Stromingen in vogelvlucht Grieken en Romeinen (Klassiek Erfgoed) 500 v. Chr. tot 400 n. Chr. Middeleeuwen (Goddelijke Orde) 500 tot 1500 Renaissance (Homo Universalis) 1500 tot 1600 Barok en Rococo (Verleiding door Pracht en Praal) 1600 tot 1750 Neoclassicisme 1750-1800 e.v. Examenonderwerpen VWO 2013: 1 Kunst van de kerk, Hofcultuur (Hst. 2 t/m 6 de bespiegeling + handboek) 2 Modern (Hst. 11 t/m 14 de bespiegeling + handboek) 3 Massacultuur (Hst. 15 en 16 de bespeigeling + handboek)
Het Nieuwe Bouwen ontwierp steden en wijken vooral voor de arbeidersklasse. Op die arbeidersklasse hadden de vooruitstrevende kunstenaars (avant-garde) hun hoop gevestigd: De bourgeoisie had met de Eerste Wereldoorlog immers zijn geloofwaardigheid verloren. Het credo was dus: weg met alles wat burgerlijk en ouderwets was, en weer beginnen bij nul. Dat geldt ook voor de architectuur en inrichting van de huizen. Deze dient sober en functioneel te zijn: - De woonkamer is strak en hoekig. - Geen enkele versiering: helder en - overzichtelijk. - Licht, lucht en ruimte zijn de nieuwe - norm: weg met massieve meubels, - gordijnen en bloemetjesgordijnen. Bourgeoisie-kamer ca 1900 Het moderne design valt echter vaak niet in de smaak bij de groep waarvoor het bedoeld is.
Robie-house (1906); horizontale richting staat in relatie tot het interieur; vloeren lopen door in balkons, overstekende dakranden maken van een dak tevens plafonds. In 1893 raakt de Amerikaanse architect tijdens een bezoek aan de wereldtentoonstelling in Chicago onder de indruk van de Japanse architectuur. I.t.t. een westerse woning met van elkaar gescheiden kamers loopt in een Japanse woning het vloeroppervlak door. Zowel de binnen- als buitenwanden kunnen naar believen worden weggehaald of verplaatst. De ruimtelijke indeling van het interieur bepaalt ook het exterieur van zijn gebouwen. - Integratie met omgeving - Natuurlijke materialen uit de omgeving worden gebruikt - Nadruk op horizontale richtingen (zorgt ervoor dat het gebouw zich voegt in het landschap
Gerrit, architect van de De Stijl, ontwierp in 1924 het - Schröder-huis. Het ontwerp is sterk vernieuwend waarin kenmerken van schilderijen van ruimtelijk zijn vertaald. Lijnen en vlakken lopen door en doorsnijden elkaar. Ze schijnen bij toeval een bewoonbare ruimte te omsluiten. Er zijn overgangszones tussen binnen- en buiten-ruimte. -Schröder huis, 1924. Veel grote ramen, ook op de hoek. Enkele andere kenmerken: - Schoonheid door harmonieuze - verhoudingen en de zichtbare constructie. - grote aandacht voor functionaliteit (licht, - lucht en ruimte). - gebruik moderne materialen (ijzer, beton). - witte muren, primaire kleuren en zwart in details. - eenvoudige geometrische vormen, plat dak.
Het interieur van het -Schröder huis is variabel in te delen door enkele schuifwanden. Met alles open ontstaat één grote ruimte met ramen naar alle kanten. Weinig privacy (maar dat is een ouderwets burgerlijk begrip). Interieurfoto s - Schröderhuis. In samenspraak met mevrouw Schröder ontwierp huis en interieur, inclusief de inrichting. De inrichting is zeer sober en eenvoudig. De meubels transparant en geometrisch. Licht, lucht en ruimte zijn optimaal aanwezig. In het plafond is een schuifdak onder een lichtkoepel.
ontwierp ook de meubels van het -Schröderhuis. Hij lijkt de stoel opnieuw te hebben willen uitvinden: beginnen bij nul. Ze zitten niet echt gemakkelijk: aan luiheid had een hekel. De rood-blauwe stoel uit 1918 is het bekendste meubel van. Het lijkt een analyse van een leunstoel als ruimtelijke constructie: vlakken en balken lopen even door in de ruimte. De kopse kanten zijn geel. De constructie is helder, transparant en eenvoudig. De zig-zag stoel uit 1932 is een studie hoe goedkoop en industrieel een stoel te kunnen maken.
De oprichting van De Stijl in 1917 is in zeker opzicht een reactie op w.o. 1 Tegenover de chaos van alledag stelt De Stijl een wereld van innerlijke rust, harmonie en orde in het vooruitzicht. Deze wordt niet bereikt door bestaande politieke systemen maar door de vergeestelijking van de mens. Piet (1872-1944) is een belangrijke vertegenwoordiger van De Stijl. Hij meent dat kunst bij uitstek geschikt is om de harmonie die schuilgaat achter de wanorde te onthullen. Hij probeert juist de orde en wetmatigheid erachter te laten zien. Hij ziet deze orde als iets Goddelijks of als Universele waarheid. kiest voor volledig abstracte kunst en sluit daarbij willekeur uit (strakke regels). Kleur wordt gereduceerd tot de primaire kleuren en zwart en wit, lijnen getrokken langs een liniaal. : alleen abstracte kunst kan de harmonie achter het zichtbare laten zien.
Piet wordt gezien als de belangrijkste kunstenaar van de groep De Stijl. Kunst heeft tot doel de achter de zichtbare chaotische werkelijkheid liggende harmonie te onthullen. Naarmate deze harmonie het leven doordringt zal de kunst geleidelijk verdwijnen. Hij vereenvoudigt tot alle toevallige elementen zijn verdwenen en hij alleen de essentie, het wezenlijke overhoud om daarmee wezenlijke en harmonieuze kunst te maken: rechte lijnen en hoeken en elementaire kleuren. Zie hierboven zijn ontwikkeling met de appelboom van figuratief tot abstract.