Naam bewoner: Interne afsprakennota 1. ALGEMENE SITUERING Contactgegevens en beheer van de instelling: 1.1. Woonzorgcentrum Rustenborg Koolsveldlaan 94 2110 Wijnegem Fax: 03 288 20 09 E-mail: rustenborg@ocmwwijnegem.be Beheerd door: OCMW Wijnegem Koolsveldlaan 94 2110 Wijnegem Tel: 03 288 20 60 Fax:03 288 20 69 E-mail: secretaris@ocmwwijnegem.be 1.2. Het OCMW heeft de heer André Vanherck als directeur voor het WZC aangesteld. Hij verzekert de harmonieuze werking van de instelling volgens de regels die door het OCMW zijn vastgelegd en volgens de bevoegdheden die hem werden toegekend. 1.3. Het WZC heeft 23 woongelegenheden voor valide en/of licht zorgbehoevende bejaarden (ROB). Daarnaast zijn er 44 woongelegenheden voor zorgbehoevende bejaarden (RVT). Het is erkend als rusthuis (ROB) door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (Administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn) onder het nummer CE 1349 en als rust -en verzorgingstehuis (RVT) door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (Administratie Gezondheidszorg) onder het nummer VZB 2345. Tenslotte zijn er 3 woongelegenheden erkend als Centrum voor Kortverblijf (KCE 1349). Het woonzorgcentrum eerbiedigt de persoonlijke levensbeschouwelijke overtuiging van elke bewoner. Basisreglement: 1.4. Dit reglement bevat praktische inlichtingen, alsook de nodige basisafspraken die elke bewoner aanbelangen. Pagina 1 van 10
2. OPNAMEVOORWAARDEN Wie kan worden opgenomen op de wachtlijst: 2.1. Het woonzorgcentrum staat open voor zorgbehoevende personen (65 jaar of ouder) die wegens gezondheidsredenen en sociale redenen moeilijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. De personen die een aanvraag tot opname indienen, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen: Inwoners van Wijnegem kunnen op de wachtlijst van het WZC komen indien ze: 65 jaar of ouder zijn. Wie na zijn 65 jaar wegens overmacht de gemeente heeft moeten verlaten, wordt tevens als inwoner van Wijnegem beschouwd. Niet-inwoners van Wijnegem kunnen ook op de wachtlijst van het WZC komen als ze: 65 jaar of ouder zijn en B of C op katz-schaal scoren. Voor deze personen zal het OCMW Wijnegem een waarborg vragen aan het OCMW van de woonplaats van de kandidaat-bewoner voor de betaling van de kosten. De volgende formulieren moeten ingevuld worden: aanvraag tot opname op wachtlijst; katz-schaal; een verklaring van de wijze van betaling; indien van toepassing: een verklaring op eer (betreffende het vermogen en het inkomen). Behandeling van de vraag tot opname: 2.2. Elke aanvraag tot opname in het woonzorgcentrum wordt individueel onderzocht en behandeld door de directeur in overleg met de OCMW-Voorzitter. Het Vast Bureau wordt van deze beslissing in kennis gesteld. 2.3. De beslissing over de opname in het woonzorgcentrum gebeurt op basis van een voorafgaand sociaal onderzoek. Hieruit moet blijken dat de aanvrager voldoende voorgelicht werd over de verschillende mogelijkheden van hulpverlening en de hieraan verbonden kosten. 2.4. De opname in het woonzorgcentrum: De hoofdverpleegkundige verzamelt (via de huisarts) recente medische gegevens inzake de algemene toestand van de kandidaat-bewoner en zijn/haar medicatiegebruik. Het OCMW kan desgevallend vragen dat de kandidaat-bewoner op haar kosten een aanvullend medisch onderzoek ondergaat, teneinde te kunnen beoordelen of de lichamelijke of geestelijke gezondheidstoestand van die aard is dat het woonzorgcentrum aan de aanvrager de passende zorgen zou kunnen verstrekken. Pagina 2 van 10
3. OPNAMEMODALITEITEN Overeenkomst en persoonsgegevens: 3.1. Het OCMW sluit met de bewoner en/of met zijn/haar vertegenwoordiger een schriftelijke overeenkomst af. 3.2. De schriftelijke overeenkomst wordt, samen met de interne afsprakennota, uiterlijk de dag van de opname voor ontvangst en akkoord ondertekend door alle partijen. 3.3. De administratief medewerker van het woonzorgcentrum zorgt ervoor dat het minimum aan noodzakelijke, administratieve formaliteiten tijdig in orde worden gebracht. 3.4. Met respect voor de persoonlijke levenssfeer, wordt er van de bewoner een individuele fiche opgesteld met onder andere de volledige identiteit van de bewoner, de naam van de huisarts, evenals de naam, het adres en de telefoonnummers van de personen die in geval van nood verwittigd moeten worden. De bewoner kan vragen om op die fiche ook zijn levensbeschouwelijke overtuiging te vermelden. 3.5. Met de administratief medewerker financiën worden afspraken gemaakt aangaande de financiële aspecten van de opname. Onthaal: 3.6. Een administratief medewerker van het woonzorgcentrum organiseert het onthaal van de nieuwe bewoner. Daarbij worden zowel de nieuwe bewoner als zijn/haar familie, mantelzorgers, vertegenwoordiger(s), betrokken. Onder begeleiding van de hoofdverpleegkundige (of vervanger) wordt de nieuwe bewoner voorgesteld aan het team van verpleegkundigen en zorgkundigen. Dit team zorgt verder voor het onthaal op de woongelegenheid en licht de zorgaspecten toe. Woongelegenheid: 3.7. De gastgebruiker krijgt een gemeubelde woongelegenheid, die aangepast is aan zijn/haar behoeften en gezondheidstoestand. De gastgebruiker mag zijn/haar woongelegenheid desgevallend naar eigen smaak inrichten. De inrichting van de woongelegenheid dient te beantwoorden aan de eisen van veiligheid en hygiëne. Tevens dient er rekening te worden gehouden met de esthetische vorm van de voorziening. 3.8. Behoudens zijn/haar uitdrukkelijk akkoord of om ernstige redenen, mag aan de bewoner geen andere woongelegenheid worden toegewezen dan dewelke hem/haar bij de opname toegekend werd. Bij verandering van woongelegenheid wordt de individuele overeenkomst aangepast door middel van een addendum. Aan de langstlevende echtgenoot of echtgenote van een echtpaar dat een appartement bewoont, wordt een éénpersoonskamer toegewezen. 4. VERBLIJF IN HET WOONZORGCENTRUM Contacten tussen bewoners en personeel: 4.1. Met het oog op een goede woon-, leef- en zorgomgeving, en een goede geest- en verstandhouding, worden personeel en bewoners gevraagd elkaar met wederzijds respect en waardering te benaderen. Pagina 3 van 10
4.2. Geschenken en fooien ten aanzien van personeel ten persoonlijke titel zijn verboden. 4.3. Het personeel spant zich, samen met de bewoners, in om de zelfredzaamheid van de bewoners te behouden, te bevorderen of te herstellen. Daarvoor worden de gepaste activiteiten georganiseerd. Waar nodig wordt ook gezorgd voor trainingsactiviteiten, reactivering en oriëntatie. Hygiëne: 4.4. Naast de mogelijkheid voor een dagelijks toilet of het nemen van een douche, wordt minstens één keer per week aan de bewoners de gelegenheid geboden om een bad te nemen. Indien nodig gebeurt dit met de hulp van het verplegend of verzorgend personeel. Van de bewoners wordt verwacht dat zij verzorgde kleding dragen. Het personeel zal hen hierbij ondersteunen. Voor het onderhoud van het persoonlijk linnen van de bewoner doet de bewoner beroep op de familie. Indien dit niet mogelijk is, is de externe wasserij het alternatief. Alle kledingstukken van de bewoners dienen getekend te worden met een naamlintje (door familie of het WZC), ook als de bewoner of zijn/haar familie zelf voor de was zorgt. Het bedlinnen wordt tenminste om de veertien dagen, of indien nodig frequenter, ververst. Indien de meest essentiële kleding ontbreekt, wordt onder supervisie van de directeur aan de bewoner of zijn/haar familie gevraagd deze tekorten aan te vullen. Zo niet zal het woonzorgcentrum, na verwittiging, deze kleding aankopen en aanrekenen. 4.5. Om de orde, netheid en hygiëne in het woonzorgcentrum te bevorderen: zijn geen huisdieren toegelaten (die hinderlijk zijn voor de bewoners of een gevaar kunnen opleveren voor de hygiëne). Er kunnen uitzonderingen worden toegestaan (bvb.: vis, vogel, ), maar dit telkens in overleg met de directeur van het woonzorgcentrum. 4.6. De directeur en het personeel van het woonzorgcentrum zien nauwgezet toe op de naleving van de hygiënische voorschriften. Veiligheid: 4.7. Om zichzelf en anderen niet in gevaar te brengen, is het nodig dat de bewoners van het woonzorgcentrum een bijzondere inspanning leveren om alles te vermijden wat brandgevaar kan opleveren. Daarom gelden de volgende voorschriften: Elektrische apparaten mogen enkel gebruikt worden nadat de technische dienst van het woonzorgcentrum ze heeft gecontroleerd en goedgekeurd. De bewoner zal zijn medewerking verlenen aan de periodieke controle van deze apparaten. Bij defect of beschadiging van snoeren, stekkers, stopcontacten of andere elementen zal de bewoner het personeel onmiddellijk op de hoogte brengen. In het woonzorgcentrum geldt een algemeen rookverbod. Er worden twee plaatsen voorzien waar er gerookt mag worden: het terras op het gelijkvloers en het terras op de eerste verdieping. Het ledigen van asbakken in prullenmanden is niet toegestaan. Pagina 4 van 10
De bewoners dienen zich vertrouwd te maken met de wegen waarlangs zij in geval van nood uit de woongelegenheden, de afdeling of het woonzorgcentrum kunnen ontkomen. De richtlijnen, die men dient te volgen in geval van brand, worden duidelijk aangebracht op verschillende plaatsen in het woonzorgcentrum. Hinderlijk lawaai: 4.8. Bewoners, bezoekers en personeel mogen de rust in het woonzorgcentrum niet verstoren. Vrijheidsprincipe en restrictiebeleid: 4.9. Het woonzorgcentrum hecht veel belang aan het vrijheidsprincipe. Bewoners kunnen het woonzorgcentrum vrij binnen en buiten gaan. Om de organisatie en de dienstverlening vlot te laten verlopen, moeten zij hierbij enkel rekening houden met een aantal afspraken en met de uurregelingen (voor maaltijden en verzorgingen). Deze uurregelingen worden bij de opname van de bewoner meegedeeld door de hoofdverpleegkundige. Doordat zij hier rekening mee houden, zijn de medewerkers van het woonzorgcentrum in staat hun taken te kunnen vervullen. 4.10. Wanneer de bewoner elders overnacht of voor meerdere dagen zijn woongelegenheid verlaat (familiebezoek, opneming in ziekenhuis), wordt hij/zij verzocht de woongelegenheid af te sluiten en zijn afwezigheid te melden bij de verpleegkundige. De bewoner overhandigt zijn sleutel aan de verpleegkundige. Bij de afwezigheid van de bewoner wordt hem een korting op de dagprijs toegestaan, gelijk aan de voedingskost. De korting gaat in vanaf de eerste dag van zijn/haar afwezigheid indien de afwezigheid langer dan 24u is. 4.11. De bewoners die verblijven op de afgesloten woonzone kunnen niet zomaar naar buiten gaan. De deur is wegens veiligheidsredenen (voor de bewoners) vergrendeld met een cijferslot. De woonzone kan echter zonder enig probleem verlaten worden onder begeleiding van bijvoorbeeld een medewerker van het WZC, familie, vrienden, etc. of met de toelating van de directeur. 4.12. Ten behoeve van de veiligheid van de bewoner kunnen bepaalde vrijheidsbeperkende maatregelen overwogen worden. Deze zullen altijd eerst besproken worden met de bewoner en/of zijn/haar familie, uitgezonderd in acute omstandigheden. Openingsuren: 4.13. Het WZC wil een open en veilig huis zijn. De bezoekuren zijn daarom vrij, rekening houdend met de nacht- en middagrust van de bewoners. Op een bepaald uur sluiten de buitendeuren voor de veiligheid van de bewoners. In de zomermaanden is dit vanaf 21.00 uur, in de wintermaanden vanaf 20.00 uur. Na aanbellen, kan de bewoner en zijn/haar familie nog steeds in het WZC terecht. Bezoekregeling: 4.14. De bewoner kan vrij bezoek ontvangen op zijn/haar woongelegenheid of in de gemeenschappelijke ruimten van het woonzorgcentrum. 4.15. Naaste verwanten van een zwaar zieke bewoner kunnen, na afspraak met de verpleegkundigen, op ieder uur van de dag bezoeken afleggen of s nachts blijven waken. Pagina 5 van 10
Maaltijden: 4.16. De bewoners krijgen gezonde en afwisselende voeding, aangepast aan hun gezondheidstoestand en aan de dieetvoorschriften van de behandelende arts. Het menu wordt tweewekelijks uitgehangen. De maaltijden worden opgediend in de verschillende leefruimten per woonzone of indien gewenst op de woongelegenheid. 4.17. De maaltijden worden op de volgende uren opgediend: ontbijt tussen 8.00 en 9.00 uur; middagmaal 12.00 uur ; avondmaal 17.00 uur. Organisatie van activiteiten 4.18. Alle bewoners hebben hun eigen individuele gewoonten, bezigheden en interesses. Daarnaast zorgt de dienst animatie van het WZC Rustenborg voor de organisatie van verschillende activiteiten binnen- en buitenhuis, waaraan de bewoners op vrijwillige basis kunnen deelnemen. Er wordt maandelijks een activiteitenkalender opgemaakt. Deze wordt aan de ingang van De Kleine Geneugte opgehangen, wordt aan alle bewoners uitgedeeld en is tevens digitaal te raadplegen op de website van het WZC. De dienst animatie heeft als doel om: de bewoners te blijven integreren bij ontspannende activiteiten; de levenskwaliteit van de bewoners te vergroten; de mogelijkheden, capaciteiten en talenten van de bewoners te stimuleren; de bewoners actief te houden. 5. MEDISCHE EN PARAMEDISCHE ZORGEN Medisch dossier: 5.1. Voor elke bewoner wordt een dossier bijgehouden over de medische voorschriften, richtlijnen en hun uitvoering. Het beroepsgeheim wordt hierbij strikt geëerbiedigd. Huisarts: 5.2. De bewoners kiezen vrij hun huisarts. De voorwaarde is wel dat deze het reglement van de inwendige orde van het woonzorgcentrum hebben ondertekend, en tijdig de nuttige informatie en richtlijnen doorgeeft om het medisch dossier van de bewoner bij te houden. De verpleegkundige (onder supervisie van de hoofdverpleegkundige) moet onmiddellijk op de hoogte gesteld worden wanneer de bewoner van huisarts verandert. Medicatie: 5.3. De medicatie wordt verstrekt door het verplegend personeel van het woonzorgcentrum. In overleg met de huisarts kan de bewoner die dat wenst zijn medicatie op de woongelegenheid bewaren. Deze regeling moet schriftelijk vastgelegd worden. Pagina 6 van 10
Palliatieve zorgen en euthanasiebeleid: 5.4. Vragen in verband met palliatieve zorgen en euthanasie worden individueel bekeken en besproken met de bewoner en zijn/haar familie, mantelzorgers, etc. 6. INSPRAAK EN KLACHTENBEHANDELING Bewonersraad: 6.1. In het woonzorgcentrum functioneert een bewonersraad die minstens eenmaal per kwartaal vergadert. Elke bewoner kan er deel van uitmaken. 6.2. De bewonersraad kan advies uitbrengen over alle aangelegenheden die de algemene werking van de instelling betreffen. Dit kan gebeuren op eigen initiatief of op verzoek van de directeur. Van de vergadering wordt een verslag opgemaakt door de secretaris van de vergadering. Een exemplaar wordt bezorgd aan alle aanwezigen en het wordt uitgehangen aan de informatiemuur van het woonzorgcentrum (ingang De Kleine Geneugte). De directeur en de medewerkers kunnen uitgenodigd worden om een vergadering bij te wonen. Tijdens de bewonersraad worden strategische beslissingen van het management, van toepassing op de bewoners, mondeling meegedeeld en in het verslag van de vergadering opgenomen. Familieraad: 6.3. De directeur en de medewerkers van het woonzorgcentrum erkennen de familieleden als belangrijke partners in het zorgen voor een aangename woon-, leef- en zorgomgeving. De familieleden worden uitgenodigd om samen met de directeur en de medewerkers permanent te zoeken naar een passend antwoord op mogelijke vragen van de bewoners. Hiervoor werd een familieraad opgericht. Deze familieraad wil de volgende doelstellingen bereiken: de communicatie tussen de bewoner, zijn/haar familie en het woonzorgcentrum optimaliseren; aan familieleden ondersteuning op psychosociaal vlak bieden; vorm geven aan de vertegenwoordiging en inspraak van de bewoner; informatiedoorstroming bewerkstelligen. In het woonzorgcentrum functioneert een familieraad die eenmaal per kwartaal vergadert.. De familieleden van de bewoners worden, bij het onthaal van nieuwe bewoners, uitgenodigd deel te nemen aan de familieraad. In de familieraad kan elk familielid, in naam van de bewoner, advies uitbrengen over aangelegenheden in verband met de algemene werking van het woonzorgcentrum. Van elke vergadering wordt een verslag gemaakt dat bezorgd wordt aan alle leden van de familieraad en dat ingekeken kan worden door alle bewoners en familieleden. Ideeën en klachten: 6.4. Elke bewoner, familie, mantelzorger, kan ideeën of suggesties melden via de klachten- en ideeënbus. Deze hangt aan de informatiemuur bij de ingang van De Kleine Geneugte. Pagina 7 van 10
6.5. Elke bewoner ontvangt bij de opname een kopie van de klachtenprocedure van het WZC als bijlage bij de interne afsprakennota. Klachten kunnen door de bewoners of de familie in een klachtenboek genoteerd worden. Dit boek is te vinden aan het onthaal van het WZC. Daarnaast kunnen klachten genoteerd worden op de daarvoor bestemde formulieren. Deze zijn tevens terug te vinden in een bakje aan het onthaal van het WZC. Zij kunnen daarenboven verkregen worden bij de medewerkers van het WZC. De ingevulde formulieren kunnen gedeponeerd worden in de klachten- en ideeënbus die hangt aan de ingang van De Kleine Geneugte. Aan de indiener van een klacht wordt uiterlijk binnen de maand meegedeeld welk gevolg aan de klacht wordt gegeven. Anonieme klachten krijgen geen gevolg. 6.6. Voor vragen in verband met rechten en plichten in het WZC (bvb: erkenningsnormen), kan men ook terecht bij de woonzorglijn van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap op het telefoonnummer 078 15 25 25. Deze dienst is elke werkdag bereikbaar van 9.00 uur tot 12.00 uur. 7. BEHEER VAN GELDEN EN GOEDEREN 7.1. Het beheer van gelden of goederen van de bewoner of het bewaren ervan kan in geen geval aan het WZC worden toevertrouwd, met uitzondering van het beheer van het zakgeld en de verrekening van de kosten die rechtstreeks met het verblijf in het woonzorgcentrum te maken hebben. Alle andere gelden of goederen van de bewoner dienen door de bewoner zelf, de vertegenwoordiger of de familie beheerd te worden. Elke woongelegenheid is voorzien van een lade die op slot kan om gelden en goederen veilig te bewaren. 8. OPZEGGINGSTERMIJN EN OPZEGGINGSVERGOEDING, OMSTANDIGHEDEN DIE AANLEIDING GEVEN TOT ONTSLAG, REGELING BIJ OVERLIJDEN Opzegging: 8.1. Het staat iedere bewoner vrij het woonzorgcentrum definitief te verlaten, mits de directeur daarvan minstens 30 dagen voor de datum van vertrek schriftelijk te verwittigen. Ingeval van opzegging door de bewoner dient de opzegtermijn van 30 dagen volledig te worden betaald indien de bewoner vroeger zou vertrekken en de woongelegenheid onbewoond blijft voor de resterende periode van de opzegtermijn. Overplaatsing: 8.2. Indien naar het oordeel van een arts de lichamelijke of geestelijke gezondheidstoestand van de bewoner van die aard is, dat een definitieve overplaatsing naar een passende instelling geboden is, verbindt de inrichting zich ertoe te zoeken naar een passend verblijf. Dit gebeurt in overleg met de bewoner en/of met de personen of de instanties die voor zijn/haar opname instaan. Ontslag: 8.3. De bewoner kan uit het woonzorgcentrum ontslagen worden wegens gedragingen die zwaar storend zouden zijn voor de medebewoners of voor de instelling zelf, of om reden van overmacht. De bewoner dient evenwel vooraf gehoord te worden door het Vast Bureau. De schriftelijke overeenkomst kan Pagina 8 van 10
opgezegd worden door de voorziening, mits het naleven van een opzegtermijn van 60 dagen, die ingaat de eerste dag die volgt op de ontvankelijke betekening ervan aan de bewoner. 8.4. De bewoner zal ook ontslagen worden wanneer hij/zij zich schuldig maakt aan een fout op het vlak van het niet nakomen van zijn/haar verbintenis tot betaling van de verblijfskosten. Overlijden: 8.5. Overlijden van de bewoner wordt gelijkgesteld met ontslag. Bij overlijden wordt de eenpersoonskamer door de verpleegkundige gesloten. Niemand wordt op de woongelegenheid toegelaten, tenzij vergezeld door een personeelslid van de voorziening. Een inventaris, van alle op de woongelegenheid gevonden bezittingen van de bewoner, zal worden opgemaakt onder supervisie van de directeur. De nabestaanden beschikken over een termijn van vijf dagen na het overlijden van de bewoner om de woongelegenheid te ontruimen. Deze termijn kan verlengd worden, mits uitdrukkelijk akkoord van de directeur en de nabestaanden. Gedurende deze termijn kan enkel de dagprijs met de voorziene korting (voedingskost) voor afwezigheid worden aangerekend. Als binnen de termijn van vijf dagen de woongelegenheid opnieuw wordt bewoond, kan de dagprijs alleen worden aangerekend tot de dag die voorafgaat aan de nieuwe bewoning. 9. AANSPRAKELIJKHEID 9.1. Het woonzorgcentrum verbindt zich er toe de risico s van de burgerlijke aansprakelijkheid van de bewoner te verzekeren. Concreet wil dit zeggen dat de burgerlijke aansprakelijkheid van de bewoner verzekerd is tijdens het verblijf in het woonzorgcentrum en ook als er activiteiten of uitstappen gedaan worden buiten het woonzorgcentrum (georganiseerd door het woonzorgcentrum). De bewoner is echter NIET verzekerd vanaf dat hij/zij voor één dag naar zijn/haar familie gaat of bijvoorbeeld met een reisgezelschap (zonder begeleiding van het woonzorgcentrum) op reis gaat. De polis die werd afgesloten door het woonzorgcentrum is tijdens het verblijf en gedurende activiteiten van het woonzorgcentrum van toepassing op de bewoners, en dit inzake burgerlijke aansprakelijkheid (afdelingen A en B) die, krachtens de artikels 1382 tot 1385 en 1386 bis van het burgerlijk wetboek, ten laste gelegd kunnen worden van de bewoners van het woonzorgcentrum van de verzekeringnemer. Er wordt nader bepaald dat zij onderling als derden worden beschouwd. 10. KENNISGEVING VAN DE AFSPRAKENNOTA 10.1. De bewoner verbindt zich er toe dit reglement na te leven. 10.2. Elke bewoner ontvangt bij opname een exemplaar van de afsprakennota. Hij/zij tekent voor ontvangst. Deze handtekening geldt als akkoordverklaring. 10.3. De afsprakennota is vastgesteld door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van het OCMW van Wijnegem. De bewoners worden schriftelijk op de hoogte gebracht van elke wijziging. Pagina 9 van 10
Opgemaakt te Wijnegem in tweevoud op / /. Alle partijen verklaren een exemplaar van deze overeenkomst te hebben ontvangen. De bewoner of zijn/haar vertegenwoordiger (naam+ voornaam + handtekening), voorafgegaan door de woorden gelezen en goedgekeurd : Namens het OCMW Wijnegem/ WZC Rustenborg: André Vanherck Leen Nagels Nadine Wouters directeur WZC OCMW-secretaris OCMW-voorzitter.... Pagina 10 van 10