NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
|
|
|
- Benjamin van de Velde
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE OPGAVEN VOORRONDE 2 af te nemen in de week van woensdag 10 april Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en 3 open opgaven met in totaal 13 deelvragen en een antwoordblad voor de meerkeuzevragen. Gebruik voor elke opgave (met open vragen) een apart antwoordvel, voorzien van naam. De maximumscore voor dit werk bedraagt 90 punten. De voorronde duurt maximaal 3 klokuren. Benodigde hulpmiddelen: rekenapparaat en BINAS 5 e druk. Bij elke vraag is het aantal punten vermeld dat een juist antwoord op die vraag oplevert. 34 e Nationale Scheikundeolympiade 2013 Voorronde 2 1
2 Deze toets is tot stand gekomen dankzij de medewerking van de volgende personen: Olav Altenburg Alex Blokhuis Cees de Boer Johan Broens André Bunnik Thijs Engberink Martin Groeneveld Peter de Groot Jacob van Hengst Dick Hennink Emiel de Kleijn Jasper Landman Evert Limburg Marte van der Linden Stan van de Poll De eindredactie was in handen van: Kees Beers 34 e Nationale Scheikundeolympiade 2013 Voorronde 2 2
3 Opgave 1 Meerkeuzevragen (totaal 40 punten) Schrijf bij elke vraag je antwoord(letter) op het antwoordblad. Dit antwoordblad vind je aan het eind van dit opgavenboekje. Normering: 2 punten per juist antwoord. Analyse 1 Een oplossing van een zwak zuur HZ wordt getitreerd met natronloog van bekende molariteit. Welke hoeveelheden zijn aan elkaar gelijk bij het equivalentiepunt van de titratie? A de [OH ] en de [H 3 O + ] B het aantal mol toegevoegd OH en het aantal mol H 3 O + dat aanvankelijk aanwezig was C het aantal mol toegevoegd OH en het oorspronkelijk aantal mol opgelost HZ 2 Een zure oplossing wordt getitreerd met natronloog. Hieronder is de titratiecurve van deze titratie afgebeeld. A B C D E Wat zat in de erlenmeyer? een oplossing van een tweewaardig zuur een oplossing van twee éénwaardige zuren met dezelfde K z en dezelfde molariteit een oplossing van twee éénwaardige zuren met dezelfde K z en verschillende molariteiten een oplossing van twee éénwaardige zuren met verschillende K z en dezelfde molariteit een oplossing van twee éénwaardige zuren met verschillende K z en verschillende molariteiten 3 Wat zie je in het 1 H-NMR spectrum van dimethoxymethaan: CH 3 O CH 2 O CH 3? A een doublet en een triplet B een doublet en twee triplets C een singlet en een triplet D een triplet en een kwartet E een triplet en twee kwartetten F twee singlets G twee singlets en twee triplets Rekenen 4 Men voegt 25,0 ml 0,100 M lood(ii)nitraatoplossing bij 35,0 ml 0,100 M natriumjodideoplossing. Hoeveel g lood(ii)jodide kan maximaal neerslaan? Neem aan dat de neerslagreactie aflopend is. A 0,807 B 1,15 C 1,61 D 2,30 E 2,77 34 e Nationale Scheikundeolympiade 2013 Voorronde 2 Meerkeuzevragen 3
4 5 Een hoeveelheid gas neemt bij 72 ºC en een druk van 1,40 atmosfeer een volume in van 9,23 dm 3. Wat is het volume bij 252 ºC en 3,20 atmosfeer? A 2,65 dm 3 B 6,03 dm 3 C 6,14 dm 3 D 13,9 dm 3 E 14,1 dm 3 F 32,1 dm 3 G 73,8 dm 3 Koolstofchemie 6 Hoeveel stoffen met formule C 4 H 8 zijn er en hoeveel daarvan zijn onverzadigd? Houd rekening met eventuele stereo-isomerie. aantal isomeren waarvan onverzadigd A 3 3 B 4 4 C 5 3 D 5 5 E 6 3 F 6 4 G De verbinding waarvan het koolstofskelet hiernaast is weergegeven, wordt, vanwege de gelijkenis met een mandje (engels: basket), basketaan genoemd. De molecuulformule van basketaan is C 10 H 12. Hoeveel monochloorsubstitutieproducten kunnen ontstaan als basketaan met chloor reageert? A 4 B 5 C 6 D 8 E 10 F 12 8 Hoeveel σ bindingen en hoeveel π bindingen bevat een molecuul propyn? aantal σ bindingen aantal π bindingen A 1 3 B 2 2 C 3 5 D 4 4 E 5 3 F e Nationale Scheikundeolympiade 2013 Voorronde 2 Meerkeuzevragen 4
5 Redox / Elektrolyse 9 DCPIP is een organische verbinding die kan worden gebruikt om het gehalte aan vitamine C via een redoxtitratie te bepalen. De vergelijking van de halfreactie van DCPIP is hieronder gedeeltelijk weergegeven: Hoeveel e komt/komen in de volledige vergelijking van de halfreactie te staan en aan welke kant van de pijl? A 1 e links van de pijl B 1 e rechts van de pijl C 2 e links van de pijl D 2 e rechts van de pijl E 3 e links van de pijl F 3 e rechts van de pijl G 4 e links van de pijl H 4 e rechts van de pijl 10 Hoe groot is de bronspanning van de elektrochemische cel met het volgende celdiagram: Al(s) Al 3+ ( aq ) Cu 2+ ( aq ) Cu(s), met [Al 3+ ] = 1, mol L 1 en [Cu 2+ ] = 0,10 mol L 1? A 1,95 V B 1,98 V C 2,01 V D 2,04 V E 2,07 V F 2,10 V 11 Men elektrolyseert de volgende gesmolten zouten: aluminiumchloride, calciumchloride, magnesiumchloride en ijzer(iii)chloride, tot 100 g metaal is ontstaan. In alle gevallen wordt een stroomsterkte van 3,00 A gebruikt. In welk geval is het snelst 100 g metaal ontstaan? A het duurt in alle gevallen even lang B bij aluminiumchloride C bij calciumchloride D bij magnesiumchloride E bij ijzer(iii)chloride 12 Hoe groot is de r G 0 voor de reactie Pb(s) + 2 Ag + (aq) Pb 2+ (aq) + 2 Ag(s)? A 1, J mol 1 B 9, J mol 1 C 9, J mol 1 D 1, J mol 1 34 e Nationale Scheikundeolympiade 2013 Voorronde 2 Meerkeuzevragen 5
6 Structuur 13 In welk van onderstaande moleculen heeft het centrale atoom een sp 2 hybridisatie? I PCl 3 A B C D II COCl 2 geen van beide alleen I alleen II beide 14 Welk van de volgende atomen heeft in de grondtoestand evenveel s elektronen als p elektronen? A Ar B B C C D Mg 15 Welk van onderstaande moleculen is een dipoolmolecuul? I SF 2 II SF 4 III SF 6 A geen van drieën B alleen I C alleen II D alleen III E I en II F I en III G II en III H alle drie 16 Welke set kwantumgetallen kan bij een elektron in een 4d orbitaal horen? n l m l m s A ½ B ½ C ½ D ½ E ½ Reactiesnelheid en evenwicht 17 Wat is de eenheid van de reactiesnelheidsconstante van een tweede-orde reactie? A L mol 1 s 1 B L 2 mol 2 s 1 C mol L 1 s 1 D mol 2 L 2 s 1 E mol s 1 F mol 2 s 1 G s mol L 1 H s mol 2 L 2 34 e Nationale Scheikundeolympiade 2013 Voorronde 2 Meerkeuzevragen 6
7 18 Als men in methanol bij 60 ºC 1,2-dibroomethaan met kaliumjodide laat reageren, treedt de volgende reactie op: C 2 H 4 Br I C 2 H Br + I 3. Men heeft onderzocht hoe de reactiesnelheid afhangt van de concentraties C 2 H 4 Br 2 en I. Daartoe heeft men een aantal proefjes uitgevoerd met verschillende concentraties C 2 H 4 Br 2 en I en telkens na een minuut door middel van een titratie met een oplossing van natriumthiosulfaat (Na 2 S 2 O 3 ) bepaald hoeveel I 3 was ontstaan. Er werd telkens een oplossing met een volume van 25,0 ml gemaakt, die na een minuut in z n geheel werd getitreerd met een 0,0100 M natriumthiosulfaatoplossing. De volgende resultaten zijn verkregen: proef [C 2 H 4 Br 2 ] 0 [I ] 0 ml thio (mol L 1 ) (mol L 1 ) 1 0,0500 0,150 11,1 2 0,0500 0,300 22,4 3 0,100 0,150 22,5 4 0,100 0,300 44,7 Wat volgt hieruit voor de reactiesnelheidsvergelijking? A s = k[c 2 H 4 Br 2 ] B s = k[c 2 H 4 Br 2 ][I ] C s = k[c 2 H 4 Br 2 ][I ] 2 D s = k[c 2 H 4 Br 2 ][I ] 3 E s = k[c 2 H 4 Br 2 ] 2 [I ] 19 De ph van een verzadigde oplossing van het hydroxide van een tweewaardig metaal M bij 298 K is 8,67. Hoe groot is de K s van dit hydroxide? A 4, B 9, C 4, D 5, E 1, F 2, G 2, H 4, Twee gasvormige stoffen, A 2 en B 2, reageren als volgt met elkaar: A 2 (g) + B 2 (g) 2 AB(g) A 2 en B 2 worden in de molverhouding 2 : 1 gemengd in een afgesloten reactievat bij temperatuur T 1. Als het evenwicht zich heeft ingesteld, is het aantal heteronucleaire moleculen (moleculen met verschillende soorten atomen) gelijk aan het totale aantal homonucleaire moleculen (moleculen met dezelfde soort atomen). Welke bewering ten aanzien van K p is juist? A K p = 0,048 B K p = 0,14 C K p = 1,0 D K p = 7,2 E K p = 21 F K p is niet te berekenen want de totale druk in het reactievat is niet bekend 34 e Nationale Scheikundeolympiade 2013 Voorronde 2 Meerkeuzevragen 7
8 Open vragen Opgave 2 De aldolreactie (totaal 50 punten) (24 punten) In basisch milieu kan een alkanal worden omgezet tot een zogenoemd aldol. Een aldol is een verbinding die zowel aldehyde als alcohol is. Een voorbeeld van de vorming van een aldol is de volgende reactie: 1 Geef systematische naam van verbinding 1. 3 Hieronder is het mechanisme van de aldolreactie van ethanal weergegeven. stap 1: de base onttrekt een H + ion dat gebonden is aan het C atoom naast de aldehydegroep, het zogenoemde α-c atoom: stap 2: het negatief geladen C atoom bindt aan het enigszins positief geladen C atoom van de aldehydegroep van een tweede ethanalmolecuul: stap 3: het negatief geladen zuurstofatoom in het in stap 2 ontstane deeltje bindt een H + ion: 2 Leg uit dat maar weinig base nodig is om alle ethanal om te zetten. 1 In de aldolreactie van ethanal ontstaat een racemisch mengsel van verbinding 2. 3 Geef hiervoor een verklaring. 4 Het bovenstaande mechanisme voor de aldolreactie van ethanal sluit niet uit dat ook een verbinding met onderstaande structuurformule wordt gevormd: 4 Geef een verklaring voor het mogelijke ontstaan van verbinding 3. Geef ook de stappen van het mechanisme van de vorming van verbinding 3, in vergelijkingen met structuurformules e Nationale Scheikundeolympiade 2013 Voorronde 2 Open vragen 8
9 In de praktijk wordt verbinding 3 in de aldolreactie van ethanal niet gevormd. In sommige organische boeken verklaart men dat door te stellen dat de vorming van verbinding 3 uit ethanal energetisch ongunstiger is dan de vorming van verbinding 2 uit ethanal. 5 Ga met behulp van een berekening met bindingsenergieën na of de vorming van een mol verbinding 3 uit twee mol ethanal inderdaad energetisch ongunstiger is dan de vorming van een mol verbinding 2 uit twee mol ethanal. Ga ervan uit dat de invloed van de vorming waterstofbruggen en andere intermoleculaire bindingen in beide gevallen even groot is Wanneer men methanal in een basische oplossing brengt, kan geen aldolreactie optreden. Dat is bij meer alkanalen het geval. Toch kunnen zulke alkanalen wel aan een aldolreactie deelnemen. Geef aan waarom geen aldolreactie kan optreden wanneer men methanal in een basische oplossing brengt en geef de structuurformule van nog een alkanal waarmee geen aldolreactie kan optreden als daaraan een base wordt toegevoegd. 3 Geef een voorbeeld van een reactie waarin methanal wel aan een aldolreactie deelneemt. Geef ook de structuurformule(s) van het (de) reactieproduct(en) dat ontstaat (die ontstaan) bij de reactie van je keuze. 4 Opgave 3 Glucosebepaling (20 punten) Glucose wordt vaak aan medicijnen toegevoegd. Het gehalte aan glucose in een tablet kan worden bepaald door een reactie van glucose met orthoperjoodzuur, H 5 IO 6. Deze stof reageert snel en volledig met glucose volgens: 5 H 5 IO 6 + C 6 H 12 O 6 5 IO 3 + H 2 CO + 5 HCOOH + 5 H H 2 O (reactie 1) Dit is een redoxreactie. 8 Geef van deze redoxreactie de vergelijkingen van de beide halfreacties. 4 9 Hieronder volgt een beschrijving van zo n glucosebepaling. 1. Van een glucosebevattend tablet werd een monster van 120 mg opgelost in water. 2. De oplossing werd kwantitatief overgebracht in een maatkolf van 100,0 ml en met gedestilleerd water aangevuld tot de maatstreep. 3. Uit de maatkolf werd 10,0 ml gepipetteerd in een erlenmeyer. Hieraan werd 20,0 ml 0,0100 M orthoperjoodzuuroplossing toegevoegd. Reactie 1 treedt dan op. De hoeveelheid orthoperjoodzuur is een overmaat. 4. Na afloop van reactie 1 werden 2 ml 1 M zwavelzuuroplossing en 5 ml 2 M kaliumjodideoplossing aan de oplossing toegevoegd. De volgende twee reacties treden dan op: H 5 IO I + 7 H + 4 I H 2 O (reactie 2) IO I + 6 H + 3 I H 2 O (reactie 3) 5. Het vrijgekomen jood werd tenslotte getitreerd met 0,0950 M natriumthiosulfaatoplossing. Hiervan was 14,2 ml nodig. Leg uit of de hoeveelheden orthoperjoodzuuroplossing (bij 3) en kaliumjodide-oplossing (bij 4) met een pipet moeten worden afgemeten of dat je daarvoor een minder nauwkeurig instrument kunt gebruiken Welke indicator kun je gebruiken voor deze titratie? Geef ook de kleurverandering die optreedt bij het eindpunt van de titratie Bereken het massapercentage glucose in het onderzochte tablet e Nationale Scheikundeolympiade 2013 Voorronde 2 Open vragen 9
10 Opgave 4 Hoe warm het was op Venus (6 punten) In Bill Brysons boek A Short History of Nearly Everything staat de volgende verklaring over de hoge temperatuur op Venus: It appears that during the early years of the solar system Venus was only slightly warmer than the Earth and probably had oceans. But those few degrees of extra warmth meant that Venus could not hold onto its surface water, with disastrous consequences for its climate. As its water evaporated, the hydrogen atoms escaped into space and the oxygen atoms combined with carbon to form a dense atmosphere of the greenhouse gas carbon dioxide. Venus became stifling (= verstikkend). ( ) Its surface temperature is a roasting (= verschroeiende) 470 ºC Als je wetenschap populariseert, moet je wel eens concessies doen aan het taalgebruik. Dat is hier kennelijk ook gebeurd. Het woord evaporated is verkeerd gebruikt. Verder ontstaan er bij het beschreven proces uit waterdamp geen waterstof- en zuurstofatomen, maar moleculen. 12 Welk woord had op de plaats van evaporated in het tekstfragment moeten staan? Je mag de Nederlandse vertaling opschrijven. 1 Tenslotte kun je je afvragen of het toentertijd op Venus wel echt zo is gegaan. 13 Leg dit uit. Neem in je uitleg ook een berekening op van de minimumtemperatuur zoals die kennelijk was op Venus in de eerste jaren van het ontstaan van ons zonnestelsel. Ga ervan uit dat de waterdamp werd omgezet tot moleculair waterstof en moleculair zuurstof e Nationale Scheikundeolympiade 2013 Voorronde 2 Open vragen 10
11 naam: Antwoordblad meerkeuzevragen van voorronde 2 van de 34 e Nationale Scheikundeolympiade 2013 nr keuze letter totaal (score) 34 e Nationale Scheikundeolympiade 2013 Voorronde 2 Antwoordblad meerkeuzevragen
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de week van woensdag 10 april 013 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en 3 open opgaven met in
38 e Nationale Scheikundeolympiade
38 e Nationale Scheikundeolympiade Rijksuniversiteit Groningen THEORIETOETS opgaven dinsdag 13 juni 2017 Deze theorietoets bestaat uit 6 opgaven met in totaal 34 deelvragen. Gebruik voor elke opgave een
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE OPGAVEN VOORRONDE 2 af te nemen in de periode van 30 maart tot en met 3 april 2015 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 7 onderwerpen en 3 opgaven met
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 018 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 15 tot en met 7 januari 018 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en opgaven met in totaal
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018 OPGAVEN VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 15 tot en met 27 januari 2018 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en 2 opgaven
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE OPGAVEN VOORRONDE 2 af te nemen in de periode van 7 april tot en met 11 april 2014 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 7 onderwerpen en 3 open opgaven
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van woensdag 5 januari 01 tot en met woensdag 1 februari 01 Deze voorronde bestaat uit 4 meerkeuzevragen verdeeld over
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017 OPGAVEN VOORRONDE 2 af te nemen in de periode van 20 tot en met 24 maart 2017 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 7 onderwerpen en 3 opgaven met
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2016
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2016 OPGAVEN VOORRONDE 2 af te nemen in de periode van 23 tot en met 30 maart 2016 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 9 onderwerpen en 3 opgaven met
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2019
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 019 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 1 tot en met 5 januari 019 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en 3 opgaven met in
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 18 tot en met 25 januari 2017 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en 2 opgaven met
38 e Nationale Scheikundeolympiade
8 e Nationale Scheikundeolympiade Rijksuniversiteit Groningen THEORIETOETS correctievoorschrift dinsdag juni 207 Deze theorietoets bestaat uit 6 opgaven met in totaal 4 deelvragen. Gebruik voor elke opgave
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2016
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2016 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 2 af te nemen in de periode van 23 tot en met 30 maart 2016 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 9 onderwerpen en 3 opgaven
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE OPGAVEN VOORRONDE 2 af te nemen in de week van woensdag 28 maart 2012 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en 3 open opgaven met in totaal
Redoxreacties. Gegeven zijn de volgende reactievergelijkingen: Reactie 1: Pd Cl - 2- PdCl 4 Reactie 2: 2 Cu I - -
Redoxreacties 5vwo Opgave 1 Redox of niet? Gegeven zijn de volgende reactievergelijkingen: Reactie 1: Pd 2+ + 4 Cl - 2- PdCl 4 Reactie 2: 2 Cu 2+ + 5 I - - 2 CuI + I 3 Leg voor elk van beide reacties uit
EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1983 EERSTE TIJDVAK opgaven
EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1983 EERSTE TIJDVAK opgaven Eliminatie 1983-I(I) Als uit een molecuul twee atomen of atoomgroepen worden verwijderd waarbij in het molecuul een meervoudige binding ontstaat, dan spreekt
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2016
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2016 OPGAVEN VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 20 tot en met 27 januari 2016 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en 2 opgaven
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 (de week van) woensdag 3 februari 2010 Deze voorronde bestaat uit 24 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en 3 open vragen met in totaal
CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE. datum : donderdag 29 juli 2010
CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE datum : donderdag 29 juli 2010 tijd : 14.00 tot 17.00 uur aantal opgaven : 6 Iedere opgave dient op een afzonderlijk vel te worden gemaakt
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de periode van januari tot en met 5 februari 04 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en open opgaven
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017 OPGAVEN VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 18 tot en met 25 januari 2017 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en 2 opgaven
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 08 CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de periode van 9 tot en met maart 08 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 7 onderwerpen en opgaven met in totaal 6 open
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATINALE SCHEIKUNDELYMPIADE PGAVEN VRRNDE 1 (de week van) woensdag 3 februari 2010 Deze voorronde bestaat uit 24 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en 3 open vragen met in totaal 12 deelvragen
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 2 af te nemen in de periode van 20 tot en met 24 maart 2017 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 7 onderwerpen en 3 opgaven met
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2013 Opgaven en correctievoorschriften Voorronde 1 Voorronde 2 Eindronde 34 e Nationale Scheikundeolympiade 2013 Opgaven en correctievoorschriften voorronde 1, 2 en eindronde
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2019
NTIONLE SHEIKUNEOLYMPIE 2019 OPGVEN VOORRONE 1 af te nemen in de periode van 14 tot en met 25 januari 2019 eze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en 3 opgaven met in totaal
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2016
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 016 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 0 tot en met 7 januari 016 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en opgaven
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018 OPGAVEN VOORRONDE 2 af te nemen in de periode van 19 tot en met 23 maart 2018 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 7 onderwerpen en 3 opgaven met
Fosfor kan met waterstof reageren. d Geef de vergelijking van de reactie van fosfor met waterstof.
1 Een oplossing van zwavelzuur en een oplossing van bariumhydroxide geladen beide elektriciteit. Wordt bij de zwavelzuuroplossing een oplossing van bariumhydroxide gedruppeld, dan neemt het elektrisch
Scheikunde SE2. Hoofdstuk 8
Scheikunde SE2 Hoofdstuk 8 Paragraaf 2 Indicatoren: stoffen waarmee je kunt bepalen of een oplossing zuur of basisch is. Zuur: als een oplossing een ph heeft van minder dan 7. Basisch: als een oplossing
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE EINDTOETS THEORIE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE EINDTOETS THEORIE Universiteit Twente Enschede maandag 1 juni, opgaven Deze eindtoets bestaat uit deelvragen verdeeld over opgaven Gebruik voor elke opgave een apart antwoordvel,
Oefenopgaven TITRATIES
Oefenopgaven TITRATIES vwo ZUURBASE-TITRATIES OPGAVE 1 Tijdens een titratie wordt 10,00 ml 3,00 10-4 M zwavelzuur getitreerd met natronloog van onbekende molariteit. Er is 21,83 ml natronloog nodig om
6 VWO EXTRA OPGAVEN + OEFENTENTAMENOPGAVEN SCHEIKUNDE 1 H4, H5, H7, H13 en H14
6 VWO EXTRA OPGAVEN + OEFENTENTAMENOPGAVEN SCHEIKUNDE 1 H4, H5, H7, H13 en H14 1. Bij de reactie tussen ijzer en chloor ontstaat ijzer(iii)chloride, FeCl 3. Men laat 111,7 gram ijzer reageren met voldoende
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de week van woensdag 8 maart 01 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en open opgaven met in totaal
Uitwerkingen van de opgaven uit: BASISCHEMIE voor het MLO ISBN , 3 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 18 Oxidimetrie bladzijde 1
Hoofdstuk 18 Oxidimetrie bladzijde 1 Opgave 1 Bepaal met behulp van tabel II de reactie tussen kaliumpermanganaat in zuur milieu met: a Sn 2+ ionen MnO 4 + 8 H 3O + + 5 e Mn 2+ + 12 H 2O x 2 Sn 2+ Sn 4+
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE OPGAVEN VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van woensdag 25 januari 2012 tot en met woensdag 1 februari 2012 Deze voorronde bestaat uit 24 meerkeuzevragen verdeeld over
Natuurlijk heb je nu nog géén massa s berekend. Maar dat kan altijd later nog. En dan kun je mooi kiezen, van welke stoffen je de massa wil berekenen.
Hoofdstuk 17: Rekenen in molverhoudingen 17.1 Rekenen aan reacties: een terugblik én een alternatief In hoofdstuk 11 hebben we gerekend aan reacties. Het achterliggende idee was vaak, dat je bij een reactie
Examen VWO. scheikunde (oude stijl)
scheikunde (oude stijl) Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 1 Woensdag 2 juni 13.30 16.30 uur 20 04 Voor dit examen zijn maximaal 69 punten te behalen; het examen bestaat uit 27 vragen.
Kaliumaluminiumsulfaat is een dubbelzout met drie ionsoorten, twee positieve monoatomische en één negatief polyatomisch.
Chemie Vraag 1 Kaliumaluminiumsulfaat is een dubbelzout met drie ionsoorten, twee positieve monoatomische en één negatief polyatomisch. Wat is de juiste formule van dit dubbelzout? KAlSO4 KAl(SO4)2 K3Al(SO4)2
Kaliumaluminiumsulfaat is een dubbelzout met drie ionsoorten, twee positieve monoatomische en één negatief polyatomisch.
Chemie Vraag 1 Kaliumaluminiumsulfaat is een dubbelzout met drie ionsoorten, twee positieve monoatomische en één negatief polyatomisch. Wat is de juiste formule van dit dubbelzout? K3AlSO4 K3Al(SO4)2 KAl(SO4)2
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE OPGAVEN VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van woensdag 30 januari 2013 tot en met woensdag 6 februari 2013 Deze voorronde bestaat uit 22 meerkeuzevragen verdeeld over
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van woensdag 30 januari 2013 tot en met woensdag 6 februari 2013 Deze voorronde bestaat uit 22 meerkeuzevragen verdeeld
Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen
MAVO-4 II EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1982 MAVO-4 Woensdag 15 juni, 9.00 11.00 NATUUR-EN SCHEIKUNDE II (Scheikunde) MEERKEUZETOETS Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20
Eindexamen scheikunde 1 vwo I
Beoordelingsmodel PKU 1 maximumscore 3 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: CH 3 S H 2 N CH 2 CH 2 C H O C N H OH CH 2 C H O C N H HO CH 3 CH C H O C peptidebindingen juist getekend 1 het begin
EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN
MAVO-4 II EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1974 MAVO-4 Dinsdag 11 juni, 9.00 11.00 NATUUR-EN SCHEIKUNDE II (Scheikunde) OPEN VRAGEN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN
1. Elementaire chemie en chemisch rekenen
In onderstaande zelftest zijn de vragen gebundeld die als voorbeeldvragen zijn opgenomen in het bijhorend overzicht van de verwachte voorkennis chemie. 1. Elementaire chemie en chemisch rekenen 1.1 Grootheden
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATINALE SHEIKUNDELYMPIADE RRETIEMDEL VRRNDE 1 (de week van) woensdag 4 februari 2009 Deze voorronde bestaat uit 24 meerkeuzevragen verdeeld over 5 onderwerpen en 3 open vragen met in totaal 13 deelvragen
Eindexamen vwo scheikunde pilot I
Duurzame productie van waterstof uit afvalwater 1 maximumscore 4 C 6 H 12 O 6 + 4 H 2 O 4 H 2 + 2 CH 3 COO + 2 HCO 3 + 4 H + molverhouding CH 3 COO : HCO 3 = 1 : 1 en C balans juist 1 coëfficiënt voor
Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 4 Oxidimetrie bladzijde 1
Hoofdstuk 4 Oxidimetrie bladzijde 1 Opgave 1 Hoe groot is het oxidatiegetal van elk atoom in de onderstaande deeltjes? Uitgangspunten: H = +1 O = 2 metaalion (K + ) krijgt ionlading. som van de ladingen
Frank Povel. a1. De twee factoren zijn: 1. er moeten geladen deeltjes zijn; 2. de geladen deeltjes moeten zich kunnen verplaatsen.
UITWERKING CCVS-TENTAMEN 26 november 2014 Frank Povel NB. Deze uitwerking is door mij gemaakt en is niet de uitwerking die de CCVS hanteert. Er kunnen dan ook op geen enkele wijze rechten aan deze uitwerking
Examen VWO. scheikunde 1,2. tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Examen VWO 2009 tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur scheikunde 1,2 Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 68 punten
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 28 januari tot en met 4 februari 2015 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
ATIOALE SHEIKUDEOLYMPIADE OPGAVE VOORRODE 1 (de week van) woensdag 2 februari 2011 Deze voorronde bestaat uit 24 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en 3 open vragen met in totaal 15 deelvragen
Isomeren van C4H8O2. EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1997, TWEEDE TIJDVAK, opgaven
EXAMEN SEIKUNDE VW 1997, TWEEDE TIJDVAK, opgaven 1 Buteendizuuranhydride 1997-II(I) Butaan ( 4H 10) wordt onder andere gebruikt als grondstof voor de bereiding van buteendizuuranhydride. De molecuulformule
Eindexamen scheikunde vwo 2010 - II
Beoordelingsmodel Alcoholintolerantie 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: et is de omzetting van een (primaire) alcohol tot een alkanal; daarbij reageert de (primaire) alcohol met
CH 3 CH 3 C CH 3 C H 3. EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1984, TWEEDE TIJDVAK, opgaven
EXAMEN SCEIKUNDE VWO 1984, TWEEDE TIJDVAK, opgaven Metathese 1984-II(I) Propeen wordt onder invloed van bepaalde katalysatoren omgezet in but-2-een en etheen. Deze reactie is omkeerbaar: 3 C C C 2 + 3
Koolstofdioxide1985-II(I)
EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1985, TWEEDE TIJDVAK, opgaven Koolstofdioxide1985-II(I) Lucht bevat koolstofdioxide. Als lucht in water wordt geleid stelt zich onder andere het volgende evenwicht in: CO 2(g) CO
EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 8 OPGAVEN
MAVO-4 I EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1973 MAVO-4 Woensdag 9 mei, 9.00 11.00 NATUUR-EN SCHEIKUNDE II (Scheikunde) OPEN VRAGEN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 8 OPGAVEN
T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen
T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen 2008 Voorbeeld toets dinsdag 29 februari 60 minuten NASK 2, 2(3) VMBO-TGK, DEEL B. H5: VERBRANDEN EN ONTLEDEN 3(4) VMBO-TGK,
EXAMEN VWO SCHEIKUNDE 1980, TWEEDE TIJDVAK, opgaven
EXAMEN VWO SCHEIKUNDE 1980, TWEEDE TIJDVAK, opgaven Jood en propanon 1980-II(I) Jood lost goed op in een oplossing van kaliumjodide in water. De verkregen oplossing noemt men joodwater. In zuur milieu
Eindexamen scheikunde pilot vwo II
Beoordelingsmodel Zelfherstellende verf 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: C C C ( ) 6 C dubbele binding tussen en C in de isocyanaatgroepen 1 dubbele binding tussen C en in de isocyanaatgroepen
Samenvatting Scheikunde Hoofdstukken 8&9: zuren en basen
Samenvatting Scheikunde Hoofdstukken 8&9: zuren en basen Samenvatting door een scholier 1810 woorden 4 december 2017 4,8 9 keer beoordeeld Vak Methode Scheikunde Chemie overal Scheikunde hoofdstuk 8 Zuren
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-I
Beoordelingsmodel Broom 1 maximumscore 2 Cl 2 + 2 Br 2 Cl + Br 2 Cl 2 voor de pijl en 2 Cl na de pijl 1 2 Br voor de pijl en Br 2 na de pijl 1 2 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: In
Examen VWO. Scheikunde (oude stijl)
Scheikunde (oude stijl) Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 20 mei 13.30 16.30 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 68 punten te behalen; het examen bestaat uit 22 vragen.
EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1982 EERSTE TIJDVAK uitwerkingen
EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1982 EERSTE TIJDVAK uitwerkingen Oxonium 1982-I(I) Opmerking: Het ruimtelijk verloop (zie onder) van de substitutiereactie (S N2) was bij de beantwoording niet noodzakelijk: Uit (methoxyethaan)
Hoofdstuk 3: Zuren en basen
Hoofdstuk 3: Zuren en basen Scheikunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Onderwerpen Scheikunde 2011 2012 Stoffen, structuur en binding Kenmerken van Reacties Zuren en base Redox Chemische technieken Koolstofchemie
OEFENOPGAVEN MOLBEREKENINGEN
OEFENOPGAVEN MOLBEREKENINGEN * = voor VWO Salmiak, NH 4 Cl(s), kan gemaakt worden door waterstofchloride, HCl(g), te laten reageren met ammoniak, NH 3 (g) 01 Wat is de chemische naam voor salmiak? 02 Geef
3. Welke van onderstaande formules geeft een zout aan? A. Al 2O 3 B. P 2O 3 C. C 2H 6 D. NH 3
Toelatingsexamens en Ondersteunend Onderwijs VOORBLAD EXAMENOPGAVEN Toetsdatum: n.v.t. Vak: Scheikunde voorbeeldexamen 2015 Tijdsduur: 2 uur en 30 minuten De volgende hulpmiddelen zijn toegestaan bij het
Examen VWO. scheikunde 1,2. tijdvak 1 vrijdag 23 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Examen VW 2008 tijdvak 1 vrijdag 23 mei 13.30-16.30 uur scheikunde 1,2 Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 69 punten
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE OPGAVEN VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 29 januari tot en met 5 februari 2014 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en 2 open
Reacties en stroom 1
Reacties en stroom 1 Elektronenoverdracht (1) Een bekende reactie is: 2 Na(s) + Cl 2 (g) 2 NaCl(s) (oude notatie: Na + Cl - ) Hierbij is sprake van elektronenoverdracht. Dit kan als volgt worden voorgesteld:
-Q) e::::s. .c e ~.- Q)
Examen VWO -Q) 'C e::::s ~.- Q).c e UJ Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 20 juni 13.30-16.30 uur Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten
Eindexamen scheikunde vwo II
Beoordelingsmodel aarverzorging maximumscore 3 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: N 2 2 2 N N 2 2 S de peptidebindingen juist getekend de zijketens juist getekend het begin van de structuurformule
Eindexamen vwo scheikunde I
Waterstof uit afvalwater 1 maximumscore 4 C 6 H 1 O 6 + 4 H O 4 H + CH COO + HCO + 4 H + molverhouding CH COO : HCO = 1 : 1 en C balans juist 1 coëfficiënt voor H + gelijk aan de som van de coëfficiënten
OEFENOPGAVEN VWO ZUREN EN BASEN + ph-berekeningen
OEFENOPGAVEN VWO ZUREN EN BASEN + ph-berekeningen OPGAVE 1 01 Bereken hoeveel mmol HCOOH is opgelost in 40 ml HCOOH oplossing met ph = 3,60. 02 Bereken ph van 0,300 M NaF oplossing. 03 Bereken hoeveel
Stabilisator voor PVC
Stabilisator voor PVC 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Als chlooretheen polymeriseert ontstaan lange ketens zonder dwarsverbindingen. De ketens kunnen langs elkaar bewegen (bij
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2004-I
Eindexamen scheikunde 1- vwo 004-I 4 Beoordelingsmodel Haarkleuring 1 Het juiste antwoord kan als volgt zijn genoteerd: H N CH C en H N CH C CH CH structuurformule van serine juist 1 structuurformule van
1. Elementaire chemie en chemisch rekenen
In onderstaande zelftest zijn de vragen gebundeld die als voorbeeldvragen zijn opgenomen in het bijhorend overzicht van de verwachte voorkennis chemie. 1. Elementaire chemie en chemisch rekenen 1.1 Grootheden
EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat uit twintig vragen
MAVO -C I EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1985 MAVO -C Vrijdag 10 mei, 9.00-11.00 uur SCHEIKUNDE- meerkeuzevragen Dit examen bestaat uit twintig vragen Bij het examen scheikunde wordt
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 (de week van) woensdag 6 februari 2008 Deze voorronde bestaat uit 25 meerkeuzevragen verdeeld over 5 onderwerpen en 4 open vragen met in totaal
Oefenopgaven REDOX vwo
Oefenopgaven REDOX vwo OPGAVE 1 Geef de halfreactie waarbij 01 P 2 O 5 wordt omgezet in PH 3. 02 Jodaat, IO 3 - in neutraal milieu wordt omgezet in H 5 IO 6. 03 Methanol in zuur milieu wordt omgezet in
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2004-I
Eindexamen scheikunde 1 vwo 004-I 4 Beoordelingsmodel Zink 1 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: IJzerionen zijn Fe + of Fe 3+ en sulfide-ionen zijn en dat leidt tot de formule Fe of Fe
Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen
MAVO-4 II EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1983 MAVO-4 Woensdag 15 juni, 9.00 11.00 NATUUR-EN SCHEIKUNDE II (Scheikunde) MEERKEUZETOETS Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20
Het is echter waarschijnlijker dat rood kwik bestaat uit Hg 2+ ionen en het biantimonaation met de formule Sb2O7 4.
Lyceum Oudehoven Hoefslag 4 4205 NK Gorinchem Schoolexamen Leerjaar: 4 Vak: Scheikunde Datum: 26-06-2013 Tijd: 13.00 14.30 uur Uitdelen: opgavenvellen + proefwerkpapier Toegestaan: rekenmachine, potlood,
Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn.
Antwoorden 1 Hoeveel protonen, elektronen en neutronen heeft een ion Fe 3+? 26 protonen, 23 elektronen, 30 neutronen 2 Geef de scheikundige namen van Fe 2 S 3 en FeCO 3. ijzer(iii)sulfide en ijzer(ii)carbonaat
Wat is de verhouding tussen de aantallen atomen van de elementen Mg, P en O in magnesiumfosfaat?
Chemie Vraag 1 Wat is de verhouding tussen de aantallen atomen van de elementen Mg, P en O in magnesiumfosfaat? 1 : 1 : 4 2 : 1 : 4 2 : 3 : 12 3 : 2 : 8 Chemie: vraag 1 Chemie Vraag 2 Welke
Wat is de verhouding tussen de aantallen atomen van de elementen Mg, P en O in magnesiumfosfaat?
Chemie Vraag 1 Wat is de verhouding tussen de aantallen atomen van de elementen Mg, P en O in magnesiumfosfaat? 3 : 2 : 8 2 : 3 : 12 2 : 1 : 4 1 : 1 : 4 Chemie: vraag 1 Chemie Vraag 2 Welke
_ Examen VWO. .c e ~.- (1)'
_ Examen VWO (I) "C C ".:::::1 ~.- (1)'.c e Cl) Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs 19 89 Tijdvak 1 Maandag 22 mei 9.00-12.00 uur Als bij een vraag een verklaring, uitleg of berekening gevraagd wordt,
Oefenopgaven REDOXREACTIES vwo Reactievergelijkingen en halfreacties
Oefenopgaven REDOXREACTIES vwo Reactievergelijkingen en halfreacties OPGAVE 1 Geef de halfreactie waarbij 01 P 2 O 5 wordt omgezet in PH 3. 02 Jodaat, IO 3 - in neutraal milieu wordt omgezet in H 5 IO
Deze methylionen hechten zich aan het methoxymethaan, waarbij trimethyloxonium-ionen worden gevormd:
EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1982 EERSTE TIJDVAK opgaven Oxonium 1982-I(I) Sommige reacties van alkoxyalkanen vertonen overeenkomst met reacties van alkanolen. Zo kan zowel ethoxyethaan als ethanol reageren met
x ph Men kan een buffer bereiden door zoutzuur toe te voegen aan ammonia.
Voorronde 996 Opgaven woensdag 4 februari 996 Deze voorronde bestaat uit 28 vragen De maximumscore voor dit werk bedraagt 00 punten De tijdsduur van de voorronde is maximaal 3 klokuren Benodigde hulpmiddelen:
BUFFEROPLOSSINGEN. Inleiding
BUFFEROPLOSSINGEN Inleiding Zowel in de analytische chemie als in de biochemie is het van belang de ph van een oplossing te regelen. Denk bijvoorbeeld aan een complexometrische titratie met behulp van
OEFENOPGAVEN VWO6sk1 TENTAMEN H1-11
OEFENOPGAVEN VWO6sk1 TENTAMEN H1-11 06-07, HU, oktober 2006 1. POLARITEIT, WATERSTOFBRUGGEN Zie het apart uitgedeelde stencil voor extra theorie (is tentamenstof!) en een oefenopgave. 2. CHEMISCH REKENEN
