Jaarverantwoording zorginstellingen 2012
|
|
|
- Johan Visser
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Jaarverantwoording zorginstellingen 2012 Ziekenhuizen Dit jaardocument wordt mogelijk op enkele onderdelen nog gewijzigd. In het document is aangegeven welke aanvullingen nog worden verwacht. Kijk altijd op de website om te zien of er wijzigingen zijn. Dit jaardocument bevat alle vragen voor ziekenhuizen. U kunt via de website een op uw organisatie toegesneden jaardocument samenstellen en printen.
2
3 Inhoudsopgave I Maatschappelijk verslag 10 1 Uitgangspunten van de verslaggeving 12 2 Profiel van de organisatie Algemene identificatiegegevens Structuur van het concern Kerngegevens Samenwerkingsrelaties 15 3 Bestuur, toezicht, bedrijfsvoering en medezeggenschap Normen voor goed bestuur Raad van Bestuur/Directie Toezichthouders Bedrijfsvoering Cliëntenraad Ondernemingsraad 19 4 Beleid, inspanningen en prestaties Meerjarenbeleid Algemeen beleid verslagjaar Algemeen kwaliteitsbeleid Kwaliteitsbeleid ten aanzien van patiënten/cliënten Kwaliteit ten aanzien van medewerkers Samenleving en belanghebbenden Financieel beleid 25 II Jaarrekening 26 III DigiMV 28 A DigiMV: Profiel van de organisatie 30 A.1 Nadere typering van het concern 30 A.2 Kerngegevens: productie, personeel en opbrengsten 34 A.3 Personeelsinformatie 43 B DigiMV: Bestuur, toezicht en bedrijfsvoering 46 B.1 Governancecode 46 B.2 Bestuursstructuur 46 B.3 Wettelijke transparantie-eisen bestuursstructuur 47 B.4 Wettelijke transparantie-eisen bedrijfsvoering 48 B.5 Samenstelling toezichthoudend orgaan 48 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 3
4 C DigiMV: Beleid, inspanningen en prestaties 49 C.1 Kwaliteit van zorg Instellingen Medisch Specialistische Zorg (ziekenhuizen, ZBC s en UMC s) 49 C.2 Kwaliteitscertificaten, -labels of accreditaties 84 C.3 Klachten 85 C.4 Verloop personeel 85 C.5 Ziekteverzuim 86 C.6 Vacatures 86 C.7 Rentabiliteit 87 C.8 Liquiditeit 88 C.9 Solvabiliteit 89 C.10 Beloningen bestuur 90 C.11 Beloningen toezichthoudend orgaan 91 C.12 Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde topinkomens 92 D DigiMV: Hoofdposten uit de Jaarrekening 93 D.1 Jaarrekening: balans 93 D.2 Jaarrekening: resultatenrekening 94 D.3 Kasstroomoverzicht 95 D.4 Toelichting op de balans: materiële vaste activa 96 D.5 Toelichting op de balans: financiële vaste activa 96 D.6 Toelichting op de balans: vorderingen en overlopende activa 97 D.7 Toelichting op de balans: kortlopende schulden en overlopende passiva 97 D.8 Toelichting op de balans: specificatie financieringsverschil 97 D.9 Toelichting op de resultatenrekening: wettelijk budget voor aanvaardbare kosten (uit AWBZ/Zvw-zorg exclusief subsidies) 98 D.10 Toelichting op de resultatenrekening: niet gebudgetteerde zorgprestaties 99 D.11 Toelichting op de resultatenrekening: subsidies 99 D.12 Toelichting op de resultatenrekening: omzet DBC B-segment 100 D.13 Toelichting op de resultatenrekening: opbrengsten 100 D.14 Toelichting op de resultatenrekening: personeelskosten 101 D.15 Toelichting op de resultatenrekening: overige bedrijfskosten 101 D.16 Bevestiging 101 IV Achtergrondinformatie 102 E Wijzigingen ten opzichte van verslagjaar Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
5 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 5
6 Inleiding 6 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
7 Dit jaardocument gaat over het verslagjaar Het omvat alle mogelijke verplichte verantwoordingsvragen voor ziekenhuizen. Ook dit jaar is gekozen voor sectorale jaardocumenten. Deze keuze is gemaakt omdat het jaardocument dusdanig veel verschillende verantwoordingsvragen bevat, die niet voor iedere instelling relevant zijn. In dit document treft u dan ook alleen de vragen aan die door ziekenhuizen ingevuld moeten worden. Wanneer u voor uw verantwoording gebruik maakt van het jaardocument, voldoet u met één document aan verschillende verslag- en verantwoordingsverplichtingen: een jaarverslag en een jaarrekening volgens de eisen in het burgerlijk wetboek (boek 2, titel 9) een kwaliteitsjaarverslag voor de inspectie voor de gezondheidszorg (Kwaliteitswet Zorginstellingen) een openbaar verslag over de klachtenregeling en hoe is omgesprongen met de ingediende klachten (Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector) een verslag over hoe is omgesprongen met medezeggenschap in uw instelling (Wet Medezeggenschap Cliënten Zorgsector) het opgeven van de beloning van uw bestuurders, voor zover deze boven de vastgestelde norm uitkomt (Wet Openbaarheid uit publieke middelen gefinancierde Topinkomens) het verstrekken van gegevens aan het CBS over de door u geleverde WTZi-zorg (Wet op het CBS) Wanneer u vorig jaar al gebruik gemaakt heeft van de mogelijkheid om u te verantwoorden over de geleverde zorg, zult u merken dat de gevraagde gegevensset grotendeels gelijk is gebleven. In onderdeel E zijn de wijzigingen ten opzichte van het vorig jaar overzichtelijk weergegeven. Het jaardocument 2012 is vastgesteld door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op grond van de Regeling Verslaggeving WTZi. Met ingang van verslagjaar 2007 zijn alle zorgaanbieders die onder de reikwijdte van deze regeling vallen, verplicht om het jaardocument te gebruiken voor hun jaarverantwoording. De gegevens uit het jaardocument worden verzameld, beheerd en uitgeleverd door het CIBG, een agentschap van het Ministerie van VWS. Het jaardocument dient ingevuld te zijn vóór 1 juni Wat is het jaardocument? Het jaardocument is een vragenset aan de hand waarvan zorgaanbieders zich verantwoorden over hun prestaties in het verslagjaar. Met het jaardocument zijn vroegere verplichte verantwoordingsdocumenten vervallen, waardoor de administratieve lasten zijn verlicht. Uitgangspunt van het jaardocument is: éénmaal aanleveren, meermalen gebruiken. Daarmee wordt bedoeld dat het jaardocument gebruikt kan worden voor de verantwoording aan meerdere belanghebbenden. Denk aan interne belanghebbenden zoals de patiënten/cliëntenraad of ondernemingsraad, en aan externe belanghebbenden zoals de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), zorgverzekeraars, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Ministerie van VWS. Meer dan twintig partijen, waaronder de brancheorganisaties van zorgaanbieders, zijn betrokken bij het jaardocument en willen zoveel mogelijk via het jaardocument in hun informatiebehoefte voorzien. Het jaardocument bevat verantwoording over belangrijke onderwerpen als kwaliteit, goed bestuur, financiële prestaties, productie en personeel. Partijen werken eraan om in de komende jaren nog meer verantwoordingsdocumenten overbodig te maken en op die manier de administratieve lasten verder te beperken. Het jaardocument vraagt gegevens die op grond van een wettelijke verplichting moeten worden aangeleverd. Daarnaast zijn een aantal duidelijk onderscheiden vragen toegevoegd die instellingen vrijwillig kunnen beantwoorden. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 7
8 Het jaardocument heeft drie functies. In de eerste plaats voldoet u door gebruik van het document aan jaarlijkse verantwoordingsverplichtingen. De tweede functie is die van de maatschappelijke verantwoording. U kunt met het jaardocument de buitenwereld een integraal beeld geven van uw organisatie. De derde functie is het bevorderen van transparantie van de zorgsector. Een belangrijk adres: een website van het CIBG. Hier vindt u alle informatie over het jaardocument. U kunt er ook jaardocumenten van voorgaande jaren inzien. Via de website kunt u ook de helpdesk bereiken. Voor wie geldt het jaardocument? Niet iedere zorginstelling in Nederland hoeft zich te verantwoorden met het jaardocument maatschappelijke verantwoording. In de WTZi, het Uitvoeringsbesluit WTZi, de Regeling Verslaggeving WTZi en de handleiding planning & control van DJI van het Ministerie van Veiligheid en Justitie is aangegeven wie zich moeten verantwoorden. Instellingen die de volgende categorieën van zorg leveren waarop aanspraak bestaat op grond van artikel 6 van de AWBZ of op grond van artikel 1 van de zorgverzekeringswet moeten zich verantwoorden met het jaardocument (artikel 2.1, lid 5 Uitvoeringsbesluit WTZi): medisch specialistische zorg persoonlijke verzorging verpleging begeleiding behandeling kraamzorg* Daarnaast heeft het Ministerie van Veiligheid en Justitie vastgelegd dat ook instellingen die forensische zorg leveren zich moeten verantwoorden met het jaardocument (Hoofdstuk 7.3, Handleiding inkoop overige forensische zorg 2012). Waaruit bestaat het jaardocument? Er zijn drie onderdelen van het jaardocument die u dient aan te leveren aan het CIBG: het maatschappelijk verslag; de jaarrekening; de kwantitatieve gegevens. Het maatschappelijk verslag is een document waarin u, in uw eigen woorden, verslag doet over het afgelopen jaar. Het jaardocument schrijft voor aan welke onderwerpen u aandacht dient te besteden. Inhoud, vorm en lay-out zijn verder vrij. De inhoudsopgave is gebaseerd op het Global Reporting Initiative, een wereldwijd gebruikt raamwerk binnen en buiten de zorg. Het maatschappelijk verslag vervangt samen met de verderop te noemen kwantitatieve gegevens - onder meer het vroegere kwaliteitsjaarverslag, het sociaal jaarverslag en het bestuursverslag bij de jaarrekening. U stuurt het maatschappelijk verslag naar het CIBG, als worddocument of pdf; daarna wordt het op de website geplaatst en is het openbaar. * Met de sector kraamzorg is afgesproken dat de jaarverantwoording wordt gedaan via digimv zoals dat ook het geval is in andere sectoren. De kraamzorginstellingen zijn niet verplicht tot deze jaarverantwoording, met uitzondering van de Kwaliteitsparagraaf (onderdeel C). Van belang daarbij is wel dat een kraamzorginstelling die geen gegevens in digimv aanlevert alsnog in een aparte enquête van het CBS bevraagd zal worden over balans, verlies- en winstrekening en personeelsinzet. Deze enquête is wel verplicht op grond van de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek. 8 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
9 De jaarrekening levert u digitaal aan en deponeert u in pdf. De variabelen die u in de jaarrekening opneemt moeten aansluiten bij de meest recente modeljaarrekeningen, zoals uitgelegd op de site De jaarrekening wordt met de accountantsverklaring op de website gezet en is openbaar. De kwantitatieve gegevens levert u aan via de webapplicatie DigiMV. U ontvangt van het CIBG een inlogcode. In DigiMV wordt ook een aantal hoofdposten uit de jaarrekeningen opgevraagd. Een aantal gegevens, met name de prestatie/kwaliteitsindicatoren, wordt op een andere manier verzameld en daarna overgezet naar DigiMV. Meer informatie vindt u op de website. De gegevens die u in DigiMV invoert, worden in een databank opgeslagen. Vanuit deze databank krijgen de instanties aan wie u verantwoording moet afleggen, hun gegevens automatisch aangeleverd. De meeste gegevens zijn openbaar. Uitgezonderd van openbaarheid zijn nadere gegevens over personeel en gegevens over uitbesteding en onderaanneming. Verder biedt het jaardocument de mogelijkheid om u te verantwoorden over enkele activiteiten die niet onder de Regeling Verslaggeving WTZi vallen. Als u besluit van deze mogelijkheden gebruik te maken, zijn de aangeleverde gegevens openbaar. Deze vrijwillig in te vullen gegevens zijn herkenbaar aan de paarse kleur. Naast de maatschappelijke verantwoording dient u zich bij de NZa te verantwoorden over het wettelijk budget aanvaardbare kosten (de nacalculatie). Dit betreft voor een deel informatie die ook in het jaardocument wordt uitgevraagd, zij het soms op een meer gedetailleerd niveau. De informatie die in het kader van de nacalculatie wordt uitgevraagd, kunt u vinden op De handleiding bevat naast de in te vullen onderdelen van het jaardocument een overzicht van de belangrijkste wijzigingen van het jaardocument 2011 ten opzichte van het jaardocument De branchespecifieke gegevens zijn geen onderdeel van het jaardocument, maar zijn wel aan te leveren via DigiMV. Dit zijn gegevens die de brancheorganisaties van hun leden vragen. De levering is niet wettelijk verplicht, maar de brancheorganisaties hebben de gegevens nodig voor de uitoefening van hun taken. Wij verzoeken u dan ook met klem deze aan te leveren. Over de openbaarheid van deze gegevens beslissen de brancheorganisaties, maar herleidbaarheid tot individuele instellingen wordt in alle gevallen voorkomen. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie is aangesloten bij het jaardocument. Het gaat dan om de jaarverantwoording van instellingen bij wie het ministerie zorg inkoopt. Deze module is geïntegreerd in dit jaardocument. Hetzelfde geldt voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het gaat hier om de jaarverantwoording van gehandicaptenzorginstellingen die door het ministerie bekostigd onderwijs leveren aan hun patiënten/cliënten. Deze module is geïntegreerd in dit jaardocument. Voor gehandicaptenzorginstellingen die zowel zorg als onderwijs bieden, maar waarvoor de onderwijsfunctie het grootste bedrijfsonderdeel is, gelden de inrichtingsvereisten van OCW. Het niveau van verantwoording U verantwoordt zich in principe op het niveau van het concern, het hoogste organisatorische niveau. In het jaardocument is een concern gedefinieerd als de houder van de rechtspersoon die verantwoording aflegt. Een concern kan een grote maar ook een kleine organisatie zijn. Als dat wettelijk verplicht is, of als de situatie in onderdelen van uw concern duidelijk afwijkt van die in andere onderdelen, geeft u informatie op lagere organisatorische niveaus. In het jaardocument wordt dit aangegeven. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 9
10 I Maatschappelijk verslag 10 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
11 In dit gedeelte van het jaardocument vindt u een inhoudsopgave voor het maatschappelijk verslag. De inhoudsopgave bevat onderwerpen waarover u verplicht bent verantwoording af te leggen. De wijze waarop en de volgorde waarin u de onderwerpen behandelt, zijn vrij. Wel moeten de onderwerpen herkenbaar blijven, zodat nagegaan kan worden of u aan de verantwoordingsverplichtingen hebt voldaan. Wanneer u in het maatschappelijk verslag kwantitatieve gegevens wilt opnemen die u via DigiMV hebt ingevoerd, dan kunt u de tabellen in het maatschappelijk verslag kopiëren. In DigiMV wordt beschreven hoe u dan te werk moet gaan. In onderdeel F van het Jaardocument voor alle sectoren vindt u een toelichting met daarin relevante teksten uit wet- en regelgeving, begripsomschrijvingen en een afkortingenlijst. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 11
12 1 Uitgangspunten van de verslaggeving In dit eerste hoofdstuk van het maatschappelijk verslag geeft u een korte toelichting op de uitgangspunten die u heeft gehanteerd bij het opstellen van het jaardocument. Bijvoorbeeld: Over welk concern gaat het verslag precies (bijvoorbeeld in geval van fusie), hoe beschrijft u het afgelopen jaar, geeft u in het verslag ook informatie over activiteiten van andere organisaties? 12 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
13 2 Profiel van de organisatie Alle informatie in hoofdstuk 2 levert u aan op concernniveau 2.1 Algemene identificatiegegevens Naam verslagleggende rechtspersoon Adres Postcode Plaats Telefoonnummer KvK nummer (Kamer van Koophandel) adres Internetpagina Deze gegevens vult u ook in in DigiMV. U kunt de ingevulde tabel uit DigiMV kopiëren. Ook voor elke stichting en vennootschap die tot het concern behoort, dient in DigiMV de naam en het identificatienummer bij de Kamer van Koophandel te worden opgegeven. 2.2 Structuur van het concern Beschrijf de structuur van uw concern: de juridische structuur: wat is de rechtsvorm, welke rechtspersonen vallen onder het concern? de organisatorische structuur: neem een organigram op; het interne toezicht: wat zijn de afspraken tussen de dagelijkse leiding en het toezichthoudend orgaan; de segmentering, indien u deze in de jaarrekening toepast; de toelating(en) waarover uw concern beschikt; de medezeggenschapsstructuur op hoofdlijnen (medewerkers en patiënten/cliënten). Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 13
14 2.3 Kerngegevens Kernactiviteiten en nadere typering Typeer uw concern door aan te geven welk type zorg u verleent en aan wie: denk hierbij aan specialismen, AWBZ-functies, kraamzorg en doelgroepen. In DigiMV wordt deze nadere typering in tabelvorm gevraagd. U kunt hier dus volstaan met de hoofdlijnen. Als u dat wilt, kunt u de betreffende tabellen uit DigiMV hier kopiëren. Benoem eventuele privaat gefinancierde activiteiten Patiënten/cliënten, capaciteit, productie, personeel en opbrengsten Geef informatie op hoofdlijnen over de aantallen patiënten/cliënten, de capaciteit, de productie, het personeel en de opbrengsten. In DigiMV worden deze gegevens in tabelvorm gevraagd. U kunt hier dus volstaan met de hoofdlijnen. Als u dat wilt, kunt u de betreffende tabellen uit DigiMV hier kopiëren Werkgebieden Geef een beschrijving van het werkgebied waar het concern zich op richt. 14 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
15 2.4 Samenwerkingsrelaties Het gaat in deze paragraaf alleen om partijen met wie het concern voor zijn kernactiviteiten een specifieke relatie is aangegaan, bijvoorbeeld in de vorm van een overeenkomst, een convenant of andere afspraken. Geef een overzicht van deze samenwerkingsrelaties en de relatie tussen hen en uw concern. Voorbeelden van samenwerkingsrelaties zijn samenwerkingspartners, onderaannemers, patiënten- cliëntenorganisaties, overheden, toezichthouders, zorgverzekeraars en kapitaalverschaffers. Nb. De meer algemene activiteiten van het concern in het kader van het maatschappelijk ondernemen niet specifiek op één of meer stakeholders gericht komen in hoofdstuk 4 in de paragraaf Samenleving aan de orde. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 15
16 3 Bestuur, toezicht, bedrijfsvoering en medezeggenschap U geeft de informatie in dit hoofdstuk op concernniveau, tenzij de situatie in onderscheiden onderdelen van het concern (organisatorische eenheden, instellingen of segmenten) afwijkt van die op concernniveau. 3.1 Normen voor goed bestuur Beschrijf nauwkeurig in hoeverre u de principes van de zorgbrede governancecode toepast. Indien u bepaalde principes niet toepast geeft u de motivering voor die afwijking ( pas toe of leg uit ). Indien de Zorgbrede Governancecode in zijn geheel niet wordt toegepast, licht dan toe waarom de code niet wordt toegepast. Geef aan welke governancecode wel wordt gehanteerd. Licht conform de normen van de gehanteerde code, de naleving hiervan toe. Heeft uw instelling een klokkenluidersregeling opgesteld? 3.2 Raad van Bestuur / Directie In DigiMV wordt gevraagd naar: het al of niet voldoen aan de wettelijke transparantie-eisen voor de bestuursstructuur; kwantitatieve gegevens over de bezoldiging van bestuurders en de toepassing van de Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens (WOPT). Beschrijf naast deze gegevens de samenstelling van de dagelijkse leiding. Dit is meestal een Raad van Bestuur of een directie. Geef bij een meervoudige Raad van Bestuur/Directie aan welke bestuurder welke portefeuilles of aandachtsgebieden heeft. Geef per bestuurder zijn/haar nevenfuncties weer. Geef aan hoe wordt toegezien op het voorkomen van mogelijke belangenverstrengeling en welke maatregelen zijn genomen om dit te voorkomen. 16 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
17 Licht toe welk beleid voor bezoldiging van de bestuurders wordt gehanteerd en hoe dit beleid in het verslagjaar in de praktijk is geregeld. Concrete cijfers inzake bezoldiging worden in DigiMV opgevraagd. Beschrijf de afspraken tussen bestuur en toezichthoudend orgaan (informatieprotocol Raad van Bestuur - Raad van Toezicht) 3.3 Toezichthouders (Raad van Toezicht/Raad van Commissarissen/Raad van Beheer) In DigiMV wordt gevraagd naar: de samenstelling van de raad, met per lid vermelding van de hoofd- en nevenfuncties, datum eerste benoeming en benoemingstermijn; kwantitatieve gegevens over de bezoldiging van toezichthouders en de toepassing van de WOPT. Beschrijf naast deze gegevens hoe het toezichthoudende orgaan zijn taak heeft uitgeoefend. Geef minstens aan: hoe het toezichthoudende orgaan toezicht houdt op de strategie en prestaties van de organisatie en de interne beheersings- en controlesystemen en welke aspecten daarbij bijzondere aandacht hebben; indien een nieuw lid/nieuwe leden is/zijn geworven: hoe de werving, selectie en benoeming hebben plaatsgevonden; hoe het toezichthoudend orgaan voldoende deskundigheid en de verdere ontwikkeling daarvan heeft gewaarborgd; of er van uw raad van toezicht ten minste één lid beschikt over voor de zorgorganisatie relevante kennis en ervaring in de zorg; de besluiten van het bestuur waaraan de raad zijn goedkeuring heeft verleend; welke werkzaamheden het toezichthoudende orgaan en de door dit orgaan ingestelde commissies op hoofdlijnen hebben uitgevoerd; welke commissies zijn ingesteld (zoals een auditcommissie en een commissie voor de beloning van de bestuurders), hoe deze commissies zijn samengesteld en wat hun taken zijn; hoe is geborgd dat de leden van het toezichthoudend orgaan onafhankelijk zijn; welk beleid het concern voert over de bezoldiging van toezichthouders en de manier waarop dit beleid in het verslagjaar in de praktijk is gebracht; of en hoe de raad het bestuur/de bestuurders beoordeelt; of en hoe de raad zijn eigen functioneren evalueert; hoeveel vergaderingen in het verslagjaar zijn gehouden en hoe vaak het bestuur aanwezig was bij deze vergaderingen; hoe het overleg met de externe accountant is ingericht; de informatiebronnen die het toezichthoudend orgaan heeft gehanteerd. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 17
18 Als in uw organisatie geen Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen functioneert, bijvoorbeeld vanwege de geringe omvang van uw organisatie, of omdat de rechtsvorm een b.v. is geeft u dan in elk geval aan of en zo ja hoe het toezicht op bestuur/directie of hoogste manager van uw organisatie is geregeld (anders dan via de IGZ). Bijvoorbeeld door de taakverdeling te beschrijven tussen de dagelijkse leiding en een Raad van Beheer. Het jaarverslag van het toezichthoudend orgaan moet aan het maatschappelijk verslag worden toegevoegd of daarin afzonderlijk herkenbaar worden opgenomen. 3.4 Bedrijfsvoering In DigiMV wordt gevraagd naar het al of niet voldoen aan de wettelijke transparantie-eisen voor de bedrijfsvoering. Beschrijf naast deze gegevens voor welke risico s, kansen en onzekerheden uw concern zich geplaatst ziet en welke maatregelen u hebt genomen om risico s te beheersen. Beschrijf op welke wijze u uw activiteiten bewaakt en verantwoordt. Beschrijf interne risicobeheersings- en controlesystemen. Beschrijf tenslotte welke belangrijke wijzigingen zich in de bedrijfsvoering hebben voorgedaan en geef aan hoe u die met het toezichthoudend orgaan hebt gecommuniceerd. 18 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
19 3.5 Cliëntenraad Beschrijf in deze paragraaf welke structuur de medezeggenschap van patiënten/cliënten heeft. Geef daarnaast aan: hoe de cliëntenraad/raden wordt/worden ondersteund in financiële, personele of andere zin; welke adviezen door de cliëntenraad/raden gevraagd of ongevraagd zijn uitgebracht en welke beleidsissues met de cliëntenraad/raden zijn besproken; beschrijf hoe de adviezen en opmerkingen uw beleid hebben beïnvloed of de maatregelen waartoe de adviezen hebben geleid; vermeld of uw concern zelf een commissie van vertrouwenslieden heeft ingesteld, dan wel zich heeft aangesloten bij een landelijke commissie. Als uw organisatie geen cliëntenraad heeft, bijvoorbeeld vanwege de geringe omvang van uw organisatie, geeft u dan in elk geval aan of en zo ja hoe de medezeggenschap van cliënten in uw organisatie is geregeld. In afwachting van nieuwe regelgeving op dit punt is het ministerie geïnteresseerd in de wijze waarop de medezeggenschap op dit moment is vormgegeven. 3.6 Ondernemingsraad Wanneer u dat wilt, kunt u in deze paragraaf ook meer gedetailleerde informatie over de ondernemingsraad opnemen, bijvoorbeeld over de manier waarop u met de uitgebrachte adviezen bent omgegaan. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 19
20 4 Beleid, inspanningen en prestaties Het gaat in dit hoofdstuk om de cyclus van: beleid en doelstellingen; inspanningen; geleverde prestaties; vergelijking van prestaties en doelstellingen (wat is wel behaald en wat niet), vergelijking van prestaties met die van voorgaande jaren; evaluatie en zo nodig bijstelling van doelstellingen en beleid. Beschrijf deze cyclus voor elk gevraagd onderwerp. Geef zo mogelijk concrete prestatie-/ kwaliteitsindicatoren aan. Gebruik daarbij de indicatoren die in DigiMV worden uitgevraagd. U verstrekt de gevraagde informatie op concernniveau, tenzij de situatie in onderscheiden onderdelen van het concern (organisatorische eenheden, instellingen of segmenten) afwijkt van die op concernniveau. 4.1 Meerjarenbeleid Beschrijf uw langetermijnbeleid. Dat wil zeggen: geef aan wat uw missie en toekomstvisie zijn, wat uw beleidsuitgangspunten zijn en met welke maatregelen u wilt inspelen op verwachte kansen, bedreigingen en veranderingen. 20 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
21 4.2 Algemeen beleid verslagjaar Beschrijf welke onderdelen van het meerjarenbeleid in het verslagjaar 2012 expliciet aan de orde zijn gekomen en welk beleid u voor 2012 op deze onderdelen hebt geformuleerd. Beschrijf inspanningen en prestaties. Verderop in dit hoofdstuk worden het kwaliteitsbeleid, het personeelsbeleid en de relatie met de samenleving nog afzonderlijk belicht. In deze paragraaf kunt u daarom denken aan onderwerpen als bouwactiviteiten, extramuralisering, ICT-ontwikkelingen, innovaties, fusieactiviteiten of reorganisaties. Universitair Medische Centra (UMC s) en het Nederlands Kanker Instituut Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis gaan in op opleiding, onderzoek en topreferente zorg. In DigiMV worden kwantitatieve gegevens daarover opgevraagd. In dit maatschappelijk verslag benoemt u speerpunten van uw opleidings- en onderzoeksbeleid en voorbeelden van topreferente zorg of specifieke technologieën. 4.3 Algemeen kwaliteitsbeleid Met de term algemeen kwaliteitsbeleid wordt gedoeld op beleid dat de gehele organisatie betreft en dus niet specifiek is gericht op patiënten/cliënten of medewerkers (dit beleid komt verderop aan de orde). Beschrijf beleid, inspanningen en prestaties ten aanzien van bijvoorbeeld: het gehanteerde kwaliteitsmanagementsysteem; kwaliteit van informatie en registratie, gegevensbeveiliging; kwaliteit van gebouwen; brandveiligheid. In DigiMV wordt gevraagd naar kwaliteitscertificaten, -labels of accreditaties. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 21
22 4.4 Kwaliteitsbeleid ten aanzien van patiënten/ cliënten Kwaliteit van zorg Sinds enige jaren werken de verschillende sectoren in de zorg aan het inzichtelijk maken van de kwaliteit van de geleverde zorg. Patiënten/cliënten, toezichthouders, zorgaanbieders, beroepsbeoefenaren, verzekeraars en VWS ontwikkelen gezamenlijk prestatie/kwaliteitsindicatoren. Het streven is om voor alle sectoren te beschikken over valide, betrouwbare, vergelijkbare en openbaar te publiceren informatie over de kwaliteit van zorg. Daarbij hanteert elke sector op grond van zijn specifieke kenmerken andere indicatoren, maar in de systematiek zijn er grote overeenkomsten. Kwaliteitsinformatie op basis van klantenervaringen zijn geënt op de systematiek van de CQ index, een goed gevalideerde methode voor het meten van klantervaringen. De zorginhoudelijke indicatoren omvatten bij voorkeur uitkomstindicatoren. Hiermee worden o.a. de veiligheid, de effectiviteit, de tijdigheid van de zorg en de kwaliteit van leven inzichtelijk gemaakt. Er wordt in stuurgroepen per sector vastgesteld welke indicatoren er gemeten moeten worden. De stand van zaken per sector is: UMC s, algemene en categorale ziekenhuizen meten hun prestaties met de basisset prestatie/ kwaliteitsindicatoren 2012 en de aanvullende indicatoren uit het programma Zichtbare Zorg. Omdat in alle sectoren de kwaliteitsinformatie nog in ontwikkeling is, kunnen er nog wijzigingen in dit onderdeel optreden. Kwaliteitsgegevens worden op separate wijze aangeleverd via Informatie over indieningstermijnen, schoningsprocedures, en casemixcorrecties kunt u vinden op de website Deze gegevens worden doorgeleverd aan DigiMV om uw administratieve lasten zo veel mogelijk te beperken. Vervolgens hoeft u in DigiMV de gegevens slechts te accorderen. Geef hier een toelichting op de uitkomsten. Welke verbeteringen heeft u doorgevoerd. Welke verbeteringen gaat u doorvoeren? Vermeld op welke wijze u zorgverleners en cliëntenraad hierbij heeft betrokken? Op welke wijze gaat u evalueren? U heeft door deze indicatoren in te vullen verantwoording afgelegd over de kwaliteit van de geleverde prestaties. In het maatschappelijk verslag licht u de vergelijking van doelstellingen, beleid en inspanningen -inclusief een vergelijking van de kwaliteitsprestaties met die van het vorige verslagjaartoe. 22 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
23 4.4.2 Klachten In DigiMV worden kwantitatieve gegevens gevraagd, zoals het aantal ingediende en gegrond verklaarde klachten. Geef in deze paragraaf aan hoe u de klachtenregeling hebt vormgegeven en onder de aandacht van patiënten/cliënten hebt gebracht. Beschrijf de samenstelling van de klachtencommissie, de werkwijze, de strekking van de oordelen en adviezen en de maatregelen die u naar aanleiding daarvan hebt getroffen. 4.5 Kwaliteit ten aanzien van medewerkers De verantwoording over kwaliteit voor medewerkers omvat het personeelsbeleid en de kwaliteit van het werk Personeelsbeleid In DigiMV worden gegevens over personeelsformatie en kosten opgevraagd en gegevens over verloop, verzuim en vacatures. Beschrijf daarnaast uw doelstellingen, inspanningen en gerealiseerde prestaties voor het personeelsbeleid. Geef aan in hoeverre gestelde doelen zijn gerealiseerd en op welke punten het beleid is bijgesteld. Beschrijf hoe de prestaties zich verhouden tot de prestaties van het voorgaande jaar. Denk bijvoorbeeld aan werving/selectie, scholingsbeleid, verzuimbeleid en beleid gericht op duurzame inzetbaarheid. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 23
24 4.5.2 Kwaliteit van het werk Beschrijf uw doelstellingen, inspanningen en gerealiseerde prestaties voor de kwaliteit van het werk. Geef aan in hoeverre gestelde doelen zijn gerealiseerd en op welke punten het beleid is bijgesteld. Besteed aandacht aan hoe u met resultaten van een medewerkerraadpleging bent omgegaan. Beschrijf hoe de prestaties zich verhouden tot de prestaties van vorig jaar. Denk aan aspecten als werkdruk en naleving van de Arbowet. 4.6 Samenleving en belanghebbenden Het gaat hier om de algemene activiteiten van het concern in het kader van het maatschappelijk ondernemen. Beschrijf doelstellingen, beleid, inspanningen en prestaties. Denk aan aspecten als: sponsoring van maatschappelijke doelen; economische meerwaarde voor de samenleving; milieubeleid; deelnemen aan activiteiten in de omgeving; hoe uw instelling de informatie aan en raadpleging van belanghebbenden of hun vertegenwoordiging heeft georganiseerd. Concerns waarop paragraaf van de Bijlage bij de Regeling tot vaststelling beleidsregels WTZi van toepassing is (basisziekenhuizen, topklinische ziekenhuizen, academische ziekenhuizen en GGZ-instellingen met crisisfunctie) beschrijven in deze paragraaf hoe zij de afspraken die zij in het door het traumacentrum geïnitieerde regionale overleg hebben gemaakt, over de borging van spreiding en bereikbaarheid van acute zorg, hebben ingevuld. Concerns waarop paragraaf van de Bijlage bij de Regeling tot vaststelling beleidsregels WTZi van toepassing is (basisziekenhuizen, topklinische ziekenhuizen en academische ziekenhuizen) beschrijven in deze paragraaf hoe zij hun verantwoordelijkheid ten aanzien van de voorbereiding op rampen en crises in de regio hebben ingevuld. 24 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
25 Traumacentra beschrijven hier hoe de OTO-middelen zijn besteed die zij hebben ontvangen voor hun coördinerende taak bij de voorbereiding op rampen en crises in hun regio. 4.7 Financieel beleid In DigiMV wordt gevraagd naar resultaatratio s, de bezoldiging van bestuurders en toezichthouders en gegevens in het kader van de WOPT. Verder maakt ook de jaarrekening deel uit van het jaardocument. Beschrijf daarnaast uw financieel beleid, inspanningen en prestaties. De informatie in DigiMV, de jaarrekening en deze paragraaf dienen samen te voldoen aan de in het Burgerlijk Wetboek gestelde eisen ten aanzien van de onderwerpen waaraan aandacht moet worden besteed: de gang van zaken tijdens het boekjaar en toestand per balansdatum; de behaalde omzet en resultaten (jaarrekening); de financiële positie (solvabiliteit en liquiditeit, in DigiMV); de kasstromen en financieringsbehoeften; activiteiten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling; gebeurtenissen na balansdatum; de verwachte gang van zaken, waaronder: investeringen waartoe het bestuur heeft besloten; toekomstige financieringsbehoefte en de wijze waarop hierin zal worden voorzien; de personeelsbezetting; omstandigheden waarvan de ontwikkeling van de opbrengsten afhankelijk is. In de jaarrekening neemt u een resultatenrekening op met een gedeelde resultatenrekening voor elk van de bedrijfsonderdelen van het concern. Daarnaast dient ook het financieel beleid per afzonderlijk onderdeel te worden weergegeven. Als het beleid per onderdeel niet verschilt, geeft u een beschrijving op concernniveau en vermeldt u waarom het beleid niet per onderdeel wordt beschreven. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 25
26 II Jaarrekening 26 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
27 De jaarrekening moet voldoen aan richtlijn 655 van de Raad voor de Jaarverslaggeving. De jaarrekening kunt u opstellen met behulp van de modeljaarrekeningen op Deze voldoet aan de geldende richtlijnen. In DigiMV wordt ook een aantal hoofdposten uit de jaarrekeningen opgevraagd. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 27
28 III DigiMV 28 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
29 DigiMV is het deel van het jaardocument dat kwantitatieve/feitelijke gegevens bevat, die zich lenen voor aanlevering in tabelvorm. DigiMV is ook de naam van de invoertool die u voor de aanlevering gebruikt. Het aanleveren van de DigiMV-gegevens uit het jaardocument is verplicht, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. DigiMV kunt u daarnaast gebruiken voor de verantwoording van hulp bij het huishouden en maatschappelijke opvang op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het aanleveren van deze gegevens is in het kader van het jaardocument niet verplicht; DigiMV is hier uitsluitend bedoeld om aanlevering te faciliteren indien u tot aanlevering besluit. DigiMV is ook beschikbaar voor het aanleveren van branchespecifieke gegevens. Dat zijn gegevens die de brancheorganisaties van zorgaanbieders vragen om hun belangenbehartigende taak beter te kunnen uitvoeren. Aanleveren van deze gegevens is niet verplicht, maar wel gewenst. U levert alleen aan de brancheorganisatie waarvan u lid bent. Alle gegevens uit DigiMV zijn openbaar met uitzondering van de tabel Personeelsformatie, de vragen over onderaanneming en eventuele gegevens over activiteiten die niet onder de Regeling verslaggeving WTZi vallen. Over de openbaarheid van de branchespecifieke gegevens beslissen de brancheorganisaties, maar bij openbaarmaking zijn deze niet tot individuele instellingen herleidbaar. Het maatschappelijk verslag, de jaarrekening en de gegevens uit DigiMV vormen samen de maatschappelijke verantwoording. Als u dit wilt, kunt u tabellen vanuit DigiMV kopiëren in het maatschappelijk verslag. Het jaardocument berust op de Regeling Verslaggeving WTZi. Sommige gegevens zullen echter altijd betrekking hebben op het gehele concern, ook als het zorg of diensten biedt die niet onder deze Regeling vallen. Voorbeelden zijn de governance-eisen en de financiële ratio s. Andere gegevens hebben weer betrekking op specifieke onderdelen van het concern. Denk aan de prestatie/ kwaliteitsindicatoren van de IGZ, die expliciet worden opgevraagd voor de WTZi-zorg, vaak per organisatieonderdeel. Om misverstanden te voorkomen, is daarom steeds aangegeven op welk niveau de verantwoording wordt gevraagd. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 29
30 A DigiMV Profiel van de organisatie Gevraagd wordt naar de situatie per einde verslagjaar, tenzij anders aangegeven. Alle gegevens in hoofdstuk A worden op concernniveau aangeleverd, tenzij anders aangegeven. A.1 Nadere typering van het concern (A 1.1. in het jaardocument voor alle sectoren) A.1.1 Typering concern Deze tabel toont het keuzemenu dat u in DigiMV dient in te vullen. Het keuzemenu bepaalt welke tabellen u krijgt voorgelegd. Het is dus van groot belang het keuzemenu zorgvuldig in te vullen. Typering concern Typering Universitair Medisch Centrum Algemeen Ziekenhuis Categoraal Ziekenhuis Revalidatiecentrum Zelfstandig behandelcentrum Indien UMC of ziekenhuis, revalidatiecentrum of ZBC: vergunning of aanwijzing Wet bijzondere medische verrichtingen Indien UMC of ziekenhuis: traumacentrum Geestelijke gezondheidszorg Maatschappelijke opvang (MO) en vrouwenopvang (VO) Gehandicaptenzorg Indien gehandicaptenzorg: onderwijsinstelling vallend onder rechtspersoon die WTZi-zorg verleent Forensische zorg Verpleging, verzorging en thuiszorg Indien VVT: jeugdgezondheidszorg Kraamzorg Omvang concern kleiner dan 10 fte personeel Ja/nee 30 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
31 A.1.2 Nadere typering medisch specialistische instellingen, PAAZ en PUK (A 1.2. in het jaardocument voor alle sectoren) Nadere typering medisch specialistische instellingen Typering Universitair Medisch Centrum Algemeen Ziekenhuis Revalidatiecentrum Dialysecentrum Brandwondencentrum Astmacentrum Abortuskliniek Epilepsiecentrum Integraal Kankerinstituut Radiotherapeutisch centrum Traumacentrum Sanatorium Militair Ziekenhuis Zelfstandig Behandelcentrum (ZBC) Ziekenhuiszorg > 365 dagen PAAZ en PUK Overig Ja/nee A.1.3 Bijzondere concernonderdelen (A 1.3. in het jaardocument voor alle sectoren) Bijzondere concernonderdelen Onderdeel Audiologisch Centrum Ambulancedienst en/of Centrale Post Ambulancevervoer (CPA) Trombosedienst Medisch laboratorium en/of huisartsenlaboratorium Erfelijkheidscentrum Apotheek Huisartsenpost Gezondheidscentrum Ja/nee Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 31
32 A.1.4 Specialismen medisch specialistische instellingen (A 1.4. in het jaardocument voor alle sectoren) Specialismen medisch specialistische instellingen Specialisme Anesthesiologie Cardiologie Cardio-thoracale chirurgie Dermatologie Heelkunde Interne geneeskunde Keel-, Neus en Oorheelkunde Kindergeneeskunde Klinische genetica Klinische geriatrie Longziekten en tuberculose Maag- darm, leverziekten Medische microbiologie Mondziekten en kaakchirurgie Neurochirurgie Neurologie Nucleaire geneeskunde Obstetrie en gynaecologie Oogheelkunde Orthopedie Pathologie Plastische chirurgie Psychiatrie Radiologie Radiotherapie Reumatologie Revalidatiegeneeskunde Urologie Aanvinken A.1.5 Private zorg- of dienstverlening (A 1.10 in het jaardocument voor alle sectoren) Privaat gefinancierde zorg- of dienstverlening Hebt u in 2012 zorg of diensten verleend die zijn gefinancierd vanuit niet-publieke middelen? Ja/nee 32 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
33 A.1.6 Uitbestede zorg en zorg in onderaanneming (A 1.11 in het jaardocument voor alle sectoren) De gegevens uit onderstaande tabel over onderaanneming zijn niet openbaar. Doel van de gegevens is om uit te zoeken hoe een landelijke en niet tot individuele concerns herleidbare correctie voor dubbeltellingen kan worden aangebracht op landelijke totalen. De stuurgroep maatschappelijke verantwoording zal afspraken hierover vastleggen en publiceren op Uitbesteding en onderaanneming Onderaanneming Hebt u in 2012 WTZi-zorgverlening uitbesteed aan een onderaannemer? Hoeveel kosten waren met deze uitbesteding gemoeid (betaling aan onderaannemers)? Aan welke zorgaanbieders hebt u zorg uitbesteed? Hebt u in 2012 WTZi-zorg verleend als onderaannemer? Hoeveel opbrengsten waren met deze uitbesteding gemoeid (betaling door hoofdaannemer)? Voor welke zorgaanbieders hebt u zorg in onderaanneming verleend? Hoe ziet u toe op de kwaliteit van de uitbestede zorg, zoals die door de door u genoemde onderaannemers is geleverd? KvK nummer van de hoofd- of onderaannemer Antwoordcategorie Ja/nee Bedrag in euro s Tekstveld Ja/nee Bedrag in euro s Tekstveld Tekstveld Tekstveld + nummers Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 33
34 A.2 Kerngegevens: productie, personeel en opbrengsten De kerngegevens omvatten productie, personeel en opbrengsten. De vragen zijn toegespitst op zorg die valt onder de Regeling Verslaggeving WTZi, per zorgsector. Als u zorg verleent in meerdere sectoren, krijgt u meerdere tabellen voorgelegd. De bedoeling is dat u de personeelsleden en opbrengsten vermeldt die op deze zorg betrekking hebben. Het totale aantal personeelsleden en de totale opbrengsten van uw concern komen in de personeelstabel A.4 respectievelijk de jaarrekening naar voren. A.2.1 Bedrijfsopbrengsten naar financieringsvorm (A.2.1 in het jaardocument voor alle sectoren) Zorgtype (en overige activiteiten) Bedrijfsopbrengsten naar financiersvorm Zvw-budget (excl. subsidies) AWBZ-budget (excl. subsidies en PGB s) Zvw en AWBZ: niet-gebudgetteerde zorg en subsidies 3) PGB s Gemeenten (incl. Wmo) Min. VenJ Min. OCW Andere Overheden 1) Overige financiers 2) Totaal Ziekenhuiszorg in: Algemene ziekenhuizen (excl. PAAZ) Revalidatiecentra UMC s (excl. PUK) PAAZ`en en PUK`en Categorale ziekenhuizen Zelfstandige behandelcentra Overige curatieve zorg in: Integrale kankercentra Laboratoria, Bloedbanken, Trombosediensten Astmacentra Audiologische centra Dialysecentra Centra voor erfelijkheidsonderzoek Radiotherapeutische centra Ambulancediensten en Centrale Posten Abortusklinieken Huisartsenposten Apotheken Geestelijke gezondheidszorg (incl. forensische zorg) Gehandicaptenzorg (incl. forensische zorg) 34 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
35 Verpleging, verzorging en thuiszorg (excl. HH, JGZ, kraamzorg) Kraamzorg Hulp bij het huishouden (HH) Jeugdgezondheidszorg (JGZ) Jeugdzorg (jeugd en opvoedhulp) Maatschappelijke en vrouwenopvang (incl. forensische zorg) Kinderopvang Welzijnswerk Overige activiteiten Totaal volgens jaarrekening 1) Andere overheden: min. VWS, overig rijk (geen VenJ, OCW), provincies. 2) Overige financiers omvat: aanvullende zorgverzekeringen, eigen betalingen cliënten, instellingen en bedrijven. 3) Inclusief omzet DBC B-segment en opbrengsten kraamzorg A.2.2 Productie en personeel UMC s, ziekenhuizen en ZBC s (exclusief revalidatiecentra en traumacentra, exclusief PAAZ en PUK) (A.2.2 in het jaardocument voor alle sectoren) Kerngegevens UMC s, algemene en categorale ziekenhuizen en ZBC s; exclusief revalidatiecentra en traumacentra Kerngegevens Capaciteit Aantal beschikbare bedden/plaatsen voor klinische capaciteit en dag/ deeltijdbehandeling per einde verslagjaar Waarvan bedden/plaatsen voor dag/deeltijdbehandeling Waarvan wiegen voor gezonde zuigelingen Productie Aantal in verslagjaar geopende DOT zorgproducten (ontleend aan ziekenhuisinformatiesysteem, niet uit het DOT Informatie Systeem ) Waarvan medisch specialistische zorg, uitgesplitst in: Aantal in A-segment (tarieven Nza) Aantal in B-segment (vrije prijzen) Aantal in verslagjaar gesloten DBC s ( (d.w.z. DBC-subtrajecten + DOT zorgproducten; ontleend aan ziekenhuisinformatiesysteem, niet uit DIS) Waarvan medisch specialistische zorg, uitgesplitst in: Aantal in A-segment (tarieven Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) Aantal in B-segment (vrije prijzen) Aantal in verslagjaar aan verzekeraar in rekening gebrachte overige en ondersteunende producten O(V)P s, waaronder verrichtingen op verzoek van de eerste lijn Aantal in verslagjaar aan verzekeraar in rekening gebrachte overige trajecten en verrichtingen Aantal in verslagjaar uitgevoerde operatieve verrichtingen in curatieve zorg (= som van zorgactiviteiten in DBC-zorgactiviteitentabel behorend tot zorgprofielklasse operatieve verrichtingen; ontleend aan ziekenhuisinformatiesysteem, niet uit DIS) Antwoordcategorie Aantal Aantal Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 35
36 Aantal klinische opnamen exclusief interne overnamen in verslagjaar Aantal patiënten/cliënten met minimaal één afgesloten DBC/DOT zorgproduct in verslagjaar Waarvan medisch specialistische zorg, uitgesplitst in: Aantal in A-segment (tarieven Nza) Aantal in B-segment (vrije prijzen) Aantal eerste polikliniekbezoeken in verslagjaar Aantal overige polikliniekbezoeken in verslagjaar Aantal dagverplegingsdagen (normaal en zwaar) of deeltijdbehandelingen in verslagjaar Aantal klinische verpleegdagen in verslagjaar (inclusief verkeerde bed) Waarvan verkeerde-bed-dagen Aantal beschikbare operatiekamers Personeel Aantal personeelsleden in loondienst exclusief medisch specialisten per einde verslagjaar Aantal FTE personeelsleden in loondienst exclusief medisch specialisten per einde verslagjaar Aantal medisch specialisten loondienst Aantal medisch specialisten inhuur Aantal medisch specialisten vrij beroep Aantal FTE medisch specialisten loondienst Aantal FTE medisch specialisten inhuur Aantal FTE medisch specialisten vrij beroep Innovatie Bestedingen aan innovatie Aantal Percentage van de bedrijfsopbrengsten A.2.3 Productie en personeel PAAZ en PUK (A.2.3. in het jaardocument voor alle sectoren) Kerngegevens PAAZ/PUK Totaal aantal patiënten/cliënten waaraan ggz wordt verleend Aantal patiënten in zorg op 1 januari van verslagjaar (a) Aantal nieuw ingeschreven patiënten in verslagjaar (b) Totaal aantal patiënten in zorg in verslagjaar (c=a+b) Aantal uitgeschreven patiënten in verslagjaar (d) (was aantal ontslagen patiënten in verslagjaar) Aantal patiënten/cliënten in zorg/behandeling op van verslagjaar (e=c-d) Capaciteit Aantal bedden/plaatsen dat beschikbaar is voor dagelijkse planning van opnames of verblijf Aantal plaatsen deeltijdbehandeling Productie Aantal openstaande DBC s op 1 januari van verslagjaar Aantal in verslagjaar geopende DBC s (ontleend aan het instellingensysteem niet uit DIS) Aantal in het verslagjaar gesloten DBC s (ontleend aan het instellingensysteem niet uit DIS) Aantal openstaande DBC s op van verslagjaar Omzet gefactureerde DBC s (exclusief verrekende bedragen met verzekeraars) Aantal/bedrag Aantal Aantal 36 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
37 Aantal klinische opnamen exclusief interne overnamen in verslagjaar Aantal eerste polikliniekbezoeken in verslagjaar Aantal overige polikliniekbezoeken in verslagjaar Aantal psychiatrische deeltijdbehandelingen Aantal klinische verpleegdagen Personeel Aantal patiëntgebonden personeelsleden in loondienst op van verslagjaar Aantal niet patiëntgebonden (overige) personeelsleden in loondienst op van verslagjaar Aantal patiëntgebonden personeelsleden in FTE op van verslagjaar Aantal niet patiëntgebonden (overige) personeelsleden in FTE op van verslagjaar Aantal psychiaters in loondienst op van verslagjaar Aantal psychiaters in FTE op van verslagjaar Innovatie Bestedingen aan innovatie Aantal Percentage van de bedrijfsopbrengsten A.2.4 Productie en personeel revalidatiecentra (A 2.4 in het jaardocument voor alle sectoren) Kerngegevens revalidatiecentra Kerngegevens Capaciteit Aantal beschikbare klinische bedden per einde verslagjaar Waarvan voor kinderen tot 18 jaar Waarvan voor volwassenen Aantal beschikbare poliklinische behandelplaatsen per einde verslagjaar Waarvan voor kinderen tot 18 jaar Waarvan voor volwassenen Productie Aantal klinische verpleegdagen in verslagjaar Waarvan voor kinderen tot 18 jaar Waarvan voor volwassenen Aantal eerste consulten in verslagjaar Waarvan voor kinderen tot 18 jaar Waarvan voor volwassenen Aantal klinische revalidatiebehandeluren in verslagjaar Waarvan voor kinderen tot 18 jaar Waarvan voor volwassenen Aantal poliklinische revalidatiebehandeluren in verslagjaar Waarvan voor kinderen tot 18 jaar Waarvan voor volwassenen Aantal klinische opnamen in verslagjaar Waarvan voor kinderen tot 18jaar Waarvan voor volwassenen Personeel Aantal/bedrag Aantal Aantal Aantal Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 37
38 Aantal personeelsleden in loondienst exclusief medisch specialisten per einde verslagjaar Aantal FTE personeelsleden in loondienst exclusief medisch specialisten per einde verslagjaar Aantal medisch specialisten (loondienst + inhuur + vrij beroep) per einde verslagjaar Aantal FTE medisch specialisten (loondienst + inhuur + vrij beroep) per einde verslagjaar Innovatie Bestedingen aan innovatie Percentage van de bedrijfsopbrengsten A.2.5 Capaciteit per ziekenhuislocatie (A 2.5 in het jaardocument voor alle sectoren) UMC s, algemene en categorale ziekenhuizen: capaciteit per locatie Type capaciteit Aantal beschikbare bedden per einde verslagjaar Waarvan bedden voor hartbewaking Waarvan bedden voor intensive care met mogelijkheid voor beademing Waarvan bedden voor intensive care zonder mogelijkheid voor beademing Aantal A.2.6 Spoedeisende hulp (A2.6 in het jaardocument voor alle sectoren) Deze tabel wordt ingevuld per ziekenhuislocatie. UMC s, algemene en categorale ziekenhuizen: spoedeisende hulp per locatie De locatie beschikt over een afdeling spoedeisende hulp per einde verslagjaar De afdeling spoedeisende hulp is een 7x24-uursafdeling van minimaal het basisziekenhuisniveau Ja/nee 38 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
39 A.2.7 Wet bijzondere medische verrichtingen: vergunningen (A2.7 in het jaardocument voor alle sectoren) UMC s, algemene en categorale ziekenhuizen: vergunningen op grond van artikel 2 Wet bijzondere medische verrichtingen Categorie Vergunning Ja/nee Transplantaties a. Niertransplantatie b. Harttransplantatie c. Longtransplantatie d. Levertransplantatie e. Pancreastransplantatie f. Transplantatie van de dunne darm g. Transplantatie van de eilandjes van Langerhans h. autologe stamceltransplantaties bij volwassenen i. autologe stamceltransplantaties bij kinderen j. allogene stamceltransplantatie bij volwassenen k. allogene stamceltransplantaties bij kinderen Stamceltherapie Radiotherapie a) Radiotherapie b) Deeltjestherapie, waaronder protonentherapie Bijzondere neurochirurgie Hartinterventies a. Openhartoperatie (OHO) b. Automatic implantable cardiovector defibrillator (AICD) c. Ritmechirurgie d. Percutane transluminale coronaire angioplastiek (PTCA) e. Ablaties f. Transcatheter hartklepinterventies (THI) Klinisch genetisch onderzoek en erfelijkheidsadvisering Klinisch genetisch onderzoek (vergunning) Klinisch genetisch onderzoek in samenwerking met een centrum met een vergunning voor klinisch genetisch onderzoek Zo ja, met welke KG vergunninghoudende centra In vitro fertilisatie (IVF) Preïmplantatie genetische diagnostiek Neonatale intensive care unit (NICU) Mobiele intensive care unit (MICU) a. IVF (vergunning) b. Transport IVF in samenwerking vergunning houdende IVF centra Zo ja, met welke IVF centra a. PGD (vergunning) b. Transport PGD in samenwerking met vergunning houdend PGD centrum Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 39
40 Gestarte cycli Follikelpuncties Embryotransfers Zwangerschappen Doorgaande zwangersch. Betrouwbaarheidsinterval - eenling - tweeling - meerling IVF IVF in het kader ICSI Cryo Totaal van transport PGD Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % A.2.8 Wet bijzondere medische verrichtingen: aanwijzingen (A.2.8 in het jaardocument voor alle sectoren) UMC s, algemene en categorale ziekenhuizen: aanwijzingen op grond van artikel 8 Wet bijzondere medische verrichtingen Aanwijzing Pediatrische intensive care unit (PICU) Hemofiliebehandeling Traumazorg HIV-behandelcentra (Humaan immunodeficiëntie virus) Uitnameteams orgaandonatie Ja/nee A.2.9 Traumacentrum (A 2.9 in het jaardocument voor alle sectoren) Traumacentrum/helicentrum Gegevens Antwoordcategorie Toelichting Beschikt het traumacentrum over een helicentrum Tekstveld Traumacentrum exclusief helicentrum Aantal fte per einde verslagjaar Inkomsten verslagjaar Helicentrum Toelichting Hoeveel uur per etmaal is de helikopter beschikbaar? 1. Aantal fte medisch coördinator per einde verslagjaar 2. Aantal fte Mobiel Medisch Team (MMT)-arts per einde verslagjaar 3. Aantal fte MMT-verpleegkundige per einde verslagjaar 4. Aantal fte chauffeur/piloot/landing officer per einde verslagjaar 5. Aantal fte administratief personeel per einde verslagjaar Totaal aantal fte per einde verslagjaar Automatisch berekenen 40 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
41 Aantal vlieguren in verslagjaar Aantal inzetten helikopter in verslagjaar Inkomsten verslagjaar 1. Totale personeelskosten 2. Opleidingskosten en trainingen helikopter MMT 3. Huur helikopter 4. Kosten vlieguren 5. Overige kosten Totale kosten Automatisch berekenen A.2.10 Onderzoek en ontwikkeling UMC s en Nederlands Kanker Instituut Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (A 2.10 in het jaardocument voor alle sectoren) Topreferente zorg (TRF) Bedrag Bestedingen topreferente zorg UMC s verantwoorden zich kwalitatief en op aandoeningsspecifiek niveau op Ontwikkeling en Innovatie (O&I) Bestedingen ontwikkeling en innovatie Bedrag Citatiescore CPP/FCSm 2012 Ontwikkeling en innovatie Aantal publicaties Aantal citaties per artikel Citatiescore CPP/FCSm Aantal publicaties in top 1% segment en tijdschriftimpact Ontwikkeling en innovatie Aantal publicaties Tijdschriftimpact JCSm/FCSm Medisch Ethische ToetsingsCommissie (METC)-projecten, promoties, lopende octrooien en patenten Ontwikkeling en innovatie Aantal goedgekeurde METC-projecten Aantal promoties Lopende octrooien en patenten totaal Waarvan nieuw verworden octrooien en patenten Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 41
42 Aantal projecten derde en vierde geldstroom Doelgroep Aantal Omzet Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) Overheid (ministerie en overige Nederlandse overheid) Europese Unie Collectebusfondsen Bedrijven (binnen- en buitenland) A.2.11 Enquête beeldvormende diagnostiek (A 2.11 in het jaardocument voor alle sectoren) Bij beeldvormende diagnostiek wordt de patiënt/cliënt blootgesteld aan ioniserende straling, met als onbedoelde bijwerking een licht verhoogde kans op het ontstaan van kanker. Daarom dient de dosis voor de patiënt/cliënt zo laag (als redelijkerwijs) mogelijk gehouden te worden, terwijl de beeldvorming van voldoende diagnostische kwaliteit moet zijn. Beeldvormende onderzoeken, nucleaire therapie en radiotherapie vinden plaats in algemene, categorale en academische ziekenhuizen en bij enkele Zelfstandige Behandelcentra. De enquête beeldvormende diagnostiek heeft als doel, het maken van ramingen van de dosis voor patiënten/ cliënten als bedoeld in artikel 12 van Richtlijn 97/43/Euratom. Het aanleveren van deze gegevens door instellingen is verplicht ingevolge Hoofdstuk 6, Artikel 74 van het Besluit stralingsbescherming. Het RIVM gebruikt de verkregen gegevens voor het actueel houden van het Informatiesysteem Medische Stralingstoepassingen (IMS). Deze website voor professionals in de gezondheidszorg verschaft inzicht in de aard en omvang van medische stralingstoepassingen in Nederland. 42 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
43 A.3 Personeelsinformatie (A 4. in het jaardocument voor alle sectoren) De informatie uit de tabellen is niet openbaar. De gegevens worden geleverd aan de brancheorganisaties, VWS, IGZ en het CBS. In onderstaande tabellen worden gegevens ingevuld voor het hele concern, oftewel zowel WTZi-zorg als overige activiteiten. Bij de kerngegevens in paragraaf A.2 worden gegevens over het totaal van personeel (fte s en werkzame personen) per WTZi-zorgtype (ziekenhuizen VVT, etc.) gevraagd. Personeelskosten en formatie concerns. Kleine instellingen (ca. 10 fte personeel of minder) wordt gevraagd om de gegevens zover mogelijk in te vullen. Geef duidelijk aan wanneer het voor u niet mogelijk is om bepaalde gegevens in te vullen A) Personeel in loondienst Code rekeningschema Salarissen van personeel in loondienst in verslagjaar, in euro s 1) Personeel cliëntgebonden functies in loondienst (excl. BBL) Management en staf patiënt/ cliëntgebonden functies Personeel medische elektronica, revalidatietechniek en onderzoeksfuncties Personeel behandel- en behandelingsondersteuning Personeel psychosociale behandeling en begeleiding Verpleegkundigen en sociaal (ped) agogische hulpverleners (niveau 5) Verpleegkundigen en sociaal (ped) agogisch hulpverleners (niveau 4) Verzorgenden en sociaal (ped) agogisch hulpverleners (niveau 3) Helpenden (niveau 2) Zorghulpen (niveau 1) Overig verpleegkundig, verzorgend en sociaal-(ped) agogisch personeel Subtotaal verpleegkundig, verzorgend en sociaal- (ped) agogisch personeel Medisch en sociaalwetenschappelijke functies Subtotaal personeel patiënt/ cliëntgebonden functies in loondienst Aantal werkzame personen per einde verslagjaar Aantal fte s per einde verslagjaar Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 43
44 A) Personeel in loondienst Code rekeningschema Salarissen van personeel in loondienst in verslagjaar, in euro s Aantal werkzame personen per einde verslagjaar 2) Leerling-verpleegkundig, verzorgend en sociaal- (ped)agogisch personeel in loondienst Verpleegkundigen en sociaal (ped) agogische hulpverleners in opleiding (niveau 5) Verpleegkundigen en sociaal (ped) agogisch hulpverleners in opleiding (niveau 4) Verzorgenden en sociaal (ped) agogisch hulpverleners in opleiding (niveau 3) Helpenden in opleiding (niveau 2) Zorghulpen in opleiding (niveau 1) Overig leerling-verpleegkundig, verzorgend en sociaal-(ped) agogisch personeel in loondienst Subtotaal leerlingverpleegkundig, verzorgend en sociaal- (ped)agogisch personeel in loondienst 3) Management en ondersteunend personeel in loondienst Personeel algemene en administratieve functies Personeel hotelfuncties Personeel terrein- en gebouwgebonden functies Subtotaal management en ondersteunend personeel in loondienst 4) Overig personeel in loondienst Totaal personeel in loondienst Aantal fte s per einde verslagjaar Personeel niet in loondienst B) Ingehuurd personeel en zelfstandigen Code Kosten van ingehuurd personeel en zelfstandigen in verslagjaar, in euro s Uitzendkrachten en overige inhuur, verpleegkundig, verzorgend en sociaal(ped)agogisch met ZZP ers (zoals verpleegkundigen, thuiszorgmedewerkers) Uitzendkrachten en overige inhuur, verpleegkundig, verzorgend en sociaal(ped)agogisch Inhuur van management en staf; algemeen en administratief Zelfstandige specialisten in vrij beroep en inhuur specialisten in loondienst elders Overige uitzendkrachten en overig ingehuurd personeel Totaal ingehuurd personeel en zelfstandigen 44 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
45 C) Onbetaald personeel Gemiddeld aantal werkzame personen in verslagjaar Stagiaires verpleegkundig, verzorgend en sociaal(ped) agogisch Overige stagiaires Vrijwilligers Totaal stagiaires en vrijwilligers Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 45
46 B DigiMV Bestuur, toezicht en bedrijfsvoering Alle gegevens in hoofdstuk B hebben betrekking op het concernniveau B.1 Governancecode Governancecode Code Hanteert uw concern de zorgbrede Governancecode? Zo nee, welke andere code? Nee, omdat... Antwoordcategorie Ja/nee Tekstveld B.2 Bestuursstructuur Bestuursstructuur Structuur Welke bestuursstructuur is op uw concern van toepassing? Wat is de samenstelling van de Raad van Bestuur of directie? Antwoordcategorie 1. Eindverantwoordelijke Raad van Bestuur met Raad van Toezicht 2. Directie vallend onder eindverantwoordelijk stichtingsbestuur 3. Anders, namelijk 1. Eenhoofdig 2. Tweehoofdig met voorzitter 3. Tweehoofdig collegiaal 4. Drie- of meerhoofdig met voorzitter 5. Drie- of meerhoofdig collegiaal 46 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
47 B.3 Wettelijke transparantie-eisen bestuursstructuur B.3.1 Wettelijke transparantie-eisen bestuursstructuur: algemeen Wettelijke transparantie-eisen bestuursstructuur Transparantie-eis Is er een orgaan dat toezicht houdt op het beleid van de dagelijkse of algemene leiding van de instelling en deze met raad ter zijde staat? Zo nee, licht de reden hiervan toe in het maatschappelijk verslag. Is het toezichthoudend orgaan zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar, de dagelijkse en algemene leiding van de instellingen en welk deelbelang dan ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren? Legt het concern schriftelijk en inzichtelijk de verantwoordelijkheidsverdeling tussen het toezichthoudend orgaan en de dagelijkse of algemene leiding vast, evenals de wijze waarop interne conflicten tussen beide organen worden geregeld? Heeft uw concern de rechtsvorm van stichting of vereniging (als bedoeld in artikel 344 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek)? Zo nee, welke rechtsvorm heeft uw concern? Antwoordcategorie Ja/nee Ja/nee Ja/nee Ja/nee Tekstveld B.3.2 Wettelijke transparantie-eisen bestuursstructuur: stichting of vereniging met meer dan 50 werknemers Bevoegdheid indienen enquêteverzoek Transparantie-eis Als uw concern de rechtsvorm van een stichting of vereniging heeft: zijn er meer dan 50 personen werkzaam (artikel 2 WOR)? Zo ja: Kent u in uw statuten aan een orgaan dat de cliënten van de instelling vertegenwoordigt, de in artikel 346, onder c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde bevoegdheid toe tot het indienen van een verzoek als bedoeld in artikel 345 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (dit is een verzoek tot enquête [onderzoek naar beleid] door de Ondernemingskamer van het Gerechtshof in Amsterdam)? Aan wie heeft het concern buiten het orgaan dat de cliënten vertegenwoordigt deze bevoegdheid toegekend? Antwoordcategorie Ja/nee Ja/nee Tekstveld B.3.3 Wettelijke transparantie-eisen bestuursstructuur stichting of vereniging: statutenwijziging Wijziging statuten Transparantie-eis Hebben er in de statuten of bedrijfsvoering belangrijke veranderingen plaatsgevonden? Zo ja, welke veranderingen betrof het (antwoord in steekwoorden)? Ja/nee Ja/nee Tekstveld Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 47
48 B.4 Wettelijke transparantie-eisen bedrijfsvoering Wettelijke transparantie-eisen bedrijfsvoering Transparantie-eis Heeft de instelling schriftelijk vastgelegd welk orgaan/organen van de instelling welke bevoegdheden heeft/hebben ten aanzien van welk onderdeel of aspect van de bedrijfsvoering? Heeft de instelling schriftelijk (en inzichtelijk) vastgelegd hoe de zorgverlening georganiseerd wordt, van welke andere organisatorische verbanden daarbij gebruik wordt gemaakt en wat de aard is van de relaties met die andere verbanden, waaronder begrepen verantwoordelijkheden, taken en beslissingsbevoegdheden? Ten behoeve van welke instellingen heeft u investeringen gedaan (ook indien in het buitenland gevestigd? Worden de activiteiten van de instelling waarvoor de toelating(-en) geldt/gelden, in ieder geval financieel onderscheiden van andere activiteiten van de instelling? Zijn in de financiële administratie van de instelling ontvangsten en betalingen duidelijk traceerbaar naar bron en bestemming, en is duidelijk wie op welk moment welke verplichtingen voor of namens de instelling is aangegaan? Ja/nee Tekstveld B.5 Samenstelling toezichthoudend orgaan Samenstelling toezichthoudend orgaan Naam Dhr/mw Bestuursfunctie Nevenfuncties 48 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
49 C DigiMV Beleid, inspanningen en prestaties C.1 Kwaliteit van zorg: Instellingen Medisch Specialistische Zorg (ziekenhuizen, ZBC s en UMC s) (C.1 in het Jaardocument voor alle sectoren) C.1.1 Proces van aanlevering tot openbaarmaking gegevens U dient jaarlijks uw gegevens over de zorginhoudelijke indicatoren (ZI) en klantpreferentievragen (KP) aan te leveren. Op dit moment is nog niet bekend via welke portal en op welke wijze u de gegevens over verslagjaar 2012 kunt aanleveren. Voor actuele informatie over de sets verwijzen wij u naar Uiterlijk in het najaar van 2012 wordt u via en via geïnformeerd over de meetperiode en de data en wijze van aanlevering. C.1.2 Geboden zorg Behandelingen geleverd door organisatorische eenheid/locatie Zwangerschap en bevalling Bariatrische chirurgie Galblaasverwijdering Ruggenmergstimulatie bij Failed Back Surgery Syndrome Maculadegeneratie Lage rug spondylodese Nierdialyse Blaascarcinoom Mammacarcinoom Cataract Diabetes Heupvervanging Knievervanging Liesbreukoperaties Chirurgische behandeling van lage rug hernia en stenose Stressincontinentie bij de vrouw Varices Ziekten van Adenoïd en Tonsillen Ja/Nee Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 49
50 Beroerte Colorectaal carcinoom Constitutioneel eczeem Cystic Fibrosis OSAS Reumatoïde artritis Coeliakie Baarmoederhalsafwijkingen Longcarcinoom Maagcarcinoom Melanoom van de huid Maligne lymfoom Prostaatcarcinoom Benigne prostaat hyperplasie Nierstenen Carpaletunnelsyndroom Meniscus en voorste kruisband Migraine Osteoporose Chronische belemmering bloedstroom been HIV/AIDS Psoriasis Dementie IBD Parkinson C.1.3 Overzicht indicatoren Zorginhoudelijke indicatoren Baarmoederhalsafwijkingen Indicator 1 Toegangstijd Het percentage patiënten bij wie de eerste colposcopie binnen 15 werkdagen na het maken van de afspraak heeft plaatsgevonden Indicator 2 Cervix exconisaties Het percentage patiënten behandeld voor CIN door middel van een cervix exconisatie Indicator 3 Overbehandeling Het percentage patiënten behandeld met een lisexcisie of exconisatie voor vermeende CIN 2-3, waarbij definitieve histologie CIN 0 of CIN 1 is Indicator 4 Lokale anesthesie Het percentage patiënten dat behandeld is voor CIN dat een ingreep heeft gehad die onder lokale anesthesie is uitgevoerd. Indicator 5 Cervixcytologie Het percentage patiënten dat behandeld is voor CIN 2-3 (op basis van biopt of de excisie zelf), met een eerste cervixcytologie binnen 3 tot 9 maanden na behandeling. 50 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
51 Klantpreferentievragen Baarmoederhalsafwijkingen Vraag 1 Informatievoorziening Vraag 2 Aangeboden behandelmethoden Vraag 3 Vaste behandelaar Vraag 4 Voorkeur behandelaar Vraag 5 Vaste aanspreekpunt Vraag 6 HPV1 Vraag 7 Telefonisch contact na behandeling Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Bariatrische Chirurgie Indicator 1 Bariatrische chirurgie Worden in uw ziekenhuis bariatrische ingrepen uitgevoerd? Indicator 2a Heringrepen <30 dagen Percentage maagbandoperaties waarvoor een heringreep <30 dagen heeft plaatsgevonden Indicator 2b Heringrepen <30 dagen Percentage gastric bypass operaties waarvoor een heringreep <30 dagen heeft plaatsgevonden Indicator 2c Heringrepen <30 dagen Percentage gastric sleeve resecties waarvoor een heringreep <30 dagen heeft plaatsgevonden Indicator 2d Heringrepen <30 dagen Percentage re-do s waarvoor een heringreep <30 dagen heeft plaatsgevonden Indicator 3a Peroperatieve conversies Het percentage peroperatieve conversies bij maagbandoperaties Indicator 3b Peroperatieve conversies Het percentage peroperatieve conversies bij gastric bypasses Indicator 3c Peroperatieve conversies Het percentage peroperatieve conversies bij gastric sleeve resecties Indicator 3d Peroperatieve conversies Het percentage peroperatieve conversies bij re-do s Indicator 4a Ziekenhuissterfte Het percentage in het ziekenhuis overleden patiënten binnen 30 dagen na een maagbandoperatie Indicator 4b Ziekenhuissterfte Het percentage in het ziekenhuis overleden patiënten binnen 30 dagen na een gastric bypass Indicator 4c Ziekenhuissterfte Het percentage in het ziekenhuis overleden patiënten binnen 30 dagen na een gastric sleeve resectie Indicator 4d Ziekenhuissterfte Het percentage in het ziekenhuis overleden patiënten binnen 30 dagen na een re-do Indicator 5a Excess Weight Loss Het percentage patiënten dat meer dan 50% Excess Weight Loss heeft bereikt binnen één jaar na een maagbandoperatie Indicator 5b Excess Weight Loss Het percentage patiënten dat meer dan 50% Excess Weight Loss heeft bereikt binnen één jaar na een gastric bypass Indicator 5c Excess Weight Loss Het percentage patiënten dat meer dan 50% Excess Weight Loss heeft bereikt binnen één jaar na een gastric sleeve resectie Indicator 6 Multidisciplinair team Is in het ziekenhuis een multidisciplinair team aanwezig? Indicator 7a Volume Hoeveel bariatrisch chirurgen op uw ziekenhuislocatie voerden bariatrische ingrepen uit op de peildatum? Indicator 7b Volume Hoeveel bariatrische ingrepen werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld via maagbandoperaties, gastric bypass operaties, gastric sleeve resecties en re-do s? Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 51
52 Zorginhoudelijke indicatoren Benigne Prostaat Hyperplasie Indicator 1 International Prostate Symptom Score (IPSS) Percentage nieuwe patiënten met LUTS/BPH bij wie IPSS is gebruikt bij de initiële diagnostiek Indicator 2 Uroflowmetrie en residubepaling Percentage nieuwe patiënten met LUTS/BPH bij wie uroflowmetrie en echografische residubepaling hebben plaatsgevonden als onderdeel van de initiële diagnostiek Indicator 3 Mictielijst Percentage nieuwe patiënten met LUTS/BPH waarbij een mictielijst is gebruikt als aanvulling op de initiële diagnostiek Indicator 4 Ligduur na TURP Aantal opnamedagen (gemiddelde, mediaan) vanaf de datum van TURP tot aan de datum van ontslag uit het ziekenhuis voor patiënten met LUTS/BPH Indicator 5 Heropname na TURP Percentage patiënten met LUTS/BPH dat binnen 30 dagen na TURP is heropgenomen Indicator 6 Praktijkvariatie (gegevens worden geleverd door Vektis) Het aantal BPH operaties op gemeenteniveau per verzekerden in de gemeente, gecorrigeerd voor relevante patiëntkenmerken. Klantpreferentievragen Benigne Prostaat Hyperplasie Vraag 1 Behandeling Vraag 2 Vaste behandelaar Vraag 3 Vaste aanspreekpunt Vraag 4 Onderzoeken op 1 dag Vraag 5 Telefonisch contact na ontslag Vraag 6 Informatievoorziening Vraag 7 Standaard controleafspraken Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Beroerte Indicator 1 Tijdigheid TIA-diagnostiek De gemiddelde tijd (in uren) verstreken tussen het tijdstip waarop een patiënt wordt aangemeld in het ziekenhuis en het afronden van de TIA-diagnostiek Indicator 2a Stroke unit Percentage niet op de stroke unit opgenomen patiënten met een beroerte. Indicator 2b Stroke unit Totaal aantal patiënten dat is opgenomen op de stroke unit. Indicator 3 Kennisnetwerk CVA Neemt het ziekenhuis deel aan het Kennisnetwerk CVA NL? Indien ja, Levert het ziekenhuis de volgende indicator(en) aan het Kennisnetwerk CVA Nederland (KNCN)? Indicator 4 Opnameduur Wat was in het verslagjaar in uw ziekenhuis de gemiddelde opnameduur van patiënten met een beroerte? Indicator 5a MDO Wat is de frequentie waarmee het multidisciplinair overleg voor patiënten met een beroerte plaatsvindt? Indicator 5b MDO Nemen de volgende disciplines deel aan dit overleg? Indicator 6a Trombolyse Wordt in uw ziekenhuis trombolyse uitgevoerd Indicator 6b Trombolyse Indien ja, Het percentage primaire patiënten met een acuut herseninfarct dat trombolyse heeft ondergaan. Indicator 6c Trombolyse Mediaan door-to-needle time Indien ja, Wat was in uw ziekenhuis in het verslagjaar bij patiënten met een indicatie voor trombolyse de mediaantijd die verliep vanaf het moment van binnenkomst tot de start van de trombolyse? 52 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
53 Indicator 7 Wachttijd tot carotis operatie Het aantal dagen (mediaan) tussen het moment van aanmelden bij de neuroloog wegens een TIA of nietinvaliderend infarct en de operatie. Indicator 8a Volume (carotis endarteriëctomie) Voert uw ziekenhuislocatie carotis endarteriëctomieën uit? Indien ja, Hoeveel medisch specialisten op uw ziekenhuislocatie verrichtten in het verslagjaar carotisendarteriëctomie? Indicator 8b Volume (carotis endarteriëctomie) Bij hoeveel patiënten werd in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie carotisendarteriëctomie verricht? Indicator 8c Volume (carotis endarteriëctomie) Hoeveel van de bovengenoemde behandelingen verrichtte de medisch specialist met het hoogste aantal behandelingen in het verslagjaar? Indicator 8d Volume (carotis endarteriëctomie) Hoeveel van de bovengenoemde behandelingen verrichtte de medisch specialist met het laagste aantal behandelingen in het verslagjaar? Indicator 8e Volume (carotis endarteriëctomie) Hoeveel patiënten werden door iedere medisch specialist in het verslagjaar behandeld door carotisendarteriëctomie? Indicator 9a Praktijkvariatie Het aantal operaties aan de halsslagader op gemeenteniveau per verzekerden in de gemeente, gecorrigeerd voor relevante patiëntkenmerken. Indicator 9b Praktijkvariatie Het aantal operatieve interventies wegens halslagadervernauwing per verzekerden in het verzorgingsgebied van het ziekenhuis, gecorrigeerd voor relevante patiëntkenmerken. Zorginhoudelijke indicatoren Blaascarcinoom Indicator 1 Multidisciplinair overleg Worden patiënten met een niet-gemetastaseerd spierinvasief blaascarcinoom structureel besproken in een multidisciplinair overleg? Indicator 2 Eenmalige spoeling 24 uur na TUR Het percentage transuretrale resecties (TUR) van de blaas, waarna een eenmalige blaasspoeling met een cytostaticum binnen 24 uur is gegeven bij patiënten met een nietspierinvasief blaascarcinoom. Indicator 3a Volume Hoeveel urologen voeren al dan niet gezamenlijk op dit moment cystectomieen uit voor de indicatie blaascarcinoom? Indicator 3b Volume Hoeveel cystectomieen werden in het verslagjaar in het ziekenhuis (per locatie) verricht? Indicator 4 Vijfjaarsoverleving Percentage patiënten met een invasief blaascarcinoom dat 5 jaar na de behandeling met een cystectomie nog in leven is, gecorrigeerd voor TNM-stadium, ASA-klasse, leeftijd en salvage cystectomie (ja/nee). Indicator 5 Patiënteninformatie Wordt er schriftelijke informatie aangeboden? Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 53
54 Klantpreferentievragen Blaascarcinoom Vraag 1 Termijn onderzoeken Vraag 2 Informatievoorziening Vraag 3 Aangeboden methoden blaasvervanging Vraag 4 Zorgpad beschikbaar? Vraag 5 Communicatie Vraag 6 Uitvoering cystectomieën Vraag 7 Gespecialiseerd verpleegkundigen Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Carpale Tunnel Syndroom Indicator 1 EMG Percentage patiënten met een operatieve ingreep als behandeling van het CTS, bij wie uiterlijk 6 maanden voorafgaand aan de ingreep een EMG is verricht Indicator 2 Postoperatieve wondinfectie Percentage patiënten met een operatieve ingreep als behandeling van het CTS dat binnen 30 dagen na de operatie een wondinfectie heeft gekregen Indicator 3 Contact operateur Percentage patiënten dat binnen 6 weken na een operatieve ingreep als behandeling van het CTS tenminste één contact door of namens de operateur heeft gehad Indicator 4a Praktijkvariatie Het aantal operaties wegens CTS op gemeenteniveau per verzekerden in de gemeente, gecorrigeerd voor relevante patiëntkenmerken. Indicator 4b Praktijkvariatie Het aantal operaties op ziekenhuisniveau wegens Carpaal Tunnel Syndroom (CTS) per inwoners in het verzorgingsgebied van het ziekenhuis, gecorrigeerd voor relevante patiëntkenmerken. Klantpreferentievragen Carpale Tunnel Syndroom Vraag 1 Behandeling Vraag 2 Betrokken zorgverleners Vraag 3 Onderzoek Vraag 4 Informatievoorziening Vraag 5 Communicatie Vraag 6 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen 54 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
55 Zorginhoudelijke indicatoren Cataract Indicator 1a Dataregistratie Heeft het ziekenhuis een complicatieregistratie voor cataractextracties in een gegevensbestand? Indicator 1b Dataregistratie Heeft het ziekenhuis een pre-, per- en postoperatieve dataregistratie voor cataractextracties in een gegevensbestand? Indicator 1c Dataregistratie Neemt u deel aan de landelijke cataract registratie (LCR) van het NOG? Indicator 1d Dataregistratie Percentage cataractoperaties waarvan de data in het registratiejaar zijn ingevoerd in de LCR of een systeem met vergelijkbare parameters als de LCR Indicator 2 Complicatie achterkapselruptuur Percentage cataractoperaties waarbij peroperatief een vitrectomie is verricht Indicator 3a Tijdsperiode tussen operaties Percentage patiënten met een cataractoperatie aan beide ogen bij wie datum 2 e cataractoperatie minus datum 1 e cataractoperatie 28 dagen is Indicator 3b Datum postoperatieve controle Percentage patiënten met een cataractoperatie aan beide ogen bij wie datum laatste postoperatieve controle van het eerste geopereerde oog door operateur of verlengde arm minus datum 1 e cataractoperatie 14 dagen is en voorafgaand aan de cataractoperatie aan het tweede oog Indicator 4 Resultaat behandeling Percentage patiënten met een postoperatieve visus 0.5 Indicator 5a Volume Hoeveel oogartsen op uw ziekenhuislocatie opereerden patiënten met cataract? Indicator 5b Volume Hoeveel cataractoperaties werden op uw ziekenhuislocatie uitgevoerd door het specialisme Oogheelkunde? Indicator 5c Volume Hoeveel operaties deed de oogarts met het laagste aantal operaties? Indicator 5d Volume Hoeveel operaties deed de oogarts met het hoogste aantal operaties? Indicator 5e Volume Hoeveel cataractoperaties deed iedere oogarts? Indicator 6a Praktijkvariatie Het aantal cataractoperaties op gemeenteniveau per verzekerden in de gemeente, gecorrigeerd voor relevante patiëntkenmerken. Indicator 6b Praktijkvariatie Het aantal operatieve interventies wegens cataract per verzekerden in het verzorgingsgebied van het ziekenhuis, gecorrigeerd voor relevante patiëntkenmerken. Klantpreferentievragen Cataract Vraag 1 Behandeling Vraag 2 Soort lens Vraag 3 Aangeboden methoden verdoving Vraag 4 Informatievoorziening Vraag 5 Plaats behandeling Vraag 6 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 55
56 Zorginhoudelijke indicatoren Chronische Belemmering Bloedstroom Been Indicator 1 Vaatkeurmerk Heeft het ziekenhuis het Vaatkeurmerk? Indicator 2a Roken Wordt de rookstatus van patiënten met PAOD in het ziekenhuis geregistreerd? Indicator 2b Roken Percentage nieuwe patiënten met PAOD dat rookte bij de start van de behandeling in het verslagjaar Indicator 2c Roken Percentage rokers dat pre-operatief begeleiding kreeg aangeboden bij stoppen met roken. Indicator 3a Praktijkvariatie Het aantal interventies wegens PAOD op gemeenteniveau per verzekerden in de gemeente, gecorrigeerd voor relevante patiëntkenmerken. Indicator 3b Praktijkvariatie Het aantal patiënten geopereerd wegens PAOD per inwoners in het verzorgingsgebied van het ziekenhuis, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, sociaal economische status, diabetes en andere cardiovasculaire risico medicatie. Klantpreferentievragen Chronische Belemmering Bloedstroom Been Vraag 1 Aangeboden behandelmethoden Vraag 2 MDO Vraag 3 Vaste behandelaar/verpleegkundig specialist Vraag 4 Informatievoorziening: telefonisch/per Vraag 5 Onderzoeken op 1 dag Vraag 6 Informatievoorziening Vraag 7 Voorkeur behandelaar Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Coeliakie Indicator 1 Percentage nieuwe coeliakiepatiënten die tijdig zijn gebiopteerd Percentage nieuwe coeliakiepatiënten met indicatie van een dunnedarmbiopsie bij wie na vaststelling van positieve specifieke antilichamen voor coeliakie en/of bij verwijzing in verband met positieve specifieke antilichamen voor coeliakie, binnen 2 maanden een dunnedarmbiopsie is verricht Indicator 2 Percentage nieuwe coeliakiepatiënten doorverwezen naar de kinderdiëtist Percentage nieuwe coeliakiepatiënten dat binnen één maand na definitieve diagnose is doorverwezen door kinderarts of kinderarts MDL naar de kinderdiëtist of bij wie in de brief met de diagnose door kinderarts of kinderarts MDL wordt geadviseerd de patiënt naar de kinderdiëtist te sturen Indicator 3 Percentage nieuwe coeliakiepatiënten dat minimaal 1x in de 1e maand, 2x in de eerste 6 maanden en 3x in Percentage nieuwe coeliakiepatiënten in uw ziekenhuis dat minimaal 1x in de 1 e maand, 2x in de eerste 6 maanden en 3x in het 1 e jaar na diagnose een consult heeft gehad met de kinderarts of kinderarts MDL het eerste 1e jaar na diagnose een consult heeft gehad met de kinderarts of kinderarts MDL Indicator 4a Volume Hoeveel medisch specialisten op uw ziekenhuislocatie behandelen op dit moment Coeliakie? Indicator 4b Volume Hoeveel patiënten met Coeliakie werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door de specialismen Kindergeneeskunde en Kindergeneeskunde MDL? 56 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
57 Indicator 4c Volume Hoeveel patiënten behandelde de medisch specialist (kinderarts, kinderarts MDL) met het hoogste aantal patiënten? Indicator 4d Volume Hoeveel patiënten behandelde de medisch specialist (kinderarts, kinderarts MDL) met het laagste aantal patiënten? Klantpreferentievragen Coeliakie Vraag 1 Patiëntenpopulatie Vraag 2 Bloedonderzoek / Dunne darm biopsie Vraag 3 Doorverwijzing Vraag 4 Controleafspraken Vraag 5 Aangeboden methoden verdoving Vraag 6 Glutenvrije maaltijden Vraag 7 Voorkeur behandelaar Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Colorectaal Carcinoom Indicator 1 Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA) Percentage chirurgische resecties voor Colorectaal Carcinoom gelegen in colon of rectum (alleen resecties voor primaire carcinomen meetellen) waarvan gegevens aangeleverd zijn aan de Dutch Surgical Colorectal Audit Indicator 2 Aantal lymfeklieren onderzocht na resectie Percentage patiënten bij wie 10 of meer lymfeklieren na resectie van een primaire coloncarcinoom zijn onderzocht Indicator 3 Patiënten met rectumcarcinoom besproken in Het percentage patiënten met een rectumcarcinoom dat besproken is in een preoperatief MDO een preoperatief MDO Indicator 4 Pre-operatieve colonoscopie Het percentage patiënten met een gediagnosticeerd colorectaal carcinoom waarvoor een electieve resectie heeft plaatsgevonden en waarbij het colon preoperatief volledig in beeld is geweest Indicator 5a Aanvullende chemotherapie coloncarcinoom Het percentage patiënten < 75 jaar met een gereseceerd stadium III coloncarcinoom dat aanvullende chemotherapie heeft gekregen Indicator 5b Aanvullende chemotherapie coloncarcinoom Het percentage patiënten 75 jaar met een gereseceerd stadium III coloncarcinoom dat aanvullende chemotherapie heeft gekregen Indicator 6a Volume Uit hoeveel chirurgen bestaat de maatschap op de peildatum en hoeveel van deze chirurgen voeren resecties uit bij primair colorectaal carcinoom patiënten? Indicator 6b Volume Aantal resecties bij primaire colorectaal carcinoom patiënten op ziekenhuisniveau Indicator 7a CRM rectumcarcinoom Het percentage patiënten met een rectumcarcinoom waarvan de circumferentiele resectie marge (CRM) vermeld staat in het pathologieverslag en geregistreerd werd in de DSCA. Indicator 7b CRM rectumcarcinoom Het percentage patiënten met een gereseceerd primair rectumcarcinoom met een CRM van 1 mm of minder (tumor positief) Indicator 8 Aanvullende radiotherapie rectumcarcinoom Percentage patiënten met een T3 of T4 rectumcarcinoom die aanvullende radiotherapie heeft gekregen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 57
58 Zorginhoudelijke indicatoren Constitutioneel Eczeem Indicator 1a Gestructureerde voorlichting Wordt er aanvullend op de gebruikelijke behandeling door de dermatoloog/allergoloog gestructureerde voorlichting gegeven door de dermatoloog/allergoloog, verpleegkundige of gelijkwaardige informant aan nieuwe patiënten met Constitutioneel Eczeem? Indicator 1b Gestructureerde voorlichting Percentage nieuwe patiënten met Constitutioneel Eczeem dat gestructureerde voorlichting heeft gehad, gegeven door de dermatoloog/allergoloog, verpleegkundige of gelijkwaardige informant Indicator 2a Rechtstreekse toegang tot zorg Kunnen patiënten met Constitutioneel Eczeem bij verergering van klachten binnen twee werkdagen rechtstreeks toegang krijgen tot de dermatoloog/allergoloog of verpleegkundige (tenminste per telefoon of per door de dermatoloog/ allergoloog of een live-consult noodzakelijk is)? Indicator 2b Rechtstreekse toegang tot zorg Zijn er in uw organisatie schriftelijke werkafspraken gemaakt die regelen dat patiënten met Constitutioneel Eczeem bij verergering van klachten binnen twee werkdagen rechtstreeks toegang krijgen tot de dermatoloog/allergoloog of verpleegkundige (tenminste per telefoon of per door de dermatoloog/allergoloog of een live-consult noodzakelijk is)? Indicator 3 Behandeling met systemische immunosuppressiva Hoeveel patiënten met een chronische dermatose worden behandeld in uw centrum met immunosuppressiva? (gemiddeld per dermatoloog/allergoloog per fte per jaar) Indicator 4a Volume Hoeveel medisch specialisten op uw ziekenhuislocatie behandelden op de peildatum patiënten met Constitutioneel Eczeem? Indicator 4b Volume Hoeveel patiënten met Constitutioneel Eczeem werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door de specialismen dermatologie en allergologie? Indicator 4c Volume Hoeveel patiënten behandelde de medisch specialist (dermatoloog, allergoloog) met het hoogste aantal patiënten in het verslagjaar? Indicator 4d Volume Hoeveel patiënten behandelde de medisch specialist (dermatoloog, allergoloog) met het laagste aantal patiënten in het verslagjaar? Indicator 4e Volume Hoeveel patiënten werden in het verslagjaar door iedere medisch specialist (dermatologen, allergologen) behandeld? Klantpreferentievragen Constitutioneel Eczeem Vraag 1 Gespecialiseerd verpleegkundige Vraag 2 Toegang behandelaar Vraag 3 Allergietesten Vraag 4 Behandelmethoden Vraag 5 MDO Vraag 6 Afspraken op 1 dag Vraag 7 Faciliteiten Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen 58 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
59 Zorginhoudelijke indicatoren Cystic Fibrosis Indicator 1 Minimale voorwaarden voor een CF-centrum Voldoet uw CF-centrum aan de 3 minimale voorwaarden voor een CF-centrum? Indicator 2a Longfunctie (FEV1) Gemiddelde hoogste FEV1 waarde (uitgedrukt als percentage van de voorspelde FEV1 waarde) van CF-patiënten met de leeftijd 6 tot 18 jaar die onder behandeling zijn van het centrum Indicator 2b Longfunctie (FEV1) Gemiddelde hoogste FEV1 waarde (uitgedrukt als percentage van de voorspelde FEV1 waarde) van CF-patiënten met de leeftijd van 18 jaar en ouder die onder behandeling zijn van het centrum Indicator 3a Voedingstoestand Gemiddelde hoogste Z-score van CF-patiënten van 0 tot 6 jaar die onder behandeling zijn van het centrum Indicator 3b Voedingstoestand Gemiddelde hoogste Z-score van CF-patiënten van 6 tot 18 jaar die onder behandeling zijn van het centrum Indicator 3c Voedingstoestand Gemiddelde hoogste BMI van CF-patiënten van 18 jaar en ouder die onder behandeling zijn van het centrum Indicator 4a Routinecontroles volgens Europese consensus Percentage routinecontroles uitgevoerd volgens de richtlijnen uit de Europese consensus (leeftijd <6 jaar) Indicator 4b Routinecontroles volgens Europese Consensus Percentage routinecontroles uitgevoerd volgens de richtlijnen uit de Europese consensus (leeftijd 6 tot 18 jaar) Indicator 4c Routinecontroles volgens Europese Consensus Percentage routinecontroles uitgevoerd volgens de richtlijnen uit de Europese consensus (leeftijd 18 jaar en ouder) Indicator 5a Volume Hoeveel medisch specialisten (kinderlongartsen en longartsen) op uw ziekenhuislocatie behandelden op de peildatum Cystic Fibrosis (als hoofdbehandelaar)? Indicator 5b Volume Hoeveel patiënten met Cystic Fibrosis werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door de specialismen kindergeneeskunde en longgeneeskunde? Klantpreferentievragen Cystic Fibrosis Vraag 1 Bereikbaarheid Vraag 2 Behandeling/onderzoek mogelijk in weekend en termijn uitslagen Vraag 3 Reiniging wachtruimte en spreekkamer Vraag 4 Informatievoorziening Vraag 5 Voorzieningen op kamer Vraag 6 Bezoektijden en verblijf familie Vraag 7 Planning (grote) controle Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 59
60 Zorginhoudelijke indicatoren Dementie Indicator 1 Registratie van het syndroom dementie Worden in het ziekenhuis naast het klinische syndroom dementie ook de onderliggende aandoeningen geregistreerd zoals de ziekte van Alzheimer, vasculaire dementie, frontotemporale dementie, dementie met Lewy Bodies (inclusief Parkinson-dementie) of ziekte van Creutzfeldt- Jakob? Indien ja, op welke wijze is deze registratie vormgegeven? Indicator 2 Aanwezigheid van een protocol acetylcholinesteraseremmers Is er binnen het ziekenhuis voor de behandeling van patiënten met de ziekte van Alzheimer en dementie met Lewy Bodies een protocol acetylcholinesteraseremmers aanwezig? Indien ja, bevat dit protocol: weergave van indicatiestelling weergave van contra-indicaties start criteria follow-up criteria stop criteria Indicator 3 Multidisciplinair overleg Is er binnen het ziekenhuis een multidisciplinair overleg dementie? Indien ja, vindt dit overleg tenminste eenmaal per maand plaats? Indien ja, zijn bij dit overleg de volgende personen aanwezig: medisch specialisten: neuroloog klinisch geriater psychiater internist-ouderengeneeskunde verpleegkundige(n) of verpleegkundig specialist: (neuro-) psycholoog: 60 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
61 Indicator 4 Indicator 5 Ervaringen van gebruikersgroepen Zorgmaatregelen ziekenhuisopname Heeft er binnen het ziekenhuis een tevredenheids- of ervaringsonderzoek plaatsgevonden onder patiënten met dementie of hun mantelzorgers? Indien ja, wordt dit onderzoek jaarlijks herhaald? Indien ja, is de uitslag van het tevredenheids- of ervaringsonderzoek multidisciplinair besproken? Indien ja, heeft/hebben de betrokken afdeling(e)n afgelopen jaar naar aanleiding van het tevredenheids- of ervaringsonderzoek verbeteracties ondernomen op het terrein van diagnose en/of behandeling expertise m.b.t. het zorgaspect toegankelijkheid, bereikbaarheid continuïteit van zorgverleners informatievoorziening aan dementerenden en hun mantelzorgers actief betrekken bij de zorg van dementerenden en hun mantelzorgers emotionele ondersteuning van dementerenden en hun mantelzorgers anders, namelijk er waren geen verbeteracties noodzakelijk anders, namelijk Is er een protocol aanwezig voor ziekenhuisopname bij patiënten met dementie op de volgende afdelingen: interne geneeskunde cardiologie orthopedie heelkunde Klantpreferentievragen Dementie Vraag 1 Diagnoseconsult en nazorg Vraag 2 Diagnose- en/of behandelingsruimten en betrokken zorgverleners Vraag 3 Informatievoorziening Vraag 4 Aanwezigheid dementie bij opname Vraag 5 Ondersteuning door bezoek Vraag 6 Participatie dementieketen Vraag 7 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Diabetes Indicator 1 Organisatiestructuur van diabeteszorg (volwassenen) Indicator 2a Laboratorium jaarcontrole (volwassenen) Indicator 2b Laboratorium jaarcontrole (volwassenen) Aanwezigheid van een organisatiestructuur nodig voor het uitvoeren van goede diabeteszorg volgens de zorgstandaard van de NDF in betreffende verslagjaar. Het percentage patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist waarbij de HbA1c waarde is gemeten in de 365 dagen voorafgaand aan het afsluiten van de DBC. Het percentage patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist waarbij kreatinine is gemeten in 365 dagen voorafgaand aan het afsluiten van de DBC. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 61
62 Indicator 2c Laboratorium jaarcontrole (volwassenen) Het percentage patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist waarbij microalbumine is gemeten in 365 dagen voorafgaand aan het afsluiten van de DBC. Indicator 2d Laboratorium jaarcontrole (volwassenen) Het percentage patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist waarbij totaal cholesterol is gemeten in 365 dagen voorafgaand aan het afsluiten van de DBC. Indicator 2e Laboratorium jaarcontrole (volwassenen) Het percentage patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist waarbij HDL-cholesterol is gemeten in 365 dagen voorafgaand aan het afsluiten van de DBC. Indicator 3a Bloeddruk Bloeddruk gemeten (volwassenen) Percentage patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist bij wie bloeddruk is gemeten. Indicator 3b Bloeddruk Benodigde therapie (volwassenen) Percentage patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist waarbij een te hoge bloeddruk met antihypertensieve medicatie wordt behandeld. Indicator 4 Voetzorg (volwassenen) Het percentage patiënten met diabetes mellitus onder behandeling van de internist waarbij een voetonderzoek heeft plaatsgevonden. Indicator 5a Organisatiestructuur van diabeteszorg (kinderen) Is in uw centrum een multidisciplinair behandelteam aanwezig voor kinderen met diabetes samengesteld conform de NDFzorgstandaard? Indicator 5b Organisatiestructuur van Is het behandelteam 24/7 rechtstreeks bereikbaar? diabeteszorg (kinderen) Indicator 5c Organisatiestructuur van diabeteszorg (kinderen) Beschikt het behandelteam over een uniform elektronisch diabetesdossier? Indicator 5d Organisatiestructuur van Worden reguliere behandelgegevens op papier vastgelegd? diabeteszorg (kinderen) Indicator 6a HbA1c (kinderen) Het percentage kinderen met diabetes < 6 jaar onder behandeling op de ziekenhuislocatie met een laatst gemeten HbA1c <58 mmol/mol Indicator 6b HbA1c (kinderen) Het percentage kinderen met diabetes 6 jaar en < 12 jaar onder behandeling op de ziekenhuislocatie met een laatst gemeten HbA1c <58 mmol/mol Indicator 6c HbA1c (kinderen) Het percentage kinderen met diabetes 12 jaar en < 18 jaar onder behandeling op de ziekenhuislocatie met een laatst gemeten HbA1c <58 mmol/mol Indicator 6d HbA1c (kinderen) Het percentage kinderen met diabetes 18 jaar onder behandeling op de ziekenhuislocatie met een laatst gemeten HbA1c <58 mmol/mol Indicator 6e HbA1c (kinderen) Het percentage kinderen met diabetes < 6 jaar onder behandeling op de ziekenhuislocatie met een HbA1c >86 mmol/mol Indicator 6f HbA1c (kinderen) Het percentage kinderen met diabetes 6 jaar en < 12 jaar onder behandeling op de ziekenhuislocatie met een HbA1c >86 mmol/mol Indicator 6g HbA1c (kinderen) Het percentage kinderen met diabetes 12 jaar en < 18 jaar onder behandeling op de ziekenhuislocatie met een HbA1c >86 mmol/mol 62 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
63 Indicator 6h HbA1c (kinderen) Het percentage kinderen met diabetes 18 jaar onder behandeling op de ziekenhuislocatie met een HbA1c >86 mmol/mol Indicator 7a Acute opnames (kinderen) Totaal aantal diabetesgerelateerde acute opnames van kinderen op de ziekenhuislocatie in het verslagjaar Indicator 7b Acute opnames (kinderen) Aantal kinderen < 6 jaar dat één of meerdere diabetesgerelateerde acute opnames had in het verslagjaar Indicator 7c Acute opnames (kinderen) Aantal kinderen 6 jaar en < 12 jaar dat één of meerdere diabetesgerelateerde acute opnames had in het verslagjaar Indicator 7d Acute opnames (kinderen) Aantal kinderen 12 jaar en < 18 jaar dat één of meerdere diabetesgerelateerde acute opnames had in het verslagjaar Indicator 7e Acute opnames (kinderen) Aantal kinderen 18 jaar dat één of meerdere diabetesgerelateerde acute opnames had in het verslagjaar Indicator 8a Volume (kinderen) Hoeveel kinderartsen participeren in het kinderdiabetesteam op uw ziekenhuislocatie op de peildatum? Indicator 8b Volume (kinderen) Hoeveel kinderen met diabetes < 6 jaar werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door het kinderdiabetesteam? Indicator 8c Volume (kinderen) Hoeveel kinderen met diabetes van 6 jaar en < 12 jaar werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door het kinderdiabetesteam? Indicator 8d Volume (kinderen) Hoeveel kinderen met diabetes van 12 jaar en < 18 jaar werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door het kinderdiabetesteam? Indicator 8e Volume (kinderen) Hoeveel kinderen met diabetes van 18 jaar werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door het kinderdiabetesteam? Klantpreferentievragen Diabetes Vraag 1 Internist met deskundigheid diabetes Vraag 2 Diabetesteam Vraag 3 Afspraken op 1 dag en op 1 locatie Vraag 4 Bereikbaarheid Vraag 5 Informatievoorziening Vraag 6 Begeleiding bij zelf meten van bloedsuiker en overige faciliteiten Vraag 7 Psychosociale ondersteuning en doorverwijzing Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Galblaasverwijdering Indicator 1 Opnameduur Aantal opnamedagen (minimum, maximum, mediaan, gemiddelde) vanaf de datum van de laparoscopische galblaasverwijdering tot aan de datum van ontslag uit het ziekenhuis Indicator 2 Heropname Percentage patiënten dat binnen 30 dagen na de galblaasverwijdering heropgenomen wordt Indicator 3 Dagbehandeling Percentage patiënten met een laparoscopische galblaasverwijdering uitgevoerd in dagbehandeling Indicator 4a Volume galblaasverwijdering Hoeveel chirurgen op uw ziekenhuislocatie voeren galblaasverwijderingen uit op de peildatum? Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 63
64 Indicator 4b Volume galblaasverwijdering Hoeveel galblaasverwijderingen zijn in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie uitgevoerd? Indicator 5 Conversies Het percentage geplande laparoscopische galblaasverwijderingen waarbij geconverteerd is naar een open galblaasverwijdering Indicator 6 Praktijkvariatie Het aantal galblaasverwijderingen (cholecystectomieën) op ziekenhuisniveau per inwoners in het verzorgingsgebied van het ziekenhuis, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht. Zorginhoudelijke indicatoren Heupvervanging Indicator 1 Preoperatieve patiëntenvoorlichting Wordt in het ziekenhuis preoperatieve patiëntenvoorlichting met schriftelijk en/of audiovisueel voorlichtingsmateriaal gegeven? Indicator 2 Diepe wondinfecties Percentage diepe wondinfecties in geval van een totale heupprothese Indicator 3a Implantaatregistratie Neemt het ziekenhuis deel aan de landelijke registratie van orthopedische implantaten? Indicator 3b Implantaatregistratie Percentage heupprothesen ingevoerd in de LROI Indicator 4 Levensduur heupimplantaten Percentage geïmplanteerde Totale heupprothese type dat een in een peer-reviewed tijdschrift gepubliceerde 10-jaarsoverleving heeft van minimaal 90% Indicator 5 Routinecontroles Worden in uw ziekenhuis vanaf 1 jaar postoperatief na een gewrichtsvervangende operatie aan heupen routinematig 1 of 2 jaarlijkse controles afgesproken voor patiënten met een primaire prothese wegens coxartrose, die niet deelnemen in een onderzoekssetting, en geen specifieke indicatie voor controle hebben? Indicator 6 Praktijkvariatie Het aantal heupvervangingen wegens artrose per inwoners in het verzorgingsgebied van het ziekenhuis, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht en sociaal economische status. Klantpreferentievragen Heupvervanging Vraag 1 Voor- en naonderzoek Vraag 2 Aangeboden methoden verdoving Vraag 3 MDO Vraag 4 Operatiemethoden / Heupprothese Vraag 5 Afspraken op 1 dag Vraag 6 Standaard minimale opnametermijn Vraag 7 Informatievoorziening Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren HIV/AIDS Indicator 1 Virale load bepaling na behandeling Het percentage naïeve HIV patiënten dat 16 weken na start behandeling met HAART nog onder behandeling is en waarbij de virale load is bepaald 64 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
65 Indicator 2 Virale load bepaling per 14 maanden Het percentage HIV patiënten dat minimaal 14 maanden met HAART is behandeld en waarbij minimaal twee keer per 14 maanden de virale load is bepaald Indicator 3 Onderdrukte virale replicatie na behandeling Het percentage naïeve HIV patiënten dat behandeld is met HAART en dat 6 maanden na start behandeling een virale load heeft van <400 kopieën/ml Indicator 4 Volume Hoeveel patiënten met HIV/AIDS werden in het verslagjaar behandeld in uw centrum? Klantpreferentievragen HIV/AIDS Vraag 1 Informatievoorziening: telefonisch/per Vraag 2 Openingstijden prikpoli Vraag 3 Informatievoorziening: mogelijke combinatietherapieën Vraag 4 Tijdsduur consult Vraag 5 Andere behandelaar: vooraf informeren Vraag 6 Afspraken op 1 dag Vraag 7 MDO Vraag 8 Informatievoorziening: website / schriftelijk / bijeenkomsten Vraag 9 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 65
66 Klantpreferentievragen IBD Screeningsvraag Patiëntenpopulatie Vraag 1 Specialisme MDL-ziekten Vraag 2 Hoofdbehandelaar / voorkeur behandelaar / gespecialiseerd verpleegkundige Vraag 3 Onderzoeken tijdens actieve fase / opvlamming / remissie Vraag 4 Aangeboden methode verdoving Vraag 5 MDO Vraag 6 Informatievoorziening Vraag 7 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Knievervanging Indicator 1 Preoperatieve patiëntenvoorlichting Wordt in het ziekenhuis preoperatieve patiëntenvoorlichting met schriftelijk en/of audiovisueel voorlichtingsmateriaal gegeven? Indicator 2 Richtlijn of protocol tromboseprofylaxe Percentage operaties waarbij de patiënt medicamenteuze tromboseprofylaxe voorgeschreven heeft gekregen gedurende minimaal 10 dagen na de operatie, in geval van een primaire totale knieprothese Indicator 3a Complicatieregistratie Is er een informatiesysteem beschikbaar dat inzicht biedt in het binnen 6 weken optreden van alle hierna volgende complicaties: diepe wondinfecties, diep veneuze trombose, longembolieën, luxaties en heropnames, in verband met het plaatsen van een totale knieprothese? Indien ja, Is dit informatiesysteem geautomatiseerd? Indicator 3b Termijn van 6 weken voor complicaties Wordt voor het vaststellen van het optreden van de hiervoor genoemde complicaties een termijn van in ieder geval 6 weken postoperatief aangehouden in geval van een totale knieprothese? Indicator 3c Gebruik Orthopaedie Registratieformulier voor complicaties Wordt voor het registreren van de hiervoor genoemde complicaties gebruik gemaakt van het Orthopaedie Registratieformulier in geval van een totale knieprothese? Indicator 3d Genotuleerde bespreking van complicaties Wat is de frequentie van genotuleerde besprekingen in verband met een totale knieprothese? Indicator 3e Verbeterplan optreden complicaties Wordt per genotuleerde bespreking van complicaties in verband met een totale knieprothese zo nodig een verbeterplan opgesteld én een verantwoordelijke aangewezen? Indicator 4a Bloedmanagementrichtlijn of -protocol Is er een bloedmanagementrichtlijn of -protocol beschikbaar om perioperatief gegeven homologe bloedtransfusies te reduceren in geval van een totale knieprothese? Indicator 4b Transfusie van homoloog bloed Percentage operaties waarbij de patiënt perioperatief een transfusie van homoloog bloed heeft gekregen in geval van een primaire totale knieprothese Indicator 5a Richtlijn of protocol voor antibiotische profylaxe Is er een richtlijn of protocol beschikbaar voor antibiotische profylaxe in geval van een totale knieprothese? 66 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
67 Indicator 5b Peri-operatief toedienen antibiotica Percentage operaties waarbij de patiënt peri-operatief antibiotica toegediend hebben gekregen, in geval van een totale knieprothese Indicator 5c Antibiotica 60 tot 15 minuten vóór de incisie/ opwekken van bloedleegte Percentage operaties waarbij de patiënt 60 tot 15 minuten vóór de incisie toegediend of vóór het opwekken van bloedleegte heeft gekregen, in geval van een totale knieprothese Indicator 5d Diepe wondinfecties Percentage diepe wondinfecties in geval van een totale knieprothese Indicator 6a Implantaatregistratie Neemt het ziekenhuisdeel aan de landelijke registratie van orthopedische implantaten? Indicator 6b Implantaatregistratie Percentage knieprothesen ingevoerd in de LROI Klantpreferentievragen Knievervanging Vraag 1 Voor- en naonderzoek Vraag 2 Aangeboden methoden verdoving Vraag 3 Pijnstilling Vraag 4 MDO Vraag 5 Operatiemethoden / Knieprothese Vraag 6 Informatievoorziening Vraag 7 Afspraken op 1 dag Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Liesbreukoperaties Indicator 1 Dagbehandeling Percentage liesbreukoperaties in dagbehandeling uitgevoerd Indicator 2 Lokale Anesthesie Percentage lokale anesthesie bij open liesbreukoperaties Indicator 3a Volume Hoeveel medisch specialisten op uw ziekenhuislocatie behandelden op de peildatum liesbreuken door middel van open ingrepen en/of laparoscopische ingrepen? Indicator 3b Volume Hoeveel patiënten met een liesbreuk werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door middel van open ingrepen? Indicator 3c Volume Hoeveel patiënten met een liesbreuk werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door middel van laparoscopische ingrepen? Indicator 4 Praktijkvariatie (gegevens worden geleverd door Vektis) Het aantal operatieve interventies wegens liesbreuk per inwoners in het verzorgingsgebied van het ziekenhuis, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht en sociaal economische status Klantpreferentievragen Liesbreukoperaties Vraag 1 Aangeboden behandelmethode / verdovingsmethode Vraag 2 Informatievoorziening Vraag 3 Bereikbaarheid / Nacontrole Vraag 4 Zorgpad / One stop shop Vraag 5 Voorkeur behandelaar Vraag 6 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 67
68 Zorginhoudelijke indicatoren Longcarcinoom Indicator 1 Doorlooptijd diagnostiek Het percentage patiënten met een longcarcinoom, dat geen mediastinoscopie heeft ondergaan, dat is besproken in het MDO en bij wie de diagnostiek binnen 20 werkdagen is afgerond. Indicator 2 Wachttijd start behandeling Het percentage patiënten met een longcarcinoom dat daarvoor behandeld is, is besproken in het MDO en waarbij de behandeling (curatief of palliatief) binnen 15 werkdagen na afronding van de diagnostiek is gestart. Indicator 3 MDO Het percentage patiënten met een stadium I, II of III longcarcinoom dat wordt besproken in een MDO. Indicator 4 Kwaliteitseisen longchirurgie Wordt in uw instelling longchirurgie uitgevoerd? Indien ja: Voldoet het ziekenhuis aan eisen zoals gesteld door de Nederlandse Vereniging voor Longchirurgie (NVvL)/de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH), danwel eisen zoals gesteld aan een cardiothoracaal chirurgisch centrum? Indicator 5a Volume Hoeveel medisch specialisten op uw ziekenhuislocatie behandelden op de peildatum patiënten met een longcarcinoom? Longchirurgen/ Thoraxchirurgen Indicator 5b Volume Bij hoeveel patiënten met een longcarcinoom is een chirurgische resectie uitgevoerd? Klantpreferentievragen Longcarcinoom Vraag 1 Andere behandelaar: vooraf informeren Vraag 2 Voorkeur behandelaar Vraag 3 Vast aanspreekpunt Vraag 4 Informatievoorziening: telefonisch / schriftelijk Vraag 5 Tijdsduur consult Vraag 6 Betrokken behandelaars Vraag 7 Organisatie PET-scan Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Chirurgische behandeling van lage rug hernia en stenose Indicator 1 Aantal dagen tussen operatieindicatie door operateur en operatie Per patiënt: Datum uitgevoerde lage rug HNP of stenose operatie minus datum OK-indicatiestelling door operateur. Van alle patiënten in deze groep zijn gemiddelde, mediaan, minimum en maximum nodig van de wachttijd tot OK om een oordeel te kunnen geven over consistentie van gemeten waarden. Indicator 2 Lumbale heroperaties binnen 30 dagen Percentage heroperaties op lumbaal niveau binnen 30 dagen na een herniaoperatie Indicator 3a Volume Hoeveel wervelkolomchirurgen (neuro- en orthopedisch chirurgen) operen patiënten lage rug HNP en/of stenose op de peildatum? Indicator 3b Volume Hoeveel patiënten met lage rug HNP en stenose zijn op uw ziekenhuislocatie geopereerd door wervelkolomchirurgen (neuro- en orthopedisch chirurgen) in het verslagjaar? 68 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
69 Indicator 3c Volume Wat is de spreiding (gemiddelde, minimum, maximum) van het aantal geopereerde patiënten met lage rug HNP en stenose per wervelkolomchirurg (neuro- en orthopedisch chirurg) binnen uw ziekenhuislocatie? Indicator 4 Deelname DSSR Participeren de wervelkolomchirurgen (neuro- en orthopedisch chirurgen) in uw ziekenhuis in de DSSR? Klantpreferentievragen Chirurgische behandeling van lage rug hernia en stenose Vraag 1 MRI-scan Vraag 2 Zorgverleners: aanwezigheid en taken Vraag 3 MDO Vraag 4 Voorkeur behandelaar Vraag 5 Aangeboden behandelmethoden Vraag 6 Aangeboden nazorg & beleid Vraag 7 Zorgpad / Onderzoeken op 1 dag Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Maagcarcinoom Indicator 1 Wachttijd start behandeling Het percentage patiënten met nieuw gediagnosticeerd maagcarcinoom en bij wie binnen vier weken is gestart met de behandeling. Indicator 2a MDO en behandelplan en behandelplan Is er op uw ziekenhuisloctie een MDO waarin patiënten met een maagcarcinoom voorafgaande aan de behandeling worden besproken en waarvan de resultaten schriftelijk en/of electronisch worden vastgelegd? Indicator 2b MDO en behandelplan Indien ja, Zijn bij het MDO de volgende specialismen betrokken? Indicator 2c MDO en behandelplan Het percentage patiënten met een maagcarcinoom dat voorafgaande aan de behandeling is besproken in het MDO. Indicator 3 Pathologieverslag Het percentage patiënten met een maagcarcinoom bij wie een in opzet curatieve maagresectie is uitgevoerd en bij wie het pathologieverslag voldoet aan alle 7 criteria zoals beschreven in de richtlijn Indicator 4a Radicaliteit Het percentage patiënten met een primair maagcarcinoom bij wie de chirurgische snijranden, na een in opzet curatieve maagresectie in het ziekenhuis van behandeling, vrij zijn van tumorcellen Indicator 4b Radicaliteit Het percentage patiënten met een recidief maagcarcinoom bij wie de chirurgische snijranden, na een in opzet curatieve maagresectie, vrij zijn van tumorcellen Indicator 5a Aantal onderzochte lymfeklieren al onderzochte lymfeklieren Het percentage patiënten met een primair maagcarcinoom bij wie 10 of meer lymfeklieren zijn onderzocht in het resectiepreparaat Indicator 5b Aantal onderzochte lymfeklieren Aantal lymfeklieren (gemiddelde, mediaan, minimum, maximum) dat is onderzocht voor patiënten met een primair maagcarcinoom die een in-opzet-curatieve maagresectie ondergingen. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 69
70 Indicator 6 Diëtist Is in het ziekenhuis een diëtist aanwezig die de patiënten met een maagcarcinoom en die een maagresectie ondergaan begeleidt? Indien ja, Worden alle patiënten met een maagcarcinoom die een maagresectie ondergaan door deze diëtist standaard PREOPERATIEF begeleid? Indien ja, Worden alle patiënten met een maagcarcinoom die een maagresectie ondergaan door deze diëtist standaard POSTOPERATIEF begeleid? Indicator 7a Volume Hoeveel patiënten met een maagcarcinoom worden er op uw ziekenhuislocatie gezien door het specialisme? Heelkunde/ Medische oncologie/mdl/radiotherapie Indicator 7b Volume Hoeveel van deze patiënten hebben een recidief maagcarcinoom? Heelkunde/Medische oncologie/mdl/ Radiotherapie Indicator 7c Volume Hoeveel patiënten met de diagnose maagcarcinoom zijn chirurgisch behandeld? Klantpreferentievragen Maagcarcinoom Vraag 1 Aangeboden behandelmethoden Vraag 2 Onderzoeken op 1 dag Vraag 3 Screening Vraag 4 Informatievoorziening Vraag 5 Roesje Vraag 6 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Maculadegeneratie Indicator 1 Informatievoorziening Wordt er op uw ziekenhuislocatie schriftelijke informatie aangeboden aan patiënten met de diagnose maculadegeneratie? Indien schriftelijke informatie wordt aangeboden, wordt hierin informatie aangeboden over revalidatiecentra? Indien schriftelijke informatie wordt aangeboden, wordt hierin informatie aangeboden over patiëntenverenigingen? Indicator 2 Verwijzing revalidatiecentra Operationalisatie: Percentage patiënten met de natte vorm van maculadegeneratie doorverwezen naar een revalidatiecentrum Indicator 3a Volume intravitreale injecties Hoeveel oogartsen zijn er werkzaam op uw ziekenhuislocatie? En hoeveel van deze oogartsen geven intravitreale injecties? Indicator 3b Volume intravitreale injecties Hoeveel patiënten met de natte vorm van maculadegeneratie werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie met intravitreale injecties behandeld door het specialisme oogheelkunde? Indicator 4a Praktijkvariatie Het aantal patiënten met de natte vorm van maculadegeneratie per inwoners in het verzorgingsgebied van het ziekenhuis, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, sociaal economische status. Indicator 4b Praktijkvariatie Het gemiddeld aantal intravitreale injecties bij behandeling van de natte vorm van maculadegeneratie met intravitreale injecties op de ziekenhuislocatie. 70 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
71 Zorginhoudelijke indicatoren Maligne Lymfoom Indicator 1 Kwaliteitseisen DLBCL Wordt bij patiënten met een diffuus grootcellig B-cel lymfoom (DLBCL, classificatie volgens WHO 2008) standaard het volgende gedaan: Stadiëring volgens systeem van Ann Arbor Vaststellen prognose volgens de Internationale Prognostische Index (IPI) Indicator 2 Kwaliteitseisen initiële stadiëring Wordt bij patiënten met een DLBCL standaard het volgende gedaan: CT-hals-thorax-abdomen na intraveneus en oraal contrast Cristabiopt Indicator 3 Responsevaluatie Wordt bij patiënten met een DLBCL een responsevaluatie uitgevoerd door middel van: CT-hals-thorax-abdomen FDG-PET Indicator 4 Doorlooptijd diagnostiek Het percentage nieuwe patiënten met een DLBCL bij wie de diagnostiek binnen 4 weken is afgerond. Indicator 5 Gestructureerd overleg Is er binnen uw ziekenhuis een gestructureerd overleg met een vaste frequentie? Indien ja, hoe vaak vindt dit plaats: Indien ja, zijn hierbij de volgende disciplines betrokken zijn: hematoloog/internist klinisch patholoog radioloog/nucleair geneeskundige consulent IKNL Klantpreferentievragen Maligne lymfoom Vraag 1 Volume Vraag 2 Deelname onderzoeken Vraag 3 Voorkeur behandelaar Vraag 4 Informatievoorziening Vraag 5 Behandelde vormen Vraag 6 Aangeboden behandelingen Vraag 7 Informatievoorziening: telefonisch / per Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Mammacarcinoom Indicator 1a Irradicale resectie invasief carcinoom en ductaal carcinoma in situ Percentage patiënten dat een eerste borstsparende excisie van een primair invasief mammacarcinoom heeft ondergaan en bij wie in het resectievlak meer dan focaal tumor is gevonden (invasief of DCIS) Indicator 1b Irradicale resectie invasief carcinoom en ductaal carcinoma in situ Percentage patiënten dat een eerste borstsparende excisie van een primair invasief mammacarcinoom heeft ondergaan en bij wie niet bekend is of er in het resectievlak meer dan focaal tumor is gevonden (invasief of DCIS) Indicator 1c Irradicale resectie invasief carcinoom en ductaal carcinoma in situ Percentage patiënten dat een eerste borstsparende excisie van een primair DCIS (ct in situ) heeft ondergaan en bij wie in het resectievlak meer dan focaal tumor is gevonden (invasief of DCIS) Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 71
72 Indicator 1d Irradicale resectie invasief carcinoom en ductaal carcinoma in situ Percentage patiënten dat een eerste borstsparende excisie van een primair DCIS (ct in situ) heeft ondergaan en bij wie niet bekend is of er in het resectievlak meer dan focaal tumor is gevonden (invasief of DCIS) Indicator 2a Behandeling binnen 4 weken na PA-diagnose Percentage patiënten met nieuw gediagnosticeerd mammacarcinoom waarbij binnen 4 weken na PA-diagnose de behandeling is gestart in de vorm van een operatie waarbij de tumor verwijderd wordt Indicator 2b Behandeling binnen 4 weken na PA-diagnose Percentage patiënten met een nieuw gediagnosticeerd mammacarcinoom waarbij binnen 4 weken na PA-diagnose gestart is met neoadjuvante chemotherapie Indicator 3a Lokale recidieven binnen 5 jaar Percentage patiënten met lokaal recidief binnen 5 jaar na borstsparende chirurgie. Indicator 3b Lokale recidieven binnen 5 jaar Percentage patiënten met lokaal recidief binnen 5 jaar na ablatieve chirurgie. Indicator 4a Dataregistratie Neemt u deel aan het DBCA dataregistratie systeem ten behoeve van de mamma audit? Indicator 4b Dataregistratie Percentage patiënten met primair mammacarcinoom (invasief en in situ) waarvan gegevens zijn ingevoerd in de Dutch Breast Cancer Audit Indicator 5a Multidisciplinaire bespreking Het percentage patiënten met een nieuw gediagnosticeerd mammacarcinoom dat voor de start van de behandeling multidisciplinair wordt besproken Indicator 5b Multidisciplinaire bespreking Het percentage patiënten met een nieuw gediagnosticeerd mammacarcinoom dat na de operatie multidisciplinair wordt besproken Indicator 6a Volume Hoeveel chirurgen zijn werkzaam op uw ziekenhuislocatie? Indicator 6b Volume Hoeveel chirurgen verrichtten in het verslagjaar operaties voor een primair mammacarcinoom (invasief en/of DCIS)? Indicator 6c Volume Hoeveel patiënten met een primair mammacarcinoom (invasief en/of DCIS) werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door de Chirurgie? Klantpreferentievragen Mammacarcinoom Vraag 1 MDO Vraag 2 Onderzoeken en uitslagen op 1 dag Vraag 3 Voorzieningen ziekenhuislocatie Vraag 4 Vaste aanspreekpunt / Informatievoorziening: telefonisch / per Vraag 5 Onderzoek klieren Vraag 6 Behandelplan / Zorgpad Vraag 7 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen 72 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
73 Zorginhoudelijke indicatoren Melanoom van de huid Indicator 1a MDO voor patiënten met stadium III of IV melanoom van Worden er in uw centrum patiënten met stadium III of IV melanoom van de huid behandeld? de huid Indicator 1b MDO voor patiënten met stadium III of IV melanoom van de huid Indien ja, Is er in het ziekenhuis een structureel MDO waarin patiënten met een melanoom van de huid worden besproken? Indien ja, Zijn de onderstaande specialismen bij dit MDO betrokken? Indicator 1c Indicator 2 Indicator 3 MDO voor patiënten met stadium III of IV melanoom van de huid Documentatie in het pathologieverslag van het diagnostische excisiebiopt Lastmeter detectie psychosociale zorgbehoefte Dermatologie Heelkunde KNO Pathologie Plastische chirurgie Medisch oncoloog Nucleair geneeskundige Het percentage patiënten met een stadium III of IV melanoom van de huid dat vóór de behandeling wordt besproken in het MDO. Het percentage melanoompatiënten bij wie een diagnostisch excisiebiopt is verricht en het pathologieverslag van het diagnostische excisiebiopt de noodzakelijke informatie bevat voor het bepalen van het verdere beleid door de clinicus. Wordt er in het ziekenhuis gebruik gemaakt van de Lastmeter voor het bepalen van de psychosociale zorgbehoefte van patiënten na de diagnose melanoom? Indien ja, Wordt de behoefte aan psychosociale zorg structureel gemeten met behulp van de Lastmeter bij patiënten met een melanoom van de huid? Indicator 4a Volume Hoeveel medisch specialisten op uw ziekenhuislocatie behandelden op de peildatum patiënten met stadium III en IV melanoom van de huid? Indicator 4b Volume Hoeveel patiënten met stadium III en IV melanoom van de huid werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld? Klantpreferentievragen Melanoom van de huid Vraag 1 Melanoom polikliniek / Zorgprofessionals Vraag 2 Actieve informatieoverdracht Vraag 3 Standaard foto s Vraag 4 Termijn / wijze uitslag Vraag 5 Controle / instructie zelfdiagnostiek Vraag 6 Informatievoorziening Vraag 7 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 73
74 Zorginhoudelijke indicatoren Meniscus en voorste kruisband Indicator 1 Diagnostische MRI Het percentage patiënten met meniscusletsel dat daar operatief voor is behandeld en een diagnostische MRI heeft gekregen maximaal 1 jaar voorafgaand aan de ingreep Indicator 2a Volume Voorste Kruisband Reconstructies Hoeveel orthopeden/chirurgen op uw ziekenhuislocatie voerden voorste kruisband reconstructies uit op de peildatum? Indicator 2b Volume Voorste Kruisband Reconstructies Hoeveel voorste kruisband reconstructies werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie uitgevoerd door de specialismen Orthopedie en Chirurgie? Indicator 2c Volume Voorste Kruisband Reconstructies Hoeveel voorste kruisband reconstructies werden er door iedere medisch specialist uitgevoerd? Indicator 3 Artroscopie bij artrose Het percentage patiënten met artrose dat een artroscopie heeft ondergaan Indicator 4 Heroperatie na artroscopie Het percentage patiënten dat binnen 1 jaar na artroscopie een heroperatie aan dezelfde knie heeft ondergaan Indicator 5 Samenwerking Fysiotherapeuten Heeft u afspraken met individuele fysiotherapiepraktijken over revalidatie van patiënten met voorste kruisband letsel? Indien ja, heeft u afspraken over de volgende onderwerpen: bespreken/registratie van complicaties afspraak over bij wie (het) postoperatieve controlemoment(en) plaatsvindt gestandaardiseerd oefenschema/protocol gestandaardiseerde gegevensuitwisseling met betrekking tot herstel van de patiënt waaronder ten minste KOOS of IKDC preoperatieve voorbereiding (tijdspad, voorbereiding eerste fase postoperatief en loophulpmiddel) specifieke nascholing voor fysiotherapeut Indien ja, met hoeveel individuele fysiotherapiepraktijken heeft u deze afspraken? Klantpreferentievragen Meniscus en voorste kruisband Vraag 1 Informatievoorziening Vraag 2 Aanbod verdovingsmethoden Vraag 3 Controleafspraak Vraag 4 Fysiotherapie Vraag 5 Bereikbaarheid Vraag 6 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Migraine Indicator 1 Enkelvoudig poliklinisch consult Percentage nieuwe migrainepatiënten dat een enkelvoudig poliklinisch consult heeft gehad Indicator 2a Aanwezigheid lokaal Wordt er gebruik gemaakt van een lokaal hoofdpijnprotocol? hoofdpijnprotocol Indicator 2b Aanwezigheid lokaal hoofdpijnprotocol Is dit lokale hoofdpijnprotocol gebaseerd op de richtlijn van de NVN? Indicator 3a Migraine Hoeveel specialisten binnen uw instelling zijn werkzaam binnen het specifieke aandachtsgebied migraine? Indicator 3b Migraine Hoeveel migrainepatiënten per jaar worden er gezien door de specialisten met het specifieke aandachtsgebied migraine? 74 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
75 Klantpreferentievragen Migraine Vraag 1 Vaste neuroloog Vraag 2 Migrainepolikliniek en hoofdpijncentrum Vraag 3 Tijdsduur consult Vraag 4 MDO Vraag 5 Betrokkenheid gespecialiseerd verpleegkundige(n) Vraag 6 Onderzoeken op 1 dag Vraag 7 Informatievoorziening Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Nierdialyse Indicator 1 Indicatiestelling Het percentage patiënten in het verslagjaar dat vanuit de predialysepolikliniek start met een vorm van dialyse en bij wie gemiddelde ureum/kreatinine-klaring > 15 ml/min/1.73 m2 is op het moment van starten van dialyse Indicator 2 Voorbereidingstijd niertransplantatie Het percentage patiënten bij wie binnen zes maanden na de start van een vorm van dialyse de transplantatiestatus (niet transplantabel, transplantabel of getransplanteerd) bekend is Indicator 3 Dialyse toegang Het percentage patiënten dat meer dan zes maanden op de predialysepolikliniek is behandeld en dan start met een dialysevorm met een functionerende shunt of PD-catheter Indicator 4a Pre-emptieve transplantaties Het aantal pre-emptieve niertransplantaties dat vanuit verwijzing binnen uw eigen centrum heeft plaatsgevonden óf (indien het centrum zelf geen levende transplantaties uitvoert) het aantal pre-emptieve niertransplantaties dat na verwijzing door uw centrum heeft plaatsgevonden Indicator 4b Pre-emptieve transplantaties Het aantal chronische dialyse-patiënten in uw centrum Indicator 5a Volume Hoeveel geregistreerde internisten-nefrologen op uw ziekenhuislocatie waren actief betrokken bij de behandeling van dialyse-patiënten op de peildatum? Indicator 5b Volume Hoeveel volwassen dialyse-patiënten werden er op uw centrum behandeld? Er zijn geen klantpreferentievragen voor de aandoening Nierdialyse ontwikkeld. Zorginhoudelijke indicatoren Nierstenen Indicator 1a ESWL-behandeling Gemiddeld aantal ESWL-behandelingen per patiënt Indicator 1b ESWL-behandeling Percentage patiënten met nier- en/of ureterstenen bij wie een ESWL-behandeling is uitgevoerd én waarbij tussen 3 maanden en 1 jaar na de eerste ESWL-behandeling geen interventie voor stenen is uitgevoerd Indicator 2a URS-behandeling Gemiddeld aantal URS-behandelingen per patiënt Indicator 2b URS-behandeling Percentage patiënten met nier- en/of ureterstenen bij wie een URS-behandeling is uitgevoerd én waarbij 1 jaar na URSbehandeling geen interventie voor stenen is uitgevoerd Indicator 3a PNL-behandeling Gemiddeld aantal PNL-behandelingen per patiënt Indicator 3b PNL-behandeling Percentage patiënten met nier- en/of ureterstenen bij wie een PNL-behandeling is uitgevoerd én waarbij 1 jaar na PNLbehandeling geen interventie voor stenen is uitgevoerd Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 75
76 Indicator 4a Volume Hoeveel urologen op uw ziekenhuislocatie behandelden op de peildatum nier- en/of ureterstenen? Indicator 4b Volume Hoeveel patiënten met nier- en/of ureterstenen werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door het specialisme urologie? Indicator 4c Volume Hoeveel patiënten behandelde de uroloog met het hoogste aantal patiënten dat via de betreffende methode behandeld werd? Indicator 4d Volume Hoeveel patiënten behandelde de uroloog met het laagste aantal patiënten dat via de betreffende methode behandeld werd? Klantpreferentievragen Nierstenen Vraag 1 Vaste uroloog Vraag 2 Voorkeur voor uroloog Vraag 3 Informatievoorziening Vraag 4 Behandelmethoden Vraag 5 Patiëntendossier Vraag 6 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren OSAS Indicator 1a Minimale voorwaarden behandeling OSAS Hoeveel nieuwe patiënten met OSAS heeft uw kliniek in het afgelopen jaar behandeld? Hoe hebt u het aantal nieuwe patiënten dat uw kliniek in het afgelopen jaar heeft behandeld bepaald? Indicator 1b Minimale voorwaarden behandeling OSAS Is er in uw kliniek een vast multidisciplinair team waarin patiënten met OSAS besproken worden? Zo ja, welke disciplines zijn hierin vertegenwoordigd? Indicator 1c Minimale voorwaarden behandeling OSAS Vindt er jaarlijks multidisciplinair overleg plaats over nietpatiëntgebonden zaken, zoals protocollen en/of behandelmethoden? Indicator 2 Diagnostiek Bestaat er in uw ziekenhuis voor het stellen van de diagnose OSAS een type 3-monitor die voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in de richtlijn? Indicator 3a Compliance CPAP Percentage patiënten met OSAS dat gedurende minimaal een jaar met CPAP is behandeld en dat in het tweede jaar na start van de behandeling werd beoordeeld door het OSAS-team Indicator 3b Compliance CPAP Meet of beschikt het ziekenhuis over de meetgegevens van CPAP-therapietrouw? Indicator 3c Compliance CPAP Percentage patiënten met OSAS dat gedurende minimaal een jaar met CPAP behandeld is en na 1 jaar therapietrouw is Indicator 4a Effectiviteit Primaire behandeling Percentage patiënten dat een chirurgische behandeling heeft ondergaan voor OSAS en bij wie binnen zes maanden de AHI is gemeten Indicator 4b Effectiviteit Primaire behandeling Percentage patiënten bij wie een MRA behandeling is gestart en bij wie binnen drie maanden de AHI is gemeten Indicator 4c Effectiviteit Primaire behandeling Percentage patiënten dat de CPAP proefperiode heeft volbracht en bij wie na afloop de AHI is gemeten BMI Wordt in uw ziekenhuis begeleiding aangeboden bij vermindering van overgewicht, of wordt nagegaan of dit in de eerstelijn wordt gedaan? 76 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
77 Indicator 5a Volume Hoeveel medisch specialisten op uw ziekenhuislocatie behandelen OSAS bij volwassenen? Indicator 5b Volume Hoeveel patiënten met licht, matig en ernstig OSAS werden er in uw centrum gediagnosticeerd? Indicator 6 Praktijkvariatie Het aantal patiënten geopereerd wegens OSAS per inwoners in het verzorgingsgebied van het ziekenhuis, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht en sociaal economische status Klantpreferentievragen OSAS Vraag 1 Vaste hoofdbehandelaar Vraag 2 Behandelmethoden Vraag 3 Slaaponderzoek Vraag 4 Betrokken behandelaars en bereikbaarheid Vraag 5 Informatievoorziening Vraag 6 Afspraken en onderzoeken op 1 locatie Vraag 7 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Osteoporose Indicator 1a Dexametrie en BMD meting Het percentage patiënten tussen de 50 en 80 jaar met een recente fractuur waarbij een BMD meting van de lumbale wervelkolom en de heup is uitgevoerd tenminste eenmaal in de periode één jaar voorafgaand aan de fractuur tot drie maanden na de fractuur Indicator 1b Dexametrie en BMD meting Het percentage patiënten van 80 jaar en ouder met een recente fractuur waarbij een BMD meting van de lumbale wervelkolom en de heup is uitgevoerd tenminste eenmaal in de periode één jaar voorafgaand aan de fractuur tot drie maanden na de fractuur Indicator 2 Protocol inventarisatie valrisico Is er een ziekenhuisbreed protocol aanwezig voor de inventarisatie van het valrisico voor patiënten van 50 jaar en ouder met een recente fractuur? Indien ja, is dit ziekenhuisbrede protocol geautoriseerd door orthopedie, geriatrie, heelkunde, interne geneeskunde en radiologie (indien aanwezig)? Indien ja, bevat dit protocol de volgende informatie? de inventarisatie van het valrisico en de frequentie van voorkomen de analyse en diagnostiek van het valrisico afspraken over het vaststellen van beperkingen in de mobiliteit (evenwicht, balans, lopen, opstaan) afspraken over mogelijk in te zetten interventies of maatregelen (balans- en spierkrachttraining, visusverbetering, medicatieaanpassingen, vitamine D-suppletie) Indicator 3 Laboratoriumonderzoek Is in het ziekenhuis een protocol aanwezig voor het uitvoeren van een minimumpakket aan laboratoriumonderzoeken bij patiënten van 50 jaar en ouder met een recente fractuur en aangetoonde osteoporose? Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 77
78 Indicator 4 Indicator 5 Indicator 6 Aanwezigheid wervelhoogtemeter Gespecialiseerde verpleegkundige Advies anti-osteoporose medicatie Is in het ziekenhuis een wervelhoogtemeter (LVA of VFA) aanwezig? Aantal fte verpleegkundig(-en) met expertise op het gebied van osteoporose (bijv. fractuur- en osteoporoseverpleegkundige of een geriatrische verpleegkundige) en werkzaam in die hoedanigheid per fractuurpatiënten van 50 jaar en ouder Het percentage patiënten dat een BMD-meting krijgt en bij wie binnen drie maanden een DBC osteoporose wordt geopend. Klantpreferentievragen Osteoporose Vraag 1 Gespecialiseerd centrum Vraag 2 Vaste behandelaar Vraag 3 Diagnostische onderzoeken op 1 dag Vraag 4 Standaard controleafspraak Vraag 5 Informatievoorziening Vraag 6 Bereikbaarheid Vraag 7 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Klantpreferentievragen Parkinson Vraag 1 Volume Vraag 2 Bereikbaarheid Vraag 3 Betrokkenheid gespecialiseerd verpleegkundige(n) Vraag 4 Parkinsonteam Vraag 5 Informatievoorziening Vraag 6 Onderzoeks- en/of behandelmethode(n)/onderzoeksinstrumenten Vraag 7 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Ruggenmergstimulatie bij FBSS Indicator 1a Praktijkvoering Beschikken de anesthesiologen die pijnbehandeling uitvoeren over de registratie aandachtsgebied pijngeneeskunde? Indien nee, voldoen zij wel aan de daarvoor te stellen eisen? Indicator 1b Praktijkvoering Tot welke categorie behandelcentrum behoort uw ziekenhuislocatie? Indicator 1c Praktijkvoering Wordt op uw ziekenhuislocatie 7x24 uurs zorg geleverd voor de behandeling van chronische pijn? Indicator 2a VvNN: lidmaatschap en registratie ProMise Is uw centrum lid van de Vereniging voor Neuromodulatie Nederland? Indicator 2b VvNN: lidmaatschap en registratie ProMise Neemt u deel aan de ProMise registratie met betrekking tot patiënten met FBSS? Indicator 2c VvNN: lidmaatschap en registratie ProMise Percentage nieuwe patiënten met FBSS dat geregistreerd is in ProMise Indicator 3a Volume Hoeveel anesthesiologen in uw ziekenhuislocatie voerden op de peildatum ruggenmergstimulatie bij FBSS patiënten uit? Indicator 3b Volume Hoeveel patiënten met FBSS werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld met ruggenmergstimulatie door het specialisme anesthesiologie? 78 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
79 Indicator 4 Praktijkvariatie Het aantal patiënten met implantaties op ziekenhuisniveau wegens chronische pijn bij neurogene lage rugklachten per inwoners in het verzorgingsgebied van het ziekenhuis, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht en sociaal economische status. Zorginhoudelijke indicatoren Prostaatcarcinoom Indicator 1a Positieverificatie Vindt bij patiënten met een prostaatcarcinoom die primair uitwendig op de prostaat worden bestraald standaard positieverificatie plaats? Indien ja, Worden eventuele afwijkingen in de positie vervolgens gecorrigeerd op basis van een wetenschappelijk onderbouwd protocol (bijvoorbeeld NAL No Action Level, SAL- Shrinking Action Level, online)? Indien ja, Welk protocol? Indicator 1b Positieverificatie Het percentage patiënten met een prostaatcarcinoom dat primair uitwendig op de prostaat is bestraald met een curatieve dosis en bij wie de positie van de prostaat is bepaald Indicator 2 Chirurgische complicaties Het percentage patiënten met een prostaatcarcinoom bij wie binnen dertig dagen na radicale prostatectomie één of meerdere chirurgische complicaties (meer dan één dag IC verblijf, bloedtransfusie, opnameduur zeven postoperatieve dagen) zijn opgetreden Indicator 3 Volume Het totaal aantal patiënten in het ziekenhuis met een prostaatcarcinoom bij wie een radicale prostatectomie is uitgevoerd Klantpreferentievragen Prostaatcarcinoom Vraag 1 Gespecialiseerd centrum Vraag 2 MDO Vraag 3 Vaste uroloog Vraag 4 Informatievoorziening Vraag 5 Patiëntendossier Vraag 6 Consult (continentie)verpleegkundige Vraag 7 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Psoriasis Indicator 1 Lichttherapie Het percentage patiënten met psoriasis dat lichttherapie heeft gekregen Indicator 2 Bijgehouden cumulatieve dosis bij lichttherapie Het percentage patiënten met psoriasis dat lichttherapie heeft gekregen en waarbij de cumulatieve dosis bij lichttherapie is bijgehouden Indicator 3a Intensieve therapie Bestaat er in uw instelling de mogelijkheid intensieve therapie te verlenen met speciaal opgeleid personeel? Indicator 3b Intensieve therapie Indien ja, Het percentage patiënten met psoriasis dat intensieve therapie heeft gekregen Indicator 4 Behandeling met biologicals Percentage patiënten met psoriasis dat is behandeld met biologicals Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 79
80 Indicator 5a Volume Hoeveel Dermatologen op uw ziekenhuislocatie behandelden op de peildatum patiënten met Psoriasis? Indicator 5b Volume Hoeveel patiënten met Psoriasis werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door het specialisme Dermatologie? Klantpreferentievragen Psoriasis Vraag 1 Afspraken op 1 dag en tijdsduur consult Vraag 2 Behandelmogelijkheden Vraag 3 Mogelijkheden lichttherapie Vraag 4 Vast aanspreekpunt en voorkeur dermatoloog Vraag 5 Informatievoorziening Vraag 6 Frequentie overleg dermatoloog en reumatoloog Vraag 7 Online faciliteiten Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Reumatoïde Artritis Indicator 1a Beschikbaarheid reumaverpleegkundige binnen de reumapolikliniek Wat is het aantal FTE reumaverpleegkundigen (RV) binnen de reumapolikliniek dat beschikbaar is op een patiëntenpopulatie van 1000 patiënten? Indicator 1b Beschikbaarheid reumaverpleegkundige binnen de reumapolikliniek Wat is het aantal FTE nurse practitioners (NP)/verpleegkundig specialisten (VS) binnen de reumapolikliniek dat beschikbaar is op een patiëntenpopulatie van 1000 patiënten? Indicator 1c Beschikbaarheid reumaverpleegkundige binnen Het percentage RA-patiënten dat in het verslagjaar een gesprek heeft gehad met de reumaverpleegkundige de reumapolikliniek Indicator 2a Monitoring van ziekteactiviteit bij RA-patiënten Is ziekteactiviteit bij RA-patiënten (bijvoorbeeld door middel van DAS-28 score) elektronisch vastgelegd en op te vragen? Indicator 2b Monitoring van ziekteactiviteit bij RA-patiënten Het percentage RA-patiënten waarbij de ziekteactiviteit (DAS- 28 score) binnen de afgesloten DBC tenminste éénmaal gemeten is Indicator 2c Monitoring van ziekteactiviteit bij RA-patiënten Het percentage RA-patiënten met een lage ziekteactiviteit (DAS-28 < 3,2) Indicator 3a Het percentage RA-patiënten waarbij de ontstekingsactiviteit onder controle is Het percentage RA-patiënten waarbij CRP en/of BSE tenminste éénmaal binnen de in het verslagjaar afgesloten DBC is gemeten Indicator 3b Het percentage RA-patiënten waarbij de ontstekingsactiviteit onder controle is Het percentage RA-patiënten waarbij de laatst gemeten CRPwaarde < 10 mg/l is of waarbij de laatst gemeten BSE < 15 is binnen de in het verslagjaar afgesloten DBC Indicator 4a Beschikbaarheid multidisciplinaire Welk van de onderstaande multidisciplinaire spreekuren zijn binnen uw ziekenhuis aanwezig? samenwerking Indicator 4b Beschikbaarheid multidisciplinaire samenwerking Welk van de onderstaande personen maken deel uit van het multidisciplinair overleg? 80 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
81 Klantpreferentievragen Reumatoïde Artritis Vraag 1 Beschikbaarheid reumaverpleegkundige Vraag 2 Tijdsduur consult Vraag 3 Vast aanspreekpunt Vraag 4 Bereikbaarheid Vraag 5 Informatievoorziening Vraag 6 Aantal orthopedisch chirurgen werkzaam met aandachtsgebied reumachirurgie Vraag 7 Wetenschappelijk onderzoek Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Stressincontinentie bij de vrouw Indicator 1 Bekkenfysiotherapie Percentage voor stressincontinentie geopereerde patiënten met gedocumenteerde bekkenfysiotherapie voorafgaand aan de eerste incontinentieoperatie Indicator 2a Gebruik gestandaardiseerde vragenlijst Percentage incontinentiepatiënten dat vraag 7 t/m 12 van de urogenitale klachtenlijst (UKL) pre-operatief heeft ingevuld. Indicator 2b Gebruik gestandaardiseerde vragenlijst Percentage incontinentiepatiënten dat vraag 7 t/m 12 van de urogenitale klachtenlijst (UKL) bij het controleconsult (6-8 weken na operatie) heeft ingevuld Indicator 3a Volume Hoeveel gynaecologen met urogynaecologie als aandachtsgebied (GUA s) en/of subspecialisten op uw ziekenhuislocatie voerden op de peildatum operatieve ingrepen wegens stressincontinentie uit? Indicator 3b Volume Hoeveel patiënten met stressincontinentie werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie door de GUAs/ subspecialisten geopereerd? Klantpreferentievragen Stressincontinentie bij de vrouw Vraag 1 Centrum bekkenbodemproblematiek Vraag 2 Afspraak met en georganiseerd overleg tussen gynaecoloog en uroloog Vraag 3 Verpleegkundig spreekuur Vraag 4 Informatievoorziening Vraag 5 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Varices Indicator 1 Geregistreerde C s (van de CEAP classificatie) Percentage geregistreerde C s (van de CEAP classificatie) voorafgaand aan invasieve therapieën voor varices Indicator 2 Duplexonderzoek van het oppervlakkige en het diepe systeem Percentage invasieve therapieën bij patiënten met varices, waarbij duplexonderzoek van het oppervlakkige en het diepe systeem is uitgevoerd, voorafgaand aan de invasieve therapie Indicator 3a Volume en behandelaanbod Hoeveel specialisten op uw ziekenhuislocatie behandelen op dit moment varices? Totaal aantal patiënten behandeld voor varices in uw centrum in het verslagjaar Indicator 3b Volume en behandelaanbod Hoeveel patiënten met varices werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door het specialisme? Indicator 3c Volume en behandelaanbod Worden in uw centrum endovasculaire behandeltechnieken toegepast? Indicator 3d Volume en behandelaanbod Welke behandeltechnieken werden in uw ziekenhuis verricht in het verslagjaar? Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 81
82 Indicator 3e Volume en behandelaanbod Percentage patiënten dat met deze technieken werd behandeld Indicator 4 Praktijkvariatie Het aantal operatieve interventies wegens varices per inwoners in het verzorgingsgebied van het ziekenhuis, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, sociaal economische status en hartfalen. Klantpreferentievragen Varices Vraag 1 Aanbod behandelmethoden Vraag 2 Nieuwste technieken Vraag 3 Beschikbaarheid gespecialiseerd vaatlab Vraag 4 Keuze behandeling door dermatoloog of vaatchirurg Vraag 5 Onderzoek en behandeling op 1 dag Vraag 6 Overdracht informatie tussen behandelaars Vraag 7 Informatievoorziening Vraag 8 Verdovingsmethoden Zorginhoudelijke indicatoren Lage rug spondylodese (Wervelkolomchirurgie) Indicator 1a Volume Hoeveel wervelkolomchirurgen (neuro- en orthopedisch chirurgen) verrichten lage rug spondylodeses op uw ziekenhuislocatie op de peildatum? Indicator 1b Volume Bij hoeveel patiënten met een degeneratieve afwijking is een lage rug spondylodese verricht in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie? Indicator 1c Volume Hoeveel wervelkolomchirurgen (neuro- en orthopedisch chirurgen) in uw ziekenhuis zijn als zodanig geaccrediteerd door de DSS? Indicator 2 Deelname DSSR Participeren de wervelkolomchirurgen (neuro- en orthopedisch chirurgen) in uw ziekenhuis in de DSSR? Zorginhoudelijke indicatoren Ziekten van Adenoïd en Tosillen Indicator 1 Nabloedingen Percentage patiënten bij wie een (adeno)tonsillectomie heeft plaatsgevonden en dat binnen 14 dagen na de ingreep een heroperatie heeft ondergaan t.g.v. een nabloeding Indicator 2 Poliklinisch pre-operatief spreekuur Percentage geopereerde (adeno)tonsillectomie patiënten dat op een anesthesiologische polikliniek preoperatief beoordeeld is Indicator 3 Aanwezigheid ouder/verzorger bij ontwaken Is er in uw ziekenhuis structureel de mogelijkheid voor ouders/ verzorgers om aanwezig te zijn tijdens het ontwaken op de verkoeverkamer? Indicator 4a Postoperatieve pijnmeting Percentage klinische (adeno)tonsillectomie patiënten waarbij pijnintensiteit eens per 8 uur gemeten is tijdens verblijf in het ziekenhuis postoperatief Indicator 4b Postoperatieve pijnmeting Percentage (adeno)tonsillectomie patiënten met ernstige postoperatieve pijn VAS/NRS >7 of gemeten met de VRS op enig moment tijdens verblijf in het ziekenhuis postoperatief Indicator 4c Postoperatieve pijnmeting Percentage patiënten in dagbehandeling, dat is gebeld op de dag na (adeno)tonsillectomie ingreep om navraag te doen naar pijnintensiteit 82 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
83 Indicator 5a Tijd tussen besluit en moment ingreep Hebben patiënten de mogelijkheid om binnen 6 weken vanaf besluit tot ingreep een (adeno)tonsillectomie ingreep te ondergaan in dagbehandeling? Indicator 5b Tijd tussen besluit en moment ingreep Hebben patiënten de mogelijkheid om binnen 7 weken vanaf besluit tot ingreep een klinische (adeno)tonsillectomie ingreep te ondergaan? Indicator 6a Volume Hoeveel KNO artsen op uw ziekenhuislocatie behandelden op de peildatum patiënten met ZAT? Indicator 6b Volume Hoeveel patiënten met ZAT werden in het verslagjaar op uw ziekenhuislocatie behandeld door KNO artsen? Indicator 7 Praktijkvariatie Het aantal patiënten geopereerd wegens ZAT per inwoners in het verzorgingsgebied van het ziekenhuis, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht en sociaal economische status Klantpreferentievragen Ziekten van Adenoïd en Tosillen Vraag 1 Narcose en overnachtingsmogelijkheden ouders Vraag 2 Vaste behandelaar Vraag 3 Informatievoorziening Vraag 4 Bereikbaarheid Vraag 5 Instructies pijnbestrijding Vraag 6 Voorbereiding op operatie Vraag 7 Methoden meten pijnbeleving Vraag 8 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen Zorginhoudelijke indicatoren Zwangerschap en Bevalling Indicator 1a Perinatale sterfte Het percentage perinatale sterftes in het afgelopen jaar Indicator 1b Perinatale sterfte Hoeveel perinatale sterftes waren er in het afgelopen jaar (in absolute aantallen)? Indicator 1c Perinatale sterfte Hoeveel a terme perinatale sterftes waren er in het afgelopen jaar? Indicator 1d Perinatale sterfte Hoeveel a terme perinatale sterftes zijn besproken in een perinatale audit in het afgelopen jaar? Indicator 1e Perinatale sterfte Hoeveel a terme perinatale sterftes zijn besproken in een perinatale audit in het afgelopen jaar en waren volgens de perinatale audit vermijdbaar? Indicator 2a Verloskundig samenwerkingsverband Zijn in het verloskundig samenwerkingsverband (VSV) bindende afspraken vastgelegd over het direct na een spoedmelding van de eerste lijn parallel opstarten van de noodzakelijke voorbereidingen in het ziekenhuis? Indicator 2b Verloskundig Zijn deze afspraken schriftelijk vastgelegd in een protocol? samenwerkingsverband Indicator 2c Verloskundig samenwerkingsverband Is/zijn in het verslagjaar gemeenschappelijke scholing(en) georganiseerd voor gynaecologen, eerste en tweedelijn verloskundigen en/of verloskundig actieve huisarts? Indicator 2d Verloskundig samenwerkingsverband Zijn er afspraken gemaakt over uniforme voorlichting over pijnbestrijding door de eerste en tweede lijn? Indicator 2e Verloskundig Zijn deze afspraken schriftelijk vastgelegd in een protocol? samenwerkingsverband Indicator 3a Aantal sectio s Het percentage primaire sectio s Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 83
84 Indicator 3b Aantal sectio s De VOKS-percentiel primaire sectio s Indicator 3c Aantal sectio s Het percentage secundaire sectio s Indicator 3d Aantal sectio s De VOKS-percentiel secundaire sectio s Indicator 4 Epidurale analgesie Percentage patiënten met epiduraal analgesie (PDA) of gecombineerd spinale-epidurale (CSE) dat s nachts (23-11 uur) en in het weekend is bevallen Klantpreferentievragen Zwangerschap en Bevalling Vraag 1 Verblijf pasgeboren baby Vraag 2 Begeleiding bij bevalling Vraag 3 Faciliteiten verloskundeafdeling en neonatologieafdeling Vraag 4 Geboorteplan Vraag 5 Onderscheid t.o.v. andere ziekenhuizen C.2 Kwaliteitscertificaten, - labels of accreditaties (C.8 in het Jaardocument voor alle sectoren) Het aanleveren van deze gegevens is facultatief. Aangeleverde gegevens zijn openbaar. U levert de gegevens aan op het niveau van concern (voor de concernbrede certificaten) en organisatorische eenheden of instellingen zoals afgesproken met de IGZ Kwaliteitscertificaten, -labels of accreditaties Gegeven Certificaat, label of accreditatie aanwezig Per aanwezig certificaat/label/accreditatie Naam Reikwijdte (bijvoorbeeld voor een bepaalde afdeling of een bepaalde dienstverlening) Datum van uitreiking Datum van expiratie geldigheid Naam toetsende instantie Traject gestart om een kwaliteitscertificaat, -label of accreditatie te verkrijgen Per gestart traject Naam beoogd certificaat, label of accreditatie Reikwijdte (bijvoorbeeld voor een bepaalde afdeling of een bepaalde dienstverlening) Verwachte datum van uitreiking Naam toetsende instantie Antwoordcategorie Aantal Tekstveld Tekstveld Datum Datum Tekstveld Aantal Tekstveld Datum Tekstveld 84 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
85 C.3 Klachten (C.9 in het Jaardocument voor alle sectoren) Op concernniveau aan te leveren: Klachtenfunctionaris. Klachtenfunctionaris Gegeven Kunnen patiënten/cliënten in uw concern terecht bij een klachtenfunctionaris Antwoordcategorie Ja/nee U levert de gegevens aan op het niveau van organisatorische eenheden of instellingen zoals afgesproken met de IGZ. Aantallen klachten Gegeven Aantal klachten ingediend bij de klachtencommissie Aantal klachten als percentage van het gemiddeld aantal personeelsleden in fte s Aantal door de klachtencommissie in behandeling genomen klachten Aantal klachten waarover de klachtencommissie advies heeft uitgebracht Aantal klachten dat gegrond is verklaard Aantal Automatisch berekenen Leveringsvoorwaarden VV&T Gegeven Hanteert u de Algemene Voorwaarden voor zorg (met verblijf en/of zonder verblijf) van ActiZ en BTN? Antwoordcategorie Ja/nee C.4 Verloop personeel (C.10 in het Jaardocument voor alle sectoren) Verloop personeel Verloop personeel Aantal personeelsleden Aantal fte Instroom personeel in loondienst totale concern in verslagjaar Waarvan personeel WTZi-zorg (schatting) Instroom personeel in loondienst totale concern in verslagjaar Waarvan personeel WTZi-zorg (schatting) Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 85
86 C.5 Ziekteverzuim (C.11 in het Jaardocument voor alle sectoren) C.5.1 Ziekteverzuim alle sectoren met uitzondering van UMC s Ziekteverzuim exclusief zwangerschapsverlof alle sectoren met uitzondering van UMC s Verzuim Verzuim totaal personeel in loondienst (alle sectoren behalve UMC s) Waarvan personeel WTZi-zorg (schatting) Percentage C.5.2 Ziekteverzuim UMC s Ziekteverzuim exclusief zwangerschapsverlof, volgens de definitie in de toolkit van het Arboservicepunt HOO, UMC s Verzuim UMC s Verzuim totaal personeel in loondienst UMC s Waarvan personeel WTZi-zorg (schatting) Percentage C.6 Vacatures (C.12 in het Jaardocument voor alle sectoren) Vacatures Vacatures Totaal personeel Waarvan personeel met patiënt/- cliëntgebonden functies Totaal aantal vacatures per einde verslagjaar Aantal moeilijk vervulbare vacatures per einde verslagjaar 86 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
87 C.7 Rentabiliteit (C.13 in het Jaardocument voor alle sectoren) Indien u zich als concern verantwoordt, wordt u verzocht de rentabiliteit uit te splitsen naar segmenten van bedrijfsactiviteiten per financieringsvorm: gefinancierd op basis van de Zvw (incl. Min O&W), de AWBZ, de WMO en door Justitie. In feite wordt gevraagd naar de bedrijfsresultaten en het balanstotaal van de instellingen die (hoofdzakelijk) met één van de genoemde financieringsvormen worden bekostigd. De definitie van de gevraagde rentabiliteit is die van Bedrijfsresultaat voor financiële baten en lasten / Balanstotaal. Rentabiliteit zorginstellingen vorig jaar verslagjaar Van zorginstellingen gefinancierd obv Zvw Bedrijfsresultaat voor financiële baten en lasten Balanstotaal Van zorginstellingen gefinancierd obv AWBZ Bedrijfsresultaat voor financiële baten en lasten Balanstotaal Van zorginstellingen gefinancierd obv WMO Bedrijfsresultaat voor financiële baten en lasten Balanstotaal Van zorginstellingen gefinancierd door Justitie Bedrijfsresultaat voor financiële baten en lasten Balanstotaal U wordt verzocht de rentabiliteit van de instellingen gefinancierd op basis van de Zvw verder uit te splitsen in die van de eventuele ziekenhuizen in het concern, de ZBC s, de Revalidatie-instellingen, de Curatieve GGZ en de Kraamzorg. Rentabiliteit zorginstellingen Zvw vorig jaar verslagjaar Ziekenhuizen Bedrijfsresultaat voor financiële baten en lasten Balanstotaal ZBC Bedrijfsresultaat voor financiële baten en lasten Balanstotaal Revalidatie-instellingen Bedrijfsresultaat voor financiële baten en lasten Balanstotaal Curatieve GGZ Bedrijfsresultaat voor financiële baten en lasten Balanstotaal Kraamzorg Bedrijfsresultaat voor financiële baten en lasten Balanstotaal Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 87
88 C.8 Liquiditeit (C.14 in het Jaardocument voor alle sectoren) Indien u zich als concern verantwoordt, wordt u verzocht de liquiditeit uit te splitsen naar segmenten van bedrijfsactiviteiten per financieringsvorm: gefinancierd op basis van de Zvw (incl. Min O&W), de AWBZ, de WMO en door Justitie. In feite wordt gevraagd naar de vlottende activa (inclusief liquide middelen) en het totaal van de kortlopende schulden van de instellingen die (hoofdzakelijk) met één van de genoemde financieringsvormen worden bekostigd. De definitie van de gevraagde liquiditeit is die van Vlottende activa (incl liquide middelen / Totaal kortlopende schulden. Liquiditeit vorig jaar verslagjaar Van zorginstellingen gefinancierd obv Zvw Vlottende activa (incl liquide middelen) Totaal kortlopende schulden Van zorginstellingen gefinancierd obv AWBZ Vlottende activa (incl liquide middelen) Totaal kortlopende schulden Van zorginstellingen gefinancierd obv WMO Vlottende activa (incl liquide middelen) Totaal kortlopende schulden Van zorginstellingen gefinancierd door Justitie Vlottende activa (incl liquide middelen) Totaal kortlopende schulden U wordt verzocht de liquiditeit van de instellingen gefinancierd op basis van de Zvw verder uit te splitsen in die van de eventuele ziekenhuizen in het concern, de ZBC s, de Revalidatie-instellingen, de Curatieve GGZ en de Kraamzorg. Liquiditeit zorginstellingen Zvw vorig jaar verslagjaar Ziekenhuizen Vlottende activa (incl liquide middelen) Totaal kortlopende schulden ZBC Vlottende activa (incl liquide middelen) Totaal kortlopende schulden Revalidatie-instellingen Vlottende activa (incl liquide middelen) Totaal kortlopende schulden Curatieve GGZ Vlottende activa (incl liquide middelen) Totaal kortlopende schulden Kraamzorg Vlottende activa (incl liquide middelen) Totaal kortlopende schulden 88 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
89 C.9 Solvabiliteit (C.15 in het Jaardocument voor alle sectoren) Indien u zich als concern verantwoordt, wordt u verzocht de solvabiliteit uit te splitsen naar segmenten van bedrijfsactiviteiten per financieringsvorm: gefinancierd op basis van de Zvw (incl. Min O&W), de AWBZ, de WMO en door Justitie. In feite wordt gevraagd naar de vlottende activa (inclusief liquide middelen) en het totaal van de kortlopende schulden van de instellingen die (hoofdzakelijk) met één van de genoemde financieringsvormen worden bekostigd. De definitie van de gevraagde solvabiliteit is die van Eigen vermogen / Balanstotaal. Solvabiliteit zorginstellingen vorig jaar verslagjaar Van zorginstellingen gefinancierd obv Zvw Eigen vermogen Balanstotaal Van zorginstellingen gefinancierd obv AWBZ Eigen vermogen Balanstotaal Van zorginstellingen gefinancierd obv WMO Eigen vermogen Balanstotaal Van zorginstellingen gefinancierd door Justitie Eigen vermogen Balanstotaal U wordt verzocht de solvabiliteit van de instellingen gefinancierd op basis van de Zvw verder uit te splitsen in die van de eventuele ziekenhuizen in het concern, de ZBC s, de Revalidatie-instellingen, de Curatieve GGZ en de Kraamzorg. Solvabiliteit zorginstellingen Zvw vorig jaar verslagjaar Ziekenhuizen Eigen vermogen Balanstotaal ZBC Eigen vermogen Balanstotaal Revalidatie-instellingen Eigen vermogen Balanstotaal Curatieve GGZ Eigen vermogen Balanstotaal Kraamzorg Eigen vermogen Balanstotaal Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 89
90 C.10 Beloning leden Raad van Bestuur/Directie (C.16 in het Jaardocument voor alle sectoren) Voor elk lid van de Raad van Bestuur vult u een afzonderlijke tabel in. Indien uw bestuurstructuur een directie vallend onder eindverantwoordelijk stichtingsbestuur is (zie ook B2), dient u hier de gegevens van de leden van de directie in te vullen.wanneer een persoon tijdens het verslagjaar zowel in loondienst als extern ingehuurd de bestuursfunctie heeft uitgeoefend, dan moet voor deze persoon de tabel twee maal worden ingevuld. Mocht een lid van de Raad van Bestuur dan wel de totale Raad van Bestuur een niet-natuurlijke persoon zijn, dan moeten de gevraagde persoonsgegevens (als o.a. naam, rechtsvorm, domicilie, totale vergoeding,aard van de overeenkomst, de gehanteerde beloningsregeling) worden ingevuld over die rechtspersoon. In de rij Opmerkingen geeft u die elementen van/informatie over het inkomen van de bestuurder op die u niet kunt plaatsen onder een van de andere genoemde inkomenscategorieën. Een recent voorbeeld hiervan is een door de instelling verstrekte lening aan de bestuurder plus de eventueel aan de lening verbonden voordelen voor de bestuurder. Beloning leden Raad van Bestuur / Directie Naam De heer of mevrouw Bestuursfunctie Nevenfunctie Vanaf welke datum was de bestuurder voor het eerst in de huidige functie van bestuurder werkzaam binnen de organisatie? Maakte de persoon op 31 december van het verslagjaar deel uit van het bestuur? Zo nee: tot welke datum was de persoon als bestuurder werkzaam in uw organisatie? Is de persoon in het verslagjaar voorzitter van het bestuur geweest? Zo ja: hoeveel maanden is de persoon voorzitter geweest in het verslagjaar? Naam Geslacht Naam functie Naam functie Datum Ja/nee Datum Ja/nee Aantal 90 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
91 Wat is de aard van de arbeidsovereenkomst? 1. Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd 2. Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd 3. Interne waarnemer bestuursfunctie 4. Extern ingehuurd, dus geen dienstverband 5. Anders, namelijk. Welke salarisregeling is toegepast? 1. BBZ 2. NVTZ-regeling 3. Oude NVZD of VDZ regeling 4. AMS-regeling 5. CAO 6. Anders, namelijk Wat is de deeltijdfactor in procenten Percentage % Bruto-inkomen, incl. vakantiegeld, eindejaarsuitkering, Bedrag in euro s salaris en andere vaste toelagen Waarvan: verkoop verlofuren Bedrag in euro s Waarvan: nabetalingen voorgaande jaren Bedrag in euro s Bruto-onkostenvergoeding Bedrag in euro s Werkgeversbijdrage sociale lasten Bedrag in euro s Werkgeversbijdrage pensioen, VUT, FPU Bedrag in euro s Ontslagvergoeding Bedrag in euro s Bonussen Bedrag in euro s Totaal inkomen Bedrag in euro s (som wordt automatisch berekend) Totaal inkomen op basis van full-time dienstverband en Bedrag in euro s (som wordt automatisch berekend) een volledig kalenderjaar. Cataloguswaarde auto van de zaak Bedrag in euro s Eigen bijdrage auto van de zaak Bedrag in euro s C.11 Beloning/Vergoeding Raad van Toezicht/Raad van Commissarissen/Raad van Beheer (C.17 in het Jaardocument voor alle sectoren) Bezoldiging Raad van Toezicht/Commissarissen Naam 2012 Bezoldiging Totaal Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 91
92 C.12 Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens (C.18 in het Jaardocument voor alle sectoren) De hoogte van de WOPT wordt per ministeriële regeling bekend gemaakt binnen 6 weken na afloop van het kalenderjaar. Daarna wordt deze gepubliceerd op Ter indicatie, in 2010 was deze som Gegevens WOPT Functie/ functies Duur dienstverband Belastbaar loon (in euro) Deeltijdfactor Voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn Uitkeringen in verband met beëindiging van het dienstverband (in euro) (in euro) In dienst vanaf (ddmmjjjj) In dienst tot Motivatie overschrijdingen van het gemiddeld belastbaar loon van onze Ministers: 92 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
93 D DigiMV Hoofdposten uit de Jaarrekening In deze sectie van DigiMV wordt u gevraagd om een aantal hoofdposten uit de jaarrekening over te nemen. D.1 Jaarrekening: balans Balans per einde verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar Activa per einde verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar Vaste activa Bedrag in euro s einde verslagjaar Bedrag in euro s per einde vorig verslagjaar Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa Vlottende activa Bedrag in euro s einde verslagjaar Bedrag in euro s per einde vorig verslagjaar Voorraden Onderhanden werk uit hoofde van DBC s Vorderingen en overlopende activa Vorderingen uit hoofde van financieringstekort Effecten Liquide middelen Totaal vlottende activa Totaal activa Bedrag in euro s einde verslagjaar Bedrag in euro s per einde vorig verslagjaar Totaal activa (vast+ vlottend) Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 93
94 Passiva per einde verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar Eigen vermogen Bedrag in euro s einde verslagjaar Bedrag in euro s per einde vorig verslagjaar Kapitaal Collectief gefinancierd gebonden vermogen Niet-collectief gefinancierd vrij vermogen Totaal eigen vermogen Overige passiva Bedrag in euro s einde verslagjaar Bedrag in euro s per einde vorig verslagjaar Voorzieningen Langlopende schulden (> 1 jaar) Kortlopende schulden (< 1 jaar) en overlopende passiva Schulden uit hoofde van financieringsoverschot Totaal overige passiva Totaal passiva Bedrag in euro s einde verslagjaar Bedrag in euro s per einde vorig verslagjaar Totaal passiva (eigen vermogen+ overig) D.2 Jaarrekening: resultatenrekening Resultatenrekening verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar Resultaat uit gewone bedrijfsvoering Bedrijfsopbrengsten Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten (uit AWBZ/Zvw-zorg, exclusief subsidies) Niet-gebudgetteerde zorgprestaties (exclusief DBC B-segment; inclusief Wmo-huishoudelijke hulp) Omzet DBC B-segment Subsidies (exclusief Wmohuishoudelijke hulp; inclusief overige Wmo-prestaties) Overige bedrijfsopbrengsten Som der bedrijfsopbrengsten 94 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
95 Bedrijfslasten Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar Personeelskosten Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa Overige bedrijfskosten Som der bedrijfslasten Bedrijfsresultaat Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar Bedrijfsresultaat Financiële baten en lasten Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar Financiële baten Financiële lasten Financieel resultaat Saldo Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar Resultaat uit gewone bedrijfsvoering Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsvoering Resultaat uit gewone bedrijfsvoeringen na belastingen Buitengewone baten en lasten Buitengewone baten en lasten Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar Buitengewone baten Buitengewone lasten Buitengewoon resultaat Resultaat over verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar Resultaat Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar Resultaat D.3 Kasstroomoverzicht Totaal kasstroom operationele activeit Totaal kasstroom investeringsactiveit Totaal kasstroom financieringsactiviteit Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 95
96 D.4 Toelichting op balans: materiële vaste activa Toelichting op de balans verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: materiële vaste activa Boekwaarde per 1 januari Bij: Totaal investeringen (zie specificatie in tabel hieronder) Bij: Totaal herwaarderingen Af: Totaal desinvesteringen Af: Totaal afschrijvingen Af: Totaal terugname geheel afgeschreven activa Boekwaarde per 31 december (=totaal materiële vaste activa) Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar Toelichting op de balans verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: investeringen naar type activa Investeringen in bedrijfsgebouwen en terreinen Investeringen in machines en installaties Investeringen in andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting Investeringen in materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa Investeringen in niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële activa Totaal investeringen Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar D.5 Toelichting op balans: financiële vaste activa Toelichting op de balans per einde verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: financiële vaste activa Deelnemingen Overige langlopende vorderingen Totaal financiële vaste activa Bedrag in euro s einde verslagjaar Bedrag in euro s per einde vorig verslagjaar 96 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
97 D.6 Toelichting op balans: vorderingen en overlopende activa Toelichting op de balans per einde verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: vorderingen en overlopende activa Vorderingen op debiteuren Overige kortlopende vorderingen en overlopende activa Totaal vorderingen en overlopende activa Bedrag in euro s einde verslagjaar Bedrag in euro s per einde vorig verslagjaar D.7 Toelichting op balans: kortlopende schulden en overlopende passiva Toelichting op de balans per einde verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: kortlopende schulden Schulden aan kredietinstellingen Crediteuren Aflossingsverplichtingen langlopende leningen Overige schulden Overige kortlopende schulden en overlopende passiva Totaal kortlopende schulden en overlopende passiva Bedrag in euro s einde verslagjaar Bedrag in euro s per einde vorig verslagjaar D.8 Toelichting op balans: specificatie financieringsverschil Toelichting op de balans verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: specificatie financieringsverschil Wettelijk budget aanvaarbare kosten RAK (reserve aanvaardbare kosten) Af: Vergoedingen ter dekking van het wettelijk budget (zie tabel hieronder) Totaal financieringsverschil Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 97
98 Toelichting op de balans verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: specificatie vergoedingen ter dekking van het wettelijk budget ziekenhuizen Opbrengsten DBC A-segment inclusief toeslagen Honoraria-opbrengsten specialisten in loondienst Mutatie onderhanden werk honoraria voor specialisten in loondienst Kapitaallasten DBC-B segment Overige opbrengsten Nog te factureren DBC A-segment Mutatie onderhanden werk DBC A-segment Afrekening overfinanciering Afrekening lumpsum Overige mutaties Totaal vergoedingen ter dekking van het wettelijk budget Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar D.9 Toelichting op de resultatenrekening: wettelijk budget voor aanvaardbare kosten (uit AWBZ/Zvw-zorg, exclusief subsidies) Toelichting op de resultatenrekening verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: wettelijk budget Wettelijk budget boekjaar Correcties budget voorgaande jaren Totaal wettelijk budget voor aanvaardbare kosten (uit AWBZ/ Zvw-zorg, exclusief subsidies) Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar 98 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
99 D.10 Toelichting op de resultatenrekening: niet-gebudgetteerde zorgprestaties (exclusief DBC B-segment; inclusief Wmo-hulp bij huishoudelijke hulp) Toelichting op de resultatenrekening verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: nietgebudgetteerde zorgprestaties Zorgprestaties tussen instellingen Eigen bijdragen en betalingen cliënten voor niet-verzekerde zorg en opbrengsten uit aanvullende zorgverzekering Persoonsgebonden en -volgende budgetten Opbrengsten uit hoofde van nietgebudgetteerde Zvw/AWBZ-zorg (waaronder kraamzorg) Opbrengsten uit Wmo-prestaties op het gebied van huishoudelijke hulp (inclusief onderaanneming) Overige niet-gebudgetteerde zorgprestaties Totaal niet-gebudgetteerde zorgprestaties (exclusief DBC B-segment; inclusief Wmo huishoudelijke hulp) Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar D.11 Toelichting op de resultatenrekening: subsidies (exclusief Wmo-huishoudelijke hulp; inclusief overige Wmo-prestaties) Toelichting op de resultatenrekening verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: subsidies Subsidies AWBZ/Zvw-zorg Rijkssubsidies vanwege het Ministerie van OC&W (waaronder werkplaatsfunctie en medische faculteit van UMC s) Rijkssubsidies vanwege het Ministerie van Veiligheid en Justitie Rijkssubsidies vanwege het Ministerie van VWS (waaronder opleidingsfonds, academische component voor UMC s) Overige Rijkssubsidies Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 99
100 Subsidies vanwege Provincies en gemeenten (exclusief Wmohuishoudelijke hulp; inclusief overige Wmo-prestaties zoals maatschappelijke en vrouwenopvang, verslavingszorg, OGGZ) Overige subsidies, waaronder loonkostensubsidies en EU-subsidies Totaal subsidies (exclusief Wmohuishoudelijke hulp; inclusief overige Wmo-prestaties) D.12 Toelichting op de resultatenrekening: omzet DBC B-segment Toelichting op de resultatenrekening verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: omzet DBC B-segment Omzet DBC B-segment Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar Gefactureerde omzet DBC B-segment Mutatie onderhanden projecten DBC B-segment D.13 Toelichting op de resultatenrekening: overige bedrijfsopbrengsten Toelichting op de resultatenrekening verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: overige bedrijfsopbrengsten Overige dienstverlening Overige opbrengsten, waaronder vergoeding voor uitgeleend personeel en verhuur onroerend goed Totaal overige bedrijfs-opbrengsten Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar 100 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
101 D.14 Toelichting op de resultatenrekening: personeelskosten Toelichting op de resultatenrekening verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: personeelskosten Lonen en salarissen Sociale lasten Pensioenpremie Andere personeelskosten Personeel niet in loondienst Totaal personeelskosten Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar D.15 Toelichting op de resultatenrekening: overige bedrijfskosten Toelichting op de resultatenrekening verslagjaar respectievelijk vorig verslagjaar: overige bedrijfskosten Voedingsmiddelen en hotelmatige kosten Algemene kosten Patiënt/cliënt- en bewonersgebonden kosten Onderhoud Energiekosten Energiekosten stroom Energiekosten gas Huur en leasing Donaties en vrijval voorzieningen Totaal overige bedrijfskosten Bedrag in euro s verslagjaar Bedrag in euro s vorig verslagjaar D.16 Bevestiging Nadat DigiMV is ingevuld, wordt gevraagd om een bevestiging door de Raad van Bestuur. Alleen de RvB kan namelijk de gegevens verzenden. Daarmee geeft de RvB aan dat de gegevens naar waarheid zijn ingevuld. Nb. Deze verklaring heeft geen betrekking op het verslag van de Raad van Toezicht. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 101
102 IV Achtergrondinformatie 102 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
103 E Wijzigingen ten opzichte van verslagjaar 2011 Onderdeel Wijziging Algemeen Gehele document Tekstuele verbeteringen en waar nodig aanpassingen ivm wetswijzigingen. Maatschappelijk verslag Kernactiviteiten en nadere typering :Kraamzorg is toegevoegd aan de eerste alinea. 3.3 Passage toegevoegd in laatste alinea: Als in uw organisatie geen Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen functioneert, bijvoorbeeld vanwege de geringe omvang van uw organisatie, of omdat de rechtsvorm een b.v. is Toevoeging scholingsbeleid en beleid gericht op duurzame inzetbaarheid DigiMV A.1.1 Typering concern: toevoeging van het kopje forensische zorg. A.2 Opname tabel over totale bedrijfsopbrengsten. A.2.1 Aanpassing tabel productie, personeel en opbrengsten UMC s, ziekenhuizen,zbc s. Toevoeging: Waarvan bedden/plaatsen voor dag/deeltijdbehandeling Waarvan wiegen voor gezonde zuigelingen Aanpassing DOT zorgproducten Medisch specialistische zorg wordt uitgesplitst in A-segment en B-segment. Toevoeging: Aantal beschikbare operatiekamers Bestedingen aan innovatie Geschrapt 8 vragen over openstaande en gesloten DBC s. Geschrapt 4 vragen over bedrijfsopbrengsten en wettelijk budget A.2.7 Tabel Wet bijzondere medische verrichtingen: aanvullingen onder Transplantaties, Stamceltherapie, Hartinterventies, Klinisch genetisch onderzoek, In vitro fertilisatie en neonatale intensive care unit A.2.2, A.2.3, A.2.4 Toevoeging vraag over innovatie A.4 Tabel personeelsinformatie: in de tabel wordt Verzorgenden individuele en algemene gezondheidszorg en sociaal pedagogische werksters vervangen door: Verzorgenden en sociaal (ped)agogisch hulpverlener. A.4 Bij de tabel niet in loondienst: toevoegen ZZP-ers (zoals verpleegkundigen en thuiszorgmedewerkers) B.1 Governancecode: bij de vraag hanteert uw concern de zorgbrede Governancecode ook de mogelijkheid nee, omdat toevoegen. C.7, C.8, C.9 Deze tabellen inzake rentabiliteit, liquiditeit, solvabiliteit worden gewijzigd. C.16 Beloning leden Raad van Bestuur Toevoegingen onder nevenfunctie, aard van de arbeidsovereenkomst en salarisregeling en totaal inkomen op basis van full-time dienstverband Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jaarverantwoording Ziekenhuizen 103
104 D.2 Jaarrekening, resultatenrekening D.3 Toevoeging kasstroomoverzicht D.15 Toevoeging uitsplitsing energiekosten Toelichting Accountantscontrole Dataprotocol Gewijzigd controleprotocol. 104 Jaarverantwoording Ziekenhuizen Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Jaarverantwoording zorginstellingen 2012
Jaarverantwoording zorginstellingen 2012 Geestelijke gezondheidszorg Dit jaardocument wordt mogelijk op enkele onderdelen nog gewijzigd. In het document is aangegeven welke aanvullingen nog worden verwacht.
Jaarverantwoording zorginstellingen 2012
Jaarverantwoording zorginstellingen 2012 Gehandicaptenzorg Dit jaardocument wordt mogelijk op enkele onderdelen nog gewijzigd. In het document is aangegeven welke aanvullingen nog worden verwacht. Kijk
Jaarverantwoording zorginstellingen
Jaarverantwoording zorginstellingen 2010 Jaardocument Dit jaardocument wordt mogelijk op enkele onderdelen nog gewijzigd. In het document is aangegeven welke aanvullingen nog worden verwacht. Kijk altijd
Jaarverantwoording 2015. Zorginstellingen en Jeugd
Jaarverantwoording 2015 Zorginstellingen en Jeugd Jaarverantwoording zorginstellingen en jeugd 2015 Modeljaardocument Dit jaardocument wordt mogelijk nog op enkele onderdelen gewijzigd. Wijzigingen worden
Jaarverantwoording 2013. Alle zorginstellingen
Jaarverantwoording 2013 Alle zorginstellingen Jaarverantwoording zorginstellingen 2013 Model-Jaardocument Dit jaardocument wordt mogelijk op enkele onderdelen nog gewijzigd. In het document is aangegeven
Jaarverantwoording zorginstellingen 2012
Jaarverantwoording zorginstellingen 2012 Model-Jaardocument Dit jaardocument wordt mogelijk op enkele onderdelen nog gewijzigd. In het document is aangegeven welke aanvullingen nog worden verwacht. Kijk
Jaardocument jeugdzorg. 21 maart 2012
Jaardocument jeugdzorg 2012 21 maart 2012 Inhoudsopgave Inleiding..4 I Maatschappelijk verslag 1. Uitgangspunten van de verslaggeving.. 7 2. Profiel van de organisatie...7 2.1 Algemene identificatiegegevens
Jaarverantwoording zorginstellingen 2007
Jaarverantwoording zorginstellingen 2007 Dit jaardocument wordt op enkele onderdelen nog aangevuld. In het document is aangegeven welke aanvullingen nog worden verwacht (met name IGZ-indicatoren). Daarnaast
Jaarverantwoording 2012 Alle zorginstellingen Inclusief wijzigingen
Jaarverantwoording 2012 Alle zorginstellingen Inclusief wijzigingen Jaarverantwoording zorginstellingen 2012 Model-Jaardocument Dit jaardocument is op onderdelen gewijzigd. De wijzigingen ten opzichte
Jaarverantwoording 2013. Alle zorginstellingen
Jaarverantwoording 2013 Alle zorginstellingen Jaarverantwoording zorginstellingen 2013 Model-Jaardocument Dit jaardocument is op onderdelen gewijzigd. De wijzigingen ten opzichte van verslagjaar 2012 en
Jaarverantwoording 2015. Zorginstellingen
Jaarverantwoording 2015 Zorginstellingen Jaarverantwoording zorginstellingen 2015 Modeljaardocument Dit jaardocument wordt mogelijk nog op enkele onderdelen gewijzigd. Wijzigingen worden eind september
Jaarverantwoording Veilig Thuis 2016
Jaarverantwoording Veilig Thuis 2016 Jaarverantwoording Veilig Thuis 2016 Versie november 2016 Modeljaardocument Dit jaardocument wordt mogelijk nog op enkele onderdelen gewijzigd. Wijzigingen worden
Jaarverantwoording 2014. Alle zorginstellingen
Jaarverantwoording 2014 Alle zorginstellingen Jaarverantwoording zorginstellingen 2014 Model-Jaardocument Dit jaardocument is op enkele onderdelen gewijzigd ten opzichte van het document 2014 zoals dat
Jaarverantwoording 2016 en Voor kleine aanbieders in de jeugdhulp
Jaarverantwoording 2016 en 2017 Voor kleine aanbieders in de jeugdhulp Jaarverantwoording 2016 en 2017 Voor kleine aanbieders in de jeugdhulp versie 20 september 2016 Modeljaardocument Dit jaardocument
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 1 7 OKJ. 2013, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake
Controleprotocol behorende bij de jaarverantwoording zorginstellingen 2010
Controleprotocol behorende bij de jaarverantwoording zorginstellingen 2010 Hoofdstuk 1: Algemene inleiding 1.1 Wettelijk kader Het jaardocument Jaarverantwoording zorginstellingen 2010 (jaardocument) is
Jaarverantwoording Veilig Thuis 2015
Jaarverantwoording Veilig Thuis 2015 Jaarverantwoording Veilig Thuis 2015 Versie februari 2016 Modeljaardocument Dit jaardocument wordt mogelijk nog op enkele onderdelen gewijzigd. Wijzigingen worden
Jaarverantwoording. Jeugdzorg
Jaarverantwoording 2013 Jeugdzorg Jaardocument jeugdzorg 2013 Versie 20 december 2013 Inhoudsopgave Inleiding 6 I Maatschappelijk verslag 10 1 Profiel van de organisatie 12 2 Kernprestaties 12 3 Maatschappelijk
655 ZORGINSTELLINGEN EDITIE 2013
655 ZORGINSTELLINGEN EDITIE 2013 Deze Richtlijn 655 (aangepast 2013) vervangt Richtlijn 655 (herzien 2012) en is van kracht voor verslagjaren die aanvangen op of na 1 januari 2013. 101 1 Dit hoofdstuk
Controleprotocol Jaarverantwoording zorginstellingen 2011
> Postadres Postbus 16114 2500 BC Den Haag Controleprotocol Jaarverantwoording zorginstellingen 2011 Bezoekadres: Wijnhaven 16 2511 GA Den Haag T 070 340 54 87 F 070 340 65 35 www.jaarverslagenzorg. nl
Jaarverantwoording 2015 Jeugd
Jaarverantwoording 2015 Jeugd Jaardocument jeugd 2015 Versie 31 december 2014 Modeljaardocument Dit jaardocument wordt mogelijk nog op enkele onderdelen gewijzigd. Wijzigingen worden zo snel mogelijk
Vereenvoudigde verantwoording 2017 en Format voor kleine aanbieders in de zorg en jeugdhulp
Vereenvoudigde verantwoording 2017 en 2018 Format voor kleine aanbieders in de zorg en jeugdhulp 2 Vereenvoudigde verantwoording 2017 en 2018 - Format voor kleine aanbieders in de zorg en jeugdhulp Ministerie
2 januari 2015. Onderzoek: Effectiviteit van de zorg
2 januari 2015 Onderzoek: Effectiviteit van de zorg 1 Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 50.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek.
Jaarverantwoording Zorginstellingen en Jeugd
Jaarverantwoording 2016 Zorginstellingen en Jeugd Jaarverantwoording 2016 Zorginstellingen en jeugd Versie oktober 2016 Modeljaardocument Dit jaardocument wordt mogelijk nog op enkele onderdelen gewijzigd.
2 januari 2015. Onderzoek: Effectiviteit van de zorg
2 januari 2015 Onderzoek: Effectiviteit van de zorg 1 Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 50.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek.
16 augustus 2014. Onderzoek: Prijsplafonds in de zorg
16 augustus 2014 Onderzoek: Prijsplafonds in de zorg 1 Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 50.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online
SPELREGELS TOEWIJZINGSVOORSTEL 2016 VOOR DE ZORGOPLEIDINGEN DIE WORDEN BEKOSTIGD DOOR MIDDEL VAN EEN BESCHIKBAARHEIDBIJDRAGE (SPELREGELDOCUMENT 2016)
SPELREGELS TOEWIJZINGSVOORSTEL 2016 VOOR DE ZORGOPLEIDINGEN DIE WORDEN BEKOSTIGD DOOR MIDDEL VAN EEN BESCHIKBAARHEIDBIJDRAGE (SPELREGELDOCUMENT 2016) Januari 2015 1. Inleiding Dit document bevat de spelregels
Concerninformatie. Concernbrede vragenlijst. DigiMV verslagjaar 2010: Concerninformatie. Lidmaatschap van brancheorganisaties.
DigiMV 2010: Concernbrede vragenlijst Concerninformatie Onder "concern" wordt verstaan: Houder van de rechtspersoon die verantwoording aflegt. Verantwoording vindt in principe op concernniveau plaats.
Klas op Wielen (Stichting) Hoofdposten uit de Jaarrekening Status: Afgerond (5/28/2018 3:09:35 PM)
3.7.1 Jaarrekening: balans Activa Vaste activa Bedrag in 's per einde Bedrag in 's per einde vorig Immateriële vaste activa 0 0 Materiële vaste activa 102.484 111.962 Financiële vaste activa 0 0 Totaal
Statistieken. enquete-telefonische-opname-gesprek-arts-patient. Enquête telefonische opname gesprek arts en patiënt. Schoonderwoerd, Sandra
Statistieken Naam formulier enquete-telefonische-opname-gesprek-arts-patient Titel formulier Enquête telefonische opname gesprek arts en patiënt Gebruiker Schoonderwoerd, Sandra Aantal vragen 20 Totaal
Bijlage 1. Kernactiviteiten
Bijlage 1 Kernactiviteiten Bijlage 1 Kernactiviteiten Profiel Maasstad Ziekenhuis Het Maasstad Ziekenhuis verleent medisch specialistische zorg (diagnostiek, behandeling en nazorg) en de daaraan gerelateerde
SPELREGELS VOOR DE TOTSTANDKOMING VAN HET TOEWIJZINGVOORSTEL 2017 VAN DE STICHTING BOLS (SPELREGELDOCUMENT 2017)
SPELREGELS VOOR DE TOTSTANDKOMING VAN HET TOEWIJZINGVOORSTEL 2017 VAN DE STICHTING BOLS (SPELREGELDOCUMENT 2017) Januari 2016 1. Inleiding Dit document bevat de spelregels voor het door de stichting BOLS
BELEIDSREGEL AL/BR Overheveling GGZ budget AWBZ-Zvw
BELEIDSREGEL Overheveling GGZ budget AWBZ-Zvw Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels
Betreft: beroepsgroep-brede invoering van zelfevaluatie gunstbetoon. Datum: 15 februari Geachte aanbieder van nascholing,
Betreft: beroepsgroep-brede invoering van zelfevaluatie gunstbetoon Datum: 15 februari 2016 Geachte aanbieder van nascholing, Op 1 mei 2014 is de pilot zelfevaluatie gunstbetoon van start gegaan. De zelfevaluatie
Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012
Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012 Achtergrond DHD enquête 1. Inleiding Tijdens de klankbordgroepbijeenkomst van 14 maart 2011 is de NZa verzocht om
BELEIDSREGEL BR/CU Verrichtingenlijst ten behoeve van DBC s
BELEIDSREGEL BR/CU-2020 Verrichtingenlijst ten behoeve van DBC s Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit
Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast.
NADERE REGEL NR/CU-201 Declaratiebepalingen DBC-bedragen en overige bedragen medisch specialistische zorg door of vanwege de zorginstelling Gelet op artikel 37 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt
Wijziging Subsidieregeling zorgopleidingen 1e tranche
VWS Wijziging Subsidieregeling zorgopleidingen 1e tranche Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 juli 2008, nr. MEVA/NBO-2859135, houdende wijziging van de Subsidieregeling
Stichting Protestants C hristelijk Ziekenhuis Ikazia. mr. R.P.D.Kievit, arts, algemeen directeur
Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording 27 DigiMV bij algemene gegevens, hoofdstukken 2, 3 en 4 en jaarrekening Verantwoording op concernniveau Concerninformatie Onder "concern" wordt verstaan: Houder
Kostprijsberekening geriatrische revalidatiezorg
BELEIDSREGEL Kostprijsberekening geriatrische revalidatiezorg Ingevolge artikel 57, eerste lid, sub b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels
Basisarts, en dan. Mastering your future 24 oktober 2015 Victor Slenter, arts M&G
Basisarts, en dan. Mastering your future 24 oktober 2015 Victor Slenter, arts M&G 1 Disclosure Sinds 2013 lid Dagelijks Bestuur Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten 2 Inhoud presentatie Wat doet
Toewijzingsvoorstel Jaar: 2013 Tranche: 1
Toewijzingsvoorstel Jaar: 2013 Tranche: 1 Id Naam Plaats Eindspecialisatie InstroomPersonen 1101001 Universitair Medisch Centrum Groningen Groningen Anesthesiologie 16 1101001 Universitair Medisch Centrum
Allerlei partijen beïnvloeden ons werk: verzekeraars, politiek, inspectie, farmaceuten, managers, patiëntenorganisaties. Er zijn grote belangen.
De uitdaging Er gebeurt ontzettend veel in de zorg. De technologische ontwikkelingen gaan razendsnel, de zorgvraag neemt alleen maar toe, budgetten staan onder druk en we komen steeds vaker bedden en handen
GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES
GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES November 2006 1 GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES PRINCIPES I. Naleving en handhaving van de code Het bestuur 1 en de raad van commissarissen zijn verantwoordelijk voor
MEDISCH SPECIALIST 2013
Rode Hoed Symposium MEDISCH SPECIALIST 2013 Belangrijke actuele ontwikkelingen in de medisch specialistische zorg Middagthema: Hoe verder? Belangrijke veranderingen in 2012. Opnieuw wordt een beroep gedaan
Inhoudsopgave: 1. Raad van Commissarissen Het bestuur De financiële verslaggeving en de positie van de externe accountant...
GOVERNANCESTRUCTUUR Inhoudsopgave: 1. Raad van Commissarissen... 2 2. Het bestuur... 3 3. De financiële verslaggeving en de positie van de externe accountant... 4 1 Governancestructuur Woningstichting
Zorgkosten nemen toe
DBC-Onderhoud Inzicht in zorgprestaties Eise Douma / Joost Warners 2 Zorgkosten nemen toe Inzicht: zorg wordt onbetaalbaar Uitdaging: duurzaam realiseren van goede, veilige en betaalbare zorg Doelstellingen:
Informatieprotocol. Datum: 27 april 2010 Raad van toezicht Raad van bestuur
Informatieprotocol Datum: 27 april 2010 Aan: Raad van toezicht Van: Raad van bestuur Kenmerk: II-1.1/10.78.1n 1. Inleiding De RvT en de RvB van de St. Anna Zorggroep achten het van belang dat de RvT tijdig
Klachtenregeling cliënten Stichting Wonen & Zorg Purmerend
Klachtenregeling cliënten Stichting Wonen & Zorg Purmerend Inhoudsopgave 1 Algemene bepalingen... 4 1.1 Artikel 1 Begripsomschrijvingen... 4 1.2 Artikel 2 Wie een klacht of een Bopz-klacht kan indienen...
Capaciteitsorgaan. (Theoretische) kans op een opleidingsplek. V.A.J. Slenter, arts M&G, arts beleid en advies KNMG
Capaciteitsorgaan (Theoretische) kans op een opleidingsplek V.A.J. Slenter, arts M&G, arts beleid en advies KNMG 1 25 maart 2017 Carrièrebeurs, Den Bosch Inhoud presentatie 1. Het loopbaanpad 2. Kenmerken
> Retouradres Postbus BA Den Haag Macro Economische Vraagstukken en Arbeidsmarkt (MEVA)
> Retouradres Postbus 16006 2500 BA Den Haag Macro Economische Vraagstukken en Arbeidsmarkt (MEVA) Bezoekadres:: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Inlichtingen bij DUS-I T 070 340
Governance Code 2018
Governance Code 2018 Stichting Federatie van Zorginstellingen ALGEMEEN 1. De Governance Code 2018, kortweg de code, is tot stand gekomen op initiatief van Stichting Federatie van Zorginstellingen. De code
Toezichtvisie, toezichtkader, toetsingskader Riederborgh. 1. Inleiding. 2. Toezichtvisie
Toezichtvisie, toezichtkader, toetsingskader Riederborgh 1. Inleiding Het vernieuwde wettelijk kader en de Zorgbrede Governancecode 2017 schrijft onder meer voor dat de raad van toezicht haar toezichtvisie,
BELEIDSREGEL OVERGANG CURATIEVE GGZ NAAR ZVW EN INVOERING DBC S
BELEIDSREGEL BELEIDSREGEL OVERGANG CURATIEVE GGZ NAAR ZVW EN INVOERING DBC S Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit
Financiële kengetallen zorginstellingen 2012
Webartikel 2013 Financiële kengetallen zorginstellingen 2012 Rudi Bakker 06-12-2013 gepubliceerd op cbs.nl Inhoud Samenvatting 2 1. Inleiding 3 2. Benchmark 2012 3 2.1 Data en respons 3 2.2 Methode 4 2.3
Van basisarts tot aios. Victor Slenter, arts M&G 25 november 2015 LUMC
Van basisarts tot aios Victor Slenter, arts M&G 25 november 2015 LUMC 1 Inhoud presentatie Wat doet het Capaciteitsorgaan? Wat doen basisartsen als zij zijn afgestudeerd? Aantal sollicitaties naar opleidingsplekken
Jaarverslag Stichting Victas Fonds
Jaarverslag 214 Stichting Victas Fonds Utrecht, juni 215 E.J. Reinking M. de Munnik M. Scheper Bestuurder Penningmeester Secretaris Inhoudsopgave 1 Jaarverslag 214 3 2. Jaarrekening 214 4 2.1 Balans per
Jaarverantwoording Zorg en Jeugd 2018 en 2019
Jaarverantwoording Zorg en Jeugd 2018 en 2019 Jaarverantwoording Zorg en Jeugd 2018 en 2019 Model-jaardocument voor zorginstellingen, Regionale Ambulancevoorzieningen, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde
Jaarverantwoording 2014. Jeugdzorg
Jaarverantwoording 2014 Jeugdzorg Jaardocument 2014 Jeugdzorg Versie 19 november 2014 Modeljaardocument Dit jaardocument wordt mogelijk nog op enkele onderdelen aangepast als wijzigingen in de regelgeving
BELEIDSREGEL BR/FZ-0003
BELEIDSREGEL ZZP-TARIFERING EN TARIEVEN EXTRAMURALE PARAMETERS IN DE FORENSISCHE ZORG Ingevolge artikel 57 eerste lid onderdeel b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) juncto artikel 6 van
