OOG IN OOG MET HET SLACHTOFFER

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "OOG IN OOG MET HET SLACHTOFFER"

Transcriptie

1 OOG IN OOG MET HET SLACHTOFFER Een onderzoek naar slachtofferbewust werken bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ Violette van Almelo Archimedeslaan BA Utrecht SJD voltijd Hogeschool Utrecht Afstudeerdatum: 4 juli 2016 Cijfer: 8,6

2 Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 2

3 Voorwoord Voor u ligt het onderzoek Oog in oog met het slachtoffer. Een onderzoek naar slachtofferbewust werken bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ. Dit onderzoek is geschreven in het kader van mijn afstuderen aan de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening aan de Hogeschool Utrecht. De minor Justitiële Dienstverlening heeft mij in contact gebracht met onder andere herstelbemiddeling, forensische psychiatrie en criminologie. Tijdens de cursus Slachtoffers in het strafproces wist ik: dit is het onderwerp waarop ik wil afstuderen. Ik wil allereerst de leden uit de Learning Community en mijn coach Helen ten Cate bedanken voor de fijne begeleiding en de ondersteuning de afgelopen maanden. Ook wil ik alle respondenten die hebben meegewerkt aan mijn onderzoek, met in het bijzonder Ciska de Ridder bedanken. De reclasseringswerkers, beleidsadviseur, bemiddelaar en de experts Restorative Justice hebben mij voorzien van ontzettend veel kennis. Verder wil ik Donnalee van der Heij bedanken die mij in het begin van mijn onderzoek in contact heeft gebracht met het werkveld, dit heeft mij destijds erg geholpen. Tot slot wil ik mijn ouders ontzettend bedanken voor hun morele steun en mijn vriend voor zijn hulp bij de vormgeving en zijn onvoorwaardelijke support op afstand. Violette van Almelo Utrecht, 24 juni Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 3

4 Lijst met afkortingen 3RO HU KSI LVB OM OvJ RN SHN SiB SVG WvSr WvSv 3 Reclasseringsorganisaties Hogeschool Utrecht Kenniscentrum Sociale Innovatie Licht verstandelijke beperking Openbaar Ministerie Officier van Justitie Reclassering Nederland Slachtofferhulp Nederland Slachtoffer in Beeld Stichting Verslavingsreclassering GGZ Wetboek van Strafvordering Wetboek van Strafvordering Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 4

5 Samenvatting Sinds de Nederlandse regering het slachtofferbeleid in 2012 heeft uitgebreid met het beleidskader herstelbemiddeling in het strafrecht, waarin het stimuleren van herstelbemiddeling en het slachtofferbewust werken in de justitiële dienstverlening centraal staat, hebben de 3RO de opdracht gekregen slachtofferbewust te werken en wanneer mogelijk herstel tussen slachtoffer en dader te bevorderen. Echter werken de reclasseringswerkers van de 3RO van oorsprong erg dadergericht, waardoor dit een grote omschakeling is en waar veel bij komt kijken. Ook is het de vraag of de doelgroep van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ, gedetineerden die tijdens en na hun straf verslaafd zijn en vaak kampen met psychiatrische problematiek, wel geschikt zijn voor de toepassing van de slachtofferbewuste aanpak en herstelbemiddeling. Het doel van dit onderzoek is een bijdrage te leveren aan het inzichtelijk maken hoe de slachtofferbewuste aanpak met herstel als doel succesvol uitgevoerd kan worden door de reclasseringswerkers van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ, zodat zij rekening houdend met de doelgroep en de competenties van de reclasseringswerkers de van bovenaf opgelegde opdracht om slachtofferbewust te werken kan realiseren. Dit zal uiteindelijk resulteren in een beleid waarbij door het verhoogde slachtofferbewustzijn de kans op recidive van cliënten van de SVG wordt beperkt, wat de veiligheid van de samenleving zal vergroten. De onderzoeksvraag is: Hoe kan de slachtofferbewuste aanpak met herstel als mogelijk doel succesvol worden uitgevoerd door reclasseringswerkers van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ, rekening houdend met de samenstelling van de doelgroep, de mogelijkheden van de reclasseringswerkers en de wettelijke opdracht? Dit is onderzocht door het verrichten van literatuur- en praktijkonderzoek. Er zijn veel wetenschappelijke en juridische bronnen en beleidsdocumenten geraadpleegd en daarnaast zijn in totaal ongeveer tien professionals binnen de reclassering, Slachtoffer in Beeld en het herstelrecht geïnterviewd. Eerder vergaarde kennis vanuit literatuuronderzoek is met elkaar in verband gebracht en vervolgens uitgediept aan de hand van interviews zodat de situatie ook begrepen kon worden. De belangrijkste resultaten van het onderzoek zijn dat de doelgroep van de SVG niet als contra-indicatie voor herstelbemiddeling of slachtofferbewust werken mag worden gezien. Er moet überhaupt niet gekeken worden naar uitsluitingscriteria, maar naar kansrijke situaties. Verder moet de reclasseringswerker bij de slachtofferbewuste aanpak eerst zelf het slachtofferbewustzijn ontwikkelen, waarna hij of zij de cliënt hierbij kan helpen. De reclasseringswerkers van de SVG-instellingen bleken dit sinds de gekregen wettelijke opdracht al meer te doen, maar er kwam ook naar voren dat de slachtofferbewuste aanpak weer wat op de achtergrond is getreden, vanwege het verliezen van actualiteit en het gebrek aan duidelijkheid. Om de slachtofferbewuste aanpak met herstel als mogelijk doel succesvol uit te voeren en hiermee het herstel van slachtoffer en dader te vergroten en de kans op recidive van de dader en herhaald slachtofferschap van het slachtoffer te verkleinen, is het van belang dat de SVG-instellingen meer aandacht besteden aan de aanpak en de onduidelijkheden eromheen wegnemen bij de reclasseringswerkers. Dit kan onder andere gedaan worden door het slachtofferbewust werken te bespreken in de bijeenkomsten, trainingen te geven, het slachtofferbewustzijn te integreren in het Doelgericht Toezicht en een hand-out uit te geven met belangrijke informatie en de te gebruiken methodes. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 5

6 Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 6

7 Inhoudsopgave Inleiding... 8 Probleembeschrijving... 9 Doelstelling Vraagstelling Leeswijzer met onderzoeksmethoden Hoofdstuk 1 Inleiding in de herstelbemiddeling Herstelbemiddeling De geschiedenis Het juridisch kader Deelconclusie Hoofdstuk 2 Slachtofferbewust werken bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ De Stichting Verslavingsreclassering GGZ Slachtofferbewust werken De methodiek Deelconclusie Hoofdstuk 3 Belangrijke factoren voor het vormen van een nieuw beleid Slachtofferbewust werken op microniveau Slachtofferbewust werken op mesoniveau Slachtofferbewust werken op macroniveau Deelconclusie Hoofdstuk 4 Internationale en Rechtsfilosofische Perspectieven Casus en rechtsvraag Wetsachtergrond Internationaal perspectief Supranationaal perspectief Rechtsfilosofisch perspectief Conclusie Conclusie Aanbevelingen Reflectie op het onderzoeksproces Bijlage 1: Literatuurlijst Bijlage 2: Verantwoording toepassingsproduct en vrije ruimte Bijlage 3: Interviews Bijlage 4: Resultaten enquête onder reclasseringswerkers van de Palier Bijlage 5: Feedback op hand-out Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 7

8 Inleiding Tot 2012 kwamen in Kigali (hoofdstad van Rwanda in Afrika) slachtoffers en daders iedere dinsdag bij elkaar om samen in gesprek te gaan. Zij verzamelden zich bij de volksrechtbank om mee te doen aan de zogeheten gacacas. Tijdens de gacacas werden burenruzies behandeld, maar ook gruwelijke moordzaken en gewelddadige berovingen. Daders die hun daden bekenden en de volledige waarheid vertelden, kregen strafvermindering. Excuses waren hier belangrijker dan de straffen en boetes. Het volk sprak hier niet alleen recht, maar sprak vooral met elkaar. 1 De gacaca stamt uit een eeuwenoude traditie waar door middel van het voeren van gesprekken tussen daders en hun slachtoffers de gemeenschappelijke orde werd hersteld en de harmonie binnen de gemeenschappen werd bewaard. 2 Het is een voorloper van de Nederlandse herstelbemiddeling, die in 1997 geïntroduceerd werd bij een samenwerking tussen de reclassering en Slachtofferhulp Nederland (SHN). Herstelbemiddeling is het voeren van gesprekken tussen een dader en zijn slachtoffer. Het gepleegde delict staat in dit gesprek centraal. Het zorgt voor zowel het slachtoffer als voor de dader dat zij een manier vinden om te kunnen afsluiten wat er is gebeurd en om verder te kunnen gaan met zijn of haar leven. 3 Dit project herstelbemiddeling werd begin 2000 stop gezet door het ministerie van Justitie, omdat het niet meer zou passen bij de nieuwe werkwijze van de reclassering, waarin ze zich alleen nog zou richten op (ex-) delinquenten. Later veranderde dit, toen het internationale en maatschappelijke debat over de aandacht voor slachtoffers in het strafrecht zorgde dat er internationale richtlijnen en nationale wet- en regelgeving werd opgesteld. De reclassering kreeg toen de opdracht om slachtofferbewust te werken en het gebruik van herstelbemiddeling bij hun cliënten te bevorderen. 4 Vanaf 2009 ligt de uitvoering van herstelbemiddeling bij Slachtoffer in Beeld en sinds een ongeveer een jaar is ook de reclassering bewust bezig met de rechten van het slachtoffer en de mogelijkheid van herstelbemiddeling. Lang was herstelbemiddeling in het Nederlandse strafrecht ondenkbaar. Het strafrecht en de justitiële dienstverlening waren erg dadergericht. Er is nu een voorzichtige ontwikkeling aan de gang waarbij de focus in het strafrecht wat minder bij de dader en meer bij het slachtoffer komt te liggen. Dit komt de waarborging van de rechten van het slachtoffer ten goede. 5 Anderen gaan nog een stapje verder en verdedigen dat de nadruk in het strafrecht minder op straffen en meer op het herstel van slachtoffer en dader zou moeten liggen. Dit gedachtegoed wordt restorative justice, oftewel herstelrecht genoemd en wordt door sommigen beschouwd als een nieuw paradigma, een nieuwe rechtsfilosofische stroming. 6 Een spannende ontwikkeling, waar ik in dit sociaal juridische onderzoek graag aan bijdraag. 1 B. Vermeulen B. Ingelaere 2008 p A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag Idem p M. Barlingen, G. J. Slump & H. Tulner T. Rossier (Red.) 2010 p Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 8

9 Probleembeschrijving Op 1 januari 2011 is de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces in werking getreden. Door deze wet heeft het slachtoffer voor het eerst een eigen positie in het strafrecht gekregen. Daarnaast is een aantal rechten van slachtoffers die eerder alleen in beleidsregels te vinden was, nu ook in de wet opgenomen. 7 In 2012 is de Europese richtlijn minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten (hierna genoemd: Richtlijn Slachtoffers) vastgesteld, waarin voor alle lidstaten van de Europese Unie een verplichting tot het uitvoeren van herstelbemiddeling opgenomen stond. 8 De Nederlandse regering heeft het slachtofferbeleid in 2012 verder uitgebreid met het beleidskader herstelbemiddeling in het strafrecht, waarin het stimuleren van herstelbemiddeling centraal staat. 9 Het slachtofferbeleid is sindsdien niet zozeer gericht op het creëren van nieuwe slachtofferrechten, maar voornamelijk op het zorgen dat de bestaande rechten ook echt gerealiseerd worden in de strafrechtelijke praktijk. 10 De positie van het slachtoffer is dus belangrijker dan ooit geworden en daarmee verschuift de focus langzamerhand van dader- naar maatschappij- en slachtoffergericht. Deze verschuiving vindt niet alleen tijdens het strafproces plaats, maar ook daarna, waar onder andere de reclassering een rol speelt. 11 De reclassering begeleidt ex-delinquenten de maatschappij in door middel van toezicht, werkstraffen en advies aan de rechter. Een taak van de reclassering is ook het voorkomen van recidive. De reclassering heeft verschillende methoden om de kans op recidive te verminderen bij ex-delinquenten. Uit onderzoek is gebleken dat slachtofferbewustzijn bij reclasseringscliënten ook helpt bij het verminderen van de kans op recidive. Door middel van slachtofferbewust werken en het toepassen van herstelbemiddeling worden deze ex-delinquenten zich meer bewust van het feit dat zij een slachtoffer hebben gemaakt en wat de gevolgen daarvan zijn geweest. 12 Daarnaast zijn slachtoffer-dadergesprekken voor zowel het slachtoffer als de dader een manier om iets af te kunnen sluiten en verder te kunnen gaan met het leven. Onderzoek wijst uit dat de herstelbemiddeling en slachtofferbewust werken naast het verminderen van de kans op recidive ook een meerwaarde heeft bij het bevorderen van re-integratie van ex-delinquenten. 13 Het nieuwe slachtoffergericht werken, sluit dus aan bij de nieuwe wijzigingen in het Nederlands recht en daarnaast ook op het takenpakket van de reclassering. 14 Sinds eind 2015 werken de 3RO (de Reclassering Nederland (RN), de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering) met de slachtoffergerichte aanpak. 15 Slachtofferbewust werken bij de reclassering is het bewust betrekken van de belangen van het slachtoffer bij het werken met de dader. 16 Het besef dat de cliënt met zijn handelen anderen schade heeft berokkend is heel belangrijk. 17 Wanneer een cliënt dit besef heeft, dan kan de reclasseringswerker helpen bij het ontwikkelen van toekomstgerichte verantwoordelijkheid. Waar mogelijk wordt de relatie tussen dader en slachtoffer hersteld, waarbij zij samen in gesprek gaan. 18 Dit zijn de zogeheten 7 Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad Beleidskader herstelbemiddeling in het strafrecht A. van Hoek & G. Slump 2013 pag OM, Slachtofferhulp Nederland, Politie 2015 pag A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag K. Lünnemann, M. Vandenbroucke, N. Hermens & A. Wolthuis 2010 pag Jaarverslag Reclassering Nederland L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2014 p Thompson 1999 p L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2014 p. 8. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 9

10 slachtoffer-dadergesprekken die worden gevoerd bij herstelbemiddeling. Deze gesprekken worden niet door een reclasseringswerker geleid, maar door een neutrale organisatie, zoals SiB. 19 De reclasseringswerkers stimuleren hun cliënten om zich aan te melden voor herstelbemiddeling. Verder is de SVG in samenwerking met Slachtofferhulp Nederland en het OM druk bezig om bij ZSMzaken te zoeken naar betekenisvolle afdoeningen in plaats van het geven van boetes of werkstraffen. Voorbeelden van deze afdoeningen zijn het verven van een hek in overleg met het slachtoffer. 20 Probleem De SVG is van oorsprong een dadergerichte organisatie en de reclasseringswerkers zijn gewend om dadergericht te werken. Voor hen gaat het slachtofferbewust werken dus niet vanzelf. Om te schakelen van het dadergericht werken naar het zowel dader en slachtoffergericht werken, hebben de reclasseringswerkers extra kennis nodig over onder andere het slachtoffer en zijn belangen, de verschillende fasen van verwerking van het delict en de psychische processen bij het slachtoffers zoals traumaverwerking. Daarnaast is het voor hen belangrijk om kennis te verwerven over de verwerking van schuldgevoel en schaamte bij hun cliënten om te werken aan het herstel. Dit is een hele opgave en hier moeten de reclasseringswerkers goed in begeleid worden. Nu is er wel een methodische handreiking geschreven door het KSI van de Hogeschool Utrecht, maar deze is op landelijk niveau geschreven, voor alle 3RO. De SVG werkt echter met een bijzondere doelgroep, namelijk met gedetineerden die tijdens en na hun straf verslaafd zijn. 21 Deze doelgroep kampt naast verslavingen vaak ook met psychische of psychiatrische problemen en heeft vijftien procent een licht verstandelijke beperking. Uit onderzoek bleek dat er contra indicaties voor herstelbemiddeling zijn gevonden bij psychopathische en autistische daders, bij psychiatrische stoornissen en verslavingsproblemen bij de dader, en bij een te laag IQ van de dader. 22 De SVG werkt dus met gedetineerden die een risicodoelgroep vormen voor herstelbemiddeling en slachtofferbewust werken. Microniveau en de psychologische component Herstelbemiddeling en slachtofferbewust werken kan voor de dader bijdragen aan schuldverwerking en voor het slachtoffer aan leedverwerking. 23 De slachtoffer-dadergesprekken kunnen echter ook een vervelende uitkomst hebben wanneer ze niet goed lopen. Wanneer een dader bijvoorbeeld geen begrip toont, het delict ontkent of liegt, dan kan er secundaire victimisatie optreden. 24 Secundaire victimisatie is het voor een tweede keer slachtoffer worden van hetzelfde delict, waarbij het oorspronkelijke trauma verergerd wordt. 25 Mesoniveau en de methodische component Voor de 3RO is in 2014 een methodische handreiking slachtofferbewust reclasseren ontwikkeld, waarvoor is onderzocht hoe de reclassering de slachtofferbewuste aanpak het best kan vormgeven. 26 Ook de SVG maakt gebruik van deze handleiding. Deze handleiding is echter niet gespecifieerd op de doelgroep en de organisatie van de SVG. Daarom is het belang dat er ook een aparte handleiding komt voor de SVG die rekening houdt met de doelgroep en de werkwijze van de verslavingsreclasseringswerkers. 19 L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2014 p C. de Ridder 2016 (interview). 21 3RO A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag M. Barlingen, G. J. Slump & H. Tulner Idem. 25 A.G. Mein & K. D. Lünneman A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 10

11 Macroniveau en de juridische en maatschappelijke component De SVG heeft de slachtoffergerichte aanpak doorgevoerd naar aanleiding van het internationale, maatschappelijke debat over meer aandacht voor slachtoffers in het strafrecht en de hierop volgende vaststelling van de Europese richtlijn minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, waarin voor alle lidstaten van de Europese Unie een verplichting tot het uitvoeren van herstelbemiddeling opgenomen stond. 27 De Nederlandse regering heeft haar beleidsregels toen uitgebreid met het beleidskader herstelbemiddeling in het strafrecht, waardoor het voor de SVG verplicht werd om slachtofferbewust te werken. Eigen visie Ik vind herstelbemiddeling als onderdeel van het herstelrecht een prachtig concept. Bij het strafrecht ligt de nadruk op straffen en wordt leed gecompenseerd door het toevoegen van leed terwijl in het herstelrecht de nadruk ligt op herstel. Daarnaast ligt bij het strafrecht de nadruk op het verleden en bij het herstelrecht op de toekomst. 28 Ik denk dat deze ontwikkelingen bijdragen aan de effectiviteit van het strafrecht. Daarnaast past herstelbemiddeling binnen de missie en de visie van de SVG: het beperken van de maatschappelijke en individuele schade door middel van onder andere intensieve begeleiding en de bevordering van intrinsieke motivatie. 29 Slachtoffer-dadergesprekken kunnen deze motivatie bevorderen en de schade van verschillende partijen beperken. Echter is het wel belangrijk dat de bemiddeling goed uitgevoerd wordt, omdat slachtoffers kwetsbaar zijn en niet voor een tweede keer slachtoffer moeten worden. Ik denk daarom dat het belangrijk is dat er een apart beleid voor de SVG geschreven wordt, omdat zij met een ingewikkelde doelgroep te maken heeft. De SVG zou herstelbemiddeling niet bij voorbaat moeten uitsluiten, maar goed moeten kijken naar het individuele daderprofiel en delict en aan de hand daarvan een inschatting maken. Hier moeten de reclasseringswerkers echter wel nieuwe competenties voor ontwikkelen en het is de vraag of dit op korte termijn mogelijk is. Doelstelling Door middel van dit onderzoeksrapport zal eind juni 2016 een bijdrage geleverd worden aan het inzichtelijk maken hoe de slachtofferbewuste aanpak met herstel als doel succesvol uitgevoerd kan worden door de reclasseringswerkers van de SVG, zodat zij rekening houdend met de doelgroep en de competenties van de reclasseringswerkers van de SVG de van bovenaf opgelegde opdracht om slachtofferbewust te werken kan realiseren. Dit zal uiteindelijk resulteren in een beleid waarbij door het verhoogde slachtofferbewustzijn de kans op recidive van cliënten van de SVG wordt beperkt, wat de veiligheid van de samenleving zal vergroten. Vraagstelling De centrale vraag van dit onderzoek is: Hoe kan de slachtofferbewuste aanpak met herstel als mogelijk doel succesvol worden uitgevoerd door reclasseringswerkers van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ, rekening houdend met de samenstelling van de doelgroep, de mogelijkheden van de reclasseringswerkers en de wettelijke opdracht? De deelvragen zijn: 1) Wat is de historische en juridische achtergrond van herstelbemiddeling? 2) Wat zijn voorwaarden voor een succesvolle uitvoering van herstelbemiddeling? 27 Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad M. Barlingen, G. J. Slump & H. Tulner SVG Missie & visie. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 11

12 3) Wat is de relatie tussen de taken, het doel en de visie van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ en herstelbemiddeling? 4) Wat is het huidige beleid rondom herstelbemiddeling bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ? 5) Wat zijn de mogelijkheden en wensen van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ bij het uitvoeren van herstelbemiddeling? 6) Waar liggen de risico s van herstelbemiddeling bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ? 7) Wat hebben reclasseringswerkers van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ nodig om herstelbemiddeling succesvol uit te voeren? Operationalisering In onderstaande opsomming worden begrippen uit de vraagstelling gedefinieerd. Herstelbemiddeling: Een proces waarbij het slachtoffer en de dader in staat worden gesteld, indien zij er vrijwillig mee instemmen, actief deel te nemen aan het oplossen, met behulp van een onpartijdige derde, van zaken die het gevolg zijn van een strafbaar feit. 30 Slachtoffergerichte aanpak: Het bewust betrekken van de belangen van het slachtoffer bij het werken met de dader. 31 Succesvol: Een goed gevolg hebbend. 32 Het beleid heeft een goed gevolg wanneer er aan de opdracht tot slachtofferbewust werken van de regering wordt voldaan, herstelbemiddeling in het beleid en de werkwijze van de SVG past en er geen negatieve gevolgen voor zowel slachtoffers en daders optreden. Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG): De SVG draagt bij aan het beperken van individuele en maatschappelijke schade die voortkomt uit delicten die samenhangen met het gebruik van verslavende middelen en/of psychische problematiek. 33 Doelgroep van de SVG: Mensen die door hun verslaving of psychische problematiek in aanraking zijn gekomen met Justitie. 34 Leeswijzer met onderzoeksmethoden Dit onderzoek is een praktijkgericht sociaal en juridisch onderzoek. 35 Het is een kwalitatief onderzoek, waarbij gebruik gemaakt is van interviews en literatuuronderzoek. Er is gekozen voor kwalitatief in plaats van kwantitatief onderzoek, omdat al eerder vergaarde kennis vanuit literatuuronderzoek met elkaar in verband gebracht moest worden en dit moest vervolgens uitgediept worden aan de hand van interviews zodat de situatie ook begrepen werd. 36 In onderstaande leeswijzer zijn de onderzoeksmethoden te zien. Hoofdstuk 1 Het eerste hoofdstuk dient ter introductie van het onderzoek, waarin de definitie, geschiedenis en het juridisch kader van herstelbemiddeling is uiteengezet. In dit hoofdstuk is voornamelijk gebruik gemaakt van literatuuronderzoek. De deelvraag: Wat is de historische en juridische achtergrond van herstelbemiddeling?" is hier beantwoord. Onderzoeken naar herstelrecht / Restorative Justice, herstelbemiddeling in Nederland en Europa en slachtofferbewust werken bij de reclassering zijn gebruikt en verder juridische bronnen, zoals de Richtlijn Slachtoffers en bijbehorende Memorie van Toelichting, het beleidskader herstelbemiddeling en artikel 51h Sv. 30 Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2014 p Mijn woordenboek. 33 SVG Missie & Visie. 34 SVG Cliënten. 35 G. A. F. M Schaaijk 2011 pag G. A. F. M Schaaijk 2011 pag. 80. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 12

13 Hoofdstuk 2 In het tweede hoofdstuk staat het slachtofferbewust werken bij de SVG centraal. Allereerst wordt er wat informatie gegeven over de SVG, vervolgens over het slachtofferbewust werken en tot slot over de methodiek. De deelvragen: Wat is de relatie tussen de taken, het doel en de visie van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ en herstelbemiddeling? en Wat is het huidige beleid rondom herstelbemiddeling bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ? zijn hierin beantwoord. Hiervoor is literatuur- en praktijkonderzoek verricht. Onderzoeken naar slachtofferbewust werken bij de reclassering, beleidsdocumenten, literatuur, de themapagina en e-module van de reclassering zijn gebruikt en verder zijn er interviews afgenomen met een beleidsadviseur en zes reclasseringswerkers van de SVG. Hoofdstuk 3 In dit hoofdstuk zijn de belangrijke factoren beschreven die in acht genomen moeten worden bij het aanpassen van het beleid rondom de slachtofferbewuste aanpak. Deze factoren zijn vanuit het micro-, meso- en macroniveau beschreven. De deelvragen: Wat is het huidige beleid rondom herstelbemiddeling bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ?, Wat zijn de mogelijkheden en wensen van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ bij het uitvoeren van herstelbemiddeling?, Wat is de meerwaarde en waar liggen de risico s van herstelbemiddeling bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ?, Wat zijn de voorwaarden voor een succesvolle uitvoering van herstelbemiddeling bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ? en Wat hebben reclasseringswerkers van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ nodig om herstelbemiddeling succesvol uit te voeren? zijn in dit hoofdstuk beantwoord. Er is verschillende literatuur gebruikt voor dit hoofdstuk. Ook is er praktijkonderzoek gedaan, door middel van het interviewen van een beleidsadviseur en zes reclasseringswerkers van de SVG en een bemiddelaar van Slachtoffer in Beeld. Verder is een enquête gebruikt die is afgenomen door een stagiaire maatschappelijk werk en dienstverlening van de HVA. Deze enquête is begin 2016 afgenomen onder 27 reclasseringswerkers van Palier. Hoofdstuk 4 Tot slot benadert hoofdstuk vier het onderwerp vanuit internationale en rechtsfilosofische perspectieven om het onderzoek meer diepgang op het macroniveau te geven. Voor dit onderdeel heeft er juridisch onderzoek plaatsgevonden, waarbij vooral de Richtlijn Slachtoffers en de bijbehorende memorie van toelichting is geraadpleegd. Ook zijn er (internationale) onderzoeken gebruikt en. Tot slot is er een interview afgenomen bij een hoogleraar criminologie en tevens onderzoeker Restorative Justice en heeft er mailcontact plaatsgevonden met J. Blad, expert Restorative Justice. Er is tevens literatuur over rechtsfilosofie, wetenschappelijke artikelen en jurisprudentie geraadpleegd. Betrouwbaarheid en validiteit Een onderzoek is betrouwbaar wanneer het bij herhaling dezelfde uitkomst geeft. 37 Om de betrouwbaarheid te waarborgen zijn er alleen betrouwbare bronnen gebruikt worden die op de juiste manier worden vermeld in de voetnoten, waardoor ze controleerbaar zijn. Er is hierbij voornamelijk gebruik gemaakt wetenschappelijke bronnen. De interviews zijn op een onpartijdige manier afgenomen en de vragen zijn zo neutraal mogelijk gesteld. Daarnaast is het onderzoek valide. Een onderzoek is valide wanneer er geen systematische fouten zijn gemaakt en het waarheidsgehalte en de echtheid gecontroleerd kan worden. Om dat te bereiken, moeten wet- en regelgeving, wetenschappelijke onderzoeken en andere kennisbronnen juist geïnterpreteerd worden en vervolgens goed onderbouwd worden met bronnen en argumenten Peet & Everaert, 2011, p G. A. F. M Schaaijk 2011 pag Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 13

14 Validiteit is daarnaast de mate waarin een instrument aan zijn doel beantwoordt. 39 Om dus te meten wat de onderzoeker wil meten, zijn er professionals geïnterviewd die veel kennis hebben van het onderwerp dat onderzocht is. Er zijn in totaal negen interviews afgenomen. Om de haalbaarheid te waarborgen zijn daders en slachtoffers niet geïnterviewd naar hun ervaringen met herstelbemiddeling. Ten eerste omdat is gebleken uit eerdere ervaringen met een soortgelijke doelgroep dat het erg lastig is om animo voor interviews te vinden. Veel reclasseringscliënten hebben geen interesse in het afgeven van interviews en enquêtes of zeggen vaak alsnog af. Daarnaast zal veel van die informatie waarschijnlijk ook uit andere bronnen te halen zijn. 39 Peet & Everaert, 2011, p.273. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 14

15 Hoofdstuk 1 Inleiding in de herstelbemiddeling Dit hoofdstuk heeft een inleidende functie en bereidt de lezer voor op het onderzoek naar het beleid van de SVG omtrent de slachtofferbewuste aanpak en herstelbemiddeling. In dit hoofdstuk ligt de focus op herstelbemiddeling en in het volgende hoofdstuk op het slachtofferbewust werken. In dit deel wordt antwoord gegeven op de eerste deelvraag: Wat is de historische en juridische achtergrond van herstelbemiddeling? Deze achtergrond is onderzocht aan de hand van literatuur: onderzoeken, wetenschappelijke artikelen en juridische bronnen. 1.1 Herstelbemiddeling De definitie van herstelbemiddeling die door de richtlijn minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten van het Europees Parlement en de Raad werd gebruikt, is: Een proces waarbij het slachtoffer en de dader in staat worden gesteld, indien zij er vrijwillig mee instemmen, actief deel te nemen aan het oplossen, met behulp van een onpartijdige derde, van zaken die het gevolg zijn van een strafbaar feit. 40 In een onderzoek van Barlingen, Slump en Tulner wordt de volgende definitie genoemd: Herstelbemiddeling is een vorm van mediation waarbij slachtoffers en daders op vrijwillige basis met elkaar in contract kunnen treden. 41 Een definitie die in een ander vooraanstaand onderzoek gegeven wordt, is: Het contact dat plaatsvindt tussen dader en slachtoffer op een directe wijze (via een gesprek) dan wel op een indirecte manier (bijvoorbeeld pendelbemiddeling via briefwisseling). 42 Tot slot gebruikt de reclassering zelf de volgende definitie: Bemiddeling tussen dader en slachtoffer met als doel het veroorzaakte leed en de aangerichte schade zoveel mogelijk te herstellen, zo mogelijk in het directe contact tussen beiden. 43 Samenvattend kan dus gezegd worden dat herstelbemiddeling het gehele proces van vrijwillig direct of indirect contact omvat tussen slachtoffer en dader (onder toezicht van een onpartijdige derde), waarin het gepleegde delict centraal staat en herstel van slachtoffer en dader het beoogde gevolg is. Dit contact kan plaatsvinden door middel van een gesprek tussen beide partijen, maar kan ook verlopen via een brief of met een pendelbemiddelaar. In dit onderzoek wordt met herstelbemiddeling voornamelijk het directe contact, dus het gesprek tussen slachtoffer en dader bedoeld. In de alinea s hieronder worden de belangrijkste begrippen uit de bovenstaande definitie behandeld, waardoor de lezer een beeld kan vormen wat herstelbemiddeling is. Slachtoffer en dader Het slachtoffer is de persoon die (immateriële en materiele) schade heeft geleden door een delict dat door de dader is gepleegd. 44 Artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering merkt als slachtoffer aan degene die als rechtstreeks gevolg van een strafbaar feit vermogensschade of ander nadeel heeft ondervonden. 45 De termen dader en slachtoffer beschrijven de rol die twee mensen ten opzichte van elkaar hebben. In de strafrechtelijke context zijn deze termen onmisbaar, maar in het herstelrecht wordt er eigenlijk meer gefocust op het loskomen van deze rollen. Een dader is niet alleen dader, maar soms ook slachtoffer. 46 Reclasseringswerkers spreken ook liever over reclasseringscliënt, omdat de term dader stigmatiserend werkt. Reclasseringswerkers steunen juist het proces waarin de cliënt loskomt van de identiteit als dader, omdat hij hierdoor sneller zal stoppen met het delictgedrag. In dit onderzoek wordt wel gesproken van dader en slachtoffer, omdat dit duidelijk de rollen binnen herstelbemiddeling onderscheidt. Ook bij de term slachtoffer denken we al snel aan het juridische slachtoffer. Er zijn 40 Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad M. Barlingen, G. J. Slump & H. Tulner 2000 pag A. van Hoek & G. Slump 2013 pag Beleidsnotitie Reclassering slachtoffergerichte aanpak 44 M. Barlingen, G. J. Slump & H. Tulner 2000 pag Art. 51a WvSv. 46 E. Altena & I. Pongers Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 15

16 echter vaak meer slachtoffers. Bijvoorbeeld ook familieleden van de dader kunnen zich slachtoffer voelen, of getuigen van incidenten. 47 In dit onderzoek wordt met het slachtoffer het juridische slachtoffer bedoeld. Om deel te nemen aan herstelbemiddeling is het belangrijk dat de dader het gepleegde delict (grotendeels) bekent en verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden. Daarnaast moet hij of zij begrip tonen en zijn excuses aanbieden. Hij of zij moet een bijdrage willen leveren aan het herstel van het slachtoffer. 48 Lang niet alle daders zijn hiertoe in staat. Uit onderzoek blijkt dat er contra indicaties voor herstelbemiddeling zijn gevonden bij psychopathische en autistische daders, bij psychiatrische stoornissen en verslavingsproblemen bij de dader. Ook een te laag IQ van de dader, de zogeheten licht verstandelijk beperkten (LVB s) kunnen een risicodoelgroep vormen. 49 Je ziet bij deze doelgroep vaak dat zij zich niet kan inleven in een ander. De daders die een of meerdere van bovenstaande kenmerken vertonen, worden niet uitgesloten van herstelbemiddeling, maar vormen wel een risicodoelgroep waarbij extra gelet moet worden op hun vermogen tot het tonen van begrip, het nemen van verantwoordelijkheid en het kunnen incasseren. Dit wordt nader behandeld in hoofdstuk 3. Vrijwillig Herstelbemiddeling gebeurt altijd op vrijwillige basis, zowel vanuit het slachtoffer als vanuit de dader. Het moet dus vanuit twee kanten gewenst zijn. Dit zorgt ervoor dat een aanvraag voor een gesprek bij een bemiddelingsbureau niet altijd ingewilligd wordt. Hoe groot de behoefte van de dader bijvoorbeeld ook is om iets goed te maken, het slachtoffer heeft soms helemaal geen behoefte aan welk gebaar van de dader dan ook. Andersom kan het ook zo zijn dat het slachtoffer graag met de dader praat om zijn beweegredenen te achterhalen. 50 Onpartijdige derde Tijdens het gesprek en bij het schrijven van een brief is altijd een onpartijdig en neutraal persoon betrokken, de zogeheten bemiddelaar. De voornaamste organisatie die dit doet is Slachtoffer in Beeld (SiB), een onafhankelijke stichting die verenigd is aan Slachtofferhulp Nederland (SHN). SiB is achttien jaar geleden begonnen met de SiB-leerstraf aan minderjarige daders; waar ook de naam Slachtoffer in Beeld vandaan komt. Vanaf 2007 voert SiB in opdracht van het ministerie van Justitie de slachtofferdadergesprekken uit. 51 De reclassering wijst zijn cliënten door naar SiB wanneer zij willen deelnemen aan een herstelbemiddelingstraject. SiB controleert bij een aanvraag altijd of de dader of het slachtoffer wel geschikt is voor herstelbemiddeling. De bemiddelaars van SiB zijn hier zeer kundig in. Volgens het onderzoek van Krechtig, van Vliet en Menger is de rol van de bemiddelaar het scheppen van de condities en het klimaat om de herstelkansen te kunnen maximaliseren. 52 De bemiddelaar heeft alleen een faciliterende rol: hij of zij informeert, motiveert en ondersteunt. 53 Strafbaar feit In principe komen alle typen delicten in aanmerking voor herstelbemiddeling. Zowel lichte als zware misdrijven, kort of lang geleden en zowel bij slachtoffers en daders die elkaar kennen als die onbekenden van elkaar zijn. 54 Alleen huiselijk geweldzaken komen niet in aanmerking voor herstelbemiddeling bij het SiB L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2015 p. 48 Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2015 p. 51 N. Hermens, K. Lünnemann, M. Vandenbroucke & A. Wolthuis 2010 p L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2015 p. 53 N. Hermens, K. Lünnemann, M. Vandenbroucke & A. Wolthuis 2010 p Slachtoffer in Beeld, 55 L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2015 p. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 16

17 Contact Het contact kan op verschillende manieren verlopen. In dit onderzoek wordt met herstelbemiddeling voornamelijk het slachtofferdadergesprek onder begeleiding van een bemiddelaar bedoeld. Een ander veelvoorkomende manier om in contact met elkaar te komen is het schrijven van een brief of een excuuskaart, waar ook een bemiddelaar bij aanwezig is. Een brief moet zorgvuldig opgesteld worden. Soms blijft het bij één brief, soms zal het uitlopen op een briefwisseling. Tot slot bestaat er pendelbemiddeling. Hierbij ontmoeten het slachtoffer en dader elkaar niet, maar gaat het contact via de bemiddelaar. De een geeft aan de bemiddelaar door wat hij wil zeggen, die dit weer doorgeeft aan de ander. Om de meest geschikte vorm te kiezen, vindt er van te voren altijd een gesprek plaats met de bemiddelaar van SiB. Er wordt dan ook contact gelegd met de andere partij. 56 Herstel Het doel van herstelbemiddeling is het woord zegt het eigenlijk al herstel van slachtoffer en dader. Het gaat bij herstel niet direct om vergeving of verzoening. Zoals het onderzoek van Krechtig, van Vliet en Menger beschreef: Het gaat om het zich her-stellen, zich herpositioneren ten aanzien van de feiten en hun gevolgen zodat deze op een zinvolle manier een plaats kunnen krijgen in het eigen leven. 57 In de theorie wordt veel gesproken van de hersteldriehoek, waar het slachtoffer, de dader en de gemeenschap onderdeel uitmaakt. 58 Dit wordt verder besproken in hoofdstuk De geschiedenis Uit de inleiding bleek dat er wereldwijd al heel lang vormen van herstelbemiddeling bestaan. Zo bestond er de gacaca in Afrika, waar de gemeenschappelijke orde werd bewaard door middel van het voeren van gesprekken tussen dader en slachtoffer in plaats van het direct toepassen van strafrecht. 59 Ook in landen als Australië, Nieuw-Zeeland en Noord-Amerika werd het herstelrecht al eeuwenlang toegepast door inheemse volkeren om conflicten binnen de gemeenschap op te lossen. 60 Deze volkeren pasten herstelrecht toe omdat slachtoffers en daders in hun (kleine) gemeenschappen na een delict nog vaak met elkaar geconfronteerd zouden worden. Omdat deze gemeenschappen het zich vanuit economisch opzicht niet konden veroorloven om burgers af te straffen zij moesten immers werken was herstelrecht de beste oplossing. 61 Door de eeuwen heen werd het strafrecht zo ingericht dat directe bemiddeling tussen dader en slachtoffer minder aandacht kreeg. Toen er in Europa in de jaren 80 en 90 kritiek kwam op de zakelijke afdoening van strafzaken en er een groeiende aandacht kwam voor de rechten en de behoeften van slachtoffers van delicten, bloeide het herstelrecht weer op. 62 Vanaf de jaren 70 kwam er in Nederland meer aandacht voor herstelrecht en herstelgericht denken. Er werd kritisch gekeken naar wat het daadwerkelijke effect van straffen op daders was en waar genoegdoening voor het slachtoffer bleef. Zo was er in die tijd veel kritiek op het (jeugd)strafrecht en daarom werd de HALT afdoening in het leven geroepen. Voor slachtoffers werd het eenvoudiger om een schadevergoeding te vorderen door de invoering van de Wet Terwee in 1992 en daarnaast konden zij hulp van SHN verwachten door middel van praktische en emotionele ondersteuning. Vanaf de jaren negentig kwamen er ook verschillende herstelgerichte projecten vanuit de politie en justitie, zoals strafrechtelijke dading (het oplossen van strafrechtelijke conflicten door de advocaten van dader en slachtoffer met een civielrechtelijk contract als doel) en schadebemiddeling (schadevergoeding van dader aan slachtoffer buiten het strafrecht om) Slachtoffer in Beeld, folder mediation in het strafrecht 57 L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2015 p. 58 L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2015 p. 59 B. Ingelaere 2008 p N. Hermens, K. Lünnemann, M. Vandenbroucke & A. Wolthuis 2010 p G. Homburg, I. Jonker & J. Soethout 2002 pag N. Hermens, K. Lünnemann, M. Vandenbroucke & A. Wolthuis 2010 p N. Hermens, K. Lünnemann, M. Vandenbroucke & A. Wolthuis 2010 p. 13. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 17

18 In 1997 werd het eerste echte herstelbemiddelingstraject opgezet door de reclassering en Slachtofferhulp Nederland. Onder deskundige begeleiding werden slachtoffers en daders met elkaar in contact gebracht om het leedverwerking bij slachtoffers en de schuldverwerking bij daders te bevorderen. Dit project werd in begin 2000 stop gezet door het ministerie van Justitie, omdat het niet meer zou passen bij de nieuwe werkwijze van de reclassering. De reclassering werd toen onderdeel van het ministerie en zou zich alleen nog richten op (ex-)delinquenten. 64 Eind 2006 veranderde dit toen er aandacht kwam voor slachtoffer-dadergesprekken bij jeugdige daders en in 2009 werd dit ook mogelijk bij volwassenen. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze gesprekken kwam bij Slachtoffer in Beeld te liggen. Hiervoor bestonden er ook lokale initiatieven zoals de Echt Recht conferenties, maar deze vielen weg. 65 In de volgende paragraaf zullen de laatste ontwikkelingen beschreven worden aan de hand van wetswijzigingen en nieuwe richtlijnen. 1.3 Het juridisch kader Herstelrecht is van oorsprong publiekrechtelijk. De prioriteit van het herstelrecht ligt op het herstel van de schade en de relatie tussen dader en slachtoffer (en samenleving), terwijl de prioriteit van het strafrecht ligt bij het straffen van de dader. Herstelrecht wordt daarnaast beschouwd als een vrijwillige aangelegenheid, terwijl hier in het strafrecht in principe geen sprake van is. Toch is het in de praktijk mogelijk gebleken om herstelbemiddeling ook in het strafproces of in de schaduw hiervan plaats te laten vinden. Er zijn drie manieren: herstelbemiddeling voorafgaand aan de strafzitting, tijdens de strafzitting en na de veroordeling. 66 In dit onderzoek wordt alleen herstelbemiddeling na de veroordeling besproken, aangezien het gaat om herstelbemiddeling in de toezichtfase van de reclassering, maar ik zal de eerste twee vormen wel kort behandelen. Herstelbemiddeling voorafgaand aan de strafzitting Tot nu toe is er alleen gesproken van herstelbemiddeling wanneer een dader al cliënt is bij de reclassering, wat dus inhoudt dat de zitting al plaatsgevonden heeft en de straf vaak al uitgezeten is. Herstelbemiddeling kan ook eerder plaatsvinden, namelijk in de politiefase. 67 De politie of het OM heeft de mogelijkheid om een slachtoffer en dader in een vroeg stadium door te verwijzen naar bemiddeling. Soms kan herstelbemiddeling in deze fase worden toegepast, wanneer het strafrecht een te zwaar middel is voor een licht delict. Wanneer dit al voorafgaand aan de zitting plaatsvindt, dan kan dit soms gevolgen hebben het verloop van de strafrechtelijke procedure. Bij een geslaagde bemiddeling kan het leiden tot een sepot. Op deze manier wordt het delict dus van het strafproces weggehouden. 68 Er zijn echter verschillende juridische tegenargumenten van herstelbemiddeling in de voorfase van het strafproces. Zo kunnen het onschuldprincipe en het legaliteitsbeginsel geschonden worden. In deze fase is het namelijk nog niet bewezen dat de verdachte dader is. Hij wordt dan wel al behandeld als de persoon die het delict begaan heeft. 69 De politie kan de delinquent ook doorverwijzen naar de bemiddelingsinstantie en het dossier tevens doorsturen naar het OM. Er hoeft dus niet van vervolging afgezien te worden. 70 Herstelbemiddeling tijdens de strafzitting Deze fase wordt ook wel de officiers- en rechtsfase genoemd. Hier is het strafbare feit voorgelegd aan de Officier van Justitie of de rechter. Vervolgens kan de OvJ of de rechter het voorstel doen aan de 64 Idem p Idem p Idem p. 17 e.v. 67 Pvda N. Hermens, K. Lünnemann, M. Vandenbroucke & A. Wolthuis 2010 p. 18 en Aertsen & Miers Ministerie van Veiligheid en Justitie 2013 pag 17. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 18

19 verdachte om gebruik te maken van herstelbemiddeling. De uitkomst hiervan kan namelijk van invloed zijn op de strafbeschikking van het OM of op het vonnis van de rechter. Bij de Officier van Justitie kan het leiden tot een voorwaardelijk sepot. De rechter kan rekening houden met de hoogte van de straf wanneer er succesvol aan herstelbemiddeling is deelgenomen. 71 De rechter schorst de zaak dan, zodat er in de tussentijd herstelbemiddeling kan plaatsvinden. 72 Herstelbemiddeling na de veroordeling Herstelbemiddeling na de veroordeling is de vorm waar het in dit onderzoek over gaat. Herstelbemiddeling heeft in Nederland geen formele plaats gekregen in het strafproces. Wel zijn er veel richtlijnen en een aantal wetten die het gebruik van herstelbemiddeling stimuleren. Zoals al bleek uit de vorige paragraaf is er de afgelopen decennia een hoop veranderd op het gebied van aandacht voor het slachtoffer en herstel. Zo zijn er sinds de jaren tachtig verschillende richtlijnen opgesteld voor medewerkers van het OM ter verbetering van de bejegening van slachtoffers. In 1992 is de Wet Terwee in werking getreden die de mogelijkheden voor slachtoffers om schadevergoeding binnen een strafprocedure te vorderen verbeterde. In 2004 werd het voor slachtoffers mogelijk om een schriftelijke slachtofferverklaring in te dienen bij de rechtbank. Een jaar later werd het voor hen ook mogelijk om te spreken tijdens de strafzitting. In 2011 kwam de Wet versterking positie slachtoffer tot stand waarbij het slachtoffer een zelfstandige positie in het strafproces kreeg. 73 In onderstaande tekst zullen deze wijzigingen kort beschreven worden. Vervolgens komt ook nog wat internationale wet- en regelgeving aan bod. Landelijk Richtlijnen door het OM ter verbetering van de bejegening van slachtoffers In het begin van de jaren tachtig werd er voor het eerst meer opgekomen voor de rechten en behoeften van het slachtoffer. Het kwam vaak voor dat slachtoffers zich door de bejegening in het strafproces nog meer slachtoffer voelden dan ze al waren. Dit wordt ook wel secundaire victimisatie genoemd. Om dit te verbeteren werden er richtlijnen opgesteld voor de politie en het OM voor de bejegening van slachtoffers van zedendelicten. Daarna werd de werkgroep justitieel beleid en slachtoffer ingesteld, die uiteindelijk heeft geleid tot de richtlijnen-vaillant. In deze richtlijnen wordt beschreven hoe de politie het slachtoffer bij aangifte op een respectvolle en empathische wijze kan bejegenen. Ook staat hierin dat het OM bij alle beslissingen in de strafzaak rekening moet houden met het slachtoffer. 74 Wet Terwee In 1992 kwam de wet Terwee tot stand en in 1995 werd deze landelijk ingevoerd. De wet Terwee regelt de schadevergoeding die een slachtoffer kan eisen binnen het strafproces. Hiervoor kon dit alleen via een aparte procedure bij de civiele rechter. 75 Met de totstandkoming van deze wet werd een heel belangrijke eerste stap gezet in het proces van de emancipatie van het slachtoffer in het strafrecht. Het strafrecht was namelijk alleen gericht op de (de rechten van de) verdachte. Destijds bestonden er voor het slachtoffer alleen de beklagprocedure van artikel 12 e.v. Sv en de regeling omtrent de voeging van een civiele vordering tot schadevergoeding in de artikelen 332 Sv en verder. Naar aanleiding van de wet Terwee werd titel IIIA ingevoegd, waarbij artikelen 51a tot en met 51f zijn gewijd aan het slachtoffer, de benadeelde partij Idem. 72 N. Hermens, K. Lünnemann, M. Vandenbroucke & A. Wolthuis 2010 p. 18 en Slachtofferhulp Nederland, Wetgeving, De positie van het slachtoffer in het strafproces. 74 Groenhuijsen, M pag De Rechtspraak Aanbevelingen civiele vorderingen en schadevergoedingsmaatregel 76 Groenhuijsen, M pag. 1. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 19

20 Schriftelijke Slachtofferverklaring Vanaf mei 2004 heeft het slachtoffer van een ernstig delict de mogelijkheid de Schriftelijke Slachtofferverklaring (SSV) door SHN op te laten stellen. Het OM beslist of het slachtoffer gebruik kan maken van deze mogelijkheid. In deze verklaring kan het slachtoffer opschrijven wat de gevolgen van het delict op hem of haar zijn geweest. Dit krijgt de rechter en de verdachte te lezen voorafgaand aan of tijdens de strafzaak. De bedoeling van deze SVV is dat de rechter en de verdachte weten wat de gevolgen zijn geweest voor het slachtoffer. 77 Spreekrecht Een jaar later, in 2005, is het spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden ingevoerd. Sindsdien kunnen slachtoffers en nabestaanden ook spreken tijdens een strafzitting. Ook hier is het doel om de rechter en de verdachte te laten weten wat de gevolgen van het delict op hen zijn geweest en hier rekening mee kan houden bij het bepalen van de strafmaat of de sanctie. Met de invoering van het spreekrecht is het Wetboek van Strafvordering uitgebreid. Artikel 260, 288a, 302 en 303, 336 en 337 WvSv zijn gewijzigd of toegevoegd. 78 Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces Op 1 januari 2011 is de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces in werking getreden. Deze wet heeft de rechten van het slachtoffer uitgebreid. Zo mag ieder slachtoffer nu kennis nemen van de processtukken en heeft ieder slachtoffer nu het recht zich te laten bijstaan door een advocaat, terwijl dit voorheen alleen voor de benadeelde partij gold. Door deze wet heeft het slachtoffer voor het eerst een zelfstandige positie in het strafproces gekregen. 79 Artikel 51h Wetboek van Strafvordering Zoals eerder gezegd werd, is herstelbemiddeling in Nederland niet wettelijk verankerd in het strafproces, terwijl dit in andere landen wel is gebeurd. 80 Artikel 51h WvSv zet wel een eerste stap naar het vergemakkelijken van het gebruik van herstelbemiddeling in het strafrecht. In dit artikel staat dat bemiddeling tussen slachtoffers en verdachten, slachtoffers en veroordeelden moet worden bevorderd. Dit betekent dat de politie en het OM bemiddeling in het strafproces actief moeten bevorderen. Zo moeten zij het slachtoffer en de dader de mogelijkheid van herstelbemiddeling uitleggen en zo mogelijk doorverwijzen. De rechter dient vervolgens rekening te houden met wat is overeengekomen tijdens de bemiddeling bij het opleggen van een straf. 81 Verder biedt dit artikel de mogelijkheid om via een algemene maatregel van bestuur nadere regels te stellen omtrent bemiddeling. 82 Internationaal Internationaal wordt er al decennialang energie gestoken in het bevorderen van herstelbemiddeling. In 1985 schreef de Verenigde Naties hier al over en heeft de Raad van Europa in 1999 al aanbevelingen gedaan. In 2001 is hier ook regelgeving voor ontwikkeld. 83 Kaderbesluit van de Raad Op 15 maart 2001 werd het kaderbesluit van de Europese raad inzake de status van het slachtoffer in het strafproces aangenomen. Het doel van dit besluit was om slachtoffers betere juridische bescherming en verdediging van hun belangen te garanderen. 84 Alle landen van de Europese Unie kregen hiermee de opdracht om de positie van het slachtoffer in het strafproces te versterken. Zij mochten dit door 77 De letselschade raad, Schriftelijke slachtofferverklaring 78 Wet tot wijziging van enige bepalingen van het Wetboek van Strafvordering (invoering spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden) Slachtofferhulp Nederland, Wetgeving, De positie van het slachtoffer in het strafproces. 80 N. Hermens, K. Lünnemann, M. Vandenbroucke & A. Wolthuis 2010 p Art. 51h WvSv. 82 PvdA Ministerie van Veiligheid en Justitie 2013 pag Kaderbesluit van de Raad Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 20

21 middel van wetgeving, richtlijnen of beleid doen. Het hoefde niet per definitie wettelijk verankerd te worden. 85 De Europese richtlijn minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten (Richtlijn Slachtoffers) De Europese Commissie vond dat de Europese lidstaten het kaderbesluit niet voldoende hadden geïmplementeerd in hun beleid, richtlijnen of wetgeving en voerde toen in 2012 de Europese richtlijn minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten (hierna: Richtlijn Slachtoffers) in. Deze richtlijn bevat meer bindende en afdwingbare maatregelen die omgezet moeten worden in nationale wet- en regelgeving. Het geeft alle Europese lidstaten de taak om minimumnormen vast te stellen voor de rechten en de bescherming van het slachtoffer. Er wordt ook speciale aandacht gegeven aan herstelbemiddeling. Zo regelt artikel twaalf dat iedere lidstaat herstelbemiddeling moet stimuleren, maar ook maatregelen moet nemen om het slachtoffer te beschermen tegen secundaire en herhaalde victimisatie. 86 Zie paragraaf 3.2 voor meer informatie over secundaire en herhaalde victimisatie en paragraaf 4.3 voor meer over artikel 12 van de richtlijn. 1.4 Deelconclusie Herstelbemiddeling is het gehele proces van vrijwillig, direct of indirect contact tussen slachtoffer en dader (onder toezicht van een onpartijdige derde), waarin het gepleegde delict centraal staat en herstel van slachtoffer en dader het beoogde gevolg is. Er bestaan wereldwijd al heel lang vormen van herstelbemiddeling. In Nederland kwam dit op in de jaren 70 toen er meer aandacht ontstond voor herstelrecht en herstelgericht denken. In 1997 werd het eerste herstelbemiddelingstraject opgezet door de reclassering en Slachtofferhulp Nederland. In 2009 vonden de eerste slachtofferdadergesprekken plaats door Stichting in Beeld zoals deze nu zijn vormgegeven. Herstelbemiddeling kan voor, tijdens of na het strafproces plaatsvinden. In dit onderzoek wordt gefocust op de bemiddeling ná het strafproces. Naar aanleiding van de Richtlijn Slachtoffers uit 2012 waar alle lidstaten de opdracht kregen om meer aandacht te besteden aan herstelbemiddeling, is artikel 51h WvSv in het leven geroepen die het gebruik van herstelbemiddeling in het strafrecht vergemakkelijkt. 85 A. van Hoek & G. Slump 2013 pag Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 21

22 Hoofdstuk 2 Slachtofferbewust werken bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ In het vorige hoofdstuk werd beschreven wat herstelbemiddeling is en hoe zijn huidige vorm tot stand is gekomen. De Richtlijn Slachtoffers vraagt van de reclassering dat zij in hun werk ook de rechten en belangen van het slachtoffer of nabestaanden meeweegt. Sindsdien werkt zij met de slachtofferbewuste aanpak. Deze aanpak zal uitgebreid behandeld worden in de tweede paragraaf. Er wordt in de eerste en tweede paragraaf antwoord gegeven op de derde deelvraag: Wat is de relatie tussen de taken, het doel en de visie van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ en herstelbemiddeling? Daarnaast wordt ook de vierde deelvraag beantwoord: Wat is het huidige beleid rondom herstelbemiddeling bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ? Er zal daarnaast ingezoomd worden op de methodiek die de SVG toepast om slachtofferbewust te werken. Aan de hand van de informatie uit dit hoofdstuk kan hierna gekeken worden naar mogelijke verbeterpunten aan het beleid van de SVG. Dit hoofdstuk is geschreven aan de hand van literatuuronderzoek, interviews en interne informatie van het opleidingshuis 3RO. 2.1 De Stichting Verslavingsreclassering GGZ De SVG is een van de drie grote reclasseringsorganisaties: de 3RO (de Reclassering Nederland (RN), de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering). De basis voor de reclasseringswetgeving is de Reclasseringsregeling 1995 (RR 1995). In deze wet staat dat reclasseringswerkzaamheden alleen kunnen worden uitgevoerd door de Minister van Justitie erkende reclasseringsinstellingen. 87 De SVG bestaat uit elf regionale instellingen, waaronder Victas (Utrecht), Palier (Den Haag) en IrisZorg (Arnhem/Nijmegen). 88 Deze drie instellingen zijn gebruikt voor dit onderzoek naar de slachtoffergerichte aanpak en zullen nader behandeld worden. Missie en visie De missie die de SVG op de website heeft staan, is: Het bijdragen aan het beperken van individuele en maatschappelijke schade die voortkomt uit delicten die samenhangen met het gebruik van verslavende middelen en/of psychische problematiek. De visie van de SVG valt samen te vatten als het doorbreken van de neerwaartse spiraal die ex-gedetineerden hebben door hun verslaving, psychische problemen en dakloosheid door te zorgen dat er iets voor ze op het spel komt te staan. Dit wil zij bereiken door ex-gedetineerden te dwingen hun leven op orde te krijgen. Wanneer zij weer iets hebben om voor te leven, dan zullen zij minder snel terugvallen in delictgedrag. 89 Taken De SVG heeft drie hoofdtaken, namelijk het geven van advies, het houden van toezicht en het begeleiden van de werkstraffen van haar cliënten. Een laatste taak is het houden van gedragsinterventies. De reclassering geeft advies aan het OM, de rechtbank of het gevangeniswezen, en stelt zichzelf hierbij altijd de vraag hoe groot de kans op recidive is en wat er nodig is om recidive te voorkomen. 90 In opdracht van het OM, de rechtbank en de gevangenis houden de reclasseringswerkers ook toezicht op de resocialisatie van hun cliënten. Hierbij moeten de ex-delinquenten zich houden aan bepaalde voorwaarden en aanwijzingen van de reclassering. De SVG controleert verder de gemaakte afspraken en houdt zich bezig met de re-integratie van een cliënt. Wanneer een cliënt niet meewerkt, dan zou hij teruggestuurd kunnen worden naar het OM Art. 1 sub a jo. Art. 2 lid 1 jo. art. 4 lid 1 RR SVG, SVG-instellingen 89 SVG, Missie & Visie 90 SVG, Advies 91 SVG, Toezicht Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 22

23 Verder begeleidt de SVG werkstraffen van haar cliënten die door de rechter of het OM opgelegd zijn. De SVG houdt toezicht op het verloop van de werkstraf en rapporteert dit terug naar de opdrachtgevers. 92 Tot slot houdt de SVG zich bezig met gedragsinterventies die als bijzondere voorwaarde (op advies van de reclassering) opgelegd zijn door de rechter of het OM. Deze interventies zijn gericht op de criminogene factoren, zoals delictgedrag, agressieregulatie en drugsgebruik. Voorbeelden van deze interventies zijn Leefstijl 24/7 en Gedragsinterventie Alcohol en Geweld. 93 Doelgroep De Stichting Verslavingsreclassering GGZ(SVG) richt zich op mensen die door hun verslaving of psychische problematiek in aanraking zijn gekomen met Justitie. Tweeëntwintig procent van de doelgroep heeft psychiatrische problemen naast hun verslaving. Vaak gaan deze twee samen met elkaar. Tweeënnegentig procent is man, 96,5 procent heeft geen vaste baan, vijf procent heeft de lagere school niet afgemaakt en 55,5 procent heeft geen middelbaar onderwijs gevolgd. Vijftien procent heeft een licht verstandelijke beperking (LVB). Waarschijnlijk ligt dit cijfer nog veel hoger, omdat LVB vaak niet gediagnosticeerd wordt. 94 Van de cliënten van de verslavingsreclassering kreeg 26 procent een straf opgelegd vanwege eenvoudige diefstal en dit is dan ook de meest voorkomende delictvorm onder de cliënten van de SVG. Ook andere vermogensdelicten zoals diefstal met braak en geweld komen veel voor en daarnaast heeft 25 procent van de cliënten een geweldsdelict gepleegd. Uit onderzoek blijkt dat de verslavingsreclassering bijdraagt aan het verminderen van recidive onder hun cliënten. Zo pleegden volwassen cliënten voorheen gemiddeld 7,9 delicten en dit nam af naar 3,2 delicten per twee jaar. Bij jongvolwassenen nam dit af naar 2,9 delicten. De helft van de cliënten van de SVG heeft schuldenproblematiek van gemiddeld euro. In het diagram hieronder zijn de meest voorkomende verslavingen onder de doelgroep te zien SVG, Begeleiding 93 SVG, Gedragsinterventies 94 SVG, Cliënten 95 SVG, Cliënten 96 Idem Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 23

24 2.2 Slachtofferbewust werken In 2013 heeft het Lectoraat Werken in Justitieel Kader van de Hogeschool Utrecht in opdracht van de 3RO een onderzoek uitgevoerd naar de wijze waarop het slachtofferbewust werken vorm moet krijgen in het beleid van de reclassering. In dit onderzoek wordt de slachtofferbewuste aanpak als volgt beschreven: Slachtofferbewust werken bij de reclassering is het bewust betrekken van het perspectief en de belangen van het slachtoffer bij het werken met de dader. Dit in brede zin en voor zover het is te verantwoorden vanuit de primaire opdracht van de reclassering om recidive te verminderen en reintegratie van reclasseringscliënten/daders te bevorderen. Bij deze verantwoording dient zowel het morele niveau (juist handelen) als het professionele niveau (effectief handelen) te worden betrokken. 97 Hun doel is om met het slachtofferbewuste werken een bijdrage te leveren aan het herstel van hun cliënt en het slachtoffer en het verminderen van recidive. 98 Dit doel is drieledig. Allereerst weegt de reclasseringswerker bij het maken van een beslissing de belangen van het slachtoffer mee. Ten tweede is de cliënt zich bewust van de consequenties die het delict heeft gehad voor het slachtoffer en ontwikkelt hij verantwoordelijkheid voor de toekomst. Tot slot kan er gewerkt worden aan het herstellen van de relatie tussen dader en slachtoffer, om nieuwe delicten te voorkomen. Dit laatste gebeurt alleen wanneer dit wenselijk en mogelijk is. 99 Zoals te zien is, wordt er een onderscheid gemaakt in het slachtofferbewustzijn bij de reclasseringswerker en bij de cliënt. Deze twee vormen zullen apart behandeld worden, omdat deze ook in dit onderzoek erg belangrijk zijn voor het verbeteren van het beleid. Slachtofferbewustzijn bij de reclasseringswerker Zoals hierboven te lezen is, is een reclasseringswerker slachtofferbewust wanneer hij de belangen van het slachtoffer bewust betrekt bij het werken met de dader. In plaats van alleen te focussen op het gepleegde delict, de delictsgeschiedenis en de huidige situatie van de dader, wordt nu ook het bestaan van het slachtoffer meegenomen. De reclasseringswerker is zich meer bewust van de aanwezigheid en de positie van het slachtoffer en gaat uiteindelijk kijken of werken aan herstel tussen de twee partijen mogelijk is. De reclasseringswerkers zijn gewend om dadergericht te werken. Voor hen gaat het slachtofferbewust werken dus niet vanzelf. De reclasseringswerker moet allereerst beseffen dat het slachtoffergericht werken past bij de kerndoelen van de reclassering en dat de belangen van het slachtoffer een grote rol spelen in het reclasseringsproces. Het slachtoffer kan een rol spelen in de bewustwording van de dader en de kans op recidive beperken. Ook moet de reclasseringswerker beseffen dat verwerking van een delict bij beide partijen een rol speelt en dat de manier waarop erg van invloed is op hoe zij hierna verder zullen leven. Verder is het belangrijk voor beide partijen dat zij loskomen van de rollen slachtoffer en dader, dit is onderdeel van de huidige tendens waarin herstel gestimuleerd wordt. 100 Om te schakelen van het dadergericht werken naar het zowel dader en slachtoffergericht werken, hebben de reclasseringswerkers extra kennis nodig over onder andere het slachtoffer en zijn belangen, de verschillende fasen van verwerking van het delict en de psychische processen bij het slachtoffers zoals traumaverwerking. Daarnaast is het voor hen belangrijk om kennis te verwerven over de verwerking van schuldgevoel en schaamte bij hun cliënten om te werken aan het herstel. Tot slot moeten zij weten wat het herstelgericht werken is en zich hier wegwijs in maken A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag SVG, Slachtofferbewust werken 99 A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag 20 e.v.. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 24

25 Om dit allemaal bij te spijkeren zijn er verschillende voorlichtingen en cursussen gegeven. Tevens zijn er e-learnings gehouden en een bijeenkomst waarin SiB en Slachtofferhulp Nederland aanwezig waren. 102 In het volgende hoofdstuk wordt hier nog dieper op ingegaan. Slachtofferbewustzijn bij de cliënt Na de afweging of werken aan herstel tussen dader en slachtoffer nodig en wenselijk is om de emotionele schade te herstellen en recidive te beperken, kan de reclasseringswerker aan de slag met het slachtofferbewustzijn van de cliënt. 103 Het slachtofferbewustzijn bij de cliënt is het besef dat hij of zij met zijn handelen anderen schade heeft berokkend. 104 Dit besef is niet vanzelfsprekend bij exdelinquenten. Vaak wegen de motieven om een delict te plegen zwaarder dan de motivatie om een ander geen schade te berokkenen. Dit kan voorkomen bij daders die het gevoel hebben dat zij moeten stelen om te leven. Zij vinden het belangrijker om op die manier hun eten te verkrijgen dan dat ze verhongeren. Bij cliënten met verslavingsproblematiek kan het voorkomen dat zij het belangrijk vinden om hun shot te krijgen en daarom in hun ogen noodgedwongen een delict plegen. 105 Soms komt het ook voor dat delinquenten gewoon niet stil staan bij de door hen aangerichte schade of hun schuld verschuiven of bagatelliseren. 106 Een andere vaak voorkomende factor bij het plegen van delicten, is het gebrek aan inlevingsvermogen. Cliënten met een psychische stoornis, zoals een antisociale persoonlijkheidsstoornis, kunnen dit ervaren. Ook cliënten met een stoornis in het autismespectrum of licht verstandelijk beperkten missen soms het vermogen om zich te verplaatsen in een ander. Soms ligt hier geen stoornis aan ten grondslag en sluit de cliënt zich af voor het slachtoffer. De cliënt staat niet stil bij de schade die hij heeft aangericht. Cliënten proberen soms ook manieren te ontwikkelen om de schuld bij een externe factor te verschuiven of hun eigen aandeel te minimaliseren. 107 Soms is het mogelijk een cliënt meer slachtofferbewust te maken of is de cliënt dit al. Als een cliënt zich bewust is van het feit dat hij een slachtoffer heeft gemaakt, dan kan dit een sterke motivatie zijn om te veranderen, om het leven weer op de rit te krijgen en niet nog eens een delict te begaan. Slachtofferbewustzijn draagt dus bij aan het beperken van de recidivekans. De reclasseringswerker kan de cliënt ondersteunen bij het ontwikkelen van toekomstgerichte verantwoordelijkheid waarbij hij of zij zich verantwoordelijk voelt voor het veranderen van het eigen gedrag en het overwinnen van moeilijkheden. Reclasseringswerkers kunnen dit doen door de cliënt te motiveren en aan te spreken op de eigen verantwoordelijkheid. Ook kunnen zij de cliënt de mogelijkheid bieden om de schade te herstellen, door middel van herstelbemiddeling. 108 Welke methodieken zij hier precies voor gebruiken, wordt nader behandeld in de volgende paragraaf. Herstelbemiddeling Een doel van het slachtofferbewust werken is herstel bij slachtoffer en dader. Hiervoor bestaat de mogelijkheid tot slachtofferdaderbemiddeling, zoals beschreven in hoofdstuk SVG, Slachtofferbewust werken 103 Beleidsnotitie 104 Thompson 1999 p Thompson 1999 p E-module Reclassering Slachtofferbewust werken, onlineleren Reclassering 107 Idem 108 PowerPoint Slachtofferbewust Werken SVG Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 25

26 2.3 De methodiek What Works De Reclassering werkt volgens de What Works-principes, een verzamelnaam voor wetenschappelijke onderzoeken naar de beste methodes om de kans op recidive te verkleinen. Centraal uitgangspunt in deze onderzoeken is dat ex-delinquenten het meest baat hebben bij een cognitieve en gedragsmatige aanpak met gebruik van motiverende gespreksvoering. Met motiverende gespreksvoering wordt er aangesloten bij de cliënt en daarbij is de effectiviteit van de interventie het grootst. 109 Een van de What Works-principes is het risicoprincipe. Dit principe heeft als uitgangspunt dat hoe hoger het risico op recidive is, hoe intensiever de interventie moet zijn. Bij een laag risico kan er de reclasseringswerker zich beperken tot de zaken die een delinquent nog kunnen belemmeren om normaal te functioneren, terwijl dit bij een hoog risico complexer ligt en er intensievere interventies nodig zijn. Daarnaast is er het behoefteprincipe, dat inhoudt dat er voor de juiste interventie gekeken moet worden naar de oorzaken die ervoor hebben gezorgd dat iemand het delict heeft gepleegd. Voorbeelden van die oorzaken zijn drugs- en alcoholgebruik of psychische klachten. De principes van responsiviteit houden in dat de interventies aansluiten bij de leerstijl en de mogelijkheden van de cliënt. De professional moet dan op zoek gaan naar de motiveringsbronnen van de cliënt. Tot slot houden de principes van programma-integriteit in dat de programma s theoretisch goed doordacht moeten zijn. De programma s die de Reclassering gebruikt, moeten werken vanuit een model waar in helder is onderbouwd waarom de ingrepen passend zijn. 110 Motiverende gespreksvoering De bovenstaande principes sluiten aan bij de motiverende gespreksvoering. Beide leggen de nadruk op wat mogelijk is bij de cliënt in plaats van andersom. Wanneer de reclasseringswerker motiverende gespreksvoering toepast dan moet hij of zij op zoek gaan naar bronnen van motivatie bij de cliënt, er wordt er namelijk vanuit gegaan dat motivatie beïnvloedbaar is. Er is slechts een minimale startmotivatie nodig voor verandering. Vanuit die beginnende motivatie zal de reclasseringswerker verder proberen de cliënt te motiveren, ook al zullen er altijd cliënten zijn waarbij dit niet gebeurt. 111 Reclasseringswerkers stuiten vaak op weerstand. Zij moeten deze weerstand samen met de cliënt zien om te zetten in positieve doelen. Verder besteden zij aandacht aan het vergroten van de ambivalenties van de cliënt ten opzichte van het gewenste veranderingsdoel. Ambivalentie is het hebben van tegenstrijdige gevoelens bij verandering: aan de ene kant ziet de cliënt wel in wat de positieve gevolgen zijn van verandering, maar aan de andere kant ziet hij er ook tegen op. Motiverende gespreksvoering helpt cliënten hun eigen ambivalenties ten aanzien van de gedragsverandering onder ogen te zien en op te lossen. 112 Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat het vergroten van het gevoel van eigenwaarde of het tonen van empathie de mogelijkheid tot het veranderen van het eigen gedrag kan aanwakkeren. Een belangrijk onderdeel van de interventies is dus het vergroten van de eigenwaarde van de cliënt. Verder is een aantal gesprekstechnieken altijd belangrijk zoals het stellen van open vragen, reflectief luisteren, de cliënt ondersteunen en bevestigen, samenvattingen geven, zelfmotiverende uitspraken ontlokken, de cliënt zelf de keuzes laten maken en open en eerlijk zijn over het eigen handelen J. van Loon & D. Ruitenberg 2013 pag J. van Loon & D. Ruitenberg 2013 pag A. Menger & L. Krechtig J. van Loon & D. Ruitenberg 2013 pag J. van Loon & D. Ruitenberg 2013 pag Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 26

27 Methodiek bij slachtofferbewust werken Het is belangrijk dat een dader zich bewust is dat hij een slachtoffer heeft gemaakt en zich realiseert welke schade hij heeft aangericht. Zoals uit de vorige paragraaf bleek, zijn er verschillende redenen waarom een dader een delict pleegt. Voorbeelden hiervan zijn een gebrek aan empathie, sterkere motieven voor het plegen van een delict, niet stilstaan bij de aangerichte schade, schuld verschuiven of bagatelliseren en zichzelf slachtoffer vinden. Wanneer een reclasseringswerker dit signaleert, moet de reclasseringswerker beslissen of en op welke manier hij aan het slachtofferbewustzijn gaat werken met de cliënt. Een belangrijke methode hiervoor is de schuldverwerkingsschaal. Deze is terug te vinden in de hand-out, samen met nog een aantal andere methodes. Zoals bekend, kan de slachtofferbewuste aanpak in de advies- en de toezichtfase toegepast worden. Hieronder wordt kort uitgelegd op welke manier de reclasseringswerker de aanpak kan toepassen in deze fasen. Methodiek in de adviesfase In de adviesfase is het belangrijk om vast te stellen in welke mate de cliënt zich realiseert dat hij schade heeft berokkend. De reclasseringswerker kan hier mee beginnen door de dossierstukken te lezen. Zo kan de werker uit het uittreksel justitiële documentatie (UJD) de delictsgeschiedenis van de verdachte halen en opmaken of hij slachtoffers heeft gemaakt en of hier een rode lijn in te ontdekken valt. Vervolgens kan de werker in het proces verbaal lezen welk delict is gepleegd, wat de reactie van de verdachte hierop was en of er slachtoffers zijn gevallen. In het proces verbaal is soms ook een getuigenverklaring van het slachtoffer te vinden, waarin staat hoe het slachtoffer tegenover het delict staat en welke impact dit delict heeft gehad op het slachtoffer. Dit kan fysiek, emotioneel, spiritueel en materieel zijn. 114 Hierna volgen de gesprekken in de adviesfase. Hierin kan aandacht besteedt worden aan het slachtoffer, maar dit moet niet te vroeg gebeuren. Dit kan namelijk leiden tot sterke weerstand bij de dader. Daarnaast moeten reclasseringswerkers ook niet te snel tot de conclusie overgaan dat herstel bij een cliënt niet mogelijk is, omdat deze op dat moment nog geen slachtofferbewustzijn toont. Zo n gesprek is namelijk een momentopname en het kan zijn dat er later meer behoefte komt. Vervolgens wordt er een adviesrapport geschreven. In dit adviesrapport neemt de reclasseringswerker al zo veel mogelijk informatie mee, zoals het slachtofferbewustzijn van de cliënt, de eventuele herstelmogelijkheden, de belangen van het slachtoffer en de impact van het delict op het slachtoffer. 115 Tot slot kan de werker tijdens het invullen van de RISc op schaal 1 en 12 het slachtofferbewustzijn van de cliënt inschatten en motiveren. Naar aanleiding hiervan kunnen aandachtspunten geformuleerd worden voor het toezicht. Wanneer de reclasseringswerker voorspelt dat herstel mogelijk is, dan kan hij dit vast vermelden, zodat er in het toezicht een toeleiding naar het SiB komt. 116 Methodiek in de toezichtfase In deze fase begint de werker met het lezen van het adviesrapport om het slachtofferbewustzijn van de cliënt en de informatie van het slachtoffer te achterhalen. Dit kan aanknopingspunten bieden. De reclasseringswerker kan eventueel ook de slachtofferverklaring in de rechtbankverslagen lezen. In deze periode kan het voorkomen dat een belangenbehartiger namens het slachtoffer contact opneemt met de reclassering. Naar aanleiding hiervan kan er aandacht aan het slachtoffer besteedt worden tijdens de gesprekken. Het is trouwens belangrijk dat de reclasseringswerker zorgvuldig is in het contact met de belangenbehartiger, gelet op privacy van de cliënt. Wanneer dit gebeurt, is het verstandig om de belangenbehartiger door te verwijzen naar een regionaal contactpersoon slachtofferbewust werken E-module Reclassering Slachtofferbewust werken, onlineleren Reclassering. 115 Idem. 116 Idem. 117 E-module Reclassering Slachtofferbewust werken, onlineleren Reclassering. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 27

28 Tijdens het toezicht werkt de werker aan gedragsverandering en risicobeheersing, waarmee zij tegelijkertijd ook werkt aan de bescherming van het slachtoffer. Voordat de reclasseringswerker aan de slag gaat met het slachtofferbewustzijn, moet hij zien te achterhalen wat de redenen van het delict zijn geweest. Zo kan de reclasseringswerker bij een cliënt die niet stil heeft gestaan bij wat de gevolgen voor de slachtoffers waren bijvoorbeeld het 5G-model gebruiken, waarbij de gebeurtenis, gedachten, gevoel, gedrag en gevolgen besproken worden. Bij een dader die zichzelf als slachtoffer ziet of het delict bagatelliseert zijn hier weer andere methodes voor. Meer informatie over deze methodes is te vinden in de hand-out die naar aanleiding van dit onderzoek gemaakt is voor medewerkers van de SVG. 118 Tot slot kan de reclasseringswerker de cliënt verder toe leiden naar Slachtoffer in Beeld of naar de Eigenkrachtcentrale, dit gesprek voorbereiden, bijwonen en nabespreken. De reclasseringswerker neemt het slachtofferbewustzijn van de cliënt mee in de verslaglegging en kan dit als doel opnemen in het toezicht. Ook zouden er eventueel afspraken in opgenomen worden Deelconclusie In dit hoofdstuk is het beleid van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) omtrent de slachtofferbewuste aanpak besproken. De algemene visie van de SVG is: Het bijdragen aan het beperken van individuele en maatschappelijke schade die voortkomt uit delicten die samenhangen met het gebruik van verslavende middelen en/of psychische problematiek. Dit doet de SVG onder andere door het geven van advies, het houden van toezicht en het begeleiden van de werkstraffen van haar cliënten. De doelgroep van de SVG zijn mensen die door hun verslaving of psychische problematiek in aanraking zijn gekomen met Justitie. De SVG moet net als alle andere justitiële inrichtingen slachtofferbewust werken. Slachtofferbewust werken bij de reclassering is het bewust betrekken van het perspectief en de belangen van het slachtoffer bij het werken met de dader. Dit in brede zin en voor zover het is te verantwoorden vanuit de primaire opdracht van de reclassering om recidive te verminderen en re-integratie van reclasseringscliënten/daders te bevorderen. 120 Er wordt een onderscheid gemaakt in het slachtofferbewustzijn van de reclasseringswerker en de cliënt. Een reclasseringswerker is slachtofferbewust wanneer hij de belangen van het slachtoffer bewust betrekt bij het werken met de dader. Het slachtofferbewustzijn bij de cliënt is het besef dat hij met zijn handelen anderen schade heeft berokkend. De Reclassering werkt volgens de What Works-principes en maakt gebruik van motiverende gespreksvoering. Reclasseringswerkers kunnen slachtofferbewust werken in de advies- en in de toezichtfase. In de adviesfase kunnen zij een beeld krijgen van het slachtofferbewustzijn van de cliënt door de relevante stukken te lezen, in de gesprekken in te gaan op het slachtoffer en door aanknopingspunten van slachtofferbewustzijn te formuleren in het adviesrapport voor het toezicht. In de toezichtfase kan de reclasseringswerker vervolgens naar aanleiding van dit rapport werken aan gedragsverandering, risicobeheersing en het slachtofferbewustzijn aan de hand van verschillende modellen en methodes. Ook kan er in deze fase aandacht besteedt worden aan herstelbemiddeling. 118 Idem. 119 Idem. 120 A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag 6. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 28

29 Hoofdstuk 3 Belangrijke factoren voor het vormen van een nieuw beleid We weten nu hoe de SVG is georganiseerd en hoe de 3RO het slachtofferbewust werken heeft vormgegeven. Naar aanleiding van deze informatie kan onderzocht worden wat er nog niet goed gaat bij het slachtofferbewust werken bij de SVG, zodat het beleid op die punten aangepast kan worden. In dit hoofdstuk worden de belangrijke factoren beschreven die in acht genomen moeten worden bij het aanpassen van het beleid. Allereerst worden de factoren op microniveau besproken. Er wordt ingezoomd op de positieve effecten van herstel(bemiddeling) en slachtofferbewust werken en op de risico s die deze meebrengen op het microniveau. In de tweede paragraaf wordt het slachtofferbewust werken op mesoniveau besproken. Hiervoor zijn een beleidsmedewerker van de SVG en reclasseringswerkers van Palier, IrisZorg en Victas geïnterviewd. Ook is er een interview gehouden met een bemiddelaar van SiB en zijn de resultaten uit een enquête over het slachtofferbewust werken bij Palier gebruikt. Tot slot wordt kort het slachtofferbewust werken op macroniveau besproken. 3.1 Slachtofferbewust werken op microniveau Positieve effecten Allereerst is onderzocht wat de meerwaarde en de positieve effecten zijn van de toepassing van de slachtofferbewuste aanpak en herstelbemiddeling op het microniveau. Met het microniveau wordt het contact tussen professional en cliënt bedoeld. Het gaat vooral over de reclasseringswerker en de exdelinquent oftewel de dader, maar ook het slachtoffer wordt hierin meegenomen. Herstel Ten eerste draagt het slachtofferbewust werken en specifiek herstelbemiddeling bij aan het herstel van zowel dader, slachtoffer en eventueel leden van de gemeenschap (voor zover zij te maken hadden met het conflict). Dit wordt de hersteldriehoek genoemd, waarbij het slachtoffer voornamelijk op zoek is naar versterking, genoegdoening, compensatie en herstel, de gemeenschap steun wil bieden bij de behoeften en verplichtingen van de betrokkenen, rechtzetten en herstellen en de dader begrip zal tonen en schuld en verantwoordelijkheid zal voelen. 121 In dit onderzoek ligt de focus voornamelijk bij het herstel van het slachtoffer en de dader. De vijf accenten van herstel bij het slachtoffer zijn volgens een onderzoek naar Restorative Justice (de Engelse term voor herstelrecht) reparation (het slachtoffer wil een vergoeding van de schade), meeting needs (het slachtoffer wil begrijpen waarom hij slachtoffer is geworden en wil erkend worden in zijn behoefte tot herstel van rechtvaardigheid), restoration (het slachtoffer wil de emoties die het delict heeft losgemaakt onder ogen zien en wil weten hoe hij daar mee om kan gaan), healing (het slachtoffer zoekt een wijze waarop hij probeert te herstellen van het traumatische effect en empowerment (het slachtoffer wil het gevoel van kracht terugwinnen). 122 Herstelbemiddeling is een manier om aan deze manier om aan deze behoeften van een slachtoffer te voldoen. Herstelbemiddeling is ook voor de dader een manier om iets af te kunnen sluiten en verder te kunnen gaan met zijn of haar leven. Veel daders laten in beginsel vaak niet merken dat zij behoefte hebben om over het misdrijf en de gevolgen ervan te praten. Dit kan bijvoorbeeld komen door schuldgevoelens of ontkenning ervan en dit belemmert de dader om te verwerken dat hij schuldig is. 123 Echter heeft ook de dader er belang bij en deze kunnen in het verlengde liggen met die van het slachtoffer: het slachtoffer heeft belang bij herstel van de (im)materiële schade en de dader heeft belang bij een aanpak waarbij 121 L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2015 pag D. Bolivar, Slachtoffer in Beeld, Hoe herstelbemiddeling een dader kan helpen, informatie voor verwijzers Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 29

30 hij mogelijkheden krijgt om zijn leven zodanig te veranderen, dat hij weer als een volwaardig lid van de samenleving door kan gaan. Herstellen van relaties, ook met het slachtoffer, vormt hier een onderdeel van. 124 Beperking recidive en bevordering re-integratie Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat slachtofferbewustzijn bij reclasseringscliënten een rol kan spelen bij het verminderen van de kans op recidive. 125 Door het toepassen van herstelbemiddeling worden ex-delinquenten zich meer bewust van de gevolgen van het delict, het feit dat zij een of meerdere slachtoffers hebben gemaakt en van de gevolgen die het voor het slachtoffer heeft gehad. Omdat herstelbemiddeling en de slachtoffergerichte aanpak bij de reclassering nog niet zo lang wordt toegepast, zijn er nog geen exacte cijfers van de recidivevermindering. Wel zijn er in Engeland/Wales waar een soortgelijke vorm herstelbemiddeling uitgevoerd wordt aanwijzingen dat herstelbemiddeling effectief is voor het verminderen van recidive bij ernstige daders en veelplegers. 126 Naast de vermindering op de kans op recidive, blijkt dat daders door een verhoogd slachtofferbewustzijn hun afspraken beter nakomen en een grotere kans hebben op het ervaren van rechtvaardigheid tijdens het proces. 127 Onderzoek wijst tevens uit dat herstelbemiddeling een meerwaarde heeft bij het bevorderen van re-integratie van ex-delinquenten. 128 Risico s Toch zijn er ook risico s verbonden aan het slachtofferbewust werken en herstelbemiddeling. Deze zullen hieronder behandeld worden. Deze worden behandeld op 3RO-niveau, maar ook op het niveau van alleen de SVG. De doelgroep Uit onderzoek bleek dat er contra indicaties voor herstelbemiddeling zijn gevonden bij psychopathie en autistisme, psychiatrische stoornissen en verslavingsproblemen bij de dader. Ook een te laag IQ bij de dader wordt soms genoemd en een slachtoffer die te kwetsbaar, boos of getraumatiseerd is ook. 129 De SVG begeleidt gedetineerden die tijdens en na hun straf verslaafd zijn. Deze doelgroep kampt naast verslavingen vaak ook met psychische of psychiatrische problemen en heeft vijftien procent een licht verstandelijke beperking (LVB). 130 Er kan dus gezegd worden dat SVG werkt met gedetineerden die een risicodoelgroep vormen voor herstelbemiddeling. In andere onderzoeken wordt dit echter weer tegensgesproken. Zo schrijven Raaijmakers en Wieland: Ook als een patiënt niet in staat is empathie voor het slachtoffer en berouw te tonen, bijvoorbeeld als er sprake is van psychopathie of een bepaalde psychische stoornis, kan slachtoffer-daderconfrontatie zinvol zijn. Als een patiënt tot het inzicht is gekomen dat hij in de toekomst geen geweld meer moet gebruiken en hij dit op gepaste wijze kan verwoorden, kan het slachtoffer hierbij gebaat zijn. Het kan bijvoorbeeld zijn angst verminderen. 131 Er moet wel goed gekeken worden of een cliënt gemotiveerd is en verantwoordelijkheid kan nemen. 132 Om te kunnen vaststellen of herstelbemiddeling mogelijk is, moet er in iedere situatie onderzoek gedaan worden naar de motieven van beide partijen en naar wat de dader het slachtoffer kan bieden L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2014 p Van der Hoek & Slump L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2014 p A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2014 p SVG, Cliënten 131 Raaijmakers en Wieland p Idem. 133 Raaijmakers & Wieland 2013, p.308 Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 30

31 Bijna alle geïnterviewden waren het met deze stelling eens. De reclasseringswerkers die zich verdiept hadden in het slachtofferbewust werken, de ambassadeurs slachtofferbewust werken en beleidsmedewerker van de SVG die tevens onderdeel van de landelijke projectgroep slachtofferbewust werken is, vonden dat er niet naar contra-indicaties gekeken moet worden. Ook een herstelbemiddelaar van SiB vindt dat er nooit een doelgroep uitgesloten moet worden en dat er altijd naar het individuele geval gekeken moet worden. 134 Er moet gezocht worden naar kansrijke situaties in plaats van naar uitsluitingscriteria. Harde contra-indicaties bestaan dus niet, al zou je het wel als een uitdaging of een risicodoelgroep kunnen zien. Of zoals van Garsse en Weijers stellen: de kenmerken moeten niet als contra-indicaties worden beschouwd, maar zeggen iets over de condities waarin het hersteltraject moet plaatsvinden. 135 Er waren een of twee reclasseringswerkers die een antisociale persoonlijkheidsstoornis, autisme en soms LVB wel als contra zagen. Deze reclasseringswerkers waren over het algemeen het minst goed geïnformeerd. 136 Secundaire victimisatie of herhaald slachtofferschap Herstelbemiddeling kan voor de dader bijdragen aan schuldverwerking en voor het slachtoffer aan leedverwerking. 137 De slachtoffer-dadergesprekken kunnen echter ook tot een vervelende uitkomst lijden wanneer ze niet goed verlopen. Wanneer een dader bijvoorbeeld geen begrip toont, het delict ontkent of liegt, dan kan er secundaire victimisatie optreden. Secundaire victimisatie is het voor een tweede keer slachtoffer worden van hetzelfde delict, waarbij het oorspronkelijke trauma verergerd wordt. 138 Slachtoffer worden van een strafbaar feit kan grote materiële, psychische en sociaal emotionele schade veroorzaken. Wanneer er sprake is van herhaald slachtofferschap nemen vooral de laatste twee vormen van schade sterk toe. 139 Verder kan herhaald slachtofferschap of secundaire victimisatie negatieve effecten hebben op het vertrouwen van het slachtoffer of het herstel belemmeren. Er moet daarom voorkomen worden dat herstelbemiddeling toegepast wordt in een geval waarin de dader hier niet toe in staat is. Herhaald slachtofferschap kan tevens ontstaan wanneer procedures niet juist worden nageleefd, wanneer het systeem niet goed werkt, wanneer slachtoffers niet de informatie krijgen die ze nodig hebben of waar ze recht op hebben en wanneer ze zich niet respectvol behandeld voelen. 140 Werkproces Daarnaast moeten de reclasseringswerker rekening houden met het tempo van het slachtoffer, wanneer zij met een ex-delinquent toewerken naar herstelbemiddeling. Omdat de reclasseringswerkers in een gedwongen kader werken, bepalen zij aan de hand van de fasen in hun werkproces, wanneer een exdelinquent een werkstraf of andere maatregel uitvoert. Herstelbemiddeling wordt echter op vrijwillige basis uitgevoerd en is afhankelijk van de deelneming van twee partijen. Ze moeten nu wachten op het tempo van het slachtoffer en kunnen hun cliënten alleen aanmoedigen in plaats van dwingen. Daarnaast moet in acht genomen worden dat het slachtoffer en soms ook de dader in de advies- of toezichtfase nog helemaal niet klaar is voor enige vorm van herstelbemiddeling, Sommigen hebben pas na vier jaar de behoefte om hun dader te zien, anderen helemaal niet en weer anderen willen er niet eens aan herinnerd worden. Ook voor daders kan het soms te snel zijn om de toezichtfase aan het slachtofferbewustzijn te werken en het vergt dan ook veel kennis en ervaring van een reclasseringswerker om dit te kunnen inschatten Interviews. 135 L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2014 p Interviews. 137 G. Homburg, I, Jonker & J. Soethout 2002 p A.G. Mein & K. D. Lünneman L. van Reemst, T. F. C. Fischer & J. D. M. van Dongen 2013 p Weijers & de Boer 2010 p A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 p. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 31

32 Competenties Zoals hierboven gezegd werd, vergt de nieuwe aanpak veel van de reclasseringswerkers en zullen zij nieuwe competenties moeten ontwikkelen. Zij moeten de afweging te kunnen maken of een cliënt klaar is om te werken aan het slachtofferbewustzijn en later misschien ook voor herstelbemiddeling. 142 Reclasseringswerkers denken vanuit het perspectief van de dader en dit is een risico in contacten met slachtoffers en bij andere vormen van slachtoffergericht werken. Goede training in bewustzijn hiervan is belangrijk. 143 Zoals in het vorige hoofdstuk genoemd werd, zijn er activiteiten georganiseerd voor de reclasseringswerkers om hem te ondersteunen bij het verhogen van hun eigen slachtofferbewustzijn en van die van de cliënt. Hier zal in het volgende hoofdstuk dieper op in gegaan worden. Slachtofferbewust werken en herstelbemiddeling brengen op het microniveau veel positieve effecten met zich mee. Echter moet men alert blijven op de bovengenoemde risicofactoren. Wanneer beleidsmakers van de SVG inspelen op deze risicofactoren, dan kan de slachtofferbewuste aanpak een hele mooie ontwikkeling zijn in het justitieel kader. 3.2 Slachtofferbewust werken op mesoniveau Bij het slachtofferbewust werken op mesoniveau wordt er ingegaan op het slachtofferbewustzijn van de reclasseringswerker. Zoals eerder al werd genoemd, moet een reclasseringswerkers zich zelf bewust zijn van het slachtoffer om de cliënt te kunnen helpen dat ook te zijn. Om te onderzoeken in hoeverre het slachtofferbewustzijn is veranderd, zijn er zes reclasseringswerkers van drie verschillende instanties van de SVG geïnterviewd: de Palier in Den Haag, IrisZorg in Arnhem en Victas in Utrecht. Daarnaast is er begin 2016 door een stagiaire Maatschappelijk Werk en Dienstverlening uit het derde jaar een enquête afgenomen onder de reclasseringswerkers van de Palier naar hun ervaringen met de slachtoffergerichte aanpak. Deze enquête is afgenomen onder het hele team (27) reclasseringswerkers van Palier. De vragen zijn terug te vinden in bijlage 4. Aan de hand van de resultaten van de interviews en de enquête is een aantal belangrijke factoren naar voren gekomen waar rekening mee gehouden moet worden bij het vormen van een nieuw beleid. Omdat de resultaten van de enquête dateren van begin dit jaar, worden deze alleen gebruikt ter onderbouwing van de resultaten van de interviews. De belangrijkste uitkomst van de interviews en de enquête was dat het slachtofferbewust werken niet actueel blijft en wat op de achtergrond is geraakt. Ook veel reclasseringswerkers gaven aan dat er nog veel onduidelijkheden zijn met betrekking tot de aanpak. Dit kwam naar voren bij alle drie de SVG-instellingen, al was het bij de ene organisatie meer te zien dan bij de ander. Rond eind 2015 en begin 2016 zijn voor de reclasseringswerkers van de SVG bijeenkomsten georganiseerd waar de slachtofferbewuste aanpak werd geïntroduceerd. Ook is er een themapagina en een e-module ontwikkelt die iedere werker kan doorlopen. Er zijn verder aandachtsfunctionarissen aangesteld die bereid zijn vragen te beantwoorden. Het slachtofferbewustzijn is daardoor aanzienlijk verbeterd. Toch kwam in ieder interview naar voren dat de hiervoor beschreven acties niet voldoende waren. 144 De slachtofferbewuste aanpak blijft niet actueel Alle geïnterviewden gaven aan dat het slachtofferbewust werken wat weggezakt was. Dit is te wijten aan alle andere werkzaamheden - door de dagelijkse werkzaamheden vergaten sommigen het slachtofferbewust werken gewoon maar ook aan het niet actueel houden van de aanpak. Veel werkers 142 A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 p A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 p Interviews reclasseringswerkers SVG Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 32

33 gaven aan er meer mee bezig te willen zijn, maar er niet altijd vanuit zichzelf aan te denken. Zij hebben meer stimulans nodig om slachtofferbewust te werken. Een manier om de werkwijze actueel te houden is het integreren van de aanpak in het Doelgericht Toezicht, een systeem waarin zij werken. Wanneer het slachtofferbewustzijn hierin als doel geformuleerd staat, dan zullen de reclasseringswerkers meer gestimuleerd worden om slachtofferbewust te werken. Verder moet de aanpak bespreekbaar worden in de casuïstiekbijeenkomsten door succesverhalen te delen of te bespreken waar de werkers tegen aan lopen. Geregelde herhaling door zo nu en dan updates te geven via de mail of het intranet kan ook bijdragen. 145 Informatie/onduidelijkheid Uit de interviews blijkt ook dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over de aanpak en dat er behoefte is aan meer informatie. Onduidelijkheid blijkt te bestaan over waaruit het slachtofferbewust werken precies uit bestaat en wat de mogelijkheden zijn, hoe ver reclasseringswerkers kunnen gaan in het slachtofferbewustzijn en wat voor methodes ze kunnen gebruiken in specifieke situaties (bijvoorbeeld bij ontkennende cliënten). Bij de geïnterviewde reclasseringswerkers van IrisZorg Arnhem blijken de meeste vragen te bestaan. Zij geven aan geen bijeenkomst te hebben gehad en geen aandachtsfunctionaris aanwezig te hebben op hun locatie (zij zit bij IrisZorg Nijmegen). Vragen die zij stellen zijn: Wat is het kader van het slachtofferbewust werken is, hoe ver mogen we gaan? Wat is de visie hierin van de SVG? Wanneer werk je te slachtofferbewust? 146 Om meer duidelijkheid te scheppen voor de reclasseringswerkers van de SVG zou het helpen nog eens een bijeenkomst te organiseren voor de reclasseringswerkers die er nog geen hebben bijgewoond. Verder kunnen er voorbeeldgesprekken of casuïstiek behandeld worden, zodat de werkers een beter idee hebben van de mogelijkheden. Misschien kan er een training slachtofferbewust werken gegeven worden. Ook is het verstandig de methodieken onder de aandacht te brengen. Veel van deze tips zijn weliswaar te vinden op de themapagina en de e-module, maar schijnbaar maken veel reclasseringswerkers hier geen gebruik van. Een tip die herstelbemiddelaar van SiB geeft, is dat de reclasseringswerkers een keer een herstelgesprek bijwonen. Zo kan er ook betere nazorg verleend worden. 147 Herstelbemiddeling Van de zes geïnterviewde reclasseringswerkers, heeft er één eens een cliënt doorverwezen naar SiB. Helaas heeft SiB de aanvraag toen afgewezen. De reclasseringswerkers gaven aan dat een aantal collega s al wel vaker hebben doorverwezen naar SiB. Helaas zijn hier geen cijfers van. Meerdere reclasseringswerkers gaven aan er gewoon niet aan te denken. Het is daarom belangrijk dat de mogelijkheden van herstelbemiddeling duidelijk gemaakt wordt aan de werkers. Een reclasseringswerker (en parttime mediator) van de Palier was van mening dat de SVG zelf ook aan herstelbemiddeling zou moeten doen, door het inhuren van een onafhankelijke partij die deze gesprekken voert. Ook zou zij zelf cliënten willen ondersteunen bij het schrijven van een brief naar het slachtoffer. Ze vindt wel dat dit goed uitgedacht moet worden. 148 Interessante resultaten enquête Aan het eind van 2015 en in het begin van 2016 gaf driekwart van de reclasseringswerkers aan niet altijd slachtofferbewust te werken. Bijna de helft gaf aan het slachtofferbewust werken lastig te vinden omdat zij onvoldoende info voor handen hebben, 11.11% omdat zij het een lastig onderwerp vinden en 18,25% omdat het bepaalde emoties bij de cliënt kan oproepen. Verder zei meer dan de helft meer informatie over de aanpak te willen en de andere helft hoefde dit niet. Zij moesten bijvoorbeeld zelf de 145 Interviews reclasseringswerkers SVG Idem. 147 Idem. 148 Idem. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 33

34 e-module nog doen. Een kwart van de reclasseringswerkers gaf verder aan bij vragen naar het intranet te gaan. Bij 11,11% van de reclasseringswerkers kwam naar boven dat zij wel eens gebruik maken van interventies en werkvormen, zoals het driecontextenmodel of de 5G methode te gebruiken. Tot slot gaf 14,81% van de reclasseringswerkers aan de dader mogelijkheden aan te reiken om (im)materiële schade van het slachtoffer te herstellen. 149 Op de vraag of er momenten zijn dat een reclasseringswerker er voor kiest om niet slachtofferbewust te werken, antwoordde een kwart ja, dit heeft te maken met de houding van de cliënt, 62,96% antwoordde ja, dit heeft te maken met de problematiek van de cliënt en 59,26% zei ja, dit heeft te maken met een bepaalde fase waar de cliënt inzit. Een aantal vragen die de reclasseringswerkers stelden in de enquête waren: Wat moet ik doen bij een ontkennende verdachte of veroordeelde?, Wanneer zet je het slachtofferbewust werken in en hoe vaak?, Hoe kunnen we omgaan met weerstand en agressie bij het bespreekbaar maken van dit onderwerp?, Hoe maak je het slachtoffer bespreekbaar bij cliënten die er niet voor open staan?, Hoe vul je het slachtofferbewust werken in tijdens de toezichtfase en wanneer precies?, Wat is er mogelijk op het gebied van slachtoffer bewust werken? en Wat is het driecontextenmodel? 150 Interessante opmerkingen over de slachtofferbewuste aanpak van de reclasseringswerkers van de Palier waren verder dat de reclasseringswerkers vaak geen actuele informatie over het slachtoffer hebben en dat er niet altijd een proces verbaal beschikbaar is, of dat zij hier maar moeizaam aan kunnen komen. Ze vinden het moeilijk te achterhalen wie of wat het slachtoffer is en daardoor weten ze niet hoe ze in contact met hen kunnen komen. Verder gaf een reclasseringswerker aan zeer weinig informatie over de rol en de impact die het delict heeft op het slachtoffer te krijgen. Sommige reclasseringswerkers gaven aan graag op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen, zeker maatschappij/politiek gericht, graag voorbeeldgesprekken of -casuïstiek te willen zien en meer herhaling en verdieping te willen, zowel in theoretische vorm als in het bijwonen van bijeenkomsten Slachtofferbewust werken op macroniveau Macroniveau is gericht op de maatschappelijke context waarbinnen het werken op micro- en mesoniveau plaatsvindt. De culturele, sociale, politieke en economische omstandigheden en wet- en regelgeving spelen hierin een rol. 152 Het slachtofferbewust werken en de snel toenemende belangstelling voor herstelrecht hangt samen met een aantal internationale trends, zoals onder andere de versterking van de positie van het slachtoffer, de democratisering en responsabilisering, de internationalisering en de bezuinigingen. 153 In dit onderzoek wordt ingegaan op de versterking van de positie van het slachtoffer en worden de andere trends buiten beschouwing gelaten. Zoals eerder al is beschreven heeft de reclassering de slachtoffergerichte aanpak doorgevoerd naar aanleiding van het internationale en maatschappelijke debat over meer aandacht voor slachtoffers in het strafrecht en de hierop volgende vaststelling van de Europese richtlijn minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, waarin voor alle lidstaten van de Europese Unie een verplichting tot het uitvoeren van herstelbemiddeling opgenomen stond. 154 In het volgende hoofdstuk zal deze richtlijn verder behandeld worden. De Nederlandse regering heeft de beleidsregels toen uitgebreid met het beleidskader herstelbemiddeling in het strafrecht, waardoor het voor de SVG verplicht werd om slachtofferbewust te werken Enquête reclasseringswerkers Palier, 2015/ Idem. 151 Enquête reclasseringswerkers Palier, 2015/ Hogeschool Utrecht 2015, p A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad Beleidskader herstelbemiddeling in het strafrecht Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 34

35 De opdracht die de reclassering kreeg, was het bevorderen van het slachtofferbewustzijn in de fase van berechting en straffen door middel van advies en toezicht, inzetten op cultuurverandering en deskundigheidsbevordering en ontwikkelen en onderhouden van een netwerk met de betrokken ketenpartners zoals Slachtofferhulp Nederland (SHN) en SiB. Daarnaast moet er bij toezicht aandacht zijn voor de schadevergoeding, bij de werkstraf aandacht voor het slachtofferbelang en daarnaast moest de reclassering haar werkprocessen beschrijven en aanpassen. 156 Toewerken naar slachtofferbewust werken is niet alleen een kwestie van beleid, methoden en instrumenten. Het vraagt volgens het onderzoek van het KSI van de Hogeschool Utrecht ook om een kritische reflectie op een aantal basisbegrippen die het kenmerkt, zoals de recidive als maat voor succes. 157 Dit gaat echter te ver om in dit onderzoek te behandelen. Wel is het van belang om kritisch te kijken naar de mate waarin de reclassering voldoet aan de van bovenaf opgelegde opdracht. Zoals beschreven in de vorige paragraaf is de werkwijze van de reclasseringswerkers al veel meer slachtofferbewust. Toch blijkt die voor verbetering vatbaar. Privacy omtrent informatie-uitwisseling Zo blijft privacy van zowel het slachtoffer als de dader een lastig punt. Slachtoffers hebben recht op informatie en met de Wet versterking positie slachtoffer is dit recht op informatie sterk verruimd. 158 Maar de dader heeft ook recht op privacy. Wat mag een reclasseringswerker wel vertellen aan een medewerker van SHN en wat niet? Vragen als hoe doet hij het in het toezicht of hoe gaat het met de behandeling kunnen door de reclasseringswerker niet worden beantwoord. Vaak is het wel mogelijk om algemene informatie te geven over hoe reclasseringstoezicht in zijn werk gaat, wat er kan gebeuren als een cliënt zich niet aan de voorwaarden houdt en wat het programma is van een training of wat er doorgaans wordt verstaan onder behandeling. 159 Het is duidelijk merkbaar dat de informatie-uitwisseling tussen de reclassering en SHN nog belemmerd wordt door bepaalde privacyregels. Er zal gezocht moeten worden naar een oplossing om de informatievoorziening te vergemakkelijken. Een oplossing hiervoor die wordt genoemd in het onderzoek van het KSI van de Hogeschool Utrecht is dat SHN deel uit zou moeten gaan maken van de strafrechtketen. De wederzijdse informatieverstrekking zal dan een stuk gemakkelijker lopen. 160 Een andere oplossing is het ontwikkelen van een convenant met SHN, zodat de wederzijdse informatieverstrekking gemakkelijker en duidelijk wordt. 161 Samenwerking tussen organisaties Door deze gebrekkige informatie-uitwisseling loopt de samenwerking tussen SHN en de reclassering niet altijd even goed. Ook tussen de organisaties zelf zijn er onduidelijkheden over elkanders werkzaamheden en processen. Zo vertelde een bemiddelaar van SiB een half jaar geleden dat medewerkers van SHN haar cliënten nog wel eens afraadde om mee te werken aan herstelbemiddeling wanneer de dader bij de reclassering liep. Medewerkers waren bang voor herhaald slachtofferschap bij hun cliënten. In een recenter interview met een bemiddelaar van SiB gaf zij aan zich hier niet direct in te herkennen. De samenwerking zou intussen verbeterd zijn, door onder andere meer duidelijkheid over elkaars werkzaamheden en deskundigheden. 162 Uit het onderzoek van het KSI blijkt dat de samenwerking tussen Slachtoffer in Beeld en haar samenwerkingspartners vrij goed verloopt, al zijn ook daar nog wel verbeteringen mogelijk Powerpoint Slachtofferbewust werken bij de Reclassering, Regionale werksessie 157 A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag A. van Hoek & G. Slump 2013 pag L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2014 p E-module Slachtofferbewust werken 162 Interview bemiddelaar SIB. 163 L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger 2014 p. 58. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 35

36 3.4 Deelconclusie In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste factoren benoemd die in acht genomen moeten worden bij het verbeteren van de slachtoffergerichte aanpak. Deze factoren zijn vanuit verschillende niveaus benaderd. Vanuit microniveau bleek dat de aanpak en het toepassen van herstelbemiddeling bijdraagt aan herstel van zowel slachtoffer, dader en gemeenschap. Daarnaast kan ze bijdragen aan het beperken van de kans op recidive en verhoogt het de kans op snellere re-integratie in de maatschappij. Wel vormt de doelgroep van de SVG een risicodoelgroep, omdat er contra-indicaties zijn gevonden voor daders met psychische stoornissen en verslavingen. Toch kan er geen groep bij voorbaat uitgesloten worden van herstelbemiddeling. Wel moet er te allen tijde voorkomen worden dat het slachtoffer niet voor een tweede keer slachtoffer wordt en daar moeten dan ook het werkproces en de competenties van de reclasseringswerkers van de SVG op aangepast worden. Op mesoniveau bleek dat het slachtofferbewustzijn onder reclasseringswerkers is verhoogd door middel van het geven van bijeenkomsten, het aanstellen van aandachtsfunctionarissen en het vormen van een e-module en een themapagina. Toch gaf de meerderheid aan dat zij meer slachtofferbewust kunnen zijn wanneer de aanpak actueler zou blijven en wanneer er een betere en gemakkelijkere informatievoorziening is. De aanpak valt wat op de achtergrond door de dagelijkse werkzaamheden en vanwege onduidelijkheden wordt het vaak niet toegepast op cliënten. Tot slot kan het slachtofferbewust werken ook op macroniveau nog verbeterd worden. De reclassering heeft aan de van bovenaf opgelegde opdracht tot het meer slachtofferbewust werken beantwoord, door het beleid hierop aan te passen. Ze liep wel tegen de privacyregels aan, omdat hierdoor de informatieuitwisseling minder gemakkelijk liep. Ook is de samenwerking tussen de ketenpartners nog niet optimaal. In het volgende hoofdstuk wordt nog dieper op het macroniveau ingegaan, door de Richtlijn Slachtoffers te behandelen. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 36

37 Hoofdstuk 4 Internationale en Rechtsfilosofische Perspectieven In dit hoofdstuk wordt het onderzoek in internationale en rechtsfilosofische context geplaatst. Dit is gedaan door middel van het schetsen van een fictieve casus, waarbij een cliënt van de SVG met ernstige verslavings- en psychiatrische problematiek deelneemt aan herstelbemiddeling, maar vanwege zijn psychische gesteldheid secundaire victimisatie veroorzaakt. In de voorgaande hoofdstukken werd gesteld dat deze problematiek niet als contra-indicatie voor herstelbemiddeling mag worden aangenomen. In dit hoofdstuk wordt deze conclusie in twijfel getrokken door er vanuit andere perspectieven naar te kijken. Naar aanleiding van de casus is een rechtsvraag geformuleerd. Deze vraag wordt beantwoord door naar de achtergrond van de Richtlijn Slachtoffers te kijken, een beleidsvergelijking te maken met België, uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en/of het Hof van Justitie die betrekking hebben op dit thema te analyseren en door de casus rechtsfilosofisch te benaderen. De informatie is gehaald uit onderzoeken, juridische bronnen, een interview met twee hoogleraren criminologie en experts restorative justice K. Lauwaerts en J. Blad, literatuur over rechtsfilosofie, wetenschappelijke artikelen en jurisprudentie. Uiteindelijk wordt deze informatie meegenomen in het advies aan de SVG. 4.1 Casus en rechtsvraag Jan staat onder toezicht bij de Stichting Verslavingsreclassering GGZ omdat hij een paar maanden terug in een drugspsychose een vrouw betast heeft. Zijn reclasseringswerker probeert hem te stimuleren om mee te werken aan herstelbemiddeling, ondanks zijn ziekte. Sinds de slachtofferbewuste aanpak wordt het toewerken naar herstel tussen slachtoffer en dader namelijk erg belangrijk gevonden. Hierbij zou hij in gesprek moeten gaan met het slachtoffer dat hij heeft gemaakt. Jan heeft last van schizofrenie en denkt vanuit zijn stoornis dat hij mee moet werken, omdat hij anders weer in de gevangenis zal belanden. Hij kan geen begrip tonen voor het slachtoffer en heeft last van heftige wanen en hallucinaties. Tijdens het gesprek met zijn reclasseringswerker waarin hij wordt gevraagd of hij mee wil doen, zegt hij dat hij dat wil en dat hij het delict zal bekennen en begrip zal tonen. Ook zal hij zijn excuses aanbieden. De reclasseringswerker verwijst hem door naar SiB voor een herstelbemiddelingsgesprek. Ook bij de screening door SiB laat Jan zich lijden door de wanen die voortkomen uit de schizofrenie en doet hij zich voor alsof hij zo n gesprek aan kan. Hij manipuleert alles zo, dat het lijkt alsof hij geschikt is voor het gesprek. SiB is vanwege de privacyregels niet op de hoogte van de schizofrenie van Jan. Eenmaal tijdens het gesprek met het slachtoffer, Els, voelt Jan er niets voor om mee te werken en ontkent wat hij gedaan heeft. Hij voelt geen medeleven, dus waarom zou hij doen alsof? Hij heeft zelf toch ook een moeilijk leven? Els verlaat halverwege het gesprek huilend de ruimte. Zo, is hij daar ook weer vanaf. In deze casus is Els voor een tweede keer slachtoffer geworden van hetzelfde delict. Haar oorspronkelijke trauma zal nu nog groter zijn dan het al was. Dit wordt secundaire victimisatie of herhaald slachtofferschap genoemd, zoals eerder besproken in paragraaf 3.1. De rechtsvraag die bij deze casus hoort, luidt: Is het uitvoeren van herstelbemiddeling bij daders met ernstige verslavings- en/of psychische problematiek in strijd met artikel 12 jo. 46 van de Richtlijn van het Europees parlement en de Raad tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten dat bepaalt dat herstelrechtorganisaties moeten waken tegen secundaire en herhaalde victimisatie? Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 37

38 4.2 Wetsachtergrond Maatschappelijke ontwikkelingen Zoals in dit onderzoek al eerder is beschreven hangt de toenemende belangstelling voor herstelrecht samen met een aantal internationale trends, zoals onder andere de versterking van de positie van het slachtoffer, de democratisering en responsabilisering, de internationalisering en de bezuinigingen. 164 Het al langer woedende internationale en maatschappelijke debat over meer aandacht voor slachtoffers in het strafrecht, trok de aandacht en er moest iets gebeuren. Het slachtoffer had bijna geen rechten in het strafproces, omdat dit proces heel dadergericht is. Mede dankzij het dadergerichte strafproces en het gebrek aan richtlijnen over de omgang met slachtoffers, kwam herhaalde victimisatie veel voor. 165 Sinds een aantal jaren bestaan er wel richtlijnen die ervoor zorgen dat de rechten van het slachtoffer gewaarborgd worden. Achtergrondinformatie Richtlijn en relevante artikelen De Richtlijn van het Europees parlement en de Raad tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten is een vervanging van het kaderbesluit 2001/220/JBZ van 15 maart 2001, nadat er door de Europese Commissie een voorstel en door het Europees Economisch en Sociaal Comité een advies werd gegeven om het kaderbesluit te herzien en aan te vullen. De Commissie vond dat het kaderbesluit niet doeltreffend is vanwege dubbelzinnige formuleringen en het ontbreken van concrete plichten en van mogelijkheden om bij inbreuken op te treden tegen lidstaten. Verder vond de Commissie dat de lidstaten nog onvoldoende oog hebben voor de behoeften van slachtoffers van strafbare feiten. 166 In deze richtlijn wordt dus nog meer aandacht besteed aan de rechten en behoeften van slachtoffers. Daarnaast geeft de richtlijn in tegenstelling tot het kaderbesluit de lidstaten een verplichting tot het uitvoeren van de rechten. In het bijzonder is er een verplichting opgenomen dat iedere lidstaat de uitvoering van herstelbemiddeling moet bevorderen en dat justitiële instanties meer rekening houden met het slachtoffer. 167 Artikel 12 en lid 46 van de algemene bepalingen die in de rechtsvraag worden genoemd, bepalen dat in de eerste plaats de belangen en behoeften van het slachtoffer behartigd moeten worden, dat herstelorganisaties moeten zorgen voor herstel van de door hem of haar geleden schade en verdere schade moet voorkomen. Er moet daarom rekening worden gehouden met factoren zoals de aard en de ernst van het strafbare feit en de ernst van het eruit voortvloeiende trauma. Slachtoffers van strafbare feiten moeten worden beschermd tegen secundaire en herhaalde victimisatie. Daarnaast worden er algemene voorwaarden gesteld, zoals het bekennen van de gepleegde feiten door de dader. Ook wordt het volgen van opleidingen voor herstelbemiddeling aangemoedigd. 168 Achterliggende reden van artikel 12 is dat slachtoffers in een kwetsbare positie terecht kunnen komen wanneer zij besluiten deel te nemen aan herstelgerichte activiteiten. Anderzijds is het ook zo dat herstelgericht werken vaak juist aansluit bij behoeften van slachtoffers en daarom niet alleen bedreigingen maar ook kansen biedt voor slachtoffers. 169 De lidstaten moeten uiterlijk op 16 november 2015 aan de richtlijn voldoen, door de richtlijn waar nodig in hun regelgeving om te zetten. 170 Diverse landen hebben herstelbemiddeling verankerd in hun wet- en regelgeving. Zo hebben België, Duitsland, 164 A. Menger, J. Hanrath, J. van Vliet & D. Stam 2014 pag Slachtofferhulp Nederland, Wetgeving, De positie van het slachtoffer in het strafproces. 166 Memorie van Toelichting p Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad Idem. 169 Hoek en slump Memorie van Toelichting p. 1 Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 38

39 Frankrijk, Ierland en het Verenigd Koninkrijk mediation toegepast als alternatieve manier om strafzaken af te handelen. 171 Toepassing van de richtlijn in Nederland In Nederland is er wettelijk nog niet veel geregeld, maar artikel 51h WvSv, onderdeel van Titel IIIA Het Slachtoffer zet wel een eerste stap naar het vergemakkelijken van het gebruik van herstelbemiddeling in het strafrecht. In dit artikel staat dat bemiddeling tussen slachtoffers en verdachten, slachtoffers en veroordeelden moet worden bevorderd. Dit betekent dat de politie en het OM een actieve houding aan dienen te nemen in het bevorderen van bemiddeling in het strafproces. Zo moeten zij het slachtoffer en de dader de mogelijkheid van herstelbemiddeling uitleggen en zo mogelijk doorverwijzen. De rechter dient vervolgens rekening te houden met wat is overeengekomen tijdens de bemiddeling bij het opleggen van een straf. 172 Verder biedt dit artikel de mogelijkheid om via een algemene maatregel van bestuur nadere regels te stellen omtrent bemiddeling. 173 Jurisprudentie In een uitspraak door de Rechtbank Den Haag in 2013 over een woningoverval bij een fysiek gehandicapte heeft de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat meegenomen dat de verdachte tijdens de zitting tot tweemaal toe zijn excuses aan het slachtoffer heeft aangeboden. Voor zover de verdachte oprecht is in zijn spijtbetuiging merkt de rechtbank ten overvloede op dat artikel 51h het Wetboek van Strafvordering de mogelijkheid biedt tot bemiddeling tussen de verdachte en het slachtoffer, ook nadat de rechtbank vonnis heeft gewezen. In dit arrest heeft de rechtbank de verdachte gewezen op de mogelijkheid van herstelbemiddeling. Verder is er in deze uitspraak veel aandacht besteedt aan de gevolgen voor het slachtoffer. Er wordt beschreven dat de ervaring traumatisch is geweest voor de verdachte, dat het gevoel van veiligheid van het slachtoffer is aangetast en dat hij kampt met psychisch leed. 174 Deelconclusie Nee, het is niet in strijd met de richtlijn. Er wordt in de richtlijn gevraagd te waken tegen de mogelijkheid van secundaire victimisatie en herstelrechtelijke praktijk moet in het belang van het slachtoffer zijn. Dit is een vrij zachte norm waar veel overwegingen bij te maken zijn, maar het gaat dan om een inschatting, die voor een groot deel door het slachtoffer en de bemiddelaar samen gemaakt kan worden. 175 In dit geval heeft het in het nadeel van de bemiddelaar en het slachtoffer gespeeld dat zij niet op de hoogte waren van het ziektebeeld van de dader. Deze informatie hadden zij moeten hebben. Verder is het wel de taak van een bemiddelaar om te signaleren dat de motieven van de dader niet juist waren. In dat geval kan er gezegd worden dat de bemiddelaar niet voldoende heeft gewaakt tegen de mogelijkheid van secundaire victimisatie. Tot slot kan gezegd worden dat de richtlijn herstelbemiddeling ook stimuleert, al dan niet in het belang van het slachtoffer, maar sprake van contra-indicaties is er niet. 4.3 Internationaal perspectief Herstelbemiddeling wordt sinds de invoering van de Richtlijn Slachtoffers in (bijna) alle Europese lidstaten uitgevoerd. Zoals te lezen is in de vorige paragraaf, hebben een aantal Europese lidstaten herstelbemiddeling verankerd in hun wet- en regelgeving. In dit onderdeel wordt een beleidsvergelijking gemaakt met twee landen: België en Hongarije. Voor deze vergelijking is het onderzoek van Dünkel, Horsfield & Parosanu gebruikt: een onderzoek naar herstelbemiddeling in alle Europese lidstaten dat in 171 Beleidskader herstelbemiddeling 2013 p Art. 51h WvSv. 173 PvdA Rb. Den Haag 31 oktober 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013: Mailcontact John Blad, 23 juni Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 39

40 2015 is gedaan. Hierin worden de overeenkomsten en verschillen in de aanpak van herstelbemiddeling beschreven. Uiteindelijk zal er gekeken worden hoe de hierboven beschreven casus had uitgepakt wanneer het had gespeeld in België of Hongarije. Er is ten eerste een beleidsvergelijking gemaakt met België, omdat zij herstelbemiddeling op een zelfde soort manier heeft ingericht als Nederland. Deze vergelijking zou interessant kunnen zijn, omdat er gekeken kan worden naar de verschillende resultaten uit de evaluaties en vandaaruit kan gekeken worden hoe deze resultaten verschillen van elkaar en wat deze landen van elkaar kunnen leren. Daarnaast wordt er een vergelijking gemaakt met Hongarije. Dit land voert herstelbemiddeling op een heel andere manier uit, omdat zij in tegenstelling tot België en Nederland contra-indicaties voor herstelbemiddeling hebben opgenomen. Herstelbemiddeling in België België heeft herstelbemiddeling wettelijk verankerd in het strafproces, bij Wet van 22 juni 2005 tot invoering van bepalingen inzake de bemiddeling. In deze wet is geregeld dat de officier van justitie kan overgaan tot een sepot als er door herstelbemiddeling een vorm van genoegdoening heeft plaatsgevonden. Ook de politie kan een zaak seponeren na een succesvolle bemiddeling in geval van minder ernstige zaken. 176 Sinds de invoering van de wet bestaan er in België twee erkende bemiddelingsdiensten: de Vlaamse vzw Suggnomè en de Waalse Médiante asbl. 177 Suggnomè heet sinds april 2016 Moderator. 178 In België is bewust gekozen voor het onderbrengen van herstelbemiddeling bij een neutrale organisatie in plaats van bij een dadergerichte of een slachtoffergerichte instantie. Zij willen hiermee voorkomen dat de basisbeginselen van bemiddeling, namelijk neutraliteit en onpartijdigheid geschaad zouden worden. 179 De Belgische reclassering de Probatie doet zelf dus, net als de Nederlandse reclassering niets met herstelbemiddeling. Wel kunnen zij de cliënt doorverwijzen. Verder sluit België net als in Nederland geen doelgroepen of bepaalde strafbare feiten uit. Daders met verslavings- en psychische problematiek en daders van ernstige strafbare feiten kunnen deelnemen aan herstelbemiddeling. Een opmerkelijk feit is dat maar 25% van de gestarte bemiddelingen uiteindelijk ook tot daadwerkelijk face-to-face contact leidt. 180 Uit het interview met K. Lauwaert, hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie en tevens onderzoeker naar Restorative Justice, bleek dat zij dit aantal erg laag vindt en dat zij denkt dat dit komt doordat de screening voor herstelbemiddeling streng is. 181 Daarnaast blijkt uit cijfers dat de slachtoffers die meededen, positief waren over het resultaat. Er zijn geen cijfers bekend over slachtoffers die herhaald slachtoffer zijn geworden, maar wel dat de resultaten over de tevredenheid positief waren. 182 In Nederland leidt meer dan de helft tot een bemiddeling bij SiB. 183 Over de mate van tevredenheid zijn geen cijfers bekend. Herstelbemiddeling in Hongarije Hongarije heeft net als België herstelbemiddeling in het strafrecht opgenomen in wet- en regelgeving. Hongarije heeft al naar aanleiding van het Kaderbesluit van de Raad slachtofferrechten en bepalingen met betrekking tot de uitvoering van herstelbemiddeling in het Wetboek van Strafvordering opgenomen. Daarnaast staat in het Wetboek van Strafrecht dat wanneer herstelbemiddeling succesvol wordt afgerond, dit kan resulteren in een sepot. 184 Herstelbemiddeling wordt hier uitgevoerd door 176 Miers & Willemsens, A.G. Mein & K. D. Lünneman 2014 pag Interview Katrien van Lauwaert op 15 juni A.G. Mein & K. D. Lünneman 2014 pag Dünkel, Horsfield & Parosanu 2015 p Interview K. Lauwaert. 182 Dünkel, Horsfield & Parosanu 2015p Jaarverslag Slachtoffer in Beeld 2015 p Dünkel, Horsfield & Parosanu 2015 p. 88 Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 40

41 reclasseringswerkers die hier voor opgeleid worden. Zij volgen een basisopleiding die minstens dertig uur in beslag neemt en daarnaast volgen zij nog een training van negentig uur. Ze worden begeleid door ervaren mentoren. 185 Wat verder anders is dan in Nederland en in België, is dat er voorwaarden zijn gesteld aan herstelbemiddeling. Zo mag de dader alleen deelnemen aan herstelbemiddeling wanneer hij het delict bekent heeft en wanneer de bemiddelaar denkt dat de dader het slachtoffer wat te bieden heeft. Verder is bemiddeling niet mogelijk bij alle delicten. Lichte misdrijven tegen personen, verkeersovertredingen en vermogensdelicten komen in aanmerking, maar ernstige delicten niet. Jeugdige delinquenten mogen daarentegen ook deelnemen wanneer zij een strafbaar feit hebben gepleegd waar een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar staat. Veelplegers, delinquenten die onderdeel zijn van een criminele organisatie of die een misdrijf hebben gepleegd met de dood tot gevolg, worden uitgesloten van herstelbemiddeling en ook daders die maximaal twee jaar eerder hebben deelgenomen mogen niet meer meedoen. 186 Er vindt hier dus een vrije strenge selectie plaats. Uit de cijfers komt naar voren dat de slachtofferdadergesprekken in Hongarije een succesvolle methode zijn om de slachtofferrechten in het strafrecht te verbeteren. 187 Over tevredenheid van de slachtoffers zelf of gevallen van secundaire victimisatie is verder niets bekend. Deelconclusie Er zou een voorzichtige conclusie getrokken kunnen worden dat de strenge selectie van België zijn vruchten afwerpt, er zijn immers positieve signalen vanuit slachtoffers over herstelbemiddeling, wat indirect betekent dat secundaire victimisatie niet veel voorkomt. Wanneer Jan in België op gesprek was gekomen, dan was de aanvraag mogelijk afgewezen. Er wordt niet voor niets maar bij 25% van de aanvragen doorgegaan tot een daadwerkelijk slachtofferdadergesprek. Dit zou ook over Hongarije gezegd kunnen worden, zij werkt met een strengere selectie dan in Nederland en de signalen zijn over het algemeen positief. Toch zijn hier geen directe cijfers van bekend en daarom is het niet mogelijk met alle zekerheid te stellen dat België en Hongarije hun taak om secundaire victimisatie te voorkomen beter uitvoeren. In een volgend onderzoek is het interessant om dit verder uit te zoeken. Waarschijnlijk zou in Hongarije en in België dit gesprek niet plaatsgevonden hebben. Wel moet er rekening gehouden worden met het feit dat Slachtoffer in Beeld niet voldoende informatie heeft gekregen waardoor zij de verkeerde beslissing heeft gemaakt. 4.4 Supranationaal perspectief Jurisprudentie over artikel 12 jo. 46 van de Richtlijn van het Europees parlement en de Raad tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten is niet te vinden, omdat ten eerste de richtlijn geen rechtstreekse werking (Anders dan bij het EVRM het geval is, kunnen slachtoffers aan deze internationale documenten niet rechtstreeks rechten ontlenen) heeft en ten tweede bevat artikel 12 een zachte norm. In het mailcontact beschreef J. Blad, expert restorative justice dit als volgt: Het valt niet te verwachten dat er ergens een rechtszaak zou zijn gevoerd over de schending van deze norm. Als er secundaire victimisatie optreedt, dan komt dat meestal door verschillende samenkomende factoren. Het zal niet altijd zo zijn dat er een iemand aan te wijzen is wie dat te verwijten valt. 188 Om die reden is er in dit onderdeel niet gekeken naar de rechten van het slachtoffer, maar naar de rechten van de dader. In een van de PowerPoints van Blad, die hij gebruikt tijdens het Europees congres 185 Dünkel, Horsfield & Parosanu 2015 p Dünkel, Horsfield & Parosanu 2015p. 88 en European Best Practices of Restorative Justice in the Criminal Procedure 2010 pag Mailcontact John Blad, 23 juni Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 41

42 restorative justice eind juni, wordt gesproken over het feit dat daders met psychische stoornissen in heel Europa vaak uitgesloten worden van herstelbemiddeling. Ook al wordt psychische problematiek op papier niet als uitsluitingscriteria genoemd, in de praktijk gebeurt dit wel vaak. Blad is van mening dat er eerst fatsoenlijk onderzoek gedaan moet worden naar in hoeverre daders met psychische stoornissen uitgesloten moeten worden van herstelbemiddeling. Hij schrijft dat de selectie van daders voor herstelrecht mogelijk verkeerd en onrechtvaardig is, omdat de personen die wel mogen deelnemen aan herstelbemiddeling, geselecteerd worden voor een andere (inferieure) vorm van gerechtigheid: herstelrecht. Blad: Selection of offenders for Restorative Practices may be wrong/unjustified and delivering those selected out to another (inferior?) sort of justice. 189 Er zou dan mogelijk sprake zijn van een ongelijke behandeling zonder gegronde reden, wat in strijd kan zijn met artikel 6 EVRM, waarin staat een ieder die strafrechtelijk vervolgd wordt, recht heeft op een eerlijk proces (fair trial). Daarnaast bepaalt artikel 14 IVBPR dat een ieder recht heeft op gelijke behandeling door een rechterlijke instantie. Deze artikelen richten zich op een eerlijk proces voor de rechtbank. Dit heeft dus niet helemaal betrekking op het herstelrecht, want daar bevindt het proces zich juist buíten de rechtbank. Wel speelt hier dat een dader met psychische en verslavingsproblematiek mogelijk direct uitgesloten wordt van de mogelijkheid tot het proces van herstelrecht, terwijl daders zonder deze problematiek de mogelijkheid wél hebben. De materie die hier behandeld wordt is helaas nog zo jong dat er geen rechtspraak over te vinden is. Er zijn veel uitspraken over artikel 6 EVRM en artikel 14 IVPBR te vinden, maar die hebben niks te maken met dit onderwerp. Hopelijk zal er snel jurisprudentie komen over dit thema. Deelconclusie Het uitvoeren van herstelbemiddeling bij daders met ernstige verslavings- en/of psychische problematiek is na deze informatie niet per definitie in strijd met de richtlijn, maar misschien wel met de gelijkheidsbeginsels en het recht op een eerlijk proces. 4.5 Rechtsfilosofisch perspectief Zoals eerder beschreven in paragraaf 1.3 is er een onderscheid tussen herstelbemiddeling voor, tijdens en na de strafzitting. Dit onderzoek heeft zich tot nu toe beperkt tot herstelbemiddeling na de strafzitting, waarbij de dader al gestraft is. Herstelbemiddeling dat voor of tijdens de zitting plaatsvindt, kan daarentegen nog invloed hebben op de hoogte van de strafmaat. Het kan zelfs lijden tot een (voorwaardelijk) sepot. De Officier van Justitie of de rechter kan dus naar aanleiding een herstelbemiddeling besluiten de verdachte niet te straffen. 190 Dit brengt ons bij de doelen van het straffen en het strafrecht. De twee klassieke straftheorieën zijn de vergeldingsleer, ook wel het retributivisme genoemd en de preventieleer uit het utilisme. De vergeldingsleer heeft de blik op het verleden gericht: er moet worden gestraft omdat de delinquent iets heeft gedaan waardoor hij straf verdient. Wie lijden doet, lijden moet. De aanhangers van de vergeldingsleer vinden dat iemand die moreel onjuist gehandeld heeft, dit moet terugbetalen, oftewel het moet vergelden. Andere aanhangers van de leer zien straffen meer als genoegdoening en bevrediging van wraakgevoelens. Een van de meest recente varianten van de vergeldingsleer die wordt 189 PowerPoint Restorative Justice and mentally disordered offenders, J. Blad & M. van der Wolf 190 N. Hermens, K. Lünnemann, M. Vandenbroucke & A. Wolthuis 2010 p. 17 e.v. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 42

43 verdedigd door John Finnis, is de leer van de oneerlijke voordelen. Daarbij wordt gezegd dat wie profiteert van de zelfbeheersing van anderen, tegenover anderen verplicht is zichzelf te beheersen. 191 Het klassieke alternatief voor de vergeldingsleer is de preventieleer. Aanhangers van deze leer zijn Thomas Hobbes, James Mill en Jeremy Bentham. Bentham was een utilist: een handeling is juist wanneer zij in vergelijking tot alternatieven de grootst mogelijke hoeveelheid nut ofwel welzijn oplevert. Voor de utilist is straf op zichzelf onwenselijk, het veroorzaakt immers leed. Waar het de utilist om gaat, is dat de bestraffing geluk oplevert, in de zin dat straf preventief werkt. Preventie kan onderscheiden worden in speciale preventie en generale preventie. Speciale preventie houdt in dat voorkomen wordt dat de dader recidiveert. Generale preventie wil zeggen dat wordt voorkomen dat anderen in de toekomst delicten zullen plegen door de afschrikkende werking van het straffen. 192 Schadevergoeding, compensatie of herstel worden in het strafrecht niet als zelfstandig strafdoel beschouwd. 193 Dit is wel het geval bij het herstelrecht, waar het primaire doel niet vergelding is, maar het herstel van de aangerichte schade. Het onrecht wordt anders dan in het traditionele strafrecht beschouwd als een conflict tussen dader en slachtoffer waarbij de overheid slechts een secundaire rol speelt. 194 Een belangrijk principe uit het herstelrecht is dominion: de verplichting om zuinig om te springen met rechterlijke dwang. Wanneer er toch een strafrechtelijke vervolging komt, dan vinden de aanhangers van het herstelrecht dat de beslissing positief verantwoord moet worden en niet enkel omdat de wet is overtreden. In de gerechtelijke procedure moet er ruimte zijn voor slachtoffers om de aard en de omvang van de schade en het leed te kunnen omschrijven. Verder moet het gerechtelijk onderzoek niet alleen afgestemd zijn op de feiten en de schuld maar ook op de schade en het leed van het slachtoffer. Tot slot moet de opgelegde sanctie niet gericht zijn op leedtoevoeging maar op herstel. 195 Het herstelrecht wordt door sommigen beschouwd als een nieuw paradigma, een nieuwe rechtsfilosofische stroming. 196 Dit laat zien dat het recht geen tijdloos en op zichzelf staand fenomeen is, maar zoals T. Rossier dat in Grondtrekken van het strafrecht benoemde: een historisch gegroeide sociale praktijk, die is ingebed in een internationale omgeving, die mede is ontwikkeld op basis van bepaalde morele idealen en die gericht is op het reguleren van een weerbarstige samenleving. 197 Voorbeelden van deze klassieke morele idealen zijn gelijkheid, vrijheid en veiligheid. 198 Nieuwe morele idealen die voortkomen uit het herstelrecht zouden kunnen zijn: herstel, schuld- en leedverwerking en het loskomen van de rol als dader en slachtoffer. Naar aanleiding van de casus is de vraag gesteld of een vorm van herstelrecht wel op zijn plaats was op dat moment en in dat geval. Was het slachtoffer - en misschien ook de dader - niet beter af geweest wanneer de betrokken organisaties hadden besloten zich te beperken tot de toepassing van het strafrecht? Want als alleen het strafrecht toegepast was, dan was Els niet voor een tweede keer slachtoffer geworden en dan had zij zich waarschijnlijk veilig gevoeld, een belangrijke waarde uit strafrecht. Maar anderzijds had het slachtofferdadergesprek in een ander geval misschien geleid tot herstel, een belangrijke waarde uit het herstelrecht. Wat weegt in dit geval zwaarder? Veiligheid of herstel? 191 T. E. Rosier (Red.) 2010 p T. E. Rosier (Red.) 2010 p C. P. M. Cleiren 2003 p C. P. M. Cleiren 2003 p C. P. M. Cleiren 2003 p L. Walgrave 2004 P T. Rossier (Red.) 2010 p Powerpoint IRP Hogeschool Utrecht SJD. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 43

44 Dat deze vraag gesteld wordt, is logisch. Echter, moet er geconcludeerd worden dat het één het ander niet uitsluit. Zo kan het toepassen van herstelrecht het slachtoffer ook juist veilig laten voelen. Na een geslaagd gesprek met de dader weet het slachtoffer bijvoorbeeld eindelijk dat hij of zij niet bang hoeft te zijn voor de dader. De richtlijn stelt daarnaast ook niet voor niets minimumnormen ter bescherming van slachtoffers vast waarin tegelijkertijd herstelbemiddeling gestimuleerd wordt. Belangrijk is wel dat het gesprek slaagt. Hier komt de rol van de bemiddelaar en het belang van een goede screening weer naar voren. Deelconclusie Kortom, vanuit de rechtsfilosofische invalshoek is het uitvoeren van herstelbemiddeling bij daders met ernstige verslavings- en/of psychische problematiek niet in strijd met de richtlijn ter bescherming van het slachtoffer. Het toepassen van herstelbemiddeling kan namelijk bijdragen aan het herstel en aan de veiligheid van het slachtoffer, mits er een goede screening wordt gemaakt. Niet alle daders met verslavings- en/of psychische problematiek zijn gevaarlijk, wel moet er echt goed gekeken worden of de dader wel in staat is om tegenover een slachtoffer te zitten. 4.6 Conclusie Eigen visie Zoals eerder beschreven is het doel van de gestelde rechtsvraag het in twijfel trekken van de eerder gemaakte conclusie dat ernstige verslavings- en/of psychische problematiek niet als contra-indicatie voor herstelbemiddeling moet worden gezien. Ook de doelgroep van de SVG waarbij deze problematiek veel voorkomt moet kunnen deelnemen aan herstelbemiddeling. Naar aanleiding van de wetsachtergrond, beleidsvergelijking, supranationale rechtspraak en rechtsfilosofische theorieën kan geconcludeerd worden dat de onderzoeker bij dit standpunt blijft. Het antwoord op de rechtsvraag is dat het uitvoeren van herstelbemiddeling bij daders met ernstige verslavings- en/of psychische problematiek niet direct in strijd is met artikel 12 jo. 46 van de Richtlijn Slachtoffers, waarin staat dat herstelrechtorganisaties moeten waken tegen secundaire en herhaalde victimisatie. Artikel 12 bevat een zachte norm waarbij veel overwegingen te maken zijn en waarbij het gaat om het maken van een inschatting door de bemiddelaar samen met het slachtoffer. Er zou eventueel gezegd kunnen worden dat de bemiddelaar beter had moeten onderzoeken wat de motieven van de dader waren en dat er een betere informatie-uitwisseling had moeten plaatsvinden. Toch kan naar aanleiding van deze casus niet gezegd worden dat het uitvoeren van herstelbemiddeling bij deze doelgroep in strijd is met de richtlijn. Des te meer omdat de richtlijn herstelbemiddeling ook stimuleert, zij het in het belang van het slachtoffer. Wanneer er gekeken wordt naar het beleid en de wet- en regelgeving in België en Hongarije valt het op dat zij strengere selectiecriteria hebben dan Slachtoffer in Beeld hanteert in Nederland. Daarnaast bleek uit dat cijfers dat de slachtoffers over het algemeen positief waren over het hersteltraject. Toch zijn er te weinig cijfers bekend om te concluderen dat deze landen vanwege hun strenge selectiecriteria waarin misschien bovenstaande doelgroep ook uitgesloten zou zijn hun taak om te waken voor secundaire victimisatie beter uitvoeren. Wel kan gesteld worden dat de aanvraag van Jan in Hongarije en België waarschijnlijk niet was goedgekeurd. Anderzijds had SiB het in Nederland ook niet gedaan wanneer zij wist dat Jan zwaar psychotisch was en lag het in dit geval voornamelijk aan de informatievoorziening. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 44

45 Vanuit het supranationale perspectief is er gekeken naar de rechten van de dader. Blad vindt dat er eerst gedegen onderzoek verricht moet worden naar in hoeverre de doelgroep in staat is deel te nemen aan herstelrechtelijke praktijken, voordat ze uitgesloten worden. Want is het standaard uitsluiten van daders met verslavings- en/of psychische problematiek niet in strijd met het recht op een eerlijk proces? En is dat niet onrechtvaardig? Het recht op een eerlijk proces is geregeld in artikel zes EVRM en art. 14 IVPBR, maar helaas is er met betrekking tot dit thema geen jurisprudentie over te vinden. Vanuit dit perspectief zouden daders met ernstige verslavings- en/of psychische problematiek niet direct uitgesloten moeten worden voor herstelbemiddeling en is de uitvoering ook niet in strijd met de richtlijn. Naast de rechtsfilosofisch benadering over de morele waarde gelijkheid vanuit de dader, kan er ook gekeken worden naar het rechtsfilosofische perspectief vanuit het slachtoffer. De morele waarden die bij het straf- en herstelrecht horen voor het slachtoffer zijn veiligheid en herstel. De vraag welke waarde zwaarder weegt, is niet meer van toepassing, omdat ook het toepassen van herstelbemiddeling kan bijdragen aan het herstel en aan de veiligheid van het slachtoffer, mits er een goede screening wordt gemaakt. Niet alle daders met verslavings- en/of psychische problematiek zijn gevaarlijk, wel moet er echt goed gekeken worden of de dader wel in staat is om tegenover een slachtoffer te zitten. Tot slot Het is aan te raden dat er kritisch gekeken gaat worden naar de Nederlandse privacyregelgeving tussen SHN, de 3RO en SiB. Hier is in dit onderzoek namelijk niet diep op ingegaan vanwege de lastige materie, maar het is wel van belang voor het uitvoeren van een goede dienstverlening. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 45

46 Conclusie Na dit onderzoek kan er antwoord gegeven worden op de centrale vraag: Hoe kan de slachtofferbewuste aanpak met herstel als mogelijk doel succesvol worden uitgevoerd door reclasseringswerkers van de Stichting Verslavingsreclassering GGZ, rekening houdend met de samenstelling van de doelgroep, de mogelijkheden van de reclasseringswerkers en de wettelijke opdracht? Deze splitsing tussen reclasseringswerkers en de doelgroep is gemaakt, omdat het slachtofferbewust werken twee kanten op werkt. Ten eerste moeten de reclasseringswerkers slachtofferbewust worden en daarna kunnen zij hun cliënten ook slachtofferbewust maken. Daarnaast is de slachtofferbewuste aanpak ingevoerd naar aanleiding van het internationale en maatschappelijke debat over meer aandacht voor slachtoffers in het strafrecht. Omdat er in het onderzoek dus gekeken is naar het slachtofferbewust werken op micro-, meso- en macroniveau, wordt er in de conclusie een onderscheid gemaakt dus deze drie perspectieven. Microniveau De Stichting Verslavingsreclassering GGZ(SVG) richt zich op mensen die door hun verslaving of psychische problematiek in aanraking zijn gekomen met Justitie. Uit verschillende onderzoeken bleek dat er contra-indicaties voor herstelbemiddeling bleken te bestaan bij verslavingsproblemen, psychopathie, autistisme, psychiatrische stoornissen en een te laag IQ bij de dader. Uit de interviews met reclasseringswerkers bleek dat een groot deel van hun doelgroep weinig tot geen inlevingsvermogen heeft waardoor zij slachtofferbewust werken en herstel in hun geval niet mogelijk achten. Voorafgaand aan dit onderzoek was de hypothese dan ook dat het slachtofferbewust werken bij de SVG met haar ingewikkelde risicodoelgroep ingewikkeld zou zijn en dat herstel niet mogelijk was. Toch werd dit in andere onderzoeken tegengesproken en werd duidelijk dat er geen doelgroep uitgesloten kan worden van herstel, maar dat er in iedere situatie onderzoek gedaan moet worden naar de motieven van beide partijen en naar wat de dader het slachtoffer kan bieden. Er moet gezocht worden naar kansrijke situaties in plaats van naar uitsluitingscriteria. Harde contra-indicaties bestaan dus niet, al zou je het wel als een uitdaging of een risicodoelgroep kunnen zien. De meeste geïnterviewden waren het met deze stelling eens. De reclasseringswerkers die zich verdiept hadden in het slachtofferbewust werken, de ambassadeurs slachtofferbewust werken, de beleidsmedewerker van de SVG die tevens onderdeel van de landelijke projectgroep slachtofferbewust werken is en een herstelbemiddelaar van SiB, vonden dat er niet naar contra-indicaties gekeken moet worden. Het slachtofferbewust werken en de toepassing van herstelbemiddeling draagt bij aan het herstel van de dader en het slachtoffer. Omdat het slachtoffer zich in een extra kwetsbare positie bevindt, moet er wel opgepast worden dat een slachtoffer niet voor een tweede keer slachtoffer wordt. Verder draagt de aanpak bij aan vermindering van recidive en een bevordering van re-integratie, dat aansluit bij de missie van de SVG. Wel moet de reclasseringswerker rekening houden met het tempo van het slachtoffer en is goede training in slachtofferbewustzijn belangrijk bij slachtofferbewust werken. Mesoniveau Een reclasseringscliënt kan namelijk pas ondersteund worden in slachtofferbewust worden, wanneer de reclasseringswerker dit zelf ook is. Hiervoor moeten de reclasseringswerkers op de hoogte zijn van de behoeften en belangen van het slachtoffer en wat er mogelijk is op het terrein van slachtofferbewust werken. Dit is gedaan door de bijeenkomsten, de e-learnings en de themapagina. Uit onderzoek bleek dat in alle drie de SVG-instellingen die onderzocht, dat er nog meer aandacht aan besteed kan worden. Zij gaven allen aan dat de informatie weggezakt is en dat er weinig aandacht meer aan besteed wordt. Zij hebben meer stimulans nodig om slachtofferbewust te werken. Ook bleek dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over de aanpak en dat er behoefte is aan meer informatie. In de aanbevelingen wordt ingegaan op mogelijke oplossingen hiervoor. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 46

47 Macroniveau De slachtofferbewuste aanpak is ingevoerd naar aanleiding van het internationale debat over de aandacht voor slachtoffers in het strafrecht en de hierop volgende vaststelling van de Europese richtlijn minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten. De Nederlandse regering heeft hun beleidsregels toen uitgebreid met het beleidskader herstelbemiddeling in het strafrecht, waardoor het voor de SVG verplicht werd om slachtofferbewust te werken. Hun doel is om met het slachtofferbewuste werken een bijdrage te leveren aan het herstel van de dader en het slachtoffer en het verminderen van recidive, wat dus ook aansluit bij de eigen missie. Het is duidelijk merkbaar dat de informatie-uitwisseling tussen de reclassering en SHN nog belemmerd wordt door bepaalde privacyregels. Er zal gezocht moeten worden naar een oplossing om de informatievoorziening te vergemakkelijken. Door deze gebrekkige informatie-uitwisseling verloopt de samenwerking tussen SHN en de reclassering namelijk ook niet altijd even goed. Na de beleidsvergelijking met België in hoofdstuk vier kwam naar voren dat België slachtofferhulp heeft ondergebracht in de justitieketen, waardoor dit probleem rondom privacy en samenwerking niet speelt. Misschien is het een idee dat de Nederlandse regering deze mogelijkheid ook onderzoekt. Kortom Om de slachtofferbewuste aanpak met herstel als doel succesvol uit te voeren, moet herhaald slachtofferschap voorkomen worden, moet er rekening gehouden worden met het tempo van het slachtoffer en zullen de reclasseringswerkers verder moeten gaan met het ontwikkelen van nieuwe competenties. Het slachtofferbewustzijn van de reclasseringswerkers zal verder ontwikkeld moeten worden door de aanpak actueler te houden en de onduidelijkheden van de reclasseringswerkers weg te nemen. Verder zullen de beleidsmedewerkers van de SVG moeten kijken hoe de moeilijkheden rondom de informatieverstrekking en privacyregels verbeterd kan worden, zodat dit niet de samenwerking tussen de ketenpartners in de weg zit. De onderzoeksresultaten zijn betrouwbaar en valide. Bij herhaling van dit onderzoek zullen de resultaten hetzelfde zijn. Er zijn namelijk alleen betrouwbare bronnen gebruikt die op de juiste manier zijn vermeld in de voetnoten, waardoor ze controleerbaar zijn. De interviews zijn op een onpartijdige manier afgenomen en de vragen zijn zo neutraal mogelijk gesteld. Verder zijn er professionals geïnterviewd die veel kennis hebben van het onderwerp dat onderzocht is. Ook is de wet- en regelgeving, wetenschappelijke onderzoeken en andere kennisbronnen juist geïnterpreteerd en vervolgens goed onderbouwd met bronnen en argumenten, waardoor het onderzoek valide is. Kortom, de doelstelling van het onderzoek is behaald. Er is een bijdrage geleverd aan het inzichtelijk maken voor de SVG hoe de slachtofferbewuste aanpak met herstel als doel succesvol uitgevoerd kan worden door de reclasseringswerkers van de SVG. In de aanbevelingen zal er dieper ingegaan worden op het verbeteren van de slachtofferbewuste aanpak. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 47

48 Aanbevelingen De slachtoffergerichte aanpak is ongeveer een half jaar geleden voor het eerst onder de aandacht gebracht bij de reclasseringswerkers van de SVG. De aanpak is onder de aandacht gebracht door middel van een bijeenkomst, een themapagina, een e-module en het versturen van informatie per mail. Dit heeft er voor gezorgd dat de reclasseringswerkers meer slachtofferbewust zijn gaan werken en beter weten wat de mogelijkheden zijn. Toch werd uit de interviews van de reclasseringswerkers van Palier, IrisZorg en Victas duidelijk dat de aanpak langzaam wat uit het oog verloren werd. Door de dagelijkse werkzaamheden en de onduidelijkheid omtrent de aanpak werd het slachtofferbewust werken soms vergeten. Alle reclasseringswerkers gaven aan de slachtofferbewuste aanpak heel goed te vinden, maar meer stimulans nodig te hebben om slachtofferbewust te werken. Een manier om de werkwijze actueel te houden is het integreren van de aanpak in het Doelgericht Toezicht, een registratiesysteem waarin de reclasseringswerkers doelen definiëren voor hun cliënten. Iedere keer wanneer zij het registratiesysteem openen bij een gesprek zien zij dit doel staan, waardoor zij de mogelijkheid niet vergeten en meer gestimuleerd worden om slachtofferbewust te werken. Verder zou de slachtofferbewuste aanpak standaard besproken moeten worden in de casuïstiekbijeenkomsten. Wanneer er succesverhalen gedeeld worden of juist situaties besproken worden waarin reclasseringswerkers tegen moeilijkheden aanlopen, dan zal dit ervoor zorgen dat andere reclasseringswerkers sneller geneigd zijn de aanpak ook toe te passen bij hun cliënten. Daarnaast kan regelmatige herhaling door zo nu en dan updates te geven via de mail of het intranet ook bijdragen aan het actueel houden van de aanpak. Verder is het belangrijk om de onduidelijkheden rondom de slachtofferbewuste aanpak weg te nemen bij de reclasseringswerkers. Uit paragraaf 3.2 bleek al dat veel reclasseringswerkers niet goed weten waar het slachtofferbewust werken precies uit bestaat en wat de mogelijkheden zijn, hoe ver reclasseringswerkers kunnen gaan in het slachtofferbewustzijn en wat voor methodes ze kunnen gebruiken in specifieke situaties. Omdat de reclasseringswerkers van de SVG van nature/oorsprong dadergericht werken, is het voor hen lastig slachtofferbewust te werk te gaan en het bestaan van het slachtoffer aan te kaarten in een gesprek met de cliënt. Manieren om slachtofferbewust te werken en algemene informatie over de aanpak is te vinden in de e-module en in de handreiking van het KSI van de Hogeschool Utrecht, maar uit de interviews en de enquête kwam naar voren dat de reclasseringswerkers hier weinig gebruik van maken. Het is aan te raden om de belangrijke informatie in een hand-out te zetten en uit te geven aan de werkers, zodat zij gemakkelijker bij deze informatie kunnen. Daarnaast is het van belang dat de reclasseringswerkers die nog geen bijeenkomst over slachtofferbewust werken hebben bijgewoond of de werkers die er nog eens een zouden willen bijwonen, hiertoe in staat worden gesteld. Uit de interviews bleek dat hier behoefte aan is. Tevens is het aan te bevelen om de werkers meer handvatten te geven voor het slachtofferbewust werken, door meer aandacht te besteden aan de verschillende methodes door bijvoorbeeld eens een training slachtofferbewust werken te geven of door voorbeeldgesprekken of casuïstiek te behandelen in het onderdeel Vakmanschap. Uit het onderzoek van het KSI van de Hogeschool Utrecht werd daarnaast nog in overweging genomen om het vak victimologie een plaats te geven in het 3RO opleidingshuis of ervaringsdeskundigen in te schakelen. Dit zou tevens aansluiten bij artikel 25 van de Richtlijn Slachtoffers, waarin het volgen van opleidingen onder professionals wordt bevorderd. Tot slot gaf een bemiddelaar van Slachtoffer in Beeld in een interview aan dat het bevorderlijk is wanneer reclasseringswerkers mee gaan naar de slachtofferdadergesprekken. Hierdoor weten zij beter wat zo n gesprek inhoudt, wat de behoeften en belangen van het slachtoffer zijn, hoe zij zelf slachtofferbewust Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 48

49 te werk kunnen gaan, hoe ze hun cliënten kunnen voorbereiden en welke nazorg ze kunnen bieden. De bemiddelaar gaf aan dat zij zelf altijd open staan voor de aanwezigheid van de reclasseringswerker, alleen moeten het slachtoffer en het dader dat ook doen. Het is aan te raden dat de SVG een half jaar na het uitvoeren van de aanbevelingen onderzoekt of het slachtofferbewustzijn bij de reclasseringswerkers en de cliënten is toegenomen. Mogelijk kunnen er dan zelfs cijfers gegeven worden met betrekking tot vermindering van recidive en de bevordering van reintegratie. Ook zou het mooi zijn als er een vervolgonderzoek plaatsvindt naar hoe de mankementen op het micro-, maar vooral macroniveau verholpen kunnen worden, zoals de problemen rond privacy en samenwerking. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 49

50 Reflectie op het onderzoeksproces Belemmerende factoren Zoals ik in de conclusie al beschreef is de focus tijdens het onderzoek wat verschoven van herstelbemiddeling als onderdeel van de slachtofferbewuste aanpak naar de slachtofferbewuste aanpak met eventueel herstel als doel. In het begin focuste ik mij nog op de mogelijkheid van het zelf uitvoeren van herstelbemiddeling door reclasseringswerkers van de SVG, maar ik kwam er al gauw achter dat die mogelijkheid er niet is en er ook niet moet zijn. Er is, zoals in hoofdstuk een is besproken, door beleidsmedewerkers van de SVG besloten om herstelbemiddeling door een onafhankelijke partij te laten uitvoeren, omdat onafhankelijkheid en onpartijdigheid een van de basisbeginselen van bemiddeling is en er te veel nadelen hangen aan het zelf uitvoeren van de gesprekken. Ik wist toen even niet of ik verder moest gaan met mijn onderzoek, omdat de hele basis weggevallen leek te zijn. Toch heb ik het al vrij gauw zo weten om te vormen, dat ik met bijna precies dezelfde vraagen doelstelling en probleembeschrijving een interessant onderzoek kon uitvoeren. Ik ben me meer op de uitvoering van de slachtofferbewuste aanpak gaan focussen, met herstel als mogelijk doel. Ik ben me hier op blijven richten, omdat ik me al had verdiept in het onderwerp, maar ook omdat de reclassering herstel als uiteindelijk doel ziet (indien mogelijk) en omdat herstelbemiddeling zo veel moois kan opleveren. Ik kwam er al gauw achter dat er nog veel verbeterd kon worden aan de uitvoering van de slachtofferbewuste aanpak. Bij iedere geïnterviewde kreeg ik hetzelfde signaal: de aanpak blijft niet actueel en er is te veel onduidelijkheid. Door de focus te verleggen is het onderzoek iets beleidsmatiger geworden, maar niet minder interessant en relevant. Waarin ik gaandeweg ook heb moeten bijstellen, is mijn hypothese dat verslavingsproblematiek en psychische stoornissen onder daders contra-indicaties waren voor herstelbemiddeling en dat de gehele doelgroep van de SVG hier daarom niet geschikt voor zou zijn. Mij werd duidelijk dat er onderzoekers zijn geweest die dit zo zagen inderdaad, maar dat er uiteindelijk toch geconcludeerd moet worden dat er niet in contra-indicaties gedacht moet worden, maar in kansrijke situaties. Er zijn natuurlijk daders die echt niet in gesprek moeten gaan met hun slachtoffer, maar in heel veel gevallen kan dit wel. Ik weet niet of ik bovenstaande punten nu nog als belemmerend ervaar, maar het heeft me wel af en toe doen twijfelen over de relevantie van mijn onderzoek. Gelukkig heb ik dit toch steeds goed weten om te vormen. Tot slot heb ik moeilijkheden ondervonden rondom het schrijven van hoofdstuk vier. Vooral het vinden van internationale rechtspraak ging mij lastig af. Dit is te wijten aan het feit dat mijn onderwerp zich juist veel buiten de rechtbank afspeelt en dat hier ook weinig harde afdwingbare normen in voorkomen. Ik hoop dat ik dit in het hoofdstuk goed heb uitgelegd en verantwoord. Bevorderende factoren Toch is het afronden van het onderzoek me gelukt. Dit is mede gekomen door mijn planmatigheid, discipline en toegewijdheid, mijn kritische blik en mijn professionaliteit. Het ging mij goed af om contacten te leggen met het werkveld en ik denk dat dit mede kwam doordat ik altijd zorgde dat ik goed ingelezen was en hierdoor ook professioneel over kwam. Ik kreeg hier ook complimenten over, de beleidsadviseur van de SVG complimenteerde mij zelfs om mijn schrijfstijl. Ook kreeg ik hierdoor gemakkelijk toegang tot bepaalde data, die soms eigenlijk alleen voor interne medewerkers waren. Dit heeft me erg geholpen bij het schrijven van bepaalde stukken. Wat ook fijn was, was dat ik de resultaten van een enquête naar de slachtofferbewuste aanpak van een stagiair van Palier mocht gebruiken. Deze dienen nu mooi als onderbouwing van het door mij onderzochte onderwerp. Wel moet er bij vermeld worden dat de resultaten een half jaar oud zijn. Ook zette het mij aan het denken: had ik niet bij alle instellingen een enquête moeten houden? Of had ik Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 50

51 dieper in moeten gaan op de uitvoering van de aanpak bij Palier, zodat ik een adviesrapport kon schrijven, specifiek op die instelling gericht? Al met al ben ik trots op het onderzoek dat ik heb gedaan en met de resultaten die ik heb geleverd. Het is namelijk theoretisch goed onderbouwd met veel verschillende wetenschappelijke bronnen en onderzoeken. Ik denk dat ik een bijdrage heb geleverd aan het beleid van de SVG omtrent de slachtofferbewuste aanpak, gezien de goede feedback van de reclasseringswerkers op de hand-out. Dit had ik eigenlijk in het begin niet durven hopen. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 51

52 Bijlage 1: Literatuurlijst Literatuur H. Everaert & A. Peet A. Peet & H. Everaert, Lessen in onderzoek. Onderzoek in de onderwijspraktijk, Amersfoort: Uitgeverij Agiel: G. A. F. M Schaaijk G. A. F. M Schaaijk, Praktijkgericht juridisch onderzoek,, Den Haag: Boom Juridische Uitgevers T. E. Rosier (Red.) T. E. Rosier (Red.), Grondslagen van het recht (Achtergronden), Den Haag: Boom Juridische Uitgevers Artikelen B. Vermeulen B. Vermeulen, Als Saddam Hussein een Afrikaan was, NRC Handelsblad C. P. M. Cleiren C. P. M. Cleiren, Genoegdoening aan slachtoffers in het strafrecht. Leiden L. Walgrave L. Walgrave, Herstelrecht en de wet, in: B. van Stokkom (red.), Straf en herstel. Ethische reflecties over sanctiedoeleinden,. Boom Juridische Uitgevers Den Haag: Onderzoeken D. Bolivar D. Bolivar, Conceptualizing Victims' Restoration in Restorative Justice. International Review of Victimology M. Barlingen, G. J. Slump & H. Tulner M. Barlingen, G. J. Slump & H. Tulner Tussenevaluatie Herstelbemiddeling, Amsterdam: J. Hanrath, A. Menger, D. Stam & J. van Vliet J. Hanrath, A. Menger, D. Stam & J. van Vliet, Slachtofferbewust werken bij de Reclassering, Deel I: Een verkenning en aanknopingspunten voor het handelen. Kenniscentrum Sociale Innovatie Hogeschool Utrecht: Utrecht G. Homburg, I. Jonker & J. Soethout G. Homburg, I. Jonker & J. Soethout, Eindevaluatie Herstelbemiddeling. Regioplan Beleidsonderzoek in opdracht van WODC van het ministerie van Justitie, Amsterdam Groenhuijsen, M Groenhuijsen, M, De landelijke invoering van de wet Terwee, Rechtshulp: L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger L. Krechtig, J. van Vliet & A. Menger, De rol van het slachtoffer in de reclassering, Deel II: Een methodische handreiking voor reclasseringswerkers. Kenniscentrum Sociale Innovatie Hogeschool Utrecht: Utrecht Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 52

53 N. Hermens, K. Lünnemann, M. Vandenbroucke & A. Wolthuis N. Hermens, K. Lünnemann, M. Vandenbroucke, & A. Wolthuis, Herstelbemiddeling Reclassering Nederland, Evaluatie van drie pilots en toekomstscenario s. Utrecht A. van Hoek & G. Slump 2013 A. van Hoek & G. Slump Restorative Justice in Europe, Resultaten van het veldwerk, Stichting Restorative Justice Nederland, November 2013 B. Ingelaere, B. Ingelaere, "Traditional Justice and Reconciliation after Violent Conflict: Learning from African Experiences" International Institute for Democracy and Electoral Assistance: Sweden K. D. Lünneman & A.G. Mein K. D. Lünneman & A.G. Mein, Maatregelen ter voorkoming van secundair en herhaald slachtofferschap, L. van Reemst, T. F. C. Fischer & J. D. M. van Dongen 2013 L. van Reemst, T. F. C. Fischer & J. D. M. van, Risicofactoren voor herhaald slachtofferschap: Een literatuurscan. Sectie Criminologie, Erasmus School of Law, 2013 M. Wijers & M. de Boer M. Wijers & M. de Boer, Een keer is erg genoeg Verkennend onderzoek naar secundaire victimisatie van slachtoffers als getuigen in het strafproces Jaarverslagen Jaarverslag Reclassering Nederland Jaarverslag Reclassering Nederland Slachtofferbewust werken hoge prioriteit, geraadpleegd op 22 februari European Best Practices of Restorative Justice in the Criminal Procedure European Best Practices of Restorative Justice in the Criminal Procedure Conference Publication Slachtoffer in Beeld 2015 Slachtoffer in Beeld, Jaarverslag 2015 Juridische bronnen Ministerie van Veiligheid en Justitie Ministerie van Veiligheid en Justitie, Beleidskader herstelbemiddeling in het strafrecht, Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ Kaderbesluit van de Raad 2001 Kaderbesluit van de Raad van 15 maart 2001 inzake de status van het slachtoffer in het strafproces, 2001/220/JBZ (Publicatieblad EG 22 maart 2001, L 82/1). Folders Slachtoffer in Beeld, Folder mediation in het strafrecht. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 53

54 Slachtoffer in Beeld, Mediation in het strafrecht, Hoe kan contact met de ander u helpen? Interne bronnen E. Altena & I. Pongers E. Altena & I. Pongers, presentatie over Slachtofferbewust werken: methodische hoofdlijnen, Beleidsnotitie, Reclassering slachtoffergerichte aanpak Beleidsnotitie, Reclassering slachtoffergerichte aanpak Powerpoint Slachtofferbewust werken bij de Reclassering, Regionale werksessie Powerpoint, Reclassering Nederland, SVG, Leger des Heils, Slachtofferbewust werken bij de Reclassering, Regionale werksessie. PowerPoint Restorative Justice and mentally disordered offenders, J. Blad & M. van der Wolf PowerPoint Restorative Justice and mentally disordered offenders, J. Blad & M. van der Wolf juni Andere bronnen PvdA 2014 PvdA, De toepassing van herstelbemiddeling binnen het strafrecht. Initiatiefnota van het lid Recourt Hogeschool Utrecht 2015 Hogeschool Utrecht, Studiegids Bacheloropleiding Sociaal Juridische Dienstverlening voltijd Powerpoint IRP Hogeschool Utrecht SJD. Elektronische bronnen 3RO RO SVG Verslavingsreclassering, Over de SVG geraadpleegd op 6 maart Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, Herstelbemiddeling geraadpleegd op 9 maart De letselschade raad, Schriftelijke slachtofferverklaring De letselschade raad, Schriftelijke slachtofferverklaring geraadpleegd op 1 mei Juridisch woordenboek Juridisch woordenboek, Implementatie geraadpleegd op 9 maart Mijn woordenboek Mijn woordenboek, Definitie Succesvol geraadpleegd op 9 maart Nederlandse encyclopedie Nederlandse encyclopedie, Definitie Beleid geraadpleegd op 9 maart SVG SVG Verslavingsreclassering, 'Reclasseren kunnen we niet alleen, daar hebben we zorg bij nodig', geraadpleegd op 6 maart Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 54

55 SVG Missie & Visie SVG Missie & Visie, geraadpleegd op 8 maart SVG Cliënten SVG Cliënten, geraadpleegd op 8 maart Slachtofferhulp Nederland, Wetgeving, De positie van het slachtoffer in het strafproces. Slachtofferhulp Nederland, Wetgeving, de positie van het slachtoffer in het strafproces, geraadpleegd op 1 mei De Rechtspraak Aanbevelingen civiele vorderingen en schadevergoedingsmaatregel De Rechtspraak Aanbevelingen civiele vorderingen en schadevergoedingsmaatregel, geraadpleegd op 28 april Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 55

56 Bijlage 2: Verantwoording toepassingsproduct en vrije ruimte Als toepassingsproduct is een adviesrapport en als vrije ruimte is een hand-out gemaakt. Hieronder wordt deze keuze verantwoord. Toepassingsproduct: adviesrapport De keuze om een adviesrapport te schrijven volgde logischerwijze uit mijn onderzoek. In mijn onderzoek heb ik mij namelijk erg gefocust op het beleid van de 3RO en de werkwijze van de verschillende SVGinstellingen. Vooral door middel van het praktijkonderzoek kwam ik erachter op welke punten de slachtofferbewuste aanpak aan zijn doel beantwoorde en op welke punten niet. De reclasseringswerkers gaven mij in de interviews veel tips voor het verbeteren van de werkwijze, waardoor ik erg veel aanbevelingen voor de SVG-instellingen had. Om dit over te kunnen dragen aan de SVG-instellingen en de beleidsmedewerkers van de SVG, heb ik een adviesrapport geschreven. Het adviesrapport is sterk, omdat het aanbevelingen voor de uitvoerende reclasseringswerkers bevat, maar ook voor de beleidsmedewerkers. Dit zorgt ervoor dat het rapport op twee verschillende lagen aanbevelingen doet. Om het rapport tot stand te laten komen, zijn ook beide partijen geïnterviewd. Naderhand zijn de gegevens uit het rapport nog geverifieerd bij een reclasseringswerker van Palier, zodat zeker is dat de inhoud juist is, zie bijlage 10. Wat het rapport ook sterk maakt, is dat het niet alleen resultaten uit het praktijkonderzoek, maar ook uit het literatuuronderzoek bevat. Bij de referenties is verwezen naar de betreffende pagina s met informatie uit mijn onderzoeksrapport, omdat de wetenschappelijke grondslag dan gemakkelijk terug te vinden is. Het adviesrapport is bruikbaar voor alle elf SVG-instellingen, omdat ik de aanbevelingen breed heb gehouden. Het is vernieuwend omdat er sinds de invoering van de slachtofferbewuste aanpak van een half jaar geleden nog niet eerder zo n uitgebreid onderzoek is verricht naar de mate van waaraan het aan zijn doel beantwoord. Doordat het rapport niet te lang is, denk ik dat de reclasseringswerkers en beleidsmedewerkers ook bereid zijn om de aanbevelingen te lezen en mee te nemen. Bij de interviews bracht ik af en toe al een aantal aanbevelingen naar voren en hier kwamen steeds positieve reacties op. Zoals ik al aangaf is er voor het opstellen van dit adviesrapport veel praktijkgericht en literatuuronderzoek gedaan. Hier is ontzettend veel tijd in gaan zitten. Voor de informatie zijn ongeveer elf professionals geïnterviewd. Deze interviews zelf duurden vaak een uur, maar het regelen, voorbereiden en uitwerken van de interviews kostte ook veel tijd. Verder is er veel tijd gaan zitten in het verifiëren van de gegevens, de keuze van de oplossingen en uiteindelijke aanbevelingen en de vormgeving van het rapport. Tot slot heeft het schrijven veel tijd gekost, omdat het moest aansluiten bij de doelgroep. Vrije ruimte: Hand-out Uit de interviews werd al gauw duidelijk dat veel reclasseringswerkers niet goed weten wat de slachtofferbewuste aanpak inhoudt, wat de visie van de SVG erin is, wat de mogelijkheden zijn, welke methodes er gebruikt kunnen worden en wat herstelbemiddeling nou precies is. Dit ligt niet aan een gebrekkige informatievoorziening, veel informatie is namelijk terug te vinden in de handreiking van de HU, op de themapagina en in de e-module en op het intranet. Uit mijn onderzoek bleek dat geen enkele reclasseringswerker (die ik geïnterviewd had) de handreiking heeft gelezen, dat een aantal reclasseringswerkers de module nog moeten doen of het hebben gedaan maar de inhoud al zijn vergeten en dat de meeste reclasseringswerkers niet naar het intranet gaan voor informatie. De informatiebronnen zijn er dus wel, maar de vraag is of deze de juiste vorm hebben. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 56

57 Meerdere reclasseringswerkers gaven aan bij de informatie te willen komen op een laagdrempelige manier, zoals door middel van een hand-out, een folder of een boekje. Dus dat heb ik gemaakt. De informatie uit de hand-out heb ik vooral gehaald uit de e-module, de themapagina en de handreiking van de Hogeschool Utrecht, zodat ik zeker wist dat de inhoud juist was. Ik heb mij bij het opstellen van de hand-out volledig gericht op de behoefte van de reclasseringswerkers. Zo gaven meerdere reclasseringswerkers aan niet te weten welke modellen zij kunnen gebruiken bij het toepassen van het slachtofferbewust werken, of weten ze niet wat ze moeten doen wanneer een dader het delict ontkent. Deze signalen heb ik in me opgenomen en verwerkt in de hand-out. De meest belangrijke informatie over het slachtofferbewust werken staat zo beknopt mogelijk beschreven in de hand-out. Om zeker te weten dat de hand-out ook daadwerkelijk gebruikt zal worden door de reclasseringswerkers, heb ik hen en de beleidsadviseur om feedback gevraagd, zie bijlage 12. In de bijlage staan ook meer details over de gemaakte keuzes. Een van de tips was bijvoorbeeld om de handout uit te geven als een boekje, zodat deze gemakkelijk in de tas gestopt kan worden en wanneer er onduidelijkheden zijn, naar boven gehaald kan worden. Op deze manier is de hand-out heel gebruikersvriendelijk en bruikbaar voor de reclasseringswerkers van alle elf SVG-instellingen. Een feedbackpunt van de beleidsadviseur was dat de tijd me heeft ingehaald: de SVG is namelijk bezig met het opstellen van de definitieve tekst over slachtofferbewust werken in het Handboek. Een leuke reactie hierop van een reclasseringswerker was dat ze niet altijd gebruik maakt van het handboek en daarom toch graag gebruik zou maken van mijn hand-out. In het ontwikkelen van de hand-out heeft heel veel tijd gezeten. Het verzamelen van de informatie kostte alleen al veel tijd. Hiervoor heb ik contact opgenomen met het 3RO opleidingshuis over inloggegevens voor de e-module en de themapagina s. Vervolgens duurde het maken van de e-modules en het halen van de informatie uit deze module en themapagina een aantal dagen. Veel informatie werd namelijk gegeven in filmpjes, waardoor ik deze meerdere keren moest afspelen, moest meeschrijven en moest verwerken tot een goed lopend verhaal. Ook in de vormgeving is waanzinnig veel tijd gaan zitten. In eerste instantie wilde ik het basic houden, maar toen ik eenmaal bezig was, dacht ik: nou moet het mooi worden ook. Over zowel het adviesrapport en de hand-out ben ik erg tevreden. Ik had van te voren niet durven hopen dat ik producten zou ontwikkelen die zo op het werkveld aansluiten en waar het werkveld ook nog eens gebruik van zou willen maken. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 57

58 Bijlage 3: Interviews Voor dit onderzoek zijn in totaal tien personen geïnterviewd. Helaas is het eerste interview met de beleidsmedewerker van de SVG niet gedocumenteerd, vanwege de technische complicaties die optraden. Het interview met een van de experts restorative justice is op te vragen bij de onderzoeker. Verder heeft er nog mailcontact plaatsgevonden met een andere expert restorative justice, wat ook op te vragen is bij de onderzoeker. De namen in dit onderzoek zijn vervangen door X. en Y. op grond van privacyredenen. Reclasseringswerker en ambassadeur slachtoffergericht werken bij Victas, 19 april 2016 Slachtofferbewuste aanpak X. vindt de slachtofferbewuste aanpak heel goed, het kan recidive voorkomen en dat is een van de doelen van de Reclassering. X. is zelf ambassadeur in de werkgroep slachtofferbewust werken en heeft hiervoor onlangs bijeenkomsten georganiseerd voor reclasseringswerkers van Victas in samenwerking met het SiB en Slachtofferhulp Nederland, waar bijvoorbeeld ook een slachtoffer aan het woord kwam. Daarnaast heeft zij de medewerkers E-learnings laten doen. Volgens X. staat het slachtoffergericht werken nog in de kinderschoenen de bijeenkomsten waren drie à vier maanden geleden - en vanwege een hoop gedoe laatst is het even iets op de achtergrond gevallen. De reclasseringswerkers werken onbewust al wel slachtoffergericht, maar nu iets meer en dit mag nog meer. Dit mag door middel van het maken van meer strategieën, het slachtofferbewust werken verwerken in de gespreksvoering en het meer integreren in het werk. Verder zou de aanpak tijdens casuïstiekbesprekingen apart naar voren kunnen komen en tijdens de doelbewuste/doelgerichte werkdingen als doel op zich kunnen staan. Herstelbemiddeling X. verstaat onder herstelbemiddeling het directe of indirecte contact tussen slachtoffer en dader op vrijwillige basis waarbij herstel centraal staat. Een voorbeeld hiervan zijn de slachtofferdadergesprekken, maar het kan ook middels brieven of pendelgesprekken. Binnen de organisatie hebben de reclasseringswerkers al een aantal keren een cliënt doorverwezen naar het SiB. Soms alleen voor briefcontact, soms ook voor daadwerkelijk een slachtofferdadergesprek. Deze is ook wel eens afgewezen, omdat het slachtoffer niet wilde. Slachtofferdadergesprekken door een reclasseringswerker X. is erg stellig in dat slachtofferdadergesprekken niet door de reclassering moeten worden gevoerd. Hiervoor moet een onafhankelijke neutrale partij de bemiddelende functie hebben. De SVG zou hooguit meer kunnen doen in het indirecte contact, door bijvoorbeeld samen met de dader een brief te schrijven naar het slachtoffer en dit contact te lijden. Nu doet Slachtoffer in Beeld dit. De doelgroep De doelgroep bestaat uit verslaafden met vaak psychische problematiek of licht verstandelijk beperkten. Het komt vaak voor dat zij niet in staat zijn empathie te voelen voor een ander, laat staan voor het slachtoffer. Wanneer de cliënt nog verslaafd is, dan is hij alleen bezig met het krijgen van zijn shot. Pas wanneer de cliënt bezig is met het eigen herstel, dan kan het ook bezig gaan met het herstel van het slachtoffer. Vaak kan dit ook nooit, omdat sommigen zich hiervoor gewoon niet genoeg kunnen inleven. Er zijn bijvoorbeeld veel cliënten met persoonlijkheidsstoornissen, waarbij zij geen empathie voor een ander kunnen voelen. Bij de daders waar dit wel kan, heeft ze ook het gevoel dat het misschien wel recidive kan verminderen, al weet ze dit niet zeker want dit is niet gemeten. Wel in Noord-Holland, daar is ook een pilot gedaan. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 58

59 X. denkt niet dat je de gehele doelgroep kunt uitsluiten voor herstelbemiddeling. Wel denkt ze dat het vaak niet mogelijk is wanneer een cliënt nog flink verslaafd is. Nieuw beleid X. zou wel willen zoeken naar een weg waarop je de reclasseringswerkers meer kunt attenderen op het gebruik maken van herstelbemiddeling. Zij denkt dat kan door het slachtofferbewust werken als doel te maken in de lijst met doelstellingen die de werkers krijgen. Ook zou het een apart onderdeel kunnen vormen van de vele casuïstiekbesprekingen. Reclasseringswerker bij Victas, 19 april 2016 Slachtofferbewuste aanpak X. merkt de invloed van de slachtofferbewuste aanpak het meest in dat er drie maanden geleden bijeenkomsten zijn gehouden, e-learnings zijn gedaan en dat ze er meer over geïnformeerd worden. Ze merkt wel dat ze daarna door de dagelijkse sleur de aanpak weer wat is vergeten, het ebt weg. Ze voegt hier aan toe dat ze altijd wel al slachtofferbewust werken, dus dat ze de dader altijd al wel bewust proberen te maken dat ze een slachtoffer gemaakt hebben en wat de gevolgen voor een slachtoffer kunnen zijn. Nu wil ze proberen het slachtoffer bijvoorbeeld meer een gezicht te geven. Henrieke vindt dat er wel echt meer slachtofferbewust gewerkt kan worden. Dit moet weer meer. Zo n bijeenkomst gaf haar wel echt handvaten over hoe het meer slachtofferbewust kan. Herstelbemiddeling X. heeft eenmaal samen met een cliënt een brief verzonden naar het SiB voor een slachtofferdadergesprek. Helaas is deze toen afgewezen omdat het slachtoffer niet wilde meewerken. Het ging over een gewapende overval en het slachtoffer vond direct contact toch te heftig. Verder willen cliënten het vaak niet, want dit durven ze echt niet. Het komt meer voor wanneer de dader bijvoorbeeld in de buurt van het slachtoffer woont Slachtofferdadergesprekken door een reclasseringswerker Dit is niet mogelijk en zou ook niet mogelijk moeten zijn. De reclassering is een organisatie voor de dader, Slachtofferhulp Nederland is er voor het slachtoffer en SiB kan hiertussen bemiddelen. Niet wij. De doelgroep X. geeft aan dat zij weet dat alleen huiselijk geweld niet in aanmerking komt voor herstelbemiddeling. Verder zijn er geen doelgroepen die uitgesloten mogen worden. Ze geeft wel aan dat herstelbemiddeling bij ernstig verslaafden en cliënten met ernstige psychiatrische problematiek soms niet mogelijk. Maar cliënten met verslavings- en psychische problematiek moeten niet over één kam geschoren worden. Nieuw beleid X. leek het handig om een lijst te krijgen met voorwaarden waaraan een dader moet voldoen, mocht hij een slachtofferdadergesprek willen voeren. Een soort voor-screening voor reclasseringswerkers voordat zij iemand doorverwijzen naar het SiB. Misschien dat het SiB goed weet wanneer een dader geschikt is voor herstelbemiddeling, maar de reclasseringswerkers weten dat niet (precies). Verder zou ze herstelbemiddeling als optie graag vaker willen bespreken tijdens casuïstiekbijeenkomsten. Als hier succesverhalen besproken zouden worden, dan zou het meer gestimuleerd worden onder de groep. Ze wil graag meer herinnerd worden aan de aanpak en de mogelijkheden ervan. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 59

60 Reclasseringswerker en aandachtsfunctionaris slachtofferbewust werken bij Palier, 29 april 2016 Slachtofferbewuste aanpak X. vindt het heel goed dat de slachtofferbewuste aanpak er is gekomen. Het past goed bij de werkwijze van de reclassering en het is belangrijk dat er meer aandacht aan besteed wordt. In principe werkte iedereen al wel een beetje slachtofferbewust, maar nu wordt het meer in de werkwijze geïntegreerd. Dit zou nog wel wat meer kunnen. X. vertelt dat ze haar cliënten meer slachtofferbewust probeert te maken door met ze te bespreken wat hun daad het slachtoffer heeft aangericht. Veel daders waren zich hier helemaal nog niet bewust van. Zo zeiden sommige daders: Goh ik wist echt niet dat het zo n impact op hen had gehad. X. gaf het voorbeeld van een cliënt die een oudere vrouw had beroofd en die voordat hij met X. in gesprek ging, zich echt niet bewust was van het slachtoffer en de gevolgen. Hij wilde toen ook een slachtoffer dader gesprek maar helaas wilde het slachtoffer dat niet. Herstelbemiddeling X. vertelt dat dit veel gebeurd bij de Palier, al ongeveer tien keer. Zij heeft dit zelf nog niet gedaan, omdat ze nog in de bewustmakingsfase zit. Je moet het niet overhaasten. Eerst moeten alle leefgebieden op een rij voordat je zoiets kunt starten. Eenmaal heeft ze wel een aanvraag bij SiB ingediend, maar toen wilde het slachtoffer niet. X. vertelde dat er binnen de Palier ook een casus was waarbij de aanvraag was ingediend, maar dat SiB de dader niet geschikt vond voor een gesprek. De doelgroep X. heeft soms bij mensen met schizofrenie of antisociale persoonlijkheidsstoornis dat ze het niet eens probeert. Zij komen niet in aanmerking voor herstelbemiddeling, denkt ze. Nieuw beleid Het leek X. handig om te weten wat de voorwaarden zijn van herstelbemiddeling. Verder is het echt belangrijk dat de slachtofferbewuste aanpak meer gestimuleerd wordt. Ze vergeet de aandacht soms gewoon. Reclasseringswerker en aandachtsfunctionaris slachtoffergericht werken bij Palier, 29 april 2016 Slachtofferbewuste aanpak Het is heel belangrijk dat we ons hier op in zetten, zowel voor de dader als het slachtoffer. Voorheen richtten we ons alleen op het beperken van onze cliënt, daar zijn we ook voor, maar het is ook goed voor het slachtoffer als hij weet dat er gesprekken zijn over het leed dat er is aangebracht. Daarnaast ontwikkelt de dader empathie voor het slachtoffer en dit kan recidive voorkomen. Ik denk wel dat we echt nog in de start staan met de aanpak. Jarenlang hebben we heel dadergericht gewerkt. Het omdenken naar het slachtoffer is nog erg lastig. Het slachtofferbewust werken kán ook heel simpel zijn, door gewoon naar het slachtoffer te vragen. Reclasseringswerkers doen dit nu nog niet altijd. De doelgroep X. merkt dat er bij daders met een antisociale persoonlijkheidsstoornis soms ook ruimte is voor het slachtoffer. Dit hoeft geen contra-indicatie te zijn voor herstelbemiddeling of slachtofferbewust werken. Zwaar psychotische daders vormen misschien een uitzondering, al kun je hier met medicatie en de tijd ook nog wel bij komen. Nieuw beleid We hebben nu aandachtsfunctionarissen aangesteld, dit zijn wij. Misschien moeten de reclasseringswerkers eens bij zittingen gaan zitten waar spreekrecht is. Hierdoor raken ze meer slachtofferbewust. Al is het lastig omdat we nooit weten wanneer een slachtoffer hiervan gebruik maakt. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 60

61 Verder kunnen we misschien ook eens een slachtoffer of een dader die heeft deelgenomen aan herstelbemiddeling uitnodigen, zodat de reclasseringswerkers meer een beeld vormen van het slachtoffer en ook van herstelbemiddeling. X. gaf aan dat er veel vraag is naar een methodische handreiking die gebruikersvriendelijker is dan die van de Hogeschool Utrecht. Een klein boekje bijvoorbeeld, zou bijvoorbeeld goed helpen. Verder kan de aanpak meer in de ICT-momenten naar voren komen. Deze momenten vinden iedere twee weken plaats waarin je in een subgroep van 5 reclasseringswerkers casuïstiek aanlevert om te verantwoorden waarmee je bezig bent tijdens het toezicht. Wanneer je het slachtofferbewust werken in het Doelgericht Toezicht verwerkt, dan zal je het hier ook direct over gaan hebben. Wat X. hierna heel terecht toevoegde is: Wij kunnen wel een heleboel willen, maar de stap voor een reclasseringscliënt om slachtofferbewust te zijn is waanzinnig groot. We moeten ons heel bewust zijn van deze gedragsverandering, hier komt zo veel bij kijken. Hier móet ook de tijd voor genomen worden. Stel dus niet te hoge doelen, probeer het niet te forceren. Twee reclasseringswerkers IrisZorg Arnhem, 17 mei 2016 Slachtofferbewust werken Het is goed dat er wat meer aandacht voor het slachtoffer is. Voorheen was er vooral aandacht voor de dader, terwijl ook het slachtoffer belangrijk is in veel situaties. De aandacht die er was voor het slachtoffer, was er minder bewust. X. en Y. vinden wel dat er nog veel meer slachtofferbewust gewerkt kan worden. Ze denken beide dat het kan bijdragen aan vermindering van de recidive van hun doelgroep, al is het voor lang niet iedere cliënt mogelijk. Er moet echt maatwerk geleverd worden, want soms kan slachtofferbewust werken de situatie ook verergeren, aldus de twee. Herstelbemiddeling Er is binnen de organisatie naar hun weten nooit doorverwezen naar SiB. Ze wist tot de e-learnings niet eens wat SiB was. Ze willen het wel, zien er zeker het nut van in, want ze kennen zelf al veel zaken die er handig voor zijn, zoals mishandelingen etc. Y. dacht trouwens dat de SVG zelf ook wel aan herstelbemiddeling kon doen, door een onafhankelijke partij in te huren die die gesprekken voert. Naar haar mening is SiB voor het slachtoffer. Ook zouden zij best zelf willen helpen met het schrijven van een brief naar het slachtoffer, maar dit zou wel goed uitgedacht moeten worden. Doelgroep Ze denken beide dat herstelbemiddeling niet bij alle cliënten mogelijk is. Mensen met antisociale persoonlijkheidsstoornissen, LVB-ers, narcisten, autisten en verslaafden zijn contra s. Dit zegt vooral Y. die zelf mediator is van beroep (niet bij Slachtoffer in Beeld). Verslaafde is wel een breed begrip: er zitten hier cliënten die hele dagen heroïne spuiten en er zijn er die af en toe een jointje roken. Ook zijn er natuurlijk verschillende fasen in een verslaving. Je moet echt naar het individuele geval kijken. Toch is Y. het er over uit dat er zeker een aantal groepen uitgesloten moeten worden. Nieuw beleid Zij merken beiden dat het slachtofferbewust werken ontzettend is weggevaagd en dat ze het eigenlijk weinig doen. Ter voorbereiding van het slachtofferbewust werken hebben ze eens een E-learning moeten volgen, maar dat was het. Ze hebben beide nog veel onduidelijkheden: wat is het kader? Hoe ver mag je gaan met het slachtofferbewust werken? Wat is hierin de visie van de organisatie? Dit is nog een grijs gebied onder de reclasseringswerkers van IrisZorg. De E-learning alleen en wat informatie via de mail is voor hen niet genoeg, vinden zij. Zij zouden graag eens in contact willen komen met SiB door middel van een bijeenkomst of een voorlichting zodat het wat levendiger voor hen wordt. Misschien dat er ook meer aandachtsfunctionarissen kunnen komen die hen op de hoogte houden over de mogelijkheden omtrent de aanpak. Het management zou het actueel moeten houden. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 61

62 Verder denken zij dat het ook kan helpen om de aanpak in de casuïstiekbesprekingen naar voren te brengen. Toen ik opperde om een hand-out te maken voor de reclasseringswerkers leek hen dat een goed idee, al dan niet met te veel pagina s. Anders beland het weer op de stapel papieren. Verder kwamen de vrouwen (vooral Y.) met het idee om het slachtofferbewuste werken meer op te pakken in het voortraject, de adviesfase dan in de toezichtfase. Ze ziet soms niet hoe ze nu als toezichthouder slachtofferbewust zou kunnen werken. Tot slot zouden de vrouwen wel trainingen in het slachtofferbewust werken willen hebben. Er is kortom veel winst te behalen. Bemiddelaar Slachtoffer in Beeld, 16 mei 2016 Screening Slachtoffer in Beeld krijgt een aanmelding van het slachtoffer of de dader binnen en gaat dan onderzoeken of hij of zij kan deelnemen aan herstelbemiddeling. Vervolgens benaderd SiB de andere partij, die ook mee moet willen en kunnen doen. Bij het screenen wordt er voornamelijk gekeken naar de motieven en schulderkenning en. Verder zijn er geen harde criteria, want het moet echt per individueel geval bekeken worden. SiB werkt volgens methodieken en beleid, maar ook veel vanuit ervaring en kennis. Er zijn verder veel interne cursussen, intervisie, onderlinge besprekingen en andere manieren om de kwaliteit hoog te houden. Doelgroep Ooit waren er wel criteria, ook voor bijvoorbeeld verslaafden, maar deze zijn nu verdwenen. Er moet altijd per individueel geval gekeken worden. Zo had X. een tijd terug een verslaafde jongen die enorm intrinsiek gemotiveerd was en zijn verantwoordelijkheid nam. Er kan niet over een bepaalde doelgroep gezegd worden dat zij niet geschikt is voor herstelbemiddeling. Er zijn af en toe niet oprechte mensen en dan zijn zij ervaren genoeg om daar doorheen te prikken. Tips voor reclasseringswerkers SVG Er zijn de laatste tijd meer aanvragen vanuit de daderkant. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat er meer organisaties zijn die zich er mee bezig houden: politie, reclassering en jeugdzorg bijvoorbeeld en voor slachtoffers is er maar één organisatie (Slachtofferhulp Nederland). Zij spreekt haar cliënten vaak ook al een dag na een gepleegd delict, op een moment dat de slachtoffer nog niet op een gesprek zit te wachten. De reclassering spreekt haar cliënten gedurende een lange periode. Petra had als tip dat reclasseringswerkers aan de nazorg kunnen werken, wanneer een cliënt een herstelbemiddelingsgesprek heeft gevoerd. Ook heeft het voor veel bemiddelaars een voorkeur om de reclasseringswerker er bij te hebben zitten. Dit kan ook goed voor de werker zelf, dan weten ze wat er besproken is en kunnen ze die persoon daarna goed nazorg bieden. Product voor SVG Een checklist is niet handig, het is echt te veel maatwerk en er moet niets bij voorbaat uitgesloten worden. De enige echte voorwaarde is een positieve insteek voor herstel. Misschien kan er wel een hand-out gegeven worden. Onderzoeker en hoogleraar aan University of Leuven, criminologie, 15 juni 2016 Dit interview is op te vragen bij de onderzoeker. Reclasseringswerker Palier, 22 juni 2016 Om het adviesrapport aan te laten sluiten bij het beleid en de beroepspraktijk van de SVG, is een reclasseringswerker geïnterviewd over een aantal specifieke zaken die voorkomen in het adviesrapport Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 62

63 voor de SVG. Deze reclasseringswerker heeft veel kennis van zaken over het beleid en de praktijk van het slachtofferbewust werken. Deskundigheid van de SVG De 3RO is bezig met een beroepsregistratie, waarbij alle reclasseringsorganisaties ontwikkelplannen moeten maken voor de deskundigheidsbevordering. Het gaat hier voornamelijk om reflecteren en elke organisatie heeft dit op een andere manier vormgegeven. Alle instellingen kunnen punten halen door veel te doen aan deze bevordering. Bij de SVG loopt de Palier hier voorop. Zij werken als volgt: iedere reclasseringswerker kan zich inschrijven om een jaar lang casuïstiek, vakmanschap- of intervisiebijeenkomsten bij te wonen. In het begin van het jaar schrijf je je hier voor in en de rest van het jaar zal je deze bijeenkomsten bij gaan wonen. Bijeenkomsten Zoals hierboven is beschreven hebben wij maandelijks groepsbijeenkomsten gericht op de deskundigheid van de reclasseringswerkers. De casuïstiekbijeenkomsten richten zich op verschillende casuïstiek, intervisie op het eigen functioneren en vakmanschap over de ontwikkeling van de eigen professionaliteit. Hier werken we in groepen van tien tot vijftien reclasseringswerkers en de werkondersteuners leiden deze groepen. Werkondersteuners begeleiden verder bijvoorbeeld de nieuwe collega s en individuele trajecten. Iedere SVG-instelling zal de bijeenkomsten op een bepaalde manier ingericht hebben, dit kan overal iets anders zijn. Daarnaast bestaan er de ICT-bijeenkomsten (dit staat voor Inter Collegiaal Consult denkt ze). De ICTbijeenkomsten vinden iedere twee weken plaats waarin je in groepjes van vijf reclasseringswerkers casuïstiek aanlevert om te verantwoorden waarmee je mee bezig bent tijdens het toezicht. Alle cliënten worden hier besproken en er is ruimte voor het voorleggen van situaties die je lastig vindt. Verder bestaan er de maandelijkse themabijeenkomsten, die steeds over iets anders gaan. Voorbeelden zijn privacy, slachtofferbewust werken en radicalisering. Tot slot hebben de reclasseringswerkers ook maandelijks teamvergaderingen. Doelgericht Toezicht Dit wordt ook wel het landelijk registratiesysteem IRIS genoemd. In dit registratiesysteem kan de reclasseringswerker doelen stellen voor de cliënt, zoals het behouden van huisvesting en niet recidiveren. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 63

64 Bijlage 4: Resultaten enquête onder reclasseringswerkers van de Palier Stagiaire en derdejaars student MWD Joëlle Netjes heeft aan het eind van 2015 en in het begin van 2016 een enquête gehouden onder 27 reclasseringswerkers van de SVG met betrekking tot het slachtofferbewust werken. Hieronder zijn haar resultaten te zien. 1. Stelling: Ik werk altijd slachtofferbewust. Antwoordkeuzen Eens Oneens Reacties 29,63% 8 70,37% 19 Totaal Wat vind je er van dat wij, als daderorganisatie, ons steeds meer gaan richten op het slachtoffer? Weergave van 27 reacties Dit is van meerwaarde voor het reclasseringsproces :09 goed :35 zeer goed :33 positief :30 Ik vind het een goed aanpak. Door slachtoffer bewust te werken kunnen wij als organisatie beide kant van het verhaal horen. Tevens geven wij als organisatie het slachtoffer het gevoel dat hij/zij ook gehoord wordt :37 Goede ontwikkeling! Zeker omdat je moet proberen een dader bewust te maken van de gevolgen :04 lastig :38 Beter :49 goed :36 Goed, het is belangrijk dat onze cliënten bewust worden van de negatieve gevolgen voor slachtoffers van hun delictgedrag :15 Het is goed om het mee te nemen :58 Heel goed, actieve bewustwoording vergroten :15 goed :58 Relevant gezien onze missie :28 Zeer positieve ontwikkeling :02 Goed, het kan de veroordeelde helpen bij het verkrijgen van meer inzicht in zijn delictgedrag en de gevolgen daarvan :32 Positieve ontwikkeling :25 Goede ontwikkeling! :25 Heel goed. Een beetje een ondergeschoven kindje. Terwijl dit juist zo belangrijk is :14 goed :09 goeie zaak, we werken ten slotte ook voor de veiligheid van de maatschappij en daar is dit onderdeel van :53 Wel goed :48 terecht gezien de maatschappelijke verantwoordelijkheid :11 Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 64

65 Een positieve ontwikkeling, uiteindelijk hebben onze cliënten slachtoffers gemaakt welke nogal eens vergeten worden gedurende het toezicht :16 zeer goed :32 Een goede zaak, we hebben er te weinig oog voor gehad :18 Goed en ook nodig :12 3. Ik werk slachtofferbewust door... Meerdere antwoorden mogelijk Antwoordkeuzen Reacties als werker bewust te zijn van slachtofferschap. 66,67% 18 na te gaan of de cliënt beseft dat hij (im)materiële schade heeft aangericht. 66,67% 18 na te gaan of de cliënt de invloed en de gevolgen van zijn delict voor het slachtoffer en in bredere zin voor de maatschappij herkent. 96,30% 26 de cliënt te motiveren en aan te spreken op het nemen van verantwoordelijkheid. 81,48% 22 na te gaan hoe de cliënt tegenover het delict, maatschappij en criminaliteit in het algemeen staat (pro criminele houding). 74,07% 20 het inzetten van interventies/werkvormen, zoals het schrijven van een fictieve brief of het driecontextenmodel. 11,11% 3 mogelijkheden aan te reiken om (im)materiële schade van het slachtoffer te herstellen. 14,81% 4 Reacties Anders, Totale aantal respondenten: 27 Weergave van 1 reactie: contact opnemen met slachtofferhulp :58 3,70% 1 4. Zijn er momenten dat je er voor kiest om niet slachtofferbewust te werken? Meerdere antwoorden mogelijk Antwoordkeuzen Reacties Ja, dit heeft te maken met de houding van de cliënt. 25,93% 7 Ja, dit heeft te maken met de problematiek van de cliënt. 62,96% 17 Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 65

66 Antwoordkeuzen Reacties Ja, dit heeft te maken met de werkalliantie. 22,22% 6 Ja, dit heeft te maken met de ernst van het delict. 22,22% 6 Ja, dit heeft te maken met veiligheid van de toezichthouder. 7,41% 2 Ja, dit heeft te maken met een bepaalde fase waar de cliënt inzit. 59,26% 16 Nee. 11,11% 3 Reacties Anders, Totale aantal respondenten: 27 22,22% 6 Weergave van 6 reacties bij ontkennende verdachte of veroordeelde is er weinig ingang :09 Ik heb altijd aandacht voor het slachtoffer, misschien niet direct bij aanvang van het toezicht, maar het moet wel aan bod komen :15 Nee, we zijnaltijd bezig met invloed, gevolgen/ verantwoordelijkeid, criminaliteit,echter de mate om de diepte in te gaan verschilt per client :15 Uiteindelijk komen deze onderwerpen wel terug in de gesprekken :28 Ik hou wel rekening met de houding, intelligentie etc van betrokkene hoe ik het ter sprake breng :25 mogelijkheden te achterhalen wie of wat slachtoffer is en hoe in contact te komen :11 5. Ik vind het soms lastig om slachtofferbewust te werken, omdat...meerdere antwoorden mogelijk Antwoordkeuzen Reacties het een lastig onderwerp is. 11,11% 3 het bepaalde emoties bij de cliënt oproept of kan oproepen. 18,52% 5 ik onvoldoende informatie/handvatten heb. 44,44% 12 Ik loop nergens tegenaan. 22,22% 6 Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 66

67 Antwoordkeuzen Reacties Reacties Anders, Totale aantal respondenten: 27 29,63% 8 Weergave 8 reacties Wij hebben vaak geen actuele informatie over het slachtoffer :15 soms is het de rol van slachtofferhulp ipv RWer :58 Niet altijd een PV beschikbaar of hier is moeizaam aan te komen :28 de problematiek van sommige clienten ervoor zorgt dat het onderwerp lastig te bespreken is (o.a. LVB, antisociale persoonlijkheidsstoornis) :32 het lastig is om het te bespreken als een client daar helemaal niet voor openstaat :53 moeilijk te achterhalen wie of wat slachtoffer is en hoe in contact te komen :11 Als reclassering krijg je zeer weinig informatie over de rol en de impact die het delict heeft op het slachtoffer :16 het soms weerstand oproept waardoor je toezicht ook op andere terreinen dreigt te stagneren :18 6. Via welke bronnen ben je geïnformeerd over het slachtofferbewust werken? Meerdere antwoorden mogelijk Antwoordkeuzen Reacties Presentatie Slachtofferbewust werken op locatie 66,67% 18 Methodische handreiking van de Hogeschool Utrecht 0,00% 0 E-module 18,52% 5 Intranet 22,22% 6 Mail 29,63% 8 Ik heb zelf informatie op het internet opgezocht. 22,22% 6 Ik ben niet geïnformeerd. 0,00% 0 Reacties Anders, Weergave 6 reacties 22,22% 6 Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 67

68 vergadering :09 Presentatie slachtoffer in beeld, conferentie forensische zorg :04 Presentatie van collega over slachtofferbewust werken :36 Gesprekken collega :15 Folders op de afdeling :28 Vanuit eigen opleiding- bepaalde handvatten meegekregen en eerdere werkervaring :02 7. Als ik vragen heb over slachtofferbewust werken dan... Meerdere antwoorden mogelijk Antwoordkeuzen Reacties zoek ik informatie op de SVG R-Schijf. 7,41% 2 zoek ik informatie op het SVG Intranet. 25,93% 7 stel ik deze aan de ambassadeurs. 22,22% 6 stel ik deze aan mijn collega's. 66,67% 18 ga ik naar de WOB. 55,56% 15 neem ik contact op met andere organisaties. 3,70% 1 Reacties Anders, Weergave van 1 reactie Internet :28 3,70% 1 8. Stelling: Ik heb behoefte aan meer informatie. Antwoordkeuzen Reacties Nee 44,44% 12 Ja, namelijk: 55,56% 15 Weergave van 15 reacties ga e- module nog doen :09 heb nu te weinig kennis :33 zelfstudie :04 Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 68

69 Voorbeeld gesprekken of casus in bijv. vakmanschap :49 Ik denk dat het goed is om hier actief meer mee te doen dan wat nu het geval is :15 Ik wil graag op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen, zeker maatschappij/politiek gericht :02 uitleg over het driecontextenmodel - dat heb ik nog nooit ingezet en wist ook niet dat dit van toepassing kon zijn :32 Ik heb helaas de presentaties gemist :25 Hoe om te gaan met weerstand? Cliënten kunnen heel direct reageren. Agressie? :14 veel te weinig kennis op dat gebied :09 hoe maak je het bespreekbaar bij clienten die er niet voor open staan :53 Wanneer zet je het in en hoevaak :48 Ik zou wel willen weten wat er mogelijk is op het gebied van slachtoffer bewust werken :16 hoe inte vullen tijdens toezicht en wanneer precies :32 Herhaling en verdieping is altijd welkom, in theoretische vorm als in het bijwonen van bijeenkomsten :12 Eventuele vragen, opmerkingen of aanvullingen. Weergave van 3 reacties N.V.T :49 Leuk/interessant onderwerp!!! :02 Slachtofferbewust werken in mijns inziens nog onvoldoende ingebed in het werken met daders. Hier ligt een uitdaging voor de reclassering :16 Bijlage 5: Feedback op hand-out Om de hand-out inhoudelijk juist, relevant en gebruikersvriendelijk te laten zijn, heb ik alle reclasseringswerkers en een beleidsadviseur van de SVG om feedback gevraagd. Helaas kreeg ik weinig respons, maar de respons die ik kreeg was erg nuttig. Ik heb hen feedbackformulieren toegestuurd. Eén reclasseringswerker heeft gebruik gemaakt van dit formulier. Zie hieronder: 1) Feedback beleidsadviseur SVG Ha Violette, Je bent voortvarend te werk gegaan en je hebt goed ingeschat dat een goede procesbeschrijving de uitvoering kan bevorderen. Hiervoor hebben we binnen de reclassering, 3RO breed, het Handboek Reclassering. Dit is een digitale vindplek voor alle uitvoerend werkers, waarin alle thema s en bijbehorende afspraken en werkprocessen overzichtelijk worden beschreven. Zoiets als jij beoogt met jouw hand-out. Binnenkort verschijnt de definitieve tekst over slachtofferbewust/herstelgericht werken in het Handboek. Dus daar kunnen alle reclasseringswerkers de juiste en complete informatie vinden. Dus eigenlijk ben je met jouw handout ingehaald door de tijd. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 69

70 Ik stuur je in bijlage de ppt met de grote lijnen van de informatie die in het handboek komt te staan. Met het verzoek deze niet verder te verspreiden. Ik ga hier daarom niet inhoudelijk in op jouw hand-out, maar adviseer je jouw tekst hier naast te leggen en op juistheid te controleren. Want deze wijkt hier en daar wel af van het landelijk beleid. Verder zag ik dat je het logo van de SVG hebt gebruikt. Dat is niet correct, omdat het niet een document van de SVG is, maar van jou in het kader van jouw afstuderen van de HU. Naar aanleiding van de feedback heb ik haar terugg d dat ik merkte dat er ondanks de door haar beschreven informatiebronnen toch nog veel onduidelijkheden waren en dat er behoefte was aan een laagdrempelige manier om aan de informatie te komen, zoals een hand-out. Verder heb ik haar verteld dat ik het logo van de SVG weghaal en de inhoud naast de PowerPoint zal leggen en op juistheid zal controleren. Ook gaf ik aan dat ik de informatie uit de e-module en de themapagina heb gehaald. 2) Feedback reclasseringswerker Palier Hallo Violette, Excuses voor de late reactie. Als het goed is heb je contact gehad met mijn collega Harriet Hoovers, wij hebben elkaar niet gesproken. Ik heb wel een blik geworpen op je handout en ziet er in grote lijnen goed uit. Ik heb (als rapporteur) wat aanmerkingen. Ik wil hierbij wel opmerken dat ik geen specifieke expertise heb op dit onderwerp en mogelijk informatie mis. Op pagina 1 zet je als eerste punt dat de rapporteur de rechten van slachtoffers moet kennen en deze moet uitreiken aan slachtoffers. Dit is, volgens mij, feitelijk onjuist. We hebben contact met slachtoffers als de verdachte daar toestemming om geeft (denk aan partner). Slachtoffers kunnen ook onbekenden zijn. Daar hebben wij in de regel geen contact mee, bemiddeling of aandacht voor het slachtoffer gaat dan via gespecialiseerde instanties die je later ook hebt benoemd. We reiken dus niet automatisch informatie uit aan slachtoffers. Het doel van de adviesfase is het inventariseren van criminogene factor, het informeren en het adviseren aan de Rechtbank met als doel recidive te verkleinen/voorkomen. Slachtoffer bewust werken is hier een belangrijk onderdeel van, zonder dat wij altijd contact met slachtoffers hebben. Een rapporteur heeft in totaal twee tot drie gesprekken van 1 uur tot 1.5 uur met een client, je zegt in het vierde punt dat een rapporteur niet te vroeg moet beginnen met spreken over de gevolgen voor het slachtoffer, we hebben daar niet veel tijd voor. Ik denk dat het per delict en client verschilt wanneer je er over begint. Ik denk niet dat het in de regel zo is dat je er niet te vroeg mee moet beginnen. Ik denk dat het eerder van belang is wat zijn/haar beleving omtrent het delict is. Ontkennend (wat je later schrijft), boosheid, berouw of verwijtend. We beschrijven zijn/haar beleving omtrent het ten laste gelegde feit. Bij tips en methoden beschrijf je bij punt 2 (geen inlevingsvermogen) de stoornis autisme of een antisociale persoonlijkheidsstoornis waarbij gebrekkig inlevingsvermogen aanwezig kan zijn. Hier beperk je jezelf mee en insinueer je dat (alleen) deze twee stoornissen leiden tot gebrekkig inlevingsvermogen. Ik kan me zo maar indenken dat de stoornis schizofrenie of een waanstoornis ook kan leiden tot gebrek aan inlevingsvermogen. De mate van onmacht, voortkomend uit een stoornis, kan denk ik leiden tot geen inlevingsvermogen, niet zozeer de stoornis wel. Ook een cognitieve beperking kan leiden tot gebrekkig inlevingsvermogen, omdat deze doelgroep het lastig vindt om op meer abstract niveau te denken. Ik denk dat als je uitspraak wil doen over specifieke Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 70

71 stoornissen die leiden tot gebrekkig inlevingsvermogen, dat je daarvoor misschien meer specifiek onderzoek moet doen. Anders zou ik het meer oppervlakkig houden en benoemen dat wanneer er twijfels zijn over inlevingsvermogen en aanwijzing van psychische klachten, er verdiepingsdiagnostiek kan worden aangevraagd bij een polikliniek. Dat je daar een tip van maakt. Je zegt ook dat het slachtoffer geen reden is voor een verdachte met een antisociale persoonlijkheidsstoornis om te veranderen. Ik vind dat er stellig gezegd. Ik weet niet of dat zo is. Het punt bagatelliseren begrijp ik niet helemaal, maar misschien is dat alleen je taalgebruik. Je zegt dat een client van het plaatje dader af moet komen, dat je een client niet nogmaals wilt veroordelen, maar dat je hem ervan af wil helpen. Maar hiervoor moet hij verantwoording afleggen aan het slachtoffer. Veroordeling in gedrag denk ik dat je bedoelt. Want in ons werk veroordeelt feitelijk alleen een Rechtbank. Het is een woordkeus, dat snap ik, maar dit kan verwarring oproepen. En verantwoording afleggen aan een slachtoffer hoeft denk ik niet altijd, als een client maar beseft wat voor schade bij heeft berokkend. Het lastig aan je onderwerp is dat slachtofferbewust werken echt maatwerk is, elke client en elk slachtoffer zijn verschillend. Ik snap heel goed dat het lastig is om een hand out te maken met tips. Je hebt veel goede tips, maar ik denk wel dat je moet oppassen met de stelligheid en/of specifieke voorbeelden noemen. Mocht je vragen hebben dan kun je altijd bellen. Naar aanleiding van de feedback heb ik deze reclasseringswerker verteld dat ik alle informatie uit de e-module en de themapagina van het opleidingshuis van 3RO heb gehaald. Sommige stukken tekst zijn hier letterlijk uit overgenomen. Het opleidingshuis heeft de meeste informatie gehaald uit de handreiking slachtofferbewust werken die is opgesteld door de Hogeschool Utrecht. Inhoudelijk gezien zou ik dus niet veel wijzigen aan de informatie, aangezien dit door de reclassering zelf is opgesteld. Ik heb haar feedback wel meegenomen. In navolging hierop heb ik alle reclasseringswerkers nog een mail gestuurd met deze informatie en de vraag om meer feedback. Helaas heb ik dat niet meer gekregen. Ik heb deze reclasseringswerker die middag nog gebeld, om haar wat vragen te stellen ter verifiëring van het adviesrapport en toen gaf zij telefonisch aan dat zij de hand-out wel erg nuttig en leuk vond. Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 71

72 3) Feedback reclasseringswerker Victas Naam: --- SVG-instelling: Victas Datum: 21 juni 2016 Wat vind je van de hand-out? Volledig. De informatie biedt mij houvast. Zou je de hand-out gebruiken? Wat zou er aan veranderd kunnen worden? Wat vind je van de vormgeving? Ja, hoewel het wel een lang document is. Mijn ervaring: hoe langer, minder snel ik het gebruik. Het zou bijv gebruiksvriendelijker zijn als het een klein boekje (o.i.d.) is, wat ik zo in mijn tas kan doen en onderweg nog even door kan nemen. Zie hierboven. Format zou anders kunnen, inhoud is prima! Verder vraag ik mij nog af waar je had bedacht dat de handout te vinden is? Liggen deze uitgeprint bij ons op kantoor, of kunnen we die digitaal ergens vinden? (in aanvulling op -- (beleidsadviseur): blijkbaar komt er binnenkort zoiets in het reclasseringshandboek. Ik raadpleeg niet altijd het reclasseringshandboek en daar zou jouw handout een toegevoegde waarde kunnen zijn! Misschien kan je daar nog over nadenken?) Zie hierboven. Veel succes verder! Goed onderwerp! Naar aanleiding van deze feedback heb ik de hand-out in de vorm van een boekje gemaakt. Ook heb ik de werkwijze van Slachtoffer in Beeld en de B-safer verwijderd, deze twee onderdelen namen namelijk veel ruimte in beslag. Deze reclasseringswerker bevestigde met dit tekstdeel wat ik in de interviews al merkte: in aanvulling op -- (beleidsadviseur): blijkbaar komt er binnenkort zoiets in het reclasseringshandboek. Ik raadpleeg niet altijd het reclasseringshandboek en daar zou jouw hand-out een toegevoegde waarde kunnen zijn! Misschien kan je daar nog over nadenken? Onderzoeksrapport Slachtofferbewust werken SVG 24 juni 2016 Pagina 72

De rol van de reclassering. Informatie voor slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven en nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten

De rol van de reclassering. Informatie voor slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven en nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten De rol van de reclassering Informatie voor slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven en nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten Oog voor slachtoffers en nabestaanden Als slachtoffer

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Management samenvatting

Management samenvatting Management samenvatting Achtergrond, doelstelling en aanpak Op 1 januari 2014 is de Wet conservatoir beslag ten behoeve van het slachtoffer (hierna: conservatoir beslag) 1 in werking getreden. Doel van

Nadere informatie

Gespreksleider: Paulien Defoer, Paulien Defoer Mediation

Gespreksleider: Paulien Defoer, Paulien Defoer Mediation 1.7 Mediation in strafrecht, ervaringen in de pilots: aan tafel! Jent Bijlsma Trickster Toaufik Elfalah Politie Utrecht Klaartje Freeke Freeke & Monster Judith Uitermark Rechtbank Noord-Holland Gespreksleider:

Nadere informatie

Beleidskader herstelbemiddeling ten behoeve van slachtoffers

Beleidskader herstelbemiddeling ten behoeve van slachtoffers Beleidskader herstelbemiddeling ten behoeve van slachtoffers Datum: september 2016 Status: definitief 1 Woord vooraf Voor u ligt het beleidskader voor herstelbemiddeling ten behoeve van slachtoffers. Het

Nadere informatie

Aanwijzing. Slachtofferzorg. Parket Curaçao

Aanwijzing. Slachtofferzorg. Parket Curaçao Aanwijzing Slachtofferzorg Parket Curaçao Samenvatting Deze aanwijzing stelt regels betreffende de bejegening van slachtoffers van misdrijven, zoals zeden, geweld- en verkeersmisdrijven. Daarbij worden

Nadere informatie

Recht en bijstand bij juridische procedures

Recht en bijstand bij juridische procedures Recht en bijstand bij juridische procedures In deze folder leest u meer 0900-0101 (lokaal tarief) over de juridische bijstand door Slachtofferhulp Nederland en de rechten van slachtoffers. Een wirwar van

Nadere informatie

Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie De heer mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie De heer mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 EH Den Haag Parkstraat 83 Den Haag Raad voor Strafrech tstoepassing Correspondentie: Postbus 30137 en Jeugdbescherming 2500 CC Den Haag ~ Telefoon (070) 361 93 00 Fax algemeen (070) 361 9310 Fax rechtspraak (070)

Nadere informatie

2014D36200 LIJST VAN VRAGEN

2014D36200 LIJST VAN VRAGEN 2014D36200 LIJST VAN VRAGEN De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft over de beleidsdoorlichting slachtofferzorg (Kamerstuk 33 199, nr. 4) de navolgende vragen ter beantwoording aan de Staatssecretaris

Nadere informatie

Restorative justice in drie landen: anders, hetzelfde, anders

Restorative justice in drie landen: anders, hetzelfde, anders Restorative justice in drie landen: anders, hetzelfde, anders Antony Pemberton Europese Dag van het Slachtoffer 2013 Victims and Restorative Justice EU-project, geleid door het Europees Forum voor Herstelrecht

Nadere informatie

Hoe slachtofferbewust werkt de reclassering? *

Hoe slachtofferbewust werkt de reclassering? * ARTIKELEN Hoe slachtofferbewust werkt de reclassering? * Inleiding 1 Het strafproces is in de eerste plaats bedoeld om vast te stellen of de verdachte de criminele daad heeft gepleegd. En daarnaast onder

Nadere informatie

Het slachtoffer in het strafproces

Het slachtoffer in het strafproces Het slachtoffer in het strafproces Mijn mobiele telefoon a. Staat natuurlijk al uit. b. Staat nog aan, maar die zet ik nu onmiddellijk uit. c. Omdat ik heel belangrijk ben laat ik die aanstaan, maar wel

Nadere informatie

Slachtoffer-daderbemiddeling: wie is partij in een strafrechtelijke context? Ivo Aertsen Leuvens Instituut voor Criminologie

Slachtoffer-daderbemiddeling: wie is partij in een strafrechtelijke context? Ivo Aertsen Leuvens Instituut voor Criminologie Slachtoffer-daderbemiddeling: wie is partij in een strafrechtelijke context? Ivo Aertsen Leuvens Instituut voor Criminologie Vragen Is bemiddeling tussen slachtoffer en dader wel mogelijk? Wenselijk? Wie

Nadere informatie

Voegen in het strafproces

Voegen in het strafproces Voegen in het strafproces Voegen in het strafproces april 2011 U bent slachtoffer geworden van een misdrijf of overtreding en u heeft daarbij schade geleden. Eén van de mogelijkheden om uw schade vergoed

Nadere informatie

AANGIFTE ONDER NUMMER

AANGIFTE ONDER NUMMER AANGIFTE ONDER NUMMER Implementatie, toepassing en eerste resultaten van de nieuwe regeling Aangifte onder nummer Samenvatting Monique Bruinsma Tom van Ham Manon Hardeman Henk Ferwerda Samenvatting Wanneer

Nadere informatie

De concrete voorstellen in dit pamflet dragen in de optiek van de VVD bij aan het verwezenlijken van deze doelstellingen.

De concrete voorstellen in dit pamflet dragen in de optiek van de VVD bij aan het verwezenlijken van deze doelstellingen. Slachtoffer zijn van een misdrijf is ingrijpend. Het draagt bij aan de verwerking van dit leed als slachtoffers het gevoel hebben dat zij de aandacht krijgen die zij verdienen. Dat zij zo goed mogelijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 143 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Nadere informatie

HERSTELBEMIDDELING (slachtoffer- dader bemiddeling)

HERSTELBEMIDDELING (slachtoffer- dader bemiddeling) HERSTELBEMIDDELING (slachtoffer- dader bemiddeling) DIENST Gent - Oudenaarde EEDVERBONDKAAI 285 9000 GENT DIENST Dendermonde OLV KERKPLEIN 30 9200 Dendermonde OOST-VLAANDEREN Voor wie? Slachtoffer/ daders

Nadere informatie

Onderzoek naar de aanpak van bedreiging en stalking door Bekir E. Plan van aanpak

Onderzoek naar de aanpak van bedreiging en stalking door Bekir E. Plan van aanpak Onderzoek naar de aanpak van bedreiging en stalking door Bekir E. Plan van aanpak 1 Inleiding 3 2 Doelstelling en onderzoeksvragen 4 2.1 Doelstelling 4 2.2 Centrale vraag en deelvragen 4 2.3 Afbakening

Nadere informatie

Slachtofferrechten in Europe

Slachtofferrechten in Europe Frida Wheldon - EU Richtlijn tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten Slachtofferrechten in Europe 28 EU Lidstaten Verschillende

Nadere informatie

Puzzel: Wie is wie in de kinderrechtszaal?

Puzzel: Wie is wie in de kinderrechtszaal? Puzzel: Wie is wie in de kinderrechtszaal? Korte omschrijving werkvorm De docent en leerlingen bekijken samen wie waar zit en wat doet in de rechtszaal. Hierbij staat de rol van het kind in de rechtszaal

Nadere informatie

ARRESTANTENVERZORGING. Juridische aspecten De politie Het strafproces Verzorging Ethiek

ARRESTANTENVERZORGING. Juridische aspecten De politie Het strafproces Verzorging Ethiek ARRESTANTENVERZORGING Juridische aspecten De politie Het strafproces Verzorging Ethiek januari 2013 Doel van het strafproces / strafvordering = het nemen van strafvorderlijke beslissingen Bestaat uit =

Nadere informatie

Besluitvorming over bijzondere opsporingsbevoegdheden in de aanpak van georganiseerde criminaliteit

Besluitvorming over bijzondere opsporingsbevoegdheden in de aanpak van georganiseerde criminaliteit SAMENVATTING De Wet BOB: Titels IVa en V in de praktijk Besluitvorming over bijzondere opsporingsbevoegdheden in de aanpak van georganiseerde criminaliteit Mirjam Krommendijk Jan Terpstra Piet Hein van

Nadere informatie

Stelselwijziging Jeugd. Factsheet. De uitvoering van het jeugdstrafrecht. Na inwerkingtreding van de Jeugdwet

Stelselwijziging Jeugd. Factsheet. De uitvoering van het jeugdstrafrecht. Na inwerkingtreding van de Jeugdwet Stelselwijziging Jeugd Factsheet De uitvoering van het jeugdstrafrecht Na inwerkingtreding van de Jeugdwet Inleiding Deze factsheet heeft betrekking op de uitvoering van het jeugdstrafrecht na de invoering

Nadere informatie

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2014-I

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2014-I Opgave 1 Recht van spreken Bij deze opgave horen de teksten 1 tot en met 4 uit het bronnenboekje. Inleiding In het tijdschrift Crimelink van mei 2012 staat een bespreking van het boek Slachtoffer-dadergesprekken

Nadere informatie

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet SAMENVATTING Achtergrond De laatste jaren is er een toenemende aandacht van de overheid voor de aanpak van kindermishandeling en partnergeweld. Het kabinet heeft in 2007 het actieplan Kinderen Veilig Thuis

Nadere informatie

De uitvoering van het jeugdstrafrecht

De uitvoering van het jeugdstrafrecht Stelselwijziging Jeugd Factsheet De uitvoering van het jeugdstrafrecht Na inwerkingtreding van de Jeugdwet De uitvoering van het jeugdstrafrecht 1 De uitvoering van het jeugdstrafrecht 2 Inleiding Deze

Nadere informatie

bureau buitenland Reclassering houdt niet op bij de grens Alles over het werk van Bureau Buitenland

bureau buitenland Reclassering houdt niet op bij de grens Alles over het werk van Bureau Buitenland bureau buitenland Reclassering houdt niet op bij de grens Alles over het werk van Bureau Buitenland Bureau Buitenland heeft drie hoofdtaken: Gedetineerdenbegeleiding De Buitenlandbalie Internationale samenwerking

Nadere informatie

Reclassering Nederland. hoofd Personeel & Organisatie en Financiën

Reclassering Nederland. hoofd Personeel & Organisatie en Financiën Reclassering Nederland hoofd Personeel & Organisatie en Financiën Profiel 'hoofd Personeel & Organisatie en Financiën' bij Reclassering Nederland te Utrecht Algemeen Reclassering Nederland is een onafhankelijke

Nadere informatie

Aangifte doen En dan?

Aangifte doen En dan? www.politie.nl/slachtoffer Aangifte doen En dan? 17035-1 Informatie voor slachtoffers van een misdrijf 1 Bent u slachtoffer van een misdrijf? Is er bijvoorbeeld bij u ingebroken? Of heeft iemand u mishandeld?

Nadere informatie

De positie van het slachtoffer in het strafproces. 2.1. Definitie slachtoffer. 2.2. Correcte bejegening. 2. De rechten van het slachtoffer

De positie van het slachtoffer in het strafproces. 2.1. Definitie slachtoffer. 2.2. Correcte bejegening. 2. De rechten van het slachtoffer 2. De rechten van het slachtoffer 2.1. Definitie slachtoffer In de wet is een definitie van het begrip slachtoffer opgenomen: degene die als rechtstreeks gevolg van een strafbaar feit vermogensschade of

Nadere informatie

Voorwoord van professionals

Voorwoord van professionals Voorwoord van professionals Dit boek is bestemd voor wie het beste uit zichzelf en zijn of haar professie wil halen en de verbinding aangaat met cliënten binnen het gedwongen kader. Het gaat over de verbinding

Nadere informatie

Herstelbemiddeling voor jeugdigen in Nederland

Herstelbemiddeling voor jeugdigen in Nederland Herstelbemiddeling voor jeugdigen in Nederland Majone Steketee Sandra ter Woerds Marit Moll Hans Boutellier Een evaluatieonderzoek naar zes pilotprojecten Assen 2006 2006 WODC, Ministerie van Justitie.

Nadere informatie

Stelselwijziging Jeugd. Factsheet. De uitvoering van het jeugdstrafrecht. Na inwerkingtreding van de Jeugdwet

Stelselwijziging Jeugd. Factsheet. De uitvoering van het jeugdstrafrecht. Na inwerkingtreding van de Jeugdwet Stelselwijziging Jeugd Factsheet De uitvoering van het jeugdstrafrecht Na inwerkingtreding van de Jeugdwet Inleiding Dit memo heeft betrekking op de uitvoering van het jeugdstrafrecht na de invoering

Nadere informatie

ADVIES. Conceptwetsvoorstel wijziging regelingen inzake detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling

ADVIES. Conceptwetsvoorstel wijziging regelingen inzake detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling ADVIES Conceptwetsvoorstel wijziging regelingen inzake detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling aan de Minister voor Rechtsbescherming naar aanleiding van het verzoek daartoe bij brief d.d.

Nadere informatie

Herstelgerichte politie

Herstelgerichte politie Herstelgerichte politie Peter van Os, programmamanager Ontwikkeling gebiedsgebonden politie Ontwikkelingen politieregio s Kerntakendiscussie Wijkagent doet te veel aan dienstverlening Doelloos vriendschappelijke

Nadere informatie

Richtlijn voor strafvordering Arbeidsomstandighedenwet 1998

Richtlijn voor strafvordering Arbeidsomstandighedenwet 1998 JU Richtlijn voor strafvordering Arbeidsomstandighedenwet 1998 Categorie: Strafvordering Rechtskarakter: Aanwijzing i.d.z.v. artikel 130 lid 4 Wet RO Afzender: College van procureurs-generaal Adressaat:

Nadere informatie

Raad voor de rechtshandhaving. JAARPLAN en BEGROTING 2015

Raad voor de rechtshandhaving. JAARPLAN en BEGROTING 2015 Raad voor de rechtshandhaving JAARPLAN en BEGROTING 2015 De hieronder genoemde inspecties worden in de landen Curaçao, Sint Maarten en de BESeilanden uitgevoerd. Aanpak van de bestrijding van ATRAKO s

Nadere informatie

Herstelbemiddeling Reclassering Nederland

Herstelbemiddeling Reclassering Nederland Herstelbemiddeling Reclassering Nederland Evaluatie van drie pilots en toekomstscenario s Katinka Lünnemann Myriam Vandenbroucke Niels Hermens Annemieke Wolthuis April 2010 2 Inhoud 1 Inleiding 5 1.1 Missie,

Nadere informatie

Verkeersongeluk. Misdrijf. Calamiteit. Praktisch. Slachtofferhulp Nederland Veelzijdig deskundig

Verkeersongeluk. Misdrijf. Calamiteit. Praktisch. Slachtofferhulp Nederland Veelzijdig deskundig Misdrijf Verkeersongeluk Calamiteit Juridisch Emotioneel Praktisch Veelzijdig deskundig biedt juridische, praktische en emotionele hulp aan slachtoffers van een misdrijf, calamiteit of verkeersongeluk.

Nadere informatie

Verkorte inhoudsopgave

Verkorte inhoudsopgave Verkorte inhoudsopgave Gebruikte afkortingen 17 I Inleiding, onderzoeksvragen en onderzoeksmethoden 19 1 Inleiding 19 2 Meervoudige aansprakelijkstelling nader beschouwd 20 2.1 Een omschrijving van meervoudige

Nadere informatie

Reclassering Nederland. in 500 woorden. Reclassering Nederland. Naar een veiliger samenleving. roeghulp. dvies. oezicht edrags raining.

Reclassering Nederland. in 500 woorden. Reclassering Nederland. Naar een veiliger samenleving. roeghulp. dvies. oezicht edrags raining. in 500 woorden Naar een veiliger samenleving roeghulp dvies oezicht edrags raining e r k traf Dit is is een onafhankelijke organisatie die werkt aan een veiliger samenleving. Samen met justitie, politie,

Nadere informatie

Plan van aanpak onderzoek Jeugdreclassering

Plan van aanpak onderzoek Jeugdreclassering Plan van aanpak onderzoek Jeugdreclassering 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Wat is jeugdreclassering 3 1.3 Afbakening 4 2 Onderzoeksopzet 6 2.1 Centrale vraagstelling 6 2.2 Onderzoeksvragen 6 2.3 Onderzoeksaanpak

Nadere informatie

Reclassering Nederland. in 500 woorden. Reclassering Nederland. Naar een veiliger samenleving. roeghulp. dvies. oezicht edrags raining.

Reclassering Nederland. in 500 woorden. Reclassering Nederland. Naar een veiliger samenleving. roeghulp. dvies. oezicht edrags raining. in 500 woorden Naar een veiliger samenleving roeghulp dvies oezicht edrags raining e r k traf Dit is is een onafhankelijke organisatie die werkt aan een veiliger samenleving. Samen met justitie, politie,

Nadere informatie

34300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2016

34300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2016 34300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2016 Nr. 75 Brief van de minister van Veiligheid en Justitie Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Forensische zorg en LVB. Een beter leven in een veilige maatschappij

Forensische zorg en LVB. Een beter leven in een veilige maatschappij Forensische zorg en LVB Een beter leven in een veilige maatschappij Position Paper Forensische zorg en LVB: Een beter leven in een veilige maatschappij November 2017 Een hogere kwaliteit van bestaan voor

Nadere informatie

Informatie voor betrokkenen

Informatie voor betrokkenen Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie Nederla voor Forensische Psychiatrie en Psychologie Nederlands Instituut vo Psychiatrie en Psychologie Nederlands Instituut voor Forensisc

Nadere informatie

Vervolging. Getuigenverhoor rechter-commissaris

Vervolging. Getuigenverhoor rechter-commissaris Als u in de strafzaak door een advocaat wordt bijgestaan, is het van belang dat u de advocaat op de hoogte houdt van de voortgang in het onderzoek. Na aangifte zal het politieonderzoek waarschijnlijk nog

Nadere informatie

Slachtofferhulp. concept wetsvoorstel betreffende hétieggen van conservatoir beslag door de staat voor slachtoffers van misdrijven.

Slachtofferhulp. concept wetsvoorstel betreffende hétieggen van conservatoir beslag door de staat voor slachtoffers van misdrijven. ~,tl~ 3 / Nootailfafiltoor 7: ~.,1 e d 1ff 0 Postbus 14208 3508 SH Utrecht Pallas Athertedreef 27 3561 PE Utrecht 03023401 16 F 030 231 76 55 info@s~achtofferhuip.fli w www.s}achtofferhulp.ni / Ministerie

Nadere informatie

De toepassing van herstelbemiddeling binnen het strafrecht

De toepassing van herstelbemiddeling binnen het strafrecht De toepassing van herstelbemiddeling binnen het strafrecht Initiatiefnota van het lid Recourt 25 november 2014 Inleiding De laatste decennia is geprobeerd om de positie van het slachtoffer in het strafproces

Nadere informatie

Een stap verder in forensische en intensieve zorg

Een stap verder in forensische en intensieve zorg Een stap verder in forensische en intensieve zorg Palier bundelt intensieve en forensische zorg. Het is zorg die net een stapje verder gaat. Dat vraagt om een intensieve aanpak. Want onze doelgroep kampt

Nadere informatie

Aanwijzing taakstraffen

Aanwijzing taakstraffen Regelingen en voorzieningen CODE 6.5.3.52 Aanwijzing taakstraffen tekst bronnen Staatscourant 2011, nr. 19453, d.d. 31.10.2011 datum inwerkingtreding 1.11.2011 Deze aanwijzing en de Aanwijzing kader voor

Nadere informatie

Puzzel: De rechtszaal

Puzzel: De rechtszaal Puzzel: De rechtszaal Korte omschrijving werkvorm: De leerlingen vullen in wie waar zit of staat in de rechtszaal. Leerdoel: De leerlingen kennen de opstelling van een rechtszaal en ze weten welke actoren

Nadere informatie

Psychologische en psychiatrische rapportage in strafzaken. Informatie voor onderzochte

Psychologische en psychiatrische rapportage in strafzaken. Informatie voor onderzochte Psychologische en psychiatrische rapportage in strafzaken Informatie voor onderzochte de rechter. ook zij bedoeld. i. Als in deze brochure wordt gesproken over hij wordt daarmee Terminologie: gaat maken.

Nadere informatie

Inhoud. deel i de omvang en aard van het probleem 19. Voorwoord 1 1

Inhoud. deel i de omvang en aard van het probleem 19. Voorwoord 1 1 Voorwoord 1 1 deel i de omvang en aard van het probleem 19 1 Psychiatrische comorbiditeit van verslaving in relatie tot criminaliteit 2 1 Arne Popma, Eric Blaauw, Erwin Bijlsma 1.1 Inleiding 2 2 1.2 Psychiatrische

Nadere informatie

Helpt na een misdrijf, verkeersongeluk, calamiteit of bij vermissing

Helpt na een misdrijf, verkeersongeluk, calamiteit of bij vermissing Helpt na een misdrijf, verkeersongeluk, calamiteit of bij vermissing Programma Wie zijn wij? Wie helpen wij? Wat doen wij? Ontwikkelingen Financiering Wie zijn wij? Wij Behartigen de belangen van slachtoffers.

Nadere informatie

Faculteit Rechtsgeleerdheid Scriptie Strafrecht. Mediation in strafzaken

Faculteit Rechtsgeleerdheid Scriptie Strafrecht. Mediation in strafzaken Faculteit Rechtsgeleerdheid Scriptie Strafrecht Masterscriptie inzake Mediation in strafzaken Een onderzoek naar de positie van slachtoffer en verdachte Naam: A. Dijcks ANR: 125451 Begeleider: A.L.M. de

Nadere informatie

Bemiddeling tussen slachtoffers en daders van misdrijven

Bemiddeling tussen slachtoffers en daders van misdrijven Bemiddeling tussen slachtoffers en daders van misdrijven INHOUD De handtas van Marie-Claire werd van haar schouder gerukt. Ze vindt dat de dader gestraft moet worden, maar ze heeft ook heel wat vragen

Nadere informatie

ECLI:NL:PHR:2014:1700 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 12/04833

ECLI:NL:PHR:2014:1700 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 12/04833 ECLI:NL:PHR:2014:1700 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie 01-07-2014 Datum publicatie 26-09-2014 Zaaknummer 12/04833 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken - Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Vak Maatschappijwetenschappen Klas Havo 5 Thema Criminaliteit en rechtsstaat Onderwerp Hoofdstuk 1 Wat is criminaliteit?

Vak Maatschappijwetenschappen Klas Havo 5 Thema Criminaliteit en rechtsstaat Onderwerp Hoofdstuk 1 Wat is criminaliteit? Vak Maatschappijwetenschappen Klas Havo 5 Thema Criminaliteit en rechtsstaat Onderwerp Hoofdstuk 1 Wat is criminaliteit? A 1. Aandachtspunten en belangrijke begrippen Criminaliteit als maatschappelijk

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 2030, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Voorwoord. Lawbooks Grondslagen van Recht ( ) Beste student(e),

Voorwoord. Lawbooks Grondslagen van Recht ( ) Beste student(e), Grondslagen van Recht Week 3 2018 2019 Voorwoord Beste student(e), Voor je ligt de samenvatting van de stof van Hoofdstuk 14 van het boek Hoofdlijnen, dat voorgeschreven wordt in week 3. Aanvankelijk hebben

Nadere informatie

Post-hbo opleiding forensische psychiatrie. Door de casuïstiek kan ik praktijk en theorie combineren en kan ik het direct toepassen in mijn werk.

Post-hbo opleiding forensische psychiatrie. Door de casuïstiek kan ik praktijk en theorie combineren en kan ik het direct toepassen in mijn werk. mensenkennis Post-hbo opleiding forensische psychiatrie Door de casuïstiek kan ik praktijk en theorie combineren en kan ik het direct toepassen in mijn werk. Post-hbo forensische psychiatrie Werken in

Nadere informatie

Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag

Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag RAPPORT Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag Een onderzoek naar een afwijzing van het Openbaar Ministerie in Den Haag om kosten na vrijspraak te vergoeden. Oordeel Op basis van het onderzoek

Nadere informatie

OPLEIDING MEDIATOR IN STRAFZAKEN. Specialisatie voor MfN-geregistreerde mediators

OPLEIDING MEDIATOR IN STRAFZAKEN. Specialisatie voor MfN-geregistreerde mediators OPLEIDING MEDIATOR IN STRAFZAKEN Specialisatie voor MfN-geregistreerde mediators Mediator in Strafzaken (specialisatie) Inleiding In februari 2017 steunde de Tweede Kamer twee moties die de verdere landelijke

Nadere informatie

Slachtoffers en Justitie

Slachtoffers en Justitie Slachtoffers en Justitie Dit informatieblad informeert u over uw rechten in een strafproces als slachtoffer of nabestaande. Het beschrijft ook hoe een strafproces werkt en welke hulp beschikbaar is. In

Nadere informatie

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren Dit document beoogt de strafrechtelijke consequenties voor de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling

Nadere informatie

Interview protocol (NL)

Interview protocol (NL) Interview protocol (NL) Protocol telefoongesprek slachtoffers Goedemorgen/middag, u spreekt met (naam) van de Universiteit van Tilburg. Wij zijn op dit moment bezig met een onderzoek naar straat- en contactverboden

Nadere informatie

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor!

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor! Directe Hulp bij Huiselijk Geweld U staat er niet alleen voor! U krijgt hulp Wat nu? U bent in contact geweest met de politie of u heeft zelf om hulp gevraagd. Daarom krijgt u nu Directe Hulp bij Huiselijk

Nadere informatie

U hebt een schadevergoeding toegewezen gekregen

U hebt een schadevergoeding toegewezen gekregen Regelingen en voorzieningen CODE 6.5.3.7 U hebt een schadevergoeding toegewezen gekregen bronnen www.cjib.nl, januari 2011 Openbaar Ministerie, brochure: Hoe krijg ik mijn schade vergoed? januari 2011

Nadere informatie

Bestuursvoorstel Invoering bestuurlijke strafbeschikking voor waterschappen

Bestuursvoorstel Invoering bestuurlijke strafbeschikking voor waterschappen Bijlage Bijlage Bestuursvoorstel Invoering bestuurlijke strafbeschikking voor waterschappen 1. Inleiding Als gevolg van de invoering van nieuwe wetgeving wordt aan de decentrale overheden, waaronder de

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 Instantie Datum uitspraak 11-06-2003 Datum publicatie 12-08-2003 Zaaknummer 2200326602 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-gravenhage

Nadere informatie

Presentatie Huiselijk Geweld Spreekuur. Dag Zorg en Veiligheid 17 juni 2019

Presentatie Huiselijk Geweld Spreekuur. Dag Zorg en Veiligheid 17 juni 2019 Presentatie Huiselijk Geweld Spreekuur Dag Zorg en Veiligheid 17 juni 2019 Willemijn Kerssemakers (Veilig Thuis) Annemiek Ursinus (Reclassering) Marie-Jose Heijligers (Reclassering) Inhoud Wat doet de

Nadere informatie