Werkstuk door een scholier 2321 woorden 12 juni 2002 6,4 75 keer beoordeeld Vak CKV De geschiedenis van het Kröller-Müller Het Museum is genoemd naar Hélène Kröller-Müller (1869-1939). Ze was van Duitse afkomst, getrouwd met een Nederlandse grootindustrieel. Ze was vervuld van het idee dat ze door het verzamelen van kunst in haar eigen tijd dezelfde rol zou kunnen vervullen als de vorsten van vroeger. Geïnspireerd door haar adviseur, de kunstcriticus en schilder H.P. Bremmer begon ze kunstwerken te verzamelen, met nadruk op kunst van haar eigen tijd. Zo ontstond er een van de eerste grote collecties van de moderne kunst uit het begin van deze eeuw. Aanvankelijk stelde ze die in haar eigen huis tentoon, dat een dag in de week open was voor het publiek. Tussen 1909 en 1914 kocht het echtpaar het terrein op, dat nu het Nationale Park de Hoge Veluwe is. Dit terrein was als jachtgebied bedoeld. Ze importeerde herten, moeflons, wilde zwijnen en kangoeroes. In 1914 liet ze het jachtslot St. Hubertus ontwerpen door de architect H.P. Berlage, die een tijd lang in vaste dienst van de familie was. Al die tijd had mevrouw Kröller van een eigen museum gedroomd, dat ze midden in het park wilde laten bouwen. Het paste in de idealen van die tijd om kunst en natuur als een geheel te zien. Door de economische crisis van de jaren 30 is het droommuseum er nooit gekomen. Hélène Kröller-Müller stopte met verzamelen en schonk in 1935 haar verzameling aan de Nederlandse staat op voorwaarde dat deze er een museum voor zouden bouwen. Dat gebeurde en in 1938 wordt het museum geopend, mevrouw Kröller werd de eerste directrice van het Kröller-Müller museum. Mevrouw Kröller had haar eigen, duidelijke opvattingen over kunst, die haat verzamelingbeleid bepaalden. Zo hield ze van het realisme van Van Gogh, maar ook van het abstracte werk van de Kubisten en Mondriaan. Ze was niet geïnteresseerd in stromingen als het Duitse of Franse Expressionisme van haar tijd. Ook nu nog wordt die lijn in het verzamelbeleid gerespecteerd. Op latere leeftijd raakte mevrouw Kröller steeds meer geïnteresseerd in de beeldhouwkunst als een verbinding tussen architectuur en schilderkunst. Na haar door werd besloten om de verzameling van het museum in die zin uit te breiden. In 1953 werd er een aparte beeldenzaal gebouwd voor de sculpturen van de verzameling, door dezelfde architect met wie mevrouw Kröller voor het oude museum had samengewerkt: Henri van de Velde. In 1951 werden de eerste plannen gemaakt voor de aanleg van een beeldentuin, die in 1961 open ging. Het is eerste beeldentuin die voor een vaste collectie is ontworpen. De tuin is zo aangelegd, dat de open plekken waar de sculpturen staan opgesteld te vergelijken zijn met openluchtzalen. Vroeger was het belangrijk dat beelden op mooie gazons stonden en van alle kanten zichtbaar waren. Tegenwoordig vraagt het museum vaak aan kunstenaars om speciaal voor de beeldentuin werk te maken. https://www.scholieren.com/verslag/6419 Pagina 1 van 5
Een aantal werken uit het Kröller-Müller Zoals hiervoor vermeld hangen er in het Kröller-Müller schilderijen en staan er beeldhouwwerken. Een aantal schilderijen willen wij wat verder uitwerken. - Theo van Rijsselberghe De rotspunt per Kiridec, 1889 Het schilderij van Van Rijsselberghe is figuratief. De horizon van dit schilderij is geschilderd op ongeveer een derde van boven. Boven de horizon is een lichtblauw/wit vlak te zien wat links onder een beetje naar het roze toe loopt. Op een vierde van de horizon aan de linkse kant is een groen/gele streep te zien. Op ongeveer de helft van het schilderij begint deze groene streep weer en nu loopt deze door tot helemaal rechts, wel wordt hij een klein stukje onderbroken door een rots (waar later nog verder op ingegaan wordt. Er zijn nog meer van deze groen/gele vlakken te zien, zo zit er linksonder ook een kleine. Rechtsonder in de hoek begint ook zo n stuk, deze loopt schuin naar boven tot ongeveer de helft op een vierde hoogte. Daar loopt hij schuin naar boven op een vierde van de horizon van rechts. Dan zie je een stukje waar de rots boven de horizon uitsteekt. Op ongeveer een vijfde van links op de horizon gaat hij weer terug naar beneden en eindigt op de helft van het schilderij aan de rechterkant. De rots en het stuk land ervoor zijn ook in de geel/groene tint geschilderd. De rots is meer in een gele kleur geschilderd en het land ervoor meer in een groene tint. De rest van het schilderij is in een donkerblauwe kleur geschilderd. Links onder zijn er in het blauwe stuk een aantal zwart/paarse rotsjes geschilderd. Mijn aandacht wordt gevestigd op de rots aan de rechterkant van het schilderij, de kunstenaar heeft dat bereikt door dat veel groter te schilderen en in een opvallende kleur, namelijk geelachtig. Er is een allesomvattende compositie te zien in het werk van Van Rijsselberghe. De beeldaspecten die het meeste opvallen zijn kleur, licht en ruimte. De kleur omdat er gebruik is gemaakt van felle kleuren (geel- en blauwtinten), er is ook gebruik gemaakt van expressief kleurgebruik. De ruimte omdat de schilder probeert ruimte te suggereren. De rots is voor de horizon geplaatst, wat wil zeggen dat deze dichter bij staat dan de rest. Ook is de achtergrond veel vager afgebeeld. En licht omdat je op het water een duidelijke schaduw ziet van de rots, dit wil zeggen dat er een lichtbron is achter de schilder. Ook is er iets van spiegeling van licht op het water te zien. Het werk is lineair, de contouren zijn duidelijk te zien. De schilder probeert de zichtbare werkelijkheid te laten zien. De titel geeft ook duidelijk aan hoe je het schilderij moet interpreteren. De titel geeft aan wat er te zien is en waar het is. Theo van Rijsselberghe was een schilder die behoorde tot het pointillisme. Een kenmerk van het pointillisme is dat de aanhangers schilderden in stippen van onvermengde kleuren, de kleuren worden in het oog van de beschouwer gemengd. - Auguste Herbin Paysage à Vaison la Romaine, le rocher, 1924 Het werk van deze schilder is figuratief. Van linksboven tot rechtsboven is lichtblauwe lucht te zien. Links loopt dit tot ongeveer een vierde van boven. Rechts tot iets minder ver. Verder zijn er in de lucht vier witte strepen te zien, twee zitten er aan de linkerkant naast de berg (waar dadelijk nog over verteld wordt), de ander twee zijn groter en zitten aan de linkerkant. Het lichtblauw onder de laatste streep wordt steeds lichter tot bijna wit. Verder is er op het schilderij nog een dorp op een berg te zien. De berg is geschilderd in een rood/bruine https://www.scholieren.com/verslag/6419 Pagina 2 van 5
kleur met redelijk veel groen in de omgeving. Links onder de lucht begint het groen en loopt tot ongeveer een vierde van onder. Daar onder is een rood/bruine kleur te zien met een donkerdere tint hek erop. Naast dit hek is nog een vlak groen te zien. Daarnaast komt vanaf ongeveer de helft van het schilderij een andere rots naar boven. Deze loopt schuin naar rechtsboven tot ongeveer een vijfde van boven. De rots is geschilderd in de kleuren gebroken wit en ligt paars/roze. Op de helft van het schilderij en links daaronder zijn alweer twee groene vlakken te zien. Een klein stukje achter dit laatst genoemde vlak is ook een groen vlak te zien, deze loopt tot ongeveer een vierde van het schilderij. Links hiernaast loopt de berg met het dorp erop schuin naar boven tot ongeveer een zesde van het schilderij. De berg gaat als hij hier is aangekomen een stukje naar rechts om daarna weer naar schuin naar beneden naar rechts te gaan. Het stopt op ongeveer een vijfde van het schilderij. Het stuk van rechtsonder tot linksboven is zoals al gezegd geschilderd in een rood/bruine kleur met hier en daar donkerbruine streepjes erop. De rest is ook in deze kleur geschilderd. Op de rest van de berg zijn huisjes te zien. Mijn aandacht wordt niet naar een bepaald punt getrokken. Er is een diagonale compositie in dit schilderij te zien. Dit komt door de rots die van onder het midden tot rechtsboven is geschilderd. Het beeldaspect dat het meeste opvalt is de ruimte. Dit komt omdat het dorp op de achtergrond kleiner is getekend als de rots op de voorgrond. Door afsnijding en overlapping. Wat verder nog opvalt is het contrast van de kleuren, het koude blauw is tegen het warme rood/bruine van de rots geschilderd. Het werk is lineair, het tekenmatige en lijnmatige overheerst. De contouren zijn duidelijk en scherp. In het schilderij is de zichtbare werkelijkheid onderwerp. De titel geeft aan dat het om een landschap gaat bij Vaison la Romaine, waarschijnlijk is dat het dorp dat te zien is, en wel om een rots. Herbin kun je niet echt indelen bij een bepaalde stijl. In zijn werk zijn invloeden van het fauvisme en kubisme. Het fauvisme komt tot uiting doordat er geen gebruik wordt gemaakt van licht-en-donker-effecten en schaduwen. De kubistische elementen komen naar voren door de hoekige vormen. We praten over elementen omdat de hoekige vormen gebruikt worden in combinatie met ronde vormen. - Piet Mondriaan Zee bij Domburg, 1909 Het werk van Mondriaan is figuratief. Van linksboven tot rechtsboven is een donkerblauw vlak te zien dat loopt tot ongeveer een derde van boven. Het is een niet helemaal egaal blauw vlak, er zitten iets lichtere en donkere stukjes in. Vanaf ongeveer het midden onder het blauwe vlak tot ongeveer het midden links is een donkerder blauw vlak te zien. Hierlangs is een witte streep te zien. Naast deze witte streep is een lichter blauw vlak te zien. Dit vlak loopt niet recht, maar op ongeveer een vierde onder het eerst genoemde blauwe vlak begint het. Loopt dan een stukje naar rechts tot ongeveer een vijfde, een stukje naar beneden en dan naar links. Het vlak stopt ongeveer een vierde van onder. Het is ook niet een kleur, er zit hier en daar witte en donkerdere blauwe stukken in. Van middenlinks tot middenonder loopt een diagonaal die langs het laatstgenoemde blauwe vlak loopt. Dit vlak is geschilderd in een geel en groene kleur met hier en daar een rozige vlek. De twee kleine vlakjes die nu nog open zijn ook in deze kleuren geschilderd, maar dan iets minder fel. Mijn aandacht wordt niet naar een bepaald punt getrokken. https://www.scholieren.com/verslag/6419 Pagina 3 van 5
Er is een diagonale compositie te zien, het linkervlak in de geelachtige kleur overlapt door de diagonale lijn een stuk. Hierdoor wordt er ook ruimte in het schilderij gecreëerd. Waardoor het beeldaspect ruimte het meest opvalt. Ook wordt er gebruik gemaakt van afsnijding. Het werk niet is lineair, de contouren zijn niet goed van elkaar te onderscheiden. Ze zijn niet heel scherp weergegeven. De zichtbare werkelijk is onderwerp van dit schilderij. De titel geeft ook een duidelijk interpretatie van het schilderij. Het geeft aan dat het om een zee gaat en wel bij Domburg. Mondriaan is een schilder die hoort bij De Stijl, een stijl die het kubisme tot een uiterste vorm van abstractie doorvoert. Maar dit schilderij hoort daar niet bij, het is zeker niet abstract. Het is ook voor de tijd van De Stijl geschilderd. - Johan Barthold Jongkind Winter 1845, 1845 Het schilderij van Jongkind is figuratief en een vlak beeld. Van linksboven tot rechtsboven is het een lichtblauw/wit/grijs vlak, dit vlak loopt tot ongeveer een vierde van onder, hier is ook de horizon geschilderd. Rechtsboven en in het midden zit een lichtblauw stukje en naar onder toe wordt het steeds donkerder tot grijs toe. Op ongeveer een vierde van onder aan de linkse kant is een groepje bomen te zien in een donkerbruine kleur, dit groepje bomen loopt tot ongeveer een vierde naar rechts. In dit groepje staan twee bomen die er iets hoger boven uit steken, tot ongeveer de helft. Naast deze bomen is een oranjekleurig dak van een huis te zien dat ongeveer tot de helft van het schilderij loopt. Voor het huis is een geelkleurig valk te zien, het begint ongeveer bij de helft van het huis en steekt er aan de rechtse kant iets verder dan helft uit. Voor de andere helft van het huis, aan de linkerkant, is een wit vlak te zien dat helemaal door naar links loopt (ook voor de bomen). Rechts naast het huis staat nog een boom die op ongeveer een derde van het schilderij uitkomt. Voor het witte en gele vlak is een blauw valk te zien dat helemaal naar rechts doorloopt, maar hoe meer naar rechts we gaan hoe witter het wordt (we zijn nu helemaal aan de onderkant van het schilderij aangekomen). Dit vlak loopt schuin langs het gele vlak voor het huis en buigt dan af naar links, rechts is dit ook het geval. Op de horizon is in het midden van het schilderij heel klein in een witte kleur een molen geschilderd. Rechts van de molen zijn in een bruine kleur, met een wit laagje erop, heuveltjes geschilderd. Voor deze heuveltjes is langs et blauw/witte vlak een wit vlak te zien. Op dat vlak staat een boom, die ongeveer tot de helft van het schilderij reikt. Schuin voor de molen en naast de boom, daartussen is een bruggetje geschilderd in een grijze kleur. Tussen de boom en de brug schaatst een mannetje deze is zwartgekleurd. Er is in dit schilderij een diagonaalcompositie te zien. Het beeldaspect wat het meeste opvalt is de ruimte, de schilder probeert ruimte te suggereren door verkleining, alles wat verder weg staat wordt veel kleiner afgebeeld. Maar ook wordt dat wat verder weg staat vager afgebeeld. Ook is de horizon vrij laag getekend, waardoor je het idee krijgt dat het landschap nog ver doorloopt en er is gebruik gemaakt van overlapping. Het werk is lineair, het tekenmatige en lijnmatige overheersen en de contouren zijn duidelijk en scherp. De zichtbare werkelijkheid is onderwerp van dit schilderij van Jongkind. De titel levert een duidelijk aanwijzing over wat er op het schilderij is te zien. De titel is Winter 1845 dus het zal hoogstwaarschijnlijk geschilderd in de winter van 1845. Jongkind heeft een belangrijke betekenis gehad voor de ontwikkeling van het impressionisme. Hij had veel aandacht voor licht en atmosfeer zoals ook in zijn schilderij te zien is. In Jongkinds schilderij speelt water https://www.scholieren.com/verslag/6419 Pagina 4 van 5
vaak een grote rol, zo ook in deze. https://www.scholieren.com/verslag/6419 Pagina 5 van 5