17e Jaargang. 16 October Afl. 20.
|
|
|
- Sonja Veenstra
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 17e Jaargang. 16 October Afl. 20. Locale Belangen Orgaan van de Vereeniging voor Locale Belangen. Verschijnt den Isten en 16den van elke maand. De Vereeniging is opgericht in 1912 en als rechtspersoon erkend bij Gotivernements Besluit d. d. 31 Juli 1922 No. 75. Zij stelt zich ten doel, de ontwikkeling van het gewestelijk en plaatselijk zelfbestuur en de algemeene belangen van locale ressorten te bevorderen. Commissie van Redactie: F. W. M. KERCHMAN, G. de RAAD, R. SLAMET. Redactie-Secretaris: H. OBBINK. Redacteur voor locaal-technische aangelegenheden: J. J. G. E. RÜCKERT. Vaste medewerkers: Mr. C. J. van HASSELT, Gerard JANSEN, Mr. M. D. de JONG, Th. van KEMPEN, en Dr. H. J. LEVELT. Opneming van een stuk beteekent niet, dat de Redactie zich met den inhoud vereenigt. Stukken den Secretaris betreffende te zenden aan den heer G. de Raad, Karrenweg 204, Semarang, die betreffende den Penningmeester aan den Heer F. W. M. Kerchman, Pendrian 23, Semarang. Alle voor de Redactie bestemde stukken te zenden aan den Redactie-Secretaris, den heer H. Obbink, Palmenlaan Zuid 41, Semarang. Theorie en Practijk der Stadsgemeente-Financien. IV. Vervolg van blz Wel geeft in theorie de periodieite taxaties, die in bijna alle verordeningen voor de grondbedrijven zijn voorgesclireven, een stimulans tegen overkapitaliseering der grondwaarde, doch wanneer de taxatie een lagere waarde oplevert dan de boekwaarde, is een gemeente in het algemeen niet in staat de leeningen voor het grondbedrijf aangegaan terug te brengen tot de taxatiewaarde, dan wel uit de gewone middelen het verschil tusschen taxatie- en boekwaarde te beleggen. Men komt daartoe in de practijk niet, omdat de middelen ontbreken. De gemeente Buitenzorg heeft geen afzonderlijke verordening voor het grondbedrijf en brengt dan ook, volgens de algemeene bedrijfsverordening, het exploitatieverlies van dat bedrijf ten laste der algemeene gewone middelen. In zijn schrijven van 23 Februari 1929 No. 2/5/2, gevoegd bij het besluit tot goedkeuring der gemeentebegrooting 1929 van Buitenzorg, dringt het College van Gedeputeerden van West-Java met spoed aan op de vaststelling van een afzonderlijke verordening voor het grondbedrijf en verzoekt daarbij
2 1048 onmiddellijke naleving der in die verordening op te nemen taxat/evoorschriften, daar de exploitatie van dit bedrijf zonder die verordening financieel economisch zeer gevaarlijk is. Mogelijk dat de slechte financieele toestand der grondbedrijven in gemeenten met een verordening terzake, het College aanleiding tot die opmerking gaf. Gedeputeerden hechten meer waarde aan een periodiek taxatierapport dan ik, en ze meenen, dat een taxatie der gronden antwoord geeft op de vraag, of de werkelijke waarde der terreinen overeenkomt met of wei meer of minder bedraagt dan hun boekwaarde. Men meent in de periodieke hertaxatie een middel te hebben gevonden om de bijschrijving van het verlies op de kapitaalrekening te toetsen aan de werkelijke waardestijging der gronden, maar dit middel is zoo onvolkomen, dat meerdere Nederlandsche deskundigen de hertaxaties ontraden om de daaraan verbonden kosten en omdat aan de hertaxatie slechts een zeer betrekkelijke waarde kan worden toegekend, daar taxatie naar marktwaarde steeds moeilijker en de juistheid daarvan steeds problematischer wordt, naarmate de positie der gemeente op wat men dan nog de grondmarkt noemt, meer en meer monopolistisch wordt, en taxatie naar liquidatiewaarde tijdelijk zeer onder den invloed kan staan van economische momenten. In tijden van laag conjunctuur zullen de taxaties een minder gunstige waardebepaling geven, terwijl in tijden van hoog conjunctuur deze zeer bevredigend zullen zijn. Het eerste geval brengt de gemeente in moeilijkheden, wanneer zij daadwerkelijk de overkapitaliseering wil bestrijden door belegging of door extra aflossing op leeningsschuld, doch het tweede geval brengt de financieele positie der gemeente in gevaar, wanneer zij beschikt over het bedrag der taxatiewaarde, verminderd met de boekwaarde. Arnhem heeft in den laag conjunctuurtijd in 1924 de gevolgen van de periodieke taxatie ondervonden, toen de boekwaarde van het grondbedrijf bedroeg 6 millioen gulden en de taxatiewaarde A% millioen. Men heeft daar toen, voorzoover ik mij herinner, de overkapitaliseering niet in feite hersteld om de eenvoudige reden, dat die gemeente daartoe niet in staat was. Zij heeft, naar ik meen, dan ook van verder taxatiecommissies afgezien. De vraag mag voorts wel worden gesteld, of aan een taxatiecommissie, geheel of voor het grootste gedeelte uit buitenstaanders bestaande, en dus geen verantwoording dragende voor het financieel beheer der gemeente, wel zulk een belangrijke competentie als het vaststellen der waarde van de gronden, kan worden gegeven. Men leide uit het vorenstaande niet af, dat ik een verordening voor het grondbedrijf onwenschelijk vind. Beheer, administratie en boekhouding kun-
3 1049 nen verordenend geregeld worden, doch mijn betoog richt zich tegen dek. king van het exploitatieverlies middels den kapitaaldienst en tegen buiten gemeenteverband staande dure taxatiecommissies. Het door de gemeente Enschede gevolgde stelsel tot dekking van het exploitatieverlies middels den kapitaaldienst van gronden, waarvan waardevermeerdering is te verwachten, en tot dekking van dit verlies middels den gewonen dienst van gronden, waarvan geen waardevermeerdering is te verwachten, begint wat minder aanvechtbaar te worden. Maar wanneer in die tweede groep gronden aanwezig zijn, wier overkapitaliseering zonneklaar is aan te wijzen, zal op de waarde van dergelijke gronden afschrijving moeten plaats vinden, welke ten laste moet k'men van den gewonen dienst der gemeentebegrooting en ten bate van den buitengewonen dienst. (De wijze, waarop dit geschiedt, werd reeds behandeld, n.l.: Op de bedrijfsbegrooting (rekening) van lasten wordt het afschrijvingsbedrag gebracht, en als ontvangst (vrijgekomen middelen door afschrijving verkregen) en uitgaaf (bijdrage aan de gemeente) op den kapitaaldienst van de bedrijfsbegrooting (rekening) verantwoord. Op den gewonen dienst der gemeentebegrooting komt de afschrijvingspost (als bijdrage aan den gewonen dienst van het grondbedrijf) in uitgaaf, indien het exploitatieverlies van het grondbedrijf gelijk of hooger is dan het bedrag der afschrijving. Is er geen verlies op de exploitatie, dan vindt men op de gemeentebegrooting (gewonen dienst) terzake geen post.) Dat ik, die ijver voor een gezonde financieele gemeentepolitiek, vasthou aan den eisch, dat door de besturende autoriteiten der gemeente steeds wordt toegezien op de verhouding tusschen boek- en marktwaarde der gronden, behoeft voorzeker geen betoog. Ten aanzien van de administratie van een gemeentelijk grondbedrijf wordt de aandacht gevestigd op een zevental artikelen van den heer Harms, in De Gemeente-financiën" 1930 opgenomen. De Indische Bedrijvenwet (Staatsblad 1927 No. 419, Nederlandsch Staatsblad No. 174), welke volgens Staatsblad 1929 No. 372 October 1929 in werking is getreden, geeft den Gouverneur-Generaal de bevoegdheid bij ordonnantie takken van den Nederlandsch-Indischen Staatsdienst in den zin dier wet aan te wijzen tot Landsbedrijf. Dat ik deze wet hier in het kort wil behandelen, vindt haar oorzaak in het feit, dat gemeentebedrijven en Landsbedrijven wel gradueel verschil vertoonen, doch in wezen met hetzelfde doel in het leven worden geroepen, n.l. ze commercieel te administreeren. Voor de aangewezen Landsbedrijven krijgt men een volledige begrootingsboekhouding met als basis een begrooting van lasten en baten der exploitatie en van kapitaalsuitgaven en ontvangsten (artikel 1 der wet).
4 1050 Met een rekening van enkel kasmutaties kan een Landsbedrijf niet meer volstaan en men eischt dan ook een rekening van baten en lasten, met als sluitstuk een balans, waarbij het boekjaar dan samenvalt met het kalenderjaar. De wet verstaat onder kapitaal de door het Land aan een Landsbedrijf gedane en nog niet afgeloste uitkeeringen terzake van uitgaven voor voorbereiding, oprichting, uitbreiding en vernieuwing, gedane uilkeeringen terzake uitgaven ter verkrijging van voorraden en bij Landsbedrijven, tot welker werkkring het verstrekken van voorschotten behoort, de door het Land gedane uitkeeringen terzake van uitstaande voorschotten. Zij verstaat onder bezittingen de Landseigendommen in gebruik en onder beheer van een Landsbedrijf, voor zoover daarvoor uitgaven zijn gedaan voor voorbereiding, oprichting, uitbreiding en vernieuwing. Als kapitaaluitgaven noemt artikel 7 der wet: a. de kosten van voorbereiding, oprichting, uitbreiding en vernieuwing, voorzooverre die kosten niet ten laste van reserve- of vernieuwingsrekeningen worden gebracht; b. het bedrag, waarmede de waarde der voorraden op het einde van het begrootingsjaar de waarde bij den aanvang daarvan overtreft; c. bij bedrijven, tot welker werkkring het verstrekken van voorschotten behoort, het bedrag, dat op het einde van het begrootingsjaar meer aan voorschotten uitstaat dan bij den aanvang; d. een uitkeering aan het Land ten bedrage van de hieronder onder /en g bedoelde ontvangsten. De kapitaalontvangsten zijn: e. een uitkeering van het Land ten bedrage van de onder a, b en c bedoelde uitgaven; ƒ. het bedrag, waarmede de waarde der voorraden bij den aanvang van het begrootingsjaar de waarde op het einde daarvan overtreft; g. bij Landsbedrijven, tot welker werkkring het verstrekken van voorschotten behoort, het bedrag, dat op het einde van het begrootingsjaar minder aan voorschotten uitstaat dan bij den aanvang. Tot de kosten bedoeld onder sub a kunnen mede gerekend worden een bouwrente en een bijdrage in de pensioenslasten, doch in hoeverre wordt bepaald door den Gouverneur-Generaal. De bepalingen f en g zijn een logisch gevolg van b en c, terwijl deze, benevens a voldoen aan de begripsbepaling in de wet van kapitaal". Artikel 8 der Indische Bedrijvenwet geeft een omschrijving van hetgeen onder exploitatielasten en -baten wordt begrepen. Tot de exploitatielasten worden gerekend alle uitgaven, die geen kapitaalsuitgaven zijn; onder meer behooren daaronder:
5 1051 a. een uitkeering aan het Land wegens rente over het bij den aanvang van het begrootingsjaar te boek staande kapitaal, voor zoover daarover geen bouwrente in rekening wordt gebracht; b. een uitkeering aan het Land tot een percentage van de ten laste van een Landsbedrijf gebrachte bezoldigingen, als preme voor de aanspraak op pensioen, wachtgeld, verlof en dergelijke voordeden, welke door het Land aan de bij het bedrijf geplaatste landsdienaren verzekerd wordt, voor zoover de kosten van een en ander niet rechtstreeks ten laste van het bedrijf worden gebracht; c. een uitkeering aan het Land tot een telkens voor een tijdvak van vijf jaren te bepalen percentage van de waarde der Landseigendommen in gebruik bij en onder beheer van een Landsbedrijf, tegenover het risico van brand en andere ongevallen, voor zoover dat door het Land wordt gedragen; cl. de tegoedschrijvingen aan reserve- of vernieuwingsrekeningen; e. het bedrag der afschrijvingen; ƒ. de uitgaven, welke ten laste van reserve- of vernieuwingsrekeningen worden gebracht; g. de vorderingen van het Landsbedrijf, voor zoover die voor oninbaar gehouden worden; h. een uitkeering aan het Land ten bedrage van het voordeelig saldo. Tot de baten van de exploitatie behooren alle ontvangsten, die geen kapitaalsontvangsten zijn. Daaronder behooren onder meer: a. een uitkeering van het Land wegens rente over de vorderingen, welke tegenover reserve- en vernieuwingsrekeningen staan, voor zoover de reserverekeningen niet uit de winst gevormd zijn; b. een uitkeering van het Land ten bedrage van de uitgaven, welke ten laste van reserve- of vernieuwingsrekeningen worden gebracht; c. een uitkeering van het Land ten bedrage van het nadeelig saldo. De wijze, waarop de door het bedrijf aan den Lande verschuldigde kapitaalrente en de door het Land aan het bedrijf verschuldigde rente wegens de vorderingen, hiervoren genoemd onder letter a der baten, wordt geregeld, is in artikel 10 der wet neergelegd. Een afzonderlijke ordonnantie regelt verder voor ten hoogste 5 jaren de berekening van het bedrag der afschrijvingen op de bezittingen en het vormen van een algemeene en bijzondere reserve- en vernieuwingsrekening, indien en voorzooverre deze wenschelijk voorkomen. Artikel 13 der wet bepaalt, dat de aflossing op de kapitaalschuld gelijk zal zijn aan de afschrijvingen op de bezittingen, waardoor het kapitaal intact blijft. Bedragen gelijk aan de tegoedschrijvingen op de reserve- en vernieuwingsrekeningen worden door het bedrijf aan het Land uitgekeerd en
6 Ï052 aangemerkt als vorderingen van het bedrijf op het Land, terwijl de öitkeeringen van het Land aan het bedrijf ten bedrage van de uitgaven, welke ten laste van reserve- of vernieuwingsrekeningen worden gebracht, in mindering komen van genoemde vorderingen. Ik eindig deze korte beschouwing over de Indische Bedrijvenwet met de mededeeling, dat zij als een bij uitstek goede leidraad kan dienen voor een gemeentelijke bedrijfsverordening. (Wordt vervolgd), Decentraliana. C. KRAAYENBRINK. Vereischt een verordening tot wijziging eener strafverordening, wanneer op het te wijzigen artikel geen straf is gesteld, de goedkeuring van het College van Gedeputeerden? Op 28 Maart j.l is door den stadsgemeenteraad van Semarang vastgesteld een verordening tot wijziging van de Verordening betreffende de gemeentelijke waterverstrekking te Semarang", waarbij de tarieven der waterleiding werden gewijzigd. Deze wijzigingsverordening werd bij brief van den Burgemeester van 1 April d. a. v. No. 81 aan het College van Gedeputeerden ter afkondiging aangeboden. Weliswaar betrof het hier de wijziging eener strafverordening, maar waai op het desbetreffende artikel geen straf werd gesteld, was het College van B. en W. van Semarang van meening, dat de goedkeuring van het College van Gedeputeerden op de onderhavige wijzigingsverordening niet vereisclil was. Dezerzijds werd daarom verwacht aldus het schrijven van het College van B. en W. aan den Stadsgemeenteraad van 22 September 1930, datdf afkondiging dier verordening zou kunnen plaats hebben in de maand April en dientengevolge in werking zou treden met ingang van 1 Juni jl. Uitgaande van deze verwachting en om de betrokkenen voor te bereide» op de verhooging, is den waterverbruikers in April aangezegd, dat hel nieuwe tarief op 1 Juni zou ingaan, en heeft deze heffing ook inderdaad vanaf dien datum plaats gehad. Het College van Gedeputeerden heeft echter de verordening niet dadeiijlf afgekondigd, maar blijkens schrijven van 15 Juli jl. No. J 182/2 zich op het standpunt gesteld, dat deze de goedkeuring van bedoeld College behoefde. Die goedkeuring werd verleend op 15 Juli jl., waarna de afkondiging g^' schiedde in het Provinciaal blad van 29 Juli j. 1. Het is te betreuren, dat met een en ander zooveel tijd verloren is gegaan^ aangezien het nieuwe tarief thans pas met ingang van 1 Septembe'
7 Igd), de öitn, welke in minniet voor opl het gesteld gemeenterleiding van? gin? waai e ge van -t College vereisclil College, dat de and April 1. bereide» dat hel inderdaad t dadelijk ch op hfl behoefde. liging geis gegaani Septembei vm WSÊ 1053 'm werking is kunnen treden. De Gemeente derft daardoor aan inkomsten een bedrag van ruim ƒ ,. Daar komt nog bij, dat de berekening der bedragen, welke aan verschillende abonné's der waterleiding over de maanden Juni, Juli en Augustus gerestitueerd zullen moeten worden, een 'zeer omvangrijken en kostbaren arbeid voor de administratie van genoemd bedrijf zal medebrengen. Afgescheiden echter van het bovenstaande achten wij het gewenscht, dat Uw Raad een uitspraak der Regeering uitlokt inzake de vraag, of het College van Gedeputeerden niet zijne bevoegdheid heeft overschreden door de wijzigingsverordening van 28 Maart jl. goed te keuren, ofschoon zoodanige goedkeuring nergens is voorgeschreven. Immers, volgens artikel 79 lid 3 der S. G. O. is de goedkeuring van Gedeputeerden alleen noodig t. a. v. verordeningen, welke strafbepalingen inhouden. Nu worden onder strafbepalingen in het algemeen verstaan bepalingen, die aangeven welke handelingen strafbaar zijn en hoe hoog de straf is. Strafbepalingen bestaan dus uit twee onderdeden, n. 1. Ie. het door de verordening gestelde verbod of gebod (de strafnorm); 2e. de eigenlijke strafbepaling of strafbedreiging, d.i. de straf die aan de overtreding van de norm is verbonden (de poenale sanctie of strafpositie). Hieruit blijkt dus, dat de term strafbepalingen" in twee beteekenissen voorkomt, n.l.: a. in de ruimere beteekenis van strafnorm, strafbedreiging of norm met strafbedreiging. b. in de engere beteekenis van strafbedreiging (sanctie) zonder meer. Nu brengt o.i. een redelijke uitlegging van art. 79 lid 3 der S. G. O. mede, dat men aan den daarin voorkomenden term strafbepalingen" de ruimere beteekenis toekent, en derhalve aanneemt, dat de hoogere goedkeuring vereischt is zoowel voor verordeningen, welke een strafbedreiging inhouden, als voor verordeningen, welke geen strafbedreiging, doch wel een strafnorm inhouden. Immers niet alleen ten aanzien van de strafbedreigingen, maar ook t.a.v. de strafnormen geldt de eisch, dat de redactie daarvan duidelijk en goed verzorgd moet zijn met het oog op de rechtszekerheid, zoodat hoogere goedkeuring van de strafnormen evenzeer gewenscht is als die van de eigenlijke strafbedreigingen. De hier door ons aan het woord strafbepalingen" gehechte beteekenis wordt ten aanzien van het daarmede overeenkomende artikel der L. R. O. ook voorgestaan door Mr. Ph. Kleintjes in zijn werk Staatsinstellingen van Nederlandsch-lndië", tweede deel (5e uitgave) op bl. 113 en 114, waar hij schrijft:
8 1054 Het boven aangehaalde woord strafbepalingen," voorkomende in art. 55 lid 1 en 2 L. R. O., ziet niet enkel op de bepaling van straf, op de overtreding van een norm gesteld, doch op de norm en de strafpositie tezamen. De adviseur voor de decentralisatie heeft dus deze beide met de daarmede direct in verband staande voorschriften te beoordeelen." De beteekenis van art. 79 lid 3 der S. G. O. is dus naar onze meening deze, dat goedkeuring van het College van Gedeputeerden vereischt is voor de stadsgemeenteverordeningen, welke hetzij een of meer strafnormen, hetzij, een of meer strafbedreigingen, hetzij beide inhouden. Er dient thans te worden nagegaan, hoever de goedkeuring van het College van Gedeputeerden zich uitstrekt. Blijkens de uitdrukkelijke bewoordingen van art. 79 lid 3 der S. G. 0. is de goedkeuring vereischt voor de verordening in haar geheel, terwijl uit de daarop volgende artikelen 80 t'm 83 blijkt, dat het woord ^verordening" in art 79 lid 3 wordt gebezigd in de formeele beteekenis. De goedkeuring mag dus eenerzijds niet beperkt worden uitsluitend tot de strafbepalingen (normen en strafbedreigingen) maar mag anderzijds ook niet worden uitgestrekt tot bepalingen, welke niet in de verordening zelve voorkomen. Wordt dus door den stadsgemeenteraad een wijzigingsverordening vastgesteld, die geen strafbepalingen (normen noch strafbedreigingen) inhoudt. dan is de goedkeuring van het College van Gedeputeerden niet vereischt. Nu heeft genoemd College zich op het standpunt gesteld, dat de onderhavige wijzigingsverordening na de afkondiging een integreerend deel uitmaakt van de oorspronkelijke verordening. Ongetwijfeld is het juist, dat na de afkondiging der wijzigingsverordening deze met de oorspronkelijke verordening een nieuwe verordening uitmaakt in de formeele beteekenis, doch dit doet niet af aan het feit, dat vóór de afkondiging der wijzigingsverordening er 2 verordeningen (in de formeele beteekenis) naast elkaar bestaan, t.w. de oorspronkelijke verordening en de nog niet afgekondigde wijzigingsverordening. En zoolang deze 2 verordeningen nog niet tezamen één geheel uitmaken, kan niet gezegd worden, dat de wijzigingsverordening de strafbepalingen inhoudt, welke alleen in de oorspronkelijke verordening voorkomen. Indien men zou willen tegenwerpen, dat de door ons verdedigde uitlegging een formeel karakter draagt, meenen wij daartegenover te moeten opmerken, dat het gebruiken van het woord «verordening" in art. 79 lid 3 der S.G.O. in den formeelen zin ook eene formeele interpretatie rechtvaardigt. Waar dus naar onze meening het College van Gedeputeerden zijne bevoegdheden heeft overschreden, geven wij Uwen Raad beleefd in overweging, zich te wenden tot de Regeering met het verzoek haar standpunt terzake te willen kenbaar maken.
9 1055 Toekenning van subsidie bij beheersoverdrachter! van wegen aan autonome gemeenschappen. Bij schrijven van 22 Juli 1930 No. 1642/11 deelde de Ie Gouvernements Secretaris aan het College van Gedeputeerden van Oost-Java over boven vermeld onderwerp het volgende mede: Zooals Uw College bekend zal zijn is door de Regeering in beginsel aangenomen om iedere beheersoverdracht van wegen aan autonome gemeenschappen te doen gepaard gaan met een verhooging, hetzij van de aan de betrokken gemeenschap toegelegde vaste uitkeering, hetzij van het jaarlijks voor dat gebiedsdeel vast te stellen bedrag voor regelmatig terugkeerende uitgaven. Dergelijke beheersoverdrachten betroffen tot dusver meestal overdracht van wegen aan lagere autonome gemeenschappen, welke tevoren reeds bij diensten van departementen van Algemeen Bestuur in beheer waren, zoodat de middelen, welke voor het onderhoud dier wegen op de betrokken begrootingsafdeelingen beschikbaar waren, overgitigen naar de IV afdeeling, weshalve zoodanige beheersoverdrachten voor het Land in wezen geen financieële lasten ten gevolge hadden. Evenzoo zal de beheersoverdracht aan lagere autonome gemeenschappen van wegen, op tot landsdomein teruggebrachte particuliere landerijen gelegen, in wezen voor het Land niet meer uitgaven medebrengen, wijl daartegenover staat d?t na de beheersoverdracht de onderhoudskosten dier wegen niet langer ten laste van den Lande komen, althans behooren te komen. Het spreekt nochtans van zelf dat de Regeering zich hierbij moet voorbehouden elk gevc'l op zich zelf te beoordeelen. Anders staat het evenwel in die gevallen waarbij wegen, waarvan het onderhoud niet uit algemeene geldmiddelen wordt bekostigd en in beginsel ook niet ten laste van die middelen behoort te komen, aan een autonoom ressort in beheer worden overgedragen. Zoo is b.v. onlangs door een regentschap het verzoek gedaan om ten behoeve van het onderhoud van een in beheer gevraagden desaweg een landssubsidie toe te kennen. Hoewel de in zoodanige gevallen toe te kennen landssteun in het algemeen betrekkelijk gering zal zijn zoo iaat het zich nochtans aanzien dat, naarmate de werkzaamheid van de regentschapsraden zich ontwikkelt, meer en meer overdracht in beheer van desawegen zal worden verlangd, hetgeen, indien daarmede steeds een landssubsidie gepaard zoude gaan, een niet onbelangrijke vermeerdering van de landsuitgaven ten gevolge zou hebben. In verband hiermede heeft de Regeering besloten het beginsel om aan iedere beheersoverdracht van wegen een doorloopende landssubsidie of verhooging van de vaste uitkeering te verbinden slechts te handhaven voor die beheersoverdrachten welke, in verband met hetgeen hooger is opgemerkt 'n wezen geen meerdere uitgaven voor het Land ten gevolge hebben.
10 1056 Stellen derhalve autonome gemeenschappen om redenen van plaatselijk belang prijs op overdracht van desawegen dan zal het onderhoud daarvan uit eigen middelen moeten worden bestreden. Mochten die middelen niet toereikend zijn zoo zullen zij naar verruiming daarvan moeten streven. Kiet goedkeurirg dar wegenbelasti-gyerordsning vpn het regentschap Loemadjasïp. Aan het schrijven van den len Gouvcnements Secretaris van 30 Augustus 1930 No. 1978/11 over en hoofde vermeld onderworp ontleenen we het volgende: Met verwijzing naar 's Regents schrijven van 24 December 1929 No. R. 2700/8 houiende aanbieding ter goedkeuring van de in de vergadering van Uwen Raad van den 1 iden dier maand vastgestelde Wegenbelastingverordening", heb ik de eer, op last van den Gouverneur-Generaal, Uw College het navolgende mede te deelen. Bij artikel 20 der instellingsordonnantie van de Provincie Oost-java (Staatsblad 1928 No. 295) is een zij het ook voorloopige belastingverdeeling tusschen de provincie en de regentschappen vastgelegd, waarbij de wegenbelasting, welke werden geheven op het buitengewoon vervoer over de bij de voormalige gewesten in beheer zijnde wegen thans deels provinciale, deels regent-^chapswegen aan de provincie zijn toegewezen. Van den aanvang af heeft het in de bedoeling gelegen, dat in deze belastingverdeeling geen wijziging zou worden gebracht, alvorens de Commissie voor de financieele verhouding tusschen het Land, provincies, regentschappen, gemeenten en andere locale ressorten van advies zou hebben gediend en de Regeering naar aanleiding daarvan zou hebben beslist. Hieruit vloeit derhalve voort eenerzijds, dat voorshands geen bezwaar wordt gemaakt tegen het heffen van wegenbelasting door de provincie op het buitengegewoon vervoer zoowel over de provinciale als over de regentschapswegen, anderzijds echter tevens dat zulks wel het geval is ten aanzien van de heffing van een dergelijke belasting door regentschappen. In verband met het vorenstaande kan Zijne Excellentie voorshands aan bovenbedoelde verordening de vereischte goedkeuring niet verleenen. Treden loco-burgemeesters automatisch af? Men zal zich herinneren, dat de regeering op de vraag van mr. Fruin in den Volksraad, of zij het niet gewenscht achtte, in de Stadsgemeenteordonnantie een bepaling in het leven te roepen, volgens welke de locoburgemeesters bij de periodieke aftreding van de gemeenteraden automatisch hun functie zouden neerleggen, geantwoord heeft, dat dit reeds voldoende in de ordonnantie geregeld is.
11 1057-» Deze vraag en het antwoord betroffen echter slechts de loco-burgemeesters van gemeenten, vi^aarin een college van burgemeesters en wethouders bestaat. Ten aanzien van de loco-burgemeesters van gemeenten, waar geen wethouders zijn staat alleen voorgeschreven (art. 31,-1), dat de gouverneur bepaalt,' wieden burgemeester bij ongesteldheid, afwezigheid of ontstentenis vervangt. Hieruit blijkt dus niet, dat de loco-burgemeesters van die gemeenten bij. de periodieke verkiezing van een nieuwen raad automatisch zouden aftreden De gouverneur van West-Java echter heeft, naar het blad verneemt, thans bepaald, dat ook de loco-burgemeesters der gemeenten in West-Java, waarin geen wethouders zijn benoemd, bij de periodieke verkiezingen automatisch zijn afgetreden. Voor Mr. Cornells, Soekaboemi en Buitenzorg zal de gouverneur dus nieuwe loco-burgemeesters benoemen. Hoewel deze beslissing van gouverneur Hartelust volkomen in analogie met den geest van de stadsgemeente-ordonnantie moet worden geacht, ware het wellicht wenschelijk, aan art. 31 1, een bepaling toe te voegen waarbij komt vast te staan, dat de later bedoelde loco-burgemeesters om de vier jaren automatisch aftreden. Deze kwestie wordt thans immers geheel aan het oordeel van de gouverneurs overgelaten; er is dus geen enkele waarborg dat men in Oost-java bijv. deze loco-burgemeesters niet tot hun dood toe ongehinderd hun functie zal laten uitoefenen; m. a. w. bedoelde bepaling zou de homogeniteit ten goede komen. De een richt zich op den geest, de ander houdt zich gaarne aan de letter van de wet! En waarom zou deze letter voor alle loco-burgemeesters niet gelijk zijn? (Locomotief.) Overname ziekenhuizen door regentschappen: Met verwijzing naar's Regents schrijven van 20 December 1929 No. 1354/8, aldus schrijven van den len Gouvernements Secretaris van 3 Juli 1930 gericht aan den Regentschapsraad van Bangkalan waarbij krachtens machtiging van Uwen Raad aan de Regeering werd aangeboden het rapport van de Commissie tot het bestudeeren van de mogelijkheid en noodzakelijkheid van de overneming van het beheer van het Gouvernements Inlandsch Ziekenhuis door Uw College en verzocht werd om een uitspraak, of de behartiging van de ziekenzorg in het Regentschap Bangkalan al dan niet door den Regentschapsraad mag worden overgenomen, heb ik de eer, op last van den Gouverneur-Generaal, Uwen Raad mede te deelen, dat Zijne Exellentie ore vraag in het midden latend, of de financieele consequenties verbonden aan de overdracht van bedoelde ziekeninrichting door Uw ressort
12 1058 I kunnen worden aanvaard en overigens met volle waardeering voor het ten deze door Uw College genomen initiatief tlians echter bezwaarlijk incidenteel een beslissing kan nemen ten aanzien van de vraag, of aan het Regentschap Bangkalan de behartiging van de ziekenzorg binnen zijn gebied kan worden overgelaten, zoolang nog geen oplossing is gevonden inzake het vraagstuk van de overdracht van de geneeskundige Staatszorg op de lagere overheids organen. Opdracht tot uitvoering van verordenintjen aan landsdienaren c. q. provinciale ambtenaren. Onder de werking van de locale Radenordonnantie aldus het schrijven van den Regeerings-Commissaris voor de Bestuurshervorming van 11 Juni 1930 No. 140 gericht aan den Gouverneur Oost-Java kon de uitvoering van locale verordeningen, behoudens goedkeuring van het Hoofd van Gewestelijk Bestuur, mede opgedragen worden aan het hem als landsdienaar ondergeschikt personeel (vgi. art. 19a van de L. R. O.) Daardoor was het mogelijk om in locale verordeningen verschillende uitvoeringshandelingen als bijv. het verleenen van vergunningen, het aanwijzen van tijd en plaats van keuringen enz., aan Europeesche of Inlandsche bestuursambtenaren op te dragen, Art. 75 van de P. O. schenkt eene dergelijke bevoegdheid niet. Bovendien bepalen de instellings-ordonnanties der provincies dat de bevoegdheden en plichten tot dusver voor het Hoofd van Gewestelijke Bestuur voortvloeiende uit de als provinciale verordeningen gehandhaafde locale verordeningen, overgaan op het College van Gedeputeerden (') Als gevolg daarvan zijn verschillende uitvoeringshandelingen die vroeger in de peripheric plaats vonden, thans gecentraliseerd bij het College van Gedeputeerden. Vergelijkt men het genoemde art. 19a L. R. O. met art. 70 R. O. dan blijkt, dat t. a. v. de uitvoering van regentschapsbesluiten dergelijke omstandigheden bestaan, met dien verstande, dat de uitvoering van zulke besluiten niet opgedragen kan worden aan in het bijzonder Inlandsche bestuursambtenaren, die ondergeschikt zijn aan den regent. Deze omstandigheid trok ook de aandacht van de Commissie tot technische herziening van de S. G. O. de P. O. en de R. O. Zij stelt voor om de betrokken ordonnanties aan te vullen met bepalingen die de strekking hebben van art. 19a L. R. O. Hare motiveering, te vinden op blz 53 van haar verslag. De Commissie brengt daarin de eischen van de praktijk naar voren, in welk verband ik vooral zou willen wijzen op het gerief van het publiek, dat niet gediend kan wezen door centraliseering van allerlei uitvoeringshandelingen ter provinciale respectievelijk regentschapshoofdplaats. (') Vgl. voor West-Java art. 22 van de instellingsordonnantie in Staatsblad 1925 No blz.
13 1059 Ik zou er bovendien op willen wijzen, dat hoewel de bedoeling van de bestuurshervorming ongetwijfeld is om de eigen organisatie van de nieuw gesticlite staatkundige gemeenschappen te ontwikkelen, het anderzijds, in den huldigen tijd van overgang, om praktisch-economische en ook om redenen die verband houden met de postitie van het Europeesch en Inlansch B. B. in ons staatsbestel niet versmaad kan worden als het mogelijk zou blijken om, behoudens hoogere goedkeuring Europeesche en Inlandsche bestuurskrachten door inschakeling op geëigende punten in de provinciale werkzaamheden, in een samenwerkingsverhouding tot de nieuwe organen te brengen, Dat daarbij het laatste woord, bijv. middels beroep, bij provinciale organen moet blijven, spreekt vanzelf. Ik meen dat deze aangelegenheid misschien wel van zooveel gewicht is, dat zij, vooruitloopend op de technische herziening van de S. G. O., de P. 0. en R. O. aan de hand van het verslag*) van meergenoemde Commissie, apart voor zal zijn te brengen bij de Regeering. Daarom zal ik gaarne vernemen hoe hierover luiden Uw oordeel en het oordeel van het door U voorgezeten college van gedeputeerden waarop ik ten deze ook veel prijs stel, In de S. Q. O., de P.O. en de R. O. ontbreekt een artikel, overeenkomende met artikel 19a der L. R. O., dat de uitvoering van de locale verordeningen regelt (zie ook artikel 25 1 der L. R. O.). In het stelsel, in deze ontwerpen aanvaard, komt de uitvoering van 's raads verordeningen door organen van de stadsgemeente (provincie, regentschap) zelfs, ter sprake in de volgende afdeeling van dit hoofdstuk. De geldende ordonnanties hebben eveneens de uitvoering door de eigen organen geregeld, zij het naar eene andere opvatting, dan artikel 19a der L.R.O. huldigt. Weggevallen echter is de mogelijkheid om die uitvoering, in de verordeningen zelf, op te dragen aan organen van andere lichamen. Deze figuur nu is in de toepassing der decentralisatie practisch noodzakelijk gebleken en zulks n.l. tengevolge van twee oorzaken. Vooreerst dezelfde oorzaak gebrek vooral aan technisch personeel. het moge zijn uit geldgebrek dan wel uit personeelsschaarste die geleid heeft tot de figuur van landsdienaren, belast met werkzaamheden ten behoeve van het locaal ressort (artikel 113 der L.R.O.) In de tweede plaats echter ook deze, dat het Land voor eigen werkzaamheid een plaatselijken wetgever niet wel kon missen en daarom soms een beroep deed op de medewerking van den localen raad. 2oo zullen dan b. v. provinciale dierenartsen, die een rol spelen bij de uitvoering van verordeningen, ten bate van de hygiene uitgevaar- *) Verslag van de Commissie tot technische herziening van de S.Q.O., P.O. R.O. biz. 53 e.v.:
14 1060 digd door regentschappen') en stadsgemeenten; ambtenaren van den Nederlandschen of Inlandschen bestuursdienst, die provinciale verordeningen helpen uitvoeren enz. voorshands wel niet geheel zijn te missen. Ook de stadspolitie zal in enkele gevallen baat ervan kunnen hebben, indien zij buiten hare opsporingsbevoegheid (die zij ten aanzien van alle verordeningen bezit) kan beschikken over administratieve bevoegdheden, b. v. bij de ordening van het straatverkeer, die haér taak is en waarvoor de stadsgemeente ten deele als wetgever optreedt '^). Wie uitsluitend naar het klassieke Nederlandsche voorbeeld ziet, zal dergelijke figuren niet fraai vinden; zij brengen eene vermenging mede van diensten van verschillende zelfstandige lichamen, waarbij die zelfstandigheid wel eens in het gedrang kan geraken. De vraag is echter of de practijk, in het tegenwoordig stadium van organisatie van den openbaren dienst er buiten kan. En die vraag moet ontkennend worden beantwoord. De commissie bedoelt met dit artikel dan ook stellig niet het gebruik van deze figuur aan te moedigen; zij rekent slechts met hare onvermijdelijkheid in de naaste toekomst. Het wegvallen van artikel 19a der L R. O. heeft in West-Java alleen tot gevolg gehad, dat men zich redt met artikel 33 der P. O. en artikel 31 der R. O. (zie Provinciaal Verslag 1926 blz. 34), maar dit voert niet tot hetzelfde resultaat. In de verordening blijft nu in het duister, wie haar uitvoert; een nader besluit van Gouverneii*" of regent (niet afgekondigd) moet dit aangeven. Wil men de oude praktijk wederom ten wettelijken grondslag geven, dan zal men er zelfs mede rekenen, dat artikel 19a der L. R. O. nog te eng is gebleken. In overleg stellig met de betrokken diensthoofden, maar buiten de wet om, treft men in locale verordeningen opdrachten aan, gericht tot landsdienaren, niet aan het Hoofd van gewestelijk bestuur ondergeschikt^), Bij het ontwerpen van het artikel viel nog de vraag te beantwoorden, of alleen gerekend moest worden met een beroep door (kleinere) stadsgemeenten en doof regentschappen op de hoogere, beter met technisch personeel, vooral stafpersoneel,toegeruste lichamen dan wel ook op onderlingen bijstand van die gelijkstandige lichamen. Van dit laatste is aigezien; stadsgemeenten en regentschappen onderling zoeken het beter in gemeenschappelijke voorzieningen. Evenmin viel natuurlijk te rekenen met een beroep van het hoogere lichaam op de diensten van het lagere; daarvoor bestaat de figuur, van het medebestuur. Hiermede is lid 1 toegelicht; lid 2 behoeft nadere belichting niet. Zie Provinciaal Verslag West-Java 1927 blz. 34. Zie Gemeenteblad Batavij 1927 No. 70. Zie b. V. de verordening van het gewest Banjoemas op de mijnwormziekte-bestrijding van 30 Maart 1926 Jav. Crt. 29 Apiil 1925 extra bijvoegsel 28, beschikkend over den gewestelijken gouvernementsarts (B. b.8727) en over den Inspecteur D.V.ö'
15 1061 Rubriek Regentschappen. Dewan Kaboepaten dan autonomie desa. Pada waktoe jang terachir ini telah dipohonkan oleh Raad Kaboepaten Tjirebon pada Pemerentah soepaja pada Madjelis Koemetir dari Raad terseboet dibantoekan seorang penggawai B. B. (Wedana ter beschikking) boeat dikerdjakan akan mengamat-amati oeroesan desa. Tentang hal ini Pemerentah teiah memberi poetoesan, jang boieh dikatakan principieel. Ini poetoesan kami pandang adalah penting sangat sehingga terasa perloe hal itoe dibiljarakan dalam orgaan ini. Baiklah lebih doeloe kami selidiki alesan-alesannja pe moehoenan terseboet. Adapoen alesan-alesannja jaitoe lantaran desa^ dalam kaboepaten Tjirebon mempoenjai banjak wang, djoemblahnja ± l'/s millioen roepijah, wang mana sampai sekarang ada bertoempoek dan hampir tidak dipergoenakan. Menoeroet keadaan sekarang betoel begrooting^ desa mistilah dibenarkan oleh Madjelis Koemetis, akan tetapi Madjelis ini tidak dapat mengamatamati atas bagaimana didjalankannja begrooting^ itoe Lain dari itoe djoega lantaran semoea poetoesan^ desa misti di kirimkan pada Madjelis Koemetir. Tetapi menoeroet soerat Ie Gouv. Secretaris Femerintah menimbang alesan* tadi tidak mendjadikan satoe lantaran akan mengaboelkan permoehoenan Raad. Adapoen sebab^ nja ialah. Ie. Madjelis Koemetir haroeslah tertjegah toeroet tjampoer pada oeroesan roemah tangga desa, jang terdjaga oleh Wet. 2e. Bestuur Blanda dan Boemipoetra ditambah dengan bestuur kaboepaten terhanggap lebih dari tjoekoep dengan tidak perloe ditambah pegawai lain, boeat mendjalankan apa jang diwadjibkan oleh Wet prihal pemriksaan atas oeroesan^ desa dan mengoedji poetoesan^ desa. 3e. Dari notulen persidangan Raad tanggal 20 Juni 1929, ternjata sekali, bahwa Raad bermaksoed djoega akan ambtenaar itoe selainnja seolah-olah seorang adviseur, akan diberikannja djoega kekoeasaan jang tentoe ialah «memimpin" dan zelfstandig optreden" dan djika perloe bersikap terhadap kepada kepala^ distrikt" (zich zoo noodig tegen over de distrikthoofden te stellen), kekoeasaan^ mana gampang menimboelkan roepa^ perselisihan dan roepa^ keadaan di doenia bestuur jang tidak senonoh. 4e. Koeasaan mengamat-amati oeroesan-oeroesan desa jang akan dibrikannja pada pegawai tadi tidak terang dan tidak beralesan sama sekali, oleh karena telah diatoer didalam Wet badan^ mana jang berkoeadjiban nengamat-amati desa-desa. Baik Raad Kaboepaten, biarpoen madjelis Koemetir,
16 1062 walaupon boepati tidak ada hak mengadakan atoeran seloear dari apa jang telah ditetapkan dalam Wet. 5e. Tentang wang sebasar 1>2 millioen tadi baiklah dibikinkan satoe schema bagimanakah wang'^ itoe akan dipergoenakannja. Koeadjiban ini pertama-tama haroes dikerdjakan oleh Resident dan Boepati, bersama-sama dengan Raad, sedang jang mendjalankannja baiklah dipasrahkan pada pegawai^ B. B. Boemipoetra, iantaran tidak ada akan orang lain selainja mareka jang mengatahoei seloek beloeknja apa-apa jang akan dikerdjakan dan marekaiah jang akan dapat bitjarakan seioeroehnja dengan orangs ketjil. 6e. Djika Wedana tadi soedah ada, ambtenaar^ B. B. Boemipoetra tetap tidak bebas dari koeadjiban oentoek mengamat-amati oeroesan desa, sebab mareka misti mengoedjoengi vergadering^ dari Wedana ter beschikking itoe, sedang mareka selainnja dari itoe misti mengoempoelkan gegevens^ oentoek Wedana terseboet. Oleh karena sebab- terseboet diatas ini Pemerintah menimbangkan lain akal. Sebagai telah dioraikan diatas, hoeat membikin satoe schema dari apa jang akan didjalankan goena desa jang mempoenjai kapitaap sebanjak itoe, pertama ada satoe koeadjiban Resident, Regent dalam hal mana seboleh-boleh dapat membantoe. Boeat mendjalankannja tetap berkoeadjiban ambtenaar B. B. Boemipoetra, dalam oeroesan seperti prihal bagian techniek oenipamanja barangkali misti dapat bantoean dari badan^ Raad. Dengan bekerdja sama-sama djoega dengan badan^ lainnja dari Negri menoeroet timbangan Pemerentah ada satoe djalan boeat Raad memperiihatkan tenaga goena menambah populariteit (nama baik) dengan soeka memberi bantoean boeat apa jang akan dihanggap perloe goena desa^ semoeanja. Dari Iantaran oeroesan ini seharoesnja misti datangnja dari plaatselijk bestuur, maka Goepernoer Pasoendan telah dioendang soepaja hal ini dioeroeskan dengan semestinja. Demikianlah poetoesan Pemerentah atas permohonan Raad. Kalau kanii selidiki benard maka ternjatalah, bahwa Pemerentah pertama^ akan memperlindoengi hak autonomie dari desa^ dan djoega hak B. B. seoemoemnja atas koeadjibannja mengamat-amati desa^ tadi. Soedah semestinja Pemerentah memperlidoengi hak autonomie tadi demikianlah berhoeboeng dengan ketentoean pada pasal 128 Indische Staatsregeling ajat 3, jang membri hak pada desa^ (Inlandsche gemeenten) oentoek mengatoer dan mengoeroes keperloean roemah tangganja sendiri dengan mengengati oendang^ Goepernoer Djendral gewestelijk gezag atau dari bestuur-bestuur raad-raad lokaal seperti raad-raad kaboepaten. Hal ini tidak boleh disangkal lagi. Akan tetapi apakah autonomie desa akan terganggoe, djika diadakan seorang pegawai B. B- jang dibantoekan pada Madjelis Koemetir, oentoek mengamat-amati desa
17 1063 dalam hal mendjalankan begrooting-begrooting? Soedah barang tentoe ini pertanjaan bisa didjawab dengan ja" atau tidak". Itoelah tergantoeng pada malcsoednja dan artinja perkataan mengamat-amati". Djika perkataan ini dimaksoedkan toezicht" (pengawasan) dan leiding" (meminpin) jang sedjati itoelah tidak ada kabratannja, tetapi djika leiding" itoe diperloeaskan maksoednja sehingga wedana t. b. itoe bisa toeroet tjampoer dalam hal oeroesan desa, nistjajalah itoe tidak boleh diperkenankan dan berbahaja besar oentoek autonomie desa. Sebagaimana telah teratoer didalam Ordonantie Kaboepaten dewan-dewan kaboepaten haroes diamat-amati oleh Madjelis Gedeputeerden, maka adalah baiknja djika desa-desa itoe dapat pengawasan dari Madjelis Koemetir, jang djika terpandang perloe seperti telah ternjata bagai desa-desa didalam kaboepaten Tjirebon haroes diadakan soeatoe pegawai jang meloeloe bekerdja oentoek keperloean itoe. Madjelis Gedeputeerden mempoenjai djoega i pegawai-pegawai seperti Inspec-teur-Inspecteur boeat oeroesan-oeroesan wang ^Ê locale ressorten, jang haroes mengamat-amati oeroesan-oeroesan wang dari H raad-raad kaboepaten. Apakah kabratannja djika bagai oeroesan-oeroesan ^ wang dari desa-desa jang pangatahoeannja (ontwikkelingnja) misih rendah H sangat, diadakan pegawai tadi? H Terganggoelah autonomie dewan kaboepaten dan terganggoelah autonomie ^fl Autonomie desa tidak akan terganggoe asal sadja, pegawai jang di bantoe- IH kan pada Madjelis Koemetir di bri instructie jang terang, dimana semata-mata dinjatakan bahwa ia dilarangkeras tneroet tjampoer dalam poetoesan-poetoesan desa. la hendaklah nasehatkan sadja pada desa^ djalan manakah jang dilakoekan oentoek keniakmoeran dan kasedjahteraan desa, sedang Madjelis Koemetir haroes senantiasa mengawaskan pakerdjaan pegawai tadi. IM Sebaliknja timboellah pertanjaan : M «Apakah autonomie betoel-betoel tidak terganggoe, apabila seperti kehen- m dak Pemerentah hal pengawasan tadi misih tetap dipegang oleh B. B. Boe- Il mipoetra?" Djawaban kami atas pertanjaan ini ialah : boleh djadi akan tetapi il dalam praktijk sering kali kedjadian bahwa atas pimpinan B. B. Boemi- poetra autonomie desa itoe sedikitpoen artinja. Sebab kebanjakan pegawai ^''' B. B., apa poela jang teritoeng kaoem kolot" beloem menghargai betoel artinja desa-autonomie dan faedahnja decentralisatie. Beberapa dari pegawai itoe misih besifat autocratisch." Apa jang dikehendakan haroes dilakoe- ijy kan, baik dengan djalan keras biarpoen dengan setjara printah aloes". otjara printah aloes ini ialah jang mengganggoe pada autonomie desa. li Tjonto^ tentang hal ini tidak perloe di terangkan dalam karangan ini. Per- loe diperingatkan sadja, bahwa hal jang sedemikian adanja soedah diakoei 11 benar^ oleh beberapa pegawai B.B. rendah dantinggi dan djoega oleh be- [ berapa orang ahli poela. M
18 1064 Selama pelatoeran desa-autonomie jang tetatoer dalam Inlandsche Gemeente ondonnantie beloem dioebah, selama beloem diadakan raad^ desa oentoek mengganti persidangan desa, jang onpraktisch" sama sekali, selama beloem ada ketentoean, bahwa jang bisa dipilih mendjadi pembesar desa (loerah) haroes mempoenjai pengatahoean jang tjoekoep, d maka autonomie desa tidak banjak harganja dalam praktijk dan hanja berarti diatas kertas sadja, Menilik keadaan^ jang sedemikian ini, maka ternjatalah bahwa penolakan Pemerintah atas permohonan Raad Kaboepaten Tjirebon tidak akan mentjegah terganggoenja desa-autonomie, jang dalam praktijknja soedah terganggoe, babkan djika permohnnan tadi dikaboelkan ada pengharapan bahwa terganggoenja desa-autonomie tadi akan makin koerang. Adapoen sebabnja demikian. Pegawai Wedana t. b. tadi akan dibantoekan pada Madjelis Koemetir mendjadi akan melakoekan pakerdjaan^ jang akan disrahkan padanja oleh Madjelis ini. Madjelis Koemetir itoelah dapat dipilih oleh raad, jangsebagai perwakilan rajat soedah tentoe mempoenjai angan-angan democratisch". Inilah sebabnja, bahwa Madjelis Koemetir sebagai perwakilan dari raad atau sebagai bestuur harian dari raad akan djoega mempoenjai angan-angan democratisch tadi. Menilik cifat ini, maka soedah selajaknja Madjelis Koemetir senantiasa melawan keras, bilamana Madjelis Gedeputeerden akan toeroet tjampoer dalam hak roemah tangga regentschap dan soedah barang tentoe inilah cousequentienja tidak akan mengidzinkan pada pegawai tadi djika ia ini akan toeroet tjampoer dalam hal roemah tangga desa, bahkan akan memrintah keras soepaja pegawai tadi seboleh-boleh mendidik desa-desa soepaja insjaf benar akan hak-haknja. Itoelah sebabnja kira^ bahwa pegawai tadi djika perloe hendak bersikap terhadap kepala^ distrikt", jang seoemoemnja misih bercifat autocratisch dan ingin sekali soepaja kehendaknja senantiasa ditoeroet sadja oleh desa-desa. Mengengati ini semoeanja, maka kekoeatiran, bahwa nanti autonomie dedesa akan terganggoe (batja tambah diganggoenja"), bilamana pada Madjelis Koemetir di bantoekan seorang wedana t. b. oentoek mengamat-amati desa pakerdjaan mendjalankan begrooting itoelah tidak beralasan, bahkan sebaliknja. Lain dari itoe Pemerintah mengandoeng koeatiran, bahwa kemoedian akan timboel perselisihan antara B. B. Boemipoetra dan pegawai jang dibantoekan pada Madjelis Koemetir tadi hal mana kelak djoega bisa menimboelkan perselisihan antara B. B. dan Madjelis Koemetir. Kekoeatiran itoe kami pandang boekan soeatoe alesan oentoek menolak permohonan terseboet diatas. I Kami mi perintah B djoega dib R. O. Me boelnja, dengan Lagi dewan-d bahwa per atoe perseli pakerdjaan wang oem kami " dengan atoepoen tralisatie a badan jang Demikian Pemerintah pada tidak princ dan pentin menghargai dapat perl' pedindoen kan, maka Provincie I. Deng Tengah ter gai Dewan n. Deng 1930 telah oeroet-oero( IH. Den tentang pen doek" dari dari Dewan beslit^ terta Dewan Kab tertanggal
19 ^ Kami misti ingaf, bahwa pegawai B. B. Boemipoetra itoelah ada dibawah perintah Boepati, sedang pegawai Wedana t. b. jang dipohonkan tadi adaiah djoega dibawah printah Boepati, demikianlah menoeroet boenjinja pasal 30 R. O. Mendjadi perselisihan jang dikoeatirkan tadi tidak moedaii akan timboelnja, sedang djilca nanti poen ada perselisihan, hal jang sedemikian itoe dengan moedah diperdamaikan oleh Boepati. Lagi poela kalau hal ini kami bandingkan dengan keadaan^ pengawasan atas dewan-dewan kaboepaten, maka kami tetap pegangtegoeh pendapatan kami, bahwa perselisihan itoe tidak moedah terdjadi. Apakah telah terdengar soeatoe perselisihan antara Resident jang djoega dibri hak oentoek mengamat-amati pakerdjaan dewan kaboepaten dan pegawai Provincie (inspecteur oeroesan wang oempamanja) atau Madjelis Gedeputeerden? Sepandjang pengatahoean kami tidak. Perselisihan jang telah terdengar ialah antara raad kaboepaten dengan resident atau gedeputeerden. Itoelah tidak mendjadikan sebab sesoeatoepoen apa. Dimanapoen Negri jang telah mempoenjai bestuurvorm decentralisatie atjapkali adaiah perselisihan antara badan jang diamat-amati dan badan jang mengamat-amati. Inilah boekan sesoeatoe hal jang aneh! Demikianlah pemandangan kami atas kabratan-kabratan principieel dari Pemerintah atas permohonan soepaja seorang Wedana t. b. di bantoekan pada Madjelis Koemetir. Pemandengan atas lain^ kabratan kami pandang tidak principieel. Kabratan^ itoelah terbawa dari kabratan^ jang principieel dan penting tadi, maka kami rasa tidak bergoena dibitjarakan poela. Kami menghargai benar atas sikap Pemerintah tentang autonomie desa, jang haroes dapat perlindoengan, tetapi oleh karena sebagaimana telah dioraikan diatas perlindoengan ini akan lebih tebal djika permohonan terseboet diatas dikaboelkan, maka kami toeroet menesal djoega atas kepoetoesan Pemerentah terseboet Slamet. Provincie dan Dewan Kaboepaten. I. Dengan beslit Madjelis Gedeputeerden dari Raad Provincie Djawa Tengah tertanggal 5 Augustus 1930, maka diadakan Madjelis Koemetir bagai Dewan Kaboepaten Blora. Banjaknja Koemetir ditetapkan tiga. n. Dengan beslit^ tertanggal 12 Augustus 19 Augustus dan 26 Augustus 1930 telah disahkan oleh Madjelis Gedeputeerden Reglement van Orde beroeroet-oeroet dari Dewan Kaboepaten, Koedoes, Kendal dan Poerwokerto. III. Dengan beslit' tertanggal 12 Augustus telah disahkan Pelatoeran tentang pemberian penggantian wang djalan dan menginap dan wang doedoek" dari Raad Kaboepaten Tegal dan Japara. Pelatoeran tentang hal itoe dari Dewan Kaboepaten Banjoemas, Poerwokerto dan Blora disahkan dengan beslit^ tertanggal 26 Augustus. Begitoepoen pelatoeran tentang hal itoe dari Dewan Kaboepaten Demak disahkan dengan beslit Madjelis Gedeputeerden tertanggal 3 September 1930 (Provinciaal Blad).
20 1066" Raad Kaboepaten Tjeribon. I. Menetapkan verordening-verordening. Pada persidangan tertanggal 30 Juli Raad Kaboepaten Tjirebon telah menetapkan: a. verordening oentoek mendjalankan fatsal 3 ajat 1 sub b dari motorreglement Dalam persidangan 4 Juni 1930 verordening ini tidak landjoet dibitjarakan lantaran ada perbedaan pikiran antara lid toean Hilman Djajadiningrat dan Madjelis Koemetiratas perbagian djalan^ dalam klas^ Hal itoe lantas dikemoekakan kepada Madjelis Gedeputeerden, jang memoetoes bahwa pembagian itoe ada dalam kekoeasaan Raad. Akan tetapi Madjelis Gedeputeerden berpendapatan djoega, tentoe mendjadj memoedahkan pakerdjaan, djika itoe kekoeasaan dipasrahkan kepada Madjelis Koemetir. Raad moefakat dengan pemandengan Gedeputeerden, maka ontwerp verordening disahkan. b verordening atas mendirikan, mengadakan memperbaiki, membongkar atau memelihara adegan ^, djalan ^ dsb dan segala pelbagai hal jang berhoeboengan dengan itoe. Rentjana ini verordening ini telah dikirimkan lebih doeloe kepada Madjelis Gedeputeeren boeat dipriksa. Roepa^ kekoerangannja jang tidak banjak telah diboeboehkan atau diperhatikan Ini verordening berlakoe boeat 57 sadja, sebab terhanggap soesah dilakoekan oentoek seloeroeh Kaboebaten: Hal ini misti didjalankan lambat laoen Goetomo tid ik setoedjoe dan minta soepaja verordening dilakoeken boeat seloeroeh Kaboepaten. Voorstel ini ditolak oleh Raad c. verordening hal roemah makan, losmen, roemah ^ koffie, makanan minoeman dll roemah jang sedemikian, jang didatengi oleh orang banjak dan boeat menollak bahaja dari perkara minoeman keras. d. verordening goena memoengoet beja atas idinan^ boeat mendjoeal minoeman keras etjeran. Doea-doeanja verordening terseboet dapat menoeroen dari verordening gewest Tjirebon dahoeloe. Boeat mendapat idzin mendjoeal minoeman keras, maka orang kenakan beja ƒ 60, dalam satoe taoen atau sebagian taoen. Goena indinan jang diberikan boeat pendjoealan minoeman keras etjeran dan jang diadakan boeat sementara tempo sadja, orang dikenakan pembajaran / 5, boeat tiap^ koelan, tetapi dalam satoe tahoen djoemblahnja tidak boleh lebih dari ƒ 60,. e. verordening ketentoean dan pembajaran boeat memakai tanah kepoenjaï" regentschap Tjirebon (Domein-verordening). ƒ. Ini ver Pasoeti tetapk koeran kan ƒ boeat ƒ0,50 dari 3 menem satoe t verord atau k( Vero dahoel Dewan Kab( Mutatie. trateur Tab djabatannja I. Begrc di kantor s di tetapkan II. Begn rekening vo III. Subsi Moelai 193 boeat menj dalam reger 'toe, tiap» jang di ker Toen Pre boeat mem tabaksverorc ada protest- Toean P bako makin Koesnoadirc
21 1067 Ini verordening dapat menoeroen dari Domein verordening dari Provincie Pasoendan. Boeat pakai djalan regentschap goena railbaan pembajaran ditetapkan ƒ 1, dalam se HM. baan atau bagiannja boeat seboelan atau koerang, sedang oentoek masing^railbaankruising pembajaran itoe ditatapkan/ 50. dalam satoe taoen atau koerang. Boeat lain-lain keperloean boeat lama 3 boelan atau lebih pembajaran ditetapkan paling banjak ƒ 0,50 boeat masing M- dalam satoe hari, sedang boeat lama koerang dari 3 boelan 2 sampai 50ct, se M^ dalam satoe hari. Boeat menempatkan reclame bord penawaran, paal atau mast ƒ 10, dalam satoe taoen se M'^ bord atau oentoek masing^ paal atau mast. ƒ. verordening tentang pasar dan memakainja tanah^ pasar jang terpilihara atau kepoenjaannja regentschapsraad Tjirebon. Verordening ini dapat menoeroen dari verordening Gewest Tjirebon dahoeloe, jang tarip-nja adalah sederhana. Dewan Kaboepa-en Loemadjang. Mutatie. Boeat gantinja toean Van Eek, jaitoe toean /. /. Groen administrateur Tabakscombinatie di Pasirian. Toean cfr.."jo/za/nmacf telah meletakkan djabatannja. Sampai sekarang beloem ada gantinja. I. Begrootingsrekening Waktoe boeat menjediakan begrootingsrekening di kantor secretarie sebeloem di tetapkan oleh Dewan Kaboepaten, ialah di tetapkan 14 hari. II. Begrootingsrekening taoen 1929 Pada persid 29 Sept. 30 Begrootingsrekening voorloopig di tetapkan boeat: Biaja, (Uitgaven) ƒ ,03 Ontvangsten , Batig slot ƒ 9.848,97 III. Subsidie kapada Perhimpoenan Landbouw-Mardi-Polo di Loemadjang Moelai 1931 pada perhimpoenan ini akan di beri subsidie f 400,, boeat menjerangi onkost goena memperbaiki taneman tembako Boemipoetra. dalam regentschap Loemadjang, dengan katentoean, bahwa perhimpoenan 'toe, tiap' 6 boelan, haroes mengatoerkan verslag kapada Raad dari apa jang di kerdjakan berhoeboeng dengan subsidie jang di berinja itoe. Toen Prawiroatmodjo dan toean Koesnoadirono mengatoerkan keberatannja boeat memberi subsidie itoe, karena banjak orang' jang ta' soeka sama tabaksverordening, dan ta'kesoeka'anja itoe, bisa di lihat koetika di Tempeh ada protest-meeting. Toean Prawiroatmodjo koewatir, kalau orang jang sama menanam tembako makin lama makin koerang. Djadi itoe subsidie tida berfaedah. Toean Koesnoadirono djoega menimbang koerang perloe Dewan Kaboepaten mem-
22 1068 beri subsidie, karena selectiewerk seperti jang di maoekan itoe soewatoe pakerdjaan jang paling soesah, dan jang beloem tentoe bisa memperbaiki taneman tembakau. Akan tetapi sesoedahnja voorzitter memdjawab kapada lid-lid terseboet, ontwerp-besluit di tetapkan seperti jang terseboet di atas. (Poetoesan Raad tg. 29 Sept. 30). IV. Verordening-vergunningsrecht. Ini verordening dirobah hingga Boepati berhak membetoelkan kesalahan^ toeiis atau peritoengan jang terdjadi pada pembikinan kohier, tetapi apa bila soerat aanslag soedah di trimakan, tidak mendjakan karoegian pada jang menanggoeng padjeg, (poetoesan Raad tg. 29 Sept. 30), V. Reglement van Orde. boeat Vergadering Dewan Kaboepaten Pada pers, 29 Sept. Reglement ini di robah soepaja notulen dari vergadering Dewan Kaboepaten bisa di tetapkan tida dengan menoenggoe vergadering j. a. d. Notulen itoe haroes dibikin dengan setjepat-tjepatnja dan di hatoerkan kapada lid^ dari Raad, Kalau di dalam 2 minggoe tida ada lid jang mengatoerkan keberatan soeatoe apa, maka notulen di anggap tetap. Kalau ada jang memberi keberatan, bagaian jang koerang di moefakati, haroes di tetapkan di dalam vergadering j. a. d. Dengan itoe peratoeran College van Gecommitteerden bisa mendjalankan pakerdjaanja dengao lebih tjepat dari sekarang. V. Begrooting taoen Anggaran ini dibitjarakan pada persid. 29 Sept. '30 dengan pandjang lebar, Toean Koesnoadirono, koetika mem'^eri algemeene beschouwing, menimbang jang raming boeat penerimaan ada kelibihen, dan bertanjak apa koetika bikin raming itoe, di ingatkan adanja algemeene depressie. Be'iau menimbang jang penerimaan dari pasar* ada kebanjakan, karena tertimbang dengan penerimaan boeat taoen jang laloe, lebih besar sekali, sedang beliau mendengar, jang banjak pedagang-pedagang sama merasa roegi, dan soesah. Penerimaan dari pasar* di rantjang ada / ,- sedang taoen 1930 hanja f ,. Berhoeboeng dengan administratie boeat peroesahaan pasar dan lain^ spt' menghatoerkan voorstel, soepaja di kemoedian Dewan Kaboepaten membikin bedrijven begrooting, oleh karena itoe bisa mendjadikan lebih terang boeat overzichtnja bedrijf kapoenjaannjaraad. Spr. mengharap soepaja technisch personeel dari Repentschapswerken d' beri vaste regeling boeat reistoelage. Toean Hasan Manadi moehoen soepaja volksgezondheid di perhatikan dengan soenggoe-soenggoe, karena menoeroet timbangan beliau wang jai di berikan boeat onderwijs ada lebih banjak tertimbang dengan wang \M boeat memadjoekan gezondheidsdienst.
23 1069 soewatoe "i terseboet, Raad ga Boepati djadi pada, tidak Raad tg. Pada pers. g Dewan g j. a. d. kag mengamoefakati, peratoeran gao lebili. 29 Sept 'leri algekelibiadanja, karena r sekali, merasa r lain^ spr membiki" g boeat dl perhatikaii jang g m Voorzitrer memberi djawab kapada spreker^ bahwa rantjangan terlihat kelebihan, sebetoelnja tida begitoe, karena menoeroet keadaan sehari-harinja pendapatan dari itoe onderdeel tida ada toeroenja, malah-malah bisa di katakan ada naiknja tertimbang dengan pencrimaan taoen jang laloe. Dan rantjangtn itoe sebetoelnja beloem sepadan dengan rekenan jang semoestinja, misih lebih rendah dengan itoe, karena Dewan Kaboep?ten, pada taoen 1931 akan membeheer pasar doewa lagi, jang bisa di temt ekan akan membawa penerimaan jang lebih banjak. Tentang peratoeran bedrijf dengan bedrijven-begrooting, toean Koesnoadirono di beri djawab, jang itoe peratoeran memangbaik, akan titapi membawa kesoesahan bnnjak. Dan menilik practijk jang sampai sekarang d» lakoekan, administratie seperti sekarang ini, soedah bisa menjoekoepi. Toean Hasan Manadi di beri djawab, jang pengira'an dari beliau tida betoel. Dewan Kaboepaten akan membeheer Roemah-sakit di Loemadjang Polikliniek baroe akan bikin di Klakah jang biajanja ditetapkan f Betoel mantri-malaria jang di tetapkan boeat sementara waktoe, sekarang soedah di brentiken, akan tetapi demikian itoe dengan alasan advies dari B. G. D. jang menimbang tidak perloe lagi memakai mantri-malaria. Dan boeat ambachtsschool, djoega hanja menjediakan wang jang setjoekoepnja, djadi tida menjediakan lebih dari kamoestian. Laloe ontwerpbegrooting di bitjarakan artikel per artikel, dan post bikin djalan^ baroe di robah dari f 4000 djadi ƒ 2000, dan post boeat bikin djembatan"^ dan duikers di toeroenken dari f 5000 sampai f Begrooting uitgaven di tetapkan /, ontvangsten djoega sebegitoe banjak. Onvoorziene uitgaven ƒ9606, Kelebihn wang dari taoen 1929 jang beloem terpakai boeat kaperloean jang soedah di tentoekan, di tetapkan ƒ2422. Regentschapsraden bergontjang. Bestuur dan leden. Baroe ini dikabarkan tentang kegontjangan dalam Regentschapsraad di Banjoewangi, dimana raad telah tarima dengan soewara oemoem satoe motie tidak pertjaja terhadap voorzitter regent dan college van gecommitteerden dari raad itoe telah serahkan kedoedoekannja kepada voorzitter itoe. Inilah ada kedjadian jang mengherankan dalam hikajat decentralisatie ini, boleh djadi aliran autocratie dan democratie di Banjoewangi tidak bisa djadi accoord, hingga terdjadi pertjidraan jang heibat itoe. Menoeroet kabar, di Djawa Koeion djoega akan terdjadi sematjam itoe, laitoe dalam kalangan regentschapsraad Lebak. College van Gecommitteerden disini telah mengandidatkan tiga orang bangsa Europa boeat pangkat adjunct commies. Sebagian boenjinja adver-
24 tentie, maka boeat pangkat terboeka itoe, hanja adjunct commies sadja Regentschapsraad minta seorang keloearan H. B. S. atau satoe diploma jang boleh disamakan dengan diploma dari kedoea s-kolah pertengahan itoe. Pada persidangan jang baroe laloe, jang dipimpin oleh Patih sebagai plaatsvervangend voorzitter, maka salah saorang lid, toean Soera Aterdja, dengan disokong oleh beberapa leden Indonesia, madjoekan djoega satoe candidaat bangsa Indonesia, jaitoe toean Entol Goenadisastra keloearan Osvia dan djikalau tidak salah, bekds ambtenaar B. B. di Banten. Hasil dari pemilihan, adalah toean Goenadisastra mendapat soeara terbanjak berlipat banjaknja soeara dari pada candidaat no. 1 dari college van gecommitteerden itoe. Berhoeboeng dengan hasil pemilihan ini, maka seantero college van gecommitteerden baik lid lid Europa maoepoen lid lid Indonesia, seperti toean toean Soetopo dan Soemitra, letakkan djabatannja sebagai iid college itoe. Dus, djikalau raad tidak lekas^ batalkan itoe pemilihan, Regentschapsraad Lebak tidak mempoenjai college van gecommitteerden, Menneroet Ba n ten Bode, voorzitter-regent telah bantah pemilihan itoe dan voorstel kepada Gedeputeerden soepaja itoe poetoesan dibatalkan sebab melanggar kepentingan oemoen". Dimana adanja kepentingan kepentingan oemoem itoe, terserah kepada hakim oemoem (publieke opinie) djoega. Kita sendiri, beloem dengar apatah College van gecommiteerden regentschapsraad Serang djoega berlakoe banting kaki seperti di Lebak, lantaran tempo doeloe ia poenja candidaat boeat commies dapat kekalahan oleh candidaatnja Pasoendan. Memang regentschapsraden itoe ada satoe dewan pengadjaran democratie boeat melenjapkan segala perasaan autocra tisch dan despotisch dari kaoeni B. B. dan sobat^nja. (Bintang Timoer). Koninklijk besluit van 27 December 1929, no. 5. Wij Wilhelmina, enz., enz., enz. Nederland. Uit art. 221 der gemeentewet volgt, dat Gedeputeerde Staten bij de vaststelling van de gemeenterekening mede de bedrijfsrekening hebben te beoordeelen. Een bepaling in een bedrijfsverordening volgens wrelke de vaststelling van de gemeenterekening tevens strekt tot ontlasting van Burgemeester en Wethouders en den kassier van het bedrijf is niet in strijd met de Gemeentewet. ^ j p l ^ ^
25 I Beschikkende op het beroep ingesteld door den Raad der gemeente R. tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van 14 Augustus 1929, waarbij goedkeuring is onthouden aan zijn besluit van 16 Mei 1929, tot vaststelling van een verordening regelende het beheer der gemeentelijke badinrichting; Den Raad van State gehoord; Op de voordracht van Onzen minister van Staat, minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw; Overwegende, dat de Raad van R. in zijne vergadering van 16 Mei 1929 heeft vastgesteld een verordening tot regeling van het beheer der badinrichting van de gemeente R. als bedrijf; dat Gedeputeerde Staten bij hun besluit van 14 Augustus 1929, aan dit raadsbesluit hunne goedkeuring hebben onthouden uit overweging, dat in artikel 26 der onderwerpelijke verordening wordt bepaald dat de vaststelling van de gemeenterekening door Gedeputeerde Staten in zich sluit de vaststelling van de bedrijfsrekening en tevens strekt tot ontlasting van Burgemeester en Wethouders en den Ontvanger, behoudens later gebleken valschheid in bewijsstukkvjn; dat, zooals reeds is medegedeeld, bij aanschrijving van 24 October 1923, hunnerzijds geenerlei verantwoordelijkheid kan worden aanvaard ten aanzien van de juistheid van de bedrijfsadministratie en de daaruit opgemaakte jaarstukken; dat uit geen enkele wetsbepaling volgt, dat de vaststelling der gemeenterekening ook die der bedrijfsrekening omvat; dat weliswaar bij Ons besluit van 8 Juli 1925, in dien zin is beslist, maar in dit besluit geen argumenten aanwezig zijn, die in het door hen ingenomen standpunt wijziging vermogen te brengen» dat derhalve de bovenbedoelde verordening niet voor goedkeuring vatbaar is dat van het besluit van Gedeputeerde Staten de Raad van R. bij Ons in beroep is gekomen, aanvoerende dat hij zich volkomen kan vereenigen met de beslissing vervat in Ons besluit van 8 Juli 1925, waarbij in een soortgelijk geval niet alleen werd beslist dat een bepaling als door hem, appellant in artikel 26 genomen, juist is, doch in de overwegingen er de nadruk op werd gelegd, dat de opvatting van Gedeputeerde Staten van Overijssel die ongeveer overeen kwam met die van Gedeputeerde Staten van Gelderland, onjuist was; dat deze opvatting ook steun vindt in Ons besluit van 17 Juli 1929, waarin wordt aangenomen, dat uit den onderlingen samenhang tusschen de gemeenterekening en de gemeentebegrooting voortvloeit, dat, vermits de goedkeuring der gemeentebegrooting door Gedeputeerde Staten goedkeuring der bedrijfsbegrootingen in zich sluit, eveneens de vaststelling der gemeenterekening zich sluit de vaststelling der bedrijfsrekeningen; overwegende, dat de bepaling van artikel 221 der Gemeentewet, voorschrijvende, dat Gedeputeerde Staten de gemeenterekening sluiten en het bedrag der ontvangsten en uitgaven vaststellen, de strekking heeft het ge-
26 1072 heele financieele beheer der gemeente aan de controle van Gedeputeerde Staten te onderwerpen; dat hierop geen uitzondering is toegelaten voor het geval een bepaalde gemeentedienst als afzonderlijk bedrijf is georganiseerd en te dien aanzien aan artikel 114bis der Gemeentewet toepassing is gegeven; dat hieruit volgt, dat Gedeputeerde Staten bij de vaststelling van de gemeenterekening mede de bedrijfsrekening hebben te beoordeelen; dat de bedrijfsrekening weliswaar een eenigszins ander karakter draagt dan de algemeene gemeenterekening; zij immers, blijkens artikel 38 der rekeningsvoorschriften bestaat uit een rekening van baten en lasten, uit een rekening van kapitaalsontvangsten en -uitgaven, alsmede uit een balans, doch dat de beoordeeling van een en ander door Gedeputeerde Staten aan de hand van de aan hen over te leggen bescheiden, geenszins onmogelijk is, terwijl de daaraan verbonden bezwaren geen voldoend motief kunnen opleveren om, in strijd met het stelsel der wet, dit deel van het geldelijk beheer der gemeente buiten de controle van Gedeputeerde Staten te laten; dat in de openbare vergadering van de afdeeling van den Raad van State, voor de geschillen van bestuur, waarin over deze zaak verslag is uitgebracht, door den vertegenwoordiger van Gedeputeerde Staten nog is aangevoerd dat bij gemeenteverordening geen taak aan Gedeputeerde Staten kan worden opgedragen doch dat dit argument in deze niet opgaat, aangezien de controle van Gedeputeerde Staten en de vaststelling van de bedrijfsrekening als gevolg van de vaststelling der gemeenterekening, niet enkel voortvloeit uit de bepalingen der verordening, doch, gelijk hiervoren is overwogen haar steun vindt in het in artikel 221 neergelegde beginsel der Gemeentewet; dat mitsdien tegen artikel 26 der bedrijfsverordening niet met grond bezwaar kan worden gemaakt; dat Gedeputeerde Staten er voorts op hebben gewezen dat volgens het bedoelde artikel de vaststelling van de gemeenterekening tevens strekt tot ontlasting van Burgemeester en Wethouders en den kassier van het bedrijf, waardoor h. i. een ongeoorloofde uitbreiding zou worden gegeven aan artikel 222 der Gemeentewet, krachtens hetwelk de daarbedoelde vaststelling slechts décharge voor Burgemeester en Wethouders en voor den Ontvanger ten gevolge heeft; dat echer ook dit bezwaar moet worden afgewezen, aangezien, al moge bij artikel 6 der bedrijfsverordening de gemeente-ontvanger als kassier van het bedrijf zijn aangewezen, artikel 26 der verordening niet anders dan artikel 222 der Gemeentewet handelt over décharge van den ontvanger; dat, al ware dit anders, de verordening toch niet geacht zou kunnen worden met de wet in strijd te zijn, omdat, wanneer ingevolge artikel 114bis der Gemeentewet van het bij de artikelen 113 en 114 bepaalde wordt afgeweken, de décharge I uit den aa heer van Y Gezien < Hebben met 14 Aug verordenin R. als bed De zorg Het is jaar, waari huisvestin uitvoering Uitwend vele fotos, belangstell nader beki voorwoord ringa en n op dit geb Wa der heeft mee studie, zal mogen men hun ind zij zich ge plaatselijk behandeld, onderzoek Dr. van BI heid
27 uit den aard der zaak mede den bij de verordening met het geldelijl< beheer van het bedrijf belasten bijzonderen ambtenaar zal moeten betreffen; Gezien de Gemeentewet; Hebben goedgevonden en verstaan: met vernietiging van het bestreden besluit van Gedeputeerde Staten van 14 Augustus 1929, aan de bij raadsbesluit van 16 Mei 1929, vastgestelde verordening regeling van het beheer der badinrichting van de gemeente R. als bedrijf, alsnog goedkeuring te verleenen. Boekbespreking. De zorg voor de Vol!(shuisvesting in de Stadsgemeenten in Nederlandsch-Indië. door Dr. Ir. G. Flieringa. ') Het is een gelukkige samenloop van omstandigheden, dat in hetzelfde jaar, waarin ons gedenkboek verschijnt, het speciale onderwerp der Volkshuisvesting, dat voor de decentralisatie van zoo groot belang is, meer uitvoering in een afzonderlijk boek bespreking vindt. Uitwendig goed verzorgd, op kunstdrukpapier gedrukt, en voorzien van vele fotos, maakt het werk dadelijk een gunstigen indruk en wanneer een belangstellende, die niet meer in het bijzonder op de hoogte is, het wat nader bekijkt, wordt die eerste indruk zeker bevestigd. Spreekt niet het voorwoord van Prof. Valckenier Kips van het kloeke werk van Dr. Flieringa en noemt de schrijver niet in zijn inleiding zelf het werk een studie op dit gebied? Wanneer men echter, zooals ondergeteekende, de geheele ontwikkeling der Volkshuisvesting in Indie gedurende de decentralisatieperiode van dichtbij heeft meegemaakt, dan merkt men al heel spoedig, dat het werk, zooal een studie, dan toch niet meer dan een zeer oppervlakkige studie genoemd zal mogen worden Men krijgt dan ongeveer denzelfden indruk als wanneer men reisbeschrijvingen leest van personen, die b.v. Indie bezocht hebben hun indrukken neerleggen in een boek. Omtrent onderwerpen, waarvoor zij zich geïnteresseerd hebben, vindt men dan nadere gegevens, welke zij plaatselijk verkregen, doch volledig is zoo'n onderwerp niet steeds bebehandeld. Slechts bij een langer verblijf, waarbij een meer nauwkeurig onderzoek mogelijk was men denke aan de bekende reisbrieven van Dr. van Blankestein in de Nieuwe Rotterdammer kan meerdere volledigheid bereikt worden. ') Verschenen bij Martinus Nyhoff. s' Gravenhage, 1930.
28 Zoo vindt men in het boeic veel aandaclit gewijd aan de beide Volkshuisvestingscongressen (1922 en 1925), waarvan de publicaties-die uiteraard thuis bekeken konden worden-voor een belangrijk deel zijn weergegeven. Nieuwe inzichten van den schrijver treft men hierbij niet aan; trouwens in het heele boek komen ze sporadisch voor en zijn dan bovendien óf zonder verdere motiveering neergeschreven óf ze toonen aan dat de schrijver de zaak niet begrepen heeft. Als men de hoofdstukken Inheemsche woningbouw op Java en op Sumatra leest en men ziet-overigens aardige-fotos van Tosari, Siboga, enz., dan valt het op, dat de schrijver wel heelemaal zijn eigenlijke onderwerp-de volkshuisvesting in de stadsgemeenten-vergeten heeft, doch blijkbaar daar reizend, interessante dingen heeft gezien en die en passant mee heeft willen vermelden. Het zou me te ver voeren, als ik thans dieper op een en ander inging, de beschikbare ruimte zou daarvoor zeker niet toereikend zijn. Slechts wil ik even er op wijzen, dat men-lettende op den titel-verwachten zou een meer uitvoerige behandeling van wat op Semarang op dit gebied werd tot stand gebracht Maar dan wordt men toch wel deerlijk teleurgesteld. Wat daaromtrent vermeld wordt, is nl weer uiterst onvolledig, terwijl daarentegen de schrijver omtrent andere plaatsen, waarvan bepaalde publicaties ten dienste stonden, in werkelijkheid veel vollediger is. Het geheel is dan ook niet meer dan-onvolledig-compilatiewerk. De voornaamste verdienste is, dat het door de goede verzorging de aandacht van niet ingewijden, ook-en wellicht vooral-in het moederland vestigt op dit zoo belangrijke vraagstuk. Uit dit oogpunt beschouwd is de publicatie niet anders dan toe te juichen. Weltevreden, October RÜCKERT. Personalia. Benoemd: tot lid van den plaatselijken raad van het Cultuurgebied der Oostkust van Sumatra, F. J. K. van der Wol, agent cultuurzaken van de Nederlandsche Handel Mij. tot lid van den gemeenteraad te Bindjai, J. Lenderink, inspecteur van de Langkat ondernemingen der N. V, Deli Maatschappij. tot leden van den provincialen raad van Oost-Java, H. J. M. Francken, administrateur der rubber en koffie-onderneming Kalidjompo bij Djember en R. Soekardjo Soerjopranoto, rechtskundige te Malang.
29 óf k Gekozen: tot leden van den provincialen raad van Oost-Java, K. H. M. Wilmers, makelaar te Soerabia, J. W. Bek, candidaat-notaris te Soerabaia, M. Soemadi» Indisch arts te Ngandjoek. Officieele Mededeelingen. Het Bestuur richtte onderstaand schrijven aan de gebiedsdeelen met eigen geldmiddelen: Ter uitvoering van het op het jongste Decentralisatiecongres te Soerabaia genomen besluit hebben wij de eer Uw College beleefd aan te bieden een ontwerp statuten, huishoudelijk reglement, beide met toelichting en 2 bijlagen ') betreffende een eventueel op te richten Vereeniging van autonome gemeenschappen, opgemaakt door ons Bestuur in samenwerking met den Regent van Mr. Cornells R. ABDOERACHMAN. Vermeend wordt, dat het niet meer noodig zal zijn nader uiteen te zetten, welk groot nut een dergelijke vereeniging voor de verdere ontwikkeling der decentralisatie in deze landen ongetwijfeld kan hebben, wanneer hij over een voldoende uitgerust bureau beschikt. Beleefd moge worden verwezen naar: Ie. No. 9 van Locale Belangen van 1 Mei j.l., waarin de noodzaak van de oprichting der Vereeniging door den Heer RÜCKERT werd uiteengezet. 2e. blz. 66 van het jongste congresverslag, waarvan een overdruk is bijgevoegd. Voor wat de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten betreft, welke als model voor de op te richten vereeniging kan dienen, zij beleefd verwezen naar de mede bijgevoegde overdruk der Locale Belangen afl. 14 d.d. 16 Juli Voorts zijn bij dit schrijven overgelegd een 3-tal bijlagen, genummerd I, Il en Hl. In de bijlagen I en II beknopt becijferd de kosten van het bureau zooals dat minimaal en zooals dat bij een iets ruimere financieele opzet noodzakelijk wordt geacht. Uit bijlage III zal U kunnen blijken wanneer de kleinste en wanneer de grootere opzet mogelijk zal zijn. Uw aandacht zij er beleefd op gevestigd, dat wanneer niet met de minimum opzet van het bureau als in bijlage I becijferd kan worden begonnen, naar onze meening beter niet tot de oprichting der Vereeniging worde overgegaan. Met een onvoldoende opzet beginnen moet o.i. leiden tot onvoldoende resultaten en zou het daaraan besteden geld beter kunnen worden gebruikt ) Hier niet opgenomen. "
30 -= 1076 = Wordt tot oprichting overgegaan en beantwoordt de opzet aan de verwachtingen dan zal het bureau vergroot moeten worden, waarbij dan uiteraard de daaraan verbonden consequenties t.z.t. nader onder de oogen zijn gezien. Voor de opzet van statuten en huishoudelijic reglement zij beleefd verwezen naar de daarbij behoorende nota's van toelichting. Nog zij vermeid, dat een en ander werd opgemaakt door een met deze materie vertrouwde jurist, die ter zake overleg pleegde met de betrokken afdeeling van het departement van Justitie. Tot slot mogen wij U verzoeken om zoo mogelijk voor 1 Januari a s. te willen mededeelen of Uw ressort als lid der Vereeniging wenscht toe te treden. In het bevestigend geval zouden wij U beleefd in overweging willen geven: Ie. Voor het volgende dienstjaar reeds dadelijk een post voor de contributie op Uwe begrooting te willen uittrekken. 2e. Een of meer personen te willen aanwijzen, die Uw ressort op de eventueele oprichtingsvergadering, waarin uiteraard-al dan niet gewijzigdstatuten en huishoudelijke reglement der nieuwe ereeniging moeten worden vastgesteld, zullen vertegenwoordigen. Examen Architect Locale Werken. Van wege de Vereeniging voor Locale Belangen zal in de tweede helft van de maand December 1930 het examen worden gehouden voor Architect Locale Werken, Bijzonderheden omtrent dit examen worden op verzoek verstrekt door den Secretaris der Examencommissie. Zij, die zich voor dat examen nog niet hebben opgegeven, kunnen dit alsnog doen vóór 15 November a.s. De Secretaris der Examencommissie, G. DE RAAD, Karrenweg 204, Semarang.
31 de ver- )ij dan oogen fd verermeid, rouwde /an het ari a s. cht toe contriop de nyagdmoeten Ie helft rchitect sie, willen et door nen dit
32 1 17e Jaar L( Ori D G de en Ree Vaste me Opneming Stukken Semarang, Pendrian 2 The I Hierond tratie van Ik heb : 1 Januari hoeve van *e beginne Op 1 Ja B B B D G terwijl op "og te vo ƒ 3.000,- ƒ 1.000,- -*-^-^
17e Jaargang. 1 Juni 1930. Afl. 11.
17e Jaargang. 1 Juni 1930. Afl. 11. Locale Belangen Orgaan van de Vereeniging voor Locale Belangen. Verschijnt den Isten en 16den van elke maand. De Vereeniging is opgericht in 1913 en als rechtspersoon
Naklanken van het congres.
15e Jaargang. 16 Mei 1928. Afl. 10. Locale Belangen Orgaan van de Vereeniging voor Locale Belangen Verschijnt den Isten en 16den van elke maand. De Vereeniging is opgericht in 1913 en als rechtspersoon
LOCALE BELANGEN ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN.
19de Jaargang 1 Mei 1932 Aflevering 9 S LOCALE BELANGEN ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN. Verschijnt den Isten en 16den van elke maand. Opneming van een stuk beteekent niet, dat de Redactie
I LOCALE BELANGEN j. j ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN. j 19de Jaargang 1 April 1932 Aflevering 7 j
j 19de Jaargang 1 April 1932 Aflevering 7 j I LOCALE BELANGEN j j ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN. S Verschijnt den Isten en 16den van elke maand. Opneming van een stuk beteekent niet, dat
Locale Belangen Orgaan van de Vereeniging voor Locale Belangen. Verschijnt den Isten en 16de i van elke maand.
I8e Jaargang. 16 Juni 1931. Afl. 12. Locale Belangen Orgaan van de Vereeniging voor Locale Belangen. Verschijnt den Isten en 16de i van elke maand. De Vereeniging is opgericht in 1912 en ais rechtspersoon
De herziene wegverkeerswetgeving en de lagere wetgevers
22e Jaargang 1 FEBRUARI 1935 Aflevering 3. 33 De herziene wegverkeerswetgeving en de lagere wetgevers door Mr. Dr. F. J. W. H. SANDBERGEN. De laatste herziening van de wegverkeerswetgeving bij de regeeringsverordening
Locale Belangen Orgaan van de Vereeniging voor Locale Belangen. Verschijnt den Isten en 16den van elke maand.
18e Jaargang. 16 Januari 1931. Afl. 2. Locale Belangen Orgaan van de Vereeniging voor Locale Belangen. Verschijnt den Isten en 16den van elke maand. De Vereeniging is opgericht -in 1Q12 en als reclitspersoon
ORGAAN VAN DE VEREENiGING VOOR LOCALE BELANGEN. Verschijnt den Isten en 16den van elke maand.
i9de Jaargang 1 Januari 1932 abbashtlbhbbebbbib B Aflevering 1 S ORGAAN VAN DE VEREENiGING VOOR LOCALE BELANGEN. Verschijnt den Isten en 16den van elke maand. Dc Vcreenigiiip; is opgericht in 1912 en als
,ocaie ueiangen. OrgaaH vais de VereeraigiMg voor Locale Belaisgen Verschsjat den Isfea ea 16deu van elke maaad.
16e Jaargang 16 October 1929. Afl. 20.,ocaie ueiangen OrgaaH vais de VereeraigiMg voor Locale Belaisgen Verschsjat den Isfea ea 16deu van elke maaad. De Vereeniging is opgericht in 1913 en als rechtspersoon
LOCALE BELANGEN ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN.
367 Ode Jaargang 16 November 1932 Aflevering 22 S LOCALE BELANGEN ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN. Verschijnt den Isten en 16den van elke maand. Opneming van een stuk beteekent niet, dat
14e. Jaargang. Afl Jan
14e. Jaargang. Afl. 2. 16 Jan. 1927. dily t30 Orgaan van de Vereeniging voor Locale Belangen. (Goedgekeurd bij Qouvernements-Besluit ddo. 31 Juli 1922 No. 75.] Verschijnt den Isten en IGden van elke maand
Wet van 25 mei 1937, tot het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten
(Tekst geldend op: 26-08-2014) Wet van 25 mei 1937, tot het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin
TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1954 No. 126
23 (1954) No. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1954 No. 126 A. TITEL Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië, inzake overdracht door Indonesië
GOUVERNEMENTSBLAD van SURINAME
1972 No. 173 GOUVERNEMENTSBLAD van SURINAME LANDSBESLUIT van 28 december 1972, houdende uitvoering van de artikelen l lid 3, 2 sub 2, 3, 4, 9 lid 2 van de Landsbedrijvenverordening" (G.B. 1971 No. 181).
LOCALE TECHNIEK TECHNISCH ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN
LOCALE TECHNIEK TECHNISCH ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN 2c JAARGANG No. 4 OCTOBER 1933 Adres voor alle brieven en stukken betreffende Redactie en Administratie : Limburgiastraat 6, Bandoeng.
Locale Belangen Orgaan van de Vereeniging voor Locale Belangen. Verschijnt den Isten en 16den van elke maand.
18e Jaargang. 16 April 1931. Afl. 8' Locale Belangen Orgaan van de Vereeniging voor Locale Belangen. Verschijnt den Isten en 16den van elke maand. De Vereeniging is opgericht in 1912 en als rechtspersoon
64-1 GEMEENSCHAPPELIJK REGELING REGIONAAL ONDERWIJSBELEID WALCHEREN
GEMEENSCHAPPELIJK REGELING REGIONAAL ONDERWIJSBELEID WALCHEREN De raden, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Vlissingen, Veere en Middelburg, ieder voor zover zij voor de eigen
Algemene Subsidieregeling 2008
Algemene Subsidieregeling 2008 Paragraaf 1 Inleidende bepalingen Artikel 1.1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. gemeentebestuur: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van besluiten betreffende
WET van 3 juni 2002, houdende instelling van het Instituut voor Bevordering van Investeringen in Suriname (Wet Investsur) (S.B no. 41).
WET van 3 juni 2002, houdende instelling van het Instituut voor Bevordering van Investeringen in Suriname (Wet Investsur) (S.B. 2002 no. 41). HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 In deze wet en daarop
ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MAASTRICHT 2015
ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MAASTRICHT 2015 Algemene subsidieverordening gemeente Maastricht 2015 1 INHOUD Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen... 3 Artikel 1 Definities... 3 Artikel 2 Wettelijke
i ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN \ : Verschijnt den Isten en 16den van elke maand. :
13 : 20e Jaargang 16 JANUARI 1933 Aflevering 2 j I LoTcATE BELANGEN I i ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN \ : Verschijnt den Isten en 16den van elke maand. : " Opneming van een stuk beteekent
GEMEENTEBLAD 2002 nr. 121
GEMEENTEBLAD 2002 nr. 121 Burgemeester en wethouders van de gemeente Maassluis; gezien de instemming van de plaatselijke commissie voor georganiseerd overleg; besluiten: vast te stellen de volgende: VERORDENING,
Rederlandschlndisde laatschappij
J VAN-PE Rederlandschlndisde laatschappij VAN NIJVERHEID en LANDBOUW. i:, o-i, Handel enz. JK ^f ",. 'T 4 STATUTEN VAN DE Rederlandsch-Indische Maatschappij VAN NIJVERHEID en LANDBOUW. OGILVIE & Co. 1885.
Geconsolideerde tekst van de regeling
Geconsolideerde tekst van de regeling 1952. N. 30. GEMEENTEBLAD VAN ROTTERDAM De Raad der gemeente Rotterdam, Gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders; BESLUIT: A. Uit de gewone middelen der
een gedraging van de Douane van Curaçao, welke gedraging toe te schrijven is aan de Minister van Financiën, (hierna de Minister).
KlRz 041/2013 RAPPORT inzake de klacht van [Verzoeker ] tegen een gedraging van de Douane van Curaçao, welke gedraging toe te schrijven is aan de Minister van Financiën, (hierna de Minister). - 2-1. Inleiding
MEMO WGR. 1. Inleiding
MEMO WGR Aan : de heer E. Lionarons Van : Bart van Meer en Jasper Molenaar Inzake : Voorstel herziening Samenwerkingsregeling Regio Achterhoek 24e herziening Datum : 12 maart 2018 1. Inleiding 1.1. De
HUISHOUDELIJK REGLEMENT VOGELWACHT UTRECHT
Lidmaatschap Art.1 Art. 2 De namen der leden, jeugdleden en donateurs worden door publikatie in het orgaan van de vereniging bekend gemaakt. Een lid, jeugdlid, of donateur wordt als zodanig toegelaten
Generale regeling voor stichtingen en besloten vennootschappen van de Protestantse Kerk in Nederland. als bedoeld in ordinantie 11-27-3
Generale regeling voor stichtingen en besloten vennootschappen van de Protestantse Kerk in Nederland als bedoeld in ordinantie 11-27-3 Inhoudsopgave Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3. Artikel 4. Artikel
Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten
Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Afdeling openbaarheid van bestuur 14 december 2009 ADVIES 2009-78 Advies uit eigen beweging over de gevolgen voor de openbaarheid
Kaderverordening subsidies provincie Groningen 1998. Hoofdstuk 1: Begripsbepalingen en algemene bepalingen
Kaderverordening subsidies provincie Groningen 1998 Hoofdstuk 1: Begripsbepalingen en algemene bepalingen Artikel 1 1. In deze verordening wordt verstaan onder provinciebestuur: het bevoegde orgaan van
gelet op artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 49 van de Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Nederrijn, Lek en Waal;
Het algemeen bestuur van het Recreatieschap Nederrijn, Lek en Waal; gelezen het voorstel van het dageiijks bestuur; gelet op artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 49 van de Gemeenschappelijke
INBRENG IN de besloten vennootschap: UNIVÉ HET ZUIDEN BEMIDDELING B.V. gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal)
Blad 1 INBRENG IN de besloten vennootschap: UNIVÉ HET ZUIDEN BEMIDDELING B.V. gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal) Heden, ***, verscheen voor mij, mr. **, notaris te **: **, te dezen handelend als schriftelijk
Wet van 25 mei 1937, tot het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten
pagina 1 van 5 Wet van 25 mei 1937, tot het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren
Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, San Francisco,
Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, San Francisco, 09-07-1948 (vertaling: nl) Verdrag No. 87 betreffende de vrijheid tot
ONZE INDUSTRIE. Adres voor alle brieven en stukken betreffende Redactie en Administratie: Postbus 23, Bandoeng.
I.B.T. LOCALE TECHNIEK TECHNISCH ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN EN DE VEREENIGING VAN BOUWKUNDIGEN 3c JAARGANG No, 4 JULI 1934 37c JAARGANG VAN HET INDISCH BOUWKUNDIG TIJDSCHRIFT Adres
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.
RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht
: Landsverordening Sociale Verzekeringsbank. Citeertitel: Landsverordening Sociale Verzekeringsbank
Intitulé : Landsverordening Sociale Verzekeringsbank Citeertitel: Landsverordening Sociale Verzekeringsbank Vindplaats : AB 1995 no. GT 1 Wijzigingen: Geen Artikel 1 Er is in Aruba een bank, genaamd Sociale
LOCALE TECHNIEK TECHNISCH ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN
LOCALE TECHNIEK TECHNISCH ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN Ie JAARGANG 1/2 JAN./APRIL 1932 Adres voor alle brieven en stukken betreffende Redactie en Administratie : Slachthuisweg 47, Bandoeng.
UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden.
Nr 3213 ar. JZio GEMEENTE DORDRECHT UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Artikel l Deze verordening verstaat onder: a. ontslag: ontslag als bedoeld in artikel H 12a van het Algemeen Ambtenarenreglement
STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN.
STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. (N*. 628.) WET van den 22sten April 1937, tot regeling van het zelfstandig uitoefenen van beroepen en bedrijven door vreemdelingen. BIJ DE GRATIE GODS, KONINGIN
Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87)
Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) ---------------------------------------------------------------- LANDSVERORDENING
LOCALE TECHNIEK TECHNISCH ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN
LOCALE TECHNIEK TECHNISCH ORGAAN VAN DE VEREENIGING VOOR LOCALE BELANGEN Ie JAARGANG No, 4 OCTOBER 1932 Adres foor alle brieven en stukken betreffende Redactie en Administratie : Limburgiastraat 6, Bandoeng.
ONTWERP DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,
WET van..., houdende regels inzake de financiële verhouding tussen de Staat en de districten (Wet Financiële Verhoudingen) ONTWERP DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME, In overweging genomen hebbende,
DE RAAD VAN BEROEP VOOR DE DIRECTE BELASTINGEN TE s-gravenhage,
RAAD VAN BEROEP voor de DIRECTE BELASTINGEN te s-gravenhage. Aangeteekend per post aan partijen toegezonden 26 Mei 1937 De Secretaris van den Raad van Beroep voor de directe belastingen te s-gravenhage
Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming
Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming (Wet op de loonvorming [Versie geldig vanaf: 17-02-1999]) Geschiedenis: Staatsblad 1997, 63;Staatsblad
Besluit van Provinciale Staten
Besluit van Provinciale Staten Vergaderdatum Januari 2015 Nummer 6772 Onderwerp Vaststelling van de Archiefverordening Provincie Zuid- Holland 2014 1 Besluit Provinciale Staten van Zuid-Holland, Gelet
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING NOORDELIJKE REKENKAMER 2013
Provinciale Staten van de Provincie Drenthe, Groningen en Fryslân: Gelet op het bepaalde in artikel 79l van de Provinciewet en artikel 40 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen; B E S L U I T E N de
Staatsblad April WET tot bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen.
Staatsblad 302. 23 April 1936. WET tot bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen. Wij WILHELMINA, enz.... doen te weten: Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is bepalingen
gelezen het voorstel van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Wedeka bedrijven van 5 november 2015;
Het college van de gemeente Stadskanaal gelezen het voorstel van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Wedeka bedrijven van 5 november 2015; gelet op artikel 23 van de gemeenschappelijke
Overzicht van de wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam Crematoria Twente
Overzicht van de wijzigingen in de Openbaar Lichaam Crematoria Twente Artikelnummer Oude tekst Nieuwe tekst 1, lid 1 De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de in de
==================================================================== De vergunning en de verplichtingen van de vergunninghouder.
Intitulé : Bioscoopverordening Citeertitel: Bioscoopverordening Vindplaats : AB 1990 no. GT 12 Wijzigingen: AB 1997 nos. 33, 34 De vergunning en de verplichtingen van de vergunninghouder Artikel 1 1. Het
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME
Wet van... houdende nadere wijzigingen van de Grondwet van de Republiek Suriname (S.B. 1987 No.116, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B.1992 No.38) ONTWERP DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME In overweging
HUISHOUDELIJK REGLEMENT KBO AFDELING ZEEWOLDE
HUISHOUDELIJK REGLEMENT KBO AFDELING ZEEWOLDE Artikel 1 Verantwoording Krachtens het in artikel 24 van de statuten van KBO Zeewolde bepaalde, is er een reglement voor de afdelingen. Artikel 2 Doel - middelen
AKTE VAN STATUTENWIJZIGING STICHTING PRIORITEIT ORDINA GROEP
1 AKTE VAN STATUTENWIJZIGING STICHTING PRIORITEIT ORDINA GROEP Heden, [ ] tweeduizend veertien, verscheen voor mij, mr. Marcel Dirk Pieter Anker, notaris te Amsterdam: [ ]. De comparant verklaarde dat
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING REGIONAAL BUDGETBEHEER INGEVOLGE BESLUIT WONINGGEBONDEN SUBSIDIES VOOR DE REGIO ZEEUWSCH-VLAANDEREN 2006
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING REGIONAAL BUDGETBEHEER INGEVOLGE BESLUIT WONINGGEBONDEN SUBSIDIES VOOR DE REGIO ZEEUWSCH-VLAANDEREN 2006 Artikel 1 (instelling rechtspersoon) 1. Er is een openbaar lichaam,
Europees Handvest inzake lokale autonomie
(Tekst geldend op: 04-02-2010) Europees Handvest inzake lokale autonomie (vertaling: nl) Europees Handvest inzake lokale autonomie PREAMBULE De Lidstaten van de Raad van Europa die dit Handvest hebben
Verboden handelingen en gedragscode raadsleden Artikel 15 Opleggen geheimhoudingsplicht Artikel 25
Bijlage bij het voorstel inzake de gedragscode leden van de gemeenteraad en gedragscode burgemeester en wethouders bepalingen uit de Gemeentewet over de integriteit. RAADSLEDEN Nevenfuncties Artikel 12
VERORDENING BESTUURSCOMMISSIE OPENBAAR BASISONDERWIJS WEERT
VERORDENING BESTUURSCOMMISSIE OPENBAAR BASISONDERWIJS WEERT De raad der gemeente Weert; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Weert van 10 februari 2004; overwegende,
Gemeente Den Haag BSD/ RIS
Gemeente Den Haag BSD/2015.92 RIS 280743 Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg, en het college
STAATSBLAD VAN HBT KONINKRIJK DER NEDERLANDEN.
STAATSBLAD VAN HBT KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. (F. 521.) BESLUIT van den 16den Augustus 1918, houdende nadere voorschriften betreffende het tooezicht op hier te lande vertoevende vreemdelingen. WIJ WILHELMINA,
Rapport. Datum: 18 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/325
Rapport Datum: 18 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/325 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen Venlo tot het moment van indienen van de klacht bij de Nationale
De Provinciewet en de Rekenkamer
De Provinciewet en de Rekenkamer HOOFDSTUK XIa. DE BEVOEGDHEID VAN DE REKENKAMER Artikel 183 1. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het provinciebestuur
Autoriteit Financiële Markten. Captin B.V., statutair gevestigd te Amsterdam. handelsfaciliteit
REGLEMENT STICHTING BEWAARINSTELLING CAPTIN 1. DEFINITIES 1.1 In dit Reglement wordt verstaan onder: "Account" "AFM" "Bestedingsruimte" (i) een Ledenaccount als bedoeld in het Handelsreglement, (ii) een
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING REGIONAAL HISTORISCH CENTRUM RIJNSTREEK EN LOPIKERWAARD
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING REGIONAAL HISTORISCH CENTRUM RIJNSTREEK EN LOPIKERWAARD De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Lopik, Montfoort, Oudewater, Woerden
Kaderverordening subsidies provincie Groningen 1998
CVDR Officiële uitgave van Groningen. Nr. CVDR244162_9 14 juli 2017 Kaderverordening subsidies provincie Groningen 1998 Provinciale Staten van Groningen; Besluiten: Hoofdstuk 1: Begripsbepalingen en algemene
Gemeenschappelijke Regeling. Samenwerkingsverband Noord-Nederland
Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Noord-Nederland 1 Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Noord-Nederland Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de commissarissen van de Koning
*ZE9DBFBE563* Raadsvergadering d.d. 19 februari 2015
*ZE9DBFBE563* Raadsvergadering d.d. 19 februari 2015 Agendanr.. Aan de Raad No.ZA.14-27443/DV.14-436, afdeling Middelen en Advies. Sellingen, 12 februari 2015 Onderwerp: Verordening behandeling bezwaarschriften
1965 No.10. Landsverordening van 22 augustus 1964 houdende bepalingen met betrekking tot de arbeidsbemiddeling (Arbeidsbemiddelingsverordening).
HOOFDSTUK IX ARBEIDSBEMIDDELINGSVERORDENING 1965 No.10 GOUVERNEMENTSBLAD van SURINAME Landsverordening van 22 augustus 1964 houdende bepalingen met betrekking tot de arbeidsbemiddeling (Arbeidsbemiddelingsverordening).
Verordening Bezwarenprocedure Personele Aangelegenheden
Verordening Bezwarenprocedure Personele Aangelegenheden Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig tot
artikel 40, eerste en tweede lid van de Archiefwet 1995 en artikel 36 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht
Archiefverordening RUD Utrecht 2014 Het algemeen bestuur van de RUD Utrecht gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van RUD Utrecht Gelet op: artikel 40, eerste en tweede lid van de Archiefwet 1995
INBRENG IN de naamloze vennootschap: N.V. UNIVÉ HET ZUIDEN SCHADEVERZEKERINGEN, gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal)
Blad 1 INBRENG IN de naamloze vennootschap: N.V. UNIVÉ HET ZUIDEN SCHADEVERZEKERINGEN, gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal) Heden, ***, verscheen voor mij, mr. **, notaris te **: **, te dezen handelend
Wet van 24 december 1927, houdende nadere regeling van de Collectieve Arbeidsovereenkomst
(Tekst geldend op: 18-03-2009) Wet van 24 december 1927, houdende nadere regeling van de Collectieve Arbeidsovereenkomst Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
3. Bij brief van 3 mei 2007 heeft het hoogheemraadschap naar aanleiding van een brief van verzoekster van 27 maart 2007 gesteld:
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft geweigerd haar kwijtschelding te verlenen van de waterschapsbelasting 2007. Zij is het er niet mee
