WATERWET Ontwerpbeschikking
|
|
|
- Gerda Heidi Lenaerts
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Luttenbergstraat 2 Postbus GB Zwolle Telefoon Fax [email protected] RABO Zwolle / /16 Inlichtingen bij Huub Verresen tel fax [email protected] Zaaknummer Z-WATER_AWB WATERWET Ontwerpbeschikking Aanvrager Adviseur van de aanvrager Onderwerp Deventrade BV t.a.v. de heer O. Pothoven Teugseweg AM Deventer Telefoon: Van Harlingen Grondwater Management B.V. t.a.v. de heer S.M. van Harlingen Deken Zondaglaan EB Vogelenzang Telefoon: Waterwet; verlening van een vergunning aan Deventrade BV, Bergweidedijk te Deventer. Kadastraal bekend Gemeente Deventer, Sectie N, nummer 87 X-/Coördinaten X: , Y: Doel Onttrekking en retournering van grondwater ten behoeve van koeling en/of verwarming van een gebouw aan de Bergweidedijk te Deventer Hoeveelheid m 3 Onderbouwing Effectenstudie Grondwatersysteem "Deventrade" Deventer. 4207/10082/SvH, 1 juli 2011, Van Harlingen Grondwater Management B.V. Datum ontvangst aanvraag provincie 2011/ Bijlagen Datum verzending
2 De aanvraag Op 4 juli 2011 hebben wij een aanvraag om vergunning voor het onttrekken en infiltreren van grondwater ontvangen van Deventrade B.V. De aanvraag betreft het voornemen om een koude- /warmteopslag toe te passen op de locatie Bergweidedijk te Deventer. In deze beschikking geven wij ons besluit met de daaraan verbonden voorschriften en onze overwegingen. Het besluit Gelet op het bepaalde in de Waterwet, de Provinciewet, de Algemene wet bestuursrecht, en de Omgevingsverordening Overijssel 2009, hebben wij op uw aanvraag besloten: 2/16 I. a. II. b. c. d. aan Deventrade B.V. vergunning te verlenen voor het onttrekken en/of infiltreren van maximaal: 60 m 3 grondwater per uur; m 3 grondwater per dag; m 3 grondwater per maand; m 3 grondwater per jaar. de vergunning te verlenen voor onbepaalde tijd. de vergunning te verlenen voor de locatie, die kadastraal bekend staat als Gemeente Deventer, Sectie N, nummer 87. dat het grondwater mag worden onttrokken en geïnfiltreerd voor het koelen en verwarmen van het bedrijvencomplex; aan deze beschikking de voorschriften te verbinden die in bijlage 1 vermeld zijn. Overwegingen De overwegingen die tot dit besluit met de daaraan verbonden voorschriften hebben geleid, zijn gebaseerd op het bij de aanvraag behorende rapport Effectenstudie Grondwatersysteem "Deventrade" Deventer. 4207/10082/SvH, 1 juli 2011, Van Harlingen Grondwater Management B.V. De overwegingen zijn beschreven in bijlage 2 van deze beschikking. Procedure De aanvraag is behandeld volgens afdeling 3.4 (uniforme openbare voorbereidingsprocedure) van de Algemene wet bestuursrecht. Deze procedure is beschreven in bijlage 3 van deze beschikking. Hierin staat onder meer beschreven welke wettelijke adviseurs zijn geraadpleegd, de procedures ten aanzien van de terinzagelegging, de mogelijkheid van een hoorzitting en het indienen van zienswijzen of het instellen van beroep. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Overijssel, Patricia Weenink-Driessen, teamleider Vergunningverlening Bijlagen: 1 a 1 b 1 c Voorschriften; Parameters uitgebreide analyse grondwatermonsters; Parameters verkorte analyse grondwatermonsters; 2 Overwegingen 3 Procedure
3 VOORSCHRIFTEN BIJLAGE 1a 3/16 Ontwerp en aanleg van het systeem Voorschrift 1. a. De inrichting mag uit niet meer dan 2 bronnen bestaan. De bronnen dienen geplaatst te worden op de locaties zoals aangegeven in het onderbouwende rapport. b. Het grondwater mag op een diepte tot 34 meter beneden maaiveld aan de bodem worden onttrokken en geretourneerd. De filters van de koude bron mogen worden geplaatst in het traject tussen 20 en 34 m-mv. De filters van de warme bron mogen worden geplaatst in het traject tussen 20 en 34 m-mv. c. Op verzoek van de vergunninghouder kan door Gedeputeerde Staten van Overijssel toestemming verleend worden om af te wijken van voorschrift a. en b. Voorwaarde hierbij is dat door de afwijking geen schade ontstaat aan andere, bij het grondwater betrokken, belangen. d. De bronnen moeten worden aangelegd volgens NEN 5119, of een opvolger van deze norm. Er moet een gedetailleerde boorbeschrijving bijgehouden worden (ten minste één beschrijving per geboorde meter). Een afschrift van de boorbeschrijving moet worden toegezonden aan TNO Bouw en Ondergrond 1 en Gedeputeerde Staten van Overijssel. De doorboorde scheidende lagen moeten worden afgedicht met zwelklei. e. In het boorgat voor de bronnen of in aparte boorgaten nabij de bronnen moeten ter hoogte van het filtertraject peilfilters worden geplaatst die geschikt zijn voor monstername van het grondwater in het bepompte watervoerend pakket. f. Bij de inrichting moet een (eventueel digitaal) logboek aanwezig zijn waarin wijzigingen aan de installatie en de in deze voorschriften genoemde gegevens worden bijgehouden. g. De vergunninghouder draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan berust bij diegene die binnen het bedrijf verantwoordelijk is voor de onttrekking. Op verzoek van een controlerende ambtenaar moet deze persoon de vergunning, het logboek en de in de voorschriften genoemde ijkingen en analyseresultaten kunnen overleggen. Meten en vastleggen van de onttrokken hoeveelheid grondwater Voorschrift 2. a. De onttrokken hoeveelheid grondwater wordt (op een directe of indirecte manier) zo gemeten dat het meetresultaat in enige maand niet meer dan vijf procent afwijkt van de werkelijk onttrokken hoeveelheid. b. De meetinstrumenten voor het meten van de onttrokken hoeveelheid worden op een goed toegankelijke plaats geïnstalleerd, zodanig dat ze goed afleesbaar zijn. c. De vergunninghouder zorgt ervoor dat de meetinstrumenten vóór aanvang van de onttrekking/retournering zijn geijkt. De vergunninghouder zorgt vervolgens voor de instandhouding en goede werking van de instrumenten, zodanig dat de volgens voorschrift a. vereiste nauwkeurigheid gewaarborgd blijft. De meetinstrumenten worden daartoe eens per jaar opnieuw gekalibreerd. Bij gebruik van elektromagnetische flowmeter(s) kan volstaan worden met kalibratie eens in de 10 jaar, mits evaluatie om de 5 jaar positief is. Het resultaat van de verrichte controles wordt, onder vermelding van de datum, in het logboek vermeld. d. De onder voorschrift a. genoemde meetresultaten worden maandelijks geregistreerd op een meetstaat. Bij vervanging van een meetinstrument wordt zowel de eindstand van het oude meetinstrument als de beginstand van het nieuwe meetinstrument geregistreerd. Op de meetstaat wordt, onder opgave van de datum, eveneens melding gemaakt van voorvallen die van invloed kunnen zijn op de meting. De meetstaten worden minstens 1 TNO Bouw en Ondergrond, afdeling Grondwater, ter attentie van de heer Ottema, Postbus 80015, 3508 TA Utrecht.
4 vijf jaar voor Gedeputeerde Staten van Overijssel beschikbaar gehouden. e. Jaarlijks wordt in de maand januari een registratieformulier met de in het voorgaande jaar maandelijks onttrokken hoeveelheid grondwater ingevuld en aan Gedeputeerde Staten van Overijssel toegezonden. Na beëindiging van de onttrekking moet binnen een maand worden opgegeven hoeveel grondwater per kwartaal tot aan de beëindiging is onttrokken. Kwaliteit van het grondwater en het te retourneren water 4/16 Voorschrift 3. a. Aan het te retourneren water mogen geen stoffen worden toegevoegd. De concentratie van stoffen mag, in vergelijking met het opgepompte water, niet door een bewerking zijn toegenomen. b. Voorafgaand aan de ingebruikname van het energieopslagsysteem moet het grondwater in beide bronfilters worden bemonsterd. De vergunninghouder is verplicht de monsters te analyseren op de parameters zoals aangegeven in bijlage 1b van deze beschikking. Het analyserapport wordt tenminste vier weken voorafgaand aan de ingebruikname van de inrichting toegezonden aan Gedeputeerde Staten van Overijssel. c. Vervolgens moet na ingebruikname van het KWO systeem één keer per jaar een monster genomen worden van het water in het koude filter. Indien de meetwaarden van de parameters van de eerste twee jaar overeenkomen met de waarden uit de referentiemeting, mag in dit specifieke geval de meetfrequentie, na goedkeuring door of namens Gedeputeerde Staten van Overijssel, worden verlaagd tot één keer per drie jaar. De vergunninghouder is verplicht het genoemde monster te analyseren op de parameters zoals aangegeven in bijlage 1c van deze beschikking en daarnaast op milieuvreemde stoffen die, gelet op het energie-opslagproces, in het te infiltreren water terecht kunnen zijn gekomen. d. Als de vergunninghouder constateert of het vermoeden heeft dat de kwaliteit, behoudens de temperatuur, van het te infiltreren grondwater verschilt van het onttrokken grondwater moet hij de infiltratie direct staken. Van het staken van de infiltratie moet de vergunninghouder de Gedeputeerde Staten van Overijssel op de hoogte stellen. Verdere verontreiniging van het ontvangende grondwater dient te worden voorkomen en een eventueel al veroorzaakte verontreiniging dient te worden gesaneerd. e. Als een voorval zoals bedoeld in voorschrift 3.d. zich voordoet, moet de vergunninghouder onmiddellijk een onderzoek verrichten conform voorschrift 3.b. Voorkomen en signaleren van lekkage Voorschrift 4. a. Het grondwatercircuit moet fysiek volledig gescheiden zijn van het gebouwcircuit. Bij gebruik van vloeistoffen in het gebouwcircuit, anders dan leidingwater zonder toevoegingen, moet een dubbelwandige warmtewisselaar worden gebruikt voor de scheiding met het grondwatercircuit. b. Het systeem moet op zodanige wijze worden uitgevoerd dat vloeistof uit het gebouwcircuit niet in de bodem terecht kan komen en voorzien worden van een controlesysteem waarmee lekkage geconstateerd kan worden. c. In het gehele grondwatercircuit moet een zodanige overdruk gehandhaafd worden dat stoffen van buiten dit grondwatercircuit niet kunnen binnendringen. d. Het grondwatercircuit moet zodanig worden uitgevoerd dat geen beluchting kan optreden. e. Eén keer per jaar moet op lekkages gecontroleerd worden door het systeem (inclusief de leidingen) grondwaterzijdig af te persen. Geconstateerde gebreken moeten worden hersteld, voordat de warmtewisselaar weer in gebruik wordt genomen. Verrichte controles worden geregistreerd in het logboek.
5 Temperatuur van het te retourneren water en de energiebalans Voorschrift 5. a. De temperatuur van het te retourneren water mag niet hoger zijn dan 25 C. b. De hoeveelheid energie die wordt onttrokken en/of geïnfiltreerd wordt automatisch geregistreerd en tenminste dagelijks vastgelegd. c. Na afloop van elk jaar wordt de hoeveelheid in de bodem gebrachte energie (warmte) en uit de bodem onttrokken energie (koude) bepaald. Deze hoeveelheden worden gelijktijdig met het registratieformulier (voorschrift 2.e.) toegestuurd aan de Gedeputeerde Staten van Overijssel. d. In een aaneengesloten periode van vijf jaar dient de cumulatieve balans van de totale hoeveelheid in de bodem gebrachte energie en onttrokken energie minimaal eenmaal gelijk aan 0 (nul) te zijn. 5/16 Regeneratie van de bronnen Voorschrift 6. a. Het onderhoud aan de putten moet zoveel mogelijk mechanisch uitgevoerd worden. Chemische regeneratie is alleen toegestaan wanneer vooraf goedkeuring is verleend door Gedeputeerde Staten van Overijssel. Chemische regeneratie moet zodanig worden uitgevoerd dat er geen restverontreiniging achterblijft in de bodem. Het water dat wordt opgepompt tijdens het chemisch regenereren, mag niet worden geretourneerd in de bodem. Evaluatie van energieopslagsystemen Voorschrift 7. a. De vergunninghouder moet vijf jaar na ingebruikname van de inrichting en daarna eens per vijf jaar een evaluatie verrichten. Doel van deze evaluatie is inzicht te krijgen in de effecten van het energieopslagsysteem op andere belangen en in de chemische en thermische gevolgen voor de bodem. b. In de evaluatie moet minimaal aandacht worden besteed aan: de maandelijkse hoeveelheid onttrokken en geretourneerd water; de per maand gemiddelde temperatuur van het onttrokken en geretourneerde water; een overzicht van de maandelijks in de bodem opgeslagen en uit de bodem onttrokken hoeveelheid energie; een berekening van de energiebalans per zomer- en winterseizoen van de afgelopen periode en de procentuele afwijking van de eindbalans; alle analyseresultaten van de monstername van grondwater; een overzicht van alle opgetreden calamiteiten, een toelichting op de oorzaak hiervan, de genomen maatregelen en de effecten van de genomen maatregelen; een evaluatie van de thermische en chemische effecten van de onttrekking en retournering en de gevolgen voor andere, bij het grondwater, betrokken belangen. c. Binnen een half jaar na het verstrijken van de vijfjaarlijkse periodes wordt het evaluatierapport toegezonden aan Gedeputeerde Staten van Overijssel. Beëindiging van de onttrekking/retournering Voorschrift 8. a. Beëindiging van de onttrekking en retournering moet tenminste twee maanden voor de
6 beëindiging aan Gedeputeerde Staten van Overijssel worden gemeld. b. Bij beëindiging van de onttrekking en infiltratie moet de vergunninghouder een onderzoek naar de grondwaterkwaliteit verrichten conform voorschrift 3.b. Binnen een maand na beëindiging van de winning moeten de resultaten van het onderzoek aan Gedeputeerde Staten van Overijssel worden toegestuurd. Indien uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de bodem- en/of de grondwaterkwaliteit tot boven de wettelijke normen negatief is beïnvloed, dient deze verandering ongedaan te worden gemaakt. Het saneringsplan dient te worden goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Overijssel. c. Bij beëindiging van de winning moet de vergunninghouder een evaluatie verrichten conform voorschrift 7.a. en 7.b. Het evaluatierapport wordt binnen een half jaar na beëindiging van de winning toegezonden aan Gedeputeerde Staten van Overijssel. d. Na beëindiging van de onttrekking moeten de weerstandbiedende lagen in overeenstemming met het bepaalde in de Omgevingsverordening Overijssel 2009 of opvolgende regelingen worden hersteld. 6/16
7 PARAMETERS UITGEBREIDE ANALYSE GRONDWATERMONSTERS BIJLAGE 1b Parameter Eenheid Parameter Eenheid Algemene parameters Zware Metalen Elektrisch geleidingsvermogen (EC) Ms/m Arseen (As) μg/l Kleur (455 nm) mg/l Cadmium (Cd) μg/l Watertemperatuur oc Chroom (Cr) μg/l Zuurstof (O2) mg/l Koper (Cu) μg/l Zuurgraad ph Kwik (Hg) μg/l Lood (Pb) μg/l 7/16 Anorganische parameters Nikkel (Ni) μg/l Anionen Meq/l Zink (Zn) μg/l Kationen Meq/l Ionenbalans % Organische parameters Ammonium (NH4) mg/l Dissolved organic carbon (DOC) μg/l Chloride (Cl) Nitraat (NO3) Nitriet (NO2 ) Sulfaat (SO4) Totaal fosfaat (PO4) Waterstofcarbonaat (HCO3) Calcium (Ca) Natrium (Na) Kalium (K) Silicium (Si) Magnesium (Mg) Aluminium (Al) IJzer (Fe) Mangaan (Mn) mg/l mg/l mg/l mg/l mg/l mg/l μg/l μg/l μg/l μg/l μg/l μg/l mg/l mg/l
8 PARAMETERS VERKORTE ANALYSE GRONDWATERMONSTERS BIJLAGE 1c Algemene parameters Zuurstof O2 mg/l Zuurgraad Ph Elek. Gel. Vermogen Ms/m Watertemperatuur C Anorganische macroparameters 8/16 Waterstofcarbonaat HCO3 mg/l Chloride Cl mg/l Sulfaat SO4 mg/l Natrium Na mg/l Kalium K mg/l Calcium Ca mg/l Magnesium Mg mg/l Ammonium NH4 mg/l Nitraat NO3 mg/l Anorganische microparameters IJzer Fe mg/l Mangaan Mn mg/l Aluminium Al μg/l
9 OVERWEGINGEN BIJLAGE 2 1. Inleiding Aan deze beschikking met bijbehorende voorschriften liggen een aantal overwegingen ten grondslag. Deze overwegingen zijn gebaseerd op het bij de aanvraag behorende rapport Effectenstudie Grondwatersysteem "Deventrade" Deventer. 4207/10082/SvH, 1 juli 2011, Van Harlingen Grondwater Management B.V.. Dit rapport is de onderbouwing van, toelichting bij en onderdeel van de aanvraag. 2. De aanvraag Deventrade B.V. te Deventer is voornemens bij het bedrijvencomplex aan de Bergweidedijk gebruik te maken van grondwater voor de koeling en verwarming van het gebouw. 9/16 Voor de energievoorziening zal gebruik gemaakt gaan worden van een duurzaam energieopslagsysteem volgens het principe van koude- en warmteopslag. In de winter zal grondwater onttrokken worden vanuit de warme bron en, na afgifte van de warmte, met een lagere temperatuur via de koude bron in het watervoerende pakket geretourneerd worden. In de zomer zal grondwater onttrokken worden vanuit de koude bron en, na afgifte van de koude, met een hogere temperatuur via de warme bron in het watervoerende pakket geretourneerd worden. Door het toepassen van dit duurzame energiesysteem wordt in vergelijking met conventionele koeling en verwarming een besparing gerealiseerd op het gebruik van elektriciteit en gas. Volgens berekeningen wordt een besparing voor verwarming en voor koeling van in totaal 50 % gerealiseerd. De reductie van het energieverbruik heeft een vermindering van uitstoot van 129 ton koolstofdioxide (CO 2 ) en 154 kg Stikstofoxide (NOx) op jaarbasis tot gevolg. 3. Systeembeschrijving Voor de verwarming en koeling wordt gebruik gemaakt van een doublet systeem bestaande uit 1 warme bron en 1 koude bron, met een onderlinge afstand van circa 270 meter. De filters zullen worden geplaatst in het tweede watervoerende pakket in het traject tussen 20 en 34 m-mv. De effectieve filterlengte van zowel het koude filter als het warme filter bedraagt maximaall 14 meter. De plaats en maximale diepte van de bronfilters zijn vastgelegd in voorschrift 1.a. en b. van deze beschikking. De vergunninghouder kan echter een verzoek doen om het ontwerp van het systeem aan te mogen passen. In het veld kan blijken dat het plaatsen van een bron op deze locatie of diepte praktisch gezien toch niet mogelijk is. Ook kan de bron verstopt raken en op een andere locatie vervangen moeten worden. Gedeputeerde Staten van Overijssel zullen dan instemmen met een afwijking van voorschrift 1.a. en 1.b., mits de aanpassing van het ontwerp geen gevolgen heeft voor de bij het grondwater betrokken belangen. Het systeem is gedimensioneerd op een debiet van 60 m 3 per uur in de winterperiode en een debiet van 59 m 3 per uur in de zomerperiode. Het jaarlijkse waterbezwaar bedraagt gemiddeld m 3 en maximaal m 3. In de winterperiode wordt grondwater onttrokken uit het warme filter, gebruikt voor verwarming van het pand en met een temperatuur van gemiddeld 7 C teruggebracht in de bodem via het koude filter. Het waterbezwaar in de winterperiode bedraagt gemiddeld m 3. De maximale hoeveelheid bedraagt m 3. In de zomerperiode wordt grondwater onttrokken uit het koude filter, gebruikt voor koeling van het pand en via het warme filter weer in de bodem teruggebracht met een temperatuur van gemiddeld 17 C. Het waterbezwaar in de zomerperiode bedraagt ook gemiddeld m 3 en maximaal m 3. Jaarlijks wordt op deze manier circa 777 MWh th energie in de bodem gebracht en uit de bodem onttrokken.
10 3.1. Bodemopbouw Het maaiveld bevindt zich ter plaatse op circa 7 meter boven NAP. De bodem is opgebouwd uit goed- en slechtdoorlatende lagen. Ten behoeve van het onderzoek zijn aan de verschillende lagen geohydrologische parameters toegekend. Dit betreft een doorlaatvermogen (kd-waarde) aan een watervoerend pakket en een weerstand (c-waarde) aan een slechtdoorlatende laag. De bodemopbouw is in het onderbouwende rapport beschreven aan de hand van de Grondwaterkaart van Nederland, gegevens uit de DINO- en REGIS-database van TNO-NITG en op basis van aanvullende informatie van de boorbeschrijvingen van de nabijgelegen boringen en een proefboring op de onderzoekslocatie. In onderstaande tabel is de schematisatie van de bodemopbouw weergegeven. Diepte t.o.v NAP [in m] mv: 7 m + NAP Samenstelling Geohydrologische eenheid maaiveld tot 5 a 6 leem Deklaag 5 à 6 tot 0 à -1 Zeer tot uiterst grof zand, zwak tot matig grindig WVP 1 0 à -1 tot -31 à -32 Matig tot uiterst grof zand, zwak tot sterk grindig WVP 2-31 à -32 tot -65 à 66 klei 2 e scheidende laag -65 à -66 tot -150 à -155 Matig fijn tot matig grof zand, soms kleiig of enkel klei laag WVP 3 Vanaf -150 à 155 Fijn zand en kleilagen Hydrologische basis 10/ Grond- en oppervlaktewater Grondwater De lokale grondwaterstroming is naar verwachting westelijk gericht en heeft een lage stroomsnelheid van circa 20 m jaar meter per jaar. De gemiddelde stijghoogte van het tweede watervoerende pakket waarin het energieopslagsysteem zal worden toegepast bedraagt circa 4,8 m NAP m+nap. Grondwatertemperatuur De natuurlijke temperatuur van het grondwater bedraagt circa 12 C. Zoet-zout grensvlak De grens tussen zoet en brak grondwater bevindt zich volgens gegevens uit REGIS op een diepte van circa 150-NAP meter beneden NAP. Redox Voor het energieopslagsysteem is het belangrijk of in het watervoerend pakket een overgang tussen zuurstof- of nitraathoudend grondwater naar ijzerhoudend grondwater aanwezig is. Deze overgang wordt de redoxgrens genoemd. Als de bronfilters in de buurt van de redoxgrens worden geplaatst, kunnen de bronnen verstoppen vanwege vorming van ijzerneerslag door menging van zuurstof- of nitraathoudend grondwater met ijzerhoudend grondwater. De aanleg van de geplande wadi's vormt een verhoogd risico voor het mengen van verschillende typen water. Het zuurstofrijke (hemel-)water dat via de wadi s geconcentreerd wordt geïnfiltreerd zal in de bodem deels mengen met zuurstofloos water waardoor opgelost ijzer kan oxyderen. Om hiermee rekening te houden zijn de posities van de bronnen afgestemd op de locaties en omvang van de wadi's. Het grondwater uit het peilfilter op 23 m-mv van de proefboring is geanalyseerd. Het ijzergehalte is laag en bedraagt 3 mg/l. Het nitraatgehalte (N) van het grondwater lag onder de detectiegrens van 0,22 mg/l. Het opgelost stikstofgehalte was 20,4 mg/l. Tijdens de uitvoering van de proefboring (door een boormachine) en 2 handboringen is geconstateerd dat het zand grijs kleurt direct enkele meters onder maaiveld wat een indicatie is dat het water geen nitraat en/of zuurstof bevat. Uit de aanvullende nitraatonderzoek is geconstateerd dat ter hoogte van de bronlocaties op diepten van circa 5 en 5,6 meter onder maaiveld het nitraatgehalte onder de detectiegrens ligt. Oppervlaktewater
11 Op circa 50 meter ten zuiden van de projectlocatie ligt de Schipbeek die circa 1,5 kilometer westelijk uitmond in de IJssel. Als de waterstand in de Schipbeek of IJssel hoog staat is de kans groot dat dit water ook boven het maaiveld zal komen ter plekke van de projectlocatie. Als een van deze twee watersystemen een hoge waterstand in de buurt van de projectlocatie heeft, zal de freatische waterstand ter plekke van de project ook stijgen. Hierdoor kan er een verhoogd risico ontstaan van bodemsplijting in de grond. Als er dan ook nog geïnfiltreerd wordt door het KWO-systeem wordt dit risico nog groter. Het zou dus mogelijk moeten zijn dat het KWO-systeem buiten bedrijf gesteld kan worden onder zulke omstandigheden. 4. Effecten van het systeem 4.1. Hydrologisch Voor de bepaling van de hydrologische effecten is gebruik gemaakt van de berekeningen met het computerprograma Feflow Schematisatie De onderstaande schematisatie voor het grondwatermodel is gebaseerd op de eerder beschreven bodemopbouw. 11/16 Laag Bovenkant laag [m tov MV] Onderkant laag [m tov MV] Geohydrologische typering Dikte [m] Kxx, Kyy [m/d] kz. [m/d] Deklaag 1 0,02 0, WVP , WVP , WVP , WVP , SLD De bronfilters zijn gesitueerd in modellaag Effecten Uitgangspunten De berekeningen zijn onderstaande uitgangspunten gebaseerd. - Een bodemopbouw en schematisatie zoals hiervoor weergeven; - De berekeningen zijn uitgevoerd voor een worstcase situatie. Dit is bij de opstartfase als de grootste debieten worden onttrokken; De berekeningen zijn uitgevoerd voor het maximale ontwerp debiet van 60 m 3 /uur gedurende de winter over een periode van 88,5 dagen en ongeveer 59 m 3 /uur gedurende de zomer over een periode van 91 dagen. Dit zal een overschatting van de effecten tot gevolg hebben omdat in werkelijkheid het water niet voor een periode van 24 uur per dag over de aangegeven periode zal worden onttrokken, maar minder; Regionale aspecten zoals neerslag en oppervlaktewater regimes zijn niet meegenomen in de berekeningen. Uitkomsten Berekende grondwaterstand- stijghoogte veranderingen en grootte 5 cm-invloedsgebied gedurende de winter Modellaag Bodemlaag Grondwaterstand- stijghoogte veranderingen bij de bronnen* 2 WVP1 Grondwaterstandverandering 0,4 m WVP2 Stijghoogteverandering 1,5 m SLD2 Stijghoogteverandering «0,05 m n.v.t. Straal 5 cm invloedsgebied
12 Berekende grondwaterstand- stijghoogte veranderingen en grootte 5 cm-invloedsgebied gedurende de zomer Modellaag Bodemlaag Grondwaterstand- stijghoogte veranderingen bij de bronnen* Straal 5 cm invloedsgebied 2 WVP1 Grondwaterstandverandering 0,4 m WVP2 Stijghoogteverandering 1,5 m SLD2 Stijghoogteverandering «0,05 m n.v.t. De berekende grondwaterstands- cq. Stijghoogte veranderingen en daarmee het hydrologisch invloedsgebied zijn grafisch weergegeven in bijlage 5 van de effectenstudie. 12/ Hydrothermisch Voor de bepaling van de hydrothermische effecten is gebruik gemaakt van de berekeningen met het computerprogramma Feflow. De thermische effecten van het grondwatersysteem bestaan uit het opwarmen (zomer) en het afkoelen (winter) van de bodem en het grondwater. In verband met eventuele toekomstig aan te leggen systemen in de omgeving dient inzicht te worden verkregen in het invloedsgebied. De effecten zijn berekend voor zowel de zomer- als de winterperiode. Hierbij wordt uitgegaan van een tijdsperiode van ongeveer 20 jaar. Ter bepaling van de jaarlijkse cyclus is het jaar opgedeeld in 4 seizoenen: verwarmen, rusten, koelen en rusten. Op basis van het aantal vollasturen voor koeling en verwarming is het gebruik van het systeem geschematiseerd. In dit schema wordt ervan uitgegaan dat alleen in de winter wordt verwarmd en alleen in de zomer wordt gekoeld over een aangesloten periode. Dit is een "worst case" scenario omdat in de praktijk niet continu gekoeld of verwarmd zal worden, waardoor de effecten naar de omgeving feitelijk kleiner zullen zijn Effecten Op grond van genoemde uitgangspunten zijn de isothermen berekend na een periode van 20 jaar. In bijlage 6 en 7 van de effectenstudie zijn de uitkomsten van deze berekeningen grafisch weergegeven. Daarbij is het hydrothermische invloedsgebied gedefinieerd als de 0,5 C verlagings- cq. verhogingslijn ten opzichte van de natuurlijke grondwatertemperatuur van 12,0 C. Voor de koudebron is dit de 11,5 C isotherm (zie bijlage 6) en voor de warme bron is dit de 12,5 C isotherm. Het berekende 0,5 C invloedsgebied is beperkt tot maximaal circa 180 m vanuit de koude bron aan het einde van de winter na 20 jaar en maximaal circa 175 m vanuit de warme bron aan het eind van de zomer na 20 jaar. De verwachte gemiddelde hoeveelheid verplaatste energie in de zomerperiode is gelijk aan die in de winterperiode en bedraagt circa 777 MWh. 5. Invloed op bij het grondwater betrokken belangen De berekende verlagingen en verplaatsingen van het grondwater kunnen gevolgen hebben voor andere, bij het grondwater betrokken belangen. Voor de volgende belangen wordt een overweging gegeven: - Verontreinigingen; - Natuurgebieden; - Landbouwgebieden; - Bouwwerken; - Overige grondwateronttrekkingen; - Archeologische monumenten; - Grondwaterkwaliteit. Deze belangen worden beoordeeld in het hydrologische en hydrothermische invloedsgebied. Deze gebieden worden respectievelijk bepaald door de 5-cm verlagings- en of verhogingslijn in het
13 freatische pakket en door de 0,5 C verlagings- en verhogingslijn. Voor de bovengenoemde belangen wordt vastgesteld of deze voorkomen in dit gebied en in welke mate er sprake is van beïnvloeding, of dit toelaatbaar is en welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om deze bezwaren te ondervangen, hetzij een belemmering zijn voor het realiseren van het KWO-systeem. De effectgebieden zijn weergegeven in de bijlagen 5, 6 en 7 van de effectenstudie 5.1. Verontreinigingen Grondwaterverontreinigingen kunnen door onttrekkingen aangetrokken of verplaatst worden, waardoor de verontreiniging over een groter gebied verspreid wordt. 13/16 Op het onderzoeksterrein is puin aangetroffen. Na een indicatief onderzoek naar de verspreiding en omvang van het puin op het terrein is gebleken dat er sprake is van twee gevallen van ernstige bodemverontreinigingen, te weten HCH en asbest. Deze vormen beide humane risico's voor de mens. Ecologische en verspreidingsrisico's zijn niet aan de orde. Een sanering van het hele terrein is in januari 2011 gestart. Vóór het indienen van de definitieve effectenstudie is nog een update bij de gemeente opgevraagd omtrent de verontreiniging van asbest en HCH op 30 juni 2011 De gemeente die zowel als bevoegd gezag en beheerder van de sanering optreedt, heeft aangegeven dat de sanering bijna volledig is uitgevoerd. De chemische verontreiniging is helemaal verwijderd, maar het terrein moet nog civiel technisch afgerond worden. Dit houdt alleen het aanbrengen van een aanvullaag in, waarna de sanering officieel afgerond is. Bij de gemeente Deventer is geïnformeerd naar mogelijke overige verontreinigingen in de omgeving. De dichtstbijzijnde verontreinigingen bevinden zich ten noordwesten van de projectlocatie op circa 500 meter afstand rondom de industrieterrein van AKZO Nobel. Deze zullen naar verwachting geen invloed ondervinden van het grondwatersysteem. Dit betekent dat beïnvloeding van verontreinigingen daarmee niet aan de orde is Natuurgebieden Verlaging of verhoging van de freatische grondwaterstand of wijziging van kwelstromen als gevolg van de werking van het KWO-systeem kan invloed hebben op de natuurwaarden. Natuurwaarden hebben bijzondere aandacht in de gebieden aangewezen voor de Ecologische Hoofdstructuur, Natura 2000-, en Vogel- en Habitatrichtlijn-gebieden. De projectlocatie ligt op circa 1 km afstand ten oosten van de Natura 2000 gebied Uiterwaarden IJssel'. Dit gebied ligt buiten het invloedsgebied van het grondwatersysteem Landbouwgebieden Door verandering van de freatische grondwaterstand kan bij landbouwgebieden mogelijk opbrengstvermindering optreden. Of dit daadwerkelijk optreedt, is afhankelijk van het bodemtype en de grondwatertrap van het betreffende perceel, de periode van het jaar waarin bemalen wordt en de meteorologische omstandigheden. In het invloedsgebied van het bodemenergiesysteem zijn geen locaties met landbouwwaarden bekend. Daarom zal er geen sprake zijn van beïnvloeding van landbouwgebieden Bouwwerken Een verlaging van de grondwaterstand in veen, klei of leemlagen kan in het algemeen zetting veroorzaken aan bebouwing. Indien de grondwaterstand in het verleden laag is geweest, zal de zetting al opgetreden zijn en zal de bodem niet verder inklinken. Bij infiltratie kan verhoging van de grondwaterstand in het algemeen ook leiden tot het onderlopen van bijvoorbeeld kelders. De dijk langs de Schipbeek ligt op een kleine afstand (< 50 m) ten zuiden van de projectlocatie. Volgens het Waterschap Groot Salland is dit een primaire waterkering waarvoor er een aantal regels gelden. Deze regels houden onder andere in dat er tot 20 meter buiten de teen van de dijk
14 (beschermingszone) tussen 15 oktober en 15 april niet geboord mag worden in verband met het stormseizoen. Met het oog hierop dient rekening gehouden te worden met zettings- en opbarstrisico's. Bij realisatie van een ondiep grondwatersysteem zullen de effecten naar maaiveld groter zijn dan in diepere pakketten. Hierbij moet worden gedacht aan de invloed van oppervlaktewater (van de Schipbeek en de IJssel), maar ook de massa grond boven de bronnen. De geprojecteerde bronlocaties zitten op afstanden van circa 65 en 75 meter van de teen van de dijk, waardoor bovengenoemde restricties niet van toepassing zijn. 14/16 Als gevolg van verhoogde waterstanden in de Schipbeek of IJssel kunnen er een aantal risicovolle situaties ontstaan. De slechtdoorlatende lagen kunnen onder invloed van het verhoogde waterdruk in combinatie met de waterinjectie van het KWO-systeem van onderen opbarsten. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat de installatie (met name de infiltratie) stopgezet moet worden indien de stijghoogte boven maaiveld komt. Daarnaast wordt de korrelspanning ter plekke van de infiltratiebronnen verlaagd als gevolg van een verhoogde waterspanning, waardoor het draagvermogen van de funderingspalen van het bedrijfsgebouw ook omlaag gaat. Bij de keuze van het type funderingspalen zal hier dus rekening mee moeten worden gehouden Overige grondwateronttrekkingen Het maximale hydrologische invloedsgebied is berekend op circa 800 m. Binnen het hydrologische invloedsgebied bevinden zich geen andere bodemenergiesystemen. De dichtstbijzijnde geregistreerde onttrekking ligt op een afstand van circa 270 m. Deze onttrekking is gesitueerd in het derde watervoerende pakket. Ongewenste wisselwerking zal niet aan de orde zijn, omdat de kleilaag (SDL2) een dermate hoge weerstand heeft dat de beide systemen geen hydrologische effecten op elkaar hebben. De grondwateronttrekkingen van Brasil Potato Chips BV, Garage en transportbedrijf Bultman, Mallinckrodt Baker, liggen binnen het 5-cm hydrologische invloedsgebied. De stijghoogteveranderingen ter hoogte van deze locaties als gevolg van het voorgenomen KWO systeem beperkt zich tot tussen de 5 en de 10 cm. Omdat een KWO systeem netto geen water onttrekt en de hydrologische effecten gedurende de winter het tegenovergestelde zijn van de hydrologische effecten in de zomer, worden de beperkte effecten in het andere seizoen gecompenseerd door beperkte positieve effecten. Er is bij dit bodemenergiesysteem geen sprake van een beïnvloeding van of door onttrekkingen in waterwingebieden of andere energieopslagsystemen. De effecten op overige industriële onttrekkingen zijn minimaal en schaden deze niet Archeologische monumenten Binnen het invloedsgebied liggen geen gebieden of objecten waar een archeologische waarde aan toegekend is. Daarom zal beïnvloeding van archeologische door effecten van het KWO-systeem niet optreden Grondwaterkwaliteit Temperatuur De structurele temperatuurverandering van het grondwater als gevolg van het energieopslagsysteem bedraagt na 20 jaar op een afstand van circa 180 meter 0,5 C. Door deze geringe veranderingen en door de voorgeschreven bovengrens van de temperatuur van het geretourneerde grondwater van 25 C zal de chemische en microbiologische samenstelling van het grondwater niet significant wijzigen. Beïnvloeding van het zoet-zout grensvlak De filters van het systeem worden aangelegd op een diepte van circa m-mv. Het grondwater is op deze diepte zoet. De grens tussen zoet en brak grondwater bevindt zich op een diepte van circa 150 m-mv, onder de slecht doorlatende laag. Hierdoor wordt geen invloed op de ligging van het zoet - zout grensvlak verwacht.
15 Redox Bij het ontwerp en positionering van de filters is rekening gehouden met het voorkomen van de redoxgrens. Tijdens de uitvoering van de proefboring (door een boormachine) en 2 handboringen is geconstateerd dat het zand direct enkele meters onder maaiveld grijs kleurt. Dit is een indicatie dat het water geen nitraat en/of zuurstof bevat. Uit het aanvullende nitraatonderzoek is geconstateerd dat ter hoogte van de bronlocaties op diepten van circa 5 en 5,6 meter onder maaiveld het nitraatgehalte onder de detectiegrens ligt. Op basis van deze gegevens lijkt het risico op redox reacties klein. 6. Afweging De provincie staat positief tegenover de toepassing van KWO-systemen vanwege de energiebesparing en daarmee reductie van de uitstoot van broeikasgassen. Het beleid van de provincie is er op gericht om de toepassing van KWO te stimuleren. 15/16 Uit de effectenstudie blijkt dat het ontwerp van het KWO-systeem maximaal is afgestemd op de lokale situatie. Voorts blijkt dat het KWO-systeem geringe gevolgen zal hebben in een beperkt (invloeds-)gebied met betrekking tot verandering in freatische grondwaterstanden, -kwaliteit en temperatuur. Met betrekking tot de overige bij het grondwater betrokken belangen concluderen wij dat er geen sprake is van natuur- en landbouwgebieden of archeologische waarden binnen het invloedsgebied. 7. Monitoring De monitoring dient plaats te vinden op de werking van het energieopslagsysteem, waarbij expliciet aandacht moet worden besteed aan het bereiken en in stand houden van een voldoende temperatuur- en energiebalans in de bodem. Tevens dient de kwaliteit van het grondwater te worden bewaakt. Hiertoe zijn voorschriften opgenomen bij deze beschikking. 8. Conclusie Wij zijn van mening dat op basis van de bij de aanvraag behorende rapportage en overwegingen de voorgenomen onttrekking op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd op basis van de verleende vergunning met voorschriften.
16 PROCEDURE BIJLAGE 3 N.B. De aanvraag om Waterwetvergunning hebben wij behandeld conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Een exemplaar van deze ontwerpbeschikking hebben wij gezonden aan: Deventrade BV Teugseweg AM Deventer Burgemeester en Wethouders van Deventer Postbus GC Deventer Het dagelijks bestuur van Waterschap Groot Salland Postbus AB Zwolle Vitens N.V. Postbus BB Lelystad Van Harlingen Grondwater Management B.V. Deken Zondaglaan EB Vogelenzang 16/16 Terinzagelegging Deze ontwerpbeschikking ligt vanaf <datum> tot <datum> (gedurende zes weken) ter inzage in het gemeentehuis van de gemeente Deventer, Leeuwenbrug 85 te Deventer. Daarnaast ligt de ontwerpbeschikking ter inzage bij de eenheid Economie, Milieu en Toerisme van de provincie Overijssel, Luttenbergstraat 2 te Zwolle. Voor inzage in de stukken bij de provincie Overijssel kunt u contact opnemen met de behandelend ambtenaar die in het briefhoofd is vermeld. De stukken zijn in te zien tijdens kantooruren. Zienswijzen Een ieder kan gedurende de periode van terinzagelegging zienswijzen tegen deze ontwerpbeschikking inbrengen. Dit kan zowel schriftelijk als mondeling. Degene die zijn of haar bedenkingen schriftelijk wil inbrengen, kan deze richten aan het College van Gedeputeerde Staten van Overijssel, Postbus 10078, 8000 GB Zwolle, onder vermelding van kenmerk <kenmerk>. Beroep Alleen belanghebbenden, die tijdig zienswijzen tegen het ontwerp van de beschikking hebben ingebracht, kunnen later beroep tegen de definitieve beschikking instellen. Daarnaast bestaat eveneens de gelegenheid tot beroep voor degenen die zienswijzen hebben tegen eventuele wijzigingen die bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerp zijn aangebracht, alsmede belanghebbenden die aantonen dat zij redelijkerwijs niet in staat zijn geweest tijdig zienswijzen in te brengen tegen het ontwerp van de beschikking.
Waterwet. Beschikking
Waterwet Beschikking Aanvrager : Stichting Dimence Groep Aangevraagde activiteiten : Onttrekking en retournering van grondwater ten behoeve van koeling en/of verwarming van een kliniek Locatie : Nico Bolkesteinlaan
WATERWET Ontwerpbeschikking
. Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 www.overijssel.nl [email protected] RABO Zwolle 3973 41 121 1/16 WATERWET Ontwerpbeschikking Inlichtingen
De maaiveldhoogte is ca. NAP +0,5 m. In tabel 1 is een globale schematisatie van de bodemopbouw gegeven.
Bijlage I Technische beoordeling van de vergunningsaanvraag van Multi Veste 25 BV voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van een koude- en warmteopslag (KWO) systeem in de bodem voor het koelen
WATERWET Ontwerpbeschikking
Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 www.overijssel.nl [email protected] RABO Zwolle 3973 41 121 1/16 Inlichtingen bij Huub Verresen tel 038 499
Waterwet. Ontwerpbeschikking Waterwet
Waterwet Ontwerpbeschikking Waterwet Aanvrager : Stichting voor Onderwijs op Reformatorische Grondslag Aangevraagde activiteiten : Onttrekking en retournering van grondwater ten behoeve van koeling en
VERGUNNING VOOR GRONDWATERONTTREKKING OP GROND VAN DE WATERWET
VERGUNNING VOOR GRONDWATERONTTREKKING OP GROND VAN DE WATERWET verleend aan Woningcorporatie Lefier Ontwikkelbedrijf De activiteit water in de bodem brengen en eraan ontrekken (Locatie: Berkenstraat 2
WATERWET Ontwerpbeschikking
Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 www.overijssel.nl [email protected] RABO Zwolle 3973 41 121 07.09.2011 2011/0163465 1/9 Inlichtingen bij HMG
(ONTWERP) VERGUNNING VOOR GRONDWATERONTTREKKING OP GROND VAN DE WATERWET
(ONTWERP) VERGUNNING VOOR GRONDWATERONTTREKKING OP GROND VAN DE WATERWET verleend aan Telecom Service Leek B.V. De activiteit water in de bodem brengen of eraan te onttrekken Locatie: De Hoogte 1 leek
Notitie. 1. Inleiding
Installect Rozenstraat 11 7223 KA Baak www.installect.nl W.H. Bruil T 0575 441187 [email protected] Notitie Project : Sanquin Amsterdam Onderwerp : aanmeldingsnotitie voor de m.e.r.-beoordelingsplicht
Besluit Watervergunning
Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg Besluit Watervergunning Waterwet en Omgevingsverordening Limburg Bodemenergiesysteem gemeentehuis te Horst aan de Maas Zaaknummer 2011-0710 d.d. 26 januari 2012.
Waterwet. Ontwerpbeschikking
Waterwet Ontwerpbeschikking Aanvrager : Wavin Diensten B.V. Aanvraag : Wijziging van het besluit onderdeel If en voorschrift 5a van de vigerende vergunning. Locatie : Bruchterweg 88 te Hardenberg Datum
Waterwet. Beschikking
Waterwet Beschikking Aanvrager : Wavin Diensten B.V. Aanvraag : Wijziging van het besluit onderdeel If en voorschrift 5a van de vigerende vergunning. Locatie : Bruchterweg 88 te Hardenberg Datum ontvangst
Effectenstudie bodemenergiesysteem
voor open bodemenergiesystemen: tot 50 m³/uur en 250.000 m³/jaar en dieper dan 20 m-mv Project: Projectlocatie: OLO-nummer: Datum: Referentie: Vergunningaanvrager: Adviseur: Klik hier als u een datum wilt
De projectlocatie ligt globaal op de coördinaten: X = 140.125 en Y = 455.100.
Bijlage I Technische beoordeling van de vergunningsaanvraag van de Gemeente Utrecht voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van het tot stand brengen van de Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) baan
Effectenstudie bodemenergiesysteem
voor open bodemenergiesystemen: tot 50 m³/uur en 250.000 m³/jaar en dieper dan 20 m-mv Project: Kinder- en Jeugdcentrum Heliomare (KJC Zuid) en Multifunctionele sportaccomodatie (MFS) Projectlocatie: De
De projectlocatie ligt globaal op de coördinaten: X = 140.650 en Y = 447.600.
Bijlage I Technische beoordeling van de vergunningsaanvraag van Ontwikkelingsverband Houten C.V. voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van de bouw van een parkeerkelder onder het nieuw realiseren
14. Geohydrologie Zuidbuurt eemnes Tauw Kenmerk N001-4524746BTM-V01 06-12-2007
14. Geohydrologie Zuidbuurt eemnes Tauw 06-12-2007 Notitie Concept Contactpersoon Maaike Bevaart Datum 6 december 2007 Geohydrologie Zuidbuurt Eemnes 1 Inleiding Ter voorbereiding op de ontwikkeling van
Open en gesloten WKO systemen. Open systemen
Open en gesloten WKO systemen Open systemen Een kenmerk van open systemen is dat er grondwater onttrokken en geïnfiltreerd wordt. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen doubletsystemen, monobronsystemen
Projectnummer: D03011.000284. Opgesteld door: Ons kenmerk: Kopieën aan: Kernteam
MEMO Onderwerp Geohydrologisch vooronderzoek Amsterdam, WTC 5C, 2 oktober 2013 Van mw. M. Duineveld MSc. Afdeling IBZ Aan ZuidasDok Projectnummer D03011.000284. Opgesteld door mw. M. Duineveld MSc. Ons
Effectenstudie. Onderwerp: WKO woontoren HAUT te Amsterdam Datum: Referentie: 16BB128
Effectenstudie Onderwerp: WKO woontoren HAUT te Amsterdam Datum: 1-2-2017 Referentie: 16BB128 Inhoudsopgave Effectenstudie...1 Inhoudsopgave...2 1. Inleiding...3 1.1. Aanleiding...3 1.2. Leeswijzer...3
Effectenstudie. Onderwerp: Bodemenergiesysteem Hudson Bay Amstelveen Datum: Referentie: 16BB161
Effectenstudie Onderwerp: Bodemenergiesysteem Hudson Bay Amstelveen Datum: 5-1-2016 Referentie: 16BB161 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1. Aanleiding... 3 1.2. Bodemenergieplan... 3 1.3. Leeswijzer...
De projectlocatie ligt globaal op de coördinaten: X = en Y =
Bijlage I Technische beoordeling van de vergunningsaanvraag van Bouwbedrijf De Waal voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van de bouw van een kelder aan de Duwboot 2 te Houten. De projectlocatie
Waterwet. Beschikking
Waterwet Beschikking Aanvrager : Medisch Spectrum Twente Aangevraagde activiteiten : Onttrekking en retournering van grondwater ten behoeve van koeling en/of verwarming van een ziekenhuis Locatie : Haaksbergerstraat
Ontwerp besluit ingevolge de Grondwaterwet / Verordening Waterhuishouding Limburg 1997
Ontwerp besluit ingevolge de Grondwaterwet / Verordening Waterhuishouding Limburg 1997 Nummer : 2006-1489 Venlo, 4 augustus 2006 Bijlage(n) : 1 Op 10 maart 2006 is een verzoek binnengekomen van de Gemeente
CVS_0160_GWL_1. Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam. Karakteristieken
Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam naam grondwaterlichaam naam grondwatersysteem naam stroomgebied Pleistocene Afzettingen (freatisch) Centraal Vlaams Systeem Schelde Karakteristieken
KPS_0120_GWL_2. Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam. Karakteristieken
Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam naam grondwaterlichaam naam grondwatersysteem naam stroomgebied Duin- en kreekgebieden Oostvlaamse polders Kust- en Poldersysteem Schelde Karakteristieken
Het centrum van het bouwrijp te maken gebied ligt op de coördinaten: X = , Y =
Bijlage I Technische beoordeling van de vergunningsaanvraag van Ontwikkelingsbedrijf Vathorst voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van het bouwrijp maken van deelgebied Boulevard Oost van Vinex
1 Inleiding en projectinformatie
Project: Groenhorst College te Velp Onderwerp: hemelwater infiltratieonderzoek Datum: 9 november 2011 Referentie: 25.515/61341/LH 1 Inleiding en projectinformatie Het Groenhorst College, gelegen aan de
Het centrum van het gebied is gelegen op de coördinaten: X = 168.480 en Y = 448.450
Bijlage I Technische beoordeling van de vergunningsaanvraag van het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van het bouwrijp maken van deelgebied De Buurtstede
Verkorte Effectenstudie. Bodemenergiesysteem Danzigerkade 9 - Amsterdam. Dit rapport is opgesteld in opdracht van Dedato ontwerpers en architecten
VHGM Deken Zondaglaan 51 2114 EB Vogelenzang (N-H) Verkorte Effectenstudie Bodemenergiesysteem Danzigerkade 9 - Amsterdam Dit rapport is opgesteld in opdracht van Dedato ontwerpers en architecten KENMERK
De projectlocatie ligt globaal op de coördinaten: X = 134.075 en Y = 444.180.
Bijlage I Technische beoordeling van de vergunningsaanvraag van Gemeente Vianen voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van de bouw van een zwembad onder het nieuw te bouwen multifunctioneel centrum
voor het onttrekken van grondwater op de locatie Eerste Helmersstraat 130 in Amsterdam.
Funderingsherstel Amsterdam B.V. Datum 10 juli 2018 Kenmerk DMS2018-0026148 Zaaknummer WN2018-004430 Maatwerkbesluit voor het onttrekken van grondwater op de locatie Eerste Helmersstraat 130 in Amsterdam.
Geohydrologisch onderzoek Centrumplan Oldebroek
Notitie Contactpersoon Wietske Terpstra Datum 2 februari 2006 Kenmerk N001-4425137TER-pla-V01-NL 1.1 Bodemopbouw De regionale bodemopbouw is afgeleid uit de Grondwaterkaart van Nederland 1 en boorgegevens
Besluit Watervergunning
Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg Besluit Watervergunning Waterwet en Omgevingsverordening DSM Pharma Chemicals Venlo B.V. te Venlo Zaaknummer: 2015-1580 Kenmerk: 2015/90953 d.d. 3 december 2015
SS_1300_GWL_4. Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam. Karakteristieken
Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam naam grondwaterlichaam naam grondwatersysteem naam stroomgebied Sokkel+Krijt Aquifersysteem (gespannen deel) Sokkelsysteem Schelde Karakteristieken
WKO-coach Drenthe Kansen gemeente Westerveld in beeld. Rutger Wierikx IF Technology 9 februari 2012
WKO-coach Drenthe Kansen gemeente Westerveld in beeld Rutger Wierikx IF Technology 9 februari 2012 Inhoud 1. Introductie 2. Inventarisatie a. Bodemgeschiktheid b. Bouwontwikkelingen c. Omgevingsbelangen
MTO Case Study: NIOO. Effecten van MTO op de bodem en grondwaterkwaliteit. 4 juni 2019 Workshop HTO bij Koppert Cress Gebruikersplatform Bodemenergie
MTO Case Study: NIOO Effecten van MTO op de bodem en grondwaterkwaliteit Peter Oerlemans [email protected] 4 juni 2019 Workshop HTO bij Koppert Cress Gebruikersplatform Bodemenergie Inhoud Heatstore
Besluit Intrekking Watervergunning
Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg Besluit Intrekking Watervergunning Waterwet en Omgevingsverordening Limburg WO 678 Parkwoningen Belvédère te Maastricht Zaaknummer: 2013-0231 Kenmerk: 2013/35038
Algemene regels bij de keur van Wetterskip Fryslân. Algemene bepalingen en voorschriften voor onttrekkingen van grondwater uit de bodem
Algemene regels bij de keur van Wetterskip Fryslân Algemene bepalingen en voorschriften voor onttrekkingen van grondwater uit de bodem INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN 3 Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Bijlage 1. Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek
Bijlage 1 Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek Bijlagel Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek Bodemopbouw en Geohydrologie Inleiding In deze bijlage wordt
Vergunningverlening. Besluit
Vergunningverlening Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht Tel. 030-2589111 Fax 030-2583140 www.provincie-utrecht.nl Besluit Datum 17 februari 2009 Team Groen, Grond en Water Nummer 2009int238011
Bijlage 1: Kaart Aanwijzing Interferentiegebied
Bijlage 1: Kaart Aanwijzing Interferentiegebied Toelichting Algemeen Artikel 1 Begripsomschrijving Op 1 juli 2013 treedt het Besluit bodemenergiesystemen in werking. Het besluit bevat regels over het installeren
Vaanster XII B.V. de heer H. Krebbers Rembrandtlaan AC Bilthoven. Betreft: Besluit Waterwet bodemenergiesysteem, Hudson Bay PNH1647
Bezoekadres Ebbehout 31 1507 EA Zaandam Vaanster XII B.V. de heer H. Krebbers Rembrandtlaan 35 3720 AC Bilthoven Postbus 209 1500 EE Zaandam www.odnzkg.nl Betreft: Besluit Waterwet bodemenergiesysteem,
Infiltratieonderzoek autobedrijf Van den Brink Rosendaalsestraat 437-441
Notitie Contactpersoon Wietske Terpstra Datum 25 oktober 2011 Kenmerk N001-4817394TER-mfv-V01-NL Infiltratieonderzoek autobedrijf Van den Brink Rosendaalsestraat 437-441 1 Inleiding Autobedrijf Van den
GW 1. Bouwput, sleuf en proefbemaling en grondsanering
GW 1. Bouwput, sleuf en proefbemaling en grondsanering Wijziging algemene regel: Zaaknr. Datum vastgesteld: Omschrijving wijziging 2017147654 23-1-2018 Wijze van melden en rapporteren, tekstuele aanpassingen,
Besluit ingevolge de Grondwaterwet / Verordening Waterhuishouding Limburg 1997
Besluit ingevolge de Grondwaterwet / Verordening Waterhuishouding Limburg 1997 Nummer : 2005-2925 Venlo, Bijlage(n) : - Op 12 mei 2005 is een verzoek binnengekomen van Kuypers Infra B.V., postbus 7844,
Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht
Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Ontwerpbeschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : AkzoNobel Polymer Chemicals B.V. Ingetrokken activiteiten : De intrekking omvat de (bulk)opslag en het gebruik
Update Geohydrologisch onderzoek wegenproject N381 Drachten Drentse grens
Update Geohydrologisch onderzoek wegenproject 381 Drachten Drentse grens Rapportage Auteur: C.H. van Immerzeel 15 oktober 2010 - IDO-Doesburg B.V. 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Uitgangspunten en
Inspectie van de bodem middels een vooronderzoek ter plaatse van de percelen C 2552 en C 2553 in Breda
*OMWB524761* Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 01 00 [email protected] http://www.omwb.nl Inspectie van de bodem middels een vooronderzoek ter plaatse van de percelen C 2552 en C 2553 in Breda Vooronderzoek
Deze toelichting op de meldingenprocedure bestaat uit twee delen:
Toelichting op meldingsprocedure en meldingsformulier Wbb Deze toelichting op de meldingenprocedure bestaat uit twee delen: A B Algemene informatie over de Meldingprocedure bodemsanering; Een toelichting
