JURISPRUDENTIE --- Zfw
|
|
|
- Mirthe Smet
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 vorige home jurisprudentie jur. Zfw Zfw sz-wetten overige wetten zoeken JURISPRUDENTIE --- Zfw LJN: AY4168 Instantie: Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak: Soort procedure: hoger beroep Bron: Essentie: Rechtspraak.nl Is de aanvraag van betrokkene om haar op grond van het bepaalde bij en krachtens de Zfw een hulpmiddel te verstrekken in de vorm van een aangepaste rookmelder met licht- en trilsignaal terecht afgewezen? Uitspraak meervoudige kamer 04/2722 ZFW U I T S P R A A K op het hoger beroep van: de onderlinge waarborgmaatschappij Groene Land PWZ Zorgverzekeraar U.A., gevestigd te Zwolle (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 7 april 2004, 03/1188 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: [betrokkene], wonende te [woonplaats], (hierna: betrokkene),
2 en appellant. Datum uitspraak: 4 juli I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Namens betrokkene heeft mr. J.A.M. van der Goot- Andela, werkzaam bij de Stichting Achmea Rechtsbijstand te Leeuwarden, een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 mei Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.B. Gschwind, werkzaam bij appellant. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Goot-Andela en een tolk gebarentaal. II. OVERWEGINGEN Betrokkene is auditief gehandicapt. Bij aanvraag van 7 september 2002 heeft zij appellant verzocht om haar op grond van het bepaalde bij en krachtens de Ziekenfondswet (hierna: Zfw) een hulpmiddel te verstrekken in de vorm van een aangepaste rookmelder met licht- en trilsignaal. Daarbij is een offerte voor een VisiBel alarmzender overgelegd ten bedrage van 266,08. Appellant heeft deze aanvraag afgewezen bij besluit van 23 september Betrokkene heeft daartegen op 21 oktober 2002 bezwaar gemaakt. Het College voor zorgverzekeringen (hierna: Cvz) heeft bij brief van 28 mei 2003 van advies gediend. Appellant heeft het bezwaar tegen het besluit van 23 september 2002 overeenkomstig het advies van Cvz bij besluit van 5 juni 2003 ongegrond verklaard. Dit besluit berust op het standpunt dat een aangepaste rookmelder niet kan worden aangemerkt als een verstrekking ingevolge de Zfw nu het daarbij niet gaat om een hulpmiddel dat de verzekerde in staat stelt zelfstandig te functioneren en deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer, maar om een middel voor
3 persoonlijke beveiliging, net als een inbraakalarm. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 5 juni 2003 gegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat de aangevraagde rookmelder moet worden aangemerkt als een waarschuwingsinstallatie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, onder j, onder 1, van de Regeling hulpmiddelen 1996 (hierna: Regeling), zodat betrokkene ingevolge artikel 8 van de Zfw recht heeft op verstrekking ervan. Deze aangepaste rookmelder heeft immers tot doel de auditief gehandicapte te alarmeren of te waarschuwen bij brand of rook. Noch in de toelichting op artikel 26 van de Regeling, noch in de jurisprudentie zijn aanknopingspunten te vinden voor het standpunt dat onder de in dat artikel bedoelde waarschuwingsinstallaties geen apparatuur kan worden begrepen die bedoeld is voor persoonlijke bescherming. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat geenszins het standpunt is ingenomen dat onder waarschuwingsapparatuur geen apparatuur kan worden begrepen die bedoeld is voor persoonlijke bescherming. Appellant stelt zich wel op het standpunt dat verzekerden ingevolge artikel 8 van de Zfw aanspraak hebben op nader omschreven verstrekkingen ter voorziening in hun geneeskundige verzorging. Door verstrekking van een wek- en waarschuwingsinstallatie wordt een auditief gehandicapte verzekerde in staat gesteld om met de handicap zelfstandig te functioneren en zoveel mogelijk aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen. De aangevraagde rookmelder is daarentegen bedoeld voor persoonlijke bescherming. Het treffen van veiligheidsmaatregelen in de woonomgeving in de vorm van brand- of inbraakalarm behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van verzekerden. Verwezen is naar het advies van Cvz van 19 februari 2001, gepubliceerd in RZA 2001/27. Appellant is van mening dat de rechtbank aan het begrip geneeskundige verzorging een uitbreiding heeft gegeven die strijdig is met het doel van de ziekenfondsverzekering. Betrokkene heeft aangevoerd dat zij het geluidssignaal van een normale rookmelder niet kan horen en dat zij aangewezen is op waarschuwingen door middel van een licht- of trilsignaal. Op grond van artikel 26, eerste lid, onder j, onder 1, van de Regeling heeft zij recht op verstrekking van wek- en waarschuwingsinstallaties. Installaties die bestemd zijn voor persoonlijke bescherming zijn daarvan niet uitgezonderd. De Raad komt tot de volgende beoordeling. Op grond van artikel 8, eerste lid, van de Zfw hebben verzekerden aanspraak op verstrekkingen ter voorziening in hun geneeskundige verzorging, voor zover met betrekking tot die zorg geen aanspraak bestaat ingevolge de Algemene Wet Bijzondere
4 Ziektekosten. Ingevolge artikel 8, tweede lid, van de Zfw kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat aanspraak bestaat op andere vormen van zorg dan de zorg, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Zfw. Artikel 8, derde lid, van de Zfw bepaalt dat de inhoud en omvang van de aanspraken bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld. Ingevolge artikel 15, eerste lid, van het Verstrekkingenbesluit Ziekenfondsverzekering (hierna: Verstrekkingenbesluit) omvat de aanspraak op hulpmiddelen die middelen welke in de Regeling als zodanig zijn aangewezen. Op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder t, van de Regeling omvat de aanspraak op hulpmiddelen de verschaffing in eigendom van te allen tijde adequaat functionerende hulpmiddelen voor communicatie, informatievoorziening en signalering als aangegeven in artikel 26 van de Regeling. Volgens artikel 26, eerste lid, onder j, onder 1, van de Regeling zijn de in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder t, van de Regeling bedoelde middelen: signaleringsapparatuur en alarmeringssystemen: weken waarschuwingsinstallaties ten behoeve van auditief gehandicapten. Volgens vaste rechtspraak - zie onder meer de uitspraak van de Raad van 26 april 2000, (LJN AE9287) - behelzen de Zfw en de daarop berustende regelingen een gesloten systeem van de ten laste van de in deze wet geregelde verzekering komende verstrekkingen, in die zin dat in beginsel op geen andere verstrekkingen aanspraak bestaat dan in deze regelgeving is bepaald. Ten aanzien van hulpmiddelen stelt de Raad verder vast dat aan dit gesloten systeem vorm en inhoud is gegeven door het bepaalde in artikel 15, eerste lid, van het Verstrekkingenbesluit en de daarop berustende Regeling, waarin een limitatieve en nauw omschreven opsomming van hulpmiddelen is gegeven en de gevallen waarin daarop - al dan niet - aanspraak bestaat. Voorts vloeit uit de vaste jurisprudentie van de Raad - zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 oktober 2000 (LJN: AA9346) - voort dat in de aard van een dergelijk enumeratief en limitatief systeem van aanspraken besloten ligt dat er in beginsel geen ruimte is voor een etensieve interpretatie van de daarin geregelde aanspraken en gevallen. De Raad is van oordeel dat in dit systeem voorts besloten ligt dat er gegeven de op zichzelf genomen duidelijke tekst van de van toepassing zijnde bepalingen in beginsel geen ruimte is voor een beperkende uitleg, zoals door appellant voorgestaan, in die zin dat slechts aanspraak zou bestaan op de in die bepalingen genoemde hulpmiddelen voor zover deze in functie staan van de strekking van de Zfw om de verzekerde in staat te stellen zelfstandig te functioneren en deel te nemen aan het maatschappelijk
5 verkeer. Appellant heeft niet duidelijk kunnen maken waarop deze omschrijving van de strekking van de Zfw is gegrond en evenmin dat deze strekking, in weerwil van de duidelijke tekst van deze bepalingen, dwingend zou moeten leiden tot de voorgestane beperkende uitleg. De verwijzing naar het advies van Cvz van 19 februari 2001 acht de Raad ontoereikend, nu ook dit advies niet duidelijk maakt waarom de aanspraak op waarschuwingsinstallaties als bedoeld in artikel 26 van de Regeling beperkt is tot die apparatuur welke ertoe strekt de verzekerde in staat te stellen om zelfstandig te functioneren en zoveel mogelijk aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen en waarom deze apparatuur niet bedoeld mag zijn voor hun persoonlijke bescherming aangezien dit tot de eigen verantwoordelijkheid van de betrokken auditief gehandicapten behoort. Enige onderbouwing van dit standpunt ontbreekt. Het vorenstaande betekent dat het hoger beroep geen doel treft en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. De Raad ziet aanleiding appellant te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep, begroot op 644,-- voor verleende rechtsbijstand, op 46,29 voor bijstand door de tolk gebarentaal en op 19,90 voor reiskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak; Veroordeelt appellant tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep tot een bedrag 710,19; Bepaalt dat van appellant een griffierecht wordt geheven van 422,--. Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons als voorzitter en R.M. van Male en H.J. de Mooij als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 juli (get.) T.G.M. Simons. (get.) L. Jörg.
6 home jurisprudentie jur. Zfw Zfw sz-wetten overige wetten zoeken volgende Copyright Stichting AB. Alle rechten voorbehouden.
ECLI:NL:CRVB:2016:4659
ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:2833
ECLI:NL:CRVB:2017:2833 Instantie Datum uitspraak 09-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8007 ZVW Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2017:2675
ECLI:NL:RBNNE:2017:2675 Instantie Datum uitspraak 19-06-2017 Datum publicatie 19-07-2017 Zaaknummer LEE 17/863 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:3143
ECLI:NL:CRVB:2016:3143 Instantie Datum uitspraak 23-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2337 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179 Instantie Datum uitspraak 04-01-2012 Datum publicatie 05-01-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-4246 WMO Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2010:BO7264
ECLI:NL:CRVB:2010:BO7264 Instantie Datum uitspraak 10-12-2010 Datum publicatie 14-12-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-3338 WSF Bestuursrecht
[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten)
LJN: BI3542, Centrale Raad van Beroep, 08/3709 WJZ + 08/3713 WJZ Datum uitspraak: 15-04-2009 Datum publicatie: 12-05-2009 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:
ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3016
ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3016 Instantie Datum uitspraak 19-04-2011 Datum publicatie 02-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 09-6342 WWB Bestuursrecht
CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K
CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER 11/9 AW U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van
het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.
LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij
ECLI:NL:CRVB:2017:246
ECLI:NL:CRVB:2017:246 Instantie Datum uitspraak 10-01-2017 Datum publicatie 30-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/6800 WWB Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2017:1551
ECLI:NL:CRVB:2017:1551 Instantie Datum uitspraak 11-04-2017 Datum publicatie 26-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/1071 WWB Socialezekerheidsrecht
CENTRALE RAAD VAN BEROEP
CENTRALE RAAD VAN BEROEP KBW 1994/1 U I T S P R A A K in het geding tussen: het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, appellant, en A., wonende te B., gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Onder
LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012
LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek
ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d
ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d Instantie Raad van State Datum uitspraak 01-10-2014 Datum publicatie 01-10-2014 Zaaknummer 201309659/1/A3 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Hoger
ECLI:NL:CRVB:2017:95. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Inhoudsindicatie
ECLI:NL:CRVB:2017:95 Instantie Datum uitspraak 11-01-2017 Datum publicatie 17-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2861 WW Socialezekerheidsrecht
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 18 augustus 2005, 04/482 (hierna: aangevallen uitspraak)
Uitspraak 05/5693ZFW Weigering beenprothese C-leg. Goedkopere alternatieven? Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante] tegen de uitspraak van de
LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB
LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB Datum uitspraak: 20-01-2009 Datum publicatie: 04-02-2009 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure:
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
MigratieWeb ve12000040 201102012/1/V2. Datum uitspraak: 13 december 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger
Uitspraak.
ECLI:NL:CRVB:2015:2617 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:crvb:2015:2617 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak 04-08-2015 Datum publicatie 05-08-2015 Zaaknummer
ECLI:NL:CRVB:2016:3593
ECLI:NL:CRVB:2016:3593 Instantie Datum uitspraak 28-09-2016 Datum publicatie 29-09-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/1219 WIA Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2012:BY4292
ECLI:NL:CRVB:2012:BY4292 Instantie Datum uitspraak 27-11-2012 Datum publicatie 28-11-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-1813 WWB + 11-1953
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1071 Instantie Datum uitspraak 04-06-2009 Datum publicatie 01-07-2009 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 07-5093 WWB Bestuursrecht
