De les bestaat uit vier onderdelen: > Introductie > Tijdbalk > Extra opdrachten > Toen en nu LEERDOELEN De leerlingen leren het verhaal van Anne Frank te vertellen aan de hand van enkele foto s en dit persoonlijke verhaal te verbinden met belangrijke gebeurtenissen uit de tijd waarin Anne leefde; Deze digiles Tijdbalk voor het digitale schoolbord is speciaal ontwikkeld voor het voortgezet onderwijs, en specifiek voor havo- en vwo-leerlingen. Met deze les laat u leerlingen kennismaken met Anne Frank en de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. In de les wordt ook aandacht besteed aan de periode voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog, sociale mechanismes van uitsluiting en het leven van de acht onderduikers in het Achterhuis. Daarnaast wordt er stilgestaan bij de nalatenschap van Anne Frank en de missie van haar vader: leren van de oorlog en bewustwording van de gevaren van vooroordelen en discriminatie. Hiermee kunt u leerlingen helpen te reflecteren op de geschiedenis en om de vertaalslag naar het heden te maken. Leerlingen maken kennis met de onderduikers en de helpers van het Achterhuis; De leerlingen leren over de Joodse identiteit en de vooroordelen die er bestaan over Joden; De leerlingen leren gebruik te maken van historische bronnen en ze leren aanduidingen van tijd- en plaatsgebondenheid te hanteren; De leerlingen leren historisch redeneren; De leerlingen leren kernbegrippen uitleggen en/of historische vaardigheden oefenen met behulp van de tijdbalk foto s; De leerlingen leren waar je op kunt letten als je historische foto s (bronnen) interpreteert. Anne in de eerste klas van het Joods Lyceum, middelbare school, december 1941. 1
DE LES: Tijdbalk is zo ontworpen dat docenten vrij zijn in de keuze van de onderdelen van de tijdbalk die zij willen gebruiken in de les. De verschillende onderdelen kunnen ook los van elkaar worden ingezet of door leerlingen individueel worden gebruikt (hiervoor hebben de leerlingen zelf een pc of tablet nodig). De onderstaande informatie wordt u aangeboden als handreiking en geeft suggestie wanneer u de digiles kunt inzetten. introductie Bestaat uit 1 slide Tijdsduur: 7 minuten Lees de opdracht en bekijk met de leerlingen het filmpje over Anne Frank en de gebeurtenissen van haar tijd. Bespreek na het kijken van het filmpje met elkaar welke belangrijke gebeurtenissen de leerlingen hebben gezien. Maak hier eventueel een notitie van die de leerlingen kunnen gebruiken tijdens het bespreken van de tijdbalk. In het filmpje worden enkele moeilijke woorden genoemd. Vraag aan de leerlingen of ze alle termen hebben begrepen. In de woordenlijst achter in deze handleiding vindt u een uitleg over de moeilijke woorden. Gaat u meerdere lessen met deze digiles aan de slag? Dan kunnen we u aanbevelen om de les telkens te starten met het bekijken van het filmpje. 2
Handleiding digiles Tijdbalk tijdbalk Bestaat uit 5 filmpjes met opdrachten. Tijdsduur: 10-15 minuten per slide De tijdbalk met het leven van Anne Frank en de Tweede Wereldoorlog is opgedeeld in vijf perioden. De slides zijn bedoeld om een indruk te geven van de invloed die de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog hebben gehad op het leven van de familie Frank. Daarom staan er telkens een foto uit het leven van Anne Frank en een gebeurtenis in de Tweede Wereldoorlog naast elkaar. Bij alle bolletjes op de tijdbalk hoort een foto die betrekking heeft op het leven van Anne Frank, bij alle vierkantjes op de tijdbalk hoort een foto van een belangrijke gebeurtenis of kenmerkende situatie voor die periode van de Tweede Wereldoorlog. Sleep de foto s uit het overzicht naar de juiste plaats op de tijdbalk. Wanneer u op het icoon met de letter i klikt, krijgt u meer informatie over de gebeurtenis die bij dat punt op de tijdbalk past. Als u op de afbeelding klikt, wordt deze uitvergroot en verschijnt er een bijschrift. Gebruik het bijschrift en de icoontjes boven de tijdbalk om aanwijzingen te krijgen over welke foto op welke plek moet komen te staan. Wanneer u op de grote plus rechts bovenaan de slide klikt, kunt u meer informatie over de betreffende periode vinden, die de leerling kan helpen bij het maken van de opdracht. Als alle afbeeldingen op de tijdbalk zijn geplaatst verschijnt vanzelf een rode knop met klaar in beeld. Klik op de knop en kijk of de afbeeldingen op de juiste plek staan. Schuif waar nodig de foto s naar de juiste plek. Klik op de rechterpijl om verder te gaan naar de verdiepingsopdracht. Wilt u de verdiepingsopdracht overslaan? Klik dan op menu links boven in het beeld en vervolgens op de periode waarmee u verder wilt gaan. 3
extra opdrachten Bestaat uit 3 slides Tijdsduur: 10 minuten per slide FOTO S LEZEN Kies een van de foto s die u wilt bespreken met de klas. Naast de foto verschijnen drie opdrachten die de leerlingen met elkaar kunnen bespreken. Schrijf op de lijnen onderaan de steekwoorden die de leerlingen benoemen. Vraag vervolgens wat de leerlingen denken te zien op de foto. Wat gebeurt er? Dit is een interpretatie-oefening, de leerlingen kunnen met elkaar in gesprek gaan over waar zij denken dat de foto over gaat. Komen ze ergens niet uit? Formuleer deze constatering als vraag. Komen de leerlingen samen niet verder? Probeer dan de andere vragen op de slide over deze foto te beantwoorden. Klik op de foto om deze uit te vergroten, er verschijnt een bijschrift met uitleg over de foto. Klaar? Klik op het pijltje aan de linkerkant om de andere foto te bekijken. Klik op het pijltje aan de rechterkant om verder te gaan met de tijdbalk. PROPAGANDA EN UITSLUITING Propaganda en uitsluiting zijn twee middelen die de nazi s inzetten om de samenleving te polariseren. Met deze opdracht leren leerlingen hoe lastig het kan zijn om deze twee begrippen uit elkaar te halen. Vraag de leerlingen om uit te leggen wat de woorden uitsluiting en propaganda betekenen en wat het verschil is. Als u op de i klikt, verschijnt er een uitleg over het woord. Sorteer samen de foto s door ze naar het goede stapeltje te slepen. Laat de leerlingen nadenken of de afbeelding een vorm van uitsluiting is, of propaganda is. Als u op de foto klikt, verschijnt er informatie over de foto, die de leerling kan helpen bij het sorteren. Klaar? Klik op het pijltje aan de rechterkant om verder te gaan. HET ACHTERHUIS Samen met zeven andere onderduikers leefde Anne Frank bijna twee jaar in het Achterhuis. De bewoners van het Achterhuis werden geholpen door vrienden die in het bedrijf van Otto Frank werkten. Sleep de portretfoto s naar de juiste ruimte in het Achterhuis. Als u op de afbeelding van de ruimte klikt, wordt de foto uitvergroot en verschijnt er informatie over die ruimte van het Achter- en Voorhuis. Komen de leerlingen er niet uit? Bekijk dan nog eens het filmpje over Anne Frank in de introductie van deze digiles. Klaar? Klik op het pijltje aan de rechterkant om verder te gaan. 4
toen en nu Bestaat uit 3 slides Tijdsduur: 15 minuten in totaal VOOROORDELEN, DISCRIMINATIE EN ANTISEMITISME Lees de uitleg van de drie woorden. Sleep het woord naar de juiste omschrijving. Vraag eventueel aan de leerlingen of ze een voorbeeld kunnen geven bij de beschrijving, bijvoorbeeld uit de digiles of uit hun omgeving. Klaar? Klik op het pijltje aan de rechterkant om verder te gaan. IEDEREEN GELIJK Lees de tekst op de slide en bespreek met elkaar de vragen die worden gesteld. Is iedereen gelijk? En moet iedereen gelijk behandeld worden? Waarom doen we dat vaak niet? Laat de leerlingen aan het einde van het gesprek hun mening opschrijven en hang de blaadjes op in de klas. Welke afspraken maken de leerlingen met elkaar om ervoor te zorgen dat iedereen gelijk wordt behandeld? Klik op het pijltje aan de rechterkant om verder te gaan. WOORDSPIN VRIJHEID Vul met elkaar de woordspin in. Waar denken de leerlingen aan bij het woord vrijheid? Is iedereen het daarmee eens? Bekijk eventueel nog eens de antwoorden die gegeven zijn op de vraag of iedereen gelijk is. Zijn er antwoorden gegeven die elkaar tegenspreken? 5
woordenlijst A-Z ANTISEMITISME Vooroordelen of haat tegen Joden. De Holocaust is het meest extreme voorbeeld van antisemitisme uit de geschiedenis. AUSCHWITZ-BIRKENAU Een concentratie- en vernietigingskamp in de Poolse stad Oświęcim. Meer dan 1,1 miljoen mensen kwamen in Auschwitz- Birkenau om het leven, onder wie ongeveer 1 miljoen Joden, 75.000 Polen, 21.000 Sinti en Roma, en 15.000 Russische krijgsgevangenen. BERGEN-BELSEN Een concentratiekamp in het noordwesten van Duitsland, in 1940 opgezet en oorspronkelijk bedoeld voor krijgsgevangenen. Tienduizenden Joodse gevangenen werden in 1944-45 uit Auschwitz geëvacueerd naar kampen als Bergen-Belsen, en dat leidde tot rampzalige overbevolking, hongersnood en een tyfusepidemie. CONCENTRATIEKAMP Een gevangenenkamp waarin de bewoners gedwongen werden dwangarbeid te verrichten. Enkele bekende naziconcentratiekampen zijn Dachau, Sachsenhausen, Buchenwald en Mauthausen. De meeste gevangenen waren politieke tegenstanders van de nazi s of zogeheten asocialen (zoals homoseksuele mannen, bedelaars en veelplegers). D-DAY Op 6 juni 1944 landden geallieerde troepen op de stranden van Normandië om de bezette landen van Europa te bevrijden. Die dag wordt Decision Day, D-day genoemd. DISCRIMINATIE Discriminatie is een onterechte, ongelijke behandeling. Het is bij wet verboden om te discrimineren. De gronden waarop je geen onderscheid mag maken staan in de wet: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid en burgerlijke staat. DOORGANGSKAMP Kamp waarin Joden zaten voordat ze werden gedeporteerd naar vernietigingskampen. Voorbeelden zijn Drancy (Frankrijk), Mechelen (België) en Westerbork (Nederland). EERSTE WERELDOORLOG De Eerste Wereldoorlog speelde zich voornamelijk af in Europa en duurde van 28 juli 1914 tot 11 november 1918. EINSATZGRUPPEN Mobiele SS-doodseskaders die bestonden uit leden van de Gestapo en andere politie-eenheden. Ze hadden de speciale taak om politieke tegenstanders en minderwaardige rassen, zoals de Joden, Polen, Roma en Sinti, in heel Europa te terroriseren, te vervolgen en te vermoorden. GETTO Een deel van een stad waar de Joden gedwongen werden te wonen. Veel getto s (maar niet allemaal) waren ommuurd en konden niet verlaten worden. Getto s werden gekenmerkt door overbevolking, honger, ziekte en uitbuiting. HITLERJUGEND De Hitlerjugend was de nationaalsocialistische jeugdbeweging in Duitsland. De meisjesorganisatie Bund Deutscher Mädel was een onderdeel van de Hitlerjugend. JODENSTER Een herkenningsteken, meestal een Davidster (Magen David in het Hebreeuws), dat de Joden in de meeste bezette landen moesten dragen; dit begon in 1939 in Polen. KOLONNE HENNEICKE De kolonne Henneicke was een groep Nederlandse nazi-collaborateurs die actief waren als premiejagers in de periode tussen maart en oktober 1943. De groep bestond uit ruim vijftig Nederlanders die tegen betaling jacht maakten op Joodse onderduikers. De groep stond onder leiding van Wim Henneicke. In het halve jaar dat de organisatie bestond, was deze verantwoordelijk voor de deportatie van acht- tot negenduizend personen. KRISTALLNACHT Nacht van het gebroken glas of Novemberpogrome in het Duits. Een anti-joodse pogrom die plaatsvond in de nacht van 9 op 10 november 1938 en die georganiseerd was door de SA, de nazi s en anderen. Meer dan 20.000 Joden werden gearresteerd en gedeporteerd naar de concentratiekampen. Door heel Duitsland werden synagogen (Joodse gebedshuizen) in brand gestoken, en talloze Joodse winkels en huizen werden geplunderd en vernield. MEIN KAMPF De titel van Hitlers boek, Duits voor Mijn strijd. In dit boek zet hij zijn ideologie en politieke ideeën uiteen. 6
NSB Afkorting van Nationaal Socialistische Beweging. Een Nederlandse beweging die in 1931 werd opgericht door Anton Mussert en die ongeveer dezelfde ideeën had als de nazi s. NSDAP De Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP), ook de nazi s genoemd. PROCES VAN NEURENBERG Tijdens het Proces van Neurenberg (20 november 1945 tot 1 oktober 1946) werden 24 kopstukken van het naziregime berecht. In oktober 1946 werd een aantal van de veroordeelden ter dood gebracht. Ook de NSDAP, de SS, de SA, de Duitse legerleiding, SD, Gestapo en andere naziorganisaties stonden terecht. Ze werden tot misdadige organisaties verklaard en opgeheven. RASSENWETTEN VAN NEURENBERG Anti-Joodse wetten die in september 1935 werden aangenomen tijdens een congres van de nazipartij in Neurenberg. Door de invoering van deze wetten werd de Joden hun Duitse staatsburgerschap en de bijbehorende burgerrechten ontnomen, werd het Joden en niet-joden verboden te trouwen of seksuele relaties te hebben, en werd vastgelegd wie Joods was en wie niet, met een rangorde van categorieën voor Duitsers met een gemengd voorgeslacht. RAZZIA Klopjacht waarbij een straat of wijk werd afgesloten, huizen werden doorzocht en mensen werden opgepakt en afgevoerd. SA (STURMABTEILUNG) De SA werd opgericht in 1921 en bestond uit leden van de NSDAP die zich vrijwillig hadden georganiseerd in militaire eenheden. SOVJET-UNIE De Sovjet-Unie (officiële naam: Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, USSR) werd na de Russische revolutie in 1922 opgericht en bestond uit vijftien republieken. In 1991 viel de Sovjet-Unie uit elkaar. SS (SCHUTZSTAFFEL) Organisatie van de NSDAP die oorspronkelijk opgezet werd als Hitlers lijfwacht. De SS was medeverantwoordelijk voor de doodseskaders die politieke tegenstanders en raciale minderheden vermoordden. Ze waren verantwoordelijk voor de systematische uitroeiing van miljoenen mensen in de vernietigingskampen. SYNAGOGE Een synagoge is een zaal of gebouw waar joden bij elkaar komen om te bidden, feest te vieren en te leren uit joodse godsdienstige boeken. VERNIETINGSKAMP Een nazi-kamp dat speciaal werd ingericht voor de massamoord op Joden, vooral met gifgas. In 1941-42 werden er in bezet Polen vier kampen gebouwd die speciaal bedoeld waren voor de moord op Joden: Bełżec, Chełmno, Sobibór en Treblinka. Het bestaande kamp Auschwitz-Birkenau werd in de lente van 1942 ook ingericht als vernietigingskamp. VOOROORDELEN Vooringenomen mening over een groep of iemand uit die groep. Een vooroordeel is meestal emotioneel geladen, meestal negatief, soms positief. VREDESVERDRAG VAN VERSAILLE De Vrede van Versailles (1919), ook wel het Vredesverdrag van Versailles genoemd, was een verdrag tussen Duitsland en de Geallieerden waarmee de Eerste Wereldoorlog formeel werd beëindigd. Volgens het verdrag was Duitsland het meest verantwoordelijk voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Als straf verloor Duitsland een deel van z n gebieden en moest het een hoog bedrag betalen aan de landen die het meeste te lijden hadden gehad van de oorlog. WANNSEECONFERENTIE Bijeenkomst van belangrijke nazileiders en functionarissen op 20 januari 1942 in een villa net buiten Berlijn om de Endlösung te bespreken. De bijeenkomst had ten doel om de moord op alle Europese Joden te bespreken, en afspraken te maken over de uitvoering, de logistiek en de benodigdheden. ZIGEUNERS Algemeen gebruikt woord met een ongunstige bijklank voor de Roma-volkeren, die kunnen worden onderverdeeld in de Roma en de Sinti. De nazi s beschouwden deze zigeuners als een minderwaardig ras en als een bedreiging van de Arische samenleving. Ongeveer 220.000 Roma en Sinti werden door de nazi s vermoord. 7
COLOFON Deze handleiding hoort bij de digiles Tijdbalk en is ontwikkeld door de Anne Frank Stichting (AFS) en Young Crowds (YC). Redactie handleiding: Josephine de Man en Pauline van der Velde (AFS) Correctie: Henriette Schoemaker Vormgeving handleiding: Eric van den Berg (Graphic Island) Vormgeving en technische realisatie digiles Tijdbalk: Annemarie Dekker (YC) en Lennard Meijer Citaten Otto Frank: Collectie Anne Frank Stichting, Amsterdam Filmclip: Collectie Anne Frank Stichting, Amsterdam Foto s: Collectie Anne Frank Stichting, Amsterdam Reageren? Stuur een e-mail naar docenten@annefrank.nl www.annefrank.org/docenten 2017, Anne Frank Stichting 8