toegenomen. Dit leidt tot een toename van de gereden kilometers. Het gewenste effect van de maatregel vervanging van de VW Caddy door Skoda Fabia is in 2011 niet geheel behaald. Circa 4 - reductie, wat overeenkomt met 20% van de beoogde reductie door toepassing van deze maatregel, wordt in 2011 gerealiseerd. Enerzijds komt dit door een onjuist uitgangspunt anderzijds omdat niet alle lease contracten van de VW Caddy s in 2011 aflopen. Het effect bij gebruik van elektrische scooters is nihil en weegt niet op tegen de - emissie van het wagenpark. De maatregel verwarming 1 C lager zetten is niet binnen alle vestigingen toegepast. Bij een enkele vestiging is zelfs sprake van een toename in energiegebruik ten behoeve van verwarming waardoor er sprake is van een toename in emissie van circa 24 ton i.p.v. een verwachte reductie van 20. Zie ook tabel 3. Vestiging Effect graadje lager per vestiging Verschil t.o.v. 2010 Verschil t.o.v. 2010 Verschil t.o.v. 2010 Goes / Terneuzen 1.199 m 3 2 Warnsveld, Arnhem, Enschede -3.222 m 3-6 Rotterdam, Botlek, Haaglanden -2.002 m 3-4 Groningen, Leeuwarden -4.685 m 3-9 Comfort Partners -3.145 m 3-2.378 kwh e -6 Amsterdam, Den Helder -1.138 m 3-2 Centrale Diensten 9.518 m 3 17 Maastricht, Venlo 6.595 m 3 12 Den Bosch -1.953 m 3-4 Amersfoort -1.073 m 3-2 CTB/BB 515 m 3 1 Fabriek 12.882 m 3 24 Totaal 13.492 m 3-2.378 kwh e 24 Tabel 3: Effect van reductiemaatregel graadje lager per vestiging Tabel 1 geeft een behoorlijke reductie weer voor scope 2. Dit is te verklaren door: Reductie van het elektriciteitsverbruik door toepassing van de reductiemaatregel verlichting 1 uur per dag minder aan. Het gewenste effect van de verlichting 1 uur per dag minder aan is in 2011 geheel gerealiseerd. Er is zelfs sprake van een groter effect dan beoogd. De gerealiseerde reductie bedraagt circa 51 terwijl de beoogde reductie 20 is. Mogelijke oorzaken hiervan zijn:
5 van 35 o o Vestigingen gaan bewuster met de verlichting om dan verwacht. Vestigingen hebben tussentijds de huidige verlichting vervangen door energiezuinigere verlichting. Toepassing van reductiemaatregel groene stroom. Het gewenste effect van deze maatregel is meer dan gehaald. Oorzaak hiervan is dat in 2011 gebruik is gemaakt van windkracht certificaten. Indien er geen gebruik wordt gemaakt van windkracht certificaten wordt de doelstelling alsnog behaald. De reductie bedraagt dan 209,57 ton. Voortgang doelstelling per scope en totale - emissie Tabel 4 geeft de doelstelling voor 2011, zowel absoluut als relatief, per scope en voor de totale emissie van Wolter & Dros weer. CF 2010 Doelstelling 2011 Resultaat 2011 Per scope Van totaal Per scope Van totaal /jaar % /jaar % % /jaar % Directe emissie, scope 1 6.614,48-0,60% -40,00-0,44% 0,95% 62,82 ton 0,70% Indirecte emissie, scope 2 2.396,45-5,84% -140,00-1,55% -66,11% -1.584,18-17,58% Totale emissie 9.010,93-180,00-2,00% -1.521,36-16,88% Tabel 4: Evaluatie doelstellingen Uit tabel 4 kan de conclusie worden getrokken dat de doelstellingen voor 2011 met betrekking tot scope 1 niet is gehaald. De maatregelen om tot de doelstelling voor scope 1 te komen hebben allen een geringer effect op de reductie dan omschreven binnen de doelstelling van de maatregelen in hoofdstuk 8. De maatregel 1 C lager stoken heeft in 2011 zelfs geen effect gehad. De doelstellingen voor scope 2 en de totale emissie zijn wel gehaald.
6 van 35 2 Verantwoording 2.1 Overeenstemming Deze rapportage voldoet aan de eisen zoals omschreven in ISO 14064-1, paragraaf 7.3.1. 2.2 Verwijzingsoverzicht rapportage en ISO 14064-1 Tabel 5 geeft weer waar de vereiste onderdelen van een carbon footprint rapportage conform ISSO 14064-1 in dit rapport terug te vinden zijn. ISO 14064-1, paragraaf 7.3.1 Rapportage, paragraaf a) Beschrijving van de organisatie 3 Omschrijving van de organisatie b) Verantwoordelijke persoon 7.3 Verantwoordelijke persoon 7.4 Contactpersoon c) Verslagperiode 7.2 Verslagperiode en referentiejaar d) Boundary 5 Boundary e) Directe emissie 7.1 Carbon Footprint 2011-Q1+Q2 f) Biomassa 7.5 Uitsluitingen g) Reductie directe emissie 8.1 Doelstellingen 8.2 Maatregelen 9 Voortgang en effect h) Uitsluitingen 7.5 Uitsluitingen i) Indirecte emissie 7.1 Carbon Footprint 2011-Q1+Q2 j) Basisjaar en referentiejaar 7.2 Verslagperiode en referentiejaar k) Wijzigingen 7.6 Correcties en wijzigingen l) Kwantificeringsmethoden 7.8 Kwantificeringsmethoden en conversiefactoren m) Wijzigingen in Kwantificeringsmethoden 7.6.2 Wijzigingen 7.8 Kwantificeringsmethoden en conversiefactoren n) Conversiefactoren 7.1 Carbon Footprint 2011-Q1+Q2 7.8 Kwantificeringsmethoden en conversiefactoren o) Onzekerheden 7.7 Onzekerheden p) Verklaring van overeenstemming 2 Verantwoording q) Verificatie 7.9 Verificatie Tabel 5: Verwijzingsoverzicht Carbon Footprint Rapport en ISO 14064-1
7 van 35 3 Omschrijving van de organisatie 3.1 Inleiding Wolter & Dros is een technisch dienstverlener werkzaam in de utiliteit, de woningbouw, de zorg, het onderwijs en de industrie. Advies, integraal ontwerp, engineering, realisatie en beheer van technische installaties voor verwarming, ventilatie, koeling en sanitair vormen ons dienstenpakket. Met 1800 medewerkers en een netwerk van vestigingen in Nederland, behoort Wolter & Dros tot de top drie van technische dienstverleners in haar vakgebied. Wolter & Dros is een werkmaatschappij van vastgoed-, bouw- en adviesconcern TBI te Rotterdam. Figuur 1 geeft de vestigingen van Wolter & Dros weer samen met hun locatie. Dit is de voettekst Vestigingen Hoofdkantoor Amersfoort Regionale vestigingen Amersfoort Amsterdam Arnhem Botlek Den Helder Enschede Goes Groningen Haaglanden s-hertogenbosch Leeuwarden Maastricht-Airport Rotterdam Terneuzen Venlo Warnsveld Comfort Partners Woningbouw vestigingen Groningen Houten Zoetermeer Zwaag Figuur 1: Vestigingen Wolter & Dros
8 van 35 3.2 Missie Wij zijn Wolter en Dros. We zijn sterk met elkaar verbonden door de passie voor techniek. We streven naar perfectie en onze drijfveer is het steeds opnieuw vinden van de beste technologische oplossingen voor onze opdrachtgevers. In ons werk staat de mens centraal. We hebben een klantgerichte instelling en doen dat met zorg voor de leef- en werkomgeving. We zijn stuk voor stuk professionals, die grenzen willen verleggen. En door het ontwikkelen en slim toepassen van onze kennis dragen we bij aan een betere wereld. Voor nu en in de toekomst. 3.3 Bedrijfshistorie In het jaar 2000 heeft Wolter & Dros haar 125 - jarig bestaan gevierd. In 1875 werd het bedrijf in Amsterdam opgericht door de heer H.J. Wolter. Een eenmanszaak met een leveringsprogramma dat bestond uit het ontwerpen en leveren van centrale verwarmings- en ventilatiesystemen. In 1906 werd door de heer Wolter, de heer A. Dros aangetrokken als mededirecteur van het inmiddels naar Amersfoort verhuisde bedrijf. In 1916 ging de heer Wolter met pensioen en zette de heer Dros de zaak alleen voort. In 1963 werd Wolter & Dros overgenomen door de N.V. OGEM. Binnen OGEM groeide het aantal medewerkers van Wolter & Dros door fusies en overnames tot boven de 1200. Vanaf begin jaren tachtig tot en met 2002 verricht Wolter & Dros haar activiteiten als werkmaatschappij van TBI Holdings B.V. te Rotterdam. In 2003 wordt TBI Techniek B.V. opgericht, een samenwerkingsverband tussen zes installatietechnische zusterbedrijven van TBI. Tot op projectniveau zijn de kennis en expertise binnen de TBI-bedrijven optimaal gesynchroniseerd en gebundeld. Naast het hoofdkantoor in Amersfoort heeft Wolter & Dros in 2007 het Belevingscentrum geopend, een hypermodern centrum waar bezoekers comfort in de breedste zin van het woord kunnen beleven. Per 1 januari 2010 zijn de woningbouwactiviteiten van Wolter & Dros ondergebracht onder een nieuwe Besloten Vennootschap Wolter & Dros Woningbouw B.V. met de handelsnaam Comfort Partners. Comfort Partners is ontstaan uit de vestigingen van Wolter & Dros Aquatherm in Groningen en Houten en de vestigingen van Wissink Installatietechniek B.V. in Zoetermeer en Zwaag.
9 van 35 4 Beleid
10 van 35 5 Boundary 2011 De organizational boundary van Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V is weergegeven in figuur 2. Figuur 2: Organizational Boundary Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 2011 5.1 Centrale Bedrijfsonderdelen Centrale Bedrijfsonderdelen van Wolter & Dros zijn gevestigd op de hoofdlocatie Amersfoort. De hoofdlocatie bestaat uit Locatie 1 Hoofdkantoor, gelegen aan de Amsterdamseweg 53 te Amersfoort. Huisvesting van onder meer de Centrale Diensten (CD) en Fabriek/CMV. Onder CD vallen: - Directie en Directiesecretariaat; - Controlling en Centrale Administratie (CA); - Presentatie en Marketing Communicatie (PMC); - Quality, Health, Safety & Environment (QHSE); - Personeel & Organisatie (P&O); - Facilitaire Zaken (FZ); - Informatie en Communicatie Technologie (ICT); - Technisch Advies en Ontwikkeling (TAO); - Centrale Inkoop (CI). Locatie 2 De Voorsprong, gelegen aan de Amsterdamseweg 51 te Amersfoort, naast het hoofdkantoor. Hier zijn een aantal landelijke opererende bedrijfsonderdelen gevestigd. 5.2 Vestigingen Naast vestiging Wolter & Dros Centraal Technisch Bureau (loc 1)en vestiging Amersfoort (loc 2) zijn er nog eens 15 vestigingen verspreid over 15 locaties in Nederland.
11 van 35 5.3 Deelnemingen Projectvof s Wolter & Dros neemt deel in diverse projectvof s. Deze vof s zijn aangegaan met derden ten behoeve van de uitvoering van één project. De inzet van huisvesting, medewerkers, outillage, materieel en technische uitrusting wordt volledig vanuit de eigen al bestaande Wolter & Dros organisatie geleverd. Het aandeel verbruik en emissie is volledig opgenomen in de Carbon Footprint van Wolter & Dros. In de laatste kolom van tabel 7 is aangegeven in welk deel van de Carbon Footprint de betreffende deelneming is opgenomen. Overige deelnemingen Bij deelnemingen in de vorm van een BV of stichting wordt de inzet van medewerkers, outillage, materieel en technische uitrusting meestal vanuit een afzonderlijke afdeling of locatie van Wolter & Dros geleverd. Het aandeel verbruik en emissie is dan ook als afzonderlijk bedrijfsonderdeel opgenomen in de Carbon Footprint van Wolter & Dros. 5.4 C-aanbieders/concernrelaties Op basis van de A/C-leveranciersanalyse volgens de laterale methode beschreven in de -Prestatieladder zijn de relevante bedrijfsonderdelen weergegeven in tabel 7. Naam ICR W&D/BAM Techniek v.o.f Croon Elektrotechniek BV WTH Vloerverwarming B.V. Acto Informatisering BV Hazenberg BV Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. HVL Elektrotechniek BV Koopmans Service & Onderhoud Comfort Partners (Wolter & Dros Woningbouw B.V.) TBI Holdings BV MDB B.V. J.P. van Eesteren BV TBI Direct BV Fri-Jado Super Service Baas Infra Services BV Building Technologies v.o.f. CSWE v.o.f. Korteweg Opgenomen in de boundary van Wolter & Dros Ja Nee, is zelf gecertificeerd Nee, is zelf gecertificeerd Nee, is zelf gecertificeerd Nee, is zelf gecertificeerd Ja Nee, is zelf gecertificeerd Nee, is zelf gecertificeerd Ja Nee, geen hiërarchische zeggenschap Nee, is zelf gecertificeerd Nee, is zelf gecertificeerd Ja Nee, is zelf gecertificeerd Nee, is zelf gecertificeerd Ja Ja Nee, is zelf gecertificeerd Tabel 6: C-leveranciers opgenomen in de boundary In tabel 6 is weergegeven welke leveranciers uit de crediteurenadministratie van Wolter & Dros, door de A/C-analyse zijn aangemerkt als concernleverancier.
12 van 35 Leveranciers die zelf gecertificeerd zijn voor de -Prestatieladder worden door Wolter & Dros niet meegenomen in de Carbon Footprint van Wolter & Dros omdat deze leveranciers hun eigen Carbon Footprint rapporteren. Leveranciers waar Wolter & Dros (gedeeltelijke) zeggenschap over heeft zijn meegenomen in de Carbon Footprint van Wolter & Dros. TBI Holdings B.V. is een leverancier die niet gecertificeerd is voor de - Prestatieladder. Het spreekt voor zich dat Wolter & Dros als dochteronderneming van TBI Holdings B.V. geen zeggenschap heeft over de holding. Daarnaast bedraagt de omzet van TBI Holdings B.V. bij Wolter & Dros slechts 0,05%.
13 van 35 Relevante bedrijfsonderdelen Statutaire naam KvK nr BTW nr Boundary Voor 2011 in van Wolter & Dros 2010 2011 CF als(naam), voor(%) Centrale bedrijfsonderdelen Locatie 1:- Centrale diensten Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Centrale Diensten, 100 Locatie 2: - Belevingscentrum, -Technisch Facilitair Management -Duurzame Energie Projecten Locatie 1: - Fabriek/CMV Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Fabriek/CMV,100 Vestigingen Wolter & Dros Amersfoort Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Amersfoort, 100 Wolter & Dros Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja CTB, 100 Centraal Technisch Bureau Wolter & Dros Arnhem Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Arnhem, 100 Wolter & Dros Amsterdam Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Amsterdam, 100 Wolter & Dros Botlek Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Botlek, 100 Wolter & Dros Den Helder Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Den Helder, 100 Wolter & Dros Enschede Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Enschede, 100 Wolter & Dros Groningen Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Groningen, 100 Wolter & Dros Goes Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Goes, 100 Wolter & Dros Haaglanden Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Haaglanden, 100 Wolter & Dros s-hertogenbosch Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja s-hertogenbosch, 100 Wolter & Dros Leeuwarden Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Leeuwarden, 100 Wolter & Dros Maastricht-Airport Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Maastricht, 100 Wolter & Dros Rotterdam Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Rotterdam, 100 Wolter & Dros Terneuzen Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Terneuzen, 100 Wolter & Dros Warnsveld Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 Ja Ja Warnsveld, 100 Wolter & Dros Venlo Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. 31006867 NL001739244B01 nee Ja Venlo,100 Dochteronderneming Comfort Partners Comfort Partners Houten Wolter & Dros Woningbouw B.V. 32157437 NL821152282B01 Ja Ja Comfort Partners, 100 Comfort Partners Groningen Wolter & Dros Woningbouw B.V. 32157437 NL821152282B01 Ja Ja Comfort Partners, 100 Comfort Partners Zoetermeer Wolter & Dros Woningbouw B.V. 32157437 NL821152282B01 Ja Ja Comfort Partners, 100 Comfort Partners Zwaag Wolter & Dros Woningbouw B.V. 32157437 NL821152282B01 Ja Ja Comfort Partners, 100 Deelnemingen (St. /BV) Locatie II, Amsterdamseweg 51 IDET * Stichting IDET 11046054 NL808249903B01 Ja Ja Centrale Diensten, 100 TBI Direct * TBI Direct B.V. 32129930 NL818876566B01 Ja Ja Centrale Diensten, 100 Blanxx * Blanxx B.V. 17282938 nvt Nee Nee Nvt Croon Wolter & Dros Vastgoed ** Croon Wolter & Dros Vastgoed v.o.f. 32076581 nvt Ja Ja Centrale Diensten, 100 CWI ** Croon Wolter & Dros Infratechniek v.o.f 24292689 nvt Ja Ja Centrale Diensten, 100 Deelnemingen (projectvof s) CWF ** Croon Wolter & Dros Facilities v.o.f. 31006867 nvt Nee Nee nvt Building Technologies Building Technologies Maintenance v.o.f. 52717909 nvt Nee Nee nvt Maintenance ** (opgericht 1-4-2011) ICR W&D/BAM Techniek ** ICR W&D/BAM techniek v.o.f. 32127929 nvt Nee Nee nvt Installatiecombinatie Jeroen Installatiecombinatie Jeroen Bosch 17215249 nvt Nee Nee nvt Bosch Ziekenhuis ** Ziekenhuis v.o.f. Installatiecombinatie New Babylon ** Installatiecombinatie New Babylon v.o.f. 27314917 nvt Nee Nee nvt
14 van 35 Relevante bedrijfsonderdelen van Wolter & Dros Statutaire naam KvK nr BTW nr Boundary Voor 2011 in CF als(naam), voor(%) Bouwcombinatie J.P van Bouwcombinatie J.P van Eesteren TBI 34245945 nvt Nee Nee nvt Eesteren TBI Techniek ** Techniek vof Installatiecombinatie Komfort ** Installatiecombinatie Komfort v.o.f. 24464440 nvt Nee Nee nvt Instandhoudingscombinatie Instandhoudingscombinatie Prinsenhof v.o.f 32092180 nvt Nee Nee nvt Prinsenhof** CSWE ** Combinatie Croon-Spie Wolter & Dros v.o.f. 24484402 nvt Nee Nee nvt Bouwcombinatie Heijmerink - Bouwcombinatie Heijmerink - Wolter & Dros nvt nvt Nee Nee nvt Wolter & Dros - Croon ** Croon v.o.f. Croon Wolter & Dros Vastgoed Croon Wolter & Dros Vastgoed v.o.f. 32076581 nvt Nee Nee nvt CWI ** Croon Wolter & Dros Infratechniek v.o.f 24292689 nvt Nee Nee nvt Tabel 7: Boundary 2011 *) Stichting of BV die gelieerd is aan Wolter & Dros, met eigen huisvesting, medewerkers, outillage, materieel en technische uitrusting, en waarvan de Carbon Footprint verdisconteerd is in de Carbon Footprint van de eigen Wolter & Dros organisatie en/of participanten wordt geleverd. **) Projectvof waarvan Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. penvoerder is en waarvoor huisvesting, medewerkers, outillage, materieel en technische uitrusting geheel vanuit de eigen Wolter & Dros organisatie en/of participanten wordt geleverd.
15 van 35 6 Energiegebruik 6.1 Soorten en hoeveelheden Elke vestiging van Wolter & Dros verbruikt elektriciteit voor verlichting en ICT. Ook worden de gebouwen verwarmd. Hiervoor wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van aardgas. Het gebouw van vestiging Botlek wordt elektrisch verwarmd met een warmtepomp. Het gebouw van vestiging Comfort Partners Houten is aangesloten op een collectief verwarmingssysteem met warmtepompen. Voor beide locaties geldt dat de hiervoor benodigde elektrische energie is meegenomen in het elektriciteitsverbruik van de vestigingen. Tabel 8 geeft een overzicht van de gebruikte energiesoorten per vestiging. Figuren 3 en 4 geven inzicht in het elektriciteit- en aardgasverbruik per vestiging. Tabel 8: Energiesoorten per vestiging
16 van 35 6.2 Alternatieve brandstoffen Als alternatieve brandstoffen (energiebronnen) zijn aan te merken: windenergie, bodemenergie (warmte- en koudeopslag) en elektrisch vervoer met scooters. 6.3 Aardgas Figuur 3: Aardgasverbruik per vestiging Fabriek/CMV hebben in 2011 Q1, 68.313 m n 3 aardgas verstookt en in 2011 Q4 42.537 m n 3 aardgas verstookt. Deze getallen vallen buiten figuur 3. Figuur 3 geeft voor 2011 het aardgasverbruik per kwartaal per vestiging weer in m n 3. In de grafiek is duidelijk te zien dat elke vestiging in Q1 en Q4 een hoger aardgasverbruik hebben dan in Q2 en Q3. De verklaring hiervoor is dat de gemiddelde buitentemperatuur in Q2 en Q3 een stuk lager ligt dan in Q1 en Q4. Dit zorgt ervoor dat meer aardgas is verbruikt om de gebouwen te verwarmen. Vestiging Groningen en de vestiging Comfort Partners Groningen, beschikken over een warmte- en koudeopslag systeem (WKO) met elektrisch gedreven warmtepompen. Hierdoor is het aardgasgebruik in verhouding met een andere vestiging van gelijke omvang (bijv. Goes) met name in Q1 en Q4 lager. Hier tegenover staat een hoger elektriciteitsverbruik in Q1 en Q4.
17 van 35 6.4 Elektriciteit Figuur 4: Elektriciteitsverbruik per vestiging De Fabriek/CMV hebben samen in Q1 244.247 kwh, in Q2 228.475 kwh, in Q3 236.897 kwh en in Q4 218.930 kwh elektriciteit verbruikt. Deze getallen vallen buiten het bereik van figuur 4. Figuur 4 geeft voor 2011, het elektriciteitsverbruik per kwartaal per vestiging weer in kwh. Het elektriciteitsverbruik is bij het overgrote deel van de vestigingen vrijwel onafhankelijk van het kwartaal. Daar waar een relatief grote afwijking tussen de kwartalen bestaat, wordt dit veroorzaakt door o.a.: levering van warmte door WKO in combinatie met een warmtepomp (vestigingen Groningen, Comfort Partners Groningen en Comfort Partners Zwaag); levering van warmte door stadsverwarming waarbij het energieverbruik van de warmtepomp Eneco wordt verrekend (vestiging Comfort Partners Houten). Levering van warmte door een elektrisch gevoede warmtepomp (vestiging Botlek). Bij enkele vestigingen is in Q2 en Q3 een lichte stijging van het elektriciteitsverbruik waarneembaar. Dit is goed zichtbaar bij de vestiging s-hertogenbosch en enkele afdelingen 1. Het gaat hier om gebouwen die voorzien zijn van elektrisch gedreven koelmachines. De vestigingen Groningen, Comfort Partners Groningen en Comfort Partners Zwaag laten juist een vermindering van het elektriciteitsverbruik zien aangezien de koude uit de eerder omschreven WKO wordt gehaald. Vestiging Botlek laat ook een vermindering zien van het elektriciteitsverbruik in Q2 en Q3. Oorzaak hiervan is dat Botlek elektrisch verwarmd. 1 TBI Direct, Belevingscentrum, TFM, DEP en IDET
18 van 35 7 De carbon footprint 7.1 Carbon Footprint 2011 Figuur 5 geeft de carbon footprint weer voor 2011 Figuur 5: Carbon Footprint 2011 Bronnen: 1 Handboek prestatieladder 2.0 versie 23 juni 2011 2 BI conversieberekeningen maart 2010 3 Senter novem koudemiddelen voor industriële koeling 10 Diesel t.b.v. NSA 68 kva gebruik o.b.v. nodige testen
19 van 35 Scope 1 omvat de directe -emissie, waartoe worden gerekend brandstoffen voor verwarming en generatoren, koudemiddelen voor airco en koeling, en het wagenpark van zakelijke auto s. De directe -emissie bedraagt 6.677,30 ton. Scope 2 omvat het elektriciteitsverbruik, het zakelijk gebruik van privé auto s en zakelijk vliegverkeer. De indirecte -emissie (scope 2) bedraagt 812,27 ton. De -emissie van scope 1 en 2 tezamen over 2011 bedraagt 7.489,57, verdeeld over de onderdelen zoals aangegeven in figuur 6. Uit figuur 6 kan worden opgemerkt dat het wagenpark van Wolter & Dros het overgrote deel van de -emissie veroorzaakt, gevolgd door privé auto s voor zakelijk verkeer en gebruik van brandstoffen. Figuur 6: Verdeling -emissie 2011 naar soort emissie 7.2 Verslagperiode en referentiejaar Dit Carbon Footprint rapport over 2011 omvat de periode vanaf 01 januari 2011 tot en met 31 december 2011. Het referentiejaar is 2010. 7.3 Verantwoordelijke persoon De verantwoordelijke persoon voor de Carbon Footprint is de heer ir. J.C. Kattemölle, directeur.
20 van 35 7.4 Contactpersoon De contactpersoon voor de Carbon Footprint is de heer ing. R.L. Gersdorf, manager QHSE. Amsterdamseweg 53 3812 RP Amersfoort Postbus 47 3800 AA Amersfoort Telefoon 033-467 15 11 Telefax 033-461 17 88 Internet www.wolterendros.nl E-mail r.l.gersdorf@wolterendros.nl 7.5 Uitsluitingen Biomassa wordt niet toegepast. 7.6 Correcties en wijzigingen 7.6.1 Correcties De volgende correcties zijn toegepast op eerdere rapportages: In de rapportages over 2008 en 2009 was scope 3 emissie opgenomen in De Carbon Footprint, terwijl scope 3 geen deel uitmaakt van de Carbon Footprint. Scope 3 is verwijderd uit de rapportages en uit de Carbon Footprint. Koudemiddelen die door Wolter & Dros worden geleverd aan klanten waren in de rapportages over 2008 en 2009 ten onrechte toegekend aan scope 1. Carbon Footprint 2010-Q1: toevoeging van groene stroom en wijziging van de conversiefactoren voor elektriciteit van de opgaven van de leveranciers naar andere leverancier conform de ladder. Dit tezamen heeft een verlaging van de -uitstoot tot gevolg van 2.504 ton naar 2.499 ton. Carbon Footprint 2010-Q2: toevoeging van groene stroom en wijziging van de opgave van brandstofverbruik voor het wagenpark door Athlon. Dit tezamen heeft een verlaging van de -uitstoot tot gevolg van 2.171 ton naar 2.126 ton. Carbon Footprint 2008, 2009 en 2010 Q1 tot en met Q4: wijziging van conversiefactoren conform prestatieladder 2.0 versie 23 juni 2011 en toevoeging van groene stroom. 7.6.2 Wijzigingen De volgende wijzigingen zijn opgetreden na 2008: Daar waar Wolter & Dros panden in eigen beheer heeft, wordt in 2010/2011 gefaseerd de inkoop van groene stroom (leverancier Electrabel) doorgevoerd. In de gebouwen van de volgende vestigingen is nu groene stroom van Electrabel in gebruik: Amsterdam, Arnhem, Botlek, Den Helder, Enschede, Haaglanden, Leeuwarden, s-hertogenbosch, Maastricht, Warnsveld; en van Comfort Partners Houten en Zwaag. De Voorsprong wordt gehuurd. De verhuurder koopt vanaf 1 januari 2010 hiervoor groene stroom in bij leverancier Main Energie.
21 van 35 Het gebouw van de vestiging Haaglanden is uitgebreid per 1 augustus 2010. Het gebouwen van de vestigingen Groningen Comfort Partners en Zwaag Comfort Partners hebben een WKO met elektrische warmtepomp. Stadsverwarming voor het gebouw van Comfort Partners in Houten is in 2008 en 2009 niet opgenomen in de Carbon Footprint. Dit is een afwijking van ca. 0,1% op de totale Carbon Footprint van heel Wolter & Dros wat verwaarloosbaar is geacht. Vanaf 2010 is dit aandeel wel verdisconteerd. Wolter & Dros heeft groencertificaten van Essent ingekocht voor de periode 1 januari 2011 tot en met 1 januari 2012. Het betreft windkracht220 waarbij een conversiefactor van 15 g /kwh van kracht is. 7.7 Onzekerheden 1. De windmolen op het dak van De Voorsprong is een demonstratiemodel. De energieproductie is < 0,1% van het jaarverbruik van De Voorsprong en is verwaarloosbaar ten opzichte van het totale verbruik, deze is niet meegenomen in de Carbon Footprint. 2. Van de warmte- en koudeopslaginstallaties (WKO) voor de gebouwen van Groningen, Comfort Partners Groningen, De Voorsprong en Comfort Partners Zwaag is verondersteld dat deze emissieloos zijn, maar de benodigde elektriciteit om de warmte of koude in de grond op te slaan en weer op te pompen is wel meegenomen in het energieverbruik. 3. Stadsverwarming Houten wordt afgerekend op verbruikte m 3 warm water. Het energieverbruik en de emissie zijn berekend in de vorm van elektriciteit welke door de warmtepomp van Eneco is gebruikt. 4. Aflees, schrijf- en communicatiefouten kunnen niet worden uitgesloten. Het effect op langere termijn zal gering zijn omdat zulke fouten bij een volgende opnamecyclus weer worden gecompenseerd. Tevens vindt een jaarlijkse controle plaats met de jaarlijkse energieafrekeningen van de energiebedrijven. 5. De gegevens van het brandstofgebruik van het eigen wagenpark zijn aangeleverd door de leasemaatschappij. De gegevens zijn verkregen op basis van de brandstofpassen die aan de betreffende voertuigen zijn gekoppeld. De kilometerregistratie is minder nauwkeurig aangezien niet elke berijder na het tanken de kilometerstand consequent invoert. Daarom is gekozen om op basis van de door de leasemaatschappij aangeleverde brandstofgegevens de -emissie te bepalen. 6. Voertuigen uit het wagenpark mogen ook privé worden gebruikt. De emissie die dit veroorzaakt hoeft niet te worden toegerekend aan het bedrijf. Wolter & Dros heeft dit wel gedaan. 7. De meetgegevens van het aardgas- en elektriciteitsgebruik komen van de comptabele aardgasmeter zoals door de netwerkleverancier is aangebracht. Deze worden betrouwbaar geacht. 8. De meterstanden worden vanaf 1 juni 2010 per gebouw maandelijks afgelezen van de comptabele meter door de contactpersoon en doorgegeven voor de verwerking in de Carbon Footprint berekening. Jaarlijks worden de opgeven maandstanden getoetst aan de ontvangen jaarafrekening van de betreffende leverancier.
22 van 35 9. De maandelijkse meterstanden voor 1 juni 2010 worden voor aardgas gevonden door het totaal verbruik van het voorgaande jaar te vergelijken met het aantal graaddagen van dat jaar. Hieruit volgt een factor uitgedrukt in de hoeveelheid aardgas per graaddag. Door per maand deze factor te vermenigvuldigen met het aantal graaddagen van die maand, volgt het aardgasgebruik voor die maand. 10. Voor elektriciteit is het totaal gebruik van een vorig jaar genomen en in twaalf gelijke stukken verdeeld. 11. Er zit een onnauwkeurigheid in de onderlinge verdeling van de verschillende bedrijfsactiviteiten in de panden aan de Amsterdamseweg 51 en 53 te Amersfoort. Op basis van het geschatte aandeel in vloeroppervlak is het maandelijks aardgasgebruik toegerekend. Deze methodiek gaat niet op voor elektriciteit, hier is op basis van het opgesteld elektrisch vermogen de verdeling gemaakt. 12. De meetgegevens van de privévoertuigen zijn verzameld op basis van de door de werknemers gedeclareerde kilometers. In ca. 20 gevallen zijn door werknemers die een leaseauto ter beschikking heeft tevens kilometers gedeclareerd. Mogelijk zijn dubbele kilometers opgegeven en verwerkt in de Carbon Footprint berekening. 13. Medewerkers die hun privé auto inzetten voor Wolter & Dros ontvangen hiervoor een vergoeding per zakelijk gereden kilometer. Op basis van de door de salarisadministratie opgeven gereden kilometers en de door de eigenaar opgeven autoklasse is berekend tot hoeveel -emissie dit heeft geleid. Nieuwe medewerkers wordt gevraagd naar de motorinhoud en brandstofsoort van hun privé auto. Deze inventarisatie wordt jaarlijks geactualiseerd. 14. Voor het maandelijks testen van het NSA voor TBI Direct en TFM wordt diesel gebruikt. Het verbruikte aantal liters diesel wordt niet geregistreerd maar door een berekening geschat. Basis van de berekening is de tijdsduur van de test en het gemiddelde verbruik van de noodstroomaggregaten tijdens de testen. 15. Voor de gebruikte gassen is er een raamovereenkomst afgesloten met Air Products en Linde gas. Deze leveranciers geven periodiek op hoeveel zij per gassoort hebben geleverd, deze hoeveelheden worden verwerkt in de Carbon Footprint. Incidenteel kan voorkomen dat iemand bij een andere leverancier een flesje gas koopt om een klusje af te maken en deze kosten declareert, dan is deze hoeveelheid niet bekend en wordt dit niet meegerekend in de Carbon Footprint. Per 1 juli 2011 wordt de afgenomen hoeveelheid gassen van Linde gas herleid vanuit de afnamelijst welke online kan worden geraadpleegd. 7.8 Kwantificeringsmethoden en conversiefactoren De conversiefactoren zijn volgens de opgaaf uit de -Prestatieladde 2.0 d.d. 23 juni 2011 toegepast, met uitzondering van de volgende posten.
23 van 35 Lasgassen Tabel 9 geeft een overzicht van de gehanteerde conversiefactoren voor het gebruik van lasgassen weer. Tabel 9: Conversiefactoren lasgassen Bron: Business Improvement Conversieberekening, 09 maart 2010. Stadsverwarming Houten Uitgangspunten: De WKO met warmtepomp wordt geëxploiteerd door Eneco. Eneco betrekt de benodigde elektriciteit uit eigen net. Het rendement van een dergelijke installatie > 10 kw bedraagt COP 3,66 (bron: Cijfers en tabellen 2007, Senternovem, blz. 40, tabel Kentallen van warmtepompen ). Gemiddeld specifiek vermogen van kantoren is 38 W/m³ bij een gemiddeld aantal vollasturen van 1250 uur/jaar (bron: Cijfers en tabellen 2007, Senternovem, blz. 32, tabellen Ketelvermogen op basis van gebouwinhoud en Vollasturen op basis van ketelvermogen ). Een kantoor heeft een gemiddelde verdiepingshoogte van 2,7 meter. Conversiefactor grijze stroom Eneco Energie Levering is 590 g/kwh (Bron: ProRail -Prestatieladder). Conversiefactor Per m² vloeroppervlak is 38*2,7*1250= 128,3 kwh/jaar aan warmte nodig. Om deze warmte met de WKO/WP te maken is 128,3/3,66=35,1 kwh/m 2 elektriciteit nodig. De conversiefactor van de stadsverwarming in Houten is 35,1 kwh/(m 2.jaar) * 590 g/kwh = 20709 g/(m 2.jaar) 7.9 Verificatie De Carbon Footprint Rapportage 2011 is niet geverifieerd door een externe partij. De laatst geverifieerde rapportage is het Carbon Footprint Rapport 2010.
24 van 35 8 Doelen en maatregelen 2011 8.1 Doelstellingen De reductiedoelstelling van Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. voor 2011 ten opzichte van 2010 is weergegeven in tabel 10. CF 2010 Doelstelling 2011 Per scope /jaar % /jaar Van totaal % Directe emissie, scope 1 6.614,48 Indirecte emissie, scope 2 2.396,45 Totale emissie 9.010,93-0,60% -40,00-5,84% -140,00-180,00-0,44% -1,55% -2,00% Tabel 10: doelstelling 2011 8.2 Maatregelen De maatregelen die Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. neemt in 2011 om de reductiedoelstelling te realiseren zijn gericht op: wagenpark, wat ca. 65% van de totale emissie veroorzaakt in 2010; verwarming, wat ca. 8% van de totale emissie veroorzaakt in 2010; elektriciteitsgebruik inclusief verlichting, wat ca. 18% van de totale emissie veroorzaakt in 2010. 8.2.1 Scope 1 Directe emissie 1 Vervangen van de VW Caddy door de Skoda Fabia Dit levert ten opzichte van 2010 bij de in 2011 te verwachte vervangingen, een besparing op van 300 GJ energie en een reductie van 20 ; een bijdrage van 0,30% aan de reductiedoelstelling van 0,60% voor scope 1. 2 Elektrische scooter voor stadsverkeer in plaats van de VW Caddy Dit levert een te verwaarlozen bijdrage aan het behalen van de reductiedoelstelling, deze is derhalve niet meegerekend. 3 Verwarming 1 C lager Dit levert ten opzichte van 2010 een besparing op van 420 GJ energie en een reductie van 20 ; een bijdrage van 0,30% aan de reductiedoelstelling van 0,60% voor scope 1.
25 van 35 8.2.2 Scope 2 Indirecte emissie 4 Verlichting 1 uur per dag minder aan Dit levert ten opzichte van 2010 een besparing op van 100 GJ energie en een reductie van 13 ; een bijdrage van 0,54% aan de reductiedoelstelling van 5,83% voor scope 2. 5 Groene stroom Ingenieursbureau Wolter & Dros B.V. heeft een contract met Electrabel voor groene stroom. Door het ontbreken van SMK keur dient na 01 juli 2011 te worden gerekend met de hoogste conversiefactor, 615 g/kwh. Hierdoor blijft ten opzichte van 2010 de reductie beperkt tot 125 ; een bijdrage van 5,21% aan de reductiedoelstelling van 5,83% voor scope 2.
26 van 35 9 Voortgang en effect 9.1 Effect reductiemaatregelen 9.1.1 Vervangen van de VW Caddy door de Skoda Fabia Tabel 11 geeft het effect van deze maatregel weer. Vervangen van VW Caddy door Skoda Fabia Doelstelling 2011 Resultaat 2011 verandering t.o.v. 2010 (ton CO2) -20-3,93 Bijdrage aan reductiedoelstelling scope 1 (-0,60%) -0,30% -0,06% Tabel 11: Effect vervangen van VW Caddy door Skoda Fabia Uit tabel 11 kan de conclusie worden getrokken dat de doelstelling van de maatregel in 2011 niet is gehaald. Het volgende ligt hieraan ten grondslag: De uitgangspositie van het één op één vervangen van de Volkswagen Caddy s door Skoda Fabia s, is niet geheel juist. Er wordt namelijk een onderscheid gemaakt tussen wagens met een grijs- en een geelkenteken. De VW Caddy s met een grijskenteken zullen worden vervangen door de nieuwe en zuiniger VW Caddy Bluemotion ( deze auto is enkel niet zo zuinig als een Skoda Fabia). De VW Caddy s met een geelkenteken zullen worden vervangen door een Skoda Fabia. Aan het einde van 2011 is ongeveer een derde van de oude VW Caddy s vervangen door een Skoda Fabia, dan wel een Volkswagen Caddy Bluemotion. In de doelstelling werd ervan uit gegaan dat alle VW Caddy s vervangen zouden worden. De wagens worden pas vervangen na het aflopen van hun leasecontract. Het vervangen van de Caddy s zal de komende jaren nog duren, in ieder geval tot 2016, mits het beleid hieromtrent niet veranderd. 9.1.2 Elektrische scooter voor stadsverkeer i.p.v. de VW Caddy Wolter & Dros maakt gebruik van enkele elektrische scooters. Hierdoor wordt gebruik van auto s voor stadsverkeer vermeden. De vermeden kilometers bestaan uit een mix van verschillende auto s opdat ook medewerkers welke geen VW Caddy rijden de scooter mogen gebruiken. De de scooters hebben samen ongeveer 1.600 kilometer gereden in 2011. Met behulp van wagenparkoverzichten, welke worden aangeleverd door de leasemaatschappij, kan de verhouding tussen het gebruik van benzine- en diesel auto s in 2011 worden achterhaald. Hieruit blijkt dat van de 1.600 vermeden auto kilometers er 1.350 met diesel auto s zijn gereden en 250 met benzine auto s.
27 van 35 Tabel 12 geeft de vermeden emissie in 2011 weer door gebruik van elektrische scooters. Elektrische scooters voor stadsverkeer i.p.v. VW Caddy 2011 diesel auto benzine auto totaal Vermeden - emissie t.o.v. 2010 (ton/jaar) -0,31-0,04-0,35 - emissie door opladen scooter 0,105 [ton/jaar] Netto vermeden - emissie t.o.v. 2010-0,25 (ton/jaar) Bijdrage aan reductiedoelstelling scope 1 (-0,60%) -0,0038% Tabel 12: Vermeden emissie door gebruik van elektrische scooters Bij beschouwing van tabel 12 kan de conclusie worden getrokken dat het inzetten van elektrische scooters een te verwaarlozen effect heeft op het behalen van de reductiedoelstelling voor scope 1. Dit is in lijn met de verwachting zoals omschreven binnen paragraaf 8.2.1. 9.1.3 Verwarming 1 C lager Het resultaat van de maatregel wordt, op vestiging Houten na, geëvalueerd naar aanleiding van het aardgas verbruik. (Vestiging Houten maakt gebruik van elektriciteit ten behoeve van verwarming) Om het aardgas- en elektriciteitsverbruik (Houten) van 2010 en 2011 goed met elkaar te kunnen vergelijken, wordt er gecompenseerd met graaddagen en productie-uren. 2010 was namelijk een kouder jaar dan 2011, maar in 2011, daarentegen, zijn meer productie-uren gemaakt. Onder een productie-uur wordt verstaan: Het werkelijk aantal gewerkte uren voor alle werknemers van Wolter & Dros. Dit zijn dus alle beschikbaar uren verminderd met alle verlofdagen, roostervrijdagen, fondsdagen, ziekte, sociaal arbeidsongeschikt, WIA, vorstverlet en/of stakingen van alle werknemers. De productie-uren zijn maatgevend voor de emissie van Wolter & Dros. Tabel 13 geeft het effect van de maatregel weer.
28 van 35 Verwarming 1 C lager Doelstelling 2011 Resultaat 2011 verandering t.o.v. 2010(ton CO2) -20 23,91 Bijdrage aan reductiedoelstelling scope 1 (-0,60%) -0,30% 0,36% Tabel 13: Effect verwarming 1 C lager. Volgens bovenstaande tabellen is er in 2011 geen sprake van een reductie ten gevolge van de maatregel verwarming 1 C lager. Er is zelfs sprake van een toename in emissie. Tabel 14 geeft het effect van de maatregel weer per vestiging. Hieruit kan worden geconcludeerd dat enkele vestigingen de maatregel niet toepassen waardoor het totale resultaat zorgt voor een toename in emissie in plaats van een reductie. Vestiging Effect graadje lager per vestiging Verschil t.o.v. 2010 Verschil t.o.v. 2010 Verschil t.o.v. 2010 Goes / Terneuzen 1.199 m 3 2 Warnsveld, Arnhem, Enschede -3.222 m 3-6 Rotterdam, Botlek, Haaglanden -2.002 m 3-4 Groningen, Leeuwarden -4.685 m 3-9 Comfort Partners -3.145 m 3-2.378 kwh e -6 Amsterdam, Den Helder -1.138 m 3-2 Centrale Diensten 9.518 m 3 17 Maastricht, Venlo 6.595 m 3 12 Den Bosch -1.953 m 3-4 Amersfoort -1.073 m 3-2 CTB/BB 515 m 3 1 Fabriek 12.882 m 3 24 Totaal 13.492 m 3-2.378 kwh e 24 Tabel 14: Effect van reductiemaatregel graadje lager per vestiging 9.1.4 Verlichting 1 uur per dag minder aan Deze maatregel wordt geëvalueerd aan de hand van het elektriciteitsverbruik van Wolter & Dros verminderd met elektriciteit ten behoeve van koeling en verwarming. Vergelijking van het overgebleven elektriciteitsverbruik met 2010 zal het effect van de maatregel verlichting 1 uur per dag minder aan in 2011 moeten weergeven. Het elektriciteitsverbruik ten behoeve van koeling en verwarming zijn voor 2011 gecompenseerd met behulp van graad- en koeldagen om de invloed van het
29 van 35 klimaat in 2011 t.o.v. 2010 te neutraliseren. Tevens is het totale elektriciteitsverbruik in 2011 gecompenseerd met behulp van productie uren om het effect van de verhoogde bedrijfsactiviteiten in 2011 te neutraliseren Tabel 15 geeft het effect van de maatregel weer. Verlichting 1 uur per dag minder aan Doelstelling 2011 Resultaat 2011 verandering t.o.v. 2010(ton CO2) -13-51,23 Bijdrage aan reductiedoelstelling scope 2 (-5,83%) -0,54% -2,14% Tabel 15: Effect verlichting 1 uur per dag minder aan Tabel 15 laat zien dat het doel van deze maatregel in 2011 ruim is gehaald. Er is zelfs een verhoogd effect waarneembaar. Mogelijke oorzaken hiervan zijn: Vestigingen gaan bewuster met de verlichting om dan verwacht Vestigingen hebben tussentijds de huidige verlichting vervangen door energiezuinigere verlichting. 9.1.5 Groene stroom Tabel 16 geeft het effect van de maatregel groene stroom weer. Groene stroom Doelstelling 2011 Resultaat 2011 verandering t.o.v. 2010(ton CO2) -125-1.601,94 Bijdrage aan reductiedoelstelling scope 2 (-5,83%) -5,21% -66,85% Tabel 16: Effect maatregel groene stroom Uit tabel 16 kan worden afgeleid dat deze maatregel ruim is gehaald. Het grootte verschil tussen de doelstelling voor 2011 en de verwachte verandering is te wijten aan het toepassen van windkracht 220 certificaten. In tegenstelling tot de omschrijving van de maatregel in paragraaf 8.2.2 heeft Wolter & Dros ervoor gekozen om winkracht 220 certificaten toe te passen in 2011.
30 van 35 Bij gebruik van windkracht 220 certificaten mag een conversiefactor van 15 g / kwh worden gehanteerd. Tabel 17 geeft het effect van de maatregel groene stroom weer indien er geen winkracht certificaten toegepast waren. Groene stroom (zonder windkracht certificaten) Doelstelling 2011 Resultaat 2011 verandering t.o.v. 2010(ton CO2) -125-209,57 Bijdrage aan reductiedoelstelling scope 2 (-5,83%) -5,21% -8,75% Tabel 17: Effect groene stroom (zonder windkracht certificaten) Tabel 17 toont aan dat ook zonder toepassing van windkracht certificaten de maatregel is gehaald. De oorzaak hiervan is dat het elektriciteitsverbruik ten opzichte van 2010 is afgenomen. Toepassing van de maatregel verlichting 1 uur minder lang branden en de afname in koudevraag t.o.v. 2010 zijn hiervan een mogelijke oorzaak. 9.2 Evaluatie emissie verandering per scope Tabel 18 geeft de emissie en verandering in emissie weer over 2011 in vergelijking met 2010 in. Directe emissie, scope 1 Indirecte emissie, scope 2 Totale emissie CF 2010 CF 2011 Verandering t.o.v. 2010 6.614,48 ton 2.396,45 ton 9.010,93 ton 6.677,30 ton 812,27 ton 7.489,57 ton % 62,82 ton -1.584,18 ton -1.521,36 ton 0,95% -66,11% -16,88% Tabel 18: Verandering emissie per scope t.o.v. 2010 Uit tabel 18 kan worden herleid dat in scope 1 een toename in emissie heeft plaats gevonden. Tabel 19 geeft de verandering in emissie weer voor de emissie posten in scope 1 over 2011 in vergelijking met 2010.
31 van 35 Indirecte emissies CF 2010 ton CF 2011 Verandering t.o.v. 2010 Scope 1 Brandstoffen Airco en koeling Wagenpark 745,30 ton 96,17 ton 5.773,02 ton 622,06 ton 4,37 ton 6.050,88 ton % -123,24 ton -91,80 ton 277,86 ton -16,54% -95,46% 4,81% Totaal 6.614,48 ton 6.677,30 ton 62,82 ton 0,95% Tabel 19: Verandering emissie scope 1 t.o.v. 2010 Uit tabel 19 kan worden herleid dat de toename in emissie voor scope 1 te wijten is aan het wagenpark. Het gebruik van koudemiddelen zorgt voor een emissie waar Wolter & Dros vrijwel geen invloed op kan uitoefenen. De koelmachines en warmtepompen ten behoeve van klimaatinstallaties vergen onderhoud waarbij in sommige gevallen koudemiddel wordt toegevoegd. 2010 is een periode waarin veel onderhoudswerkzaamheden gepland waren. Dit in tegenstelling tot 2011. De toename in emissie door het wagenpark is te wijten aan de toename van het aantal service & onderhoud medewerkers van Wolter & Dros. Deze medewerkers hebben allen een lease auto. Tevens zijn over de periode 2011 de productie-uren, t.o.v. 2010 toegenomen. Dit weegt zwaarder dan de reductie door de maatregel vervanging VW Caddy door Skoda Fabia. De emissie door het gebruik van brandstoffen heeft geleid tot een reductie in - emissie. Oorzaak van deze reductie is het aardgasgebruik ten behoeve van, hoofdzakelijk, ruimteverwarming. 2010 was een koudere periode dan 2011.Hierdoor is de emissie ten gevolge van aardgasgebruik gereduceerd. Toepassing van de maatregel verwarming 1 C lager kan het aardgasverbruik verder reduceren. Het effect van deze maatregel is nog niet overal waarneembaar in 2011. Tabel 18 geeft een opmerkelijk hoge reductie in emissie weer voor scope 2. Tabel 20 geeft de verandering in emissie weer voor de emissie posten in scope 2 over 2011 in vergelijking met 2010.
32 van 35 Indirecte emissies Scope 2 Elektriciteitsgebruik Privé auto s voor zakelijk gebruik CF 2010 CF 2011 Verandering t.o.v. 2010 1.647,67 ton 708,01 ton 46,06 ton 729,27 ton % -1.601,61 ton 21,26 ton -97,21% 3,00% Zakelijk vliegen 40,76 ton 36,94 ton - 3,82 ton -9,37% Totaal 2.396,45 ton 812,27 ton -1.584,18 ton -66,11% Tabel 20: Verandering emissie scope 2 t.o.v. 2010 Uit tabel 20 kan worden herleid dat de reductie in emissie voor scope 2 veroorzaakt wordt door een reductie in de emissie ten gevolge van elektriciteitsgebruik en zakelijk vliegen. De volgende oorzaken liggen hieraan ten grondslag: Toepassing van de maatregel groene stroom met gebruik van windkracht 220 certificaten. Reductie van het elektriciteitsverbruik door toepassing maatregel verlichting 1 uur per dag minder aan. Zakelijk vliegen is een emissiepost welke verspreid over het jaar plaatsvindt zonder enige regelmaat. Er is meer zakelijk gevlogen in 2010 ten opzichte van 2011. Tabel 20 geeft een toename in emissie weer voor privé auto s. Stijging van de emissie voor privé auto s is te wijten aan de toename in productie-uren. 9.3 Voortgang doelstelling per scope en totale CO2 emissie Tabel 21 geeft de doelstelling en het resultaat voor 2011, zowel absoluut als relatief, per scope en voor de totale emissie van Wolter & Dros weer.
33 van 35 CF 2010 Doelstelling 2011 Resultaat 2011 Per scope Van totaal Per scope Van totaal /jaar % /jaar % % /jaar % Directe emissie, scope 1 6.614,48-0,60% -40,00-0,44% 0,95% 62,82 0,70% Indirecte emissie, scope 2 2.396,45-5,84% -140,00-1,55% -66,11% -1.584,18-17,58% Totale emissie 9.010,93-180,00-2,00% -1.521,36-16,88% Tabel 21: Evaluatie doelstellingen Uit tabel 21 kan de conclusie worden getrokken dat de doelstellingen voor 2011 met betrekking tot scope 1 niet is gehaald. De maatregelen om tot de doelstelling voor scope 1 te komen hebben allen een geringer effect op de reductie dan omschreven binnen de doelstelling van de maatregelen in hoofdstuk 8. De maatregel 1 C lager stoken heeft in 2011 zelfs geen effect gehad. De verwachte toename in emissie voor Scope 1 wordt veroorzaakt door: De toename in emissie ten gevolge van wagenpark gebruik. Oorzaak hiervan is de toename van het aantal service & onderhoud medewerkers Wolter & Dros. Deze medewerkers hebben allen een lease auto. Tevens zijn over de periode 2011 de productie uren, t.o.v. 2010 toegenomen. Dit leidt tot een toename van de gereden kilometers. De doelstelling voor scope 2 en de totale emissie zijn in 2011 wel gehaald. De oorzaken hiervan zijn: Afname van het elektriciteitsgebruik door toepassing maatregel verlichting 1 uur per dag minder aan. Afname van het elektriciteitsgebruik door afname in koudevraag. Toepassing van de maatregel groene stroom. Een reductie in zakelijk vliegen. Zakelijk vliegen is een emissiepost welke verspreid over het jaar plaatsvindt zonder enige regelmaat. Er is meer zakelijk gevlogen in 2010 ten opzichte van 2011. Maatgevend voor de emissie van Wolter & Dros zijn productie uren. Het lijkt daarom ook raadzaam om de doelstelling voor 2012 te specificeren in per productie uur.
34 van 35 9.4 Vergelijking van de vestigingen onderling Figuur 7 geeft de totale -uitstoot van scopes I en II met uitzondering van de lasgassen (welke centraal worden ingekocht) per vestiging per productie-uur weer. Op basis van dit resultaat kunnen vestigingen onderling met elkaar worden vergeleken. De fabriek met het centrale magazijn zorgen samen met comfort partners voor de hoogste - emissie per productie-uur. Oorzaak voor de fabriek is de verhouding tussen productie-uren en energiegebruik. Het energiegebruik is hoog in vergelijking met andere vestigingen en de productieuren laag. Comfort partners heeft een hoge uitstoot per productie-uur. De oorzaak hiervan is de hoge uitstoot door gebruik van lease auto s en een relatief laag aantal productie uren. Figuur 7: Totale emissie per productie uur
35 van 35 10 Wijzigingen Na de publicatie van versie 23-03-2012 zijn in dit rapport geen wijzigingen aangebracht.