Bemestingsproef Spinazie
|
|
|
- Katrien Cools
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Bemestingsproef Spinazie Broekemahoeve, Lelystad Geert-Jan van der Burgt Opdrachtgever: Agrifirm Uitvoering: Broekemahoeve, Lelystad Metingen en verslaggeving: Louis Bolk Instituut Deze tekst is één hoofdstuk uit het rapport Minder en Anders Bemesten Kleine experimenten 21; Louis Bolk Instituut (in voorbereiding) 1
2 Bemestingsproef in voorjaarsspinazie, Broekemahoeve, Lelystad 1. Proefopzet Op de Broekemahoeve in Lelystad is door Agrifirm een strokenproef aangelegd om acht verschillende bemestingen in een voorjaarsteelt van spinazie te vergelijken. Iedere behandeling bestond uit twee bedden van 3 bij ongeveer 2 meter; alleen de behandeling Verenmeel bestond uit slechts één bed. Er is gestreefd naar een niveau van N-beschikbaarheid uit mest van 17 kg N per hectare op basis van een aangenomen werkingscoëfficiënt. De data staan in Tabel 1. Op dit uitgangspunt zijn twee uitzonderingen. Bij Condit is op advies van de producent minder gestrooid dan op basis van 17 kg N-beschikbaar berekend was. Bij luzerne vers is door omstandigheden de gift aanzienlijk hoger uitgevallen dan bedoeld. De spinazie is gezaaid op 2 mei en geoogst op 1 juli. De opkomst was, door droogte, zeer onregelmatig en in twee golven. Er is vier keer een N-min meting van de grond in -3 cm uitgevoerd. Bij de oogst is de opbrengst bepaald, het droge stof gehalte en het gehalte aan N-totaal en Nitraat. Hiervoor is uit iedere behandeling visueel een gemiddelde vierkante meter gewas geoogst. Dit is met nadruk niet willekeurig gebeurd omdat de opkomst en gewasontwikkeling zo onregelmatig uitviel. Aangezien er geen sprake is van herhalingen moeten alle resultaten en conclusies uitsluitend als indicaties beschouwd worden. Tabel 1 Mestgift Veronderstelde Mestsoort Mestgift Datum Gehalte N Totale N-gift werkings Werkzame coëfficiënt N uit mest kg/ha Bemesting kg/ton vers Kg/ha -/- kg/ha 1. Vinasse 7 11-mei Condit 2 19-mei Luzerne korrels apr Luzerne Vers apr Controle 6. Monterra mei Montera mei Kippenmestkorrels mei Verenmeel mei Resultaten De eerste N-min meting heeft plaatsgevonden terwijl de luzerne korrels en de verse luzerne al gestrooid waren. (Tabel 1). De tweede meting heeft plaatsgevonden de dag na het plaatsen van de overige mestkorrels; de vinasse was toen al ruim een week eerder toegediend. De laatste meting valt samen met de oogst. De metingen geven een behoorlijk consistent beeld. Ze lopen allen op van 4 mei tot 16 juni en dalen daarna sterk vanwege N-opname door het gewas. Luzerne korrel en luzerne vers zijn op 4 mei iets hoger dan de andere varianten omdat de mest stof er op die twee veldjes dan al wat langer op ligt. Op 2 mei neemt de controle de laatste plaats in, neemt de kippenmest met daarin een zekere hoeveelheid minerale N de tweede plaats in en staat de verse luzerna, met een veel hogere totale N-gift, op de eerste plaats. Op 16 juni is de controle het laagst, de luzerne vers het hoogst en staat verenmeel, vanwege de snelle afbreekbaarheid van de stikstof, op 2
3 de tweede plaats. Bij de oogst op 1 juli is de controle wederom het laagst maar luzerne vers niet meer het hoogst. Het beeld is niet meer helemaal consistent. Tabel 2 N-mineraal metingen Datum 4-mei 2-mei 16-jun 1-jul Mestsoort bemesting kg/ha kg/ha kg/ha kg/ha Vinasse 11-mei Condit 19-mei Luzerne korrels 27-apr Luzerne Vers 29-apr Controle Monterra-1 19-mei Montera-2 19-mei Kippenmestkorrels 19-mei Verenmeel 19-mei In Figuur 1 is van der verschillende mestsoorten de versopbrengst weergegeven. Hierbij dient in gedachte te worden gehouden dat op voorhand bij Condit aanzienlijk minder en bij Luzerne vers aanzienlijk meer stikstof is gegeven dan 17 kg werkzaam 45 4 Vers opbrengst kg/ha Controle Condit Luzerne korrels Monterra-1 Kippenmestkorrels Vinasse Verenm eel Montera-2 Luzerne Vers Figuur 1 Versopbrengst van de verschillende mestsoorten Als uitgangspunt is genomen de veronderstelling dat stikstof de belangrijkste belemmerende factor is voor gewasgroei, en in het traject van stikstofdynamiek van deze proef een lineair verband met de opbrengst zal tonen. In Figuur 2 is de totale stikstofgift uitgezet tegen de vers opbrengst van de spinazie. Zoals te verwachten is er sprake van een zwak verband: de werkingscoëfficiënt van de verschillende mestsoorten verschilt namelijk aanzienlijk. 3
4 R 2 =.5649 opbrengst kg / ha N-gift totaal Figuur 2 Totale stikstofgift ten opzichte van vers opbrengst In Figuur 3 is de beschikbare stikstof uitgezet tegen de gewasopbrengs. De beschikbare stikstof betreft N-min bij aanvang, N uit autonome mineralisatie van de grond (46 kg gedurende gewasgroei) en N uit mineralisatie van mest. Daarbij is gemanipuleerd met de werkingscoëfficiënt van de mest om een zo groot mogelijke overeenkomst tussen meting en het veronderstelde rechtlijnige verband te komen. Dat heeft geresulteerd in de werkingscoëfficiënten zoals vermeld in. Enkele van de werkingscoëfficiënten zijn afwijkend van de veronderstelde werkingscoëfficiënten van Tabel 1 Mestgift. Dat wordt verderop besproken R 2 =.9574 Opbrengst kg / ha N-beschikbaar m est + N-m in + bodem Figuur 3 Totaal beschikbare stikstof ten opzichte van vers opbrengst 4
5 Tabel 3 Berekende werkingscoëfficiënt en werkzame stikstof werkzame stikstof Mestsoort Mestgift Werkings Gehalte N coëfficiënt Uit mest Uit mest + N-min + bodem kg/ha kg/ton vers -/- kg/ha kg/ha Vinasse Condit Luzerne korrels Luzerne Vers Controle 63 Monterra Montera Kippenmestkorrels Verenmeel In Tabel 4 staan de oogstgegevens van 1 juli. De versopbrengst is gemeten op een op het oog gekozen gemiddelde vierkante meter gewas en is daarmee minder hard dan de metingen van Droge Stof, N-totaal en Nitraat. De totale N-opname is berekend uit opbrengst en N-inhoud en is dus ook minder hard. De gegevens zijn op het eerste oog redelijk consistent. Tabel 4 Oogstgegevens 1 juli 21 Vers Totale DS N-tot NO3 Opbrengst N-opname g/kg Mestsoort % ds g/kg ds kg/ha kg/ha Vinasse Condit Luzerne korrels Luzerne Vers Controle Monterra Montera Kippenmestkorrels Verenmeel Het nitraatgehalte van spinazie kan hoog oplopen onder bepaalde omstandigheden. Vandaar dat het meegenomen is in de beoordeling. In Figuur 4 is geen goed verband tussen nitraatinhoud en totaal opbrengst. Wel heeft het gewas met de hoogste opbrengst (bemest met verse luzerne) ook verreweg de hoogste nitraatinhoud. In Figuur 5 is het totale N-gehalte uitgezet tegen het nitraatgehalte. Hier is wel sprake van een duidelijk verband: naarmate de totale N-inhoud hoger uitvalt stijgt het nitraatgehalte exponentieel. 5
6 45 Opbrengst kg / ha R 2 = nitraat g / kg ds Figuur 4 Relatie tussen nitraatinhoud en vers opbrengst 35 Nitraat gehalte g/kg y = 2E-12x R 2 = N-totaal gehalte g/kg Figuur 5 Relatie tussen N-totaal gehalte en nitraatgehalte In Figuur 6 en Figuur 7 is de relatieve N-benutting per mestsoort uitgerekend. Dat is de stikstofiinhoud van het geoogste gewas gedeeld door totale N-beschikbaarheid (Figuur 6) respectievelijk de totale N-gift (Figuur 7). De verschillen tussen de behandelingen zijn klein bij de vergelijking met beschikbare stikstof en aanzienlijk groter bij de vergelijking met N-totaal gift in de mest. 6
7 8 N-benutting in % tov N-beschikbaar Vinasse Monterra-2 Luzerne korrels Kippenmestkorrels Monterra-1 Luzerne Vers Verenm eel Condit Controle Figuur 6 N-benutting t.o.v. N-beschikbaar 6 N-benutting in % tov N-gift Luzerne korrels Luzerne Vers Vinasse Kippenmestkorrels Monterra-1 Montera-2 Verenm eel Condit Controle Figuur 7 N-benutting t.o.v. N-gift totaal in de mest De data van de proef zijn ingevoerd in het stikstofmodel NDICEA De modellering beschrijft de eerste drie metingen goed; de vierde meting valt bij alle negen berekeningen aanzienlijk lager uit dan het berekende niveau: het model voorspelt een (veel) te hoog N-niveau in de bodem op moment van oogst. Als voorbeeld is in Figuur 8 weergegeven het verloop van N-mineraal in de boven- en ondergrond. De spinazie groeide tussen de eerste en de vierde meting. 7
8 Figuur 8 Verloop N-mineraal bovengrond (-3 cm) en ondergrond (3-6 cm) In Figuur 9 is van alle behandelingen het verloop van N-min in -3 cm weergegeven. Daarbij is gebruik gemaakt van de werkingscoëfficiënt uit Tabel 3, omgezet naar de voor NDICEA van toepassing zijnde parameter Initial Age. Dat ging goed voor zeven van de negen bestanden. Voor vinasse bleek de omzetting van werkingscoëfficiënt naar Initial Age een zeer onrealistische grafiek op te leveren en moest de Initial Age verhoogd worden van 1 naar 2 om een reëel beeld te verkrijgen. De waarde 2 is op zijn beurt weer sterk afwijkend van andere ervaringen. Voor Monterra-1 bleek de verwachte Initial Age van 1,5 juist te hoog en moest, om een reëel verloop van de N-min te verkrijgen, verlaagd worden tot 1,2 (Tabel 5). Of dit een reele waarde is zal nog moeten blijken. Voor de interpretatie van de grafieklijnen dient u zich te realiseren dat de lijn een resultante is van toevoer van stikstof (uit bodem en mest) en afvoer (gewasopname, uitspoeling, denitrificatie). Het beeld is echter duidelijk: de controle komt nooit hoog, Luzerne vers komt ondanks de hoogste opbrengst en N-opname het hoogst van allen, etc N-mineraal -3 cm (kg/ha) Vinasse Condit Luzerne korrels Luzerne vers Controle Monterra-1 Monterra-2 Kippenm est Verenm eel Weeknummer Figuur 9 Verloop N-mineraal -3 cm. De spinazie groeide tussen week 124 en 133 8
9 Tabel 5 Verwachte en geconstrueerde Initial Age in NDICEA. Geel gearceerd de afwijkingen. Mest Werk Coeff Initial Age verwacht Initial Age Ndicea Vinasse Condit Luzerne korrels Luzerne Vers Controle Monterra Monterra Kippenmestkorrels Verenmeel Bespreking en conclusies Voor de volledigheid wordt hier herhaald: de proef is zonder herhalingen uitgevoerd en alle conclusies kunnen uitsluitend als indicatie opgevat worden. Bespreking De metingen aan N-mineraal in de grond en aan de geoogste spinazie zijn behoorlijk consistent. Dat maakt het mogelijk om, zonder dat de proef in herhalingen is uitgevoerd, toch wat voorzichtige uitspraken te doen. Als uitgangspunt is genomen 17 kg N-beschikbaar uit mest, waarbij een veronderstelde werkingscoëfficiënt werd aangehouden. Hier zijn twee kanttekeningen bij te plaatsen. Ten eerste zit in het begrip werkingscoëfficiënt een tijdsfactor: een groeiseizoen. Aangezien spinazie slechts 6 tot 9 weken op het veld staat kan maar een deel van de stikstof gemineraliseerd worden. Ter illustratie is berekend dat gedurende de groei van de spinazie uit het verenmeel slechts 18 kg N is vrijgekomen en niet 17, bij een veronderstelde werkingscoëfficiënt van 1. Ten tweede lijkt de veronderstelde werkingscoëfficiënt in deze proef bij enkele mestsoorten bijgesteld te moeten worden (Tabel 6). De werking van de luzerne korrels is aanzienlijk lager dan verondersteld, en dat geldt ook voor de kippenmestkorrels. Ook de Monterra-1 korrels krijgen vooraf een lagere werking toegekend dan de Monterra-2, maar de NDICEA modellering (Tabel 5) wijst toch op een wat snellere werking. De werking van de twee Monterra korrels zullen elkaar dus niet veel ontlopen. De werking van Vinasse geeft tegengestelde resultaten bij de twee benaderingswijzen (berekende werkingscoëfficiënt versus Initial Age in NDICEA) die niet goed verklaarbaar zijn. Een Inital Age van 2, voor Vinasse is echter behoorlijk onwaarschijnlijk terwijl een werkingscoëfficiënt van 1, wel overeenkomst met eerdere ervaringen. Bijkomend probleem is de wisselende samenstelling van Vinasse, zowel wat betreft totaal N gehalte als wat betreft het aandeel N-mineraal van de totale N. Verschillende analyses resulteren in een aandeel N-mineraal ten opzichte van N-totaal van 2 tot >5% (hier niet getoond). 9
10 Tabel 6 Veronderstelde en berekende werkingscoefficient. Geel gemarkeerd de substantiele afwijkingen. Mest Werkingscoefficient Verondersteld Berekend Vinasse.8.8 Condit.8.8 Luzerne korrels.5.25 Luzerne Vers.5.6 Controle Monterra Montera Kippenmestkorrels.8.5 Verenmeel 1 1 Een hoge (beschikbare) stikstofgift leidt tot hogere opbrengsten maar heeft het risico in zich van nitraatophoping in het product. Dat komt zeer duidelijk tot uitdrukking in Figuur 5 Relatie tussen N-totaal gehalte en nitraatgehalte. Het is echter niet zo dat een hogere opbrengst per definitie leidt tot hogere nitraatgehaltes (Figuur 4 Relatie tussen nitraatinhoud en vers opbrengst). De relatie tussen mestsoort, N-beschikbaarheid en nitraatinhoud van het gewas kan op basis van deze proef niet verder uitgediept worden. De verse luzerne geeft verreweg de hoogste opbrengst, maar dat kan voor een groot deel verklaard worden door de aanzienlijk grotere hoeveelheid toegediende stikstof in vergelijking met de andere mestsoorten. Dat hoeft dus geen verdienste te zijn van de mestsoort als zodanig. Binnen NDICEA kan niet berekend worden wat het opbrengstpotentieel zou zijn geweest indien 17 kg N in de vorm van verse luzerne zou zijn opgebracht. De stikstofbenutting ten opzichte van N-beschikbaar (Figuur 6) loopt uiteen van 23% tot 36%. Dit ligt in de zelfde orde van grootte als in metingen in 29 bij een zomerspinazie (Scholberg et al, 21). Hierbij moet in gedachte worden gehouden dat er vóór aanvang van de teelt al ruim 2 kg stikstof in de bouwvoor aanwezig was, en dat daar tussen 4 mei en 1 juli nog 46 kg N uit de bodem is toegevoegd (Berekening NDICEA). Samen is dat een behoorlijke hoeveelheid vergeleken met de mestgift. De controle (zonder mest) kan daarvan 73% benutten. Dit betekent dat mestgiften met een trage werking (lage werkingscoëfficiënt, hoge Initial Age) ongeschikt zijn voor zo n kort durende teelt als de spinazieteelt: als er weinig gestrooid wordt voegt het weinig toe, als er veel gestrooid wordt kan het gewas er wel van profiteren maar blijft er heel veel stikstof over na de teelt die dan alsnog benut moet zien te worden. Er moet dus in gedachte worden gehouden dat een hoge benutting ten opzichte van N-beschikbaar niet alleen maar goed is: als de beschikbaarheid uit de mest laag is kan de spinazie een hoge benutting laten zien, maar hoeft de opbrengst nog niet goed te zijn, kan er veel stikstof overblijven en kan er potentieel veel stikstof alsnog verloren gaan. De benutting ten opzichte van de N-gift (Figuur 7) laat een ander beeld zien en vertoont grote overeenkomst, zoals verwacht, met de werkingscoëfficiënt. De mestsoorten met een werkingscoëfficiënt van,8 of 1, doen het goed. Tegen de verwachting is scoort vinasse in beide beoordelingen nogal slecht. Dit is niet goed verklaarbaar. Er zit ook al een tegenstelling tussen de twee berekeningswijzen van de werking, dus er klopt mogelijk iets niet met de data of we snappen iets niet goed. De luzerne korrels doen het slecht. Dat is ook de ervaring in een andere proef (Van der Burgt en Timmermans, 21) waarbij luzerne korrels en luzerne poeder zeer weinig werking lieten zien in een voorjaarsteelt spinazie. 1
11 Het verloop van N-mineraal (Figuur 9) is niet verrassend. Naarmate er meer stikstof beschikbaar komt (door hogere werkzaamheid en/of door hogere gift komt de lijn hoger te liggen: de stikstof opname neemt minder toe dan de stikstof beschikbaarheid. Daarom ligt de controle het laagst en de luzerne vers het hoogst. Vinasse ligt in het midden: dat komt door de Initial Age van 2 wat een lage werking veroorzaakt. Zoals gezegd is dat niet een erg waarschijnlijke waarde en moet de dataset van Vinasse binnen deze proef als onbetrouwbaar worden beschouwd. Conclusies Luzerne korrels en kippenmest korrels hebben in deze proef een lage werkingscoëfficiënt en zijn dus eigenlijk niet geschikt voor een korte teelt als spinazie. Kippenmestkorrels hebben bovendien nog een erg ongunstige N/P verhouding. Vinasse geeft tegenstrijdige resultaten en is daardoor niet goed te beoordelen. Normaal gesproken zou dit een prima meststof moeten zijn. Analyses van Vinasse laten een wisselend beeld zien wat betreft het aandeel N-mineraal in de meststof. Condit en Verenmeel, en in iets mindere mate Monterra-1 en Monterra-2 scoren goed. Verenmeel heeft de hoogste beschikbaarheid van stikstof op korte termijn. Bij Condit is, op advies van de producent, minder stikstof gegeven dan van de andere meststoffen. Dat blijkt niet terecht te zijn geweest: condit is niet beter of efficiënter dan bij voorbeeld Monterra. Eventuele werkingsverschillen tussen Monterra-1 en -2 kunnen op basis van deze gegevens niet geduid worden. Luzerne vers is redelijk efficiënt, maar minder dan Condit, Verenmeel en Monterra-1 en -2. Het feit dat er aanzienlijk meer is toegediend dan van de andere mestsoorten vertroebelt het beeld wel. Bij verse luzerne moet rekening worden gehouden met een langere nawerking dan bij voornoemde vier mestsoorten. Anders gezegd: verse luzerne is geschikter voor teelten met een langere groeiduur dan spinazie 11
Naar 95% benutting van N uit kunstmest Herman de Boer Divisie Veehouderij, Animal Sciences Group (Wageningen UR), Lelystad
Naar 95% benutting van N uit kunstmest Herman de Boer Divisie Veehouderij, Animal Sciences Group (Wageningen UR), Lelystad Opbouw presentatie Hoezo 95% benutting? Waarom nieuw onderzoek aan vloeibare kunstmest?
Naar 95% benutting van N uit kunstmest. Herman de Boer Divisie Veehouderij, Animal Sciences Group (Wageningen UR), Lelystad
Naar 95% benutting van N uit kunstmest Herman de Boer Divisie Veehouderij, Animal Sciences Group (Wageningen UR), Lelystad Opbouw presentatie Hoezo 95% benutting? Waarom nieuw onderzoek aan vloeibare kunstmest?
Is spuiwater een volwaardig alternatief voor minerale meststoffen in de aardappelteelt?
Is spuiwater een volwaardig alternatief voor minerale meststoffen in de aardappelteelt? J. Bonnast (BDB), W. Odeurs (BDB) Samenvatting Het optimaliseren van de teelttechniek is een uitdaging voor iedere
N-systemen in wintertarwe
N-systemen in wintertarwe Inleiding HLB BV en Proeftuin Zwaagdijk voerden het project N-systemen in wintertarwe uit in opdracht van Productschap Akkerbouw in de periode 2010-2012. Doelstelling van het
Stikstofbemesting bij biologische aardappelen
Stikstofbemesting bij biologische aardappelen A. Beeckman (Inagro), J. Rapol (Inagro), L. Delanote (Inagro) Samenvatting Uit proeven van voorgaande jaren kwam naar voor dat stalmest te traag werkt om optimaal
Fractioneren van de stikstofbemesting in aardappelen 6 jaar proeven
Fractioneren van de stikstofbemesting in aardappelen 6 jaar proeven V. De Blauwer (Inagro), W. Odeurs (BDB), M. Goeminne (PCA) Samenvatting Het is moeilijk voor een teler om het nitraatresidu na de teelt
Tips voor het uitvoeren van bemestingsproeven
Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen Tips voor het uitvoeren van bemestingsproeven Inleiding De CBGV baseert haar adviezen bij voorkeur op zoveel mogelijk proefresultaten. Resultaten moeten daarbij
Proefopzet In tabel 1 zijn enkele gegevens over het proefveld weergegeven.
13 Het effect van N-bodembemesting al of niet in combinatie met N-bladbemesting met Urean op de opbrengst van consumptieaardappelen Door Ir. H.J. Russchen, Ing. A. Mager (ALTIC) Inleiding In 26 is door
Het effect van het toepassen van ORGAplus Sierteelt of Hi-Cal op de opbrengst en maatsortering van tulpen op kalkrijke zavelgrond in 2008
Het effect van het toepassen van ORGAplus Sierteelt of Hi-Cal op de opbrengst en maatsortering van tulpen op kalkrijke zavelgrond in 2008 Projectnr. 08-7011ORGAplus Alle rechten voorbehouden. Niets uit
Toepassing van Agro-Vital en Agriton bemestingsproducten in de teelt van zaaiuien.
Toepassing van Agro-Vital en Agriton bemestingsproducten in de teelt van zaaiuien. In opdracht van: Agro-vital/Agriton Molenstraat 10-1, 8391 AJ Noordwolde Fr, The Netherlands Uitgebracht door: N.G. Boot
BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009)
- 1 - BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit ) Let wel: de proeven aangelegd door het LCG in 2009 werden uitgevoerd conform de bemestingsnormen die van kracht waren in 2009. Deze bemestingsnormen van 2009 zijn
Bemestingsproef snijmaïs Beernem
Bemestingsproef snijmaïs Beernem 1. Context Het onderzoek richt zich op het bereiken van innovatieve strategieën om agro- en bio-industriële nutriëntenrijke stromen te recycleren. Het agronomische en ecologische
HUMUSZUREN ALS HULPMIDDEL VOOR DE OPTIMALISATIE VAN
HUMUSZUREN ALS HULPMIDDEL VOOR DE OPTIMALISATIE VAN OPBRENGST EN KWALITEIT VAN RAAIGRAS BIJ VERMINDERDE BEMESTING Greet Verlinden, Thomas Coussens en Geert Haesaert Hogeschool Gent, Departement Biowetenschappen
Invloed van ph op de N-mineralisatie Jan Bries, Stijn Moermans. Bodemkundige Dienst van België W. de Croylaan Heverlee
Invloed van ph op de N-mineralisatie Jan Bries, Stijn Moermans Bodemkundige Dienst van België W. de Croylaan 48 3001 Heverlee www.bdb.be ph in relatie tot N ph beïnvloedt opneembaarheid nutriënten te zuur
TOLALG14SPZ_BM08 (Blad)bemestingsproef in najaarsspinazie voor industriële verwerking met voorteelt Tarwe.
TOLALG14SPZ_BM08 (Blad)bemestingsproef in najaarsspinazie voor industriële verwerking met voorteelt Tarwe. Doel Rekening houdende met N-vrijstelling/immobilisatie uit oogstresten van de voorteelt gedeeltelijk
NutriNorm.nl. Op NutriNorm vindt u praktische en onafhankelijke informatie over bemesting, meststoffen, bodem en strooien.
NutriNorm.nl Op NutriNorm vindt u praktische en onafhankelijke informatie over bemesting, meststoffen, bodem en strooien. Wij werken samen met onze kennispartners: Eurofins Agro, WageningenUR, Louis Bolk
Maaimeststof: een volwaardig alternatief voor stalmest? Inleiding Doel en context Proefopzet Inagro ILVO (a) (b) Figuur 1 Tabel 1
Maaimeststof: een volwaardig alternatief voor stalmest? Bram Vervisch, Annelies Beeckman, Johan Rapol, Lieven Delanote, Victoria Nelissen, Koen Willekens Inleiding Proeven de voorbije jaren hebben aangetoond
Bemesting Gras Hogere ruwvoeropbrengst
Bemesting Gras 2017 Hogere ruwvoeropbrengst oktober 2016 Top Flow entec fl voor in drijfmest Top Flow entec fl: hogere benutting stikstof uit drijfmest Plant N 2 O lachgas Organische stikstof Mineralisatie
25 jaar biologische teelt op zandgrond: waar staan we nu?
25 jaar biologische teelt op zandgrond: waar staan we nu? Resultaten van systeemonderzoek Bodemkwaliteit op Zand van WUR proeflocatie Vredepeel 24 januari 2019, Janjo de Haan, Marie Wesselink, Harry Verstegen
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw. Het effect van N-bemesting op de (energie)opbrengst van wintertarwe
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw Het effect van N-bemesting op de (energie)opbrengst van wintertarwe Het effect van N-bemesting op de (energie)opbrengst van wintertarwe Opdrachtgever: Auteur:
Het beste tijdstip om grasland te vernieuwen
Het beste tijdstip om grasland te vernieuwen Auteur Alex De Vliegher 16/04/2014 www.lcvvzw.be 2 / 7 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave... 3 Wanneer grasland vernieuwen in het najaar? Wanneer in het voorjaar?...
Biologische bloemkool heeft voordeel bij kleine startbemesting: ook verse grasklaver volstaat
Biologische bloemkool heeft voordeel bij kleine startbemesting: ook verse grasklaver volstaat Annelies Beeckman, Lieven Delanote, Johan Rapol Bij vroege en stikstofbehoevende teelten zoals bloemkool is
Beproeving mineralenconcentraten en spuiwater in diverse gewassen. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving. Inhoud
Beproeving mineralenconcentraten en spuiwater in diverse gewassen Resultaten uit onderzoek PPO en andere WUR-instituten Willem van Geel, PPO-AGV, 8-11-2012, Bergeijk Praktijkonderzoek Plant & Omgeving
CCBT-project: Optimalisatie bemesting in de biologische kleinfruitteelt
CCBT-project: Optimalisatie bemesting in de biologische kleinfruitteelt Doelstelling: Inzicht in nutriëntenbehoefte en analyses (bodem, blad, plantsap, nitraatresidu) bij de biologische teelt van kleinfruit
Wintergerst als groenbemester en stikstofvanggewas. W.C.A. van Geel & H.A.G. Verstegen
Winter als groenbemester en stikstofvanggewas W.C.A. van Geel & H.A.G. Verstegen Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector AGV PPO nr. 3253013350 juni 2008 2008 Wageningen, Praktijkonderzoek Plant
BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009)
BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009) Let wel: de proeven aangelegd door het LCG in 2009 werden uitgevoerd conform de bemestingsnormen die van kracht waren in 2009. Deze bemestingsnormen
Organische stof what else? Marjoleine Hanegraaf
Organische stof what else? Marjoleine Hanegraaf Vraagstelling Aanleiding: Vuistregel voor de afbraak: 2% per jaar (range 1.6 2.4%) 1 Ervaringsfeit veel telers: variatie in de afbraak, mogelijk >2% Onderzoeksvraag:
Vruchtkwaliteit. Meer is zeker niet altijd beter!!! Stikstofbemesting. Bemesting bij appel en peer. Er zijn zeer grote jaarsinvloeden
6 Bemesting bij appel en peer Vruchtkwaliteit Ann Gomand 18 januari 19 Meer is zeker niet altijd beter!!! Proefcentrum Fruitteelt vzw Fruittuinweg 1, B 38 Sint Truiden 3 ()11 69 7 8 [email protected]
ir. L. Delanote, ir. A. Beeckman PCBT vzw Kruishoutem, 16 maart 2011
ir. L. Delanote, ir. A. Beeckman PCBT vzw Kruishoutem, 16 maart 2011 De vruchtbaarheid en de biologische activiteit van de bodem worden behouden en verbeterd - Door de teelt van vlinderbloemigen, groenbemesters
Interpretatie van de resultaten van NDICEA.
van de resultaten van NDICEA. 1. Vooraf Als het goed is heeft u minimaal drie jaar ingevuld: het jaar waarin u geïnteresseerd bent met de twee daaraan vooraf gaande jaren. Dat heef te maken met de eigenschappen
Strategieën voor graslandbemesting
Strategieën voor graslandbemesting Auteurs An Schellekens Joos Latré In samenwerking met Luc Van Dijck 7/04/2014 www.lcvvzw.be 2 / 8 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave... 3 Inleiding... 5 Effecten van soort van
Aandachtspunten literatuurstudie. Naar een verantwoorde N- en P- bemesting van sportvelden en minimale uitspoeling. Conclusies deskstudie: N
Naar een verantwoorde N- en P- bemesting van sportvelden en minimale uitspoeling Wim Bussink Romke Postma Aandachtspunten literatuurstudie Mineralisatie uit niet afgevoerd maaisel Bespelingsint.+ maaifreq
Bereken voor uw akker- en groentepercelen eenvoudig zelf: de organische koolstofevolutie de stikstof- en fosforbalans
Demetertool Vlaanderen is open ruimte Bereken voor uw akker- en groentepercelen eenvoudig zelf: de organische koolstofevolutie de stikstof- en fosforbalans LNE Groenbedekker Gele mosterd De online Demetertool
Aardappelen: meer dynamiek, minder nutriënten
Aardappelen: meer dynamiek, minder nutriënten 2 maart 27 Ir. Veerle De Blauwer Inhoud Situtatieschets bij aardappelen Toegepaste technieken Resultaten Conclusies Reststikstof Kg NO 3 - N/ha 24 (x12) 25
Bodem en bemesting: Regelgeving, knelpunten en kansen voor de biologische glastuinbouw. Willemijn Cuijpers (LBI) Oude Leede, 4 februari 2010
Bodem en bemesting: Regelgeving, knelpunten en kansen voor de biologische glastuinbouw Bedrijvennetwerk Bodem & Bemesting Willemijn Cuijpers (LBI) Oude Leede, 4 februari 2010 De randvoorwaarden: gebruiksnormen
DE N-BEMESTING VAN KLAVER EN LUZERNE, AL DAN NIET GEMENGD
DE N-BEMESTING VAN KLAVER EN LUZERNE, AL DAN NIET GEMENGD MET RAAIGRASSEN. Alex De Vliegher Vlaamse overheid, Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) Eenheid Plant: Teelt en Omgeving De teelt
Te kort aan (kunst)mest? Hoe verdeel ik de kunstmest dynamisch?
Te kort aan (kunst)mest? Hoe verdeel ik de kunstmest dynamisch? Wim Bussink, NMI Nijkerk, 20 februari 2014 Complementair aan CBGV werk Materiaal deels deze afkomstig uit studies met PZ financiering Elke
N-index: wat zeggen de cijfers?
Beste klant, N-index: wat zeggen de cijfers? U heeft een analyse ontvangen van de Bodemkundige Dienst met bepaling van de N-index en met het bijhorend N-bemestingsadvies. Hieronder vindt u een verduidelijking
Bodemverbeterende maatregelen en stikstofdynamiek
Bodemverbeterende maatregelen en stikstofdynamiek Koen Willekens Bart Vandecasteele Greet Ruysschaert Tommy D Hose Luc Dereycke Lieven Delanote Stefaan De Neve 9 oktober 2014 CriNglooP Collectief Instituut
Groenbemesters 2015-2016. Een vruchtbare investering
Groenbemesters 2015-2016 Een vruchtbare investering Beste akkerbouwer, Gezondheid, structuur en een goed bodemleven van de bodem verbeteren de opbrengst van teeltgewassen en hiermee ook uw bedrijfsresultaat.
ca«. PROEFSTATION VOOR TUINBOUW ONDER GLAS 223 '2^2- hm/pap/csstikst Stikstofvormen bij intensieve bemestingssystemen voor kasteelten C.
Bibliotheek Proefstation Naaldwijk dciiuwijrv.. a hm/pap/csstikst 3 C ca«. 74 o^0 P GL^ t PROEFSTATION VOOR TUINBOUW ONDER GLAS Stikstofvormen bij intensieve bemestingssystemen voor kasteelten C. Sonneveld
Handleiding kort NDICEA 5.4.4
Handleiding kort NDICEA 5.4.4 Eerste maal installeren Vanaf CD: Plaats de CD-rom in het station. Ga via Windows verkenner of via "Deze computer" naar het station en dubbelklik op Setup.exe. De installatie-wizzard
Beter Bodembeheer de diepte in
Beter Bodembeheer de diepte in 6 april 2017 Nijkerk Partners in PPS Duurzame Bodem: LTO Nederland, NAV, Brancheorganisatie Akkerbouw (Penvoerder), Agrifirm, IRS, Suiker Unie, AVEBE, CZAV, NAO, Bionext
Satellietbedrijf Graveland
Satellietbedrijf Graveland Rapportage 2016 Algemeen Bedrijfsgegevens Naam:Firma Graveland Adres: Bosweg 5A, 7958 PZ Koekange Het bedrijf van Wout Graveland telt circa 100 stuks melkkoeien en 65 stuks jongvee.
Handleiding NDICEA 6.2
Handleiding NDICEA 6.2 Eerste maal installeren Vanaf gedownloade Setup: Dubbelklik op de Setup en volg de instructies. De installatie-wizzard leidt u verder. De voorkeurslokatie voor het programma is:
Satellietbedrijf Tiems
Satellietbedrijf Tiems Rapportage 2016 Algemeen Bedrijfsgegevens Naam:Maatschap Tiems-Cazemier Adres: Molenberg 2 9567 PP Anloo Het bedrijf van Henk Tiems telt ruim 100 stuks melkkoeien en 70 stuks jongvee.
Naar een betere inschatting van de afbraak van bodemorganische stof
Naar een betere inschatting van de afbraak van bodemorganische stof Marjoleine Hanegraaf (NMI) Saskia Burgers (Biometris) Willem van Geel (PPO) Themamiddag Bemesting Akkerbouw CBAV Nijkerk, 2 februari
Bodemvruchtbaarheid Flevoland in gevaar Bemesting op maat!
Bodemvruchtbaarheid Flevoland in gevaar Bemesting op maat! Back to the roots. www.tenbrinkebv.nl Agenda Doelstelling bemestingsproeven bloembollen. Resultaten zichtbaar gemaakt. Conclusie meerjarig onderzoek.
DCM Xtra-MIX X 1 Organisch-minerale meststof met extra lange gecontroleerde werking
INNOVATIE www.dcm-info.com DCM Xtra-MIX X 1 Organisch-minerale meststof met extra lange gecontroleerde werking DCM Xtra-MIX 1 NPK 16-3-8 32 % OS MINIGRAN TECHNOLOGY FAST N 120-150 ORGANIC N LONG LASTING
meststoffen rijenbemesting in mais groei door kennis
meststoffen 2013 rijenbemesting in mais groei door kennis Maismaster Mais is een gewas wat van oudsher heel goed reageert op een rijenbemesting. Al decennia worden NP meststoffen toegepast in de rij bij
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw Vergelijking van de efficiëntie van fungiciden tegen valse meeldauw in groene erwt - eigen onderzoek 1 Efficiëntie van middelen tegen valse
VELDSLA ONDER GLAS 2015
VELDSLA ONDER GLAS 2015 Zaaidichtheid 4 e gamma (winter 2015-2016 ) TOAGLA15VSL_TT01 Onderzoek financieel gesteund door GMO. Doel Nagaan wat de invloed is van de zaaidichtheid op opbrengst en geel blad.
BioKennis bericht. Groene maaimeststoffen
BioKennis bericht Groene maaimeststoffen Groene meststoffen en het sluiten van kringlopen. Hier ligt een uitdaging voor akkerbouwers en groentetelers. Door zoveel mogelijk stikstof uit de lucht te vangen
Bodemvruchtbaarheid bemestingsstrategie voor vruchtbare en levende bodem
b o k a s Verslag 25 Bodemvruchtbaarheid bemestingsstrategie voor vruchtbare en levende bodem Willemijn Cuijpers & GeertJan van der Burgt (LBI) Wim Voogt & Aat van Winkel (WUR) Dit verslag is tot stand
Fine-tuning van bemesting door bladsapanalyses?
Fine-tuning van bemesting door bladsapanalyses? Meststoffen worden in de meeste gevallen toegediend aan de planten via de bodem, zeker bij bioteelten. Maar wat van die meststoffen komt wanneer in de plant
Rijenbemesting met drijfmest bij snijmaïs. Inleiding. Rijenbemesting. Plaatsing van meststoffen. Effect van plaatsing
Rijenbemesting met drijfmest bij snijmaïs Inleiding Willem van Geel en Gerard Meuffels, PPO-AGV Effect rijenbemesting op mineralenbenutting en gewasgroei stikstof, fosfaat, kali Rijenbemesting met drijfmest
AGRITON Inhoudsopgave:
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Inhoudsopgave: 1. Doel proef.... 2 2. Proefgegevens.... 2 3. Objecten... 2 4. Resultaten... 4 4.1 Algemeen... 4 4.2 Resultaten
Begeleidingscommissie Bodem Vredepeel. 15 december 2015 Janjo de Haan, Harry Verstegen, Marc Kroonen
Begeleidingscommissie Bodem Vredepeel 15 december 2015 Janjo de Haan, Harry Verstegen, Marc Kroonen Programma Mededelingen Eerste resultaten 2015 Teeltseizoen 2015 Opbrengsten Eerste resultaten uitspoelingsmetingen
4.17. ORGANISCHE BODEMVERBETERING - LANGE TERMIJNPROEF SEIZOEN 2002 (TWEEDE TEELTJAAR): HERFSTPREI
4.17. ORGANISCHE BODEMVERBETERING LANGE TERMIJNPROEF SEIZOEN 22 (TWEEDE TEELTJAAR): HERFSTPREI (in samenwerking met de Vlaamse Compostorganisatie, VLACO) DOEL In een lange termijnproef wordt de bodemverbeterende
Bemesting en uitbating gras(klaver)
Bemesting en uitbating gras(klaver) Alex De Vliegher ILVO-Plant T&O Melle, 10 november 2011 Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek Eenheid Plant www.ilvo.vlaanderen.be Beleidsdomein Landbouw en
Minder en Anders Bemesten
Minder en Anders Bemesten Onderzoeksresultaat akkerbouw op klei. Maaimeststoffen bij aardappel, Van Strien 2010 Geert-Jan van der Burgt, Bart Timmermans, Coen ter Berg In Nederland vindt het meeste onderzoek
Grondgebondenheid = Eiwit van eigen land
Grondgebondenheid = Eiwit van eigen land Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door: Gerjan Hilhorst WUR De Marke Inhoud Resultaten (waar staan we?) Vergelijking laag en hoog scorende bedrijven Resultaten
ORGANISCHE STOF BEHEER
ORGANISCHE STOF BEHEER Weet wat je bodem eet! Anna Zwijnenburg van A tot Z landbouwadvies EVEN VOORSTELLEN Zelfstandig landbouwadviseur voor de akkerbouw/groenvoeder gewassen voor de thema s bodem, vruchtwisseling
Naaldwijk, juni Intern rapport nr. 24.
/ H 7 S f- 2-1 ƒ ^ ô PROEFSTATION VOOR TUINBOUW ONDER GLAS TE NAALDWIJK i-tux.-l/t-i/"", 2. S" 0 y Onderzoek naar de kopervoorziening van komkommers geteelt in steenwol (1977). door : S.J. Voogt en C.
Teelthandleiding. 4.7 magnesiumbemesting
Teelthandleiding 4.7 magnesiumbemesting 4.7 Magnesiumbemesting... 1 4.7 Magnesiumbemesting Versie: mei 018 Op zand-, dal- en lössgronden kan men magnesiumgebrek voorkomen door te zorgen voor een voldoend
Maïs bemesten: oude principes, nieuwe technieken
Maïs bemesten: oude principes, nieuwe technieken Auteurs Wendy Odeurs en Jan Bries Joos Latré Dieter Cauffman en Koen Vrancken Jef Verheyen Gert Van de Ven 14/03/2014 www.lcvvzw.be 2 / 13 INHOUDSOPGAVE
In een handomdraai een diepgroen gazon zonder mos en onkruid!
Gazonwijzer In een handomdraai een diepgroen gazon zonder mos en onkruid! Onkruidbestrijder zorgt ervoor dat de meest voorkomende onkruiden, zoals klaver, boterbloem, paardebloem,, verdwijnen. Ijzerchelaat
7 Bemesting. 7.1 Bemesting met organische mest. 7.2 Mineralenverlies. 7.3 Mineralenbalans per perceel
7 Bemesting De biologische landbouw is milieuvriendelijk omdat ze geen gebruik maakt van bestrijdingsmiddelen en kunstmest. De bemesting wordt uitgevoerd met organische mest. Het probleem dat hierbij optreedt
Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij
Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij Onderzoek naar een gelijkmatiger exportaanbod van Surinaamse groenten Inleiding De productie en het export aanbod van Surinaamse groenten verloopt onregelmatig
Stikstofvoorziening uit maaimeststoffen
Stikstofvoorziening uit maaimeststoffen Bedrijfsontwerp Geert-Jan van der Burgt Coen ter Berg Joost van Strien Jan Bokhorst Een uitgave van het Louis Bolk Instituut in samenwerking met In Nederland vindt
Stikstofbemesting en stikstofbehoefte van granen: hoe op elkaar afstemmen?
Stikstofbemesting en stikstofbehoefte van granen: hoe op elkaar afstemmen? Piet Ver Elst, Jan Bries, Bodemkundige Dienst van België De Bodemkundige Dienst van België voert jaarlijks een groot aantal analyses
Projectnr ORGAplus
Het effect van het toepassen van ORGAplus Sierteelt of Hi-Cal voor het planten van tulpen op de opbrengst en maatsortering op kalkrijke zavelgrond in 2007 Projectnr. 07-6012ORGAplus Alle rechten voorbehouden.
Praktijkgerichte oplossingen voor organische stofopbouw in biologische landbouw onder MAP 5
Praktijkgerichte oplossingen voor organische stofopbouw in biologische landbouw onder MAP 5 Projectduur: 1 januari 2016 31 december 2017 Financiering: Verantwoordelijke: Partners: Praktijkgerichte oplossingen
Invloed van stikstofniveau en -deling op eiwitgehalte en opbrengst van zetmeelaardappelen.
Invloed van stikstofniveau en -deling op eiwitgehalte en opbrengst van zetmeelaardappelen. Ing. K.H. Wijnholds Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Businessuni Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroente
Programma voor vandaag:
Aardappelteelt Programma voor vandaag: Standdichtheid en benodigde hoeveelheid pootgoed Bemesting van aardappelen Opdrachten no.2 Pauze 10:30 10:45 PowerPoint presentatie / werk in groepen Opdrachten no.
RUWVOER+ Optimaliseer uw ruwvoerproces
Grasgroen meststoffen 2016 RUWVOER Optimaliseer uw ruwvoerproces We nemen het dier als uitgangspunt, want zij maakt ruwvoer tot waarde. Onze Ruwvoer aanpak biedt betere handvatten ter optimalisatie van
