Codeerhandleiding. Minimale Ziekenhuis Gegevens

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Codeerhandleiding. Minimale Ziekenhuis Gegevens"

Transcriptie

1 FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Data Management Codeerhandleiding Minimale Ziekenhuis Gegevens Februari

2 INHOUDSOPGAVE 1. Deel I Inleiding Wat zijn de MZG? Toegediende verpleegkundige zorgen: Wat zijn de toegediende verpleegkundige zorgen? Wie kan de verpleegkundige zorgen uitvoeren en registreren? Wat is een registratiedag? Patiëntengegevens Deel II Inleiding De opbouw van de MZG zorgitems De domeinen De klassen De items De keuzemogelijkheden s De verpleegkundige zorgen Domein I: Zorg bij de elementair fysiologische functies Klasse A: Bevorderen van activiteiten en lichaamsbeweging Klasse B: Zorg voor de uitscheiding Klasse C: Zorg voor de mobiliteit Klasse D: Zorg voor voeding Klasse E: Bevorderen van lichamelijk comfort Klasse F: Ondersteunen van persoonlijke zorg Domein 2 : Complexe fysiologische functies Klasse G: Zorg voor de voeding, de elektrolytenbalans en het zuur-base-evenwicht Klasse H: Zorg bij geneesmiddelengebruik Klasse I: Neurologische zorg Klasse K: Zorg voor de ademhaling Klasse L: Huid- en wondverzorging Klasse M: Temperatuurregeling Klasse N : Zorg voor de weefseldoorbloeding Domein 3 : Gedrag Klasse O : Gedragstherapie Klasse P : Cognitieve therapie Klasse Q: Bevorderen van de communicatie Klasse R : Ondersteunen bij probleemhantering Klasse S : Patiëntenvoorlichting Domein 4 : Veiligheid Klasse V: Risicobestrijding Domein 5 : Gezin en familie Klasse W : Zorg rondom geboorte Klasse X : Zorg voor gezin en familie Domein 6: Gezondheidszorgbeleid Klasse Y : Bemiddeling in de zorg Klasse Z : Beheer van zorgvoorzieningen & informatiebeheer

3 1. Deel I 1.1. Inleiding Het uitgangspunt van de registratie van minimale ziekenhuis gegevens (MZG) is een weergave te kunnen geven van de verpleegkundige zorg uitgevoerd door het verpleegkundig personeel. De MZG registratie heeft als doel informatie te verzamelen voor heel diverse toepassingen zoals een personeelsallocatiesysteem, financiering van verpleegkundige activiteit in het ziekenhuis, kwaliteitstoetsing enz Wat zijn de MZG? De te registreren gegevens via de minimale ziekenhuis gegevensregistratie omvatten: algemene gegevens van de instelling; de toegediende verpleegkundige zorgen; patiëntengegevens; gegevens per verpleegafdeling. Aangezien dit document gericht is aan verpleegkundigen en vroedkundigen die de zorg registreren, worden enkel de onderdelen de verpleegkundig toegediende zorgen en patiëntengegevens gedetailleerd besproken Toegediende verpleegkundige zorgen: Voor het in kaart brengen van de toegediende verpleegkundige zorgen worden er verschillende gegevens opgevraagd zoals het erkenningsnummer, het registratiejaar, het registratiesemester, de verblijfsnummer van de patiënt, de verpleegeenheidsnummer etc. Deze gegevens worden vaak centraal in het ziekenhuis opgesteld en bewaard waardoor verpleegkundigen meestal niet in aanraking komen met deze gegevens. De gegevens waarbij meestal wel een notitie noodzakelijk is op de verpleegeenheid zijn de volgende : opnamedatum; ontslagdatum; registratiedag; nummer verpleegeenheid. Opnamedatum en -uur Dit is de datum en het uur van de dag waarop de patiënt opgenomen wordt op de afdeling. Ontslagdatum en -uur Dit is de datum en het uur van de dag waarop de patiënt ontslagen wordt op de afdeling. Registratiedag Dit is de datum van de dag waarop geregistreerd wordt. Deze datum geeft aan op welke datum uit de MZG periode de MZG items betrekking hebben en maken het mogelijk de verpleegkundige activiteiten op een verpleegeenheid te koppelen met de personeelsgegevens van de desbetreffende verpleegeenheid. Nummer verpleegeenheid Deze nummers worden bepaald door de MZG verantwoordelijke van de instelling en moeten éénduidig en uniek zijn voor alle verpleegeenheden in een zelfde instelling. 3

4 Wat zijn de toegediende verpleegkundige zorgen? De lijst van zorgitems beogen de uitgevoerde verpleegkundige zorg in beeld te brengen. Deze lijst wordt ingedeeld in 25 klassen. Voor de structuur van MZG werd gebruik gemaakt van het raamwerk van de Nursing Interventions Classification (NIC). 1. De structuur bestaat uit 4 hiërarchische niveau s. Het hoogste niveau bestaat uit 6 domeinen. Onder deze domeinen vallen 26 klassen die het 2 de niveau vormen: Domein I: Elementaire fysiologische functies A) Bevorderen van activiteiten en lichaamsbeweging B) Zorg voor de uitscheiding C) Zorg voor de mobiliteit D) Zorg voor voeding E) Bevorderen van lichamelijk comfort F) Ondersteunen van de persoonlijke zorg Domein II: Complexe fysiologische functies G) Zorg voor de elektrolytenbalans en het zuur-base-evenwicht H) Zorg bij geneesmiddelengebruik I) Neurologische zorg J) Perioperatieve zorg K) Zorg voor de ademhaling L) Huid- en wondverzorging M) Temperatuurregeling N) Zorg voor de weefseldoorbloeding Domein III: Gedrag O) Gedragstherapie P) Cognitieve therapie Q) Bevorderen van de communicatie R) Ondersteunen bij probleemhantering S) Patiëntenvoorlichting T) Bevorderen van het psychisch welbevinden Domein IV: Veiligheid U) Omgaan met crisissituaties V) Risicobestrijding 1 J.C. McClosky, G.M. Bulechek, M.C. Craft-Rosenberg, J. Daley, J. Denehey, O. Glick, Nursing Interventions Classification (NIC), 2nd ed., Mosby-Year Book, Inc., St. Louis,

5 Domein V: Gezin en familie W) Zorg rondom de geboorte X) Zorg voor gezin en familie Domein VI: Gezondheidszorgstelsel. Y) Bemiddeling in de zorg Z) Beheer van zorgvoorzieningen & informatiebeheer Het 3 de niveau bestaat uit MZG items. Sommige items worden op hun beurt nog eens onderverdeeld in mutueel exclusieve keuzemogelijkheden. Deze keuzemogelijkheden vormen het 4 de en laagste hiërarchische niveau. Voor een uitgebreide definiëring en beschrijving van de klassen, items en keuzemogelijkheden wordt verwezen naar deel II van dit document Wie kan de verpleegkundige zorgen uitvoeren en registreren? MZG is een verpleegkundige registratie en geen minimale zorgregistratie. Dit betekent concreet het volgende: Het registreert de verpleegkundige zorg (zoals gedefinieerd en afgebakend) die uitgevoerd wordt door het verpleegkundig personeel (hoofdverpleegkundige, verpleegkundigen, vroedkundigen, logistieke medewerkers, zorgkundigen). De activiteiten die voorkomen in de MZG registratie, maar uitgevoerd worden door niet verpleegkundig personeel zoals artsen, kinésitherapeuten, ergotherapeuten, diëtitsten, patiënten, mantelzorgers, worden niet geregistreerd. MZG wordt geregistreerd indien een activiteit plaatsvindt op een bepaalde verpleegafdeling door een verpleegkundig personeelslid van de verpleegafdeling. Dit personeelslid kan tijdelijk (mobiele equipe of personeelslid van een andere verpleegeenheid die tijdelijk toegewezen wordt aan de verpleegeenheid) of permanent tewerkgesteld zijn binnen deze afdeling. Activiteiten uitgevoerd door de mobiele equipe of door verpleegkundigen verbonden aan het labo, de transportdienst, kunnen worden gescoord indien ze worden uitgevoerd op een verpleegafdeling. De registratie van de activiteiten gebeurt steeds op de afdeling waar de patiënt is gehospitaliseerd. 5

6 Het verantwoordelijkheidsprincipe is een bijkomend aspect waarmee men rekening moet houden: De verpleegkundige zorgen die uitgevoerd worden bij een patiënt die fysiek op de afdeling aanwezig is, vallen onder de verantwoordelijkheid van de verpleegequipe van die afdeling of van het personeel dat toegewezen werd aan die afdeling. De verpleegkundige zorgen die uitgevoerd worden bij een patiënt die fysiek buiten de afdeling is op het moment van de verzorging (vb. infuus vervangen in de cafetaria), maar vallen onder de verantwoordelijkheid van de verpleegequipe of van het personeel dat toegewezen werd aan de verpleegafdeling waar de patiënt verblijft, worden tevens meegenomen in de registratie Wat is een registratiedag? De MZG registratiedag loopt van 0-23u59. Er is een registratie per dag, per patiënt en per verpleegafdeling. Wanneer een patiënt gedurende een registratiedag op meerdere verpleegafdelingen verblijft (bv. een patiënt verhuist van de ICU naar een heelkundige afdeling), zijn er meerdere MZG registraties per patiënt. Gemeten zorgen zijn dus enkel toe te wijzen aan één bepaalde afdeling. Er worden geen registraties over diensten heen doorgegeven bij het verhuizen van de patiënt naar een andere verpleegafdeling (geen concatinatie van gegevens). In de registratie wordt de volgorde van de verpleegafdelingen waar de patiënt verbleven heeft en de duur van zijn verblijf (in dagen indien langer dan 24u; in uren indien minder dan 24u) geregistreerd. Per registratie wordt de tijdsduur (uitgedrukt in uren) aangegeven waarop deze registratie betrekking heeft. Als een patiënt een hele registratiedag op een eenheid verbleven heeft, is dit 24u. Wanneer een patiënt gedurende een registratiedag opgenomen, ontslagen of getransfereerd wordt naar een andere verpleegafdeling is dit minder dan 24u. Om dit te berekenen wordt er gewerkt met het opname- en ontslaguur van de afdeling. Bv. De patiënt verblijft op de afdeling A maar wordt om 18u getransfereerd naar de afdeling B Op afdeling A was hij 18u aanwezig en op afdeling B was hij 6u aanwezig. Op welke afdelingen worden zorggegevens geregistreerd? In deze paragraaf wordt de plaats besproken waar de verpleegkundige zorgen geregistreerd dienen te worden. De verpleegkundige activiteiten worden via MZG geregistreerd op spoedgevallenzorg, (C, D, H) dagziekenhuis (Z), en alle hospitalisatieafdelingen. Met inbegrip van: Geriatrie (G), S-verpleegafdeling (S1 tot S6), Pediatrie (E), Heelkunde (C), Interne geneeskunde (D), Intensieve zorgen (I), Gemengde verpleegafdeling (H*), Maternele verpleegafdeling (M), MIC-dienst voor intensieve observatie van hoogrisicozwangerschappen (MI), afdeling voor niet-intensieve neonatale zorg (N*), NIC-dienst voor intensieve neonatale zorg (NI) en Verloskamer (OB). 6

7 De verpleegkundige activiteiten worden niet geregistreerd op: Operatiezaal, Recovery, Medisch technische afdelingen, Consultatie, Dialyse-afdeling, Verpleegafdeling Neuropsychiatrie voor observatie en behandeling (A), Verpleegafdeling Neuro-psychiatrie voor kinderen (K), Verpleegafdeling voor Neuro-psychiatrische behandeling (T) en Ambulante spoedgevallenzorg. Bemerking: De afdelingen Materniteit en Bevallingskwartier worden afhankelijk van de organisatie van het ziekenhuis apart of samen geregistreerd. Er zal dan ook een aparte kenletter voor beide typen van afdelingen gehanteerd worden Patiëntengegevens Deze gegevens worden geregistreerd voor alle patiënten opgenomen op hoger vermelde verpleegeenheden (1.3.4). Om de anonimiteit van de gegevens te waarborgen, worden zowel op het niveau van de patiënt, als op dat van het ziekenhuis de nodige garanties in de registratie ingebouwd. De patiëntengegevens houden volgende aspecten in: uniek, anoniem patiëntennummer (door het ziekenhuis bepaald); geboortejaar en geslacht van de patiënt; datum en uur van opname en ontslag in/uit de verpleegafdeling. 7

8 2. Deel II 2.1. Inleiding Dit onderdeel bespreekt in detail de zorgitems die geregistreerd moeten worden. Er wordt aandacht besteed aan de logische opbouw van de classificatie waarin de items zijn ondergebracht. Nadien worden enkele belangrijke termen gedefinieerd die regelmatig voorkomen in de beschrijving van de items. In het laatste hoofdstuk worden de items in detail toegelicht en uitgewerkt De opbouw van de MZG zorgitems De structuur waarin de MZG items zijn ondergebracht bestaat uit 4 niveau s. Het 1 ste niveau bestaat uit 6 domeinen. Het 2 de niveau bestaat uit 23 klassen, het 3 de niveau uit 78 items en het 4 de niveau bestaat uit keuzemogelijkheden. 4 Niveau s: 6 Domeinen 23 Klassen 78 MVG Items Keuzemogelijkheden Deze 4 niveau s komen ook terug in de opbouw van de MZG code. Deze codes bestaan uit 4 karakters. Dit wordt toegelicht aan de hand van een voorbeeld. Karakter 1: De letter die verwijst naar de NIC-klasse Karakter 2: Het cijfer dat verwijst naar het item Karakter 3: Het cijfer dat verwijst naar de keuzemogelijkheid Karakter 4: Een reservecijfer 8

9 Klasse Item R 1 1 O Basis emotionele ondersteuning R 1 2 O Gerichte emotionele ondersteuning R 1 3 O Opvang van een emotionele crisis Keuzemogelijkheid Reservecijfer De domeinen Het 1 ste hiërarchisch niveau van de MZG zorgitems bestaat uit 6 overkoepelende domeinen. Deze domeinen zijn opgebouwd i.f.v. zorgen m.b.t. de volgende aspecten: Elementaire fysiologische functies Complexe fysiologische functies Gedrag Veiligheid Gezin en familie Gezondheidszorgstelsel De klassen Onder elk van deze domeinen vallen één of meerdere klassen. In de huidige klassificatie zijn 23 klassen ingevuld. De klassen worden in de volgende paragraaf weergegeven per domein. Domein I: Elementaire fysiologische functies A) Bevorderen van activiteiten en lichaamsbeweging B) Zorg voor de uitscheiding C) Zorg voor de mobiliteit D) Zorg voor voeding E) Bevorderen van lichamelijk comfort F) Ondersteunen van de persoonlijke zorg 9

10 Domein II: Complexe fysiologische functies G) Zorg voor de elektrolytenbalans en het zuur-base-evenwicht H) Zorg bij geneesmiddelengebruik I) Neurologische zorg K) Zorg voor de ademhaling L) Huid- en wondverzorging M) Temperatuurregeling N) Zorg voor de weefseldoorbloeding Domein III: Gedrag O) Gedragstherapie P) Cognitieve therapie Q) Bevorderen van de communicatie R) Ondersteunen bij probleemhantering S) Patiëntenvoorlichting Domein IV: Veiligheid V) Risicobestrijding Domein V: Gezin en familie W) Zorg rondom de geboorte X) Zorg voor gezin en familie Domein VI: Gezondheidszorgstelsel. Y) Bemiddeling in de zorg Z) Beheer van zorgvoorzieningen & informatiebeheer De klassen J, T en U zijn klassen die bestaan binnen de NIC classificatie, maar die binnen de MZG registratie niet zijn ingevuld. Ze worden dan ook niet weergegeven in deze bundel. Deze blijven echter wel ter beschikking voor invulling in de toekomst. 10

11 De items Onder elke klasse vallen één of meerdere items. Deze items worden in 2.4. in detail beschreven aan de hand van de volgende structuur: : de definitie geeft aan wat onder het item wordt verstaan. : onder scoremogelijkheid wordt op een overzichtelijke wijze de toegelaten scores en hun respectievelijk betekenis vermeld. Wanneer er meerdere scores toepasbaar zijn tijdens 1 registratiedag, wordt de hoogste score geregistreerd. : de controle geeft de voorwaarden weer waaraan moet voldaan worden om het item te kunnen scoren. : bij de opmerking worden alle nodige bijkomende toelichtingen verduidelijkingen, bijzonderheden, uitzonderingen opgesomd waarmee rekening moet gehouden worden om het item concreet te registreren De keuzemogelijkheden Sommige items worden onderverdeeld in keuzemogelijkheden. De keuzemogelijkheden hebben als doel de items nog specifieker te maken. Binnen 1 item kan slechts één keuzemogelijkheid gescoord worden. Indien er twee keuzemogelijkheden samen voorkomen op één registratiedag, wordt keuzemogelijkheid met de hoogste MZG code gekozen. Dit wordt toegelicht aan de hand van een voorbeeld. Wanneer een zorgverlener basis emotionele ondersteuning (MZG-code:R110) geeft en ook aan opvang van een emotionele crisis (MZG-code R130) uitvoert, kan er maar één keuzemogelijkheid gescoord worden, namelijk R s De volgende paragrafen verduidelijken enkele definities van de termen die gebruikt worden in het beschrijven van de items. De termen die gebruikt worden in de beschrijving van de items worden met een indexcijfer aangeduid om te verwijzen naar de definitie (bv. patientendossier²). 1) zorgverlener In deze registratiebundel zal de verzamelnaam zorgverlener gebruikt worden. Een zorgverlener is een professionele hulpverlener, die deel uitmaakt van de verpleegequipe (cfr ). 2) patiëntendossier Een patiëntendossier is het geheel van patiëntgegevens. Dit is ruimer dan enkel het verpleegdossier. Met patiëntendossier wordt het geheel van medisch, verpleegkundig paramedisch en sociaal-psychologisch dossier bedoeld, dat wordt gearchiveerd door de instelling na het verblijf van de patiënt. Dit kan bestaan uit zowel elektronische als niet elektronische documenten. 11

12 3) meetinstrument Dit is een wetenschappelijk onderbouwd meetinstrument. Dit wil zeggen dat het gepubliceerd werd in een peer-reviewed wetenschappelijk tijdschrift. Enkel metingen met dergelijke meetinstrumenten worden aanvaard. De referenties van de meetinstrumenten kunnen ten allen tijde aan de verpleegkundige auditeurs voorgelegd worden. Instructies voor het gebruik van het meetinstrument zijn op de afdeling beschikbaar. 4) significante naaste Dit is een familielid, partner of nauwe vriend/kennis die de patiënt in het ziekenhuis bijstaat en de patiënt thuis zal begeleiden wanneer deze uit het ziekenhuis wordt ontslagen. 5) educatie Wanneer educatie gegeven wordt aan een patiënt of significante naaste, wordt deze educatie gescoord bij de patiënt tot wie de educatie gericht is. 6) standaardplan o Een standaardplan bevat: 1. Onderwerp + planning van elke sessie van het plan. 2. Een bilan van kennis en kunde d.m.v. een formulering van leer of streefdoelen (in het patiëntendossier², niet noodzakelijk op de dag van registratie). 3. Opvolgings- en evaluatieverslag. Een standaardplan kan een standaardprotocol zijn, die bovenstaande elementen bevat en waarnaar verwezen wordt in het patiëntendossier. In dit geval worden naast de verwijzingen naar dit protocol ook de evaluaties teruggevonden in het patiëntendossier. Dit standaardprotocol moet beschikbaar zijn op de verpleegafdeling. 7) 24u op 24u o 24u op 24u m.b.t. de items betekent continu tijdens het verblijf op de verpleegafdeling. Indien men minder dan 24u op een afdeling verblijft in het kader van een opname, onderzoek, operatie of ontslag, wordt dit ook als 24u aanzien. 12

13 2.4. De verpleegkundige zorgen Domein I: Zorg bij de elementair fysiologische functies Interventies gericht op de ondersteuning van de functionele gezondheidstoestand. 13

14 Klasse A: Bevorderen van activiteiten en lichaamsbeweging Interventies gericht op de ondersteuning bij lichamelijke activiteiten en het energiebehoud en -verbruik. Item A1: Lichamelijke oefeningen MZG code A100: Gestructureerde lichamelijke oefeningen Passieve of actieve lichamelijke oefeningen, begeleid en opgevolgd door een zorgverlener 1, die geïntegreerd zijn in een standaard revalidatieplan of specifiek voorgeschreven zijn voor een patiënt. Deze oefen- of revalidatieplannen zijn uitgeschreven door een kinesist, arts of een multidisciplinair team. In het patiëntendossier² is het oefen- of revalidatieplan aanwezig. Passief: bewegingsoefeningen van de patiënt die uitgevoerd worden door een zorgverlener 1. Actief: de zorgverlener 1 begeleidt EN volgt de oefeningen op die uitgevoerd worden door de patiënt (bv. continuering van een stapoefening). De zorgverlener 1 is tijdens deze oefeningen permanent bij de patiënt aanwezig. 1 = Aanwezig. o Gestructureerde lichamelijke oefeningen zijn ingebed in een standaard (revalidatie) plan 6 of worden individueel voor de patiënt voorgeschreven door een kinesist, arts of een multidisciplinair team. o Revalidatieschema: Dit houdt in dat de lichamelijke oefeningen gepland zijn in het patiëntendossier² en dat doelen expliciet vermeld worden. Dit kan een standaardplan 6 zijn (aanwezig op de afdeling) waarnaar verwezen wordt in het patiëntendossier² op dagelijkse basis. o Op minstens wekelijkse basis moet er in het patiëntendossier² een verslag terug te vinden zijn waarin de doelstellingen geëvalueerd worden. 14

15 o Multidisciplinair betekent dat twee of meerdere disciplines (verpleegkundige en andere discipline) het schema opstellen en bespreken op een multidisciplinaire vergadering. 15

16 Klasse B: Zorg voor de uitscheiding Interventies gericht op de totstandkoming en instandhouding van regelmatige uitscheidingspatronen en de zorg voor de gevolgen van gewijzigde patronen. Item B1: Zorgen aan het kind (<5jaar) m.b.t. uitscheiding MZG code B100: Zorgen aan het kind (<5jaar) m.b.t. uitscheiding Het geheel van zorgen m.b.t. de uitscheiding van het kind jonger dan 5 jaar zoals bv. luier verversen, aanbrengen van crème/poeders, installatie van, en /of toezicht op een kind dat op het toilet (potje) zit. 1 = Zorg aan het kind dat zindelijk is, maar wordt bijgestaan door een zorgverlener 1. Bv. het kind wordt tijdens de toiletgang in het oog gehouden en bijgestuurd m.b.t. de uitscheiding. 2 = Zorg aan het kind dat overdag zindelijk is en bijgestaan wordt tijdens de toiletgang, maar s nachts niet zindelijk is. 3 = Zorg aan het niet zindelijke kind zowel overdag als s nachts. bv. op regelmatige tijdstippen de luier controleren en verversen. o Leeftijd van de patiënt. o De zorgen m.b.t. de uitscheiding worden benoemd in het patiëntendossier². o Indien aan het leeftijdscriterium niet is voldaan, wordt dit item niet gescoord. o Voor het scoren van de uitscheiding bij een kind < 5 jaar is dit item voldoende tenzij een sonde, of een stoma aanwezig is. (bv. Urinaire uitscheiding: zorg aan een urinair stoma (B240), Urinaire uitscheiding: zorg aan een urinaire verblijfssonde (B250), Uitvoeren van een blaassondage (B300), Fecale uitscheiding: zorg m.b.t. een fecaal stoma/pouch (B440), Toediening lavement, verwijderen faecalomen of het plaatsen van een rectale canule ter preventie of ter behandeling van obstipatie (B500) en educatie m.b.t. urinaire en/of fecale uitscheiding (B600)). 16

17 Item B2**: Zorg bij urinaire uitscheiding (Indien er meerdere keuzemogelijkheden zijn op de dag van registratie, wordt de interventie aangeduid met de hoogste MVG-code : B250>B240>B230>B220>B210) MZG code B210: Urinaire uitscheiding: het opvolgen van de mictie van de urinair continente patiënt Het opvolgen van de mictie van de urinair continente patiënt. 1 = Aanwezig. o Deze zorgen zijn inherent aan het verpleegkundig opvolgen van een gehospitaliseerde patiënt. o De opvolging moet in het dossier terug te vinden zijn (bv.navragen laatste mictie). o Deze keuzemogelijkheid kan niet gescoord worden samen met het item zorgen bij het kind (<5jaar) m.b.t. uitscheiding (B100). o Bv. navragen laatste mictie, toezicht houden op de urinaire uitscheiding (bv. frequentie, volume, kleur en geur) MZG code B220: Urinaire uitscheiding: ondersteuning van de urinair continente patiënt De patiënt is continent, maar kan niet op eigen krachten of op onvoldoende veilige wijze de nodige hulpmiddelen hanteren om te urineren. Meer concreet wordt de patiënt geholpen op het toilet of op de toiletstoel, of wordt de bedpan of urinaal aangereikt. 1 = Aanwezig. 17

18 o De zorgen m.b.t. de uitscheiding worden benoemd in het patiëntendossier². o Deze keuzemogelijkheid kan niet samen gescoord worden met het item zorgen aan het kind (<5jaar) m.b.t. uitscheiding (B100) MZG code B230: Urinaire uitscheiding: zorg bij de urinair incontinente patiënt De patiënt krijgt preventief of curatief hulpmiddelen voor het opvangen van urine (bv. luiers, onderleggers, condoomkatheter). Regelmatige controle, lediging of vernieuwing is vereist. 1 = Aanwezig. o De incontinentie wordt in het patiëntendossier 2 gespecifieerd als een verpleegprobleem. o De zorgen m.b.t. de uitscheiding worden benoemd in het patiëntendossier². o Een patiënt bij wie een verblijfssonde is aangebracht is niet incontinent. Zorg aan een urinaire verblijfssonde wordt gescoord in item B250. o Deze keuzemogelijkheid kan niet gescoord worden samen met het item zorgen bij het kind (<5jaar) m.b.t. uitscheiding (B100). MZG code B240: Urinaire uitscheiding: zorg aan een urinair stoma Verzorging van een patiënt met urinaire uitscheiding via een urinair stoma (= plakplaat + zakje). De patiënt heeft hulp nodig van een zorgverlener 1 voor één of meerdere aspecten van de verzorging aan het urinair stoma. 1 = Aanwezig. 18

19 o De zorgen m.b.t. de uitscheiding worden benoemd in het patiëntendossier². o De wondverzorging aan een recente stoma-operatiewonde wordt gescoord bij L200. Van zodra de suturen of andere hechtingen verdwenen zijn bij een stomaoperatiewonde spreekt met niet meer van een recente stoma-operatiewonde. o Een plakplaat en een zakje verwijzen naar een urinair stoma. Indien een sonde of suprapubische sonde aanwezig is, spreekt men van een verblijfssonde (B250). Enkel wanneer een plakplaat op de huid gekleefd is, spreekt men van een stoma, ongeacht de aanwezigheid van bv. urethercatheters. M.a.w. een plakplaat is het criterium om te spreken van een urinair stoma. MZG score B250: urinaire uitscheiding: zorg aan een urinaire verblijfssonde Verzorging van een patiënt met een urinaire verblijfssonde (bv. verblijfssonde, suprapubische verblijfssonde, nefrostomiesonde ). De patiënt heeft hulp nodig van een zorgverlener 1 voor één of meerdere aspecten van de verzorging aan de sonde (bv. de uitwendige zorg aan de blaassonde of meatuszorg, het ledigen en/of vervangen van de urinecollector, blaasspoelingen, tijdelijk afklemmen van de sonde etc.). 1 = Aanwezig. o De zorgen m.b.t. de urinaire verblijfssonde worden benoemd in het patiëntendossier² of er wordt verwezen naar een protocol. o In dit item worden urinaire stoma s (B240) en condoomkatheters (B230) niet gescoord. o Indien een sonde of suprapubische sonde aanwezig is, spreekt men van een verblijfssonde. Enkel wanneer er een plakplaat op de huid gekleefd is, spreekt men van een stoma, ongeacht de aanwezigheid van bv. urethercatheters. M.a.w. een plakplaat is het criterium om te spreken van een stoma (B240). o Indien een verblijfssonde wordt geplaatst op de dag van registratie kan dit gescoord worden bij het item B300 Uitvoeren van een blaassondage. 19

20 Item B3: Uitvoeren van een blaassondage MZG code B300: Uitvoeren van een blaassondage via de urether Het inbrengen van een katheter in de blaas of de kunstmatige blaas om tijdelijk of permanent urine te laten afvloeien (bv. inbrengen van een verblijfskatheter, intermittent sonderen). o Aantal uitgevoerde sondages. o Indien een verblijfssonde wordt aangebracht op de dag van registratie, kan dit item B300 (aantal =1) eveneens gescoord worden, indien dit genoteerd werd in het patiëntendossier². o Het intermittent sonderen is aangeduid in het patiëntendossier². Dit kan onder de vorm van een aankruising of het neerschrijven van het resultaat (bv. aantal ml urine of coderingssysteem). o Mislukte pogingen worden niet meegeteld. o Enkel het verwijderen van een verblijfssonde is onvoldoende om dit item te scoren. 20

21 Item B4**: Zorg bij Fecale uitscheiding (Indien er meerdere keuzemogelijkheden zijn op de dag van registratie, wordt de interventie aangeduid met de hoogste MVG-code : B440>B430>B420>B410) MZG code B410: Fecale uitscheiding: het opvolgen van de defecatie van de fecaal continente patiënt Het opvolgen van de defecatie van de fecaal continente patiënt. 1 = Aanwezig. o Deze zorgen zijn inherent aan het verpleegkundig opvolgen van een gehospitaliseerde patiënt. o De opvolging moet in het dossier terug te vinden zijn ( bv. navragen laatste stoelgang, navragen flatus postoperatief). o Deze keuzemogelijkheid kan niet gescoord worden samen met het item zorgen bij het kind (<5jaar) m.b.t. uitscheiding (B100). MZG code B420: Fecale uitscheiding: ondersteuning van de fecaal continente patiënt De patiënt is continent voor feces, maar kan niet op eigen krachten of op onvoldoende veilige wijze de nodige hulpmiddelen hanteren om te defeceren. Meer concreet wordt de patiënt geholpen op het toilet, de toiletstoel, of wordt de bedpan aangereikt. 21

22 Scoringsmogelijkheid 1 = Aanwezig. o Zorgen m.b.t. de uitscheiding worden benoemd in het patiëntendossier². o Deze keuzemogelijkheid kan niet gescoord worden samen met het item zorgen bij het kind (<5jaar) m.b.t. uitscheiding (B100). MZG code B430: Fecale uitscheiding: zorgen bij de fecaal incontinente patiënt De patiënt krijgt preventief of curatief hulpmiddelen, voor het opvangen van stoelgang (bv. luiers, onderleggers). Regelmatige controle en vernieuwing is vereist. 1 = Aanwezig. o De incontinentie wordt in het patiëntendossier² gespecifieerd als een verpleegprobleem. o Zorgen m.b.t. de uitscheiding worden benoemd in het patiëntendossier². o Deze keuzemogelijkheid kan niet gescoord worden samen met het item zorgen bij het kind (<5jaar) m.b.t. uitscheiding (B100). 22

23 MZG code B440: Fecale uitscheiding: zorg m.b.t. een fecaal stoma/pouch Verzorging van een patiënt met fecale uitscheiding via een fecaal stoma (= plakplaat + zakje) (bv. colostomie, ileostomie) of pouch. De patiënt heeft hulp nodig van een zorgverlener 1 voor één of meerdere aspecten van de verzorging aan de stoma of pouch: de uitwendige zorg aan de stoma of pouch, het ledigen en/of vervangen van de stoelgangscollector en/of plakplaat. Scoringsmogelijkheden 1 = Zorg aan een fecaal stoma. 2 = Zorg aan een fecaal pouch. o Zorgen m.b.t. de uitscheiding worden benoemd in het patiëntendossier². o De wondverzorging aan een recente stoma-operatiewonde wordt gescoord bij L200. Van zodra de suturen of andere hechtingen verdwenen zijn bij een stomaoperatiewonde spreekt met niet meer van een recente stoma-operatiewonde. 23

24 Item B5: Zorgen bij toediening lavement, verwijderen fecalomen of plaatsen van een rectale canule ter preventie of ter behandeling van obstipatie MZG code B500: Toediening lavement, verwijderen faecalomen of het plaatsen van een rectale canule ter preventie of ter behandeling van obstipatie Het toedienen van een lavement en/of het manueel verwijderen van fecalomen ter preventie of ter behandeling van obstipatie houdt in: het spoelen van de darm via rectale weg of via colostomie (met inbegrip van glycerine en andere producten die rectaal of via een stoma worden ingebracht ter behandeling van obstipatie) als ook het plaatsen van een rectale canule of sonde. EN/OF het geheel van zorgen om manueel, via anale weg of stoma, fecalomen te verwijderen. 1 = Aanwezig. o Het verpleegprobleem moet in het dossier genoteerd staan. o Zorgen m.b.t. de uitscheiding worden benoemd in het patiëntendossier². o Preoperatieve lavementen (of lavementen voor bepaalde onderzoeken) worden niet in dit item gescoord. Ook het toedienen van onopgeloste suppositoria s zijn niet voldoende om dit item te scoren. o Tot dit item behoren enkel de lavementen ter preventie of ter behandeling van obstipatie. 24

25 Item B6: Educatie5 m.b.t. urinaire of/en fecale uitscheiding MZG code B600: Educatie 5 m.b.t. urinaire en/of fecale uitscheiding Het geheel van educatie 5 en training i.v.m. uitscheiding dat door een zorgverlener 1 gegeven wordt aan de patiënt of significante naaste 4. De patiënt of significante naaste 4 krijgt instructies of training van de zorgverlener 1 met als doel de zelfstandigheid m.b.t. urinaire of fecale uitscheiding van de patiënt te (her)winnen of achteruitgang te vermijden. Bijvoorbeeld: mictietraining, enuresistraining, stoma-educatie 5, het bevragen van het mictiepatroon met het oog op het opvolgen en het behoud van de autonomie, enz... Contrôle 1 = Urinair OF fecaal. 2 = Urinair EN fecaal. o Er is een verwijzing naar een standaardplan 6 (beschikbaar op de afdeling) of een geïndividualiseerd plan terug te vinden in het patiëntendossier². o Dit item kan ook gescoord worden indien de educatie 5 gegeven wordt aan een significante naaste 4, indien deze later zal instaan voor de verzorging van de patiënt. 25

26 Klasse C: Zorg voor de mobiliteit Interventies gericht op bewegingsbeperking en de zorg voor de gevolgen hiervan. Item C1**: Installeren van de patiënt MZG code C110: Installatie van de bedlegerige patiënt Onder installatie van de bedlegerige patiënt worden die zorgen verstaan die men uitvoert om de patiënt in een goede, comfortabele houding te brengen in het bed. (Zo zal bijvoorbeeld de patiënt in een andere houding moeten geplaatst worden om te eten, te slapen, te lezen of omwille van medische redenen.) 1 = Installatie van de bedlegerige patiënt (00u00 tot 23u59). o Zorgen m.b.t. de installatie van een bedlegerige patiënt (00u00 tot 23u59) worden benoemd in het patiëntendossier². o De reden van het bedlegerig zijn moet vermeld staan in het dossier. o In geval van een transfer moet deze rede ook terug te vinden zijn in het dossier. o Specifieke decubituspreventie wordt niet in dit item opgenomen. Hiervoor wordt verwezen naar V100 decubituspreventie: gebruik van dynamische antidecubitusmaterialen en V200 decubituspreventie: wisselhouding. MZG code C120: Installatie van de NIET bedlegerige patiënt Onder zorg m.b.t. de installatie van de niet bedlegerige patiënt wordt verstaan: hulp bij het overbrengen van de patiënt van een bed naar een stoel, een zetel of rolstoel of omgekeerd. 26

27 (Wanneer 2 mogelijkheden van hulp voorkomen tijdens de registratiedag, dient de hoogste score ingevuld te worden) 1 = Begeleiding van een installatie: de patiënt wordt (bv. om veiligheidsredenen) door een zorgverlener 1 begeleid van zittend naar liggend of staande houding. 2 = Gedeeltelijke hulp bij installatie: De zorgverlener 1 ondersteunt de patiënt maar deze laatste draagt een gedeelte van zijn lichaamsgewicht zelf. 3 = Volledige hulp bij installatie: De zorgverlener(s) 1 draagt (dragen) het volledige gewicht van de patiënt al dan niet gebruik makend van hulpmiddelen (bv. een patiëntenlift). o Zorgen m.b.t. de installatie van de niet bedlegerige patiënt worden benoemd in het patiëntendossier². o Er wordt duidelijk een verschil gemaakt tussen installatie van de niet bedlegerige patiënt en hulp bij verplaatsen (C200). Bij een installatie wordt de patiënt van de ene toestand (liggend, staand, zittend) in een andere toestand (liggend, staand, zittend) gebracht, al dan niet met een tussensteunpunt. Bij het verplaatsen van de patiënt wordt er met de patiënt (op welke wijze dan ook) een wandelafstand afgelegd in eenzelfde toestand (bv. meewandelen met een opstaande patiënt, rijden met een patiënt in een rolstoel). o Ook het uit het bed opnemen van een kind en het plaatsen in een relax of kinderstoel (of omgekeerd) is het uitvoeren van een installatie van de niet bedlegerige patiënt. 27

28 Item C2: Hulp bij verplaatsen van de patiënt binnen de afdeling MZG code C200: Hulp bij verplaatsen van de patiënt binnen de afdeling Onder het verplaatsen van een patiënt wordt verstaan dat de patiënt door een zorgverlener 1 geholpen wordt om zich te mobiliseren van de ene plaats naar de andere, ongeacht de hulpmiddelen die gebruikt worden en ongeacht de positie waarin ze verkeren (stappend, liggend of zittend). (Wanneer 2 mogelijkheden van hulp voorkomen tijdens de registratiedag, dient de hoogste score ingevuld te worden) 1 = Begeleiding bij het verplaatsen van de patiënt. De patiënt wordt begeleid door de zorgverlener 1 om zich te verplaatsen. Bv. een onzekere bejaarde persoon, die angst heeft om te vallen, wordt door een zorgverlener 1 arm in arm ondersteund om naar de eetzaal van de afdeling te gaan. Bv. Een kind wordt naar de eetzaal op de afdeling gebracht door de zorgverlener 1 omdat het anders verloren loopt of in andere kamers zal binnenlopen. 2 = Volledige hulp bij het verplaatsen van de patiënt. De patiënt wordt verplaatst in een rolstoel, bed of patiëntenlift. Bv. bedlegerige patiënt wordt in een patiëntenlift naar de badkamer van de afdeling gebracht. Bv. een patiënt wordt met een rolstoel naar het venster van de kamer gereden omdat de patiënt niet de kracht heeft om dit zelf te doen. o Zorgen m.b.t. de mobiliteit worden benoemd in het patiëntendossier². o Er wordt duidelijk een verschil gemaakt tussen installatie van de niet bedlegerige patiënt (C120) en hulp bij verplaatsen (C200). Bij een installatie wordt de patiënt van de ene toestand (liggend, staand, zittend) in een andere toestand (liggend, staand, zittend) gebracht, al dan niet met een tussensteunpunt. Bij het verplaatsen van de patiënt wordt er met de patiënt (op welke wijze dan ook) een wandelafstand afgelegd in eenzelfde toestand (bv. meewandelen met een opstaande patiënt, rijden met een patiënt in een rolstoel) binnen de afdeling. o Dit item (C200) kan ook gecombineerd worden met het item Transport van de patiënt buiten de afdeling (C300). 28

29 Item C3: Transport van de patiënt buiten de afdeling MZG code C300: Transport van de patiënt buiten de afdeling De patiënt wordt begeleid of verplaatst (te voet, in bed, per rolstoel of met andere hulpmiddelen) buiten de verpleegafdeling ( intra of extra muros) door een zorgverlener 1 (bv. naar een onderzoek brengen). o Aantal transporten van of naar de eigen (verblijfs-) verpleegafdeling. o Onderzoeken of redenen voor het transport buiten de afdeling zijn in het patiëntendossier² terug te vinden. o Het aantal verplaatsingen terug te vinden in het dossier. o Enkel wanneer het vertrekpunt of het aankomstpunt de eigen verpleegafdeling is kan een transport gescoord worden. o Het brengen en halen van een patiënt naar/van een onderzoek buiten de afdeling wordt gescoord als 2 transporten. 29

30 Item C4: Aanwezigheid van tractie MZG code C400: Aanwezigheid van tractie Een lichaamsdeel van de patiënt wordt geïmmobiliseerd door middel van een tractie (met gewicht). Bv. heuptractie. 1 = Aanwezig. o Uit het patiëntendossier² is af te leiden dat een tractie aanwezig is (bv. controleparameters). o Rolstoelschelpen, externe fixators, spalken, draagdoek, kussens en andere methoden van immobilisatie worden uitgesloten. 30

31 Klasse D: Zorg voor voeding Interventies gericht op de handhaving of wijziging van de voedingstoestand. Item D1**: Algemene zorgen m.b.t. de voeding (Voorafgaande opmerking: De patiënten in een goede eethouding brengen wordt in klasse C behandeld) MZG code D110: Hulp bij voeding (in de patiëntenkamer) De patiënt in de patiëntenkamer helpen bij de voedselinname en/of het drinken via orale weg. (Wanneer 2 mogelijkheden van hulp voorkomen tijdens registratiedag, dient de hoogste score ingevuld te worden) 1 = Basishulp: opvolging of logistieke ondersteuning (bv. snijden van vlees, smeren van boterhammen, openen verpakking, glas vullen met water, glas aangeven) bij de patiënt die zelfstandig eet en drinkt. 2 = Gedeeltelijke hulp: hulp bij één of meerdere aspecten van het eten of drinken waarvoor de patiënt zelf niet instaat (bv. Patiënt helpen bij het drinken of bij het eten). 3 = Volledige hulp: de patiënt wordt gevoed door een zorgverlener 1 en krijgt op geregelde tijdstippen te drinken. Het stimuleren en opvolgen van een patiënt gedurende de volledige duur van de maaltijd, wordt eveneens als volledige hulp beschouwd. 4 = Hulp bij een specifieke stoornis of training: op de dag van registratie is de continue aanwezigheid van de zorgverlener 1 bij de maaltijd per patiënt vereist wegens de aanwezigheid van een fysieke (bv. slikstoornis, ), psychische (bv. acute verwardheid, anorexia nervosa, ) stoornis of een specifieke training die frequente onderbrekingen of een ernstige verlenging van de duur van elke maaltijd tot gevolg heeft. 31

32 o Zorgen m.b.t. de voeding worden benoemd in het patiëntendossier². o Bij hulp bij een specifieke stoornis of training (score 4) wordt de noodzaak tot continue aanwezigheid van een zorgverlener 1 verantwoord worden door de aanduiding van de fysieke of psychische stoornis in het patiëntendossier². MZG code D120: Hulp bij voeding (in de eetzaal) De patiënt in de eetzaal helpen bij de voedselinname en/of het drinken via orale weg. Met eetzaal wordt bedoeld: een ruimte, buiten de patiëntenkamers, speciaal ingericht voor het nuttigen van de maaltijd in groepsverband. (Wanneer 2 mogelijkheden van hulp voorkomen tijdens registratiedag, dient de hoogste score ingevuld te worden) 1 = Basishulp: opvolging of logistieke ondersteuning (bv. snijden van vlees, smeren van boterhammen, openen verpakking) bij de patiënt die zelfstandig eet en drinkt. 2 = Gedeeltelijke hulp: hulp bij één of meerdere aspecten van het eten of drinken waarvoor de patiënt zelf niet instaat (bv. Patiënt helpen bij het drinken of bij het eten). 3 = Volledige hulp: de patiënt wordt gevoed door een zorgverlener 1 en krijgt op geregelde tijdstippen te drinken. Het stimuleren en opvolgen van een patiënt gedurende de volledige duur van de maaltijd, wordt eveneens als volledige hulp beschouwd. 4 = Hulp bij een specifieke stoornis of training: op de dag van registratie is de continue aanwezigheid van de zorgverlener 1 bij de maaltijd per patiënt vereist wegens de aanwezigheid van een fysieke (bv. slikstoornis, ), psychische (bv. acute verwardheid, anorexia nervosa, ) stoornis of een specifieke training die frequente onderbrekingen of een ernstige verlenging van de duur van elke maaltijd tot gevolg heeft. 32

33 o Zorgen m.b.t. voeding worden benoemd in het patiëntendossier². o Bij hulp bij een specifieke stoornis of training (score 4) wordt de noodzaak tot continue aanwezigheid van een zorgverlener 1 verantwoord worden door de aanduiding van de fysieke of psychische stoornis in het patiëntendossier². MZG code D130: De patiënt is 24u nuchter De patiënt is de dag van registratie (00u00 / 23u59) nuchter omwille van medische redenen. Van zodra de patiënt één maaltijd heeft genuttigd tijdens de registratiedag, wordt hij niet meer als nuchter beschouwd. Wanneer de patiënt nog mag drinken is de patiënt NIET nuchter. 1 = De patiënt is nuchter. o In het patiëntendossier² is duidelijk terug te vinden dat de patiënt nuchter was. o Indien de patiënt geen 24u op de afdeling verbleef moet het feit dat hij nuchter was om medische redenen expliciet vermeld staan in het patiëntendossier². o Dit item kan niet samen gescoord worden met D200 zorg bij fles- en borstvoeding aan een kind en D300 toediening van sondevoeding. 33

34 Item D2: Zorg bij fles- en borstvoeding aan een kind MZG code D200 : Zorg bij fles- en borstvoeding aan een kind De verpleegkundige zorg m.b.t. het voeden van een kind m.b.t.. Meer specifiek betreft dit het geven van flesvoeding en/of ondersteunende hulp bij borstvoeding. o Aantal voedingsmomenten waarbij flesvoeding door een zorgverlener 1 wordt gegeven OF de zorgverlener 1 de moeder (vader) begeleidt en ondersteunt bij het voeden van het kind d.m.v. fles- of borstvoeding. o Het aantal voedingsmomenten moet in het patiëntendossier² eenduidig te tellen zijn, bijvoorbeeld a.d.h.v. klinische observaties per voedingsmoment. o De wijze waarop de voeding wordt toegediend (vb. flesvoeding, borstvoeding, ) en de taak van de zorgverlener moeten terug te vinden zijn in het patiëntendossier. o Het louter klaarmaken en brengen van flesvoeding is onvoldoende om dit item te scoren. o Dit item kan slechts gescoord worden bij het kind en niet bij de moeder. 34

35 Items D3: Toedienen van sondevoeding MZG code D300: Toediening van sondevoeding Het geheel van verpleegactiviteiten m.b.t. het toedienen van sondevoeding bestaat uit het toedienen van vocht en/of voedingsstoffen via een maag-darmsonde of een gastrostomiekatheter (via spuit, pomp of druppelinfuus). Dit omvat: het klaarzetten of bereiden van voeding, het controleren van de positie en de doorgankelijkheid van de sonde, het residu bepalen, het toedienen van voeding of vocht en het naspoelen. Deze activiteit kan enkel gescoord worden indien ze uitgevoerd wordt door : een zorgverlener 1 OF door de patiënt of significante naaste onder volledig toezicht en aanwezigheid van een zorgverlener 1. 1 = Toedienen van vocht of sondevoeding via een (naso)gastrische sonde (geen huid perforatie). 2 = Toedienen van vocht of sondevoeding via een jejuno- of gastrostomie (met perforatie van huid of mucosalaag). o De sondevoeding (product en hoeveelheid) staat gepland en aangeduid als toegediend in het patiëntendossier². o Het type van sonde moet ook in het dossier vermeld staan. o Een darmspoeling ter voorbereiding van een operatie of onderzoek wordt niet onder dit item gescoord. o Het verpleegkundig beleid bij een evacuerende maagsonde wordt in G200 ondergebracht. 35

36 Items D4: Toedienen van Totale Parenterale Nutritie (TPN) MZG code D400: Toediening TPN Onder het toedienen van totale parenterale nutritie wordt verstaan dat de patiënt wordt gevoed via intraveneuze toediening van water, lipiden, proteïnen, glucose, vitaminen, oligo-elementen en mineralen. Vitaminen en oligo-elementen moeten niet noodzakelijk toegediend worden op de dag van registratie, de andere opgesomde voedingsstoffen wel. Deze TPN-componenten kunnen toegediend worden in aparte infusen ofwel in een speciaal samengestelde oplossing door de apotheker bereid. 1 = Aanwezig. o TPN staat aangeduid in het patiëntendossier²: produktnaam. o Indien gewerkt wordt met losse componenten is de samenstelling van TPN terug te vinden in het patiëntendossier². o Totale parenterale voeding wordt ook gescoord bij IV medicatie (H200 en H300). 36

37 Klasse E: Bevorderen van lichamelijk comfort Interventies gericht op de bevordering van gemak en comfort van de patiënt. Item E1: Symptoommanagement: pijn MZG code E100: Symptoommanagement: pijn Het systematisch opvolgen van pijn bij de patiënt. De zorgverlener 1 observeert of bevraagt op regelmatige basis de pijn bij de patiënt met een meetinstrument³. De zorgverlener 1 voert op basis van deze scores een protocol of staand order uit. o Aantal pijncontroles. o De pijnscores, afgenomen met een meetinstrument³ zijn terug te vinden in het patiëntendossier², alsook de eventueel genomen acties. o Het toedienen van (pijn)medicatie kan onder volgende items gescoord worden: H100 toediening van geneesmiddelen SC/ID/IM, H200 aantal verschillende geneesmiddelen IV, H300 het meest frequent toegediende geneesmiddel IV of H400 Toediening geneesmiddelen via aërosol, puff of zuurstoftent. 37

38 Item E2: Symptoommanagement: nausea & braken MZG code E200: Symptoommanagement: nausea & braken Het systematisch opvolgen van nausea en braken van de patiënt. De zorgverlener 1 observeert of bevraagt op regelmatige basis de nauseaklachten en/of het braken bij de patiënt met een meetinstrument³. De zorgverlener 1 voert op basis van deze scores een protocol of staand order uit. o Aantal nausea en braakcontroles. o De scores i.v.m. nausea en braken die werden afgenomen met een meetinstrument³ zijn terug te vinden in het patiëntendossier², alsook de eventueel genomen acties. o Het toedienen van medicatie kan onder volgende items gescoord worden: H100 toediening van geneesmiddelen SC/ID/IM, H200 aantal verschillende geneesmiddelen IV, H300 het meest frequent toegediende geneesmiddel IV of H400 toediening geneesmiddelen via aërosol, puff of zuurstoftent. 38

39 Item E3: Symptoommanagement: moeheid MZG code E300: Symptoommanagement: moeheid Het systematisch opvolgen van moeheid bij de patiënt. De zorgverlener 1 observeert of bevraagt op regelmatige basis de moeheid bij de patiënt met een meetinstrument³. De zorgverlener 1 voert op basis van deze scores een protocol of staand order uit. o Aantal moeheidscontroles. o De moeheidsscores, afgenomen met een meetinstrument³ zijn terug te vinden in het patiëntendossier², alsook de eventueel genomen acties. o Het toedienen van medicatie kan onder volgende items gescoord worden: H100 toediening van geneesmiddelen SC/ID/IM, H200 aantal verschillende geneesmiddelen IV, H300 het meest frequent toegediende geneesmiddel IV of H400 Toediening geneesmiddelen via aërosol, puff of zuurstoftent. 39

40 Item E4: Symptoommanagement: sedatie MZG score E400: Symptoommanagement: sedatie Het systematisch opvolgen van de sedatie van de patiënt. De zorgverlener 1 observeert of bevraagt op regelmatige basis de mate van sedatie bij de patiënt met een meetinstrument³. De zorgverlener 1 voert op basis van deze score een protocol of staand order uit. o Aantal sedatiecontroles. o De sedatiescores, afgenomen met een meetinstrument³ zijn terug te vinden in het patiëntendossier², alsook de eventueel genomen acties. o Het toedienen van medicatie kan onder volgende items gescoord worden: H100 toediening van geneesmiddelen SC/ID/IM, H200 aantal verschillende geneesmiddelen IV, H300 het meest frequent toegediende geneesmiddel IV of H400 Toediening geneesmiddelen via aërosol, puff of zuurstoftent. 40

41 Klasse F: Ondersteunen van persoonlijke zorg Interventies gericht op de ondersteuning van of hulp bij routinematige activiteiten van het dagelijkse leven. Item F1**: Hygiënische verzorging MZG code F110: Hygiënische zorgen aan lavabo, bed(waskom) of couveuse Hygiënische lichaamsverzorging aan de lavabo, bed (waskom) of couveuse door een zorgverlener 1. Dit omvat (limitatieve lijst!): het wassen van het lichaam of het hoofdhaar, het tandenpoetsen of het scheren. 1 = Basis ondersteuning: opvolging of logistieke ondersteuning van de hygiënische zorgen die door de patiënt worden uitgevoerd. Deze score geldt ook indien er enkel logistieke hulpmiddelen aangereikt worden voor wassen (b.v. waskom, washandje, zeep aanbieden). 2 = Gedeeltelijke hulp bij hygiëne: een zorgverlener 1 helpt de patiënt bij de hygiënische verzorging(bv. rug, benen) en de patiënt of de significante naaste 4 voert al dan niet bepaalde aspecten zelf uit. 3 = Volledige hulp bij hygiëne: volledige hulp bij de hygiënische verzorging betekent dat de patiënt volledig verzorgd wordt door een zorgverlener 1 (bv. volledig bedbad). o Zorgen m.b.t. de hygiënische verzorging worden benoemd en aangeduid als uitgevoerd in het patiëntendossier². (bv. toilet aan lavabo met hulp voor rug en benen) 41

42 o Indien de patiënt op de dag van registratie ook in bad werd gewassen, primeert de keuzemogelijkheid F120. o Het wassen van het hoofdhaar en/of tanden poetsen en/of scheren van de patiënt wordt dus ook beschouwd als gedeeltelijke hulp. o Echter, in het bepalen van de score wordt de verzorging van oren, ogen, nagels, neus, navel of tepel niet mee in rekening gebracht. o Lijktooi kan niet gescoord worden binnen dit item. MZG code F120: Hygiënische zorgen in een bad of douche Hygiënische lichaamsverzorging in bad of douche. Dit omvat (limitatieve lijst!): het wassen van het lichaam of het hoofdhaar, het tandenpoetsen of het scheren. In het bepalen van de scores wordt de verzorging van oren, ogen, nagels, neus, navel of tepel niet mee in rekening gebracht. De patiënt wordt gewassen in een bad of douche omwille van hygiënische redenen. 1 = Basis ondersteuning: opvolging of logistieke ondersteuning van de hygiënische zorgen die volledig door de patiënt worden uitgevoerd. Deze score geldt ook indien er enkel logistieke hulpmiddelen aangereikt worden voor het wassen (bv. washandje, zeep aanbieden). 2 = Gedeeltelijke hulp bij hygiëne: de zorgverlener 1 helpt de patiënt bij de hygiënische verzorging(bv. rug, benen) en de patiënt voert al dan niet bepaalde aspecten zelf uit. 3 = Volledige hulp: volledige hulp bij de hygiënische verzorging betekent dat de patiënt volledig verzorgd wordt door de zorgverlener 1 (bv. volledig wassen in het bad). o Zorgen m.b.t. de hygiënische verzorging worden benoemd en aangeduid als uitgevoerd in het patiëntendossier². (bv. toilet in de douche met hulp bij het wassen van het intiem toilet) 42

43 o Het wassen van het hoofdhaar en/of tanden poetsen en/of scheren van de patiënt wordt dus ook beschouwd als gedeeltelijke hulp. o indien de patiënt op de dag van registratie ook in bad werd gewassen, primeert de keuzemogelijkheid F120. o Echter, in het bepalen van de score wordt de verzorging van oren, ogen, nagels, neus, navel of tepel niet mee in rekening gebracht. o Lijktooi kan niet gescoord worden binnen dit item. o Therapeutische baden zoals hydrotherapie worden in dit item niet mee in rekening gebracht. 43

44 Item F2: Educatie en training m.b.t. hygiënische verzorging MZG code F200: Educatie en training m.b.t. hygiënische verzorging Het geheel van educatie 5 en training dat door de zorgverlener 1 wordt gegeven aan de patiënt of significante naaste 4 met als doel meer autonomie voor hygiëne te (her)winnen of verslechtering te voorkomen. (bv. na een CVA, het onderhouden of verbeteren van de lichaamsfuncties). 1 = Aanwezig. o Er is een verwijzing naar een standaardplan 6 (beschikbaar op de afdeling) of een geïndividualiseerd plan terug te vinden in het patiëntendossier². o Stoma-educatie 5 valt niet onder dit item. Hiervoor wordt verwezen naar B600 educatie m.b.t. urinaire en/of fecale uitscheiding. 44

45 Item F3: Dagkledij MZG code F300: Hulp bij dagkledij Het geheel van verpleegactiviteiten m.b.t. het aan- en uittrekken van dagkleding. De patiënt heeft hulp nodig bij het aan- en uittrekken van elk van volgende kledingsstukken: onderkleding, bovenkleding en schoeisel. Dit gebeurt zowel s morgens als s avonds. Dagkledij omvat de volledige waaier van trainingspak tot stadskledij. 1 = Aanwezig. o De motivatie en de aangeboden hulp staan ingeschreven in het patiëntendossier. o Wordt niet beschouwd als hulp bij dagkledij: enkel het aankleden van de patiënt vb. bij ontslag enkel het uitkleden van de patiënt vb. bij opname; het kleden van de patiënt bij diens overlijden. o Een pyjama, operatiehemd of kamerjas is geen dagkledij. 45

46 Item F4: Zorgen m.b.t. het zelfbeeld MZG code F400: Zorgen m.b.t. het zelfbeeld Het zelfbeeld van de patiënt verbeteren door een geheel van specifieke activiteiten. Enkel de onderstaande activiteiten, uitgevoerd door een zorgverlener 1, komen in aanmerking om dit item te scoren: Type a: Het aanbrengen van protheses: borstprothese, arm- of beenprothese, oogprothese, pruik(limitatieve lijst!). Type b: Preventieve maatregelen voor haar- en nageluitval: ijskappen, nagelbaden(limitatieve lijst!). Type c: Maquillage (Limitatieve lijst!). Deze zorgen worden uitgevoerd door een zorgverlener 1. o Aantal verschillende zorgtypes m.b.t. het zelfbeeld zoals weergegeven in de definitie(maximumscore a+b+c =3). o De nood van de zorgen m.b.t. het zelfbeeld wordt aangegeven in de anamnese en worden als uitgevoerd genoteerd in het patiëntendossier². o De zorgen die uitgevoerd worden door een kapper, pédicure, manicure of visagist worden niet gescoord. o Ook de zorgen m.b.t. lijktooi worden niet in dit item gescoord. 46

47 Item F5: Bijzondere mondzorg MZG code F500: Bijzondere mondzorg Het geheel van preventieve of curatieve verpleegactiviteiten m.b.t. de mondstatus (de toestand van slijmvlies, tanden en tong). Concreet worden volgende voorwaarden vervuld: De mondstatus wordt dagelijks gecontroleerd en gedocumenteerd in het patiëntendossier². EN De mondspoelingen of mondverzorgingen worden o ofwel volledig uitgevoerd door de zorgverlener 1, o ofwel opgevolgd of geïnstrueerd door de zorgverlener 1 aan de patiënt of significante naaste 4. o Aantal bijzondere mondzorgen. o Bijzondere mondzorg staat gepland (aantal van 00u00 tot 23u59) en aangeduid als uitgevoerd in het patiëntendossier². o De evaluatie van de mondstatus wordt op de registratiedag in het patiëntendossier² teruggevonden onder de vorm van een codering of een verslag. o De naam van het gebruikte produkt waarmee de mondzorg wordt uitgevoerd staat vermeld in het dossier. o Het louter tandenpoetsen kan niet in dit item gescoord worden, maar wordt gescoord onder F110 hygiënische zorgen aan lavabo, bed of couveuse of F120 hygiënische zorgen in een bad of douche. 47

48 Domein 2 : Complexe fysiologische functies Interventies gericht op de ondersteuning van homeostatische en regulerende processen. 48

49 Klasse G: Zorg voor de voeding, de elektrolytenbalans en het zuurbase-evenwicht Interventies gericht op de regulering van de elektrolytenbalans en het zuur-baseevenwicht en de preventie van complicaties. Item G1: Beleid van de vocht- en voedingsbalans MZG code G100: Beleid van de vocht- en voedingsbalans Het opvolgen van de vocht- en voedingbalans met als doel het voorkomen of beperken van complicaties tengevolge van wijzigingen in deze balans. 1 = Opvolging op dagelijkse basis van: het volledige urinedebiet OF de voedingstoestand: er wordt op dagelijkse basis gecontroleerd en geëvalueerd wat en hoeveel de patiënt gegeten en gedronken heeft OF het gewicht: het gewicht wordt dagelijks opgevolgd en het verschil met het gewicht van de dag ervoor wordt uitgerekend. 2 = Opvolging van de volledige in-out balans op dagelijkse basis: Er wordt, op dagelijkse basis, gedetailleerd bijgehouden wat bij de patiënt is toegediend, wat de patiënt tot zich heeft genomen en wat er door de patiënt werd geëxcreteerd. Éénmaal per dag wordt de volledige berekening uitgevoerd om de volledige in-out balans te controleren. 3 = Opvolging van de volledige in-out balans (cfr. definiëring score 2) waarbij de volledige in-out berekening 2 tot en met 6 keer per dag wordt uitgevoerd. 4 = Opvolging van de volledige in-out balans (cfr. definiëring score 2) waarbij de volledige berekening 7 tot en met 12 keer per dag wordt uitgevoerd. 49

50 5 = Opvolging van de volledige in-out balans (cfr. definiëring score 2) waarbij de volledige berekening meer dan 12 keer per dag wordt uitgevoerd. 6 = Opvolging van de volledige in-out balans via het electronisch dossier. o Een opvolgingsdocument in het patiëntendossier² dient de resultaten van de opvolging te bevatten. 50

51 Item G2: Beleid bij een evacuerende maagsonde MZG code G200: Beleid bij een evacuerende maagsonde Het geheel van zorgen m.b.t. de opvolging van een evacuerende maagsonde: controle van de positie, decubituspreventie van de neusvleugel of mondhoek, controle van de afvloei, het bijstellen van een vacuumsysteem etc. 1 = beleid aanwezig. o In het patiëntendossier² staan de zorgen m.b.t. de evacuerende maagsonde gepland en aangeduid. o Het debiet van de maagsonde wordt dagelijks weergegeven in het patiëntendossier². 51

52 Item G3: Glycemiebeleid MZG code G300: Glycemiebeleid Het voorkomen en/of behandelen van een te hoge of een te lage bloedsuikerspiegel, alsook het educeren of het trainen van de patiënt hieromtrent. Hieronder wordt verstaan: Het monitoren van de glycemie d.m.v. het bevragen of observeren van klinische tekens van een te hoge of te lage bloedspiegel EN het opvolgen van de glycemiewaarden die gemeten worden door de zorgverlener 1 of de patiënt zelf EN op basis van een staand order van een arts of een voedingsvoorschrift van de diëtist wordt een therapie ingesteld, aangepast of gecontinueerd. 1 = Beleid aanwezig. 2 = Beleid aanwezig met educatie 5. o Een staand order van een arts/diëtist m.b.t. de glycemieregeling is in het patiëntendossier² weergegeven. o De glycemiewaarden worden in het patiëntendossier² weergegeven. o Score 2 wordt enkel gescoord indien een standaardplan 6 of een geïndividualiseerd programma aanwezig is. o De veneuze, arteriële of capillaire bloedafname, afgenomen door een zorgverlener 1 wordt gescoord in klasse N. o Een éénmalig individueel voorschrift volstaat niet om glycemiebeleid te scoren. 52

53 Item G4: Bloedwaardenbeleid: bloedgassen, stolling, hemoglobine of ionen MZG code G400: Bloedwaardenbeleid: bloedgassen, stolling, hemoglobine of ionen Het verpleegkundig opvolgen van de bloedgaswaarden (PCO 2 en PO 2 al dan niet met inbegrip van PH en HCO 3 bepaling) en/of bloedstolling en/of hemoglobine en/of ionen (bijvoorbeeld kaliumopvolging) op basis van een staand order of specifiek beslissingsschema van een arts. Bij de verpleegkundige opvolging wordt minimum 3 keer per dag een waardebepaling uitgevoerd. 1 = Bloedwaardenbeleid aanwezig. 2 = o Een staand order of specifiek beslissingsschema van de arts m.b.t. de bloedwaarden is in het patiëntendossier² weergegeven. o De bloedwaarden, noodzakelijk voor een nauwkeurige opvolging en therapiebijsturing, zijn minimaal 3x per registratiedag terug te vinden in het patiëntendossier². o Dit item kan enkel gescoord worden voor de opgesomde elementen in de titel. De veneuze, arteriële of capillaire bloedafname wordt in respectievelijk item N300, N400 of N500 gescoord. o Dit item heeft geen betrekking tot het nemen van bloedstalen maar wel op het opvolgen van de waarden van de in de titel vermelde bloednamen. o Een éénmalig individueel voorschrift volstaat niet om dit item te kunnen scoren. 53

54 Item G5: Beleid m.b.t. dialyse MZG code G500: Beleid m.b.t. dialyse Reguleren van de in- en uitstroom van dialysevloeistof in de buikholte of het reguleren van de extracorporale passage van het bloed van de patiënt via een kunstnier. Dit kan uitgevoerd worden door de zorgverlener 1, de significante naaste of de patiënt zelf met opvolging door een zorgverlener 1. 1 = Peritoneale dialyse wordt uitgevoerd op de registratiedag. 2 = Discontinue hemodialyse (1 tot 8u operationeel per registratiedag). 3 = Continue hemodialyse (> 8u operationeel per registratiedag). o In het patiëntendossier² worden de zorgen m.b.t. de dialyse gepland en aangeduid als uitgevoerd. o Dialysevloeistoffen kunnen niet gescoord worden onder IV medicatie (H200 en H300). o Indien er via de dialysevloeistof bijkomende medicatie (bv. kalium) wordt toegediend kan dit wel meegeteld worden bij IV medicatie (H200 en H300). 54

55 Klasse H: Zorg bij geneesmiddelengebruik Interventies gericht op de ondersteuning van de beoogde werking van geneesmiddelen. Item H1: Toediening van geneesmiddelen SC/ID/IM MZG code H100: Toediening geneesmiddelen SC/ID/IM Toediening van geneesmiddelen via subcutane, intradermale of intramusculaire toegangsweg. Oplosmiddelen (om het poeder van een intramusculair product vloeibaar te maken) en verdunningsmiddelen (om het geneesmiddel in een verdunde concentratie toe te dienen) worden niet als een apart geneesmiddel beschouwd. o Aantal verschillende geneesmiddelen (producten op basis van merknaam) o De verschillende geneesmiddelen moeten in het patiëntendossier² met vermelding van het tijdstip als toegediend genoteerd zijn. o Transdermale geneesmiddelen, bv. pijnpleisters worden niet gescoord. o Geneesmiddelen in het patiëntendossier worden vermeld met product/merknaam (volledig uitgeschreven), dosis en toedieningsweg. o De infusen die SC worden toegediend kan men onder dit item scoren. o Het begin en het einde van de SC toediening moeten duidelijk in het dossier vermeld staan. 55

56 Item H2: Toediening van geneesmiddelen IV MZG code H200: Toediening van het aantal verschillende geneesmiddelen IV Toediening van geneesmiddelen via een intraveneuze toegangsweg. Oplosmiddelen (om het poeder van een intraveneus product vloeibaar te maken) en verdunningsmiddelen (om het geneesmiddel in een verdunde concentratie toe te dienen) worden niet als een apart geneesmiddel beschouwd. In dit item wordt het aantal verschillende soorten geneesmiddelen die tijdens de registratiedag werden toegediend geteld. o Aantal verschillende geneesmiddelen (producten op basis van merknaam). o De verschillende geneesmiddelen moeten in het patiëntendossier² met vermelding van het tijdstip als toegediend genoteerd zijn. o Geneesmiddelen worden in het patiëntendossier 2 vermeld met product/merknaam (volledig uitgeschreven), dosis en toedieningsweg. o Indien dit item wordt gescoord, moet item H300 ook gescoord worden o Dialysevloeistoffen, bloed en bloedproducten (N100) worden niet in rekening gebracht bij dit item. 56

57 Item H3: Toediening van geneesmiddelen IV MZG code H300: Het meest frequent toegediende geneesmiddel IV Toediening van geneesmiddelen via een intraveneuze toegangsweg. Oplosmiddelen (om het poeder van een intraveneus product vloeibaar te maken) en verdunningsmiddelen (om het geneesmiddel in een verdunde concentratie toe te dienen) worden niet als een apart geneesmiddel beschouwd. In dit item wordt het meest frequente IV geneesmiddel dat tijdens de registratiedag werd toegediend geteld. o Aantal toedieningen van het meest frequent toegediende IV geneesmiddel. o De verschillende geneesmiddelen moeten in het patiëntendossier² met vermelding van het tijdstip als toegediend genoteerd zijn. o Geneesmiddelen worden in het patiëntendossier 2 vermeld met product/merknaam (volledig uitgeschreven), dosis en toedieningsweg. o Bij spuitdrijvers en andere pompsystemen wordt de acte van het verwisselen van de spuit of andere vulpatronen als aantal toedieningen geteld. Het wijzigen van de inloopsnelheid wordt niet in rekening gebracht. o Indien dit item wordt gescoord, moet item H200 ook gescoord worden o Dialysevloeistoffen, bloed en bloedproducten (N100) worden niet in rekening gebracht bij dit item. o TPN wordt niet in dit item gescoord. 57

58 Item H4: Toediening van geneesmiddelen via aërosol, puff of zuurstoftent MZG code H 400: Toediening geneesmiddelen via aërosol, puff of zuurstoftent Toediening van geneesmiddelen die door de longen worden opgenomen. Deze worden toegediend via aërosol, puff of zuurstoftent. o Aantal toedieningsmomenten. o De verschillende geneesmiddelen moeten in het patiëntendossier² met vermelding van het tijdstip als toegediend genoteerd zijn. o Toediening van 2 of meerdere puffs tijdens 1 toedieningsmoment worden niet opgeteld. o Geneesmiddelen in het patiëntendossier worden vermeld met product/merknaam (volledig uitgeschreven), dosis en toedieningsweg. o Een toedieningsmoment is een fase waarbij de zorgverlener 1 de op dat moment noodzakelijke dosis van het geneesmiddel toedient of de patiënt bijstaat. Er wordt geen onderscheid gemaakt in het aantal flacons, comprimés enz. die op dat moment worden toegediend. 58

59 Item H5: Toediening van geneesmiddelen via vaginale weg MZG code H500: Toediening geneesmiddelen via vaginale weg Het toedienen van geneesmiddelen via vaginale weg. o Aantal verschillende geneesmiddelen (producten op basis van merknaam). o De verschillende geneesmiddelen moeten in het patiëntendossier² met vermelding van het tijdstip als toegediend genoteerd zijn. o Geneesmiddelen in het patiëntendossier worden vermeld met product/merknaam (volledig uitgeschreven), dosis en toedieningsweg. 59

60 Klasse I: Neurologische zorg Interventies gericht op optimalisering van de neurologische functies. Item I1: Bewaking van de neurologische functie d.m.v. de Glasgow Coma Scale MZG code I100: Bewaking van de neurologische functie d.m.v. de Glasgow Coma Scale (GCS) Testen en opvolgen van patiëntenreacties om neurologische complicaties te voorkomen of te beperken. Deze opvolging gebeurt met behulp van de Glasgow Coma Scale (zie figuur rechts) of een afgeleid meetinstrument³. o Aantal controles d.m.v. de GCS of een ander afgeleid meetinstrument³. o De verschillende totaalscores zijn in het patiëntendossier 2 te vinden. o Er zijn instructies voor de GCS of een ander afgeleid meetinstrument³ beschikbaar op de afdeling. Glasgow Openen Ogen Spontaan 4 Bij stemgeluid 3 Bij pijn 2 Geen 1 Verbale respons Gericht 5 Verward 4 Onaangepast 3 Onbegrijpbaar 2 Geen 1 Motorische resp. Gehoorzaamd 6 Gericht 5 Vermijding 4 Flexie 3 Extentie 2 Geen 1 60

61 Item I2: Intracraniële drukmeting zonder of met drainage MZG code I200: Intracraniële drukmeting zonder of met drainage Verzamelen en analyseren van patiëntengegevens met het oog op het reguleren van de intracraniële druk en/of het verzorgen van een patiënt met een externe liquordrain. 1 = Bewaking van intracraniële druk zonder drainage (parenchymdrain). 2 = Bewaking van de intracraniële druk met opvolging van liquordrainage (via een ventrikeldrain met mogelijkheid tot drainage). o De parameters (drainagehoeveelheid, drukken, enz.) worden in het patiëntendossier² weergegeven. 61

62 Klasse K: Zorg voor de ademhaling Interventies gericht op de bevordering van een vrije luchtweg en de gasuitwisseling. Item K1: Aspiratie van de luchtwegen MZG code K100: Aspiratie van de luchtwegen Verwijderen van secreet uit de mond- en/of neusholte en/of de trachea met behulp van een zuigkatheter. 1 = Aanwezig. o Een aanduiding van het type van aspiratie (bv. nasaal, endo-tracheaal, ) dient in het patiëntendossier² vermeld te worden onder de vorm van een dagelijkse nota of markering waaruit de hoeveelheid of het aspect (bv. kleur) van het aspiraat kan afgeleid worden. 62

63 Item K2: Ondersteunende middelen voor de ademhalingsfunctie MZG code K200: Ondersteunende middelen voor de ademhalingsfunctie Het geheel van ondersteunende middelen m.b.t. ademhaling, met uitzondering van medicamenteuze ondersteuning. 1 = Masker, neusbril, sonde, zuurstoftent of koepel. 2 = Endotracheale tube, larynxmasker. 3 = Tracheacanule. o Het type ondersteuning wordt in het patiëntendossier² teruggevonden.µ o De rede waarom de patiënt ondersteuning nodig heeft moet terug te vinden zijn in het dossier. o Niet-invasieve kunstmatige ventilatie zoals BIPAP (Bilevel Positive Airway Pressure) en CPAP (Contineous Positive Airway Pressure) worden afgeleid uit de combinatie van K200 (score 1) en K300 (score 1). Beide items dienen dus gescoord te worden bij BIPAP of CPAP. 63

64 Item K3: Kunstmatige ventilatie MZG code K300: Kunstmatige ventilatie Het verpleegkundig beleid m.b.t. kunstmatige ventilatie. Naast de normale kunstmatige ventilatie kunnen enkele speciale types van kunstmatige ventilatie of ventilatie met een speciale positie apart gescoord worden. De volgende types van kunstmatige ventilatie worden beschouwd als een speciaal type (limitatieve lijst!): High Frequency Jet Ventilation (HFJV) High Frequency Percussion ventilation (HFPV) Stikstof (NO) ventilatie Liquid Ventilation Beademing in ventrale positie of in een type rotorest-bed 1 = Kunstmatige ventilatie is aanwezig. 2 = Een speciaal type van kunstmatige ventilatie is aanwezig. o Het type kunstmatige ventillatie wordt in het patiëntendossier² weergegeven. o Niet-invasieve kunstmatige ventilatie zoals BIPAP (Bilevel Positive Airway Pressure) en CPAP (Contineous Positive Airway Pressure) worden afgeleid uit de combinatie van K200 (score 1) en K300 (score 1). Beide items dienen dus gescoord te worden bij BIPAP of CPAP. 64

65 Klasse L: Huid- en wondverzorging Interventies gericht op de instandhouding en/of het herstel van de weefselintegriteit. Item L1: Toezicht op een verband, verbandmateriaal en wondomgeving (zonder verzorging) MVG code L100: Toezicht op een verband, verbandmateriaal en wondomgeving (zonder verzorging) Item L2: Verzorging van suturen en insteekpunten MVG code L200: Verzorging van suturen en insteekpunten Item L3: Eenvoudige verzorging van een open wonde MVG code L300: Eenvoudige verzorging van een open wonde 65

66 Item L4: Complexe verzorging van een open wonde MVG code L400: Complexe verzorging van een open wonde Item L5: Verzorging van huidlaesies als gevolg van dermatologische aandoeningen MVG code L500: Verzorging van huidlaesies als gevolg van dermatologische aandoeningen Wondzorgkaart 66

67 Klasse M: Temperatuurregeling Interventies gericht op de handhaving van de lichaamstemperatuur binnen normale grenzen. MZG code M100: Opvolgen van de thermoregulatie in de couveuse Het opvolgen en reguleren van de lichaamstemperatuur van de baby in een couveuse. De omgeving van de baby wordt aangepast om de temperatuur van de baby te beïnvloeden. Meer concreet kunnen de controle en toepassing van volgende aspecten voorkomen: de temperatuur van de couveuse of de temperatuur bij cervocontrole ; de vochtigheidsgraad van de couveuse; de toepassing van lichamelijke beschermingsmaatregelen in verband met de convectie, de geleiding, de straling en de verdamping (aluminiumdeken, geplastificeerd deken, verwarmingslamp, het gebruik van lakens en dekens ). 1 = Aanwezigheid van minimum 2 van bovenstaande aspecten. o De bovenstaande aspecten en hun waarden zijn genoteerd in het patiëntendossier. o De centrale en/of perifere lichaamstemperatuur van de baby zijn terug te vinden in het patiëntendossier. o Het opvolgen van de centrale of perifere lichaamstemperatuur van de baby worden gescoord onder de items V300 bewaken van de biologische vitale parameters: continue monitoring of V400 bewaken van de biologische vitale parameters: discontinue monitoring. 67

68 Klasse N : Zorg voor de weefseldoorbloeding Interventies gericht op een optimale circulatie van bloed en vocht in de weefsels. Item N1: Toediening van bloed en bloedcomponenten MZG code N100: Toediening van bloed en bloedcomponenten Toedienen van bloed en bloedcomponenten. Volgende producten worden beschouwd als bloed of bloedcomponenten (11 MEI Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 24 februari 2004 houdende vaststelling van de prijs van het bloed en van de labiele bloedproducten): menselijk vol bloed; erythrocyten-concentraat; bloedplaatjes-concentraat; leucocyten-concentraat; vers ingevroren plasma; hematopoiëtische stamcellen; stollingsfactoren; immunoglobulines. o Aantal toegediende flacons (uitgezonderd oplosmiddel) of zakjes met bloed of bloedcomponenten. o In het patiëntendossier² worden de bloedproducten en hun toegediende hoeveelheid vermeld. o Eventuele reacties van de patiënt als gevolg van de transfusie worden ook in het dossier genoteerd. o Bloed en bloedproducten kunnen niet gescoord worden bij IV medicatie (H200 of H300). 68

69 Item N2: Toezicht en/of verzorging van een artificiële toegangspoort: veneus, arterieel, subcutaan, intramusculair, intrapleuraal, intrathecaal, intraspinaal, epiduraal, intraperitoneaal, intra-osseus MZG code N200: Toezicht en/of verzorging van een artificiële toegangspoort: veneus, arterieel, subcutaan, intramusculair, intrapleuraal, intrathecaal, intraspinaal, epiduraal, intraperitoneaal, intra-osseus Het geheel van verzorging en/of controle van een artificiële toegangspoort. Met een toegangspoort wordt een ingang/toegang van een katheter in het lichaam bedoeld met inbegrip van implanteerbare katheters (bv. subcutane veneuze poort). Enkel wanneer deze toegangspoorten worden gebruikt op de registratiedag kunnen ze gescoord worden. Met gebruikt wordt bedoeld dat er een medicijn, een bloedproduct of een andere infusievloeistof via deze weg werd toegediend of dat deze toegangsweg werd gespoeld met bv. heparine om de toegangsweg te onderhouden. o Aantal gebruikte toegangspoorten. o Uit het patiëntendossier² moeten de verschillende toegangspoorten (datum/plaats/soort) en/of de uitgevoerde verzorging(en) en/of het toezicht kunnen afgeleid worden. en o Enkel de in de titel vermelde toegangspoorten worden in dit item inbegrepen. o Elektroden, evacuerende sonden en externe fixator-insteekpunten worden uitgesloten. o Meerlumenkatheters tellen voor 1 toegangspoort. 69

70 Item N3: Veneuze bloedafname MZG code N300: Veneuze bloedafname Afname van een veneus bloedstaal. Een bloedafnamemoment is een welbepaald moment waarbij een zorgverlener 1 het veneuze bloed afneemt en de nodige bloedstalen collecteert via een bepaalde prikplaats of toegangspoort. o Aantal veneuze bloedafnamemomenten. o Elke bloedafname staat in het patiëntendossier² vermeld. o De laboresultaten zijn terug te vinden in het patiëntendossier². o De verschillende bloedafname pogingen en verschillende bloedtubes worden niet in rekening gebracht. o Wanneer veneus bloed wordt afgenomen via zowel de diepe veneuze katheter als perifeer (d.m.v. aanprikken van een vene) wordt dit als 2 bloedafnamemomenten geteld (bv. wanneer een hemocultuur op 2 verschillende plaatsen wordt afgenomen). o Hemoculturen worden enkel in item N300 en N400 gescoord, niet in V500 staalname van weefsel of lichamelijk excretiemateriaal. 70

71 Item N4: Arteriële bloedafname MZG code N400: Arteriële bloedafname Afname van een bloedstaal uit een slagader via een arteriële katheter die door de arts werd geplaatst. Een bloedafnamemoment is een welbepaald moment waarbij een zorgverlener 1 het arteriële bloed afneemt en de nodige bloedstalen collecteert via een prikplaats of toegangspoort. o Aantal arteriële bloedafnamemomenten. o Elke bloedafname staat in het patiëntendossier² vermeld. o De laboresultaten zijn terug te vinden in het patiëntendossier². o Hemoculturen kunnen enkel in item N300 en N400 gescoord worden, niet in V500 staalname van weefsel of lichamelijk excretiemateriaal. o De verschillende bloedafname pogingen en verschillende bloedtubes worden niet in rekening gebracht. 71

72 Item N5: Capillaire bloedafname MZG code N500: Capillaire bloedafname Afname van een bloedstaal uit een capillair bed (bv. vingerprik). Een bloedafnamemoment is een welbepaald moment waarbij een zorgverlener 1 het capillaire bloed afneemt en de nodige bloedstalen collecteert via een prikplaats of toegangspoort. o Aantal capillaire bloedafnamemomenten. o Elke bloedafname staat in het patiëntendossier² vermeld. o De laboresultaten zijn terug te vinden in het patiëntendossier². o De verschillende bloedafname pogingen en verschillende bloedtubes worden niet in rekening gebracht. 72

73 Item N6: Cardio-circulatoire ondersteuning: elektrisch hulpmiddel MZG code N600: Cardio-circulatoire ondersteuning: elektrisch hulpmiddel Het verpleegkundig beleid van de patiënt met een externe pacemaker. Dit item is enkel te scoren indien een externe pacemaker in werking is op de registratiedag. 1 = Beleid aanwezig. o de aanwezigheid en het gebruik van externe elektrische stimulatoren van de circulatie staan vermeld in het patiëntendossier². o Het toezicht en eventuele aanpassingen van de parameters zijn in het dossier genoteerd. o Reanimatieakten zoals defibrillatie met pads behoren niet tot dit item. 73

74 Item N7: Cardio-circulatoire ondersteuning: mechanisch hulpmiddel MZG code N700: Cardio-circulatoire ondersteuning: mechanisch hulpmiddel Tijdelijk ondersteunen van de circulatie met behulp van een pomp. 1 = Intern assist-device: het bloed verlaat het lichaam niet. ( bv. ballonpomp). 2 = Extern assist-device: het bloed verlaat het lichaam en wordt door middel van een pompsysteem terug de circulatie ingepompt. (bv schroef/hemopomp). 3 = Extern assist-device waarbij het bloed het lichaam verlaat, een membraan voor uitwisseling met gassen passeert en terug naar de circulatie wordt gepompt (bv.extra Corporele Membraan Oxygenatie ECMO ). 4 = o De aanwezigheid van het assistsysteem moet uit het patiëntendossier² kunnen afgeleid worden. (bv. planning van zorgen aan het assistsysteem, controleparameters van de pomp, enz.). 74

75 Domein 3 : Gedrag Interventies gericht op de ondersteuning van het psychosociale functioneren en van veranderingen in de levensstijl. 75

76 Klasse O : Gedragstherapie Interventies gericht op de versterking en bevordering van wenselijk gedrag of de verandering van onwenselijk gedrag. Item O1: Activiteitenbegeleiding MZG code O100: Activiteitenbegeleiding Hulp bij specifieke lichamelijke, cognitieve en sociale bezigheden om de activiteiten van de patiënt (of groep patiënten) in verscheidenheid, aantal of duur te doen toenemen. Deze handelingen worden begeleid (al dan niet geïnitieerd) door een zorgverlener 1 en hebben een duidelijk therapeutisch of opvoedkundig doel. Komen in aanmerking voor het scoren van dit item: alle activiteiten in groepsverband of op individuele basis met als doel het activiteitenniveau of het ontwikkelingsniveau van de patiënten te beïnvloeden. Concreet kan dit item gescoord worden bij het begeleiden van activiteiten m.b.t.: Recreatie, expressie (handwerk, knutselwerk,...); Ontspanning; Stimulatie tot het uitvoeren, onderhouden en stimuleren van hobby's en vaardigheden zoals gezelschapsspelen, kaarten, bereiden van maaltijden, zingen, muziek, wandelen, spelen met kinderen, krant bespreken, spelbegeleiding, marktbezoek,... Tijdens deze activiteiten is er minstens een permanente aanwezigheid van één zorgverlener 1. 1 = Activiteitenbegeleiding toegepast in groep. 2 = Activiteitenbegeleiding toegepast individueel. o In het patiëntendossier² wordt een standaardplan 6 teruggevonden. o In het patiëntendossier wordt aangeduid dat er een activiteitenbegeleiding heeft plaatsgevonden. 76

77 Item O2: Zorg m.b.t. gedragsstoornissen MZG code O200: Zorg m.b.t. gedragsstoornissen Het verpleegkundig beleid m.b.t. gedrags- of ontwikkelingsstoornissen van de patiënt (bv. ADHD, autisme, fobieën, automutilatie, anorexie of boulimie). Deze stoornissen zijn wezenlijk verschillend van delirium (acute verwardheid) en dementie (cfr. cognitieve therapie (P100) en beschermingsmaatregelen bij desoriëntatie (V700) ). Er wordt een veilige, therapeutische omgeving gecreëerd voor een patiënt zodat de negatieve gedragingen verminderen of de negatieve gevolgen van deze gedragingen worden beperkt. Meer concreet moet er een verpleegkundige diagnose of patiëntenprobleem vastgesteld en geëxpliciteerd worden. Vervolgens wordt een geïndividualiseerd actieplan uitgewerkt, opgevolgd en geëvalueerd. Enkele voorbeelden van acties die kunnen uitgewerkt worden: limieten stellen, gedragsdoelen formuleren, consistentie en routine in de zorgen minutieus uitstippelen om een eenduidige en gestructureerde dagindeling te bekomen. 1 = Aanwezig. o De verpleegkundige diagnose of het patiëntenprobleem wordt geëxpliciteerd in het patiëntendossier². o Een geïndividualiseerde stappenplan met doelformulering wordt weergegeven in het patiëntendossier². o Elke doelstelling wordt opgevolgd en weergegeven in het patiëntendossier². 77

78 Klasse P : Cognitieve therapie Interventies gericht op de versterking of bevordering van het wenselijk cognitief functioneren of de verandering van het onwenselijk cognitief functioneren. Item P1: Zorgen aan de patiënt met een cognitief verminderd functioneren MZG code P100: Zorgen aan de patiënt met een cognitief verminderd functioneren Het verminderd cognitief denken maakt deel uit van een medische diagnose (trauma, seniele dementie, CVA, ) en /of een verpleegkundige diagnose. De verpleegkundige interventies bij een patiënt met verminderd cognitief functioneren bestaan uit 5 componenten: cognitieve herstructurering, cognitieve stimulering, geheugentraining, realiteitsoriëntatie of reminiscentietherapie. Tenminste 1 van volgende therapieën worden uitgevoerd : Cognitieve herstructurering: een patiënt uitdagen om zijn gestoorde gedachtegang te wijzigen en een realistischer beeld te ontwikkelen van zichzelf en de wereld. Cognitieve stimulering: bevorderen van het besef en begrip van geplande prikkels. Geheugentraining: bevorderen van het geheugen van de patiënt. Realiteitsoriëntatie: het besef van de patiënt van de eigen identiteit, tijd en omgeving bevorderen. (Enkele voorbeelden van ROT-training: het aanbrengen van een klok en een kalender en in gesprekken systematisch verwijzen naar deze hulpmiddelen. Het aanbrengen van naamplaatjes, oriëntatiepunten en uitleg geven aan de patiënt, oriënterende gesprekken, ) Reminiscentietherapie: de patiënt stimuleren terug te denken aan gebeurtenissen, gevoelens en gedachten uit het verleden om hem te helpen zich aan te passen aan zijn huidige omstandigheden. 78

79 1 = Occasioneel. 2 = Aanwezigheid van een standaardplan 6. 3 = o Deze interventies m.b.t. een cognitief verminderd vermogen van de patiënt worden enkel gescoord indien: Het cognitief verminderd vermogen geëxpliciteerd wordt in het patiëntendossier² d.m.v. een verslag, een verpleegkundige of medische diagnose of een score van een meetinstrument³. De interventies zijn gepland en aangeduid als uitgevoerd op de dag van registratie. Indien score 2 wordt gegeven dienen volgende extra voorwaarden te worden voldaan: Een wekelijks opvolgingsverslag, waarin de toestand van de patiënt wordt beoordeeld door middel van een meetinstrument³ of een uitgebreide kwalitatieve beschrijving. Een individueel aangepast programma zit in het patiëntendossier² of er wordt verwezen naar een standaardplan 6 dat op de afdeling beschikbaar is. Een patiënt die uit narcose ontwaakt kan niet onder dit item worden gescoord. 79

80 Klasse Q: Bevorderen van de communicatie Interventies gericht op de ondersteuning van het uiten en ontvangen van verbale en non-verbale boodschappen. Item Q1**: Hulp bij communicatiemoeilijkheden MZG code Q100: Hulp bij communicatiemoeilijkheden. Hulp aan de patiënt met communicatieproblemen als gevolg van een gehoorbeperking, spraakbeperking of een visuele beperking al dan niet van neurologische oorsprong. Deze interventies kunnen enkel gescoord worden indien er een hulpmiddel wordt aangewend voor de communicatie: bv. lei, papier en pen, toetsenbord, tekening of communicatiebord, braillevertaler. 1 = Aanwezig. o Het hulpmiddel voor de communicatie wordt expliciet vermeld in het patiëntendossier². o Louter het gebruik van een gehoorapparaat, bril of lenzen wordt niet aanvaard om dit item te scoren. o Het inroepen van een tolk wordt niet mee opgenomen in dit item. 80

81 Klasse R : Ondersteunen bij probleemhantering Interventies gericht op de ondersteuning bij het verder ontwikkelen van de vermogens, het aanpassen aan veranderingen in het functioneren of het streven naar een hoger niveau van functioneren. Item R1**: Emotionele ondersteuning MZG code R110: Basis emotionele ondersteuning Patiënten, familie of significante naasten 4 de kans geven om hun gevoelens en beleving te uiten, door uitnodigend stil te staan en een steun te betekenen op emotioneel moeilijke momenten. Volgende verpleegkundige interventies zijn enkele voorbeelden die deze basisinterventies van emotionele zorg weergeven: hoop bieden: de patiënt helpen een positieve kijk op de situatie te krijgen ; emotionele ondersteuning: de patiënt in tijden van stress geruststellen, accepteren en aanmoedigen ; aanwezig zijn: de patiënt bijstaan in tijd van nood ; geruststellen en kalmeren van een angstige patiënt. 1 = Aanwezigheid van één of meerdere verpleegkundige interventies die de emotionele ondersteuning verantwoorden. o In het patiëntendossier² staat de uitgevoerde interventie aan de patiënt, familie of significante naaste 4 (welk emotioneel probleem aanwezig is bij de patiënt, familie of significante naaste 4 ) genoteerd. o Deze interventies worden als basisinterventies beschouwd. Dit item kan gescoord worden zodra er een emotionele opvang van de patiënt, familie of significante naaste 4 heeft plaatsgevonden. 81

82 MZG code R120: Gerichte emotionele ondersteuning Men tracht de patiënt, familie of de significante naaste 4 emotioneel te ondersteunen om een crisissituatie te voorkomen door actief in te gaan op de beleving en informatie over zijn/hun situatie gedoseerd, gepland en op een gepaste manier aan te reiken en te herhalen. Enkele voorbeelden: Anticiperende begeleiding: de patiënt voorbereiden op een verwachte situationele of ontwikkelingscrisis. Ondersteuning bij de besluitvorming: informatie verstrekken aan en ondersteunen van een patiënt of significante naaste 4 die een emotioneel moeilijk besluit moet nemen over de zorg / behandeling. Waarheid vertellen: de gehele of gedeeltelijke waarheid vertellen om de besluitvorming door en het welbevinden van de patiënt te bevorderen. 1 = Aanwezigheid van één of meerdere verpleegkundige interventies om een crisissituatie te voorkomen. o Dit item kan enkel gescoord worden wanneer er een kort verslag wordt opgesteld waarin deze zorg wordt beschreven/toegelicht. o In het patiëntendossier² dient vermeld te staan op de dag van registratie: De toestand van de patiënt, familie of significante naaste 4 (welk emotioneel probleem aanwezig is bij de patiënt, familie of significante naaste 4 ). Welke informatie en/of perspectieven aan de patiënt, familie of significante naaste 4 werd aangereikt. MZG code R130: Opvang van een emotionele crisis Ondersteuning bieden bij volledige emotionele ontreddering van een patiënt, familie of significante naaste 4 ten gevolge van iets dat als onoverkomelijk wordt beleefd. Met crisis wordt bedoeld dat één of meerdere zorgverleners 1 exclusief bij deze persoon aanwezig zijn om hem of haar intensief emotioneel te begeleiden. 1 = Aanwezig. 82

83 o Een crisisinterventie is een uitzonderlijke en ingrijpende gebeurtenis op een afdeling waarbij een uitgebreid verslag noodzakelijk is om alle teamleden op elk moment de kans te geven zich hierover te informeren. o Volgende aspecten moeten op de dag van de registratie terug te vinden zijn in het patiëntendossier²: De directe aanleiding van het crisismoment; De uitingsvorm van de crisissituatie; Betrokkenen bij de crisissituatie; De ondernomen acties; Het resultaat of de toestand na het crisismoment; Actiepunten voor verdere opvolging ter preventie van een nieuwe crisis. 83

84 Klasse S : Patiëntenvoorlichting Interventies gericht op een gedragsverandering door middel van begrijpen en leren. Item S1: Gerichte educatie5 en voorlichting MZG code S100: Gerichte educatie 5 en voorlichting Een educatief zorgenpakket met als doel het overbrengen van doelgerichte informatie (bv. normale ontwikkeling en verzorging van een baby, ziekteproces, voorgeschreven medicatie, chemotherapie, ) of het aanleren van bepaalde vaardigheden (bv. correct leren puffen bij astmapatiënten). Deze vorm van educatie 5 kan gericht zijn naar een patiënt of een significante naaste 4. 1 = Gerichte educatie 5 en voorlichting: occasioneel. Dit is patiënteneducatie 5 die niet ingebed is in de zorgplanning. Tijdens de verzorging wordt occasioneel een moment vrijgemaakt waarop bijkomende uitleg wordt gegeven over onderwerpen die door de patiënt, de significante naaste of de zorgverlener 1 worden aangebracht. 2 = Gerichte educatie 5 en voorlichting: standaardplan 6. Dit is patiënteneducatie 5 die is ingebed in de zorgplanning. Een standaardplan 6 kan een vast deel uitmaken van de geplande zorg voor een bepaalde doelpopulatie of kan een specifiek aangepast en uitgeschreven educatieplan zijn dat ontworpen is voor een specifieke patiënt. Dit kan zowel individueel als in groepsverband gegeven worden. (bv. planning van praktijksessies zodat de patiënt tegen het einde van de opname zijn tracheostomie autonoom kan verzorgen en abnormaliteiten herkent). o Voor occasionele educatie 5 (score 1) volstaat het noteren van het onderwerp van de gerichte educatie en voorlichting in het patiëntendossier². o Voor score 2 moet er in het patiëntendossier².verwezen worden naar een standaardplan 6. 84

85 o Educatie 5 over een komende operatie of een onderzoek worden net zoals de andere educatieaspecten van andere items niet opgenomen in dit item (lichamelijke oefening A100, educatie 5 m.b.t. urinaire en fecale uitscheiding B600, educatie 5 bij voeding D110;D120, educatie 5 hygiënische zorgen F200, glycemiebeleid G300). 85

86 Item S2: Voorlichting bij operatie of onderzoek MZG code S200: Voorlichting bij operatie of onderzoek Een voorlichtingssessie over een komend onderzoek of operatie. Voorlichtingssessies kunnen gericht zijn naar de patiënt of een significante naaste 4 van de patiënt. 1 = Voorlichting bij een operatie of onderzoek: occasioneel. Dit is patiëntenvoorlichting die niet ingebed is in de zorgplanning. Tijdens de verzorging wordt occasioneel een moment vrijgemaakt waarop bijkomende voorlichting wordt gegeven over het onderzoek of de operatie. Deze sessies worden geïnitieerd door de zorgverlener 1 of de patiënt zelf. 2 = Voorlichting bij operatie of onderzoek: standaardplan 6. Dit is patiëntenvoorliching die is ingebed in de zorgplanning. Een standaardplan 6 kan een vast deel uitmaken van de geplande zorg voor een bepaalde doelpopulatie of kan een specifiek aangepast en uitgeschreven educatieplan zijn dat ontworpen is voor een specifieke patiënt. Dit kan zowel individueel als in groepsverband gegeven worden. o Voor occasionele educatie 5 (score 1) volstaat het noteren van het onderwerp van de voorlichting in het patiëntendossier². o Voor score 2 moet er in het patiëntendossier² verwezen worden naar een standaardplan 6. 86

87 Domein 4 : Veiligheid Interventies gericht op de ondersteuning van de bescherming tegen letsel en schade. 87

88 Klasse V: Risicobestrijding Interventies gericht op de beperking van risico s en risicofactoren en de controle hierop. Item V1: Decubituspreventie: gebruik van dynamische antidecubitusmaterialen MZG code V100: Decubituspreventie: gebruik van dynamische antidecubitus materialen Het evalueren van het risico op decubitus en de preventie van decubitus bij een patiënt met een verhoogd risico door het gebruik van dynamische antidecubitusmaterialen. Dynamische systemen zijn systemen die afwisselend en met een vaste frequentie drukverlichting op een bepaalde plaats van het lichaam verwezelijken door het lichaam op een andere plaats meer te ondersteunen en vice versa. (bv. alternerende systemen, dynamische drukspreidende systemen). 1 = Aanwezig. o Deze activiteiten kunnen slechts gescoord worden indien men het risico op decubitus vermeldt in het patiëntendossier². Dit risico op decubitus wordt in het patiëntendossier² verduidelijkt met behulp van een meetinstrument of een aanduiding dat er een risico is (klinische ervaring). o De gebruikte materialen staan in het patiëntendossier² vermeld. 88

89 Item V2: Decubituspreventie: wisselhouding MZG code V200: Decubituspreventie: wisselhouding Het evalueren van het risico op decubitus en de preventie van decubitus bij een patiënt met een verhoogd risico. Er wordt aan preventie gedaan door de patiënt op een systematische wijze van positie te veranderen (wisselhouding met wisselschema), ongeacht het gebruik van antidecubitusmaterialen. o Aantal geplande en uitgevoerde wisselmomenten volgens het schema. o Deze activiteiten kunnen slechts gescoord worden indien het risico op decubitus vermeld wordt in het patiëntendossier². Dit risico op decubitus wordt in het patiëntendossier² verduidelijkt met behulp van een risicoschaal of een aanduiding dat er een risico is (klinische ervaring). o Bovendien dient er een schema met het aantal uitgevoerde wisselhoudingen per 24u. (tijdstip + houding) in het patiëntendossier² aanwezig te zijn. o Indien de patiënt tijdens de registratiedag minder dan 24 uren op de verpleegafdeling verblijft, wordt het aantal uitgevoerde wisselmomenten vóór het moment van ontslag of transfer van de afdeling gescoord. 89

90 Item V3: Bewaken van de biologische vitale parameters m.b.t. hart, longen en/of lichaamstemperatuur : continue monitoring MZG code V300: Bewaken van de biologische vitale parameters m.b.t. hart, longen en lichaamstemperatuur: continue monitoring Verzamelen en opvolgen van gegevens over hart en bloedvaten, ademhaling en lichaamstemperatuur om complicaties op te sporen of te voorkomen. Dit item bevat enkel de vitale parameters die via een continue monitoring (permanente meting) worden gevolgd. De monitoring heeft betrekking op de ademhalingsfunctie, de cardiale functie en de temperatuur. Enkel de onderstaande parameters kunnen in acht genomen worden bij de berekening van de score (limitatieve lijst!) : ademhalingsfrequentie; hartslagfrequentie (en/of EKG monitoring) = één parameter; perifere temperatuur; centrale temperatuur ; O 2 -saturatiemeting; pulmonaire arteriële druk; CO 2 -monitoring; centraal veneuze druk (CVD); bloeddruk (systolische en diastolische druk); cardiaal debiet (cardiac output); veneuze continue O 2 -saturatie; linker atrium druk; foetale monitoring. o Aantal verschillende parameters die opgevolgd worden (max= 13). o Enkel de parameters die in het patiëntendossier² minimum om de 2 uur genoteerd staan (bijkomende observatie), geparafeerd of elektronisch gevalideerd zijn(= een print out of terug te vinden in het elektronische patiënten dossier) worden gescoord. o Holtermonitoring en telemetrie worden niet gescoord indien er geen validatie van de gegevens gebeurt om de 2 uur. o Continue monitoring is dus minimum 2 uur (2 registraties van de parameters) aanwezig op een registratiedag. 90

91 Item V4: Bewaken van de biologische vitale parameters m.b.t. hart, longen en/of lichaamstemperatuur: discontinue meting MZG code V400: Bewaken van de biologische vitale parameters: discontinue meting Verzamelen en opvolgen van gegevens over hart en bloedvaten, ademhaling en lichaamstemperatuur om complicaties op te sporen en te voorkomen. Deze MVG code bevat enkel de vitale parameters die discontinu worden gemeten. Enkel de onderstaande parameters kunnen in acht genomen worden bij de berekening van de score (limitatieve lijst!): ademhalingsfrequentie; hartslagfrequentie (en/of EKG monitoring) = één parameter;; perifere temperatuur; centrale temperatuur ; CO2-monitoring; O2-saturatiemeting; pulmonaire arteriële druk; centraal veneuze druk (CVD); bloeddruk (systolische en diastolische druk); cardiaal debiet (cardiac output); veneuze continue 02 saturatie; linker atrium druk; foetale monitoring. o Aantal metingen van de discontinu gemeten vitale parameter die het meest werd gemeten op de registratiedag. o De resultaten en tijdstippen van de metingen worden in het patiëntendossier² genoteerd. 91

92 Item V5: Staalafname van weefsel of lichamelijk excretiemateriaal MZG code V500: Staalafname van weefsel of lichamelijk excretiemateriaal Het geheel van verpleegkundige interventies die gericht zijn op het bekomen van stalen/monsters die dienen ter ondersteuning van het medisch diagnostisch proces (bv. urinestaal, fecesstaal, maagsapstaal, katheterpunt, wisser). o Aantal staalnamen. o De staalnamen staan aangeduid als afgenomen in het patiëntendossier². o De resultaten van de staalnamen zijn weergegeven in het patiëntendossier². o Bv.: 2x urinestaal + 1x stoelgangstaal + 1x sputumstaal = score 4. o Bloednamen worden niet in rekening gebracht binnen dit item maar worden gescoord in het item N300 veneuze bloedafname, N400 arteriële bloedafname of N500 capillaire bloedafname. o Pogingen tot het afnemen van een bloedstaal en staalafnames uitgevoerd door een arts worden niet meegerekend. 92

93 Item V6: Isolatiemaatregelen MZG code V600: Isolatiemaatregelen Het geheel van maatregelen om te voorkomen dat micro-organismen worden verspreid, van de éne patiënt of persoon naar de andere en omgekeerd, via de lucht of via direct/indirect contact met besmet materiaal. De micro-organismen zijn pathogeen (bronisolatie) of potentieel gevaarlijk (omgekeerde/protectieve isolatie) voor de patiënt. 1 = Bij barrièreverpleging moeten 2 van volgende aspecten bij elk contact met de patiënt vervuld zijn: Het dragen van een schort per patiënt; Het dragen van handschoenen per patiënt; Het dragen van een masker per patiënt; Specifieke maatregelen voor afval/materiaal. 2 = Isolatie in een aparte kamer waarvan minimum 3 van onderstaande maatregelen bij elk contact met de patiënt vervuld zijn: Het dragen van een schort per patiënt; Het dragen van handschoenen per patiënt; Het dragen van een masker per patiënt; Specifieke maatregelen voor afval/materiaal. o Een verwijzing naar een isolatieprotocol opgesteld door de verpleegkundige of de hygiënist kan teruggevonden worden in het patiëntendossier². o Bij cohortisolatie (meerdere patiënten geïsoleerd in 1 ruimte) kan dit item bij iedere patiënt afzonderlijk gescoord worden. 93

94 Item V7: Beschermingsmaatregelen bij desoriëntatie MZG code V700: Beschermingsmaatregelen bij desoriëntatie Het geheel van verpleegactiviteiten m.b.t. de bescherming van een patiënt die gedesoriënteerd is in tijd en/of ruimte t.g.v. een fysische, chemische of psychische stoornis. Dit item omvat verpleegactiviteiten i.v.m.: De beperking van de bewegingsvrijheid van een gedesoriënteerde patiënt op zijn kamer of binnen een deel van of de gehele verpleegafdeling (bv. afsluiten van de afdeling met een elektronische code); fixeren van een gedesoriënteerde patiënt: aanbrengen, controleren en verwijderen van fixatiemiddelen die worden gebruikt om de mobiliteit van de patiënt te beperken. 1 = Aanwezigheid van bovenstaande maatregelen. o Het patiëntendossier² omvat volgende elementen: het desoriëntatie-probleem met inbegrip van een score op een meetinstrument³(bv. Confusion Assessment Method (CAM)); een verwijzing naar een protocol m.b.t. beschermingsmaatregelen; een beschrijving van de gehanteerde beschermingsmaatregelen (zweedse band, voorzettafeltje, electronische enkelband, ). Indien de patiënt gefixeerd wordt dient het begin- en einduur vermeld te worden; een verslag van de algemene observatie i.v.m. de desoriëntatie wordt dagelijks vermeld; de resultaten van de genomen beschermingsmaatregelen en de noodzaak om de beschermingsmaatregelen verder te zetten worden minstens op wekelijkse basis geëvalueerd en neergeschreven. Indien de beschermingsmaatregelen een fysieke fixatie betreffen, dient deze evaluatie dagelijks te gebeuren. o Zijn niet voldoende om dit item te scoren: Middelen met een orthopedische toepassing (bv. gipsen,..); Het aanbrengen van onrusthekkens. 94

95 Domein 5 : Gezin en familie Interventies gericht op de ondersteuning van gezin en familie. 95

96 Klasse W : Zorg rondom geboorte Interventies gericht op de bevordering van het inzicht in en de hantering van de psychische en lichamelijke veranderingen bij zwangerschap en geboorte. Item W1: Zorgen i.v.m. relaxatie, gebonden aan de voorbereiding op de bevalling MZG code W100: Zorgen i.v.m. relaxatie, gebonden aan de voorbereiding op de bevalling Toezicht en opvolgen van een vrouw tijdens de arbeid. Meer concreet zijn dit vroedkundige strategieën om de arbeid vlot te laten verlopen: massages, zitbal of arbeidsbad (limitatieve lijst!). 1 = Aanwezigheid van toezicht en opvolgen. o De zorgen uitgevoerd tijdens de arbeid zijn als uitgevoerd aangeduid in het patiëntendossier², alsook een evaluatie van de resultaten. 96

97 Item W2: Zorgen ante-partum: opvolging uterine activiteit MZG code W200: Zorgen ante-partum: opvolging uterine activiteit Het geheel van opvolging van de uterine activiteit. Meer concreet worden minstens één van volgende parameters opgevolgd of uitgevoerd: uterine monitoring, vaginaal toucher of palpaties. o Aantal metingen van de parameter die het meest gemeten werd op de registratiedag. o De parameters en hun resultaten moeten terug te vinden zijn in het patiëntendossier². 97

98 Item W3: Bevalling uitgevoerd door een zorgverlener1 MZG code W300: Bevalling uitgevoerd door een vroedkundige Het geheel van vroedkundige zorgen aan moeder en kind tijdens de bevalling (vanaf een volledige ontsluiting tot na de geboorte van de placenta), volledig zelfstandig uitgevoerd door de vroedkundige 1. 1 = Gerealiseerd door de vroedkundige. o Het verloop van de bevalling, uitgevoerd door een vroedkundige, wordt beschreven in een bevallingsverslag dat te vinden is in het patiëntendossier². 98

99 Item W4: Post-partum opvolging MZG code W400: Post-partum opvolging De opvolging van het post-partum staat voor het controleren en observeren van volgende aspecten (limitatieve lijst!): De baarmoederhoogte; De lochiën; De borsten (tepelkloven, stuwing, lactatie, ); Het perineum. o Aantal metingen van het aspect dat het meest gemeten of opgevolgd werd. o De parameters en hun resultaten zijn aanwezig in het patiëntendossier². 99

100 Item W5: Kangoeroezorg MZG code W500: Kangoeroezorg Het geheel van zorgen en begeleiding bij de kangoeroezorg. De kangoeroezorg bestaat uit het (aan)leggen van het kind bij de moeder of de vader met als doel de ouder kind relatie te bevorderen. Volgend aspect is inherent aan kangoeroezorg: onmiddellijk huid aan huid contact. Hierbij wordt de baby naakt, huid aan huid, op de naakte borst van de moeder of vader geplaatst zodat beiden van dit contact kunnen genieten en tot rust komen. 1 = Aanwezig. o De duur van de kangoeroezorg staat genoteerd in het patiëntendossier². o De zorg staat genoteerd als uitgevoerd. o Het probleem in de ouder kind relatie is omschreven in het dossier. o Deze zorg kan enkel tijdens de MZG registratie bij de baby gescoord worden. 100

101 Klasse X : Zorg voor gezin en familie Interventies gericht op de ondersteuning van het functioneren van het gezin als systeem en de bevordering van de gezondheid en het welzijn van de gezinsleden. Item X1: Rooming-in van familie of significante naaste4 MZG code X100: Rooming-in van familie of significante naaste 4 Het begeleiden van de familie of significante naaste(n) 4 (die zelf niet opgenomen zijn in het ziekenhuis), bij het aanwezig zijn bij de patiënt, gedurende het grootste deel van de dag en de volledige nacht. 1 = Rooming-in van familie of significante naaste 4. o Rooming-in kan enkel gescoord worden wanneer de familie of significante naaste(n) 4 het grootste deel van de dag bij de patiënt verblijft en in het ziekenhuis op de patiëntenkamer overnacht. o In het patiëntendossier staat vermeld dat de significante naaste(n) aan rooming-in doe(t)(n). o Vb. een vader blijft bij zijn kind op de pediatrische afdeling en overnacht op de ziekenkamer o Vb. de zoon, vrouw en dochter van een terminale patiënt houden (eventueel beurtelings) de nachtwacht bij hun familielid. 101

102 Domein 6: Gezondheidszorgbeleid Interventies gericht op de ondersteuning van een optimaal gebruik van zorgvoorzieningen. 102

103 Klasse Y : Bemiddeling in de zorg Interventies gericht op de optimalisering van de relatie tussen patiënt / familie en het zorgstelsel. Item Y1: Culturele bemiddeling MZG code Y100: Culturele bemiddeling Overbruggen van, of onderhandelen over verschillen in opvattingen over gezondheid en gezondheidszorg met een patiënt, familie of significante naaste 4. Meer concreet is dit item te scoren indien er een overleg heeft plaatsgevonden tussen het verzorgend team, de cultuurbemiddelaar in het ziekenhuis en de patiënt, al dan niet in het bijzijn van familie en/of spiritueel, godsdienstig leider. 1 = Aanwezig. o In het patiëntendossier² is er een verslag terug te vinden (gedateerd en gesigneerd) waarbij volgende elementen werden uitgewerkt : (1) probleemomschrijving of bemiddelingsonderwerp, (2) interventies en concrete afspraken, (3) evaluatie of toestand na bemiddeling van de cultureel bemiddelaar. 103

104 Item Y2: Anamnese MZG code Y200: Anamnese Een observatie of gestructureerd gesprek met de patiënt, familie of significante naaste 4 tijdens de eerste dagen van het verblijf met als doel de behoeften aan verpleegkundige verzorging in kaart te brengen. Meer specifiek wordt nagegaan: Wie deze patiënt is. Wat hem bezig houdt. Hoe hij omgaat met bepaalde situaties. Welke oplossingen hij zelf verkiest. Zijn levensgewoonten. Wat hij van het verblijf verwacht. Vastleggen van zelfzorgtekorten. Administratieve en sociale situering. Antecedenten en ziekenhuiservaringen. Vastleggen van de belevingswereld van de patiënt. 1 = Aanwezig. o Een volledig ingevuld anamneseformulier of anamneseverslag bevindt zich in het patiëntendossier². o De datum waarop de anamnese afgenomen werd, is vermeld op het anamneseformulier. o Het aanvullen van een verslag tijdens het verdere verblijf van de patiënt wordt niet extra geregistreerd. o Een briefing of gegevensoverdracht tussen zorgverleners bij een transfer naar een andere afdeling kan niet onder dit item gescoord worden. o Deze activiteit wordt gescoord indien het anamnesegesprek plaatsvindt gedurende de registratiedag. o Per patiënt en per verblijf wordt deze activiteit slechts éénmaal aangeduid. Uitzonderlijk kan men meer dan één anamnese per patiënt en per verblijf scoren. Dit is mogelijk indien de toestand van de patiënt dusdanig verandert dat er bijkomende nieuwe informatie nodig is. Een nieuw anamnesegesprek is dan vereist en een nieuw anamneseformulier is terug te vinden in het patiëntendossier². 104

105 Klasse Z : Beheer van zorgvoorzieningen & informatiebeheer Interventies gericht op het bieden en verbeteren van zorgvoorzieningen en op de ondersteuning van de communicatie tussen zorgverleners 1. Item Z1: Assessment functioneel, mentaal, psychosociaal MZG code Z100: Assessment functioneel, mentaal, psycho-sociaal Het systematisch beoordelen van de functionele (bv. Instrumental Activities of Daily Living), mentale (bv. Mini Mental State Examination) of psychosociale toestand (bv. Geriatric Depression Scale) van de patiënt met behulp van een meetinstrument³. Men kan deze activiteit slechts scoren indien deze op de dag van de registratie werd uitgevoerd. 1 = Aanwezig. o De resultaten van het meetinstrument³ waarmee de beoordeling van de functionele, mentale of psycho-sociale toestand van de patiënt wordt uitgevoerd is terug te vinden in het patiëntendossier². o De datum van afname van het meetinstrument³ stemt overeen met de registratiedag. o Een handleiding van het meetinstrument³ is beschikbaar op de afdeling. o De meetinstrumenten³ die gebruikt werden voor het beoordelen van pijn (E100), nausea en braken (E200), moeheid (E300), sedatie (E400), bewaking neurologische functie (I100) en het inschatten van het risico op decubitus (V100 & V200) kunnen hier niet gescoord worden. 105

106 Item Z2: Ondersteuning van de arts bij niet delegeerbare medische handelingen MZG code Z200: Ondersteuning van de arts bij een niet delegeerbare medische handeling Hulp aan de arts door een zorgverlener 1 bij niet delegeerbare medische handelingen. Deze interventies houden in: voorbereiding van het materiaal; voorbereiding en installatie van de patiënt; assistentie bij het uitvoeren van een onderzoek of behandeling en het (emotioneel of fysiek) ondersteunen van de patiënt tijdens deze activiteiten. Worden niet meegenomen in dit item: Louter klinische, niet-invasieve medische onderzoeken of ingrepen (geen technische onderzoeken of ingrepen) waarbij de patiënt enkel in een bepaalde houding wordt ondersteund door de zorgverlener 1. Het begeleiden van de geneesheren tijdens de zaalrondes. o Het aantal niet delegeerbare medische ingrepen waarbij de assistentie aan de arts werd verleend. o De ondersteuning van de arts m.b.t. een niet delegeerbare medische handeling wordt in het patiëntendossier² aangeduid (aantal en naam van de behandeling). o Enkele voorbeelden van onderzoeken bij de patiënt: bv. EEG, pleurapunctie, lumbaalpunctie, ascitespunctie, arteriepunctie, plaatsen van diepe veneuze katheter, swan ganz, plaatsen van een suprapubische katheter, plaatsen van een pleuradrain, liquordrain). 106

107 Item Z3: Multidisciplinair overleg MZG code Z300: Multidisciplinair overleg Het plannen en evalueren van de patiëntenzorg samen met beroepsbeoefenaren uit andere zorgdisciplines. Naast de verpleegkundige of vroedkundige dienen er minimum twee andere zorgdisciplines vertegenwoordigd te zijn. Het overlegmoment is niet spontaan, maar vooraf gepland. 1 = Op de dag van registratie heeft het multidisciplinair overleg over de patiënt plaatsgevonden. o Een verslag met datum van de bespreking is aanwezig in het patiëntendossier². o Dit verslag omvat naam en de functie van de aanwezigen en het doel van het overleg. 107

108 Item Z4: Contact met andere instellingen MZG code Z400: Contact met andere instellingen. Contact met andere instellingen houdt in dat er informatie over de patiënt en de patiëntenzorg wordt verstrekt aan hulpverleners (niet familie of significante naaste 4 ) van andere instellingen (bv. kind en gezin, huisarts, rusthuis, thuisverpleging). Er worden regelingen getroffen voor de continuering van de zorgverlening door andere hulpverstrekkers buiten de instelling. 1 = Contact opgenomen op de registratiedag. o De overlegmomenten met datum en uur en de eventueel gemaakte afspraken worden in het patiëntendossier² vermeld. 108

Codeerhandleiding Minimale Ziekenhuis Gegevens

Codeerhandleiding Minimale Ziekenhuis Gegevens FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Datamanagement Codeerhandleiding Minimale Ziekenhuis Gegevens September 2006 1 WAARSCHUWING Deze coderingshandleiding is de

Nadere informatie

OEFENINGEN BIJ HET OPLEIDINGHANDBOEK MZG

OEFENINGEN BIJ HET OPLEIDINGHANDBOEK MZG OEFENINGEN BIJ HET OPLEIDINGHANDBOEK MZG Een realisatie van de cel audit verpleegkunde van de dienst data management DG1 Concept en redactie Lieven De Maesschalck Brigitte De Maerteleire Josine Morren

Nadere informatie

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Datamanagement. CODEERHANDLEIDING Verpleegkundige Gegevens van de MZG

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Datamanagement. CODEERHANDLEIDING Verpleegkundige Gegevens van de MZG FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Datamanagement CODEERHANDLEIDING Verpleegkundige Gegevens van de MZG VG-MZG December 2007 Versie 1.4.1 Cel Verpleegkundige

Nadere informatie

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Datamanagement. CODEERHANDLEIDING Verpleegkundige Gegevens van de MZG

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Datamanagement. CODEERHANDLEIDING Verpleegkundige Gegevens van de MZG FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Datamanagement CODEERHANDLEIDING Verpleegkundige Gegevens van de MZG VG-MZG Januari 2009 Versie 1.5 Cel Verpleegkundige Audits

Nadere informatie

Casus 2: De pediatrische patiënt OPLOSSING

Casus 2: De pediatrische patiënt OPLOSSING Casus 2: De pediatrische patiënt OPLOSSING Algemene regels Indien er naar een procedure/een verpleegplan wordt verwezen in de casus mag je er van uit gaan dat deze effectief aanwezig is en beschikbaar

Nadere informatie

Katholieke Universiteit Leuven

Katholieke Universiteit Leuven Katholieke Universiteit Leuven FACULTEIT GENEESKUNDE SCHOOL VOOR MAATSCHAPPELIJKE GEZONDHEIDSZORG CENTRUM VOOR ZIEKENHUIS- EN VERPLEGINGSWETENSCHAP BIJLAGEN BIJ HET ONDERZOEKSRAPPORT ACTUALISATIE VAN DE

Nadere informatie

Casus 3: De Intensieve patiënt OPLOSSING

Casus 3: De Intensieve patiënt OPLOSSING Casus 3: De Intensieve patiënt OPLOSSING Algemene regels Indien er naar een procedure/een verpleegplan wordt verwezen in de casus mag je er van uit gaan dat deze effectief aanwezig is en beschikbaar voor

Nadere informatie

CODEERHANDLEIDING VG-MZG 2.0

CODEERHANDLEIDING VG-MZG 2.0 CODEERHANDLEIDING VG-MZG 2.0 OPLEIDINGSDAG NL. : 22 FEBRUARI 2018 Thieren Carmen Houppe Jean-François Cel TGC & Audit Dienst datamanagement DGGS - FOD VVVL Dupaix Sophie Gilson Lieve Godart Sylvie Thonon

Nadere informatie

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Datamanagement

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Datamanagement FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Datamanagement CODEERHANDLEIDING Verpleegkundige Gegevens van de MZG VG-MZG Januari 2011 Officiële versie 1.6 Cel Audit van

Nadere informatie

Onderzoek van de resultaten. Enkele klinische scenario s met behulp van de dynamische feedback tool

Onderzoek van de resultaten. Enkele klinische scenario s met behulp van de dynamische feedback tool Onderzoek van de resultaten Enkele klinische scenario s met behulp van de dynamische feedback tool Klinische scenario s 01 02 03 04 De chirurgische intensieve patient De patient op de ontwaakzaal (RE)

Nadere informatie

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Datamanagement

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Datamanagement FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu DG 1 Dienst Datamanagement BUNDEL VOOR DE VAN VG-MZG Januari 2013 Cel Audit van verpleegkundige gegevens WAARSCHUWING Deze situatiebundel

Nadere informatie

Casus 4: De geriatrische patiënt OPLOSSING

Casus 4: De geriatrische patiënt OPLOSSING Casus 4: De geriatrische patiënt OPLOSSING Algemene regels Indien er naar een procedure/een verpleegplan wordt verwezen in de casus mag je er van uit gaan dat deze effectief aanwezig is en beschikbaar

Nadere informatie

MZG Globalisatietabellen Verpleegkundige gegevens April 2011

MZG Globalisatietabellen Verpleegkundige gegevens April 2011 Algemene Informatie Gebruik van de globalisatietabellen De globalisatietabellen werden opgesteld als bijkomend hulpmiddel voor de ziekenhuizen om hun MZG gegevens beter te kunnen controleren en analyseren.

Nadere informatie

CODEERHANDLEIDING VG-MZG

CODEERHANDLEIDING VG-MZG DGGS Dienst Datamanagement Cel: Terminologie, Classificatie, Groepering & Audit CODEERHANDLEIDING Verpleegkundige Gegevens van de Minimale Ziekenhuis Gegevens VG-MZG Officiële versie 2.0 2017 Voorwoord

Nadere informatie

Casus 1: De chirurgische patiënt OPLOSSING

Casus 1: De chirurgische patiënt OPLOSSING Casus 1: De chirurgische patiënt OPLOSSING Algemene regels Indien er naar een procedure/een verpleegplan wordt verwezen in de casus mag je er van uit gaan dat deze effectief aanwezig is en beschikbaar

Nadere informatie

Er was eens 09u35. Het San Joaquinpatiëntenclassificatiesysteem. Johan Engels. Op de dienst spoedgevallen 16/04/2013. Mevr.

Er was eens 09u35. Het San Joaquinpatiëntenclassificatiesysteem. Johan Engels. Op de dienst spoedgevallen 16/04/2013. Mevr. Het San Joaquinpatiëntenclassificatiesysteem Johan Engels Hoofdverpleegkundige H.-Hartziekenhuis Lier Er was eens 09u35 Op de dienst spoedgevallen Mevr. Heylen Leonie 86 jaar Samenwonend met echtgenoot

Nadere informatie

Aanvullende tabellen op de algemene federale feedback MVG 2006

Aanvullende tabellen op de algemene federale feedback MVG 2006 1 FOD Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu DG1 Organisatie Gezondheidszorgvoorzieningen Dienst Datamanagement Aanvullende tabellen op de algemene federale feedback MVG 2006 Annelies Ghesquiere,

Nadere informatie

RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING Openbare instelling opgericht bij de wet van 9 augustus 1963 TERVURENLAAN 211 1150 BRUSSEL

RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING Openbare instelling opgericht bij de wet van 9 augustus 1963 TERVURENLAAN 211 1150 BRUSSEL RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING Openbare instelling opgericht bij de wet van 9 augustus 1963 TERVURENLAAN 211 1150 BRUSSEL Dienst voor geneeskundige verzorging Richtlijnen bij het

Nadere informatie

OPLEIDINGSDAG NRG NEW 26/10/2018

OPLEIDINGSDAG NRG NEW 26/10/2018 OPLEIDINGSDAG NRG NEW 26/10/2018 INLEIDING: WAAROM IS ER NOOD AAN EEN UPDATE VAN HET MODEL? 1) Methodologie NRG OLD 2) Kritiek op NRG OLD 3) Doelstellingen NRG new WAARVOOR DIENEN DE NRG S? «NURSING RELATED

Nadere informatie

Richtlijnen bij het gebruik van de evaluatieschaal

Richtlijnen bij het gebruik van de evaluatieschaal Richtlijnen bij het gebruik van de evaluatieschaal BIJLAGE II - art. 151 van het K.B. dd. 3/07/1996 rustoorden voor bejaarden, rust- en verzorgingstehuizen en centra voor dagverzorging - art. 8 van de

Nadere informatie

Amandeloperatie bij volwassenen

Amandeloperatie bij volwassenen Amandeloperatie bij volwassenen Bij opname Op de afgesproken dag en tijdstip meldt u zich aan bij het onthaal. De onthaalmedewerker bezorgt u een identificatiebandje, geeft u het kamernummer en verwijst

Nadere informatie

Verpleegkundige registratie: codeerhandleiding VG-MZG versie 1.6 Samenvatting van wijzigingen/aanvullingen

Verpleegkundige registratie: codeerhandleiding VG-MZG versie 1.6 Samenvatting van wijzigingen/aanvullingen Geheel van activiteiten Uitgevoerde activiteiten Resultaten Verpleegkundige registratie: codeerhandleiding VG-MZG versie 1.6 Samenvatting van wijzigingen/aanvullingen Karolien Smets, vroedvrouw - Dimitri

Nadere informatie

AANVRAGEN DOOR PROFESSIONELEN

AANVRAGEN DOOR PROFESSIONELEN AANVRAGEN DOOR PROFESSIONELEN THUISVERZORGING : KATZ-SCHAAL Katz is de naam van een Amerikaanse hoogleraar op rust maar intussen erg bekend geraakt door zijn A.D.L.-schaal. Onder ADL-activiteiten verstaan

Nadere informatie

Actualisatie MVG: Illustratie van concrete voorbeelden

Actualisatie MVG: Illustratie van concrete voorbeelden Ministerie van Volksgezondheid, Sociale Zaken, Leefmilieu Bestuur Gezondheidszorgbeleid Dinsdag 17 september 2002 Actualisatie MVG: Illustratie van concrete voorbeelden Prof. Dr. W. Sermeus Prof. Dr. L.

Nadere informatie

GELIEVE DEZE VRAGENLIJST VOLLEDIG IN TE VULLEN

GELIEVE DEZE VRAGENLIJST VOLLEDIG IN TE VULLEN UZ LEUVEN CAMPUS PELLENBERG TEL. 016 33 87 00 FAX 016 33 87 03 AANVRAAG TOT OPNAME GELIEVE DEZE VRAGENLIJST VOLLEDIG IN TE VULLEN Intern : EMD-nr.:... Extern: Zo extern, gelieve ons de beeldvorming op

Nadere informatie

Externe vraag tot opname op de dienst revalidatie

Externe vraag tot opname op de dienst revalidatie Externe vraag tot opname op de dienst revalidatie Gelieve dit formulier volledig ingevuld terug te zenden naar de revalidatiearts Dr. Daele en/ of hoofdverpleegkundige Mouha Marina. Tel. 012 39 71 68 Fax:

Nadere informatie

1 De kleine zorgen: het reinigen van neus, ogen, nagels, navel, haren Het verwisselen van een urineluier 22

1 De kleine zorgen: het reinigen van neus, ogen, nagels, navel, haren Het verwisselen van een urineluier 22 INHOUDSTAFEL Voorwoord 13 Fiche kwaliteitsbewust handelen 15 Correcte handhygiëne 17 Het jonge kind 19 1 De kleine zorgen: het reinigen van neus, ogen, nagels, navel, haren 20 1.1 Voorbereiding 20 1.2

Nadere informatie

Domein 4 Verpleegkundige gegevens

Domein 4 Verpleegkundige gegevens Verpleegkundige gegevens Domein 4 Verpleegkundige gegevens Inhoud 0. LINKEN TUSSEN DE BESTANDEN VAN DE VERPLEEGKUNDIGE GEGEVENS... 1 1. ITEMDIVG (N1): VERPLEEGKUNDIGE ITEMS... 4 1.1. NAAM... 4 1.2. INHOUD...

Nadere informatie

Proces verantwoordelijke. Hiërarchisch Verantwoordelijke

Proces verantwoordelijke. Hiërarchisch Verantwoordelijke PROCEDURE KLINISCHE FARMACIE IMELDAZIEKENHUIS BONHEIDEN OPVOLGING PATIËNTEN MET PARENTERALE VOEDING Code: APO Versienummer: 1 Versiedatum: december 2013 Herevaluatiedatum: Aantal pagina s: Bijlage(n):

Nadere informatie

2. Sociale gegevens. 3. Medische gegevens. 2.1. Woonsituatie van de aanvrager voor de opname: 2.2. Welke toekomstmogelijkheden worden voorzien?

2. Sociale gegevens. 3. Medische gegevens. 2.1. Woonsituatie van de aanvrager voor de opname: 2.2. Welke toekomstmogelijkheden worden voorzien? AANVRAAG ZORGVERBLIJF DRIE EIKEN 1. Administratieve gegevens 1.1. Aanvrager Naam Voor Burgerlijke staat man / vrouw - alleenstaand gehuwd /samenwonend weduw(naar)e Naam partner Geboortedatum Rijksregisternummer

Nadere informatie

CM Zorgverblijven Aanvraag oriënterende zorg

CM Zorgverblijven Aanvraag oriënterende zorg CM Zorgverblijven Aanvraag oriënterende zorg Datum aanvraag: / / 1. Administratieve gegevens 1.1. Persoonlijke gegevens aanvrager Klever mutualiteit (verplicht) Ο Ο Ο Eenpersoonskamer ( 82,70/ dag) Tweepersoonskamer

Nadere informatie

Copyright Plantyn. Correct gebruik van PBM's: mondmasker, short en handschoenen 18

Copyright Plantyn. Correct gebruik van PBM's: mondmasker, short en handschoenen 18 INHOUDSTAFEL Voorwoord 9 Pictogrammen 10 Doelstellingen 11 Attitudefiche 13 Correcte handhygiëne 15 Handen wassen 17 Correct gebruik van PBM's: mondmasker, short en handschoenen 18 I HET JONGE KIND 19

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. onthaalbrochure

PATIËNTEN INFORMATIE. onthaalbrochure PATIËNTEN INFORMATIE M i d c a r e onthaalbrochure Beste patiënt en familie Midcare is een afdeling van het AZ Lokeren waar patiënten opgenomen worden waarbij de gezondheidstoestand een continue opvolging

Nadere informatie

BIJLAGE 41. heeft gedeeltelijke hulp nodig om zich te wassen boven of onder de gordel

BIJLAGE 41. heeft gedeeltelijke hulp nodig om zich te wassen boven of onder de gordel BIJLAGE 41 onder gesloten omslag over te maken aan de adviserend geneesheer EVALUATIESCHAAL TOT STAVING VAN DE AANVRAAG OM TEGEMOETKOMING IN EEN VERZORGINGSINRICHTING Identificatiegegevens rechthebbende

Nadere informatie

Verpleegkundige gegevens MZG Analyse en meta-analyse van (test)gegevens uit een verpleegkundige registratie in verschillende Vlaamse ziekenhuizen

Verpleegkundige gegevens MZG Analyse en meta-analyse van (test)gegevens uit een verpleegkundige registratie in verschillende Vlaamse ziekenhuizen Verpleegkundige gegevens MZG Analyse en meta-analyse van (test)gegevens uit een verpleegkundige registratie in verschillende Vlaamse ziekenhuizen Sinds 1 maart 2008 loopt in alle Belgische ziekenhuizen

Nadere informatie

AANVRAAG ZORGVERBLIJF DRIE EIKEN

AANVRAAG ZORGVERBLIJF DRIE EIKEN AANVRAAG ZORGVERBLIJF DRIE EIKEN Deze gegevens worden enkel gebruikt in functie van je verblijf in het ZorgHotel Drie Eiken. Enkel medisch bevoegde personen en administratie personeel, die een privacyverklaring

Nadere informatie

FAQ ZORGKUNDIGE. 1. Welke verpleegkundige handelingen kunnen worden gedelegeerd aan de zorgkundige sinds de lijst van 12 januari 2006?

FAQ ZORGKUNDIGE. 1. Welke verpleegkundige handelingen kunnen worden gedelegeerd aan de zorgkundige sinds de lijst van 12 januari 2006? 1. Welke verpleegkundige handelingen kunnen worden gedelegeerd aan de zorgkundige sinds de lijst van 12 januari 2006? 2. Wat is er veranderd met de publicatie van het KB van 27 februari 2019? 3. Om welke

Nadere informatie

AANVRAAG ZORGVERBLIJF DRIE EIKEN

AANVRAAG ZORGVERBLIJF DRIE EIKEN AANVRAAG ZORGVERBLIJF DRIE EIKEN 1. Administratieve gegevens 1.1. Aanvrager Naam Voor Burgerlijke staat man / vrouw - alleenstaand gehuwd /samenwonend weduw(naar)e Naam partner Geboortedatum Rijksregisternummer

Nadere informatie

AANMELDINGSDOCUMENT ZORG M./Mw..

AANMELDINGSDOCUMENT ZORG M./Mw.. AANMELDINGSDOCUMENT ZORG M./Mw.. (mag ingevuld worden door thuiszorg, verpleging in ziekenhuis, familie, betrokkene zelf, omcirkel steeds het van toepassing zijnde cijfer) FYSISCHE TOESTAND * Wassen 1

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Geriatrie

PATIËNTEN INFORMATIE. Geriatrie PATIËNTEN INFORMATIE Geriatrie 2 Mevrouw, mijnheer Welkom op de afdeling acute geriatrie. De dienst acute geriatrie van het Algemeen Ziekenhuis Lokeren beschikt over 26 bedden en biedt multidisciplinaire

Nadere informatie

Stoelgang. die niet vanzelf gaat

Stoelgang. die niet vanzelf gaat Stoelgang die niet vanzelf gaat Beste ouders Uw kind is opgenomen omwille van een fecale impactie of obstipatie en een bijhorende darmspoeling. In deze brochure vindt u algemene informatie over het ziektebeeld,

Nadere informatie

AANVRAAG TOT OPNAME G - SP-AFDELING

AANVRAAG TOT OPNAME G - SP-AFDELING AANVRAAG TOT OPNAME G - SP-AFDELING Aanvraag G: Aanvraag Sp Chronische Aanvraag Sp Neuro: Aanvraag Sp Cardio - pneumo Om de opname van uw patiënt zo vlot mogelijk te laten verlopen, vragen wij u dit aanvraagdocument

Nadere informatie

Dienst geriatrie Interne liaison. Informatiebrochure voor de patiënt en de familie

Dienst geriatrie Interne liaison. Informatiebrochure voor de patiënt en de familie Dienst geriatrie Interne liaison Informatiebrochure voor de patiënt en de familie INLEIDING Een ziekenhuisopname is voor kwetsbare oudere patiënten risicovol vanwege hun verhoogde kans op complicaties

Nadere informatie

patiënteninformatie algemene heelkunde Blindedarmoperatie

patiënteninformatie algemene heelkunde Blindedarmoperatie patiënteninformatie algemene heelkunde Blindedarmoperatie ALGEMEEN ZIEKENHUIS SINT-JOZEF Oude Liersebaan 4-2390 Malle tel. 03 380 20 11 - fax 03 380 28 90 [email protected] - www.azsintjozef-malle.be

Nadere informatie

... Contactpersoon. Telefoon.. Mutualiteit Verbond.. Inschrijvingsnummer Hoedanigheid. 2)... 3)...

... Contactpersoon. Telefoon.. Mutualiteit Verbond.. Inschrijvingsnummer Hoedanigheid. 2)... 3)... Dit document dient samen met de Katzschaal binnen gebracht te worden bij de maatschappelijk werker van het woonzorgcentrum. We hechten ook veel belang aan persoonlijk contact. Vandaar dat de inschrijving

Nadere informatie

Inwendige geneeskunde

Inwendige geneeskunde PATIËNTEN INFORMATIE Inwendige geneeskunde onthaalbrochure 2 Beste patiënt en familie, Van harte welkom op de afdeling inwendige geneeskunde (4 de verdieping) van het AZ Lokeren. Met deze brochure stellen

Nadere informatie

Keizersnede INFORMATIEBROCHURE VOOR DE PATIËNT

Keizersnede INFORMATIEBROCHURE VOOR DE PATIËNT Keizersnede INFORMATIEBROCHURE VOOR DE PATIËNT INHOUD 1. INLEIDING...4 1.1 Voorbereiding 1.2 De dag van de keizersnede 1.3 Op de dienst materniteit-verloskamer 2. DE VERDOVING...5 2.1 Plaatselijke verdoving

Nadere informatie

1. Periodische personeelsregistratie

1. Periodische personeelsregistratie Bijlage 1. Periodische personeelsregistratie De periodische personeelsregistratie wordt éénmaal per registratieperiode opgevraagd, telkens de eerste dag van de maanden maart, juni, september en december.

Nadere informatie

BelRAI- project: BelRAI en Thuiszorg

BelRAI- project: BelRAI en Thuiszorg BelRAI- project: BelRAI en Thuiszorg Noot vooraf: Deze leidraad werd geschreven voor thuiszorgorganisaties die deelnemen aan het BelRAI- project van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen

Nadere informatie

ONTHAALBROCHURE GERIATRIE

ONTHAALBROCHURE GERIATRIE ONTHAALBROCHURE GERIATRIE AFDELING A2 C2 - Patiëntinformatie - INHOUDSOPGAVE Inleiding. 1 1. Voorstelling afdeling geriatrie. 2 1.1 Doelstelling van uw verblijf. 2 1.2 Multidisciplinair team. 2 2. Werking

Nadere informatie

abdominale heelkunde informatiebrochure Blindedarmoperatie (appendectomie)

abdominale heelkunde informatiebrochure Blindedarmoperatie (appendectomie) abdominale heelkunde informatiebrochure Blindedarmoperatie (appendectomie) Inhoudstafel 1. Inleiding 4 2. Wat is een blindedarmoperatie of appendectomie 4 3. Voorbereiding 5 4. De operatie 5 5. Mogelijke

Nadere informatie

verpleegeenheid MiCS medium care / hartbewaking / eenheid voor acute beroertezorg

verpleegeenheid MiCS medium care / hartbewaking / eenheid voor acute beroertezorg verpleegeenheid MiCS medium care / hartbewaking / eenheid voor acute beroertezorg Met deze brochure willen wij u kennis laten maken met de verpleegeenheid, het team en allerlei zaken die tijdens uw verblijf

Nadere informatie

VG-MZG Algemene Nationale feedback E-audit van de verpleegkundige gegevens September Algemene Nationale feedback verpleegkundige gegevens:

VG-MZG Algemene Nationale feedback E-audit van de verpleegkundige gegevens September Algemene Nationale feedback verpleegkundige gegevens: Algemene Nationale feedback verpleegkundige gegevens: E-audits van de verpleegkundige gegevens 2013 Inhoudstafel 1. INLEIDING... 2 2. METHODOLOGIE... 2 3. FEEDBACK OVER ALGEMENE VASTSTELLINGEN EN FREQUENT

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Geriatrie

PATIËNTEN INFORMATIE. Geriatrie PATIËNTEN INFORMATIE Geriatrie Mevrouw, mijnheer Welkom op de afdeling acute geriatrie. De dienst acute geriatrie van het Algemeen Ziekenhuis Lokeren beschikt over 26 bedden en biedt multidisciplinaire

Nadere informatie

DAGZIEKENHUIS VOOR KINDEREN. campus Sint-Lucas, campus Volkskliniek

DAGZIEKENHUIS VOOR KINDEREN. campus Sint-Lucas, campus Volkskliniek DAGZIEKENHUIS VOOR KINDEREN campus Sint-Lucas, campus Volkskliniek DAGZIEKENHUIS VOOR KINDEREN campus Sint-Lucas, campus Volkskliniek Beste ouder, Uw kind wordt binnenkort opgenomen voor een dagopname.

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Sondevoeding

Patiënteninformatie. Sondevoeding Patiënteninformatie Sondevoeding 2 Inleiding...4 Wat is sondevoeding?...5 Toedieningswegen...6 De neusmaagsonde...6 De PEG-sonde...7 Toedieningswijzen....8 Continu voeden...8 Intermitterend voeden...8

Nadere informatie

Infobrochure. Chirurgisch. dagziekenhuis

Infobrochure. Chirurgisch. dagziekenhuis Infobrochure Chirurgisch dagziekenhuis Infobrochure Chirurgisch Dagziekenhuis Mevrouw, mijnheer, Deze onthaalbrochure is opgesteld om uw verblijf in het dagziekenhuis zo aangenaam vlot mogelijk te laten

Nadere informatie

SP Locomotorisch. Dienst specifieke informatie

SP Locomotorisch. Dienst specifieke informatie SP Locomotorisch Dienst specifieke informatie Voorstelling van de dienst Sp-dienst wil zich binnen de Sint Jozefkliniek profileren als een dienst waar patiënten gerevalideerd moeten worden, na bv een CVA,

Nadere informatie

AANVRAAG TOT OPNAME. Te zenden naar: Datum intake: Datum aanvraag: Door:.. Aanvraag: Dringend Preventief. Sociale dienst: 1. ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

AANVRAAG TOT OPNAME. Te zenden naar: Datum intake: Datum aanvraag: Door:.. Aanvraag: Dringend Preventief. Sociale dienst: 1. ADMINISTRATIEVE GEGEVENS AANVRAAG TOT OPNAME Document wordt pas definitief na intake sociale dienst. Vak voorbehouden voor medewerker sociale dienst. Datum intake: Datum aanvraag: Door:.. Aanvraag: Dringend Preventief Te zenden

Nadere informatie

Palliatieve zorgen. Studentenbrochure

Palliatieve zorgen. Studentenbrochure Palliatieve zorgen Studentenbrochure 01. Inleiding Binnenkort loop je stage op de palliatieve eenheid en het palliatief support team (PST). Deze brochure is een voorbereiding op jouw stage. De bedoeling

Nadere informatie

Dagziekenhuis heelkunde

Dagziekenhuis heelkunde Dagziekenhuis heelkunde Infofolder daghospitalisatie Zorg dragen 2 Inleiding Binnenkort komt u naar het chirurgisch dagziekenhuis voor een kleine, heelkundige ingreep of een bepaalde therapie. Uw opname

Nadere informatie

Nr Naam informatie-item Verplicht Type Lengte Invulkolom Codering Opmerkingen. 1.01 Naam X Alfanumeriek 40. X Alfanumeriek 40

Nr Naam informatie-item Verplicht Type Lengte Invulkolom Codering Opmerkingen. 1.01 Naam X Alfanumeriek 40. X Alfanumeriek 40 1 Blok 1 : PATID Algemene administratieve gegevens van de patiënt 1.01 Naam X Alfanumeriek 40 1.02 Voornaam X Alfanumeriek 40 1.03 Straat X Alfanumeriek 40 1.04 Nummer X Alfanumeriek 8 1.05 Postnummer

Nadere informatie

Deel I: Sociaal verslag

Deel I: Sociaal verslag Naam Patiënt.Voornaam Patiënt. Deel I: Sociaal verslag Voornaam: Geboortedatum: / / Geboorteplaats: Geslacht: M V Burgerlijke stand: gehuwd ongehuwd weduw(e)naar gescheiden Rijksregisternummer: Identiteitskaartnummer:

Nadere informatie

Stoelgang. die niet vanzelf gaat

Stoelgang. die niet vanzelf gaat Stoelgang die niet vanzelf gaat Beste ouders Uw kind is opgenomen omwille van een fecale impactie of obstipatie en een bijhorende darmspoeling. In deze brochure vindt u algemene informatie over het ziektebeeld,

Nadere informatie

Hoe u doorligwonden (decubitus) kunt voorkomen

Hoe u doorligwonden (decubitus) kunt voorkomen Hoe u doorligwonden (decubitus) kunt voorkomen Een handleiding voor patiënten en familie Het doel van deze folder is om u te informeren over wat decubitus is en hoe u dit kunt voorkomen. Decubitus Decubitus

Nadere informatie

MZG Globalisatietabellen Verpleegkundige gegevens Oktober 2011

MZG Globalisatietabellen Verpleegkundige gegevens Oktober 2011 Gebruik van de globalisatietabellen Algemene Informatie De globalisatietabellen werden opgesteld als bijkomend hulpmiddel voor de ziekenhuizen om hun MZG gegevens beter te kunnen controleren en analyseren.

Nadere informatie

AANVRAAG TOT OPNAME. vast verblijf

AANVRAAG TOT OPNAME. vast verblijf AANVRAAG TOT OPNAME vast verblijf Vak voorbehouden voor medewerker sociale dienst, dit document wordt pas definitief na intake door de sociale dienst Datum intake: Datum aanvraag: Door:.. Aanvraag: Open

Nadere informatie

VERPLEEGKUNDIGE OVERDRACHT PALLIATIEVE ZORG

VERPLEEGKUNDIGE OVERDRACHT PALLIATIEVE ZORG Naam : Geslacht m v Adres : Postcode + plaats : Geboortedatum : Geboorteplaats : Huisarts + telefoon huisarts : Verzekeringsnummer : VERPLEEGKUNDIGE OVERDRACHT PALLIATIEVE ZORG 1. Verzorging van het lichaam

Nadere informatie

I Autonome verzorgingsinstelling. Informatiebrochure. Chronische revalidatie dienst Sp

I Autonome verzorgingsinstelling. Informatiebrochure. Chronische revalidatie dienst Sp I Autonome verzorgingsinstelling Informatiebrochure Chronische revalidatie dienst Sp IIInhoudsopgave Inleiding 4 Wat is chronische revalidatie 5 De opname 6 Multidisiplinair team 7 Dagindeling 9 Ontslag

Nadere informatie

CYSTECTOMIE MET NEOBLAAS VOLGENS STUDER

CYSTECTOMIE MET NEOBLAAS VOLGENS STUDER CYSTECTOMIE MET NEOBLAAS VOLGENS STUDER VERWIJDERING VAN DE BLAAS MET AANLEG VAN EEN DARMBLAAS (NEOBLAAS) - Patiëntinformatie 1 Beste Mevrouw, Mijnheer, U heeft van uw arts gehoord dat bij u de blaas moet

Nadere informatie

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu Directoraat-generaal Organisatie gezondheidszorgvoorzieningen RAC Vesaliusgebouw Pachecolaan 19/5 1010 Brussel uw brief van uw kenmerk

Nadere informatie

Samenwerking tussen zorgkundigen en verpleegkundigen

Samenwerking tussen zorgkundigen en verpleegkundigen 1 Trefpunt verpleegkunde 13 mei 2014 Samenwerking tussen zorgkundigen en verpleegkundigen A. Cools, FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu H. Verreth, RIZIV 2 KB nr. 78 betreffende

Nadere informatie

DECUBITUSPREVENTIE SAMEN DECUBITUSLETSELS VOORKOMEN. - Patiëntinformatie -

DECUBITUSPREVENTIE SAMEN DECUBITUSLETSELS VOORKOMEN. - Patiëntinformatie - DECUBITUSPREVENTIE SAMEN DECUBITUSLETSELS VOORKOMEN - Patiëntinformatie - U verblijft in het ziekenhuis omwille van ziekte, een ongeval of een operatie. Tijdens uw hospitalisatie werd een decubitusletsel

Nadere informatie

AANVRAAG TOT OPNAME IN EEN ASSISTENTIEWONING.

AANVRAAG TOT OPNAME IN EEN ASSISTENTIEWONING. AANVRAAG TOT OPNAME IN EEN ASSISTENTIEWONING. VZW ZORGGROEP ZUSTERS VAN BERLAAR Vak voorbehouden voor Woonassistent Groep assistentiewoningen Ten Gaerde Westerlosesteenweg 37 Datum aanvraag: 2220 Heist-op-den-Berg

Nadere informatie

Begeleiding Jeugdwet. Omschrijving voorzieningen. Ons kenmerk: Datum: Juni 2015 Contactpersoon: Contractbeheer E-mail: contractbeheer@regiogenv.

Begeleiding Jeugdwet. Omschrijving voorzieningen. Ons kenmerk: Datum: Juni 2015 Contactpersoon: Contractbeheer E-mail: contractbeheer@regiogenv. Begeleiding Omschrijving voorzieningen Ons kenmerk: Datum: Juni 2015 Contactpersoon: Contractbeheer E-mail: [email protected] INHOUD 1 33101 Begeleiding individueel... 3 2 33102 Module Ondersteuning

Nadere informatie

PATIËNTENBROCHURE Decubituspreventie

PATIËNTENBROCHURE Decubituspreventie PATIËNTENBROCHURE Decubituspreventie Inhoudsopgave Inleiding... 3 Wat is decubitus?... 3 Hoe ontstaat decubitus?... 3 Wanneer heeft u meer kans op decubitus?... 3 Hoe kan u decubitus voorkomen?... 4 Welke

Nadere informatie

MZG Nationale feedback Verpleegkundige gegevens April 2015. Nationale feedback verpleegkundige gegevens : Extern toelichtend document

MZG Nationale feedback Verpleegkundige gegevens April 2015. Nationale feedback verpleegkundige gegevens : Extern toelichtend document Nationale feedback verpleegkundige gegevens : Extern toelichtend document Inhoudstafel 1. ALGEMENE INFORMATIE... 2 1.1. De verpleegkundige gegevens in het MZG-registratiesysteem... 2 1.2. Selectie van

Nadere informatie

MINIMALE DATASET transfer van eerstelijn naar ziekenhuis

MINIMALE DATASET transfer van eerstelijn naar ziekenhuis MINIMALE DATASET transfer van eerstelijn naar ziekenhuis a. algemene gegevens o Identificatie patiënt (naam, voornaam en geboortedatum) + sociale context (gehuwd, weduwe, ) o Identiteitskaart o Contactpersonen

Nadere informatie

Verpleegeenheid G3: Informatiebrochure

Verpleegeenheid G3: Informatiebrochure Verpleegeenheid G3: Informatiebrochure Informatiebrochure ontwikkeld door Tom Schiepers en Elisabeth Schroeder in het kader van de bachelorproef, opleiding Professionele Bachelor in de Verpleegkunde, aan

Nadere informatie

VERPLEEGKUNDIGEN Art. 8 pag. 1 officieuze coördinatie

VERPLEEGKUNDIGEN Art. 8 pag. 1 officieuze coördinatie VERPLEEGKUNDIGEN Art. 8 pag. 1 "K.B. 20.12.2004" (in werking 1.6.1997) "AFDELING 4. - Verzorging verleend door gegradueerde verpleegkundigen of met dezen gelijkgestelden, vroedvrouwen, verpleegkundigen

Nadere informatie

Nynke Rademaker Docent verpleegkunde ROC van Twente 13e EPD congres 12 juni 2008. Samenwerken aan een Algemene uitgangspunten

Nynke Rademaker Docent verpleegkunde ROC van Twente 13e EPD congres 12 juni 2008. Samenwerken aan een Algemene uitgangspunten Nynke Rademaker Docent verpleegkunde ROC van Twente 13e EPD congres 12 juni 2008. Samenwerken aan een elektronisch Algemene uitgangspunten patiënten dossier. Opzet presentatie Aanleiding tot ontwikkeling

Nadere informatie

AANVRAAG TOT OPNAME Administratieve gegevens

AANVRAAG TOT OPNAME Administratieve gegevens AANVRAAG TOT OPNAME Administratieve gegevens Identificatiegegevens Voornamen: Adres: Rijksregisternummer: Burgerlijke staat 0 Ongehuwd 0 Gehuwd met: 0 Gescheiden 0 Weduw(e)naar van: Huidige verblijfplaats:

Nadere informatie

ITEM 1 : ZORGEN M.B.T. HYGIENE REGISTRATIE

ITEM 1 : ZORGEN M.B.T. HYGIENE REGISTRATIE ITEM 1 : ZORGEN M.B.T. HYGIENE 1. Het wegnemen van resten van kleefpleister 2. Pre-operatief scheren. 3. Het installeren van de patiënt aan de lavabo, zonder enige voorbereiding of hulpbij de hygiënische

Nadere informatie

ZAKHANDBOEK. Verpleegkundige Gegevens van de Minimale Ziekenhuis Gegevens

ZAKHANDBOEK. Verpleegkundige Gegevens van de Minimale Ziekenhuis Gegevens ZAKHANDBOEK Verpleegkundige Gegevens van de Minimale Ziekenhuis Gegevens 2017 Inhoudsopgave Inleiding...5 Gedetailleerde beschrijving van de items binnen de VG-MZG... 6 Domein 1: Zorgen bij de elementaire

Nadere informatie

Overzicht BSL e-learning verzorgenden en verpleegkundigen 2018

Overzicht BSL e-learning verzorgenden en verpleegkundigen 2018 Overzicht BSL e-learning verzorgenden en verpleegkundigen 2018 www.bsl.nl/elearningvenv Thema Risicovolle Voorbehouden Handelingen Bloedafname via venapunctie Bloedafname via venapunctie 2 punten V&VN

Nadere informatie

WAT BLIJFT IN DE SCHEMERZONE en onrechtstreeks via Vlaams Statuut?

WAT BLIJFT IN DE SCHEMERZONE en onrechtstreeks via Vlaams Statuut? WAAROM DE WET OP DE ZORGKUNDIGEN? Om de verzorgenden toe te laten hun job legaal te laten uitoefenen en dus vervolging te vermijden omwille van het onwettig uitvoeren van verpleegkundige taken, is op federaal

Nadere informatie

AANVRAAG TOT OPNAME. Datum intake: Datum aanvraag: Te zenden naar: Door:.. Aanvraag: Open afdeling. Sociale dienst: Gevraagde periode VAN TOT.

AANVRAAG TOT OPNAME. Datum intake: Datum aanvraag: Te zenden naar: Door:.. Aanvraag: Open afdeling. Sociale dienst: Gevraagde periode VAN TOT. Document wordt pas definitief na intake door sociale dienst AANVRAAG TOT OPNAME vast verblijf kortverblijf serviceflats Vak voorbehouden voor medewerker sociale dienst Datum intake: Datum aanvraag: Door:..

Nadere informatie

urologie informatiebrochure Sachse/otis-urethrotomie (het opheffen van vernauwingen in de plasbuis)

urologie informatiebrochure Sachse/otis-urethrotomie (het opheffen van vernauwingen in de plasbuis) urologie informatiebrochure Sachse/otis-urethrotomie (het opheffen van vernauwingen in de plasbuis) Inhoudstafel 1. Inleiding 4 2. Anatomie 4 3. Voorbereiding van de operatie 5 4. Uitleg over de ingreep

Nadere informatie

Zorgoverleg in het kader van de Geïntegreerde Diensten voor Thuisverzorging

Zorgoverleg in het kader van de Geïntegreerde Diensten voor Thuisverzorging Zorgoverleg in het kader van de Geïntegreerde Diensten voor Thuisverzorging Deze handleiding geeft u info over de noodzakelijke voorwaarden voor de opmaak van een GDT-zorgplan voor een patiënt met verminderde

Nadere informatie

WEEK VAN DE PATIËNTVEILIGHEID

WEEK VAN DE PATIËNTVEILIGHEID WEEK VAN DE PATIËNTVEILIGHEID UZ Leuven vindt het belangrijk om de verwachtingen van u als patiënt of familie te kennen. Zo kunnen we werken aan voortdurende verbetering van onze patiëntenzorg. Sinds eind

Nadere informatie

De Savera Schaal. De SAVERA Schaal. De Savera Schaal. Inleiding. Definitie. Terminale zorg. Kantelmoment. Onderzoeksvraag

De Savera Schaal. De SAVERA Schaal. De Savera Schaal. Inleiding. Definitie. Terminale zorg. Kantelmoment. Onderzoeksvraag De SAVERA Schaal 1. Inleiding 2. Definitie 3. Onderzoeksvraag 4. Voorwaarden 5. Methode 6. Toepassingen 7. Resultaten 8. Besluiten 9. De schaal De Savera Schaal Inleiding 1. De behoefte aan een consensus

Nadere informatie

Verpleegkundige aandachtspunten bij een parkinsonpatiënt. Delaere Griet

Verpleegkundige aandachtspunten bij een parkinsonpatiënt. Delaere Griet Verpleegkundige aandachtspunten bij een parkinsonpatiënt Delaere Griet Verpleegkundige aandachtspunten inhoud: 1. Medicatie 2. Mobiliteit 3. Voeding 4. Uitscheiding 5. Slaappatroon 6. Psychische en cognitieve

Nadere informatie