Advies over studierendement
|
|
|
- Cornelis Geerts
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Raad Hoger Onderwijs 11 juni 2013 RHO-RHO-ADV-008 Advies over studierendement Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T F [email protected]
2 Advies op eigen initiatief Uitgebracht door de Raad Hoger Onderwijs op 11 juni 2013 met 16 stemmen voor Voorbereiding: werkgroep Studierendement, onder voorzitterschap van Bert Hoogewijs Dossierbeheerder(s): Isabelle De Ridder
3 1 Waarom nadenken over studierendement? De Vlaamse Onderwijsraad stelt vast dat studierendement steeds meer aan belang wint in het hoger onderwijs, bijvoorbeeld in het kader van (interne en externe) kwaliteitszorg. Daarbij merkt de raad ook op dat niet alle partners eenzelfde definitie voor studierendement hanteren, wat vergelijkbaarheid bemoeilijkt. In dit advies gaat de raad na welke verschillende definities in omloop zijn en of het zinvol is om een eenvormige definitie naar voren te schuiven. En zo ja, welke? Daarnaast stelt zich de vraag of er kritische succesfactoren te onderscheiden zijn die studierendement beïnvloeden en waarop instellingen en/of studenten kunnen inspelen. En zo ja, welke zijn die dan? De Vlor vindt het belangrijk om na te denken over studierendement. Bij overeenstemming over de betekenis, kan dit concept een goede indicator zijn in het maatschappelijke debat over succesvolle in- en doorstroom van een alsmaar groeiende en meer diverse groep studenten in het (steeds complexere) hoger onderwijs. 2 Wat is studierendement? 2.1 Beschikbare definities In de onderzoeksliteratuur In de onderzoeksliteratuur wordt studierendement gebruikt als een maat om uitspraken te doen over bijvoorbeeld de studievoortgang van doelgroepen 1, studiesucces in bepaalde opleidingen 2, en rendement in functie van toelatingsbeleid. 3 De definities die deze studies hanteren voor studierendement zijn (doorgaans) kwantitatief van aard. Ze houden rekening met het aantal verworven studiepunten, met de studieduur, met de studie-uitval of met een combinatie van die indicatoren. De onderzoeksliteratuur hanteert dus niet één vaststaande definitie van studierendement. Bovendien worden er in de literatuur enge en bredere invullingen aan gegeven. Verschillende concepten (zoals studierendement, studiesucces, studievoortgang, etc.) liggen zeer dicht bij elkaar, worden door elkaar gebruikt, en overlappen met elkaar In het kader van kwaliteitszorg Accreditatiekaders en visitatieprotocollen In de accreditatiekaders die van toepassing waren tot wordt onderwijsrendement gehanteerd. De term wordt niet expliciet gedefinieerd, maar voor de beoordeling van het onderwijsrendement wordt aangegeven dat opleidingen streefcijfers moeten formuleren en daarbij moeten vergelijken met relevante andere opleidingen. Het onderwijsrendement van opleidingen moet voldoen aan deze streefcijfers. De hieraan gekoppelde visitatieprotocollen leveren volgende informatie op: 1 Berings, D. & Hulselmans, M Diversiteit en studiesucces in een Brusselse instelling voor hoger onderwijs, Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 29, pp Berings, D., Colpaert, T., & B. Koopmans Predictoren van het studierendement in Handels-wetenschappen en Handelsingenieur. Brussel: HUBrussel. 3 Hoornaert, J Toelatingsbeleid en studierendement in het hoger onderwijs in Duitsland, Frankrijk, Nederland, Groot-Brittannië en Vlaanderen. Leuven: KULeuven. 4 Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs Vlaanderen 1 ste ronde. 1 september Den Haag: NVAO. 1
4 In de visitatieprotocollen van 2005 wordt onderwijsrendement gerelateerd aan concepten als gemiddelde studieduur, studie-uitval, slaagcijfers en een analyse van doorstroomgegevens. 5 De visitatieprotocollen van vermelden studierendement en studie-efficiëntie. Studierendement wordt echter niet apart gedefinieerd. Het wordt geassocieerd met: studieduur: het aantal academiejaren (of semesters) waarna het diploma wordt behaald sinds de eerste inschrijving voor deze opleiding; studie-efficiëntie: de verhouding tussen het aantal studiepunten waarvoor men de facto creditbewijzen behaalde en het aantal studiepunten waarvoor de student zich tijdens zijn studieloopbaan in deze opleiding één of meerdere keren heeft ingeschreven, uitgedrukt in intervallen. 7 In de accreditatiekaders wordt doorstroomrendement en diplomarendement gebruikt. Deze termen worden in het kader niet gedefinieerd. In de hieraan gekoppelde ontwerpvisitatieprotocollen van wordt bij studierendement verwezen naar de gegevens die de Vlaamse overheid aanlevert vanuit de DHO (Databank Hoger Onderwijs). In deze zogenaamde benchmarkrapporten gebruikt de overheid studierendement en definieert het als volgt: De ratio van het totaal aantal verworven studiepunten ten opzichte van het totaal aantal opgenomen studiepunten met impact op leerkrediet in een opleiding (dwz: waarvoor niet tijdig werd uitgeschreven om leerkrediet terug te krijgen). Het studierendement wordt dus berekend met de geaggregeerde studiepunten op het niveau van de opleiding NVAO-definities voor de Nederlandse context 11 Voor masteropleidingen (hbo/wo) wordt rendement voor voltijdse studenten 12 gedefinieerd als het aandeel van het totaal aantal voltijd masterstudenten dat het masterdiploma haalt in de nominale studieduur + één jaar, zo mogelijk voor de laatste drie cohorten. Bij de bacheloropleidingen maakt de NVAO een onderscheid tussen rendement voor de hbobachelor en bachelorrendement voor de wo-bachelor om aan te sluiten bij wat gangbaar was in de sector: Rendement voor voltijdse studenten (hbo-bachelor) wordt als volgt gedefinieerd: Het aandeel van de voltijd bachelorstudenten die zich na het eerste studiejaar opnieuw bij de opleiding inschrijven (herinschrijvers) dat het bachelordiploma haalt in de nominale studieduur + één jaar, zo mogelijk voor de laatste drie cohorten. Bachelorrendement (wobachelor) binnen opleiding van herinschrijvers na 1 jaar (totale instroom): Het cumulatief percentage studenten van een cohort, ingestroomd in een bacheloropleiding - en na het eerste jaar opnieuw ingeschreven voor dezelfde opleiding binnen de instelling - dat respectievelijk 3, 4, 5, 6 of meer jaar na eerste inschrijving het bachelorexamen binnen dezelfde opleiding aan deze instelling heeft behaald, zo mogelijk voor de laatste drie cohorten. Het rendement wordt berekend over de totale instroom (alle vooropleidingen, maar nog wel steeds inschrijving bij één opleiding). 5 Vlir/Vlhora Handleiding onderwijsvisitaties. Brussel. 6 Vlir/Vlhora Handleiding onderwijsvisitaties. Brussel. 7 Vlir/Vlhora Handleiding onderwijsvisitaties. Deel II. p Brussel. 8 NVAO. Kader voor de opleidingsaccrediatie 2 de ronde. 13 mei Den Haag: NVAO. Goedgekeurd bij besluit op 27 mei Vluhr. Januari Concept visitatieprotocol. Brussel. 10 Uit een voorbeeld benchmarkrapport ter beschikking gesteld door het departement Onderwijs & Vorming. 11 NVAO. 11 september Basisgegevens opleidingsbeoordelingen Indicatoren en definities. 12 De NVAO heeft ook soortgelijke definities ontwikkeld voor deeltijdse of duale studenten. 2
5 Deze definities sluiten aan bij de Nederlandse context, waarin studieduur een belangrijke parameter is voor financiering Vlaamse hogeronderwijsinstellingen De Vlor ging bij zes instellingen hoger onderwijs 13 na hoe zij studierendement begrijpen, gebruiken en/of definiëren (in het kader van kwaliteitszorg). De raad stelde vast dat instellingen niet allemaal de terminologie studierendement gebruiken. Voor een aantal bevraagde instellingen is studierendement (of onderwijsrendement ) enkel de overkoepelende term en wordt dit omschreven via begrippen als studie-efficiëntie (ook nog: jaarefficiëntie en cumulatieve studie-efficiëntie), numeriek rendement of studiesucces. Andere instellingen gebruiken wel studierendement. Hoewel anders genoemd in verschillende instellingen, keert in alle instellingen de berekening van het aantal verworven t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten terug. De Vlor concludeert dat studierendement op verschillende manieren gedefinieerd wordt en dat de term ook niet altijd in dezelfde betekenis gebruikt wordt. De vraag is of een eenvormige definitie van studierendement nodig en gewenst is. 2.2 Een eenvormige en transparante definitie Waarom een eenvormige definitie? Verschillende definities kunnen verschillende finaliteiten hebben en bedoeld zijn voor verschillende doelgroepen (studenten, overheid, instellingen). Het hanteren van verschillende definities bemoeilijkt de vergelijkbaarheid. De Vlor is van mening dat een eenvormige en transparante definitie van een meerwaarde betekent wanneer studierendement gebruikt wordt om extern te communiceren over opleidingen, bijvoorbeeld in het kader van studiekeuze, kwaliteitszorg, benchmarking en studievoortgang. Een eenvormige en wijdverspreide definitie kan opleidingen ook aanzetten tot het effectief monitoren van studierendement en tot het identificeren van de kritische succesfactoren. Dit kan aanleiding geven tot het verbeteren van studierendement, en dus een meerwaarde betekenen voor studenten, instellingen en de samenleving. Uiteraard is het zo dat een eenvormige definitie slechts één van de elementen in het proces naar meer transparantie is. Het onderwijs- en examenreglement van de instelling bepaalt immers de individuele situatie van een student. Dit reglement is in elke instelling verschillend Welke eenvormige definitie? Omdat studierendement in het kader van kwaliteitszorg formeel wordt opgevraagd bij de opleidingen, kijkt de Vlor voor een eenvormige definitie vooral naar de hieraan gerelateerde bronnen. In accreditatie en visitatie is de meest recente definitie van studierendement degene die gehanteerd wordt in de huidige benchmarkrapporten, aangeleverd door DHO: De ratio van het totaal aantal verworven studiepunten ten opzichte van het totaal aantal opgenomen studiepunten met impact op leerkrediet in een opleiding. 14 Hierin is het aantal verworven t.o.v. 13 Deze instellingen werden toevalligerwijze gekozen. Zowel hogescholen als universiteiten werden bevraagd. Drie associaties waren vertegenwoordigd. 14 Uit een voorbeeld benchmarkrapport ter beschikking gesteld door het departement Onderwijs & Vorming. 3
6 het aantal opgenomen studiepunten (per academiejaar) het kernelement. De Vlor stelt vast dat deze verhouding als een hoofdbestanddeel ook terugkomt in de verschillende definities die instellingen hanteren. De Vlor vindt deze definitie eenvoudig hanteerbaar en daarom zeer bruikbaar. Ze heeft ook het voordeel dat ze zich gemakkelijk leent voor statistische analyses. 15 De Vlor schuift het aantal verworven t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten per academiejaar als definitie van studierendement naar voren. Voor het berekenen van het studierendement volgens deze definitie, worden EVC en EVK niet meegenomen omdat de student via EVC en EVK geen studiepunten opneemt of verwerft. De studiepunten die meegeteld worden, kunnen voortkomen uit een positief of een negatief leerkrediet. De raad stelt voor deze terminologie en definitie in alle externe communicatie (door instellingen en overheid) over hogeronderwijsopleidingen te hanteren ten aanzien van andere instellingen hoger onderwijs, de overheid en studenten/hun ouders. Hierbij is het belangrijk dat de instelling specificeert op welke doelgroep van studenten de berekening gebeurde: waren dit enkel generatiestudenten, studenten die in staat zijn een diploma te halen, nieuwe studenten in de opleiding, nieuwe studenten aan de instelling, een doorstroomgroep, voltijdse of deeltijdse studenten? 2.3 Prestatie van een opleiding is meer dan enkel studierendement De Vlor wijst erop dat studierendement zoals hierboven gedefinieerd geen volledig beeld geeft over de prestatie van een opleiding. Om deze prestatie in kaart te brengen, is de raad van mening dat de gegevens over studierendement, moeten gecomplementeerd worden met gegevens over studieduur en studie-uitval Studieduur In de huidige benchmarkrapporten omvat studieduur twee componenten: de instroomcohorte en de uitstroomcohorte Bij beide componenten wordt gekeken naar het aantal jaren tussen de eerste inschrijving en het behalen van een diploma in diezelfde opleiding. Voor de instroomcohorte wordt uitgegaan van een cohorte studenten die zich allemaal voor het eerst inschrijven in een bepaalde opleiding in een bepaald academiejaar. De studieduur op basis van de instroomcohorte geeft weer welk aandeel van deze cohorte na X-aantal jaar een diploma behaalt. De uitstroomcohorte vertrekt van de cohorte studenten die een diploma behalen in een bepaalde opleiding in een bepaald academiejaar. De studieduur op basis van de uitstroomcohorte geeft weer hoeveel jaar deze gediplomeerden de betrokken opleiding hebben gevolgd alvorens een diploma te behalen. 16 De Vlor vindt zowel de instroomcohorte als de uitstroomcohorte zinvol Studie-uitval Voor studie-uitval, verwijst de Vlor naar de berekeningswijze zoals die vandaag gebruikt wordt in de benchmarkrapporten. Studie-uitval verwijst in deze rapporten naar het aantal studenten dat zonder diploma uitstroomt uit een bepaalde opleiding. Hierbij wordt rekening gehouden met de laatst gekende inschrijving van de ongekwalificeerde studenten. Indien er in het academiejaar van de laatst gekende inschrijving geen diploma is uitgereikt, wordt de student gerekend tot ongekwalificeerde uitstroom. Deze berekeningswijze heeft wel het nadeel dat voor het laatst afgesloten academiejaar alle studenten die nog geen diploma behaald hebben in de betrokken opleiding beschouwd worden als ongekwalificeerde uitstroom, aangezien voor deze studenten nog geen 15 Berings, D. & Hulselmans, M Diversiteit en studiesucces in een Brusselse instelling voor hoger onderwijs, Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 29, pp Op basis van een voorbeeld benchmarkrapport ter beschikking gesteld door het departement Onderwijs & Vorming. 4
7 inschrijvingsgegevens beschikbaar zijn voor het volgend academiejaar. Dit leidt voor het laatst afgesloten academiejaar tot een zeer hoge studie-uitval. Dit kan verwarring veroorzaken. De Vlor adviseert daarom om de lezer van het benchmarkrapport hierop alvast op een duidelijke manier te wijzen zodat het risico op een verkeerde interpretatie kleiner wordt. Er moet ook technisch bekeken worden of deze gegevens voor het laatste academiejaar geschrapt kunnen worden. 3 Afbakening van kritische succesfactoren van studierendement In het kader van kwaliteitszorg is het belangrijk om een goed inzicht te hebben in het studierendement in een bepaalde opleiding. Het is niet voldoende dat studierendement als cijfer geïdentificeerd wordt. Het is ook nodig na te gaan voor zover mogelijk welke factoren een hoog of laag studierendement kunnen verklaren en voorspellen. Instellingen kunnen hiervoor gebruik maken van de gegevens zoals hierboven beschreven. 17 Een hieraan gerelateerde vraag is of een exhaustieve opsomming van kritische succesfactoren voor het studierendement van een bepaalde opleiding mogelijk is. Zo ja, dan kunnen studenten, opleidingen en instellingsbeleid op deze factoren inspelen en zo het studierendement verbeteren. Op een zeer algemene manier kunnen uiteraard factoren opgesomd worden die studierendement op de één of andere manier beïnvloeden. Deze factoren zijn ofwel studentgerelateerd (bijvoorbeeld achtergrondkenmerken als leeftijd, gender, cognitieve kenmerken; studiegerelateerde kenmerken als voorgeschiedenis secundair onderwijs, etc.) ofwel contextgerelateerd (bijvoorbeeld studietrajectbegeleiding, onderwijsindicatoren als curriculumorganisatie etc.). 18 Het onderzoek naar al deze mogelijke factoren en daaraan gerelateerde interventies om de prestaties van een opleiding te verbeteren, is nog in volle ontwikkeling. De Vlor is er voorstander van dat dit onderzoek verdergezet en gestimuleerd wordt. 19 Welke factoren nu precies het studierendement in een bepaalde opleiding aan een bepaalde instelling op een kritische manier bepalen, is echter heel sterk contextafhankelijk (student-, instellings- en opleidingsafhankelijk). Die factoren moeten daarom via empirisch onderwijskundig onderzoek 20 telkens in concreto (op verschillende niveaus: de instelling, de opleiding, de klasgroep, etc.) in kaart gebracht worden. Het is belangrijk dat instellingen hier oog voor hebben en de nodige middelen hiervoor inzetten. 17 Om conflicten met de privacywetgeving te voorkomen, mogen studenten op geen enkel moment herkenbaar in de cijfergegevens voorkomen. 18 Voor een volledig overzicht, zie Hemelsoen, R. In publicatie. Studievoortgangsbewaking met aandacht voor kansengroepen aan de UGent Literatuuronderzoek met aansluitend een voorstel tot studievoortgangsmonitoringsysteem. Gent: UGent. 19 Bijvoorbeeld Hattie, J Visible learning: A synthesis of over 800 meta-analyses relating to achievement. Routledge. Of nog: Mourshed, M., Chijioke, Ch. & M. Barber How the world s most improved school systems keep getting better. London: Mc. Kinsey & Company. 20 Bijvoorbeeld Hemelsoen, R. In publicatie. Studievoortgangsbewaking met aandacht voor kansengroepen aan de UGent Literatuuronderzoek met aansluitend een voorstel tot studievoortgangsmonitoringsysteem. Gent: UGent. 5
8 4 Structureel overleg tussen werkveld en overheid De overheid levert momenteel gegevens aan in het kader van de visitaties van opleidingen onder de vorm van zogenaamde benchmarkrapporten. De Vlor vraagt dat de overheid deze gegevens voor alle opleidingen ter beschikking stelt. Hij begrijpt dat dit deel uitmaakt van een stappenplan. De Vlor heeft vernomen dat de overheid het kenniscentrum voor secundair onderwijs wil uitbreiden naar hoger onderwijs. De raad is hier voorstander van en ondersteunt dit project. Hij verwacht dat de overheid via dit kenniscentrum data over in-, door- en uitstroom in het hoger onderwijs op geaggregeerd niveau beschikbaar maakt. Uiteraard binnen het juiste kader, met overeenstemming over de definities en met de nodige feedback. Over de gehanteerde definities en de vraag welke gegevens vrijgegeven kunnen worden, moet met het werkveld overlegd worden. De Vlor pleit voor het opzetten van een permanent platform waarin de overheid, binnen het kader van het op te zetten kenniscentrum, samen met de partners hoger onderwijs structureel nadenkt over definities en indicatoren. Definities en gegevens kunnen immers onderhevig zijn aan de evoluties in de hogeronderwijscontext. De Vlor is uiteraard bereid hieraan een bijdrage te leveren. Isabelle De Ridder secretaris Raad Hoger Onderwijs Johan Veeckman voorzitter Raad Hoger Onderwijs 6
Basisgegevens opleidingsbeoordelingen Indicatoren en definities. 19 februari 2015
Basisgegevens opleidingsbeoordelingen Indicatoren en definities 19 februari 2015 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Basisgegevens hbo-bacheloropleidingen 4 2.1 Voltijd hbo-ba 4 2.2 Deeltijd en duaal hbo-ba 5 3 Basisgegevens
Factsheet. Samenvatting
Studiesucces en uitval 2018 Deze factsheet bevat de belangrijkste ontwikkelingen in het hbo op het gebied van studiesucces, studieduur, uitval en studiewissel van voltijd bachelorstudenten uitgesplitst
Kan de minister voor de studierichting Bachelor in de Verpleegkunde volgende vragen beantwoorden.
SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 168 van GRIET COPPÉ datum: 23 december 2014 aan HILDE CREVITS VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS Bachelor in de Verpleegkunde - In- en
Dit onderdeel gaat over diploma s van bekostigde opleidingen. Hierbij onderscheiden we diplomarendement en het aantal diploma s.
Na nominaal plus 1 jaar 45 procent een diploma... 2 Rendement wo stijgt, hbo-rendement daalt... 4 Hbo-ontwerpopleidingen laagste rendement van de sector... 6 Hoger rendement wo biologie, scheikunde en
Advies over het voorstel van onderwijskwalificatie graduaat in het winkelmanagement
Algemene Raad 20 december 2012 AR-AR-ADV-010 Advies over het voorstel van onderwijskwalificatie graduaat in het winkelmanagement Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219 42 99
Rapportnaam: Accreditatie bachelor
Handleiding HvA-data Rapportnaam: Accreditatie bachelor Titel rapport: Basisgegevens Opleidingsbeoordelingen t.b.v. accreditatieaanvraag Versie 0.4 Inhoud 1. REVISIEOVERZICHT... 2 2. RAPPORTGEGEVENS...
Uitval en studiesucces van Avans studenten vergeleken met de landelijke cijfers in 2017
Leer- en Innovatiecentrum Breda, 's-hertogenbosch, Tilburg NOTITIE ons kenmerk IR21062018 contactpersoon Daniël Rijckborst datum 21-06-2018 telefoon 0610359505 onderwerp Factsheet Vereniging Hogescholen
Advies over het leerkrediet: een voorstel tot vereenvoudiging
Raad Hoger Onderwijs 9 juni 2015 RHO-RHO-ADV-1415-007 Advies over het leerkrediet: een voorstel tot vereenvoudiging Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219 42 99 F +32 2 219
Afgestudeerden en uitvallers in Avans en het hoger beroepsonderwijs
Leer- en Innovatiecentrum Breda, 's-hertogenbosch, Tilburg NOTITIE ons kenmerk IR24052017 contactpersoon Daniël Rijckborst telefoon 0610359505 onderwerp Factsheet Vereniging Hogescholen e-mail [email protected]
Voor wie is het leerkrediet (en dus deze folder)?
Leerkrediet Informatie Voor wie is het leerkrediet (en dus deze folder)? Diplomacontract: je volgt een opleiding met de bedoeling een diploma te behalen voor de volledige opleiding Creditcontract: je volgt
1. Studenttevredenheid TOELICHTING
1. Studenttevredenheid TOELICHTING Dit criteria geeft een beeld van het oordeel dat studenten over hun studie geven. Het is een eenvoudige maar robuuste indicatie van hoe de studenten de kwaliteit van
Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. juni 2011
Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs juni 2011 2 Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs Meer dan zeven op de tien studenten
Handleiding voor het samenstellen van een individueel collegerooster
Handleiding voor het samenstellen van een individueel collegerooster voor studenten van campus Brussel en campus Parnas Academiejaar 2014-2015 1. Waar vind ik de inhoud van mijn vakken? Kies in de programmagids
Flexibilisering van het (hoger) onderwijs Het voorbeeld van de Vrije Universiteit Brussel. Ken Leemans & Marc Vandersteen
Het voorbeeld van de Vrije Universiteit Brussel Ken Leemans & Marc Vandersteen Wie-is-wie Marc Vandersteen Beleidsmedewerker Departement Onderwijs en Studentenzaken Ken Leemans Studietrajectbegeleider
Monitor beleidsmaatregelen 2014. Anja van den Broek
Monitor beleidsmaatregelen 2014 Anja van den Broek Maatregelen, vraagstelling en data Beleidsmaatregelen Collegegeldsystematiek tweede studies uit de Wet Versterking besturing inclusief uitzonderingen
Advies over de implementatie van ISCED 2011 in Vlaanderen
Algemene Raad PCA / 26 januari 2012 AR-AR-ADV-007 Advies over de implementatie van ISCED 2011 in Vlaanderen Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219 42 99 F +32 2 219 81 18 www.vlor.be
Kerncijfers. Onderwijs. Onderzoek [ 6 ]
[ 6 ] Kerncijfers Onderwijs Studenten 2010/2011 2011/2012 2012/2013 2013/2014 2014/2015 Instroom propedeuse bachelor 3.857 4.153 4.541 5.222 4.937 Deelnemers excellentie 7,2% 6,3% 6,0% 7,9% 10,4% Contacturen
Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. mei 2010
Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs mei 2010 1 Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs Inleiding Deze factsheet geeft informatie
Verder studer e n. Zoek de zeven verschillen: bachelor en master
Verder studer e n Zoek de zeven verschillen: bachelor en master Alles over bachelors en masters Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Beleidsdomein Onderwijs Vorming www.hogeronderwijsregister.be Awel,
adviesnota de 20-20-doelstelling m.b.t. de hogeronderwijsmobiliteit
adviesnota de 20-20-doelstelling m.b.t. de hogeronderwijsmobiliteit definities en criteria die gebruikt worden om de studentenmobiliteit te meten en te registreren 1/6 Situering Het Leuven / Louvain-la-Neuve
Achtergrondinformatie
BIJLAGE 3 Achtergrondinformatie Diplomarendement Daling diplomarendement voltijd hbo-bacheloropleidingen De trend die de Inspectie van het Onderwijs de afgelopen jaren signaleerde in het hbo zet door:
Ontwikkelingen in het hoger onderwijs
Ontwikkelingen in het hoger onderwijs Liesbeth Hens Departement Onderwijs en Vorming Hoger Onderwijsbeleid [email protected] SLO bachelor na bachelor master na master Professionele bachelor
Leerkrediet
Wat is het leerkrediet? Het leerkrediet trad in werking in 2008-2009. Dit betekent dat elke student bij zijn eerste inschrijving een rugzak met 140 meekrijgt. De student gebruikt bij zijn inschrijving
Leerkrediet 2011 2012
2011 WAT IS HET LEERKREDIET? Het leerkrediet trad in werking in 2008-2009. Dit betekent dat elke student bij zijn eerste inschrijving een rugzak met 140 meekrijgt. De student gebruikt bij zijn inschrijving
Handreiking bij het beoordelingskader voor het bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs
Handreiking bij het beoordelingskader voor het bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs 12 november 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Handreiking voor specifieke invulling van de standaarden
Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. mei 2009
Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs mei 2009 1 Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs Inleiding Deze factsheet geeft informatie
Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs
Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs 2010 1 Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs 2010 Ten opzichte van 2009 is de instroom stabiel: -0,3 procent
STEM monitor 2015 SITUERING DOELSTELLINGEN
STEM monitor 2015 SITUERING In het STEM-actieplan 2012-2020 van de Vlaamse regering werd voorzien in een algemene monitoring van het actieplan op basis van een aantal indicatoren. De STEM monitor geeft
Advies over de keuzemodule 'armoede en sociale uitsluiting' in enkele opleidingsprofielen basiseducatie
Raad Levenslang en Levensbreed Leren 24 februari 2015 RLLL-RLLL-ADV-1415-003 Advies over de keuzemodule 'armoede en sociale uitsluiting' in enkele opleidingsprofielen basiseducatie Vlaamse Onderwijsraad
Verslag over de ronde tafel de meerwaarde van het Aanmoedigingsfonds van 25 maart 2013
Raad Hoger Onderwijs 11 juni 2013 RHO-RHO-END-003t Verslag over de ronde tafel de meerwaarde van het Aanmoedigingsfonds van 25 maart 2013 Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2
Hoorzitting Commissie Onderwijs Conceptnota lerarenopleiding
Hoorzitting Commissie Onderwijs Conceptnota lerarenopleiding Lerarenopleidingen versterken Visie hogescholen bij de conceptnota Johan Veeckman, voorzitter VLHORA 1 Algemene aandachtspunten Nood aan promotie
Opleiding in cijfers
Opleiding in cijfers Inhoud Ontstaansgeschiedenis Overzicht opleiding in cijfers Uitleg indicatoren Gebruik Verschil HOR + onderwijskiezer Ontstaansgeschiedenis Hervorming kwaliteitszorgstelsel Hoger Onderwijs
De hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen.
De hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Associaties, bama-structuur en flexibilisering Frank Baert Jaarlijkse Algemene vergadering van het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen 25 juni 2004 Europese
Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC)
ALGEMENE RAAD 25 november 2010 AR-AR-KST-ADV-005 Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC) Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219
Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs
Raad Levenslang en Levensbreed Leren 28 april 2015 RLLL-RLLL-ADV-14-15-005 Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus
Beschrijving MISUT rapporten en definities Onderwijs
Beschrijving MISUT rapporten en definities Onderwijs versie 1.0 31-10-2013 Inhoudsopgave Rapport 1: Omvang en samenstelling van de instroom in een bacheloropleiding (aantallen)... 4 Rapport 2: Omvang en
Studenten aan lerarenopleidingen
Studenten aan lerarenopleidingen Factsheet januari 219 In de afgelopen vijf jaar is het aantal Amsterdamse studenten dat een lerarenopleiding volgt met ruim 9% afgenomen. Deze daling is het sterkst voor
Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour
Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour In deze bijlage zijn feiten en cijfers opgenomen over het hoger onderwijs die illustratief kunnen zijn voor de discussies in de
Onderwijs- en Examenreglement (OER)
Onderwijs- en Examenreglement (OER) 2014-2015 Waar vind je het terug? http://www.kuleuven.be/onderwijs/oer Kies dan Facultaire onderwijs-en examenreglementen En selecteer Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen
Biologie, scheikunde en medische opleidingen
Biologie, scheikunde en medische opleidingen... 2 Wiskunde, natuurkunde en informatica... 2 Bouwkunde en civiele techniek... 3 Ontwerpopleidingen... 4 Techniek en maatschappij... 4 Biologie, scheikunde
Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. April 2016
Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs April 2016 Feiten en cijfers 2 Het algemene beeld Start van de studie uitval en wisselaars Tal van inspanningen bij hogescholen
Studeren aan de KU Leuven : vrijheid en flexibiliteit of bewaking en strenge regels? Bart Dejonghe dienst Studieadvies
Studeren aan de KU Leuven : vrijheid en flexibiliteit of bewaking en strenge regels? Bart Dejonghe dienst Studieadvies Inhoud - Flexibilisering van het hoger onderwijs - Leerkrediet (Vlaamse overheid)
Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. Mei 2015
Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs Mei 2015 Feiten en cijfers 2 Inleiding Op 19 mei 2015 hebben de hogescholen hun strategische agenda #hbo2025: wendbaar & weerbaar1
Afgestudeerden en uitvallers in Avans en het hoger beroepsonderwijs
Leer- en Innovatiecentrum Breda, 's-hertogenbosch, Tilburg NOTITIE ons kenmerk IR06062016 contactpersoon Daniël Rijckborst datum 06-06-2016 telefoon 0610359505 onderwerp Factsheet Vereniging Hogescholen
TECHNISCH RAPPORT SECTORHOOFDSTUK HOGER ONDERWIJS. De Staat van het Onderwijs 2014/2015. April 2016
TECHNISCH RAPPORT SECTORHOOFDSTUK HOGER ONDERWIJS De Staat van het Onderwijs 2014/2015 April 2016 INHOUD Inleiding 3 Belangrijkste bevindingen en aandachtspunten 4 1 Databronnen en definities 5 1.1 Databronnen
ONTWERP VAN DECREET. betreffende de kwalificatiestructuur AMENDEMENTEN
Zitting 2008-2009 25 maart 2009 ONTWERP VAN DECREET betreffende de kwalificatiestructuur AMENDEMENTEN Zie: 2158 (2008-2009) Nr. 1: Ontwerp van decreet 5571 OND 2 AMENDEMENT Nr. 1 Artikel 7 In a), tweede
Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers
Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers April 2017 Inhoud 1 Het algemene beeld 2 2 Start van de studie: uitvallers 4 3 Start van de studie: wisselaars 5 4 Afsluiting van de studie: studiesucces
Crash course ONDERWIJS
Crash course ONDERWIJS Studentenraad KU Leuven Wat schaft de pot? Flexibilisering & rationalisering Studievoortgangsbewaking Herindeling academiejaar Oriëntering Kwaliteitszorg Besparingen hoger onderwijs
Subsector overig. Subsector overig
Subsector overig Samenvatting... Grote subsector... 2 Veel switchende studenten... 3 Hoge uitval onder mbo ers... 4 Hoog wo-diplomarendement... 4 Minste studenten van hbo naar wo... 4 8 accreditaties na
Nieuw accreditatiestelsel: de opleidingsbeoordeling
Wie zijn wij? Patrick van den Bosch Expert Kwaliteitszorg [email protected] Nieuw accreditatiestelsel: de opleidingsbeoordeling Wouter Teerlinck Expert Kwaliteitszorg [email protected]
LEERKREDIET. Wat? - een systeem om de studievoortgang te bewaken - elke student krijgt een "rugzakje" met 140 studiepunten
Wat? - een systeem om de studievoortgang te bewaken - elke student krijgt een "rugzakje" met 140 studiepunten Waarom? studenten aanzetten tot een bewuste studiekeuze Resultaat? aanmoediging en beloning
