Knipperende wagonverlichting door Klaas Robers Binnenverlichting in personenwagens is schitterend. Speciaal in het donker spreekt een verlicht rijdende trein enorm aan. Het is dan jammer wanneer de lampjes knipperen op stukken rail die (nog) niet zo mooi schoon zijn. Misschien kunnen we hier eenvoudig iets aan doen. Inleiding Er zijn twee manieren om de binnenverlichting van LGB-wagons van spanning te voorzien. Bij de eerste worden de opeenvolgende wagons met stekkertjes doorverbonden. De stekkertjes van de eerste wagon gaan dan in het stopcontactje op de locomotief. Via de wielen en de stroomafnemers van de locomotief krijgen de lampjes in de wagons nu hun spanning. De andere manier is om elke wagon zijn eigen stroomafnemers te geven op de wielen. Er zijn hiervoor mooie metalen wielen met kogellagers en aansluitpennetjes op de as. Daarmee vervallen de snoertjes en het gedoe met stekkertjes. Om het niet te kostbaar te maken betekent dit meestal dat maar één wielstel daarmee wordt uitgerust. Resultaat is dat elk vlekje op de rails en iedere wissel de stroom even onderbreekt en de lampjes laat knipperen. Doorverbinden Het is niet voor niets dat de locomotieven alle wielen gebruiken om stroom af te nemen en er bovendien tenminste één stel sleepcontacten is, waarbij elk sleepcontact de rail op twee plaatsen raakt. Bij een onderbreking van de stroomdoorgang van één wiel of sleepcontact nemen de andere het over. Zo is er altijd wel ergens contact met de rails zodat de motor blijft lopen en de lampjes blijven branden. Kijken wij naar de LGB wagons die af fabriek binnenverlichting hebben, zoals de grote RhB wagons, dan zien wij dat er steeds twee assen met koolborsteltjes zijn uitgerust. De verlichting van die wagons knippert al veel minder dan wanneer één as het op zijn eentje moet doen. Dat kunnen wij ook bij onze twee-assige wagons toepassen, maar is duur. Maar er is een andere oplossing. Er is immers weinig tegen om de wagons onderling toch met snoertjes en stekkertjes door te verbinden? Een set aaneen gekoppelde personenwagons blijft meestal lange tijd in die samenstelling bestaan, bij de NS heet dat een "Stam". Als het snoertje naar de locomotief maar verdwenen is kun je tenminste zonder problemen afkoppelen en omrijden. Maar pas op, er schuilt hier een dikke adder onder het gras. Rechts en links Als we van twee wagons, elk voorzien van een as met stroomopnemende wielen, de verlichting met stekkertjes doorverbinden, dan kan dat op twee manieren: de Goede en de Verkeerde. Bij de verkeerde manier kruisen de draden van de ene wagon naar de volgende elkaar en dan verbinden wij met de stekkertjes een linker wiel onder de ene wagon met een rechter wiel van de andere wagon. Dit veroorzaakt op de rails een daverende kortsluiting. Wij moeten dus iets bedenken om links en rechts uit elkaar te houden. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden. Figuur 1. De verlichtingsdraden van links en rechts worden zorgvuldig uit elkaar gehouden. Links is blauw en Rechts is Rood. Door "een gat in het dak" is zichtbaar gemaakt hoe de draadjes op het wielstel zijn aangesloten. 1 GS 42
Rood en blauw De oude wagonverlichting 3030 van LGB heeft een snoertje met een rood en een blauw draadje met kleine Märklinstekkertjes in diezelfde kleuren. Daarmee kun je links en rechts gescheiden houden. Als je in elke wagon het rechter wiel aansluit op rood en het linker wiel op blauw, dan kun je de wagons doorverbinden zonder kortsluiting te maken. Dat is gemakkelijk te onthouden: Rechts is Rood, zie fig. 1. De voorkant is de kant waar geen koppelingshaak zit en / of waar de stekkertjes met pennen zitten. Die zou je anders ook aansluiten op de locomotief. Dat doen we natuurlijk niet. Leg dat snoertje maar netjes opgerold op het voorbalkon van de wagon. De stam wagons die we zo gemaakt hebben zal met mooi constant brandende verlichting rijden. Pen en gat Nogal eens zien we de fel gekleurde stekkertjes en draadjes vervangen door zwarte. Dat valt veel minder op. Er is dan een andere mogelijkheid die ook bij de gekleurde stekkertjes kan worden toegepast. We verwisselen dan aan de voorkant van de wagon het stekkertje van het rechter (rode) draadje met het overeenkomstige (rode) contrastekkertje aan de andere kant van de wagon. Het linker draadje heeft dan een stekkertje met pen en het rechter draadje een contrastekkertje. Bij zwarte draadjes en zwarte stekkertjes moet je even zorgvuldig de draadjes volgen naar de aansluitingen op de wielen. Je kunt dit onthouden doordat ook de rails links een railschoen hebben zitten. Als je de wagon achterstevoren zet zie je dat het aan de andere kant ineens net zo is. Het blijkt dat de wagons nu geen verschil meer hebben in voor en achter, tenminste als ze ook aan beide zijden een koppelingshaak hebben gekregen. Je hoeft bij het koppelen niet meer te kijken naar rood, blauw of zwart, want het past steeds maar op één manier aan elkaar. De schroefjes De oude stekkertjes hebben nog een manco. Omdat de schroefjes waarmee je de draadjes vast zet een beetje uitsteken kunnen die tegen elkaar aan komen tijdens het rijden. Daarmee maken ze kortsluiting. Het is daarom geen slecht idee om het draadje van het contrastekkertje een stukje in te korten, zodat de schroefjes niet meer tegenover elkaar zitten. De achterkant van het stekkertje zou juist gelijk met de voorkant van het contrastekkertje kunnen zitten (zie fig. 2). De kans op kortsluiting is dan minimaal. Figuur 2. Een stekkertje aan de kant waar de rails een verbindingsschoen hebben en een contrastekkertje aan de andere kant. De kleuren van de draadjes doen er niet meer toe. Als de wagon een haak heeft aan beide kanten is er ook geen voor- of achterkant meer. De nieuwe stekkertjes Sinds enige jaren levert LGB bij het nieuwe verlichtingsarmatuur 68333 andere stekkertjes. Hoogstwaarschijnlijk is men daartoe gedwongen door de Jumbovoeding, die met zijn 10 ampère de dunne draadjes van de verlichting in lichter laaie zet als de schroefjes van de stekkertjes tegen elkaar komen. Ja, om met een zekere Amsterdammer te spreken "Ieder foordeel hep se naadeel". Er zijn allen maar contrastekkertjes, dus er is een (knotsgroot) doorverbindingsblokje nodig om de ene wagon met de andere te verbinden. Dat blokje heeft wel als voordeel dat de stekkertjes maar op één manier aan elkaar kunnen. Sommigen gebruiken echter losse pennetjes, z.g. Wirewrap pennen in plaats van dit blokje (zie bij Conrad.nl nr. 74 40 00 of 74 40 18). Zorg er dan voor dat de boel zo aan elkaar gestoken wordt dat de snoertjes aan dezelfde kant de stekkertjes verlaten, zie bij A. Je zou er ook over kunnen denken om steeds in één gaatje, bijv. het linker, een pennetje met een druppeltje lijm vast te zetten. 2
Een kleine stam LGB-wagons uit de beginset, maar nu met doorgekoppelde verlichting. Wanneer elke wagon één as heeft met stroomafnemende wielen, dan zal de verlichting van alle wagons nauwelijks meer knipperen. Merk op dat de voorste en achterste wagon ook verlichting voeren in het lantaarndak. Bij de originele LGB-verlichting, zoals die in de middelste wagon gemonteerd is, is dat niet zo. De zo gemodificeerde stekkertjes passen dan weer maar op één manier in elkaar en je bent verlost van de losse pennetjes en van verbindingsblokjes, zie bij B. Dat past dan wel niet meer in het stopcontactje van de locomotief, maar dat waren we immers toch al niet van plan? Onderbrekerrails Voor wie een baan heeft met onderbrekingen om de treinen automatisch te laten stoppen, hebben we nog een klein probleem. Wanneer de locomotief over de onderbreking heen rijdt en niet abrupt afremt kan het eerste wiel met stroomafnemers van de stam over de onderbreking rijden. Via de metalen wielen en de snoertjes krijgt het onderbroken stuk nu toch de spanning van de baan en de locomotief zal doorrijden. Overigens treedt dit euvel ook op bij rijden met de grote RhB-wagons. De meest eenvoudige oplossing is de eerste en laatste wagon van de stam geen metalen stroomafnemende wielen te geven en de verlichting daarvan op de wagons daartussen aan te sluiten. Het is prachtig dat de wagons mooi verlicht blijven staan als de trein op deze manier stopt. Alleen de verlichting van de locomotief gaat wel uit, helaas. 3
Verlichtingsdoorverbinding een bijdrage van Klaas Robers GS 62 In GrootSpoor nr. 42 stond op de achterpagina onder de titel "Knipperende Verlichting" een artikel over het met elkaar doorverbinden van de verlichting van een aantal wagons. Aangeraden werd om de oude losse stekkertjes anders te monteren, zodat wagons in elke stand met elkaar te verbinden zijn. Dat is leuk, totdat je het zelf gaat doen. Toen pas kwam de mogelijkheid van een wezenlijke verbetering aan het licht. Stekkers en contrastekkers De oude wagonverlichting van LGB wordt met twee kleine stekkertjes aangesloten op de trekkende locomotief, zie het plaatje in de kop van dit artikel. Aan de ene kant van de wagon komen dan twee stekkertjes, aan de andere kant twee contrastekkertjes. Dat is onhandig, want de wagons kunnen dan maar op één manier aan elkaar gekoppeld worden. Het idee was daarom om aan elke kant een stekkertje en een contrastekkertje te monteren, zie GrootSpoor nr. 42. Dat had bovendien als voordeel dat links en rechts van elkaar gescheiden werden, iets dat met stroomopnemende wielen voorkomt dat er kortsluiting optreedt. Hier links staat een "doorgezaagd" bovenaanzicht van een wagon. Door een "gat in het dak" is de aansluiting op de stroomopnemende wielen te zien. Als consequent voor links = blauw en voor rechts = rood aangehouden wordt gaat dit altijd goed. Eén ader inkorten Maar hoe nu deze verlichting aan te sluiten op de trekkende locomotief? Dat wordt gemakkelijker als de ader van het contrastekkertje een behoorlijk stuk wordt ingekort. Met een los kort draadje met twee stekkertjes, zie de tekening, kan nu de verbinding naar het stopcontactje van de locomotief tot stand worden gebracht. Bovendien heeft dit als voordeel dat de in elkaar gestoken stekkertjes, bungelend tussen de wagons, nooit met hun schroefjes tegen elkaar aan kunnen komen. Dat is een klein probleem van de gebruikte Märklin stekkertjes, want de koppen van deze schroefjes steken altijd wat uit het isolatiehulsje. Rechts ziet u hoe het er dan uit ziet. De twee stekkertjes (zwart is het minst zichtbaar) hangen bij gebruik in de imitatie vouwbalgen en zijn van buiten nauwelijks te zien. De twee draadjes gaan door een gaatje in "de deur" naar binnen. 4
Uitgebreide wagonverlichting Een bijdrage door Klaas Robers GS 63 "O, ik heb nog wat voor je". Op het LGB-festival kwam Hennie Hermeling aanzetten met een verlichtingsarmatuur voor 4-assige LGB wagons. "Ja, ik heb dat ooit eens gemaakt, maar ik heb die wagons verkocht, het paste niet meer bij mijn trein. Ik wist dat jij er nog een paar hebt, kijk maar eens wat je er mee kunt." LGB-verlichting In mijn handen houd ik een drietal staketsels van koperdraad met van die kleine gele lampjes eraan gesoldeerd. En inderdaad, ik heb een drietal LGB-rijtuigen uit rond 1984 die zo aardig passen achter de RhB Kastenloc nr. 2045. Nu zitten er de oude verlichtingsarmatuurtjes in van LGB, zoals op het kleine plaatje in de kop van dit artikel. Het zijn er dan wel twee, maar het rijtuig heeft drie compartimenten, plus twee instapbalcons en een toilet. Zo blijven er vier compartimenten onverlicht. Als je niet beter weet is dat niet zo erg, maar hoe zou het staan als die wèl verlicht waren? Het staketsel telt zes lampjes. "Die ene is voor in het toilet" legt Hennie mij uit. "Die staart er aan gaat in het toilet door de vloer. Er zit een dubbele bodem in het model en door die bodem had ik draadjes lopen naar de stroomafnemers in de draaistellen." Nou, hij had er wel over nagedacht, typisch. Inbouwen Eerst maar eens één wagon. De oude verlichting eruit. Goed bewaren, je weet maar nooit. Kijk, de "staart" kan precies naast de spoelbak van het toilet naar beneden. Aan de andere kant zit er een merkwaardig haakje. Dat past juist in de uitsparing waar LGB meent dat de draadjes door moeten lopen. Gauw de bodem van de wagon losschroeven, twee gaatjes boren, goed mikken met de draadjes van de staart: Past! Maar kan nu het dak er nog op? Ook hier heeft Hennie aan gedacht. De afdelingsschotten zijn precies een draaddikte lager dan de eindschotten. Met het dak erop zit alles klemvast. Bedrading Heel anders dan bij Hennie krijgt deze wagon geen stroomafnemende wielen. Aan de uiteinden worden twee dunne zwarte draadjes gesoldeerd, die door een gaatje in de kopse kant naar buiten komen. 5
Eén draadje lang en één kort, stekkertje aan het lange draadje, contrastekkertje aan het korte. In GrootSpoor 62 staat er een foto van. Resultaten En hoe ziet het er dan uit? Het maken van foto's is weer erg lastig. Wachten tot het donker wordt, maar ook weer niet al te donker en dan gauw fotograferen. Met de automatische belichting van de huidige camera's is dat een stuk gemakkelijker geworden. In de bovenste foto is de toestand te zien met de originele twee lampjes van LGB. Vergelijk je deze met de onderste foto, dan valt meteen op dat de instapbalcons zo donker zijn. Zo ook het extra 1 e Klas compartiment voor de "Nicht Raucher". In de bovenste foto zit het toilet aan de andere kant van de wagon en dus net niet zichtbaar, maar dat is ook stikdonker, reken maar. In de onderste foto is het toilet wel zichtbaar en is prachtig verlicht. Wat een genoegen moet het zijn om daar... Wat ook opvalt is dat het licht uit de kieren van de portieren komt en ook het dak een beetje kiert. Dat is een kwestie van goed sluiten, maar komt ook omdat de draden toch wel wat klem zitten. Epiloog Hennie had er dus echt iets moois van gemaakt. Tot nog toe heb ik drie wagons van dit type, maar als ik er meer tegen kom moet ik echt zelf aan het solderen. Hier kan LGB niet meer tegenop met standaard lampjes. 6