Foto- en chemosynthese
|
|
|
- Renske de Wilde
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Foto- en chemosynthese Tekst voor de leerkracht V. Rasquin
2 ASSIMILATIE - TEKST VOOR DE LEERKRACHT Zeer veel levensprocessen zijn endergonisch: ze vereisen energie. Voorbeelden van dergelijke processen zijn: allerhande vormen van beweging, zoals diegene die het resultaat zijn van spiercontracties, bewegingen van trilhaartjes, of bepaalde bewegingen van celorganellen in de cel, actief transport van bestanddelen doorheen membranen de synthese van grotere moleculen, zoals eiwitten, uit kleinere monomeren (in dit geval aminozuren), de productie van warmte bij vogels en zoogdieren, nodig om het lichaam op constante temperatuur te houden. Adenosinetrifosfaat (ATP) wordt veruit het meest door cellen als directe energiebron gebruikt. Wanneer door hydrolyse een fosfaatgroep wordt onttrokken aan ATP, komt er een zekere hoeveelheid energie vrij: ATP + H 2 O ADP + P i + H ,6 kj/mol (bij normomstandigheden) Het is deze energie die dan door de cel gebruikt wordt voor haar endergonische processen. Doordat een cel continu behoefte heeft aan energie, moet ze voortdurend ATP aanmaken. De energie die hiervoor nodig is haalt ze uit andere energierijke verbindingen, voornamelijk glucose. Sommige organismen zijn in staat om zelf deze energierijke koolstofverbindingen op te bouwen uit eenvoudige anorganische verbindingen, waaronder CO 2 als koolstofbron en H 2 O of H 2 S als waterstofbron. Zij zijn autotroof. De nodige energie voor deze synthesereacties halen ze uit licht (fotoautotrofen) of uit oxidatie van anorganische verbindingen zoals NH 3, H 2 S of Fe 2+ (chemoautotrofen). De fotoautotrofen doen aan fotosynthese, terwijl de chemoautotrofen aan chemosynthese doen. Organismen die deze energierijke verbindingen niet zelf kunnen maken, maar als koolstofbron minstens een organische verbinding, zoals glucose, uit hun omgeving moeten opnemen zijn heterotroof. Het gros van de heterotrofen haalt zijn energie uit - 2 -
3 koolstofverbindingen die via het voedsel worden opgenomen en maakt vervolgens lichaamseigen materiaal (chemoheterotrofen), maar enkele soorten kunnen ook lichtenergie gebruiken (fotoheterotrofen). OVERZICHT VAN DE DIVERSE VOEDINGSWIJZEN Voedingswijze Energiebron Koolstofbron Organisme Autotroof Cyanobacteriën, sommige protisten Fotoautotroof Licht CO 2 (wieren), meeste planten Chemoautotroof Heterotroof Fotoheterotroof Chemoheterotroof Anorganische verbindingen Licht Organische verbinding CO 2 Organische verbinding Organische verbinding Sommige prokaryoten zoals Nitrobacter of Sulfolobus Sommige prokaryoten zoals Rhodobacter Veel prokaryoten en protisten, alle zwammen, alle dieren en sommige planten Chemosynthese Zoals gezegd kunnen sommige bacteriën complexe energierijke verbindingen opbouwen vertrekkend van CO 2 als koolstofbron. De energie die hiervoor nodig is halen zij uit de oxidatie van anorganische verbindingen: a. - verbinding + O 2 geoxideerde verbinding + H 2 O + energie b. 6 CO Vaak vindt men een verwijzing naar deze anorganische verbindingen in de geslachtsnaam van de bacterie: Genera met het voorvoegsel nitro- halen hun energie uit de oxidatie van nitriet - - tot nitraat: 2 NO 2 + O 2 2 NO 3 + energie Voorbeelden zijn Nitrobacter en Nitrococcus. Genera met het voorvoegsel nitroso- halen hun energie uit de oxidatie van - ammoniakgas tot nitriet: 2 NH O 2 2 NO H 2 O + 2 H + + energie Een voorbeeld is Nitrosolobus. Genera met het voorvoegsel thio- halen hun energie uit de oxidatie van 2- elementaire zwavel: 2 S + 3 O H 2 O 2 SO H + + energie 2- of uit de oxidatie van gereduceerde zwavelverbindingen zoals H 2 S, S 2 O 3 of 2- SO 3 : 2 H 2 S + O 2 2 H 2 O + 2 S + energie 2-2- S 2 O 3 + H 2 O + 2 O 2 2 SO H + + energie Voorbeelden zijn Thiospira en Thiobacillus. De chemoautotrofe ijzerbacteriën halen energie uit de oxidatie van Fe 2+ tot Fe 3+ : 4 FeCO H 2 O + O 2 4 Fe(OH) CO 2 + energie - 3 -
4 Fotosynthese Is het proces waarbij fotoautotrofen, uitgaande van eenvoudige anorganische verbindingen zoals CO 2 en H 2 O, complexe energierijke verbindingen opbouwen. De energie die hiervoor nodig is halen ze uit (zon)licht. Landplanten, en in zee het fytoplankton, zijn de belangrijkste producenten van energierijke verbindingen voor de chemoheterotrofen, waartoe ook wij behoren. In hetgeen volgt beperken we ons tot het fotosyntheseproces, zoals het zich voordoet bij de planten. Globaal komt het fotosyntheseproces neer op de reductie van CO 2 tot een sacharide. De elektronen (met de bijhorende protonen) die nodig zijn voor deze reductie worden geleverd door water en de nodige energie door licht. Bij dit proces komt zuurstofgas als nevenproduct vrij. De chloroplasten als fotosynthesecentra Men vindt deze celorganellen niet alleen in de bladeren, maar ook in de stengels en in de groene delen van onrijp fruit. Het zijn echter de bladeren die meestal de belangrijkste rol spelen in de fotosynthese. Op bovenstaand stereogram van een blad van een tweezaadlobbige zien we dat chloroplasten enkel voorkomen in parenchymcellen (bladmoescellen) en in de sluitcellen van de huidmondjes. De grootste concentratie aan bladmoescellen, en dus ook aan chloroplasten, vinden we juist onder de bovenepidermis. Dit is logisch, omdat de chloroplasten een maximum aan licht moeten kunnen opvangen. Via de huidmondjes gebeuren de gasuitwisselingen (aanvoer van CO 2 en afvoer van O 2 en waterdamp)
5 DNA -5-
6 Chloroplasten worden begrensd door 2 membranen en binnenin heeft men een derde membraansysteem: de thylakoïdmembranen. Deze begrenzen ruimten, die op sommige plaatsen het uitzicht hebben van een stapeltje munten: dergelijke gestapelde thylakoïden noemt men grana (enkelvoud: granum). De thylakoïdmembranen bevatten o.a. de fotosystemen met fotosynthetische pigmenten alsook diverse redoxsystemen en talrijke moleculen van het enzym ATP-synthase. Het plasma in de chloroplasten noemt men het stroma. De fotosynthetische pigmenten Zijn pigmenten die lichtenergie (fotonen) opvangen. In planten onderscheiden we de chlorofyllen en de carotenoïden. Van beide groepen kent men verschillende varianten, zo worden de chlorofyllen opgesplitst in chlorofyl-a, -b, -c, -d en -e en bij de carotenoïden vindt men de carotenen en de xanthofyllen. In de chloroplasten van hogere planten komen naast de carotenoïden alleen chlorofyl a en chlorofyl b voor - 6 -
7 Op de grafiek zien we dat de absorptiemaxima vooral liggen in het violet-blauwe (links) en het rode deel (rechts) van het spectrum, en dat weinig groen en geel licht geabsorbeerd wordt. Dit resulteert in de hoofdzakelijk groene kleur van bladeren. Vergelijken we de absorptiespectra met het actiespectrum van de fotosynthese, dan krijgen we volgend beeld: Uit het feit dat de vorm van het actiespectrum van de fotosynthese veel gelijkenis vertoont met de gecombineerde absorptiespectra van de chlorofyllen en de carotenoïden, mogen we afleiden dat het licht dat geabsorbeerd wordt door de vermelde pigmenten wel degelijk gebruikt wordt tijdens de fotosynthese. Een overzicht van de fotosynthese De omzetting van water en koolstofdioxide in sachariden is een proces dat in verschillende stappen verloopt. Deze stappen kunnen gegroepeerd worden in twee reactiereeksen: de lichtreacties en de Calvincyclus. De lichtreacties gaan door in de thylakoïdmembraan. Onder invloed van zonlicht staan bepaalde chlorofyl a moleculen energierijke elektronen af, die via een reeks tussenstappen worden doorgegeven aan het coënzym NADP + (nicotinamide adenine dinucleotide fosfaat). Dit bindt protonen afkomstig van de fotolyse van water en wordt aldus gereduceerd tot NADPH. Een deel van de energie van de elektronen wordt ook gebruikt om ATP te synthetiseren
8 Het elektronentekort van de chlorofylmoleculen wordt aangezuiverd met elektronen afkomstig van de splitsing van water. Bij dit proces komt O 2 vrij als nevenproduct. De lichtreacties kunnen we als volgt samenvatten: Input Output H 2 O lichtenergie ADP + P i NADP + LICHTREACTIES ATP NADPH O 2 De Calvincyclus gaat door in het stroma van de chloroplasten. Tijdens deze cyclische reactiereeks wordt CO 2 gebonden door een verbinding die reeds in de chloroplasten aanwezig is en het reactieproduct wordt via een reeks tussenstappen omgezet in een sacharide. De elektronen en de waterstof die hiervoor nodig zijn worden geleverd door NADPH en de energie door ATP. Hierbij wordt NADPH terug geoxideerd tot NADP + en ATP omgezet in ADP + Pi. Samengevat: - 8 -
9 Detail van de lichtreacties Men heeft vastgesteld, dat de manier waarop fotosynthetische pigmenten in de chloroplasten reageren op licht, verschilt met de lichtabsorptie van zuivere extracten. Zo blijken maar welbepaalde chlorofyl a moleculen in de thylakoïdmembraan elektronen af te staan, daar waar andere pigmentmoleculen (zg. antennes ) de energie van het opgevangen licht doorsluizen naar deze reactieve chlorofyl a moleculen. Dit verschil heeft te maken met de intrinsieke opbouw van de thylakoïdmembranen. Hierin blijken de pigmentmoleculen gegroepeerd te zitten in complexe structuren die men fotosystemen noemt. Deze bestaan uit eiwitten, pigmenten en cofactoren. In planten onderscheidt men twee types fotosystemen, die men respectievelijk fotosysteem I (PSI) en fotosysteem II (PSII) noemt. PS II De lichtreacties starten in fotosysteem II. Dit is een aggregaat van diverse eiwitten gekoppeld aan een groot aantal cofactoren, waaronder chlorofyl, feofytine, carotenoïden, plastochinol, ijzer en mangaan. Deze zorgen samen voor het opvangen, doorgeven en regelen van lichtenergie en het splitsen van water. Onderstaande figuur geeft een idee van de samenstelling van fotosysteem II De structuren Lhcb1 t.e.m. Lhcb3 maken deel uit van een Light-Harvesting Complex (LHCII). Dit bestaat uit eiwitten + pigmentmoleculen. LHCII speelt vooral een regelende rol en is inactief bij veel licht en actief bij weinig licht (teveel licht kan PSII vernietigen)
10 Per fotosysteem is er slechts één koppel chlorofyl a moleculen, dat actief is bij lichtenergie met een golflengte van 680 nm of minder. Men noemt ze de P680 moleculen. Zij krijgen hun energie van andere pigmentmoleculen (antennes), die energie van een uitgebreider spectrum razendsnel doorgeven aan de P680 moleculen. Dit doorgeven gebeurt op een zodanige manier, dat de energie die het reactiecentrum bereikt, juist de geschikte waarde heeft. Fotosystemen II komen voor in groepjes van II en vormen dimeren: De twee eiwitcomplexen bevatten vooral chlorofylmoleculen, maar ook carotenoïden. Behalve de P680 moleculen in de reactiecentra, zijn alle pigmentmoleculen antennes, die de energie van opgevangen fotonen nagenoeg ogenblikkelijk doorspelen aan de reactieve chlorofyl a moleculen. Deze energieoverdracht zou niet sprongsgewijze gebeuren van pigmentmolecule naar pigmentmolecule zoals men tot nu toe dacht, maar via een quantummechanisch proces 1. Hierbij zou de energieoverdracht een golfkarakter hebben, waarbij de keuze van de meest efficiënte weg ineens gebeurt. Rondom het dimeer zijn nog groepjes beweeglijke structuren, bestaande uit eiwitten en pigmentmoleculen, de eerder reeds beschreven LHC s (het aantal wisselt volgens de plantensoort en de omstandigheden) De reacties in PSII Wanneer de juiste hoeveelheid energie de P680 moleculen bereikt staat één chlorofyl a molecule een energetisch elektron af aan een naburige feofytine a molecule (chlorofyl a molecule met 2 H-atomen i.p.v. het Mg-atoom): a) P680 + energie P680* b) P680* + feofytine a P feofytine a - We bekomen dus een positief geladen chlorofyl a radicaal en een negatief geladen feofytineradicaal. Het positief geladen chlorofyl a radicaal blijkt een extreem sterke oxidator te zijn, die indirect in staat is om elektronen aan water te onttrekken. 1 Nature 12 april ontdekt aan het Department of Energy s Lawrence Berkeley National Laboratory
11 Dit gebeurt via het zuurstofgasvrijmakend complex (oxygen evolving complex = OEC). In eerste instantie onttrekt het positief geladen chlorofyl a radicaal een elektron aan een tyrosineresidu (Tyr), waardoor een tyrosineradicaal (Tyr + ) ontstaat: Tyr + P680 + Tyr + + P680 Dit proces gebeurt 4 opeenvolgende malen, waarbij telkens een elektron onttrokken wordt aan een cluster van 4 Mn-atomen in het OEC (toestand S 0 t.e.m. S 4 ). Het resulterende complex met lading +4 onttrekt vervolgens 4 elektronen aan 2 watermoleculen, waardoor deze gesplitst worden in 4 protonen en een molecule O 2 : of a) 4 Tyr + 4 P Tyr P680 b) 4 Tyr + + [Mncomplex] 0 4 Tyr + [Mncomplex] 4+ c) [Mncomplex] H 2 O [Mncomplex] H + + O 2 Het zuurstofgas, geproduceerd door planten, is afkomstig van deze reactiereeks. Telkens één molecule O 2 vrijkomt werd 4 opeenvolgende malen een energetisch elektron afgestaan door een P680 molecule aan feofytine a. Het gereduceerde feofytine geeft dit elektron door aan plastochinon A (PQ A ), een chinon dat sterk gebonden is aan PSII. Dit staat op zijn beurt een elektron af aan plastochinon B (PQ B ), dat na opname van 2 elektronen als plastochinol (PQH 2 ) loslaat van PSII. Met de 4 overgedragen elektronen worden bijgevolg 2 moleculen plastochinon gereduceerd. De elektronenoverdracht van PQ A naar PQ B gebeurt m.b.v. Fe
12 Schematisch overzicht van de reacties in PSII Energie afkomstig van foton activeert P680 molecule, waardoor deze in aangeslagen toestand geraakt en een energetisch elektron afstaat aan feofytine (1) Feofytine staat elektron af aan plastochinon A (PQ ), dat het doorgeeft aan plastochinon A B (PQ B ) (2 en 3) Eens PQ 2 elektronen heeft opgenomen bindt het 2 protonen en verlaat het als B plastochinol (PQH 2 ) het PSII (4 en 5) In een volgende reactiereeks wordt plastochinol terug omgezet in PQ dat zich opnieuw B bindt op PSII (6) + P680 vult zijn elektronentekort aan door een elektron te onttrekken aan tyrosine, dat op zijn beurt een elektron onttrekt aan de Mn-cluster in het zuurstofvrijmakend complex (A en B) Het mangaancomplex onttrekt 4 elektronen aan 2 watermoleculen, waardoor deze splitsen in 4 protonen en twee zuurstofgasmoleculen. De vrijkomende protonen worden in het lumen van de thylakoïden gepompt. Het ganse proces vereist 4 fotonen
13 Het elektronentransport van PSII naar PSI De plastochinolen (PQH 2 ) die vrijkomen van PSII zijn door hun lange hydrofobe C-keten goed oplosbaar in de lipiden van de thylakoïdmembraan. Daar bewegen ze zich vrij, tot ze gebonden worden op een ander eiwitcomplex het Cytochroom b 6 f (Cyt b 6 f). Dit complex is een dimeer dat bij de planten bestaat uit 9 subeenheden, waarbinnen 4 eiwitten paarsgewijze voorkomen: het Cytochroom b 6, de subeenheid IV, het Cytochroom f en het Rieske-centrum (een Fe-S eiwit). Daarbij komt nog een eenheid Ferredoxine-NADP + -reductase (FNR) Cyt b 6 f Via het Cyt b 6 f worden energetische elektronen van PQH 2 overgedragen op plastocynanine, een klein eiwit dat koper bevat. Deze overdracht gebeurt via een cyclisch proces (Q-cyclus), dat in twee delen kan opgesplitst worden (cfr. figuur hierboven) Eerste deel een eerste molecule PQH 2 wordt geoxideerd tot PQ twee protonen komen vrij in het lumen 1 elektron wordt gevoerd naar Cyt f waar plastocyanine gereduceerd wordt en loslaat 1 elektron + een proton van het stroma reduceren PQ tot PQH Tweede deel een tweede molecule PQH 2 wordt geoxideerd tot PQ twee protonen komen vrij in het lumen 1 elektron wordt gevoerd naar Cyt f waar plastocyanine gereduceerd wordt en loslaat 1 elektron + een proton van het stroma reduceren PQH tot PQH 2 Voor elk paar elektronen dat wordt doorgegeven komen 4 protonen vrij in het lumen van de thylakoïden. Cyt b 6 f fungeert als een protonenpomp
14 De toenemende protonenconcentratie in het lumen zal de drijvende kracht worden voor de synthese van ATP (zie verder). De elektronen worden overgedragen aan plastocyanine, een klein wateroplosbaar eiwit met koperkern. Plastocyanine Hier grijpt volgende reductie plaats: Cu 2+ Pc + e - Cu + Pc Het gereduceerde plastocyanine komt los van het Cyt b en beweegt vrij in het lumen, totdat het gebonden wordt op PSI. Daar wordt het geoxideerd (het staat zijn elektron weer af) en komt opnieuw vrij totdat het uiteindelijk weer gebonden wordt door Cyt b. PSI Is het tweede actieve fotosysteem in de thylakoïdmembraan. Bij planten is het een monomeer, dat naast eiwitten een hele reeks cofactoren, zoals chlorofyllen, carotenoïden... omvat. Samen met LHCI, dat uit twee dimeren bestaat, vormt het een supercomplex. PSI supercomplex
15 Hieronder heb je een schematische voorstelling van het PSI supercomplex: Net zoals in PSII hebben we ook hier een systeem van licht capterende eenheden, (4 in aantal: Lhca 1-4), die samen LHC I vormen. De energie van fotonen, opgevangen door de fotosynthetische pigmenten, wordt weer doorgesluisd naar het reactiecentrum, dat ditmaal maximaal actief is bij een golflengte van 700 nm. Vandaar dat men nu het koppel reactieve chlorofyl a moleculen de P700 moleculen noemt. Wanneer een molecule gereduceerd plastocyanine gebonden is op de specifieke receptor van PSI en wanneer de P700 moleculen in aangeslagen toestand verkeren, wordt 1 elektron afgestaan aan een speciale vorm van chlorofyl (A 0 ) in de nabijheid. De reactie die zich voordoet is: a) P700 + energie P700* b) P700* + A 0 P A - 0 A 0 - is een zeer sterke reductor, die zijn elektron doorgeeft aan fylochinon (A1 = vitamine K 1 ), dat op zijn beurt het elektron via drie Fe-S centra (F x, F A en F B ) doorspeelt aan ferredoxine (Fd), een Fe-S eiwit, dat losjes gebonden is op de thylakoïdmembraan. Via het enzym ferredoxine-nadp + -reductase (FNR), dat sterker gebonden is, worden elektronen van gereduceerde ferredoxinemoleculen tenslotte doorgegeven aan NADP + : 2 Ferredoxine red + 2 H + + NADP + 2 Ferredoxine ox + NADPH + H
16 De reductie van NADP + gebeurt door een hydride ion (H - ), afkomstig van 2 waterstofatomen die vrijkomen bij de dehydrogenatie van de oxidator. Het resterend proton komt vrij in de cytosol: a) 2 H e - (2 H) H - + H + b) NADP + + H - NADPH NADP H e - NADPH + H + NADP + NADPH Het elektronentekort van P700 wordt aangezuiverd met elektronen afkomstig van het gereduceerde plastocyanine. We zijn nu op een punt gekomen, waar energierijke elektronen, afkomstig van de splitsing van water, via een reeks redoxsystemen zijn terechtgekomen bij NADP +. Daar worden ze gebruikt om protonen op NADP + te binden, zodat we nu beschikken over een gebruiksklare waterstofdrager (NADPH), die de gebonden waterstof (met zijn e - ) kan leveren voor de reductie van CO 2. Gedurende de lichtreacties is de concentratie aan protonen in het lumen van de thylakoïden merkelijk toegenomen. Deze protonen zijn afkomstig van de splitsing van water Q-cyclus van Cyt b 6 f Verder vermindert de concentratie aan protonen aan de stromazijde door de voortdurende vorming van NADPH. Het geheel resulteert in een protonengradiënt over de thylakoïdmembraan en een neiging van de protonen om te diffunderen van het thylakoïdlumen naar de stromazijde
17 Daar de thylakoïdmembraan impermeabel is voor protonen, is de overdracht van deze nucleonen slechts mogelijk via speciale systemen: de ATP-synthetiserende complexen. Het ATP-synthetiserend complex (ATP-synthase) ATP-synthase is een groot enzymcomplex, dat wordt aangetroffen in de plasmamembraan van archae- en eubacteriën, in de endomembraan van mitochondriën en in de thylakoïdmembraan van chloroplasten. Hieronder heb je een model van het ATP-synthase in de chloroplasten 2 : Dit systeem is de kleinst gekende biologische rotor en de drijvende kracht is elektrochemische protonengradiënt, die is opgebouwd gedurende de lichtreacties. Zoals je op de figuur kunt zien is de structuur nogal gesofisticeerd. Het enzym bestaat uit twee delen, die meerdere eenheden tellen: 1. de hydrofobe CF -portie, die verzonken ligt in de thylakoïdmembraan en die o verantwoordelijk is voor de translocatie van de protonen. 2. de hydrofiele CF -portie die aan de stromazijde uit membraan steekt en die instaat 1 voor de synthese van ATP Zowel subeenheid a als subeenheid c van de CF o -portie bevatten transmembrane alfa-helixen. In het midden van de helix van subeenheid a zit een arginine en in het midden van de helixen van subeenheid c zit glutamine (soms asparagine). Wanneer het glutamine in het gebied komt waar een eiwit van subeenheid c over een eiwit van subeenheid a zit zal het een proton afstaan en negatief geladen worden. Mits een kleine vormverandering kan het een stapje verder opnieuw een proton binden dat afkomstig is van het thylakoïdlumen. Deze stap doet systeem c roteren, waardoor opnieuw een proton kan afgestaan worden aan de stromazijde, gevolgd door een minirotatie om terug een proton op te nemen, enz... 2 John Walker en Paul Boyer kregen in 1997 de Nobelprijs voor chemie voor hun werk op ATP-synthase
18 Deze rotatie resulteert in een continue vormverandering van de drie actieve sites van CF 1. Op elk gegeven ogenblik heeft men de situatie waarbij één actieve bindingsplaats sterk ATP bindt (T) één bindingsplaats losjes ADP bindt (L) één bindingsplaats leeg is (O) De centrale as γ volgt de beweging van de rotor en veroorzaakt een conformatieverandering bij de actieve sites: de T-toestand wordt een O-toestand en het reeds gevormde ATP komt vrij de L-toestand wordt een T-toestand, waarbij een nieuwe molecule ATP gevormd wordt uit ADP + P i de O-toestand verandert in een L-configuratie, waarbij opnieuw ADP en P i zullen gebonden worden. Bij verdere rotatie krijgen we weer de omzetting van T O L T O L enz... Niet-cyclische fotofosforylering De vorming van ATP gebeurt maar wanneer er een protonengradiënt is over de thylakoïdmembraan, en dit is maar het geval wanneer er een elektronenstroom is van PSII naar PSI. De drijvende kracht achter de elektronenstroom is de lichtenergie, zodat we kunnen stellen dat de binding van P i door ADP (de fosforylering van ADP) o.i.v. ATP-synthase, een reactie die lichtafhankelijk is. Vandaar dat men gans dit reactieproces de niet-cyclische fotofosforylering noemt. Stoichiometrie van de niet-cyclische fotofosforylering Per molecule zuurstofgas die vrijkomt worden twee moleculen water gesplitst. Hierbij komen 4 protonen vrij in het lumen van de thylakoïden en 4 elektronen worden doorgegeven aan de P-680 moleculen, die zelf 4 opeenvolgende malen een elektron hebben afgestaan. Voor het afstaan van deze 4 elektronen was de energie van 4 fotonen noodzakelijk. Via diverse redoxsystemen bereiken de 4 elektronen PSI, waar zij het elektronentekort
19 van de P-700 moleculen aanzuiveren. Zelf hebben deze dankzij de energie van 4 fotonen 4 elektronen afgestaan, die uiteindelijk zullen gebruikt worden voor de reductie van 2 NADP + tot 2 NADPH. Ter hoogte van het Cyt b 6 f-complex worden o.i.v. de elektronenstroom nog eens 8 protonen van de stromazijde van de thylakoïden naar het lumen gepompt. Het is de protonengradiënt over de thylakoïdmembraan die de nodige energie zal leveren voor de synthese van ATP Experimenteel onderzoek heeft aangetoond, dat ca. 3 mol ATP gesynthetiseerd worden per mol zuurstofgas die vrijkomt. Dit alles geeft ons bij benadering de stoichiometrie voor de lichtreacties van de fotosynthese (niet-cyclische fotofosforylering): 2 H 2 O + 2 NADP ADP + 3 P i + 8 hν O NADPH + 2 H ATP + 3 H 2 O 3 Noteren we dat ook het gevormde NADPH een energierijke verbinding is (er zit zelfs meer energie gestockeerd in 1 mol NADPH dan in 1mol ATP, nl. 218 kj versus 30,6 kj) Schematisch overzicht van de niet-cyclische fotosfosforylering Naast de hierboven beschreven niet-cyclische fotofosforylering kunnen planten overschakelen op een cyclische fotofosforylering, waarbij geen water gesplitst wordt en geen NADPH gevormd wordt. Het proces focust alleen op de synthese van ATP en kent een cyclisch elektronenverloop tussen PSI en Cyt b 6 f, vandaar de naam. PSII speelt hier geen rol. 3 het geproduceerde water is afkomstig van de vorming van ATP
20 Cyclische fotofosforylering Tegenwoordig heeft men een vrij duidelijk beeld van de ligging van de diverse componenten in de thylakoïdmembraan: We zien dat PSI en ATP-synthase vnl. voorkomen in de niet gestapelde delen van de membraan (buitenkanten van de grana + lamellen), daar waar PSI vooral aangetroffen wordt in de gestapelde delen. De cytochroomcomplexen worden overal aangetroffen. We weten dat NADPH en ATP noodzakelijk zijn voor de reductie van koolstofdioxide tot sacharide. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze reductie optimaal verloopt, wanneer ATP en NADPH aanwezig zijn in de verhouding 3:2. Verder gebruikt de plant deze verbindingen ook voor andere biosyntheses. Men heeft nu ontdekt, dat een plant de ordening van de componenten in de thylakoïdmembraan kan aanpassen aan de concentraties van NADPH en ATP: a) de verhouding ATP / NADPH is gunstig In dit geval zijn de componenten op de volgende manier geordend in de thylakoïdmembraan (beeld bij niet-cyclische fotofosforylering)
21 b) de plant heeft tijdelijk behoefte aan extra ATP Wanneer de concentratie aan ATP daalt, vermindert de synthese van sachariden, waardoor de concentratie aan niet gebruikt NADPH toeneemt. Dit veroorzaakt een supramoleculaire reorganisatie van de fotosynthesecomponenten in de thylakoïdmembraan, waardoor antenne-eiwitten (LHCII) en Cyt b 6 f complexen een laterale herdistributie ondergaan van de PSII membraandomeinen naar de PSI membraandomeinen: Er wordt meer lichtenergie opgevangen en de vrijkomende elektronen van de P700 moleculen in PSI worden niet gebruikt voor de reductie van NADP +, maar stromen via ferredoxine terug naar het Cyt b 6 f complex en vandaar via plastocyanine weer naar PSI. Deze cyclische elektronenstroom onderhoudt de protonenpomp, waardoor de protonengradiënt blijft bestaan en ATP-synthase verder ATP kan synthetiseren. Van zodra de ATP-concentratie weer op peil is, gebeurt een nieuwe herschikking van de membraancomponenten en de vroegere toestand wordt hersteld. De Calvincyclus Is een cyclische reactiereeks waarin CO 2 gebonden wordt en via een reeks tussenstappen omgezet in een triosefosfaat. Dit laatste kan dan via een verdere reactiereeks worden omgezet in glucose. De details van de cyclische reactiereeks werden op het einde van de jaren 40 van vorige eeuw ontrafeld door Melvin Calvin en Andrew Benson van de University of California in Berkeley, met inbreng van James Bassham. Deze reacties worden ook wel de donkerreacties van de fotosynthese genoemd, omdat er voor de diverse reactiestappen niet rechtstreeks lichtenergie noodzakelijk is. Deze naam is echter misleidend, omdat de reacties afhangen van de aanvoer van NADPH en ATP, die afkomstig zijn van de lichtreacties. M.a.w. de donker-reacties gaan in natuurlijke omstandigheden maar door na belichting!
22 - 22 -
23 De complexe reactiereeks van vorige bladzijde kan opgesplitst worden in 3 fasen: Eerste fase: fixatie van koolstof CO 2 -moleculen worden in de Calvincyclus opgenomen door ze te binden op een sacharide met 5 C-atomen: ribulose 1,5- bisfosfaat. De reactie wordt gekatalyseerd door het enzym ribulose 1,5-bisfosfaatcarboxylase/oxygenase (Rubisco). Dit is waarschijnlijk het meest voorkomend enzym in de natuur. Het moet Mg 2+ binden om actief te zijn. Het resultaat van de katalyse is een zeer onstabiele C6-verbinding die ogenblikkelijk splitst in twee C3-moleculen (3-fosfoglyceraat): Rubisco zelf wordt geactiveerd door een ander enzym: Rubisco-activase, dat een ATP-ase is. Daar ATP gesynthetiseerd wordt tijdens de lichtreacties, mogen we veronderstellen dat de activering van Rubisco onrechtstreeks afhangt van lichtenergie. Nota: Rubisco kan ook O 2 binden i.p.v.co 2, waardoor ribulose 1,5-bisfosfaat wordt omgezet in 1 molecule 3-fosfoglyceraat en 2-fosfoglycolaat. Dit laatste kan omgezet worden in 3-fosfoglyceraat via een reactie die ATP en NADH verbruikt. Dit proces, dat men fotorespiratie noemt, is bijgevolg een vorm van verkwisting voor de plant. Het treedt vooral op wanneer de CO 2 -concentratie laag is t.o.v. de O 2 -concentratie. Een groep van planten, de C 4 -planten, heeft dit probleem weten te omzeilen (zie verder). Tweede fase: reductie Elke molecule 3-fosfoglyceraat krijgt er een fosfaatgroep bij. Deze wordt geleverd door ATP. Het resultaat is de vorming van 1,3-bisfosfoglyceraat, dat op zijn beurt door NADPH gereduceerd wordt tot het suiker glyceraldehyde-3-fosfaat (G3F). Op het schema van de Calvincyclus zien we, dat per 3 moleculen CO 2 die gebonden worden, er 6 moleculen G3F gevormd worden. Hiervan verlaat er telkens 1 molecule de cyclus als een product, dat door de plantencel gebruikt wordt in diverse biosyntheses. Voor de netto productie van 1 molecule G3F moet de cyclus dus 3x doorlopen worden
24 Derde fase: regeneratie van ribulose 1,5-bisfosfaat De 5 resterende G3F moleculen doorlopen nu de rest van de cyclus, waarbij via een reeks complexe tussenstappen (zie schema Calvincyclus) opnieuw ribulose 1,5-bisfosfaat gevormd wordt (3 moleculen). Tijdens dit proces worden nog eens 3 moleculen ATP omgezet in ADP + P i. Globaal genomen krijgen we volgend vereenvoudigd beeld van de Calvincyclus: Glyceraldehyde 3-fosfaat is een triose (sacharide met 3 C-atomen). Het kan in het stroma van de chloroplast condenseren met een isomeer, dihydroxyacetonfosfaat waarbij via een tussenstap fructose 6-fosfaat ontstaat. Dit kan dan verder reageren waarbij uiteindelijk zetmeel gevormd wordt, dat in de chloroplast gestockeerd wordt. Anderzijds kunnen de beide triosefosfaten de chloroplast verlaten via speciale poorten, waarbij zij uitgewisseld worden tegen fosfaatgroepen. In de cytosol ondergaan ze dan verdere stofwisselingsreacties, waarbij sachariden, vetzuren of aminozuren kunnen gevormd worden. Voor de vorming van 1 molecule van een hexose (zoals glucose: C 6 H 12 O 6 ) zijn twee moleculen van het triose nodig, zodat de Calvincyclus zesmaal doorlopen dient te worden om netto voldoende van het triose op te leveren
25 Regeling van de Calvincyclus Via een systeem van redoxreacties, waarvoor de gereduceerde vorm van ferredoxine nodig is, worden diverse enzymen van de Calvincyclus geactiveerd. Nu hebben we eerder gezien, dat ferredoxine slechts gereduceerd wordt o.i.v. licht de Calvincyclus kan maar normaal functioneren in het licht. Rubisco en andere enzymen worden geactiveerd bij een toename van de ph in het stroma. Dit is het geval, wanneer tijdens de lichtreacties protonen gepompt worden van de stromazijde naar het thylakoïdlumen. Hierdoor daalt de H + -concentratie in het stroma, waardoor de ph toeneemt tot ca 8. Dit alleen reeds heeft een positieve invloed op de activiteit van Rubisco. Verder wordt de afname aan positieve ladingen in het stroma gecompenseerd door een instroom van positieve ionen, waaronder Mg 2+. Dit ion is nodig voor het activeren van Rubisco. Rubisco katalyseert de binding van CO 2 op Ribulose 1,5-bisfosfaat We hebben ook reeds de invloed van het enzym Rubisco activase op de activiteit van Rubisco vermeld. Triosefosfaten verlaten voortdurend de chloroplast waardoor de concentratie aan fosfaten in de chloroplast daalt. Er moet dus een systeem voorhanden zijn, dat ervoor zorgt dat voortdurend P i wordt aangevoerd, zodat de synthese van ATP in de chloroplast niet in het gedrang komt. Dit gebeurt door een gespecialiseerd eiwit in de binnenmembraan van de chloroplast. Wanneer er bij intense fotosynthese teveel triosefosfaten de chloroplast dreigen te verlaten, worden zij binnen de chloroplast zelf gebruikt om zetmeel te vormen, waardoor de vrijkomende fosfaten in de chloroplast ter beschikking blijven
26 Globale reactie voor de Calvincyclus Voor de netto productie van 1 mol G3F krijgen we volgende reactievergelijking: 3 CO ATP + 6 NADPH + 6 H H 2 O glyceraldehyde 3-fosfaat + 9 ADP + 8 P i + 6 NADP + Willen we vertrekkend van de cyclus 1 mol glucose 4 (6 C-atomen) bekomen, dan hebben we 2 mol ( 2 x 3 C-atomen) van het triose nodig. Deze gaan met elkaar reageren en via een paar tussenstappen bekomen we fructose 6-fosfaat, dat omgezet wordt in glucose 6-fosfaat. Dit laatste neemt 1 molecule water op en staat een fosfaatgroep af, waardoor we uiteindelijk glucose bekomen: 1. 2 triosefosfaat fructose 6-fosfaat + P i 2. fructose 6-fosfaat glucose 6-fosfaat 3. glucose 6-fosfaat + water glucose + P i Houden we rekening met voorgaande, dan bekomen we als globale reactie voor de vorming van glucose via de Calvin cyclus: 6 CO ATP + 12 NADPH + 12 H H 2 O C 6 H 12 O ADP + 18 P i + 12 NADP + (1) Globale reactie voor de fotosynthese van 1mol glucose De ATP en de NADPH die nodig zijn voor reactie (1) worden geleverd door de lichtreacties, waarvan we de globale stoichiometrie reeds kennen: 2 H 2 O + 2 NADP ADP + 3 P i + 8 hν O NADPH + 2 H ATP + 3 H 2 O (2) We moeten dus alles in reactie (2) met 6 vermenigvuldigen, willen we voldoende NADPH en ATP bekomen voor reactie (1). Dit geeft ons: 12 H 2 O + 12 NADP ADP + 18 P i + 48 hν 6 O NADPH + 12 H ATP + 18 H 2 O (3) Combineren we nu reactie (3) met reactie (1), dan bekomen we na vereenvoudiging: 6 CO H 2 O + 48 hν C 6 H 12 O O H 2 O We laten de watermoleculen aan beide kanten van de reactiepijl staan, om aan te tonen dat de watermoleculen die geproduceerd worden niet dezelfde zijn als de watermoleculen die door de plant worden opgenomen. 4 Tijdens de fotosynthese wordt er hoegenaamd geen vrije glucose gevormd. Wat o.a. wel gevormd wordt is glucose 6-fosfaat, dat een basisproduct is voor de synthese van sacharose en zetmeel. Het is voor het gemak van het opstellen van de reactievergelijkingen, dat men zo vaak glucose als reactieproduct gebruikt
27 - 27 -
28 C3-, C4- en CAM-planten Bij het gros van de planten wordt koolstofdioxide m.b.v. het enzym Rubisco gebonden aan ribulose 1,5-bifosfaat, wat na reactie twee moleculen 3-fosfoglyceraat oplevert. Deze moleculen tellen 3 koolstofatomen, vandaar dat men spreekt van C3-planten. Tarwe, soja en rijst zijn enkele voorbeelden van C3-planten, die belangrijk zijn in de landbouw. Zoals we hebben gezien kan Rubisco ook O 2 binden op ribulose 1,5-bifosfaat. Deze reactie wordt bevorderd naarmate de concentratie aan CO 2 in het blad afneemt. Dit is het geval wanneer de plant op warme, droge dagen haar huidmondjes sluit om uitdroging tegen te gaan. Wanneer onder dergelijke omstandigheden zuurstof wordt gebonden wordt er slechts 1 molecule 3-fosfoglyceraat gevormd (i.p.v. 2) en een product met twee koolstofatomen: fosfoglycolaat. Het fosfoglycolaat verlaat de chloroplast en wordt in peroxisomen en mitochondriën omgezet met vrijmaking van CO 2. De reactiereeks is een fotorespiratie (binden van zuurstof onder invloed van licht en productie van koolstofdioxide). Tijdens het proces wordt geen energie geproduceerd, maar wel verbruikt. Het systeem is dus energetisch gezien niet interessant voor de plant en kan het rendement van de fotosynthese sterk doen afnemen. C4-planten Meer dan duizend gekende plantensoorten hebben een oplossing gevonden voor bovenstaand probleem: zij binden CO 2 niet rechtsreeks via Rubisco, maar eerst m.b.v. een ander enzym: Fosfo-enolpyruvaatcarboxylase (PEP carboxylase). Dit enzym heeft een veel grotere affiniteit voor koolstofdioxide dan Rubisco en absoluut geen affiniteit voor zuurstof. O.i.v. PEP carboxylase reageert CO 2 met fosfo-enolpyruvaat. Het reactieproduct is een verbinding met 4 koolstofatomen (oxaloacetaat), vandaar de naam C4-planten. Oxaloacetaat ondergaat vervolgens een omzetting in malaat of aspartaat, eveneens C4-verbindingen, die via plasmastrengen (plasmodesmen) actief getransporteerd worden naar de schedecellen, waar het CO 2 weer wordt vrijgemaakt. Gezien de hoge CO 2 -concentratie kan dit gas nu wel zonder probleem met Rubisco binden en in de Calvincyclus worden opgenomen. Deze werkwijze zorgt ervoor dat de concentratie van koolstofdioxide in de schedecel voldoende hoog blijft, zodat een binding met zuurstofgas zich veel minder voordoet. Er treedt dus geen fotorespiratie op
29 Schematisch (het tussenproduct is hier malaat): ofwel De C4 reactieweg is een manier om CO 2 te vervoeren naar een plaats in het blad, waar de zuurstofgasconcentratie lager is, zodat er minder competitie is voor de binding op ribulosebisfosfaat via Rubisco
30 Bij C4-planten onderscheidt men geen palissaden- en sponsparenchym bij de bladmoescellen (mesofylcellen), wel heeft men rond de vaatbundel twee types cellen 5 : aan de binnenkant schedecellen, rijk aan chloroplasten zonder grana geen lichtreacties, enkel de Calvincyclus aan de buitenkant mesofylcellen, die normale chloroplasten bevatten lichtreacties + Calvincyclus blad van een C3-plant blad van een C4-plant Suikerriet en maïs zijn economisch belangrijke C4-planten 5 Men heeft lang gedacht dat deze zg. Kranz-anatomie een must was voor C4-planten, maar men heeft planten gevonden, die een C4-metabolisme uitvoeren, zonder dit bouwpatroon. (Nature 414, ;29 November 2001)
31 CAM-planten Veel succulenten zoals cacteeën en een reeks planten die meestal voorkomen in droge omgevingen kennen nog een andere aanpassing. In tegenstelling tot andere planten, openen ze hun huidmondjes s nachts en overdag houden ze die gesloten. Dit minimaliseert uiteraard de waterverdamping, maar belet de CO 2 -opname overdag. Dit is geen probleem voor deze planten, want de CO 2 die ze s nachts opnemen wordt gebonden met behulp van PEP-carboxylase waarbij, net zoals bij de C4-planten, uiteindelijk malaat gevormd wordt. Deze verbinding wordt tot de morgen opgeslagen in de vacuolen van de bladmoescellen. Overdag, wanneer de huidmondjes gesloten zijn, maar wanneer er lichtenergie voorhanden is voor de synthese van ATP, wordt het gebonden koolstofdioxide uit het malaat vrijgemaakt en opgenomen in de Calvincyclus. De planten die dit systeem hanteren noemt men CAM-planten (Crassulacean Acid Metabolism), omdat het fenomeen voor het eerst werd waargenomen bij leden van de familie van de Crassulaceae. Zoals je op bovenstaand schema kunt zien wordt CO 2 bij de CAM-planten in eerste instantie op dezelfde manier gefixeerd als bij de C4-planten. Ananas is een economisch belangrijke CAM-plant
32 Factoren die een invloed hebben op reactiesnelheid v/d fotosynthese De snelheid waarmee een plant koolstofdioxide en water omzet in sachariden, wordt door een reeks factoren bepaald zoals de concentratie van de grondstoffen; een tekort aan CO en/of H O, zal de snelheid 2 2 waarmee de sachariden gevormd worden afremmen de aard en de intensiteit van het invallend licht de temperatuur; een temperatuurstijging heeft vooral een effect op de Calvincyclus. Daar is de optimale temperatuur begrepen tussen 25 en 30 C. Dit hoeft ons niet te verbazen, want nagenoeg alle reacties in de Calvincylus worden gekatalyseerd door enzymen, waarvan de activiteit temperatuurafhankelijk is. Anderzijds mogen we niet vergeten dat een temperatuurstijging een effect heeft op de activiteit van Rubisco, waardoor dit meer zuurstofgas gaat binden i.p.v. koolstofdioxide (cfr. fotorespiratie), wat resulteert in een afname van het rendement van de fotosynthese Herbiciden en fotosynthese Sommige, al dan niet selectieve herbiciden hebben een invloed op het fotosyntheseproces. Geven we een paar voorbeelden: Atrazine (2-chloro-4-(ethylamine)-6-(isopropylamine)-s-triazine) is één van de meest gebruikte herbicides in de wereld. Het zet zich vast op het plastochinonbindend eiwit in PSII, waardoor dit eiwit geen plastochinon meer kan binden en de elektronentransportketen wordt onderbroken. Zodoende kan de fotosynthese niet doorgaan en de plant sterft. Sinds 2004 is het gebruik ervan verboden in de Europese Unie, omdat het zich teveel opstapelt in de bodem. Sommige herbicides zijn bepaald selectief. Hanenpoot (Echinochloa crusgalli) is een lastig éénjarig onkruid dat wijd over de hele wereld is verspreid en vooral voorkomt op zandige gronden. Men heeft nu ontdekt dat 2,5-di(benzylamine)- p-benzochinon deze plant doodt, daar waar de stof geen effect heeft op de gewone boon (Phaseolus vulgaris) en op de tomatillo (Physalis ixocarpa) 6. Het herbicide onderbreekt ook de elektronenstroom van PSII naar PSI en heeft bovendien een negatief effect op de werking van Rubisco. Zowel de boon als de tomatillo zetten zeer vlug het herbicide om in een niet-actieve verbinding, zodat de aanwezigheid van de stof zonder merkbaar effect blijft. 6 J. Agric Food Chem May 4; 53(9):
Foto- & chemosynthese. Bundel voor de leerlingen. V. Rasquin
Foto- & chemosynthese Bundel voor de leerlingen V. Rasquin Inhoud Geen leven zonder energie... 2 Fotosynthese bij planten... 3 De chloroplasten... 4 De fotosynthetische pigmenten... 5 Een overzicht van
Celademhaling & gisting
Celademhaling & gisting Tekst voor de leerlingen V. Rasquin - 1 - DISSIMILATIE - TEKST VOOR DE LEERLINGEN celademhaling & GISTING Wij weten dat heel wat processen endergonisch zijn (ze vergen energie).
Celstofwisseling II (COO 5) Vragen bij deoefen- en zelftoets-module behorende bij hoofdstuk 9 en 10 van Biology, Campbell, 8 e druk Versie
Celstofwisseling II (COO 5) Vragen bij deoefen- en zelftoets-module behorende bij hoofdstuk 9 en 10 van Biology, Campbell, 8 e druk Versie 2010-2011 Elektronen-transportketen 1. Van enkele processen in
Fotosynthese. Toelichting. Beginselen van de fotosynthese
Fotosynthese Toelichting BIOLOGIE Plant Fysiologie Beginselen van de fotosynthese In het fotosyntheseproces gebruiken bacteriën, en sommige protisten, lichtenergie om suikermoleculen uit kooldioxide en
Meerkeuzevragen. Fotosynthese, celademhaling en gisting. V. Rasquin
Meerkeuzevragen Fotosynthese, celademhaling en gisting V. Rasquin MEERKEUZEVRAGEN FOTOSYNTHESE 1. Een brandende kaars dooft vlug onder een glazen stolp. Plaatst men naast de kaars ook een plant onder de
Tentamen Biochemie, onderdeel Abrahams, 2e jaar MST,
Tentamen Biochemie, onderdeel Abrahams, 2e jaar MST, 26-09-2014 1. Tijdens fotosynthese ontstaat O 2. Uit welke grondstof(fen) wordt dit O 2 gevormd? De reactie vereist energie. Hoeveel moleculen ATP worden
Fotosynthese. Remco Prenger. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Remco Prenger 12 june 2015 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/62857 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs
Vragen bij deoefen- en zelftoets-module behorende bij hoofdstuk 9 van Biology, Campbell, 8 e druk Versie 2010-2011
Celstofwisseling I Vragen bij deoefen- en zelftoets-module behorende bij hoofdstuk 9 van Biology, Campbell, 8 e druk Versie 2010-2011 Inleiding 1-12 Deze module gaat over de omzetting van voedsel in energie
Samenvatting Biologie Samenvatting hoofdstuk 1 bvj
Samenvatting Biologie Samenvatting hoofdstuk 1 bvj Samenvatting door Fabienne 1166 woorden 24 oktober 2017 5 2 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Hoofdstuk 1: stofwisseling Paragraaf
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 1 Stofwisseling
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 1 Stofwisseling Samenvatting door M. 1566 woorden 14 januari 2017 4,2 5 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Biologie Thema 1: stofwisseling Paragraaf
Tentamen BIOCHEMIE. (MST-BCH-0708FWN dinsdag 29 januari 2008)
Tentamen BIOCHEMIE (MST-BCH-0708FWN dinsdag 29 januari 2008) Enzymkinetiek en Signaaltransductie 1a Geef twee redenen waarom de snelheid v 0 van een enzymgekatalyseerde reactie S P wordt gemeten op t =
Organismen die organisch en anorganische moleculen kunnen maken of nodig hebben zijn heterotroof
Boekverslag door A. 1802 woorden 20 juni 2007 5 71 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Samenvatting stofwisseling Stofwisseling is het totaal van alle chemische processen in een organisme
Signaaltransductie versie
Signaaltransductie versie 2015-2016 Vragen bij COO over hoofdstuk 16 van Alberts Essential Cell Biology, 4e druk De vragen die voorkomen in het COO-programma zijn op dit formulier weergegeven. Het is de
Samenvatting 125. Samenvatting
Samenvatting 125 Samenvatting Fotosynthese is op directe of indirecte manier het belangrijkste proces voor alle levende organismen op aarde. Het wordt uitgevoerd door een heleboel verschillende soorten
Biologie Hoofdstuk 2 Stofwisseling
Biologie Hoofdstuk 2 Stofwisseling Wat is stofwisseling? Wat is stofwisseling? Stofwisseling of metabolisme is het geheel van chemische processen in een levend organisme of in levende cellen Een organisme
13 Energietransport in cellen
Heterotrofe organismen (bv de meeste bacteriën, schimmels en dieren) kunnen geen organische stoffen vormen uit alleen anorganische stoffen; zij zijn niet in staat tot koolstofassimilatie. Zij moeten organische
Hoofdstuk 1 Doelstelling 1: Stofwisseling (metabolisme): het geheel aan chemische processen in een cel. Via passief en actief transport nemen cellen
Hoofdstuk 1 Doelstelling 1: Stofwisseling (metabolisme): het geheel aan chemische processen in een cel. Via passief en actief transport nemen cellen stoffen op uit hun milieu. Enzymen maken de omzettingsprocessen
4,5. Samenvatting door L woorden 17 december keer beoordeeld. Biologie voor jou. 1. Vrije en gebonden energie.
Samenvatting door L. 1850 woorden 17 december 2012 4,5 7 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou 1. Vrije en gebonden energie. Vrije energie (kinetische energie) komt voor als warmte en
BIOLOGIE Energie & Stofwisseling HAVO Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL]
BIOLOGIE Energie & Stofwisseling HAVO Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL] Docent: A. Sewsahai De student moet de bouw en werking van enzymen kunnen beschrijven moet het proces van
Proef Biologie Zuurstofproductie van waterpest
Proef Biologie Zuurstofproductie van waterpest Proef door een scholier 2779 woorden 5 maart 2006 4,4 47 keer beoordeeld Vak Biologie Zuurstofproductie Fotosynthese is een biochemisch proces waarbij planten,
BIOLOGIE Energie & Stofwisseling VWO
BIOLOGIE Energie & Stofwisseling VWO Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL] ARTHUR A. HOOGENDOORN ATHENEUM - VRIJE ATHENEUM - AAHA Docent: A. Sewsahai De student moet de bouw en werking
1. Stofwisseling, assimilatie en dissimilatie
Samenvatting door A. 1427 woorden 12 april 2013 6,5 5 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Biologie H3 - Energie 1. Stofwisseling, assimilatie en dissimilatie Stofwisseling (metabolisme):
Studiehandleiding Biochemie I
Studiehandleiding Biochemie I 2006-2007 1 Proeftentamen Biochemie I 1. Vul de juiste term uit de lijst op de open plaatsen in onderstaande tekst in. Elke term mag maar éénmaal worden gebruikt maar niet
4. deleted. 1. ATP kan een reactie aandrijven omdat
1. ATP kan een reactie aandrijven omdat a. bij de hydrolyse van ATP warmte vrijkomt b. de hydrolyse van ATP de entropie doet toenemen c. ATP sterk bindt aan het substraat van enzymen d. ATP thermodynamisch
ANTWOORDEN ENERGIE EN FOTOSYNTHESE
OPDRACHTEN SERIE A Teken een schets ANTWOORDEN ENERGIE EN FOTOSYNTHESE 1a. Een vet bestaat uit een molecuul glycerol waaraan door middel van esterverbindingen vetzuren zijn gekoppeld. De vetzuren kunnen
1 Stoffen worden omgezet. Stofwisseling is het vormen van nieuwe stoffen en het vrijmaken van energie. Kortom alle processen in organismen.
THEMA 1 1 Stoffen worden omgezet 2 Fotosynthese 3 Glucose als grondstof 4 Verbranding 5 Fotosynthese en verbranding 1 Stoffen worden omgezet. Stofwisseling is het vormen van nieuwe stoffen en het vrijmaken
Samenvatting Biologie Stofwisseling
Samenvatting Biologie Stofwisseling Samenvatting door een scholier 1466 woorden 13 juni 2006 5,6 46 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Samenvatting Thema 1 Stofwisseling Doelstelling
Samenvattingen. Samenvatting Thema 1: Stofwisseling. Basisstof 1. Organische stoffen:
Samenvatting Thema 1: Stofwisseling Basisstof 1 Organische stoffen: - Komen af van organismen of zitten in producten van organismen - Bevatten veel energie (verbranding) - Voorbeelden: koolhydraten, vetten,
Naar: D.O. Hall & K.K. Rao, Photosynthesis, Studies in Biology, Cambridge, 1994, blz. 106.
Examentrainer Vragen Fotosynthese Vanuit tussenproducten van de fotosynthese worden niet alleen koolhydraten gevormd, maar ook vetten, vetzuren, aminozuren en andere organische zuren. Dag- en seizoensgebonden
Celmembraan (duh! dat maakt het een cel) Celwand Ribosomen (voor eiwitsynthese) Soms: uitsteeksels zoals flagel (zweepstaart)
Bacterie cel: prokaryoot: geen kern, geen chromosomen zoals wij ze kennen maar cirkelvormig Chromosoom: dus wel DNA Sommige autotroof: als ze pigmenten hebben waarmee ze fotosynthese kunnen uitvoeren Meeste
Hoofdstuk 2 : Stof- en energiewisseling Energetische omzettingen in een cel
Inhoud Hoodstuk 2 : Stof- en energiewisseling Energetische omzettingen in een cel... 1 1. Fotosynthese... 2 1.1. Inleiding... 2 1.2. De fotosystemen... 3 1.3. Het opvangen van lichtenergie en de splitsing
BIOLOGIE Thema: Stofwisseling Havo
BIOLOGIE Thema: Stofwisseling Havo Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL] Docent: A. Sewsahai De student moet de bouw en werking van enzymen kunnen beschrijven moet het proces van foto
Signaaltransductie en celcyclus (COO 6)
Signaaltransductie en celcyclus (COO 6) oefen- en zelftoets-module behorende bij hoofdstuk 9 en 12 van Unit 1 van Campbell, 10 e druk versie 2014-2015 Communicatie 1. Hier zie je drie manieren waarop een
Samenvatting Biologie Energie
Samenvatting Biologie Energie Samenvatting door een scholier 3111 woorden 20 januari 2008 6,9 197 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Samenvatting biologie Thema 3, Energie Basisstof
Eindexamen scheikunde 1 vwo 2003-II
4 Antwoordmodel Etheen 1 Het juiste antwoord kan als volgt zijn weergegeven: 2 H 2 H 2 H 2 H 2 H H H H H H H H + 2H 2 2 H + H H H H H H H 2 voor de pijl 1 formule van glucose en het overgebleven fragment
-Dissimilatie gebeurd stapje voor stapje. De chemische energie uit de stapjes wordt eerst gebruikt voor de
Samenvatting door een scholier 1966 woorden 4 oktober 2006 6,7 85 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou SAMENVATTING BIOLOGIE THEMA 1 STOFWISSELING Basisstof 1 -Voedingsstoffen, water
Karel Bogaerdstraat 4, 1020 Laken. Onderzoek competenties Biologie. De CO2-uitstoot
Lyceum Martha Somers Karel Bogaerdstraat 4, 1020 Laken Onderzoek competenties Biologie De CO2-uitstoot Hoeveel bomen moet men aanplanten om de CO2-uitstoot van de leerlingen uit een klas 5 wetenschappen
Achtergronden bij het Metabolaspel
Achtergronden bij het Metabolaspel Colofon Naar idee: dr. M. Lopes Cardozo, Universiteit Utrecht prof. dr. M.C.E. van Dam Mieras, Universiteit Leiden Projectleiding: J. Berkhout, Open Universiteit Nederland
Elektronenoverdracht (1)
Redoxreacties 1 Elektronenoverdracht (1) Een bekende reactie is: 2 Na(s) + Cl 2 (g) 2 NaCl(s) (oude notatie: Na + Cl - ) Hierbij is sprake van elektronenoverdracht. Dit kan als volgt worden voorgesteld:
Intermezzo, De expressie van een eiwit.
Samenvatting Bacteriën leven in een omgeving die voortdurend en snel verandert. Om adequaat te kunnen reageren op deze veranderingen beschikken bacteriën over tal van sensor systemen die de omgeving in
QUANTUMFYSICA FOTOSYNTHESE. Naam: Klas: Datum:
FOTOSYNTHESE QUANTUMFYSICA FOTOSYNTHESE Naam: Klas: Datum: FOTOSYNTHESE FOTOSYNTHESE ANTENNECOMPLEXEN Ook in sommige biologische processen speelt quantummechanica een belangrijke rol. Een van die processen
De basisprincipes van de fotosynthese Hoe gaat een plant om met CO 2?
De basisprincipes van de fotosynthese Hoe gaat een plant om met CO 2? Govert Trouwborst (Plant Lighting BV) Masterclass CO 2 bij potplanten 12 mei 2016 Team: dr. ir. Sander Hogewoning, dr. ir. Govert Trouwborst
Cellen aan de basis.
Cellen aan de basis. Cellen aan de basis In het thema cellen aan de basis vinden we twee belangrijke thema s uit biologie voor jou terug. 1. Organen en cellen (thema 1 leerjaar 3) 2. Stofwisseling (thema
Celademhaling & gisting
Celademhaling & gisting Tekst voor de leerkracht V. Rasquin DISSIMILATIE - TEKST VOOR DE LEERKRACHTEN In het stukje over fotosynthese hebben we gezien, dat leven en energie onlosmakelijk met elkaar verbonden
Examentrainer. Vragen. Broeikasgassen meten in wijn. 1 Uitgeverij Malmberg. Lees de volgende tekst.
Examentrainer Vragen Broeikasgassen meten in wijn Lees de volgende tekst. Sterk toegenomen verbranding van organische stoffen leidt tot een verhoging van de concentratie CO 2 in de atmosfeer. Er is op
vwo celprocessen 2010
vwo celprocessen 2010 Stofwisseling Een proefpersoon gaat na het nuttigen van een maaltijd twee dagen vasten. Tijdens die 48 uur worden de concentraties van verschillende stoffen in de lever en in het
1 Stofwisseling. JasperOut.nl
1 Introfilmpje: 1 1.1 Verzuurde spieren 1 Verzuring van je spieren Je spieren verbruiken energie komt vrij tijdens de verbranding (dissimilatie) in je cellen. Bij deze verbranding zetten je spiercellen
Nederlandse samenvatting voor geïntereseerden buiten dit vakgebied
Hoofdstuk 8 Nederlandse samenvatting voor geïntereseerden buiten dit vakgebied Alle levende wezens zijn opgebouwd uit cellen. Het menselijk lichaam heeft er 10 14 oftewel rond de 100 biljoen, terwijl bacteriën
BASISSTOF. 1 Omstandigheden van de zetmeelsynthese Functionele bouw van een chloroplast Fotosynthesereacties 48
3 1 De cel 3 Autotrofe voeding 1 De cel gezien door de lichtmicroscoop 06 1 Omstandigheden van de zetmeelsynthese 44 2 De cel gezien door de elektronenmicroscoop 09 3 Verband cel - weefsel - orgaan - stelsel
Microbiology & Biochemistry (MIB-10306, microbiologie deel)
Microbiology & Biochemistry (MIB-10306, microbiologie deel) 1. Morfologie (vorm, grootte, onderdelen) a. Teken schematisch de doorsnede van een bacterie en benoem 10 structuren. vacuole met reservestoffen,
Examen Voorbereiding Stofwisseling
Examen Voorbereiding Stofwisseling Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016 Thema 1 Stofwisseling Begrippenlijst: Begrip Organische stoffen Anorganische stoffen Enzymen Assimilatie Chemische energie Koolstofassimilatie
Naam: Student nummer:
Vraag 1. a. Vergelijk de elektronen transportketen van de ademhaling met de elektronentransport keten van de licht reactie (eventueel met tekening). Geef aan waar ze plaats vinden, wie de elektronen donors
Mitochondriële ziekten
Mitochondriële ziekten Stofwisseling NCMD Het Nijmeegs Centrum voor Mitochondriële Ziekten is een internationaal centrum voor patiëntenzorg, diagnostiek en onderzoek bij mensen met een stoornis in de mitochondriële
Toetsing voor de NLT module Brandstof voor het leven! Fotosynthese en energie op aarde
Toetsing voor de NLT module Brandstof voor het leven! Fotosynthese en energie op aarde Toets deel A: CO 2 -productie en compensatie, groei van eendenkroos Een verre reis Je besluit met drie vrienden naar
Examen Voorbereiding Cellen
Examen Voorbereiding Cellen Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016 Thema 2 Cellen Begrippenlijst: Begrip Organellen Plastiden Stamcellen Embryonale stamcellen Adulte stamcellen Endoplasmatisch reticulum
Reacties en stroom 1
Reacties en stroom 1 Elektronenoverdracht (1) Een bekende reactie is: 2 Na(s) + Cl 2 (g) 2 NaCl(s) (oude notatie: Na + Cl - ) Hierbij is sprake van elektronenoverdracht. Dit kan als volgt worden voorgesteld:
Antwoorden Biologie Hoofdstuk 1: Stofwisseling
Antwoorden Biologie Hoofdstuk 1: Stofwisseling Antwoorden door een scholier 1478 woorden 16 februari 2009 5,6 56 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Biologie voor jouw Havo 5 Hoofdstuk
Quiz 2015. Experimentenwedstrijd Antwoorden. Playful Science 9
Experimentenwedstrijd Antwoorden. Playful Science 9 1. De energie voor de samentrekking van skeletspieren wordt geleverd door ATP. Spieren hebben slechts een kleine hoeveelheid ATP in voorraad. Eenmaal
7. Chemische reacties
7. Chemische reacties 1. Definitie Bij een chemische reactie verdwijnen één of meer stoffen en ontstaan één of meer nieuwe stoffen. De stoffen die verdwijnen noemen we de uitgangsstoffen of reagentia.
Bacteriële ijzer reductie
Bacteriële ijzer reductie Een aantal bacteriën zijn in staat om ferri ijzer te reduceren. Dit gebeurt bv in sedimenten van meren. Dit gereduceerde ijzer kan dan worden getransporteerd over zelfs grote
Overzicht van reactievergelijkingen Scheikunde
verzicht van reactievergelijkingen Scheikunde Algemeen Verbranding Een verbranding is een reactie met zuurstof. ierbij ontstaan de oxiden van de elementen. Volledige verbranding Bij volledige verbranding
Opdracht 7.2 Energie een heel lastig onderwerp
Opdracht 7.2 Energie een heel lastig onderwerp Inleiding voor de docent: Onverwachte gaten in het curriculum en in BINAS In deze opdracht gaat de aandacht naar de samenhang tussen de processen die een
De toegevoegde waarde van Ammonium in Kalksalpeter
De toegevoegde waarde van Ammonium in Kalksalpeter Water en kooldioxide zijn qua hoeveelheid de belangrijkste bouwstoffen voor planten. Van andere voedingsstoffen hebben ze minder nodig, al zijn die wel
Les wetenschappen: biologie
Les wetenschappen: biologie 1. De ontdekking van cellen: Vermogen= 0,2mm Lichtmicroscoop= x 1000 Elektronenmicroscoop= x 1000 2. Cellen in relatie met andere organisatieniveaus: Organisme Algemeen Konijn
Oefen-SE SE4 Havo 5. Micro-organismen
Oefen-SE SE4 Havo 5 Bij alle berekeningen moeten de antwoorden in wetenschappelijke notatie, in het juiste aantal significante cijfers en indien nodig met de juiste eenheid weergegeven worden. Micro-organismen
Mitochondriële ziekten Stofwisseling
Mitochondriële ziekten Stofwisseling Deze folder maakt deel uit van een serie over mitochondriële aandoeningen. In deze folder leest u meer over de stofwisseling. De stofwisseling is niet eenvoudig daarom
1. Elementaire chemie en chemisch rekenen
In onderstaande zelftest zijn de vragen gebundeld die als voorbeeldvragen zijn opgenomen in het bijhorend overzicht van de verwachte voorkennis chemie 1. Elementaire chemie en chemisch rekenen 1.1 Grootheden
SCHEIKUNDE. Hoofdstuk 9
SCHEIKUNDE Hoofdstuk 9 Par. 1 Elke chemische reactie heeft een energie-effect. De chemische energie voor én na de reactie is niet gelijk. Als de reactie warmer wordt is de chemische energie omgezet in
4. Toevoeging van een ontkoppelaar zal in mitochondrien de snelheid van NADH consumptie doen en de snelheid van ATP synthese doen
1. Ontkoppeling van mitochondriale oxidatieve fosforylatie a. laat nog steeds mitochondriale ATP vorming toe, maar zal het verbruik van O 2 doen stoppen b. zal alle mitochondriale metabolisme doen stilvallen
1. Elementaire chemie en chemisch rekenen
In onderstaande zelftest zijn de vragen gebundeld die als voorbeeldvragen zijn opgenomen in het bijhorend overzicht van de verwachte voorkennis chemie. 1. Elementaire chemie en chemisch rekenen 1.1 Grootheden
UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I SCHEIKUNDE HAVO
UITWERKING TOELICTING OP DE ANTWOORDEN VAN ET EXAMEN 2002-I VAK: NIVEAU: SCEIKUNDE AVO EXAMEN: 2002-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen
1 Gewassen en hun afwijkingen Kennismaking met de plant Afwijkingen in de teelt Afsluiting 24
Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Gewassen en hun afwijkingen 9 1.1 Kennismaking met de plant 10 1.2 Afwijkingen in de teelt 17 1.3 Afsluiting 24 2 Afwijkingen voorkomen en bestrijdingsmethoden 25 2.1 Niet-parasitaire
Figuur 1. Representatie van de dubbele helix en de structuren van de verschillende basen.
Het DNA molecuul is verantwoordelijk voor het opslaan van de genetische informatie die gebruikt wordt voor de ontwikkeling en het functioneren van levende organismen. Aangezien het de instructies voor
- 1 - Microbiologie en Biochemie (MIB-10306) Biochemie deel Vrijdag 29 februari 2008, uur
Microbiologie en Biochemie (MIB-10306) Biochemie deel Vrijdag 29 februari 2008, 9.00-12.00 uur - Begin met het invullen van je naam en registratienummer. - Alle antwoorden moeten op het vragenformulier
Aan de slag met Fotosynthese
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres E i Kiwijs 27 september 2011 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/32977 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet.
Waar leven is, zijn ook Enzymen
Waar leven is, zijn ook Enzymen De verschillende functies van de Enzymen zijn ontelbaar veelzijdig, net zo als bij Microorganismen, maar Enzymen zijn geen Micro organismen. Het betreft hier dus geen levende
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017
SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017 CORRECTIEMODEL VOORRONDE 2 af te nemen in de periode van 20 tot en met 24 maart 2017 Deze voorronde bestaat uit 20 meerkeuzevragen verdeeld over 7 onderwerpen en 3 opgaven met
FOTOSYNTHESE bij PLANTEN
FOTOSYNTHESE bij PLANTEN INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave Inleiding Doel Theorie Opstelling Uitvoering Waarnemingen en berekeningen Foutenbespreking Conclusie Geraadpleegde literatuur Bijlagen INLEIDING Wij
Verzuring ontstaat als spiercellen te weinig zuurstof krijgen. Bij inspanning wordt de spiercellenenergie (uit glucose) omgezet in bewegingsenergie.
Samenvatting door een scholier 3020 woorden 16 november 2016 7 11 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Thema 1 Stofwisseling 1 Verzuurde spieren Verzuring ontstaat als spiercellen te
Inleiding in de RedOx chemie
Even opfrissen: Drie hoofdcategorieën stoffen: Inleiding in de RedOx chemie Moleculaire stoffen: Atoombinding in molecuul (sterk), Van der Waals binding tussen moleculen (zwak), polaire/apolaire (atoom)bindingen,
Ecosysteem in een fles
Ecosysteem in een fles Door: Femke Hoeksma 1 Voorwoord: De keuze van een onderwerp voor mijn profielwerkstuk was best moeilijk. Na een uitgebreide oriëntatie ben ik tot de keuze van een gesloten ecosysteem
Hieronder zie je een schema van een eenvoudige chemische cel met koper/zink elektroden. Bestudeer dit schema met aandacht:
Cursus Chemie 7-1 Hoofdstuk 7 : INDIREKTE REDOXREACTIES (met elektrodes) Naast de directe zijn er ook indirecte redoxreacties. Dat wil zeggen: er is geen direct contact tussen de deeltjes van de oxidator
Examen scheikunde HAVO tijdvak uitwerkingen
Examen scheikunde HAV tijdvak 2 2018 uitwerkingen Bodem bedekken 1p 1 fotosynthese/koolzuurassimilatie 2 25,0 kg 3 Aantal m 3 polymelkzuur in 1,00 m 3 bolletjes = 3 3 1,24 10 kg/m 2,016 10 2 m 3 4 Volume
Redoxreacties. Gegeven zijn de volgende reactievergelijkingen: Reactie 1: Pd Cl - 2- PdCl 4 Reactie 2: 2 Cu I - -
Redoxreacties 5vwo Opgave 1 Redox of niet? Gegeven zijn de volgende reactievergelijkingen: Reactie 1: Pd 2+ + 4 Cl - 2- PdCl 4 Reactie 2: 2 Cu 2+ + 5 I - - 2 CuI + I 3 Leg voor elk van beide reacties uit
Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2003-II
4 Antwoordmodel N 1 N + N N en voor de pijl en N na de pijl 1 bij juiste formules voor en na de pijl: juiste coëfficiënten 1 Een voorbeeld van een juist energiediagram is: E 1 mol N -0,815. 10 5 J 1 mol
ENZYMEN. Hoofdstuk 6
ENZYMEN Hoofdstuk 6 H6 ENZYMEN opbouw en werking mechanisme Invloeden op de enzymactiviteit Temperatuur ph Enzym-substraatconcentratie Remstoffen Naamgeving Toepassing mogelijkheden enzymen Spijsverteringsenzymen
a. 38 b. 38 c. 0 d. 36/38
Microbiologiedeel: Hieronder staan vier vragen die de stijl en diepgang hebben van de vragen van het microbiologiedeel zoals ze op het tentamen gevraagd kunnen worden. 1.a. Hoeveel ATP kan de gram negatieve
Scheikundige begrippen
Scheikundige begrippen Door: Ruby Vreedenburgh, Jesse Bosman, Colana van Klink en Fleur Jansen Scheikunde begrippen 1 Chemische reactie Ruby Vreedenburgh Overal om ons heen vinden er chemische reacties
scheikunde vwo 2017-II
Kerosine uit zonlicht maximumscore 3 Een voorbeeld van een juiste berekening is: E = ( 2,42 0 5 ) + 0,5 ( 3,935 0 5 ) + 0,5 (,05 0 5 ) = +3,84 0 5 (J mol ). juiste verwerking van de vormingswarmten van
Nederlandse samenvatting voor geïnteresseerden buiten het vakgebied
Nederlandse samenvatting voor geïnteresseerden buiten het vakgebied Met dit proefschrift ga ik promoveren in de biochemie. In dit vakgebied wordt de biologie bestudeerd vanuit chemisch perspectief. Het
Les 2: Fotosynthese. Fig.15.1
Les 2: Fotosynthese Fig.15.1 Bacteria Cyanobacteria & planten Hoe wordt licht energie gecapteerd? Licht wordt uitgezonden in quanta (fotonen) De energie van die fotonen: vgl van Planck E = h.ν = h.c/λ
1 Algemene begrippen. THERMOCHEMIE p. 1
TERMOCEMIE p. 1 1 Algemene begrippen De chemische thermodynamica bestudeert de energieveranderingen en energieuitwisselingen bij chemische processen. Ook het voorspellen van het al of niet spontaan verloop
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE
NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE CORRECTIEMODEL VOORRONDE 1 af te nemen in de periode van woensdag 5 januari 01 tot en met woensdag 1 februari 01 Deze voorronde bestaat uit 4 meerkeuzevragen verdeeld over
1. Covalent. 2. Ionogene fosfaat bindingen. 3. Niet- covalent. 4. Van der Waals interacties tussen de basen.
Vraag 1. Welk antwoord is niet juist? 1. Bacteriële genoom is circulair. 2. DNA replicatie begint bij de geboorte van een bacterie. 3. DNA replicatie is bi- directioneel. 4. Het bacteriële genoom heeft
1. Elementaire chemie en chemisch rekenen
In onderstaande zelftest zijn de vragen gebundeld die als voorbeeldvragen zijn opgenomen in het bijhorend overzicht van de verwachte voorkennis chemie. 1. Elementaire chemie en chemisch rekenen 1.1 Grootheden
BOUWSTENEN VAN HET LEVEN
BOUWSTENEN VAN HET LEVEN Pearson Basisboek Biologie 10voorBiologie VWO Hoofdstuk 1 L. Grotenbreg (MSc.) Bouwstenen van het leven Organische moleculen, groot of klein, bevatten chemische energie en zijn
