Trillingsonderzoek Sporen in Utrecht

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Trillingsonderzoek Sporen in Utrecht"

Transcriptie

1 Trillingsonderzoek Sporen in Utrecht Onderzoek naar mitigerende maatregelen D79-PBO-KA maart Versie 1.0

2 Samenvatting In het kader van het project Sporen in Utrecht (SiU) legt ProRail nieuwe sporen aan in de regio Utrecht. In het kader van dit project wordt onder meer de sporenlay-out aangepast, wijzigt de snelheid van een deel van de treinen en verandert het spoorgebruik. Deze maatregelen hebben invloed op de trillingssterkte ten gevolge van passerende treinen in gebouwen in de nabijheid van het spoor. Met behulp van trillingsmodellen is in het hoofdrapport van het trillingsonderzoek een prognose gemaakt van de trillingssituatie langs het gehele tracé. Deze prognose is beoordeeld op de BTS. In de subgebieden waar op basis van de modelberekeningen overschrijdingen van de BTS worden verwacht, zijn metingen in gebouwen uitgevoerd. Op basis van deze metingen is de trillingssituatie in de referentie- en plansituatie berekend en beoordeeld op de BTS. Rond de locatie Nieuwe Houtenseweg 27 worden overschrijdingen van het beoordelingskader verwacht. Het doel van het in dit rapport beschreven onderzoek is om maatregelen te ontwerpen waarmee de overschrijdingen kunnen worden gereduceerd conform de eisen en het doelmatigheidscriterium uit de BTS. Dit rapport bevat de resultaten van de modelberekeningen. Met behulp van 3D eindige elementenmodellen is een groot aantal maatregelen doorgerekend. De minst kostbare maatregel met voldoende effect is een trillingsscherm van beton van 14.1 meter diep en 1.5 meter breed, meteen naast het spoortalud. Deze maatregel kost 5.1 tot 5.7 mln. voor deze locatie. De kosten van deze maatregel zijn aanzienlijk hoger dan het richtbedrag van twee keer ( 0.1 mln). D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

3 Begrippenlijst BTS Geovib (O)TB Referentiesituatie Plansituatie OTC V max, stat R V per Q Beleidsregel Trillinghinder Spoor, beoordelingsrichtlijn van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu ten aanzien van trillinghinder t.b.v. de vaststelling van tracébesluiten voor de aanleg, wijziging of opnieuw in gebruik nemen van een landelijke spoorweg, d.d. 10 april 2012, Staatscourant. 2012, nr en de bijbehorende wijzigingen van 24 maart 2014, Staatscourant. 2014, nr D eindige elementenmodel dat de voortplanting van trillingen door de bodem berekent. Het model is heel geschikt om verschillende varianten van bijvoorbeeld de taludgeometrie door te rekenen, of om de invloed van trillingsmaatregelen te onderzoeken. Geovib is in het verleden ontwikkeld door Movares en wordt al jarenlang toegepast binnen trillingsonderzoeken. Het model is uitvoerig geverifieerd met behulp van metingen. (Ontwerp)tracébesluit (ontwerp)besluit op grond van de Tracéwet, waarin het project is vastgelegd Huidige situatie, wordt in de BTS referentiesituatie genoemd. In dit onderzoek wordt als jaartal 2007 gehanteerd Situatie die ontstaat in het planjaar 2020 na realisatie van Sporen in Utrecht Ondergrondse Trillingsreducerende Constructie, een constructie in de bodem waarmee trillingen worden gedempt of gereflecteerd, zodat in de bebouwing achter deze constructie minder trillingshinder wordt ervaren Maximaal optredende trillingssterkte, bepaald conform de in de BTS voorgeschreven naverwerkingsprocedure Getal dat de reproduceerbaarheid van een dataset aangeeft. Wenselijk is een R lager dan 10 procent Trillingsintensiteit Verhouding tussen trillingssterkte in referentie- en plansituatie. Maximale waarde conform de BTS is 1.3 D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

4 Inhoudsopgave Samenvatting 1 Begrippenlijst 2 1 Inleiding Aanleiding Doel van het onderzoek Opzet van het onderzoek Toegepaste richtlijnen en uitgangspunten Leeswijzer 5 2 Onderzoeksaanpak Gevolgde methodiek Mogelijke maatregelen Mogelijke maatregelen aan de bron Mogelijke maatregelen aan de transmissie Mogelijke maatregelen aan de ontvanger 10 3 Resultaten maatregelenonderzoek Knelpuntenanalyse Clustering van gebouwen Selectie van te detailleren maatregelen Nader gedetailleerde maatregelen Afweging van maatregelen 17 4 Conclusies 19 Colofon 20 Bijlage I Resultaten maatregelenonderzoek D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

5 1 Inleiding 1.1 Aanleiding In het kader van het project Sporen in Utrecht legt ProRail nieuwe sporen aan in de regio Utrecht. In het kader van dit project worden nieuwe sporen en wissels aangelegd, wijzigt de snelheid van met name goederentreinen en verandert het spoorgebruik. Deze maatregelen hebben invloed op de trillingssterkte ten gevolge van passerende treinen in gebouwen in de nabijheid van het spoor. Movares heeft voor het project Sporen in Utrecht diverse trillingsonderzoeken uitgevoerd, onder meer in 2007, 2008 en Het huidige onderzoek is een uitbreiding van het onderzoek uit 2012, dat is gebruikt bij de tracéwetprocedure voor Sporen in Utrecht. Met behulp van trillingsmodellen is een prognose gemaakt van de trillingssituatie langs het gehele tracé. Deze prognose is beoordeeld op de BTS. In een aantal subgebieden wordt een toename van de trillingshinder verwacht, zodat nader onderzoek noodzakelijk is. In deze subgebieden zijn metingen in gebouwen uitgevoerd om een nauwkeurige bepaling van de huidige en toekomstige trillingssituatie te kunnen maken. De resultaten van deze metingen en berekeningen zijn opgenomen in een afzonderlijk rapport 1. Uit deze analyses volgt dat er een overschrijding mogelijk is bij Nieuwe Houtenseweg 27. Voor de gebouwen met een (kans op) een overschrijding van de streefwaarden uit de BTS worden maatregelen afgewogen op doelmatigheid. Dit rapport bevat de resultaten van dit maatregelenonderzoek en een voorstel voor de meest kostenefficiënte maatregel. 1.2 Doel van het onderzoek 1.3 Opzet van het onderzoek 1.4 Toegepaste richtlijnen en uitgangspunten Het doel van dit onderzoek is om de maatregel te vinden die voldoende effectief is, tegen de laagst mogelijke kosten. Per maatregel wordt een inschatting gegeven van de kosten en risico s. De opzet van dit onderzoek is als volgt: 1. Vaststellen van de trillingssituatie voor alle gebouwen rond de locatie met overschrijdingen, voor zowel de referentie- als plansituatie, om de vereiste afmetingen van de maatregelen te bepalen; 2. Op basis van expert judgment en globale kosteninschatting bepalen welke maatregelen nader onderzocht dienen te worden; 3. Gedetailleerde analyse per maatregel met behulp van 3D eindige elementen modellen, en bepalen van het effect per maatregel op de meet- en berekeningsresultaten; 4. Selectie van de minst kostbare maatregel met voldoende effect. De doelmatigheidsafweging zelf vindt plaats in de toelichting op het tracébesluit. Voor dit onderzoek en het bepalen van de relevante grootheden wordt gebruik gemaakt van de Beleidsregel Trillinghinder Spoor (BTS) en het bijbehorende memo van Level Acoustics 2. 1 P.M. Boon, Trillingsonderzoek Sporen in Utrecht, Meetresultaten en predicties in gebouwen, Movares Nederland B.V., D79-PBO-KA A. Koopman, LA M04 D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

6 1.5 Leeswijzer De gevolgde methodiek is weergegeven in hoofdstuk 2. Het toetsingskader staat beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten van het maatregelenonderzoek weergegeven per locatie. In dit hoofdstuk zijn ook de gebruikte berekeningsparameters opgenomen. Bijlage I bevat gegevens over de gebruikte modelberekeningen, en Bijlage II van de gebruikte invoer voor deze modellen. D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

7 2 Onderzoeksaanpak In de vierde stap van het trillingsonderzoek worden trillingsmaatregelen ontworpen voor deelgebieden waar op basis van stap 1, 2 en 3 van het trillingsonderzoek een kans is op overschrijdingen. 2.1 Gevolgde methodiek De keuze voor een bepaalde trillingsmaatregel bestaat uit een aantal stappen. Deze stappen zijn schematisch weergegeven in Figuur 2-1. knelpunten analyse en bepalen aantal woningen v_referentie v_streef v_plan clusteren van gebouwen uitvoerbare maatregelen bepalen ruimtetechnisch fysieke obstakels aard van trillingshinder bepalen en toetsen effectiviteit maatregelen Figuur 2-1 Stappenplan voor doelmatigheidsafweging De volgende stappen worden genomen: Knelpuntenanalyse: het bepalen van de streefwaarden, V per en V max in de referentie- en plansituatie, dit vindt plaats op basis van het model van stap 2 en de metingen uit stap 3; Clustering van gebouwen: bepalen aantal gebouwen waar een kans op overschrijdingen is, per cluster binnen een subgebied; Overzicht van voorhanden maatregelen uitkiezen. Afwegen of een maatregel wel of niet mogelijk is (ruimtetechnisch, fysieke obstakels, effectiviteit en kosten) op basis van expert judgment; Effectiviteit van maatregelen bepalen en beoordelen op de BTS. De minst kostbare maatregelen met voldoende effectiviteit en een kostprijs van minder dan per locatie met overschrijdingen van het beoordelingskader, wordt voorgesteld ter afweging in het tracébesluit. De gevolgde stappen worden in het volgende hoofdstuk nader toegelicht. In de volgende paragraaf zijn alle mogelijke mitigerende maatregelen opgenomen. 2.2 Mogelijke maatregelen De effectiviteit van maatregelen tegen trillingshinder hangt af van een groot aantal factoren. Het komt dus voor dat een maatregel die op de ene locatie effectief is, op een andere locatie de trillingssterkte niet of veel minder vermindert. Het ontwerpen van maatregelen tegen trillingshinder wordt bemoeilijkt door de volgende factoren: 1. Maatregelen zijn niet standaard. Dit heeft o.a. te maken met de heterogeniteit van de bodem. Voor elke situatie dient bepaald te worden welke maatregel D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

8 effectief is. Een diepwand vlak langs het spoor kan averechts werken, terwijl dezelfde wand dichter bij de woning effectief kan zijn; 2. Het arsenaal aan mogelijke maatregelen is beperkt. Een bronmaatregel als afvering van het spoor is slechts zinvol bij hoogfrequente trillingen. In de zachte bodems in Nederland wordt hinder doorgaans veroorzaakt door laagfrequente trillingen; 3. Aanpassen van vloeren en funderingen is realiseerbaar bij nieuwbouw, niet of zeer moeizaam bij bestaande gebouwen; 4. Bij maatregelen die in de bodem worden genomen is inpasbaarheid een belangrijk criterium, vooral met betrekking tot (ondergrondse) obstakels. Door middel van bronnenonderzoek, expert interviews en brainstormsessies is een breed scala aan mogelijke trillingsmaatregelen bepaald. Er worden grofweg drie types maatregelen onderscheiden: 1. Maatregelen aan de bron (trein en spoor); 2. Maatregelen aan de transmissie (tussen bron en ontvanger); 3. Maatregelen aan de ontvanger (gebouwen); Mogelijkheden in deze categorieën worden in de volgende subparagrafen nader toegelicht Mogelijke maatregelen aan de bron Goederentreinen geven vrijwel altijd de hoogste trillingssterktes van het treinverkeer. Het nemen van maatregelen aan de bron dient vooral op het dichtst bijgelegen goederenspoor gericht te zijn, dit spoor geeft gewoonlijk de grootste trillingssterktes: B.1 Dwarsliggermatten. Door de elasticiteit van de dwarsliggermat worden bepaalde trillingsfrequenties verzwakt. Bij lage frequenties kan echter ook versterking van het trillingsniveau optreden. Deze maatregel is daardoor minder effectief voor trillingen van goederentreinen. Goederentreinen hebben vooral laagfrequente trillingssignalen; Daarnaast wordt de belasting van de trein over meer dwarsliggers verdeeld, waardoor de kwaliteit van het spoor minder snel afneemt. Een goede kwaliteit van het spoor heeft een positief effect op het trillingsniveau. B.2 Ballastmatten. De elasticiteit van de ballastmat reduceert bepaalde frequenties uit het trillingssignaal. Bij lage frequenties kan echter ook versterking van het trillingsniveau optreden, wat deze maatregel vaak minder effectief maakt voor trillingen van goederentreinen. B.3 Floating Slab Track is een afgeveerde betonplaat waar het spoor op gemonteerd is. Met een Floating Slab Track kunnen, vergeleken bij ballastmatten of dwarsliggermatten, ook lagere frequenties worden gereduceerd. Goederentreinen genereren echter vaak ook trillingen in het frequentiegebied waar de Floating Slab Track trillingen versterkt, wat deze maatregel vaak minder effectief maakt voor trillingen van goederentreinen. B.4 Slab track. Bij deze maatregel wordt een betonnen plaat onder het spoor aangebracht, waardoor de spoorconstructie stijver is en de trillingen lager. Deze maatregel is vooral effectief tegen hoogfrequente trillingen, wat deze maatregel vaak minder effectief maakt voor trillingen van goederentreinen. D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

9 B.5 Slabtrack met ballastmat. Bij deze spoorconstructie wordt een betonnen plaat onder het spoor aangebracht, met daarbovenop een ballastmat van rubber. De kwaliteit van de spoorligging verbetert hierdoor, waardoor minder trillingen kunnen optreden. Het laagfrequente effect is echter beperkt. B.6 Decktrack. Vervangen van de spoorbaan door een holle kokerligger met een hoge stijfheid. Hierdoor neemt de indrukking van de baan af en worden trillingen gereduceerd. Onder meer uitgevoerd in een proefproject bij de Betuweroute. B.7 Under sleeper pads. Door het bevestigen van rubberen matten aan de onderzijde van de dwarsliggers, verbetert de ligging van het spoor en nemen de trillingen af. Deze maatregel heeft vooral hoogfrequent effect, tussen de 20 en 40 Hz kunnen trillingen worden versterkt. Laagfrequent is deze maatregel waarschijnlijk beperkt effectief. B.8 Laddertrack. Constructie waarbij meerdere dwarsliggers aan elkaar worden vastgemaakt, waardoor de spoorconstructie stijver is en de kwaliteit van de spoorligging beter blijft gedurende langere tijd. Laagfrequent is het effect van deze maatregel beperkt. B.9 Frame sleepers. Kleinere variant van laddertrack, en daardoor ook iets goedkoper. Het effect is echter ook minder, doordat de constructie minder stijf is. B.10 Wide sleeper track. Bij deze spoorconstructie worden bredere, en dus zwaardere, betonnen dwarsliggers toegepast, waardoor de ligging van het spoor beter blijft en vooral hoogfrequente trillingen worden gereduceerd. B.11 Verplaatsen van wissels. De puntstukken van wissels zorgen voor hogere trillingsniveaus dan doorgaand spoor. Het verplaatsen van wissels kan voor een aantal locaties de trillingssterkte reduceren. Het verplaatsen van wissels is niet altijd mogelijk in verband met lijnvoering, opvolgtijden en rijsnelheden. B.12 Verbeteren van de aansluiting tussen kunstwerk en aardebaan. Voor een aantal locaties zorgt de aansluiting tussen kunstwerk en aardebaan voor een mogelijke overschrijding. Deze aansluiting kan worden verbeterd door periodiek onderhoud aan het spoor of beheersmaatregelen. Een mogelijke beheersmaatregel is het gebruiken van nastelbare dwarsliggers op de overgang tussen kunstwerk en aardebaan. Deze dwarsliggers kunnen eenvoudig worden bijgesteld wanneer de baan zakt. B.13 Snelheidsaanpassing treinen. De treinsnelheid heeft op de meeste locaties een belangrijke invloed op de trillingssterktes van treinen. Het verlagen van de snelheid van treinen heeft vaak een aanzienlijke reductie in trillingssterkte tot gevolg. Aanpassen van de treinsnelheid is echter niet vaak mogelijk vanwege de opvolgtijden van treinen op het drukke Nederlandse spoorwegnet. Spoorbeheerder ProRail kan wettelijk gezien geen differentiatie in treinsnelheid aan vervoerders opleggen, dus dat de ene vervoerder langzamer moet rijden dan de andere vervoerder. Gezien deze overwegingen is deze maatregel niet uitvoerbaar. Deze maatregel wordt daarom niet meegenomen bij het afwegen van maatregelen. D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

10 B.14 Toezicht op kwaliteit materieel. De staat van onderhoud van vooral goederenwagons is een belangrijke parameter bij het ontstaan van trillingen. Door via monitoringsystemen de staat van wagons te monitoren, kunnen treinen met afwijkende trillingskarakteristieken eerder in onderhoud genomen worden. Deze methode wordt nog niet toegepast voor de bewaking van trillingen Mogelijke maatregelen aan de transmissie Ook voor het transmissiepad van bron naar ontvanger is het mogelijk om maatregelen te nemen om trillingen te reduceren. Over het algemeen geldt dat hoe dichter maatregelen bij de bron of ontvanger worden ingezet in het transmissiepad, hoe effectiever ze zijn. De volgende maatregelen zijn onder meer mogelijk, afhankelijk van de locatie: T.1 Een holle ruimte in de bodem, ingeklemd door damwanden. Deze holle ruimte fungeert als trillingsscherm. Hierbij zijn diverse afmetingen mogelijk. Deze constructie dient te worden afgeschermd om erin vallen te voorkomen. Deze maatregel is uitvoerbaar als lichte, middelzware en zware maatregel, afhankelijk van de afmetingen. T.2 Betonnen trillingsscherm (Ondergrondse Trillingsreducerende Constructie, OTC) aanleggen. Een dergelijk trillingsscherm kan worden gerealiseerd met behulp van de diepwandmethode 3 of met behulp van jet-grouten 4. Deze maatregel is uitvoerbaar als lichte, middelzware en zware maatregel, afhankelijk van de afmetingen. T.3 Beklede keerwand aanleggen. Een beklede keerwand is een betonnen trillingsscherm dat aan minimaal één zijde bekleed is met zacht materiaal, bijvoorbeeld rubber, om een maximale demping van de trillingen te bereiken. Deze maatregel is uitvoerbaar als lichte, middelzware en zware maatregel, afhankelijk van de afmetingen. T.4 Zettingsvrije plaat onder het spoor. Het toepassen van een zettingsvrije plaat onder de sporen kan voor een reductie van trillingen zorgen door de hogere stijfheid van de zettingsvrije plaat, vergeleken met een aardebaan. Op sommige locaties (verhoogd talud) kan een zettingsvrije plaat de trillingssterkte echter verhogen. T.5 Aanleggen of verdiepen van spoorsloot of vaart. Een spoorsloot heeft een vergelijkbare werking als een holle ruimte in de bodem, maar heeft als nadeel dat aanzienlijk meer ruimte nodig is. Deze maatregel is uitvoerbaar als lichte en middelzware maatregel, afhankelijk van de afmetingen. T.6 Aanpassingen aan het spoortalud. De vorm van het spoortalud heeft invloed op de trillingssterkte. Een steil talud of verticale wand kan tot een trillingsreductie leiden ten opzichte van een flauw talud. Deze maatregel is alleen realiseerbaar bij een verhoogde of verlaagde spoorligging. T.7 L-wand als grondkerende constructie in het talud. Door het realiseren van een betonnen L-wand als grondkerende constructie in het talud kunnen trillingen fors worden gereduceerd. Deze maatregel is alleen toepasbaar bij een 3 Bij deze methode wordt een in de bodem gegraven sleuf volgestort met beton. Deze methode vereist een vrij grote werkruimte en is daardoor niet overal toepasbaar. 4 Bij deze methode wordt een betonmengsel in de grond geïnjecteerd. Hierbij is het vereiste bouwterrein en de benodigde ruimte voor het aanbrengen kleiner. Door de lagere stijfheid van de trillingswand na realisatie is doorgaans wel een grotere afmeting (diepte en/of breedte) van het trillingsscherm noodzakelijk om dezelfde reductie in trillingssterkte te realiseren als bij een trillingsscherm gerealiseerd met behulp van de diepwandmethode. D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

11 verhoogd talud. Deze maatregel is alleen realiseerbaar bij een verhoogde spoorligging Mogelijke maatregelen aan de ontvanger De laatste categorie maatregelen zijn maatregelen aan de ontvanger, aan de gebouwen. Nadeel van deze categorie is dat de meeste opties grote impact hebben op de gebruikers van de gebouwen en vrijwel niet uitvoerbaar zijn voor bestaande gebouwen. De volgende maatregelen zijn mogelijk: O.1 Opkopen. De gebouwen worden opgekocht en de bewoners of gebruikers verhuizen. Deze optie is erg kostbaar en heeft een grote impact op bewoners of gebruikers en omwonenden. O.2 Verstijven van vloeren en muren. In veel gebouwen worden hoge trillingssterktes veroorzaakt door slappe vloeren en muren. Het verstijven van vloeren en muren is daarom een effectieve maatregel om de trillingssterkte op hoger gelegen verdiepingen te reduceren. Bij houten vloeren kunnen de draagbalken worden verstevigd met behulp van stalen U-profielen, wanneer de fundering dat toelaat kan de houten vloer worden vervangen door een betonnen vloer. Het is niet bij elk type bouw mogelijk om effectieve verstijvingsmaatregelen uit te voeren, bovendien speelt de esthetica ook een rol bij bestaande gebouwen. Deze maatregel is zowel als middelzware (verstijven van de balken) en als zware (betonnen vloer) maatregel uitvoerbaar. O.3 Fundering inpakken. Bij gebouwen die op staal zijn gefundeerd, kan de fundering worden ingepakt in een dempend materiaal, zoals rubber. Hierdoor neemt de overdracht van de trillingen van buiten naar binnen af. Als uiterste maatregel is amoveren van de gebouwen te overwegen, maar deze maatregel wordt gezien de impact in dit onderzoek niet nader beschouwd. D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

12 3 Resultaten maatregelenonderzoek De verschillende stappen uit het maatregelenonderzoek en de bijbehorende resultaten worden in dit hoofdstuk nader toegelicht. Achtereenvolgens worden de knelpuntenanalyse (bepalen van de trillingssituatie per gebouw met een kans op overschrijden), het clusteren van de bebouwing, de eerste selectie van maatregelen en de nader onderzochte maatregelen toegelicht. 3.1 Knelpuntenanalyse Op basis van stap 3 volgt als locatie met een kans op overschrijden een deel van subgebied Nieuwe Houtenseweg zuid/mereveldseweg. Voor dit gebied zijn de resultaten van de metingen in gebouwen (stap 3) vergeleken met de resultaten van het nauwkeurige model voor deze meetlocaties. Aan de hand van deze vergelijking zijn de modelresultaten vertaald naar een nauwkeuriger prognose op basis van stap 3 voor alle niet-gemeten locaties in deze onderzoeksgebieden. Op basis van het nauwkeurige trillingsmodel, waarbij de resultaten zijn gecorrigeerd met behulp van de metingen, is per gebouw aangegeven of de locatie wel of mogelijk niet voldoet aan het beoordelingskader, zie Figuur 3-1. Figuur 3-1 Locaties met mogelijke overschrijdingen, subgebied Nieuwe Houtenseweg zuid/mereveldseweg Meetlocaties zijn gearceerd weergegeven, locaties waar een overschrijding niet kan worden uitgesloten zijn geel weergegeven en locaties met een kans op overschrijden zijn rood weergegeven. 3.2 Clustering van gebouwen Er zijn 2 adressen met een overschrijding rond nummer 27. Voor het gebied rond deze woning is een onderzoek naar maatregelen uitgevoerd. In dit onderzoek is gefocust op een aantal maatregelen aan de bron (het spoor) en de transmissie (bodem). Maatregelen aan de transmissie worden dienen zo dicht mogelijk bij de sporen of zo dicht D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

13 mogelijk bij de woningen te worden toegepast. Maatregelen aan de bron dienen te worden toegepast op de sporen die mogelijk voor overschrijdingen zorgen. In dit geval zijn dat de twee buitenste sporen, waarop de goederentreinen rijden. De locaties voor maatregelen zijn ook weergegeven in Figuur 3-1. Voor maatregelen in het spoor bedraagt de totale vereiste lengte 380 meter, voor maatregelen aan de transmissie is de lengte 165 meter. 3.3 Selectie van te detailleren maatregelen Op basis van expert judgment wordt een eerste selectie gemaakt om de maatregelen uit paragraaf 2.2, omdat een deel van de maatregelen voor de geconstateerde overschrijdingen onvoldoende effectief is, niet uitvoerbaar is of waarvan de kosten (aanzienlijk) hoger zijn dan het richtbedrag van per gebouw met overschrijdingen. Bronmaatregelen In Tabel 3-1 zijn de mogelijke maatregelen weergegeven, met daarbij een indicatie van de uitvoerbaarheid (realiseerbaarheid en inpasbaarheid), verwachte effectiviteit en de kosten per gebouw voor de 2 adressen met een mogelijke overschrijding in dit subgebied. Maatregelen die negatief (-) of nagenoeg geen effect (0) scoren op effectiviteit of negatief scoren op uitvoerbaarheid en/of kosten, worden niet nader onderzocht, zie ook de legenda onder Tabel 3-1. Tabel 3-1 Mogelijke trillingsmaatregelen Uitvoerbaarheid Effectiviteit Kosten per gebouw Nader onderzoeken B.1 Dwarsliggermatten k nee B.2. Ballastmatten k nee B.3. Floating slab track k nee B.4. Slab track k nee B.5. Slabtrack met ballastmat k nee B.6. Decktrack k nee B.7. Under sleeper pads k nee B.8. Laddertrack k nee B.9 Frame sleepers k nee B.10 Wide sleeper track k nee B.11 Verplaatsen wissels nee B.12 Verbeteren aansluiting kunstwerken nee B.13 Snelheidsaanpassing goederentreinen nee B.14 Toezicht op kwaliteit materieel nee Transmissiemaatregelen T.1 Holle ruimte in de bodem k ja T.2 Trillingsscherm van beton of jet-grout k ja T.3 Beklede keerwand k ja T.4 Zettingsvrije plaat onder spoor k nee T.5 Sloot aanleggen k ja T.6 Aanpassen spoortalud k nee T.7 Aanleggen L-wand k nee Ontvangermaatregelen O.1. Amoveren k nee O.2. Verstijven van vloeren en muren k nee O.3 Inpakken van fundering k nee D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

14 Omschrijving per categorie Kleurcode Uitvoerbaarheid Effectiviteit Kosten per gebouw -- Niet uitvoerbaar Sterk negatief effect Kosten zijn hoger dan richtbedrag - Zeer moeilijk uitvoerbaar Licht negatief effect 0 Moeilijk uitvoerbaar Geen effect Kosten kunnen hoger zijn dan richtbedrag + Relatief eenvoudig uitvoerbaar Licht positief effect ++ Zeer eenvoudig uitvoerbaar Sterk positief effect Kosten zijn lager dan richtbedrag Niet van toepassing Niet van toepassing Hoewel er geen doelmatige maatregelen zijn voor deze locatie, is een aantal maatregelen toch nader onderzocht. Het betreft de maatregelen met de laagste kosten en naar verwachting voldoende effectiviteit, in Tabel 3-1 zijn deze maatregelen onder de kolom Nader onderzoeken groen gemarkeerd. Maatregelen aan de ontvanger zijn in sterke mate gebouwspecifiek. Voor al deze maatregelen geldt dat het voor bestaande bebouwing sterk ingrijpende maatregelen zijn, met veel impact op de bewoners van het betreffende pand. Om deze reden zijn deze maatregelen niet nader geëvalueerd. 3.4 Nader gedetailleerde maatregelen In deze paragraaf worden de nader gedetailleerde maatregelen, zoals gemarkeerd in Tabel 3-1, toegelicht. Per maatregel wordt een korte omschrijving van de maatregel, de kosten en het verwachte effect gegeven. De bronmaatregelen zijn doorgerekend met een treinmodel, het zogenaamde Spoormodel 5 en afkomstig uit literatuuronderzoek, transmissiemaatregelen zijn doorgerekend met behulp van Geovib 6, een 3D eindige elementen methode. Bij de locatie Nieuwe Houtenseweg 27 zijn vier types transmissiemaatregelen doorgerekend: 1. Holle ruimte in de bodem, tussen de Nieuwe Houtenseweg en de sporen (maatregel T.1). Hierbij wordt middels twee damwanden en een uitgegraven sleuf daartussenin een trillingsscherm gecreëerd; 2. Trillingsscherm van beton en jet-grout, eveneens tussen de weg en de sporen (maatregel T.2). Betonnen trillingsschermen worden doorgaans gemaakt met behulp van de diepwandmethode. Een trillingsscherm van jet-grout is bij dezelfde afmetingen als een betonnen trillingsscherm weliswaar minder effectief dan een betonnen trillingsscherm, maar wel aanzienlijk goedkoper in de realisatie; 3. Met rubber bekleed trillingsscherm van beton, eveneens tussen de weg en de sporen (maatregel T.3). Bij deze maatregel wordt een betonnen trillingsscherm voorzien van een rubberen laag, om het trillingsreducerende effect te vergroten; 4. Verdiepte sloot op de locatie van de huidige sloot (maatregel T.5). 5 Het Spoormodel is een door Movares opgesteld model dat al vele jaren wordt toegepast om het effect van maatregelen aan de trein of de onderbouw van het spoor (de bron) door te rekenen. Met het Spoormodel kan de reductie of toename in trillingssterkte voor verschillende maatregelen worden vastgesteld. 6 Geovib is een door Movares ontwikkeld eindige elementen model dat al vele jaren wordt toegepast om het effect van transmissiemaatregelen te bepalen. In Geovib kunnen zowel verschillende bodemlagen als maatregelen en gebouwen worden gemodelleerd en doorgerekend. D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

15 Per maatregel zijn in Tabel 3-2 een korte omschrijving, de trillingssituatie in de plansituatie met maatregel en de totale bouwkosten over de vereiste lengte, weergegeven. Tevens is aangegeven of de maatregel voldoende effectief is. Situaties waarbij na het nemen van de maatregelen nog een overschrijding is van de trillingssterkte V max of de Q-waarde, zijn oranje gearceerd. Ook maatregelen die niet doelmatig zijn, gezien het richtbedrag van 2 keer , zijn oranje gearceerd. Een gedetailleerd overzicht van de trillingssituatie in de plansituatie met en zonder maatregelen per onderzochte maatregel is opgenomen in Bijlage I. Tabel 3-2 Overzicht van onderzochte maatregelen Trillingen in plansituatie Maatregel Afbeelding Vmax Q Vper Totale Geen maatregel (uitgangssituatie) T.1.a Holle ruimte 2.0 m diep, 1.0 m breed 2 keer AZ18, 5.9 m diep kosten (mln) T.1.b Holle ruimte 4.9 m diep, 1.0 m breed 2 keer AZ 36, 12.5 m diep T.2.a Diepwand jet-grout 4.9 m diep, 1 m breed D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

16 T.2.b Diepwand jet-grout 10.2 m diep, 1 m breed T.2.c Diepwand jet-grout 15.7 m diep, 1 m breed T.2.d Diepwand beton 4.9 m diep, 1 m breed T.2.e Diepwand beton 10.2 m diep, 1 m breed T.2.f Diepwand beton 11.1 m diep, 1 m breed D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

17 T.2.g Diepwand beton 12.5 m diep, 1 m breed T.2.h Diepwand beton 14.1 m diep, 1 m breed T.2.i Diepwand beton 15.7 m diep, 1 m breed T.2.j Diepwand beton 12.5 m diep, 1.5 m breed T.2.k Diepwand beton 14.1m diep, 1.5 m breed D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

18 T.2.l Diepwand beton 15.7m diep, 1.5 m breed T.3.a Met CDM beklede diepwand 4.9 m diep, 1 m breed 0.12 m CDM aan spoorzijde T.3.b Met CDM beklede diepwand 10.2 m diep, 1 m breed 0.12 m CDM aan spoorzijde T.3.c Met CDM beklede diepwand 10.2 m diep, 1.5 m breed 0.12 m CDM aan spoorzijde T.5.a Sloot 2 m diep Afweging van maatregelen Gezien de hoge kosten van maatregelen en het geringe aantal locaties met een (mogelijke) overschrijding, zijn maatregelen niet doelmatig. De minst kostbare D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

19 maatregel met voldoende effect is een trillingsscherm van beton van 14.1 meter diep en 1.5 meter breed, meteen naast het spoortalud. Deze maatregel kost 5.1 tot 5.7 mln. voor deze locatie. De kosten van deze maatregel zijn aanzienlijk hoger dan het richtbedrag van twee keer ( 0.1 mln). D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

20 4 Conclusies Dit rapport bevat de resultaten van het maatregelenonderzoek dat in het kader van het project Sporen in Utrecht is uitgevoerd voor de gebouwen met overschrijdingen van het beoordelingskader, rond Nieuwe Houtenseweg 27. Met behulp van 3D eindige elementenmodellen is een groot aantal maatregelen doorgerekend. De minst kostbare maatregel met voldoende effect is een trillingsscherm van beton van 14.1 meter diep en 1.5 meter breed, meteen naast het spoortalud. Deze maatregel kost 5.1 tot 5.7 mln. voor deze locatie. De kosten van deze maatregel zijn aanzienlijk hoger dan het richtbedrag van twee keer ( 0.1 mln). D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

21 Colofon Opdrachtgever ProRail B.V. Uitgave Movares Nederland B.V. Afdeling Infrastructuur: Waterbouw en Geotechniek Daalseplein 100 Postbus GW Utrecht Telefoon Ondertekenaar ir. P.M. Boon Adviseur Projectnummer RL Opgesteld door ir. P.M. Boon 2014, Movares Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Movares Nederland B.V. D79-PBO-KA / Proj.nr. RL / Definitief / Versie 1.0 / 31 maart /20

22 Bijlage I Resultaten maatregelenonderzoek In deze bijlage zijn de resultaten van het maatregelenonderzoek opgenomen. Per maatregel is de volgende aanpak gehanteerd: 1. De plansituatie zonder maatregel is gemodelleerd in 3D eindige elementen software; 2. De plansituatie met maatregel is eveneens gemodelleerd in deze software. Voor bronmaatregelen worden stap 1 en 2 uitgevoerd in het programma Spoormodel. 3. In beide modellen wordt een trillingssignaal op het spoor gezet, waarna het resulterende trillingssignaal in het eveneens gemodelleerde gebouw wordt geregistreerd. Door beide signalen frequentie-afhankelijk op elkaar te delen ontstaat een beeld van het frequentie-afhankelijke effect van de maatregel; 4. Dit frequentie-afhankelijke effect is verrekend met behulp van het prognosemodel (zie voor een beschrijving van dit model het rapport met de resultaten van de metingen en berekeningen 7 ); 5. De berekening voor de plansituatie met maatregel wordt beoordeeld op de BTS. Per maatregel worden ook de totale investeringskosten bepaald. Van elke doorgerekende maatregel worden de doorsnedes van de modellen, het frequentie-afhankelijke effect en de resultaten van de berekening voor de referentie- en plansituatie in deze bijlage weergegeven. 7 P.M. Boon, Meetrapport Trillingsonderzoek Sporen in Utrecht, Meetresultaten en predicties in gebouwen, Movares Nederland B.V., D79-PBO-KA i

23 I.1 Maatregel T.1.a Holle ruimte van 2 m diep Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-1. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-1. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-2 en Figuur III-3. Figuur III - 1 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.1.a Tabel III - 1 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.02 < V per, avond V per, nacht 0.02 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van de holle ruimte van 2 m breed is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.58, deze maatregel voldoet niet. ii

24 Figuur III - 2 Trillingssituatie met maatregel T.1.a, sensor 3-1 Figuur III - 3 Trillingssituatie met maatregel T.1.a, sensor 3-2, verwachtingswaarde iii

25 I.2 Maatregel T.1.b Holle ruimte van 4 m diep Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-4. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-3. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-5 en Figuur III-6. Figuur III - 4 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.1.b Tabel III - 2 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.02 < V per, avond 0.02 < V per, nacht 0.01 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van de holle ruimte van m breed is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.35, deze maatregel voldoet niet, voornamelijk door de hoge R-waarde. iv

26 Figuur III - 5 Trillingssituatie met maatregel T.1.b, sensor 3-1 Figuur III - 6 Trillingssituatie met maatregel T.1.b, sensor 3-2 v

27 I.3 Maatregel T.2.a Diepwand van jetgrout 4.9 m diep, 1 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-7. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-3. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-8 en Figuur III-9. Figuur III - 7 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.2.a Tabel III - 3 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.02 < V per, avond V per, nacht V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.43, deze maatregel voldoet niet. vi

28 Figuur III - 8 Trillingssituatie met maatregel T.2.a, sensor 3-1 Figuur III - 9 Trillingssituatie met maatregel T.2.b, sensor 3-2 vii

29 I.4 Maatregel T.2.b Diepwand van jetgrout 10.2 m diep, 1 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-10. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-4. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-11 en Figuur III-12. Figuur III - 10 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.2.b Tabel III - 4 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag V per, avond V per, nacht V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.64, deze maatregel voldoet niet. viii

30 Figuur III - 11 Trillingssituatie met maatregel T.2.b, sensor 3-1 Figuur III - 12 Trillingssituatie met maatregel T.2.b, sensor 3-2 ix

31 I.5 Maatregel T.2.c Diepwand van jetgrout, 15.7 m diep, 1 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-13. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-5. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-14 en Figuur III-15. Figuur III - 13 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.2.c Tabel III - 5 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.02 < V per, avond V per, nacht 0.02 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.55, deze maatregel voldoet niet. x

32 Figuur III - 14 Trillingssituatie met maatregel T.2.c, sensor 3-1 Figuur III - 15 Trillingssituatie met maatregel T.2.c, sensor 3-2 xi

33 I.6 Maatregel T.2.d Diepwand van beton, 4.9 m diep, 1 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-16. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-6. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-17 en Figuur III-18. Figuur III - 16 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.2.d Tabel III - 6 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.02 < V per, avond V per, nacht 0.02 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.77, deze maatregel voldoet niet. xii

34 Figuur III - 17 Trillingssituatie met maatregel T.2.d, sensor 3-1 Figuur III - 18 Trillingssituatie met maatregel T.2.d, sensor 3-2 xiii

35 I.7 Maatregel T.2.e Diepwand van beton, 10.2 m diep, 1 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-19. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-8. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-20 en Figuur III-21. Figuur III - 19 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.2.e Tabel III - 7 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.02 < V per, avond V per, nacht 0.02 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.58, deze maatregel voldoet niet. xiv

36 Figuur III - 20 Trillingssituatie met maatregel T.2.e, sensor 3-1 Figuur III - 21 Trillingssituatie met maatregel T.2.e, sensor 3-2 xv

37 I.8 Maatregel T.2.f Diepwand van beton, 11.1 m diep, 1 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-22. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-8. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-23 en Figuur III-24. Figuur III - 22 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.2.f Tabel III - 8 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.02 < V per, avond V per, nacht 0.02 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.52, deze maatregel voldoet niet, met name door de hoge R-waarde. xvi

38 Figuur III - 23 Trillingssituatie met maatregel T.2.f, sensor 3-1 Figuur III - 24 Trillingssituatie met maatregel T.2.f, sensor 3-2 xvii

39 I.9 Maatregel T.2.g Diepwand van beton, 12.5 m diep, 1 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-25. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-9. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-26 en Figuur III-27. Figuur III - 25 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.2.g Tabel III - 9 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.02 < V per, avond 0.02 < V per, nacht 0.02 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.47, deze maatregel voldoet niet, met name door de hoge R-waarde. xviii

40 Figuur III - 26 Trillingssituatie met maatregel T.2.g, sensor 3-1, verwachtingswaarde Figuur III - 27 Trillingssituatie met maatregel T.2.g, sensor 3-2, verwachtingswaarde xix

41 I.10 Maatregel T.2.h Diepwand van beton, 14.1 meter diep, 1 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-28. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-10. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-29 en Figuur III-30. Figuur III - 28 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.2.h Tabel III - 10 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.01 < V per, avond 0.02 < V per, nacht 0.01 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.33, deze maatregel voldoet niet, met name door de hoge R-waarde. xx

42 Figuur III - 29 Trillingssituatie met maatregel T.2.h, sensor 3-1 Figuur III - 30 Trillingssituatie met maatregel T.2.h, sensor 3-2 xxi

43 I.11 Maatregel T.2.i Diepwand van beton, 15.7 m diep, 1 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-31. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-11. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-32 en Figuur III-33. Figuur III - 31 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.2.i Tabel III - 11 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.02 < V per, avond 0.02 < V per, nacht 0.02 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.36, deze maatregel voldoet niet, met name door de hoge R-waarde. xxii

44 Figuur III - 32 Trillingssituatie met maatregel T.2.i, sensor 3-1 Figuur III - 33 Trillingssituatie met maatregel T.2.i, sensor 3-2 xxiii

45 I.12 Maatregel T.2.j Diepwand van beton, 12.5 m diep, 1.5 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-34. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-12. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-35 en Figuur III-36. Figuur III - 34 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.2.j Tabel III - 12 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.01 < V per, avond 0.02 < V per, nacht 0.01 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt effect. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.31, deze maatregel voldoet niet. xxiv

46 Figuur III - 35 Trillingssituatie met maatregel T.2.j, sensor 3-1 Figuur III - 36 Trillingssituatie met maatregel T.2.j, sensor 3-2 xxv

47 I.13 Maatregel T.2.k Diepwand van beton, 14.1 m diep, 1.5 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-37. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-13. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-38 en Figuur III-39. Figuur III - 37 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.2.k Tabel III - 13 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.01 < V per, avond 0.02 < V per, nacht 0.01 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is voldoende. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.29, deze maatregel voldoet. xxvi

48 Figuur III - 38 Trillingssituatie met maatregel T.2.k, sensor 3-1 Figuur III - 39 Trillingssituatie met maatregel T.2.k, sensor 3-2 xxvii

49 I.14 Maatregel T.2.l Diepwand van beton, 15.7 m diep, 1.5 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-40. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-14. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-41 en Figuur III-42. Figuur III - 40 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.2.l Tabel III - 14 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.01 < V per, avond 0.02 < V per, nacht 0.01 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is voldoende. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.29, deze maatregel voldoet. xxviii

50 Figuur III - 41 Trillingssituatie met maatregel T.2.l, sensor 3-1 Figuur III - 42 Trillingssituatie met maatregel T.2.l, sensor 3-2 xxix

51 I.15 Maatregel T.3.a Met 0.12 m CDM beklede wand, 4.9 meter diep, 1 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-43. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-15. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-44 en Figuur III-45. Figuur III - 43 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.3.a Tabel III - 15 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.02 < V per, avond V per, nacht 0.02 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.69, deze maatregel voldoet niet. xxx

52 Figuur III - 44 Trillingssituatie met maatregel T.3.a, sensor 3-1 Figuur III - 45 Trillingssituatie met maatregel T.3.a, sensor 3-2 xxxi

53 I.16 Maatregel T.3.b Met 0.12 m CDM beklede wand, 10.2 meter diep, 1 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-46. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-16. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-47 en Figuur III-48. Figuur III - 46 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.3.b Tabel III - 16 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.02 < V per, avond V per, nacht 0.02 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.52, deze maatregel voldoet niet. xxxii

54 Figuur III - 47 Trillingssituatie met maatregel T.3.b, sensor 3-1 Figuur III - 48 Trillingssituatie met maatregel T.3.b, sensor 3-2 xxxiii

55 I.17 Maatregel T.3.c Met 0.12 m CDM beklede wand, 10.2 meter diep, 1.5 m breed Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-49. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-17. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-48 en Figuur III-50. Figuur III - 49 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.3.c Tabel III - 17 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.02 < V per, avond 0.02 < V per, nacht 0.02 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.42, deze maatregel voldoet niet. xxxiv

56 Figuur III - 50 Trillingssituatie met maatregel T.3.c, sensor 3-1 Figuur III - 51 Trillingssituatie met maatregel T.3.c, sensor 3-2 xxxv

57 I.18 Maatregel T.5 Sloot Het frequentie-afhankelijke effect van deze maatregel is weergegeven in Figuur III-52. De resultaten van de plansituatie met maatregel zijn weergegeven in Tabel III-18. De plansituatie met en zonder maatregel is weergegeven in Figuur III-53 en Figuur III-54. Figuur III - 52 Frequentie-afhankelijk effect van maatregel T.5 Tabel III - 18 Resultaten plansituatie met maatregel 3_2, fundering 3_1, boven V H1 H1 H2 V V per, dag 0.02 < V per, avond V per, nacht 0.02 < V max, stat X (%) #topx% R V per, streefwaarde V max, streefwaarde Het effect van deze maatregel is beperkt. De Q-waarde met maatregel bedraagt 1.54, deze maatregel voldoet niet. xxxvi

58 Figuur III - 53 Trillingssituatie met maatregel T.5, sensor 3-1 Figuur III - 54 Trillingssituatie met maatregel T.5, sensor 3-2 xxxvii

Trillingsonderzoek Utrecht Centraal - Leidsche Rijn

Trillingsonderzoek Utrecht Centraal - Leidsche Rijn Trillingsonderzoek Utrecht Centraal - Leidsche Rijn Meetresultaten en predicties in gebouwen 8 december 2014 - Versie 1.0 Samenvatting In het kader van het project Utrecht Centraal Leidsche Rijn legt ProRail

Nadere informatie

Cumulatie-effecten HOV en treinverkeer

Cumulatie-effecten HOV en treinverkeer Cumulatie-effecten HOV en treinverkeer Onderzoek bij Pelikaanstraat Opdrachtgever ProRail B.V. Ondertekenaar Movares Nederland B.V. Boon, PM Kenmerk D79-PBO-KA-1200119 - Versie 1.0 Utrecht, 19 juli 2012

Nadere informatie

Intakking goederenspoor Schiedam

Intakking goederenspoor Schiedam Intakking goederenspoor Schiedam Trillingsonderzoek t.b.v. omgevingsvergunning D79-PBO-KA-1400129 7 november 2014- Versie 0.1 Samenvatting Ten behoeve van de ombouw van de Hoekse Lijn van hoofdspoor naar

Nadere informatie

Trillingsonderzoek Pelikaanstraat

Trillingsonderzoek Pelikaanstraat Trillingsonderzoek Pelikaanstraat Sporen in Utrecht, km 36.73 tot km 36.93 Opdrachtgever ProRail Ondertekenaar Movares Nederland B.V. ir. P.M. Boon Kenmerk D79-PBO-KA-1200088 - Versie 2.0 Utrecht, 2 juli

Nadere informatie

Groningen Spoorzone. Onderzoek naar trillingshinder. 10 juli 2014- Versie 3.0

Groningen Spoorzone. Onderzoek naar trillingshinder. 10 juli 2014- Versie 3.0 Groningen Spoorzone Onderzoek naar trillingshinder 10 juli 2014- Versie 3.0 Samenvatting In het kader van het project Groningen Spoorzone wijzigt ProRail de sporen rond station Groningen. In het kader

Nadere informatie

Uitbreiding smederij Harderwijk

Uitbreiding smederij Harderwijk Uitbreiding smederij Harderwijk Trillingsonderzoek t.b.v. bestemmingsplan D79-PBO-KA-1500119 13 november 2015- Versie 1.0 Autorisatieblad Uitbreiding smederij Harderwijk Trillingsonderzoek t.b.v. bestemmingsplan

Nadere informatie

Trillingsonderzoek Westflank-Noord

Trillingsonderzoek Westflank-Noord Trillingsonderzoek Westflank-Noord Trillingshinder in bestemmingsplangebied 2 mei 2013- Versie 0.6 Samenvatting In het kader van het project CU2030 wordt de stationsomgeving van Utrecht Centraal sterk

Nadere informatie

1. Inleiding. 2. Nieuwe metingen. Plan van Aanpak Trillingen. Meteremo PHS Meteren Boxtel. a. Meetmethodiek en meetapparatuur

1. Inleiding. 2. Nieuwe metingen. Plan van Aanpak Trillingen. Meteremo PHS Meteren Boxtel. a. Meetmethodiek en meetapparatuur Plan van Aanpak Trillingen Meteremo PHS Meteren Boxtel Datum 23 september 2014 Bijlage(n) processchema Onderwerp Plan van Aanpak trillingen PHS Meteren Boxtel 1. Inleiding In het kader van Project Hoogfrequent

Nadere informatie

Trillingsonderzoek Oude Houtensepad

Trillingsonderzoek Oude Houtensepad Trillingsonderzoek Oude Houtensepad Sporen in Utrecht, km 37.3 tot km 37.5 Opdrachtgever ProRail Ondertekenaar Movares Nederland B.V. ir. P.M. Boon Kenmerk D79-PBO-KA-1200098 - Versie 1.0 Utrecht, 29 juni

Nadere informatie

Trillingen Meteren Boxtel

Trillingen Meteren Boxtel Welkom Trillingen Meteren Boxtel verdieping Eigenaar: Maarten Poos 10 maart 2015 Kenmerk: klankbordgroep Status: Definitief Trillinghinder vanwege treinverkeer Trillingen, een complex aan: Drukgolven Schuifgolven

Nadere informatie

Derde spoor Harderwijk

Derde spoor Harderwijk Derde spoor Harderwijk Trillingsonderzoek in woningen D79-PBO-KA-1300873 27 september 2013- Versie 0.4 Samenvatting De gelijkvloerse kruising in Harderwijk van het spoor en de Stationslaan wordt de komende

Nadere informatie

TPG locatie Nijmegen; verkennend trillingsonderzoek. Datum 19 november 2010 Referentie 20080985-07

TPG locatie Nijmegen; verkennend trillingsonderzoek. Datum 19 november 2010 Referentie 20080985-07 TPG locatie Nijmegen; verkennend trillingsonderzoek Datum 19 november 2010 Referentie 20080985-07 Referentie 20080985-07 Rapporttitel TPG locatie Nijmegen; verkennend trillingsonderzoek Datum 19 november

Nadere informatie

HOV Velsen. Trillingsmeting spoorhuisjes Groeneweg en Driehuizerkerkweg. fase 3 onderzoek. 23 januari 2013- Versie 2.0

HOV Velsen. Trillingsmeting spoorhuisjes Groeneweg en Driehuizerkerkweg. fase 3 onderzoek. 23 januari 2013- Versie 2.0 HOV Velsen Trillingsmeting spoorhuisjes Groeneweg en Driehuizerkerkweg fase 3 onderzoek 23 januari 2013- Versie 2.0 Inhoudsopgave 1.1 Aanleiding 3 1.2 Opzet trillingsonderzoek 3 2 Beschrijving trillingsmetingen

Nadere informatie

Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost en West Onderzoek Trillingen

Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost en West Onderzoek Trillingen Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost en West Onderzoek Trillingen Trillingsonderzoek GOL tbv Provinciaal Inpassings Plan GOL-Oost en GOL-West Auteurs: Pieter Boon en Marc Kok (Movares) Controle

Nadere informatie

Trillingsonderzoek Nieuwe Houtenseweg zuid / Mereveldseweg

Trillingsonderzoek Nieuwe Houtenseweg zuid / Mereveldseweg Trillingsonderzoek Nieuwe Houtenseweg zuid / Mereveldseweg Sporen in Utrecht, km 3.65 tot km 4.6 Opdrachtgever ProRail Ondertekenaar Movares Nederland B.V. ir. P.M. Boon Kenmerk D79-PBO-KA-1200102 - Versie

Nadere informatie

Trillingen rond nieuwbouw langs spoor in Nijmegen Noord. Nijmegen Lent Trillingsonderzoek. Versie 2 M R001 Datum 5 april 2017

Trillingen rond nieuwbouw langs spoor in Nijmegen Noord. Nijmegen Lent Trillingsonderzoek. Versie 2 M R001 Datum 5 april 2017 Nijmegen Lent Trillingsonderzoek Status definitief Versie 2 Rapport M.2016.1475.00.R001 Datum 5 april 2017 Colofon Opdrachtgever Contactpersoon Projectmanagement en Ruimtelijke Kwaliteit Postbus 9105 6500

Nadere informatie

Aanpassing spoorbrug over de A1 bij Muiderberg

Aanpassing spoorbrug over de A1 bij Muiderberg Aanpassing spoorbrug over de A1 bij Muiderberg Effect trillingen Behorende bij het Ontwerp-Tracébesluit weguitbreiding Schiphol- Amsterdam-Almere (2014) 16 mei 2014- Versie 3.0 Aanpassing spoorbrug over

Nadere informatie

Treintrillingen. Arnold Koopman

Treintrillingen. Arnold Koopman Treintrillingen Arnold Koopman Inhoud Effecten van spoortrillingen Regelgeving Huidige aanpak bij projecten Ontwikkelingen Effecten van spoortrillingen Hinder van voelbare trillingen Hinder van rattle

Nadere informatie

Maatregelcatalogus spoortrillingen

Maatregelcatalogus spoortrillingen Maatregelcatalogus spoortrillingen Samenvattend overzicht Definitief Opdrachtgever: ProRail Postbus 2038 3500 GA UTRECHT Grontmij Nederland B.V. De Bilt, 8 januari 2016 GM-0175097, revisie D2 Verantwoording

Nadere informatie

4 sprinters Utrecht Centraal - Harderwijk

4 sprinters Utrecht Centraal - Harderwijk 4 sprinters Utrecht Centraal - Harderwijk Akoestisch onderzoek locatie Harderwijk Opdrachtgever Gemeente Harderwijk R. Sjoerdsma Ondertekenaar Movares Nederland B.V. Stefan Voeten Kenmerk R10388SBUA3-

Nadere informatie

notitie PHS Viersporigheid Rijswijk Delft Zuid Overall Samenvatting: trillingsonderzoek tracébesluit PHS Viersporigheid Rijswijk - Delft Zuid

notitie PHS Viersporigheid Rijswijk Delft Zuid Overall Samenvatting: trillingsonderzoek tracébesluit PHS Viersporigheid Rijswijk - Delft Zuid notitie Railinfra Solutions/ Benthem Crouwel Leidseveer 4 3511 SB Utrecht Postbus 2202 3500 GE Utrecht Overall Samenvatting: trillingsonderzoek tracébesluit PHS Viersporigheid Rijswijk - Delft Zuid PHS

Nadere informatie

MER Doorstroomstation Utrecht (DSSU)

MER Doorstroomstation Utrecht (DSSU) MER Doorstroomstation Utrecht (DSSU) Effectbeschrijving trillingshinder OND-ET-CON-TR-RAP-200 5 december 2014 - Versie 2.0 Autorisatieblad MER Doorstroomstation Utrecht (DSSU) Effectbeschrijving trillingshinder

Nadere informatie

Doorstroomstation Utrecht (DSSU)

Doorstroomstation Utrecht (DSSU) Doorstroomstation Utrecht (DSSU) Trillingsonderzoek OND-ET-CON-TR-RAP-100 2 december 2014- Versie 2.0 Leeswijzer Door het Kabinet is in 2010 de Voorkeursbeslissing over het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

Nadere informatie

Geluid en trillingen Spooromgeving Geldermalsen

Geluid en trillingen Spooromgeving Geldermalsen Welkom Geluid en trillingen Spooromgeving Geldermalsen Stand van Zaken Eigenaar: Maarten Poos 29 april 2015 Kenmerk: EDMS# Status: Definitief Geluid spooromgeving Geldermalsen Te bepreken onderwerpen:

Nadere informatie

Herstructurering Kolpingbuurt te Nijmegen

Herstructurering Kolpingbuurt te Nijmegen Herstructurering Kolpingbuurt te Nijmegen Te verwachten trillingniveaus als gevolg van railverkeer Rapportnummer H 5756-2-RA d.d. 2 december 2016 Herstructurering Kolpingbuurt te Nijmegen Te verwachten

Nadere informatie

Trillingsonderzoek Nieuwe Delft

Trillingsonderzoek Nieuwe Delft Trillingsonderzoek Nieuwe Delft Trillingen door treinverkeer in de spoortunnel te Delft D79-GBA-KA-1800039 18 september 2018 - Versie 1.0 Autorisatieblad Trillingsonderzoek Nieuwe Delft Trillingen door

Nadere informatie

Rapportage trillingsmetingen

Rapportage trillingsmetingen Rapportage trillingsmetingen Verkeerstrillingen km/h gebied Schil Dordrecht Opdrachtgever Kenmerk Behandeld door Datum Gemeente Dordrecht Cluster Wijken Postbus 8 AA Dordrecht 7AD Revisie C Dhr. P.A.M.

Nadere informatie

Aanpassing spoorbrug over de A1 bij Muiderberg

Aanpassing spoorbrug over de A1 bij Muiderberg Aanpassing spoorbrug over de A1 bij Muiderberg Effect trillingen Behorende bij het Ontwerp-Tracébesluit weguitbreiding Schiphol- Amsterdam-Almere (2014) 20 augustus 2014- Versie 4.0 Aanpassing spoorbrug

Nadere informatie

Geluid en trillingen Spooromgeving Geldermalsen

Geluid en trillingen Spooromgeving Geldermalsen Welkom Geluid en trillingen Spooromgeving Geldermalsen Informatiemarkt Ontwerptracebesluit Eigenaar: Maarten Poos Maarten 8 maart Poos 2017 Status: Concept Geluid spooromgeving Geldermalsen Te bepreken

Nadere informatie

Snelheidsveranderingen Doorstroom Station Utrecht

Snelheidsveranderingen Doorstroom Station Utrecht Snelheidsveranderingen Doorstroom Station Utrecht Opdrachtgever ProRail Ondertekenaar Movares Nederland B.V. Bernard van der Horst en Gert Dallinga Kenmerk E70-BHO-KA-1100165 - Versie 1.0 Utrecht, 29 februari

Nadere informatie

MEETRAPPORT. Meting trillingen vanwege railverkeer bij woningbouwlocatie Knopenfabriek aan de Wallerstraat te Nijkerk

MEETRAPPORT. Meting trillingen vanwege railverkeer bij woningbouwlocatie Knopenfabriek aan de Wallerstraat te Nijkerk M+P - raadgevende ingenieurs Müller-BBM groep geluid trillingen lucht bouwfysica Visserstraat 50, Aalsmeer Postbus 344 1430 AH Aalsmeer T 0297-320 651 F 0297-325 494 [email protected] www.mp.nl MEETRAPPORT

Nadere informatie

Movares adviseurs & ingenieurs

Movares adviseurs & ingenieurs Movares adviseurs & ingenieurs Woningen Hogebiezendijk, IJsselstein Geluidbelasting van het wegverkeeer Opdrachtgever van Dijk geo- en milieutechniek b.v. Dhr. Hanraads Movares Nederland B.V. Ondertekenaar

Nadere informatie

PHS METEREN-BOXTEL OTB rapport - Trillingen deel 3 (MB )

PHS METEREN-BOXTEL OTB rapport - Trillingen deel 3 (MB ) PHS METEREN-BOXTEL OTB rapport - Trillingen deel 3 (MB21404-04) 15 DECEMBER 2017 VERSIE: 2.0 DEFINITIEF PHS METEREN-BOXTEL OTB RAPPORT TRILLINGEN DEEL 3 (MB21404-04) 2 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 7 1.1 Projectomschrijving

Nadere informatie

PHS METEREN - BOXTEL MER deelrapport - Trillingen (MB )

PHS METEREN - BOXTEL MER deelrapport - Trillingen (MB ) PHS METEREN - BOXTEL MER deelrapport - Trillingen (MB21404-01) 15 DECEMBER 2017 VERSIE: 2.0 DEFINITIEF MER DEELRAPPORT TRILLINGEN (MB2144-01) 2 MER DEERLRAPPORT TRILLINGEN (MB2144-01) INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING

Nadere informatie

Zuidradiaal Z80. Trillingsonderzoek (stap 3) Detailanalyse. 4 juni 2014- Versie 1.0

Zuidradiaal Z80. Trillingsonderzoek (stap 3) Detailanalyse. 4 juni 2014- Versie 1.0 Zuidradiaal Z80 Trillingsonderzoek (stap 3) Detailanalyse 4 juni 2014- Versie 1.0 Autorisatieblad Zuidradiaal280 Trillingsonderzoek (stap 3) Opgesteld door Controle door Vrijgave door Naam Wybo Gardien

Nadere informatie

Trillingsonderzoek railverkeer nieuwbouw Polderweg 1 Prognose trillingssterkte SBR Richtlijn B. Datum 21 februari 2017 Referentie

Trillingsonderzoek railverkeer nieuwbouw Polderweg 1 Prognose trillingssterkte SBR Richtlijn B. Datum 21 februari 2017 Referentie Amerikalaan 4 699 AE MAASTRICHT - AIRPOR Postbus 48 62 AL MAASTRICHT T +3 ()43-3467878 F +3 ()43-3476347 E [email protected] www.dpa.nl/cauberg-huygen K.v.K 58792562 IBAN NL7 RABO 2 75584 Trillingsonderzoek

Nadere informatie

Nieuwbouw appartementen "Het Bruningmeyer" te Enschede. Reusltaten trillingsmetingen met betrekking tot hinder

Nieuwbouw appartementen Het Bruningmeyer te Enschede. Reusltaten trillingsmetingen met betrekking tot hinder Nieuwbouw appartementen "Het Bruningmeyer" te Enschede Reusltaten trillingsmetingen met betrekking tot hinder Nieuwbouw appartementen "Het Bruningmeyer" te Enschede Reusltaten trillingsmetingen met betrekking

Nadere informatie

UITHOORNLIJN Trillingsonderzoek. UITHOORNLIJN Trillingsonderzoek 9 JUNI JUNI 2017

UITHOORNLIJN Trillingsonderzoek. UITHOORNLIJN Trillingsonderzoek 9 JUNI JUNI 2017 Trillingsonderzoek UITHOORNLIJN Trillingsonderzoek 9 JUNI 2017 9 JUNI 2017 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 4 1.1 Referenties 4 1.2 Leeswijzer 4 2 BEOORDELINGSKADER 5 2.1 Inleiding 5 2.2 Aanpak hinderbeoordeling

Nadere informatie

OPLEVERTOETS SPOREN IN DEN BOSCH

OPLEVERTOETS SPOREN IN DEN BOSCH OPLEVERTOETS SPOREN IN DEN BOSCH 06 DECEMBER 2017 VERSIE C DEFINITIEF INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 6 1.1 Project omschrijving 6 1.2 Aanpak 6 1.3 Leeswijzer 7 2 UITGANGSPUNTEN 8 2.1 Toetsingskadertrillingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 413 Regels betreffende pensioenen (Pensioenwet) Nr. 5 NOTA VAN VERBETERING Ontvangen 25 januari 2006 In het voorstel van wet (stuk nr. 2) worden

Nadere informatie

Memo. Doelstelling. Uitgangspunten

Memo. Doelstelling. Uitgangspunten Memo Aan: Ministerie van Infrastructuur en Milieu Van: Koopman, A. Kopie: Project: Kenmerk: Reparatie BTS LA.131001a.M04 Doelstelling Voorstel voor bepaling Vmax, als bijlage bij de BTS: Vmax,BTS. Het

Nadere informatie

Advies wegverharding Het onderzoek en advies is uitgevoerd door het Wegenbouwlab te Heerhugowaard.

Advies wegverharding Het onderzoek en advies is uitgevoerd door het Wegenbouwlab te Heerhugowaard. Inleiding Voor het maken van het herinrichtingsplan Hamersveldsewegnoord is een drietal technische onderzoeken uitgevoerd: Advies wegverharding Akoestisch onderzoek Trillingsonderzoek noordelijke deel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 756 Invoering van een verhuurderheffing over 2014 en volgende jaren alsmede wijziging van enige wetten met betrekking tot de nadere herziening

Nadere informatie

Parkeerdrukmeting Oranje Nassaukades IJsselstein

Parkeerdrukmeting Oranje Nassaukades IJsselstein Parkeerdrukmeting Oranje Nassaukades IJsselstein Ten bate van haalbaarheidsonderzoek overdracht Zomerdijk IJsselstein 23 februari 2017- Versie 1.0 Autorisatieblad Parkeerdrukmeting Oranje Nassaukades IJsselstein

Nadere informatie

Toelichting GGOR Zuidpolder van Delfgauw

Toelichting GGOR Zuidpolder van Delfgauw Toelichting GGOR Zuidpolder van Delfgauw Inleiding Om het GGOR te kunnen bepalen is de GGOR-systematiek gevolgd (zie figuur 1). Op basis van een analyse met een grondwatermodel zijn de actuele grondwaterstanden

Nadere informatie

Trillingshinder voor en na het vervangen van de spoorbrug over de Linge

Trillingshinder voor en na het vervangen van de spoorbrug over de Linge Trillingshinder voor en na het vervangen van de spoorbrug over de Linge Geluid, Trillingen, Luchtkwaliteit, Gebied en Gebouw 8 november 2011 Ing. Marc Burgmeijer M+P raadgevende ingenieurs Inleiding In

Nadere informatie

Veld 15 - Schuytgraaf, Arnhem. Haalbaarheidsonderzoek aspect trillingen nieuw te realiseren woontoren op veld 15

Veld 15 - Schuytgraaf, Arnhem. Haalbaarheidsonderzoek aspect trillingen nieuw te realiseren woontoren op veld 15 Haalbaarheidsonderzoek aspect trillingen nieuw te realiseren woontoren op veld 15 Status definitief Versie 001 Rapport B.2017.0941.00.R001 Datum 22 augustus 2017 Colofon Opdrachtgever Contactpersoon Gemeente

Nadere informatie

Trillingsonderzoek Thamerweg 3 te Uithoorn; schade

Trillingsonderzoek Thamerweg 3 te Uithoorn; schade RAPPORT AV.1230 1 september 2014 Trillingsonderzoek Thamerweg 3 te Uithoorn; schade OPDRACHTGEVER: Gemeente Uithoorn Hr. J. Bosschers Postbus 8 1420 AA Uithoorn Adviseur: Ir. H.J.M. Schipperen Inhoudsopgave

Nadere informatie

Copyright SBR, Rotterdam

Copyright SBR, Rotterdam Het doel van de Stichting is het coördineren, stimuleren en begeleiden van het bouwtechnische en bedrijfstechnische speurwerk in de bouwnijverheid en de verbreiding van de resultaten, zowel ten behoeve

Nadere informatie

Onderzoek: het beste spoor naar strak spoor. dr. ir. Paul Hölscher

Onderzoek: het beste spoor naar strak spoor. dr. ir. Paul Hölscher Onderzoek: het beste spoor naar strak spoor dr. ir. Paul Hölscher 1 oktober 2018 Overzicht: twee onderzoeken 1. Risicokaart spoorzakking Bruno Coelho rol van stijfheid ondergrond en baan op zakkingen (zakkingen

Nadere informatie

Ontwerp overgangsconstructies en wissels voor spoorwegen (onderbouw)

Ontwerp overgangsconstructies en wissels voor spoorwegen (onderbouw) Ontwerp overgangsconstructies en wissels voor spoorwegen (onderbouw) Erik Kwast [email protected] dia 1/26 Inhoud - Ontwerp Voorschriften Spoorwegen (OVS( OVS) - Introductie - Belastingcombinatie voor

Nadere informatie

Bouwperiode Isabellastraat en Willem III laan

Bouwperiode Isabellastraat en Willem III laan Bouwperiode Isabellastraat en Willem III laan (bouw) tijdelijk spoor aan westkant tijdelijke overweg Loonsebaan (fietsers en voetgangers) bouw onderdoorgang Loonsebaan bouw 4e spoor mogelijke locatie bouwdepots

Nadere informatie

Verbreding en verdieping Wilhelminakanaal Tilburg

Verbreding en verdieping Wilhelminakanaal Tilburg Oplossingen voor de grondwaterproblematiek project Verbreding en verdieping Wilhelminakanaal Tilburg Samenvatting mei 2016 1 Wat is er aan de hand? Rijkswaterstaat, de provincie Noord-Brabant en de gemeente

Nadere informatie

Figuur 1 Schematisch weergave tijdelijke hulpbrug nabij A1 Muiderberg.

Figuur 1 Schematisch weergave tijdelijke hulpbrug nabij A1 Muiderberg. Groenmarktstraat 39 3521 AV Utrecht T 030 2970391 [email protected] www.dbvision.nl Ministerie van Infrastructuur en Milieu Rijkswaterstaat West-Nederland Noord t.a.v. de heer N. Dollee Postbus 3119 2001

Nadere informatie

Akoestisch onderzoek Purmerend

Akoestisch onderzoek Purmerend Akoestisch onderzoek Purmerend t.b.v. aanvraag ontheffing o.g.v. art 11.24 Wm Van Eigenaar Geraldine Woestenenk Kenmerk 3674704 Versie 1.0 Datum 31 maart 2015 Bestand EDMS-#3674704-v2-Akoestisch_onderzoek_bij_aanvraag_ontheffing_Purmerend.docx

Nadere informatie

PROJECTNUMMER C ONZE REFERENTIE Imandra: :D

PROJECTNUMMER C ONZE REFERENTIE Imandra: :D ONDERWERP Gemaal Korftlaan - advies wel of niet verbreden watergang aanvoertracé DATUM 7-7-2016, PROJECTNUMMER C03071.000121.0100 ONZE REFERENTIE Imandra: 078915484:D VAN Arjon Buijert - Arcadis AAN J.

Nadere informatie

Administratie Diamant Politie

Administratie Diamant Politie De resultaten van drie onderzoeksprojecten van het SOMA Dossier Administratie Diamant Politie We hebben de lezers steeds op de hoogte gehouden van de onderzoeks- projecten van het SOMA. We zijn dan ook

Nadere informatie

Busbaan langs de Kruisvaart

Busbaan langs de Kruisvaart Busbaan langs de Kruisvaart Trillingsonderzoek Opdrachtgever Gemeente Utrecht, projectorganisatie Uithoflijn Ondertekenaar Movares Nederland B.V. W. Gardien & W.N. Oskam Kenmerk MNO-WG-12L81160013 - Versie

Nadere informatie

TRAM VLAANDEREN MAASTRICHT ACTUALISATIE PROGNOSE TRILLINGEN

TRAM VLAANDEREN MAASTRICHT ACTUALISATIE PROGNOSE TRILLINGEN TRAM VLAANDEREN MAASTRICHT ACTUALISATIE PROGNOSE TRILLINGEN GEMEENTE MAASTRICHT 27 oktober 2014 078107541:A - Definitief C05057.000014.0200 Inhoud Samenvatting... 3 1 Inleiding... 5 1.1 Doel van dit rapport...

Nadere informatie

BTS, Hoe lang moeten we meten? Herke Stuit, 3 november 2015

BTS, Hoe lang moeten we meten? Herke Stuit, 3 november 2015 Herke Stuit, 3 november 2015 Inhoud BTS Situatie metingen Resultaten Vmax Resultaten Vper Conclusies BTS Beleidsregel trillinghinder spoor (BTS 2014), incl. bepalingsmethode Ten minste 1 week meten Onzekerheidspercentage:

Nadere informatie

Gemeente Castricum. Haalbaarheid station Zandzoom

Gemeente Castricum. Haalbaarheid station Zandzoom Gemeente Castricum Haalbaarheid station Zandzoom Gemeente Castricum Haalbaarheid station Zandzoom Datum 26 januari 2010 Kenmerk CTC071/Adr/0511 Eerste versie Documentatiepagina Opdrachtgever(s) Gemeente

Nadere informatie

Nota van beantwoording zienswijzen

Nota van beantwoording zienswijzen Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Wijhe, Enkweg 56 en 54a NL.IMRO.1773.BP2018004020-0301 Olst-Wijhe, 14 juni 2018 doc. nr.: 18.002944 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Zienswijzen en

Nadere informatie

Wiskunde project Trillingen

Wiskunde project Trillingen Wiskunde project Trillingen 1/21 Auteur Movares Nederland B.V. Dr. Herke G. Stuit Kenmerk BO-HS-070004691 - Versie 1.0 Utrecht, 2 februari 2007 vrijgegeven 2/21 Inleiding In Nederland wordt de beschikbare

Nadere informatie

30-6-2009. Inleiding. Te behandelen punten. Locatie. Predictie en Monitoring van trillingen. Bouw van een Onderzeedienstkade

30-6-2009. Inleiding. Te behandelen punten. Locatie. Predictie en Monitoring van trillingen. Bouw van een Onderzeedienstkade Predictie en Monitoring van trillingen Bouw van een Onderzeedienstkade in Den Helder Bouw van een Onderzeedienstkade Het beperken van de risico s door: > Predictie > Maatregelen > Trillingbewaking Validatie

Nadere informatie

inhoud blz. 1. Een wereld vol cijfers 2. Een bot met streepjes 3. Tellen 4. Turven 5. Oude getallen 6. Onze cijfers 7. Tellen in drie talen

inhoud blz. 1. Een wereld vol cijfers 2. Een bot met streepjes 3. Tellen 4. Turven 5. Oude getallen 6. Onze cijfers 7. Tellen in drie talen Cijfers inhoud blz. 1. Een wereld vol cijfers 3 2. Een bot met streepjes 4 3. Tellen 5 4. Turven 6 5. Oude getallen 6 6. Onze cijfers 9 7. Tellen in drie talen 10 Pluskaarten 11 Bronnen en foto s 13 Colofon

Nadere informatie

Bijlagen bij scriptie: Mariene archeologische verwachting voor de laatprehistorische. Noordzeekust

Bijlagen bij scriptie: Mariene archeologische verwachting voor de laatprehistorische. Noordzeekust Bijlagen bij scriptie: Mariene archeologische verwachting voor de laatprehistorische periode langs de Nederlandse Noordzeekust Jade Schoon, s0724718 [ii] Inhoud Inhoud... iii Bronvermelding... v Bijlage

Nadere informatie

DMC -L DoelMatigheidsCriterium Locaal

DMC -L DoelMatigheidsCriterium Locaal DMC -L DoelMatigheidsCriterium Locaal 1. Inleiding In de afgelopen jaren groeit behoefte aan duidelijke vergelijking van de akoestisch en financiële uitkomsten van de te treffen maatregelen. Vooral in

Nadere informatie

Trillingsgevolgen bij verplaatsing puinbreker

Trillingsgevolgen bij verplaatsing puinbreker KOAC NPC Schumanpark 43 7336 AS Apeldoorn Tel. +31 88 KOACNPC Tel. +31 88 562 26 72 Fax +31 88 562 25 11 [email protected] www.koac-npc.com e120362401 Trillingsgevolgen bij verplaatsing puinbreker KOAC

Nadere informatie

Trillingsonderzoek Brabantroute

Trillingsonderzoek Brabantroute Trillingsonderzoek Brabantroute Onderzoek naar oorzaken trillingsklachten D79-PBO-KA-1800189 30 november 2018 - Versie 1.0 Autorisatieblad Trillingsonderzoek Brabantroute Onderzoek naar oorzaken trillingsklachten

Nadere informatie

`1 ProRail. (Ontwerp) Tracébesluit Spooromgeving Geldermalsen. Trillingsonderzoek

`1 ProRail. (Ontwerp) Tracébesluit Spooromgeving Geldermalsen. Trillingsonderzoek `1 ProRail (Ontwerp) Tracébesluit Spooromgeving Geldermalsen Trillingsonderzoek ProRail (Ontwerp) Tracébesluit Spooromgeving Geldermalsen Trillingsonderzoek referentie projectcode status RIS437-7/beii/004

Nadere informatie

Rekenen Groep 7-2e helft schooljaar.

Rekenen Groep 7-2e helft schooljaar. Sweelinck & De Boer B.V., Den Haag 2016 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm

Nadere informatie

Toelichting GGOR Oude Polder van Pijnacker

Toelichting GGOR Oude Polder van Pijnacker Toelichting GGOR Oude Polder van Pijnacker Inleiding Om het GGOR te kunnen bepalen is de GGOR-systematiek gevolgd (zie figuur 1). Op basis van een analyse met een grondwatermodel zijn de actuele grondwaterstanden

Nadere informatie

Grondwater effecten parkeergarage en diepwand Scheveningen

Grondwater effecten parkeergarage en diepwand Scheveningen Notitie / Memo Aan: Kees de Vries Van: Anke Luijben en Jasper Jansen Datum: 25 januari 2017 Kopie: Ons kenmerk: WATBE5026-136N001D0.2 Classificatie: Projectgerelateerd HaskoningDHV Nederland B.V. Water

Nadere informatie

Rekenen Groep 6-1e helft schooljaar.

Rekenen Groep 6-1e helft schooljaar. Sweelinck & De Boer B.V., Den Haag Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of

Nadere informatie

PHS Meteren-Boxtel tracédeel Boog Meteren

PHS Meteren-Boxtel tracédeel Boog Meteren Project Meteren-Boxtel Goederentreinen tussen Rotterdam en Venlo gaan via de tot Meteren rijden. Vanaf Meteren rijden de goederentreinen verder via s-hertogenbosch en Boxtel. Zij zullen dus niet meer over

Nadere informatie

ProRail. Programma Hoogfrequent Spoor- vervoer Viersporigheid. Rijswijk - Delft Zuid. Deelonderzoek Trillingen en Laag- frequent geluid

ProRail. Programma Hoogfrequent Spoor- vervoer Viersporigheid. Rijswijk - Delft Zuid. Deelonderzoek Trillingen en Laag- frequent geluid ProRail Programma Hoogfrequent Spoor- Rijswijk - Delft Zuid vervoer Viersporigheid Deelonderzoek Trillingen en Laag- frequent geluid ProRail referentie RIS432-26 projectleider mw. drs. T. Klumper projectcode

Nadere informatie

BIJLAGE PROJECTPLAN DAMWAND PLUUTHAVEN

BIJLAGE PROJECTPLAN DAMWAND PLUUTHAVEN DATUM 30 april 2017 BIJLAGE PROJECTPLAN DAMWAND PLUUTHAVEN DEEL I VERVANGEN DAMWANDEN REGIONALE WATERKERING PLUUTHAVEN ZEEWOLDE 1. Aanleiding en doel Het waterschap is naar aanleiding van het AV besluit

Nadere informatie