Biomonitoringprogramma rond de REC Harlingen

Vergelijkbare documenten
feiten& weetjes energiecentrale REC Alles wat je zou moeten weten... Hoe Hoe eigenlijk? zit het eigenlijk? De REC maakt van uw afval duurzame energie

Dioxine emissie oktober verspreidingsberekeningen. D. Spoelstra F. Duijm

Sanitair Schelpdier Onderzoek 2015

Waterbodemonderzoek (1)

Meetnet luchtkwaliteit Rijnmond: Wat heb je er aan en wat kost het?

Samenvatting datarapporten Luchtkwaliteit (IJmond, Haarlemmermeer, Havengebied Amsterdam).

Antwoord: Ja, onder bepaalde weersomstandigheden zal de pluim zichtbaar zijn als gevolg van waterdamp in de rook.

Geochemische Bodem Atlas van Nederland

PERSBERICHT. Dioxine-onderzoek REC: verhoogde uitstoot in oktober. Looienga, Martina. Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bij lag en

benzo(a)pyreen of Naam, formule, eigenschappen

Bodem buurttuin Pieter de la Courtstraat

Tabel 1 van 2. AP04 : Organisch onderzoek - niet aromatisch A minerale olie mg/kg ds 53 36

Haven van Harlingen. Rob Berbee

Cadmium en lood in landbouwgewassen. in de Kempen, najaar Voedsel en Waren Autoriteit

Agrarische grondprijzen in soorten en maten

Regionale ligging van de onderzoekslocatie Bijlage I AMSTERDAM Locatie Topografische Dienst Nederland, Emmen Opdrachtgever Schaal Status Gemeente Amst

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur

In de volgende figuur is het aandeel in de stikstofdepositie van verkeer en industrie rood omcirkeld.

EU-wetgeving contaminanten in voedingsmiddelen. PB: Publicatieblad van de Europese Unie, zie website


AFDELING VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT GASTURBINES EN STOOM- EN GASTURBINE- INSTALLATIES

Voor overschrijding van de wonen- en industriewaarden (evenals interventiewaarden) gelden niet zulke extra ruimten.

De BIM gegevens : "Lucht - Basisgegevens voor het Plan" November 2004 INZAKE VERSCHAFFING VAN GEGEVENS

ACTUALISATIE BODEMKWALITEITSKAART

Rapportage Brand afvalberg Twence in Hengelo, 1 juli 2018

de heer S.P. Schimmel Postbus HB Tiel Geachte heer Schimmel,

Onderwerp: Toxicologische evaluatie rubbergranulaat kunstgrasvelden in de gemeente Valkenswaard.

3/22/ SaveEnergy kasdek. 2SaveEnergy kasdek. 2SaveEnergy kasdek. 2SaveEnergy kasdek. Energie besparing: Energie besparing:

Humane biomonitoring GENK-ZUID Onderzoek naar de invloed van wonen nabij het industriegebied Genk-Zuid RESULTATEN

Onderzoek naar blootstelling aan bestrijdingsmiddelen van mensen die in de buurt van landbouwgrond wonen

Voortoets Natura Melkveebedrijf De Bieshorst Dwarsdijk 2 te Halle

Grondwaterstanden juni 2016

Praktijkproef Super FK in Paprika 2010 bij de start van de teelt.

De Ruiter Boringen en Bemalingen bv

RIKILT Institute of Food Safety

Door de omgevingsdienst Haaglanden is aangegeven dat deze norm als volgt moet worden geïnterpreteerd:

Vertrouwelijk. Memo. Aan : Conny Bieze Van : ODRA Onderwerp : Nadere beoordeling partijkeuring Vink Datum : 16 april 2018

Deze fiche legt uit wat een nitraatresidu is, waarom het bepaald wordt, en hoe het beoordeeld wordt.

Bijlage 1 - Bodem- en funderingsonderzoek. Geonius Milieu / ALcontrol Laboratories, 28 maart 2013

AMvB Grondgebonden groei melkveehouderij. 21 April 2015 Harry Kager LTO Nederland

Toetsing aan de Wet Bodembescherming (Wbb) BEATRIXSTRAAT Metalen ICP-AES. Minerale olie. Sommaties. Sommaties

Achtergrond bodemverontreiniging langs het spoor

Waarom voor sommige stoffen geen woongrond bestaat en waarom schone grond industriegrond kan zijn.

: NEN 5740 ONV (onverdacht), NEN 5707 VED-H (Verdachte locatie met diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld)

Legenda Plangebied (Toemaakdek beheergebied ODWH) Gemeentegrenzen Toemaakdek binnen plangebied Toemaakdek buiten plangebied

1. Inleiding. 2. Nieuwe metingen. Plan van Aanpak Trillingen. Meteremo PHS Meteren Boxtel. a. Meetmethodiek en meetapparatuur

Z Naast de gegevens uit het E-PRTR is er gebruik gemaakt van de gegevens uit de vigerende vergunning.

Bijlage I Milieukwaliteiteisen en streefwaarden voor oppervlaktewater bestemd voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water...

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK s) in tatoeagekleurstoffen. Februari 2015

PAKs in rubber tegels en andere ondergronden voor speelplaatsen. Datum april 2014

Meldingsplicht diervoederlaboratoria Verplichtingen uit Wet dieren en Diervoederhygiëneverordening bekend?

Teelthandleiding wettelijke regels

Happy Duck Wasplein Industrieweg AD DUIVENDRECHT

Invloed aswolk van de vulkaanuitbarsting in IJsland op de concentraties van sulfaat, fluoride en (zware) metalen in regenwater

Transcriptie:

Biomonitoringprogramma rond de REC Harlingen Inleiding LTO Noord heeft een overeenkomst gesloten met Omrin, de exploitant van de Reststoffen Energie Centrale (REC) aan de Industriehaven in Harlingen, om negatieve effecten op het agrarisch productiemilieu bij de exploitatie van de installatie zoveel mogelijk te vermijden. Onderdeel van de overeenkomst was het opzetten van een biomonitoringprogramma rond de installatie. In 2010 is het monitoringprogramma gestart, de installatie was toen nog in aanbouw. De resultaten van de metingen in 2010 hebben een beeld opgeleverd van de bestaande belasting in het agrarisch gebied ten noordoosten van Harlingen zonder bijdrage van de REC. Vanaf april 2011 is de installatie operationeel en worden gereinigde rookgassen via een centrale schoorsteen geëmitteerd naar de lucht. Onder de overheersende windrichting zullen de rookgassen zich vooral in noordoostelijke richting verspreiden. Het biomonitoringprogramma wordt in opdracht van LTO Noord uitgevoerd door Plant Research International, onderdeel van Wageningen UR. Plantensoorten In het biomonitoringprogramma worden planten ingezet als accumulatoren. Dit zijn speciaal geselecteerde plantensoorten die een bepaalde component relatief snel uit de lucht opnemen en opslaan. Door te kiezen voor gevoelige plantensoorten en relevante biologische producten (zoals koemelk) heeft het biomonitoringprogramma vooral een signaalfunctie. Dit betekent dat zolang er geen duidelijke overschrijding van normen of achtergrondwaarden plaatsvindt er geen negatieve effecten te verwachten zijn op de overige gewassen en producten die in de omgeving van de installatie worden verbouwd of geproduceerd. Deze aanpak heeft als voordeel dat er met een beperkt meetprogramma toch adequaat een vinger aan de pols kan worden gehouden met betrekking tot de milieukwaliteit rond de installatie. Op de meetpunten rond de REC wordt in het voorjaar en zomer spinazie geteeld, in het najaar en winterperiode staat er boerenkool. Na een vaste expositietijd worden de planten geanalyseerd op een aantal door de REC geëmitteerde luchtverontreinigingscomponenten: cadmium (Cd), kwik (Hg) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK s). Op een melkveehouderij nabij de installatie wordt tweemaal per jaar het dioxine- en PCB-gehalte in koemelk bepaald. De gehalten worden vergeleken met achtergrondgehalten en getoetst aan normen voor consumptiekwaliteit (indien beschikbaar). Bepaalde plantensoorten en vee zijn relatief gevoelig voor fluoriden. Om die reden wordt in het monitoringprogramma ook het fluoridengehalte bepaald in weilandgras (veevoederkwaliteit) en wordt door middel van kalkpapiertjes de belasting door gasvormige anorganische fluoriden in beeld gebracht. Om de analyseresultaten goed te kunnen interpreteren, worden de planten op een gestandaardiseerde wijze geteeld in containers met standaard schone potgrond, en niet in de volle grond. Op deze wijze wordt alleen de opname via de lucht door de bovengrondse plantendelen bepaald en de invloed van lokale verschillen in bodemkwaliteit uitgesloten. Het biomonitoringprogramma is niet bedoeld om algemene risico s voor de volksgezondheid te onderzoeken of in beeld te brengen. Indirect zeggen de resultaten uit het biomonitoringprogramma wel iets over risico s voor de volksgezondheid omdat gehalten aan zware metalen in bladgroenten en dioxinen/pcb s in koemelk worden getoetst aan de normen voor menselijke consumptie (voedselveiligheid).

Tabel 1. Overzicht van de verschillende gewassen en producten, de bijbehorende componenten en de bemonsteringfrequenties en aantallen per jaar. Gewas/ product Component Periode Bemonsteringfrequentie per jaar Aantal locaties Totaal aantal analyses Spinazie Cd, Hg, PAK's Voorjaar/zomer 5 5 25 Boerenkool Cd, Hg, PAK's Herfst/winter 3 5 15 Koemelk Dioxinen en Voor- en najaar 2 1 2 PCB s Kalkpapieren Fluoriden Jaarrond (4-13 5 65 wekelijks) Gras Fluoriden Jaarrond (4- wekelijks) 13 5 65 Meetpunten De meetstrategie is gericht op het bewaken van de milieukwaliteit. Daarbij past een ruimtelijke verdeling met meetpunten in zoveel mogelijk windrichtingen ten opzichte van de bron. Op deze manier kan een eventueel verband tussen windrichting en gevonden gehalten optimaal worden beoordeeld. Het aantal en de ligging van de meetpunten is bepaald aan de hand van het verspreidingspatroon van de rookgassen. Het biomonitoringprogramma bestaat uit 5 meetpunten (Figuur 1). Eén van de meetpunten (2) ligt in het depositiemaximum op ca. 1250 m ten noordoosten van de installatie. Op dezelfde lijn op circa 3000 m afstand is eveneens een meetpunt aangelegd (3). Op grotere afstand in de omgeving van Pingjum, op circa 8 km ten zuiden van de installatie en buiten de directe invloedssfeer is een meetpunt (5) als referentiepunt ingericht (achtergrond). Figuur 1. Ligging van de meetpunten 1 tot en met 4 rond de REC. Ook is de melkveehouderij aangegeven waar melkmonsters worden genomen ( Melk 1 ). Meetpunt 5, het referentiepunt staat niet in de figuur, deze ligt op circa 8 km ten zuiden van de REC in Pingjum.

Meten en vergelijken In 2010, voor de ingebruikname van de installatie, zijn metingen uitgevoerd om de nulsituatie in kaart te brengen. Op grond van de resultaten van de afgelopen jaren ontstaat globaal het volgende beeld (zie voor details de jaarrapporten): Het merendeel van de gehalten aan zware metalen en PAK s lagen binnen de bandbreedte van het achtergrondniveau (zie onderstaand voorbeeld voor cadmium; Figuur 2). Normen voor consumptiekwaliteit (Cd en dioxinen) zijn niet overschreden. Er is geen sprake geweest van een potentieel risico met betrekking tot de consumptiekwaliteit van de onderzochte gewassen en koemelk. Er zijn geen duidelijke verschillen gevonden tussen de belasting rond de installatie en het referentiepunt (achtergrond). Gehalten vertonen altijd enige variatie meer globaal gezien komen de niveaus uit de periode dat de REC operationeel is redelijk overeen met dat van de nul-meting (2010). In de winterperioden waren de fluoridengehalten in gras rond de installatie wat hoger ten opzichte van het achtergrondniveau. In enkele monsters werd de adviesnorm voor fluoriden in veevoer voor jongvee overschreden, ook in 2010 (nul-meting). Er was geen verband aantoonbaar tussen de gehalten en het aantal uren wind vanaf de REC naar de afzonderlijke meetpunten. In absolute zin vormen de fluoridengehalten geen potentieel risico voor vee; Het algemene beeld zoals dat in de afgelopen jaren rond de REC is gemeten komt overeen met de achtergrondmetingen uit andere biomonitoringprogramma s rond afvalverbrandingsinstallaties in Nederland. 300 Spinazie Jaargemid rond REC Jaargemid Referentiepunt Cadmium (µg kg -1 v.g.) 200 100 Range Achtergrondniveau Max. toelaatbaar gehalte 0

300 Boerenkool Jaargemid rond REC Jaargemid Referentiepunt Cadmium (µg kg -1 v.g.) 200 100 Range Achtergrondniveau Max. toelaatbaar gehalte 0 Figuur 2. Trendmatig verloop van het jaargemiddelde cadmiumgehalte (g kg -1 v.g.) in spinazie (boven) en boerenkool (beneden) in de directe omgeving van de REC en het referentiepunt buiten de directe invloedssfeer van de installatie. De rode lijn geeft het maximaal toelaatbare gehalte voor bladgroenten weer, de zwarte lijnen de bandbreedte van het achtergrondniveau. NB. In 2010 was de REC nog niet operationeel. Minder weerstand De wijze van biomonitoring rond de REC komt overeen met al langer lopende biomonitoringprogramma s rond de HVCafvalcentrale in Alkmaar en de Afvalverwerkingsinstallatie van Attero (voorheen Essent Milieu) in Wijster. De agrariërs uit de directe omgeving maakten zich daar ernstig zorgen over de mogelijke effecten van de emissie op de kwaliteit van de gewassen. De vertegenwoordiging van de agrariërs in begeleidingscommissies in Alkmaar en Wijster maakte het mogelijk dat punten van kritiek of zorg bespreekbaar werden. Mede door de overwegend positieve resultaten uit de biomonitoringprogramma s en de open communicatie daarover is de weerstand vanuit de omgeving tegen de afvalverbrandingsinstallaties daar grotendeels verdwenen.

Figuur 3. Meetpunt 1 van het biomonitoringprogramma met op de achtergrond het haventerrein. Oppervlakte van circa 20 m 2, afgezet met windbreekgaas en vrij zicht in de richting van de REC. Tijdstip: mei 2013, op moment van de eerste spinazieoogst.