Praktijkrichtlijn voor Planteksten PRPT2012
|
|
|
- Raphaël de Croon
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Praktijkrichtlijn voor Planteksten PRPT2012 datum 15 november 2012 versie 1.1 definitief rechtenbeleid Naamsvermelding-GeenAfgeleideWerken 3.0 Nederland (CC BY-ND 3.0)
2 Inhoudsopgave 1 Objectgerichte planteksten Aanleiding Toepassingsgebied Status Leeswijzer 4 2 Wat en Waarom Wat zijn objectgerichte planteksten? Welke teksten kunnen objectgericht worden gemaakt? Waarom objectgerichte teksten? 5 3 Schrijven van een objectgerichte tekst Algemeen TekstObjecten Verwijzingen Verschillende planfiguren, verschillende toepassing 7 4 Modelmatige opbouw De objectbenadering van IMRO2012 en objectgerichte planteksten De basisindeling van objectgerichte teksten Verbeelding van geometrie en tekst Uitgangspunt uit te wisselen gegevens 10 5 De planobjecten met attributen Klasse TekstObject Klasse TekstMetaData 15 2 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
3 Hoofdstuk 1 Objectgerichte planteksten De Praktijkrichtlijn voor Planteksten maakt het mogelijk om de teksten van ruimtelijk instrumenten objectgericht op te bouwen. In dit hoofdstuk is de achtergrond van de praktijkrichtlijn gegeven evenals de strekking van de standaard. 1.1 Aanleiding In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is vastgelegd dat planologische visies, plannen, besluiten, verordeningen, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen digitaal vervaardigd en op elektronische wijze beschikbaar gesteld moeten worden. Daarnaast is ook in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een verplichte elektronische beschikbaarstelling opgenomen voor sommige gevallen. Om dit mogelijk te maken zijn de RO standaarden ontwikkeld. Deze verplichte RO Standaarden zijn: Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012); Standaard voor Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012); Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012); Informatiemodel Ruimtelijke Ordening voor Planteksten (IMROPT2012). De standaard voor planteksten (IMROPT2012) is onder voorwaarde verplicht. Toepassing van IMROPT2012 is verplicht wanneer de bronhouder ervoor kiest de planteksten in objectgerichte vorm (XML) beschikbaar te stellen. IMRO2012 is normstellend voor de codering van ruimtelijke instrumenten. IMRO2012 is van belang voor applicatiebouwers en als referentie voor andere IMRO2012 gerelateerde documenten. IMRO2012 wordt beschreven zonder in te gaan over de praktische toepassing van het model voor het coderen van digitale ruimtelijke instrumenten. Alle voor dit toepassingsdoel benodigde informatie is opgenomen in zogenoemde praktijkrichtlijnen: Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen (PRBP2012); Praktijkrichtlijn gemeentelijke Structuurvisies (PRgSV2012); Praktijkrichtlijn provinciale Structuurvisies (PRpSV2012); Praktijkrichtlijn Rijks Structuurvisies (PRrSV2012); Praktijkrichtlijn Gebiedsgerichte Besluiten (PRGB2012); Praktijkrichtlijn Provinciale Verordening (PRPV2012); Praktijkrichtlijn Algemene Maatregel van Bestuur (PRAMvB2012); Praktijkrichtlijn voor Planteksten (PRPT2012); Praktijkrichtlijn Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (PRTRI2012). Tot slot is er ook een richtlijn voor de analoge bestemmingsplan kaart: Praktijkrichtlijn Analoge Bestemmingsplan Kaart (PRABPK2012). Bovenstaande praktijkrichtlijnen zijn met name gericht op de geometrie en opbouw van de desbetreffende instrumenten. De geografie vormt hierbij de ingang voor het raadplegen van de ruimtelijke plannen. Om ruimtelijke plannen efficiënter en effectiever toegankelijk te maken, is het nodig ook met de planteksten objectgericht om te gaan. Dat levert een aantal voordelen op die benoemd worden in paragraaf 2.3. Binnen de RO standaarden 2012 is het gebruik van objectgerichte planteksten mogelijk. Hiermee wordt het mogelijk om de tekst te laten fungeren als ingang voor het raadplegen van het ruimtelijk plan. 3 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
4 Het voorliggende document betreft de Praktijkrichtlijn voor Planteksten (PRPT2012). Deze praktijkrichtlijn beschrijft de wijze waarop objectgerichte planteksten kunnen worden opgebouwd en uitgewisseld binnen de RO Standaarden Deze praktijkrichtlijn vormt een toelichting op het IMRO2012 voor Planteksten: IMROPT2012. In deze 2012 versie ligt de nadruk op bevorderen van uitwisselbaarheid. 1.2 Toepassingsgebied IMROPT2012 en deze praktijkrichtlijn zijn van toepassing op alle instrumenten waarop het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) van toepassing is: bestemmingsplan; rijksbestemmingsplan; inpassingsplan; structuurvisie; beheersverordening; voorbereidingsbesluit; aanwijzingsbesluit (proactieve aanwijzing); reactieve aanwijzing; provinciale verordening; algemene maatregel van bestuur; ministeriële regeling; exploitatieplan; omgevingsvergunning. Het ligt niet voor de hand om een gerechtelijke uitspraak als objectgerichte plantekst conform IMROPT beschikbaar te stellen, dit is echter wel mogelijk en toegestaan. 1.3 Status Zoals hierboven beschreven is in Wro en Wabo vastgelegd dat bepaalde ruimtelijk instrumenten op elektronische wijze beschikbaar gesteld moeten worden. Binnen deze vereisten is het toegestaan om de teksten van deze ruimtelijk instrumenten in objectgerichte vorm beschikbaar te stellen als authentieke bronbestanden conform IMROPT2012. Toepassing van IMROPT2012 en deze praktijkrichtlijn is binnen de RO standaarden 2012 facultatief voor bronhouders, omdat het ook toegestaan is om teksten in HTML en PDF beschikbaar te stellen. In de STRI2012 en bijbehorende Praktijkrichtlijn Ruimtelijke Instrumenten (PRTRI2012) wordt hier nader op ingegaan. Voor afnemers houdt de mogelijkheid om planteksten alleen in objectgerichte vorm (XML) beschikbaar te stellen als authentieke bronbestanden de verplichting in om dit uitwisselingsformaat te ondersteunen. Immers, er zullen plannen beschikbaar worden gesteld waarvan de teksten alleen in dit XML formaat beschikbaar zijn. 1.4 Leeswijzer In Hoofdstuk 2 wordt er ingegaan op wat objectgerichte teksten zijn en welke voordelen en extra mogelijkheden het gebruik er van biedt boven traditionele teksten. In Hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het schrijven van objectgerichte teksten. Hoofdstuk 4 beschrijft de modelmatige opbouw. Tot slot worden in Hoofdstuk 5 de planobjecten en hun attributen toegelicht. 4 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
5 Hoofdstuk 2 Wat en Waarom In dit hoofdstuk wordt ingegaan op twee zaken: wat zijn objectgerichte teksten en welke voordelen biedt het gebruik er van boven traditionele teksten. 2.1 Wat zijn objectgerichte planteksten? Objectgerichte teksten zijn gewone teksten, die op een slimme manier in stukken (objecten) zijn verdeeld. Bij objectgerichte planteksten worden planteksten opgeknipt in stukken zoals hoofdstukken, paragrafen en subparagrafen of artikelen, leden en subleden. Uitgangspunt is dat ieder object (stuk) zelfstandig leesbaar is, een titel heeft, begint met een hoofdletter en eindigt met een punt. Dit helpt de lezer, zeker als de plannen via het internet worden ontsloten waarbij vaak fragmentarisch door de tekst kan worden genavigeerd. In het beste, meest objectgerichte geval, kan de tekst in vaststaande, betekenisvolle delen worden verdeeld. Dat is inmiddels het geval voor de regels van bestemmingsplannen. Daarvan is exact bekend, uit de SVBP2012, hoe ze zijn ingedeeld. Daar is dus in objectgerichte termen eigenlijk ook geen sprake van een artikel, maar van een bestemming waarvan de beschrijving in een artikel te vinden is. Voor de overige teksten geldt dit (nog) niet. Bij het indelen van overige teksten in objecten gebruik je de normale ordenende principes voor het schrijven van teksten. Een document bestaat uit verschillende delen die weer uit delen kunnen worden opgebouwd. Zo kan steeds een dieper niveau aan de structuur worden toegevoegd. Ieder object krijgt een eigen identificatie waardoor ernaar verwezen kan worden; vanuit geometrie of vanuit de tekst. Of zelfs vanuit een externe bron. Aan ieder object kunnen aanvullende kenmerken worden toegevoegd, bijvoorbeeld welk soort object het is -bijvoorbeeld een begripsbepaling- en met welke objecten het samenhangt. 2.2 Welke teksten kunnen objectgericht worden gemaakt? In principe kunnen alle teksten die volgens een vaste structuur worden geschreven objectgericht worden gemaakt. Deze praktijkrichtlijn geeft alleen invulling aan de ruimtelijk instrumenten zoals genoemd in paragraaf 1.2 van deze praktijkrichtlijn. 2.3 Waarom objectgerichte teksten? Bij het gebruik van ruimtelijke plannen hebben objectgerichte planteksten in potentie veel voordelen. Objectgerichte teksten zijn uitwisselbaar, beter met de geometrie te verbinden, beter doorzoekbaar en beter op maat te tonen aan de lezer. Ook voor de schrijver is er een aantal voordelen. In de volgende alinea s staan de belangrijkste redenen voor het gebruik van objectgerichte teksten. 5 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
6 Objectgerichte planteksten maken volledig uitwisselen mogelijk Een objectgerichte tekst kan, net als de objectgerichte kaart, verder worden bewerkt. Dat betekent dat objectgerichte teksten ook gebruikt kunnen worden voor uitwisseling in processen. Met de HTML/PDF versies die eindversies zijn kan dit niet, omdat dit presentatieformaten zijn die niet ingericht zijn om weer te bewerken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uitwisseling tussen adviesbureaus en opdrachtgevers. Objectgerichte teksten kunnen dienen als basis bij herzieningen Als (plan)teksten herzien worden, levert dit soms veel werk op omdat de bewerkbare versie van een plan niet meer beschikbaar is. Als een objectgerichte (XML) tekst de officiële versie is, bestaat dat probleem niet meer. Objectgerichte teksten sluiten beter aan op de IMRO2012-gecodeerde geometrie Op het moment dat zowel de geometrie als de tekst uit objecten bestaan, kunnen relaties worden gelegd tussen deze objecten. Zo worden geometrie en tekst onderling en met elkaar verbonden. Door de relaties tussen de objecten en de kenmerken van die objecten, ontstaat beter raadpleegbare informatie. Het wordt mogelijk vanuit de digitale verbeelding naar de bijbehorende tekst te gaan, maar ook omgekeerd van tekst naar verbeelding is mogelijk. Ook binnen teksten zijn verwijzingen mogelijk. Objectgerichte teksten zijn beter toegankelijk Objectgerichte teksten kunnen beter raadpleegbaar gemaakt worden dan bijvoorbeeld Word- of HTMLdocumenten. Omdat: Gegevens op meerdere manieren kunnen worden getoond. Iedere gebruikersgroep kan een eigen bril krijgen. Makelaars kunnen informatie anders gepresenteerd krijgen dan burgers; Gegevens ook anders kunnen worden getoond op verschillende media; Zoekmechanismen beter en verfijnder kunnen worden gemaakt; Geometrie en tekst beter verknoopt zijn; Meer vraaggericht werken met plannen mogelijk is: de gebruiker heeft een vraag en maakt deze kenbaar. Hij krijgt de informatie die daar bij hoort. Informatie moet hiervoor slimmer zijn opgeslagen dan in HTML of PDF. Er is minder kans op fouten Vooraf ligt vast welke soort objecten er zijn en hoe deze samenhangen. Er kan dan ook alleen maar op die manier worden gewerkt. Nummeringen, koppelingen en verwijzingen worden automatisch bijgehouden, wat fouten voorkomt. Inhoud en opmaak (verbeelding) zijn gescheiden bij objectgerichte planteksten Kenmerk van objectgericht werken is dat vorm en inhoud gescheiden zijn. Omdat de inhoud volledig gescheiden is van opmaak, hoeft de planschrijver zich niet bezig te houden met opmaak. De opmaak is apart geregeld. In de STRI2012 en de PRTRI2012 wordt hier nader op ingegaan. Objectgerichte planteksten hebben één bron en vele verschijningsvormen Vanuit dezelfde bron kunnen zonder veel werk papieren afdrukken en digitale versies in allerlei soorten (Word, PDF, HTML, database etc.) worden gegenereerd. 6 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
7 Hoofdstuk 3 Schrijven van een objectgerichte tekst In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het algemene schrijfproces van objectgerichte teksten. 3.1 Algemeen Een goed opgebouwde tekst kent een heldere structuur. Voor de schrijver is dit gemakkelijk, omdat duidelijk is wat waar hoort. Voor de lezer helpt een duidelijke en herkenbare structuur bij het doorgronden van de tekst. Objectgericht tekstverwerken vereist structuur. Vooraf is vastgelegd hoe de tekst in elkaar zit. Dat kan heel gedetailleerd, zoals bij bestemmingsplannen. Maar dat kan ook alleen op globaal niveau. 3.2 TekstObjecten Een tekstobject bestaat uit een zelfstandig leesbaar stuk(-je) tekst met een titel. De inhoud van een object kan bestaan uit tekst, maar ook uit andere objecten of een combinatie van beide. Als een hoofdstuk bestaat uit een aantal paragrafen zijn dat ook zelfstandige objecten. Zijn er binnen de paragrafen subparagrafen aanwezig, dan zijn ook dit weer zelfstandige objecten. 3.3 Verwijzingen Alle objecten hebben een eigen identificatie. Daarmee zijn ze vindbaar en definieerbaar voor geautomatiseerde systemen. Er kan vanuit de digitale verbeelding naar worden verwezen ( klik en open de tekst ), maar ook binnen de tekst kan verwezen worden ( zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 ). Of verwezen mag worden naar alle niveaus, hangt af van regelingen die daarvoor per instrument getroffen kunnen zijn. Deze standaard zegt hier niets over. 3.4 Verschillende planfiguren, verschillende toepassing Objectgerichte planteksten zijn een relatief nieuw fenomeen. Op het gebied van bestemmingsplannen en structuurvisies is er al behoorlijk wat ervaring opgedaan. Bovendien zijn de regels van bestemmingsplannen zeer goed gestructureerd en is deze structurering ook wettelijk geborgd via de SVBP2012. Voor andere ruimtelijke instrumenten is er minder structuur voorhanden. In iedere praktijkrichtlijn zoals genoemd in paragraaf 1.1 wordt er om die reden apart aandacht besteed aan de opbouw van de objectgerichte teksten. 7 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
8 Hoofdstuk 4 Modelmatige opbouw In dit hoofdstuk wordt de algemene modelmatige opbouw van objectgerichte teksten geschetst inclusief de relatie met IMRO objecten. 4.1 De objectbenadering van IMRO2012 en objectgerichte planteksten Het IMRO2012 definieert de objectgerichte benadering binnen de ruimtelijke ordening. De digitale verbeelding wordt ontleed tot haar samenstellende (geometrisch bepaalde) delen. Het IMRO2012 kent hierbij plangebieden en planobjecten. De planobjecten bevinden zich altijd binnen een plangebied. plangebied planobject planobject planobject Figuur 1 Algemene modelopbouw IMRO2012 Planteksten kunnen ook gezien worden als een verzameling objecten. In het onderliggende model bestaat het plantekstenbestand uit twee soorten objecten: TekstMetadata en TekstObject. Daarbij worden alle onderdelen met een nummer en/of een titel als TekstObject beschouwd. TekstMetadata bevat de kenmerken die horen bij alle TekstObjecten samen. Omdat het om ruimtelijke plannen gaat zijn TekstMetadata en alle TekstObjecten altijd met een plangebied verbonden. plangebied TekstMetadata TekstObject TekstObject TekstObject Figuur 2 Relatie tussen plangebied en tekstobjecten IMRO2012 noemt deze objectsoorten (TekstMetadata en TekstObject) Klassen. Elke klasse kent eigenschappen die als attributen worden toegekend. Voor objectgerichte planteksten is een uitbreiding op IMRO2012 gemaakt. In het IMRO2012 zijn voor de verschillende soorten instrumenten specifieke versies van plangebieden en planobjecten gemaakt. Zo heet de klasse plangebied voor bestemmingsplannen bestemmingsplangebied en is een bestemmingsvlak een voorbeeld van een klasse planobject. Bij objectgerichte planteksten wordt 8 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
9 dit onderscheid niet gemaakt. Voor ieder ruimtelijk instrument zijn alleen de klassen TekstMetadata en TekstObject in gebruik. Voor de verschillende instrumenten zijn er mogelijk wel verschillen in de mogelijke waardes van de attributen. Voor bestemmingsplannen ontstaat zo het totaalbeeld van een geometrie en tekst in één mode als weergegeven in Figuur 3. Bestemmingsplangebied Bestemmingsvlak Aanduiding TekstMetadata TekstObject Figuur 3 Modelopbouw Bestemmingsplan IMRO2012 inclusief tekstobjecten 4.2 De basisindeling van objectgerichte teksten Dit is aangegeven in Hoofdstuk 3 van IMROPT2012. Ieder TekstObject is een zelfstandig leesbaar stuk, heeft een titel, begint met een hoofdletter en eindigt met een punt. Een TekstObject kan bijvoorbeeld zijn een hoofdstuk, paragraaf, of een sublid. Verschillende TekstObjecten vormen samen een ander TekstObject: verschillende paragrafen vormen samen 1 hoofdstuk. De identificatie van ieder TekstObject is uniek en daardoor traceerbaar, maar vooral: koppelbaar. Ieder ruimtelijk instrument kent wat betreft planteksten een eigen basisindeling. In Hoofdstuk 3 van IMROPT2012 is voor drie verschillende groepen ruimtelijke instrumenten de opbouw van de planteksten vastgelegd. 4.3 Verbeelding van geometrie en tekst In ruimtelijke plannen zijn geometrie en tekst sterk met elkaar verbonden. In het IMRO2012-model is om die reden een verwijzingnaartekst voorzien. Dit attribuut vormt het bruggenhoofd naar zowel nietobjectgerichte planteksten (HTML en/of PDF) als objectgerichte planteksten (XML). Met objectgerichte teksten zijn mogelijkheden uitgebreider: Precies verwijzen Elk onderdeel van een objectgerichte tekst kent een eigen identificatie, waardoor preciezer kan worden verwezen. Enkelzijdig verwijzen Verwijzen van geometrie naar tekst en omgekeerd is in principe mogelijk omdat beide kanten gebruik maken van de XLink verwijzingstechniek. In IMRO2012 is vanwege de eenduidigheid echter gekozen voor een enkelzijdige verwijzing: van kaart naar tekst. 9 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
10 Presentatie versus representatie Objectgerichte teksten hebben als doel het uitwisselen van de inhoud van ruimtelijke planteksten mogelijk te maken. De verbeelding (de opmaak) moet los hiervan worden geregeld. In zeer beperkte mate kan opmaak/verbeelding worden uitgewisseld Het gaat dan om zaken als nadruk of sterke nadruk. Echte opmaak zoals lettertype en tekstgrootte wordt niet mee uitgewisseld. De ontvanger van het bestand kan met de inhoud van het bestand weer een volledige tekst opbouwen en een eigen weergave kiezen. 4.4 Uitgangspunt uit te wisselen gegevens Uitgangspunt voor deze praktijkrichtlijn is dat alle teksten die onderdeel zijn van ieder mogelijk type ruimtelijk instrument zoals genoemd in paragraaf 1.2 toegankelijk zijn. Dat betekent dat het bestand met het plantekstenbestand compleet is. Op basis van deze praktijkrichtlijn wordt dus altijd de gehele inhoud van het instrument gereconstrueerd. Hiermee is het plantekstenbestand een aanvulling op de geometrisch georiënteerde bepalingen van IMRO2012 en de bijbehorende praktijkrichtlijnen en kan uit de twee bestanden (voor geometrie, resp. tekst) dus altijd een volledig plan worden gereconstrueerd, afgezien van mogelijke bijlagen. 10 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
11 Hoofdstuk 5 De planobjecten met attributen Een klasse, te beschouwen als een objecttype, kent attributen die de eigenschappen van dat objecttype geven. In dit hoofdstuk worden de klassen (objecttypen) met bijbehorende attributen beschreven. 5.1 Klasse TekstObject Het object (de klasse) TekstObject is het object dat een individueel tekstonderdeel representeert. Ieder TekstObject is een zelfstandig leesbaar stuk, heeft een titel, begint met een hoofdletter en eindigt met een punt. Een TekstObject kan bijvoorbeeld zijn een hoofdstuk, paragraaf, of een sublid. Aan dit object worden de algemene eigenschappen van het tekstonderdeel als attribuut gekoppeld. In Tabel 1 zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen kunnen bevatten en wordt aangegeven of het gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen mag worden gebruikt (multipliciteit). Ook is aangegeven of het samengestelde attributen betreffen, dat wil zeggen altijd in samenhang moeten worden gebruikt. Na de tabel is per attribuut een nadere toelichting gegeven. Tabel 1 Klasse TekstObject 1..n* attribuut waarde * nadere omschrijving waarde identificatie waarde 1 eigen identificatie (idn) van het TekstObject. De code moet uniek zijn binnen het plantekstenbestand. De identificatie begint met "NL.IMRO.PT." en wordt gevolgd door max. 32 alfanumerieke tekens. verwijzingnaarplangebied idn plangebied 1 identificatie (idn) van het IMRO Plangebied waar dit TekstObject bij hoort. volgnummer waarde 1 een oplopend volgnummer 1, 2, 3,... dat de volgorde van de tekstobjecten aangeeft. Deze waarde wordt veelal automatisch gegenereerd. niveau waarde 1 een oplopende waarde 0, 1, 2,... dat het hiërarchische niveau van het object aangeeft. Het object met niveau 0 heeft het hoogste niveau. Deze waarde wordt veelal automatisch gegenereerd. ouderid idn tekstobject 1 identificatie (idn) van het bovenliggend TekstObject. Deze waarde wordt veelal automatisch gegenereerd. type waarde 1 één van de waarden volgens domein ObjecttypePlan, ObjecttypeVisie of ObjecttypeBesluit typetekst waarde 0..1 aanduiding van het type tekst waarnaar verwezen wordt. Domein: Teksttype. 11 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
12 TitelInfo titelinfo: TitelInfo 1 samengesteld attribuut label waarde 0..1 Soortnaam die getoond moet worden, vaak gelijk aan type. Dit is een vrij tekstveld. nummer waarde 0..1 aanduiding van het object. Een opvolgende reeks (1,2,3 of A,B,C) wordt geadviseerd. naam waarde 0..1 de zelf gekozen naam van het object. interneverwijzing idn tekstobject 0..n TekstObject identificatie (idn), koppelt TekstObjecten externeverwijzing link 0..n verwijzingen naar een ander bronbestand waar het ruimtelijk instrument is opgebouwd of een specifieke locatie daarbinnen. tekstmetadata idn TekstMetaData 0..1 verwijzing naar object TekstMetadata. Alleen van toepassing en verplicht indien het type object gelijk is aan document of besluitdocument. tekst 0..1 de tekst * multipliciteit: 1 = komt 1 keer voor 1..n = komt tenminste 1 keer voor 0..1 = komt 0 of 1 keer voor 0..n = komt zo vaak voor als gewenst identificatie (verplicht) Ieder TekstObject behoeft een eigen identificatie. Deze identificatie bestaat uit een binnen het plantekstenbestand uniek nummer per object. Dit nummer begint met NL.IMRO.PT. gevolgd door maximaal 32 vrij te gebruiken alfanumerieke tekens. De lengte van de identificatie is daardoor maximaal 43 alfanumerieke tekens. Samen met het attribuut verwijzingnaarplangebied levert dit een unieke identificatie op. verwijzingnaarplangebied (verplicht) Voor elk object is een verwijzing noodzakelijk naar het IMRO Plangebied waar het object bij hoort. Dit attribuut verwijst daarom naar het attribuut identificatie van het bijbehorende IMRO Plangebied object. volgnummer (verplicht) Het volgnummer geeft de volgorde binnen de tekst aan. Het eerste TekstObject krijgt volgnummer 1, het tweede TekstObject krijgt volgnummer 2, enzovoort tot aan het laatste TekstObject. Dit nummer mag niet verward worden met de identificatie of het nummer. niveau (verplicht) Alle TekstObjecten krijgen een niveau aanduiding mee. Hiermee is het mogelijk een tekst netjes op te bouwen en opmaakkenmerken voor een hele tekst in één keer te regelen. Er is slechts één TekstObject met niveau nul. Verder mogen er geen tussenliggende niveaus ontbreken. Dit betekent dat het niveau van het bovenliggend TekstObject waar via het ouderid attribuut naar wordt verwezen altijd precies één niveau hoger is (numerieke waarde 1 lager) dan het niveau van het actuele TekstObject, met uitzondering van het TekstObject met niveau nul, dat naar zichzelf verwijst. 12 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
13 ouderid (verplicht) Elk TekstObject verwijst naar het TekstObject waar het bij hoort (een paragraaf is onderdeel van een hoofdstuk bijvoorbeeld). Bij een TekstObject met niveau nul wordt de identificatie (idn) van het actuele TekstObject ingevuld, waarmee het naar zichzelf verwijst. Het ligt voor de hand dat deze attribuutwaarde automatisch wordt gegenereerd. Uiteraard moet de ingevulde waarde bestaan binnen het plantekstenbestand. type (verplicht) Bepaalde onderdelen van het plantekstenbestand hebben een vaste functie. Denk hierbij aan de hoofdstukindeling en de vaste onderdelen van het bestemmingsartikel zoals in de SVBP is geregeld. De lijst die daarin is opgenomen is voor het domein ObjecttypePlan gebruikt. Voor andere plantypen zijn meer algemene termen als hoofdstuk en paragraaf beschikbaar in ObjecttypePlan, ObjecttypeVisie en ObjecttypeBesluit. De toepassing hiervan is beschreven in Hoofdstuk 3 van IMROPT. Met het gebruik van dit attribuut wordt duidelijk wat het doel is van een bepaald stuk tekst. typetekst (facultatief) Hiermee wordt aangegeven om wat voor type tekst het gaat. Per verwijzing naar tekst dient gekozen te worden uit een van de volgende waarden van het domein Teksttype. titelinfo (verplicht) Dit attribuut bepaalt de aanhef van een TekstObject. Het samengesteld attribuut titelinfo verwijst naar het object TitelInfo. De TitelInfo bestaat uit drie onderliggende attributen die allemaal afzonderlijk leeg gelaten mogen worden, maar waarvoor verder geldt dat tenminste één van de drie met een niet-lege waarde moet zijn gevuld, zodat er nooit een lege titel ontstaat. Verder kunnen er vanuit de SVBP eisen worden gesteld aan de waarden voor dit attribuut. De titel is opgebouwd uit de volgende attributen: label (facultatief) De tekstobjecten worden voorzien van een soortnaam van het object. Dit kan bijvoorbeeld zijn "hoofdstuk"of "artikel". Deze labels kunnen in een koptekst worden opgenomen. Vaak zal het label overeen komen met het type. Het label is echter gericht op de verschijningsvorm/verbeelding van de tekst, terwijl het type naar de functie van een tekst verwijst. nummer (facultatief) Een nummer is meestal een opvolgende reeks. (1,2,3 of A,B,C). In principe wordt er een doornummerende reeks opgebouwd. Het kan nodig zijn hiervan af te wijken en een nummering zoals "2a" toe te passen. naam (facultatief) Elk tekstobject heeft een titel. Deze werkwijze maakt leesbare teksten en transparante verwijzingsmechanismes mogelijk. interneverwijzing (facultatief) Een interne verwijzing kan objecten binnen de tekst met elkaar verbinden. In een vieweromgeving kan dit bijvoorbeeld opleveren dat de specifieke toelichting bij een bepaalde regel direct bij de regel benaderbaar is. Interne verwijzingen worden gelegd vanuit het object waar ze bij horen. De toelichting bij het bestemmingsartikel wonen wordt dus gekoppeld vanuit de regel. Het is wel toegestaan ook in de toelichting een verwijzing te maken. Dan is er ook vanuit de toelichting een rechtstreekse toegang tot het artikel te realiseren. De interneverwijzing kan als attribuut bij een object worden opgenomen of in de tekst worden opgenomen. Een verwijzing in de tekst werkt als een hyperlink. Een verwijzing als attribuut kan door viewers worden geïnterpreteerd om categorieën als zie ook of zie verder te vullen. externeverwijzing (facultatief) Vanuit de planteksten kan worden verwezen naar andere bronbestanden waaruit het instrument is opgebouwd. Dit wordt gedaan door de bestandsnaam van het gerefereerde bronbestand op te nemen. Zo kan er vanuit de planteksten eenvoudig worden verwezen naar bijlagen en illustraties. Er kan niet worden 13 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
14 verwezen naar bronnen die geen onderdeel zijn van het instrument. De waarde van dit attribuut moet voldoen aan de vereisten die in paragraaf 4.2 van de STRI2012 worden gesteld aan de bestandsnaam van een bronbestand, eventueel gevolgd door een fragment identifier #. In paragraaf 2.3 van IMROPT wordt dit nader gespecificeerd. De externeverwijzing kan als attribuut bij een object worden opgenomen of in de tekst worden opgenomen. Een verwijzing in de tekst werkt als een hyperlink. Een verwijzing als attribuut kan door viewers worden geïnterpreteerd om categorieën als zie ook of zie verder te vullen. Voorbeeld: In de toelichting van een bestemmingsplan kan bijvoorbeeld worden verwezen naar een Notitie van uitgangspunten, die als bijlage bronbestand in PDF formaat is toegevoegd aan het plan. Op de plek in de toelichting waar dit relevant is, kan een hyperlink worden opgenomen zodat in een vieweromgeving direct naar dit stuk kan worden verwezen. tekstmetadata (conditioneel) Verwijzing naar de metadata van dit bestand. Hiermee is een link opgenomen naar de algemene gegevens die van toepassing zijn op de hele tekst. Deze verwijzing mag maar 1 keer opgenomen worden en komt daarom alleen, verplicht, voor bij de teksttypen document en besluitdocument tekst (facultatief) dit attribuut bevat de daadwerkelijke tekstinhoud. Hier vinden de cijfer- en lettertekens die samen een tekst vormen hun plek. Deze tekst mag worden opgemaakt met een beperkte set van XHTML coderingen, aangevuld met enkele specifieke codes. Wat er in de tekst mag worden opgenomen staat beschreven in paragraaf 2.3 van IMROPT. 14 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
15 5.2 Klasse TekstMetaData Gegevens over gegevens worden metadata genoemd. In IMROPT2012 zijn bij de klasse TekstMetadata regels opgenomen over de in het tekstbestand op te nemen metadata. In Tabel 2 wordt klasse TekstMetadata toegelicht. Tabel 2 Klasse TekstMetadata 1* Attribuut Waarde * Opmerking identificatie waarde 1 eigen identificatie (idn) van de TekstMetadata. De code moet uniek zijn binnen het plantekstenbestand. De identificatie begint met "NL.IMRO.PT." en wordt gevolgd door max. 32 alfanumerieke tekens. verwijzingnaarplange idn plangebied 1 identificatie (idn) van het IMRO bied Plangebied waar het plantekstenbestand bij hoort. typeplan waarde 0..1 de waarde van het attribuut typeplan van het Plangebied waar het plantekstenbestand bij hoort. naam naam van het plan 0..1 volgens de (aanhaal)titel beleidsmatigverantwo ordelijkeoverheid gemeentelijke overheid, deelgemeente/stadsdeel, provinciale overheid of nationale overheid 0..1 de waarde van het attribuut beleidsmatigverantwoordelijkeoverheid van het Plangebied waar het plantekstenbestand bij hoort. naamoverheid naam van de overheid 0..n volgens format in de vorm: gemeente., deelgemeente/ stadsdeel., provincie. of ministerie.; alleen bij meerdere verantwoordelijke ministeries wordt naamoverheid evenzoveel ingevuld overheidscode CBS-nummer van de beleidsmatig verantwoordelijke overheid cijfers; ingeval Rijk: "0000"; ingeval provincie: CBS-nummer provincie, met voorafgaand 2 voorloopnegens; indien deelgemeente/stadsdeel: CBS-nummer gemeente creatiedatum datum waarop het bestand 0..1 in de vorm: jjjj-mm-dd gemaakt is naampraktijkrichtlijn gebruikte praktijkrichtlijn 1 de vaste waarde PRPT2012 * multipliciteit: 1 = komt 1 keer voor 1..n = komt tenminste 1 keer voor 0..1 = komt 0 of 1 keer voor 0..n = komt zo vaak voor als gewenst identificatie (verplicht) Elke object binnen het plantekstenbestand behoeft een eigen identificatie. Deze identificatie bestaat uit een binnen het plantekstenbestand uniek nummer per object. Dit nummer begint met NL.IMRO.PT. en wordt gevolgd door maximaal 32 vrij te gebruiken alfanumerieke tekens. De lengte van de identificatie is daardoor maximaal 43 alfanumerieke tekens. Samen met het attribuut verwijzingnaarplangebied levert dit een unieke identificatie op. 15 Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
16 verwijzingnaarplangebied (verplicht) Voor elk object is een verwijzing noodzakelijk naar het IMRO Plangebied waar het object bij hoort. Dit attribuut verwijst daarom naar het attribuut identificatie van het bijbehorende IMRO Plangebied object. typeplan (facultatief) Voor dit wordt de waarde van typeplan behorende bij het IMRO plangebied gespecificeerd. naam (facultatief) In het waardeveld van het attribuut naam dient de naam van het ruimtelijk instrument te worden opgenomen. Het gaat daarbij om de volledige naam. Indien er sprake is van een aanhaaltitel dan wordt deze gebruikt. beleidsmatigverantwoordelijkeoverheid (facultatief) Hier wordt de overheid die beleidsmatig verantwoordelijk is voor het opstellen van het plan opgenomen. In dit geval een van de volgende vaste waarden: gemeentelijke overheid deelgemeente/stadsdeel provinciale overheid nationale overheid. naamoverheid (facultatief) Hier wordt de naam van de beleidsmatig verantwoordelijke overheid opgenomen, in de vorm van de tekst gemeente., deelgemeente, "stadsdeel ", provincie. of ministerie.. In het geval er meerdere verantwoordelijke ministeries zijn, wordt naamoverheid evenzoveel ingevuld, overheidscode (facultatief) Teneinde kenbaar te maken van welke beleidsmatig verantwoordelijke overheid het ruimtelijk instrument is, wordt hier het viercijferige CBS-nummer van die overheid opgenomen. Voor deelgemeenten/stadsdelen wordt het nummer gebruikt van de gemeente waartoe zij behoren. Voor de provincies worden, voorafgaand aan het CBS-nummer van de provincie, twee voorloop negens geplaatst, zodat de totale lengte 4 posities bedraagt. Voor het Rijk wordt het nummer "0000" gebruikt. creatiedatum (facultatief) Datum waarop de plantekst is gemaakt. Formaat in de in de vorm: jjjj-mm-dd. naampraktijkrichtlijn (verplicht) Om de ontvanger duidelijk te maken welke gegevens hij ontvangt en welke status aan deze gegevens mag worden toegekend is het noodzakelijk om aan te geven dat de gegevensset voldoet aan de betreffende praktijkrichtlijn, inclusief de versie daarvan, in dit geval PRPT Praktijkrichtlijn Planteksten 2012 versie 1.1
Praktijkrichtlijn Provinciale Verordening PRPV2012
Praktijkrichtlijn Provinciale Verordening PRPV2012 Toelichting datum 1920 mei augustus 2014 versie 1.1.1 definitief rechtenbeleid Naamsvermelding-GeenAfgeleideWerken 3.0 Nederland (CC BY-ND 3.0) Inhoudsopgave
Werkafspraak RO Standaarden vs. Wabo
Werkafspraak RO Standaarden vs. Wabo Onderwerp Digitale verplichting onderdeel Wabo gebruik RO Standaarden Aan Gebruikers RO Standaarden en Wabo vergunningverleners Van Geonovum, beheerder RO Standaarden
Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen PRBP2012
Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen PRBP2012 Toelichting datum 15 november 2012 versie 1.2 definitief rechtenbeleid Naamsvermelding-GeenAfgeleideWerken 3.0 Nederland (CC BY-ND 3.0) Inhoudsopgave 1 Inleiding
Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen PRBP2012
Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen PRBP2012 Toelichting datum23 oktober 2018 versie 1.3.5Definitief rechtenbeleid Naamsvermelding-GeenAfgeleideWerken 4.0 Internationaal (CC BY-ND 4.0) Inhoudsopgave 1
PRAKTIJKRICHTLIJN ALGEMENE MAATREGEL VAN BESTUUR
PRAKTIJKRICHTLIJN ALGEMENE MAATREGEL VAN BESTUUR PRAMvB2008 Bijlage 7 behorende bij de toelichting op de Regeling standaarden ruimtelijke ordening Versie 24 december 2008 2 INHOUDSOPGAVE blz. 1. Inleiding
Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen PRBP2012
Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen PRBP2012 Toelichting datum 27 maart 2017 versie 1.3.3 Definitief rechtenbeleid Naamsvermelding-GeenAfgeleideWerken 3.0 Nederland (CC BY-ND 3.0) Inhoudsopgave 1 Inleiding
Praktijkrichtlijn Plancontour en PDF PRPCP2008
Praktijkrichtlijn Plancontour en PDF PRPCP2008 datum 10 juli 2012 versie 1.2.1 definitief rechtenbeleid Naamsvermelding-GeenAfgeleideWerken 3.0 Nederland (CC BY-ND 3.0) Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstelling
Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten STRI2012
Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten STRI2012 Bijlage 6 behorende bij de Regeling standaarden ruimtelijke ordening datum 18 april 2012 versie 1.1 definitief rechtenbeleid Naamsvermelding-GeenAfgeleideWerken
Praktijkrichtlijn Algemene Maatregel van Bestuur
PRAMvB2008 Stichting Kennis- en Innovatiecentrum colofon Stichting Recreatie, november, 2007 Auteur: Marco Duiker, Marcel Busser In opdracht van: Ministerie van VROM Uitgever: Stichting Recreatie, Kennis-
Vergelijkbaarheid en toegankelijkheid. SVBP2012 en STRI2012
Vergelijkbaarheid en toegankelijkheid SVBP2012 en STRI2012 Tijdens de presentatie Onderdelen en gebruik SVBP2012 STRI2012 RO Standaarden RO Standaarden 2012 Norm IMRO, STRI, SVBP Toelichting Praktijkrichtlijnen
Praktijkrichtlijn Structuurvisies PRSV2012
Praktijkrichtlijn Structuurvisies PRSV2012 Toelichting datum 20 augustus 2014 versie 1.0 definitief rechtenbeleid Naamsvermelding-GeenAfgeleideWerken 3.0 Nederland (CC BY-ND 3.0) Inhoudsopgave 1 Een digitale
Handreiking Data op Orde
Handreiking Data op Orde Gegevenskwaliteit van ruimtelijke plannen verhogen in voorbereiding op de Omgevingswet Geonovum datum 31 mei 2018 versie 1.0 Definitief rechtenbeleid Naamsvermelding-GeenAfgeleideWerken
Historie bestemmingsplannen IMRO 2 september 2013, versie 0.2
Historie bestemmingsplannen IMRO 2 september 2013, versie 0.2 Inleiding In de expertgroep informatiemodellen van 14 februari jl. is besloten bestemmingsplannen op te nemen in het RSGB. Het InformatieModel
Ruimtelijke plannen duurzaam bewaren
duurzaam bewaren Plicht en/of noodzaak? Monique van Scherpenzeel Tijdens deze sessie Digitaal? Bestemmingsplan Plicht en/of noodzaak? Digitale aspecten in wet- en regelgeving Wet ruimtelijke ordening
PRAKTIJKRICHTLIJN STRUCTUURVISIES PRSV2006
3 PRAKTIJKRICHTLIJN STRUCTUURVISIES PRSV2006 Voor gemeentelijke structuurvisies, structuurschetsen, structuurplannen en vergelijkbare planvormen. JUNI 2006 OPDRACHTNEMER: RUDOLF JEKEL, SONSBEEK ADVISEURS
Visualisatie Toepassingsprofiel Omgevingsplan. 25 juli 2017
Visualisatie Toepassingsprofiel Omgevingsplan 25 juli 2017 Inhoudsopgave - Inleiding - Huidige situatie - Nieuwe situatie - Betekenis voor werkproces - Overzicht nu en straks Inleiding Inleiding Omgevingswet
PRAKTIJKRICHTLIJN PLANCONTOUR & PDF PRPCP2008. Versie 1.1a, status definitief, 23 december 2008
PRAKTIJKRICHTLIJN PLANCONTOUR & PDF PRPCP2008 Versie 1.1a, status definitief, 23 december 2008 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Doelstelling... 4 2.1 Scope... 4 2.2 Nationale doelstelling... 4 2.3 Gemeentelijke
DATA OP ORDE: UW WAARDEVOLLE DATA MEE NAAR HET DSO?
DATA OP ORDE: UW WAARDEVOLLE DATA MEE NAAR HET DSO? Door: Irina Entrop en Lilian Waaijman, Geonovum Het beheer team van de RO Standaarden bij Geonovum is al een tijdje bezig om, gezamenlijk met het beheerteam
Werkafspraak verbeelding vormvrije plannen
Werkafspraak verbeelding vormvrije plannen Onderwerp Verbeelding structuurvisies en verordeningen van provincie en het Rijk Aan Bronhouders van structuurvisies, verordeningen en AMvB (provincies en het
Stappen zetten met DURP
Stappen zetten met DURP Stappen zetten met DURP Inhoudsopgave Digitale plannen 03 Wettelijk kader 05 Processen en procedures 09 Standaarden 13 Actuele planologische situatie 17 Beschikbaar stellen en
1e Partiële herziening Bestemmingsplan Dorp Renswoude
Gemeente Renswoude 1e Partiële herziening Bestemmingsplan Dorp Renswoude Toelichting, regels en verbeelding 29 september 2015 Kenmerk 0339-11-T01 Projectnummer 0339-11 Toelichting Inhoudsopgave 1. Inleiding
Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012 IMRO2012
Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012 IMRO2012 Modeldocument: beschrijving van het model Bijlage 4 behorende bij de Regeling staarden ruimtelijke ordening datum 18 april 2012 versie 1.2 definitief
Handboek Ruimtelijke Plannen Versie 2.0 Brielle, juni 2012
Handboek Ruimtelijke Plannen Versie 2.0 Brielle, juni 2012 Handboek Ruimtelijke Plannen Pagina 1 van 10 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1 Protocol 3 1.2 Handboek en bijlagen 3 2. Opstellen plannen en toepassen
Visualisatie Toepassingsprofiel AMvB. 12 juli 2017
Visualisatie Toepassingsprofiel AMvB 12 juli 2017 Inhoudsopgave - Inleiding - Huidige situatie - Nieuwe situatie - Betekenis voor werkproces - Overzicht nu en straks Inleiding Inleiding Omgevingswet Inleiding
Digitalisering en de Omgevingswet wat betekent dat in de praktijk?
Digitalisering en de Omgevingswet wat betekent dat in de praktijk? BWT congres 29 oktober 2015 Even voorstellen.. Monique van Scherpenzeel Geonovum Provero Ruimtelijke ordening en ICT Digitale aspecten
Bestemmingsplan Reeuwijk-Dorp, herziening Kaagjesland 10
Gemeente Bodegraven-Reeuwijk Bestemmingsplan Reeuwijk-Dorp, herziening Kaagjesland 10 Toelichting, regels en analoge verbeelding Maart 2016 Kenmerk 1901-17-T01 Projectnummer 1901-17 Toelichting Inhoudsopgave
Archiveren ruimtelijke plannen
Plicht of noodzaak? 6 juni 2013 Monique van Scherpenzeel Tijdens deze sessie Kader: Wet- en regelgeving Andere kaders Vereisten Aan de slag: Wat ga ik morgen doen 1 Welke Gemeenten Provincies Rijk Beheersverordening
0.1 LVBAG Bevragen Productbeschrijving. versie 1.0. Datum. 10 augustus Document versie. 1.0 ConceptICT Services Keten RZDirectie IT
0.1 LVBAG Bevragen Productbeschrijving versie 1.0 Datum 10 augustus 2016 Document versie 1.0 ConceptICT Services Keten RZDirectie IT Versiehistorie Versie datum Omschrijving 1.0 10-08-2016 Definitieve
Digitalisering en de Omgevingswet wat betekent dat in de praktijk?
Digitalisering en de Omgevingswet wat betekent dat in de praktijk? VIAG congres 2 november 2015 Even voorstellen.. Monique van Scherpenzeel Geonovum Provero Ruimtelijke ordening en ICT Digitale aspecten
Visualisatie Toepassingsprofiel Omgevingsverordening. 12 juli 2017
Visualisatie Toepassingsprofiel Omgevingsverordening 12 juli 2017 Inhoudsopgave - Inleiding Omgevingswet - Huidige situatie - Nieuwe situatie - Betekenis voor werkproces - Overzicht nu en straks Visualisatie
In deze handreiking is aangegeven hoe om te gaan met de archivering van digitale ruimtelijke plannen.
HANDREIKING Onderwerp Archiveren digitale ruimtelijke plannen Aan Gebruikers RO Standaarden Van Geonovum, Monique van Scherpenzeel Datum 3 februari 2010 Status publiek In deze handreiking is aangegeven
Raadsvoorstel tot (gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan "Landhof, fase 3"
Inboeknummer 14bst01405 Beslisdatum B&W 23 september 2014 Dossiernummer 14.39.651 Raadsvoorstel tot (gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan "Landhof, fase 3" Inleiding De locatie Landhof ligt
Digitale ruimtelijke ordening van start
Pro Vijn nieuwsbrief januari 2010 www.provijn.nl Geachte lezer, Hierbij ontvangt u onze eerste nieuwsbrief van het nieuwe jaar! Deze nieuwsbrief is gericht op de per 1 januari 2010 verplichte digitalisering.
QR-code op aanvoerbrief 2.xx.0: Specificaties
QR-code op aanvoerbrief 2.xx.0: Specificaties Door: Bert Velthuijs Datum 1e versie: 5 april 2012 (versie 0.xx) Datum laatste wijziging 20 september 2012 Huidige Versie: 2.xx.0 Wijzigingen 19 juli 2012
Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO) 2006. Modeldocument: beschrijving van het model. Opdrachtnemer: Ravi
6 Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO) 2006 Modeldocument: beschrijving van het model Juni 2006 Opdrachtnemer: Ravi Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Onderwerp en toepassingsgebied... 2 3. Relatie
Herziening bestemmingsplan Weesperzijdestrook, Leeuwenhoeklocatie. Toelichting en regels
Herziening bestemmingsplan Weesperzijdestrook, Leeuwenhoeklocatie Toelichting en regels Inhoudsopgave 1 Inleiding en planbeschrijving... 1 1.1 Aanleiding en achtergrond... 1 1.2 Plangebied... 1 1.3 Planbeschrijving...
Basisregistratie Grootschalige Topografie
Basisregistratie Grootschalige Topografie 12 november 2015, Provero bijeenkomst Irina Entrop (Geonovum)& Coby Arts (I&M) 17 november 2015 Er was eens 2 30 januari 2014 3 Doel van de BGT De hele overheid
bestemmingsplan Correctieve herziening Zilvervakschool Schoonhoven Noord
bestemmingsplan Correctieve herziening Zilvervakschool Schoonhoven Noord Planstatus: Plan identificatie: ontwerp NL.IMRO.1931.BP1509DK003-ON01 Datum: 23 maart 2015 Contactpersoon Buro SRO: Kenmerk Buro
Vergunningen op Internet IPM 4.0: Aanbevelingen voor de zaakpagina Versie 1.0 april 2009
Vergunningen op Internet IPM 4.0: Aanbevelingen voor de zaakpagina Versie 1.0 april 2009 Zaakpagina en metadata In het Informatie Publicatie Model (IPM) 4.0 staat beschreven hoe u als deelnemer aan Vergunningen
Gewijzigde vaststelling '4e herziening bestemmingsplan Buitengebied gemeente Dalfsen, Plattelandswoningen'.
Raadsvoorstel Status: Besluitvormend Agendapunt: 12 Onderwerp: Gewijzigde vaststelling '4e herziening bestemmingsplan Buitengebied gemeente Dalfsen, Plattelandswoningen'. Datum: 22 juli 2014 Portefeuillehouder:
Voorstel raad en raadsbesluit
Voorstel raad en raadsbesluit Gemeente Landgraaf Programma Documentnummer: B.17.0834 B.17.0834 Landgraaf, 10 mei 2018 ONDERWERP: Vaststelling Bestemmingsplan Woning Vogelzankweg ong. PROGRAMMA 9. Volkshuisvesting,
Experimenteren met digitale vormgeving pilot-omgevingsplannen
Experimenteren met digitale vormgeving pilot-omgevingsplannen De Omgevingswet komt eraan. Vooruitlopend hierop waart de geest van deze wet al rond. Veel gemeenten bereiden zich voor en zoeken oplossingen
PRBP2003 PRAKTIJKRICHTLIJN BESTEMMINGSPLANNEN DE IMRO-GECODEERDE BESTEMMINGSPLANKAART
PRBP2003 PRAKTIJKRICHTLIJN BESTEMMINGSPLANNEN DE IMRO-GECODEERDE BESTEMMINGSPLANKAART PRAKTIJKRICHTLIJN BESTEMMINGSPLANNEN DE IMRO-GECODEERDE BESTEMMINGSPLANKAART De praktijkrichtlijn voor de toepassing
Toepassingsprofiel Berichtenmodel Omgevingsdocumenten
Toepassingsprofiel Berichtenmodel Omgevingsdocumenten Versie 0.61 Geonovum - KOOP Datum 12 januari 2017 Colofon Documentnaam Toepassingsprofiel Berichtenmodel Omgevingsdocumenten Projectnaam Standaard
Gemeente / Leusden Bestemmingsplan / Buitengebied 2009 Wijziging Gasleiding Arnhemseweg
Gemeente / Leusden Bestemmingsplan / Buitengebied 2009 Wijziging Gasleiding Arnhemseweg Bestemmingsplan Buitengebied 2009 - Wijziging GasleidingArnhemseweg procedure datum ontwerp 23 mei 2013 vastgesteld
Gemeente Bussum. Handboek ruimtelijke plannen
Gemeente Bussum Handboek ruimtelijke plannen Handboek ruimtelijke plannen Voor externe adviesbureaus bij bouwinitiatieven Dit is het handboek voor externe adviesbureaus. Dit handboek kan worden gebruikt
Beheersverordening Gemengd gebied, Natte Natuurparel en Eerste Zeine
Beheersverordening Gemengd gebied, Natte Natuurparel en Eerste Zeine Inhoudsopgave Toelichting 3 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor de beheersverordening 1.2 Doel van de beheersverordening 1.3
WAARDERINGSKAMER NOTITIE. Betreft: Stuf-TAX versie 4. Datum: 1 juli 2006 Bijlage(n): 3
WAARDERINGSKAMER NOTITIE Betreft: Stuf-TAX versie 4 Datum: 1 juli 2006 Bijlage(n): 3 1. Inleiding Met ingang van 1 januari 2006 zijn er een aantal wijzigingen doorgevoerd in de definitie van het uitwisselingsformaat
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Facetherziening Parkeren 2
vastgesteld gemeente Groningen - bestemmingsplan Facetherziening Parkeren 2 Hoofdstuk 1 Inleiding 7 Hoofdstuk 2 Beleidskader 9 Hoofdstuk 3 Juridische toelichting 11 Hoofdstuk 4 Procedure en overleg 15
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART TERNEUZEN
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART TERNEUZEN Terneuzen Cultuurhistorische Waardenkaart Datum: februari 2013 Opgesteld door: Gemeente Terneuzen Gemeente Terneuzen Stadhuisplein 1 Postbus 35 4530 AA Terneuzen
Mandatering waarmerken digitale Wro-instrumenten
College Mandatering waarmerken digitale Wro-instrumenten Samenvatting: Inleiding: Ingevolge de Wet ruimtelijke ordening is het vanaf 1 januari 2010 wettelijk verplicht dat alle Wro-instrumenten digitaal
HOOFDSTUK 1 INLEIDING
TOELICHTING HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Op 19 december 2013 heeft de gemeenteraad van Soest het bestemmingsplan Landelijk gebied vastgesteld. Het perceel aan Birkstraat 148 heeft op basis van
Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Birkstraat 148 1
Toelichting Vastgesteld bestemmingsplan Birkstraat 148 NL.IMRO.0342.BPLG0017-0301 08 februari 2018 Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Birkstraat 148 1 Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Birkstraat
STUARTLAAN 7 HONSELERSDIJK. wijzigingsplan NL.IMRO.1783.abp w31-ON01 ontwerp
STUARTLAAN 7 HONSELERSDIJK wijzigingsplan NL.IMRO.1783.abp00000013w31-ON01 ontwerp Inhoudsopgave T oelichting Hoofdstuk 1 5 Inleiding 6 1.1 Aanleiding 6 1.2 Ligging plangebied 6 1.3 Geldend bestemmingsplan
Inleiding. Record. Specificatie ToPX 2.1
Prins Willem-Alexanderhof 20 2595 BE Den Haag T +31-70-331 5400 www.nationaalarchief.nl Contact W. van der Reijden Recordkeeping adviseur T +31 6 55 26 79 52 wout.van.der.reijden@nationaal archief.nl Specificatie
ASCII ARTIKELCLASSIFICATIE (ICS) 10.0
ASCII ARTIKELCLASSIFICATIE (ICS) 10.0 Versie: 10.0 Status: Definitief Uitgifte datum: 9-6-2005 Ingangsdatum: 1-7-2005 Stichting Instalnet is een samenwerkingsverband van Stichting ECEG, Stichting EPRODIN,
esigning: snel en eenvoudig elektronisch ondertekenen
Brochure esigning Versie 1.0 september 2018 esigning: snel en eenvoudig elektronisch ondertekenen 02 Inhoud 1 Samenvatting 3 2 Achtergrond 4 3 De praktijk 5 3.1 De initiator in 360 6 3.2 ValidSign 7 3.3
Certificate Policy Bedrijfstestomgeving ZOVAR
Certificate Policy Bedrijfstestomgeving ZOVAR Uitgave : agentschap Versie : 1.0 Definitief Datum : 26-7-2007 Bestandsnaam : 20070726 CP bedrijfstestomgeving ZOVAR 1.0.doc Organisatie ZOVAR Pagina 2 van
Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, 1e herziening. Gemeente Rucphen Vastgesteld
Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, 1e herziening Gemeente Rucphen Vastgesteld Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, 1e herziening Gemeente Rucphen Vastgesteld Rapportnummer: IMRO-Idn: 211x06608.077039_1
Het bestemmingsplan legt gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden planologisch-juridisch
voorstel raad en raadsbesluit gemeente Landgraaf Programma ONDERWERP: Vaststelling bestemmingsplan Steenen Kruis. Raadsvoorstelnummer: 63 PROGRAMMA 2. Ruimte en Herstructurering Documentnummer: Landgraaf,
AFO 142 Titel Aanwinsten Geschiedenis
AFO 142 Titel Aanwinsten Geschiedenis 142.1 Inleiding Titel Aanwinsten Geschiedenis wordt gebruikt om toevoegingen en verwijderingen van bepaalde locaties door te geven aan een centrale catalogus instantie.
Dashboard Ruimtelijkeplannen.nl. Gegevenskwaliteit objectief (meer) inzichtelijk gemaakt
Dashboard Ruimtelijkeplannen.nl Gegevenskwaliteit objectief (meer) inzichtelijk gemaakt Ruimtelijkeplannen.nl Merijn Kerlen, productowner Ruimtelijkeplannen.nl [email protected] Heico Klaassen,
