Alpenwatersalamander Mesotriton alpestris
|
|
|
- Erik Verhoeven
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Alpenwatersalamander Mesotriton alpestris voorheen Triturus alpestris Vrouwtje. Female. Mannetje. Male. De Alpenwatersalamander is met zijn ongevlekte, feloranje buik en donkere bovenzijde gemakkelijk herkenbaar. De meeste vindplaatsen liggen in Noord-Brabant en Limburg. Daarnaast zijn populaties aanwezig in Drenthe, Gelderland en Zeeland. De verspreiding is beperkt tot zand- en leemgronden. De noordwestgrens van het areaal loopt door Nederland. De soort geldt als weinig kritisch. In allerlei wateren vindt voortplanting plaats. De landhabitat omvat voornamelijk allerlei typen loofbos. De Alpenwatersalamander is in ons land niet bedreigd. Beschrijving De Alpenwatersalamander is een middelgrote watersalamander. De lengte (inclusief staart) van de mannetjes is 7,5-8,5 cm, van de vrouwtjes 8-1 cm, met uitschieters naar 12 cm. Het gewicht van de mannetjes is 2,5-3, g, van de vrouwtjes 3,5-4,5 g. (Berger & Günther 1996). De onderzijde is bij beide geslachten helderoranje zonder vlekken. De keel is normaal ongevlekt, maar incidenteel kunnen ook kleine zwarte vlekjes aanwezig zijn (Van Delft & Van Hoof 1999). De rugzijde van lichaam en staart is blauwgrijs, vaak met een zwarte marmering. Vrouwtjes zijn fletser dan mannetjes en hebben vaak een bruingroene marmering op de rug, die vooral bij dieren in landfase opvalt. Bij dieren in landfase is soms ook een dunne oranje streep op de rug zichtbaar. De huid is korrelig van structuur. Bij mannetjes loopt een wittige band met zwarte vlekjes vanaf de kaken via de flanken tot aan de staartbasis. Op de overgang van deze band naar de oranje buikzijde is in de paartijd een helderblauwe flankstreep tussen de voor- en achterpoten aanwezig. Ook bij vrouwtjes kan de met vlekjes bedekte band aanwezig zijn, maar altijd veel minder opvallend dan bij mannetjes. De enkele millimeters hoge rugkam van het mannetje heeft een gladde rand en is vuilwit tot gelig met zwarte blokjes. De larven worden maximaal 6 cm lang en zijn donkerbruin tot zwart. Hun staart is over vrijwel de gehele lengte even hoog. Deze eindigt vrij abrupt, maar vaak is een klein puntje aanwezig. De staart is bedekt met talrijke kleine, onregelmatige donkere vlekjes. Na de metamorfose hebben de 4-6 cm lange jongen een iets fletsere kleur dan volwassen dieren en soms een oranje rugstreep. Afhankelijk van het ontwikkelingsstadium zijn de eieren uniform beige tot bruin of enigszins tweekleurig en hebben een doorsnede van 1,4-2,4 mm. Het doorzichtige omhulsel is rond tot ovaal en ongeveer 2,5 bij 3,2 mm groot. Dit omhulsel kan kort voor het uitkomen afmetingen van 4 bij 5 mm bereiken (Grillitsch et al. 1983; Annemarie van Diepenbeek pers. med.). Herkenning Een volwassen Alpenwatersalamander is door de ongevlekte buik gemakkelijk van de andere Nederlandse watersalaman-
2 hoofdstuk 8 de soorten ders te onderscheiden. Door de donkere bovenzijde en de oranje buik lijkt de soort nog het meest op een kamsalamander maar die heeft vrijwel altijd grote, grillige zwarte vlekken op de buik. Onvolwassen kamsalamanders kunnen echter een ongevlekte buik hebben en dan is verwarring mogelijk (Creemers 1999a, Grosse & Günther 1996). Minder gemakkelijke kenmerken zoals de structuur van de huid, de lichaamsverhoudingen en de kleur van de buik kunnen dan toch uitkomst bieden. Kamsalamanders worden groter en de mannetjes hebben tijdens de voortplanting een veel hogere en duidelijk getande rugkam, die bij de overgang van rug naar staart onderbroken is. Het oranje op de buikzijde is bij de kamsalamander geliger dan bij de Alpenwatersalamander. De larven van de Alpenwatersalamander onderscheiden zich van andere salamanderlarven onder meer door de sterker afgeronde staartpunt en de over vrijwel de gehele lengte even hoge staart. Door hun donkere pigment lijken ze nog het meest op de larven van de kamsalamander. Deze hebben echter veel langere tenen en een staart met ronde zwarte stippen en een draadje aan de punt. Larven van de kleine watersalamander en vinpootsalamander zijn veel lichter gepigmenteerd. Eieren in een laat ontwikkelingsstadium zijn van die van de kleine watersalamander en vinpootsalamander te onderscheiden: ze zijn iets groter en het embryo wordt donkerder. Kamsalamandereieren zijn groter en lichter van kleur dan de eieren van de Alpenwatersalamander. Zie ook de determinatiesleutels in Van Diepenbeek & Creemers (26). Biologie Jaarritmiek De Alpenwatersalamander trekt al vroeg in het voorjaar naar het voortplantingswater. Begin januari worden soms al de eerste dieren waargenomen. De voortplantingstrek komt J F M A M J J A S O N D J F M A M J J A S O N D J F M A M J J A S O N D J F M A M J J A S O N D meestal begin maart goed op gang, wanneer de temperatuur s avonds boven de 5 C komt en het regent (Schlüpmann 1987). De dieren komen na het invallen van de duisternis te voorschijn. Er worden in het vroege voorjaar meer mannetjes dan vrouwtjes waargenomen. De meeste volwassen dieren worden van maart tot en met juni waargenomen met een piek in april en de eerste helft eieren larven Adulten (n = 1988) (n = 486) (n = 42) Eieren (n = 9) Larven (n = 33) Juvenielen (n = 32)
3 Ei. Egg. Larve. Larva., buikzijde larve Legselgrootte, groei en leeftijd De Alpenwatersalamander legt 1-15 eieren. De eiafzet gebeurt in ondiep water bij voorkeur op minder dan 1 cm onder het oppervlak (Miaud 1995, Strijbosch 1979). Na het uitkomen zijn de larven 6-1 mm lang. Na twee tot vier maanden verlaten de juvenielen met een lengte van 3-6 cm het water. Alpenwatersalamanders zijn na twee, soms drie jaar geslachtsrijp (Berger & Günther 1996). Over de leeftijd die Alpenwatersalamanders in Nederland bereiken is niets bekend. In een poel in Bohemen op een hoogte van 49 m planten Alpenwatersalamanders zich op driejarige leeftijd voor het eerst voort en worden ze tien jaar oud (Smirina & Roček 1976). In de Oostenrijkse Alpen daarentegen, op een hoogte van 1643 m, planten ze zich niet voort voordat ze tien jaar oud zijn en kunnen ze 2 jaar oud worden (Schabetsberger 1993). van mei. Daarna neemt het aantal dieren in het water snel af. Eind april kunnen de eerste vrouwtjes het voortplantingswater al weer verlaten (Grooten 1989). De eieren worden in de regel vanaf april gevonden, maar er is een duidelijke piek in juni. Na 1-26 dagen komen de eieren uit en doorgaans worden de eerste larven in mei aangetroffen. Na half september zijn er nauwelijks nog larven in het water aanwezig. De najaars- en winterwaarnemingen hebben betrekking op exemplaren die de metamorfose niet meer in hun geboortejaar konden voltooien. Dergelijke overwinterende larven worden ook tussen januari en mei gemeld. Het aantal waarnemingen van juvenielen in het archief is gering en conclusies over hun jaarritmiek zijn daardoor moeilijk te trekken. Volgens Hermans (1992a) zijn de eerste juvenielen vanaf half juni te verwachten. Eerdere waarnemingen van juvenielen hebben waarschijnlijk betrekking op dieren die pas na hun eerste overwintering de metamorfose hebben voltooid. De laatste waarnemingen van Alpenwatersalamanders dateren van eind december en de soort is daarmee in alle maanden aangetroffen. Waarschijnlijk hebben decemberwaarnemingen van volwassen exemplaren betrekking op vroege dieren die richting voortplantingswater trekken (Feldmann 1981). Voedsel Alpenwatersalamanders eten vrijwel alle dieren die in hun bek passen. Er lijkt een voorkeur te zijn voor relatief grote prooien. In de literatuur worden als prooi tijdens de waterfase geleedpotige dieren genoemd, zoals muggenlarven en -poppen, kokerjuffer-, steenvliegen-, en libellenlarven, waterkevers en hun larven, watervlooien, eenoogkreeftjes en vlokreeftjes, maar ook dode of verdrinkende regenwormen, slakken, rupsen en loopkevers. Ook eieren en larven van kikkers en salamanders worden gegeten. In enkele Duitse populaties waren salamanders veel belangrijkere predatoren van amfibieëneieren dan de aanwezige vissen (voornamelijk karperachtigen). Onder andere de Alpenwatersalamander at massaal van kikkereieren en pas uitgekomen larven. Eisnoeren en larven van de gewone pad worden vanwege hun giftigheid niet gegeten. (Fasola & Canova 1992a, Feldmann 1981, Heusser 1971a, Joly 1986, Juszczyk 1987, Kühlhorn 1959, Kwet 1996a, Sattmann 1989). Predatoren Aangenomen mag worden dat zoogdieren als egel, bunzing, bruine rat en das, en vogels als blauwe reiger, zwarte kraai en uilen in aanmerking komen als predator van de Alpenwatersalamander. Kupfer (1995) deed een waarneming van een waterspitsmuis die een mannetje Alpenwatersalamander tot aan de staart opvrat. Vissen, waterkevers, libellenlarven en volwassen amfibieën zijn predatoren van eieren en larven en de grote exemplaren kunnen volwassen salamanders verwonden of eten. 8
4 hoofdstuk 8 de soorten Gedrag Het balts- en paargedrag van de vier watersalamandersoorten vertoont grote overeenkomsten, maar kent ook enkele markante verschillen. De Alpenwatersalamander geldt als traag. Bepaalde houdingen worden langer aangehouden (Berger & Günther 1996, zie ook hoofdstuk 5). Kupfer (1995) beschrijft waarnemingen van het afweergedrag ten opzichte van potentiële predatoren van meer dan 7 Alpenwatersalamanders gedurende de voorjaarsmigratie. Dat gedrag kwam tot uiting bij aanraking en benadering. Het bestaat uit het zijwaarts krommen van het lichaam en de staart. De salamanders spreiden hun achterpoten en richten zich met de voorpoten op, waardoor de oranje onderzijde zichtbaar wordt. Bij heftige reacties wordt het lichaam sterk zijwaarts gekromd, waarbij ze soms met de neuspunt hun cloaca raken. De staart wordt bij een heftige reactie zelfs opgetild, zodat ook de oranje onderzijde van de staart zichtbaar wordt. Bij een dergelijk heftige reactie worden de ogen meestal gesloten. Deze houding kan tot een minuut roerloos worden aangehouden en de dieren scheiden dan een melkachtig vocht over de huid uit. Bij het oppakken laat deze soort soms een zacht geluid horen, dat enigszins klinkt als het uitgooien van een werphengel. Evenals bij andere salamanders wordt eraan getwijfeld of dit echte afweerroepjes zijn, of dat het te maken heeft met het snel leegblazen van de longen door de schrik (Griffiths 1996). Verplaatsingen Blab (1986) noemt als actieradius van de Alpenwatersalamander een afstand van zo n 4 m. Nieuwe poelen kunnen snel worden bezet (Laan & Verboom 1988). Lenders (1996) kwam tot een vergelijkbare conclusie. Hij vond al in het voorjaar van 1987 Alpenwatersalamanders in zes van de zeven poelen die in het najaar van 1986 waren aangelegd. Van de totale populatie in het onderzoeksgebied was 75 van de dieren in de nieuwe poelen aanwezig. Daarmee vertoonde de soort de grootste dispersie van de vier onderzochte watersalamandersoorten. Voor de gehele Meinweg blijkt de bezettingsgraad van nieuwe poelen door de Alpenwatersalamander rond de 9 te liggen (Lenders 25a). Voor een dergelijk snelle kolonisatie dienen ze wel op geringe afstand van reeds bevolkte wateren te worden aangelegd. Mannelijke Alpenwatersalamanders bleken een nieuw water sneller te bevolken dan vrouwtjes. Het zijn zowel jonge als volwassen dieren die een nieuw water na korte tijd bevolken (Perret et al. 23). Ook gedurende het voortplantingsseizoen vinden verplaatsingen tussen wateren plaats, voornamelijk wanneer deze dicht bij elkaar liggen (Lenders 1996). Voor de Alpenwatersalamander stelde Lenders (1996) gedurende het voortplantingsseizoen een maximaal afgelegde afstand van 35 m vast. Areaal De Alpenwatersalamander komt uitsluitend voor in Europa. De aaneengesloten verspreiding van de nominaatvorm M. a. alpestris loopt van Frankrijk in het westen tot het westelijk deel van Oekraïne in het oosten. In het noorden bereikt de soort nog net Denemarken. In het zuiden loopt het aaneengesloten areaal door tot Noord-Italië. In het zuidelijke deel van het verspreidingsgebied komen enkele geïsoleerde populaties voor, waarvan sommige als aparte ondersoort zijn beschreven. De soort kan in de Alpen voorkomen tot 25 m hoogte (Gasc et al. 1997, Griffiths 1996). De noordwestelijke areaalgrens loopt door Nederland (Gasc et al. 1997). Bringsøe & Mikkelsen (1993) nemen aan dat de soort in Denemarken noordelijker voor zou kunnen komen; niet het klimaat maar intensieve, kale landbouwgebieden die de laatste eeuwen zijn ontstaan, vormen daar een barrière voor de soort. In Engeland, waar de Alpenwatersalamander van nature niet voorkomt, is de soort op een aantal plaatsen geïntroduceerd (Banks 1989). Verspreiding in Nederland Het zwaartepunt van de verspreiding van de Alpenwatersalamander ligt in Noord-Brabant en Limburg. De soort bezet hier grote delen van het Zuid-Limburgs en Kempens district (zie hoofdstuk 9). Buiten beide genoemde provincies is de soort bekend van Zeeuws-Vlaanderen, het Rijk van Nijmegen en Drenthe. Voor 1971 De eerste melding van de Alpenwatersalamander voor Nederland werd pas in 1897 gedaan door E. Heimans (1898) te Breda (zie ook Oudemans 1911). Willemse (1915) noemt een reeks van vindplaatsen, die in 195 is uitgebreid tot 23 (Van Wijk 1951). Hieronder bevindt zich één Drentse vindplaats, namelijk Assen. Van Wijk (1951) vraagt zich af of het om een uitgezet exemplaar gaat (zie ook kader Drenthe). In de collectie van het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis in Leiden is ook één exemplaar van Katerveer bij Zwolle (juli 1919, rmnh 5728) aanwezig. Deze vindplaats valt geheel buiten latere verspreidingsbeelden. De aanwezigheid in het rivierengebied is zeer opmerkelijk. Deze vondsten zijn vanwege de goede documentatie wel op kaart opgenomen. In de periode voor 1971 zijn de contouren van de verspreiding van de Alpenwatersalamander nog niet erg duidelijk. De vindplaatsen liggen nogal verspreid, maar kernen als Zuid-Limburg, het Rijk van Nijmegen en Oost-Brabant
5 Aantal uurhokken: < Aantal kilometerhokken: < (Krebs 1991, Ton Stumpel pers. med.). Deze vondsten zijn niet zo vreemd, omdat direct tegen de grens met Nederland in Vlaanderen populaties aanwezig zijn die grenzen aan de Zeeuwse vindplaatsen (Bauwens & Claus 1996, De Fonseca 1981). De klei maakt aan de zuidrand van Zeeuws-Vlaanderen plaats voor zand en het landschap vertoont overeenkomsten met dat op veel Brabantse en Limburgse vindplaatsen. In Drenthe blijkt de soort ook ruimer verspreid te zijn, met name in de omgeving van Assen (Provincie Drenthe 1987). De soort is vóór 1985 enkele malen uit de Achterhoek en Twente gemeld. Er bevinden zich Duitse populaties tegen de grens met deze Nederlandse regio s. De gemelde vindplaatsen vertonen echter geen enkele onderlinge samenhang. Natuurlijke populaties zijn, gezien de nabijgelegen Duitse populaties niet uit te sluiten. Toch is het vreemd dat deze weinig kritische soort zo weinig is gemeld en al vele jaren niet meer is aangetroffen, terwijl in deze omgeving bijzonder intensief naar amfibieën wordt gekeken en enkele meer kritische soorten zoals kamsalamander en boomkikker er goed stand weten te houden (zie ook Creemers 1999a). In Drenthe bij Rheebruggen is de soort met zekerheid uitgezet door o.a. Dick Hillenius. Op het eind van deze periode komen ook de eerste waarnemingen binnen van populaties op de Utrechtse Heuvelrug, de Veluwe (Staverden) en Arnhem. Voor Staverden en Arnhem is bekend dat deze dieren hier zijn uitgezet; ook voor de populaties op de Utrechtse Heuvelrug wordt dit vermoed door de sterke binding aan bebouwing (vaak tuinvijvers) en de overlap met uitgezette populaties vroedmeesterpadden. In eerdere intensieve herpetofauna-inventarisaties op de Veluwe (Van Dijk, 1988a, 1988b) werd deze soort nooit aantekenen zich al af. In Zuid-Limburg blijkt de Alpenwatersalamander samen met de kleine watersalamander de algemeenste watersalamander te zijn (Ter Horst 196). Johan Thissen (pers. med.) kent waarnemingen in het Bekken van Groesbeek uit de jaren 6, zoals de Bruuk en directe omgeving en langs de spoorlijn tussen Groesbeek-dorp en de Duitse grens. De soort is daar later nog maar één keer aangetroffen. Opvallend is dat de soort na 195 nauwelijks meer van vreemde vindplaatsen wordt gemeld, zoals dat in de eerste helft van de twintigste eeuw wel gebeurde. Dat maakt het aannemelijk dat vindplaatsen als Utrecht, Rotterdam en die in het stroomgebied van de IJssel (zie ook Bergmans & Zuiderwijk 1986) betrekking hebben gehad op introducties of verkeerde determinaties. Opvallend is het nog grotendeels ontbreken van waarnemingen uit Midden- en Noord-Limburg en West-Brabant. In deze regio s is de inventarisatieactiviteit zeer laag, waardoor de soort lang onopgemerkt is gebleven Pas na 197 wordt de verspreiding goed duidelijk. West- Brabant blijkt nu ook een kerngebied voor de Alpenwatersalamander te zijn en de kerngebieden Rijk van Nijmegen, Oost-Brabant en Zuid-Limburg blijken aanzienlijk dichter bezet te zijn dan tot dan toe bekend was. Het zwaartepunt van de verspreiding in Nederland blijkt duidelijk in Noord- Brabant en Limburg te liggen, met een uitloper in het Rijk van Nijmegen. Pas in de jaren 8 wordt de soort voor het eerst in Zeeland ontdekt, vlak bij de Belgische grens in Eede (nabij Aardenburg) en ten zuiden van Hulst en Axel natuurlijke populaties uitgezette, maar zich handhavende populaties Bezette km-hokken per uurhok: of meer natuurlijke populaties uitgezette, maar zich handhavende populaties Bezette km-hokken per uurhok: of meer
6 hoofdstuk 8 de soorten DRENTHE De Alpenwatersalamander is al vanaf 19 rond Assen bekend (Bergmans & Zuiderwijk 1986). Een Assens exemplaar uit 19 is in de collectie van het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis in Leiden aanwezig (rmnh 4643). Over de oorsprong van deze populatie bestaat enige twijfel, vanwege de geïsoleerde ligging. Er zijn twee mogelijkheden. Het kan gaan om een natuurlijke populatie die verbonden is geweest met de Duitse populatie, of het gaat om het nageslacht van uitgezette dieren. Als de populaties van natuurlijke oorsprong zijn, zou hoogveen een belangrijke rol kunnen spelen in hun geïsoleerde ligging. De Alpenwatersalamander mijdt hoogveen. Het onafzienbare hoogveen Bourtanger Moor, dat grote delen van Oost- Drenthe en aangrenzend Duitsland bedekt heeft, zou voor de isolatie tussen Duitse en Drentse populaties gezorgd kunnen hebben. Het uitdijende veen zou duizenden jaren geleden als een wig tussen de Duitse en Drentse populaties kunnen zijn gegroeid. Kamsalamander, hazelworm en zandhagedis, ook alle hoogveenmijders, hebben in Drenthe een overeenkomstig verspreidingsbeeld als de Alpenwatersalamander, waarbij de zuidoosthoek van Drenthe vrijwel onbezet is. Zij komen voor in Duitsland tot op enige afstand van de grens met Drenthe (Günther 1996) en vervolgens pas weer in Midden- en/of West-Drenthe. Dat ondersteunt de hoogveenhypothese. Mogelijk is de aanwezigheid van Alpenwatersalamanders in Drenthe echter terug te voeren op uitzettingen rond 19. Van Wijk (1951) noemt vanwege de geïsoleerde ligging van de Drentse vindplaats ook al deze mogelijkheid. Opvallend is dat de soort zich in Drenthe nog schijnt uit te breiden (pers. med. diverse Drentse waarnemers) en dat de verspreiding nogal verbrokkeld is. In de grote kernen in het zuiden van het land is eerder sprake van stabiele situaties met veel samenhang tussen de vindplaatsen. De genoemde uitbreidingen kunnen duiden op een relatief recente introductie, gevolgd door spontane kolonisatie van de geschikte wateren. Ook valt het op dat de soort voornamelijk in Assen en binnen een straal van circa 1 km er omheen voorkomt. Uitzettingen vinden vaak in en nabij steden plaats. getoond, hetgeen de sterke vermoedens van uitzetting bevestigt (Creemers 1999a) In de meest recente periode is het verspreidingsbeeld nog eens flink aangescherpt. Opvallend is dat de soort in vrijwel het gehele Nederlandse verspreidingsgebied grote aantallen aaneengesloten uurhokken bezet, waarbinnen regelmatig dichte concentraties bezette kilometerhokken voorkomen. Waar voorheen slechts Zuid-Limburg als zwaartepunt werd gezien (Bergmans & Zuiderwijk 1986) blijken nu door het hele verspreidingsgebied duidelijke concentraties aanwezig te zijn. Dit is geen effect van een sterke toename van de soort, maar van uitgebreidere inventarisaties. Het aantal gegevens uit Drenthe is gedurende de laatste periode verder toegenomen. De soort blijkt vooral in het noordwesten een aaneengesloten areaal te hebben. Het aantal bezette kilometerhokken per uurhok blijft echter laag. In het Rijk van Nijmegen zijn twee kernen te onderscheiden, namelijk de stuwwal en de Overasseltse en Hatertse Vennen. In beide gebieden is de soort algemeen. Alle waarnemingen voor t/m t/m 27 uitgezette, maar zich handhavende populaties 1971 t/m 1995 uitgezette, maar zich handhavende populaties 1996 t/m 27 Verandering in aantal bezette km-hokken (stijging ; daling ) met twee of meer dichtheidsklassen met één dichtheidsklasse geen verandering met één dichtheidsklasse met twee of meer dichtheidsklassen of uitgestorven
7 Begeleidende soorten Alledaagse begeleiders Trefkans () bruine kikker 84 gewone pad 69 groen kikker onbepaald 69 kleine watersalamander 64 bastaardkikker 42 levendbarende hagedis 32 poelkikker 21 heikikker 17 vinpootsalamander 16 hazelworm 15 Karakteristieke begeleiders Gedeelde Overlap hokken () bastaardkikker vinpootsalamander poelkikker kleine watersalamander levendbarende hagedis bruine kikker kamsalamander hazelworm Deze populaties zijn van elkaar gescheiden door het Maas- Waalkanaal. Van het laaggelegen Bekken van Groesbeek, grenzend aan de stuwwal, is slechts één waarneming bij ravon bekend (de Bruuk). Het gebied ligt waarschijnlijk te laag en is daardoor te vochtig voor deze soort. Opvallend is de vondst van Alpenwatersalamanders aan de rand van de Ooijpolder nabij de Waal bij Nijmegen, aan de voet van de stuwwal. Het gaat waarschijnlijk om zwervers vanuit de grote populatie op de stuwwal. Creemers (1999a) geeft informatie over discutabele waarnemingen en uitgezette populaties in Gelderland. Van alle door de Alpenwatersalamander bezette Nederlandse kilometerhokken ligt 49 in Noord-Brabant (Van Delft et al. 23a). In deze provincie is de soort zowel aanwezig op de hoger gelegen Peelhorst en Kempenhorst als in de lager gelegen Centrale Slenk. Veel vindplaatsen liggen op de hogere gronden, maar ook in beekdalen komt de soort voor. In Oost-Brabant komt de Alpenwatersalamander tot circa 1 m + nap voor bij Grave en Oeffelt. In het uiterste westen van de provincie zijn zelfs enkele vindplaatsen aanwezig rondom nap. Nergens komt de soort op rivier- of zeeklei voor (Van Delft 25a). Opvallend is het ontbreken van de soort in Midden-Brabant rondom Tilburg. Hoogteligging, grondsoort en landschap komen sterk overeen met die ten westen en oosten van het gebied, waar wel Alpenwatersalamanders aanwezig zijn. Bovendien waren hier tot in de jaren 7 bijna alle Brabantse amfibieënsoorten vertegenwoordigd, inclusief boomkikker en knoflookpad. Dus blijkbaar voldoet deze regio aan de habitateisen van vrijwel alle Nederlandse soorten. Toch ontbreekt hier de weinig kritische Alpenwatersalamander. Er bestaat hiervoor nog geen verklaring (Van Delft 25a). In Oost-Brabant is het de talrijkste salamander en hoort hij tot de vier amfibieënsoorten met de ruimste verspreiding (Crombaghs & Hoogerwerf 1992, 1993b, Hoogerwerf & Crombaghs 1992). 4 Alpenwatersalamander (n=196) In Limburg komt de soort verspreid over de gehele provincie voor. Concentraties zijn vooral aanwezig ten oosten van de Maas in Midden- en Zuid-Limburg. Ook in deze provincie is de soort zowel aanwezig in de hoger gelegen heideen bosgebieden als in beekdalen. Ook een aantal oude meanders van de Maas blijkt van bijzonder belang voor deze soort (Hermans 1992a). In het Roerdal ontbreekt de soort echter in alle oude Roermeanders (Geraeds & van Schaik 1999). De soort ontbreekt, evenals aan de Brabantse kant van de provinciegrens, grotendeels in de Peel (hoogveen). Tussen de verspreidingskernen in Midden- en Zuid-Limburg is een opvallend hiaat aanwezig tussen Stein en Sittard in het zuiden en Posterholt en Linne in het noorden. De soort is in dit gebied momenteel slechts bekend van de Doort en Born. In het uiterste noorden van Limburg (vanaf de Hamert tot de Mookerheide) is de soort zeer schaars. Het uurhok met het grootste aantal bezette kilometerhokken van Nederland ligt in de Meinweg. De soort is er toegenomen en de bezettingspercentages van nieuwe poelen liggen rond de 9 (Lenders 25a). In Zuid-Limburg zijn in het bijzonder de beekdalen van Geul en Gulp en hun zijbeekjes zeer dicht bezet. De introducties uit de vorige periode (Utrecht, Veluwe, rond Arnhem en Rheebruggen) zijn duidelijk succesvol, vanuit de oorspronkelijke kernen en met enige hulp van nieuwe introducties breidt de soort zich gestaag uit. Begeleidende soorten De Alpenwatersalamander kan met alle amfibieën- en reptielensoorten worden aangetroffen. De bruine kikker is de belangrijkste alledaagse begeleider en is evenals de Alpenwatersalamander een sterk aan bos gebonden soort. Karakteristieke begeleiders als vinpootsalamander, poelkikker, bruine kikker en levendbarende hagedis weerspiegelen grotendeels de zuidelijke verspreiding in ons land en het voorkomen in voedselarme, vochtige en deels beboste gebieden op de hoge zandgronden. Landhabitat (n = 196) Waterhabitat (n = 84) stad & dorp groot open water ruderaal groot lijnv. water infrastructuur beek & bron agrarisch gebied sloot & wetering halfnatuurlijk grasland poel & klein water bos & struweel klein, riv.begel. water duinen ven heide hoogveen laagveen Alpenwatersalamander overige amfibieën Habitat De Alpenwatersalamander geldt als weinig kritisch. De soort komt voor op zand-, leem- en lössbodems. Zee- en rivierklei wordt gemeden. De vindplaatsen nabij zeeklei in West-Brabant en nabij rivierklei langs de Maas betreffen steeds uitlopers van het zandgebied of zandopduikingen vlakbij de rivier. Op dergelijke plaatsen worden poelen, sloten en reeds lange tijd geïsoleerde meanders bevolkt. In het ravon-databestand t/m 25 zijn 196 van de 8446 waarnemingen voorzien van een landhabitatcodering (2). Bos en struweel zijn de meest voorkomende landschapstypering. Daarnaast zijn ook veel waarnemingen verricht op wegen (infrastructuur). De Alpenwatersalamander komt voor in heidegebieden, agrarisch gebied, op ruderale terreinen en dringt ook door tot in steden en dorpen. Opvallend is de lage presentie in hoogveen, een habitat dat op een aantal plaatsen binnen het areaal voorkomt. De Alpenwatersalamander mijdt dit ecosysteem. Van de 8446 waarnemingen zijn er 84 voorzien van een waterhabitatcodering (1). Er zijn relatief veel waarnemingen bekend uit vennen, poelen en andere kleine, geïsoleerde wateren (ook bospoelen). Sloten worden ook ge-
8 hoofdstuk 8 de soorten bruikt. De soort ontbreekt (nagenoeg) in groot open water en kleine, rivierbegeleidende wateren. Onderwatervegetatie is niet zelden volledig afwezig en de bodem is vaak bedekt met een dikke laag dood blad. Voortplanting komt zowel in beschaduwde als onbeschaduwde wateren voor. In de Voerstreek (België) werd een significante voorkeur voor beschaduwde wateren vastgesteld (Van Overstraeten & De Fonseca 1982). Veel voortplantingswateren van deze soort liggen in of nabij bos. In Duitsland geldt de Alpenwatersalamander samen met vinpootsalamander en kleine watersalamander als de minst veeleisende amfibieënsoort met betrekking tot het voortplantingswater (Berger & Günther 1996, Feldmann 1981). In een Duits onderzoek even ten oosten van Roermond aan de vier ook in Nederland voorkomende watersalamanders bleek de Alpenwatersalamander samen met de kleine watersalamander voor te komen in het ruimste spectrum aan chemische watereigenschappen (ph, geleidend vermogen, chloridegehalte, waterhardheid) (Stevens 1987). Ook in België wordt deze soort als weinig kritisch aangemerkt voor zowel de water- als landhabitat (Bauwens & Claus 1996, Schops 1999). De Alpenwatersalamander wordt regelmatig in vrij zure wateren aangetroffen zoals vennen. De gemiddelde ph van 43 wateren in Zuidoost-Brabant waarin de soort aanwezig was bedroeg 5,4. Regelmatig werden dieren gevonden in wateren met een ph<4,5 en verscheidene keren werd voortplanting bij een ph van 4, geconstateerd. Voortplanting werd vastgesteld bij een ph van 3,7-8,1. De gemiddelde ph van 23 in West-Brabant onderzochte wateren met deze salamander bedroeg 6,5. Hier werd voortplanting geconstateerd bij een ph van 4,4-8,2 (Crombaghs & Hoogerwerf 1993b, 1994, Hoogerwerf & Crombaghs 1992). De soort blijkt dus wat betreft de zuurgraad van het water niet erg kritisch te zijn. Toch zijn de hier genoemde lage ph-waarden de absolute ondergrens voor succesvolle voortplanting. Verdergaande verzuring maakt voortplanting onmogelijk (Leuven et al. 1986). Uit het Meinweggebied zijn de grootste aantallen bekend van wateren met een ph van 4-5. Veelal zijn dat enigszins geëutrofieerde vennen. In zure, oligotrofe vennen is de soort minder algemeen of ontbreekt. Vennen met Alpenwatersalamanders buiten de Meinweg zijn ook vaak geëutrofieerd. Ook elders werd het optimaal voorkomen van de Alpenwatersalamander bij een ph van 4-5 vastgesteld. De verdergaande verzuring van wateren in het Meinweggebied is waarschijnlijk de oorzaak van een toename van de Alpenwatersalamander in dit gebied. (Frigge et al. 1978a, Hermans 1992a, Lenders 1989a, 25a, Leuven et al. 1986). In het Zuid-Limburgse heuvelland is de soort algemeen aanwezig, vooral in de beekdalen en aangrenzende bosgebieden. Voortplantingswateren zijn hier weilandpoelen, bronbeekjes en -poelen en bospoelen. Ook uit een aantal groeven is deze salamander bekend. De vele betonnen drinkbakken en ook karrensporen worden bevolkt (Hermans 1992a, Ter Horst 196). Hetzelfde verschijnsel doet zich voor in de uitgestrekte droge bossen van Heumensoord bij Nijmegen. Hier zijn soms grote aantallen aanwezig in drinkbakken voor het wild. Ook hier zijn recente waarnemingen bekend uit met water gevulde, decimeters diepe sporen op paden. De soort kan in een reeks van landhabitattypen worden aangetroffen. Wel is er sprake van een duidelijke voorkeur voor bossen. Lenders (1989a) wijst erop dat loofbos veel gunstiger is voor salamanders dan naaldbos en pleit voor het kappen of omvormen van naaldbos nabij voortplantingswateren. Loofbossen bieden meer voedsel en de zuurgraad van het strooisel is waarschijnlijk gunstiger. Bovendien bieden ze veelal meer schuilmogelijkheden. In het ravon-databestand zijn geen waarnemingen aanwezig uit naaldbos. De soort is wel veelvuldig in gemengde bossen waargenomen. Als landhabitat zijn ook extensief gebruikte graslanden en kleine landschapselementen van groot belang, waarbij heggen en houtwallen als geleidend element dienst doen. Akkers en intensief benut grasland worden gemeden (Van Gelder & Grooten 1992, Grooten & Van Gelder 1993). Als schuilplaatsen worden allerlei vochtige plekken gebruikt. De dieren worden onder hout, stenen, mos en afval aangetroffen. Een klein deel van de Alpenwatersalamanders overwintert in het water en is daarmee in het voorjaar al vroeg in het voortplantingswater actief. De meeste dieren overwinteren echter op het land. Hiervoor kunnen allerlei holten, houtwallen, overhoekjes, houtstapels, stenen, afvalhopen, kelders, groeven en (vleermuis) bunkers dienst doen. De soort kan kelders en bunkers verlaten door tegen loodrechte wanden op te klimmen (Van Gelder & Grooten 1992, Grooten & Van Gelder 1993, Kwet 1996b, Lenders 1996). Trend Lange termijn De Alpenwatersalamander staat niet op de Rode Lijst. De soort is ten opzichte van de referentieperiode (de periode voor 195) min of meer stabiel gebleven (Van Delft et al. 27). Recente ontwikkeling De trend van de Alpenwatersalamander binnen de periode van de amfibieënmonitoring ( ) is een matige toename (goverse et al. 28). De soort profiteert van de aanleg van nieuwe poelen en op termijn wellicht ook van venherstelprojecten. De recente sterke afname van verzurende depositie en de daardoor veroorzaakte significante toename van de ph in veel vennen (Van Dam & Mertens 24, Grontmij/ Habitat van Alpenwatersalamander in Overasseltse en Hatertse Vennen (ge). Habitat of Alpine newt in Overasseltse en Hatertse Vennen, province of Gelderland. 3
9 Monitoringtrend (n = 237) Matige toename (p<,1) index AquaSense & Alterra 25) is ongetwijfeld gunstig voor deze soort van de verzuringsgevoelige hoge zandgronden. De Alpenwatersalamander is op veel plaatsen buiten zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied uitgezet en vormt daar populaties die zich handhaven en uitbreiden. Deze populaties zijn echter niet betrokken in de berekeningen voor de Rode Lijst. Bescherming en beheer Wettelijke status en beleid Rode Lijst (27): thans niet bedreigd Flora- en faunawet: matig beschermde soort (tabel 2) Habitatrichtlijn: - Conventie van Bern: beschermde soort (bijlage 3) Speciale maatregelen zijn voor deze soort niet noodzakelijk. De gangbare maatregelen die voor amfibieën worden genomen, bieden ook goede kansen aan de Alpenwatersalamander. In tal van poelenonderzoeken blijkt de soort nieuwe wateren snel te accepteren, soms zelfs al in het eerste jaar na aanleg. Er wordt vervolgens ook langdurig gebruik van de poelen gemaakt. Bij toenemende ouderdom blijkt de bezettingskans voor deze soort zelfs nog toe te nemen (Van Buggenum 2a, Dorenbosch & Crombaghs 21, Lenders 1996, Stumpel & Van der Voet 1995). Vooral in Zeeland is deze salamander zeldzaam. Aanleg van poelen in de omgeving van de aanwezige populaties kan er tot uitbreiding van de populatie leiden. Een aantal recent aangelegde poelen is inmiddels bevolkt (Maas 2). Inventarisatie In het voorjaar kunnen Alpenwatersalamanders s avonds en s nachts vaak op wegen en fietspaden gevonden worden. Verkeersslachtoffers zijn s ochtends vrijwel altijd nog duidelijk herkenbaar. Later in het jaar zijn volwassen dieren en larven met het schepnet goed te inventariseren. Ook kan men ze s nachts met een zaklamp gemakkelijk in het water vinden. Wanneer de dieren in landfase zijn, worden ze overdag vaak aangetroffen bij het omkeren van stukken hout of afval. Het s nachts met een zaklamp afzoeken van de habitat kan in die periode ook de nodige vondsten opleveren. Bijzonderheden De Alpenwatersalamander is in Europa de watersalamandersoort waarbij het vaakst neotenie wordt vastgesteld. In Zuid-Europa zijn populaties bekend die uitsluitend uit neotene dieren bestaan (Griffiths 1996). Uit Beieren is een volledig neotene populatie bekend van een hoogveenachtig water. De ecologische factoren in dit voor de Alpenwatersalamander uitzonderlijke habitat zouden hiervan de oorzaak kunnen zijn (Henle 1983). In Nederland is neotenie bij de Alpenwatersalamander zeldzaam. In Limburg zijn zowel partieel als totaal neotene dieren gemeld. Ook is een neoteen en tegelijkertijd flavistisch individu bekend. Uit andere provincies zijn geen volledig neotene dieren bekend. (Hermans 1992, Jansen & Jansen 199, Lenders 1989c, 1989d). Van de Alpenwatersalamander zijn twee kleurafwijkingen beschreven uit Nederland, namelijk flavisme (Lenders 1989d) en albinisme (Anonymus 26). Deze afwijkingen komen vaak gekoppeld voor aan neotenie. Beide kunnen hun oorzaak vinden in een gestoorde hormoonhuishouding. Gegevens over albinisme en flavisme in West-Europa worden gegeven door Lutzmann (1997), Parent & Thorn (1983) en Veith (1986). Gutleb (1991) stelde vast dat Alpenwatersalamanders individueel herkenbaar zijn aan de vlekjes die op de buikzijde van de keel tot en met de staart aanwezig (kunnen) zijn. Jeroen J.C.W. van Delft summary Alpine newt Mesotriton alpestris Distribution: Most populations of the Alpine newt are found in the provinces of Noord-Brabant and Limburg. The species is also present in the provinces of Drenthe, Zeeland (southern part: Zeeuws-Vlaanderen) and Gelderland (extreme south-east, around the city of Nijmegen). Status: The Alpine newt is listed on the Red List as not threatened. It is moderately protected under Dutch legislation and is listed on the Bern Convention (Annex iii). The range of the Alpine newt has been more or less stable since 195. Special management for this species is not necessary. Recent pond creation schemes, mostly aimed at rarer species, have led to local and regional increases. The recent substantial decrease of the acidity of many moorland pools will most probably have a positive effect on this newt. Remarks: In Europe the Alpine newt is considered to be the newt species where neoteny is most common. In the Netherlands, however, neoteny is very rare amongst this species. 4
De Heikikker De Heikikker
De Heikikker Brabant Water beheert 2200 hectare grond waarvan 1500 hectare natuurgebied. Hiermee zijn wij een van de grootgrondbezitters in Noord-Brabant. In deze natuurgebieden liggen ook de waterwingebieden
Vinpootsalamander Lissotriton helveticus
de amfibieën en reptielen van nederland Mannetje. Male. Achterpoten van mannetje. Hindlegs of male. Vinpootsalamander Lissotriton helveticus voorheen Triturus helveticus De vinpootsalamander is de kleinste
AMFIBIEËN IN DE ACHTERHOEK DE KAMSALAMANDER SAMEN WERKEN AAN EEN OPTIMAAL LANDSCHAP
AMFIBIEËN IN DE ACHTERHOEK DE KAMSALAMANDER SAMEN WERKEN AAN EEN OPTIMAAL LANDSCHAP 1 2 KAMSALAMANDER De Achterhoek is één van de gebieden met de ruimste verspreiding van de kamsalamander in Nederland.
Amfibieën in de verbindingszone Kaaistoep - Drijflanen in. Tilburg Frank Spikmans & Arnold van Rijsewijk
Amfibieën in de verbindingszone Kaaistoep - Drijflanen in Tilburg 2015 Frank Spikmans & Arnold van Rijsewijk Amfibieën in de verbindingszone Kaaistoep Drijflanen in Tilburg 2015 Frank Spikmans & Arnold van
Hoofdstuk 1: Veldkenmerken en voorkomen 3. Hoofdstuk 2: Voedsel en vijanden 4. Hoofdstuk 3: Voortplanting en verwanten 6
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Literatuurlijst 1 Inleiding 2 Hoofdstuk 1: Veldkenmerken en voorkomen 3 Hoofdstuk 2: Voedsel en vijanden 4 Hoofdstuk 3: Voortplanting en verwanten 6 Hoofdstuk 4: Verzorging
Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris
de amfibieën en reptielen van nederland Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris voorheen Triturus vulgaris De kleine watersalamander is de algemeenste watersalamander van Nederland die alleen in gebieden
Waterlanders : op weg met Sam de salamander. Poelenproject Herzele ter uitbreiding van de amfibieënpopulatie met als kernsoort de kamsalamander.
Waterlanders : op weg met Sam de salamander Poelenproject Herzele ter uitbreiding van de amfibieënpopulatie met als kernsoort de kamsalamander. 1 De kamsalamander... Hallo, Ik ben Sam, de salamander met
Verslag RAVON Utrecht Excursie Landgoed Den Treek Henschoten 10 april 2010
Verslag RAVON Utrecht Excursie Landgoed Den Treek Henschoten 10 april 2010 Inleiding Op 10 april is een excursie gehouden op landgoed Den Treek Henschoten vanuit Ravon Utrecht. Doel van deze excursie was
Bosbeheer voor reptielen en amfibieën. Jeroen van Delft
Bosbeheer voor reptielen en amfibieën Jeroen van Delft Opbouw lezing Habitateisen herpetofauna Gesloten bos Open plekken en brede bermen Randen, mantels en zomen Dood hout Water in en bij het bos Steilkanten,
Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris
de amfibieën en reptielen van nederland Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris voorheen Triturus vulgaris De kleine watersalamander is de algemeenste watersalamander van Nederland die alleen in gebieden
AMFIBIEËN EN REPTIELEN IN HET PLANGEBIED EN OMGEVING VAN DE UITBREIDINGSLOCATIE RENDAC TE SON
AMFIBIEËN EN REPTIELEN IN HET PLANGEBIED EN OMGEVING VAN DE UITBREIDINGSLOCATIE RENDAC TE SON AMFIBIEËN EN REPTIELEN IN HET PLANGEBIED EN OMGEVING VAN DE UITBREIDINGSLOCATIE RENDAC TE SON juni 2007 In
Amfibieën en poelen. Gerlof Hoefsloot
Amfibieën en poelen Gerlof Hoefsloot Inhoud presentatie Functie van een poel: vroeger en nu Hoe werkt een poel? Wat bepaalt een goede ecologische situatie Soorten amfibieën Beheer van amfibieënpoelen,
Poelkikker Rana lessonae
Poelkikker Rana lessonae De poelkikker is een kleine, gedrongen kikker. De meeste exemplaren zijn grasgroen gekleurd. De poelkikker komt vooral voor in wat voedselarmere wateren op de zandgronden, met
Basiscursus amfibieën & reptielen 2007 RAVON Nijmegen
Basiscursus amfibieën & reptielen 2007 RAVON Nijmegen soortherkenning amfibieën salamanders: 1 familie 2 geslachten, 5 soorten landsalamanders 1. vuursalamander watersalamanders 2. kleine watersalamander
RAVON Hemelvaartweekend
RAVON Hemelvaartweekend Gelderland, Limburg en Noord-Brabant 2007 REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN ONDERZOEK NEDERLAND RAVON Hemelvaartweekend Gelderland, Limburg en Noord-Brabant 2007 Een rapportage van RAVON
Onderzoek naar de waarde van een ponyweide aan de Nemelerbergweg 17a (Zwolle) voor de knoflookpad.
Onderzoek naar de waarde van een ponyweide aan de Nemelerbergweg 17a (Zwolle) voor de knoflookpad. REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN ONDERZOEK NEDERLAND Onderzoek naar de waarde van een ponyweide aan de Nemelerbergweg
Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode
Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode Natuurwaardenkaart Voor het inventariseren van de natuurwaarden van Heemstede zijn in het rapport Natuurwaardenkaart van Heemstede Waardering van
Verslag Excursie Kombos 28 5 2011 Ravon Utrecht
Verslag Excursie Kombos 28 5 2011 Ravon Utrecht Op zaterdag 28 mei 2011 is er vanuit RAVON Utrecht een excursie georganiseerd naar het Kombos te Maarsbergen. Het doel van de excursie was om deelnemers
Veldinventarisatie ringslang en levendbarende hagedis A37, omgeving Zwartemeer
Veldinventarisatie ringslang en levendbarende hagedis A37, omgeving Zwartemeer Veldinventarisatie in opdracht van Advies- en Ingenieursbureau Oranjewoud Opgesteld door Stichting RAVON R.P.J.H. Struijk
Gewone pad. Teksten en foto s overgenomen van de Hylawerkgroep van Natuurpunt
Gewone pad De gewone pad (Bufo bufo) is een vrij groot en zwaar gebouwd dier. De mannetjes meten 5 tot 7 cm en de vrouwtjes worden nog iets groter, tot 12 cm. De rug is beige, lichtbruin, grijsbruin of
AMFIBIEËN IN DE ACHTERHOEK DE KNOFLOOKPAD SAMEN WERKEN AAN EEN OPTIMAAL LANDSCHAP
AMFIBIEËN IN DE ACHTERHOEK DE KNOFLOOKPAD SAMEN WERKEN AAN EEN OPTIMAAL LANDSCHAP 1 2 KNOFLOOKPAD De knoflookpad is één van de meest bedreigde amfibie soorten in Nederland. Er zijn landelijk nog 40 restpopulaties
Biodiversiteit in Zundert Korte samenvatting
Biodiversiteit in Zundert Korte samenvatting Wij hopen dat het rapport "Biodiversiteit in Zundert" en deze korte samenvatting u zullen inspireren tot het nemen van maatregelen om de biodiversiteit in Zundert
Monitoring en inventarisatie reptielen en amfibieën Loonse en Drunense Duinen / Huis ter Heide
Monitoring en inventarisatie reptielen en amfibieën Loonse en Drunense Duinen / Huis ter Heide 2010 Mark Klerks November 2010 Inleiding: Het jaar 2010 kwam maar langzaam op gang. Vooral het voorjaar was
Italiaanse kamsalamander Triturus carnifex
Vrouwtje. Female. Exoten Italiaanse kamsalamander Triturus carnifex Begin 1999 werd voor het eerst melding gemaakt van een kamsalamander met een felgele rugstreep. Een jaar later bleek dat een nieuwe exoot,
AMFIBIEËN IN DE ACHTERHOEK DE BOOMKIKKER SAMEN WERKEN AAN EEN OPTIMAAL LANDSCHAP
AMFIBIEËN IN DE ACHTERHOEK DE BOOMKIKKER SAMEN WERKEN AAN EEN OPTIMAAL LANDSCHAP 1 2 BOOMKIKKER De Achterhoek is voor de boomkikker momenteel het belangrijkste gebied in Nederland. In de jaren 80 van de
Help mee om achterstallig onderhoud te signaleren!
www.poelen.nu Help mee om achterstallig onderhoud te signaleren! Frank Spikmans Rheden 31 mei 2018 Inhoud Poelen als leefgebied voor amfibieën Amfibieën (in Rheden) Poelen aanleg & beheren www.poelen.nu
De Groenzoom Struweelvogels
De Groenzoom Struweelvogels 1 Inhoudsopgave Zanglijster Struweelvogels - Zanglijster 3 - Roodborsttapuit 4 - Kneu 5 - Blauwborst 6 - Patrijs 7 - Rietzanger 8 Zanglijster - Lichte borst met pijlpuntige
Mitigatie en compensatieplan rugstreeppad
Mitigatie en compensatieplan rugstreeppad Mitigatie en compensatieplan rugstreeppad Auteur Opdrachtgever Projectnummer Ingen foto omslag T. Ursinus In den Eng Investment 11.148 december 2011 Voortplantingswater
LANGENHOLTE: TOPNATUUR
LANGENHOLTE: TOPNATUUR ROUTE 18 km 20 19 Een prachtige fietstocht langs de uiterwaarden van de Vecht en 'Buitenlanden Langenholten', een nat en ruig natuurgebied waar in het voorjaar wilde kievietsbloemen
Atlas Amfibieën en Reptielen van de Provincie Vlaams-Brabant. Sam Van de Poel Natuurpunt Studie
Atlas Amfibieën en Reptielen van de Provincie Vlaams-Brabant Sam Van de Poel Natuurpunt Studie Atlas Amfibieën en Reptielen van de Provincie Vlaams-Brabant 32.260 waarnemingen Periode # UTM hokken Databank
Gewone pad Bufo bufo. cd 7, 8
de amfibieën en reptielen van nederland cd 7, 8 Gewone pad Bufo bufo De gewone pad is een van de algemeenste amfibieën van Nederland. Het is een relatief grote en zwaar gebouwde pad met een wrattige huid.
1.2 landschap, natuur en recreatie. Landschap
1.2 landschap, natuur en recreatie Landschap Radio Kootwijk vormt een belangrijke schakel in een aaneengesloten open tot halfopen droog tot vochtig stuifzand- en heidegebied dat zich uitstrekt van het
Soortenlijst Flora faunawet. Bestendig beheer gemeentelijke groenvoorziening
Soortenlijst Flora faunawet Bestendig beheer gemeentelijke groenvoorziening 25 beschermde soorten zie soortenlijst t.b.v. F&F wet pag. 2: Deze 25 herkennen tijdens het examen. pag 3 t/m 7: Één of enkele
Kevers van de Habitatrichtlijn,
Indicator 19 juni 2012 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. Het oorspronkelijke areaal van
Nieuwsbrief 8 van RAVON Afdeling Utrecht juli 2012
Nieuwsbrief 8 van RAVON Afdeling Utrecht juli 2012 Contactpersoon RAVON Utrecht Wim de Wild Couwenhoven 7221 3703 HW Zeist [email protected] tel. 030-6963771 RAVON Utrecht verstuurt onregelmatig een
Amfibieën. Peter Harrewijn 9 maart 2017 IVN Steilrand
Amfibieën Peter Harrewijn 9 maart 2017 IVN Steilrand Inhoud Welkom / voorstellen Reptiel/amfibie? Padden / kikkers / salamanders / exoten Ziekten / plagen Poelen Wetgeving Beheer Vragen Peter Harrewijn
VAN ERVE NATUURONDERZOEK
ONDERZOEK KAMSALAMANDER IN DELEN VAN NATUURGEBIED DE BRAND Juni 2014 VAN ERVE NATUURONDERZOEK ONDERZOEK KAMSALAMANDER IN DELEN VAN NATUURGEBIED DE BRAND Inleiding Het natuurgebied De Brand is aangewezen
De knoflookpad in de Meinweg
De knoflookpad in de Meinweg Opkweken en uitzetten als laatste redmiddel Ben Crombaghs Paul van Hoof Bureau Natuurbalans - Limes Divergens B.V. Verspreiding in Nederland in drie tijdsintervallen Landelijk
Landschappelijke elementen
Welkomstkaarten voor Landschappelijke elementen Gaan voor groen! Behoud en herstel van landschappelijke elementen? Geweldig! Landschappelijke elementen zijn van culturele en historische waarde. Maar ze
Indeling lezing. Herstel van leefgebieden voor de gladde slang. Ringslang. Gladde slang. Adder
Indeling lezing Herstel van leefgebieden voor de gladde slang De gladde slang; uiterlijk, verspreiding en habitat Beheer Monitoring Jeroen van Delft Bladel, 13 september 2013 2/31 Ringslang Slanke bruine
Tuinieren voor amfibieën en reptielen
Tuinieren voor amfibieën en reptielen Hoe maak ik mijn tuin aantrekkelijk voor salamanders, kikkers, padden, hagedissen en (ring)slangen? Edo van Uchelen Bij het werken in de tuin of de heemtuin kom je
Naar een Early Warning System voor de stierkikker in Nederland
Naar een Early Warning System voor de stierkikker in Nederland Jeroen van Delft Wilbert Bosman Stichting RAVON Indeling Theorie inleiding problematiek de soort doel aanpak en verdeling hokken hygiëne Veld
Naam:_ KIKKERS. pagina 1 van 6
Naam:_ KIKKERS _ De kikker is een amfibie. Er zijn veel soorten kikkers op de wereld. In Nederland zie je de bruine en de groene kikker het meest. De groene kikkers zijn graag veel in het water, de bruine
ONDERZOEK NAAR DE WATERVLEERMUIS IN DE OPSTALLEN VAN HET: SIEGERPARK. Projectnummer : 30.06.03 Datum : 07 juni 2010
ONDERZOEK NAAR DE WATERVLEERMUIS IN DE OPSTALLEN VAN HET: SIEGERPARK Projectnummer : 30.06.03 Datum : 07 juni 2010 Onderzoek naar de Watervleermuis 1 Inhoudsopgave 1 ALGEMEEN 1.1 Watervleermuis algemeen
1. Status. Groenknolorchis (Liparis loeselii) H Kenschets. 3. Ecologische vereisten. 4. Huidig voorkomen
Dit profiel dient gelezen, geïnterpreteerd en gebruikt te worden in combinatie met de leeswijzer, waarin de noodzakelijke uitleg van de verschillende paragrafen vermeld is. Groenknolorchis (Liparis loeselii)
Reflectie op lezing Kees Bastmeijer
Reflectie op lezing Kees Bastmeijer Hoe werkt de natuurwet door in de decentralisatie van het natuurbeleid: verantwoordelijkheden en kansen voor de provincies 4 e Flora en Faunacongres Nijmegen, 18 januari
Monitoren van klein zeegras, Oosterschelde, september 2008
Monitoren van klein zeegras, Oosterschelde, 25-26 september 2008 - Wim Giesen, 2 oktober 2008 25-26 september is een bezoek gebracht aan de mitigatielocaties op Tholen (Dortsman Noord en Krabbenkreek Zuid),
HET VOORKOMEN VAN DE RUGSTREEPPAD IN HET PLANGEBIED EN DIRECTE OMGEVING VAN DIJKZICHT-ZUID TE ZUILICHEM
HET VOORKOMEN VAN DE RUGSTREEPPAD IN HET PLANGEBIED EN DIRECTE OMGEVING VAN DIJKZICHT-ZUID TE ZUILICHEM HET VOORKOMEN VAN DE RUGSTREEPPAD IN HET PLANGEBIED EN DIRECTE OMGEVING VAN DIJKZICHT-ZUID TE ZUILICHEM
Een leefgebied voor de rugstreeppad
Een leefgebied voor de rugstreeppad Landschapsbeheer Flevoland 1 De rugstreeppad in de Noordoostpolder Op zwoele avonden klinkt in het Noordoostpolder vanuit poelen en sloten de luidruchtige roep van de
Slangen van Peninsula Osa, Costa Rica
Slangen van Peninsula Osa, Costa Rica Deel 2 Jan en Ina Tuns Prinses Marijkestraat 16 c 3251 XP Stellendam www.jamanasin.nl [email protected] Foto s van de auteurs, tenzij anders vermeld 150 lacerta69-4binn.indd
Bestrijding van de. muskusrat
Bestrijding van de muskusrat SIGNALEMENTEN plat Onbehaard Zwart 25 cm Staart Stompe kop waar oren nauwelijks zichtbaar zijn Zwemt met zijn hele rug naar boven Water Donkerbruine bontvacht Actief 60 Zwemborstels
Kort verslag kleurringen van Nijlganzen en Grote Canadese Ganzen
Kort verslag kleurringen van Nijlganzen en Grote Canadese Ganzen 2011-2015 Frank Majoor & Berend Voslamber Sinds 2011 worden op verschillende plekken in Nederland in opdracht van het Faunafonds Nijlganzen
Limburgs Landschap. natuurboekje van
Limburgs Landschap natuurboekje van lente 2012 Hoi! Salamanders zien eruit als dino s in het klein. Het zijn prehistorische beestjes die al miljoenen en miljoenen jaren op onze aardbol wonen. Ze waren
A bat friendly colour spectrum? Effecten van klimaatverandering op vleermuizen
A bat friendly colour spectrum? Effecten van klimaatverandering op vleermuizen Herman Limpens en Jasja Dekker Effecten van klimaatverandering op vleermuizen?? Vooral: analyserende speculerende verhalen
Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde.
Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Status Definitief Datum 7 april 2015 Handtekening Matthijs
Het is eind februari en de paddentrek staat weer op beginnen. Wat beweegt al die duizenden padden om massaal de weg op te gaan?
paddentrek Paddentrek Het is eind februari en de paddentrek staat weer op beginnen. Wat beweegt al die duizenden padden om massaal de weg op te gaan? Wat ze beweegt? De voortplanting, en dat is een heel
5 Relatie tussen het voorkomen van de bosmuis en de rosse woelmuis en de structuur en breedte van de verbinding
5 Relatie tussen het voorkomen van de bosmuis en de rosse woelmuis en de structuur en breedte van de verbinding 5.1 Inleiding Vanuit de praktijk komen veel vragen over de optimale breedte en structuur
Monitoring Ecocorridor Zwaluwenberg
Monitoring Ecocorridor Zwaluwenberg Nieuwsbrief Versie: oktober 2014 Inhoud 1. Inleiding 2. Zoogdieren 3. Herpetofauna 4. Vlinders 5. Overig 6. Colofon Wat dragen de ecoducten bij de Zwaluwenberg bij aan
Welke uilen en roofvogels zijn dat?
. Welke uilen en roofvogels zijn dat? De vogels zijn volgens de kleurcode onderverdeeld in de volgende groepen: Uilen 10 Valken 30 Overige roofvogels 46 Extra: Vliegsilhouet van de belangrijkste soorten
Bijlage 3: Notitie Aanvullend onderzoek vissen wijzigingsplannen N359, knooppunten Winsum, Húns-Leons en Hilaard
Bijlage 3: Notitie Aanvullend onderzoek vissen wijzigingsplannen N359, knooppunten Winsum, Húns-Leons en Hilaard Notitie aanvullend onderzoek vissen - aanpassingen kruisingen N359 De provincie Fryslân
Kijk een kikker. Achtergrond informatie bij de lespakketten. Maak kennis met kikkers van Nederland! Kennis maken. Observeren.
Kijk een kikker Maak kennis met kikkers van Nederland! Achtergrond informatie bij de lespakketten Kennis maken Observeren Leren BIJLAGEN - Algemene informatie over Nederlandse amfibieën voor docenten -
Knoflookpad Pelobates fuscus
de amfibieën en reptielen van nederland cd 5, 6 Mannetje. Male. Knoflookpad Pelobates fuscus De knoflookpad dankt zijn naam aan de lichte geur van knoflook die de dieren kunnen afgeven. De soort heeft
Verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën 2008
Verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën 2008 REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN ONDERZOEK NEDERLAND Verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën 2008 Een rapportage van RAVON In opdracht van het ministerie
Gewriemel zonder piemel
Gewriemel zonder piemel Zeer vroeg in het voorjaar voelen de amfibieën de lente kriebelen. Watersalamanders, kikkers en padden trekken dan naar hun paaiplaatsen. Ook kleine waters zonder stroming, zoals
Vuursalamander. Vuursalamander
Vuursalamander Trouw aan huis Met een lengte tot wel 25 cm is de vuursalamander vrij opvallend. Als vuursalamanders kleiner waren geweest, vielen ze nog steeds op door hun zwart met felgele of knaloranje
Herintroductie bever,
Indicator 20 december 2013 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. Dankzij herintroducties vanaf
De kleur van hazelwormen is erg variabel, van donkerbruin via goudkleurig tot grijsblauw. Vrouwtjes zijn over het alge-
Hagedissen Hazelworm Anguis fragilis De hazelworm lijkt een slang, maar is een pootloze hagedis. De hazelworm onderscheidt zich van slangen door onder andere de zeer kleine schubben en beweegbare oogleden.
De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 16 mei Beste natuurliefhebber/-ster,
De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 16 mei 2017 Beste natuurliefhebber/-ster, Het was een zomerse dag met vrij veel zon en weinig wind. Dat laatste vind ik prettig, maar wat betreft de temperatuur ben
Kamsalamander en Ringslang. in de gelderse vallei. Hoe om te gaan met vleermuizen in de directe woonomgeving
Kamsalamander en Ringslang in de gelderse vallei Hoe om te gaan met vleermuizen in de directe woonomgeving hulp gevraagd In het gevarieerde en natuurrijke landschap van de Gelderse Vallei komen verschillende
Poelen en amfibieën. in West-Vlaanderen
Poelen en amfibieën in West-Vlaanderen Resultaten van een grootschalig poelenonderzoek door vrijwilligers in 2000-2005 POELEN EN AMFIBIEËN IN WEST-VLAANDEREN Resultaten van een grootschalig poelenonderzoek
Veldwerkhandleiding Meetnet Boomkikker Meetnet Kamsalamander. Larvendeterminatie
Veldwerkhandleiding Meetnet Boomkikker Meetnet Kamsalamander Larvendeterminatie 1 Inhoudsopgave 1 Introductie... 2 2 Determinatie... 3 2.1 Kamsalamander... 3 2.2 Kleine Watersalamander en Vinpootsalamander...
Amfibieën. Les 1 Kenmerken amfibieën en de kikker. 1. De leerkracht vertelt dat de les gaat over hoe je amfibieën kunt herkennen.
Amfibieën Les 1 Kenmerken amfibieën en de kikker Inhoud 1. De leerkracht vertelt dat de les gaat over hoe je amfibieën kunt herkennen. Hulpmiddel Prezi les 1: http://prezi.com/hwpatwdyvqpv/?utm_campaign
VIER MODELLEN. Bouwstenen. Een meer uitgebreide beschrijving van de bouwstenen en informatie over het beheer vindt u in de bijlage.
2 VIER MODELLEN In dit hoofdstuk beschrijven we vier verschillende inrichtingsmodellen: Kleinschalig landschap, Moeraszone, Nat kralensnoer en Droog kralensnoer. In extra informatiepagina s geven we aan
HET VOORKOMEN VAN DE RUGSTREEPPAD IN HET PLANGEBIED EN DIRECTE OMGEVING WATERHOVEN OOST TE ALBLASSERDAM
HET VOORKOMEN VAN DE RUGSTREEPPAD IN HET PLANGEBIED EN DIRECTE OMGEVING WATERHOVEN OOST TE ALBLASSERDAM HET VOORKOMEN VAN DE RUGSTREEPPAD IN HET PLANGEBIED EN DIRECTE OMGEVING WATERHOVEN OOST TE ALBLASSERDAM
BOETELERVELD. ROUTE 4,3 km
BOETELERVELD ROUTE 4,3 km 20 17 Weten hoe een groot deel van Salland er tot eind 19e eeuw uitzag? Wandel dan eens door het Boetelerveld bij Raalte. Ervaar rust, ruimte en openheid in dit enig overgebleven
Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182
Notitie Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182 Betreft Actualisatie locatieonderzoek natuurwaarden 1 Aanleiding In 2007 is door Grontmij het Locatieonderzoek natuurwaarden Projectlocatiegebied
Voorkomen van Bruine Kiekendief (Circus aeruginosus) in Het Verdronken Land Van Saeftinghe Walter Van Kerkhoven
Voorkomen van Bruine Kiekendief (Circus aeruginosus) in Het Verdronken Land Van Saeftinghe. 2017 Walter Van Kerkhoven Tijdens het broedseizoen van 2017 werd onderzoek gedaan naar het voorkomen, broedgedrag
Kamsalamander Triturus cristatus
Kamsalamander Triturus cristatus De kamsalamander is de grootste watersalamander van Nederland. Mannetjes zijn in het voorjaar goed te herkennen aan de indrukwekkende kam op hun rug en staart, waaraan
2 Bemesting 44 2.1 Meststoffen 44 2.2 Soorten meststoffen 46 2.3 Grondonderzoek 49 2.4 Mestwetgeving 49
Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Bodem en grond 9 1.1 Grond, bodem en grondsoorten 9 1.2 Eigenschappen van grond 20 1.3 Problemen met de grond 23 1.4 Verbeteren van landbouwgronden 30 1.5 Transport van
Rapportage: Eric Verkaik Veldwerk: Elmar Prins. Quickscan. Spankerenseweg 20 Dieren
Rapportage: Eric Verkaik Veldwerk: Elmar Prins Quickscan Spankerenseweg 20 Dieren februari 2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Gegevens plangebied... 2 3 Methode... 3 4 Resultaten... 3 4.1 Bureaustudie...
Grote vos Nymphalis polychloros
Nymphalis polychloros Jan Goedbloed Soortbeschrijving De is een grote bruinrode vlinder, behorend tot de familie van de schoenlappers Nymphalidae waar ook, Atalanta, Dagpauwoog, Gehakkelde aurelia en Distelvlinder
Kikkers Boomkikker Hyla arborea
de amfibieën en reptielen van nederland cd 11, 12 Kikkers Boomkikker Hyla arborea De boomkikker is een van de kleinere soorten kikkers in Nederland en de enige soort die veel klimt. Door de heldergroene
Inleiding In het najaar worden de dagen steeds korter en de nachten steeds langer. Kun je je voorstellen dat je in de maand november naar bed gaat?
Inleiding In het najaar worden de dagen steeds korter en de nachten steeds langer. Kun je je voorstellen dat je in de maand november naar bed gaat? Je valt in een diepe slaap en wordt in maart pas weer
Een vegetatieopname maken 6 Een flora-inventarisatie uitvoeren 9 Een natuurtoets uitvoeren 11
Inhoudsopgave 2inhoudsopgave A B C G Oriëntatie s Oriënteren op het onderzoeken van flora en fauna 4 Werkwijzer Een vegetatieopname maken 6 Een flora-inventarisatie uitvoeren 9 Een natuurtoets uitvoeren
Voorbereiding post 4. Van ven en veen Groep 3-4
Voorbereiding post 4 Van ven en veen Groep 3-4 Welkom bij IVN Valkenswaard-Waalre Dit is de Powerpointserie als voorbereiding op post 4: Van ven en veen voor groep 3 en 4. Inhoud: Algemeen Verhaal Spel
Samenwerking voor de gladde slang in Noord-Brabant, Jeroen van Delft & Arnold van Rijsewijk Vught, 1 december 2017
Samenwerking voor de gladde slang in Noord-Brabant, 1997-2017 Jeroen van Delft & Arnold van Rijsewijk Vught, 1 december 2017 2/35 Gladde slang Habitats Droge, reliëf- en structuurrijke heiden Drogere delen
