Factsheet positieve discongruentie
|
|
|
- Joannes Lenaerts
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Factsheet positieve discongruentie Versie 1.4, 22 maart 2017 Auteur: Lianne Zondag Aanleiding Actuele ontwikkelingen op het gebied van integrale zorg en ontwikkeling van regionale protocollen over uiteenlopende onderwerpen in de verloskundige zorg, kunnen de aanleiding zijn om factsheets op te stellen. Doel van de factsheets is om verloskundigen een overzicht te geven van de belangrijkste feitelijke gegevens uit beschikbare nationale en internationale richtlijnen, gegevens uit de Perined-database en wetenschappelijke literatuur over een onderwerp wat ter sprake kan komen binnen een verloskundig samenwerkingsverband (VSV). Voor deze factsheet is er aanvullend systematisch literatuur onderzoek verricht door de afdeling richtlijnen & wetenschap op de volgende zoekvragen: - Wat zijn de risico s van positieve discongruentie voor moeder en kind? - Welke beleid kan het beste worden gevolgd als er sprake is van positieve discongruentie? De uitkomsten van het systematisch literatuur onderzoek zijn verwerkt en besproken met de werkgroep *. De zoekstrategie van het literatuur onderzoek is op te vragen bij de KNOV. De KNOV heeft de informatie in deze factsheet met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Er kan geen garantie worden gegeven dat deze informatie volledig is of dat alle recente informatie is verwerkt. De factsheet kan door verloskundigen gebruikt worden als hulpmiddel om de discussie te voeren met ketenpartners over positieve discongruentie. Inleiding Positieve discongruentie is een regelmatig terugkerende situatie in de verloskundige praktijk, welke kan samengaan met zwangerschapsdiabetes. Geboorte van een macrosoom kind is geassocieerd met een hogere kans op geboortecomplicaties, zoals schouderdystocie. Bij zorgverleners zijn er verschillende vragen ten aanzien van positieve discongruentie. Eén van deze vragen is of inleiden bij een verwacht macrosoom kind tot betere uitkomsten leidt. Afgevaardigden van de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) en Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) hebben in de werkgroep VIL 2013 gewerkt aan herziening van dit onderwerp voor in de Verloskundige Indicatie Lijst (VIL). Tot op dit moment is er geen consensus over dit onderwerp. Daarnaast is de Time Task Matrix (TTM) zorgproces bij positieve discongruentie ontwikkeld als hulpmiddel bij het maken van een zorgpad. Deze TTM is beschikbaar via de KNOV-site. 1 Positieve discongruentie veroorzaakt door diabetes mellitus of diabetes gravidarum vallen buiten deze factsheet. Voor informatie over beleid bij diabetes wordt verwezen naar de NVOG-richtlijn Diabetes mellitus en zwangerschap 2 en de Factsheet Diabetes Gravidarum (GDM) 3 op de KNOV-site. Definitie Positieve discongruentie verwijst naar groei boven een bepaald afkappunt. 4 Klinisch loopt de uterus tijdens opeenvolgende prenatale controles 2 tot 4 weken voor. De oorzaak kan zowel een foetale factor (macrosomie, polyhydramnion) als een maternale factor betreffen (uterus myomatosus). 5 Als er gesproken wordt over * Voor beschrijving van de werkgroep inclusief werkgroep leden zie: werkgroep op pagina 8 1/9
2 macrosomie, worden in de literatuur verschillende geboortegewichten aangehouden. De NVOG (2010) en NICE (2016) houden een geboortegewicht 4500 gram aan, ongeacht de amenorroeduur. In internationale studies wordt vaak 4000 gram als afkapwaarde voor de definitie macrosomie gebruikt Daarnaast wordt de term large for gestational age gebruikt (LGA) als het geschat geboortegewicht boven een bepaald percentiel komt. Als afkapwaarde wordt vaak de p90 gebruikt 3, 11, 12, maar ook de p95 en p97,7 worden als afkapwaarde voor LGA gebruikt. 9, 13, 14 De percentiel wordt bepaald op basis van een estimated fetal weight (EFW) en/of abdominal circumference (AC) voor de betreffende amenorroeduur (op intra-uterine groei biometrie referentiecurves). 15 Prevalentie/incidentie Het voorkomen van afwijkende foetale groei is mede afhankelijk van de gehanteerde definitie. 5 Bij het gebruik van afkapwaardes gebaseerd op het geboortegewicht heeft in de Nederlandse populatie 13% van de kinderen een geboortegewicht tussen gram en 2% een geboortegewicht tussen gram. 16 Als het 97,7 e percentiel wordt gehanteerd voor de definitie van LGA is in theorie 2,3% van de kinderen LGA en 10% van de kinderen LGA bij gebruik van het 90 e percentiel. In praktijk is het percentage afhankelijk van de populatie en gebruikte referentiecurve. 17 Aangezien het geboortegewicht afhankelijk is van maternale kernmerken heeft voor diagnostisering van macrosome kinderen het gebruik van land-specifieke groeicurves (met bijbehorende percentielen) de voorkeur. 17, 18 Deze land-specifieke curves houden rekening met verschillen in een multi-etnische populatie en het geslacht van het kind. 18 Risicofactoren Onderzoek naar de gevolgen van macrosomie zijn meestal gebaseerd op het geboortegewicht. Prenataal wordt het beleid gemaakt op basis van wel of niet LGA. Dit is geen vastgesteld gewicht, maar is afhankelijk van de zwangerschapsduur. De factsheet zal zich zoveel mogelijk richten op LGA, maar sommige informatie is alleen beschikbaar voor de definitie macrosomie. Risicofactoren voor LGA zijn een hoger maternaal BMI ( 25 kg/m 2 ), multipariteit, hogere maternale leeftijd, diabetes gravidarum en diabetes mellitus. 7, 12, 19 Uit onderzoek is gebleken dat het herhalingsrisico op een LGAkind 85% is. Er is met name een hoog herhalingsrisico als de moeder bekend is met diabetes mellitus of 17, 20 diabetes gravidarum. Risico s voor moeder en kind Bevallen van een macrosoom kind vergroot het risico op maternale en neonatale morbiditeit. De prevalentie van maternale en neonatale morbiditeit verschilt in studies door populatie verschillen en verschillende afkapwaardes voor de definitie van macrosomie. De moeder heeft een verhoogd risico op een langdurige bevalling, kunstverlossing, sectio caesarea, 3 e of 4 e graads ruptuur en postpartum hemorragie (PPH) (>1000ml) indien er sprake is van macrosomie. 8, 12, 17 Het kind heeft een grotere kans op een schouderdystocie met bijbehorende geboortetrauma (claviculafractuur, plexus brachialis beschadiging) en neonatale hypoglykemie. 8, 12, 17, 21 Het risico op een schouderdystocie, PPH en sectio caesarea loopt significant op bij een hoger 12, 22, 23 geboortegewicht. 2/9
3 Screening en diagnostiek De standaard methode voor de schatting van het foetale gewicht is uitwendige palpatie met seriële fundussymfysemetingen, op een geïndividualiseerde curve. 24 Uitwendig onderzoek gebaseerd op fundushoogtebepaling gerelateerd aan anatomische referentiepunten blijkt weinig betrouwbaar. 17 De sensitiviteit en specificiteit van echoscopische gewichtsschatting neemt toe als er gebruik wordt gemaakt van een groeicurve die rekening houdt met de à terme datum, maternaal gewicht, maternale lengte en etniciteit. 25 Ondanks dat deze methode de sensitiviteit en specificiteit verbetert, is de betrouwbaarheid van echoscopische gewichtsschatting laag. 7, 10, 14, 17, 20, 26, 27 Een review van 14 studies gaf een sensitiviteit van 12 tot 75 procent en een specificiteit van 68 tot 99 procent voor de detectie van een foetus 4000 gram. 17 Voor het voorspellen van macrosomie bleek echoscopische bepaling van het estimated fetal weight (EFW) vergelijkbaar met echoscopische bepaling van de AC. 28 De betrouwbaarheid van uitwendig onderzoek om een foetus 4000gram op te sporen werd gevonden tussen 40 en 52%. 17 Beleid Preconceptioneel Maternaal overgewicht is geassocieerd met een groter risico op macrosomie/lga. 7, 9 Het risico op macrosomie/lga stijgt met het hoger worden van het BMI. Preconceptioneel dienen vrouwen met overgewicht voorgelicht te worden over de risico s hiervan en, indien gemotiveerd, gezocht te worden naar ondersteuning om een gezond gewicht te bereiken. Hierbij kan gedacht worden aan begeleiding door een diëtiste of bewegingsadvies. Prenataal Gedurende de zwangerschap dient er te worden gestreefd naar een gezonde gewichtstoename passend bij het maternaal BMI. 29 De KNOV-standaard Opsporing Foetale Groeivertraging (2013) adviseert vanaf weken de foetale groei met seriële fundus-symfysemetingen op een geïndividualiseerde curve uit te zetten. Deze curve corrigeert voor maternale karakteristieken, zoals lengte, gewicht, pariteit en etniciteit. Bij het uitwendig onderzoek wordt geadviseerd geen anatomische referentiepunten te gebruiken om de groei te beoordelen. Daarnaast wordt geadviseerd de groei in het derde trimester met maximaal twee zorgverleners te vervolgen. Alleen op indicatie wordt een derde-trimesterecho geadviseerd om de foetale groei te bepalen. 24 Met betrekking tot het opsporen van LGA kinderen is een echo geïndiceerd indien: - de fundus-symfysemeting niet goed mogelijk is (bijvoorbeeld door obesitas); - er verdenking op een polyhydramnion is; - er (klinische) aanwijzingen voor zwangerschapsdiabetes zijn ; - plotseling overmatige groei op fundus-symfysemetingen (plotseling sterk steiler worden van de curve); - een eerder macrosoom kind (>p95, gebaseerd op PRN curve). Het echoscopisch geschat foetaal gewicht (EFW) wordt berekend volgens Hadlock 3 en uitgezet op de geïndividualiseerde curve. Verloskundig zorgverleners zijn verantwoordelijk voor kwalitatief goede echo s, door middel van adequate opleiding met bevoegdheid tot groeibeoordeling in het derde trimester, goede apparatuur en voldoende ervaring. 24 Bij symptomen die verdenking op zwangerschapsdiabetes geven, zoals macrosomie (EFW >p90) of 2, 3, 30 polyhydramnion, is het advies om diagnostiek naar zwangerschapsdiabetes te verrichten. 3/9
4 Daarnaast wordt geadviseerd om geavanceerd ultrageluidsonderzoek (GUO) aan te bieden indien er sprake is van een polyhydramnion. 31, 32 Bij een GUO kunnen afwijkingen gediagnosticeerd worden die een polyhydramnion kunnen veroorzaken, zoals een oesophagusatresie, anencefalie, hoge darmobstructie, duodenumatresie, neurale buis defecten waarbij lekkage van vocht optreedt door het huiddefect, cardiale 5, 19 decompensatie of een hydrops foetalis, veroorzaakt door ernstige bloedgroepimmunisatie. Prenatale identificatie van macrosomie verbetert de neonatale en maternale uitkomsten niet. 33 Zorgverleners dienen zich bewust te zijn dat het uitspreken van een verwacht groot kind tot meer interventies leidt. Uit meerdere onderzoeken is gebleken dat vrouwen met een verwacht groot kind een verhoogde kans hebben 7, 10, ingeleid te worden of ingepland te worden voor een sectio zonder verbetering van perinatale uitkomsten. 26, 27, 34 Deze uitkomsten wekken de suggestie dat zorgverleners bij verwachte macrosomie meer willen interveniëren, zonder dat daardoor de perinatale uitkomsten worden verbeterd. Daarnaast vroegen vrouwen met een verwacht groot kind vaker om een inleiding of keizersnede. 7 Deze bevinding doet vermoeden dat vrouwen zich onzeker en angstig voelen als wordt verteld dat zij moeten bevallen van een groot kind en als reactie zoeken naar medische interventies. Vrouwen die een groeiecho krijgen in de tweede helft van de zwangerschap hebben twee keer meer kans dat uitgesproken wordt dat hun kind groot is, terwijl zij geen groter risico hebben om een groot kind te krijgen. 7 Uiteindelijk beviel 1 op de 5 vrouwen waarbij een groot kind werd verwacht van een kind zwaarder dan 4000 gram. 7 Kortom, de verdenking op een groot kind geeft een verhoogd risico op interventies, ongeacht het daadwerkelijke geboortegewicht en zonder verbetering van perinatale uitkomsten. Nataal Er zijn veel onderzoeken gedaan naar de effectiviteit van inleiden bij een verwacht groot kind (>4000 gram) om maternale en neonatale morbiditeit te verkleinen of te voorkomen. In tabel 1 en 2 zijn de uitkomsten van inleiden versus afwachtend beleid schematisch weergegeven. Dit zijn de relatieve risico s beschreven in de Cochrane systematische review van Boulvain et al. (2016) en een kleinere cohort studie. 14 Bij significant verschillende uitkomsten is ook het absoluut risico en number needed to treat (NNT) berekend, om meer inzicht te geven hoe groot risico s zijn. Vaak wordt er in artikelen gerefereerd aan de studies van Boulvain et al. (2015) (ook wel bekend als de Big Baby Trial ) en Gonen et al. (1997). Beide studies zijn opgenomen in de systematische review van Boulvain et al. (2016) en daardoor worden de uitkomsten van deze studies niet apart benoemd in de tabellen. De recente Cochrane systematic review liet geen verschil zien in risico op sectio caesarea of vaginale kunstverlossingen als de baring werd ingeleid. 6 Er werd geen vermindering van neonatale morbiditeit gevonden veroorzaakt door schouderdystocie bij inleiding. In de systematische review (n=1190) werd een kleiner risico op schouderdystocie en fracturen gezien wanneer er tussen 37+0 en 40+0 weken werd ingeleid. 6 Om 1 schouderdystocie te voorkomen zouden 36 vrouwen moeten worden ingeleid en voor het voorkomen van 1 fractuur moeten 60 vrouwen worden ingeleid (zie tabel 2). Deze uitkomsten zijn sterk beïnvloed door de studie van Boulvain et al. (2015) (n=818), waar een kleiner risico op schouderdystocie en aanverwante morbiditeit werd gezien bij vroeg à terme inleiden ( weken). Er kwamen geen gevallen van plexus brachialis beschadigingen, intracraniële bloedingen of perinatale sterfte voor. Deze studie liet wel een toename zien van hyperbilirubinemie in de groep die werd ingeleid. Het absoluut risico op hyperbilirubinemie was 4.5%, wat betekent dat 1 kind per 22 inleidingen behandeld moet worden voor hyperbilirubinemie. 13 In de systematische Cochrane review werden de conclusies uit de studie van Boulvain et al. (2015) genuanceerd. De auteurs stelden dat de ideale zwangerschapstermijn om in te leiden op basis van de review 4/9
5 niet te stellen is. Om minder risico te hebben op schouderdystocie of fracturen moet er tussen 37 en 38 weken worden ingeleid. Inleiden bij deze termijn geeft echter risico s passend bij randprematuriteit, zoals hyperbillirubinemie, waardoor eerder inleiden geen gezondheidswinst geeft voor het kind. Inleiden na 38 weken zwangerschap geeft waarschijnlijk geen verlaging op het risico op schouderdystocie of fracturen. Het vermoeden op een LGA kind tijdens de zwangerschap, zonder andere indicaties, is geen reden voor een inleiding. 35 Het risico op een sectio, kunstverlossing of perinatale morbiditeit zal bij kinderen die verwacht LGA 6, 14 zijn niet verlaagd worden door een inleiding. Tabel 1. Maternale morbiditeit Complicatie Risico Studie Conclusie Sectio Caesarea RR 0.91, 95%CI arr 1.11, 95%CI Boulvain et al, 2016 Vendittelli et al, 2014 Geen verschil in risico op een sectio Vaginale kunstverlossing RR 0.86, 95%CI Boulvain et al, 2016 Geen verschil in risico op vaginale kunstverlossing 3 e en 4 e graads rupturen RR 3.70, 95%CI AR: 1.9%, NNT 53 arr 1.01, 95%CI Boulvain et al, 2016 Vendittelli et al, 2014 Geen eenduidigheid t.a.v. risico 3 e en 4 e graads rupturen Postpartum haemorrhage (PPH) Maternale tevredenheid arr 0.72, 95%CI Vendittelli et al, 2014 Geen verschil in risico op PPH Geen informatie RR = relatief risico arr = adjusted relative risk = relatief risico gecorrigeerd voor verstorende factoren (confounders) AR = absoluut risico (in %) NNT = number needed to treat Bij elke partus is de zorgverlener bedacht op een schouderdystocie. Het onderzoek van Weissmann-Brenner et al. (2012) laat zien dat het risico op een schouderdystocie toeneemt met toename van het geboortegewichtpercentiel. Het percentage voor schouderdystocie bij normaal geboortegewicht was 0.68%, bij een geboortegewicht tussen p %, 2.28% bij een geboortegewicht tussen p95-99 en 3.38% bij een gewicht >p99. In deze studie waren ook vrouwen met diabetes type I opgenomen, waardoor de studiegroep niet te vergelijken is met de eerstelijns populatie. Daarnaast blijft schouderdystocie lastig te definiëren. In een andere studie bleek dat een geboortegewicht >4000gram slechts een voorspellende waarde van 3.3% heeft voor het optreden van een schouderdystocie. 8 Deze kennis en het feit dat het geboortegewicht in de zwangerschap slecht voorspelbaar is, maakt dat er geen afkapwaarde mogelijk is waarbij een poliklinische partus op B/D-indicatie gewenst is. Voor- en nadelen dienen te worden besproken met de cliënte en in overleg kan de plaats van bevalling worden bepaald. 5/9
6 Tabel 2. Neonatale morbiditeit Complicatie Risico Studie Conclusie Schouderdystocie RR 0.60, 95%CI AR: 2.8%, NNT 36 Fracturen RR 0.20, 95%CI AR: 1.7%, NNT 60 Boulvain et al, 2016 Boulvain et al, 2016 Minder vaak schouderdystocie bij inleiding (AD 37-40wk) Minder fracturen bij inleiding (AD 37-40wk) Plexus brachialis beschadiging Asfyxie (AS <7 na 5 min) 2 keer in studie sample Boulvain et al, 2016 Geen verschil in plexus brachialis beschadiging RR 1.51, 95%CI Boulvain et al, 2016 Geen verschil in risico op asfyxie Lage navelstreng ph RR 1.01, 95%CI Boulvain et al, 2016 Geen verschil in risico op lage navelstreng ph Reanimatie/opname NICU Lange termijn effecten arr 0.94; 95%CI Vendittelli et al, 2014 Geen verschil in risico op reanimatie/ opname NICU Geen informatie RR = relatief risico arr = adjusted relative risk = relatief risico gecorrigeerd voor verstorende factoren (confounders) AR = absoluut risico (in %) NNT= number needed to treat Postpartum Momenteel wordt er gewerkt aan een multidisciplinaire richtlijn postnatale zorg aan zieke kinderen, waarin een beleid voor screening op hypoglykemie zal worden opgenomen. Het postpartum beleid zal worden afgestemd met deze richtlijn ten aanzien van glucosescreening bij neonaten die macrosoom zijn. Cliëntenvoorlichting ten aanzien van screening en diagnostiek De NVOG heeft een patiëntenfolder Echoscopie tijdens de zwangerschap die uit 2001 dateert. De NICE (2008) geeft in haar richtlijn advies over monitoren van foetale groei en foetale conditie, maar heeft geen cliënteninformatie opgenomen. Indien de oorzaak van de positieve discongruentie diabetes mellitus of diabetes gravidarum is, is er cliëntenvoorlichting te verkrijgen bij het Nederlands Diabetes Fonds (NDF) en de NICE guideline. 36 Overwegingen van belang voor samenwerking tussen eerste en tweede lijn Termijnbepaling Om vast te kunnen stellen of er sprake is van een LGA kind is een goede termijnecho noodzakelijk. In het NVOG-modelprotocol Datering van de zwangerschap (2011) 2 is beschreven hoe dit dient te worden uitgevoerd. 6/9
7 Zorgverleners Tijdens de zorgverlening dienen verloskundig zorgverleners zich van een aantal punten bewust te zijn: - methodes voor het prenataal schatten van het geboortegewicht zijn onbetrouwbaar; - wanneer er groei >p90 of >p95 wordt vastgesteld, heeft dit geen beleidsconsequenties; - het uitspreken van een verwacht groot kind, leidt tot meer sectio s en inleidingen, zonder verbetering van perinatale uitkomsten; - schouderdystocie is slecht te voorspellen. Wat weten we (nog) niet? Momenteel onderzoekt de IRIS-studie de effectiviteit van een derde trimester-groei echo bij laagrisico vrouwen (n=15 000) in de eerste lijn. Er wordt in eerste instantie gekeken naar intra-uteriene groeirestrictie (IUGR), maar er worden ook gegevens verzameld over normale groei en macrosomie. Hierdoor kan deze studie inzicht geven in de effectiviteit van derde trimester-groei echo s bij het opsporen van macrosomie in de Nederlandse eerste lijns populatie. Het onderzoek van Cheng et al. (2015) doet vermoeden dat vrouwen zich onzeker en angstig voelen als wordt verteld dat zij moeten bevallen van een groot kind en als reactie zoeken naar medische interventies. Het cliëntenperspectief ten aan zien van het uitspreken van een verwacht groot kind en gevoerd beleid is echter nog niet onderzocht. Conclusie Een verwacht groot kind in de zwangerschap is een regelmatig voorkomende situatie in de verloskunde, die bij de bevalling maternale en neonatale complicaties kan geven. Voor continuïteit van zorg tijdens zwangerschap en bevalling zijn afspraken in de regio van belang. Lastig voor het interpreteren van onderzoek en vaststellen van beleid is dat er verschillende definities worden gehanteerd voor macrosomie en LGA. De voorspellende waarde van zowel uitwendig onderzoek als echoscopisch onderzoek blijkt laag te zijn. Daarnaast dienen zorgverleners zich bewust te zijn van de slechte voorspelbaarheid van macrosomie en de gevolgen van het uitspreken van een verwacht groot kind, namelijk meer inleidingen en sectio caesarea s. Inleiden bij een verwacht groot kind verlaagt niet het risico op een sectio, kunstverlossing of perinatale morbiditeit. Inleiden om het risico op een schouderdystocie of fracturen te verkleinen is waarschijnlijk alleen effectief voor 38 weken zwangerschap, maar bij deze termijn zijn er risico s van randprematuriteit, waardoor er geen gezondheidswinst is voor het kind. Bespreekpunten voor interdisciplinair overleg - Maak regionale afspraken over de manier van monitoring van de foetale groei tijdens de zwangerschap - Maak regionale afspraken over echoscopische groeibepaling: bij welke indicaties en hoe wordt er zorg gedragen voor kwalitatief goede groeiecho s? - Maak regionale afspraken over de counseling ten aanzien van positieve discongruentie die zowel in de eerste als tweede lijn wordt gegeven - Maak regionale afspraken over de begeleiding en monitoring in geval van een verwacht LGA-kind tijdens zwangerschap en bevalling. - Maak afspraken in het VSV (inclusief kinderartsen) over observatie postpartum bij een macrosoom kind met goede start ten aanzien van glucosecontroles in afwachting van de richtlijn glucosemonitoring van de NVK (verwacht eind 2017) 7/9
8 Werkgroep De werkgroep die betrokken is bij de ontwikkeling van ondersteunende producten bestaat uit verloskundigen met een wetenschappelijke opleiding en interesse in richtlijnontwikkeling. In de werkgroep zijn verloskundigen vertegenwoordigd die werkzaam zijn in de eerste en tweede lijn en bij de opleiding. De werkgroep voor deze factsheet bestaat uit: Pien Offerhaus, PhD, onderzoeker/docent lectoraat Midwifery Science, Academie Verloskunde Maastricht Marianne Prins, MSc, docent Academie Verloskunde Amsterdam Groningen Liselotte Kweekel, MSc, eerstelijns verloskundige Sommelsdijk Anke Selles, MSc, eerstelijns verloskundige Den Haag Daphne Leeffers, MSc, klinische verloskundige Onze Lieve Vrouwen Gasthuis-west Amsterdam Greta Rijninks, MSc, senior beleidsmedewerker KNOV Literatuur 1. Time task matrix positieve discongruentie. Utrecht: KNOV, (Geraadpleegd op 16 november 2016). 2. NVOG-richtlijn Diabetes mellitus en zwangerschap. Utrect: NVOG, Factsheet diabetes gravidarum (GDM). Utrecht: KNOV, %29.pdf?download_category=factsheets-time-task-matricen. (Geraadpleegd op 14 september 2016). 4. Practice Guidelines on Fetal Macrosomia. Washington: ACOG, Heineman MJ, Evers JLH, Massuger LFAG, Steegers EAP. Obstetrie en gynaecologie. De voortplanting van de mens. 7e herz. dr. Amsterdam: Reed Business, Boulvain M, Irion O, Dowswell T, Thornton JG. Induction of labour at or near term for suspected fetal macrosomia. Cochrane Database Syst Rev. 2016(5):Cd Cheng ER, Declercq ER, Belanoff C, Stotland NE, Iverson RE. Labor and delivery experiences of mothers with suspected large babies. Matern Child Health J. 2015;19(12): Gherman RB. Shoulder dystocia: an evidence-based evaluation of the obstetric nightmare. Clin Obstet Gynecol. 2002;45(2): Knight-Agarwal CR, Williams LT, Davis D, Davey R, Cochrane T, Zhang H, et al. Association of BMI and interpregnancy BMI change with birth outcomes in an Australian obstetric population: a retrospective cohort study. BMJ Open. 2016;6(5):e Sadeh-Mestechkin D, Walfisch A, Shachar R, Shoham-Vardi I, Vardi H, Hallak M. Suspected macrosomia? Better not tell. Arch Gynecol Obstet. 2008;278(3): Sjaarda LA, Albert PS, Mumford SL, Hinkle SN, Mendola P, Laughon SK. Customized large-for-gestational-age birthweight at term and the association with adverse perinatal outcomes. Am J Obstet Gynecol. 2014;210(1):63.e1-.e Weissmann-Brenner A, Simchen MJ, Zilberberg E, Kalter A, Weisz B, Achiron R, et al. Maternal and neonatal outcomes of large for gestational age pregnancies. Acta Obstet Gynecol Scand. 2012;91(7): Boulvain M, Senat MV, Perrotin F, Winer N, Beucher G, Subtil D, et al. Induction of labour versus expectant management for large-for-date fetuses: a randomised controlled trial. Lancet. 2015;385(9987): Vendittelli F, Riviere O, Neveu B, Lemery D. Does induction of labor for constitutionally large-forgestational-age fetuses identified in utero reduce maternal morbidity? BMC Pregnancy Childbirth. 2014;14: David C, Tagliavini G, Pilu G, Rudenholz A, Bovicelli L. Receiver-operator characteristic curves for the ultrasonographic prediction of small-for-gestational-age fetuses in low-risk pregnancies. Am J Obstet Gynecol. 1996;174(3): PRN-insight. Utrecht: Perined, (Geraadpleegd op 19 juli 2016). 8/9
9 17. Chauhan SP, Grobman WA, Gherman RA, Chauhan VB, Chang G, Magann EF, et al. Suspicion and treatment of the macrosomic fetus: a review. Am J Obstet Gynecol. 2005;193(2): Dennedy MC, Dunne F. Macrosomia: defining the problem worldwide. Lancet. 2013;381(9865): Prins M, van Roosmalen J, Sherjon S, Smit Y. Praktische verloskunde. 13e herz dr Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, Gonen O, Rosen DJ, Dolfin Z, Tepper R, Markov S, Fejgin MD. Induction of labor versus expectant management in macrosomia: a randomized study. Obstet Gynecol. 1997;89(6): NVOG-richtlijn Schouderdystocie. Utrecht: NVOG, Rossi AC, Mullin P, Prefumo F. Prevention, management, and outcomes of macrosomia: a systematic review of literature and meta-analysis. Obstet Gynecol Surv. 2013;68(10): Walsh JM, Hehir MP, Robson MS, Mahony RM. Mode of delivery and outcomes by birth weight among spontaneous and induced singleton cephalic nulliparous labors. Int J Gynaecol Obstet. 2015;129(1): Beentjes M, de Roon-Immerzeel A, Zeeman K. KNOV-standaard Opsporing van foetale groeivertraging. Utrecht KNOV, Sokol RJ, Chik L, Dombrowski MP, Zador IE. Correctly identifying the macrosomic fetus: improving ultrasonography-based prediction. Am J Obstet Gynecol. 2000;182(6): Melamed N, Yogev Y, Meizner I, Mashiach R, Ben-Haroush A. Sonographic prediction of fetal macrosomia: the consequences of false diagnosis. J Ultrasound Med. 2010;29(2): Froehlich RJ, Sandoval G, Bailit JL, Grobman WA, Reddy UM, Wapner RJ, et al. Association of Recorded Estimated Fetal Weight and Cesarean Delivery in Attempted Vaginal Delivery at Term. Obstet Gynecol. 2016;128(3): Coomarasamy A, Connock M, Thornton J, Khan KS. Accuracy of ultrasound biometry in the prediction of macrosomia: a systematic quantitative review. BJOG. 2005;112(11): Institute of Medicine. The National Academies Collection. In: Rasmussen KM, Yaktine AL, editors. Weight Gain During Pregnancy: Reexamining the Guidelines. Washington (DC): National Academies Press (US)/National Academy of Sciences., NICE-guideline Antenatal care for uncomplicated pregnancies. Londen: NICE, de Jonge A. KNOV-standpunt Prenatale diagnostiek. Utrecht: KNOV, NVOG-richtlijn Indicaties voor prenatale diagnostiek. Utrecht: NVOG, Vendittelli F, Riviere O, Breart G. Is prenatal identification of fetal macrosomia useful? Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 2012;161(2): Weeks JW, Pitman T, Spinnato JA, II. Fetal macrosomia: does antenatal prediction affect delivery route and birth outcome? Am J Obstet Gynecol. 1995;173(4): NICE-guideline Inducing labour. Londen: NICE, Diabetes in pregnancy: management from preconception to the postnatal period (patiënteninformatie). Londen: NICE, (Geraadpleegd op 16 november 2016). 9/9
Protocol Positieve dyscongruentie
Protocol Positieve dyscongruentie Herziene versie september 2017 Definitie Positieve discongruentie verwijst naar groei boven een bepaald afkappunt.4 Klinisch loopt de uterus tijdens opeenvolgende prenatale
VSV Zoetermeer. Ketenprotocol. Diabetes gravidarum. Auteurs: Esther van Uffelen Ingrid Mourits. Versie 1.0
Ketenprotocol Auteurs: Esther van Uffelen Ingrid Mourits 1 Inleiding Het Verloskundig Samenwerkings Verband Zoetermeer (VSV Zoetermeer ) is in 2012 opgericht ter verbetering van de verloskundige zorg in
Zwangerschapsdiabetes
Zwangerschapsdiabetes 11/2015 Dit document bevat mogelijk vertrouwelijke informatie van JIJWIJ. Het kopiëren en/of verspreiden van dit document zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van JIJWIJ
Afbuigende foetale groei
BEN Symposium 2 november 2018 Afbuigende foetale groei Stand van zaken in onderzoek en implicaties voor de praktijk Viki Verfaille, MSc Té klein baart zorgen FGR in top 3 oorzaken perinatale sterfte 40%
DIABETES GRAVIDARUM 13 APRIL 2011 I. VAN DER VEEN AIOS O&G UMCG
DIABETES GRAVIDARUM 13 APRIL 2011 I. VAN DER VEEN AIOS O&G UMCG Inleiding Definitie Screenen vs diagnostiek 75 grams OGTT Zorgpaden UMCG/MZH Quiz Literatuurlijst Definitie Diabetes Gravidarum/Gestational
Opzet. Methode. Inleiding. Resultaten. Conclusie. Martine Eskes, Adja Waelput, Sicco Scherjon, Klasien Bergman en Anita Ravelli
Martine Eskes, Adja Waelput, Sicco Scherjon, Klasien Bergman en Anita Ravelli Een kwart van de aterme perinatale sterfte betreft SGA (
Protocol Obesitas. 1.0 Definitie obesitas
Protocol Obesitas 1.0 Definitie obesitas Obesitas is een abnormale gezondheidstoestand waarbij er een overschot aan vetweefsel is. De meest gebruikte definitie is gebaseerd op de Quetelet-index of Body
VSV Samen protocol: Obesitas en zwangerschap, basiszorg
VSV Samen protocol: Obesitas en zwangerschap, basiszorg Documentgebied Groep(en) Autorisatie Beoordelaar(s) Documentbeheerder(s) Auteur Datum publicatie 08-04-2019 Openbaar document ja Controledatum 08-04-2020
Wat zijn de testeigenschappen van standaard-derdetrimesterechoscopie voor de opsporing van foetale groeivertraging bij laagrisicozwangeren?
Evidencetabel 3 Wat zijn de testeigenschappen van standaard-derdetrimesterechoscopie voor de opsporing van foetale groeivertraging bij laagrisicozwangeren? Search: (((("Fetal Growth Retardation"[Mesh]
Protocol Foetale Groeibeperking VSV Emmen
Protocol Foetale Groeibeperking VSV Emmen 1. Doel Richtlijn voor het diagnosticeren, monitoren en behandelen van een zwangerschap gecompliceerd door foetale groeibeperking. 2. Begripsbepaling Echoscopisch
Zwangerschapsdiabetes
Zwangerschapsdiabetes 11/2015 Dit document bevat mogelijk vertrouwelijke informatie van JIJWIJ. Het kopiëren en/of verspreiden van dit document zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van JIJWIJ
Obesitas. Oktober. Zorgpad Low risk B en High risk A
Obesitas Zorgpad Low risk B en High risk A Oktober Dit document bevat mogelijk vertrouwelijke informatie van JIJWIJ. Het kopiëren en/of verspreiden van dit document zonder voorafgaande schriftelijke toestemming
Diabetes Gravidarum Regioprotocol
Diabetes Gravidarum Regioprotocol Geboortezorg Consortium Midden Nederland Colofon Datum: 15.01.2015 Versie: 1 Protocolhouder: voorzitter commissie Protocollen & Registraties: Mw. S. Meijer Samenstelling
BMI protocol. Doel protocol Gezamenlijk protocol van de 1 e en 2 e lijn met als doel een eenduidig beleid voor alle zwangeren met een BMI > 30.
BMI protocol Doel protocol Gezamenlijk protocol van de 1 e en 2 e lijn met als doel een eenduidig beleid voor alle zwangeren met een BMI > 30. BMI onderverdeling (kg/m2) Ondergewicht: BMI
Protocol intra-uteriene groeivertraging revisie januari 2018
Protocol intra-uteriene groeivertraging revisie januari 2018 Definitie Er worden vele definities gehanteerd voor intra-uteriene groeivertraging (IUGR). De klassieke afkapwaarde is p10, voor neonatale morbiditeit
IN ZWANG PROTOCOL: Preventie recidief spontane vroeggeboorte
IN ZWANG PROTOCOL: Preventie recidief spontane vroeggeboorte DEFINITIE: Vroeggeboorte: bevalling bij amenorroeduur < 37 weken Bij een zwangerschapsduur van meer dan 35 weken wordt het risico van belangrijke
Obesitas en zwangerschap
Obesitas en zwangerschap Risico s en beleid Maaike Kloosterman-de Groot, verloskundige UMCG Casus G2P1 Algemene anamnese: BMI 42 (lengte 1.56 m en gewicht 102 kg) Reuma, zonder medicatie Primaire subfertiliteit
Obesitas en zwangerschap, bevalling en kraambed
Obesitas en zwangerschap, bevalling en kraambed Algemene informatie Obesitas is een van de snelst groeiende gezondheidsproblemen in de Westerse wereld. Naarmate de mate van obesitas onder vrouwen toeneemt,
Regionaal Protocol Verwijsbeleid 1 e lijn naar VC de Poort
Regionaal Protocol Verwijsbeleid 1 e lijn naar VC de Poort Nadat de zwangere voor de eerste controle bij de verwijzer is geweest waar zij uitleg heeft gekregen over de procedure rondom de 1 e trimester
pagina 1 van 5 Let op: Deze geprinte versie is 24 uur geldig. Diabetes Gravidarum en zwangerschap Algemeen Inleidende gegevens Doel: Type: Handelingsclassificatie: Anatomische classificatie: Indicatie:
Angst voor de pijn. Prof. dr. Arie Franx. Pre-eclampsia and cardiovascular disease. Kennispoort Verloskunde, 3 februari 2012
Angst voor de pijn Pre-eclampsia and cardiovascular disease Kennispoort Verloskunde, 3 februari 2012 Prof. dr. Arie Franx Overdracht van 1 e naar 2 e lijn voor sedatie/pijnbestrijding Nederland 2001-2010,
Inleiden bij 41 of 42 weken?
INDuction versus EXpectant management INDEX Inleiden bij 41 of 42 weken? Een overzicht van de evidence Judit Keulen MSc Esteriek de Miranda PhD Doel & vraagstelling INDEX Heranalyse van perinatale en maternale
Addendum bij de multidisciplinaire richtlijn Dreigende Vroeggeboorte gepubliceerd in 2011. Opgesteld door de Otterlo Werkgroep, versie 2014
Addendum bij de multidisciplinaire richtlijn Dreigende Vroeggeboorte gepubliceerd in 2011 Opgesteld door de Otterlo Werkgroep, versie 2014 Uitgangsvraag: Leidt een rescue -behandeling met corticosteroïden
mw.dr. J. Dijs-Elsinga (PRN), mw. C. de Vries (PRN) mw.dr. E. de Miranda (KNOV), mw.dr. A.C.J. Ravelli (AMC), dhr. P.
Betreft: Perinatale Zorg in Nederland Auteur Redactie Tabellen, figuren en bijlagen Stichting Perinatale Registratie Nederland dhr.dr. H.A.A. Brouwers (NVK), dhr.prof.dr. H.W. Bruinse (NVOG), mw.dr. J.
Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial
Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial dr. T. Verbeek arts-epidemioloog Afd. Huisartsgeneeskunde en Epidemiologie 22 januari
Rechtvaardigt de ARRIVE-studie inleiden bij 39 weken?
Rechtvaardigt de ARRIVE-studie inleiden bij 39 weken? FAQ s bij de ARRIVE-studie Auteurs: Lianne Zondag en Anna Seijmonsbergen-Schermers Versie: 2, 25 januari 2019 Disclaimer Deze FAQ s beschrijft een
Serotiniteit. Versie November 17. Wens 41 weken inleiden. AD* (weken) Actie Beleid Informatie. Folder serotiniteit mee geven
Wens 41 weken inleiden AD* (weken) Actie Beleid Informatie 39 - Counselen volgens gezamenlijke voorlichting Folder serotiniteit mee geven - Folder mee geven 40 - Strippen overwegen - Consult serotiniteit
Factsheet Diabetes Gravidarum (GDM)
Factsheet Diabetes Gravidarum (GDM) Versie 2.4, 4 juni 2018 Auteur: Lianne Zondag, MSc Aanleiding Actuele ontwikkelingen op het gebied van integrale zorg en ontwikkeling van regionale protocollen over
Introductie. Methoden. Jeanette Mesman, Ank de Jonge, Judith Manniën, Joost Zwart, Jeroen van Dillen en Jos van Roosmalen
Jeanette Mesman, Ank de Jonge, Judith Manniën, Joost Zwart, Jeroen van Dillen en Jos van Roosmalen Introductie De relatieve veiligheid van geplande thuisbevallingen is een onderwerp van voortdurende discussie
Module: Wat is de rol van tranexaminezuur in de preventieve en therapeutische setting van een HPP?
Module: Wat is de rol van tranexaminezuur in de preventieve en therapeutische setting van een HPP? Behorende bij de richtlijn Hemorrhagia postpartum Februari 2019 1 Algemeen Deze uitgangsvraag betreft
Afwijkende biometrie bij SEO
Afwijkende biometrie bij SEO Verwijzing en uitkomst Drs. Karline van de Kamp Structureel Echoscopisch Onderzoek Structurele afwijkingen Biometrie Effectiviteit SEO Regio Groningen en Amsterdam Anencefalie
PROTOCOL FOETALE BIOMETRIE. Versie 2.0
PROTOCOL FOETALE BIOMETRIE Versie 2.0 Datum Goedkeuring 28-05-2008, update 29 augustus 2018 Methodiek Consensus based Discipline Multidisciplinair Verantwoording NVOG Inleiding en doelstelling Het echoscopisch
pagina 1 van 5 Let op: Deze geprinte versie is 24 uur geldig. Stuitligging Algemeen Inleidende gegevens Doel: Type: Handelingsclassificatie: Anatomische classificatie: Indicatie: Contra Indicatie: Mag
Evaluatie van vijf jaar stuitbevallingen in het OLVG Amsterdam: een retrospectieve cohortstudie
Evaluatie van vijf jaar stuitbevallingen in het OLVG Amsterdam: een retrospectieve cohortstudie Marina R. Schoonhoven*, Catherine M.W. de Sonnaville*, Tjitske R. Zaat, Billy van Gils, Leonie E. van Rheenen-Flach,
VSV: Verloskundige kringen van: de Kempen-Eindhoven-
VSV: Verloskundige kringen van: de Kempen-Eindhoven- Strabrecht en Máxima Medisch Centrum, Transmurale richtlijn : 14 Datum invoering: september 2008 Datum revisie: Schouderdystocie In deze richtlijn worden
Induction of Labor versus Expectant management in women with Preterm Prelabor Rupture of Membranes between 34 and 37 weeks
Induction of Labor versus Expectant management in women with Preterm Prelabor Rupture of Membranes between 34 and 37 weeks David van der Ham namens de PPROMEXIL projectgroep ISRCTN 29313500 ZonMW projectnummer:
Regionaal Protocol Verwijsbeleid 1 e lijn naar VC de Poort
Regionaal Protocol Verwijsbeleid 1 e lijn naar VC de Poort Uitgangspunt De verloskundige licht voor, biedt echo s naar eigen goeddunken aan aan de klant (praktijkvisie), verwijst en krijgt terugkoppeling
Betreft: Perinatale Zorg in Nederland 2013
Betreft: Perinatale Zorg in Nederland Auteur Redactie Tabellen, figuren en bijlagen Stichting Perinatale Registratie Nederland dhr.dr. H.A.A. Brouwers (NVK), dhr.prof.dr. H.W. Bruinse (NVOG), mw.dr. J.
Stop or Go? TerugvalprevenDe training bij het begeleid aiouwen van anddepressiva in de zwangerschap.
Stop or Go? TerugvalprevenDe training bij het begeleid aiouwen van anddepressiva in de zwangerschap. Promovendi: Drs. Nina Molenaar, arts, Erasmus MC Marlies Brouwer, MSc, psycholoog, UU Projectleaders:
Regionaal Protocol Obesitas
Regionaal Protocol Obesitas Inleiding Obesitas is een snelgroeiend gezondheidsprobleem in de Westerse wereld. Momenteel varieert in Nederland de prevalentie obesitas tussen de 6.5% en 15.5%, afhankelijk
Macrosomie ( i.a.) >P 95. Oktober 2015
Macrosomie ( i.a.) >P 95 Oktober 2015 Dit document bevat mogelijk vertrouwelijke informatie van JIJWIJ. Het kopiëren en/of verspreiden van dit document zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van
Betreft: Perinatale Zorg in Nederland 2010
Betreft: Perinatale Zorg in Nederland Auteur Redactie Tabellen, figuren en bijlagen Stichting Perinatale Registratie Nederland dhr.dr. H.A.A. Brouwers (NVK), dhr.prof.dr. H.W. Bruinse (NVOG), mw.dr. J.
Zwangerschap is wel (soms) een ziekte. J Roeters van Lennep/ internist vasculaire geneeskunde, Erasmus MC, Rotterdam
Zwangerschap is wel (soms) een ziekte J Roeters van Lennep/ [email protected] internist vasculaire geneeskunde, Erasmus MC, Rotterdam Zwangerschappen in Nederland 2017 169 836 levend geboren
Time task matrix zorgproces bij caput beweeglijk boven bekkeningang Versie 2, juni 2018 N. Crombag
Time task matrix zorgproces bij caput beweeglijk boven Versie 2, juni 2018 N. Crombag In deze time task matrix is weergegeven welke zorg specifiek is voor zwangeren met caput in de huidige zwangerschap.
3 antenatale groeicurven:
3 antenatale groeicurven: Welke groeicurve spoort de meeste groeibeperkte foetussen op met nadelige perinatale uitkomsten? Laurenza Broere MP 22 januari Probleemstelling Opsporing IUGR: populatiecurve
Angst voor de bevalling in een eerstelijns onderzoeksgroep. Kennispoort 2012, Anne-Marie Sluijs Klinisch verloskundige LUMC/psycholoog
Angst voor de bevalling in een eerstelijns onderzoeksgroep Kennispoort 2012, Anne-Marie Sluijs Klinisch verloskundige LUMC/psycholoog Indeling Angst voor de bevalling in Nederland Onderzoeksvragen Resultaten
Regionaal Protocol Verwijsbeleid 1 e lijn naar VC de Poort
Regionaal Protocol Verwijsbeleid 1 e lijn naar VC de Poort Uitgangspunt De verloskundige licht voor, biedt echo s naar eigen goeddunken aan aan de klant (praktijkvisie), verwijst en krijgt terugkoppeling
Factsheet Obesitas (BMI>30 kg/m 2 ) 1
Factsheet Obesitas (BMI>30 kg/m 2 ) 1 18 oktober 2012 Aanleiding Actuele ontwikkelingen op het gebied van Integrale zorg en ontwikkeling van regionale protocollen over uiteenlopende onderwerpen in de verloskundige
Tweede screening bij Rhc-negatieve vrouwen: Wat levert het op?
Tweede screening bij Rhc-negatieve vrouwen: Wat levert het op? 1 INHOUD PSIE programma Antistoffen Ontstaan en Risico Achtergrond Rhc-screening Doel Rhc-screening Evaluatiestudie Rhc-screening Opzet Inclusies
Disclosure belangen spreker. (potentiële) Belangenverstrengeling
Disclosure belangen spreker (potentiële) Belangenverstrengeling Geen Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Sponsoring of onderzoeksgeld Honorarium of andere (financiële) vergoeding
zwangerschapsdiabetes
op de grens van de 2e lijn? belangenverstrengelingen aangaande deze bijeenkomst heb ik niet mj muis Langerhans-symposium 12 & 14 juni 2018 Marian Muis internist-endocrinoloog programma Definities Fysiologie
Protocol Diabetes. Definitie. Doel. Betrokkenen. Risicofactoren
Protocol Diabetes Definitie Diabetes Mellitus (DM) Diabetes Mellitus is een stofwisselingsziekte die ontstaat als gevolg van een insulinetekort. Bij DM type 1 is er een absoluut insulinetekort ten gevolgde
Keuzehulp Bevallen na een eerdere keizersnede: vaginale bevalling of een geplande keizersnede? Poli Gynaecologie
00 Keuzehulp Bevallen na een eerdere keizersnede: vaginale bevalling of een geplande keizersnede? Poli Gynaecologie 1 Inleiding Deze keuzehulp is bedoeld voor vrouwen die zwanger zijn en in een eerdere
Zwangerschap en overgewicht
Zwangerschap en overgewicht Inleiding In deze folder leest u meer over de mogelijke gevolgen van overgewicht tijdens de zwangerschap en bevalling. Tijdens de zwangerschap vormt overgewicht voor u en uw
Regioprotocol; Foetale Bewaking durante partu. juni 2016
Regioprotocol; Foetale Bewaking durante partu juni 2016 Dit document bevat mogelijk vertrouwelijke informatie van JIJWIJ. Het kopiëren en/of verspreiden van dit document zonder voorafgaande schriftelijke
Protocol: vliezen breken bij multigravidae bij 41+5/41+6 ter voorkoming van serotiniteit
Protocol: vliezen breken bij multigravidae bij 41+5/41+6 ter voorkoming van serotiniteit Documentgebied Groep(en) Autorisatie Beoordelaar(s) Documentbeheerder(s) Auteur Verloskunde Alle partijen aangesloten
24 weken zwanger en dan? Kansen, onmogelijkheden, resultaten en toekomst
24 weken zwanger en dan? Kansen, onmogelijkheden, resultaten en toekomst Dr. J.J. Duvekot, gynaecoloog/perinatoloog Moeder en Kind Centrum subafdeling verloskunde en prenatale geneeskunde Erasmus MC, Rotterdam
Ketenprotocol. Minder leven. Auteurs: E. Davelaar & S. van der Lugt
Ketenprotocol Auteurs: E. Davelaar & S. van der Lugt Datum: September 2015 Algemeen Het Verloskundig Samenwerkings Verband Zoetermeer (VSV Zoetermeer ) is in 2012 formeel opgericht ter verbetering van
Aanbevelingen Vanaf 40 weken iedere zwangere voorlichten over de mogelijkheden bij dreigende serotiniteit. De mogelijkheden zijn;
VSV ACHTERHOEK OOST PROTOCOL NADERENDE SEROTINITEIT Doel protocol Het stroomlijnen en eventueel beperken van serotintiteit. Aanbevelingen Vanaf 40 weken iedere zwangere voorlichten over de mogelijkheden
Indicaties Vitaliteitsecho
Indicaties Vitaliteitsecho Handreiking Colofon De Handreiking Indicaties vitaliteitsecho is een publicatie van de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV). 2017 Koninklijke Nederlandse
Protocol Diabetes en Zwangerschap
Protocol Diabetes en Zwangerschap Afspraken tussen verloskundigen welke lid zijn van het, de gynaecologenmaatschap, diabetespolikliniek en maatschap kindergeneeskunde Isala Zwolle Protocol opgesteld met
Eerstelijns protocol Diabetes Gravidarum (DG) Zwolle en omstreken
Eerstelijns protocol Diabetes Gravidarum (DG) Zwolle en omstreken Definitie Elke vorm van hyperglycemie die tijdens de zwangerschap wordt ontdekt, onafhankelijk van het feit of deze aandoening na de zwangerschap
Regioprotocol Foetale Bewaking durante partu.
Regioprotocol Foetale Bewaking durante partu.! Colofon: Datum 1 e versie: juni 2016 Versie: 1 Samenstelling werkgroep: M. Jonkers, verloskundige 2 e lijn, Den Bosch M. Kreté, verloskundige 1 e lijn, Den
Factsheet Diabetes Gravidarum (GDM)
Factsheet Diabetes Gravidarum (GDM) Versie 5 september 2013 Aanleiding In Nederland zijn er veel verschillende werkwijzen voor het opsporen van diabetes gravidarum (ofwel Gestational Diabetes Mellitus,
6 a 8 controles afhankelijk van professionele noodzaak en/of behoefte vrouw. -Er is aandacht gegeven aan medische en psychosociale.
Time task matrix zorgproces SSRI gebruik in de zwangerschap Versie 10 maart 2015 Alles in rood is specifiek voor gebruik SSRI, alles in zwart is gebruikelijke zorg voor iedere zwangere (voor de meest recente
Damsteun: zin en onzin. Marlene Reyns Vroedvrouw Vlaamse Organisatie van Vroedvrouwen VLOV vzw AZ Nikolaas St Niklaas
Damsteun: zin en onzin Marlene Reyns Vroedvrouw Vlaamse Organisatie van Vroedvrouwen VLOV vzw AZ Nikolaas St Niklaas Waar gaat het over? Methode met damsteun Een hand op het hoofdje die begeleidt, andere
Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Van Gerven (SP) over screening op vasa praevia (2013Z01807).
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 25 VX DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34
Perinatale sterfte verschillen naar zorgregio s in Nederland
Perinatale sterfte verschillen naar zorgregio s in Nederland Anita CJ Ravelli, AMC afdeling Klinische Informatiekunde Mede namens: Martine Eskes, Jan Jaap HM Erwich, Hens AA Brouwers, Erna Kerkhof, Joris
Werkafspraak diabetes gravidarum november 2015
Werkafspraak diabetes gravidarum november 2015 Hieronder vind je de verschillende kopjes betreft wat te doen bij een afwijkende glucosewaarde in de verschillende stadia in de zwangerschap, het beleid omtrent
Voorbeeld Perinatale Audit 1
Voorbeeld Perinatale Audit 1 Doel Doel van de audits is om de kwaliteit van de zorgverlening te verbeteren door reflectie op het eigen handelen. Het uiteindelijke doel is een daling van de perinatale sterfte.
SSRI s bij moeder: richtlijn versus prak:jk
SSRI s bij moeder: richtlijn versus prak:jk J.E. Wakker- Deelen, A.C. de Mol Albert Schweitzer Ziekenhuis Dordrecht Opbouw Achtergrond Richtlijn NVK Onderdeel 1: Enquête onder alle afdelingen neonatologie/kindergeneeskunde
Factsheet Uitwendige Versie
Factsheet Uitwendige Versie Versie 3, augustus 2018 Auteur: Daphne Leeffers 1.1 Aanleiding Actuele ontwikkelingen op het gebied van integrale zorg en ontwikkeling van regionale protocollen over uiteenlopende
Vrouwen die zwanger zijn van een meerling hebben een verhoogde kans op vroeggeboorte
Samenvatting Vrouwen die zwanger zijn van een meerling hebben een verhoogde kans op vroeggeboorte in vergelijking met vrouwen die zwanger zijn van een eenling. Ongeveer 5-9% van de eenlingen wordt te vroeg
pagina 1 van 5 Let op: Deze geprinte versie is 24 uur geldig. Meconiumhoudend vruchtwater Algemeen Inleidende gegevens Doel: Type: Handelingsclassificatie: Anatomische classificatie: Indicatie: Contra
11/01/2013. Een minuutje geduld. Geboorte.. De mens. Afklemmen van de navelstreng anno 2012 Controversieel? . andere zoogdieren
Geboorte.. De mens Een minuutje geduld Vroeg- of Laattijdig afnavelen Dr. David Van Laere Neonatoloog UZ Antwerpen. andere zoogdieren Afklemmen van de navelstreng anno 2012 Controversieel? Zoek de verschillen?
Factsheet caput beweeglijk boven bekkeningang, a terme
Factsheet caput beweeglijk boven bekkeningang, a terme Versie 1.4 juni 2018 Auteur : Neeltje Crombag Aanleiding Actuele ontwikkelingen op het gebied van integrale zorg en ontwikkeling van regionale protocollen
Transmuraal protocol Diabetes en Zwangerschap
Transmuraal protocol Diabetes en Zwangerschap Afspraken tussen verloskundigen welke lid zijn van het VSV Zwolle e.o., de vakgroep gynaecologie Isala Zwolle, diabetespolikliniek en maatschap kindergeneeskunde
VSV Samen Protocol: Langdurig gebroken vliezen a terme
VSV Samen Protocol: Langdurig gebroken vliezen a terme Documentgebied Groep(en) Autorisatie Beoordelaar(s) Documentbeheerder(s) Auteur Verloskunde, kraamzorg, kindergeneeskunde Alle leden aangesloten bij
Echo s in de verloskunde. November 2015 M. Kelderman Echoscopiste prenatale diagnostiek
+ Echo s in de verloskunde November 2015 M. Kelderman Echoscopiste prenatale diagnostiek + Echo s 6 tot 14 weken Vitaliteits echo Termijn echo Datering o.b.v. 1e dag L.M. is onjuist Tussen 8+4 en 12+6
Stop or Go? TerugvalprevenBe training bij het begeleid ahouwen van anbdepressiva in de zwangerschap.
Stop or Go? TerugvalprevenBe training bij het begeleid ahouwen van anbdepressiva in de zwangerschap. Promovendi: Drs. Nina Molenaar, arts, Erasmus MC Marlies Brouwer, MSc, psycholoog, UU Projectleiders:
Veel gestelde vragen over GROW-NL 10 maart 2015
Veel gestelde vragen over GROW-NL 10 maart 2015 Fundus-symfysemeting Waarom corrigeer je niet voor indaling? Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat gestandaardiseerd meten (iedereen doet het altijd
pagina 1 van 6 Let op: Deze geprinte versie is 24 uur geldig. Minder leven voelen Medische Werkinstructie Algemeen Inleidende gegevens Doel: Type: Handelingsclassificatie: Anatomische classificatie: Indicatie:
Samenvatting. Samenvatting
Samenvatting De organisatie van de geboortezorg in Nederland is gebaseerd op het principe dat zwangerschap, bevalling en kraambed fysiologische processen zijn. Het verschil met veel andere landen is de
Betreft: Perinatale Zorg in Nederland 2014
Betreft: Perinatale Zorg in Nederland Auteur Redactie Tabellen, figuren en bijlagen Perined mw.dr. J. Dijs-Elsinga (Perined), dhr.dr. F. Groenendaal (NVK), mw. A.M. van Huis (KNOV), mw.dr. E. de Miranda
FOETALE BIOMETRIE. Versie 1.0
FOETALE BIOMETRIE Versie 1.0 Datum Goedkeuring 28-05-2008 Methodiek Consensus based Discipline Multidisciplinair Verantwoording NVOG Inleiding en doelstelling Het echoscopisch meten van de foetale parameters
6 10 weken 10-13 weken 14-18 weken 18-20 weken 24 26 weken 27 32 weken 32 36 weken 37-40 weken 41 42 weken
Time task matrix zorgproces bij risico op dragerschap GBS 10 maart 2015 Alles in rood is specifiek voor zwangeren risicofactoren op GBS ziekte bij pasgeborene, alles in zwart is gebruikelijke zorg voor
VSV Achterhoek Oost Protocol Preventie en behandeling van early-onset neonatale infecties
VSV Achterhoek Oost Protocol Preventie en behandeling van early-onset neonatale infecties Doel Het doel van dit protocol is preventie, herkenning, optimalisering van diagnostiek en behandeling van early-onset
WETENSCHAP. C.F.A. van Dijk, dr. K.E.A. Hack, F. Erlings, dr. N.W.E. Schuitemaker, dr. T.E. Vogelvang, namens VSV Eendracht
C.F.A. van Dijk, dr. K.E.A. Hack, F. Erlings, dr. N.W.E. Schuitemaker, dr. T.E. Vogelvang, namens VSV Eendracht 18 TvV 1/2016 KNOV WETENSCHAP Inleiding baring bij laag-risico multipara vrouwen na 41 weken
Regionaal Protocol Zwangerschapsdiabetes (GDM)
Regionaal Protocol Zwangerschapsdiabetes (GDM) Definitie : Elke vorm van hyperglykemie die tijdens de zwangerschap wordt ontdekt, onafhankelijk van het feit of deze afwijking na de zwangerschap weer verdwijnt.
Diabetes gravidarum: gevolgen van nieuwe internationale criteria voor de Nederlandse setting.
Diabetes gravidarum: gevolgen van nieuwe internationale criteria voor de Nederlandse setting. door Eva Aline Rixt Goedegebure Studentnummer: 1993372 Rijksuniversiteit Groningen, Master Geneeskunde Facultair
Verburg Curven. Rosalinde Snijders
Verburg Curven Rosalinde Snijders Inhoud! Metingen tijdens de zwangerschap! Over percentielen! Factoren die van belang zijn! Vervolgonderzoek www.shakespeak.com We gaan stemmen Internet 1 2 1 Deze presentatie
