Duinwaterkering Ameland
|
|
|
- Koenraad van Dongen
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat Duinwaterkering Ameland Een technisch inhoudelijke beschouwing Rapport RIKZ/26.7 juli 26 Rijkswaterstaat RIKZ P. van Vessem J. Cleveringa T. Dijkhuis
2 Opdrachtgever Rijkswaterstaat Staf DG /drs. L.H.M. Kohsiek (contactpersoon ir. H.C. Klavers) Titel Rapportnummer Duinwaterkering Ameland; Een technisch inhoudelijke beschouwing RIKZ/26.7 Samenvatting Het brede duingebied op Ameland beschermt de achterliggende dijkring tegen overstromingen vanuit de Noordzee. In de jaren tachtig en negentig is de meest landwaartse duinregel zodanig versterkt dat er sprake is van een doorgaande duinregel, die voldoet aan de veiligheidsnorm die destijds door de Deltacommissie is vastgesteld. Rijkswaterstaat is de beheerder van de primaire waterkering op Ameland en heeft de ligging van de waterkering in een legger beschreven, conform de bepalingen in de Wet op de Waterkering. In de legger is uitgegaan van de ligging van de primaire waterkering overeenkomstig met de landwaartse begrenzing van de Deltakering. Door verschillende belanghebbenden is bezwaar aangetekend tegen deze vaststelling. Uit de procedure naar aanleiding van deze bezwaren is gebleken dat Rijkswaterstaat meerdere tracés dient te beschouwen. In dit rapport worden voor de locatie Ameland midden (Nes noord) vijf en voor de locatie Ameland west vier verschillende tracés voor de duinwaterkering gepresenteerd. Bij Ameland midden en Ameland west is sprake van een zeewaarts tracé, dat de zeereep volgt, een landwaarts tracé dat de doorgaande achterste duinregel volgt en tussenliggende tracés. Voor alle tracés worden aanleg, beheer en onderhoud, kosten en een indicatie met betrekking tot de baten beschreven. Dit rapport gaat dus alleen in op de technisch/inhoudelijke aspecten. Het rapport wordt door Rijkswaterstaat gebruikt om na weging van alle belangen een besluit te formuleren over de ligging van de primaire waterkering op Ameland. Summary The wide dunes of the Wadden island Ameland protect the hinterland against storm surges from the North Sea. The hindmost dunes have been artificially heightened and widened to create a continuous row of dunes that can withstand so called Delta-storm conditions. Following Dutch law the specifications of the dune flood protection have to be described in an official document. In this report five different routes for the dune flood protection are presented for Ameland Central (Nes-North) and four for Ameland West. Some of these routes need reconstruction work and the routes may require different types of maintenance. All routes can be realized. The reconstruction needs, maintenance costs and complexity for the different routes are presented. No assessment of the routes is presented. Project ID Rijkswaterstaat RIKZ ondersteuning staf dg Status Startversie Concept Definitief 2
3 Samenvatting Het brede duingebied op Ameland beschermt de achterliggende dijkring tegen overstromingen vanuit de Noordzee. In de jaren tachtig en negentig is de achterste duinregel zodanig versterkt dat er sprake is van een doorgaande duinregel, die voldoet aan de veiligheidsnorm die destijds door de deltacommissie is vastgesteld. Rijkswaterstaat is de beheerder van de primaire waterkering op Ameland en heeft de ligging van de waterkering in een legger beschreven, conform de bepalingen in de Wet op de Waterkering. In de legger is uitgegaan van de ligging van de primaire waterkering overeenkomstig met de landwaartse begrenzing van de deltakering. Deze legger moet worden vastgesteld na overleg met gemeente en provincie en het doorlopen van een openbare inspraakprocedure. Door verschillende belanghebbenden, waaronder de gemeente Ameland en eigenaren van recreatiewoningen in het duingebied is bezwaar aangetekend tegen de voorgenomen vaststelling van primaire duinwaterkering, zoals aangegeven in de legger. Uit de gerechtelijke uitspraak en het advies van de hoorcommissie die gegeven zijn naar aanleiding van deze bezwaren, is gebleken dat Rijkswaterstaat meerdere tracés dient te beschouwen. In dit rapport worden voor de locatie Ameland midden (Nes noord) vijf en de locatie Ameland west vier verschillende tracés voor de duinwaterkering gepresenteerd. Bij de definitie van deze tracés is o.a. gebruik gemaakt van de ingediende bezwaren tijdens de hoorzitting op 22 september 25. Bij Ameland midden en Ameland west is sprake van een zeewaarts tracé, dat de zeereep volgt, een landwaarts tracé dat de doorgaande achterste duinregel volgt en tussenliggende tracés. Voor deze tracés zijn, mede op basis van de ingediende bezwaren, het vigerend kustbeleid en recente ontwikkelingen in het (kust)beleid, de onderscheidende aspecten beschreven. Dit betreft zaken als complexiteit van de aanleg, het natuurlijke karakter van de duinen, de mogelijkheden voor toekomstige ontwikkelingen en de kosten voor aanleg en beheer en onderhoud. Omdat bij de verschillende tracés meer of minder gebied en bebouwing binnendijks wordt gebracht verschillen ook de baten. Een exacte berekening van de baten is nog niet te geven, omdat de huidige beschermingsniveau s nog niet exact bekend zijn (hiervoor moet eerst een VNK (Veiligheid Nederland in Kaart) studie gedaan worden voor de huidige waterkering én moet het huidige buitendijkse beschermingsniveau vastgesteld worden). In dit rapport wordt daarom als indicatie voor de baten volstaan met het per tracé in beeld brengen van de waarde van de buitendijkse bebouwing. Duinwaterkering Ameland 3
4 Inhoudsopgave Samenvatting... 3 Inhoudsopgave... 4 Lijst van Figuren & Tabellen Inleiding Aanleiding Juridische en bestuurlijke context Probleemstelling Adviesvraag en afbakening 1.5 Aanpak Uitgangspunten 8 2 Kustbeleid en beleidsontwikkeling Vigerend kustbeleid, wet- en regelgeving Recente beleidsontwikkeling buitendijkse risico s 12 3 Beschrijving tracés Algemeen Beschrijving tracés Ameland midden (Nes-noord) Beschrijving tracés Ameland west 16 4 Beoordelingsaspecten tracés Inleiding Kwalitatieve aspecten Kosten en baten 18 5 Beschouwing aspecten per tracé Inleiding Kwalitatieve aspecten tracés Ameland midden Kosten en baten tracés Ameland midden Kwalitatieve aspecten tracés Ameland west Kosten en baten tracés Ameland west 29 6 Samenvatting en vergelijking aspecten per tracé Samenvatting tracés Ameland midden Samenvatting tracés Ameland west Vergelijking tracés 33 Literatuur Bijlage 1: Begrippen en definities Bijlage 2: Beschrijving kustzone en waterkering Ameland A. Beschrijving Ameland en duingordel 42 B. Morfologische ontwikkelingen duinen en kust 44 C. Menselijke ingrepen 48 D. Veiligheid in het duingebied 51 Bijlage 3: Vigerend Beleid, Wet- en regelgeving Bijlage 4: Uitgangspunten en aannames bij bepaling kosten en baten Bijlage 5: Toelichting resultaten benodigde zandvolumes voor aanleg tracés Ameland midden Bijlage 6: Kustlijnzorg Ameland west en Ameland midden Bijlage 7: Kaarten tracés Duinwaterkering Ameland 4
5 Lijst van Figuren & Tabellen Figuur 1: Ameland Figuur 2: Kaart van Ameland-midden met de verschillende tracés. Figuur 3: Luchtfoto van Ameland-midden met daarop geprojecteerd de verschillende tracés en bebouwing. Figuur 4: Kaart van Ameland-midden met de tracés van de heer Jellema Figuur 5: Kaart van Ameland-west met de verschillende tracés. Figuur 6: Erosie van de strandsuppletie bij Ameland west. Figuur 7: Intensief beheer van het duin in de zeereep bij raai 12, met aan de duinvoet stuifschermen van rijshout. Figuur 8: Dynamisch beheer van het duin in de zeereep bij raai 1. Figuur 9: Kaartje van Ameland inclusief getijdegeulen Figuur 1: Detailkaartje van de westkust van Ameland inclusief getijdegeulen Figuur 11: Detailkaartje van het middendeel van de kust van Ameland Figuur 12: Vier profielen uit verschillende jaren in de periode voor raai 1.3. Figuur 13: Momentane kustlijn (MKL) van raai 1. op Ameland west Figuur 14: Ontwikkeling van de (kustlijn van) de aangelande zandplaat / strandhaak bij de noordwestkust van Ameland. Figuur 15: Vijf profielen uit verschillende jaren in de periode voor raai 13. Figuur 16: Momentane kustlijn (MKL) van raai 13. op Ameland midden centraal. De BKL ligt in deze raai op -38. m. Figuur 17: Intensief beheer van de duinen bij Ameland west. Figuur 18: Dwarsdoorsnede duinen en zeebodem in raai Tabel 5.1: Kwalitatieve aspecten tracés Ameland midden. Tabel 5.2: Kosten en baten tracés Ameland midden. Tabel 5.3: Kwalitatieve aspecten tracés Ameland west. Tabel 5.4: Kosten en baten tracés Ameland west. Tabel B.1: Zandsuppleties uitgevoerd op Ameland west en noordwest. Tabel B.2: Zandsuppleties uitgevoerd op Ameland midden. Duinwaterkering Ameland 5
6 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Op Ameland beschermt een overwegend breed duingebied de achterliggende dijkring tegen overstromingen (figuur 1). De zeereep en het voorland reduceren de golfbelasting op een landwaarts gelegen doorgaande duinregel (zie bijlage 1 voor een uitleg van deze begrippen en definities). Na het uitvoeren van versterkingswerken in de jaren tachtig en negentig voldoet de zogenaamde deltakering aan de veiligheidsnorm die destijds door de deltacommissie is vastgesteld. Het tracé van de doorgaande duinregel van de deltakering is met blauwe palen in het veld aangegeven. Figuur 1 Ameland Als beheerder van de primaire waterkering op Ameland, heeft Rijkswaterstaat Noord-Nederland (RWS-NN), de ligging van de waterkering in een legger beschreven (Rijkswaterstaat directie Noord-Nederland, 24). Dit conform de bepalingen in de Wet op de waterkering (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 1996). In de legger zijn de positie en afmetingen van de waterkering en de juridische begrenzingen en zoneringen aangegeven. Bij het maken van de legger is uitgegaan van de ligging van de primaire waterkering zoals weergegeven in de bijlage van de Wet op de Waterkering (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 1996) en bij de eerste toetsronde van de primaire waterkering (Rijkswaterstaat DWW, 22). De ligging van de primaire waterkering, zoals beschreven in de legger, komt overeen met het tracé van de doorgaande duinregel van de deltakering, zoals met blauwe palen in het veld is aangegeven. De legger wordt vastgesteld na een openbare inspraakprocedure. Door verschillende belanghebbenden, waaronder de gemeente Ameland en eigenaren van recreatiewoningen in het duingebied is bezwaar aangetekend tegen de voorgenomen vaststelling van primaire duinwaterkering, zoals aangegeven in de legger. Eerder hebben onduidelijkheden in de ligging van de primaire waterkering en de vaststelling daarvan al geleid tot protesten van de eigenaren van vakantiewoningen bij de nationale ombudsman. Deze protesten betroffen de (on)mogelijkheid om het grondperceel bij de vakantiewoning te kopen vanwege waterkeringbelangen. Duinwaterkering Ameland 6
7 1.2 Juridische en bestuurlijke context Op 12 februari 24 heeft de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat een besluit tot vaststelling van de legger kenbaar gemaakt (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 24). Tijdens de openbare inspraakprocedure zijn zienswijzen ingediend op de ontwerplegger. In een beslissing op bezwaar zijn de bezwaren door het bevoegd gezag, cq. de beheerder, niet ontvankelijk verklaard (28 september 24, nr. HKW 24/8414). Vervolgens is tegen de bovenstaande beslissing bezwaar aangetekend bij de bestuursrechter te Leeuwarden. Deze heeft bij beschikking van 18 april 25: beoordeeld dat de appelanten in 1 ste instantie ten onrechte niet ontvankelijk zijn verklaard; de beslissing op bezwaar vernietigd; bepaald dat de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen. Op 22 september 25 heeft te Leeuwarden een hoorzitting plaatsgevonden waarin de bezwaren zijn toegelicht (ambtelijke hoor- en adviescommissie, 25a). De ingediende bezwaren zijn in dit advies gebruikt bij het definiëren van de mogelijke tracés, bij de keuze van de beoordelingsaspecten en de beoordeling van de verschillende tracés. In het advies van de ambtelijke hoor- en adviescommissie aan plaatsvervangende directeur-generaal Rijkswaterstaat (ambtelijke hoor- en adviescommissie, 25b) staan onder andere de bevindingen van de commissie. Deze bevindingen bevatten beoordelingscriteria en/of aandachtspunten die voor het zoeken naar een optimale tracé waardevol zijn. Om deze reden volgt een korte opsomming van de bevindingen: Conform de 3 e Kustnota, streeft Rijkswaterstaat altijd naar een breed duingebied als bescherming tegen de zee, met ruimte voor natuurlijke dynamiek, overeenkomend met de aanbevelingen uit de Leidraad zandige kust; de wijze waarop de belanghebbenden zijn geïnformeerd over het tracé van de waterkering en het beschermingsniveau dat zij genieten, is niet optimaal te noemen; het is voor de commissie moeilijk vast te stellen in hoeverre betrokkenen kennis kunnen hebben gehad van het overstromingsrisico dat zij liepen; het bevoegd gezag heeft in onvoldoende mate de voorgestelde alternatieve tracés voor de legger uitgewerkt en dus de belangen van betrokkenen onvoldoende meegewogen; de vraag is of de kosten voor een landwaartse versterking van de zeereep tot primaire waterkering in verhouding staan met de waarde van de objecten die anders buitendijks komen te staan en de kans dat deze beschadigd raken of verloren gaan; het huidige beleid ten aanzien van de kust (basiskustlijn en kustlijnzorg) heeft in de praktijk een positief effect op de sterkte van de zeereep; indien de zeereep meegenomen kan worden in de afslagberekeningen kunnen mogelijk ook andere tracés (tussen zeereep en het bestreden leggertracé) voldoen als primaire waterkering. De kosten hiervan kunnen meevallen, maar er kleven ook bezwaren aan een dergelijke keuze; ook dit dient goed te worden uitgezocht. Volgens de ambtelijke hoor- en adviescommissie zijn de ingediende bezwaren in essentie gericht op de ligging van het tracé en betreffen daarnaast strijdigheid met de wet, onvoldoende motivering, onvoldoende belangenafweging, schending van het vertrouwensbeginsel. De commissie verwerpt al deze bezwaren met uitzondering van: alternatieve leggertracés op eigen initiatief ontwikkeld door het bestuursorgaan (RWS) of aangedragen bij de ingediende zienswijzen, dienen nadrukkelijk in de beschouwingen tot vaststelling van het leggerbesluit te worden betrokken. Duinwaterkering Ameland 7
8 1.3 Probleemstelling Om een afweging te kunnen maken tussen verschillende tracés van de primaire waterkering op Ameland worden de voor- en nadelen van deze tracés beschreven waarbij rekening wordt gehouden met kosten, de waarde van vastgoed in het buitendijkse gebied, bestaande belangen, het vigerende kustbeleid en met toekomstige ontwikkelingen. Als de primaire waterkering niet wordt vastgesteld voldoet de beheerder niet aan zijn wettelijke taak. Ook blijft onduidelijkheid bestaan wie aansprakelijk is voor de eventuele schade die kan optreden bij een overstroming van het gebied of door stormschade. Deze onduidelijkheid kan ook belemmerend werken voor toekomstige ontwikkelingen (investeringen) in het gebied. 1.4 Adviesvraag en afbakening Door Rijkswaterstaat staf DG is aan het RIKZ gevraagd om de technisch/inhoudelijke en financiële consequenties van verschillende tracés van de primaire waterkering op Ameland te beschrijven in een voor betrokkenen leesbaar rapport. Een concept versie van voorliggend rapport is12 mei met belanghebbenden besproken op een informatiebijeenkomst die door RWS Noord-Nederland is georganiseerd. Deze reacties en de schriftelijke reacties die daarop volgden zijn, voor zover ze binnen de scope van dit rapport vallen, in deze definitieve versie verwerkt. Dit rapport wordt door Rijkswaterstaat gebruikt om na weging van alle belangen een besluit te formuleren over de ligging van de primaire waterkering op Ameland. 1.5 Aanpak Gestart is met een beschrijving van de verschillende tracés. Van de tracés zijn de relevante beoordelingsaspecten beschreven. Hierbij zijn de consequenties zo concreet mogelijk beschreven en is de beoordeling met verifieerbare argumenten onderbouwd. De beoordelingscriteria zijn gedefinieerd op basis van harde uitgangspunten, de ingediende zienswijzen en het verslag van de advies- en hoorcommissie. Bij de vergelijking van de tracés is ook gebruik gemaakt van de aandachtspunten uit paragraaf 1.6. Van alle tracés zijn de aanleg- en onderhoudskosten gepresenteerd en wordt een raming gegeven van de buitendijks gelegen bebouwing. 1.6 Uitgangspunten Bij de beoordeling van de verschillende tracés worden aanleg- en onderhoudskosten, aanleg- en gebruiksaspecten, de waarde van de buitendijks gelegen bebouwing en beleidsaspecten meegenomen. De beoordelingscriteria en de waardering van de aspecten worden toegelicht en zoveel mogelijk met argumenten onderbouwd. Met dit doel zijn ook de gebruikte referenties in het advies opgenomen. De waterkering tracés in het advies moeten in overeenstemming zijn met het vigerend landelijke beleid voor veiligheid tegen overstromingen, kust en ruimtelijke ontwikkeling. Dit beleid is gebaseerd op de taak van de rijksoverheid om de veiligheid van dijkringgebieden, zijnde het gebied dat met primaire waterkeringen is beschermd tegen overstromingen en golfslag, te waarborgen, de dynamiek van de zandige kust te behouden, de natuur te beschermen en de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. Duinwaterkering Ameland 8
9 Duinwaterkering Ameland 9 Naast de uitgangspunten wordt bij de advisering rekening gehouden met de volgende aandachtspunten: De invloed van de te verwachten morfologische ontwikkelingen op de onderhoudskosten; De toekomstige veranderingen van de toetsing van de waterkering door gewijzigde hydraulische randvoorwaarden (zeespiegelstijging en waterstand- en golfrandvoorwaarden) (zie [DWW 23]); Het kabinetsbesluit (brief 13 kustplaatsen d.d. 2 januari 26 DGW/WV 26/8) naar aanleiding van het advies van de Commissie Bescherming en Ontwikkeling van Buitendijks gebied in Kustplaatsen onder voorzitterschap van gedeputeerde Poelmann (commissie Bescherming en Ontwikkeling van Buitendijks gebied in Kustplaatsen, 25).
10 2 Kustbeleid en beleidsontwikkeling 2.1 Vigerend kustbeleid, wet- en regelgeving In deze paragraaf is het vigerend kustbeleid beschreven. De nadruk ligt hierbij op het algemene nationaal beleid dat door de Rijksoverheid is vastgesteld. Alleen de belangrijkste doelen, uitgangspunten en restricties zijn genoemd. Voor een verder toelichting wordt verwezen naar bijlage 3. Nota Ruimte De belangrijkste grondslag voor integraal rijksbeleid voor de kust is de Nota Ruimte (Ministerie van VROM, 26). Deze nota is ook voor buitendijkse ontwikkelingen de toetssteen. Voor de kust, als onderdeel van de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur, heeft het rijk de volgende doelstelling: waarborging van de veiligheid tegen overstromingen vanuit zee met behoud van de (inter)nationale ruimtelijke waarden waarbij de gebiedspecifieke identiteit een belangrijke kernkwaliteit is. In het nationaal ruimtelijk beleid staan voor dit gebied specifiek de volgende opgaven centraal: integraal kustbeheer; begrenzing en bescherming van het kustfundament; introductie van een strategie voor het beheer van de zandige kust; op sterkte hebben en houden van de zeewering. Bij de ruimtelijke ontwikkeling in de kustzone moet de zeewering op sterkte worden gehouden en moet nu al rekening worden gehouden met klimaatveranderingen die naar verwachting op een termijn van 2 jaar kunnen optreden. Waarborging van het dynamische zandige kustsysteem als drager van alle functies in de kustzone staat daarbij voorop. De prioriteit ligt daarbij op het behoud en de ontwikkeling van de veerkracht en natuurlijke dynamiek. Het kabinet streeft er naar om de bestaande zandvoorraden in de kustzone en het dynamische karakter ervan te waarborgen en de morfologische processen binnen het kustsysteem zoveel mogelijk ongemoeid te laten. Uitgangspunt van het beheer van de kust is daarom: zand als ordenend principe. Ontwikkelingen die de natuurlijke dynamiek van het kustfundament versterken worden ondersteund. Verstening van de zandige kust is niet gewenst. Het bouwbeleid is erop gericht zo duurzaam mogelijk met de ruimte van het kustfundament om te gaan. Behoud en verbetering van functies staan centraal. Buiten de kustplaatsen staan in het algemeen natuur en recreatie, en daarbij passende veerkracht en dynamiek voorop. Grote delen van de kust behoren namelijk tot Vogel- en habitatrichtlijn (VHR) of Ecologische hoofdstructuur (EHS) of zijn beschermd als waterwingebied. Binnen het aaneengesloten bebouwd gebied van kustplaatsen is ruimte voor ver- en nieuwbouw voor de bewoners en ontwikkeling van economische en toeristische activiteiten, zolang de veiligheid van het achterland niet nadelig wordt beïnvloed en dit niet leidt tot kostenverhoging van toekomstige versterkingswerken. Hierbij gelden vanzelfsprekend de voorwaarden van de geldende beschermingsregimes met betrekking tot veiligheid. Bij eventuele buitendijkse ontwikkelingen kan de veiligheid tegen overstromingen meestal niet worden geborgd. Als er locaties uit oogpunt van veiligheid worden versterkt dan gebeurt dit in combinatie met verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en op basis van een integrale benadering waarbij rekening wordt gehouden met natuur, landschap, economische functies en recreatie. Duinwaterkering Ameland 1
11 Provincies en gemeenten stellen de grens vast van het bestaande bebouwde gebied van de kustplaatsen en nemen deze grens op in streek- en bestemmingsplannen. Tevens geven zij invulling aan een specifiek bouwbeleid op grond van de volgende hoofdlijnen: Binnen de bestaande aaneengesloten bebouwing van kustplaatsen gelden beperkingen aan nieuw- en verbouw ( ja, mits -principe) op de waterkering, waarbij de voorwaarden worden ingevuld vanuit waterstaatswetgeving; Buiten het bestaande bebouwde gebied van kustplaatsen en strand wordt in het kustfundament in principe geen uitbreiding van de bebouwing toegestaan ( nee, tenzij - principe). Gezien de voor de Friese Waddeneilanden bestaande ruimtelijke beperkingen is daar een nader te bepalen beperkte uitbreidingsmogelijkheid van de bebouwing op het kustfundament mogelijk, mits passend binnen het ruimtelijk kader van de Nota Ruimte 1. Derde Kustnota In de Derde Kustnota (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 2) is het beleid voor de kustlijnzorg als volgt verwoord: De veiligheid tegen overstromen moet worden gewaarborgd; Waarden in het duingebied moeten duurzaam worden behouden, met de waterkerende functie voorop. Dit door de kustlijn dynamisch te handhaven en door de zandbalans van het kustsysteem als geheel op peil te houden; Er moet rekening gehouden worden met zeespiegelstijging en eventuele zwaardere belastingseisen in de toekomst. In brede, onbebouwde duinen, dient de waterkering dan ook zo breed mogelijk gedefinieerd te worden. Voor eventuele versterking van de waterkering moet een (planologische) ruimtereservering worden gedaan voor tweehonderd jaar zeespiegelstijging. Bij ingrepen moet zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van zandsuppleties oftewel zachte maatregelen: zacht waar het kan, hard waar het moet. Specifieke uitgangspunten en restricties die in de Derde Kustnota staan, zijn: Het beleid richt zich op het op zijn plaats houden van de kustlijn en het regelmatig zandsuppleren zodat de kust meegroeit met de zeespiegel. Voorkomen moet worden dat de mogelijkheden voor een landwaartse oplossing worden ingeperkt. In brede, onbebouwde duinen dient de waterkering zo breed mogelijk gedefinieerd te worden. De landwaartse grens van de waterkering (en dus van de dijkring) kan in voorkomende gevallen landwaarts worden verlegd; De beheerders houden in hun leggers rekening met ruimte om de gevolgen van tweehonderd jaar zeespiegelstijging op te vangen (reserveringszone); Duurzame veiligheid betekent zoveel mogelijk kunnen inspelen op natuurlijke processen. Dit betekent o.a. dat ruimte voor natuurlijke fluctuaties in de kustlijnligging zo min mogelijk moet worden ingeperkt; Bebouwing conform het ja, mits en nee, tenzij principe ; De duinen vormen onderdeel van de kernzone van de ecologische hoofdstructuur (EHS). Bebouwing in of direct naast het beschermde gebied kan het karakter van het natuurgebied aantasten. In algemene zin bepaalt bebouwing in sterke mate het landschappelijk karakter van de kust; Bestaande gebouwen en bedrijven mogen bij her- en verbouw in buitendijks gebied op eigen risico de aaneengesloten bebouwing eenmalig maximaal 1% (qua ruimtebeslag) uitbreiden, met inachtneming van overig vigerend beleid. 1 Deze tekst staat zowel in de Nota Ruimte als in het advies van de hoor- en adviescommissie als gegeven; er is geen toelichting op gevonden. Duinwaterkering Ameland 11
12 Wet op de waterkering De Wet op de waterkering (Wow, 1996) regelt de verantwoordelijkheden voor kustverdediging. De wet stelt normen waaraan de primaire waterkering moet voldoen én bepaalt dat structurele erosie moet worden bestreden. De voor dit advies meest relevante punten zijn: De waterkeringbeheerder is verantwoordelijk voor het opstellen en vaststellen van de legger, waarin de locatie en kenmerken van de waterkering zijn vastgelegd; In de bijlagen van de wet is de kans op overstromingen van alle dijkringen in Nederland vastgelegd; Iedere vijf jaar wordt vastgesteld of de waterkering aan de normen voldoet; De rijksoverheid heeft de taak om structurele erosie van de kust te bestrijden. 2.2 Recente beleidsontwikkeling buitendijkse risico s In januari 26 is de Kabinetsbeslissing genomen t.a.v. de risicobeheersing in buitendijksgebied van kustplaatsen (brief Staatssecretaris Ministerie V&W aan de Tweede Kamer). Deze kabinetsbeslissing is gebaseerd op het advies van de Commissie Poelmann en bevat de volgende relevante besluiten: behoud van het huidige buitendijkse beschermingsniveau in het bestaande aaneengesloten bebouwde gebied van kustplaatsen; het huidige buitendijkse beschermingsniveau wordt per kustplaats via een uniforme methodiek bepaald en op kaart weergegeven; buiten het historisch gegroeide aaneengesloten bestaande bebouwde gebied neem het Rijk geen verantwoordelijkheid voor de handhaving van het buitendijkse beschermingsniveau. Verder ligt hoe dan ook de verantwoordelijkheid bij initiatiefnemers voor maatregelen voor bescherming tegen hoogwater, inclusief de financiering, in die gevallen: - waar lokaal of regionaal bij bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen in bestaand aaneengesloten bebouwd gebied meer bescherming gewenst is dan het huidige beschermingsniveau, of - waar nieuwe ontwikkelingen buiten de huidige aaneengesloten bebouwing plaatsvinden, of - waar al bestuurlijke afspraken gemaakt zijn. In de Kabinetsbeslissing m.b.t. de 13 kustplaatsen is aangegeven dat de besluiten ook betrekking hebben op de Waddeneilanden. Dit met de aantekening dat op de Waddeneilanden eerst het buitendijks gebied duidelijk zal worden vastgelegd, in het kader van de vastlegging van de primaire waterkering in de legger. Dit houdt dus in dat na de vastlegging van de legger, het buitendijkse beschermingsniveau bepaald zal worden. Duinwaterkering Ameland 12
13 3 Beschrijving tracés 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk zijn de te beoordelen tracés van de duinwaterkering beschreven. Voor een beschrijving van Ameland, van de ontwikkelingen rond kustlijn en waterkering en van de huidige ligging en toestand van waterkering en kust, wordt verwezen naar bijlage 2. Op twee locaties, namelijk Ameland midden (Nes) en Ameland west kan de primaire waterkering volgens verschillende tracés worden aangelegd. Bij de bepaling van de tracés is o.a. gebruik gemaakt van de ingediende bezwaren en het POK-rapport Veiligheid en overstromingsrisico kustbebouwing buitendijks op de Friese Waddeneilanden (POK Fryslân, 24). Alle in voorliggend rapport beschouwde waterkering tracés zijn in overeenstemming met het vigerend landelijke beleid voor veiligheid tegen overstromingen, kust en ruimtelijke ontwikkeling (een overzicht hiervan is gegeven in bijlage 3). Dit beleid is gebaseerd op de taak van de rijksoverheid om de veiligheid van dijkringgebieden, zijnde het gebied dat met primaire waterkeringen is beschermd tegen overstromingen en golfslag, te waarborgen, de dynamiek van de zandige kust te behouden, de natuur te beschermen en de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. Om de kosten en ingrepen die nodig zijn om de verschillende tracés te laten voldoen aan dit beleid, is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van hooggelegen delen van het duingebied (duinmassieven en/of duinregels). Het meest landwaartse tracé komt overeen met de doorgaande achterste duinregel van de deltakering. Het meest zeewaartse tracé valt samen met de zeereep. Omdat de zeereep door onderhoud en beheermaatregelen (met name zandsuppleties) steeds sterker (hoger en breder) is geworden, zou deze na uitvoering van locale versterkingen als primaire waterkering dienst kunnen doen. De andere tracés liggen tussen deze beide tracés in. 3.2 Beschrijving tracés Ameland midden (Nes-noord) De te beoordelen tracés op Ameland midden, zoals weergegeven in figuur 2 en 3, zijn: I. tracé op de binnenduinregel zoals die met blauwe palen in het veld is gemarkeerd; II. tracé op een binnenduinregel vlak ten zuiden van het appartementencomplex Ostrea en vervolgens naar het noordoosten lopend dwars over de laag gelegen Strandweg en aansluitend op de binnenduinregel van tracé I; III. tracé op een binnenduinregel vlak ten noorden van Ostrea, doorlopend over het parkeerterrein van Amelandstate, over de te verhogen Strandweg en vervolgens in noordoostelijke richting aansluitend op het bestaand duinmassief (deltakering); IV. tracé op de zeereep tussen kilometer 12.2 en 13.2, aan de westzijde verlopend naar de binnenduinregel en aan de oostzijde aansluitend op het bestaand duinmassief (deltakering). Dit tracé komt overeen met verruiming van de dijkring volgens tracé AA (optie 2a) in het POK-rapport (POK Fryslân, 24); V. tracé op een binnenduinregel ten noorden van Ostrea waarbij een kortsluiting wordt gemaakt tussen het bestaande duinmassief (deltakering) en zeereep over de bestaande camping en enkele lage duinen. De zeereep moet over een lengte van circa 3 m. worden versterkt en sluit daarna aan op het bestaand duinmassief (deltakering). Duinwaterkering Ameland 13
14 Figuur 2 Kaart van Ameland-midden met de verschillende tracés. (Deze kaart is als bijlage op groter formaat opgenomen aan het eind van het rapport). Figuur 3 Luchtfoto van Ameland-midden met daarop geprojecteerd de verschillende tracés en bebouwing. Alle genoemde tracés zullen moeten voldoen aan de wettelijke veiligheidsnorm van 1/2 die voor het dijkringgebied van Ameland geldt. Met uitzondering van tracé I moet hiervoor extra zand in de duinen worden aangebracht. Bij tracé I is het gehele duingebied buitendijks gebied. Tracé IV is de meest zeewaartse variant, waarbij de huidige zeereep moet worden versterkt. Als voor dit tracé wordt gekozen dan komt niet alleen een groot deel van de bestaande bebouwing bij Nes binnendijks te liggen, maar wordt ook het duingebied binnendijks gebracht. De in het POK-rapport genoemde tracé AB (optie 2b) ligt zeewaarts van het natuurgebied Zwanewaterduinen. Dit tracé is in dit rapport niet beschouwd omdat het duingebied een natuurbestemming heeft en er slechts één geïsoleerd gebouw aanwezig is. Hierdoor zijn de baten van dit tracé vrijwel identiek aan die van tracé IV, terwijl de kosten veel hoger zijn. Op een hoorzitting, waar de bezwaren op het besluit tot vaststelling van de primaire waterkering konden worden toegelicht, is door de heer Jellema een drietal alternatieve tracés in het binnenduingebied aangereikt. Deze zijn Duinwaterkering Ameland 14
15 opgenomen in figuur 4. De heer Jellema is bij de bepaling van zijn tracés abusievelijk uitgegaan van alleen het grensprofiel met een standaard breedte van 35 meter. Omdat echter voor een binnenduinkering een breedte benodigd is van 85 m zijn de voorgestelde tracés Jellema I en Jellema II op dit punt gewijzigd; deze zijn de in dit rapport opgenomen tracés V (op het kaartje aangegeven als K ) en II. Tracé Jellema III is niet (gewijzigd) in dit rapport opgenomen, omdat het het huidige dijkringgebied van Ameland verkleint en daarmee de belangen van een aantal eigenaren van zomerhuisjes die nu binnendijks staan schaadt. Figuur 4 Tracés van de heer Jellema Duinwaterkering Ameland 15
16 3.3 Beschrijving tracés Ameland west De te beoordelen tracés op Ameland west, zoals weergegeven in figuur 5, zijn: I. tracé op de binnenduinregel zoals die met blauwe palen in het veld is gemarkeerd; II. tracé op de zeereep, in oostelijke richting afbuigend vlak ten noorden van de jeugdherberg en aansluitend op de binnenduinregel van tracé I; III. tracé op de zeereep, in oostelijke richting afbuigend op grotere afstand van de jeugdherberg en t.p.v. het gebouw van de Waterleiding aansluitend op de binnenduinregel van tracé I; IV. tracé op de zeereep, in oostelijke richting afbuigend vlak ten zuiden van de NAM locatie en aansluitend op de binnenduinregel van tracé I. Ook voor dit gebied geldt dat tracé I de meest landwaartse variant is, die met blauwe palen in het veld is gemarkeerd. Bij tracé I is het gehele duingebied buitendijksgebied. Tracé IV is de meest zeewaartse variant, waarbij een groot (natuur)gebied binnendijks komt te liggen. Alle andere tracés zijn varianten waarbij iets meer of iets minder gebied binnendijks komt te liggen. Alleen bij Tracé II is zand nodig voor het opvullen van de diepere delen van het relatief korte tracé in de duinen. De in het POK-rapport Veiligheid en overstromingsrisico kustbebouwing buitendijks op de Friese waddeneilanden (POK Fryslân, 24) benoemde tracé C (wijd tracé) komt overeen met II en tracé C (krap tracé) komt overeen met I. Figuur 5 Kaart van Ameland-west met de verschillende tracés. (Deze kaart is als bijlage op groter formaat opgenomen aan het eind van dit rapport). Duinwaterkering Ameland 16
17 4 Beoordelingsaspecten tracés 4.1 Inleiding De consequenties van de verschillende tracés van de waterkering op Ameland worden in dit rapport in beeld gebracht op basis van de in dit hoofdstuk gepresenteerde beoordelingsaspecten. De beschrijving van de tracés staat in het vorige hoofdstuk 3 en de beoordeling in hoofdstuk 5. Op basis van de ingediende bezwaren, het vigerend kustbeleid en recente ontwikkelingen in het (kust)beleid worden de beoordelingsaspecten geïdentificeerd. Aspecten die niet onderscheidend zijn voor de tracés, zijn niet opgenomen. Een aantal aspecten zijn in geld (kosten en baten) uit te drukken, bij andere aspecten is dat niet mogelijk. De kwalitatieve aspecten worden beschreven in paragraaf 4.2, de kosten en baten in paragraaf Kwalitatieve aspecten De kwalitatieve aspecten worden in deze paragraaf onderverdeeld in: Aanlegaspecten Gebruiksaspecten Mogelijkheden voor economische ontwikkeling Deze aspecten worden onderstaand beschreven en kort toegelicht. De bebouwing die bij de te beschouwen tracés buitendijks ligt, betreft vrijwel zonder uitzondering seizoensgebonden gebruik; de gemiddelde bezettingsgraad van deze bebouwing ligt dus lager dan bij permanent gebruik. Ervan uitgaande dat er goede voorlichting gegeven wordt en dat er een effectief gemeentelijk calamiteitenplan is, zal de kans op slachtoffers bij een eventuele inundatie dan ook nihil zijn. Temeer omdat de vluchtroutes kort zijn. Dit aspect wordt daarom niet onderscheidend geacht bij de verschillende tracés en daarom niet als beoordelingsaspect meegenomen. Aanlegaspecten Dit aspect bevat de volgende onderdelen: de complexiteit van de aanpassingen en de mate van regelgeving waaraan de aanpassingen moeten voldoen de aard en duur van de verstoring Toelichting: Onder aanlegaspecten worden alle zaken verstaan die niet direct als kosten zijn op te voeren, maar wel de aanleg positief of negatief beïnvloeden. De complexiteit van de aanpassingen wordt onder andere bepaald door het aantal belanghebbenden (grondeigenaren en grondgebruikers) in het tracé van de beoogde waterkering: hoe meer belanghebbenden, des te complexer de realisatie zal zijn. De complexiteit wordt echter ook bepaald door het aantal wetten en regels dat van toepassing is (dit aantal is relatief groot door de verschillende gebruiksfuncties van het gebied) en de restricties die deze wetten met zich meebrengen. Het gehele duingebied van Ameland, met uitzondering van het gebied ten westen van de Strandweg waar zich de bebouwing bevindt, is aangewezen als VHR gebied; hierdoor zijn ingrepen in deze gebieden lastiger te realiseren. Naast een wat langere proceduretijd kunnen namelijk ook extra randvoorwaarden voor de uitvoering worden opgelegd. Daarnaast kunnen Duinwaterkering Ameland 17
18 extra mitigerende en/of compenserende maatregelen nodig zijn in het geval er significante (nadelige) ecologische effecten worden verwacht. Aard en duur van de verstoring heeft betrekking op de tijdelijke negatieve effecten op natuur, bewoning en recreatie. Deze effecten nemen toe met de grootte en duur van de ingreep en dit is minder gewenst. Gebruiksaspecten Dit aspect bevat de volgende onderdelen: Medegebruik waterkering; Recreatie; Natuurfunctie en dynamisch zeereepbeheer. Toelichting: Onder gebruiksaspecten vallen een aantal sterk verschillende aspecten, die spelen na vaststellen en/of aanleg van de waterkering. Medegebruik van de waterkering maakt enerzijds het beheer complex, anderzijds dienen grondgebruikers en -eigenaren van de waterkeringbeheerder toestemming te krijgen indien ze iets willen. Voor de beschouwde tracés is het aspect recreatie niet onderscheidend; de zeereep is namelijk slechts zeer beperkt toegankelijk voor recreanten en indien een tracé direct nadelig effect heeft op de recreatieve mogelijkheden, dan zal dit gecompenseerd moeten worden. Het aspect recreatie wordt dan ook niet meegewogen. De natuurfunctie is enerzijds gekoppeld aan het type duingebied dat ontstaat of overblijft na aanleg van de waterkering en anderzijds op de ruimte voor dynamisch zeereepbeheer (figuur 8). In het POK is afgesproken dat de kustlijn t.p.v. Nes Noord dynamisch gehandhaafd wordt en dat het wenselijk is dat de zeereep aldaar veel dynamiek vertoond. Onder veel dynamiek wordt verstaan: extensief onderhoud (in het algemeen: het naar het binnenduin laten doorstuiven van zand, het tegengaan van stuifoverlast bij bebouwing en strandovergangen, en het afvlakken van hoge afslagranden op plekken waar deze een gevaar vormen voor het publiek). Mogelijkheden economische ontwikkeling Toelichting: Gebieden die buitendijks liggen kunnen economisch gezien slechts zeer beperkt verder ontwikkeld worden 2. Voor binnendijkse gebieden zijn meer mogelijkheden. Bij de scoring van dit aspect is globaal beoordeeld welke ontwikkelingsmogelijkheden de binnendijkse gebieden van de verschillende tracés hebben. 4.3 Kosten en baten De kosten en baten worden in deze paragraaf onderverdeeld in: Aanlegkosten Onderhoudskosten Waarde bebouwing in binnendijks- en buitendijks gebied Deze aspecten worden onderstaand beschreven en kort toegelicht. De gehanteerde uitgangspunten en aannames voor de bepaling van de kosten en baten zijn opgenomen in bijlage 4. Aanlegkosten Dit aspect bestaat uit de volgende onderdelen: Zand in zeereep/opvullen duin Aanpassing infrastructuur Toelichting: Een veilige waterkering heeft voldoende zand in het profiel, het profiel heeft voldoende hoogte en is een ononderbroken duinenregel. Voor de bepaling van de benodigde hoeveelheid zand is bij alle tracés uitgegaan van de 2 Bestaande mogelijkheden in de vigerende bestemmingsplannen worden niet aangetast. Duinwaterkering Ameland 18
19 Leidraad zandige kust [TAW 22] en is voor de bepaling van de hoeveelheid extra afslag die het gevolg is van de zwaardere golfbelasting gebruik gemaakt van de vigerende methode zoals beschreven in [DWW 23]. Een nadere toelichting op de berekende volumes is gegeven in bijlage 5. Voor het landwaartse tracé I bij zowel Ameland west als midden hoeven geen ingrepen te worden uitgevoerd, omdat in de huidige situatie reeds voldaan wordt aan de vereisten voor een primaire waterkering. Bij alle andere tracés moeten ingrepen plaatsvinden om het tracé voldoende veilig te maken. Enerzijds kan dat gericht zijn op het aanbrengen van voldoende zand in de duinregel, dus het verzwaren van de zeereep, anderzijds kan dat gericht zijn op een ononderbroken voldoende hoog tracé, door het opvullen van lagere delen van het duingebied. Het zand dat in of landwaarts van de zeereep wordt aangebracht mag niet te veel zout bevatten. In dit rapport is er van uitgegaan dat voor dergelijk zoet zand, zand gebruikt kan worden uit de duinen zelf. Verder is bij de bepaling van de kosten voor dit zand geen rekening gehouden met eventuele mitigerende of compenserende maatregelen die waarschijnlijk nodig zijn bij een dergelijke ingreep in een natuurgebied. Het gebruik van zoet zand brengt daarnaast extra kosten (extra grondverzet) met zich mee en leidt tot een langere doorlooptijd voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Bij duinverzwaring wordt in de Leidraad zandige kust (TAW, 22) aangeraden om tot circa 5 % meer zand aan te brengen dan op grond van de berekening nodig zou zijn, teneinde met die extra hoeveelheid de verzwaring zodanig te profileren, dat het natuurlijke duinlandschap zo veel mogelijk wordt benaderd. Dit aspect is wel meegenomen in de schatting van de kosten. Bij de ingrepen is het soms nodig om de lokale infrastructuur aan te passen, bijvoorbeeld door de wegen, kabels en leidingen een stukje op te tillen dan wel te verplaatsen. Hierbij geldt: meer ingrepen en complexe ingrepen zullen de aanlegkosten hoger doen uitvallen. Onderhoudskosten Voor de primaire waterkering, de basiskustlijn en de infrastructuur zal jaarlijks onderhoud noodzakelijk zijn. Specifiek gaat het om de volgende kostenposten: kosten voor onderwatersuppleties kosten strandsuppleties (figuur 6, kustlijnzorg); onderhoudskosten zeereep (figuur 7,waterkeringzorg); Toelichting: Voor het landwaartse tracé komen bovenstaande kosten overeen met de huidige kosten die door de beheerder worden gemaakt. Voor de andere tracés is een schatting gemaakt. Bij de schatting van de suppletiekosten is rekening gehouden met een mogelijke verschuiving van het volume van onderwatersuppleties naar strandsuppleties. Bij de keuze voor de zeewaartse variant (IV bij Ameland west en midden), waarbij de waterkering samenvalt met de eerste duinregel, worden strengere eisen gesteld aan het zandvolume dat in het duinmassief en in de ondiepe kustzone aanwezig is. Ten allen tijde dient voldoende zand aanwezig te zijn om te garanderen dat het grensprofiel in het duinmassief past. Bij alle andere tracés is deze eis minder streng, omdat daarbij het zand achter de eerste duinregel ook meedoet voor de kustveiligheid. Om te garanderen dat er voldoende zand in de eerste duinregel en op het strand aanwezig is, moet door middel van strandsuppleties meer zand op het strand en tegen de duinvoet worden aangebracht in vergelijking met de afgelopen 5 jaar. Omdat strandsuppleties duurder zijn dan onderwatersuppleties nemen de kosten voor de kustlijnzorg toe. Bij de landwaarts gelegen tracés moet rekening gehouden worden met eventueel onderhoud dat aan de binnenduinregel dient te worden uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn het herstellen van vegetatie en het aanvullen van het zandvolume na verstuiving. De beschouwde tracés onderscheiden zich wat dit aspect betreft echter nauwelijks van elkaar. Dit aspect wordt daarom niet meegewogen. Waarde bebouwing in binnendijks en buitendijks gebied Een bepaling van de baten kan op dit moment nog niet gedaan worden. Hiervoor zijn namelijk o.a. de huidige beschermingsniveaus nodig, en deze kunnen nog niet berekend worden omdat er nog geen goede rekenmethodiek voor duinafslag beschikbaar is en de hydraulische randvoorwaarden nog niet Duinwaterkering Ameland 19
20 bekend zijn 3. Op dit moment wordt aan een landelijke uniforme methode voor het berekenen van de duinafslag gewerkt én worden de nieuwe hydraulische randvoorwaarden voor de Noordzee opgesteld. Naar verwachting kunnen dergelijke berekeningen dan ook wel in het voorjaar van 27 gemaakt worden. Het actuele beschermingsniveau binnen de dijkring (moet wettelijk minimaal 1/2 zijn) gaat bepaald worden binnen het WaterVeiligheid 21 e eeuw (WV21) project (voorjaar 27), het actuele beschermingsniveau voor het gebied buiten de dijkring zal bepaald worden in het verlengde van het kabinetsbesluit over de dertien kustplaatsen. In dit rapport wordt daarom alleen de waarde van de bebouwing in het buitendijkse gebied beschouwd. Hiervoor is als basis de WOZ waarde van 25 gebruikt; voor nadere informatie hierover wordt verwezen naar bijlage 4. De op deze wijze gedefinieerde waarde, kan dus niet direct vergeleken worden met de bovengenoemde kosten. 3 De schattingen van het huidige buitendijkse beschermingsniveau lopen uiteen van 1/1 tot 1/2. Duinwaterkering Ameland 2
21 Figuur 6 Erosie van de strandsuppletie bij Ameland west. De strandsuppleties in dit gebied moeten iedere 3 á 4 jaar worden herhaald en in toekomst mogelijk vaker. (opname december 25) Figuur 7 Intensief beheer van het duin in de zeereep bij raai 12, met aan de duinvoet stuifschermen van rijshout. Aan de linkerzijde is nog vegetatie (helm) op de top van het duin zichtbaar, deze aan de rechterzijde verwijderd, om het doorstuiven van zand naar de daarachter gelegen duinregel te bevorderen (opname december 25) Figuur 8 Dynamisch beheer van het duin in de zeereep bij raai 1. Op de top van duin volgroeide helmvegetatie en aan de duinvoet jonge duintjes met nieuwe helm. (opname december 25) Duinwaterkering Ameland 21
22 5 Beschouwing aspecten per tracé 5.1 Inleiding Alle voorgestelde tracés zijn uitvoerbaar, zodat de waterkering aan de veiligheidsnorm zal voldoen. De verschillende tracés voor de duinwaterkering, zoals gepresenteerd in hoofdstuk 3 worden in dit hoofdstuk vergeleken op de aspecten zoals deze in hoofdstuk 4 zijn beschreven. Deze vergelijking wordt in dit hoofdstuk op 2 wijzen gedaan: beschrijvenderwijs in tekst en middels een relatieve score in tabelvorm. Deze tabellen zijn slechts een hulpmiddel en kunnen niet absoluut geïnterpreteerd worden. Daarnaast kunnen alleen de scores op een bepaald aspect vergeleken worden (dus per kolom) en kan er dus geen waarde gehecht worden aan de scores tussen de verschillende aspecten. Met andere woorden, de aanlegaspecten onderling zijn niet gewogen en zijn dus niet onderling vergelijkbaar, de tracés kunnen wel per aanlegaspect onderling vergeleken worden. In de vergelijking van de tracés is steeds tracé I als referentie genomen. 5.2 Kwalitatieve aspecten tracés Ameland midden Aanlegaspect: complexiteit aanpassingen & regelgeving I. Bestaand tracé voldoet; geen aanpassing noodzakelijk: II. Groot aantal betrokken grondgebruikers en meerdere grondeigenaren maken aanpassingen complex: - III. Beperkt aantal betrokken grondgebruikers en meerdere grondeigenaren maken aanpassingen complex, daarbij heeft de ingreep een negatief effect op het gebruiksgenot van het appartementencomplex (uitzicht verandert) en betreft het ingrepen die deels in een VHR gebied plaatsvinden: -- IV. Zeer beperkt aantal grondgebruikers en -eigenaren (domeinen, gemeenten, camping pannenkoekenhuis), maar het betreft wel ingrepen in een VHR gebied: - V. Zeer beperkt aantal grondgebruikers en -eigenaren (domeinen, gemeenten, camping pannenkoekenhuis), maar door ingreep op campingterrein zelf wel meer betrokkenen. Daarnaast betreft het ingrepen die deels in een VHR gebied plaatsvinden: -/-- Aanlegaspect : aard en duur verstoring I. Bestaand tracé voldoet, geen verstoring noodzakelijk: II. Toegankelijkheid tijdelijk verminderd bij omhoog brengen weg, aanbrengen zand in duingebieden heeft tijdelijke (enkele jaren voor herstel vegetatie) impact op natuur in duingebied: -/ III. Toegankelijkheid tijdelijk verminderd bij omhoog brengen weg en ophogen parkeerterrein, aanbrengen zand over groot oppervlak in duingebied heeft tijdelijke impact (enkele jaren voor herstel vegetatie) op natuur in duingebied:-- IV. Veel zand aanbrengen op strand en zand verplaatsen in de eerste duinregel in duingebied buiten het stormseizoen, heeft impact op alle medegebruik (toegankelijkheid strand, duinen, fietspad), tijdelijke impact op natuur in duingebied (snel herstel vegetatie na inplanten helm): -- Duinwaterkering Ameland 22
23 V. Ingreep in duin en zeerreep levert combinatie van overlast zoals vermeld bij II en IV, impact met name op campingterrein: -- Gebruiksaspect: medegebruik waterkering I. Het huidige tracé kent veel medegebruikers (huisjes eigenaren) en enkele grondeigenaren; het tracé scoort hiermee dus negatief. Het wordt echter als referentie voor de andere tracés gebruikt en daarom is in de tabel opgenomen. II. Dit tracé kent minder medegebruikers (huisjes eigenaren) en slechts enkele grondeigenaren: + III, IV & V. Bij deze tracés zijn er na aanleg geen medegebruikers en grondeigenaren meer op de waterkering: ++ Gebruiksaspect: natuurfunctie & dynamische zeereepbeheer I. Huidige tracé levert geen verandering op voor natuurfunctie en dynamisch zeereepbeheer kan worden voortgezet: II. Dit tracé levert na herstel duinvegetatie geen significante verandering op voor natuurfunctie en dynamisch zeereepbeheer kan worden voortgezet: III. is identiek aan tracé II: IV. De noodzaak om voldoende zand in duinen vast te houden beperkt de mogelijkheden voor dynamisch zeereepbeheer over een grote lengte: - V. De noodzaak om voldoende zand in duinen vast te houden beperkt de mogelijkheden voor dynamisch zeereepbeheer: -/ Mogelijkheden economische ontwikkeling I. Huidige tracé wordt als referentie gebruikt: II. Dit tracé biedt dusdanige beperkte extra ontwikkelingsmogelijkheden binnendijks, dat dit niet significant te noemen is: III. Tracé III brengt extra ontwikkelingsmogelijkheden binnendijks: /+ IV. Meest zeewaartse tracé brengt maximaal gebied binnendijks: + V. Dit tracé brengt ontwikkelingsmogelijkheden die zich bevinden in de orde tussen III en IV: + Duinwaterkering Ameland 23
24 Tabel 5.1 Kwalitatieve aspecten tracés Ameland midden; + : mogelijk positief; : neutraal; - : mogelijk negatieve gevolgen; -- : zeker negatieve gevolgen. Aanlegaspecten Gebruiksaspecten Mogelijkheden economische ontwikkeling Tracés complexiteit aanpassingen & regelgeving (+/-) aard en duur verstoring (+/-) medegebruik waterkering (+/-) natuurfunctie & dynamische zeereepbeheer (+/-) I. tracé op de binnenduinregel, zoals die met blauwe palen in het veld is gemarkeerd II. tracé op een binnenduinregel, vlak ten zuiden van Ostrea en vervolgens naar het zuiden lopend langs een laag gelegen weg en aansluitend op de binnenduinregel van tracé I; III. tracé op een binnenduinregel, vlak ten zuiden van Ostrea, doorlopend over een nog te verhogen weg en vervolgens in noordoostelijke richting aansluitend op de huidige zeereep van tracé I; IV. tracé op de zeereep, tussen kilometer 12.2 en 13.2, aan de westzijde verlopend naar de binnenduinregel en aan de oostzijde verlopend naar de zeereep van tracé I; / /+ + V. Kortsluittracé, waarbij beide appartementencomplexen landwaarts van de waterkering komen te liggen door een kortsluiting te maken tussen deltakering en zeereep over de bestaande camping. -/ / + Duinwaterkering Ameland 24
25 5.3 Kosten en baten tracés Ameland midden Aanlegkosten: zand in zeereep / opvullen duin (m 3 en ) Bij de beoordeling van dit aspect wordt er steeds vanuit gegaan dat er, indien er zoet zand nodig is, deze in voldoende mate in het gebied zelf gewonnen kan worden en er dus geen dure ontzilting van zout zand nodig is. Aangezien dit op zijn minst twijfelachtig is (zeker bij de grotere benodigde volumes), leidt dit dus zeer waarschijnlijk tot een onderschatting van de aanlegkosten. I. Bestaand tracé voldoet, geen opvulling noodzakelijk II. Zand voor opvullen diepere delen van het relatief korte tracé in de duinen ( gaten vullen ): 1. m 3 met zoet zand, totaal kosten 85.. III. Zand voor opvullen diepere delen van het relatief lange tracé in de duinen ( gaten vullen ): 87.5 m 3 met zoet zand, totaal kosten 28.. IV. Zand in de zeereep aanbrengen op de plaatsen waar het volume in het profiel tekort komt: 153. m 3 met zout zand. Daarnaast is grondverzet nodig voor zoet zand. Totale kosten zo n V. Combinatie van zand in de zeereep aanbrengen en zand in het duincomplex aanbrengen: 45. m 3 met zoet zand, 43. m 3 met zout zand, totaal kosten 4.. Aanlegkosten: aanpassing infrastructuur ( ) I. Bestaand tracé voldoet, geen aanpassing noodzakelijk II. Omhoog brengen van weg, fiets- en voetpad en kabels en leidingen over 13 m.; Totale kosten 5.. III. Omhoog brengen van parkeerterrein (7. m 3 ), wegen (475 m), fiets- en voetpad (1 m) en kabels en leidingen (475 m); Totale kosten IV. Omhoog brengen strandovergang (44 m) en kabels en leidingen (dito) voor het jaarrond strandpaviljoen. Bij landwaartse variant ook aanpassen van het fietspad langs het duin en aanpassingen op de camping: Totale kosten zo n 95.. V. Omhoog brengen van weg (16 m), fiets- en voetpad (13 m) en kabels en leidingen (29 m); kosten 5.. Daarnaast dient het campingterrein gecompenseerd te worden vanwege de afname van het bruikbare oppervlak ter hoogte van de kortsluiting; een globale schatting van deze kosten bedraagt 15.. Totale kosten 2.. Onderhoudskosten onderwatersuppletie ( /jaar) I, II & III. Geen noodzakelijke verandering van kustlijnzorg: volume, frequentie en kosten vergelijkbaar met voorgaande periode (21-26). IV. Gegarandeerd meer zand op strand en in duinen: verschuiving van onderwaternaar strandsuppletie. Aanname is dat 5% van het zand dat nu onderwater wordt aangebracht over een afstand van 1,5 km (van strandpaal 12 tot 13,5) op het strand moet worden gebracht, dat is een verschuiving van 225. m 3 voor minimaal 3 jaar, oftewel 75. m 3 per jaar. Met een prijs 2,- /m 3, betekent dat voor 15. per jaar minder onderwatersuppleren. V. Over kort stuk gegarandeerd meer zand op strand en in duinen: Verschuiving van onderwater- naar strandsuppletie over,5 km. Volgens bovenstaande redenering levert dat voor 5. per jaar minder onderwatersuppleren. 4 Zoals in bijlage 5 vermeld is, is op deze aanlegwijze een optimalisatie mogelijk, waardoor zo n 22. m3 minder zand aangebracht hoeft te worden; deze geoptimaliseerde aanlegwijze zal zo n 12. euro lager uitvallen. Duinwaterkering Ameland 25
26 Tabel 5.2 Kosten en baten tracés Ameland midden: schatting in. Aanlegkosten (eenmalig) Verandering Onderhouds kosten (per jaar) Totale WOZ 25 waarde bebouwing Tracés zand in zeereep/ opvullen duin( ) aanpassing infrastructuur ( ) kosten onderwatersuppletie ( /jaar) kosten strandsuppleties ( /jaar) Binnendijks ( ) Buitendijks ( ) I. tracé op de binnenduinregel, zoals die met blauwe palen in het veld is gemarkeerd 36.. II. tracé op een binnenduinregel, vlak ten zuiden van Ostrea en vervolgens naar het zuiden lopend langs een laag gelegen weg en aansluitend op de binnenduinregel van tracé I; III. tracé op een binnenduinregel, vlak ten zuiden van Ostrea, doorlopend over een nog te verhogen weg en vervolgens in noordoostelijke richting aansluitend op de huidige zeereep van tracé I; IV. tracé op de zeereep, tussen kilometer 12.2 en 13.2, aan de westzijde verlopend naar de binnenduinregel en aan de oostzijde verlopend naar de zeereep van tracé I; per jaar per jaar 36.. V. kortsluittracé, waarbij beide appartementen-complexen landwaarts van de waterkering komen te liggen door een kortsluiting te maken tussen deltakering en zeereep over de bestaande camping per jaar per jaar Onderhoudskosten strandsuppleties ( ) I, II & III. Huidige niveau; geen noodzakelijke verandering van kustlijnzorg: volume en frequentie vergelijkbaar met voorgaande periode (zie bijlage 6). IV. Gegarandeerd meer zand op strand en in duinen: verschuiving van onderwaternaar strandsuppletie, dus afname frequentie onderwatersuppleties. Aanname is 5 Zoals in bijlage 5 vermeld is, is op deze aanlegwijze een optimalisatie mogelijk, waardoor zo n 22. m3 minder zand aangebracht hoeft te worden; deze aanlegwijze zal zo n 12. euro lager uitvallen. Duinwaterkering Ameland 26
27 dat 5% van al het zand dat nu onderwater wordt aangebracht over een afstand van 1,5 km (van strandpaal 12 tot 13,5) op het strand moet worden gebracht, dat is 225. m 3 voor minimaal 3 jaar, oftewel 75. m 3 per jaar. Met een prijs 4,5 per m 3, betekent dat voor 335. per jaar meer strandsuppleren. V. Over kort stuk gegarandeerd meer zand op strand en in duinen: verschuiving van onderwater- naar strandsuppletie over,5 km. Volgens bovenstaande redenering levert dat voor 11. per jaar meer strandsuppleren Totale waarde binnendijks en buitendijks ( ) I. Tracé op de binnenduinregel brengt geen extra gebied binnendijks (% en ), in buitendijkse gebied blijft daarmee een waarde van 36.. zonder wettelijke bescherming. II. Dit tracé brengt beperkt gebied (13%) binnendijks waarin waarde vertegenwoordigd is van 4... Daarmee blijft een waarde van 32.. buitendijks zonder wettelijke bescherming. III. Dit tracé brengt ruim gebied (53%) binnendijks waarin waarde vertegenwoordigd is van Daarmee blijft een waarde van 15.. zonder wettelijke bescherming buitendijks. IV. Meest zeewaartse tracé brengt maximaal gebied (1%) binnendijks waarin waarde vertegenwoordigd is van V. Kortsluittracé brengt ruim gebied (93%) binnendijks: waarin waarde vertegenwoordigd is van Daarmee blijft een waarde van 4.. buitendijks zonder wettelijke bescherming. 5.4 Kwalitatieve aspecten tracés Ameland west Aanlegaspect: complexiteit aanpassingen & regelgeving I. Bestaand tracé voldoet, geen aanpassing noodzakelijk: II. Meerdere grondgebruikers maken aanpassingen complex. Daarnaast betreft het ingrepen in een VHR gebied: -- III. Geen aanpassingen nodig: IV. Geen medegrondgebruikers en geen aanpassingen nodig: Aanlegaspect: aard en duur verstoring I. Bestaand tracé voldoet, geen verstoring noodzakelijk: II. Toegankelijkheid tijdelijk verminderd bij omhoog brengen weg, aanbrengen zand in duingebieden heeft tijdelijke (enkele jaren voor herstel vegetatie) impact op natuur in duingebied: - III. Aanbrengen van zand niet nodig, dus geen verstoring: IV. Aanbrengen van zand niet nodig, dus geen verstoring: Gebruiksaspect: medegebruik waterkering I. Huidige tracé heeft beperkt aantal medegebruikers: II. Dit tracé verminderd medegebruik niet of nauwelijks: III. Tracé III betekent kleine toename medegebruik (waterleidingbedrijf): - IV. Dit tracé heeft geen medegebruikers: + Duinwaterkering Ameland 27
28 Tabel 5.3 Kwalitatieve aspecten tracés Ameland west: + : mogelijk positief; : neutraal; - : mogelijk negatieve gevolgen; -- : zeker negatieve gevolgen. Aanleg aspecten Gebruiksaspecten Mogelijkheden economische ontwikkeling Tracés complexiteit aanpassingen & regelgeving (+/-) aard en duur verstoring (+/-) medegebruik waterkering (+/-) natuurfunctie & dynamische zeereepbeheer (+/-) I. tracé op de binnenduinregel, zoals die met blauwe palen in het veld is gemarkeerd II. kort tracé op de zeereep, in oostelijke richting afbuigend vlak ten noorden van de jeugdherberg en aansluitend op de binnenduinregel van tracé I; III. middellang tracé op de zeereep, in oostelijke richting afbuigend op groter afstand van de jeugdherberg en t.p.v. het gebouw van de Waterleiding aansluitend op de binnenduinregel van tracé I; IV. lang tracé op de zeereep, in oostelijke richting afbuigend via de NAM-locatie en ten noorden van de jeugdherberg en aansluitend op de binnenduinregel /-- -- /+ /+ /+ Gebruiksaspect natuurfunctie & dynamische zeereepbeheer I. Huidige tracé levert geen verandering op voor natuurfunctie en dynamisch zeereepbeheer kan worden voortgezet: II. De noodzaak om voldoende zand in duinen vast te houden beperkt de mogelijkheden voor dynamisch zeereepbeheer, natuurfuncties veranderen na herstel vegetatie in het duin niet: - III. Mogelijkheden voor dynamisch zeereepbeheer zijn iets beperkter dan bij tracé II: - /-- IV. Mogelijkheden voor dynamisch duinbeheer zijn beperkt en een groot areaal aan natuurgebied wordt binnendijks gebracht: -- Mogelijkheden economische ontwikkeling I. Het huidige tracé wordt als referentie gebruikt: Duinwaterkering Ameland 28
29 II. Bij tracé II wordt slechts zeer beperkt bebouwing binnendijks gebracht: /+ III en IV. Deze tracés brengen dezelfde mogelijkheden voor economische ontwikkelingen met zich mee als tracé II, omdat de tracés alleen verschillen met betrekking tot de hoeveelheid binnendijks te brengen natuurgebied Kosten en baten tracés Ameland west Aanlegkosten: zand in zeereep / opvullen duin (m 3 en ) I. Bestaand tracé voldoet, geen opvulling noodzakelijk II. Zand voor opvullen diepere delen van het relatief korte tracé in de duinen ( gaten vullen ): ): 33. m 3 met zoet zand, totaal kosten III en IV. Geen aanvullend zand nodig. Aanlegkosten: aanpassing infrastructuur ( ) I. Bestaand tracé voldoet, geen aanpassing noodzakelijk II. Omhoog brengen van weg (218 m), fiets- en voetpad (329 m) en kabels en leidingen (329 m); Totale kosten III. & IV Geen aanpassing infrastructuur noodzakelijk. Onderhoudskosten onderwatersuppletie ( ) I. Geen noodzakelijke verandering van kustlijnzorg als gevolg van de aanpassing van de waterkering. De morfologische verandering van de westkust en met name de afname van het zandvolume in de strandhaak betekenen echter wel dat de onderhoud kosten (zandvolume per suppletie en frequentie van suppleren) zullen toenemen, maar dat geldt voor alle tracés. Op deze locatie met een getijdegeul dicht onder kust kan dat niet bereikt worden met onderwatersuppleties. Onderwatersuppleties zullen in de toekomst waarschijnlijk wel worden ingezet voor de ondersteuning van strandsuppleties. II, III en IV.Gegarandeerd meer zand op strand en in duinen betekent mogelijk toename onderhoudsnoodzaak ten opzichte van tracé I, maar dit kan op deze locatie niet worden uitgevoerd met onderwatersuppleties. Onderhoudskosten strandsuppleties ( ) I. Geen noodzakelijke verandering van kustlijnzorg als gevolg van de aanpassing van de waterkering. De morfologische verandering van de westkust en met name de afname van het zandvolume in de strandhaak betekenen dat de onderhoudskosten voor het uitvoeren van strandsuppleties, in termen van zandvolume per suppletie en frequentie van suppleren, zullen toenemen. II, III en IV.Gegarandeerd meer zand op strand en in duinen betekent mogelijk toename onderhoudsnoodzaak, in de vorm van een toename van het volume van strandsuppleties. Deze mogelijke toename is echter niet los te zien van de verwachte toename van het onderhoudsvolume als gevolg van de lokale natuurlijke morfologische ontwikkelingen. Een schatting geven van de toename van de strandsuppleties is nog niet mogelijk. Totale waarde binnendijks en buitendijks ( ) I. Tracé op de binnenduinregel brengt geen gebied binnendijks (% en ), in buitendijkse gebied blijft daarmee een waarde van 1.5. zonder wettelijke bescherming. II, III & IV: Alle andere tracés brengen dezelfde bebouwing binnendijks (1%), waarin waarde vertegenwoordigt is van Bij tracé IV wordt het waterwingebied binnendijks gebracht; dit is niet meegewogen in de beoordeling, omdat deze waterwinning ook bij buitendijkse ligging door het huidige kustlijnhandhavingsbeleid afdoende beschermd wordt. Duinwaterkering Ameland 29
30 Tabel 5.4 Kosten en baten tracés Ameland west: schatting in. Aanlegkosten (eenmalig) Verandering Onderhouds kosten (per jaar) Totale WOZ 25 waarde bebouwing Tracés zand in zeereep/ opvullen duin( ) aanpassing infrastructuur ( ) kosten onderwatersuppletie ( /jaar) kosten strandsuppleties ( /jaar) Binnendijks ( ) Buitendijks ( ) I. tracé op de binnenduinregel, zoals die met blauwe palen in het veld is gemarkeerd 1.5. II. kort tracé op de zeereep, in oostelijke richting afbuigend vlak ten noorden van de jeugdherberg en aansluitend op de binnenduinregel van tracé I; ? 1.5. III. middellang tracé op de zeereep, in oostelijke richting afbuigend op groter afstand van de jeugdherberg en t.p.v. het gebouw van de Waterleiding aansluitend op de binnenduinregel van tracé I;? 1.5. IV. lang tracé op de zeereep, tussen kilometer, in oostelijke richting afbuigend achter de NAM-locatie, ruim ten noorden van de jeugdherberg en aansluitend op de binnenduinregel? 1.5. Duinwaterkering Ameland 3
31 6 Samenvatting en vergelijking aspecten per tracé In dit hoofdstuk wordt de belangrijkste informatie uit hoofdstuk 5 per tracé kort samengevat. In de laatste paragraaf worden de tracés onderling globaal vergeleken. 6.1 Samenvatting tracés Ameland midden I. tracé op de binnenduinregel, zoals die met blauwe palen in het veld is gemarkeerd Dit tracé dient als referentie voor de andere tracés. Voor de realisatie van dit tracé zijn geen ingrepen nodig, het voldoet aan de normen. Dit tracé kent veel medegebruikers, hetgeen voor én de medegebruikers én de waterkeringbeheerder een nadeel is. Bij dit tracé wordt blijft de bebouwing in het duingebied buitendijks. II. tracé op een binnenduinregel vlak ten zuiden van Ostrea en vervolgens naar het zuiden lopend langs een laag gelegen weg en aansluitend op de binnenduinregel van tracé I; Voor het realiseren van dit tracé moeten verschillende diepere delen van het duingebied opgevuld worden met zoet zand, waarbij ook de infrastructuur aangepast moet worden. Dit maakt de aanleg enigszins complex. T.o.v. tracé I is het medegebruik minder (scoort op dit aspect dus positiever). Slechts een zeer beperkt deel van de bebouwing in het duingebied wordt bij dit tracé binnendijks gebracht. III. tracé op een binnenduinregel vlak ten zuiden van Ostrea, doorlopend over een nog te verhogen weg en vervolgens in noordoostelijke richting aansluitend op de huidige zeereep van tracé I; Ook voor het realiseren van dit tracé moeten diepere delen van het duingebied opgevuld worden met zoet zand en dient de infrastructuur aangepast te worden. Tracé III vereist grotere aanpassingen dan tracé II, waardoor de aanleg complexer zal zijn. Bij de aanleg moeten aanpassingen worden uitgevoerd aan de parkeerplaats die de recreatie zullen beïnvloeden. Het uitzicht vanuit het appartementencomplex zal door de ingreep veranderen, omdat vanuit de onderste verdiepingen tegen de waterkering wordt aangekeken. Na aanleg zijn er geen medegebruikers bij tracé III. Een groot deel van de bebouwing in het duingebied wordt bij dit tracé binnendijks gebracht. IV. tracé op de zeereep tussen kilometer 12.2 en 13.2, aan de westzijde verlopend naar de binnenduinregel en aan de oostzijde verlopend naar de zeereep van tracé I; Bij dit tracé wordt de zeereep ingericht als duinwaterkering, waarvoor voldoende zand in het duinprofiel moet worden aangebracht. De grootte van deze ingreep is flink in termen van zandvolume en het betreft een ingreep in een VHR gebied, maar de complexiteit is waarschijnlijk uiteindelijk beperkter dan bij III, omdat met name in het beheergebied van Rijkswaterstaat wordt geopereerd. Het gehele duingebied, waarvan een groot deel bestaat uit natuurgebied, met uitzondering van de zeereep zelf, wordt binnendijks gebied. Bij dit tracé moet, in tegenstelling tot de drie voorgaande, rekening worden gehouden met extra kosten voor zandsuppleties. Er zijn geen medegebruikers bij tracé IV, zodat toekomstige aanpassingen aan de waterkering relatief eenvoudig zijn uit te voeren. Dynamisch duinbeheer zal slechts zeer beperkt mogelijk zijn. Duinwaterkering Ameland 31
32 V. tracé waarbij beide appartementen complexen landwaarts van de waterkering komen te liggen door een kortsluiting te maken tussen deltakering en zeereep over de bestaande camping. De consequenties van dit tracé zijn een combinatie van de consequenties van tracés III en IV. De diepere delen van het duingebied op het campingterrein moeten opgevuld worden met zoet zand en hier dient de infrastructuur op aangepast te worden. Mogelijk moet ook zand in de zeereep worden aangebracht. De verdere complexiteit van de ingreep is redelijk beperkt, omdat sprake is van twee terreinbeheerders (camping en Rijkswaterstaat). Vrijwel het gehele duingebied, met uitzondering van het campingterrein en de zeereep, wordt binnendijksgebied. Over het korte deel van het tracé dat in de zeereep ligt moet rekening worden gehouden met extra kosten voor zandsuppleties. Het aantal medegebruikers bij tracé V is beperkt, zodat toekomstige aanpassingen aan de waterkering relatief eenvoudig zijn uit te voeren. 6.2 Samenvatting tracés Ameland west I. tracé op de binnenduinregel, zoals die met blauwe palen in het veld is gemarkeerd Dit tracé dient als referentie voor het vergelijken van de andere tracés. Voor dit tracé zijn geen ingrepen nodig. Er wordt bij dit tracé geen extra bebouwing binnendijks gebracht, dus er zijn geen extra baten zijn. In dit gebied is sprake van een beperkt aantal medegebruikers, zodat bij eventuele toekomstige aanpassingen van de waterkering, weinig beperkingen worden voorzien. II. tracé op de zeereep, in oostelijke richting afbuigend vlak ten noorden van de jeugdherberg en aansluitend op de binnenduinregel van tracé I; Voor het realiseren van dit tracé moeten delen van het duingebied en de zeereep (VHR gebieden) worden opgevuld worden met zoet zand. Ook de infrastructuur (weg, kabels en leidingen) moet aangepast worden. Dit maakt de aanleg complex. De gebouwen van de jeugdherberg komen door de aanleg binnendijks te liggen. Bij dit tracé moet, evenals bij tracés III en IV, rekening worden gehouden met extra kosten voor zandsuppleties. Om schade aan het duin en de vegetatie te beperken, zal de dynamiek in de zeereep (dynamisch duinbeheer) beperkt moeten blijven. III. tracé op de zeereep, in oostelijke richting afbuigend op groter afstand van de jeugdherberg en t.p.v. het gebouw van de Waterleiding aansluitend op de binnenduinregel van tracé I; Voor dit tracé is geen aanvulling van zand en ingrepen in de infrastructuur nodig. Wel is er wat minder dynamisch duinbeheer mogelijk als bij II. De mogelijke baten van dit tracé zijn identiek aan die van tracé II, omdat additioneel alleen een natuurgebied binnendijks gebracht wordt. IV. tracé op de zeereep, in oostelijke richting afbuigend achter de NAMlocatie, ruim ten noorden van de jeugdherberg, en aansluitend op de binnenduinregel Voor tracé IV kunnen de effecten worden vergeleken met die van tracé III. Een verschil is wel dat een groter areaal natuurgebied ook zal fungeren als waterkering en er ook een groter areaal natuurgebied binnendijks komt te liggen. Omdat zich hier geen bebouwing bevindt, zijn de mogelijke baten hetzelfde als bij tracé II en III. Duinwaterkering Ameland 32
33 6.3 Vergelijking tracés Voor de duinwaterkering bij Ameland midden en Ameland west zijn verschillende tracés denkbaar. Elk tracé heeft specifieke consequenties. De meeste consequenties zijn niet in geld uit te drukken en zijn derhalve kwalitatief in kaart gebracht. Voor de kosten zijn, voor zover dit mogelijk was, globale schattingen aangegeven. Op dit moment is het niet mogelijk de baten in geld uit te drukken, waardoor een financiële kosten/baten beschouwing niet gedaan kan worden. Wel kunnen op basis van de kwalitatieve beschouwing en op basis van de informatie over de kosten en de baten de tracés onderling vergeleken worden. Onderstaand zijn de belangrijkste verschillen tussen de tracés nog eens op een rij gezet; hierbij wordt tracé I steeds als referentie gebruikt. Ameland midden In onderstaande tabel zijn de belangrijkste verschillen samengevat. Tracé II Tracé III Tracé IV Tracé V aanleg redelijk complex vermindering van medegebruikers waterkering brengt zeer beperkt deel van bebouwing binnendijks aanleg complex uitzichtbelemmering appartementencomplex geen medegebruikers waterkering brengt groot deel van bebouwing binnendijks aanleg redelijk complex aanleg en onderhoud zeer kostbaar over grotere lengte dynamisch zeereepbeheer onmogelijk geen medegebruikers waterkering aanleg complex aanleg en onderhoud kostbaar geen medegebruikers waterkering brengt zeer groot deel van bebouwing binnendijks brengt vrijwel alle bebouwing binnendijks Ameland west In Ameland west zijn mogelijke economische baten bij de tracés II t/m IV ten opzichte van de huidige situatie aanwezig, maar ze zijn zeer beperkt. Op vrijwel alle andere beschouwde aspecten scoren deze tracés echter slechter dan tracé I. Duinwaterkering Ameland 33
34 Literatuur Referenties Ministerie van Verkeer en Waterstaat, januari 26. Dertien kustplaatsen. Brief met kenmerk DGW/WV 26/8. Ambtelijke hoor- en adviescommissie, 25a, Verslag hoorzitting 22 september 25 van de ambtelijke hoor- en adviescommissie onder voorzitterschap van de heer Van Douwe, Verslag. Ambtelijke hoor- en adviescommissie, 25b,. Advies van de ambtelijke hooren adviescommissie onder voorzitterschap van de heer Van Douwe, 5 december 25, Advies. Cleveringa, J., C.G. Israël en D.W. Dunsbergen, 25. De westkust van Ameland. De resultaten van 1 jaar morfologisch onderzoek in het kader van de Rijkswaterstaat programma s KUST2 en KUST25. Rapport RIKZ/ Commissie Bescherming en Ontwikkeling van Buitendijks gebied in kustplaatsen, 25, Advies van de Commissie Bescherming en Ontwikkeling van Buitendijks gebied in kustplaatsen; rapport. Hillen, R., J.H.M. de Ruig, P. Roelse, F.P. Hallie, 1991, De basiskustlijn, een technisch/morfologische uitwerking, Rijkswaterstaat Dienst Getijdewateren, Nota GWWS Israël, C.G., 1998, Morfologische ontwikkeling Amelander Zeegat, Rijkswaterstaat RIKZ, werkdocument RIKZ/OS x. Israël, C.G., en A.P. Oost, 21, Strandhaak ontwikkeling op de koppen van de Waddeneilanden, Rijkswaterstaat RIKZ, werkdocument RIKZ/OS/21.116x. Klomp, W.H.G., en J.A.H. Kabout, 1997, Cyclische ontwikkeling van het Zeegat van Ameland, rapport DHV M /IS-NW Koster, M.J., 25, De veiligheid van de zeereep te Ameland, rapport Koster engineering. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 1976, Memorandum hoogwaterkering Noordzeekust Ameland 9-18, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Friesland, Arrondissement Friesland-West. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Wet op de waterkering (Wow). Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 2. Derde kustnota; traditie, trends en toekomst. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat december 2. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 24. Besluit tot vaststelling van de legger. Brief met kenmerk DNN24/618. Ministerie van VROM, 26. Nota Ruimte. Duinwaterkering Ameland 34
35 Nielen-Kiezebrink, M.F.van & C.A. Bennink-Heinen, M. Groen, L. Meursing, H.N.M. van Reeken, M.C. Rommel, 25, Risicobeheersing in kustplaatsen : beheersing van kansen en gevolgen van kustafslag en overstroming tijdens zware storm in buitendijks gebied : document basisinformatie, Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Kust en Zee, Rapport RIKZ/25.22 Oost, A.P., C.G. Israël & D.W. Dunsbergen, 2. Kusterosie van noordwest Ameland: ontwikkelingen op verschillende tijdschalen. Rapport RIKZ/2.57. POK Fryslân, 24. Veiligheid en overstromingsrisico kustbebouwing buitendijks op de Friese Waddeneilanden. Rapport POK Frysân, september 24. Roelse, P. en T. Walhout, 24, Risico s buitendijkse bebouwing Ameland. Werkdocument RIKZ/AB/23.825x (identiek aan RIKZ/AB/24.66W) Roelse, P en T. Walhout, 22, Effect zwaardere golfbelasting op duinafslag bij vigerende toetsmethode : crashactie I, Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat, Rijksinstituut voor Kust en Zee, werkdocument RIKZ/AB/22.818X. Roelse, P, T. Walhout en G.J. Liek, 22, Duinveiligheid bij nieuwe inzichten belasting en sterkte : crashactie II, Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat, Rijksinstituut voor Kust en Zee, werkdocument RIKZ/AB/22.842X. Rijkswaterstaat DWW, 22. De veiligheid van de primaire waterkeringen in Nederland; Achtergrondrapport, Resultaten van de eerste toetsronde van , november 22. Rijkswaterstaat DWW, 23. Consequenties nieuwe golfbelastingen voor de kust; Achtergrondrapport belastingen en duinwaterkeringen, DWW- 23-4, maart 23. Rijkswaterstaat Directie Noord-Nederland, 24. Legger zandige deel van de primaire waterkering Ameland. RWS-DNN, januari 24. Stiphout, H.A.,1972, Amelands Noordzeekust, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Lauwerszeewerken. Steijn, R.C., 25, Effectiviteit van vooroeversuppleties langs de Waddenkust, Alkyon rapport A1539. Steyaart, F., 1997, Kustontwikkelingen Ameland-West; Lineaire verplaatsing versus cyclische ontwikkeling, Rijkswaterstaat RIKZ, werkdocument/ab x. Technische Adviescommissie voor de Waterkeringen, 22. Leidraad zandige kust, TAW, 22. Duinwaterkering Ameland 35
36 Overige rapporten duinen, deltakering en morfologie Brolsma, P., 1978, Ameland Noordzeekust, vooronderzoek proefsuppletie : eerste discussiestuk, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat Directie Noord-Holland, Studiedienst Hoorn WWKZ- 78-H214. Edelman, T., 1963, Nota inzake de duinwaterkering op Ameland tussen raai en raai 11.75, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Waterhuishouding en Waterbeweging, Afdeling Kustonderzoek, WWK63-1. Koppejan, H. en B. van Gennip, 24, Evaluatie duinverzwaringen en natuurbouwprojecten (zandwinlocaties) op Ameland en Schiermonnikoog , Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo- Informatie en ICT, AGIR 934. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 1972, De zeewering van Ameland kmr. 8 - kmr. 18, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Noord-Holland Studiedienst Hoorn, WWKZ-72-H2. Noordstra, P., Bezwijkkans zeereep Ameland, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, directie Friesland, Notitie ANW89. Noordstra, P. en J. van den Boogert, 1988, Zandbalans van de kust van het eiland Ameland, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, directie Friesland, Notitie ANW Noordstra, P., 1989, Westkust Ameland, dwarsprofielen en veiligheidsberekeningen, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, directie Friesland, Notitie : ANW 89.37, 15 p. Noordstra, P., 199. Golfvoortplanting Noordzee Borndiep m.b.v. Endec Rijkswaterstaat Directie Noord Nederland, ANW 9.2, 199. Noordstra, P., 199, Deltakering Ameland : aanbrengen grensprofiel RSP , Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat Directie Friesland, Rapportnr. ANW 9.17(19)11p. Noordstra, P., A. Aukema, J.M. van de Boogert, en H.J., 1991, Kustsuppletie Ameland vanaf RSP RSP 16. : jaar 199, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Friesland, Rapportnr. ANW Ruig, J. en P. Noordstra, 1996, Erosie op Ameland-Bornrif en Terschelling- Noordergronden, Rijkswaterstaat RIKZ, Werkdocument RIKZ/AB x. Van Well, F.J., 1974, Herstel zeereep Noordzeekust Ameland nabij km-raai 13.8, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Friesland, Arrondissement Friesland-West, Afdeling Onderzoek, Rapport Van Sijp, D., 1987, Deltahoogte duinen Ameland, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Friesland, afd. ANW, Notitie ; Zijlstra, Y.J., 1988, Ontwerp-deltagordel Ameland (km 2, - km 8,6), Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Friesland, Notitie ANW ; Duinwaterkering Ameland 36
37 Bijlage 1: Begrippen en definities De onderstaande begrippen en definities zijn overgenomen uit de volgende referenties: Risicobeheersing in kustplaatsen (van Nielen-Kiezenbrink, 25); Leidraad zandige kust (Technische Adviescommissie voor de Waterkeringen, 22); Veiligheid Nederland in Kaart, hoofdrapport onderzoek overstromingsrisico s. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, DWW-25-81, november 25. Aanlegvergunning Basiskustlijn (BKL) Bestemmingsplan Binnendijks gebied Buitendijks gebied De bevoegdheid van de gemeente om bij bestemmingsplan te bepalen dat bepaalde werken, zijnde geen bouwwerken, of werkzaamheden niet zullen mogen worden uitgevoerd zonder of in afwijking van een speciale schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) Kustlijn die in het kader van het kusthandhavingsbeleid als referentie dient (in het algemeen de positie van de gemiddelde kustlijn op 1 januari 199) Een bestemmingsplan is het enige ruimtelijke plan dat juridisch bindend is voor burgers, bedrijven, instellingen en overheden. Een bestemmingsplan zegt iets over het gebruik van de grond en de opstallen en het bepaalt de bouwmogelijkheden van de grond. Een bestemmingsplan bestaat uit 3 onderdelen. Een toelichting, een plankaart en de voorschriften. De toelichting is er voor om de bedoeling van het plan te verduidelijken. De juridische kracht komt voort uit de voorschriften en de plankaart. Op de plankaart wordt de precieze bestemming aangegeven. De voorschriften geven de regels die aangehouden moeten worden voor die bestemming. Er zijn allerlei soorten regels mogelijk over bijvoorbeeld de locatie waar gebouwd mag worden, de bouwhoogte, de manier waarop de grond en de opstallen gebruikt mogen worden. Een bestemmingsplan heeft 2 functies; een functie om de ruimte te beheren en een tweede functie om een gebied te ontwikkelen. Als de gemeente (samen met een projectontwikkelaar) ergens iets wil gaan ontwikkelingen dan moet dit eerst in een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt Binnendijks gebied is het gebied dat een wettelijk beschermingsniveau kent tegen overstromingen conforme de Wow. Het betreft het gebied landwaarts van de kernzone (zie ook Buitendijks gebied) Buitendijks gebied is het gebied waarvoor geen wettelijke veiligheidsnormen zijn gedefinieerd. Dit betreft het gebied op en Duinwaterkering Ameland 37
38 Buitendijkse bebouwing Calamiteitenplan Deltahoogte Dijkringgebied Duinafslag Duinvoet Dwarsprofiel Dynamisch kustbeheer Gemiddeld Hoogwater (GHW) lijn Gemiddeld Laagwater (GLW) lijn Getijdebekken Grensprofiel zeewaarts van de kernzone. Als grens tussen binnen- en buitendijksgebied wordt gedefinieerd de landwaartse grens van de kernzone. Landwaarts van deze grens wordt de veiligheid gegarandeerd conform de Wet op de waterkering (Wow, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 1996), zeewaarts ervan niet. Deze begrenzing is mede in overleg met de waterkeringbeheerders en juristen bepaald Buitendijkse bebouwing is de bebouwing in of zeewaarts van de kernzone die geen wettelijk beschermingsniveau geniet zoals bepaald in de Wow. (zie ook definitie Buitendijks gebied) Draaiboek waarin de verschillende bij dijkbewaking te ondernemen acties staan vermeld. Volgens de Waterstaatswet 19 zijn waterbeheerders verplicht deze op te stellen Hoogte waaraan een waterkering moet voldoen. De Deltacommissie stelde voor de zeearmen in het deltagebied volledig af te sluiten en alle zeeweringen op de zogenoemde deltahoogte te brengen. Als uitgangspunt daarvoor gold een waterhoogte van vijf meter boven NAP bij Hoek van Holland. De waterhoogte die door de waterkeringen nog veilig gekeerd kan worden komen daarmee uit op een herhalingsfrequentie van 1/2 voor de Friese Waddeneilanden, 1/4 per jaar voor het deltagebied, Texel en de vastelandskust van Friesland en Groningen en 1/1. per jaar voor de Hollandse kust Gebied dat door een stelsel van waterkeringen of hoge gronden aangesloten beveiligd is tegen overstroming door het buitenwater Verlies van duinareaal tijdens stormvloed Benedenrand van het duin; overgang van het duinbeloop naar het strand of het terrein achter het duin. Meestal wordt de duinvoet aan de zeezijde bedoeld. Voor de berekening van de BKL en de MKL arbitrair vastgesteld op NAP + 3 meter Bodemprofiel in een dwarsdoorsnede van de kust Het zodanig beheren van de zandige kust dat natuurlijke processen, al dan niet gestimuleerd, zoveel mogelijk ongestoord kunnen verlopen, waarbij de processen zodanig worden beheerst dat de veiligheid van het achterliggende gebied gewaarborgd blijft Snijlijn van het vlak van gemiddeld hoogwater met het strand Snijlijn van het vlak van gemiddeld laagwater met het strand Ook wel vloedkom: het gebied achter de Waddeneilanden waarin tijdens hoogwater een volume water wordt geborgen, dat tijdens vloed door zeegat naar binnen en tijdens door het zeegat naar buiten stroomt. Profiel dat bij de toetsing na de berekende duinafslag nog aanwezig moet zijn om te Duinwaterkering Ameland 38
39 Indirecte toegevoegde waarde Inundatie Invloedstrook Invloedszone (landzijde) Invloedszone (zeezijde) Kernzone Keur Kritiek grensprofiel Kustfundament voorkomen dat het duin door andere processen dan duinafslag toch kan doorbreken De toegevoegde waarde van toeleverende industrie aan bedrijven. Zie ook Toegevoegde waarde het overstromen van een gebied Strook direct landwaarts van de reservestrook waar aan gebruiksfuncties beperkingen worden gesteld teneinde de waterkering in stand te houden De invloedszone aan landzijde geeft de begrenzing aan van het gebied dat de grondmechanische stabiliteit van het bestaande duinprofiel zeewaarts vanaf de achterkant van de reservestrook ten behoeve van de zeespiegelstijging waarborgt Berekening via 2 methoden, uitkomsten gelden als regels indien twijfel bestaat over stabiliteit van de waterkering dienen nadere berekeningen worden uitgevoerd Bij dijken de strook grond die daadwerkelijk bijdraagt tot het waarborgen van de stabiliteit van de primaire waterkering. Voor de zandige kust de afstand waarover het afgeslagen zand zich in zeewaartse richting kan verspreiden. Ter bepaling van de invloedslijn dient het aanzandingspunt te worden berekend behorende bij het laatste profiel uit de meetreeks ter bepaling van de ligging van het kritieke grensprofiel. De invloedslijn wordt vervolgens verkregen door de afstand van dit aanzandingspunt ten opzichte van de RSP lijn met minstens 5 meter af te ronden op een geheel aantal maal 1 meter Zone binnen het gebied dat onder de werking van de keur of Wbr valt en die als zodanig in de legger is opgenomen; bij duinen is dit de afslagzone met het grensprofiel. De zeewaartse begrenzing valt samen met de duinvoet (of de meest zeewaartse ligging van de duinvoet). In de praktijk behoort in veel gevallen een (klein) deel van het strand tot de kernzone, voorzien van een afrastering. Bij brede duingebieden kan het grensprofiel landwaarts worden verschoven. De meest landwaarts mogelijke begrenzing van de kernzone wordt dan gevormd door de achterkant van het kritieke grensprofiel. Deze wordt bepaald door het snijpunt van de lijn onder een talud 1:2 vanaf de achterkant van de kruin van het kritieke grensprofiel met de NAP lijn of het maaiveld van het achterland (binnenduinrand) Verordening met gebods- en verbodsbepalingen van een waterschap die gelden in de keur- of waterkeringszone Meest landwaartse positie waar een grensprofiel in past. Bij geringe toename van de duinafslag wordt het duin geacht door te breken Het gebied dat van belang is voor de bescherming van het laaggelegen deel van Duinwaterkering Ameland 39
40 Kustlijn Legger Normafslaglijn Normafslaggebied Overschrijdingskans Overstromingskans Overstromingsrisico Paalhoofd Primaire waterkering Provinciaal Overlegorgaan voor de Kust (POK) Ramp Rijksstrandpaal Schouw Stormvloed Suppleren Nederland tegen overstroming en omvat landwaarts zowel duinen als zeedijken. De zeewaartse grens bestaat uit de doorgaande NAP 2 lijn. Bij de aanduiding van de globale landwaartse begrenzing van het kustfundament is rekening gehouden met het meest problematische scenario over 2 jaar Algemeen begrip waarmee de overgang van zee naar land wordt aangeduid: grens tussen het droge en natte deel van de waterkering Een kaart met juridische status die door de waterkeringbeheerder wordt opgesteld waarop de exacte ligging van de waterkering en de daarin te onderscheiden zones is afgebeeld Virtuele lijn langs de kust die de posities van maximale afslag verbindt, berekend op basis van de maatgevende stormcondities. De maatgevende stormcondities zijn wettelijk vastgelegd en worden gebruikt om de sterkte van de waterkering te toetsen aan de norm Het gebied zeewaarts van de normafslaglijn De kans dat binnen een zekere tijdsduur de waarde van een parameter op een locatie een bepaalde drempel overschrijdt De kans dat een gebied overstroomt doordat de waterkering rondom dat gebied (de dijkring) op één of meer plaatsen faalt kans op overstroming en/of inundatie x de (gevolg)schade Strandhoofd met één of meerdere paalrijen Waterkering die beveiliging biedt tegen overstroming doordat deze ofwel behoort tot een stelsel dat een dijkringgebied omsluit ofwel vóór een dijkringgebied is gelegen Samenwerkingsverband tussen de provincie, het waterschap en het rijk met als doel behoud en inrichting van de zandige kust Een ramp veroorzaakt een ernstige verstoring van de openbare veiligheid. Het gaat meestal om een eenmalige, korte en hevige gebeurtenis op één plek. Een ramp bedreigt of schaadt het leven of de gezondheid van veel mensen. Ook kan een ramp het milieu schaden of grote materiële schade veroorzaken. De officiële definitie van een ramp staat in artikel 1 van de Wet rampen en zware ongevallen Locatie op strand of in de duinen, die als referentie dient voor plaatsbepaling, meestal voorzien van houten paal met markering. Geheel van controles waarmee de toestand en de waterkerende kwaliteit van de waterkering in ogenschouw wordt genomen Zeer hoge waterstand. Er is sprake van stormvloed als in een van de zes hoofdmeetstations een bepaalde waterstandnorm wordt overschreden. Deze worden per locatie bepaald. Voor Hoek van Holland is dat bijv. NAP +2.6 meter Kunstmatig aanvullen van een kustprofiel met Duinwaterkering Ameland 4
41 Veiligheidsnorm Vijfjaarlijkse toetsing Vooroever Waterkering Waterkeringbeheer Waterkeringzone Zeereep zand Getal dat per Amvb is toegekend aan dijkvak of dijkring, als relatieve maat voor de vereiste veiligheid in de bescherming tegen hoog water Periodieke beoordeling van de veiligheid en sterkte van de waterkering Gedeelte van de kuststrook zeewaarts van de laagwaterlijn tot de zeebodem Dijk, duin of kunstwerk, of een aaneenschakeling hiervan, welke over een bepaalde lengte de functie heeft water te keren het geheel van activiteiten dat noodzakelijk is om te waarborgen dat de functies van de waterkering blijven voldoen aan de daarvoor vastgestelde eisen en normen Zone in het duingebied (en eventueel landwaarts daarvan) die als waterkering wordt aangemerkt en door de waterkeringbeheerder wordt beheerd (ook wel beheersgebied, keurzone) Eerste doorgaande duinregel, gelegen onmiddellijk langs het strand Figuur 9 Kaartje van Ameland inclusief getijdegeulen Duinwaterkering Ameland 41
42 Bijlage 2: Beschrijving kustzone en waterkering Ameland In deze bijlage wordt een beschrijving gegeven van Ameland, van de ontwikkelingen rond kustlijn en waterkering en van de huidige ligging en toestand van waterkering en kust. De dorpen Ballum, Buren, Hollum en Nes en een belangrijk deel van de vrijstaande bebouwing liggen binnen de waterkering, die aan de Waddenzijde gevormd wordt door een dijk en die aan de Noordzeezijde gevormd wordt door een brede duinengordel (figuur 1). Het dorp Nes strekt zich uit tot in deze duinengordel en daarmee tot op de waterkering. In de duinen staat op verschillende plaatsen losstaande bebouwing, waaronder vakantiewoningen, twee appartementcomplexen en recreatiegebouwen. Bij Ameland west ligt een jeugdherberg in de duinen. In beide gebieden ligt de bebouwing verspreid in de duinen. De primaire waterkeringen die het gebied omsluiten hebben een gezamenlijke lengte van 36,3 km. De waterkering bestaat deels uit duin (2 km) en deels uit zeedijk (16,3 km). De duinwaterkering is in beheer bij Rijkswaterstaat Noord Nederland (Rijkswaterstaat DWW, 22). Ameland is een dynamisch gebied en de ontwikkeling van de kust heeft in de loop der eeuwen gevolgen gehad voor de veiligheid tegen overstromingen vanuit zee. Ook in de huidige situatie bepaalt de natuurlijke dynamiek deels de mogelijkheden en kosten voor de waterkering- en kustlijnzorg. A. Beschrijving Ameland en duingordel De hoofdmoot van de gebruiksfuncties bewoning, recreatie en landbouw op Ameland bevindt zich binnen de dijkring. De bewoning op het eiland is geconcentreerd in de vier bewoningskernen Ballum, Buren, Hollum en Nes, binnen de waterkering, evenals het leeuwendeel van de recreatieaccommodatie (vakantiewoningen en -appartementen, kampeerplaatsen, hotels) en de landbouw. Het merendeel van de natuurgebieden bevindt zich op of buiten de waterkering. De westelijke begrenzing van het eiland en waterkering gaan gelijk op. In het westen worden Ameland begrensd door de diepe getijdegeul Borndiep, die onderdeel uitmaakt van het Zeegat van Ameland (figuur 9). In het oosten wordt het eiland begrensd door de geulen van het veel kleinere Pinkegat. Tussen de oostelijke grens van de waterkering en het Pinkegat ligt een groot onbewoond gebied, dat voornamelijk een natuurfuncties heeft: Hon, Oerdblinkert en Oerd. In dit gebied ligt in de duinen ook de NAM-locatie. De brede duingordel van Ameland is in zijn geheel deltaveilig. Door de versterkingen eind jaren 8 en begin 9 is voldoende sterkte in het duinmassief en is sprake van een ononderbroken achterste duinregel. Dit is de waterkering zoals wordt gemarkeerd door de blauwe palen. Duinwaterkering Ameland 42
43 De beschrijving van de duingordel en de kust, zoals deze erbij ligt in 26, begint in het westen en draait met de klok mee naar het oosten. In het zuidwesten (tussen RSP 7 48 en 49,) ligt de geleidelijke overgang van de Waddendijk naar de duinwaterkering (figuur 1). De duingordel begint hier smal en wordt snel breder ter hoogte van de vuurtoren (RSP 2). Voor de breedte van het strand geldt min of meer hetzelfde: het begint smal bij RSP 48 en wordt snel breder ten noorden van RSP 3. In dit duingebied bevinden zich de gebouwen van de jeugdherberg en enkele gebouwen voor de duinwaterwinning. In het noordelijke deel van dit gebied ligt in het duinmassief de NAM-locatie : een afgesloten gaswinboorput op een geasfalteerd terrein direct achter de eerste duinregel. Figuur 1 Detailkaartje van de westkust van Ameland inclusief getijdegeulen Ten noordwesten van RSP 3 is sprake van een brede strandvlakte, met daarachter een breed duinmassief. De eerste duinregel heeft twee openingen waar, bij (zeer) hoge waterstanden, zout water de duinvallei in kan stromen. Ter hoogte van RSP 8 neemt de breedte van de strandvlakte af en is weer sprake van een echt strand. De duingordel is in dit gebied minder breed dan in het westen, maar er is nog steeds sprake van twee duinregels, gescheiden door een duinvallei. Verder naar het oosten varieert de strandbreedte weinig. Het duinmassief daarentegen varieert in breedte en hoogte. In het gebied tussen RSP 8 en RSP 12 is het duingebied breed, met een hoge maar smalle eerste duinregel en daarachter een relatief laagliggende vallei (figuur 11). Aan de landzijde wordt de vallei begrensd door een hogere duinregel. In het gebied van RSP 15 tot RSP 17, waar de waterkering afbuigt naar de Waddenzee, is ook sprake van een hoge eerste duinregel en in het gebied landwaarts daarvan ligt een relatief hoog duincomplex, met duinkoppen en kuilen. Ter hoogte van Nes is in dit gebied gebouwd en ligt een camping direct achter de duinregel. 7 RSP = Rijksstrandpaal. Duinwaterkering Ameland 43
44 Figuur 11 Detailkaartje van het middendeel van de kust van Ameland \ Volgens opgave van het ministerie van LNV (Natura 2 Gebiedendocumenten, januari 26) is het gehele gebied Ameland west (Hollumer bosch en Hollumer duinen) een Vogel- en Habitatrichtlijngebied. Bij Ameland midden is de situatie complexer: de Nesser duinen, Briks duinen, Nesserbosch liggen in het Vogel- en Habitatrichtlijngebied; een strook ten westen van de Strandweg en een strook evenwijdig aan de kustlijn (tussen fietspad en openbare/verharde weg) niet. Geheel Ameland is onderdeel van de 'Ecologische Hoofd Structuur' (EHS; Natuurbeleidsplan van ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 199). B. Morfologische ontwikkelingen duinen en kust De kust van Ameland gaat van nature achteruit, zodat altijd inspanningen nodig zijn om de duinen te behouden. De morfologische ontwikkeling wordt beschreven voor drie gebieden met eigen karakteristieken. Uitgangspunt voor het beschrijven van de morfologische ontwikkelingen is het vigerende dynamisch handhaven beleid, waarbij vanuit wordt gegaan dat ook in de toekomst de zandvoorraad van het kustfundament en de kustlijn wordt gehandhaafd. Substantiële achteruitgang van de kustlijn en grootschalige permanente duinafslag zal niet meer plaatsvinden, omdat in dat geval zandsuppleties worden uitgevoerd. Bij de duingebieden met direct achter de zeereep andere dan natuurfuncties, in de vorm van (semi-permanente) bebouwing, wordt direct een zandsuppletie uitgevoerd wanneer de kustlijn te veel terugschrijdt. Bij de zandhaak bij de noordwestkust is voldoende ruimte in het duincomplex om natuurlijke fluctuaties en de daarbij horende tijdelijke achteruitgang van de kustlijn op te vangen. Duinwaterkering Ameland 44
45 Figuur 12 Vier profielen uit verschillende jaren in de periode voor raai 1.3. Aan de duinzijde (de bult links in de figuur ) is zichtbaar dat de duinvoet in deze periode fors is uitebouwd. Aan de zeezijde is goed te zien dat tussen 199 en 1995 veel zand op diep water tercht is gekomen, zodat in de profielen va 1995 en jonger geen geul meer aanwezig is. westkust De westkust is vanaf de periode 185 tot ruwweg 1959 gestaag geërodeerd. De kustlijn is verplaatst naar het oosten waardoor een deel van het duinmassief is verdwenen. De resten van het dorp Sier, die in de jaren vijftig van de vorige eeuw op het strand zijn gevonden, getuigden van deze erosie. Oorzaken voor de erosie worden gezocht in grootschalige veranderingen van de vorm van de Waddenzee (in het verre verleden de Middelzee) en de verplaatsing van de wantijen (de waterscheiding ten zuiden van de Waddeneilanden, waar het vloedwater uit het ene zeegat het vloed uit het ander zeegat tegenkomt), processen die zich over eeuwen uitstrekken (Cleveringa e.a., 25). Vanaf de jaren vijftig wordt het opdringen van de getijdegeul Borndiep tegengegaan, onder andere door de aanleg van strandhoofden en het uitbreiden van de bestortingen. Vanaf de jaren 8 dragen ook strandsuppleties structureel bij aan het tegengaan van de achteruitgang van de westkust. Gevolg van de ingrepen is dat de kustachteruitgang tot stilstand is gebracht en dat enige uit- en opbouw van de duinvoet heeft plaatsgevonden (figuur 12). De achterliggende oorzaken voor de kustachteruitgang van de westkust zijn niet veranderd en de verwachting voor de toekomst is dat de druk op de westkust onverminderd groot zal blijven. Door de maatregelen voor de kustlijnzorg vindt de kustachteruitgang zelf niet langer meer plaats. Het is waarschijnlijk dat ook in de toekomst de maatregelen bestaan uit een combinatie van bestortingen, strandhoofden en regelmatige zandsuppleties op het strand (Oost e.a., 2). Voor de duinen en overgang van duin naar dijk worden ook geen veranderingen verwacht, wel kan de reeds ingezette op- en uitbouw van het duinfront doorzetten. Geen kustachteruitgang door de continue beheermaatregelen in het kader van de kustlijnzorg. Duinwaterkering Ameland 45
46 Figuur 13 Momentane kustlijn (MKL) van raai 1. op Ameland west. De enorme piek in 1995 is het gevolg van de aanvoer van zand uit de zandhaak (zie voorgaande figuur). Na 1995 neemt de opgebouwd zandvoorraad weer langzaam af. De BKL ligt bij deze raai op 19. m. De MKL is een maat voor het zandvolume tussen 4.44 m NAP op de vooroever en 2.2 m NAP in de duinvoet). Een negatieve positie betekent dat de kustlijn landwaarts verplaats, positief betekent een zeewaartse verplaatsing. De Basiskustlijn (BKL) is de maatlat voor kust: de MKL dient zeewaarts van de BKL te blijven noordwestkust De ontwikkeling van de noordwestkust van Ameland staat onder directe invloed van de morfologische cyclus van de buitendelta van het Zeegat van Ameland. Iedere 5 á 6 jaar landen zandplaten van de ondiepte op de buitendelta (het Bornrif) aan op de kust, zodat deze in één klap zeer breed wordt (Israël, 1998). Dit is voor het laatst in de jaren 8 van de vorige eeuw gebeurd (figuur 13). Na de aanlanding wordt het zand langs de kust verdeeld door het sedimenttransport onder invloed van golven en getijdenstromingen (Israël en Oost, 21). Door de herverdeling van het zand verandert de vorm van de zandplaat en wordt een strandhaak gevormd (figuur 14). Gevolg is dat het zeer brede strand waar de zandplaat is aangeland snel minder breed wordt en de stranden in de omgeving veel breder worden. Omdat in het gebied voldoende ruimte is voor deze dynamiek hoeft de beheerder geen maatregelen te nemen. De brede strandvlakte die ontstaan bij de aanlanding van de zandplaat biedt de ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe duinregels en (natte) duinvalleien. In de duinen van de noordwestkust is het patroon van duinregel en duinvallei zichtbaar, waarbij de mens in het verleden wel de helpende hand heeft uitgestoken door de aanleg van stuifdijken. Figuur 14 Ontwikkeling van de (kustlijn van) de aangelande zandplaat / strandhaak bij de noordwestkust van Ameland. Bornrif N Borndiep Ameland 1 2 km Duinwaterkering Ameland 46
47 Ook in de toekomst blijft de invloed van de morfologische cyclus op de buitendelta bepalend voor de ontwikkeling van de noordwestkust. In de komende jaren staat deze ontwikkeling in het teken van de afbraak van de strandhaak. De breedte van de strandvlakte neemt af en de locatie waar de strandhaak aan de kust aantakt verplaatst naar het oosten. Op de strandvlakte kan vegetatie leidden tot een groen strand. Zodra op grotere schaal duinvorming gaat plaatsvinden zou dit kunnen leiden tot een nieuwe duinvallei met duinregel op de noordwestkust. Op korte termijn profiteert vooral het duinfront bij de strandhaak van de relatief beschermende positie. Uitzondering zijn de plekken waar het geultje achter de strandhaak de duinvoet heeft geërodeerd, want op deze locaties blijft het duinfront smal. Doorgaande kustachteruitgang van brede strandvlakte, gedurende de komende 2 á 3 jaar Figuur 15 Vijf profielen uit verschillende jaren in de periode voor raai 13. Aan de duinzijde (links in de figuur ) is zichtbaar dat het duinfront na 1976 flink verzwaard is (door het aanbrengen van zand in het duinprofiel). De duintop is opgestoven en de positie van de duinvoet varieert. Aan de zeezijde wordt de profiel ontwikkeling gedomineerd door de aanwezigheid en verplaatsing van brekerbanken. centrale kust De kust ten oosten van de zandhaak vertoonde tot de invoering van het dynamisch handhaven kustbeleid in 199 een gestage achteruitgang van de kustlijn en de duinen (figuur 15). Ook voordat het handhaven van de kustlijn door middel van zandsuppleties beleid werd, zijn zandsuppleties uitgevoerd op het centrale deel van de kust van Ameland. Een deel van het gesuppleerde zand is ingezet om de duinen te versterken, nadat uitgebreide duinafslag heeft plaatsgevonden in eind jaren zeventig en begin jaren negentig. De achteruitgang van de centrale kust hangt samen met de zandverliezen uit de kustzone, die naar de Waddenzee worden getransporteerd en daar zorgen voor sedimentatie. Op deze wijze volgen barrière kusten, zoals de Waddeneilanden, de natuurlijke doorgaande stijging van de zeespiegel, waarbij het getijdebekken in stand blijft en de kustlijn landwaarts verplaatst (Cleveringa e.a., 24, Louters en Gerritsen, 1994). Hoewel wordt gesproken van een gestage achteruitgang is deze niet continue even sterk. Perioden met grote erosie worden afgewisseld met perioden waarin de erosie kleiner is (figuur 16). Deze fluctuaties hangen waarschijnlijk samen met de eerder genoemde aanlanding van zandplaten van het Bornrif. De aangelande zandplaat verplaatst zich als een zandgolf langs de kust, waarbij eerst erosie optreedt (als een soort lijzijde erosie), en later sedimentatie plaatsvindt, doordat het zand van de zandplaat langs de kust wordt getransporteerd (Klomp en Kabout, 1997). De ontwikkelingen van de duinvoet houden gelijke tred met de lokale achteruitgang of uitbouw. In de nabijheid van de zandhaak vindt uitbouw plaats, waar ook het duinfront van profiteert. Verder oostwaarts domineert de achteruitgang en staat ook het duinfront Duinwaterkering Ameland 47
48 onder druk. Bij stormen met hoge waterstanden kan hier zelfs enige duinafslag plaatsvinden. Vanaf 199 wordt de positie van de kustlijn gehandhaafd, volgens het dynamisch handhaven beleid. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de MKL- BKL systematiek (Hillen e.a., 1991). In deze methode is het zandvolume in de duinvoet en ondiepe kustzone maatgevend voor de positie van de kustlijn. Wanneer de kustlijn landwaarts van de basiskustlijn (BKL) komt, worden zandsuppleties uitgevoerd. Voor de centrale kust is in de periode een serie strand- en onderwatersuppleties uitgevoerd. Figuur 16 Momentane kustlijn (MKL) van raai 13. op Ameland midden centraal. De BKL ligt in deze raai op -38. m. Belangrijkste processen zijn ook in de toekomst de continue natuurlijke achteruitgang van kust en duinen door het transport van zand uit de kustzone naar de Waddenzee en de invloed van de strandhaak. Deze natuurlijke trend van kustachteruitgang wordt bestreden door het uitvoeren van zandsuppleties, op het strand en op de onderwateroever. De duinen in de zeereep blijven hierbij op de huidige sterkte Geen kustachteruitgang en erosie van de duinen door de continue beheermaatregelen in het kader van de kustlijnzorg. C. Menselijke ingrepen In de geschiedenis van Ameland is regelmatig ingegrepen om de kustveiligheid op peil te houden. De ingrepen waren gericht op het beperken van de achteruitgang van de kustlijn en duinen en het op sterkte brengen en houden van de deltakering. Naast de grootschalige ingrepen vindt ook kleinschalig beheer en onderhoud van de brede duinwaterkering plaats, bijvoorbeeld door het plaatsen van stuifschermen, het planten van helm en het bedekken van kaal zand op strandovergangen. Sinds 199 beperkt het dynamische handhaven beleid door middel van zandsuppleties de achteruitgang van de kust. In dit kader worden met enige regelmaat zandsuppleties op het strand en sinds 1998 ook onderwater uitgevoerd. Aanleg stuifdijken Gebaseerd op Stiphout (1972) en Ministerie van Verkeer en Waterstaat (1976), op basis van oudere bronnen, is een overzicht beschikbaar van de ontwikkeling van het duingebied op Ameland. Duinwaterkering Ameland 48
49 Rond 17 bestond het duingebied van Ameland uit drie afzonderlijke duingebieden, namelijk: ten noorden van Hollum en Balllum; ten noorden van Nes en Buren en t Oerd. Deze gebieden werden door laaggelegen gebieden gescheiden, die regelmatig door het zeewater werden overspoeld. Deze laaggelegen gebieden zijn nog steeds in het landschap van Ameland terug te vinden (tussen Ballum en Nes, en ten oosten van Buren). Vanaf 18 zijn stuifdijken aangelegd, in eerste instantie om de afbraak van de bestaande duingebieden te beperken en in tweede instantie om een ononderbroken duinregel te creëren. Ballumer stuifdijk omstreeks 1812 Lange duinen (zuidzijde) Moldijk Kooioerd stuifdijk Zwanewater stuifdijk Figuur 17 Intensief beheer van de duinen bij Ameland west (opname december 25) Duinverzwaring en aanleg deltakering In de jaren tussen de tweede wereldoorlog en de jaren 9 zijn verschillende duinverzwaringen uitgevoerd (figuur 15). Hierbij is zand in het duin gebracht om stormschade die aan de zeezijde optrad te herstellen. Verder is zand landwaarts in het profiel verplaats om verliezen van duinzand zoveel mogelijk te beperken. Ook vindt van nature aangroei van het duinfront plaats (figuur 13), mogelijk geholpen door zandsuppleties op het strand. Bij de eerste toetsing van de zeereep van Ameland met het rekenmodel voor duinafslag (Leidraad, 1984) bleek dat de zeereep op Ameland niet voldeed aan de wettelijke sterkte-eis, die voortkwam uit de Deltawet. De kwetsbaarheid van de zeereep bleek onder andere uit de enorme stormafslag in januari 199. Direct daarop werd de schade als gevolg van de stormvloed hersteld door een Duinwaterkering Ameland 49
50 omvangrijke zandsuppletie uit te voeren aan de buitenzijde van (het restant) van de zeereep. In de jaren tachtig is besloten om in het binnenduin een doorgaande duinregel te maken die met de zeereep en het tussenliggende gebied ervoor zorgden dat aan de wettelijk eis werd voldaan. Om deze doorgaande duinregel van voldoende hoogte (boven het maatgevende stormpeil) en breedte tot stand te brengen, is gezocht naar natuurlijke duincomplexen en bestaande stijfdijken. Door deze met elkaar te verbinden en lokaal te verzwaren werd in een periode van circa 1 jaar een waterkering gemaakt. Dit massief wordt de deltakering genoemd omdat het voldoet aan de deltanorm die op Ameland geldt (kans op falen van de waterkering van 1:2. jaar, vastgelegd in de Wet op de Waterkering). De deltakering beslaat het brede duingebied en wordt aan de landzijde gemarkeerd door de blauwe palen 8. Of deze waterkering aan de norm blijft voldoen wordt eens in de vijf jaar gecontroleerd. Hierbij wordt gelet op de volgende aspecten: 1. zandvolume: in de deltakering moet voldoende zand aanwezig zijn om onder maatgevende stormcondities (golven en waterstand met kans van optreden 1/2.) niet te bezwijken; 2. minimale hoogte: de deltakering moet een hoogte hebben die hoger is dan de maatgevende waterstand; 3. er moet sprake zijn van een ononderbroken duinenrij die aan de eerste twee voorwaarden voldoet; 4. de vegetatie is op orde, zodat geen grote stuifgaten kunnen ontstaan, en er geen vreemde (oftewel niet-waterkerende) objecten zijn die de duinafslag teveel beïnvloeden. Bij de eerste toetsronde (Rijkswaterstaat DWW, 22) is gebleken dat de deltakering, cq. alle duinvakken, aan de veiligheidsnorm voldoen. In de tweede toetsronde (21-26) is gebleken dat in het gebied waar de Ballumer stuifdijk aansluit op de Mochdijk een verzwaring van 4 m 3 van het duin noodzakelijk is om aan de veiligheidsnormen te voldoen. De noodzakelijke maatregelen zijn in voorbereiding. Onderhoud waterkering, zeereep en kustlijn Het duinfront (de zeereep) wordt jaarlijks onderhouden (figuur 17). De deltakering daarentegen is onderhoudsvrij, met uitzondering van het (beperkte) onderhoud van de paden op de duinwaterkering. In het zuidwesten (km 49) vallen zeereep en kering samen, zodat het onderhoud aan de zeereep tevens onderhoud van de waterkering betreft. Met regelmaat worden zandsuppleties uitgevoerd voor Ameland west en Ameland midden. In bijlage 6 is de huidige en toekomstige kustlijnzorg beschreven, cq. de noodzakelijke suppleties om de basiskustlijn (BKL) te handhaven. 8 de blauwe palen geven de hartlijn aan van een 1 meter brede doorgaande zone waar duinmassief van voldoende hoogte aanwezig is om als primaire waterkering (in de zin van Wet op de Waterkering) te kunnen dienen. Duinwaterkering Ameland 5
51 D. Veiligheid in het duingebied Veiligheid zeewaarts van de deltakering De veiligheid van het gebied zeewaarts van de deltakering wordt bepaald door het zand onderwater, op het strand, de zeereep en het duingebied tussen zeereep en de deltakering. Elk van deze zones levert een bijdrage aan de veiligheid. Het geheel inclusief de deltakering (het kustfundament) voldoet aan de veiligheidsnorm ter bescherming van het binnendijkse gebied. Onder stormcondities zal een deel van het duinmassief wegslaan. Het afslagpunt (de landwaartse grens van duinafslag) onder maatgevende stormcondities varieert langs de kust, omdat deze afhankelijk is van de hoeveelheid zand in het duinmassief, op het strand en in de vooroever. Daarbij kunnen sommige delen in de duingordel die lager liggen dan de maatgevende waterstand (van 4,55 m. voor de zuidwest kust tot 4,35 m. voor het centrale deel van het eiland) inunderen, via de afgeslagen gaten in het duinmassief. Figuur 18 Dwarsdoorsnede duinen en zeebodem in raai 13. met daarin aangegeven het grensprofiel van de deltakering en het buitendijkse gebied.in het gebied tussen binnenduinrand en zeereep treedt beperkte schade op door inundatie, omdat het leeuwendeel van de bewoning hoger staat dan het rekenpeil. Niveau t.o.v. N.A.P. in [m ] Binnenduinrand Binnendijks Grensprofiel Buitendijks Zeereep Rekenpeil 2 1 raai: 132 jaar: 23 Strand -1 Onderwateroever -2-3 Waddendijk -4 Waterkeringszone NAP -2 m Positie t.o.v. het raainulpunt in [m] Vanwege de verzwaarde golfrandvoorwaarden is de huidige leidraad duinafslag niet meer goed bruikbaar. Een betrouwbare schatting van de kans op overstromen in het gebied tussen de zeereep en de waterkering is daarom nog niet te geven. Begin 27 is naar verwachting een aangepaste duinafslagtoets gereed. westkust De kans dat de vakantiewoning op NAP +11,5 m wordt geïnundeerd of wordt ondermijnd door duinafslag is waarschijnlijk zeer gering. Doorbraak van de zeereep bij raai 12 zou tot inundatie van het duinterrein kunnen leiden, waardoor de jeugdherberg (hoogteligging op NAP +4 m) in het water komt te staan, maar ook deze kans is zeer gering. centrale kust In het centrale deel van Ameland gaat de bedreiging van de gebouwen uit van duindoorbraak en inundatie (figuur 18). In verschillende raaien is in de afgelopen 1 jaar erosie opgetreden, de BKL is sinds 22 overschreden. Raai 132 is de zwakste raai en maatgevend voor de veiligheid van het gebied van raai De veiligheid van het duingebied in Ameland midden is daardoor (beduidend) lager dan de veiligheid van het binnendijkse gebied. Duinwaterkering Ameland 51
52 Bijlage 3: Vigerend Beleid, Wet- en regelgeving Deze bijlage bevat het overzicht van het vigerend beleid. De nadruk ligt daarbij op het algemene nationaal beleid dat door de Rijksoverheid is vastgesteld. Dit beleid is veelal verder uitgewerkt op provinciaal en gemeentelijk niveau. Deze detaillering is in dit advies niet opgenomen. Bij de beschrijving van het nationale kustbeleid is de Nota Ruimte (Ministerie van VROM, 25) als uitgangspunt gebruikt. Deze nota is een nadere uitwerking van de Derde Kustnota (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 2). Enige uitzondering hierop is het beleid met betrekking tot het handhaven van de kustlijn. Dit laatste is in een aparte paragraaf beschreven. Nota Ruimte De belangrijkste grondslag voor integraal rijksbeleid voor de kust is de Nota Ruimte (Ministerie van VROM,25). Deze nota is ook voor buitendijkse ontwikkelingen de toetssteen. De Nota Ruimte is in de Ministerraad d.d. 23 april 24 vastgesteld, in 25 door de Tweede Kamer en in 26 door de Eerste Kamer. Voor de kust, als onderdeel van de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur, heeft het rijk de volgende doelstelling: waarborging van de veiligheid tegen overstromingen vanuit zee met behoud van de (inter)nationale ruimtelijke waarden waarbij de gebiedspecifieke identiteit een belangrijke kernkwaliteit is. In het nationaal ruimtelijk beleid staan voor dit gebied specifiek de volgende opgaven centraal: een integraal kustbeheer; begrenzing en bescherming van het kustfundament; introductie van een strategie voor het beheer van de zandige kust; op sterkte hebben en houden van de zeewering. Het ontwikkelingsperspectief van de kust is gericht op behoud en verbetering van het kustfundament en op sterkte houden van de zeewering. Daarnaast is het perspectief gericht op behoud en versterking van de bestaande aantrekkelijke structuur van uitgestrekte duingebieden met waardevolle natuurgebieden en drukbezochte kustplaatsen en inpassing van economische ontwikkelingen. De openheid (de vrije horizon ) is daarbij een belangrijke landschappelijke kwaliteit. De identiteit van de kust wordt gevormd door de afwisseling van badplaatsen en lange trajecten van zandige kust. Bij de ruimtelijke ontwikkeling in de kustzone moet de zeewering op sterkte worden gehouden en nu al rekening worden gehouden met klimaatveranderingen die naar verwachting op een termijn van 2 jaar kunnen optreden. Waarborging van het dynamische zandige kustsysteem als drager van alle functies in de kustzone staat daarbij voorop. De prioriteit ligt daarbij op het behoud en de ontwikkeling van de veerkracht en natuurlijke dynamiek. Het kabinet streeft er naar om de bestaande zandvoorraden in de kustzone en het dynamische karakter ervan te waarborgen en de morfologische processen binnen het kustsysteem zoveel mogelijk ongemoeid te laten. Uitgangspunt van het beheer van de kust is daarom: zand als ordenend principe. Ontwikkelingen die de natuurlijke dynamiek van het kustfundament versterken worden ondersteund. Verstening van de zandige kust is niet gewenst. Het bouwbeleid is erop gericht zo duurzaam mogelijk met de ruimte van het kustfundament om te gaan. Behoud en verbetering van functies staan centraal. Buiten de kustplaatsen staan in het algemeen natuur en recreatie, en daarbij passende veerkracht en dynamiek voorop. Grote delen van de kust behoren namelijk tot Vogel- en habitatrichtlijn (VHR) of Ecologische hoofdstructuur Duinwaterkering Ameland 52
53 (EHS) of zijn beschermd als waterwingebied. Binnen het aaneengesloten bebouwd gebied van kustplaatsen is ruimte voor ver- en nieuwbouw voor de bewoners en ontwikkeling van economische en toeristische activiteiten, zolang de veiligheid van het achterland niet nadelig wordt beïnvloed en dit niet leidt tot kostenverhoging van toekomstige versterkingswerken. Hierbij gelden vanzelfsprekend de voorwaarden van de geldende beschermingsregimes met betrekking tot veiligheid. Bij eventuele buitendijkse ontwikkelingen kan de veiligheid tegen overstromingen meestal niet worden geborgd. Als er locaties uit oogpunt van veiligheid worden versterkt dan gebeurt dit in combinatie met verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en op basis van een integrale benadering waarbij rekening wordt gehouden met natuur, landschap, economische functies en recreatie. Het kustfundament omvat het gehele zandgebied, nat én droog, dat als geheel van belang is als drager van functies in het kustgebied. Het rijk waarborgt voor de realisatie van een duurzame veiligheid tegen overstromingen vanuit zee, dat in het kustfundament voldoende ruimte beschikbaar is en blijft voor de versterking van de zeewering. Het kustfundament wordt als volgt begrensd: de zeewaartse grens bestaat uit de doorgaande NAP 2 m lijn (2 meter onder Normaal Amsterdams Peil); aan de landzijde omvat het kustfundament alle duingebieden én alle daarop gelegen harde zeeweringen. De landwaartse grens valt bij smalle duinen en dijken samen met de grens van de waterkering uitgebreid met de ruimtereservering voor tweehonderd jaar zeespiegelstijging en omvat daar waar de duinen breder zijn dan de waterkering het gehele duingebied. In de praktijk valt de begrenzing dan samen met de grenzen van Natuurbeschermingswetgebieden, de Ecologische Hoofdstructuur en de Vogel- en Habitatrichtlijn gebieden. De provincies en gemeenten leggen de definitieve landwaartse begrenzing van het kustfundament vast in streek- en bestemmingsplannen in overleg met de beheerders van de zeewering. Provincies en gemeenten stellen de grens vast van het bestaande bebouwde gebied van de kustplaatsen en nemen deze grens op in streek- en bestemmingsplannen. Tevens geven zij invulling aan een specifiek bouwbeleid op grond van de volgende hoofdlijnen: Binnen de bestaande aaneengesloten bebouwing van kustplaatsen gelden beperkingen aan nieuw- en verbouw ( ja, mits -principe) op de waterkering, waarbij de voorwaarden worden ingevuld vanuit waterstaatswetgeving; Buiten het bestaande bebouwde gebied van kustplaatsen en strand wordt in het kustfundament in principe geen uitbreiding van de bebouwing toegestaan ( nee, tenzij - principe). Gezien de voor de Friese Waddeneilanden bestaande beperkingen is daar een nader te bepalen beperkte uitbreidingsmogelijkheid van de bebouwing op het kustfundament mogelijk, mits passend binnen het ruimtelijk kader van deze nota. Met bestaande beperkingen is bedoeld dat er geen of onvoldoende mogelijkheden zijn op de Friese waddeneilanden voor nieuwbouw binnen het huidige dijkringgebied. Hierdoor vond de nieuwbouw vaak plaats in het duingebied (POK Fryslân, 24). Voor het beheer van het kustfundament is in de Nota Ruimte de volgende uitvoeringsstrategie opgenomen: 1. behoud van zand en ongehinderd transport van zand langs en dwars op de Kust; 2. zoveel mogelijk zandige maatregelen als ingrepen noodzakelijk zijn, en; 3. alleen in uiterste geval kan zand met harde constructies worden vastgelegd. Alleen maatregelen die passen binnen deze strategie worden door het bevoegd gezag getoetst aan de vigerende beschermingsregimes die vanuit de waterkerings- en natuurwetgeving in het kustfundament van toepassing zijn. Duinwaterkering Ameland 53
54 Derde Kustnota; Trends, tradities en toekomst 2 (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 2) Doelstelling van de rijksoverheid is om de veiligheid van het achterland duurzaam te waarborgen en tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit van de kustzone te behouden - en waar mogelijk te versterken. Om deze doelstelling te bereiken is in de Derde Kustnota (2) gesteld dat bij het beheer van de zandige kust: de veiligheid tegen overstromen moet worden gewaarborgd; waarden in het duingebied duurzaam moeten worden behouden, de waterkerende functie voorop. Dit door de kustlijn dynamisch te handhaven en door de zandbalans van het kustsysteem als geheel op peil te houden; rekening moet worden gehouden met zeespiegelstijging en eventuele zwaardere belastingsnormen in de toekomst. Voor eventuele versterking van de waterkering moet een (planologische) ruimtereservering worden gedaan voor tweehonderd jaar zeespiegelstijging; zoveel mogelijk gebruik moet worden gemaakt van zachte, zandige, maatregelen: zacht waar het kan, hard waar het moet. De vraag is hoeveel ruimte nodig is om deze duurzame veiligheid te bieden. Dit is deels onvoorspelbaar. De factoren waarmee rekening gehouden moet worden zijn: klimaatverandering (zeespiegelstijging en wijziging in wind- en golfklimaat); een toenemend overstromingsrisico als gevolg van groei in investeringen en/of bevolking in het achterliggend gebied; voortschrijdende kennis; onzekerheden in getallen en aannamen. Kustlijnzorg De beleidskeuze dynamisch handhaven is, volgens de huidige inzichten, de komende decennia vol te houden. Binnen de kaders van dit beleidsdoel zullen de komende jaren mogelijkheden worden benut om het handhaven efficiënter uit te voeren. Daarbij richt het handhaven zich op het in stand houden van voldoende zandbuffers in dieper en ondiep water. De basiskustlijn blijft de komende jaren het instrument waarmee de handhaving van de kustlijn wordt getoetst. Nieuwe harde kustverdedigingen leiden tot nieuwe bolwerken in de kust. Deze maatregelen zullen slechts worden overwogen als ondanks suppleties de landwaartse verschuiving van de kustlijn niet wordt geremd. Suppleties dragen bij aan het aanvullen van het chronische zandverlies van het totale kustsysteem. Harde verdedigingen doen dat niet. Een harde en/of zeewaartse maatregel moet daarom vanuit de kustverdediging als sluitstuk worden beschouwd. Kustbebouwing en risico s De grotere druk op de kust blijkt uit een toename van bebouwing in de kustzone. Met name bebouwing van permanente aard kan een obstakel vormen voor een duurzame bescherming tegen overstroming door de zee en voor een zo natuurlijk mogelijke kustontwikkeling. Een versnelde stijging van de zeespiegel maakt dit vraagstuk alleen maar nijpender. Er zijn goede argumenten om terughoudend te zijn met bebouwing in de kustzone: Duinwaterkering Ameland 54
55 Risico s buitendijks: bebouwing op het strand en de waterkering brengt per definitie risico s bij extreme omstandigheden met zich mee. De veiligheid tegen overstroming is immers pas landwaarts van de primaire waterkering (binnen de dijkring) gegarandeerd. Daar geldt de wettelijke norm volgens de Wet op de waterkering. Het dynamisch handhaven van de kustlijn op het niveau van 199 is een garantie voor het voorkomen van structureel verlies van land (erosie), maar géén garantie voor het voorkomen van incidentele schade aan buitendijkse bebouwing en infrastructuur als gevolg van stormafslag. Verdergaande bolwerkvorming tegengaan: waar in de kustzone bebouwing is, leeft de wens deze te beschermen. Bescherming van deze bebouwing heeft tot gevolg dat de kustlijn meer gefixeerd en dus minder flexibel wordt. Elke landwaartse verplaatsing van de kustlijn, ook al is dit een tijdelijke fluctuatie, zal tegengegaan moeten worden. Ruimte voor natuurlijke fluctuaties in de kustlijnligging wordt verder ingeperkt. Duurzame veiligheid betekent zoveel mogelijk kunnen inspelen op natuurlijke processen. Voor de toekomst betekent beperking van bewegingsruimte dat de kosten van bescherming en eventuele versterking van de (duin)waterkering toenemen. De duinen vormen onderdeel van de kernzone van de ecologische hoofdstructuur (EHS). Bebouwing in of direct naast het beschermde gebied kan het karakter van het natuurgebied aantasten. In buitendijks gebied buiten de aaneengesloten bebouwing, mogen bestaande gebouwen en bedrijven bij her- en verbouw op eigen risico eenmalig maximaal 1% (qua ruimtebeslag) worden uitgebreid, met inachtneming van overig vigerend beleid. Economisch beleid Het economisch rijksbeleid stelt dat voor een goede kwalitatieve ontwikkeling in de kustplaatsen: ruimte van de juiste kwaliteit tijdig op de benodigde plaats beschikbaar is; het bouwbeleid duidelijk en consistent is (wat mag waar en onder welke voorwaarden?); de kustplaatsen goed bereikbaar zijn. Wet op de waterkering (Wow) De Wet op de waterkering (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 1996) regelt de verantwoordelijkheden voor kustverdediging. De wet stelt normen waaraan de primaire waterkering moet voldoen, én bepaalt dat structurele erosie moet worden bestreden. De normen hebben alleen betrekking op de bescherming van het land achter de waterkeringen en daarmee niet over het gebied voor de waterkering, het zogeheten buitendijks gebied. Er is met de Wet op de waterkering gekozen voor een wettelijk verschil in bescherming tussen binnendijks gebied en buitendijks gebied. Ondanks het ontbreken van een wettelijke norm, wordt het buitendijks gebied wel beschermd tegen afslag en overstroming. Het buitendijks gebied wordt namelijk beschermd door het zand onder water en op het strand. Dit betekent dat er wel enige bescherming is maar minder dan achter de kering. Het beheer en onderhoud van de primaire waterkeringen, waaronder herstel van duinen en dijken na (afslag)schade door storm, is een verantwoordelijkheid van de waterkeringbeheerders, die ook de taak hebben de sterkte van de waterkering te toetsen. Op de Waddeneilanden is het Rijk de waterkeringbeheerder. Het Rijk draagt eindverantwoordelijkheid en is verantwoordelijk voor structurele maatregelen om waterkeringen te versterken. Ook de bestrijding van structurele kusterosie het handhaven van de kustlijn (de zogenaamde BasisKustLijn, BKL) is een taak van het Rijk. Duinwaterkering Ameland 55
56 De Wet op de waterkering vervangt in 1996 het Rijkszeeweringsregelement waarin de spelregels voor het gebruik van het gebied waren beschreven. Leggers en keuren Op de meeste plaatsen langs de kust zijn leggers vastgesteld. Daarin beschrijft de waterkeringbeheerder de exacte positie van de waterkering en de reserveringzone. De ligging van de waterkering is meestal overgenomen in bestemmingsplannen, maar niet altijd. Waar dat wel is gebeurd, hebben de gronden op de waterkering vaak de dubbelbestemming wonen/werken én waterstaatsdoeleinden. Binnen de in de legger aangegeven gebieden legt de waterkeringbeheerder gebods- en verbodsbepalingen op om de primaire waterkering nu en in de toekomst aan de wettelijke norm te kunnen laten voldoen. Waterschappen doen dat op basis van de keur, Rijkswaterstaat op basis van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken. Initiatiefnemers die in de reserveringszones activiteiten willen ontplooien, hebben daarvoor een vergunning nodig van de waterkeringbeheerder. Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) Alle bouwactiviteiten (onderhouds- en verbeteringswerken) in het gebied van de waterkering zijn onderworpen aan de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) die de functie heeft van beheersinstrument met een vergunningenstelsel. Duinwaterkering Ameland 56
57 Bijlage 4: Uitgangspunten en aannames bij bepaling kosten en baten In deze bijlage zijn de gehanteerde uitgangspunten en aannames bij de bepaling van de kosten en de baten opgenomen. Kosten De schatting voor het opvullen van de duinen of de zeereep om tot een volwaardige zeewering te komen is gebaseerd op de raaien van de jaarlijks gemeten kustprofielen. Aanname is dat deze representatief zijn voor de tussenliggende zeereep. In de ontwerpfase zal in detail moeten worden gekeken naar de tussenliggende profielen. Afhankelijk van de kustontwikkeling (BKL en onderhoud kustfundament) worden wel of geen zandsuppleties uitgevoerd. Gemiddelden van de afgelopen jaren zeggen weinig over de toekomstige kosten, o.a. vanwege voortschrijdende inzichten betreffende de effectiviteit van onderwatersuppleties én omdat pas sinds 21 de zandvoorraad van het kustfundament wordt gehandhaafd. De schattingen die nodig zijn voor kustlijnzorg bij de tracés zijn dan ook zeer globale schattingen. Voor de kosten van suppleties wordt in dit rapport uitgegaan van 4,5 per kubieke meter zand voor strandsuppleties en van 2,- voor onderwatersuppleties. Voor het aanbrengen van zand in de zeereep of het opvullen van duin, is in dit rapport uitgegaan van 2,- per kubieke meter zout zand extra bovenop de suppletiekosten op het strand (á 4,5 per m 3 ). In dit rapport is ervan uitgegaan dat zoet zand, dat in de duinen gewonnen wordt 2,5 /m 3 kost plus eenmalig 6. voor onderzoek winlocatie, vanwege benodigde vergunning i.h.k. van de Natuurbeschermingswet. Hierbij is geen rekening gehouden met extra kosten in verband met eventuele mitigerende of compenserende maatregelen vanwege het ingrijpen in natuurgebieden. De kosten voor het beheer en onderhoud van de duinen zijn sterk afhankelijk van lokale omstandigheden en de intensiteit van het beheer. In dit rapport wordt voor de duinen bij west en midden, waar het beheer relatief intensief is, uitgegaan van een bedrag van 35./kilometer per jaar, inclusief personeelskosten. Dit komt overeen met het landelijke gemiddelde van Rijkswaterstaat voor de duinen in haar beheer (hoofdzakelijk op de Waddeneilanden). 9 Voor de kosten voor de aanpassing van de infrastructuur is in dit rapport van de volgende schattingen uitgegaan: o Omhoog brengen 5 meter brede klinkerweg per strekkende meter: 65,= /m) o Omhoog brengen 2,5 meter breed fietspad per strekkende meter: 15,= /m) o Omhoog brengen kabels en leidingen per strekkende meter: 5,= /m) o Voor opdrachtverlening en begeleiding wordt een vast bedrag van 4. gerekend. Bij de berekening van de kosten is geen rekening gehouden met de netto contante waarden van aanleg en onderhoud over de betreffende periode. 9 Op Ameland wordt uitgegaan van een gemiddeld bedrag van bedrag van 4.- per m per jaar, zonder personeelskosten van Rijkswaterstaat. Voor het beheer van de duinen op Texel wordt een gemiddelde van 65.6 /kilometer per jaar gehanteerd. Door het expertisecentrum Beheer en Onderhoud van Rijkswaterstaat DWW is een schatting gemaakt van 35. /kilometer per jaar voor de primaire keringen en van 7. /kilometer per jaar voor niet-primaire keringen. De duinen bij Ameland west en midden zijn in deze systematiek primaire keringen, ongeacht het tracé van de waterkering. Duinwaterkering Ameland 57
58 Baten Een bepaling van de baten kan op dit moment nog niet gedaan worden. Hiervoor zijn namelijk o.a. de huidige beschermingsniveaus nodig, en deze zijn nog niet bekend. Het actuele beschermingsniveau binnen de dijkring gaat bepaald worden binnen het VNK project, het actuele beschermingsniveau voor het gebied buiten de dijkring zal bepaald worden in het verlengde van het kabinetsbesluit over de dertien kustplaatsen. In dit rapport wordt daarom volstaan met het aangeven van de waarde van de bebouwing in het buitendijkse gebied. Voor het bepalen van de waarde van de bebouwing is gebruik gemaakt van de door de gemeente toegepaste WOZ-waarde van de opstallen voor 25. Bij deze waarde is de waarde van de in het gebied aanwezige caravans (rijdend en staand) opgeteld om te komen tot de totale waarde in het buitendijks gebied per tracé. Voor de waarde aan inboedel is uitgegaan van een vast percentage van de opstalwaarde, namelijk 3% voor bijzondere bebouwing (zoals restaurants, hotels en bedrijfsgebouwen en 4% voor gewone bebouwing (zoals huizen en appartementen). De ontwikkelingspotenties (potentiële baten) zijn niet geschat. Dit is de verantwoordelijkheid van eigenaren, investeerders en de gemeente. Zij beschikken over deze kennis en bepalen welke ontwikkelingen zij kansrijk en verantwoord vinden. Duinwaterkering Ameland 58
59 Bijlage 5: Toelichting resultaten benodigde zandvolumes voor aanleg tracés Ameland midden In deze bijlage zijn de resultaten van de berekeningen m.b.t. de benodigde hoeveelheden zand van de duinwaterkeringtracés van Ameland-midden opgenomen. Dit betreft het gebied van km 11.8 t/m km 13.4 Ontwerpcondities Voor de ontwerpcondities zijn de D5 korrelgroottes met 22 % verkleind om de grotere afslag als gevolg van de zwaardere golfrandvoorwaarden te genereren (zie [DWW 23]). Conform de Leidraad zandige kust [TAW 22] wordt voor het ontwerp een levensduur van 5 jaar aangehouden met zeespiegelstijging volgens het middenscenario van 6 cm per eeuw. Dit betekent dus dat het rekenpeil t.o.v. de huidige situatie met 3 cm verhoogd wordt, evenals de zeebodem die meestijgt als resultaat van het beleid om de structurele erosie van de zeebodem te compenseren door middel van het uitvoeren van kustsuppleties. Resultaten berekeningen Op basis van bovenstaande ontwerpcondities, is beoordeeld of de alternatieven voldoen aan het benodigde grensprofiel. Voor het profiel is uitgegaan van de profielen zoals deze in 23 aanwezig waren; de onderwatersuppletie van 23 is hierin nog niet zichtbaar (deze suppletie zal het profiel tijdelijk verbeteren, maar door erosie zal dit effect ook weer verminderd worden). Het bovenstaande heeft tot de volgende resultaten geleid: Raai 12.2 in duinregel op 5 m vanaf RSP-lijn niet doorlopend. wel voldoende massief in landwaarts liggende deltakering (= alternatief I) Raai 12.6 in duinregel op 625 m vanaf RSP-lijn in voorzijde van deltakering (= alternatief I) Raai 12.8 Raai 13. Raai 13.2 idem op 6m vanaf RSP-lijn in oostelijke uitloper van de deltakering hier niet doorlopend maar achterliggend wel voldoende massief beschikbaar. in duinregel op 75 m vanaf RSP-lijn vlak oostelijk van de Strandweg, in achterliggende deltakering voldoende zand in het massief. Op basis hiervan worden de volgende conclusies getrokken: Alternatief I Alternatief II Alternatief III Alternatief IV Alternatief V voldoet aan de ontwerpcondities door de combinatie van zeereep, voorliggend duingebied met duinregels. voldoet niet t.p.v. raai13.2 t.p.v. de weg en direct westelijk ervan. voldoet niet in raai 13.2 t.p.v. het parkeerterrein en Amelandstate en de duinregel tussen raai 13.2 en 13.. voldoet niet voor de raaien 12.2, 12.6 t/m voldoet niet t.p.v. raai 13. t.p.v. noord lopende duinregel over de camping en raai 13.2 t.p.v. de zeereep Daar waar de zeereep volgens bovenstaande berekeningen in een bepaalde raai niet voldoet, moet conform [TAW 22] in het dwarsprofiel van de beschouwde alternatieven in het binnenduin een minimum grensprofiel boven het rekenpeil aanwezig zijn. Dit grensprofiel moet minimaal 2.5 m boven het rekenpeil zijn; is dit niet aanwezig, dan moet er voldoende zand boven het rekenpeil aan de landzijde beschikbaar zijn. Duinwaterkering Ameland 59
60 Voor deze raaien is een schatting gemaakt van de hoeveel zand die er in het profiel van het betreffende (binnenduin)alternatief moet worden aangebracht om wel aan de ontwerpeis te kunnen voldoen. Versterking zeereep Voor het versterken van de zeereep zijn 4 opties doorgerekend: - geheel landwaarts versterken (zonder rekening te houden met obstakels/bebouwing) - gedeeltelijk zeewaarts versterken (daar waar onvoldoende landwaarts kan worden versterkt) - een geoptimaliseerde tussenvorm (het fietspad is als maximum landwaartse grens voor versterking gebruikt en het zand is hoog in het profiel gebracht) 1 - plaatselijk ophogen (consolideren) Deze resultaten van deze berekening zijn in onderstaande tabel opgenomen. Kustraai Landwaarts Zeewaarts Zeewaarts geoptimaliseerd Verhogen/ consolideren m2/m m2/m m2/m m2/m (5%) (5%) 137 (5%) (5%) * * Hoeveelheid m Additionele kosten ja nee nee nee Bij de landwaartse optie wordt het fietspad en een strook van ca. 15 m van de camping met zand bedekt. In de zeewaarts geoptimaliseerde optie is ter plaatse van de raaien 12.6 en 12.8 een optimalisatie bereikt door de zeereep extra op te hogen en het duinfront minder zeewaarts te verschuiven; dit levert een besparing van zo n 22. m3. De in hoofdstuk 5 vermelde kosten voor de benodigde aanvullingen van de alternatieven in het binnenduin t.p.v. Nes-noord zijn gebaseerd op een (gemiddelde) breedte van een zandige kering van totaal 85 m op NAP niveau, inclusief een breedte van 35 m voor het grensprofiel. Voor het realiseren van een natuurlijk verlopend duinwaterkering is, conform [TAW 22], 25 % extra zand gerekend. Bovenstaande aanpak is afwijkend van de aanpak zoals gevolgd in [POK 24]. Hierdoor is de benodigde hoeveelheid zand groter dan in dat rapport berekend is. 1 Indien mogelijk moet namelijk worden voorkomen dat de zeereep zeewaarts op het strand moet worden versterkt; dit werkt erg ineffectief gezien de grote afslag onder ontwerpcondities en het hoge jaarlijks benodigde kustonderhoud. Duinwaterkering Ameland 6
61 Tabel B.1 Zandsuppleties uitgevoerd op Ameland west en noordwest. Bijlage 6: Kustlijnzorg Ameland west en Ameland midden Kustlijnzorg Ameland west en noordwest In het gebied tussen ruwweg raai 1 en raai 3 wordt iedere 3 á 4 jaar een strandsuppletie uitgevoerd (tabel B.1), om voldoende zand in de ondiepe kustzone te houden (in de MKL-schijf). Jaar raai m 3 zand type werk ca. 3. strandsuppletie met stortsteendam ,6-49,6 19. strandsuppletie met zink- en stortwerk (geulwandbestorting) , strandsuppletie met banket 2 1-2, strandsuppletie ,2 39. strandsuppletie Voorzien Strandsuppletie Onderwatersuppletie op de geulwand In het gebied zijn tot nu toe geen onderwatersuppleties uitgevoerd omdat de onderwateroever steil is. Er ligt namelijk een getijdegeul direct zeewaarts van het strand. De kustontwikkeling en daarmee de noodzaak tot het uitvoeren van zandsuppleties hangt direct samen met de afbraak van de zandplaat die in de jaren tachtig met het eiland verheeld is. De komende jaren wordt een uitbreiding van de achteruitgang verwacht van het gebied ten noordwesten van raai 3 naar de omgeving van raai 2. In het gebied ten noordwest van raai 3 schrijdt het onderwaterprofiel en het strand met tientallen meters per jaar terug. Ongeacht de keuze voor het tracé van de waterkering zal daarom het te suppleren zandvolume toenemen. Hiervoor is op korte termijn (in 27) een eerste suppletie onderwater, op de geulwand voorzien. Kustlijnzorg Ameland midden Op Ameland midden zijn verschillende strandsuppleties en duinverzwaringen uitgevoerd (tabel B.2). Het doel van het aanbrengen van het zand verschilt, deels is het zand bedoeld om de structurele erosie te compenseren, terwijl de duinverzwaringen de zeereep hebben versterkt. Op basis van de suppletievolumes en de opgetreden kustachteruitgang is een natuurlijke structurele erosie van 25. m 3 /jaar berekend voor de periode In de periode is de structurele erosie toegenomen tot 51. m 3 /jaar, vanwege het effect van bodemdaling als gevolg van gaswinning aan de oostzijde van Ameland. De toename van 25. m 3 /jaar heeft de bodemdalingschotel in de Noordzeekust en in de Waddenzee opgevuld. Naar verwachting zal de bodemdaling ook de komende jaren doorzetten en blijft jaarlijks 5. m 3 structurele erosie optreden voor de kust van Ameland. Naar verwachting zal daarom gemiddeld 5. m 3 /jaar gesuppleerd dienen te worden om de kustlijn te handhaven. In de periode zijn twee onderwatersuppleties uitgevoerd naar aanleiding van het succes van eerste onderwatersuppletie op Terschelling en het beleid uit de 3e kustnota (onderwater waar het kan, op het strand waar het moet). Strandsuppleties zijn in deze periode niet uitgevoerd. De onderwatersuppletie in 1998 heeft de ondiepe kustzone gevoed, met name in het middelste deel van het gebied (raai 13-15). Na drie jaar nam de positieve invloed van de onderwatersuppletie af (Steijn, 25). De invloed van de onderwatersuppletie uit 23 op de MKL zone is niet geëvalueerd, maar uit de doorgaande overschrijdingen van de BKL in de kustlijnkaarten in de Duinwaterkering Ameland 61
62 daaropvolgende periode kan worden vastgesteld dat de voeding van de ondiepe kustzone beperkt is geweest. Tabel B.2 Zandsuppleties uitgevoerd op Ameland midden. Jaar raai m 3 zand type werk strandsuppletie met zeewaartse duinverzwaring ,8-15,2 4. strandsuppletie met landwaartse duinverzwaring , strandsuppletie met zeewaartse duinverzwaring ,5-19, strandsuppletie ,5-12,8 23. strandsuppletie met landwaartse duinverzwaring ,2-11, strandsuppletie onderwatersuppletie 23 9,4-13, onderwatersuppletie Voorzien raai m 3 zand type werk Strandsuppletie Onderwatersuppletie In 26 staat een nieuwe strandsuppletie voor midden Ameland gepland, om de overschrijding van de BKL ongedaan te maken. De verwachting is dat ook in de toekomst strandsuppleties uitgevoerd zullen worden vanwege de reguliere kustlijnzorg. Alleen onderwatersuppleties aanbrengen biedt onvoldoende zekerheid dat de achteruitgang van de basiskustlijn (strand, duinvoet en ondiepe onderwateroever) ongedaan wordt gemaakt. Bijkomend voordeel is dat met deze voorziene strandsuppleties de duinvoet naar verwachting stabieler zal blijven dan de afgelopen 8 jaar. Duinwaterkering Ameland 62
63 Bijlage 7: Kaarten tracés Duinwaterkering Ameland 63
64 Duinwaterkering Ameland 64
Bijgaand doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen gesteld door de leden Jacobi en Cegerek (beiden PvdA) over waterveiligheid in het kustgebied.
> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456
Beheernota duinwaterkeringen Ontwerp
Beheernota duinwaterkeringen Ontwerp Ontwerp, 15-1-2018 Inhoudsopgave 1. Voorwoord... 3 2. Inleiding... 3 3. Samenhangend beheer in de duingebieden... 3 3.1 Beheer Rijkswaterstaat... 4 3.2 Beheer natuurbeheerders...
Aangedragen inzichten door Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat en Vitens 10 februari 2014
Notitie Ontwikkelingen kustvak paal 15-20 op Terschelling Aangedragen inzichten door Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat en Vitens 10 februari 2014 In deze notitie worden enkele belangrijke aspecten van het
BIJLAGE PROJECTPLAN DAMWAND PLUUTHAVEN
DATUM 30 april 2017 BIJLAGE PROJECTPLAN DAMWAND PLUUTHAVEN DEEL I VERVANGEN DAMWANDEN REGIONALE WATERKERING PLUUTHAVEN ZEEWOLDE 1. Aanleiding en doel Het waterschap is naar aanleiding van het AV besluit
Basiskustlijn Herziening van de ligging van de basiskustlijn. Datum 30 januari 2018
Basiskustlijn 2017 Herziening van de ligging van de basiskustlijn Datum 30 januari 2018 Status Definitief 1 Colofon Bestuurskern Dir. Algemeen Waterbeleid en Veiligheid Den Haag Contactpersoon F.P. Hallie
Kustlijnzorg in Nederland
Kustlijnzorg in Nederland Aanleiding, uitvoering en ontwikkeling 25 september 2017 Harry de Looff RWS-WVL Inhoud Waarom Kustlijnzorg? Wat en hoe Kustlijnzorg? Ontwikkelingen en vragen 2 RWS INFORMATIE
DE ZANDMOTOR SAMENVATTING MER
DE ZANDMOTOR SAMENVATTING MER FEBRUARI 2010 PILOTPROJECT ZANDMOTOR Het klimaat verandert en de druk van de zee op de Nederlandse kust neemt toe. Daarnaast is in de Zuidvleugel van de Randstad grote behoefte
Zandsuppleties en Morfologie langs de Nederlandse kust
Zandsuppleties en Morfologie langs de Nederlandse kust Sander Boer, Landelijke Kustdagen 2014 Inhoud presentatie Verankering in beleid en wetgeving Kustlijnzorg Toekomstige uitdaging Kustversterking Hondsbossche
Ruimtelijke verdeling van functies langs de Nederlandse kust in relatie tot het dynamisch handhaven van de kustlijn
Ruimtelijke verdeling van functies langs de Nederlandse kust in relatie tot het dynamisch handhaven van de kustlijn Ruimtelijke verdeling van functies langs de Nederlandse kust in relatie tot het dynamisch
Onderzoek Ligging Primaire Waterkering Vlieland
Onderzoek Ligging Primaire Waterkering Vlieland Achtergrondrapportage Datum Status December 2013 Definitief Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat - Noord-Nederland Informatie Ernst Lofvers, Lisa Gordeau
Hydraulische randvoorwaarden categorie c-keringen Achtergrondrapport Wieringermeerdijk (dijkring 13)
Opdrachtgever: Ministerie van Verkeer en Waterstaat Hydraulische randvoorwaarden categorie c-keringen Achtergrondrapport Wieringermeerdijk (dijkring 13) Auteur: Nadine Slootjes PR1322 november 2008 november
Morfologische ontwikkeling van de kust van Voorne. Quirijn Lodder
Morfologische ontwikkeling van de kust van Voorne Quirijn Lodder Inhoudsopgave 1. Kustontwikkeling Nederland 2. Kustontwikkeling Zuidwestelijke Delta 3. Kustlijnzorg 4. Samenvatting 1. Kustontwikkeling
Beschrijving deelgebied Bastion in Terheijden
Beschrijving deelgebied Bastion in Terheijden Terheijden Dijkvak omschrijving Lengte in m Opgave B117a_b Bastion 803 Hoogte Overzichtskaart met aanduiding dijkvak B117a_b, impressie van de natte EVZ en
Bijlage 1 Overweging zandwinning Den Helder Zandwinning en zandsuppletie voor de kust van Den Helder (Noord-Holland)
Bijlage 1 Overweging zandwinning Den Helder Zandwinning en zandsuppletie voor de kust van Den Helder (Noord-Holland) Herman Gorterstraat 55 3511 EW UTRECHT Postbus 19143 3501 DC UTRECHT www.minlnv.nl T
Leggerzones Zandige kust (duinen) Leggerzones Dijk in Duin (Noordwijk)
Voorwoord Voor u ligt de legger van de Primaire Waterkeringen van het hoogheemraadschap van Rijnland. De Primaire Waterkeringen van Rijnland bestaan uit dijken, zandige kust en verholen waterkeringen.
Naar het optimale voorkeursalternatief
Kustversterking Katwijk Naar het optimale voorkeursalternatief Veiligheidsprobleem Katwijk afslagzone (verdwijnt in zee) Tramstraat overstromingszone Veiligheidsprobleem Voorgeschiedenis: Probleem De waterkering
Deel I: algemene toelichting op het kustontwerp (breedte en hoogte duin)
Deel I: algemene toelichting op het kustontwerp (breedte en hoogte duin) Hieronder is met behulp van een aantal figuren het mechanisme van kustversterking met zand en Dijk-in-Duin in relatie tot hoogte
Inleiding Het beheersgebied van Waterschap Zuiderzeeland valt vrijwel geheel binnen de grens van de provincie Flevoland. In het beheersgebied bevinden
IJmeerdijk Inleiding Het beheersgebied van Waterschap Zuiderzeeland valt vrijwel geheel binnen de grens van de provincie Flevoland. In het beheersgebied bevinden zich twee dijkringen. Dit zijn dijkring
Hydraulische randvoorwaarden voor categorie c-keringen
Opdrachtgever: Ministerie van Verkeer en Waterstaat Hydraulische randvoorwaarden voor categorie c-keringen Achtergrondrapport Vollenhove-Noordoostpolder (dijkring 7) en Vollenhove-Friesland/Groningen (dijkring
Beleidslijn kust 2015. Bijlage: Kaart soorten dynamiek kust
Beleidslijn kust 2015 Bijlage: Kaart soorten dynamiek kust Inhoud 1 Inleiding 3 2 Toelichting op de legenda 5 3 Kaart soorten dynamiek kust 15 4 Kaart soorten dynamiek kust + Natura 2000 22 Colofon / Bronnen
Dynamisch kustbeheer
Dynamisch kustbeheer Terugblik: Wat wilde STOWA ook al weer? Strategienota Koers 2009-2013 van de STOWA heeft kust op de agenda. Veel vragen vanuit beheerders over de praktijk: Hoe ga ik om met bunkers
3e Kustnota Traditie, Trends en Toekomst
3e Kustnota Traditie, Trends en Toekomst 3e Kustnota 3e Kustn Traditie, Trends Traditie, en Toekomst en Toeko Bescherming laag Nederland Kustlijnzorg Bouwen in de kust Nieuwe activiteiten op zee Samenvatting
Leggerzones Zandige kust (duinen) Leggerzones Dijk in Duin (Noordwijk)
Voorwoord Voor u ligt de legger van de Primaire Waterkeringen van het hoogheemraadschap van Rijnland. De Primaire Waterkeringen van Rijnland bestaan uit dijken, zandige kust en verholen waterkeringen.
Beleidsregels watervergunningen Strandbebouwing
Auteur E. Velema Registratienummer 13.52560 Versie 2.0 Status Definitief Afdeling Waterkeringen & wegen Inhoudsopgave 1 Verklaring van afkortingen begrippen en terminologie 3 2 Inleiding 4 2.1 Keur 4 3
GEMEENTE OLDEBROEK PERMANENTE BEWONING VAN RECREATIEWONINGEN STRUCTUURVISIE CONCEPT, DECEMBER 2014 KENMERK
GEMEENTE OLDEBROEK STRUCTUURVISIE PERMANENTE BEWONING VAN RECREATIEWONINGEN CONCEPT, DECEMBER 2014 KENMERK 188197 Inhoudsopgave 1 Beleidskader 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Beleidsmatige aspecten 5 2 Toetsingskader
SPELREGELS EHS. Een gezamenlijke uitwerking van rijk en provincies. Ministeries van LNV en VROM en de provincies
SPELREGELS EHS Spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen in de EHS Een gezamenlijke uitwerking van rijk en provincies Ministeries van LNV en VROM en de provincies 2 De Ecologische Hoofdstructuur, ook
Inhoudelijke overwegingen Zandwinning en zandsuppletie voor de kust van Texel Zuid West
www.rijksoverheid.nl/eleni Bijlage nummer 1 Horend bij Vergunning Nb-wet 1998 Contactpersoon Inhoudelijke overwegingen Zandwinning en zandsuppletie voor de kust van Texel Zuid West Bijlagen - DE AANVRAAG
Leggerzones Zandige kust (duinen) Leggerzones Dijk in Duin (Noordwijk)
Voorwoord Voor u ligt de legger van de Primaire Waterkeringen van het hoogheemraadschap van Rijnland. De Primaire Waterkeringen van Rijnland bestaan uit dijken, zandige kust en verholen waterkeringen.
Project VNK de Veiligheid van Nederland in Kaart. Overstromingen in Nederland, kansen en gevolgen
Project VNK de Veiligheid van Nederland in Kaart Overstromingen in Nederland, kansen en gevolgen De Veiligheid van Nederland in Kaart Absolute veiligheid tegen overstromingen bestaat niet In de afgelopen
NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN LANDELIJK GEBIED SANDELINGEN AMBACHT
NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN LANDELIJK GEBIED SANDELINGEN AMBACHT Het ontwerpbestemmingsplan Landelijk gebied Sandelingen Ambacht heeft vanaf 19 april 2012, gedurende een periode
5.19 Bouwwerken in de kern- en beschermingszone van een waterkering
5.19 Bouwwerken in de kern- en beschermingszone van een waterkering Kader Keur Deze beleidsregel gaat over keurartikel 3.1 eerste lid onder b: Zonder vergunning van het bestuur is het verboden gebruik
Gemeente Boxmeer. Onderwerp: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan "Op den Bosch 3, Maashees". Nummer: de Raad van de gemeente Boxmeer
Gemeente Boxmeer Onderwerp: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan "Op den Bosch 3, Maashees". Nummer: AAN de Raad van de gemeente Boxmeer Boxmeer, 29 mei 2007 Aanleiding Op het perceel Op den
Vollenhoverkanaaldijk. Vollenhovermeerdijk Kadoelermeerdijk
Westermeerdijk Inleiding Het beheersgebied van Waterschap Zuiderzeeland valt vrijwel geheel binnen de grens van de provincie Flevoland. In het beheersgebied bevinden zich twee dijkringen. Dit zijn dijkring
Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe
Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Verordening vastgesteld: 26-06-2003 In werking getreden: 15-09-2003 COMPENSATIEVERPLICHTING Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan
Inhoudelijke overwegingen Zandwinning en zandsuppletie voor de kust van Texel Midden (Noord-Holland)
Inhoudelijke overwegingen Zandwinning en zandsuppletie voor de kust van Texel Midden (Noord-Holland) Herman Gorterstraat 55 3511 EW UTRECHT Postbus 19143 3501 DC UTRECHT www.minlnv.nl T 070 888 32 00 F
Dynamisch kustbeheer. Erna Krommendijk. Milieufederatie Noord-Holland. Versneller van duurzaamheid
Dynamisch kustbeheer Erna Krommendijk Milieufederatie Noord-Holland Programma veldbezoek 15 november 2013 Welkom / introductie Veldbezoek met diverse toelichtingen Lunch Wensen en kansen in deelgebieden:
Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering en Veiligheid. Waterveiligheid buitendijks
Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering en Veiligheid Waterveiligheid buitendijks In ons land wonen ruim 100.000 mensen buitendijks langs de rivieren, de grote meren en de kust. Zij wonen aan de waterzijde
Rapport. Rapport betreffende een klacht over Rijkswaterstaat, vallend onder de minister van Infrastructuur en Milieu uit Den Haag.
Rapport Rapport betreffende een klacht over Rijkswaterstaat, vallend onder de minister van Infrastructuur en Milieu uit Den Haag. Datum: 10 september 2011 Rapportnummer: 2011/271 2 Klacht Verzoekster klaagt
Burgemeester van de gemeente Bergen Postbus AD Bergen. Betreft: Reactie prealabele vraag fusielocatie voetbalvelden Egmond aan den Hoef
POSTBUS 3007 2001 DA HAARLEM Burgemeester van de gemeente Bergen Postbus 175 1860 AD Bergen Gedeputeerde Staten Uw contactpersoon M.D. Alles BEL/RI Doorkiesnummer +31235144195 [email protected] 1
Noord-Holland. Stuknummer: AM q lllfjl? JUNI Raad van de gemeente Den Helder Postbus AA DEN HELDER
Noord-Holland POSTBUS 3007 2001 DA HAARLEM Raad van de gemeente Den Helder Postbus 36 1 780 AA DEN HELDER GEMEENTE DEN HELDER HtèEKOW&'J q lllfjl?315 Stuknummer: AM5.03476 Gedeputeerde Staten Uw contactpersoon
24 juli 2017 vaststellen bestemmingsplan 'Camping Lindenhof 2017'
Verantwoordelijk team Ruimtelijke Ontwikkeling & Milieu Nummer Kenmerk Raad d.d. 27792 27 september 2017 Paragraaf begroting Portefeuillehouder 2 mr. J. (Jasper) Verstand Steller A. (Arjen) Ruiter Datum
19 MAART 2001 INHOUDSOPGAVE
TOETSINGSADVIES OVER HET MILIEUEFFECTRAPPORT DIJKVERSTERKING OOSTELIJK FLEVOLAND 19 MAART 2001 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING...1 2. OORDEEL OVER HET MER EN AANBEVELINGEN VOOR DE BESLUITVORMING...2 2.1 Algemeen...
windenergie beter te vertegenwoordigen in de structuurvisie dan nu het geval is.
... Datum: Pagina: 1 van 15 INHOUDSOPGAVE...... 1 Inleiding 3 2 Uitgangspunten 4 2.1 Afstand tot woningen 4 2.2 Ontwerp Ruimtelijk Plan van de Structuurvisie Hoeksche Waard 4 2.3 Nota
3. Beleidsregel insteekhavens langs waterkeringen langs de Gekanaliseerde Hollandse IJssel
3. Beleidsregel insteekhavens langs waterkeringen langs de Gekanaliseerde Hollandse IJssel Kader Keur Op grond van artikel 3.1, eerste lid, aanhef en sub a en b is het verboden zonder vergunning van het
Versterking Markermeerdijken Informatieblad Durgerdam en Uitdammerdijk
Versterking Markermeerdijken Informatieblad Durgerdam en Uitdammerdijk Bewonersbijeenkomst 05-07-2016 Sterke dijken, veilige toekomst In 2006 is in totaal circa 33 kilometer van de Markermeerdijken van
Projectplan Verlegging Waterkering Weesperweg Muiden
Projectplan Verlegging Waterkering Weesperweg Muiden 1 AANLEIDING EN DOEL De waterkering in de vigerende legger van AGV uit 2007 ligt tussen de Weesperweg en de Vecht door tuinen van woonbooteigenaren
Bijlage 2: Onderbouwing concept suppletieprogramma 2016-2019
Bijlage 2: Onderbouwing concept suppletieprogramma 2016-2019 1 Concept suppletieprogramma 2016-2019 n.a.v. toetsing basiskustlijn Uit de toetsing van de kustlijn blijkt dat de basiskustlijn (BKL) tussen
VOOROVERLEGNOTITIE 150 KV-VERBINDING DINTELOORD-ROOSENDAAL
VOOROVERLEGNOTITIE 150 KV-VERBINDING DINTELOORD-ROOSENDAAL PROVINCIE NOORD-BRABANT 4 juni 2012 076445727:0.8 - Definitief B01055.000582.0100 Inhoud 1 Inleiding... 3 1.1 Overzicht reacties... 3 2 s in
Samenvatting SAMENVATTING AI eeuwenlang wardt er in Nederland gestreden met de zee. Erosie van de kust zorgt voar een grote bedreiging van het achterland van overstromingen met vaak grote schade tot gevolg.
Onderzoek Ligging Primaire Waterkering Terschelling
Onderzoek Ligging Primaire Waterkering Terschelling Achtergrondrapportage Datum December 2013 Status Definitief Onderzoek Ligging Primaire Waterkering Terschelling december 2013 Colofon Uitgegeven door
Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen. Bestemmingsplan Ambachtsschool
Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Ambachtsschool Gemeente Enschede Programma Stedelijke Ontwikkeling Team Bestemmingsplannen Februari 2016 SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN
Bestemmingsplan Duinen, gemeente Katwijk
Bestemmingsplan Duinen, gemeente Katwijk Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 11 december 2012 / rapportnummer 2717 29 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Katwijk wil een
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING. Realisatie kunstwerk Bestemming Drachten Markeringspunt Noord
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Realisatie kunstwerk Bestemming Drachten Markeringspunt Noord 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Er is een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor de realisatie van een kunstwerk
Beleidsregels Buitendijkse regionale waterkeringen
Beleidsregels Buitendijkse regionale waterkeringen maart 204 Inhoud. Inleiding... 2. Beleidsregel algemeen... 2 3. Beleidsregel bebouwing... 3 4. Beleidsregel kabels en leidingen... 8 5. Beleidsregel buitengewoon
Grenzeloze Schelde 25 november 2013. MDK-Afdeling Kust Kustbescherming- Masterplan Kustveiligheid. ir. Peter DeWolf
Grenzeloze Schelde 25 november 2013 MDK-Afdeling Kust Kustbescherming- Masterplan Kustveiligheid ir. Peter DeWolf Een kunstmatig versterkte kustlijn 38 km zeedijken (meer dan de helft van de kustlijn)
Parapluherziening wijzigingsbevoegdheid Uitbreiding Kampeerterreinen V A S T G E S T E L D
Parapluherziening wijzigingsbevoegdheid Uitbreiding Kampeerterreinen V A S T G E S T E L D Parapluherziening wijzigingsbevoegdheid Uitbreiding Kampeerterreinen V A S T G E S T E L D Inhoud Toelichting
Onderwerp: wijziging Waterverordening Hoogheemraadschap
Haarlem, 26 maart 2013 2013 18 Onderwerp: wijziging Waterverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Bijlagen: Ontwerpbesluit 1 Inleiding Op grond van artikel 2.4 van de Waterwet moeten bij
PERMANENTE BEWONING VAN RECREATIEWONINGEN
Concept PERMANENTE BEWONING VAN RECREATIEWONINGEN BELEIDSNOTITIE VAN GEDEPUTEERDE STATEN DECEMBER 2004 1. Doel en Aanleiding In haar brief van 11 november 2003 aan de Tweede Kamer heeft de Minister van
Toelichting Ontwerp correctieve herziening bestemmingsplan Landelijk Gebied NL.IMRO.0342.CHLG0001-0201 10 juni 2014 Toelichting correctieve
Toelichting Ontwerp correctieve herziening bestemmingsplan Landelijk Gebied NL.IMRO.0342.CHLG0001-0201 10 juni 2014 Raad op dd maand jjjj) 1 Raad op dd maand jjjj) 2 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING...
Ontwerp bestemmingsplan Rossum herziening 2016, Burgemeester van Randwijckstraat 21b (BP1142)
Nota van zienswijzen Ontwerp bestemmingsplan Rossum herziening 2016, Burgemeester van Randwijckstraat 21b (BP1142) Geanonimiseerde versie Beleid & Regie 16 januari 2018 Inleiding Het ontwerp bestemmingsplan
NOTA VAN ANTWOORD. Ontwerp-projectplan Gemaal Vijfhuizen / Hallumer Ryt; aanvulling t.p.v. buitendijks gebied
NOTA VAN ANTWOORD Ontwerp-projectplan Gemaal Vijfhuizen / Hallumer Ryt; aanvulling t.p.v. buitendijks gebied 1. Inleiding Op grond van de inspraakverordening Wetterskip Fryslân, heeft het ontwerp-projectplan
Aanvulling ruimtelijke onderbouwing
Aanvulling ruimtelijke onderbouwing Dijkversterking Spui Oost Gemeente Korendijk Waterschap Hollandse Delta 1 oktober 2013 definitief Aanvulling ruimtelijke onderbouwing Dijkversterking Spui Oost Gemeente
Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens
Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens Rucphen, 7 november 2012 INHOUD; 1. Procedure 2. Ingediende zienswijzen 3. Inhoud zienswijzen en inhoudelijke
KUSTNOTA DEEL I VISIE EN DOELSTELLINGEN
KUSTNOTA DEEL I VISIE EN DOELSTELLINGEN DECEMBER 2010 DEEL I: VISIE EN DOELSTELLINGEN Samenvatting De kustnota geeft het beleid van het hoogheemraadschap van Rijnland (kort: Rijnland) voor het beheer
Inleiding. Deze keringen liggen in de gemeenten Dronten, Lelystad Almere en Zeewolde.
IJsselmeerdijk Inleiding Het beheersgebied van Waterschap Zuiderzeeland valt vrijwel geheel binnen de grens van de provincie Flevoland. In het beheersgebied bevinden zich twee dijkringen. Dit zijn dijkring
SAMENVATTING VISIE BEWONERSGROEP TONSELSE VELD ONTWERP BESTEMMINGSPLAN TONSELSE VELD 2014 GEMEENTE ERMELO
SAMENVATTING VISIE BEWONERSGROEP TONSELSE VELD ONTWERP BESTEMMINGSPLAN TONSELSE VELD 2014 GEMEENTE ERMELO 20 oktober 2015 SAMENVATTING 1 WAAROM DE BEWONERSGROEP TONSELSE VELD ER IS De Bewonersgroep Tonselse
Paraplubestemmingsplan herziening begripsbepaling Peil
Nota van Beantwoording Ontvangen n en beantwoording van n op Paraplubestemmingsplan herziening begripsbepaling Peil Amstelveen, juni 2014 Nota van beantwoording Paraplubestemmingsplan herziening begripsbepaling
Risico-inventarisatie Boekels Ven
Risico-inventarisatie Boekels Ven Onderdeel: Externe Veiligheid Definitief Grontmij Nederland B.V. De Bilt, 18 februari 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Leeswijzer... 5 2 Begrippenkader externe
Dynamisch duin Landschap van de eeuwige jeugd
Dynamisch duin Landschap van de eeuwige jeugd Dynamisch duin landschap van de eeuwige jeugd Wie gericht gebruik maakt van de dynamische krachten van zee, wind en zand in de kuststrook, bevordert een veilige
Versterking bestaande zeewering. Type Maatregelen Masterplan Kustveiligheid
Versterking bestaande zeewering Type Maatregelen Masterplan Kustveiligheid Ir. Peter Van Besien MDK-Afdeling Kust 28/09/17 1. Historiek kustlijn & bestaande zeewering 2. Risico s kustgebied 3. Masterplan
Technisch Rapport Duinwaterkeringen en Hybride Keringen 2011
Technisch Rapport Duinwaterkeringen en Hybride Keringen 2011 Inhoud A. INLEIDING DUINWATERKERINGEN EN HYBRIDE KERINGEN 7 1 Inleiding op het TRDH2011 9 1.1 Doelstelling 9 1.2 Status 10 1.3 Mogelijkheden
Inhoudsopgave ruimtelijke onderbouwing Olympus 20
Inhoudsopgave ruimtelijke onderbouwing Olympus 20 Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Planbeschrijving Hoofdstuk 3 Beleidskader Hoofdstuk 4 Landschappelijke inpasbaarheid Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten Hoofdstuk
