Rookgasschade in beeld?
|
|
|
- Louisa Smit
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rookgasschade in beeld? Risico s van NOx en etheen bij CO2 dosering uit WKK-installaties C.J. van Dijk, J.P. van der Knaap, T.J. Dijkstra, J.J. Hanemaaijer & A.E.G. Tonneijck Nota 255
2
3 Rookgasschade in beeld? Risico s van NO x en etheen bij CO 2 dosering uit WKK-installaties C.J. van Dijk 1, J.P. van der Knaap 2, T.J. Dijkstra 3, J.J. Hanemaaijer 2 & A.E.G. Tonneijck 1 1 Plant Research International B.V., Postbus 16, 67 AA Wageningen 2 DLV Plant B.V., Postbus 263, 267 AH Naaldwijk 3 DLV Plant B.V., Postbus 627, 596 AE Horst Plant Research International B.V., Wageningen juli 23 Nota 255
4 23 Wageningen, Plant Research International B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Plant Research International B.V. Plant Research International B.V. Adres : Droevendaalsesteeg 1, Wageningen : Postbus 16, 67 AA Wageningen Tel. : Fax : [email protected] Internet : DLV Facet B.V. Adres: : Dr. Willem Dreeslaan 1, Bennekom : Postbus 71, 67 CA Wageningen Tel. : Fax : Internet :
5 Inhoudsopgave pagina Voorwoord 1 Samenvatting 3 1. Inleiding 5 2. Stikstofoxiden (NO x) en etheen Keuze componenten Stikstofoxiden (NO x) Etheen 8 3. Opzet meetcampagnes Algemeen Meetcampagne Roos Meetcampagne Paprika Meetcampagne Potplanten 1 4. Resultaten Roos NO x Etheen Productie Paprika NO x Etheen Potplanten NO x Etheen Evaluatie Concentraties NO x Etheen Relatie tussen CO 2 en NO x Risico Effect-grenswaarden NO x Etheen Conclusies en aanbevelingen 23 Referenties 25 Bijlage I. Kengetallen tuinbouwbedrijven 2 pp.
6
7 1 Voorwoord De studie waarvan de resultaten in dit rapport worden gepresenteerd, werd in opdracht van het Productschap Tuinbouw en Interpolis (voormalig Hagelunie) uitgevoerd door Plant Research International in samenwerking met DLV Facet. Het project was er op gericht om door middel van metingen in de kaslucht de mogelijke risico s van NO x en etheen als gevolg van toepassing van CO 2 dosering uit WKK-installaties vast te stellen. Meetcampagnes werden verricht bij teelten van roos, paprika en potplanten. Graag willen wij de betrokken telers Chris van de Heuvel (roos), John Tas (paprika) en Jaré Reijm (potplanten) bedanken voor hun medewerking bij dit project.
8 2
9 3 Samenvatting Het project was er op gericht om door middel van metingen in de kaslucht de mogelijke risico s van NO x en etheen als gevolg van toepassing van rookgassen voor CO 2 dosering uit WKK-installaties vast te stellen. In perioden met CO 2 dosering werden vier meetcampagnes van ieder circa twee maanden verricht bij één teelt van roos (van 4 april 22 tot en met 14 juni 22 en van 22 januari tot en met 1 april 23), van paprika (van 4 juli tot en met 4 september 22) en van potplanten (van 19 september tot en met 3 december 22). De concentratie van NO x werd op een aantal plaatsen binnen de kas continu geregistreerd en periodiek werden luchtmonsters genomen voor bepaling van het momentane gehalte aan etheen. Gelijktijdig werd op één plaats buiten de kas de luchtsamenstelling op overeenkomstige wijze bepaald. Raamstand en niveau van CO 2 werden eveneens geregistreerd en de ontwikkeling van het gewas werd continu gevolgd. Gemeten concentratieniveaus en -patronen van NO x verschilden per bedrijf en per seizoen. Hoge uurwaarden tot 4 ppb konden worden geregistreerd. De meetcampagnes bij de verschillende gewassen zijn in verschillende seizoenen uitgevoerd. De waargenomen verschillen werden daardoor niet alleen beïnvloed door teelt-specifieke aspecten maar ook door het seizoen waarin werd gemeten. Zo waren de concentraties in het zomerseizoen sterk afhankelijk van de mate waarin de ramen open stonden om de temperatuur in de kas op het gewenste niveau te houden. In de kassen bleek de variatie in NO x-concentraties in het horizontale vlak relatief gering te zijn. In de kas met paprika s, met op het moment van meten een gewashoogte van circa 2,5 tot 3 meter, was een verticale concentratiegradiënt aantoonbaar. Daarbij waren de concentraties onder in het gewas circa 3% hoger dan bovenin het gewas. De NO x concentraties in de kas waren altijd hoger dan buiten. In de kas was een positieve correlatie aantoonbaar tussen de concentraties van CO 2 en NO x; hogere CO 2 niveaus gingen gepaard met hogere NO x concentraties. De bron van de hoge NO x concentraties ligt dan ook in de kas zelf door toepassing van rookgassen voor CO 2 dosering. De effect-grenswaarde voor NO x werd frequent overschreden in de kassen met respectievelijk rozen (april-juni 22) en potplanten. Bij potplanten vonden de overschrijdingen gedurende de gehele meetperiode plaats terwijl bij roos met name aan het begin van de meetperiode de grenswaarde werd overschreden. Bij paprika werd de grenswaarde slechts incidenteel overschreden. Dit was ook bij roos in de tweede meetronde (januari-maart 23) het geval. Op basis van gewaswaarnemingen kon worden vastgesteld dat de productie van het gewas in deze tweede meetronde was verbeterd. De periodieke metingen van etheen vertoonden op elk van de bedrijven een grote variatie in concentraties. De gemiddelde niveaus op de bedrijven waren hoger dan verwacht en de verhouding van de concentratie in de kas ten opzichte van buiten was zeer wisselend. Zowel hoge concentraties in de kas bij relatief lage concentraties buiten als het omgekeerde kwamen voor. De herkomst van etheen in de kassen was derhalve niet te herleiden tot een bron in de kassen zelf. Ook was er geen éénduidige relatie met de NO x concentraties aantoonbaar. De gemeten etheenconcentraties zijn momentopnamen en geven een zeer beperkt beeld van de gemiddelde concentraties die gedurende langere tijd kunnen voorkomen. De meeste meetwaarden waren dermate hoog dat het aannemelijk is dat de effectgrenswaarden voor zowel kort- als langdurende blootstelling frequent werden overschreden. Gelet op de mogelijke consequenties van de bereikte resultaten voor de praktijk zijn de belangrijkste conclusies als volgt:
10 4 Het gebruik van rookgassen voor CO 2 dosering uit WKK installaties leidt in de kas tot NO x niveaus die algemeen vastgestelde grenswaarden voor negatieve effecten op planten overschrijden. Of en zo ja in welke mate deze grenswaarden worden overschreden, wisselt van bedrijf tot bedrijf en van seizoen tot seizoen. Ook de concentraties van etheen bereiken in de kas waarden die hoger zijn dan de algemeen vastgestelde effectgrenswaarden voor negatieve effecten op planten. In tegenstelling tot NO x waren de concentraties van etheen in de kas niet structureel hoger dan die buiten de kas. Daarmee is niet bewezen dat het gebruik van rookgassen verantwoordelijk is voor deze te hoge niveaus van etheen. Met de toepassing van rookgassen voor CO 2 dosering uit WKK installaties introduceren de telers een risico wat betreft de kasluchtkwaliteit. De NO x concentraties kunnen hoog oplopen met mogelijk nadelige gevolgen voor het gewas. Bij dit risico moet dan nog worden opgeteld het risico op negatieve effecten van hoge etheen concentraties, ook al is nog niet duidelijk waar deze hoge etheen niveaus vandaan komen. Hoe groot het risico is, met andere woorden hoe groot de eventueel negatieve effecten zijn, is met dit project niet te zeggen. Schadelijke effecten van langdurende blootstelling aan de gemeten niveaus van NO x en etheen op groei, productie en kwaliteit zijn meestal niet zichtbaar. Een opvallende vingerwijzing betreft de twee meetcampagnes bij roos. De effectgrenswaarde voor NO x werd frequent overschreden in de eerste meetperiode (4 april 22 tot en met 14 juni 22) en slechts incidenteel in de tweede (22 januari tot en met 1 april 23). Opmerkelijk was dat de productie van het gewas in de tweede periode verbeterd was ten opzichte van de overeenkomstige periode het jaar daarvoor. Hoewel er duidelijke risico s verbonden zijn aan het gebruik van rookgassen voor CO 2 dosering uit WKK installaties, zijn de resultaten van dit project nog onvoldoende voor concrete adviezen om negatieve effecten op de gewasproductie te voorkomen. Om beter in te kunnen spelen op deze risico s doen wij de volgende aanbevelingen: De ontwikkeling van een monitoringsysteem moet in gang worden gezet voor continue bewaking van NO x en etheen op plantniveau. Generieke kwaliteitseisen te stellen aan WKKs alleen zijn onvoldoende om problemen van slechte luchtkwaliteit bij CO 2 dosering uit WKKs te beheersen. Er zijn verschillende mogelijkheden voor risicovermindering en/of preventie. Deze mogelijkheden hebben zowel betrekking op de bron als op de teelt. Het verdient aanbeveling om de verschillende opties in kaart te brengen en deze afzonderlijk en in onderlinge samenhang te verkennen op de consequenties voor productie en bedrijf.
11 5 1. Inleiding In de glastuinbouw wordt met enige regelmaat schade aan gewassen geconstateerd waarvan de oorzaak onbekend is. Dergelijke onverklaarbare schades kunnen grote economische gevolgen hebben voor de individuele tuinder en vormen een onzekere factor voor de toekomst. Binnen de sector wordt vermoed dat rookgassen die in de kas worden gevoerd voor het doseren van CO 2 hierbij een rol spelen. De positieve effecten van het doseren van CO 2 met behulp van rookgassen zijn algemeen bekend: hogere productie en/of betere kwaliteit. Op dit moment worden op verschillende fronten discussies gevoerd over mogelijke negatieve effecten van rookgassen op groei en productkwaliteit (o.a. Studiegroepen, verzekeringsmaatschappijen, voorlichters, Senter, toeleverende bedrijven). Deze worden met name toegeschreven aan de effecten van rookgassen uit installaties met warmtekrachtkoppeling (WKK s) en gasbranders. Veel van de discussie concentreert zich uitsluitend op een technische invalshoek (optimalisatie van de verbranding- en rookgasreinigingsinstallatie). Wat er op het niveau van de plant gebeurt lijkt hiermee volledig uit beeld te raken. Schade door rookgassen is zeker geen nieuw probleem dat alleen voorkomt bij gebruik van WKKinstallaties. In het verleden is regelmatig gebleken dat ook rookgassen van centrale verwarmingsketels en heteluchtverwarmers tot gewasschade kunnen leiden. Uit praktijkwaarnemingen zijn voorbeelden bekend zoals het afvallen van bloemen en/of vruchten door etheen bij komkommer en tomaat. Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen twee soorten schade. Acute, meestal zichtbare schade na een korte maar hevige blootstelling, vaak het gevolg van een plotseling optredende storing in de installatie (incident) en chronische schade die het gevolg is van langdurende blootstelling aan lage concentraties. Deze laatste vorm van schade is vaak niet direct zichtbaar, maar kan leiden tot productieverlies en mindere kwaliteit. Doel van dit project is door middel van concentratiemetingen in verschillende kasteelten de mogelijke risico s van het gebruik van rookgassen voor CO 2 dosering uit WKK-installaties in beeld te brengen. De informatie dient mogelijkheden op te leveren voor het zoeken naar gerichte teeltadviezen en managementtools en kan inzicht geven in aansprakelijkheden bij schadegevallen, met name in die vele jaarlijkse twijfelgevallen omtrent niet direct aantoonbare schade die mogelijk kan worden toegeschreven aan toediening van rookgassen. De resultaten van het project zijn in voorliggende nota beschreven. In Hoofdstuk 2 wordt informatie gepresenteerd over NO x en etheen; de luchtverontreinigingscomponenten die in het kader van dit project het meestbelangrijkzijn. Hoofdstuk 3 beschrijft de opzet van de meetcampagnes waarvan de resultaten in Hoofdstuk 4 worden vermeld. De betekenis van de bereikte resultaten voor de praktijk wordt besproken in Hoofdstuk 5 en de nota eindigt met de belangrijkste conclusies en aanbevelingen in Hoofdstuk 6.
12 6
13 7 2. Stikstofoxiden (NO x ) en etheen 2.1 Keuze componenten Gereinigde rookgassen van gasmotoren van WKK-installaties bevatten naast CO 2 ook componenten als koolmonoxide (CO), stikstofoxiden (NO x) en koolwaterstoffen (o.a. etheen). Door het gebruik van aardgas komt vrijwel geen SO 2 vrij. Deze luchtverontreinigingscomponenten en met name NO x en etheen zijn potentieel schadelijk voor een teelt. CO is niet schadelijk voor planten maar is in relatief lage concentraties wel zeer gevaarlijk voor mensen (kolendampvergiftiging). Op grond van bestaande informatie is er voor gekozen de meetcampagnes in de verschillende teelten te richten op de componenten NO x en etheen. De concentratiemetingen moeten inzicht geven in: 1. Het vrijkomen van NO x en etheen uit de rookgasreinigingsinstallatie; 2. De concentraties op plantniveau, ofwel welke concentraties 'voelen' de planten; 3. De variatie in concentraties in ruimte (in de kas), tijd (per dag, week, seizoen) en tussen verschillende teelten en wat is de relatie met de niveaus in de buitenlucht en de variatie daarin; 4. Implicaties voor schadelijke effecten op het gewas (toetsing aan de bestaande kennis over effectgrenswaarden). In de volgende twee paragrafen wordt enige achtergrondinformatie gepresenteerd over de herkomst van NO x en etheen en de werkingsmechanismen van beide componenten in relatie tot planten. 2.2 Stikstofoxiden (NO x ) NO x bestaat uit een mengsel van stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO 2) en komt van nature voor in de lucht, voornamelijk geproduceerd door bacteriën. NO x wordt ook als gevolg van menselijk handelen geëmitteerd naar de lucht. Belangrijkste bronnen zijn het verkeer en de verwarming van gebouwen. Bij verbrandingsprocessen onstaat door oxidatie van de stikstof uit de lucht hoofdzakelijk NO en slechts een geringe hoeveelheid NO 2. Eenmaal in de atmosfeer kan onder invloed van licht en in aanwezigheid van koolwaterstoffen een deel van de NO door fotochemische reacties worden omgezet in NO 2. Een relatief geringe hoeveelheid NO 2 komt vrij bij bepaalde chemische productieprocessen (o.a. kunstmestproductie). Uit de door de plant opgenomen NO en NO 2 ontstaan nitraat en nitriet die vervolgens enzymatisch worden omgezet in aminozuren en proteïnen. De gevoeligheid van een plant voor NO x wordt bepaald door de effectiviteit van deze omzettingen (detoxificatie). Als NO of NO 2 onvoldoende snel worden omgezet kan dat leiden tot schade aan de plant. De omzetting van nitriet tot aminozuren is gekoppeld aan de lichtreactie van de fotosynthese. Dit zou verklaren waarom NO x schadelijker is in het donker (minder detoxificatie) dan in het licht. Omgevingscondities die van invloed zijn op de openingstoestand van de huidmondjes zijn bepalend voor de reactie van planten omdat NO x vrijwel uitsluitend via de huidmondjes wordt opgenomen. Acute (zichtbare) symptomen als gevolg van blootstelling aan NO treden pas op bij relatief hoge concentraties (>1 ppm) gedurende korte tijd. Chronische blootstelling kan negatieve effecten veroorzaken op de fotosynthese en uiteindelijk leiden tot groeireductie. NO 2 concentraties hoger dan 2 ppb kunnen acute en zichtbare beschadiging tot gevolg hebben. De symptomen zijn niet specifiek. Andere luchtverontreinigingscomponenten zoals SO 2, Cl, O 3 maar ook bijvoorbeeld magnesium-gebrek kunnen dezelfde symptomen veroorzaken. Een chronische blootstelling aan NO 2 kan leiden tot niet direct zichtbare symptomen zoals groeireductie, verstoring van de waterhuishouding en verhoogde gevoeligheid voor indirecte effecten (pathogenen, vorst, droogte).
14 8 2.3 Etheen Etheen (C 2H 4) is een voor planten toxisch gas dat door diverse soorten bronnen wordt geëmitteerd zoals verkeer, huishoudens en industrie maar ook door vegetaties. Het concentratieniveau en het concentratiepatroon op een bepaalde locatie zijn afhankelijk van de aard van de bronnen in de nabijheid van die locatie. Bijzonder is dat planten zelf ook etheen produceren als verouderingshormoon dat vooral effectief is in de eindfase van de groei en de ontwikkeling van planten zoals het afrijpen van fruit, veroudering en bladval. Onder ongunstige groeiomstandigheden neemt de productie van etheen door de plant toe ( stress-etheen ). Als gevolg hiervan gaan vegetaties ook meer etheen emitteren. Daardoor is er vrijwel overal een continue lage achtergrondconcentratie aanwezig (,1-3 ppb). Verkeer, huishoudens en industrie verhogen deze achtergrondbelasting tot circa,5 tot 2 ppb in sterk verstedelijkte gebieden. Etheen is toxisch voor planten bij lage concentraties (Abeles, 1985). In deze zin wijkt etheen af van andere luchtverontreinigingscomponenten zoals ozon, zwaveldioxide en ammoniak, die soms positieve effecten kunnen veroorzaken bij lage concentraties maar altijd toxisch zijn bij hogere niveaus. Vanwege de speciale rol van etheen bij de groei en ontwikkeling van planten zijn planten relatief gevoelig voor etheen in de buitenlucht en kunnen blootstellingen aan verhoogde concentraties een grote verscheidenheid aan effecten veroorzaken. Effecten kunnen variëren van het volledig afsterven van plantendelen tot zeer subtiele veranderingen op fysiologisch en biochemisch niveau en betreffen onder meer veranderingen van de fotosynthese, epinastie (schuin naar beneden staan van bladeren), afwijkingen en reductie van de groei, bloemafwijkingen, veroudering en bladval (Abeles et al., 1992). De aard en intensiteit van de effecten zijn behalve van de blootstellingvariabelen zoals concentratie en duur van de blootstelling ook afhankelijk van planteigenschappen en omgevingscondities. Plantensoorten kunnen verschillen in gevoeligheid voor etheen (Heck et al., 197). Omgevingscondities bepalen eveneens de wijze waarop planten reageren. Zo zullen die factoren die invloed hebben op de openingstoestand van de huidmondjes, de reactie van planten op etheen mede bepalen aangezien deze component door bladeren via de huidmondjes wordt opgenomen.
15 9 3. Opzet meetcampagnes 3.1 Algemeen In elke kas werd de NO en NO 2 concentratie op 5 verschillende plaatsen op plantniveau on-line geregistreerd met behulp van een Monitorlabs NO x analyzer. De meetwaarden werden als NO x (som van NO en NO 2) uurgemiddelden opgeslagen. In dezelfde meetcyclus werd ook op één meetpunt buiten de kas de NO x concentratie in de buitenlucht gemeten. Met behulp van 1 ml kunststof injectiespuiten werden zowel binnen als buiten de kas periodiek luchtmonsters genomen voor gaschromatografische bepaling van de etheenconcentratie. Gedurende de meetperioden werden periodiek waarnemingen aan het gewas verricht. De concentratiemetingen werden verricht bij drie verschillende teelten van gevoelige gewassen waarbij CO 2 dosering uit rookgassen in het verleden mogelijk tot schades heeft geleid: roos, paprika en potplanten. Per gewas werd één bedrijf geselecteerd (zie ook Bijlage 1). Voor potplanten werd de keuze van het gewas mede gebaseerd op bestaande kennis omtrent de gevoeligheid voor etheen. Metingen vonden per gewas plaats in die periode waarin CO 2 werd gedoseerd. De lengte van iedere meetperiode was circa 2 maanden. 3.2 Meetcampagne Roos De metingen werden uitgevoerd in een kascompartiment met rozen, cultivar Ruby Red. Deze cultivar wordt slechts in beperkt mate bij een kleine groep kwekers geteeld. De cultivar-eigenschappen laten zich omschrijven als een stugge groeier met relatief veel loosvorming en relatief snelle bladveroudering. Het gewas wordt geteeld bij ca 72 Lux (17 Watt/PAR). Bij aanvang van het project was de productie circa 55 gr m -2 jaar -1 veilbaar gewicht, wat vrij laag is in vergelijking met andere gewassen. Daarnaast liet het productiepatroon (gr m -2 periode -1 ) een ongebruikelijk vlak beeld zien over het hele jaar. Het is onduidelijk of het achterblijven van de productie een cultivar-gebonden eigenschap betreft of dat externe factoren zoals NO x en/of etheen hierbij een rol spelen. Op hetzelfde bedrijf werd in twee aangrenzende afdelingen rozencultivar Sphinx geteeld waarbij CO 2 werd gedoseerd van dezelfde bronnen (in deze afdelingen zijn geen concentratie-metingen verricht). Opvallend in deze teelt was dat de voorjaarproductie van 22 relatief achterbleef. Het aandeel takken met zogenaamde plat-knoppen was in deze periode relatief groter dan wat men mag verwachten van een één- en tweejarige teelt. Men denkt dat met name etheen een rol speelt bij de vorming van platknoppen. De groei van beide cultivars verloopt niet optimaal waarbij het vermoeden bestaat dat het doseren van CO 2 met rookgassen hierbij een rol speelt. Dit was de aanleiding om op dit bedrijf concentratie-metingen uit te voeren Van 8 april tot en met 14 juni 22 werd op vijf verschillende punten in het kascompartiment met Ruby Red rozen en op één punt buiten de NO x concentratie geregistreerd. De meetpunten in de kas bevonden zich op circa 1,5 m boven het maaiveld (op bloemhoogte) waarvan één nabij een vast CO 2 meetpunt. Tweemaal per week (maandag en donderdag) werd zowel in de kas als daarbuiten een luchtmonster genomen voor de bepaling van de etheenconcentratie. De monsters werden periodiek opgehaald waarna de etheenconcentratie gaschromatografisch werd bepaald. Verder werd gebruik gemaakt van de bedrijfsgegevens die standaard worden vastgelegd (CO 2 concentratie en raamstand). Een tweede meetronde van 2 maanden werd uitgevoerd van 22 januari tot en met 1 april 23. NO x concentraties werden op dezelfde punten gemeten als bij de eerste ronde. Tweemaal per week (zondag en woensdag) werden zowel in de kas als daarbuiten luchtmonsters (in duplo) genomen voor de bepaling van de etheenconcentratie. De monsters werden direct per post opgestuurd waarna de etheenconcentratie gaschromatografisch werd bepaald.
16 1 3.3 Meetcampagne Paprika Het paprikaras dat geteeld werd was de gele variëteit Fiësta. Dit gewas kenmerkt zich door langgerekt, stevig blad en een relatief houtige stengel. De onderste bladeren worden onder invloed van CO 2-dosering vaak geel en vallen in de loop van het seizoen af. Over het algemeen is het moeilijk om in de zomermaanden hoge CO 2 concentraties te bereiken. Enerzijds door het open sturen van de ramen om de temperatuur in de kas niet te hoog op te laten lopen en anderzijds door de maximale opname door de planten en vruchten als gevolg van de hoge instraling. Bij het begin van de meetcampagne was het gewas circa 2,5 m hoog. Er waren geen aanwijzingen dat het doseren van CO 2 met rookgassen een negatief effect zou hebben op de groei en/of productie. De metingen werden van 4 juli tot en met 4 september 22 uitgevoerd op vijf verschillende punten in de kas en op een punt buiten. Op grond van de gewasstructuur is op dit bedrijf voor een andere verdeling van de meetpunten gekozen dan bij roos. Op twee plaatsen in de kas werden de meetpunten op verschillende hoogten (6 en 2 cm vanaf de mat) tussen het gewas geplaatst. Langs het pad op 12 cm hoogte bevond zich het vijfde meetpunt. Tweemaal per week werden zowel in de kas als daarbuiten luchtmonsters (in duplo) genomen voor de bepaling van de etheenconcentratie. De luchtmonsters in de afgesloten spuiten werden direct per post opgestuurd waarna de etheenconcentratie gaschromatografisch werd bepaald. 3.4 Meetcampagne Potplanten De metingen op het potplantenbedrijf werden uitgevoerd in een kascompertiment waarin Areca, een groene palm, en Dracaena's werden geteeld. Regelmatig werden jonge planten opgezet en oudere klaargemaakt voor veiling. De gemiddelde verblijftijd van de planten in de kas was relatief kort. Beide gewassen hebben karakteristieke, lange en spits toelopende bladeren. Eventuele beschadiging aan de gewassen is in het algemeen het eerst waarneembaar aan de bladpunten. Tijdens de meetsessie zijn aan beide gewassen geen zichtbare onvolkomenheden waargenomen (bij deze teelt worden geen structurele gewaswaarnemingen gedaan zoals bij productiegewassen als vruchtgroenten of snijbloemen). Bij de teelt werd geen gebruik gemaakt van additionele belichting en de gemiddelde etmaal-streeftemperatuur was 22 ºC bij een RV van rond de 75%. Om het gewenste klimaat te handhaven werd er in de betreffende periode niet of nauwelijks gelucht. De concentratie metingen werden uitgevoerd in de periode van 19 september tot en met 3 december 22. Als gevolg van een technische storing is de meetperiode verlengd tot drie maanden. Op vijf verschillende punten in de kas en op een punt buiten werd de NO x concentratie geregistreerd. Tweemaal per week werden zowel in de kas als daarbuiten luchtmonsters (in duplo) genomen voor de bepaling van de etheenconcentratie. De monsters werden direct per post opgestuurd waarna de etheenconcentratie gaschromatografisch werd bepaald. Verder werd gebruik gemaakt van de bedrijfsgegevens die standaard worden vastgelegd zoals CO 2 concentratie, raamstand en stand van het energiescherm.
17 11 4. Resultaten 4.1 Roos NO x Tijdens de eerste meetronde (april-juni 22) werden in de kas incidenteel NO x concentraties gemeten tot 4 ppb. Uit de afzonderlijke uurgemiddelde meetwaarden zijn 24-uursgemiddelden berekend. De variatie tussen de verschillende meetpunten in de kas bleek relatief gering te zijn (Figuur 1, links), in de kas kwamen dus geen grote verschillen in concentratie voor. Met andere woorden: de horizontale concentratieverdeling was vrij uniform. Van 9 tot en met 11 mei was de WKK-installatie als gevolg van een storing buiten bedrijf en werd met ketel-co 2 gedoseerd. De NO x concentraties waren op die dagen hoger dan verwacht maar van hogere CO 2 concentraties was geen sprake. Dergelijke perioden met hogere concentraties gedurende enkele dagen kwamen vaker voor tijdens de meetperiode. Deze konden niet worden herleid tot het wel of niet in bedrijf zijn van de WKK-installatie. Op grond van het gemiddelde concentratieverloop over de dag bleek dat gedurende de middaguren op meetpunt 4 iets hogere concentraties voorkwamen dan op de overige meetpunten (Figuur 2, links). De NO x concentratie was rond middernacht het laagst, circa 15 ppb. In de daarop volgende 12 uur liep de concentratie geleidelijk op tot circa 6-7 ppb en bleef op dit niveau tot circa 2. uur. Daarna nam de concentratie weer vrij snel af tot 15 ppb. NO x concentratie (24-uursgemiddelde; ppb) Mtp 1 Mtp 2 Mtp 3 Mtp 4 Mtp 5 (buiten) Mtp 6 CO CO2 concentratie (24-uursgemiddelde; ppm) NO x concentratie (24-uursgemiddelde; ppb) Mtp 1 Mtp 2 Mtp 3 Mtp 4 Mtp 5 (buiten) Mtp 6 CO CO2 concentratie (24-uursgemiddelde; ppm) Apr 8 Apr 11 Apr 14 Apr 17 Apr 2 Apr 23 Apr 26 Apr 29 Mei 2 Mei 5 Mei 8 Mei 11 Mei 14 Mei 17 Mei 2 Mei 23 Mei 26 Mei 29 Jun 1 Jun 4 Jun 7 Jun 1 Jun 13 Jan. 22 Jan. 25 Jan. 28 Jan. 31 Febr. 3 Febr. 6 Febr. 9 Febr. 12 Febr. 15 Febr. 18 Febr. 21 Febr. 24 Febr. 27 Maart 1 Maart 4 Maart 7 Maart 1 Maart 13 Maart 16 Maart 19 Maart 22 Maart 25 Maart 28 Maart 31 Figuur uursgemiddelde NO x concentraties (ppb) op vijf meetpunten in de kas en op een meetpunt buiten over de periode 4 april 22 tot en met 14 juni 22 (links) en 22 januari tot en met 1 april 23(rechts). Tevens is voor beide perioden de gemiddelde CO 2 concentratie (ppm) in de kas weergegeven (NB deze schaalverdelingen zijn niet gelijk!). Over de gehele meetperiode was het niveau in de kas hoger dan buiten maar het verschil werd in de loop van het seizoen wel substantieel kleiner. Zowel de NO x als de CO 2 concentratie in de kas nam af in de tijd. Deze dalende trend kan verklaard worden door het feit dat gaandeweg het seizoen de straling toeneemt waardoor de ramen steeds verder open worden gestuurd om de temperatuur op het gewenste niveau te houden (Figuur 3, links). Het is dus niet uitgesloten dat in de periode vóór april, wanneer de ramen vrijwel volledig gesloten blijven, hogere concentraties voorkomen dan nu zijn gemeten. Op grond van de resultaten uit de eerste meetronde is het project uitgebreid met een tweede meetronde bij roos om de invloed van het seizoen op de luchtkwaliteit in de kas te bepalen in een periode met (vrijwel) gesloten ramen. De resultaten uit de tweede meetronde (januari-maart 23) laten zien dat de
18 12 horizontale concentratieverdeling in de kas vrij uniform was (Figuur 1, rechts). Het concentratieniveau was echter lager dan aan het begin van de eerste meetronde. Er werd echter een hoger CO 2 niveau bereikt variërend van circa 7 tot 11 ppm tegen circa 4 tot 7 ppm in de eerste ronde. In tegenstelling tot de eerste meetronde was er ook geen eenduidige trend waarneembaar, het concentratieniveau bleef relatief constant. Het gemiddelde concentratieverloop over de dag (Figuur 2, rechts) uit de tweede meetronde laat rond 9 uur s morgens een scherpere overgang zien tussen de relatief lage concentraties gedurende de nacht (circa 15-2 ppb) en de hogere concentraties gedurende de dag (circa 4-5 ppb). De overgang van hogere naar lagere concentraties verloopt geleidelijker. In de loop van maart worden de ramen steeds verder open gestuurd maar dit lijkt geen directe invloed te hebben op de NO x concentraties (Figuur 3, rechts). Gedurende beide meetrondes was de concentratie in de buitenlucht vrij constant, circa 5 ppb met een kortdurende verhoging tot 15 ppb tijdens de ochtendspits tussen 7 en 1 uur (Figuur 2). NOx concentratie (ppb) Mtp 1 Mtp 2 Mtp 3 Mtp 4 Mtp 5 (buiten) Mtp 6 NOx concentratie (ppb) Mtp 1 Mtp 2 Mtp 3 Mtp 4 Mtp 5 (buiten) Mtp 6 CO CO2 concentratie (ppm) Dag (uren) Dag (uren) Figuur 2. Verloop van de NO x concentraties (ppb) over de dag op vijf meetpunten in de kas op planthoogte en op een meetpunt buiten gemiddeld over de periode 4 april 22 tot en met 14 juni 22 (links) en 22 januari tot en met 1 april 23 (rechts). NO x concentratie (24-uursgemiddelde; ppb) NOx Raamstand Raamstand (% geopend) NO x concentratie (24-uursgemiddelde; ppb) NOx Raamstand Raamstand (% geopend) Apr 8 Apr 11 Apr 14 Apr 17 Apr 2 Apr 23 Apr 26 Apr 29 Mei 2 Mei 5 Mei 8 Mei 11 Mei 14 Mei 17 Mei 2 Mei 23 Mei 26 Mei 29 Jun 1 Jun 4 Jun 7 Jun 1 Jun 13 Jan. 22 Jan. 25 Jan. 28 Jan. 31 Febr. 3 Febr. 6 Febr. 9 Febr. 12 Febr. 15 Febr. 18 Febr. 21 Febr. 24 Febr. 27 Maart 1 Maart 4 Maart 7 Maart 1 Maart 13 Maart 16 Maart 19 Maart 22 Maart 25 Maart 28 Maart 31 Figuur uursgemiddelde NO x concentratie (ppb) in de kas en de raamstand (percentage geopend) over de periode 4 april 22 tot en met 14 juni 22 (links) en 22 januari tot en met 1 april 23 (rechts) Etheen Voor de eerste meetronde van 4 april tot en met 14 juni 22 was gekozen voor het periodiek ophalen van de luchtmonsters. De variatie in de analyseresultaten bleek echter zowel in de kas als daarbuiten dermate groot (van <1 ppb tot >1 ppm) te zijn dat de betrouwbaarheid van de resultaten twijfelachtig is. Er is voor gekozen deze resultaten niet te presenteren maar de ervaring te gebruiken voor het verbeteren van de meetstrategie zowel wat de monstername (betere afdichting van de spuiten) als de logistieke afhandeling betreft (niet verzamelen maar direct na monstername naar het laboratorium sturen).
19 De resultaten uit de tweede meetronde laten zien dat de gemiddelde etheenconcentraties zowel in het kascompartiment als daarbuiten sterk varieerden (Figuur 4). Voor de berekening van het gemiddelde van de duplo monsters is voor concentraties kleiner dan de detectielimiet de waarde van de detectielimiet (1 ppb) gehanteerd. Dit resulteert in een lichte overschatting van het gemiddelde. In tegenstelling tot NO x is er geen eenduidig patroon waargenomen van altijd hogere concentraties binnen ten opzichte van buiten. Het omgekeerde, buiten hogere concentraties dan binnen, komt ook voor. Er lijkt geen verband te bestaan tussen etheen en NO x concentraties Kas Buiten Figuur 4. Etheenconcentratie (ppb) Jan. 22 Jan. 26 Jan. 29 Feb. 2 Feb. 5 Feb. 9 Feb. 12 Feb. 16 Feb. 19 Feb. 23 Feb. 26 Maart 2 Maart 4 Maart 9 Maart 12 Maart 16 Maart 19 Maart 23 Maart 26 April 1 Etheenconcentraties (ppb) op verschillende tijdstippen binnen en buiten de kas in de periode van 22 januari tot en met 1 april Productie Het productieniveau gedurende de tweede meetronde (jan-april 23) was hoger dan tijdens de eerste meetronde (april-juni 22). Circa 5% van de Ruby Red planten waren op dat moment twee jaar oud en de andere 5% waren drie jaar oud. In de aangrenzende afdelingen (waar niet is gemeten) met de cultivar Sphinx, geplant in dezelfde perioden, werden soortgelijke productietoenames gerealiseerd. Het was opvallend dat het fenomeen van de zogenaamde plat-knoppen tijdens de tweede meetronde sterk was verminderd. Tabel 1. Gemiddelde productietoename (%) van Ruby Red en Sphinx in 23 (week 1 t/m week 2) ten opzichte van dezelfde periode in 22. Ruby Red Sphinx Gewichtsproductie + 13,2% + 11,9% Stuksproductie + 27,% + 31,6%
20 14 Deze significante productiestijging is alleen te verklaren uit de hogere stralingssom in het voorjaar van 23. DLV heeft de meerproductie als gevolg van de hogere stralingssom voor de intensief belichte rozenteelt namelijk geschat op circa 5%. Begin 23 zijn in de teelt zijn nog enkele andere wijzigingen doorgevoerd:: 1. Een licht versnelde frequentie van de gewasmaatregelen zoals inbuigen en uitknippen; 2. Een verhoging van Ca/K verhouding en een verhoogde dosering sporen-elementen; 3. Een verlenging van de donkerperiode in Ruby Red afdeling van 4 uur naar 6 uur per etmaal; 4. Een verlaagde minimum buistemperatuur in Ruby Red afdeling gedurende de tweede helft van de dag. Het is niet aannemelijk dat de bovengenoemde teeltwijzigingen de productietoename volledig kunnen verklaren. Daarbij komt dat de onder punt 3 en 4 vermelde wijzigingen niet zijn toegepast in de afdeling met Sphinx waar wel een hogere productie werd gerealiseerd. De gebruikte voedingsoplossing had een Ca:K verhouding van 2:1 i.p.v. de gangbare 1:1 verhouding. Er bestaan in de praktijk echter geen aanwijzingen dat dit tot een productietoename zou kunnen leiden. Waarschijnlijk heeft het hogere stralingsniveau in combinatie met lagere NO x concentraties in het voorjaar van 23 geleid tot de toename van de productie. 4.2 Paprika NO x In juli bleken de uur-gemiddelde NO x concentraties in de kas relatief laag te zijn: tussen de en 5 ppb. Begin en eind augustus werden concentraties gemeten variërend van tot 1 ppb met enkele uitschieters tot 15 en 2 ppb. Het niveau in de kas was vrijwel altijd hoger dan buiten. Op 4 en 5 september werden buiten relatief hoge concentraties gemeten. Deze zijn zeer waarschijnlijk het gevolg van het heen en weer rijden van een shovel op het perceel naast de kas aan de zijde waar ook het buitenmeetpunt was bevestigd. De daggemiddelde concentraties volgen op de verschillende punten in de kas hetzelfde patroon (Figuur 5). Zoals ook bij roos werd geconstateerd komen in de kas geen grote concentratieverschillen voor in het horizontale vlak. Op grond van het dagverloop bleek dat de NO x concentraties onderin het gewas gemiddeld circa 3% hoger waren dan bovenin het gewas, met name gedurende de middag en het begin van de avond (Figuur 6). Gedurende de nacht was de NO x concentratie relatief laag, 2-5 ppb. Van 7 tot 9 uur s morgens nam de concentratie snel toe tot circa 35-4 ppb. Afhankelijk van de plaats tussen het gewas daalde de concentratie in de daarop volgende zes uur tot circa 25 ppb onderin en 15 ppb bovenin het gewas. Na 15. uur nam de concentratie zowel onder als bovenin het gewas weer toe tot respectievelijk 35-4 en 25-3 ppb. Na 19. uur nam de concentratie weer snel af tot circa 5 ppb rond 22. uur. Lagere concentraties bovenin het gewas kunnen het gevolg zijn van een hogere ventilatievoud met het opengaan van de luchtramen in combinatie met een hogere opnamesnelheid van het gewas zelf. De concentratie in de buitenlucht was relatief laag, circa 1 tot 3 ppb en 5-7 ppb tussen 7 en 1 (ochtendspits).
21 15 Figuur 5. NOx concentratie (24-uursgemiddelde; ppb) Juli 4 Juli 7 Juli 1 Mtp 1 (6cm) Mtp 3 (2cm) Mtp 5 (buiten) Mtp 2 (2cm) Mtp 4 (6cm) Mtp 6 (12cm) Juli 13 Juli 16 Juli 19 Juli 22 Juli 25 Juli 28 Juli 31 Aug 3 Aug 6 Aug 9 Aug 12 Aug 15 Aug 18 Aug 21 Aug 24 Aug 27 Aug 3 Sept 2 Sept 5 24-uursgemiddelde NO x concentraties (ppb) op vijf meetpunten op verschillende hoogten tussen het gewas en op een meetpunt buiten over de periode 4 juli tot en met 4 september Mtp 1(6cm) Mtp 2 (2cm) Mtp 3 (2cm) Mtp 4 (6cm) Mtp 5 (buiten) Mtp 6 (12cm) NOx concentratie (ppb) Dag (uren) Figuur 6. Verloop van NO x concentraties (ppb) over de dag op vijf meetpunten op verschillende hoogten tussen het gewas en op een meetpunt buiten over de periode 4 juli tot en met 4 september Etheen De gemiddelde etheenconcentraties in het kascompartiment varieerden van <1 tot 59 ppb (Figuur 7). Op 24 juli werd in een van de luchtmonsters uit het kascompartiment een waarde van 286 ppb gemeten terwijl in het op het zelfde tijdstip genomen duplo-monster een waarde kleiner dan de detectielimiet werd gevonden. Deze uitschieter is verder buiten beschouwing gelaten (niet weergegeven in Figuur 7). De concentraties in de buitenlucht varieerden van <1 tot 31 ppb. In de kas werden zowel hogere als lagere concentraties gemeten ten opzicht van de concentratie buiten. Ook bij paprika blijkt er geen eenduidig verband te bestaan tussen etheen en NO x concentraties.
22 16 8 Kascompartiment Buiten Figuur 7. Etheenconcentratie (ppb) Juli 3 Juli 4 Juli 7 Juli 1 Juli 14 Juli 17 Juli 21 Juli 24 Juli 28 Juli 31 Aug 4 Aug 7 Aug 11 Aug 14 Aug 18 Aug 21 Aug 25 Aug 28 Sept 1 Sept 4 Sept 5 Etheenconcentraties (ppb) op verschillende tijdstippen binnen en buiten de kas over de periode 4 juli tot en met 4 september Potplanten NO x In het begin van de meetperiode laat de uur-gemiddelde NO x concentratie in de kas een regelmatig patroon zien. Rond het middaguur was de concentratie circa 1-25 ppb en liep daarna op tot ppb rond middernacht. In de daarop volgende 12 uur daalde de concentratie weer tot het lage niveau van rond het middaguur. Na 6 november werd het patroon onregelmatiger, de daling van de concentratie rond het middaguur bleef steeds sterker achterwege. In de periode van 15 november tot 3 december nam het niveau eerst toe tot circa 19-2 ppb maar na 23 november weer af tot het oorspronkelijke niveau van circa 125 ppb. Het niveau in de kas was altijd hoger dan buiten. De daggemiddelde concentraties volgden op de verschillende punten in de kas hetzelfde patroon (Figuur 8). Zoals bij de voorgaande bedrijven al werd geconstateerd was ook hier de horizontale concentratieverdeling vrij uniform, alleen op meetpunt 1 werden structureel enigszins hogere concentraties gemeten.
23 17 NOx concentratie (24-uursgemiddelde; ppb) Sept 2 Sept 23 Sept 26 Mtp 1 Mtp 2 Mtp 3 Mtp 4 Mtp 5 (buiten) Mtp 6 CO2 Sept 29 Okt 2 Okt 5 Okt 8 Okt 28 Okt 31 Nov 3 Nov 6 Nov 9 Nov 12 Nov 15 Nov 18 Nov 21 Nov 24 Nov 27 Nov 3 Dec CO2 concentratie (24-uursgemiddelde; ppm) Figuur uursgemiddelde NO x concentraties (ppb) op vijf meetpunten in de kas en op een meetpunt buiten over de periode 19 september tot en met 3 december 22 (NB. Van 9 t/m 27 oktober is niet gemeten!). Ook is de 24-uursgemiddelde CO 2 concentratie (ppm) in de kas weergegeven. Uit het dagverloop (Figuur 9) blijkt dat de hoogste concentraties rond 7 uur s morgens voorkwamen, variërend van ppb. Daarna daalt de concentratie tot circa 6-9 ppb rond 15: uur om vervolgens weer toe te nemen tot de piek rond zeven uur van de volgende morgen. Ook de invloed van de ochtendspits is te herleiden: verhoogde NO x concentraties tussen 7 en 1 uur s morgens. Vanaf begin oktober zijn de ramen vrijwel continu gesloten en gaat het energiedoek nog slechts enkele uren per dag open. Dit lijkt geen directe invloed te hebben op het niveau van de NO x concentratie in de kas (Figuur 1). De toename in NO x concentratie vanaf 15 november kan dan ook niet direct worden verklaard als zijnde een gevolg van het sluiten van de ramen en het energiedoek. 2 Mtp 1 Mtp 2 Mtp 3 Mtp 4 Mtp 5 (buiten) Mtp 6 NOx concentratie (ppb) Dag (uren) Figuur 9. Verloop van de NO x concentratie (ppb) over de dag op vijf meetpunten in de kas en een meetpunt buiten over de periode 19 september tot en met 3 december 22 (NB. Van 9 t/m 27 oktober is niet gemeten!).
24 18 NOx concentratie (24-uursgemiddelde; ppb) NOx Ramen Energiescherm Stand ramen en energiescherm (%) Sept 2 Sept 23 Sept 26 Sept 29 Okt 2 Okt 5 Okt 8 Okt 28 Okt 31 Nov 3 Nov 6 Nov 9 Nov 12 Nov 15 Nov 18 Nov 21 Nov 24 Nov 27 Nov 3 Dec 3 Figuur uursgemiddelde NO x concentratie (ppb) en de stand van de ramen (1% is volledig open) en het energiescherm (1% is volledig gesloten) over de periode 19 september tot en met 3 december 22. NB. Van 9 t/m 27 oktober is niet gemeten! Etheen De etheenconcentraties laten een wisselend beeld zien (Figuur 11). Op sommige tijdstippen was de concentratie in het kascompartiment hoger dan buiten maar het omgekeerde kwam ook voor. Op 13 november werden zowel binnen als buiten hoge concentraties tot 3 ppb gemeten Kascompartiment Buiten Figuur 11. Etheenconcentratie (ppb) Sept 18 Sept 19 Sept 23 Sept 25 Sept 3 Okt 2 Okt 7 Okt 9 Okt 14 Okt 16 Okt 21 Okt 23 Okt 28 Okt 3 Nov 4 Nov 6 Nov 11 Nov 13 Nov 18 Nov 21 Nov 22 Etheenconcentraties (ppb) op verschillende tijdstippen binnen en buiten de kas over de periode 19 september tot en met 3 december 22.
25 19 5. Evaluatie 5.1 Concentraties NO x De resultaten van de NO x metingen laten zien dat concentratieniveaus en -patronen verschillen per bedrijf en per seizoen. Hierbij moet rekening gehouden worden met het feit dat de meetcampagnes van telkens circa twee maanden op verschillende tijdstippen van het jaar hebben plaatsgevonden. De concentraties worden daardoor niet alleen door de specifieke gewaskenmerken beïnvloed maar ook door het seizoen waarin wordt gemeten. Zo zullen de concentraties in het zomerseizoen sterk afhankelijk zijn van de mate waarin de ramen open staan om de temperatuur in de kas op het gewenste niveau te houden. In de kassen bleek de variatie in NO x-concentraties in het horizontale vlak relatief gering te zijn. In de kas met paprika s, met op het moment van meten een gewashoogte van circa 2,5 tot 3 meter, was een verticale concentratiegradiënt aantoonbaar. Daarbij waren de concentraties onder in het gewas circa 3% hoger dan bovenin het gewas. Voor de drie bedrijven geldt dat de NO x concentraties in de kas altijd hoger waren dan de concentratie buiten. De bron van de hoge NO x concentraties in de kas ligt dan ook in de kas zelf. Deze NO x wordt met de rookgassen in de kas gebracht. Op grond van de aangetoonde verschillen tussen concentraties binnen en buiten de kas is het niet aannemelijk dat de luchtkwaliteit in de kas sterk wordt beïnvloed door NO x vanuit de buitenlucht Etheen De periodieke metingen van etheen vertoonden op elk van de bedrijven een grote variatie in concentraties. De gemiddelde niveaus op de bedrijven waren hoger dan verwacht en de verhouding van de concentratie in de kas ten opzicht van buiten was zeer wisselend. Zowel hoge concentraties in de kas bij relatief lage concentraties buiten als het omgekeerde kwamen voor. Met andere woorden, de herkomst van etheen in de kassen was niet te herleiden tot een bron in de kassen zelf. Ook was er geen éénduidige relatie met de NO x concentraties aantoonbaar Relatie tussen CO 2 en NO x Voor de verschillende bedrijven is de relatie bepaald tussen de gerealiseerde CO 2 concentraties en de overeenkomstige NO x concentraties (Figuur 12). Bij de eerste meetronde bij roos en bij potplanten bleek er een positieve correlatie te bestaan tussen de CO 2 en NO x concentraties. Hogere CO 2 niveaus gingen gepaard met hogere NO x concentraties. Bij de tweede meetronde bij roos werden hogere CO 2 niveaus bereikt bij nagenoeg gelijkblijvende, relatief lage NO x concentraties. De verschillen tussen de eerste en tweede meetronde bij roos zijn niet direct te herleiden tot een oorzaak. Aan de WKK-installatie zijn geen veranderingen doorgevoerd.
26 2 NOx concentratie (24-uursgemiddelde; ppb) Rozen (1) Potplanten Rozen (2) CO 2 concentratie (24-uursgemiddelde; ppm) Figuur uursgemiddelde CO 2 concentratie (ppm) in de verschillende teelten in relatie tot de NO x concentraties (ppb). NB. De metingen zijn in verschillende perioden van het jaar uitgevoerd! 5.2 Risico Effect-grenswaarden In de tachtiger jaren hebben het toenmalige Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek (IPO) en het Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente voor een aantal luchtverontreinigingscomponenten globale effect-grenswaarden vastgesteld (Tabel 2) om schade aan kasgewassen te voorkomen (PBG, 1999). De grenswaarden geven de concentratie op plantniveau weer en zijn gebaseerd op literatuurgegevens en begassingsonderzoek dat is uitgevoerd onder relatief gevoeligmakende omstandigheden (weinig licht, gesloten luchtramen). Tot op de dag van vandaag worden in de glastuinbouw deze grenswaarden gebruikt bij het vaststellen van de luchtkwaliteitseisen waaraan rookgassen van WKK-installaties moeten voldoen. Daarvoor zijn de grenswaarden teruggerekend naar nog toelaatbare concentraties in onverdunde rookgassen (Kiel et al., 1991). De betrouwbaarheid van de grenswaarden staat echter ter discussie. Bieden deze grenswaarden nog voldoende bescherming gezien de ontwikkeling die de glastuinbouw heeft doorgemaakt? Dit betreft vooral schaalvergroting, gebruik van nieuwe, meer dichte kassen, complexere installaties zoals WKK s (Klimstra, 1998) en de grote verscheidenheid aan plantensoorten en cultivars die worden geteeld.
27 21 Tabel 2. Effect-grenswaarden (ppb) ter voorkoming van beschadiging van kasgewassen (PBG, 1999). Gas Acuut Chronisch Ozon (O 3) 1 28 Etheen (C 2H 4) 5 8 Stikstofmonoxide (NO) 1 25 Stikstofdioxide (NO 2) Zwaveldioxide (SO 2) 7 15 Ammoniak (NH 3) In de nu volgende evaluatie worden de gemeten concentraties vergeleken met de huidige effect-grenswaarden van NO x en etheen voor planten zoals die zijn geformuleerd volgens de meest recente inzichten. Concentraties hoger dan de voorgestelde grenswaarde kunnen een negatief effect hebben op planten, dus ook op kasgewassen. Met andere woorden: bij die concentraties lopen planten risico beschadigd te worden (verminderde productie en/of kwaliteit). Of deze effecten ook daadwerkelijk optreden hangt af van de gevoeligheid van de plantensoort en de omstandigheden (andere luchtverontreinigingscomponenten, klimaat etc.) NO x De World Health Organization (WHO, 21) heeft op grond van de bestaande kennis een zogenaamde critical level 1 voor stikstofoxiden in relatie tot planten afgeleid. Hierbij is verondersteld dat de toxiciteit van NO en NO 2 gelijk zijn. Een critical level is te vergelijken met een (niet-wettelijke) grenswaarde ter bescherming van plantensoorten in het algemeen. De grenswaarde is weergegeven als een 24-uursgemiddelde. Dit impliceert dat enkele uren met verhoogde concentraties en korte episodes van enkele dagen niet direct tot negatieve effecten hoeven te leiden. Daarnaast worden blootstellingen gedurende de dag zowel als de nacht meegenomen in het gemiddelde. WHO voorstel voor NO x grenswaarde: 75 µg m -3 als 24-uursgemiddelde (som van NO en NO 2, uitgedrukt als NO 2 in µg m -3 ) 3 µg m -3 jaargemiddelde Uit de gemeten NO x concentraties (in ppb) zijn 24-uursgemiddelde waarden (in µg m -3 ) berekend volgens het WHO voorstel 2 en gerelateerd aan de 24-uursgemiddelde effect-grenswaarde (Figuur 13). De effect-grenswaarde voor NO x werd frequent overschreden in de kassen met respectievelijk rozen (april-juni 22) en potplanten. Bij potplanten vonden de overschrijdingen gedurende de gehele meetperiode plaats terwijl bij roos met name aan het begin van de meetperiode de grenswaarde werd overschreden. Bij paprika werd de grenswaarde slechts incidenteel overschreden. Gedurende de tweede meetronde bij roos (januari-maart 23) werd de grenswaarde slechts incidenteel overschreden. 1 Critical level: op grond van bestaande kennis afgeleide concentratie van een luchtverontreinigingscomponent in de atmosfeer waarboven negatieve effecten op planten, ecosystemen en materialen kunnen voorkomen. 2 De apparatuur die in de verschillende kassen is gebruikt meet de NO en de NO2 concentratie in part per billions (ppb). Deze waarden worden vervolgens gesommeerd en opgeslagen als NOx concentratie, ook in ppb. Om aan te sluiten bij de WHO methodiek voor het toetsen aan de critical level is het noodzakelijk de concentraties van ppb om te rekenen naar microgram per kubieke meter (µg m -3 ). De omrekeningsfactoren voor NO en NO2 zijn echter verschillend. Omdat de exacte verhouding tussen NO en NO2 niet bekend is wordt de omrekeningsfactor van NO2 gebruikt wat impliceert dat NOx volledig uit NO2 zou bestaan. Hoewel dit feitelijk onjuist is maakt het voor de toetsing aan de critical level niet uit omdat de toxiciteit van NO en NO2 aan elkaar gelijk worden gesteld (WHO, 21).
28 22 Opmerkelijk was dat de productie van het gewas in deze periode van het jaar beter was ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar (zie ook paragraaf 4.1.3) -3 NOx concentratie (24-uursgemiddelde; ugm ) -3 ) Rozen (april-juni 22) Rozen (januari-maart 23) Paprika (juni-augustus 22) Potplanten (september-november 22) Tijd (dagen) Figuur uursgemiddelde NO x concentratie (µg m -3 ) in de verschillende teelten in relatie tot de NO x effectgrenswaarde (ononderbroken lijn). NB. De metingen zijn in verschillende perioden van het jaar uitgevoerd! Etheen Op basis van literatuurgegevens zijn in 2 toxicologische grenswaarden voor effecten van atmosferisch etheen op planten geformuleerd (Tonneijck & Van Dijk, 2). Hierbij zijn de volgende effectparameters aangemerkt als relevant voor het functioneren van planten: epinastie, reductie van groei en opbrengst, remming van de fotosynthese, verwelking, chlorose, afwijkende groei en abscissie van plantendelen. De grenswaarden zijn afgeleid uit begassingsexperimenten met veelal een continue blootstelling onder laboratorium- of kascondities. Grenswaarden voor etheen: 11 ppb voor kortdurende blootstelling (8 uur) 5 ppb voor langdurende blootstelling (4 weken) De in deze studie gemeten etheenconcentraties zijn momentopnamen en geven een zeer beperkt beeld van de gemiddelde concentraties die in de verschillende teelten gedurende uren of dagen kunnen voorkomen. Voorzichtigheid is dan ook geboden bij een directe toetsing van de gemeten concentraties aan de bovenvermelde effectgrenswaarden. De meeste meetwaarden waren echter dermate hoog dat het aannemelijk is dat de effectgrenswaarden voor zowel kort- als langdurende blootstelling frequent werden overschreden. Daarmee lopen gewassen dus het risico nadelig beïnvloed te worden door etheen.
29 23 6. Conclusies en aanbevelingen Gelet op de mogelijke consequenties van de bereikte resultaten voor de praktijk zijn de belangrijkste conclusies als volgt: Het gebruik van rookgassen voor CO 2 dosering uit WKK installaties leidt in de kas tot NO x niveaus die algemeen vastgestelde grenswaarden voor negatieve effecten op planten overschrijden. Of en zo ja in welke mate deze grenswaarden worden overschreden, wisselt van bedrijf tot bedrijf en van seizoen tot seizoen. Ook de concentraties van etheen bereiken in de kas waarden die hoger zijn dan de algemeen vastgestelde effectgrenswaarden voor negatieve effecten op planten. In tegenstelling tot NO x waren de concentraties van etheen in de kas niet structureel hoger dan die buiten de kas. Daarmee is niet bewezen dat het gebruik van rookgassen verantwoordelijk is voor deze te hoge niveaus van etheen. Met de toepassing van rookgassen voor CO 2 dosering uit WKK installaties introduceren de telers een risico wat betreft de kasluchtkwaliteit. De NO x concentraties kunnen hoog oplopen met mogelijk nadelige gevolgen voor het gewas. Bij dit risico moet dan nog worden opgeteld het risico op negatieve effecten van hoge etheen concentraties, ook al is nog niet duidelijk waar deze hoge etheen niveaus vandaan komen. Hoe groot het risico is, met andere woorden hoe groot de eventueel negatieve effecten zijn, is met dit project niet te zeggen. Schadelijke effecten van langdurende blootstelling aan de gemeten niveaus van NO x en etheen op groei, productie en kwaliteit zijn meestal niet zichtbaar. Een opvallende vingerwijzing betreft de twee meetcampagnes bij roos. De effectgrenswaarde voor NO x werd frequent overschreden in de eerste meetperiode (4 april 22 tot en met 14 juni 22) en slechts incidenteel in de tweede (22 januari tot en met 1 april 23). Opmerkelijk was dat de productie van het gewas in de tweede periode verbeterd was ten opzichte van de overeenkomstige periode het jaar daarvoor. Hoewel er duidelijke risico s verbonden zijn aan het gebruik van rookgassen voor CO 2 dosering uit WKK installaties, zijn de resultaten van dit project nog onvoldoende om concrete adviezen te geven ter voorkoming van eventuele negatieve effecten op de gewasproductie. Het volledig afzien van deze manier van CO 2 dosering daargelaten. Om beter in te kunnen spelen op de risico s die verbonden zijn aan CO 2 dosering met rookgassen uit WKK installaties, doen wij de volgende aanbevelingen: De signalen uit de praktijk waren mogelijk eerder serieus genomen indien via metingen op plantniveau was aangetoond dat planten lijden onder slechte luchtkwaliteit door NO x en etheen. De huidige resultaten maken tevens duidelijk dat de kans op schadelijke effecten afhankelijk is van factoren als bedrijf, seizoen en component. Het stellen van generieke kwaliteitseisen aan WKKs alleen is onvoldoende om problemen van slechte luchtkwaliteit bij CO 2 dosering uit WKKs te beheersen. Ter voorkoming van schade dient de ontwikkeling van een monitoringsysteem in gang te worden gezet voor continue bewaking van NO x en etheen op plantniveau bij CO 2 dosering via rookgassen CO 2 dosering via rookgassen uit WKK installaties houdt een risico in voor kwaliteit en kwantiteit van het geteelde gewas. De vraag is of en zo ja wat eraan kan worden gedaan om dit risico te minimaliseren dan wel te voorkomen. Er zijn verschillende mogelijkheden voor risicovermindering en/of preventie. Deze mogelijkheden hebben zowel betrekking op de bron als op de teelt. Het verdient aanbeveling om de verschillende opties in kaart te brengen en deze afzonderlijk en in onderlinge samenhang te verkennen op de consequenties voor productie en bedrijf.
30 24
31 25 Referenties Abeles, F.B., Sources of ethylene of horticultural significance. In: J.A. Roberts & G.A. Tucker (Eds.), Ethylene and plant development. Butterworths, London, Abeles, F.B., P.W. Morgan & M.E. Salveit Jr, Ethylene in plant biology, Academic Press Inc., San Diego, USA. Heck, W.W., R.H. Daines, & I.J. Hindawi, 197. Other phytotoxic pollutants. In: J.S. Jacobson & A.C. Hill (Eds.), Recognition of air pollution injury to vegetation: A pictorial atlas. Air Pollution Control Association, Pittsburg, F1-F24. Kiel, A., E.M. Nederhof & T. Rijsdijk, Berekening toegestane concentratie schadelijke gassen in rookgas t.b.v. CO 2 bemesting in de glastuinbouw. Uit: COGEN Projects Rapport CO 2 bemesting met rookgassen van W/K-gasmotoren. November 1998, Driebergen-Rijsenburg. Klimstra, J., Exhaust treatment for CO 2 fertilisation with reciprocating gas engines. N.V. Nederlandse Gasunie, Report TR/I 98.R.114. Groningen, The Netherlands. 13 pp. PBG, CO 2 in de glastuinbouw. Brochure van het Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente. Aalsmeer/Naaldwijk. 126 pp. Tonneijck, A.E.G. & C.J. van Dijk, 2. Effecten van etheen op planten rond lokale bronnen. Een risico-evaluatie. Plant Research International Nota 42, Wageningen, 22 pp. WHO, 21. Air Quality Guidelines for Europe 2, second edition. World Health Organization, Regional Publications, European Series No. 91. Regional Office for Europe, Copenhagen.
32 26
33 I - 1 Bijlage I. Kengetallen tuinbouwbedrijven I.a Roos Kas Type: breedkapper met dubbele doorlopende nok ventilatie (bouwjaar 2) Oppervlak: 2. m 2 Planttijd Ruby Red : voorjaar 2 en voorjaar 21 Teeltsysteem: 2 rijen op kokos, 6 bedden in 12 meter. Belichtingniveau: ca. 72 lux Verwarming: 18 * 51mm pijpen per 12,8 meter. Hoge druk luchtbevochtiging (capaciteit 25 cc m -2 h -1 ) Schermdoek: LS 1 Ultra Technische installatie TE installatie merk M.A.N., vermogen 35 kw en 6. draaiuren Rookgasreiniger type Combikat (doseercapaciteit 18 kg CO 2 uur -1 ) CO 2 voorziening van de Ketel : Brandertype niet modulerend, bouwjaar 1972 (doseercapaciteit: 145 kg CO 2 uur -1 ) Maximum doseercapaciteit van de beide CO 2 bronnen gecombineerd: 162,5 kg CO 2 ha -1 uur -1 2% van de stroombehoefte wordt ingekocht I.b Paprika Kas Type: Venlo, poothoogte 4,5 m (bouwjaar 2) Oppervlak: 24.3 m 2 Ras: Fiësta Teeltsysteem: dubbel V-systeem met 6,7 stengels per m². Schermdoek: LS 1 Ultra Technische installatie TE installatie met een vermogen van,75 MW (bouwjaar brander 1972) I.c Potplanten Kas Type: 6,4 meter (bouwjaar 1998) Oppervlak: 57. m 2 (afdeling waar is gemeten: 2. m 2 ) Gemiddelde verblijftijd Areca: 12 weken Gemiddelde verblijftijd Dracaena: 6 weken (Dracaena Marginata, D. Marginata Magenta en D. Marginata Bicolor ) Belichtingniveau: ca. 4 lux Verwarming: 6 * 51 mm pijpen per 6.4 meter + vloerverwarming. Luchtbevochtiging: niet aanwezig Schermdoek: LS 1 Ultra plus XL 16F
34 I - 2 Technische installatie TE installatie merk Hanwell, vermogen 1 MW Rookgasreiniger type Codinox (bouwjaar 1998) CO 2 voorziening van de Ketel: niet aanwezig Stroombehoefte ingekocht: nihil
Schone rookgassen uit de WKK en schadedrempels. Tom Dueck, Wageningen UR Glastuinbouw
Schone rookgassen uit de WKK en schadedrempels Tom Dueck, Wageningen UR Glastuinbouw Rookgassen bij gebruik van de WKK Regelmatig klachten/berichten over gewasschade: bij zichtbare schade vaak storingen
Presentatie over kasluchtkwaliteit. Themabijeenkomst CO2 in Glasgroente ENVIRONMENTAL MONITORING SYSTEMS (EMS) B.V.
ENVIRONMENTAL MONITORING SYSTEMS (EMS) B.V. Presentatie over kasluchtkwaliteit Jan-Kees Boerman / Gertjan Bosman EMS B.V. Themabijeenkomst CO2 in Glasgroente 29-10-2014 Themabijeenkomst CO2 doseren in
Experimentele begassingen met etheen en NOx, en paprika. Tom Dueck, Chris van Dijk, Ton van der Zalm & Esther Meinen Wageningen UR Glastuinbouw
Experimentele begassingen met etheen en NOx, en paprika Tom Dueck, Chris van Dijk, Ton van der Zalm & Esther Meinen Wageningen UR Glastuinbouw Begassingsonderzoek in Wageningen Mogelijkheden voor begassingsonderzoek:
Intrinsieke plantkwaliteit Anthurium
Intrinsieke plantkwaliteit Anthurium Ad Schapendonk Dr ir A.H.C.M. Schapendonk Plant Dynamics BV Gefinancierd door Productschap Tuinbouw Juli 2005 2005 Wageningen, Plant Dynamics BV Alle rechten voorbehouden.
Bladvlekken bij belichte potplanten
Bladvlekken bij belichte potplanten Onderzoek of de gele vlekken in belichte potplanten ontstaan door zetmeelophoping G.J.L. van Leeuwen N. Marissen M. Warmenhoven Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V.
Emissies uit WKK installaties in de glastuinbouw
Emissies uit WKK installaties in de glastuinbouw Methaan, etheen en NOx concentraties in rookgassen voor CO2 dosering Th.A. Dueck, C.J. van Dijk, F. Kempkes & T. van der Zalm Nota 55 Emissies uit WKK
Zuiniger met CO 2 bij gelijkblijvende of hogere productie?
Zuiniger met CO 2 bij gelijkblijvende of hogere productie? Sander Pot (Plant Dynamics BV) i.s.m. Govert Trouwborst (Plant Lighting BV) Sander Hogewoning (Plant Lighting BV) Stefan Persoon (Inno Agro BV)
CO 2 : op zoek naar het optimum
1/31/27 CO 2 : op zoek naar het optimum Wat komt er aan de orde? Leo Marcelis & Ep Heuvelink Wageningen UR: WUR Glastuinbouw Leerstoelgroep Tuinbouwproductieketens Met medewerking van: Anja Dieleman, Tom
Luchtkwaliteitmetingen in Alblasserdam. Jaarrapportage 2016
Luchtkwaliteitmetingen in Alblasserdam Jaarrapportage 2016 Colofon Raad van Accreditatie De DCMR Milieudienst Rijnmond is door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd voor de NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005
MEMO. Onderwerp/Subject: Analyse rapport RIVM Luchtkwaliteit 2012
MEMO Aan/To: Van/From: Datum/Date: RAI Vereniging Chris van Dijk 18 september Onderwerp/Subject: Analyse rapport RIVM Luchtkwaliteit 2012 Ieder jaar publiceert het RIVM een jaaroverzicht van de meetresultaten
Mogelijkheden om vroeg tijdig bladrandproblemen te signaleren met MIPS bij Hortensia
Mogelijkheden om vroeg tijdig bladrandproblemen te signaleren met MIPS bij Hortensia Filip van Noort, Henk Jalink Rapport GTB-1027 2010 Wageningen, Wageningen UR Glastuinbouw Alle rechten voorbehouden.
Invloed van CO 2 -doseren op de productie en kwaliteit bij Alstroemeria
Invloed van CO 2 -doseren op de productie en kwaliteit bij Alstroemeria F. van Noort Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector glastuinbouw januari 2004 PPO 411724 2003 Wageningen, Praktijkonderzoek
CO2 doseren, meten en CO2 kwaliteit in de kas WWW.MACVIEW.INFO
ENVIRONMENTAL MONITORING SYSTEMS (EMS) B.V. CO2 doseren, meten en CO2 kwaliteit in de kas Theorie en praktijk J.K. Boerman EMS B.V. 7 maart 2014 CO2 doseren, meten en CO2 kwaliteit in de kas Introductie
Optimaal gebruik van CO 2
Optimaal gebruik van CO 2 Energiek2020 Event, 17 maart 2011 Anja Dieleman Wageningen UR Glastuinbouw Onderwerpen Trends CO 2 balans van de kas Effecten van CO 2 op groei Fysiologisch effect van CO 2 :
Consultancy duurzaam gebruik van meeldauwmiddelen
Consultancy duurzaam gebruik van meeldauwmiddelen DLV Plant Postbus 7001 6700 CA Wageningen Agro Business Park 65 6708 PV Wageningen T 0317 49 15 78 F 0317 46 04 00 In opdracht van: Begeleidende groep
Spirit en Mirage Plus tegen roest - Consultancy
Spirit en Mirage Plus tegen roest - Consultancy Projectnummer PT: 14216.12 In opdracht van: Productschap Tuinbouw Postbus 280 2700 AG Zoetermeer Uitgevoerd door: Cultus Agro Advies Zandterweg 5 5973 RB
Invloed van ventilatie-instellingen op vochtverliezen en kwaliteit in zand aardappelen
Invloed van ventilatie-instellingen op vochtverliezen en kwaliteit in zand aardappelen Ing. D. Bos en Dr. Ir. A. Veerman Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector AGV PPO 5154708 2003 Wageningen,
Grenzen voor Luchtkwaliteit
Grenzen voor Luchtkwaliteit Jolanda Heistek Projectmanager CropEye: KennisMakelaar, InnovatieRegisseur, NetwerkFacilitator T:06 13608752 [email protected] Agenda Grenzen voor Luchtkwaliteit;
Biomonitoringprogramma rond de REC Harlingen
Biomonitoringprogramma rond de REC Harlingen Inleiding LTO Noord heeft een overeenkomst gesloten met Omrin, de exploitant van de Reststoffen Energie Centrale (REC) aan de Industriehaven in Harlingen, om
L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit
L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit 73 Bijlage L Indicatieve bepaling effect alternatieven N 377 op luchtkwaliteit Inleiding De provincie Overijssel is voornemens de N 377 Lichtmis Slagharen (verder
Inhoud. Zuiniger met CO 2 bij gelijkblijvende of hogere productie? Intro fotosynthese: het belang van CO 2 Onderzoek luie bladeren Discussie
Zuiniger met CO 2 bij gelijkblijvende of hogere productie? Sander Hogewoning (Plant Lighting BV) i.s.m. Govert Trouwborst (Plant Lighting BV) Sander Pot (Plant Dynamics BV) Stefan Persoon (Inno Agro BV)
Bruine bladpunten in Longiflorum White Heaven
Bruine bladpunten in Longiflorum White Heaven Inventarisatie bladproblemen in de praktijk Hans Kok Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Bloembollen PPO nr. 32 360 560 00 Maart 2008 2008 Wageningen,
AFDELING VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT GASTURBINES EN STOOM- EN GASTURBINE- INSTALLATIES
p.1/5 AFDELING 5.43.3. VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT GASTURBINES EN STOOM- EN GASTURBINE- INSTALLATIES Art. 5.43.3.1. 1. In afwijking van de algemene emissiegrenswaarden, bepaald in hoofdstuk 4.4, moeten
CO2 doseren, meten en CO2 kwaliteit in de kas
ENVIRONMENTAL MONITORING SYSTEMS (EMS) B.V. CO2 doseren, meten en CO2 kwaliteit in de kas Theorie en praktijk J.K. Boerman EMS B.V. 3 juli 2014 CO2 doseren, meten en CO2 kwaliteit in de kas Introductie
Introductie temperatuur
Introductie temperatuur Met temperatuur kan de balans in de plant worden gehouden. De temperatuur bepaalt de snelheid van de processen die in de plant spelen. Onder een bepaalde temperatuur staan de processen
Grenzen voor Luchtkwaliteit
Grenzen voor Luchtkwaliteit Jolanda Heistek Projectmanager CropEye: KennisMakelaar, InnovatieRegisseur, NetwerkFacilitator T:06 13608752 [email protected] Aanleiding Vragen van tuinbouwondernemers;
(Effecten NOx & Etheen op het gewas - Applicatie beschrijving V1.2.doc)
(Effecten NOx & Etheen op het gewas - Applicatie beschrijving V1.2.doc) OUR KNOWLEDGE Effect op het gewas, argumenten voor het gebruik van de Greenhouse GA en applicatievoorbeelden Leeswijzer In dit document
Het Nieuwe Telen. Basis HNT. Wat is de kern van HNT? en CO 2. Natuurkundige principes oa: Plantfysiologie Plantbalans. Vochtbalans Energie balans
Het Nieuwe Telen en CO 2 Wat is de kern van HNT? Door Hans Pronk, 12/05/2016 1 Basis HNT Natuurkundige principes oa: Vochtbalans Energie balans Plantfysiologie Plantbalans Assimilatenbalans Vochtbalans
EFFECTIVITEIT WATERSTOFPEROXIDE, PERAZUR, DEGACLEAN EN DEGACLEAN PLUS TEGEN FUSARIUM OXYSPORIUM IN DRAINWATER
Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente Vestiging Naaldwijk Kruisbroekweg 5, Postbus 8, 267 AA Naaldwijk Tel 1746367, fax 174636835 EFFECTIVITEIT WATERSTOFPEROXIDE, PERAZUR, DEGACLEAN EN DEGACLEAN
NO, NO2 en NOx in de buitenlucht. Michiel Roemer
NO, NO2 en NOx in de buitenlucht Michiel Roemer Inhoudsopgave Wat zijn NO, NO2 en NOx? Waar komt het vandaan? Welke bronnen dragen bij? Wat zijn de concentraties in de buitenlucht? Maatregelen Wat is NO2?
Onderzoek naar de oorzaak van wortelbederf bij de teelt van Zantedeschia op potten
Onderzoek naar de oorzaak van wortelbederf bij de teelt van Zantedeschia op potten Voortgezet diagnostisch onderzoek 2007/2008 Peter Vink, Paul van Leeuwen en John Trompert Praktijkonderzoek Plant & Omgeving
Technieken voor ontvochtiging
Technieken voor ontvochtiging Energiek Event 5 April 2018, Bram Vanthoor en Feije de Zwart Inhoud Technieken voor ontvochtiging Achtergrond Gepresenteerde technieken Buitenlucht inblazen Verticale schermventilatoren
Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur
Kengetallen E-5 MPR-Kwaliteit Inleiding Via Melkproductieregistratie (MPR) worden gegevens over de melk-, vet en eiwitproductie van de veestapel verzameld. Deze gegevens zijn de basis van managementinformatie
Smaakonderzoek komkommer aan Nederlands en Spaans product
Smaakonderzoek komkommer aan Nederlands en Spaans product M. Kersten, L. Voorbij en W. Verkerke Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Glastuinbouw april 2002 PPO nr 420029 2002 Wageningen, Praktijkonderzoek
Bossigheid in Zantedeschia
Bossigheid in Zantedeschia Is vervroegd afsterven van weefselkweekplantjes en het daarna koud bewaren van de knollen een van de oorzaken van bossigheid P.J. van Leeuwen en J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek
Effect van daksproeier of hoge druknevel op kasklimaat en waterhuishouding bij komkommer
Effect van daksproeier of hoge druknevel op kasklimaat en waterhuishouding bij komkommer A. de Gelder en R. de Graaf Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Business Unit Glastuinbouw Februari 25 PPO nr.
STICHTING PROEFSTATION VOOR TUINBOUW ONDER GLAS TE NAALDWIJK. Proef met verschillende ammoniumtrappen bij paprika op voedingsoplossing
STICHTING PROEFSTATION VOOR TUINBOUW ONDER GLAS TE NAALDWIJK èq Bibliotheek Proefstation Naaldwijk A 2 M 61 ^ 5 0 0. Proef met verschillende ammoniumtrappen bij paprika op voedingsoplossing M.Q. van der
1. Inleiding. Rapportage Luchtkwaliteit 2012, gemeente Doetinchem 4
Rapport Luchtkwaliteit 2012 Doetinchem Oktober 2013 INHOUD 1. Inleiding... 4 2. Algemeen... 5 2.1 Wet luchtkwaliteit... 5 2.2 Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit... 5 2.3 Bronnen van luchtverontreiniging...
Samenvatting De kleurverandering van bladeren is een van de opvallendste kenmerken van de herfst voordat ze afsterven en afvallen. Tijdens de herfst worden de bouwstoffen die aanwezig zijn in het blad
Praktijkproef Super FK in Paprika 2010 bij de start van de teelt.
Praktijkproef Super FK in Paprika 20 bij de start van de teelt. Inleiding: Het doseren van Super FK zorgt primair voor een actiever/vegetatiever gewas, een betere en vollere gewasstand, met een betere
Eerste uitkomsten onderzoek luchtkwaliteit langs Nijenoord Allee Wageningen
Notitienummer Datum 3 juni 206 Onderwerp Eerste uitkomsten onderzoek luchtkwaliteit langs Nijenoord Allee Wageningen. Inleiding Buro Blauw voert in opdracht van de gemeente Wageningen luchtkwaliteitsmetingen
Hasten Chrysant mineervlieg-spint
ng abamectine/kg blad) Hasten Chrysant mineervlieg-spint Uitgave SURfaPLUS Trading Maart 21 INHOUD: EFFECT HASTEN OP OPNAME ABAMECTINE IN CHRYSANTEN (PAG 1) FYTOTOXICITEIT TEST 25 (2) FYTOTOXICITEIT ONDERZOEK
Houdbaarheid Hydrangea
Houdbaarheid Hydrangea F. van Noort Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Business Unit Glastuinbouw December 2003 PPO 41704641 2003 Wageningen, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Alle rechten voorbehouden.
Luchtkwaliteit t.g.v. wegverkeer. parkeren Spoorzone
Luchtkwaliteit t.g.v. wegverkeer parkeren Spoorzone te Winterswijk Versie 2 december 2008 opdrachtnummer 08-159lucht datum 2 december 2008 opdrachtgever Gemeente Winterswijk Postbus 101 7100 AC Winterswijk
Evaluatie, Leerpunten en Plannen Perfecte Roos Energiezuinig geteeld. 31-10-2014, Arie de Gelder
Evaluatie, Leerpunten en Plannen Perfecte Roos Energiezuinig geteeld 31-10-2014, Arie de Gelder Opmerkingen vooraf De genoemde punten staan open voor discussie Er is geen prioriteit in de volgorde Als
Gebruikershandleiding Simulatiemodel lichtuitstoot. G.L.A.M. Swinkels
Gebruikershandleiding Simulatiemodel lichtuitstoot G.L.A.M. Swinkels 2009 Wageningen, Wageningen UR Glastuinbouw Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen
Vroege bloemverdroging bij narcis cultivar Bridal Crown
Vroege bloemverdroging bij narcis cultivar Bridal Crown Voortgezet diagnostisch onderzoek 2012 Peter Vink, Peter Vreeburg en Paul van Leeuwen Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen
Fijn stof in Nederland: stand van zaken en beleidsimplicaties na het tweede BOP. onderzoeksprogramma
Fijn stof in Nederland: stand van zaken en beleidsimplicaties na het tweede BOP onderzoeksprogramma Fijn stof in Nederland: stand van zaken en beleidsimplicaties na het tweede BOP onderzoeksprogramma
Energiezuinig telen in de glastuinbouw. Cursus Klimaat 8/02/2012 Kris Goen
Energiezuinig telen in de glastuinbouw Cursus Klimaat 8/02/2012 Kris Goen Toelichting project Overzicht Invloed van verschillend E-besparende maatregelen: Schermen Variëren met plantdatum Zomerstookstop
BIJLAGE V. Technische bepalingen inzake stookinstallaties. Deel 1. Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties
BIJLAGE V Technische bepalingen inzake stookinstallaties Deel 1 Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties 1. Alle emissiegrenswaarden worden berekend bij een temperatuur
Luchtkwaliteit en lozingen in de lucht in het Vlaamse Gewest Koen Toté
Luchtkwaliteit en lozingen in de lucht in het Vlaamse Gewest Koen Toté Overzicht presentatie Waarom luchtmetingen in Vlaanderen? Evolutie van de laatste decennia Toetsen van de luchtkwaliteit aan de heersende
Bevindingen praktijkproef. gebruik Ultima. in de gemeente Rotterdam
Bevindingen praktijkproef gebruik Ultima in de gemeente Rotterdam Peter van Welsem Gebruik Ultima op verhardingen november 2013 2013 Deventer, Peter van Welsem Advies en Begeleiding Alle rechten voorbehouden.
Belichten bij CAM-planten (Phalaenopsis als case-studie)
Lichtevent december Belichten bij CAM-planten (Phalaenopsis als case-studie) Dr. ir. Sander Hogewoning (Plant Lighting B.V.) december Dr. ir. Sander Hogewoning & Dr. ir. Govert Trouwborst Expertise o.a.:
Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector glastuinbouw
Bestrijding van Echinothrips americanus in Dieffenbachia Juliette Pijnakker, Peter Korsten, Debbie Elstgeest (Benfried), Mädeli Hennekam (Entocare), project 41280108 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving
Bestrijding van trips in aubergine met roofmijten
Bestrijding van trips in aubergine met roofmijten Gerben Messelink & Eric de Groot Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Glastuinbouw Business Unit Glastuinbouw juni oktober 2005 2005 2005 Wageningen,
Vochtbeheersing onder een scherm. Peter van Weel
Vochtbeheersing onder een scherm Peter van Weel Aircobreeze: luchtbeweging en menging Diverse proeven 1. Biologische tomaat/paprika met dubbel energiescherm en Aircobreeze 2. Gerbera met verduisteringsdoek,
Workshop: Efficiënter CO 2 doseren / weerstanden bij CO 2 opname
Energiek Event 9 maart 2017. Plant Dynamics, Sander Pot Workshop: Efficiënter CO 2 doseren / weerstanden bij CO 2 opname Primaire bouwstoffen: CO 2 & water Energiebron: licht Fotosynthese: CO 2 + water
Kennisuitwisseling belichte aardbeienteelt
Kennisuitwisseling belichte aardbeienteelt April 2007 Gefinancieerd door Productschap Tuinbouw Uitgevoerd door: Ing. Bart Vromans [email protected] INHOUDSOPGAVE Samenvatting Inleiding Plan van aanpak
Nieuwe simulatietool voor optimaal CO 2 -doseren Gebruik elke kilogram alsof het de laatste is!
Nieuwe simulatietool voor optimaal CO 2 -doseren Gebruik elke kilogram alsof het de laatste is! Op lichtrijke dagen moet in de kas zoveel mogelijk van het fotosynthesepotentieel geprofiteerd worden. De
CO 2 bij paprika: wanneer kan ik het beste doseren? Anja Dieleman, Wageningen UR Glastuinbouw
CO 2 bij paprika: wanneer kan ik het beste doseren? Anja Dieleman, Wageningen UR Glastuinbouw Wat komt er aan de orde? Resultaten enquêtes Fotosynthese Relaties CO 2, licht en temperatuur Effecten CO 2
Praktijkonderzoek mobiele belichting bij paprika
Praktijkonderzoek mobiele belichting bij paprika Ruud Maaswinkel Marcel Raaphorst Leo van der Valk Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Glastuinbouw December 23 Projectnummer 4174621 23 Wageningen,
29/05/2013. Het Nieuwe Telen, algemene ontwikkelingen, praktische. In stappen naar Het Nieuwe Telen (Sheet uit breakfast briefing 2009)
Lichtreactie (heeft licht nodig) 29/05/2013 Het Nieuwe Telen, algemene ontwikkelingen, praktische toepassingen en CO 2 In stappen naar Het Nieuwe Telen (Sheet uit breakfast briefing 2009) Bijeenkomst INES
Eindrapportage project Zuurstofvoorziening substraten
Eindrapportage project Zuurstofvoorziening substraten Opdrachtgever: Productschap Tuinbouw Projectnummer:.97 Uitvoerder: TNO, afdeling Toegepaste Plantwetenschappen Projectleider: W.L. Holtman. / S. Heimovaara
Spinfeeder laat veel stof opwaaien
Spinfeeder laat veel stof opwaaien Ing. H.H. Ellen, onderzoeker bedrijfsuitrusting en klimaat Tijdens de opfok van vleeskuikenouderdieren heeft het Praktijkonderzoek Pluimveehouderij (PP) Het Spelderholt
Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit 1
Provinciale weg N231 Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit Afdeling Openbare Werken/VROM drs. M.P. Woerden ir. H.M. van de Wiel Januari 2006 Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en
1 Bloeisturing met LED-belichting in de teelt van ranonkel
Verslag Doormeting LED-belichting Auteur: Bert Schamp 1 Bloeisturing met LED-belichting in de teelt van ranonkel Samenvatting In deze proef werd een LED-groeilamp van de firma FocusLED getest in vergelijking
Verontreiniging door wegverkeer. Peter Hofschreuder
Verontreiniging door wegverkeer Peter Hofschreuder Hebben we problemen,en met de luchtkwaliteit in Nederland? Verkorting van de levensduur door blootstelling aan fijn stof Verandering van de bekorting
Verbranding bladranden Hortensia
Verbranding bladranden Hortensia Project 417.17033 Rapport fase 1 F. van Noort Praktijkonderzoek Plant en Omgeving H. Verberkt DLV-Facet Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector glastuinbouw december
Invloed UV-licht op bol blad bij chrysant PT projectnummer:
Invloed UV-licht op bol blad bij chrysant PT projectnummer: 13645.02 In opdracht van de landelijke commissie Chrysant van LTO Groeiservice Gefinancierd door Productschap Tuinbouw Postbus 280 2700 AG Zoetermeer
c\? Z o SZ PROEFSTATION VOOR TUINBOUW ONDER GLAS De boriumvoorziening van trosanjers in steenwol bij verschillende ph niveau's
c\? Bibliotheek Proefstation Naaldwijk Z 5 7* PROEFSTATION VOOR TUINBOUW ONDER GLAS De boriumvoorziening van trosanjers in steenwol bij verschillende ph niveau's C. Sonneveld D. Theune Intern verslag nr.
Luchtkwaliteitmetingen in Alblasserdam. Derde kwartaalverslag 2014
Luchtkwaliteitmetingen in Alblasserdam Derde kwartaalverslag 2014 Colofon Raad van Accreditatie De DCMR Milieudienst Rijnmond is door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd voor de NEN-EN-ISO/IEC 17025
ca«. PROEFSTATION VOOR TUINBOUW ONDER GLAS 223 '2^2- hm/pap/csstikst Stikstofvormen bij intensieve bemestingssystemen voor kasteelten C.
Bibliotheek Proefstation Naaldwijk dciiuwijrv.. a hm/pap/csstikst 3 C ca«. 74 o^0 P GL^ t PROEFSTATION VOOR TUINBOUW ONDER GLAS Stikstofvormen bij intensieve bemestingssystemen voor kasteelten C. Sonneveld
Is het invriezen van narcissen cv. Tête-à-Tête op potjes tijdens of na de koeling risicovol?
Is het invriezen van narcissen cv. Tête-à-Tête op potjes tijdens of na de koeling risicovol? Voortgezet diagnostisch onderzoek in 2006 Peter Vink en Peter Vreeburg Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V.
Onderzoek naar de gebruikswaarde van door bollenmijten beschadigde gladiolenknollen in de bloementeelt
Onderzoek naar de gebruikswaarde van door bollenmijten beschadigde gladiolenknollen in de bloementeelt Voortgezet diagnostisch onderzoek in 2006 Peter Vink Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Bloembollen
Rapportage van de luchtkwaliteit gemeten in De Peel van 2008 tot en met 2015.
Provincie Noord-Brabant Rapportage van de luchtkwaliteit gemeten in De Peel van 2008 tot en met 2015. Rapport no. 4257342, 8 maart 2016 Projectverantwoordelijke: J. van Loon Provincie Noord-Brabant Cluster
BESTRIJDING VAN VALSE MEELDAUW IN PETERSELIE
BESTRIJDING VAN VALSE MEELDAUW IN PETERSELIE In opdracht van Productschap Tuinbouw April 2004 Ing. C. Oostingh Proeftuin Zwaagdijk Tolweg 13 1681 ND Zwaagdijk-Oost Telefoon (0228) 56 31 64 Fax (0228) 56
Groei en oogst. -voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: treesforall.nl. De CO 2
Groei en oogst De CO 2 -voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: treesforall.nl www.climatecalc.eu Cert. no. CC-000057/NL cmyk 70 0 70 0 rgb 73 177 112 #48b170 Groei
Luchtkwaliteit in het Vlaamse Gewest
Luchtkwaliteit in het Vlaamse Gewest Overzicht presentatie Luchtkwaliteit getoetst aan de normen Impact van deze luchtkwaliteit op onze gezondheid Bespreking van stikstofdioxide en fijn stof De nieuwste
De Meerwaarde van Diffuus Licht voor Gewas & Tuinder
De Meerwaarde van Diffuus Licht voor Gewas & Tuinder Zicht op Licht, 29 oktober 2013, Wageningen Tom Dueck, Wageningen UR Glastuinbouw Inleiding Natuurlijk zonlicht is gratis! Gratis licht voor groei,
Invloed klimaat op planttemperatuur. toepassing warmtebeeldcamera. PT Projectnummer: 14266.01
Invloed klimaat op planttemperatuur potplanten en toepassing warmtebeeldcamera DLV Plant Postbus 71 67 CA Wageningen Agro Business Park 65 678 PV Wageningen PT Projectnummer: 14266.1 Gefinancierd door
Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten. Joost Wesseling
Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten Joost Wesseling Inhoud: Doorsneden door de luchtkwaliteit Concentraties: de laatste decennia; EU normen; Nederland in de EU. Luchtkwaliteit en gezondheid.
SNIJBOON ONDER GLAS 2015
SNIJBOON ONDER GLAS 215 1. Snijboon - vergelijking stengelheid en frequentie TOAGLA15SJB_TT1 Doel van de proef Bepalen wat de invloed is van de stengelheid en de frequentie van ken op de arbeidsduur en
Opbrengstverhoging snij amaryllis. Arca Kromwijk en Steven Driever, Wageningen UR Glastuinbouw Marc Grootscholten, Improvement Centre
Opbrengstverhoging snij amaryllis Arca Kromwijk en Steven Driever, Wageningen UR Glastuinbouw Marc Grootscholten, Improvement Centre Onderzoek opbrengstverhoging snij amaryllis Op verzoek amarylliscommissie
Ontwikkelen van een praktische toets op Erwinia bij Dahlia (ploffers)
Ontwikkelen van een praktische toets op Erwinia bij Dahlia (ploffers) P.J. van Leeuwen en J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit juli 2009 PPO
N204 - reconstructie ter hoogte van Linschoten. Luchtkwaliteitsonderzoek
N204 - reconstructie ter hoogte van Linschoten Luchtkwaliteitsonderzoek N204 - reconstructie ter hoogte van Linschoten Luchtkwaliteitsonderzoek Rapportnummer: 20155031.R04.V01 Document: 14067 Status: definitief
Effecten van stikstofoxiden en etheen op paprika
Effecten van stikstofoxiden en etheen op paprika C.J. van Dijk, E. Meinen & Th. A. Dueck Rapport 317 Effecten van stikstofoxiden en etheen op paprika C.J. van Dijk, E. Meinen & Th. A. Dueck Wageningen
