Beveilig Bev eilig Bev ttelijke eiliging van kader object sen

Vergelijkbare documenten
Beveiliger Beveiliging van objecten

Coördinator beveiliging. Beveiliging van gebouwen

Beveiliger Beveiliging van objecten

Exameneisen Beveiliger (Crebonummer 25407)

Coördinator Beveiliging van gebouwen

Inhoud. Beveiliger. Beveiliging van objecten. Inhoud

Exameneisen Beveiliger Examenonderdeel: Beveiliging van objecten basis

WKPV I Lesboek 2018/2019

Beveiliging van gebouwen en eigendommen 2 BEVEILIGING VAN GEBOUWEN EN EIGENDOMMEN 2 (CBE08.2/CREBO:55113)

Werkboek Beveiliger 2

Exameneisen Event security

Persoonsbeveiliger Basis- en wetskennis

Handhaver toezicht en veiligheid (HTV)

Veiligheidsnetwerk 1 VEILIGHEIDSNETWERK 1 (CBE25.1/CREBO:55030)

Beveiliger Vragen- en opdrachtenboek

Exameneisen Beveiliger (Crebonummer 94850)

Exameneisen Event security

Veiligheidsnetwerk 2 VEILIGHEIDSNETWERK 2 (CBE25.2/CREBO:55112)

Exameneisen Beveiliger (Crebonummer 94850)

Exameneisen Beveiliger

Exameneisen Beveiliger (Crebonummer 94850)

Exameneisen Event security

Exameneisen Event security

Beveiliger. Werkboek. Serienummer: Licentie: Te activeren tot:

Particulier onderzoeker Wettelijke kaders

Handelen in kritieke situaties 2. Praktijkopdrachten

Exameneisen Beveiliger (crebonummer 25407)

Beveiliger. Werkboek. Serienummer: Licentie: Te activeren tot:

Beveiliger. Beveiliging van objecten basis. Waarnemen basis. Serienummer: Licentie: Te activeren tot:

Beveiliger. Werkboek. Serienummer: Licentie: Te activeren tot:

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie;

Particulier onderzoeker Wettelijke kaders

Wettelijke Kaders Publieke Veiligheid WKPV I

1. In de eerste volzin vervalt:, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Politiewet 1993,.

Kwalificatiedossier: BOA OV Module 5 Samenwerking en assistentieverlening Toetsvorm: 20 Gesloten vragen Toetsduur: 45 minuten Cesuur: 68%

Beveiliger. Beveiliging Vragen- envan. opdrachtenboek. objecten

Beveiliging van gebouwen en eigendommen 3 BEVEILIGING VAN GEBOUWEN EN EIGENDOMMEN 3 (CBE08.3/CREBO:56186)

Waalwijk. Gemeente. III III IIII II II III ll lll ll. Aanwijzing toezichthoudende ambtenaar. De burgemeester van Waalwijk.

Exameneisen Beveiliger (crebonummer 25407)

WKPV II Lesboek 2018/2019

GELDERLAND_ZUID KWARTIERMAKER NATIONALE POLITIE NATIONALE POLITIE. Datum afdruk:

Exameneisen Beveiliger (crebonummer 25407)

Besluit bewapening en uitrusting politie

Wijzigingen exameneisen 2012 (vragen over de wijzigingen worden per in de examens opgenomen).

EXAMENEISEN WINKELSURVEILLANCE 2

Verkeersregelaar. ex:pla n. smart educational tools

Wijzigingen in de Opiumwet m.b.t. de opname van Qat lijst II van verboden verdovende middelen.

Wijzigingen vastgesteld mei 2012

Beveiliger. Mbo-kwalificaties in de sector Orde en Veiligheid. Beveiliger

Samenwerkingsovereenkomst Buitengewoon Opsporing Ambtenaren Domein III Onderwijs (Leerplicht) gemeenten Enschede, Losser, Oldenzaal, Dinkelland

Veiligheid in de samenleving 1 VEILIGHEID IN DE SAMENLEVING 1 (CBE28.1/CREBO:55031)

Wij waken over uw veiligheid

Aan de Voorzitter van de Tweede der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Proeftoets Beveiliger 2

POLITIE ALMANAK

Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Geldend van t/m heden

POLITIE ALMANAK

Convenant Buitengewone opsporingsambtenaren. Gemeente Breda en Gemeente Zundert

Handhaver toezicht en veiligheid

INDUSTRIËLE BEVEILIGING BRANDWACHTEN

Bijlage 6 Functie eisen - per functiegroep - draagvoorschriften kleding

GELDERLAND_ZUID. Nationale Politie

BOA. Basisbekwaamheid

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1

Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987

Hoe denken politiemedewerkers over de politie en buitengewoon opsporingsambtenaren?

Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening ten behoeve van inzet cameratoezicht

Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) Hoofdstuk 3 pagina 2 t/m 19

Exameneisen Basiskennis alarmcentrales

Gemeentewet. Hoofdstuk IX. De bevoegdheid van de raad. Artikel 151b

Beveiliger. Wettelijke kaders

OVERZICHT OEFENKAARTEN 1.ALGEMEEN (THEORIE LESBRIEVEN) 1.1 BASIS BEVEILIGINGSKENNINS OEFENKAART OMSCHRIJVING

Nationale Politie in Nederland: achtergronden en gevolgen voor lokaal politiewerk

H & N BEVEILIGING BV

1.04 Geeft het belang aan van het aan de hand van camerabeelden herkennen en identificeren van personen.

Winkelbeveiliging. ex:pla n. smart educational tools

B I J L AG E 1 R EG EL G E V I N G ( T O EZ I C H T O P) B O A S EN PAR T I C U L I E R E B E V E I L I G ER S

1. In artikel 126nba, eerste lid, onderdeel d, wordt het woord verwerkt telkens vervangen door : opgeslagen.

Frans Eijkelhof isbn: Enkele van de hieronder vermelde wijzigingen zijn ook genoemd bij de aanvullingen op hoofdstuk 1.

Basiskennis Cameratoezicht

Wet gegevensverwerking. en meldplicht cybersecurity

Cameratoezicht. Geen wijzigingen in 2017

: LANDSVERORDENING houdende regels met betrekking tot het brandweerwezen. 1. Algemene bepalingen. Artikel 1

Raadsinformatiebrief

Havenbeveiliger. ex:pla n. smart educational. educational tools

Transcriptie:

Beveiliger Beveiliging Wettelijkevan objecten kaders 2018/2019

Inhoud Beveiliger Beveiliging van objecten Inhoud Geschreven door: Dirk van den Heuvel 3

Colofon Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Samenstellers en uitgever zijn zich volledig bewust van hun taak een zo betrouwbaar mogelijke uitgave te verzorgen. Niettemin kunnen zij geen aansprakelijkheid aanvaarden op onjuistheden die eventueel in deze uitgave voorkomen. De uitgever meent alle rechten van afbeeldingen te bezitten of daar afspraken over te hebben gemaakt. Indien rechthebbenden toch een opmerking hebben, kunnen zij zich tot de uitgever wenden. crebo 25407 ISBN 978-94-92242-35-8 Adresgegevens ex:plain Disketteweg 6 Postbus 1230 3800 BE Amersfoort www.explain.nl Mei 2018 4

Inhoud Inhoud 1. Verschillende veiligheids-organisaties in Nederland 12 1.1 Inleiding 12 1.2 Publieke veiligheidsorganisaties 13 Politie 14 Ambtenaren van politie 14 Overige opsporingsambtenaren 20 Krijgsmacht 21 Brandweer 26 Taak brandweer 27 Ambulancedienst 32 Inlichtingen- en veiligheidsdiensten 34 1.3 Private veiligheidsorganisaties 36 Sociale partners in de beveiligingsbranche 39 2. Het beroep beveiliger 42 2.1 Inleiding 42 2.2 Functies in de beveiliging 42 Mobiel surveillant 42 Objectbeveiliger 43 Brandwacht 43 Parkeerbeheerder 44 Evenementbeveiliger 44 Horecaportier 45 Voetbalsteward 45 Winkelsurveillant 45 Geld- en waardetransporteur 46 Persoonsbeveiliger 47 Hondengeleider 47 Centralist 48 Havenbeveiliger 48 Particulier onderzoeker 48 Buitengewoon opsporingsambtenaar 49 2.3 Essentiële beroepshouding van een beveiliger 51 Beleefdheidsvormen toepassen 51 Professioneel optreden 51 Representatief zijn 52 Hulpvaardig zijn 53 Hospitality (gastheerschap) verlenen 53 Zelfvertrouwen hebben / zelfverzekerd zijn 57 Incasseringsvermogen hebben 57 Inlevingsvermogen hebben 57 Het goede voorbeeld geven 57 Niet discrimineren 57 Inhoud 5

Evenwichtig zijn 58 Flexibel zijn 58 Integer zijn 58 Overwicht uitstralen 58 Samen kunnen werken 58 Sociaal vaardig en verantwoordelijk zijn 58 Zelfstandig werken 59 Security awareness hebben 59 Proactief beveiligen 59 Dienstverlenende houding hebben 62 2.4 Terrorisme 64 Terroristisch oogmerk 64 Verschillende typen terroristen 64 Verschillende niveaus van het dreigingsbeeld 65 2.5 Beveiligen 67 2.6 Bewaken 67 2.7 Dienstverlenen 67 2.8 Veiligheid 68 2.9 Preventie 70 Preventief denken 70 Preventief handelen 71 2.10 Repressie 72 Repressief handelen (optreden) 72 3. Risicoanalyse en beveiligingsplan 74 3.1 Risicoanalyse 74 3.2 Soort object 76 Open object 76 Half besloten object 76 Besloten object 76 Gesloten object 77 Ligging object 78 Hoogte object 78 Leeftijd object 78 Vaste werkzaamheden 78 Incidentele werkzaamheden en omstandigheden 79 Vervangen van goederen en informatie 79 Gevoeligheid voor spionage, terrorisme of diefstal 79 Politieke situatie 79 3.3 Schadecategorieën in het object 80 Categorie I: Vitaal Belang 80 Categorie II: Zeer groot belang 80 Categorie III: Van belang 80 3.4 Beveiligingsplan 81 Externe en interne gevaren 82 Natuurlijke factoren 82 Technische factoren 82 Menselijke factoren 82 6

Inhoud 4. Vormen van beveiligen 88 4.1 Inleiding 88 4.2 Manbeveiliging 89 Surveillance 89 Controle bij in en uitgangen 102 Controle op in en uitgaande goederen 111 Toezicht op personeel 121 4.3 Materiële beveiliging 123 Bouwkundige hulpmiddelen 123 Technische hulpmiddelen 123 Administratieve hulpmiddelen 125 Communicatieve hulpmiddelen 127 Informatiebeveiliging 132 4.4 Personele beveiliging 141 4.5 Animale beveiliging 141 5. Optreden bij onregelmatigheden 144 5.1 Inleiding 144 Optreden bij onraad 145 Optreden bij overtredingen van bedrijfsvoorschriften 145 Optreden bij overtreding van wetten 146 Wet Mulder 147 Optreden bij ongevallen 149 Optreden bij brand 152 Optreden bij bomdreiging / bommelding 152 Signalement 155 Rapportage 156 Eisen waaraan een rapport dient te voldoen 158 5.2 Communicatie 161 Inhoud 6. Agressie 166 6.1 Inleiding 166 6.2 Arbocatalogus 166 Verschillende functiegroepen 167 Verschillende soorten gedrag 167 Goede voorbereiding 175 Werkoverleg 177 7. Brand 182 7.1 Inleiding 182 7.2 Het verbrandingsproces 182 De branddriehoek 183 De brandvierhoek 183 De brandvijfhoek 183 7.3 Brandbare stoffen 184 Aggregatietoestand 185 7

Brandbare vaste stoffen 185 Brandbare vloeistoffen 185 Brandbare gassen 186 Zuurstof 186 Zelfontbrandingstemperatuur 187 Verbrandingsproducten 187 Volledige verbranding 187 Onvolledige verbranding 187 7.4 Ontwikkeling van een brand 188 7.5 Uitbreiding van een brand 190 Vlamoverslag 190 Branddoorslag 190 Brandoverslag 190 7.6 De factoren die branduitbreiding mogelijk maken 190 Straling 190 Stroming 190 Geleiding 190 7.7 Brandoorzaken 191 Brandklassen 192 Blusprincipes 193 7.8 Blusstoffen 194 7.9 Kleine blusmiddelen 194 Gebruik kleine blusmiddelen 196 Schema kleine blusmiddelen 197 8. Brandpreventie en -repressie 204 8.1 Brandpreventie 204 Bouwkundige brandpreventie 204 Technische brandpreventie 207 Automatische brandblusinstallaties 211 Brandmeldinstallaties 214 Organisatorische brandpreventie 216 8.2 Ontruimen 220 Redden 221 Blussen van kleine branden 221 Brand beperken 223 Opvang brandweer 223 8.3 Bluswatervoorzieningen 224 Brandkranen 224 Open water 226 Blusvijver 226 Bluswaterriool 226 Geboorde putten 226 Afzetten van de plaats rond de brand 226 Rapporteren 226 Evalueren 227 Onderzoek na brand 227 Stichting Salvage 227 8

Inhoud Woordenlijst 228 Bronvermelding 232 Inhoud 9

10

Verschillende veiligheidsorganisaties in Nederland H1 Verschillende H1 veiligheidsorganisaties in Nederland 11

H1 Verschillende veiligheidsorganisaties in Nederland Leerdoelen De verschillen kunnen benoemen tussen de publieke en private veiligheidszorg in Nederland De verschillende publieke veiligheidsorganisaties (politie, brandweer, ambulancediensten, defensie, AIVD, MIVD en NCTV, ) kunnen beschrijven en toelichten De functie van buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) kunnen beschrijven Het verschil benoemen tussen de beroepsbrandweer, de vrijwillige brandweer en de bedrijfsbrandweer De 5 taken van de brandweer kunnen omschrijven en (globaal)het materieel dat de brandweer gebruikt De verschillende soorten ambulancevervoer kunnen benoemen en voorbeelden geven De verschillende soorten particuliere beveiligingsorganisaties kunnen benoemen De sociale partners in de beveiligingsbranche kunnen benoemen en de begrippen cao en arbeidsovereenkomst kunnen beschrijven 1.1 Inleiding Uit onderzoek is gebleken dat het gevoel van onveiligheid bij burgers toeneemt. De criminaliteit neemt toe en wordt gewelddadiger en professioneler. Aanvankelijk werd er gepleit voor meer 'blauw op straat', meer politieagenten, zwaardere straffen en meer beveiliging. Deze situatie is de afgelopen decennia in toenemende mate gerealiseerd. Tevens werd een aantal politiewerkzaamheden in toenemende mate uitgevoerd door particuliere beveiligingsdiensten. Vandaag de dag blijkt dat de veiligheidszorg een verantwoordelijkheid is van iedereen en niet alleen van de overheid. De overheid kan niet meer zonder de hulp van beveiligingsorganisaties en burgers. De veiligheidszorg is onder te verdelen in 2 gebieden: 1. De veiligheidszorg in het publieke domein. Dit noemt men de publieke veiligheidszorg. Met het publieke domein worden bedoeld openbare wegen, openbare gelegenheden en overheidsgebouwen. Deze veiligheidszorg wordt daar voornamelijk geleverd door de overheid. Voorbeelden hiervan zijn: politie, buitengewone opsporingsambtenaren (BOA s), leger, brandweer, ambulancedienst, inlichtingen- en veiligheidsdiensten. 2. De veiligheidszorg in het private domein. Dit noemt men de private veiligheidszorg. Met het private domein worden bedoeld: woningen van particulieren, bedrijven en bedrijfsterreinen. Deze veiligheidszorg wordt daar voornamelijk geleverd door particuliere beveiligingsorganisaties. 12

Verschillende veiligheidsorganisaties in Nederland Zoals eerder genoemd worden veel taken in het publieke domein steeds vaker overgenomen door particuliere beveiligingsorganisaties. Deze werkzaamheden bestaan voornamelijk uit het preventief aanwezig zijn en het signaleren en melden van onregelmatigheden. Denk hierbij aan een bedrijvengebied waar de politie in samenwerking met een particuliere beveiligingsorganisatie zorgt voor de beveiliging van dat gebied door surveillance. Een aantal voorbeelden waarbij particuliere beveiligingsorganisaties werkzaam zijn in het publieke domein zijn: ĵ ĵ beveiligers als gevangenisbewaarder of arrestantenverzorger; ĵ ĵ beveiligers als receptionisten bij politiebureaus; ĵ ĵ beveiligers als toezichthouders in bepaalde wijken of winkelcentra; ĵ ĵ beveiligers als begeleiders van demonstraties; ĵ ĵ beveiligers als controleur binnen het openbaar vervoer; ĵ ĵ beveiligers als bewakers van militaire terreinen; ĵ ĵ beveiligers als surveillanten in bedrijfsgebieden die onder toezicht staan van de politie; particulier onderzoekers die onderzoeken verrichten voor bedrijven of personen 1.2 Publieke veiligheidsorganisaties De publieke veiligheidsorganisaties in Nederland zijn: politie, BOA s, brandweer, GGD en defensie. In het kader van deze opleiding zullen de afzonderlijke taken en functies worden beschreven. H1 Samenvatting Veiligheidszorg De veiligheidszorg in het publieke domein noemt men publieke veiligheidszorg. De veiligheidszorg in het private domein noemt men private veiligheidszorg. Wanneer de publieke veiligheidszorg en private veiligheidszorg samenwerken, wordt dat integrale veiligheidszorg genoemd. 13

Politie Er is één landelijk politiekorps en er zijn 10 regionale eenheden en een aantal landelijke eenheden. Voorbeelden van landelijke eenheden zijn de politieacademie en de dienst ondersteuning (voormalige KLPD). De 10 regionale eenheden zijn: 1. Noord Nederland; 2. Oost Nederland; 3. Midden Nederland; 4. Noord Holland; 5. Amsterdam; 6. Den Haag; 7. Rotterdam; 8. Zeeland en West Brabant; 9. Oost Brabant; 10. Limburg. Artikel 25 Politiewet 1. Er is een landelijk politiekorps dat bestaat uit de volgende onderdelen: a. regionale eenheden, belast met de uitvoering van de politietaak; b. een of meer, bij ministeriële regeling aan te wijzen, landelijke eenheden, belast met de uitvoering van de politietaak; c. een of meer, bij ministeriële regeling aan te wijzen, ondersteunende diensten. 2. Er is een regionale eenheid in elk van de arrondissementen, genoemd in de Wet op de rechterlijke indeling. Ambtenaren van politie Wie ambtenaren van politie zijn, wordt beschreven in artikel 2 van de Politiewet. Artikel 2 Politiewet Ambtenaren van politie in de zin van deze wet zijn: a. ambtenaren die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak; b. ambtenaren die zijn aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie; c. vrijwillige ambtenaren die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, onderscheidenlijk voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie; d. ambtenaren van de rijksrecherche die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, onderscheidenlijk voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche. 14

Verschillende veiligheidsorganisaties in Nederland Het hoofd van de nationale politie is de korpschef. Hij is belast met de leiding en het beheer van de politie en legt over de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden verantwoording af aan de minister van Veiligheid en Justitie. De korpschef vertegenwoordigt de politie. De dagelijkse leiding over een regionale of landelijke eenheid berust bij een politiechef. De burgemeesters van de verschillende gemeenten worden vertegenwoordigd door de regioburgemeester van de gemeente in de regio met het hoogste aantal inwoners. De burgemeester en de officier van justitie overleggen regelmatig met de politiechef over de taakuitvoering van de politie. Hierbij worden afspraken gemaakt over lokale prioriteiten en criminaliteitsbestrijding. Dit wordt het driehoeksoverleg genoemd. Taak van de politie De taak van de politie wordt beschreven in artikel 3 van de Politiewet. Artikel 3 Politiewet De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die dit behoeven. H1 Uit artikel 3 blijkt dat de politie in zijn algemeenheid 2 taken heeft, te weten: 1. Daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde. Dit kan worden onderverdeeld in: handhaven openbare orde; opsporen strafbare feiten. 2. Hulpverlenen aan hen die dat behoeven. Bij het handhaven van de openbare orde en het hulpverlenen, ligt de verantwoordelijkheid bij de burgemeester van de betreffende gemeente. Dit omdat de gemeenteraad het hoofd is van de gemeente en de burgemeester daaraan verantwoording schuldig is. Artikel 11 Politiewet 1. Indien de politie in een gemeente optreedt ter handhaving van de openbare orde en ter uitvoering van de hulpverleningstaak, staat zij onder gezag van de burgemeester. 2. De burgemeester kan de betrokken ambtenaren van politie de nodige aanwijzingen geven voor de vervulling van de in het eerste lid bedoelde taken. 15