Titel van de demo Proefveldbezoek prei 2017 Rumbeke Beitem Dinsdag 21 november 2017, 14u30-17u30
Inhoudstabel 1. Rassen... 1 2. Prei afdekproef... 10 3. W&W prei 2017... 12 4. Bestrijding van trips in prei (GMO)... 14 5. Correct omgaan met gewasbeschermingsmiddelen... 16 6. Fosfor uitmijningsproef in prei VLAIO... 21 7. Erosiebestrijding a.d.h.v. drempeltjes in prei VLAIO... 23 8. Hydrocultuur van prei in open lucht... 26 9. SMART CROPS: Bladbemesting met behulp van sensorbeelden... 33 10. Haal meer uit mest met kleinschalige vergisting (Pocket Power)... 35 11. Vlaio-project (150902) - Geïntegreerde beheersing van de preimineervlieg Phytomyza gymnostoma Loew in prei... 37 12. Vlaio-project (150914) - Optimalisatie van een faag-therapie tegen bacteriële pathogenen in kool en prei... 39 13. IWT-project (110786) - Teeltspecifieke webapplicatie ter ondersteuning van residuarm telen van groenten... 41 14. App gewasbescherming... 45 15. Registreer je op inagro.be... 47
1. Rassen 1.1. Rasgevoeligheid ziekten en plagen Vroege rassen Trips Papiervlekken Roest Colletotrichum Jumper + ++ + -- Linkton +/- +/- ++ ++ Duraton - +/- ++ + Krypton +/- ++ - + Rally + - + - Megaton -- +/- + + Herfstrassen Trips Papiervlekken Roest Colletotrichum Poulton + ++ ++ ++ Belton - + ++ ++ Gevaria -- Takrima +/- - -- SV3274ZL + +/- + + Cherokee + + + + SV3225ZL +/- - + + Longton + ++ ++ +/- Curling +/- + - + Keeper + +/- + -- Delmas +/- +/- - + Mercurian + - -- + Fama - -- - Mako Nice -- - - - Nunton + ++ ++ -- Winterrassen Trips Papiervlekken Roest Colletotrichum Pluston ++ ++ + +/- Aylton + - + -- Vitaton + + + -- Mako Bello +/- + +/- Lucretius +/- -- - +/- Mako Power - +/- - -- Oberon +/- -- - - Navajo -- +/- +/- -- Harston -- - -- +/- Krakatoa - - - +/- Nieuwe rassen Trips Papiervlekken Roest Colletotrichum Fencer +/- + Sumstar - -- + ++ 38-235 RZ + +/- + - SV3192ZE - + Skater +/- ++ ++ -- Stromboli - - - +/- TZ 0188 - - - +/- Gostar + +/- - - 1
1.2. Zomerprei verse markt 2017 1.2.1. Proefplan en proefgegevens 106 204 303 402 105 206 305 401 104 202 301 403 103 201 302 405 102 205 304 406 101 203 306 404 Nr. Cultivar Zaadhuis 1 E65A097 Enza 2 Krypton Nunhems 3 Linkton Nunhems 4 Skater Bejo 5 Stromboli (SG1866) Syngenta 6 Sumstar (SV0884ZM) Seminis zaaien 24/02/2017 in een glazen serre planten 12/05/2017 plantafstand 50 x 10 cm 1.2.2. Resultaten 2
Tabel: Gewas- en oogstkenmerken Cultivar Bladkleu r Lengte Snijvlak Knobbel- Pelbaarheid Netto-opbrengst Wegval Kleur % planten met rotte overgang (cm) blad vorming (ton/ha) (%) na bewaring bladeren na bewaring E65A097 7,3 ab 11,9 bc 7,3 bc 8,3 a 6,8 b 60,4 a 1,0 c 7,0 a 20,0 a Krypton 7,3 ab 13,4 b 8,5 a 6,8 b 7,6 a 54,6 ab 12,0 a 7,5 a 20,0 a Linkton 6,5 b 18,5 a 5,0 d 6,8 b 4,5 c 44,6 bc 9,5 ab 5,3 b 5,0 a Skater 8,3 a 9,1 d 8,0 ab 5,8 b 6,9 b 40,6 c 1,8 bc 7,8 a 5,0 a Stromboli (SG1866) 8,3 a 10,2 cd 7,0 c 8,5 a 7,9 a 46,7 bc 3,5 bc 7,3 a 13,3 a Sumstar (SV0884ZM) 6,3 b 9,5 d 7,0 c 8,5 a 6,9 b 45,3 bc 7,3 ab 7,0 a 11,7 a Gemiddelde 7,3 12,1 7,1 7,4 6,8 48,7 5,9 7,0 12,5 open, Quotering bleek gekruld veel slecht geel donker gesloten geen goed groen Tabel 1: Opbrengst Cultivar Netto-opbrengst Gemiddeld stukgewicht Marktbare Schot Afval Wegval (ton/ha) (gram) planten (%) (%) (%) (%) E65A097 60,4 a 304 a 98,2 a 0,0 a 0,8 a 1,0 c Krypton 54,6 ab 311 a 87,8 b 0,0 a 0,2 a 12,0 a Linkton 44,6 bc 251 b 88,3 b 0,2 a 2,0 a 9,5 ab Skater 40,6 c 207 b 97,8 a 0,0 a 0,3 a 1,8 bc Stromboli (SG1866) 46,7 bc 242 b 96,2 ab 0,0 a 0,3 a 3,5 bc Sumstar (SV0884ZM) 45,3 bc 246 b 92,0 ab 0,0 a 0,7 a 7,3 ab Gemiddelde 48,7 260,4 93,4 0,0 0,7 5,9 KWV 10,4 47,0 (1) (1) (1) (1) V.C. (%) 9,3 7,9 4,3 489,9 128,8 35,2 P-waarde 0,000 *** 0,000 *** 0,004 ** 0,451 0,714 0,000 *** 3
1.3. Vroege herfstprei verse markt (rassen 2017) 1.3.1. Proefplan en proefgegevens 111 204 303 405 110 202 306 408 109 207 301 404 108 203 309 401 107 211 310 402 106 205 308 403 105 209 302 410 104 201 307 406 103 208 305 411 102 210 311 407 101 206 304 409 Nr. Cultivar Zaadhuis 1 Autora (33-2485) Hazera 2 Cherokee Enza 3 Curling Bejo 4 Delmas Syngenta 5 E65A098 Enza 6 Krypton Nunhems 7 Nunton Nunhems 8 Poulton Nunhems 9 Stromboli Syngenta 10 SV3225ZL Seminis 11 TZ 0188 Uniseeds zaaien 30/03/2017 in een plastiek serre planten 12/06/2017 plantafstand 60 x 9 cm Tabel: Gewaskenmerken Cultivar Blad- Unifor- Groei- Blad- Lengte Gesloten- Snijvlak Trips Sleet Opgroeiende Pelbaarkleur miteit wijze schakeling overgang heid blad blad wortels heid Autora (33-2485) 6,5 7,0 9,0 4,3 12,7 7,5 7,5 5,8 7,0 6,9 7,1 Cherokee 8,5 7,5 6,3 4,8 8,6 6,5 7,3 7,0 7,8 6,8 6,8 Curling 9,0 7,5 4,0 7,0 7,4 5,0 6,8 7,0 7,3 8,5 7,4 Delmas 7,5 6,8 6,0 3,3 8,3 5,8 6,3 6,5 6,3 8,3 6,9 E65A098 8,0 6,0 5,5 5,0 8,2 7,8 7,3 6,5 7,3 5,8 6,3 Krypton 6,3 8,0 8,3 4,3 11,6 5,5 5,8 6,3 7,5 8,6 7,6 Nunton 7,8 6,8 4,5 5,5 9,4 6,0 6,8 7,3 7,8 8,1 7,1 Poulton 8,8 6,3 4,8 5,5 6,8 7,3 6,5 7,5 7,5 8,6 6,9 Stromboli 6,8 6,3 7,0 6,5 7,9 5,5 7,0 6,5 7,5 9,0 7,0 SV3225ZL 7,3 5,5 4,0 8,0 8,1 6,8 8,5 8,0 7,0 8,4 7,9 TZ 0188 7,0 7,0 4,8 6,8 9,7 6,8 8,8 6,8 6,0 8,1 6,4 Gemiddelde 7,6 6,8 5,8 5,5 9,0 6,4 7,1 6,8 7,2 7,9 7,0 Quotering 1= bleek heterogeeweinig oplang open open, gek veel slecht 9= donker homogee opgerichkort gesloten gesloten geen goed 4
Tabel: Opbrengst Cultivar Netto-opbrengst Gemiddeld stukgewicht Marktbare planten (%) Afval Wegval (ton/ha) (gram/stuk) (%) (%) Autora (33-2485) 59,4 328 97,3 1,5 1,2 Cherokee 55,3 305 98,0 0,2 1,8 Curling 50,9 279 98,7 0,7 0,7 Delmas 54,4 299 98,2 0,2 1,7 E65A098 49,6 272 98,0 1,2 0,8 Krypton 65,5 373 94,8 1,7 3,5 Nunton 54,5 301 97,8 0,5 1,7 Poulton 55,9 304 99,5 0,0 0,5 Stromboli 54,7 300 98,3 0,3 1,3 SV3225ZL 53,1 296 96,8 0,3 2,8 TZ 0188 60,5 328 98,3 0,0 1,7 Gemiddelde 55,8 308 97,8 0,6 1,6 Tabel: Kwaliteitgegevens na bewaring snijvlak Stevigheid kleur houd- kleur (%) planten (1) met rotte doorgroei blad schacht blad binnenzijde baarheid algemeen schacht bladeren (cm) Autora (33-2485) 6,8 6,5 7,5 6,0 5,5 5,3 0,0 45,0 0,9 Cherokee 5,8 7,5 7,5 7,5 7,0 7,0 0,0 16,7 0,8 Curling 7,0 8,0 7,8 8,3 7,8 8,3 0,0 13,3 0,5 Delmas 6,8 6,3 7,3 7,5 7,0 7,0 0,0 16,7 0,4 E65A098 7,3 6,8 6,8 7,3 7,0 7,0 0,0 11,7 0,6 Krypton 8,0 7,5 7,0 6,5 7,0 7,0 0,0 38,3 0,7 Nunton 7,3 7,3 6,3 7,3 6,5 6,5 0,0 38,3 0,6 Poulton 6,8 6,5 7,5 8,3 8,3 8,3 0,0 13,3 0,2 Stromboli 7,3 7,3 6,5 6,8 6,0 6,0 0,0 38,3 0,6 SV3225ZL 8,3 6,3 6,5 6,5 5,8 5,8 0,0 45,0 0,4 TZ 0188 8,0 7,3 6,8 6,3 6,0 6,0 0,0 45,0 0,5 Gemiddelde 7,2 7,0 7,0 7,1 6,7 6,7 0,0 29,2 0,6 Quotering 1= open zacht geel slecht geel 9= gesloten stevig groen goed groen 5
1.4. Late herfstprei verse markt (rassen 2017) 1.4.1. Proefplan en proefgegevens 408 414 419 410 417 407 403 409 405 401 418 413 404 415 406 412 309 314 411 416 402 317 315 301 307 313 310 305 316 318 308 304 311 306 302 319 218 206 217 312 303 205 216 202 208 214 219 201 212 213 204 215 210 207 203 211 116 117 118 119 209 111 112 113 114 115 106 107 108 109 110 101 102 103 104 105 zaaien 6/04/2017 in een plastiek serre planten 27/06/2017 plantafstand 65 x 10 cm Nr. Cultivar Zaadhuis 1 33-2604 Hazera 2 Aylton Nunhems 3 Cherokee Enza 4 Curling Bejo 5 Delmas Syngenta 6 E65A098 Enza 7 Gostar Seminis 8 Keeper Bejo 9 Mako-bello Sanac 10 Mako-Hy024 Sanac 11 Mako-nice Sanac 12 Mako-power Maes 13 Nunton Nunhems 14 Pluston Nunhems 15 Poulton Nunhems 16 SG1907 Syngenta 17 SV3225ZL Seminis 18 SVZL2452 Seminis 19 Vitaton Nunhems 6
1.5. Late herfstprei industrie 1.5.1. Proefplan en proefgegevens 314 310 319 301 317 311 308 309 315 312 306 316 318 305 302 313 304 204 211 216 303 307 210 208 206 212 214 215 213 219 217 209 205 203 207 202 218 116 117 118 119 201 111 112 113 114 115 106 107 108 109 110 101 102 103 104 105 zaaien 30/03/2017 in een plastiek serre planten 22/06/2017 plantafstand 65 x 10 cm Nr. Cultivar Zaadhuis 1 Cherokee Enza 2 Comanche Enza 3 Duraton Nunhems 4 Fencer Bejo 5 Gevaria Enza 6 Gostar Seminis 7 Krypton Nunhems 8 Linkton Nunhems 9 Longton Nunhems 10 Mako-bello Sanac 11 Megaton Nunhems 12 nice Sanac 13 Pluston Nunhems 14 Power Sanac 15 Rally Bejo 16 SG 1101 Syngenta 17 Sumstar Seminis 18 SV3192ZL Seminis 19 Volta Seminis 1.6. Late winterprei verse markt 1.6.1. Proefplan en proefgegevens 106 204 303 402 105 206 305 401 104 202 301 403 103 201 302 405 102 205 304 406 101 203 306 404 zaaien 10/05/2017 in open lucht planten 10/08/2017 plantafstand 65 x 9 cm Nr. Cultivar Zaadhuis 1 Cherokee Enza 2 E65D.098 Enza 3 Harston Nunhems 4 Krakatoa Syngenta 5 Lucretius Seminis 6 Vitaton Nunhems 7
1.7. Ziekten: vroege herfstprei 1.7.1. Proefplan en proefgegevens S V 3 2 2 5 Z L 309 310 307 304 K 306 K 302 K 308 311 S r r r K 210 209 305 301 y y y r 303 V 3 205 p 208 p 211 p 207 y 204 2 t t t p 111 203 201 206 2 o o o t 202 5 106 n 107 n 108 n 109 o 110 Z n 101 102 103 104 105 L zaaien planten 22/06/2017 plantafstand 1.7.2. Resultaten 30/03/2017 in een plastiek serre 65 x 10 cm roest purper papier tripsschade 29/sep 27/okt 29/sep 27/okt 29/sep 27/okt 29/sep 27/okt 1 Autora (33-2485) Hazera 3 2 9 7,7 9 9 3 6 2 Cherokee Enza 6,3 6,3 8,7 8,7 9 9 4,3 6,7 3 Curling Bejo 6 5,3 9 8 9 9 4,3 5,7 4 Delmas Syngenta 6,3 5,7 8 7,3 9 9 4 6 5 E65A098 Enza 6 7 8,3 9 8,7 9 5,3 7,7 6 Krypton Nunhems 4,3 6 9 7,7 9 9 2,7 6 7 Nunton Nunhems 6,7 6 9 9 9 9 4,7 7,3 8 Poulton Nunhems 4,7 3,7 9 7,3 9 9 4 6,7 9 Stromboli Syngenta 4 5 8,7 8,3 9 9 2 6 10 SV3225ZL Seminis 6 6 8,7 7,3 8,7 9 4,7 6 11 TZ 0188 Uniseeds 5,3 4,3 9 8,7 9 9 3,7 5,7 score (1-9) waarbij 1= veel aantasting; 9= geen aantasting 8
1.8. Ziekten: late herfst- en winterprei 1.8.1. Proefplan en proefgegevens H a r s t o n 307 316 319 304 305 310 311 312 317 318 322 308 301 306 303 321 313 314 315 320 309 302 208 H 209 H 222 H 219 a a a 212 r 201 r 214 r 221 220 s 213 s 206 s 207 204 t 217 t 218 t 215 o o o 216 n 205 n 202 n 203 121 122 210 211 117 118 119 120 113 114 115 116 109 110 111 112 105 106 107 108 101 102 103 104 zaaien late herfstprei 6/04/2017 in een plastiek zaaien winterprei serre 5/04/2017 open lucht, H a r s t o n afgedekt met acryldoek planten 12/07/2017 plantafstand 1.8.2. Resultaten 65 x 10 cm roest purper papier tripsschade 29/sep 27/okt 29/sep 27/okt 29/sep 27/okt 29/sep 1 Aylton Nunhems 6,7 5,3 9,0 9,0 9,0 9,0 4,7 6,3 2 Cherokee Enza 7,3 7,0 8,7 8,0 9,0 9,0 6,3 7,3 3 E65D.098 Enza 7,0 7,3 9,0 7,7 9,0 9,0 5,3 7,7 4 Harston Nunhems 6,0 4,3 8,7 7,7 9,0 9,0 5,0 6,3 5 mako-bello Sanac 6,0 4,7 8,7 8,0 9,0 9,0 4,0 5,7 6 Mako-Hy024 Sanac 5,3 5,7 9,0 7,3 9,0 9,0 3,7 5,7 7 mako-nice Sanac 5,3 6,3 8,7 8,0 9,0 9,0 4,0 5,7 8 mako-power maes 4,7 5,3 8,7 8,3 9,0 9,0 4,0 6,3 9 Pluston Nunhems 6,3 3,3 9,0 7,7 9,0 9,0 5,0 6,7 10 SG1860 Syngenta 5,7 6,3 9,0 8,0 9,0 9,0 4,7 6,7 27/okt 9
11 SG1907 Syngenta 6,3 7,3 8,3 8,0 9,0 9,0 5,7 6,7 12 Vitaton Nunhems 5,3 5,7 8,7 7,0 8,7 9,0 5,0 6,3 13 33-2604 Hazera 7,3 6,3 9,0 8,0 9,0 9,0 5,0 6,3 14 Curling Bejo 6,7 6,3 9,0 8,7 9,0 9,0 5,0 7,0 15 Delmas Syngenta 5,3 5,0 8,3 7,3 9,0 9,0 4,3 6,3 16 E65A098 Enza 7,0 6,3 7,0 7,0 9,0 9,0 5,7 7,0 17 Gostar Seminis 5,7 4,7 8,3 8,0 9,0 9,0 4,7 6,3 18 Keeper Bejo 7,7 7,0 9,0 8,7 9,0 9,0 5,0 7,0 19 Nunton Nunhems 6,3 7,7 9,0 8,7 9,0 9,0 5,0 6,7 20 Poulton Nunhems 7,0 5,0 9,0 7,7 9,0 9,0 6,0 7,0 21 SV3225ZL Seminis 7,3 6,7 8,3 8,0 9,0 9,0 4,7 6,3 22 SVZL2452 Seminis 6,7 6,3 8,7 8,7 9,0 9,0 5,3 7,0 score (1-9) waarbij 1= veel aantasting; 9= geen aantasting 2. Prei afdekproef 2.1. Proefplan en proefgegevens nt gespoten gespoten 203 304 201 302 204 303 45,00 m 202 301 104 402 103 401 102 404 Objecten 1 niet afgedekt 2 zware vliesdoek (30 gr/m²) 3 lichte vliesdoek (17 gr/m²) 4 klimaatdoek (Howicover) 101 403 Objecten: 1 niet afgedekt Planten 2 zware vliesdoek (30 gr/m²) 28/07/16 3 lichte vliesdoek (17 gr/m²) Voorvrucht Wintertarwe 4 klimaatdoek (Howicover) Plantafstand 65 x 9 Ras planten: 28/07/2016 voorvrucht: wintertarwe plantafstand : 65 cm X 9 cm ras: Harston (Nunhems) 15,60 m Harston (Nunhems) 10
2.2. Resultaten 2016-2017 Tabel: Score gewasstand, sleet, ziekten, vorst en bruine toppen gewas stand bij oogst sleet roest papie rvlek kenzi ekte vorst schade bruine toppen 1 niet behandeld 8,0 8,0 6,0 9,0 9,0 8,0 1 behandeld 8,0 8,0 6,3 9,0 9,0 8,0 2 niet behandeld 7,0 8,0 4,5 9,0 9,0 7,0 2 behandeld 7,3 8,0 5,5 9,0 9,0 7,0 3 niet behandeld 7,3 8,0 5,5 9,0 9,0 7,3 3 behandeld 7,5 8,0 6,0 9,0 9,0 7,3 4 niet behandeld 8,0 8,0 6,0 9,0 9,0 8,0 4 behandeld 8,0 8,0 6,0 9,0 9,0 8,0 Score 1-9 waarbij 1= slechte gewasstand, veel sleet en ziekte; 9= gezond, vrij van sleet, ziekte Tabel: Opbrengst en sortering volgens kwaliteit en grootte (in %) Nettoopbrengst Gem stuk Flandria A1 industrie < 2 cm 1 niet behandeld 1 behandeld 2 niet behandeld 2 behandeld 3 niet behandeld 3 behandeld 4 niet behandeld 4 behandeld (ton/ha) gewicht (g) 55,2 325,4 50,3 294,3 50,2 302,0 49,7 292,1 53,2 315,7 49,7 294,9 51,1 300,8 50,1 294,3 2-3 cm 3-4 cm 98 2 0 11 62 26 0 99 1 0 13 63 25 0 97 3 0 9 68 23 0 96 2 2 14 61 23 0 96 4 0 10 65 25 0 100 0 0 16 66 18 0 92 8 0 14 62 24 0 > 4 cm 94 6 0 15 52 33 0 11
15/apr 22/apr 29/apr 6/mei 13/mei 20/mei 27/mei 3/jun 10/jun 17/jun 24/jun 1/jul 8/jul 15/jul 22/jul 29/jul 5/aug 12/aug 19/aug 26/aug 2/sep 9/sep 16/sep 23/sep 30/sep 7/okt 14/okt 21/okt 28/okt 4/nov 11/nov 18/nov Gemiddeld aantal tripsen per val 3. W&W prei 2017 Net als in de kolen worden verschillende preivelden in West-Vlaanderen opgevolgd door Inagro om een algemeen beeld te schetsen van aanwezige plagen en ziektes in de teelt. Deze opvolging gebeurt met de financiële steun van de REO veiling. Op basis daarvan worden wekelijks waarschuwingsberichten verzonden naar de telers. De plaaginsecten die worden betrokken bij waarneming en waarschuwing in prei zijn trips en preimot. 3.1. Trips in prei Van trips wordt op basis van de temperatuursom en het aantal waargenomen tripsen op blauwe plakvallen een advies gegeven om al dan niet te behandelen en met welk middel. Vooral het afwisselen van verschillende middelen is belangrijk om resistentie-ontwikkeling te voorkomen. 600 500 400 300 200 100 Meulebeke Zedelgem Menen Zonnebeke Merkem GEMIDDELDE GEMIDDELDE 2016 0 Figuur 1: Aantal tripsen op blauwe plakvallen op de waarnemingsvelden in 2017 Bovenstaande figuur geeft de tellingen weer van de trips op de velden die werden opgevolgd in West-Vlaanderen. Aan de hand van deze tellingen en de temperatuursom werden adviezen gegeven om te behandelen en met welke middelen. De eerste trips werden in 2017 waargenomen eind mei. Dit was bijna 1 maand eerder dan 2016. Half juni werd plots een explosieve stijging van tripsen waargenomen. De droge weersomstandigheden hadden een positieve invloed op de ontwikkeling van trips. Daarnaast was de bestrijding moeilijk doordat er weinig tot geen groei was. Het gevolg was dat tot half september heel hoge aantallen tripsen geteld werden. Na half september was de druk sterk afgenomen op de plakvallen; in het gewas zelf waren echter nog tripsen aanwezig. Onderstaande 12
tabel geeft de behandelingen weer die werden geadviseerd om trips te bestrijden in West- Vlaanderen. Tabel: Geadviseerde behandelingen w&w gedurende ganse teeltseizoen (vroege zomerprei en late winterpei overlappen mekaar) Datum 1/6 Tracer Behandeling 15/6 Vertimec 28/6 Mesurol 12/7 Tracer 20/7 Mesurol 26/7 Vertimec 2/8 Mesurol 18/8 Tracer 31/8 Vertimec 7/9 Mesurol 21/9 Vertimec 4/10 Tracer 3.2. Preimot in prei Dit jaar was de aanwezigheid van preimot heel laag en werden geen adviezen gegeven voor extra bespuitingen tegen preimot. De drempelwaarde van 10 preimotten per val werd nooit overschreden. De middelen die erkend zijn tegen trips hebben trouwens ook een nevenwerking tegen preimot. 13
4. Bestrijding van trips in prei (GMO) Het doel van deze proef is vergelijken van nieuwe middelen tegen trips vergeleken met de standaard middelen. Er werd onderzocht welk spuitschema de beste bestrijding tegen trips biedt. Daarnaast werd gekeken of de ph van het spuitwater een invloed heeft op de werking van de middelen. Een object werd aangezuurd tot een ph van 6,5 en een ander object werd aangezout tot de ph 8,5 was. De ph van het spuitwater in de andere objecten was 7,5. 401 403 402 405 406 404 305 304 302 303 306 301 203 204 201 202 205 206 101 103 105 102 104 106 Plantafstand 65 x 10 cm Netto plot Lengte: 4,5 m, Breedte: 1,3 m Bruto plot Lengte: 6,5 m, Breedte: 2,6 m Aantal parallellen 4 Onbehandelde controle Volume water bij behandelen Druk bij behandelen Ingesloten 500 l/ha 3 bar A 27/jul B 2/aug C 18/aug D 29/aug E 15/sep F 4/okt 1 onbehandeld / / / / / / 2 w&w 17 ph 6,5 tracer+biosweet mesurol tracer+biosweet vertimec mesurol tracer 3 Schema 1 tracer + biosweet mesurol PROD 1 PROD 1 mesurol tracer 4 w&w 17 ph 8,5 tracer+biosweet mesurol tracer+biosweet vertimec mesurol tracer 5 Schema 2 decis PROD 2 PROD 1 PROD 2 vertimec tracer 6 Schema 3 PROD 3 PROD 2 PROD 2 PROD 1 PROD 1 PROD 3 14
4.1. Resultaten 4.1.1. Tripstellingen op de plant Nr Object aantal tripsen en larven op 10 planten Datum 28/07 09/08 24/08 28/09 18/10 1 onbehandeld 179 a 437 ab 168 ab 296 a 147 a 2 w&w 17 (ph 6.5) 209 a 306 ab 202 ab 162 ab 90 a 3 Schema 1 229 a 245 b 199 ab 103 b 89 a 4 w&w 17 (ph 8.5) 271 a 314 ab 223 ab 123 b 106 a 5 Schema 2 349 a 470 a 143 b 270 a 134 a 6 Schema 3 234 a 400 ab 234 a 110 b 56 a Gemiddeld 245 362 195 177 104 KWV VC (%) 25 14 4 17 10 p-waarde Factor1 0,433 0,018 * 0,046 * 0,000 *** 0,081 N.S. Object 5 (decis-prod2) heeft samen met het onbehandelde object het hoogst aantal larven op 9 augustus. Eind september waren algemeen nog evenveel larven aanwezig. Vooral in de onbehandelde object zagen we een enorme stijging van de larven op de prei. Object 4(gangbaar w&w; ph8,5) en 3 en 6 (waar product 1 tweemaal na elkaar werd ingezet) scoorden toen significant beter dan object 5 en de onbehandelde prei. Op 18 oktober waren nog steeds veel larven aanwezig op de prei. Object 5 en het onbehandelde object vertoonden nog steeds meest larven. Bij object 6 was toen het minst aantal larven aanwezig. Dit waren geen significante verschillen. 4.1.2. Veroorzaakte schade door trips Nr Object gemiddelde score van tripsschade gemiddelde score van preimotschade Omschrijving 26/07 19/09 27/10 19/09 1 onbehandeld 4,8 5,0 5,0 a 5,0 a 2,5 a 2 w&w 17 (ph 6.5) 4,7 3,9 3,9 a 3,9 ab 0,2 b 3 Schema 1 5,3 4,3 4,3 a 4,3 ab 0 b 4 w&w 17 (ph 8.5) 4,7 4,4 4,4 a 4,4 ab 0,3 b 5 Schema 2 5,0 4,7 4,7 a 4,7 a 0 b 6 Schema 3 5,0 3,6 3,6 a 3,6 b 0,2 b Gemiddeld 4,9 4,3 4,3 4,3 KWV VC (%) 8,8 11,3 11,3 11,3 p-waarde Factor1 0,407 0,011 0,011 0,011 * *** Op verschillende data werd gescoord op tripsschade. Eind oktober vertoonde het object met nieuwe middelen het minst tripsschade vergeleken met de onbehandelde en object 5. De referentie schema s 2017 en object 3 zat daar tussenin. In het onbehandelde object was schade aanwezig van preimot. Alle andere objecten waren goed beschermd tegen preimot. 4.1.3. Algemeen besluit De druk van trips was enorm. Door de droge zomer en de warme temperaturen groeide de prei niet optimaal. De werking van nieuwe middelen zijn vergelijkbaar met de middelen die nu worden ingezet. Het is duidelijk dat de volgorde van de middelen een grote rol speelt. Twee maal 15
kort na elkaar behandelen met PROD 1 was hier effectiever dan wanneer het wordt afgewisseld met PROD 2. De nieuwe middelen zoals PROD 1 hebben een betere werking op de larven dan op de adulte tripsen. De werking van PROD 2 viel in deze proef wat tegen, waarschijnlijk door de suboptimale omstandigheden. Later in het seizoen (eind oktober) was in het object met het nieuwe proefmiddel (PROD 3) minst tripsschade te zien. De gangbare schema s scoorden wat slechter, maar waren beter dan het onbehandelde en object 5. Het standaardwater dat wordt gebruikt in de proef had een ph van 7,5. Bij de twee objecten waar de ph werd aangepast werden geen verschillen waargenomen naar werking van de producten. 5. Correct omgaan met gewasbeschermingsmiddelen 5.1. Gebruik driftreducerende doppen verplicht Nood aan nieuwe spuitdoppen? Binnenkort controle door uw OCI? Koop driftreducerende doppen! Sinds 1 januari 2017 zijn minimaal 50% driftreducerende doppen immers verplicht in kader van IPM. Problematiek Gewasbeschermingsmiddelen kunnen via drift in de waterlopen, op naburige percelen of in de akkerranden terechtkomen. Daar kunnen ze zorgen voor schade aan gewassen, kleine organismen en het waterleven. Om drift te vermijden zijn driftreducerende doppen essentieel. Daarom wordt het gebruik van minimaal 50 % driftreducerende doppen of 50% driftreducerende technieken vanaf 1 januari 2017 opgenomen als verplichting in IPM. Wat zijn driftreducerende doppen? Driftreducerende doppen zijn doppen die grotere druppels produceren. Hoe groter de druppels, hoe zwaarder deze zijn en hoe minder kans ze hebben om meegenomen te worden door de wind, weg te driften. Naargelang de grootte van de druppels worden de doppen ingedeeld in 4 driftreductieklassen. Niet-driftreducerende doppen worden als 0% geclassificeerd. Verder kunnen driftreducerende doppen nog geclassificeerd worden als 50%, 75% of 90% driftreducerend. Deze classificatie gebeurt op basis van wetenschappelijk onderzoek waarbij het druppelgroottespectrum van een dop wordt gemeten in een labo bij een werkdruk van 3 bar. In de praktijk spreken we van 2 grote types driftreducerende doppen. Een eerste groep zijn de driftreducerende kamerspleetdoppen. Deze doppen zien er net als de gewone standaard spleetdoppen uit, maar door een kleine wijziging binnenin de dop worden grotere druppels gevormd. Voorbeelden erkende doppen zijn: Albuz ADI, Hardi LD, Lechler AD, Teejet DG, en andere. Normaal zijn deze doppen 50% driftreducerend, maar afhankelijk van uw dopgrootte (dit bepaald uw debiet l/ha) kunnen deze doppen ook ingedeeld zijn in de 75% of 90% driftreductieklasse. 16
Voorbeeld driftreducerende kamerspleetdop Een tweede grote groep zijn de luchtmengdoppen. Hierbij zijn heel veel verschillende uitvoeringen mogelijk, maar het principe is steeds hetzelfde. Samen met de vloeistofstroom wordt via een opening (gaatje, spleetje, enz.) ook lucht aangezogen binnenin de dop. Hierdoor worden grote luchtbellen gevormd met daarin vele kleinere vloeistofdruppels. Deze zware luchtbellen zijn bijgevolg weinig driftgevoelig. De druppels spatten uiteen in vele kleinere druppels op het gewas zodat toch een goede bedekking bekomen wordt. Voorbeelden erkende luchtmengdoppen zijn: Agrotop TD, Airmix, Albuz AVI,CVI, Hardi minidrift, Hypro GA, Lechler ID, IDK Teejet AI, AIXR, enz. Luchtmengdoppen met kleinere debieten zijn al snel 50% driftreducerend, de grotere luchtmengdoppen met grotere debieten halen ook gemakkelijk de 75% tot 90% driftreductieklasse. Luchtbel gevuld met vloeistofdruppels Voorbeelden luchtmengdoppen Erkende driftreducerende doppen in Vlaanderen Heel belangrijk is de lijst met driftreducerende doppen die in Vlaanderen erkend zijn. Voor de meest recente versie van deze lijst wordt op het internet verwezen naar volgende link http://fytoweb.be/nl/nieuws/aangepaste-lijst-driftreducerend-materiaal (vanaf pagina 17 in brochure) of op de IPM richtlijnen checklist 17
(http://lv.vlaanderen.be/nl/voorlichting-info/publicaties/praktijkgidsen/praktijkgidsgewasbescherming) Enkel de doppen die vermeld worden op deze lijst zijn erkend als minimum 50% driftreducerende doppen!! Alle andere doppen zijn als 0% erkend voor de wetgeving!! Binnen deze brochure wordt de lijst weergegeven zoals die geldt op 01/09/2017. Voor de meest recente lijst wordt verwezen naar bovenstaande linken. Controle? Het gebruik van minimum 50% driftreducerende doppen is een verplichting (major) i.k.v. IPM-wetgeving. Dit wordt gecontroleerd door jouw OCI, onafhankelijk Controle Instantie, in kader van uw certificering (bijv. vegaplan, codiplan, globalgap, sectorgids, enz.). Het gebruik van driftreducerende doppen wordt dus voorlopig niet door de keuring van spuittoestellen gecontroleerd! Bent u nog niet in orde tijdens de controle, dan krijgt u de tijd om u binnen een periode van maximum 1 maand (afhankelijk wanneer uw certificaat vervalt) in orde te stellen. Bijkomend voordeel Voor heel wat middelen moet een product specifieke bufferzone worden gerespecteerd langs waterlopen. Deze product specifieke bufferzone staat vermeld op het productetiket, op de inagro gewasbeschermingsapp en op fytoweb. Door het gebruik van minimum 50% driftreducerende doppen of technieken mag de bufferzone op het etiket gereduceerd worden op basis van onderstaande tabel. Bufferzone van 2m 5m 10m 20m Klassieke techniek 50% 75% 90% Klassiek (0%) 2m 5m 10m 20m 30m 40m 200m 50% 1m 2m 5m 10m 20m 30m 40m 75% 1m 2m 2m 5m 10m 20m 30m 90% 1m 1m 1m 1m 5m 10m 20m 18
5.2. Beheer van de restfractie Restwater Verwerk opgevangen restwater op het bedrijf met een zuiveringssysteem, zoals bijvoorbeeld een biofilter, Heliosec, fytobak of Sentinel. HELIOSEC BIOFILTER Systeem o.b.v. verdamping Tot 2,5 m³ restwater / jaar FYTOBAK Biologisch systeem Tot 5 m³ restwater / jaar SENTINEL Biologisch systeem Tot 20 m³ restwater / jaar Chemisch systeem 1 m³ restwater in 6 h 19
Vaste restfractie Lege verpakkingen Spoel en bewaar lege verpakkingen en geef lege verpakkingen gratis mee met Agri Recover. Instructies vindt u op www.agrirecover.eu. Verbrand of begraaf nooit lege verpakkingen. Ongewenste stock Bewaar vervallen of niet (langer) erkende gewasbeschermingsmiddelen afzonderlijk en geef deze mee met Agri Recover. Instructies vindt u op www.agrirecover.eu. Spoel nooit productoverschotten in de gootsteen of de riolering of begraaf ze nooit. Vaste restfractie afkomstig van de verwerking van spoel- en reinigingswater of opruimen van gemorst product Verzamel en bewaar deze restfracties. Geef ze tweejaarlijks mee met Agri Recover (samen met de ophaling van de vervallen producten). Meer info: martijn.dhoop@inagro.be Tel. 051 27 32 95 20
6. Fosfor uitmijningsproef in prei VLAIO Jaar na jaar dezelfde proefopzet (ondertussen 3 jaar), deels met P bemesting, deels zonder P bemesting. Effect van de uitmijning op bodem P toestand (capaciteit en intensiteit) en de opbrengst wordt onderzocht. 6.1.1. Proefplan en proefgegevens 101 102 201 202 301 302 103 104 203 204 303 304 1: Fosforbemesting, rotatie zonder groenbedekkers 2: geen fosforbemesting, rotatie zonder groenbedekkers 3: Fosforbemesting, rotatie met groenbedekkers 4 : Geen Fosforbemesting, rotatie met groenbedekkers Cultivar: Poulton Plantafstand : 70 x 10 cm Planten : 14/06/2017 Organische bemesting (obj 1 en 3): 13,4 ton VDM/ha 6.1.2. Opbrengstcijfers object Bruto (ton/ha) Netto (Ton/ha) Tarra (Ton/ha) % Flandria op gewicht 1 76,92 a 50,20 a 26,71 a 100,00 a 2 76,93 a 47,17 a 29,76 a 99,74 a 3 58,70 b 39,09 b 19,61 b 99,18 a 4 54,19 b 37,72 b 16,46 b 99,29 a Gemiddelde 66,68 43,55 23,14 99,56 KWV Factor 1 7,59 6,83 3,94 1,86 Variantiecoëfficiënt 4,02 5,55 6,03 0,66 P-waarde Blokken 0,343 0,710 0,273 0,186 P-waarde Factor1 0,000 *** 0,001 ** 0,000 *** 0,447 21
6.1.3. Bodem P toestand. PAL (in mg P 2O 5/ 100 g droge grond), gemeten bij aanvang van de teelt. P CaCl 2 (in mg P/100 g droge grond) gemeten bij aanvang van de teelt. 22
7. Erosiebestrijding a.d.h.v. drempeltjes in prei VLAIO 7.1. Perceel Klaarleggen en aanplant:11/06/2017 Proefaanleg: 12/06/2017 Neerslagsimulaties : 10/08/2017 Helling perceel: 13,5 % Erosieklasse perceel: zeer erosiegevoelig (paars) %C: 0,9 % (in het midden van de helling) 7.2. Behandelingen Figuur 2: Gebruikte machine (Barbutte van Cottard) + de verschillende tanden die voor de drempelmachine gemonteerd werden (v.l.n.r: ganzevoet, vaste tand, triltand) 23
7.3. Bevindingen bij proefaanleg Obj 1. BB + ganzevoet 2. BB + triltand 3. BB + vaste tand 4. Vaste tand 5. Referentie De ganzevoet nam zeer veel aarde mee, ondieper instellen dan 2 cm was niet mogelijk omdat de bodem van de tussenrug in de rug en tussen de ruggen niet overal even diep was. In sommige sporen en op sommige plaatsen werd duidelijk minder aarde meegenomen door de ganzevoet waardoor de grootte van de afgelegde drempeltjes vrij heterogeen was. Op andere plaatsen werd dan weer zodanig veel aarde meegenomen door de ganzevoet dat de preiruggen beschadigd werden. Om al te grote beschadigingen te vermijden kon niet sneller gereden worden dan 1 a 2 km/u. De triltand ondervond geen moeite om de bovenste bodemlaag los te maken. Er kon gewerkt worden tot een diepte van ongeveer 5 cm. Omdat de tand sterk trilde werden de kluiten verkleind, er werd enkel losse aarde meegenomen. Daardoor kon tijdens de proefaanleg snel gereden worden. De aangelegde drempeltjes waren mooi homogeen en de ruggen zelf werden niet beschadigd. De vaste tand nam zeer veel aarde mee, zonder de kluiten te verkleinen. Waardoor de barbutte grote kluiten meesleepte en soms zelfs bovenop de rug - op de preiplanten wierp. Het risico op beschadigen van de rug was groot. Uiteindelijk kon niet dieper gewerkt worden dan 7 cm. Er moest ook zeer traag gereden worden (1 a 2 km/u). De vaste tand zonder barbutte nam veel grote kluiten mee. Omdat de barbutte niet achter de vaste tand gemonteerd was werden de kluiten niet bovenop de rug geworpen en was het risico op beschadigen van de rug kleiner. Er kon relatief snel gereden worden ( 4 a 5 km/u) maar de bewerkingsdiepte mocht niet dieper zijn dan 7 cm. Anders kwam de meegesleepte hoop aard tot boven de ruggen. Er werden geen behandelingen uitgevoerd. Er werd in sommige sporen wel 2 x gereden, 1 x voor planten en 1 x bij aangieten. Hierdoor is er een meer uitgesproken bandenpatroon te zien in de bodem die 2 x bereden werd. 7.4. Resultaten neerslagsimulatie Tijdens de 48 u voorafgaand aan de simulaties viel in totaal 24 l/m² 24
Sedimentverlies bij neerslagsimulaties: Runoff bij neerslagsimulaties: 25
8. Hydrocultuur van prei in open lucht 8.1. Standdichtheidsproeven: 8.1.1. Winterteelt 2016 2017 ( 26/09/2016 3/05/2017) Cultivar : Durina (Syngenta) Figuur 3: Preiplanten op 24/01/2017 (L), onmiddellijk a de vorst, en terug hersteld (R) op 2/02/2017 26
Opbrengst en sortering: Obj Plantafstand Planten / ha Bruto Netto Tarra % geoogst % Flandria (op geoogste planten) kg/ha kg/ha kg/ha % kg aantal 1 20 x 20 250000 72434 54539 17895 100,00 91,20 86,84 2 15 x 15 444444 105875 83531 22344 96,58 85,81 82,34 3 12,5 x 12,5 640000 151357 123296 28062 99,15 70,39 68,06 4 10 x 10 1000000 173481 126133 47348 95,58 77,42 72,02 Obj Flandria kg/ha A1 kg/ha < 2 cm 2-3 cm > 3 cm tot < 2 cm 2-3 cm > 3 cm tot 1 10724 17895 20987 49605 3224 855 855 4934 2 25327 22527 24049 71903 4932 3896 2801 11629 3 38509 27843 20732 87084 17942 14168 4103 36212 4 72707 14144 10884 97735 21934 3536 2928 28398 Gewasbescherming: - 10/10/2016: 1,5 L/ha Mesurol - 15/03/2017: 1 L/ha Tebusip Belangrijkste kwaliteitsgebreken bij oogst : Bolvorige verdikking onderaan, bleke stengel / lange overgang wit donkergroen, groene verticale streep bij te dikke planten. 27
8.1.2. Voorjaarsteelt 2017 (3/05/2017 20/07/2017) Cultivar: Krypton (Nunems) Opbrengst - en sortering: Obj Plantafstand Planten / ha Bruto Netto Tarra % oogstbaar kg/ha kg/ha kg/ha (%) 1 20 x 20 250000 71258 53906 17352 96,12 2 15 x 15 444444 105733 77385 28347 93,17 3 12,5 x 12,5 640000 135549 100650 34899 96,15 4 10 x 10 1000000 168895 113591 55304 94,48 Obj Sortering kg/ha Gemiddeld stukgewicht (g) < 2 cm 2-3 cm > 3 cm totaal < 2 cm 2-3 cm > 3 cm 1 3780 41210 9620 53906 129 224 322 2 10890 65560 5570 77385 110 203 351 3 15440 84560 4760 100650 94 183 332 4 65720 51210 0 113591 98 172 0 Geen chemische gewasbescherming : alles gedeklasseerd naar klasse A1 owv aantasting trips. 8.1.3. Najaarsteelt 2017 (20/07/2017 26/10/2017) Cultivar : Poulton (Nunhems) Opbrengst - en sortering : Obj Plant-afstand Planten / ha Bruto Netto Tarra % geoogst % Flandria (op geoogste planten) kg/ha kg/ha kg/ha % kg aantal 1 20 x 20 250000 79736 54276,3 25460 85,52 54,97 50,66 2 15 x 15 444444 90471 64779,2 25692 80,82 70,29 70,34 3 12,5 x 12,5 640000 127562 90201,7 37361 91,02 83,97 80,11 4 10 x 10 1000000 122541 84254,1 38287 80,93 74,43 66,56 Obj Flandria kg/ha A1 kg/ha < 2 cm 2-3 cm > 3 cm tot < 2 cm 2-3 cm > 3 cm tot 1 3224 7039 19539 29803 1711 6974 15789 24474 2 9437 18995 16925 45358 3105 7002 9315 19422 3 30687 30523 15371 76581 4650 4431 4540 13621 4 52818 6961 2873 62652 17072 2983 1547 21602 Gewasbescherming : - 06/09/2017 : 1,5 L/ha Mesurol + Ortiva Top 1 L/ha + Signum 1,5 kg/ha - 27/09/2017 : Vertimec 0,5 l/ha + Tebusip 1 L/ha + trend 28
8.2. Continue productie (3/05/2017 - ) Cultivar : Krypton (Nunhems), Pluston (Nunhems), Poulton (Nunhems) Door continu preiplanten in te zetten en te oogsten willen we een beeld krijgen van de verwachtte teeltduur bij aanplant op een bepaald ogenblik. M.b.t. de voorspelbaarheid van de oogst in een continu producerend teeltsysteem is dit interessante informatie. Er werd ook getracht een verband terug te vinden tussen het aantal uur daglicht x luchttemperatuur en de uiteindelijke productie maar door het gebruik van te heterogeen plantmateriaal is was het niet mogelijk om een eenduidig verband te vinden. De heterogeniteit van het plantmateriaal had te zien met verschillende factoren : - In het voorjaar werden aangekochte preiplanten gebruikt. Deze waren qua ontwikkeling vrij homogeen (4 6 mm breed, 4 a 5 bladstadium). Deze planten werden maandelijks aangekocht en bewaard in de frigo. Wekelijks werd aangeplant. Naarmate de preiplanten langer in de frigo bewaard werden nam de groeikracht af. Preiplanten langer dan 3 weken bewaren in de frigo is niet aangewezen. - In het najaar werd gewerkt met zelf gezaaide planten. De gehanteerde plantdiameter was niet altijd even homogeen. Plantdiameters varieerden tussen 6 en 10 mm. Bovendien werden planten gebruikt met een verschillend zaaitijdstip. - Er werd gebruik gemaakt van verschillende cultivars. Kerncijfers (n = 41) vanuit de proefopstelling continue productie: Netto productie (Ton/ha) 119,63 % Oogstbaar 89,21 (7,64 % doorzak) Gemiddeld aantal teeltdagen 96,67 Gemiddeld stukgewicht (g) per diameterklasse < 2 cm 2-3 cm 3-4 cm gemiddeld 109,3 211,6 338,0 209,9 Sortering in diameterklassen (640 000 pl/ha) < 2 cm 2-3 cm 3-4 cm tot kg/ha stuks/ha kg/ha stuks/ha kg/ha stuks/ha kg/ha stuks/ha 16068 146525 66267 309472 37299 114941 119634 570938 29
Gewasbescherming : - 04/08/2017 : 1,5 L/ha Mesurol + 1L/ha Ortiva top + 1,5 Kg/ha Signum - 06/09/2017 : 1,5 L/ha Mesurol + Ortiva Top 1 L/ha + Signum 1,5 kg/ha - 27/09/2017 : Vertimec 0,5 l/ha + Tebusip 1 L/ha + trend - 09/11/2017 : Ortiva top 1 L/ha 8.3. Bemesting en voedingsoplossing 8.3.1. EC voedingsoplossing (9/05/2017 13/07/2017) Cultivar : Krypton (Nunhems) Geen chemische gewasbescherming uitgevoerd Plantafstand : 12, 5 x 12,5 cm (640 000 pl/ha) Vooropgestelde samenstelling van de voedingsoplossing: Obj 1 Obj 2 Obj 3 Obj 4 ph 5,5-6 5,5-6 5,5-6 5,5-6 EC ms/cm 0,60 1,20 1,80 2,40 K+ mmol/l 1,59 3,18 4,77 6,36 Mg++ mmol/l 0,60 1,20 1,80 2,40 Ca++ mmol/l 1,59 3,18 4,77 6,36 Na+ mmol/l 0,60 1,20 1,80 2,40 NH4+ - N mmol/l 0,21 0,42 0,63 0,84 NO3- N mmol/l 3,99 7,98 11,97 15,96 P2O5 - P mmol/l 0,60 1,20 1,80 2,40 Cl- mmol/l 0,39 0,78 1,17 1,56 S mmol/l 0,60 1,20 1,80 2,40 Fe µmol/l 12,00 24,00 36,00 48,00 Mn µmol/l 3,00 6,00 9,00 12,00 Zn µmol/l 2,40 4,80 7,20 9,60 B µmol/l 15,00 30,00 45,00 60,00 Cu µmol/l 0,45 0,90 1,35 1,80 Geen chemische gewasbescherming uitgevoerd Oogst en opbrengstbepaling: Obj Oogstbaar Bruto Netto Tarra stukgewicht # pl/ha ton/ha ton/ha ton/ha g/plant 1 569231 ab 145,97 a 105,91 a 40,06 a 0,19 a 2 544615 ab 140,43 a 97,11 a 43,32 a 0,18 a 3 535385 b 135,08 a 93,54 a 41,54 a 0,18 a 4 627692 a 156,12 a 112,25 a 43,88 a 0,18 a Gemiddelde 569231 144,4 102,2 42,2 0,18 Variatiecoëfficiënt 7,21 15,56 12,88 23,02 8,93 p- waarde 0,043 0,608 0,244 0,941 0,846 30
Bewaring : Preiplanten werden 2 dagen bewaard aan een koelceltemperatuur van 1 C, en daarna nog 7 dagen bewaard aan een koelceltemperatuur van 8 C. Beoordeling gebeurde op 15 planten per plot, aan 4 herhalingen per object. Obj rotte schacht snijvlak blad Houdbaarheid kleur algemeen 1 0 a 7 a 8 a 6 b 2 0 a 7 a 8 a 6 b 3 0 a 7 a 8 a 7 a 4 0 a 7 a 8 a 7 a Gemiddelde 0 0 7 8 6,5 Variatiecoefficient 0 0 0 0 0 p- waarde 0 0 0 0 0 1 = slecht; 9 = goed Obj aantal planten doorgroei aantal met rot blad gemiddeld aantal rotte bladeren gemiddelde lengte doorgroei (cm) 1 0 a 0 a 0 a 0 a 2 0,50 a 0,042 a 0,50 a 0,042 a 3 0,25 a 0,017 a 0,25 a 0,017 a 4 0 a 0 a 0 a 0 a Gemiddelde 0,19 0,01 0,19 0,01 Variatiecoëfficiënt 237,70 270,05 237,70 270,05 p- waarde 0,436 0,436 0,436 0,436 31
8.3.2. Zoutgehalte (5/08/2017-22/11/2017) Cultivar : poulton (Nunhems) Plantafstand : 12,5 x 12,5 cm (640 000 pl/ha) Vooropgestelde samenstellng van de voedingsoplossing Obj 1 Obj 2 Obj 3 Obj 4 ph 5,5-6 5,5-6 5,5-6 5,5-6 EC ms/cm 1,50 1,50 1,50 1,50 K+ mmol/l 3,97 3,97 3,97 3,97 Mg++ mmol/l 1,50 1,50 1,50 1,50 Ca++ mmol/l 3,97 3,97 3,97 3,97 Na+ mmol/l 0,50 1,50 2,50 4,00 NH4+ - N mmol/l 0,52 0,52 0,52 0,52 NO3- N mmol/l 9,97 9,97 9,97 9,97 P2O5 - P mmol/l 1,50 1,50 1,50 1,50 Cl- mmol/l 0,50 1,50 2,50 4,00 S mmol/l 1,50 1,50 1,50 1,50 Fe µmol/l 30,00 30,00 30,00 30,00 Mn µmol/l 7,50 7,50 7,50 7,50 Zn µmol/l 6,00 6,00 6,00 6,00 B µmol/l 37,50 37,50 37,50 37,50 Cu µmol/l 1,12 1,12 1,12 1,12 Gewasbescherming : - 06/09/2017 : 1,5 L/ha Mesurol + Ortiva Top 1 L/ha + Signum 1,5 kg/ha - 27/09/2017 : Vertimec 0,5 l/ha + Tebusip 1 L/ha + trend 32
9. SMART CROPS: Bladbemesting met behulp van sensorbeelden Precisielandbouw Teelten Open Lucht Langzaam maar zeker doen technieken rond precisielandbouw hun intrede in de Vlaamse landbouw. In maart 2017 is Inagro samen met het Proefstation voor de Groenteteelt, de Hooibeekhoeve, het Provinciaal Instituut voor Biotechnisch Onderwijs, het Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet, het Praktijkcentrum voor land- en tuinbouw en het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek gestart met het SMART Crops demonstratieproject. Doel van dit project is de demonstratie van innovatieve precisielandbouwtechnieken die op vandaag reeds worden geïmplementeerd op pioniersbedrijven in Vlaanderen. De financiering van dit demonstratieproject wordt volledig gedragen door het Departement Landbouw en Visserij Gewassensing met sensoren op de tractor, spuittoestel of vanop drones stelt ons in staat om de variabiliteit binnen gewassen en bodem in beeld te brengen. Vaak ontbreekt het echter nog aan plaatsspecifieke acties zoals plaatsspecifiek bemesten of spuiten. Binnen de preiteelt onderzoekt Inagro daarom de mogelijkheden en werking van deze technologieën. Voorlopig zijn grote investeringen nodig voor de verschillende technologieën maar zijn de relatieve winsten nog niet duidelijk. Daarom wordt ook aandacht besteed aan het economische aspect van precisielandbouw. 33
Op deze demonstratie besteden we vooral aandacht aan gewassensing. Deze objectieve manier van monitoring stelt ons in staat om vanop de tractor, spuittoestel of drone een beeld te krijgen van de gewasstand en gezondheid van gewassen. Deze gewasobservaties gebeuren tijdens de teeltseizoen en kunnen daardoor ook het effect van management in kaart brengen, en laten ons toe om indien nodig bij te sturen. 9.1.1. Proefplan en proefgegevens 401 BP BP 406 407 402 403 404 405 107 201 306 105 204 302 103 206 305 101 207 304 104 202 303 106 205 301 102 203 307 Cultivar : Poulton Plantafstand : 70 x 10 cm Planten : 13/07/2017 1 Onbemest 2 Onderbemest en bijsturing via sensorbeelden en bladvoeding (Ureum) 3 Bemesting volgens advies + plantversterker 4 Bemesting volgens advies - 30 % + plantversterker 5 Bemesting op basis van modelvoorspelling (Ecofert) 6 Overbemesting, advies + 30 %, alles bij planten toegediend 7 Onderbemest en bijsturing via sensorbeelden en bijbemesting (kalknitraat) 34
10. Haal meer uit mest met kleinschalige vergisting (Pocket Power) Als opkomende technologie ondervond pocketvergisting de voorbije vijf jaar heel wat belangstelling. Onder impuls van de pioniers onderging de technologie enkele evoluties. De installaties groeiden intussen uit tot een gekend concept. Inagro zoomt samen met je in op de technologie en de mogelijkheden in de nabije toekomst. Hoe werkt een pocketvergister precies? Het werkingsprincipe van een pocketvergister is te vergelijken met het proces dat zich afspeelt in het verteringsstelsel van runderen. Gelijkaardige micro-organismen, waaronder bacteriën, zetten voedsel via verschillende complexe reacties (in dit geval mest) om in onder andere methaan en CO 2. Methaan en CO 2 vormen samen het biogas. Maar vooral het methaan is interessant: het levert ons namelijk energie op. Biogas wordt gevormd in de reactor en vervolgens opgevangen onder een membraan. Daarna gaat het biogas naar een warmtekrachtkoppeling (WKK) (foto 1: die bevindt zich in de groene container). De motor verbrandt het methaan en drijft een generator aan, die op zijn beurt elektriciteit produceert. De warmte uit de motor wordt ook benut, namelijk om de reactor op temperatuur te houden. Wat overblijft aan warmte, kan op het bedrijf benut worden, bijvoorbeeld voor de reiniging van de melk- en koelinstallatie. Hoeveel warmte er precies beschikbaar is, wordt momenteel uitgemeten op enkele bedrijven. De uitgegiste mest, ook wel het digestaat genoemd, wordt dagelijks kort voor het voeden verpompt naar een externe opslag. Wat zijn de voordelen? Op een landbouwbedrijf kan pocketvergisting voor groene elektriciteit en warmte zorgen. De invoer van de oogstresten in de reactor zou ook tot minder uitstoot van broeikasgassen leiden. Omwille van dat gunstige milieu-effect geeft de overheid investeerders een extra duwtje in de rug vanuit het Vlaams Klimaatfonds. Zo geniet de investeerder VLIF-steun (30%) voor alle nodige randinfrastructuur, waaronder pompen, buizen en externe opslag (opgelet: niet de pocketvergister zelf!). Hoeveel broeikasgasemissies er precies gereduceerd worden, zal binnenkort blijken uit het project Pocket Power. Is pocketvergisting iets voor mijn bedrijf? 35
Pocketvergisting is een interessante investering, op voorwaarde dat het bedrijf enkele zaken in acht houdt. Zo moet er ten eerste voldoende energierijke reststromen op het bedrijf aanwezig zijn. Een andere belangrijke randvoorwaarde is het energieverbruik op het bedrijf. Die bedraagt bij voorkeur minstens 50 000 kwh. Zoniet komt de rendabiliteit in het gedrang. Ook is het belangrijk rekening te houden met eventuele eerdere investeringen, zoals zonnepanelen, mogelijkheden voor digestaatopslag, warmtevalorisatie,. Als alle voorwaarden gunstig zijn, dan is de investering van ca. 100 000 euro op 6 à 7 jaar terugverdiend. De dienst Energie van Inagro helpt u (gratis) bij de aftoetsing van die voorwaarden voor uw bedrijf. Bovendien kunnen we u ook een inschatting geven van de rendabiliteit met een lijst van de verwachte kosten. Om zeker te zijn dat u de beste beslissing neemt op vlak van hernieuwbare energie, maken we ook een vergelijking met een investering in zonnepanelen en nemen we uw energiefactuur even onder de loep. Wie investeerde al? Zo n honderd bedrijven, verspreid over Vlaanderen, plaatsten in de loop van de voorbije vijf jaar een pocketvergister op hun bedrijf. Pocketvergisting gebeurt voorlopig bijna enkel bij melkveebedrijven. Door verschillende uitdagingen, zoals de moeilijkheid om varkensmest als enige stroom te vergisten, zijn er slechts een tweetal kleine co-vergisters die met varkensmest en restproducten werken, waaronder de eigen demovergister van Inagro. Daar komt echter verandering in. Recent startte het landbouwproject Pocket Power 1. Daarin zullen Inagro, Universiteit Gent en andere projectpartners het pocketvergistingslandschap uitbreiden naar andere sectoren via intensief onderzoek en een pilootinstallatie. Besluit In vijf jaar tijd is er voor pocketvergisting in Vlaanderen al een hele weg afgelegd. Voor melkveebedrijven is de technologie stilaan volwassen. In die sector worden de komende jaren dus nog investeringen verwacht. Zodra de eerste pilootinstallaties positieve resultaten opleveren, kunnen ook positieve evoluties optreden voor andere bedrijven met mest, waaronder varkens, of andere reststromen, zoals groenteresten. Meer weten? Bezoek ook eens: www.enerpedia.be, onder Energie produceren Pocketvergisting komt u meer te weten over pocketvergisting. Vraag uw gratis advies aan door een mailtje te sturen naar jan.leenknegt@inagro.be. Stuur een mailtje naar jan.leenknegt@inagro.be als u op de hoogte wenst te blijven van de ontwikkelingen uit het onderzoeksproject Pocket Power. 1 Met steun van het Agentschap Innoveren & Ondernemen (www.vlaio.be), Boerenbond, ABS, Biolectric, GreenWatt, Continental Energy Systems, Innolab, AB Milieusystemen, Vermeulen Construct, United Experts, Biogas-E, Inverde. 36
11. Vlaio-project (150902) - Geïntegreerde beheersing van de preimineervlieg Phytomyza gymnostoma Loew in prei Startdatum: 1 mei 2016 Duurtijd: 4 jaar De preimineervlieg Phytomyza gymnostoma (Diptera: Agromyzidae) rukt op vanuit Zuid- en Centraal Europa naar onze contreien en zorgt voor schade in de preiteelt in Vlaanderen. In het najaar van 2012 werd op praktijkpercelen prei, vooral in het Antwerpse en het oostelijke deel van Oost-Vlaanderen, veel schade vastgesteld van de preimineervlieg. Larven van de preimineervlieg mineren in de schacht van de prei. Bij een aantasting van de preimineervlieg worden vraatgangen in de schacht, die roodbruin verkleuren, waargenomen. Veelal wordt de prei door deze schade onverkoopbaar. De waardplanten van Phytomyza gymnostoma behoren tot het geslacht Allium. Prei en bieslook zijn het meest gevoelig voor aantasting. In 2013 en 2014 breidde de schade veroorzaakt door deze mineervlieg verder uit naar West-Vlaanderen. Waar de voorbije jaren de schade vooral tot uiting kwam in het najaar en de winter werd in 2014 en 2015 nu ook in het voorjaar schade waargenomen. Voorlopig lijkt het niet evident deze mineervlieg te beheersen. Over de werking van insecticiden tegen de preimineervlieg is tot nu toe weinig bekend. Middelen op basis van spinosad (bv. Tracer) en abamectine (bv. Vertimec) zijn erkend. 11.1. Doelstellingen - morfologische en moleculaire herkenning van mineervliegen in prei voor een eenduidige determinatie en een directe en gebruiksvriendelijke identificatie van P. gymnostoma in het veld; - het zoeken naar een goede monitoringsmethodiek voor de preimineervlieg - het bepalen van de levenscyclus en de fenologie van de preimineervlieg en het opstellen van een daggradenmodel - het voorkomen van natuurlijke vijanden in het veld en integratie van de kennis over de populatieopbouw van de natuurlijke vijanden in de beheerstrategie - het uittesten van verschillende cultuurtechnische teeltmethoden en het bepalen van de efficiëntie van diverse insecticiden met de meest efficiënte toepassingsmethode 11.2. Wie? Projectleider: Provinciaal proefcentrum voor de groenteteelt vzw (PCG Kruishoutem), Projectpartners: INAGRO vzw, Proefstation voor de groenteteelt vzw (Sint-Katelijne- Waver), Instituut voor landbouw- en visserijonderzoek (ILVO- eenheid Plant) 37
11.3. Oproep melding schade door preimineervlieg Uit de monitoring van de preimineervlieg gedurende de afgelopen periode kunnen we afleiden dat er minder druk is dan vorige jaren. Sinds juli tot vorige week hebben we wekelijks insectenvangsten verzameld en planten gemonitord op aanwezigheid van zuigstippen. ILVO onderzocht alle vangplaten en vangsten op aanwezigheid van preimineervliegen. Slechts op enkele biopercelen en conventionele velden werden enkele vliegen gevonden. Preimineervliegen kunnen tot in november actief blijven, maar gezien de lage druk en de voorbije periode met nachtvorst verwachten we geen nieuwe eiafleg meer. In de komende oogstperiode zal duidelijk worden of er algemeen ook minder aantasting is. In de bestrijdingsproef van Inagro beoordelen we volgende week een eerste proefoogst. Roodbruin verkleurde verticale gangen in de schacht van de prei zijn kenmerkend voor de schade die de preimineervlieg veroorzaakt. Vaak kan nog een roodbruine pop van 3 à 4 mm aanwezig zijn aan het einde van de vraatgang. Mineergangen in geoogste prei en pop van preimineervlieg (bron foto links: Proefstation voor de Groenteteelt vzw) Om een goed zicht te krijgen op de mate waarin dit jaar schade optreedt én om ons onderzoek te ondersteunen, doen we graag ook een beroep op jou! Stel je schade vast van de preimineervlieg (bruine mineergangen)? Houd de beschadigde prei langs de kant en laat het ons weten. 11.4. Houd ons op de hoogte! Je kan contact opnemen met: Inagro: Femke Temmerman (051 27 32 54) of Jonathan De Mey (051 27 33 14) PCG: Nathalie Cap (09 331 60 84) PSKW: Katrijn Spiessens (0486 58 16 59) 38
12. Vlaio-project (150914) - Optimalisatie van een faag-therapie tegen bacteriële pathogenen in kool en prei startdatum: 1 oktober 2016 duurtijd: 4 jaar Vlaamse kool- en preitelers worden de laatste jaren steeds meer geconfronteerd met bacterieziekten. Terwijl de meeste schimmelziekten bestreden kunnen worden met gewasbeschermingsmiddelen, is dit niet het geval voor bacteriën. Bijkomend probleem is dat een besmetting pas tot uiting komt onder gunstige omstandigheden en er momenteel, behalve preventieve en hygiënische maatregelen, nog maar weinig gedaan kan worden om de aantasting te stoppen. Dit alles maakt bacterieziekte een erg moeilijk te controleren ziekte. In dit project worden fagen, dit zijn bacterie bestrijdende virussen, gebruikt als innovatieve biologische gewasbescherming in een geïntegreerde beheersingsstrategie. 39
12.1. Doelstellingen - Optimaal toepassen van fagen tegen Xanthomonas campestris pv. campestris in kool en Peudomonas syringae pv. porri in prei. Fagen moeten bescherming bieden waar de plant het nodig heeft. Inzicht in plant-pathogeen interactie is hierbij belangrijk (zie vorig IWT-project). - Faagpreparaten moeten op een industriële schaal geproduceerd worden. Ze moeten stabiel zijn, zowel bij opslag als na toepassing en blijvende werkzaamheid garanderen. De werkwijzen die ontrafeld werden vorig IWT project worden opgeschaald. - Faagpreparaten moeten gevaloriseerd kunnen worden als gewasbeschermingsmiddel. - Telers moeten zich bewust zijn van problemen met en oplossingen voor Xcc en Pspo. Preventieve en hygiënische maatregelen moeten basiskennis worden en tot basishandelingen leiden. Individuele bezoeken en adviezen moeten er ook voor zorgen dat de huidig gebruikte zinloze chemische bestrijding stopt. Telers worden vertrouwd gemaakt met bacteriofagen als ecologisch verantwoorde bestrijders en krijgen de nodige instructies voor praktijktoepassingen. Hiermee willen we de bacteriënpopulaties terugdringen, zowel in de opkweek- als in productievelden. Om de aantasting goed in kaart te brengen zijn we op zoek naar aangetaste planten. Merk je bacteriesymptomen op in je gewas contacteer Sabien Pollet voor een staalname via sabien.pollet@inagro.be. 12.2. Wie? Projectleiders: Provinciaal proefcentrum voor de groenteteelt vzw (PCG Kruishoutem) Projectpartners: INAGRO vzw, Katholieke universiteit Leuven (KUL) Instituut voor landbouw- en visserijonderzoek (ILVO) 40
13. IWT-project (110786) - Teeltspecifieke webapplicatie ter ondersteuning van residuarm telen van groenten Startdatum: 1 januari 2013 Duurtijd: 4 jaar Groentetelers worden meer en meer geconfronteerd met een markt die bovenwettelijke residueisen stelt. In 2013 startte een project op om een webapplicatie te ontwikkelen die de telers kan ondersteunen bij het residuarm telen van komkommer, sla en prei. Met deze applicatie kan de teler, naargelang het tijdstip in de teelt en het moment van oogst, een middel kiezen waarmee de oogst aan deze bovenwettelijke eisen voldoet. Als maximumgrens voor een residuarm product werd een residuwaarde van 0,010 mg/kg vooropgesteld. Vanaf die waarde wordt de stof bij een residu-analyse niet meer gerapporteerd. Door residuarm te telen krijgen telers de kans om hun marktaandeel te behouden en wellicht een hogere prijs voor hun product te bekomen. 13.1. Resultaten De applicatie is opgebouwd rond modellen die de afbraak simuleren van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen. De proefcentra Inagro (coördinator), PCG en PSKW verzamelden drie jaar residugegevens van de 3 gewassen. Het labo voor Fytofarmacie van de Faculteit Bioingenieurswetenschappen (UGent) verwerkte deze data tot afbraakcurven in de plant per gewasbeschermingsmiddelen. Deze afbraakcurven zijn de basis van een adviesmodel dat gebruikt kan worden als hulpmiddel voor het residuarm telen van groenten. Op basis van de afbraakcurven werden oogstintervallen opgesteld zodat per middel een wachttijd voor de oogst kan worden bepaald (zie Figuur 1). Omdat de afbraaksnelheid van gewasbeschermingsmiddelen verschilt volgens de teeltperiode in het jaar werd ook een indeling gemaakt in afbraak van de middelen volgens seizoen. Na deze wachttijd wordt er voor de teler met 95% zekerheid een oogst zonder meetbaar residu gegarandeerd. Figuur 4: Afbraakcurve van prothioconazole en metalayxl M in prei 41
Tabel 2 toont per werkzame stof de afbraaksnelheden met betrouwbaarheidsintervallen in prei zowel voor de zomer als voor de herfst. Bij sommige werkzame stoffen zoals bij spinosad is het oogstinterval zeer kort; bij andere stoffen zoals boscalid is het oogstinterval zeer lang. Tabel 2: Oogstintervallen prei voor een residuarme teelt Werkzame stof Oogstinterval prei (dagen) ± marge (dagen) zomer herfst tebuconazole 36,5 ± 7,14 14,48 ± 2,54 spinosad 6,6 ± 1,21 3,8 ± 0,2 boscalid 129,8 ± 61,17 88,2 ± 17,44 pyraclostrobin 29,4 ± 4,51 35,54 ± 4,51 azoxystrobin 67,4 ± 11,14 33,3 ± 3,89 difenoconazole 29,6 ± 4,31 38,82 ± 5,11 prothioconazole 7,8 ± 2,44 10,3 ± 1,54 famoxadone 75,5 ± 10,67 81,46 ± 21,14 chloorthalonil 36,3 ± 3,21 33,14 ± 11,14 metalaxyl-m 6,8 ± 1,24 4,32 ± 1,114 trifloxystrobin 21,5 ± 2,11 64,4 ± 1,1 methiocarb 27,7 ± 5,6 19,65 ± 3,47 Met deze modellen die de afbraak per werkzame stoffen simuleren, werd een webapplicatie opgesteld. In deze applicatie moet je als teler alleen de teeltgegevens zoals plantdatum en datum van toepassing en het toegepaste middel ingeven. Na ingave van het gebruikte gewasbeschermingsmiddel en de datum van toepassing toont de webapplicatie de datum vanaf wanneer de oogst zal voldoen aan de bovenwettelijke eisen van de afzetmarkt. Figuur 5 toont een screenshot van de applicatie residu-arme teelt: https://app.inagro.be/rat 42
Figuur 5 43
Figuur 6: Screenshot applicatie residu arm telen met oogstinterval middelen De applicatie is beschikbaar op www.inagro.be via mijn bedrijf. Wie nog geen lid is van Inagro geeft naam en BTW nr door aan sabien.pollet@inagro.be waarna je een login krijgt toegestuurd. 13.2. Wie? Projectleider: Inagro vzw Projectpartners: Provinciaal proefcentrum voor de groenteteelt vzw (PCG Kruishoutem), Proefstation voor de groenteteelt vzw (Sint-Katelijne-Waver), UGent, labo voor fytofarmacie 44
14. App gewasbescherming 14.1. Voorstelling gewasbeschermingsapp Inagro Gewassen beschermen is niet altijd eenvoudig. Via deze app wil Inagro je op weg helpen! Met deze app kan je op elk moment, waar je ook bent, gericht info opzoeken over de inzet van gewasbeschermingsmiddelen tegen ziekten en plagen in meer dan 50 teelten. Aanvullend vind je bij heel wat vijanden nuttige info over de vijand zelf, zijn ontwikkeling en mogelijke preventieve maatregelen. https://gewasbescherming.inagro.be 45
Figuur 7: Screenshot applicatie gewasbescherming Inagro van mineervliegen in prei 46
15. Registreer je op inagro.be Schuif aan bij Inagro en groei als ondernemer. Met deze slogan lanceerde Inagro op 6 januari 2015 een nieuw initiatief om haar communicatie met en dienstverlening aan de land- en tuinbouwers te verbeteren, te versterken en te personaliseren. Met enkele eenvoudige muisklikken maken landbouwers of telers een persoonlijke account aan op het vernieuwde www.inagro.be. 15.1. Nieuwsbrieven Via uw Inagro-account krijgt u in de eerste plaats een wekelijks nieuwsbericht in uw mailbox. Dit bericht bundelt alle info en agendapunten volgens uw persoonlijke voorkeuren. Belangrijk is dat u deze aanvinkt bij het aanmaken van uw account of in uw persoonlijk profiel. U kan kiezen voor één of meerdere sectoren waarin u actief bent of u kunt ook bepaalde sectoroverschrijdende thema s zoals bodem, water, energie, opvolgen. Op die manier krijgt u een op uw maat samengestelde nieuwsbrief. 15.2. Nieuw online bedrijfsplatform Bij het aanmaken van een account of nadien door in te loggen op uw eigen profiel, kan u uw bedrijf hieraan koppelen. Hierdoor krijgt hij automatisch toegang tot een nieuw en uniek platform Mijn bedrijf. Via dit platform krijgt u toegang tot een brede waaier aan diensten van Inagro. Op dit beveiligde platform zal Inagro voortaan haar analyseresultaten, allerhande adviesrapporten (labo, bedrijfsbegeleiding bio) en waarschuwingsberichten plaatsen. Via uw login kan u uw persoonlijke documenten daar dan terugvinden, archiveren, downloaden of delen met diverse eigen adviseurs. Verder zal dit online platform ook een rechtstreekse toegang geven tot tal van bestaande en nog nieuw te ontwikkelen applicaties, rekenmodules, Het unieke hiervan is dat dit nu mogelijk is met één en dezelfde login. Door de integratie van diverse databanken (intern en extern) hoeft de landbouwer niet telkens opnieuw dezelfde informatie in te geven voor elk advies of elke berekening een hele stap vooruit. In de toekomst zal dit platform verder uitgebreid worden met meer geïntegreerde applicaties die ook voor de biologische teler interessant zijn.
Inagro vzw Ieperseweg 87 8800 Rumbeke T 051 27 32 00 F 051 24 00 20 E info@inagro.be - www.inagro.be