I. Gerechtelijk recht Gerechtelijk wetboek.............. 3 Deel I: Algemene beginselen.......... 3 Hoofdstuk I. Voorafgaande bepalingen. 3 Hoofdstuk II. Voorwaarden van de rechtsvordering........................ 3 Hoofdstuk III. Vonnissen en arresten... 3 Hoofdstuk IV. Rechterlijk gewijsde..... 4 Hoofdstuk V. Aanhangigheid en samenhang........................... 4 Hoofdstuk VI. Onsplitsbaarheid...... 4 Hoofdstuk VII. (Betekeningen, kennisgevingen, neerleggingen en mededelingen.) 4 Hoofdstuk VIII. Termijnen........... 8 Deel II: Rechterlijke organisatie....... 9 Boek I. Organen van de rechterlijke macht.......................... 9 Titel I. Hoven en rechtbanken - Leden.. 10 Hoofdstuk I. Vrederechter en politierechtbank........................... 10 Afdeling I. Algemene bepalingen...... 10 Afdeling II. Dienst................ 11 Hoofdstuk II. Arrondissementsrechtbank, rechtbank van eerste aanleg, arbeidsrechtbank en rechtbank van koophandel.... 11 Afdeling I. Algemene bepaling........ 11 Afdeling II. Arrondissementsrechtbank.. 11 Afdeling III. Rechtbank van eerste aanleg 12 Afdeling IV. Arbeidsrechtbank........ 14 Afdeling V. Rechtbank van koophandel.. 14 Afdeling VI. Bureau voor rechtsbijstand. 14 Afdeling VIbis. (Toegevoegde rechters).. 14 Afdeling VII. Plaatsvervangende rechters. 15 Afdeling VIII. Dienst.............. 15 Afdeling IX. Opdracht van rechters van een rechtbank in een andere............ 18 Afdeling X. Gelijktijdige benoemingen in verscheidene gerechten............. 18 Hoofdstuk III. Hof van beroep en arbeidshof............................. 18 Afdeling I. Hof van beroep.......... 18 Afdeling Ibis. Plaatsvervangende raadsheren in de hoven van beroep........... 19 Afdeling II. Arbeidshof............. 19 Afdeling III. Bureau voor rechtsbijstand.. 19 Afdeling IV. Dienst............... 19 Afdeling V. (Opdrachten van raadsheren van het ene hof tot het andere)....... 21 Hoofdstuk IV. Hof van assisen........ 22 Afdeling I. Algemene bepalingen...... 22 Afdeling II. Samenstelling van het hof... 22 Afdeling III. Jury................. 23 Afdeling IV. Verhindering en nietigheid.. 23 Hoofdstuk V. Hof van Cassatie....... 23 Afdeling I. Algemene bepalingen...... 23 Afdeling II. Dienst................ 23 Afdeling IIbis. (De referendarissen).... 24 Afdeling III. Documentatie en overeenstemming der teksten................. 24 Afdeling IVbis. (Beheer)............ 24 Titel II. Openbaar ministerie......... 24 Titel IIbis. Plaatsvervangende magistraten aangewezen uit de op rust gestelde magistraten........................... 31 Titel IIter. (...).................... 31 Titel III. (Gerechtspersoneel)......... 31 Hoofdstuk I. Algemene bepalingen.... 31 Hoofdstuk II. Referendarissen en parketjuristen bij de hoven van beroep, de arbeidshoven, en de rechtbanken........ 33 Hoofdstuk III. Leden van de griffie..... 33 Hoofdstuk IV. Leden van het parketsecretariaat.......................... 34 Hoofdstuk V. Personeel verbonden aan een griffie, een parketsecretariaat of een steundienst...................... 35 Titel IIIbis. (...).................... 36 Titel IV. (...)...................... 36 Titel IVbis. (...).................... 36 Hoofdstuk III. Bepaling gemeen aan de hoofdstukken I en II................ 36 Titel V. Zetel en personeel van hoven en rechtbanken Hun rechtsgebied....... 36 Titel VI. (Benoemingsvoorwaarden en loopbaan van magistraten en het gerechtspersoneel)................... 36 Hoofdstuk I. Vrederechters en rechters in de politierechtbank................ 36 Hoofdstuk II. Leden van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank en van de rechtbank van koophandel en van het openbaar ministerie............. 37 Afdeling I. Rechters en magistraten van het openbaar ministerie............... 37 Afdeling II. Leden van de rechtbank van eerste aanleg...................... 40 16 september 2010 i
Afdeling III. Leden van de arbeidsrechtbank......................... 42 Afdeling IV. Leden van de rechtbank van koophandel..................... 42 Afdeling V. Bepaling geldend voor de afdelingen III en IV................... 43 Hoofdstuk IIbis. (...)............... 43 Hoofdstuk III. Leden van het hof van beroep en van het arbeidshof en magistraten van het openbaar ministerie.......... 43 Afdeling I. Algemene bepalingen...... 43 Afdeling II. Hof van beroep.......... 44 Afdeling III. Arbeidshof............ 44 Hoofdstuk IIIbis. Bepaling gemeen aan de hoofdstukken I tot III............... 45 Hoofdstuk IV. Juryleden............. 45 Afdeling I. Opmaken van de lijsten van gezworenen...................... 45 Afdeling II. Samenstelling van de rechtsprekende jury..................... 48 Hoofdstuk V. Leden van het Hof van Cassatie............................ 48 Hoofdstuk Vbis. Hoge Raad voor de Justitie............................. 49 Afdeling I. Samenstelling........... 49 Afdeling II. Aanstelling van de leden.... 49 Afdeling III. Duur van het mandaat en onverenigbaarheden................ 50 Afdeling IV. Werking.............. 50 Afdeling V. Algemene vergadering van de Hoge Raad..................... 51 Afdeling VI. De benoemings- en aanwijzingscommissies.................. 51 Afdeling VII. De advies- en onderzoekscommissies........................ 53 Afdeling VIII. Gemeenschappelijke bepalingen.......................... 55 Hoofdstuk Vter. Benoemings- en aanwijzingsprocedure.................... 55 Afdeling I. Benoemingen............ 55 Afdeling II. Procedure van aanwijzing in mandaten..................... 58 Hoofdstuk Vquater. De gerechtelijke stage 63 Hoofdstuk Vquinquies. De evaluatie van magistraten...................... 65 Afdeling I. Algemene bepalingen...... 65 Afdeling II. De periodieke evaluatie.... 68 Afdeling III. De evaluatie van mandaten. 68 Hoofdstuk Vsexies. Referendarissen bij het Hof van Cassatie.................. 69 Hoofdstuk VI. (Gerechtspersoneel.).... 70 Afdeling I. Selectie- en benoemingsvoorwaarden....................... 70 Hoofdstuk VII. (...)................ 73 Hoofdstuk VIIbis. Bemiddelingsadviseurs en -assistenten. (opgeheven)......... 74 Hoofdstuk VIII. (...)................ 74 Afdeling II. Werving............... 74 Hoofdstuk VIII. (...)................ 75 Hoofdstuk IX. (...)................. 76 Hoofdstuk X. (...).................. 76 Afdeling IV. Evaluatie.............. 77 Hoofdstuk VII. Bepalingen gemeen aan de hoofdstukken I tot VI............... 79 Boek II. Gerechtelijke ambten........ 79 Titel I. Voorwaarden voor het uitoefenen van gerechtelijke ambten............ 79 Hoofdstuk I. (Installatie van de magistraten, de referendarissen, de parketjuristen en de griffiers en hun eedaflegging.).... 79 Hoofdstuk Ibis. (Eedaflegging van de secretarissen.)...................... 80 Hoofdstuk II. Onverenigbaarheden.... 81 Afdeling I. Cumulatie van ambten..... 81 Afdeling II. Bloed- of aanverwantschap.. 82 Hoofdstuk III. Standplaats........... 82 Hoofdstuk IV. Magistraten gemachtigd om een openbaar ambt te aanvaarden bij een internationale, supranationale of buitenlandse instelling................ 82 Hoofdstuk V. Magistraten gemachtigd om Belgische militaire troepen in het buitenland te vergezellen............... 83 Titel II. Uitoefening van gerechtelijke ambten............................. 83 Hoofdstuk I. Rangorde en voorrang.... 83 Hoofdstuk Ibis. Elektronische lijst van de leden van de rechterlijke orde......... 85 Hoofdstuk II. Dienst der terechtzittingen 85 Hoofdstuk III. Verhindering en vervanging 86 Hoofdstuk IIIbis. Mutatie en mobiliteit. 90 Hoofdstuk IV. Afwezigheid en verlof.... 91 Hoofdstuk V. Vakantie en vakantiekamers 91 Hoofdstuk VI. Algemene vergaderingen. 92 ii 16 september 2010
Hoofdstuk VIbis. De korpsvergadering.. 94 Hoofdstuk VIter. Registratie van de werklast......................... 95 Hoofdstuk VII. Ambtskledij.......... 95 Hoofdstuk VIIbis. (Bepalingen betreffende de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en de parketjuristen.)................... 95 Hoofdstuk VIII. (Gemeenschappelijke bepalingen geldend voor de leden van de griffies, het personeel van de griffies, de parketten en steundiensten en voor de attaché's in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie.).................... 96 Titel III. Wedden, lonen en werkingskosten............................. 96 Hoofdstuk I. Wedden van de magistraten der rechterlijke orde................ 96 Hoofdstuk Ibis. (Wedden van de referendarissen bij het Hof van Cassatie)..... 101 Hoofdstuk Iter. (...)................ 101 Hoofdstuk II. Wedden van de griffiers en secretarissen van de parketten........ 101 Afdeling I. Algemene bepalingen...... 101 Afdeling II. Wedden............... 102 Afdeling III. Toelagen en premies...... 104 Hoofdstuk III. (Gemeenschappelijke bepalingen voor de hoofdstukken I, Ibis (...) en II.)........................... 105 Hoofdstuk IV. Bepalingen betreffende de plaatsvervangende magistraten....... 106 Hoofdstuk V. (Bepaling geldend voor het personeel van de griffies en de parketsecretariaten en voor de attachés in de Dienst voor Documentatie en Overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie.)........................... 106 Hoofdstuk VI. Werkingskosten........ 106 Titel IV. Inruststelling, pensionering en emeritaat........................ 107 Hoofdstuk I. Inruststelling........... 107 Hoofdstuk II. Pensioen en emeritaat... 109 Hoofdstuk IIbis. (Pensionering en pensioen van de referendarissen bij het Hof van Cassatie en van de referendarissen en de parketjuristen bij de hoven van beroep en bij de rechtbanken van eerste aanleg.) 109 Titel V. Tucht..................... 110 Hoofdstuk I. Bepalingen tot regeling van hiërarchie en toezicht............... 110 Hoofdstuk II. Tuchtrechtelijke maatregelen............................. 111 Hoofdstuk III. (Bevoegde overheden.).. 112 Afdeling I. (De Nationale Tuchtraad.).. 112 Afdeling II. (Overheden bevoegd om een tuchtprocedure in te stellen.)......... 113 Afdeling III. (Overheden bevoegd voor het onderzoek.).................... 115 Afdeling IV. (Overheden bevoegd om een straf op te leggen.)................ 115 Afdeling V. (Gemeenschappelijke bepalingen.)......................... 116 Afdeling VI. (Beroepsinstanties.)...... 116 Hoofdstuk IV. Tuchtprocedure....... 117 Hoofdstuk V. Uitwissing, eerherstel en herziening........................ 119 Boek III. Balie.................... 119 Titel I. Algemene Bepalingen......... 119 Hoofdstuk I. Advocaten............. 119 Hoofdstuk II. Rechten en plichten van de advocaten....................... 125 Hoofdstuk III. Stafhouder en Raad van de Orde........................... 126 Hoofdstuk IV. Tucht............... 127 Afdeling I. Tuchtraden............. 127 Afdeling II. Tuchtraden in beroep...... 130 Afdeling III. Diverse bepalingen....... 130 Hoofdstuk V. Tuchtraden van beroep. (Opgeheven)..................... 131 Titel Ibis. Uitoefening in België van het beroep van advocaat door advocaten die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie.................... 131 Hoofdstuk I. Vrij verrichten van diensten 132 Hoofdstuk II. Vrijheid van vestiging.... 132 Titel II. Advocaten bij het Hof van Cassatie 135 Titel III. (Orde van Vlaamse Balies en Ordre des Barreaux francophones et germanophone.)....................... 136 Hoofdstuk I. (Algemene bepalingen.).. 136 Hoofdstuk II. (Organisatie en werking.). 137 16 september 2010 iii
Hoofdstuk III. (Bevoegdheden.)....... 137 Hoofdstuk IV. (Overgangsbepalingen.). 139 Boek IIIbis. (Juridische eerste- en tweedelijnsbijstand)................... 139 Hoofdstuk I. (Algemene bepaling)..... 139 Hoofdstuk II. (Commissie voor juridische bijstand)........................ 139 Hoofdstuk III. (Juridische eerstelijnsbijstand).......................... 140 Hoofdstuk IV. (Gedeeltelijk of volledig kosteloze juridische tweedelijnsbijstand.) 141 Afdeling I. (Organisatie.)........... 141 Afdeling II. (Toekenning van de gedeeltelijke of volledige kosteloosheid.)........ 141 Hoofdstuk V. (De vergoeding van de advocaten).......................... 142 Hoofdstuk Vbis. Kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand......................... 142 Hoofdstuk VI. (Terugvordering van de rijksvergoeding. Recht van de advocaat op de volledige betaling van honoraria en kosten)......................... 143 Hoofdstuk VI. (De ambtshalve toevoeging van advocaten)................... 143 Hoofdstuk VIII. Grensoverschrijdende geschillen bedoeld in richtlijn 2003/8/EG. 143 Boek IV. Gerechtsdeurwaarders...... 144 Hoofdstuk I. Titel, benoeming, eed en standplaats...................... 144 Hoofdstuk II. Taak van de gerechtsdeurwaarder......................... 145 Hoofdstuk III. Onverenigbaarheden.... 145 Hoofdstuk IV. Tarief............... 146 Hoofdstuk V. Plaatsvervanging....... 146 Hoofdstuk VI. Tucht............... 146 Hoofdstuk VII. Arrondissementskamer van gerechtsdeurwaarders........... 148 Hoofdstuk VIII. Nationale kamer van gerechtsdeurwaarders................ 149 Hoofdstuk IX. Bepalingen eigen aan de gerechtsdeurwaarders van de gerechtelijke arrondissementen Verviers en Eupen... 150 Deel III: Bevoegdheid............... 151 Titel I. Volstrekte bevoegdheid........ 151 Hoofdstuk I. Voorafgaande bepalingen. 151 Afdeling I...................... 151 Afdeling II. Waarde van de vordering.... 151 Afdeling III. Regels inzake tegenvorderingen en vorderingen tot tussenkomst, inzake aanhangigheid en samenhang........... 151 Afdeling IV. Machtiging om in rechte op te treden en aanwijzing van wettelijke vertegenwoordigers om in rechte op te treden. 152 Hoofdstuk II. Rechtbank van eerste aanleg, arbeidsrechtbank en rechtbank van koophandel...................... 152 Afdeling I. Algemene bepalingen...... 152 Afdeling II. Voorzitters van de rechtbanken 176 Hoofdstuk III. Vrederechter.......... 181 Hoofdstuk IIIbis. Politierechtbank..... 186 Hoofdstuk IV. Hof van beroep en arbeidshof............................. 187 Hoofdstuk V. Hof van Cassatie....... 187 Titel II. Aanleg.................... 188 Titel III. Territoriale bevoegdheid...... 189 Titel IV. Regeling van geschillen van bevoegdheid....................... 195 Hoofdstuk I. Algemene bepalingen.... 195 Hoofdstuk II. Regeling van rechtsgebied 196 Hoofdstuk III. Onttrekking van de zaak aan de rechter.................... 196 Hoofdstuk IV. Bepalingen aan de vorige hoofdstukken gemeen.............. 198 Deel IV: Burgerlijke rechtspleging...... 198 Boek I. Rechtsbijstand............. 198 Hoofdstuk I. Omschrijving........... 198 Hoofdstuk II. Toepassingsgebied...... 198 Hoofdstuk III. Rechtspleging......... 199 Hoofdstuk IV. Hoger Beroep......... 202 Hoofdstuk V. Kosten............... 203 Hoofdstuk VI. Verhaal door de Staat... 203 Hoofdstuk VII. Intrekking............ 204 Hoofdstuk VIII. Grensoverschrijdende geschillen bedoeld in richtlijn 2003/8/EG. 204 Boek II. Geding................... 204 Titel I. Instelling van de vordering...... 204 iv 16 september 2010
Hoofdstuk I. Vorm waarin de hoofdvordering wordt ingesteld................ 204 Afdeling I. Rechtsingang door dagvaarding 204 Afdeling II. Vrijwillige verschijning..... 205 Hoofdstuk II. Termijnen van dagvaarding 206 Hoofdstuk III. Rol en inschrijving op de rol 206 Afdeling I. Rol van de zaken......... 206 Afdeling II. Inschrijving op de rol...... 207 Hoofdstuk IV. Dossier van de rechtspleging............................ 207 Hoofdstuk V. Verdeling van de zaken... 208 Hoofdstuk VI. Verschijning van de partijen na dagvaarding................... 208 Titel II. Behandeling en berechting van de vordering........................ 210 Hoofdstuk I. Minnelijke schikking..... 210 Hoofdstuk Ibis. Bemiddeling in familiezaken. (Opgeheven)................. 210 Hoofdstuk II. Behandeling en berechting op tegenspraak................... 210 Afdeling I. Behandeling ter inleidende zitting.......................... 210 Afdeling II. (Mededeling) van de stukken 211 Afdeling III. Conclusies............. 212 Afdeling IV. Bepaling van de rechtsdag en verdaging...................... 213 Afdeling V. Schriftelijke behandeling.... 214 Afdeling VI. Terechtzitting.......... 214 Afdeling VII. Mededeling aan het openbaar ministerie...................... 215 Afdeling VIII. Berechting van de zaak... 217 Afdeling IX. Uitlegging en verbetering van het vonnis...................... 221 Hoofdstuk III. Behandeling en berechting bij verstek........................ 222 Titel III. Tussengeschillen en bewijs.... 222 Hoofdstuk I. Tussenvorderingen...... 222 Hoofdstuk II. Tussenkomst.......... 222 Hoofdstuk III. Hervatting van geding... 222 Hoofdstuk IV. Afstand van geding..... 223 Hoofdstuk V. Wraking en verschoning.. 223 Hoofdstuk VI. Ontkentenis van proceshandelingen...................... 225 Hoofdstuk VII. Excepties............ 225 Afdeling I. Exceptie van borgstelling van de eisende vreemdeling............... 225 Afdeling II. Opschortende exceptie van boedelbeschrijving en beraad........... 225 Afdeling III. Excepties van onbevoegdheid. 225 Afdeling IV. Opschortende exceptie bij oproeping tot vrijwaring.............. 226 Afdeling V. Excepties van nietigheid.... 226 Afdeling VI. Berechting van excepties... 226 Hoofdstuk VIII. Bewijs.............. 227 Afdeling I. Voorafgaande bepalingen.... 227 Afdeling II. Overlegging van stukken.... 227 Afdeling III. Schriftonderzoek......... 228 Afdeling IV. Valsheidsprocedure....... 229 Afdeling V. Getuigenverhoor......... 230 Afdeling VI. Deskundigenonderzoek.... 234 Afdeling VII. Verhoor van partijen..... 239 Afdeling VIII. Eedaflegging.......... 240 Afdeling IX. Plaatsopneming......... 240 Afdeling X. Vaststelling van overspel bij gerechtsdeurwaarder................ 240 Titel IV. Uitgaven en kosten.......... 240 Titel V. Inleiding en behandeling van de vordering op eenzijdig verzoekschrift... 242 Titel Vbis. Het verzoekschrift op tegenspraak.......................... 242 Titel VI. Inleiding en behandeling van de vordering in kort geding............. 243 Boek III. Rechtsmiddelen........... 243 Titel I. Algemene bepalingen......... 243 Titel II. Verzet..................... 243 Titel III. Hoger beroep.............. 244 Hoofdstuk I. Algemene bepalingen.... 244 Hoofdstuk II. Devolutieve kracht van het hoger beroep en recht om de zaak aan zich te trekken........................ 246 Titel IV. Voorziening in cassatie....... 246 Titel V. Derdenverzet............... 249 Titel VI. Herroeping van het gewijsde... 250 Titel VII. Verhaal op de rechter........ 251 Titel VIII. (Opgeheven).............. 251 Boek IV. Bijzondere rechtsplegingen.. 251 Hoofdstuk I. Verzegeling en ontzegeling. 251 Afdeling I. Verzegeling............. 251 Afdeling II. Verzet tegen ontzegeling.... 253 Afdeling III. Ontzegeling............ 253 Afdeling IV. Verbod van betaling, van teruggave en overdracht................ 254 Hoofdstuk II. Boedelbeschrijving...... 254 16 september 2010 v
Hoofdstuk III. Verwerping van de nalatenschap........................... 255 Hoofdstuk IV. Bepaalde (...) verkopingen van onroerende goederen........... 255 Hoofdstuk V. Bepaalde verkopingen van roerende goederen................. 257 Hoofdstuk VI. Verdeling en veiling van onverdeelde goederen................ 258 Afdeling I. Minnelijke verdeling....... 258 Afdeling II. Gerechtelijke verdeling..... 259 Afdeling III. Bepaling geldend voor de twee vorige afdelingen................. 260 Hoofdstuk VII. (Vermoeden en verklaring van afwezigheid en gerechtelijke verklaring van overlijden).................... 260 Hoofdstuk VIII. Onbeheerde nalatenschappen........................ 261 Hoofdstuk VIIIbis. Adoptie.......... 262 Afdeling I. Algemene bepaling........ 262 Afdeling II. Binnenlandse adoptie...... 262 Afdeling III. Interlandelijke adoptie.... 264 Afdeling IV. Herroeping van de gewone adoptie en herziening van de adoptie.... 268 Afdeling V. Beroep............... 268 Hoofdstuk IX. Voogdij over minderjarigen 268 Hoofdstuk IXbis. Procedure tot verlatenverklaring van een minderjarige of tot vaststelling dat de ouders kennelijk niet naar hun kind hebben omgezien. (opgeheven) 270 Hoofdstuk X. Onbekwaamverklaring... 270 Hoofdstuk Xbis. Vorderingen van echtgenoten betreffende hun wederzijdse rechten en verplichtingen en hun huwelijksvermogensstelsel.................. 271 Hoofdstuk XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en beden scheiding van goederen 272 Afdeling I. (De echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting)......... 272 Afdeling II. Echtscheiding door onderlinge toestemming.................... 276 Afdeling III. Scheiding van tafel en bed.. 280 Afdeling IV. Omzetting van de scheiding van tafel en bed in echtscheiding. (Opgeheven) 280 Afdeling V. Scheiding van goederen.... 280 Hoofdstuk XIbis. Veranderlijkheid van huwelijksvoorwaarden................ 280 Hoofdstuk XII. Uitkeringen tot levensonderhoud......................... 280 Hoofdstuk XIIbis. Verzoeken betreffende de bescherming van het grensoverschrijdend hoederecht en bezoekrecht...... 282 Hoofdstuk XIII. Hoger bod op vrijwillige vervreemding..................... 284 Hoofdstuk XIV. Uitstel van betaling.... 285 Hoofdstuk XIVbis. (Toestaan van betalingsfaciliteiten inzake consumentenkrediet.)........................... 285 Hoofdstuk XV. Summiere rechtspleging om betaling te bevelen.............. 286 Hoofdstuk XVbis. (Rechtspleging inzake huur van goederen en inzake uithuiszetting)............................ 287 Hoofdstuk XVI. Rechtspleging inzake pacht, (recht van voorkoop en uitgesteld loon in land- en tuinbouw).......... 289 Hoofdstuk XVII. Aanneming van de borg 289 Hoofdstuk XVIII. Aanbod van betaling en consignatie....................... 289 Hoofdstuk XIX. Rekening en verantwoording............................ 290 Hoofdstuk XIXbis. Rechtsplegingen inzake intellectuele rechten................ 290 Afdeling I. Betreffende beslag inzake namaak......................... 290 Afdeling II. Voorlopige maatregelen toepasselijk op intellectuele eigendomsrechten.. 292 Hoofdstuk IX. Opheffingsbepalingen... 292 Hoofdstuk XX. Bezitsvorderingen...... 292 Hoofdstuk XXbis. Recht van uitweg.... 293 Hoofdstuk XXI. Middelen om uitgifte of afschrift van een akte te verkrijgen..... 293 Hoofdstuk XXII. Verbetering van akten van de burgerlijke stand................ 294 Hoofdstuk XXIII. De dwangsom....... 294 Hoofdstuk XXIV. Geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet.... 295 HoofdstukXXV. Verhalen betreffende de wijziging van het geslacht van een persoon 295 Deel V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling......................... 296 Titel I. Voorafgaande regels.......... 296 Hoofdstuk I. Algemene bepalingen.... 296 vi 16 september 2010
Hoofdstuk Ibis. (Centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling)....... 298 Afdeling I. (Inrichting van een centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling.) 298 Afdeling II. (Beheer en toezicht)....... 298 Afdeling III. (Registratie, mededeling en raadpleging van de gegevens)......... 300 Hoofdstuk II. Beslagrechter.......... 303 Hoofdstuk III. Voorlopige tenuitvoerlegging............................ 304 Hoofdstuk IV. Kantonnement........ 304 Hoofdstuk V. Goederen die niet in beslag kunnen worden genomen............ 305 Titel II. Bewarend beslag............ 312 Hoofdstuk I. Algemene bepalingen.... 312 Hoofdstuk II. Bewarend beslag op roerend goed....................... 313 Hoofdstuk III. Bewarend beslag op onroerend goed....................... 313 Hoofdstuk IV. Bewarend beslag onder derden.......................... 315 Hoofdstuk V. Pandbeslag........... 316 Hoofdstuk VI. Beslag tot terugvordering 316 Hoofdstuk VII. Bewarend beslag op zeeschepen en binnenschepen.......... 317 Hoofdstuk VIII. Beslag inzake namaak.. 318 Hoofdstuk IX. Rechtspleging tot omzetting van bewarend beslag in uitvoerend beslag.......................... 318 Titel III. Gedwongen tenuitvoerlegging.. 319 Hoofdstuk I. Algemene bepalingen.... 319 Hoofdstuk II. Uitvoerend beslag op roerend goed....................... 319 Hoofdstuk III. Beslag op tak- en wortelvaste vruchten.................... 323 Hoofdstuk IV. Uitvoerend beslag onder derden.......................... 324 Hoofdstuk V. Uitvoerend beslag op zeeschepen en binnenschepen.......... 324 Hoofdstuk VI. Uitvoerend beslag op onroerend goed..................... 326 Hoofdstuk VII. Evenredige verdeling.... 333 Hoofdstuk VIII. Rangregeling......... 334 Hoofdstuk IX. Evenredige verdeling en rangregeling in geval van beslag op zeeschepen en binnenschepen........... 335 Titel IV. Collectieve schuldenregeling... 337 Hoofdstuk I. Procedure van collectieve schuldenregeling.................. 337 Afdeling I. Algemene bepalingen...... 337 Afdeling II. Inleiding van de procedure... 337 Afdeling III. Minnelijke aanzuiveringsregeling.......................... 339 Afdeling IV. Gerechtelijke aanzuiveringsregeling......................... 340 Afdeling IVbis. De totale kwijtschelding van de schulden..................... 341 Afdeling V. Bepalingen gemeenschappelijk aan beide procedures.............. 342 Hoofdstuk II. De schuldbemiddelaar... 343 Deel VI: Arbitrage.................. 344 Deel VII: Bemiddeling............... 351 Hoofdstuk I. Algemene beginselen..... 351 Hoofdstuk II. De vrijwillige bemiddeling 353 Hoofdstuk III. De gerechtelijke bemiddeling............................. 354 Ministerieel besluit van 1 december 1998 tot vaststelling van het inschrijvingsgeld te betalen door de onderdanen van een Lidstaat van de Europese Unie die in België het beroep van advocaat wensen uit te oefenen........................ 355 II. Deontologie A. Nationaal...................... 359 Advocaat-Syndicus................. 359 Reglement van 18 september 2002 inzake de advocaat-syndicus van een vereniging van mede-eigenaars................ 359 Briefwisseling..................... 360 Reglement van 10 maart 1977 betreffende het overleggen van briefwisseling tussen advocaten en gerechtelijke mandatarissen-advocaten.................... 360 16 september 2010 vii
Reglementen van 6 juni 1970, 6 maart 1980, 8 mei 1980 en 22 april 1986 betreffende het overleggen van briefwisseling tussen advocaten.................. 360 Cassatieprocedure................. 361 Reglement van 30 januari 2008 betreffende het eensluidend verklaren van kopieën van bij een voorziening in cassatie te voegen stukken...................... 361 Confraterniteit.................... 362 Reglement van 31 januari 2007 betreffende de aan procedures verbonden regels van confraterniteit................. 362 Derdengelden..................... 363 Reglement van 11 december 2002 inzake de verhandeling van gelden van cliënten of derden.......................... 363 Reglement van 10 januari 1992 betreffende beslag onder derden in handen van een advocaat......................... 364 Eenpersoonsvennootschappen........ 364 Reglement van 8 november 2006 betreffende samenwerkingsverbanden tussen advocaten en betreffende eenpersoonsvennootschappen van advocaten...... 364 Deel I. Toelichting................. 364 Deel II. Reglement reglement betreffende samenwerkingsverbanden tussen advocaten en betreffende eenpersoonsvennootschappen van advocaten............ 367 Hoofdstuk I. Samenwerkingsverbanden tussen advocaten.................. 367 Hoofdstuk II. Eenpersoonsvennootschappen van advocaten................. 370 Hoofdstuk III. Vervanging van het reglement van 8 maart 1990 van de Belgische Nationale Orde van Advocaten betreffende de uitoefening in samenwerking van het beroep van advocaat............... 370 Gerechtelijk mandaat............... 370 Reglement van 21 november 2007 betreffende de aanvaarding van gerechtelijke mandaten....................... 370 Jeugdadvocaten.................... 371 Aanbeveling van 7 december 2005 met betrekking tot de aanstelling van jeugdadvocaten......................... 371 Mandaat......................... 372 Reglement van 14 maart 2007 betreffende het mandaat dat de advocaat niet rechtstreeks van zijn cliënt ontvangt........ 372 Media........................... 372 Reglement van 4 juni 2003 inzake advocaat en media.................... 372 Meerdere kantoren................. 373 Reglement van 12 mei 2010 betreffende het houden van meerdere kantoren of vestigingen......................... 373 Opvolging........................ 374 Reglement van 3 november 2004 inzake opvolging........................ 374 Overstap naar andere balie........... 375 Reglement van 4 juni 2003 inzake de financiële regeling bij de overstap naar een andere balie...................... 375 Permanente vorming................ 375 Reglement van 16 juni 2010 inzake permanente vorming.................. 375 Publiciteit........................ 377 Reglement van 4 juni 2003 inzake advocaat en media.................... 377 Reglement van 4 juni 2003 inzake publiciteit............................. 378 Samenwerkingsverbanden............ 379 Reglement van 8 november 2006 betreffende samenwerkingsverbanden tussen advocaten en betreffende eenpersoonsvennootschappen van advocaten...... 379 Deel I. Toelichting................. 379 Deel II. Reglement................. 381 Hoofdstuk I. Samenwerkingsverbanden tussen advocaten.................. 381 Hoofdstuk II. Eenpersoonsvennootschappen van advocaten................. 384 Hoofdstuk III. Vervanging van het reglement van 8 maart 1990 van de Belgische Nationale Orde van Advocaten betreffende de uitoefening in samenwerking van het beroep van advocaat............... 384 viii 16 september 2010
Reglement van 22 januari 2003 inzake beroepsmatige samenwerking met niet-advocaten......................... 385 Tuchtprocedure.................... 386 Reglement van 25 mei 1972 betreffende de tuchtprocedure - eedaflegging door getuigen.......................... 386 Reglement van 21 november 2007 betreffende de voor de raad van de orde geldende procedure volgens de tuchtrechtspleging............................ 386 Voorkeurmateries.................. 388 Besluit van de algemene raad van 9 juni 1988 betreffende de voorkeurmateries.. 388 B. Grensoverschrijdend.............. 389 Gedragscode voor de advocaten van de europese gemeenschap van 18 oktober 1998 en gewijzigd op 28 november 1998, 6 december 2002 en 19 mei 2006..... 389 CCBE-handvest van de kernbeginselen van de europese advocaat van 24 november 2006........................... 394 Reglement van 31 januari 2007 tot toepassing van de gedragscode voor europese advocaten..................... 396 III. Stage Reglement van 7 mei 2008 betreffende de stage........................... 399 Hoofdstuk I. Algemene organisatie van de stage........................... 399 Hoofdstuk II. Voorwaarden voor het stagemeesterschap................... 400 Hoofdstuk III. De stageovereenkomst.. 400 Hoofdstuk IV. Plichten Van De Stagemeester......................... 400 Hoofdstuk V. Plichten van de stagiair.. 400 Hoofdstuk VI. De stagecommissie..... 401 Reglement van 21 november 2007 betreffende de opheffing van een aantal reglementen van de belgische nationale orde van advocaten.................... 401 Reglement van 25 maart 2009 betreffende de beroepsopleiding............... 401 Hoofdstuk I. Algemeen............. 401 Hoofdstuk II. Stageschool........... 401 Hoofdstuk III. Commissie beroepsopleiding............................ 402 Hoofdstuk IV. Beroepsopleiding...... 402 Hoofdstuk V. Procedure beroep....... 403 Hoofdstuk VI. Opheffing reglement nationale orde........................ 403 IV. Sociaal statuut en collectieve voorzieningen A. Sociaal statuut.................. 407 Reglement van 8 juni 2005 betreffende het statuut van de advocaat............. 407 B. Collectieve voorzieningen.......... 407 Polis burgerlijke beroepsaansprakelijkheid van advocaten (ethias) eerste rang (gecoördineerde versie) + bijvoegsel...... 407 Polis burgerlijke beroepsaansprakelijkheid van advocaten (ethias) tweede rang.. 416 Polis verzekering insolvabiliteit + bijvoegsel............................. 420 V. Strafrecht Strafwetboek van 8 juni 1867........ 435 Boek I. De misdrijven en de bestraffing in het algemeen..................... 435 Hoofdstuk I. Misdrijven............. 435 Hoofdstuk II. Straffen.............. 435 Afdeling I. Verschillende soorten van straffen.......................... 435 Afdeling II. Criminele straffen........ 436 Afdeling III. Correctionele gevangenisstraf 436 Afdeling IV. Politiegevangenisstraf..... 437 (Bepalingen aan de afdelingen II, III en IV gemeen)....................... 437 Afdeling V. Straffen aan misdaden en wanbedrijven gemeen................. 437 Afdeling Vbis. De werkstraf.......... 438 Afdeling VI. Straffen aan de drie soorten van misdrijven gemeen............. 440 16 september 2010 ix
Hoofdstuk III. Andere veroordelingen die wegens misdaden, wanbedrijven of overtredingen kunnen worden uitgesproken. 442 Hoofdstuk IV. Poging tot misdaad of tot wanbedrijf....................... 443 Hoofdstuk V. Herhaling............. 443 Hoofdstuk VI. Samenloop van verscheidene misdrijven..................... 443 Hoofdstuk VII. Deelneming van verscheidene personen aan eenzelfde misdaad of wanbedrijf....................... 444 Hoofdstuk VIII. Rechtvaardigings- en verschoningsgronden................. 444 Hoofdstuk IX. Verzachtende omstandigheden........................... 445 Hoofdstuk X. Tenietgaan van de straffen 446 Boek II. De misdrijven en hun bestraffing in het bijzonder................... 446 Titel I. Misdaden en wanbedrijven tegen de veiligheid van de staat............ 446 Hoofdstuk I. Aanslag op en samenspanning tegen de koning, de koninklijke familie en de regeringsvorm............. 446 Hoofdstuk II. Misdaden en wanbedrijven tegen de uitwendige veiligheid van de staat........................... 447 Hoofdstuk III. Misdaden tegen de inwendige veiligheid van de staat.......... 453 Algemene bepaling betreffende deze titel. 454 Titel Ibis. Ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht........ 454 Titel Iter. Terroristische misdrijven..... 458 Titel II. Misdaden en wanbedrijven die door de grondwet gewaarborgde rechten schenden........................ 459 Hoofdstuk I. Wanbedrijven betreffende de uitoefening van politieke rechten...... 459 Hoofdstuk I. Wanbedrijven betreffende de vrije uitoefening van de erediensten.... 460 Hoofdstuk II. Schending door openbare ambtenaren van rechten door de grondwet gewaarborgd.................. 460 Titel III. Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare trouw................ 461 Hoofdstuk I. Valse munt............ 461 Bijzondere bepalingen............. 462 Hoofdstuk II. Namaking of vervalsing van openbare effecten, aandelen, schuldbrieven, rentebewijzen en bij de wet toegelaten bankbiljetten.................. 462 Hoofdstuk IIbis. Bescherming van de geldtekens die wettig betaalmiddel zijn..... 462 Hoofdstuk III. Namaking of vervalsing van zegels, stempels, merken, enz......... 463 Bepaling aan de drie vorige hoofdstukken gemeen....................... 464 Hoofdstuk IV. Valsheid in geschriften, in informatica en in telegrammen....... 464 Afdeling I. Valsheid in authentieke en openbare geschriften, in handels- of bankgeschriften en in private geschriften...... 465 Afdeling II. Valsheid in reispassen, machtigingen om wapens te dragen, arbeidsboekjes, reisorders en getuigschriften....... 465 Afdeling IIbis. Valsheid in informatica... 466 Afdeling III. Valsheid in telegrammen... 466 Bepalingen aan de vier vorige hoofdstukken gemeen....................... 467 Hoofdstuk V. Vals getuigenis en meineed 467 Hoofdstuk VI. Aanmatiging van ambten, van titels of van een naam........... 468 Titel IV. (Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare orde, gepleegd door personen die een openbaar ambt uitoefenen of door bedienaren der erediensten in de uitoefening van hun bediening.)......... 468 Hoofdstuk I. Samenspanning van ambtenaren........................... 468 Hoofdstuk II. Aanmatiging van macht door administratieve en rechterlijke overheden........................... 469 Hoofdstuk III. (Verduistering, knevelarij en belangenneming gepleegd door personen die een openbaar ambt uitoefenen) 469 Hoofdstuk IV. (Omkoping van personen die een openbaar ambt uitoefenen).... 470 Hoofdstuk V. Misbruik van gezag...... 471 Hoofdstuk Vbis. Afluisteren, kennisnemen en opnemen van privé-communicatie en - telecommunicatie................. 472 Hoofdstuk VI. Onwettig vervroegde of verlengde uitoefening van het openbaar gezag............................. 472 Hoofdstuk VII. Enige wanbedrijven betreffende het houden van de akten van de burgerlijke stand..................... 473 x 16 september 2010
Hoofdstuk VIII. Misdrijven voor de bedienaren der erediensten in de uitoefening van hun bediening gepleegd.......... 473 Titel V. Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare orde door bijzondere personen gepleegd..................... 473 Hoofdstuk I. Weerspannigheid....... 473 Hoofdstuk II. Smaad en geweld tegen ministers, leden van de wetgevende kamers, dragers van het openbaar gezag of van de openbare macht.................. 474 Hoofdstuk III. Zegelverbreking........ 475 Hoofdstuk IV. Belemmering van de uitvoering van openbare werken........... 475 Hoofdstuk V. Misdaden en wanbedrijven van leveranciers................... 475 Hoofdstuk VI. Uitgeven of verspreiden van geschriften zonder vermelding van naam en woonplaats van de schrijver of van de drukker......................... 476 Hoofdstuk VII. Overtreding van de wetten en verordeningen op loterijen, speelhuizen en pandhuizen.................... 476 Hoofdstuk VIII. Misdrijven betreffende nijverheid, koophandel en openbare veilingen............................. 476 Hoofdstuk VIIIbis. Misdrijven betreffende het geheim van privé-communicatie en - telecommunicatie................. 477 Hoofdstuk IX. Enige andere misdrijven tegen de openbare orde.............. 477 Afdeling I. Overtreding van de begrafeniswetten........................ 477 Afdeling II. (Belemmering van de uitoefening van de rechtsprekende functie).... 478 Afdeling III. Misdrijven betreffende veeziekten.......................... 478 Titel VI. Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare veiligheid.............. 478 Hoofdstuk I. (Vereniging met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of op eigendommen en criminele organisatie)............................. 478 Hoofdstuk II. (Bedreigingen met een aanslag op personen of op eigendommen en valse inlichtingen betreffende ernstige aanslagen)....................... 479 Hoofdstuk III. Ontvluchting van gevangenen............................ 479 Hoofdstuk IV. Banbreuk en enige gevallen van verberging.................... 480 Hoofdstuk V. Wanbedrijven tegen de openbare veiligheid gepleegd door landlopers of door bedelaars.............. 480 Titel VIbis. (Misdaden met betrekking tot het nemen van gijzelaars)............ 480 Titel VII. Misdaden en wanbedrijven tegen de orde der familie en tegen de openbare zedelijkheid...................... 481 Hoofdstuk I. Vruchtafdrijving......... 481 Hoofdstuk II. (opgeheven)........... 482 Hoofdstuk III. Misdaden en wanbedrijven strekkende tot het verhinderen of vernietigen van het bewijs van de burgerlijke staat van kinderen..................... 482 Hoofdstuk IV. (opgeheven).......... 482 Hoofdstuk V. Aanranding van de eerbaarheid en verkrachting................ 483 Hoofdstuk VI. (Bederf van de jeugd en prostitutie)....................... 484 Hoofdstuk VII. Openbare schennis van de goede zeden...................... 486 Hoofdstuk VIII. (Dubbel huwelijk.).... 488 Hoofdstuk IX. Verlating van familie.... 488 Hoofdstuk X. Misdrijven en wanbedrijven inzake adoptie.................... 489 Hoofdstuk XI. Gedwongen huwelijk.... 489 Titel VIII. Misdaden en wanbedrijven tegen personen..................... 489 Hoofdstuk I. (Opzettelijk doden, opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel, foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandeling.)............ 489 Afdeling I. Doodslag en verschillende soorten van doodslag................. 490 Afdeling II. Opzettelijk doden, niet doodslag genoemd, en opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel.................. 490 Afdeling III. Verschoonbare doodslag, verschoonbare verwondingen en verschoonbare slagen........................ 492 Afdeling IV. Gerechtvaardigde doodslag, gerechtvaardigde verwondingen en gerechtvaardigde slagen................. 492 Afdeling V. Foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandeling...... 493 16 september 2010 xi
Hoofdstuk II. Onopzettelijk doden en onopzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel............................. 494 Enkele gevallen van schuldig verzuim.... 494 Hoofdstuk III. (Aantasting van de persoon van minderjarigen, van onbekwamen en van het gezin.).................... 495 Afdeling I. Verlaten of in behoeftige toestand achterlaten van kinderen of onbekwamen......................... 495 Afdeling II. Onthouden van voedsel of verzorging aan minderjarigen en aan onbekwamen......................... 495 Afdeling III. Bepaling aan de afdelingen I en II gemeen...................... 495 Afdeling IV. Ontvoering en verberging van minderjarigen................... 495 Afdeling V. Niet-afgeven van kinderen.. 496 Afdeling VI. -Gebruik van minderjarigen met het oog op het plegen van een misdaad of een wanbedrijf................. 496 Afdeling VII. Aantasting van de persoonlijke levenssfeer van minderjarigen........ 497 Hoofdstuk IIIbis. Exploitatie van bedelarij 497 Hoofdstuk IIIter. Mensenhandel...... 497 Hoofdstuk IIIquater. Misbruik van andermans bijzonder kwetsbare positie door de verkoop, verhuur of terbeschikkingstelling van goederen met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren.......... 498 Hoofdstuk IV. Aanslag op de persoonlijke vrijheid en op de onschendbaarheid van de woning, gepleegd door bijzondere personen........................... 500 Hoofdstuk IVbis. Belaging........... 500 Hoofdstuk V. Aanranding van de eer of de goede naam van personen........... 501 Hoofdstuk VI. Enige andere wanbedrijven tegen personen................... 502 Titel IX. Misdaden en wanbedrijven tegen eigendommen.................... 503 Hoofdstuk I. Diefstal en afpersing..... 503 Afdeling I. Diefstal zonder geweld of bedreiging.......................... 503 Afdeling II. Diefstal door middel van geweld of bedreiging gepleegd en afpersing..... 503 Afdeling IIbis. (Diefstal en afpersing van kernmateriaal).................. 504 Afdeling III. (Betekenis van sommige in dit wetboek voorkomende uitdrukkingen)... 505 Hoofdstuk Ibis. (Externe beveiliging van kernmateriaal).................... 506 Hoofdstuk II. Bedrog............... 506 Afdeling I. (Misdrijven die verband houden met de staat van faillissement.)....... 506 Afdeling II. Misbruik van vertrouwen... 507 Afdeling III. Oplichting en bedriegerij... 508 Afdeling IIIbis................... 509 Afdeling IIIbis. Informaticabedrog..... 510 Afdeling IV. (Heling en andere verrichtingen met betrekking tot zaken die uit een misdrijf voortkomen.).............. 510 Afdeling V. Enige andere soorten van bedrog......................... 511 Hoofdstuk III. Vernieling, beschadiging, aanrichting van schade............. 512 Afdeling I. Brandstichting........... 512 Afdeling II. Vernieling van bouwwerken, stoommachines en telegraaftoestellen... 513 Afdeling III. Vernieling of beschadiging van graven, monumenten, kunstvoorwerpen, titels, bescheiden of andere papieren..... 514 Afdeling IV. Vernieling of beschadiging van eetwaren, koopwaren of andere roerende eigendommen.................... 514 Afdeling IVbis. Graffiti en beschadiging van onroerende eigendommen........... 515 Afdeling V. Vernieling en verwoesting van veldvruchten, planten, bomen, enten, granen en voeder, vernieling van landbouwgereedschappen................... 515 Afdeling VI. Ombrengen van dieren.... 515 Afdeling VII. Bepalingen aan de vorige afdelingen gemeen................... 516 Afdeling VIII. Vernieling van afsluitingen, verplaatsing of verwijdering van grenspalen en hoekbomen.................. 516 Afdeling IX. Vernieling en schade door overstroming veroorzaakt.............. 516 Titel IXbis. Misdrijven tegen de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van informaticasystemen en van de gegevens die door middel daarvan worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen......... 516 Titel X. Overtredingen. (opgeheven).... 517 Hoofdstuk I. Overtredingen van de eerste klasse. (Opgeheven)................ 517 Hoofdstuk II. Overtredingen van de tweede klasse. (Opgeheven)............. 517 Hoofdstuk III. Overtredingen van de derde klasse. (Opgeheven)................ 518 Hoofdstuk IV. Overtredingen van de vierde klasse. (Opgeheven)............. 518 xii 16 september 2010
Wetboek Van Strafvordering........ 519 Voorafgaande titel. rechtsvorderingen die uit misdrijven ontstaan............. 519 Hoofdstuk I. Regels betreffende de strafvordering en de burgerlijke rechtsvordering............................ 519 Hoofdstuk II. Strafvordering wegens misdaden of wanbedrijven buiten het grondgebied van het rijk gepleegd.......... 520 Hoofdstuk III. Prejudiciele geschillen... 524 Hoofdstuk IV. Oorzaken van verval van de strafvordering en van de burgerlijke rechtsvordering................... 524 Hoofdstuk V. Niet-ontvankelijkheid van de strafvordering wegens provocatie... 525 (Hoofdstuk VI.) Regels met betrekking tot de uitoefening van de strafvordering volgend op een beslissing van uithandengeving bevolen door een jeugdgerecht.... 525 Boek I. De gerechtelijke politie en de officieren die ze uitoefenen........... 526 Hoofdstuk I. Gerechtelijke politie..... 526 Hoofdstuk II. (Burgemeesters, schepenen en politiecommissarissen). (Opgeheven) 526 Hoofdstuk III. Veldwachters en boswachters............................. 526 Hoofdstuk IV. De procureurs des konings en hun substituten................. 527 Afdeling I. Bevoegdheid van de procureur des konings betreffende de gerechtelijke politie.......................... 527 Afdeling Ibis. Het opsporingsonderzoek.. 528 Afdeling II. Wijze waarop de procureurs des konings handelen in de uitoefening van hun ambt......................... 531 Afdeling III. De bijzondere opsporingsmethoden........................ 538 Hoofdstuk IVbis. (De federale procureur) 543 Hoofdstuk V. Politieofficieren die hulpofficier zijn van de procureur des konings. 543 Hoofdstuk VI. Onderzoeksrechters.... 544 Afdeling I. De onderzoeksrechter...... 544 Afdeling II. Ambtsverrichtingen van de onderzoeksrechter.................. 545 Hoofdstuk VII. (Voorlopige maatregelen ten aanzien van rechtspersonen)...... 560 Hoofdstuk VIIbis. (Verhoor van minderjarigen die het slachtoffer of getuige zijn van bepaalde misdrijven)............... 560 Hoofdstuk VIIter. Bescherming van bedreigde getuigen................... 561 Afdeling I. Definities van sommige in dit hoofdstuk voorkomende uitdrukkingen.. 561 Afdeling II. De organen van de bescherming 562 Afdeling III. De toekenning van bescherming 562 Afdeling IV. Wijziging en intrekking van de bescherming.................... 564 Hoofdstuk VIIquater. Afnemen van verklaringen met behulp van audiovisuele media 565 Afdeling I. Het verhoor op afstand..... 565 Afdeling II. De audiovisuele opname en de auditieve opname van het verhoor..... 566 Hoofdstuk VIII. Voorlopige invrijheidstelling en borgstelling................. 567 Hoofdstuk IX. Verslag van de onderzoeksrechter na voltooiing van de rechtspleging 568 Hoofdstuk X. Toezicht op het onderzoek door de kamer van inbeschuldigingstelling 569 Hoofdstuk XI. Bevoegdheid van de onderzoeksgerechten in terrorismezaken..... 570 Boek II. Het gerecht............... 570 Titel I. (Politierechtbanken en correctionele rechtbanken.)................... 570 Hoofdstuk I. (Politierechtbanken.).... 570 Hoofdstuk II. (Correctionele rechtbanken)............................ 575 Hoofdstuk III. (Bepalingen betreffende het verval van de strafvordering voor sommige misdrijven onder bepaalde voorwaarden)........................ 581 Hoofdstuk IV. (Oproeping bij proces-verbaal)........................... 583 Hoofdstuk V. (Onmiddellijke verschijning)........................... 584 Titel II. (Het hof van assisen)......... 584 Hoofdstuk I. (Algemene bepaling)..... 585 Hoofdstuk II. (De bevoegdheid van het hof van assisen)................... 585 Hoofdstuk III. (De inbeschuldigingstelling)............................ 585 Hoofdstuk IV. (Voorziening tegen het verwijzingsarrest).................... 588 16 september 2010 xiii
Hoofdstuk V. (Procedure voorafgaand aan de zitting ten gronde)........... 589 Afdeling I. (De ambtsverrichtingen van de voorzitter)..................... 589 Afdeling II. (De ambtsverrichtingen van de procureur-generaal)............... 589 Hoofdstuk VI. (Rechtspleging voor het hof van assisen)...................... 590 Afdeling I. (De preliminaire zitting).... 590 Afdeling II. (De zitting ten gronde)..... 592 Hoofdstuk III..................... 594 Hoofdstuk IV..................... 597 Afdeling I...................... 597 Afdeling III. (De burgerrechtelijke belangen)......................... 601 Afdeling IV. (Algemene bepalingen).... 602 Hoofdstuk VII. (De rechtsmiddelen)... 602 Afdeling I. (Algemene bepaling)....... 602 Afdeling II. (Verzet)............... 602 Afdeling II..................... 602 Afdeling III. (Voorziening in cassatie)... 602 Hoofdstuk VIII. (De tenuitvoerlegging van de beslissing)..................... 602 Titel IIbis. (Algemene bepalingen betreffende de ambtsverrichtingen en opdrachten van het parket-generaal.)......... 603 Hoofdstuk V..................... 604 Afdeling I...................... 604 Afdeling II..................... 604 Titel III. Wijzen van voorziening tegen arresten of vonnissen................ 605 Hoofdstuk I. Nietigheid van het onderzoek en van het vonnis.............. 605 Hoofdstuk II. Beroep in cassatie...... 606 Hoofdstuk IIbis. Heropening van de rechtspleging..................... 608 Afdeling I. Aanvragen tot heropening van de rechtspleging.................... 608 Afdeling II. Verloop van de rechtspleging na de heropening ervan............... 609 Afdeling III. Kosten van de rechtspleging. 609 Hoofdstuk III. Aanvragen tot herziening 609 Titel IV. enige rechtsplegingen van bijzondere aard........................ 611 Hoofdstuk I. Valsheid.............. 611 Hoofdstuk II. Weerspannigheid aan de wet............................. 612 Hoofdstuk III. Misdaden door rechters gepleegd buiten hun ambt en in de uitoefening van hun ambt................. 613 Afdeling I. Vervolging en onderzoek tegen rechters wegens misdaden en wanbedrijven door hen buiten hun ambt gepleegd.... 613 Afdeling II. (Vervolging en onderzoek, wegens misdaden of wanbedrijven in verband met hun ambt, tegen sommige rechters en rechtbanken.)................... 613 Hoofdstuk IV. Misdrijven tegen de eerbied aan de gestelde overheden verschuldigd. 615 Hoofdstuk V. Wijze waarop getuigenissen van de prinsen en van sommige staatsambtenaren worden afgenomen in criminele, correctionele en politiezaken..... 616 Hoofdstuk VI. Vaststelling van de identiteit van ontvluchte en opnieuw aangehouden veroordeelden................. 616 Hoofdstuk VII. Rechtspleging in geval van vernieling of wegneming van het vonnis of van de stukken van een zaak......... 617 Hoofdstuk VIII. Bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen............. 617 Titel V. Regeling van rechtsgebied en verwijzing van de ene rechtbank naar de andere............................ 618 Hoofdstuk I. Regeling van rechtsgebied. 618 Hoofdstuk II. Verwijzing van de ene rechtbank naar de andere............... 619 Titel VI. (bemiddeling.)............. 620 Titel VII. Enige zaken van openbaar belang en van algemene veiligheid........... 622 Hoofdstuk I. (Over het centraal strafregister.) (Nota: de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij................. 622 Hoofdstuk II. (Gevangenissen)........ 625 Hoofdstuk III. Middelen om de persoonlijke vrijheid te verzekeren tegen wederrechtelijke vrijheidsberoving of andere daden van willekeur..................... 626 Toekomstige wettekst.............. 627 Hoofdstuk IV. (Uitwissing van veroordelingen en herstel in eer en rechten in strafzaken.).......................... 627 Afdeling I. Uitwissing van veroordelingen. 627 Afdeling II. Herstel in eer en rechten in strafzaken..................... 627 Hoofdstuk V. Verjaring.............. 629 xiv 16 september 2010
Hoofdstuk VI. Bijzondere bepaling.... 630 Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.......... 630 Titel I. Rechten en vrijheden.......... 630 [Wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen.].............. 633 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis............... 640 Titel I. De voorlopige hechtenis....... 640 Hoofdstuk I. De aanhouding......... 640 Hoofdstuk II. Het bevel tot medebrenging 641 Hoofdstuk III. Het bevel tot aanhouding 641 Hoofdstuk IIIbis. (Bevel tot aanhouding met het oog op onmiddellijke verschijning)........................... 644 Hoofdstuk IV. De handhaving van de voorlopige hechtenis............... 644 Hoofdstuk V. De opheffing van het bevel tot aanhouding................... 646 Hoofdstuk VI. De weerslag van de regeling van de rechtspleging op de vrijheidsbenemende maatregelen................ 646 Hoofdstuk VII. Het hoger beroep...... 647 Hoofdstuk VIII. Het cassatieberoep.... 648 Hoofdstuk IX. De verlenging van de termijnen, de invrijheidstelling, de onmiddellijke aanhouding en het bevel tot aanhouding bij verstek........................ 649 Hoofdstuk X. Vrijheid onder voorwaarden en invrijheidstelling onder voorwaarden. 649 Titel II. Slot-, wijzigings- en opheffingsbepalingen......................... 651 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie... 652 Hoofdstuk I. Begripsbepalingen....... 652 Hoofdstuk II. (Maatschappelijke enquete en beknopt voorlichtingsrapport)..... 652 Hoofdstuk III. Opschorting van de uitspraak van de veroordeling.......... 653 Hoofdstuk IV. Uitstel van de tenuitvoerlegging van de straffen.............. 654 Hoofdstuk V. Probatie.............. 654 Hoofdstuk VI. Herroeping en verjaring.. 656 Hoofdstuk VII. Algemene, overgangs- en opheffingsbepalingen............... 657 Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten............................. 658 Titel I. Algemene bepaling........... 658 Titel II. Definities.................. 658 Titel III. Bepalingen inzake het slachtoffer 658 Titel IV. De door de minister toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten......... 659 Hoofdstuk I. De uitgaansvergunning... 659 Hoofdstuk II. Het penitentiair verlof... 659 Hoofdstuk III. Bepalingen die gemeen zijn aan de Hoofdstuk ken I en II......... 660 Afdeling I. De procedure tot toekenning van de uitgaansvergunning en het penitentiair verlof......................... 660 Afdeling II. Maatregelen in geval van nietnaleving van de voorwaarden en voorlopige aanhouding.................... 660 Hoofdstuk IV. De onderbreking van de strafuitvoering.................... 661 Titel V. De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten... 661 Hoofdstuk I. De beperkte detentie en het elektronisch toezicht............... 661 Afdeling I. De beperkte detentie....... 661 Afdeling II. Het elektronisch toezicht.... 662 Afdeling III. De tijdsvoorwaarden...... 662 Hoofdstuk II. De voorwaardelijke invrijheidstelling....................... 662 Afdeling I. Definitie............... 662 Afdeling II. De tijdsvoorwaarden...... 662 Hoofdstuk III. De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering........................... 662 16 september 2010 xv
Titel VI. Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten........................... 663 Hoofdstuk I. De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder.................... 663 Afdeling I. Definitie............... 663 Afdeling II. De voorwaarden......... 663 Afdeling III. De toekenningsprocedure... 663 Afdeling IV. De beslissing van de strafuitvoeringsrechter.................. 664 Hoofdstuk II. De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar................. 666 Afdeling I. De voorwaarden.......... 666 Afdeling II. De toekenningsprocedure... 666 Afdeling III. De beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank.................. 666 Hoofdstuk III. Bepalingen die gemeen zijn aan de Hoofdstuk ken I en II......... 667 Afdeling I. Bijzondere maatregelen..... 667 Afdeling II. De aanvang van de uitvoering van de strafuitvoeringsmodaliteit...... 667 Afdeling III. De wijziging van de beslissing 667 Titel VII. De opvolging en de controle van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten........................ 668 Titel VIII. De herroeping, de schorsing en de herziening van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten......... 669 Hoofdstuk I. De herroeping.......... 669 Hoofdstuk II. De schorsing.......... 669 Hoofdstuk III. De herziening......... 669 Hoofdstuk IV. De procedure......... 670 Hoofdstuk V. Diverse bepalingen...... 670 Titel IX. De voorlopige aanhouding.... 670 Titel X. De definitieve invrijheidstelling.. 671 Titel XI. De bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechter............ 671 Hoofdstuk I. De voorlopige invrijheidstelling om medische redenen........... 671 Hoofdstuk II. De samenloop van misdrijven............................. 672 Hoofdstuk III. De vervanging van de door de strafrechter uitgesproken vrijheidsstraf door een werkstraf................. 673 Titel XIbis. Bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbank......... 673 Hoofdstuk I. De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank......... 674 Afdeling I. Algemeen.............. 674 Afdeling II. Uitvoeringsprocedure van de terbeschikkingstelling.............. 674 Afdeling III. Het verloop van de vrijheidsbeneming....................... 675 Afdeling IV. Ambtshalve jaarlijkse controle door de strafuitvoeringsrechtbank...... 677 Afdeling V. Het verloop van de invrijheidstelling onder toezicht.............. 678 Afdeling VI. Ontheffing van de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank......................... 678 Titel XII. Het cassatieberoep......... 679 Titel XIIbis. Overlegstructuren........ 679 Titel XIII. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen.................. 679 Hoofdstuk I. Wijzigingsbepalingen..... 679 Afdeling I. Wijziging van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering.. 679 Afdeling II. Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering................ 680 Afdeling III. Wijziging van het Strafwetboek 680 Afdeling IV. Wijziging van de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen............ 680 Afdeling V. Wijziging van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.... 680 Hoofdstuk II. Opheffingsbepalingen... 680 Hoofdstuk III. Overgangsbepalingen... 680 Titel XIV. Inwerkingtreding........... 681 xvi 16 september 2010