Omgevingsvergunning U
|
|
|
- Quinten Brander
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Omgevingsvergunning U Aanvraag Op 27 april 2012 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het veranderen van een varkenshouderij op het adres Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel. De aanvraag is geregistreerd onder nummer U We hebben aanvullende en gewijzigde gegevens ontvangen op 10 augustus en 3 oktober De volgende stukken maken onderdeel uit van de aanvraag: Aanvraagformulier, ingekomen op 10 augustus 2012 bestaande uit; o Aanvraaggegevens, o Aanvrager bedrijf, o Gemachtigde bedrijf, o Locatie, o Milieuverantwoord ondernemen, o Tabellen Bijlage: Nadere toelichting, ingekomen op 3 oktober 2012 bestaande uit; o Algemene gegevens, o Gegevens diersoorten, o Geluid, o Geurberekening (V-stacks V2010) d.d. 16 april 2012, o Fijn stofberekening vergunde situatie (ISL3a V2012-1) d.d. 3 oktober 2012, o Fijn stofberekening aanvraagsituatie (ISL3a V2012-1) d.d. 3 oktober 2012, o Niet in betekenende mate (NIBM), o Depositieberekeningen, o Besluit tot gedeeltelijke intrekking Nieuwstraat 21, o Ontwerpbesluit tot gedeeltelijke intrekking Meijelsedijk ong., o Uitgangspunten berekeningen V-Stacks, ISL3a en/of Aagro-Stacks, o Beschrijving emissiearm stalsysteem, o Dimensioneringsplannen luchtwassers, o Gegevens spuiwater opslagsilo, o Checklist energieverbruik veehouderijen, o Overige gegevens en/of opmerkingen. Akoestisch onderzoek Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel, datum 24 september 2012 versie 2, projectnummer ), ingekomen 3 oktober 2012, Tekening werknummer , laatst gewijzigd op 10 augustus 2012, ingekomen op 10 augustus 2012, Tekening werknummer , laatst gewijzigd op 24 april 2012, ingekomen op 27 april 2012, Detailtekening BB V2, ingekomen 10 augustus Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: De zeugen en dekberen in stal 1 komen te vervallen. De stal wordt deels ingericht als ziekenboeg. In stal 2 komen 147 gespeende biggen te vervallen. In stal 3 komen 224 vleesvarkens te vervallen. Er wordt een nieuwe stal (stal 4) gebouwd voor vleesvarkens. De stal wordt voorzien van een gecombineerd luchtwassysteem (BWL ). Stal 5 wordt voorzien van een gecombineerd luchtwassysteem (BWL ). In stal 7 komen 7 stuks vrouwelijk jongvee te vervallen. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel - U
2 Gelet op bovenstaande omschrijving wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven omgevingsaspecten: Het oprichten, veranderen, of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting (artikel 2.1, lid 1 e van de Wabo) Voor zover de aanvraag betrekking heeft op het veranderen van de milieu-inrichting betreft het een aanvraag om revisievergunning als bedoeld in artikel 2.6. van de Wabo. Als één of meer van bovengenoemde aspecten voorkomen, moet daarnaast beoordeeld worden of een aantal toestemmingsstelsels kan worden aangehaakt. Of daadwerkelijk moet worden aangehaakt, volgt niet uit de Wabo, maar uit de desbetreffende wet. Er zijn geen stelsels aangehaakt. In de bijlage zijn de nadere inhoudelijke overwegingen opgenomen. Bevoegd gezag Gelet op bovenstaande projectbeschrijving, alsmede op het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de daarbij horende bijlage zijn wij het bevoegd gezag om de integrale omgevingsvergunning te verlenen. Daarbij zijn wij er procedureel en inhoudelijk voor verantwoordelijk dat in ons besluit alle relevante aspecten aan de orde komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving, zoals ruimte, milieu, natuur en aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid. Verder dienen wij ervoor zorg te dragen dat de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften op elkaar zijn afgestemd. Ontvankelijkheid Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze aan de hand van de Mor getoetst op ontvankelijkheid. Daarbij is gebleken dat een aantal gegevens ontbrak. De aanvrager is hierop in de gelegenheid gesteld om aanvullende gegevens te leveren. We hebben de aanvullende gegevens ontvangen. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag alsmede de latere aanvulling daarop voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook ontvankelijk en in behandeling genomen. Procedure De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide procedure). Overwegingen De aanvraag is beoordeeld aan de artikelen van de Wabo. Voorts is de aanvraag getoetst aan het Besluit omgevingsrecht en de Ministeriële regeling omgevingsrecht. Gebleken is dat de aanvraag voldoet en daarom verlenen wij de gevraagde omgevingsvergunning. In de bijlage zijn de nadere inhoudelijke overwegingen opgenomen. Ter inzage legging Van 26 oktober 2012 tot en met 6 december 2012 heeft een ontwerp van deze beschikking ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Nadere ambtshalve overwegingen Op 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit milieubeheer in werking getreden. Als gevolg van het in werking treden van voormeld besluit wordt onderhavige inrichting sinds 1 januari 2013 aangemerkt als een type C inrichting. De inrichting is vergunningplichtig, echter op basis van artikel 1.4 van het besluit gelden voor de in dat artikel bepaalde onderdelen de voorschriften op grond van het besluit. Ingevolge overgangsrecht wordt de aanvraag tevens gezien als melding ingevolge het besluit. De volgende hoofdstukken of een gedeelte van de voorschriften genoemd in deze hoofdstukken zijn derhalve, gedeeltelijk, verwijderd bij dit definitieve besluit. De betreffende voorschriften gelden namelijk rechtstreeks vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Algemeen; Het houden van dieren; Bouwcontrole emissiearme stalsystemen; Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel - U
3 BB V2; Gecombineerd luchtwassysteem bwl ; Agrarisch afvalwater; Bodem; Verruimde reikwijdte; Installaties; Opslag van diesel in een bovengrondse tank; Propaantank; Verwarming propaangas; Verwarming. Voor het overige zijn er geen feiten/gegevens die tot een ander oordeel leiden dan reeds in ontwerpbesluit meegenomen. Besluit Burgemeester en wethouders besluiten, gelet op artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bovenstaande overwegingen de omgevingsvergunning eerste fase te verlenen. De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken deel uitmaken van de vergunning en onder de in bijlage opgenomen voorschriften. De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende activiteiten: Het oprichten, veranderen, of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting (artikel 2.1, lid 1 e van de Wabo) Beroepsclausule Tegen het besluit kan binnen zes weken na ter inzage legging beroep worden aangetekend. Het beroepsschrift moet in tweevoud worden ingediend bij de sector bestuursrecht van de rechtbank Roermond. De beschikking treedt in werking nadat de termijn voor het indienen van een beroepschrift is verstreken. Het indienen van een beroepschrift schorst de werking van het besluit niet. Hebben u of derde belanghebbenden er veel belang bij dat dit besluit niet in werking treedt, dan kan een voorlopige voorziening worden gevraagd bij de sector bestuursrecht van de rechtbank Roermond. U kunt ook digitaal beroep instellen of voorlopige voorziening vragen bij genoemde rechtbank via Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden. Wanneer een voorlopige voorziening wordt aangevraagd treedt de beschikking pas in werking nadat hierover een beslissing is genomen. Voor meer informatie over deze clausule verwijzen wij u naar de bijlage. Nederweert, 7 februari 2013 Burgemeester en wethouders van Nederweert, Namens dezen 1 Afdeling Samenleving en Ruimte, Mw. R. Bongers Bijlagen: - Overwegingen en voorschriften 1 Gelet op het op basis van bestuursmandaatbesluiten door het hoofd van de Afdeling Samenleving en Ruimte verleende ondermandaat. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel - U
4 Inhoudsopgave 1 Overwegingen Het oprichten, veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting Bescherming natuur (Natuurbeschermingswet 1998) Bescherming flora en fauna (Flora en faunawet) Voorschriften Het oprichten, veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk algemeen het houden van dieren spuiwater luchtwassysteem afval energie geluid dieselolie bestrijdingsmiddelen Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
5 1 Overwegingen Aan het besluit liggen de volgende inhoudelijke overwegingen ten grondslag: 1.1 Het oprichten, veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting. A. AANGEVRAAGDE MILIEUSITUATIE. Tabel 1: aangevraagde situatie Stal Dieren per categorie (Rav code) Aantal Dieren OU E / dier OU E totaal NH 3 Factor NH 3 Totaal 2 Gespeende biggen (D ) , ,4 0,75 186,0 2 Gespeende biggen (D ) , ,0 0,26 78,0 3 Vleesvarkens (D ) , ,0 4, Vleesvarkens (D ) , ,0 0,38 668,8 5 Vleesvarkens (D ) , ,0 0,53 795,0 7 Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (A3) ,9 11,7 Totaal , ,5 1. Gespeende biggen, overige huisvestingssystemen, hokoppervlak groter dan 0,35 m 2 per big; 2. Gespeende biggen, ondiepe mestkelders met water- en mestkanaal, hokoppervlak maximaal 0,35 m 2 per big (BB V2); 3. Vleesvarkens, gedeeltelijk roostervloer, gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter, hokoppervlak groter dan 0,8 m 2 per varken (BWL ); 4. Vleesvarkens, gedeeltelijk roostervloer, gecombineerde luchtwassysteem 85% emissiereductie met watergordijn en biologische wasser (BWL ), hokoppervlak maximaal 0,8 m 2 per varken; 5. Vleesvarkens, gedeeltelijk roostervloer, gecombineerde luchtwassysteem 85% emissiereductie met watergordijn en biologische wasser (BWL ), hokoppervlak groter dan 0,8 m 2 per varken; 6. Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar. De aanvraag is volledig en derhalve ontvankelijk. Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) Het activiteitenbesluit en de bijbehorende ministeriële regeling bevatten algemene regels die rechtstreeks van toepassing kunnen zijn op de aangevraagde activiteiten. Omdat dit besluit en deze regeling een rechtstreekse werking hebben, zijn hiervoor geen voorschriften in de vergunning opgenomen. In het Activiteitenbesluit zijn in de hoofdstukken 2 en 3 activiteiten vermeld die ook van toepassing zijn op type C bedrijven. Wij willen u erop wijzen dat deze (relevante) activiteit(en) volgens het Activiteitenbesluit moet(en) plaatsvinden overeenkomstig de voorschriften uit dat Besluit en de daarop gebaseerde ministeriële regeling. Vanwege de rechtstreekse werking van dit besluit en de bijbehorende ministeriële regeling kunnen in de vergunning geen voorschriften worden opgenomen die betrekking hebben op de daarin geregelde activiteiten en aspecten, tenzij dit besluit of bijbehorende regeling de mogelijkheid biedt tot het stellen van maatwerkvoorschriften. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
6 B. VERGUNNINGSITUATIE. Op 30 juni 2009 is een revisievergunning ingevolge de Wet milieubeheer verleend. Deze vergunning had ondermeer betrekking op het realiseren van een nieuwe zeugenstal (stal 4). Hiervoor was een bouwvergunning (thans omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen vereist). Een dergelijke bouwvergunning of omgevingsvergunning is tot op heden niet verleend. Ingevolge het voormalige artikel 20.8 van de Wet milieubeheer en artikel 1.2a, lid 1 en lid 2 van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is de vergunning van 30 juni 2009 niet inwerking getreden. De rechtsgeldige vergunningsituatie moet worden gebaseerd op de daarvoor verleende, rechtsgeldige vergunning. Op 17 oktober 2007 is een revisievergunning ingevolge de Wet milieubeheer verleend. Ook deze vergunning had (ondermeer) betrekking op het oprichten van stal 4 en is niet inwerking getreden. De rechtsgeldige vergunning betreft daarom de revisievergunning ingevolge de Wet milieubeheer die op 12 november 1996 is verleend. De in deze vergunning opgenomen bedrijfssituatie is geheel gerealiseerd en in werking gebracht. Op grond van artikel 1.2, lid 4 van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden reeds verleende beschikkingen ingevolge van de Wet milieubeheer gelijkgesteld met een omgevingsvergunning. De vergunningsituatie heeft betrekking op de volgende veebezetting. Tabel 2: vigerende vergunning Stal Dieren per categorie (Rav code) Aantal Dieren OU E / dier OU E totaal NH 3 Factor NH 3 Totaal 0 Guste/dr. Zeugen (D 1.3.1) ,7 785,4 2,4 100,8 0 Kraamzeugen (D ) , ,4 8,3 298,8 1 Kraamzeugen (D 1.2.6) ,9 4.46,4 4,0 64,0 1 Guste/dr. zeugen (D 1.3.1) , ,6 2,4 259,2 1 Opfokzeugen (D ) ,0 368,0 3,5 56,0 1 Dekberen (D 2.100) , ,5 11,0 2 Gespeende biggen (D ) , ,0 0,26 83,2 2 Gespeende biggen (D ) , ,0 0,60 225,0 3 Vleesvarkens (D 3.1.1) , ,0 3,0 1182,0 7 Vrouwelijk jongvee (A 3) ,9 39,0 Totaal , ,0 1. Guste en dragende zeugen, smalle ondiepe mestkanalen met metalen driekantroostervloer en rioleringsysteem (BB V1); 2. Kraamzeugen, overige huisvestingssystemen; 3. Kraamzeugen, ondiepe mestkelders met mest- en waterkanaal (BB ); 4. Opfokzeugen van ca. 25 kg tot eerste dekking, overige huisvestingssystemen, hokoppervlak groter dan 0,8 m2 per varken; 5. Dekberen, overige huisvestingssystemen; 6. Gespeende biggen, ondiepe mestkelders met water- en mestkanaal, hokoppervlak maximaal 0,35 m 2 per big (BB V2); 7. Gespeende biggen, overige huisvestingssystemen, hokoppervlak maximaal 0,35 m 2 per big. 8. Vleesvarkens, volledig roostervloer, hokoppervlak maximaal 0,8 m2 per varken (BWL ); 9. Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar. De vergunning is rechtsgeldig voor bovengenoemde veebezetting. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
7 C. TOETSING AAN MILIEUCRITERIA. C. 1. Toetsing aan de Wet geurhinder en veehouderij Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. De geurhinder van dierenverblijven van een veehouderij moet worden getoetst volgens de methode zoals aangegeven in deze wet en de gelijknamige regeling. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de ligging van geurgevoelige objecten binnen of buiten de bebouwde kom én binnen of buiten concentratiegebieden. De geurbelasting van een inrichting is o.a. afhankelijk van het aantal en soort dieren dat binnen de inrichting aanwezig is. De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is gepubliceerd op 18 december 2006 en hierna nog enkele malen gewijzigd. In de Rgv is per diercategorie een geuremissiefactor vastgesteld. De geurbelasting dient te worden berekend met het hiervoor ontworpen programma V-stacks vergunningen. Voor diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden minimaal aan te houden afstanden. Geurnormen De gemeente Nederweert is gelegen in concentratiegebied Zuid zoals bedoeld in bijlage I van de Meststoffenwet. Derhalve geldt op grond van artikel 3, lid 1 van de Wgv een normstelling van 3,0 OU E /m 3 voor woningen en andere geurgevoelige objecten die zijn gelegen binnen de bebouwde kom en een normstelling van 14,0 OU E /m 3 voor woningen en andere geurgevoelige objecten die zijn gelegen buiten de bebouwde kom. De nabij gelegen woningen en geurgevoelige objecten zijn gelegen buiten de bebouwde kom. Bij gemeentelijke verordening kunnen gemeenten afwijken van de wettelijke normen (art. 6, lid 1 Wgv). Op 22 april 2008 heeft de gemeenteraad een dergelijke verordening vastgesteld. Deze verordening is op 8 mei 2008 gepubliceerd en op 9 mei 2008 in werking getreden. Dit met uitzondering van de norm voor het bedrijventerrein Ketelaarsweg. Hiervoor heeft de raad op 27 mei 2009 besloten de norm van 14,0 OU E /m 3 vast te stellen. Op 26 juni 2009 is door de gemeenteraad een aanvulling op de verordening vastgesteld. Deze aanvulling is op 2 juli 2009 gepubliceerd en op 3 juli 2009 in werking getreden. Op de bij de gemeentelijke verordening behorende kaart is aangegeven welke geurnormen gelden voor de betreffende gebieden. In afwijking van de wettelijk vastgestelde normen, zijn de volgende normen vastgesteld. - Voor de op de kaart aangegeven uitbreidingsgebieden: 8 OU E /m 3. - Voor gronden waar binnen de vigerende bestemmingsplannen een binnenplanse vrijstelling of wijzigingsbevoegdheid richting een geurgevoelige bestemming is opgenomen: 8 OU E /m 3. - Voor het bedrijventerrein Pannenweg (bestaand en in ontwikkeling zijnde): 8 OU E /m 3. Afstanden tot woningen bij veehouderijen Deze waarden gelden ingevolge artikel 3, lid 2 van de Wgv niet voor een woning bij een andere veehouderij. De afstand tot dergelijke bedrijfswoningen moet tenminste 50 meter bedragen buiten de bebouwde kom en moet tenminste 100 meter bedragen binnen de bebouwde kom. Bij gemeentelijke verordening van 22 april 2008 is afgeweken van deze afstandseisen (art. 6, lid 2 Wgv). In afwijking van de wettelijk vereiste afstand bedraagt de vereiste afstand tot bestaande (tweede bedrijfs) woningen bij melkveehouderijen en paardenhouderijen 25 meter. Nieuwe stallen mogen niet binnen een afstand van 50 meter gerealiseerd worden en bestaande stallen mogen niet uitbreiden richting een woning binnen 50 meter. Bij het bepalen of een woning als bestaand aangemerkt kan worden, geldt dat de bouwvergunning uiterlijk op 22 april 2008 moet zijn verleend. Bij de aanvulling op de gemeentelijke verordening van 26 juni 2009 is bepaald dat geurgevoelige objecten die in gebruik zijn genomen als burgerwoning en die zijn afgesplitst van Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
8 een nog in werking zijnde veehouderij voor wat betreft de beoordeling in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij worden gelijkgeschakeld met agrarische bedrijfswoningen. Afstanden tussen de gevels Ingevolge artikel 5, lid 1 moet de afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object binnen en buiten de bebouwde kom respectievelijk 50 en 25 meter bedragen. Dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn vastgesteld De dichtstbij gelegen woning is de, buiten de bebouwde kom gelegen, burgerwoning aan Nieuwstraat 27 op een afstand van 52 meter. De dichtstbij gelegen bedrijfswoning behorende bij een (voormalige) veehouderij is gelegen aan de Nieuwstraat 46 op een afstand van 40 meter afstand van de inrichting. De dichtstbij gelegen burgerwoning binnen de bebouwde kom van Nederweert is gelegen aan de Kuilstraat 4 op een afstand van 512 meter afstand van de inrichting. In het volgende overzicht zijn de hoogste, berekende geurbelastingen op en afstanden tot de omliggende woningen van derden en overige objecten, die als geurgevoelig object moeten worden aangemerkt, weergegeven. Tabel 3a: gewenste en werkelijke afstanden en maximale geurbelasting Geurgevoelige objecten, niet zijnde een veehouderij: Adres geurgevoelig Cat. Geurbelasting (OU E /m³) Gemeten tot buitenzijde object object Werkelijk Norm Werk. Gew. Punt afst. (m) afst. (m) Nieuwstraat 27 Buiten 12,2 14, Stal 2 Nieuwstraat 40 Buiten 6,6 14, Stal 2 Nieuwstraat 42 Buiten 7,3 14, Stal 2 Kuilstraat 4 Binnen 0,9 3, Stal 4 Geurgevoelige objecten, zijnde een veehouderij: Adres geurgevoelig object Cat. object Gemeten tot emissiepunt Werk. Gew. Punt afst. afst. (m) (m) Gemeten tot buitenzijde Werk. Gew. Punt afst. afst. (m) (m) Nieuwstraat 46 Buiten Stal Stal 4 Vergelijking van deze geurbelasting en afstanden toont aan dat wordt voldaan aan de normen voor geurbelasting van de verordening. Aan de vereiste afstanden wordt ook voldaan. Dieren waarvoor geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld In bijlage 1 van de geurregeling zijn voor vrouwelijk jongvee tot 2 jaar geen geuremissiefactoren opgenomen. Op grond van artikel 4 lid 1 van de geurwet betekent dit dat voor deze diercategorieën een afstand van minimaal 100 meter tot geurgevoelige objecten binnen een bebouwde kom en een afstand van minimaal 50 meter tot geurgevoelige objecten buiten een bebouwde kom moet worden aangehouden. Ook moet op grond van artikel 5 van de geurwet een afstand tussen het geurgevoelige object en de gevel van het dierenverblijf worden aangehouden. Deze afstand bedraagt ten minste 50 meter voor objecten binnen een bebouwde kom en ten minste 25 meter voor objecten buiten een bebouwde kom. De dichtstbij gelegen woning zijnde een, buiten de bebouwde kom gelegen, bedrijfsruimte aan Nieuwstraat 42 ligt op een afstand van 22 meter van de inrichting. De dichtstbij gelegen bedrijfswoning behorende bij een veehouderij is gelegen aan Nieuwstraat 46 op 45 meter van de inrichting. De dichtstbij gelegen burgerwoning binnen de bebouwde kom van Nederweert is gelegen aan de Kuilstraat 4 op een afstand van circa 473 meter afstand van de inrichting. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
9 In het volgende overzicht zijn de werkelijke en vereiste afstanden tot de omliggende woningen van derden en overige objecten, die als geurgevoelig object moeten worden aangemerkt, weergegeven. Tabel 3b: Omgevingscategorieën: gewenste en werkelijke afstanden Geurgevoelige objecten, zijnde een veehouderij: Adres geurgevoelig Cat. Gemeten tot emissiepunt object object Werk. Gew. Punt afst. afst. (m) (m) Gemeten tot buitenzijde Gew. Punt afst. (m) Werk. afst. (m) Nieuwstraat 27 Buiten Stal Stal 7 Nieuwstraat 40 Buiten Stal Stal 7 Nieuwstraat 42 Buiten Stal Stal 7 Nieuwstraat 46 Buiten Stal Stal 7 Kuilstraat 4 Binnen Stal Stal 7 Voor de woning aan Nieuwstraat 42 wordt niet voldaan aan de vereiste afstanden. Ingevolge artikel 4, lid 3 van de Wgv hoeft een vergunning niet te worden geweigerd als niet wordt voldaan aan de vereiste afstand mits deze afstand niet afneemt en het aantal dieren in één van de betreffende categorieën niet toeneemt. In onderhavige situatie neemt het aantal stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar af en neemt de afstand tot de woning aan Nieuwstraat 42 niet af. De vergunning hoeft niet te worden geweigerd. Voor de overige woningen wordt voldaan aan de vereiste afstanden. Conclusie Aan de bepalingen van de Wet geurhinder en veehouderij wordt voldaan. C. 2. Wet ammoniak en veehouderij Op 8 mei 2002 is de Wet ammoniak en veehouderij in werking getreden. Ingevolge de Wet van 17 februari 2007, houdende wijziging van de Wet ammoniak en veehouderij richt de wet zich op de bescherming van zeer kwetsbare gebieden. Zeer kwetsbare gebieden moeten worden aangewezen door de provincies. Binnen deze gebieden en de zones van 250 meter rond deze gebieden wordt uitgegaan van een emissie-standstill. De inrichting is gelegen op een afstand van circa meter van het meest nabij gelegen zeer kwetsbare gebied De Groote Peel. Er geldt derhalve geen emissie-standstill verplichting voor de inrichting. C.3. Best beschikbare technieken (BBT) Getoetst is aan de eis om de voor de inrichting in aanmerking komende Beste Beschikbare Technieken (BBT) toe te passen (onder andere artikel 2.14 lid 1 aanhef en onder c Wabo). Bij ministeriële regeling zijn de documenten aangewezen, waarmee het bevoegd gezag bij de bepaling van BBT in het kader van de vergunningverlening rekening moet houden. Voor de aangevraagde diercategorieën en activiteiten zijn geen specifieke documenten aangewezen. Wel zijn de uitgangspunten van de BREF Intensieve pluimvee- en varkenshouderij van toepassing. Goede landbouwpraktijk; Uit de aanvraag volgt dat registratie van het waterverbruik, het energieverbruik, de meststoffen en het gebruik van grondstoffen (waaronder veevoer) zal plaatsvinden. Verder moeten volgens de voorschriften bij deze vergunning regelmatig inspecties aan gebouwen en installaties met de bijbehorende onderhouds- en reparatiewerkzaamheden worden uitgevoerd. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
10 Voerstrategieën; Dit aspect is geïmplementeerd via het Nederlandse mestbeleid en is geen onderwerp dat op grond van de Wet milieubeheer hoeft te worden beoordeeld. Aan dit punt is daarom geen nadere aandacht besteed. Water- en energieverbruik; Ten aanzien van het aspect energie wordt opgemerkt dat bij de besluitvorming rekening is gehouden met informatieblad E11 van Infomil: `Energiebesparing bij veehouderijen (zie ook de overwegingen betreffende het aspect energie). Meer concreet volgt uit de aanvraag dat de nieuwe stallen volledig volgens de `laatste- stand-der techniek worden gebouwd, waarbij tevens diverse energiereducerende maatregelen worden genomen. Opslag, behandeling en uitrijden van mest. Mest wordt opgeslagen in de stallen, die zijn voorzien van een mestdichte vloer. De opslagvoorzieningen voldoen aan de wettelijk geldende eisen. Tevens zijn in de vergunning voorschriften gesteld waarmee (stank)overlast en bodemverontreiniging wordt voorkomen. De mest wordt periodiek afgevoerd door erkende transporteurs en wordt gebruikt op landbouwgronden in de omgeving of elders in Nederland. De mest wordt volgens het Besluit gebruik meststoffen (Bgm) verwerkt of uitgereden. Stalsystemen Voor diercategorieën waarvoor het redelijk is om emissie-eisen te stellen zijn maximale emissiewaarden opgenomen in het Besluit ammoniak huisvesting veehouderij (Besluit huisvesting). Het besluit geeft een goed beeld van de 'stand der techniek'. Dit is bevestigd in de 'Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij' d.d. 30 juli 2007 (een uitgave van het Ministerie van VROM). De eisen in het Besluit huisvesting zijn tot stand gekomen door rekening te houden met gegevens die het bevoegd gezag op grond van artikel 5.4 van het Besluit omgevingsrecht ook bij het vaststellen van BBT moet betrekken. De maximale emissiewaarden zijn opgenomen in bijlage 1 bij het Besluit huisvesting en dienen in acht te worden genomen bij nieuwbouw en aanpassing van huisvestingssystemen (feitelijke vervanging van het huisvestingssysteem). In de Wav is bepaald dat een huisvestingssysteem dat op 1 januari 2007 nog niet in de veehouderij aanwezig was, afzonderlijk aan de voorschriften van het Besluit huisvesting moet voldoen. Voor bestaande huisvestingssystemen gelden een aantal bijzondere bepalingen, zoals een overgangstermijn (zie bijlage 2 bij het Besluit huisvesting). Stalsystemen die voldoen aan de maximale emissiewaarden, voldoen aan BBT. In de navolgende tabellen zijn de ammoniakemissiefactoren en maximale emissiewaarden van de aangevraagde huisvestingsystemen voor de verschillende diercategorieën aangegeven. Tabel 4: maximale emissiewaarden en maximale ammoniakemissie Diercategorie Aantal Ammoniak emissie Factor Ammoniak emissie aanvraag Maximale emissie waarde Maximale ammoniak emissie Gesp. biggen (D ) 248 0,75 186,0 0,23 57,0 Gespeende biggen (D ) 300 0,26 78,0 0,23 78,0 Vleesvarkens (D ) 170 4, ,4 238,0 Vleesvarkens (D ) 1,760 0,38 668,8 1, ,0 Vleesvarkens (D ) ,53 795,0 1, Vrouwelijk jongvee (A3) 3 3,9 11,7 3,9 11,7 Totaal 2.419, ,7 Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
11 Voor de diercategorieën vrouwelijk jongvee geldt geen maximale emissiewaarden. Het voorgestelde stalsysteem in stal 7 voor vrouwelijk jongvee voldoet daarmee aan de eis van het toepassen van de BBT. In stal 2 voor 300 gespeende biggen is sprake van een Groen Labelsysteem BB V2. Deze stal is vergund op 12 november 1996 met een emissiefactor van 0,26 kg NH 3 per dierplaats per jaar. Deze emissiefactor ligt boven de maximale emissiewaarde uit bijlage 1 bij het Besluit huisvesting. Op grond van artikel 2 lid 3 van het Besluit huisvesting geldt voor deze stal een aangepaste maximale emissiewaarde die gelijk is aan de emissiefactor van het aanwezige huisvestingssysteem. De huisvestingssystemen voor 248 gespeende biggen in stal 2 en 170 vleesvarkens in stal 3 voldoen niet aan de maximale emissiewaarde. De overige huisvestingssystemen voldoen wel aan de maximale emissiewaarden. Niet alle stalsystemen voldoen afzonderlijk aan de maximale emissiewaarden van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij. Op grond van artikel 3, lid 3 van de Wet ammoniak en veehouderij kan op inrichtingsniveau worden voldaan aan BBT als de som van de afzonderlijke ammoniakemissies van de stallen niet hoger is dan de som van deze systemen als wordt voldaan aan de maximale emissiewaarden (intern salderen). Dit onder de voorwaarde dat een stalsysteem dat op 1 januari 2007 nog niet aanwezig was binnen de inrichting, afzonderlijk dient te voldoen aan de maximale emissiewaarde. Uit de vorige tabel blijkt dat de ammoniakemissie op grond van de aangevraagde situatie 2.419,5 kg/jaar bedraagt. De ammoniakemissie op grond van de maximale emissiewaarden bedraagt 4.948,7 kg/jaar. De aangevraagde veebezetting leidt niet tot een hogere ammoniakemissie dan op grond van de maximale emissiewaarden. Door intern salderen wordt voldaan aan BBT. Conclusie De aanvraag voldoet aan BBT. C.4. IPPC Richtlijn De IPPC-richtlijn (Europese Richtlijn 96/61/EG inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) verplicht de lidstaten van de EU om grote milieuvervuilende bedrijven te reguleren middels een integrale vergunning gebaseerd op de beste beschikbare technieken (BBT). In Nederland is de richtlijn in de Wet milieubeheer (Wm) en in de Waterwet geïmplementeerd. Aangezien binnen het bedrijf meer dan vleesvarkens worden gehouden, zijnde de drempelwaarde uit de bijlage I van de IPPC-richtlijn, valt het bedrijf onder de Richtlijn. Op grond van artikel 3, lid 3 van de Wet ammoniak en veehouderij moet een vergunning voor een veehouderij waarop de IPPC-richtlijn van toepassing is, worden geweigerd als niet kan worden voldaan aan voorschriften die vanwege de technische kenmerken of geografische ligging van de installatie of vanwege de plaatselijke milieuomstandigheden moeten worden gesteld, maar die niet door toepassing van de best beschikbare technieken kunnen worden gerealiseerd. Op 25 juni 2007 is de Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij vastgesteld. In deze beleidslijn is aangegeven dat verdergaande maatregelen dan BBT (BBT+) noodzakelijk zijn indien de ammoniakemissie van een veehouderij, na uitbreiding en toepassing van BBT meer bedraagt dan 5000 kg per jaar. Nog verdergaande maatregelen (BBT++) zijn noodzakelijk indien de ammoniakemissie na uitbreiding meer bedraagt dan kg per jaar. In onze vergadering van 10 juli 2007 hebben wij besloten om de beleidslijn toe te passen bij aanvragen om een milieuvergunning. Uit de tabel 4 blijkt dat de ammoniakemissie na toepassing BBT niet hoger zal zijn dan kg per jaar. Er bestaat geen aanleiding om verdergaande maatregelen en/of nog verdergaande maatregelen te vereisen. Conclusie De aanvraag voldoet aan de IPPC-richtlijn. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
12 C.5. Besluit milieu-effectrapportage De Europese MER-richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit MER). Het Besluit MER bepaalt dat er een directe verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage (bijlage C) bestaat bij het oprichten, wijzigen of uitbreiden van installaties met meer dan vleesvarkens en dat een merbeoordelingsplicht (bijlage D) bestaat bij het oprichten, wijzigen of uitbreiden van installaties met meer vleesvarkens. Ten opzichte van de rechtsgeldige vergunningsituatie is sprake van een oprichting van twee stallen met in totaal plaatsen voor vleesvarkens. In onderhavige situatie kan echter niet de vergunde situatie als uitgangspunt worden genomen. Immers stal 5, met plaatsen voor vleesvarkens, is reeds gerealiseerd op basis van de milieuvergunning van 30 juni 2009 en de bouwvergunning van 18 december Deze stal dient derhalve buiten beschouwing te worden gelaten bij de toetsing aan de drempelwaarden. In dat geval wordt noch de drempelwaarde van Bijlage C, noch de drempelwaarden van Bijlage D worden overschreden. Ondanks dat moet toch worden beoordeeld of de activiteit mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. In onderhavige situatie is er sprake van een toename van het aantal te houden dieren. De ammoniak- geur- en fijn stofemissie vanuit de inrichting nemen als gevolg van de gevraagde verandering toe. Aan de geldende wet- en regelgeving wordt voldaan (zie deze overwegingen). Door het toepassen van vergaande technieken wordt bewerkstelligd dat de inrichting in zijn geheel voldoet aan BBT. Voor geluid wordt aan de richtwaarde voor het landelijk gebied getoetst. De wijzigingen vinden plaats binnen het huidige bouwblok. Er zijn geen planologisch aspecten die de gevraagde uitbreiding in de weg staan. Voor de gevraagde activiteit is tevens een vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet aangevraagd bij de Provincie Limburg. Indien een dergelijke vergunning niet kan worden verleend, kan de uitbreiding geen doorgang vinden. In de directe omgeving zijn, gelet op de uitbreiding binnen de inrichting en de daarmee samenhangende emissies, geen belangrijke nadelige gevolgen te verwachten. De activiteit heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Bij deze beoordeling is rekening gehouden met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling aangegeven criteria die betrekking hebben op: 1. de kenmerken van de activiteit én de samenhang met de andere activiteiten ter plaatse; 2. de plaats waar de activiteit plaatsvindt; 3. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. Dit betekent dat geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. C.6. Toetsing directe ammoniakschade In het kader van de toepassing van de Wet milieubeheer kan mogelijke directe schade aan bossen en andere vegetatie door de uitstoot van ammoniak van belang zijn. Deze schade blijkt in de praktijk vooral plaats te vinden bij coniferen en fruitbomen, maar ook andere gewassen zijn er echter gevoelig voor. Of er sprake is van onaanvaardbare ammoniakschade kan beoordeeld worden aan de hand van rapport "Stallucht en Planten" van het IMAG in Wageningen uit juli Uit dit rapport blijkt dat schade door uitstoot van ammoniak uit stallen zich kan voordoen bij intensieve kippen- en varkenshouderijen. Ter voorkoming van dergelijke schade blijkt dat een afstand van minimaal 50 meter tussen stallen en meer gevoelige planten en bomen, zoals coniferen, en een afstand van minimaal 25 meter tot minder gevoelige planten en bomen moet worden aangehouden. Toetsing aan dit rapport is, blijkens de uitspraak in casus E , nog steeds conform de meest recente, algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten. Er bevinden zich binnen bovengenoemde afstanden van stallen géén gevoelige vegetaties zoals bedoeld. Daardoor kan in de aangevraagde situatie worden gewaarborgd dat er door de ammoniakemissie vanuit de dierverblijven geen directe ammoniakschade zal optreden. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
13 C.7. Toetsing aan overige milieucriteria Algemeen De Wabo omschrijft in artikel 2.14 het toetsingskader voor de beslissing op de aanvraag. Hierna wordt aangegeven hoe de aanvraag zich tot het toetsingskader verhoudt. Wij beperken ons tot die onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed kunnen zijn. Afvalstoffen De volgende (gevaarlijke) afvalstoffen komen vrij: huishoudelijk; papier/karton; tl-lampen; kadavers. De mate van afvalscheiding is getoetst aan het werkboek wegen naar preventie bij bedrijven. Bovengenoemde afvalstromen worden gescheiden van elkaar opgeslagen en afgevoerd. Verdere scheiding dan conform de aanvraag is aangegeven is gelet op de geringe hoeveelheid niet nodig. Ingevolge het werkboek wegen naar preventie bij bedrijven van Infomil is bij de in de aanvraag genoemde hoeveelheden afval sprake van een geringe omvang. Door de geringe omvang is er geen aanleiding om afvalpreventie bij het beoordelen van de aanvraag te betrekken. Bodem Bodembeschermende voorzieningen Binnen de inrichting worden mest, diesel, petroleum, oliën, reinigingsmiddelen, diergeneesmiddelen, afvalwater en spuiwater gebezigd en opgeslagen. Deze stoffen moeten worden aangemerkt als een potentieel bodembedreigende stof, zoals bedoeld in de Nederlandse richtlijn bodembescherming 2012 (Nrb 2012). Mest moet worden opgeslagen in mest- of vloeistofdichte mestkelders onder de stallen, die voldoen aan de Bouwtechnische richtlijnen mestbassins. Deze verplichting wordt opgenomen in de voorschriften behorende bij deze vergunning. Reinigingsmiddelen, oliën, diesel (1.000 liter), petroleum (200 liter) en diergeneesmiddelen moeten worden opgeslagen in of boven lekbakken. Als deze op een vloeistofkerende vloer zijn geplaatst, worden voldoende maatregelen getroffen om verontreiniging te voorkomen. Teneinde een aanvaardbaar risico te bewerkstelligen dient regelmatige inspectie en controle van bodembeschermende voorzieningen plaats te vinden. Opvangputten van afvalwater moeten vloeistofkerend zijn uitgevoerd. Het transport van afvalwater moet overeenkomstig de voorschriften bij deze beschikking, plaatsvinden middels vloeistofdichte rioleringen en opslagputten. Spuiwater wordt opgeslagen in een vloeistofdichte opslagsilo. In de voorschriften bij deze beschikking worden voorzieningen en maatregelen opgenomen, die waarborgen dat geen bodemverontreiniging zal optreden door het gebruik van deze silo. In de voorschriften bij deze vergunning zijn voorwaarden gesteld met betrekking tot het treffen van bodembeschermende maatregelen of voorzieningen en periodieke inspectie daarvan, conform de Nrb. Bodemonderzoek De aangevraagde activiteiten kunnen worden gezien als regulier voor de agrarische bedrijfstak. In de vergunning zijn toereikende gedragsregels en voorzieningen met het oog op de bescherming van de bodem voorgeschreven. In afwijking van de Nrb is het overeenkomstig constante jurisprudentie, voor deze inrichting, niet noodzakelijk om een nulsituatie-onderzoek te verlangen. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
14 Energiegebruik Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag is rekening gehouden met aspect zuinig omgaan met energie. Deze inrichting behoort niet tot een brancheorganisatie waarmee een Meerjarenafspraak (MJA) energie-efficiency is afgesloten. De voorschriften met betrekking tot energie zijn gebaseerd op de circulaire Energie in de milieuvergunning (bron: Ministerie van VROM/ministerie van EZ) en het informatieblad Veehouderijen t.b.v. energie in de milieuvergunning voor niet-mja inrichtingen. (Infomil, december 1997). Op grond van de circulaire moet het energieverbruik als een relevant milieu-aspect van de inrichting worden aangemerkt als het jaarlijkse verbruik hoger is dan m 3 aardgas en kwh aan elektriciteit. Het energieverbruik bedraagt volgens de aanvraag circa m 3 aardgas(equivalenten) en kwh elektriciteit per jaar. Het energieverbruik is daarom een relevant milieu-aspect. Bij de aanvraag is aangegeven welke energiebesparende maatregelen worden gerealiseerd. Dit betreft ondermeer het toepassen van een centrale lichtschakelaar, energiezuinige verlichting, dak-, plafond- en muurisolatie, klimaatcomputer, regeling met meetwaaier en smoorunit, frequentieregeling, centrale afzuiging, ventilatiesysteem met ondergrondse luchtinlaat, cv- /vloerverwarming, luchtverwarming, optimalisering en weersafhankelijke regeling verwarming, eigen Cv-groep of ketel voor afwijkende ruimtes De in de sector gangbare energiebesparende maatregelen worden getroffen. Het in de vergunning voorschrijven van een energiebesparingsonderzoek is daarom niet noodzakelijk. In de vergunning is alleen een voorschrift opgenomen dat het energieverbruik moet worden geregistreerd. Geluid Normen De inrichting is gelegen in het buitengebied en kan gezien de omgeving omschreven worden als een landelijke omgeving. Voor een dergelijke omgeving geldt op grond van de Handreiking industrielawaai en vergunning (21 oktober 1998) de grenswaarde voor een landelijke omgeving, te weten 40 db(a) als etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L Ar,LT ). Ingevolge de handreiking mag het maximale geluidniveau (L Amax ) bij voorkeur niet groter zijn dan 10 db(a) boven de richtwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Indien redelijkerwijs geen maatregelen kunnen worden getroffen, mag echter een maximaal geluidniveau van 70 db(a) als etmaalwaarde worden toegestaan. Bij de aanvraag is een akoestisch rapport met projectnummer gevoegd. In dit rapport is de geluidbelasting van de inrichting getoetst aan de genoemde richtwaarden. Representatieve bedrijfssituatie In de representatieve bedrijfssituatie is rekening gehouden met de volgende geluidbronnen binnen de inrichting het in werking zijn van ventilatoren van de stallen 2 en 3 en luchtwassers van de stallen 4 en 5 in de dag-, avond- en nachtperiode (respectievelijk op 56%, 28%, 81% en 87% van de maximale capaciteit; het vullen van voedersilo s in de dagperiode (1 uur); het verladen van vleesvarkens of biggen in de dagperiode (2 uur); het verladen van rundvee in de dagperiode (1 uur), het afvoeren van drijfmest in de dagperiode (1,5 uur) en avondperiode (10 minuten); het gebruik van een hogedrukspuit in de dagperiode (0,25 uur), het verladen van kadavers in de dagperiode (3 minuten), het afvoeren van spuiwater in de dagperiode (20 minuten), het gebruik van een kadaverkoeling in de dag-, avond- en nachtperiode het gebruik van een tractor met 6 bewegingen in de dagperiode; het gebruik van landbouwmachines en werktuigen met 2 bewegingen in de dagperiode; het bezoek van personenauto s met 10 bewegingen in de dagperiode, 4 bewegingen in de avondperiode en 2 bewegingen in de nachtperiode; Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
15 het bezoek van bestelauto s met 2 bewegingen in de dagperiode; het bezoek van vrachtwagens met 24 bewegingen in de dagperiode en 2 bewegingen in de avondperiode. Regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie Naast de activiteiten in de representatieve bedrijfssituatie worden één maal per week vleesvarkens verladen in de nachtperiode (1 uur). Deze activiteit wordt op grond van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening beschouwd als een regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie. Incidentele bedrijfssituaties Daarnaast is rekening gehouden met drie incidentele bedrijfssituaties die betrekking hebben op de aanvoer van propaan (4 dagen per jaar), vullen van voedersilo s in de avondperiode (6 dagen per jaar) en de aan- of afvoer van aardappelen (2 dagen per jaar). 1. De aanvoer van propaan vindt plaats met één vrachtwagen in de dagperiode. Het lossen van propaan duurt 20 minuten. 2. De aanvoer van voer vindt plaats met één vrachtwagen in de avondperiode. Het lossen van voer duurt 30 minuten. 3. De aan- of afvoer van aardappelen vindt plaats met één tractor in de dagperiode. Het laden of lossen duurt 30 minuten. Resultaten representatieve bedrijfssituatie Uit de geluidberekeningen blijkt dat in de representatieve bedrijfssituatie wordt voldaan aan de grenswaarde van 40, 35 en 30 db(a) (respectievelijk voor dag, avond en nacht) voor het L Ar,LT. In de representatieve bedrijfssituatie wordt de streefwaarde van 50 db(a) als etmaalwaarde voor het maximale geluidniveau in deze perioden bij alle beschouwde woningen wordt overschreden. Dit wordt veroorzaakt door de bewegingen van vrachtwagens, landbouwmachines en tractoren en bijbehorende laad- en losactiviteiten. De voertuigen voldoen aan de stand der techniek. Gezien de gespreide ligging van de betreffende woningen kan het treffen van overdrachtsmaatregelen redelijkerwijs niet worden gevergd. Er wordt voldaan aan de beste beschikbare techniek. De grenswaarde van 70 db(a) als etmaalwaarde wordt echter niet overschreden. Voor zover niet wordt voldaan aan de streefwaarde, zijn de berekende geluidsniveaus opgenomen als normstelling in de voorschriften. Resultaten regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie Uit de geluidberekeningen blijkt dat in de regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie ter plaatse van de woningen aan Nieuwstraat 27 en 42 niet wordt voldaan aan de grenswaarde van 35 db(a) voor het L Ar,LT. Voor de woningen aan Nieuwstraat 27, 42 en 46 wordt niet voldaan aan de streefwaarde van 60 db(a) voor het L Amax. De langtijdgemiddelde geluidbelasting bedraagt respectievelijk 34 en 38 db(a). Er kunnen geen bronmaatregelen worden getroffen, omdat reeds wordt voldaan aan de stand der techniek. Een binnenniveau van 35 db(a) is gewaarborgd. De maximale geluidbelasting bedraagt respectievelijk 61, 68 en 62 db(a). Er wordt voldaan aan BBT. Overdrachtsmaatregelen zijn niet mogelijk vanwege de verspreide ligging van de betreffende woningen. Op grond van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening kan het verladen van vleesvarkens in de nacht worden uitgezonderd van de reguliere normstelling, omdat het een bestaande activiteit betreft en een binnenniveau van 45 db(a) is gewaarborgd. In de voorschriften wordt daarom voor de genoemde woningen aangesloten bij de berekende geluidbelastingen. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
16 Resultaten incidentele bedrijfssituaties Uit de geluidberekeningen blijkt dat in de incidentele bedrijfssituaties de grenswaarde van 40 db(a) (voor de dagperiode) voor het L Ar,LT wordt overschreden voor de woningen aan Nieuwstraat 27 en 42 door het aanvoeren van propaan en voor de woning aan Nieuwstraat 42 door het verladen van aardappels. Bij het vullen van voedersilo s in de avondperiode wordt de grenswaarde van 35 db(a) overschreden ter plaatse van de woningen aan Nieuwstraat 27, 40 en 42 en Kuilstraat 25. De streefwaarden voor het maximale geluidniveau worden overschreden, maar de grenswaarden worden niet overschreden. Er wordt voldaan aan BBT. Overdrachtsmaatregelen zijn niet mogelijk vanwege de verspreide ligging van de betreffende woningen. Een binnenniveau van 35 db(a) is gewaarborgd. Op grond van de handreiking kunnen de incidentele activiteiten worden uitgezonderd van de reguliere normstelling. Voor wat betreft de maximale geluidbelasting wordt niet voldaan aan de streefwaarde. De grenswaarde van 70 db(a) als etmaalwaarde wordt niet overschreden, met uitzondering van de maximale geluidbelasting ten gevolge van de aan- of afvoer van aardappelen op de woning aan Nieuwstraat 42. Op grond van de handreiking kan voor deze activiteit ontheffing van worden verleend van de normstelling volgens de grenswaarde. In de voorschriften wordt daarom voor de genoemde woningen aangesloten bij de berekende geluidbelastingen. Indirecte hinder De genoemde geluidnormen zijn niet van toepassing op het verkeer van en naar de inrichting dat zich buiten de inrichting bevindt. De geluidbelasting van deze verkeersbewegingen moet voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 50 db(a) als etmaalwaarde, zoals opgenomen in de Circulaire houdende beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening Wm (29 februari 1996/ Nr. MBG , Stcrt. 1996). Uit de geluidberekeningen blijkt dat aan de grenswaarde wordt voldaan. Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) van kracht geworden. Ingevolge deze wet gelden, in afwijking van artikel 5.1 van de Wet milieubeheer, ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht, de bepalingen van Titel 5.2 en de daarbij behorende bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Ingevolge artikel 5.17, lid 1 van de Wet milieubeheer houdt het bevoegd gezag bij de uitoefenen rekening met de in bijlage 2 genoemde grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10), lood, koolmonoxide en benzeen en de richtwaarden voor ozon, nikkel, arseen, cadmium en benzo(a)pyreen. Onderhavige inrichting betreft een veehouderij. Bij veehouderijen is in het kader van de genoemde luchtkwaliteitseisen uitsluitend de emissie van zwevende deeltjes (PM10), ofwel fijn stofemissie van belang. Voor zwevende deeltjes gelden de volgende grenswaarden: - 40 microgram per m 3 (µg/m 3 ) als jaargemiddelde concentratie; - 50 microgram per m 3 (µg/m 3 ) als vierentwintig-uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal vijfendertig maal per kalenderjaar mag worden overschreden. Het uitgangspunt is dat de grens- en richtwaarden voor voornoemde stoffen in acht worden genomen. Het uitgangspunt is dat de grens- en richtwaarden voor voornoemde stoffen in acht worden genomen. Ingevolge artikel 5.16, lid 1 onder b, juncto 1 e, hoeft een vergunning echter niet te worden geweigerd als de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van een activiteit per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft. Op 19 december is de Wijziging van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 in werking getreden. Op grond van de gewijzigde regeling hoeft toetsing van de luchtkwaliteitseisen niet meer plaats te vinden op niet publiek toegankelijk locaties en waar geen vaste bewoning is, terreinen met één of meer inrichtingen waarop de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing is, rijbanen van wegen en op middenbermen van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben. Er wordt alleen getoetst indien significante blootstelling plaatsvindt, Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
17 zoals bij woonbebouwing, scholen e.d. plaatsvindt. In de omgeving van de inrichting zijn uitsluitend (bedrijfs)woningen van derden, wegen zonder voetpad en niet voor publiek toegankelijke landbouwgronden gelegen. Toetsing dient plaats te vinden op woningen van derden en publiek toegankelijke plaatsen, voor zover wordt voldaan aan het blootstellingscriterium. Toetsing hoeft derhalve uitsluitend plaats te vinden ter plaatse van de (bedrijfs)woningen aan Nieuwstraat. Bij de aanvraag is een berekening gevoegd van de fijn stofconcentratie ter plaatse van te beschermen objecten. Hieruit blijkt dat niet aan de normstelling voor de vierentwintiguurgemiddelde concentratie van Bijlage 2 van de wet milieubeheer wordt voldaan. Er vindt echter geen toename van de concentratie fijn stof in de buitenlucht plaats. De vergunning behoeft derhalve niet geweigerd te worden op grond van artikel 2.14 van de Wabo, juncto artikel 5.16, lid 1 onder b,, juncto 1 e, van de Wet milieubeheer. Waterwet De Waterwet is op 22 december 2009 in werking getreden. De Waterwet vervangt geheel of gedeeltelijk negen bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland. De Waterwet omvat vele aspecten. Zo zorgt de Waterwet er onder andere voor dat diverse vergunningen uit de voormalige waterbeheerwetten worden samengevoegd in één watervergunning. Daardoor neemt de regeldruk voor burgers en bedrijven af. Binnen de inrichting wordt geen afvalwater geloosd waarop de Waterwet van toepassing is. C.8. Veiligheid Binnen de inrichting wordt een kleine hoeveelheid reinigingsmiddelen (25 liter) opgeslagen. Omdat de opslag gering is en moet worden aangemerkt als een werkvoorraad, hoeft deze niet te voldoen aan de bepalingen van de betreffende Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 15. De opslag van bestrijdingsmiddelen moet voldoen aan de algemene zorgplichtbepaling uit de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (artikel 18) en aan de gestelde vergunningsvoorschriften die zijn afgeleid van de PGS 15. Binnen de inrichting is een propaangastank aanwezig. Hierop zijn de bepalingen van de Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 19 van toepassing. Deze zijn opgenomen in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Op de bestaande tank van liter is het Activiteitenbesluit toepassing tot de in artikel 6,7, lid 4 genoemde overgangstermijn. De bij deze vergunning opgenomen voorschriften treden na deze termijn in werking voor de bestaande tank. De opslag van dieselolie in een bovengrondse tank moet voldoen aan de bepalingen van Publicatiereeks 30. Voorvallen Wm Voorvallen moeten, overeenkomstig hoofdstuk 17 van de Wet milieubeheer, worden gemeld aan het bevoegd gezag. C.9. Informatie en advies Wij adviseren de vergunninghouder een bedrijfsintern milieuzorgsysteem in te voeren. Een milieuzorgsysteem is het geheel van beleidsmatige, organisatorische en administratieve maatregelen, gericht op - het inzicht krijgen in, - het beheersen van, - en het waar mogelijk verminderen van de nadelige gevolgen voor het milieu. In deze vergunning zijn elementen opgenomen die ook deel uit kunnen maken van een bedrijfsintern milieuzorgsysteem. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
18 1.2 Bescherming natuur (Natuurbeschermingswet 1998) De Natuurbeschermingswet verbiedt handelingen die schadelijk zijn voor een aangewezen natuurmonument, habitatrichtlijngebied of vogelrichtlijngebied, tenzij daarvoor een vergunning is verleend. Het verlenen van een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet (NB-wet) is een bevoegdheid van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg. Sinds de invoering van de Wabo is de NB-wet geïntegreerd in de Wabo. Dit houdt in dat als er een omgevingsvergunning aangevraagd wordt, welke betrekking heeft op een activiteit waarvoor tevens een NB-wet is vereist, de NB-wet vergunning aanvraag onderdeel uitmaakt van de omgevingsvergunning aanvraag. Indien de NB-wet niet gelijktijdig aangevraagd wordt dient de omgevingsvergunning buiten behandeling gelaten te worden. Voorafgaand aan onderhavige aanvraag is een aanvraag ingevolge de NB-wet ingediend bij Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg. De NB-wet haakt daarom niet aan bij de Wabo. 1.3 Bescherming flora en fauna (Flora en faunawet) De Flora- en faunawet is op 1 april 2002 in werking getreden. Deze wet regelt de bescherming van planten- en diersoorten. In de Flora- en faunawet zijn EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten opgenomen (Habitatrichtijn, Vogelrichtlijn) en het internationale CITES-verdrag voor de handel in bedreigde diersoorten. Er is alleen sprake van een inpandige wijziging. Er is hierdoor geen relatie met de Flora en Faunawet. Niet is gebleken dat de bouw zal leiden tot schade aan flora of fauna waarop de Flora- en faunawet van toepassing is. Deze wet haakt daarom in onderhavige situatie niet aan bij de Wabo. De algemene zorgplichtbepalingen van de Flora- en faunawet zijn echter wel van toepassing op onderhavig initiatief. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
19 2 Voorschriften Aan de omgevingsvergunning zijn de volgende voorschriften verbonden: 2.1 Het oprichten, veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk ALGEMEEN Nazorg Minimaal een maand vóór het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten waarvoor vergunning is verleend, moet de inrichtinghouder van het tijdstip waarop de activiteiten zullen worden beëindigd, melding aan ons doen Bij het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten, waarvoor vergunning is verleend, dient de inrichting of het betreffende inrichtinggedeelte in een schone en ordelijke staat te zijn gebracht Bij het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten, waarvoor vergunning is verleend, moeten installaties en/of onderdelen, welke in een slechte staat van onderhoud verkeren en een bedreiging vormen voor het milieu, uit de inrichting worden verwijderd Bij het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten, waarvoor vergunning is verleend, dienen de in de inrichting aanwezige (gevaarlijke) afvalstoffen uit de inrichting of het betreffende inrichtinggedeelte te worden verwijderd Indien stallen niet meer in gebruik zijn, moeten deze zijn gereinigd en ontsmet Voedersilo's, mestopslagen, putten, silo s, voorraadvaten, installaties en apparatuur behorende bij de luchtwassers, welke niet meer in gebruik zijn, moeten zijn geledigd en gereinigd HET HOUDEN VAN DIEREN Ziekenboeg Een ziekenstal mag alleen ten behoeve van het doel worden gebruik waarvoor ze is ingericht. Deze ruimte mag niet in gebruik zijn als productieruimten. Dit betekent dat in deze ruimte geen dieren permanent mogen worden gehouden De oorspronkelijke plaats van het varken dat tijdelijk in de ziekenboeg aanwezig is mag niet door een ander dier worden bezet Tijdens de momenten waarop geen dieren in de ziekenboeg aanwezig zijn, moet deze ruimte schoon zijn. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
20 Opslag van veevoeder in een silo Iedere silo alsmede zijn ondersteunende constructie, moet zodanig zijn geconstrueerd dat alle bij normaal gebruik optredende krachten veilig en zonder blijvende of ontoelaatbare vervorming kunnen worden opgenomen. De silo moet stabiel staan opgesteld op een voldoende draagkrachtige fundering Hinderlijke stofverspreiding bij het vullen van silo's moet worden voorkomen door het opvangen van het via de ontluchting ontwijkende stof Reinigings- en ontsmettingsplaats voor veewagens Veewagens, die op het terrein worden gereinigd, moeten worden gereinigd op een speciaal daarvoor ingerichte reinigings- en ontsmettingsplaats voor veewagens Een reinigings- ontsmettingsplaats moet vloeistofkerend zijn en afwaterend zijn gelegd naar een of meer opslagputten. Het reinigen en ontsmetten van voertuigen moet op zodanige wijze plaatsvinden dat het verontreinigde water wordt opgevangen (opstaande randen aan een drietal zijden danwel een gelijkwaardige voorziening) zodat het reinigingswater en ontsmettingsvloeistoffen niet in de bodem terecht kunnen komen Een reinigings- en ontsmettingsplaats moet bestand zijn tegen de inwerking van het toe te passen reinigings- en/of ontsmettingsmiddel De reinigings- en ontsmettingsplaats voor veewagens moet zodanig zijn gelegen dat ten gevolge van aan- en afvoerbeweging, verwaaiing van waswater etc. geen hinder voor derden optreedt Kadaverplaats/kadaveraanbiedvoorziening Kadavers moeten worden aangeboden aan de destructor op de kadaverplaats of in een vloeistofkerende mobiele kadaverbak of een kadaverton Het reinigen en ontsmetten van de kadaverkap of kadaverton moet plaatsvinden boven een kadaverplaats. Indien de kadavers aan de destructor worden aangeboden op de mobiele kadaverbak of in een kadaverton, moeten deze worden gereinigd en ontsmet op de poetsplaats elders binnen de inrichting Behalve tijdens het ledigen moet de kadaveraanbiedvoorziening door middel van een verzwaard en goed sluitend deksel of daaraan gelijkwaardige voorziening gesloten worden gehouden Een mobiele kadaveraanbiedingsvoorziening (kadaverton) moet zodanig zijn geconstrueerd dat deze op een doelmatige wijze kan worden vervoerd zodat iedere mogelijkheid tot verspreiding van smetstof en afvalwater naar de omgeving in alle redelijkheid is uitgesloten. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
21 Een kadaverplaats danwel een mobiele kadaverbak of kadaverton, moet vloeistofkerend zijn en moet bestand zijn tegen de inwerking van het toe te passen reinigings- of ontsmettingsmiddel Een mobiele kadaverbak moet zijn voorzien van een opvangbak zodat uittredend vocht de omgeving niet kan verontreinigen. Het ledigen van de opvangbak mag alleen boven de poetsplaats SPUIWATER LUCHTWASSYSTEEM Opslag spuiwater algemeen Het spuiwater van de luchtwassers (BWL ) dient te worden opgeslagen in een speciaal hiervoor bestemde afgesloten spuiwateropslag De wanden en vloer van de opslagruimte moeten bestand zijn tegen de invloed van het spuiwater. Bewijzen van de behandeling die de wanden en de vloer van de spuiwateropslag hebben ondergaan moeten binnen de inrichting aanwezig zijn De stijfheid en sterkte van de spuiwateropslag en de leidingen moet voldoende zijn om schadelijke vervorming als gevolg van overdruk bij vulling of overvulling te voorkomen, terwijl de dichtheid onder alle omstandigheden moet zijn verzekerd De spuiwateropslag moet voldoende inhoud hebben en mag niet zijn voorzien van een overstort. Afvoer naar een mestkelder / mestopslagruimte is niet toegestaan De spuiwateropslag mag slechts voor 95% worden gevuld De spuiwateropslag moet zijn voorzien van een opschrift met de woorden "OPSLAG SPUIWATER". Indien het spuiwater wordt opgeslagen in een opslagkelder, dient bij de putopening een bord te worden gehangen met de woorden "OPSLAG SPUIWATER" Indien een vloeistofstandaanwijzer of peilinrichting is aangebracht, moet deze zodanig zijn ingericht dat het uitstromen van vloeistof uit de spuiwateropslag, ook door verkeerde werking of door breuk, wordt voorkomen De spuiwateropslag moet zijn voorzien van een ontluchtingspijp of ontluchtingsopening met een inwendige middellijn van tenminste 50 mm In elke aansluiting op de spuiwateropslag beneden het hoogste vloeistofniveau moet zo dicht mogelijk bij de wand een metalen afsluiter zijn geplaatst. Deze moet zodanig zijn uitgevoerd dat duidelijk is te zien of de afsluiter is geopend, dan wel is gesloten Het laadpunt van de spuiwateropslag moet zich boven een vloeistofkerende vloer bevinden met een oppervlakte van tenminste 3 x 3 meter Het is niet toegestaan spuiwater in de riolering te brengen. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
22 De afvoer van het spuiwater dient te worden geregistreerd (hoeveelheid en concentratie). Deze registratiegegevens worden gedurende een periode van 5 jaar bewaard en zijn beschikbaar voor controle door het bevoegde gezag Bij het vullen of ledigen van de opslagruimte mag geen verontreiniging van de bodem of het oppervlaktewater plaatsvinden Bij het afvoeren van spuiwater/percolaat mag de omgeving niet worden verontreinigd. Transport moet plaatsvinden in gesloten tankwagens Gemorst product moet met behulp van absorptiemateriaal zo spoedig mogelijk worden verwijderd AFVAL Opslag van afvalstoffen Het bewaren van afvalstoffen moet op ordelijke en nette wijze plaatsvinden. Van afvalstoffen afkomstige geur mag zich niet buiten de inrichting kunnen verspreiden. Gevaarlijke afvalstoffen en overige afvalstoffen moeten gescheiden worden bewaard Vaste afvalstoffen moeten worden bewaard in een afvalvat of container. Indien deze afvalstoffen brandbare bestanddelen of overlast door verwaaiing of geur kunnen veroorzaken, moet het afvalvat of de container zijn afgesloten Een afvalvat of een afvalcontainer moet binnen het gebouw van de inrichting of op een niet voor derden toegankelijk terrein zijn geplaatst Afvoer van afvalstoffen Afvalstoffen moeten regelmatig uit de inrichting worden verwijderd, zonder dat de omgeving wordt verontreinigd Gevaarlijke afvalstoffen, waaronder tl-lampen, moeten regelmatig maar tenminste éénmaal per jaar uit de inrichting worden afgevoerd naar een daartoe ingerichte verwerkingsinrichting Afvalscheiding en preventie De afvalstromen van de inrichting moeten gescheiden worden in: - gevaarlijk afval/(klein) chemisch afval; - oud papier en karton; - overig bedrijfsafval. Deze afvalstoffen moeten gescheiden worden opgeslagen en afgevoerd. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
23 2.1.5 ENERGIE Algemeen Het energieverbruik moet elke maand worden geregistreerd. Het verbruik aan elektriciteit en propaangas moet apart worden gemeten en vastgelegd in een logboek De gegevens van het maandelijkse energieverbruik moeten ten minste drie jaren worden bewaard en op een daartoe strekkend verzoek aan het bevoegd gezag worden getoond De in de aanvraag genoemde energiebesparende maatregelen dienen doelmatig te zijn uitgevoerd. Thermische isolatie van gebouwdelen dient zodanig te zijn aangebracht dat zich geen condensvocht kan ophopen tussen de isolatie en de geïsoleerde gebouwdelen GELUID Algemeen Het meten en berekenen van de geluidsniveaus en het beoordelen van de meetresultaten moet plaatsvinden overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, uitgave Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L Ar,LT veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting in de representatieve bedrijfssituatie zoals aangegeven in het akoestisch rapport met projectnummer , mag ter plaatse van de volgende woningen van derde en/of andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedragen dan: 40 db(a) in de uren gelegen tussen en uur; 35 db(a) in de uren gelegen tussen en uur; 30 db(a) in de uren gelegen tussen en uur Het maximale geluidsniveau L Amax. veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting in de representatieve bedrijfssituatie zoals aangegeven in het akoestisch rapport met projectnummer , mag ter plaatse van de volgende woningen van derden en/of andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedragen dan: Adres uur db(a) uur db(a) uur db(a) Nieuwstraat Nieuwstraat Nieuwstraat Kuilstraat Nieuwstraat Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
24 Regelmatige afwijking van de repsresentatieve bedrijfssituatie Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L Ar,LT veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting in de regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie zoals aangegeven in het akoestisch rapport met projectnummer , mag ter plaatse van de volgende woning van derde en/of andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedragen dan: Adres uur db(a) Nieuwstraat Nieuwstraat Nieuwstraat Kuilstraat Nieuwstraat Het maximale geluidsniveau L Amax. veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting in de regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie zoals aangegeven in het akoestisch rapport met projectnummer , mag ter plaatse van de volgende woningen van derden en/of andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedragen dan: Adres uur db(a) Nieuwstraat Nieuwstraat Nieuwstraat Kuilstraat Nieuwstraat Incidentele bedrijfssituaties Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L Ar,LT veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting in de incidentele bedrijfssituatie met het verladen van propaan, het vullen van voedersilo s en de aan- of afvoer van aardappelen, zoals aangegeven in het akoestisch rapport met projectnummer , mag ter plaatse van de volgende woningen van derde en/of andere geluidgevoelige niet meer bedragen dan: Aanvoer propaan uur db(a) Vullen voedersilo s uur db(a) Aardappelen uur db(a) Adres Nieuwstraat Nieuwstraat Nieuwstraat Kuilstraat Nieuwstraat Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
25 Het maximale geluidniveau L Amax veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting in de incidentele bedrijfssituatie met het verladen van propaan, het vullen van voedersilo s en de aan- of afvoer van aardappelen, zoals aangegeven in het akoestisch rapport met projectnummer , mag ter plaatse van de volgende woningen van derde en/of andere geluidgevoelige niet meer bedragen dan: Aanvoer propaan uur db(a) Vullen voedersilo s uur db(a) Aardappelen uur db(a) Adres Nieuwstraat Nieuwstraat Nieuwstraat Kuilstraat Nieuwstraat De drie afzonderlijke incidentele bedrijfssituaties, zoals aangegeven in het akoestisch rapport met projectnummer , behorende bij de aanvraag, mogen niet op een zelfde dag plaatsvinden en mogen niet vaker plaatsvinden dan vermeld in het genoemde rapport Binnen de inrichting dient een registratie plaats te vinden van de activiteiten in de incidentele bedrijfssituaties, zoals aangegeven in het akoestisch rapport bij de aanvraag. De registratie dient ten minste te bestaan uit: - de datum en het tijdstip en aard van de activiteit; - de transporteur van dieren of voer; - de hoeveelheid propaan, aardappelen of voer die worden getransporteerd De in het vorige voorschrift bedoelde registratie moet op diens verzoek worden getoond aan een vertegenwoordiger van het bevoegd gezag. De registratie moet ten minste tot 5 jaar na het vastleggen van de gegevens worden bewaard binnen de inrichting Onderzoek Ter controle moet, door middel van een akoestisch onderzoek worden aangetoond dat aan de geluidgrenswaarden van de voorschriften en wordt voldaan. De resultaten van dat onderzoek moeten worden vastgelegd in een rapport Het rapport, zoals bedoeld in het vorige voorschrift moeten binnen 6 maanden nadat de inrichting is gewijzigd en in werking is gebracht ter beoordeling aan het bevoegd gezag worden voorgelegd DIESELOLIE Afleverpompen voor motorbrandstoffen Een elektrische pomp ten behoeve van motorbrandstoffen moet in de buitenlucht zijn opgesteld. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
26 Een pomp moet zodanig zijn ingericht dat hetzij slechts gedurende een daartoe strekkende opzettelijke bediening van de vulafsluiter vloeistof uit de pomp kan stromen, hetzij de aflevering van vloeistof automatisch stopt als het reservoir, waaraan wordt afgeleverd vrijwel is gevuld. In het laatste geval moeten aan de vulafsluiter voorzieningen zijn getroffen, waardoor deze sluit bij een lichte schok, bijvoorbeeld ten gevolge van vallen Indien geen toezicht wordt gehouden, moet een pomp zijn afgesloten zodat onbevoegden deze niet in werking kunnen stellen Bij het plotseling sluiten van de vulafsluiter moet een eventueel optredende drukstoot kunnen worden opgevangen De elektrische installatie in en aan de pomp moet voldoen aan de voorschriften voor elektrische installaties in ruimten met gasontploffingsgevaar van NEN-EN Deze voorschriften zijn niet van toepassing voor het bovenste deel van de pompkast waarin het telwerk is aangebracht, mits zich in dit deel geen leidingen of onderdelen met vloeistof bevinden die bij lekkage gevaar kunnen opleveren. Voor de elektrische installatie in het in het voorgaande bedoelde bovenste deel van de pompkast geldt dat het elektrisch materiaal bij normaal bedrijf geen vonkende delen mag bezitten, noch delen met een temperatuur die gevaar voor ontploffing opleveren Ieder aflevertoestel moet zijn voorzien van een schakelaar waarmee de elektrische installatie in en aan de omkasting van de afleverinstallatie kan worden uitgeschakeld. Bij de schakelaar moeten de schakelstanden duidelijk zijn aangegeven. De schakelaar mag tevens dienen als werkschakelaar Behalve de het vorige voorschrift genoemde schakelaar moet voor het in- en uitschakelen van de elektromotor van een pomp bovendien in of aan de pompkast een schakelaar zijn aangebracht Aan de pompkast van een elektrische pomp mogen geen wandcontactdozen zijn aangebracht, terwijl aan de vulafsluiter of aan de afleverslang geen elektrische schakelaar aanwezig mag zijn De pompkast van een elektrische pomp moet voldoende zijn geventileerd en de uitsparing in de pompkast, waarin de vulafsluiter van de afleverslang in ruststand wordt geborgen, moet gasdicht van het inwendige van de pompkast zijn afgesloten Het afleveren van vloeistof is verboden, indien daarbij wordt gerookt of enigerlei vuur of open kunstlicht aanwezig is, of de motor van het voertuig, waaraan de vloeistof wordt afgeleverd, in werking is Op of bij een pomp moet met duidelijk leesbare letters het opschrift zijn aangebracht: "VOERTUIGMOTOR AFZETTEN, ROKEN EN VUUR VERBODEN" Nabij een pomp moet een draagbare poederblusser aanwezig zijn met een inhoud van ten minste 6 kg of een ander geschikt blusmiddel met eenzelfde bluscapaciteit. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
27 De afleverinstallatie, de pomp en de leidingen dienen goed te worden onderhouden. Het afleveren van motorbrandstoffen en het ophangen van de afleverslang dient zodanig te geschieden, dat geen verontreiniging van de bodem plaatsvindt Ter plaatse van het afleverpunt moet de opstelplaats van de voertuigen over een oppervlakte van ten minste 3 x 5 meter zijn voorzien van een aaneengesloten verharding (bijvoorbeeld stelconplaten of aaneengesloten bestrating), waarmee gedurende beperkte tijd het doordringen van gemorst product in de bodem wordt verhinderd. Gemorst product moet met behulp van absorptiemateriaal zo spoedig mogelijk worden verwijderd. In de nabijheid van het afleverpunt moet een daarop afgestemde hoeveelheid absorptiemateriaal in voorraad worden gehouden BESTRIJDINGSMIDDELEN Bewaring bestrijdingsmiddelen Op de deur van een kast moet met duidelijk leesbare letters het opschrift "BESTRIJDINGSMIDDELEN, VERBODEN TOEGANG VOOR ONBEVOEGDEN, OPEN VUUR EN ROKEN VERBODEN" zijn aangebracht, en een afbeelding van een doodshoofd van ten minste 60 mm hoogte De elektrische installatie in een bewaarplaats moet zijn vervaardigd van materiaal dat voldoende tegen chemische invloeden bestand is of daartegen is gevrijwaard Verwerking en gebruik van bestrijdingsmiddelen Gewasbeschermingsmiddelen en biociden worden aangemaakt in en vanuit speciaal daarvoor bestemd vaatwerk Leidingen die bestemd zijn voor het transport van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of een oplossing daarvan, zijn bovengronds gelegd Pompen, vaatwerk en leidingen bestemd voor het aanmaken en doseren van gewasbeschermingsmiddelen en/of biociden, staan niet in rechtstreekse vaste verbinding met een drinkwaterleiding Drinkwater dat wordt gebruikt voor het aanmaken van gewasbeschermingsmiddelen of biociden wordt uitsluitend door middel van een onderbreektank aan de waterleiding onttrokken Tijdens het aanmaken van gewasbeschermingsmiddelen of biociden worden gemorste droge gewasbeschermingsmiddelen en biociden onmiddellijk droog opgenomen en gemorste vloeibare gewasbeschermingsmiddelen en biociden direct geïmmobiliseerd en in een speciaal daartoe bestemd vat gebracht. Daartoe zijn voldoende materialen en absorberende middelen voor onmiddellijk gebruik aanwezig. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
28 BIJLAGE: BEGRIPPEN ** VOOR ZOVER EEN DIN-, NEN-, NEN-EN-, OF NEN-ISO-NORM,...: Voor zover in een voorschrift verwezen wordt naar een DIN-, DIN-ISO, NEN-, NEN-EN-, NEN-ISO-, NVN-norm, AI-blad, BRL, CPR, PGS of NPR, wordt de uitgave bedoeld die voor de datum waarop de vergunning is verleend het laatst is uitgegeven met tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen. Indien er sprake is van reeds bestaande constructies, toestellen, werktuigen en installaties is -de norm, BRL, CPR, PGS, NPR of het AI-blad van toepassing die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen, werktuigen en installaties is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald. Alle onderstaande verklaringen en definities zijn van toepassing op de in de voorschriften gebruikte benamingen en termen, aangevuld met, dan wel in afwijking van de in NEN 5880 (Afval en afvalverwijdering, Algemene termen en definities) en de NEN 5884 (Afval en afvalverwerking, termen en definities voor bouw- en sloopafval) gegeven verklaringen en definities. BESTELADRESSEN: publicaties zijn in ieder geval verkrijgbaar bij de onderstaande instanties: - overheidspublicaties zoals AI-bladen en CPR-richtlijnen bij: SDU Service, afdeling Verkoop Postbus EA DEN HAAG telefoon (070) telefax (070) PGS-richtlijnen zijn digitaal verkrijgbaar via - DIN, DIN-ISO, NEN, NEN-EN, NEN-ISO, NVN-normen en NPR-richtlijnen bij: Nederlands Normalisatie-instituut (NEN), Afdeling verkoop Postbus GB DELFT telefoon (015) telefax (015) BRL-richtlijnen bij: KIWA Certificatie en Keuringen Postbus AB RIJSWIJK telefoon (070) telefax (070) InfoMil is het informatiecentrum in Nederland over milieu wet- en regelgeving. AFVALSTOFFEN: alle stoffen en preparaten in de zin van de Wet milieugevaarlijke stoffen waarvan de houder zich- met het oog op de verwijdering daarvan- ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. BEVOEGD GEZAG: het College van Burgemeester en Wethouders. CERTIFICAAT: Document dat een verklaring van KIWA of een naar het oordeel van Onze Minister vergelijkbaar buitenlands instituut inhoudt dat de in dat document vermelde en door de producent vervaardigde produkten dan wel het uitgevoerde proces geacht kan worden te voldoen aan de daarvoor geldende eisen, zoals vastgelegd in de desbetreffende KIWA-beoordelingsrichtlijn of gelijkwaardige beoordelingsrichtlijn van het vergelijkbaar buitenlands instituut. EMBALLAGE: Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
29 Verpakkingsmateriaal, zoals glazen en kunststof flessen, blikken en kunststof cans, metalen en kunststof vaten of fiberdrums, papieren en kunststof zakken, houten kisten, big-bags en intermediate bulkcontainers (IBC's). GELUIDSNIVEAU IN db(a): het niveau van het ter plaatse optredende geluid, uitgedrukt in db(a), overeenkomstig de door de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC) ter zake opgestelde regels, zoals neergelegd in de IEC-publicatie no GELUIDBELASTING: De etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau. GIVEG-KEURINGSEISEN: keuringseisen waaraan producten en materialen moeten voldoen om het GIVEG-merk te mogen voeren van het Nederlands centrum voor Gastechnologie Gastec N.V. te Apeldoorn. INRICHTING: elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht. LANGTIJDGEMIDDELD BEOORDELINGSNIVEAU (LAr,LT): Het A-gewogen gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, bepaald in de loop van een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', uitgave MAXIMALE GELUIDNIVEAU (LAmax): Het hoogste A-gewogen geluidsniveau, afgelezen in de meterstand 'fast', verminderd met de meteocorrectieterm Cm. De meterstand 'fast' komt overeen met een tijdconstante van 125 ms. WONING: Een gebouw of deel van een gebouw dat voor bewoning gebruik wordt of daartoe is bestemd. Omgevingsvergunning Nieuwstraat 31 en 44 te Ospel U
Ontwerp besluit UV
Ontwerp besluit UV 20160070 Aanvraag en verzoek Op 3 mei 2016 is voor het adres Aan 't Ven 6 te Nederweert ingekomen: 1. Een omgevingsvergunning aanvraag voor het veranderen van een pluimveehouderij (OBM)
Omgevingsvergunning UV
Omgevingsvergunning UV 20120169 Aanvraag Op 28 augustus 2012 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor een varkenshouderij op het adres Eindhovensebaan 15 in Nederweert. De aanvraag is
Omgevingsvergunning OV 20140031
Omgevingsvergunning OV 20140031 Aanvraag Op 28 februari 2014 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het veranderen van een paardenhouderij (inclusief camping) op het adres Grasdijk
Beschikking Wet milieubeheer
Beschikking Wet milieubeheer Besluit van burgemeester en wethouders van Woensdrecht. Datum beschikking: 16-12-2008 Onderwerp aanvraag Op 3 juli 2008 is een aanvraag om vergunning ingevolge de Wet milieubeheer
Beoordeling omgevingsvergunning beperkte milieutoets
Beoordeling omgevingsvergunning beperkte milieutoets 1. Procedurele overwegingen 1.1. Gegevens aanvrager Wij hebben op 3 december 015 een aanvraag ontvangen voor een omgevingsvergunning als bedoeld in
Melding Activiteitenbesluit milieubeheer
Melding Activiteitenbesluit milieubeheer Aanvrager: Dhr. W.A. Maalderink Akkermansstraat 11 7021 LW ZELHEM INHOUDSOPGAVE Uitwerking melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer voor het bedrijf
BIJLAGE 2. Milieuneutrale wijziging
BIJLAGE Milieuneutrale wijziging Milieuneutrale wijziging van de (werking van de) inrichting De heer W.B.M. Aarts heeft aan de Polderdreef 5 te Liessel de beschikking over een varkenshouderij. De inrichting
Bijlage 2 Milieuneutraal veranderen
Bijlage 2 Milieuneutraal veranderen voor de inrichting gelegen aan Molenhuisweg 10 Vlierden Vlierden INHOUDSOPGAVE 1 GEGEVENS INRICHTING 1 2 GEGEVENS VERANDERING (NIET TECHNISCH) 1 3 MER-(BEOORDELINGS)PLICHT
Te verwachte ontwikkelingen Activiteitenbesluit Beste beschikbare technieken Naam document Jaartal
Bijlage 1 - Overwegingen voor de activiteit Inrichting oprichten (Milieu) - (horen bij en maken deel uit van de omgevingsvergunning onder nummer 130492, verleend op... april 2014 aan Veehouderij Kruiswijk,
Melding Activiteitenbesluit milieubeheer
Melding Activiteitenbesluit milieubeheer Aanvrager: Gj Wunderink, Gj Wunderink-Gotink, Gd Wunderink en Be Wunderink Strodijk 23 7251 RS VORDEN INHOUDSOPGAVE Uitwerking van de melding Activiteitenbesluit
Melding Activiteitenbesluit milieubeheer
Melding Activiteitenbesluit milieubeheer Aanvrager: VOF Looman Hebbink Hogeveldweg 6 & 6a 7021 MS ZELHEM INHOUDSOPGAVE Uitwerking van de melding Activiteitenbesluit milieubeheer, voor de veehouderij van
OMGEVINGSVERGUNNING ONTWERPBESLUIT
OMGEVINGSVERGUNNING ONTWERPBESLUIT INHOUDSOPGAVE 1. OMGEVINGSVERGUNNING BESLUIT 2 1.1. Aanvraag... 2 1.2. Ontwerpbesluit... 2 1.3. Procedure... 3 1.4. Fasering... 3 1.5. Zienswijzen... 3 2. OMGEVINGSVERGUNNING
Ontwerp omgevingsvergunning UV
Ontwerp omgevingsvergunning UV 20140118 Aanvraag Op 2 september 2014 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het veranderen van een pluimvee-, rundvee- en paardenhouderij op het adres
Programma. Activiteitenbesluit. Introductie Activiteitenbesluit (landbouw) Inhoud. Landbouwbedrijven in het Activiteitenbesluit
14 maart 2013 Programma Activiteitenbesluit Agrarische activiteiten 10.00 Activiteitenbesluit agrarische activiteiten 11.30 Pauze 11.45 Agrarische lozingen 12.45 Lunch 13.15 Glastuinbouw 14.15 Pauze 14.30
De intrekking heeft betrekking op 203 schapen ouder dan 1 jaar, inclusief lammeren tot 45 kg (B1).
Intrekken van een omgevingsvergunning Beschikking 239446 *CONCEPT* INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING nr. 236760 Uitgebreide procedure Voor de inrichting gelegen aan Karlingerweg 9 te Uden, kadastraal bekend
BESLUIT. Omgevingsvergunning (intrekking op verzoek) datum: Gemeente Bronckhorst nr
BESLUIT Omgevingsvergunning (intrekking op verzoek) datum: 31-03-2016 Gemeente Bronckhorst nr. 2015-3024 Onderwerp Op 31 november 2015 is een vergunning op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Ontwerp omgevingsvergunning U
Ontwerp omgevingsvergunning U1 20170035 Aanvraag Op 10 maart 2017 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het veranderen van een varkenshouderij op het adres Veldweverstraat 3 te Nederweert.
Bijlagen bij de aanvraag
Bijlagen bij de aanvraag Omgevingsvergunning AANVRAGER: Cremerhoeve VOF Minister Cremerstraat 5 9491 TJ Zeijen Onderstaande bijlagen dienen ter ondersteuning aan de aanvraag. BIJLAGE 1: OVERZICHT VERGUNDE
(ontwerp) MAATWERKBESLUIT. Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit)
(ontwerp) MAATWERKBESLUIT Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) Virol Metaal B.V. (Locatie: Kartonbaan 29 te Winschoten) Groningen, 28 mei 2013 Nr. 2013-20.456 Zaaknr.
Beschikking maatwerkvoorschriften
Wet milieubeheer Beschikking maatwerkvoorschriften Inrichtingdrijver : Kuehne + Nagel Logistics B.V. Activiteiten van de inrichting : 2e fase maatwerk Locatie : Lippestraat 15 te Zwolle Datum beschikking
TOELICHTING OP AANVRAAG
TOELICHTING OP AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING ACTIVITEIT MILIEU Aanvrager: VOF Regelink Toldijk Muizengatweg 4 7227 DN TOLDIJK Locatie: Muizengatweg 4 7227 DN TOLDIJK Versie: 1 (06 februari 2018) Auteur:
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS
ONTWERPBESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS Onderwerp Burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht hebben op 2 oktober 2014 een aanvraag om een omgevingsvergunning beperkte milieutoets
ADVIES OMGEVINGSVERGUNNING, ONDERDEEL MILIEU
*D152097259* D152097259 ADVIES OMGEVINGSVERGUNNING, ONDERDEEL MILIEU Aanvrager : P.C. van Tuijl Kesteren b.v. Datum besluit : Onderwerp : uitbreiding bedrijfsgebouw Van Tuijl Marsdijk Lienden Gemeente
Omgevingsvergunning. Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. voor de activiteit milieuneutraal veranderen. Rockwool B.V.
Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg Omgevingsvergunning voor de activiteit milieuneutraal veranderen Rockwool B.V. te Roermond Zaaknummer: 2015-1985 Kenmerk: 2016/48004 d.d. 23 juni 2016 Verzonden:
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING HOOGSTRAAT UDEN GEMEENTE Colofon Vormvrije m.e.r.-beoordeling Projectnummer: Versie: 1 Datum: 2 augustus 2016 Opdrachtnemer Agrifirm Waalkade 33 5347 KR Oss Locatie 17 Uden
Melding Activiteitenbesluit milieubeheer
Melding Activiteitenbesluit milieubeheer Melder: Maatschap van der Gun De Steegde 14 9417 TE Spier Locatie: De Steegde 14 9417 TE Spier Versie: 1 Juli 2016 Inhoudsopgave 1. Algemeen... 3 1.1 Korte beschrijving
OMGEVINGSVERGUNNING *D * D
*D170252216* D170252216 OMGEVINGSVERGUNNING Aanvrager : Tapijtfabriek Intercarpet BV Datum besluit : 24 mei 2017 Onderwerp : aanpassen vergunning Locatie : Tweede Broekdijk 1 te Aalten OLO-nummer : 2807768
Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht
Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : Waterschap Groot Salland Aangevraagde activiteiten : Aanpassen van de installatie in het kader van de gasveiligheid Locatie
BESCHIKKING WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT Milieu Omgevingsvergunning beperkte milieutoets
BESCHIKKING WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT Milieu Omgevingsvergunning beperkte milieutoets Aanvraag Datum aanvraag Datum ontwerp beschikking Datum definitieve beschikking Olo nummer Dossier nummer
Omgevingsvergunning. Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. voor het milieuneutraal veranderen. Sappi Maastricht B.V.
Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. Omgevingsvergunning voor het milieuneutraal veranderen. Sappi Maastricht B.V. te Maastricht Zaaknummer: 2017-206587 Kenmerk: 2018/2142 d.d. 11 januari 2018
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Directoraat-Generaal Milieu en Internationaal; Directie Duurzaamheid
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 35929 31 december 2013 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 13 december 2013, nr. IENM/BSK-2013/297853,
Inhoud. Activiteitenbesluit agrarische activiteiten. Landbouwinrichtingen type B. Introductie Activiteitenbesluit (landbouw)
Inhoud Activiteitenbesluit agrarische activiteiten RWS Leefomgeving Kenniscentrum InfoMil Frences van de Ven Introductie Landbouwinrichtingen type B en C Veehouderijen: OBM, melding, ammoniak & geur Agrarische
Agrarische inrichtingen en het Activiteitenbesluit. Paul Bodden Hekkelman Advocaten
Agrarische inrichtingen en het Activiteitenbesluit Paul Bodden Hekkelman Advocaten VMR Praktijkdag 27 november 2013 Afbakening Agrarische inrichtingen: Glastuinbouwbedrijven Open teelt (bijv. akkerbouw
Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht
Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : WF Recycling Aangevraagde activiteiten : Beperken capaciteit opslag gevaarlijke afvalstoffen Locatie : Bedrijvenweg 47
Omgevingsvergunning. Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. Activiteit milieuneutraal veranderen. Rockwool B.V. te Roermond
Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg Omgevingsvergunning Activiteit milieuneutraal veranderen Rockwool B.V. te Roermond Zaaknummer: 2015-1632 Kenmerk: 2015/95267 d.d. 10 december 2015 Verzonden:
Ontwerpbesluit omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.30 en 2.31 Wabo:
Ontwerpbesluit omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.30 en 2.31 Wabo: Ambtshalve aanpassing omgevingsvergunning Zaaknummer: 1178985 De Nederlandsche Bank N.V. Het dagelijkse bestuur van de Nederlandsche
Advies lucht. Intern Advies
Intern Advies Bevoegd gezag : Datum : 21-06-2016 Kenmerk VTH/DMS : Liza-nummer : 51526 Aan : Ceije Limbeek Van : Herman Brinkman Collegiale toetser : Onderwerp / Locatie : advies gevraagd Alteveersterweg
BIJLAGEN OBM Melkvee- en loonbedrijf De Molswaerd Heulenslag 36 A 2971 VG BLESKENSGRAAF. Projectleider Bouw Rundvee C. de Ruijter
BIJLAGEN OBM Melkvee- en loonbedrijf De Molswaerd Heulenslag 36 A 2971 VG BLESKENSGRAAF Projectleider Bouw Rundvee C. de Ruijter 06 53 16 91 75 Datum 31-05-2017 Inhoudsopgave 1. Rubriek Gegevens inrichting...
MAATMERKVOORSCHRIFT WET MILIEUBEHEER
Gemeente Emmen, dienst Publiek, afdeling Vergunningen. MAATMERKVOORSCHRIFT WET MILIEUBEHEER betreffende Europaweg 17a te Nieuw Schoonebeek I. Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer Melding
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 16865 1 juli 2015 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 24 juni 2015, nr. IENM/BSK-2015/115905,
Beschikking maatwerkvoorschriften
Wet milieubeheer Beschikking maatwerkvoorschriften Inrichtingdrijver : Autobedrijf Westerhof VOF Activiteiten van de inrichting : Autodemontagebedrijf Locatie : Zwaferinksweg 5 te Losser Datum beschikking
Programma. Activiteitenbesluit agrarische activiteiten RWS Leefomgeving Kenniscentrum InfoMil Waldo Kaiser. Inhoud
Programma Activiteitenbesluit agrarische activiteiten RWS Leefomgeving Kenniscentrum InfoMil Waldo Kaiser 10.00 Intro & Activiteitenbesluit agrarische activiteiten I 11.15 Pauze 11.30 Agrarische lozingen
