TC-CVB Droge voedermiddelen
|
|
|
- Nienke de Boer
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 TC-CVB-46 Actualisatie van de P-verteerbaarheid van voedermiddelen voor varkens; Definitief voorstel tabel gestandaardiseerde fecale P-verteerbaarheid (aangepaste versie t.o.v. VVVP en TC-CVB-17) 1 1. Inleiding In CVB verband is op basis van een door Jongbloed opgesteld rapport besloten om wat betreft de P-verteerbaarheid over te stappen van een schijnbare fecale verteerbaarheid naar een gestandaardiseerde verteerbaarheid. Bij de omrekening van een schijnbare P- verteerbaarheid naar een gestandaardiseerde P-verteerbaarheid wordt rekening gehouden met een basale endogene P-uitscheiding van 200 mg/kg DS. In genoemd rapport van Jongbloed zijn tevens alle waarnemingen vanuit het verleden op rij gezet; in sommige gevallen zijn de schijnbare P-verteerbaarheden opnieuw berekend. Verder zijn uit twee recente verteringsonderzoeken van WUR-LR (rapportnr. 348 en 386), waarin van 44+19=63 voedermiddelen de fecale verteerbaarheid is bepaald, ook een flink aantal nieuwe waarnemingen m.b.t. de schijnbare fecale P-veteerbaarheid beschikbaar gekomen. Op basis van alle beschikbare waarnemingen worden in deze notitie voorstellen gedaan voor de te hanteren waarden voor de gestandaardiseerde P-verteerbaarheid in de Veevoedertabel Droge voedermiddelen 2.1 Beschikbare data In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van data met betrekking tot de fecale P- verteerbaarheid bij vleesvarkens. Het P-gehalte, het fytaat-p gehalte (voor zover aan de orde dan wel voor zover geanalyseerd), de fytase-actviteit (idem) de schijnbare P-verteerbaarheid (ATTD P) en de gestandaardiseerde P-verteerbaarheid () is weergegeven. 2.2 Resultaten en discussie In de huidige Veevoedertabel wordt een waarde voor de schijnbare fecale P-verteerbaarheid vermeld. Deze is in tabel 1 overgenomen in een kolom na die waarin de ATTD P wordt vermeld. De met elkaar te vergelijken ATTD P waarden (gebaseerd op de nu beschikbare waarnemingen) en de huidige waarde in de Veevoedertabel zijn groen gemarkeerd. Daarna volgt een kolom met een toelichting op de waarde in de huidige Veevoedertabel. Vervolgens is nagegaan in hoeverre bepaalde waarnemingen binnen een voedermiddel als uitbijter moeten worden aangemerkt. Bij het als uitbijter aanmerken van een waarneming is als volgt te werk gegaan: Voor voedermiddelen waar het aantal waarnemingen > 5 maar <10 was is nagegaan welke waarnemingen >1,5*stdev afweken van het gemiddelde; deze zijn rood gemarkeerd. Vervolgens is (in aanvulling op de eerder berekende gemiddelden, standaardeviaties en aantal waarnemingen) nogmaals het gemiddelde, de stdev en het aantal waarnemingen berekend, maar dan zonder de uitbijter(s). Voor voedermiddelen met > 10 waarnemingen is hetzelfde gedaan, maar dan voor waarnemingen die >2*stdev afweken van het gemiddelde. 1 Alle relevante wijzigingen t.o.v. VVP zijn geel gemarkeerd. 1
2 Bij (primaire en secundaire) voedermiddelen waarin endogene fytase-activiteit aanwezig is, is het moeilijk om een selectie op uitbijters te doen, aangezien de endogene fytase activiteit tussen partijen zeer sterk kan verschillen. Dit is dan ook niet gedaan. Bij bepaalde voedermiddelen is ook de vraag aan de orde in hoeverre hier een clustering kan plaatsvinden. Dit temeer als de basis van de nieuwe waardering de gestandaardiseerde P- verteerbaarheid wordt: en als de aard van de P-fractie in de verschillende bijproducten niet wezenlijk van elkaar verschilt. Besloten is de volgende voedermiddelen te clusteren: Schroten en schilfers van hetzelfde primaire product (bijv. raapzaadschroot en schilfers); Biscuitmeel en broodmeel; Beendermeel, diermeel en vleesbeendermeel Bij tarwe en tarwebijproducten uit de maalindustrie ligt de zaak, vanwege de grotere fractie fytaat-p in de zemelfractie en de endogene fytase activiteit, complexer. Hier is geen clustering toegepast. Ook is opmerkelijk dat in de huidige Veevoedertabel de schijnbare VCP waarden in- en exclusief endogene fytase bij tarwevoerbloem en tarwezemelgrint gelijk zijn, terwijl de IPP/P ratio duidelijk verschillend is. In de laatste kolom wordt een voorstel gedaan voor de in de Veevoedertabel 2014 op te nemen waarde voor de gestandaardiseerde fecale P-verteerbaarheid. Hierbij is mede vanwege de grote spreiding in de gevonden P-verteerbaarheden voor voedermiddelen waarvoor <5 waarnemingen beschikbaar waren de op een vijftal afgerond. Dit om een onterechte schijn van nauwkeurigheid weg te nemen. 2
3 Tabel 1. Overzicht van alle waarnemingen aan voedermiddelen waarin de fecale P verteerbaarheid is bepaald. FTU = Fytase activiteit, uitgedrukt in FTU/kg DS. ATTD P = schijnbare fecale P-verteerbaarheid; = gestandaardiseerde fecale P-verteerbaarheid. De met elkaar te vergelijken waarden zijn groen (voor ATTD P) dan wel blauw (voor ) gekleurd. Voedermiddel P Fytaat P FTU ATTD Schijnb. VCP Toelichting op waarde in huidige VVT P in huidige VVT g/kg DS % % % % Aardappeleiwit STTD P Voorstel VVT 2015 gemiddeld 3,5 2,4 53,0 75 Gemiddelde e.d. gebaseerd 59,2 60 sd 1,3 26,6 op 1e en 3e 28,9 aantal 2 1 2,0 waarneming 2,0 Beendermeel, Diermeel en Vleesbeendermeel gecombineerd Beendermeel, Diermeel en vleesbeendermeel, gecombineerd gemiddeld 52,2 0,0 75,7 74 / 74 / 81 76,2 76 sd 27,3 0,0 6,3 6,3 aantal Bierbostel, gedroogd Bierbostel, gedroogd 5,5 2,4 30, ,5 35 Biscuitmeel en Broodmeel, gecomb. Biscuitmeel en broodmeel, gecombin. gemiddeld 2,0 0,6 58,5 30 Pragmatische waarde 68,6 50 sd 0,2 0,2 26,8 27,8 aantal 3 3 3,0 3,0 Citruspulp Citruspulp 1,849 0,863 22, ,3 35 DDGS, Maïs, Tarwe en Combi, gecombineerd gemiddeld 9,2 3,2 56,2 58,4 58 sd 0,2 0,3 7,2 7,2 aantal 5 5 5,0 5,0 Erwten Gemiddeld zonder uitbijter 4,7 2,3 43, ,8 48 sd 0,7 0,7 4,0 4,5 aantal
4 Voedermiddel P Fytaat P FTU ATTD Schijnb. VCP Toelichting op waarde in huidige VVT P in huidige VVT g/kg DS % % % % Gerst Gersteslijpmeel Grondnotenschilfers 4 STTD P Voorstel VVT 2015 gemiddeld 4,3 2,8 38, ,9 43 sd 0,3 0,2 4,3 4,2 incl. aantal end. fytase gemiddeld 6,7-24, ,8 30 sd 3,0-5,2 3,7 incl. aantal 2 0 2,0 2,0 end. fytase gemiddeld 6,2 4,1 23,5 28 VCP=28 bij alle schilfers/schroot 26,7 25 sd 0,9 0,3 5,3 5,8 aantal 2 2 2,0 2,0 Katoenzaadschilfers Katoenzaadschilfers 11,9 7,0 30,3 24 VCP=24 bij alle schilfers/schroot 32,0 30 Haver en havermoutafvalmeel Haver 4,1 2,5 24, ,0 30 Havermoutafvalmeel 2,1 1,0 19, ,4 30 Kokosschilfers en -schroot Gemiddelde zonder uitbijter 5,9 2,7 23,6 29 VCP=29 bij schilfers 27,0 27 sd 0,2 0,2 6,2 en schroot 6,3 aantal Lijnzaadschilfers en -schroot Lupinen gemiddeld 8,6 6,0 9,2 12 VCP=12 bij 11,5 10 sd 1,3 0,8 1,6 zaad/schilfers/schroot 1,9 aantal 2 2 2,0 2,0 Gemiddelde zonder uitbijter 3,2 1,3 60,3 50 Zonder partij Bio 66,6 60 sd 0,3 0,3 14,0 VCP=50 bij beide kwaliteiten 14,5 Akkoord aantal
5 Voedermiddel P Fytaat P FTU ATTD Schijnb. VCP Toelichting op waarde in huidige VVT P in huidige VVT g/kg DS % % % % Luzerne Luzernemeel 3,4 0,5 23,1 50 VCP=50 bij alle kwaliteiten STTD P Voorstel VVT ,1 30 Maïs Gemiddelde zonder uitbijter 3,2 2,3 20,3 20 Zonder partij Bio 26,6 27 sd 0,3 0,3 5,7 VCP=20 ook mais, 5,2 aantal ontsloten 11 Maïsglutenmeel Maisglutenmeel 4,3 2,5 13,2 20 Als mais(glutenvoer) 17,8 20 Maïsglutenvoer Maïskiemschroot Maïsvoermeel Maïsvoerschroot Magere melkpoeder gemiddeld 10,0 6,6 23,0 20 VCP=20 bij alle kwaliteiten 25,1 25 sd 1,5 1,5 8,6 8,5 aantal gemiddeld 7,2 5,9 18, ,2 20 sd 0,0 0,0 5,7 5,7 aantal 3 3 3,0 3,0 gemiddeld 7,3 5,6 22, ,2 25 sd 1,6 1,6 8,4 8,8 aantal 9 7 9,0 9,0 gemiddeld 7,3 5,4 21, ,0 25 sd 0,7 0,2 11,1 10,9 aantal 4 4 4,0 4,0 10,6 0,0 90,5 92 VCP=92 ook bij volle 92,4 90 0,0 0,0 1,1 melkpoeder 1,1 5
6 Voedermiddel P Fytaat P FTU ATTD Schijnb. VCP Toelichting op waarde in huidige VVT P STTD P in huidige VVT g/kg DS % % % % Voorstel VVT 2015 Voerbonen en Paardebonen, gecombineerd gemiddeld 5,1 1,8 37,3 37 Zonder biologische 41,2 40 sd 0,5 0,5 9,7 partij VCP=37 bij Bonen 9,5 aantal (Phas.) en Paar- debonen 3 Palmpitschilfers gemiddeld 6,1 3,6 35,2 30 VCP=30 bij pitten / 38,6 40 sd 1,2 0,5 2,2 schilfers/ schroot 2,4 aantal 3 3 3,0 3,0 Raapzaadschilfers en schroot, gecombineerd Gemiddelde zonder uitbijter 11,6 9,0 25,8 27 Zonder partijen Bio 27,5 28 sd 0,7 0,8 2,9 VCP=27 bij raapzaad, 3,0 aantal schilfers en -schroot 8 Rijstevoermeel en rijstevoerschroot, gecombineerd Gemiddelde zonder uitbijter 19,0 14,9 12,2 14 VCP=14 voor rijst en 13,3 13 sd 3,6 4,7 4,5 alle rijstproducten 4,3 aantal Rogge gemiddeld 4,0 2,9 40,4 48 Zonder partij Bio 45,4 52 sd VCP=48 gelijk aan die - als tarwe aantal 1 1 1,0 van tarwe incl. endogene fytas. 1,0 Sojabonen, hitte behandeld Sojabonen, getoast 6,5 39,1 42,2 gemiddeld 6,1 3,3 52,9 39 VCP=39; is gelijk aan 56,2 55 sd 0,4 0,5 12,6 die van sojachroot 12,8 aantal 4 2 4,0 4,0 Sojaschroot gemiddeld 7,1 4,6 39,0 39 VCP=39 bij sojaschilfer 41,8 42 sd 0,6 0,9 6,6 en alle -schroten 6,6 6
7 Voedermiddel P Fytaat P FTU ATTD Schijnb. VCP Toelichting op waarde in huidige VVT P STTD P in huidige VVT g/kg DS % % % % aantal Sorghum Tapioca Tarwe, zonder endogene fytase 7 Voorstel VVT 2015 gemiddeld 3,1 2,3 19, ,7 25 sd 0,8 4,4 6,1 aantal 2 2 2,0 3,0 gemiddeld 1,3 0,4 7,0 10 VCP=10 voor alle kwaliteiten 10,9 kenen: 23,3 pragmatisch bere- sd 0,3 0,2 10,2 aantal 5 5 5,0 5,0 (%) = (0,7*nIPP)/P*100 akkoord gemiddeld 3,9 2,7 26,6 26 VCP=26, excl. Endogene 31,7 30 sd 0,1 0,2 fytase act. 0,1 aantal 2 1 2,0 3,0 Tarwe met endogene fytase Gemiddelde zonder uitbijter 4,1 2,9 47,4 48 zonder partij Bio 52,3 52 sd 0,4 0,3 2,3 VCP=48, incl. endogene 2,4 aantal fytase act. 5 Tarweglutenvoer gemiddeld 8,4 5,3 27, ,1 30 sd 0,7 0,5 4,2 4, Tarwegries, zonder endogene fytase Tarwegries, inactief 13,6 0,0 18, ,4 20 Tarwegries, met endogene fytase Gemiddelde zonder uitbijter 12,2 9,7 26,9?? Zonder partij Bio 28,6 29 sd 0,9 0,7 5,9 In huidige VVT een 5,9 aantal Formule met VCP als functie van fytase activit. Wordt niet gebruikt (?). Men werkt met 7
8 Voedermiddel P Fytaat P FTU ATTD Schijnb. VCP Toelichting op waarde P in huidige VVT in huidige VVT g/kg DS % % % % VCP (%) = 30% incl. end. fytase (?) Tarwekiemen STTD P Voorstel VVT 2015 gemiddeld 10,3 6,2 44,1 42 VCP=42 incl. end. 46,0 45 sd 0,6 2,0 2,4 fytase; excl. end. fyt 2, % 2 Tarwevoerbloem Tarwevoerbloem ,8 30 VCP=30 incl. endogene fytase; excl. end. fyt. 20 Tarwezemelen/zemelgrint gemiddeld 15,0 11,8 32,2 30 VCP=30 incl. endogene fytase; excl. end.fyt 20 sd 0,8 0,1 12,3 12, ,0 2,0 68,1 50 (slechts 1 waarneming) akkoord 33,5 25 (wat lager dan tarwegries) akkoord Triticale gemiddeld 4,0 3,0 59,8 64,8 sd 0,2 0,3 4,4 4,1 aantal 2 2 2,0 2,0 gemiddeld 4,2 3,2 62,9 48 Zonder partij Bio 67,7 52 sd VCP=48 incl. end. fyt.; - Als tarwe aantal 1 1 1,0 excl. fnd.fyt 26 (als tarwe) 1,0 Verenmeel Vismeel 30,1 0,5 61,9 62,6 gemiddeld 25,2 0,1 76,1 77 VCP=77 geldt voor 76,9 77 sd 3,1 0,2 15,2 alle kwaliteiten 15,2 aantal
9 Voedermiddel P Fytaat P FTU ATTD Schijnb. VCP Toelichting op waarde STTD Voorstel VVT P in huidige VVT in huidige VVT P 2015 g/kg DS % % % % Zonnebloemzaadschroot Gemiddelde zonder uitbijter 11,5 9,3 14,7 15 Zonder partij Bio 16,5 17 sd 2,3 1,8 4,5 VCP=15 geldt voor 4,3 aantal alle kwaliteiten 13 9
10 VCP huidige Veevoedertabel (%) In Figuur 1 is voor alle voedermiddelen de op basis van de nu beschikbare waarnemingen berekende schijnbare P-verteerbaarheid uitgezet tegen de nu in de Veevoedertabel gehanteerde waarden. Voor granen als gerst, rogge, tarwe en triticale is de huidige tabelwaarde incl. endogene fytase activiteit genomen en vergleken met de uitkomsten van waarnemingen waar de endogene fytase activiteit niet was geïnactiveerd. Voor tarwezemelgrint geldt hetzelfde. Verder zijn ook tarwe, inactief en tarwegries, inactief in de vergelijking betrokken Vergelijking schijnbare VCP huidige Veevoedertabel - nieuwe dataset VCP Nieuwe dataset (%) Figuur 1. Vergelijking van de huidige tabelwaarden in de Veevoedertabel voor schijnbare fecale P-verteerbaarheid met de (gemiddelde) waarden, berekend voor alle voedermiddelen waarvoor dierexperimentele waarden beschikbaar zijn. Voor een aantal voedermiddelen is slechts één waarneming beschikbaar, voor andere tot 10 of meer. In Figuur 2 is een selectie gemaakt van een aantal voedermiddelen die in de varkenshouderij meer regelmatig worden gebruikt. Voor een nadere analyse is het zinvoller op deze voedermiddelen te concentreren dan op voedermiddelen die slechts sporadisch in varkensvoeders worden gebruikt. Figuur 2 is gebaseerd op de volgende voedermiddelen: broodmeel, biscuitmeel., erwten, gerst, lupinen, maïs, maïsglutenvoer, maïsvoermeel, raapzaadschilfers, raapzaadschroot, rogge, sojabonen (verhit), sojahullen, sojaschroot, sorghum, tarwe (met en zonder endogene fytase-activiteit), tarwegries (zonder endogene fytase), tarwezemelgrint (idem), tarweglutenvoer, tarwekiemen, tarwevoerbloem, triticale en zonnebloemzaadschroot. In figuur 2 zijn een aantal voedermiddelen speciaal gemarkeerd. Het betreft (met blauwe rondjes van links naar rechts Sojabonen (verhit) en Lupinen (met rode vierkantjes) Tarwekiemen, Biscuitmeel/Broodmeel, Tarwevoerbloem en Triticale. Wat deze voedermiddelen betreft kan het volgende worden opgemerkt: a) Sojabonen, verhit: In de huidige Veevoedertabel is hier dezelfde waarde gebruikt als voor Sojaschroot (39%), terwijl van de vier (niet uit het recente onderzoek afkomstige) waarden de laagste 39,1% was en de andere 3 duidelijk hoger lagen. Waarschijnlijk is in het verleden de set van Sojabonen (verhit) en Sojaschroot gecombineerd geweest. b) Lupinen: Het gemiddelde van de 5 beschikbare (niet uit het recente onderzoek afkomstige) waarnemingen is 60,3%. Er zijn twee waarnemingen met een schijnbare P- 10
11 VCP huidige Veevoedertabel (%) verteerbaarheid van >70%. Als deze twee worden weggelaten daalt het gemiddelde tot 50,2%. Mogelijk is de huidige tabelwaarde dus gebaseerd op slechts 3 van de 5 toen al beschikbare waarnemingen; c) Biscuitmeel: de huidige tabelwaarde is niet gebaseerd op experimenteel onderzoek, maar op een inschatting. De ene (uit recent onderzoek afkomstige) waarde ligt met 50,6% duidelijk hoger. Voor Broodmeel zijn twee waarden beschikbaar: 36,5% en 88,3% 2. gekomen: Voor de Veevoedertabel 2014 worden de experimentele waarden van biscuitmeel en broodmeel gecombineerd en wordt voor beide producten dezelfde waarde te gebruiken. d) Tarwekiemen en Tarwevoerbloem:voor deze voedermiddelen zijn nieuwe waarden beschikbaar gekomen van resp. 54,1% en 59,8%, terwijl de huidige tabelwaarden resp. 26% en 20% zijn. e) Triticale: de huidige waarde (incl. endogene fytase activiteit) is wegen s het ontbreken van onderzoek aan Triticale gelijk gesteld aan die van tarwe (48%); de nieuwe waarneming ligt met 62,9% een stuk hoger. Echter, de endogene fytase activiteit kan van partij tot partij sterk variëren Vergelijking schijnbare VCP huidige Veevoedertabel - nieuwe dataset voor meest relevante voedermiddelen y = 0,5226x + 11,626 R² = 0,476 y = 0,7959x R² = 0, VCP Nieuwe dataset (%) Figuur 2. Vergelijking van de huidige tabelwaarden in de Veevoedertabel voor schijnbare fecale P-verteerbaarheid met de (gemiddelde) waarden, berekend voor een aantal voor varkensvoeders relevante voedermiddelen (zie voor een opsomming de tekst. De volgende voedermiddelen zijn (van links naar rechts) met een blauw rondje gemarkeerd: Sojabonen (verhit) en Lupinen. Met rode vierklantjes zijn (van links naar rechts naar links) gemarkeerd: Tarwekiemen, Biscuitmeel/Broodmeel, Tarwevoerbloem en Triticale. De trendlijn geldt voor alle punten. Verder is de y=x lijn weergegeven. Figuur 2 suggereert een matige overeenkomst van de huidige tabelwaarden met de data in de nieuwe dataset. Bij de gemarkeerde punten in figuur 2 waren echter de nodige opmerkingen te maken. Als de gemarkeerde punten in Figuur 2 worden weggelaten, is het verschil 2 Deze waarneming is in de 23 e VVVP vergadering als uitbijter aangemerkt (zie ook Tabel 1; pag. 4). 11
12 VCP huidige Veevoedertabel (%) tussen de huidige tabelwaarden en de nieuwe dataset voor de resterende voedermiddelen echter marginaal (zie figuur 3) Vergelijking schijnbare VCP huidige Veevoedertabel - nieuwe dataset voor meest relevante voedermiddelen (zonder verklaarbare uitbijters) y = 1,1127x - 3,198 R² = 0,9584 y = 1,0134x R² = 0, VCP Nieuwe dataset (%) Figuur 3. Vergelijking van de huidige tabelwaarden in de Veevoedertabel voor schijnbare fecale P-verteerbaarheid met de (gemiddelde) waarden, berekend voor een aantal voor varkensvoeders relevante voedermiddelen (zie voor een opsomming de tekst). Voor de volgende voedermiddelen is alleen de markering weergegeven (vgl. figuur 2), maar zijn de punten zelf verwijderd: Sojabonen (verhit), Lupinen, Biscuitmeel (rode vierklantjes van rechts naar links), Sojahullen (groene driehoekje) en Triticale (blauwe cirkel). De trendlijnen gelden voor de blauwe ruitjes. Verder is de y=x lijn weergegeven. In Figuur 4 zijn de schijnbare vp gehalten volgende de huidige waardering in de Veevoedertabel uitgezet tegen de ie volgens de nieuwe dataset. In figuur 4.a zijn alle waarnemingen uit Tabel 1 opgenomen, in figuur 4.b is beendermeel verwijderd, en in figuur 3 beendermeel, diermeel, vleesbeendermeel en vismeel. 12
13 VP obv huidige Veevoedertabel (g/kg) VP obv huidige Veevoedertabel (g/kg) VP obv huidige Veevoedertabel (g/kg) Vergelijking schijnbare VP obv huidige Veevoedertabel - VP obv nieuwe dataset y = 1,0123x - 0,1157 R² = 0,9944 y = 1,0085x R² = 0, y = 1,0599x - 0,2523 R² = 0,9917 y = 1,0465x R² = 0,9909 VP obv nieuwe dataset (g/kg) Vergelijking schijnbare VP obv huidige Veevoedertabel - VP obv nieuwe dataset; Zonder beendermeel y = 1,0521x - 0,2082 R² = 0,9249 y = 1,0095x R² = 0,9214 VP obv nieuwe dataset (g/kg) Vergelijking schijnbare VP obv huidige Veevoedertabel - VP obv nieuwe dataset; Zonder beendermeel en vismeel Fig. 4.a Fig. 4.b VP obv nieuwe dataset (g/kg) Fig. 4.c Figuur 4. Vergelijking van schijnbare VP gehalten o.b.v. de huidige tabelwaarden in de Veevoedertabel voor schijnbare fecale P-verteerbaarheid met schijnbare VP gehalten o.b.v. de (gemiddelde) waarden in de nieuwe dataset. Fig. 4.a: alle voedermiddelen uit tabel 1; Fig. 4.b idem zonder beendermeel; Fig. 4.c idem zonder beendermeel, diermeel, vleesbeendermeel en vismeel. 13
14 VP obv huidige Veevoedertabel (g/kg) VP obv huidige Veevoedertabel (g/kg) In figuur 5 zijn de schijnbare VP gehalten weergegeven van de (voor varkensvoeders meer reguliere) voedermiddelen waarvan in figuur 2 de schijnbare verteerbaarheden volgens de huidige tabel en de nieuwe dataset met elkaar zijn vergeleken. In figuur 6 zijn dezelfde voedermiddelen weergegeven, behalve die welke in figuur 5 waren gemarkeerd (waarbij de markering is blijven staan). 5,0 Vergelijking schijnbare VP obv huidige Veevoedertabel - VP obv nieuwe dataset voor meest relevante voedermiddelen 4,0 3,0 2,0 1,0 y = 0,4752x + 0,6839 R² = 0,4478 y = 0,7407x R² = 0,2627 0,0 0,0 1,0 2,0 3,0 4,0 5,0 VP obv nieuwe dataset (g/kg) Figuur 5. Vergelijking van de schijnbare VP gehalten o.b.v. de huidige tabelwaarden in de Veevoedertabel voor schijnbare fecale P-verteerbaarheid met de schijnbare VP gehalten o.b.v. de (gemiddelde) verteerbaarheden, berekend m.b.v. de nieuwe dataset voor een aantal voor varkensvoeders meer relevante voedermiddelen (zie voor een opsomming de tekst. De volgende voedermiddelen zijn (van linksonder naar rechtsboven) gemarkeerd met rode vierkantjes: Biscuitmeel, Lupinen, Triticale, Sojabonen (verhit), Tarwekiemen en Tarwevoerbloem. De trendlijnen gelden voor alle punten. Verder is de y=x lijn weergegeven. 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 Vergelijking schijnbare VP obv huidige Veevoedertabel - VP obv nieuwe dataset voor meest relevante voedermiddelen (zonder verklaarbare uitbijters) y = 0,9693x + 0,0429 R² = 0,9778 y = 0,9896x R² = 0,9773 0,0 0,0 1,0 2,0 3,0 4,0 5,0 VP obv nieuwe dataset (g/kg) Figuur 6. Vergelijking van de schijnbare VP gehalten o.b.v. de huidige tabelwaarden in de Veevoedertabel voor schijnbare fecale P-verteerbaarheid met de schijnbare VP gehalten 14
15 o.b.v. de (gemiddelde) verteerbaarheden, berekend m.b.v. de nieuwe dataset voor een aantal voor varkensvoeders meer relevante voedermiddelen (zie voor een opsomming de tekst. Voor de volgende voedermiddelen is alleen de markering weergegeven (vgl. figuur 5), maar zijn de punten zelf verwijderd: Biscuitmeel, Lupinen, Triticale, Sojabonen (verhit), Tarwekiemen en Tarwevoerbloem. De trendlijnen gelden voor de blauwe ruitjes. Verder is de y=x lijn weergegeven. Figuur 6 suggereert dat de schijnbaar verteerbaar P waarden, gebaseerd op de ATTD P waarden in nieuwe dataset, fractioneel hoger liggen dan die berekend op basis ban de huidige tabelwaarden. Echter voor een goede vergelijking moet worden uitgegaan van de schijnbaar verteerbaar P gehalten gebaseerd op ATTD P verteerbaarheden die zijn herberekend vanuit de verteerbaarheden. Immers, de nieuwe basis wordt de gestandaardiseerde P verteerbaarheid. De eerste stap om te komen tot een nieuwe Tabel Verteerbaar P Varkens is dat er voor alle voedermiddelen verteerbaarheden worden vastgesteld. Voor de experimenteel onderzochte voedermiddelen staat hiervoor een voorstel in Tabel 1. In Tabel 2 wordt tevens een voorstel gedaan voor de niet dierexperimenteel onderzochte voedermiddelen. Wat betreft Tabel 2 zijn er enkele opmerkingen te maken: Voor het berekenen van de (%) van voedermiddelen met weinig P volgens de pragmatische formule (%) = (0,7*nIPP)/P*100 (waarin nipp = niet fytaat P, en dat als volgt wordt berekend: nipp = (P (IP/P)/100*P) is een waarde voor IP/P vereist. In tabel 2 zijn de IP/P waarden gebruikt die tot en met de Veevoedertabel zijn vermeld. De CVB werkgroep CSAV heeft vorig jaar geactualiseerde IP/P waarden vastgesteld. Echter, in de WUR-LR rapporten 348 en 386 wordt van de onderzochte voedermiddelen naast P ook IPP gerapporteerd. Deze zijn in het vorig jaar in de CSAV bedsproken notitie nog niet verwerkt. Het CVB wil dit alsnog doen, en daarna in de CSAV de geactualiseerde IP/P waarden vaststellen. Dit betekent dat de waarden voor voedermiddelen waar de pragmatische rekenregel is toegepast nog kunnen veranderen. Na vaststelling van de waarden door de werkgroep VVVP zal per voedermiddel, en indien aan de orde per kwaliteit de ATTD P coëfficiënt moeten worden berekend. Dit zal gebeuren met behulp van het voor (een bepaalde kwaliteit van) het voedermiddel aan de hand van het productblad vermelde P- en DS-gehalte: eerst wordt het P-gehalte in de DS te berekend, en daarna achtereenvolgens het gehalte aan STTD vp, (na aftrek van de basaal endogene uitscheiding van 0,200 g/kg DS) het gehalte aan ATTD vp, en vervolgens (met het P-gehalte in de DS) de coëfficiënt voor de ATTD P In Tabel 2 is voor de omrekening van de daar vermelde coëfficiënten in ATTD P coëfficiënten uitgegaan van de P en DS gehalten van de voedermiddelen zoals vermeld in de Veevoedertabel. Omdat in de editie 2015 de Weende Analyse, de koolhydraatsamenstelling en de P-gehalten zullen worden geactualiseerd kunnen ook hier nog (kleine) veranderingen optreden..aan de werkgroep wordt gevraagd akkoord te gaan met deze notitie, met name wat betreft de voorgestelde waarden in Tabel 1 (gebaseerd op onderzoek) en Tabel 2 (idem, maar daarnaast ook ingeschat). 15
16 Tabel 2. Overzicht van de voedermiddelen waarvoor in de Veevoedertabel een schijnbare VCP waarde is opgenomen. In de tabel wordt de volgende informatie gegeven: Kolom 1: de (afgekorte) naam van het voedermiddel; Kolom 2: de IP/P waarden in de huidige Veevoedertabel; Kolom 3 en 4: de P-gehalten in de huidige Veevoedertabel, resp. in g/kg en (met het bijbehorende DS-gehalte) omgerekend naar g/kg DS; de in kolom 3 rood gemarkeerde P-gehalten zijn aangemerkt als lage P-gehalten waarvoor de waarde met de pragmatische rekenregel kan worden berekend; Kolom 5a 5d: dit zijn de meest essentiële kolommen, omdat hier de te publiceren waarden worden vermeld. o Witte cellen in kolom 5d: voor deze voedermiddelen is de voorgestelde waarde gebaseerd op waarnemingen (zie Tabel 1). o Rode cellen in kolom 5a: de STDD P waarde zijn herberekend vanuit de ATTD P waarde in de Veevoedertabel (zie kolom 6), gebruikmakend van het P-gehalte omgerekend naar de DS (zie kolom 4) en de IPP/P ratio in deze Tabel (zie kolom 1). o Oranje cellen in kolom 5b: de waarden zijn berekend met de pragmatische rekenregel. o Blauwe cellen in kolom 5c: de waarde is ingeschat; de basis hiervoor staat in de kolom 8. Wanneer als basis voor de inschatting een product werd gebruikt waar veel waarnemingen voor beschikbaar waren, is het afgeronde gehele getal overgenomen, en is niet op een vijftal afgerond. o Groene cellen groen in kolom 5c: het betreft hier voedermiddelen met meer kwaliteiten, waarbij in veel gevallen slechts één waarneming beschikbaar was of de waarnemingen alle één kwaliteit betroffen en de op waarnemingen gebaseerd waarde voor alle kwaliteiten wordt gehanteerd. o Rode en Oranje kolommen in kolom 5d: de waarden in deze kolom zijn aan de hand van de waarden in resp. kolom 5a en 5b afgerond op vijftallen. Kolom 6 en 7: Een vergelijking van de ATTD P waarden zoals gepubliceerd in de huidige Veevoedertabel en herberekend uit de waarde in kolom 5 (zie voor een verdere toelichting ook de tekst). Kolom 8: waar nodig wordt een toelichting gegeven op de keus van de in kolom 4. (1) (2) (3) (4) (5a) (5b) (5c) (5d) (6) (7) (8) Voedermiddel IP/P (%) P invvt- (%) ATTD P (%) Toelichting op inschatting VVT- g/kg g/kg DS Herber. Ber. met Ingeschat Voorstel VVT- Herberekend uit VVT- Pragm. Rekenregel voor VVT-2015 uit (5d) met P van VVT- Aardappelen gedr
17 Herberekend uit (5d) met P van VVT- (1) (2) (3) (4) (5a) (5b) (5c) (5d) (6) (7) (8) Voedermiddel IP/P (%) P invvt- (%) ATTD P (%) Toelichting op inschatting VVT- g/kg g/kg DS Herber. Ber. met Ingeschat Voorstel VVT- uit VVT- Pragm. Reken- voor regel VVT-2015 Aardappelchips Aardappeleiw. RAS< Aardappeleiw. RAS> A.zetm. ontsl. gedr Aard.vezel RE < Aard.vezel RE Bataten gedroogd Beendermeel Bierbostel gedroogd Biergist gedroogd Bietpulp SUI < Bietpulp SUI Bietpulp SUI Bietpulp SUI > Biscuitmeel RVET< Biscuitmeel RVET> Bloedmeel spray gedr Bonen (Phas) verhit Broodmeel Caseine Citruspulp DDGS mais DDGS tarwe Diermeel Nederlands Dierml blnd RVET< Dierml blnd RVET> Erwten droog
18 18 Herberekend uit (5d) met P van VVT- (1) (2) (3) (4) (5a) (5b) (5c) (5d) (6) (7) (8) Voedermiddel IP/P (%) P invvt- (%) ATTD P (%) Toelichting op inschatting VVT- g/kg g/kg DS Herber. Ber. met Ingeschat Voorstel VVT- uit VVT- Pragm. Reken- voor regel VVT-2015 Gerst, fytase geinactiveerd Gerst, met endogene fytase Gersteslijpmeel Teruggerekend uit ATTD P- wordt STTDP 28% Gerstevoermeel Grasmeel RE < als Luzerne Grasmeel RE Grasmeel RE Grasmeel RE > Grndnootsi ontdopt waarneming; gebruikt voor Grndnootsi ged ontd beide kwaliteiten Grndnootsr ontdopt als grondnootschilfers Grndnootsr ged ontd Haver Haver gepeld Havermoutafvalmeel Havervoermeel Johannesbrood Kanariezaad Kanenmeel Katoensi ontdopt waarneming; gebruikt voor Katoensi ged ontdopt beide kwaliteiten Katoensr ontdopt als katoenzaadschilfers Katoensr ged ontdopt Kokossi RVET < Kokossi RVET > Kokosschroot Lijnzaad als lijnzaadschilfers en -
19 Ber. met Pragm. Rekenregel (1) (2) (3) (4) (5a) (5b) (5c) (5d) (6) (7) (8) Voedermiddel IP/P (%) P invvt- (%) ATTD P (%) Toelichting op inschatting VVT- g/kg g/kg DS Herber. uit VVT- Ingeschat VVT- 19 Voorstel voor VVT-2015 Herberekend uit (5d) met P van VVT- schroot Lijnzaadschilfers Lijnzaadschroot Linzen als bonen (Phas. Vulgaris) Lupinen RV<70 RE< Lupinen RV<70 RE> Luz.meel RE waarneming; gebruikt voor Luz.meel RE Luz.meel RE > Mais Mais ontsloten als maïs alle kwaliteiten met een waardering voor varkens Maisglutenmeel op basis van één nieuwe waarneming Maisglvoer RE < Maisglvoer RE Maisglvoer RE > Maiskiemschroot Maiskiemzemelschilf als maiskiemschroot Maiskiemzemelschroot Maisspoeling gedr als DDGS Maisvoerbloem Maisvoermeel Maisvoerschroot Maiszemelgrint als maisvoermeel Maiszetmeel Melasse, biet Melasse riet SUI< Melasse riet SUI>
20 Herberekend uit (5d) met P van VVT- (1) (2) (3) (4) (5a) (5b) (5c) (5d) (6) (7) (8) Voedermiddel IP/P (%) P invvt- (%) ATTD P (%) Toelichting op inschatting VVT- g/kg g/kg DS Herber. Ber. met Ingeschat Voorstel VVT- uit VVT- Pragm. Reken- voor regel VVT-2015 Melkpoeder mager Melkpoeder, volle als Melkpoeder, mager Millet (Gierst) als mais Millet (parelgierst) als mais Moutkiemen RE < als gerst, fytase geinactiveerd Moutkiemen RE > Nigerzaad als lijnzaad(producten) Paardebonen Bontbl als bonen (Phas. Vulgaris) Paardebonen Witbl Palmpitten als palmpitschilfers Palmpitschilf RC< waarnemingen voor kwal. Palmpitschilf RC> RC<180 g RC/kg; voor beide toegepast Palmpitschroot als palmpitschilfers Raapzaad onbehandeld als raapzaadschilfers en - schroot Raapzaadschilfers Raapschroot RE < Raapschroot RE > Rijst ontdopt als Rijstevoermeel en - Rijst met dop voerschroot Rijstafvallen Rijstevoerschroot Rijstvoermeel RAS< Rijstvoermeel RAS> Rogge, fytase geinactiveerd Rogge (met endgene fytase) als tarwe Roggegries, fytase geinactiveerd
21 Herberekend uit (5d) met P van VVT- (1) (2) (3) (4) (5a) (5b) (5c) (5d) (6) (7) (8) Voedermiddel IP/P (%) P invvt- (%) ATTD P (%) Toelichting op inschatting VVT- g/kg g/kg DS Herber. Ber. met Ingeschat Voorstel VVT- uit VVT- Pragm. Reken- voor regel VVT-2015 Roggegries (met endogene fytase) Zie tarwemaalproducten Sesamzaadschilfers Als Lijnzaadschilfers/schroot Sesamzaadschroot Sojabonen verhit Sojahulln RC < Sojahulln RC Sojahulln RC > Sojaschilfers als sojaschroot Sojasr HP RC< 45 RE < Sojasr HP RC< 45 RE > Sojasr RC45-70RE< Sojasr RC50-70RE> Sojasr RC > Sorghum Sorghumglutenmeel als sorghum Tapioca ZET Tapioca ZET Tapioca ZET Tapiocazetmeel Tarwe, fytase geinactiveerd Tarwe (met endogene fytase) Tarweglutenmeel Tarweglutenvoer gedroogd 30 In VVT 2015 voetnoot opnemen die staat in VVVP ) Tarwegries, fytase geïnactiveerd Tarwegries (met endogene fytase) form. 27 voor huidige ATTD P is er een formule; deze wordt echter in 21
22 Ber. met Pragm. Rekenregel (1) (2) (3) (4) (5a) (5b) (5c) (5d) (6) (7) (8) Voedermiddel IP/P (%) P invvt- (%) ATTD P (%) Toelichting op inschatting VVT- g/kg g/kg DS Herber. uit VVT- Ingeschat VVT- 22 Voorstel voor VVT-2015 Herberekend uit (5d) met P van VVT- de praktijk niet gebruikt. Tarwekiemen, fytase geïnactiveerd Tarwekiemen (met endogene fytase) Tarwekiemzemelen, fytase geïnactiveerd Tarwekiemzemelen (met endogene fytase) Bij sommige tarwemaalproducten, met endogene fytase gekeken naar verschil - ATTD P van tarwegries en tarwezemelgrint Tarwevoerblm RC<=35, fytase geinactiveerd Tarwevoerbloem RC<=35 (met endogene fytase) Tarwevoerbloem RC35-55, fytase geinactiveerd Tarwevoerblm RC35-55 (met endogene fytase) Tarwevoermeel, fytase geïnactiveerd Tarwevoermeel (met endogene fytase) Zie opm. tarwekiemzemelen met end. fytase Tarwezemelgrint, fytase geïnactiveerd Tarwezemelgrint (met endogene fytase) Triticale, fytase geïnactiveerd Triticale (met endogene fytase)
23 Herberekend uit (5d) met P van VVT- (1) (2) (3) (4) (5a) (5b) (5c) (5d) (6) (7) (8) Voedermiddel IP/P (%) P invvt- (%) ATTD P (%) Toelichting op inschatting VVT- g/kg g/kg DS Herber. Ber. met Ingeschat Voorstel VVT- uit VVT- Pragm. Reken- voor regel VVT-2015 Verenmeel gehydroliseerd Vinasse RE < Vinasse RE > Vismeel RE < Vismeel RE Vismeel RE Vismeel RE > Vleesbml RVET < Vleesbml RVET > Weipdr MSA RAS < Weipdr MSA RAS > Weipoeder Zonblosi ontdopt Zelfde waarden als zonne- Zonblosi ged ontdopt Zonblosr RC < Zonblosr RC Zonblosr RC Zonblosr RC > bloemzaadschroot aangehouden 23
24 3. Vochtrijke voedermiddelen 3.1 Beschikbare data De experimentele data die beschikbaar zijn voor de vochtrijke diervoeders die zijn opgenomen in de Veevoedertabel zijn weergegeven in Tabel 3. De werkwijze die is gevolgd is dezelfde als voor de droge voedermiddelen. Tabel 3. Overzicht van alle waarnemingen aan vochtrijke voedermiddelen waarin de fecale P verteerbaarheid is bepaald. ATTD P = schijnbare fecale P-verteerbaarheid; = gestandaardiseerde fecale P-verteerbaarheid. De met elkaar te vergelijken waarden zijn groen (voor ATTD P) dan wel blauw (voor ) gekleurd. waarnemingen die >1,5*stdev van het gemiddelde afweken zijn rood gemarkeerd. Grondstof Exp. Nr. P Phytate P g/kg DM ATTD P % 24 ATTD P (%) Huidige VVT % Voorstel (%) VVT-2015 Toelichting ( o.a. op de waarde in huidige Veevoedertabel) g/kg DM Aardappelstoomschillen gemiddeld Huidige TTD P moeilijk te herleiden sd Daarom afgaan op gemiddelde bij n=4 aantal Bierbostel gemiddeld van de twee waarnemingen sd aantal liggen dicht bij elkaar CCM gemiddeld Bio waarneming ligt stuk hoger, maar sd is wel - vwb RC-gehalte - de CCM die aantal echt voor varkens bestemd is Maisglutenvoer, vers en kuil gemiddeld MGV droog is op 25% gezet. Is Tarwezetmeel sd aantal onlogisch om vochtrijke product (met meer microbiol. Inwerking) lager te zetten gemiddeld sd aantal Zonder tarweindampconcentraat gemiddeld Waar huidige lage TTD P vandaan
25 sd komt is niet duidelijk aantal Tarwegistconcentraat Gemiddeld zonder uitbijter * sd aantal *: Tarwegistconcentraat was in de Veevoedertabel niet opgenomen. Een relatieve hoge is - gezien lange inwerktijd microben - niet onlogisch In Tabel 3 zijn de voorgestelde (%) waarden voor de Veevoedertabel 2015 in alle gevallen (behalve voor Tarwegistconcentraat)afgerond op vijftallen omdat het aantal waarnemingen per voedermiddel <5 was. Deze werkwijze is ook gevolgd bij de droge voedermiddelen. 3.2 Resultaten en discussie Tabel 4. Overzicht van de vochtrijke voedermiddelen waarvoor in de Veevoedertabel een schijnbare VCP waarde is opgenomen a 4b 4c 4d 5 6 Voedermiddel IP/P VVT- (%) P VVT- g/kg DS ber. Met pragmatische rekenregel Berekend uit VVT- waarde geschat Voorstel VVT 2015 ATTD P VVT- % ATTD P berekend uit obv P geh. VVT- (%) Aardappelsnippers voorgeb. RV Aardappelsnippers voorgeb. RV Aarappelsnippers voorgeb. RV > Aardappelst.sch. ZET < Aardappelstoomsch. ZET Aardappelstoomsch. ZET Aardappelstoomsch. ZET > Aardappelzetm onts ZET
26 Aardappelzetm onts ZET Aardappelzetm onts ZET Aardappelzetm onts ZET> Bierbostel 22%DS vrs Bierbostel, Persbostel Biergist RE < Biergist RE Biergist RE > Bietenperspulp vers+kuil * CCM kuil zonder spil CCM kuil deel spil CCM kuil met spil Kaaswei RE < ** Kaaswei RE ** Kaaswei RE > ** Maisglutenvoer vers+kuil Tarwezetmeel FR ZETtot Tarwezetmeel ZETtot Tarwezetmeel ZETtot *: Voor bietenperspulp wordt dezelfde waarde als voor bietenpulp, gedroogd aangehouden. **: voor kaaswei wordt dezelfde waarde al voor weipoeder en MSA Weipoeder aangehouden. De rood gearceerde cellen in kolom 2 geven aan dat de waarden voor resp. IPP/P waarden zijn ingeschat, waardoor de STDD P waarden in kolom 4 relatief onbetrouwbaar zijn. Hetzelfde geldt voor dee waarden in kolom 5 die zijn herberekend vanuit de ingeschatte schijnbare TTD P waarden in de huidige Veevoedertabel. Toelichting op de tabel: Kolom 1: de (afgekorte) naam van het voedermiddel; Kolom 2: de IP/P waarden in de huidige Veevoedertabel; 26
27 Kolom 3: de P-gehalten in de huidige Veevoedertabel g/kg DS; de geel gemarkeerde P-gehalten zijn aangemerkt als lage P-gehalten waarvoor de waarde met de pragmatische rekenregel kan worden berekend; Kolom 4a 4d: dit zijn de meest essentiële kolommen, omdat hier de te publiceren waarden worden vermeld. o Witte cellen in kolom 4d: voor deze voedermiddelen is de voorgestelde waarde gebaseerd op waarnemingen (zie Tabel 1). o Rode cellen in kolom 4a: de STDD P waarde zijn herberekend vanuit de ATTD P waarde in de Veevoedertabel (zie kolom 6), gebruikmakend van het P-gehalte omgerekend naar de DS (zie kolom 4) en de IPP/P ratio in deze Tabel (zie kolom 1). o Oranje cellen in kolom b: de waarden zijn berekend met de pragmatische rekenregel. o Blauwe cellen in kolom 4c: de waarde is ingeschat; de basis hiervoor staat in de kolom 8. Wanneer als basis voor de inschatting een product werd gebruikt waar veel waarnemingen voor beschikbaar waren, is het afgeronde gehele getal overgenomen, en is niet op een vijftal afgerond. Kolom 5 en 6: Een vergelijking van de ATTD P waarden zoals gepubliceerd in de huidige Veevoedertabel en herberekend uit de waarde in kolom 5 (zie voor een verdere toelichting ook de tekst). Wageningen, 8 januari 2016; Machiel Blok 27
8.1 Algemene toelichting
8 Voedermiddelen 8.1 Algemene toelichting De gehalten, weergegeven in de tabellen in de volgende paragrafen, zijn (met uitzondering van die voor vers gras en graskuil in tabel 8.5 en 8.6) gemiddelden van
Tabellenboek Veevoeding voedernormen Konijnen en voederwaarden voedermiddelen voor Konijnen
Tabellenboek Veevoeding 2016 voedernormen Konijnen en voederwaarden voedermiddelen voor Konijnen CVB-reeks nr. 56 November 2016 Federatie Nederlandse Diervoederketen 2016 Alle auteursrechten en databankrechten
Structuurwaardesysteem herkauwers
Structuurwaardesysteem herkauwers CVB-documentatierapport nr. 23 December 2014 (gewijzigd; met herziene rekenregels van 1999) CVB Productschap Diervoeder Louis Braillelaan 80 2719 EK Zoetermeer Postbus
TC-CVB-15a Bijlage 7
TC-15a Bijlage 7 Effect van het nieuwe NEv systeem 1 op de samenstelling van varkensvoeders 1. Inleiding Op verzoek van de CVB werkgroep Voeding en Voederwaardering Varkens en Pluimvee (VVVP) heeft CVB
De energiewaarde voor gerst wordt berekend op basis van de volgende chemische samenstelling (g/kg) en coëfficiënten:
REKENVOORBEELDEN VOEDERWAARDEN VARKENS 1 Energiewaarde varkens: NEv en EW 1.1 Rekenvoorbeelden Ter verduidelijking van de energiewaardeberekening bij varkens zijn twee rekenvoorbeelden uitgewerkt. In deze
Totstandkoming van de CVB tabel Gestandaardiseerde ileale aminozuur verteerbaarheid van voedermiddelen voor pluimvee
Totstandkoming van de CVB tabel Gestandaardiseerde ileale aminozuur verteerbaarheid van voedermiddelen voor pluimvee Machiel Blok CVB Voorlichtingsbijeenkomst Pluimveevoeding 23 nov. 2017 Opzet presentatie
Tabellenboek Veevoeding voedernormen Pluimvee en voederwaarden voedermiddelen voor Pluimvee
Tabellenboek Veevoeding 2018 voedernormen Pluimvee en voederwaarden voedermiddelen voor Pluimvee CVB-reeks nr. 60 Juli 2018 Federatie Nederlandse Diervoederketen 2018 Alle auteursrechten en databankrechten
Tabellenboek Veevoeding voedernormen Pluimvee en voederwaarden voedermiddelen voor Pluimvee
Tabellenboek Veevoeding 2016 voedernormen Pluimvee en voederwaarden voedermiddelen voor Pluimvee CVB-reeks nr. 54 november 2016 Federatie Nederlandse Diervoederketen 2016 Alle auteursrechten en databankrechten
Grondstoffenlijst KDV
Grondstoffenlijst KDV GRONDSTOFFENLIJST KDV // KETEN DUURZAAM VARKENSVLEES 2018 PAG. 2 Inhoud 1. Inleiding 2. Toepassing 2.1 Beoordelingscriteria 2.2 Mengvoer 2. Diercategorieën 2.4 Controle en certificering
Vervanging van sojaschroot in mengvoer: effect op carbon footprint
Vervanging van sojaschroot in mengvoer: effect op carbon footprint Resultaten van verschillende scenario s; project alternatieve eiwitten (F4F) en Nevedi/N&M/UDV 27 mei 2014 Marinus van Krimpen, Herman
Grondstoffenlijst KDV
Grondstoffenlijst KDV GRONDSTOFFENLIJST KDV // KETEN DUURZAAM VARKENSVLEES 2018 PAG. 2 Inhoud 1. Inleiding 2. Toepassing 2.1 Beoordelingscriteria 2.2 Mengvoer 2. Diercategorieën 2.4 Controle en certificering
Module Voedermiddelen varkens
Module Voedermiddelen varkens De CO 2 -voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: treesforall.nl www.climatecalc.eu Cert. no. CC-000057/NL Colofon Auteur Afke Zandvliet
Machiel C. Blok Veevoederbureau Productschap Diervoeder. Achtergronden van het CVB DVE/OEB 2007 systeem voor melkvee
Machiel C. Blok Veevoederbureau Productschap Diervoeder Achtergronden van het CVB DVE/OEB 2007 systeem voor melkvee Inleiding Opzet van de presentatie Opbouw DVE Chemische componenten en fracties in situ
Kengetallen van enkele landbouwhuisdieren en hun consumptiepatronen
Projectnummer: 772.083.01 Projecttitel: Kengetallen van enkele landbouwhuisdieren en hun consumptiepatronen Projectleider: L.W.D. van Raamsdonk Rapport 2007.010 december 2007 Kengetallen van enkele landbouwhuisdieren
Tabellenboek Veevoeding voedernormen Varkens en voederwaarden voedermiddelen voor Varkens
Tabellenboek Veevoeding 2016 voedernormen Varkens en voederwaarden voedermiddelen voor Varkens CVB-reeks nr. 53 November 2016 Federatie Nederlandse Diervoederketen 2016 Alle auteursrechten en databankrechten
X C D X C D. landbouw en natuurlijke omgeving 2009 dierhouderij en -verzorging gezelschapsdieren CSPE BB. minitoets bij opdracht 1
landbouw en natuurlijke omgeving 2009 dierhouderij en -verzorging gezelschapsdieren SPE BB minitoets bij opdracht 1 variant d Naam kandidaat Kandidaatnummer Meerkeuzevragen - Omcirkel het goede antwoord
Van dit product worden onderstaand allereerst de gehalten van de benodigde componenten weergegeven:
REKENVOORBEELDEN VOEDERWAARDEN HERKAUWERS 1 Energiewaarde herkauwers: VEM en VEVI In het rekenvoorbeeld voor de VEM-en VEVI waarde voor herkauwers wordt uitgegaan van een willekeurige partij palmpitschilfers
landbouw en natuurlijke omgeving 2009 dierhouderij en -verzorging gezelschapsdieren CSPE BB minitoets bij opdracht 1 A B X C D foto 1 foto 2
landbouw en natuurlijke omgeving 2009 dierhouderij en -verzorging gezelschapsdieren SPE BB minitoets bij opdracht 1 variant b Naam kandidaat Kandidaatnummer Meerkeuzevragen - Omcirkel het goede antwoord
Wijzer over grondstoffen
Wijzer over grondstoffen Wijzer over grondstoffen Voor u ligt de tweede editie van de grondstoffenwijzer van de Nederlandse diervoederindustrie. Welke ingrediënten zijn gezonde en duurzame voedingsbronnen
Minpunten: bevat erg veel zetmeel; kan beperkend werken in een konijnenvoer
Voedermiddelen De volgende voedermiddelen zullen in dit document aan bod komen: gerst, maïs, tarwe, tarwegries/zemelen/kriel, tarwevoerbloem, tarweglutenvoermeel, ontvette palmpitten, ontvet raapzaad,
principes planning 2011 resultaten 2010
B EMONSTERINGSPLAN principes planning 2011 resultaten 2010 WG HACCP Dendermonde, 25 maart 2011 Analyseresultaten Bemonsteringsplan 2010 Overzicht staalname 1824 monsters toegewezen (niv. 1, 2, 3) 251 deelnemers
Documentatie. Praktijkinformatie voor de Varkenshouder 2009: ZELF MENGEN
Documentatie Het Praktijkcentrum Varkenshouderij en de Vlaamse overheid - Dep. Landbouw en Visserij organiseren de studiedagen: Praktijkinformatie voor de Varkenshouder 2009: ZELF MENGEN Ma 23 november
X C D X C D. landbouw en natuurlijke omgeving 2009 dierhouderij en -verzorging gezelschapsdieren CSPE KB. minitoets bij opdracht 1
landbouw en natuurlijke omgeving 2009 dierhouderij en -verzorging gezelschapsdieren CSPE KB minitoets bij opdracht 1 variant c Naam kandidaat Kandidaatnummer Meerkeuzevragen - Omcirkel het goede antwoord
Passagesnelheid (Kp) van deeltjes Gehalten aan verteerbare organische stof (VOS) van geplette tarwe, geplette gerst en tarwevlokken
Voorstel in situ pensafbraakkarakteristieken voor de gemalen voedermiddelen gerst, tarwe, mais, triticale en rogge en voor geplette gerst, geplette tarwe, tarwevlokken en gemalen ontsloten mais, Inleiding
Wijzer over grondstoffen
Wijzer over grondstoffen Diervoedergrondstoffen voor de Nederlandse markt * Granen- en graanbijproducten (54%) Soja (producten) (11%) Palmpit (producten) (3%) Koolzaad, raapzaad en zonnebloem (producten)
De ad hoc groep (bijlage a) alsmede het Dagelijks Bestuur adviseren positief.
VERGADERING : OPENBAAR BESTUUR DATUM : 25 MAART 2009 AGENDAPUNT : 18 BIJLAGE : OB-09-17 BETREFT : Deelproject Voederwaardeprijzen melkvee De Animal Science Group verzorgt voederwaardeprijzen voor bepaalde
Gezond voeren met een optimale melkproductie. Thomas Schonewille Faculteit Diergeneeskunde Afdeling Voeding
Gezond voeren met een optimale melkproductie Thomas Schonewille Faculteit Diergeneeskunde Afdeling Voeding Periodes in en rondom de droogstand-afkalven Droogzetten Afkalven Transitieperiode Einde lactatie
Proefverslag 500. Het effect van het EW-gehalte en het FK-niveau op de NH 3 -emissie bij vleesvarkens, geschat via metingen op balanskooien
Proefverslag 500 Het effect van het EW-gehalte en het FK-niveau op de NH 3 -emissie bij vleesvarkens, geschat via metingen op balanskooien (fase 4 van BTOC-project SBC 95019) (proef LVE-37, projectcode
EDITIE 3. Grondstoffenwijzer. Diervoeders voor een circulaire voedselproductie
EDITIE 3 Grondstoffenwijzer Diervoeders voor een circulaire voedselproductie Voorwoord Met gepaste trots ontvangt u hierbij de derde editie van de Grondstoffenwijzer van de Nederlandse diervoederindustrie.
Proefverslag 349. Inleiding. VOEDERPROEF PSC-31 Doel van de proef. (voederproef PSC-31 en verteringsproef LPD-31; PV-349; Y1992) oktober 1992
Proefverslag 349 HET EXPANDEREN EN/OF PELLETEREN VAN SLACHTKUIKENVOEDERS EN HET VERWERKEN VAN EEN TECHNOLOGISCH BEHANDELD RAAPZAAD/ PAARDEBONENMENGSEL IN SLACHTKUIKENVOEDERS (voederproef PSC-31 en verteringsproef
Diveto Antwoorden Van snack tot dieet. Voeren gezelschapsdieren. B. Swanenberg R. Broekhuis J. van Gilst R. de Weijer J.
Diveto Antwoorden Van snack tot dieet Voeren gezelschapsdieren B. Swanenberg R. Broekhuis J. van Gilst R. de Weijer J. Oosterwijk eerste druk, 2001 Artikelcode: 10417 2001 Ontwikkelcentrum, Ede, Nederland
We gaan Vooruit! De Heus Vooruitgang zit in onze genen!
We gaan Vooruit! De Heus Vooruitgang zit in onze genen! De Heus legt zich toe op diervoeding Volledig scala aan producten: compleet voer, concentraten, premixen, speciaal voer Diervoederconcepten die zorgen
Energie WAARDERING. Voederwaarde bepaling 26/09/2018
VAKGROEP VOORTPLANTING VERLOSKUNDE EN BEDRIJFSDIERGENEESKUNDE FACULTEIT DIERGENEESKUNDE UNIVERSITEIT GENT Voederwaarde bepaling Jenne De Koster, Geert Opsomer, Miel Hostens Energie WAARDERING Het hechten
Het percentage regionaal eiwit in het Nederlands mengvoerrantsoen update voor 2015
Het percentage regionaal eiwit in het Nederlands mengvoerrantsoen update voor 2015 regionaal niet-regionaal door Anouk Cormont (Wageningen Environmental Research - Alterra) en Marinus van Krimpen (Wageningen
3 Formulatie. Het as gehalte bevat de minerale stoffen uit het product. As bevat geen energie maar bevat de van levensbelang zijnde mineralen.
3.1 De voederbestanddelen. 3 Formulatie. 3.1.1 De Weende analyse. 3.1.1.1 Vocht. Grondstoffen of samengestelde voeders bevatten altijd water. Dit speelt een rol in de voederwaarde, houdbaarheid en verwerkingsaspecten.
Productenoverzicht Blonk Consultants
Aarbeien concentraat 2011 Ja Aarbeien puree 2011 Ja Aardappel 2015 Nee Aardappeleiwit 2015 Nee Aardappeleiwit NL 2017 Ja Aardappelpulp, gedroogd 2015 Nee Aardappelpulp, geperst 2015 Nee Aardappelpuree
Een vergelijking van vismelen door opname in biggenvoeders op basis van geselecteerde kwaliteitscriteria
Proefverslag 527 Een vergelijking van vismelen door opname in biggenvoeders op basis van geselecteerde kwaliteitscriteria (proef VOC38; projectcode VO955; PV527; Y1999) auteurs: dr. A. Veldman ir. G.J.
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen 1
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen 1 Advies 36-2004 - Risico-evaluatie van grondstoffen opgesteld door Ovocom (dossier Sci Com 2004/22) Het Wetenschappelijk Comité van het Federaal
Efficiënter gebruik van voedermiddelen en (geïmporteerde) diervoedergrondstoffen
Wageningen UR Livestock Research Together with our clients, we integrate scientific know-how and practical experience P.O. Box 65 to develop livestock concepts for the 21st century. With our expertise
HET EFFECT VAN SEMI-AD LIBITUM TROGVOEDERING EN AD LIBITUM BRIJBAKVOEDERING MET SLACHTVARKENSVOEDER EW 1,10 OF EW 1,03
Proefverslag 322 HET EFFECT VAN SEMI-AD LIBITUM TROGVOEDERING EN AD LIBITUM BRIJBAKVOEDERING MET SLACHTVARKENSVOEDER EW 1,10 OF EW 1,03 (proef VMC-31; PV-322; Y1992) auteur: ir. C.H.M. Smits februari 1992
Impactanalyse DOT Honorariumtarieven
Conceptrapportage ten behoeve van klankbordgroep 6 Impactanalyse DOT Honorariumtarieven Deel 2 Versie 1, 5 augustus 2011 Inhoud 1. Inleiding 5 2. Doelstelling 5 3. Referentie voor beoordeling 6 4. Onderzoeksopzet
METHAANREDUCTIE MELKVEE
METHAANREDUCTIE MELKVEE Een onderzoeksproject naar de inschatting van de methaanproductie vanuit de voeding en naar de reductiemogelijkheden via de voeding van melkkoeien Methaanreductie melkvee 2 METHAANREDUCTIE
5 Voeding. 5.1 Inleiding. 5.2 Behoeften en grondstoffen
5 Voeding 5.1 Inleiding Voor de ontwikkeling en opschaling van de biologische varkenshouderij zullen een aantal knelpunten opgelost moeten worden. Een van de belangrijkste knelpunten is voeding. De biologische
Varkensacademie. Vrijdag 27 november 2015. Roeselare, België
Varkensacademie Vrijdag 27 november 2015 Roeselare, België Voeder, kritieke succesfactor in rendement Maarten Ceyssens - Dierenarts nutritionist Voeder, kritieke succesfactor in rendement 1. Even voorstellen
Ronald Scholten, BSc., MSc., PhD.
Ronald Scholten, BSc., MSc., PhD. 1993-1999 Project Manager Brijvoer & Bijproducten (Proefstation Varkenshouderij, Rosmalen, NL) 1997-2001 PhD Fermentation of liquid feed for pigs (Wageningen Universiteit,
Wijziging Regeling residuen van bestrijdingsmiddelen
VWS Wijziging Regeling residuen van bestrijdingsmiddelen 28 maart 2001/GZB/VVB/2162966 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Landbouw,
Voeding schapen algemeen. Voeding en vertering. Vertering schaap schematisch
Voeding schapen algemeen Voeding en vertering Enkele belangrijke aspecten: - verteringsstelsel - herkauwproces - nutriënten Uitgelicht: - mineralen: Cu, - spoorelement: Co Roel de Lange Assortiment Vragen
3.5a: Verzadigingswaarde en voeropnamecapaciteit
3.5a: Verzadigingswaarde en voeropnamecapaciteit Voor meer info zie ook; Voeding basis melkvee, blz 58 t/m 60 Tabellenboek veevoeding 2016, blz. 12 en 13 Handboek Melkveehouderij 15/16, blz. 6-10 en 6-11
1. Waarom hoeven herkauwers niet alle essentiële aminozuren via het voer op te nemen.
2.4: Eiwitten 1. Waarom hoeven herkauwers niet alle essentiële aminozuren via het voer op te nemen. Plantaardige aminozuren worden door de pensmicroben omgezet in dierlijke aminozuren. 2. Hoe wordt het
Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier
Treurniet Mengvoeders biedt haar klanten een volledig assortiment aan paardenvoeders, strooisels, verzorgingsproducten en andere toebehoren. Kwaliteit en service zijn voor Treurniet Mengvoeders de belangrijkste
landbouw en natuurlijke omgeving dierhouderij en -verzorging gezelschapsdieren CSPE BB
Examen VMBO-BB 2011 gedurende 240 minuten landbouw en natuurlijke omgeving dierhouderij en -verzorging gezelschapsdieren CSPE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Bij dit examen horen digitale bestanden.
4.1 Voederwaarderingssystemen voor paarden en pony s
4 Paarden en pony s 4.1 Voederwaarderingssystemen voor paarden en pony s Sinds januari 2005 zijn voor paarden en pony s twee officiële CVB systemen van kracht, een netto energiesysteem (met als kengetal
100% biologisch legvoer zonder exotische grondstoffen leidt tot lagere voederwaarde
100% biologisch legvoer zonder exotische grondstoffen leidt tot lagere voederwaarde Berry Reuvekamp en Thea Fiks - van Niekerk Thea en Berry zijn onderzoekers bij Wageningen Livestock Research onderdeel
Gierst. http://www.waterwereld.nu/gierst.php
Gierst http://www.waterwereld.nu/gierst.php Gierst is een belangrijke graansoort in de arme delen van de wereld. Vooral boven en onder de Sahara wordt er veel gierst verbouwd. Gierst groeit op de armste
Proefverslag 350 VERLAGING VAN HET RUW EIWITGEHALTE IN VOEDER VOOR LACTERENDE ZEUGEN. Inleiding. Proefopzet Proefdieren. Proefbehandelingen lactatie
Proefverslag 350 VERLAGING VAN HET RUW EIWITGEHALTE IN VOEDER VOOR LACTERENDE ZEUGEN (proef VFB-31; PV-350; Y1992) december 1992 auteurs: ir. C.H.M. Smits dr. ir. P.J. van der Aar Inleiding Het systeem
biggen Marinus van Krimpen
Voeding en gezondheid van biologisch biggen Marinus van Krimpen Inhoud: Knelpunten als gevolg van EU-regelgeving Resultaten biggenproeven: 1. met CCM 2. met erwten 3. met Pre-starter Conclusies en tips
RICHTLIJN 96/25/EG VAN DE RAAD. van 29 april 1996
23. 5. 96 I NL I Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 125/35 RICHTLIJN 96/25/EG VAN DE RAAD van 29 april 1996 betreffende het verkeer van voedermiddelen, tot wijziging van de Richtlijnen
Machiel Blok, PDV / CVB Paul Bikker, WUR LR Age Jongbloed, WUR LR
Evenwichtige koper en zink voedernormen voor varkens voor een optimale en gezonde productie Machiel Blok, PDV / CVB Paul Bikker, WUR LR Age Jongbloed, WUR LR 1 Opbouw presentatie Inleiding Methoden om
Agrarische grondprijzen in soorten en maten
Agrarische grondprijzen in soorten en maten Oktober 2015 Wietse Dol, Paul Peter Kuiper 1 en Martien Voskuilen De gemiddelde grondprijs geeft een goed beeld van de grondprijsontwikkeling, mits rekening
Veevoer van Europese herkomst. Juni 2017
Veevoer van Europese herkomst Juni 2017 Veevoer van Europese herkomst Zij wordt ook regelmatig gevraagd na te denken over deelname aan regionale ketens, of om studie te maken van veevoeders worden samengesteld
STADSBOERDERIJ KONIJNEN
STADSBOERDERIJ KONIJNEN Rekenen voor vmbo-groen en mbo-groen Colofon RekenGroen. Rekenen voor vmbo- groen en mbo- groen Module Stadsboerderij Konijnen Leerlingtekst Versie 1.0. November 2012 Auteurs: Monica
Tweede aanvulling aanvraag omgevingsvergunning. Van Gorp Biologische Voeders B.V. vestiging Schalkwijk
Tweede aanvulling aanvraag omgevingsvergunning Zaakkenmerk gemeente Houten: Z-HZ_WABO-2016-2618 Van Gorp Biologische Voeders B.V. vestiging Schalkwijk juni 2017 1. Inleiding 1.1 Bedrijfsgegevens Bezoekadres
Granen in de Melkveehouderij. Henk Woolderink/ Roy Berentsen 30 mei 2013
Granen in de Melkveehouderij Henk Woolderink/ Roy Berentsen 30 mei 2013 Aandachtspunten Ontwikkelingen mestbeleid! Dreigend ruwvoeroverschot? Krachtvoervervangers! Projectmatig! Voedergewassen Eigen eiwit
d. Bereken nu of er een tekort of een overschot aan ruwvoer is. Vul hiervoor de onderste tabel in.
Opdracht ruwvoerbalans 1) Maak een ruwvoerbalans a. Bepaal met de onderstaande tabel wat de inhoud van de kuilen is en vul de bovenste tabel in. - Kuil 1: Kuilgras (40% DS)in sleufsilo zonder gronddek
2.2 De Weende-analyse bij veevoeding
2.2 De Weende-analyse bij veevoeding Scheikunde voor VE31-VE41, 2018-2019 Auteur: E. Held; bewerkt door H. Hermans : Hoofdstuk 2 De Weende-analyse (presentatie) 1 Bij het oprispen boeren komt methaan (CH4)
Jelle Oosterhoff Multi Inputstromen 12 maart 2013
Jelle Oosterhoff Multi Inputstromen 12 maart 2013 Jelle Oosterhoff Inhoud Routekaart Vezelgrondstoffen Bereiken gestelde doelen Overzicht geteste alternatieve vezels Enkele voorbeelden Partners sheet 2
Koeienvoer klas 1 WERKBOEK
Koeienvoer klas 1 WERKBOEK 1 Inhoud Hoofdstuk 1: Verteringsstelsel van de koe... 3 1.1: Herkauwen en speeksel... 3 1.2: Magenstelsel... 5 1.3: Darmstelsel... 8 1.4: Verteringsstelsel kalf... 8 Hoofdstuk
Hogervermelde marktdeelnemer heeft het recht om het merk Biogarantie te gebruiken voor de volgende producten :
Documentnummer: ATBG-1403880-nl pagina 1 van 9 Marktdeelnemer Nr : 20278 Naam en adres van de marktdeelnemer: VAJRA sprl Rue de Livourne, 111 1050 Ixelles Naam, adres van het controleorgaan CERTISYS bvba
Alternatieven voor Zuid-Amerikaanse soja in veevoer. dr. Harry Vahl
Alternatieven voor Zuid-Amerikaanse soja in veevoer dr. Harry Vahl maart 2009 Inhoudsopgave Inhoudsopgave...2 Relevante definities en afkortingen...4 Leeswijzer...5 Samenvatting en conclusies...6 1. Inleiding...8
DE VARKENSHOUDERIJ: VAN BIG TOT KARBONADE
SPREEKBEURT OF WERKSTUK DE VARKENSHOUDERIJ: VAN BIG TOT KARBONADE Hier vind je informatie voor een spreekbeurt of werkstuk over de varkenshouderij. De informatie is verdeeld in vier stappen. Dit zijn de
Optimaal inzetten van ruwvoeders op een melkveebedrijf.
Optimaal inzetten van ruwvoeders op een melkveebedrijf. Eddy Decaesteker Bedrijfsadvisering Melkveehouderij [email protected] LCV-avond Poperinge 31 jan 2018 Ruwvoederkostprijzen LCV 2012 Kostprijs
De Weende-analyse bij veevoeding. Scheikunde voor VE41, Auteur: E. Held; bewerkt : door H. Hermans
De Weende-analyse bij veevoeding Scheikunde voor VE41, 2017-2018 Auteur: E. Held; bewerkt : door H. Hermans Weende-analyse: DS-gehalte Droge stof (DS): Het materiaal dat overblijft als, door verwarming
Principe Maken van een Monte Carlo data-set populatie-parameters en standaarddeviaties standaarddeviatie van de bepaling statistische verdeling
Monte Carlo simulatie In MW\Pharm versie 3.30 is een Monte Carlo simulatie-module toegevoegd. Met behulp van deze Monte Carlo procedure kan onder meer de betrouwbaarheid van de berekeningen van KinPop
Een formule is een berekening die jij zelf maakt in Excel. Een formule begint met het isgelijkteken en bevat celverwijzingen.
Formules Een formule is een berekening die jij zelf maakt in Excel. Een formule begint met het isgelijkteken en bevat celverwijzingen. Figuur 1. Elke formule begint met = Stappen bij het maken van een
