-Q) e::::s. .c e ~.- Q)
|
|
|
- Gert de Wilde
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Examen VWO -Q) 'C e::::s ~.- Q).c e UJ Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 20 juni uur Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed antwoord behaald kunnen worden. Als bij een vraag een verklaring, uitleg of berekening gevraagd wordt, worden aan het antwoord meestal geen punten toegekend als deze verklaring, uitleg of berekening ontbreekt. Geef niet meer antwoorden (redenen, voorbeelden e.d.) dan er worden gevraagd. Als er bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd en je geeft meer dan twee redenen, worden alleen de eerste twee in de beoordeling meegeteld Begin
2 _ Opgavel Methanal kan in basisch milieu reageren met andere aldehyden. De soort reactie die daarbij optreedt, hangt af van het type aldehyd dat met methanal wordt samengevoegd. Bij de reactie van methanal, in basisch milieu, met een aldehyd waarbij in het molekuul 'c' een -'c - c - C = 0 groep voorkomt, ontstaat een oplossing van een alkanoaat en een alcohol.,,~, Deze reactie kan als volgt in een vergelijking worden weergegeven: -C=O + "c \ - C - C - C =0 + O- - X + r,c, 'c' \ -C-C-C-O, Alle coëfficiënten in deze vergelijking zijn gelijk aan 1. 4p 1 0 Geef de structuurformule van X. De reactie van methanal in basisch milieu met een aldehyd waarbij in een molekuul een - ~ - C = 0 groep voorkomt, verloopt op een geheel andere wijze. Eén van de reactieprodukten die ontstaan als methanal en ethanal in basisch milieu worden samengevoegd, heeft de volgende structuurformule: O - C2 - C2 - C = 0 (verbinding 1) Men veronderstelt dat de reactie waarbij verbinding 1 ontstaat, in drie stappen verloopt. el stap 1: - C - C =0 + O- - C - C = stap 2: -C=O + 8C-C=0 - -C-C-C=O 08 stap 3: -C-C-C=O C-C-C=O + O Van het ion dat in stap 1 van dit reactie mechanisme ontstaat, kunnen twee grensstructuren worden gegeven. Eén van die twee grensstructuren is: 8,C- C = Ö - 4p 2 0 Geef de andere grensstructuur van dit ion. Laat men een mengsel van ethanal en een grote overmaat methanal in basisch milieu reageren, dan ontstaat een verbinding met de volgende structuurformule: o 1 2C O - C2 - C - C = 0 (verbinding 2) 2C o et ontstaan van verbinding 2 uit het genoemde mengsel kan verklaard worden met behulp van het beschreven reactiemechanisme Lees verder
3 4p 3 0 Leg uit hoe het ontstaan van verbinding 2 uit het genoemde mengsel verklaard moet worden. n het reactiemengsel dat ontstaat uit het mengsel van ethanal en een grote overmaat methanal in basisch milieu, wordt uiteindelijk ook een verbinding met de volgende structuurformule aangetroffen: o 2C O - C2 - C - C2 - O 2C o (verbinding 3) 4p 4 0 Leg aan de hand van voorgaande gegevens uit hoe het ontstaan van verbinding 3 uit het genoemde mengsel verklaard moet worden. Verbinding 3 wordt in de explosievenindustrie gebruikt voor de produktie van één van de bestanddelen van de zogenoemde kneedbom. Daartoe laat men verbinding 3 reageren met salpeterzuur dat in overmaat wordt toegevoegd. Daarbij wordt verbinding 3 volledig veresterd. 4p 5 0 Geef de structuurformule van de ester die dan zal ontstaan uit verbinding 3 en een overmaat salpeterzuur. _ Opgave2 Sommige voedingsmiddelen bevatten natuurlijke zoetstoffen in de vorm van suikers, zoals bijvoorbeeld sacharose (C ).Van suikers kan men dik worden. Daarom worden suikers vaak vervangen door kunstmatig gemaakte zoetstoffen. 'Light'-frisdranken en zoetjes bevatten veelal de zoetstof aspartaam. De structuurformule van aspartaam is: OO N - C - C - N - C - C Ca C2 C=O O Als aspartaam in een oplossing met p < 3 (zoals bijvoorbeeld in de maag) wordt gebracht, treedt een zuur-base-reactie op. De organische deeltjes die daarbij ontstaan, kunnen in het zure milieu worden gehydrolyseerd. Daarbij wordt in zo'n deeltje uiteindelijk op twee plaatsen een binding verbroken, namelijk: 0 ". de C - N binding tussen C en N ;. één van de C - 0 bindingen. 5p 6 0 Geef de structuurformules van de deeltjes die door de beschreven hydrolyse bij p < 3 ontstaan als bij die hydrolyse op de twee genoemde plaatsen een binding wordt verbroken Lees verder
4 De mate waarin een zoetstof zoet smaakt, wordt uitgedrukt in de zogenoemde zoetkracht. Om de zoetkracht van een zoetstof Z te bepalen maakt men eerst een oplossing (Z-oplossing 1) die 4,0 gram van de zoetstof Z per 100 ml bevat. Uitgaande van Z-oplossing 1 wordt door verdunning met water een aantal oplossingen bereid met lagere concentraties aan Z. Men laat vervolgens een aantal proefpersonen de smaken van die verdunde oplossingen van Z vergelijken met de smaak van een sacharose-oplossing die 4,0 gram sacharose per 100 ml bevat. De proefpersonen wijzen bij het proeven die verdunde oplossing van Zaan (Z-oplossing 2) die even zoet smaakt als de sacharose-oplossing. De zoetkracht van Z is als volgt gedefinieerd: concentratie van Z in Z-oplossing 1 concentratie van Z in Z-oplossing 2 Een 6, M aspartaam-oplossing bleek een even zoete smaak te hebben als de sacharose-oplossing. 4p 7 0 Bereken de zoetkracht van aspartaam. Aspartaam heeft als nadeel dat het niet goed bestand is tegen verhitten. Daarom gebruikt men in 'light'-produkten die verhit moeten worden andere zoetstoffen. Eén van die zoetstoffen is sacharine. Omdat sacharine een enigszins bittere nasmaak heeft, wordt deze stof veelal gemengd met de zoetstof cyclamaat. et mengsel heeft een minder bittere nasmaak. Als men deze zoetstoffen mengt, is de totale zoetkracht gelijk aan de som van de bijdragen van sacharine en cyclamaat. De zoetkracht van sacharine is 440; die van cyclamaat is 30,0. ieruit volgt dat een mengsel waarin sacharine en cyclamaat in gelijke massaverhouding aanwezig zijn een zoetkracht heeft van 235. Men wil 100 gram maken van een mengsel van sacharine en cyclamaat met een zoetkracht van p 8 0 Bereken hoeveel gram sacharine dat mengsel moet bevatten. _ Opgave3 Eén van de reacties die plaatsvinden in een zwavelzuurfabriek is de reactie tussen zwaveldioxide (SOz) en zuurstof uit de lucht. ierbij wordt zwaveltrioxide (S03) gevormd. Deze omzetting is een evenwichtsreactie. Om een zo groot mogelijk percentage zwaveldioxide om te zetten, wordt het mengsel door een aantal achtereenvolgende reactoren met verschillende temperaturen geleid.voor elk van die reactoren is het van belang te weten hoeveel procent van het zwaveldioxide is omgezet in zwaveltrioxide. Men kan de samenstelling van een gasmengsel dat een reactor verlaat, bepalen door middel van twee titraties. Eerst wordt het gehalte aan zwaveltrioxide + zwaveldioxide (samen) bepaald. Daarna wordt het gehalte aan zwaveldioxide alleen bepaald. Om het gehalte aan zwaveltrioxide + zwaveldioxide te bepalen wordt een hoeveelheid van het gasmengsel in water geleid. Aangenomen mag worden dat daarbij twee aflopende reacties en één evenwichtsreactie optreden: Lees verder
5 Men titreert de verkregen oplossing met natronloog. Als het aantal mol O- dat bij de titratie is toegevoegd, gelijk is aan het totale aantal mol S03- dat vóór de titratie in de oplossing aanwezig was, is het zogenoemde equivalentiepunt van de titratie bereikt. et eindpunt van de titratie wordt bepaald door middel van een indicator. Voor de keuze van een geschikte indicator is het van belang te weten of de p van de oplossing bij het bereiken van het equivalentiepunt kleiner is dan 7, gelijk is aan 7 of groter is dan 7. 4p 9 0 Leg aan de hand van een reactievergelijking uit of de oplossing die bij de beschreven titratie is ontstaan bij het bereiken van het equivalentiepunt een p kleiner dan 7 of een p gelijk aan 7 of een p groter dan 7 heeft. Bij zo'n bepaling is 1,00 dm-' van een gasmengsel, afkomstig uit één van de reactoren, in water geleid. Er mag worden aangenomen dat alle zwaveldioxide en zwaveltrioxide door het water werd opgenomen. ierna is de oplossing aangevuld met water tot 500 ml. Bij de titratie van 100 mi van deze verdunde oplossing was 17,2 mi 0,100 M natronloog nodig. 3p 10 0 Bereken het aantal mmol zwaveldioxide + zwaveltrioxide in de onderzochte 1,00 dm-' gasmengsel. Om vervolgens alleen het aantal mol zwaveldioxideper dm-'gasmengsel te bepalen moet nog een titratie worden uitgevoerd. Men kan daartoe de oplossing gebruiken die na de boven beschreven titratie is ontstaan (oplossing A). Voor die oplossing geldt dat het aantal mmol SOl- vrijwel gelijk is aan het aantal mmol S02 dat oorspronkelijk per 100 mi oplossing is ingeleid. 4p 11 0 Beschrijf een werkwijze waarmee men door titratie van oplossinga het SOl- gehalte kan bepalen waaruit men de oorspronkelijk ingeleide hoeveelheid S02 kan berekenen. Geef in de beschrijving: een globale aanduiding van de werkwijze; de naam (namen) van de te gebruiken stof(fen) of oplossing(en); de waarneming bij het eindpunt van de titratie. Bij analyse van een gasmengsel uit één van de reactoren vond men de volgende samenstelling: 3,1 volumeprocent S02 7,3 volumeprocent S03 6,7 volumeprocent O2 Mede aan de hand van deze resultaten kan men berekenen dat zich in de reactor geen evenwicht tussen S02' S03 en 02 had ingesteld. Bij de in de reactor heersende omstandigheden geldt: - De waarde van de evenwichtsconstante K van 2 S ~ 2 S03 is 3, et molaire gasvolume bedraagt 20,8 dm- mol". 6p 12 0 Laat met een berekening zien dat bij de gevonden samenstelling van het gasmengsel en de omstandigheden in de reactor er geen evenwicht tussen SOb S03 en O2 kan zijn. n de reactor waaruit het onderzochte gasmengsel afkomstig is,heerst geen evenwicht tussen S02' S03 en 02 doordat het gasmengsel zich niet lang genoeg in de reactor bevindt. Zonder de verblijftijd van een gasmengsel van S02, S03 en 02 in de reactor te veranderen, kan men ervoor zorgen dat zich in de reactor wèl een evenwicht tussen S02' S03 en 02 instelt. Men neemt dan een aantal maatregelen. 3p 13 0 Geef twee van die maatregelen die kunnen bijdragen aan een snellere evenwichtsinstelling. Geef voor die maatregelen ook aan hoe het komt dat het evenwicht zich dan sneller instelt Lees verder
6 _ Opgave4 Natriumcarbonaat (Na2C03) wordt in de industrie bereid uit de grondstoffen keukenzout (NaCl) en calciumcarbonaat (CaC03). n onderstaand schema is een fabriek weergegeven waarin natriumcarbonaat volgens een continu proces wordt bereid. schema CaC03(s) Na+(aq Cf(aq) 20 () fabriek Na2C03 (5) Ca2+(aq) Na+(aq) C- (aq) 20 (9) 2 (l) n dit schema is alleen aangegeven welke stoffen (al dan niet opgelost) de fabriek binnenkomen en welke stoffen (al dan niet opgelost) de fabriek uiteindelijk verlaten. n de fabriek wordt per minuut 34,0 kg calciumcarbonaat en 55,0 kg opgelost natriumchloride ingeleid. Voor de berekening van het aantal kg natriumcarbonaat dat per minuut in de fabriek geproduceerd wordt, moet één van de gegevens 34,0 kg en 55,0 kg niet gebruikt worden. Welk van de beide gegevens niet bij de berekening gebruikt moet worden, is af te leiden uit het bovenstaande schema. 2p p 15 0 Leg uit welk van beide gegevens in de berekening niet gebruikt moet worden. Bereken het aantal kg natriumcarbonaat dat per minuut wordt geproduceerd. n het nu volgende blokschema is globaal weergegeven hoe de genoemde fabriek werkt. et blokschema is niet compleet. Voor een goed overzicht zijn sommige soorten deeltjes, met name Na+ïaq), Claq) en 20(), alleen aan het begin en aan het eind van het blokschema aangegeven. Links van het blokschema is beschreven welke processen in de fabriek plaatsvinden Lees verder
7 Ruimte 1: CaC03(s) wordt door verhitting ontleed, waarbij onder andere CO2(g) ontstaat. blokschema CaC03 (S) Na+ (aq) C- (aq) 20 () Ruimte 2: N3(g) wordt opgelost in een NaCloplossing. Ruimte 3: Opgelost N3 reageert met CO2(g): N3(aq) + CO2(g) + 20(l) -7 N4+(aq) + C03-(aq) Ruimte 4: Een gedeelte van het C03- slaat met Na+ neer als NaC03. et neergeslagen NaC03 wordt door filtratie afgescheiden. Ruimte 5: NaC03(s) wordt door verhitting omgezet, waarbij onder andere Na2C03(s) en water ontstaan. Ruimte 6: De uit ruimte 4 afkomstige oplossing wordt verhit, waarbij alle nog aanwezige C03 - wordt omgezet: N4+(aq) + C03-(aq)-7 N3(aq) + CO2(g) + 20() Ca2+ (aq) Na+(aq) C- (aq) 20 () Ruimte 7: Men laat de oplossing die uit ruimte 6 komt, reageren met calciumoxide (CaO(s)). Voor een goede werking van de fabriek moet het aantal mol CaC03(s) dat per minuut in ruimte 1 wordt geleid en het aantal mol N3(aq) dat per minuut in ruimte 3 wordt ingeleid, zodanig op elkaar worden afgestemd dat in ruimte 3 alle CO2 reageert met alle N3 4p 16 0 Leid, onder andere met behulp van het blokschema, af of het aantal mol CaC03 dat per minuut in ruimte 1wordt geleid groter is dan, kleiner is dan, of gelijk is aan het aantal mol N3(aq) dat per minuut in ruimte 3 wordt ingeleid. 4p 17 0 Geef de vergelijking(en) van de reactie(s) die optreedt (optreden) in ruimte 7. et getekende blokschema van een natriumcarbonaatfabriek is niet compleet. Van twee stoffen (X en Y) is niet aangegeven welke formule ze hebben. Bovendien moeten sommige van de toevoer- en afvoerlijnen met elkaar verbonden worden. Op de bijlage staat het niet complete blokschema van de natriumcarbonaatfabriek vereenvoudigd weergegeven. Vergelijk het vereenvoudigde blokschema dat op de bijlage staat, met het bovenstaande blokschema en beantwoord op de bijlage de vragen 18 en 19. 2p p 19 0 Geef de formule van stof X en de formule van stof Y. Plaats in het vereenvoudigde blokschema op de bijlage de ontbrekende verbindende lijnen. Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina Lees verder
8 _ Opgave5 Ertsen bevatten veelal metaaloxiden. Om uit een metaaloxide het metaal te bereiden, kan men het oxide laten reageren met koolstof. Zo is het in principe mogelijk om aluminium te bereiden uit aluminiumoxide en koolstof: 2 Al C ~ 4 Al + 3 CO2 Voor het laten verlopen van deze reactie is echter veel energie nodig. 3p 20 0 Bereken met behulp van gegevens uit Binas tabel 57 de enthalpieverandering tl (298 K, P = Po) van deze reactie per mol aluminium. Als men gesmolten aluminiumoxide elektrolyseert met elektrodemateriaal van koolstof, komt de totale reactie neer op de bovenstaande vergelijking. Zo'n elektrolyse wordt toegepast in de industrie. Daarbij mengt men het aluminiumoxide echter met aluminiumfluoride (AF3) en kryoliet (K3AF6). Bij het mengen vinden reacties plaats. et reactiemengsel smelt bij circa 1240 K. Ondanks de toevoeging van aluminiumfluoride en kryoliet komt de elektrolyse van dit vloeibare reactiemengsel neer op dezelfde reactie als de reactie die zou optreden bij de elektrolyse van zuiver aluminiumoxide (dus:2 Al C ~ 4 Al + 3 CO2). Per mol elektronen ontstaat bij de elektrolyse in beide gevallen evenveel aluminium.toch is het gebruik van zuiver aluminiumoxide bij elektrolyse duurder dan gebruik van het reactiemengsel dat gemaakt is uit evenveel aluminiumoxide en verder aluminiumfluoride en kryoliet. Dit verschil in kosten kan niet worden toegeschreven aan verschil in aanschafkosten van de gebruikte grondstoffen. 3p 21 0 Leg mede aan de hand van een gegeven uit Binas uit waaraan dat verschil in kosten dan wel moet worden toegeschreven. n het mengsel dat gevormd wordt uit aluminiumoxide,aluminiumfluoride en kryoliet treedt de volgende reactie op: Bij elektrolyse treedt aan de negatieve elektrode de volgende halfreactie op: (deelreactie 1) (deelreactie 2) Aan de positieve elektrode treedt een halfreactie op (deelreactie 3) waarin onder andere Al202F i- en koolstof betrokken zijn. Deelreactie 3 kan men afleiden uitgaande van de totaalreactie bij de elektrolyse (2 Al C ~ 4 Al + 3 CO2) en beide bovenbeschreven deelreacties 1 en 2. 6p 22 0 Geef de vergelijkingvan deelreactie 3. Aluminium is een relatief duur metaal. Dat komt voornamelijk door de hoge verwarmingskosten bij het produktieproces en door het gebruik van veel elektrische energie. n een artikel over elektrolyse komt de volgende passage voor: 'Elektronen als reactant kosten per kg een bedrag van gulden, maar gelukkig zitten er veel molen in één kg elektronen.' 5p 23 0 Bereken met behulp van het bovenstaande de 'kosten aan elektronen' (in gulden) om 1,00 kg aluminium via elektrolyse te bereiden. Gebruik hierbij onder andere gegevens uit Binas tabel
::s. .c e en. _ Examen VWO. ~.- Cl)
_ Examen VWO ~ Voorbereidend C Wetenschappelijk Onderwijs ::s ~.- Cl).c e en Tijdvak 1 Maandag 24 mei 13.30-16.30 uur Als bij een vraag een verklaring, uitleg of berekening gevraagd wordt, worden aan het
_ Examen VWO. tij ~.- Q)
_ Examen VWO ~ Voorbereidend C Wetenschappelijk :::J Onderwijs ~.- Q) J: e tij VWO Tijdvak 2 Dinsdag 22 juni 13.30-16.30 uur Als bij een vraag een verklaring, uitleg of berekening gevraagd wordt, worden
EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1983 EERSTE TIJDVAK opgaven
EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1983 EERSTE TIJDVAK opgaven Eliminatie 1983-I(I) Als uit een molecuul twee atomen of atoomgroepen worden verwijderd waarbij in het molecuul een meervoudige binding ontstaat, dan spreekt
Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE
Oefenopgaven CEMISCE INDUSTRIE havo OPGAVE 1 Een bereidingswijze van fosfor, P 4, kan men als volgt weergeven: Ca 3 (PO 4 ) 2 + SiO 2 + C P 4 + CO + CaSiO 3 01 Neem bovenstaande reactievergelijking over
4. In een bakje met natriumjodide-oplossing worden 2 loden elektroden gehangen. Deze twee elektroden worden aangesloten op een batterij.
Test Scheikunde Havo 5 Periode 1 Geef voor de volgende redoxreacties de halfreacties: a Mg + S MgS b Na + Cl NaCl c Zn + O ZnO Geef de halfreacties en de reactievergelijking voor de volgende redoxreacties:
Examen VWO. Scheikunde
Scheikunde Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 26 mei 13.30 16.30 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed
OEFENOPGAVEN VWO EVENWICHTEN
OPGAVE 1 OEFENOPGAVEN VWO EVENWICHTEN In een ruimte van 5,00 liter brengt men 9,50 mol HCl(g) en 2,60 mol O 2 (g). Na evenwichtsinstelling is 40,0% van de beginstoffen omgezet en is er Cl 2 (g) en H 2
_ Examen VWO. .c e ~.- (1)'
_ Examen VWO (I) "C C ".:::::1 ~.- (1)'.c e Cl) Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs 19 89 Tijdvak 1 Maandag 22 mei 9.00-12.00 uur Als bij een vraag een verklaring, uitleg of berekening gevraagd wordt,
Isomeren van C4H8O2. EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1997, TWEEDE TIJDVAK, opgaven
EXAMEN SEIKUNDE VW 1997, TWEEDE TIJDVAK, opgaven 1 Buteendizuuranhydride 1997-II(I) Butaan ( 4H 10) wordt onder andere gebruikt als grondstof voor de bereiding van buteendizuuranhydride. De molecuulformule
Examen VWO. scheikunde (oude stijl)
scheikunde (oude stijl) Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 1 Woensdag 2 juni 13.30 16.30 uur 20 04 Voor dit examen zijn maximaal 69 punten te behalen; het examen bestaat uit 27 vragen.
Koolstofdioxide1985-II(I)
EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1985, TWEEDE TIJDVAK, opgaven Koolstofdioxide1985-II(I) Lucht bevat koolstofdioxide. Als lucht in water wordt geleid stelt zich onder andere het volgende evenwicht in: CO 2(g) CO
Examen VWO. Scheikunde (oude stijl)
Scheikunde (oude stijl) Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 20 mei 13.30 16.30 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 68 punten te behalen; het examen bestaat uit 22 vragen.
Examen VWO. Scheikunde
Scheikunde Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 18 mei 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed
EXAMEN VWO SCHEIKUNDE 1980, TWEEDE TIJDVAK, opgaven
EXAMEN VWO SCHEIKUNDE 1980, TWEEDE TIJDVAK, opgaven Jood en propanon 1980-II(I) Jood lost goed op in een oplossing van kaliumjodide in water. De verkregen oplossing noemt men joodwater. In zuur milieu
Het is echter waarschijnlijker dat rood kwik bestaat uit Hg 2+ ionen en het biantimonaation met de formule Sb2O7 4.
Lyceum Oudehoven Hoefslag 4 4205 NK Gorinchem Schoolexamen Leerjaar: 4 Vak: Scheikunde Datum: 26-06-2013 Tijd: 13.00 14.30 uur Uitdelen: opgavenvellen + proefwerkpapier Toegestaan: rekenmachine, potlood,
Examen VWO. scheikunde 1,2. tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Examen VWO 2009 tijdvak 1 dinsdag 26 mei 13.30-16.30 uur scheikunde 1,2 Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 68 punten
CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE. datum : donderdag 29 juli 2010
CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE datum : donderdag 29 juli 2010 tijd : 14.00 tot 17.00 uur aantal opgaven : 6 Iedere opgave dient op een afzonderlijk vel te worden gemaakt
OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO
OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO Gesloten vragen 1. Carolien wil de zuurgraad van een oplossing onderzoeken met twee verschillende zuur-baseindicatoren en neemt hierbij het volgende waar: I de oplossing
Redoxreacties. Gegeven zijn de volgende reactievergelijkingen: Reactie 1: Pd Cl - 2- PdCl 4 Reactie 2: 2 Cu I - -
Redoxreacties 5vwo Opgave 1 Redox of niet? Gegeven zijn de volgende reactievergelijkingen: Reactie 1: Pd 2+ + 4 Cl - 2- PdCl 4 Reactie 2: 2 Cu 2+ + 5 I - - 2 CuI + I 3 Leg voor elk van beide reacties uit
CH 3 CH 3 C CH 3 C H 3. EXAMEN SCHEIKUNDE VWO 1984, TWEEDE TIJDVAK, opgaven
EXAMEN SCEIKUNDE VWO 1984, TWEEDE TIJDVAK, opgaven Metathese 1984-II(I) Propeen wordt onder invloed van bepaalde katalysatoren omgezet in but-2-een en etheen. Deze reactie is omkeerbaar: 3 C C C 2 + 3
ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het HAVO. versie mei 2013
ZUREN EN BASEN Samenvatting voor het HAVO versie mei 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Vooraf 2. Algemeen 3. Zuren 4. Basen 5. Het waterevenwicht 6. Definities ph en poh 7. ph BEREKENINGEN 7.1. Algemeen 7.2. Water
_ Examen VWO. ~.- Cl)
Examen VWO ~ Voorbereidend s:::: Wetenschappelijk ::J Onderwijs ~.- Cl) J: e en Tijdvak 2 Dinsdag 21 juni 13.30-16.30 uur Als bij een vraag een verklaring, uitleg of berekening gevraagd wordt, worden aan
EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN
MAVO-4 II EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1974 MAVO-4 Dinsdag 11 juni, 9.00 11.00 NATUUR-EN SCHEIKUNDE II (Scheikunde) OPEN VRAGEN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN
Samenvatting Scheikunde Hoofdstukken 8&9: zuren en basen
Samenvatting Scheikunde Hoofdstukken 8&9: zuren en basen Samenvatting door een scholier 1810 woorden 4 december 2017 4,8 9 keer beoordeeld Vak Methode Scheikunde Chemie overal Scheikunde hoofdstuk 8 Zuren
Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE
Oefenopgaven CEMISCE INDUSTRIE havo OPGAVE 1 Een bereidingswijze van fosfor, P 4, kan men als volgt weergeven: Ca 3 (PO 4 ) 2 + SiO 2 + C P 4 + CO + CaSiO 3 01 Neem bovenstaande reactievergelijking over
(g) (g) (g) NH 3. (aq) + Cl - (aq)
OPGAVE 1 In onderstaand schema is het technische proces voor de bereiding van soda (natriumcarbonaat) weergegeven. De blokken 1, 2, 3 en 4 stellen reactorvaten voor. Door middel van pijlen is aangegeven
VOORBEELDEXAMEN CHEMIE VOOR LEVENSWETENSCHAPPEN I
VRBEELDEXAMEN EME VR LEVENSWETENSAPPEN R 10806 duur van examen: 3 uur pmerking vooraf: bij alle opgaven geldt, tenzij anders vermeld, dat oplossingen waterig zijn en zich ideaal gedragen en dat de temperatuur
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2003-II
4 Antwoordmodel Etheen 1 Het juiste antwoord kan als volgt zijn weergegeven: 2 H 2 H 2 H 2 H 2 H H H H H H H H + 2H 2 2 H + H H H H H H H 2 voor de pijl 1 formule van glucose en het overgebleven fragment
ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO
ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO versie december 2014 INHOUDSOPGAVE 1. Vooraf 2. Wat is een buffer? 3. Hoe werkt een buffer? 4. Geconjugeerd zuur/base-paar 5. De ph van een buffer De volgende
Oefenvragen Hoofdstuk 4 Chemische reacties antwoorden
Oefenvragen Hoofdstuk 4 Chemische reacties antwoorden Vraag 1 Geef juiste uitspraken over een chemische reactie. Kies uit: stofeigenschappen reactieproducten beginstoffen. I. Bij een chemische reactie
CENTRALE COMMISSIES VOORTENTAMEN TENTAMEN SCHEIKUNDE. Voorbeeldtentamen 1
CENTRALE COMMISSIES VOORTENTAMEN TENTAMEN SCHEIKUNDE Voorbeeldtentamen 1 tijd : 3 uur aantal opgaven : 5 Iedere opgave dient op een afzonderlijk vel te worden gemaakt (want voor iedere opgave is er een
TITRATIES Een korte inleiding en voorbeelden voor het HAVO en VWO
TITRATIES Een korte inleiding en voorbeelden voor het HAVO en VWO versie juli 2017 WOORD VOORAF De in dit document besproken titratiemethoden vormen de basis van de diverse varianten die in de loop der
Eindexamen scheikunde vwo II
Beoordelingsmodel aarverzorging maximumscore 3 Een juist antwoord kan er als volgt uitzien: N 2 2 2 N N 2 2 S de peptidebindingen juist getekend de zijketens juist getekend het begin van de structuurformule
Rekenen aan reacties (de mol)
Rekenen aan reacties (de mol) 1. Reactievergelijkingen oefenen: Scheikunde Deze opgaven zijn bedoeld voor diegenen die moeite hebben met rekenen aan reacties 1. Reactievergelijkingen http://www.nassau-sg.nl/scheikunde/tutorials/deeltjes/deeltjes.html
.s::: _ Examen VWO ~.-
Examen VWO ~ Voorbereidend s::::: Wetenschappelijk ::::J Onderwijs ~.- Q).s::: U en Tijdvak 1 Donderdag 15 mei 13.30-16.30 uur Als bij een vraag een verklaring, uitleg, berekening of afleiding gevraagd
Stabilisator voor PVC
Stabilisator voor PVC 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Als chlooretheen polymeriseert ontstaan lange ketens zonder dwarsverbindingen. De ketens kunnen langs elkaar bewegen (bij
5 Water, het begrip ph
5 Water, het begrip ph 5.1 Water Waterstofchloride is een sterk zuur, het reageert als volgt met water: HCI(g) + H 2 0(I) Cl (aq) + H 3 O + (aq) z b Hierbij reageert water als base. Ammoniak is een zwakke
Eindexamen scheikunde havo 2006-II
4 Beoordelingsmodel Element 115 1 Calcium heeft atoomnummer 20 en americium heeft atoomnummer 95. Dus samen hebben ze 115 protonen. calcium heeft atoomnummer 20 en americium heeft atoomnummer 95 1 2 Een
_ Examen VWO. ..c. ~.- Cl)
Examen VWO Q) "C C::::J ~.- Cl)..c CJ en Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs 19 91 Tijdvak 2 Vrijdag 14 juni 13.30-16.30 uur Als bij een vraag een verklaring, uitleg of berekening gevraagd wordt,
5 VWO. H8 zuren en basen
5 VWO H8 zuren en basen Inleiding Opdracht 1, 20 min in tweetallen Nakijken; eventueel vragen stellen 8.2 Zure, neutrale en basische oplossingen 8.2 Zure, neutrale en Indicator (tabel 52A) Zuurgraad 0-14?
OEFENOPGAVEN MOLBEREKENINGEN
OEFENOPGAVEN MOLBEREKENINGEN * = voor VWO Salmiak, NH 4 Cl(s), kan gemaakt worden door waterstofchloride, HCl(g), te laten reageren met ammoniak, NH 3 (g) 01 Wat is de chemische naam voor salmiak? 02 Geef
Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen
MAVO-4 II EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1982 MAVO-4 Woensdag 15 juni, 9.00 11.00 NATUUR-EN SCHEIKUNDE II (Scheikunde) MEERKEUZETOETS Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20
Scheikunde SE2. Hoofdstuk 8
Scheikunde SE2 Hoofdstuk 8 Paragraaf 2 Indicatoren: stoffen waarmee je kunt bepalen of een oplossing zuur of basisch is. Zuur: als een oplossing een ph heeft van minder dan 7. Basisch: als een oplossing
Scheikunde VWO. Vrijdag 19 mei 1995 13.30 16.30 uur. vragen
Scheikunde VWO vragen Vrijdag 19 mei 1995 1330 1630 uur toelichting Dit examen bestaat uit 23 vragen Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed antwoord behaald kunnen worden instructie
Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen
MAVO-4 II EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1983 MAVO-4 Woensdag 15 juni, 9.00 11.00 NATUUR-EN SCHEIKUNDE II (Scheikunde) MEERKEUZETOETS Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20
Eindexamen scheikunde vwo 2010 - II
Beoordelingsmodel Alcoholintolerantie 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: et is de omzetting van een (primaire) alcohol tot een alkanal; daarbij reageert de (primaire) alcohol met
Eindexamen scheikunde havo 1999 - II
pgave 1 Van het element cadmium (atoomnummer 48) bestaan cadmium(ii)verbindingen. Deze verbindingen bevatten d 2+ ionen. 2p 1 Hoeveel protonen en hoeveel elektronen heeft een d 2+ ion? Noteer je antwoord
Natuurlijk heb je nu nog géén massa s berekend. Maar dat kan altijd later nog. En dan kun je mooi kiezen, van welke stoffen je de massa wil berekenen.
Hoofdstuk 17: Rekenen in molverhoudingen 17.1 Rekenen aan reacties: een terugblik én een alternatief In hoofdstuk 11 hebben we gerekend aan reacties. Het achterliggende idee was vaak, dat je bij een reactie
Examen VWO. Scheikunde
Scheikunde Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 2 Dinsdag 22 juni 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een
Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit vier opgaven.
HAVO I EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1982 Donderdag 6 mei, 9.00-12.00 uur SCHEIKUNDE (OPEN VRAGEN) Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit vier opgaven. Aan dit examen wordt deelgenomen
Examen HAVO. scheikunde. tijdvak 1 dinsdag 22 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen AVO 2012 tijdvak 1 dinsdag 22 mei 13.30-16.30 uur scheikunde Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 37 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 79 punten te behalen. Voor elk
2 Concentratie in oplossingen
2 Concentratie in oplossingen 2.1 Concentratiebegrippen gehalte Er zijn veel manieren om de samenstelling van een mengsel op te geven. De samenstelling van voedingsmiddelen staat op de verpakking vermeld.
Examen VWO. scheikunde. tijdvak 2 dinsdag 18 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen VW 2019 2 tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur scheikunde Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Maak zo nodig gebruik van Binas of ScienceData. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit
vwo I Vrijdag 4 mei, uur Dit examen bestaat uit vier opgaven EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS IN 1984 SCHEIKUNDE F-20
vwo EXAMEN VOORBEREDEND WETENSCAPPELJK ONDERWJS N 1984 Vrijdag 4 mei, 9.00-12.00 uur SCEKUNDE Dit examen bestaat uit vier opgaven 2 OPGAVE De reeks van alkaanzuren kan met de algemene rornlllle C 0 1 n+t
De waterconstante en de ph
EVENWICHTEN BIJ PROTOLYSEREACTIES De waterconstante en de ph Water is een amfotere stof, dat wil zeggen dat het zowel zure als basische eigenschappen heeft. In zuiver water treedt daarom een reactie van
Eindexamen scheikunde havo 2007-II
Beoordelingsmodel Kwik 1 maximumscore 2 aantal protonen: 160 aantal elektronen: 158 aantal protonen: 160 1 aantal elektronen: het gegeven aantal protonen verminderd met 2 1 2 maximumscore 2 g 2 Cl 2 Indien
ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO
ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO versie december 2017 INHOUDSOPGAVE 1. Vooraf 2. Wat is een buffer? 3. Hoe werkt een buffer? 4. Geconjugeerd zuur/base-paar 5. De ph van een buffer De volgende
Hoofdstuk 8. Opgave 2. Opgave 1. Oefenvragen scheikunde, hoofdstuk 8 en 10, 5 VWO,
Oefenvragen scheikunde, hoofdstuk 8 en 10, 5 VWO, Hoofdstuk 8 Opgave 1 Bruistabletten bevatten onder andere natriumwaterstofcarbonaat. Als je deze tabletten in water brengt, treedt een reactie op waarbij
Fosfor kan met waterstof reageren. d Geef de vergelijking van de reactie van fosfor met waterstof.
1 Een oplossing van zwavelzuur en een oplossing van bariumhydroxide geladen beide elektriciteit. Wordt bij de zwavelzuuroplossing een oplossing van bariumhydroxide gedruppeld, dan neemt het elektrisch
Wat is de formule van het metaalchloride waarin M het symbool van het metaal voorstelt?
Chemie Vraag 1 5,0.10-4 mol van een metaalchloride wordt opgelost in water. Er is 60 ml van een 2,5.10-2 mol.l -1 zilvernitraatoplossing nodig om alle chlorideionen neer te slaan onder de vorm van zilverchloride.
Wat is de formule van het metaalchloride waarin M het symbool van het metaal voorstelt?
Chemie Vraag 1 5,0.10-4 mol van een metaalchloride wordt opgelost in water. Er is 60 ml van een 2,5.10-2 mol.l -1 zilvernitraatoplossing nodig om alle chlorideionen neer te slaan onder de vorm van zilverchloride.
EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat uit twintig vragen
MVO- C l EXMEN MDDELBR LGEMEEN VOORTGEZET ONDERWJS N 1984 MVO-C Vrijdag 4 mei, 9.00-11.00 uur SCHEKUNDE- meerkeuzevragen Dit examen bestaat uit twintig vragen Bij het examen scheikunde wordt de volgende
4. Van twee stoffen is hieronder de structuurformule weergegeven.
MAVO Herexamen 1976 1. Beantwoord de volgende vragen over het element calcium. a. Hoeveel protonen bevat een atoom van dit element? Licht het antwoord toe. b. Hoe zijn de elektronen over de schillen verdeeld?
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2004-I
aarkleuring De buitenkant van een haar, de zogenoemde haarschacht, bestaat hoofdzakelijk uit keratine. Keratine is een eiwit met een hoog gehalte aan cysteïne-eenheden. et aminozuur cysteïne heeft de volgende
BUFFEROPLOSSINGEN. Inleiding
BUFFEROPLOSSINGEN Inleiding Zowel in de analytische chemie als in de biochemie is het van belang de ph van een oplossing te regelen. Denk bijvoorbeeld aan een complexometrische titratie met behulp van
38 e Nationale Scheikundeolympiade
38 e Nationale Scheikundeolympiade Rijksuniversiteit Groningen THEORIETOETS opgaven dinsdag 13 juni 2017 Deze theorietoets bestaat uit 6 opgaven met in totaal 34 deelvragen. Gebruik voor elke opgave een
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de periode van januari tot en met 5 februari 04 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en open opgaven
Rekenen aan reacties 3. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week
Rekenen aan reacties 3 Scheikunde Niveau 4 Jaar 1 Periode 3 Week 5 Deze les Rekenen aan reactievergelijkingen (Massaverhouding) Afronding voor volgende week Bestuderen (Rekenen met de massa verhouding)
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2002-I
4 Antwoordmodel Munt 1 Het juiste antwoord bevat de notie dat V 0 = +0,96 V van N 3 + H + /N + H 2 of V 0 = +0,93 V van N 3 + H + /HN 2 + H 2 of V 0 = +0,81 V van N 3 + H + /N 2 + H 2 groter is dan V 0
OEFENOPGAVEN VWO ZUREN EN BASEN + ph-berekeningen
OEFENOPGAVEN VWO ZUREN EN BASEN + ph-berekeningen OPGAVE 1 01 Bereken hoeveel mmol HCOOH is opgelost in 40 ml HCOOH oplossing met ph = 3,60. 02 Bereken ph van 0,300 M NaF oplossing. 03 Bereken hoeveel
Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media
Hoofdstuk 14 Chemische processen bladzijde 1 Opgave 1 Wat denk je, zijn de volgende processen continuprocessen of batch-processen? a productie van verschillende soorten medicijnen b productie van verschillende
Eindexamen scheikunde pilot vwo II
Beoordelingsmodel Zelfherstellende verf 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: C C C ( ) 6 C dubbele binding tussen en C in de isocyanaatgroepen 1 dubbele binding tussen C en in de isocyanaatgroepen
Eindexamen scheikunde havo 2002-II
4 Antwoordmodel Zuurstofvoorziening 1 aantal protonen: 16 aantal elektronen: 17 aantal protonen: 16 1 aantal elektronen: aantal protonen vermeerderd met 1 1 2 4 KO 2 2 K 2 O + 3 O 2 alleen KO 2 voor de
Examen HAVO en VHBO. Scheikunde
Scheikunde Examen HAV en VHB Hoger Algemeen Voortgezet nderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps nderwijs HAV Tijdvak 1 VHB Tijdvak 2 Dinsdag 18 mei 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor
Hoofdstuk 3: Zuren en basen
Hoofdstuk 3: Zuren en basen Scheikunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Onderwerpen Scheikunde 2011 2012 Stoffen, structuur en binding Kenmerken van Reacties Zuren en base Redox Chemische technieken Koolstofchemie
Oefenopgaven REDOXREACTIES vwo Reactievergelijkingen en halfreacties
Oefenopgaven REDOXREACTIES vwo Reactievergelijkingen en halfreacties OPGAVE 1 Geef de halfreactie waarbij 01 P 2 O 5 wordt omgezet in PH 3. 02 Jodaat, IO 3 - in neutraal milieu wordt omgezet in H 5 IO
Eindexamen scheikunde vwo I
Beoordelingsmodel Ureum 1 maximumscore 3 Een juiste uitleg leidt tot de conclusie dat in ureum het massapercentage hoger is dan in ammoniumnitraat. de formule van ammoniumnitraat is 4 3 1 de massa van
_ Examen HAVO en VHBO
_ Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 1 VHBO Tijdvak 2 Woensdag 27 mei 13.30-16.30 uur 19 92 Als bij een vraag een verklaring, uitleg
VWO 1995 Scheikunde tijdvak 1. Het antwoord 2-methyl-1,2-propadiol of methyl-1,2-propadiol mag goed worden gerekend.
2 3 1 notie dat het evenwicht bij hogere ph naar rechts is verschoven/afgelopen 1 (de oplossing is dan oranjegeel) dus: Mo ionen veroorzaken de oranjegele kleur 3 4 2 bij verwarmen verschuift het evenwicht
_ Examen VWO. Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 25 mei uur. Dit examen bestaat uit 24 vragen.
_ Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs 19 88 Tijdvak 1 Woensdag 25 mei 9.00-12.00 uur Bij sommige vragen is een verklaring, uitleg of berekening vereist. Ontbreekt deze verklaring, uitleg
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 08 CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de periode van 9 tot en met maart 08 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 7 onderwerpen en opgaven met in totaal 6 open
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2019
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 019 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van 1 tot en met 5 januari 019 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 8 onderwerpen en 3 opgaven met in
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 (de week van) woensdag 3 februari 2010 Deze voorronde bestaat uit 24 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en 3 open vragen met in totaal
Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties
Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties Scheikunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Onderwerpen Scheikunde 2011 20122012 Stoffen, structuur en binding Kenmerken van Reacties Zuren en base Redox Chemische technieken
Oefenopgaven REDOX vwo
Oefenopgaven REDOX vwo OPGAVE 1 Geef de halfreactie waarbij 01 P 2 O 5 wordt omgezet in PH 3. 02 Jodaat, IO 3 - in neutraal milieu wordt omgezet in H 5 IO 6. 03 Methanol in zuur milieu wordt omgezet in
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2001-I
Eindexamen scheikunde - vwo -I 4 Antwoordmodel Parkeerkaartje Het juiste antwoord is: S 8 - + I - S4 - + I S 8 - voor de pijl en S4 - na de pijl I - voor de pijl en I na de pijl juiste coëfficiënten Indien
Examen VWO. Scheikunde (oude stijl)
Scheikunde (oude stijl) Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 18 mei 13.30 16.30 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 68 punten te behalen; het examen bestaat uit 22 vragen.
Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur
Scheikunde Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 24 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2007-II
Beoordelingsmodel EcoEthanol TM 1 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste argumenten zijn: Er komt minder broeikasgas / de toename van het CO 2 gehalte in de atmosfeer wordt minder / het gaat de opwarming
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2007-II
Beoordelingsmodel EcoEthanol TM 1 maximumscore 2 Voorbeelden van juiste argumenten zijn: Er komt minder broeikasgas / de toename van het 2 gehalte in de atmosfeer wordt minder / het gaat de opwarming van
scheikunde vwo 2019-II
Lang houdbare appels Een rijpe appel produceert etheen. p de uitwerkbijlage bij vraag 5 staat de biosynthese van etheen in appels schematisch weergegeven in een reactieschema. In reactie I van het reactieschema
5.4 ph van oplossingen van zwakke zuren of zwakke basen
Opmerking: We gaan ervan uit, dat bij het mengen van oplossingen geen volumecontractie optreedt. Bij verdunde oplossingen is die veronderstelling gerechtvaardigd. 5.4 ph van oplossingen van zwakke zuren
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE af te nemen in de week van woensdag 10 april 013 Deze voorronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen verdeeld over 6 onderwerpen en 3 open opgaven met in
EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS IN Dit examen bestaat uit vier opgaven
vwo EXAMEN VOORBEREDEND WETENSCHAPPELJK ONDERWJS N 1986 Dinsdag 29 april, 9.00-12.00 uur SCHEKUNDE Dit examen bestaat uit vier opgaven Geef niet meer antwoorden (redenen, argumenten, voorbeelden e.d.)
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2004-I
Eindexamen scheikunde 1 vwo 004-I 4 Beoordelingsmodel Zink 1 Een juist antwoord kan als volgt zijn geformuleerd: IJzerionen zijn Fe + of Fe 3+ en sulfide-ionen zijn en dat leidt tot de formule Fe of Fe
IM4--14 ONDERWIJS IN 1 MAV04. Maandag 17 mei, uur. NATUUR- EN SCHEIKUNDE H (Scheikunde) OPEN VRAGEN
M4--14 ONDERWJS N 1 MAV04 Maandag 17 mei, 14.00--16.00 uur NATUUR- EN SCEKUNDE (Scheikunde) OPEN VRAGEN Bij het examen natuur- en scheikunde wordt de volgende verdeling van de tijd over de twee onderdelen
