VROEGER NADENKEN OVER LATER
|
|
|
- Karolien van der Heijden
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Positionering en verwachtingen van de algemene Belgische bevolking over de planning van de latere levensjaren Policy Brief 12 december 2012 Koning Boudewijnstichting Ipsos Public Affairs Projectverantwoordelijken : Projectcoördinator Mevrouw Saïda Sakali Mevrouw Corinne Descamps [email protected] [email protected] Mijnher Yves Dario [email protected]
2 1. Het onderzoek Context Doelgroep van het onderzoek Grootte en samenstelling van de steekproef Vragenlijst De voornaamste resultaten Spreken over het leven na het actieve beroepsleven Gespreksonderwerpen Bestaan van taboeonderwerpen aangaande de latere levensjaren Taboeonderwerpen aangaande de oude dag Voorbereiding van het leven na het actieve beroepsleven Voorbereiding van het leven na het actieve beroepsleven bij de Belgische bevolking Redenen om de latere levensjaren voor te bereiden Welke voorbereidingen treffen de Belgen na hun actieve beroepsleven? Redenen om de latere levensjaren niet voor te bereiden Het leven na het actieve beroepsleven van de ouders Met wie spreken ouders over hun latere levensjaren? Taboeonderwerpen tijdens het gesprek met de ouders Een levensproject voor de latere levensjaren Elementen ter bevordering van de dialoog
3 1. Het onderzoek 1.1. Context Vandaag de dag is ouder worden een centraal aandachtspunt geworden in onze samenleving. Er moet wel op gewezen worden dat onze levensverwachting met 30 jaar gestegen is op een eeuw tijd. Het is nuttig om deze levensfase voor te bereiden die ons te wachten staat eens ons beroepsleven erop zit en om er bij de voorbereiding over te spreken met onze omgeving. De Koning Boudewijnstichting wil de dialoog met onze omgeving aanmoedigen over de voorbereiding van dit tweede levensproject. Daarom lanceerde de Stichting het project Vroeger denken aan later met als doel instrumenten te ontwikkelen ter bevordering van de dialoog. In het kader van dit project wenste de Koning Boudewijnstichting de Belgische bevolking te ondervragen over de manier waarop ze deze levensfase overweegt en ze zich erop voorbereidt. Het onafhankelijke marktonderzoeksbureau Ipsos kreeg van de Koning Boudewijnstichting de opdracht om de enquête uit te voeren Doelgroep van het onderzoek De Koning Boudewijnstichting en Ipsos besloten om binnen de Belgische bevolking een steekproef te ondervragen van jarigen die vragen dienden te beantwoorden betreffende hun eigen voorbereiding van het leven na hun pensioen alsook vragen over de voorbereiding van het leven na het pensioen van hun ouders Grootte en samenstelling van de steekproef Van 25 oktober tot 8 november 2012, werden 1009 personen tussen 40 en 75 jaar oud ondervraagd (maximale foutenmarge van 3%), waarvan 405 in Vlaanderen 402 in Wallonië en 202 in Brussel. De totale steekproef werd opgesplitst in 2 deelsteekproeven van dezelfde grootte, elk ondervraagd op de meest relevante manier naargelang de leeftijdscategorie: 1. een online bevraging voor de jarigen bij 509 personen 2. een telefonische bevraging voor de jarigen bij 500 personen Beide steekproeven werden samengesteld op basis van representatieve quota voor de betrokken Belgische bevolking op vlak van leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en beroepsactiviteit. De resultaten werden gewogen om representatief te zijn voor de Belgische bevolking van 40 tot 75 jaar in elk van de regio s en over heel België Vragenlijst De vragenlijst werd opgesteld door Ipsos en de Koning Boudewijnstichting. De gemiddelde duur van de enquête bedroeg 20 minuten en de vragenlijst werd opgesteld in het Frans en het Nederlands. De volgende thema s kwamen aan bod: 1. Voorstelling van het leven na het actieve beroepsleven: Wat betekent het? 2. Spreken over het leven na het actieve beroepsleven: Wordt hierover gesproken? Met wie en over welke onderwerpen? 3. Voorbereiding van het leven na het actieve beroepsleven: Wat moet men voorbereiden voor het leven na het actieve beroepsleven? 4. Voorbereiding van het eigen leven na het actieve beroepsleven: Heeft men het voorbereid? Wat? Waarom wordt het niet voorbereid? 5. Spreken met zijn ouders over hun zogenaamde oude dag : Heeft men er met hen over gesproken? Hoe vaak? Op welke manier? In welke omstandigheden? Waarover? 6. Elementen ter bevordering van de communicatie met zijn of haar omgeving. 3
4 2. De voornaamste resultaten 2.1. Spreken over het leven na het actieve beroepsleven Grafiek 1: Aandeel van Belgen tussen 40 en 75 jaar die spreken over het leven na het actieve beroepsleven Hebt/Had u al met iemand gesproken over uw oude dag, uw latere levensjaren? 33% 35% Vlaanderen Brussel Wallonië 35% JA NEEN 66% 1 OP DE 3 BELGEN TUSSEN 40 EN 75 JAAR SPREEKT OVER ZIJN LEVEN NA HET ACTIEVE BEROEPSLEVEN. Deze verhouding is dezelfde in de 3 regio s en bij mannen en vrouwen. Deze telt statistisch gezien meer mensen met een diploma hoger onderwijs ( versus 30% voor personen met een diploma secundair of lager onderwijs), die behoren tot de hogere sociale klassen (HSK) (37% versus 3 voor personen uit de lagere sociale klassen (LSK), die professioneel actief zijn (39% versus 29% bij inactieven) en die samenwonen (37% versus 28% voor alleenstaanden). We stellen ook een neiging vast tot meer dialoog bij mensen die vinden dat ze in het algemeen in goede gezondheid verkeren (37% versus 26% voor mensen die vinden dat hun algemene gezondheidstoestand middelmatig is). Verder zullen we zien dat ziekte het eerste taboeonderwerp is van het leven na het pensioen. Grafiek 2: Profiel van Belgen die spreken over hun leven na het actieve beroepsleven Gesprekken dienen dus overal aangemoedigd te worden en vooral bij mensen uit de lagere sociale klassen 4
5 2.2. Gespreksonderwerpen DE 3 BELANGRIJKSTE GESPREKSONDERWERPEN OVER HET LEVEN NA HET ACTIEVE BEROEPSLEVEN WORDEN AANGEKAART BIJ MINSTENS 6 OP DE 10 BELGEN. HET GAAT DAN OVER VRIJETIJDSACTIVITEITEN (69%), GEZONDHEID (63%) EN PENSIOENPLANNEN IN HET ALGEMEEN (62%). Daarop volgen gespreksonderwerpen aangekaart door minstens 5 op de 10 Belgen: de beschikbare inkomsten (59%), reisplannen (55%), de plaats van wonen/ leven (50%) en de tijd voor de familie (50%). Minstens 4 op de 10 Belgen spreken over hun nalatenschap (48%), de overgang van het beroepsleven naar het pensioen (46%) en de rol van grootouders (). Tot slot spreken slechts 3 op de 10 Belgen over de zorg die ze wensen tijdens hun laatste levensjaren (), hun mobiliteit (35%), het onderhoud en renovatieplannen van hun woning ( en 28%). In vergelijking met jarigen, vertonen jarigen meer interesse in de verschillende thema s aangaande het leven na het actieve beroepsleven. De HSK spreken nog liever over vrijetijdsactiviteiten. Vrouwen verschillen van mannen in het feit dat vrouwen meer spreken over zorg tijdens de laatste levensjaren (44% versus 29% voor mannen). Grafiek 3 : Thema s die worden aangekaart tijdens het gesprek over het leven na het actieve beroepsleven Over welke thema's hebt u gesproken? MINSTENS 6 OP DE 10 BELGEN Vrijetijdsactiviteiten Gezondheid Pensioenplannen in het algemeen 69% 63% 62% HSK 75% jaar 63% 56% 59% jaar 84% 8 70% MINSTENS 5 OP DE 10 BELGEN Beschikbare inkomsten Reisplannen Plaats van wonen/ leven Tijd voor de familie 59% 55% 50% 50% 56% 48% 43% 37% 67% 70% 68% 79% MINSTENS 4 OP DE 10 BELGEN De nalatenschap Overgang beroepsleven naar pensioen De rol van de grootouders 48% 46% 4 28% 64% 76% 69% MINSTENS 3 OP DE 10 BELGEN Zorg tijdens de laatste levensjaren Mobiliteit Onderhoud van de woning Renovatieplannen 35% 28% Vrouwen 44% 27% 23% 19% 16% 58% 64% 62% 56% Basis: Hebben met iemand gesproken over het leven na het pensioen - n= 343 Meerdere antwoorden mogelijk Vóór de pensioenleeftijd heeft men geen algemeen beeld van het leven na het actieve beroepsleven, men vestigt zijn aandacht op vrijetijdsactiviteiten. Eens men met pensioen is, blijven vrijetijdsactiviteiten een aangenaam onderwerp, maar ook andere thema s komen dan opduiken. 5
6 2.3. Bestaan van taboeonderwerpen aangaande de latere levensjaren 6 OP DE 10 BELGEN TUSSEN 40 EN 75 JAAR HEBBEN TABOEONDERWERPEN DE LATERE LEVENSJAREN WALEN EN BRUSSELAARS HEBBEN MEER TABOEONDERWERPEN AANGAANDE DE LATERE LEVENSJAREN TEN OPZICHTE VAN VLAMINGEN. DIT IS OOK HET GEVAL VOOR JARIGEN TEN OPZICHTE VAN JARIGEN. Grafiek 4: Aandeel van Belgen tussen 40 en 75 jaar die taboeonderwerpen hebben aangaande de zogenaamde oude dag Taboe Geen taboe Totale steekproef Vlaanderen Brussel Wallonië jaar jaar 60% 55% 70% 68% 64% 54% 45% 30% 46% Basis: Totale steekproef n=1009 Vraag: Zijn er onderwerpen over de oude dag waarover u moeilijk kan praten? 2.4. Taboeonderwerpen aangaande de oude dag ZIEKTE IS HET BELANGRIJKSTE TABOEONDERWERP AANGAANDE DE LATERE LEVENSJAREN Dit is zo bij bijna de helft van de Belgen met taboeonderwerpen en bij de helft van de jarigen. De enquête toont aan dat ziekte een nog belangrijker taboeonderwerp is voor mensen met een slechte algemene gezondheidstoestand (57% versus 43% voor mensen met een goede algemene gezondheidstoestand). Dit verklaart ook het hogere percentage van mensen die niet spreken over de oude dag bij mensen met een slechte gezondheidstoestand. Het is ook moeilijker voor mensen met thuiswonende kinderen om over een ziekte te spreken (55%). Grafiek 5 : Aandeel van Belgen tussen 40 en 75 jaar die ziekte als taboeonderwerp beschouwen Taboe 60% jaar 50% jaar 37% Vlaanderen Brussel 64% Wallonië 56% Goede gezondheid 43% Slechte gezondheid 57% Basis: Hebben taboeonderwerpen n=606 Vraag: Zijn er onderwerpen over de oude dag waarover u moeilijk kan praten? Meerdere antwoorden mogelijk 6
7 DE FYSIEKE EN PSYCHISCHE ACHTERUITGANG VOLGEN KORT OP ZIEKTE ALS TABOEONDERWERPEN, MET EEN VERMELDING BIJ MINSTENS 4 OP DE 10 BELGEN MET TABOEONDERWERPEN. Vervolgens komen de dood en de armoede & financiële afhankelijkheid op eenzelfde niveau (39%). Interessant om aan te merken is dat bij jarigen ziekte en dood een groter taboeonderwerp vormen dan bij de jarigen. De financiële armoede wordt nog meer gezien als taboeonderwerp door alleenstaanden (45%), personen met een middelmatige gezondheidstoestand (45%) en personen die hun woning huren (60%), personen die we zullen definiëren als verzwakt op socio-economisch vlak. De analyse per regio bevestigt grafiek 4 die aantoonde dat taboeonderwerpen aangaande de oude dag relatief vaker voorkwamen in Wallonië en in Brussel dan in Vlaanderen. Grafiek 6 : Taboeonderwerpen aangaande de latere levensjaren Achteruitgang van fysieke vaardigheden 44% 45% 47% 54% Fysiek afhankelijk worden van anderen 45% 37% 39% 48% 46% De psychische afhankelijkelijkheid 43% 35% 46% 53% De dood 39% 49% Vlaanderen n=221 Armoede, financiële afhankelijkelijkheid 39% 35% jaar n= jaar n=189 52% 44% Brussel n=141 Wallonië n=273 Base: Vinden dat er onderwerpen over de oude dag zijn waarover men moeilijk kan praten n=606 De 60- tot 75-jarigen vermelden ook taboes betreffende het feit dat ze niet langer alleen thuis kunnen blijven wonen en betreffende het gevoelsleven (3 personen op de 10 die 60 tot 75 jaar oud zijn) en ook betreffende het regelen van hun nalatenschap (2 personen op de 10 die 60 tot 75 jaar oud zijn). Grafiek 7 : Andere taboes die meer voorkomen bij de bevolking van 60 tot 75 jaar oud Niet meer alleen thuis kunnen wonen 23% Het gevoelsleven, liefdesleven 16% 3 De nalatenschap van het vermogen 1 23% jaar n= jaar n=189 Base: Vinden dat er onderwerpen over de oude dag zijn waarover men moeilijk kan praten 7
8 2.5. Voorbereiding van het leven na het actieve beroepsleven Ongeacht de leeftijd, het geslacht of de sociale klasse, betekent het leven na het actieve beroepsleven goed voorbereiden voor 9 op de 10 Belgen: 1. Ervoor zorgen dat men genoeg inkomsten zal hebben 2. Gezond blijven 3. Vrijetijdsactiviteiten hebben Grafiek 8: Wat men moet voorbereiden voor het leven na het actieve beroepsleven - % ja Ervoor zorgen dat men genoeg inkomsten zal hebben 94% Gezond blijven, de behandelende arts regelmatig preventief raadplegen 90% Vrijetijdsactiviteiten hebben 90% Wonen in de buurt van winkels, openbaar vervoer, diensten voor geneeskundige verzorging 82% Een woning hebben die aangepast is voor wanneer men minder gezond zal zijn 78% De nalatenschap regelen 7 De naaste familieleden en vrienden informeren over de keuzes voor de laatste levensjaren 66% Met naasten praten over de pensioenplannen 53% Niets Basis: Totale steekproef n=1009 Vraag: Waaraan moet men volgens u denken indien men zich goed wil voorbereiden op de oude dag? Meerdere antwoorden mogelijk 2 op de 3 Belgen (66%) vinden dat naaste familieleden en vrienden informeren over de keuzes voor zijn laatste levensjaren ook moet deel uitmaken van de voorbereiding van het leven na het pensioen, 72% van de vrouwen en 60% van de mannen. 7 op de 10 personen in Wallonië versus 6 op de 10 personen in Vlaanderen. 1 op de 2 Belgen denkt dat erover praten met naaste familieleden en vrienden deel moet uitmaken van de voorbereiding van het leven na het actieve beroepsleven. 56% van de personen met een goede gezondheidstoestand versus 48% van de personen met een slechte gezondheidstoestand. Hier vindt men ook het taboeonderwerp van de ziekte terug. Personen die eigenaar zijn van hun woning zijn ook meer geneigd om een gesprek te overwegen met naaste vrienden en familieleden (55% versus 46% voor huurders). Waarschijnlijk betreft het gesprek met naaste familieleden en vrienden dan de nalatenschap aangezien 73% van de eigenaars versus 64% van de huurders vinden dat de regeling van de nalatenschap hoort bij de voorbereiding van het leven na het actieve beroepsleven. In het algemeen houden vrouwen en jarigen meer rekening dan mannen en jarigen, met de praktische organisatie van het leven na het actieve beroepsleven, zoals wonen in de buurt van winkels, openbaar vervoer, diensten voor geneeskundige verzorging, een woning hebben die aangepast is voor wanneer men minder gezond zal zijn en zijn nalatenschap regelen. De voorbereiding van het leven na het actieve beroepsleven houdt eerst en vooral in dat men ervoor zorgt dat men genoeg inkomsten zal hebben voor deze levensfase. Waarschijnlijk is dit het gevolg van de verschillende campagnes rond pensioensparen die de laatste jaren opduiken en het feit dat ons pensioensysteem steeds vaker in vraag wordt gesteld. Men stelt ook al een bewustwording vast ten opzichte van het behoud van een goede gezondheid. 8
9 2.6. Voorbereiding van het leven na het actieve beroepsleven bij de Belgische bevolking 38% VAN DE BELGEN TUSSEN 40 EN 75 JAAR BEREIDEN HET LEVEN NA HUN ACTIEVE BEROEPSLEVEN VOOR Grafiek 9: Aandeel van Belgen tussen 40 en 75 jaar die het leven na hun actieve beroepsleven voorbereiden Bereiden niet voor 62% Bereiden voor 38% BETERE VOORBEREIDING IN VLAANDEREN EN DE HOGERE SOCIALE KLASSEN Men bereidt zijn oude dag meer voor in Vlaanderen dan in de 2 andere regio s: 4 op de 10 Vlamingen versus 3 op de 10 Walen en 3 op de 10 Brusselaars. De HSK en de personen met een hoger opleidingsniveau bereiden ook talrijker hun oude dag voor. Tot slot, zet het overlijden van een ouder en een nogal slechte gezondheidstoestand mensen ertoe aan tot de voorbereiding van de oude dag. Eigenaars bereiden ook meer hun oude dag voor dan huurders. Grafiek 10: Profiel van Belgen tussen 40 en 75 jaar die hun oude dag voorbereiden jaar jaar Vlaanderen Brussel Wallonië 4 33% Eigenaar Huurder 26% HSK LSK Ouders overleden Ouders in leven Hoger onderwijs Lager onderwijs 47% 9
10 Redenen om de latere levensjaren voor te bereiden Grafiek 11: Redenen om delatere levensjaren voor te bereiden Een vermindering van inkomsten Naderen van pensioenleeftijd Ziekte Overlijden van de partner De wens om actief te blijven Extra inkomsten Het verliezen van de job Isolement Een verhuizing Het overlijden van een ouder De geboorte van een kleinkind De kinderen verlaten het huis Een scheiding Op vraag van de kinderen Het voorbeeld van naasten Een andere reden Niets Weten het niet 39% 28% 22% 18% 18% 18% 17% 13% % 9% 16% 35% 43% 29% 23% 33% 16% 27% 16% 2 17% 19% 2 15% 20% 15% 12% 9% 13% 8% 13% 9% 1 9% 10% 18% 13% Mannen n=300 Vrouwen n=326 39% 2 26% 43% 22% 39% 2 24% 16% 23% 13% 29% 16% 2 23% 12% 18% 7% 24% 12% 10% 7% 18% 9% 13% 5% 19% 4% 19% 3% jaar n= jaar n=206 Base: Hebben/Hadden hun oude dag niet voorbereid n=626 De noodzaak om over voldoende financiële middelen te beschikken, scoort het hoogst bij de omstandigheden die zouden aanzetten om deze levensfase voor te bereiden. Veranderingen in de persoonlijke situatie (overlijden van de partner, verhuizing, overlijden van een ouder, geboorte van een kleinkind, scheiding) zetten eveneens aan om de oude dag voor te bereiden. 1 op de 10 personen zou geneigd zijn om de oude dag voor te bereiden indien de kinderen hierom vroegen. In het algemeen zijn er bij vrouwen meer redenen die hen kunnen aanzetten om hun oude dag voor te bereiden dan bij mannen. Vrouwen vertonen meer angst voor inactiviteit en isolement dan mannen. Ook het voorbeeld van naaste familieleden of vrienden die bezig zijn met het plannen van hun oude dag is een niet te verwaarlozen aanmoediging om zelf de oude dag voor te bereiden. Men bereidt de oude dag voor eens men met pensioen is, en niet vroeger, tenzij bijzondere omstandigheden ons dwingen tot een vroegtijdige voorbereiding. 10
11 Welke voorbereidingen treffen de Belgen na hun actieve beroepsleven? Eerste element bij de voorbereiding van de latere levensjaren is het financiële comfort. Dit is ook de eerste doelstelling (zelfs de belangrijkste doelstelling bij de jarigen), van de Belgen die het leven na hun actieve beroepsleven voorbereiden (7 op de 10 personen die het leven na hun actieve beroepsleven voorbereiden), ongeacht hun leeftijd, geslacht of de regio waar ze wonen. Het financiële comfort bij het pensioen wordt gezocht via de onderschrijving van pensioensparen of een levensverzekering en de natrekking van een eigendom (van zijn woning). Gezond blijven is de tweede doelstelling van Belgen die hun oude dag voorbereiden (5 op de 10 personen die het leven na hun actieve beroepsleven voorbereiden). Daarvoor raadplegen ze regelmatig hun behandelende arts, letten ze op hun voeding, stellen ze een globaal medisch dossier samen, hebben ze vrijetijdsactiviteiten/ hobby s en doen ze aan lichaamsbeweging. In het algemeen bereiden jarigen hun oude dag ruimer voor dan de jarigen die zich focussen op de inkomsten en de gezondheid. Op regionaal vlak zien we dat de voorbereiding in Wallonië meer gericht is op gezondheid en vrijetijdsactiviteiten/ hobby s dan in Vlaanderen. Walen en Brusselaars bekommeren zich ook meer dan Vlamingen om de inkomsten waarvan ze zullen kunnen genieten tijdens deze levensfase. Grafiek 12: Elementen ter voorbereiding van de oude dag Ervoor zorgen dat men genoeg inkomsten zal hebben 93% 95% 94% 98% 94% Gezond blijven, de behandelende arts regelmatig preventief raadplegen 89% 93% 92% 86% 89% Vrijetijdsactiviteiten hebben 90% 9 92% 95% 86% Wonen in de buurt van winkels, openbaar vervoer, diensten voor geneeskundige verzorging 8 86% 84% 88% 78% Een woning hebben die aangepast is voor wanneer men minder gezond zal zijn 74% 87% 78% 79% 78% De nalatenschap regelen 68% 76% 73% 64% 68% De naaste familieleden en vrienden informeren over de keuzes voor de laatste levensjaren 68% 63% 63% 70% 72% Met naasten praten over de pensioenplannen Niets 50% 58% jaar n= jaar n= % 55% Vlaanderen n=405 Brussel n=202 Wallonië n=402 Voor het pensioen, komt het er bij de voorbereiding op neer om in te schrijven op pensioensparen of een levensverzekering. Na het pensioen, is de voorbereiding ruimer en omvat die gezondheid, vrijetijdsactiviteiten/ hobby s en nalatenschap. Het is echt pas wanneer men met pensioen is dat men die levensfase voorbereidt. 11
12 Redenen om de latere levensjaren niet voor te bereiden 6 OP DE 10 BELGEN BEREIDEN LATERE LEVENSJAREN (HUN OUDE DAG ) NIET VOOR, VOORAL OMDAT ZE VINDEN DAT HET TE VROEG IS OM HUN LEVEN NA HET ACTIEVE BEROEPSLEVEN VOOR TE BEREIDEN ALS ZE NOG NIET MET PENSIOEN ZIJN (5 OP DE 10 PERSONEN BEREIDEN HET LEVEN NA HUN ACTIEVE BEROEPSLEVEN NIET VOOR). Grafiek 13: Redenen om het leven na het actieve beroepsleven niet voor te bereiden Bereiden niet voor 62% Het is te vroeg 49% 55% Goede gezondheidstoestand 58% Eigenaars 57% Ouders in leven 57% Dachten er nog niet aan 25% 44% Lagere sociale klassen 37% Denken er liever niet aan 29% 26% Lagere sociale klassen Een middelmatige gezondheid Denken dat het niet nodig is 10% 48% Bij gebrek aan tijd 38% jaar n=421 Weten het niet 6% jaar n=205 Base: Hebben/Hadden het leven na hun pensioen niet voorbereid n=626 Question: Waarom hebt u zich nog niet voorbereid op uw oude dag? Waarom had u zich niet voorbereid op uw oude dag? Meerdere antwoorden mogelijk Te vroeg is een argument dat nog meer aangehaald wordt bij jarigen, Belgen die in goede gezondheid verkeren, diegenen met nu al een zeker financieel comfort en diegenen van wie de ouders nog in leven zijn. Dit bevestigt wat we vroeger al vernamen. De voorbereiding van het leven na het actieve beroepsleven gebeurt eens men met pensioen is tenzij bijzondere omstandigheden ons er vroeger toe verplichten, zoals een ziekte of een overlijden, aangezien de hoofddoelstelling erin bestaat te zorgen voor een financieel comfort. 3 op de 10 personen die het leven na hun actieve beroepsleven niet voorbereiden doen dat niet omwille van een gebrek aan sensibilisatie over het onderwerp, vooral bij LSK. Evenveel mensen denken niet graag aan die levensfase en bereiden die dus niet voor, dit is opnieuw meer het geval bij LSK en ook bij mensen met een middelmatige gezondheidstoestand. Hier komen waarschijnlijk de taboeonderwerpen van ziekte en ouderdom in deze levensfase tot uiting. Als we kijken naar de verschillende redenen die aangehaald worden om het leven na het actieve beroepsleven niet voor te bereiden, volgens de leeftijdscategorie van de mensen, merken we een stijging in de sensibilisatie voor de voorbereiding van de oude dag tussen de huidige gepensioneerden (60-75 jaar) en de toekomstige gepensioneerden (40-59 jaar). Bij de huidige gepensioneerden hebben 4 op de 10 er niet aan gedacht om hun oude dag voor te bereiden versus ¼ bij toekomstige gepensioneerden. 5 op de 10 huidige gepensioneerden denken dat het niet nodig was om hun oude dag voor te bereiden versus 1 op de 10 toekomstige gepensioneerden. Hoewel het nog geen deel uitmaakt van de gewoonten van de meeste Belgen, verschijnt de voorbereiding van het leven na het pensioen steeds meer in de mentaliteiten. 12
13 2.7. Het leven na het actieve beroepsleven van de ouders Met wie spreken ouders over hun latere levensjaren? 1 OP DE 10 BELGEN SPRAK MET ZIJN OUDERS OVER HET LEVEN NA HUN ACTIEVE BEROEPSLEVEN Grafiek 14 : Het gesprek met de ouders aangaande hun latere levensjaren Vlaanderen Wallonië 8% 17% Hebben niet gesproken 86% Hebben gesproken Met wie? Kinderen Base: Totale steekproef - n=1009 Vrienden 6% Bij 8 op de 10 respondenten hebben de ouders nooit gesproken over de levensfase na hun actieve beroepsleven. De ouders die het plan voor na hun actieve beroepsleven hebben/hadden besproken, deden dat in de eerste plaats met hun kinderen, en nadien met hun vrienden. In Vlaanderen bespreken ouders dit onderwerp vaker met hun kinderen dan in Wallonië. We zien geen verschillen al naargelang de leeftijdsklasse of het geslacht. 4 OP DE 10 BELGEN DIE SPRAKEN MET HUN OUDERS DEDEN DIT NA BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN ZOALS DE ZIEKTE OF HET OVERLIJDEN VAN EEN VAN DE OUDERS OF VAN EEN FAMILIELID. 2 op de 10 Belgen die spraken met hun ouders deden dit zonder specifieke reden. Grafiek 15: Omstandigheden van het gesprek met de ouders Een ziekte Het overlijden van één van de ouders Het overlijden van een familielid Op vraag van een gezondheidsprofessional Een ongeluk zoals een val of een auto-ongeval Een bron van financiële inkomsten voor de ouders De noodzaak voor de ouders om te verhuizen De geboorte van kleinkinderen De weinige financiële inkomsten van de ouders De beslissing van de ouders om ergens anders te gaan wonen Nodige maar omvangrijke werken aan de woning Een geval van agressie waar de ouders het slachtoffer van waren Het scheiden van de ouders Op vraag van de notaris van de familie Iets anders Geen specifieke omstandigheid Ik herinner het me niet meer Base: Hebben hier met hun ouders over gesproken n=128 22% 15% 12% 10% 9% 7% 7% 7% 3% 3% 3% 18% 4% 35% 43% 13
14 Taboeonderwerpen tijdens het gesprek met de ouders BIJNA 3 OP DE 10 BELGEN ONDERVINDEN MOEILIJKHEDEN OM MET HUN OUDERS TE SPREKEN OVER DE OUDE DAG. Grafiek 16 : Aandeel van de Belgen die taboeonderwerpen hebben aangaande de oude dag van hun ouders VLAANDEREN 26% 74% Taboe 27% Geen taboe 73% BRUSSEL WALLONIË 26% 64% 74% JAAR 30% 70% JAAR 20% 80% Base: Totale steekproef n=1009 Question: Zijn er in het algemeen onderwerpen gelinkt met het leven na het pensioen waarover men moeilijk kan praten met ouders? In gesprekken met ouders, is het eerste taboeonderwerp aangaande de oude dag de dood, gevolgd door alle logische gevolgen van veroudering (ziekte, fysieke en psychische achteruitgang, autonomieverlies). Nalatenschap is een ander taboeonderwerp dat vaak wordt vermeld, waarschijnlijk omdat dat het overlijden van een ouder impliceert. Grafiek 17: Taboeonderwerpen tijdens het gesprek met de ouders Taboe 27% De dood De achteruitgang van fysieke vaardigheden Ziekte Achteruitgang intellectuele vaardigheden, psychische afhankelijkelijkheid Fysiek afhankelijk worden van anderen De nalatenschap van het vermogen Niet meer alleen thuis kunnen wonen 56% 5 46% 45% 45% 44% 39% Armoede, financiële afhankelijkheid Het gevoelsleven, liefdesleven 29% Het indelen van de tijd De zorg voor de kleinkinderen 6% 9% Base: Vinden dat er onderwerpen over het leven na het pensioen zijn waarover men moeilijk kan praten n=271 Question: Welke zijn de onderwerpen over het plannen van de latere levensjaren waarover men moeilijk kan praten met z n ouders? Meerdere antwoorden mogelijk De vorige generatie sprak weinig met de kinderen over de voorbereiding van de oud edag: versus 4 van de huidige generatie. Gesprekken vonden bijna enkel plaats naar aanleiding van een bijzondere omstandigheid. Door de verschillende taboeonderwerpen aangaande de oude dag, is het moeilijker geworden om erover te spreken met de ouders dan met de kinderen. Spreken met de ouders over hun oude dag, is dat niet spreken over hun komende dood? 14
15 2.8. Een levensproject voor de latere levensjaren VAN DE BELGEN HEBBEN EEN LEVENSPROJECT VOOR DE LATERE LEVENSJAREN VERSUS 26% VAN HUN OUDERS Grafiek 18: Aandeel van de Belgen en van hun ouders die een plan hebben voor hun oude dag Ja Nee Weten het niet De ouders 26% 69% 5% De kinderen 66% WIE HEEFT EEN LEVENSPROJECT? WIE HEEFT GEEN LEVENSPROJECT? Brussel 49% 75% Huurder Mannen 72% Vrouwen Hoger onderwijs 72% Lager onderwijs Wallonië 38% 7 Vlaanderen HSK 37% 70% Alleen Eigenaar 37% 69% LSK Base: Totale steekproef n=1009 Question: Zou u zeggen dat u een plan heeft/had voor uw oude dag? Zou u zeggen dat uw ouders een plan hebben/hadden voor hun oude dag? We tellen bijna evenveel Belgen die een levensproject hebben voor hun oude dag () als Belgen die hun oude dag hebben voorbereid (38%). Hun profiel komt overeen op socio-economisch niveau: eerder mannen, HSK, hogere opleidingsniveaus, eigenaars. De oude dag voorbereiden geeft de indruk een levensproject te hebben voor die levensfase. Over één generatie merken we een positieve evolutie van het concept van een levensproject voor de latere levensjaren. 15
16 2.9. Elementen ter bevordering van de dialoog BIJNA 9 BELGEN OP DE 10 ZIJN VOORSTANDERS VAN ELEMENTEN TER BEVORDERING VAN DE DIALOOG. Deze elementen kunnen verschillende vormen aannemen: een gids over het leven na het pensioen die elke persoon die met pensioen gaat ontvangt alsook zijn naasten, een uniek groen nummer voor het hele land waar men informatie et advies kan verkrijgen, brochures die ter beschikking worden gesteld in druk bezochte plaatsen, enz. Grafiek 19: Gewenste elementen ter bevordering van de dialoog Een gids voor senioren 64% Een groen nummer 70% Brochures 28% 67% Informatiesessies in bedrijven 28% 67% Informatiecampagnes door de overheid 28% 6 Een specifieke website over het pensioen 30% 55% Regelmatig reportages op televisie 25% 63% Informatiesessies in de gemeenten 26% 6 Debatten in de samenleving, in de media Iets anders 6% 22% 59% jaar n=657 Niets 5% 19% jaar n=352 Base: Totale steekproef n=1009 Belgen die nu met pensioen zijn, zijn grotere vragers naar elementen ter bevordering van de dialoog dan Belgen die nog professioneel actief zijn, wat bevestigt wat we tot nu toe gezien hebben: het leven na het actieve beroepsleven wordt pas voorbereid eens men met pensioen is. Aangezien de LSK en minder opgeleide mensen momenteel minder gesensibiliseerd worden voor de voorbereiding van de oude dag, lijkt het ons des te belangrijker dat de elementen ter bevordering van de dialoog gemakkelijk bereikbaar zijn en informatie verschaffen over alle aspecten van de voorbereiding van het leven na het pensioen in een eenvoudige taal die niet afschrikt. Elementen ter bevordering van de dialoog mogen ook geïsoleerde of sociaal kwetsbare mensen niet uit het oog verliezen: deze mensen moeten begeleid worden in de voorbereiding van hun oude dag. 16
17 Ipsos Public Affairs Operation Office & Postal Address: Waterloo Office Park, Bat. J, Drève Richelle Waterloo - Belgium
Wat gebeurt er met uw vermogen als u er niet meer bent? Een onderzoek door SeniorenNet.be en Rode Kruis-Vlaanderen
Wat gebeurt er met uw vermogen als u er niet meer bent? Een onderzoek door SeniorenNet.be en Rode Kruis-Vlaanderen Structuur van de presentatie 1. Opzet & methode 2. Demografisch profiel 3. Analyse van
many lives blijf uw leven beleven ook tijdens uw pensioen pension plan www.axa.be
many lives blijf uw leven beleven ook tijdens uw pensioen pension plan www.axa.be Beleef verschillende levens in één leven Op een serene manier verschillende levens beleven in één leven vol ervaringen
Ipsos Social Research Institute
Ipsos Social Research Institute OPINIEPEILING De Belgen en het fokken van dieren voor hun bont Januari 2012 11-063439-01 Inhoud I. CONTEXT & ONDERZOEKSDOELSTELLINGEN 1. Context & Onderzoeksdoelstellingen
kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg Executivee summary - Juni 2013
Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg Executivee summary - Juni 2013 1 COLOFON Opdrachtgever van de studie: FOD Volksgezondheid, Cel Planning Gezondheidsberoepen
1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 8 november 2006 1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.
Rookenquête Een onderzoek voor Stichting tegen Kanker, uitgevoerd door GfK Belgium. Rapport 1
Rookenquête 2018 Een onderzoek voor Stichting tegen Kanker, uitgevoerd door GfK Belgium Rapport 1 Context & methodologie Stichting tegen Kanker Stichting tegen Kanker is een Belgische stichting met als
Rookenquête 2018 Een rapport voor Stichting tegen Kanker, uitgevoerd door GfK Belgium
Rookenquête 2018 Een rapport voor Stichting tegen Kanker, uitgevoerd door GfK Belgium Context & methodologie Stichting tegen Kanker Stichting tegen Kanker is een Belgische stichting met als missie de strijd
Rookgedrag in België
Rookgedrag in België - 2017 Een rapport voor Stichting tegen Kanker Uitgevoerd door GFK Met steun van de overheden 1 Context en methodologie Stichting tegen Kanker is een Belgische stichting met als missie
s t u d i e De markt van de dood De markt van de dood Oktober 2011
s t u d i e De markt van de dood De markt van de dood Oktober 2011 Inhoudstafel 1. Doelstellingen 2. Methodologie 3. De herdenking van overleden personen 4. Allerheiligen 5. De begrafenis 6. Conclusies
HUMO enquête naar de koopkracht
HUMO enquête naar de koopkracht Steekproef N= 1000 respondenten representatief voor de Nederlandstalige 20-plussers (geen studenten) Methode Combinatie van telefonisch (23%; bij 65-plussers) en online
Huishoudens in schuldbemiddeling: profielen en regionale verschillen
PERSONEN IN FINANCIËL E MOEILIJKHEDEN : PROFIELEN? Colloquium van het Observatorium Krediet en Schuldenlast, 5 december 2013, Brussel Huishoudens in schuldbemiddeling: profielen en regionale verschillen
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Luk Joossens, Stichting tegen Kanker, tel.: 02/7433706, gsm: 0486 88 91 22.
Brussel, 19 december 2006 De resultaten van een grootschalige enquête over de rookgewoonten in 2006. Drie vierde van de bevolking is voorstander van rookvrije restaurants. Het percentage rokers blijft
Opmerkelijke stijging van het aantal rokers in 2008
PERSBERICHT Brussel, 4 december 2008 Opmerkelijke stijging van het aantal rokers in 2008 Voor het eerst in zes jaar stijgt het percentage dagelijkse rokers in ons land, van 27% in 2007 naar 30% in 2008.
FACTS & FIGURES Bioscoopbezoek Mathijs De Baere
Inleiding Al begin 20ste eeuw opende de eerste bioscopen hun deuren in België en midden de jaren twintig van de 20 e eeuw telde België al meer dan 1000 bioscopen (Convents, 2007; Biltereyst & Meers, 2007)
Tijdsbesteding van de Belgen. Resultaten van het Belgisch tijdsbestedingsonderzoek 2013
Tijdsbesteding van de Belgen Resultaten van het Belgisch tijdsbestedingsonderzoek 2013 Tijdsbestedingsonderzoek TBO 13 Uitgevoerd door AD Statistiek Statistics Belgium van de FOD Economie Ondersteuning,
Gezondheidskloof tussen sociale groepen neemt toe
Met de steun van PERSBERICHT 4/05/2010 6 blz Gezondheidskloof tussen sociale groepen neemt toe opgeleiden leven langer, lager opgeleiden gaan er niet op vooruit Brussel, 4 mei 2010 Een vrouw van 25 jaar
Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin
Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies [email protected] Inhoudstafel: 1
Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg
2013 Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg Ipsos Public Affairs 24/06/2013 1 Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg
BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting
BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting De Welzijnsbarometer verzamelt jaarlijks een reeks indicatoren die verschillende aspecten van armoede in het Brussels Gewest belichten. De sociaaleconomische
«WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES
«WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES Brussel wordt gekenmerkt door een grote concentratie van armoede in de dichtbevolkte buurten van de arme sikkel in het centrum van de stad, met name
De fiscale moraal van de Belgen Een opinie-onderzoek o.l.v. Prof. Dr. Michel Maus Juni 2019
De fiscale moraal van de Belgen Een opinie-onderzoek o.l.v. Prof. Dr. Michel Maus Juni 2019 Contents 1 Rechtvaardigheid van het belastingsysteem 5 2 Tarieven 10 3 Belastingsontwijking / -ontduiking 18
FACTS & FIGURES Trends in museum- en tentoonstellingsbezoek ( ) Mathijs De Baere
Inleiding In deze fiche zal het museum- en tentoonstellingsbezoek van de Vlamingen in kaart gebracht worden op basis van de participatiesurveygegevens van 2004 (n=2849), 2009 (n=3144) en 2014 (n=3965).
Rookgedrag in België
Rookgedrag in België - 2017 Een rapport voor Stichting tegen Kanker Uitgevoerd door GFK Met steun van de overheden 1 Context en methodologie Stichting tegen Kanker is een Belgische stichting met als missie
Financiering woningaanpassingen een onderzoek van seniorenorganisatie ANBO
27-05-2015 Financiering woningaanpassingen een onderzoek van seniorenorganisatie ANBO Over dit onderzoek Dit onderzoek over wonen en verhuizen is uitgevoerd door seniorenorganisatie ANBO. Het betreft een
FACTS & FIGURES Participatie aan erfgoedactiviteiten Mathijs De Baere
Inleiding Erfgoed is een brede en overkoepelende term waarbinnen roerend, onroerend en immaterieel erfgoed wordt onderscheiden. Deze drie categorieën zijn in de praktijk sterk verweven met elkaar, maar
Gezinsenquête. 1. Situering
Gezinsenquête 1. Situering De gezinsenquête is een schriftelijke enquête (postenquête) Bij gezinnen met kinderen tussen 0 en 25 jaar in het Vlaamse Gewest en Brussels Hoofdstedelijk Gewest Met vragen over
VEA - Draagvlak windenergie
Elke Van Hamme Significant GfK Februari 2011 VEA - Draagvlak windenergie Inhoud Achtergrond & doelstelling van het onderzoek 2 Is er anno 2011 een draagvlak voor windenergie? Attitude tov windenergie:
ROOKGEDRAG IN BELGIË 2014
ROOKGEDRAG IN BELGIË 2014 Een rapport aan Stichting tegen Kanker GfK Belgium 2014 Rookgedrag in België 20 August 2014 1 Inleiding: Achtergrond en doelstellingen Onderzoeksmethode GfK Belgium 2014 Rookgedrag
Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid
Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Juli 2013 De evolutie van de werkende beroepsbevolking te Brussel van demografische invloeden tot structurele veranderingen van de tewerkstelling Het afgelopen
Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013)
1 Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) 1. Arbeidsmarktstatus van de bevolking van 15 jaar en ouder in 1983 en 2013 De Belgische bevolking van
PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015
PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015 Een derde van de uitgaven gaat naar de woning De gemiddelde uitgaven van Belgische gezinnen in 2014 In 2014 gaf een doorsnee gezin in België bijna 36.000 euro uit;
GENERATIES OP HET WERK: 10 VERRASSINGEN
GENERATIES OP HET WERK: 1 1. Structuur A ALGEMENE INLEIDING INLEIDING DE GENERATIES DEELNEMERS STRUCTUUR VAN HET ONDERZOEK STEEKPROEF EN METHODE B RESULTATEN MIJN GENERATIE MIJN KIJK OP DE ONDERNEMING
Welzijnsbarometer 2015
OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL "Cultuur aan de macht" de sociale rol van cultuur en kunst 26 november 2015 Welzijnsbarometer 2015 Marion
Eerste resultaten van de Monitor-enquête over de mobiliteit van de Belgen
Eerste resultaten van de Monitor-enquête over de mobiliteit van de Belgen Inleiding De FOD Mobiliteit en Vervoer en het Vias-instituut hebben een grote enquête georganiseerd om de mobiliteitsgewoonten
Figuur 1: Mogelijke veranderingen dagelijks eetpatroon
CONSUMENTENPLATFORM Ons voedsel over 10 OPINIEONDERZOEK In september 2003 heeft het onderzoeksbureau Survey@ te Zoetermeer onder 600 Nederlanders een representatieve steekproef gehouden. De vragen in het
Hoe gaat Nederland met pensioen?
Hoe gaat Nederland met pensioen? Een onderzoek over hoe bewust werknemers zich voorbereiden op hun pensioen op verschillende thema s, waaronder aanpak werkgevers bij langer doorwerken. In opdracht van
PERSBERICHT CIM 22/04/2015
PERSBERICHT CIM 22/04/2015 Nieuwe CIM studie over kijkgedrag op nieuwe schermen Belgen keken nooit eerder zoveel naar TV-content Het CIM, verantwoordelijk voor kijkcijferstudies in België, volgt sinds
Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. In samenwerking met
Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. 2012 In samenwerking met 1 547.259 uitzendkrachten 547.259 motieven 2 Inhoudstafel 1. Uitzendarbeid vandaag 2. Doel van het onderzoek 3. De enquête 4. De verschillende
Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 19 juli 2007 Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies Eén op de tien Belgen werkt in een ander gewest; één op de vijf in een andere
