Voor het Bwp was vijf october 1953 een historische dag. Toen werd Domburg (Amburg) als eerste hengst goedgekeurd voor een nieuw stamboek, dat officieel zelfs nog moest opgericht worden. Van Domburg werden welgeteld veertien nakomelingen geregistreerd. We kunnen dus met een gerust geweten zeggen dat de hengst uiteindelijk weinig heeft bijgedragen aan de huidige fokkerij. Maar hoe zit dat met de meer dan 800 Bwp-hengsten die na hem kwamen? Welke hengsten hebben dan wél een stempel gedrukt op de fokkerij? Een eenvoudige vraag, die snel gesteld is, maar veel minder snel beantwoord kan worden. PK deed beroep op de ervaring en vakkennis van enkele hengstenhouders om een antwoord te vinden. vijftig jaar bwp hengsten door Bart Wuyts deel I Ieder stamboek heeft zijn grote namen, zijn mytische verervers, die tot den treure genoemd en geroemd worden. Zo schuift het Bwp Codex, Flugel, en Lugano van La Roche naar voor, heeft het Selle Français Almé en Grand Veneur in huis, en kan Holstein gelukkig zijn met Capitol, Landgraf, en Cor de la Bruyère. Alleen, het is niet gemakkelijk om uit te vissen wat deze (en andere) historische hengsten wérkelijk voor de fokkerij hebben betekend. Dat de oude stamvaders telkens opnieuw op een voetstuk worden geplaatst, heeft namelijk niet alleen met genetische kwaliteit, maar net zo goed met public relations te maken. Natuurlijk was Almé een uitzonderlijk vererver, maar voor het Selle Français is de bruine Ibrahim x Ultimate xx in eerste instantie een uithangbord, een referentie, en een verkoopsargument. Wie de gangbare artikels over Almé leest, krijgt alleen het groot succesverhaal te horen, maar dat de hengst net zo goed veel ouderwetse producten heeft gebracht, paarden met een harde mond, en een moeilijk karakter, wordt er zelden of nooit bij verteld. Zo vreemd is dat weer niet. Precies hetzelfde gebeurt in Holstein, en bij het Bwp. Flugel bijvoorbeeld was een interessante vererver, maar de hengst heeft naast sportaanleg ook vrij veel beengebreken nagelaten, al is het politiek niet correct om dat luidop te zeggen. zoveel mee aanvangen. Indexen zeggen namelijk bijzonder weinig over het functioneren van een hengst binnen zijn eigen kader, en binnen zijn eigen tijd. Volgens de meest recente cijfers (2004) heeft Lugano, niet schrikken, een genetische springindex van 85.30 (0.95). De gemiddelde vererver haalt een score van 100, wat betekent dat Lugano een uitgesproken negatieve factor zou zijn in de fokkerij. Juist, dat klinkt krankzinnig, want Lugano wordt overal geroemd als één van de steunpilaren van het Bwp, en één van de belangrijkste verervers die ooit binnen het stamboek actief zijn geweest. Misschien is die reputatie wat geflatteerd, maar het probleem is natuurlijk dat Lugano al lang van het toneel verdwenen is, en de fokkerij ondertus- Index Kortom, over de loop der jaren werd het belang van bepaalde hengsten behoorlijk opgeschroefd, en het is moeilijk om te achterhalen wat daar allemaal van klopt. Andere hengsten verdwenen dan weer naar de achtergrond, terwijl die als vererver misschien even veel, of zelfs meer verdiensten hadden. Natuurlijk, er bestaan tegenwoordig indexen, en allerhande rankings, maar daar kun je uiteindelijk niet Flugel (Firnis x Fermor III, 1956) was één der eerste stempelhengsten van het Bwp. De 1.68 metende vos bleef 26 jaar in dekdienst, en bracht 1.234 nakomelingen. PK, october 2005 9 9
FOTO DIRK CAREMANS sen drie of vier generaties verder zit. Dat maakt een wereld van verschil. Als Lugano vandaag terugkwam, dan is het inderdaad best mogelijk dat de hengst genetisch niet meer dan 85.30 zou verdienen. Alleen, dat cijfer zegt niets over zijn belang als vererver binnen zijn eigen generatie. Tussen haakjes, de grote stempelhengst Lugano werd op zijn oude dag uit het stamboek gebonjourd, en moest zelfs een paar jaar asiel gaan zoeken bij het sbs. Pas toen de hengst in handen kwam van Jef Brondeel, werd hij door het Bwp (toen nog Nfwp) opnieuw erkend, al had dat nog heel wat voeten in de aarde. Een episode waar Leuven eerder zwijgzaam over blijft, maar dat is dan ook begrijpelijk. Stempel Bestaat er een andere manier om de waarde van een hengst in de fokkerij behoorlijk in te schatten? Pk vertrok Lugano (Lugano i x Ableger i) was de eerste, en tot nog toe enige hengst binnen het Bwp, die een eigen lijn wist op te zetten. De hengst was een donkere vos, die bij zijn goedkeuring niet meer dan 1.63 werd gemeten. Lugano werd in de beginjaren sterk gepusht door Leuven, maar gaf zijn producten ongetwijfeld springaanleg. van het idee dat een vererver die écht van belang is voor een stamboek, niet alleen rechtstreeks fijne sportpaarden levert, maar ook onrechtstreeks zijn stempel nalaat. Via zijn dochters bijvoorbeeld. Welke Bwp hengsten hebben fokmerries geproduceerd, die zelf sportpaarden, of gekeurde hengsten hebben gebracht? Het antwoord op die vraag bestaat uit een lijstje, dat aangevoerd wordt door verervers als Flugel, Lugano, Lys de Darmen, Codex, en Fleuri du Manour (tabel 1). Nee, dat lijstje is niet volledig, en dus niet honderd procent betrouwbaar. Zolang het Bwp blijft weigeren om zijn database vrij te geven, zoals het sbs bijvoorbeeld wél doet, moet de buitenwereld zich behelpen. Voor één keer heeft dat niet zoveel belang, want Pk gebruikte het lijstje als een kapstok om met een aantal hengstenhouders te gaan praten. Michel Spaas Je kunt indexen berekenen, rankings maken, of lijstjes opstellen, maar om te weten wat een hengst werkelijk voorstelt in de fokkerij, moet je gaan praten met mensen die zo n hengst van dichtbij hebben meegemaakt. Hengstenhouders zijn daarbij ideale gesprekspartners. Die weten namelijk vrij goed wat hun eigen hengsten waard zijn, en wat de concurrentie in huis heeft. Onze informatieronde begon bij Michel Spaas. Michel : Ik mis toch een paar namen op je lijstje. Namen als Heartbreaker, Jus de Pomme, en Skippy. Dat zijn toch belangrijke hengsten. Belangrijker in ieder geval dan Goldfalk of Sudan. Met Goldfalk hebben we vroeger zelf nog gefokt. De hengst stond hier in Limburg ter dekking, maar d er is heel weinig van overgebleven. Rechtstreeks heeft hij bijna geen enkel interessant sportpaard gebracht. Als je al eens een goede Goldfalk had, dan was het dier niet gezond. Bij die hengsten moest je het echt van de moederlijn hebben. Wat staat er nog in je lijst? Hedjaz? Akkoord, links en rechts heb je al eens een goed sportpaard uit een moeder van Hedjaz. Maar persoonlijk heb ik meer respect voor hengsten als Saffier van het Goor, Lugano van la Roche, en Codex. Over Flugel ben ik minder enthousiast. De hengst heeft rechtstreeks wel een paar goede sportpaarden gebracht, maar doorgaans waren ze rot voor ze tien jaar werden. Zijn producten bleven niet lang genoeg gezond. Wat vererving van kwaliteit betreft, kun je Flugel een beetje met Wiensender vergelijken. Beiden geven ze over het algemeen paarden met te weinig schoft en te weinig vermogen, maar voor de fokkerij zullen ze op langere termijn allebei wel belangrijk zijn. Dat Michel nogal sceptisch reageert op de naam Flugel, heeft zo zijn redens. Flugel was samen met Alpinist de eerste Hannoveraan die door het Bwp werd goedgekeurd. Hij presteerde zelf bij de landelijke ruiters, en bracht vrij snel een paar fijne sportpaarden. De hengst had een opvallend lange en vruchtbare carrière. Hij stond van 1959 tot 1984 ter dekking, en bracht maar liefst 1234 nakomelingen. Flugel werd door de stamboekleiding regelmatig in het zonnetje geplaatst, maar achteraf bekeken bleef de kwaliteit van zijn productie onder de verwachtingen. Van Flugel werden in de loop der jaren veertien zonen gekeurd, maar geen enkele kon de lijn verder uitbouwen. 10 10 october 2005, PK
Tabel 1 : Succesvolle verervers binnen het Bwp stamboek geboortejaar in Bwp uit Bwp dekjaren totale productie 1. Flugel Hann. 1956 09.01.59 14.10.84 26 1.234 2. Lugano Hann. 1963 20.11.65 22.08.88 23 1.082 3. Lys de Darmen SF 1977 06.03.80 01.02.04 24 1.510 4. Codex Holst. 1962 12.03.65 03.01.79 14 935 5. Fleuri du Manoir SF 1971 07.12.74 07.02.89 14 718 6. Goldfalk Hann. 1966 15.12.68 28.02.86 17 594 7. Alcanar xx TB 1966 11.11.70 18.08.86 16 512 8. Wendekreis Hann. 1974 04.12.76 01.10.96 20 661 9. Saffier Hann. 1963 10.03.66 24.10.76 11 479 10. DrostHann. 1965 19.11.67 31.12.74 7 506 11. Fantastique SF 1971 20.02.74 15.11.97 24 1.124 12. Widukind Hann. 1970 17.02.73 28.03.77 4 160 13. Darco Bwp 1980 13.11.82 23 2.137 14. Furioso Z Hann. 1979 24.03.82 23.03.90 8 290 15. Sudan Hann. 1969 07.12.71 27.06.84 13 528 16. Saygon Bwp 1972 07.12.74 24.04.96 21 805 17. PachatSF 1981 12.11.83 22 913 18. Buenaventura xx TB 1963 07.12.71 24.04.79 7 351 19. Goldspring de Lauzelle Hann. 1975 03.12.77 10.11.96 19 557 20. FaustSGLDT 1959 16.03.62 02.09.72 10 291 21. Feinschnitt Hann. 1974 04.12.76 10.05.94 17 526 22. Ut Fata SF 1964 14.11.66 13.10.85 19 538 23. Etretat SF 1970 08.12.73 18.07.90 17 573 24. Lurano Hann. 1977 15.12.79 26.06.95 16 440 25. Hedjaz SF 1973 04.12.76 05.06.92 16 648 Michel : Als ik zelf één naam moet noemen als beste vererver binnen het Bwp, dan kies ik voor Drost. Drost is misschien niet de belangrijkste hengst geweest, maar wel één van de beste verervers die we ooit hebben gehad. Waarom is hij dan niet de belangrijkste geworden? Omdat hij daar simpelweg niet genoeg nakomelingen voor had, en ook niet erg oud is geworden. Drost heeft het geluk niet gehad om 24 jaar te worden, en een massa veulens te maken, zoals bepaalde andere hengsten, die uiteindelijk ook belangrijker zijn geworden voor het stamboek. De hengst stond ergens achter Brussel ter dekking (bij Jef Van Gerwen, nvdr), waardoor ik hem zelf nooit heb gekend. Maar ik heb wel zoveel goede paarden van hem gezien, dat ik voor Drost kies. Ik spreek nu over de tijd dat we bij de Kbrsf nog wedstrijden hadden in serie III. Daar liepen een hele reeks producten mee van Codex, en daarna kwamen de producten van Drost. Pallieter, Passe-Partout, en zo verder. Drost gaf paarden met een goede sprong, veel techniek, instelling, en karakter. Dat waren echt goede, toffe, complete paarden. Hij gaf weinig negatieve dingen door. Drost maakte niet alleen springpaarden, maar hij bracht ook fijne dressuurpaarden. Dat zal allemaal wel geen toeval zijn met Duft II (Duellant) als vader. Drost combineerde als het ware het positieve van Lugano en Flugel. Hij gaf meer rittigkeit, vermogen en souplesse dan Flugel. Ik schat Drost ook hoger in dan Saffier. Saffier heeft merries gegeven die het goed deden in de fokkerij, maar die merries werden wel gedekt door hengsten als Wendekreis en Saygon. De combinatie van die hengsten heeft blijkbaar goed gewerkt. Terwijl Drost het moest doen op allerlei merries, in combinatie met allerlei andere hengsten. Drost was een moderne vererver. Ik denk dat hij zelfs in de huidige fokkerij nog bruikbaar zou zijn, bij om het even welk stam- Codex was precies 1.59 meter groot toen hij in 1962 aan de dekdienst begon. De Holsteiner werd ingevoerd door Marcel Van Dijck, maar sloot zijn carrière af bij Jean Motmans, waar hij nog een hele reeks prestatiepaarden bracht. PK, october 2005 11 11
boek. Het is ongelofelijk jammer dat er van Drost niet meer is overgebleven. Bovenaan het lijstje van hengsten die écht belangrijk zijn, staat voor mij Darco. Darco is een vererver, daar kun je niet rond. Zijn lendenpartij is super, en dat zie je ook telkens bij zijn nakomelingen. Hij geeft dat met andere woorden duidelijk door. Darco was zelf een apart springpaard, en ook dat vererft hij. Terwijl zijn vader Lugano eerder een gewoon springpaard was. Lugano gaf aan zijn nakomelingen wel een goede instelling mee. Ik denk dat het verschil tussen vader en zoon te maken heeft met de moederlijn van Darco. Darco komt met Atoucha (Ulex) uit een goede moederlijn, en dat is toch iets wat dikwijls terugkeert. Goede paarden komen uit een sterke moederlijn. Met Darco zitten we ook al een generatie verder. De goede eigenschappen zitten alsmaar meer verankerd binnen onze fokkerij. Je kunt zeggen dat Darco zelf wat klassiek gemaakt is, en dat ook weer doorgeeft aan zijn producten. Darco fokt geen merries waarmee je vooraan zult staan tijdens een prijskamp. Toch zijn van Darco veel hengsten gekeurd, zowel rechtstreeks, als uit Darco-moeders. De reden is, denk ik, dat Darco niets kapot maakt. Hij geeft wel een minder mooi type, maar dat type is niet weg. Gebruik op zo n Darco-merrie een wat chiquere hengst, en je zit terug goed. Terwijl als je bijvoorbeeld een slechte volbloed gebruikt, en je krijgt als resultaat een merrie met een hazehak, dan krijg je dat er niet meer uit. Dat heb je niet met Darco. Dat bedoel ik als ik zeg dat Darco niets kapot maakt. Jef Brondeel Lugano van La Roche is in dit verhaal al meer dan eens ter sprake gekomen. Net als Flugel beleefde ook deze Hannoveraan een lange carrière in de fokkerij. Na 23 jaar in dekdienst kwam hij aan een totaal van 1082 geregistreerde Fleuri du Manoir (Ibrahim x Le Mioche xx) was een 1.72 metende vos, die fokkers en ruiters ook nu nog graag terugzien in de moederlijn. Zijn producten hadden af en toe last van cornage, maar beschikten dikwijls over springkwaliteit. Prullenmand Wanneer het Bwp nu precies werd opgericht weet niemand, maar hoe dan ook, het stamboek viert dit jaar zijn vijftigste verjaardag. Een jubileum dat (terecht) de nodige aandacht krijgt. Zo verschijnen in het ledenblad EquiTime regelmatig allerhande teksten, die terugblikken op de gebeurtenissen van de afgelopen vijftig jaar. Mooi, maar wie zich niet laat meeslepen door de feestvreugde, en een beetje nuchter blijft, kan alleen maar vaststellen dat de verhalen in EquiTime weinig met de realiteit, en des te meer met public relations te maken hebben. Het stamboek is zijn eigen geschiedenis aan het herschrijven, en probeert niet alleen de buitenwereld, maar ook zijn eigen leden een opgepoetst beeld van de werkelijkheid op te hangen. Daarbij worden de feiten desnoods verdraaid, verkleurd, of eenvoudigweg omgekeerd. Een voorbeeld? Volgens EquiTime was Darco een soort lelijk eendje, een hippische versie van Assepoester. Een hengst die overal tegenkanting kreeg, door de fokkers werd uitgespuwd, maar uitgroeide tot een vererver met wereldfaam. Walt Disney had het niet beter kunnen bedenken, maar er klopt geen bal van. In werkelijkheid was Darco van bij zijn goedkeuring vrij populair bij de fokkers. Uit zijn eerste seizoen werden 41 veulens geregistreerd, wat voor een jonge hengst ook vandaag nog een bijzonder mooie score zou zijn. De belangstelling kende een dipje toen de nakomelingenkeuring tegenviel, maar trok vrij snel opnieuw aan. Kortom, Darco kreeg niet meer tegenkanting dan om het even welke andere hengst, integendeel, en het hele Assepoester verhaal hoort in de prullenmand thuis. nakomelingen. Lugano is zo wat de enige hengst binnen het Bwp die een eigen vaderlijn heeft kunnen opzetten. Dat is met name te danken aan Darco (Lugano x Codex), en diens zonen Parco en Nonstop, waarvan ondertussen ook al weer zonen werden gekeurd. Reden genoeg om te luisteren naar de commentaar van Jef Brondeel, die Lugano vele jaren op zijn erf had. Jef : Als je vraagt welke hengsten écht belangrijk zijn geweest voor de fokkerij, dan staat Lugano voor mij nog altijd op de eerste plaats. Hij heeft bij mij ter dekking gestaan, maar als je zijn betekenis voor de sport en de fokkerij bekijkt, kun je zonder meer stellen dat Lugano veel heeft betekend voor het stamboek. Hij heeft rechtstreeks heel wat internationale sportpaarden gebracht, en zijn nafok loopt nog altijd in de kijker. Ieder jaar wordt er ergens wel een hengst gekeurd waarvan de moeder of grootmoeder van Lugano stamt. Lugano gaf zijn producten een groot hart, en veel lef mee. Ook via de moederlijn. Precies daarom hebben veel van zijn nakomelingen het gemaakt in de sport. Je komt zelden een broekschijter van hem tegen. Vermogen, da s nog iets wat hij doorfokt. De techniek, het ruggebruik en de reflex op de hindernis waren misschien wat minder. Nee, ik geloof niet dat Lugano in de moderne fokkerij nog een even belangrijke rol zou kunnen spelen. Voor de moderne fokkerij is hij voorbijgestreefd. Ik denk dat je altijd zo modern mogelijk moet fokken. Fokken is selecteren. Je haalt het beste er uit, en daarmee ga je weer verder. Op die manier probeer je 12 12 october 2005, PK
vooruitgang te boeken. De paarden moeten zo atletisch mogelijk zijn, maar ook het exterieur heeft zijn belang. Lugano bracht dikwijls wat minder chique paarden. Net zoals Darco trouwens. Darco is natuurlijk veel actueler. Net als Lugano, geeft Darco zijn producten vermogen en lef mee. Als we binnen tien jaar nog eens een lijst opstellen met de belangrijkste verervers, zetten we Darco misschien bovenaan. Darco is één van de meest succesvolle verervers die het Bwp ooit heeft gekend. Daar zal iedereen het wel mee eens zijn, maar ondertussen werden van Darco al een hele reeks zonen en kleinzonen gekeurd. Begint het niet zachtjes aan van het goede teveel te worden? Wordt de invloed van Darco niet te groot in een klein stamboek als het Bwp? Jef : Of er teveel Darco s zijn? Nee, ik geloof niet dat we er vlug teveel zullen hebben. Echte toppaarden heb je nooit genoeg. De lijn van Lugano-Darco vertegenwoordigt nu misschien tien tot twintig procent binnen het Bwp. In Hannover was het aandeel van de oude A-lijn vroeger nog veel hoger, zelfs tot vijftig procent. Nu kennen ze daar een soortgelijke situatie met Weltmeyer. Als een hengst zo belangrijk wordt, krijgt hij veel kritiek. De mensen beginnen zijn minpunten te benadrukken, maar als iets goed is, kun je er volgens mij niet genoeg van hebben. We lopen met Jef het lijstje verder af, en beginnen bij Flugel, de hengst die in combinatie met zijn eigen Lugano erg veel toppaarden gaf. Jef : Flugel gaf vooral een goede springtechniek, en hij verbeterde het gebruik van de rug. Zijn nakomelingen hadden dan weer wat minder vermogen en lef. De combinatie van Lugano en Flugel werkte uitstekend. Die twee hengsten vulden elkaar bijzonder goed aan. Flugel kwam uit een sterke moederstam. Het is daarom niet echt verwonderlijk dat hij goed heeft doorgefokt. Uit dezelfde moederstam werden bij het Bwp trouwens ook nog Grenadier II, Lavendel de Lauzelle, en Sturmwind van la Roche gekeurd. De laatste van dit drietal is in de fokkerij ongetwijfeld de belangrijkste geweest. Jef : Lys de Darmen mag zeker bovenaan de lijst staan, maar wat de betekenis voor de fokkerij betreft blijft hij een trapje lager dan Flugel en Lugano. We hebben het hier toch over een minder niveau. De zonen en dochters vallen best mee in de fokkerij, maar in de sport heeft hij geen echte brede waaier van producten gegeven zoals Flugel en Lugano. Bij Fantastique en Codex is het eigenlijk net omgekeerd. Dat zijn twee hengsten die in de sport fijne paarden hebben gebracht, FOTO DIRK CAREMANS maar de nafok is minder overtuigend. Het type dat Codex doorgaf valt niet direct mee. Ik hecht nog altijd veel belang aan de correctheid van de paarden. Drost was ook een heel goede hengst. Hij heeft niet echt een stempel kunnen zetten, maar toch was Drost één van de meest complete hengsten van zijn generatie. Hij heeft voldoende chique en correcte paarden gegeven. Ik schat hem minstens zo hoog, of zelfs nog hoger in dan Codex. Widukind ging misschien dé topper worden, maar hij is te jong gestorven. Hoewel van Widukind maar 160 nakomelingen werden geregisteerd, heeft de hengst toch nog een plaatsje veroverd op onze lijst. Dit in tegenstelling tot zijn halfbroer Feo, die veel meer producten heeft gebracht. Lys de Darmen (Et Hop aa x Tanael) was binnen zijn tijd een zeer moderne, hoog in het bloed staande hengst. Hij bracht sterke all-rounders, maar vooral zijn dochters hadden de reputatie niet altijd even gemakkelijk te zijn. Van Lys de Darmen staat bij het Bwp geen enkele zoon ter dekking, maar in Zwitserland heeft Karacondo (Lys de Darmen x Drost) goed werk gedaan. Jef : Feinschnitt was een grote naam toen hij naar het stamboek kwam, maar hij is jaren onvruchtbaar geweest, en om die reden naar het buitenland vertrokken. Daarna is de hengst teruggekeerd, en blijkbaar was hij toen opnieuw een beetje vruchtbaar. Sudan was als vererver iets minder interessant, en ook Faust heeft niet echt doorgefokt. Wie ik mis op de lijst? Skippy, want dat is hoe dan ook een hengst die goede springpaarden levert. Ik denk dat hij via zijn vader Galoubet vooral lef en vermogen vererft. Van Skippy zijn ondertussen een paar zonen gekeurd, al kun je nog niet direct van een brede lijn spreken. Ook Gottwald had wel op de lijst mogen staan. Hij heeft toch een aantal gekeurde zonen, een hoge index, en een tiental internationale paarden. Je moet PK, october 2005 13 13
er trouwens rekening mee houden dat die internationale paarden niet altijd door de grootste ruiters worden gereden. Gottwald betekent voor mij eigenlijk meer dan Lugano. Ik zie hem meer als een volbloed. Hij is geen echte volbloed, maar heeft wel veel bloed. Een beetje zoals Sudan. Dat was ook geen FOTO DIRK CAREMANS Darco (Codex x Lugano) werd in november van 1982 gekeurd, met een stokmaat van 1.66 meter. Op exterieur is de hengst niet om aan te zien, maar hij heeft zichzelf uitgebreid bewezen in de sport, en vervolgens in de fokkerij. Darco is een bewezen leverancier van sportpaarden, daar bestaat geen discussie over, maar ondertussen is het moeilijk geworden om een serieuze vergelijking te maken met andere Bwp of sbs-verervers. Darco heeft voor het ogenblik ruim 2.000 veulens, en weinig Belgische hengsten krijgen zoveel kansen. zuivere volbloed, maar hij heeft toch iets bijgebracht in de fokkerij. Zo n hengst zouden de fokkers meer moeten gebruiken, in plaats van zuivere volbloeden. Het staat als een paal boven water dat de nafok van een volbloed veel meer uitsplitst. Als van een volbloed in eerste generatie nog vijf tot tien procent overblijft, moet je al tevreden zijn. In Duitsland zijn de stamboeken veel groter, en daar kunnen ze zich meer permitteren. Ze hebben daar ook meer grote fokkers, die zelfs verplicht kunnen worden om een volbloed te gebruiken. Maar de kleine fokkers van bij ons kun je dat eigenlijk niet aandoen. Joris de Brabander Na Michel Spaas en Jef Brondeel, gingen we bij Joris De Brabander te rade. Joris heeft over een aantal zaken zijn eigen mening, en die steekt hij niet onder stoelen of banken. Welke hengsten zijn tot nog toe voor het Bwp het belangrijkst geweest? Joris : Het is niet moeilijk om daarop te antwoorden. Volgens mij zijn dat Lugano en Darco. Dat zal iedereen ook wel antwoorden. Er zijn weinig hengsten die zoveel Grand Prixpaarden hebben gegeven hebben als Lugano. Lag dat aan het karakter, of aan het vermogen dat hij doorgaf? Ik weet het niet. Het zal eerder om een geheel van eigenschappen gaan, die je op dat niveau nodig hebt. Lugano was een apart springpaard, maar hij hoort nog bij de oudere generatie, de hengsten die zelf niet echt gepresteerd hebben. Dat maakte het ook moeilijker om de kwaliteit van die hengsten goed in te schatten. Vandaag loopt iedere hengst in de sport, eventueel tot op het hoogste niveau, en dat is veel makkelijker. In Aken zag ik nog Canturo en Baloubet aan het werk, en er kwam ook een goede jonge Cruising aan de start. Hengsten die zelf presteren, of die zelf gepresteerd hebben, moet je als fokker gebruiken. Dat is voor mij heel duidelijk. Het is een kwestie van genetica. Wat een hengst niet heeft, kan hij ook niet doorgeven. De kwaliteit die sportpaarden nodig hebben, kunnen ze niet uit de grond, of uit de bladeren aan de bomen halen. Nee, ze moeten die kwaliteit meekrijgen uit de genen. Darco heeft zelf op het hoogste niveau gelopen, en het is de enige zoon van Lugano die de nodige kwaliteit ook doorgeeft aan zijn nafok. Of er teveel Darco s zijn, zou ik niet direct kunnen zeggen. Het klopt dat Darco binnen de huidige hengstenstapel een grote invloed heeft, en als stamboek moet je zeker aan bloedspreiding doen. Vanuit dat standpunt zijn er op dit ogenblik genoeg producten 14 14 october 2005, PK
van Darco aanwezig om hem te kunnen opvolgen. Als Darco nu komt te sterven, hoeven we niet erg te rouwen. Aan de andere kant zijn er individuele fokkers die het bloed van Darco nog niet in hun merriestam hebben. Dat kan voor hen een reden zijn om Darco alsnog te gebruiken. En omgekeerd, als er fokkers rondlopen die niet zo enthousiast zijn over Darco, dan is dat voor het stamboek een goede zaak in het kader van de bloedspreiding. In dit geval is het dus positief dat Darco ook zijn tegenstanders heeft. Darco is voor België erg belangrijk, maar op wereldvlak zijn er wel een honderdtal hengsten die evenwaardig zijn. Volgens Joris heeft Lugano een grote bijdrage geleverd aan de fokkerij, en aan het stamboek. Zou de hengst vandaag als vererver nog even succesvol zijn? Joris : Die vraag is niet aan de orde. Zou Napoleon nog verkozen worden tot president van Frankrijk? Wat geweest is, is geweest. Voorbij is voorbij, en daar moet je niet teveel bij stilstaan. In hun tijd zijn de hengsten op je lijst waarschijnlijk allemaal wel interessante verervers geweest, maar dat betekent nog niet dat we ze moeten terughalen. Nu worden er veel betere paarden gefokt. Wat kan ik er verder over zeggen? Faust en Flugel zijn hengsten die ik zelf niet heb gekend, maar als je de nafok bekijkt, kan Flugel niet slecht zijn geweest. Op zijn niveau heeft Flugel ook goed gepresteerd. Dat kun je van hengsten als Hedjaz en Fantastique niet zeggen. Hedjaz was als sportpaard een waardeloos beest. Erg koud, en niet voorzichtig genoeg. Dat hij toch internationale paarden heeft gebracht, is nogal verwonderlijk. Nu, zoveel toppers komen er niet uit een Hedjaz-moeder, of wel? Otterongo en Sapphire, maar daarmee heb je het ook gehad. Fantastique is eigenlijk hetzelfde verhaal. In de sport was het niets bijzonders, en dat hij toch goede springpaarden heeft gebracht is eerder een kwestie van toeval. Of van compensatie door een andere hengst. Ik kan me bijvoorbeeld inbeelden dat Codex wel één en ander gecompenseerd heeft. Codex bracht paarden waarmee je op alle niveau s van 1.20 tot 1.40 kon winnen. Saygon was ook een fantastische hengst, en Saffier doet het zeker goed in de moederlijn. Fleuri du Manoir heb ik zelf natuurlijk heel goed gekend, want die stond bij ons thuis op stal. Fleuri was echt een fijn paard. Hij had een heel goede mentaliteit, en had er veel in. Omdat ik zoveel nakomelingen van hem heb gezien, ken ik ook de mindere kanten. Zijn producten waren dikwijls wat ambetante, aanhankelijke, nerveuze dieren. Dat is eigen aan hengsten waarvan er veel nakomelingen zijn. Daar leer je ook de kleine kantjes van kennen. Zo gaf Lys de Darmen dikwijls luchtzuigers en wevers, maar hij bracht ook veel typische rijpaardeigenschappen, zoals een goede mond en goede bewegingen. Ik mis niet direct een hengst op je lijst. Of toch, Heartbreaker staat er niet bij, waarschijnlijk omdat hij als vererver nog relatief jong is. Ik vind Heartbreaker een genie, omdat hij uit praktisch waardeloze merries toch nog een goed springpaard kan fokken. Lugano gaf ook Grand Prix-paarden uit allerlei merries, en bij Heartbreaker is dat net hetzelfde. Alleen zullen zijn producten misschien niet tot op het allerhoogste niveau presteren. Ik vraag me af of je dit lijstje niet hebt opgesteld om bij het stamboek op een goed blaadje te staan. Allemaal positieve Bwp verervers... Want je kunt natuurlijk net zo goed een lijst maken van hengsten die veel gedekt, maar ook veel kapot gemaakt hebben. Hengsten als Batifol, Abiran xx, Osiris xx, en Buenaventura xx hebben doorgaans een goede naam, terwijl het eigenlijk waardeloze dieren waren. Praktisch alle volbloeden die ooit gekeurd zijn, hebben in de fokkerij heel wat om zeep geholpen. Als één van die hengsten bij wijze van spreken in de 27ste generatie zit, kun je het vergeten om ooit nog een Tabel 2 : Top-20 der verervers volgens de Genetische Index Springen (2004) Heartbreake r 1989 195.2 0.97 Phin Phin 1992 192.5 0.82 Triomphe de Muze 1996 188.1 0.82 Gotha Brecourt 1994 181.5 0.76 Thunder van de Zuuthoeve 1996 179.3 0.85 Orlando 1996 178.6 0.85 Toulon 1996 177.9 0.83 Richebourg 1994 172.2 0.81 Joyrider 1991 170.8 0.84 Baloubet du Rouet 1989 168.7 0.83 Polidiktus van de Helle 1991 168.6 0.86 Darco 1980 165.3 0.99 Avontuur 1982 161.1 0.92 Happy Wind 1991 160.7 0.91 Grandeur hann 1988 157.8 0.91 Salamon 1995 157.4 0.81 NonStop 1990 156.8 0.96 Eros Platière 1992 156 0.91 Quickfeuer van Koekshof 1993 155 0.87 Billy du Lys 1989 154.8 0.88 Sinds 1998 wordt in België een genetische index berekend, die aangeeft welke hengsten de meest succesvolle verervers zijn. In eerste instantie was de index uitsluitend gebaseerd op de resultaten van de Klassieke Cyclus. Sinds 2000 wordt er eveneens rekening gehouden met prestaties geleverd tijdens nationale (Kbrsf) concoursen, Lrv tornooien, en wedstrijden uit het Bwp/Lrv circuit voor jonge paarden. Een genetische index kan een zeer interessant hulpmiddel zijn in de fokkerij, maar om de één of andere reden is men er in België (tot nog toe) nooit in geslaagd om een geloofwaardige index te berekenen. De fokker op het terrein heeft de indruk dat de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende hengsten scheef worden getrokken. Vooral jonge verervers, die zelf sterk hebben gepresteerd, maar weinig nakomelingen hebben in de sport, krijgen een abnormaal hoog cijfer achter hun naam. Daarnaast wordt het cijfer dat de betrouwbaarheid aangeeft, ook bij jonge hengsten veel te snel opgetrokken. PK, october 2005 15 15 genetische index betrouwbaarheid
Heartbreaker (Nimmerdor x Silvano) is een nog relatief jonge vererver, die het opvallend goed doet in de fokkerij. De hengst geeft zijn eigen electriciteit en elastiek vrij consequent door aan zijn nakomelingen. goed springpaard te fokken. Dan is het verhaal over. Okee, dat is misschien wat sterk uitgedrukt, maar een volbloed heeft echt niets met een springpaard te maken. De selectie binnen de volbloedfokkerij gebeurt aan de hand van compleet andere criteria. Volbloeden staan even ver van springpaarden als Shetlanders. De volbloedfokkerij vandaag is volledig gebaseerd op een paar vlakke rennen. Een hengst die de Prix de l Arc de Triomphe wint, komt niet meer op de baan. Die gaat metéén de fokkerij in, waar enorme sommen worden betaald als dekgeld. Met zo n hengst worden geen risico s meer genomen. Zijn rencarrière is voorbij als hij drie jaar oud is. Maar wat kun je in godsnaam verwachten van zo n hengst voor de fokkerij van springpaarden? De Prix de l Arc Triomphe is geen drie kilometer lang, en er zit zelfs geen wending in. Het is gewoon een kort recht stuk, en het gaat alleen over snelheid. In de steeple moet je het al evenmin gaan zoeken. Daarvoor worden alleen de mindere paarden ingezet. Hengsten lopen daar bijna nooit FOTO DIRK CAREMANS in mee. Trouwens, steeple-chasers moeten wel kunnen springen, maar dan op een heel andere manier. Ze maken een platte sprong dwars door de haag heen, en houden daarbij hun snelheid vast. Die paarden zetten af op twee meter vóór, en landen vijf meter na de sprong. Bij springpaarden willen we een perfecte boog zien. Een springpaard moeten wegspringen van de vorenste balk. Nee, de enige eigenschap die je uit de volbloedfokkerij zou kunnen halen is uithouding, maar dat kun je elders ook wel vinden. De roep naar volbloed die je regelmatig hoort, is dan ook dikke zever. Mensen die zulke dingen vertellen, hebben er geen flauw idee van hoe je een springpaard moet fokken. Kijk, bij de omschakeling van een landbouwpaard naar een lichter rijpaard hebben volbloeden hun nut gehad, want toen moesten de fokkers zo snel mogelijk kilo s zien kwijt te raken. Dat is heel wat anders dan wat we vandaag voor ogen hebben. Landbouwpaarden werden geselecteerd op hun karakter, en hun wil om te werken. Als je zo n landbouwpaard kruiste met een volbloed, en je kreeg een fijner type met toch nog dat karakter en die wil om te werken, dan kon je bij wijze van toeval een goed springpaard krijgen. Dat speelt nu niet meer mee. De enige volbloedhengst die voor het stamboek ooit iets heeft betekend was Alcanar xx. Alleen, Alcanar was natuurlijk geen echte volbloed. Het was een bruikbaar en braaf paard, en hij bracht bruikbare en wat flegmatieke producten. Alcanar is vooral via zijn zoon Saygon van belang geweest voor de fokkerij, maar hij zal ook wel wat goede merries hebben gefokt. Toch geloof ik niet dat handelaars echt warm worden van een origine, als ze zien dat er Alcanar achter zit. Dat zal eerder een neutraal gevoel geven, denk ik toch. Joris heeft een uitgesproken mening, maar zijn verhaal moet toch wat genuanceerd worden. Bij de nafok van Abiran xx bijvoorbeeld horen nauwelijks springpaarden, dat klopt, maar de hengst heeft wel een paar uitzonderlijke dressuurpaarden, en een aantal getalenteerde eventers gebracht. Kortom, over het gebruik van volbloedhengsten in de warmbloedfokkerij is het laatste woord nog niet gezegd. Eén zaak is in ieder geval duidelijk. Volbloedhengsten zijn vroeger populair geweest, maar die tijd is lang voorbij. Het zal wel geen toeval zijn dat Alcanar xx en Buenaventura xx, de enige volbloeden op ons lijstje, ook de eerste volbloeden waren die binnen het Bwp werden gekeurd. De volbloedhengsten die later zijn gekomen hebben veel minder succes gekend, maar hadden dan ook veel minder nakomelingen. Daarmee komen we voorlopig aan het eind van dit verhaal. Natuurlijk is nog lang niet alles gezegd over de Bwp verervers. In het volgend nummer van PK komen we dan ook uitgebreid op dat onderwerp terug. 16 16 october 2005, PK