Arbeidsmarkt- en Onderwijsinformatie SVGB

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Arbeidsmarkt- en Onderwijsinformatie SVGB 2011-2012"

Transcriptie

1 Arbeidsmarkt- en Onderwijsinformatie SVGB Creatieve en ambachtelijke techniek Copyright 2011 SVGB De SVGB hecht veel belang aan de verspreiding van informatie over de branches. U mag dan ook gedeelten uit dit rapport overnemen, mits met bronvermelding. Het integraal reproduceren van de inhoud van dit rapport is echter alleen toegestaan met schriftelijke toestemming van de SVGB.

2 2

3 Inhoudsopgave INLEIDING AMBACHTELIJK SCHOENMAKER EN LEDERWARENMAKER Inleiding Branche Arbeidsmarktsituatie Onderwijsinformatie GLASBLAZERS Inleiding Branche Arbeidsmarktsituatie Onderwijsinformatie GLAZENIERS Inleiding Branche Arbeidsmarktsituatie Onderwijsinformatie Bijlagen hoofdstuk glazeniers GOUDSMEDEN EN ZILVERSMEDEN Inleiding Branche Arbeidsmarktsituatie Onderwijsinformatie Bijlagen hoofdstuk goud- en zilversmeden HOEDENMAKER Inleiding Branche Arbeidsmarktsituatie Onderwijsinformatie JUWELIERS Inleiding Branche Arbeidsmarktsituatie Onderwijsinformatie Bijlagen hoofdstuk juweliers KERAMISTEN Inleiding Branche Arbeidsmarktsituatie Onderwijsinformatie Bijlagen hoofdstuk keramiek

4 8. PIANOTECHNIEK Inleiding Branche Arbeidsmarktsituatie Onderwijsinformatie Bijlagen hoofdstuk pianotechniek UURWERKMAKERS Inleiding Branche Arbeidsmarktsituatie Onderwijsinformatie Bijlagen hoofdstuk uurwerktechniek

5 INLEIDING Met Arbeidsmarkt- en Onderwijsinformatie geeft de SVGB jaarlijks een overzicht van de stand van zaken in de aangesloten branches. Het bieden van informatie over arbeidsmarktperspectieven en de ontwikkelingen in branches en onderwijs is een van de doelstellingen van de SVGB, die samen met branches en onderwijs werkt aan een optimale aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven. De SVGB is het kenniscentrum voor de gezondheidstechnische, creatieve en ambachtelijke branches. Dit zijn relatief kleine tot zeer kleine branches, waarvoor in veel gevallen maar één landelijk centrale opleiding bestaat. Hiermee nemen zij in Nederland een unieke positie in. De onderwijsinformatie is weergegeven volgens de stand van zaken op peildatum 1 oktober De arbeidsmarkt- en branchegegevens zijn voor de meeste branches gemeten door het onderzoeksbureau EIM over hele jaren. Voor enkele branches is gebruik gemaakt van andere onderzoeksgegevens. Bij de presentatie van de gegevens over de opleidingen wordt uitgegaan van de indeling in CWI-regio s. Deze indeling wordt door alle kenniscentra gehanteerd om sectoren onderling te kunnen vergelijken op regionaal niveau. Gezien het landelijke karakter van veel opleidingen voor de SVGB-branches en de beperkte omvang van deze opleidingen is een indeling in regio s niet altijd van toegevoegde waarde. Elk hoofdstuk in dit rapport beschrijft de arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie van een branche die binnen de Creatieve en Ambachtelijke techniek. Informatie over de overige branches van de SVGB staan op de website Ook vindt u daar de Arbeidsmarkt- en Onderwijsmonitor Dit is de populaire beknopte versie over de gezondheidstechniek en creatieve & ambachtelijke techniek. De gegevens uit deze rapporten worden gebruikt voor de website en waarmee de gezamenlijke kenniscentra (potentiële) leerlingen informeren over de perspectieven op de arbeidsmarkt en de beschikbaarheid van stageplaatsen en plaatsen voor beroepspraktijkvorming. Aan het tot stand komen van deze rapporten hebben veel mensen een bijdrage geleverd: dank aan brancheorganisaties, roc s, branchedeskundigen en medewerkers van de SVGB voor hun informatie. Voor vragen en opmerkingen naar aanleiding van dit rapport kunt u contact opnemen met de SVGB: [email protected] of telefoon Branches in beeld: Creatieve en ambachtelijke techniek Branche Ondernemingen Werkzame Leerlingen Leerbedrijven personen Goudsmeden Zilversmeden Juweliers Uurwerktechniek Creatief Vakman 56 Glazeniers Glasblazers * * Keramiek * * Hoedenmakers * * Ambachtelijk * * schoenmaken & tassen maken Pianotechniek Totaal Bron: SVGB, 2011 * Voor deze beroepen zijn de opleidingen net opgestart en er zijn nog geen gegevens beschikbaar. 5

6 Branches in beeld: Gezondheidstechniek Branche Ondernemingen Werkzame Leerlingen Leerbedrijven personen Audiciens 160 (700 vestigingen) Optiek 1300 (2130 vestigingen) Medewerker Steriele Medische ` Hulpmiddelen Orthopedische techniek Orthopedische schoentechniek Schoenherstellers Technisch Oogheelkundig Assistent Tandtechniek 1000 (1075 vestigingen) Totaal Bron: SVGB,

7 1. AMBACHTELIJK SCHOENMAKER EN LEDERWARENMAKER 1.1 Inleiding De branche ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van tassen en schoenen wordt gekenmerkt door kleinschaligheid en exclusiviteit 1. Er is een markt voor exclusieve en originele tassen en schoenen, al is die niet groot. Originaliteit, vakmanschap en ondernemerschap zijn belangrijk om in deze branche succesvol te zijn. In september 2010 is SintLucas in Boxtel gestart en in september 2011 start het HMC mbo vakschool Amsterdam met de reguliere opleiding Creatief Vakman met de mogelijkheid om uit te stromen als Lederwarenmaker en Ambachtelijk schoenmaker. Daarnaast wordt door SintLucas de deeltijdopleiding tassenmaker en door de DHTA de deeltijdopleiding ambachtelijk schoenmaker in cursusvorm aangeboden. 1.2 Branche Aantal bedrijven en activiteiten De branche ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van tassen en schoenen is in Nederland zeer divers en bestaat uit circa 175 ondernemingen. De branche bestaat veelal uit zzp ers die eigen tassen en/of schoenen ontwerpen en vervaardigen (135), maar ook uit kleine productiebedrijven en enkele groothandels (40). Bij de bedrijven in deze branche worden lederen tassen en kleinlederwaren ontworpen en ambachtelijk vervaardigd (± 70%) en/of schoenen ontworpen en ambachtelijk vervaardigd (± 40%) en/of tassen en schoenen gerepareerd (± 34%). Omzet branche Veel bedrijven zijn recent gestart: maar liefst driekwart van de bedrijven bestaat korter dan zes jaar, ruim 40% is zelfs in de laatste twee jaar opgericht. De gemiddelde 'leeftijd' van de bedrijven bedraagt acht jaar. De ambachtelijke bedrijven bestaan gemiddeld genomen al aanzienlijk langer (tien jaar) dan de kleine productiebedrijven en groothandels (vier jaar). De ontwerpers en ambachtelijke vervaardigers van schoenen en tassen realiseren gezamenlijk een omzet van ruim 6 miljoen euro exclusief btw. Vooral de ambachtelijke bedrijven zijn overwegend zeer kleinschalig: 75% van deze bedrijven realiseerde in 2009 een omzet van nog geen euro. De omzetontwikkeling ten opzichte van 2008 is bij 38% van de ambachtelijke bedrijven gestegen en bij 43% gelijk gebleven. Bij de kleine productiebedrijven en groothandels is een andere ontwikkeling te zien. 79% van deze bedrijven geeft aan dat de omzet gestegen is. De verwachting voor 2010 is dat deze tendens doorzet. 40% van de ondernemers is voor het levensonderhoud in belangrijke mate of geheel afhankelijk van de inkomsten van het bedrijf. De overige 60% heeft daarnaast een andere (gerelateerde) baan waaruit een groot deel van de inkomsten wordt verworven. Bij meer dan 40% van de bedrijven is het bedrijfsresultaat in 2009 toegenomen. 70% van de ondernemers is tamelijk tot zeer tevreden over het in 2009 gerealiseerde bedrijfsresultaat. De omzetsamenstelling naar activiteiten verschilt voor beide bedrijfsgroepen aanzienlijk. Bij de ambachtelijke bedrijven komt de meeste omzet voort uit de verkoop van zelfvervaardigde producten (76%) en uit de reparatie van schoenen of tassen (13%). Bij de kleine productiebedrijven en groothandels wordt de omzet juist behaald door de verkoop van niet-zelfvervaardigde producten (34%) en overige activiteiten (34%) en is slechts 28% afkomstig uit de verkoop van zelfvervaardigde producten. (zie tabel 1) 1 De branchegegevens uit dit hoofdstuk zijn afkomstig uit onderzoek van EIM van

8 Percentage van de totale omzet Tabel 1 Activiteit Ambachtelijke bedrijven Kleine productiebedrijven en groothandels Verkoop van zelfvervaardigde schoenen en tassen Reparatie van schoenen en tassen 13 4 Doorverkoop van nietzelfvervaardigde schoenen en tassen Geven van cursussen en/of workshops Overige activiteiten 2 34 Totaal 100% 100% Bron: EIM (2011) Voor de gehele branche vormen de winkels en galeries de belangrijkste klantgroep. Particuliere consumenten zijn echter ook belangrijke afnemers. De ambachtelijk bedrijven bedienen daarnaast sterk de theaters en de overige bedrijven de groep overige klanten. Figuur 1 50% Gemiddelde omzetsamenstelling naar klantgroep in % van de totale omzet 40% 40% 42% 41% Ambachtelijke bedrijven 30% 26% Overige bedrijven 20% 17% 10% 0% 4% 5% 12% 0% 11% 1% 1% Particuliere consumenten Winkels/galeries Mode ontwerpers Collega Theaters tassen- en schoenenvervaardigers en Overige -ontwerpers klanten Klantgroep Bron: EIM (2011) 8

9 Economische crisis De economische crisis heeft invloed gehad op de ondernemende ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van tassen en schoenen, maar had geen grote gevolgen. Binnen deze branche wordt het volgende ervaren ten gevolge van de economische crisis: - de vraag naar kwaliteit blijft gelijk - de vraag naar kleine accessoires (van echte merken) neemt toe, want dan doe je toch nog mee - de vraag naar accessoires neemt toe als eyecatcher bij de oude kleren - de vraag naar reparatie en herstelwerkzaamheden zal toenemen, want mensen willen toch ook graag langer met hun accessoires doen De industrie in deze branche laat weinig grote veranderingen zien in ontwerp. Door de economische crisis is de industrie zeer terughoudend met grote investeringen. Brancheontwikkelingen Samenwerking brancheorganisaties Sinds 2004 is de FeetBag de branchevertegenwoordiger voor vervaardigers en/of ontwerpers van schoenen en tassen (leerbewerkers). Kenmerkend voor de leden is dat zij bekwaam zijn in de combinatie van ontwerpen en het ambachtelijk vervaardigen van schoenen en/of tassen. Onder de paraplu van FeetBag geven de leden elkaar feedback op hun producten en wisselen zij kennis en ervaring uit. Daarmee stelt FeetBag zich als doel de collectieve belangen van deze leerbewerkers te behartigen. In 2007 is een samenwerking gestart tussen drie verwante branchevertegenwoordigers; Feetbag, de NHV (Nederlandse Hoeden Vereniging) en de Branchevereniging van Kleermakers en Modevakscholen (BvK). Gezamenlijk hebben zij de vakbeurs Mode van Top tot Teen georganiseerd. Naar aanleiding van dit succes is besloten om de activiteiten van de verenigingen voor elkaars leden open te stellen. Ze hebben een gemeenschappelijke website ontwikkeld, Deze is begin 2011 gelanceerd. Tweejaarlijks organiseren zij de Modevakdag (24 september 2011). En zij promoten gezamenlijk hun vak: een voorbeeld hiervan is een gezamenlijke Mode van Top tot Teen op Meesterlijk (24 september t/m 2 oktober 2011). Behoefte aan Nederlandse ontwerpers en sample-makers In Nederland zijn nog weinig bedrijven die tassen of schoenen produceren. De Nederlandse handelsmaatschappijen hebben hun productie verplaatst naar het buitenland. Landen zoals Spanje, Portugal, Italië, Turkije, Marokko, China en Vietnam. De laatste jaren is Marokko sterk in opkomst, want China besteedt veel werk uit naar Marokko. Daarnaast is er een verschuiving dat ontwerpers die hun producten in China lieten maken overstappen naar Vietnam, vanwege de kwaliteit van het werk. De aandacht voor het ontwerp komt weer sterk terug in Nederland, met name ook door de aandacht voor Dutch Design. De handelsmaatschappijen zoeken ontwerpers die ontwerpen en samples kunnen maken voor de productie in het buitenland. 9

10 Behoefte aan kleinschalige productie Het aantal ontwerpers neemt toe. Dit is eveneens zichtbaar in het aantal cursussen en opleidingen op het gebied van het ontwerpen van tassen en schoenen (zie onderwijsinformatie). Deze ontwerpers willen graag hun ontwerpen laten produceren. De vraag naar bedrijven die een kleinschalige productie willen uitvoeren of een machinepark ter beschikking stellen neemt sterk toe. De toekomstige beroepsgroep ziet deze mogelijkheden graag in Nederland, maar wil ook graag contacten leggen met de buitenlandse fabrikanten om hun ontwerpen kleinschalig te laten vervaardigen. Behoefte aan gezamenlijke of centrale inkoop Aangezien de meeste productiebedrijven naar het buitenland zijn vertrokken is het aantal toeleveranciers eveneens sterk afgenomen. Degenen die er nog zijn verkopen met name grotere partijen. Dit is voor ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van tassen en schoenen die graag een kleine voorraad hebben niet voordelig. De materialenbeurs van FeetBag biedt de mogelijkheid om kleine hoeveelheden te kopen. Daarnaast ontstaan er spontane samenwerkingsgroepen die gezamenlijk inkopen. Deze ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers hebben behoefte aan een centrale of gezamenlijke inkoop. Breed gebruik aan materialen Binnen de branche ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van tassen en schoenen zie je een verbreding van het gebruik van materialen. Niet alleen het materiaal leder wordt gebruikt, maar er wordt ook volop gebruik gemaakt van verschillende soorten textiel en kunststof. Deze stap is eenvoudig te zetten. Er is namelijk veel overlap in het maken van patronen en het stikken. Daarnaast is leder dat lijkt op spijkerstof, corduroy en tweed meer in trek. Vervagende grens tussen modegerelateerde beroepen Kledingmerken gaan op zoek naar een speciale kledinglijn met bijbehorende schoenlijn en accessoires zoals tassen, corsages en hoeden. Dit zie je ook bij bedrijven in de branche ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van tassen en schoenen. Zij zoeken eveneens naar combinatie zoals tassen en hoeden, schoenen en tassen, tassen en sieraden. Kwaliteit en onderscheidend vermogen Veel consumenten weten niet hoe arbeidsintensief het handmatig vervaardigen is van lederen tassen en schoenen. Hierdoor zien zij niet in dat de gevraagde prijs reëel is. Daarnaast ondervindt de branche een prijsconcurrentie. Enerzijds door de industriële vervaardiging van tassen en schoenen, anderzijds door de productie in lagelonenlanden. Hierdoor ontstaat er veel concurrentie in het lagere segment en liggen de kansen in het kleine, hogere segment. Er is een markt voor exclusieve en originele tassen en schoenen, al is deze niet groot. Dat betekent dat de tassen- en schoenenmaker scherp moet blijven op kwaliteit en stijl. Alleen de excellente vakmensen die zich sterk profileren weten een volledig levensvatbaar bedrijf te realiseren. Zij die zich weten te onderscheiden in originaliteit, vakmanschap en ondernemerschap overleven en overstijgen de hobbysfeer. Nieuwe ontwerpen en moderne technieken bieden nieuwe mogelijkheden voor dit type bedrijf. Vraag naar duurzame materialen In de branche ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van tassen en schoenen neemt de vraag naar eco-leer, leer dat biologisch gelooid is, en recyclingmateriaal toe. De consument vraagt naar duurzame producten. Het recyclingmateriaal heeft bepaalde verwerkingstechnieken nodig. Het is namelijk moeilijk te verwerken en te verlijmen. Moderne technieken Om vernieuwend en onderscheidend te blijven zoeken ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van tassen en schoenen voortdurend naar nieuwe technieken en toepassingen. Zoals bijvoorbeeld fotoprint op leder en het gebruik maken van een laser voor het bewerken van leder en het uitprinten van patronen. 10

11 % werkzame personen Daarnaast is Rapid prototyping in opkomst. Hiermee kan aan de hand van een scan snel een schoen in 3D geprint worden. Het comfort is bij deze techniek nog niet optimaal. Men werkt nu hard aan een methode waarbij het onderwerk van de schoen van harder materiaal wordt samengesteld dan het bovenwerk. Daarbij worden de verschillende materialen met lijm aaneengehecht. Hoewel de ontwikkeling van Rapid Prototyping snel gaat, is deze techniek nog niet geschikt voor productiewerk. Wel maakt de techniek snelle ontwikkeling van nieuwe modellen mogelijk. 1.3 Arbeidsmarktsituatie Werkgelegenheid De bedrijven zijn zeer kleinschalig: slechts enkele van de onderzochte bedrijven tellen meer dan drie werkzame personen. In de bedrijven zijn in totaal ongeveer 250 personen werkzaam. Hiervan zijn er circa 230 direct betrokken bij het ontwerpen en/of vervaardigen van schoenen en tassen. Parttime arbeid komt veel voor, waardoor het volume van de werkgelegenheid, gemeten in voltijdkrachten, uitkomt op circa 180 fte. Binnen de ambachtelijke bedrijven, waar 185 personen werken, hebben 30 personen de functie ambachtelijk schoenmaker en 55 de functie tassenmaker. De grote meerderheid is ondernemer/manager of filiaalhouder of heeft een andere functie. Bij de kleine productiebedrijven en groothandels werken 65 mensen, waarvan er 25 ambachtelijk schoenmaker zijn en 40 ondernemer/manager, filiaalhouder of een andere functie. In ongeveer 20 bedrijven zijn stagiaires werkzaam. Twee derde van de in de branche werkzame personen is vrouw. Bijna twee derde is tussen de 25 en 45 jaar oud (zie figuur 2). Bijna 96% van de ondernemers heeft een vakopleiding gevolgd: de kunstacademie (45%), de mbomode of maatkledingopleiding (4%) en/of de cursus tassenmaker (42%) en schoenmaker (27%) bij de SVGB gevolgd. Figuur 2 40% Leeftijdsopbouw ambachtelijk tassenmakers en schoenmakers 37% 35% 30% 25% 20% 15% 15% 21% 30% 25% 25% 14% 13% 13% Leeftijdsopbouw werkzame personen in Nederland (CBS 2011) Leeftijdsopbouw ambachtelijk tassenmakers en schoenmakers 10% 7% 5% 0% t/m 24 jaar 25 t/m 34 jaar 35 t/m 44 jaar 45 t/m 54 jaar 55 t/m 64 jaar 65 jaar of ouder Leeftijdscategorie Bron: EIM (2011) en CBS (2011) 11

12 1.4 Onderwijsinformatie Uitvoering kwalificatiedossier Creatief Vakmanschap Het kwalificatiedossier Creatief Vakmanschap bestaat uit zeven uitstromen en wordt door verschillende roc s en vakscholen uitgevoerd onder twee crebonummers. In onderstaand figuur is weergegeven welke onderwijsinstellingen welke uitstromen uitvoeren binnen het dossier Creatief Vakmanschap. In dit document zijn niet de gegevens meegenomen van de onderwijsinstellingen die crebonummer uitvoeren, want deze valt onder kenniscentrum SH&M. Het HMC is in het plaatje meegenomen omdat dit een onderwijsinstelling is die meedoet binnen het project Voorrang voor Creatief Vakmanschap en die de uitstromen Lederwarenmaker en Ambachtelijk schoenmaker zal uitvoeren vanaf september Figuur 3 Leerling aantallen cohort Uitstromen Creatief Vakmanschap Ontwerpend meubelmaker Glazenier Vakschool Schoonhoven (32) Glasblazer Keramist SintLucas (32) Ambachtelijk schoenmaker HMC (0) Lederwarenmaker Hoedenmaker Ontwerpend meubelmaker (onder beheer van SH&M) ROC Friesland College (24) De Leijgraaf (15), Deltion College (12), Graafschap college (6), Koning Willem I (56), ROC Twente (10). Bron: DUO (2011) Opleidingen en cursussen Ambachtelijk Schoenmaker en Lederwarenmaker In september 2010 is SintLucas in Boxtel gestart met de opleiding Creatief Vakman met onder andere de specialisaties ambachtelijk schoenmaker en lederwarenmaker. HMC mbo vakschool Amsterdam is een jaar later (september 2011) gestart met de opleiding Creatief Vakman waarbij ook onder andere deze specialisaties 12

13 Aantal leerlingen gevolgd kunnen worden. Daarnaast worden er cursussen gegeven op het gebied van ontwerpen en vervaardigen van tassen (SintLucas) en schoenen (DHTA). SintLucas - Creatief Vakman SintLucas is een van de vakscholen die meedoen in het project Voorrang voor Creatief Vakmanschap. SintLucas start de opleiding Creatief Vakman met een oriëntatiejaar, waarin de studenten in aanraking komen met verschillende materialen, zoals keramiek, textiel en leer. Na een jaar maken de leerlingen een keuze voor één van de uitstroomrichtingen Ambachtelijk schoenmaker, Lederwarenmaker, Hoedenmaker of Keramist. SintLucas is in september 2010 gestart met 32 leerlingen en start in 2011 wederom met 32 leerlingen. De meeste leerlingen kiezen in het tweede jaar voor het materiaal leer, de uitstromen Lederwarenmaker en Ambachtelijk schoenmaker. HMC Creatief Vakman Het HMC is een van de vakscholen die meedoet in het project Voorrang voor Creatief Vakmanschap. Het HMC start de opleiding Creatief Vakman met een oriëntatiejaar, waarin de studenten in aanraking komen met verschillende materialen, zoals hout, textiel en leer. Na een jaar maken de leerlingen een keuze voor één van de uitstroomrichtingen Ambachtelijk schoenmaker, Lederwarenmaker, Hoedenmaker of Ontwerpend meubelmaker. Het HMC start in september 2011 met 40 leerlingen. Excellent vakmanschap, vormgeving en ondernemerschap zijn de kernwaarden van de opleiding Creatief Vakman. De leerlingen die de opleiding Creatief Vakman volgen bij SintLucas zijn hoofdzakelijk schoolverlaters van de verschillende vmbo-richtingen en de havo. Figuur Vooropleiding leerlingen Creatief Vakman 19 ROC Friesland College (ontwerpend meubelmaker) Vakschool Schoonhoven (glazenier) Sint Lucas (keramist, lederwarenmaker, ambachtelijk schoenmaker, hoedenmaker) Vooropleiding Bron: DUO (2011) 13

14 Aantal leerlingen De leerlingen die de opleiding Creatief Vakman volgen bij SintLucas hebben hoofdzakelijk de leeftijd van 16 tot 19 jaar. Figuur Leeftijdsopbouw leerlingen Creatief Vakman ROC Friesland College (ontwerpend meubelmaker) 25 Vakschool Schoonhoven (glazenier) Sint Lucas (keramist, lederwarenmaker, ambachtelijk schoenmaker, hoedenmaker) jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar Leeftijdscategorie Bron: DUO (2011) Cursussen De cursussen op het gebied van ontwerpen en vervaardigen van tassen en schoenen zijn in tabel 2 weergegeven. Tabel 2 Opleiding Opleidingsinstituut Niveau Aandacht Tassen maken SintLucas mbo Vervaardigen Ambachtelijk schoenmaken SVGB mbo Vervaardigen Kunstopleiding met afstudeerrichting Schoenen ontwerpen Diverse kunstacademies hbo Ontwerpen Industrial Footwear Design SVGB hbo + Ontwerpen Masteropleiding Shoe Design ArtEZ-Arnhem hbo + Ontwerpen Bron: diverse opleidingsinstituten 14

15 De leerlingaantallen voor de cursussen Tassen maken en Ambachtelijk schoenmaken zijn in de laatste twee jaar sterk gestegen en sinds september 2009 zijn nog eens twee hbo-opleidingen op het gebied van schoenontwerpen gestart. Hiervoor zijn meerdere verklaringen. Tassen en schoenen zijn functionele accessoires die sterk modegevoelig en goed verhandelbaar zijn. Daarnaast is de productie van schoenen naar het buitenland verdwenen en hiermee is ook het ontwerpen verdwenen. De aandacht voor het Nederlandse ontwerp is aan het terugkomen, maar de kloof tussen ontwerpers en industrie is nog niet gedicht. De industrie vraagt naar deskundige schoenontwerpers die begrijpen hoe een schoen in elkaar zit, zodat de ontwerpen functioneel en draagbaar zijn. Project Voorrang voor Creatief Vakmanschap 2 De ontwikkeling van de opleiding Creatief Vakman vindt plaats binnen het project Voorrang voor creatief vakmanschap. Dit initiatief is ontstaan vanuit een uniek samenwerkingsverband van innovatieve bedrijven, musea, belangen- en brancheorganisaties, die zich hebben verenigd in een platform dat zich tot doel heeft gesteld het creatief vakmanschap in Nederland te behouden en nieuwe impulsen te geven. SintLucas, Vakschool Schoonhoven, HMC mbo vakschool Amsterdam en SVGB kenniscentrum zijn de uitvoerende partners, die gezamenlijk het doel hebben om uiterlijk 30 juni 2012 te komen tot een duurzame opleidingsvoorziening voor de creatief-technische sector. Hiervoor wordt er met twee verschillende opleidingsconcepten geëxperimenteerd. Het vormen van een kennisnetwerk en de voorbereiding van een startersportaal zijn belangrijke middelen om docenten, praktijkopleiders en studenten te professionaliseren zodat dit doel gerealiseerd wordt. SintLucas, HMC mbo vakschool Amsterdam en Vakschool Schoonhoven ontwikkelen de opleiding Creatief Vakman onder het logo Creatief Vakman. SintLucas en HMC mbo vakschool Amsterdam werken van breed naar smal, waarbij leerlingen zich eerst verdiepen in een breed spectrum en zich daarna specialiseren. Vakschool Schoonhoven werkt van smal naar breed: leerlingen specialiseren zich in één richting en vergroten in een later stadium hun kennis van materialen en technieken. Beide opleidingsconcepten hebben een curriculum waarin de kerntaken vervaardigen, vormgeven en ondernemen integraal aangeboden worden. Onderzocht wordt of beide opleidingsconcepten tot duurzame resultaten leiden in termen van kwaliteit van de studenten en financiële haalbaarheid en wat de kritische succesfactoren zijn. Het vormen van een kennisnetwerk is een noodzakelijke voorwaarde voor het ontwikkelen van een duurzaam opleidingsconcept én voor de toekomst van het creatief vakmanschap. Onderdeel van het project is het inventariseren van de bestaande kennis, het peilen van de kennisbehoefte bij (in eerste instantie) docenten en praktijkopleiders en het organiseren van de beschikbaarheid van de verzamelde kennis. Creatieve vakmensen, designers, musea, bedrijven en brancheorganisaties worden in contact gebracht met docenten, praktijkopleiders en studenten. Onderzocht wordt of dit kennisnetwerk daadwerkelijk leidt tot verhoging van de professionaliteit van docenten en praktijkopleiders. Een onderdeel van het project dat gericht is op de verdere toekomst is de voorbereiding van een startersportaal. Via dit portaal zullen de opgeleide creatief ondernemers gedurende de beginjaren van hun onderneming ondersteund kunnen worden. 2 Deze informatie is afkomstig uit het projectplan Voorrang voor Creatief Vakmanschap 15

16 Bronverwijzingen Vakdocenten van de opleidingsinstituten DHTA en SintLucas. Ondernemers uit de ambachtelijk schoenmakers en lederwarenbranche. Directeur van het Nederlandse Schoen en Lederwaren Museum. Voorzitter van Sociëteit voor Schoen en Leder de Langstraat (SELL). DUO (2011). Leerlinginformatie. EIM (2011). Structuuronderzoek ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van schoenen en tassen HBA, Zoetermeer. SVGB (2009). Projectplan Voorrang voor Creatief Vakmanschap. SVGB, Nieuwegein. 16

17 2. GLASBLAZERS 2.1 Inleiding De branche waarin glasblazers actief zijn is in Nederland zeer klein te noemen. De branche bestaat voornamelijk uit kleine tot iets grotere ateliers waar glasblazers - al dan niet in samenwerking met ontwerpers - glasobjecten blazen. In navolging van diverse andere landen (zoals de VS en Australië) vindt in Nederland langzaamaan een omslag plaats van een krimpende industriecultuur naar een groeiende studiocultuur. Studioglaskunst is moderne glaskunst gemaakt door een autonoom kunstenaar en wordt daarom ook wel 'vrij glas' genoemd. In de glaskunst zien we met name de laatste tien jaar, net als In vrijwel alle creatieve disciplines, steeds meer verassende combinaties van materialen. Vanuit de Rietveld Academie Amsterdam zien we experimenten met het combineren van glas en natuurlijke materialen of objecten. Net als bij glas-in-lood is het spel van licht vaak van groot belang. 2.2 Branche Aantal bedrijven Bij de Kamer van Koophandel staan 57 bedrijven geregistreerd die aangemerkt kunnen worden als glasblazerijen. Hieronder vallen diverse bedrijven, zoals blazerijen voor laboratoriumglas of neonglas en glaskunst. De opleiding Creatief Vakman leidt leerlingen op tot glasblazers in de glaskunst; geschat wordt dat dit een kleine 20 bedrijven zijn in Nederland. Of dit allemaal actieve bedrijven zijn waar voldoende omzet wordt gegenereerd om in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien, is de vraag. Al met al gaat het om een zeer kleine branche. Een grove schatting is dat er zo'n 40 glaskunstblazers actief zijn in Nederland (gemiddeld ongeveer 2 per bedrijf). De grootste glasblazerijen van Nederland staan in Leerdam: de blazerij van Royal Leerdam Crystal en de glasblazerij van het Nationaal Glasmuseum, waar de laatste jaren zeer intensief met kunstenaars en ontwerpers wordt samengewerkt. Verder is er de Stichting Vrij Glas. Deze stichting is in 1962 opgericht door kunstenaars die hun eigen glas gingen maken. De Stichting biedt mogelijkheden voor kunstenaars en ontwerpers om te experimenteren met het materiaal. Naast een studio is er een bibliotheek en de historische collectie Vrij Glas. Omzet Omzet wordt gegenereerd met opdrachten voor kunstenaars en ontwerpers en met de verkoop van sierglas. Het sierglas wordt verkocht via winkels bij glasblazerijen of via galeries. Ook vindt er verkoop via internet plaats. Daarnaast zijn er glasblazerijen die workshops aanbieden. Tot slot zijn er de glasblazerijen die tegen entreegelden demonstraties geven. 17

18 Onderzoek SVGB kenniscentrum heeft in 2009 een kleinschalig onderzoek 3 gehouden onder glasblazers ten behoeve van de ontwikkeling van een opleiding. Aan dit onderzoek hebben 23 mensen meegedaan, waarvan 18 respondenten aangaven te kunnen glasblazen. De eerdere schatting van het aantal mensen dat in deze branche werkzaam is zou in de buurt kunnen liggen van het werkelijke aantal. Opvallende uitkomsten van het onderzoek zijn: het opleidingsniveau is vrij hoog: tien respondenten hebben hbo of universiteit; de piek in het aantal jaren werkervaring ligt bij jaar (acht personen) met op de tweede plaats 0-10 jaar (zes personen); dertien respondenten zijn zelfstandig ondernemer; acht glasblazers zijn minstens 40 uur met glasbewerken bezig, de rest minder; glasblazen is de hoofdactiviteit en veruit de belangrijkste inkomstenbron voor de respondenten; een klein aantal geeft ook workshops of cursussen. 2.3 Arbeidsmarktsituatie In het onderzoek van de SVGB in 2009 wordt beperkt ruimte gesignaleerd voor glasblazers op de arbeidsmarkt. Er waren op dat moment zes vacatures. Ook gaven zes respondenten aan op de langere termijn behoefte te hebben aan glasblazers. In een laatste online-vacaturepeiling van SVGB kenniscentrum in juni 2011 is één vacature gevonden voor een glasblazer. Hierbij moet worden opgemerkt dat er alleen online is gezocht naar vacatures en dat binnen de branche van de glasblazers niet iedereen online actief is. Er zal zeker nog veel buiten het internet geworven worden. 2.4 Onderwijsinformatie Uitvoering kwalificatiedossier Creatief Vakmanschap Het kwalificatiedossier Creatief Vakmanschap bestaat uit zeven uitstromen en wordt door verschillende roc s en vakscholen uitgevoerd onder twee crebonummers. In onderstaand figuur is weergegeven welke onderwijsinstellingen welke uitstromen uitvoeren binnen het dossier Creatief Vakmanschap. In dit document zijn niet de gegevens meegenomen van de onderwijsinstellingen die crebonummer uitvoeren, want deze valt namelijk onder kenniscentrum SH&M. Het HMC mbo vakschool Amsterdam is in het plaatje meegenomen omdat dit een onderwijsinstelling is die meedoet binnen het project Voorrang voor Creatief Vakmanschap. Bij Vakschool Schoonhoven zijn in leerlingen ingeschreven bij de opleiding glazenier. De opleiding glasblazen moest nog starten. 3 SVGB (2009). Resultaten onderzoek Glasblazers 18

19 Figuur 5 Leerling aantallen in cohort Uitstromen Creatief Vakmanschap Glazenier Vakschool Schoonhoven (32) Glasblazer Ontwerpend meubelmaker Keramist SintLucas (32) Ambachtelijk schoenmaker HMC (0) Lederwarenmaker Hoedenmaker Ontwerpend meubelmaker (onder beheer van SH&M) Bron: DUO (2011) ROC Friesland College (24) De Leijgraaf (15), Deltion College (12), Graafschap college (6), Koning Willem I (56), ROC Twente (10). Start opleiding Glasblazer De mbo-kwalificatie Glasblazer (niveau 4) maakt deel uit van het kwalificatiedossier Creatief Vakmanschap. Inmiddels is er een regulier opleidingstraject gestart bij Vakschool Schoonhoven voor Creatief Vakman met als een van de uitstroomdifferentiaties Glasblazer (september 2011). De opleiding duurt vier jaar, waarbij gestart wordt met twaalf weken oriëntatie op het vak en de branche. Tijdens deze oriëntatie bezoekt de student drie verschillende glasbedrijven. Het eerste jaar is een algemeen jaar Glas. Zowel vlakglastechnieken als glasblazen komen dan aan de orde. Hierna volgt een selectie. Vanwege de kleinschaligheid van de glasblazersbranche is er beperkt ruimte en behoefte aan nieuwe instroom op de arbeidsmarkt. Dit heeft ook consequenties voor de instroom van de opleiding tot glasblazer: er is plaats voor vier studenten per jaar. Vanaf leerjaar twee worden praktijklessen glasblazen gevolgd. Ook wordt stage gelopen in een glasblazerij. Naast het praktijkvak Glasblazen wordt lesgegeven in de vakken 2D-vormgeving en 3D-vormgeving. Ondernemerschap is een belangrijk onderdeel van de opleiding. Instroomeisen: Diploma vmbo gemengde of theoretische leerweg Overgangsbewijs van 3 naar 4 havo/vwo Diploma havo of vwo alle profielen Loopbaanperspectief Als glasblazer kun je verder leren aan diverse academies in binnen- en buitenland. Er kan worden gekozen voor het tweejarige traject associate degree Arts & Crafts aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam of voor een andere hbo-opleiding aan de Academie Beeldende Kunsten Maastricht of de Design Academy in Eindhoven, de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Project Voorrang voor Creatief Vakmanschap 4 De ontwikkeling van de opleiding Creatief Vakman vindt plaats binnen het project Voorrang voor creatief vakmanschap. Dit initiatief is ontstaan vanuit een uniek samenwerkingsverband van innovatieve bedrijven, musea, belangen- en brancheorganisaties, die zich hebben verenigd in een platform dat zich tot doel heeft gesteld het creatief vakmanschap in Nederland te behouden en nieuwe impulsen te geven. SintLucas, Vakschool Schoonhoven, HMC mbo vakschool Amsterdam en SVGB kenniscentrum zijn de uitvoerende partners, die gezamenlijk het doel hebben om uiterlijk 30 juni 2012 te komen tot een duurzame opleidingsvoorziening voor de creatief-technische sector. 4 Deze informatie is afkomstig uit het projectplan Voorrang voor Creatief Vakmanschap 19

20 Hiervoor wordt er met twee verschillende opleidingsconcepten geëxperimenteerd. Het vormen van een kennisnetwerk en de voorbereiding van een startersportaal zijn belangrijke middelen om docenten, praktijkopleiders en studenten te professionaliseren zodat dit doel gerealiseerd wordt. SintLucas, HMC mbo vakschool Amsterdam en Vakschool Schoonhoven ontwikkelen de opleiding Creatief Vakman onder het logo Creatief Vakman. SintLucas en HMC mbo vakschool Amsterdam werken van breed naar smal, waarbij leerlingen zich eerst verdiepen in een breed spectrum en zich daarna specialiseren. Vakschool Schoonhoven werkt van smal naar breed: leerlingen specialiseren zich in één richting en vergroten in een later stadium hun kennis van materialen en technieken. Beide opleidingsconcepten hebben een curriculum waarin de kerntaken vervaardigen, vormgeven en ondernemen integraal aangeboden worden. Onderzocht wordt of beide opleidingsconcepten tot duurzame resultaten leiden in termen van kwaliteit van de studenten en financiële haalbaarheid en wat de kritische succesfactoren zijn. Het vormen van een kennisnetwerk is een noodzakelijke voorwaarde voor het ontwikkelen van een duurzaam opleidingsconcept én voor de toekomst van het creatief vakmanschap. Onderdeel van het project is het inventariseren van de bestaande kennis, het peilen van de kennisbehoefte bij (in eerste instantie) docenten en praktijkopleiders en het organiseren van de beschikbaarheid van de verzamelde kennis. Creatieve vakmensen, designers, musea, bedrijven en brancheorganisaties worden in contact gebracht met docenten, praktijkopleiders en studenten. Onderzocht wordt of dit kennisnetwerk daadwerkelijk leidt tot verhoging van de professionaliteit van docenten en praktijkopleiders. Een onderdeel van het project dat gericht is op de verdere toekomst is de voorbereiding van een startersportaal. Via dit portaal zullen de opgeleide creatief ondernemers gedurende de beginjaren van hun onderneming ondersteund kunnen worden. Bronverwijzingen DUO (2011). Leerlinginformatie. SVGB (2009). Projectplan Voorrang voor Creatief Vakmanschap. SVGB, Nieuwegein. SVGB (2009). Resultaten onderzoek Glasblazers SVGB, Nieuwegein. 20

21 3. GLAZENIERS 3.1 Inleiding De glazeniersbranche is een kleinschalige maar levendige branche, die voor het merendeel bestaat uit zelfstandigen zonder personeel (zzp ers). De belangrijkste inkomstenbron is het vervaardigen, repareren en restaureren van glas-in-lood. Een klein deel van de glazeniers verdient de kost met beeldende glaskunst en het maken van glazen gebruiksvoorwerpen. In 2012 worden de eerste gediplomeerden uit het eerste cohort van de opleiding Glazenier verwacht. Deze opleiding kon voorheen zowel in voltijd als in deeltijd worden gevolgd. Vanaf het afgelopen schooljaar biedt Vakschool Schoonhoven de opleiding niet meer aan in de deeltijdvariant. Er zijn echter andere mogelijkheden voor bij- en opscholing, zodat specifieke facetten van dit ambachtelijke vak voor de individuele glasverwerker naar een hoger niveau kunnen worden gebracht. 3.2 Branche Brancheomvang De glazeniersbranche telt in totaal ongeveer 340 ondernemingen 5. Bij 70% van de bedrijven is slechts één persoon werkzaam, bij de overige 30% werken twee of meer personen. De specifieke verdeling staat in figuur 1. Figuur 1 Bedrijfsomvang aantal werkzame personen in % aantal glazenierbedrijven 4% 5% 20% 1 werkzaam persoon 2 werkzame personen 3 werkzame personen 4 en meer werkzame personen 71% Bron: EIM (2010) 5 De branchegegevens in dit hoofdstuk zijn afkomstig uit onderzoek van EIM uit

22 Leeftijd van de ondernemingen Ongeveer 90% van de ondernemingen is door de ondernemer zelf opgericht. De branche kent een groot aantal recent opgerichte bedrijven: meer dan 40% is in de vijf jaar voorafgaand aan het onderzoek van start gegaan. In het onderzoek van 2006 lag het aandeel starters zelfs nog hoger. Omzet en omzetsamenstelling De totale omzet van de branche bedroeg in 2009 naar schatting ongeveer 20 miljoen euro. De omzet is sinds 2004 langzaam toegenomen. In 2010 is de omzet naar verwachting opnieuw iets toegenomen omdat de belangstelling voor glas-in-lood nog steeds toeneemt, evenals het aantal te restaureren objecten. Figuur 2 25 Omzetontwikkeling Glazeniers Omzet (in miljoe 0 Bron: EIM, 2010 en schattingen De belangrijkste werkzaamheden van glazeniersbedrijven zijn volgens het EIM-onderzoek: - glas-in-lood opdrachten, zowel naar eigen ontwerp als naar ontwerp van anderen zoals beeldend kunstenaars, architecten en ontwerpers - restaureren van glas-in-lood - het inbouwen van glas-in-lood tussen isolatieglas of het plaatsen van voorzetramen. Hiermee wordt ongeveer 75% van de totale omzet in de branche gegenereerd. Overige werkzaamheden zijn brandschilderen (5% van de totale omzet), verkoop van materialen (ook 5%), fusen (3%), tiffany (2%), het verzorgen van cursussen/workshops (2%) en zandstralen (1%). In figuur 3 zijn deze gegevens grafisch weergegeven. In het onderzoek van EIM wordt geen onderscheid gemaakt tussen restaureren en repareren. Dit onderscheid is er wel. Bij restaureren is het doel het behoud van cultureel erfgoed en wordt het raam in een van tevoren gedefinieerde staat teruggebracht op een navolgbare wijze (en vaak ook reversibel). Dit alles op basis van een historische onderbouwing en een grondige afweging van consequenties van handelingen aan het object. Vaak gebeurt dit in samenspraak met andere deskundigen. Bij reparatie gaat het om herstellen wat kapot is, zonder een historische en ethische afweging gericht op het behoud van cultureel erfgoed. Ook repareren is een belangrijke bron van inkomsten van de glazenier. 22

23 Figuur 3 Gemiddelde omzetsamenstelling 5% 1% 5% 2% 8% 38% vervaardigen van glas-in-lood restaureren van glas-in-lood tiffany fusen brandschilderen 3% zandstralen 2% verkoop van materialen verzorgen van cursussen overige omzet 36% Bron: EIM (2010) Klantengroep In het onderzoek van vier jaar geleden vormden particuliere consumenten de belangrijkste klantengroep. Ook nu is dat nog het geval, maar in iets mindere mate. Kerkvoogdijen en kerkbesturen, gemeenten, maar vooral architecten, schilders en aannemers en fabrikanten van kunststofkozijnen zijn van grotere betekenis voor de omzet geworden (zie figuur 4). 23

24 Percentage van de totale omzet Figuur 4 70% 65% Gemiddelde omzetsamenstelling naar klantgroep in % van de totale omzet 60% Eenpersoonsbedrijven 50% 40% 30% 45% 34% 35% 30% Meerpersoonsbedrijven Totaal glazeniersbedrijven 20% 21% 18% 14% 10% 0% Particuliere consumenten Schilders, aannemers 6% Kerkvoogdijen, kerkbesturen Klantgroep 4% 4% 5% 5% 5% 3% 1% 2% 3% Rijksgebouwendienst Collega-glazeniers Andere klanten Bron: EIM (2010) Brancheontwikkelingen Het merendeel van de glazeniers werkt als zzp er met een eigen specialisme. Het is voor de glazenier onmogelijk om alle specialismen, technieken en apparatuur in huis te hebben. Specialisatie is echter ook het gevolg van talent, interesse en een betere marktpositionering. Daarom wordt steeds meer samengewerkt met andere bedrijven die bepaalde specialisaties wel in huis hebben om in de vraag van de klant te kunnen voorzien. Gedacht kan worden aan samenwerking voor zandstraaltechnieken, brandschilderen of het zetten en uitnemen van ramen (door glaszetbedrijven). Een ontwikkeling in de markt is dat glazeniers steeds meer open staan voor samenwerking met collega s. Maar ook samenwerking met vakmensen uit andere disciplines lijkt steeds meer voor te komen. In de afbeelding hieronder staat een object dat tot stand is gekomen uit een samenwerking tussen een glazenier en een zilversmid. Dauw Groen 1: Isabelle Roskam en André van Loon, 24

25 Specialisatie is een manier om je als ondernemer kwalitatief te onderscheiden in de markt. Om kwaliteit aantoonbaar te maken heeft de OVG (Ondernemersvereniging van Glazeniers) een keurmerk ontwikkeld. De eisen, gekoppeld aan het keurmerk geven de consument of opdrachtgever een grotere mate van garantie van kwaliteit en het keurmerk geeft het bedrijf de mogelijkheid zich te profileren. Naast het keurmerk heeft de ontwikkeling van de Code van de Glazenier een gunstige ontwikkeling op de kwaliteit en de bedrijfs- en persoonlijke veiligheid in de ateliers en werkplaatsen. Restauratie Het zojuist genoemde keurmerk heeft niet alleen een commerciële werking maar zal ook belangrijker worden voor het verkrijgen van restauratieopdrachten vanuit de overheid. Ook zal in de toekomst particulieren worden aangeraden restauratieobjecten uit te besteden aan bedrijven met een keurmerk. De concurrentie op de markt van restauratieopdrachten is op dit moment groot. De prijzen staan sterk onder druk, hetgeen nadelig kan zijn voor de kwaliteit. Om de kwaliteit van restauratie van monumenten te bevorderen stelt de overheid kwaliteitskaders (zie Modernisering Monumentenzorg 6 ). Uitvoerende branches worden gestimuleerd om certificeringssystemen in te stellen om kwaliteit te waarborgen. De NMA heeft vastgesteld dat hiermee de mededingingswetgeving niet in het geding is. Een systematiek van certificering en kwaliteitsborging ten behoeve van restauratie van glas is binnen de OVG in ontwikkeling. Glas-in-lood in de bouw vroeger en nu Recentelijk werd duidelijk dat de toepassing van glas-in-lood en gebrandschilderde ramen in Nederland een lange historie kennen. Zo werden in Roermond bij opgravingen oude versieringsmotieven gevonden op glas die teruggaan tot de 13 e eeuw 7. Bron: Dagblad de Limburger, foto SOB-research De belangstelling voor glas-in-lood, ook in nieuwbouw, is er nog steeds. Anticiperen op ontwikkelingen in de bouw en het aangaan van contacten met regionale architecten en de aannemerij kan ook voor glazeniers van belang zijn. Op dit moment trekt de bouwmarkt nog niet duidelijk aan, maar zij zal naar verwachting vanaf volgend jaar weer gaan aantrekken. Ook het aantal huishoudens zal door verdunning tot 2025 langzaam toenemen Dagblad de Limburger, 16 maart Feiten en cijfers, (1 april 2011). 25

26 Technieken Naast de traditionele technieken voor het ontwerpen, maken, repareren en/of restaureren van glas-in-lood komen nieuwe technieken, apparatuur en producten beschikbaar. Het aanbrengen van een afbeelding op glas kan door handmatig tekenen, maar ook met druktechnieken die afkomstig zijn uit de grafische industrie zoals fotodruk en zeefdruk. De verf die hiervoor gebruikt wordt kan worden ingebrand maar ook op tweecomponentenbasis worden gehecht. De ovens worden groter, waardoor panelen met grotere afmetingen kunnen worden gebrand en gefused. Niet elk bedrijf kan alles meer in huis hebben, waardoor samenwerking op basis van specialisme vaker voorkomt. De gevelbekleding van het Instituut voor Beeld en Geluid te Hilversum is in zo n samenwerkingsverband tussen verschillende bedrijven uitgevoerd. De glazen panelen van dit instituut zijn gemaakt uit grote vlakken glas waarop glaspoeder is geprint dat met de onderliggende glaslaag is versmolten (fusen). Tijdens dit smeltproces is ook reliëf aangebracht in het glas 9. Foto: Instituut voor beeld en geluid (Hilversum) Op het gebied van gezond en veilig werken worden er ook initiatieven genomen. Een wasmachine voor het reinigen van panelen neemt veel werk uithanden en gaat zuiniger om met reinigingsmiddel en water. Voorgekitte profielen besparen op het gebruik van oplosmiddelen en langdurig schoonmaakwerk. Ook digitalisering vindt steeds meer een weg in de branche, bij zowel het ontwerp als bij de bewerking van glas. Voorbeelden zijn digitale ontwerpprogramma s zoals Glass Eye 2000 en computergestuurde lasertechnologie. De toepassing van laser en cnc-technologie heeft vooral waarde bij grootschalig repeterend werk of hele complexe vormen die moeten worden gesneden. Daarnaast kan digitale techniek worden gebruikt bij het inmeten van grote opdrachten. Zo kunnen veel gegevens worden opgeslagen, die vervolgens weer kunnen worden gebruikt voor het maken van mallen. 9 Glaspoederprinter, 26

27 3.3 Arbeidsmarktsituatie Werkzame personen Op basis van het EIM onderzoek werd het aantal werkzame personen in 2010 geschat op 560. Het aantal werkzame personen groeit de afgelopen jaren met vijf tot tien per jaar. De verdeling man-vrouw is ongeveer 60%- 40%. De leeftijdsverdeling is weergegeven in onderstaande figuur. Uit deze figuur valt op te maken dat de gemiddelde leeftijd in de branche iets hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Figuur 5 Leeftijdsopbouw 35% 30% 25% 20% 15% 10% Glazeniers Nederland 5% 0% t/m 24 jaar 25 t/m 34 jaar 35 t/m 44 jaar 45 t/m 54 jaar 55 t/m 6465 jaar en jaar ouder Bron: EIM (2010), CBS 2011 Vacatures De SVGB pluist zo'n drie maal per jaar de media uit voor vacatures in onder andere de glazeniersbranche. In juni 2011 zijn vijf vacatures voor glazeniers gevonden (waarvan twee leerlingvacatures). Daarnaast waren er vijf aanverwante vacatures die vooral betrekking hebben op het zetten van glas-in-loodramen bij glazeniers of glasbedrijven die ook glazenierswerk doen. Omdat er in de branche veel zzp ers werkzaam zijn, zijn er weinig vacatures. Een deel van de vacatures wordt echter via het informele circuit ingevuld. Omdat het om kleine aantallen gaat is niet betrouwbaar vast te stellen of er sprake is van groei. Een groter aantal vacatures, zoals in juni 2011, kan berusten op toeval. Wel lijkt de aanname te kloppen dat er jaarlijks ongeveer tien vacatures zijn. Branche Vacature aantal juni2011 Vacature aantal februari 2011 Vacature aantal november 2010 Vacature aantal juni 2010 Vacature aantal februari 2010 Glazeniers

28 3.4 Onderwijsinformatie Opleiding Glazenier Sinds september 2008 wordt de opleiding glazenier verzorgd door Vakschool Schoonhoven, onderdeel van ROC Zadkine. Dit is de enige reguliere mbo-opleiding tot glazenier in Nederland. In de huidige kwalificatiestructuur is de kwalificatie glazenier opgenomen als uitstroom van het kwalificatiedossier Creatief Vakmanschap (niveau 4). Project Voorrang voor Creatief Vakmanschap 10 De ontwikkeling van de opleiding Glazenier vindt plaats binnen het project Voorrang voor creatief vakmanschap. Het project realiseert opleidingen voor glazeniers, glasblazers, keramisten, tassenmakers & leerbewerkers, hoedenmakers, ambachtelijk schoenmakers en ontwerpend meubelmakers. Dit initiatief is ontstaan vanuit een uniek samenwerkingsverband van innovatieve bedrijven, musea, belangen- en brancheorganisaties, die zich hebben verenigd in een platform dat zich tot doel heeft gesteld het creatief vakmanschap in Nederland te behouden en nieuwe impulsen te geven. SintLucas, Vakschool Schoonhoven, HMC mbo vakschool Amsterdam en SVGB kenniscentrum zijn de uitvoerende partners, die gezamenlijk het doel hebben om uiterlijk 30 juni 2012 te komen tot een duurzame opleidingsvoorziening voor de creatief-technische sector. Hiervoor wordt er met twee verschillende opleidingsconcepten geëxperimenteerd. Het vormen van een kennisnetwerk en de voorbereiding van een startersportaal zijn belangrijke middelen om docenten, praktijkopleiders en studenten te professionaliseren zodat dit doel gerealiseerd wordt. SintLucas, HMC mbo vakschool Amsterdam en Vakschool Schoonhoven ontwikkelen de opleiding Creatief Vakman onder het logo Creatief Vakman. SintLucas en HMC mbo vakschool Amsterdam werken van breed naar smal, waarbij leerlingen zich eerst verdiepen in een breed spectrum en zich daarna specialiseren. Vakschool Schoonhoven werkt van smal naar breed: leerlingen specialiseren zich in één richting en vergroten in een later stadium hun kennis van materialen en technieken. Beide opleidingsconcepten hebben een curriculum waarin de kerntaken vervaardigen, vormgeven en ondernemen integraal aangeboden worden. Onderzocht wordt of beide opleidingsconcepten tot duurzame resultaten leiden in termen van kwaliteit van de studenten en financiële haalbaarheid en wat de kritische succesfactoren zijn. Het vormen van een kennisnetwerk is een noodzakelijke voorwaarde voor het ontwikkelen van een duurzaam opleidingsconcept én voor de toekomst van het creatief vakmanschap. Onderdeel van het project is het inventariseren van de bestaande kennis, het peilen van de kennisbehoefte bij (in eerste instantie) docenten en praktijkopleiders en het organiseren van de beschikbaarheid van de verzamelde kennis. Creatieve vakmensen, designers, musea, bedrijven en brancheorganisaties worden in contact gebracht met docenten, praktijkopleiders en studenten. Onderzocht wordt of dit kennisnetwerk daadwerkelijk leidt tot verhoging van de professionaliteit van docenten en praktijkopleiders. Een onderdeel van het project dat gericht is op de verdere toekomst is de voorbereiding van een startersportaal. Via dit portaal zullen de opgeleide creatief ondernemers gedurende de beginjaren van hun onderneming ondersteund kunnen worden. 10 Deze informatie is afkomstig uit het projectplan Voorrang voor Creatief Vakmanschap 28

29 Aantal leerlingen Leerlingaantallen Het aantal leerlingen voor de opleiding Glazenier van Vakschool Schoonhoven is 32. Dit is inclusief 16 deeltijdleerlingen. Omdat Vakschool Schoonhoven is gestopt met het aannemen van nieuwe leerlingen in de deeltijd-bol zal het aantal leerlingen voor deze leerweg langzaam afnemen. De man-vrouwverdeling is 28% : 72%. Dit betekent dat het merendeel van de leerlingen vrouw is. Dit in tegenstelling tot de werkzame personen in de branche. Daar zijn de vrouwen in de minderheid. Tabel 3 Leerlingenaantallen Branche Glazeniers Bron: DUO (2011) Binnen de opleiding Glazeniers zijn er relatief veel deeltijdleerlingen (de helft). De gemiddelde leeftijd van de leerlingen ligt daarom hoger dan bij de andere opleidingsrichtingen binnen Creatief Vakman, zie figuur 6. Figuur 6 35 Leeftijdsopbouw leerlingen Creatief Vakman ROC Friesland College (ontwerpend meubelmaker) Vakschool Schoonhoven (glazenier) Sint Lucas (keramist, lederwarenmaker, ambachtelijk schoenmaker, hoedenmaker) jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar 2 1 Leeftijdscategorie Bron: DUO (2011) Aantal gediplomeerden Er zijn nog geen gediplomeerden. De opleiding voor glazenier is in schooljaar gestart bij Vakschool Schoonhoven. De opleiding duurt vier jaar. Dit betekent dat de eerste gediplomeerden verwacht worden in

30 Vooropleiding Ongeveer 22% van de leerlingen heeft een vmbo-vooropleiding. Dit is relatief weinig voor een mboopleiding. Opvallend is dat relatief veel leerlingen een mbo-(22%) of havo-(31%) vooropleiding hebben. Figuur 7 Vooropleiding Leerlingen Glazeniers 6% 3% 10% voltooid basisonderwijs 3% 19% 6% 3% 19% basisvorming VBMO theoretische leerweg (MAVO) VMBO excl. theoretische leerweg HAVO VWO MBO niv 1-2 MBO niv 3-4 HBO 31% Bron: DUO (2011) Leerbedrijven Omdat er pas sinds een opleiding op mbo-niveau is voor glazenier, is de SVGB nog volop bezig met het werven van leerbedrijven waar leerlingen stage kunnen lopen. In juli 2011 zijn er 33 erkende leerbedrijven (één in het buitenland) opgenomen in het register van leerbedrijven van de SVGB. Overzicht leerlingen/leerbedrijven In onderstaand schema ziet u een overzicht van het aantal leerlingen en het aantal leerbedrijven, weergegeven per CWI-regio. Momenteel zijn er geen tekorten aan leerbedrijven. Om voldoende leerbedrijven voor de komende leerjaren te waarborgen is echter een toename van het aantal leerbedrijven nodig. 30

31 Figuur Legenda Leerlingen voltijd bol Leerlingen deeltijd bol Bron: SVGB (2011) Erkenning van praktijkopleiders Om leerbedrijf en praktijkopleider te kunnen zijn is een erkenning nodig van de SVGB. Een van de voorwaarden is dat de praktijkopleiders ten minste beschikken over het vakdiploma waarvoor wordt opgeleid Leerbedrijven of aantoonbaar daaraan gelijkwaardige werkervaring en andere opleidingen. Omdat de opleiding tot glazenier nieuw is, zullen nieuwe praktijkopleiders op een andere manier werkervaring en opleiding moeten aantonen. Een manier om werkervaring en opleiding te kunnen aantonen is een EVC-traject. Tot voor kort werd dit traject ondersteund door de SVGB. Op dit moment is nog onduidelijk wat er voor het EVC-traject in de plaats zal komen. Met de branche wordt overlegd op welke manieren deskundigheid kan worden aangetoond om leerlingen een goede stageplaats te bieden. 31

32 3.5 Bijlagen hoofdstuk glazeniers Tabel 1 Leerlingaantallen glazenier schooljaar 2010/2011 uitgespitst naar CWI-district Glazeniers 93680/1 Niveau 4 (BOL Voltijd) Glazeniers 93680/1 Niveau 4 (BOL Deeltijd) Totaal Middenwest Noord Noordwest Oost 3 3 Zuidoost Zuidwest Buitenland Totaal Bron: DUO (2011) Tabel 2 Leerbedrijfaantallen glazenier schooljaar 2010/2011 uitgespitst naar CWI- district Glazenier Niveau 4 Middenwest 6 Noord 5 Noordwest 6 Oost 4 Zuidoost 7 Zuidwest 4 Buitenland 1 33 Bron: SVGB (2011) Bronverwijzingen 32

33 Onderzoeksrapporten EIM (2010). Structuuronderzoek Glazeniersbedrijven HBA: Zoetermeer. EIM (2007). Structuuronderzoek Glazeniersbedrijven HBA: Zoetermeer. SVGB (2009). Projectplan Voorrang voor Creatief Vakmanschap. SVGB: Nieuwegein. Dagblad de Limburger, 16 maart 2011 Feiten en cijfers, (1 april 2011) Websites

34 34

35 4. GOUDSMEDEN EN ZILVERSMEDEN 4.1 Inleiding Onder de branche Goudsmeden en Zilversmeden vallen bedrijven die zich bezig houden met het ontwerpen, vervaardigen, repareren en soms ook restaureren van edelmetalen sieraden en gebruiksvoorwerpen. De verkoop van zelfvervaardigde voorwerpen en reparatie zijn voor de meeste bedrijven de belangrijkste bronnen van inkomsten. De belangrijkste bevindingen uit recent onderzoek 11 zijn als volgt samen te vatten. Ondanks de economische recessie is het aantal ondernemingen in de Goud- en Zilversmedenbranche licht toegenomen. In september 2011 start de Willem de Kooning Academie te Rotterdam in samenwerking met de Vakschool Schoonhoven de Associate Degree Arts & Crafts. Deze vervolgopleiding is toegankelijk voor iedereen met een diploma Goudsmid (niveau 4). Samenwerking op het gebied van promotie, expositie en werkruimte is voor zilversmeden een belangrijke manier om de consument te interesseren voor het product. Jonge zilversmeden kunnen profiteren van deze samenwerkingsvormen en deze gebruiken als springplank voor ontwikkelen van een eigen collectie. Het aantal leerlingen voor de opleiding goud- en zilversmeden blijft licht dalen. 4.2 Branche Brancheomvang Vrijwel alle bedrijven in de branche ontwerpen, vervaardigen, bewerken en repareren sieraden en producten van goud en zilver. De bedrijven zijn te verdelen in drie categorieën (zie figuur 1): 1. Goud- en zilversmeden die een belangrijk deel van de omzet halen uit de verkoop van voorwerpen die ze zelf hebben ontworpen en gemaakt (75 miljoen euro omzet exclusief btw) 2. Reparatiebedrijven die minstens 50% omzetten door reparatiewerkzaamheden (17 miljoen euro omzet exclusief btw). 3. Overige bedrijven die meer dan de helft van de omzet halen uit de doorverkoop van producten en andere activiteiten. Een groot deel van deze bedrijven wordt gevormd door juwelierszaken met eigen reparatieactiviteiten en/of vervaardiging van gouden en zilveren voorwerpen (82 miljoen omzet exclusief btw). 11 De branchegegevens in dit hoofdstuk zijn afkomstig uit onderzoek van EIM van

36 Figuur 1 Verdeling van goud- en zilversmidbedrijven naar bedrijfstype 20% Goud- of zilversmid (accent op verkoop zelfvervaardigde voorwerpen) Reparatiebedrijf 21% 59% Overige bedrijven (accent op doorverkoop edelmetalen artikelen) Bron: EIM, 2008 Op basis van onderzoek door het EIM (2008) wordt het aantal ondernemingen in de goud- en zilversmedenbranche geschat op 1370 ondernemingen. Het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA) schat in 2010 het aantal ondernemingen op ongeveer 2000 (HBA, 2011). De groei van het aantal ondernemingen is vooral het gevolg van de groei van het aantal bedrijven dat zich met vervaardiging bezighoudt (zie categorie 1, ofwel de blauwe taartpunt van figuur 1). Het aantal reparatiebedrijven is in de afgelopen jaren afgenomen. In de huidige economische situatie groeit echter de vraag naar reparatiewerk en nieuwwerk. Goudsmeden In het merendeel van deze drie typen ondernemingen (ongeveer 90%) worden typische goudsmidwerkzaamheden verricht zoals het ontwerpen, vervaardigen en repareren van sieraden (zie Tabel 1). Zilversmeden Ongeveer 17% van de ondernemingen (iets meer dan 200 bedrijven) houdt zich volgens het EIM-onderzoek bezig met het vervaardigen van zilveren gebruiksvoorwerpen, groot zilverwerk (zie tabel 1). Het werkelijke aantal gespecialiseerde zilversmidbedrijven ligt waarschijnlijk lager. Wij schatten dit aantal op ongeveer 30 bedrijven. 36

37 Tabel 1 Activiteiten per bedrijfstype (in percentages van de bedrijven) Bedrijfstype Activiteit Goud- en zilversmid reparatiebedrijven in % van het aantal bedrijven overige bedrijven Ontwerpen van sieraden Ontwerpen van gebruiksvoorwerpen, groot zilverwerk totaal Vervaardigen van sieraden Vervaardigen van gebruiksvoorwerpen, groot zilverwerk Bewerken en repareren van gouden en zilveren artikelen Verrichten van gietwerk Verrichten van zetwerk Doorverkoop van juweliersartikelen Repareren van horloges Verzorgen van cursussen Andere activiteiten Bron: EIM, 2008 Bedrijfsgrootte In 2007 werkten in de goud- en zilversmedenbranche zo n 3000 personen. Volgens het HBA is dit aantal in 2009 naar schatting 3600 personen (HBA, 2009). Vrijwel alle bedrijven bestaan uit één vestiging. Bij de meeste bedrijven in categorie 1 en 2 werken één of twee personen. Bij de categorie overige bedrijven ligt dat anders: hier bestaat de helft uit bedrijven met drie tot vijf medewerkers (zie figuur 1). Goudsmeden Veel bedrijven zijn zzp-bedrijven. Waar sprake is van personeel gaat het vooral om bedrijven die zich bezighouden met goudsmidwerk. Zilversmeden Typische zilversmidbedrijven zijn vrijwel altijd zzp-bedrijven. 37

38 % aantal werkzame personen Figuur 2 Aantal werkzame personen in % naar bedrijfstype 100% 90% 80% 70% 60% 3% 3% 4% 14% 30% 22% 17% 47% 6 en meer werkzame personen 3 t/m 5 werkzame personen 50% 2 werkzame personen 40% 30% 61% 62% 18% 1 werkzaam persoon 20% 10% 19% 0% Goud- en zilversmid Reparatiebedrijven Overige bedrijven Bron: EIM (2008) Bedrijfstype Omzet branche In 2007 bedroeg de omzet in de branche naar schatting ongeveer 190 miljoen euro exclusief btw 12. De afgelopen jaren zal de omzet door de economische teruggang waarschijnlijk zijn gestabiliseerd. Harde cijfers ontbreken echter. De omzet per bedrijf is voor de drie bedrijfstypen zeer verschillend (zie tabel 2). Van de goud- en zilversmeden (categorie 1) heeft 31% een omzet die lager is dan euro. Veel bedrijven hebben lage omzetten omdat zij parttime met het vak bezig zijn. Bij de reparatiebedrijven ligt de omzet per bedrijf hoger. De grootste groep bedrijven (40%) heeft een omzet tussen de en euro. De overige bedrijven hebben een veel hogere omzet. 78% van deze bedrijven heeft een omzet van euro of meer. Het verzorgen van cursussen in het eigen atelier en/of het lesgeven bij een stichting voor kunstzinnige vorming of volksuniversiteit is voor veel goud- en zilversmeden een aanvullende inkomstenbron. Er is veel interesse voor deeltijdopleidingen en cursussen goud smeden vanuit de vrijetijdssector. Tabel 2 Omzetspreiding 2006 (exclusief btw) per bedrijfstype in % (*minder dan 0,5%.) omzetklasse goud- en reparatie x euro zilversmid bedrijf overige bedrijven Totaal minder dan 12, ,5 tot tot tot tot tot tot tot tot of meer 3 * 15 4 Totaal Bron: EIM (2008) 12 EIM (2008) 38

39 De recessie heeft zeker gevolgen voor de edelsmedenbranche. Consumenten wachten met grote uitgaven voor luxeartikelen. De goud- en zilverprijs is de afgelopen tijd toegenomen 13. In de figuren zien we dat de goudprijs tamelijk lineair stijgt. De zilverprijs is de afgelopen jaren echter exponentieel gegroeid. Er is voornamelijk vraag naar reparatie van sieraden en naar nieuwwerk. De doorverkoop van artikelen uit bestaande collecties neemt af. Als reactie op deze tendens keert de goudsmid met atelier en winkel terug naar de roots : het atelier. Concentreren op waar ik goed in ben, namelijk goud smeden en in het atelier wordt het werkelijk verdiend, zijn uitspraken van ondernemers die werd gevraagd naar hun reactie op de recessie. Verder bleek dat men ook zijn prijzen heeft verhoogd om bij een verminderd aanbod toch voldoende omzet te kunnen genereren. Dat heeft ongetwijfeld invloed op het gemiddelde aantal opdrachten, maar volgens betrokken ondernemers zijn de opdrachten wel groter en complexer. Ook de stijging van de goudprijs heeft geen echt nadelige invloed bij deze bedrijven, die het vooral moeten hebben van maatwerk en de kostprijs berekenen op basis van materiaalgewicht en uurloon. Dit in tegenstelling tot reparatiebedrijven die werken voor het juweliersbedrijf en de juweliers zelf. In dit deel van de branche zijn de marges klein en heeft de consument veel vergelijkingsmateriaal. Voor zilversmidbedrijven lijkt de omzet vooral te danken aan ontwerp en vervaardiging van kunstobjecten. Echte gebruiksvoorwerpen hebben een kleinere afzetmarkt. De verkoop verloopt meestal vanuit het eigen atelier of via een galerie of deelname aan beurzen. Vorig jaar verwachtten wij een stabilisatie van de markt. Dit jaar is de markt lastiger te voorspellen. Hoewel economisch het tij lijkt te keren, oefenen de aanstaande bezuinigingen een grote druk uit op het bestedingspatroon van de consument. De conclusie kan niet worden getrokken dat omzetten in deze branche zullen dalen. De prijzen stijgen en het gemiddeld inkomensdeel dat besteed kan worden aan luxe artikelen zal wellicht dalen. Toch zien we dat in de afgelopen jaren ondanks de crisis de markt voor sieraden en zilver licht is gestegen. Het effect van de nieuwe bezuinigingen is daarom moeilijk te voorspellen. Figuur3 Koersengrafiek van goud en zilver van de afgelopen 5 jaar. 13 Bron: 39

40 Bron: Schöne Edelmetaal BV, 2011 Ontwikkelingen Goudsmeden Trends en ontwikkelingen op het gebied van techniek en materiaalgebruik zijn in de regel geen hypes die opkomen, vlammen en een jaar later weer achterhaald zijn. Zo zijn de trends en ontwikkelingen die beschreven zijn in het vorige arbeidmarktrapport 14 nog steeds actueel. Gebruik van andere materialen zoals kunststof, glas, hout, keramiek en vilt is nog steeds aan de orde. Uit navraag bij verschillende ondernemers blijkt dat het experimenteren niet voorbehouden is aan een kleine groep ontwerpers, maar dat het publiek deze trend ook volgt. Dat vertaalt zich weer in opdrachten voor speciale trouwringen en andere sieraden. Timberring Materiaal: Noten, Wenge, Zilver & Merbau Padoek, Zilver, Wenge, Beuken Zebrano & Amarello ( Digitalisering Een terrein waarop de ontwikkelingen steeds verder gaan is het rapid prototyping en manufacturing. Tekenprogramma s worden steeds uitgebreider en diverser, wasprinters worden geavanceerder en ook andere mogelijkheden om tot een model te komen, zoals het gebruik van fotopolymeer, ontwikkelen zich snel. Het ontwikkelen van een inbedmassa voor gietstukken die geen giethuid veroorzaakt zou een enorme invloed kunnen hebben op het productieproces. Hoe dan ook: technologische ontwikkelingen zullen invloed uitoefenen op de uitvoering van het vak. Er zal altijd een groep goedsmeden blijven die handmatige vaardigheden inzetten bij reparatie, montage en afwerking. Daarnaast zal er een groep ontwerpers en kleine producenten ontstaan die niet meer achter de werkbank zitten, maar achter het beeldscherm. Dit heeft natuurlijk ook gevolgen voor het onderwijs. Gebruik van de nieuwe versies van programma s en machines vraagt veel inzet op het gebied van deskundigheidsbevordering en investeringen in soft- en hardware. Samenwerking met het gespecialiseerde bedrijfsleven dat deel kan uitmaken van het nog op te richten ExpertiseCentrum 15 ligt voor de hand. 14 Arbeidsmarkt en Onderwijsinformatierapport, SVGB Edelmetaal, december

41 Nanotechnologie Niet alleen de productietechniek ontwikkelt zich. Ook op metaalkundig gebied zijn er ontdekkingen die in de toekomst mogelijk invloed kunnen hebben op het vak. Aan de technische universiteit van Hamburg hebben twee onderzoekers een goudlegering gemaakt die op basis van nanotechnologie 16 naar keuze hard of zacht kan zijn. De wisseling van de staat wordt bepaald door de hoeveelheid elektrische spanning die door het materiaal wordt geleid. Zo kun je in zekere zin met één druk op de knop switchen tussen een hard en een zacht materiaal. Een groot voordeel van zo n materiaal is dat je het gedurende zijn levensduur kunt aanpassen. Als je het materiaal bijvoorbeeld wilt bewerken, maak je het even zacht. In de toekomst kunnen zelfherstellende materialen worden ontwikkeld, zonder dat hier mensenhanden aan te pas hoeven te komen. 17 Het onderzoek richt zich vooral op toepassingen in de (micro)elektronica en energieopslag zoals batterijen. Wat de nieuwe technologie voor mogelijkheden heeft voor sieraden is nog onduidelijk. De structuur van het goud, waarbij de nanogaatjes en nanokanaaltjes gevuld worden met waterstofperchloraat. Afbeelding: Science / AAAS Associate Degree Vanaf het schooljaar kan iedereen die in het bezit is van een diploma Goudsmid (niveau 4) de associate degree Arts & Crafts volgen aan de Willem de Kooning Academie te Rotterdam 18. Studenten kunnen in deze tweejarige opleiding hun kwaliteiten op het gebied van vaktechniek, ontwerpen en ondernemerschap verdiepen. Volgens Paul Pos, onderwijsmanager Arts & Crafts, is in veel West-Europese landen het scholingsniveau van goudsmeden hoger dan in Nederland: Als je daar niets aan doet, dan verlies je binnen een paar jaar de aansluiting met de internationale markt. Ook de VGZ (Vereniging Goud- en Zilversmeden) spreekt steun uit voor de associate degree, omdat deze opleiding het vak breder toegankelijk maakt en goed is voor het imago 19. Ook MKB Nederland bepleit de invoering van de associate degree voor verschillende studierichtingen. De werkgelegenheid onder afgestudeerden is namelijk erg hoog 20 Vanuit verschillende kanten in het vak komen reacties op dit initiatief. De een vraagt zich af waarom je nog langer op school moet zitten om een goede goudsmid te worden, je leert het vak immers alleen in de praktijk. De ander merkt op dat een vervolgopleiding kan bijdragen aan de kwaliteit van de goudsmid als er voldoende verdieping is op het gebied van (moderne) vaktechniek en ondernemerschap. Ontwikkelingen Zilversmeden Grote diversiteit Zilverkunst en het design van zilveren gebruiksvoorwerpen laten zich niet gemakkelijk vangen in helder afgebakende trends. Er is een enorme diversiteit en creativiteit zichtbaar in de objecten. Opvallend zijn de zeer basale vormen van bol en hol en de afwisseling van mat en glans hierin bij een aantal objecten. Op het eerste gezicht lijken het eenvoudige objecten. Het vakmanschap zit echter in de perfecte afwerking en het spel van licht. 16 Science, 3 juni Barry van der Meer, kennisnet, 5 juni Edelmetaal, mei Website VGZ, 18 februari Eurashe: SCHE in Europe - Level 5, the missing link 41

42 Daan Brouwer: Pepper and Salt Shaker, zilver Andere objecten kenmerken zich door het lijnenspel, soms bijna wiskundig. lijnenspel II, zilverjan van Nouhuys (2010): Een derde stroming is te zien in het gebruik van natuurlijke vormen. Sommige objecten hebben menselijke of dierlijke rondingen en plooien. Ook takkenvormen komen voor. Elizabeth Ariol-Peers: James, zilver Ten slotte beschrijven wij een stroming waarin zilver gecombineerd wordt met andere materialen, zoals hout en kunststof. Paul Derrez (2009): Dozen, zilver en perspex 42

43 Promotie en samenwerking De markt voor zilversmeden is lastig. Door het materiaal en de arbeidsintensiviteit zijn de objecten niet goedkoop. Veel zilversmeden promoten hun werk doormiddel van een portfolio op een eigen website of op gezamenlijke websites 21. Door samenwerking, bijvoorbeeld in een gezamenlijke ruimte, kan bespaard worden op ruimte, kan promotie gezamenlijk worden gedaan en kan gemakkelijk doorverwijzing plaatsvinden 22. Deze samenwerking is vooral van belang voor jonge zilversmeden. Het kan hen een springplank bieden om een eigen collectie op te bouwen en een eigen stijl te ontwikkelen. Een eigen stijl en startcollectie zijn essentieel om als zelfstandige te starten. Digitale techniek Zilver smeden is een handvaardigheid bij uitstek, die met veel oefening en doorzettingsvermogen moet worden geleerd. De andere kant is het design dat driedimensionaal is. Een object kan meestal niet door het aan elkaar plakken van onderdelen worden gerealiseerd. Er wordt wel eens gezegd dat het denken van achteren naar voren is of van buiten naar binnen. Dit maakt het ontwerpproces meer complex. Digitale ontwerptechniek kan dit proces geweldig ondersteunen. Computer Aided Manufacturing is mogelijk, maar niet in de vorm van gieten of frezen, zoals in de goudsmedenbranche mogelijk is. Wel zijn snijtechnieken mogelijk, bijvoorbeeld met een laser of watersnijden. 4.3 Arbeidsmarktsituatie Werkgelegenheid Het aantal werkzame personen ligt in 2007 op ongeveer De verwachting is dat dit aantal sindsdien is toegenomen. Het HBA schat het bestand op ongeveer 3600 personen in De afgelopen jaren zijn er vooral veel parttimers bijgekomen (EIM, 2008). Goudsmid In het onderzoek van EIM noemt 57% zich goudsmid of goudsmid/ondernemer. Dit zou betekenen dat er ongeveer 1700 personen als goudsmid of goudsmid/ondernemer werkzaam zijn. Zilversmid Van de onderzochte werkzame personen uit het onderzoek van EIM noemt 4% zich zilversmid of zilversmid/ondernemer. Dit komt neer op ongeveer 120 personen. Het werkelijke aantal personen dat zich voornamelijk met het specialisme zilversmeden bezighoudt ligt waarschijnlijk lager. Veel voorkomende functies De grootste groep wordt gevormd door personen met de functie van goudsmid/ondernemer (49%), die vooral werken in het bedrijfstype goud- en zilversmid (categorie 1) en in reparatiebedrijven (categorie 2). Een kwart van de werkzame personen werkt in een overige functie. Dit komt vooral voor bij de overige bedrijven (categorie 3). Personeelskenmerken Ten opzichte van de gehele Nederlandse beroepsbevolking werken in de goud- en zilversmedenbranche minder jongeren en meer ouderen. In figuur 3 staat de leeftijdsverdeling van de werkzame personen in de goudsmid- en zilversmidbranche. In de bedrijven gericht op ontwerpen en vervaardigen werken de meeste jonge ondernemers. Bij de reparatiebedrijven en overige bedrijven zijn de werkzame personen relatief ouder. Gemiddeld ligt de leeftijd van de werkzame personen in beide branches iets hoger dan het landelijk gemiddelde

44 Percentage werkzame personen Figuur 4 Leeftijdsopbouw werkzame personen goud- en zilversmeden 30% 25% 20% 15% 15% 21% 19% 25% 26% 26% 25% 14% 22% Leeftijdsopbouw werkzame personen in Nederland (CBS 2011) Leeftijdsopbouw werkzame personen goud- en zilversmeden 10% 5% 5% 2% 0% t/m 24 jaar 25 t/m 34 jaar 35 t/m 44 jaar 45 t/m 54 jaar 55 t/m 64 jaar 65 jaar of ouder Leeftijdscategorie Bron: EIM (2008); CBS, 2011 Man-vrouwverhouding Ook de man-vrouwverhouding verschilt per bedrijfsgroep. Bij de goud- en zilversmeden is een kleine meerderheid vrouw en bij de reparatiebedrijven is dit juist andersom. In de overige bedrijven is 70% van de werknemers vrouw. De (kleine) meerderheid van vrouwen bij het bedrijfstype goud- en zilversmid heeft mogelijk te maken met het feit dat er ook veel parttime gewerkt wordt. De vrouwelijke ondernemers zouden in deze situatie het bedrijf combineren met zorgtaken of een andere baan. Onder de parttime werkende goud- of zilversmeden zijn veel bedrijven die een lage jaaromzet hebben. In de zilversmidbedrijven zijn traditioneel relatief veel mannen werkzaam. Er komen echter steeds meer vrouwen die zich profileren als zilversmid. Overigens zijn er al lange tijd vrouwen werkzaam als zilversmid, maar hun werk is minder zichtbaar gebleven dan dat van mannen. Het Duitse Bröhan museum had onlangs een expositie met de titel Frauensilber 23 met werk van vrouwelijke zilversmeden uit de vroege 20 e eeuw. Arbeidsmarktperspectief Op dit moment is nog geen sprake van een duidelijk economisch herstel. Het consumentenvertrouwen is labiel en de economische vooruitzichten voor de tweede helft van dit kalenderjaar en het volgende kalenderjaar zijn minder gunstig dan verwacht. Of er sprake is van optimisme is ook af te lezen aan het aantal vacatures. Daarbij moet natuurlijk worden opgemerkt dat de ruimte op de arbeidsmarkt altijd klein is vanwege het grote aantal zzp-bedrijven in de goud- en zilverbranche. Ook wordt een deel van de werkgelegenheid niet zichtbaar voor de buitenwereld omdat vacatures vanuit het informele circuit worden ingevuld

45 Al enkele jaren voert de SVGB per kwartaal een vacaturepeiling uit. De vacatures voor de Goudsmeden- en zilversmedenbranche worden bij elkaar opgeteld. De vacatures zijn uit vakbladen en op internet bij individuele bedrijven en op vacaturewebsites geïnventariseerd. De vacatureaantallen geven een indicatie van het aantal vacatures in de branche en de ontwikkeling daarvan in de afgelopen twaalf maanden. Vanaf mei 2009 waren bij iedere peiling ongeveer vijf tot tien vacatures te vinden. In juni 2011 werden zes vacatures gevonden gericht op goudsmeden (Zie figuur 5). Het aantal vacatures lijkt iets toe te nemen. Omdat het zeer kleine aantallen betreft, kan dit echter op toeval berusten. Figuur 5 Vacatures Goud- en zilversmeden mei/juni 2009 november 2009 februari 2010 juni 2010 november 2010 februari 2011 juni 2011 Bron: SVGB, 2011 Specifieke situatie voor zilversmeden De arbeidsmarkt voor zilversmeden is al jaren uitermate klein in termen van vacatures voor nieuwe werknemers. In het EIM-onderzoek van 2008 werden geen vacatures gevonden voor zilversmeden. De zilversmeden in Nederland werken veelal als zelfstandige zonder personeel. Deze beroepsgroep is uiterst klein: naar schatting zijn er ongeveer 30 ondernemingen actief in dit vak. 45

46 4.4 Onderwijsinformatie Overzicht leerlingen/leerbedrijven In figuur 6 wordt het totaal aantal leerlingen uit een regio vergeleken met het aantal beschikbare stageplaatsen in diezelfde regio. Opvallend is het grote aantal leerlingen in de regio Middenwest. Dit is te verklaren door het feit dat een groot aantal leerlingen op kamers woont in de omgeving van Schoonhoven. Figuur 6 Legenda 12 Leerlingen BOL voltijd 8 BOL deeltijd 15 Leerbedrijven Bron: SVGB (2011), DUO (2011) Het totale aantal leerlingen betreft alle leerlingen verdeeld over vier leerjaren. Het wil niet zeggen dat al deze leerlingen tegelijkertijd een stageplaats nodig hebben. De stage is namelijk verdeeld over twee perioden in twee verschillende leerjaren. In figuur 7 is het overzicht van het aantal gevulde leerbedrijven in de eerste en tweede stageperiode en het totale aantal leerbedrijven in beeld gebracht. Dit overzicht maakt duidelijk dat niet alle leerlingen tegelijkertijd op stage zijn en dat er voldoende BPV-plaatsen bij bedrijven beschikbaar zijn. In de regio Middenwest (Utrecht, Gouda) en Zuidwest (Rotterdam) kunnen tekorten aan beschikbare stageplaatsen in de goudsmidbranche voorkomen. Dit heeft voor een deel te maken met het feit dat veel leerlingen op kamers wonen rondom de locatie van de opleiding en met het feit dat de steden Utrecht, Gouda en Rotterdam goed met het openbaar vervoer bereikbaar zijn. Een groot deel van de bedrijven in de regio s Middenwest en Zuidwest is dan ook erkend leerbedrijf. Voor de tweede stageperiode zien we grotere aantallen leerlingen in andere regio s. Deze leerlingen zoeken vaker een stageplaats in de buurt van de woonplaats waar zij oorspronkelijk vandaan komen. Wanneer er minder leerbedrijven dan leerlingen zijn in een regio, is dat op drie manieren ondervangen. Ten eerste hebben sommige leerbedrijven meerdere praktijkopleiders en ook meerdere stageplaatsen. Ten tweede kunnen veel leerlingen in aangrenzende regio s of in de regio van hun oorspronkelijke woonplaats terecht. Ten derde kunnen leerlingen zelf een bedrijf uitzoeken dat vervolgens, als het aan de erkenningscriteria voldoet, wordt erkend. 46

47 Figuur Legenda Gevulde leerbedrijven tijdens 1e stage Gevulde leerbedrijven tijdens 2e stage Totaal aantal Leerbedrijven Bron: SVGB (2011), DUO (2011) Ontwikkeling in het aantal leerlingen In 2010 was het totale aantal leerlingen goud- en zilversmid inclusief de deeltijdopleiding 501 (zie figuur 5 en bijlage tabel 1 en 2). Zowel het aantal deeltijdleerlingen als het aantal voltijdleerlingen laten over de jaren heen een dalende trend zien. Het aantal deeltijdleerlingen daalt iets sneller dan het aantal voltijdleerlingen. De afgelopen zes jaren is het leerlingenaantal gehalveerd. Het aantal deeltijdleerlingen is nog steeds relatief hoog. Het is de vraag of de daling in het leerlingenaantal negatieve gevolgen heeft voor de instroom in de goud- en zilversmidbranche. Het ROA (Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt) onderzocht recentelijk het arbeidsmarktrendement van creatieve mbo-opleidingen, waaronder goud- en zilversmeden (Coenen et al., ). Uit het rapport bleek dat verreweg de meeste leerlingen na het afronden van de opleiding binnen drie maanden een baan hadden gevonden. Het is echter niet duidelijk of dit ook in de sector was waarvoor ze zijn opgeleid en zo ja, of ze van een dergelijke baan voldoende kunnen bestaan. De daling van het aantal leerlingen heeft vooralsnog geen negatieve gevolgen gehad voor de arbeidsmarkt. Voor de school kan een dergelijk sterke daling echter op termijn wel negatieve consequenties hebben, wanneer de inkomsten vanuit het (reguliere) leerlingenaantal sterk terug blijven lopen en het werk door steeds minder mensen moet worden gedaan. 24 Coenen et al. (2010). Kwaliteit van gediplomeerde schoolverlaters van creatieve MBO-opleidingen. ROA-R-2010/6. Maastricht: ROA. 47

48 Aantal leerlingen Figuur 8 Aantal leerlingen goud- en zilversmeden BOL Voltijd BOL Deeltijd Jaartal Bron: DUO (2011) Gediplomeerde uitstroom leerlingen Net als het aantal leerlingen is ook het aantal gediplomeerde leerlingen de afgelopen jaren teruggelopen (zie figuur 9). De verhouding tussen de kwalificaties volgt de trend van het aantal leerlingen per kwalificatie. Een aantal kwalificaties, zoals de niveau 2-kwalificatie, loopt langzaam leeg. Het aantal gediplomeerden neemt daarmee ook af. 48

49 jaar Figuur 9 Gediplomeerde uitstroom opleiding goud- en zilversmeden Productiemedewerker Goud- en Zilversmeden (niveau 2) Goudsmid (niveau 3) Goudsmid Specialist (niveau 4) Goudsmid (KD Goud- en zilversmeden) (niveau 4) Goudsmid/Ondernemer (niveau 4) Zilversmid (KD Goud- en zilversmeden) (niveau 4) Zilversmid/Ondernemer (niveau 4) Basisgoudsmid (KD Goud- en Zilversmeden) (niveau 3) aantal gediplomeerden Bron: DUO (2011 Kenmerken leerlingenpopulatie De meeste leerlingen komen van het vmbo (38%), maar dit is de afgelopen jaren wel iets afgenomen (figuur 10 en bijlage tabel 3). Van de deelnemers van het vmbo heeft bijna tweederde de theoretische leerweg gevolgd. Het aantal leerlingen met een vooropleiding vwo of hoger (16%) is hoger dan in 2007 maar lijkt zich te stabiliseren. De stijging van het aantal deelnemers met een vooropleiding hbo/wo kan verklaard worden uit de deelname van volwassenen aan de deeltijdopleiding. Onder de leerlingen zijn meer vrouwen dan mannen en dat is al decennia zo. De verhouding op dit moment is 70% vrouw en 30% man. Hiermee ligt het percentage mannen 3% hoger dan vorig jaar. In de werkzame populatie was het percentage mannen 42% 25 in EIM,

50 Figuur 10 Vooropleiding leerlingen goud- en zilversmeden % 9% 13% Lager onderwijs VMBO TL 24% VMBO excl. TL HAVO 8% VWO MBO Hoger onderwijs 24% 14% Bron: DUO (2011) 50

51 4.5 Bijlagen hoofdstuk goud- en zilversmeden Tabel 1: Aantal leerlingen goud- en zilversmeden schooljaar 2010/2011 uitgesplitst naar CWI-district Productiemedewerker Goud- en zilversmeden (10303) Goud- en zilversmeden (Basisgoudsmid) (92790) Goudsmid (10300) Goud- en zilversmeden (Basisgoudsmid) (92790) Goud- en zilversmeden (92800) Goud- en zilversmeden (goudsmid) (92801/9280) Goudsmid specialist (10822) Goudsmid/ ondernemer (10296) Goud- en zilversmeden (zilversmid) (92802/92804) Zilversmid/ ondernemer (10295) Totaal Niveau 2 (BOL deeltijd) Niveau 3 (BOL Voltijd) Niveau 3 (BOL Deeltijd) Niveau 4 (BOL Voltijd) Niveau 4 (BOL Voltijd) Middenwest Noord Noordwest Oost Zuidoost Zuidwest Buitenland 1 1 Totaal Tabel 2: Aantal leerbedrijven goud- en zilversmeden schooljaar 2010/2011 uitgesplitst naar CWI-district Basisgoudsmid (92790) Goudsmid (92803) Zilversmid (92804) Niveau 3 Niveau 4 Niveau 4 Middenwest Noord Noordwest Oost Zuidoost Zuidwest Buitenland Totaal

52 Tabel 3 Vergelijking vooropleiding deelnemers goud- en zilversmeden Basisvorming 5% 5% 9% VMBO TL 31% 23% 22% 24% VMBO exc. TL 24% 20% 19% 14% HAVO 20% 19% 19% 24% VWO 4% 7% 8% 8% MBO 11% 12% 13% 13% HBO/WO 2% 9% 8% 8% Overig 3% 0% 11% Bron: DUO-CFI (2008 t/m 2011) Bronverwijzingen Onderzoeksrapporten EIM (2004). Structuuronderzoek Goudsmeden en Zilversmeden HBA, Zoetermeer. EIM (2008). Structuuronderzoek Goudsmeden en Zilversmeden HBA, Zoetermeer. Coenen et al. (2010). Kwaliteit van gediplomeerde schoolverlaters van creatieve MBO-opleidingen. ROA-R-2010/6. Maastricht: ROA. SVGB, Arbeidsmarkt en Onderwijsinformatierapport 2010 Vakbladen Edelmetaal, december 2010 Edelmetaal, mei 2011 Science, 3 juni 2011 Internet

53 5. HOEDENMAKER 5.1 Inleiding De hoedenbranche wordt gekenmerkt door kleinschaligheid en exclusiviteit 26. Er is een markt voor exclusieve en originele hoeden, die groeit met de toenemende gewoonte om bij speciale gelegenheden hoeden te dragen. Originaliteit, vakmanschap en ondernemerschap zijn belangrijk om in deze branche succesvol te zijn. In september 2010 is SintLucas in Boxtel gestart met een reguliere opleiding Creatief Vakman met de mogelijkheid om uit te stromen als hoedenmaker. In september 2011 zal deze opleiding ook bij het HMC mbo vakschool Amsterdam te volgen zijn. 5.2 Branche Omzet De hoedenbranche zet jaarlijks ongeveer 5,4 miljoen euro om. Binnen deze totaalomzet is sprake van een grote spreiding. Zo realiseert 65% van de ondernemingen een omzet van minder dan euro per jaar. Slechts 19% behaalt een totale omzet van meer dan euro. Het is dan ook niet verrassend dat maar één op de vijf ondernemers voor het levensonderhoud geheel of in belangrijke mate afhankelijk is van de inkomsten van het hoedenmakersbedrijf. Wel geeft ruim 80% van de ondernemers aan tamelijk tot zeer tevreden te zijn over zijn of haar omzet. De meeste omzet wordt behaald met het maken van hoeden voor dagelijks gebruik en het vervaardigen van feest- en bruidshoeden (zie figuur 1). Het hele proces van het ontwerpen tot en met het maken en verkopen van deze producten vindt doorgaans in hetzelfde bedrijf plaats. Daarnaast houden de bedrijven zich bezig met werkzaamheden rond het maken van theaterhoeden, het repareren en aanpassen van hoeden, lesgeven, het verkopen van materialen en het doorverkopen van nietzelfvervaardigde hoeden. Figuur 1 Gemiddelde omzetsamenstelling 6% 2% 6% 3% Vervaardigen van hoeden voor dagelijks gebruik Vervaardigen van feest- en bruidshoeden Vervaardigen van theaterhoeden 1% Reparatie en aanpassen van hoeden 10% 2% 2% 43% Doorverkoop van niet zelfvervaardigde hoeden Verkoop van materialen Geven van cursussen en workshops Omzet uit het ontwerpen van hoeden Overige verkopen Overige activiteiten 25% Bron: EIM (2007) 26 De branchegegevens in dit hoofdstuk zijn afkomstig uit onderzoek van EIM van

54 Als gevolg van de economische crisis is deze omzetsamenstelling wel onderhevig aan verandering. De volgende ontwikkelingen kenmerken de huidige situatie in de branche: de vraag naar kwaliteit blijft gelijk; de vraag naar handgemaakte producten neemt toe, want dit geeft een uitstraling van uniciteit en authenticiteit; de vraag naar dure hoeden neemt af; de vraag naar breed te dragen hoeden neemt toe; de vraag naar haarversiering/hair fashion met een lagere prijs neemt toe; daarmee onderscheid je je voor een betaalbare prijs. De afzetmarkt voor hoeden is op te splitsen in particuliere consumenten, winkels en galeries, modeontwerpers, theaters, collega s en overige klanten. Zoals onderstaande figuur 2 laat zien, komt het overgrote deel van de totaalomzet (90%) voort uit de verkoop aan particuliere consumenten. Figuur 2 Gemiddelde omzet naar soorten klanten in % van de totaalomzet 2% 3% 1% 3% 1% Particuliere consumenten Winkels en galeries Modeontwerpers Theaters Collega hoedenmakers/- vervaardigers 90% Bron: EIM (2007) Aantal bedrijven en bedrijfsgrootte De hoedenbranche bestaat uit circa 150 ondernemingen. Het overgrote deel heeft als hoofdactiviteit het ontwerpen en vervaardigen van hoeden; een klein deel van deze groep legt zich alleen toe op het vervaardigen. De overige ondernemingen hebben een andere hoofdactiviteit, maar halen wel meer dan 10% van hun omzet uit hoeden. Zoals eerder aangegeven moet hierbij wel de kanttekening worden gemaakt dat veel van deze ondernemingen een beperkte tot zeer beperkte omvang hebben. Dit geldt zowel voor de omzet als de bedrijfsomvang. 54

55 Figuur 3 Bedrijfsomvang aantal werkzame personen in % aantal hoedenmakersbedrijven 12% 6% 1 werkzaam persoon 2 werkzame personen 3 of meer werkzame personen 82% Bron: EIM (2007) De meeste bedrijven (82%) betreffen zelfstandigen zonder personeel (zzp ers). Figuur 3 laat verder zien dat 6% een bedrijfsomvang heeft van twee werkzame personen en 12% van drie of meer. Vervagende grens tussen mode gerelateerde beroepen Kledingmerken gaan op zoek naar een speciale kledinglijn met bijbehorende schoenlijn en accessoires zoals tassen, corsages en hoeden. Dit zie je ook bij bedrijven in de branche ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van tassen en schoenen. Zij zoeken eveneens naar combinatie zoals tassen en hoeden, schoenen en tassen, tassen en sieraden. Samenwerking brancheorganisaties De Nederlandse Hoedenvereniging (NHV) is sinds 2003 de branchevertegenwoordiger voor de hoedenbranche. Zij richt zich op het vergroten van de bekendheid van het beroep en de professionalisering van de branche, onder andere door vakwedstrijden te organiseren en in het vakblad HoedenNieuws aandacht te besteden aan technieken en ondernemerschap. In 2007 is een samenwerking gestart met twee verwante branchevertegenwoordigers: De vakvereniging van ontwerpers en makers van schoenen en tassen (FeetBag) De Branchevereniging van Kleermakers en Modevakscholen (BvK) Gezamenlijk hebben de drie verenigingen de vakbeurs Mode van Top tot Teen georganiseerd. Naar aanleiding van dit succes is besloten om de activiteiten van de verenigingen voor elkaars leden open te stellen en een gemeenschappelijke website te ontwikkelen, die inmiddels is gelanceerd 27. Ook in de toekomst zullen verschillende evenementen gezamenlijk worden georganiseerd

56 Kwaliteit en onderscheidend vermogen De hoedenbranche heeft te maken met steeds meer hoedenmakers in de hobbysfeer, die de mogelijkheid hebben om onder de kostprijs een hoed te vervaardigen. Hierdoor ontstaat er veel concurrentie in het lagere segment en liggen de kansen in het kleine, hogere segment. De opkomst van deze grote concurrentie vraagt om een keurmerk om de professionele hoedenmaker te onderscheiden van een hobbyist. Veel mensen weten niet hoe arbeidsintensief het handmatig maken van hoeden is. De branche ondervindt dan ook prijsconcurrentie door industrialisering van de vervaardiging van hoeden en door productie in lagelonenlanden. China is een goed voorbeeld van een land waar een goede kwaliteit confectiehoeden wordt vervaardigd en geëxploiteerd. Deze productiewijzen kunnen echter nooit aan de vraag naar vakmanschap en het vervullen van individuele wensen beantwoorden. De markt voor exclusieve en originele hoeden is niet groot. Door de komst van verschillende hoofdbedekkingen in de mode en het dragen van hoeden bij speciale gelegenheden wordt het dragen van een hoed in Nederland steeds meer gestimuleerd onder een breder publiek. Deze groep mensen vraagt naast exclusiviteit en originaliteit om een hoge kwaliteit. Dat betekent dat de hoedenmaker scherp moet blijven op haar kwaliteit en haar stijl. In navolging van artiesten, zoals bijvoorbeeld Caro Emerald, Ben Saunders en Lady Gaga, zie je onder jongeren het dragen van een hoofdbedekking steeds meer toenemen als een manier om je te onderscheiden. Alleen de excellente vakmensen die zich sterk profileren weten een volledig levensvatbaar bedrijf te realiseren. Zij die zich weten te onderscheiden in originaliteit, vakmanschap en ondernemerschap overleven en overstijgen de hobbysfeer. Nieuwe ontwerpen en moderne technieken bieden nieuwe mogelijkheden voor dit type bedrijf. Deelname aan internationale wedstrijden zoals The Hat Designer of the Year, maakt daar onderdeel van uit. In de laatste jaren zijn Nederlandse hoedenmakers regelmatig hoog geëindigd bij deze toonaangevende wedstrijd. Het uitwisselen van kennis tussen deze succesvolle hoedenmakers wordt als bijzonder waardevol ervaren. Materialen Wat betreft materialen is de afgelopen jaren steeds meer gebruik gemaakt van sisal (een strosoort gemaakt van de sisalvezel, verkrijgbaar in verschillende structuren) en sinamay (een geweven materiaal van de sisalvezel met een transparanter karakter, waardoor luchtige hoeden kunnen worden gemaakt). Daarnaast worden hoeden doorgaans gemaakt van bandstro, buntal, crinband, etamine, parasisal, papierstro, vilt, leer en versierend materiaal 28. Verder wordt er ook altijd geëxperimenteerd met nieuwe en/of milieuvriendelijke materialen. Branche-examen In het streven naar meer uniformiteit in de hoedenbranche en om voor de consument duidelijk te maken wat het niveau is waarop een hoedenmaker zich heeft bekwaamd en op welke materialen dit vakmanschap zich toespitst, introduceert de NHV een branche-examen. Dit examen komt naast de reguliere opleidingen tot creatief vakman in Boxtel en Amsterdam te staan. In februari 2012 zullen de eerste branche-examens worden afgenomen. 28 Hoedenenzo.nl,

57 % werkzame personen 5.3 Arbeidsmarktsituatie Werkgelegenheid De hoedenbranche wordt getypeerd door kleine zelfstandigen. In vier op de vijf bedrijven is slechts één persoon werkzaam. Ruimte op de arbeidsmarkt in de hoedenbranche uit zich dan ook niet in een vacatureaanbod. Wel signaleert branchevereniging NHV dat de ruimte op de arbeidsmarkt licht toeneemt. Daarnaast geeft ze aan dat er altijd ruimte zal zijn voor ondernemende hoedenmakers die een nieuwe markt aanboren door gebruik van vernieuwende materialen en producten. Man-vrouwverhouding De branche kenmerkt zich door een zeer hoog percentage vrouwen. Slechts 13% van de beroepsgroep bestaat uit mannen. Vergrijzing Om een goed beeld te geven van de leeftijdsopbouw van de werkzame personen in de hoedenbranche is een vergelijking gemaakt tussen de leeftijdsopbouw van de hoedenmakers en de leeftijdsopbouw van de algehele beroepsbevolking in Nederland. Figuur 4 laat de resultaten zien. Duidelijk is dat er sprake is van een zekere vergrijzing in de beroepsgroep: maarliefst 63% van de hoedenmakers is 45 jaar of ouder. Figuur 4 40% 35% Leeftijdsopbouw werkzame personen hoedenmakers 36% 30% 25% 20% 21% 25% 22% 25% 20% Leeftijdsopbouw werkzame personen in Nederland (CBS 2011) Leeftijdsopbouw hoedenmakers 15% 15% 11% 14% 10% 5% 4% 7% 0% t/m 24 jaar 25 t/m 34 jaar 35 t/m 44 jaar 45 t/m 54 jaar 55 t/m 64 jaar Leeftijdscategorie Bron: EIM (2007), CBS (2011) 57

58 5.4 Onderwijsinformatie Uitvoering kwalificatiedossier Creatief Vakmanschap Het kwalificatiedossier Creatief Vakmanschap bestaat uit zeven uitstromen en wordt door verschillende roc s en vakscholen uitgevoerd onder twee crebonummers. In onderstaand figuur is weergegeven welke onderwijsinstellingen welke uitstromen uitvoeren binnen het dossier Creatief Vakmanschap. In dit document zijn niet de gegevens meegenomen van de onderwijsinstellingen die crebonummer uitvoeren, want deze valt onder kenniscentrum SH&M. Het HMC mbo vakschool (HMC) is in het plaatje meegenomen omdat dit een onderwijsinstelling is die meedoet binnen het project Voorrang voor Creatief Vakmanschap en de uitstroom Hoedenmaker zal gaan uitvoeren vanaf september Figuur 5 Leerling aantallen cohort Uitstromen Creatief Vakman Glazenier Vakschool Schoonhoven (32) Ontwerpend meubelmaker Glasblazer Keramist SintLucas (32) Ambachtelijk schoenmaker HMC (0) Lederwarenmaker Hoedenmaker Ontwerpend meubelmaker (onder beheer van SH&M) ROC Friesland College (24) De Leijgraaf (15), Deltion College (12), Graafschap college (6), Koning Willem I (56), ROC Twente (10). Bron: DUO (2011) Opleidingen In september 2010 is SintLucas in Boxtel gestart met de opleiding Creatief Vakman met onder andere de specialisatie hoedenmaker. In september 2011 zal ook het HMC starten met de opleiding Creatief Vakman waar ook onder andere deze specialisatie gevolgd kan worden. SintLucas - Creatief Vakman SintLucas is één van de vakscholen die meedoen in het project Voorrang voor Creatief Vakmanschap. SintLucas start de opleiding Creatief Vakman met een oriëntatiejaar, waarin de studenten in aanraking komen met verschillende materialen, zoals keramiek, textiel en leer. Na een jaar maken de leerlingen een keuze voor één van de uitstroomrichtingen Ambachtelijk schoenmaker, Lederwarenmaker, Hoedenmaker of Keramist. SintLucas is in september 2010 gestart met 32 leerlingen en zal in 2011 wederom starten met 32 leerlingen. HMC Creatief Vakman Het HMC is één van de vakscholen die meedoet in het project Voorrang voor Creatief Vakmanschap. Het HMC start de opleiding Creatief Vakman met een oriëntatiejaar, waarin de studenten in aanraking komen met verschillende materialen, zoals hout, textiel en leer. Na een jaar maken de leerlingen een keuze voor één van de uitstroomrichting Ambachtelijk schoenmaker, Lederwarenmaker, Hoedenmaker of Ontwerpend meubelmaker. Het HMC start in september 2011 met 40 leerlingen. Excellent vakmanschap, vormgeving en ondernemerschap zijn de kernwaarden die deze scholen verbinden. Zoals onderstaande figuren laten zien zijn de meeste leerlingen jonger dan 19 jaar en komen zij rechtstreeks van het middelbaar onderwijs. Het merendeel heeft een vooropleiding op vmbo-t of havo genoten. Van de deelnemers is 98% vrouw. 58

59 Aantal leerlingen Aantal leerlingen Figuur 6 35 Leeftijdsopbouw leerlingen Creatief Vakman ROC Friesland College (ontwerpend meubelmaker) 25 Vakschool Schoonhoven (glazenier) jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar 2 7 Sint Lucas (keramist, lederwarenmaker, ambachtelijk schoenmaker, hoedenmaker) 2 1 Leeftijdscategorie Figuur Vooropleiding leerlingen Creatief Vakman 19 ROC Friesland College (ontwerpend meubelmaker) Vakschool Schoonhoven (glazenier) Sint Lucas (keramist, lederwarenmaker, ambachtelijk schoenmaker, hoedenmaker) Bron: DUO (2011) Vooropleiding 59

60 Project Voorrang voor Creatief Vakmanschap 29 De ontwikkeling van de opleiding Creatief Vakman vindt plaats binnen het project Voorrang voor creatief vakmanschap. Dit initiatief is ontstaan vanuit een uniek samenwerkingsverband van innovatieve bedrijven, musea, belangen- en brancheorganisaties, die zich hebben verenigd in een platform dat zich tot doel heeft gesteld het creatief vakmanschap in Nederland te behouden en nieuwe impulsen te geven. SintLucas, Vakschool Schoonhoven, HMC mbo vakschool Amsterdam en SVGB kenniscentrum zijn de uitvoerende partners, die gezamenlijk het doel hebben om uiterlijk 30 juni 2012 te komen tot een duurzame opleidingsvoorziening voor de creatief-technische sector. Hiervoor wordt er met twee verschillende opleidingsconcepten geëxperimenteerd. Het vormen van een kennisnetwerk en de voorbereiding van een startersportaal zijn belangrijke middelen om docenten, praktijkopleiders en studenten te professionaliseren zodat dit doel gerealiseerd wordt. SintLucas, HMC mbo vakschool Amsterdam en Vakschool Schoonhoven ontwikkelen de opleiding Creatief Vakman onder het logo Creatief Vakman. SintLucas en HMC mbo vakschool Amsterdam werken van breed naar smal, waarbij leerlingen zich eerst verdiepen in een breed spectrum en zich daarna specialiseren. Vakschool Schoonhoven werkt van smal naar breed: leerlingen specialiseren zich in één richting en vergroten in een later stadium hun kennis van materialen en technieken. Beide opleidingsconcepten hebben een curriculum waarin de kerntaken vervaardigen, vormgeven en ondernemen integraal aangeboden worden. Onderzocht wordt of beide opleidingsconcepten tot duurzame resultaten leiden in termen van kwaliteit van de studenten en financiële haalbaarheid en wat de kritische succesfactoren zijn. Het vormen van een kennisnetwerk is een noodzakelijke voorwaarde voor het ontwikkelen van een duurzaam opleidingsconcept én voor de toekomst van het creatief vakmanschap. Onderdeel van het project is het inventariseren van de bestaande kennis, het peilen van de kennisbehoefte bij (in eerste instantie) docenten en praktijkopleiders en het organiseren van de beschikbaarheid van de verzamelde kennis. Creatieve vakmensen, designers, musea, bedrijven en brancheorganisaties worden in contact gebracht met docenten, praktijkopleiders en studenten. Onderzocht wordt of dit kennisnetwerk daadwerkelijk leidt tot verhoging van de professionaliteit van docenten en praktijkopleiders. Een onderdeel van het project dat gericht is op de verdere toekomst is de voorbereiding van een startersportaal. Via dit portaal zullen de opgeleide creatief ondernemers gedurende de beginjaren van hun onderneming ondersteund kunnen worden. Bronverwijzingen EIM (2007). Structuuronderzoek ontwerpers en vervaardigers van hoeden HBA, Zoetermeer. DUO (2011). Leerling-informatie. SVGB (2006). Beroepscompetentieprofiel Hoedenmaker. SVGB, Nieuwegein. SVGB (2005). Brancheoverzicht Hoedenmakers. SVGB, Nieuwegein. SVGB (2009). Projectplan Voorrang voor Creatief Vakmanschap. SVGB, Nieuwegein. Websites Deze informatie is afkomstig uit het projectplan Voorrang voor Creatief Vakmanschap 60

61 6. JUWELIERS 6.1 Inleiding De belangrijkste ontwikkelingen in de branche en op de arbeidsmarkt zijn als volgt samen te vatten De dalende omzet is reeds in 2008 ingezet en is door de economische crisis nog verder afgenomen met ruim 8% in De juwelier zou hierop moeten inspelen en zijn commerciële kansen moeten pakken. Hierbij valt te denken aan kiezen voor een specifieke doelgroep, winkel en collectie aanpassen aan de behoefte van de consument (rebranding van de winkel, atelier in ere herstellen), op zoek gaan naar nieuwe verkoopkanalen (webwinkels), maar ook de benadering van de consument aanpassen. Ook kan het op de juiste manier sturen op cijfers met aandacht voor omloopsnelheid het resultaat toch positief beïnvloeden. - De consument weet reeds veel via internet. Dit vraagt vakdeskundige verkopers. - De juweliers hebben dan ook vooral behoefte aan goed geschoolde verkoopmedewerkers. - De gediplomeerde uitstroom in de juweliersopleiding (bol) is vooralsnog onvoldoende om aan deze vraag uit het bedrijfsleven te voldoen. De nu enkele jaren geleden gestarte duale bol/bbl gaat zijn vruchten afwerpen. - De juweliersopleidingen worden wat meer gedecentraliseerd. De eerste start is gemaakt met een tweede locatie in Rotterdam. 6.2 Branche Tot de juweliersbranche worden bedrijven gerekend waarvan de omzet voor tenminste 50% bestaat uit de verkoop van gouden, zilveren en diamanten voorwerpen en/of uurwerken. De ondernemingen hebben als hoofdactiviteit het verkopen van sieraden en horloges. Een aantal van deze ondernemingen heeft als nevenactiviteit het herstel van sieraden en het vervaardigen van nieuw werk in zilver of goud. De meeste juweliers besteden de reparatie van sieraden en horloges uit. Er is nog maar een klein aantal juweliers dat nog mechanische klokken verkoopt. De reparatie van klokken gaat meestal naar ateliers die daarin gespecialiseerd zijn. Aantal ondernemingen De juweliersbranche bestaat uit 1495 ondernemingen (in 2007) en zit in een dalende lijn, gezien vanaf De meeste bedrijven tellen één vestiging. Zo'n 5% van de bedrijven heeft meerdere vestigingen. In deze ondernemingen zijn 6200 personen werkzaam (2008). Bedrijfsomvang Zoals in figuur 1 is te zien, varieert de bedrijfsomvang van juweliersbedrijven nogal. Maar de zelfstandigen zonder personeel (28 %) en ondernemingen met twee werkzame personen (24 %) vormen samen de meerderheid van de branche. 30 De branchegegevens in dit hoofdstuk zijn afkomstig uit onderzoek van EIM van

62 Figuur 1 Bedrijfsomvang aantal werkzame personen in % aantal juweliersbedrijven 4% 13% 28% 1 werkzame persoon 2 werkzame personen 31% 3 t/m 5 werkzame personen 6 t/m 10 werkzame personen 11 en meer werkzame personen 24% Bron: EIM (2008) Omzet De omzet van de juweliersbranche komt voor het grootste deel voort uit de verkoop van sieraden en uurwerken (zie figuur 2). Figuur 2 Gemiddelde omzetsamenstelling 2% 27% 5% 5% 7% 3% 51% verkoop van zelf vervaardigde edelmetalen voorwerpen verkoop van sieraden verkoop van kleine uurwerken: horloges verkoop van grote uurwerken: klokken verkoop van overige artikelen reparatieomzet uurwerken reparatieomzet sieraden Bron: EIM (2008) 62

63 Indexcijfers Door de conjunctuurgevoeligheid van de juweliersbranche komt de economische crisis harder aan dan in de totale (non-food) detailhandel (zie figuur 3). De consument maakt onderscheid in producten die in het dagelijks leven noodzakelijk zijn en producten waarvan de aankoop makkelijk geschrapt of uitgesteld kan worden. Branches in de detailhandel die het vaak van de laatste paar maanden van het jaar moeten hebben, zoals Juwelier, realiseerden eind 2009 geen omzetgroei. Juwelier zetten in december 2009 duidelijk minder om dan in december De juweliers noteerden een omzetverlies van 10%. Normaliter halen juweliers ongeveer 20% van hun omzet uit de laatste twee maanden van het jaar. Over heel 2009 boekten juweliers ruim 8% minder omzet. Het omzetverlies in de totale detailhandel bedroeg bijna 5%. Figuur Omzetontwikkeling juweliers en non-food juweliers winkels in non-food artikelen Jaartal Bron: CBS (2010) (indexcijfers omzetomzetontwikkeling, 2005 = 100) In 2008 was de omzetdaling van juweliers een stuk kleiner (1,8%). In 2007 was nog sprake van een toename van 3% 31. In tijden van economische onzekerheid neemt de belangstelling voor de goudmarkt toe; de goudprijzen zijn sinds 2001 aan het stijgen 32. Ondanks de steeds hogere goudprijzen verandert het bestedingspatroon niet, maar wordt de consument wel voorzichtiger. Het effect van een hoge goudprijs is ook dat er meer zilveren sieraden worden gekocht door de consumenten, maar ook de zilverprijs blijft doorstijgen. Uit figuur 4 blijkt dat december de absolute topmaand blijft voor de totale branche van juweliers (gratificatie). Ook in mei laat de omzet een piek zien (vakantiegeld). In de belangrijke decembermaand van 2009 was de omzet 15% lager dan in dezelfde maand van Voor het eerst sinds 2003 daalde in 2009 de decemberomzet 33. Figuur 4 Omzetontwikkeling HBD, (2010) branche juweliers/feiten & cijfers 32 Rabobank, bedrijven/mkb feiten & cijfers/ branche detailhandel non-food/juweliers 33 HBD, (2010) branche juweliers / feiten & cijfers 63

64 Indexcijfers 150 Omzetontwikkeling juweliers e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Kwartaal Bron: CBS (2010) (indexcijfers omzetontwikkeling, 2005 = 100) Brancheontwikkelingen Samenwerking De juweliersbranche zoekt ook steeds meer de samenwerking in ketenvorming. Het merendeel van de juweliers (88%) opereert als ongebonden zelfstandige. Volgens de brancheorganisatie is dit het gevolg van de grote rol die het vertrouwen tussen de klant en de juwelier speelt. Hierdoor is de persoon van de juwelier van groot belang. Een beperkt aantal winkels is aangesloten bij een inkooporganisatie (3%) en 9% maakt als filiaal of franchiseorganisatie deel uit van een keten 34. Overigens is wel een groot aantal juweliers (ongeveer 750) lid van de brancheorganisatie NJU (Nederlandse Juweliers- en Uurwerkenbranche). Er zijn tot op heden geen samenwerkingsverbanden aangegaan met juweliers(-ketens) in de ons omringende landen. De bijouteriemarkt werkt meer grensoverschrijdend. De juweliersbranche zoekt wel samenwerking in ketendigitalisering. De inkoop bij de juwelier is voorzichtiger geworden. De voorraad moet kleiner en de bestelsnelheid moet groter zijn. De importeurs spelen hier al steeds beter op in. Er wordt steeds beter gekeken naar de kredietwaardigheid van individuele bedrijven. Met het project digitale samenwerking in de sieraden en horlogebranche spelen de Federatie Goud Zilver (FGZ), het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) en TNO in op deze behoefte. 34 HBD, (2010) branche juweliers / feiten & cijfers 64

65 Het doel is het bereiken van tijd- en geld besparing door het berichtenverkeer tussen groot- en detailhandel meer te digitaliseren en door standaardisering beter op elkaar af te stemmen. Hierdoor kan efficiënter voorraadbeheer, een hogere omloopsnelheid en beter inspelen op trends worden bereikt 35. Het project bevindt zich in de pilotfase. Webwinkel In 2008 beschikte bijna 75% van de bedrijven over een eigen website. Hoewel er geen nieuwe cijfers beschikbaar zijn voor de juweliersbranche afzonderlijk, is aannemelijk dat dit percentage nu hoger is. De website wordt gebruikt voor het verstrekken van algemene informatie over het bedrijf, informatie over product/dienst, klantenservice en voor online verkoop (betalen en bezorgen). De online verkoop lag in 2008 op ongeveer 31% van de bedrijven met een eigen website. Dit percentage ligt waarschijnlijk op dit moment iets hoger. De jongere consument tot 40 jaar met een modaal inkomen of hoger doet inmiddels bijna de helft van de nietdagelijkse boodschappen via internet. Dat is een stijging van 15% ten opzichte van een jaar geleden 36. De juweliers vinden het lastig zich goed via internet te profileren of besteden hieraan onvoldoende aandacht. Er zijn bedrijven die websites bouwen en onderhouden voor juweliers. Op dit moment is er een brancheplatform in ontwikkeling waar juweliers simpel een eigen website kunnen realiseren tegen geringe kosten en waarvan het assortimentaanbod en de uitlevering in samenwerking met en door aangesloten groothandels wordt uitgevoerd. Door de grote hoeveelheid informatie op internet weet de consument veel over producten en prijzen en is hij/zij goed voorbereid. Gevolg is dat de consument reeds weet wat hij wil. Dit betekent voor juweliers dat zij steeds meer optreden als verkoper in plaats van adviseur. Daarnaast is het van belang dat de juwelier zijn vakkennis doorontwikkelt. Naast het volgen van een opleiding is de portal GZU-online 37 een voorbeeld om kennis bij te houden en te ontwikkelen. Het gaat meer en meer om service en vriendelijkheid, beleving en uitstraling. Kwaliteit is een vanzelfsprekendheid geworden. Maar wanneer dit niet in orde is, komt de consument niet terug 38. Er worden steeds meer artikelen ter reparatie aangeboden die men via internet voor een lagere prijs heeft aangeschaft. Het blijkt dat dit met name binnen de garantieperiode nogal eens voor problemen zorgt, aangezien de klant zijn artikel niet bij de(zelfde) winkel heeft gekocht. Beleving De eenduidige juweliersklant verdwijnt, elke groep heeft behoefte aan een andere uitstraling en benadering. Dit vraagt de juweliers een keuze te maken voor een specifieke doelgroep (trendy of luxezaak). Enkele juweliers experimenteren de laatste jaren met de inrichting van de winkel om zodoende een onderscheidend karakter uit te dragen, met de juiste look en feel. Bij deze bedrijven staat de klant nog centraal en is het servicegericht zijn de kracht van de onderneming. Bedrijven waar de snelle verkoop centraal staat, zien dat hun omzet onder druk komt te staan. De oorzaak is dat veel van de artikelen via internet makkelijk, veilig en vaak goedkoper kunnen worden aangeschaft. Hun laagdrempelig zijn heeft bijna geen meerwaarde meer. De kleinere juweliers worstelen met een te breed assortiment en een rebranding is vanwege grote investeringen een groot probleem. Ook in deze branche is er een toenemende vergrijzing. Er ontstaat langzaam een overnamegolf onder juweliersondernemers. 35 Edelmetaal (april 2010) 36 Edelmetaal (jan./feb. 2010) pagina Edelmetaal (okt. 2009) 38 Edelmetaal (2009). Themanummer e-commerce (pag ). Edelmetaal, Voorburg. 65

66 Een algemene tendens onder consument is dat zij behoefte hebben aan beleving en een authentiek verhaal. Zij zien graag hoe de producten tot stand komen. Werd in het recente verleden het atelier vaak als verloren ruimte gezien, nu wordt het ambacht weer meer in de etalage gezet. Juwelier met eigen atelier is weer een verkoopargument geworden. Veel parttime goudsmeden en uurwerkmakers bezetten deze ateliers voor een dagdeel of voor enkele dagen. Juweliers verkopen de mooiste collecties op horlogegebied, maar lijken de after-salesaspecten nog niet serieus te nemen. Het verkrijgen van merkonderdelen wordt steeds moeilijker. Goed geauditeerde ateliers en kundige horlogemakers blijven verstoken van (revisie-)onderdelen. Productbeveiliging De veiligheid voor eigen personeel en klanten is steeds beter gewaarborgd. Werd een sluizensysteem eerst als een extra barrière gezien, dit is nu veranderd in een kwaliteitskenmerk voor de betere juwelier. Opleiden van leerlingen, stagiairs, werknemers met het oog op de veiligheid is algemeen gebruik geworden. Vanuit de overheid is de landelijke regeling Veiligheid Kleine Bedrijven (VKB) gestart. Hierbij krijgen kleine bedrijven gedeeltelijke onkostenvergoeding voor het beveiligen van hun bedrijf 39. Vooralsnog heeft hierbij de nadruk vooral gelegen op de beveiliging van de winkel. De branche is echter al geruime tijd aan het nadenken over beveiliging van het product zelf, voornamelijk horloges en sieraden uit het hoge(re) prijssegment met behulp van micro-dottechnologie en dna-code. Door de steeds geavanceerde technieken om (kleur-)stenen op te waarderen is het steeds meer van belang dat de determinatie gebeurt door een specialist met de benodigde apparatuur. Determineren met alleen gebruikmaking van de loep is onvoldoende. De beveiligingscommissie van de Federatie Goud & Zilver geeft een tweemaandelijkse nieuwsbrief uit met tips. Zij hebben een waarschuwingssysteem en een register van vermiste horloges. 39 Edelmetaal, nov

67 6.3 Arbeidsmarktsituatie Werkgelegenheid Volgens het EIM-onderzoek (2008) waren er in 2007 ongeveer personen werkzaam in de juweliersbranche. Dit kwam neer op ongeveer banen. Het aantal banen is in de jaren daarna iets gegroeid, maar daalde na In 2010 bedroeg het totaal aantal banen in de branche Parttime werk (tussen 16 en 32 uur per week) komt het meest voor in deze branche (51%). Ongeveer 26% van het personeel kan aangemerkt worden als "Hulpkrachten" met een baanomvang van minder dan 16 uur per week. Het percentage fulltimebanen ligt op ongeveer 23%. Tabel 1 Baanomvang in juweliersbranche 2010 (exclusief ondernemers, meewerkende gezinsleden en uitzendkrachten) Aantal banen in uur of meer per week 23% 32 tot 38 uur per week 9% 24 tot 32 uur per week 18% 16 tot 24 uur per week 24% minder dan 16 uur per week 26% Bron: HBD (2011) Veel voorkomende functies De grootste groep werkzame personen (40%) is werkzaam in de functie van verkoopmedewerker. 44% van alle werkzame personen is in een juweliersfunctie werkzaam: aspirant-juwelier, juwelier, juwelier-bedrijfsleider, juwelier-ondernemer (in totaal ruim personen). Man-vrouwverhouding De man-vrouwverhouding in de juweliersbranche is voor de ondernemers 50%-50% en voor de werknemers 20%-80%. Dit betekent dat er in deze branche beduidend meer vrouwen werkzaam zijn dan in de totale detailhandel 40. Bedrijfsopvolging Bedrijfsopvolging is nog steeds een issue, want het aandeel oudere ondernemers is nog aanzienlijk. In 2008 was 40% van de ondernemers 50 jaar en ouder 41. Overname is niet makkelijk voor jonge ondernemers, vanwege het aanzienlijke geïnvesteerde kapitaal. Een radicale uitverkoop biedt een mogelijkheid voor de startende opvolger. In 2008 werd 44% van de nieuwe bedrijven overgenomen van hetzij familie, hetzij een vroegere werkgever of een andere partij 42. Als gevolg van de huidige economische crisis is het voor starters voorlopig erg moeilijk om zonder eigen vermogen een juweliersbedrijf te starten met bankkrediet. 40 HBD (2010): branche juweliers / feiten & cijfers 41 HBD, (2008) branche juweliers / feiten & cijfers 42 EIM,

68 % werkzame personen Leeftijdsopbouw De leeftijdsopbouw in de juweliersbranche (figuur 5) verschilt van aanpalende branches als de uurwerktechniek en de goud- en zilversmeden. In de juweliersbranche werken namelijk relatief meer jongere werknemers (18 t/m 34 jaar), vooral als verkoopmedewerker. Als de leeftijdsopbouw echter wordt vergeleken met die van de (alle) werkzame personen in Nederland wordt duidelijk dat het percentage juweliers tot en met 34 jaar 18% lager ligt. Men ziet dat het percentage werkzame personen tot en met 44 jaar in de juweliersbranche lager ligt dan in de totale groep werkzame personen. Daarentegen is het percentage werkzame personen tussen de 45 en 65-plus in de juweliersbranche groter dan dat in de totale groep werkzame personen in Nederland. Figuur 5 35% 30% 25% 20% Leeftijdsopbouw werkzame personen juweliers 31% 25% 25% 23% 21% 21% Leeftijdsopbouw werkzame personen in Nederland (CBS 2011) Leeftijdsopbouw werkzame personen juweliers 15% 15% 14% 10% 8% 10% 7% 5% 0% t/m 24 jaar 25 t/m 34 jaar 35 t/m 44 jaar 45 t/m 54 jaar 55 t/m 64 jaar65 jaar en ouder Bron: EIM (2008), CBS (2011) Arbeidsmarktperspectief Uit de vacaturepeiling door EIM in september 2007 bleek er een grote behoefte te zijn aan verkoopmedewerkers juwelier. Een kleine 10% van de juwelierszaken had één of meerdere vacatures. In juni 2009 heeft de SVGB een vacaturepeiling gedaan, waaruit een sterke daling bleek. Deze is hoofdzakelijk te verklaren door de recessie. Tijdens de metingen van november 2009 is het aantal alweer gestegen en de metingen van februari en juni 2010 geven geen grote veranderingen. Het is echter wel opvallend dat het aantal vacatures in juni 2011 aanzienlijk is gestegen. Dit is vooralsnog moeilijk te verklaren en er kunnen nog geen uitspraken worden gedaan over een mogelijke trend. Wel is te zien dat de meeste vacatures te vinden zijn bij de juweliers in het lagere segment, waar over het algemeen meer verloop is. Tabel 2 Vacaturepeiling in juweliersbranche Juweliers November 2009 Februari 2010 Juni 2010 Juni 2011 Aantal vacatures Bron: SVGB (2009, 2010, 2011) 68

69 De vacatures zijn uit vakbladen en op internet bij individuele bedrijven en op vacaturewebsites geïnventariseerd. De vacatureaantallen geven een indicatie van het aantal vacatures in de branche en de ontwikkeling daarvan in de afgelopen twaalf maanden. Het werkelijke aantal vacatures ligt waarschijnlijk iets hoger. Verwachting voor de komende jaren Binnen de juweliersbranche is er een structurele behoefte aan verkoopmedewerkers met vakkennis. 40% van de instroom komt van buiten de branche en is (nog) niet opgeleid 43. Vakschool Schoonhoven heeft voor deze groep een deeltijd-bol opleiding ontwikkeld, waarin zij vakkennis kunnen opdoen. Het verloop (in- en uitstroom) in de branche zit met name in de functie van verkoopmedewerker. De verklaring hiervoor is het relatief lage salaris in vergelijking met verkoopmedewerkers in andere detailhandelbranches 44. Op de middellange termijn is er behoefte aan nieuwe juweliers (vervangingsvraag). Een grote groep juweliers gaat de komende jaren met pensioen en moet vervangen worden. 6.4 Onderwijsinformatie Eén landelijke vakschool Binnen de juweliersbranche worden momenteel twee opleidingen verzorgd waarin de nieuwe leerlingen kunnen instromen. In de huidige kwalificatiestructuur is de kwalificatie Juweliersbedrijf opgenomen met als diplomeringsmogelijkheden: - het diploma Medewerker Juwelier, mbo-niveau 3 - het diploma Juwelier, mbo-niveau 4 Alle genoemde opleidingen worden aangeboden bij de Vakschool Schoonhoven, onderdeel van ROC Zadkine. Deze vakschool verzorgt ook deeltijdopleidingen en cursussen. Overzicht gevulde bpv-plaatsen en leerbedrijven In onderstaand schema ziet u een overzicht van het aantal gevulde leerbedrijven per CWI-regio. Er is een opsplitsing gemaakt naar gevulde leerbedrijven in eerste en tweede stageperiode en het totaal aantal leerbedrijven. 43 EIM, SZW (2007): 69

70 Figuur 6 Legenda Gevulde leerbedrijven tijdens 1 e stage (BOL+BBL) Gevulde leerbedrijven tijdens 2 e stage (BOL+BBL) Bron: SVGB (2011) Leerbedrijven Er zijn voldoende leerbedrijven voor juweliers, zelfs in het buitenland is een leerbedrijf actief. Een overzicht met het aantal leerbedrijven staat in de bijlage aan het eind van dit hoofdstuk. Er is zelfs sprake van een behoorlijk overschot. Dit heeft vooral te maken met het geringe aantal leerlingen voor de opleidingen. Daarnaast zijn de bedrijven zich steeds meer bewust van hun opleidingstaken en willen zij daarin investeren. De afgelopen jaren is het aantal leerbedrijven dan ook fors gegroeid. Er zijn relatief veel leerbedrijven erkend in de regio s Middenwest en Zuidwest. Dit heeft voor een deel te maken met het feit dat veel voltijd bol-leerlingen in deze regio s op kamers wonen rondom de locatie van de opleiding. Zij zoeken het liefst een bedrijf in de buurt. De leerlingen van de deeltijd bol opleiding kiezen een stage plaats in de buurt van de woonplaats waar zij oorspronkelijk vandaan komen. Wanneer er minder leerbedrijven dan leerlingen zijn in een regio, is dat op drie manieren ondervangen. Ten eerste hebben sommige leerbedrijven meerdere praktijkopleiders en ook meer leerplaatsen. Ten tweede kunnen veel leerlingen in aangrenzende regio s of in de regio van de oorspronkelijke woonplaats terecht. Ten derde kunnen leerlingen zelf een bedrijf uitzoeken dat vervolgens, als het aan de erkenningscriteria voldoet, wordt erkend. Leerlingaantallen Ten opzichte van het schooljaar (2008/2009) met 82 leerlingen is het aantal leerlingen in het schooljaar 2009/2010 met 6 leerlingen gedaald naar 76. In 2010/2011 is het aantal verder gedaald van 76 naar 68 leerlingen. De deeltijd bol-opleiding is nog steeds een succes wat te verklaren is door de grote behoefte van de ondernemers om hun personeel kort en flexibel op te leiden naast hun werk in de winkel (bbl-opleidingstructuur). Het verder opleiden van eigen personeel wordt als een goede bijdrage gezien om zich staande te houden ten opzichte het grootwinkelbedrijf en de bijouteriesector. 70

71 jaar De opleiding levert een diploma op, is flexibel en afgestemd op de werksituatie en het CFI geeft hiervoor ook een stimuleringssubsidie. Via de Nederlandse Juweliers- en Uurwerkenbranche (NJU) kan de scholing van medewerkers voor 80 % gesubsidieerd worden, 40 % uit het Sociaal Fonds Detailhandel en 40 % uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) via het HBD. Ook loondervingkosten worden door het Sociaal Fonds vergoed. De nieuwe voltijd-bolopleiding Medewerker Juwelier op niveau 3 trekt dit jaar drie nieuwe leerlingen aan. De vraag is dan ook wat de arbeidsmarktrelevantie is van deze opleiding en of de gekozen leerweg aansluit bij de behoefte in de branche en aantrekkingskracht heeft voor potentiële leerlingen. Gediplomeerden De oude opleidingstitels zijn Juwelier/Ondernemer en Aspirant Juwelier, de nieuwe titels zijn Juwelier en Medewerker Juwelier. De oude opleiding Aspirant Juwelier op niveau 2 wordt niet meer aangeboden en is aflopend. De nieuwe kwalificatie, Medewerker Juwelier, heeft in 2010 voor het eerst een gediplomeerde uitstroom. In 2010 hebben zeven deelnemers deze kwalificatie behaald. Daarnaast zijn er twee deelnemers uitgestroomd met het diploma Juwelier/Ondernemer en negen deelnemers met het diploma Juwelier (zie figuur 7). Figuur 7 Gediplomeerde uitstroom opleiding juwelier Aspirant Juwelier Juwelier Juwelier/Ondernemer Medewerker Juwelier aantal gediplomeerden Bron: DUO (2011) Kenmerken leerlingenpopulatie De helft van de leerlingen die de opleiding Juwelier volgt, heeft een vooropleiding vmbo theoretische leerweg. Daarnaast heeft de opleiding met 19 % relatief veel leerlingen met havo als vooropleiding in vergelijking met andere mbo-opleidingen. 71

72 Figuur 8 Vooropleiding leerlingen juweliers % 4% 3% 19% 37% Lager onderwijs VMBO TL VMBO excl. TL HAVO VWO MBO Hoger onderwijs 19% 15% Bron: DUO (2011) De leeftijd van de leerlingen in de opleiding juwelier is in vergelijking met andere bol-opleidingen relatief hoog. 34% is in de leeftijdscategorie jaar. De grootste groep heeft een leeftijd van jaar (54%) en zo n 12% is ouder dan 25 jaar. Figuur 9 Leeftijdsopbouw opleiding juwelier % 3% 34% jaar jaar jaar jaar 54% Bron: DUO (2011) 72

73 6.5 Bijlagen hoofdstuk juweliers Tabel 1: Aantal leerlingen juweliers schooljaar 2010/2011 uitgesplitst naar CWI-district Juwelier (10297) Juweliersbedrijf (medewerker juwelier) (92810) Juwelier/Ondernemer (10293) Juweliersbedrijf (juwelier) (92820) Juweliersbedrijf (juwelier) (92820) Totaal Niveau 3 (BOL Deeltijd) Niveau 4 (BOL Voltijd) Niveau 4 (BOL Deeltijd) Middenwest Noord 1 1 Noordwest Oost Zuidoost Zuidwest Totaal Bron: DUO-CFI (2011) Tabel 2 Ontwikkeling leerlingaantallen juweliers Jaar Aantal leerlingen Bron: DUO-CFI ( ) 73

74 Tabel 3: Aantal leerbedrijven juweliers schooljaar 2010/2011 uitgesplitst naar CWI-district Medewerker juwelier (92810) Juwelier (92820) Niveau 3 Niveau 4 Middenwest Noord 12 9 Noordwest Oost Zuidoost Zuidwest Buitenland 1 Totaal Bron: SVGB (2011) Bronverwijzingen Onderzoeksrapporten EIM (2008). Structuuronderzoek Juweliers EIM, Zoetermeer. HBD (2005). Ervaringen uit het verleden zijn (g)een garantie voor de toekomst. HBD, Den Haag. ABN AMRO sector Research (2008). Brancherapport Visie op retail (pag ). ABN AMRO, Amsterdam. TNO Defensie en Veiligheid in opdracht van Hoofdbedrijfschap Detailhandel (2008). Productbeveiliging Juweliersbranche. TNO, Den Haag. Vakbladen Edelmetaal (2009). Themanummer e-commerce (pag ). Internet branche juweliers / feiten & cijfers bedrijven/ advies / cijfers en trends/ branches/ detailhandel non-food / juweliers retail

75 7. KERAMISTEN 7.1 Inleiding De keramiekbranche kenmerkt zich door kleinschaligheid en exclusiviteit. Of de verkoop in de branche te lijden heeft onder de recessie is moeilijk te zeggen. De meest recente 'harde' onderzoeksgegevens zijn van Er lijkt zich een tendens af te tekenen van lagere omzetten. Wel blijft er een markt voor exclusief keramiek. Mede door de sterke vergrijzing is er op de arbeidsmarkt ruimte voor jonge, goed geschoolde vakmensen. De mboopleiding voor keramisten is in september 2010 van start gegaan. De belangrijkste bevindingen uit recent onderzoek (EIM, 2007) zijn als volgt samen te vatten. Het aantal bedrijven neemt af. Hierbij spelen de economische crisis en de sterke vergrijzing van de beroepsgroep mogelijk een rol. 40 % van de omzet van keramisten wordt behaald door directe verkoop aan de consument. Presenteren van het werk via keramiekmarkten en exposities is hiervoor een belangrijk promotiemiddel. De CAD/CAM-studio van het EKWC (Europees Keramisch Werkcentrum) biedt mogelijkheden om te experimenteren met digitale ontwerp- en productietechnieken. De opleiding Creatief Vakman is gestart op het SintLucas te Boxtel. Er zijn ongeveer vijf studenten die keramiek als hoofdvak kiezen in het tweede jaar. 7.2 Branche Brancheomvang Eind 2006 bestond de keramiekbranche nog uit 565 ondernemingen waarin 710 personen werkzaam waren. De verwachting was dat de werkgelegenheid voor 2007 constant zou blijven. Uit gepubliceerde cijfers van het HBA 45 blijkt dat in vergelijking met 2009 het aantal ondernemingen in 2010 is gedaald met 8% tot 286 ondernemingen. De afname van het aantal ondernemingen is mogelijk te verklaren door de economische crisis. Daarnaast kan de sterke vergrijzing van de branche een rol spelen in de afname. Het verschil tussen de brancheomvang in het EIM-rapport van 2007 en in de cijfers van het HBA over 2009/2010 is heel groot. We kunnen dat niet eenvoudig verklaren, maar we vermoeden dat er van verschillende bestanden gebruik is gemaakt. 45 HBA, factsheet juni

76 Figuur1 Bedrijfsomvang aantal werkzame personen in % aantal keramiekbedrijven 4% 15% 1 werkzaam persoon 2 werkzame personen 3 of meer werkzame personen 81% Bron: EIM (2007) Branche-omzet In 2005 was de totale omzet voor de branche 12,6 miljoen euro (EIM, 2007) en de verwachting was dat die omzet in 2006 nauwelijks zou groeien. Recente cijfers over omzet zijn niet beschikbaar, maar in het licht van de huidige economische ontwikkelingen is het te verwachten dat de omzet gedaald zal zijn. Figuur 2 Gemiddelde omzetsamenstelling 10% 6% 13% Gebruiksaardewerk, vaatwerk Overige gebruiksgoederen 12% Sieraardewerk: decoratie en inrichting Siertegels 26% Cadeaus, relatiegeschenken, souvernirs Kunst 16% Lesgeven (niet in loondienst) Overige activiteiten 11% 6% Bron: EIM (2007) Rechtstreekse verkoop aan de consument via eigen winkel, galerie, atelier of op markten is goed voor ruim 40% van de omzet. Het directe contact met de consument is dus een belangrijk verkoopkanaal. Het aanwezig zijn op keramiekmarkten leidt tot relatief weinig omzet in vergelijking met de investering (tijd en deelnamekosten). Het aanwezig zijn op deze evenementen dient naast verkoop ook vooral een promotioneel doel. 76

77 De keramiekmarkten en evenementen zijn voor de consument een ideale manier om werk van de verschillende keramisten met elkaar te vergelijken en een keus te bepalen. Ongeveer even groot is de omzet via derden: galeries, winkels en groothandels. Deze relaties ontstaan meestal via een netwerk waarin opdrachtgevers zoeken naar een vakman met bepaalde kennis of specialiteiten. In hoeverre sociale media zoals Facebook hier in rol in spelen is nog niet onderzocht. Figuur 3 Gemiddelde omzet naar soorten afzetkanalen in % van de totaalomzet 12% 18% 14% 35% Eigen winkel of galerie, rechtstreeks uit atelier Galeries Markten Groothandel Winkels in de gemengde branche, woonwinkels etc. Andere kanalen 8% 13% Bron: EIM (2007) Ontwikkelingen in de branche Promotie en presentatie Voor verkoop van het werk is de keramist afhankelijk van bekendheid van zijn werk bij het publiek. Naast de bekende keramiekmanifestaties en keramiekmarkten in binnen- en buitenland (Goudse keramiekdagen, Keramisto) heeft de keramist ook de mogelijkheid om deel te nemen aan exposities. Dat kan solo, maar gebeurt ook vaak in groepsverband. De exposities verbinden kunstenaars rond een thema of een materiaal. Keramisch Netwerk Almelo is een goed voorbeeld van een groep keramisten die zich laat inspireren door een historische locatie: een leegstaande fabriekshal waar tot voor kort de weverij van Ten Cate was gevestigd. Daarnaast worden er in verschillende regio s ook kunstroutes en open atelierdagen georganiseerd, waarbij het publiek kennismaakt met de vakman of vrouw/kunstenaar in het eigen atelier. Voor jonge keramisten kunnen dit soort initiatieven een belangrijke springplank zijn om een eigen collectie en stijl te ontwikkelen en onder de aandacht te brengen van een breder publiek. Samenwerking met kunstenaars van een andere discipline kan tot inspiratie en nieuwe ideeën leiden. Techniek Toepassing van digitale technieken in het ambachtelijk keramiekbedrijf zal toenemen. Naast software voor het berekenen van de samenstelling van glazuren (glaze manager) is bij het digitaal ontwerpen en produceren van bijvoorbeeld mallen voor productieseries steeds meer mogelijk

78 Hoewel de apparatuur voor de individuele keramist mogelijk nog te kostbaar is, zijn er organisaties en bedrijven die ontwerpers de mogelijkheid bieden om met de technieken te experimenteren. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de CAD/CAM studio bij het Europees Keramisch Werkcentrum Ter illustratie van de mogelijkheden van deze techniek staat er een video op de pagina van de CAD/CAM studio: The Making of AudioWear by Elasticbrand. Audiowear, is a series of musical jewelry inspired by idiophone and aerophone instruments and the acoustic quality of clay : a Trumpet bracelet, a Guiro cuff, a Whistle necklace, a Pan-flute collar, a Rattle and Xylophone bangles. Designed in Rhino software, the models were first printed on the ZPrinter 450. Moulds were designed by splitting the models into parts and printing contra-mould parts for some more complex objects. After building the plaster moulds, all the instruments were slip-cast in porcelain 47. Stills van de video

79 % werkzame personen 7.3 Arbeidsmarktsituatie Het aantal werkzame personen in de branche bedroeg in 2006 ongeveer 700 waarvan een groot deel parttime. Omgerekend kwam het arbeidsvolume neer op 500 fte. Driekwart van de werkzame kermisten valt in de leeftijdscategorie tussen 45 en 65 jaar en dat is opvallend hoger dan het Nederlandse gemiddelde. Ook de Nederlandse Vakgroep Keramisten meldt dat bijna driekwart van haar leden rond de 60 jaar of ouder is. Figuur 4 40% 35% 30% 25% 20% Leeftijdsopbouw werkzame personen keramiek 37% 38% 25% 25% 21% Leeftijdsopbouw werkzame personen in Nederland (CBS 2011) Leeftijdsopbouw keramisten 15% 10% 15% 11% 14% 11% 5% 0% 1% 2% t/m 24 jaar 25 t/m 34 jaar 35 t/m 44 jaar 45 t/m 54 jaar 55 t/m 64 jaar Leeftijdscategorie 65 jaar of ouder Bron: EIM (2007), CBS (2011) Er zijn meer vrouwen dan mannen in de keramiek werkzaam : 64% is vrouw. Uit gegevens van het EIM-rapport van vijf jaar geleden blijkt dat het opleidingsniveau van de ondernemer in de keramiekbranche hoog is. Iets meer dan de helft van de ondernemers heeft een opleiding in het hoger onderwijs gevolgd (hbo, heao of hts), waarvan de helft (dus ongeveer een kwart van alle ondernemers) de studierichting kunst heeft gevolgd. Werkgelegenheid In 2007 constateerde het EIM al dat er sprake was van een van nature haast statische situatie op het vlak van werkgelegenheid. De branche bestaat voor 81% uit zelfstandigen zonder personeel (zzp ers) die vaak niet de mogelijkheid en/of de ambitie hebben om te groeien. De SVGB pluist zo'n drie maal per jaar de media uit voor vacatures in de creatieve & ambachtelijke techniek. De keramiekbranche bestaat echter overwegend uit eenpersoonsbedrijven die geen behoefte hebben aan personeel. Er zijn daardoor nauwelijks vacatures te vinden voor keramisten. Het is daarom beter niet te spreken van werkgelegenheid maar van 'ruimte op de arbeidsmarkt'. Deze ruimte is er voor jong(denkend)e, ondernemende keramisten die vakmanschap combineren met design en een toekomstgerichte blik. 79

80 7.4 Onderwijsinformatie Project Voorrang voor Creatief Vakmanschap 48 De ontwikkeling van de opleiding Creatief Vakman vindt plaats binnen het project Voorrang voor creatief vakmanschap. Dit initiatief is ontstaan vanuit een uniek samenwerkingsverband van innovatieve bedrijven, musea, belangen- en brancheorganisaties, die zich hebben verenigd in een platform dat zich tot doel heeft gesteld het creatief vakmanschap in Nederland te behouden en nieuwe impulsen te geven. SintLucas, Vakschool Schoonhoven, HMC mbo vakschool Amsterdam en SVGB kenniscentrum zijn de uitvoerende partners, die gezamenlijk het doel hebben om uiterlijk 30 juni 2012 te komen tot een duurzame opleidingsvoorziening voor de creatief-technische sector. Hiervoor wordt er met twee verschillende opleidingsconcepten geëxperimenteerd. Het vormen van een kennisnetwerk en de voorbereiding van een startersportaal zijn belangrijke middelen om docenten, praktijkopleiders en studenten te professionaliseren zodat dit doel gerealiseerd wordt. SintLucas, HMC mbo vakschool Amsterdam en Vakschool Schoonhoven ontwikkelen de opleiding Creatief Vakman onder het logo Creatief Vakman. SintLucas en HMC mbo vakschool Amsterdam werken van breed naar smal, waarbij leerlingen zich eerst verdiepen in een breed spectrum en zich daarna specialiseren. Vakschool Schoonhoven werkt van smal naar breed: leerlingen specialiseren zich in één richting en vergroten in een later stadium hun kennis van materialen en technieken. Beide opleidingsconcepten hebben een curriculum waarin de kerntaken vervaardigen, vormgeven en ondernemen integraal aangeboden worden. Onderzocht wordt of beide opleidingsconcepten tot duurzame resultaten leiden in termen van kwaliteit van de studenten en financiële haalbaarheid en wat de kritische succesfactoren zijn. Het vormen van een kennisnetwerk is een noodzakelijke voorwaarde voor het ontwikkelen van een duurzaam opleidingsconcept én voor de toekomst van het creatief vakmanschap. Onderdeel van het project is het inventariseren van de bestaande kennis, het peilen van de kennisbehoefte bij (in eerste instantie) docenten en praktijkopleiders en het organiseren van de beschikbaarheid van de verzamelde kennis. Creatieve vakmensen, designers, musea, bedrijven en brancheorganisaties worden in contact gebracht met docenten, praktijkopleiders en studenten. Onderzocht wordt of dit kennisnetwerk daadwerkelijk leidt tot verhoging van de professionaliteit van docenten en praktijkopleiders. Een onderdeel van het project dat gericht is op de verdere toekomst is de voorbereiding van een startersportaal. Via dit portaal zullen de opgeleide creatief ondernemers gedurende de beginjaren van hun onderneming ondersteund kunnen worden. Opleiding SintLucas - Creatief Vakman De opleiding Creatief Vakman is gestart met een oriëntatiejaar, waarin de studenten in aanraking komen met verschillende materialen, zoals hout, keramiek, textiel en leer. Na een jaar maken de leerlingen een keuze voor één van de uitstroomrichting hoedenmaker, lederwarenmaker, ambachtelijk schoenmaker of keramist. Excellent vakmanschap, vormgeving en ondernemerschap zijn de kernwaarden die hen verbinden. Kenmerken leerlingenpopulatie Het merendeel van de leerlingen komt rechtstreeks van de middelbare school: vmbo, havo of vwo. 48 Deze informatie is afkomstig uit het projectplan Voorrang voor Creatief Vakmanschap 80

81 Aantal leerlingen Figuur Vooropleiding leerlingen Creatief Vakman 19 ROC Friesland College (ontwerpend meubelmaker) Vakschool Schoonhoven (glazenier) Sint Lucas (keramist, lederwarenmaker, ambachtelijk schoenmaker, hoedenmaker) Vooropleiding Bron: DUO (2011) Dat is ook terug te zien in de leeftijdsopbouw: de leerlingen van de opleiding Creatief Vakman bij SintLucas zijn overwegend jong: tussen de 16 en 19 jaar. 81

82 Aantal leerlingen Aantal leerlingen Figuur 6 35 Leeftijdsopbouw leerlingen Creatief Vakman ROC Friesland College (ontwerpend meubelmaker) 25 Vakschool Schoonhoven (glazenier) Sint Lucas (keramist, lederwarenmaker, ambachtelijk schoenmaker, hoedenmaker) jaar20-24 jaar25-29 jaar30-34 jaar35-39 jaar40-44 jaar45-49 jaar50-54 jaar55-59 jaar60-65 jaar Leeftijdscategorie Bron: DUO (2011) Het verschil in leeftijdopbouw tussen de deelnemers aan de glazeniersopleiding en de andere deelnemers aan de opleidingen Creatief Vakman is te verklaren uit het feit dat de glazeniersopleiding ook een deeltijdvariant kende. Hierbij ligt de leeftijdsgrens op 27 jaar en ouder. Een ander opvallend kenmerk is dat 90% van de leerlingen vrouw is. Het verschil in man-vrouw verhouding met de andere opleidingen Creatief Vakman is voor een deel te verklaren uit de aard van het materiaal: textiel en leer en vooral de producten tassen en schoenen sluiten makkelijk aan bij de interesse van jonge vrouwen. Hout trekt traditioneel weer meer jonge mannen (Friesland College). Figuur Man/vrouwverdeling opleiding Creatief Vakman Man 23 Vrouw ROC Friesland College (ontwerpend meubelmaker) Vakschool Schoonhoven (glazenier) Sint Lucas (keramist, lederwarenmaker, ambachtelijk schoenmaker, hoedenmaker) School/opleiding Bron: DUO (2011) 82

83 BPV en leerbedrijven Voor de leerlingen die op keramiek gaan uitstromen zijn nog geen BPV-plaatsen beschikbaar. De eerste BPV zal plaats vinden in het schooljaar Er zijn al wel contacten in de branche met als doel het werven van stagebedrijven. Het merendeel van de zelfstandige ondernemers neemt nog een afwachtende houding aan als het gaat om het beschikbaar stellen van stageplekken. Men heeft nog onvoldoende informatie over de inhoud en opbouw van de opleiding en wat er precies in de BPV geleerd moet worden door de leerling. Daarnaast is men ook huiverig voor de tijdsinvestering en het feit dat het begeleiden van een leerling een zeker commitment vraagt: de keramist/praktijkopleider moet aanwezig zijn in het atelier als de leerling er is en hij/zij draagt de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en de ontwikkeling van de leerling. Onbekendheid met het fenomeen stage maakt hier zeker onbemind. Ontwikkeling leerlingenaantal Er zijn bij het SintLucas 32 leerlingen gestart in het eerste jaar, waarin ze praktijklessen hebben gevolgd in de vier hoofdmaterialen en basistechnieken: glas, klei, leer en textiel. Na dit eerste oriënterende jaar kiezen ze voor een materiaalgroep: glas en klei of leer en textiel. De verwachting is dat in het tweede leerjaar ( ) vijf leerlingen zullen kiezen voor Keramiek als hoofdvak en dat nog eens 10 leerlingen zullen kiezen voor Keramiek als bijvak. In het nieuwe schooljaar zijn weer 32 studenten toegelaten. Andere opleidingen Naast de workshops en cursussen die door de individuele keramist worden aan geboden of door centra voor kunstzinnige vorming of de volksuniversiteit, zijn er een aantal organisaties die basisopleidingen en/of vervolgopleidingen in de keramiek aanbieden. Tabel 1: Opleiding Opleidingsinstituut Duur Aandacht Ambachtelijke keramische technieken SBB 3 jaar Vervaardigen Opleiding tot keramist en draaier De Kleiacademie 2 jaar Vervaardigen Kunstopleiding met afstudeerrichting Keramiek Diverse kunstacademies 4 jaar hbo Ontwerpen Vakopleiding Keramische Industrie AVA maanden (schriftelijk) Mechanisatie, automatisering Post hbo-opleiding Keramiek AVA i.s.m Fontys Hogeschool 6 maanden Technische innovatie De keramische industrie 50 heeft een ander werkterrein dan de ambachtelijke keramist. De aangeboden opleidingen passen ook in deze context en zijn eigenlijk niet toegankelijk voor vakbeoefenaren van buiten deze industrie. 49 Algemene Vereniging voor de Aardewerkindustrie 50 Stichting Verenigde Keramische Organisaties 83

84 7.5 Bijlagen hoofdstuk keramiek Tabel 1: HBA-branches naar grootteklasse van bedrijven (in % van aantal bedrijven per branche) Branche Fijnkeramisch bedrijf HBA, juni 2011 Aantal bedrijven (begin 2010) Groei tov voorgaand jaar (%) Aantal bedrijven (begin 2009) Aantal werkzame personen 1 2 tm 5 tm % % 17% 3% 3% Bronverwijzingen Onderzoeksrapporten EIM (2007). Structuuronderzoek fijnkeramische bedrijven HBA, Zoetermeer SVGB (2009). Projectplan Voorrang voor Creatief Vakmanschap. SVGB, Nieuwegein. Internet

85 8. PIANOTECHNIEK 8.1 Inleiding De pianobranche heeft een dalende omzet, maar ontwikkelt zich op tal van gebieden. De belangrijkste bevindingen uit recent onderzoek 51 zijn als volgt samen te vatten. - De omzet uit verkoop van piano s neemt sterk af. - Reparatie- en stemaanbod voor de pianotechnici en stemmers is minder conjunctuurgevoelig. - De pianotechniekbranche is sterk vergrijsd. Vervanging van de grote verwachte uitstroom is op middellange termijn (5-10 jaar) noodzakelijk. - De samenwerkingsovereenkomst tussen brancheorganisaties, HMC mbo-vakschool Amsterdam en de SVGB is een belangrijke impuls voor het behoud van de kleinschalige opleiding. - De opleiding pianotechniek in Amsterdam draait goed. Er zijn voldoende leerlingen. - De introductie van EVC zorgt voor verdere professionalisering en toekomst van het vak. 8.2 Branche Onder de pianobranche vallen bedrijven die zich bezighouden met de detailhandel, import van en groothandel in muziekinstrumenten en aanverwante artikelen. Deze bedrijven richten zich voornamelijk op de verkoop van nieuwe en gebruikte akoestische piano s en vleugels, evenals het onderhoud, stemmen en repareren van deze instrumenten. Daarnaast zijn ook digitale piano s een belangrijk onderdeel van het assortiment. Figuur 1 Verdeling van de ondernemingen naar bedrijfstype 11% 11% 23% Bedrijven met accent op verkoop Bedrijven met accent op stemmen Bedrijven met accent op reparatie Overige bedrijven 55% Bron: EIM (2009) * Overig bedrijven halen ook een groot deel van de omzet uit de verkoop en/of reparatie van andere muziekinstrumenten dan piano s. 51 De branchegegevens in dit hoofdstuk zijn afkomstig uit onderzoek van EIM van Voor bronvermeldingen zie de bijlagen. 85

86 Brancheomvang Er zijn circa 325 ondernemingen waarin ongeveer 600 personen werkzaam zijn. Daarbij werken er vier keer zoveel mannen als vrouwen in de sector. Omgerekend naar fulltimebanen kwam de werkgelegenheid in 2008 neer op 475 arbeidsplaatsen. In 2010 is de omvang van de werkgelegenheid stabiel gebleven en de verwachting is dat deze in 2011 niet veel zal veranderen. Het betreft bedrijven die zijn geregistreerd bij het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA), waaronder de pianobranche valt 52. Veel branchedeskundigen gaan ervan uit dat er in werkelijkheid meer bedrijven en personen werkzaam zijn, veelal in bedrijven die het erbij doen. Of dat juist is zal moeten blijken uit gegevens die waarschijnlijk in 2012 beschikbaar komen uit de inschrijfplicht van ondernemingen bij de Kamer van Koophandel. De pianobranche valt onder het kleinbedrijf, dat gedefinieerd wordt als een bedrijf met minder dan 50 medewerkers. Er zijn twee bedrijven die 15 tot 40 personen in dienst hebben, maar het overgrote deel (80%) is eenmanszaak, zelfstandige zonder personeel (zzp er). Deze laatste groep richt zich voornamelijk op stemmen, onderhoud en reparaties, maar verkoopt ook nieuwe en gebruikte instrumenten. Figuur 2 Bedrijfsomvang aantal werkzame personen in % aantal pianotechniekbedrijven 5% 5% 10% 1 werkzaam persoon 2 werkzame personen 3 t/m 4 werkzame personen 4 en meer werkzame personen 80% Bron: EIM (2009) Dalende omzet Over 2007 bedroeg de brancheomzet circa 45 miljoen euro (exclusief btw) 53 en lag dus op hetzelfde niveau als in Meer recente cijfers zijn niet bekend, maar volgens branchedeskundigen was 2010 voor de meeste bedrijven een moeilijk jaar. Verwachting is dan ook dat door de voortdurende economische recessie de brancheomzet flink is gedaald. Andere factoren die een belangrijke rol spelen, buiten de conjuncturele, zijn de afnemende besteding van consumenten aan muziekinstrumenten en een voorkeur voor de instrumenten uit de lagere prijsklasse. De gunstige prijs-kwaliteitverhouding van deze instrumenten zorgt voor een dalende verkoop van instrumenten uit het middensegment en gebruikte instrumenten. Gevolg is dat de gerealiseerde winstmarge onder druk staat en het omzetvolume afneemt. Bovendien moeten er door de geringe winstmarge meer instrumenten worden verkocht om de benodigde inkomsten te genereren. 52 CRK/R&H EIM Structuuronderzoek pianotechnische bedrijven

87 Over de omzetontwikkeling in 2011 van nieuwe en gebruikte instrumenten zijn veel bedrijven somber gestemd. Ook de ontwikkelingen voor de pianofabrikanten in Duitsland zijn niet bemoedigend: daar zorgt onder andere een aanhoudende zwakke thuismarkt ervoor dat de piano-industrie het steeds zwaarder krijgt. Export naar groeiende markten zoals voormalige Oostbloklanden en Azië neemt toe, maar is niet voldoende om de afzetdaling volledig te compenseren. Lichtpunt vormden de importcijfers van Noord-Amerika, waar sprake is van opleving van de vraag. Over 2010 zijn er in totaal 44% meer piano s en 29% meer vleugels geïmporteerd vergeleken met de dramatische cijfers uit 2009 (-34% piano s en -45% vleugels t.o.v. 2008) 54. Ook het begin van 2011 laat een voorzichtige stijging van de vraag zien. Verkoop van piano s loopt terug In Nederland worden nieuwe instrumenten verkocht vanaf circa euro tot euro voor piano s en vanaf circa euro tot euro voor vleugels. De lagere prijsklasse bestaat voornamelijk uit instrumenten uit China, dat in 2010 het belangrijkste land van herkomst was en 59% van de invoer in Nederland voor zijn rekening nam (88% piano s en 12% vleugels). Opvallend is dat er in 2010 meer vleugels uit China worden geïmporteerd, wat voor een groot gedeelte ten koste lijkt te gaan van de invoer uit Duitsland (China +84, Duitsland 45 stuks t.o.v. 2009). Voor gebruikte piano s was Japan het belangrijkste land van herkomst met een aandeel van 85%. 55 Marktleider in het midden- en hogere segment is het Japanse merk Yamaha dat ook een belangrijke positie heeft in de professionele markt. In het topsegment zijn de vleugels van Steinway & Sons dominant, deze staan in de belangrijkste concertzalen in Nederland. De afzet van nieuwe instrumenten wordt geschat op 2500 tot 3000 instrumenten per jaar, waarvan het vleugelaandeel ongeveer 10% bedraagt. In en uitvoergegevens van piano s en vleugels in 2010 geven aan dat er uit de belangrijkste invoerlanden (China, Duitsland, Japan) 2488 instrumenten in Nederland bleven, waarvan 307 vleugels. Dit betekent een stijging van 32% ten opzichte van 2009, toen 1877 stuks in Nederland bleven, waarvan 284 vleugels. Deze gegevens worden bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geregistreerd, maar het beeld wordt vertekend door de doorvoerhandel, waarbij de oorspronkelijke herkomst of uiteindelijke bestemming niet wordt bijgehouden. Het is dus niet bekend hoeveel instrumenten er precies in Nederland blijven. Ook over de omzet in gebruikte instrumenten zijn er geen gegevens. Stemaanbod stabiel, deel reparaties naar buitenland Op korte en middellange termijn hebben bovenstaande ontwikkelingen nog weinig effect op de pianostemmers/- technici: onderhoud en stemmen blijven immers noodzakelijk voor het bestaande arsenaal aan instrumenten. Voor de reparatiemarkt is het wel van belang omdat de kosten bij grotere reparaties, vooral bij piano s, veelal niet in verhouding staan tot de uiteindelijke waarde van het gerepareerde instrument. Uitzonderingen blijven de kwalitatief hoogwaardige instrumenten waarbij geen vergelijkbaar (nieuw) instrument verkrijgbaar is, waar de vervangingswaarde hoog is of instrumenten waar de emotionele waarde een grote rol speelt bij de reparatiebeslissing. Een substantieel deel van de grote reparaties gaat naar Polen, waar een aantal grote reparatiebedrijven is gevestigd. Meestal zijn de kosten van de arbeidsintensieve werkzaamheden daar aanzienlijk lager dan in Nederland en is de prijs-kwaliteitverhouding goed. Ook daar zie je dat de afzetontwikkelingen in Europa effect hebben op het aanbod van reparatie-instrumenten, waardoor de grote reparatiebedrijven het moeilijker hebben. Op dit moment worden gebruikte piano s in grote partijen naar China verscheept, worden daar volledig gereviseerd en komen vaak als nieuw weer terug. Deze instrumenten, veelal Yamaha s, worden voor een lage prijs aangeboden waardoor ze concurreren met nieuwe instrumenten. Op de lange termijn zal de uitbesteding van de grote reparaties aan het buitenland gevolgen kunnen hebben. Het kennis- en vaardigheidsniveau van pianotechnici dat nodig is om deze specialistische reparaties uit te voeren zal door gebrek aan ervaring verminderen. 54 Bron: The Music trades census data CBS in- en uitvoer van goederen

88 Technologische ontwikkelingen De pianotechniek is grotendeels uitontwikkeld maar er vinden toch nog steeds verbeteringen plaats, zoals de ontwikkeling van zangbodems en piano-onderdelen van carbon fiber. Een ontwikkeling die een steeds grotere vlucht neemt is de bouw van hybride instrumenten. Piano s en vleugels worden voorzien van een elektronisch/ mechanisch systeem waardoor het instrument zowel akoestisch als elektronisch is te gebruiken. Hierdoor kan het bespeeld worden zonder mensen te storen en kunnen digitale pianoklanken via een koptelefoon worden beluisterd. Daarnaast zijn er duurdere automatische piano s en vleugels waarmee ook opgenomen partijen van eigen spel of van andere pianisten kunnen worden afgespeeld. Deze instrumenten kunnen ook direct worden aangestuurd over het internet. Waardoor o.a. live pianolessen kunnen worden gegeven als leerling en leraar zich op verschillende locaties bevinden. Ook worden er steeds meer specifieke eigenschappen van akoestische instrumenten in digitale instrumenten ingebouwd om een werkelijke vleugelervaring te verkrijgen. Voorbeelden zijn een speelmechaniek dat meer aanvoelt als een vleugelmechaniek en een systeem waarbij spelers trillingen terugvoelen in de toetsen, die kenmerkend zijn bij het spelen op een akoestisch instrument. Ook op het gebied van onderhoud, stemmen en materialen vindt nog steeds ontwikkeling plaats. Methoden van werken worden verbeterd. Een belangrijk voorbeeld hiervan is het Amerikaanse Precision Touch Design systeem (PTD) 56, dat steeds meer wordt toegepast. Deze innovatieve methode geeft een duidelijk inzicht in de werking van het speelmechanisme en de mogelijke optimalisering van de speelaard en klank van instrumenten. Ook komen er steeds meer elektronische stemapparaten, met verschillende software aanbieders, die werken op een PDA en zelfs op smartphones. Steeds meer pianostemmers gebruiken deze apparatuur, wat niet alleen de kwaliteit van de stemming kan verhogen maar ook minder belastend is voor het gehoor. Aan dit laatste wordt steeds meer aandacht besteed omdat er in deze beroepsgroep een hoger risico bestaat voor gehoorbeschadigingen door de hoge piekbelastingen. Internet levert zijn aandeel in kennisverbreding door het ontstaan van bijvoorbeeld fora in binnen- en buitenland waar vakgenoten kennis en ervaringen uitwisselen. Een belangrijke voorbeeld is virtuele ontmoetingsplaats de pianotech list van de Amerikaanse Piano Technicians Guild. Ontwikkelingen in de techniek worden hier op de voet gevolgd en besproken. Ook bieden steeds meer leveranciers van gereedschappen en materialen hun producten aan via het internet. Samenwerking in de pianotechniek De branche wordt vertegenwoordigd door twee verenigingen: de Nederlandse Piano en Muziekinstrumenten Bond (NPMB), opgericht in 1911, en de Vereniging van Pianotechnici Nederland (VvPN), die ruim 12 jaar bestaat. Ongeveer 90 pianozaken en pianodistributeurs zijn aangesloten bij de NPMB, die ook partij is bij de caoonderhandelingen. De VvPN is een vakvereniging die met ruim 200 leden een groot deel van de pianostemmers en technici van Nederland en een aantal uit België vertegenwoordigt. De twee verenigingen hebben verschillende belangen. Het verkoopbedrijf en de pianodistributeur zijn bijvoorbeeld gebaat bij een snelle vervanging en afschrijving van het instrument. Reparatiebedrijven daarentegen houden het instrument het liefst zo lang mogelijk intact. Toch worden er veel gemeenschappelijke belangen onderkend en is er een hechte samenwerking op een aantal terreinen. Vertegenwoordigers van beide organisaties vormen samen de commissie Pianotechniek van het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA), die advies geeft over de besteding van de door de branche opgebrachte geldmiddelen. Uit de door de brancheverenigingen geïnitieerde extra bestemmingsheffing wordt ook de opleiding pianotechniek actief ondersteund. Deze bijdrage maakt het mogelijk om de opleiding te voorzien van onder andere nieuwe instrumenten, stemcabines, oefenmateriaal en gereedschappen. Om ervoor te zorgen dat deze middelen voor de branche beschikbaar blijven worden ze beheerd door een door de verenigingen opgerichte stichting (Stichting Fonds Opleiding en Ontwikkeling Pianotechnische bedrijven: SFOOP)

89 % werkzame personen 8.3 Arbeidsmarktsituatie Als de arbeidsmarkt wordt gedefinieerd op basis van betaalde arbeid uit dienstverband dan is de arbeidsmarkt voor deze branche klein. Door lagere omzetten en hogere risico s zullen steeds minder arbeidsplaatsen beschikbaar komen, waardoor meer technici/stemmers (ook nieuwkomers in de branche) min of meer gedwongen worden om zelfstandig te gaan ondernemen. Er is een klein aantal vacatures (in januari 2011 zijn er vijf vacatures gevonden en in juni 2011 een enkele vacature), vooral voor pianostemmers of technici. Echter: ook al nemen de omzetten in de verkoop van nieuwe en gebruikte instrumenten af, er is voldoende werk in stemmen, onderhoud en reparatie van instrumenten. In de toekomst zal het steeds belangrijker worden voor technici/stemmers om zich in de markt te onderscheiden door een hoog kennis- en vaardigheidsniveau en door ondernemerschap. Vergrijzing Ongeveer 70% van de werkzame personen in de pianotechniek is ouder dan 45 jaar. Dit betekent dat er de komende jaren een grotere uitstroom van werkzame personen zal plaatsvinden. De toekomstige vraag naar arbeidskrachten in de branche zal naar verwachting niet enorm stijgen. Daarom zullen nieuwe mensen niet worden aangetrokken om groei mogelijk te maken, maar om degenen te vervangen die met pensioen gaan. Figuur 3 40% 35% 30% 25% 20% 15% 15% Leeftijdsopbouw werkzame personen pianotechniek 21% 25% 18% 25% 37% 14% 28% Leeftijdsopbouw werkzame personen in Nederland (CBS 2011) Leeftijdsopbouw werkzame personen pianotechniek 10% 9% 5% 3% 5% 0% t/m 24 jaar 25 t/m 34 jaar 35 t/m 44 jaar 45 t/m 54 jaar 55 t/m 64 jaar 65 jaar of ouder Leeftijdscategorie Bron: EIM (2009) en CBS (2011) 89

90 8.4 Onderwijsinformatie Eén landelijke opleiding De opleiding pianotechniek is een kleine, specifieke opleiding die openstaat voor een beperkt aantal leerlingen. De uitstroom vanuit de school voorziet in de opvolging van uittredende collega s. Pianotechniek is een onderdeel van HMC mbo-vakschool Amsterdam en wordt actief ondersteund vanuit de branche en SVGB kenniscentrum. Hierdoor, maar zeker door de inzet en betrokkenheid van de school, is er een opleiding ontstaan die zeer goed geoutilleerd is en als voorbeeld dient voor andere Europese scholen. Door recente uitbreiding van het docententeam met extra vakspecialisten wordt er een nog grotere opleidingskwaliteit aangeboden, wat zeker ook van belang is voor scholing van mensen die al in de branche werkzaam zijn. Samenwerkingsovereenkomst belangrijke impuls Vanuit de overtuiging dat voor de kwaliteit en continuïteit van de unieke, kleinschalige opleiding pianotechniek een goede en concrete samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs onmisbaar is hebben deze partners en SVGB kenniscentrum op 22 april 2010 een exclusieve samenwerkingsovereenkomst ondertekend. Met deze overeenkomst staan zij er gezamenlijk borg voor dat op kwalitatief hoog niveau die vakmensen worden opgeleid die voorzien in de vraag van de arbeidsmarkt. De samenwerkingsovereenkomst bekrachtigt een reeds langer bestaande samenwerking tussen de partners. De gezamenlijke inspanningen van de brancheorganisaties, het HMC mbo-vakschool Amsterdam en de SVGB hebben in de afgelopen jaren al geleid tot een zeer goed geoutilleerde opleiding van hoge kwaliteit, die een voorbeeld is voor andere scholen in Europa. Gezamenlijk worden praktijkgerichte projecten opgezet die goed passen in het competentiegericht onderwijs. Zo is er een project waarbij studenten de revisie en het onderhoud van basisschoolpiano s verzorgen en de kennis en het gebruik van de instrumenten op de scholen stimuleren. Branche en onderwijs ontwikkelen gezamenlijk plannen om de leerlingen ook in de toekomst van werkelijk oefenmateriaal te voorzien, zonder daarbij uiteraard de markt te verstoren. EVC en certificering De brancheverenigingen, HMC mbo-vakschool Amsterdam, HBA en SVGB werkten samen in het project Gekwalificeerd Ambacht en hebben een EVC-traject voor de pianotechniek opgezet. Via EVC (Erkennen van Verworven Competenties) worden bestaande vakkwaliteiten in kaart gebracht en gespiegeld aan de kwalificaties van de opleiding. In maart 2010 zijn 10 kandidaten het EVC traject ingegaan en 9 kandidaten ontvangen eind schooljaar hun diploma Pianotechnicus. Het diploma Pianotechnicus betekent beheersing van pianoen vleugeltechniek. Voor ervaren pianotechnici die de vleugeltechniek nog niet voldoende beheersen, is er een verkorte en een uitgebreide bijscholingscursus Vleugeltechniek ontwikkeld door het HMC mbo-vakschool Amsterdam. Het met goed gevolg volgen van de uitgebreide cursus Vleugeltechniek wordt beloond met een certificaat en hiermee kan een vrijstelling behaald worden in het EVC-traject naar een officieel diploma. 90

91 Overzicht leerlingen/leerbedrijven In onderstaand schema ziet u een overzicht van het aantal leerlingen en het aantal leerbedrijven, weergegeven per CWI-regio. Figuur Legenda Bron: SVGB (2011) Er zijn momenteel voldoende pianotechnische bedrijven erkend als leerbedrijf. Aantal Veel leerlingen Aantal wonen in de buurt van de school in Amsterdam. Wanneer er minder leerbedrijven dan leerlingen zijn in een regio, is dat op drie manieren ondervangen. Ten eerste hebben sommige leerbedrijven meerdere leerlingen leerplaatsen. Ten leerbedrijven tweede kunnen veel leerlingen in aangrenzende regio s terecht. Ten derde volgen niet alle leerlingen hun beroepspraktijkvorming in de regio waarin ze wonen. In de bijlage aan het eind van dit hoofdstuk staat een overzicht van het totale aantal leerbedrijven pianotechniek. 91

92 Kenmerken leerlingenpopulatie Het aantal leerlingen pianotechniek is genormaliseerd: in 2010 waren er 29 leerlingen. In het schooljaar volgden 37 leerlingen de opleiding, terwijl in de jaren daarvoor steeds 26 tot 28 leerlingen de opleiding volgden. De vooropleiding van de leerlingen pianotechniek is divers (figuur 5). De helft van de leerlingen heeft een vmbo vooropleiding. Figuur 5 Vooropleiding leerlingen pianotechniek 10% 7% 10% Lager onderwijs 11% 31% VMBO TL VMBO excl. TL HAVO MBO Hoger onderwijs 31% Bron: DUO (2011) 92

93 jaar Figuur 6 Gediplomeerde uitstroom opleiding pianotechniek Assistent Pianotechnicus Gezel Pianotechnicus Pianotechnicus Pianotechnicus/ Ondernemer Bron: DUO (2011) aantal gediplomeerden Uit figuur 6 blijkt dat het aantal gediplomeerden pianotechniek in de jaren 2008 en 2009 sterk is afgenomen. Dit wordt mede veroorzaakt door het verdwijnen van de niveau 2 opleiding Assistent Pianotechnicus. De gebruikelijke route was eerst niveau 2 te volgen en dan door te stromen voor een laatste jaar op niveau 3. Dit betekent dat een leerling twee diploma s haalde in twee jaar. Dit geeft een vertekend beeld van het aantal leerlingen dat uitstroomt naar de arbeidsmarkt. De laatste jaren is het aantal bol-leerlingen sterk gegroeid. De verwachting is dat hierdoor het aantal gediplomeerden in de komende jaren gaat groeien. 93

94 8.5 Bijlagen hoofdstuk pianotechniek Tabel 1 Leerlingaantallen Pianotechniek schooljaar 2010/2011 uitgesplitst naar CWI district Pianotechnicus niveau 3 (BOL) middenwest 9 noord 0 noordwest 11 oost 2 zuidoost 3 zuidwest 4 Totaal 29 Bron: DUO (2011) Tabel 2 Leerlingaantallen Pianotechniek Jaar Aantal leerlingen Bron: DUO ( ) 94

95 Tabel 3 Leerbedrijfaantallen Pianotechniek schooljaar 2010/2011 uitgesplitst naar CWI district Pianotechnicus niveau 3 (BOL) middenwest 9 noord 7 noordwest 11 oost 14 zuidoost 3 zuidwest 5 Totaal 49 Bron: SVGB (2011) Tabel 4 Leerbedrijfaantallen Pianotechniek, Jaar Aantal leerbedrijven Bron: SVGB (2011) Bronverwijzingen Rapporten EIM (2009) Structuuronderzoek Pianotechnische bedrijven HBA: Zoetermeer. HBA (2008). Aan de slag in het ambacht. Beknopt jaarverslag HBA: Zoetermeer. The music trades census data Internet in- en uitvoer van goederen,

96 96

97 9. UURWERKMAKERS 9.1 Inleiding De belangrijkste bevindingen uit recent onderzoek 57 zijn als volgt samen te vatten. - De economische crisis is ook voor de uurwerkmakersbranche nog niet voorbij. Het reparatieaanbod lijkt echter voor zowel klokken als horloges tamelijk stabiel. - Voor mechanische horloges en klokken is het design erg belangrijk. De technologische innovaties zijn niet spectaculair. Wel is sprake van verdere technologische verfijning en het gebruik van innovatieve materialen. - Er is markt voor in Nederland vervaardigde mechanische horloges. Markt voor in Nederland vervaardigde mechanische klokken is er nauwelijks. - De arbeidsmarkt voor goed opgeleide uurwerkmakers is gunstig. Voor horlogemakers is het van belang dat zij zich voortdurend blijven scholen. - Het aantal stagebedrijven is, zeker voor de tweede stageperiode, voldoende. - Het aantal leerlingen uurwerktechniek neemt langzaam toe. Dit is mede het gevolg van de deeltijdopleiding. 9.2 Branche De branche van uurwerkmakers bestaat uit ondernemingen die horloges en klokken repareren. Er vallen ook bedrijven onder die uurwerken restaureren of nieuwe uurwerken vervaardigen. De belangrijkste activiteit in de branche is het repareren. Brancheomvang De uurwerkmakersbranche bestaat uit 385 ondernemingen (peiljaar 2007). Dit zijn bedrijven die gespecialiseerd zijn in de reparatie van horloges en/of klokken. Daarnaast zijn er 125 ondernemingen die uurwerkreparatie als nevenactiviteit hebben, 10 tot 50 % van hun omzet komt uit reparatie. Dit zijn juweliersbedrijven die op verkoop georiënteerd zijn (deze ondernemingen zijn niet opgenomen in figuur 1). De branche kan onderverdeeld worden in kleinwerkspecialisten (105 bedrijven), grootwerkspecialisten (160 bedrijven) en uurwerkherstellers (gemengd bedrijf, 120 bedrijven). Uurwerkherstellers (gemengd bedrijf) voeren werkzaamheden uit aan zowel kleinwerk als grootwerk. In figuur 1 staat de verdeling van de ondernemingen uitgesplitst. Figuur 1 Verdeling van de uurwerkherstellersbedrijven naar bedrijfstype 31% 27% Kleinwerkspecialist (horlogemaker) Grootwerkspecialist (klokkenmaker) Uurwerkhersteller (gemengd bedrijf) 42% Bron: EIM (2008) Hoewel er meer bedrijven zijn die zich specialiseren in het klokkenmaken betekent dit niet dat hierin ook de meeste mensen werkzaam zijn. Veel grootwerkbedrijven zijn zzp-bedrijven (85%). Er zijn veel meer kleinwerkbedrijven met personeel (zie figuur 2). 57 De branchegegevens in dit hoofdstuk zijn afkomstig uit onderzoek van EIM van

98 % aantal werkzame personen Figuur 2 Aantal werkzame personen in % naar bedrijfstype 100% 90% 2% 12% 13% 13% 80% 70% 17% 28% 6 en meer werkzame personen 60% 50% 40% 30% 71% 85% 59% 3 t/m 5 werkzame personen 2 werkzame personen 1 werkzaam persoon 20% 10% 0% Kleinwerkspecialist (horlogemaker) Grootwerkspecialist (klokkenmaker) Uurwerkherstellers (gemengd bedrijf) Bedrijfstype Bron: EIM (2008) Bedrijfsgrootte en aantal werkzame personen De gespecialiseerde uurwerkherstellersbranche bestaat voor het grootste deel uit zelfstandigen zonder personeel (zzp ers) met 73% van het totaal aantal ondernemingen. Onder de kleinwerkbedrijven is het aantal grotere reparatie-ateliers (met vier of meer horlogemakers in dienst) groeiende. Dit zijn de ondernemingen die over het algemeen toekomstbestendig zijn, omdat ze kunnen investeren in apparatuur, klimaatbeheersing en in (bij-)scholing voor een gecertificeerde specialisatie. In de gespecialiseerde uurwerkherstellersbedrijven waren 575 personen werkzaam in Inclusief de enkele grote (merk-)ateliers en de overige bedrijven had de uurwerkbranche in Nederland naar schatting 850 fte. Hoewel er geen recentere cijfers beschikbaar zijn, is er - met een licht stijgende markt in 2007 en daarna weer licht dalende markt door de economische recessie naar schatting weinig veranderd. Omzet branche De omzet van de gespecialiseerde uurwerkherstellersbedrijven bedroeg in 2007 naar schatting 25 miljoen euro exclusief btw. Dit is de omzet exclusief enkele grote ateliers en after sales servicecentra van groothandel/importeurs en de omzet in reparatie door ondernemingen die niet zijn gerekend tot de gespecialiseerde uurwerkherstellersbedrijven. De totale omzet in reparatie van klokken en horloges in Nederland ligt dus een aantal miljoen euro hoger. De economische crisis is ook voor de uurwerkmakers nog niet voorbij. De markt is de afgelopen jaren wel aangetrokken door de toenemende populariteit van mechanische horloges en toenemend reparatieaanbod. Het reparatieaanbod lijkt nu voor zowel horloges als klokken stabiel. Trends horlogemakers De markt voor horloges in het hogere marktsegment is bij uitstek een markt waar het gaat om kwaliteit en om imago. Om de prestaties van horloges te verbeteren worden wrijvingsvrije of wrijvingsarme technieken toegepast en nieuwe smeermiddelen gebruikt. Micro-elektronica en mechanica maken het horloge steeds geavanceerder. Ook het gebruik van fotografie (3D) draagt hieraan bij. Daarnaast wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van innovatieve materialen, zoals nieuwe coatings, titanium, palladium, carbon, aluminium, kunststoffen en keramische materialen voor zowel de buitenkant als de binnenkant van de horloges. 98

99 Een bijzondere technologische innovatie is een horloge dat bedoeld is voor mensen met een verstandelijke beperking die niet kunnen klokkijken. Het horloge vertoont verschillende beelden of teksten op voorgeprogrammeerde tijden. Het horloge geeft op de ingestelde tijden een signaal en de drager kan zien welke activiteit of taak begint. Het horloge communiceert mobiel met de geprogrammeerde internetsite. 58 Het model van het horloge geeft aan de koper een bepaald imago mee. Merken richten zich met verschillende designs op verschillende doelgroepen. Zo zijn er de liefhebbers van het klassieke Aviator horloge, of van het robuuste tijdloze horloge met een sterke retro-look, of het moderne horloge waar nieuwe kleuren, alternatieve vormen en vernieuwende aanduidingswijzen zijn toegepast. Het lijkt erop dat de trend op de beurs Baselworld 2011 gekenmerkt wordt door kleinere kasten en veel kleur 59. Zo zijn er kleine horloges, weggewerkt in de vorm (en grootte) van een lippenstift of ter grootte van een bedel van een armband 60. Ook zijn er steeds meer horloges in bijzondere kleuren. Het modieuze en zelfs seizoensgebonden horloge in het lage marktsegment is eveneens bijzonder populair. Voor reparatie en onderhoud van horloges in de hogere marktsegmenten is het nodig dat horlogemakers zich blijvend scholen om de hoge kwaliteitsnormen te halen en bij te blijven bij de nieuwe technologieën. Door grote merken wordt dit dan ook verplicht gesteld voor het toestaan van aftersales en het leveren van onderdelen. Dit wordt door de niet merkgebonden horlogemakers als onrechtvaardig beschouwd. Zij stellen dat de belangrijkste reden voor het beperken van aftersales en onderdelenlevering niet is gelegen in hogere kwaliteitseisen en nieuwe technologie, maar in de mogelijkheid om prijzen kunstmatig hoog te houden en meer marktmacht te verkrijgen. De zelfstandige horlogemakers zouden zich zo nodig willen laten testen op hun vakvaardigheden en bij- en nascholing willen volgen. Binnen Nederland is er op dit moment geen scholing mogelijk voor dit hoge service- en reparatieniveau. Horloges uit Rusland en Azië Er is een toename van import van mechanische horloges uit Rusland en Azië. De indrukwekkende uitstraling en het lage prijspeil verleiden de klant vaak tot de aanschaf van zo n klein stukje techniek. Het service- en onderdelenprobleem van deze nog traditioneel gebouwde horloges wordt echter ook steeds groter. Importeurs hebben hier nog geen passend antwoord op. Afbeelding: Poljot - Alpha Commando Watch 61 Nederland Horlogemakersland Afbeelding: Christiaan van der Klauw - Astrolabium 63 Nederland wordt stukje bij beetje een horlogemakersland 62. Jaren lang was het slechts een enkeling die zich op vervaardiging van nieuwe horloges richtte, nu zijn er al een tiental horlogemakers (vervaardigers) in ons land. Zij maken unieke horloges of in kleine oplage. Horloges met een bijzonder design, zeer specialistische horloges met de meest bijzondere mechanieken toegepast. Een aansprekend voorbeeld is het horloge van Christiaan van der Klauw dat ook allerlei astronomische aanduidingen kent. 58 wat als je niet kunt klokkijken?. Edelmetaal, mei 2011, p Baselworld 2011 deel II: Kleinere kasten, veel kleur, Edelmetaal, juni 2011, p Timebeads, uurwerk ter grootte van een bedel, Edelmetaal, juni 2011, p /24 Horloges, jrg. 11, nr. 3; Rikketik, jrg. 24, nr

100 Trends klokkenmakers Het merendeel van de markt voor de klokkenmakers ligt in de reparatie en restauratie van klokken. Deze markt lijkt tamelijk stabiel. De (door)verkoop van antieke klokken via beurzen is stabiel, maar de verkoop via de kleinere antiquair is bijna stil komen te liggen. De prijzen zijn de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. Er zijn nog slechts enkele bedrijven in Nederland die klokken assembleren. Met name de Hollandse, klassieke, mechanisch aangedreven klokken worden nauwelijks nog vervaardigd. Er is weinig markt voor traditionele klokken met slag- en speelwerk. Voor nieuwe klokken van Nederlandse makelij draait het vooral om het kwarts- en/of radiogestuurd uurwerk in een design kast. In het buitenland lijkt er meer markt te zijn voor de mechanische klokken en wordt er nog volop geproduceerd. Afbeelding: wkdesign balance clock 64 Afbeelding: Kieninger 65 Conservering en restauratie Ook horloges en klokken behoren tot het cultureel erfgoed. De belangstelling voor conservering en restauratie van uurwerken neemt toe. Specialistische ambachtslieden werken met veel overgave aan deze oude objecten. Zij maken daarbij gebruik van zowel traditionele manuele technieken als moderne computergestuurde technieken. Partijen die actief zijn op het gebied van conservering en restauratie van ons cultureel erfgoed werken steeds meer samen. Ethiek bij het al dan niet behandelen van objecten is een belangrijk onderwerp. Er is behoefte in de verschillende branches om te komen tot een betere opleidingsstructuur en om doorstroom in opleidingen en een levenlang leren te bevorderen. De SVGB spant zich in voor projecten die branches en onderwijs op het gebied van conservering en restauratie dichterbij elkaar moeten brengen Arbeidsmarktsituatie Vergrijzing De uurwerkmakersbranche kent in vergelijking met de Nederlandse werkzame beroepsbevolking een vergrijsd patroon. Figuur 3 illustreert dit. De vergrijzing van de uurwerkherstellers neemt steeds verder toe: ten opzichte van 2004 is het aantal 55-plussers met 10% gegroeid. Daarnaast is sprake van ontgroening. Het aandeel werknemers jonger dan 25 jaar in het gespecialiseerde uurwerkmakersbedrijf is sinds 2004 gedaald tot 1%. Maar zoals hierna zal blijken neemt het aantal deelnemers in de opleiding weer iets toe. Wellicht dat in de toekomst de leeftijd in de branche lager wordt SVGB (2010). Verslag bijeenkomst Restauratie 100

101 % werkzame personen Figuur 3 40% Leeftijdsopbouw werkzame personen uurwerktechniek 35% 30% 25% 20% 21% 25% 25% 27% 35% Leeftijdsopbouw werkzame personen in Nederland (CBS 2011) Leeftijdsopbouw werkzame personen uurwerktechniek (EIM, 2008) 15% 15% 15% 14% 14% 10% 8% 5% 1% 0% t/m 24 jaar 25 t/m 34 jaar 35 t/m 44 jaar45 t/m 54 jaar 55 t/m 64 jaar Leeftijdscategorie Bron: EIM (2008); CBS (2011) 65 jaar of ouder De man-vrouw verhouding in de uurwerktechniek is 72% : 28%. Slechts 12% van de ondernemers in de branche is vrouw. Behoefte aan specialisatie door bijscholing Het niveau van de afgestudeerden is over het algemeen goed. Ook Zwitserse topmerken zijn steeds meer tevreden over de kwaliteit van reparaties in Nederland. Het is voor horlogemakers, maar ook voor de klokkenmakers, wel van groot belang dat ze zich verder scholen en specialiseren. De Zwitserse merken stellen als voorwaarde dat de horlogemakers minimaal eens per jaar een bijscholing volgen (in Zwitserland). Dit is een behoorlijke aanslag op het budget van deze ondernemingen. Deze investeringen zijn voor zzp ers en kleinere bedrijven moeilijk op te brengen. De brancheorganisatie NJU is al enige tijd in overleg met diverse Zwitserse merken om de kwaliteit van het opleidingsniveau van de Vakschool Schoonhoven te toetsen aan de merkeisen. Ook wordt er in dit verband gesproken over bijscholing door buitenlandse docenten in Nederland, zodat dit ook voor zzp ers makkelijker te realiseren is. Ook onder klokkenmakers is er een grote behoefte aan specialisatie, doordat werkplaatsen en ateliers steeds hoogwaardiger worden. Naar verwachting zal op reparatie- en restauratiegebied en op het gebied van ondernemerschap een professionaliseringsslag moeten worden gemaakt. De verwachtingen van particuliere klanten nemen toe. Daarnaast worden de normen door publieke opdrachtgevers op het gebied van restauratie aangescherpt, waarbij gekeken wordt naar Europese opleidingseisen voor de verschillende professionals in het veld 67. Arbeidsmarktperspectief De SVGB voert per kwartaal een vacaturepeiling uit. In het afgelopen half jaar zijn er weinig advertenties? verschenen voor uurwerkmakers. In februari 2011 waren er drie vacatures, waarvan één voor een klokkenmaker. In juni waren er twee vacatures, beide voor horlogemakers. De advertenties geven een indicatie van het aantal vacatures in de branche en de ontwikkeling daarvan. Het werkelijke aantal vacatures ligt waarschijnlijk iets hoger. Vaker worden vacatures vervuld via het informele circuit. Er is bijvoorbeeld sprake van personeelsverloop tussen bedrijven, wat niet zichtbaar wordt. Dit verloop is mede het gevolg van toegenomen specialisatie. 67 Restauratoren Nederland (2007). Beroeps- en competentieprofielen (memo). 101

102 Het aantal gevonden vacatures is dit jaar lager dan in Maar omdat het bij iedere peiling kleine aantallen vacatures betreft, kan er sprake zijn van toeval. Tabel: Vacatures voor uurwerkmakers Branche Vacature aantal juni 2011 Vacature aantal februari Vacature aantal november 2010 Vacature aantal juni 2010 Vacature aantal februari 2010 Vacature aantal November Uurwerktechniek Bron: SVGB (2011) Vacature aantal Mei/Juni 2009 De toenemende vergrijzing van het vak en de toename van het reparatieaanbod vanuit het buitenland versterken de mogelijkheden voor een baan voor de horlogemaker met een vakdiploma. De gediplomeerde horlogemakers vinden hun werkplek vaak bij de grotere service- en reparatieateliers. Ook het starten van een eigen onderneming is mogelijk. Het is echter door de selectieve onderdelendistributie en de inrichtingseisen (die vaak een grote investering vragen in machines en gereedschappen) wel steeds lastiger om als zelfstandig ondernemer te starten. 9.4 Onderwijsinformatie Één landelijke opleidingslocatie De opleiding Uurwerktechniek wordt gegeven aan de Vakschool Schoonhoven. Deze specialistische opleiding maakt onderdeel uit van ROC Zadkine. Overzicht leerlingen/leerbedrijven In onderstaand schema ziet u een overzicht van het aantal gevulde leerbedrijven in de eerste en tweede stageperiode en het totale aantal leerbedrijven. Figuur 4 Legenda 12 8 Gevulde leerbedrijven tijdens 1 e stage Gevulde leerbedrijven tijdens 2 e stage 15 Leerbedrijven Bron: SVGB (2011), DUO (2011) Beroepspraktijkvorming (bpv) In het schema (figuur 4) staat het aantal leerbedrijven dat in de beide stageperiodes een bpv-plaats aanbood. De leerbedrijven zijn steeds vaker gespecialiseerd in een van de disciplines (klokken of horloges). 102

103 De reparatie van horloges laat zich lastig verenigen met die van klokken door de specifieke inrichtingseisen van de bedrijfsruimte voor klokken en voor horloges. Door de kleine leerlingaantallen worden de leerlingen van beide disciplines samengevoegd. Specialisatie van de leerling vindt plaats in het eerste trimester van het tweede leerjaar. Om de juiste praktijkervaring op te doen, zoeken de leerlingen een leerbedrijf in de discipline die past in de richting van hun keuze. Het komt zelden voor dat bedrijven meerdere leerlingen een stage aanbieden. De begeleidingstaken vergen daarvoor te veel tijd, waardoor het eigen werkproces te veel zou worden belast. Uit figuur 4 wordt duidelijk dat er voor iedere stageperiode voldoende leerbedrijven zijn. In de regio s Middenwest en Zuidwest kunnen tekorten aan beschikbare stageplaatsen in de uurwerkmakersbranche voorkomen, omdat niet alle leerbedrijven een plek kunnen bieden. Dit geldt voornamelijk voor de eerste stageperiode en heeft voor een deel te maken met het feit dat een aantal leerlingen in deze regio s op kamers woont rondom de locatie van de opleiding. Voor deze stageperiode zoeken de leerlingen het liefst een bedrijf in de buurt van hun kamer. Een groot deel van de bedrijven in de regio s Middenwest en Zuidwest is dan ook erkend leerbedrijf. Voor de tweede stage kiest een aantal leerlingen een stageplaats in de buurt van de (ouderlijke) woonplaats waar zij oorspronkelijk vandaan komen. In de tweede stageperiode zijn er over het algemeen geen tekorten. Wel zal de stagiair steeds vaker verder moeten zoeken en/of reizen om een leerbedrijf met het gewenste specialisme te vinden. Wanneer er minder leerbedrijven dan leerlingen zijn in een regio, is dat op drie manieren ondervangen. Ten eerste hebben sommige leerbedrijven meerdere praktijkopleiders en ook meer stageplaatsen. Ten tweede kunnen veel leerlingen in aangrenzende regio s of in de regio van de oorspronkelijke woonplaats terecht. Zij maken hierbij gebruik van de SVGB-website waarop alle erkende leerbedrijven staan vermeldt. Ten derde kunnen leerlingen zelf een bedrijf uitzoeken dat vervolgens, als het aan de erkenningscriteria voldoet, door de SVGB erkend wordt. Kenmerken leerlingenpopulatie De groei van het aantal leerlingen in de opleiding Uurwerktechniek van de Vakschool Schoonhoven heeft zich doorgezet (figuur 5). In 2011 is het aantal leerlingen opnieuw gegroeid tot 97. Bijna de helft van de leerlingen volgt de opleiding in deeltijd (43 leerlingen). Deze deeltijd-bol opleidingen worden bezocht door 30+ deelnemers die in een specifieke vakrichting willen worden (om)geschoold. Deze vierjarige opleiding geeft recht op een certificaat Repareren van klokken of Repareren van horloges. Men kiest dus vanaf het begin al voor de richting horloges of klokken. Figuur Tendens Leerlingenaantal leerlingenaantal Bron: DUO (2011) Het herstel van de vakopleiding is dus mede het gevolg van de invoering van de deeltijdopleiding. De vraag is wel hoeveel mensen met een deeltijdopleiding het vak als professie voor hun broodwinning zullen uitoefenen. 103

104 Ten opzichte van het vorig jaar is het aantal deelnemers met een vmbo-vooropleiding nagenoeg gelijk gebleven (nu 42%) (figuur 6). In het deeltijd-boltraject is er een relatief groot aantal deelnemers dat een hogere vooropleiding heeft. Figuur 6 Vooropleiding leerlingen uurwerktechniek % 6% 20% 12% 25% Lager onderwijs VMBO TL VMBO excl. TL HAVO MBO Hoger onderwijs VWO 17% 12% Bron: DUO (2011) Weinig gediplomeerde uitstroom In het huidige schooljaar hebben vijf personen de opleiding tot uurwerktechnicus niveau 4 met een diploma afgesloten (figuur 7). Dit is één meer dan vorig jaar. Dit komt mede doordat de deeltijdopleiding niet met een mbodiploma wordt afgesloten maar met een certificaat (gekoppeld aan een certificeerbare eenheid). 104

105 jaar Figuur 7 Gediplomeerde uitstroom opleiding uurwerktechniek Uurwerktechnicus Uurwerktechnicus/Ondernemer Klokkenmaker (KD uurwerktechnicus) Horlogemaker (KD Uurwerktechnicus) Uurwerkmaker (KD Uurwerktechnicus) aantal gediplomeerden Bron: DUO-CFI (2011) 9.5 Bijlagen hoofdstuk uurwerktechniek Tabel 1: Aantal leerlingen uurwerktechniek schooljaar 2010/2011 uitgesplitst naar CWI-district Uurwerktechniek (Medewerker Uurwerktechniek) (95200) Uurwerktechnicus (92920/95210) Uurwerktechnicus (92920/95210) Totaal Niveau 3 (BOL Voltijd) Niveau 4 (BOL Voltijd) Niveau 4 (BOL Deeltijd) Middenwest Noord Noordwest Oost Zuidoost Zuidwest Buitenland 0 Totaal Bron: DUO (2011) 105

106 Tabel 2: Aantal leerbedrijven uurwerktechniek schooljaar 2010/2011 uitgesplitst naar CWI-district Medewerker uurwerktechniek (95200) Horlogemaker (92921) Klokkenmaker (92922) Uurwerkmaker (92923) Uurwerktechnicus (95210) Niveau 3 Niveau 4 Niveau 4 Niveau 4 Niveau 4 Middenwest Noord Noordwest Oost Zuidoost Zuidwest Buitenland Totaal Bron: SVGB (2011) Bronverwijzingen (Onderzoeks)rapporten EIM (2008). Structuuronderzoek Uurwerkherstelbedrijven HBA, Zoetermeer. SVGB (2010). Verslag bijeenkomst Restauratieberoepen in de steigers. Restauratoren Nederland (2007). Beroeps- en competentieprofielen (memo). Vakbladen Wat als je niet kunt klokkijken? Edelmetaal, mei 2011, p. 26. Baselworld 2011 deel II: Kleinere kasten, veel kleur, Edelmetaal, juni 2011, p Timebeads, uurwerk ter grootte van een bedel, Edelmetaal, juni 2011, p /24 Horloges, jrg. 11, nr. 3 Rikketik, jrg. 24, nr. 1 Websites

1. AMBACHTELIJK SCHOENMAKER EN LEDERWARENMAKER

1. AMBACHTELIJK SCHOENMAKER EN LEDERWARENMAKER 1. AMBACHTELIJK SCHOENMAKER EN LEDERWARENMAKER 1.1 Inleiding De branche ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van tassen en schoenen wordt gekenmerkt door kleinschaligheid en exclusiviteit 1. Er is

Nadere informatie

AMBACHTELIJK TASSENMAKERS EN SCHOENMAKERS

AMBACHTELIJK TASSENMAKERS EN SCHOENMAKERS AMBACHTELIJK TASSENMAKERS EN SCHOENMAKERS Inleiding De tassenmakers- en schoenmakersbranche wordt gekenmerkt door kleinschaligheid en exclusiviteit 1. Er is een markt voor exclusieve en originele tassen

Nadere informatie

Bedrijfsomvang aantal werkzame personen in % aantal glazenierbedrijven

Bedrijfsomvang aantal werkzame personen in % aantal glazenierbedrijven GLAZENIERS. Inleiding De glazeniersbranche is een kleinschalige maar levendige branche, die voor het merendeel bestaat uit zelfstandigen zonder personeel (zzp ers). De belangrijkste inkomstenbron is het

Nadere informatie

Bedrijfsomvang aantal werkzame personen in % aantal glazeniersbedrijven 73%

Bedrijfsomvang aantal werkzame personen in % aantal glazeniersbedrijven 73% GLAZENIERS Inleiding De glazeniersbranche is een kleinschalige branche 1, die de laatste tien jaar sterk is gegroeid. Het grootste deel van de omzet is afkomstig uit het vervaardigen en restaureren van

Nadere informatie

Toegepaste technieken in de keramiekbedrijven. boetseren handdraaien gieten indraaien industrieel persen

Toegepaste technieken in de keramiekbedrijven. boetseren handdraaien gieten indraaien industrieel persen KERAMISTEN Inleiding De keramiekbranche kenmerkt zich door kleinschaligheid en exclusiviteit 1. Ondanks de huidige economische crisis blijft de verkoop binnen de keramiekbranche nog redelijk op peil. Er

Nadere informatie

Kansen zien en grijpen

Kansen zien en grijpen Arbeidsmarkt- en onderwijsmonitor 2011-2012 Kansen zien en grijpen Consument zijn terughoudend in de aanschaf van luxeartikelen. Kansen liggen vooral in reparatie en restauratie 2 Arbeidsmarkt- en onderwijsmonitor

Nadere informatie

1. KERAMISTEN. Bedrijfsomvang aantal werkzame personen in % aantal keramiekbedrijven. 1.1 Samenvatting en conclusies. 1.2 Branche

1. KERAMISTEN. Bedrijfsomvang aantal werkzame personen in % aantal keramiekbedrijven. 1.1 Samenvatting en conclusies. 1.2 Branche 1. KERAMISTEN 1.1 Samenvatting en conclusies De keramiekbranche kenmerkt zich door kleinschaligheid en exclusiviteit. Of de verkoop in de branche te lijden heeft onder de recessie is moeilijk te zeggen.

Nadere informatie

GOUDSMEDEN EN ZILVERSMEDEN

GOUDSMEDEN EN ZILVERSMEDEN GOUDSMEDEN EN ZILVERSMEDEN Samenvatting en conclusies De belangrijkste bevindingen uit recent onderzoek 1 zijn als volgt samen te vatten. - De afnemende economische groei heeft nog weinig invloed op de

Nadere informatie

1. SCHOENHERSTELLERS. 1.1 Samenvatting. 1.2 Branche

1. SCHOENHERSTELLERS. 1.1 Samenvatting. 1.2 Branche 1. SCHOENHERSTELLERS 1.1 Samenvatting De belangrijkste bevindingen uit recent onderzoek 1 zijn als volgt samen te vatten: - De economische crisis heeft een positief effect op de schoenherstellersbranche:

Nadere informatie

Structuuronderzoek ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van schoenen en tassen 2011

Structuuronderzoek ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van schoenen en tassen 2011 Structuuronderzoek ontwerpers en ambachtelijk vervaardigers van schoenen en tassen 211 januari 211 In opdracht van: Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA) In samenwerking met: FeetBag Uitgevoerd door: EIM drs.

Nadere informatie

Structuuronderzoek glazeniersbedrijven 2010

Structuuronderzoek glazeniersbedrijven 2010 Structuuronderzoek glazeniersbedrijven 2 oktober 2 In opdracht van: Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA) In samenwerking met: Ondernemers Vereniging van Glazeniers (OVG) Uitgevoerd door: EIM drs. W.D.M. van

Nadere informatie

Ontwikkeling aantal leerlingen Reclame, Presentatie en Communicatie 2013/2014 Statistisch jaaroverzicht deel 1

Ontwikkeling aantal leerlingen Reclame, Presentatie en Communicatie 2013/2014 Statistisch jaaroverzicht deel 1 R eclame, P resentatie en C ommunicatie Ontwikkeling aantal leerlingen Reclame, Presentatie en Communicatie 2013/2014 Statistisch jaaroverzicht deel 1 Datum: februari 2014 Auteur: Sanne Saalbrink Colofon

Nadere informatie

MBO-OPLEIDINGEN GEZONDHEIDSTECHNIEK

MBO-OPLEIDINGEN GEZONDHEIDSTECHNIEK MBO-OPLEIDINGEN GEZONDHEIDSTECHNIEK HOREN ZIEN LACHEN BEWEGEN DUTCH HEALTHTEC ACADEMY: BETER LEVEN! www.dhta.nl De Dutch HealthTec Academy (DHTA) is dé school voor gezondheidstechniek. Techniek die te

Nadere informatie

Het Ambachtshuis Brabant. Voordeur naar ambachtelijk vakmanschap

Het Ambachtshuis Brabant. Voordeur naar ambachtelijk vakmanschap Het Ambachtshuis Brabant Voordeur naar ambachtelijk vakmanschap u Vakmanschap benutten Ambachten maken wezenlijk deel uit van de Nederlandse economie. Ze worden beoefend door bijna 1 miljoen Nederlanders,

Nadere informatie

MBO-OPLEIDINGEN GEZONDHEIDSTECHNIEK

MBO-OPLEIDINGEN GEZONDHEIDSTECHNIEK MBO-OPLEIDINGEN GEZONDHEIDSTECHNIEK SCHOENEN HOREN ZIEN LACHEN BEWEGEN DUTCH HEALTHTEC ACADEMY: BETER LEVEN! www.dhta.nl De Dutch HealthTec Academy (DHTA) is de school voor gezondheidstechniek. De techniek

Nadere informatie

index Technocentrum Kwantitatieve regioanalyse technisch beroepsonderwijs Provincie Noord-Brabant

index Technocentrum Kwantitatieve regioanalyse technisch beroepsonderwijs Provincie Noord-Brabant index Technocentrum Kwantitatieve regioanalyse technisch beroepsonderwijs Provincie Noord-Brabant Inhoudsopgave 1. Mbo Techniek... 3 1.1 Deelnemers mbo techniek... 3 1.1.1 Onderwijsinstellingen... 3 1.1.2

Nadere informatie

Ontwikkeling aantal leerlingen en gediplomeerden Reclame, Presentatie en Communicatie 2014 RECLAME, PRESENTATIE EN COMMUNICATIE

Ontwikkeling aantal leerlingen en gediplomeerden Reclame, Presentatie en Communicatie 2014 RECLAME, PRESENTATIE EN COMMUNICATIE RECLAME, PRESENTATIE EN COMMUNICATIE Ontwikkeling aantal leerlingen en gediplomeerden Reclame, Presentatie en Communicatie 2014 Statistisch jaaroverzicht deel 1 en 2 Datum: 4 december 2014 Colofon Savantis

Nadere informatie

Rabobank Cijfers & Trends

Rabobank Cijfers & Trends Kappers In de kappersbranche kunnen de volgende bedrijfstypen worden onderscheiden: zelfstandigen zonder personeel, zzp ers (ondernemers die minder dan 32 uur per week in het kappersbedrijf werkzaam zijn)

Nadere informatie

SOS Vakmanschap - Organisatie voor behoud en versterking van specialistische beroepen - Geld is niet het belangrijkste

SOS Vakmanschap - Organisatie voor behoud en versterking van specialistische beroepen - Geld is niet het belangrijkste SOS Vakmanschap - Organisatie voor behoud en versterking van specialistische beroepen - Geld is niet het belangrijkste bron: monitor SOS Vakmanschap 2012 V aklieden als hoefsmeden, hoedenmakers en glasblazers

Nadere informatie

SCHOONMAAK EN GLAZENWASSEN. Leerlingcijfers. Sector Schoonmaak en Glazenwassen. Datum: 16 februari 2015 Auteur: Savantis

SCHOONMAAK EN GLAZENWASSEN. Leerlingcijfers. Sector Schoonmaak en Glazenwassen. Datum: 16 februari 2015 Auteur: Savantis SCHOONMAAK EN GLAZENWASSEN Leerlingcijfers Sector Schoonmaak en Glazenwassen Datum: 16 februari 2015 Auteur: Savantis Colofon Savantis is het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voor de sectoren

Nadere informatie

1. GOUDSMEDEN EN ZILVERSMEDEN

1. GOUDSMEDEN EN ZILVERSMEDEN 1. GOUDSMEDEN EN ZILVERSMEDEN 1.1 Samenvatting en conclusies Onder de branche Goudsmeden en Zilversmeden vallen bedrijven die zich bezig houden met het ontwerpen, vervaardigen, repareren en soms ook restaureren

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Rotterdam

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Rotterdam Regiorapportage Mobiliteitsbranche Rotterdam Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Rotterdam Albeda College / Zadkine 2012 2013 1

Nadere informatie

Rabobank Cijfers & Trends

Rabobank Cijfers & Trends Kappers In de kappersbranche kunnen de volgende bedrijfstypen worden onderscheiden: zelfstandigen zonder personeel, zzp ers (ondernemers die minder dan 32 uur per week in het kappersbedrijf werkzaam zijn)

Nadere informatie

MBO gezondheidstechnische opleidingen HOREN ZIEN LACHEN BEWEGEN DUTCH HEALTHTEC ACADEMY: BETER LEVEN!

MBO gezondheidstechnische opleidingen HOREN ZIEN LACHEN BEWEGEN DUTCH HEALTHTEC ACADEMY: BETER LEVEN! MBO gezondheidstechnische opleidingen HOREN ZIEN LACHEN BEWEGEN DUTCH HEALTHTEC ACADEMY: BETER LEVEN! www.dhta.nl De Dutch HealthTec Academy (DHTA) is de school voor gezondheidstechniek. De techniek die

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Groot Amsterdam - Gooi en Vechtstreek

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Groot Amsterdam - Gooi en Vechtstreek Regiorapportage Mobiliteitsbranche Groot Amsterdam - Gooi en Vechtstreek Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Groot Amsterdam -

Nadere informatie

Van baan naar eigen baas

Van baan naar eigen baas M200912 Van baan naar eigen baas drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2009 Van baan naar eigen baas Ruim driekwart van de ondernemers die in de eerste helft van 2008 een bedrijf zijn gestart, werkte voordat

Nadere informatie

1. ORTHOPEDISCHE TECHNIEK & ORTHOPEDISCHE SCHOENTECHNIEK

1. ORTHOPEDISCHE TECHNIEK & ORTHOPEDISCHE SCHOENTECHNIEK 1. ORTHOPEDISCHE TECHNIEK & ORTHOPEDISCHE SCHOENTECHNIEK 1.1 Samenvatting en conclusies De belangrijkste bevindingen uit recent onderzoek 1 zijn als volgt samen te vatten: Tot vorig jaar was er zowel een

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Breda Bergen op Zoom

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Breda Bergen op Zoom Regiorapportage Mobiliteitsbranche Breda Bergen op Zoom Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Breda Bergen op Zoom ROC West-Brabant

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Den Haag

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Den Haag Regiorapportage Mobiliteitsbranche Den Haag Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Den Haag ROC Mondriaan 2012 2013 1 1. Kans op werk

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht Regiorapportage Mobiliteitsbranche Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht

Nadere informatie

Leerlingcijfers 2014/2015

Leerlingcijfers 2014/2015 AFBOUW Leerlingcijfers 2014/2015 Sector Afbouw Datum: 24 februari 2015 Auteur: Savantis Colofon Savantis is het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voor de sectoren Schilderen en Onderhoud; Afbouw;

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Zuid-Limburg

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Zuid-Limburg Regiorapportage Mobiliteitsbranche Zuid-Limburg Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Zuid- Limburg ROC Arcus College 2012 2013 1

Nadere informatie

1. TECHNISCH OOGHEELKUNDIG ASSISTENT

1. TECHNISCH OOGHEELKUNDIG ASSISTENT 1. TECHNISCH OOGHEELKUNDIG ASSISTENT 1.1 Samenvatting en conclusies Het meest recente onderzoek naar de technisch oogheelkundig assistent (TOA) heeft plaatsgevonden in 2007 1. Nieuwe gegevens over de werkomgeving

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Noord-Holland Noord

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Noord-Holland Noord Regiorapportage Mobiliteitsbranche Noord-Holland Noord Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Noord-Holland Noord ROC kop van Noord-Holland

Nadere informatie

Keuzedelen een plus op het mbo-diploma. Innovatie in de regio en kansen op de arbeidsmarkt

Keuzedelen een plus op het mbo-diploma. Innovatie in de regio en kansen op de arbeidsmarkt Keuzedelen een plus op het mbo-diploma Innovatie in de regio en kansen op de arbeidsmarkt Nieuwe kwalificatiedossiers én keuzedelen Keuze a Keuze b Keuze c Keuze d Profiel 1 Profiel 2 Profiel 3 Het mbo

Nadere informatie

1 TANDTECHNIEK. 1.1 Samenvatting en conclusies

1 TANDTECHNIEK. 1.1 Samenvatting en conclusies 1 TANDTECHNIEK 1.1 Samenvatting en conclusies De tandtechnische branche is en blijft een dynamisch branche. Omdat het meest recente systematische onderzoek naar deze branche uit 2008 1 stamt is het niet

Nadere informatie

Verdeling van de uurwerkherstellersbedrijven naar bedrijfstype

Verdeling van de uurwerkherstellersbedrijven naar bedrijfstype 1. UURWERKMAKERS 1.1 Samenvatting en conclusies De belangrijkste bevindingen uit recent onderzoek 1 zijn als volgt samen te vatten. - De economische crisis is ook voor de uurwerkmakersbranche nog niet

Nadere informatie

Colo-barometer van de stageplaatsen- en leerbanenmarkt

Colo-barometer van de stageplaatsen- en leerbanenmarkt Colo-barometer van de stageplaatsen- en leerbanenmarkt Een inventarisatie door Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven, verenigd in Colo, peiling mei 2007. Het aantal door kenniscentra erkende leerbedrijven

Nadere informatie

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Exportmonitor 2011 Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Uit de Exportmonitor 2011 blijkt dat het noordelijk bedrijfsleven steeds meer aansluiting vindt bij de wereldeconomie. De Exportmonitor

Nadere informatie

Beroepspraktijkvorming op de werkvloer

Beroepspraktijkvorming op de werkvloer Beroepspraktijkvorming op de werkvloer Compact kwalificatiedossier Fashion management Junior productmanager fashion - niveau 4 Beroepspraktijkvorming op de werkvloer Compact kwalificatiedossier Fashion

Nadere informatie

Mbo & Stages. Nieuwegein, 10 februari 2015

Mbo & Stages. Nieuwegein, 10 februari 2015 Mbo & Stages Nieuwegein, 10 februari 2015 Doel bijeenkomst Informeren over ontwikkelingen in mbo onderwijs Inventariseren gebruik stagiaires (niveau en soort) Inventariseren wensen ten aanzien van stagiaires

Nadere informatie

1. JUWELIERS. 1.1. Samenvatting en conclusies. 1.2. Branche

1. JUWELIERS. 1.1. Samenvatting en conclusies. 1.2. Branche 1. JUWELIERS 1.1. Samenvatting en conclusies De belangrijkste ontwikkelingen in de branche en op de arbeidsmarkt zijn als volgt samen te vatten 1. - De dalende omzet is reeds in 2008 ingezet en is door

Nadere informatie

Beroepspraktijkvorming

Beroepspraktijkvorming Beroepspraktijkvorming Stagemarkt.nl en de herziene kwalificatiestructuur NAAR EEN COMPACTE EN OVERZICHTELIJKE REGISTRATIE VAN ERKENDE LEERBEDRIJVEN Vanaf 1 augustus 2015 neemt de nieuwe samenwerkingsorganisatie

Nadere informatie

Het Ambachtshuis Brabant. Voordeur naar ambachtelijk vakmanschap

Het Ambachtshuis Brabant. Voordeur naar ambachtelijk vakmanschap Het Ambachtshuis Brabant Voordeur naar ambachtelijk vakmanschap Het Ambachtshuis Brabant zorgt voor nieuwe ambachtslieden Ambachten zijn belangrijk voor de Nederlandse economie. De ambachtensector is goed

Nadere informatie

Toon Berkers Maartje Geenen Cécile Stallenberg

Toon Berkers Maartje Geenen Cécile Stallenberg Limburgse Arbeidsmarktdag 24 mei 2018 Toon Berkers Maartje Geenen Cécile Stallenberg Dit pdf-bestand bevat de belangrijkste dia s uit de presentatie die in de LADworkshop van 24 mei 2018 is gegeven. De

Nadere informatie

Over de voedingsmiddelenindustrie

Over de voedingsmiddelenindustrie Voedingsmiddelenindustrie Brancheontwikkelingen 2012 Deze factsheet bevat arbeidsmarktinformatie over de voedingsmiddelenindustrie. Onderwerpen die aan bod komen zijn: werkgelegenheid, trends en ontwikkelingen,

Nadere informatie

Creatief Vakmanschap

Creatief Vakmanschap Landelijke Kwalificaties MBO Creatief Vakmanschap Crebonummer: 22068, 93683, 93681, 93684, 93682, 93685, 93686, 93687 Sector: Branche: Opleidingsdomein: Creatieve techniek Geldig vanaf: 1 augustus 2012

Nadere informatie

BNO Branchemonitor De Nederlandse ontwerpsector in beeld en getal

BNO Branchemonitor De Nederlandse ontwerpsector in beeld en getal De Nederlandse ontwerpsector in beeld en getal Februari 2016 Voorwoord Herstel In lijn met de economische opleving veert ook de designsector weer op. De cijfers over 2015 bevestigen het herstel dat in

Nadere informatie

Arbeidsmarkt- en Structuuronderzoek Goud- & Zilversmedenbranche

Arbeidsmarkt- en Structuuronderzoek Goud- & Zilversmedenbranche Arbeidsmarkt- en Structuuronderzoek Goud- & Zilversmedenbranche in opdracht van SVGB Kenniscentrum Ditmeijers Research² bv MMXIII Ph. A. Rouwenhorst, M.Sc. B. van Helden, M.Sc. 15 februari 2013 12.8895

Nadere informatie

Arbeidsmarktanalyse Elektrotechnische detailhandel

Arbeidsmarktanalyse Elektrotechnische detailhandel Arbeidsmarktanalyse Elektrotechnische detailhandel Op hoofdlijnen Quickscan over 2018 Uitgevoerd door a-advies 2 Inhoud Blok 1: Kengetallen bedrijven Blok 2: Kengetallen werknemers Blok 3: Instroom van

Nadere informatie

Rapport. van. Kamer v an Koophandel Nederland. Startersprofiel 2013. Datum uitgave Januari 2014. onderwerp Startende ondernemers in beeld

Rapport. van. Kamer v an Koophandel Nederland. Startersprofiel 2013. Datum uitgave Januari 2014. onderwerp Startende ondernemers in beeld Rapport Startersprofiel 2013 van Kamer van Koophandel Nederland Datum uitgave Januari 2014 onderwerp Startende ondernemers in beeld Pagina 1 v an 13 Inhoudsopgave 1 Samenvatting...3 2 Kerncijfers startende

Nadere informatie

Beroepspraktijkvorming op de werkvloer

Beroepspraktijkvorming op de werkvloer Beroepspraktijkvorming op de werkvloer Compact kwalificatiedossier Ondernemerschap op basis van vakmanschap Vakman-ondernemer - niveau 4 Beroepspraktijkvorming op de werkvloer Compact kwalificatiedossier

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. Definitief jaarverslag kenniscentrum 2010-bestuur-versie 2 1

INHOUDSOPGAVE. Definitief jaarverslag kenniscentrum 2010-bestuur-versie 2 1 INHOUDSOPGAVE Voorwoord Hoofdstuk 1. Strategie en beleid... 3 Hoofdstuk 2. Bestuur en management... 6 Hoofdstuk 3. Projecten... 7 De Nederlandse School voor Gezondheidstechniek... 7 Voorrang voor Creatief

Nadere informatie

Uitslag Enquête Kwalificatiedossiers, Keuzedelen en Examinering mbo

Uitslag Enquête Kwalificatiedossiers, Keuzedelen en Examinering mbo Uitslag Enquête Kwalificatiedossiers, Keuzedelen en Examinering mbo Inleiding Met de herziening mbo staan de Mbo-opleidingen voor de opdracht om in augustus 2016 te starten met de nieuwe kwalificatiestructuur

Nadere informatie

Leerlingcijfers 2014/2015

Leerlingcijfers 2014/2015 SCHILDEREN EN ONDERHOUD Leerlingcijfers 2014/2015 Sector Schilderen en onderhoud Datum: 24 februari 2015 Auteur: Savantis Colofon Savantis is het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voor de sectoren

Nadere informatie

Aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt; kan dat wel?

Aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt; kan dat wel? Aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt; kan dat wel? 1 Waar wil ik het over hebben? Het MBO De arbeidsmarkt Jongeren Waar hebben wij het over als we het hebben over aansluiting? Mijn conclusies 2 Het MBO

Nadere informatie

CREATIEVE TECHNIEK. vormgeving & styling creatieve techniek vastgoed & makelaardij SPECIALIST RESTAURATIE EN DECORATIE (ALLROUND) STAND EN DECORBOUWER

CREATIEVE TECHNIEK. vormgeving & styling creatieve techniek vastgoed & makelaardij SPECIALIST RESTAURATIE EN DECORATIE (ALLROUND) STAND EN DECORBOUWER CREATIEVE TECHNIEK vormgeving & styling creatieve techniek vastgoed & makelaardij SPECIALIST RESTAURATIE EN DECORATIE SPECIALIST (ALLROUND) RESTAURATIE STAND EN DECORBOUWER EN DECORATIE (ALLROUND) STAND

Nadere informatie

Sector Handel en ondernemerschap

Sector Handel en ondernemerschap Sector Handel en ondernemerschap Doelmatigheidsrapportage maart 2013 Sector Handel en ondernemerschap Leeswijzer Inleiding Feiten en cijfers, gelegitimeerd door onderwijs en bedrijfsleven, zijn essentieel

Nadere informatie

Hoog opgeleid, laag inkomen

Hoog opgeleid, laag inkomen Hoog opgeleid, laag inkomen De situatie van buitenschoolse kunstdocenten en artistiek begeleiders Henk Vinken en Teunis IJdens Een groot deel van de voorzieningen voor actieve cultuurparticipatie bestaat

Nadere informatie

Statistisch jaaroverzicht Schoonmaak en Glazenwassen 2011/2012

Statistisch jaaroverzicht Schoonmaak en Glazenwassen 2011/2012 Statistisch jaaroverzicht Schoonmaak en Glazenwassen 2011/2012 Datum: oktober 2012 Auteur: Theo Mos Phuong Pham Sanne Saalbrink Colofon Savantis is een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voor

Nadere informatie

Minder startende ondernemers

Minder startende ondernemers Starters ING Economisch Bureau Minder startende ondernemers in 2012 Aantal starters loopt in alle provincies terug Dit jaar zijn er tot en met september circa 95.000 mensen een onderneming gestart, ruim

Nadere informatie

Herziening MBO voor leerbedrijven. Versie 1.0 juli 2015

Herziening MBO voor leerbedrijven. Versie 1.0 juli 2015 Herziening MBO voor leerbedrijven Versie 1.0 juli 2015 De presentatie in het kort Het mbo-onderwijs verandert Keuzedelen, nieuw in de mbo-opleiding Kansen voor het bedrijfsleven Het mbo-onderwijs verandert

Nadere informatie

Excellentie in het MBO

Excellentie in het MBO Excellentie in het MBO PILOT VAN MINISTER JET BUSSEMAKER Excellentie in het MBO Vier vakscholen zijn in 2015 gestart met de pilot HMC in Amsterdam en Rotterdam CIBAP in Zwolle Sint Lucas in Eindhoven Media

Nadere informatie

Verdeling van de ondernemingen naar bedrijfstype 11%

Verdeling van de ondernemingen naar bedrijfstype 11% 1. PIANOTECHNIEK 1.1 Samenvatting en conclusies De pianobranche heeft een dalende omzet, maar ontwikkelt zich op tal van gebieden. De belangrijkste bevindingen uit recent onderzoek 1 zijn als volgt samen

Nadere informatie

Rapport. van Kamer van Koophandel Nederland. Startersprofiel 2012. Datum uitgave. Januari 2013. onderwerp Startende ondernemers in beeld

Rapport. van Kamer van Koophandel Nederland. Startersprofiel 2012. Datum uitgave. Januari 2013. onderwerp Startende ondernemers in beeld Rapport Startersprofiel 2012 van Datum uitgave Januari 2013 onderwerp Startende ondernemers in beeld Pagina 1 van 12 Inhoudsopgave 1 Samenvatting... 3 2 Kerncijfers startende ondernemers... 4 2.1 Meer

Nadere informatie

Inhoud. Aanmelding MBO. Open dagen. Scholen. Albeda College. Zadkine. Hout- en meubilering College. Scheepvaart- en Transport College.

Inhoud. Aanmelding MBO. Open dagen. Scholen. Albeda College. Zadkine. Hout- en meubilering College. Scheepvaart- en Transport College. MBO Wijzer Inhoud Aanmelding MBO Open dagen Scholen Albeda College Zadkine Hout- en meubilering College Scheepvaart- en Transport College Wellant College Grafisch Lyceum Bijlage 2 Aanmelding De aanmelding

Nadere informatie

IK GA VOOR DE ENTREE- OPLEIDINGEN MBOAMERSFOORT.NL

IK GA VOOR DE ENTREE- OPLEIDINGEN MBOAMERSFOORT.NL IK GA VOOR DE ENTREE- OPLEIDINGEN MBOAMERSFOORT.NL WERKEN AAN JE EIGEN TOEKOMST Een entree-opleiding is voor iedereen die nog geen diploma heeft. We hebben opleidingen in 7 richtingen uit 4 sectoren: horeca,

Nadere informatie

IK GA VOOR DE HOTELSCHOOL AMERSFOORT MBOAMERSFOORT.NL

IK GA VOOR DE HOTELSCHOOL AMERSFOORT MBOAMERSFOORT.NL IK GA VOOR DE HOTELSCHOOL AMERSFOORT MBOAMERSFOORT.NL JIJ LAAT MENSEN GENIETEN Jij let op alle details. Ligt het bestek perfect op tafel? Zijn de glazen goed gepoetst? Ziet elk gerecht er fantastisch uit?

Nadere informatie

Beroepspraktijkvorming op de werkvloer

Beroepspraktijkvorming op de werkvloer Beroepspraktijkvorming op de werkvloer Compact kwalificatiedossier Leidinggeven op basis van vakmanschap Leidinggevende team/afdeling/project - niveau 4 Technisch leidinggevende - niveau 4 Beroepspraktijkvorming

Nadere informatie

Samenwerking NCE en Restauratoren Register. Jephta Dullaart Projectmedewerker

Samenwerking NCE en Restauratoren Register. Jephta Dullaart Projectmedewerker Samenwerking NCE en Restauratoren Register Jephta Dullaart Projectmedewerker Wat doet het NCE? NCE faciliteert diverse restauratiedisciplines met opleidingen op maat zodat: - instroom van studenten - vakdocenten

Nadere informatie

ARBEIDSMARKT EN TRENDS PEDICUREBRANCHE HIGHLIGHTS

ARBEIDSMARKT EN TRENDS PEDICUREBRANCHE HIGHLIGHTS ARBEIDSMARKT EN TRENDS PEDICUREBRANCHE HIGHLIGHTS VOORWOORD KOC Nederland is het kenniscentrum van de Uiterlijke Verzorging. De Uiterlijke Verzorging is een gevarieerde sector, waar vakmensen met passie

Nadere informatie

De Gemengde Leerweg. wellantcollege ll. Informatie voor leerkrachten basisscholen

De Gemengde Leerweg. wellantcollege ll. Informatie voor leerkrachten basisscholen wellantcollege ll Informatie voor leerkrachten basisscholen De Gemengde Leerweg De theoretische leerweg met een praktische inslag. Een succesvolle route! Wellant vmbo 2 De leerwegen op een rijtje Het vmbo

Nadere informatie

Grafimedia. in cijfers

Grafimedia. in cijfers Grafimedia in cijfers 2015 Inhoud Branche in cijfers 5 Ontwikkeling bedrijven 6 Soorten bedrijven 7 Mutaties in bedrijven 8 Faillissementen 9 Poducentenprijsindex (PPI) grafimediabranche 10 Omzetontwikkeling

Nadere informatie

Aandeel meisjes in de bètatechniek VMBO

Aandeel meisjes in de bètatechniek VMBO Vrouwen in de bètatechniek Traditioneel kiezen veel meer mannen dan vrouwen voor een bètatechnische opleiding. Toch lijkt hier de afgelopen jaren langzaam verandering in te komen. Deze factsheet geeft

Nadere informatie

IK GA VOOR DE ENTREE- OPLEIDINGEN MBOAMERSFOORT.NL

IK GA VOOR DE ENTREE- OPLEIDINGEN MBOAMERSFOORT.NL IK GA VOOR DE ENTREE- OPLEIDINGEN MBOAMERSFOORT.NL WERKEN AAN JE EIGEN TOEKOMST Een entree-opleiding is voor iedereen die nog geen diploma heeft. We hebben opleidingen in 7 richtingen uit 4 sectoren: horeca,

Nadere informatie

ARBEIDSMARKT EN TRENDS SCHOONHEIDSSPECIALISTENBRANCHE HIGHLIGHTS

ARBEIDSMARKT EN TRENDS SCHOONHEIDSSPECIALISTENBRANCHE HIGHLIGHTS ARBEIDSMARKT EN TRENDS SCHOONHEIDSSPECIALISTENBRANCHE HIGHLIGHTS VOORWOORD KOC Nederland is het kenniscentrum van de Uiterlijke Verzorging. De Uiterlijke Verzorging is een gevarieerde sector, waar vakmensen

Nadere informatie

Van mbo en havo naar hbo

Van mbo en havo naar hbo Van mbo en havo naar hbo Dick Takkenberg en Rob Kapel Studenten die naar het hbo gaan, komen vooral van het mbo en de havo. In het algemeen blijven mbo ers die een opleiding in een bepaald vak- of studiegebied

Nadere informatie