WATERWET Ontwerpbeschikking



Vergelijkbare documenten
Waterwet. Beschikking

De maaiveldhoogte is ca. NAP +0,5 m. In tabel 1 is een globale schematisatie van de bodemopbouw gegeven.

Waterwet. Ontwerpbeschikking Waterwet

WATERWET Ontwerpbeschikking

WATERWET Ontwerpbeschikking

WATERWET Ontwerpbeschikking

(ONTWERP) VERGUNNING VOOR GRONDWATERONTTREKKING OP GROND VAN DE WATERWET

VERGUNNING VOOR GRONDWATERONTTREKKING OP GROND VAN DE WATERWET

Notitie. 1. Inleiding

Besluit Watervergunning

Waterwet. Ontwerpbeschikking

Waterwet. Beschikking

Effectenstudie bodemenergiesysteem

Effectenstudie bodemenergiesysteem

Waterwet. Beschikking

De projectlocatie ligt globaal op de coördinaten: X = en Y =

Projectnummer: D Opgesteld door: Ons kenmerk: Kopieën aan: Kernteam

De projectlocatie ligt globaal op de coördinaten: X = en Y =

Open en gesloten WKO systemen. Open systemen

Ontwerp besluit ingevolge de Grondwaterwet / Verordening Waterhuishouding Limburg 1997

Effectenstudie. Onderwerp: WKO woontoren HAUT te Amsterdam Datum: Referentie: 16BB128

Effectenstudie. Onderwerp: Bodemenergiesysteem Hudson Bay Amstelveen Datum: Referentie: 16BB161

14. Geohydrologie Zuidbuurt eemnes Tauw Kenmerk N BTM-V

voor het onttrekken van grondwater op de locatie Eerste Helmersstraat 130 in Amsterdam.

De projectlocatie ligt globaal op de coördinaten: X = en Y =

Het centrum van het bouwrijp te maken gebied ligt op de coördinaten: X = , Y =

KPS_0120_GWL_2. Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam. Karakteristieken

1 Inleiding en projectinformatie

Besluit Watervergunning

WKO-coach Drenthe Kansen gemeente Westerveld in beeld. Rutger Wierikx IF Technology 9 februari 2012

CVS_0160_GWL_1. Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam. Karakteristieken

: Bodemenergiesysteem aan Gentiaanstraat 804, 7322 CZ Apeldoorn Verlenen/weigeren : verlenen vergunning

{ PRINT "&l0s \* MERGEFORMAT } Dienst Water en Milieu

Vaanster XII B.V. de heer H. Krebbers Rembrandtlaan AC Bilthoven. Betreft: Besluit Waterwet bodemenergiesysteem, Hudson Bay PNH1647

Vergunningverlening. Besluit

Ons Kenmerk: IBZ7339. Versie. Definitief. Datum: 1 mei Kopiën aan:

BESLUIT WATERWET VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

Besluit ingevolge de Grondwaterwet / Verordening Waterhuishouding Limburg 1997

Het centrum van het gebied is gelegen op de coördinaten: X = en Y =

Bijlage 1: Kaart Aanwijzing Interferentiegebied

De projectlocatie ligt globaal op de coördinaten: X = en Y =

:Bodemenergiesysteem aan Laan van Schuylenburch 10, 7064AL Silvolde Verlenen/weigeren : verlenen vergunning

c) de belangen die mogelijk invloed kunnen ondervinden van de installatie van bodemenergiesystemen

SS_1300_GWL_3. Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam. aquiferkenmerken. Sokkel+Krijt Aquifersysteem (depressietrechter)

BESLUIT WATERWET VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

SS_1300_GWL_4. Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam. Karakteristieken

Besluit Intrekking Watervergunning

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs

Algemene regels bij de keur van Wetterskip Fryslân. Algemene bepalingen en voorschriften voor onttrekkingen van grondwater uit de bodem

Bijlage 1. Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek

Ontwerpbeschikking d.d. 6 september 2012 Omgevingvergunning L

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

CVS_0600_GWL_2. Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam. aquiferkenmerken. Ledo-Paniseliaan Aquifersysteem (gespannen)

Transcriptie:

. Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 www.overijssel.nl postbus@overijssel.nl RABO Zwolle 3973 41 121 1/16 WATERWET Ontwerpbeschikking Inlichtingen bij HMG Verresen Telefoon 038 499 7636 Fax 038 425 75 00 Aanvrager Gemachtigde van de aanvrager Adviseur van de aanvrager Onderwerp IKEA Beheer BV t.a.v. Dhr. W.T. Looman Postbus 23055 1100 DN Amsterdam Herman de Groot Ingenieurs t.a.v. Dhr. R.P. Kwast Postbus 57 3830 AB Leusden telefoon:033-4320889 KWA Bedrijfsadviseurs B.V. t.a.v. Dhr. P.P. Bacon Postbus 1526 3800 BM Amersfoort Telefoon: 033-4221325 Waterwet; verlening van een vergunning aan IKEA Beheer BV, te Amsterdam. Kadastrale locatie Gemeente Zwollekerspel, Sectie X, nummer(s) 579 X-/Y-Coördinaten X: 207.690, Y: 505.235 Doel Onttrekking en retournering van grondwater ten behoeve van koeling en/of verwarming van een bedrijfsgebouw/winkel aan de Nieuwleusenerdijk te Zwolle. Hoeveelheid 651.000 m 3 Onderbouwing Toelichting vergunningaanvraag Waterwet Energieopslagsysteem IKEA te Zwolle. 11 april 2012, rapportnummer3106900dr03, KWA Bedrijfsadviseurs B.V. Datum ontvangst aanvraag 20-4-2012 provincie 2012/0121605 Bijlagen Datum verzending

De aanvraag Op 20 april 2012 hebben wij een aanvraag om vergunning voor het onttrekken en infiltreren van grondwater ontvangen van IKEA Beheer BV. De aanvraag betreft het voornemen om een bodemenergiesysteem toe te passen op de locatie Nieuwleusenerdijk te Zwolle. In deze beschikking geven wij ons besluit met de daaraan verbonden voorschriften en onze overwegingen. Het besluit Gelet op het bepaalde in de Waterwet, de Provinciewet, de Algemene wet bestuursrecht, en de Omgevingsverordening Overijssel 2009, hebben wij op de aanvraag besloten: 2/16 I. a. b. c. d. aan IKEA Beheer BV vergunning te verlenen voor het onttrekken en/of infiltreren van maximaal: 120 m 3 grondwater per uur; 2.880 m 3 grondwater per dag; 89.280 m 3 grondwater per maand; 267.840 m 3 grondwater per kwartaal; 651.000 m 3 grondwater per jaar. de vergunning te verlenen voor onbepaalde tijd. de vergunning te verlenen voor de locatie, die kadastraal bekend staat als Gemeente Zwollekerspel, Sectie X, nummer 579. dat het grondwater mag worden onttrokken en geïnfiltreerd voor het koelen en verwarmen van het bedrijfsgebouw/winkel; II. aan deze beschikking de voorschriften te verbinden die in bijlage 1 vermeld zijn. Overwegingen De overwegingen die tot dit besluit met de daaraan verbonden voorschriften hebben geleid, zijn gebaseerd op het bij de aanvraag behorende rapport Toelichting vergunningaanvraag Waterwet Energieopslagsysteem IKEA te Zwolle, 11 april 2012, rapportnummer3106900dr03, KWA Bedrijfsadviseurs B.V. De overwegingen zijn beschreven in bijlage 2 van deze beschikking. Procedure De aanvraag is behandeld volgens afdeling 3.4 (uniforme openbare voorbereidingsprocedure) van de Algemene wet bestuursrecht. Deze procedure is beschreven in bijlage 3 van deze beschikking. Hierin staat onder meer beschreven welke wettelijke adviseurs zijn geraadpleegd, de procedures ten aanzien van de terinzagelegging, de mogelijkheid van een hoorzitting en het indienen van zienswijzen of het instellen van beroep. GS, Bijlagen: 1 a 1 b 1 c Voorschriften; Parameters uitgebreide analyse grondwatermonsters; Parameters verkorte analyse grondwatermonsters. 2 Overwegingen 3 Procedure

VOORSCHRIFTEN BIJLAGE 1a Ontwerp en aanleg van het systeem 3/16 Voorschrift 1. a. De inrichting mag uit niet meer dan 4 bronnen bestaan. De bronnen dienen geplaatst te worden op de locaties zoals aangegeven in het onderbouwende rapport. b. Het grondwater mag op een diepte tot 80 meter beneden maaiveld aan de bodem worden onttrokken en geretourneerd. De filters van de onttrekkingsbronnen mogen worden geplaatst in het traject tussen 40 en 80 m-mv. De filters van de infiltratiebronnen mogen worden geplaatst in het traject tussen 40 en 80 m-mv. c. Op verzoek van de vergunninghouder kan door Gedeputeerde Staten van Overijssel toestemming verleend worden om af te wijken van voorschrift a. en b. Voorwaarde hierbij is dat door de afwijking geen schade ontstaat aan andere, bij het grondwater betrokken, belangen. d. De bronnen moeten worden aangelegd volgens NEN 5119, of een opvolger van deze norm. Er moet een gedetailleerde boorbeschrijving bijgehouden worden (ten minste één beschrijving per geboorde meter). Een afschrift van de boorbeschrijving moet worden toegezonden aan TNO Bouw en Ondergrond 1 en Gedeputeerde Staten van Overijssel. De doorboorde scheidende lagen moeten worden afgedicht met zwelklei. e. In het boorgat voor de bronnen of in aparte boorgaten nabij de bronnen moeten ter hoogte van het filtertraject peilfilters worden geplaatst die geschikt zijn voor monstername van het grondwater in het bepompte watervoerend pakket. f. Bij de inrichting moet een (eventueel digitaal) logboek aanwezig zijn waarin wijzigingen aan de installatie en de in deze voorschriften genoemde gegevens worden bijgehouden. g. De vergunninghouder draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan berust bij diegene die binnen het bedrijf verantwoordelijk is voor de onttrekking. Op verzoek van een controlerende ambtenaar moet deze persoon de vergunning, het logboek en de in de voorschriften genoemde ijkingen en analyseresultaten kunnen overleggen. Meten en vastleggen van de onttrokken hoeveelheid grondwater Voorschrift 2. a. De onttrokken hoeveelheid grondwater wordt (op een directe of indirecte manier) zo gemeten dat het meetresultaat in enige maand niet meer dan vijf procent afwijkt van de werkelijk onttrokken hoeveelheid. b. De meetinstrumenten voor het meten van de onttrokken hoeveelheid worden op een goed toegankelijke plaats geïnstalleerd, zodanig dat ze goed afleesbaar zijn. c. De vergunninghouder zorgt ervoor dat de meetinstrumenten vóór aanvang van de onttrekking/retournering zijn geijkt. De vergunninghouder zorgt vervolgens voor de instandhouding en goede werking van de instrumenten, zodanig dat de volgens voorschrift a. vereiste nauwkeurigheid gewaarborgd blijft. De meetinstrumenten worden daartoe eens per jaar opnieuw gekalibreerd. Bij gebruik van elektromagnetische flowmeter(s) kan volstaan worden met kalibratie eens in de 10 jaar, mits evaluatie om de 5 jaar positief is. Het resultaat van de verrichte controles wordt, onder vermelding van de datum, in het logboek vermeld. 1 TNO Bouw en Ondergrond, afdeling Grondwater, ter attentie van de heer Ottema, Postbus 80015, 3508 TA Utrecht.

d. De onder voorschrift a. genoemde meetresultaten worden maandelijks geregistreerd op een meetstaat. Bij vervanging van een meetinstrument wordt zowel de eindstand van het oude meetinstrument als de beginstand van het nieuwe meetinstrument geregistreerd. Op de meetstaat wordt, onder opgave van de datum, eveneens melding gemaakt van voorvallen die van invloed kunnen zijn op de meting. De meetstaten worden minstens vijf jaar voor Gedeputeerde Staten van Overijssel beschikbaar gehouden. e. Jaarlijks wordt in de maand januari een registratieformulier met de in het voorgaande jaar maandelijks onttrokken hoeveelheid grondwater ingevuld en aan Gedeputeerde Staten van Overijssel toegezonden. Na beëindiging van de onttrekking moet binnen een maand worden opgegeven hoeveel grondwater per kwartaal tot aan de beëindiging is onttrokken. Kwaliteit van het grondwater en het te retourneren water 4/16 Voorschrift 3. a. Aan het te retourneren water mogen geen stoffen worden toegevoegd. De concentratie van stoffen mag, in vergelijking met het opgepompte water, niet door een bewerking zijn toegenomen. b. Voorafgaand aan de ingebruikname van het energieopslagsysteem moet het grondwater in beide bronfilters worden bemonsterd. De vergunninghouder is verplicht de monsters te analyseren op de parameters zoals aangegeven in bijlage 1b van deze beschikking. Het analyserapport wordt ten minste vier weken voorafgaand aan de ingebruikname van de inrichting toegezonden aan Gedeputeerde Staten van Overijssel. c. Vervolgens moet na ingebruikname van het KWO systeem één keer per jaar een monster genomen worden van het water in het koude filter. Indien de meetwaarden van de parameters van de eerste twee jaar overeenkomen met de waarden uit de referentiemeting, mag in dit specifieke geval de meetfrequentie, na goedkeuring door of namens Gedeputeerde Staten van Overijssel, worden verlaagd tot één keer per drie jaar. De vergunninghouder is verplicht het genoemde monster te analyseren op de parameters zoals aangegeven in bijlage 1c van deze beschikking en daarnaast op milieuvreemde stoffen die, gelet op het energie-opslagproces, in het te infiltreren water terecht kunnen zijn gekomen. d. Als de vergunninghouder constateert of het vermoeden heeft dat de kwaliteit, behoudens de temperatuur, van het te infiltreren grondwater verschilt van het onttrokken grondwater moet hij de infiltratie direct staken. Van het staken van de infiltratie moet de vergunninghouder de Gedeputeerde Staten van Overijssel op de hoogte stellen. Verdere verontreiniging van het ontvangende grondwater dient te worden voorkomen en een eventueel al veroorzaakte verontreiniging dient te worden gesaneerd. e. Als een voorval zoals bedoeld in voorschrift 3.d. zich voordoet, moet de vergunninghouder onmiddellijk een onderzoek verrichten conform voorschrift 3.b. Voorkomen en signaleren van lekkage Voorschrift 4. a. Het grondwatercircuit moet fysiek volledig gescheiden zijn van het gebouwcircuit. Bij gebruik van vloeistoffen in het gebouwcircuit, anders dan leidingwater zonder toevoegingen, moet een dubbelwandige warmtewisselaar worden gebruikt voor de scheiding met het grondwatercircuit. b. Het systeem moet op zodanige wijze worden uitgevoerd dat vloeistof uit het gebouwcircuit niet in de bodem terecht kan komen en voorzien worden van een controlesysteem waarmee lekkage geconstateerd kan worden.

c. In het gehele grondwatercircuit moet een zodanige overdruk gehandhaafd worden dat stoffen van buiten dit grondwatercircuit niet kunnen binnendringen. d. Het grondwatercircuit moet zodanig worden uitgevoerd dat geen beluchting kan optreden. e. Eén keer per jaar moet op lekkages gecontroleerd worden door het systeem (inclusief de leidingen) grondwaterzijdig af te persen. Geconstateerde gebreken moeten worden hersteld, voordat de warmtewisselaar weer in gebruik wordt genomen. Verrichte controles worden geregistreerd in het logboek. Temperatuur van het te retourneren water en de energiebalans 5/16 Voorschrift 5. a. De temperatuur van het te retourneren water mag niet hoger zijn dan 25 C. b. De hoeveelheid energie die wordt onttrokken en/of geïnfiltreerd wordt automatisch geregistreerd en ten minste dagelijks vastgelegd. c. Na afloop van elk jaar wordt de hoeveelheid in de bodem gebrachte energie (warmte) en uit de bodem onttrokken energie (koude) bepaald. Deze hoeveelheden worden gelijktijdig met het registratieformulier (voorschrift 2.e.) toegestuurd aan de Gedeputeerde Staten van Overijssel. d. In een aaneengesloten periode van vijf jaar dient de cumulatieve balans van de totale hoeveelheid in de bodem gebrachte energie en onttrokken energie minimaal eenmaal gelijk aan 0 (nul) te zijn. Regeneratie van de bronnen Voorschrift 6. a. Het onderhoud aan de putten moet zoveel mogelijk mechanisch uitgevoerd worden. Chemische regeneratie is alleen toegestaan wanneer vooraf goedkeuring is verleend door Gedeputeerde Staten van Overijssel. Chemische regeneratie moet zodanig worden uitgevoerd dat er geen restverontreiniging achterblijft in de bodem. Het water dat wordt opgepompt tijdens het chemisch regenereren, mag niet worden geretourneerd in de bodem. Evaluatie van energieopslagsystemen Voorschrift 7. a. De vergunninghouder moet vijf jaar na ingebruikname van de inrichting en daarna eens per vijf jaar een evaluatie verrichten. Doel van deze evaluatie is inzicht te krijgen in de effecten van het energieopslagsysteem op andere belangen en in de chemische en thermische gevolgen voor de bodem. b. In de evaluatie moet minimaal aandacht worden besteed aan: de maandelijkse hoeveelheid onttrokken en geretourneerd water; de per maand gemiddelde temperatuur van het onttrokken en geretourneerde water; een overzicht van de maandelijks in de bodem opgeslagen en uit de bodem onttrokken hoeveelheid energie; een berekening van de energiebalans per zomer- en winterseizoen van de afgelopen periode en de procentuele afwijking van de eindbalans; alle analyseresultaten van de monstername van grondwater; een overzicht van alle opgetreden calamiteiten, een toelichting op de oorzaak hiervan, de genomen maatregelen en de effecten van de genomen maatregelen; een evaluatie van de thermische en chemische effecten van de onttrekking en retournering en de gevolgen voor andere, bij het grondwater, betrokken belangen.

c. Binnen een half jaar na het verstrijken van de vijfjaarlijkse periodes wordt het evaluatierapport toegezonden aan Gedeputeerde Staten van Overijssel. Beëindiging van de onttrekking/retournering 6/16 Voorschrift 8. a. Beëindiging van de onttrekking en retournering moet ten minste twee maanden voor de beëindiging aan Gedeputeerde Staten van Overijssel worden gemeld. b. Bij beëindiging van de onttrekking en infiltratie moet de vergunninghouder een onderzoek naar de grondwaterkwaliteit verrichten conform voorschrift 3.b. Binnen een maand na beëindiging van de winning moeten de resultaten van het onderzoek aan Gedeputeerde Staten van Overijssel worden toegestuurd. Indien uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de bodem- en/of de grondwaterkwaliteit tot boven de wettelijke normen negatief is beïnvloed, dient deze verandering ongedaan te worden gemaakt. Het saneringsplan dient te worden goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Overijssel. c. Bij beëindiging van de winning moet de vergunninghouder een evaluatie verrichten conform voorschrift 7.a. en 7.b. Het evaluatierapport wordt binnen een half jaar na beëindiging van de winning toegezonden aan Gedeputeerde Staten van Overijssel. d. Na beëindiging van de onttrekking moeten de weerstandbiedende lagen in overeenstemming met het bepaalde in de Omgevingsverordening Overijssel 2009 of opvolgende regelingen worden hersteld.

PARAMETERS UITGEBREIDE ANALYSE GRONDWATERMONSTERS BIJLAGE 1b Parameter Eenheid Parameter Eenheid Algemene parameters Zware Metalen Elektrisch geleidingsvermogen (EC) Ms/m Arseen (As) g/l Kleur (455 nm) mg/l Cadmium (Cd) g/l Watertemperatuur oc Chroom (Cr) g/l Zuurstof (O2) mg/l Koper (Cu) g/l Zuurgraad ph Kwik (Hg) g/l 7/16 Lood (Pb) g/l Anorganische parameters Nikkel (Ni) g/l Anionen Meq/l Zink (Zn) g/l Kationen Meq/l Ionenbalans % Organische parameters Ammonium (NH4) mg/l Dissolved organic carbon (DOC) g/l Chloride (Cl) Nitraat (NO3) Nitriet (NO2 ) Sulfaat (SO4) Totaal fosfaat (PO4) Waterstofcarbonaat (HCO3) Calcium (Ca) Natrium (Na) Kalium (K) Silicium (Si) Magnesium (Mg) Aluminium (Al) IJzer (Fe) Mangaan (Mn) mg/l mg/l mg/l mg/l mg/l mg/l g/l g/l g/l g/l g/l g/l mg/l mg/l

PARAMETERS VERKORTE ANALYSE GRONDWATERMONSTERS BIJLAGE 1c Algemene parameters Zuurstof O2 mg/l Zuurgraad Ph Elek. Gel. Vermogen Watertemperatuur Ms/m C Anorganische macroparameters 8/16 Waterstofcarbonaat HCO3 mg/l Chloride Cl mg/l Sulfaat SO4 mg/l Natrium Na mg/l Kalium K mg/l Calcium Ca mg/l Magnesium Mg mg/l Ammonium NH4 mg/l Nitraat NO3 mg/l Anorganische microparameters IJzer Fe mg/l Mangaan Mn mg/l Aluminium Al g/l

OVERWEGINGEN BIJLAGE 2 1. Inleiding Aan deze beschikking met bijbehorende voorschriften liggen een aantal overwegingen ten grondslag. Deze overwegingen zijn gebaseerd op het bij de aanvraag behorende rapport Toelichting vergunningaanvraag Waterwet Energieopslagsysteem IKEA te Zwolle, 11 april 2012, rapportnummer3106900dr03, KWA Bedrijfsadviseurs B.V. Dit rapport is de onderbouwing van, toelichting bij en onderdeel van de aanvraag. 2. De aanvraag IKEA Beheer BV te Amsterdam is voornemens bij de nieuwe vestiging in Zwolle aan de Nieuwleusenerdijk gebruik te maken van grondwater voor de koeling en verwarming van het gebouw. 9/16 Door het toepassen van dit duurzame energiesysteem wordt in vergelijking met conventionele koeling en verwarming een besparing gerealiseerd op het gebruik van elektriciteit en gas. Volgens berekeningen wordt een besparing van 161.000 m 3 aardgasequivalenten gerealiseerd. De reductie van het energieverbruik heeft een verminderde uitstoot van 285 ton koolstofdioxide (CO 2) en 90 kg Stikstofoxide (NOx) op jaarbasis tot gevolg. 3. Systeembeschrijving Voor de verwarming en koeling wordt gebruik gemaakt van een recirculatiesysteem bestaande uit 2 onttrekkingsbronnen en 2 infiltratiebronnen. De afstand tussen de onttrekkingsbronnen en infiltratiebronnen bedraagt circa 170 meter. Zowel de beide ontrekkingsbronnen als de infiltratiebronnen hebben een onderlinge afstand van circa 60 meter. De filterstelling van zowel de onttrekkingsbronnen als de infiltratiebronnen is in het eerste watervoerende pakket tussen 40 m-mv en 80 m-mv. De effectieve filterlengte van het koude en warme filter bedraagt minimaal 22 meter. Omdat er op locatie naar verwachting een redox-grens aanwezig is tussen 10 en 20 m mv worden de bronfilters zo diep mogelijk in het watervoerende pakket geplaatst. De plaats en maximale diepte van de bronfilters zijn vastgelegd in voorschrift 1a en b van deze beschikking. De vergunninghouder kan echter een verzoek doen om het ontwerp van het systeem aan te mogen passen. In het veld kan blijken dat het plaatsen van een bron op deze locatie of diepte praktisch gezien toch niet mogelijk is. Ook kan de bron verstopt raken en op een andere locatie vervangen moeten worden. Gedeputeerde Staten van Overijssel zullen dan instemmen met een afwijking van voorschrift 1.a. en 1.b., mits de aanpassing van het ontwerp geen gevolgen heeft voor de bij het grondwater betrokken belangen. Het systeem is gedimensioneerd op een debiet van 60 m 3 per uur en een gemiddelde jaarhoeveelheid van 500.000 m 3 per jaar. Om rekening te houden met klimatologische extreme jaren en voor extra capaciteit in de opstartfase wordt een maximale capaciteit van 650.000 m 3 per jaar aangevraagd. In de winterperiode wordt grondwater onttrokken uit het warme filter, gebruikt voor verwarming van het pand en met een temperatuur van gemiddeld 8 C teruggebracht in de bodem via het koude filter. Het waterbezwaar in de winterperiode bedraagt gemiddeld 285.000 m 3 en maximaal 370.000 m 3. In de zomerperiode wordt grondwater onttrokken uit het koude filter, gebruikt voor koeling van het pand en via het warme filter weer in de bodem teruggebracht met een temperatuur van gemiddeld 15 C. Het waterbezwaar in de zomerperiode bedraagt gemiddeld 215.000 m 3 en maximaal 280.000 m 3. Jaarlijks wordt op deze manier circa 1.000 MWh th energie in de bodem gebracht en uit de bodem onttrokken.

3.1. Bodemopbouw Het maaiveld bevindt zich ter plaatse op circa 1,0 m+nap. De bodem is opgebouwd uit goed- en slechtdoorlatende lagen. Ten behoeve van het onderzoek zijn aan de verschillende lagen geohydrologische parameters toegekend. Dit betreft een doorlaatvermogen (kd-waarde) aan een watervoerend pakket en een weerstand (c-waarde) aan een slechtdoorlatende laag. Met behulp van de Grondwaterkaart van Nederland, boringen in de omgeving van de locatie (DINOLoket, TNO-NITG), REGIS-II en de proefboringen gemaakt bij het naastgelegen Van der Valk Hotel is een schematisatie opgesteld van de verwachte bodemopbouw en de geohydrologische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie. In onderstaande tabel is de schematisatie van de bodemopbouw weergegeven. 10/16 Diepte [m-mv] Lithologie Geohydrologische situatie 0 80 matig grof tot uiterst grof zand. Tussen 25 eerste watervoerend pakket en 65 m-mv is het pakket gestuwd. Hier kunnen scheef gestelde kleilagen in voorkomen (Formaties van Boxtel. Kreftenheye, Urk en Peize) 80 100 klei met ingesloten zandlagen van zeer fijn eerste scheidende laag tot matig fijn zand (Formatie van Peize, laagpakket van Balk) 100-120 matig grof zand (Formatie van Peize-Waalre) tweede watervoerend pakket > 120 afwisseling tussen zeer fijn slibhoudende geohydrologische basis zanden en kleilagen (Formaties van Maassluis en Oosterhout) mv = maaiveld op terrein (varieert tussen 0,7 en 1,4 m+nap) 3.2. Grond- en oppervlaktewater Grondwater De lokale grondwaterstroming is naar verwachting westelijk gericht en heeft een lage stroomsnelheid van circa 5-10 m/jaar meter per jaar. De gemiddelde stijghoogte van het eerste watervoerende pakket waarin het energieopslagsysteem zal worden toegepast bedraagt circa 0,5 m-nap. Grondwatertemperatuur De natuurlijke temperatuur van het grondwater bedraagt circa 11 C. Zoet-zout grensvlak De grens tussen zoet en brak grondwater bevindt zich volgens de grondwaterkaart van Nederland op een diepte van circa 180 m-nap meter beneden NAP. Redox Voor het energieopslagsysteem is het belangrijk of in het watervoerend pakket een overgang tussen zuurstof- of nitraathoudend grondwater naar ijzerhoudend grondwater aanwezig is. Deze overgang wordt de redoxgrens genoemd. Als de bronfilters in de buurt van de redoxgrens worden geplaatst, kunnen de bronnen verstoppen vanwege vorming van ijzerneerslag door menging van zuurstof- of nitraathoudend grondwater met ijzerhoudend grondwater. Bij bemonstering van nabijgelegen peilbuizen is gebleken dat de redox-grens (overgang tussen zuurstofloos en zuurstofhoudend water) zich in het traject tussen 10 tot 20 m mv bevindt.

Oppervlaktewater Zuidelijk van de projectlocatie ligt de Overijsselsche Vecht. Deze ligt buiten het invloedsgebied (5-cm verlagingslijn) van het bodemenergiesysteem. Daardoor zal er gen sprake zijn van beïnvloeding. 4. Effecten van het systeem 4.1. Hydrologisch De hydrologische effecten (de berekende verlagingen en verplaatsingen van het grondwater) kunnen gevolgen hebben voor andere, bij het grondwater betrokken belangen. Het gebied waarbinnen deze belangen mogelijk kunnen spelen en worden beoordeeld is het hydrologische invloedsgebied. Dit gebied wordt bepaald door de 5-cm verlagings- en of verhogingslijn in het freatische pakket. 11/16 Voor de bepaling van de hydrologische effecten is gebruik gemaakt van de berekeningen met het computerprogramma FeFlow. 4.1.1 Schematisatie De schematisatie voor het grondwatermodel is gebaseerd op de eerder beschreven bodemopbouw. Diepte (m-mv) d (m) Filterstelling k (m/d) kd (m 2 /d) c (d) Modellaag Geohydrologische laag 0-2 2 40 80 1,6 wvl 1 fictief freatisch pakket 2 26 24 40 960 1,8 wvl 2 wvp1 26 30 4 40 160 1 wvl 3 wvp1 30 40 10 40 400 1,3 wvl 4 wvp1 40 50 10 X 40 400 1,3 wvl 5 wvp1 50 60 10 X 40 400 1,9 wvl 6 wvp1 60-80 20 20 400 wvl 7 wvp1 4.1.2 Effecten Uitgangspunten Bij de berekening van de hydrologische effecten is gerekend met vier bronnen, twee voor infiltratie en twee voor onttrekking, gedimensioneerd op 60 m 3 /uur, totaal 120 m 3 /uur. De bronnen liggen circa 170 meter uit elkaar wat voldoende is om onderlinge beïnvloeding te voorkomen. De onttrekkingsbronnen liggen ongeveer 60 meter uit elkaar (evenals de infiltratiebronnen) wat voldoende is om geohydrologische versterking te minimaliseren. De bronnen worden bij voorkeur zo diep mogelijk in het eerste watervoerend pakket geplaatst in het traject tussen 40 en 80 m-mv. Bij een boordiameter van 600 mm en 2.387 vollasturen per seizoen is een effectieve filterlengte van 22 meter berekend. Uitkomsten Uit de resultaten blijkt dat op een afstand groter dan 560 meter vanaf de onttrekkingsbronnen de stijghoogteverandering in het eerste watervoerend pakket kleiner is dan 5 cm. Bij de infiltratiebronnen is dit al na 310 meter. Ter plaatse van de onttrekkingsbronnen wordt een verlaging berekend van -1,20 meter, bij de infiltratiebronnen een verhoging van 1,10 meter. Volgens de berekeningen wordt het freatische grondwater licht beïnvloed. Er wordt een verlaging in modellaag wvl 1 berekend van maximaal 0,20 meter nabij de onttrekkingsbronnen van IKEA. De resultaten van de berekeningen zijn opgenomen in de onderstaande tabel.

Afstand tot de bronnen Max. stijghoogteverandering t.h.v.onttrekkingsbronn en (m) freatisch pakket (wvl 1) Max. verhoging infiltratiebronnen (m) wvp 1 (wvl 5) Max verlaging Onttrekkingsbronnen (m) wvp 1 (wvl5) 0 0,20 1,10-1,20 10 0,19 0,55-0,60 310 0,10 0,05-0,10 560 0,05 <0,05-0,05 De contourlijnen van de stijghoogteveranderingen zijn weergegeven in bijlage 6 van de effectenstudie 12/16 Op betrekkelijk korte afstand liggen een aantal andere KWO-systemen. Een aantal daarvan liggen binnen de 0,05 m verlagings-contourlijn. In de onderstaande tabel staan de extra stijghoogteveranderingen weergegeven die als gevolg van het systeem van IKEA bij de bronnen worden berekend. Systeem Beïnvloeding door IKEA [m] Van der Valk (Onttrekking) 0,04 Van der Valk (Infiltratie) 0,02 Likon (Onttrekking) 0,10 Likon (Infiltratie) 0,10 Exclusiva (Onttrekking) 0,03 Exclusiva (Infiltratie) 0,03 Van Hoek (Onttrekking) 0,02 Van Hoek (Infiltratie) 0,01 Uit de resultaten blijkt dat het systeem van IKEA de bronnen van de omliggende systemen nauwelijks beïnvloed. Bij Likon worden de grootste effecten berekend namelijk 0,10 meter. Voor de onttrekkingsbron van Likon betekent dit dat er een iets grotere opvoerhoogte zal optreden bij onttrekking. Voor de infiltratiebron betekent dit dat een wat lagere injectiedruk nodig is bij infiltratie. Een dergelijke geringe stijghoogteverandering zal het functioneren van de bronnen niet merkbaar beïnvloeden. 4.2. Hydrothermisch De temperatuursveranderingen van het grondwater door KWO-systemen kunnen verschuivingen veroorzaken in de chemische evenwichten tussen het ondergrondmateriaal en het grondwater ter plaatse en kan ook effect hebben op de biologische processen in de ondergrond. De grootte van het invloedsgebied, waarbinnen deze effecten worden onderzocht, wordt bepaald door de 0,5 Celsius beïnvloedingslijn. Deze contourlijn wordt berekend op basis van een cumulatieve maximale temperatuurverandering over een periode van 20 jaar. Uitgangspunten Voor de bepaling van de hydrothermische effecten is gebruik gemaakt van de berekeningen met het computerprogramma FeFlow. De berekening van het temperatuurverloop van het grondwater is uitgevoerd op basis van vollasturen en maximaal ontwerpdebiet over een periode van 20 jaar. 4.2.1 Effecten Na twintig jaar energieopslag is de thermische invloed bij de bronnen minimaal. Het warme water dat in de zomer wordt geïnfiltreerd, wordt grotendeels geneutraliseerd door het koude water dat in het volgende seizoen in dezelfde bronnen wordt geïnfiltreerd. De resultaten laten zien dat de

koude bel aan het einde van de winterperiode tot circa 45 meter vanaf de bronnen in de richting van het Van der Valk hotel reikt. Aan het einde van de zomerperiode reikt de warme bel tot 42 meter in de richting van het Van der Valk hotel. De omliggende systemen worden thermisch niet beïnvloed. De resultaten van de berekening, het temperatuurverloop over een periode van 20 jaar en de ligging van de hydrothermische invloedsgebieden zijn weergegeven in bijlage 7 van de effectenstudie. 13/16 5. Invloed op bij het grondwater betrokken belangen De berekende verlagingen en verplaatsingen van het grondwater kunnen gevolgen hebben voor andere, bij het grondwater betrokken belangen. Voor de volgende belangen wordt een overweging gegeven: - Verontreinigingen; - Natuurgebieden; - Landbouwgebieden; - Bouwwerken; - Overige grondwateronttrekkingen; - Archeologische monumenten; - Grondwaterkwaliteit. Het gebied waarbinnen deze belangen mogelijk kunnen spelen en worden beoordeeld in het hydrologische en hydrothermische invloedsgebied. Deze gebieden worden respectievelijk bepaald door de 5-cm verlagings- en of verhogingslijn in het freatische pakket en door de 0,5 C verlagings- en verhogingslijn. Voor de bovengenoemde belangen wordt vastgesteld of deze voorkomen in dit gebied en in welke mate er sprake is van beïnvloeding, of dit toelaatbaar is en welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om deze bezwaren te ondervangen, hetzij een belemmering zijn voor het realiseren van het KWO-systeem. De effectgebieden zijn weergegeven in bijlage 6 en 7 van de effectenstudie. 5.1. Verontreinigingen Grondwaterverontreinigingen kunnen door onttrekkingen aangetrokken of verplaatst worden, waardoor de verontreiniging over een groter gebied verspreid wordt. Op het bedrijventerrein Hessenpoort zijn mogelijk enkele ondiepe verontreinigingen aanwezig afkomstig van ondergrondse tanks. De filters van het systeem worden zo diep mogelijk in het eerste watervoerend pakket geplaatst waardoor beïnvloeding van deze eventuele verontreinigingen nihil zal zijn. Gevolgen voor deze mogelijke verontreinigingen worden niet verwacht. 5.2. Natuurgebieden Verlaging of verhoging van de freatische grondwaterstand of wijziging van kwelstromen als gevolg van de werking van het KWO-systeem kan invloed hebben op de natuurwaarden. Natuurwaarden hebben bijzondere aandacht in de gebieden aangewezen voor de Ecologische Hoofdstructuur, Natura 2000-, en Vogel- en Habitatrichtlijn-gebieden. Het invloedsgebied raakt aan de uiterwaarden van de Vecht. De beperkte grondwaterstandsdaling als gevolg van het bodemenergiesysteem op die locatie wordt tenietgedaan door de directe invloed van de Vecht. Derhalve zijn er geen significatie gevolgen voor natuurwaarden. 5.3. Landbouwgebieden Door verandering van de freatische grondwaterstand kan bij landbouwgebieden mogelijk opbrengstvermindering optreden. Of dit daadwerkelijk optreedt, is afhankelijk van het bodemtype en de grondwatertrap van het betreffende perceel, de periode van het jaar waarin bemalen wordt en de meteorologische omstandigheden.

Zoals in de rapportage is beschreven bevindt de locatie zich op een bedrijventerrein. Er liggen in het invloedsgebied geen locaties met landbouwwaarden. Daarom is er geen beïnvloeding van landbouwgebieden. 5.4. Bouwwerken Een verlaging van de grondwaterstand in veen, klei of leemlagen kan in het algemeen zetting veroorzaken aan bebouwing. Indien de grondwaterstand in het verleden laag is geweest, zal de zetting al opgetreden zijn en zal de bodem niet verder inklinken. Bij infiltratie kan verhoging van de grondwaterstand in het algemeen ook leiden tot het onderlopen van bijvoorbeeld kelders. 14/16 Volgens de berekeningen zal er als gevolg van het systeem een maximale zetting optreden van ongeveer 1,7 mm met een zettingsverhang van 0,025 mm/m. Als maat voor schade aan bebouwing worden de grenswaarden van 15 a 16 mm zetting en 3,33 mm/m zettingsverhang aangehouden als kritieke grenswaarden. Op basis van deze berekeningen wordt verwacht dat schade aan bebouwing en infrastructuur als gevolg van zetting niet zal optreden. 5.5. Overige grondwateronttrekkingen Het maximale hydrologische invloedsgebied reikt onder in het watervoerend pakket, gecombineerd met alle omliggende systemen, tot maximaal 560 meter rond de infiltratiebronnen (5 cm verlagingslijn). Voor het hydrothermisch invloedsgebied bedraagt deze afstand maximaal 61 meter (+0,5 C verandering ten opzichte van de achtergrondtemperatuur van het grondwater). Binnen het invloedsgebied liggen enkele bodemenergiesystemen. De berekeningen tonen aan dat bij het systeem van Likon de grootste stijghoogteverandering wordt berekend van 0,10 meter. Een dergelijke geringe grondwaterstandsdaling zal het functioneren van het systeem nauwelijks beïnvloeden. Geen van deze systemen worden thermisch beïnvloed. Daarom is een ongewenste wisselwerking met andere energieopslagsystemen niet aan de orde. 5.6. Archeologische monumenten Grondwaterstandveranderingen kunnen leiden tot schade aan bodems van cultuurhistorische waarde of aan archeologische monumenten. Aan het terrein van de onderzoekslocatie wordt volgens de Cultuurhistorische atlas van de provincie Overijssel een lage tot middelhoge archeologische waarde toegekend. Het freatische grondwater wordt lokaal met maximaal 0,20 meter beïnvloed door het systeem. Een dergelijke stijghoogteverandering zal geen significante gevolgen met zich meebrengen voor eventuele aanwezige cultuurhistorische waarden. 5.7. Grondwaterkwaliteit De structurele temperatuurverandering van het grondwater als gevolg van het energieopslagsysteem bedraagt na 20 jaar op een afstand van circa 60 meter 0,5 C. Door deze geringe veranderingen en door de voorgeschreven bovengrens van de temperatuur van het geretourneerde grondwater van 25 C zal de chemische en microbiologische samenstelling van het grondwater niet significant wijzigen. Beïnvloeding van het zoet-zout grensvlak De filters van het systeem worden aangelegd op een diepte van circa 40 80 m-mv. Het grondwater is op deze diepte zoet. De grens tussen zoet en brak grondwater bevindt zich op een diepte van circa 180 m-mv. Hierdoor wordt geen beïnvloeding van de ligging van het zoet - zout grensvlak verwacht. 6. Afweging De provincie staat positief tegenover de toepassing van KWO-systemen vanwege de

energiebesparing en daarmee reductie van de uitstoot van broeikasgassen. Het beleid van de provincie is er op gericht om de toepassing van KWO te stimuleren. In deze specifieke situatie is toegewerkt naar een optimale inpassing en ordening van verschillende grotere en kleinere systemen. Waarbij een maximaal resultaat lijkt te zijn behaald met betrekking tot een maximale benutting van de beschikbare ruimte. Uit de effectenstudie blijkt dat het KWO-systeem nauwelijks merkbare gevolgen zal hebben in een beperkt invloedsgebied met betrekking tot verandering in freatische grondwaterstanden, kwaliteit en temperatuur. Met betrekking tot de overige bij het grondwater betrokken belangen is concluderen wij dat er geen sprake is van natuur- en landbouwgebieden of archeologische waarden binnen het invloedsgebied. Schade aan bouwwerken als gevolg van zettingen is zowel vanwege de kleine kans als wel van de beperkte zettingen in een klein gebied geen wezenlijk risico. 15/16 7. Monitoring De monitoring dient plaats te vinden op de werking van het energieopslagsysteem. Hierbij moet expliciet aandacht worden besteed aan het bereiken en in stand houden van een voldoende temperatuur- en energiebalans in de bodem. Tevens dient de kwaliteit van het grondwater te worden bewaakt. Hiertoe zijn voorschriften opgenomen bij deze beschikking. 8. Conclusie Wij zijn van mening dat op basis van de bij de aanvraag behorende rapportage en overwegingen de voorgenomen onttrekking op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd op basis van de te verlenen vergunning met voorschriften.

PROCEDURE BIJLAGE 3 N.B. De aanvraag om de Waterwetvergunning hebben wij behandeld conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Een exemplaar van deze ontwerpbeschikking hebben wij gezonden aan: IKEA Beheer BV Postbus 23055 1100 DN AMSTERDAM Burgemeester en Wethouders van Zwolle Postbus 10007 8000 GA ZWOLLE Het dagelijks bestuur van Waterschap Groot Salland Postbus 60 8000 AB ZWOLLE Vitens N.V. Postbus 1205 8001 BE ZWOLLE Herman de Groot Ingenieurs Postbus 57 3830 AB LEUSDEN t.a.v. Dhr. R.P. Kwast KWA Bedrijfsadviseurs B.V. Postbus 1526 3800 BM AMERSFOORT 16/16 Terinzagelegging Deze ontwerpbeschikking ligt vanaf 27 juli 2012 tot 7 september 2012 ter inzage in het gemeentehuis van de gemeente Zwolle, Lübeckplein 2 te Zwolle. Daarnaast ligt de ontwerpbeschikking ter inzage bij de eenheid Publieke Dienstverlening van de provincie Overijssel, Luttenbergstraat 2 te Zwolle. Voor inzage in de stukken bij de provincie Overijssel kunt u contact opnemen met de behandelende ambtenaar die in het briefhoofd is vermeld. De stukken zijn in te zien tijdens kantooruren. Zienswijzen Een ieder kan gedurende de periode van terinzagelegging zienswijzen tegen deze ontwerpbeschikking inbrengen. Dit kan zowel schriftelijk als mondeling. Degene die zijn of haar bedenkingen schriftelijk wil inbrengen, kan deze richten aan het College van Gedeputeerde Staten van Overijssel, Postbus 10078, 8000 GB Zwolle, onder vermelding van kenmerk. Beroep Alleen belanghebbenden, die tijdig zienswijzen tegen het ontwerp van de beschikking hebben ingebracht, kunnen later beroep tegen de definitieve beschikking instellen. Daarnaast bestaat eveneens de gelegenheid tot beroep voor degenen die zienswijzen hebben tegen eventuele wijzigingen die bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerp zijn aangebracht, evenals belanghebbenden die aantonen dat zij redelijkerwijs niet in staat zijn geweest tijdig zienswijzen in te brengen tegen het ontwerp van de beschikking.