Transport van afval. Vervoert u een afvalstof?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Transport van afval. Vervoert u een afvalstof?"

Transcriptie

1 Transport van afval Vervoert u een afvalstof? De afvalstoffenregelgeving is voor de vervoerder uiteraard slechts van toepassing wanneer sprake is van het vervoer van een afvalstof. Wanneer dat het geval is, is niet altijd eenvoudig te bepalen. Wat voor de één een afvalstof is, kan voor de ander een nuttige stof zijn. Nuttige toepassing van een afvalstof dient echter van de productstatus te worden onderscheiden. Aan de hand van de definitie van het begrip 'afvalstof' uit de Europese Afvalstoffenrichtlijn en enige Nederlandse en Europese jurisprudentie ten aanzien van dit begrip, geef ik in dit artikel een beknopt overzicht te geven van de criteria voor de kwalificatie van een stof als afvalstof. Ook komen ter sprake: bijprodukt en end of waste. eventuele afvalkarakter van de stof. Ik geef nog een voorbeeld. In een fabriek wordt een product gemaakt. Bij het productieproces komt ook een andere stof vrij. Is die stof nu een afvalstof, het is immers een restproduct? Thans is voor deze 'bijproducten' een regeling getroffen in de KRA, waarin is bepaald onder welke voorwaarden deze stof een afvalstof is. Een andere regeling die na jurisprudentie in de KRA terecht is gekomen is de 'end-of-waste' regeling. Daarin is bepaald wanneer het afvalstofkarakter na recycling of hergebruik aan de afvalstof ontvalt. Beide regelingen komen hierna aan de orde. Mw. Mr. Drs. J.C. Ozinga, advocaat bij Houthoff Buruma Kaderrichtlijn Afvalstoffen Eind 2008 is de nieuwe Kaderrichtlijn Afvalstoffen (2008/98/ EG) in werking getreden, hierna kortweg "KRA". Tot eind 2010 hadden de lidstaten de tijd om deze richtlijn te implementeren in nationaal recht. Hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer is als gevolg hiervan aan de KRA aangepast. Voor de vraag of een stof een afvalstof is, is de definitie van belang (artikel 3), alsmede de artikelen 2 (toepassingsbereik), 5 (bijproduct) en 6 (einde-afvalfase) van de KRA. 1.1 Toepassingsbereik In artikel 2 is bepaald dat de KRA niet van toepassing is op onder meer verontreinigde grond en afvalwater, radioactieve afvalstoffen, dierlijke bijproducten (behalve als deze worden verbrand of gestort of gebruikt in een biogas- of composteerinstallatie), etc. De uitzonderingen zijn voor het merendeel opgenomen omdat deze afvalstromen reeds elders worden geregeld. 1.2 Definitie afvalstof / bijproduct / end of waste Artikel 3 bepaalt de definitie van een afvalstof: "elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen". Deze definitie komt terug in de definities van de Wet milieubeheer (artikel 1.1 WM) en is in de loop der jaren niet werkelijk aangepast. Vanwege de intentie van de houder is het begrip vloeibaar. Een jas die nog goed functioneert maar die door de eigenaar wordt weggegooid is alsdan een afvalstof. Wordt die jas echter aan een ander gegeven voor gebruik dan komt de jas niet in de afvalfase terecht, maar is er sprake van tweedehands kleding. Kortom, de verschillende fases van een stof en het proces waaruit de stof voortvloeit, bepalen het Naar aanleiding van jurisprudentie had het ministerie VROM (thans I&M), in 2000 reeds enkele criteria opgesteld voor het bevoegd gezag om te bepalen of sprake is van een afvalstof: De stof is gelijkwaardig aan een overeenkomstige primaire grondstof; De stof bezit dezelfde kenmerken als een grondstof; In de stof zitten geen andere verontreinigingen dan in de overeenkomstige primaire grondstof; De stof kan rechtstreeks, zonder dat een aan een afvalstof gerelateerde voorbehandeling nodig is, weg worden ingezet in een productieproces dat ook alleen op basis van primaire grondstoffen kan bestaan; De stof leent zich qua aard en samenstelling voor het gebruik (volgens oorspronkelijke bestemming) dat ervan wordt gemaakt; De stof is beoogd geproduceerd, waarbij de productie kan worden gestuurd; Door de inzet van de stof ontstaat geen enkel additioneel risico ten opzichte van de inzet van de reguliere primaire grondstof; Er hoeven geen bijzondere voorzorgsmaatregelen te worden getroffen voor de inzet van de stof; De stof heeft geen negatieve waarde; Er is een reguliere markt voor de stof. Deze criteria zijn destijds overgenomen in het Landelijk afval beheerplan (LAP). In het huidige LAP 2 ( ) keren deze criteria niet terug aangezien met name de rechtspraak van het EHvJ de criteria bepaalt, die thans in grote mate in de KRA zijn verwerkt. Indien de VROM en de KRA criteria met elkaar worden vergeleken dan moge duidelijk zijn dat de VROM-criteria nog steeds in een bepaalde uitgewerkte vorm gelding hebben. Het LAP 2 verwijst naar de meest recente regelingen en opvattingen en geeft als bijlage een goed overzicht van de 13

2 gewezen arresten en uitspraken van het EHvJ resp. de Afdeling bestuursrechtspraak. 1 Voor de duidelijkheid geef ik hieronder een visuele kring weer, met daarin de fases van een product/afvalstof. Gezien deze kringloop kan een afvalstof ontstaan tijdens het productieproces en na en tijdens de gebruiksfase van een stof en kan het afvalstofkarakter aan een afvalstof ontvallen na recycling en terugwinning. Kringloop Product / Afvalstof Product Bijproduct P R OD U C T Gebruiksfase Onderbroken gebruik Reparatie 2e hands producten P R ODUCT Productieproces PRODUCT Indien gelijkwaardig direct hergebruik grondstof zonder bewerking Residu AFVAL P R ODUCT Einde gebruik Nooit gebruikt P R O D U C T G R O N D S TOF Recyclen, bewerken of terugwinnen A F VA L AFVAL AFVAL Verwijderen 14

3 1.3 Bijproduct In artikel 5 KRA worden de voorwaarden vermeld om een materiaal als bijproduct te kunnen kwalificeren. : het is zeker dat de stof of het voorwerp zal worden gebruikt de stof of het voorwerp kan onmiddellijk worden gebruikt zonder verdere andere behandeling dan die welke bij de normale productie gangbaar is de stof of het voorwerp wordt geproduceerd als een integraal onderdeel van een productieproces verder gebruik is rechtmatig, m.a.w. de stof of het voorwerp voldoet aan alle voorschriften inzake producten, milieu en gezondheidsbescherming voor het specifieke gebruik en zal niet leiden tot over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid Deze regeling volgt zoals hiervoor besproken op jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie (EHvJ), maar ook op de door de Europese Commissie opgestelde Interpretatieve mededeling inzake bijproducten 2. In dit document van de Commissie werden reeds voorbeelden gegeven van bijproducten die niet als afvalstof gekwalificeerd behoefden te worden (hoogovenslakken en restmateriaal van het primair productieproces, bijvoorbeeld houtspaanders). Aangezien deze regeling een neerslag is van bestaande jurisprudentie en de mededeling voornoemd, is oude jurisprudentie op dit punt niet werkelijk meer relevant (voor een overzicht zie noot 1). 1.4 Voortgezet gebruik De vraag is ook of een reparatie van een product of bepaalde schoonmaakhandelingen leiden tot de kwalificatie van afvalstof. Onder verwijzing naar het artikel van collega Mr Ron Laan in deze uitgave overbepaalde retourverpakkingen, kan worden betoogd dat het uitsluitend repareren of tijdelijk uit gebruik nemen van een stof, nog niet betekent dat de afvalfase is ingetreden (zie kringloop). Deze redenatie wordt eenvoudig aangenomen voor een auto die naar de garage gaat (olie verversen?) en het pak dat naar de stomerij wordt gebracht, maar gaat niet zonder meer op voor lege verpakkingen (zie artikel Ron Laan in dit nummer). Ik wijs nog wel op een oude uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 februari 19963, waarin werd bepaald dat vieze poetsdoeken die voor reiniging werden afgegeven en weer schoon retour werden afgeleverd, niet als afvalstoffen werden aangemerkt, omdat de eigenaar er zich niet van wilde ontdoen. Echter, deze uitspraak is gelegen vóór de uitspraken van het EHvJ en is helaas achterhaald. Het geeft wel aan hoe in het maatschappelijk verkeer over dit onderwerp werd gedacht. 1.5 Einde-afvalfase Gezien de kringloop kan een afvalstof ook weer een product worden. De markt is er klaar voor, ik wijs op de thans voorkomende slogan van bepaalde recycling bedrijven: "Afval bestaat niet!". In artikel 6 van de KRA is bepaald dat sommige specifieke afvalstoffen niet langer afvalstoffen zijn ( einde-afvalfase, ook wel "end-of-waste", " ow"), wanneer zij een behandeling voor nuttige toepassing, waaronder een recyclingsbehandeling, hebben ondergaan en voldoen aan specifieke criteria die door de Europese Commissie zullen worden opgesteld voor specifieke afvalstoffen. De volgende voorwaarden zullen een rol spelen bij het opstellen van deze specifieke criteria: het voorwerp wordt gebruikelijk toegepast voor specifieke doelen er is een markt voor of vraag naar de stof of het voorwerp de stof of het voorwerp voldoet aan de technische voorschriften voor de specifieke doelen en aan de voor producten geldende wetgeving en normen het gebruik van de stof of het voorwerp heeft over het geheel genomen geen ongunstige effecten voor het milieu of de menselijke gezondheid. De richtlijn stelt dat specifieke criteria voor de eindeafvalfase onder meer ten minste moeten worden opgesteld voor granulaten, papier, glas, metaal, banden en textiel. Er is inmiddels een Europese Verordening van kracht waarin criteria vastgesteld zijn die bepalen wanneer bepaalde soorten metaalschroot niet langer als afval worden aangemerkt 4. Het is de vraag of deze procedure bijdraagt aan een verbeterde kwalificatie van het begrip afvalstof. Het opstellen en inwerkingtreden van een verordening voor de criteria per te recyclen afvalstroom duurt meer dan een jaar en de eisen zijn naar verluidzodanig streng dat het de vraag is hoeveel procent van het afval uiteindelijk de status EoW gaat verkrijgen. Het Joint Research Centre (JRC) van de EC gaat nu verder met de criteria voor papier, koper en glas en daarna staan op het programma plastic en compost. In de tussentijd mogen de lidstaten zelf bepalen welke afvalstoffen een EoW notering kunnen krijgen. Dit moet dan wel aan de EC worden gemeld. Het probleem van deze mogelijkheid is dat de verschillende lidstaten niet gelijk omgaan met de EoW criteria en dat stoffen in te onderscheiden landen ongelijk worden behandeld. 2 Brussel, 21/2/2007, COM 2007 /59 def. 3 ABRS 1 februari 1996, zaaknummer /1 4 Verordening EU/333/2011 van 31 maart

4 Dat speelt ook een vervoerder parten die met eenzelfde lading door Europa de ene keer een product vervoert en dan weer een afvalstof. Overigens neigt Nederland niet naar het vaststellen van eigen criteria (zie ook het tweede Landelijk Afvalbeheer Plan ). Om invulling te geven aan het vacuüm voordat criteria zijn vastgesteld blijft de vigerende jurisprudentie met betrekking tot de EoW nog van belang. Met betrekking tot recycling en EoW zijn dat de arresten van het EHvJ met betrekking tot Palin Granit (C-9/00, 18 april 2002), Mayer Parry (C-444/00, 19 juni 2003), Niselli (C-457/02, 11 november 2004) en de Italië-arresten van 18 december 2007 (C-195/05, C-194/05 en C-263/05). Een volledige bespreking van die arresten op deze plek is niet mogelijk en verwijs ik naar het overzicht dat in het LAP 2 is opgenomen (zie noot 1). De hoofdlijn is duidelijk: Het begrip afvalstoffen moet ruim worden uitgelegd teneinde de nadelen en schadelijke gevolgen daarvan te beperken. De zienswijze zoals gebezigd in het arrest Palin Granit, dat hergebruik van een productieresidu mogelijk is, indien de stof zonder voorafgaande bewerking en met zekerheid zal worden (her-)gebruikt, geldt niet voor consumptieresiduen. Residuen kunnen niet worden vergeleken met bijproducten, op een wijze dat zij als tweedehandsgoederen zonder voorafgaande bewerking zeker en op vergelijkbare wijze worden hergebruikt. De middels recycling verkregen secundaire grondstof moet als afvalstof gekwalificeerd blijven tot zij daadwerkelijk zijn gerecycleerd tot het uiteindelijke product. Alle bewerkingsstappen dienen te zijn voltooid. Kortom, de jurisprudentie op het gebied van gerecyclede afvalstoffen is streng. End of waste is pas bereikt als alle bewerking is voltooid. 2. Conclusie Zoals uit de eerste alinea bleek, blijft de afvalstofdefinitie een lastig te hanteren begrip. Ook al heeft de jurisprudentie enige duidelijkheid gebracht en is een en ander thans in de KRA vervat, het zoeken blijft naar de praktische uitvoering en zekerheid ten aanzien van de kwalificatie van een afvalstof. De nadelen voor het milieu, die aan afvalstoffen kleven, zullen door het toenemend gebruik van het tweede leven daarvan in de toekomst wellicht minder zwaar gaan wegen voor Europa. Afvalstoffen worden in meerdere mate gebruikt voor de opwekking van energie en andere toepassingen. Vooralsnog wordt dat onder de noemer gebracht van een nuttige toepassing van afvalstoffen, in de toekomst zal wellicht eerder de status van een product kunnen worden verkregen van deze afvalstoffen. De ontwikkeling van de EoW criteria zal daaraan bijdragen. Voor de vervoerder lijkt in ieder geval van belang dat duidelijkheid en gelijkheid bestaat ten aanzien van de kwalificatie van een stof. Vooralsnog is het wachten op de criteria voor alle end-of-waste producten. Pas dan zijn de markten vrij die stoffen zonder afvalkwalificaties en -procedures grensoverschrijdend te verhandelen. 16

5 Transport van afval Retour van emballage kan afval zijn Een vervoerder, die lege olievaten mee terug neemt, werd door de milieuinspectie voor de strafrechter gebracht. De inspectie zag de lege olievaten als afvalstoffen. In dit artikel kijken we naar de toepasselijke regelgeving en de uitleg van deze regels door de rechter. Mr. R.G.J. Laan, advocaat bij Van Diepen Van der Kroeff Advocaten Steeds vaker worden overtredingen van de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA) 1 aan de strafrechter voorgelegd. De strafrechtspraak is wispelturiger dan de gevestigde jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak is doorgaans in EVOA-geschillen tussen bedrijfsleven en overheid de bevoegde rechter en dat heeft vanaf de inwerkingtreding van de EVOA in 1994 tot een reeks van uitspraken geleid. De strafrechter komt pas de laatste jaren meer aan bod en de beoordeling van de EVOA vanuit strafrechtelijk perspectief levert zo nu en dan verrassende inzichten op. 1. De casus Zo ook in het geval van het retourtransport van lege olievaten vanuit Duitsland naar Nederland. Bij baggerwerkzaamheden in het buitenland bleven lege vaten over, waarvan de inhoud was gebruikt op het werk. De transporteur nam gewoontegetrouw de lege vaten mee retour, zodat deze opnieuw konden worden gevuld, al dan niet na een reinigingsbeurt. De milieuinspectie kon zich met deze aanpak niet verenigen, waarna een strafrechtelijke procedure volgde. Zowel de transporteur als de opdrachtgevende onderneming werden gedagvaard om bij de economische politierechter te verschijnen. 2. Toepasselijke wet- en regelgeving In deze zaak speelde een principieel afvalstoffenrechtelijk vraagstuk. De vraag is namelijk of de lege olievaten in dit geval wel een afvalstof zijn in de zin van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. 2 Als dat namelijk niet zo is, dan is de EVOA als procedurele regeling voor de in-, uit- en doorvoer van afvalstoffen niet van toepassing. Bovendien moet gekeken worden naar de Richtlijn betreffende verpakkingen en verpakkingsafval, onder welk regime de lege vaten eveneens vallen. 3 Als het gaat om gebruikte industriële verpakkingen, waaronder deze retourvaten vallen, dient gewezen te worden op de beschikking van de Europese Commissie 2005/207/EG. Daarin staat in artikel 3, lid 2, alinea 2 en 3 het volgende: Herbruikbare verpakkingen worden niet als verpakkingsafval beschouwd wanneer zij voor hergebruik worden teruggezonden. Herbruikbare verpakkingen worden niet als in de handel gebrachte verpakkingen beschouwd wanneer zij opnieuw zijn gebruikt en weer beschikbaar worden gesteld. Herbruikbare verpakkingen die aan het einde van hun nuttige levensduur worden afgedankt, worden als verpakkingsafval beschouwd. In de beleidspraktijk van het Ministerie van VROM, thans Infrastructuur en Milieu, heeft zich in dit verband het criterium schud-, schrap- en schraapleeg ontwikkeld. Schud-, schrapen schraapleeg wil zeggen dat het vat zodanig leeg is dat er nog altijd restanten smeerolie aan de binnenwanden van het vat kleven. Echter, schud-, schrap- en schraapleeg betekent dat de vaten redelijkerwijs niet verder geleegd kunnen zijn dan in de praktijk mogelijk is. Het ging erom dat het Openbaar Ministerie van opvatting was dat de lege vaten als afvalstof moesten worden beschouwd, met alle wettelijke verplichtingen van dien. Met name had het transport via een kennisgevingsprocedure op grond van de EVOA geregeld moeten zijn. Zowel de economische politierechter als het Gerechtshof in hoger beroep veroordeelde de transporteur. De opgelegde boete was EUR 650. Als het gaat om vaten die uit de omloop worden gehaald en worden gereinigd waarna van het verpakkingsmateriaal zelf na shredderen nieuwe verpakkingen (vaten) worden gemaakt geldt dat het criterium schud-, schrap- en schraapleeg bepaalt of sprake is van een groene lijst of oranje lijst afvalstof. Dat is dus weer een andere discussie, het gaat in dit artikel alleen om de vraag afvalstof of geen afvalstof. 1 Verordening 1013/2006/ G, daarvoor 259/93/ G2 Richtlijn 2008/98/ G 2 Richtlijn 2008/98/ G 3 Richtlijn 94/62/ G 17

6 3. Uitspraak Gerechtshof Het Gerechtshof overwoog dat de verpakkingsrichtlijn ten doel heeft de kenmerken en de aanbiedingsvorm van gegevens op verpakking en verpakkingsafval te harmoniseren en de gegevens onderling op elkaar af te stemmen en niet ziet op de uitleg van het begrip afval. Op de beschikking van de Europese Commissie waarin een verband wordt aangebracht tussen de verpakkingsrichtlijn en het begrip afval werd door het Gerechtshof niet ingegaan. Het Gerechtshof volgde nadrukkelijk de jurisprudentie die over het begrip afval uit de Kaderrichtlijn Afvalstoffen gaat, waarbij de vraag centraal staat of sprake is van een stof waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Volgens het Gerechtshof waren de lege olievaten in deze zaak afkomstig van een baggerschip in Duitsland waar ze werden geleegd en mee retour genomen naar Nederland ter reiniging. Het Gerechtshof stelde: Uit het feit dat de vaten voor hergebruik dienden te worden gereinigd (...) en dus een zekere bewerking noodzakelijk was, valt af te leiden dat (...) zich van de olievaten heeft ontdaan. Derhalve is sprake van een afvalstof. 4. Vervoerder is normadressaat De gedaagde transporteur was van mening dat hij als vervoerder niet verantwoordelijk gesteld kon worden, omdat de EVOA-verplichtingen niet op de transporteur, maar op de marktpartijen zelf gericht zijn. De vervoerder is dan niet de zogenoemde normadressaat. Daarbij werd gewezen op de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 23 februari ,5, waarbij ondermeer het volgende is overwogen: Naar het oordeel van de economische politierechter ziet het verbod van artikel 10.60, vijfde lid, van de Wet milieubeheer, voorzover hier van belang, op overtreding van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, van de G verordening overbrenging van afvalstoffen en is er, mede gelet op de wetsgeschiedenis, geen reden de reikwijdte van het verbod ruimer uit te leggen dan de bepaling uit de G verordening overbrenging van afvalstoffen zelf. Dit betekent, nu de verplichting uit artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, van G verordening overbrenging van afvalstoffen op de opdrachtgever rust, dat ook het verbod uit artikel 10.60, vijfde lid, van de Wet milieubeheer op dit onderdeel zich tot de opdrachtgever van de overbrenging van afvalstoffen richt en dat ook alleen de opdrachtgever het kan overtreden. Aangezien de verdachte vervoerder is en niet kan worden aangemerkt als opdrachtgever in de zin van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, van de G verordening overbrenging van afvalstoffen van de transporten van 25 februari 2008, kan het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. De verdachte behoort hiervan dan ook te worden vrijgesproken. In de zaak van de lege olievaten dachten de economische politierechter in Utrecht 6 en daarna in hoger beroep het Gerechtshof Amsterdam 7 daar echter anders over en werd de vervoerder wel strafrechtelijk tot de verantwoording geroepen. Het Gerechtshof meende dat sprake was van medeplegen van overtreding van de EVOA en dat daarom niet relevant is dat de verdachte transporteur niet de opdrachtgever was. De vervoerder werd anders dan door de economische politierechter in Zutphen dus vooral in zijn strafrechtelijke positie als medepleger beoordeeld, waardoor de economische politierechter in Utrecht wel tot een veroordeling kwam. 5. Conclusie De zaak van de transporteur is inmiddels voorgelegd aan de Hoge Raad, met name om de Hoge Raad te laten beoordelen of het Gerechtshof aan de beschikking van de Europese Commissie niet de conclusie had moeten verbinden dat lege olievaten die in omloop blijven, al dan niet na tussentijdse reiniging, uitgezonderd zijn van de gebruikelijke definitie van afval. Totdat de Hoge Raad hierover uitspraak heeft gedaan, zullen transporteurs zich bij retourtransporten van lege verpakkingen ervan moeten vergewissen of de lege verpakkingen in juridische zin als afvalstof beschouwd moeten worden en derhalve de EVOA daarop van toepassing is. 4 Zie ook J.C. Ozinga Illegale overbrenging/sluikhandel en de vervoerder Weg en Wagen 64, p LJN BH Rechtbank Utrecht, 10 juni 2009 en 9 februari 2010, parketnummer 16/ Gerechtshof Amsterdam, 14 december 2010, parketnummer

Juridische Handreiking Duurzame Energie & Grondstoffen. Workshop 5 maart 2015 Aster Veldkamp

Juridische Handreiking Duurzame Energie & Grondstoffen. Workshop 5 maart 2015 Aster Veldkamp Juridische Handreiking Duurzame Energie & Grondstoffen Workshop 5 maart 2015 Aster Veldkamp Inhoud Workshop Afvalstoffenrecht 1. Introductie 2. Van afvalwaterzuivering naar grondstoffen rwzi 3. Het begrip

Nadere informatie

VMA Actualiteitendag 23 maart 2017

VMA Actualiteitendag 23 maart 2017 VMA Actualiteitendag 23 maart 2017 Afvalstoffenrecht Mr Ron Laan Advocaat Europese regelgeving & afvalbeleid Richtlijn afvalstoffen (2008/98/EG) Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (1013/2006/EG)

Nadere informatie

MEER OF MINDER AFVAL? StAB-symposium 15 september Tjeerd van der Meulen Peter-Arjen Boers

MEER OF MINDER AFVAL? StAB-symposium 15 september Tjeerd van der Meulen Peter-Arjen Boers MEER OF MINDER AFVAL? StAB-symposium 15 september 2016 Tjeerd van der Meulen Peter-Arjen Boers Programma Introductie Quizzz: test uw afvalkennis Het verhaal Bonusvraag Finale en prijsuitreiking Afvalquizzz:

Nadere informatie

Van afvalstoffen tot materialen

Van afvalstoffen tot materialen Van afvalstoffen tot materialen Implementatie van de nieuwe Kaderrichtlijn Afvalstoffen in de Wet milieubeheer Afvalstoffen worden, ook in juridisch opzicht, opgewaardeerd tot materialen. De EVOAblijft

Nadere informatie

15 N0V Ministerie van Infrastructuur en Milieu. UN verzoek. Beschrijving van de stof en de toepassing. Recticel BV.

15 N0V Ministerie van Infrastructuur en Milieu. UN verzoek. Beschrijving van de stof en de toepassing. Recticel BV. Contactpersoon 4014 CL Kesteren Den -laag Nederland Piesmanweg 1-6 Spoorstraat 69 Dit. Duurzaamheid DG Milieu en Internationaal Recticel BV Bestuurskern > Retouradres Pagina 1 van 5 (mechanisch) van grote

Nadere informatie

Afbakening van de afvalfase in nieuwe materialenwetgeving

Afbakening van de afvalfase in nieuwe materialenwetgeving Afbakening van de afvalfase in nieuwe materialenwetgeving Ir. Dienst beleidsinnovatie Afdeling afvalstoffen- en materialenbeheer Waarom nieuw decreet? Omzetting van de nieuwe kaderrichtlijn afvalstoffen

Nadere informatie

VMR Actualiteitendag 22 maart 2018

VMR Actualiteitendag 22 maart 2018 VMR Actualiteitendag 22 maart 2018 Afvalstoffenrecht Mr Ron Laan Advocaat Landelijk Afvalbeheerplan 3 LAP 3 afvalbeleid 2017-2023 (met doorkijk 2029) LAP3 in het teken van de transitie naar een circulaire

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 22/06/2012

Datum van inontvangstneming : 22/06/2012 Datum van inontvangstneming : 22/06/2012 tussenvonnis ç~2~oa2--1 'IOOR FOTOCOprE CONFORM De Griffier. RECHTBANK ROTTERDAM Sector strafrecht Parketnummer: 10/994590-08 luxembourg Datum uitspraak: 4 mei

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692 ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692 Instantie Datum uitspraak 19-03-2013 Datum publicatie 19-03-2013 Zaaknummer 21-000368-12 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGRO:2009:BH3578,

Nadere informatie

Wet en regelgeving ten aanzien van het transport van afval

Wet en regelgeving ten aanzien van het transport van afval Wet en regelgeving ten aanzien van het transport van afval door Mr M.J. van Dam Inleiding: 1 EVOA (Verordening EG) 1. EVOA (Verordening EG). rechtstreekse werking, maar: - de EVOA laat veel over aan nationale

Nadere informatie

Verpakkingen algemeen bestaat uit gescheiden ingezameld verpakkingsafval en via nascheiding als aparte fractie verkregen verpakkingsafval.

Verpakkingen algemeen bestaat uit gescheiden ingezameld verpakkingsafval en via nascheiding als aparte fractie verkregen verpakkingsafval. TEKST SECTORPLAN 41 (onderdeel LAP) Sectorplan 41 Verpakkingen algemeen I Afbakening Verpakkingen algemeen bestaat uit gescheiden ingezameld verpakkingsafval en via nascheiding als aparte fractie verkregen

Nadere informatie

CASE 4 Japanse duizendknoop: van invasief naar decoratief! Nathalie Devriendt (Pro Natura)

CASE 4 Japanse duizendknoop: van invasief naar decoratief! Nathalie Devriendt (Pro Natura) CASE 4 Japanse duizendknoop: van invasief naar decoratief! Nathalie Devriendt (Pro Natura) Japanse Duizendknoop: Van invasief naar decoratief Nathalie Devriendt 13 december 2018 Japanse duizendknoop J.

Nadere informatie

Afval of einde-afval of bijproduct? Congres Transport van Afval Utrecht, 5 februari 2013

Afval of einde-afval of bijproduct? Congres Transport van Afval Utrecht, 5 februari 2013 Afval of einde-afval of bijproduct? Congres Transport van Afval Utrecht, 5 februari 2013 Kernvraag is de afvalregelgeving wel of niet van toepassing markt: liever niet, minder rompslomp overheid: alleen

Nadere informatie

Afvalstoffen en het Activiteitenbesluit

Afvalstoffen en het Activiteitenbesluit Afvalstoffen en het Activiteitenbesluit VMR Praktijkdag 'Het Activiteitenbesluit in de juridische praktijk' Erik Dans Vakgroep Overheid en Onderneming Agenda 1. Wijziging Activiteitenbesluit en -regeling

Nadere informatie

Het begrip afvalstof revisited

Het begrip afvalstof revisited Het begrip afvalstof revisited Jurisprudentie over het begrip afvalstof 2004-2009 Mr. E. Dans* naal en dat van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen vanaf 2004, geanalyseerd. 3 1 Inleiding

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0420

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0420 ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0420 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 05-04-2011 Datum publicatie 07-04-2011 Zaaknummer 21-002244-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

Voor deze afvalstoffen Batterijen, accu s Sectorplan 13: Batterijen en accu s Shredderafval dat ontstaat bij het shredderen van autobanden

Voor deze afvalstoffen Batterijen, accu s Sectorplan 13: Batterijen en accu s Shredderafval dat ontstaat bij het shredderen van autobanden TEKST SECTORPLAN 52 (onderdeel LAP) Sectorplan 52 Autobanden I Afbakening Afgedankte autobanden komen vrij bij demontage van autowrakken en bij onderhoud en reparatie van auto s en aanhangwagens. Dit sectorplan

Nadere informatie

Gemeente Barneveld Raadhuisplein 2 tel: (0342) Postbus 63 fax: (0342) AB BARNEVELD

Gemeente Barneveld Raadhuisplein 2 tel: (0342) Postbus 63 fax: (0342) AB BARNEVELD Gemeente Barneveld Raadhuisplein 2 tel: (0342) 495 402 Postbus 63 fax: (0342) 495 376 3770 AB BARNEVELD e-mail: [email protected] Ontwerpbeschikking Datum aanvraag 20 juli 2009 Nummer 46/2009 Betreft

Nadere informatie

Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Ministerie van Infrastructuur en Milieu Ministerie van Infrastructuur en Milieu > Retouradres Postbus 20904 2500 EX Den Haag Vliegasunie t a v Dit. Duurzaamheld Postbus 265 Cluster C 4100 AG Culemborg Plesmanweg 1-6 Den Haag Postbus 20904 2500

Nadere informatie

drukhouders Sectorplan 70: CFK s, HCFK s, HFK s en halonen Beleidskader

drukhouders Sectorplan 70: CFK s, HCFK s, HFK s en halonen Beleidskader TEKST SECTORPLAN 45 (onderdeel LAP) Sectorplan 45 Brandblussers I Afbakening Dit sectorplan heeft betrekking op de verwerking van brandblussers. Onderstaand - niet limitatief bedoeld - overzicht bevat

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 Instantie Datum uitspraak 11-06-2003 Datum publicatie 12-08-2003 Zaaknummer 2200326602 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-gravenhage

Nadere informatie

Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Ministerie van Infrastructuur en Milieu Ministerie van Infrastructuur en Milieu > Retouradres Postbus 20904 2500 Ex Den Haag Vliegasunie Eestuurskern t a Dir.Duurzaamhed Cluster C Postbus 265 Plesmanweg 1-6 4100 AG Culemborg Den Haag Postbus

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 10-11-2016 Datum publicatie 29-12-2016 Zaaknummer 23-000872-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Ministerie van Infrastructuur en Milieu Contactpersoon 4100 AG Culemborg Den Haag t a Vliegasunie Bestuurskern Postbus 265 Plesmanweg 1-6 > Retouradres Postbus 20904 2500 EX Den Haag Dir.Duurzaamheid Custer C Postbus 20904 2500 EX Den Haag IenM/8SK-2016/

Nadere informatie

20JUNI 201? Ministerie van Infrastructuur en Milieu

20JUNI 201? Ministerie van Infrastructuur en Milieu Ministerie van Infrastructuur en Milieu > Retouradres Postbus 2001 2500 EX Deo Haag Uniper Benelux NV. Coloradoweg 10 3199 LA Maasviakte RT Directoraat-Generaal Dit Duurzaamheid Contactpersoon Kenmerk

Nadere informatie

Sectorplan 24 PCB-houdende afvalstoffen

Sectorplan 24 PCB-houdende afvalstoffen Sectorplan 24 PCB-houdende afvalstoffen 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties PCB-bevattende apparaten en PCB-houdende olie 2. Belangrijkste bronnen Elektriciteitsbedrijven en industrie

Nadere informatie

Transport van afval. De EVOA op hoofdlijnen 1

Transport van afval. De EVOA op hoofdlijnen 1 WEG EN WAGEN Oktober 2011 argang 25 Nummer 64 Transport van afval Mr. R.G.J. Laan, advocaat bij Van Diepen Van der Kroeff Advocaten De EVOA op hoofdlijnen 1 1. Inleiding 1 De Europese Verordening betreffende

Nadere informatie

Transport van afval. 2. Groene-lijstafvalstoffen: geen kennisgeving, wel contract

Transport van afval. 2. Groene-lijstafvalstoffen: geen kennisgeving, wel contract Transport van afval EVOA-contract overbrenging groene-lijstafval kent valkuilen en verbeterpunten Voor de overbrenging van afvalstoffen als bedoeld in de EVOA, artikel 3, lid 2 en 4, de zogenaamde groene-lijstafvalstoffen

Nadere informatie

Overschotten en reststromen uit tuinbouw:

Overschotten en reststromen uit tuinbouw: Overschotten en reststromen uit tuinbouw: Wat kan, mag? Wat zou kunnen,? Ann Braekevelt Inagro, 21 juni 2018 1. Wettelijk kader: Beleidskader: Actieplan biomassa(rest)stromen 2015-2020 roadmap voedselverlies

Nadere informatie

De EVOA op hoofdlijnen'

De EVOA op hoofdlijnen' WEG EN WAGEN Oktober 2011 I argang 25 Nummer 64 Mr. R.G.J. Laan, advocaat bij Van Diepen Van der Kroeff Advocaten De EVOA op hoofdlijnen' 1. Inleiding' De Europese Verordening betreffende de overbrenging

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK E03.96.0141, E03.96.1335 en E03.97.1061. Datum uitspraak: 29 maart 2001 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in de gedingen tussen: en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Esso Nederland

Nadere informatie

Nieuwe IPPC-installaties vanaf januari 2013

Nieuwe IPPC-installaties vanaf januari 2013 Nieuwe IPPC-installaties vanaf januari 2013 Kenniscentrum InfoMil Bianca Schijven Opbouw IPPC-installatie Nieuwe categorieën Wat betekent voor omgevingsvergunning Enkele casussen 2 IPPC-installatie Definitie

Nadere informatie

LJN: BM6944, Gerechtshof Leeuwarden, 24-000403-09 Print uitspraak

LJN: BM6944, Gerechtshof Leeuwarden, 24-000403-09 Print uitspraak Het LJN nummer is belangrijk om terug te zoeken voor derden. +++++ LJN: BM6944, Gerechtshof Leeuwarden, 24-000403-09 Print uitspraak Datum uitspraak: 04-06-2010 Datum publicatie: 07-06-2010 Rechtsgebied:

Nadere informatie

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. arrest GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem Afdeling strafrecht Parketnummer: X Uitspraak d.d.: 15 juni 2016 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger

Nadere informatie

Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Ministerie van Infrastructuur en Milieu Nederland I3eleidsmedewerker Duijvestijn Tomaten Beatuurskern 2641 NG Pijnacker Contactoersoan Overgauwseweg 46a Cluster C OIr.Ouunaamheid Retouradres Pagina 1 van 6 bestrijdingsmiddelen ingezet. vervolgens

Nadere informatie

Besluit van 24 maart 2005, houdende regels voor verpakkingen, verpakkingsafval, papier en karton (Besluit beheer verpakkingen en papier en karton)

Besluit van 24 maart 2005, houdende regels voor verpakkingen, verpakkingsafval, papier en karton (Besluit beheer verpakkingen en papier en karton) (Tekst geldend op: 02-08-2007) Besluit van 24 maart 2005, houdende regels voor verpakkingen, verpakkingsafval, papier en karton (Besluit beheer verpakkingen en papier en karton) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

AANBEVELINGEN EN INFORMATIE VOOR DE BINNENVAART ALS HULPMIDDEL VOOR EEN CORRECTE TOEPASSING VAN DE VOORSCHRIFTEN OVER DE AFVALVERWIJDERING

AANBEVELINGEN EN INFORMATIE VOOR DE BINNENVAART ALS HULPMIDDEL VOOR EEN CORRECTE TOEPASSING VAN DE VOORSCHRIFTEN OVER DE AFVALVERWIJDERING 2 Bijlage AANBEVELINGEN EN INFORMATIE VOOR DE BINNENVAART ALS HULPMIDDEL VOOR EEN CORRECTE TOEPASSING VAN DE VOORSCHRIFTEN OVER DE AFVALVERWIJDERING Op grond van het CDNI-Verdrag en de daarop gebaseerde

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:1157. 1 Geding in cassatie. 2 Beoordeling van het eerste middel. 3 Beoordeling van het derde middel. Uitspraak.

ECLI:NL:HR:2013:1157. 1 Geding in cassatie. 2 Beoordeling van het eerste middel. 3 Beoordeling van het derde middel. Uitspraak. ECLI:NL:HR:2013:1157 Uitspraak 12 november 2013 Strafkamer nr. 11/04366 P Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam

Nadere informatie

De noodzaak van het statuut van bijproducten voor de voedingsindustrie

De noodzaak van het statuut van bijproducten voor de voedingsindustrie De noodzaak van het statuut van bijproducten voor de voedingsindustrie 4 de Vlaamse afval- en materialencongres 06.04.11 Inhoud Voorstelling FEVIA / voedingsindustrie Voedingscyclus Huidige situatie Art

Nadere informatie

Onderstaand overzicht omvat afvalstoffen die overeenkomsten vertonen met de afvalstoffen in dit sectorplan, maar niet vallen onder dit sectorplan.

Onderstaand overzicht omvat afvalstoffen die overeenkomsten vertonen met de afvalstoffen in dit sectorplan, maar niet vallen onder dit sectorplan. TEKST SECTORPLAN 54 (onderdeel LAP) Sectorplan 54 Sloopschepen I Afbakening Sloopschepen zijn schepen die worden gesloopt, of ontmanteld. In deze schepen kunnen vele stoffen, zoals asbest, olie, oliehoudende

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273 ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 31-03-2004 Datum publicatie 08-04-2004 Zaaknummer 06/060115-03 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Biomassa en zijn afvalstatuut

Biomassa en zijn afvalstatuut Biomassa en zijn afvalstatuut Studiedag Cascadering in gebruik van hout en houtige biomassa Nico Vanaken OVAM Inhoud Afval of grondstof het beoordelingskader De ladder van Lansink als bewaker van de cascade

Nadere informatie

Recycling van kunstgras: hoe nu verder? Marcel Bouwmeester Teun Wouters

Recycling van kunstgras: hoe nu verder? Marcel Bouwmeester Teun Wouters Recycling van kunstgras: hoe nu verder? Marcel Bouwmeester Teun Wouters 29 januari 2019 Kunstgras 2019 1 Marcel Bouwmeester Gemeente Utrecht VSG (VSG normalisatie commissie) Teun Wouters Topgrass Voorzitter

Nadere informatie

sectorplan 8 Afval van verlichting

sectorplan 8 Afval van verlichting sectorplan Afval van verlichting 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Hoge- en lagedruk kwiklampen, hoge- en lagedruk natriumlampen en fluorescentiepoeder 2. Belangrijkste bronnen Dienstverlening,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:3775

ECLI:NL:GHAMS:2014:3775 ECLI:NL:GHAMS:2014:3775 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 01-07-2014 Datum publicatie 05-12-2014 Zaaknummer 23-004323-13 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 3 november 2016 TEGENSPRAAK

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 3 november 2016 TEGENSPRAAK ECLI:NL:GHAMS:2016:5390 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 03-11-2016 Datum publicatie 21-12-2016 Zaaknummer 23-003117-15 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

sectorplan 18 Papier en karton

sectorplan 18 Papier en karton sectorplan Papier en karton 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Papier en karton 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens, kantoren en grafische industrie 3. Aanbod in 2000 (in Nederland) 4.160

Nadere informatie

Handreiking onbehandeld hout V1.01, d.d. 12 oktober 2017

Handreiking onbehandeld hout V1.01, d.d. 12 oktober 2017 Handreiking onbehandeld hout V1.01, d.d. 12 oktober 2017 1 Onbehandeld hout: afval of niet? Handreiking voor de toepassing van de definities van afvalstof en bijproduct volgens de Europese Kaderrichtlijn

Nadere informatie

Een onderzoek naar een onduidelijke intrekkingsbrief van het Openbaar Ministerie.

Een onderzoek naar een onduidelijke intrekkingsbrief van het Openbaar Ministerie. Rapport Ingetrokken of niet? Een onderzoek naar een onduidelijke intrekkingsbrief van het Openbaar Ministerie. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over het Openbaar Ministerie te Rotterdam,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518 ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518 Instantie Datum uitspraak 17-10-2011 Datum publicatie 25-10-2011 Gerechtshof Leeuwarden Zaaknummer 24-003332-09 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

Milieucriteria voor het maatschappelijk verantwoord inkopen van. Bedrijfskleding. Versie 8 april 2015

Milieucriteria voor het maatschappelijk verantwoord inkopen van. Bedrijfskleding. Versie 8 april 2015 Milieucriteria voor het maatschappelijk verantwoord inkopen van Bedrijfskleding 1. Scope/afbakening De productgroep bedrijfskleding omvat zowel leveringen van bedrijfskleding als de diensten die met de

Nadere informatie

+1-5%). Ministerie van Infrastructuur en Milieu. AVR Afvalverwerkinq Bestuurskern. Rivierweg PZ Duiven Postbus Datum 1 4 MAART ZUl?

+1-5%). Ministerie van Infrastructuur en Milieu. AVR Afvalverwerkinq Bestuurskern. Rivierweg PZ Duiven Postbus Datum 1 4 MAART ZUl? Contactpersoon 2500 EX Den Haag 6921 PZ Duiven Postbus 20904 Rivierweg 20 Piesmanweg 1-6 AVR Afvalverwerkinq Bestuurskern > Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag Dit. Duurzaamheid Den Haag Pagina

Nadere informatie

Afvaltransport, wetgeving internationaal

Afvaltransport, wetgeving internationaal Afvaltransport, wetgeving internationaal www.vandiepen.com Congres TLN, Beurtvaartadres, EVO en Afvalkennis.nl Transport van afval 5 februari 2015 Mr Ron Laan De PARADOX in wetgeving voor internationaal

Nadere informatie

Ik ben namens de minister van Infrastructuur en Milieu bevoegd tot handhavend optreden bij overtredingen van de Wet milieubeheer.

Ik ben namens de minister van Infrastructuur en Milieu bevoegd tot handhavend optreden bij overtredingen van de Wet milieubeheer. Inspectie Leefomgeving en Transport Ministerie van Infrastructuur en Milieu > Retouradres Postbus 16191 2500 BD Den Haag Recycling Netwerk dhr R. van Duin Pollenseveenweg 11 8166 HT Ernst Afval. Industrie

Nadere informatie