Johan Taeldeman en Geert Verleyen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Johan Taeldeman en Geert Verleyen"

Transcriptie

1 De FAND: een kind van zijn tijd Johan Taeldeman en Geert Verleyen De FAND: een kind van zijn tijd 1. Opzet en uitwerking van de atlas 1 In de laatste twee decennia is er binnen het Nederlands-Vlaams samenwerkingproject Fonologie en Morfologie van de Nederlandse Dialecten een reusachtige dialectmateriaalverzameling ontstaan. De Fonologische Atlas van de Nederlandse Dialecten (FAND) en de Morfologische Atlas van de Nederlandse Dialecten (MAND) vormen de eerste afgeleide producten (in atlasvorm) van deze materiaalverzameling, die in Nederland tussen 1979 en 1991 en in Vlaanderen tussen 1990 en 1995 tot stand kwam. Voor deze dialectdataverzameling werden 1854 woorden en woordgroepen en 22 zinnetjes opgevraagd: 2 (A) Nomina: 469 ongelede vormen 148 meervoudsvormen 130 diminutiefvormen (B) Adjectieven: (B1) geïsoleerde vormen: 119 ongelede vormen 51 comparatieven 50 superlatieven (B2) nominale groepen met een attributief adjectief (vóór nomina die respectievelijk man. enk., vr. enk. + alg. mv. en onz. enk. zijn): 106 (C) Werkwoorden: infinitieven, bij 110 ook 3e pers. OTT + 1e pers. OVT + 1e pers. VTT 1 Deze paragraaf is gebaseerd op: A. Goeman en J. Taeldeman, Fonologie en morfologie van de Nederlandse Dialecten. Een nieuwe materiaalverzameling en twee nieuwe atlasprojecten. In: Taal en Tongval 48 (1996), p A. Goeman en J. Taeldeman (1996), p

2 Johan Taeldeman en Geert Verleyen - uitvoerige paradigma s van zijn, hebben, doen, krijgen, kloppen, leven, breken, zwijgen (hierbij dus ook pers. vnw. in subjectsvorm, proclitisch en enclitisch; totaal 132 items). (D) Varia: - hoofdtelwoorden: 16 - rangtelwoorden: 3 - adverbia: 15 - voorzetsels: 10 - namen van dagen, maanden en windrichtingen: 10 (E) Zinnetjes met het oog op assimilatie, deletie- en insertieverschijnselen: 22 (F) Bezittelijk vnw. + nomina (man.enkv., vrouw.enkv., onz.enkv., alg.mv.), inclusief verwantschapsnamen (totaal 90 items) (G) Pers.vnw. in objectsvorm: 9 zinnetjes Deze lijst werd in ongeveer 625 plaatsen opgevraagd. Dat is maar een klein derde van het aantal plaatsen in de RND, evenveel plaatsen bevragen zou echter onfinancierbaar en onuitvoerbaar geweest zijn. De vragenlijsten werden getranscribeerd en in een database ingevoerd. De gegevensbank heeft een open karakter, dat wil zeggen: nieuwe transcripties kunnen toegevoegd worden aan de bestaande dialectmateriaalverzameling. De verdeling van de opgevraagde dialecten per subgebied is als volgt: 3 (1) Nederland: Friesland 57(waaronder 4 Nederlandstalige) Groningen 23 Drente 14 Overijssel 45 Gelderland 70 Noord-Holland 28 Zuid-Holland 38 Utrecht 17 Zeeland 29 (12 in Zeeuws-Vlaanderen) Noord-Brabant 53 Ndls.-Limburg 32 Totaal: 406 plaatsen 3 Idem, p

3 De FAND: een kind van zijn tijd (2) Vlaanderen: West-Vlaanderen 35 Oost-Vlaanderen 50 Antwerpen 34 Vlaams-Brabant 32 Belg.-Limburg 47 Totaal: 198 (3) Frans-Vlaanderen: 18 Algemeen totaal: 622 plaatsen Kaart 1 visualiseert het opneemnet. 4 Kaart 1: Opneemnet 4 Idem, p

4 Johan Taeldeman en Geert Verleyen De belangrijkste voorwaarde die aan de informanten gesteld werd, was dat ze autochtoon waren. Dat houdt in dat ze ter plaatse geboren moesten zijn en dat hun ouders ook bij voorkeur autochtoon waren. Zowel mannen als vrouwen werden ondervraagd, bijna altijd ging het om informanten die tussen 50 en 75 jaar oud waren en die tot een lagere sociale klasse (soms ook lagere middenklasse) behoorden. De opzet van deze materiaalverzameling is tweeërlei: a. de verdere inventarisering en kartering van klank- en/of vormverschijnselen en dit vanuit 2 invalshoeken: (a.1) als momentopname(n) van een veranderingsproces ( zoveel mogelijk antwoorden op vragen uit de taalveranderingsstudie (historische linguïstiek). (a.2) als bouwstenen voor de interne structuurgeschiedenis (historische grammatica) van het Nederlands en zijn dialecten; b. massa s interessant materiaal ter beschikking stellen voor diepgaand monotopisch en diatopisch/vergelijkend systeemonderzoek met het oog op de toetsing van allerlei hypotheses/topics uit de systeemlinguïstiek en de taaltypologie, 5 o.a.: - In welke mate zijn klanksystemen harmonisch/economisch georganiseerd? (N.B. al een oude onderzoeksvraag uit de bloeitijd van het Praagse structuralisme) - Hoe courant komen bepaalde types van klanktegenstellingen voor (b.v. bij vocalen: [voor] [achter] en bij voorvocalen: [+gespreid] [+gerond]) - Zijn er al dan niet recurrente patronen van allofonisering? - Van welke aard zijn de condities op morfeemvariatie? - Is er een correlatie tussen de stabiliteitsgraad van een segment en z n lexicale bezetting? - Welke (types van) morfeemstructuurcondities (eventueel syllabificatieregels) kunnen voor de Nederlandse dialecten variëren? Binnen welke speelruimte kan er zich hier variatie voordoen? - Wat leren ons de Nederlandse dialecten met betrekking tot allerlei theorieën/hypotheses over regelordening en/of regeltypologie? - Welke elementen kunnen/moeten deel uitmaken van een typologie van (mor)fonologische regels, enz. 5 Idem, p

5 De FAND: een kind van zijn tijd De RND, die onder leiding van Blancquaert en Pée tussen 1925 en 1982 verscheen, was tot dan (vóór het Goeman-Taeldeman-project, GTP) veruit de belangrijkste materiaalverzameling voor klank- en vormgeografisch onderzoek van de Nederlandse dialecten. (In niet minder dan 1956 plaatsen werden de 141 zinnetjes en losse woorden van Blancquaert opgevraagd.) Toch was het rijke RND-materiaal om diverse redenen ongeschikt om bovengenoemde eigentijdse onderzoeksvragen adequaat/systematisch aan te pakken: In eerste instantie signaleren we de grote tijdspanne tussen begin en einde van de onderneming (resp en 1982) zodat het synchrone karakter van het RND-materiaal erg problematisch is, temeer daar gemiddeld het vroegst geënquêteerd is in gebieden waar het dialect ook nu nog het best bewaard is (nl. Nederlandstalig België) en het laatst in streken met de geringste dialectresistentie (vele gebieden ten noorden van de Grote Rivieren). In tweede instantie dient het grote aantal (nl. 16) RND-veldwerkers/fonetici vermeld te worden, die allen met hun eigen geografische achtergrond ter plaatse de antwoorden fonetisch dienden te noteren, zonder dat ze later (thuis) nog de kans hadden even te controleren. Daardoor is hetzelfde verschijnsel soms beter gehoord en accurater weergegeven door de ene medewerker dan de andere. Het derde bezwaar is het meest inhoudelijke en dus het belangrijkste. De RND is nog geconcipieerd in een pre-structuralistisch kader en vertoont daar qua opgevraagde items alle mogelijke tekortkomingen van. Slechts één fonologisch voorbeeld hiervan: de RND-zinnetjes bevatten maar één algemeen voorkomend lexicaal woord met Wgm. û (vóór andere consonanten dan -r/-w), nl. huis; Wgm. û vóór niet-coronale consonant is er niet eens gerepresenteerd. Met het oog op de nieuwe GTP-materiaalverzameling (en dus ook de FAND en de MAND) is geprobeerd dergelijke structurele leemtes te voorkomen door: a. alle pre- en postvocalische C-clusters in een voldoende aantal woorden op te nemen (vooral met het oog op morfeemstructuurcondities) b. alle historische vocalen (= het enige verantwoorde uitgangspunt) in zoveel mogelijke verschillende consonantische omgevingen te plaatsen. 2. De FAND als spiegel van de grote dialectnivellering? Bij de voorbereiders en ook bij de uitvoerders van het GT-project bestond de vrees dat we met deze onderneming voor een groot deel achter het net zouden vissen, in die zin dat door de grote dialectnivellering die zich nu 113

6 Johan Taeldeman en Geert Verleyen inderdaad in Nederland en ook in Vlaanderen heel snel aan het voltrekken is (cf. o.a. Hoppenbrouwers 1990 en Hagen 1991), al veel authentiek dialectgoed uit de competentie van de informanten verdwenen zou zijn. Er werd met andere woorden gevreesd dat dit project minstens een generatie te laat was gekomen. Zoals meteen uit een vergelijking van enkele FAND-kaarten zal blijken, is die vrees echter ongegrond geweest: de grote GTP-enquête is er nog net op tijd gekomen. Zowat alle traditionele fonologische en morfologische dialectverschijnselen komen op onze kaarten (heel) behoorlijk aan de oppervlakte. Slechts een heel beperkt aantal (relict)fenomenen zijn (in vergelijking met de RND-gegevens) uit het kaartbeeld verdwenen. Uit de vergelijking blijkt ook dat een of twee generaties later althans bij autochtonen die nog vaak dialect spreken! de oude gebiedsvorming (nog) niet spectaculair veranderd is. Sommige verschijnselen hebben hun territorium wel enigszins uitgebreid of ingeperkt, maar spectaculaire regressies of expansies vallen er uit de kaartvergelijkingen niet af te lezen! Wél zijn de gebieden wat minder homogeen dan in de RND-tijd en de grensgebieden zijn minder scherp afgelijnd (een constatering die ons ertoe gebracht heeft überhaupt geen isoglossen meer op de kaarten te tekenen). De overgangen zijn dus minder scherp geworden; in plaats daarvan zien we meestal overgangsgebieden, waarbij de overgang van een relatief homogeen gebied A met vorm x naar een tamelijk homogeen gebied B met vorm y zich geleidelijk(er) voltrekt via een (grens)gebied, waar x en y veeleer als sociale dan als geografische varianten naast elkaar functioneren. Zulke menggebieden zijn paradijsjes voor socio-dialectologisch onderzoek-in-de-diepte, dat een hoop interessante details over het zich aldaar voltrekkende vervangingsproces (x y) zal opleveren. Als zodanig kan de FAND ook fungeren als een katalysator van onderzoek naar geografisch ingebedde klankveranderingsprocessen. 6 Mogen/moeten we uit dat alles nu concluderen dat de Nederlandse dialecten op fonologisch vlak bijzonder resistent zijn tegen het nochtans krachtige uitvlakkingsproces onder invloed en in de richting van de Nederlandse standaardtaal? Ja en neen: Ja in zoverre het gaat om (a) plattelandsdialecten en (b) het dialect van autochtonen die nog geregeld dialect gebruiken. De meerderheid van de 6 Boeiende literatuur i.v.m. dat onderscheid o.a. in Andersen (1973), Auer (1993) en Haas (1993). 114

7 De FAND: een kind van zijn tijd GTP-informanten waren al wat oudere plattelandsbewoners en nog dagelijkse gebruikers van het opgevraagde dialect. Al bij vroegere gelegenheden (cf. Taeldeman 1989 en 1993) hebben wij erop gewezen dat onder dergelijke voorwaarden/bij dat soort van informanten een in zeer hoge mate gestructureerde component als de fonologische gemiddeld een hoge resistentiegraad heeft. Neen in zoverre (a) er ook heel wat (Nederlandse ) stadsdialecten bij het onderzoek betrokken werden waarvan wij weten (cf. o.a. Van Hout 1989) dat ze in de naoorlogse periode in het algemeen onder sterke ANdruk zijn komen te staan en (b) steeds meer taalgebruikers zich in steeds minder omstandigheden nog van hun lokaal dialect (wensen te) bedienen. Om een en ander te illustreren hebben wij van drie klankverschijnselen een RND-kaart en een FAND-kaart getekend: 1. het ingweonisme Of vs. (AN) Af 2. de eveneens aloude tegenstelling keuning vs. (AN) koning 3. de morfologisch geconditioneerde (secundaire) umlaut (hij) kömt vs. (AN) (hij) komt. Het gaat dus telkens om verschijnselen/tegenstellingen waarbij de meest als dialect gemarkeerde variant (a) fel van het AN-vocalisme afwijkt en als een primair dialectkenmerk 7 bestempeld mag worden, (b) geen regelmatige (maar een lexicaal bepaalde) concordantie met de AN-vocaal vertoont 8 en (c) behoort tot een groep van klankverschijnselen die in macrohistorische zin op hun retour zijn. Kortom: bij een algemeen proces van dialectnivellering en dialectverlies zouden onze drie voorbeelden nochtans eerder tot een labiele voorhoede van (vrij) snel wegnivellerende gevallen moeten behoren. En toch lijken de kaarten met de FAND-gegevens nog heel sterk op de kaarten met de gemiddeld 25 à 60 jaar oudere RND-gegevens! N.B. De drie duo s van kaarten, samen met een summier commentaar, zijn achteraan te vinden in de bijlage (kaarten 5 tot 10). 7 Zie o.a. Hinskens (1986) en Hoppenbrouwers (1990: 40-44) voor interessante besprekingen van de termen primaire / secundaire dialectkenmerken. 8 Hiermee bedoelen we dat aan een AN-vocaal x in het dialect in sommige woorden vocaal y en in andere woorden vocaal z beantwoordt. Bv.: aan AN [a:] vóór -rd beantwoordt in de Vlaamse dialecten nu eens een velaire vocaal (bv. baard), dan weer een palatale (bv. paard). 115

8 Johan Taeldeman en Geert Verleyen 3. De FAND als katalysator en als beantwoorder van structuurvragen Het ligt in de lijn der verwachtingen dat de FAND (en de MAND) door de hierboven besproken systematische opbouw van de vragenlijst en (bijgevolg) van de materiaalverzameling, een uitermate geschikt instrument zal zijn om allerlei vragen naar de impact van klankstructurerende factoren te beantwoorden. Wij proberen dat hieronder te illustreren vanuit/via een paar vragen die in eerste instantie te maken hebben met de historische ontwikkeling van gerekt-lange A! en vanouds lange A! (of {!) 1. In welke dialect(gebied)en zijn beide *AA-fonemen samengevallen en in welke niet? 2. In welke dialect(gebied)en hebben de al dan niet samengevallen oude AA-fonemen een positionele opsplitsing in een coronale en een nietcoronale allofoon gekend? Op grond van alle FAND-gegevens i.v.m. de historische ontwikkeling van de lange vocalen 9 zullen we deze vraag in tweede instantie als volgt verruimen: als historisch vocaalfoneem x in de loop van zijn ontwikkeling positionele uitsplitsing (allofonisering) gekend heeft, welke eigenschappen van het omringende consonantisme hebben daarin een conditionerende rol gespeeld? 3.1. Wgm. A5 vs. Wgm. A! In zowat alle basiswerken over de historische fonologie van het Nederlands (zie o.a. Weijnen 1974, Van Bree 1987:115 en Van Loon 1986:86-87) wordt erop gewezen dat AN [a:] een dubbele historische oorsprong heeft: gerekte Wgm. A in open syllabe (b.v. laat, maken, haver) en vanouds lange Wgm. A! die in de kustdialecten ontgetwijfeld ooit een palataler karakter had (b.v. draad, schaap, avond, maaien). Meestal wordt daar nog aan toegevoegd dat ook veel Ndl. dialecten maar één *AA-foneem hebben. Her en der is in de Ndl. dialectologie werk gemaakt van preciezer onderzoek naar de gebieden met één of met twee historische AA-fonemen: zie o.a. Te Winkel (1899), Kloeke ( ), Van Loey (1961) en eerder in de synthetiserende zin Daan-Francken (1972: ANKO II) en Weijnen (1966 en 1991). In Weijnen (1966, vouwkaart) vinden we de enige kaart die een deel van de problematiek rechtstreeks en vrij precies in beeld brengt in die zin dat Weijnen het grote oostelijke gebied gekarteerd heeft waar de representant van oude A!/{! vóór niet-dentalen donkerder is dan de representant van oude A5. 9 Dat materiaal wordt verwerkt in deel II van de FAND, dat in het voorjaar van 2000 zal verschijnen. 116

9 De FAND: een kind van zijn tijd Dankzij het FAND-materiaal kunnen wij hieronder voor het eerst een volledig overzicht geven van de twee soorten *AA-gebieden (nl. met en zonder samenval van de oude A5 en A!). Wij hebben enerzijds het vocalisme van laat (=oude A5) met dat van draad (=oude A!) vergeleken, en anderzijds het vocalisme van maken (=oude A5) met dat van schaap (=oude A!). Die dubbele vergelijking drong zich op omdat, zoals in 3.2 zal blijken, o.a. in de overgangszone tussen het westelijker gebied met één *AA-foneem en het oostelijker gebied met twee *AA-fonemen zich ook nog positionele opsplitsing van de oude AA s voordoet ongeveer volgens het feature [± coronaal] van de volgconsonant(en). Die dubbele vergelijking leverde volgende bevindingen op (zie hierbij kaart 2): 1. Een lang gerekte oostelijke zone vanaf Midden-Drente tot Zuid-Limburg heeft twee *AA-fonemen; daarbij zijn de representanten van oude A! (b.v. draad/schaap) velairder en/of geslotener (dus donkerder) dan die van Wgm. A5 (b.v. laat/maken). De westgrens valt vrij goed samen met die op Weijnens kaart van 1966, die dus op degelijke observatie van goed materiaal (welk?) berustte. Alleen moeten wij heel Oost-Noord- Brabant als een mengzone beschouwen terwijl Weijnen er de complexe toestand nog met een weliswaar erg grillig kronkelende isoglosse meende te kunnen/mogen weergeven. 2. Ook Noord-Holland ten noorden van het IJ (plus een klein (relict)gebiedje in het Gooi) is een zone waar de twee historische AA s doorgaans nog verschillen, maar dan in die zin dat de representant van Wgm. A! meestal palataler (gebleven) is dan die van Wgm. A5 (b.v. [dre:t] = draad vs. [la:t] = laat). Naarmate de Amsterdamse ietwat donkerder AA er expandeert, zal ze die oude tegenstelling (verder) tenietdoen, al verloopt dat proces blijkbaar minder vlug dan Kloeke al in suggereerde (zie Kloeke 1952:200). 3. In de rest van het Ndl. taalgebied heeft er zich reductie tot één *AAfoneem voorgedaan. Qua vocaalkleur vertoont dat monofonematische *AA-gebied nog grote verschillen, die we als we ons even beperken tot de positie vóór een coronale C (b.v. in. laat/draad) enigszins vereenvoudigd als volgt kunnen weergeven: 117

10 Johan Taeldeman en Geert Verleyen Groningen + Noord-Drente Zuid-Holland Utrecht Neder-Betuwe Zeeuwse Eilanden West-Noord-Brabant Antwerpen Zuidrand Brabant Oost-Vlaanderen West- en Frans-Vlaanderen type: òò type: èè à aa/aa type: aa/aa type: aa/aa/òò type: èè type: aa/aa type: òò type: type: òò (@) à oe (@) type: òò à òò (@) type: òò (@) 3.2. Een coronale vs. een niet-coronale variant van Wgm. A5 en Wgm. A! Al in de oudste studie over de representatie van Wgm. A! in de Ndl. dialecten (Te Winkel 1899) wordt erop gewezen dat in sommige streken (o.a. de Noord-West-Veluwe en de Neder-Betuwe) de oude *AA positioneel opgesplitst is in twee allofonen: een voor alveolaire consonanten en een voor labiale of velaire consonanten. In de jaren 1930 zijn van Ginneken (1935, voor de Zuid-Brabantse en de Vlaamse dialecten) en Weijnen (1937, voor de Oost-Noord-Brabantse dialecten) op dezelfde thematiek ingegaan en zowel in zijn Nederlandse Dialectkunde (1966:236) als in zijn Vergelijkende klankleer (1991: 66-71) heeft Weijnen het boeiende fenomeen van de vocaalallofonisering onder invloed van het volgconsonantisme in een sterk generaliserende vorm als volgt samengevat: Als vocalen geallofoniseerd zijn volgens de articulatieplaats van het volgconsonantisme, dan verloopt de verdeling bijna altijd volgens de tegenstelling [+coronaal] vs. [-coronaal]. 2. Bovengenoemde bifurcatie (in twee allofonen) doet zich eigenlijk alleen bij achtervocalen voor. Wij toetsen deze stellingen nu aan het FAND-materiaal, allereerst voor Wgm. A5 en A!, verderop in het algemeen. Een eerste cruciale constatering m.b.t. principe (2) is deze: in de gebieden met palatale representatie van Wgm. A5 en/of A! is er nooit positionele allofonisering! M.b.t. principe (1) brengt het FAND-materiaal eveneens bevestiging: waar Wgm. A5 en/of A! geallofoniseerd zijn, wordt de distributie van de positionele varianten vooral door het feature [+cor.] vs. [-cor.] van de volgconsonant 10 In de volgende regels of tendensen hebben wij wel onze eigen terminologie gebruikt. 118

11 De FAND: een kind van zijn tijd bepaald, al moeten we verderop toch op een paar interessante afwijkingen hiervan wijzen. Kaarten 3 en 4 geven de gebieden met die positionele opsplitsing(en) weer, resp. voor Wgm. A5 (laat maken) en Wgm. A! (draad schaap). Veruit het grootste gebied met positionele opsplitsing (in dit geval van samengevallen A5 en A!, zie kaart 2) wordt gevormd door ± het oude Graafschap Vlaanderen behalve het Waasland en Zeeuws-Vlaanderen. 11 Binnen dat gebied is de aard van de allofonisering nog wel heel verschillend. Bovendien zijn er twee schendingen van het [±cor.]-principe in die zin dat vóór l doorgaans de [-cor.]-variant verschijnt en vóór -j staat soms dezelfde variant als voor een coronale consonant. Dat alles wordt gevisualiseerd in het volgende schema: -[+cor.] -j -[-cor.] -l (laat/draad) (taai/draaien) (maken/schaap) (paal) Stene (N3) [O:] [O:] [a:] [a:] Leisele (N14) [O, :] [O, :] [a, :] [a, :] Moorslede ] [O:] [O:] [O:] Zomergem ]. ] [O ] [O ] Heldergem ] ] [o :] ] Verder is er nog een lange, van zuid naar noord gerekte zone met [+cor.]/[- cor.]-allofonisering op de naad van het westelijke gebied met één *AA en een oostelijk gebied met twee *AA s (zie o.a. ook van Schorhorst 1904: en De Bont 1962: 66-67). Vooral aan de oostrand van die zone zijn er dan ook dialecten met vier equivalenten van Ndl. AA, zo o.a. in de streek van het Zuid-Brabantse Tienen, bijvoorbeeld Walshoutem/P212: [sko:p] = schaap, [dro: O t] = draad, [lo:t] = laat en [ma:k@] = maken. Een derde gebied met mogelijke [+cor]/[-cor]-opsplitsing is Groningen en Noord-Drente, althans in die plaatsen waar vóór coronale C een centrerende diftong verschijnt (ongeveer ]) en vóór niet-coronale C een monoftong (ongeveer [O:]). Volendam (E91b) heeft volgens Van Ginneken (1954) eveneens die positionele opsplitsing gekend, althans bij Wgm. A5, maar uit de FAND-kaarten bijkt dat niet (meer). 11 In ± de oostelijke helft van West-Vlaanderen is de allofonisering optioneel: voor [+cor.] consonant kan [O:] nog gevolgd worden door sjwa (centrerende diftong [O. ]), voor [-cor.] consonant niet (steeds [O (3) :]). 119

12 Johan Taeldeman en Geert Verleyen In het oostelijke gebied met twee *AA-fonemen en ook in een paar Utrechtse plaatsen heeft de representant van Wgm. A! vóór -j (b.v. draaien) een heel aparte, palataliserende ontwikkeling gekend (vaak [E. i ]/[{. i ] e.d.) In feite is er hier sprake van een zekere umlautwerking. Ondanks enkele afwijkingen kunnen we m.b.t. de ontwikkeling van Wgm. A! en A5 toch in grote lijnen concluderen dat: 1. allofonisering enkel optreedt in gebieden waar oude AA (eventueel enkel vóór coronale C) aan velarisering/verdonkering onderhevig is; 2. die allofonisering zich volgens de [+cor]/[-cor]-verdeling manifesteert (althans als ze door de articulatieplaats van de volgende C bepaald wordt). Formuleren we die twee principes in hun algemenere, door Weijnen (1991:66-71) gesuggereerde vorm en breiden we voor de toetsing van die principes ons observatieterrein nu uit tot de FAND-representanten van alle historische vocalen, dan zien we dat die grosso modo bevestigd worden: (1') Als vocalen geallofoniseerd zijn volgens de articulatieplaats van het volgconsonantisme, dan verloopt de tegenstelling doorgaans volgens de verdeelsleutel [+cor]/[-cor]. (2 )Deze allofonische opsplitsing (met bovengenoemde verdeelsleutel) doet zich doorgaans enkel bij velaire/gevelariseerde vocalen voor. Van principe (2 ) is ons geen enkel duidelijk tegenvoorbeeld bekend en van principe (1 ) zien we voorlopig maar één duidelijke afwijking: in een grote groep westelijke + zuidelijke Limburgse dialecten (o.a. Genk/Q3 en Tongeren/Q162, zie resp. ook Goossens 1959 en Grootaers ) is Wgm. o! geallofoniseerd volgens de sleutel [-achter] vs. [+achter], dus allofoon x (meestal oe-achtig) vóór alveolairen + labialen (b.v. Genks [u:] in voet en roepen) en allofoon y (meestal oo-achtig) vóór velairen (b.v. Genks [o:] in broek). Van de door Weijnen gesuggereerde [+cor]/[-cor]-verdeelsleutel daarentegen zijn de voorbeelden talrijk. We vermelden er kort nog een paar: Wgm. A!/A5 in de Westhoek: vóór [ C +cor ]: [O :(@) ] < vóór [ C ]: [a:]/[a:] -cor 120

13 De FAND: een kind van zijn tijd Wgm. o! in het West-Vlaams: vóór [ C +cor ]: [u:(@) ] < vóór [ C ]: [u ] -cor Wgm au in de Westhoek: vóór [ C +cor ]: [o:(@) ] (brood) < vóór [ C ]: [o:] (lopen), (rook) -cor Wgm. o of u in het Gents (cf. Taeldeman 1985): vóór [ C ]: [o:] (zot) +cor < vóór [ C -cor ]: [o,u ] (kop), (stok) Voor die ogenschijnlijk natuurlijke verdeelsleutel ingeval van allofonisering van achtervocalen volgens de articulatieplaats van de volgende C moet er ook een verklaring zijn. Met het etiket preslavisme dat van Ginneken (1935) erop kleefde, zal wel niemand meer vrede nemen. Voor een poging tot verklaring althans tot op zekere hoogte gaan wij terug naar de ons ter beschikking staande klankfeiten en klankverhoudingen en onderwerpen die nog eens aan een grondige observatie. Hieruit komen erg relevante feiten naar voren, die we hieronder op een rijtje zetten: Kaart 3 visualiseert de gebieden met allofonisering van Wgm. A5 (laat vs. maken). Als we de aard van de allofonische verschillen in die gebieden onderzoeken, constateren we dat: (a) de coronale allofoon vaak een centrerende diftong is (cf. de kaart van laat in FAND, deel II, 2000); (b) centrerende diftongering van oude A5 buiten die gebieden met (c) allofonisering bijna volledig ontbreekt; er vaak (ook) een apertureverschil is tussen de coronale allofoon en de niet-coronale allofoon en altijd in dezelfde zin: de coronale allofoon is dan geslotener. Op kaarten met de representanten van andere historische achtervocalen (b.v. Wgm. gerekte o5 met goot vs. koken, Wgm. au met brood vs. boom) kunnen we dezelfde tendensen (a) (c) waarnemen. Hieruit kunnen we alleen maar concluderen (1) dat er zich tussen een velaire (evt. gevelariseerde) monoftong en een coronale volgconsonant gemakkelijk een sjwa ontwikkelt, waardoor een centrerende diftong ontstaat; (2) dat, 121

14 Johan Taeldeman en Geert Verleyen zolang het begin van die centrerende diftong vrij open is (b.v. [O]), er een proces van dissimilatie t.o.v. op gang komt, wat neerkomt op een sluitingsproces (b.v. [O. ] [O. ] [o. ] [o. ] en zelfs [u. ]) 12. Wellicht (mede) onder druk van structurele factoren kan dat sluitingsproces (en ook het diftongeringsproces) in elke fase ook weer afgebroken worden. Op grond van dit alles menen wij de oorzakelijkheidsvraag als volgt te mogen reduceren: hoe komt het dat velaire monoftongen zich vóór coronale consonanten gemakkelijk tot centrerende diftongen ontwikkelen? Die vraag spelen we met plezier maar ook in spanning aan een akoestisch foneticus door. Ondertussen toasten we graag op de zowel hooggeleerde als minzame Toon Weijnen, die ons zoals al zo vaak gebeurde op dit interessante fonologische pad gebracht heeft. Hij mag er gerust op zijn: het verschijnen van de FAND zal zijn monumentale Vergelijkende Klankleer van de Nederlandse Dialecten (1991) niet tot een verouderd boek degraderen! 12 Op die manier wordt traditioneel toch ook de continentale West-Germaanse ontwikkeling van oude o! tot oe (b.v. in voet) verklaard:*o5 o5 u5 (nog West-Vlaams) u5 (nog Brabants) korte oe (AN). Zie o.a. Taeldeman (1992) voor meer details. 122

15 De FAND: een kind van zijn tijd Kaart 2: LAAT vs. DRAAD en MAKEN vs. SCHAAP: 1 of 2 AA-fonemen? Kaart 3: AA in LAAT vs. AA in MAKEN 123

16 Johan Taeldeman en Geert Verleyen Kaart 4: AA in DRAAD vs. AA in SCHAAP 124

17 De FAND: een kind van zijn tijd Kaart 5: AF (RND) Het ingweoonse o -vocalisme is nog courant opgetekend in de hele kuststreek (behalve Frans-Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen) en een gebied ten zuiden + ten oosten van het IJsselmeer. De vorm met òò in Zuid-Limburg is (uiteraard) niet-ingweoons maar gaat terug op Mnl. ave (zie ook Berteloot 1984:51 en diens kaart 10). 125

18 Johan Taeldeman en Geert Verleyen Kaart 6: AF (GTP) In vergelijking met de RND-kaart zien we hier maar in enkele gebieden enige regressie van de ingweoonse o : ze verdween nu helemaal uit Walcheren en kreeg een relictmatig karakter in de Randstad (=Holland ten zuiden van het IJ + Utrecht) en op de Veluwe. Elders, d.w.z. in West-Vlaanderen, op de Zeeuwse eilanden (behalve Walcheren) en Overflakkee, Noord-Holland benoorden het IJ en in een groot noordoostelijk gebied, hield of nog goed stand. (Voor een gedetailleerder kaartbeeld + commentaar: zie FAND, deel I, kaart 4). 126

19 De FAND: een kind van zijn tijd Kaart 7: KONING (RND) Klankwetmatig zou koning (wegens umlautfactor: Onfr. cuning) in heel het Ndl. taalgebied palataal eu-achtig vocalisme moeten vertonen. In Vlaanderen is dat ook zo, maar in Nederland wordt de taalkaart door oo-achtig vocalisme gedomineerd. Alleen in sommige perifere gebieden (Ndl. Limburg, Oost-Noord-Brabant, de Achterhoek + Twente, Drente en Groningen) overweegt nog palataal vocalisme. De oo van AN en dialect koning heeft zo te zien op de eerste plaats een Hollandse basis (in woorden met umlautfactor hebben westelijke/ ingweoonse dialecten soms relicten van niet ( spontaan ) gepalataliseerde oo, vgl. ook West-Vlaams sloter (=sleutel); zie o.a. Vereecken 1938, Taeldeman 1971 en Goossens 1980). Ook in een woord als koning kon de plechtige(r) oo er (AN)-status krijgen en sedertdien is die ingweoonse /Hollandse oo in koning (en in veel mindere mate in molen, zie FAND, deel II, 2000) gaan expanderen naar het (noord)-oosten, maar voorlopig nog niet in de meest perifere gebieden. 127

20 Johan Taeldeman en Geert Verleyen Kaart 8: KONING (GTP) Op de (vereenvoudigde) FAND-kaart zien we dat de oostwaartse expansie van AN/hollandse oo al wat verder opgeschoten is in Drente en in Oost-Noord-Brabant (nu menggebieden). Overigens echter valt weer de gelijkenis tussen de twee kaartbeelden op. 128

21 De FAND: een kind van zijn tijd Kaart 9: (hij) KOMT (RND) De morfologische umlaut in (hij)komt was kort na het midden van deze eeuw te situeren in Limburg, Oost-Noord-Brabant, Gelderland (behalve de Neder-Veluwe en de Betuwe) en Overijssel (vooral het westen). Drente en Groningen zijn de enige oostelijke provincies zonder deze morfologische umlaut. Dit oostelijke gebied met morfologische umlaut is het resultaat van een eeuwenlange oostwaartse regressiebeweging onder druk van het toonaangevende Holland, dat zijn morfologische alternantieloosheid aan Brabant-Utrecht en verder ook aan het grootste deel van het noordoosten [kon] opdringen (Goossens: 1980:42). 129

22 Johan Taeldeman en Geert Verleyen Kaart 10: (hij) KOMT (GTP) Blijkbaar heeft de oostwaartse regressie van de morfologische umlaut zich in de laatste 30 à 50 jaar niet (spectaculair) verder doorgezet, althans niet gebiedsmatig. Kaart 10 is op enkele details na een kopie van kaart 9! 130

23 De FAND: een kind van zijn tijd Bibliografie ANDERSEN, H Abductive and Deductive Change. In: Language 49, 4, p AUER, P Zweidimensionale Modelle für die Analyse von Standard/Dialekt-Variation und ihre Vorläufen in der deutschen Dialektologie. In: W. Viereck (ed.): Historische Dialektologie und Sprachwandel, p Stuttgart. BERTELOOT, A Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands. Deel I Tekst. Deel II Platen. Gent. DE BONT, A.P Dialekt van Kempenland, meer in het bijzonder d Oerse taol. Assen. DAAN, J. - M. FRANCKEN Atlas van de Nederlandse Klankontwikkeling. Deel 1 (1972) en deel 2 (1977). GOOSSENS, J Historisch onderzoek van sleeptoon en stoottoon in het dialect van Genk. In: Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie XLV, p Middelnederlandse vocaalsystemen. In: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, p GOOSSENS, J. - J. TAELDEMAN - G. VERLEYEN 1998 Fonologische Atlas van de Nederlandse Dialecten (FAND), deel I. Gent 2000 (voorjaar) Fonologische Atlas van de Nederlandse Dialecten (FAND), deel II. Gent GROOTAERS, L Het dialect van Tongeren. Eene phonetisch-historische studie. Leuvense Bijdragen 8, p , ; 9, 1-35, HAAS, W Lautwandel, Lautersatz und die Dialektologie. In: W. Viereck (ed.): Historische Dialektologie und Lautwandel, p Stuttgart. HAGEN, A.M Waar is de regenboog gebleven? In: H. Crompvoets - A. Dams (red.): Kroesels op de bozzem, p Waalre. HINSKENS, F Dialect Levelling in Limburg. Structural and Sociolinguistic Aspects. Doct. proefschrift. Nijmegen. HOPPENBROUWERS, C Het regiolect. Van dialect tot Algemeen Nederlands. Muiderberg. KLOEKE, G.G De Noordnederlandsche tegenstelling West-Oost-Zuid weerspiegeld in de a- woorden; een dialectgeografische excursie om de Zuiderzee. In: Nieuwe Taalgids 27, p en 28, Ook in: Kloeke, G.G. (1952): Verzamelde opstellen, p

24 Johan Taeldeman en Geert Verleyen RND Reeks Nederlandse Dialectatlassen. Uitgegeven door E. Blancquaert en W. Pée.Antwerpen. TAELDEMAN, J De klankstruktuur van het Gentse dialekt. Een synchrone beschrijving en een historische en geografische situering. Gent 1989 De waarde van het materiaal Willems voor fonologisch onderzoek: een proeve. In: Taal en Tongval, themanummer 2: Honderd jaar enquête-willems, p De BEUK in de Nederlandse dialecten: een klankgeografisch buitenbeentje. In: S. Predota (red.): Studia Neerlandica et Germanica (Wroclaw), p Dialectresistentie en dialectverlies op fonologisch gebied. In: Taal en Tongval, themanummer 6: Dialectverlies en regiolectvorming, p TE WINKEL, J Bijdrage tot de kennis van de Noordnederlandsche tongvallen. I. De oudgermaansche lange AE. In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 18, p VAN BREE, C Historische grammatica van het Nederlands. Dordrecht. VAN HOUT, R De structuur van taalvariatie. Een sociolinguïstisch onderzoek naar het stadsdialect van Nijmegen. Dordrecht. VAN LOON, J Historische fonologie van het Nederlands. Leuven. VAN LOEY, A Palatalisatie van de Middelnederlandse en Zuidnederlandse uu; Mechelse aa. In: Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie XXXV, p VAN SCHOTHORST, W Het dialect der Noord-West-Veluwe. Utrecht. VEREECKEN, C Van *slutila naar sleutel. Umlaut en spontane palatalisering op Nederlands taalgebied. In: Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie XII, p WEIJNEN, A Onderzoek naar de dialectgrenzen in Noord-Brabant. Fijnaart 1966 Nederlandse Dialectkunde. Assen 1974 Het Algemeen Beschaafd Nederlands historisch beschouwd. Assen 1991 Vergelijkende Klankleer van de Nederlandse Dialecten. s-gravenhage. 132

Taalvariatie in Nederland: Fonologische Atlassen

Taalvariatie in Nederland: Fonologische Atlassen Taalvariatie in Nederland: Fonologische Atlassen [email protected] 1/3 november 2004 1 Fonologische atlassen van het Nederlands Verschillen in uitspraak van woorden horen tot de opvallendste

Nadere informatie

http://fuzzy.arts.kuleuven.ac.be/rewo/

http://fuzzy.arts.kuleuven.ac.be/rewo/ Ton van de Wijngaard WEGWIJZER NEDERLANDSE DIALECTOLOGIE Rubriek A geeft een overzicht van relevante literatuur die er op het gebied van de Nederlandse streektalen en dialecten is verschenen. De rubriek

Nadere informatie

Kenmerkeconomie in de GTRP-database

Kenmerkeconomie in de GTRP-database Kenmerkeconomie in de GTRP-database Marc van Oostendorp 1 De FAND en de moderne fonologie Uit Goeman & Taeldeman (1996), 1 waarin de voorgeschiedenis van de Fonologische Atlas van de Nederlandse Dialecten

Nadere informatie

5,2. Spreekbeurt door een scholier 1862 woorden 26 februari keer beoordeeld. Nederlands

5,2. Spreekbeurt door een scholier 1862 woorden 26 februari keer beoordeeld. Nederlands Spreekbeurt door een scholier 1862 woorden 26 februari 2002 5,2 92 keer beoordeeld Vak Nederlands dialect (v. Gr. dialektos = spreken, gesprek), regionaal gebonden taalvariant die niet als standaardtaal

Nadere informatie

De analyse van uitspraakverschillen in Nederlandse en Friese taalvariëteiten

De analyse van uitspraakverschillen in Nederlandse en Friese taalvariëteiten De analyse van uitspraakverschillen in Nederlandse en Friese taalvariëteiten Wilbert Heeringa, John Nerbonne, Peter Kleiweg 1. Inleiding Schibbolets verraden de geografische herkomst van dialectsprekers.

Nadere informatie

Kaarten in soorten en maten

Kaarten in soorten en maten De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie 07-11-13 / 15:06 Pag. 20 Kaarten in soorten en maten Joep Kruijsen en Nicoline van der Sijs 20 De Kaartenbank die in januari 2014 is gelanceerd (www.meertenskaartenbank.nl),

Nadere informatie

In memoriam Prof.dr. Cecile Tavernier-Vereecken 1915-2000

In memoriam Prof.dr. Cecile Tavernier-Vereecken 1915-2000 In memoriam Prof.dr. Cecile Tavernier-Vereecken 1915-2000 Op 22 december 2000 is Cecile Vereecken op 85-jarige leeftijd te Gent overleden. Cecile Vereecken was in vakkringen beter bekend als mevrouw Tavernier

Nadere informatie

Samenvatting in het Nederlands

Samenvatting in het Nederlands Samenvatting in het Nederlands Hoofdstuk 1. Dit boek beschrijft een sociolinguïstisch onderzoek op het Friese Waddeneiland Ameland. In meer dan één opzicht kan de taalsituatie hier uniek genoemd worden.

Nadere informatie

Over de taal van Blokzijl

Over de taal van Blokzijl Over de taal van Blokzijl De taal van Blokzijl: Stellingwerfs? Op de streektaalkaart van Nederland uit de Bosatlas is te zien dat Blokzijl aan de rand van het donkerroze gebied ligt. Dat is het gebied

Nadere informatie

Veranderingen in het Vlielands 1

Veranderingen in het Vlielands 1 Harrie Scholtmeijer Harrie Scholtmeijer Veranderingen in het Vlielands 1 Abstract In this article we repeat the dialect recording on the island of Vlieland (A 003) made by Jo Daan in 1951. Even when using

Nadere informatie

Basisbegrippen van de taalwetenschap: Variatielinguïstiek

Basisbegrippen van de taalwetenschap: Variatielinguïstiek Basisbegrippen van de taalwetenschap: Variatielinguïstiek Marc van Oostendorp [email protected] 29 november 2004 Variatielinguïstiek Wat is variatielinguïstiek? De studie van taalvariatie

Nadere informatie

Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp

Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp Samenvatting Semantisch versus lexicaal geslacht: synchrone en diachrone variatie in Germaanse geslachtscongruentie De meeste Germaanse talen, waaronder het

Nadere informatie

Chris De Wulf. Chris De Wulf. Procope van de h-

Chris De Wulf. Chris De Wulf. Procope van de h- Chris De Wulf Chris De Wulf Procope van de h- Abstract In this text I try to give a precise description of the geographical spread of h-dropping in the Dutch dialects in the Netherlands and Belgium. The

Nadere informatie

De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie / 15:06 Pag. 27

De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie / 15:06 Pag. 27 De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie 07-11-13 / 15:06 Pag. 27 Kaart 7. Toon wast zich, uit Syntactische Atlas van de Nederlandse Dialecten, deel 1 (68b). Kaart 8. Eduard kent zichzelf goed,

Nadere informatie

DE FONOLOGISCHE ATLAS VAN DE NEDERLANDSE DIALECTEN (FAND)

DE FONOLOGISCHE ATLAS VAN DE NEDERLANDSE DIALECTEN (FAND) JOHAN TAELDEMAN DE FONOLOGISCHE ATLAS VAN DE NEDERLANDSE DIALECTEN (FAND) OPZET", UfTWERKING EN OPERATIONAUTElT ABSTRACT In 2005 the third and final volume ofthe Fonologische Atlas van de Nederlandse Dialecten

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/116420

Nadere informatie

Uitstroommonitor praktijkonderwijs

Uitstroommonitor praktijkonderwijs Uitstroommonitor praktijkonderwijs 2016-2017 Samenvatting van de monitor 2016-2017 en de volgmodules najaar 2017 Sectorraad Praktijkonderwijs december 2017 Versie definitief 1 Vooraf In de periode 1 september

Nadere informatie

Rijksmonumenten - nabijheid

Rijksmonumenten - nabijheid De Erfgoedmonitor Home > Indicatoren > Rijksmonumenten - nabijheid Rijksmonumenten - nabijheid Publicatiedatum: 18 januari 2018 Rijksmonumenten zijn in Nederland, met uitzondering van Flevoland, bijna

Nadere informatie

6,6. Praktische-opdracht door een scholier 2250 woorden 7 juni keer beoordeeld. Wiskunde A

6,6. Praktische-opdracht door een scholier 2250 woorden 7 juni keer beoordeeld. Wiskunde A Praktische-opdracht door een scholier 2250 woorden 7 juni 2004 6,6 41 keer beoordeeld Vak Wiskunde A Plan van aanpak Doel: Inzicht krijgen in het systeem van nummerborden in Nederland (vroeger en nu) en

Nadere informatie

Middelnederlandse vocaalsystemen

Middelnederlandse vocaalsystemen Middelnederlandse vocaalsystemen J. Goossens bron (Bijlagen van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, Nr. 2). Hasselt 1981 Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/goos003midd01_01/colofon.htm

Nadere informatie

Uitstroommonitor praktijkonderwijs

Uitstroommonitor praktijkonderwijs Uitstroommonitor praktijkonderwijs 2015-2016 Samenvatting van de monitor 2015-2016 en de volgmodules najaar 2016 Platform Praktijkonderwijs december 2016 Definitieve versie 161208 1 Vooraf In de periode

Nadere informatie

Tellen met Taal. Het meten van variatie in zinsbouw in Nederlandse dialecten. Marco René Spruit

Tellen met Taal. Het meten van variatie in zinsbouw in Nederlandse dialecten. Marco René Spruit Tellen met Taal Het meten van variatie in zinsbouw in Nederlandse dialecten Marco René Spruit Taalkundige afstand Iedereen weet dat de afstand tussen Amsterdam en Utrecht kleiner is dan de afstand tussen

Nadere informatie

Regionale verscheidenheid in bevolkingsconcentraties

Regionale verscheidenheid in bevolkingsconcentraties Deel 1: Gemiddelde leeftijd en leeftijdsopbouw Mathieu Vliegen en Niek van Leeuwen De se bevolkingskernen vertonen niet alleen een ongelijkmatig ruimtelijk spreidingspatroon, maar ook regionale verschillen

Nadere informatie

VEERTIENDE-EEUWSE VARIATIE IN SK-SPELLINGEN

VEERTIENDE-EEUWSE VARIATIE IN SK-SPELLINGEN CHRIS DE WULF & BOUDEWIJN VAN DEN BERG VEERTIENDE-EEUWSE VARIATIE IN SK-SPELLINGEN The vast corpus of 14th century charters, composed by Piet van Reenen and Maaike Mulder will be used as input for a phonological

Nadere informatie

Een kritische terugblik op honderd jaar taalzorg en taaladvisering in Vlaanderen. En wat brengt de toekomst?

Een kritische terugblik op honderd jaar taalzorg en taaladvisering in Vlaanderen. En wat brengt de toekomst? Ronde 8 Peter Debrabandere Katholieke Hogeschool VIVES Contact: [email protected] Een kritische terugblik op honderd jaar taalzorg en taaladvisering in Vlaanderen. En wat brengt de toekomst?

Nadere informatie

Klanken 1. Tekst en spraak. Colleges en hoofdstukken. Dit college

Klanken 1. Tekst en spraak. Colleges en hoofdstukken. Dit college Tekst en spraak Klanken 1 Representatie van spraak vereist representaties van gedeeltes die kleiner dan woorden zijn. spraaksynthese (tekst-naar-spraak) rijtje letters! akoestische golfvorm http://www.fluency.nl/

Nadere informatie

Gunther De Vogelaer De Nederlandse en Friese subjectsmarkeerders: geografie, typologie en diachronie

Gunther De Vogelaer De Nederlandse en Friese subjectsmarkeerders: geografie, typologie en diachronie Review 119 Gunther De Vogelaer De Nederlandse en Friese subjectsmarkeerders: geografie, typologie en diachronie Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2008 449 pp. ISBN 978-90-72474-74-2

Nadere informatie

T-DELETIE IN DE NEDERLANDSE DIALECTEN:

T-DELETIE IN DE NEDERLANDSE DIALECTEN: CHRIS DE WULF & JOHAN TAELDEMAN T-DELETIE IN DE NEDERLANDSE DIALECTEN: EEN GLOBAAL OVERZICHT 1. Inleiding (1) Na 1999 is het stil geworden rond de deletie van eind-t, hoewel dit ongetwijfeld een van de

Nadere informatie

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Persbericht PB13 062 1 oktober 2013 9:30 uur Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Tussen 2012 en 2025 groeit de bevolking van Nederland met rond 650 duizend tot 17,4 miljoen

Nadere informatie

De beroepsbevolking in de grensregio s van Nederland en Vlaanderen: grote verschillen aan weerszijden van de grens

De beroepsbevolking in de grensregio s van Nederland en Vlaanderen: grote verschillen aan weerszijden van de grens De beroepsbevolking in de grensregio s van Nederland en Vlaanderen: grote verschillen aan weerszijden van de grens Bierings, H., Schmitt, J., van der Valk, J., Vanderbiesen, W., & Goutsmet, D. (2017).

Nadere informatie

Een andere indeling van de Limburgse dialecten

Een andere indeling van de Limburgse dialecten Een andere indeling van de Limburgse dialecten Wilbert Heeringa Meertens Instituut 1. Inleiding De kaart op de kaft van dit jaarboek geeft op fraaie wijze de indeling van de Limburgse dialecten weer. De

Nadere informatie

thema 1 Nederland en het water topografie

thema 1 Nederland en het water topografie thema 1 Nederland en het water topografie Argus Clou Aardrijkskunde groep 6 oefenkaart met antwoorden Malmberg s-hertogenbosch thema 1 Nederland en het water topografie Gebergten Vaalserberg Plaatsen Almere

Nadere informatie

[0161] ENKELE KANTTEKENINGEN BIJ EEN NIEUW WERK OVER DE FONOLOGIE VAN HET FRIES

[0161] ENKELE KANTTEKENINGEN BIJ EEN NIEUW WERK OVER DE FONOLOGIE VAN HET FRIES US WURK IX (1960), p. 43 [0161] ENKELE KANTTEKENINGEN BIJ EEN NIEUW WERK OVER DE FONOLOGIE VAN HET FRIES Dat het fonologisch onderzoek van een taal met kleine expansie als het Fries hoegenaamd niet achter

Nadere informatie

Basisscholen in krimpgebieden in schooljaar 2017/2018

Basisscholen in krimpgebieden in schooljaar 2017/2018 Basisscholen in krimpgebieden in 2017/2018 In welke provincies sluiten de meeste basisscholen? Aan het begin van 2017/2018 zijn in Groningen, Zeeland, Limburg en Flevoland rond 2% van de basisscholen gesloten

Nadere informatie

Wat ga je in deze opdracht leren? Meer leren over: soorten vragen, vraagwoorden, signaalwoorden en sleutelwoorden

Wat ga je in deze opdracht leren? Meer leren over: soorten vragen, vraagwoorden, signaalwoorden en sleutelwoorden Wat ga je in deze opdracht leren? Meer leren over: soorten vragen, vraagwoorden, signaalwoorden en sleutelwoorden Soorten vragen, vraagwoorden, signaal- en sleutelwoorden Schema 1 Soorten vragen Open vraag

Nadere informatie

Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie

Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie Jan Goossens & Jacques Van Keymeulen bron. In: Toponymie & dialectologie LXXVIII (2006), p. 37-97. Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/goos003gesc01_01/colofon.htm

Nadere informatie

Analyse NVM openhuizendag

Analyse NVM openhuizendag Analyse NVM openhuizendag Gemaakt door: NVM Data & Research Datum: 1 juli 2011 Resultaten analyse Openhuizenbestand 26 maart 2011 Er doen steeds meer woningen mee aan de NVM-openhuizendag. Op 26 maart

Nadere informatie

Taal en Tongval 62,

Taal en Tongval 62, This contribution evaluates the role and position of Weijnen in dialectological debates about the relationships between the Netherlands in the north and Flanders in the south. This is done on the basis

Nadere informatie

Bekendheid Overijsselse regio s

Bekendheid Overijsselse regio s Rapport Bekendheid Overijsselse regio s Resultaten 0-meting december 2008 Rapportage: januari 2009 Bestemd voor: Jolanda Vrolijk, Provincie Overijssel nbtc nipo research postadres Postbus 458 2260 MG Leidschendam

Nadere informatie

Het onregelmatige vocalisme bij een aantal sterke werkwoorden in Brabantse dialecten

Het onregelmatige vocalisme bij een aantal sterke werkwoorden in Brabantse dialecten Het onregelmatige vocalisme bij een aantal sterke werkwoorden J. Goossens Het onregelmatige vocalisme bij een aantal sterke werkwoorden in Brabantse dialecten Abstract In most Belgian Brabantine dialects

Nadere informatie

Geschiedenis van het Nederlands. Oudnederlands

Geschiedenis van het Nederlands. Oudnederlands Geschiedenis van het Nederlands Oudnederlands Geschiedenis van het Nederlands Oudnederlands Geschiedenis van het Nederlands Oudnederlands Proto-Indo-Europees Proto-Germaans Keltisch, Italisch, Baltisch,

Nadere informatie

DE PALATALISERING EN VELARISERING VAN CORONALE

DE PALATALISERING EN VELARISERING VAN CORONALE DE PALATALISERING EN VELARISERING VAN CORONALE NASAAL-PLOSIEF CLUSTERS FRANS HINSKENS & MARC VAN OOSTENDORP DE PALATALISERING EN VELARISERING VAN CORONALE NASAAL-PLOSIEF CLUSTERS IN GTR. TALIGE, DIALECTGEOGRAFISCHE

Nadere informatie

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN K.U.Leuven Instituut voor de Overheid Universiteit Antwerpen Universiteit Gent Hogeschool Gent www.steunpuntbov.be INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN Ellen Wayenberg & Filip De Rynck Spoor Bestuurlijke

Nadere informatie

Taalverandering. 19. Taalverandering. Opdracht 19.1

Taalverandering. 19. Taalverandering. Opdracht 19.1 19. Taalverandering Opdracht 19.1 Vraag: Noem twee voorbeelden van varianten in het Nederlands (of in een andere taal) die steeds meer gebruikt lijken te gaan worden. Geef een lexicale en een andere variant.

Nadere informatie

Juni 2012 Meer werkzoekenden (NWW) dan een jaar geleden Aantal WW-uitkeringen in een jaar tijd met gestegen

Juni 2012 Meer werkzoekenden (NWW) dan een jaar geleden Aantal WW-uitkeringen in een jaar tijd met gestegen Juni 2012 Meer werkzoekenden (NWW) dan een jaar geleden - 464.300 werkzoekenden geregistreerd bij UWV WERKbedrijf - In i vrijwel evenveel werkzoekenden als in - Van de 55-plus beroepsbevolking is 9,4 procent

Nadere informatie

JONGE EN OUDE DIALECTWOORDEN

JONGE EN OUDE DIALECTWOORDEN JONGE EN OUDE DIALECTWOORDEN Jn mijn opstel "Marktrayons en Taalrayons" in de eerste jaargang, blz. 27 v.v., van dit tijdschrift, heb ik op het interlocale handelsverkeer als isoglossenvormende factor

Nadere informatie

Reinhild VANDEKERCKHOVE, 2000, Structurele en sociale aspecten van dialectverandering. De dynamiek van het Deerlijkse dialect.

Reinhild VANDEKERCKHOVE, 2000, Structurele en sociale aspecten van dialectverandering. De dynamiek van het Deerlijkse dialect. Leuvense Bijdragen 91(2002) Reinhild VANDEKERCKHOVE, 2000, Structurele en sociale aspecten van dialectverandering. De dynamiek van het Deerlijkse dialect. Gent (KANTL) In 1998 verdedigde Reinhild Vandekerckhove

Nadere informatie

ERKENNING STREEKTALEN IN HET NEDERLANDS TAALGEBIED CHARLOTTE REIJNGOUDT-GIESBERS

ERKENNING STREEKTALEN IN HET NEDERLANDS TAALGEBIED CHARLOTTE REIJNGOUDT-GIESBERS ERKENNING STREEKTALEN IN HET NEDERLANDS TAALGEBIED CHARLOTTE REIJNGOUDT-GIESBERS Een taal wordt vitaler door hem te gebruiken. Use it, don t lose it! LUTZ JACOBI LEGT EED IN FRIES AF http://www.youtube.com/watch?v=vh7myqejm6e

Nadere informatie

Nijverheidsstatistiek Struve en Bekaar

Nijverheidsstatistiek Struve en Bekaar Nijverheidsstatistiek Struve en Bekaar 1887-1889 Nederlandsch Economisch-Historisch Archief (NEHA) Cruquiusweg 31 1019 AT Amsterdam Nederland hdl:10622/arch03875 IISG Amsterdam 2015 Inhoudsopgave Nijverheidsstatistiek

Nadere informatie

Leenonderzoek Het autolening onderzoek 2017

Leenonderzoek Het autolening onderzoek 2017 Leenonderzoek Geldshop heeft een grootschalig onderzoek naar leningaanvragen voor auto s in Nederland uitgevoerd. In totaal werd de data van duizenden aanvragen in de periode januari 2016 tot en met augustus

Nadere informatie

Over de taal van Wierden

Over de taal van Wierden Over de taal van Wierden De taal van Wierden: Twents-Graafschaps Hieronder is de streektaalkaart van Nederland uit de Bosatlas afgebeeld. Wierden ligt ten westen van het licht oranje gebied, in het gebied

Nadere informatie

Persoonlijke achtergrondgegevens burgemeesters

Persoonlijke achtergrondgegevens burgemeesters Persoonlijke achtergrondgegevens burgemeesters Dit document bevat de volgende gegevens: Een overzicht van de burgemeesters naar politieke partij in de periode 2002-2017. Een overzicht van het aandeel vrouwelijke

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20932 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20932 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/20932 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Haar, Sita Minke ter Title: Birds and babies : a comparison of the early development

Nadere informatie

Kracht van regiomerken onderzoek 2013 Provincie Flevoland. Den Haag, december 2013

Kracht van regiomerken onderzoek 2013 Provincie Flevoland. Den Haag, december 2013 Kracht van regiomerken onderzoek 2013 Provincie Flevoland Den Haag, december 2013 Aanleiding onderzoek regiobranding gaat tegenwoordig verder dan alleen promotie ontwikkeling van toeristisch merk inzicht

Nadere informatie

Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies

Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 19 juli 2007 Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies Eén op de tien Belgen werkt in een ander gewest; één op de vijf in een andere

Nadere informatie

Therapiekeuze bij verstaanbaarheidsproblemen. Waarom dit onderwerp? Goed nieuws! Therapiekeuze bij verstaanbaarheidsproblemen

Therapiekeuze bij verstaanbaarheidsproblemen. Waarom dit onderwerp? Goed nieuws! Therapiekeuze bij verstaanbaarheidsproblemen Therapiekeuze bij verstaanbaarheidsproblemen Regiodag logopedie 27 mei 2014 Waarom dit onderwerp? Maaike Diender Klinisch linguïst Audiologisch centrum Alkmaar: ACHN Kinderen 2-5 jaar, 2010-2013 Geen spraakproductieprobleem

Nadere informatie