Kengetallen E-34 Fokwaarde Ketose
|
|
|
- Rosalia de Coninck
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Kengetallen E-34 Fokwaarde Ketose Inleiding Aan het begin van de lactatie is ketose een van de meest voorkomende aandoeningen bij melkvee. In de periode tot 60 dagen na afkalven hebben melkkoeien veelal een energietekort wat kan leiden tot stofwisselingsziekten zoals ketose. Ketose wordt gekenmerkt door een verhoogd niveau van ketonlichamen en gezondheidsproblemen zoals anorexia (Oetzel, 2012). Daarnaast is aangetoond dat ketose negatieve effecten heeft op melkproductie en voortplanting. Als gevolg hiervan kan ketose resulteren in economisch verlies als gevolg van een toename in het gedwongen afvoeren van dieren of een stijging in dierenarts kosten (Weller, 2013). Melk β-hydroxyboterzuur (mbhbz) en melk aceton, in combinatie met de verhouding tussen melk vet en melk eiwit vormen indicatoren voor het vaststellen van ketose bij melkkoeien (Van der Drift, 2012 en 2013). Sinds eind mei 2012 wordt mbhbz en aceton routinematig gemeten tijdens de periodieke melkproductie registratie (MPR). Naast omgevingsfactoren (seizoen en management) en dierfactoren (pariteit) speelt ook genetica een rol bij de kans op het krijgen van ketose. Ketose blijkt een erfelijke aandoening te zijn, met een erfelijkheidsgraad van ongeveer 20%. Daarnaast is er voldoende variatie in de populatie om selectie mogelijk te maken, en daarmee het terugdringen van de ketose prevalentie in de koepopulatie. Nu er routinematig gegevens beschikbaar komen voor bepaling van ketose is het zinvol om fokwaarden te schatten voor ketose. De ketose bepaling wordt overgenomen uit de MPR module en is gebaseerd op de indicatoren melk aceton, mbhbz levels en de vet-eiwit ratio in de melkmeting. Daarnaast wordt gecorrigeerd voor seizoen en pariteit. Door te selecteren op basis van deze ketosefokwaarde kan de prevalentie van ketose in de veestapel worden teruggedrongen en zullen er in de toekomst minder dieren met ketose voorkomen. Minder ketose geeft zowel dierwelzijns als economische voordelen. Kenmerk en Fokdoel Voor de fokwaardeschatting ketose worden aceton en mbhbz gemeten, ketose wordt hieruit afgeleid. In de fokwaardeschatting worden de kenmerken opgesplitst naar pariteit 1, pariteit 2 en pariteit 3 en hoger. In figuur 1 wordt de ketose incidentie op basis van dochtergemiddelden per stier weergegeven per pariteit. (Daarna worden de pariteiten gecombineerd tot een overall fokwaarde.) Het fokdoel is het verminderen van de ketose incidentie in de melkveepopulatie. Handboek kwaliteit 1 Hoofdstuk E34
2 Figuur 1. Ketose incidentie op basis van dochtergemiddelden, op stierniveau voor pariteit 1, pariteit 2 en pariteit 3 en hoger. Gegevens Observaties Tijdens de MPR wordt ketose niet direct gemeten in de melk, maar wordt gebaseerd op melk aceton en mbhbz metingen, alsmede de ratio vet-eiwit op de proefmelkdag. De data wordt op testdagniveau aangeleverd, maar op lactatieniveau geanalyseerd voor de fokwaarschatting van ketose. Aceton en mbhbz metingen worden routinematig uitgevoerd vanaf zomer De dagproducties moeten aan de volgende eisen voldoen: Een koe moet stamboek geregistreerd zijn (S) en de vader van de koe moet bekend zijn; Alleen officiële (gefiatteerde) dagproducties worden meegenomen, dit kunnen ook dagproducties zijn die door veehouders in eigen beheer zijn verzameld; Alleen dagproducties vanaf dag 5 tot en met dag 60 worden meegenomen; De leeftijd bij afkalven moet minimaal 640 dagen zijn; Vet- en eiwitpercentages moeten kleiner zijn dan 10%; Een koe moet een bekende verblijfplaats hebben op de dag van de proefmelking. Observaties voor ketose, aceton en mbhbz worden getransformeerd zodat beter rekening gehouden kan worden met de frequentieverdeling van de metingen. Aceton en mbhbz metingen worden log getransformeerd. Ketose wordt afgeleid uit aceton, mbhbz en de vet/eiwit verhouding, vervolgens wordt de berekende waarde log getransformeerd. Statistisch model De fokwaarde ketose wordt geschat met een diermodel, volgens de BLUP-techniek (Best Linear Unbiased Prediction). Gelijktijdig worden de indicatorkenmerken aceton en mbhbz geanalyseerd. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van correlaties tussen de kenmerken. De fokwaardeschatting is hiermee een multiple trait fokwaardeschatting. De reden om aceton en mbhbz mee te nemen in de fokwaardeschatting is dat deze kenmerken goede voorspellers voor ketose zijn. Door het meenemen van deze voorspellers zal de betrouwbaarheid van de ketosefokwaarde toenemen. Handboek kwaliteit 2 Hoofdstuk E34
3 Er worden verschillende statistische modellen gebruikt voor de verschillende kenmerken: Y1ijklnopqr = BJi + JMj + DIM k + LFTD_K l + HETn + RECo + Ap+ PERM q + Restijklnopqr Y2ijknopqr = BJi + JMj + DIM k + HETn + RECo + Ap+ PERM q + Restijknopqr Y3ijkmnopqr = BJi + JMj + DIM k + PAR m + HETn + RECo + Ap+ PERM q + Restijkmnopqr waarbij: Y1ijklnopqr : Waarneming voor ketose, aceton of mbhbz aan vaars p, met bedrijf jaar van meten i, gemeten in jaar - maand j, dagen in melk bij meten k, leeftijd van afkalven l, met een heterosis effect n en recombinatie effect o; Y2ijknopqr : Waarneming voor ketose, aceton of mbhbz aan jonge koe p (pariteit 2), met bedrijf jaar van meten i, gemeten in jaar - maand j, dagen in melk bij meten k, met een heterosis effect n en recombinatie effect o; Y3ijkmnopqr : Waarneming voor ketose, aceton of mbhbz aan oude koe p (pariteit 3 en hoger), met bedrijf jaar van meten i, gemeten in jaar - maand j, dagen in melk bij meten k, in pariteit m, met een heterosis effect n en recombinatie effect o; BJi : Bedrijf - jaar van de testdag i; JMj : Jaar - maand van de testdag j; DIM k : Dagen in melk (5 60 dagen) op de testdag k; LFTD_K l : Leeftijd van afkalven bij vaarzen l (pariteit 1); PAR m : Pariteit bij oudere koeien m (pariteit 3 en hoger); HETn : Heterosis klasse n; RECo : Recombinatie klasse o; Ap : Additief genetisch effect (of fokwaarde) van dier p; PERM q : Permanent milieu effect van dier p; Restijklnopqr : Restterm van Y1ijklnopqr hetgeen niet verklaard wordt door het model; Restijknopqr : Restterm van Y2ijknopqr hetgeen niet verklaard wordt door het model; Restijkmnopqr : Restterm van Y3ijkmnopqr hetgeen niet verklaard wordt door het model; De effecten A, PERM en Rest zijn random effecten, HET en REC zijn covariabelen, de overige effecten zijn fixed effecten. De effecten in het model De effecten in het model zijn: 1. Bedrijf x jaar van testdag 2. Jaar x maand testdag 3. Dagen in lactatie 4. Leeftijd van kalven, alleen voor pariteit 1 5. Pariteit, alleen voor meerdere kalfs dieren (pariteit 3 en hoger) 6. Heterosis 7. Recombinatie 8. Koe 9. Permanent milieu Handboek kwaliteit 3 Hoofdstuk E34
4 Bedrijf jaar Tussen bedrijven bestaan grote verschillen in het percentage dieren met ketose, dit is weergegeven in figuur 2. Bedrijven met een ketose percentage van 40% of hoger zijn gesommeerd in de categorie 40+. Tevens kan het niveau van ketose op een bedrijf in de tijd veranderen. Door ketose binnen een bedrijf en jaar te vergelijken wordt hiermee rekening gehouden. Figuur 2. Frequentie verdeling ketose percentage op bedrijfsniveau. Jaar maand Het percentage ketose blijkt per maand niet gelijk te zijn, sterke seizoenseffecten zijn waar te nemen. Verschillen in ketose percentage per maand zijn weergegeven in figuur 3, percentage ketose is weergegeven op record niveau. Het percentage ketose neemt sterk toe vanaf maart en blijft hoog tot augustus. Een sterke daling in ketose percentage is waar te nemen in september. Het ketose percentage blijft relatief laag in tot en met februari. Figuur 3. Frequentie verdeling percentage ketose per maand, op record niveau. Handboek kwaliteit 4 Hoofdstuk E34
5 Lactatiestadium Bij de analyse van ketose wordt rekening gehouden met het lactatiestadium (aantal dagen dat de koe in productie is) op het moment van de melkmeting. Lactatiestadium heeft namelijk een effect op ketose, dit effect is weergegeven in figuur 4. De grafiek is weergegeven op recordniveau, wanneer een dier meerdere observaties heeft, zijn deze afzonderlijk geanalyseerd. Het percentage ketose is het hoogst rond dag 10 en neemt af naarmate het aantal dagen in lactatie toeneemt. Figuur 4. Frequentie verdeling ketose percentage op record niveau voor het aantal dagen in lactatie. Leeftijd van kalven Bij de analyse van ketose wordt rekening gehouden met de leeftijd waarop een vaars gekalfd heeft. De leeftijd van afkalven bij vaarzen heeft namelijk effect op het voorkomen van ketose, dit effect is weergegeven in figuur 5. Figuur 5 laat zien dat het percentage ketose onder vaarzen die op latere leeftijd afkalven hoger is als vaarzen die jong afkalven. Er worden 18 leeftijdsklassen voor afkalven onderscheiden, waarbij klasse 1 corrigeert voor afkalven op 20 maanden en jonger. Klasse 2 t/m 17 corrigeert voor leeftijd afkalven van 21 t/m 36 maanden. In klasse 18 vallen alle vaarzen die afkalven op een leeftijd van 37 maand of ouder. Figuur 5. Frequentie verdeling ketose percentage voor de afkalfleeftijd bij vaarzen in maanden. Handboek kwaliteit 5 Hoofdstuk E34
6 Pariteit Bij de analyse van ketose wordt bij oudere koeien (pariteit 3 of hoger) rekening gehouden met het aantal afkalvingen. Dieren in pariteit 3 en hoger worden geanalyseerd in één groep, maar er is weldegelijk verschil tussen lactaties in percentage ketose. De verschillen in percentage ketose zijn weergegeven in figuur 6. Deze figuur is gebaseerd op de gehele koepopulatie. Figuur 6. Frequentie verdeling ketose percentage per pariteit. Heterosis- en recombinatie-effect Heterosis- en recombinatie-effecten spelen een rol bij het kruisen van rassen. Dit zijn genetische effecten die niet worden doorgegeven aan de nakomeling. Uit onderzoek is gebleken dat voor deze effecten gecorrigeerd dient te worden. De grootte van de heterosis wordt gedefinieerd als het verschil in niveau van het kenmerk in de kruising met het gemiddelde van de ouderrassen. Recombinatie is het verlies van het meestal positieve effect van heterosis en treedt op wanneer het eerder verkregen kruislingproduct wordt teruggekruist met één van de ouderrassen. Het effect van heterosis op de fokwaarde ketose is een vermindering van 0.18% voor lactatie 1, 0.02% voor lactatie 2 en 0.45% voor lactatie 3 en hoger, voor dieren die 100 procent heterosis hebben. Koe Dit is het additief genetische effect of fokwaarde, het effect waar het uiteindelijk om gaat. De variabele dier bevat de (genetische) bijdrage van een dier aan de observatie en bepaalt de fokwaarde van een dier. Daarnaast wordt bij het bepalen van de fokwaarde ook alle informatie van voorouders en nakomelingen gebruikt. Permanent milieu Ketose komt voor aan het begin van de lactatie en wordt bepaald op basis van aceton en mbhbz metingen in dag 5 tot en met dag 60 na afkalven. Binnen deze periode kan een koe meerdere keren een melkmonster genomen zijn. Melkmetingen binnen een koe hebben meer gemeenschappelijk dan genetica. Deze extra overeenkomst wordt permanent milieu effect genoemd, een effect van de constante omstandigheid waarin een koe verkeert. Via het gebruik van een permanent milieu effect in het model kunnen meerdere waarnemingen aan een dier worden gebruikt om tot een betere inschatting van de fokwaarde te komen. Handboek kwaliteit 6 Hoofdstuk E34
7 Ketose 1 Aceton 1 mbhbz 1 Ketose 2 Aceton 2 mbhbz 2 Ketose 3+ Aceton 3+ mbhbz 3+ Kenmerken In totaal worden in de fokwaardeschatting ketose 9 kenmerken geanalyseerd, te weten ketose, aceton en mbhbz voor 3 lactatiegroepen (1, 2 en 3+). De erfelijkheidsgraden, herhaalbaarheid en genetische spreiding staan vermeld in tabel 1. De kenmerken aceton en mbhbz worden gebruikt in de fokwaarschatting, omdat deze informatie goede voorspellers zijn voor ketose. Tevens zijn de genetische correlaties met ketose hoog, de kenmerken aceton en mbhbz zijn daarmee goede voorspellers en dragen bij aan de betrouwbaarheid. Genetische en error correlaties zijn weergegeven in tabel 2 en permanent milieu correlaties in tabel 3. Tabel 1. Erfelijkheidsgraden (h 2 ), herhaalbaarheid en genetische spreiding voor de kenmerken Kenmerk h 2 herhaalbaarheid Genetische spreiding Ketose 1 0,16 0,40 0,81 Aceton 1 0,21 0,48 9,05 mbhbz 1 0,24 0,52 11,61 Ketose 2 0,13 0,40 0,62 Aceton 2 0,18 0,43 7,24 mbhbz 2 0,22 0,49 10,57 Ketose 3+ 0,18 0,44 1,03 Aceton 3+ 0,17 0,45 9,33 mbhbz 3+ 0,20 0,48 11,94 Tabel 2. Genetische correlaties (onder diagonaal) en error correlaties (boven diagonaal) tussen ketose, aceton en mbhbz per pariteit Ketose 1 0,82 0,80 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 Aceton 1 0,84 0,87 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 mbhbz 1 0,79 0,86 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 Ketose 2 0,81 0,67 0,73 0,79 0,79 0,00 0,00 0,00 Aceton 2 0,74 0,85 0,81 0,83 0,87 0,00 0,00 0,00 mbhbz 2 0,69 0,76 0,86 0,73 0,84 0,00 0,00 Ketose 3+ 0,58 0,54 0,62 0,74 0,64 0,72 0,85 0,81 Aceton 3+ 0,62 0,77 0,74 0,78 0,91 0,84 0,80 0,88 mbhbz 3+ 0,70 0,74 0,82 0,80 0,87 0,94 0,74 0,88 Handboek kwaliteit 7 Hoofdstuk E34
8 Ketose 1 Aceton 1 mbhbz 1 Ketose 2 Aceton 2 mbhbz 2 Ketose 3+ Aceton 3+ Tabel 3. Permanent milieu correlaties tussen ketose, aceton en mbhbz per pariteit Aceton 1 0,85 mbhbz 1 0,85 0,93 Ketose 2 0,68 0,41 0,48 Aceton 2 0,51 0,64 0,66 0,84 mbhbz 2 0,57 0,62 0,71 0,82 0,92 Ketose 3+ 0,61 0,37 0,43 0,63 0,47 0,54 Aceton 3+ 0,41 0,64 0,53 0,50 0,67 0,66 0,89 mbhbz 3+ 0,50 0,62 0,63 0,57 0,67 0,73 0,86 0,95 Ketose fokwaarde De voor publicatie bedoelde fokwaarde is de overall fokwaarde voor ketose. Naast de overall fokwaarde ketose, worden ook de overall fokwaarden aceton en mbhbz geschat. De overall fokwaarden worden berekend uit de fokwaarden voor pariteit 1, pariteit 2 en pariteit 3 en hoger (3+): FW i = 0,41 x FW i1 + 0,33 x FW i2 + 0,26 x FW i3+ Waarbij: FW i : fokwaarde voor ketose, aceton of mbhbz. De afleiding van de factoren (0,41, 0,33 en 0,26) staat beschreven in E-hoofdstuk 7. Hierbij zijn de wegingsfactoren voor de eerste drie lactaties bepaald. In tabel 4 staan de erfelijkheidsgraden en genetische spreidingen vermeld voor de overall kenmerken. Tabel 4. Erfelijkheidsgraden (h 2 ) en genetische spreiding voor de overall kenmerken. Kenmerk h 2 Genetische spreiding Overall ketose 0,24 0,64 Overall aceton 0,31 7,71 Overall mbhbz 0,34 10,39 Deze relatieve fokwaarde of index heeft een gemiddelde van 100 en een spreiding van 4. Basis Fokwaarden voor ketose worden op drie verschillende basis gepresenteerd te weten zwartbontbasis, roodbontbasis en lokaal basis. Zwartbontbasis De stamboekgeregistreerde koeien geboren in 2010 met minimaal 87,5% HF-bloed en 12,5% of minder FH-bloed en haarkleur zwartbont, met minimaal één observatie in de fokwaardeschatting. Handboek kwaliteit 8 Hoofdstuk E34
9 Roodbontbasis De stamboekgeregistreerde koeien geboren in 2010 met minimaal 87,5% HF-bloed en maximaal 12,5% MRIJ-bloed en haarkleur roodbont, met minimaal één observatie in de fokwaardeschatting. Lokaalbasis De stamboekgeregistreerde koeien geboren in 2010 met minimaal 87,5% MRIJ-bloed en 12,5% of minder HF-bloed, met minimaal één observatie in de fokwaardeschatting. Als observatie geldt een bekende meting voor ketose in een lactatie. Iedere vijf jaar, in een jaar deelbaar door 5, wordt het referentiejaar voor de basis met 5 jaar opgeschoven. De spreiding van de fokwaarden wordt bepaald door de dieren van de zwartbontbasis. Hierbij wordt de spreiding in fokwaarden berekend waarbij gestandaardiseerd wordt naar een betrouwbaarheid van 80 procent. Dit betekent dat 4 punten spreiding gelijk is aan 0,9 x genetische spreiding. Het gebruik van één spreiding voor de drie verschillende bases heeft als voordeel dat er alleen een verschil in niveau bestaat tussen de bases en geen verschil in spreiding. De basisverschillen voor overall ketose zijn vermeld in tabel 5. Tabel 5. Basisverschillen voor ketose Kenmerk Z > R R > L Z > L Overall ketose Publicatie In publicaties wordt de overall fokwaarde ketose gebruikt, hierin wordt pariteit 1, pariteit 2 en pariteit 3 en hoger gecombineerd tot één fokwaarde ketose. De pariteiten zijn volgens de ratio 0,41, 0,33 en 0,26 ingewogen voor respectievelijk pariteit 1, pariteit 2 en pariteit 3 en hoger ingewogen. Presentatie De fokwaarde voor overall ketose wordt gepresenteerd als relatieve fokwaarden met een gemiddelde van 100 en een spreiding van 4. Hierbij is het belangrijk om te onthouden dat getallen boven de 100 wenselijk zijn. Een fokwaarde voor ketose van meer dan 100 geeft aan ketose in de dochtergroep minder voor zal komen. In tabel 6 is aangegeven wat het effect van een fokwaarde van 104 is op de nakomelingen van een stier gepaard met een gemiddelde koe. De stierfokwaarde is berekend als een halve fokwaarde en geeft het werkelijk effect op de nakomelingen weer. Vader en moeder geven immers beide de helft van hun fokwaarde aan de nakomelingen door. Een overall fokwaarde 104 voor ketose betekent dat de nakomelingen van de betreffende stier 1,5% minder ketose zullen hebben. Tabel 6. Effect relatieve fokwaarden voor ketose bij nakomelingen Kenmerk Relatieve fokwaarde Halve fokwaarde (effect op nakomelingen) Overall ketose 104-1,5% Handboek kwaliteit 9 Hoofdstuk E34
10 Publicatie-eisen De publicatie-eis voor alle stieren is een minimale betrouwbaarheid van 25% voor de fokwaarde overall ketose. Voor geteste KI-stieren moet de fokwaarde gebaseerd zijn op minimaal één nakomeling. Voor niet geteste KI-stieren geldt een minimum eis van 10 nakomelingen. Literatuur OETZEL, G.R. Understanding The Impact of Subclinical Ketosis. Department of Animal Science, New York State College of Agriculture and Life Sciences VAN DER DRIFT, S.G.A.; VAN HULZEN, K.J.E.; TEWELDEMEDHN, T.G.; JORRITSMA, R.; NIELEN, M.; HEUVEN, H. Genetic and Nongenetic Variation in Plasma and Milk β-hydroxybutyrate and Milk Acetone Concentrations of Early-Lactation Dairy Cows. Journal of Dairy Science VAN DER DRIFT, S.G.A. Ketosis In Dairy Cows: Etiologic Factors, Monitoring, Treatment WELLER, D. Associations Between Canadian Holstein Dairy Cattle Health and Production Traits Handboek kwaliteit 10 Hoofdstuk E34
Kengetallen E-39 Fokwaarde Leeftijd van afkalven bij vaarzen
Leeftijd bij afkalven (dagen) Kengetallen E-39 Fokwaarde Leeftijd van afkalven bij vaarzen Inleiding Het opfokken van jongvee vormt een aanzienlijke kostenpost op een melkveebedrijf. Streefwaardes voor
Kengetallen E-32 Fokwaarde Kalvervitaliteit
Kengetallen E-32 Fokwaarde Kalvervitaliteit Inleiding Een duurzame en welzijnsvriendelijke melkveehouderij vraagt om vitale kalveren. Uitval van kalveren tijdens de opfok levert niet alleen economische
Kengetallen E-23 Fokwaarde levensvatbaarheid bij geboorte Fokwaarde levensvatbaarheid bij afkalven
Kengetallen E-23 Fokwaarde levensvatbaarheid bij geboorte Fokwaarde levensvatbaarheid bij afkalven Inleiding Sinds 1989 wordt op basis van geboortegegevens van koeien de index geboortegemak berekend. Deze
Kengetallen E-35 Fokwaarde AMS kenmerken
Kengetallen E-35 Fokwaarde AMS kenmerken Inleiding In Nederland en Vlaanderen neemt het aantal koeien dat gemolken wordt door een Automatisch Melk Systeem (AMS) toe. Van iedere melkstal die momenteel wordt
Kengetallen E-18. Fokwaarde Celgetal met testdagmodel
Kengetallen E-18 Fokwaarde Celgetal met testdagmodel Inleiding Mastitis is een van de belangrijkste bedrijfsgebonden ziekten in de Nederlandse rundveehouderij. Mastitis resulteert in hoge economische verliezen
Kengetallen E-18. Fokwaarde Celgetal met testdagmodel
Kengetallen E-18 Fokwaarde Celgetal met testdagmodel Inleiding Mastitis is een van de belangrijkste bedrijfsgebonden ziekten in de Nederlandse rundveehouderij. Mastitis resulteert in hoge economische verliezen
Kengetallen E-25 Fokwaarde Ureum
Kengetallen E-2 Fokwaarde Ureum Inleiding Op 1 januari 2006 is het nieuwe mestbeleid van start gegaan met strengere normen. Dit nieuwe beleid was nodig omdat het Europees hof het oude (Minas)beleid onvoldoende
Kengetallen E-25 Fokwaarde Ureum
Kengetallen E-25 Fokwaarde Ureum Inleiding Op 1 januari 2006 is het nieuwe mestbeleid van start gegaan met strengere normen. Dit nieuwe beleid was nodig omdat het Europees hof het oude (Minas)beleid onvoldoende
Kengetallen E-23 Index levensvatbaarheid bij geboorte Index levensvatbaarheid bij afkalven
Kengetallen E-23 Index levensvatbaarheid bij geboorte Index levensvatbaarheid bij afkalven Inleiding Sinds 1989 wordt op basis van geboortegegevens van koeien de index geboortegemak berekend. Deze index
Kengetallen E-14 Fokwaarde geboortegemak Fokwaarde afkalfgemak
Kengetallen E-14 Fokwaarde geboortegemak Fokwaarde afkalfgemak Inleiding Van KI-stieren worden gegevens verzameld over het gemak waarmee hun nakomelingen geboren worden. Het doel van de registratie van
Kengetallen E-15 Fokwaarde melksnelheid
Kengetallen E-15 Fokwaarde melksnelheid Inleiding Het is van belang om te weten hoe snel dochters van een bepaalde stier melken. Immers, te snel melkende koeien hebben een grotere kans op mastitis en kunnen
Kengetallen E-30 Fokwaarde Klauwgezondheid
Kengetallen E-30 Fokwaarde Klauwgezondheid Inleiding Klauwaandoeningen en kreupelheid vormen samen met mastitis en verminderde vruchtbaarheid de belangrijkste bedrijfsgezondheidsproblemen in de Nederlandse
Kengetallen E-14 Fokwaarde geboortegemak Fokwaarde afkalfgemak
Kengetallen E-14 Fokwaarde geboortegemak Fokwaarde afkalfgemak Inleiding Van KI-stieren worden gegevens verzameld over het gemak waarmee hun nakomelingen geboren worden. Het doel van de registratie van
Kengetallen. E-17 Fokwaarde Vruchtbaarheid
Kengetallen E-17 Fokwaarde Vruchtbaarheid Inleiding De vruchtbaarheid van een stier uit zich op twee manieren: via het bevruchtend vermogen van zijn sperma en via de vruchtbaarheid van zijn dochters. Het
Kengetallen E-27 Fokwaarde Uiergezondheid
Kengetallen E-27 Fokwaarde Uiergezondheid Inleiding Klinische mastitis is een van de belangrijkste dierziekten bij melkvee. Er zijn managementstrategieën ontwikkeld die kunnen helpen bij het reduceren
Aanpassingen NVO-fokwaardeschattingen april maart 2008 Animal Evaluation Unit (AEU)
Aanpassingen NVO-fokwaardeschattingen april 2008 18 maart 2008 Animal Evaluation Unit (AEU) Aanpassingen op een rij DU ->levensduur aanpassing van NVI Vruchtbaarheid Introductie van 3 bases voor alle kenmerken
Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken
Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken Inleiding In 1981 heeft CRV het systeem van bedrijfsinspectie geïntroduceerd. Dit houdt in dat bij deelnemers aan bedrijfsinspectie routinematig alle
Regels en Standaards
Regels en Standaards F-4 Reglement voor de publicatie van Fokwaarden Reglement voor publicatie fokwaarden voor melkproductiekenmerken voor exterieurkenmerken voor gebruikskenmerken: celgetal geboorteverloop
Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken
Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken Inleiding In 1981 heeft CRV het systeem van bedrijfsinspectie geïntroduceerd. Dit houdt in dat bij deelnemers aan bedrijfsinspectie routinematig alle
Kengetallen E-7 Fokwaardeschatting melkproductiekenmerken met testdagmodel
Kengetallen E-7 Fokwaardeschatting melkproductiekenmerken met testdagmodel Inleiding In de veefokkerij gaat het erom door selectie en vervolgens paring van ouderdieren een volgende generatie runderen te
Jaarlijkse bijeenkomst GES. Apeldoorn 21 maart 2011
Jaarlijkse bijeenkomst GES Apeldoorn 21 maart 2011 Eerste jaar GES Agenda Aanpassingen fokwaardeschatting 2011 2. Eerste jaar GES Eerste jaar GES Interne organisatie: bestuur + VSI, technische commissie,
Kengetallen. E-19 Fokwaarde voor levensduur
Kengetallen E-19 Fokwaarde voor levensduur Inleiding De levensduur van een melkkoe geeft aan hoe lang een koe in staat is geweest niet afgevoerd te worden vanwege een tekortkoming. Anders gezegd, hoe tevreden
Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken
Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken Inleiding In 1981 heeft CRV het systeem van bedrijfsinspectie geïntroduceerd. Dit houdt in dat bij deelnemers aan bedrijfsinspectie routinematig alle
Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur
Kengetallen E-5 MPR-Kwaliteit Inleiding Via Melkproductieregistratie (MPR) worden gegevens over de melk-, vet en eiwitproductie van de veestapel verzameld. Deze gegevens zijn de basis van managementinformatie
Kengetallen E-7 Fokwaardeschatting melkproductiekenmerken met testdagmodel
Kengetallen E-7 Fokwaardeschatting melkproductiekenmerken met testdagmodel Inleiding In de veefokkerij gaat het erom door selectie en vervolgens paring van ouderdieren een volgende generatie runderen te
Programma: SPONSORS. Ontwikkelingen GES 2015. GES organisatie. Agenda. Quotum eraf, fosfaat erop? Apeldoorn 4 november 2015
10.00 - Geart Benedictus: Welkom Programma: Quotum eraf, fosfaat erop? Toekomst fokkerij? Apeldoorn 4 november 2015 10.05 - Jan Huitema (melkveehouder en Europarlementariër) 10.35 - Bonny van Ranst (melkveehouder
N o t i t i e. Lactosebepalingen MPR Datum: Arnhem, 29 augustus 2006 Onze referentie: R&D/06.0108/MH/HWA Bijlage(n): -
Auteur: Horneman Betreft: Lactosebepalingen MPR Datum: Arnhem, 29 augustus 2006 Onze referentie: R&D/06.0108/MH/HWA Bijlage(n): - N o t i t i e Sinds begin 2006 worden resultaten van lactosebepalingen
Kengetallen E-26 Publicatieregels stierindexen
Kengetallen E-26 Publicatieregels stierindexen Inleiding De fokwaardeschatting voor stieren valt onder regelgeving van de overheid. De GES (Genetische Evaluatie Stieren) is verantwoordelijk voor de publicatie
Kengetallen E-20 NVI. Inleiding. Selectierespons
Kengetallen E-20 NVI Inleiding Het fokdoel voor melkvee is in de loop der jaren veranderd van alleen focus op productie naar aandacht voor productie, levensduur, gezondheidskenmerken en exterieur. Het
Karkasfokwaarden, een verschil aan de haak
Een fokdoel: hoe kom je er toe? Kijk om de markt wat wil je klant, wat wil de maatschappij. Karkasfokwaarden, een verschil aan de haak Wim Veulemans Secretaris Vlaams stamboek Belgisch witblauw Visie Hoe
Aanpassingen fokwaardeschatting 2013 Stand van zaken omrekening genomics. 12 maart 2013 Gerben de Jong
Aanpassingen fokwaardeschatting 2013 Stand van zaken omrekening genomics 12 maart 2013 Gerben de Jong Aanpassingen april 2013 Exterieur: openheid en parameters Kalvervitaliteit: nieuw kenmerk uitstel aug
Kengetallen. E-17 Fokwaarde Vruchtbaarheid
Kengetallen E-17 Fokwaarde Vruchtbaarheid Inleiding De vruchtbaarheid van een stier uit zich op twee manieren: via het bevruchtend vermogen van zijn sperma en via de vruchtbaarheid van zijn dochters. Het
Kengetallen. E-1 Voorspelling Dagproductie
Kengetallen E-1 Voorspelling Dagproductie Inleiding Ter ondersteuning van de fokkerij en het bedrijfsmanagement berekent NRS diverse kengetallen. Te denken valt aan bijvoorbeeld de fokwaarden van koeien
KARKASFOKWAARDEN EEN VERSCHIL AAN DE HAAK
DEPARTEMENT LANDBOUW & VISSERIJ Artikel KARKASFOKWAARDEN EEN VERSCHIL AAN DE HAAK 6.05.2019 www.vlaanderen.be Colofon Samenstelling Departement Landbouw en Visserij Auteurs Andries Colman, Laurence Hubrecht
Nieuwe fokwaarden, hoe te lezen?
Nieuwe fokwaarden, hoe te lezen? Bijeenkomst Studieclub Geitenhouderij 23 juni 2015 Jan ten Napel, senior genetics researcher Fokken of gokken? De melkgeitenhouderij moet zich steeds aanpassen om voorbereid
Aanpassingen fokwaardeschatting april Animal Evaluation Unit
Aanpassingen fokwaardeschatting april 2010 Animal Evaluation Unit Agenda Welkom Aanpassingen april 2010 basisaanpassing 2010 lokale rassen robuustheid levensduur MRY-DN - koeien en stieren Klauwgezondheidsindex
Fokkerijkansen voor de geit
Fokkerijkansen voor de geit Kor Oldenbroek Symposium duurzame toekomst geitenrassen 12 november 2016, Putten Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN) CV Kor Oldenbroek IVO in Zeist/ASG Lelystad
Genomic selection. Spervital Hengstenhouderij Dag februari Mario Calus, Wageningen U & R, Animal Breeding & Genomics
Genomic selection Spervital Hengstenhouderij Dag 2017-14 februari 2017 Mario Calus, Wageningen U & R, Animal Breeding & Genomics Betrokken personen (Genomic selection) Rianne van Binsbergen Claudia Sevillano
Nutrition Management Module
Nutrition Management Module with new detection method for subclinical ketosis via milk recording Hiemke Knijn General facts CRV 2012 Owners: CR Delta and VRV (co-operatives) 50.000 customers world-wide
10 SAP - StierWijzer Basisfokdoelen
10 Stieradviesprogramma (SAP) - StierWijzer De stierkeuze is één van de belangrijkste beslissingen op fokkerijgebied. Veehouders hebben een eigen fokdoel die het beste past bij hun bedrijf. Omdat de fokdoelen
Wat heeft de veehouder aan Genomics
2/1/21 Wat heeft de veehouder aan Genomics Mario Calus en Johan van Arendonk Wageningen UR Livestock Research en Wageningen University Wat wil de veehouder? Een goed inkomen halen van het bedrijf door
Alles wat u moet weten over inteelt
Alles wat u moet weten over inteelt Inteelt is vaak een onderwerp van gesprek. In dit artikel vertellen wij u aan de hand van vragen en antwoorden alles over inteelt en hoe u hiermee om kunt gaan. Indien
Kengetallen E-22 Vleesindex
Kengetallen E-22 Vleesindex Inleiding Sinds januari 1995 worden slachtgegevens verzameld op Nederlandse slachthuizen. De slachtgegevens worden door de slachthuizen naar het PVV in Rijswijk gestuurd. In
Kengetallen. E-12 Inseminatiewaarde en Gebruikswaarde
Kengetallen E-12 Inseminatiewaarde en Gebruikswaarde Inleiding Jaarlijks wordt circa 30% van de melkveestapel afgevoerd en vervangen door hoogdrachtige vaarzen. De afvoer van een koe kan gedwongen zijn
Vetcorrectie Op basis van het voorgaande kan de NO berekend worden zonder een eventuele vetcorrectie.
Kengetallen E3 Netto Opbrengst en Lactatiewaarde Inleiding Na elke monstername wordt voor alle melkkoeien op het bedrijf een Netto Opbrengst (NO) berekend. De NO geeft het gecorrigeerde rendement van een
NO Kengetallen E3 Netto Opbrengst en Lactatiewaarde
NO Kengetallen E3 Netto Opbrengst en Lactatiewaarde Inleiding Na elke monstername wordt voor alle melkkoeien op het bedrijf een Netto Opbrengst (NO) berekend. De NO geeft het gecorrigeerde rendement van
14/11/2012. ... maar er zijn ook problemen! Dit is wat we een koe graag zien doen... (4 to 9 uur/dag - Hafez & Bouissou, 1975)
Voeropname (ds/d) 14/11/2012 Fokken voor efficiëntieverbetering Dit is wat we een koe graag zien doen... (4 to 9 uur/dag - Hafez & Bouissou, 1975) Yvette de Haas... maar er zijn ook problemen! Broeikas
De praktijkwaarde van Better Life-fokkerijgetallen
De praktijkwaarde van Better Life-fokkerijgetallen De veestapel maakt het verschil Wat is een goed presterende veestapel? Hoge melkproductie met goede gehalten Efficiënt omzetten van voer in melk Hoge
BETTER COWS BETTER LIFE
BETTER COWS BETTER LIFE De perfecte match voor een perfecte veestapel Een goed presterende veestapel is de wens van iedere veehouder. Met fokkerij legt u de basis voor uw veestapel van de toekomst. U wilt
Er valt veel te winnen met een langere levensduur. Henk Hogeveen
Er valt veel te winnen met een langere levensduur Henk Hogeveen Lange levensduur is goed...... gevolg van betere gezondheid... gevolg van betere vruchtbaarheid... minder jongvee nodig minder kosten minder
Natuurlijke geboorten bij dikbilrassen
Natuurlijke geboorten bij dikbilrassen Werkgroep Natuurlijk Luxe Jan ten Napel Problematiek Structureel gebruik van keizersnede bij dikbilrassen Maatschappelijke druk neemt toe Interesse onder jonge veehouders
Chapter 10. Klauwgezondheid bij melkkoeien in Nederland
Claw Health in Dairy Cows in the Netherlands Chapter 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 - Chapter 10 - Klauwgezondheid bij melkkoeien in Nederland Subtitel: Epidemiologische aspecten van verschillende klauwaandoeningen
18-2-2013. Bacterie schematisch. Een bacterie is resistent. Oorzaak resistentie wereldwijd. Resistentie verkrijgen. Antibiogram. Matig & juist gebruik
% % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % Broilers Slaughter pigs Veal calves Dairy cattle -- Themabijeenkomst Antibioticumbeleid en de (on-)mogelijkheden
STRATEGISCH FOKKEN HOOFDSTUK 7 68 DEEL 1: STRATEGISCH FOKKEN DEEL 1:: STRATEGISCH FOKKEN 69
7.1 Het nut van een fokdoel Fokken is investeren in de toekomst. De stieren van vandaag zorgen voor melkgevende dochters over zo n drie jaar. Die dochters vormen het kapitaal van de melkveehouderij. Om
Waarom? Vertering bij de koe. Missie 8/03/2012. Belangrijkste economische parameters. Efficiënt en effectief gebruik van MPR. via rantsoenwijzigingen
Efficiënt en effectief gebruik van MPR Missie Objectieve data verzamelen Analyse Lokeren, 7 maart 2012 Concreet en bedrijfsspecifiek advies Opvolging Opleiding Er is geen universele waarheid Ieder bedrijf
Genetische achtergrond van staart- en maneneczeem in pony s en paarden
Genetische achtergrond van staart- en maneneczeem in pony s en paarden Anouk Schurink Bart Ducro Nijkerk, 11 november 2011 Informatie- en discussiebijeenkomst NSIJP Introductie Ervaring met IJslandse paarden
Lactatie op Maat Optimaliseren van lactatielengte bij melkvee om diergezondheid en productie-efficiëntie te verbeteren
Ziekte incidentie (per 100 koeien) Lactatie op Maat Optimaliseren van lactatielengte bij melkvee om diergezondheid en productie-efficiëntie te verbeteren Eline Burgers 1,2, Akke Kok 1,3, Roselinde Goselink
EMBRYONALE ONTWIKKELING EN GEZONDHEID VAN HET KALF TIJDENS DE DRACHT
EMBRYONALE ONTWIKKELING EN GEZONDHEID VAN HET KALF TIJDENS DE DRACHT Dierenarts Karel Verdru VAKGROEP VOORTPLANTING VERLOSKUNDE EN BEDRIJFSBEGELEIDING PRENATAAL PROGRAMMEREN Invloeden tijdens de kritieke
Vaarzenmastitis verbeter de rentabiliteit van de next generation. Sofie Piepers, DVM, PhD. M-team UGent
Vaarzenmastitis verbeter de rentabiliteit van de next generation Sofie Piepers, DVM, PhD Vaarzenmastitis Intramammaire infecties vóór kalven Gevolgen na kalven: Klinische mastitis Subklinische mastitis
Nieuws NVO fokwaardeschatting NRS is een onderdeel van CRV Holding BV
Nieuws NVO fokwaardeschatting 2007 NRS is een onderdeel van CRV Holding BV Onderwerpen NVI Levensduur Ureum Vruchtbaarheid Exterieur NVI Nederlands Vlaamse Index Index om dieren op te rangschikken Fokdoel
Kengetallen. E-13 Voortplanting
Kengetallen E-13 Voortplanting Inleiding Op melkveebedrijven wordt jaarlijks een aanzienlijke schade geleden als gevolg van een niet optimale tussenkalftijd en een voortijdige afvoer van koeien die niet
Relatie klauwaandoeningenregistratie en klauwgezondheid. Afvoerredenen Nederlandse melkkoeien. Klauwaandoeningen Spiegel voor Management
Relatie klauwaandoeningenregistratie en klauwgezondheid UDV Onderwijsdag 9 november 2016 Dairy Campus Afvoerredenen Nederlandse melkkoeien. De gemiddelde koe in Nederland leeft 5,7 jaar Belangrijkste redenen
De impact van genomics (toepassing DNAtechnieken)
De impact van genomics (toepassing DNAtechnieken) op dierlijke genenbanken Gebaseerd op een boek dat begin 2017 verschijnt: Genomic management of animal genetic diversity Kor Oldenbroek, CGN Doelstelling
Melk Daar zit meer in! 8: Meer melk met behulp van techniek
Melk Daar zit meer in! 8: Meer melk met behulp van techniek Simon de Haan Dairy Herd Management Automation Specialist 20/10/2017 Security Level 1 2 Meer melk met behulp van techniek Techniek staat niet
K.I.SAMEN zet de toon in ieder segment.
K.I.SAMEN zet de toon in ieder segment. SHOGUN PS maakt zijn verwachtingen meer dan waar! KOJACK: na zijn geweldig debuut in Zwolle nu de hoogste stijger binnen roodbont. DIMAN: de hoogste PBI + topper
Hoe zeldzaam zijn zeldzame rassen?
Hoe zeldzaam zijn zeldzame rassen? Over het monitoren van populaties Rita Hoving, Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland 25 augustus 2012, familiedag SZH Centre for Genetic Resources, the Netherlands
Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer. Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer
Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Januari 2013 Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Herman van Schooten (WUR-LR) Hans Dirksen (DMS) Januari 2013 Inleiding
Agrarische Bedrijfsverzorging. Digiklauw. Meer grip op klauwgezondheid
Agrarische Bedrijfsverzorging Digiklauw Meer grip op klauwgezondheid De gezondheid van de klauwen is een goede graadmeter voor de gezondheid van uw veestapel. Een goed beeld verkrijgen van het verloop
Gezondheidsaandoeningen en vruchtbaarheid op proefbedrijven
Gezondheidsaandoeningen en vruchtbaarheid op proefbedrijven W.J.A. Hanekamp (PR) De meest voorkomende gezondheidsaandoeningen op de proefbedrijven zijn mastitis, melkziekte en zoolzweer. Er is wel een
Reglement Stamboek Holstein
Reglement Stamboek Holstein CRV Vlaanderen vzw, april 2016 G/AZ/CRVVLvzw/ Inhoudsopgave Begrippenlijst 2 1. Algemeen 3 1.1. Inleiding 3 1.2. Erkenning 3 1.3. Gebruik gegevens 3 2. Fokdoel en raskenmerken
Uiergezondheid: Fokkerij
Uiergezondheid: Fokkerij Y. de Haas i, ii, G. de Jong i en T.J.G.M. Lam iii inleiding Uiergezondheidsproblemen kunnen ontstaan door een verstoring van de balans tussen de infectiedruk en de weerstand van
Informatie uit melk. Benny Declerck workshops voor dierenartsen. 2015 september-oktober
Informatie uit melk Benny Declerck workshops voor dierenartsen 2015 september-oktober Agenda CRV Dataverzameling MPR kengetallen MPR informatie Ontsluitingsprocedure 2015-09+10 workshops da mpr bd 2 CRV
GENETICA BASIS VAN UIERGEZONDHEID Gerben de Jong Hoofd Animal Evaluation Unit CRV
GENETICA BASIS VAN UIERGEZONDHEID Gerben de Jng Hfd Animal Evaluatin Unit CRV Ke heeft mastitis - bservatie BETEKENIS FOKKERIJ bservatie = mgeving + genetica + teval Orzaak: mgeving management veehuder
Mil - R - Mor. Dagen sinds Ge boorte / / / / / 1, / 377
Mil-R-Mor Farm Mil - R - Mor L E E F T I J D Productiein het vorige jaar LBS/ KG Melk opbrengst Opbrengst minus productie kosten Dagen sinds Ge boorte Totaal netto inkomen sinds geboortedag Netto inkomen/
Overzicht van alle bases voor fokwaarden en basisverschillen
en basisverschillen Dit stuk beschrijft de situatie vanaf augustus 2013, waarbij wordt beschreven welke bases er worden gehanteerd, wat van de basisverschillen zijn en welke dieren op welke basis worden
De opfok. Hoofdstuk 2. De eerste levensmaanden. Beslissen van kalf tot koe
Hoofdstuk 2 De opfok De eerste levensmaanden Het fokken van een duurzame en lang producerende koe begint met een goede opfok. Het jonge kalf verdient veel aandacht. Na de geboorte luidt het advies bij
Prestaties in beeld HOOFDSTUK 5. 5.1 hoe presteert mijn veestapel?
5.1 hoe presteert mijn veestapel? Veehouders willen goede resultaten behalen. Maar waaraan lees je die af? En hoe zijn de resultaten op een gemakkelijke manier te vergelijken met bijvoorbeeld landelijke
van Dechra Ketose / Slepende melkziekte Hypocalciëmie/ Melkziekte Acidose / Pensverzuring
Het van Dechra De afkalfperiode is een cruciale periode waarin belangrijke metabole veranderingen optreden die aanleiding kunnen geven tot ernstige metabole aandoeningen bij melkkoeien. Ketose / Slepende
HANDLEIDING. 1 Handleiding HerdOptimizer versie 2-17
HANDLEIDING 1 Handleiding HerdOptimizer versie 2-17 INHOUD Inleiding... 1 HerdOptimizer-Tabbladen... 4 Dashboard... 5 Testuitslagen en details... 5 Diergroep... 6 Instellingen... 7 Roodbont-/zwartbontbasis...
Nieuwe droogzetrichtlijnen voor 2014. Bart Geurts Dierenarts
Nieuwe droogzetrichtlijnen voor 2014 Bart Geurts Dierenarts Indeling presentatie Antibioticabeleid Waarom zijn de richtlijnen ontwikkeld? Waar zijn de richtlijnen op gebaseerd? Wat zijn de nieuwe richtlijnen?
FOKKEN OP MAAT. Wat kan merkerselectie voor de jongveeselectie betekenen? BETTER COWS BETTER LIFE
FOKKEN OP MAAT Wat kan merkerselectie voor de jongveeselectie betekenen? BETTER COWS BETTER LIFE DE THEORIE: HOE KAN IK MERKERSELECTIE INZETTEN OP MIJN BEDRIJF? In het fokprogramma gebruikt CRV volop de
Genetische diversiteit van lokale rassen:
Genetische diversiteit van lokale rassen: Hoe genomische tools een oplossing bieden en nieuwe inzichten brengen Wim Gorssen en Roel Meyermans KU Leuven Genetische diversiteit 2 Waarom genetische diversiteit?
De genetische basis van zomereczeem of insect bite hypersensitivity Liesbet M. Peeters
De genetische basis van zomereczeem of insect bite hypersensitivity Liesbet M. Peeters Onderzoeksgroep Huisdierengenetica Promotoren prof. Nadine Buys, prof. Bruno Goddeeris, dr. Steven Janssens Zomereczeem
Impact Genomic Selection bij CRV. Onderwijsdag PZ december 2009
Impact Genomic Selection bij CRV Onderwijsdag PZ december 2009 Waar is CRV actief? De nieuwe structuur van CRV Genetische producten van CRV g KI service g Verkoop van 7 mln doses sperma g CRV exporteert
Handleiding HerdOptimizer-Tabbladen Dashboard Testuitslagen en details Diergroep Instellingen... 6
HANDLEIDING 1 INHOUD Handleiding... 1 HerdOptimizer-Tabbladen... 4 Dashboard... 5 Testuitslagen en details... 5 Diergroep... 5 Instellingen..... 6 Mijn diergroepen... 6 Roodbont-/zwartbontbasis... 7 Aantal
Praktische kijk op droogstandsmanagement bij Vlaamse melkveebedrijven. Samenvattend rapport
Praktische kijk op droogstandsmanagement bij Vlaamse melkveebedrijven Samenvattend rapport 1 ENQUÊTE 1.1 Opstellen van de enquête In kader van het demo-project verantwoord gebruik van antibiotica in de
