Zakboekenpolitie.com
|
|
|
- Lien ten Hart
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Zakboekenpolitie.com Actualiteiten Strafvordering en Strafrecht 1. Zakboek Strafvordering voor de Hulpofficier van justitie (Strafvordering voor de Opsporingsambtenaar) 2. Zakboek Strafrecht voor de Politie 3. Zakboek Proces-verbaal en Bewijsrecht Geactualiseerd tot 15 januari
2 Inhoud presentatie algemeen Actualiteiten gericht op opsporing en vervolging Wetgeving en jurisprudentie Veel voorkomende verbeterpunten (vaak verwerkt in te beantwoorden stellingen) Voor de generalist
3 Wetswijzigingen 1. Verklaring van rechten (wijziging) 2. Uitbreiding gronden waarvoor vh is toegestaan (wijziging) 3. Fouillering op grond van art. 7 Politiewet 2012 (voorstel tot wijziging) 4. Aanwijzing veiligheidsrisicogebied bij onvoorziene, spoedeisende situatie (art. 174b Gemeentewet) (wijziging) 5. Wetswijziging art. 98 Sv (beslag en doorzoeking bij verschoningsgerechtigden) per
4 Stelling Belaging is een klachtmisdrijf
5 Antwoord stelling Belaging is inderdaad een (absoluut) klachtmisdrijf!!
6 1. Wetswijziging verklaring van rechten (1/3) Nieuw art. 27c Sv 1. Aan de verdachte wordt bij zijn staandehouding of aanhouding medegedeeld ter zake van welk strafbaar feit hij als verdachte is aangemerkt. Buiten gevallen van staandehouding of aanhouding wordt de verdachte deze mededeling uiterlijk voorafgaand aan het eerste verhoor gedaan. 2. Aan de verdachte die niet is aangehouden, wordt voorafgaand aan zijn eerste verhoor, onverminderd art. 29, tweede lid, mededeling gedaan van het recht op rechtsbijstand, bedoeld in art. 28, eerste lid, en, indien van toepassing, het recht op vertolking en vertaling, bedoeld in art. 27, vierde lid
7 1. Wetswijziging verklaring van rechten (2/3) Vervolg nieuw art. 27c Sv 3. Aan de aangehouden verdachte wordt onverwijld na zijn aanhouding en in ieder geval voorafgaand aan zijn eerste verhoor schriftelijk mededeling gedaan van: a. het recht om de in het eerste lid bedoelde informatie te ontvangen; b. de in het tweede lid bedoelde rechten; c. het bepaalde in art. 29, tweede lid (MH: de cautie); d. het recht op kennisneming van de processtukken op de wijze bepaald in de artikelen 30 t/m 34; e. de termijn waarbinnen de verdachte, voor zover hij niet in vrijheid is gesteld, krachtens dit wetboek voor de RC wordt geleid; f. de mogelijkheden om krachtens dit wetboek om opheffing of schorsing van de vh te verzoeken; g. de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechten
8 1. Wetswijziging verklaring van rechten (3/3) Vervolg nieuw art. 27c Sv 4. Aan een verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt de mededeling van rechten in een voor hem begrijpelijke taal gedaan. 5. In het pv wordt melding gemaakt van de mededeling van rechten. De verklaring van rechten moet gerechtelijke dwalingen helpen voorkomen en het aantal beroepszaken beperken
9 Stelling De Opiumwet geeft een bevoegdheid tot doorzoeking
10 Opiumwet (11.23) 1. Kent géén doorzoeking (veel gemaakte misser, maar gaat steeds beter!!) 2. Systematiek 'zoekend rondkijken' van toepassing HR, , LJN AL
11 2. Wetswijziging Uitbreiding gronden VH (4.36) (Stb , inwtr : Stb ) (1/4) 1. In art. 67a, tweede lid, is, onder vernummering van onderdeel 4 tot onderdeel 5, een onderdeel ingevoegd, luidende: 4. indien er sprake is van verdenking van een van de misdrijven omschreven in de artikelen 141, 157, 285, 300 tot en met 303 of 350 Sr, begaan op een voor het publiek toegankelijke plaats, dan wel gericht tegen personen met een publieke taak, waardoor maatschappelijke onrust is ontstaan en de berechting van het misdrijf uiterlijk binnen een termijn van 17 dagen en 15 uren na aanhouding van de verdachte zal plaatsvinden. 2. Aan art. 67a, wordt na het derde lid een lid toegevoegd, dat luidt: 4. Onder personen met een publieke taak zijn begrepen: personen die ten behoeve van het publiek en in het algemeen belang een hulp- of dienstverlenende taak vervullen
12 2. Wetswijziging Uitbreiding gronden VH (4.36) (gewijzigd wetsvoorstel tot wijziging van Sv i.v.m. de uitbreiding van de gronden voor vh, Kamerstukken 33360, nr. A) (2/4) Kamerstukken: Alleen de meer ernstige gevallen komen in aanmerking voor toepassing Het anticipatiegebod van art. 67a, derde lid (MH: zie 4.37), Sv is namelijk (...) onverkort van kracht. Een bevel tot vh dient dus achterwege te blijven wanneer er niet de verwachting is dat aan de verdachte in geval van veroordeling onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt opgelegd. Strafbare feiten waarvoor op grond van de strafvorderingsrichtlijn van het OM geen vrijheidsstraf wordt voor zien, komen niet in aanmerking voor vh
13 2. Wetswijziging Uitbreiding gronden VH (4.36) (gewijzigd wetsvoorstel tot wijziging van Sv i.v.m. de uitbreiding van de gronden voor vh, Kamerstukken 33360, nr. A) (3/4) Kamerstukken: Onder personen met een publieke taak zijn (...) personen begrepen die ten behoeve van het publiek en in het algemeen belang een hulp- of dienstverlenende taak vervullen. Het betreft ( ) onder andere politie-agenten, toezichthouders, ambulancepersoneel, brandweerlieden, functionarissen in het openbaar vervoer, zoals buschauffeurs en tramconducteurs, advocaten, deurwaarders en onderwijzend personeel. Deze personen hebben met elkaar gemeen dat zij zich vanwege hun beroepsuitoefening niet of moeilijk kunnen onttrekken aan de situatie waarin zij slachtoffer van een misdrijf dreigen te worden, en dat het een publiek belang is dat zij hun taak onbelemmerd kunnen vervullen
14 2. Wetswijziging Uitbreiding gronden VH (4.36) (gewijzigd wetsvoorstel tot wijziging van Sv i.v.m. de uitbreiding van de gronden voor vh, Kamerstukken 33360, nr. A) (4/4) Zie voor o.m. publiek toegankelijke plaats, maatschappelijke onrust, sociale media het zakboek editie
15 3. Wetsvoorstel wijziging art. 7 Politiewet 2012 (5.4) (Stb. 2014, 191, Kamerstukken 33112) (1/4) Art. 7 Politiewet 2012 komt na de wijziging als volgt te luiden: 1. (Ongewijzigd). 2. (Ongewijzigd). 3. (MH: veiligheidsfouillering). De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd tot het onderzoek aan de kleding van personen en het onderzoek van de voorwerpen die personen bij zich dragen of met zich mee voeren bij de uitoefening van een hem wettelijk toegekende bevoegdheid of bij een handeling ter uitvoering van de politietaak, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat een onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid of die van de ambtenaar zelf of van derden, en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar
16 3. Wetsvoorstel wijziging art. 7 Politiewet 2012 (5.4) (Stb. 2014, 191, Kamerstukken 33112) (2/4) 4. (MH: vervoers- en insluitingsfouillering). De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd een te vervoeren of in te sluiten persoon aan zijn kleding te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of voor anderen kunnen vor-men, alsmede daartoe de voorwerpen te onderzoeken die betrokkene bij zich draagt of met zich mee voert. 5. (MH: onderzoek aan lichaam bij in te sluiten of ingesloten persoon). Het hoofd van het territoriale onderdeel, bedoeld in art. 13, eerste lid, zijn plaatsvervanger of de ambtenaar van politie, belast met de zorg voor ingeslotenen, kan bepalen dat een in te sluiten of ingesloten persoon bij binnenkomst of bij het verlaten van een politiecel of een politiecellencomplex, voorafgaand aan of na afloop van bezoek, dan wel indien dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in het politiebureau of het cellencomplex, aan zijn lichaam wordt onderzocht. Art. 29, tweede, derde en vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet is van overeenkomstige toepassing (MH: zie hierna)
17 3. Wetsvoorstel wijziging art. 7 Politiewet 2012 (5.4) (Stb. 2014, 191, Kamerstukken 33112) (3/4) 6. (MH: onderzoek in lichaam bij in te sluiten of ingesloten persoon). Het hoofd van het territoriale onderdeel, bedoeld in art. 13, eerste lid, of zijn plaatsvervanger kan bepalen dat een in te sluiten of ingesloten persoon in het lichaam wordt onderzocht, indien dit noodzakelijk is ter afwending van ernstig gevaar voor de handhaving van de orde of de veiligheid in het politiebureau of het cellencomplex dan wel voor de gezondheid van de ingeslotene. Art. 31, eerste lid, tweede volzin, en tweede en derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet is van overeenkomstige toepassing (MH: zie hierna). 7. De uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste t/m het zesde lid, dient in verhouding tot het beoogde doel redelijk en gematigd te zijn. 8. Het eerste t/m het zevende lid zijn van toepassing op de militair van de KMar, indien hij optreedt in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, en op de militair van enig ander onderdeel van de krijgsmacht die op grond van deze wet bijstand verleent aan de politie
18 3. Wetsvoorstel wijziging art. 7 Politiewet 2012 (5.4) (Stb. 2014, 191, Kamerstukken 33112) (4/4) 9. Onze Minister kan bepalen dat de in art. 142, eerste lid, Sv bedoelde buitengewone opsporingsambtenaren, voor zover door hem hetzij in persoon, hetzij per categorie of eenheid aangewezen, de bevoegdheden omschreven in het eerste, derde en vierde lid kunnen uitoefenen. Alsdan wordt met overeenkomstige toepassing van art. 9 een ambtsinstructie voor hen vastgesteld. Art. 29 Penitentiaire beginselenwet lid 2 2. Het onderzoek aan het lichaam van de gedetineerde omvat mede het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het lichaam van de gedetineerde (MH: is dus ruimer dan de bevoegdheid tot onderzoek aan lichaam conform Sv, zie 5.2). Het onderzoek aan de kleding van de gedetineerde omvat mede het onderzoek van de voorwerpen die de gedetineerde bij zich draagt of met zich meevoert. Zie voor lid 1 en 3 t/m 4 en art. 31 het zakboek editie 2015 of overheid.nl
19 4. Wetswijziging art. 174b Gemeentewet aanwijzing veiligheidsrisicogebied bij onvoorziene, spoedeisende situatie (11.22) (Stb. 2014, 191, Kamerstukken 33112, inwerkingtreding ) (1/3) 1. Bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, kan de burgemeester in een onvoorziene, spoedeisende situatie een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, voor ten hoogste twaalf uur aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. In een veiligheidsrisicogebied kan de OvJ de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 50, derde lid, 51, derde lid, en 52, derde lid, van de Wwm toepassen. 2. Voordat de burgemeester het gebied aanwijst, overlegt hij met de OvJ. 3. De aanwijzing kan mondeling worden gegeven. In dat geval wordt de aanwijzing zo spoedig mogelijk op schrift gesteld en bekend gemaakt. 4. De burgemeester brengt de gebiedsaanwijzing z.s.m. ter kennis van de raad. 5. Art. 151b, derde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing
20 4. Wetswijziging art. 174b Gemeentewet aanwijzing veiligheidsrisicogebied bij onvoorziene, spoedeisende situatie (11.22) (Stb. 2014, 191, Kamerstukken 33112, inwerkingtreding ) (2/3) Uit Kamerstukken (MvA): Omschrijving veiligheidsrisicogebied: '(...) kan bijv. worden aangeduid door de straten te noemen die het gebied begrenzen'. Gebouwen: - '(...) alle gebouwen die feitelijk voor het publiek openstaan, inclusief bijv. openbare parkeergarages, bioscopen, horeca en de hal van metrostations'; - bijv. een Turks koffiehuis waar het publiek in het algemeen vrij toegang heeft
21 4. Wetswijziging art. 174b Gemeentewet aanwijzing veiligheidsrisicogebied bij onvoorziene, spoedeisende situatie (11.22) (Stb. 2014, 191, Kamerstukken 33112, inwerkingtreding ) (3/3) Zie voor voorbeelden van gevallen waarin een dergelijke incidentele fouillering voor onvoorzienbare en spoedeisende situaties kan worden toegepast de Kamerstukken verwerkt in het zakboek of overheid.nl: voetbalsupporters, vechtpartij bij café, steek/schietpartij in wijk / op school. De politieambtenaar handelt rechtmatig in de zin van art. 180 Sr als hij (na betrokkene te hebben verzocht om aan de fouillering mee te werken) overgaat tot het feitelijk fouilleren van betrokkene. Als betrokkene zich daar dan fysiek tegen verzet, overtreedt hij art. 180 Sr. Als hij zich aan de fouillering onttrekt door bijv. weg te rennen, overtreedt hij art. 184 Sr (tweede gedeelte: «alsmede hij die opzettelijk enige handeling, door een van die ambtenaren ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, belet, belemmert of verijdelt»). In deze gevallen is het niet-meewerken eveneens strafbaar op grond van art. 184 Sr in samenhang met art. 3 Politiewet 2012 (Kamerstukken)
22 5. Wetswijziging art. 98 Sv (beslag en doorzoeking bij verschoningsgerechtigden) per (1/2) Art. 98 Sv wordt als volgt gewijzigd: 1. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: De RC is bevoegd ter zake te beslissen. 2. Onder vernummering van het tweede lid tot vijfde lid worden na het eerste lid drie leden ingevoegd, luidende: 2. Indien de persoon met bevoegdheid tot verschoning bezwaar maakt tegen de ibn van brieven of andere geschriften omdat zijn plicht tot geheimhouding zich daartoe uitstrekt, wordt niet tot kennisneming overgegaan dan nadat de RC daarover heeft bepaald. 3+ 4: zie volgende dia
23 5. Wetswijziging art. 98 Sv (beslag en doorzoeking bij verschoningsgerechtigden) per (1/2) A: art. 98 Sv wordt als volgt gewijzigd: 2. Onder vernummering van het tweede lid tot vijfde lid worden na het eerste lid drie leden ingevoegd, luidende: 3. De RC die beslist dat ibn is toegestaan, deelt de persoon met bevoegdheid tot verschoning mede dat tegen zijn beslissing beklag open staat bij het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de zaak wordt vervolgd en tevens dat niet tot kennisneming wordt overgegaan dan nadat onherroepelijk over het beklag is beslist. 4. Tegen de beschikking van de RC kan de persoon met bevoegdheid tot verschoning binnen veertien dagen na de betekening daarvan een klaagschrift indienen bij het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de zaak wordt vervolgd Stb. 2014/445, inwerkingtreding : Stb. 2014/513
24 Inhoud presentatie: jurisprudentie (1/2) 1. Anonieme info als startinfo voor opsp. onderz. en toepassing dwangmiddelen 2. Processtukken 3. Onrechtmatig verkregen bewijs 4. Betreden woning zonder vereiste machtiging 5. Aangiften overheidsgeweld en 12 Sv 6. Onderzoek telefoon uit fouillering 7. Beïnvloeding getuige 8. Art. 3 Pw, Apv s en 184 Sr 9. Advocaat vóór en tijdens politieverhoor 10. Dwangmiddelen en toestemming 11. Weekendarrangement/weekendje zitten 12. Gevoelige gegevens 13. Verdenking Opiumwet 14. Niet (meer) gecertificeerd hulpovj 15. Grenzen van geweld bij aanhouden 16. Feitelijke aanranding v/d eerbaarheid 17. Administratieve of insluitingsfouilering 18. Doorzoeking: afwachten optreden RC of OvJ 19. Doorzoeking: bepaald omschreven kast 20. Bewijswaarde DNA 21. Identificatiefouillering / onderzoek voorwerp 22. Witwassen 23. APV: hinderlijk gedrag, etc. door gebruik vm 24. Verhoor verdachte zonder beëdigde tolk 25. Bedreiging 26. Oplichting 27. Verduistering 28. Buitensporig geweld bij aanhouding 29. Insluitingsfouillering 30. Observatie veelplegers 31. Unieke bewijskracht pv 32. WAHV: cautie verplicht 33. Herkenning verdachte door opsp. ambt. 34. Woning/huisrecht 35. Handhaving orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen en art. 180 Sr (verzet) 36. Diefstal en recht van retentie 37. Medeplegen (door bijrijder / scooterzaak) 38. Poging doodslag (kopschoppers) 39. Tonen foto's verdachte op internet 40. Voorbereidingshandelingen seksueel misbruik fictief 10jarig meisje 41. Gebruik imsi-catcher en stealth-sms 42. Rechtmatige uitoefening bediening bij aanhouding (art. 180 Sr) 43. Mishandeling (art. 300 Sr) 44. Roekeloosheid 45. Belaging 46. Hennepkwekerij 47. Diplomatieke onschendbaarheid/immuniteit en WAHV-beschikkingen
25 Inhoud presentatie: jurisprudentie (2/2) 48. Overzichtsarrest HR medeplegen/medeplichtigheid 49. Discriminatie 50. Grooming 51. Raadsman niet binnen 2 uur bij aangeh. verdachte 52. Samenloop toezicht en opsporing Sleutelplaatsen, niet-stelselmatige observaties, dynamische (verkeers)controle Prima pv's bevindingen, enz 53. Warmtemeting en redelijk vermoeden 54. Zwaar lichamelijk letsel 55. Valse aangifte of klacht 56. Art. 10a Opiumwet (voorbereiding) 57. Rijden onder invloed: geen verdenking én geen toestemming bloedafname 58. Door rechter gesignaleerde onjuistheden/verbeterpunten 59. Groepsbelediging / aanzetten tot discriminatie, enz. / uitlating door politicus
26 Stelling Dwangmiddelen mogen niet op basis van uitsluitend een MMA-melding worden toegepast
27 Anonieme info als startinfo (1/6) De HR stelt voorop dat de politie anonieme informatie mag gebruiken als startinformatie voor een opsporingsonderzoek Bij dwangmiddelentoepassing laat de HR het aan het oordeel van de lagere rechter over of anonieme info in het betreffende geval voldoende was voor het toegepaste dwangmiddel E.e.a. is volgens de HR in belangrijke mate afhankelijk van de weging en waardering van de omstandigheden van het geval
28 Anonieme info en dwangmiddelentoepassing (2/6) Actuele lagere jurisprudentie samengevat 1. Géén dwangmiddelentoepassing op basis van uitsluitend anonieme info 2. Altijd onderzoek doen naar een plusje en pas dwangmiddelen toepassen bij extra info 3. Dat kan pas anders zijn bij verdenking van een zeer ernstig misdrijf waarbij (verder) nader onderzoek en/of verificatie onmogelijk is en politieoptreden in redelijkheid geen enkel uitstel meer kan dulden 4. Als er géén plusje te vinden is (wat ontlastend kan werken) en er tóch een dwangmiddel toegepast zou moeten worden: éérst overleggen met de OvJ en ook hier pas dwangmiddelen toepassen als (verder) nader onderzoek en/of verificatie onmogelijk is en politieoptreden in redelijkheid geen enkel uitstel meer kan dulden
29 Anonieme info en dwangmiddelentoepassing (3/6) 'Plusje': Extra informatie over de verdachte e n/of het vermoedelijk gepleegde strafbare feit wat de verdenking verder kan onderbouwen Bijv. een strafblad met soortgelijke feiten, info uit het herkenningsen/of bedrijfsprocessensysteem van de politie, extra waarnemingen door de politie zelf of door derden, info van de wijkagent, info uit een ander onderzoek (zie daarover ook 9.23), enz. Alleen een check bij de basisregistratie personen is onvoldoende en dit geldt ook voor uitsluitend een plusje bestaande uit nog een MMA-melding
30 Anonieme info en dwangmiddelentoepassing (4/6) Ci-info Betrouwbaar geachte Ci-info kan onder omstandigheden wél de basis vormen voor toepassing van dwangmiddelen (zie verder het zakboek en de volgende dia) Dwangmiddelen kunnen volgens de HR ook worden gebaseerd op Ci-info waarvan over de betrouwbaarheid geen oordeel kan worden gegeven, mits de betreffende info maar voldoende concreet en specifiek is HR , LJN BZ2191 MH: desalniettemin toch zoveel mogelijk zoeken naar een 'plusje', zie daarover het zakboek
31 Anonieme info en dwangmiddelentoepassing (5/6) Van belang voor de afweging wel/niet strafvorderlijk optreden bij Ci-info zijn: 1. de inhoud van de anonieme Ci-melding 2. een zelfstandige beoordeling van die inhoud door politie en/of justitie 3. de concrete mogelijkheden (mede gelet op de noodzakelijke spoed van strafvorderlijk optreden) tot verificatie van de informatie 4. de aard van de toegepaste bevoegdheid 5. de mogelijkheid van de voorafgaande inzet van minder verstrekkende bevoegdheden, alsmede 6. de eventuele alternatieven voor strafvorderlijk optreden. Daarbij is van belang dat politie en justitie niet blind afgaan op anoniem verstrekte informatie, maar dat de bruikbaarheid en aannemelijkheid van die informatie daadwerkelijk worden beoordeeld door politie en/of justitie Hof Amsterdam , NS 2010, (onder verwijzing naar hof s-hertogenbosch , LJN BC9483) 31
32 Anonieme info en dwangmiddelentoepassing (6/6) Tot slot 1. Zie voor de opsporing van terroristische misdrijven 9.20: voor 'bob-bevoegdheden': slechts aanwijzingen van een terroristisch misdrijf vereist 2. WWM kent het criterium 'redelijkerwijs aanleiding (zie art. 51 en 52: onderzoek vervoermiddel en kledingonderzoek) In de praktijk kan dit bijv. betekenen 'dat, wanneer de politie informatie krijgt dat zich op een bepaalde plaats een persoon met een wapen bevindt, alle personen op die plaats kunnen worden gefouilleerd, en dat niet behoeft te worden afgewacht tot een verdachte is geïdentificeerd (Kamerstukken)
33 Stelling Onder processtukken worden uitsluitend verstaan de stukken die zich in het procesdossier bevinden
34 Antwoord stelling (2.9) (1/2) Art. 149a Tot de processtukken behoren alle stukken die voor de ter terechtzitting door de rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn, behoudens het bepaalde in art. 149b (MH: zie voor 149b de volgende dia) - Belang van strafzaak doorslaggevend voor selectie van stukken - Het gaat daarbij niet alleen om belastend of ontlastend bewijs, maar ook bijv. om stukken die van belang kunnen zijn voor de ontvankelijkheid van het OM, de controle op de rechtmatigheid van het opsporingsonderzoek of de straftoemeting - Ook stukken die nog niet gevoegd zijn in het procesdossier, kunnen dus een processtuk zijn Kamerstukken 32468, nr. 3 (MvT), resp. p. 17 en 19 en Kamerstukken nr. 6 (Nota n.a.v. het verslag), p
35 Antwoord stelling (2.9) (2/2) Art. 149b Sv De OvJ is bevoegd, indien hij dit met het oog op de in art. 187d, eerste lid, vermelde belangen (zie hieronder) noodzakelijk acht, de voeging van bepaalde stukken of gedeelten daarvan bij de processtukken achterwege te laten. Schriftelijke machtiging RC vereist. Belangen vermeld in art. 187d: (a). de getuige ernstige overlast zal ondervinden of in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig zal worden belemmerd, (b). een zwaarwegend opsporingsbelang wordt geschaad, of (c). het belang van de staatsveiligheid wordt geschaad
36 Onthouding kennisneming processtukken tijdens vh (2.9) Vaste jurisprudentie van het EHRM is dat informatie die essentieel is voor de detentie op een geschikte wijze ter beschikking van de raadsman van de verdachte gesteld moet worden EHRM , NJB 2008, 500 (Mooren tegen Duitsland). Zie eerder ook Lamy tegen België (10444/83), Nikolova tegen Bulgarije (31195/96), Lietzow tegen Duitsland (24479/94) en Garcia Alva tegen Duitsland (23541/94): information which is essential for the assessment of the lawfulness of a detention should be made available in an appropriate manner to the suspect s lawyer. Allen terug te vinden op de site van het EHRM In de Nederlandse lagere jurisprudentie is een vergelijkbare lijn te herkennen Rechtbank 's-hertogenbosch , NS 04, 220 en 269 (onder verwijzing naar het EHRM), rechtbank Leeuwarden , NS , rechtbank Maastricht , NS 2006, 319 en hof Arnhem , NS 03, 6 (allen niet op rechtspraak.nl). Zie zakboek
37 Stelling Door het afluisteren van een tap neemt een opsporingsambtenaar kennis van een gesprek van een vriendin van de verdachte met een notaris Deze opsporingsambtenaar moet de OvJ hiervan onverwijld in kennis stellen
38 Stelling Als het in de vorige stelling genoemde gesprek naar de mening van de politie en de OvJ niet valt onder het verschoningsrecht van een professioneel verschoningsgerechtigde dan mag dit gesprek bij de processtukken gevoegd wordt zonder dat hieraan verdere voorwaarden worden gesteld
39 Voeging bij processtukken: professioneel verschoningsgerechtigde (9.16) (1/4) 1. OvJ voegt pv s en andere voorwerpen verkregen door bijzondere opsporingsbevoegdheden (ook dus bijv. vorderen gegevens en/of OVC) of doorlaten bij de processtukken 2. Echter: indien vallend onder verschoningsrecht van prof. versch. gerechtigde: vernietigen 3. Indien niet vallend onder verschoningsrecht: alleen voegen/gebruiken met machtiging RC 4. Opsp. ambt. die kennisneemt van mededelingen gedaan door of aan een p.v., stelt hiervan de OvJ onverwijld in kennis (zie vervolgens weer punt 2 en 3) Aldus 126aa, het daarop gebaseerde besluit én instructie PG s Zie zakboek hulpovj 9.16 en 9.21!!
40 Stelling Voornoemde regels gelden niet als het een gesprek betreft met een secretaresse van een arts
41 Voeging bij processtukken: p.v. (9.16) (2/4) En aanvullend uit jurisprudentie: 1. Ook bij afgeleid verschoningsrecht 2. Niet van belang of verdachte of derde de gesprekken met de p.v. voerde 3. Bij schending van het verschoningsrecht mag het verkregen bewijs tegen geen enkele verdachte gebruikt worden 4. Een tap op de aansluiting van een (afgeleid) p.v. is niet geoorloofd, tenzij deze zelf verdachte is 5. Ook een gesprek met een p.v. waarbij alleen een afspraak gemaakt wordt. Aanhouding verdachte dankzij afspraak aldus onrechtmatig. Geldt m.i. ook voor noemen van tot dan toe onbekend telefoonnummer in dat gesprek. 41
42 Stelling Tenzij uit processtukken het tegendeel blijkt moet ervan worden uitgegaan dat telefoon van professioneel verschoningsgerechtigde wordt bediend door een professioneel verschoningsgerechtigde of door een afgeleid professioneel verschoningsgerechtigde
43 Voeging bij processtukken: p.v. (9.16) (3/4) 6. Tenzij uit processtukken tegendeel blijkt, moet ervan worden uitgegaan dat telefoon van p.v. wordt bediend door p.v., dan wel door afgeleid professioneel verschoningsgerechtigde 7. Schending van de met de bescherming van het verschoningsrecht samenhangende rechtsregels is even ernstig als een mogelijk directe schending van het verschoningsrecht zelf 8. Gebruik van dit soort info als sturingsinfo' of binnen het verhoor van een verdachte of getuige is uiteraard ook niet toegestaan (tenzij met machtiging RC) Zie voor voornoemde jurisprudentie het zakboek hulpovj
44 Voeging bij processtukken: p.v. (9.16) (4/4) In geval waarin de advocaat zelf geen verdachte is, is het bij de toepassing van art. 126aa (MH: voegen processtukken) niet toegestaan het belang van het verschoningrecht af te wegen tegen het belang van de waarheidsvinding in de zaak waarin is afgeluisterd en mededelingen die weliswaar onder het verschoningsrecht vallen aan het dossier toe te voegen op de grond dat het belang van het verschoningsrecht moet wijken voor het belang van de waarheidsvinding HR , LJN BK
45 Stelling Onrechtmatig verkregen bewijs mag door de rechter niet als bewijs gebruikt worden
46 Onrechtmatig verkregen bewijs (1/3) Bij onrechtmatig verkregen bewijs moet de rechter volgens de HR beoordelen wat de gevolgen zijn: 1. alléén de vaststelling dát een vormverzuim is begaan 2. strafmatiging 3. bewijsuitsluiting 4. niet-ontvankelijkheid van het OM Het belang van de maatschappij bij vervolging en berechting van verdachten moet immers worden afgewogen tegen het belang van de verdediging bij een in alle opzichten correct optreden van politie en justitie Onrechtmatig verkregen bewijs wordt dus niet altijd uitgesloten
47 Onrechtmatig verkregen bewijs (2/3) Bij de beantwoording van de vraag wat het gevolg van onrechtmatig verkregen bewijs moet zijn (zie vorige dia) dient de rechter volgens de HR rekening te houden met de in art. 359a lid 2 Sv genoemde factoren: 1. Het belang dat het geschonden voorschrift dient Bijvoorbeeld de huisvrede bij onrechtmatig binnentreden en/of doorzoeken 2. De ernst van het verzuim 3. Het nadeel dat door het verzuim voor de verdachte wordt veroorzaakt Bij de beoordeling van het nadeel dat door een vormverzuim wordt begaan is onder meer van belang of en in hoeverre de verdachte door het verzuim (bijvoorbeeld een onrechtmatige doorzoeking in diens woning) daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad 4. De ernst van het feit waarvan verdachte verdacht wordt (niet in art. 359a Sv, wel in jurisprudentie, zie zakboek)
48 Onrechtmatig verkregen bewijs (3/3) Het belang van de verdachte dat het gepleegde feit niet wordt ontdekt, kan niet worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang HR , LJN BM
49 Onrechtmatig verkregen bewijs en bewijsuitsluiting (1/4) Bewijsuitsluiting mag uitsluitend (cursief MH) aan de orde komen indien het bewijsmateriaal rechtstreeks door het verzuim is verkregen en door de onrechtmatige bewijsgaring een (belangrijk) strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden HR , LJN AZ
50 Onrechtmatig verkregen bewijs en bewijsuitsluiting (2/4) Bij bewijsuitsluiting moet vooral gedacht worden aan: 1. schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM), bijv.: a. schending van het recht op rechtsbijstand bij het politieverhoor (Salduz) b. schending van het zwijgrecht door gebruik van een undercoveragent die zich heeft voorgedaan als medegedetineerde van de verdachte 2. bewijsuitsluiting als middel om toekomstige vergelijkbare vormverzuimen te voorkomen en een krachtige stimulans te laten bestaan tot handelen in overeenstemming met de voorgeschreven norm. Bijv. als een zeer ingrijpende inbreuk is gemaakt op een grondrecht van de verdachte 3. bewijsuitsluiting als signaal naar verantwoordelijke autoriteiten bij structureel verzuim (zéér uitzonderlijk)
51 Onrechtmatig verkregen bewijs en bewijsuitsluiting (3/4) Als extra voorwaarden voor bewijsuitsluiting gelden overigens nog: 1. dat het bewijsmateriaal uitsluitend ten gevolge van het verzuim is verkregen én 2. de verdachte is getroffen in een belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen. Zo kan de verdachte die niet woont in de woning waarvan het huisrecht is geschonden uiteraard op die schending geen beroep doen. En ook het belang van verdachte om niet gepakt te worden is geen belang waarmee rekening gehouden dient te worden
52 Onrechtmatig verkregen bewijs en bewijsuitsluiting (4/4) En tot slot: bij de voorgaande punten 2 en 3 merkt de HR nog op dat moet worden onderzocht 1. of toepassing van bewijsuitsluiting opweegt tegen de daarvan te verwachten negatieve effecten en 2. of aldus niet op onaanvaardbare wijze afbreuk wordt gedaan - aan zwaarwegende belangen als de waarheidsvinding en de bestraffing van de dader van een (mogelijk zeer ernstig) strafbaar feit - aan de rechten van slachtoffers of hun nabestaanden Conclusie: niet zo maar seponeren dus maar de complete gang van zaken tijdig en juist in het pv relateren en waar nodig overleggen met het OM HR , LJN BY5321 en BY5322 (met noot Keulen in NJ 2013, 308)
53 Onrechtmatig verkregen bewijs en ernst verzuim Van belang zijn de omstandigheden waaronder het verzuim is begaan Daarbij kan ook de mate van verwijtbaarheid van het verzuim een rol spelen Géén bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkheid bij onrechtmatig binnentreden als verontschuldigbaar is gedwaald (vergissing) in het oordeel dat er geen sprake was van een woning (zie 7.4) Ook het door dommigheid onbevoegd toepassen van een dwangmiddel (bijv. het betreden van een woning zonder toestemming van de bewoner zonder de vereiste machtiging) is minder ernstig als komt vast te staan dat de bevoegdheid (de machtiging) wel verleend zou zijn. Zie 3.10 (ook voor andere voorbeelden zoals ahbhd, ibn, dna, pseudokoop, vorderen gegevens) Uitzondering: als door het onbevoegd toepassen van een dwangmiddel ook de betrouwbaarheid van het bewijs ter discussie komt te staan Zie zo nodig uitgebreid het zakboek hulpovj 3.10 e.v
54 Onrechtmatig verkregen bewijs Zie voor een uitgebreide bespreking van wetgeving en jurisprudentie met vele voorbeelden uit de dagelijkse praktijk het zakboek Sv voor de HulpOvJ 3.9 e.v
55 Betreden woning zonder vereiste machtiging Als er zonder vereiste (geldige) machtiging is binnengetreden dan verdient het sterke aanbeveling in het pv te vermelden of de (juiste) machtiging desalniettemin tóch verstrekt zou zijn door de hulpovj (maar dat dit abusievelijk niet gebeurd is, mét vermelding van de reden van dit nalaten) De hulpovj dient daarvan zelf pv op te maken Dit kan van belang zijn voor het oordeel van een rechter in de zaak voor wat betreft de ernst van het verzuim en de mogelijke gevolgen van het betreffende onrechtmatig binnentreden (zie zakboek 3.10 e.v.)
56 Aangiften ter zake overheidsgeweld (3.24) (1/2) Aangiften ter zake overheidsgeweld waarbij zwaar lichamelijk letsel is opgelopen dienen op zorgvuldige, effectieve en onafhankelijke wijze te worden onderzocht Zeker als er sprake is van een situatie waarin het slachtoffer zich gedwongen in de macht van de overheid en de betrokken overheidsdienaren bevind
57 Aangiften ter zake overheidsgeweld (3.24) (2/2) Bovendien vloeit uit de publieke functie van de betrokken overheidsdienaren de plicht voort om zich voor de in die publieke functie verrichte handelingen te verantwoorden Een en ander brengt met zich mee dat een in verband daarmee ingesteld onderzoek uiterst zorgvuldig en nauwkeurig dient te geschieden Voordat een aangifte geseponeerd mag worden dient iedere aanwijzing van strafbaar handelen door de overheid zo volledig mogelijk te kunnen worden uitgesloten. Als dat niet het geval is, terwijl het dossier nog aanknopingspunten biedt voor nader onderzoek, dient dat nadere onderzoek alsnog te worden verricht Hof Amsterdam BA
58 Klacht ex 12 Sv door burgers tegen opsp. ambt. (3.24) 1/4) Slachtoffers en/of nabestaanden van geweld door de politie en nabestaanden van burgers/verdachten die overlijden tijdens of na verblijf in een politiebureau (cel) doen in toenemende mate aangifte van strafbare feiten gepleegd door de politie Als het OM besluit zo n aangifte te seponeren dan kan het slachtoffer of een nabestaande daarover klagen bij het gerechtshof (geldt overigens voor ieder sepotbeslissing) Zie hiervoor art. 12 Sv e.v
59 Klacht ex 12 Sv door burgers tegen opsp. ambt. (3.24) (2/4) Het Hof kan na onderzoek van de klacht bevelen dat degene over wie geklaagd wordt, alsnog vervolgd wordt In een aantal recente zaken hebben gerechtshoven inderdaad alsnog vervolging van één of meer politieambtenaren gelast (door een bevel tot dagvaarding of tot het opdragen aan de RC tot het doen van nader onderzoek zoals een reconstructie en/of het horen van getuigen)
60 Klacht ex 12 Sv door burgers tegen opsp. ambt. (3.24) (3/4) Ook zijn de afgelopen jaren door rechters vele kritische kanttekeningen geplaatst bij overheidsgeweld en/of overlijden tijdens of na verblijf in een politiebureau (cel) In een enkele zaak werd door de rechter zelfs opgemerkt dat dit tevens als een signaal gezien moet worden aan het OM om, zeker wanneer het gaat om mogelijk dodelijk overheidsgeweld, het onderzoek voortaan van meet af aan voldoende nauwkeurig en zorgvuldig te laten zijn
61 Klacht ex 12 Sv door burgers tegen opsp. ambt. (3.24) (4/4) En dat geldt uiteraard ook voor de politie/hulpovj (waarbij natuurlijk in de eerste plaats geldt dat voorkomen beter is dan genezen) Ik kan het niet genoeg benadrukken: een blijvend punt van zorg en aandacht!! Bestudering van de in het zakboek weergegeven jurisprudentie kan hierbij zeker helpen (zie 3.24)!
62 Stelling De bij insluiting van een verdachte aangetroffen mobiele telefoons mogen door de politie onderzocht worden
63 Onderzoek telefoon uit fouillering (6.43) Zonder bewuste en vrijwillige toestemming van de verdachte of zonder een uitdrukkelijke bevoegdheid daartoe mag de bij de verdachte aangetroffen mobiele telefoon (aanwezig in bijv. diens fouillering) niet onderzocht worden Een uitdrukkelijke bevoegdheid daartoe is terug te vinden in bijv. art. 55b Sv (fouillering en onderzoek meegevoerde voorwerpen ter vaststelling identiteit) of art. 96 Sv (ibn ter zake de verdenking van een strafbaar feit: onderzoek dan alleen maar toegestaan voor de waarheidsvinding van het strafbare feit waarvoor ibn) 'De enkele omstandigheid dat in het werkgebied van de verbalisanten regelmatig telefoons worden ontvreemd en bij de verdachte twee telefoons werden aangetroffen maakt niet dat het de verbalisanten reeds daarom vrij stond om de telefoons te onderzoeken' Rechtbank Amsterdam , NS
64 Stelling Een getuige wordt benaderd door vrienden van de verdachte met het dringende verzoek om géén verklaringen meer bij de politie af te leggen omdat de verdachte daar helemaal niet blij mee is Dit verzoek levert geen strafbaar feit op
65 Beïnvloeding getuige (art. 285a Sr) (11.9) (1/4) Art. 285a lid 1 luidt als volgt: Hij die opzettelijk 1. mondeling, door gebaren, bij geschrift of afbeelding 2. zich jegens een persoon uit, 3. kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden 4. terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd (4 jaar)
66 Beïnvloeding getuige (art. 285a Sr) (11.9) (2/4) Ook van belang voor de dagelijkse opsporingspraktijk: Strekking is te voorkomen dat getuigen door dreigementen of op andere manieren worden beïnvloed en daardoor niet meer in vrijheid een verklaring kunnen afleggen bij de rechter of bij een (politie)ambtenaar Beperkt zich niet alleen tot getuigen of deskundigen, maar ziet op een ieder die een verklaring die rechtsgevolgen kan hebben tegenover een rechter of ambtenaar wil afleggen De strafbepaling geldt ook voor verhoor in politiële fase
67 Beïnvloeding getuige (art. 285a Sr) (11.9) (3/4) Bijv. Beïnvloeding getuige om terug te komen op een eerder afgelegde verklaring of die verklaring te wijzigingen HR , LJN AV6188 Ook iemand kennelijk zodanig beïnvloeden dat hij in het geheel geen verklaring aflegt (door niet naar de verhorend ambtenaar of rechter te gaan) HR , LJN AT
68 Beïnvloeding getuige (art. 285a Sr) (11.9) (4/4) Niet vereist wordt dat de kennelijke bedoeling van beïnvloeding ook tot een daadwerkelijke beïnvloeding heeft geleid Opzet van de verdachte moet mede gericht zijn op beïnvloeding, welk opzet ook uit de gedraging en de omstandigheden waaronder die gedraging is verricht kan worden afgeleid Zie uitgebreid zakboek Sr
69 Art. 3 Politiewet en 184 Sr (3.34) (1/2) Art. 184, eerste lid Sr, vereist voor het niet voldoen aan ambtelijk bevel dat het bevel "krachtens wettelijk voorschrift" is gedaan Een dergelijk voorschrift moet voor strafbaarheid van art. 184 Sr uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering Art. 3 Politiewet (= art. 2 Pw 1993) bevat een algemene taakomschrijving voor de politie en kan niet (meer) als zodanig worden aangemerkt Art. 3 Politiewet (= art. 2 Pw 1993) kan wél als een wettelijk voorschrift worden aangemerkt ter uitvoering waarvan de in art. 184 Sr bedoelde ambtenaren handelingen kunnen ondernemen waarvan het beletten, belemmeren of verijdelen overtreding van art. 184, eerste lid, Sr kan opleveren HR , LJN BB
70 Art. 3 Politiewet en 184 Sr (3.34) (2/2) Aanvullende jurisprudentie Art. 3 Politiewet geeft bevoegdheid tot het houden van toezicht, welk toezicht belemmerd kan worden en dat is dan strafbaar (art. 184 lid 1, 2e tekstdeel Sr) Hof s-hertogenbosch , LJN BH3551 Aanhouding ter zake belemmeren ambtshandeling kan uiteraard gevolgd worden door strafbaar verzet tegen die aanhouding Hof s-hertogenbosch , LJN BH5205 Handelingen van opsporingsambtenaren om ruimte te maken belemmeren kan ook belemmering in de zin van art. 184 Sr opleveren Hof s-gravenhage , LJN BJ
71 Stelling Voor een opsporingsonderzoek aan de kleding van een verdachte gebaseerd op het Wetboek van strafvordering is aanhouding vereist
72 Antwoord stelling Voor een opsporingsonderzoek aan de kleding van een verdachte gebaseerd op het Wetboek van strafvordering is INDERDAAD aanhouding vereist
73 Stelling Tot het opsporingsonderzoek aan de kleding behoort ook het onderzoek van meegevoerde bagage
74 Antwoord stelling Tot het opsporingsonderzoek aan de kleding behoort NIET het onderzoek van meegevoerde bagage MH: wel mag de bagage indien vatbaar in beslag genomen worden op basis van - art. 95 (staande- of aangehouden verdachte) - 96 Sv (heterdaad of verdenking van een 67,1 misdrijf) - 9 Opiumwet en vervolgens onderzocht worden (zie zakboek hulpovj 6.44 of opsp. ambt. 5.39) LET OP: de WWM geeft ruimere bevoegdheden bij bagage (art. 50 en 52)
75 Onderzoek aan kleding (5.2) (art. 56,4) Door opsporingsambtenaar mits: aangehouden verdachte ernstige bezwaren of bepaald door (hulp)ovj mits ernstige bezwaren en verdachte door (hulp)ovj aangehouden of bij (hulp)ovj voorgeleid Geen tas dus. Die tas kan indien voldaan is aan de wettelijke vereisten (zie vorige dia) wel in beslag genomen worden en daarna onderzocht/doorzocht worden
76 Overzicht soorten fouillering (5.1) 1. Insluitingsfouillering inverzekeringgestelde (incl. ontkleding) (besluit ivs) 2. Maatregelen in het belang van het onderzoek (art. 61a Sv e.v.) (zie 4.31) 3. Onderzoek kleding/lichaam (opsporingsfouillering) (art. 56 Sv) (zie 5.2) 4. Onderzoek aan lichaam en kleding door de RC (art. 195 Sv) (zie 5.2) 5. Identificatiefouillering: onderzoek aan kleding en voorwerpen (art. 55b Sv) (zie 5.3) 6. Veiligheidsfouillering: kleding/lichaam (art. 7 Politiewet) (zie 5.4) 7. Administratieve/insluitingsfouillering: kleding (art. 9 Politiewet) (zie 5.5) 8. Verplichte medewerking aan een bloedtest in strafzaken (art. 151e Sv e.v. en art. 177b Sv) (zie 5.9) 9. Onderzoek aan de kleding ingeval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf (art. 126zs Sv) (zie 9.20) 10. Kleding/lichaamsonderzoek vreemdeling (art. 50 VW) (zie 11.8 e.v.). 11. Kledingonderzoek WWM (art. 52 WWM) (zie 11.21) 12. Kledingonderzoek van persoon die zich bevindt op een aangewezen lucht-haven (incl. verpakking van goederen, reisbagage, alsmede diens vervoermiddel) (art. 52 WWM) (zie 11.21) 13. Preventieve fouillering (art. 151b Gemeentewet en art. 50, 3e lid, 51, 3e lid en 52, 3e lid WWM) (zie 11.21) 14. Kledingonderzoek Opiumwet (art. 9 Opiumwet) (zie 11.23) 15. Lijfsvisitatie (art. 1:28 Douanewet) (zie 11.29). 16. Onderzoek kleding of lichaam art. 66 Wet Bopz (zie zakboek Wetteksten) 17. Fouilleren door securitymedewerkers op luchtvaartterreinen (art. 5 en 6 van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart in samenhang met art. 37b en 37h van de Luchtvaartwet)
77 Overzicht soorten fouillering (5.1) Uit pv moet (tenminste indirect) blijken waarop bevoegdheid fouillering gebaseerd was, daar ontbreekt het helaas nog wel eens aan (en dat kan leiden tot vrijspraak)!!
78 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (2.7) (1/7) HR (n.a.v. EHRM Salduz/Panovits): - Een aangehouden verdachte dient de gelegenheid geboden te worden om voorafgaand aan het verhoor een advocaat te raadplegen - De verdachte recht heeft géén recht op aanwezigheid van een advocaat bij het politieverhoor - De verdachte dient vóór de aanvang van het 1e verhoor gewezen te worden op zijn recht op raadpleging van een advocaat - Een aangehouden jeugdige (MH: is ruimer dan 'minderjarige') verdachte heeft wél recht op bijstand door een raadsman of vertrouwenspersoon tijdens het politieverhoor (MH: denk ook aan kwetsbare/zwakbegaafde personen)
79 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (2.7) (2/7) - Handelen i.s.m. voornoemde regels levert een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv op (MH: zie 3.10) - Betreft een ernstig vormverzuim, moet leiden tot bewijsuitsluiting van verkregen verklaring verdachte - Dat geldt m.b.t. bewijsmateriaal dat is verkregen als een rechtstreeks (MH: uitsluitend) gevolg van een voor het bewijs onbruikbare verklaring als hiervoor bedoeld - Of van zo'n rechtstreeks gevolg kan worden gesproken, laat zich niet in algemene zin beantwoorden - Bewijsuitsluiting komt als regel ook alleen aan de orde in de zaak van de verdachte wiens (consultatie)rechten zijn geschonden en dus niet in de zaak van de medeverdachten
80 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (2.7) (3/7) - Bewijsuitsluiting kan achterwege blijven bij een ondubbelzinnige afstandsverklaring van de verdachte of wanneer het verhoor wegens dwingende redenen niet op de komst van een advocaat hoefde te wachten - Bewijsuitsluiting is evenmin aan de orde t.a.v. verklaringen die de verdachte later na raadpleging van een advocaat heeft afgelegd nadat hij op zijn zwijgrecht is gewezen
81 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (2.7) (4/7) - Handelen in strijd met consultatierecht kan leiden tot onrechtmatige ivs en onmiddellijke invrijheidstelling - Als een verdachte verhoord gaat worden over een ander feit dan waarvoor hij zijn advocaat had geconsulteerd, moet de verdachte opnieuw op diens consultatierecht gewezen worden Bijv. niet bij de zoveelste inbraak/diefstal/vernieling in een hele rij, wel bijv. bij een verhoor en consultatie ter zake het voorhanden hebben van een vuurwapen en vervolgens een verhoor ter zake poging moord/doodslag of (ander voorbeeld) verhoor en consultatie ter zake een vals reisdocument en vervolgens verhoor ter zake harddrugs
82 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (2.7) (5/7) - Zie de Aanwijzing rechtsbijstand van het college van PG s (zakboek Wetteksten) - Ingevolge voornoemde aanwijzing moet ook bij een gedetineerde verdachte die wordt gelicht om als verdachte te worden verhoord voor een ander strafbaar feit dan het feit waarvoor hij is gedetineerd, worden gehandeld als ware hij opnieuw aangehouden - Als van meet af aan duidelijk is dat de verdachte aangehouden gaat worden dan dient bij een verhoor van verdachte vóór die aanhouding ook gewezen te worden op het consultatierecht Hof Leeuwarden , LJN BN
83 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (2.7) (6/7) Geen consultatierecht bij - vragen om toestemming doorzoeking Hof s-hertogenbosch , LJN BP1068 Zie ook hof Arnhem , LJN BO3562 en impliciet HR , LJN BV betreden woning HR , LJN BV8288 (verdachte had toestemming gegeven zijn woning binnen te treden en in een nachtkastje naar een mes te zoeken) - medewerking ademanalyse Hof Arnhem , LJN BP6716 Zo ook de aanwijzing onderzoek rijden onder invloed - bevel bloedonderzoek HR , LJN BY uitnodiging vrijwillige afgifte aan verdachte in het kader van art. 99 Sv (ibn in woning) HR , LJN BY bevragen van de verdachte van diens persoonsgegevens HR , LJN BZ
84 Advocaat vóór en tijdens politieverhoor (2.7) (7/7) Consultatierecht Geldt ook als de verdachte (ruim) voor de aanhouding te horen heeft gekregen dat hij aangehouden zal gaan worden (en is dus niet beperkt tot gevallen waarin een verdachte reeds van zijn vrijheid is beroofd, op het moment dat hij kennis krijgt van het feit dat hij door de politie of een verhorend rechterlijk ambtenaar als verdachte zal worden gehoord) HR , LJN BW9961 Geldt ook voor de verdachte die uit anderen hoofde van zijn vrijheid is beroofd Dat berust erop dat een uit anderen hoofde gedetineerde verdachte ten aanzien van wie de verdenking is gerezen van een nieuw straf-baar feit waarvoor vh is toegelaten, zich in een met een aanhouding vergelijk-bare situatie bevindt HR , LJN BW
85 Stelling Op de dood veroorzaakt door aanmerkelijke schuld in het verkeer staat vh
86 Antwoord stelling Uitsluitend vh toegelaten bij strafverzwaringsgrond (art. 175 WVW + 67,1 Sv, zie zakboek HulpOvJ 11.20): 1. roekeloosheid 2. als de verdachte verkeerde in de toestand, bedoeld in art. 8, eerste, tweede of derde lid WVW 3. als de verdachte niet voldoet aan een bevel ademanalyse, bloed- of urineonderzoek 4. als het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat de verdachte de maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, dan wel zeer dicht achter een ander voertuig is gaan rijden, geen voorrang heeft verleend of gevaarlijk heeft ingehaald Ook bij 6-WVW-letsel!
87 Dwangmiddelen en toestemming (3.3) Gelet op het feit dat de politie met fors geweld de woning van de verdachte is binnengetreden (immers werd de voordeur van die woning opengeramd) en de politie direct aansluitend haar toestemming om de woning te doorzoeken heeft gevraagd, kan er onder die omstandigheden in redelijkheid niet van worden uitgegaan dat die toestemming door de verdachte in volle vrijheid is gegeven, nog daargelaten of de verdachte door de betreffende politieambtenaren juist en volledig over haar juridische positie is ingelicht en geïnformeerd. Hof s-hertogenbosch , NS 2010,
88 Weekendarrangement / weekendje zitten (4.19) Onrechtmatig voor zover de verdachte uitsluitend voor het uitreiken van een mededeling over de strafzaak (dagvaarding) anders dan gedurende korte tijd (géén hele nacht) in verzekering wordt gehouden HR , LJN BT
89 Stelling Een verdachte die te lang is opgehouden voor onderzoek mag niet meer in verzekering gesteld worden
90 Antwoord stelling Een verdachte die te lang is opgehouden voor onderzoek kan nog wel in verzekering gesteld worden Waterdichte schottentheorie (zie zakboek)
91 Gevoelige gegevens (art. 126nf Sv) (9.18) (1/4) Onder gevoelige gegevens als bedoeld in art. 126nd lid 2 Sv vallen niet alleen gegevens die de gezondheid van een persoon direct betreffen maar ook gegevens waaruit informatie over de gezondheid van een persoon kan worden afgeleid Bijv. de identiteitsgegevens van personen die zich voor enige vorm van medische hulp of informatie bij een ziekenhuis hebben gemeld, omdat daar indirect informatie over de gezondheid van de betreffende personen kan worden afgeleid HR , LJN BG
92 Gevoelige gegevens (art. 126nf Sv) (9.18) (2/4) 'Uit de wetgeschiedenis volgt dat niet alleen gegevens die direct het ras van een persoon betreffen, maar ook gegevens waaruit informatie over het ras van een persoon kan worden afgeleid, zoals een foto van een persoon, als "gevoelige" informatie moet worden aangemerkt, die door de OvJ slechts kan worden gevorderd op de voet van de art. 126nd en 126nf Sv, dus na daartoe door de RC verleende machtiging De opvatting dat de toepassing van genoemde bepalingen alleen in aanmerking komt als met de vordering is beoogd de desbetreffende gevoelige informatie aan die foto's te ontlenen is onjuist HR , LJN BK
93 Gevoelige gegevens (126nf en 126uf) (jurisprudentie) (3/4) Uitzondering: beelden van een beveiligingscamera Beveiligingsbeelden kunnen op basis van art. 126nd gevorderd worden (vordering art. 126nf dus niet vereist) HR spreekt over beelden die zijn vastgelegd door middel van een videocamera, in gebruik met het oog op de beveiliging van personen, gebouwen, terreinen, zaken en productieprocessen ) HR , LJN BL7688 (met omvangrijke noot Borgers in NJ 2012, 24) Zie zo nodig uitgebreid het zakboek!!!
94 Gevoelige gegevens (art. 126nf Sv) (9.18) (4/4) Het opvragen van een pasfoto (kopie aanvraag reisdocument) bij de gemeente door opsporingsambtenaren is toegestaan op grond van art. 59 Paspoortwet i.v.m. art. 72 en 73 Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 De procedure van art. 126nf Sv (gevoelige gegevens) is niet van toepassing HR , LJN BX
95 Verdenking Opiumwet (11.24) Het enkele feit dat beide inzittenden van een voertuig volgens een registratiesysteem van de politie (HKS) antecedenten hebben op het gebied van overtredingen van de Opiumwet kan geen redelijk vermoeden van schuld in de zin van art. 9, eerste lid, onder a, van de Opiumwet opleveren Hof Leeuwarden , LJN BK0591 De enkele omstandigheid dat verdachte gesignaleerd stond voor de Opiumwet levert niet een redelijk vermoeden op dat in de personenauto van verdachte middelen als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet werden vervoerd of dat daarin, daarop of daaraan dergelijke middelen bewaard werden of aanwezig waren Hof s-hertogenbosch , LJN BU
96 Niet (meer) gecertificeerd hulpovj (1.2) Aldus ivs door niet bevoegde opsp. ambt. Hof 's-hertogenbosch , LJN BM2783 en hof 's-hertogenbosch , LJN BM2861 Inmiddels zijn meerdere hulpovj s veroordeeld voor valsheid in geschrift (door o.m. in machtiging binnentreden en verlenging ivs te vermelden dat ze de hoedanigheid hadden van hulpovj, terwijl ze die hoedanigheid i.v.m. het verstrijken van de geldigheidsdatum certificaat hulpovj niet meer hadden): zie zakboek HulpOvJ
97 Machtiging binnentreden door niet gecertificeerd hulpovj (7.13) (1.2) 'Voor de waardering van de ernst van het verzuim kan (...) van belang zijn of (...) een andere, wel bevoegde, autoriteit eveneens een machtiging zou hebben verleend. Voor de vaststelling of zodanige machtiging zou zijn verleend, is vereist dat aan de hand van, in beginsel door het OM te verschaffen, concrete gegevens aannemelijk is dat in de gegeven omstandigheden zodanige machtiging hoogst waarschijnlijk zou zijn verleend' HR , LJN BY
98 Stelling Bij een verblijfsontzegging (bijv. in een winkel) behoeft voor een strafbare huisvredebreuk slechts éénmaal het vertrek gevorderd te worden
99 Antwoord stelling Bij een verblijfsontzegging behoeft voor een strafbare huisvredebreuk niet het vertrek gevorderd te worden Art. 138 Sr Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik wederrechtelijk binnendringt of wederrechtelijk aldaar vertoevende zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie
100 Grenzen van geweld bij aanhouden (4.3) (1/2) 1. In geval de verdachte zich verzet tegen een rechtmatige aanhouding, kan de opsp. ambt. met gepast geweld reageren om de aanhouding te voltooien en de verdachte naar een plaats van verhoor te geleiden 2. Bij de vraag welk geweld toegepast mag worden is de aard van het verzet van belang 3. Er moet niet meer geweld worden toegepast dan nodig is om het verzet te breken
101 Grenzen van geweld bij aanhouden (4.3) (2/2) 4. Daarnaast moet bij de toepassing van geweld het strafvorderlijk doel van de aanhoudingsbevoegdheid niet uit het oog worden verloren 5. Betreft de aanhouding bijv. een minder ernstig feit, dan kan een gewelddadige aanhouding (waarbij de verdachte zwaar lichamelijk letsel oploopt) tot de conclusie leiden dat de aanhouding disproportioneel was, ook al kon het verzet slechts door het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel worden gebroken Hof Arnhem , LJN BL
102 Feitelijke aanranding van de eerbaarheid (9.10) Niet het uitsluitend heimelijk filmen en/of onverhoeds fotograferen / filmen van personen die zich staan om te kleden, die van een kleedhok / toilet / douche gebruik maken, van seksuele handelingen, van topless zonnende vrouwen, onder de rok van een vrouw, enz. Mogelijk wel bij relevante interactie tussen de verdachte en de aangeefster HR , LJN BU5254, HR , LJN BW5000 en HR , LJN BW5528 Zie voor overige jurisprudentie uitgebreid het zakboek Zie wel art. 139f, eerste lid, Sr : gebruik verborgen camera
103 Stelling A en B zijn net door portier uit discotheek gezet A is uiterst geëmotioneerd en schreeuwt naar B dat die B terug moet gaan en die portier moet schieten B weet A echter te kalmeren en neemt A vervolgens mee naar huis Heeft A door zijn uitlatingen een misdrijf waarop vh staat gepleegd?
104 Antwoord stelling Ja, opruiing: Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding 1. tot enig strafbaar feit 2. of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruit (strafdreiging 5 jaar) (art. 131)
105 Administratieve- of insluitingsfouilering (5.5) Onder het aftasten en doorzoeken van kleding dient mede te worden begrepen een onderzoek van voorwerpen die de ingeslotene bij zich draagt of met zich mee voert HR , LJN BN
106 Stelling Tappen vereist verdenking van een 67,1- misdrijf dat een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert
107 Antwoord stelling Tappen vereist inderdaad een ernstige inbreuk op de rechtsorde Voor tappen op basis van art. 126m is immers niet alleen een 67,1-misdrijf vereist maar ook dat dit misdrijf gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. Iets wat nog wel eens over het hoofd gezien wordt
108 Doorzoeking woning of andere plaats: niet kunnen afwachten optreden RC of OvJ (6.11) De uitzonderlijke gevallen waarin de (hulp)ovj toch zelf doorzoekt moeten goed verantwoord worden in het pv!! Onvoldoende duidelijkheid over waarom het optreden van de RC of OvJ niet kon worden afgewacht en/of waarom in afwachting van de komst van de RC of OvJ er niet bevroren was (zie ook art. 97 lid 5 Sv) kan leiden tot bewijsuitsluiting en bij onvoldoende ander bewijs vrijspraak Vastlegging van e.e.a. in een pv of d.m.v. een andere wijze van verslaglegging is immers noodzakelijk opdat de zittingsrechter de beslissing tot machtiging kan toetsen Hof 's-hertogenbosch , LJN BO
109 Doorzoeken: bepaald omschreven kast (6.41) Politie wist voorafgaand aan binnentreden in woning de plaats waar de in beslag te nemen drugs zich bevonden (te weten: in een bepaalde kamer in een bepaald omschreven kast) Aldus binnengetreden, kast geopend en drugs ibn Onder die omstandigheden was er volgens hof geen sprake geweest van een doorzoeking, er behoefde niet gezocht te worden, er was veeleer sprake van het ophalen van voor ibn vatbare waar hof 's-hertogenbosch , LJN BH1269 Door deze uitspraak heeft de HR echter een dikke streep gehaald: in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat de politie de deur van een kast heeft geopend. De omstandigheid dat ( ) de politie voorafgaand aan het binnentreden van de woning ervan op de hoogte was dat zich in die kast verdovende middelen bevonden, maakt dat niet anders HR , LJN BO
110 Bewijswaarde van DNA van verdachte op plaats delict (5.8) Het enkele aantreffen van een sigarettenpeuk met DNA-materiaal van de verdachte op de plaats delict vormt onvoldoende bewijs dat de verdachte de ten laste gelegde inbraak heeft gepleegd MH: altijd meer onderzoek doen dus, zie voor overige voorbeelden de jurisprudentie in het zakboek Hof 's-hertogenbosch , LJN BP7608, zie voor meer jurisprudentie/voorbeelden (ook v.w.b. aanvullend bewijs) het zakboek
111 Stelling Als er met een machtiging binnentreden ter inbeslagneming een woning betreden is dan mag de binnentredende opsporingsambtenaar niet afgesloten deuren die toegang geven tot andere kamers / etages in die woning verbreken
112 Toegang én doorgang op basis Awbi is geen doorzoeking Volgens art. 9 Awbi kan degene die bevoegd is de woning zonder toestemming van de bewoner binnen te treden, zich de toegang tot en de doorgang tot enig vertrek in de woning verschaffen, voorzover het doel van het binnentreden dit redelijkerwijs vereist Daaronder valt ook het forceren van de (tussen)deur van een vertrek Uiteraard mag de opsporingsambtenaar vervolgens het te betreden vertrek alleen 'zoekend rondkijken' en niet doorzoeken MH: e.e.a geldt (dus) ook voor andere plaatsen dan woningen
113 Identificatiefouillering / onderzoek voorwerpen (5.3) Onder de identificatiefouillering als bedoeld in art. 55b, 2 e lid, Sv, kan onder omstandigheden ook het onderzoeken van het dashboardkastje van een auto van de verdachte vallen (omdat dit een gebruikelijke plaats is om bijv. tasjes en portefeuilles die de bestuurder of passagier bij zich heeft, in te leggen) HR , LJN BP
114 Witwassen (art. 420bis Sr e.v.) (19.5) Als uit het bewijs blijkt van feiten en omstandigheden die het vermoeden rechtvaardigen dat verdachte geldbedragen voorhanden heeft gehad die uit enig misdrijf afkomstig zijn mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld Tegenstrijdige en niet-aannemelijke verklaringen van de verdachte kunnen een bijdrage aan het bewijs leveren HR , LJN BO
115 Witwassen (art. 420bis Sr e.v.) (19.5) Witwassen is ook strafbaar ten aanzien van een voorwerp dat afkomstig is uit enig door de verdachte zelf begaan misdrijf Dit betekent echter niet dat elke gedraging onder alle omstandigheden witwassen oplevert Als het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet heeft bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, dan levert dat voorhanden hebben geen (schuld)witwassen op Met deze rechtspraak wordt mede beoogd te voorkomen dat een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die de door dat misdrijf verkregen voorwerpen onder zich heeft en dus voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig maakt aan het witwassen van die voorwerpen. ( ) Vele arresten HR, zie zakboek
116 Witwassen (art. 420bis Sr e.v.) (19.5) De in de vorige dia genoemde regels gelden ook voor 'verwerven' maar hebben in beginsel geen betrekking op "overdragen", "gebruik maken en "omzetten Vele arresten HR, zie zakboek
117 Stelling Bij een veroordeling ter zake bedreiging met een scooter kan een OBM worden opgelegd
118 Stelling Als door bedreiging met een motorfiets de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht kan het rijbewijs ingevorderd worden
119 Antwoord stelling Art. 179a WVW: ook bij een veroordeling ter zake (poging) - bedreiging - moord - doodslag - mishandeling gepleegd met voorbedachte rade - zware mishandeling, of - zware mishandeling met voorbedachte rade kan, indien het feit is gepleegd met een motorrijtuig, een ontzegging worden opgelegd (tot zelfs max. tien jaar) Als door de overtreding de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht kan het rijbewijs ingevorderd worden En daarvan is bij verdenking van één van de voornoemde misdrijven natuurlijk al snel sprake (art 164 WVW)
120 Stelling Voor een strafbare belediging is vereist dat het slachtoffer zich ook beledigd heeft gevoeld
121 Antwoord stelling Voor een strafbare belediging is niet vereist dat het slachtoffer zich ook beledigd heeft gevoeld In het geval van een belediging, die iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is aangedaan, moet die uitlating als een strafrechtelijk verwijtbare belediging worden beschouwd wanneer die de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam Vaste jurisprudentie HR, zie zo nodig ook Zakboek Strafrecht
122 APV: hinderlijk gedrag / verstoring van de openbare orde door gebruik verdovende middelen Daarvan kan ook sprake zijn door ten aanschouwe van het daar aanwezige publiek, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, één of meer voorbereidingen te treffen tot het gebruik van (een) verdovend(e) middel(en) en/of (een) verdovend(e) middel(en) te gebruiken, althans te hebben gebruikt Verbalisant had geverbaliseerd: op woensdag 19 augustus 2009 bevond ik mij in uniform gekleed op de Catharijnesingel te Utrecht, aldaar zag ik dat de verdachte in een groepje van vier verslaafden tussen de fietsen harddrugs stonden te gebruiken middels een basepijp. Ik zag dat de weggebruikers om het voornoemde groepje heen liepen. Kennelijk omdat ze zich niet prettig/veilig voelden. Dit gedrag veroorzaakte overlast Hof Arnhem , LJN BV
123 Verhoor verdachte zonder vereiste beëdigde tolk (2.11) Maar wel met behulp van schoonmoeder: onrechtmatig Bewijsuitsluiting verkregen verklaring Hof Arnhem , LJN BW
124 Stelling Voor een strafbare bedreiging is vereist dat het slachtoffer zich ook bedreigd heeft gevoeld
125 Bedreiging (11.8) Bedreiging met één van de in art. 285 Sr genoemde misdrijven vereist: 1. dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging én 2. de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging uitgevoerd zou worden én 3. dat het opzet van de verdachte daarop was gericht Vaste jurisprudentie, zie het zakboek voor vele voorbeelden en jurisprudentie (incl. poging)
126 Internetoplichting: valse hoedanigheid (17.1) Niet de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide verkoper die in staat en voornemens is de bij hem gekochte en aan hem vooruitbetaalde goederen te leveren. Van die valse hoedanigheid is wel sprake als de verkoper daarbij tevens onbruikbare contactgegevens aan zijn wederpartij verstrekt (bijv. het telkens opzettelijk foutieve namen en verschillende adressen hanteren met het doel de mogelijkheden van de gedupeerde kopers tot verhaal op de verdachte te bemoeilijken) HR , ECLI:NL:HR:2014:3144 Voor de diepgravers: zie ook de conclusie van de PG, ECLI:NL:PHR:2014:
127 Oplichting via marktplaats.nl (17.1) Via de website marktplaats.nl heeft de verdachte twee kaarten voor het evenement Lowlands aangeboden. De aangeefster heeft hierop gereageerd, en nadat zij met de verdachte overeenstemming had bereikt over de koop, heeft zij het overeengekomen geldbedrag overgemaakt op zijn bankrekening. De kaarten zijn vervolgens nooit geleverd. In navolging van jurisprudentie van de HR stelt het hof voorop dat het enkele aangaan van een overeenkomst en het vervolgens in gebreke blijven op zichzelf (ook indien degene die de overeenkomst is aangegaan al voorzag niet aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen) niet het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep als bedoeld in art. 326 Sr oplevert. Hof 's-gravenhage , LJN BW
128 Verduistering: wederrechtelijke toe-eigening (marktplaats.nl, enz.) (16.1) Verdachte biedt dvd s te koop aan maar levert niet na betaling. Geldbedragen die door de koper zijn overgemaakt aan de verdachte (de verkoper van dvd s) zijn na ontvangst daarvan niet meer voor wederrechtelijke toe-eigening door de verdachte vatbaar. De enkele omstandigheid namelijk dat degene die krachtens overeenkomst een geldbedrag als koopsom heeft ontvangen en nalaat de door hem verschuldigde tegenprestatie te leveren (leveren van de dvd s), is geen reden om af te wijken van de uit het burgerlijk recht voortvloeiende regel dat de ontvangen koopsom na het effectueren van die betaling tot het vermogen van de (nalatige) verkoper is gaan behoren (MH: en niet meer kan worden toege-eigend, want is al eigendom van de verkoper) HR , LJN BV8283 en HR , LJN BV
129 Verduistering: wederrechtelijke toe-eigening (16.1) Op basis van een gesloten koopovereenkomst was een auto aan verdachte geleverd (en aldus anders dan door misdrijf verkregen). 'Dat betekent dat de verdachte bezitter van de auto is geworden en de auto niet meer voor wederrechtelijke toeeigening door de verdachte vatbaar was (geen verduistering mogelijk dus). De enkele omstandigheid dat de verdachte heeft nagelaten de door hem verschuldigde koopsom te betalen, levert geen grond op om af te wijken van de uit het burgerlijk recht voortvloeiende regel dat de desbetreffende auto na levering daarvan tot het vermogen van de koper is gaan behoren' (MH: en niet meer kan worden toegeëigend, want is al eigendom van de koper) HR , LJN BX
130 Buitensporig geweld bij aanhouding (4.3) Buitensporig geweld bij aanhouding kan aan de bewezenverklaring van rechtmatige uitoefening van zijn bediening bij wederspannigheid in de weg staan en dan leiden tot vrijspraak HR , LJN BX
131 Insluitingsfouillering (5.5) Onder de insluitingsfouillering valt niet een onderzoek aan en/of in het lichaam (MH: onderzoek aan lichaam zou mogelijk wel onder veiligheidsfouillering kunnen vallen: via hulpovj) HR , LJN BX
132 Stelling Bij verdenking van het verlaten plaats ongeval waarbij iemand is overleden is een opsporingsambtenaar ingevolge het Wetboek van strafvordering ook buiten de gevallen dat hij de verdachte staande of aanhoudt en ook buiten heterdaad bevoegd tot inbeslagneming van de auto waarmee het ongeval is veroorzaakt
133 Antwoord stelling Deze stelling is niet juist: zie art. 96 Sv: moet een 67,1 misdrijf betreffen (en dat is verlaten plaats ongeval niet, zelfs niet met een dodelijk slachtoffer)!! Let op: - zou onder omstandigheden ook verdenking van 6 WVW kunnen opleveren en dan mogelijk vh (zie volgende dia en Zakboek Sr) - denk ook aan art. 160 lid 4 WVW (onderzoek aan voertuig en overbrengen naar plaats onderzoek)
134 Vh-feiten (art. 67,1 én 2) 1. Misdrijf van 4 jaar of meer 2. Met name genoemde misdrijven uit Sr (bedreiging, belaging, verduistering, witwassen, schuldheling, structurele discriminatie, mishandeling, vernieling, computermisdrijven, kraken, enz.) 3. Verkeersongeval met art. 6 WVW letsel na: - roekeloosheid - alcohol / rijvaardigheid verminderende stof (8 lid 1, 2, 3 of 4) - weigering adem, bloed of urineonderzoek - ernstige overschrijding max. snelheid - kleven / geen voorrang verlenen / gevaarlijk inhalen 4. Enige bijz. wetten (bijv. telen, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben of vervaardigen > 30 gram softdrugs + overtreding huisverbod) 5. v.w.o.v. in NL kan niet worden vastgesteld + misdrijf + rechtbank + gevangenisstraf (67,2)
135 Observatie veelplegers (zonder machtiging en zonder verdenking strafbaar feit) (9.8) (1/4) Verdachte was aangehouden ter zake van winkeldiefstal nadat hij was gevolgd en geobserveerd door verbalisanten werkzaam bij een zgn. veelplegersteam Observaties zonder bevel OvJ zijn onrechtmatig als deze in verband met de plaats waar zij zijn uitgevoerd, de duur, intensiteit en frequentie ervan, alsmede het gebruik van technische hulpmiddelen, geschikt zijn om een min of meer compleet beeld te verkrijgen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de betrokkene
136 Observatie veelplegers (zonder machtiging en zonder verdenking strafbaar feit) (9.8) (2/4) Als dat niet het geval is, kan de algemene taakomschrijving van opsporingsambtenaren, neergelegd in art. 3 Pw en art. 141 Sv, daarvoor voldoende legitimatie bieden Dit zal in het bijzonder het geval zijn als de observaties slechts in een bepaald gebied en kortstondig worden uitgevoerd, naar aanleiding van omstandigheden waaruit redelijkerwijs een verhoogde kans op strafbare feiten kan worden afgeleid Uit de verslaglegging van de observaties zal moeten kunnen blijken of zij in deze zin beperkt en kortstondig zijn gebleven
137 Observatie veelplegers (zonder machtiging en zonder verdenking strafbaar feit) (9.8) (3/4) Het ontbreken van een verdenking in de zin van art. 27 Sv betekent niet dat dergelijke kortstondige en beperkte observaties onrechtmatig zijn aangevangen Dit soort observaties moet wel tot het voorbereidend onderzoek gerekend worden ingeval (mede) door de observaties een verdenking als bedoeld in art. 27 Sv is ontstaan en verdergaande opsporingsbevoegdheden zijn toegepast
138 Observatie veelplegers (zonder machtiging en zonder verdenking strafbaar feit) (9.8) (4/4) Overschrijding van de grenzen waarbinnen zulke niet krachtens een 126g-bevel uitgevoerde observaties toelaatbaar zijn, moet worden aangemerkt als een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv (MH: onrechtmatig verkregen bewijs, zie daarover uitgebreid par. 3.9 e.v.) HR , LJN BW
139 Stelling Na inbeslagneming van een pc is voor kennisneming van de gegevens die op de harde schijf van de betreffende pc met een codewoord beveiligd zijn een bevel vereist van de RC
140 Voor waarheidsvinding mag onderzoek aan/in beslag genomen voorwerpen worden gedaan (6.43) V.w.b. computers/gegevensdragers uiteraard wel onder in achtneming van het in art. 125l Sv genoemde professionele verschoningsrecht (zie hierover het zakboek hulpovj 6.34) HR , LJN AZ
141 Unieke bewijskracht pv opsp. ambt. 1/3 Het (...) ten laste gelegde steunt alleen op het door verbalisant S opgemaakte pv. In de onderhavige zaak heeft S naast de rol van verbalisant ook de rol van benadeelde partij. Het Hof overweegt dat in het normale geval de bijzondere bewijskracht aan een ambtsedig opgemaakt pv wordt verleend mede omdat verbalisanten over het algemeen geen belang hebben om een voorstelling van zaken te geven die niet of niet volledig conform de werkelijkheid is. Het Hof overweegt dat in dit geval niet vast staat dat deze situatie zich voordoet. De verbalisant zou er belang bij kunnen hebben om in de verleiding kunnen komen om niet onbevangen en onbevooroordeeld verslag te doen van de door hem waargenomen feiten. Aldus geen unieke bewijskracht. Hof Amsterdam , NS 2012, 340 (niet op rechtspraak.nl)
142 Unieke bewijskracht pv opsp. ambt. 2/3 Het Hof overweegt ( ) dat op grond van de verklaring van verbalisant K kan worden aangenomen dat hij bij dat treffen door de verdachte is geraakt op diens strottenhoofd. Alhoewel deze verklaring is neergelegd in een ambtsedig pv en daarmee op grond van art. 344 lid 2 Sv voldoende wettig bewijs voorhanden is, is het Hof van oordeel dat nu sprake is van een misdrijf en wel één waarbij de verbalisant ook aangever is meer bewijsmateriaal voorhanden zal moeten zijn. Noch de ter terechtzitting in hoger beroep getoonde camerabeelden, waarop de tenlastegelegde handeling immers niet is te zien, noch de medische verklaring, die blijkens de verklaring van aangever ook zou kunnen zien op letsel dat is ontstaan bij de tweede confrontatie met de verdachte, kunnen naar het oordeel van het Hof daartoe dienen. Gelet op het bovenstaande is naar het oordeel van het Hof niet overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat het Hof de verdachte daarvan zal vrijspreken. Hof s-gravenhage , NS 2013, 34 (LJN BY9453, maar niet op rechtspraak.nl...)
143 Unieke bewijskracht pv opsp. ambt. 3/3 Alhoewel het oordeel van de HR over dit soort zaken nog moet worden afgewacht, lijkt het mij verstandig geen enkel risico te nemen en altijd op zoek te gaan naar ondersteunend bewijs (en als het even kan dus niet te volstaan met uitsluitend een pv van één opsporingsambtenaar bij een ontkennende verdachte). Te denken valt daarbij bijv. aan relevante waarnemingen van een 2e opsporingsambtenaar of een andere getuige (ook gerelateerd in een ambtsedig pv), een medische verklaring bij letsel, camerabeelden, enz
144 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften: cautie (11.34) Ook aan het horen van een betrokkene ter zake van een gedraging in het kader van de WAHV dient de cautie vooraf te gaan Tenzij anders blijkt, mag bij het ontbreken van de cautie er niet van worden uitgegaan dat sprake is van een vrijwillig afgelegde verklaring Hof Leeuwarden , LJN BY
145 Stelling Vernieling is een relatief klachtmisdrijf
146 Antwoord stelling Vernieling is inderdaad een relatief klachtmisdrijf!!
147 Herkenning verdachte door opsp. ambt. (3.26) Een herkenning in zaken waarin de herkennend opsp. ambt. vóór het bekijken van het beeldmateriaal al wist met wie hij via dat beeldmateriaal geconfronteerd zou worden kan leiden tot bewijsuitsluiting van de herkenning (vanwege het 'verwachtingseffect') en datzelfde geldt als meerdere opsporingsambtenaren gelijktijdig aan de herkenningsprocedure deelnemen (waardoor onduidelijk is wat iedere opsp. ambt. nu individueel van de beelden vond en welke invloed zij op elkaar hebben uitgeoefend) Rechtbank Amsterdam , LJN BZ
148 Woning/huisrecht (7.4) Aan de bijzondere omstandigheden van het geval (waaronder een zeer kort tijdsverloop tussen het moment waarop wordt getracht een ruimte wederrechtelijk als woning in bezit te nemen en het moment waarop die situatie weer wordt beëindigd) kan het oordeel worden ontleend dat van feitelijk als woning in gebruik zijn (nog) geen sprake is geweest HR , LJN CA
149 Handhaving orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen (art. 124 Sv) en art. 180 Sr (verzet) (3.22) Optreden in het kader van artikel 124 Sv (handhaving orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen, zie zakboek) kan worden aangemerkt als te zijn verricht in de rechtmatige uitoefening van de bediening. 'Dat brengt mee dat verzet tegen zodanig optreden kan worden aangemerkt als wederspannigheid in de zin van art. 180 Sr. HR , ECLI:NL:HR:2013:
150 Diefstal en recht van retentie (14.1) Verdachte (verhuurder) had zich onrechtmatig toegang verschaft tot de woning van de huurder en vervolgens goederen van die huurder meegenomen om de huurder zodoende te bewegen tot nakoming van een op die huurder rustende verplichting Terecht veroordeeld voor diefstal HR , ECLI:NL:HR:2013:1426 Zie voor een soortgelijke casus (verdachte neemt een fotocamera van aangever mee om 'zijn vordering kracht bij te zetten ) HR , ECLI:NL:HR:2013:
151 Nijmeegse scooterzaak: medeplegen door bestuurder én bijrijder scooter (niet duidelijk was wie scooter had bestuurd) (doodslag / 6 WVW / 5 WVW) (2.9) Verdachte en medeverdachte rijden op een motorscooter en zijn bezig met het voorbereiden van een gewapende overval. Bij het zien van een onopvallende politieauto geeft de bestuurder van de motorscooter gas en maakt snelheid waarna de motorscooter zich met hoge snelheid verwijdert van de locatie waar de politieauto zich bevindt, waarbij onvoorstelbaar veel bijzonder ernstige verkeersovertredingen gepleegd worden (zie arrest) Uiteindelijk rijdt de motorscooter (met daarop nog steeds verdachte en zijn medeverdachte) een met groen licht overstekende voetganger aan, die tengevolge van de aanrijding overlijdt Onder de in het arrest gegeven omstandigheden kan er sprake zijn van medeplegen van een met de vlucht verband houdend misdrijf (doodslag voetganger) door de bijrijder, zie uitgebreid het arrest HR , ECLI:NL:HR:2013:1964 en
152 Poging doodslag (voorwaardelijk opzet): kopschoppers Eindhoven (12.1) 'Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een kwetsbaar deel van het lichaam is en dat zich in het lichaam ter hoogte van de onderrug vitale en kwetsbare organen bevinden. Evenals ieder weldenkend mens moeten verdachte en de medeverdachte daarvan op de hoogte zijn geweest. Het hof is van oordeel dat, door op deze wijze met geschoeide voet meermalen tegen het hoofd van het slachtoffer te schoppen in combinatie gezien met de handelwijze van het hard tegen de onderrug van het slachtoffer te schoppen, verdachten zich hebben blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer daardoor zodanig letsel zou oplopen dat hij als gevolg daarvan zou komen te overlijden. De verdachten hebben die kans, blijkens hun handelen, ook welbewust aanvaard en op de koop toegenomen. Aldus opzet in voorwaardelijke zin op het van het leven beroven van het slachtoffer Hof 's-hertogenbosch , ECLI:NL:GHSHE:2013:
153 Wettelijke basis tonen foto's verdachte op internet (3.38) Art. 3 Politiewet in samenhang met art. 141 en 142 Sv kan als wettelijke basis dienen voor het tonen van een of meer foto( s) van de verdachte op internet, mits niet in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Betrof ongeregeldheden in en rond stadion tijdens en na een voetbalwedstrijd. Om de identiteit van verdachten vast te stellen zijn prints van in het stadion opgenomen camerabeelden openbaar gemaakt, onder andere via de internetsite politie.nl Naar aanleiding daarvan heeft de verdachte zich gemeld bij de politie omdat hij zichzelf herkende als de afgebeelde persoon HR , ECLI:NL:HR:2014:41 (met noot Schalken in NJ 2014/188)
154 Voorbereidingshandelingen seksueel misbruik van een fictief 10-jarig meisje (2.3) Ook strafbaar wanneer het om een fictief meisje gaat (waardoor verwezenlijking van het voornemen niet gerealiseerd had kunnen worden Voldoende voor een veroordeling is als uit het bewijs kan worden afgeleid dat de gedragingen strekten ter voorbereiding van de tenlastegelegde en dat het opzet van de verdachte op het begaan daarvan was gericht. Dat het in werkelijkheid geen minderjarig potentieel slachtoffer betreft en de voorbereide misdrijven niet konden worden voltooid, staat aan de bewezenverklaring van de strafbare voorbereiding van die misdrijven niet in de weg. Hof Arnhem , LJN BZ0385 en HR , ECLI:NL:HR:2014:
155 Gebruik imsi-catcher/vanger en/of stealth-sms ter opsporing/aanhouding verdachte (9.14) (1/2) Is niet geregeld in een daarop toegesneden wettelijke bepaling Voor een niet specifiek in de wet geregelde wijze van opsporing moet worden aangenomen dat de opsporingsambtenaren op grond van art. 3 Politiewet 2012 en art. 141 en 142 Sv alleen bevoegd zijn haar in te zetten op een wijze die een beperkte inbreuk maakt op grondrechten van burgers en die niet zeer risicovol is voor de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing (zie hierover ook het zakboek 9.1) In het bijzonder kan de toepassing van deze opsporingsmethode jegens de gebruiker van de GSM-telefoon onrechtmatig zijn indien zij in verband met de duur, intensiteit en frequentie ervan geschikt is om een min of meer compleet beeld te verkrijgen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de betrokkene'
156 Gebruik imsi-catcher/vanger en/of stealth-sms ter opsporing/aanhouding verdachte (9.14) (2/2) V.w.b. de stealth-sms: een oordeel over de rechtmatige inzet is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In deze zaak was vastgesteld dat: - gelet op de duur en frequentie van toezending, slechts een beperkt beeld van de bewegingen van de gebruiker van de telefoon werd verkregen; - het opsporingsmiddel met toestemming van de OvJ is ingezet; - ondanks gebreken in de verslaglegging uiteindelijk voldoende duidelijkheid over de inzet van de methode is verkregen; en - reeds uitvoering werd gegeven aan op de voet van de art. 126g, 126m en 126n Sv door de OvJ gegeven bevelen en een machtiging van de RC als bedoeld in art. 126m, vijfde lid, Sv was verstrekt. HR , ECLI:NL:HR:2014:
157 Gebruik imsi-catcher/vanger en/of stealth-sms ter opsporing/aanhouding verdachte (9.14) (2/2) V.w.b. de stealth-sms: een oordeel over de rechtmatige inzet is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In deze zaak was vastgesteld dat: - gelet op de duur en frequentie van toezending, slechts een beperkt beeld van de bewegingen van de gebruiker van de telefoon werd verkregen; - het opsporingsmiddel met toestemming van de OvJ is ingezet; - ondanks gebreken in de verslaglegging uiteindelijk voldoende duidelijkheid over de inzet van de methode is verkregen; en - reeds uitvoering werd gegeven aan op de voet van de art. 126g, 126m en 126n Sv door de OvJ gegeven bevelen en een machtiging van de RC als bedoeld in art. 126m, vijfde lid, Sv was verstrekt. HR , ECLI:NL:HR:2014:
158 Rechtmatige uitoefening van de bediening bij aanhouding (art. 180 Sr) (6.5) Als uitgangspunt geldt dat de politieambtenaar die uitvoeringshandelingen verricht in het kader van de aanhouding van een verdachte werkzaam is in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening als bedoeld in art. 180 Sr). Bij beoordeling of uitoefening bediening rechtmatig is, kan de strafrechter de noodzaak en proportionaliteit van het desbetreffende overheidsoptreden betrekken HR , ECLI:NL:HR:2014:
159 Mishandeling (art. 300 Sr) (13.1) 'Onder omstandigheden ook het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam'. HR , ECLI:NL:HR:2014:2677 (door duwen in water)
160 Roekeloosheid (1.9) Van roekeloosheid zal slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zijn Om tot het oordeel te kunnen komen dat in een concreet geval sprake is van roekeloosheid zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn' HR , ECLI:NL:HR:2014:
161 Belaging (11.10) Daarvan kan ook sprake zijn als de belaagde ten tijde van de gedraging niet met die gedraging bekend was en dus ook als de belaagde nadien op de hoogte is gekomen van die gedraging HR , ECLI:NL:HR:2014:
162 Hennepkwekerij (21.18) In beginsel mag ervan worden uitgegaan dat degene die doende is een door hem gehuurde woonruimte op te (laten) knappen en in te richten, wetenschap heeft van hetgeen zich in die woning bevindt Deze ervaringsregel kan als uitgangspunt genomen worden maar kan door de verdachte worden betwist HR , ECLI:NL:HR:2014:
163 Stelling De Opiumwet geeft een bevoegdheid tot onderzoek aan het lichaam
164 Antwoord stelling De Opiumwet geeft (al jarenlang) GÉÉN bevoegdheid tot onderzoek aan het lichaam meer
165 Diplomatieke onschendbaarheid/immuniteit en WAHV-beschikkingen (3.27) Aan personen die diplomatieke immuniteit genieten kan geen administratieve sanctie worden opgelegd. Het hof merkt ten overvloede nog op dat het vorenstaande onverlet laat dat, hoewel naleving niet kan worden afgedwongen, ook geprivilegieerden zich onverkort dienen te houden aan de wetten en regels van de ontvangende staat'. Hof Arnhem-Leeuwarden , ECLI:NL:GHARL:2014:
166 Diplomatieke onschendbaarheid/immuniteit en WAHV-beschikkingen (3.27) Aan personen die diplomatieke immuniteit genieten kan geen administratieve sanctie worden opgelegd. Het hof merkt ten overvloede nog op dat het vorenstaande onverlet laat dat, hoewel naleving niet kan worden afgedwongen, ook geprivilegieerden zich onverkort dienen te houden aan de wetten en regels van de ontvangende staat'. Hof Arnhem-Leeuwarden , ECLI:NL:GHARL:2014:
167 Overzichtsarrest HR over medeplegen/medeplichtigheid met tips voor opsp. onderz./vervolging/verdediging (2.9 en 2.11) Zeer leerzaam maar te omvangrijke en diepgaand om hier weer te geven Voor de diepgravers: zie ECLI:NL:HR:2014:3474 op
168 Discriminatie (art. 90quater) (3.13) Gestreefd werd naar een evenwichtige mix van publiek in de betreffende uitgaansgelegenheid 'Hieruit volgt dat in beginsel iedereen in het licht van deze mix kan worden toegelaten of geweigerd en dat daarmee een ieder op voet van gelijkheid wordt behandeld Het streven naar een evenwichtige mix is daarom niet per definitie als discriminatoir aan te merken Een dergelijk streven is wel aan te merken als discriminerend als zou blijken dat een groep van personen op grond van hun ras geheel niet of in mindere mate dan personen van een ander ras zouden worden toegelaten Rb Midden-Nederland , ECLI:NL:RBMNE:2014:
169 Grooming (art. 248e Sr): enige handeling ondernemen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting (9.17) Vastgesteld was o.m. dat: (i) de verdachte bij herhaling bij het slachtoffer had aangedrongen op een ontmoeting en daartoe voorgesteld elkaar te ontmoeten in het bos, in het winkelcentrum en bij haar thuis, waarbij hij een concrete middag, avond dan wel een tijdstip had genoemd; (ii) de verdachte er bij het slachtoffer herhaaldelijk op had aangedrongen dat de ontmoetingen snel zouden plaatsvinden en hij haar onder druk had gezet; en (iii) de verdachte het slachtoffer in het kader van het concretiseren van een afspraak zijn telefoonnummer had gegeven. Aldus waren de onder (ii) en (iii) bedoelde handelingen gericht op het verwezenlijken van de voorgestelde ontmoeting zoals bedoeld onder (i) HR , ECLI:NL:HR:2014:
170 Raadsman niet binnen twee uur bij aangehouden verdachte (2.7) Als een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het verhoor een advocaat te raadplegen dan zal dat leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen Een oordeel daarover hangt af van de omstandigheden van het geval Het oordeel dat daaraan was voldaan kon in het betreffende geval worden gebaseerd op de omstandigheid dat de in de Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor genoemde termijn van twee uren in acht was genomen en dat het ging om een zaak van relatief geringe ernst waarvoor de vrijheidsbeneming zo kort mogelijk dient te zijn HR , ECLI:NL:HR:2014:
171 Samenloop toezicht en opsporing Sleutelplaatsen, niet-stelselmatige observaties, dynami-sche (verkeers)controle Prima pv's bevindingen, enz. (11.3) De controlebevoegdheid van art. 160 WVW 1994 was niet uitsluitend gebruikt met de bedoeling verdachte in het kader van het opsporen van zware criminaliteit aan te houden Aldus geen misbruik bevoegdheid (verkeerscontrole) Conclusie PG ECLI:NL:PHR:2014:1608 gevolgd door HR: HR , ECLI:NL:HR:204:
172 Warmtemeting en redelijk vermoeden (11.25) 'Het Hof heeft vastgesteld dat de verbalisant met behulp van een warmtebeeldcamera kon waarnemen dat op de zolder van het pand aan de [a-straat 1] te 's- Heerenberg "een extreme warmtebron aanwezig moest zijn" en dat het deze verbalisant ambtshalve bekend was dat voor een succesvolle binnenkweek van hennepplanten een tropisch klimaat nodig is Aldus redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit als bedoeld in de Opiumwet HR , ECLI:NL:HR:2014:
173 Zwaar lichamelijk letsel (3.4) Tatoeage in lies en boven tepels HR , ECLI:NL:HR:2014:
174 Valse aangifte of klacht (6.14) Art. 188 Sr heeft betrekking op het geval dat aangifte of klacht is gedaan van een strafbaar feit met de wetenschap dat dit feit in het geheel niet is gepleegd Voldoende is aldus dat in de aangifte opzettelijk in strijd met de waarheid, feiten worden meegedeeld in zodanige bewoordingen dat degene aan wie de aangifte wordt gedaan, daaruit moet begrijpen dat op zekere tijd en plaats een bepaald strafbaar feit is gepleegd Betrof een aangifte van belaging waarbij aangeefster het had doen voorkomen alsof ze nooit een relatie met verdachte had gehad en vanuit het niets werd gestalkt. Ondanks deze 'verzwijging/leugen' kan er immers nog steeds sprake zijn van belaging (en dus geen valse aangifte) HR , ECLI:NL:HR:2014:
175 Art. 10a Opiumwet (voorbereiding) (21.11) Voorbereiding heeft slechts betrekking op concrete misdrijven (zie de bespreking van art. 46 Sr), voor bevorderen geldt die beperking niet Keijzer in diens noot onder HR, NJ 2014/487 Waarvan hij weet (lid 1 onder 3): omvat ook voorwaardelijk opzet. HR , ECLI:NL:HR:2014:2757 (met noot Keijzer in NJ 2014/487)
176 Rijden onder invloed: geen vereiste verdenking én geen toestemming voor bloedafname maar wel bloed afgenomen (11.19, nr. 39) Art. 359a Sv van toepassing (vormverzuimen / onrechtmatig verkregen bewijs, zie uitgebreid 3.9) In betreffende geval geen bewijsuitsluiting wel strafvermindering HR , ECLI:NL:HR:2014:
177 Groepsbelediging / aanzetten tot discriminatie, enz. / uitlating door politicus (4.7 en 4.8) (1/2) Van belang zijn - de bewoordingen van de uitlating alsmede de context waarin de uitlating is gedaan - of de gewraakte uitlating een bijdrage kan leveren aan het publiek debat of is het een uiting van artistieke expressie - of de uitlating niet onnodig grievend is
178 Groepsbelediging / aanzetten tot discriminatie, enz. / uitlating door politicus (4.7 en 4.8) (2/2) Als het gaat om een uitlating door een politicus in het kader van het publiek debat dient onder ogen te worden gezien - het belang dat de betreffende politicus daadwerkelijk in staat moet zijn zaken van algemeen belang aan de orde te stellen ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten, - de verantwoordelijkheid die de politicus in het publieke debat draagt om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat HR , ECLI:NL:HR:2014:
179 Door rechter gesignaleerde onjuistheden/verbeterpunten (1/2) Jurisprudentie afgelopen jaren: vele verbeterpunten en ook kennelijke misstanden Rechters hebben inmiddels veel belangstelling voor: 1. Redenen van wetenschap (verdachte, getuige, opsp. ambt., deskundige) 2. Betrouwbaarheid, consistentie en verwerking van afgelegde verklaringen 3. Partijgetuigen (bijv. bij openlijk geweld zijn (bijna) uitsluitend getuigen gehoord die bij de aangevers hoorden) 4. Confrontaties, beeldmateriaal en rechtmatige uitoefening van dwangmiddelen 5. Betrouwbaarheid van het pv en compleetheid processtukken En dat levert weer tal van verbeterpunten op
180 Door rechter gesignaleerde onjuistheden/verbeterpunten (2/2) Zie voor een willekeurige opsomming van de afgelopen jaren > actualiteiten > zakboek HulpOvJ onder Doorlopend aandachtspunt: algemene verbeterpunten / kennelijke misstanden (3.53)!! Met hyperlinks voor directe toegang naar de betreffende uitspraak op rechtspraak.nl
181 Stelling Art. 46b (vrijwillige niet-voltooiing) is ook van toepassing bij de voorbereidingsdelicten die in art. 10a Opiumwet zelfstandig strafbaar zijn gesteld
182 Antwoord stelling Art. 46b (vrijwillige niet-voltooiing) is NIET van toepassing bij de voorbereidingsdelicten die in art. 10a Opiumwet zelfstandig strafbaar zijn gesteld HR, NJ 1997, 667, HR, NS 2003, 216 en hof Amsterdam , LJN BV0050 De reden hiervoor is dat de terugtreding hier nooit kan wegnemen, dat door toedoen van de dader het aanmerkelijk risico is geschapen dat voor de volksgezondheid hoogst schadelijke stoffen in het illegale circuit zouden terechtkomen
183 Einde presentatie Zie voor 1. Actualiteiten 2. Tip van de week 3. Misdrijf van de maand 4. Diapresentaties 5. Meerkeuzevragen 6. Nieuwsmail 7. Enz
Gemeentewet. Hoofdstuk IX. De bevoegdheid van de raad. Artikel 151b
Verruiming fouilleerbevoegdheden, versie 6 april 2011 internetconsultatie: de relevante bepalingen van de huidige Gemeentewet en Wet wapens en munitie en van de toekomstige Politiewet 201x, met daarin
Zakboekenpolitie.com
Zakboekenpolitie.com Art. 359a Sv Relativering onrechtmatig verkregen bewijs Gebaseerd op paragraaf 3.9 e.v. van het zakboek Strafvordering voor de Hulpofficier 1 Vormverzuim / relativering onrechtmatig
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 143 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Zakboekenpolitie.com
Zakboekenpolitie.com De verdachte Gebaseerd op hoofdstuk 2 van de zakboeken Strafvordering voor de Hulpofficier van justitie en Strafvordering voor de Opsporingsambtenaar Kluwer www.zakboekenpolitie.com
Als er sprake is van een incident op heterdaad (tijdens of kort na plegen) en het gaat om een mishandeling of een bedreiging met mishandeling:
1-2-3 Aangiftewijzer Geweld, bedreiging en belediging tegen de gerechtsdeurwaarder Soms heeft de gerechtsdeurwaarder te maken met agressie en geweld. Helaas worden strafbare feiten niet altijd en automatisch
Zakboekenpolitie.com
Zakboekenpolitie.com Dwangmiddelen Lichamelijke integriteit Gebaseerd op hoofdstuk 5 van de zakboeken Strafvordering voor de Hulpofficier van justitie en Strafvordering voor de Opsporingsambtenaar Kluwer
2.6 Rechtsbijstand verdachte
Concept paragraaf 2.6 én 2.15 zakboek Sv HulpOvJ editie 2018 1. Rechtsbijstand verdachte, incl. verklaring van rechten, consultatie- en verhoorbijstand 2. Jeugdige verdachten 3. Link naar nieuwe beleidsbrief
Zakboekenpolitie.com
Zakboekenpolitie.com Beslagbevoegdheden Gebaseerd op hoofdstuk 6 van de zakboeken Strafvordering voor de Hulpofficier van justitie en Strafvordering voor de Opsporingsambtenaar Kluwer www.zakboekenpolitie.com
ARTIKEL I. Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: Artikel 54a komt te luiden: Artikel 54a
Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de verbetering en versterking van de opsporing en vervolging van computercriminaliteit (computercriminaliteit III)
1.21 Verkeer: dood/zwaar lichamelijk letsel door schuld in het verkeer (art. 6 WVW 1994)
Titelpagina Copyright Pagina Voorwoord HOOFDSTUK 1 Delicten 1.1 Afpersing 1.2 Bedreiging 1.3 Belaging 1.4 Belediging 1.5 Deelname aan een criminele organisatie 1.6 Diefstal 1.7 Heling 1.8 Huisvredebreuk
Inhoudsopgave VOORWOORD 3 OVERIGE ZAKBOEKEN 3 ACTUALITEITEN NA VERSCHIJNING VAN PAPIEREN ZAKBOEKEN 4 ZAKBOEKEN OOK GEACTUALISEERD VIA INTERNET 4 WWW.ZAKBOEKENPOLITIE.COM 4 NIEUWSMAIL 4 TWITTER 5 MEERKEUZE
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2018 2019 35 116 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Overleveringswet ter implementatie van richtlijn nr. 2016/800/EU van het Europees Parlement
Kwalificatiedossier: BOA OV Module 5 Samenwerking en assistentieverlening Toetsvorm: 20 Gesloten vragen Toetsduur: 45 minuten Cesuur: 68%
walificatiedossier: BOA OV Module 5 Samenwerking en assistentieverlening Toetsvorm: 20 Gesloten vragen Toetsduur: 45 minuten Cesuur: 68% Onderwerp Begrip/Artikel Toetsterm I. Het functioneren binnen en
Zakboekenpolitie.com
Zakboekenpolitie.com Actualiteiten Strafvordering en Strafrecht Met verwijzingen naar 1. Zakboek Strafvordering voor de Hulpofficier (Zb Sv) 2. Zakboek Strafrecht voor de Hulpofficier (Zb Sr) 3. Zakboek
Zakboekenpolitie.com
Zakboekenpolitie.com Proces-verbaal en Bewijsrecht Gebaseerd op het zakboek Proces-verbaal en Bewijsrecht 2015 2016 www.zakboekenpolitie.com Inhoud presentatie 1. Algemene eisen pv / doel pv / verbaliseringsplicht
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten met het oog op het vergroten van de mogelijkheden tot opsporing, vervolging, alsmede het voorkomen
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2000 2001 Nr. 298 26 983 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten omtrent de toepassing van maatregelen in het belang van het
Kwalificatiedossier: BOA OV Module 3 Orde, rust en veiligheid Toetsvorm: 20 Gesloten vragen Toetsduur: 45 minuten Cesuur: 68%
walificatiedossier: BOA OV Module 3 Orde, rust en veiligheid Toetsvorm: 20 Gesloten vragen Toetsduur: 45 minuten Cesuur: 68% Onderwerp Begrip/Artikel Toetsterm II. Het opsporen van strafbare feiten Taxonomie
Leidraad voor het nakijken van de toets
Leidraad voor het nakijken van de toets STRAFPROCESRECHT 14 OKTOBER 2011 (Uit het antwoord moet blijken dat de cursist de stof heeft begrepen en juist heeft toegepast; een enkel ja of nee is niet voldoende)
opleiding BOA Wetgeving adhv eindtermen
In de eindtermen (juni 2005) voor de opleiding BOA wordt verwezen naar een aantal artikelen van wetten. Deze wetten zijn: de Algemene wet op het Binnentreden (Awob) Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2005 175 Wet van 23 maart 2005 tot wijziging en aanvulling van een aantal bepalingen in het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot de betekening
1. In artikel 126nba, eerste lid, onderdeel d, wordt het woord verwerkt telkens vervangen door : opgeslagen.
34 372 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de verbetering en versterking van de opsporing en vervolging van computercriminaliteit (computercriminaliteit
JURISPRUDENTIE STRAFRECHT. Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop
JURISPRUDENTIE STRAFRECHT Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop HR uitspraken 10 februari 2015 Beslissingen voorlopige hechtenis (Cassatie in het belang der wet) HR:2015:247 HR:2015:255 HR:2015:256
Rapport. Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/297
Rapport Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/297 2 Klacht Verzoeker is op 8 november 2006 door de politie aangehouden wegens stalking van zijn ex-echtgenote. In dit verband klaagt verzoeker erover
Inhoudsopgave VOORWOORD 3 OVERIGE ZAKBOEKEN 3 ACTUALITEITEN NA VERSCHIJNING VAN PAPIEREN ZAKBOEKEN 4 ZAKBOEKEN OOK GEACTUALISEERD VIA INTERNET 4 WWW.ZAKBOEKENPOLITIE.COM 4 NIEUWSMAIL 4 TWITTER 4 MEERKEUZETOETSEN
WvSr De kandidaat kan aan de hand van een gegeven situatie vaststellen of het om een wet in materiële of formele zin gaat.
Kennisonderdeel Wettelijke Kaders Milieu Generiek oetsvorm Gesloten vragen Hulpmiddelen Geen Duur 70 minuten (1 uur en 10 minuten) Cesuur 67% Onderwerp Artikel/begrip oetsterm 1.1 Strafrecht algemeen WvSr
ARRESTANTENVERZORGING. Juridische aspecten De politie Het strafproces Verzorging Ethiek
ARRESTANTENVERZORGING Juridische aspecten De politie Het strafproces Verzorging Ethiek januari 2013 Doel van het strafproces / strafvordering = het nemen van strafvorderlijke beslissingen Bestaat uit =
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking
Hoofdstuk 1: Het recht van de verdachte op toegang tot rechtsbijstand
Leidraad politieverhoor Hoofdstuk 1: Het recht van de verdachte op toegang tot rechtsbijstand Artikel 1: Consultatierecht en recht op rechtsbijstand tijdens de (politie)verhoren 1. De verdachte wordt de
Zakboekenpolitie.com
Zakboekenpolitie.com Betreden van plaatsen Gebaseerd op hoofdstuk 7 van de zakboeken Strafvordering voor de Hulpofficier van justitie en Strafvordering voor de Opsporingsambtenaar Kluwer www.zakboekenpolitie.com
Zakboekenpolitie.com
Zakboekenpolitie.com Vrijheidsbenemende dwangmiddelen Gebaseerd op hoofdstuk 4 van de zakboeken Strafvordering voor de Hulpofficier van justitie en Strafvordering voor de Opsporingsambtenaar Kluwer 20-1-2015
Conceptwetsvoorstel rechtsbijstand en politieverhoor
15 april 2011 Conceptwetsvoorstel rechtsbijstand en politieverhoor Wijziging van het Wetboek van Strafvordering tot aanvulling van de regeling van het politieverhoor van de verdachte, diens aanhouding
TOEZICHT OPSPORING. Jan Willem van Veenendaal MEC.
TOEZICHT EN/OF OPSPORING Jan Willem van Veenendaal MEC. Rechtshandhavingsystemen Onderwerpen: Iets over Bestuursrechtelijke bevoegdheden De sfeerovergang Iets over Strafrechtelijke bevoegdheden Toezicht
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016-2017 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de afschaffing van de voorwaardelijke invrijheidstelling en aanpassing van de voorwaardelijke
KWALITEIT POLITIE OM Kennissessie HulpOvJ s MNL herfst 2015
KWALITEIT POLITIE OM Kennissessie HulpOvJ s MNL herfst 2015 1. Betreden woning 2. Pseudokoop 3. Filmen/fotograferen politie; publiceren opnames 4. 184 Sr 5. Vorderen gegevens 6. Raadplegen Social Media
Hoofdstuk 9 Awb: Klachtbehandeling
Hoofdstuk 9 Awb: Klachtbehandeling Titel 9.1. Klachtbehandeling door een bestuursorgaan Afdeling 9.1.1. Algemene bepalingen Art. 9:1. 1. Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan
Binnentreden Pagina s 79 t/m 84
Binnentreden Pagina s 79 t/m 84 Wat gaan we behandelen - Betreden van plaatsen en in het bijzonder de woning - Artikel 12 Grondwet (huisrecht) - Wat is een woning - AWBI Uitgangspunt Uitgangspunt is, dat
Strafrechtelijke context huwelijksdwang en achterlating
Strafrechtelijke context huwelijksdwang en achterlating Bij de aanpak van huwelijksdwang en gedwongen achterlating dient het belang van het slachtoffer centraal te staan. De in Nederland geldende wet-
ECLI:NL:RBOVE:2017:2237
ECLI:NL:RBOVE:2017:2237 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 26-04-2017 Datum publicatie 31-05-2017 Zaaknummer 08/910083-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Raadkamer
Advies Conceptwetsvoorstel implementatie EU-richtlijn minimumnormen slachtoffers van strafbare feiten
contactpersoon De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 EH Den Haag datum 7 oktober 2014 Voorlichting e-mail [email protected] telefoonnummer 06-46116548
Toetsmatrijs BOA OV Module 4 Rechtskennis 24 mei 2017
walificatiedossier: BOA OV Module 4 Meer strafrecht Toetsvorm: 20 Gesloten vragen Toetsduur: 45 minuten Cesuur: 68% Onderwerp Begrip/Artikel Toetsterm I. Het functioneren binnen en als onderdeel van de
Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie;
Besluit van, houdende wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren in verband met de herziening van de geweldsmelding Op de voordracht van
ECLI:NL:PHR:2014:1700 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 12/04833
ECLI:NL:PHR:2014:1700 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie 01-07-2014 Datum publicatie 26-09-2014 Zaaknummer 12/04833 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken - Inhoudsindicatie
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 35062 17 december 2013 Aanwijzing bijstand van tolken en vertalers bij de opsporing en vervolging van strafbare feiten
Handleiding voor de deken ter waarborging van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van advocaten bij extern onderzoek.
Handleiding voor de deken ter waarborging van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van advocaten bij extern onderzoek Maart 2013 Vastgesteld door de algemene raad op 4 maart 2013 1 Voorwoord
Handleiding controle FIOD. 12 tips voor bezoek FIOD (bij u als dienstverlener). Wat te doen (en waarom)?
Handleiding controle FIOD 12 tips voor bezoek FIOD (bij u als dienstverlener). Wat te doen (en waarom)? 1 Inleiding Een bezoek van de FIOD kan mogelijk verstrekkende gevolgen hebben voor uw klant. Maar
Misdrijven die tegen een BOA gepleegd kunnen worden. Pagina 176 tm 183
Misdrijven die tegen een BOA gepleegd kunnen worden Pagina 176 tm 183 Wat gaan we behandelen Ambtsdwang (Art. 179 Sr) Wederspannigheid (Art 180 Sr) Belediging (Art 266, 267 sub 2 Sr) Niet voldoen aan
Koninkrijksdeel Curaçao. Wetstechnische informatie. Zoek regelingen op overheid.nl
Zoek regelingen op overheid.nl Koninkrijksdeel Curaçao Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op [email protected]! LANDSVERORDENING van de 27 ste juli 1998 houdende regels, ter uitvoering
Parketnummer: /17 Uitspraak: 2 november 2018 Tegenspraak
vonnis GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Parketnummer: 500.00480/17 Uitspraak: 2 november 2018 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: R.M.C., geboren op Curaçao, wonende
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 834 Wijziging van enige bepalingen in het Wetboek van Strafvordering inzake het rechtsgeding voor de politierechter en de mededeling van vonnissen
Verruiming spreekrecht in rechtszaal van kracht
Regelingen en voorzieningen CODE 6.5.6.28 Verruiming spreekrecht in rechtszaal 1.9.2012 van kracht tekst bronnen Nieuwsbericht ministerie van Veiligheid en Justitie 10.7.2012; www.rijksoverheid.nl Wet
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2003 2004 29 218 Wijziging en aanvulling van de Wet op de identificatieplicht, het Wetboek van Strafrecht, de lgemene wet bestuursrecht, de Politiewet 1993
opleiding BOA Wetboek van Strafvordering
Deze reader geeft een overzicht van de die zijn genoemd in de eindtermen, versie juni 2005. Eerste Boek. Algemeene bepalingen Titel I. Strafvordering in het algemeen Eerste afdeeling. Inleidende bepaling
NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: Artikel I wordt als volgt gewijzigd:
34 720 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten strekkende tot aanpassing van enkele bepalingen betreffende de uitvoering van bijzondere opsporingsbevoegdheden
Titel II. Straffen. 1. Algemeen. Artikel 1:11
Titel II Straffen 1. Algemeen Artikel 1:11 1. De straffen zijn: a. de hoofdstraffen: 1. gevangenisstraf; 2. hechtenis; 3. taakstraf; 4. geldboete. b. de bijkomende straffen: 1. ontzetting van bepaalde
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987 Wet van 3 december 1987, Stb. 635, houdende regels betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten Zoals deze is gewijzigd bij de wetten van 02-12-1993(Stb.759)
Hoofdstuk 1 Bevoegdheid en rollen
Bekendmaking Rectificatie vaststelling beleid De burgemeester van Heemskerk maakt bekend een verbeterde versie van de Beleidsregel Gebiedsverboden Heemskerk vast te stellen. De daarin opgenomen verwijzingen
==================================================================== Artikel 1
Intitulé : LANDSBESLUIT van 29 december 1998 no. 20, bepalende de opneming in de afzonderlijke afdeling van het Afkondigingsblad van Aruba van de geldende tekst van de Vuurwapenverordening Citeertitel:
GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2002 Nr. 29
GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2002 Nr. 29 VERORDENING over het recht van onderzoek. (raadsbesluit van 28 november 2002) De raad der gemeente Utrecht gelet op het voorstel van b. en w. d.d. 14 november 2002
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Geldend van t/m heden
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Geldend van 01-01-2013 t/m heden Wet van 29 mei 2006 tot vaststelling van regels met betrekking tot de bijzondere opsporingsdiensten en de instelling van het functioneel
arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)
arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis
